Chapter 98

Shack,šak, subst. uitgevallen koren; recht van winterweide; vagebond (Amer.);Shackverb. uitvallen (van rijp koren); op het stoppelland sturen:Tosend hogs a-shacking.Shackle,šak’l, subst. schakel, boei, kluister (ookfig.);Shackleverb. boeien, ketenen, belemmeren, koppelen (Amer.), hinderen.Shad,šad, elft.Shaddock,šadək, pompelmoes.Shade,šeid, subst. schaduw, schim, schakeering, (lampe)kap, scherm;Shadeverb. beschaduwen, overschaduwen, in de schaduw zetten, verduisteren; met eenshadebedekken, beschermen, verbergen, langzaam verminderen of overgaan (off):A lamp witha green cardboard shade= kartonnen kap;A glass shade= stolp;Chinese shades= Chineesche schimmen;The latest shades of gloves= nuances, kleuren:No shade ofdifference= geen zweem;This isa shade stronger= een tikje sterker;This is,by a shade, not so good= een tikje minder goed;He wasparticular to a shade= verschrikkelijk sekuur, tot op een haartje nauwkeurig;Hekept in the shade= bleef op den achtergrond, hield zich gedekt;Toput in (cast, throw into) the shade= in de schaduw stellen;The (realm of) Shades= het schimmenrijk, Hades;Shadeless;Shadiness= lommerrijkheid, dubbelzinnigheid. ZieShady.Shadow,šadou, subst. (scherp omlijnde) schaduw, schaduwbeeld, duisternis, donkerheid, mom, aanduiding; geest;Shadowverb. schaduwen, bewolken, in donkere kleuren schilderen, beschermen, verbergen, voorstellen, volgen (als eene schaduw):The shadow(s) of death= de schaduwen des doods;Coming events cast their shadows before;He wronglytook the shadow for the substance= nam den schijn voor het wezen;The policeare shadowing him= de politie gaat al zijne gangen na;Shadowiness, subst. v.Shadowy= schaduwrijk, donker, onwezenlijk, hersenschimmig:Ashadowy idea= vaag idee.Shady,šeidi, lommerrijk, beschaduwd, dubbelzinnig, verdacht:Ashady business= zaak die geen licht kan verdragen;On the shady (sunny) side of seventy= boven (onder) de 70 jaar.Shaft,šâft, pijl, schacht, werpspies, steel, as, disselboom, deel van een zuil tusschen voetstuk en kapiteel, mijnput (schacht):Shaft-horses= de achterste (aan den disselboom loopende) paarden van een vierspan;Shafted= door zuilen gedragen; gesteeld (herald.).Shaftesbury,šâftsb’ri.Shag,šag, subst.pluis, ruw haar, nop (van laken, enz.) soort van tabak; adj. ruig;Shagverb. ruig maken;Shaggedness, Shagginess= ruigheid;Shaggy= ruig, met lang, wollig haar:Ashaggy pony, bear= ruige hit, beer.Shagreen,šəgrîn, subst. en adj. (van) segrijn leder.Shah,šâ, keizer of vorst van Perzië.Shake,šeik, subst. schok, ruk, trilling, scheur (in hout), (hand)druk;Shakeverb. schudden, schokken, beroeren, trillen, verzwakken, aan ’t wankelen brengen, roeren:Your cordial shakedid me good= uw hartelijke handdruk;He isno (not any) great shakes= niet veel zaaks of bijzonders;Shake of wind= stoot;When taken to be well shaken= vóór het innemen goed schudden;I think I shook him= dat ik hem diep getroffen heb;Toshake (bedroom) carpets= kleedjes uitkloppen;We haveshaken handsover it,haveshaken each other by the hand= elkaar de hand er op gegeven, een handdruk gewisseld;Alimp shake-hands= slappe handdruk;I congratulated myself thatthe shake-handswas disposed of= dat het handjesgeven over was;Toshake down(gaan) slapen;A shake-down= een kermisbed;Ishook him offlike a dog= wierp hem van mij af;Toshake up= wakker schudden, opmonteren;Toshake(all over)withlaughter= schudden van;Shaker= lid van een godsdienstige secte;Shakerism= beginselen derShakers. ZieShakiness.Shakespeare,šeikspîə;Shakespearean, Shakespearian,šeikspîriən, Shakespeariaansch.Shakiness,šeikines, subst. v.Shaky;Shaking:Give him a shaking= schud hem eens door elkaar.Shako,šakou, sjako.Shaky,šeiki, slapjes, zwakjes, bouwvallig, trillerig:The candidate was rather shaky= vrij zwak;Your mathematics are shaky= je wiskunde is dun;Tofeel shaky= bang zijn;The government hasgrown shaky= staat onvast.Shale,šeil, leisteen.Shall,šal, zullen.Shalloon,šəlûn, soort v. wollen stof.Shallop,šaləp, sloep (vaartuig).Shallot,šəlot, sjalot.Shallow,šalou, subst. ondiepe zandbank; adj. ondiep, oppervlakkig:His high collars get shalloweras he advances in years= worden lager;Shallow-brained,Shallow-pated,Shallow-witted= oppervlakkig;Shallowness= ondiepheid, bekrompenheid.Shalm,šôm, ZieShawm.Shalott,šəlot.Shaly,šeili, leisteenachtig.Sham,šam, subst. bedrog, bedotterij, voorwendsel, bedrieger; adj. geveinsd, voorgewend;Shamverb. bedriegen, valschelijk voorwenden:Hecut a sham= hij bedroog;There were many cases ofshamming mad= voorgewende krankzinnigheid;Sham check= valschecheck;Sham door= blinde deur;Sham errand= gemaakte boodschap;Sham fight= spiegelgevecht;He is ashammer= bedrieger, veinsaard.Shamble,šamb’l, schuifelen, onvast of lummelig loopen.Shambles,šamb’lz, vleeschbankjes, vleeschhal, slachtplaats, abattoir:Tribunals then werean unclean public shambles.[498]Shame,šeim, subst. schaamte, schande, bescheidenheid;Shameverb. beschamen, te schande maken, op de kaak stellen, zich schamen:Fie, for shame= foei! schaam u;He islost to every sense of shame= heeft alle schaamtegevoel verloren;It is a downright shame= een ware schande;Such a small boy should notput you to shame= mag u niet beschaamd maken;She was shamed= stond beschaamd;To speak the truth and shame the devil= waarheid boven alles stellen;Youshame your worth= doet uwe waardigheid schande aan;Shame-faced= bedeesd, schaamachtig; subst.Shame-facedness;Shameful= schandelijk; subst.Shamefulness;Shameless= schaamteloos; subst.Shamelessness.Shammy,šami, gems(leder);Shamoy,šamôi,šamôi.Shampoo,šampû, na een warm bad het lichaam wrijven of knijpen, het hoofd wrijven en wasschen (bij een kapper);Shampooing.Shamrock,šamrok, klaverblad (nationaal zinnebeeld v. Ierland);Rose, Thistle and Shamrock= Engeland, Schotland en Ierland.Shandry(dan),šandrid’n, ouderwetsch Iersch karretje, rammelkast.Shandygaff,šandigaf, mengsel van bier en gemberbier.Shanghai,šaŋhai.Shank,šank, scheenbeen, beenstuk, buis, pijp, steel, oog:Shank of a button;Long Shanks= langbeen;Spindle shanks= spillebeenen, spillebeen;Shanked(in samenst.) = met een been of steel.Shanty,šanti, ruwe hut, loods, woning, kroeg, liedje bij het ankerlichten gezongen;Shantyman=Backwoodsman.Shapable,šeipəb’l, vormbaar;Shape,šeip, subst. gedaante, gestalte, taille, vorm, leest, wezen;Shapeverb. vormen, scheppen, richten, inrichten, uitwerken:A few poemsin the shape ofsonnets= in sonnetvorm;To beout of shape;Straight to the shape= strak, glad zittend;Toput in shape= vorm geven;Tosit well in (to) the shape= goed passen;Theyshaped a course forthe island= zetten koers naar;Sheshaped her lifeto her duties= regelde naar;Shape-shiftingis common in nursery tales= plotselinge transformaties;Shapeable=Shapable;Shapeless= vormloos; subst.Shapelessness;Shapeliness, subst. v.Shapely= goed gevormd, welgemaakt, schoon.Shard,šâd, potscherf, eierschaal, slakkeschelp, vleugelschild:Theshards of life= de harde of wreede levensomstandigheden.Share,šêə, subst. aandeel, gedeelte, ploegschaar;Shareverb. verdeelen, deelen, deelnemen:For my share= wat mij aangaat;Shares were at a premium= de aandeelen stonden hoog;Let mebear a share= ook meedoen of bijdragen;Itfell to my share= viel mij ten deel;Shall wego shares? = samen doen, elk een gelijk deel bijdragen;Personal, nominal share= aandeel op naam;Scrip, Transferable share= aandeel aan toonder;Ishare your opinion= ben het met u eens, deel uwe meening;We did notshare inthese transports= deelden niet in;These nationsshare inthe traffic= doen mee aan;We mustshare and share alike= gelijkop deelen;Share-bone= schaambeen;Share-broker= makelaar in effecten, enz.;Share-holder= aandeelhouder;Sharer= deelhebber.Shark,šâk, subst. haai, schurk, zwendelaar, smulpaap;Sharkverb. gauwdieverij plegen, sluw meenemen, schuimen, smullen:Hesharked out of it= draaide er zich uit;Sharker= gauwdief, smulpaap.Sharp,šâp, scherp, spits, puntig, doordringend, glad, slim, scherpzinnig, zuur, waakzaam, bij-de-hand; subst. (noot met een) kruis, slimmerd, zwendelaar;Sharpverb. scherp maken, van een kruis voorzien, bedriegen:Sharp at8 o’clock= precies om =At 8 sharp;He issharp at sums= vlug in ’t rekenen;Asharp little boy= bij-de-hand;Assharp as a ferret= zoo scherp van oog als een fret;I hada sharp fitof gripings= hevigen aanval;He is asharp hand= gladde, gewikste, gewetenlooze vent;Sharp dodges, dealing, practices, tricks= bedriegerijen, knoeierijen;Povertyis a sharp weapon;He has asharp wit= is gevat;Sharp work= vlug werk;Look sharp= vlug, haast u wat;F-sharp= fis (muz.);Sharp-cutfeatures= scherp belijnde, scherpe;Sharp-set= gretig, hongerig;Sharp-shod= op scherp (v. paarden);Sharp-shooter= scherpschutter;Sharp-sighted= met een scherp oog, scherpzinnig;The sails wereSharp-trimmed= scherp bij den wind gebrast;Sharp-witted= schrander, scherpzinnig;Sharpen= scherpen, wetten, aansporen, scherp worden;Sharper= bedrieger, afzetter;Sharpness= scherpheid, etc.Shaster,šastə,šâstə, wetboek der Hindoes.Shatter,šatə, verbrijzelen, verpletteren, scheuren, in stukken vallen, krenken, ruineeren;Shattered= beschadigd;Shatters= brokken.Shave,šeiv, het scheren, sneetje, kleinigheid, woekerrente, afzetterij;Shaveverb. scheren, zich scheren, in sneetjes verdeelen of snijden, langs strijken, afschuimen, villen:I should like a shave= wou graag geschoren worden;Close shave= kort geknipt haar:It was a close (narrow) shave= dat scheelde een beetje;I want to get shaved= ik wou me laten scheren;He shaves notes= hij koopt schuldbewijzen op tegen hoog disconto (Amer.);Shave-grass= schaafstroo of schuurbies;Shaveling= geschorene, monnik;Shaver= barbier, woekeraar, schurk, grappenmaker, ventje:The baby isa nice shaver= een aardig rakkerdje;That was a shaver= dat liepen we net vrij;Shaving: (Shavings= krullen);Shaving-basin= scheerbekken;Shaving-brush;Shaving-glass= scheerspiegel;Shaving-shop;Shaving-soap.Shaw,šô, kreupelboschje, klein bosch.Shawl,sôl, subst. sjaal, doek;Shawlverb. met een sjaal omhullen;Shawl-strap= plaidriem.Shawm,šôm, schalmei.Shay,šei=Chaise.She,šî, subst. vrouw; adj. vrouwelijk; pron. zij:Ashe-ape= wijfjesaap;His wife isa she-boss= driedekker, baas (Amer.);Ashe-man= manwijf.[499]Sheaf,šîf, subst. schoof, bundel;Sheafverb. in schoven of bundels binden; adj.Sheafy.Sheal,šîl, doppen, schillen; subst. hut.Shear,šîə, scheren, plukken, villen (fig.); subst. scheerwol, kromming:A pair of shears= een groote schaar;Shear-bill= schaarbek (vogel);Shear-steel= bruineerstaal;Shearer= scheerder; maaier;Shearling= eens geschoren schaap;Shearlings= de wol daarvan;Shearwater= pijlstormvogel.Sheat-fish,šîtfiš, meerval.Sheath,šîth, scheede, vleugelschild;Sheath-winged= schildvleugelig;Sheathe,šîdh, in de scheede steken, intrekken, steken, bekleeden, koperen:Theysheathed(šîdhd)the sword= staken het zwaard in de scheede;Hesheatheda daggerintothe enemy’s breast= stak in;The cat’s claws were sheathed;Sheathing,šîdhiŋ, het bedekken, dubbeling (d.i. bekleeding van den bodem van een houten schip met een koperen of zinken huid).Sheave,šîv, schijf van blok of katrol;Sheaves= schooven.Shebeen,šibîn, stille kroeg (Schotl. en Ierl.).Shed,šed, subst. keet of loods, hut, afdak, fabrieksgebouw van één verdieping, hut.Shed,šed, storten, vergieten (van bloed en tranen), verspreiden, afwerpen, loslaten:My hair ceased to shed= viel niet meer uit;Fowls shed their feathers= ruien;The stag hasshed its horns= zijne horens afgeworpen;Toshed one’s teeth= tanden wisselen;Snakes shed their skins= vervellen;This coatsheds water= is waterdicht;Shedder-crab= krab die pas zijne schaal heeft afgeworpen;Shedding tooth= melktand.Sheen,šîn, subst. glans, pracht, schittering; adj. glanzend, schitterend;Sheenverb. schitteren;Sheeny:Sheeny changes= weerschijn.Sheep,šîp, schaap, schapen (ookfig.):Wolf in sheep’s clothing;Sheep’s-eye= bedeesde, verliefde blik, lonk, “oogje”:She has beencasting sheep’s-eyes athim many a day= toegelonkt;Sheep’s-head= schaapskop, schapekop;Topart (divide) the sheep from the goats= de bokken van de schapen scheiden;He isthe black sheep of the family= het schurfte schaap;She seems to havebecome a white sheep= haar leven gebeterd te hebben;Sheep-cot,Sheep-cote= kleine schaapskooi;Sheep-dog= (schaap)herdershond;Sheep-faced= bedeesd, schaapachtig, dom;Sheepfold= schaapskooi;Sheep-hook= herdersstaf;Sheep-market= schapenmarkt;Sheep-master= schapenhouder of -fokker;Sheep-run= schapenweide;Sheep-shearer= schapenscheerder;Sheep-shearing;Sheep-shears;Sheepskin= schaapsvel, perkament;Sheep-tick= schapeteek of -luis;Sheepwalk= schapenweide;Sheep-whistling= schapen hoeden;Sheepish= schaapachtig, sullig, bedeesd; subst.Sheepishness.Sheer,šîə, subst. vorm, lijnen van een schip; adj. en adv. zuiver, rein, eenvoudig, zeer dun, loodrecht, plotseling, ineens;Sheerverb. geren of gieren:Sheer nonsense= groote onzin;He pitched himsheer intothe water= pardoes in;Sheer off= afgieren;Sheer up (alongside)= aangieren (scheepstermen);Sheer-hulk= schip vanSheers(=eene hijschstelling) voorzien, om masten in te hijschen.Sheerness,šîənes.Sheet,šît, subst. laken, bedlaken, vel papier, brief (spelden), zeil, watervlak, schoot van een zeil:Sheet of copper= plaat;Sheet of fire= vuurzee;Sheet of snow= sneeuwlaken;Sheet of water= waterplas;Aweekly sheet= weekblaadje;I was quietlybetween the sheets= lag lekkertjes onder de wol;Itcame down in sheets= in stroomen, het goot;I havegot the work in sheets= in losse bladen of vellen;We were sailingwith flowing sheets= met gevierde schoten;Sheet-almanac= wandkalender;Sheet-anchor= plechtanker:Heheld on to it as by a sheet-anchor;Courage isthe sheet-anchor of independence;Sheet-copper= bladkoper;Sheet-iron= plaatijzer;Sheet-lightning= weerlicht;Sheeted:Sheeted corpse= in lijkwade gehuld;Sheeted cow= lakenvelder;Sheeted rain= stroomende regen;Sheeted smoke= hangende of zwevende rook;Sheeting= linnen of katoen voor lakens, beddelaken.Sheik(h),šaik,šeik,šîk, sheik.Shekel,šek’l,šîk’l, gewicht (±8 dr.), munt (ƒ1,50); geld =Shekels.Sheldrake,šeldreik, zaagbek;Shelduck= ’t wijfje daarvan.Shelf,šelf, plank, boekenplank, vak, zandbank- of plaat, laag, rots:To belaid on the shelf= ziek, buiten functie zijn;Toput (cast) on the shelf= ter zijde leggen;Toremain on the shelf= onverkocht blijven;Shelfy= vol ondiepten, rotsig.Shell,šel, subst. schaal, schil, bolster, schelp, lier, dop, geraamte (van een gebouw), romp, ruwe lijkkist, bom, granaat;Shellverb. schillen, doppen, ontbolsteren, schrapen, bombardeeren, uitvallen, afschilferen, opdokken, afvallen (van schil of bast):Shot and shell= kogels en granaten;ToShell peas= erwten doppen;If you don’tshell out promptly,I shall dun you= dadelijk opdokt;Shell-almond= kraakamandel;Shell-back= zeerob;Shell-fire= granaatvuur;Shell-fish= schaaldier;Shell-jacket= werkkiel (mil.);Shell-lime= schelpkalk;Shell-mounds, ZieKitchen-middens;Shell-proof= bomvrij;Shell-work= schelpwerk;Shelly= vol schelpen.Shellac,šelak,šəlak, schellak.Shelter,šeltə, subst. beschutting, schuilplaats;Shelterverb. beschutten, beschermen, eene schuilplaats geven, schuilen, verschuilen:Totake(Toseek)shelter;Shelterless.Sheltie, Shelty,šelti, Shetlandsche hit.Shelve,šelv, op een plank plaatsen, wegzetten, ter zijde leggen, negeeren, zacht hellen:The landshelves away to the water= loopt zacht naar zee af;The shoreshelved gently up from the water’s edge= liep zacht hellende op;Society shelved him= negeerde hem;Shelving, hellend:This isa shelve-trapfor the admission of casks= een luik met zacht afloopende plank.Shelves,šelvz, pl. v.Shelf.Shelvy,šelvi, schuin.[500]Shem,šem, Sem;Shemitic=Semitic.Sheol,šîoul, Hebreeuwsche onderwereld.Shepherd,šepəd, subst. (schaap)herder;Shepherdverb. hoeden, passen op;Shepherd-boy;Shepherd-dog;Shepherd’s crook= herdersstaf;Shepherd’s-dog= herdershond;Shepherd’s-needle= naaldenkervel;Shepherd’s pouch= herderstaschje;Shepherd’s rod(staff) = behaarde kaardebol;Shepherdess= herderin, landmeisje.Sherbet,šɐ̂bət, sorbet; soort ijs.Sherd,šɐ̂d, brok, stuk.Shereef,šərîf,šerif, Mohamm. vorst of heerscher, eerste magistraat v. Mecca.Sheridan,šerid’n.Sheriff,šerif, schout, bestuurder van een graafschap;Sheriff-clerk= griffier aan hetSheriff’s Court;Sheriff-officer= deurwaarder bij ditCourt;Sheriffalty,Sheriffdom,Sheriffship= rechtsgebied of ambt van eenSheriff.Sherlock,šɐ̂lok;Sherman,šɐ̂m’n.Sherry,šeri, sherry(wijn);Sherry-cobbler= sherry, suiker en ijswater, dat door een rietje opgezogen wordt.Sherwood,šɐ̂wud,Shetland,šetland, eilandengroep =Shetland Islands;Shetland-pony;Shetlander.Shew,šou; ZieShow.Shibboleth,šibəleth, wachtwoord, kenmerk, etc. eener partij.Shield,šîld, subst. schild, scherm, schut, beukelaar;Shieldverb. beschermen:Godshield you fromyour enemies= bescherme u voor;Shieldless= onbeschut; subst.Shieldlessness.Shieling,šîliŋ, hut in de Hooglanden.Shift,šift, subst. verandering, vervanging, verwisseling, schoft, (vrouwen)hemd, list, uitvlucht, hulpmiddel;Shiftverb. verschuiven, overbrengen, omleggen, overgieten, verwisselen (v. kleeren), verhuizen:That’smy only and last shift= redmiddel;Hemade shiftto get there in time= legde het zóó aan;Hemade shiftto live= hij redde zich, sloeg er zich door;This is onlya makeshift= behelp, behulp;Within a week we hadshifted, bag and baggage= waren we met pak en zak over;You are alwaysshifting about= ge weet niet wat ge wilt;He wasshifting abouton his chair= bewoog zich zenuwachtig heen en weer;You mustshift for yourself= uzelf redden;I haveshifted it off= de zaak uitgesteld;Youshift offmy arguments= ge ontduikt;The windshifted tothe east= draaide naar;Toshift one’s berth= van ligplaats veranderen;Toshift the helm= omleggen;The scene was shifted= werd veranderd;Weshifted our shirts= deden een ander hemd aan;Shifter= rangeermachine, slimmerd;Shiftiness, subst. v.Shifty;Shifting sand= drijfzand;Shiftless= onbeholpen; subst.Shiftlessness;Shifty= veranderlijk, slim, loos.Shikar,šikâ, jacht;Shikaree,šikârî, jager, sportsman (Brit. Ind.).Shillalah,šileila,Shillela(g)h,šəlîlag,šəlîla, dikke eiken stok of knots (Ierland).Shilling,šiliŋ, Eng. munt (= ƒ0,60):Totake the King’s (Queen’s) shilling= dienst nemen;Shilling-dreadful,Shilling-shocker= sensatieroman (van éénshilling).Shilly-shally,šilišali, subst. besluiteloosheid, aarzeling; adj. besluiteloos;Shilly-shallyverb. aarzelen =Tobe at shilly-shally.Shimmer,šimə, subst. schemering, schittering;Shimmerverb. schemeren, gloren:The snow layshimmering brightlyin the wintry sun= helder te glanzen.Shin,šin, subst. scheen(been);Shinverb. rondloopen om geld los te krijgen (=Shin about); klimmen (=Shin up):A shin of beef= lendestuk;Shin-bone= scheenbeen;Shin-plaster= beenpleister, papiergeld (vooral beneden een dollar,Amer.).Shindy,šindi, standje, herrie; voorliefde (Amer.):Eat your wordsor there will be a shindy= of we krijgen ruzie;Tokick up a shindy= herrie maken.Shine,šain, subst. zonneschijn, glans; standje, ruzie;Shineverb. schijnen, schitteren, blinken, krachtig uitkomen (out); glimmend maken:You were true to me through good and evil,storm and shine,in shine or rain= onder alle omstandigheden des levens;Have a shine,Sir? = poetsen, Mijnheer?Totake the shine off= den glans der nieuwheid ontnemen;Hetook the shine out of him= stelde hem in de schaduw;The busy beeimproves each shining hour= gebruikt den dagtijd goed;Itshone forth in all its glory= schitterde;Shiner= goudstuk, schoenpoetser.Shingle,šiŋg’l, subst. dakspaan, keisteentjes, klein