Chapter 99

Shrove,šrouv, imperf. vanto shrive.Shrove,šrouv, vasten:Shrove Sunday;Shrovetide= vastentijd;Shrove Tuesday:Shroving= vasten(avond)feesten.Shrub,šrɐb, subst. heester, struik; vruchtenlimonade vaak met spiritualiën, bijv.Rum shrub;Shrubs= zandgoed (tabak);Shrubbery= heesteraanleg, boschje;Shrubby= vol heesters, heesterachtig;Shrubless= kaal, zonder struik of heester.Shrug,šrɐg, de schouders ophalen; ook subst.:Togive a shrug.Shrunk,šrɐŋk, imperf. en part. perf. vanto shrink;Shrunken= gekrompen, verwelkt, dor.Shuck,šɐk, schaal, bast, dop, bolster;Shuckverb. doppen;Shucks= onzin, malligheid.Shudder,šɐdə, subst. beving, huivering;Shudderverb. huiveren, trillen, sidderen:Togive a person (the) shudders= doen huiveren.Shuffle,šɐf’l, subst. geschuifel, schuifelende gang,schudden, uitvlucht;Shuffleverb. voortschuiven, schuifelen, voortduwen, dooreenschudden, wassen (van kaarten), mengen, uitvluchten zoeken, sloffen, schuifelend loopen:The usualshuffle of responsibility= ontwijken der verantwoordelijkheid;Heshuffled awaymy card= heeft weggemoffeld;I am glad Ishuffled him off= dat ik van hem af ben;Everything wasshuffled up= verward en haastig bijeengegooid;Shuffle-cap= spel, waarbij geldstukken in eene muts geschud worden;Shuffler= schuifelaar, bedrieger, uitvluchtenzoeker;Shuffling, subst. voorwendsel, uitvlucht; adj. schuifelend loopend, listig, uitvluchten zoekend.Shun,šɐn, schuwen, vermijden, ontvlieden.Shunt,šɐnt, subst. zijspoor, zijtak, het op een zijspoor brengen;Shuntverb. op een zijspoor brengen, rangeeren, omleggen, een andere richting geven, wegzenden:He nowgives you the shunt= stuurt je weg;The train wasshunted on to a siding= werd op een zijspoor gebracht;He shunted it on to me= schoof het mij op den hals;Shunter= wisselwachter;Shunting-engine= rangeerlocomotief.Shut,šɐt, sluiten, dichtdoen, dichtgaan:Toshut the door in a person’s face= voor zijn neus;Toshut one’s eyes to(fig.);Shut-down= stilstand van fabriek of werk;Shut in byenemies= omringd door;He must beshut out= buitengesloten;Toshut up= opsluiten;The umbrella won’tshut upproperly= wil niet behoorlijk dicht;The road (passage) wasshut up= versperd, gesloten;Shut up, Sir= houd je mond, vent;Ishut him up= snoerde hem den mond;Hepushed the door shutwith his foot= hij duwde de deur dicht;Shutter= sluiter, luik, blind:Let’s have the shutters up= zet de blinden of luiken er vóór;Toput up (take down) the shutters.Shuttle,šɐt’l, schietspoel (wevers), schuitje in een naaimachine;Shuttle-cock= pluimbal, raket(spel) =Battledore and shuttle:To play at shuttle= raketten.Shy,šai, subst.worp, mik, tik, steek (fig.), zijsprong; adj. schuw, schichtig, beschroomd, voorzichtig, wantrouwend;Shyverb. gooien, slingeren, slaan naar, schichtig worden, afschrikken:Cocoa-nut shy= spel waarbij men met ballen naar kokosnoten gooit;Shall wehave a shy atthe gambling-table? = een kansje wagen;Ihad a shy atthe pheasant= mikte en schoot op;I had two shies at the same exam(əgzam) = heb het tweemaal geprobeerd;Tobe shy of doing (telling)= niet recht durven:Tofight shy of= angstig vermijden:Novelists shouldfight shy ofsensation= zich onthouden van;Welooked shy upon it= zagen het argwanend aan;The horseshied ata tree= werd schichtig;Heshied atthe weathercock= gooide naar;Shy widow= een gezelschapsspel;Shyness;Shyster= schurk, beunhaas (Amer.).Siam,saiam,sîâm, Siam;Siamese,saiəmîz,saiəmîs, van S., Siamees.Siberia,saibîriə, Siberië;Siberian= Siberisch; Siberië.Sibilance,Sibilancy,sibil’ns(i), het hebben van een sissend geluid;Sibilant,sibil’nt, subst. sisklank; adj. sissend;Sibilation,sibileiš’n, het sissen, sisklank.[505]Sibyl,sibil, Sybille, profetes;Sibylline,sibil(a)in, Sybillijnsch, profetisch:Sibylline Books.Sic,sik, zóó, dus (staat het er).Siccate,sikeit, drogen; subst.Siccation;Siccative,sikətiv, subst. en adj. opdrogend (middel);Siccity,siksiti, droogte, schraalheid.Sice,sais, zes:Sice point= alle zes (dobbelen).Sicily,sisili, Sicilië;Sicilian,sisilj’n, Siciliaan(sch):Sicilian Vespers.Sick,sik, ziek, misselijk, zwak, moede (fig.), verlangend (for):sick at the stomach= misselijk;He feelssick at heart= mistroostig, droevig gestemd;I amsick of delays= moe;Sick of life;Sick of them;Sick for love;Toget sick for astrange face= vurig verlangen naar;He issickto death= doodziek;I amas sick as a horse= zoo misselijk als eene kat, ziek als een hond;It makes me feel sick= ’t walgt me;Sick-bay= ziekenboeg;Sick-club=Sick-fund;Sick-bed;Sick-fund;Sick-headache= migraine;Sick-leave= verlof voor ziekte;I amon the sick-list= ik ben patient;Sick-nurse;Sick-room;Sicken= ziek worden, kwijnen, walgen, ziek (misselijk) maken:Charlie issickening forthe measles= heeft onder de leden;All my joysickened intosorrow= werd vergald tot;This hassickened me ofsoldiering for life= mij voorgoed doen walgen;Sickish= eenigszins ziek of misselijk; subst.Sickishness. ZieSickly.Sickle,sik’l, sikkel;Sickle-man= maaier, oogster.Sickly,sikli, zwak, ziekelijk, ongezond, walgelijk:Sickly constitution;A sickly smell= walgelijke lucht;Sickness= ziekte, ongesteldheid, misselijkheid:Sickness Insurance= ziekteverzekering.Side,said, subst. zijde, kant, rand, helling, oever, strand, buurt, streek, partij, bluf, effect (biljart);Sideverb. de partij kiezen van, zich scharen bij, het houden met (with); terzijde leggen:Blind side(Weak side) = zwakke zijde, zwak;Bright side= lichtzijde;Dark side(Shady side);This side up!= dit boven (op kisten);It is always best to err on the safe side= men kan niet te voorzichtig zijn;Wrong side out= buitenste binnen;He looks at the worldfrom the wrong side= van den verkeerden kant;I felt a painin my side= pijn in de zij;On (At) your side= aan uwen kant;The letters were placedon one side,and passed out of knowledge= ter zijde;The driver walkedon the near sideof the horse= links van;He is my uncleon (by) the father’s side= van vaderskant;Is my haton one side? = staat mijn hoed scheef;On both sides, on either side= aan beide zijden, aan weerskanten;Side by side= zij aan zij;Tochoose sides= zich verdeelen;Toput on side= zich “airs” geven;Toput on too much side= zich te veel airs geven;You haveput too much side on= (den bal) te veel effect gegeven;Topresent the best side to view= de beste brooden voor het venster leggen;Totake the, a side (sides) against, for= partij kiezen tegen, vóór;Itake no sides= kies geen partij;Tothrust on one side= op zijde duwen (ook fig.);Theysided against, withthe government= kozen partij tegen, voor;Side-arm= zijdgeweer;Sideboard= buffet;Side-box= zijloge;Tohear through a side-channel= van de buitenwacht vernemen;Side-cut= zijkanaal, zijweg; steek onder water;Side-dish= entremets;Side-door;Side-glance= blik ter zijde, zijdelingsche blik;Side-issue= bijzaak;Side-light= zijlantaarn;Side-piercing= hartverscheurend;Side-saddle= dameszadel;Side-show= nevenhandeling;Side-slip= het “slippen” van een fiets;Side-splitter= iets om je dood te lachen;Side-table= schenktafel, wandtafeltje;Side-track= zijspoor;Side-trackverb. op een zijspoor brengen, terzijde schuiven;Side-view= gezicht van ter zijde;Sidewalk= trottoir (Amer.);Side-wheeler= raderstoomboot;Side-whiskers= bakkebaarden;Side-wind= zijwind:Tohear by a side-wind= van de buitenwacht;Side-wing= coulisse;Sided:Amany sidedman= veelzijdig ontwikkeld;Sidelong, adj. en adv. zijdelings(ch);Sidesman= beambte die den kerkvoogd terzijde staat; kerkeknecht;Sideways,Side-wise= van ter zijde, schuin (tegenover).Sidereal,Sideral,saidîr(i)əl, sterren.…:Sidereal clock,Sidereal day,Sidereal hour,Sidereal month;Sidereal year.Siderography,saidərogrəfi, staalgraveerkunst.Siding,saidiŋ, wisselspoor (v. treinen);Tosidle= zich zijdelings bewegen:Hesidled off to the door= ging met zijwaartsche beweging naar de deur.Sidmouth,sidməth;Sidney,sidni.Siege,sîdž, subst. beleg(ering), bestorming;Siegeverb. belegeren:Tolay siege to= het beleg slaan om;Toproclaim under a state of siege= in staat van beleg verklaren;Toraise the siege= opbreken;Siege-guns (-ordnance)= belegeringsgeschut.Sierra,sierə, bergketen:Sierra Leone(lîounî);Sierra Nevada(nivâdə).Siesta,siestə, middagslaapje.Sieve,siv, subst. zeef:Touse a sieve for drawing water=Topour water into a sieve= nuttelooze moeite doen.Sift,sift, zeven, ziften, nauwkeurig nagaan, uitvragen:Tosift grain from husk=Tosift the chaff from the wheat= het kaf van het koren scheiden (fig.);Tosift to the bottom= grondig onderzoeken;Tosift out= uitvorschen;Sifter.Sigh,sai, subst. zucht;Sighverb. zuchten, smachten naar, zuchten om:Todraw (fetch, heave) a deep sigh= een diepen zucht slaken;Tosigh for (after)= smachten naar;Sigher.Sight,sait, subst. gezicht, visioen, de oogen, aanblik, schouwspel, merkwaardig iets, korrel (op het geweer), hoop;Sightverb. zien, in het gezicht krijgen, richten:Impaired sight= verzwakt gezichtsvermogen;Short sight= bijziendheid;Payableat sight= op zicht;To play, to readat sight= van ’t blad, voor de vuist weg;At first sight= op het eerste gezicht;The steamer isin sight;In[506](the) sight ofthe harbour= in ’t gezicht van;On sight= te kijk, op keur;Out of sight out of mind= uit het oog, uit het hart;She isa sight more sensiblethan you= oneindig verstandiger;He got througha sight of work= deed heel wat;He hasa sight of money= een “bom” geld;My cheeks and nose are so swollen, Ilook a perfect sight= zie er uit om van te schrikken;That isa sight to see= de moeite waard om te zien;Tocatch sight of= in ’t oog krijgen;Igained (lost) sight ofit= kreeg in (verloor uit) het oog;Ihate the sight ofthe fellow= mag niet zien;Toknow by sight= van aanzien;He lost, recovered his (eye-)sight= hij is kwijt, hij kreeg terug;These repeaters weresighted up to a thousand yards= tot op duizend yards kan men juist schieten met;Wesighted an island,but we did not touch at it= kregen in het gezicht;Sight-hole= kijkgat;Sight-seeing= het bezien van merkwaardige dingen;Sight-seer;Sighted= van een vizier voorzien:Long-sighted,Short-sighted= ver-, bijziend;Sightless= blind; subst.Sightlessness;Sightly= aangenaam voor het oog, vrij.Sigismund,sidžism’nd.Sign,sain, subst.teeken, aanwijzing, gedenkteeken, zinnebeeld, voorteeken, uithangbord, sterrenbeeld;Signverb. teekenen, een teeken geven:We haveput up a new (business) sign= nieuw uithangbord opgehangen;Of course, all signs fail in dry weather= natuurlijk, dan kan men er niet op rekenen;Westayed at the sign of the ship= hebben gelogeerd in (het logement) “Het Schip”;Sign-board= uithangbord;Sign-manual= handteekening;Sign-post= handwijzer, uithangbord;Signer.Signal,sign’l, subst. sein, teeken; adj. uitstekend, in het oog vallend;Signalverb. seinen, signalen geven, wenken, aankondigen:Signal of distress= noodsein;Asignal victory= een glansrijke overwinning;Signal-box= seinhuisje;Signal-code= signaal code;Signal-flag;Signal-gun= seinschot;Signal-lamp,Signal-light;Signal-man= seinwachter;The new periodicalhas long been signalled= is al geruimen tijd aangekondigd;Signalize= zich onderscheiden.Signatory,signətəri, subst. onderteekenaar; adj. onderteekenend:Thesignatories tothis protest;Signature,signətjə, onderteekening, teeken, signatuur, kruis of mol (muz.):Heaffixed his signature tothe deed= zette zijn naam onder.Signet,signət, zegel(ring);Signet-office;Signet-ring.Significance,Significancy,signifik’ns(i), beteekenis, nadruk, gewicht;Significant,signifik’nt= beteekenisvol, gewichtig, beteekenend, aanduidend:Tobe significant of= aanduiden;Signification,signifikeiš’n, beteekenis;Significative= aanduidend, beteekenend;Signify,signifai, beteekenen, te verstaan geven, van gewicht zijn:Hesignified his wishes= gaf te kennen;That doesn’t signify= zegt niets, doet er niets toe.Signor,sî-njə, Mijnheer (Ital.);Signora,sî-njôrə, Mevrouw (Ital.);Signorina,sî-njərînə, Mejuffrouw.Sikh,sîk, Sikh, soldaat van een krijgshaftigen stam in Brit. Ind.Silas,sailəs, Silas.Silence,sail’ns, subst. stilte, stilzwijgen, geheimhouding, stilzwijgendheid;Silenceverb. tot zwijgen brengen, den mond snoeren, kalmeeren; interj. Stil! Zwijg!Tobreak the silence;Silence gives consent= wie zwijgt stemt toe;Tokeep (observe) silence= bewaren;Wepass this over in silence= gaan dit met stilzwijgen voorbij;Toput (reduce) to silence= brengen tot;Silent,sail’nt, zwijgend, stil:Tobe silent of= zwijgen van;William the Silent= Willem de Zwijger;Silent partner= stille vennoot;Silent system= stelsel van eenzame opsluiting; subst.Silentness.Silenus,sailînəs.Silesia,silîšə, Silezië:Silesia lawn= een soort batist;Silesian= Silezisch; Sileziër.Silex,saileks=Silica.Silhouette,siluet,silu-et, silhouet; ook verb.:Totake a silhouette= silhouetteeren;The elephant’s form wassilhouetted againstthe rock= teekende zich af op de rots.Silica,silikə, kiezelaarde;Silicate, silicaat:Silicate cotton= slakkenwol;Siliceousvarnish= waterglas.Silicle,sîlik’l, dopje;Silique,silîk,sîlik, hauw.Silk,silk, subst. zijde, zijden stof, zijden japon; adj. zijden, zijdeachtig:Hewears (has taken) silk= hij isKing’s (Queen’s) Counsel(geworden);He isa learned silk= een knap advocaat;A silk dress= zijden japon;Silk gown= zijden toga van eenKing’s Counsel;Silk-man,Silk-mercer= zijdehandelaar;Silk-mill= zijdefabriek;Silk-thrower,Silk-throwster= zijdetwijnder;Silk-weaver= zijdewever;Silk-worm= zijdeworm;Silk-worm-gut= fijn hengelsnoer;Silken= zijdeachtig, zacht als zijde:Silken hair= zacht haar;Silken speech;Silkiness, subst. v.Silky= van zijde, glanzig, zacht.Sill,sil, drempel, steunbalk, kozijn.Sillabub,siləbɐb, gerecht, gemaakt van wijn of cider met room of melk:Mere Sillabub= gewoon