Chapter 95

S.es,S.=Saint,Saturday,Shilling,Solo,South,Southern,Sun,Sunday,Sabbath,Second(s),Singular,See;S(outh)A(frica ofAmerica);Sab(bath);Sam(uel);Sam(aritan);Sans(crit);Sat(urday);Sax(ony);S(outh)C(arolina);Sc(ientiae)B(acculaureus)=Bachelor of Science;Sc(ientiae)D(octor)=Doctor of Science;Sci(ence);Scil(icet)=namelijk, te weten;Sclav(onic);Scot(land, etc.);Scrip(ture);Sculp(ture);S(ociety for the)D(iffusion of)U(seful)K(nowledge);S(outh)E(ast);Sec(ond);Sec(retary);Sec(retary of)Leg(ation);Sen(ate, Senator);Sept(ember);Seq(uentes, Sequentia)= de volgenden;Serg(eant);Serv(ian);S(olicitor)-G(eneral);Sh(illings);Sing(ular);S(ociety of)J(esus);S(upreme)J(udicial)C(ourt);Slav(onic);S(ergeant)-M(ajor);Soc(iety);S(ong) ofSol(omon);Sol(icitor)-gen(eral);Sp(ain, Spanish, Spirit);Spec(ial);S(ociety for the)P(ropagation of the)G(ospel);Sp(ecific)gr(avity);Sq(uare);S(enio)r;S(acrum)R(omanum)I(mperium)=The Holy Roman Empire;SS=Saints;S.S.=Sunday School,Screw-steamer;S(outh)S(outh)E(ast),W(est);St=Saint, Stone, Strait, Street;Stat(ue);Su(nday);Subj(unctive);Subst(antive, Substitute);Suff(ix);Sup(erior, Superlative, Supplement);Surg(eon);Sur(geon)-gen(eral);Surv(eyor);S(ub)V(oce)= onder het woord;S(outh)W(est);Sw(eden);Switz(erland);Syn(onym);Synop(sis);Syr(ia).Sabaoth,sabəoth,səbeioth, heirscharen:God (The Lord) of Sabaoth.Sabbatarian,sabətêriən, subst. sabbatvierder, lid van een secte van wederdoopers;adj. tot den S. behoorende;Sabbatarianism= leer der S.;Sabbath,sabəth, Sabbat, rustdag, rusttijd:Sabbath-breaker= Sabbatschender;Sabbath-breaking= Sabbatschennis;Sabbatic(al),səbatik(’l),tot den sabbat behoorende:Sabbatical year= Sabbatjaar, braakjaar;Sabbatism,sabətizm, Sabbatheiliging, rust.Sabe,savə,sâvə, scherpzinnigheid (Amer.).Sabian,seibj’n, subst. aanhanger vanSabianism= sterrenaanbidding.Sabina,səbainə;Sabine,seibain, subst. een der Sabijnen; adj. Sabijnsch.Sable,seib’l, subst. sabelbont, fijn penseel; adj. van sabel, zwart, donker (Sables= pelswerk, rouwkleeren);Sableverb. verduisteren;Sable-coloured= zwart;Sable-stoled= met zwarte stola;Sable-skin= sabelbont;Sable-vested= in den rouw gekleed.Sabot,sabou, klomp.Sabre,seibə, subst. sabel;Sabreverb. neersabelen, met den sabel bewapenen;Sabre-ta(s)che,seibətaš, sabeltasch.Sabulosity,sabjulositi, zandigheid;Sabulous,sabjulɐs, zandig.Sac,sak, zak(je); heerlijk privilege van rechtspraak.Saccade,səkeid, ruk aan den toom.Saccharic,səkarik:Saccharic acid= suikerzuur;Sacchariferous= suikerhoudend;Saccharin,sakərin,saccharine;Saccharize= in suiker omzetten.Sacerdotal,sasədout’l, priesterlijk;Sacerdotalism= priestergeest, priesterschap.Sachem,seitš’m, Indiaansch opperhoofd.Sachet,Fr. uitspr.reukkussentje.Sacheverell,səševər’l.Sack,sak, subst. zak, buidel, los overkleed of mantel; sek;Sackverb. in zakken doen, de bons geven, wegsturen:Toget the sack= ontslagen worden (=Toget sacked);Shegave him the sack= zij gaf hem de bons =She sacked him;Sackcloth= zaklinnen, grof linnen:Tomourn in sackcloth and ashes= in zak en assche zitten;Sack-posset= drank v. sek, melk, enz.;Sack-race= zakloopen;Sackful= zakvol;Sacking= paklinnen.Sack,sak, plundering, verwoesting, buit;Sackverb. plunderen, verwoesten;Sackage= plundering.Sackbut,sakbɐt, oud instrument, een soort trombone.Sacrament,sakrəment,seikrəment, sacrament,[477]Avondmaal:Toadminister the last Sacraments= bedienen;I havereceived the Sacrament= aan het avondmaal geweest;Hereceived the last Sacraments;Sacramental,sakrəment’l:Sacramental service= communie, avondmaal;Sacramental wine;Sacramentarian,sakrəm’ntêriən, sacramenteel.Sacred,seikrid, heilig, gewijd, onschendbaar:Sacred fromattack= veilig voor;Sacred history= kerkgeschiedenis;Sacred service= godsdienstoefening; subst.Sacredness.Sacrifice,sakrifais,sakrifaiz, subst. offer, offerande;Sacrificeverb. offeren; opofferen, met verlies verkoopen:At a sacrifice= voor een appel en een ei, spotgoedkoop;I will sellat a sacrifice= voor iederen prijs;Hefell a sacrifice tohis passions= werd slachtoffer van;I willmake you that sacrifice= u dat offer brengen;Sacrificer;Sacrificial:Sacrificial rites, mound= offergebruiken, offerberg.Sacrilege,sakrilidž, heiligschennis, ontheiliging, ontwijding, kerkroof;Sacrilegious,sakrilîdžəs, heiligschennend;Sacrilegist,sakrilîdžist, heiligschenner.Sacring-bell,seikriŋ-bel, mis-bel.Sacristan,sakrist’n, sakristijn, koster;Sacristy,sakristi, sacristie.Sacrum,seikr’m, heiligbeen.Sad,sad, droevig, treurig, somber, ernstig, erg, slecht:He isa sad dog, fellow= hij is niet veel bijzonders;Asad price= erg hooge;Sad-eyed= met droeve oogen;Sad-faced;Sad-iron= strijkbout;Sadden= bedroeven, droevig worden; donker tinten (v. eene kleur);Sadness= droefheid, treurigheid.Saddle,sad’l, subst. zadel, rugstuk;Saddleverb. zadelen, belasten:To win the horse orlose the saddle= alles op het spel zetten;You haveput the saddle on the right (wrong) horse= den rechte (verkeerde) beschuldigd;Hevaulted into the saddle= sprong te paard:Hehad saddled himself witha very arduous task= had zich opgelegd;He tried tosaddle mewith the responsibility of the undertaking= op mij te schuiven;Saddle-backed= met hollen rug;Saddle-bags= zadelzakken;Saddle-bow= zadelboog;Saddle-cloth= schabrak;Saddle-fast= zadelvast;Saddle-girth= riem;Saddle-horse;Saddle-maker;Saddle-roof= zadeldak;Saddle-tree= zadelboom;Saddler= zadelmaker;Saddlery= zadelmakerij; zadelmakersartikelen.Sadducean,sadjusîən, Sadduceesch;Sadducee,sadjusî, Sadduceër;Sadduceeism= leer der Sadduceërs.Safe,seif, subst. veilige plaats, geldkist, brandkast, provisiekast, vliegenkast; adj. veilig, zeker, behouden, onschadelijk:Asafe person= vertrouwd;’Twould beon the safe sidenot to be at home= ’t veiligste, het beste;Questions that his boys are safe to put to him= hem stellig zullen vragen;We arrivedsafe and sound= gezond en wel;He is safe fora thrashing= hij krijgt bepaald =Is safe to get it;Safe fromattack= beveiligd tegen;Safe-conduct= vrijgeleide;Safe-conductverb. veilig geleide verschaffen;Safeguard= bescherming, vrijgeleide, paspoort, toestel aan locomotieven om de baan vrij te houden;Safeguardverb. beveiligen:In that way our interests may besafeguardedand advanced= beveiligd;Safe-keeping= veilige hoede of bewaring;Safeness= veiligheid, zekere bewaring;Safety,seifti;Safety-belt= reddingsgordel;Safety-bicycle;Safety-buoy= reddingsboei;Safety-fund= waarborgfonds;Safety-lamp= veiligheidslamp;Safety-matches= Zweedsche lucifers;Safety-shaver= veiligheidsscheermes;Safety-valve= veiligheidsklep.Safflower,saflauə, saffloer.Saffron,safr’n, subst. saffraan; adj. saffraankleurig;Saffronverb. geel maken:Towear the saffron gown= gaan trouwen;Saffrony= saffraankleurig.Sag,sag, doorzakken, zakken, doorbuigen, zinken, afdrijven, doen zakken:The dog’s tail sagged downwith an expression of misery= de hond liet zijn staart hangen;The shipsagged to leeward= zakte naar lij af.Saga,sâgə,seigə, Noordsche sage.Sagacious,səgeišəs, scherpzinnig, schrander; subst.Sagaciousness=Sagacity,səgasiti.Sagamore,sagəmö, Indiaansch hoofd (N.-Am.).Sage,seidž, subst. (tuin)salie; wijze of wijsgeer (gew. met een ironisch tintje); adj. wijs, omzichtig;Sageness= wijsheid.Sagitta,sədžitə, pijlvormige naad;Sagittal,sadžit’l, pijl..;Sagittaria= pijlkruid;Sagittarius,sadžitêriəs, Schutter (dierenriem);Sagittary,sadžitəri, subst. centaur; arsenaal te Venetië; adj. pijl …;Sagittate(d),sadžitit,sadžiteitid, pijlvormig.Sago,seigou, sago;Sago-palm= sagopalm.Saguin,sagwin, Z. Am. aap.Sagy,seidži, vol salie.Sahara,səhârə.Sahib,sâ(h)ib,sei(h)ib, heer, meester:Mem Sahib= getrouwde dame, mevrouw (Brit. Ind.).Said,sed, zeide, gezegd:The said story= de gemelde geschiedenis;Be it said= laten we zeggen.Sail,seil, subst. zeil, schip, zeiltochtje;Sailverb. zeilen, stevenen, koers zetten, doorklieven, zwemmen, bevaren, glijden over:Thewindmill sails= de zeilen van den windmolen;A shipin full sail= met volle zeilen;Under sail= onder zeil;The shipcarried (was under) a press of sail= had alle zeilen bij;The shipmade sail= zette meer zeilen bij;Weset sail forIndia= gingen onder zeil naar I.;Toset up one’s sail to every wind= de huik naar den wind hangen;Toshorten sail= minderen;Strike sail= strijk!A fleet of fifty sail= vloot van vijftig zeilen (schepen);To sail a yacht= varen met;Tosail before, by the wind= voor (bij) den wind zeilen;Tosail close (near) to the wind= (fig.) zich noodeloos blootstellen (geven), “schuin” zijn, zich zeer voorzichtig bewegen, zich net noodigste uit den mond besparen;Hesails under false colours= zeilt onder valsche vlag;Sail-cloth= zeildoek;Sail-loft= zeilmakerswerkplaats (zolder);Sail-maker= zeilmaker;Sail-room= zeilkooi (op een schip);Sail-yard= ra;[478]Sailable= bevaarbaar;Sailer= zeiler, zeilschip;Sailing:So far all is plain (clear) sailing= tot dusver gaat het vanzelf, is de zaak in orde;Sailing-master= schipper;Sailing-match;Sailing-vessel= zeilschip;Sailor= matroos:I am a poor sailor= ik word gauw zeeziek;Sailorlike= als een matroos.Sainfoin,seinfôin, hanekop, hanekam.Saint,seint, subst. heilige, zalige, vrome, geloovige, heiligverklaarde; adj. heilig;Saintverb. den vrome uithangen (it):The Saints=Latter-Day Saints= de Mormonen;Heplays the saint= hangt den vrome uit;Saint’s day= heiligendag;Sainted= heiligverklaard, zalig, vroom, heilig, overleden;Saintlike,Saintliness= heiligheid; adj.Saintly;Saintship= heiligheid.Sake,seik:I do itfor your sake, for conscience’ sake= om uwentwil, terwille van het geweten;Forbear, for the sake of God= laat af om Godswil.Saker,seikə, sakervalk; klein stuk geschut.Saki,seiki, saki, aap met vossestaart; Japansch bier.Sal,sal, zout (slechts in samenst.):Sal-gem= rotszout;Sal-volatile= vlugzout.Sal,sal;Sala,sâlə.Salaam,səlâm, subst. plechtige groet (bij Oosterlingen);Salaamverb. plechtig groeten:Salaaming courtiers= vleiende hovelingen.Salacious,səleišəs, wellustig:Salacious talk= vuile praat; subst.Salaciousness=Salacity,səlasiti.Salad,saləd, salade:Todress(Tomix)the salad= aanmaken;Lobster salad= kreeftensalade;Salad-cream (Salad-dressing)= sla-aanmaaksel, salade-saus;My salad days (years)are over= mijn groene jeugd is voorbij;Salad-oil= slaolie.Salamander,saləmandə, salamander:Salamander-safe= vuurvaste brandkast;Salamander’s-hair,Salamander’s-wool= asbest;Salamandrine,saləmandrin, salamanderachtig.Salaried,salərid, bezoldigd;Salary,saləri, salaris, bezoldiging, loon.Sale,seil, verkoop, veiling, verkooping:The goodsfound a dull, a ready sale, were dull, ready of sale= hadden een slappen, vluggen omzet;Sale by auction= verkoop bij opbod;A housefor sale= een huis te koop;The house wasadvertised for sale= werd te koop aangeboden;Offered for public sale= publiek ten verkoop aangeboden;Deed of sale= verkoopacte;On saleeverywhere= overal te krijgen;Sale-room= auctiezaal;Salesman= groothandelaar, verkooper:Dead salesman= handelaar in geslacht vee;Saleswoman= verkoopster;Salework= werk gemaakt om te verkoopen;Saleable= verkoopbaar; subst.Saleableness.Salep,saləp, salep.Salerio,salîriou;Salford,sôlfəd;Salian,seiliən, Saliër;Salic,salik, Salisch:Salic law= Salische wet.Salicyl,salisil, salicyl;Salicylicacid= salicylzuur.Salience,seilj’ns, vooruitspringen;Salient,seilj’nt, springend, uitspringend, ùitstekend, merkwaardig:Thesalient pointsof his lecture= opmerkenswaardige gedeelten.Saliferous,səlifərɐs, zouthoudend;Salifiable,salifaiəb’l, zout vormend;Salify= in een zout omzetten;Salina,səlainə, zoutpan;Saline,seilain,səlain, zout - -; zoutbron, zoutgroeve.Salisbury,sôlzbri.Saliva,səlaivə, speeksel;Salival=Salivary;Salivant,saliv’nt, subst. en adj. speeksel opwekkend (middel);Salivary,salivəri, speeksel.…:Salivary glands= speekselklieren;Salivate,saliveit, de afscheiding van speeksel bevorderen;Salivation,saliveiš’n, kwijlen.Salix,seiliks, wilg.Sallet,salət, stormhoed (Mil.).Sallow,salou, bleek, ziekelijk, vuilgeel; subst.Sallowness.Sallow,salou, wilg;Sallowy= vol wilgen.Sallust,saləst, Sallustius.Sally,sali, subst. uitval (ookfig.), uitstapje, waterwilg; tuinkoning;Sallyverb. een uitval doen:The garrisonmade a sally= deed een uitval;Sallies of wit= geestige zetten;To sally forth= de deur uitgaan, uittrekken;Sally-port= uitvalpoort.Sally,sali;Sally-lun(n)= soort gebak;The game of Sally-Water= het spelletje “Patertje langs den kant”.Salmagundi,salməgɐndi, ragout van vleesch, eieren, ansjovis; mengelmoes.Salmi,salmi, ragout van gebraden wild.Salmon,sam’n, zalm;Salmoncolo(u)red;Salmon-trout= zalmforel;Salmonet= jonge zalm.Saloon,səlûn, zaal, groote kajuit, tapperij (Amer.);Saloon-car;Saloon-carriage= luxe wagon (Amer.).Salop,salop=Shropshire;Salopian= (bewoner) vanShr.Salsify,salsifai, preibladige boksbaard.Salt,sôlt, subst. zout, zoutvaatje, geestigheid, vernuft, matroos; adj. zout, gezouten, scherp, gepeperd (fig.);Saltverb. zouten, pekelen:Common (Culinary) salt= keukenzout;An old salt= een oude zeerob;He isworth his salt= zijn kost waard;I haveeaten his salt= ik ben zijn gast geweest;Toput (lay, cast) salt on the tail of a bird;Tosit above (below) the salt= aan ’t hoofdeinde (beneden einde) van de tafel zitten;Tospill the salt= ’t zoutvat omgooien;Salt-box= zoutvaatje (=Salt-cellar);Salt-duty= accijns;Saltfish= zoutevisch;Salt-junk= pekelvleesch (voor schepen);Salt-lick= zoute drinkplaats voor vee (Amer.);Salt-maker= zoutzieder;Salt-marsh= zoutpan (-tuin);Salt-mine= zoutmijn;Salt-pan= zoutpan;Salt-pit= zoutgroeve;Salt-spring= zoutbron;Salt-work(s)= zoutkeet;Salted= gezouten, immuun (Z.-Afr.);Salter= zoutzieder, handelaar in gezouten waren;Saltern= zoutkeet;Saltish= zoutachtig; subst.Saltishness;Saltless;Saltness;Salty= met zouten smaak.Saltant,salt’nt,sôlt’nt, op de achterpooten staande (Herald.);Saltation,salteiš’n, springen, kloppen, bonzen;Saltatorial=Saltatory= springend;Saltigrade= springend; subst. springspin.[479]Saltier, Saltire,saltîə, liggend kruis (✕).Saltpetre,sôltpîtə,sôltpîtə, salpeter;Saltpetrous,sôltpîtrəs, salpeterig.Salubrious,səl(j)ûbriəs, heilzaam, gezond; subst.Salubriousness=Salubrity.Salutariness,sal(j)utərinəs, subst. v.Salutary,sal(j)utəri, heilzaam, weldadig, voordeelig, gezond.Salutation,sal(j)uteiš’n, groet, begroeting:She kissed him on both cheeks and hereturned the salutation;They partedin theirsalutationlessmanner= op hunne gewone manier, zonder elkander de hand te drukken;Salutatory,səl(j)ûtətəri, begroetend, verwelkomend;Salute,səl(j)ût, subst. groet, begroeting, kus, saluut;Saluteverb. begroeten, groeten, kussen, eereschoten lossen;Saluter.Salvage,salvidž, berging:Salvage charges (Salvage money)= bergloon;Salvage stocks= door water of brand beschadigde goederen.Salvation,salveiš’n, redding, verlossing:Salvation Army= heilsleger;Salvationist= heilsoldaat.Salve,sâv, zalf, balsem (ookfig.);Salveverb. zalven, genezen, helpen;salv, bergen (scheepst.);Salver= berger.Salver,salvə, presenteerblaadje.Salvo,salvou, uitvlucht, verontschuldiging, exceptie; salvo:Salvos of applause= daverende toejuichingen.Salvor,salvə, berger.Samaria,səmêriə, Samarië:Samaritan,səmarit’n, subst. en adj. Samaritaan(sch), liefderijk (mensch), barmhartig(e);Samaritanism.Sambo,sambou, kind van neger en Indiaansche.Same,seim, zelfde:It isall the sameto me= mij precies ’t zelfde;At the same time= terzelfdertijd;He ismuch the same asyou= vrijwel zooals gij;Tocome to the same thing= op hetzelfde neerkomen;Customers may depend on being satisfied withthe same= dezelve, hetzelve (koopmansstijl);Sameness= gelijkheid, eentonigheid.Samian,seimiən, vanSamos.Samiel,seimiəl, samoen =Samiel wind.Samite,samit, goudbrocaat.Samoa,sâmouə,səmouə:Samoan= (bewoner) van S.;Samos,seimos, Samos;Samoyed,səmoujəd; adj.Samoyedic.Samp,samp, gestampte of gekookte maïs.Sampan,sampan, sampan.Samphire,samfaiə, zeevenkel.Sample,samp’l,sâmp’l, subst. staal, monster, model;Sampleverb. stalen aanbieden of nemen:Samples of no value= monsters zonder waarde;Box of samples= monsterkast;Up to sample= volgens monster;Sample-room= monsterkamer; proeflokaal (Amer.);Sampler= exemplaar, letterdoek, borduurlap;This is a fair sampling ofthe complete work= geeft een goed idee van.Samson,sams’n, Simson;Samuel,samjuəl.Sanability,sanəbiliti, subst. v.Sanable,sanəb’l, geneesbaar; subst.Sanableness;Sanative= geneeskrachtig; subst.Sanativeness= geneeskracht.Sanatorium,sanətôriəm, sanatorium;Sanatory= heilzaam, genezend.San benito,sanbənîtou, mantel van door de Inquisitie veroordeelden (op hun weg naar den brandstapel).Sanctification,saŋktifikeiš’n, heiliging, wijding:Sanctification