uithangbord (Amer.);Shingleverb. met dakspanen dekken, kort afscheren (Shingles= gordelroos):Tohang out one’s shingle= een zaak openen;Shingle-beach= strand met keisteentjes.Shininess,šaininəs, glans;Shining,šainiŋ, glimmend, uitstekend.Shinny,šini=Shinty,šinti, soort v. kolfspel, kolfstok;Shinnyverb. kolven.Ship,šip, subst. schip;Shipverb. inschepen, aan boord nemen; verschepen, verzenden, monsteren, innemen, over krijgen:Hisship has come home= zijn schip met geld is aangekomen;Ship of the desert= de kameel;Ship of the line= linieschip;Ship’s company= bemanning;Toburn one’s ships(fig.);Totake ship= zich inschepen;Toship off= verschepen, verzenden;Toship the oars= innemen;Toship a sea= een stortzee over krijgen;Ship-biscuit;Ship-board:Tobe(Togo)on ship-board= aan boord zijn (gaan);Ship-breaker= slooper;Ship-broker= cargadoor;Ship-builder= scheepsbouwmeester:Ship-builder’s yard= werf;Ship-canal;Ship-carpenter= scheepstimmerman;Ship-chandler= handelaar in scheepsbenoodigdheden;Ship-chandlery;Ship-load= vracht (ookfig.);Shipmate= scheepskameraad;Ship-meter= scheepsmeter;Ship-money= belasting vroeger in Eng. geheven op havensteden en aan de zee grenzende graafschappen ten behoeve van de landsverdediging;Ship-owner= reeder;Ship-shape= netjes, behoorlijk in orde:Toput ship-shape;Ship’s-husband= walkapitein;Ship’s-roll= monsterrol;Ship-timber= spant;Shipwreck= schipbreuk;Shipwreckverb. schipbreuk lijden, te gronde richten:[501]We wereShipwrecked;Shipwright= scheepsbouwmeester (-timmerman);Shipyard= werf;Shipment= verscheping, lading;Shipped:Shipped weight= aan boord genomen vracht;Shipper= inscheper, verscheper, exporteur;Shipping, subst. alle schepen te zamen, scheepsmacht, vloot, tonnenmaat; adj. scheeps …:Theytook shipping= gingen scheep;Shipping-agent= scheepsbevrachter;Shipping-articles= monsterrol.Shire,šaiə(in samenst.:šə,alsWiltshire,wiltšə), graafschap;Shire-mote= vroegere graafschapsrechtb. bestaande uit:Sheriff,BishopenEaldorman.Shirk,šɐ̂k, vermijden, op slinksche wijze ontduiken, zich onttrekken aan, spijbelen:He nevershirked his work; subst.Shirker.Shirr,šɐ̂, ingeweven elastiek:Shirred garters= elastieken kousebanden.Shirt,šɐ̂t, subst. hemd;Shirtverb. een hemd aandoen, bedekken, bekleeden:Shirt of mail= maliënkolder;Hehas not a shirt to (put on) his back= hij is zoo arm als Job;Totake one’s shirt off= uittrekken;Shirt-bosom(=Shirt-front);Shirt-button;Shirt-collar;Shirt-cuff;Shirt-pin= borstspeld;Shirt-sleeve:In one’s shirt-sleeves;Shirt-stud;Shirting= katoen voor hemden.Shive,šaiv, schijfje, sneetje.Shiver,šivə, subst. brok, schaard, schilfer, leirots, rilling;Shiververb. verbrijzelen, beven, rillen, sidderen, huiveren:The glassfell in shivers= in gruzelementen;Toput the shivers ona person= doen rillen;Tosend a shiver through= doen huiveren;Shivering;Shivery= broos, trillend.Shoal,šoul, subst. groote troep, school, menigte; zandbank, ondiepte; adj. ondiep;Shoalverb. wemelen, samenscholen, ondieper worden;Shoaliness, subst. v.Shoaly= vol ondiepten.Shoat,šout, speenvarken; luilak (Amer.).Shock,šok, subst. schok, botsing, hevige aanval, beroerte, hoop graanschoven, dikke haarbos, ruigharige hond;Shockverb. stooten, botsen, aanstoot geven, kwetsen; adj. ruigharig:Ashock of earthquakewas felt;Shocks of yellow hair;Tobe shocked at= getroffen, gekwetst, geërgerd zijn over;Shock-headed= met een dikken bos haar;Shocker= wie of wat schokt; een draak v. een roman;Shocking= aanstootelijk, stuitend, ijselijk, omgehoord;Shockist= schrijver van sensatieromans.Shod,šod, beslagen, imp. en p.p. vanto shoe.Shoddy,šodi, subst. kunstwol, prullegoed, parvenu; adj. prullerig, leelijk, dom aanmatigend, parvenuachtig:He tried to establishthe worship of the god of shoddy= den eeredienst voor de godheid van prulwerk en oppervlakkigheid;New and shoddy people= parvenus;They were deemedthe very shoddiest of shoddy= tot zeer parvenuachtige families te behooren;Shoddyism= domme aanmatiging; parvenus;The world seemed to himto go shoddywards= minder degelijk te worden.Shodkin,šodkin, huwelijksmakelaar (bij de Joden).Shoe,šû, subst. schoen, hoefijzer, ijzeren beslag;Shoeverb. beslaan, eene biljartqueue van een pomerans voorzien, schoeien:That is quiteanother pair of shoes= andere thee (fig.);I wish I werein your shoes= dat ik in uwe schoenen stond;Todie in one’s shoes= gehangen worden;Toshake in one’s shoes= bibberen van angst;Shestepped into my shoes= nam mijn plaats in;A pair ofwooden shoes= klompen;Shoeblack= schoenpoetser;Shoe-blacking= schoensmeer;Shoe-brush= schoenborstel;Shoe-buckle= schoengesp;Shoe-butt= zoolleer;Shoe-factory;Shoe-horn= schoenhoorn;Shoe-lace= schoenveter;Shoe-latchet= riem;Shoe-leather= schoenleder:Tosave shoe-leather= zich een gang besparen;Shoemaker= schoenmaker;Shoe-string;Shoe-tacks= schoenspijkers;Shoe-thread= pikdraad;Shoe-vamp= bovenleer;Shoeing:Shoeing-horn= schoenentrekker, hulpmiddel, tusschenpersoon;Shoeless:Shoeless and stockinglesschildren= zonder schoenen of kousen, doodarm;Shoer= hoefsmid.Shone,šon, imperf. en part. perf. vanto shine.Shoo,šû, ksh!Shook,šuk, imperf. vanto shake.Shook,šuk, duigen, duighout.Shoot,šut, subst. schot, schietwedstrijd, jachtpartij, vuilnisplaats, jonge tak of scheut, spruitje of knop; slede, glijplank, houten glijbaan, stroomversnelling;Shootverb. schieten, jagen, snel bewegen door, uitbotten, uitspruiten, steken, afvuren, doodschieten, treffen, afjagen, voorschuiven, leegstorten:Toshoot the bolt= den grendel schuiven voor;Weshot the bridge= voeren snel onder de brug door;He hasshot the moon= is met de noorderzon vertrokken;Don’tshoot rubbish or soil here= hier geen puin of afval neer te werpen;Rubbish shot here= plaats voor puin, etc.;The light boatshot the water= vloog over;Heshot ahead ofus= schoot ons voorbij, kwam ons voor;Toshoot flying= in de vlucht;Heshot at everything within range= schoot op alles wat onder zijn bereik kwam;Let themshoot out the lip at me,if they like= de lip verachtelijk tegen mij uitsteken;They were allshot out (of the boat) into the water= in het water geslingerd;Theyshot out the tongue at this= staken de tong er voor uit;Toshoot over dogs= met honden jagen;Heshootsa mass of raw materialsupon usin these bulky volumes= hij overstelpt ons met;Shooter= schieter, schutter, vuurwapen:A six-shooter= zesloopsrevolver;Shootesses= jageressen;Shooting= jagen, schieten, het afschieten, het pijnlijk door de leden schieten, jachtterrein:Togo out shooting= uit jagen gaan;Shooting-box= jachthuis;Shooting-gallery= schiettent, jachthuisje;Shooting-iron= jachtgeweer, revolver (Amer.);Shooting-jacket= jachtvest;Shooting-license= akte;Shooting-match= wedstrijd;Shooting-range= schietterrein;Shooting-season;Shooting-seat= jachthuis;Shooting-star= vallende ster.[502]Shop,šop, subst. winkel, werkplaats;Shopverb. inkoopen doen, winkelen:No shop in company(Cut the shop) = niet over het vak praten;Wine-from-the-wood shop= bodega;Tokeep (a) shop;Toopen a shop;Weshut up shopat 8= sluiten om 8 uur;He hasshut up shop= heeft zich uit de zaken teruggetrokken;Thatsmells of the shop= ruikt naar het vak;Tosink the shop= niet over het vak praten;Hetalks the most unlimited shop= heeft het eeuwig en altijd over zijn vak;Wehave been shopping= wij hebben gewinkeld;Shop-assistant= winkelbediende;Shop-bill= prijscourant;Shop-board= werkbank, toonbank;Shop-book= winkelboek;Shop-girl;Shopkeeper= winkelier, winkelknecht (fig.);Shop-lifter= ladelichter;Shopman= kleinhandelaar, winkelknecht;Shop-soiled= verkleurd of gevlekt in de étalage;Shop-walker= winkelchef;Shop-worn= verlegen;Shopocracy,špokrəsi, rijke winkelmenschen.Shore,sö, subst. kust, oever, strand, schraag, stut;Shoreverb. aan den wal (in zekerheid) brengen, schragen, schoren, stutten:Theywent on shore= aan wal;Tostand in, off shore= in, uit den wal liggen (scheepsterm);Shore it up= stut het;Shore-battery= strandbatterij;Shore-ice= pakijs;Shoreless= zonder oever of kust, onbegrensd.Shorling,šöliŋ, vacht van een levend geschoren schaap, pas geschoren schaap.Shorn,šön, p.p. vanto shear:God tempers the wind to the shorn lamb= geeft kracht naar kruis.Short,šöt, subst. korte inhoud, kort begrip, tekort; adj. kort, beperkt, beneden peil, schraal, gebrekkig, onverdund, kortaf, driftig, broos:The long and the short of it is= de hoofdzaak is, om kort te gaan;Shorts= mengsel van zemelen en meel; korte broek;The baby wasput into shorts(=short clothes) = kwam uit de lange kleeren;To beshort at the sleeves;Calledfor short= kortweg;He is a foolin short= kortom hij is gek;To beshort with= kortaf, bits;To betwo shillings short= te kort komen, te weinig ontvangen hebben;The timewas very shortnow= de tijd begon aan te loopen;He isshort ofsight= bijziende, kortzichtig (fig.);I amshort ofmoney just now= slecht bij kas;Short ofheaven, he could lead his men anywhere= behalve naar den hemel;It fellshort ofmy expectations= beantwoordde niet aan;Nothingshort ofhaving my tooth extracted could rid me of that toothache= niets minder dan;This deed is littleshort ofheroic= komt nabij;The translation isshort ofthe original= blijft beneden;A few minutesshort oftwelve= vóór 12;I am rathershort ofhands= kom te kort;Let it be short= maak het kort;Hecut me short= viel mij in de rede;We havegone shortfrequently to save up for a dinner= vaak “krom gelegen”;Tomake shortof a long story(=Tomakea long storyshort) om kort te gaan;Torun short= opraken;Tosell short=à la baissespeculeeren;Tostop short= plotseling stilhouden, blijven staan, ophouden;Toturn short= zich plotseling omkeeren;Short allowance= schrale kost:Toput on short allowance= op klein rantsoen stellen;Short cut= binnenpad, kortere weg;At the time I woreshort petticoats= toen ik nog korte rokken aan had;Short rib= korte rib;To giveshort shrift= korte metten maken met;Toputonshort work= de werkuren inkorten;To makeshort workof= korte metten maken met;Short-bread(Short-cake) = broos gebakje;Short-breathed,šötbretht, kortademig;Short-circuit= kortsluiting;The little one wasshort-coated= kwam uit de lange kleeren;Hisshortcomingsare many= tekortkomingen;Short-commons= schraal maal;Short-dated= van korten duur, op korten termijn;Shorthand= kortschrift:Totake down in shorthand= stenographisch opnemen;We are rathershorthanded forgentlemen= hebben eigenlijk geen heeren genoeg;Shorthorn= beroemd (Durham) veeras (met korte horens);Short-lived,šötlaivd:Ours is a short-lived family= wij worden geen van allen oud;Short-sight(edness)= bijziendheid;Short-sighted= bijziende, kortzichtig;Short-tempered= kort aangebonden (=Short of temper);Short-waisted= kortlijvig;Short-winded= kortademig;Short-witted= met weinig oordeel;Shortage= tekort:There wasa shortage ofteachers;Shorten= verkorten, verminderen, samentrekken, afsnijden, zacht maken:Theyshorted sail= minderden zeil;Shorted ofhis prey= beroofd van;Shorter= wie of wat verkort, enz.;Shortly= (in het) kort, binnenkort:Hewrote shortly= schreef een klein briefje;Shortly beforethe war;Shortness= kortheid:Shortness of breath;Shortness of memory.Shot,šot, subst. schot, kogel, schroot, hagel, bereik (van kogel of geweer), schutter; gelag, rekening; adj. changeant, met een weerschijn;Shotverb. laden (ookimperf.enp.p.vanto shoot):Blank shot= met los kruit;Shot with ball= met scherp;Shot of distress= noodschot;To be received bya volley of shot= een hagelbui van kogels;He is not worthpowder and shot= hij is geen schot kruit waard;As long as there isa shot in the locker= nog een kogel in ’t geweer, nog geld in de beurs is;Theshot came home, fell aboard= was raak;He isa crack, a dead, an excellent, a splendid shot= wat hij onder schot krijgt is “er bij”;One of the best shotsof the day;To firerandom (wild) shots= in ’t wilde schieten;Let me have a shot at it= laat mij ’t eens probeeren;Hemade a shot ata French word for “intended”= sloeg een slag naar;I have got topay the shot= ik moet betalen;The photographertook two shots atmy face= nam me tweemaal;Tobe (get) shot of= kwijt zijn, raken;He wasoff like a shot= vloog weg;I gave up my promiselike a shot= dadelijk;Mistaken am I?Not by a long shot= volstrekt niet;He isout of (within) shot= hij is buiten (onder) schot;Shot silk= zijde met een weerschijn;Shot-bag=[503]schrootzak;Shot-belt= lange lederen riem voor hagel als gordel gedragen;He came offShot-free= zonder kleerscheuren;Shot-gauge= kogelmal;Shot-gun= gladloops jachtgeweer;Shot-hole= kogelgat;Shot-pile= kogelstapel;Shot-prop= houten prop om eenShot-holete stoppen;Shot-tower= hageltoren;Aheavy shottedgun= met kogel van zwaar kaliber geladen kanon;Shotted chain= ketting met kogel (voor galeiboeven);The article istoo heavily shotted forthe ordinary reader= al te zwaar, geleerd;Shotten= de kuit geschoten hebbende; ontwricht; gestremd.Shough,šok, ruige hond.Should,šud, imperf. vanshall:Tell him soif he should come= als hij mocht komen;Not as it should be= niet zoo het hoort;As who should say= alsof iemand zou zeggen;No better than they should be= niet beter dan dat soort gewoonlijk is.Shoulder,šouldə, subst. schouder, schoft, schouderstuk;Shoulderverb. met den schouder duwen, krachtig duwen, op den schouder nemen, òvernemen (van het geweer):One shoulder of mutton draws (drives) down another= hoe meer men heeft, hoe meer men wil hebben;Shoulder of mutton sail= driehoekig bootzeil;No sooner was he in the room, than sheattacked him straight from the shoulder= in ééns, op den man af;Heclapped me on the shouldersaying: You are my prisoner= hij legde de hand op mijn schouder;Hegave us the cold shoulder= zag ons met den nek aan;I have a good deal on my shoulders just now;Hehas round shoulders= een ronden rug;Hehit out straight from the shoulder= gaf een krachtigen slag;You cannot put old heads upon young shoulders= jeugd heeft geen deugd;Put (set) your shoulder toit= zet er uw schouder onder;Torub shoulders= in nauwe aanraking komen;Heshrugged his shoulders= hij haalde de schouders op;Tostand shoulder to shoulder= schouder aan schouder staan;You have taken too much on your shoulders;Shoulder arms!= over ’t geweer;Ishouldered the responsibility= nam … op mij;Heshouldered me aside= duwde mij op zij;The French wereshouldered off the direct way to Berlin= werden belet direct op Berlijn aan te rukken;Shoulder-belt= draagband;Shoulder-blade,Shoulder-bone= schouderblad;Shoulder-knot= schouderbedekking;Shoulder-points= vangsnoeren;Shoulder-shotten= lam in de schouders (vanpaarden);Shoulder-slip= schouderontwrichting;Shoulder-strap= schouderriem, schouderklep;He is abroad-shoulderedfellow= breedgeschouderd.Shout,šaut, subst. gejuich, geroep;Shoutverb. juichen, hard roepen:They shouted like anything= juichten “van je welste”;Toshout newspapersin the street= luidkeels (met) kranten venten;Shouter.Shove,šɐv, subst. duw, stoot;Shoveverb. duwen, stooten, voortduwen:Shove the animal at the hedge= drijf, duw, jaag naar;The measure wasshoved by= terzijde gelegd, verworpen;Weshoved from shore= duwden af.Shovel,šɐv’l, subst. schop;Shovelverb. scheppen, opscheppen;Shovel-board= trokspel, troktafel;Shovel-hat= platte hoed met breeden rand (door Eng. geestelijken gedragen);Shovelful= schopvol;Shoveller.Show,šou, subst. vertoon, tentoonstelling, voorkomen, schijn, praal, schouwspel, vertooning;Showverb. toonen, vertoonen, (aan)wijzen, duidelijk maken, bewijzen, onderrichten, zich vertoonen, pronken (off):Lord Mayor’s show= optocht van den L. M. in Londen (9 Nov.);Hehasn’t any show= geen kans;Hemakes no show of his learning= loopt niet te koop met;Under a show offriendship= onder den schijn van;The meeting expressed their opinion byshow of hands= door het opsteken der handen;Even in rebukehis great heart shows= toont zich zijn edel hart;The wood began to show= het hout kwam door de verf kijken;Something showedon the ground= lag zichtbaar;Gypsy blood will show= verloochent zich niet;You should not show= u niet decolleteeren;Toshow fight= de tanden laten zien, willen vechten;Heshowed his heels= ging aan den haal;Toshow the way;Toshow about= overal laten kijken;The heavensshow forththe glory of the Lord= verkondigen;Will youshow the gentleman in?= mijnheer binnenlaten?His faceshowed of a purple hue= nam eene purperen tint aan;He is a clever fellow, but he does notshow it off= maar hij loopt er niet mee te koop;Heshows offhis gold chain= pronkt met;Heshowed me overthe picture-gallery= liet mij zien;Will youshow him up?= hem boven laten komen;Hewas shown up= ontmaskerd;Show-bill= groot aanplakbiljet;Show-box= kijkkastje;Show-bread= toonbrood (bij de Israëlieten);Show-card= reclameplaatje;Show-case= uitstalkastje, vitrine;Showman= spulleman;Showman’s cart= kermiswagen;Show-place= uitstalplaats, bezienswaardigheid;Show-room= monster-, modelkamer;Show-scholar= model v. een leerling;Show-window= uitstalvenster;Shower of tricks= goochelaar;Showiness, subst. v.Showy= praalziek, opzichtig.Shower,šauə, subst. bui, plasregen, drom, vloed;Showerverb. beregenen, begieten, overstroomen, rijkelijk (doen) nederdalen:Shower of arrows, stones;Heshowered downwealth and honour on his favourites= stortte uit over;Shower-bath= stortbad;Showerless= zonder buien;Showery= buiïg, regenachtig.Shown,šoun, p.p. vanto show.Shrank,šraŋk, imperf. vanto shrink.Shrapnel(shell),šrapn’l(šel), granaatkartets.Shred,šred, subst. reepje, stukje, tittel of iota, lap;Shredverb. in reepen snijden, knippen:Shredded wheat= grof meel;Shredding= stuk, lap, brok, reepje;Shreddy= uit brokken bestaande;Shredless.Shrew,šrû, subst. helleveeg, manwijf; spitsmuis;Shrew-mole= Amer. waterrat;Shrew-mouse= spitsmuis;Shrewish= twistziek, lastig; subst.Shrewishness.Shrewd,šrûd, sluw, listig, loos, scherpzinnig,[504]vinnig, lastig, netelig;Shrewdly= buitengewoon, kras;Shrewdness= sluwheid, etc.Shrewsbury,šrûzbri,šrouzbri.Shriek,šrîk, subst. gil, schel geluid;Shriekverb. gieren, gillen:Togive (utter) a shriek;Shrieks of laughter;Heshrieked out: “Murder”= hij gilde: “moord”;Shrieker.Shrift,šrift, biecht, absolutie.Shrike,šraik, klauwier, wurger.Shrill,šril, schel, snerpend;Shrillverb. gillen, piepen, uitkrijschen, een schel geluid geven;Shrill-gorged= met snerpenden klank;Shrill-tongued= met schelle stem; subst.Shrillness; adj.Shrilly.Shrimp,šrimp, garnaal; dwerg;Shrimpverb. garnalen vangen;Shrimper.Shrine,šrain, subst. reliquieënkastje, grafteeken, altaar, heilige plaats; verb. in eenshrineplaatsen.Shrink,šriŋk, subst. ineenkrimping (van vrees), samentrekking, plooi;Shrinkverb. samentrekken, inkrimpen, rimpelen, terugdeinzen, ineenkrimpen, huiveren:Ishrink atthe very thought= huiver bij;He did notshrink fromthe task= deinsde niet terug voor;Heshrunk intoa recess= kroop in;Shrinkage, vermindering, verlies:There were shrinksas living had become more expensive= men moest zich bekrimpen;Toallow a margin for shrink= (fig.) er om denken, dat iets wel eens wat tegen kan vallen;Shrinker:Cowardly shrinker= lafaard.Shrive,šraiv, biechten, absolutie geven:He shrived himself= hij biechtte;Shriver;Shriven,šriv’n, gebiecht.Shrivel,šriv’l, krimpen, rimpelen, verschrompelen:Shrivelledwith age= gerimpeld.Shroff,šrof, O.I. bankier of wisselaar; ook verb.;Shroffage= onderzoek van munten; commissieloon aan wisselaars.Shroud,šraud, subst. kleed, kleederen, dekkleed, lijkwa, omhulsel, beschutting (Shrouds= want,scheepst.);Shroudverb. omhullen, verbergen, in een doodskleed wikkelen, zich verschuilen:Heshrouded himselffrom danger= beschutte zich tegen;Shroudless.