zwendelarij.Silliness,silinəs, subst. v.Silly,sili, onnoozel, sullig, dwaas; ook subst.:He had beenknocked sillyfor a time= was bewusteloos geslagen;Asilly notion= dwaas idee;The silly season= komkommertijd;Silly Suffolk(eenParish ekename).Silo,sailou, kuil voor groen voeder, inkuiling:Toput green in silos= inkuilen.Silt,silt, subst. slik, slib;Siltverb. verzanden (up), sijpelen, aanslibben.Silvan,silv’n=Sylvan.Silver,silvə, subst. zilver(geld), zilverwerk; adj. zilveren, zilverachtig;Silververb. verzilveren, foeliën:Hand-beaten silver= gedreven;He wasborn with a silver spoon in his mouth= als kind van rijke ouders, als gelukskind;It is only coppersilvered over= verzilverd koper;Silver-fir= zilverspar;Silver fleet;Silver-fork School= de school, die[507]slechts ’t leven der hoogere standen in hare romans behandelt;Silver-fox= zilvervos;Silver-haired= met witte of zilverachtige haren;Silver-leaf= bladzilver;Silver-paper;Silver-side= de onderkant van een runderbout;Silver-smith= zilversmid;Silver-stick= officier (van de lijfwacht), die dienst doet bij hoffeesten;Silver wire= zilverdraad;Silverite,silvərait, voorstander van den dubbelen muntstandaard; adv.Silverly;Speech is silvern, but silence golden;Silvery= met zilver bedekt, schitterend, rein.Silvester,silvestə.Simarre,simâ, vrouwenkleed, wijde japon.Simeonites,simjənaits, Simeonieten; aanhangers vanCharles Simeon, leider der Low Church party (1759–1836).Simian,simj’n, aapachtig, aap …Similar,similə, subst. gelijke; adj. gelijk, dergelijk;Similarity,similariti, overeenkomst, gelijksoortigheid;Simile,simili, vergelijking;Similitude,similitjûd, gelijkenis, overeenkomst, evenbeeld.Similor,similö, spinsbek.Simioid,simiôid,Simious,simiəs=Simian.Simitar.Z.Scimitar.Simmer,simə, zacht (laten) pruttelen of koken:The plan is simmering already= het plannetje staat al te vuur.Simon,saim’n, Simon, sukkel:The real Simon,Pure Simon= de ware naam, de ware man.Simoniac,simouniak, die zich schuldig maakt aanSimony;Simoniacal,simənaiək’l, schuldig aanSimony,siməni, simonie, het verkoopen van geestelijke ambten.Simoom,simûm,Simoon,simûn, samoem, heete verstikkende woestijnwind.Simper,simpə, subst. gemaakte glimlach; domme lach;Simperverb. gemaakt lachen, meesmuilen;Simperer.Simple,simp’l, eenvoudig, enkel, niet samengesteld, onnoozel, naïef, argeloos; subst. geneeskrachtige plant:Gentle and simple= hoog en laag (v. personen):Simple Simon= onnoozele hals;Simple-hearted,Simple-minded= naïef, argeloos; subst.Simple-mindedness;Simpleness=Simplicity;Simpleton= sukkel, onnoozele bloed;Simplicity,simplisiti, eenvoud, natuurlijkheid, duidelijkheid, onnoozelheid;Simplify= vereenvoudigen;Simply= eenvoudig, slechts, geheel en al;Simplification, subst. v.Simplify,simplifai, vereenvoudigen.Simulacrum,simjuleikr’m, schijnbeeld.Simulate,simjuleit, veinzen, fingeeren, voorwenden, simuleeren, nabootsen; adj.simjulit; subst.Simulation;Simulator.Simultaneity,sim’ltənîiti, subst. v.Simultaneous,sim’lteiniəs, gelijktijdig; subst.Simultaneousness.Sin,sin, subst. zonde, overtreding; verb. zondigen, overtreden:It is a sin and a shame= zonde en schande;Deadly (Mortal) sin= doodzonde;Original sin= erfzonde;Venial sin= vergeeflijke zonde;Tocommit a sin;Sin-offering= zoenoffer;Sinful= zondig, verdorven; subst.Sinfulness;Sinless= onschuldig; subst.Sinlessness;Sinner= zondaar.Sinai,sainiai,sainai,sainei;Sinaitic,sainiitik, Sinaï betreffend.Sinapis,sineipis, mosterdplant;Sinapism,sinəpizm, mosterdpleister.Since,sins, adv. en prep. sedert; conj. omdat, dewijl, vermits:Ever since= van toen af;Long since= lang geleden;A short time since= kort geleden;Since ever= vanaf ’t oogenblik;Since you cannot get there,you had better not complain= aangezien gij daar niet kunt komen.Sincere,sinsîə, oprecht, zuiver:Yours Sincerely= je toegenegen; subst.Sincereness=Sincerity,sinseriti.Sincipital,sinsipit’l, voorhoofds …;Sinciput,sinsipɐt, kruin, voorhoofd.Sind,sind;Sindbad,sindbad.Sine,sain, sinus.Sine,sainî:Toadjourn sine die(dai-î) = voor onbepaalden tijd uitstellen.Sinecure,s(a)inəkjuə, sinecure;Sinecurism;Sinecurist.Sinew,sinjû, subst. pees, zenuw, spier, ziel;Sinewverb. stalen, sterken:The sinews of war= (het noodige) geld;Sinewed= gespierd, krachtig;Sinewless= zonder kracht;Sinewy= Sinewed.Sing,siŋ, zingen, bezingen:Hesings out of tune, out of time= hij is van de wijs, is uit de maat;Tosing small= zoete broodjes bakken;Ising the gloriesof summer= bezing de heerlijkheden;Tosing another song (tune)= een anderen toon aanslaan (fig.);Tosing the same song= één lijn trekken;My head is singing= ik heb suizing in de ooren;Tosing out= luid zingen (roepen);Sing-song= deun, vervelend gezang;Singer= zinger, zangvogel. ZieSinging.Singalese,siŋgəlîz,siŋgəlîs;Singapore,siŋgəpö.Singe,sinž, zengen, schroeien (off); ook subst.Singing,siŋiŋ:Singing in the ears= suizen;Singing-bird= zangvogel;Singing-book;Singing-boy= koorknaap;Singing-club= zanggezelschap;Singing-festival;Singing-master= zangonderwijzer;Singing-mistress;Singing-school= zangschool.Single,siŋg’l, adj. enkel, alleen, ongetrouwd;Singleverb. uitkiezen (out):First single= eerste klasse, enkele reis;Hecontinued single= bleef ongetrouwd (=Stuck to the single ticket);He was killed insingle combat (fight)= in een tweegevecht;Book-keeping by single entry= enkel boekhounen;Single fare return bookings= kaartjes enkele reis voor heen en terug;In single file= achter elkaar, in ganzenorde; subst.Singles= spelen voor één persoon; soort zijde; enkel garen;Some of them had beensingled out for destruction= waren ten doode opschreven;Single-blessedness= ongetrouwde staat (iron.);Asingle-breasted coat= met één rij knoopen;Single-handed= alleen, zelfstandig;Single-hearted= oprecht, eerlijk, rond;Single-line= enkel spoor;Single-minded=Single-hearted;Single-stick= baton met gevest;Singleness of heart= eenvoudige oprechtheid;With great singleness of purpose= steeds met één doel voor oogen;I undertake to fight yousingly= ik neem[508]het tegen ieder van jullie afzonderlijk op.Singular,siŋgjulə, subst. enkelvoud; adj. apart, zonderling, bijzonder, zeldzaam, enkelvoudig:He issingular in his kind= éénig in zijn soort;In this notion he was not singular= stond hij niet alléén;Singularity,siŋgjulariti, bijzonderheid, zonderlingheid, zeldzaamheid, eigenaardigheid.Sinic,sinik, Chineesch.Sinister,sinistə, linker (Herald.); ongelukkig, onheilspellend, oneerlijk, slecht.Sinistral,sinistr’l, naar links gewonden (van schelpen).Sink,siŋk, subst. riool, zinkput, gootsteen, poel;Sinkverb. zinken, zakken, bezwijken, achteruitgaan, vervallen, afnemen, inzakken, ondergaan, vermageren, hol worden, ruineeren, laten zinken; steken, beleggen, afdragen, amortiseeren (van geld), bijleggen, achterhouden, graven:He wassinking fast= ging hard achteruit;Her heart (spirits) sank= de moed begaf haar;I havesunk a capital of £ 400in this undertaking= gestoken;A mine was sunk there= werd gegraven;Hesank much moneyon his stock in trade= stak veel geld in;They hadsunk shipswhere the river was deepest= laten zinken;He hassunk his personal viewsfor the good of the country= laten varen;Hesank downunder fatigue= bezweek onder;That has sunkintomy mind= is diep doorgedrongen;Let himsink intohis unhonoured grave= ongeëerd ten grave dalen;Thissinks intoinsignificance besides that= verdwijnt daarnaast in ’t niet;Tosink into oblivion;Sink-hole= zinkput, riool;Sinker= zwaar gewicht om te doen zinken;Sinking-fund= amortisatiefonds.Sinologist,sinolədžist;Sinologue,sinəlog, kenner v. China, enz.;Sinology,sinolədži, kennis van Chineesche taal, letterkunde, enz.Sinuate,sinjuit, adj. gegolfd, ingesneden;Sinuateverb.sinjueit, winden, slingeren; Sinuation = slangvormige kromming, kronkeling;Sinuosity,sinjuositi, kromming, kronkeling;Sinuous,sinjuəs, gebogen, bochtig, draaierig.Sinus,sainəs, baai, bocht, holte, kronkeling, sinus.Sion,saion;Sioux,s(i)û.Sip,sip, subst. teugje; verb. met kleine teugen drinken of opslorpen, een teugje nemen:Totake a sip too much= te diep in ’t glaasje kijken;Sipper.Sipe,saip, sijpelen, trekken.Siphon,saif’n, subst. hevel, siphon;Siphonverb. overhevelen:Asiphon of soda-water;Siphon-bottle.Sippet,sipət, teugje, geweekt brood.Sir,sɐ̂, Mijnheer; vóór den doopnaam is het de titel v. eenbaronetofknight:Sir to you= tot uw dienst;Dear Sirs= waarde Heeren (in brieven);You would haveto “Sir” me= met mijnheer moeten aanspreken.Sirdar,sɐ̂dâ,sɐ̂da, Hindoesch (opper)hoofd; opperbevelhebber.Sire,saiə, subst. voorvader, vader (bij dieren); Sire;Sireverb. verwekken (bij dieren).Siren,sair’n, subst. sirene (ookSirene,sairîn); misthoorn; adj. betooverend, bekorend:Sirene song.Sirene,sairîn, meter van geluidstrillingen.Sirius,siriəs, hondsster.Sirkar,sɐ̂ka, het gouvernement, chef, Hindoesch ambtenaar.Sirloin,sɐ̂lôin, lendestuk v. een rund.Siroc(co),sirok(ou), sirocco, heeteZ.O.wind.Sirrah,sirə, vent, kerel, schavuit, meid.Sirup,sirəp, stroop. ZieSyrup.Siskin,siskin, sijsje.Sister,sistə, zuster:Holy sister= non;Sister of Charity (Mercy)= liefdezuster;Sister-in-law= schoonzuster;Sisterhood= alle zusters, zusterschap;Sisterly= zusterlijk.Sisyphean,sisifîən, Sisyphus - -;Sisyphus,sisifɐs, Sisyphus:Task (Toil) of Sisyphus= Sisyphus arbeid.Sit,sit, zitten, zitting hebben, liggen, blijven, wonen, broeden, passen; subst. het zitten:The faultless sitof her hat= het onberispelijk zitten;One’s clothesget the sitby having them on some time= zitten eerst goed als, etc.;Hesits a horsevery well= hij rijdt goed;When the House issitting;Sit down, Sir= ga zitten, mijnheer;ToSit down at a meal;The Frenchsat down beforethe town= legerden zien voor;Tosit for one’s portrait= poseeren;He satonme and ordered me about= zat mij op den kop;These fineriessitwellonyou= staan u goed (ook fig.);Hesat on and on= bleef maar zitten;Wesat outthe concert= bleven tot het laatst;Theysat outthe dance= bleven onder dien dans zitten;They weresitting out= zaten buiten;Did you eversit underthat clergyman? = gingt gij geregeld ter kerk bij;Tosit up= opblijven, opzitten (ook om te vrijen), op (mogen) blijven:Hesat upin bed= ging overeind zitten;His productions made his friends“sit up” = deden verstomd staan;Tosit upon a committee= lid zijn van een commissie;That sorrowsits heavily uponhim= drukt hem ter neer;Theysat in judgment uponlife and death= zij beraadslaagden en beslisten over;He did not choose to besat upon= wou zich niet op den kop laten zitten;Boys always complain of beingsat upon= dat ze op den kop worden gezeten;Asit-down supper= souper waarbij men aanzit;Sit-fast= blijvend, stoelvast;Sitter= zitter; broedende vogel. ZieSitting.Site,sait, ligging, bouwterrein:Plan of site= situatie-teekening.Sitting,sitiŋ:I read the bookat one sitting= in eens; adj.:Sitting-place;Sitting-room= ruimte; woonkamer.Situate,sitjuit=Situated,sitjueitid, geplaatst, gelegen, vast geplaatst:The palace issituate ona height= ligt op;How are you situated?= hoe staat het met u;Situation,sitjueiš’n, ligging, toestand, betrekking, omstandigheden:In this situation of things= stand van zaken;She was alwaysin a situation= in gezegende omstandigheden;We arein a situationto make this offer= in staat;He isout of situation= buiten betrekking.[509]Sitz-bath,sitsbâth, zitbad.Siva,sîvə;Siward,sîwəd.Six,siks, zes:Big six= banjer;Saucy six= ondeugende zesjarige(n);Long sixes= kaarsen van 6 in een pond;Things areat sixes and sevens= liggen overhoop, zijn in de war;It is six of one and half a dozen of the other= lood om oud ijzer;Six-chambered= met zes patronen;Sixfold= zesvoudig;Six-footer= persoon van zes voet;Sixpence= zesstuiverstuk =Sixpenny-piece;Sixteen= zestien:Boysunder sixteen and over ten;Sweet sixteen= lieve 16 jarige(n);Hetalks sixteen to the dozen= praat honderd uit;Sixteenth, subst. en adj. zestiende (deel);Sixth= zesde (deel), hoogste klasse;Sixthly= ten zesde;Sixtieth,sikstiəth, subst. en adj. zestigste (deel);Sixty= zestig(tal).Sizar,saizə, student te Cambridge en Dublin, die een beurs had en tot sommige dienstverrichtingen verplicht was.Sizable,saizəb’l, van aanzienlijke grootte, van redelijken of behoorlijken omvang;Size,saiz, subst. grootte, nummer, formaat, witkalk, pap, planeerwater, lijmwater;Sizeverb. naar de grootte regelen, schatten, taxeeren, sorteeren, ijken, vergrooten, calibreeren, planeeren:That is about the size of it= daar komt het zoowat op neer;Two sizes too tight= 2 nummers te nauw (van schoenen bijv.);The book appearedin octavo size= in octavoformaat;Hesized up the new arrival= nam den pasgekomene op, taxeerde hem;Sizeable=Sizable;Sized:Large-sized= van groote afmeting, formaat;He is amiddle-sizedperson= van middelbare grootte;Sizing= planeerwater, lijm; (extra) portie aan spijs, of drank (Universit.):He had hissizingsstinted= zijn extraatjes werden hem schraal toegemeten.Sizz(le),siz(’l), sissen.Sjambo(c)k,šambok, subst. zweep van huidenreepjes (Z. Afr.);Sjambokverb. slaan met eensjambok.Skate,skeit, subst. rog; schaats;Skateverb. schaatsenrijden:Toput on,Totake off skates;Skater:Are you a skater?