of the Sunday;Sanctified= geheiligd, gewijd; schijnheilig;Sanctifier= heiligmaker:The Sanctifier= de H. Geest;Sanctify= heiligen, wijden:The end sanctifies the means;Sanctimonious,saŋktimounjəs, schijnheilig, kwezelachtig; subst.Sanctimoniousness=Sanctimony,saŋktiməni;Sanction,saŋks’n, subst. bekrachtiging, sanctie;Sanctionverb. bekrachtigen, sanctionneeren;Sanctionarymeasure= bekrachtigende maatregel;Sanctitude,saŋktitjûd, heiligheid;Sanctity,saŋktiti, heiligheid, godsvrucht, reinheid, onschendbaarheid;Sanctuary,saŋktjuəri, heiligdom, plaats van het hoogaltaar, ’t Allerheiligste, asyl (rechtst.):Hetook sanctuarythere= zocht er asyl;Sanctum,saŋkt’m, gewijde plaats; sanctum, kabinet:Sanctum sanctorum= het heilige der heiligen, heiligdom, kabinet.Sand,sand, subst. zand;Sandverb. met zand bestrooien (vermengen):Small sand= schuurzand;A grain of sand= zandkorrel;Sands= zandstreek, zandwoestijn; zandbanken:Themutable sandsof the seashore= drijfzand;He wantsto number sands= de droppels in de zee tellen;Sand-bag= zandzak;Sand-bank= zandbank;Sand-bath= zandbad;Sand-blast= zandblazen (om glas mat te maken);Sand-box= zandstrooier; spuwbak (met zand);Sand-boy= zanddrager:Asmerry as a sand-boy= zoo dartel als een veulen;Sand-crack= hoornkloof (bij paarden);Sand-eel= smelt;Sandman= het zandmannetje;Sand-paper, subst. schuurpapier;Sand-paperverb. polijsten, gladwrijven;Sand-pit= zandgroeve;Sandstone= zandsteen;Sanded= met zand bedekt, zandig, rossig,Sandiness, subst. v. Sandy = zandig, rossig, onzeker, droog.Sandal,sand’l, sandaal;Sandal wood= sandelhout;Sandalled= met sandalen, sandaalvormig.Sandiver,sandivə, glasgal.Sandwich,sandwitš, subst. dunne sneetjes brood met vleesch er tusschen;Sandwichverb. tusschen andere dingen plaatsen:To besandwiched between= ingesloten zitten tusschen;The article wassandwiched betweena poem and a story= tusschen een gedicht en een verhaal ingeschoven;Sandwich-man= wandelende reclame (een man met een bord voor en achter).Sandy,sandi, bijnaam van een Schot;Sandys,sandz.Sane,sein, gezond van geest; subst.Saneness.San Francisco,sanfransiskou.Sang,saŋ, imperf. v.to sing.Sangaree,saŋgərî, wijn met water en suiker of kruiderijen;Sangareeverb. verdunnen of verzoeten.Sangraal,saŋgreil,Sangreal,saŋgriəl=Grail;Sanguiferous,saŋgwifərɐs:Sanguiferous vessels= bloedvaten;Sanguinariness, subst. v.Sanguinary,saŋgwinəri= bloedig, bloeddorstig;Sanguine,saŋgwin,[480]bloedrijk, bloedrood; opgewekt, vurig, vol vertrouwen:Tobe sanguine of success= vol vertrouwen op; subst.Sanguineness;Sanguineous,saŋgwiniəs, bloedrijk, bloedrood, bloed …;Sanguinity,saŋgwiniti=Sanguineness.Sanhedrin,sanhidrin, sanhedrin.Sanicle,sanik’l, breukkruid.Sanitary,sanitəri, gezondheids.…:Sanitary board= gezondheidsraad;Sanitary inspector (officer);Sanitary law;Sanitation,saniteiš’n, het inachtnemen der voorschriften, het nemen van gezondheidsmaatregelen, hygiène;Sanity= gezondheid, gezond verstand.Sank,saŋk, imperf. vanto sink.Sanngasin,sangasin, Hindoesch kluizenaar.Sans,sanz, zonder.San Salvador,san-salvadö;Sanscrit,Sanskrit,sanskrit, Sanskriet; adj.Sanskritic;Sanskritist;Santa Claus,santə-klôz.Santon,sant’n, Mahom. heilige, derwisch.Sap,sap, subst. sap, vocht, spint (v. een boom), levensvocht, bloed, loopgraaf, blokker;Sapverb. ondermijnen, verzwakken; blokken:Thissapped him ofall mental and physical strength= ondermijnde zijn …;Sap-colour= sapverf;Sap-green= sapgroen;Sap-rot= vermolming;Sap-tube= saphouder;Sapwood= spint (v. een boom);Sapless= zonder sappen, droog;Sapling= jonge boom, jongmensch;Sapper= sappeur;Sappiness= sappigheid, onnoozelheid; adj.Sappy.Sapan,sapən, sapanhout (O.-I.).Sapid,sapid, smakelijk; subst.Sapidity=Sapidness.Sapience,seipj’ns, wijsheid;Sapient= wijs, scherpzinnig.Saponaceous,sapəneišəs, zeepachtig, zalvend, vleiend;Saponification,səponifikeiš’n, verzeeping;Saponify,səponifai, verzeepen.Sapor,seipə, geur, smaak;Saporific,sapərifik, smaak aanbrengend;Saporosity,sapərositi, smakelijkheid;Saporous,sapərɐs, smakelijk.Sapphic,safik, Sapphisch.Sapphire,safaiə, saffier;Sapphirine,safir(a)in, als saffier.Sappho,safou.Saraband,sarəband, sarabande, Spaansche dans, de muziek daarbij.Saracen,sarəs’n, Saraceen; adjSaracenic(al);Sarah,sêrə;Saratoga,sarətougə.Sarcasm,sâkazm, bijtende spot, sarcasme;Sarcastic= stekelig, schamper.Sarcenet,sâsnət, sarsenet.Sarcophagus,sâkofəgɐs, sarcophaag.Sard,sad, sardis (bloedroode steen).Sardine,sâdin, sardine (vischje):We were in the carriageas close as sardines in a box= zoo dicht opeengepakt als haringen in de ton;Sardine sandwiches.Sardinia,sâdinjə, Sardinië;Sardinian, subst. en adj. (bewoner) van Sardinië.Sardonic,sâdonik, sardonisch, krampachtig, bitter:Sardonic laugh= grijnslach;A sardonic young fellow= een grinnikend ventje.Sardonyx,sâdoniks, rood en witgestreepte onyx.Sarlak,sâlak, ya(c)k, knoros uit Thibet.Sarmatia,sâmeišə, Sarmatië;Sarmatian= (bewoner) v.Sarmatia.Sarmentose,sâmentous,sâməntous:Sarmentous,sâmentəs, met worteltakken;Sarmentum,sâment’m, worteltak.Sarsaparilla,sâsəpərilə, sarsaparilla.Sartor,sâtə, kleermaker:Sartor Resartus(risâtəs);Sartorial,sâtôriəl, adj. kleermakers …Sash,saš, subst. sjerp, gordel; raam;Sashverb. vansashesvoorzien;Sash-door= met ruiten;Sash-fastener= wervel;Sash-window= schuifraam.Sass,sas, brutaliteit;Sassverb. brutaliseeren (Amer.).Sassafras,sasəfras, sassefras.Sassarara,sasərârə:With a sassarara= met geweld, zonder complimenten.Sassenach,sasənak, Sakser (naam door de Berg-Schotten aan de Angel-Saksers gegeven).Sat,sat, imperf. en p.p. vanto sit.Satan,seit’n, Satan:Satan finds some mischief still for idle hands to do= ledigheid is des duivels oorkussen;Satanic(al),sətanik(’l), Satansch, helsch, duivelsch; subst.Satanicalness.Satchel,satš’l, schooltasch.Sate,sat,seit, P. Imp. v.to sit.Sate,seit, verzadigen.Sateen,sətîn, satinet.Satellite,satəlait, satelliet, trawant.Satiability,seišiəbiliti, verzadigbaarheid;Satiable,seišəb’l, verzadigbaar; subst.Satiableness;Satiate,seišit, adj. verzadigd;Satiateverb.seišieit, verzadigen;Satiation=verzadiging;Satiety,sətaiəti, volheid, verzadigdheid.Satin,satin, subst. satijn; adj. satijnen;Satinverb. satineeren;Satin-paper= satijnpapier;Satin-spar= atlasspaat;Satinwood= satijnhout;Satinet,satinet, satinet;Satiny= gelijk satijn.Satire,sataiə, satire, scherpe opmerking;Satiric(al),sətirik(’l), satirisch, hekelend; subst.Satiricalness;Satirist= hekelschrijver;Satirize,satiraiz, hekelen.Satisfaction,satisfakš’n, voldoening, betaling, genoegen, overtuiging:In satisfaction of= ter betaling van;Itgives me satisfaction to hear= doet me genoegen;Satisfactoriness, subst. v.Satisfactory,satisfaktəri, voldoende, geruststellend, bevredigend,Satisfiable,satisfaiəb’l, die te voldoen is;Satisfier;Satisfy,satisfai, voldoen, tevreden stellen, geruststellen, verzekeren, overtuigen:Tosatisfy one’s curiosity (hunger);These conditions the statesman must satisfyto command public confidence= aan deze voorwaarden moet een staatsman voldoen;To satisfy the requirements= aan de eischen voldoen;I am satisfied thatit was duly explained to you= ik ben overtuigd.Satrap,seitrap,satrap, satraap;Satrapy= satraapschap, provincie.Saturable,satjurəb’l, verzadigbaar;Saturant,satjur’nt, verzadigend;Saturate,satjureit, verzadigen, overal doortrekken; adj.satjurit, verzadigd;Saturated steam= verzadigde stoom; subst.Saturation.[481]Saturday,satədi, Zaterdag.Saturn,satən, Saturnus;Saturnalia,satəneiljə, Saturnusfeest, dolle pret of vroolijkheid;Saturnalian= dol, los, losbandig;Saturnian,sətɐ̂nj’n, van Saturnus, gouden, gelukkig:Saturnian age;Saturnine,satənain, zwaarmoedig, somber.Satyr,satə, satyr, boschgod;Satyric,sətirik, van satyrs;-ical,sətirək’l.Sauce,sôs, subst. saus, onbeschaamdheid, brutaalheid:Sauceverb. sausen, kruiden, brutaal aanspreken, “zijn vet” geven:Don’t give me sauce= wees niet brutaal tegen mij;Hunger is the best sauce= honger is de beste kok;Sauce-boat= sauskom;Sauce-box= brutaaltje;Sauce-pan= lang gesteelde stoof- of braadpan;Sauce-tureen= sauskom;Sauciness, subst. v.Saucy,sôsi, onbeschaamd, brutaal.Saucer,sôsə, schoteltje:Saucer-eyed= met kalfsoogen.Saucisse,Fr. uitspr., kruitworst (om een mijn te doen ontbranden).Sauerkraut,sauəkraut, zuurkool.Saul,sôl;Saunders,sândəz.Saunter,sôntə,sântə, rondzwerven, drentelen, slenteren; ook subst.;Saunterer= treuzelaar, drentelaar.Saurian,sôriən, subst. hagedis; adj. hagedis …Sausage,sosidž, saucijs, worst:Sausage-roll= saucijzenbroodje;Bologna sausage= saucisse de B.Sauterne,Fr. uitspr., soort van witte Bordeaux.Savable,seivəb’l, te redden; subst.Savableness.Savage,savidž, woest, wild, barbaarsch, razend; subst. wilde, barbaar; subst.Savageness=Savagery= woestheid;Savagism,savədžizm, barbaarsche toestand.Savanna(h),səvanə, savanne, boomlooze grasvlakte (in N.-Amerika).Save,seiv, verb. behouden, bewaren, redden, (be)sparen, beveiligen, op tijd bereiken; prep. behalve, uitgezonderd:Tosave appearances= den schijn redden;Tosave one’s bacon= ergens goed afkomen;Save the mark= ’t is God geklaagd, God betere ’t;You cansave a mileby taking this road= eene mijl uitwinnen;A penny saved is a penny gained= een stuiver bespaard is een stuiver gewonnen;In great haste tosave the post= om de post te halen;God save the Queen= God behoede de koningin;Tosave the tide= gebruik maken van de beste gelegenheid;Save me from myself= behoed mij voor mijzelf;What shall I doto be saved? = om zalig te worden;Save errors= vergissingen voorbehouden;The last save one= de voorlaatste;Save-all= profijtertje; bijzeil; schraper. ZieSaving.Saveloy,savlôi, cervelaatworst.Savin(e),savin, zevenboom.Saving,seiviŋ, subst. redden, sparen, uitzondering, voorbehoud; adj. reddend, spaarzaam, etc.; prep. behoudens, met alle respect voor:Saving is having and saving is no sin= wie wat spaart heeft wat;Saving your honour= met alle respect voor UEd.;Saving your presence= met uw welnemen;Saving-sleeve= morsmouw;Savings= spaarpenningen;(Post-Office) savings-bank= (post)spaarbank;Savings-bank book= spaarbankboekje;Savingness= zuinigheid.Saviour,seivjə, redder:The Saviour= de Heiland.Savory,seivəri, boonenkruid.Savour,seivə, subst. geur, smaak, reuk (fig.);Savourverb. een bijzonderen geur of smaak hebben, rieken naar (fig.):Itsavours ofginger= smaakt naar;Savouriness= smakelijkheid, geurigheid;Savourless;Savourous=Savoury= smakelijk, geurig.Savoy,səvôi, Savoye; savoyekool;Savoyard,səvôiəd,savôi-âd, Savoiaard.Saw,sô, imperf. vanto see.Saw,sô, subst. zaag; gezegde, spreuk;Sawverb. zagen:Circular saw= circuleerzaag;Cross-cut saw= zaag met 2 handvatten voor twee personen;Wise saws;Saw-blade= zaagblad;Saw-bones= spotnaam voor een chirurg;Sawdust= zaagmeel, zaagsel:These books areas sawdust in the mouth= door en door saai en droog;Sawfish= zaagvisch;Saw-horse= bok;Saw-leaved= met getande bladen;Sawmill= zaagmolen;Sawpit= zaagkuil;Saw-set(Saw-wrest) = tandzetter (werktuig);Sawyer= zager; heen en weer drijvende boom op deMississippi.Sawder,sôdə,sodə:Soft sawder= vleierij:Theyput me off with soft sawder= scheepten me af met mooie praatjes, stuurden me met een kluitje in ’t riet.Sawney,sôni, subst. spotnaam voor een Schot (=Sandy), slimmerd.Saxe-Coburg-Gotha,saks-koubɐ̂g-goutə;Saxe-Weimar,saks-waimə.Saxifrage,saksifridž, steenbreek (plant).Saxon,saks’n, subst. en adj. (Angel)sakser; (Angel)saksisch(e taal);Saxony= Saksen:Upper, Lower Saxony= Opper-, Neder-Saksen;Saxon-blue= Saksisch blauw.Saxophone,saksəfoun, saxophone.Say,sei, subst. meening, woord, bewering, rede;Sayverb. zeggen, vertellen, opzeggen, aanvoeren, onderstellen, beslissen:It is my say now= nu is het woord aan mij;Togive a person a sayin the matter= mee laten spreken;Tohave a sayin the matter;Let himhave (say) his say= laat hem uitspreken;I’llhave my say out with you= ik zal jou eens zeggen waar het op staat;I saywaiter= Aannemen!I say,my boy= zeg er eens, jongen;Can it be that our literature is poorer than that ofsay Germany? = laat ons zeggen Duitschland;Say that he would go= aangenomen dat;You don’t say so= och kom!Though I say so who shouldn’t= al zeg ik het zelf;That is more than you can say= dat gelief jij te zeggen (maar …);On pag. 25 it says= lezen wij;As it saysin the Bible= zooals te lezen staat in;Hesaid his lessons, prayers= zeide zijne lessen, gebeden op;Tosay mass= de mis lezen;Say the word= sla toe;Hehas not much to say for himself= is niet erg spraakzaam, kan zich niet verdedigen;Do youmean to saythat you wouldsay me nay? = woudt ge zeggen, dat ge mij woudt weigeren?Say me the poemthat you made[482]= zeg eens voor me op;Youhave not anything to say aboutit at all= er niets in (over) te zeggen;I havenothing to say againsthim= niets op hem te zeggen;I havesomething to say init= er in te zeggen;Say outwhat you think= spreek vrij uit;Hesaid it to my face= hij zei het mij in mijn gezicht;I havenothing to say tohim= wil niets van hem weten;What do you say to that= wat dunkt u daarvan?Saying= gezegde, uitdrukking, spreuk, spreekwoord:Say nothing(=Tosay nothing)of her beauty= om nog niet eens te spreken van;That is say a good deal (much)= dat is veel gezegd;The say is, that… = men zegt, dat;As the say is= zooals men dat noemt (zegt), “zal ik maar eens zeggen”;There is no saywhat he will do= men kan onmogelijk zeggen;That goes without say= spreekt van zelf;So said so done;When all is said and done= bij slot van rekening.Scab,skab, roofje, schurft; onderkruiper;Scabbed,skabd,skabid, schurftig, laag, vuil:One scabbed sheep is enough to spoil (will mar) a flock;Scabbedness=Scabbiness= schurftigheid;Scabby= schurftig.Scabbard,skabəd, subst. scheede;Scabbardverb. in de scheede doen.Scabies,skeibiîz, schurft;Scabious,skeibiəs, schurftig; subst. scabiosa;Scabrous,skeibrəs, ruw, oneffen; subst.Scabrousness.Scad,skad, hors of hars (soortmakreel).Scaevola,sevələ.Scaffold,skaf’ld, subst. schavot; steiger, stellage;Scaffoldverb. van steiger of stellage voorzien;Scaffolding= steigerwerk, steigerhout;Scaffolding-pole= steigerpaal;Scaffolding-trestle= schraag.Scagliola,skaljoulə, scagliola.Scalable,skeiləb’l, beklimbaar (met ladders).Scalariform,skəlêriföm, laddervormig.Scalawag,skaləwag=Scallawag.Scald,skôld, subst. brandwonde; hoofdzeer; oud Noorsch dichter;Scaldverb. met heete of kokende vloeistof branden, afkoken, opkoken;Scaldic= skaldisch;It isscalding hot= gloeiend of brandend heet.Scale,skeil, subst. schaal, Weegschaal (dierenriem), schub, opperhuid (van slangen, enz.), dun laagje, schilfer, schaal (fig.) graadverdeeling, toonladder, maatstaf;Scaleverb. afschilferen, van de schubben (ketelsteen) ontdoen; aanzetten (v. ketelsteen), wegen; met stormladders beklimmen, opklauteren:Sliding scale= veranderlijke maatstaf;By a scale of= op de schaal van, etc.;Scale of wages= loontabel;On a large, small scale= op groote, kleine schaal;Pair of scales= weegschaal;Thescales have fallen from my eyes= de schellen, etc.;Be sure topractise your scales= toonladders in te studeeren;That willturn the scale= zal de schaal doen overhellen;This paintwill not scale= schilfert niet af;The tusks of the elephantscaled I don’t know what= wogen ik weet niet hoeveel;Scale-armour= geschubd harnas;Scaled= geschubd;Scaleless= zonder schubben;Scaler= afschrabber. ZieScaling.Scalene,skəlîn, ongelijkzijdig:Scalene triangle= ongelijkzijdige driehoek.Scaliness,skeilinəs, schubbigheid.Scaling,skeiliŋ;Scaling-ladder= stormladder, brandladder.Scall,skôl, subst. schurft, hoofdzeer;Scall-headed,Scall-pated= met een zeer hoofd;Scalled= schurftig; armoedig.Scallawag,skaləwag, slecht gevoed, achterlijk dier; deugniet, schooier.Scallion,skalj’n, sjalot.Scallop,skaləp,skoləp, subst. kamschelp, schelp (voor pasteitjes, in de heraldiek of als pelgrimsteeken), schulp;Scallopverb. uitschulpen;Scallops= in schelpen opgediende gerechten;Scalloped= uitgeschulpt, gebakken met broodkruimels, melk, etc. (van oesters).Scalp,skalp, subst. schedel, schedelhuid, hoofdhuid (met het haar), pruik;Scalpverb. scalpeeren;Scalp-lock= haarbosje op de kruin van het hoofd;Scalping-knife= scalpeermes.Scalpel,skalp’l, ontleedmes.Scaly,skeili, geschubd, schubvormig; schabbig, schunnig.Scamp,skamp, subst. schelm, deugniet.Scamp,skamp, knoeien, slordig afwerken:We do notscamp our work at the Savoy= we loopen er aan het S.-theater niet luchtig overheen;Scamper= knoeier.Scamper,skampə, subst.overhaaste vlucht;Scamperverb. rennen, overijld vluchten:Theyscampered across country= vluchtten over heg en steg.