Shack,šak, subst. uitgevallen koren; recht van winterweide; vagebond (Amer.);Shackverb. uitvallen (van rijp koren); op het stoppelland sturen:Tosend hogs a-shacking.Shackle,šak’l, subst. schakel, boei, kluister (ookfig.);Shackleverb. boeien, ketenen, belemmeren, koppelen (Amer.), hinderen.Shad,šad, elft.Shaddock,šadək, pompelmoes.Shade,šeid, subst. schaduw, schim, schakeering, (lampe)kap, scherm;Shadeverb. beschaduwen, overschaduwen, in de schaduw zetten, verduisteren; met eenshadebedekken, beschermen, verbergen, langzaam verminderen of overgaan (off):A lamp witha green cardboard shade= kartonnen kap;A glass shade= stolp;Chinese shades= Chineesche schimmen;The latest shades of gloves= nuances, kleuren:No shade ofdifference= geen zweem;This isa shade stronger= een tikje sterker;This is,by a shade, not so good= een tikje minder goed;He wasparticular to a shade= verschrikkelijk sekuur, tot op een haartje nauwkeurig;Hekept in the shade= bleef op den achtergrond, hield zich gedekt;Toput in (cast, throw into) the shade= in de schaduw stellen;The (realm of) Shades= het schimmenrijk, Hades;Shadeless;Shadiness= lommerrijkheid, dubbelzinnigheid. ZieShady.Shadow,šadou, subst. (scherp omlijnde) schaduw, schaduwbeeld, duisternis, donkerheid, mom, aanduiding; geest;Shadowverb. schaduwen, bewolken, in donkere kleuren schilderen, beschermen, verbergen, voorstellen, volgen (als eene schaduw):The shadow(s) of death= de schaduwen des doods;Coming events cast their shadows before;He wronglytook the shadow for the substance= nam den schijn voor het wezen;The policeare shadowing him= de politie gaat al zijne gangen na;Shadowiness, subst. v.Shadowy= schaduwrijk, donker, onwezenlijk, hersenschimmig:Ashadowy idea= vaag idee.Shady,šeidi, lommerrijk, beschaduwd, dubbelzinnig, verdacht:Ashady business= zaak die geen licht kan verdragen;On the shady (sunny) side of seventy= boven (onder) de 70 jaar.Shaft,šâft, pijl, schacht, werpspies, steel, as, disselboom, deel van een zuil tusschen voetstuk en kapiteel, mijnput (schacht):Shaft-horses= de achterste (aan den disselboom loopende) paarden van een vierspan;Shafted= door zuilen gedragen; gesteeld (herald.).Shaftesbury,šâftsb’ri.Shag,šag, subst.pluis, ruw haar, nop (van laken, enz.) soort van tabak; adj. ruig;Shagverb. ruig maken;Shaggedness, Shagginess= ruigheid;Shaggy= ruig, met lang, wollig haar:Ashaggy pony, bear= ruige hit, beer.Shagreen,šəgrîn, subst. en adj. (van) segrijn leder.Shah,šâ, keizer of vorst van Perzië.Shake,šeik, subst. schok, ruk, trilling, scheur (in hout), (hand)druk;Shakeverb. schudden, schokken, beroeren, trillen, verzwakken, aan ’t wankelen brengen, roeren:Your cordial shakedid me good= uw hartelijke handdruk;He isno (not any) great shakes= niet veel zaaks of bijzonders;Shake of wind= stoot;When taken to be well shaken= vóór het innemen goed schudden;I think I shook him= dat ik hem diep getroffen heb;Toshake (bedroom) carpets= kleedjes uitkloppen;We haveshaken handsover it,haveshaken each other by the hand= elkaar de hand er op gegeven, een handdruk gewisseld;Alimp shake-hands= slappe handdruk;I congratulated myself thatthe shake-handswas disposed of= dat het handjesgeven over was;Toshake down(gaan) slapen;A shake-down= een kermisbed;Ishook him offlike a dog= wierp hem van mij af;Toshake up= wakker schudden, opmonteren;Toshake(all over)withlaughter= schudden van;Shaker= lid van een godsdienstige secte;Shakerism= beginselen derShakers. ZieShakiness.Shakespeare,šeikspîə;Shakespearean, Shakespearian,šeikspîriən, Shakespeariaansch.Shakiness,šeikines, subst. v.Shaky;Shaking:Give him a shaking= schud hem eens door elkaar.Shako,šakou, sjako.Shaky,šeiki, slapjes, zwakjes, bouwvallig, trillerig:The candidate was rather shaky= vrij zwak;Your mathematics are shaky= je wiskunde is dun;Tofeel shaky= bang zijn;The government hasgrown shaky= staat onvast.Shale,šeil, leisteen.Shall,šal, zullen.Shalloon,šəlûn, soort v. wollen stof.Shallop,šaləp, sloep (vaartuig).Shallot,šəlot, sjalot.Shallow,šalou, subst. ondiepe zandbank; adj. ondiep, oppervlakkig:His high collars get shalloweras he advances in years= worden lager;Shallow-brained,Shallow-pated,Shallow-witted= oppervlakkig;Shallowness= ondiepheid, bekrompenheid.Shalm,šôm, ZieShawm.Shalott,šəlot.Shaly,šeili, leisteenachtig.Sham,šam, subst. bedrog, bedotterij, voorwendsel, bedrieger; adj. geveinsd, voorgewend;Shamverb. bedriegen, valschelijk voorwenden:Hecut a sham= hij bedroog;There were many cases ofshamming mad= voorgewende krankzinnigheid;Sham check= valschecheck;Sham door= blinde deur;Sham errand= gemaakte boodschap;Sham fight= spiegelgevecht;He is ashammer= bedrieger, veinsaard.Shamble,šamb’l, schuifelen, onvast of lummelig loopen.Shambles,šamb’lz, vleeschbankjes, vleeschhal, slachtplaats, abattoir:Tribunals then werean unclean public shambles.[498]Shame,šeim, subst. schaamte, schande, bescheidenheid;Shameverb. beschamen, te schande maken, op de kaak stellen, zich schamen:Fie, for shame= foei! schaam u;He islost to every sense of shame= heeft alle schaamtegevoel verloren;It is a downright shame= een ware schande;Such a small boy should notput you to shame= mag u niet beschaamd maken;She was shamed= stond beschaamd;To speak the truth and shame the devil= waarheid boven alles stellen;Youshame your worth= doet uwe waardigheid schande aan;Shame-faced= bedeesd, schaamachtig; subst.Shame-facedness;Shameful= schandelijk; subst.Shamefulness;Shameless= schaamteloos; subst.Shamelessness.Shammy,šami, gems(leder);Shamoy,šamôi,šamôi.Shampoo,šampû, na een warm bad het lichaam wrijven of knijpen, het hoofd wrijven en wasschen (bij een kapper);Shampooing.Shamrock,šamrok, klaverblad (nationaal zinnebeeld v. Ierland);Rose, Thistle and Shamrock= Engeland, Schotland en Ierland.Shandry(dan),šandrid’n, ouderwetsch Iersch karretje, rammelkast.Shandygaff,šandigaf, mengsel van bier en gemberbier.Shanghai,šaŋhai.Shank,šank, scheenbeen, beenstuk, buis, pijp, steel, oog:Shank of a button;Long Shanks= langbeen;Spindle shanks= spillebeenen, spillebeen;Shanked(in samenst.) = met een been of steel.Shanty,šanti, ruwe hut, loods, woning, kroeg, liedje bij het ankerlichten gezongen;Shantyman=Backwoodsman.Shapable,šeipəb’l, vormbaar;Shape,šeip, subst. gedaante, gestalte, taille, vorm, leest, wezen;Shapeverb. vormen, scheppen, richten, inrichten, uitwerken:A few poemsin the shape ofsonnets= in sonnetvorm;To beout of shape;Straight to the shape= strak, glad zittend;Toput in shape= vorm geven;Tosit well in (to) the shape= goed passen;Theyshaped a course forthe island= zetten koers naar;Sheshaped her lifeto her duties= regelde naar;Shape-shiftingis common in nursery tales= plotselinge transformaties;Shapeable=Shapable;Shapeless= vormloos; subst.Shapelessness;Shapeliness, subst. v.Shapely= goed gevormd, welgemaakt, schoon.Shard,šâd, potscherf, eierschaal, slakkeschelp, vleugelschild:Theshards of life= de harde of wreede levensomstandigheden.Share,šêə, subst. aandeel, gedeelte, ploegschaar;Shareverb. verdeelen, deelen, deelnemen:For my share= wat mij aangaat;Shares were at a premium= de aandeelen stonden hoog;Let mebear a share= ook meedoen of bijdragen;Itfell to my share= viel mij ten deel;Shall wego shares? = samen doen, elk een gelijk deel bijdragen;Personal, nominal share= aandeel op naam;Scrip, Transferable share= aandeel aan toonder;Ishare your opinion= ben het met u eens, deel uwe meening;We did notshare inthese transports= deelden niet in;These nationsshare inthe traffic= doen mee aan;We mustshare and share alike= gelijkop deelen;Share-bone= schaambeen;Share-broker= makelaar in effecten, enz.;Share-holder= aandeelhouder;Sharer= deelhebber.Shark,šâk, subst. haai, schurk, zwendelaar, smulpaap;Sharkverb. gauwdieverij plegen, sluw meenemen, schuimen, smullen:Hesharked out of it= draaide er zich uit;Sharker= gauwdief, smulpaap.Sharp,šâp, scherp, spits, puntig, doordringend, glad, slim, scherpzinnig, zuur, waakzaam, bij-de-hand; subst. (noot met een) kruis, slimmerd, zwendelaar;Sharpverb. scherp maken, van een kruis voorzien, bedriegen:Sharp at8 o’clock= precies om =At 8 sharp;He issharp at sums= vlug in ’t rekenen;Asharp little boy= bij-de-hand;Assharp as a ferret= zoo scherp van oog als een fret;I hada sharp fitof gripings= hevigen aanval;He is asharp hand= gladde, gewikste, gewetenlooze vent;Sharp dodges, dealing, practices, tricks= bedriegerijen, knoeierijen;Povertyis a sharp weapon;He has asharp wit= is gevat;Sharp work= vlug werk;Look sharp= vlug, haast u wat;F-sharp= fis (muz.);Sharp-cutfeatures= scherp belijnde, scherpe;Sharp-set= gretig, hongerig;Sharp-shod= op scherp (v. paarden);Sharp-shooter= scherpschutter;Sharp-sighted= met een scherp oog, scherpzinnig;The sails wereSharp-trimmed= scherp bij den wind gebrast;Sharp-witted= schrander, scherpzinnig;Sharpen= scherpen, wetten, aansporen, scherp worden;Sharper= bedrieger, afzetter;Sharpness= scherpheid, etc.Shaster,šastə,šâstə, wetboek der Hindoes.Shatter,šatə, verbrijzelen, verpletteren, scheuren, in stukken vallen, krenken, ruineeren;Shattered= beschadigd;Shatters= brokken.Shave,šeiv, het scheren, sneetje, kleinigheid, woekerrente, afzetterij;Shaveverb. scheren, zich scheren, in sneetjes verdeelen of snijden, langs strijken, afschuimen, villen:I should like a shave= wou graag geschoren worden;Close shave= kort geknipt haar:It was a close (narrow) shave= dat scheelde een beetje;I want to get shaved= ik wou me laten scheren;He shaves notes= hij koopt schuldbewijzen op tegen hoog disconto (Amer.);Shave-grass= schaafstroo of schuurbies;Shaveling= geschorene, monnik;Shaver= barbier, woekeraar, schurk, grappenmaker, ventje:The baby isa nice shaver= een aardig rakkerdje;That was a shaver= dat liepen we net vrij;Shaving: (Shavings= krullen);Shaving-basin= scheerbekken;Shaving-brush;Shaving-glass= scheerspiegel;Shaving-shop;Shaving-soap.Shaw,šô, kreupelboschje, klein bosch.Shawl,sôl, subst. sjaal, doek;Shawlverb. met een sjaal omhullen;Shawl-strap= plaidriem.Shawm,šôm, schalmei.Shay,šei=Chaise.She,šî, subst. vrouw; adj. vrouwelijk; pron. zij:Ashe-ape= wijfjesaap;His wife isa she-boss= driedekker, baas (Amer.);Ashe-man= manwijf.[499]Sheaf,šîf, subst. schoof, bundel;Sheafverb. in schoven of bundels binden; adj.Sheafy.Sheal,šîl, doppen, schillen; subst. hut.Shear,šîə, scheren, plukken, villen (fig.); subst. scheerwol, kromming:A pair of shears= een groote schaar;Shear-bill= schaarbek (vogel);Shear-steel= bruineerstaal;Shearer= scheerder; maaier;Shearling= eens geschoren schaap;Shearlings= de wol daarvan;Shearwater= pijlstormvogel.Sheat-fish,šîtfiš, meerval.Sheath,šîth, scheede, vleugelschild;Sheath-winged= schildvleugelig;Sheathe,šîdh, in de scheede steken, intrekken, steken, bekleeden, koperen:Theysheathed(šîdhd)the sword= staken het zwaard in de scheede;Hesheatheda daggerintothe enemy’s breast= stak in;The cat’s claws were sheathed;Sheathing,šîdhiŋ, het bedekken, dubbeling (d.i. bekleeding van den bodem van een houten schip met een koperen of zinken huid).Sheave,šîv, schijf van blok of katrol;Sheaves= schooven.Shebeen,šibîn, stille kroeg (Schotl. en Ierl.).Shed,šed, subst. keet of loods, hut, afdak, fabrieksgebouw van één verdieping, hut.Shed,šed, storten, vergieten (van bloed en tranen), verspreiden, afwerpen, loslaten:My hair ceased to shed= viel niet meer uit;Fowls shed their feathers= ruien;The stag hasshed its horns= zijne horens afgeworpen;Toshed one’s teeth= tanden wisselen;Snakes shed their skins= vervellen;This coatsheds water= is waterdicht;Shedder-crab= krab die pas zijne schaal heeft afgeworpen;Shedding tooth= melktand.Sheen,šîn, subst. glans, pracht, schittering; adj. glanzend, schitterend;Sheenverb. schitteren;Sheeny:Sheeny changes= weerschijn.Sheep,šîp, schaap, schapen (ookfig.):Wolf in sheep’s clothing;Sheep’s-eye= bedeesde, verliefde blik, lonk, “oogje”:She has beencasting sheep’s-eyes athim many a day= toegelonkt;Sheep’s-head= schaapskop, schapekop;Topart (divide) the sheep from the goats= de bokken van de schapen scheiden;He isthe black sheep of the family= het schurfte schaap;She seems to havebecome a white sheep= haar leven gebeterd te hebben;Sheep-cot,Sheep-cote= kleine schaapskooi;Sheep-dog= (schaap)herdershond;Sheep-faced= bedeesd, schaapachtig, dom;Sheepfold= schaapskooi;Sheep-hook= herdersstaf;Sheep-market= schapenmarkt;Sheep-master= schapenhouder of -fokker;Sheep-run= schapenweide;Sheep-shearer= schapenscheerder;Sheep-shearing;Sheep-shears;Sheepskin= schaapsvel, perkament;Sheep-tick= schapeteek of -luis;Sheepwalk= schapenweide;Sheep-whistling= schapen hoeden;Sheepish= schaapachtig, sullig, bedeesd; subst.Sheepishness.Sheer,šîə, subst. vorm, lijnen van een schip; adj. en adv. zuiver, rein, eenvoudig, zeer dun, loodrecht, plotseling, ineens;Sheerverb. geren of gieren:Sheer nonsense= groote onzin;He pitched himsheer intothe water= pardoes in;Sheer off= afgieren;Sheer up (alongside)= aangieren (scheepstermen);Sheer-hulk= schip vanSheers(=eene hijschstelling) voorzien, om masten in te hijschen.Sheerness,šîənes.Sheet,šît, subst. laken, bedlaken, vel papier, brief (spelden), zeil, watervlak, schoot van een zeil:Sheet of copper= plaat;Sheet of fire= vuurzee;Sheet of snow= sneeuwlaken;Sheet of water= waterplas;Aweekly sheet= weekblaadje;I was quietlybetween the sheets= lag lekkertjes onder de wol;Itcame down in sheets= in stroomen, het goot;I havegot the work in sheets= in losse bladen of vellen;We were sailingwith flowing sheets= met gevierde schoten;Sheet-almanac= wandkalender;Sheet-anchor= plechtanker:Heheld on to it as by a sheet-anchor;Courage isthe sheet-anchor of independence;Sheet-copper= bladkoper;Sheet-iron= plaatijzer;Sheet-lightning= weerlicht;Sheeted:Sheeted corpse= in lijkwade gehuld;Sheeted cow= lakenvelder;Sheeted rain= stroomende regen;Sheeted smoke= hangende of zwevende rook;Sheeting= linnen of katoen voor lakens, beddelaken.Sheik(h),šaik,šeik,šîk, sheik.Shekel,šek’l,šîk’l, gewicht (±8 dr.), munt (ƒ1,50); geld =Shekels.Sheldrake,šeldreik, zaagbek;Shelduck= ’t wijfje daarvan.Shelf,šelf, plank, boekenplank, vak, zandbank- of plaat, laag, rots:To belaid on the shelf= ziek, buiten functie zijn;Toput (cast) on the shelf= ter zijde leggen;Toremain on the shelf= onverkocht blijven;Shelfy= vol ondiepten, rotsig.Shell,šel, subst. schaal, schil, bolster, schelp, lier, dop, geraamte (van een gebouw), romp, ruwe lijkkist, bom, granaat;Shellverb. schillen, doppen, ontbolsteren, schrapen, bombardeeren, uitvallen, afschilferen, opdokken, afvallen (van schil of bast):Shot and shell= kogels en granaten;ToShell peas= erwten doppen;If you don’tshell out promptly,I shall dun you= dadelijk opdokt;Shell-almond= kraakamandel;Shell-back= zeerob;Shell-fire= granaatvuur;Shell-fish= schaaldier;Shell-jacket= werkkiel (mil.);Shell-lime= schelpkalk;Shell-mounds, ZieKitchen-middens;Shell-proof= bomvrij;Shell-work= schelpwerk;Shelly= vol schelpen.Shellac,šelak,šəlak, schellak.Shelter,šeltə, subst. beschutting, schuilplaats;Shelterverb. beschutten, beschermen, eene schuilplaats geven, schuilen, verschuilen:Totake(Toseek)shelter;Shelterless.Sheltie, Shelty,šelti, Shetlandsche hit.Shelve,šelv, op een plank plaatsen, wegzetten, ter zijde leggen, negeeren, zacht hellen:The landshelves away to the water= loopt zacht naar zee af;The shoreshelved gently up from the water’s edge= liep zacht hellende op;Society shelved him= negeerde hem;Shelving, hellend:This isa shelve-trapfor the admission of casks= een luik met zacht afloopende plank.Shelves,šelvz, pl. v.Shelf.Shelvy,šelvi, schuin.[500]Shem,šem, Sem;Shemitic=Semitic.Sheol,šîoul, Hebreeuwsche onderwereld.Shepherd,šepəd, subst. (schaap)herder;Shepherdverb. hoeden, passen op;Shepherd-boy;Shepherd-dog;Shepherd’s crook= herdersstaf;Shepherd’s-dog= herdershond;Shepherd’s-needle= naaldenkervel;Shepherd’s pouch= herderstaschje;Shepherd’s rod(staff) = behaarde kaardebol;Shepherdess= herderin, landmeisje.Sherbet,šɐ̂bət, sorbet; soort ijs.Sherd,šɐ̂d, brok, stuk.Shereef,šərîf,šerif, Mohamm. vorst of heerscher, eerste magistraat v. Mecca.Sheridan,šerid’n.Sheriff,šerif, schout, bestuurder van een graafschap;Sheriff-clerk= griffier aan hetSheriff’s Court;Sheriff-officer= deurwaarder bij ditCourt;Sheriffalty,Sheriffdom,Sheriffship= rechtsgebied of ambt van eenSheriff.Sherlock,šɐ̂lok;Sherman,šɐ̂m’n.Sherry,šeri, sherry(wijn);Sherry-cobbler= sherry, suiker en ijswater, dat door een rietje opgezogen wordt.Sherwood,šɐ̂wud,Shetland,šetland, eilandengroep =Shetland Islands;Shetland-pony;Shetlander.Shew,šou; ZieShow.Shibboleth,šibəleth, wachtwoord, kenmerk, etc. eener partij.Shield,šîld, subst. schild, scherm, schut, beukelaar;Shieldverb. beschermen:Godshield you fromyour enemies= bescherme u voor;Shieldless= onbeschut; subst.Shieldlessness.Shieling,šîliŋ, hut in de Hooglanden.Shift,šift, subst. verandering, vervanging, verwisseling, schoft, (vrouwen)hemd, list, uitvlucht, hulpmiddel;Shiftverb. verschuiven, overbrengen, omleggen, overgieten, verwisselen (v. kleeren), verhuizen:That’smy only and last shift= redmiddel;Hemade shiftto get there in time= legde het zóó aan;Hemade shiftto live= hij redde zich, sloeg er zich door;This is onlya makeshift= behelp, behulp;Within a week we hadshifted, bag and baggage= waren we met pak en zak over;You are alwaysshifting about= ge weet niet wat ge wilt;He wasshifting abouton his chair= bewoog zich zenuwachtig heen en weer;You mustshift for yourself= uzelf redden;I haveshifted it off= de zaak uitgesteld;Youshift offmy arguments= ge ontduikt;The windshifted tothe east= draaide naar;Toshift one’s berth= van ligplaats veranderen;Toshift the helm= omleggen;The scene was shifted= werd veranderd;Weshifted our shirts= deden een ander hemd aan;Shifter= rangeermachine, slimmerd;Shiftiness, subst. v.Shifty;Shifting sand= drijfzand;Shiftless= onbeholpen; subst.Shiftlessness;Shifty= veranderlijk, slim, loos.Shikar,šikâ, jacht;Shikaree,šikârî, jager, sportsman (Brit. Ind.).Shillalah,šileila,Shillela(g)h,šəlîlag,šəlîla, dikke eiken stok of knots (Ierland).Shilling,šiliŋ, Eng. munt (= ƒ0,60):Totake the King’s (Queen’s) shilling= dienst nemen;Shilling-dreadful,Shilling-shocker= sensatieroman (van éénshilling).Shilly-shally,šilišali, subst. besluiteloosheid, aarzeling; adj. besluiteloos;Shilly-shallyverb. aarzelen =Tobe at shilly-shally.Shimmer,šimə, subst. schemering, schittering;Shimmerverb. schemeren, gloren:The snow layshimmering brightlyin the wintry sun= helder te glanzen.Shin,šin, subst. scheen(been);Shinverb. rondloopen om geld los te krijgen (=Shin about); klimmen (=Shin up):A shin of beef= lendestuk;Shin-bone= scheenbeen;Shin-plaster= beenpleister, papiergeld (vooral beneden een dollar,Amer.).Shindy,šindi, standje, herrie; voorliefde (Amer.):Eat your wordsor there will be a shindy= of we krijgen ruzie;Tokick up a shindy= herrie maken.Shine,šain, subst. zonneschijn, glans; standje, ruzie;Shineverb. schijnen, schitteren, blinken, krachtig uitkomen (out); glimmend maken:You were true to me through good and evil,storm and shine,in shine or rain= onder alle omstandigheden des levens;Have a shine,Sir? = poetsen, Mijnheer?Totake the shine off= den glans der nieuwheid ontnemen;Hetook the shine out of him= stelde hem in de schaduw;The busy beeimproves each shining hour= gebruikt den dagtijd goed;Itshone forth in all its glory= schitterde;Shiner= goudstuk, schoenpoetser.Shingle,šiŋg’l, subst. dakspaan, keisteentjes, klein