= doet gij aan schaatsenrijden?Skating:Figure, Speed skating;Skating-pond (-rink);Therollerskating-rink= rolschaatsenbaan.Skean,skîn, dolk of kort zwaard.Skeat,skît.Skeary,skîri, schrikachtig, schrikwekkend (Amer.).Skedaddle,skədad’l, zich uit de voeten maken; subst. overijlde vlucht.Skee,skî=Ski.Skeet,skît, schepvat.Skeg,skeg, sleedoorn; gele lisch.Skein,skein, streng; vlucht wilde ganzen.Skeleton,skelət’n, geraamte (ookfig.), scharminkel, schets of eerste ontwerp:There is a skeleton in every house= ieder huis heeft zijn kruis;The skeleton in the closet (cupboard)= het verborgen huiselijk verdriet;Tobe reduced to a skeleton= broodmager geworden;Skeleton-corps (Skeleton-crew)= kader, kern, vast gedeelte (mil.);Skeleton-key= looper;Skeleton-map= schetskaartje;Skeleton-skates= ijzeren (schroef)schaatsen;Skeleton-suit(=Skeletons) = soort jongenspakje met de broek aan de blouse geknoopt;Skeletonize,skelətənaiz, tot een geraamte maken.Skellum,skeləm, leelijkerd (Schotl.).Skelp,skelp, subst. slag;Skelpverb. slaan, voorthollen.Skerry,skeri, klip (Schotl).Sketch,sketš, subst. schets, omtrek, schema, begrooting;Sketchverb. schetsen, in ’t algem. aangeven of beschrijven;Sketch-book= schetsboek;Sketcher;Sketchiness, subst. v.Sketchyonafgewerkt, vluchtig.Skew,skjû, scheef zijn, scheel zien, achterdochtig gluren; verdraaien; subst. verdraaiing, loensche blik; adj.schuin, scheef, met bruine en witte vlekken =Skewbald.Skewer,skjûə, subst. ijzeren of houten vleeschpen;Skewerverb. met een vleeschpen vaststeken.Ski,skî, (in Noorwegenši), sneeuwschoen; ook verb.;Ski-runner.Skid,skid, subst. rem(ketting), schuinliggende planken (=Skid-ways), wrijfhout, remschoen;Skidverb. remmen, schuin afglijden.Skiff,skif, subst. bootje;Skiffverb. in zulk een boot roeien.Skilful,skilful, bekwaam, handig, ervaren:Skilful ateverything= handig in; subst.Skilfulness;Skill,skil, subst. bekwaamheid, ervarenheid, geschiktheid:Game of skill= bedrevenheidsspel;Skilledlabourers= volleerde (in een vak bekwame) arbeiders.Skillet,skilət, metalen pan met lang handvatsel; scheepskok.Skilligolee,skiligəlî, gortwater, dunne soep, rats =Skilly.Skim,skim, subst. schuim;Skimverb. afschuimen, scheren over, vluchtig doorzien:He wasskimming the pagesof a missionary report= liep vluchtig door;The swallowsskim the water= scheren over;Skim-milk= afgeroomde melk, taptemelk;Skimmer= schuimspaan, oppervlakkig lezer; schaarbek;Skimmings= het afgeschuimde of afgeroomde.Skimp,skimp, beknibbelen;Skimper= vrek;Skimping= schraal, krenterig;Skimpy= mager.Skin,skin, subst. huid, vel, pels, schaal, schil;Skinverb. villen, afstroopen, pellen, met een huid of een roofje bedekken:I should not like to be in his skin= wou niet graag in zijn vel steken;Tobe in a bad skin= slecht gehumeurd zijn;Tocome through with a whole skin= ergens heelhuids afkomen;Tofly (jump) out of one’s skin= uit zijn vel springen;Heis but skin and bones= is niets dan vel en been;Hegot through by the skin of his teeth= hij is er net door en meer ook niet;The whole thingis a damned skin= eene vervloekte beetnemerij;Tohave a thick (thin) skin(ookfig.);Towear next to the skin= op het bloote lijf;Toskin a flint= gierig zijn;He hasskinned the lamb= alles gewonnen (bij wedden);Keep your eyes skinned= open, pas op;[510]Skin-deep= oppervlakkig:Beauty is but skin-deep= schoonheid is slechts iets uiterlijks;Skinflint= vrek;Skin-wool= wol van een dood schaap;Skinful= inhoud van een lederen water- of wijnzak:I am skinful= ik kan niet meer eten;Skin-grafting= het opbrengen van een nieuw stuk huid;Skinless= zonder huid;Skinner= vilder, huidekooper;Skinniness, subst. v.Skinny= erg mager, niets dan vel en been.Skink,skiŋk, subst. skink of stinkhagedis.Skip,skip, subst. vlugge sprong; oppasser (Dublin Univers.);Skipverb. springen, touwtje springen; huppelen, dartelen, overspringen, overslaan, er van door gaan:Togive (make) a skip;Don’t you know youskipped this passage? = dat je hebt overgeslagen;Skip-frog= haasjeover;Skip-jack= parvenu; kniptor;Skip-rope= springtouw;Toplay at skipping= touwtje springen.Skipper,skipə, kapitein, schipper; springer, gedachteloos en vluchtig persoon, kaasmijt:Skipper’s daughters= hooge golven.Skirmish,skɐ̂miš, subst. schermutseling;Skirmishverb. schermutselen;Skirmisher= tirailleur.Skirt,skɐ̂t, subst. pand, rand, zoom, slip, vrouwenrok, middenrif;Skirtverb. omzoomen, begrenzen, langs den zoom loopen:By this time they had reached theskirts of the town= de buitenste huizen van de stad;Sheheld on by her mother’s skirts= hield hare moeder bij de rokken vast;Divided skirt= rokbroek;Skirt-dance= serpentine dans;Skirting-board= plint langs den vloer.Skit,skit, scherts, schotschrift, parodie, steek:His performance is a skit on the right thing= zijn spel is een parodie op goed spelen;Skittish= schuw, schichtig, schalksch, uitgelaten, grillig; subst.Skittishness.Skittle,skit’l, kegel (Skittles= kegelspel):Skittle-alley= kegelbaan (=Skittle-ground);Skittle-ball;Skittle-pin= kegel;Life is not all beer and skittles= het leven is niet enkel rozengeur en maneschijn = (Skittles and swipes);It is all skittles= fopperij;Toplay at skittles.Skulk,skɐlk, subst. gluiper;Skulkverb. loeren, schuilen, gluipen, sluipen;Skulker= iemand die zich achteraf houdt om niet te werken.Skull,skɐl, schedel, hoofd:Skull-cap= kalotje, kap, mutsje; glidkruid; stormhoed.Skunk,skɐŋk; N.A. bunzing, vuilik, overlooper;Skunk-bird,Skunk-blackbird= rijstvogeltje;Skunk-skin.Skurry,skɐri; ZieScurry.Sky,skai, subst. uitspansel, hemel, lucht;Skyverb. in de hoogte gooien, hoog ophangen:Toacclaim to the skies= hemelhoog prijzen;Their criesrent the sky= verscheurden de lucht;Sky-blue= hemelsblauw;Sky-colour= azuur, hemelsblauw;To praisesky-high= hemelhoog;Skylark= leeuwerik;Skylarking= grappen uithalen;We have beenskylarking= wij hebben den boel opgeschept;Skylight= vallicht;Sky-line= horizont:Silhouetted against the sky-line;Sky-pilot= hemeldragonder;Sky-rocket= vuurpijl;Sky-scape= luchtgezicht:Thesky-scapesin our country are suggestive to painters= de luchten in ons land;Sky-scraper= maanreiker (zeil), boonestaak (fig.), zéér hoog gebouw (Am.);Skyward(s)= hemelwaarts.Slab,slab, subst. slik, modder; steen, plaat; adj. modderig, kleverig:A marble slab, slab of marble= marmeren plaat;Slab of tin= bloktin;Slab-line= gording (scheepst.);Slab-sided= met platte zijden, lang en mager (Am.);Slabby= dik, kleverig, modderig, vuil.Slabber,slabə, kwijlen, opslobberen;Slabberer;Slabbering-bib= slabbetje;Slabbery= bespat, bekwijld.Slack,slak, subst. loshangend eind van een touw, slaphangend deel van een zeil, slappe tijd, slapte in handel, steenkoolgruis; adj. slap, los, traag, soezerig, niet levendig, stil; ook verb. (=Slacken):He performedon the slack rope (wire)= het slappe koord (draad);Business is slack= de zaken gaan slapjes;The ship isslack in stays= wendt moeielijk;Slack season, time= komkommertijd;Slack water= doodtij;Slacken= slap worden, verslappen, verminderen, vertragen, vieren:HeSlacked his pace= verminderde;The trainslacked speed, slacked up to the station= de vaart van den trein verminderde, hij reed langzaam binnen;Slacker= luibak;Slackness:Slackness of business= slapte in zaken.Slag,slag, metaalschuim, sintels; adj.Slaggy.Slain,slein, part. perf. vanto slay:To be slain= sneuvelen.Slake,sleik, lesschen, blusschen, onderdrukken, verminderen, afnemen.Slam,slam, subst. bons, harde slag, aluinmeel, “slem” (inwhist);Slamverb. hard dichtslaan, slaan, “slem” maken.Slam(mer)kin,slam(ə)kin=Slattern.Slander,slandə, subst. smaad, laster(ing);Slanderverb. (be)lasteren;Slanderer;Slanderous= lasterlijk; subst.Slanderousness.Slang,slaŋ, subst. spraakgebruik van een bepaalden stand (van een beroep, een bedrijf), dieventaal, omgangstaal; adj. slang..;Slangverb.slanggebruiken, zich plat uitdrukken, scheiden:Commercial slang,Theatrical slang;Slang expression;John swears at him andslangs him= en raast tegen hem;I was slanged= uitgescholden;Slangey=Slangy;Slangish=slang-achtig;Slangy:Your friend israther slangy= uw vriend is vrij plat in zijne taal.Slant,slant, subst. helling, neiging, gunstige gelegenheid (Austr.); sarcastische opmerking; adj. hellend, schuin;Slantverb. hellen, schuin zijn, eene schuine richting hebben (geven);Slanting(ly),Slantly,Slantwise.Slap,slap, subst. klap, “schmink”;Slapverb. een klap geven; adv. plotseling, pats, pardoes:Heslapped me in the face, in my face= gaf mij een klap in het gezicht;Toslap up= gulzig eten of drinken;Slap-bang= pardoes, plotseling, met geweld:Slap-bang shop= gaarkeuken;Slap-dash= zorgeloos, haastig, oppervlakkig, elegant, kranig, eensklaps:Slap-dash hurry and flurry= overgroote haast en drukte;Topay slap down= in contanten;Slap-jack=[511]soort pannekoek;Slap-up= uitstekend, piekfijn, forsch:He hadmade some slap-up acquaintancesin Paris= heeft met fijne lui kennis gemaakt;She is aslap-up girl= een aardige flinke meid.Slash,slaš, subst. snede, veeg, jaap, split;Slashverb. snijden, een langen jeep geven, hakken, om zich heen slaan;Slashing= scherp, vernietigend, grof, kolossaal:Aslashingarticle= vernietigend scherp.Slat,slat, lat (van jalouzie); zalm die juist kuit heeft geschoten.Slatch,slatš, het slappe eind v. een touw; voorbijgaande bries, tijdje van mooi weer.Slate,sleit, subst. lei; voorloopige lijst van candidaten (Am.);Slateverb. met leien dekken; scherp hekelen, afranselen:Hehas a slate (tile) loose (off)= is niet recht snik;Slate-club= onderling ondersteuningsfonds (het voordeelig saldo wordt jaarlijks onder de leden verdeeld);Slate-pencil= griffel;Slate-quarry= leigroeve;Slater= leidekker; scherp criticus;Slating:Hegavethe governmenta sound slating= gaf er duchtig van langs;Slaty= leiachtig:He wore aslaty-grey dressing-gown= een leigrauwe kamerjapon.Slatter,slatə, slordig zijn,slonzig gekleed gaan;Slattern, subst. slons; adj. slonzig, slordig =Slatternly.Slaughter,slôtə, subst. slachting, bloedbad, slachten;Slaughterverb. slachten, vermoorden;Slaughter(ing)-house= slachthuis, abattoir;Slaughterer:To beled to the slaughterer= naar de slachtbank.

Shrove,šrouv, imperf. vanto shrive.Shrove,šrouv, vasten:Shrove Sunday;Shrovetide= vastentijd;Shrove Tuesday:Shroving= vasten(avond)feesten.Shrub,šrɐb, subst. heester, struik; vruchtenlimonade vaak met spiritualiën, bijv.Rum shrub;Shrubs= zandgoed (tabak);Shrubbery= heesteraanleg, boschje;Shrubby= vol heesters, heesterachtig;Shrubless= kaal, zonder struik of heester.Shrug,šrɐg, de schouders ophalen; ook subst.:Togive a shrug.Shrunk,šrɐŋk, imperf. en part. perf. vanto shrink;Shrunken= gekrompen, verwelkt, dor.Shuck,šɐk, schaal, bast, dop, bolster;Shuckverb. doppen;Shucks= onzin, malligheid.Shudder,šɐdə, subst. beving, huivering;Shudderverb. huiveren, trillen, sidderen:Togive a person (the) shudders= doen huiveren.Shuffle,šɐf’l, subst. geschuifel, schuifelende gang,schudden, uitvlucht;Shuffleverb. voortschuiven, schuifelen, voortduwen, dooreenschudden, wassen (van kaarten), mengen, uitvluchten zoeken, sloffen, schuifelend loopen:The usualshuffle of responsibility= ontwijken der verantwoordelijkheid;Heshuffled awaymy card= heeft weggemoffeld;I am glad Ishuffled him off= dat ik van hem af ben;Everything wasshuffled up= verward en haastig bijeengegooid;Shuffle-cap= spel, waarbij geldstukken in eene muts geschud worden;Shuffler= schuifelaar, bedrieger, uitvluchtenzoeker;Shuffling, subst. voorwendsel, uitvlucht; adj. schuifelend loopend, listig, uitvluchten zoekend.Shun,šɐn, schuwen, vermijden, ontvlieden.Shunt,šɐnt, subst. zijspoor, zijtak, het op een zijspoor brengen;Shuntverb. op een zijspoor brengen, rangeeren, omleggen, een andere richting geven, wegzenden:He nowgives you the shunt= stuurt je weg;The train wasshunted on to a siding= werd op een zijspoor gebracht;He shunted it on to me= schoof het mij op den hals;Shunter= wisselwachter;Shunting-engine= rangeerlocomotief.Shut,šɐt, sluiten, dichtdoen, dichtgaan:Toshut the door in a person’s face= voor zijn neus;Toshut one’s eyes to(fig.);Shut-down= stilstand van fabriek of werk;Shut in byenemies= omringd door;He must beshut out= buitengesloten;Toshut up= opsluiten;The umbrella won’tshut upproperly= wil niet behoorlijk dicht;The road (passage) wasshut up= versperd, gesloten;Shut up, Sir= houd je mond, vent;Ishut him up= snoerde hem den mond;Hepushed the door shutwith his foot= hij duwde de deur dicht;Shutter= sluiter, luik, blind:Let’s have the shutters up= zet de blinden of luiken er vóór;Toput up (take down) the shutters.Shuttle,šɐt’l, schietspoel (wevers), schuitje in een naaimachine;Shuttle-cock= pluimbal, raket(spel) =Battledore and shuttle:To play at shuttle= raketten.Shy,šai, subst.worp, mik, tik, steek (fig.), zijsprong; adj. schuw, schichtig, beschroomd, voorzichtig, wantrouwend;Shyverb. gooien, slingeren, slaan naar, schichtig worden, afschrikken:Cocoa-nut shy= spel waarbij men met ballen naar kokosnoten gooit;Shall wehave a shy atthe gambling-table? = een kansje wagen;Ihad a shy atthe pheasant= mikte en schoot op;I had two shies at the same exam(əgzam) = heb het tweemaal geprobeerd;Tobe shy of doing (telling)= niet recht durven:Tofight shy of= angstig vermijden:Novelists shouldfight shy ofsensation= zich onthouden van;Welooked shy upon it= zagen het argwanend aan;The horseshied ata tree= werd schichtig;Heshied atthe weathercock= gooide naar;Shy widow= een gezelschapsspel;Shyness;Shyster= schurk, beunhaas (Amer.).Siam,saiam,sîâm, Siam;Siamese,saiəmîz,saiəmîs, van S., Siamees.Siberia,saibîriə, Siberië;Siberian= Siberisch; Siberië.Sibilance,Sibilancy,sibil’ns(i), het hebben van een sissend geluid;Sibilant,sibil’nt, subst. sisklank; adj. sissend;Sibilation,sibileiš’n, het sissen, sisklank.