S.es,S.=Saint,Saturday,Shilling,Solo,South,Southern,Sun,Sunday,Sabbath,Second(s),Singular,See;S(outh)A(frica ofAmerica);Sab(bath);Sam(uel);Sam(aritan);Sans(crit);Sat(urday);Sax(ony);S(outh)C(arolina);Sc(ientiae)B(acculaureus)=Bachelor of Science;Sc(ientiae)D(octor)=Doctor of Science;Sci(ence);Scil(icet)=namelijk, te weten;Sclav(onic);Scot(land, etc.);Scrip(ture);Sculp(ture);S(ociety for the)D(iffusion of)U(seful)K(nowledge);S(outh)E(ast);Sec(ond);Sec(retary);Sec(retary of)Leg(ation);Sen(ate, Senator);Sept(ember);Seq(uentes, Sequentia)= de volgenden;Serg(eant);Serv(ian);S(olicitor)-G(eneral);Sh(illings);Sing(ular);S(ociety of)J(esus);S(upreme)J(udicial)C(ourt);Slav(onic);S(ergeant)-M(ajor);Soc(iety);S(ong) ofSol(omon);Sol(icitor)-gen(eral);Sp(ain, Spanish, Spirit);Spec(ial);S(ociety for the)P(ropagation of the)G(ospel);Sp(ecific)gr(avity);Sq(uare);S(enio)r;S(acrum)R(omanum)I(mperium)=The Holy Roman Empire;SS=Saints;S.S.=Sunday School,Screw-steamer;S(outh)S(outh)E(ast),W(est);St=Saint, Stone, Strait, Street;Stat(ue);Su(nday);Subj(unctive);Subst(antive, Substitute);Suff(ix);Sup(erior, Superlative, Supplement);Surg(eon);Sur(geon)-gen(eral);Surv(eyor);S(ub)V(oce)= onder het woord;S(outh)W(est);Sw(eden);Switz(erland);Syn(onym);Synop(sis);Syr(ia).Sabaoth,sabəoth,səbeioth, heirscharen:God (The Lord) of Sabaoth.Sabbatarian,sabətêriən, subst. sabbatvierder, lid van een secte van wederdoopers;adj. tot den S. behoorende;Sabbatarianism= leer der S.;Sabbath,sabəth, Sabbat, rustdag, rusttijd:Sabbath-breaker= Sabbatschender;Sabbath-breaking= Sabbatschennis;Sabbatic(al),səbatik(’l),tot den sabbat behoorende:Sabbatical year= Sabbatjaar, braakjaar;Sabbatism,sabətizm, Sabbatheiliging, rust.Sabe,savə,sâvə, scherpzinnigheid (Amer.).Sabian,seibj’n, subst. aanhanger vanSabianism= sterrenaanbidding.Sabina,səbainə;Sabine,seibain, subst. een der Sabijnen; adj. Sabijnsch.Sable,seib’l, subst. sabelbont, fijn penseel; adj. van sabel, zwart, donker (Sables= pelswerk, rouwkleeren);Sableverb. verduisteren;Sable-coloured= zwart;Sable-stoled= met zwarte stola;Sable-skin= sabelbont;Sable-vested= in den rouw gekleed.Sabot,sabou, klomp.Sabre,seibə, subst. sabel;Sabreverb. neersabelen, met den sabel bewapenen;Sabre-ta(s)che,seibətaš, sabeltasch.Sabulosity,sabjulositi, zandigheid;Sabulous,sabjulɐs, zandig.Sac,sak, zak(je); heerlijk privilege van rechtspraak.Saccade,səkeid, ruk aan den toom.Saccharic,səkarik:Saccharic acid= suikerzuur;Sacchariferous= suikerhoudend;Saccharin,sakərin,saccharine;Saccharize= in suiker omzetten.Sacerdotal,sasədout’l, priesterlijk;Sacerdotalism= priestergeest, priesterschap.Sachem,seitš’m, Indiaansch opperhoofd.Sachet,Fr. uitspr.reukkussentje.Sacheverell,səševər’l.Sack,sak, subst. zak, buidel, los overkleed of mantel; sek;Sackverb. in zakken doen, de bons geven, wegsturen:Toget the sack= ontslagen worden (=Toget sacked);Shegave him the sack= zij gaf hem de bons =She sacked him;Sackcloth= zaklinnen, grof linnen:Tomourn in sackcloth and ashes= in zak en assche zitten;Sack-posset= drank v. sek, melk, enz.;Sack-race= zakloopen;Sackful= zakvol;Sacking= paklinnen.Sack,sak, plundering, verwoesting, buit;Sackverb. plunderen, verwoesten;Sackage= plundering.Sackbut,sakbɐt, oud instrument, een soort trombone.Sacrament,sakrəment,seikrəment, sacrament,[477]Avondmaal:Toadminister the last Sacraments= bedienen;I havereceived the Sacrament= aan het avondmaal geweest;Hereceived the last Sacraments;Sacramental,sakrəment’l:Sacramental service= communie, avondmaal;Sacramental wine;Sacramentarian,sakrəm’ntêriən, sacramenteel.Sacred,seikrid, heilig, gewijd, onschendbaar:Sacred fromattack= veilig voor;Sacred history= kerkgeschiedenis;Sacred service= godsdienstoefening; subst.Sacredness.Sacrifice,sakrifais,sakrifaiz, subst. offer, offerande;Sacrificeverb. offeren; opofferen, met verlies verkoopen:At a sacrifice= voor een appel en een ei, spotgoedkoop;I will sellat a sacrifice= voor iederen prijs;Hefell a sacrifice tohis passions= werd slachtoffer van;I willmake you that sacrifice= u dat offer brengen;Sacrificer;Sacrificial:Sacrificial rites, mound= offergebruiken, offerberg.Sacrilege,sakrilidž, heiligschennis, ontheiliging, ontwijding, kerkroof;Sacrilegious,sakrilîdžəs, heiligschennend;Sacrilegist,sakrilîdžist, heiligschenner.Sacring-bell,seikriŋ-bel, mis-bel.Sacristan,sakrist’n, sakristijn, koster;Sacristy,sakristi, sacristie.Sacrum,seikr’m, heiligbeen.Sad,sad, droevig, treurig, somber, ernstig, erg, slecht:He isa sad dog, fellow= hij is niet veel bijzonders;Asad price= erg hooge;Sad-eyed= met droeve oogen;Sad-faced;Sad-iron= strijkbout;Sadden= bedroeven, droevig worden; donker tinten (v. eene kleur);Sadness= droefheid, treurigheid.Saddle,sad’l, subst. zadel, rugstuk;Saddleverb. zadelen, belasten:To win the horse orlose the saddle= alles op het spel zetten;You haveput the saddle on the right (wrong) horse= den rechte (verkeerde) beschuldigd;Hevaulted into the saddle= sprong te paard:Hehad saddled himself witha very arduous task= had zich opgelegd;He tried tosaddle mewith the responsibility of the undertaking= op mij te schuiven;Saddle-backed= met hollen rug;Saddle-bags= zadelzakken;Saddle-bow= zadelboog;Saddle-cloth= schabrak;Saddle-fast= zadelvast;Saddle-girth= riem;Saddle-horse;Saddle-maker;Saddle-roof= zadeldak;Saddle-tree= zadelboom;Saddler= zadelmaker;Saddlery= zadelmakerij; zadelmakersartikelen.Sadducean,sadjusîən, Sadduceesch;Sadducee,sadjusî, Sadduceër;Sadduceeism= leer der Sadduceërs.Safe,seif, subst. veilige plaats, geldkist, brandkast, provisiekast, vliegenkast; adj. veilig, zeker, behouden, onschadelijk:Asafe person= vertrouwd;’Twould beon the safe sidenot to be at home= ’t veiligste, het beste;Questions that his boys are safe to put to him= hem stellig zullen vragen;We arrivedsafe and sound= gezond en wel;He is safe fora thrashing= hij krijgt bepaald =Is safe to get it;Safe fromattack= beveiligd tegen;Safe-conduct= vrijgeleide;Safe-conductverb. veilig geleide verschaffen;Safeguard= bescherming, vrijgeleide, paspoort, toestel aan locomotieven om de baan vrij te houden;Safeguardverb. beveiligen:In that way our interests may besafeguardedand advanced= beveiligd;Safe-keeping= veilige hoede of bewaring;Safeness= veiligheid, zekere bewaring;Safety,seifti;Safety-belt= reddingsgordel;Safety-bicycle;Safety-buoy= reddingsboei;Safety-fund= waarborgfonds;Safety-lamp= veiligheidslamp;Safety-matches= Zweedsche lucifers;Safety-shaver= veiligheidsscheermes;Safety-valve= veiligheidsklep.Safflower,saflauə, saffloer.Saffron,safr’n, subst. saffraan; adj. saffraankleurig;Saffronverb. geel maken:Towear the saffron gown= gaan trouwen;Saffrony= saffraankleurig.Sag,sag, doorzakken, zakken, doorbuigen, zinken, afdrijven, doen zakken:The dog’s tail sagged downwith an expression of misery= de hond liet zijn staart hangen;The shipsagged to leeward= zakte naar lij af.Saga,sâgə,seigə, Noordsche sage.Sagacious,səgeišəs, scherpzinnig, schrander; subst.Sagaciousness=Sagacity,səgasiti.Sagamore,sagəmö, Indiaansch hoofd (N.-Am.).Sage,seidž, subst. (tuin)salie; wijze of wijsgeer (gew. met een ironisch tintje); adj. wijs, omzichtig;Sageness= wijsheid.Sagitta,sədžitə, pijlvormige naad;Sagittal,sadžit’l, pijl..;Sagittaria= pijlkruid;Sagittarius,sadžitêriəs, Schutter (dierenriem);Sagittary,sadžitəri, subst. centaur; arsenaal te Venetië; adj. pijl …;Sagittate(d),sadžitit,sadžiteitid, pijlvormig.Sago,seigou, sago;Sago-palm= sagopalm.Saguin,sagwin, Z. Am. aap.Sagy,seidži, vol salie.Sahara,səhârə.Sahib,sâ(h)ib,sei(h)ib, heer, meester:Mem Sahib= getrouwde dame, mevrouw (Brit. Ind.).Said,sed, zeide, gezegd:The said story= de gemelde geschiedenis;Be it said= laten we zeggen.Sail,seil, subst. zeil, schip, zeiltochtje;Sailverb. zeilen, stevenen, koers zetten, doorklieven, zwemmen, bevaren, glijden over:Thewindmill sails= de zeilen van den windmolen;A shipin full sail= met volle zeilen;Under sail= onder zeil;The shipcarried (was under) a press of sail= had alle zeilen bij;The shipmade sail= zette meer zeilen bij;Weset sail forIndia= gingen onder zeil naar I.;Toset up one’s sail to every wind= de huik naar den wind hangen;Toshorten sail= minderen;Strike sail= strijk!A fleet of fifty sail= vloot van vijftig zeilen (schepen);To sail a yacht= varen met;Tosail before, by the wind= voor (bij) den wind zeilen;Tosail close (near) to the wind= (fig.) zich noodeloos blootstellen (geven), “schuin” zijn, zich zeer voorzichtig bewegen, zich net noodigste uit den mond besparen;Hesails under false colours= zeilt onder valsche vlag;Sail-cloth= zeildoek;Sail-loft= zeilmakerswerkplaats (zolder);Sail-maker= zeilmaker;Sail-room= zeilkooi (op een schip);Sail-yard= ra;[478]Sailable= bevaarbaar;Sailer= zeiler, zeilschip;Sailing:So far all is plain (clear) sailing= tot dusver gaat het vanzelf, is de zaak in orde;Sailing-master= schipper;Sailing-match;Sailing-vessel= zeilschip;Sailor= matroos:I am a poor sailor= ik word gauw zeeziek;Sailorlike= als een matroos.Sainfoin,seinfôin, hanekop, hanekam.Saint,seint, subst. heilige, zalige, vrome, geloovige, heiligverklaarde; adj. heilig;Saintverb. den vrome uithangen (it):The Saints=Latter-Day Saints= de Mormonen;Heplays the saint= hangt den vrome uit;Saint’s day= heiligendag;Sainted= heiligverklaard, zalig, vroom, heilig, overleden;Saintlike,Saintliness= heiligheid; adj.Saintly;Saintship= heiligheid.Sake,seik:I do itfor your sake, for conscience’ sake= om uwentwil, terwille van het geweten;Forbear, for the sake of God= laat af om Godswil.Saker,seikə, sakervalk; klein stuk geschut.Saki,seiki, saki, aap met vossestaart; Japansch bier.Sal,sal, zout (slechts in samenst.):Sal-gem= rotszout;Sal-volatile= vlugzout.Sal,sal;Sala,sâlə.Salaam,səlâm, subst. plechtige groet (bij Oosterlingen);Salaamverb. plechtig groeten:Salaaming courtiers= vleiende hovelingen.Salacious,səleišəs, wellustig:Salacious talk= vuile praat; subst.Salaciousness=Salacity,səlasiti.Salad,saləd, salade:Todress(Tomix)the salad= aanmaken;Lobster salad= kreeftensalade;Salad-cream (Salad-dressing)= sla-aanmaaksel, salade-saus;My salad days (years)are over= mijn groene jeugd is voorbij;Salad-oil= slaolie.Salamander,saləmandə, salamander:Salamander-safe= vuurvaste brandkast;Salamander’s-hair,Salamander’s-wool= asbest;Salamandrine,saləmandrin, salamanderachtig.Salaried,salərid, bezoldigd;Salary,saləri, salaris, bezoldiging, loon.Sale,seil, verkoop, veiling, verkooping:The goodsfound a dull, a ready sale, were dull, ready of sale= hadden een slappen, vluggen omzet;Sale by auction= verkoop bij opbod;A housefor sale= een huis te koop;The house wasadvertised for sale= werd te koop aangeboden;Offered for public sale= publiek ten verkoop aangeboden;Deed of sale= verkoopacte;On saleeverywhere= overal te krijgen;Sale-room= auctiezaal;Salesman= groothandelaar, verkooper:Dead salesman= handelaar in geslacht vee;Saleswoman= verkoopster;Salework= werk gemaakt om te verkoopen;Saleable= verkoopbaar; subst.Saleableness.Salep,saləp, salep.Salerio,salîriou;Salford,sôlfəd;Salian,seiliən, Saliër;Salic,salik, Salisch:Salic law= Salische wet.Salicyl,salisil, salicyl;Salicylicacid= salicylzuur.Salience,seilj’ns, vooruitspringen;Salient,seilj’nt, springend, uitspringend, ùitstekend, merkwaardig:Thesalient pointsof his lecture= opmerkenswaardige gedeelten.Saliferous,səlifərɐs, zouthoudend;Salifiable,salifaiəb’l, zout vormend;Salify= in een zout omzetten;Salina,səlainə, zoutpan;Saline,seilain,səlain, zout - -; zoutbron, zoutgroeve.Salisbury,sôlzbri.Saliva,səlaivə, speeksel;Salival=Salivary;Salivant,saliv’nt, subst. en adj. speeksel opwekkend (middel);Salivary,salivəri, speeksel.…:Salivary glands= speekselklieren;Salivate,saliveit, de afscheiding van speeksel bevorderen;Salivation,saliveiš’n, kwijlen.Salix,seiliks, wilg.Sallet,salət, stormhoed (Mil.).Sallow,salou, bleek, ziekelijk, vuilgeel; subst.Sallowness.Sallow,salou, wilg;Sallowy= vol wilgen.Sallust,saləst, Sallustius.Sally,sali, subst. uitval (ookfig.), uitstapje, waterwilg; tuinkoning;Sallyverb. een uitval doen:The garrisonmade a sally= deed een uitval;Sallies of wit= geestige zetten;To sally forth= de deur uitgaan, uittrekken;Sally-port= uitvalpoort.Sally,sali;Sally-lun(n)= soort gebak;The game of Sally-Water= het spelletje “Patertje langs den kant”.Salmagundi,salməgɐndi, ragout van vleesch, eieren, ansjovis; mengelmoes.Salmi,salmi, ragout van gebraden wild.Salmon,sam’n, zalm;Salmoncolo(u)red;Salmon-trout= zalmforel;Salmonet= jonge zalm.Saloon,səlûn, zaal, groote kajuit, tapperij (Amer.);Saloon-car;Saloon-carriage= luxe wagon (Amer.).Salop,salop=Shropshire;Salopian= (bewoner) vanShr.Salsify,salsifai, preibladige boksbaard.Salt,sôlt, subst. zout, zoutvaatje, geestigheid, vernuft, matroos; adj. zout, gezouten, scherp, gepeperd (fig.);Saltverb. zouten, pekelen:Common (Culinary) salt= keukenzout;An old salt= een oude zeerob;He isworth his salt= zijn kost waard;I haveeaten his salt= ik ben zijn gast geweest;Toput (lay, cast) salt on the tail of a bird;Tosit above (below) the salt= aan ’t hoofdeinde (beneden einde) van de tafel zitten;Tospill the salt= ’t zoutvat omgooien;Salt-box= zoutvaatje (=Salt-cellar);Salt-duty= accijns;Saltfish= zoutevisch;Salt-junk= pekelvleesch (voor schepen);Salt-lick= zoute drinkplaats voor vee (Amer.);Salt-maker= zoutzieder;Salt-marsh= zoutpan (-tuin);Salt-mine= zoutmijn;Salt-pan= zoutpan;Salt-pit= zoutgroeve;Salt-spring= zoutbron;Salt-work(s)= zoutkeet;Salted= gezouten, immuun (Z.-Afr.);Salter= zoutzieder, handelaar in gezouten waren;Saltern= zoutkeet;Saltish= zoutachtig; subst.Saltishness;Saltless;Saltness;Salty= met zouten smaak.Saltant,salt’nt,sôlt’nt, op de achterpooten staande (Herald.);Saltation,salteiš’n, springen, kloppen, bonzen;Saltatorial=Saltatory= springend;Saltigrade= springend; subst. springspin.[479]Saltier, Saltire,saltîə, liggend kruis (✕).Saltpetre,sôltpîtə,sôltpîtə, salpeter;Saltpetrous,sôltpîtrəs, salpeterig.Salubrious,səl(j)ûbriəs, heilzaam, gezond; subst.Salubriousness=Salubrity.Salutariness,sal(j)utərinəs, subst. v.Salutary,sal(j)utəri, heilzaam, weldadig, voordeelig, gezond.Salutation,sal(j)uteiš’n, groet, begroeting:She kissed him on both cheeks and hereturned the salutation;They partedin theirsalutationlessmanner= op hunne gewone manier, zonder elkander de hand te drukken;Salutatory,səl(j)ûtətəri, begroetend, verwelkomend;Salute,səl(j)ût, subst. groet, begroeting, kus, saluut;Saluteverb. begroeten, groeten, kussen, eereschoten lossen;Saluter.Salvage,salvidž, berging:Salvage charges (Salvage money)= bergloon;Salvage stocks= door water of brand beschadigde goederen.Salvation,salveiš’n, redding, verlossing:Salvation Army= heilsleger;Salvationist= heilsoldaat.Salve,sâv, zalf, balsem (ookfig.);Salveverb. zalven, genezen, helpen;salv, bergen (scheepst.);Salver= berger.Salver,salvə, presenteerblaadje.Salvo,salvou, uitvlucht, verontschuldiging, exceptie; salvo:Salvos of applause= daverende toejuichingen.Salvor,salvə, berger.Samaria,səmêriə, Samarië:Samaritan,səmarit’n, subst. en adj. Samaritaan(sch), liefderijk (mensch), barmhartig(e);Samaritanism.Sambo,sambou, kind van neger en Indiaansche.Same,seim, zelfde:It isall the sameto me= mij precies ’t zelfde;At the same time= terzelfdertijd;He ismuch the same asyou= vrijwel zooals gij;Tocome to the same thing= op hetzelfde neerkomen;Customers may depend on being satisfied withthe same= dezelve, hetzelve (koopmansstijl);Sameness= gelijkheid, eentonigheid.Samian,seimiən, vanSamos.Samiel,seimiəl, samoen =Samiel wind.Samite,samit, goudbrocaat.Samoa,sâmouə,səmouə:Samoan= (bewoner) van S.;Samos,seimos, Samos;Samoyed,səmoujəd; adj.Samoyedic.Samp,samp, gestampte of gekookte maïs.Sampan,sampan, sampan.Samphire,samfaiə, zeevenkel.Sample,samp’l,sâmp’l, subst. staal, monster, model;Sampleverb. stalen aanbieden of nemen:Samples of no value= monsters zonder waarde;Box of samples= monsterkast;Up to sample= volgens monster;Sample-room= monsterkamer; proeflokaal (Amer.);Sampler= exemplaar, letterdoek, borduurlap;This is a fair sampling ofthe complete work= geeft een goed idee van.Samson,sams’n, Simson;Samuel,samjuəl.Sanability,sanəbiliti, subst. v.Sanable,sanəb’l, geneesbaar; subst.Sanableness;Sanative= geneeskrachtig; subst.Sanativeness= geneeskracht.Sanatorium,sanətôriəm, sanatorium;Sanatory= heilzaam, genezend.San benito,sanbənîtou, mantel van door de Inquisitie veroordeelden (op hun weg naar den brandstapel).Sanctification,saŋktifikeiš’n, heiliging, wijding:Sanctification of the Sunday;Sanctified= geheiligd, gewijd; schijnheilig;Sanctifier= heiligmaker:The Sanctifier= de H. Geest;Sanctify= heiligen, wijden:The end sanctifies the means;Sanctimonious,saŋktimounjəs, schijnheilig, kwezelachtig; subst.Sanctimoniousness=Sanctimony,saŋktiməni;Sanction,saŋks’n, subst. bekrachtiging, sanctie;Sanctionverb. bekrachtigen, sanctionneeren;Sanctionarymeasure= bekrachtigende maatregel;Sanctitude,saŋktitjûd, heiligheid;Sanctity,saŋktiti, heiligheid, godsvrucht, reinheid, onschendbaarheid;Sanctuary,saŋktjuəri, heiligdom, plaats van het hoogaltaar, ’t Allerheiligste, asyl (rechtst.):Hetook sanctuarythere= zocht er asyl;Sanctum,saŋkt’m, gewijde plaats; sanctum, kabinet:Sanctum sanctorum= het heilige der heiligen, heiligdom, kabinet.Sand,sand, subst. zand;Sandverb. met zand bestrooien (vermengen):Small sand= schuurzand;A grain of sand= zandkorrel;Sands= zandstreek, zandwoestijn; zandbanken:Themutable sandsof the seashore= drijfzand;He wantsto number sands= de droppels in de zee tellen;Sand-bag= zandzak;Sand-bank= zandbank;Sand-bath= zandbad;Sand-blast= zandblazen (om glas mat te maken);Sand-box= zandstrooier; spuwbak (met zand);Sand-boy= zanddrager:Asmerry as a sand-boy= zoo dartel als een veulen;Sand-crack= hoornkloof (bij paarden);Sand-eel= smelt;Sandman= het zandmannetje;Sand-paper, subst. schuurpapier;Sand-paperverb. polijsten, gladwrijven;Sand-pit= zandgroeve;Sandstone= zandsteen;Sanded= met zand bedekt, zandig, rossig,Sandiness, subst. v. Sandy = zandig, rossig, onzeker, droog.Sandal,sand’l, sandaal;Sandal wood= sandelhout;Sandalled= met sandalen, sandaalvormig.Sandiver,sandivə, glasgal.Sandwich,sandwitš, subst. dunne sneetjes brood met vleesch er tusschen;Sandwichverb. tusschen andere dingen plaatsen:To besandwiched between= ingesloten zitten tusschen;The article wassandwiched betweena poem and a story= tusschen een gedicht en een verhaal ingeschoven;Sandwich-man= wandelende reclame (een man met een bord voor en achter).Sandy,sandi, bijnaam van een Schot;Sandys,sandz.Sane,sein, gezond van geest; subst.Saneness.San Francisco,sanfransiskou.Sang,saŋ, imperf. v.to sing.Sangaree,saŋgərî, wijn met water en suiker of kruiderijen;Sangareeverb. verdunnen of verzoeten.Sangraal,saŋgreil,Sangreal,saŋgriəl=Grail;Sanguiferous,saŋgwifərɐs:Sanguiferous vessels= bloedvaten;Sanguinariness, subst. v.Sanguinary,saŋgwinəri= bloedig, bloeddorstig;Sanguine,saŋgwin,[480]bloedrijk, bloedrood; opgewekt, vurig, vol vertrouwen:Tobe sanguine of success= vol vertrouwen op; subst.Sanguineness;Sanguineous,saŋgwiniəs, bloedrijk, bloedrood, bloed …;Sanguinity,saŋgwiniti=Sanguineness.Sanhedrin,sanhidrin, sanhedrin.Sanicle,sanik’l, breukkruid.Sanitary,sanitəri, gezondheids.…:Sanitary board= gezondheidsraad;Sanitary inspector (officer);Sanitary law;Sanitation,saniteiš’n, het inachtnemen der voorschriften, het nemen van gezondheidsmaatregelen, hygiène;Sanity= gezondheid, gezond verstand.Sank,saŋk, imperf. vanto sink.Sanngasin,sangasin, Hindoesch kluizenaar.Sans,sanz, zonder.San Salvador,san-salvadö;Sanscrit,Sanskrit,sanskrit, Sanskriet; adj.Sanskritic;Sanskritist;Santa Claus,santə-klôz.Santon,sant’n, Mahom. heilige, derwisch.Sap,sap, subst. sap, vocht, spint (v. een boom), levensvocht, bloed, loopgraaf, blokker;Sapverb. ondermijnen, verzwakken; blokken:Thissapped him ofall mental and physical strength= ondermijnde zijn …;Sap-colour= sapverf;Sap-green= sapgroen;Sap-rot= vermolming;Sap-tube= saphouder;Sapwood= spint (v. een boom);Sapless= zonder sappen, droog;Sapling= jonge boom, jongmensch;Sapper= sappeur;Sappiness= sappigheid, onnoozelheid; adj.Sappy.Sapan,sapən, sapanhout (O.-I.).Sapid,sapid, smakelijk; subst.Sapidity=Sapidness.Sapience,seipj’ns, wijsheid;Sapient= wijs, scherpzinnig.Saponaceous,sapəneišəs, zeepachtig, zalvend, vleiend;Saponification,səponifikeiš’n, verzeeping;Saponify,səponifai, verzeepen.Sapor,seipə, geur, smaak;Saporific,sapərifik, smaak aanbrengend;Saporosity,sapərositi, smakelijkheid;Saporous,sapərɐs, smakelijk.Sapphic,safik, Sapphisch.Sapphire,safaiə, saffier;Sapphirine,safir(a)in, als saffier.Sappho,safou.Saraband,sarəband, sarabande, Spaansche dans, de muziek daarbij.Saracen,sarəs’n, Saraceen; adjSaracenic(al);Sarah,sêrə;Saratoga,sarətougə.Sarcasm,sâkazm, bijtende spot, sarcasme;Sarcastic= stekelig, schamper.Sarcenet,sâsnət, sarsenet.Sarcophagus,sâkofəgɐs, sarcophaag.Sard,sad, sardis (bloedroode steen).Sardine,sâdin, sardine (vischje):We were in the carriageas close as sardines in a box= zoo dicht opeengepakt als haringen in de ton;Sardine sandwiches.Sardinia,sâdinjə, Sardinië;Sardinian, subst. en adj. (bewoner) van Sardinië.Sardonic,sâdonik, sardonisch, krampachtig, bitter:Sardonic laugh= grijnslach;A sardonic young fellow= een grinnikend ventje.Sardonyx,sâdoniks, rood en witgestreepte onyx.Sarlak,sâlak, ya(c)k, knoros uit Thibet.Sarmatia,sâmeišə, Sarmatië;Sarmatian= (bewoner) v.Sarmatia.Sarmentose,sâmentous,sâməntous:Sarmentous,sâmentəs, met worteltakken;Sarmentum,sâment’m, worteltak.Sarsaparilla,sâsəpərilə, sarsaparilla.Sartor,sâtə, kleermaker:Sartor Resartus(risâtəs);Sartorial,sâtôriəl, adj. kleermakers …Sash,saš, subst. sjerp, gordel; raam;Sashverb. vansashesvoorzien;Sash-door= met ruiten;Sash-fastener= wervel;Sash-window= schuifraam.Sass,sas, brutaliteit;Sassverb. brutaliseeren (Amer.).Sassafras,sasəfras, sassefras.Sassarara,sasərârə:With a sassarara= met geweld, zonder complimenten.Sassenach,sasənak, Sakser (naam door de Berg-Schotten aan de Angel-Saksers gegeven).Sat,sat, imperf. en p.p. vanto sit.Satan,seit’n, Satan:Satan finds some mischief still for idle hands to do= ledigheid is des duivels oorkussen;Satanic(al),sətanik(’l), Satansch, helsch, duivelsch; subst.Satanicalness.Satchel,satš’l, schooltasch.Sate,sat,seit, P. Imp. v.to sit.Sate,seit, verzadigen.Sateen,sətîn, satinet.Satellite,satəlait, satelliet, trawant.Satiability,seišiəbiliti, verzadigbaarheid;Satiable,seišəb’l, verzadigbaar; subst.Satiableness;Satiate,seišit, adj. verzadigd;Satiateverb.seišieit, verzadigen;Satiation=verzadiging;Satiety,sətaiəti, volheid, verzadigdheid.Satin,satin, subst. satijn; adj. satijnen;Satinverb. satineeren;Satin-paper= satijnpapier;Satin-spar= atlasspaat;Satinwood= satijnhout;Satinet,satinet, satinet;Satiny= gelijk satijn.Satire,sataiə, satire, scherpe opmerking;Satiric(al),sətirik(’l), satirisch, hekelend; subst.Satiricalness;Satirist= hekelschrijver;Satirize,satiraiz, hekelen.Satisfaction,satisfakš’n, voldoening, betaling, genoegen, overtuiging:In satisfaction of= ter betaling van;Itgives me satisfaction to hear= doet me genoegen;Satisfactoriness, subst. v.Satisfactory,satisfaktəri, voldoende, geruststellend, bevredigend,Satisfiable,satisfaiəb’l, die te voldoen is;Satisfier;Satisfy,satisfai, voldoen, tevreden stellen, geruststellen, verzekeren, overtuigen:Tosatisfy one’s curiosity (hunger);These conditions the statesman must satisfyto command public confidence= aan deze voorwaarden moet een staatsman voldoen;To satisfy the requirements= aan de eischen voldoen;I am satisfied thatit was duly explained to you= ik ben overtuigd.Satrap,seitrap,satrap, satraap;Satrapy= satraapschap, provincie.Saturable,satjurəb’l, verzadigbaar;Saturant,satjur’nt, verzadigend;Saturate,satjureit, verzadigen, overal doortrekken; adj.satjurit, verzadigd;Saturated steam= verzadigde stoom; subst.Saturation.[481]Saturday,satədi, Zaterdag.Saturn,satən, Saturnus;Saturnalia,satəneiljə, Saturnusfeest, dolle pret of vroolijkheid;Saturnalian= dol, los, losbandig;Saturnian,sətɐ̂nj’n, van Saturnus, gouden, gelukkig:Saturnian age;Saturnine,satənain, zwaarmoedig, somber.Satyr,satə, satyr, boschgod;Satyric,sətirik, van satyrs;-ical,sətirək’l.Sauce,sôs, subst. saus, onbeschaamdheid, brutaalheid:Sauceverb. sausen, kruiden, brutaal aanspreken, “zijn vet” geven:Don’t give me sauce= wees niet brutaal tegen mij;Hunger is the best sauce= honger is de beste kok;Sauce-boat= sauskom;Sauce-box= brutaaltje;Sauce-pan= lang gesteelde stoof- of braadpan;Sauce-tureen= sauskom;Sauciness, subst. v.Saucy,sôsi, onbeschaamd, brutaal.Saucer,sôsə, schoteltje:Saucer-eyed= met kalfsoogen.Saucisse,Fr. uitspr., kruitworst (om een mijn te doen ontbranden).Sauerkraut,sauəkraut, zuurkool.Saul,sôl;Saunders,sândəz.Saunter,sôntə,sântə, rondzwerven, drentelen, slenteren; ook subst.;Saunterer= treuzelaar, drentelaar.Saurian,sôriən, subst. hagedis; adj. hagedis …Sausage,sosidž, saucijs, worst:Sausage-roll= saucijzenbroodje;Bologna sausage= saucisse de B.Sauterne,Fr. uitspr., soort van witte Bordeaux.Savable,seivəb’l, te redden; subst.Savableness.Savage,savidž, woest, wild, barbaarsch, razend; subst. wilde, barbaar; subst.Savageness=Savagery= woestheid;Savagism,savədžizm, barbaarsche toestand.Savanna(h),səvanə, savanne, boomlooze grasvlakte (in N.-Amerika).Save,seiv, verb. behouden, bewaren, redden, (be)sparen, beveiligen, op tijd bereiken; prep. behalve, uitgezonderd:Tosave appearances= den schijn redden;Tosave one’s bacon= ergens goed afkomen;Save the mark= ’t is God geklaagd, God betere ’t;You cansave a mileby taking this road= eene mijl uitwinnen;A penny saved is a penny gained= een stuiver bespaard is een stuiver gewonnen;In great haste tosave the post= om de post te halen;God save the Queen= God behoede de koningin;Tosave the tide= gebruik maken van de beste gelegenheid;Save me from myself= behoed mij voor mijzelf;What shall I doto be saved? = om zalig te worden;Save errors= vergissingen voorbehouden;The last save one= de voorlaatste;Save-all= profijtertje; bijzeil; schraper. ZieSaving.Saveloy,savlôi, cervelaatworst.Savin(e),savin, zevenboom.Saving,seiviŋ, subst. redden, sparen, uitzondering, voorbehoud; adj. reddend, spaarzaam, etc.; prep. behoudens, met alle respect voor:Saving is having and saving is no sin= wie wat spaart heeft wat;Saving your honour= met alle respect voor UEd.;Saving your presence= met uw welnemen;Saving-sleeve= morsmouw;Savings= spaarpenningen;(Post-Office) savings-bank= (post)spaarbank;Savings-bank book= spaarbankboekje;Savingness= zuinigheid.Saviour,seivjə, redder:The Saviour= de Heiland.Savory,seivəri, boonenkruid.Savour,seivə, subst. geur, smaak, reuk (fig.);Savourverb. een bijzonderen geur of smaak hebben, rieken naar (fig.):Itsavours ofginger= smaakt naar;Savouriness= smakelijkheid, geurigheid;Savourless;Savourous=Savoury= smakelijk, geurig.Savoy,səvôi, Savoye; savoyekool;Savoyard,səvôiəd,savôi-âd, Savoiaard.Saw,sô, imperf. vanto see.Saw,sô, subst. zaag; gezegde, spreuk;Sawverb. zagen:Circular saw= circuleerzaag;Cross-cut saw= zaag met 2 handvatten voor twee personen;Wise saws;Saw-blade= zaagblad;Saw-bones= spotnaam voor een chirurg;Sawdust= zaagmeel, zaagsel:These books areas sawdust in the mouth= door en door saai en droog;Sawfish= zaagvisch;Saw-horse= bok;Saw-leaved= met getande bladen;Sawmill= zaagmolen;Sawpit= zaagkuil;Saw-set(Saw-wrest) = tandzetter (werktuig);Sawyer= zager; heen en weer drijvende boom op deMississippi.Sawder,sôdə,sodə:Soft sawder= vleierij:Theyput me off with soft sawder= scheepten me af met mooie praatjes, stuurden me met een kluitje in ’t riet.Sawney,sôni, subst. spotnaam voor een Schot (=Sandy), slimmerd.Saxe-Coburg-Gotha,saks-koubɐ̂g-goutə;Saxe-Weimar,saks-waimə.Saxifrage,saksifridž, steenbreek (plant).Saxon,saks’n, subst. en adj. (Angel)sakser; (Angel)saksisch(e taal);Saxony= Saksen:Upper, Lower Saxony= Opper-, Neder-Saksen;Saxon-blue= Saksisch blauw.Saxophone,saksəfoun, saxophone.Say,sei, subst. meening, woord, bewering, rede;Sayverb. zeggen, vertellen, opzeggen, aanvoeren, onderstellen, beslissen:It is my say now= nu is het woord aan mij;Togive a person a sayin the matter= mee laten spreken;Tohave a sayin the matter;Let himhave (say) his say= laat hem uitspreken;I’llhave my say out with you= ik zal jou eens zeggen waar het op staat;I saywaiter= Aannemen!I say,my boy= zeg er eens, jongen;Can it be that our literature is poorer than that ofsay Germany? = laat ons zeggen Duitschland;Say that he would go= aangenomen dat;You don’t say so= och kom!Though I say so who shouldn’t= al zeg ik het zelf;That is more than you can say= dat gelief jij te zeggen (maar …);On pag. 25 it says= lezen wij;As it saysin the Bible= zooals te lezen staat in;Hesaid his lessons, prayers= zeide zijne lessen, gebeden op;Tosay mass= de mis lezen;Say the word= sla toe;Hehas not much to say for himself= is niet erg spraakzaam, kan zich niet verdedigen;Do youmean to saythat you wouldsay me nay? = woudt ge zeggen, dat ge mij woudt weigeren?Say me the poemthat you made[482]= zeg eens voor me op;Youhave not anything to say aboutit at all= er niets in (over) te zeggen;I havenothing to say againsthim= niets op hem te zeggen;I havesomething to say init= er in te zeggen;Say outwhat you think= spreek vrij uit;Hesaid it to my face= hij zei het mij in mijn gezicht;I havenothing to say tohim= wil niets van hem weten;What do you say to that= wat dunkt u daarvan?Saying= gezegde, uitdrukking, spreuk, spreekwoord:Say nothing(=Tosay nothing)of her beauty= om nog niet eens te spreken van;That is say a good deal (much)= dat is veel gezegd;The say is, that… = men zegt, dat;As the say is= zooals men dat noemt (zegt), “zal ik maar eens zeggen”;There is no saywhat he will do= men kan onmogelijk zeggen;That goes without say= spreekt van zelf;So said so done;When all is said and done= bij slot van rekening.Scab,skab, roofje, schurft; onderkruiper;Scabbed,skabd,skabid, schurftig, laag, vuil:One scabbed sheep is enough to spoil (will mar) a flock;Scabbedness=Scabbiness= schurftigheid;Scabby= schurftig.Scabbard,skabəd, subst. scheede;Scabbardverb. in de scheede doen.Scabies,skeibiîz, schurft;Scabious,skeibiəs, schurftig; subst. scabiosa;Scabrous,skeibrəs, ruw, oneffen; subst.Scabrousness.Scad,skad, hors of hars (soortmakreel).Scaevola,sevələ.Scaffold,skaf’ld, subst. schavot; steiger, stellage;Scaffoldverb. van steiger of stellage voorzien;Scaffolding= steigerwerk, steigerhout;Scaffolding-pole= steigerpaal;Scaffolding-trestle= schraag.Scagliola,skaljoulə, scagliola.Scalable,skeiləb’l, beklimbaar (met ladders).Scalariform,skəlêriföm, laddervormig.Scalawag,skaləwag=Scallawag.Scald,skôld, subst. brandwonde; hoofdzeer; oud Noorsch dichter;Scaldverb. met heete of kokende vloeistof branden, afkoken, opkoken;Scaldic= skaldisch;It isscalding hot= gloeiend of brandend heet.Scale,skeil, subst. schaal, Weegschaal (dierenriem), schub, opperhuid (van slangen, enz.), dun laagje, schilfer, schaal (fig.) graadverdeeling, toonladder, maatstaf;Scaleverb. afschilferen, van de schubben (ketelsteen) ontdoen; aanzetten (v. ketelsteen), wegen; met stormladders beklimmen, opklauteren:Sliding scale= veranderlijke maatstaf;By a scale of= op de schaal van, etc.;Scale of wages= loontabel;On a large, small scale= op groote, kleine schaal;Pair of scales= weegschaal;Thescales have fallen from my eyes= de schellen, etc.;Be sure topractise your scales= toonladders in te studeeren;That willturn the scale= zal de schaal doen overhellen;This paintwill not scale= schilfert niet af;The tusks of the elephantscaled I don’t know what= wogen ik weet niet hoeveel;Scale-armour= geschubd harnas;Scaled= geschubd;Scaleless= zonder schubben;Scaler= afschrabber. ZieScaling.Scalene,skəlîn, ongelijkzijdig:Scalene triangle= ongelijkzijdige driehoek.Scaliness,skeilinəs, schubbigheid.Scaling,skeiliŋ;Scaling-ladder= stormladder, brandladder.Scall,skôl, subst. schurft, hoofdzeer;Scall-headed,Scall-pated= met een zeer hoofd;Scalled= schurftig; armoedig.Scallawag,skaləwag, slecht gevoed, achterlijk dier; deugniet, schooier.Scallion,skalj’n, sjalot.Scallop,skaləp,skoləp, subst. kamschelp, schelp (voor pasteitjes, in de heraldiek of als pelgrimsteeken), schulp;Scallopverb. uitschulpen;Scallops= in schelpen opgediende gerechten;Scalloped= uitgeschulpt, gebakken met broodkruimels, melk, etc. (van oesters).Scalp,skalp, subst. schedel, schedelhuid, hoofdhuid (met het haar), pruik;Scalpverb. scalpeeren;Scalp-lock= haarbosje op de kruin van het hoofd;Scalping-knife= scalpeermes.Scalpel,skalp’l, ontleedmes.Scaly,skeili, geschubd, schubvormig; schabbig, schunnig.Scamp,skamp, subst. schelm, deugniet.Scamp,skamp, knoeien, slordig afwerken:We do notscamp our work at the Savoy= we loopen er aan het S.-theater niet luchtig overheen;Scamper= knoeier.Scamper,skampə, subst.overhaaste vlucht;Scamperverb. rennen, overijld vluchten:Theyscampered across country= vluchtten over heg en steg.