uithangbord (Amer.);Shingleverb. met dakspanen dekken, kort afscheren (Shingles= gordelroos):Tohang out one’s shingle= een zaak openen;Shingle-beach= strand met keisteentjes.Shininess,šaininəs, glans;Shining,šainiŋ, glimmend, uitstekend.Shinny,šini=Shinty,šinti, soort v. kolfspel, kolfstok;Shinnyverb. kolven.Ship,šip, subst. schip;Shipverb. inschepen, aan boord nemen; verschepen, verzenden, monsteren, innemen, over krijgen:Hisship has come home= zijn schip met geld is aangekomen;Ship of the desert= de kameel;Ship of the line= linieschip;Ship’s company= bemanning;Toburn one’s ships(fig.);Totake ship= zich inschepen;Toship off= verschepen, verzenden;Toship the oars= innemen;Toship a sea= een stortzee over krijgen;Ship-biscuit;Ship-board:Tobe(Togo)on ship-board= aan boord zijn (gaan);Ship-breaker= slooper;Ship-broker= cargadoor;Ship-builder= scheepsbouwmeester:Ship-builder’s yard= werf;Ship-canal;Ship-carpenter= scheepstimmerman;Ship-chandler= handelaar in scheepsbenoodigdheden;Ship-chandlery;Ship-load= vracht (ookfig.);Shipmate= scheepskameraad;Ship-meter= scheepsmeter;Ship-money= belasting vroeger in Eng. geheven op havensteden en aan de zee grenzende graafschappen ten behoeve van de landsverdediging;Ship-owner= reeder;Ship-shape= netjes, behoorlijk in orde:Toput ship-shape;Ship’s-husband= walkapitein;Ship’s-roll= monsterrol;Ship-timber= spant;Shipwreck= schipbreuk;Shipwreckverb. schipbreuk lijden, te gronde richten:[501]We wereShipwrecked;Shipwright= scheepsbouwmeester (-timmerman);Shipyard= werf;Shipment= verscheping, lading;Shipped:Shipped weight= aan boord genomen vracht;Shipper= inscheper, verscheper, exporteur;Shipping, subst. alle schepen te zamen, scheepsmacht, vloot, tonnenmaat; adj. scheeps …:Theytook shipping= gingen scheep;Shipping-agent= scheepsbevrachter;Shipping-articles= monsterrol.Shire,šaiə(in samenst.:šə,alsWiltshire,wiltšə), graafschap;Shire-mote= vroegere graafschapsrechtb. bestaande uit:Sheriff,BishopenEaldorman.Shirk,šɐ̂k, vermijden, op slinksche wijze ontduiken, zich onttrekken aan, spijbelen:He nevershirked his work; subst.Shirker.Shirr,šɐ̂, ingeweven elastiek:Shirred garters= elastieken kousebanden.Shirt,šɐ̂t, subst. hemd;Shirtverb. een hemd aandoen, bedekken, bekleeden:Shirt of mail= maliënkolder;Hehas not a shirt to (put on) his back= hij is zoo arm als Job;Totake one’s shirt off= uittrekken;Shirt-bosom(=Shirt-front);Shirt-button;Shirt-collar;Shirt-cuff;Shirt-pin= borstspeld;Shirt-sleeve:In one’s shirt-sleeves;Shirt-stud;Shirting= katoen voor hemden.Shive,šaiv, schijfje, sneetje.Shiver,šivə, subst. brok, schaard, schilfer, leirots, rilling;Shiververb. verbrijzelen, beven, rillen, sidderen, huiveren:The glassfell in shivers= in gruzelementen;Toput the shivers ona person= doen rillen;Tosend a shiver through= doen huiveren;Shivering;Shivery= broos, trillend.Shoal,šoul, subst. groote troep, school, menigte; zandbank, ondiepte; adj. ondiep;Shoalverb. wemelen, samenscholen, ondieper worden;Shoaliness, subst. v.Shoaly= vol ondiepten.Shoat,šout, speenvarken; luilak (Amer.).Shock,šok, subst. schok, botsing, hevige aanval, beroerte, hoop graanschoven, dikke haarbos, ruigharige hond;Shockverb. stooten, botsen, aanstoot geven, kwetsen; adj. ruigharig:Ashock of earthquakewas felt;Shocks of yellow hair;Tobe shocked at= getroffen, gekwetst, geërgerd zijn over;Shock-headed= met een dikken bos haar;Shocker= wie of wat schokt; een draak v. een roman;Shocking= aanstootelijk, stuitend, ijselijk, omgehoord;Shockist= schrijver van sensatieromans.Shod,šod, beslagen, imp. en p.p. vanto shoe.Shoddy,šodi, subst. kunstwol, prullegoed, parvenu; adj. prullerig, leelijk, dom aanmatigend, parvenuachtig:He tried to establishthe worship of the god of shoddy= den eeredienst voor de godheid van prulwerk en oppervlakkigheid;New and shoddy people= parvenus;They were deemedthe very shoddiest of shoddy= tot zeer parvenuachtige families te behooren;Shoddyism= domme aanmatiging; parvenus;The world seemed to himto go shoddywards= minder degelijk te worden.Shodkin,šodkin, huwelijksmakelaar (bij de Joden).Shoe,šû, subst. schoen, hoefijzer, ijzeren beslag;Shoeverb. beslaan, eene biljartqueue van een pomerans voorzien, schoeien:That is quiteanother pair of shoes= andere thee (fig.);I wish I werein your shoes= dat ik in uwe schoenen stond;Todie in one’s shoes= gehangen worden;Toshake in one’s shoes= bibberen van angst;Shestepped into my shoes= nam mijn plaats in;A pair ofwooden shoes= klompen;Shoeblack= schoenpoetser;Shoe-blacking= schoensmeer;Shoe-brush= schoenborstel;Shoe-buckle= schoengesp;Shoe-butt= zoolleer;Shoe-factory;Shoe-horn= schoenhoorn;Shoe-lace= schoenveter;Shoe-latchet= riem;Shoe-leather= schoenleder:Tosave shoe-leather= zich een gang besparen;Shoemaker= schoenmaker;Shoe-string;Shoe-tacks= schoenspijkers;Shoe-thread= pikdraad;Shoe-vamp= bovenleer;Shoeing:Shoeing-horn= schoenentrekker, hulpmiddel, tusschenpersoon;Shoeless:Shoeless and stockinglesschildren= zonder schoenen of kousen, doodarm;Shoer= hoefsmid.Shone,šon, imperf. en part. perf. vanto shine.Shoo,šû, ksh!Shook,šuk, imperf. vanto shake.Shook,šuk, duigen, duighout.Shoot,šut, subst. schot, schietwedstrijd, jachtpartij, vuilnisplaats, jonge tak of scheut, spruitje of knop; slede, glijplank, houten glijbaan, stroomversnelling;Shootverb. schieten, jagen, snel bewegen door, uitbotten, uitspruiten, steken, afvuren, doodschieten, treffen, afjagen, voorschuiven, leegstorten:Toshoot the bolt= den grendel schuiven voor;Weshot the bridge= voeren snel onder de brug door;He hasshot the moon= is met de noorderzon vertrokken;Don’tshoot rubbish or soil here= hier geen puin of afval neer te werpen;Rubbish shot here= plaats voor puin, etc.;The light boatshot the water= vloog over;Heshot ahead ofus= schoot ons voorbij, kwam ons voor;Toshoot flying= in de vlucht;Heshot at everything within range= schoot op alles wat onder zijn bereik kwam;Let themshoot out the lip at me,if they like= de lip verachtelijk tegen mij uitsteken;They were allshot out (of the boat) into the water= in het water geslingerd;Theyshot out the tongue at this= staken de tong er voor uit;Toshoot over dogs= met honden jagen;Heshootsa mass of raw materialsupon usin these bulky volumes= hij overstelpt ons met;Shooter= schieter, schutter, vuurwapen:A six-shooter= zesloopsrevolver;Shootesses= jageressen;Shooting= jagen, schieten, het afschieten, het pijnlijk door de leden schieten, jachtterrein:Togo out shooting= uit jagen gaan;Shooting-box= jachthuis;Shooting-gallery= schiettent, jachthuisje;Shooting-iron= jachtgeweer, revolver (Amer.);Shooting-jacket= jachtvest;Shooting-license= akte;Shooting-match= wedstrijd;Shooting-range= schietterrein;Shooting-season;Shooting-seat= jachthuis;Shooting-star= vallende ster.[502]Shop,šop, subst. winkel, werkplaats;Shopverb. inkoopen doen, winkelen:No shop in company(Cut the shop) = niet over het vak praten;Wine-from-the-wood shop= bodega;Tokeep (a) shop;Toopen a shop;Weshut up shopat 8= sluiten om 8 uur;He hasshut up shop= heeft zich uit de zaken teruggetrokken;Thatsmells of the shop= ruikt naar het vak;Tosink the shop= niet over het vak praten;Hetalks the most unlimited shop= heeft het eeuwig en altijd over zijn vak;Wehave been shopping= wij hebben gewinkeld;Shop-assistant= winkelbediende;Shop-bill= prijscourant;Shop-board= werkbank, toonbank;Shop-book= winkelboek;Shop-girl;Shopkeeper= winkelier, winkelknecht (fig.);Shop-lifter= ladelichter;Shopman= kleinhandelaar, winkelknecht;Shop-soiled= verkleurd of gevlekt in de étalage;Shop-walker= winkelchef;Shop-worn= verlegen;Shopocracy,špokrəsi, rijke winkelmenschen.Shore,sö, subst. kust, oever, strand, schraag, stut;Shoreverb. aan den wal (in zekerheid) brengen, schragen, schoren, stutten:Theywent on shore= aan wal;Tostand in, off shore= in, uit den wal liggen (scheepsterm);Shore it up= stut het;Shore-battery= strandbatterij;Shore-ice= pakijs;Shoreless= zonder oever of kust, onbegrensd.Shorling,šöliŋ, vacht van een levend geschoren schaap, pas geschoren schaap.Shorn,šön, p.p. vanto shear:God tempers the wind to the shorn lamb= geeft kracht naar kruis.Short,šöt, subst. korte inhoud, kort begrip, tekort; adj. kort, beperkt, beneden peil, schraal, gebrekkig, onverdund, kortaf, driftig, broos:The long and the short of it is= de hoofdzaak is, om kort te gaan;Shorts= mengsel van zemelen en meel; korte broek;The baby wasput into shorts(=short clothes) = kwam uit de lange kleeren;To beshort at the sleeves;Calledfor short= kortweg;He is a foolin short= kortom hij is gek;To beshort with= kortaf, bits;To betwo shillings short= te kort komen, te weinig ontvangen hebben;The timewas very shortnow= de tijd begon aan te loopen;He isshort ofsight= bijziende, kortzichtig (fig.);I amshort ofmoney just now= slecht bij kas;Short ofheaven, he could lead his men anywhere= behalve naar den hemel;It fellshort ofmy expectations= beantwoordde niet aan;Nothingshort ofhaving my tooth extracted could rid me of that toothache= niets minder dan;This deed is littleshort ofheroic= komt nabij;The translation isshort ofthe original= blijft beneden;A few minutesshort oftwelve= vóór 12;I am rathershort ofhands= kom te kort;Let it be short= maak het kort;Hecut me short= viel mij in de rede;We havegone shortfrequently to save up for a dinner= vaak “krom gelegen”;Tomake shortof a long story(=Tomakea long storyshort) om kort te gaan;Torun short= opraken;Tosell short=à la baissespeculeeren;Tostop short= plotseling stilhouden, blijven staan, ophouden;Toturn short= zich plotseling omkeeren;Short allowance= schrale kost:Toput on short allowance= op klein rantsoen stellen;Short cut= binnenpad, kortere weg;At the time I woreshort petticoats= toen ik nog korte rokken aan had;Short rib= korte rib;To giveshort shrift= korte metten maken met;Toputonshort work= de werkuren inkorten;To makeshort workof= korte metten maken met;Short-bread(Short-cake) = broos gebakje;Short-breathed,šötbretht, kortademig;Short-circuit= kortsluiting;The little one wasshort-coated= kwam uit de lange kleeren;Hisshortcomingsare many= tekortkomingen;Short-commons= schraal maal;Short-dated= van korten duur, op korten termijn;Shorthand= kortschrift:Totake down in shorthand= stenographisch opnemen;We are rathershorthanded forgentlemen= hebben eigenlijk geen heeren genoeg;Shorthorn= beroemd (Durham) veeras (met korte horens);Short-lived,šötlaivd:Ours is a short-lived family= wij worden geen van allen oud;Short-sight(edness)= bijziendheid;Short-sighted= bijziende, kortzichtig;Short-tempered= kort aangebonden (=Short of temper);Short-waisted= kortlijvig;Short-winded= kortademig;Short-witted= met weinig oordeel;Shortage= tekort:There wasa shortage ofteachers;Shorten= verkorten, verminderen, samentrekken, afsnijden, zacht maken:Theyshorted sail= minderden zeil;Shorted ofhis prey= beroofd van;Shorter= wie of wat verkort, enz.;Shortly= (in het) kort, binnenkort:Hewrote shortly= schreef een klein briefje;Shortly beforethe war;Shortness= kortheid:Shortness of breath;Shortness of memory.Shot,šot, subst. schot, kogel, schroot, hagel, bereik (van kogel of geweer), schutter; gelag, rekening; adj. changeant, met een weerschijn;Shotverb. laden (ookimperf.enp.p.vanto shoot):Blank shot= met los kruit;Shot with ball= met scherp;Shot of distress= noodschot;To be received bya volley of shot= een hagelbui van kogels;He is not worthpowder and shot= hij is geen schot kruit waard;As long as there isa shot in the locker= nog een kogel in ’t geweer, nog geld in de beurs is;Theshot came home, fell aboard= was raak;He isa crack, a dead, an excellent, a splendid shot= wat hij onder schot krijgt is “er bij”;One of the best shotsof the day;To firerandom (wild) shots= in ’t wilde schieten;Let me have a shot at it= laat mij ’t eens probeeren;Hemade a shot ata French word for “intended”= sloeg een slag naar;I have got topay the shot= ik moet betalen;The photographertook two shots atmy face= nam me tweemaal;Tobe (get) shot of= kwijt zijn, raken;He wasoff like a shot= vloog weg;I gave up my promiselike a shot= dadelijk;Mistaken am I?Not by a long shot= volstrekt niet;He isout of (within) shot= hij is buiten (onder) schot;Shot silk= zijde met een weerschijn;Shot-bag=[503]schrootzak;Shot-belt= lange lederen riem voor hagel als gordel gedragen;He came offShot-free= zonder kleerscheuren;Shot-gauge= kogelmal;Shot-gun= gladloops jachtgeweer;Shot-hole= kogelgat;Shot-pile= kogelstapel;Shot-prop= houten prop om eenShot-holete stoppen;Shot-tower= hageltoren;Aheavy shottedgun= met kogel van zwaar kaliber geladen kanon;Shotted chain= ketting met kogel (voor galeiboeven);The article istoo heavily shotted forthe ordinary reader= al te zwaar, geleerd;Shotten= de kuit geschoten hebbende; ontwricht; gestremd.Shough,šok, ruige hond.Should,šud, imperf. vanshall:Tell him soif he should come= als hij mocht komen;Not as it should be= niet zoo het hoort;As who should say= alsof iemand zou zeggen;No better than they should be= niet beter dan dat soort gewoonlijk is.Shoulder,šouldə, subst. schouder, schoft, schouderstuk;Shoulderverb. met den schouder duwen, krachtig duwen, op den schouder nemen, òvernemen (van het geweer):One shoulder of mutton draws (drives) down another= hoe meer men heeft, hoe meer men wil hebben;Shoulder of mutton sail= driehoekig bootzeil;No sooner was he in the room, than sheattacked him straight from the shoulder= in ééns, op den man af;Heclapped me on the shouldersaying: You are my prisoner= hij legde de hand op mijn schouder;Hegave us the cold shoulder= zag ons met den nek aan;I have a good deal on my shoulders just now;Hehas round shoulders= een ronden rug;Hehit out straight from the shoulder= gaf een krachtigen slag;You cannot put old heads upon young shoulders= jeugd heeft geen deugd;Put (set) your shoulder toit= zet er uw schouder onder;Torub shoulders= in nauwe aanraking komen;Heshrugged his shoulders= hij haalde de schouders op;Tostand shoulder to shoulder= schouder aan schouder staan;You have taken too much on your shoulders;Shoulder arms!= over ’t geweer;Ishouldered the responsibility= nam … op mij;Heshouldered me aside= duwde mij op zij;The French wereshouldered off the direct way to Berlin= werden belet direct op Berlijn aan te rukken;Shoulder-belt= draagband;Shoulder-blade,Shoulder-bone= schouderblad;Shoulder-knot= schouderbedekking;Shoulder-points= vangsnoeren;Shoulder-shotten= lam in de schouders (vanpaarden);Shoulder-slip= schouderontwrichting;Shoulder-strap= schouderriem, schouderklep;He is abroad-shoulderedfellow= breedgeschouderd.Shout,šaut, subst. gejuich, geroep;Shoutverb. juichen, hard roepen:They shouted like anything= juichten “van je welste”;Toshout newspapersin the street= luidkeels (met) kranten venten;Shouter.Shove,šɐv, subst. duw, stoot;Shoveverb. duwen, stooten, voortduwen:Shove the animal at the hedge= drijf, duw, jaag naar;The measure wasshoved by= terzijde gelegd, verworpen;Weshoved from shore= duwden af.Shovel,šɐv’l, subst. schop;Shovelverb. scheppen, opscheppen;Shovel-board= trokspel, troktafel;Shovel-hat= platte hoed met breeden rand (door Eng. geestelijken gedragen);Shovelful= schopvol;Shoveller.Show,šou, subst. vertoon, tentoonstelling, voorkomen, schijn, praal, schouwspel, vertooning;Showverb. toonen, vertoonen, (aan)wijzen, duidelijk maken, bewijzen, onderrichten, zich vertoonen, pronken (off):Lord Mayor’s show= optocht van den L. M. in Londen (9 Nov.);Hehasn’t any show= geen kans;Hemakes no show of his learning= loopt niet te koop met;Under a show offriendship= onder den schijn van;The meeting expressed their opinion byshow of hands= door het opsteken der handen;Even in rebukehis great heart shows= toont zich zijn edel hart;The wood began to show= het hout kwam door de verf kijken;Something showedon the ground= lag zichtbaar;Gypsy blood will show= verloochent zich niet;You should not show= u niet decolleteeren;Toshow fight= de tanden laten zien, willen vechten;Heshowed his heels= ging aan den haal;Toshow the way;Toshow about= overal laten kijken;The heavensshow forththe glory of the Lord= verkondigen;Will youshow the gentleman in?= mijnheer binnenlaten?His faceshowed of a purple hue= nam eene purperen tint aan;He is a clever fellow, but he does notshow it off= maar hij loopt er niet mee te koop;Heshows offhis gold chain= pronkt met;Heshowed me overthe picture-gallery= liet mij zien;Will youshow him up?= hem boven laten komen;Hewas shown up= ontmaskerd;Show-bill= groot aanplakbiljet;Show-box= kijkkastje;Show-bread= toonbrood (bij de Israëlieten);Show-card= reclameplaatje;Show-case= uitstalkastje, vitrine;Showman= spulleman;Showman’s cart= kermiswagen;Show-place= uitstalplaats, bezienswaardigheid;Show-room= monster-, modelkamer;Show-scholar= model v. een leerling;Show-window= uitstalvenster;Shower of tricks= goochelaar;Showiness, subst. v.Showy= praalziek, opzichtig.Shower,šauə, subst. bui, plasregen, drom, vloed;Showerverb. beregenen, begieten, overstroomen, rijkelijk (doen) nederdalen:Shower of arrows, stones;Heshowered downwealth and honour on his favourites= stortte uit over;Shower-bath= stortbad;Showerless= zonder buien;Showery= buiïg, regenachtig.Shown,šoun, p.p. vanto show.Shrank,šraŋk, imperf. vanto shrink.Shrapnel(shell),šrapn’l(šel), granaatkartets.Shred,šred, subst. reepje, stukje, tittel of iota, lap;Shredverb. in reepen snijden, knippen:Shredded wheat= grof meel;Shredding= stuk, lap, brok, reepje;Shreddy= uit brokken bestaande;Shredless.Shrew,šrû, subst. helleveeg, manwijf; spitsmuis;Shrew-mole= Amer. waterrat;Shrew-mouse= spitsmuis;Shrewish= twistziek, lastig; subst.Shrewishness.Shrewd,šrûd, sluw, listig, loos, scherpzinnig,[504]vinnig, lastig, netelig;Shrewdly= buitengewoon, kras;Shrewdness= sluwheid, etc.Shrewsbury,šrûzbri,šrouzbri.Shriek,šrîk, subst. gil, schel geluid;Shriekverb. gieren, gillen:Togive (utter) a shriek;Shrieks of laughter;Heshrieked out: “Murder”= hij gilde: “moord”;Shrieker.Shrift,šrift, biecht, absolutie.Shrike,šraik, klauwier, wurger.Shrill,šril, schel, snerpend;Shrillverb. gillen, piepen, uitkrijschen, een schel geluid geven;Shrill-gorged= met snerpenden klank;Shrill-tongued= met schelle stem; subst.Shrillness; adj.Shrilly.Shrimp,šrimp, garnaal; dwerg;Shrimpverb. garnalen vangen;Shrimper.Shrine,šrain, subst. reliquieënkastje, grafteeken, altaar, heilige plaats; verb. in eenshrineplaatsen.Shrink,šriŋk, subst. ineenkrimping (van vrees), samentrekking, plooi;Shrinkverb. samentrekken, inkrimpen, rimpelen, terugdeinzen, ineenkrimpen, huiveren:Ishrink atthe very thought= huiver bij;He did notshrink fromthe task= deinsde niet terug voor;Heshrunk intoa recess= kroop in;Shrinkage, vermindering, verlies:There were shrinksas living had become more expensive= men moest zich bekrimpen;Toallow a margin for shrink= (fig.) er om denken, dat iets wel eens wat tegen kan vallen;Shrinker:Cowardly shrinker= lafaard.Shrive,šraiv, biechten, absolutie geven:He shrived himself= hij biechtte;Shriver;Shriven,šriv’n, gebiecht.Shrivel,šriv’l, krimpen, rimpelen, verschrompelen:Shrivelledwith age= gerimpeld.Shroff,šrof, O.I. bankier of wisselaar; ook verb.;Shroffage= onderzoek van munten; commissieloon aan wisselaars.Shroud,šraud, subst. kleed, kleederen, dekkleed, lijkwa, omhulsel, beschutting (Shrouds= want,scheepst.);Shroudverb. omhullen, verbergen, in een doodskleed wikkelen, zich verschuilen:Heshrouded himselffrom danger= beschutte zich tegen;Shroudless.