[505]Sibyl,sibil, Sybille, profetes;Sibylline,sibil(a)in, Sybillijnsch, profetisch:Sibylline Books.Sic,sik, zóó, dus (staat het er).Siccate,sikeit, drogen; subst.Siccation;Siccative,sikətiv, subst. en adj. opdrogend (middel);Siccity,siksiti, droogte, schraalheid.Sice,sais, zes:Sice point= alle zes (dobbelen).Sicily,sisili, Sicilië;Sicilian,sisilj’n, Siciliaan(sch):Sicilian Vespers.Sick,sik, ziek, misselijk, zwak, moede (fig.), verlangend (for):sick at the stomach= misselijk;He feelssick at heart= mistroostig, droevig gestemd;I amsick of delays= moe;Sick of life;Sick of them;Sick for love;Toget sick for astrange face= vurig verlangen naar;He issickto death= doodziek;I amas sick as a horse= zoo misselijk als eene kat, ziek als een hond;It makes me feel sick= ’t walgt me;Sick-bay= ziekenboeg;Sick-club=Sick-fund;Sick-bed;Sick-fund;Sick-headache= migraine;Sick-leave= verlof voor ziekte;I amon the sick-list= ik ben patient;Sick-nurse;Sick-room;Sicken= ziek worden, kwijnen, walgen, ziek (misselijk) maken:Charlie issickening forthe measles= heeft onder de leden;All my joysickened intosorrow= werd vergald tot;This hassickened me ofsoldiering for life= mij voorgoed doen walgen;Sickish= eenigszins ziek of misselijk; subst.Sickishness. ZieSickly.Sickle,sik’l, sikkel;Sickle-man= maaier, oogster.Sickly,sikli, zwak, ziekelijk, ongezond, walgelijk:Sickly constitution;A sickly smell= walgelijke lucht;Sickness= ziekte, ongesteldheid, misselijkheid:Sickness Insurance= ziekteverzekering.Side,said, subst. zijde, kant, rand, helling, oever, strand, buurt, streek, partij, bluf, effect (biljart);Sideverb. de partij kiezen van, zich scharen bij, het houden met (with); terzijde leggen:Blind side(Weak side) = zwakke zijde, zwak;Bright side= lichtzijde;Dark side(Shady side);This side up!= dit boven (op kisten);It is always best to err on the safe side= men kan niet te voorzichtig zijn;Wrong side out= buitenste binnen;He looks at the worldfrom the wrong side= van den verkeerden kant;I felt a painin my side= pijn in de zij;On (At) your side= aan uwen kant;The letters were placedon one side,and passed out of knowledge= ter zijde;The driver walkedon the near sideof the horse= links van;He is my uncleon (by) the father’s side= van vaderskant;Is my haton one side? = staat mijn hoed scheef;On both sides, on either side= aan beide zijden, aan weerskanten;Side by side= zij aan zij;Tochoose sides= zich verdeelen;Toput on side= zich “airs” geven;Toput on too much side= zich te veel airs geven;You haveput too much side on= (den bal) te veel effect gegeven;Topresent the best side to view= de beste brooden voor het venster leggen;Totake the, a side (sides) against, for= partij kiezen tegen, vóór;Itake no sides= kies geen partij;Tothrust on one side= op zijde duwen (ook fig.);Theysided against, withthe government= kozen partij tegen, voor;Side-arm= zijdgeweer;Sideboard= buffet;Side-box= zijloge;Tohear through a side-channel= van de buitenwacht vernemen;Side-cut= zijkanaal, zijweg; steek onder water;Side-dish= entremets;Side-door;Side-glance= blik ter zijde, zijdelingsche blik;Side-issue= bijzaak;Side-light= zijlantaarn;Side-piercing= hartverscheurend;Side-saddle= dameszadel;Side-show= nevenhandeling;Side-slip= het “slippen” van een fiets;Side-splitter= iets om je dood te lachen;Side-table= schenktafel, wandtafeltje;Side-track= zijspoor;Side-trackverb. op een zijspoor brengen, terzijde schuiven;Side-view= gezicht van ter zijde;Sidewalk= trottoir (Amer.);Side-wheeler= raderstoomboot;Side-whiskers= bakkebaarden;Side-wind= zijwind:Tohear by a side-wind= van de buitenwacht;Side-wing= coulisse;Sided:Amany sidedman= veelzijdig ontwikkeld;Sidelong, adj. en adv. zijdelings(ch);Sidesman= beambte die den kerkvoogd terzijde staat; kerkeknecht;Sideways,Side-wise= van ter zijde, schuin (tegenover).Sidereal,Sideral,saidîr(i)əl, sterren.…:Sidereal clock,Sidereal day,Sidereal hour,Sidereal month;Sidereal year.Siderography,saidərogrəfi, staalgraveerkunst.Siding,saidiŋ, wisselspoor (v. treinen);Tosidle= zich zijdelings bewegen:Hesidled off to the door= ging met zijwaartsche beweging naar de deur.Sidmouth,sidməth;Sidney,sidni.Siege,sîdž, subst. beleg(ering), bestorming;Siegeverb. belegeren:Tolay siege to= het beleg slaan om;Toproclaim under a state of siege= in staat van beleg verklaren;Toraise the siege= opbreken;Siege-guns (-ordnance)= belegeringsgeschut.Sierra,sierə, bergketen:Sierra Leone(lîounî);Sierra Nevada(nivâdə).Siesta,siestə, middagslaapje.Sieve,siv, subst. zeef:Touse a sieve for drawing water=Topour water into a sieve= nuttelooze moeite doen.Sift,sift, zeven, ziften, nauwkeurig nagaan, uitvragen:Tosift grain from husk=Tosift the chaff from the wheat= het kaf van het koren scheiden (fig.);Tosift to the bottom= grondig onderzoeken;Tosift out= uitvorschen;Sifter.Sigh,sai, subst. zucht;Sighverb. zuchten, smachten naar, zuchten om:Todraw (fetch, heave) a deep sigh= een diepen zucht slaken;Tosigh for (after)= smachten naar;Sigher.Sight,sait, subst. gezicht, visioen, de oogen, aanblik, schouwspel, merkwaardig iets, korrel (op het geweer), hoop;Sightverb. zien, in het gezicht krijgen, richten:Impaired sight= verzwakt gezichtsvermogen;Short sight= bijziendheid;Payableat sight= op zicht;To play, to readat sight= van ’t blad, voor de vuist weg;At first sight= op het eerste gezicht;The steamer isin sight;In[506](the) sight ofthe harbour= in ’t gezicht van;On sight= te kijk, op keur;Out of sight out of mind= uit het oog, uit het hart;She isa sight more sensiblethan you= oneindig verstandiger;He got througha sight of work= deed heel wat;He hasa sight of money= een “bom” geld;My cheeks and nose are so swollen, Ilook a perfect sight= zie er uit om van te schrikken;That isa sight to see= de moeite waard om te zien;Tocatch sight of= in ’t oog krijgen;Igained (lost) sight ofit= kreeg in (verloor uit) het oog;Ihate the sight ofthe fellow= mag niet zien;Toknow by sight= van aanzien;He lost, recovered his (eye-)sight= hij is kwijt, hij kreeg terug;These repeaters weresighted up to a thousand yards= tot op duizend yards kan men juist schieten met;Wesighted an island,but we did not touch at it= kregen in het gezicht;Sight-hole= kijkgat;Sight-seeing= het bezien van merkwaardige dingen;Sight-seer;Sighted= van een vizier voorzien:Long-sighted,Short-sighted= ver-, bijziend;Sightless= blind; subst.Sightlessness;Sightly= aangenaam voor het oog, vrij.Sigismund,sidžism’nd.Sign,sain, subst.teeken, aanwijzing, gedenkteeken, zinnebeeld, voorteeken, uithangbord, sterrenbeeld;Signverb. teekenen, een teeken geven:We haveput up a new (business) sign= nieuw uithangbord opgehangen;Of course, all signs fail in dry weather= natuurlijk, dan kan men er niet op rekenen;Westayed at the sign of the ship= hebben gelogeerd in (het logement) “Het Schip”;Sign-board= uithangbord;Sign-manual= handteekening;Sign-post= handwijzer, uithangbord;Signer.Signal,sign’l, subst. sein, teeken; adj. uitstekend, in het oog vallend;Signalverb. seinen, signalen geven, wenken, aankondigen:Signal of distress= noodsein;Asignal victory= een glansrijke overwinning;Signal-box= seinhuisje;Signal-code= signaal code;Signal-flag;Signal-gun= seinschot;Signal-lamp,Signal-light;Signal-man= seinwachter;The new periodicalhas long been signalled= is al geruimen tijd aangekondigd;Signalize= zich onderscheiden.Signatory,signətəri, subst. onderteekenaar; adj. onderteekenend:Thesignatories tothis protest;Signature,signətjə, onderteekening, teeken, signatuur, kruis of mol (muz.):Heaffixed his signature tothe deed= zette zijn naam onder.Signet,signət, zegel(ring);Signet-office;Signet-ring.Significance,Significancy,signifik’ns(i), beteekenis, nadruk, gewicht;Significant,signifik’nt= beteekenisvol, gewichtig, beteekenend, aanduidend:Tobe significant of= aanduiden;Signification,signifikeiš’n, beteekenis;Significative= aanduidend, beteekenend;Signify,signifai, beteekenen, te verstaan geven, van gewicht zijn:Hesignified his wishes= gaf te kennen;That doesn’t signify= zegt niets, doet er niets toe.Signor,sî-njə, Mijnheer (Ital.);Signora,sî-njôrə, Mevrouw (Ital.);Signorina,sî-njərînə, Mejuffrouw.Sikh,sîk, Sikh, soldaat van een krijgshaftigen stam in Brit. Ind.Silas,sailəs, Silas.Silence,sail’ns, subst. stilte, stilzwijgen, geheimhouding, stilzwijgendheid;Silenceverb. tot zwijgen brengen, den mond snoeren, kalmeeren; interj. Stil! Zwijg!Tobreak the silence;Silence gives consent= wie zwijgt stemt toe;Tokeep (observe) silence= bewaren;Wepass this over in silence= gaan dit met stilzwijgen voorbij;Toput (reduce) to silence= brengen tot;Silent,sail’nt, zwijgend, stil:Tobe silent of= zwijgen van;William the Silent= Willem de Zwijger;Silent partner= stille vennoot;Silent system= stelsel van eenzame opsluiting; subst.Silentness.Silenus,sailînəs.Silesia,silîšə, Silezië:Silesia lawn= een soort batist;Silesian= Silezisch; Sileziër.Silex,saileks=Silica.Silhouette,siluet,silu-et, silhouet; ook verb.:Totake a silhouette= silhouetteeren;The elephant’s form wassilhouetted againstthe rock= teekende zich af op de rots.Silica,silikə, kiezelaarde;Silicate, silicaat:Silicate cotton= slakkenwol;Siliceousvarnish= waterglas.Silicle,sîlik’l, dopje;Silique,silîk,sîlik, hauw.Silk,silk, subst. zijde, zijden stof, zijden japon; adj. zijden, zijdeachtig:Hewears (has taken) silk= hij isKing’s (Queen’s) Counsel(geworden);He isa learned silk= een knap advocaat;A silk dress= zijden japon;Silk gown= zijden toga van eenKing’s Counsel;Silk-man,Silk-mercer= zijdehandelaar;Silk-mill= zijdefabriek;Silk-thrower,Silk-throwster= zijdetwijnder;Silk-weaver= zijdewever;Silk-worm= zijdeworm;Silk-worm-gut= fijn hengelsnoer;Silken= zijdeachtig, zacht als zijde:Silken hair= zacht haar;Silken speech;Silkiness, subst. v.Silky= van zijde, glanzig, zacht.Sill,sil, drempel, steunbalk, kozijn.Sillabub,siləbɐb, gerecht, gemaakt van wijn of cider met room of melk:Mere Sillabub= gewoon zwendelarij.Silliness,silinəs, subst. v.Silly,sili, onnoozel, sullig, dwaas; ook subst.:He had beenknocked sillyfor a time= was bewusteloos geslagen;Asilly notion= dwaas idee;The silly season= komkommertijd;Silly Suffolk(eenParish ekename).Silo,sailou, kuil voor groen voeder, inkuiling:Toput green in silos= inkuilen.Silt,silt, subst. slik, slib;Siltverb. verzanden (up), sijpelen, aanslibben.Silvan,silv’n=Sylvan.Silver,silvə, subst. zilver(geld), zilverwerk; adj. zilveren, zilverachtig;Silververb. verzilveren, foeliën:Hand-beaten silver= gedreven;He wasborn with a silver spoon in his mouth= als kind van rijke ouders, als gelukskind;It is only coppersilvered over= verzilverd koper;Silver-fir= zilverspar;Silver fleet;Silver-fork School= de school, die[507]slechts ’t leven der hoogere standen in hare romans behandelt;Silver-fox= zilvervos;Silver-haired= met witte of zilverachtige haren;Silver-leaf= bladzilver;Silver-paper;Silver-side= de onderkant van een runderbout;Silver-smith= zilversmid;Silver-stick= officier (van de lijfwacht), die dienst doet bij hoffeesten;Silver wire= zilverdraad;Silverite,silvərait, voorstander van den dubbelen muntstandaard; adv.Silverly;Speech is silvern, but silence golden;Silvery= met zilver bedekt, schitterend, rein.Silvester,silvestə.Simarre,simâ, vrouwenkleed, wijde japon.Simeonites,simjənaits, Simeonieten; aanhangers vanCharles Simeon, leider der Low Church party (1759–1836).Simian,simj’n, aapachtig, aap …Similar,similə, subst. gelijke; adj. gelijk, dergelijk;Similarity,similariti, overeenkomst, gelijksoortigheid;Simile,simili, vergelijking;Similitude,similitjûd, gelijkenis, overeenkomst, evenbeeld.Similor,similö, spinsbek.Simioid,simiôid,Simious,simiəs=Simian.Simitar.Z.Scimitar.Simmer,simə, zacht (laten) pruttelen of koken:The plan is simmering already= het plannetje staat al te vuur.Simon,saim’n, Simon, sukkel:The real Simon,Pure Simon= de ware naam, de ware man.Simoniac,simouniak, die zich schuldig maakt aanSimony;Simoniacal,simənaiək’l, schuldig aanSimony,siməni, simonie, het verkoopen van geestelijke ambten.Simoom,simûm,Simoon,simûn, samoem, heete verstikkende woestijnwind.Simper,simpə, subst. gemaakte glimlach; domme lach;Simperverb. gemaakt lachen, meesmuilen;Simperer.Simple,simp’l, eenvoudig, enkel, niet samengesteld, onnoozel, naïef, argeloos; subst. geneeskrachtige plant:Gentle and simple= hoog en laag (v. personen):Simple Simon= onnoozele hals;Simple-hearted,Simple-minded= naïef, argeloos; subst.Simple-mindedness;Simpleness=Simplicity;Simpleton= sukkel, onnoozele bloed;Simplicity,simplisiti, eenvoud, natuurlijkheid, duidelijkheid, onnoozelheid;Simplify= vereenvoudigen;Simply= eenvoudig, slechts, geheel en al;Simplification, subst. v.Simplify,simplifai, vereenvoudigen.Simulacrum,simjuleikr’m, schijnbeeld.Simulate,simjuleit, veinzen, fingeeren, voorwenden, simuleeren, nabootsen; adj.simjulit; subst.Simulation;Simulator.Simultaneity,sim’ltənîiti, subst. v.Simultaneous,sim’lteiniəs, gelijktijdig; subst.Simultaneousness.Sin,sin, subst. zonde, overtreding; verb. zondigen, overtreden:It is a sin and a shame= zonde en schande;Deadly (Mortal) sin= doodzonde;Original sin= erfzonde;Venial sin= vergeeflijke zonde;Tocommit a sin;Sin-offering= zoenoffer;Sinful= zondig, verdorven; subst.Sinfulness;Sinless= onschuldig; subst.Sinlessness;Sinner= zondaar.Sinai,sainiai,sainai,sainei;Sinaitic,sainiitik, Sinaï betreffend.Sinapis,sineipis, mosterdplant;Sinapism,sinəpizm, mosterdpleister.Since,sins, adv. en prep. sedert; conj. omdat, dewijl, vermits:Ever since= van toen af;Long since= lang geleden;A short time since= kort geleden;Since ever= vanaf ’t oogenblik;Since you cannot get there,you had better not complain= aangezien gij daar niet kunt komen.Sincere,sinsîə, oprecht, zuiver:Yours Sincerely= je toegenegen; subst.Sincereness=Sincerity,sinseriti.Sincipital,sinsipit’l, voorhoofds …;Sinciput,sinsipɐt, kruin, voorhoofd.Sind,sind;Sindbad,sindbad.Sine,sain, sinus.Sine,sainî:Toadjourn sine die(dai-î) = voor onbepaalden tijd uitstellen.Sinecure,s(a)inəkjuə, sinecure;Sinecurism;Sinecurist.Sinew,sinjû, subst. pees, zenuw, spier, ziel;Sinewverb. stalen, sterken:The