S.es,S.=Saint,Saturday,Shilling,Solo,South,Southern,Sun,Sunday,Sabbath,Second(s),Singular,See;S(outh)A(frica ofAmerica);Sab(bath);Sam(uel);Sam(aritan);Sans(crit);Sat(urday);Sax(ony);S(outh)C(arolina);Sc(ientiae)B(acculaureus)=Bachelor of Science;Sc(ientiae)D(octor)=Doctor of Science;Sci(ence);Scil(icet)=namelijk, te weten;Sclav(onic);Scot(land, etc.);Scrip(ture);Sculp(ture);S(ociety for the)D(iffusion of)U(seful)K(nowledge);S(outh)E(ast);Sec(ond);Sec(retary);Sec(retary of)Leg(ation);Sen(ate, Senator);Sept(ember);Seq(uentes, Sequentia)= de volgenden;Serg(eant);Serv(ian);S(olicitor)-G(eneral);Sh(illings);Sing(ular);S(ociety of)J(esus);S(upreme)J(udicial)C(ourt);Slav(onic);S(ergeant)-M(ajor);Soc(iety);S(ong) ofSol(omon);Sol(icitor)-gen(eral);Sp(ain, Spanish, Spirit);Spec(ial);S(ociety for the)P(ropagation of the)G(ospel);Sp(ecific)gr(avity);Sq(uare);S(enio)r;S(acrum)R(omanum)I(mperium)=The Holy Roman Empire;SS=Saints;S.S.=Sunday School,Screw-steamer;S(outh)S(outh)E(ast),W(est);St=Saint, Stone, Strait, Street;Stat(ue);Su(nday);Subj(unctive);Subst(antive, Substitute);Suff(ix);Sup(erior, Superlative, Supplement);Surg(eon);Sur(geon)-gen(eral);Surv(eyor);S(ub)V(oce)= onder het woord;S(outh)W(est);Sw(eden);Switz(erland);Syn(onym);Synop(sis);Syr(ia).Sabaoth,sabəoth,səbeioth, heirscharen:God (The Lord) of Sabaoth.Sabbatarian,sabətêriən, subst. sabbatvierder, lid van een secte van wederdoopers;adj. tot den S. behoorende;Sabbatarianism= leer der S.;Sabbath,sabəth, Sabbat, rustdag, rusttijd:Sabbath-breaker= Sabbatschender;Sabbath-breaking= Sabbatschennis;Sabbatic(al),səbatik(’l),tot den sabbat behoorende:Sabbatical year= Sabbatjaar, braakjaar;Sabbatism,sabətizm, Sabbatheiliging, rust.Sabe,savə,sâvə, scherpzinnigheid (Amer.).Sabian,seibj’n, subst. aanhanger vanSabianism= sterrenaanbidding.Sabina,səbainə;Sabine,seibain, subst. een der Sabijnen; adj. Sabijnsch.Sable,seib’l, subst. sabelbont, fijn penseel; adj. van sabel, zwart, donker (Sables= pelswerk, rouwkleeren);Sableverb. verduisteren;Sable-coloured= zwart;Sable-stoled= met zwarte stola;Sable-skin= sabelbont;Sable-vested= in den rouw gekleed.Sabot,sabou, klomp.Sabre,seibə, subst. sabel;Sabreverb. neersabelen, met den sabel bewapenen;Sabre-ta(s)che,seibətaš, sabeltasch.Sabulosity,sabjulositi, zandigheid;Sabulous,sabjulɐs, zandig.Sac,sak, zak(je); heerlijk privilege van rechtspraak.Saccade,səkeid, ruk aan den toom.Saccharic,səkarik:Saccharic acid= suikerzuur;Sacchariferous= suikerhoudend;Saccharin,sakərin,saccharine;Saccharize= in suiker omzetten.Sacerdotal,sasədout’l, priesterlijk;Sacerdotalism= priestergeest, priesterschap.Sachem,seitš’m, Indiaansch opperhoofd.Sachet,Fr. uitspr.reukkussentje.Sacheverell,səševər’l.Sack,sak, subst. zak, buidel, los overkleed of mantel; sek;Sackverb. in zakken doen, de bons geven, wegsturen:Toget the sack= ontslagen worden (=Toget sacked);Shegave him the sack= zij gaf hem de bons =She sacked him;Sackcloth= zaklinnen, grof linnen:Tomourn in sackcloth and ashes= in zak en assche zitten;Sack-posset= drank v. sek, melk, enz.;Sack-race= zakloopen;Sackful= zakvol;Sacking= paklinnen.Sack,sak, plundering, verwoesting, buit;Sackverb. plunderen, verwoesten;Sackage= plundering.Sackbut,sakbɐt, oud instrument, een soort trombone.Sacrament,sakrəment,seikrəment, sacrament,[477]Avondmaal:Toadminister the last Sacraments= bedienen;I havereceived the Sacrament= aan het avondmaal geweest;Hereceived the last Sacraments;Sacramental,sakrəment’l:Sacramental service= communie, avondmaal;Sacramental wine;Sacramentarian,sakrəm’ntêriən, sacramenteel.Sacred,seikrid, heilig, gewijd, onschendbaar:Sacred fromattack= veilig voor;Sacred history= kerkgeschiedenis;Sacred service= godsdienstoefening; subst.Sacredness.Sacrifice,sakrifais,sakrifaiz, subst. offer, offerande;Sacrificeverb. offeren; opofferen, met verlies verkoopen:At a sacrifice= voor een appel en een ei, spotgoedkoop;I will sellat a sacrifice= voor iederen prijs;Hefell a sacrifice tohis passions= werd slachtoffer van;I willmake you that sacrifice= u dat offer brengen;Sacrificer;Sacrificial:Sacrificial rites, mound= offergebruiken, offerberg.Sacrilege,sakrilidž, heiligschennis, ontheiliging, ontwijding, kerkroof;Sacrilegious,sakrilîdžəs, heiligschennend;Sacrilegist,sakrilîdžist, heiligschenner.Sacring-bell,seikriŋ-bel, mis-bel.Sacristan,sakrist’n, sakristijn, koster;Sacristy,sakristi, sacristie.Sacrum,seikr’m, heiligbeen.Sad,sad, droevig, treurig, somber, ernstig, erg, slecht:He isa sad dog, fellow= hij is niet veel bijzonders;Asad price= erg hooge;Sad-eyed= met droeve oogen;Sad-faced;Sad-iron= strijkbout;Sadden= bedroeven, droevig worden; donker tinten (v. eene kleur);Sadness= droefheid, treurigheid.Saddle,sad’l, subst. zadel, rugstuk;Saddleverb. zadelen, belasten:To win the horse orlose the saddle= alles op het spel zetten;You haveput the saddle on the right (wrong) horse= den rechte (verkeerde) beschuldigd;Hevaulted into the saddle= sprong te paard:Hehad saddled himself witha very arduous task= had zich opgelegd;He tried tosaddle mewith the responsibility of the undertaking= op mij te schuiven;Saddle-backed= met hollen rug;Saddle-bags= zadelzakken;Saddle-bow= zadelboog;Saddle-cloth= schabrak;Saddle-fast= zadelvast;Saddle-girth= riem;Saddle-horse;Saddle-maker;Saddle-roof= zadeldak;Saddle-tree= zadelboom;Saddler= zadelmaker;Saddlery= zadelmakerij; zadelmakersartikelen.Sadducean,sadjusîən, Sadduceesch;Sadducee,sadjusî, Sadduceër;Sadduceeism= leer der Sadduceërs.Safe,seif, subst. veilige plaats, geldkist, brandkast, provisiekast, vliegenkast; adj. veilig, zeker, behouden, onschadelijk:Asafe person= vertrouwd;’Twould beon the safe sidenot to be at home= ’t veiligste, het beste;Questions that his boys are safe to put to him= hem stellig zullen vragen;We arrivedsafe and sound= gezond en wel;He is safe fora thrashing= hij krijgt bepaald =Is safe to get it;Safe fromattack= beveiligd tegen;Safe-conduct= vrijgeleide;Safe-conductverb. veilig geleide verschaffen;Safeguard= bescherming, vrijgeleide, paspoort, toestel aan locomotieven om de baan vrij te houden;Safeguardverb. beveiligen:In that way our interests may besafeguardedand advanced= beveiligd;Safe-keeping= veilige hoede of bewaring;Safeness= veiligheid, zekere bewaring;Safety,seifti;Safety-belt= reddingsgordel;Safety-bicycle;Safety-buoy= reddingsboei;Safety-fund= waarborgfonds;Safety-lamp= veiligheidslamp;Safety-matches= Zweedsche lucifers;Safety-shaver= veiligheidsscheermes;Safety-valve= veiligheidsklep.Safflower,saflauə, saffloer.Saffron,safr’n, subst. saffraan; adj. saffraankleurig;Saffronverb. geel maken:Towear the saffron gown= gaan trouwen;Saffrony= saffraankleurig.Sag,sag, doorzakken, zakken, doorbuigen, zinken, afdrijven, doen zakken:The dog’s tail sagged downwith an expression of misery= de hond liet zijn staart hangen;The shipsagged to leeward= zakte naar lij af.Saga,sâgə,seigə, Noordsche sage.Sagacious,səgeišəs, scherpzinnig, schrander; subst.Sagaciousness=Sagacity,səgasiti.Sagamore,sagəmö, Indiaansch hoofd (N.-Am.).Sage,seidž, subst. (tuin)salie; wijze of wijsgeer (gew. met een ironisch tintje); adj. wijs, omzichtig;Sageness= wijsheid.Sagitta,sədžitə, pijlvormige naad;Sagittal,sadžit’l, pijl..;Sagittaria= pijlkruid;Sagittarius,sadžitêriəs, Schutter (dierenriem);Sagittary,sadžitəri, subst. centaur; arsenaal te Venetië; adj. pijl …;Sagittate(d),sadžitit,sadžiteitid, pijlvormig.Sago,seigou, sago;Sago-palm= sagopalm.Saguin,sagwin, Z. Am. aap.Sagy,seidži, vol salie.Sahara,səhârə.Sahib,sâ(h)ib,sei(h)ib, heer, meester:Mem Sahib= getrouwde dame, mevrouw (Brit. Ind.).Said,sed, zeide, gezegd:The said story= de gemelde geschiedenis;Be it said= laten we zeggen.Sail,seil, subst. zeil, schip, zeiltochtje;Sailverb. zeilen, stevenen, koers zetten, doorklieven, zwemmen, bevaren, glijden over:Thewindmill sails= de zeilen van den windmolen;A shipin full sail= met volle zeilen;Under sail= onder zeil;The shipcarried (was under) a press of sail= had alle zeilen bij;The shipmade sail= zette meer zeilen bij;Weset sail forIndia= gingen onder zeil naar I.;Toset up one’s sail to every wind= de huik naar den wind hangen;Toshorten sail= minderen;Strike sail= strijk!A fleet of fifty sail= vloot van vijftig zeilen (schepen);To sail a yacht= varen met;Tosail before, by the wind= voor (bij) den wind zeilen;Tosail close (near) to the wind= (fig.) zich noodeloos blootstellen (geven), “schuin” zijn, zich zeer voorzichtig bewegen, zich net noodigste uit den mond besparen;Hesails under false colours= zeilt onder valsche vlag;Sail-cloth= zeildoek;Sail-loft= zeilmakerswerkplaats (zolder);Sail-maker= zeilmaker;Sail-room= zeilkooi (op een schip);Sail-yard= ra;[478]Sailable= bevaarbaar;Sailer= zeiler, zeilschip;Sailing:So far all is plain (clear) sailing= tot dusver gaat het vanzelf, is de zaak in orde;Sailing-master= schipper;Sailing-match;Sailing-vessel= zeilschip;Sailor= matroos:I am a poor sailor= ik word gauw zeeziek;Sailorlike= als een matroos.Sainfoin,seinfôin, hanekop, hanekam.Saint,seint, subst. heilige, zalige, vrome, geloovige, heiligverklaarde; adj. heilig;Saintverb. den vrome uithangen (it):The Saints=Latter-Day Saints= de Mormonen;Heplays the saint= hangt den vrome uit;Saint’s day= heiligendag;Sainted= heiligverklaard, zalig, vroom, heilig, overleden;Saintlike,Saintliness= heiligheid; adj.Saintly;Saintship= heiligheid.Sake,seik:I do itfor your sake, for conscience’ sake= om uwentwil, terwille van het geweten;Forbear, for the sake of God= laat af om Godswil.Saker,seikə, sakervalk; klein stuk geschut.Saki,seiki, saki, aap met vossestaart; Japansch bier.Sal,sal, zout (slechts in samenst.):Sal-gem= rotszout;Sal-volatile= vlugzout.Sal,sal;Sala,sâlə.Salaam,səlâm, subst. plechtige groet (bij Oosterlingen);Salaamverb. plechtig groeten:Salaaming courtiers= vleiende hovelingen.Salacious,səleišəs, wellustig:Salacious talk= vuile praat; subst.Salaciousness=Salacity,səlasiti.Salad,saləd, salade:Todress(Tomix)the salad= aanmaken;Lobster salad= kreeftensalade;Salad-cream (Salad-dressing)= sla-aanmaaksel, salade-saus;My salad days (years)are over= mijn groene jeugd is voorbij;Salad-oil= slaolie.Salamander,saləmandə, salamander:Salamander-safe= vuurvaste brandkast;Salamander’s-hair,Salamander’s-wool= asbest;Salamandrine,saləmandrin, salamanderachtig.Salaried,salərid, bezoldigd;Salary,saləri, salaris, bezoldiging, loon.Sale,seil, verkoop, veiling, verkooping:The goodsfound a dull, a ready sale, were dull, ready of sale= hadden een slappen, vluggen omzet;Sale by auction= verkoop bij opbod;A housefor sale= een huis te koop;The house wasadvertised for sale= werd te koop aangeboden;Offered for public sale= publiek ten verkoop aangeboden;Deed of sale= verkoopacte;On saleeverywhere= overal te krijgen;Sale-room= auctiezaal;Salesman= groothandelaar, verkooper:Dead salesman= handelaar in geslacht vee;Saleswoman= verkoopster;Salework= werk gemaakt om te verkoopen;Saleable= verkoopbaar; subst.Saleableness.Salep,saləp, salep.Salerio,salîriou;Salford,sôlfəd;Salian,seiliən, Saliër;Salic,salik, Salisch:Salic law= Salische wet.Salicyl,salisil, salicyl;Salicylicacid= salicylzuur.Salience,seilj’ns, vooruitspringen;Salient,seilj’nt, springend, uitspringend, ùitstekend, merkwaardig:Thesalient pointsof his lecture= opmerkenswaardige gedeelten.Saliferous,səlifərɐs, zouthoudend;Salifiable,salifaiəb’l, zout vormend;Salify= in een zout omzetten;Salina,səlainə, zoutpan;Saline,seilain,səlain, zout - -; zoutbron, zoutgroeve.Salisbury,sôlzbri.Saliva,səlaivə, speeksel;Salival=Salivary;Salivant,saliv’nt, subst. en adj. speeksel opwekkend (middel);Salivary,salivəri, speeksel.…:Salivary glands= speekselklieren;Salivate,saliveit, de afscheiding van speeksel bevorderen;Salivation,saliveiš’n, kwijlen.Salix,seiliks, wilg.Sallet,salət, stormhoed (Mil.).Sallow,salou, bleek, ziekelijk, vuilgeel; subst.Sallowness.Sallow,salou, wilg;Sallowy= vol wilgen.Sallust,saləst, Sallustius.Sally,sali, subst. uitval (ookfig.), uitstapje, waterwilg; tuinkoning;Sallyverb. een uitval doen:The garrisonmade a sally= deed een uitval;Sallies of wit= geestige zetten;To sally forth= de deur uitgaan, uittrekken;Sally-port= uitvalpoort.Sally,sali;Sally-lun(n)= soort gebak;The game of Sally-Water= het spelletje “Patertje langs den kant”.Salmagundi,salməgɐndi, ragout van vleesch, eieren, ansjovis; mengelmoes.Salmi,salmi, ragout van gebraden wild.Salmon,sam’n, zalm;Salmoncolo(u)red;Salmon-trout= zalmforel;Salmonet= jonge zalm.Saloon,səlûn, zaal, groote kajuit, tapperij (Amer.);Saloon-car;Saloon-carriage= luxe wagon (Amer.).Salop,salop=Shropshire;Salopian= (bewoner) vanShr.Salsify,salsifai, preibladige boksbaard.Salt,sôlt, subst. zout, zoutvaatje, geestigheid, vernuft, matroos; adj. zout, gezouten, scherp, gepeperd (fig.);Saltverb. zouten, pekelen:Common (Culinary) salt= keukenzout;An old salt= een oude zeerob;He isworth his salt= zijn kost waard;I haveeaten his salt= ik ben zijn gast geweest;Toput (lay, cast) salt on the tail of a bird;Tosit above (below) the salt= aan ’t hoofdeinde (beneden einde) van de tafel zitten;Tospill the salt= ’t zoutvat omgooien;Salt-box= zoutvaatje (=Salt-cellar);Salt-duty= accijns;Saltfish= zoutevisch;Salt-junk= pekelvleesch (voor schepen);Salt-lick= zoute drinkplaats voor vee (Amer.);Salt-maker= zoutzieder;Salt-marsh= zoutpan (-tuin);Salt-mine= zoutmijn;Salt-pan= zoutpan;Salt-pit= zoutgroeve;Salt-spring= zoutbron;Salt-work(s)= zoutkeet;Salted= gezouten, immuun (Z.-Afr.);Salter= zoutzieder, handelaar in gezouten waren;Saltern= zoutkeet;Saltish= zoutachtig; subst.Saltishness;Saltless;Saltness;Salty= met zouten smaak.Saltant,salt’nt,sôlt’nt, op de achterpooten staande (Herald.);Saltation,salteiš’n, springen, kloppen, bonzen;Saltatorial=Saltatory= springend;Saltigrade= springend; subst. springspin.[479]Saltier, Saltire,saltîə, liggend kruis (✕).Saltpetre,sôltpîtə,sôltpîtə, salpeter;Saltpetrous,sôltpîtrəs, salpeterig.Salubrious,səl(j)ûbriəs, heilzaam, gezond; subst.Salubriousness=Salubrity.Salutariness,sal(j)utərinəs, subst. v.Salutary,sal(j)utəri, heilzaam, weldadig, voordeelig, gezond.Salutation,sal(j)uteiš’n, groet, begroeting:She kissed him on both cheeks and hereturned the salutation;They partedin theirsalutationlessmanner= op hunne gewone manier, zonder elkander de hand te drukken;Salutatory,səl(j)ûtətəri, begroetend, verwelkomend;Salute,səl(j)ût, subst. groet, begroeting, kus, saluut;Saluteverb. begroeten, groeten, kussen, eereschoten lossen;Saluter.Salvage,salvidž, berging:Salvage charges (Salvage money)= bergloon;Salvage stocks= door water of brand beschadigde goederen.Salvation,salveiš’n, redding, verlossing:Salvation Army= heilsleger;Salvationist= heilsoldaat.Salve,sâv, zalf, balsem (ookfig.);Salveverb. zalven, genezen, helpen;salv, bergen (scheepst.);Salver= berger.Salver,salvə, presenteerblaadje.Salvo,salvou, uitvlucht, verontschuldiging, exceptie; salvo:Salvos of applause= daverende toejuichingen.Salvor,salvə, berger.Samaria,səmêriə, Samarië:Samaritan,səmarit’n, subst. en adj. Samaritaan(sch), liefderijk (mensch), barmhartig(e);Samaritanism.Sambo,sambou, kind van neger en Indiaansche.Same,seim, zelfde:It isall the sameto me= mij precies ’t zelfde;At the same time= terzelfdertijd;He ismuch the same asyou= vrijwel zooals gij;Tocome to the same thing= op hetzelfde neerkomen;Customers may depend on being satisfied withthe same= dezelve, hetzelve (koopmansstijl);Sameness= gelijkheid, eentonigheid.Samian,seimiən, vanSamos.Samiel,seimiəl, samoen =Samiel wind.Samite,samit, goudbrocaat.Samoa,sâmouə,səmouə:Samoan= (bewoner) van S.;Samos,seimos, Samos;Samoyed,səmoujəd; adj.Samoyedic.Samp,samp, gestampte of gekookte maïs.Sampan,sampan, sampan.Samphire,samfaiə, zeevenkel.Sample,samp’l,sâmp’l, subst. staal, monster, model;Sampleverb. stalen aanbieden of nemen:Samples of no value= monsters zonder waarde;Box of samples= monsterkast;Up to sample= volgens monster;Sample-room= monsterkamer; proeflokaal (Amer.);Sampler= exemplaar, letterdoek, borduurlap;This is a fair sampling ofthe complete work= geeft een goed idee van.Samson,sams’n, Simson;Samuel,samjuəl.Sanability,sanəbiliti, subst. v.Sanable,sanəb’l, geneesbaar; subst.Sanableness;Sanative= geneeskrachtig; subst.Sanativeness= geneeskracht.Sanatorium,sanətôriəm, sanatorium;Sanatory= heilzaam, genezend.San benito,sanbənîtou, mantel van door de Inquisitie veroordeelden (op hun weg naar den brandstapel).Sanctification,saŋktifikeiš’n, heiliging, wijding:Sanctification