Shack,šak, subst. uitgevallen koren; recht van winterweide; vagebond (Amer.);Shackverb. uitvallen (van rijp koren); op het stoppelland sturen:Tosend hogs a-shacking.Shackle,šak’l, subst. schakel, boei, kluister (ookfig.);Shackleverb. boeien, ketenen, belemmeren, koppelen (Amer.), hinderen.Shad,šad, elft.Shaddock,šadək, pompelmoes.Shade,šeid, subst. schaduw, schim, schakeering, (lampe)kap, scherm;Shadeverb. beschaduwen, overschaduwen, in de schaduw zetten, verduisteren; met eenshadebedekken, beschermen, verbergen, langzaam verminderen of overgaan (off):A lamp witha green cardboard shade= kartonnen kap;A glass shade= stolp;Chinese shades= Chineesche schimmen;The latest shades of gloves= nuances, kleuren:No shade ofdifference= geen zweem;This isa shade stronger= een tikje sterker;This is,by a shade, not so good= een tikje minder goed;He wasparticular to a shade= verschrikkelijk sekuur, tot op een haartje nauwkeurig;Hekept in the shade= bleef op den achtergrond, hield zich gedekt;Toput in (cast, throw into) the shade= in de schaduw stellen;The (realm of) Shades= het schimmenrijk, Hades;Shadeless;Shadiness= lommerrijkheid, dubbelzinnigheid. ZieShady.Shadow,šadou, subst. (scherp omlijnde) schaduw, schaduwbeeld, duisternis, donkerheid, mom, aanduiding; geest;Shadowverb. schaduwen, bewolken, in donkere kleuren schilderen, beschermen, verbergen, voorstellen, volgen (als eene schaduw):The shadow(s) of death= de schaduwen des doods;Coming events cast their shadows before;He wronglytook the shadow for the substance= nam den schijn voor het wezen;The policeare shadowing him= de politie gaat al zijne gangen na;Shadowiness, subst. v.Shadowy= schaduwrijk, donker, onwezenlijk, hersenschimmig:Ashadowy idea= vaag idee.Shady,šeidi, lommerrijk, beschaduwd, dubbelzinnig, verdacht:Ashady business= zaak die geen licht kan verdragen;On the shady (sunny) side of seventy= boven (onder) de 70 jaar.Shaft,šâft, pijl, schacht, werpspies, steel, as, disselboom, deel van een zuil tusschen voetstuk en kapiteel, mijnput (schacht):Shaft-horses= de achterste (aan den disselboom loopende) paarden van een vierspan;Shafted= door zuilen gedragen; gesteeld (herald.).Shaftesbury,šâftsb’ri.Shag,šag, subst.pluis, ruw haar, nop (van laken, enz.) soort van tabak; adj. ruig;Shagverb. ruig maken;Shaggedness, Shagginess= ruigheid;Shaggy= ruig, met lang, wollig haar:Ashaggy pony, bear= ruige hit, beer.Shagreen,šəgrîn, subst. en adj. (van) segrijn leder.Shah,šâ, keizer of vorst van Perzië.Shake,šeik, subst. schok, ruk, trilling, scheur (in hout), (hand)druk;Shakeverb. schudden, schokken, beroeren, trillen, verzwakken, aan ’t wankelen brengen, roeren:Your cordial shakedid me good= uw hartelijke handdruk;He isno (not any) great shakes= niet veel zaaks of bijzonders;Shake of wind= stoot;When taken to be well shaken= vóór het innemen goed schudden;I think I shook him= dat ik hem diep getroffen heb;Toshake (bedroom) carpets= kleedjes uitkloppen;We haveshaken handsover it,haveshaken each other by the hand= elkaar de hand er op gegeven, een handdruk gewisseld;Alimp shake-hands= slappe handdruk;I congratulated myself thatthe shake-handswas disposed of= dat het handjesgeven over was;Toshake down(gaan) slapen;A shake-down= een kermisbed;Ishook him offlike a dog= wierp hem van mij af;Toshake up= wakker schudden, opmonteren;Toshake(all over)withlaughter= schudden van;Shaker= lid van een godsdienstige secte;Shakerism= beginselen derShakers. ZieShakiness.Shakespeare,šeikspîə;Shakespearean, Shakespearian,šeikspîriən, Shakespeariaansch.Shakiness,šeikines, subst. v.Shaky;Shaking:Give him a shaking= schud hem eens door elkaar.Shako,šakou, sjako.Shaky,šeiki, slapjes, zwakjes, bouwvallig, trillerig:The candidate was rather shaky= vrij zwak;Your mathematics are shaky= je wiskunde is dun;Tofeel shaky= bang zijn;The government hasgrown shaky= staat onvast.Shale,šeil, leisteen.Shall,šal, zullen.Shalloon,šəlûn, soort v. wollen stof.Shallop,šaləp, sloep (vaartuig).Shallot,šəlot, sjalot.Shallow,šalou, subst. ondiepe zandbank; adj. ondiep, oppervlakkig:His high collars get shalloweras he advances in years= worden lager;Shallow-brained,Shallow-pated,Shallow-witted= oppervlakkig;Shallowness= ondiepheid, bekrompenheid.Shalm,šôm, ZieShawm.Shalott,šəlot.Shaly,šeili, leisteenachtig.Sham,šam, subst. bedrog, bedotterij, voorwendsel, bedrieger; adj. geveinsd, voorgewend;Shamverb. bedriegen, valschelijk voorwenden:Hecut a sham= hij bedroog;There were many cases ofshamming mad= voorgewende krankzinnigheid;Sham check= valschecheck;Sham door= blinde deur;Sham errand= gemaakte boodschap;Sham fight= spiegelgevecht;He is ashammer= bedrieger, veinsaard.Shamble,šamb’l, schuifelen, onvast of lummelig loopen.Shambles,šamb’lz, vleeschbankjes, vleeschhal, slachtplaats, abattoir:Tribunals then werean unclean public shambles.[498]Shame,šeim, subst. schaamte, schande, bescheidenheid;Shameverb. beschamen, te schande maken, op de kaak stellen, zich schamen:Fie, for shame= foei! schaam u;He islost to every sense of shame= heeft alle schaamtegevoel verloren;It is a downright shame= een ware schande;Such a small boy should notput you to shame= mag u niet beschaamd maken;She was shamed= stond beschaamd;To speak the truth and shame the devil= waarheid boven alles stellen;Youshame your worth= doet uwe waardigheid schande aan;Shame-faced= bedeesd, schaamachtig; subst.Shame-facedness;Shameful= schandelijk; subst.Shamefulness;Shameless= schaamteloos; subst.Shamelessness.Shammy,šami, gems(leder);Shamoy,šamôi,šamôi.Shampoo,šampû, na een warm bad het lichaam wrijven of knijpen, het hoofd wrijven en wasschen (bij een kapper);Shampooing.Shamrock,šamrok, klaverblad (nationaal zinnebeeld v. Ierland);Rose, Thistle and Shamrock= Engeland, Schotland en Ierland.Shandry(dan),šandrid’n, ouderwetsch Iersch karretje, rammelkast.Shandygaff,šandigaf, mengsel van bier en gemberbier.Shanghai,šaŋhai.Shank,šank, scheenbeen, beenstuk, buis, pijp, steel, oog:Shank of a button;Long Shanks= langbeen;Spindle shanks= spillebeenen, spillebeen;Shanked(in samenst.) = met een been of steel.Shanty,šanti, ruwe hut, loods, woning, kroeg, liedje bij het ankerlichten gezongen;Shantyman=Backwoodsman.Shapable,šeipəb’l, vormbaar;Shape,šeip, subst. gedaante, gestalte, taille, vorm, leest, wezen;Shapeverb. vormen, scheppen, richten, inrichten, uitwerken:A few poemsin the shape ofsonnets= in sonnetvorm;To beout of shape;Straight to the shape= strak, glad zittend;Toput in shape= vorm geven;Tosit well in (to) the shape= goed passen;Theyshaped a course forthe island= zetten koers naar;Sheshaped her lifeto her duties= regelde naar;Shape-shiftingis common in nursery tales= plotselinge transformaties;Shapeable=Shapable;Shapeless= vormloos; subst.Shapelessness;Shapeliness, subst. v.Shapely= goed gevormd, welgemaakt, schoon.Shard,šâd, potscherf, eierschaal, slakkeschelp, vleugelschild:Theshards of life= de harde of wreede levensomstandigheden.Share,šêə, subst. aandeel, gedeelte, ploegschaar;Shareverb. verdeelen, deelen, deelnemen:For my share= wat mij aangaat;Shares were at a premium= de aandeelen stonden hoog;Let mebear a share= ook meedoen of bijdragen;Itfell to my share= viel mij ten deel;Shall wego shares? = samen doen, elk een gelijk deel bijdragen;Personal, nominal share= aandeel op naam;Scrip, Transferable share= aandeel aan toonder;Ishare your opinion= ben het met u eens, deel uwe meening;We did notshare inthese transports= deelden niet in;These nationsshare inthe traffic= doen mee aan;We mustshare and share alike= gelijkop deelen;Share-bone= schaambeen;Share-broker= makelaar in effecten, enz.;Share-holder= aandeelhouder;Sharer= deelhebber.Shark,šâk, subst. haai, schurk, zwendelaar, smulpaap;Sharkverb. gauwdieverij plegen, sluw meenemen, schuimen, smullen:Hesharked out of it= draaide er zich uit;Sharker= gauwdief, smulpaap.Sharp,šâp, scherp, spits, puntig, doordringend, glad, slim, scherpzinnig, zuur, waakzaam, bij-de-hand; subst. (noot met een) kruis, slimmerd, zwendelaar;Sharpverb. scherp maken, van een kruis voorzien, bedriegen:Sharp at8 o’clock= precies om =At 8 sharp;He issharp at sums= vlug in ’t rekenen;Asharp little boy= bij-de-hand;Assharp as a ferret= zoo scherp van oog als een fret;I hada sharp fitof gripings= hevigen aanval;He is asharp hand= gladde, gewikste, gewetenlooze vent;Sharp dodges, dealing, practices, tricks= bedriegerijen, knoeierijen;Povertyis a sharp weapon;He has asharp wit= is gevat;Sharp work= vlug werk;Look sharp= vlug, haast u wat;F-sharp= fis (muz.);Sharp-cutfeatures= scherp belijnde, scherpe;Sharp-set= gretig, hongerig;Sharp-shod= op scherp (v. paarden);Sharp-shooter= scherpschutter;Sharp-sighted= met een scherp oog, scherpzinnig;The sails wereSharp-trimmed= scherp bij den wind gebrast;Sharp-witted= schrander, scherpzinnig;Sharpen= scherpen, wetten, aansporen, scherp worden;Sharper= bedrieger, afzetter;Sharpness= scherpheid, etc.Shaster,šastə,šâstə, wetboek der Hindoes.Shatter,šatə, verbrijzelen, verpletteren, scheuren, in stukken vallen, krenken, ruineeren;Shattered= beschadigd;Shatters= brokken.Shave,šeiv, het scheren, sneetje, kleinigheid, woekerrente, afzetterij;Shaveverb. scheren, zich scheren, in sneetjes verdeelen of snijden, langs strijken, afschuimen, villen:I should like a shave= wou graag geschoren worden;Close shave= kort geknipt haar:It was a close (narrow) shave= dat scheelde een beetje;I want to get shaved= ik wou me laten scheren;He shaves notes= hij koopt schuldbewijzen op tegen hoog disconto (Amer.);Shave-grass= schaafstroo of schuurbies;Shaveling= geschorene, monnik;Shaver= barbier, woekeraar, schurk, grappenmaker, ventje:The baby isa nice shaver= een aardig rakkerdje;That was a shaver= dat liepen we net vrij;Shaving: (Shavings= krullen);Shaving-basin= scheerbekken;Shaving-brush;Shaving-glass= scheerspiegel;Shaving-shop;Shaving-soap.Shaw,šô, kreupelboschje, klein bosch.Shawl,sôl, subst. sjaal, doek;Shawlverb. met een sjaal omhullen;Shawl-strap= plaidriem.Shawm,šôm, schalmei.Shay,šei=Chaise.She,šî, subst. vrouw; adj. vrouwelijk; pron. zij:Ashe-ape= wijfjesaap;His wife isa she-boss= driedekker, baas (Amer.);Ashe-man= manwijf.[499]Sheaf,šîf, subst. schoof, bundel;Sheafverb. in schoven of bundels binden; adj.Sheafy.Sheal,šîl, doppen, schillen; subst. hut.Shear,šîə, scheren, plukken, villen (fig.); subst. scheerwol, kromming:A pair of shears= een groote schaar;Shear-bill= schaarbek (vogel);Shear-steel= bruineerstaal;Shearer= scheerder; maaier;Shearling= eens geschoren schaap;Shearlings= de wol daarvan;Shearwater= pijlstormvogel.Sheat-fish,šîtfiš, meerval.Sheath,šîth, scheede, vleugelschild;Sheath-winged= schildvleugelig;Sheathe,šîdh, in de scheede steken, intrekken, steken, bekleeden, koperen:Theysheathed(šîdhd)the sword= staken het zwaard in de scheede;Hesheatheda daggerintothe enemy’s breast= stak in;The cat’s claws were sheathed;Sheathing,šîdhiŋ, het bedekken, dubbeling (d.i. bekleeding van den bodem van een houten schip met een koperen of zinken huid).Sheave,šîv, schijf van blok of katrol;Sheaves= schooven.Shebeen,šibîn, stille kroeg (Schotl. en Ierl.).Shed,šed, subst. keet of loods, hut, afdak, fabrieksgebouw van één verdieping, hut.Shed,šed, storten, vergieten (van bloed en tranen), verspreiden, afwerpen, loslaten:My hair ceased to shed= viel niet meer uit;Fowls shed their feathers= ruien;The stag hasshed its horns= zijne horens afgeworpen;Toshed one’s teeth= tanden wisselen;Snakes shed their skins= vervellen;This coatsheds water= is waterdicht;Shedder-crab= krab die pas zijne schaal heeft afgeworpen;Shedding tooth= melktand.Sheen,šîn, subst. glans, pracht, schittering; adj. glanzend, schitterend;Sheenverb. schitteren;Sheeny:Sheeny changes= weerschijn.Sheep,šîp, schaap, schapen (ookfig.):Wolf in sheep’s clothing;Sheep’s-eye= bedeesde, verliefde blik, lonk, “oogje”:She has beencasting sheep’s-eyes athim many a day= toegelonkt;Sheep’s-head= schaapskop, schapekop;Topart (divide) the sheep from the goats= de bokken van de schapen scheiden;He isthe black sheep of the family= het schurfte schaap;She seems to havebecome a white sheep= haar leven gebeterd te hebben;Sheep-cot,Sheep-cote= kleine schaapskooi;Sheep-dog= (schaap)herdershond;Sheep-faced= bedeesd, schaapachtig, dom;Sheepfold= schaapskooi;Sheep-hook= herdersstaf;Sheep-market= schapenmarkt;Sheep-master= schapenhouder of -fokker;Sheep-run= schapenweide;Sheep-shearer= schapenscheerder;Sheep-shearing;Sheep-shears;Sheepskin= schaapsvel, perkament;Sheep-tick= schapeteek of -luis;Sheepwalk= schapenweide;Sheep-whistling= schapen hoeden;Sheepish= schaapachtig, sullig, bedeesd; subst.Sheepishness.Sheer,šîə, subst. vorm, lijnen van een schip; adj. en adv. zuiver, rein, eenvoudig, zeer dun, loodrecht, plotseling, ineens;Sheerverb. geren of gieren:Sheer nonsense= groote onzin;He pitched himsheer intothe water= pardoes in;Sheer off= afgieren;Sheer up (alongside)= aangieren (scheepstermen);Sheer-hulk= schip vanSheers(=eene hijschstelling) voorzien, om masten in te hijschen.Sheerness,šîənes.Sheet,šît, subst. laken, bedlaken, vel papier, brief (spelden), zeil, watervlak, schoot van een zeil:Sheet of copper= plaat;Sheet of fire= vuurzee;Sheet of snow= sneeuwlaken;Sheet of water= waterplas;Aweekly sheet= weekblaadje;I was quietlybetween the sheets= lag lekkertjes onder de wol;Itcame down in sheets= in stroomen, het goot;I havegot the work in sheets= in losse bladen of vellen;We were sailingwith flowing sheets= met gevierde schoten;Sheet-almanac= wandkalender;Sheet-anchor= plechtanker:Heheld on to it as by a sheet-anchor;Courage isthe sheet-anchor of independence;Sheet-copper= bladkoper;Sheet-iron= plaatijzer;Sheet-lightning= weerlicht;Sheeted:Sheeted corpse= in lijkwade gehuld;Sheeted cow= lakenvelder;Sheeted rain= stroomende regen;Sheeted smoke= hangende of zwevende rook;Sheeting= linnen of katoen voor lakens, beddelaken.Sheik(h),šaik,šeik,šîk, sheik.Shekel,šek’l,šîk’l, gewicht (±8 dr.), munt (ƒ1,50); geld =Shekels.Sheldrake,šeldreik, zaagbek;Shelduck= ’t wijfje daarvan.Shelf,šelf, plank, boekenplank, vak, zandbank- of plaat, laag, rots:To belaid on the shelf= ziek, buiten functie zijn;Toput (cast) on the shelf= ter zijde leggen;Toremain on the shelf= onverkocht blijven;Shelfy= vol ondiepten, rotsig.Shell,šel, subst. schaal, schil, bolster, schelp, lier, dop, geraamte (van een gebouw), romp, ruwe lijkkist, bom, granaat;Shellverb. schillen, doppen, ontbolsteren, schrapen, bombardeeren, uitvallen, afschilferen, opdokken, afvallen (van schil of bast):Shot and shell= kogels en granaten;ToShell peas= erwten doppen;If you don’tshell out promptly,I shall dun you= dadelijk opdokt;Shell-almond= kraakamandel;Shell-back= zeerob;Shell-fire= granaatvuur;Shell-fish= schaaldier;Shell-jacket= werkkiel (mil.);Shell-lime= schelpkalk;Shell-mounds, ZieKitchen-middens;Shell-proof= bomvrij;Shell-work= schelpwerk;Shelly= vol schelpen.Shellac,šelak,šəlak, schellak.Shelter,šeltə, subst. beschutting, schuilplaats;Shelterverb. beschutten, beschermen, eene schuilplaats geven, schuilen, verschuilen:Totake(Toseek)shelter;Shelterless.Sheltie, Shelty,šelti, Shetlandsche hit.Shelve,šelv, op een plank plaatsen, wegzetten, ter zijde leggen, negeeren, zacht hellen:The landshelves away to the water= loopt zacht naar zee af;The shoreshelved gently up from the water’s edge= liep zacht hellende op;Society shelved him= negeerde hem;Shelving, hellend:This isa shelve-trapfor the admission of casks= een luik met zacht afloopende plank.Shelves,šelvz, pl. v.Shelf.Shelvy,šelvi, schuin.[500]Shem,šem, Sem;Shemitic=Semitic.Sheol,šîoul, Hebreeuwsche onderwereld.Shepherd,šepəd, subst. (schaap)herder;Shepherdverb. hoeden, passen op;Shepherd-boy;Shepherd-dog;Shepherd’s crook= herdersstaf;Shepherd’s-dog= herdershond;Shepherd’s-needle= naaldenkervel;Shepherd’s pouch= herderstaschje;Shepherd’s rod(staff) = behaarde kaardebol;Shepherdess= herderin, landmeisje.Sherbet,šɐ̂bət, sorbet; soort ijs.Sherd,šɐ̂d, brok, stuk.Shereef,šərîf,šerif, Mohamm. vorst of heerscher, eerste magistraat v. Mecca.Sheridan,šerid’n.Sheriff,šerif, schout, bestuurder van een graafschap;Sheriff-clerk= griffier aan hetSheriff’s Court;Sheriff-officer= deurwaarder bij ditCourt;Sheriffalty,Sheriffdom,Sheriffship= rechtsgebied of ambt van eenSheriff.Sherlock,šɐ̂lok;Sherman,šɐ̂m’n.Sherry,šeri, sherry(wijn);Sherry-cobbler= sherry, suiker en ijswater, dat door een rietje opgezogen wordt.Sherwood,šɐ̂wud,Shetland,šetland, eilandengroep =Shetland Islands;Shetland-pony;Shetlander.Shew,šou; ZieShow.Shibboleth,šibəleth, wachtwoord, kenmerk, etc. eener partij.Shield,šîld, subst. schild, scherm, schut, beukelaar;Shieldverb. beschermen:Godshield you fromyour enemies= bescherme u voor;Shieldless= onbeschut; subst.Shieldlessness.Shieling,šîliŋ, hut in de Hooglanden.Shift,šift, subst. verandering, vervanging, verwisseling, schoft, (vrouwen)hemd, list, uitvlucht, hulpmiddel;Shiftverb. verschuiven, overbrengen, omleggen, overgieten, verwisselen (v. kleeren), verhuizen:That’smy only and last shift= redmiddel;Hemade shiftto get there in time= legde het zóó aan;Hemade shiftto live= hij redde zich, sloeg er zich door;This is onlya makeshift= behelp, behulp;Within a week we hadshifted, bag and baggage= waren we met pak en zak over;You are alwaysshifting about= ge weet niet wat ge wilt;He wasshifting abouton his chair= bewoog zich zenuwachtig heen en weer;You mustshift for yourself= uzelf redden;I haveshifted it off= de zaak uitgesteld;Youshift offmy arguments= ge ontduikt;The windshifted tothe east= draaide naar;Toshift one’s berth= van ligplaats veranderen;Toshift the helm= omleggen;The scene was shifted= werd veranderd;Weshifted our shirts= deden een ander hemd aan;Shifter= rangeermachine, slimmerd;Shiftiness, subst. v.Shifty;Shifting sand= drijfzand;Shiftless= onbeholpen; subst.Shiftlessness;Shifty= veranderlijk, slim, loos.Shikar,šikâ, jacht;Shikaree,šikârî, jager, sportsman (Brit. Ind.).Shillalah,šileila,Shillela(g)h,šəlîlag,šəlîla, dikke eiken stok of knots (Ierland).Shilling,šiliŋ, Eng. munt (= ƒ0,60):Totake the King’s (Queen’s) shilling= dienst nemen;Shilling-dreadful,Shilling-shocker= sensatieroman (van éénshilling).Shilly-shally,šilišali, subst. besluiteloosheid, aarzeling; adj. besluiteloos;Shilly-shallyverb. aarzelen =Tobe at shilly-shally.Shimmer,šimə, subst. schemering, schittering;Shimmerverb. schemeren, gloren:The snow layshimmering brightlyin the wintry sun= helder te glanzen.Shin,šin, subst. scheen(been);Shinverb. rondloopen om geld los te krijgen (=Shin about); klimmen (=Shin up):A shin of beef= lendestuk;Shin-bone= scheenbeen;Shin-plaster= beenpleister, papiergeld (vooral beneden een dollar,Amer.).Shindy,šindi, standje, herrie; voorliefde (Amer.):Eat your wordsor there will be a shindy= of we krijgen ruzie;Tokick up a shindy= herrie maken.Shine,šain, subst. zonneschijn, glans; standje, ruzie;Shineverb. schijnen, schitteren, blinken, krachtig uitkomen (out); glimmend maken:You were true to me through good and evil,storm and shine,in shine or rain= onder alle omstandigheden des levens;Have a shine,Sir? = poetsen, Mijnheer?Totake the shine off= den glans der nieuwheid ontnemen;Hetook the shine out of him= stelde hem in de schaduw;The busy beeimproves each shining hour= gebruikt den dagtijd goed;Itshone forth in all its glory= schitterde;Shiner= goudstuk, schoenpoetser.Shingle,šiŋg’l, subst. dakspaan, keisteentjes, klein