sinews of war= (het noodige) geld;Sinewed= gespierd, krachtig;Sinewless= zonder kracht;Sinewy= Sinewed.Sing,siŋ, zingen, bezingen:Hesings out of tune, out of time= hij is van de wijs, is uit de maat;Tosing small= zoete broodjes bakken;Ising the gloriesof summer= bezing de heerlijkheden;Tosing another song (tune)= een anderen toon aanslaan (fig.);Tosing the same song= één lijn trekken;My head is singing= ik heb suizing in de ooren;Tosing out= luid zingen (roepen);Sing-song= deun, vervelend gezang;Singer= zinger, zangvogel. ZieSinging.Singalese,siŋgəlîz,siŋgəlîs;Singapore,siŋgəpö.Singe,sinž, zengen, schroeien (off); ook subst.Singing,siŋiŋ:Singing in the ears= suizen;Singing-bird= zangvogel;Singing-book;Singing-boy= koorknaap;Singing-club= zanggezelschap;Singing-festival;Singing-master= zangonderwijzer;Singing-mistress;Singing-school= zangschool.Single,siŋg’l, adj. enkel, alleen, ongetrouwd;Singleverb. uitkiezen (out):First single= eerste klasse, enkele reis;Hecontinued single= bleef ongetrouwd (=Stuck to the single ticket);He was killed insingle combat (fight)= in een tweegevecht;Book-keeping by single entry= enkel boekhounen;Single fare return bookings= kaartjes enkele reis voor heen en terug;In single file= achter elkaar, in ganzenorde; subst.Singles= spelen voor één persoon; soort zijde; enkel garen;Some of them had beensingled out for destruction= waren ten doode opschreven;Single-blessedness= ongetrouwde staat (iron.);Asingle-breasted coat= met één rij knoopen;Single-handed= alleen, zelfstandig;Single-hearted= oprecht, eerlijk, rond;Single-line= enkel spoor;Single-minded=Single-hearted;Single-stick= baton met gevest;Singleness of heart= eenvoudige oprechtheid;With great singleness of purpose= steeds met één doel voor oogen;I undertake to fight yousingly= ik neem[508]het tegen ieder van jullie afzonderlijk op.Singular,siŋgjulə, subst. enkelvoud; adj. apart, zonderling, bijzonder, zeldzaam, enkelvoudig:He issingular in his kind= éénig in zijn soort;In this notion he was not singular= stond hij niet alléén;Singularity,siŋgjulariti, bijzonderheid, zonderlingheid, zeldzaamheid, eigenaardigheid.Sinic,sinik, Chineesch.Sinister,sinistə, linker (Herald.); ongelukkig, onheilspellend, oneerlijk, slecht.Sinistral,sinistr’l, naar links gewonden (van schelpen).Sink,siŋk, subst. riool, zinkput, gootsteen, poel;Sinkverb. zinken, zakken, bezwijken, achteruitgaan, vervallen, afnemen, inzakken, ondergaan, vermageren, hol worden, ruineeren, laten zinken; steken, beleggen, afdragen, amortiseeren (van geld), bijleggen, achterhouden, graven:He wassinking fast= ging hard achteruit;Her heart (spirits) sank= de moed begaf haar;I havesunk a capital of £ 400in this undertaking= gestoken;A mine was sunk there= werd gegraven;Hesank much moneyon his stock in trade= stak veel geld in;They hadsunk shipswhere the river was deepest= laten zinken;He hassunk his personal viewsfor the good of the country= laten varen;Hesank downunder fatigue= bezweek onder;That has sunkintomy mind= is diep doorgedrongen;Let himsink intohis unhonoured grave= ongeëerd ten grave dalen;Thissinks intoinsignificance besides that= verdwijnt daarnaast in ’t niet;Tosink into oblivion;Sink-hole= zinkput, riool;Sinker= zwaar gewicht om te doen zinken;Sinking-fund= amortisatiefonds.Sinologist,sinolədžist;Sinologue,sinəlog, kenner v. China, enz.;Sinology,sinolədži, kennis van Chineesche taal, letterkunde, enz.Sinuate,sinjuit, adj. gegolfd, ingesneden;Sinuateverb.sinjueit, winden, slingeren; Sinuation = slangvormige kromming, kronkeling;Sinuosity,sinjuositi, kromming, kronkeling;Sinuous,sinjuəs, gebogen, bochtig, draaierig.Sinus,sainəs, baai, bocht, holte, kronkeling, sinus.Sion,saion;Sioux,s(i)û.Sip,sip, subst. teugje; verb. met kleine teugen drinken of opslorpen, een teugje nemen:Totake a sip too much= te diep in ’t glaasje kijken;Sipper.Sipe,saip, sijpelen, trekken.Siphon,saif’n, subst. hevel, siphon;Siphonverb. overhevelen:Asiphon of soda-water;Siphon-bottle.Sippet,sipət, teugje, geweekt brood.Sir,sɐ̂, Mijnheer; vóór den doopnaam is het de titel v. eenbaronetofknight:Sir to you= tot uw dienst;Dear Sirs= waarde Heeren (in brieven);You would haveto “Sir” me= met mijnheer moeten aanspreken.Sirdar,sɐ̂dâ,sɐ̂da, Hindoesch (opper)hoofd; opperbevelhebber.Sire,saiə, subst. voorvader, vader (bij dieren); Sire;Sireverb. verwekken (bij dieren).Siren,sair’n, subst. sirene (ookSirene,sairîn); misthoorn; adj. betooverend, bekorend:Sirene song.Sirene,sairîn, meter van geluidstrillingen.Sirius,siriəs, hondsster.Sirkar,sɐ̂ka, het gouvernement, chef, Hindoesch ambtenaar.Sirloin,sɐ̂lôin, lendestuk v. een rund.Siroc(co),sirok(ou), sirocco, heeteZ.O.wind.Sirrah,sirə, vent, kerel, schavuit, meid.Sirup,sirəp, stroop. ZieSyrup.Siskin,siskin, sijsje.Sister,sistə, zuster:Holy sister= non;Sister of Charity (Mercy)= liefdezuster;Sister-in-law= schoonzuster;Sisterhood= alle zusters, zusterschap;Sisterly= zusterlijk.Sisyphean,sisifîən, Sisyphus - -;Sisyphus,sisifɐs, Sisyphus:Task (Toil) of Sisyphus= Sisyphus arbeid.Sit,sit, zitten, zitting hebben, liggen, blijven, wonen, broeden, passen; subst. het zitten:The faultless sitof her hat= het onberispelijk zitten;One’s clothesget the sitby having them on some time= zitten eerst goed als, etc.;Hesits a horsevery well= hij rijdt goed;When the House issitting;Sit down, Sir= ga zitten, mijnheer;ToSit down at a meal;The Frenchsat down beforethe town= legerden zien voor;Tosit for one’s portrait= poseeren;He satonme and ordered me about= zat mij op den kop;These fineriessitwellonyou= staan u goed (ook fig.);Hesat on and on= bleef maar zitten;Wesat outthe concert= bleven tot het laatst;Theysat outthe dance= bleven onder dien dans zitten;They weresitting out= zaten buiten;Did you eversit underthat clergyman? = gingt gij geregeld ter kerk bij;Tosit up= opblijven, opzitten (ook om te vrijen), op (mogen) blijven:Hesat upin bed= ging overeind zitten;His productions made his friends“sit up” = deden verstomd staan;Tosit upon a committee= lid zijn van een commissie;That sorrowsits heavily uponhim= drukt hem ter neer;Theysat in judgment uponlife and death= zij beraadslaagden en beslisten over;He did not choose to besat upon= wou zich niet op den kop laten zitten;Boys always complain of beingsat upon= dat ze op den kop worden gezeten;Asit-down supper= souper waarbij men aanzit;Sit-fast= blijvend, stoelvast;Sitter= zitter; broedende vogel. ZieSitting.Site,sait, ligging, bouwterrein:Plan of site= situatie-teekening.Sitting,sitiŋ:I read the bookat one sitting= in eens; adj.:Sitting-place;Sitting-room= ruimte; woonkamer.Situate,sitjuit=Situated,sitjueitid, geplaatst, gelegen, vast geplaatst:The palace issituate ona height= ligt op;How are you situated?= hoe staat het met u;Situation,sitjueiš’n, ligging, toestand, betrekking, omstandigheden:In this situation of things= stand van zaken;She was alwaysin a situation= in gezegende omstandigheden;We arein a situationto make this offer= in staat;He isout of situation= buiten betrekking.[509]Sitz-bath,sitsbâth, zitbad.Siva,sîvə;Siward,sîwəd.Six,siks, zes:Big six= banjer;Saucy six= ondeugende zesjarige(n);Long sixes= kaarsen van 6 in een pond;Things areat sixes and sevens= liggen overhoop, zijn in de war;It is six of one and half a dozen of the other= lood om oud ijzer;Six-chambered= met zes patronen;Sixfold= zesvoudig;Six-footer= persoon van zes voet;Sixpence= zesstuiverstuk =Sixpenny-piece;Sixteen= zestien:Boysunder sixteen and over ten;Sweet sixteen= lieve 16 jarige(n);Hetalks sixteen to the dozen= praat honderd uit;Sixteenth, subst. en adj. zestiende (deel);Sixth= zesde (deel), hoogste klasse;Sixthly= ten zesde;Sixtieth,sikstiəth, subst. en adj. zestigste (deel);Sixty= zestig(tal).Sizar,saizə, student te Cambridge en Dublin, die een beurs had en tot sommige dienstverrichtingen verplicht was.Sizable,saizəb’l, van aanzienlijke grootte, van redelijken of behoorlijken omvang;Size,saiz, subst. grootte, nummer, formaat, witkalk, pap, planeerwater, lijmwater;Sizeverb. naar de grootte regelen, schatten, taxeeren, sorteeren, ijken, vergrooten, calibreeren, planeeren:That is about the size of it= daar komt het zoowat op neer;Two sizes too tight= 2 nummers te nauw (van schoenen bijv.);The book appearedin octavo size= in octavoformaat;Hesized up the new arrival= nam den pasgekomene op, taxeerde hem;Sizeable=Sizable;Sized:Large-sized= van groote afmeting, formaat;He is amiddle-sizedperson= van middelbare grootte;Sizing= planeerwater, lijm; (extra) portie aan spijs, of drank (Universit.):He had hissizingsstinted= zijn extraatjes werden hem schraal toegemeten.Sizz(le),siz(’l), sissen.Sjambo(c)k,šambok, subst. zweep van huidenreepjes (Z. Afr.);Sjambokverb. slaan met eensjambok.Skate,skeit, subst. rog; schaats;Skateverb. schaatsenrijden:Toput on,Totake off skates;Skater:Are you a skater?= doet gij aan schaatsenrijden?Skating:Figure, Speed skating;Skating-pond (-rink);Therollerskating-rink= rolschaatsenbaan.Skean,skîn, dolk of kort zwaard.Skeat,skît.Skeary,skîri, schrikachtig, schrikwekkend (Amer.).Skedaddle,skədad’l, zich uit de voeten maken; subst. overijlde vlucht.Skee,skî=Ski.Skeet,skît, schepvat.Skeg,skeg, sleedoorn; gele lisch.Skein,skein, streng; vlucht wilde ganzen.Skeleton,skelət’n, geraamte (ookfig.), scharminkel, schets of eerste ontwerp:There is a skeleton in every house= ieder huis heeft zijn kruis;The skeleton in the closet (cupboard)= het verborgen huiselijk verdriet;Tobe reduced to a skeleton= broodmager geworden;Skeleton-corps (Skeleton-crew)= kader, kern, vast gedeelte (mil.);Skeleton-key= looper;Skeleton-map= schetskaartje;Skeleton-skates= ijzeren (schroef)schaatsen;Skeleton-suit(=Skeletons) = soort jongenspakje met de broek aan de blouse geknoopt;Skeletonize,skelətənaiz, tot een geraamte maken.Skellum,skeləm, leelijkerd (Schotl.).Skelp,skelp, subst. slag;Skelpverb. slaan, voorthollen.Skerry,skeri, klip (Schotl).Sketch,sketš, subst. schets, omtrek, schema, begrooting;Sketchverb. schetsen, in ’t algem. aangeven of beschrijven;Sketch-book= schetsboek;Sketcher;Sketchiness, subst. v.Sketchyonafgewerkt, vluchtig.Skew,skjû, scheef zijn, scheel zien, achterdochtig gluren; verdraaien; subst. verdraaiing, loensche blik; adj.schuin, scheef, met bruine en witte vlekken =Skewbald.Skewer,skjûə, subst. ijzeren of houten vleeschpen;Skewerverb. met een vleeschpen vaststeken.Ski,skî, (in Noorwegenši), sneeuwschoen; ook verb.;Ski-runner.Skid,skid, subst. rem(ketting), schuinliggende planken (=Skid-ways), wrijfhout, remschoen;Skidverb. remmen, schuin afglijden.Skiff,skif, subst. bootje;Skiffverb. in zulk een boot roeien.Skilful,skilful, bekwaam, handig, ervaren:Skilful ateverything= handig in; subst.Skilfulness;Skill,skil, subst. bekwaamheid, ervarenheid, geschiktheid:Game of skill= bedrevenheidsspel;Skilledlabourers= volleerde (in een vak bekwame) arbeiders.Skillet,skilət, metalen pan met lang handvatsel; scheepskok.Skilligolee,skiligəlî, gortwater, dunne soep, rats =Skilly.Skim,skim, subst. schuim;Skimverb. afschuimen, scheren over, vluchtig doorzien:He wasskimming the pagesof a missionary report= liep vluchtig door;The swallowsskim the water= scheren over;Skim-milk= afgeroomde melk, taptemelk;Skimmer= schuimspaan, oppervlakkig lezer; schaarbek;Skimmings= het afgeschuimde of afgeroomde.Skimp,skimp, beknibbelen;Skimper= vrek;Skimping= schraal, krenterig;Skimpy= mager.Skin,skin, subst. huid, vel, pels, schaal, schil;Skinverb. villen, afstroopen, pellen, met een huid of een roofje bedekken:I should not like to be in his skin= wou niet graag in zijn vel steken;Tobe in a bad skin= slecht gehumeurd zijn;Tocome through with a whole skin= ergens heelhuids afkomen;Tofly (jump) out of one’s skin= uit zijn vel springen;Heis but skin and bones= is niets dan vel en been;Hegot through by the skin of his teeth= hij is er net door en meer ook niet;The whole thingis a damned skin= eene vervloekte beetnemerij;Tohave a thick (thin) skin(ookfig.);Towear next to the skin= op het bloote lijf;Toskin a flint= gierig zijn;He hasskinned the lamb= alles gewonnen (bij wedden);Keep your eyes skinned= open, pas op;[510]Skin-deep= oppervlakkig:Beauty is but skin-deep= schoonheid is slechts iets uiterlijks;Skinflint= vrek;Skin-wool= wol van een dood schaap;Skinful= inhoud van een lederen water- of wijnzak:I am skinful= ik kan niet meer eten;Skin-grafting= het opbrengen van een nieuw stuk huid;Skinless= zonder huid;Skinner= vilder, huidekooper;Skinniness, subst. v.Skinny= erg mager, niets dan vel en been.Skink,skiŋk, subst. skink of stinkhagedis.Skip,skip, subst. vlugge sprong; oppasser (Dublin Univers.);Skipverb. springen, touwtje springen; huppelen, dartelen, overspringen, overslaan, er van door gaan:Togive (make) a skip;Don’t you know youskipped this passage? = dat je hebt overgeslagen;Skip-frog= haasjeover;Skip-jack= parvenu; kniptor;Skip-rope= springtouw;Toplay at skipping= touwtje springen.Skipper,skipə, kapitein, schipper; springer, gedachteloos en vluchtig persoon, kaasmijt:Skipper’s daughters= hooge golven.Skirmish,skɐ̂miš, subst. schermutseling;Skirmishverb. schermutselen;Skirmisher= tirailleur.Skirt,skɐ̂t, subst. pand, rand, zoom, slip, vrouwenrok, middenrif;Skirtverb. omzoomen, begrenzen, langs den zoom loopen:By this time they had reached theskirts of the town= de buitenste huizen van de stad;Sheheld on by her mother’s skirts= hield hare moeder bij de rokken vast;Divided skirt= rokbroek;Skirt-dance= serpentine dans;Skirting-board= plint langs den vloer.Skit,skit, scherts, schotschrift, parodie, steek:His