of the Sunday;Sanctified= geheiligd, gewijd; schijnheilig;Sanctifier= heiligmaker:The Sanctifier= de H. Geest;Sanctify= heiligen, wijden:The end sanctifies the means;Sanctimonious,saŋktimounjəs, schijnheilig, kwezelachtig; subst.Sanctimoniousness=Sanctimony,saŋktiməni;Sanction,saŋks’n, subst. bekrachtiging, sanctie;Sanctionverb. bekrachtigen, sanctionneeren;Sanctionarymeasure= bekrachtigende maatregel;Sanctitude,saŋktitjûd, heiligheid;Sanctity,saŋktiti, heiligheid, godsvrucht, reinheid, onschendbaarheid;Sanctuary,saŋktjuəri, heiligdom, plaats van het hoogaltaar, ’t Allerheiligste, asyl (rechtst.):Hetook sanctuarythere= zocht er asyl;Sanctum,saŋkt’m, gewijde plaats; sanctum, kabinet:Sanctum sanctorum= het heilige der heiligen, heiligdom, kabinet.Sand,sand, subst. zand;Sandverb. met zand bestrooien (vermengen):Small sand= schuurzand;A grain of sand= zandkorrel;Sands= zandstreek, zandwoestijn; zandbanken:Themutable sandsof the seashore= drijfzand;He wantsto number sands= de droppels in de zee tellen;Sand-bag= zandzak;Sand-bank= zandbank;Sand-bath= zandbad;Sand-blast= zandblazen (om glas mat te maken);Sand-box= zandstrooier; spuwbak (met zand);Sand-boy= zanddrager:Asmerry as a sand-boy= zoo dartel als een veulen;Sand-crack= hoornkloof (bij paarden);Sand-eel= smelt;Sandman= het zandmannetje;Sand-paper, subst. schuurpapier;Sand-paperverb. polijsten, gladwrijven;Sand-pit= zandgroeve;Sandstone= zandsteen;Sanded= met zand bedekt, zandig, rossig,Sandiness, subst. v. Sandy = zandig, rossig, onzeker, droog.Sandal,sand’l, sandaal;Sandal wood= sandelhout;Sandalled= met sandalen, sandaalvormig.Sandiver,sandivə, glasgal.Sandwich,sandwitš, subst. dunne sneetjes brood met vleesch er tusschen;Sandwichverb. tusschen andere dingen plaatsen:To besandwiched between= ingesloten zitten tusschen;The article wassandwiched betweena poem and a story= tusschen een gedicht en een verhaal ingeschoven;Sandwich-man= wandelende reclame (een man met een bord voor en achter).Sandy,sandi, bijnaam van een Schot;Sandys,sandz.Sane,sein, gezond van geest; subst.Saneness.San Francisco,sanfransiskou.Sang,saŋ, imperf. v.to sing.Sangaree,saŋgərî, wijn met water en suiker of kruiderijen;Sangareeverb. verdunnen of verzoeten.Sangraal,saŋgreil,Sangreal,saŋgriəl=Grail;Sanguiferous,saŋgwifərɐs:Sanguiferous vessels= bloedvaten;Sanguinariness, subst. v.Sanguinary,saŋgwinəri= bloedig, bloeddorstig;Sanguine,saŋgwin,[480]bloedrijk, bloedrood; opgewekt, vurig, vol vertrouwen:Tobe sanguine of success= vol vertrouwen op; subst.Sanguineness;Sanguineous,saŋgwiniəs, bloedrijk, bloedrood, bloed …;Sanguinity,saŋgwiniti=Sanguineness.Sanhedrin,sanhidrin, sanhedrin.Sanicle,sanik’l, breukkruid.Sanitary,sanitəri, gezondheids.…:Sanitary board= gezondheidsraad;Sanitary inspector (officer);Sanitary law;Sanitation,saniteiš’n, het inachtnemen der voorschriften, het nemen van gezondheidsmaatregelen, hygiène;Sanity= gezondheid, gezond verstand.Sank,saŋk, imperf. vanto sink.Sanngasin,sangasin, Hindoesch kluizenaar.Sans,sanz, zonder.San Salvador,san-salvadö;Sanscrit,Sanskrit,sanskrit, Sanskriet; adj.Sanskritic;Sanskritist;Santa Claus,santə-klôz.Santon,sant’n, Mahom. heilige, derwisch.Sap,sap, subst. sap, vocht, spint (v. een boom), levensvocht, bloed, loopgraaf, blokker;Sapverb. ondermijnen, verzwakken; blokken:Thissapped him ofall mental and physical strength= ondermijnde zijn …;Sap-colour= sapverf;Sap-green= sapgroen;Sap-rot= vermolming;Sap-tube= saphouder;Sapwood= spint (v. een boom);Sapless= zonder sappen, droog;Sapling= jonge boom, jongmensch;Sapper= sappeur;Sappiness= sappigheid, onnoozelheid; adj.Sappy.Sapan,sapən, sapanhout (O.-I.).Sapid,sapid, smakelijk; subst.Sapidity=Sapidness.Sapience,seipj’ns, wijsheid;Sapient= wijs, scherpzinnig.Saponaceous,sapəneišəs, zeepachtig, zalvend, vleiend;Saponification,səponifikeiš’n, verzeeping;Saponify,səponifai, verzeepen.Sapor,seipə, geur, smaak;Saporific,sapərifik, smaak aanbrengend;Saporosity,sapərositi, smakelijkheid;Saporous,sapərɐs, smakelijk.Sapphic,safik, Sapphisch.Sapphire,safaiə, saffier;Sapphirine,safir(a)in, als saffier.Sappho,safou.Saraband,sarəband, sarabande, Spaansche dans, de muziek daarbij.Saracen,sarəs’n, Saraceen; adjSaracenic(al);Sarah,sêrə;Saratoga,sarətougə.Sarcasm,sâkazm, bijtende spot, sarcasme;Sarcastic= stekelig, schamper.Sarcenet,sâsnət, sarsenet.Sarcophagus,sâkofəgɐs, sarcophaag.Sard,sad, sardis (bloedroode steen).Sardine,sâdin, sardine (vischje):We were in the carriageas close as sardines in a box= zoo dicht opeengepakt als haringen in de ton;Sardine sandwiches.Sardinia,sâdinjə, Sardinië;Sardinian, subst. en adj. (bewoner) van Sardinië.Sardonic,sâdonik, sardonisch, krampachtig, bitter:Sardonic laugh= grijnslach;A sardonic young fellow= een grinnikend ventje.Sardonyx,sâdoniks, rood en witgestreepte onyx.Sarlak,sâlak, ya(c)k, knoros uit Thibet.Sarmatia,sâmeišə, Sarmatië;Sarmatian= (bewoner) v.Sarmatia.Sarmentose,sâmentous,sâməntous:Sarmentous,sâmentəs, met worteltakken;Sarmentum,sâment’m, worteltak.Sarsaparilla,sâsəpərilə, sarsaparilla.Sartor,sâtə, kleermaker:Sartor Resartus(risâtəs);Sartorial,sâtôriəl, adj. kleermakers …Sash,saš, subst. sjerp, gordel; raam;Sashverb. vansashesvoorzien;Sash-door= met ruiten;Sash-fastener= wervel;Sash-window= schuifraam.Sass,sas, brutaliteit;Sassverb. brutaliseeren (Amer.).Sassafras,sasəfras, sassefras.Sassarara,sasərârə:With a sassarara= met geweld, zonder complimenten.Sassenach,sasənak, Sakser (naam door de Berg-Schotten aan de Angel-Saksers gegeven).Sat,sat, imperf. en p.p. vanto sit.Satan,seit’n, Satan:Satan finds some mischief still for idle hands to do= ledigheid is des duivels oorkussen;Satanic(al),sətanik(’l), Satansch, helsch, duivelsch; subst.Satanicalness.Satchel,satš’l, schooltasch.Sate,sat,seit, P. Imp. v.to sit.Sate,seit, verzadigen.Sateen,sətîn, satinet.Satellite,satəlait, satelliet, trawant.Satiability,seišiəbiliti, verzadigbaarheid;Satiable,seišəb’l, verzadigbaar; subst.Satiableness;Satiate,seišit, adj. verzadigd;Satiateverb.seišieit, verzadigen;Satiation=verzadiging;Satiety,sətaiəti, volheid, verzadigdheid.Satin,satin, subst. satijn; adj. satijnen;Satinverb. satineeren;Satin-paper= satijnpapier;Satin-spar= atlasspaat;Satinwood= satijnhout;Satinet,satinet, satinet;Satiny= gelijk satijn.Satire,sataiə, satire, scherpe opmerking;Satiric(al),sətirik(’l), satirisch, hekelend; subst.Satiricalness;Satirist= hekelschrijver;Satirize,satiraiz, hekelen.Satisfaction,satisfakš’n, voldoening, betaling, genoegen, overtuiging:In satisfaction of= ter betaling van;Itgives me satisfaction to hear= doet me genoegen;Satisfactoriness, subst. v.Satisfactory,satisfaktəri, voldoende, geruststellend, bevredigend,Satisfiable,satisfaiəb’l, die te voldoen is;Satisfier;Satisfy,satisfai, voldoen, tevreden stellen, geruststellen, verzekeren, overtuigen:Tosatisfy one’s curiosity (hunger);These conditions the statesman must satisfyto command public confidence= aan deze voorwaarden moet een staatsman voldoen;To satisfy the requirements= aan de eischen voldoen;I am satisfied thatit was duly explained to you= ik ben overtuigd.Satrap,seitrap,satrap, satraap;Satrapy= satraapschap, provincie.Saturable,satjurəb’l, verzadigbaar;Saturant,satjur’nt, verzadigend;Saturate,satjureit, verzadigen, overal doortrekken; adj.satjurit, verzadigd;Saturated steam= verzadigde stoom; subst.Saturation.[481]Saturday,satədi, Zaterdag.Saturn,satən, Saturnus;Saturnalia,satəneiljə, Saturnusfeest, dolle pret of vroolijkheid;Saturnalian= dol, los, losbandig;Saturnian,sətɐ̂nj’n, van Saturnus, gouden, gelukkig:Saturnian age;Saturnine,satənain, zwaarmoedig, somber.Satyr,satə, satyr, boschgod;Satyric,sətirik, van satyrs;-ical,sətirək’l.Sauce,sôs, subst. saus, onbeschaamdheid, brutaalheid:Sauceverb. sausen, kruiden, brutaal aanspreken, “zijn vet” geven:Don’t give me sauce= wees niet brutaal tegen mij;Hunger is the best sauce= honger is de beste kok;Sauce-boat= sauskom;Sauce-box= brutaaltje;Sauce-pan= lang gesteelde stoof- of braadpan;Sauce-tureen= sauskom;Sauciness, subst. v.Saucy,sôsi, onbeschaamd, brutaal.Saucer,sôsə, schoteltje:Saucer-eyed= met kalfsoogen.Saucisse,Fr. uitspr., kruitworst (om een mijn te doen ontbranden).Sauerkraut,sauəkraut, zuurkool.Saul,sôl;Saunders,sândəz.Saunter,sôntə,sântə, rondzwerven, drentelen, slenteren; ook subst.;Saunterer= treuzelaar, drentelaar.Saurian,sôriən, subst. hagedis; adj. hagedis …Sausage,sosidž, saucijs, worst:Sausage-roll= saucijzenbroodje;Bologna sausage= saucisse de B.Sauterne,Fr. uitspr., soort van witte Bordeaux.Savable,seivəb’l, te redden; subst.Savableness.Savage,savidž, woest, wild, barbaarsch, razend; subst. wilde, barbaar; subst.Savageness=Savagery= woestheid;Savagism,savədžizm, barbaarsche toestand.Savanna(h),səvanə, savanne, boomlooze grasvlakte (in N.-Amerika).Save,seiv, verb. behouden, bewaren, redden, (be)sparen, beveiligen, op tijd bereiken; prep. behalve, uitgezonderd:Tosave appearances= den schijn redden;Tosave one’s bacon= ergens goed afkomen;Save the mark= ’t is God geklaagd, God betere ’t;You cansave a mileby taking this road= eene mijl uitwinnen;A penny saved is a penny gained= een stuiver bespaard is een stuiver gewonnen;In great haste tosave the post= om de post te halen;God save the Queen= God behoede de koningin;Tosave the tide= gebruik maken van de beste gelegenheid;Save me from myself= behoed mij voor mijzelf;What shall I doto be saved? = om zalig te worden;Save errors= vergissingen voorbehouden;The last save one= de voorlaatste;Save-all= profijtertje; bijzeil; schraper. ZieSaving.Saveloy,savlôi, cervelaatworst.Savin(e),savin, zevenboom.Saving,seiviŋ, subst. redden, sparen, uitzondering, voorbehoud; adj. reddend, spaarzaam, etc.; prep. behoudens, met alle respect voor:Saving is having and saving is no sin= wie wat spaart heeft wat;Saving your honour= met alle respect voor UEd.;Saving your presence= met uw welnemen;Saving-sleeve= morsmouw;Savings= spaarpenningen;(Post-Office) savings-bank= (post)spaarbank;Savings-bank book= spaarbankboekje;Savingness= zuinigheid.Saviour,seivjə, redder:The Saviour= de Heiland.Savory,seivəri, boonenkruid.Savour,seivə, subst. geur, smaak, reuk (fig.);Savourverb. een bijzonderen geur of smaak hebben, rieken naar (fig.):Itsavours ofginger= smaakt naar;Savouriness= smakelijkheid, geurigheid;Savourless;Savourous=Savoury= smakelijk, geurig.Savoy,səvôi, Savoye; savoyekool;Savoyard,səvôiəd,savôi-âd, Savoiaard.Saw,sô, imperf. vanto see.Saw,sô, subst. zaag; gezegde, spreuk;Sawverb. zagen:Circular saw= circuleerzaag;Cross-cut saw= zaag met 2 handvatten voor twee personen;Wise saws;Saw-blade= zaagblad;Saw-bones= spotnaam voor een chirurg;Sawdust= zaagmeel, zaagsel:These books areas sawdust in the mouth= door en door saai en droog;Sawfish= zaagvisch;Saw-horse= bok;Saw-leaved= met getande bladen;Sawmill= zaagmolen;Sawpit= zaagkuil;Saw-set(Saw-wrest) = tandzetter (werktuig);Sawyer= zager; heen en weer drijvende boom op deMississippi.Sawder,sôdə,sodə:Soft sawder= vleierij:Theyput me off with soft sawder= scheepten me af met mooie praatjes, stuurden me met een kluitje in ’t riet.Sawney,sôni, subst. spotnaam voor een Schot (=Sandy), slimmerd.Saxe-Coburg-Gotha,saks-koubɐ̂g-goutə;Saxe-Weimar,saks-waimə.Saxifrage,saksifridž, steenbreek (plant).Saxon,saks’n, subst. en adj. (Angel)sakser; (Angel)saksisch(e taal);Saxony= Saksen:Upper, Lower Saxony= Opper-, Neder-Saksen;Saxon-blue= Saksisch blauw.Saxophone,saksəfoun, saxophone.Say,sei, subst. meening, woord, bewering, rede;Sayverb. zeggen, vertellen, opzeggen, aanvoeren, onderstellen, beslissen:It is my say now= nu is het woord aan mij;Togive a person a sayin the matter= mee laten spreken;Tohave a sayin the matter;Let himhave (say) his say= laat hem uitspreken;I’llhave my say out with you= ik zal jou eens zeggen waar het op staat;I saywaiter= Aannemen!I say,my boy= zeg er eens, jongen;Can it be that our literature is poorer than that ofsay Germany? = laat ons zeggen Duitschland;Say that he would go= aangenomen dat;You don’t say so= och kom!Though I say so who shouldn’t= al zeg ik het zelf;That is more than you can say= dat gelief jij te zeggen (maar …);On pag. 25 it says= lezen wij;As it saysin the Bible= zooals te lezen staat in;Hesaid his lessons, prayers= zeide zijne lessen, gebeden op;Tosay mass= de mis lezen;Say the word= sla toe;Hehas not much to say for himself= is niet erg spraakzaam, kan zich niet verdedigen;Do youmean to saythat you wouldsay me nay? = woudt ge zeggen, dat ge mij woudt weigeren?Say me the poemthat you made[482]= zeg eens voor me op;Youhave not anything to say aboutit at all= er niets in (over) te zeggen;I havenothing to say againsthim= niets op hem te zeggen;I havesomething to say init= er in te zeggen;Say outwhat you think= spreek vrij uit;Hesaid it to my face= hij zei het mij in mijn gezicht;I havenothing to say tohim= wil niets van hem weten;What do you say to that= wat dunkt u daarvan?Saying= gezegde, uitdrukking, spreuk, spreekwoord:Say nothing(=Tosay nothing)of her beauty= om nog niet eens te spreken van;That is say a good deal (much)= dat is veel gezegd;The say is, that… = men zegt, dat;As the say is= zooals men dat noemt (zegt), “zal ik maar eens zeggen”;There is no saywhat he will do= men kan onmogelijk zeggen;That goes without say= spreekt van zelf;So said so done;When all is said and done= bij slot van rekening.Scab,skab, roofje, schurft; onderkruiper;Scabbed,skabd,skabid, schurftig, laag, vuil:One scabbed sheep is enough to spoil (will mar) a flock;Scabbedness=Scabbiness= schurftigheid;Scabby= schurftig.Scabbard,skabəd, subst. scheede;Scabbardverb. in de scheede doen.Scabies,skeibiîz, schurft;Scabious,skeibiəs, schurftig; subst. scabiosa;Scabrous,skeibrəs, ruw, oneffen; subst.Scabrousness.Scad,skad, hors of hars (soortmakreel).Scaevola,sevələ.Scaffold,skaf’ld, subst. schavot; steiger, stellage;Scaffoldverb. van steiger of stellage voorzien;Scaffolding= steigerwerk, steigerhout;Scaffolding-pole= steigerpaal;Scaffolding-trestle= schraag.Scagliola,skaljoulə, scagliola.Scalable,skeiləb’l, beklimbaar (met ladders).Scalariform,skəlêriföm, laddervormig.Scalawag,skaləwag=Scallawag.Scald,skôld, subst. brandwonde; hoofdzeer; oud Noorsch dichter;Scaldverb. met heete of kokende vloeistof branden, afkoken, opkoken;Scaldic= skaldisch;It isscalding hot= gloeiend of brandend heet.Scale,skeil, subst. schaal, Weegschaal (dierenriem), schub, opperhuid (van slangen, enz.), dun laagje, schilfer, schaal (fig.) graadverdeeling, toonladder, maatstaf;Scaleverb. afschilferen, van de schubben (ketelsteen) ontdoen; aanzetten (v. ketelsteen), wegen; met stormladders beklimmen, opklauteren:Sliding scale= veranderlijke maatstaf;By a scale of= op de schaal van, etc.;Scale of wages= loontabel;On a large, small scale= op groote, kleine schaal;Pair of scales= weegschaal;Thescales have fallen from my eyes= de schellen, etc.;Be sure topractise your scales= toonladders in te studeeren;That willturn the scale= zal de schaal doen overhellen;This paintwill not scale= schilfert niet af;The tusks of the elephantscaled I don’t know what= wogen ik weet niet hoeveel;Scale-armour= geschubd harnas;Scaled= geschubd;Scaleless= zonder schubben;Scaler= afschrabber. ZieScaling.Scalene,skəlîn, ongelijkzijdig:Scalene triangle= ongelijkzijdige driehoek.Scaliness,skeilinəs, schubbigheid.Scaling,skeiliŋ;Scaling-ladder= stormladder, brandladder.Scall,skôl, subst. schurft, hoofdzeer;Scall-headed,Scall-pated= met een zeer hoofd;Scalled= schurftig; armoedig.Scallawag,skaləwag, slecht gevoed, achterlijk dier; deugniet, schooier.Scallion,skalj’n, sjalot.Scallop,skaləp,skoləp, subst. kamschelp, schelp (voor pasteitjes, in de heraldiek of als pelgrimsteeken), schulp;Scallopverb. uitschulpen;Scallops= in schelpen opgediende gerechten;Scalloped= uitgeschulpt, gebakken met broodkruimels, melk, etc. (van oesters).Scalp,skalp, subst. schedel, schedelhuid, hoofdhuid (met het haar), pruik;Scalpverb. scalpeeren;Scalp-lock= haarbosje op de kruin van het hoofd;Scalping-knife= scalpeermes.Scalpel,skalp’l, ontleedmes.Scaly,skeili, geschubd, schubvormig; schabbig, schunnig.Scamp,skamp, subst. schelm, deugniet.Scamp,skamp, knoeien, slordig afwerken:We do notscamp our work at the Savoy= we loopen er aan het S.-theater niet luchtig overheen;Scamper= knoeier.Scamper,skampə, subst.overhaaste vlucht;Scamperverb. rennen, overijld vluchten:Theyscampered across country= vluchtten over heg en steg.