uithangbord (Amer.);Shingleverb. met dakspanen dekken, kort afscheren (Shingles= gordelroos):Tohang out one’s shingle= een zaak openen;Shingle-beach= strand met keisteentjes.Shininess,šaininəs, glans;Shining,šainiŋ, glimmend, uitstekend.Shinny,šini=Shinty,šinti, soort v. kolfspel, kolfstok;Shinnyverb. kolven.Ship,šip, subst. schip;Shipverb. inschepen, aan boord nemen; verschepen, verzenden, monsteren, innemen, over krijgen:Hisship has come home= zijn schip met geld is aangekomen;Ship of the desert= de kameel;Ship of the line= linieschip;Ship’s company= bemanning;Toburn one’s ships(fig.);Totake ship= zich inschepen;Toship off= verschepen, verzenden;Toship the oars= innemen;Toship a sea= een stortzee over krijgen;Ship-biscuit;Ship-board:Tobe(Togo)on ship-board= aan boord zijn (gaan);Ship-breaker= slooper;Ship-broker= cargadoor;Ship-builder= scheepsbouwmeester:Ship-builder’s yard= werf;Ship-canal;Ship-carpenter= scheepstimmerman;Ship-chandler= handelaar in scheepsbenoodigdheden;Ship-chandlery;Ship-load= vracht (ookfig.);Shipmate= scheepskameraad;Ship-meter= scheepsmeter;Ship-money= belasting vroeger in Eng. geheven op havensteden en aan de zee grenzende graafschappen ten behoeve van de landsverdediging;Ship-owner= reeder;Ship-shape= netjes, behoorlijk in orde:Toput ship-shape;Ship’s-husband= walkapitein;Ship’s-roll= monsterrol;Ship-timber= spant;Shipwreck= schipbreuk;Shipwreckverb. schipbreuk lijden, te gronde richten:[501]We wereShipwrecked;Shipwright= scheepsbouwmeester (-timmerman);Shipyard= werf;Shipment= verscheping, lading;Shipped:Shipped weight= aan boord genomen vracht;Shipper= inscheper, verscheper, exporteur;Shipping, subst. alle schepen te zamen, scheepsmacht, vloot, tonnenmaat; adj. scheeps …:Theytook shipping= gingen scheep;Shipping-agent= scheepsbevrachter;Shipping-articles= monsterrol.Shire,šaiə(in samenst.:šə,alsWiltshire,wiltšə), graafschap;Shire-mote= vroegere graafschapsrechtb. bestaande uit:Sheriff,BishopenEaldorman.Shirk,šɐ̂k, vermijden, op slinksche wijze ontduiken, zich onttrekken aan, spijbelen:He nevershirked his work; subst.Shirker.Shirr,šɐ̂, ingeweven elastiek:Shirred garters= elastieken kousebanden.Shirt,šɐ̂t, subst. hemd;Shirtverb. een hemd aandoen, bedekken, bekleeden:Shirt of mail= maliënkolder;Hehas not a shirt to (put on) his back= hij is zoo arm als Job;Totake one’s shirt off= uittrekken;Shirt-bosom(=Shirt-front);Shirt-button;Shirt-collar;Shirt-cuff;Shirt-pin= borstspeld;Shirt-sleeve:In one’s shirt-sleeves;Shirt-stud;Shirting= katoen voor hemden.Shive,šaiv, schijfje, sneetje.Shiver,šivə, subst. brok, schaard, schilfer, leirots, rilling;Shiververb. verbrijzelen, beven, rillen, sidderen, huiveren:The glassfell in shivers= in gruzelementen;Toput the shivers ona person= doen rillen;Tosend a shiver through= doen huiveren;Shivering;Shivery= broos, trillend.Shoal,šoul, subst. groote troep, school, menigte; zandbank, ondiepte; adj. ondiep;Shoalverb. wemelen, samenscholen, ondieper worden;Shoaliness, subst. v.Shoaly= vol ondiepten.Shoat,šout, speenvarken; luilak (Amer.).Shock,šok, subst. schok, botsing, hevige aanval, beroerte, hoop graanschoven, dikke haarbos, ruigharige hond;Shockverb. stooten, botsen, aanstoot geven, kwetsen; adj. ruigharig:Ashock of earthquakewas felt;Shocks of yellow hair;Tobe shocked at= getroffen, gekwetst, geërgerd zijn over;Shock-headed= met een dikken bos haar;Shocker= wie of wat schokt; een draak v. een roman;Shocking= aanstootelijk, stuitend, ijselijk, omgehoord;Shockist= schrijver van sensatieromans.Shod,šod, beslagen, imp. en p.p. vanto shoe.Shoddy,šodi, subst. kunstwol, prullegoed, parvenu; adj. prullerig, leelijk, dom aanmatigend, parvenuachtig:He tried to establishthe worship of the god of shoddy= den eeredienst voor de godheid van prulwerk en oppervlakkigheid;New and shoddy people= parvenus;They were deemedthe very shoddiest of shoddy= tot zeer parvenuachtige families te behooren;Shoddyism= domme aanmatiging; parvenus;The world seemed to himto go shoddywards= minder degelijk te worden.Shodkin,šodkin, huwelijksmakelaar (bij de Joden).Shoe,šû, subst. schoen, hoefijzer, ijzeren beslag;Shoeverb. beslaan, eene biljartqueue van een pomerans voorzien, schoeien:That is quiteanother pair of shoes= andere thee (fig.);I wish I werein your shoes= dat ik in uwe schoenen stond;Todie in one’s shoes= gehangen worden;Toshake in one’s shoes= bibberen van angst;Shestepped into my shoes= nam mijn plaats in;A pair ofwooden shoes= klompen;Shoeblack= schoenpoetser;Shoe-blacking= schoensmeer;Shoe-brush= schoenborstel;Shoe-buckle= schoengesp;Shoe-butt= zoolleer;Shoe-factory;Shoe-horn= schoenhoorn;Shoe-lace= schoenveter;Shoe-latchet= riem;Shoe-leather= schoenleder:Tosave shoe-leather= zich een gang besparen;Shoemaker= schoenmaker;Shoe-string;Shoe-tacks= schoenspijkers;Shoe-thread= pikdraad;Shoe-vamp= bovenleer;Shoeing:Shoeing-horn= schoenentrekker, hulpmiddel, tusschenpersoon;Shoeless:Shoeless and stockinglesschildren= zonder schoenen of kousen, doodarm;Shoer= hoefsmid.Shone,šon, imperf. en part. perf. vanto shine.Shoo,šû, ksh!Shook,šuk, imperf. vanto shake.Shook,šuk, duigen, duighout.Shoot,šut, subst. schot, schietwedstrijd, jachtpartij, vuilnisplaats, jonge tak of scheut, spruitje of knop; slede, glijplank, houten glijbaan, stroomversnelling;Shootverb. schieten, jagen, snel bewegen door, uitbotten, uitspruiten, steken, afvuren, doodschieten, treffen, afjagen, voorschuiven, leegstorten:Toshoot the bolt= den grendel schuiven voor;Weshot the bridge= voeren snel onder de brug door;He hasshot the moon= is met de noorderzon vertrokken;Don’tshoot rubbish or soil here= hier geen puin of afval neer te werpen;Rubbish shot here= plaats voor puin, etc.;The light boatshot the water= vloog over;Heshot ahead ofus= schoot ons voorbij, kwam ons voor;Toshoot flying= in de vlucht;Heshot at everything within range= schoot op alles wat onder zijn bereik kwam;Let themshoot out the lip at me,if they like= de lip verachtelijk tegen mij uitsteken;They were allshot out (of the boat) into the water= in het water geslingerd;Theyshot out the tongue at this= staken de tong er voor uit;Toshoot over dogs= met honden jagen;Heshootsa mass of raw materialsupon usin these bulky volumes= hij overstelpt ons met;Shooter= schieter, schutter, vuurwapen:A six-shooter= zesloopsrevolver;Shootesses= jageressen;Shooting= jagen, schieten, het afschieten, het pijnlijk door de leden schieten, jachtterrein:Togo out shooting= uit jagen gaan;Shooting-box= jachthuis;Shooting-gallery= schiettent, jachthuisje;Shooting-iron= jachtgeweer, revolver (Amer.);Shooting-jacket= jachtvest;Shooting-license= akte;Shooting-match= wedstrijd;Shooting-range= schietterrein;Shooting-season;Shooting-seat= jachthuis;Shooting-star= vallende ster.[502]Shop,šop, subst. winkel, werkplaats;Shopverb. inkoopen doen, winkelen:No shop in company(Cut the shop) = niet over het vak praten;Wine-from-the-wood shop= bodega;Tokeep (a) shop;Toopen a shop;Weshut up shopat 8= sluiten om 8 uur;He hasshut up shop= heeft zich uit de zaken teruggetrokken;Thatsmells of the shop= ruikt naar het vak;Tosink the shop= niet over het vak praten;Hetalks the most unlimited shop= heeft het eeuwig en altijd over zijn vak;Wehave been shopping= wij hebben gewinkeld;Shop-assistant= winkelbediende;Shop-bill= prijscourant;Shop-board= werkbank, toonbank;Shop-book= winkelboek;Shop-girl;Shopkeeper= winkelier, winkelknecht (fig.);Shop-lifter= ladelichter;Shopman= kleinhandelaar, winkelknecht;Shop-soiled= verkleurd of gevlekt in de étalage;Shop-walker= winkelchef;Shop-worn= verlegen;Shopocracy,špokrəsi, rijke winkelmenschen.Shore,sö, subst. kust, oever, strand, schraag, stut;Shoreverb. aan den wal (in zekerheid) brengen, schragen, schoren, stutten:Theywent on shore= aan wal;Tostand in, off shore= in, uit den wal liggen (scheepsterm);Shore it up= stut het;Shore-battery= strandbatterij;Shore-ice= pakijs;Shoreless= zonder oever of kust, onbegrensd.Shorling,šöliŋ, vacht van een levend geschoren schaap, pas geschoren schaap.Shorn,šön, p.p. vanto shear:God tempers the wind to the shorn lamb= geeft kracht naar kruis.Short,šöt, subst. korte inhoud, kort begrip, tekort; adj. kort, beperkt, beneden peil, schraal, gebrekkig, onverdund, kortaf, driftig, broos:The long and the short of it is= de hoofdzaak is, om kort te gaan;Shorts= mengsel van zemelen en meel; korte broek;The baby wasput into shorts(=short clothes) = kwam uit de lange kleeren;To beshort at the sleeves;Calledfor short= kortweg;He is a foolin short= kortom hij is gek;To beshort with= kortaf, bits;To betwo shillings short= te kort komen, te weinig ontvangen hebben;The timewas very shortnow= de tijd begon aan te loopen;He isshort ofsight= bijziende, kortzichtig (fig.);I amshort ofmoney just now= slecht bij kas;Short ofheaven, he could lead his men anywhere= behalve naar den hemel;It fellshort ofmy expectations= beantwoordde niet aan;Nothingshort ofhaving my tooth extracted could rid me of that toothache= niets minder dan;This deed is littleshort ofheroic= komt nabij;The translation isshort ofthe original= blijft beneden;A few minutesshort oftwelve= vóór 12;I am rathershort ofhands= kom te kort;Let it be short= maak het kort;Hecut me short= viel mij in de rede;We havegone shortfrequently to save up for a dinner= vaak “krom gelegen”;Tomake shortof a long story(=Tomakea long storyshort) om kort te gaan;Torun short= opraken;Tosell short=à la baissespeculeeren;Tostop short= plotseling stilhouden, blijven staan, ophouden;Toturn short= zich plotseling omkeeren;Short allowance= schrale kost:Toput on short allowance= op klein rantsoen stellen;Short cut= binnenpad, kortere weg;At the time I woreshort petticoats= toen ik nog korte rokken aan had;Short rib= korte rib;To giveshort shrift= korte metten maken met;Toputonshort work= de werkuren inkorten;To makeshort workof= korte metten maken met;Short-bread(Short-cake) = broos gebakje;Short-breathed,šötbretht, kortademig;Short-circuit= kortsluiting;The little one wasshort-coated= kwam uit de lange kleeren;Hisshortcomingsare many= tekortkomingen;Short-commons= schraal maal;Short-dated= van korten duur, op korten termijn;Shorthand= kortschrift:Totake down in shorthand= stenographisch opnemen;We are rathershorthanded forgentlemen= hebben eigenlijk geen heeren genoeg;Shorthorn= beroemd (Durham) veeras (met korte horens);Short-lived,šötlaivd:Ours is a short-lived family= wij worden geen van allen oud;Short-sight(edness)= bijziendheid;Short-sighted= bijziende, kortzichtig;Short-tempered= kort aangebonden (=Short of temper);Short-waisted= kortlijvig;Short-winded= kortademig;Short-witted= met weinig oordeel;Shortage= tekort:There wasa shortage ofteachers;Shorten= verkorten, verminderen, samentrekken, afsnijden, zacht maken:Theyshorted sail= minderden zeil;Shorted ofhis prey= beroofd van;Shorter= wie of wat verkort, enz.;Shortly= (in het) kort, binnenkort:Hewrote shortly= schreef een klein briefje;Shortly beforethe war;Shortness= kortheid:Shortness of breath;Shortness of memory.Shot,šot, subst. schot, kogel, schroot, hagel, bereik (van kogel of geweer), schutter; gelag, rekening; adj. changeant, met een weerschijn;Shotverb. laden (ookimperf.enp.p.vanto shoot):Blank shot= met los kruit;Shot with ball= met scherp;Shot of distress= noodschot;To be received bya volley of shot= een hagelbui van kogels;He is not worthpowder and shot= hij is geen schot kruit waard;As long as there isa shot in the locker= nog een kogel in ’t geweer, nog geld in de beurs is;Theshot came home, fell aboard= was raak;He isa crack, a dead, an excellent, a splendid shot= wat hij onder schot krijgt is “er bij”;One of the best shotsof the day;To firerandom (wild) shots= in ’t wilde schieten;Let me have a shot at it= laat mij ’t eens probeeren;Hemade a shot ata French word for “intended”= sloeg een slag naar;I have got topay the shot= ik moet betalen;The photographertook two shots atmy face= nam me tweemaal;Tobe (get) shot of= kwijt zijn, raken;He wasoff like a shot= vloog weg;I gave up my promiselike a shot= dadelijk;Mistaken am I?Not by a long shot= volstrekt niet;He isout of (within) shot= hij is buiten (onder) schot;Shot silk= zijde met een weerschijn;Shot-bag=[503]schrootzak;Shot-belt= lange lederen riem voor hagel als gordel gedragen;He came offShot-free= zonder kleerscheuren;Shot-gauge= kogelmal;Shot-gun= gladloops jachtgeweer;Shot-hole= kogelgat;Shot-pile= kogelstapel;Shot-prop= houten prop om eenShot-holete stoppen;Shot-tower= hageltoren;Aheavy shottedgun= met kogel van zwaar kaliber geladen kanon;Shotted chain= ketting met kogel (voor galeiboeven);The article istoo heavily shotted forthe ordinary reader= al te zwaar, geleerd;Shotten= de kuit geschoten hebbende; ontwricht; gestremd.Shough,šok, ruige hond.Should,šud, imperf. vanshall:Tell him soif he should come= als hij mocht komen;Not as it should be= niet zoo het hoort;As who should say= alsof iemand zou zeggen;No better than they should be= niet beter dan dat soort gewoonlijk is.Shoulder,šouldə, subst. schouder, schoft, schouderstuk;Shoulderverb. met den schouder duwen, krachtig duwen, op den schouder nemen, òvernemen (van het geweer):One shoulder of mutton draws (drives) down another= hoe meer men heeft, hoe meer men wil hebben;Shoulder of mutton sail= driehoekig bootzeil;No sooner was he in the room, than sheattacked him straight from the shoulder= in ééns, op den man af;Heclapped me on the shouldersaying: You are my prisoner= hij legde de hand op mijn schouder;Hegave us the cold shoulder= zag ons met den nek aan;I have a good deal on my shoulders just now;Hehas round shoulders= een ronden rug;Hehit out straight from the shoulder= gaf een krachtigen slag;You cannot put old heads upon young shoulders= jeugd heeft geen deugd;Put (set) your shoulder toit= zet er uw schouder onder;Torub shoulders= in nauwe aanraking komen;Heshrugged his shoulders= hij haalde de schouders op;Tostand shoulder to shoulder= schouder aan schouder staan;You have taken too much on your shoulders;Shoulder arms!= over ’t geweer;Ishouldered the responsibility= nam … op mij;Heshouldered me aside= duwde mij op zij;The French wereshouldered off the direct way to Berlin= werden belet direct op Berlijn aan te rukken;Shoulder-belt= draagband;Shoulder-blade,Shoulder-bone= schouderblad;Shoulder-knot= schouderbedekking;Shoulder-points= vangsnoeren;Shoulder-shotten= lam in de schouders (vanpaarden);Shoulder-slip= schouderontwrichting;Shoulder-strap= schouderriem, schouderklep;He is abroad-shoulderedfellow= breedgeschouderd.Shout,šaut, subst. gejuich, geroep;Shoutverb. juichen, hard roepen:They shouted like anything= juichten “van je welste”;Toshout newspapersin the street= luidkeels (met) kranten venten;Shouter.Shove,šɐv, subst. duw, stoot;Shoveverb. duwen, stooten, voortduwen:Shove the animal at the hedge= drijf, duw, jaag naar;The measure wasshoved by= terzijde gelegd, verworpen;Weshoved from shore= duwden af.Shovel,šɐv’l, subst. schop;Shovelverb. scheppen, opscheppen;Shovel-board= trokspel, troktafel;Shovel-hat= platte hoed met breeden rand (door Eng. geestelijken gedragen);Shovelful= schopvol;Shoveller.Show,šou, subst. vertoon, tentoonstelling, voorkomen, schijn, praal, schouwspel, vertooning;Showverb. toonen, vertoonen, (aan)wijzen, duidelijk maken, bewijzen, onderrichten, zich vertoonen, pronken (off):Lord Mayor’s show= optocht van den L. M. in Londen (9 Nov.);Hehasn’t any show= geen kans;Hemakes no show of his learning= loopt niet te koop met;Under a show offriendship= onder den schijn van;The meeting expressed their opinion byshow of hands= door het opsteken der handen;Even in rebukehis great heart shows= toont zich zijn edel hart;The wood began to show= het hout kwam door de verf kijken;Something showedon the ground= lag zichtbaar;Gypsy blood will show= verloochent zich niet;You should not show= u niet decolleteeren;Toshow fight= de tanden laten zien, willen vechten;Heshowed his heels= ging aan den haal;Toshow the way;Toshow about= overal laten kijken;The heavensshow forththe glory of the Lord= verkondigen;Will youshow the gentleman in?= mijnheer binnenlaten?His faceshowed of a purple hue= nam eene purperen tint aan;He is a clever fellow, but he does notshow it off= maar hij loopt er niet mee te koop;Heshows offhis gold chain= pronkt met;Heshowed me overthe picture-gallery= liet mij zien;Will youshow him up?= hem boven laten komen;Hewas shown up= ontmaskerd;Show-bill= groot aanplakbiljet;Show-box= kijkkastje;Show-bread= toonbrood (bij de Israëlieten);Show-card= reclameplaatje;Show-case= uitstalkastje, vitrine;Showman= spulleman;Showman’s cart= kermiswagen;Show-place= uitstalplaats, bezienswaardigheid;Show-room= monster-, modelkamer;Show-scholar= model v. een leerling;Show-window= uitstalvenster;Shower of tricks= goochelaar;Showiness, subst. v.Showy= praalziek, opzichtig.Shower,šauə, subst. bui, plasregen, drom, vloed;Showerverb. beregenen, begieten, overstroomen, rijkelijk (doen) nederdalen:Shower of arrows, stones;Heshowered downwealth and honour on his favourites= stortte uit over;Shower-bath= stortbad;Showerless= zonder buien;Showery= buiïg, regenachtig.Shown,šoun, p.p. vanto show.Shrank,šraŋk, imperf. vanto shrink.Shrapnel(shell),šrapn’l(šel), granaatkartets.Shred,šred, subst. reepje, stukje, tittel of iota, lap;Shredverb. in reepen snijden, knippen:Shredded wheat= grof meel;Shredding= stuk, lap, brok, reepje;Shreddy= uit brokken bestaande;Shredless.Shrew,šrû, subst. helleveeg, manwijf; spitsmuis;Shrew-mole= Amer. waterrat;Shrew-mouse= spitsmuis;Shrewish= twistziek, lastig; subst.Shrewishness.Shrewd,šrûd, sluw, listig, loos, scherpzinnig,[504]vinnig, lastig, netelig;Shrewdly= buitengewoon, kras;Shrewdness= sluwheid, etc.Shrewsbury,šrûzbri,šrouzbri.Shriek,šrîk, subst. gil, schel geluid;Shriekverb. gieren, gillen:Togive (utter) a shriek;Shrieks of laughter;Heshrieked out: “Murder”= hij gilde: “moord”;Shrieker.Shrift,šrift, biecht, absolutie.Shrike,šraik, klauwier, wurger.Shrill,šril, schel, snerpend;Shrillverb. gillen, piepen, uitkrijschen, een schel geluid geven;Shrill-gorged= met snerpenden klank;Shrill-tongued= met schelle stem; subst.Shrillness; adj.Shrilly.Shrimp,šrimp, garnaal; dwerg;Shrimpverb. garnalen vangen;Shrimper.Shrine,šrain, subst. reliquieënkastje, grafteeken, altaar, heilige plaats; verb. in eenshrineplaatsen.Shrink,šriŋk, subst. ineenkrimping (van vrees), samentrekking, plooi;Shrinkverb. samentrekken, inkrimpen, rimpelen, terugdeinzen, ineenkrimpen, huiveren:Ishrink atthe very thought= huiver bij;He did notshrink fromthe task= deinsde niet terug voor;Heshrunk intoa recess= kroop in;Shrinkage, vermindering, verlies:There were shrinksas living had become more expensive= men moest zich bekrimpen;Toallow a margin for shrink= (fig.) er om denken, dat iets wel eens wat tegen kan vallen;Shrinker:Cowardly shrinker= lafaard.Shrive,šraiv, biechten, absolutie geven:He shrived himself= hij biechtte;Shriver;Shriven,šriv’n, gebiecht.Shrivel,šriv’l, krimpen, rimpelen, verschrompelen:Shrivelledwith age= gerimpeld.Shroff,šrof, O.I. bankier of wisselaar; ook verb.;Shroffage= onderzoek van munten; commissieloon aan wisselaars.Shroud,šraud, subst. kleed, kleederen, dekkleed, lijkwa, omhulsel, beschutting (Shrouds= want,scheepst.);Shroudverb. omhullen, verbergen, in een doodskleed wikkelen, zich verschuilen:Heshrouded himselffrom danger= beschutte zich tegen;Shroudless.