performance is a skit on the right thing= zijn spel is een parodie op goed spelen;Skittish= schuw, schichtig, schalksch, uitgelaten, grillig; subst.Skittishness.Skittle,skit’l, kegel (Skittles= kegelspel):Skittle-alley= kegelbaan (=Skittle-ground);Skittle-ball;Skittle-pin= kegel;Life is not all beer and skittles= het leven is niet enkel rozengeur en maneschijn = (Skittles and swipes);It is all skittles= fopperij;Toplay at skittles.Skulk,skɐlk, subst. gluiper;Skulkverb. loeren, schuilen, gluipen, sluipen;Skulker= iemand die zich achteraf houdt om niet te werken.Skull,skɐl, schedel, hoofd:Skull-cap= kalotje, kap, mutsje; glidkruid; stormhoed.Skunk,skɐŋk; N.A. bunzing, vuilik, overlooper;Skunk-bird,Skunk-blackbird= rijstvogeltje;Skunk-skin.Skurry,skɐri; ZieScurry.Sky,skai, subst. uitspansel, hemel, lucht;Skyverb. in de hoogte gooien, hoog ophangen:Toacclaim to the skies= hemelhoog prijzen;Their criesrent the sky= verscheurden de lucht;Sky-blue= hemelsblauw;Sky-colour= azuur, hemelsblauw;To praisesky-high= hemelhoog;Skylark= leeuwerik;Skylarking= grappen uithalen;We have beenskylarking= wij hebben den boel opgeschept;Skylight= vallicht;Sky-line= horizont:Silhouetted against the sky-line;Sky-pilot= hemeldragonder;Sky-rocket= vuurpijl;Sky-scape= luchtgezicht:Thesky-scapesin our country are suggestive to painters= de luchten in ons land;Sky-scraper= maanreiker (zeil), boonestaak (fig.), zéér hoog gebouw (Am.);Skyward(s)= hemelwaarts.Slab,slab, subst. slik, modder; steen, plaat; adj. modderig, kleverig:A marble slab, slab of marble= marmeren plaat;Slab of tin= bloktin;Slab-line= gording (scheepst.);Slab-sided= met platte zijden, lang en mager (Am.);Slabby= dik, kleverig, modderig, vuil.Slabber,slabə, kwijlen, opslobberen;Slabberer;Slabbering-bib= slabbetje;Slabbery= bespat, bekwijld.Slack,slak, subst. loshangend eind van een touw, slaphangend deel van een zeil, slappe tijd, slapte in handel, steenkoolgruis; adj. slap, los, traag, soezerig, niet levendig, stil; ook verb. (=Slacken):He performedon the slack rope (wire)= het slappe koord (draad);Business is slack= de zaken gaan slapjes;The ship isslack in stays= wendt moeielijk;Slack season, time= komkommertijd;Slack water= doodtij;Slacken= slap worden, verslappen, verminderen, vertragen, vieren:HeSlacked his pace= verminderde;The trainslacked speed, slacked up to the station= de vaart van den trein verminderde, hij reed langzaam binnen;Slacker= luibak;Slackness:Slackness of business= slapte in zaken.Slag,slag, metaalschuim, sintels; adj.Slaggy.Slain,slein, part. perf. vanto slay:To be slain= sneuvelen.Slake,sleik, lesschen, blusschen, onderdrukken, verminderen, afnemen.Slam,slam, subst. bons, harde slag, aluinmeel, “slem” (inwhist);Slamverb. hard dichtslaan, slaan, “slem” maken.Slam(mer)kin,slam(ə)kin=Slattern.Slander,slandə, subst. smaad, laster(ing);Slanderverb. (be)lasteren;Slanderer;Slanderous= lasterlijk; subst.Slanderousness.Slang,slaŋ, subst. spraakgebruik van een bepaalden stand (van een beroep, een bedrijf), dieventaal, omgangstaal; adj. slang..;Slangverb.slanggebruiken, zich plat uitdrukken, scheiden:Commercial slang,Theatrical slang;Slang expression;John swears at him andslangs him= en raast tegen hem;I was slanged= uitgescholden;Slangey=Slangy;Slangish=slang-achtig;Slangy:Your friend israther slangy= uw vriend is vrij plat in zijne taal.Slant,slant, subst. helling, neiging, gunstige gelegenheid (Austr.); sarcastische opmerking; adj. hellend, schuin;Slantverb. hellen, schuin zijn, eene schuine richting hebben (geven);Slanting(ly),Slantly,Slantwise.Slap,slap, subst. klap, “schmink”;Slapverb. een klap geven; adv. plotseling, pats, pardoes:Heslapped me in the face, in my face= gaf mij een klap in het gezicht;Toslap up= gulzig eten of drinken;Slap-bang= pardoes, plotseling, met geweld:Slap-bang shop= gaarkeuken;Slap-dash= zorgeloos, haastig, oppervlakkig, elegant, kranig, eensklaps:Slap-dash hurry and flurry= overgroote haast en drukte;Topay slap down= in contanten;Slap-jack=[511]soort pannekoek;Slap-up= uitstekend, piekfijn, forsch:He hadmade some slap-up acquaintancesin Paris= heeft met fijne lui kennis gemaakt;She is aslap-up girl= een aardige flinke meid.Slash,slaš, subst. snede, veeg, jaap, split;Slashverb. snijden, een langen jeep geven, hakken, om zich heen slaan;Slashing= scherp, vernietigend, grof, kolossaal:Aslashingarticle= vernietigend scherp.Slat,slat, lat (van jalouzie); zalm die juist kuit heeft geschoten.Slatch,slatš, het slappe eind v. een touw; voorbijgaande bries, tijdje van mooi weer.Slate,sleit, subst. lei; voorloopige lijst van candidaten (Am.);Slateverb. met leien dekken; scherp hekelen, afranselen:Hehas a slate (tile) loose (off)= is niet recht snik;Slate-club= onderling ondersteuningsfonds (het voordeelig saldo wordt jaarlijks onder de leden verdeeld);Slate-pencil= griffel;Slate-quarry= leigroeve;Slater= leidekker; scherp criticus;Slating:Hegavethe governmenta sound slating= gaf er duchtig van langs;Slaty= leiachtig:He wore aslaty-grey dressing-gown= een leigrauwe kamerjapon.Slatter,slatə, slordig zijn,slonzig gekleed gaan;Slattern, subst. slons; adj. slonzig, slordig =Slatternly.Slaughter,slôtə, subst. slachting, bloedbad, slachten;Slaughterverb. slachten, vermoorden;Slaughter(ing)-house= slachthuis, abattoir;Slaughterer:To beled to the slaughterer= naar de slachtbank.

Shrove,šrouv, imperf. vanto shrive.Shrove,šrouv, vasten:Shrove Sunday;Shrovetide= vastentijd;Shrove Tuesday:Shroving= vasten(avond)feesten.Shrub,šrɐb, subst. heester, struik; vruchtenlimonade vaak met spiritualiën, bijv.Rum shrub;Shrubs= zandgoed (tabak);Shrubbery= heesteraanleg, boschje;Shrubby= vol heesters, heesterachtig;Shrubless= kaal, zonder struik of heester.Shrug,šrɐg, de schouders ophalen; ook subst.:Togive a shrug.Shrunk,šrɐŋk, imperf. en part. perf. vanto shrink;Shrunken= gekrompen, verwelkt, dor.Shuck,šɐk, schaal, bast, dop, bolster;Shuckverb. doppen;Shucks= onzin, malligheid.Shudder,šɐdə, subst. beving, huivering;Shudderverb. huiveren, trillen, sidderen:Togive a person (the) shudders= doen huiveren.Shuffle,šɐf’l, subst. geschuifel, schuifelende gang,schudden, uitvlucht;Shuffleverb. voortschuiven, schuifelen, voortduwen, dooreenschudden, wassen (van kaarten), mengen, uitvluchten zoeken, sloffen, schuifelend loopen:The usualshuffle of responsibility= ontwijken der verantwoordelijkheid;Heshuffled awaymy card= heeft weggemoffeld;I am glad Ishuffled him off= dat ik van hem af ben;Everything wasshuffled up= verward en haastig bijeengegooid;Shuffle-cap= spel, waarbij geldstukken in eene muts geschud worden;Shuffler= schuifelaar, bedrieger, uitvluchtenzoeker;Shuffling, subst. voorwendsel, uitvlucht; adj. schuifelend loopend, listig, uitvluchten zoekend.Shun,šɐn, schuwen, vermijden, ontvlieden.Shunt,šɐnt, subst. zijspoor, zijtak, het op een zijspoor brengen;Shuntverb. op een zijspoor brengen, rangeeren, omleggen, een andere richting geven, wegzenden:He nowgives you the shunt= stuurt je weg;The train wasshunted on to a siding= werd op een zijspoor gebracht;He shunted it on to me= schoof het mij op den hals;Shunter= wisselwachter;Shunting-engine= rangeerlocomotief.Shut,šɐt, sluiten, dichtdoen, dichtgaan:Toshut the door in a person’s face= voor zijn neus;Toshut one’s eyes to(fig.);Shut-down= stilstand van fabriek of werk;Shut in byenemies= omringd door;He must beshut out= buitengesloten;Toshut up= opsluiten;The umbrella won’tshut upproperly= wil niet behoorlijk dicht;The road (passage) wasshut up= versperd, gesloten;Shut up, Sir= houd je mond, vent;Ishut him up= snoerde hem den mond;Hepushed the door shutwith his foot= hij duwde de deur dicht;Shutter= sluiter, luik, blind:Let’s have the shutters up= zet de blinden of luiken er vóór;Toput up (take down) the shutters.Shuttle,šɐt’l, schietspoel (wevers), schuitje in een naaimachine;Shuttle-cock= pluimbal, raket(spel) =Battledore and shuttle:To play at shuttle= raketten.Shy,šai, subst.worp, mik, tik, steek (fig.), zijsprong; adj. schuw, schichtig, beschroomd, voorzichtig, wantrouwend;Shyverb. gooien, slingeren, slaan naar, schichtig worden, afschrikken:Cocoa-nut shy= spel waarbij men met ballen naar kokosnoten gooit;Shall wehave a shy atthe gambling-table? = een kansje wagen;Ihad a shy atthe pheasant= mikte en schoot op;I had two shies at the same exam(əgzam) = heb het tweemaal geprobeerd;Tobe shy of doing (telling)= niet recht durven:Tofight shy of= angstig vermijden:Novelists shouldfight shy ofsensation= zich onthouden van;Welooked shy upon it= zagen het argwanend aan;The horseshied ata tree= werd schichtig;Heshied atthe weathercock= gooide naar;Shy widow= een gezelschapsspel;Shyness;Shyster= schurk, beunhaas (Amer.).Siam,saiam,sîâm, Siam;Siamese,saiəmîz,saiəmîs, van S., Siamees.Siberia,saibîriə, Siberië;Siberian= Siberisch; Siberië.Sibilance,Sibilancy,sibil’ns(i), het hebben van een sissend geluid;Sibilant,sibil’nt, subst. sisklank; adj. sissend;Sibilation,sibileiš’n, het sissen, sisklank.[505]Sibyl,sibil, Sybille, profetes;Sibylline,sibil(a)in, Sybillijnsch, profetisch:Sibylline Books.Sic,sik, zóó, dus (staat het er).Siccate,sikeit, drogen; subst.Siccation;Siccative,sikətiv, subst. en adj. opdrogend (middel);Siccity,siksiti, droogte, schraalheid.Sice,sais, zes:Sice point= alle zes (dobbelen).Sicily,sisili, Sicilië;Sicilian,sisilj’n, Siciliaan(sch):Sicilian Vespers.Sick,sik, ziek, misselijk, zwak, moede (fig.), verlangend (for):sick at the stomach= misselijk;He feelssick at heart= mistroostig, droevig gestemd;I amsick of delays= moe;Sick of life;Sick of them;Sick for love;Toget sick for astrange face= vurig verlangen naar;He issickto death= doodziek;I amas sick as a horse= zoo misselijk als eene kat, ziek als een hond;It makes me feel sick= ’t walgt me;Sick-bay= ziekenboeg;Sick-club=Sick-fund;Sick-bed;Sick-fund;Sick-headache= migraine;Sick-leave= verlof voor ziekte;I amon the sick-list= ik ben patient;Sick-nurse;Sick-room;Sicken= ziek worden, kwijnen, walgen, ziek (misselijk) maken:Charlie issickening forthe measles= heeft onder de leden;All my joysickened intosorrow= werd vergald tot;This hassickened me ofsoldiering for life= mij voorgoed doen walgen;Sickish= eenigszins ziek of misselijk; subst.Sickishness. ZieSickly.Sickle,sik’l, sikkel;Sickle-man= maaier, oogster.Sickly,sikli, zwak, ziekelijk, ongezond, walgelijk:Sickly constitution;A sickly smell= walgelijke lucht;Sickness= ziekte, ongesteldheid, misselijkheid:Sickness Insurance= ziekteverzekering.Side,said, subst. zijde, kant, rand, helling, oever, strand, buurt, streek, partij, bluf, effect (biljart);Sideverb. de partij kiezen van, zich scharen bij, het houden met (with); terzijde leggen:Blind side(Weak side) = zwakke zijde, zwak;Bright side= lichtzijde;Dark side(Shady side);This side up!= dit boven (op kisten);It is always best to err on the safe side= men kan niet te voorzichtig zijn;Wrong side out= buitenste binnen;He looks at the worldfrom the wrong side= van den verkeerden kant;I felt a painin my side= pijn in de zij;On (At) your side= aan uwen kant;The letters were placedon one side,and passed out of knowledge= ter zijde;The driver walkedon the near sideof the horse= links van;He is my uncleon (by) the father’s side= van vaderskant;Is my haton one side? = staat mijn hoed scheef;On both sides, on either side= aan beide zijden, aan weerskanten;Side by side= zij aan zij;Tochoose sides= zich verdeelen;Toput on side= zich “airs” geven;Toput on too much side= zich te veel airs geven;You haveput too much side on= (den bal) te veel effect gegeven;Topresent the best side to view= de beste brooden voor het venster leggen;Totake the, a side (sides) against, for= partij kiezen tegen, vóór;Itake no sides= kies geen partij;Tothrust on one side= op zijde duwen (ook fig.);Theysided against, withthe government= kozen partij tegen, voor;Side-arm= zijdgeweer;Sideboard= buffet;Side-box= zijloge;Tohear through a side-channel= van de buitenwacht vernemen;Side-cut= zijkanaal, zijweg; steek onder water;Side-dish= entremets;Side-door;Side-glance= blik ter zijde, zijdelingsche blik;Side-issue= bijzaak;Side-light= zijlantaarn;Side-piercing= hartverscheurend;Side-saddle= dameszadel;Side-show= nevenhandeling;Side-slip= het “slippen” van een fiets;Side-splitter= iets om je dood te lachen;Side-table= schenktafel, wandtafeltje;Side-track= zijspoor;Side-trackverb. op een zijspoor brengen, terzijde schuiven;Side-view= gezicht van ter zijde;Sidewalk= trottoir (Amer.);Side-wheeler= raderstoomboot;Side-whiskers= bakkebaarden;Side-wind= zijwind:Tohear by a side-wind= van de buitenwacht;Side-wing= coulisse;Sided:Amany sidedman= veelzijdig ontwikkeld;Sidelong, adj. en adv. zijdelings(ch);Sidesman= beambte die den kerkvoogd terzijde staat; kerkeknecht;Sideways,Side-wise= van ter zijde, schuin (tegenover).Sidereal,Sideral,saidîr(i)əl, sterren.