S.es,S.=Saint,Saturday,Shilling,Solo,South,Southern,Sun,Sunday,Sabbath,Second(s),Singular,See;S(outh)A(frica ofAmerica);Sab(bath);Sam(uel);Sam(aritan);Sans(crit);Sat(urday);Sax(ony);S(outh)C(arolina);Sc(ientiae)B(acculaureus)=Bachelor of Science;Sc(ientiae)D(octor)=Doctor of Science;Sci(ence);Scil(icet)=namelijk, te weten;Sclav(onic);Scot(land, etc.);Scrip(ture);Sculp(ture);S(ociety for the)D(iffusion of)U(seful)K(nowledge);S(outh)E(ast);Sec(ond);Sec(retary);Sec(retary of)Leg(ation);Sen(ate, Senator);Sept(ember);Seq(uentes, Sequentia)= de volgenden;Serg(eant);Serv(ian);S(olicitor)-G(eneral);Sh(illings);Sing(ular);S(ociety of)J(esus);S(upreme)J(udicial)C(ourt);Slav(onic);S(ergeant)-M(ajor);Soc(iety);S(ong) ofSol(omon);Sol(icitor)-gen(eral);Sp(ain, Spanish, Spirit);Spec(ial);S(ociety for the)P(ropagation of the)G(ospel);Sp(ecific)gr(avity);Sq(uare);S(enio)r;S(acrum)R(omanum)I(mperium)=The Holy Roman Empire;SS=Saints;S.S.=Sunday School,Screw-steamer;S(outh)S(outh)E(ast),W(est);St=Saint, Stone, Strait, Street;Stat(ue);Su(nday);Subj(unctive);Subst(antive, Substitute);Suff(ix);Sup(erior, Superlative, Supplement);Surg(eon);Sur(geon)-gen(eral);Surv(eyor);S(ub)V(oce)= onder het woord;S(outh)W(est);Sw(eden);Switz(erland);Syn(onym);Synop(sis);Syr(ia).