Shack,šak, subst. uitgevallen koren; recht van winterweide; vagebond (Amer.);Shackverb. uitvallen (van rijp koren); op het stoppelland sturen:Tosend hogs a-shacking.

Shackle,šak’l, subst. schakel, boei, kluister (ookfig.);Shackleverb. boeien, ketenen, belemmeren, koppelen (Amer.), hinderen.

Shad,šad, elft.

Shaddock,šadək, pompelmoes.

Shade,šeid, subst. schaduw, schim, schakeering, (lampe)kap, scherm;Shadeverb. beschaduwen, overschaduwen, in de schaduw zetten, verduisteren; met eenshadebedekken, beschermen, verbergen, langzaam verminderen of overgaan (off):A lamp witha green cardboard shade= kartonnen kap;A glass shade= stolp;Chinese shades= Chineesche schimmen;The latest shades of gloves= nuances, kleuren:No shade ofdifference= geen zweem;This isa shade stronger= een tikje sterker;This is,by a shade, not so good= een tikje minder goed;He wasparticular to a shade= verschrikkelijk sekuur, tot op een haartje nauwkeurig;Hekept in the shade= bleef op den achtergrond, hield zich gedekt;Toput in (cast, throw into) the shade= in de schaduw stellen;The (realm of) Shades= het schimmenrijk, Hades;Shadeless;Shadiness= lommerrijkheid, dubbelzinnigheid. ZieShady.

Shadow,šadou, subst. (scherp omlijnde) schaduw, schaduwbeeld, duisternis, donkerheid, mom, aanduiding; geest;Shadowverb. schaduwen, bewolken, in donkere kleuren schilderen, beschermen, verbergen, voorstellen, volgen (als eene schaduw):The shadow(s) of death= de schaduwen des doods;Coming events cast their shadows before;He wronglytook the shadow for the substance= nam den schijn voor het wezen;The policeare shadowing him= de politie gaat al zijne gangen na;Shadowiness, subst. v.Shadowy= schaduwrijk, donker, onwezenlijk, hersenschimmig:Ashadowy idea= vaag idee.

Shady,šeidi, lommerrijk, beschaduwd, dubbelzinnig, verdacht:Ashady business= zaak die geen licht kan verdragen;On the shady (sunny) side of seventy= boven (onder) de 70 jaar.

Shaft,šâft, pijl, schacht, werpspies, steel, as, disselboom, deel van een zuil tusschen voetstuk en kapiteel, mijnput (schacht):Shaft-horses= de achterste (aan den disselboom loopende) paarden van een vierspan;Shafted= door zuilen gedragen; gesteeld (herald.).

Shaftesbury,šâftsb’ri.

Shag,šag, subst.pluis, ruw haar, nop (van laken, enz.) soort van tabak; adj. ruig;Shagverb. ruig maken;Shaggedness, Shagginess= ruigheid;Shaggy= ruig, met lang, wollig haar:Ashaggy pony, bear= ruige hit, beer.

Shagreen,šəgrîn, subst. en adj. (van) segrijn leder.

Shah,šâ, keizer of vorst van Perzië.

Shake,šeik, subst. schok, ruk, trilling, scheur (in hout), (hand)druk;Shakeverb. schudden, schokken, beroeren, trillen, verzwakken, aan ’t wankelen brengen, roeren:Your cordial shakedid me good= uw hartelijke handdruk;He isno (not any) great shakes= niet veel zaaks of bijzonders;Shake of wind= stoot;When taken to be well shaken= vóór het innemen goed schudden;I think I shook him= dat ik hem diep getroffen heb;Toshake (bedroom) carpets= kleedjes uitkloppen;We haveshaken handsover it,haveshaken each other by the hand= elkaar de hand er op gegeven, een handdruk gewisseld;Alimp shake-hands= slappe handdruk;I congratulated myself thatthe shake-handswas disposed of= dat het handjesgeven over was;Toshake down(gaan) slapen;A shake-down= een kermisbed;Ishook him offlike a dog= wierp hem van mij af;Toshake up= wakker schudden, opmonteren;Toshake(all over)withlaughter= schudden van;Shaker= lid van een godsdienstige secte;Shakerism= beginselen derShakers. ZieShakiness.

Shakespeare,šeikspîə;Shakespearean, Shakespearian,šeikspîriən, Shakespeariaansch.

Shakiness,šeikines, subst. v.Shaky;Shaking:Give him a shaking= schud hem eens door elkaar.

Shako,šakou, sjako.

Shaky,šeiki, slapjes, zwakjes, bouwvallig, trillerig:The candidate was rather shaky= vrij zwak;Your mathematics are shaky= je wiskunde is dun;Tofeel shaky= bang zijn;The government hasgrown shaky= staat onvast.

Shale,šeil, leisteen.

Shall,šal, zullen.

Shalloon,šəlûn, soort v. wollen stof.

Shallop,šaləp, sloep (vaartuig).

Shallot,šəlot, sjalot.

Shallow,šalou, subst. ondiepe zandbank; adj. ondiep, oppervlakkig:His high collars get shalloweras he advances in years= worden lager;Shallow-brained,Shallow-pated,Shallow-witted= oppervlakkig;Shallowness= ondiepheid, bekrompenheid.

Shalm,šôm, ZieShawm.

Shalott,šəlot.

Shaly,šeili, leisteenachtig.

Sham,šam, subst. bedrog, bedotterij, voorwendsel, bedrieger; adj. geveinsd, voorgewend;Shamverb. bedriegen, valschelijk voorwenden:Hecut a sham= hij bedroog;There were many cases ofshamming mad= voorgewende krankzinnigheid;Sham check= valschecheck;Sham door= blinde deur;Sham errand= gemaakte boodschap;Sham fight= spiegelgevecht;He is ashammer= bedrieger, veinsaard.

Shamble,šamb’l, schuifelen, onvast of lummelig loopen.

Shambles,šamb’lz, vleeschbankjes, vleeschhal, slachtplaats, abattoir:Tribunals then werean unclean public shambles.[498]

Shame,šeim, subst. schaamte, schande, bescheidenheid;Shameverb. beschamen, te schande maken, op de kaak stellen, zich schamen:Fie, for shame= foei! schaam u;He islost to every sense of shame= heeft alle schaamtegevoel verloren;It is a downright shame= een ware schande;Such a small boy should notput you to shame= mag u niet beschaamd maken;She was shamed= stond beschaamd;To speak the truth and shame the devil= waarheid boven alles stellen;Youshame your worth= doet uwe waardigheid schande aan;Shame-faced= bedeesd, schaamachtig; subst.Shame-facedness;Shameful= schandelijk; subst.Shamefulness;Shameless= schaamteloos; subst.Shamelessness.

Shammy,šami, gems(leder);Shamoy,šamôi,šamôi.

Shampoo,šampû, na een warm bad het lichaam wrijven of knijpen, het hoofd wrijven en wasschen (bij een kapper);Shampooing.

Shamrock,šamrok, klaverblad (nationaal zinnebeeld v. Ierland);Rose, Thistle and Shamrock= Engeland, Schotland en Ierland.

Shandry(dan),šandrid’n, ouderwetsch Iersch karretje, rammelkast.

Shandygaff,šandigaf, mengsel van bier en gemberbier.

Shanghai,šaŋhai.

Shank,šank, scheenbeen, beenstuk, buis, pijp, steel, oog:Shank of a button;Long Shanks= langbeen;Spindle shanks= spillebeenen, spillebeen;Shanked(in samenst.) = met een been of steel.

Shanty,šanti, ruwe hut, loods, woning, kroeg, liedje bij het ankerlichten gezongen;Shantyman=Backwoodsman.

Shapable,šeipəb’l, vormbaar;Shape,šeip, subst. gedaante, gestalte, taille, vorm, leest, wezen;Shapeverb. vormen, scheppen, richten, inrichten, uitwerken:A few poemsin the shape ofsonnets= in sonnetvorm;To beout of shape;Straight to the shape= strak, glad zittend;Toput in shape= vorm geven;Tosit well in (to) the shape= goed passen;Theyshaped a course forthe island= zetten koers naar;Sheshaped her lifeto her duties= regelde naar;Shape-shiftingis common in nursery tales= plotselinge transformaties;Shapeable=Shapable;Shapeless= vormloos; subst.Shapelessness;Shapeliness, subst. v.Shapely= goed gevormd, welgemaakt, schoon.

Shard,šâd, potscherf, eierschaal, slakkeschelp, vleugelschild:Theshards of life= de harde of wreede levensomstandigheden.

Share,šêə, subst. aandeel, gedeelte, ploegschaar;Shareverb. verdeelen, deelen, deelnemen:For my share= wat mij aangaat;Shares were at a premium= de aandeelen stonden hoog;Let mebear a share= ook meedoen of bijdragen;Itfell to my share= viel mij ten deel;Shall wego shares? = samen doen, elk een gelijk deel bijdragen;Personal, nominal share= aandeel op naam;Scrip, Transferable share= aandeel aan toonder;Ishare your opinion= ben het met u eens, deel uwe meening;We did notshare inthese transports= deelden niet in;These nationsshare inthe traffic= doen mee aan;We mustshare and share alike= gelijkop deelen;Share-bone= schaambeen;Share-broker= makelaar in effecten, enz.;Share-holder= aandeelhouder;Sharer= deelhebber.

Shark,šâk, subst. haai, schurk, zwendelaar, smulpaap;Sharkverb. gauwdieverij plegen, sluw meenemen, schuimen, smullen:Hesharked out of it= draaide er zich uit;Sharker= gauwdief, smulpaap.

Sharp,šâp, scherp, spits, puntig, doordringend, glad, slim, scherpzinnig, zuur, waakzaam, bij-de-hand; subst. (noot met een) kruis, slimmerd, zwendelaar;Sharpverb. scherp maken, van een kruis voorzien, bedriegen:Sharp at8 o’clock= precies om =At 8 sharp;He issharp at sums= vlug in ’t rekenen;Asharp little boy= bij-de-hand;Assharp as a ferret= zoo scherp van oog als een fret;I hada sharp fitof gripings= hevigen aanval;He is asharp hand= gladde, gewikste, gewetenlooze vent;Sharp dodges, dealing, practices, tricks= bedriegerijen, knoeierijen;Povertyis a sharp weapon;He has asharp wit= is gevat;Sharp work= vlug werk;Look sharp= vlug, haast u wat;F-sharp= fis (muz.);Sharp-cutfeatures= scherp belijnde, scherpe;Sharp-set= gretig, hongerig;Sharp-shod= op scherp (v. paarden);Sharp-shooter= scherpschutter;Sharp-sighted= met een scherp oog, scherpzinnig;The sails wereSharp-trimmed= scherp bij den wind gebrast;Sharp-witted= schrander, scherpzinnig;Sharpen= scherpen, wetten, aansporen, scherp worden;Sharper= bedrieger, afzetter;Sharpness= scherpheid, etc.

Shaster,šastə,šâstə, wetboek der Hindoes.

Shatter,šatə, verbrijzelen, verpletteren, scheuren, in stukken vallen, krenken, ruineeren;Shattered= beschadigd;Shatters= brokken.

Shave,šeiv, het scheren, sneetje, kleinigheid, woekerrente, afzetterij;Shaveverb. scheren, zich scheren, in sneetjes verdeelen of snijden, langs strijken, afschuimen, villen:I should like a shave= wou graag geschoren worden;Close shave= kort geknipt haar:It was a close (narrow) shave= dat scheelde een beetje;I want to get shaved= ik wou me laten scheren;He shaves notes= hij koopt schuldbewijzen op tegen hoog disconto (Amer.);Shave-grass= schaafstroo of schuurbies;Shaveling= geschorene, monnik;Shaver= barbier, woekeraar, schurk, grappenmaker, ventje:The baby isa nice shaver= een aardig rakkerdje;That was a shaver= dat liepen we net vrij;Shaving: (Shavings= krullen);Shaving-basin= scheerbekken;Shaving-brush;Shaving-glass= scheerspiegel;Shaving-shop;Shaving-soap.

Shaw,šô, kreupelboschje, klein bosch.

Shawl,sôl, subst. sjaal, doek;Shawlverb. met een sjaal omhullen;Shawl-strap= plaidriem.

Shawm,šôm, schalmei.

Shay,šei=Chaise.

She,šî, subst. vrouw; adj. vrouwelijk; pron. zij:Ashe-ape= wijfjesaap;His wife isa she-boss= driedekker, baas (Amer.);Ashe-man= manwijf.[499]

Sheaf,šîf, subst. schoof, bundel;Sheafverb. in schoven of bundels binden; adj.Sheafy.

Sheal,šîl, doppen, schillen; subst. hut.

Shear,šîə, scheren, plukken, villen (fig.); subst. scheerwol, kromming:A pair of shears= een groote schaar;Shear-bill= schaarbek (vogel);Shear-steel= bruineerstaal;Shearer= scheerder; maaier;Shearling= eens geschoren schaap;Shearlings= de wol daarvan;Shearwater= pijlstormvogel.

Sheat-fish,šîtfiš, meerval.

Sheath,šîth, scheede, vleugelschild;Sheath-winged= schildvleugelig;Sheathe,šîdh, in de scheede steken, intrekken, steken, bekleeden, koperen:Theysheathed(šîdhd)the sword= staken het zwaard in de scheede;Hesheatheda daggerintothe enemy’s breast= stak in;The cat’s claws were sheathed;Sheathing,šîdhiŋ, het bedekken, dubbeling (d.i. bekleeding van den bodem van een houten schip met een koperen of zinken huid).

Sheave,šîv, schijf van blok of katrol;Sheaves= schooven.

Shebeen,šibîn, stille kroeg (Schotl. en Ierl.).

Shed,šed, subst. keet of loods, hut, afdak, fabrieksgebouw van één verdieping, hut.

Shed,šed, storten, vergieten (van bloed en tranen), verspreiden, afwerpen, loslaten:My hair ceased to shed= viel niet meer uit;Fowls shed their feathers= ruien;The stag hasshed its horns= zijne horens afgeworpen;Toshed one’s teeth= tanden wisselen;Snakes shed their skins= vervellen;This coatsheds water= is waterdicht;Shedder-crab= krab die pas zijne schaal heeft afgeworpen;Shedding tooth= melktand.

Sheen,šîn, subst. glans, pracht, schittering; adj. glanzend, schitterend;Sheenverb. schitteren;Sheeny:Sheeny changes= weerschijn.

Sheep,šîp, schaap, schapen (ookfig.):Wolf in sheep’s clothing;Sheep’s-eye= bedeesde, verliefde blik, lonk, “oogje”:She has beencasting sheep’s-eyes athim many a day= toegelonkt;Sheep’s-head= schaapskop, schapekop;Topart (divide) the sheep from the goats= de bokken van de schapen scheiden;He isthe black sheep of the family= het schurfte schaap;She seems to havebecome a white sheep= haar leven gebeterd te hebben;Sheep-cot,Sheep-cote= kleine schaapskooi;Sheep-dog= (schaap)herdershond;Sheep-faced= bedeesd, schaapachtig, dom;Sheepfold= schaapskooi;Sheep-hook= herdersstaf;Sheep-market= schapenmarkt;Sheep-master= schapenhouder of -fokker;Sheep-run= schapenweide;Sheep-shearer= schapenscheerder;Sheep-shearing;Sheep-shears;Sheepskin= schaapsvel, perkament;Sheep-tick= schapeteek of -luis;Sheepwalk= schapenweide;Sheep-whistling= schapen hoeden;Sheepish= schaapachtig, sullig, bedeesd; subst.Sheepishness.

Sheer,šîə, subst. vorm, lijnen van een schip; adj. en adv. zuiver, rein, eenvoudig, zeer dun, loodrecht, plotseling, ineens;Sheerverb. geren of gieren:Sheer nonsense= groote onzin;He pitched himsheer intothe water= pardoes in;Sheer off= afgieren;Sheer up (alongside)= aangieren (scheepstermen);Sheer-hulk= schip vanSheers(=eene hijschstelling) voorzien, om masten in te hijschen.

Sheerness,šîənes.

Sheet,šît, subst. laken, bedlaken, vel papier, brief (spelden), zeil, watervlak, schoot van een zeil:Sheet of copper= plaat;Sheet of fire= vuurzee;Sheet of snow= sneeuwlaken;Sheet of water= waterplas;Aweekly sheet= weekblaadje;I was quietlybetween the sheets= lag lekkertjes onder de wol;Itcame down in sheets= in stroomen, het goot;I havegot the work in sheets= in losse bladen of vellen;We were sailingwith flowing sheets= met gevierde schoten;Sheet-almanac= wandkalender;Sheet-anchor= plechtanker:Heheld on to it as by a sheet-anchor;Courage isthe sheet-anchor of independence;Sheet-copper= bladkoper;Sheet-iron= plaatijzer;Sheet-lightning= weerlicht;Sheeted:Sheeted corpse= in lijkwade gehuld;Sheeted cow= lakenvelder;Sheeted rain= stroomende regen;Sheeted smoke= hangende of zwevende rook;Sheeting= linnen of katoen voor lakens, beddelaken.

Sheik(h),šaik,šeik,šîk, sheik.

Shekel,šek’l,šîk’l, gewicht (±8 dr.), munt (ƒ1,50); geld =Shekels.

Sheldrake,šeldreik, zaagbek;Shelduck= ’t wijfje daarvan.

Shelf,šelf, plank, boekenplank, vak, zandbank- of plaat, laag, rots:To belaid on the shelf= ziek, buiten functie zijn;Toput (cast) on the shelf= ter zijde leggen;Toremain on the shelf= onverkocht blijven;Shelfy= vol ondiepten, rotsig.

Shell,šel, subst. schaal, schil, bolster, schelp, lier, dop, geraamte (van een gebouw), romp, ruwe lijkkist, bom, granaat;Shellverb. schillen, doppen, ontbolsteren, schrapen, bombardeeren, uitvallen, afschilferen, opdokken, afvallen (van schil of bast):Shot and shell= kogels en granaten;ToShell peas= erwten doppen;If you don’tshell out promptly,I shall dun you= dadelijk opdokt;Shell-almond= kraakamandel;Shell-back= zeerob;Shell-fire= granaatvuur;Shell-fish= schaaldier;Shell-jacket= werkkiel (mil.);Shell-lime= schelpkalk;Shell-mounds, ZieKitchen-middens;Shell-proof= bomvrij;Shell-work= schelpwerk;Shelly= vol schelpen.

Shellac,šelak,šəlak, schellak.

Shelter,šeltə, subst. beschutting, schuilplaats;Shelterverb. beschutten, beschermen, eene schuilplaats geven, schuilen, verschuilen:Totake(Toseek)shelter;Shelterless.

Sheltie, Shelty,šelti, Shetlandsche hit.

Shelve,šelv, op een plank plaatsen, wegzetten, ter zijde leggen, negeeren, zacht hellen:The landshelves away to the water= loopt zacht naar zee af;The shoreshelved gently up from the water’s edge= liep zacht hellende op;Society shelved him= negeerde hem;Shelving, hellend:This isa shelve-trapfor the admission of casks= een luik met zacht afloopende plank.

Shelves,šelvz, pl. v.Shelf.

Shelvy,šelvi, schuin.[500]

Shem,šem, Sem;Shemitic=Semitic.

Sheol,šîoul, Hebreeuwsche onderwereld.

Shepherd,šepəd, subst. (schaap)herder;Shepherdverb. hoeden, passen op;Shepherd-boy;Shepherd-dog;Shepherd’s crook= herdersstaf;Shepherd’s-dog= herdershond;Shepherd’s-needle= naaldenkervel;Shepherd’s pouch= herderstaschje;Shepherd’s rod(staff) = behaarde kaardebol;Shepherdess= herderin, landmeisje.

Sherbet,šɐ̂bət, sorbet; soort ijs.

Sherd,šɐ̂d, brok, stuk.

Shereef,šərîf,šerif, Mohamm. vorst of heerscher, eerste magistraat v. Mecca.

Sheridan,šerid’n.

Sheriff,šerif, schout, bestuurder van een graafschap;Sheriff-clerk= griffier aan hetSheriff’s Court;Sheriff-officer= deurwaarder bij ditCourt;Sheriffalty,Sheriffdom,Sheriffship= rechtsgebied of ambt van eenSheriff.

Sherlock,šɐ̂lok;Sherman,šɐ̂m’n.

Sherry,šeri, sherry(wijn);Sherry-cobbler= sherry, suiker en ijswater, dat door een rietje opgezogen wordt.

Sherwood,šɐ̂wud,Shetland,šetland, eilandengroep =Shetland Islands;Shetland-pony;Shetlander.

Shew,šou; ZieShow.

Shibboleth,šibəleth, wachtwoord, kenmerk, etc. eener partij.

Shield,šîld, subst. schild, scherm, schut, beukelaar;Shieldverb. beschermen:Godshield you fromyour enemies= bescherme u voor;Shieldless= onbeschut; subst.Shieldlessness.

Shieling,šîliŋ, hut in de Hooglanden.

Shift,šift, subst. verandering, vervanging, verwisseling, schoft, (vrouwen)hemd, list, uitvlucht, hulpmiddel;Shiftverb. verschuiven, overbrengen, omleggen, overgieten, verwisselen (v. kleeren), verhuizen:That’smy only and last shift= redmiddel;Hemade shiftto get there in time= legde het zóó aan;Hemade shiftto live= hij redde zich, sloeg er zich door;This is onlya makeshift= behelp, behulp;Within a week we hadshifted, bag and baggage= waren we met pak en zak over;You are alwaysshifting about= ge weet niet wat ge wilt;He wasshifting abouton his chair= bewoog zich zenuwachtig heen en weer;You mustshift for yourself= uzelf redden;I haveshifted it off= de zaak uitgesteld;Youshift offmy arguments= ge ontduikt;The windshifted tothe east= draaide naar;Toshift one’s berth= van ligplaats veranderen;Toshift the helm= omleggen;The scene was shifted= werd veranderd;Weshifted our shirts= deden een ander hemd aan;Shifter= rangeermachine, slimmerd;Shiftiness, subst. v.Shifty;Shifting sand= drijfzand;Shiftless= onbeholpen; subst.Shiftlessness;Shifty= veranderlijk, slim, loos.

Shikar,šikâ, jacht;Shikaree,šikârî, jager, sportsman (Brit. Ind.).

Shillalah,šileila,Shillela(g)h,šəlîlag,šəlîla, dikke eiken stok of knots (Ierland).

Shilling,šiliŋ, Eng. munt (= ƒ0,60):Totake the King’s (Queen’s) shilling= dienst nemen;Shilling-dreadful,Shilling-shocker= sensatieroman (van éénshilling).

Shilly-shally,šilišali, subst. besluiteloosheid, aarzeling; adj. besluiteloos;Shilly-shallyverb. aarzelen =Tobe at shilly-shally.

Shimmer,šimə, subst. schemering, schittering;Shimmerverb. schemeren, gloren:The snow layshimmering brightlyin the wintry sun= helder te glanzen.

Shin,šin, subst. scheen(been);Shinverb. rondloopen om geld los te krijgen (=Shin about); klimmen (=Shin up):A shin of beef= lendestuk;Shin-bone= scheenbeen;Shin-plaster= beenpleister, papiergeld (vooral beneden een dollar,Amer.).

Shindy,šindi, standje, herrie; voorliefde (Amer.):Eat your wordsor there will be a shindy= of we krijgen ruzie;Tokick up a shindy= herrie maken.