…:Sidereal clock,Sidereal day,Sidereal hour,Sidereal month;Sidereal year.Siderography,saidərogrəfi, staalgraveerkunst.Siding,saidiŋ, wisselspoor (v. treinen);Tosidle= zich zijdelings bewegen:Hesidled off to the door= ging met zijwaartsche beweging naar de deur.Sidmouth,sidməth;Sidney,sidni.Siege,sîdž, subst. beleg(ering), bestorming;Siegeverb. belegeren:Tolay siege to= het beleg slaan om;Toproclaim under a state of siege= in staat van beleg verklaren;Toraise the siege= opbreken;Siege-guns (-ordnance)= belegeringsgeschut.Sierra,sierə, bergketen:Sierra Leone(lîounî);Sierra Nevada(nivâdə).Siesta,siestə, middagslaapje.Sieve,siv, subst. zeef:Touse a sieve for drawing water=Topour water into a sieve= nuttelooze moeite doen.Sift,sift, zeven, ziften, nauwkeurig nagaan, uitvragen:Tosift grain from husk=Tosift the chaff from the wheat= het kaf van het koren scheiden (fig.);Tosift to the bottom= grondig onderzoeken;Tosift out= uitvorschen;Sifter.Sigh,sai, subst. zucht;Sighverb. zuchten, smachten naar, zuchten om:Todraw (fetch, heave) a deep sigh= een diepen zucht slaken;Tosigh for (after)= smachten naar;Sigher.Sight,sait, subst. gezicht, visioen, de oogen, aanblik, schouwspel, merkwaardig iets, korrel (op het geweer), hoop;Sightverb. zien, in het gezicht krijgen, richten:Impaired sight= verzwakt gezichtsvermogen;Short sight= bijziendheid;Payableat sight= op zicht;To play, to readat sight= van ’t blad, voor de vuist weg;At first sight= op het eerste gezicht;The steamer isin sight;In[506](the) sight ofthe harbour= in ’t gezicht van;On sight= te kijk, op keur;Out of sight out of mind= uit het oog, uit het hart;She isa sight more sensiblethan you= oneindig verstandiger;He got througha sight of work= deed heel wat;He hasa sight of money= een “bom” geld;My cheeks and nose are so swollen, Ilook a perfect sight= zie er uit om van te schrikken;That isa sight to see= de moeite waard om te zien;Tocatch sight of= in ’t oog krijgen;Igained (lost) sight ofit= kreeg in (verloor uit) het oog;Ihate the sight ofthe fellow= mag niet zien;Toknow by sight= van aanzien;He lost, recovered his (eye-)sight= hij is kwijt, hij kreeg terug;These repeaters weresighted up to a thousand yards= tot op duizend yards kan men juist schieten met;Wesighted an island,but we did not touch at it= kregen in het gezicht;Sight-hole= kijkgat;Sight-seeing= het bezien van merkwaardige dingen;Sight-seer;Sighted= van een vizier voorzien:Long-sighted,Short-sighted= ver-, bijziend;Sightless= blind; subst.Sightlessness;Sightly= aangenaam voor het oog, vrij.Sigismund,sidžism’nd.Sign,sain, subst.teeken, aanwijzing, gedenkteeken, zinnebeeld, voorteeken, uithangbord, sterrenbeeld;Signverb. teekenen, een teeken geven:We haveput up a new (business) sign= nieuw uithangbord opgehangen;Of course, all signs fail in dry weather= natuurlijk, dan kan men er niet op rekenen;Westayed at the sign of the ship= hebben gelogeerd in (het logement) “Het Schip”;Sign-board= uithangbord;Sign-manual= handteekening;Sign-post= handwijzer, uithangbord;Signer.Signal,sign’l, subst. sein, teeken; adj. uitstekend, in het oog vallend;Signalverb. seinen, signalen geven, wenken, aankondigen:Signal of distress= noodsein;Asignal victory= een glansrijke overwinning;Signal-box= seinhuisje;Signal-code= signaal code;Signal-flag;Signal-gun= seinschot;Signal-lamp,Signal-light;Signal-man= seinwachter;The new periodicalhas long been signalled= is al geruimen tijd aangekondigd;Signalize= zich onderscheiden.Signatory,signətəri, subst. onderteekenaar; adj. onderteekenend:Thesignatories tothis protest;Signature,signətjə, onderteekening, teeken, signatuur, kruis of mol (muz.):Heaffixed his signature tothe deed= zette zijn naam onder.Signet,signət, zegel(ring);Signet-office;Signet-ring.Significance,Significancy,signifik’ns(i), beteekenis, nadruk, gewicht;Significant,signifik’nt= beteekenisvol, gewichtig, beteekenend, aanduidend:Tobe significant of= aanduiden;Signification,signifikeiš’n, beteekenis;Significative= aanduidend, beteekenend;Signify,signifai, beteekenen, te verstaan geven, van gewicht zijn:Hesignified his wishes= gaf te kennen;That doesn’t signify= zegt niets, doet er niets toe.Signor,sî-njə, Mijnheer (Ital.);Signora,sî-njôrə, Mevrouw (Ital.);Signorina,sî-njərînə, Mejuffrouw.Sikh,sîk, Sikh, soldaat van een krijgshaftigen stam in Brit. Ind.Silas,sailəs, Silas.Silence,sail’ns, subst. stilte, stilzwijgen, geheimhouding, stilzwijgendheid;Silenceverb. tot zwijgen brengen, den mond snoeren, kalmeeren; interj. Stil! Zwijg!Tobreak the silence;Silence gives consent= wie zwijgt stemt toe;Tokeep (observe) silence= bewaren;Wepass this over in silence= gaan dit met stilzwijgen voorbij;Toput (reduce) to silence= brengen tot;Silent,sail’nt, zwijgend, stil:Tobe silent of= zwijgen van;William the Silent= Willem de Zwijger;Silent partner= stille vennoot;Silent system= stelsel van eenzame opsluiting; subst.Silentness.Silenus,sailînəs.Silesia,silîšə, Silezië:Silesia lawn= een soort batist;Silesian= Silezisch; Sileziër.Silex,saileks=Silica.Silhouette,siluet,silu-et, silhouet; ook verb.:Totake a silhouette= silhouetteeren;The elephant’s form wassilhouetted againstthe rock= teekende zich af op de rots.Silica,silikə, kiezelaarde;Silicate, silicaat:Silicate cotton= slakkenwol;Siliceousvarnish= waterglas.Silicle,sîlik’l, dopje;Silique,silîk,sîlik, hauw.Silk,silk, subst. zijde, zijden stof, zijden japon; adj. zijden, zijdeachtig:Hewears (has taken) silk= hij isKing’s (Queen’s) Counsel(geworden);He isa learned silk= een knap advocaat;A silk dress= zijden japon;Silk gown= zijden toga van eenKing’s Counsel;Silk-man,Silk-mercer= zijdehandelaar;Silk-mill= zijdefabriek;Silk-thrower,Silk-throwster= zijdetwijnder;Silk-weaver= zijdewever;Silk-worm= zijdeworm;Silk-worm-gut= fijn hengelsnoer;Silken= zijdeachtig, zacht als zijde:Silken hair= zacht haar;Silken speech;Silkiness, subst. v.Silky= van zijde, glanzig, zacht.Sill,sil, drempel, steunbalk, kozijn.Sillabub,siləbɐb, gerecht, gemaakt van wijn of cider met room of melk:Mere Sillabub= gewoon zwendelarij.Silliness,silinəs, subst. v.Silly,sili, onnoozel, sullig, dwaas; ook subst.:He had beenknocked sillyfor a time= was bewusteloos geslagen;Asilly notion= dwaas idee;The silly season= komkommertijd;Silly Suffolk(eenParish ekename).Silo,sailou, kuil voor groen voeder, inkuiling:Toput green in silos= inkuilen.Silt,silt, subst. slik, slib;Siltverb. verzanden (up), sijpelen, aanslibben.Silvan,silv’n=Sylvan.Silver,silvə, subst. zilver(geld), zilverwerk; adj. zilveren, zilverachtig;Silververb. verzilveren, foeliën:Hand-beaten silver= gedreven;He wasborn with a silver spoon in his mouth= als kind van rijke ouders, als gelukskind;It is only coppersilvered over= verzilverd koper;Silver-fir= zilverspar;Silver fleet;Silver-fork School= de school, die[507]slechts ’t leven der hoogere standen in hare romans behandelt;Silver-fox= zilvervos;Silver-haired= met witte of zilverachtige haren;Silver-leaf= bladzilver;Silver-paper;Silver-side= de onderkant van een runderbout;Silver-smith= zilversmid;Silver-stick= officier (van de lijfwacht), die dienst doet bij hoffeesten;Silver wire= zilverdraad;Silverite,silvərait, voorstander van den dubbelen muntstandaard; adv.Silverly;Speech is silvern, but silence golden;Silvery= met zilver bedekt, schitterend, rein.Silvester,silvestə.Simarre,simâ, vrouwenkleed, wijde japon.Simeonites,simjənaits, Simeonieten; aanhangers vanCharles Simeon, leider der Low Church party (1759–1836).Simian,simj’n, aapachtig, aap …Similar,similə, subst. gelijke; adj. gelijk, dergelijk;Similarity,similariti, overeenkomst, gelijksoortigheid;Simile,simili, vergelijking;Similitude,similitjûd, gelijkenis, overeenkomst, evenbeeld.Similor,similö, spinsbek.Simioid,simiôid,Simious,simiəs=Simian.Simitar.Z.Scimitar.Simmer,simə, zacht (laten) pruttelen of koken:The plan is simmering already= het plannetje staat al te vuur.Simon,saim’n, Simon, sukkel:The real Simon,Pure Simon= de ware naam, de ware man.Simoniac,simouniak, die zich schuldig maakt aanSimony;Simoniacal,simənaiək’l, schuldig aanSimony,siməni, simonie, het verkoopen van geestelijke ambten.Simoom,simûm,Simoon,simûn, samoem, heete verstikkende woestijnwind.Simper,simpə, subst. gemaakte glimlach; domme lach;Simperverb. gemaakt lachen, meesmuilen;Simperer.Simple,simp’l, eenvoudig, enkel, niet samengesteld, onnoozel, naïef, argeloos; subst. geneeskrachtige plant:Gentle and simple= hoog en laag (v. personen):Simple Simon= onnoozele hals;Simple-hearted,Simple-minded= naïef, argeloos; subst.Simple-mindedness;Simpleness=Simplicity;Simpleton= sukkel, onnoozele bloed;Simplicity,simplisiti, eenvoud, natuurlijkheid, duidelijkheid, onnoozelheid;Simplify= vereenvoudigen;Simply= eenvoudig, slechts, geheel en al;Simplification, subst. v.Simplify,simplifai, vereenvoudigen.Simulacrum,simjuleikr’m, schijnbeeld.Simulate,simjuleit, veinzen, fingeeren, voorwenden, simuleeren, nabootsen; adj.simjulit; subst.Simulation;Simulator.Simultaneity,sim’ltənîiti, subst. v.Simultaneous,sim’lteiniəs, gelijktijdig; subst.Simultaneousness.Sin,sin, subst. zonde, overtreding; verb. zondigen, overtreden:It is a sin and a shame= zonde en schande;Deadly (Mortal) sin= doodzonde;Original sin= erfzonde;Venial sin= vergeeflijke zonde;Tocommit a sin;Sin-offering= zoenoffer;Sinful= zondig, verdorven; subst.Sinfulness;Sinless= onschuldig; subst.Sinlessness;Sinner= zondaar.Sinai,sainiai,sainai,sainei;Sinaitic,sainiitik, Sinaï betreffend.Sinapis,sineipis, mosterdplant;Sinapism,sinəpizm, mosterdpleister.Since,sins, adv. en prep. sedert; conj. omdat, dewijl, vermits:Ever since= van toen af;Long since= lang geleden;A short time since= kort geleden;Since ever= vanaf ’t oogenblik;Since you cannot get there,you had better not complain= aangezien gij daar niet kunt komen.Sincere,sinsîə, oprecht, zuiver:Yours Sincerely= je toegenegen; subst.Sincereness=Sincerity,sinseriti.Sincipital,sinsipit’l, voorhoofds …;Sinciput,sinsipɐt, kruin, voorhoofd.Sind,sind;Sindbad,sindbad.Sine,sain, sinus.Sine,sainî:Toadjourn sine die(dai-î) = voor onbepaalden tijd uitstellen.Sinecure,s(a)inəkjuə, sinecure;Sinecurism;Sinecurist.Sinew,sinjû, subst. pees, zenuw, spier, ziel;Sinewverb. stalen, sterken:The sinews of war= (het noodige) geld;Sinewed= gespierd, krachtig;Sinewless= zonder kracht;Sinewy= Sinewed.Sing,siŋ, zingen, bezingen:Hesings out of tune, out of time= hij is van de wijs, is uit de maat;Tosing small= zoete broodjes bakken;Ising the gloriesof summer= bezing de heerlijkheden;Tosing another song (tune)= een anderen toon aanslaan (fig.);Tosing the same song= één lijn trekken;My head is singing= ik heb suizing in de ooren;Tosing out= luid zingen (roepen);Sing-song= deun, vervelend gezang;Singer= zinger, zangvogel. ZieSinging.Singalese,siŋgəlîz,siŋgəlîs;Singapore,siŋgəpö.Singe,sinž, zengen, schroeien (off); ook subst.Singing,siŋiŋ:Singing in the ears= suizen;Singing-bird= zangvogel;Singing-book;Singing-boy= koorknaap;Singing-club= zanggezelschap;Singing-festival;Singing-master= zangonderwijzer;Singing-mistress;Singing-school= zangschool.Single,siŋg’l, adj. enkel, alleen, ongetrouwd;Singleverb. uitkiezen (out):First single= eerste klasse, enkele reis;Hecontinued single= bleef ongetrouwd (=Stuck to the single ticket);He was killed insingle combat (fight)= in een tweegevecht;Book-keeping by single entry= enkel boekhounen;Single fare return bookings= kaartjes enkele reis voor heen en terug;In single file= achter elkaar, in ganzenorde; subst.Singles= spelen voor één persoon; soort zijde; enkel garen;Some of them had beensingled out for destruction= waren ten doode opschreven;Single-blessedness= ongetrouwde staat (iron.);Asingle-breasted coat= met één rij knoopen;Single-handed= alleen, zelfstandig;Single-hearted= oprecht, eerlijk, rond;Single-line= enkel spoor;Single-minded=Single-hearted;Single-stick= baton met gevest;Singleness of heart= eenvoudige oprechtheid;With great singleness of purpose= steeds met één doel voor oogen;I undertake to fight yousingly= ik neem[508]het tegen ieder van jullie afzonderlijk op.Singular,siŋgjulə, subst. enkelvoud; adj. apart, zonderling, bijzonder, zeldzaam, enkelvoudig:He issingular in his kind= éénig in zijn soort;In this notion he was not singular= stond hij niet alléén;Singularity,siŋgjulariti, bijzonderheid, zonderlingheid, zeldzaamheid, eigenaardigheid.Sinic,sinik, Chineesch.Sinister,sinistə, linker (Herald.); ongelukkig, onheilspellend, oneerlijk, slecht.Sinistral,sinistr’l, naar links gewonden (van schelpen).Sink,siŋk, subst. riool, zinkput, gootsteen, poel;Sinkverb. zinken, zakken, bezwijken, achteruitgaan, vervallen, afnemen, inzakken, ondergaan, vermageren, hol worden, ruineeren, laten zinken; steken, beleggen, afdragen, amortiseeren (van geld), bijleggen, achterhouden, graven:He wassinking fast= ging hard achteruit;Her heart (spirits) sank= de moed begaf haar;I havesunk a capital of £ 400in this undertaking= gestoken;A mine was sunk there= werd gegraven;Hesank much moneyon his stock in trade= stak veel geld in;They hadsunk shipswhere the river was deepest= laten zinken;He hassunk his personal viewsfor the good of the country= laten varen;Hesank downunder fatigue= bezweek onder;That has sunkintomy mind= is diep doorgedrongen;Let himsink intohis unhonoured grave= ongeëerd ten grave dalen;Thissinks intoinsignificance besides that= verdwijnt daarnaast in ’t niet;Tosink into oblivion;Sink-hole= zinkput, riool;Sinker= zwaar gewicht om te doen zinken;Sinking-fund= amortisatiefonds.Sinologist,sinolədžist;Sinologue,sinəlog, kenner v. China, enz.;Sinology,sinolədži, kennis van Chineesche taal, letterkunde, enz.Sinuate,sinjuit, adj. gegolfd, ingesneden;Sinuateverb.sinjueit, winden, slingeren; Sinuation = slangvormige kromming, kronkeling;Sinuosity,sinjuositi, kromming, kronkeling;Sinuous,sinjuəs, gebogen, bochtig, draaierig.Sinus,sainəs, baai, bocht, holte, kronkeling, sinus.Sion,saion;Sioux,s(i)û.Sip,sip, subst. teugje; verb. met kleine teugen drinken of opslorpen, een teugje nemen:Totake a sip too much= te diep in ’t glaasje kijken;Sipper.Sipe,saip, sijpelen, trekken.Siphon,saif’n, subst. hevel, siphon;Siphonverb. overhevelen:Asiphon of soda-water;Siphon-bottle.Sippet,sipət, teugje, geweekt brood.Sir,sɐ̂, Mijnheer; vóór den doopnaam is het de titel v. eenbaronetofknight:Sir