Sabaoth,sabəoth,səbeioth, heirscharen:God (The Lord) of Sabaoth.

Sabbatarian,sabətêriən, subst. sabbatvierder, lid van een secte van wederdoopers;adj. tot den S. behoorende;Sabbatarianism= leer der S.;Sabbath,sabəth, Sabbat, rustdag, rusttijd:Sabbath-breaker= Sabbatschender;Sabbath-breaking= Sabbatschennis;Sabbatic(al),səbatik(’l),tot den sabbat behoorende:Sabbatical year= Sabbatjaar, braakjaar;Sabbatism,sabətizm, Sabbatheiliging, rust.

Sabe,savə,sâvə, scherpzinnigheid (Amer.).

Sabian,seibj’n, subst. aanhanger vanSabianism= sterrenaanbidding.

Sabina,səbainə;Sabine,seibain, subst. een der Sabijnen; adj. Sabijnsch.

Sable,seib’l, subst. sabelbont, fijn penseel; adj. van sabel, zwart, donker (Sables= pelswerk, rouwkleeren);Sableverb. verduisteren;Sable-coloured= zwart;Sable-stoled= met zwarte stola;Sable-skin= sabelbont;Sable-vested= in den rouw gekleed.

Sabot,sabou, klomp.

Sabre,seibə, subst. sabel;Sabreverb. neersabelen, met den sabel bewapenen;Sabre-ta(s)che,seibətaš, sabeltasch.

Sabulosity,sabjulositi, zandigheid;Sabulous,sabjulɐs, zandig.

Sac,sak, zak(je); heerlijk privilege van rechtspraak.

Saccade,səkeid, ruk aan den toom.

Saccharic,səkarik:Saccharic acid= suikerzuur;Sacchariferous= suikerhoudend;Saccharin,sakərin,saccharine;Saccharize= in suiker omzetten.

Sacerdotal,sasədout’l, priesterlijk;Sacerdotalism= priestergeest, priesterschap.

Sachem,seitš’m, Indiaansch opperhoofd.

Sachet,Fr. uitspr.reukkussentje.

Sacheverell,səševər’l.

Sack,sak, subst. zak, buidel, los overkleed of mantel; sek;Sackverb. in zakken doen, de bons geven, wegsturen:Toget the sack= ontslagen worden (=Toget sacked);Shegave him the sack= zij gaf hem de bons =She sacked him;Sackcloth= zaklinnen, grof linnen:Tomourn in sackcloth and ashes= in zak en assche zitten;Sack-posset= drank v. sek, melk, enz.;Sack-race= zakloopen;Sackful= zakvol;Sacking= paklinnen.

Sack,sak, plundering, verwoesting, buit;Sackverb. plunderen, verwoesten;Sackage= plundering.

Sackbut,sakbɐt, oud instrument, een soort trombone.

Sacrament,sakrəment,seikrəment, sacrament,[477]Avondmaal:Toadminister the last Sacraments= bedienen;I havereceived the Sacrament= aan het avondmaal geweest;Hereceived the last Sacraments;Sacramental,sakrəment’l:Sacramental service= communie, avondmaal;Sacramental wine;Sacramentarian,sakrəm’ntêriən, sacramenteel.

Sacred,seikrid, heilig, gewijd, onschendbaar:Sacred fromattack= veilig voor;Sacred history= kerkgeschiedenis;Sacred service= godsdienstoefening; subst.Sacredness.

Sacrifice,sakrifais,sakrifaiz, subst. offer, offerande;Sacrificeverb. offeren; opofferen, met verlies verkoopen:At a sacrifice= voor een appel en een ei, spotgoedkoop;I will sellat a sacrifice= voor iederen prijs;Hefell a sacrifice tohis passions= werd slachtoffer van;I willmake you that sacrifice= u dat offer brengen;Sacrificer;Sacrificial:Sacrificial rites, mound= offergebruiken, offerberg.

Sacrilege,sakrilidž, heiligschennis, ontheiliging, ontwijding, kerkroof;Sacrilegious,sakrilîdžəs, heiligschennend;Sacrilegist,sakrilîdžist, heiligschenner.

Sacring-bell,seikriŋ-bel, mis-bel.

Sacristan,sakrist’n, sakristijn, koster;Sacristy,sakristi, sacristie.

Sacrum,seikr’m, heiligbeen.

Sad,sad, droevig, treurig, somber, ernstig, erg, slecht:He isa sad dog, fellow= hij is niet veel bijzonders;Asad price= erg hooge;Sad-eyed= met droeve oogen;Sad-faced;Sad-iron= strijkbout;Sadden= bedroeven, droevig worden; donker tinten (v. eene kleur);Sadness= droefheid, treurigheid.

Saddle,sad’l, subst. zadel, rugstuk;Saddleverb. zadelen, belasten:To win the horse orlose the saddle= alles op het spel zetten;You haveput the saddle on the right (wrong) horse= den rechte (verkeerde) beschuldigd;Hevaulted into the saddle= sprong te paard:Hehad saddled himself witha very arduous task= had zich opgelegd;He tried tosaddle mewith the responsibility of the undertaking= op mij te schuiven;Saddle-backed= met hollen rug;Saddle-bags= zadelzakken;Saddle-bow= zadelboog;Saddle-cloth= schabrak;Saddle-fast= zadelvast;Saddle-girth= riem;Saddle-horse;Saddle-maker;Saddle-roof= zadeldak;Saddle-tree= zadelboom;Saddler= zadelmaker;Saddlery= zadelmakerij; zadelmakersartikelen.

Sadducean,sadjusîən, Sadduceesch;Sadducee,sadjusî, Sadduceër;Sadduceeism= leer der Sadduceërs.

Safe,seif, subst. veilige plaats, geldkist, brandkast, provisiekast, vliegenkast; adj. veilig, zeker, behouden, onschadelijk:Asafe person= vertrouwd;’Twould beon the safe sidenot to be at home= ’t veiligste, het beste;Questions that his boys are safe to put to him= hem stellig zullen vragen;We arrivedsafe and sound= gezond en wel;He is safe fora thrashing= hij krijgt bepaald =Is safe to get it;Safe fromattack= beveiligd tegen;Safe-conduct= vrijgeleide;Safe-conductverb. veilig geleide verschaffen;Safeguard= bescherming, vrijgeleide, paspoort, toestel aan locomotieven om de baan vrij te houden;Safeguardverb. beveiligen:In that way our interests may besafeguardedand advanced= beveiligd;Safe-keeping= veilige hoede of bewaring;Safeness= veiligheid, zekere bewaring;Safety,seifti;Safety-belt= reddingsgordel;Safety-bicycle;Safety-buoy= reddingsboei;Safety-fund= waarborgfonds;Safety-lamp= veiligheidslamp;Safety-matches= Zweedsche lucifers;Safety-shaver= veiligheidsscheermes;Safety-valve= veiligheidsklep.

Safflower,saflauə, saffloer.

Saffron,safr’n, subst. saffraan; adj. saffraankleurig;Saffronverb. geel maken:Towear the saffron gown= gaan trouwen;Saffrony= saffraankleurig.

Sag,sag, doorzakken, zakken, doorbuigen, zinken, afdrijven, doen zakken:The dog’s tail sagged downwith an expression of misery= de hond liet zijn staart hangen;The shipsagged to leeward= zakte naar lij af.

Saga,sâgə,seigə, Noordsche sage.

Sagacious,səgeišəs, scherpzinnig, schrander; subst.Sagaciousness=Sagacity,səgasiti.

Sagamore,sagəmö, Indiaansch hoofd (N.-Am.).

Sage,seidž, subst. (tuin)salie; wijze of wijsgeer (gew. met een ironisch tintje); adj. wijs, omzichtig;Sageness= wijsheid.

Sagitta,sədžitə, pijlvormige naad;Sagittal,sadžit’l, pijl..;Sagittaria= pijlkruid;Sagittarius,sadžitêriəs, Schutter (dierenriem);Sagittary,sadžitəri, subst. centaur; arsenaal te Venetië; adj. pijl …;Sagittate(d),sadžitit,sadžiteitid, pijlvormig.

Sago,seigou, sago;Sago-palm= sagopalm.

Saguin,sagwin, Z. Am. aap.

Sagy,seidži, vol salie.

Sahara,səhârə.

Sahib,sâ(h)ib,sei(h)ib, heer, meester:Mem Sahib= getrouwde dame, mevrouw (Brit. Ind.).

Said,sed, zeide, gezegd:The said story= de gemelde geschiedenis;Be it said= laten we zeggen.

Sail,seil, subst. zeil, schip, zeiltochtje;Sailverb. zeilen, stevenen, koers zetten, doorklieven, zwemmen, bevaren, glijden over:Thewindmill sails= de zeilen van den windmolen;A shipin full sail= met volle zeilen;Under sail= onder zeil;The shipcarried (was under) a press of sail= had alle zeilen bij;The shipmade sail= zette meer zeilen bij;Weset sail forIndia= gingen onder zeil naar I.;Toset up one’s sail to every wind= de huik naar den wind hangen;Toshorten sail= minderen;Strike sail= strijk!A fleet of fifty sail= vloot van vijftig zeilen (schepen);To sail a yacht= varen met;Tosail before, by the wind= voor (bij) den wind zeilen;Tosail close (near) to the wind= (fig.) zich noodeloos blootstellen (geven), “schuin” zijn, zich zeer voorzichtig bewegen, zich net noodigste uit den mond besparen;Hesails under false colours= zeilt onder valsche vlag;Sail-cloth= zeildoek;Sail-loft= zeilmakerswerkplaats (zolder);Sail-maker= zeilmaker;Sail-room= zeilkooi (op een schip);Sail-yard= ra;[478]Sailable= bevaarbaar;Sailer= zeiler, zeilschip;Sailing:So far all is plain (clear) sailing= tot dusver gaat het vanzelf, is de zaak in orde;Sailing-master= schipper;Sailing-match;Sailing-vessel= zeilschip;Sailor= matroos:I am a poor sailor= ik word gauw zeeziek;Sailorlike= als een matroos.

Sainfoin,seinfôin, hanekop, hanekam.

Saint,seint, subst. heilige, zalige, vrome, geloovige, heiligverklaarde; adj. heilig;Saintverb. den vrome uithangen (it):The Saints=Latter-Day Saints= de Mormonen;Heplays the saint= hangt den vrome uit;Saint’s day= heiligendag;Sainted= heiligverklaard, zalig, vroom, heilig, overleden;Saintlike,Saintliness= heiligheid; adj.Saintly;Saintship= heiligheid.

Sake,seik:I do itfor your sake, for conscience’ sake= om uwentwil, terwille van het geweten;Forbear, for the sake of God= laat af om Godswil.

Saker,seikə, sakervalk; klein stuk geschut.

Saki,seiki, saki, aap met vossestaart; Japansch bier.

Sal,sal, zout (slechts in samenst.):Sal-gem= rotszout;Sal-volatile= vlugzout.

Sal,sal;Sala,sâlə.

Salaam,səlâm, subst. plechtige groet (bij Oosterlingen);Salaamverb. plechtig groeten:Salaaming courtiers= vleiende hovelingen.

Salacious,səleišəs, wellustig:Salacious talk= vuile praat; subst.Salaciousness=Salacity,səlasiti.

Salad,saləd, salade:Todress(Tomix)the salad= aanmaken;Lobster salad= kreeftensalade;Salad-cream (Salad-dressing)= sla-aanmaaksel, salade-saus;My salad days (years)are over= mijn groene jeugd is voorbij;Salad-oil= slaolie.

Salamander,saləmandə, salamander:Salamander-safe= vuurvaste brandkast;Salamander’s-hair,Salamander’s-wool= asbest;Salamandrine,saləmandrin, salamanderachtig.

Salaried,salərid, bezoldigd;Salary,saləri, salaris, bezoldiging, loon.

Sale,seil, verkoop, veiling, verkooping:The goodsfound a dull, a ready sale, were dull, ready of sale= hadden een slappen, vluggen omzet;Sale by auction= verkoop bij opbod;A housefor sale= een huis te koop;The house wasadvertised for sale= werd te koop aangeboden;Offered for public sale= publiek ten verkoop aangeboden;Deed of sale= verkoopacte;On saleeverywhere= overal te krijgen;Sale-room= auctiezaal;Salesman= groothandelaar, verkooper:Dead salesman= handelaar in geslacht vee;Saleswoman= verkoopster;Salework= werk gemaakt om te verkoopen;Saleable= verkoopbaar; subst.Saleableness.

Salep,saləp, salep.

Salerio,salîriou;Salford,sôlfəd;Salian,seiliən, Saliër;Salic,salik, Salisch:Salic law= Salische wet.

Salicyl,salisil, salicyl;Salicylicacid= salicylzuur.

Salience,seilj’ns, vooruitspringen;Salient,seilj’nt, springend, uitspringend, ùitstekend, merkwaardig:Thesalient pointsof his lecture= opmerkenswaardige gedeelten.

Saliferous,səlifərɐs, zouthoudend;Salifiable,salifaiəb’l, zout vormend;Salify= in een zout omzetten;Salina,səlainə, zoutpan;Saline,seilain,səlain, zout - -; zoutbron, zoutgroeve.

Salisbury,sôlzbri.

Saliva,səlaivə, speeksel;Salival=Salivary;Salivant,saliv’nt, subst. en adj. speeksel opwekkend (middel);Salivary,salivəri, speeksel.…:Salivary glands= speekselklieren;Salivate,saliveit, de afscheiding van speeksel bevorderen;Salivation,saliveiš’n, kwijlen.

Salix,seiliks, wilg.

Sallet,salət, stormhoed (Mil.).

Sallow,salou, bleek, ziekelijk, vuilgeel; subst.Sallowness.

Sallow,salou, wilg;Sallowy= vol wilgen.

Sallust,saləst, Sallustius.

Sally,sali, subst. uitval (ookfig.), uitstapje, waterwilg; tuinkoning;Sallyverb. een uitval doen:The garrisonmade a sally= deed een uitval;Sallies of wit= geestige zetten;To sally forth= de deur uitgaan, uittrekken;Sally-port= uitvalpoort.

Sally,sali;Sally-lun(n)= soort gebak;The game of Sally-Water= het spelletje “Patertje langs den kant”.

Salmagundi,salməgɐndi, ragout van vleesch, eieren, ansjovis; mengelmoes.

Salmi,salmi, ragout van gebraden wild.

Salmon,sam’n, zalm;Salmoncolo(u)red;Salmon-trout= zalmforel;Salmonet= jonge zalm.

Saloon,səlûn, zaal, groote kajuit, tapperij (Amer.);Saloon-car;Saloon-carriage= luxe wagon (Amer.).

Salop,salop=Shropshire;Salopian= (bewoner) vanShr.

Salsify,salsifai, preibladige boksbaard.

Salt,sôlt, subst. zout, zoutvaatje, geestigheid, vernuft, matroos; adj. zout, gezouten, scherp, gepeperd (fig.);Saltverb. zouten, pekelen:Common (Culinary) salt= keukenzout;An old salt= een oude zeerob;He isworth his salt= zijn kost waard;I haveeaten his salt= ik ben zijn gast geweest;Toput (lay, cast) salt on the tail of a bird;Tosit above (below) the salt= aan ’t hoofdeinde (beneden einde) van de tafel zitten;Tospill the salt= ’t zoutvat omgooien;Salt-box= zoutvaatje (=Salt-cellar);Salt-duty= accijns;Saltfish= zoutevisch;Salt-junk= pekelvleesch (voor schepen);Salt-lick= zoute drinkplaats voor vee (Amer.);Salt-maker= zoutzieder;Salt-marsh= zoutpan (-tuin);Salt-mine= zoutmijn;Salt-pan= zoutpan;Salt-pit= zoutgroeve;Salt-spring= zoutbron;Salt-work(s)= zoutkeet;Salted= gezouten, immuun (Z.-Afr.);Salter= zoutzieder, handelaar in gezouten waren;Saltern= zoutkeet;Saltish= zoutachtig; subst.Saltishness;Saltless;Saltness;Salty= met zouten smaak.

Saltant,salt’nt,sôlt’nt, op de achterpooten staande (Herald.);Saltation,salteiš’n, springen, kloppen, bonzen;Saltatorial=Saltatory= springend;Saltigrade= springend; subst. springspin.[479]

Saltier, Saltire,saltîə, liggend kruis (✕).

Saltpetre,sôltpîtə,sôltpîtə, salpeter;Saltpetrous,sôltpîtrəs, salpeterig.

Salubrious,səl(j)ûbriəs, heilzaam, gezond; subst.Salubriousness=Salubrity.

Salutariness,sal(j)utərinəs, subst. v.Salutary,sal(j)utəri, heilzaam, weldadig, voordeelig, gezond.

Salutation,sal(j)uteiš’n, groet, begroeting:She kissed him on both cheeks and hereturned the salutation;They partedin theirsalutationlessmanner= op hunne gewone manier, zonder elkander de hand te drukken;Salutatory,səl(j)ûtətəri, begroetend, verwelkomend;Salute,səl(j)ût, subst. groet, begroeting, kus, saluut;Saluteverb. begroeten, groeten, kussen, eereschoten lossen;Saluter.

Salvage,salvidž, berging:Salvage charges (Salvage money)= bergloon;Salvage stocks= door water of brand beschadigde goederen.

Salvation,salveiš’n, redding, verlossing:Salvation Army= heilsleger;Salvationist= heilsoldaat.

Salve,sâv, zalf, balsem (ookfig.);Salveverb. zalven, genezen, helpen;salv, bergen (scheepst.);Salver= berger.

Salver,salvə, presenteerblaadje.

Salvo,salvou, uitvlucht, verontschuldiging, exceptie; salvo:Salvos of applause= daverende toejuichingen.

Salvor,salvə, berger.

Samaria,səmêriə, Samarië:Samaritan,səmarit’n, subst. en adj. Samaritaan(sch), liefderijk (mensch), barmhartig(e);Samaritanism.

Sambo,sambou, kind van neger en Indiaansche.

Same,seim, zelfde:It isall the sameto me= mij precies ’t zelfde;At the same time= terzelfdertijd;He ismuch the same asyou= vrijwel zooals gij;Tocome to the same thing= op hetzelfde neerkomen;Customers may depend on being satisfied withthe same= dezelve, hetzelve (koopmansstijl);Sameness= gelijkheid, eentonigheid.

Samian,seimiən, vanSamos.

Samiel,seimiəl, samoen =Samiel wind.

Samite,samit, goudbrocaat.

Samoa,sâmouə,səmouə:Samoan= (bewoner) van S.;Samos,seimos, Samos;Samoyed,səmoujəd; adj.Samoyedic.

Samp,samp, gestampte of gekookte maïs.

Sampan,sampan, sampan.

Samphire,samfaiə, zeevenkel.

Sample,samp’l,sâmp’l, subst. staal, monster, model;Sampleverb. stalen aanbieden of nemen:Samples of no value= monsters zonder waarde;Box of samples= monsterkast;Up to sample= volgens monster;Sample-room= monsterkamer; proeflokaal (Amer.);Sampler= exemplaar, letterdoek, borduurlap;This is a fair sampling ofthe complete work= geeft een goed idee van.

Samson,sams’n, Simson;Samuel,samjuəl.

Sanability,sanəbiliti, subst. v.Sanable,sanəb’l, geneesbaar; subst.Sanableness;Sanative= geneeskrachtig; subst.Sanativeness= geneeskracht.

Sanatorium,sanətôriəm, sanatorium;Sanatory= heilzaam, genezend.

San benito,sanbənîtou, mantel van door de Inquisitie veroordeelden (op hun weg naar den brandstapel).