Shine,šain, subst. zonneschijn, glans; standje, ruzie;Shineverb. schijnen, schitteren, blinken, krachtig uitkomen (out); glimmend maken:You were true to me through good and evil,storm and shine,in shine or rain= onder alle omstandigheden des levens;Have a shine,Sir? = poetsen, Mijnheer?Totake the shine off= den glans der nieuwheid ontnemen;Hetook the shine out of him= stelde hem in de schaduw;The busy beeimproves each shining hour= gebruikt den dagtijd goed;Itshone forth in all its glory= schitterde;Shiner= goudstuk, schoenpoetser.

Shingle,šiŋg’l, subst. dakspaan, keisteentjes, klein uithangbord (Amer.);Shingleverb. met dakspanen dekken, kort afscheren (Shingles= gordelroos):Tohang out one’s shingle= een zaak openen;Shingle-beach= strand met keisteentjes.

Shininess,šaininəs, glans;Shining,šainiŋ, glimmend, uitstekend.

Shinny,šini=Shinty,šinti, soort v. kolfspel, kolfstok;Shinnyverb. kolven.

Ship,šip, subst. schip;Shipverb. inschepen, aan boord nemen; verschepen, verzenden, monsteren, innemen, over krijgen:Hisship has come home= zijn schip met geld is aangekomen;Ship of the desert= de kameel;Ship of the line= linieschip;Ship’s company= bemanning;Toburn one’s ships(fig.);Totake ship= zich inschepen;Toship off= verschepen, verzenden;Toship the oars= innemen;Toship a sea= een stortzee over krijgen;Ship-biscuit;Ship-board:Tobe(Togo)on ship-board= aan boord zijn (gaan);Ship-breaker= slooper;Ship-broker= cargadoor;Ship-builder= scheepsbouwmeester:Ship-builder’s yard= werf;Ship-canal;Ship-carpenter= scheepstimmerman;Ship-chandler= handelaar in scheepsbenoodigdheden;Ship-chandlery;Ship-load= vracht (ookfig.);Shipmate= scheepskameraad;Ship-meter= scheepsmeter;Ship-money= belasting vroeger in Eng. geheven op havensteden en aan de zee grenzende graafschappen ten behoeve van de landsverdediging;Ship-owner= reeder;Ship-shape= netjes, behoorlijk in orde:Toput ship-shape;Ship’s-husband= walkapitein;Ship’s-roll= monsterrol;Ship-timber= spant;Shipwreck= schipbreuk;Shipwreckverb. schipbreuk lijden, te gronde richten:[501]We wereShipwrecked;Shipwright= scheepsbouwmeester (-timmerman);Shipyard= werf;Shipment= verscheping, lading;Shipped:Shipped weight= aan boord genomen vracht;Shipper= inscheper, verscheper, exporteur;Shipping, subst. alle schepen te zamen, scheepsmacht, vloot, tonnenmaat; adj. scheeps …:Theytook shipping= gingen scheep;Shipping-agent= scheepsbevrachter;Shipping-articles= monsterrol.

Shire,šaiə(in samenst.:šə,alsWiltshire,wiltšə), graafschap;Shire-mote= vroegere graafschapsrechtb. bestaande uit:Sheriff,BishopenEaldorman.

Shirk,šɐ̂k, vermijden, op slinksche wijze ontduiken, zich onttrekken aan, spijbelen:He nevershirked his work; subst.Shirker.

Shirr,šɐ̂, ingeweven elastiek:Shirred garters= elastieken kousebanden.

Shirt,šɐ̂t, subst. hemd;Shirtverb. een hemd aandoen, bedekken, bekleeden:Shirt of mail= maliënkolder;Hehas not a shirt to (put on) his back= hij is zoo arm als Job;Totake one’s shirt off= uittrekken;Shirt-bosom(=Shirt-front);Shirt-button;Shirt-collar;Shirt-cuff;Shirt-pin= borstspeld;Shirt-sleeve:In one’s shirt-sleeves;Shirt-stud;Shirting= katoen voor hemden.

Shive,šaiv, schijfje, sneetje.

Shiver,šivə, subst. brok, schaard, schilfer, leirots, rilling;Shiververb. verbrijzelen, beven, rillen, sidderen, huiveren:The glassfell in shivers= in gruzelementen;Toput the shivers ona person= doen rillen;Tosend a shiver through= doen huiveren;Shivering;Shivery= broos, trillend.

Shoal,šoul, subst. groote troep, school, menigte; zandbank, ondiepte; adj. ondiep;Shoalverb. wemelen, samenscholen, ondieper worden;Shoaliness, subst. v.Shoaly= vol ondiepten.

Shoat,šout, speenvarken; luilak (Amer.).

Shock,šok, subst. schok, botsing, hevige aanval, beroerte, hoop graanschoven, dikke haarbos, ruigharige hond;Shockverb. stooten, botsen, aanstoot geven, kwetsen; adj. ruigharig:Ashock of earthquakewas felt;Shocks of yellow hair;Tobe shocked at= getroffen, gekwetst, geërgerd zijn over;Shock-headed= met een dikken bos haar;Shocker= wie of wat schokt; een draak v. een roman;Shocking= aanstootelijk, stuitend, ijselijk, omgehoord;Shockist= schrijver van sensatieromans.

Shod,šod, beslagen, imp. en p.p. vanto shoe.

Shoddy,šodi, subst. kunstwol, prullegoed, parvenu; adj. prullerig, leelijk, dom aanmatigend, parvenuachtig:He tried to establishthe worship of the god of shoddy= den eeredienst voor de godheid van prulwerk en oppervlakkigheid;New and shoddy people= parvenus;They were deemedthe very shoddiest of shoddy= tot zeer parvenuachtige families te behooren;Shoddyism= domme aanmatiging; parvenus;The world seemed to himto go shoddywards= minder degelijk te worden.

Shodkin,šodkin, huwelijksmakelaar (bij de Joden).

Shoe,šû, subst. schoen, hoefijzer, ijzeren beslag;Shoeverb. beslaan, eene biljartqueue van een pomerans voorzien, schoeien:That is quiteanother pair of shoes= andere thee (fig.);I wish I werein your shoes= dat ik in uwe schoenen stond;Todie in one’s shoes= gehangen worden;Toshake in one’s shoes= bibberen van angst;Shestepped into my shoes= nam mijn plaats in;A pair ofwooden shoes= klompen;Shoeblack= schoenpoetser;Shoe-blacking= schoensmeer;Shoe-brush= schoenborstel;Shoe-buckle= schoengesp;Shoe-butt= zoolleer;Shoe-factory;Shoe-horn= schoenhoorn;Shoe-lace= schoenveter;Shoe-latchet= riem;Shoe-leather= schoenleder:Tosave shoe-leather= zich een gang besparen;Shoemaker= schoenmaker;Shoe-string;Shoe-tacks= schoenspijkers;Shoe-thread= pikdraad;Shoe-vamp= bovenleer;Shoeing:Shoeing-horn= schoenentrekker, hulpmiddel, tusschenpersoon;Shoeless:Shoeless and stockinglesschildren= zonder schoenen of kousen, doodarm;Shoer= hoefsmid.

Shone,šon, imperf. en part. perf. vanto shine.

Shoo,šû, ksh!

Shook,šuk, imperf. vanto shake.

Shook,šuk, duigen, duighout.

Shoot,šut, subst. schot, schietwedstrijd, jachtpartij, vuilnisplaats, jonge tak of scheut, spruitje of knop; slede, glijplank, houten glijbaan, stroomversnelling;Shootverb. schieten, jagen, snel bewegen door, uitbotten, uitspruiten, steken, afvuren, doodschieten, treffen, afjagen, voorschuiven, leegstorten:Toshoot the bolt= den grendel schuiven voor;Weshot the bridge= voeren snel onder de brug door;He hasshot the moon= is met de noorderzon vertrokken;Don’tshoot rubbish or soil here= hier geen puin of afval neer te werpen;Rubbish shot here= plaats voor puin, etc.;The light boatshot the water= vloog over;Heshot ahead ofus= schoot ons voorbij, kwam ons voor;Toshoot flying= in de vlucht;Heshot at everything within range= schoot op alles wat onder zijn bereik kwam;Let themshoot out the lip at me,if they like= de lip verachtelijk tegen mij uitsteken;They were allshot out (of the boat) into the water= in het water geslingerd;Theyshot out the tongue at this= staken de tong er voor uit;Toshoot over dogs= met honden jagen;Heshootsa mass of raw materialsupon usin these bulky volumes= hij overstelpt ons met;Shooter= schieter, schutter, vuurwapen:A six-shooter= zesloopsrevolver;Shootesses= jageressen;Shooting= jagen, schieten, het afschieten, het pijnlijk door de leden schieten, jachtterrein:Togo out shooting= uit jagen gaan;Shooting-box= jachthuis;Shooting-gallery= schiettent, jachthuisje;Shooting-iron= jachtgeweer, revolver (Amer.);Shooting-jacket= jachtvest;Shooting-license= akte;Shooting-match= wedstrijd;Shooting-range= schietterrein;Shooting-season;Shooting-seat= jachthuis;Shooting-star= vallende ster.[502]

Shop,šop, subst. winkel, werkplaats;Shopverb. inkoopen doen, winkelen:No shop in company(Cut the shop) = niet over het vak praten;Wine-from-the-wood shop= bodega;Tokeep (a) shop;Toopen a shop;Weshut up shopat 8= sluiten om 8 uur;He hasshut up shop= heeft zich uit de zaken teruggetrokken;Thatsmells of the shop= ruikt naar het vak;Tosink the shop= niet over het vak praten;Hetalks the most unlimited shop= heeft het eeuwig en altijd over zijn vak;Wehave been shopping= wij hebben gewinkeld;Shop-assistant= winkelbediende;Shop-bill= prijscourant;Shop-board= werkbank, toonbank;Shop-book= winkelboek;Shop-girl;Shopkeeper= winkelier, winkelknecht (fig.);Shop-lifter= ladelichter;Shopman= kleinhandelaar, winkelknecht;Shop-soiled= verkleurd of gevlekt in de étalage;Shop-walker= winkelchef;Shop-worn= verlegen;Shopocracy,špokrəsi, rijke winkelmenschen.

Shore,sö, subst. kust, oever, strand, schraag, stut;Shoreverb. aan den wal (in zekerheid) brengen, schragen, schoren, stutten:Theywent on shore= aan wal;Tostand in, off shore= in, uit den wal liggen (scheepsterm);Shore it up= stut het;Shore-battery= strandbatterij;Shore-ice= pakijs;Shoreless= zonder oever of kust, onbegrensd.

Shorling,šöliŋ, vacht van een levend geschoren schaap, pas geschoren schaap.

Shorn,šön, p.p. vanto shear:God tempers the wind to the shorn lamb= geeft kracht naar kruis.

Short,šöt, subst. korte inhoud, kort begrip, tekort; adj. kort, beperkt, beneden peil, schraal, gebrekkig, onverdund, kortaf, driftig, broos:The long and the short of it is= de hoofdzaak is, om kort te gaan;Shorts= mengsel van zemelen en meel; korte broek;The baby wasput into shorts(=short clothes) = kwam uit de lange kleeren;To beshort at the sleeves;Calledfor short= kortweg;He is a foolin short= kortom hij is gek;To beshort with= kortaf, bits;To betwo shillings short= te kort komen, te weinig ontvangen hebben;The timewas very shortnow= de tijd begon aan te loopen;He isshort ofsight= bijziende, kortzichtig (fig.);I amshort ofmoney just now= slecht bij kas;Short ofheaven, he could lead his men anywhere= behalve naar den hemel;It fellshort ofmy expectations= beantwoordde niet aan;Nothingshort ofhaving my tooth extracted could rid me of that toothache= niets minder dan;This deed is littleshort ofheroic= komt nabij;The translation isshort ofthe original= blijft beneden;A few minutesshort oftwelve= vóór 12;I am rathershort ofhands= kom te kort;Let it be short= maak het kort;Hecut me short= viel mij in de rede;We havegone shortfrequently to save up for a dinner= vaak “krom gelegen”;Tomake shortof a long story(=Tomakea long storyshort) om kort te gaan;Torun short= opraken;Tosell short=à la baissespeculeeren;Tostop short= plotseling stilhouden, blijven staan, ophouden;Toturn short= zich plotseling omkeeren;Short allowance= schrale kost:Toput on short allowance= op klein rantsoen stellen;Short cut= binnenpad, kortere weg;At the time I woreshort petticoats= toen ik nog korte rokken aan had;Short rib= korte rib;To giveshort shrift= korte metten maken met;Toputonshort work= de werkuren inkorten;To makeshort workof= korte metten maken met;Short-bread(Short-cake) = broos gebakje;Short-breathed,šötbretht, kortademig;Short-circuit= kortsluiting;The little one wasshort-coated= kwam uit de lange kleeren;Hisshortcomingsare many= tekortkomingen;Short-commons= schraal maal;Short-dated= van korten duur, op korten termijn;Shorthand= kortschrift:Totake down in shorthand= stenographisch opnemen;We are rathershorthanded forgentlemen= hebben eigenlijk geen heeren genoeg;Shorthorn= beroemd (Durham) veeras (met korte horens);Short-lived,šötlaivd:Ours is a short-lived family= wij worden geen van allen oud;Short-sight(edness)= bijziendheid;Short-sighted= bijziende, kortzichtig;Short-tempered= kort aangebonden (=Short of temper);Short-waisted= kortlijvig;Short-winded= kortademig;Short-witted= met weinig oordeel;Shortage= tekort:There wasa shortage ofteachers;Shorten= verkorten, verminderen, samentrekken, afsnijden, zacht maken:Theyshorted sail= minderden zeil;Shorted ofhis prey= beroofd van;Shorter= wie of wat verkort, enz.;Shortly= (in het) kort, binnenkort:Hewrote shortly= schreef een klein briefje;Shortly beforethe war;Shortness= kortheid:Shortness of breath;Shortness of memory.

Shot,šot, subst. schot, kogel, schroot, hagel, bereik (van kogel of geweer), schutter; gelag, rekening; adj. changeant, met een weerschijn;Shotverb. laden (ookimperf.enp.p.vanto shoot):Blank shot= met los kruit;Shot with ball= met scherp;Shot of distress= noodschot;To be received bya volley of shot= een hagelbui van kogels;He is not worthpowder and shot= hij is geen schot kruit waard;As long as there isa shot in the locker= nog een kogel in ’t geweer, nog geld in de beurs is;Theshot came home, fell aboard= was raak;He isa crack, a dead, an excellent, a splendid shot= wat hij onder schot krijgt is “er bij”;One of the best shotsof the day;To firerandom (wild) shots= in ’t wilde schieten;Let me have a shot at it= laat mij ’t eens probeeren;Hemade a shot ata French word for “intended”= sloeg een slag naar;I have got topay the shot= ik moet betalen;The photographertook two shots atmy face= nam me tweemaal;Tobe (get) shot of= kwijt zijn, raken;He wasoff like a shot= vloog weg;I gave up my promiselike a shot= dadelijk;Mistaken am I?Not by a long shot= volstrekt niet;He isout of (within) shot= hij is buiten (onder) schot;Shot silk= zijde met een weerschijn;Shot-bag=[503]schrootzak;Shot-belt= lange lederen riem voor hagel als gordel gedragen;He came offShot-free= zonder kleerscheuren;Shot-gauge= kogelmal;Shot-gun= gladloops jachtgeweer;Shot-hole= kogelgat;Shot-pile= kogelstapel;Shot-prop= houten prop om eenShot-holete stoppen;Shot-tower= hageltoren;Aheavy shottedgun= met kogel van zwaar kaliber geladen kanon;Shotted chain= ketting met kogel (voor galeiboeven);The article istoo heavily shotted forthe ordinary reader= al te zwaar, geleerd;Shotten= de kuit geschoten hebbende; ontwricht; gestremd.

Shough,šok, ruige hond.

Should,šud, imperf. vanshall:Tell him soif he should come= als hij mocht komen;Not as it should be= niet zoo het hoort;As who should say= alsof iemand zou zeggen;No better than they should be= niet beter dan dat soort gewoonlijk is.

Shoulder,šouldə, subst. schouder, schoft, schouderstuk;Shoulderverb. met den schouder duwen, krachtig duwen, op den schouder nemen, òvernemen (van het geweer):One shoulder of mutton draws (drives) down another= hoe meer men heeft, hoe meer men wil hebben;Shoulder of mutton sail= driehoekig bootzeil;No sooner was he in the room, than sheattacked him straight from the shoulder= in ééns, op den man af;Heclapped me on the shouldersaying: You are my prisoner= hij legde de hand op mijn schouder;Hegave us the cold shoulder= zag ons met den nek aan;I have a good deal on my shoulders just now;Hehas round shoulders= een ronden rug;Hehit out straight from the shoulder= gaf een krachtigen slag;You cannot put old heads upon young shoulders= jeugd heeft geen deugd;Put (set) your shoulder toit= zet er uw schouder onder;Torub shoulders= in nauwe aanraking komen;Heshrugged his shoulders= hij haalde de schouders op;Tostand shoulder to shoulder= schouder aan schouder staan;You have taken too much on your shoulders;Shoulder arms!= over ’t geweer;Ishouldered the responsibility= nam … op mij;Heshouldered me aside= duwde mij op zij;The French wereshouldered off the direct way to Berlin= werden belet direct op Berlijn aan te rukken;Shoulder-belt= draagband;Shoulder-blade,Shoulder-bone= schouderblad;Shoulder-knot= schouderbedekking;Shoulder-points= vangsnoeren;Shoulder-shotten= lam in de schouders (vanpaarden);Shoulder-slip= schouderontwrichting;Shoulder-strap= schouderriem, schouderklep;He is abroad-shoulderedfellow= breedgeschouderd.

Shout,šaut, subst. gejuich, geroep;Shoutverb. juichen, hard roepen:They shouted like anything= juichten “van je welste”;Toshout newspapersin the street= luidkeels (met) kranten venten;Shouter.

Shove,šɐv, subst. duw, stoot;Shoveverb. duwen, stooten, voortduwen:Shove the animal at the hedge= drijf, duw, jaag naar;The measure wasshoved by= terzijde gelegd, verworpen;Weshoved from shore= duwden af.

Shovel,šɐv’l, subst. schop;Shovelverb. scheppen, opscheppen;Shovel-board= trokspel, troktafel;Shovel-hat= platte hoed met breeden rand (door Eng. geestelijken gedragen);Shovelful= schopvol;Shoveller.

Show,šou, subst. vertoon, tentoonstelling, voorkomen, schijn, praal, schouwspel, vertooning;Showverb. toonen, vertoonen, (aan)wijzen, duidelijk maken, bewijzen, onderrichten, zich vertoonen, pronken (off):Lord Mayor’s show= optocht van den L. M. in Londen (9 Nov.);Hehasn’t any show= geen kans;Hemakes no show of his learning= loopt niet te koop met;Under a show offriendship= onder den schijn van;The meeting expressed their opinion byshow of hands= door het opsteken der handen;Even in rebukehis great heart shows= toont zich zijn edel hart;The wood began to show= het hout kwam door de verf kijken;Something showedon the ground= lag zichtbaar;Gypsy blood will show= verloochent zich niet;You should not show= u niet decolleteeren;Toshow fight= de tanden laten zien, willen vechten;Heshowed his heels= ging aan den haal;Toshow the way;Toshow about= overal laten kijken;The heavensshow forththe glory of the Lord= verkondigen;Will youshow the gentleman in?= mijnheer binnenlaten?His faceshowed of a purple hue= nam eene purperen tint aan;He is a clever fellow, but he does notshow it off= maar hij loopt er niet mee te koop;Heshows offhis gold chain= pronkt met;Heshowed me overthe picture-gallery= liet mij zien;Will youshow him up?= hem boven laten komen;Hewas shown up= ontmaskerd;Show-bill= groot aanplakbiljet;Show-box= kijkkastje;Show-bread= toonbrood (bij de Israëlieten);Show-card= reclameplaatje;Show-case= uitstalkastje, vitrine;Showman= spulleman;Showman’s cart= kermiswagen;Show-place= uitstalplaats, bezienswaardigheid;Show-room= monster-, modelkamer;Show-scholar= model v. een leerling;Show-window= uitstalvenster;Shower of tricks= goochelaar;Showiness, subst. v.Showy= praalziek, opzichtig.

Shower,šauə, subst. bui, plasregen, drom, vloed;Showerverb. beregenen, begieten, overstroomen, rijkelijk (doen) nederdalen:Shower of arrows, stones;Heshowered downwealth and honour on his favourites= stortte uit over;Shower-bath= stortbad;Showerless= zonder buien;Showery= buiïg, regenachtig.

Shown,šoun, p.p. vanto show.

Shrank,šraŋk, imperf. vanto shrink.

Shrapnel(shell),šrapn’l(šel), granaatkartets.

Shred,šred, subst. reepje, stukje, tittel of iota, lap;Shredverb. in reepen snijden, knippen:Shredded wheat= grof meel;Shredding= stuk, lap, brok, reepje;Shreddy= uit brokken bestaande;Shredless.

Shrew,šrû, subst. helleveeg, manwijf; spitsmuis;Shrew-mole= Amer. waterrat;Shrew-mouse= spitsmuis;Shrewish= twistziek, lastig; subst.Shrewishness.

Shrewd,šrûd, sluw, listig, loos, scherpzinnig,[504]vinnig, lastig, netelig;Shrewdly= buitengewoon, kras;Shrewdness= sluwheid, etc.

Shrewsbury,šrûzbri,šrouzbri.

Shriek,šrîk, subst. gil, schel geluid;Shriekverb. gieren, gillen:Togive (utter) a shriek;Shrieks of laughter;Heshrieked out: “Murder”= hij gilde: “moord”;Shrieker.

Shrift,šrift, biecht, absolutie.

Shrike,šraik, klauwier, wurger.

Shrill,šril, schel, snerpend;Shrillverb. gillen, piepen, uitkrijschen, een schel geluid geven;Shrill-gorged= met snerpenden klank;Shrill-tongued= met schelle stem; subst.Shrillness; adj.Shrilly.

Shrimp,šrimp, garnaal; dwerg;Shrimpverb. garnalen vangen;Shrimper.

Shrine,šrain, subst. reliquieënkastje, grafteeken, altaar, heilige plaats; verb. in eenshrineplaatsen.

Shrink,šriŋk, subst. ineenkrimping (van vrees), samentrekking, plooi;Shrinkverb. samentrekken, inkrimpen, rimpelen, terugdeinzen, ineenkrimpen, huiveren:Ishrink atthe very thought= huiver bij;He did notshrink fromthe task= deinsde niet terug voor;Heshrunk intoa recess= kroop in;Shrinkage, vermindering, verlies:There were shrinksas living had become more expensive= men moest zich bekrimpen;Toallow a margin for shrink= (fig.) er om denken, dat iets wel eens wat tegen kan vallen;Shrinker:Cowardly shrinker= lafaard.

Shrive,šraiv, biechten, absolutie geven:He shrived himself= hij biechtte;Shriver;Shriven,šriv’n, gebiecht.

Shrivel,šriv’l, krimpen, rimpelen, verschrompelen:Shrivelledwith age= gerimpeld.

Shroff,šrof, O.I. bankier of wisselaar; ook verb.;Shroffage= onderzoek van munten; commissieloon aan wisselaars.

Shroud,šraud, subst. kleed, kleederen, dekkleed, lijkwa, omhulsel, beschutting (Shrouds= want,scheepst.);Shroudverb. omhullen, verbergen, in een doodskleed wikkelen, zich verschuilen:Heshrouded himselffrom danger= beschutte zich tegen;Shroudless.


Back to IndexNext