Sanctification,saŋktifikeiš’n, heiliging, wijding:Sanctification of the Sunday;Sanctified= geheiligd, gewijd; schijnheilig;Sanctifier= heiligmaker:The Sanctifier= de H. Geest;Sanctify= heiligen, wijden:The end sanctifies the means;Sanctimonious,saŋktimounjəs, schijnheilig, kwezelachtig; subst.Sanctimoniousness=Sanctimony,saŋktiməni;Sanction,saŋks’n, subst. bekrachtiging, sanctie;Sanctionverb. bekrachtigen, sanctionneeren;Sanctionarymeasure= bekrachtigende maatregel;Sanctitude,saŋktitjûd, heiligheid;Sanctity,saŋktiti, heiligheid, godsvrucht, reinheid, onschendbaarheid;Sanctuary,saŋktjuəri, heiligdom, plaats van het hoogaltaar, ’t Allerheiligste, asyl (rechtst.):Hetook sanctuarythere= zocht er asyl;Sanctum,saŋkt’m, gewijde plaats; sanctum, kabinet:Sanctum sanctorum= het heilige der heiligen, heiligdom, kabinet.

Sand,sand, subst. zand;Sandverb. met zand bestrooien (vermengen):Small sand= schuurzand;A grain of sand= zandkorrel;Sands= zandstreek, zandwoestijn; zandbanken:Themutable sandsof the seashore= drijfzand;He wantsto number sands= de droppels in de zee tellen;Sand-bag= zandzak;Sand-bank= zandbank;Sand-bath= zandbad;Sand-blast= zandblazen (om glas mat te maken);Sand-box= zandstrooier; spuwbak (met zand);Sand-boy= zanddrager:Asmerry as a sand-boy= zoo dartel als een veulen;Sand-crack= hoornkloof (bij paarden);Sand-eel= smelt;Sandman= het zandmannetje;Sand-paper, subst. schuurpapier;Sand-paperverb. polijsten, gladwrijven;Sand-pit= zandgroeve;Sandstone= zandsteen;Sanded= met zand bedekt, zandig, rossig,Sandiness, subst. v. Sandy = zandig, rossig, onzeker, droog.

Sandal,sand’l, sandaal;Sandal wood= sandelhout;Sandalled= met sandalen, sandaalvormig.

Sandiver,sandivə, glasgal.

Sandwich,sandwitš, subst. dunne sneetjes brood met vleesch er tusschen;Sandwichverb. tusschen andere dingen plaatsen:To besandwiched between= ingesloten zitten tusschen;The article wassandwiched betweena poem and a story= tusschen een gedicht en een verhaal ingeschoven;Sandwich-man= wandelende reclame (een man met een bord voor en achter).

Sandy,sandi, bijnaam van een Schot;Sandys,sandz.

Sane,sein, gezond van geest; subst.Saneness.

San Francisco,sanfransiskou.

Sang,saŋ, imperf. v.to sing.

Sangaree,saŋgərî, wijn met water en suiker of kruiderijen;Sangareeverb. verdunnen of verzoeten.

Sangraal,saŋgreil,Sangreal,saŋgriəl=Grail;Sanguiferous,saŋgwifərɐs:Sanguiferous vessels= bloedvaten;Sanguinariness, subst. v.Sanguinary,saŋgwinəri= bloedig, bloeddorstig;Sanguine,saŋgwin,[480]bloedrijk, bloedrood; opgewekt, vurig, vol vertrouwen:Tobe sanguine of success= vol vertrouwen op; subst.Sanguineness;Sanguineous,saŋgwiniəs, bloedrijk, bloedrood, bloed …;Sanguinity,saŋgwiniti=Sanguineness.

Sanhedrin,sanhidrin, sanhedrin.

Sanicle,sanik’l, breukkruid.

Sanitary,sanitəri, gezondheids.…:Sanitary board= gezondheidsraad;Sanitary inspector (officer);Sanitary law;Sanitation,saniteiš’n, het inachtnemen der voorschriften, het nemen van gezondheidsmaatregelen, hygiène;Sanity= gezondheid, gezond verstand.

Sank,saŋk, imperf. vanto sink.

Sanngasin,sangasin, Hindoesch kluizenaar.

Sans,sanz, zonder.

San Salvador,san-salvadö;Sanscrit,Sanskrit,sanskrit, Sanskriet; adj.Sanskritic;Sanskritist;Santa Claus,santə-klôz.

Santon,sant’n, Mahom. heilige, derwisch.

Sap,sap, subst. sap, vocht, spint (v. een boom), levensvocht, bloed, loopgraaf, blokker;Sapverb. ondermijnen, verzwakken; blokken:Thissapped him ofall mental and physical strength= ondermijnde zijn …;Sap-colour= sapverf;Sap-green= sapgroen;Sap-rot= vermolming;Sap-tube= saphouder;Sapwood= spint (v. een boom);Sapless= zonder sappen, droog;Sapling= jonge boom, jongmensch;Sapper= sappeur;Sappiness= sappigheid, onnoozelheid; adj.Sappy.

Sapan,sapən, sapanhout (O.-I.).

Sapid,sapid, smakelijk; subst.Sapidity=Sapidness.

Sapience,seipj’ns, wijsheid;Sapient= wijs, scherpzinnig.

Saponaceous,sapəneišəs, zeepachtig, zalvend, vleiend;Saponification,səponifikeiš’n, verzeeping;Saponify,səponifai, verzeepen.

Sapor,seipə, geur, smaak;Saporific,sapərifik, smaak aanbrengend;Saporosity,sapərositi, smakelijkheid;Saporous,sapərɐs, smakelijk.

Sapphic,safik, Sapphisch.

Sapphire,safaiə, saffier;Sapphirine,safir(a)in, als saffier.

Sappho,safou.

Saraband,sarəband, sarabande, Spaansche dans, de muziek daarbij.

Saracen,sarəs’n, Saraceen; adjSaracenic(al);Sarah,sêrə;Saratoga,sarətougə.

Sarcasm,sâkazm, bijtende spot, sarcasme;Sarcastic= stekelig, schamper.

Sarcenet,sâsnət, sarsenet.

Sarcophagus,sâkofəgɐs, sarcophaag.

Sard,sad, sardis (bloedroode steen).

Sardine,sâdin, sardine (vischje):We were in the carriageas close as sardines in a box= zoo dicht opeengepakt als haringen in de ton;Sardine sandwiches.

Sardinia,sâdinjə, Sardinië;Sardinian, subst. en adj. (bewoner) van Sardinië.

Sardonic,sâdonik, sardonisch, krampachtig, bitter:Sardonic laugh= grijnslach;A sardonic young fellow= een grinnikend ventje.

Sardonyx,sâdoniks, rood en witgestreepte onyx.

Sarlak,sâlak, ya(c)k, knoros uit Thibet.

Sarmatia,sâmeišə, Sarmatië;Sarmatian= (bewoner) v.Sarmatia.

Sarmentose,sâmentous,sâməntous:Sarmentous,sâmentəs, met worteltakken;Sarmentum,sâment’m, worteltak.

Sarsaparilla,sâsəpərilə, sarsaparilla.

Sartor,sâtə, kleermaker:Sartor Resartus(risâtəs);Sartorial,sâtôriəl, adj. kleermakers …

Sash,saš, subst. sjerp, gordel; raam;Sashverb. vansashesvoorzien;Sash-door= met ruiten;Sash-fastener= wervel;Sash-window= schuifraam.

Sass,sas, brutaliteit;Sassverb. brutaliseeren (Amer.).

Sassafras,sasəfras, sassefras.

Sassarara,sasərârə:With a sassarara= met geweld, zonder complimenten.

Sassenach,sasənak, Sakser (naam door de Berg-Schotten aan de Angel-Saksers gegeven).

Sat,sat, imperf. en p.p. vanto sit.

Satan,seit’n, Satan:Satan finds some mischief still for idle hands to do= ledigheid is des duivels oorkussen;Satanic(al),sətanik(’l), Satansch, helsch, duivelsch; subst.Satanicalness.

Satchel,satš’l, schooltasch.

Sate,sat,seit, P. Imp. v.to sit.

Sate,seit, verzadigen.

Sateen,sətîn, satinet.

Satellite,satəlait, satelliet, trawant.

Satiability,seišiəbiliti, verzadigbaarheid;Satiable,seišəb’l, verzadigbaar; subst.Satiableness;Satiate,seišit, adj. verzadigd;Satiateverb.seišieit, verzadigen;Satiation=verzadiging;Satiety,sətaiəti, volheid, verzadigdheid.

Satin,satin, subst. satijn; adj. satijnen;Satinverb. satineeren;Satin-paper= satijnpapier;Satin-spar= atlasspaat;Satinwood= satijnhout;Satinet,satinet, satinet;Satiny= gelijk satijn.

Satire,sataiə, satire, scherpe opmerking;Satiric(al),sətirik(’l), satirisch, hekelend; subst.Satiricalness;Satirist= hekelschrijver;Satirize,satiraiz, hekelen.

Satisfaction,satisfakš’n, voldoening, betaling, genoegen, overtuiging:In satisfaction of= ter betaling van;Itgives me satisfaction to hear= doet me genoegen;Satisfactoriness, subst. v.Satisfactory,satisfaktəri, voldoende, geruststellend, bevredigend,Satisfiable,satisfaiəb’l, die te voldoen is;Satisfier;Satisfy,satisfai, voldoen, tevreden stellen, geruststellen, verzekeren, overtuigen:Tosatisfy one’s curiosity (hunger);These conditions the statesman must satisfyto command public confidence= aan deze voorwaarden moet een staatsman voldoen;To satisfy the requirements= aan de eischen voldoen;I am satisfied thatit was duly explained to you= ik ben overtuigd.

Satrap,seitrap,satrap, satraap;Satrapy= satraapschap, provincie.

Saturable,satjurəb’l, verzadigbaar;Saturant,satjur’nt, verzadigend;Saturate,satjureit, verzadigen, overal doortrekken; adj.satjurit, verzadigd;Saturated steam= verzadigde stoom; subst.Saturation.[481]

Saturday,satədi, Zaterdag.

Saturn,satən, Saturnus;Saturnalia,satəneiljə, Saturnusfeest, dolle pret of vroolijkheid;Saturnalian= dol, los, losbandig;Saturnian,sətɐ̂nj’n, van Saturnus, gouden, gelukkig:Saturnian age;Saturnine,satənain, zwaarmoedig, somber.

Satyr,satə, satyr, boschgod;Satyric,sətirik, van satyrs;-ical,sətirək’l.

Sauce,sôs, subst. saus, onbeschaamdheid, brutaalheid:Sauceverb. sausen, kruiden, brutaal aanspreken, “zijn vet” geven:Don’t give me sauce= wees niet brutaal tegen mij;Hunger is the best sauce= honger is de beste kok;Sauce-boat= sauskom;Sauce-box= brutaaltje;Sauce-pan= lang gesteelde stoof- of braadpan;Sauce-tureen= sauskom;Sauciness, subst. v.Saucy,sôsi, onbeschaamd, brutaal.

Saucer,sôsə, schoteltje:Saucer-eyed= met kalfsoogen.

Saucisse,Fr. uitspr., kruitworst (om een mijn te doen ontbranden).

Sauerkraut,sauəkraut, zuurkool.

Saul,sôl;Saunders,sândəz.

Saunter,sôntə,sântə, rondzwerven, drentelen, slenteren; ook subst.;Saunterer= treuzelaar, drentelaar.

Saurian,sôriən, subst. hagedis; adj. hagedis …

Sausage,sosidž, saucijs, worst:Sausage-roll= saucijzenbroodje;Bologna sausage= saucisse de B.

Sauterne,Fr. uitspr., soort van witte Bordeaux.

Savable,seivəb’l, te redden; subst.Savableness.

Savage,savidž, woest, wild, barbaarsch, razend; subst. wilde, barbaar; subst.Savageness=Savagery= woestheid;Savagism,savədžizm, barbaarsche toestand.

Savanna(h),səvanə, savanne, boomlooze grasvlakte (in N.-Amerika).

Save,seiv, verb. behouden, bewaren, redden, (be)sparen, beveiligen, op tijd bereiken; prep. behalve, uitgezonderd:Tosave appearances= den schijn redden;Tosave one’s bacon= ergens goed afkomen;Save the mark= ’t is God geklaagd, God betere ’t;You cansave a mileby taking this road= eene mijl uitwinnen;A penny saved is a penny gained= een stuiver bespaard is een stuiver gewonnen;In great haste tosave the post= om de post te halen;God save the Queen= God behoede de koningin;Tosave the tide= gebruik maken van de beste gelegenheid;Save me from myself= behoed mij voor mijzelf;What shall I doto be saved? = om zalig te worden;Save errors= vergissingen voorbehouden;The last save one= de voorlaatste;Save-all= profijtertje; bijzeil; schraper. ZieSaving.

Saveloy,savlôi, cervelaatworst.

Savin(e),savin, zevenboom.

Saving,seiviŋ, subst. redden, sparen, uitzondering, voorbehoud; adj. reddend, spaarzaam, etc.; prep. behoudens, met alle respect voor:Saving is having and saving is no sin= wie wat spaart heeft wat;Saving your honour= met alle respect voor UEd.;Saving your presence= met uw welnemen;Saving-sleeve= morsmouw;Savings= spaarpenningen;(Post-Office) savings-bank= (post)spaarbank;Savings-bank book= spaarbankboekje;Savingness= zuinigheid.

Saviour,seivjə, redder:The Saviour= de Heiland.

Savory,seivəri, boonenkruid.

Savour,seivə, subst. geur, smaak, reuk (fig.);Savourverb. een bijzonderen geur of smaak hebben, rieken naar (fig.):Itsavours ofginger= smaakt naar;Savouriness= smakelijkheid, geurigheid;Savourless;Savourous=Savoury= smakelijk, geurig.

Savoy,səvôi, Savoye; savoyekool;Savoyard,səvôiəd,savôi-âd, Savoiaard.

Saw,sô, imperf. vanto see.

Saw,sô, subst. zaag; gezegde, spreuk;Sawverb. zagen:Circular saw= circuleerzaag;Cross-cut saw= zaag met 2 handvatten voor twee personen;Wise saws;Saw-blade= zaagblad;Saw-bones= spotnaam voor een chirurg;Sawdust= zaagmeel, zaagsel:These books areas sawdust in the mouth= door en door saai en droog;Sawfish= zaagvisch;Saw-horse= bok;Saw-leaved= met getande bladen;Sawmill= zaagmolen;Sawpit= zaagkuil;Saw-set(Saw-wrest) = tandzetter (werktuig);Sawyer= zager; heen en weer drijvende boom op deMississippi.

Sawder,sôdə,sodə:Soft sawder= vleierij:Theyput me off with soft sawder= scheepten me af met mooie praatjes, stuurden me met een kluitje in ’t riet.

Sawney,sôni, subst. spotnaam voor een Schot (=Sandy), slimmerd.

Saxe-Coburg-Gotha,saks-koubɐ̂g-goutə;Saxe-Weimar,saks-waimə.

Saxifrage,saksifridž, steenbreek (plant).

Saxon,saks’n, subst. en adj. (Angel)sakser; (Angel)saksisch(e taal);Saxony= Saksen:Upper, Lower Saxony= Opper-, Neder-Saksen;Saxon-blue= Saksisch blauw.

Saxophone,saksəfoun, saxophone.

Say,sei, subst. meening, woord, bewering, rede;Sayverb. zeggen, vertellen, opzeggen, aanvoeren, onderstellen, beslissen:It is my say now= nu is het woord aan mij;Togive a person a sayin the matter= mee laten spreken;Tohave a sayin the matter;Let himhave (say) his say= laat hem uitspreken;I’llhave my say out with you= ik zal jou eens zeggen waar het op staat;I saywaiter= Aannemen!I say,my boy= zeg er eens, jongen;Can it be that our literature is poorer than that ofsay Germany? = laat ons zeggen Duitschland;Say that he would go= aangenomen dat;You don’t say so= och kom!Though I say so who shouldn’t= al zeg ik het zelf;That is more than you can say= dat gelief jij te zeggen (maar …);On pag. 25 it says= lezen wij;As it saysin the Bible= zooals te lezen staat in;Hesaid his lessons, prayers= zeide zijne lessen, gebeden op;Tosay mass= de mis lezen;Say the word= sla toe;Hehas not much to say for himself= is niet erg spraakzaam, kan zich niet verdedigen;Do youmean to saythat you wouldsay me nay? = woudt ge zeggen, dat ge mij woudt weigeren?Say me the poemthat you made[482]= zeg eens voor me op;Youhave not anything to say aboutit at all= er niets in (over) te zeggen;I havenothing to say againsthim= niets op hem te zeggen;I havesomething to say init= er in te zeggen;Say outwhat you think= spreek vrij uit;Hesaid it to my face= hij zei het mij in mijn gezicht;I havenothing to say tohim= wil niets van hem weten;What do you say to that= wat dunkt u daarvan?Saying= gezegde, uitdrukking, spreuk, spreekwoord:Say nothing(=Tosay nothing)of her beauty= om nog niet eens te spreken van;That is say a good deal (much)= dat is veel gezegd;The say is, that… = men zegt, dat;As the say is= zooals men dat noemt (zegt), “zal ik maar eens zeggen”;There is no saywhat he will do= men kan onmogelijk zeggen;That goes without say= spreekt van zelf;So said so done;When all is said and done= bij slot van rekening.

Scab,skab, roofje, schurft; onderkruiper;Scabbed,skabd,skabid, schurftig, laag, vuil:One scabbed sheep is enough to spoil (will mar) a flock;Scabbedness=Scabbiness= schurftigheid;Scabby= schurftig.

Scabbard,skabəd, subst. scheede;Scabbardverb. in de scheede doen.

Scabies,skeibiîz, schurft;Scabious,skeibiəs, schurftig; subst. scabiosa;Scabrous,skeibrəs, ruw, oneffen; subst.Scabrousness.

Scad,skad, hors of hars (soortmakreel).

Scaevola,sevələ.

Scaffold,skaf’ld, subst. schavot; steiger, stellage;Scaffoldverb. van steiger of stellage voorzien;Scaffolding= steigerwerk, steigerhout;Scaffolding-pole= steigerpaal;Scaffolding-trestle= schraag.

Scagliola,skaljoulə, scagliola.

Scalable,skeiləb’l, beklimbaar (met ladders).

Scalariform,skəlêriföm, laddervormig.

Scalawag,skaləwag=Scallawag.

Scald,skôld, subst. brandwonde; hoofdzeer; oud Noorsch dichter;Scaldverb. met heete of kokende vloeistof branden, afkoken, opkoken;Scaldic= skaldisch;It isscalding hot= gloeiend of brandend heet.

Scale,skeil, subst. schaal, Weegschaal (dierenriem), schub, opperhuid (van slangen, enz.), dun laagje, schilfer, schaal (fig.) graadverdeeling, toonladder, maatstaf;Scaleverb. afschilferen, van de schubben (ketelsteen) ontdoen; aanzetten (v. ketelsteen), wegen; met stormladders beklimmen, opklauteren:Sliding scale= veranderlijke maatstaf;By a scale of= op de schaal van, etc.;Scale of wages= loontabel;On a large, small scale= op groote, kleine schaal;Pair of scales= weegschaal;Thescales have fallen from my eyes= de schellen, etc.;Be sure topractise your scales= toonladders in te studeeren;That willturn the scale= zal de schaal doen overhellen;This paintwill not scale= schilfert niet af;The tusks of the elephantscaled I don’t know what= wogen ik weet niet hoeveel;Scale-armour= geschubd harnas;Scaled= geschubd;Scaleless= zonder schubben;Scaler= afschrabber. ZieScaling.

Scalene,skəlîn, ongelijkzijdig:Scalene triangle= ongelijkzijdige driehoek.

Scaliness,skeilinəs, schubbigheid.

Scaling,skeiliŋ;Scaling-ladder= stormladder, brandladder.

Scall,skôl, subst. schurft, hoofdzeer;Scall-headed,Scall-pated= met een zeer hoofd;Scalled= schurftig; armoedig.

Scallawag,skaləwag, slecht gevoed, achterlijk dier; deugniet, schooier.

Scallion,skalj’n, sjalot.

Scallop,skaləp,skoləp, subst. kamschelp, schelp (voor pasteitjes, in de heraldiek of als pelgrimsteeken), schulp;Scallopverb. uitschulpen;Scallops= in schelpen opgediende gerechten;Scalloped= uitgeschulpt, gebakken met broodkruimels, melk, etc. (van oesters).

Scalp,skalp, subst. schedel, schedelhuid, hoofdhuid (met het haar), pruik;Scalpverb. scalpeeren;Scalp-lock= haarbosje op de kruin van het hoofd;Scalping-knife= scalpeermes.

Scalpel,skalp’l, ontleedmes.

Scaly,skeili, geschubd, schubvormig; schabbig, schunnig.

Scamp,skamp, subst. schelm, deugniet.

Scamp,skamp, knoeien, slordig afwerken:We do notscamp our work at the Savoy= we loopen er aan het S.-theater niet luchtig overheen;Scamper= knoeier.

Scamper,skampə, subst.overhaaste vlucht;Scamperverb. rennen, overijld vluchten:Theyscampered across country= vluchtten over heg en steg.


Back to IndexNext