to you= tot uw dienst;Dear Sirs= waarde Heeren (in brieven);You would haveto “Sir” me= met mijnheer moeten aanspreken.Sirdar,sɐ̂dâ,sɐ̂da, Hindoesch (opper)hoofd; opperbevelhebber.Sire,saiə, subst. voorvader, vader (bij dieren); Sire;Sireverb. verwekken (bij dieren).Siren,sair’n, subst. sirene (ookSirene,sairîn); misthoorn; adj. betooverend, bekorend:Sirene song.Sirene,sairîn, meter van geluidstrillingen.Sirius,siriəs, hondsster.Sirkar,sɐ̂ka, het gouvernement, chef, Hindoesch ambtenaar.Sirloin,sɐ̂lôin, lendestuk v. een rund.Siroc(co),sirok(ou), sirocco, heeteZ.O.wind.Sirrah,sirə, vent, kerel, schavuit, meid.Sirup,sirəp, stroop. ZieSyrup.Siskin,siskin, sijsje.Sister,sistə, zuster:Holy sister= non;Sister of Charity (Mercy)= liefdezuster;Sister-in-law= schoonzuster;Sisterhood= alle zusters, zusterschap;Sisterly= zusterlijk.Sisyphean,sisifîən, Sisyphus - -;Sisyphus,sisifɐs, Sisyphus:Task (Toil) of Sisyphus= Sisyphus arbeid.Sit,sit, zitten, zitting hebben, liggen, blijven, wonen, broeden, passen; subst. het zitten:The faultless sitof her hat= het onberispelijk zitten;One’s clothesget the sitby having them on some time= zitten eerst goed als, etc.;Hesits a horsevery well= hij rijdt goed;When the House issitting;Sit down, Sir= ga zitten, mijnheer;ToSit down at a meal;The Frenchsat down beforethe town= legerden zien voor;Tosit for one’s portrait= poseeren;He satonme and ordered me about= zat mij op den kop;These fineriessitwellonyou= staan u goed (ook fig.);Hesat on and on= bleef maar zitten;Wesat outthe concert= bleven tot het laatst;Theysat outthe dance= bleven onder dien dans zitten;They weresitting out= zaten buiten;Did you eversit underthat clergyman? = gingt gij geregeld ter kerk bij;Tosit up= opblijven, opzitten (ook om te vrijen), op (mogen) blijven:Hesat upin bed= ging overeind zitten;His productions made his friends“sit up” = deden verstomd staan;Tosit upon a committee= lid zijn van een commissie;That sorrowsits heavily uponhim= drukt hem ter neer;Theysat in judgment uponlife and death= zij beraadslaagden en beslisten over;He did not choose to besat upon= wou zich niet op den kop laten zitten;Boys always complain of beingsat upon= dat ze op den kop worden gezeten;Asit-down supper= souper waarbij men aanzit;Sit-fast= blijvend, stoelvast;Sitter= zitter; broedende vogel. ZieSitting.Site,sait, ligging, bouwterrein:Plan of site= situatie-teekening.Sitting,sitiŋ:I read the bookat one sitting= in eens; adj.:Sitting-place;Sitting-room= ruimte; woonkamer.Situate,sitjuit=Situated,sitjueitid, geplaatst, gelegen, vast geplaatst:The palace issituate ona height= ligt op;How are you situated?= hoe staat het met u;Situation,sitjueiš’n, ligging, toestand, betrekking, omstandigheden:In this situation of things= stand van zaken;She was alwaysin a situation= in gezegende omstandigheden;We arein a situationto make this offer= in staat;He isout of situation= buiten betrekking.[509]Sitz-bath,sitsbâth, zitbad.Siva,sîvə;Siward,sîwəd.Six,siks, zes:Big six= banjer;Saucy six= ondeugende zesjarige(n);Long sixes= kaarsen van 6 in een pond;Things areat sixes and sevens= liggen overhoop, zijn in de war;It is six of one and half a dozen of the other= lood om oud ijzer;Six-chambered= met zes patronen;Sixfold= zesvoudig;Six-footer= persoon van zes voet;Sixpence= zesstuiverstuk =Sixpenny-piece;Sixteen= zestien:Boysunder sixteen and over ten;Sweet sixteen= lieve 16 jarige(n);Hetalks sixteen to the dozen= praat honderd uit;Sixteenth, subst. en adj. zestiende (deel);Sixth= zesde (deel), hoogste klasse;Sixthly= ten zesde;Sixtieth,sikstiəth, subst. en adj. zestigste (deel);Sixty= zestig(tal).Sizar,saizə, student te Cambridge en Dublin, die een beurs had en tot sommige dienstverrichtingen verplicht was.Sizable,saizəb’l, van aanzienlijke grootte, van redelijken of behoorlijken omvang;Size,saiz, subst. grootte, nummer, formaat, witkalk, pap, planeerwater, lijmwater;Sizeverb. naar de grootte regelen, schatten, taxeeren, sorteeren, ijken, vergrooten, calibreeren, planeeren:That is about the size of it= daar komt het zoowat op neer;Two sizes too tight= 2 nummers te nauw (van schoenen bijv.);The book appearedin octavo size= in octavoformaat;Hesized up the new arrival= nam den pasgekomene op, taxeerde hem;Sizeable=Sizable;Sized:Large-sized= van groote afmeting, formaat;He is amiddle-sizedperson= van middelbare grootte;Sizing= planeerwater, lijm; (extra) portie aan spijs, of drank (Universit.):He had hissizingsstinted= zijn extraatjes werden hem schraal toegemeten.Sizz(le),siz(’l), sissen.Sjambo(c)k,šambok, subst. zweep van huidenreepjes (Z. Afr.);Sjambokverb. slaan met eensjambok.Skate,skeit, subst. rog; schaats;Skateverb. schaatsenrijden:Toput on,Totake off skates;Skater:Are you a skater?= doet gij aan schaatsenrijden?Skating:Figure, Speed skating;Skating-pond (-rink);Therollerskating-rink= rolschaatsenbaan.Skean,skîn, dolk of kort zwaard.Skeat,skît.Skeary,skîri, schrikachtig, schrikwekkend (Amer.).Skedaddle,skədad’l, zich uit de voeten maken; subst. overijlde vlucht.Skee,skî=Ski.Skeet,skît, schepvat.Skeg,skeg, sleedoorn; gele lisch.Skein,skein, streng; vlucht wilde ganzen.Skeleton,skelət’n, geraamte (ookfig.), scharminkel, schets of eerste ontwerp:There is a skeleton in every house= ieder huis heeft zijn kruis;The skeleton in the closet (cupboard)= het verborgen huiselijk verdriet;Tobe reduced to a skeleton= broodmager geworden;Skeleton-corps (Skeleton-crew)= kader, kern, vast gedeelte (mil.);Skeleton-key= looper;Skeleton-map= schetskaartje;Skeleton-skates= ijzeren (schroef)schaatsen;Skeleton-suit(=Skeletons) = soort jongenspakje met de broek aan de blouse geknoopt;Skeletonize,skelətənaiz, tot een geraamte maken.Skellum,skeləm, leelijkerd (Schotl.).Skelp,skelp, subst. slag;Skelpverb. slaan, voorthollen.Skerry,skeri, klip (Schotl).Sketch,sketš, subst. schets, omtrek, schema, begrooting;Sketchverb. schetsen, in ’t algem. aangeven of beschrijven;Sketch-book= schetsboek;Sketcher;Sketchiness, subst. v.Sketchyonafgewerkt, vluchtig.Skew,skjû, scheef zijn, scheel zien, achterdochtig gluren; verdraaien; subst. verdraaiing, loensche blik; adj.schuin, scheef, met bruine en witte vlekken =Skewbald.Skewer,skjûə, subst. ijzeren of houten vleeschpen;Skewerverb. met een vleeschpen vaststeken.Ski,skî, (in Noorwegenši), sneeuwschoen; ook verb.;Ski-runner.Skid,skid, subst. rem(ketting), schuinliggende planken (=Skid-ways), wrijfhout, remschoen;Skidverb. remmen, schuin afglijden.Skiff,skif, subst. bootje;Skiffverb. in zulk een boot roeien.Skilful,skilful, bekwaam, handig, ervaren:Skilful ateverything= handig in; subst.Skilfulness;Skill,skil, subst. bekwaamheid, ervarenheid, geschiktheid:Game of skill= bedrevenheidsspel;Skilledlabourers= volleerde (in een vak bekwame) arbeiders.Skillet,skilət, metalen pan met lang handvatsel; scheepskok.Skilligolee,skiligəlî, gortwater, dunne soep, rats =Skilly.Skim,skim, subst. schuim;Skimverb. afschuimen, scheren over, vluchtig doorzien:He wasskimming the pagesof a missionary report= liep vluchtig door;The swallowsskim the water= scheren over;Skim-milk= afgeroomde melk, taptemelk;Skimmer= schuimspaan, oppervlakkig lezer; schaarbek;Skimmings= het afgeschuimde of afgeroomde.Skimp,skimp, beknibbelen;Skimper= vrek;Skimping= schraal, krenterig;Skimpy= mager.Skin,skin, subst. huid, vel, pels, schaal, schil;Skinverb. villen, afstroopen, pellen, met een huid of een roofje bedekken:I should not like to be in his skin= wou niet graag in zijn vel steken;Tobe in a bad skin= slecht gehumeurd zijn;Tocome through with a whole skin= ergens heelhuids afkomen;Tofly (jump) out of one’s skin= uit zijn vel springen;Heis but skin and bones= is niets dan vel en been;Hegot through by the skin of his teeth= hij is er net door en meer ook niet;The whole thingis a damned skin= eene vervloekte beetnemerij;Tohave a thick (thin) skin(ookfig.);Towear next to the skin= op het bloote lijf;Toskin a flint= gierig zijn;He hasskinned the lamb= alles gewonnen (bij wedden);Keep your eyes skinned= open, pas op;[510]Skin-deep= oppervlakkig:Beauty is but skin-deep= schoonheid is slechts iets uiterlijks;Skinflint= vrek;Skin-wool= wol van een dood schaap;Skinful= inhoud van een lederen water- of wijnzak:I am skinful= ik kan niet meer eten;Skin-grafting= het opbrengen van een nieuw stuk huid;Skinless= zonder huid;Skinner= vilder, huidekooper;Skinniness, subst. v.Skinny= erg mager, niets dan vel en been.Skink,skiŋk, subst. skink of stinkhagedis.Skip,skip, subst. vlugge sprong; oppasser (Dublin Univers.);Skipverb. springen, touwtje springen; huppelen, dartelen, overspringen, overslaan, er van door gaan:Togive (make) a skip;Don’t you know youskipped this passage? = dat je hebt overgeslagen;Skip-frog= haasjeover;Skip-jack= parvenu; kniptor;Skip-rope= springtouw;Toplay at skipping= touwtje springen.Skipper,skipə, kapitein, schipper; springer, gedachteloos en vluchtig persoon, kaasmijt:Skipper’s daughters= hooge golven.Skirmish,skɐ̂miš, subst. schermutseling;Skirmishverb. schermutselen;Skirmisher= tirailleur.Skirt,skɐ̂t, subst. pand, rand, zoom, slip, vrouwenrok, middenrif;Skirtverb. omzoomen, begrenzen, langs den zoom loopen:By this time they had reached theskirts of the town= de buitenste huizen van de stad;Sheheld on by her mother’s skirts= hield hare moeder bij de rokken vast;Divided skirt= rokbroek;Skirt-dance= serpentine dans;Skirting-board= plint langs den vloer.Skit,skit, scherts, schotschrift, parodie, steek:His performance is a skit on the right thing= zijn spel is een parodie op goed spelen;Skittish= schuw, schichtig, schalksch, uitgelaten, grillig; subst.Skittishness.Skittle,skit’l, kegel (Skittles= kegelspel):Skittle-alley= kegelbaan (=Skittle-ground);Skittle-ball;Skittle-pin= kegel;Life is not all beer and skittles= het leven is niet enkel rozengeur en maneschijn = (Skittles and swipes);It is all skittles= fopperij;Toplay at skittles.Skulk,skɐlk, subst. gluiper;Skulkverb. loeren, schuilen, gluipen, sluipen;Skulker= iemand die zich achteraf houdt om niet te werken.Skull,skɐl, schedel, hoofd:Skull-cap= kalotje, kap, mutsje; glidkruid; stormhoed.Skunk,skɐŋk; N.A. bunzing, vuilik, overlooper;Skunk-bird,Skunk-blackbird= rijstvogeltje;Skunk-skin.Skurry,skɐri; ZieScurry.Sky,skai, subst. uitspansel, hemel, lucht;Skyverb. in de hoogte gooien, hoog ophangen:Toacclaim to the skies= hemelhoog prijzen;Their criesrent the sky= verscheurden de lucht;Sky-blue= hemelsblauw;Sky-colour= azuur, hemelsblauw;To praisesky-high= hemelhoog;Skylark= leeuwerik;Skylarking= grappen uithalen;We have beenskylarking= wij hebben den boel opgeschept;Skylight= vallicht;Sky-line= horizont:Silhouetted against the sky-line;Sky-pilot= hemeldragonder;Sky-rocket= vuurpijl;Sky-scape= luchtgezicht:Thesky-scapesin our country are suggestive to painters= de luchten in ons land;Sky-scraper= maanreiker (zeil), boonestaak (fig.), zéér hoog gebouw (Am.);Skyward(s)= hemelwaarts.Slab,slab, subst. slik, modder; steen, plaat; adj. modderig, kleverig:A marble slab, slab of marble= marmeren plaat;Slab of tin= bloktin;Slab-line= gording (scheepst.);Slab-sided= met platte zijden, lang en mager (Am.);Slabby= dik, kleverig, modderig, vuil.Slabber,slabə, kwijlen, opslobberen;Slabberer;Slabbering-bib= slabbetje;Slabbery= bespat, bekwijld.Slack,slak, subst. loshangend eind van een touw, slaphangend deel van een zeil, slappe tijd, slapte in handel, steenkoolgruis; adj. slap, los, traag, soezerig, niet levendig, stil; ook verb. (=Slacken):He performedon the slack rope (wire)= het slappe koord (draad);Business is slack= de zaken gaan slapjes;The ship isslack in stays= wendt moeielijk;Slack season, time= komkommertijd;Slack water= doodtij;Slacken= slap worden, verslappen, verminderen, vertragen, vieren:HeSlacked his pace= verminderde;The trainslacked speed, slacked up to the station= de vaart van den trein verminderde, hij reed langzaam binnen;Slacker= luibak;Slackness:Slackness of business= slapte in zaken.Slag,slag, metaalschuim, sintels; adj.Slaggy.Slain,slein, part. perf. vanto slay:To be slain= sneuvelen.Slake,sleik, lesschen, blusschen, onderdrukken, verminderen, afnemen.Slam,slam, subst. bons, harde slag, aluinmeel, “slem” (inwhist);Slamverb. hard dichtslaan, slaan, “slem” maken.Slam(mer)kin,slam(ə)kin=Slattern.Slander,slandə, subst. smaad, laster(ing);Slanderverb. (be)lasteren;Slanderer;Slanderous= lasterlijk; subst.Slanderousness.Slang,slaŋ, subst. spraakgebruik van een bepaalden stand (van een beroep, een bedrijf), dieventaal, omgangstaal; adj. slang..;Slangverb.slanggebruiken, zich plat uitdrukken, scheiden:Commercial slang,Theatrical slang;Slang expression;John swears at him andslangs him= en raast tegen hem;I was slanged= uitgescholden;Slangey=Slangy;Slangish=slang-achtig;Slangy:Your friend israther slangy= uw vriend is vrij plat in zijne taal.Slant,slant, subst. helling, neiging, gunstige gelegenheid (Austr.); sarcastische opmerking; adj. hellend, schuin;Slantverb. hellen, schuin zijn, eene schuine richting hebben (geven);Slanting(ly),Slantly,Slantwise.Slap,slap, subst. klap, “schmink”;Slapverb. een klap geven; adv. plotseling, pats, pardoes:Heslapped me in the face, in my face= gaf mij een klap in het gezicht;Toslap up= gulzig eten of drinken;Slap-bang= pardoes, plotseling, met geweld:Slap-bang shop= gaarkeuken;Slap-dash= zorgeloos, haastig, oppervlakkig, elegant, kranig, eensklaps:Slap-dash hurry and flurry= overgroote haast en drukte;Topay slap down= in contanten;Slap-jack=[511]soort pannekoek;Slap-up= uitstekend, piekfijn, forsch:He hadmade some slap-up acquaintancesin Paris= heeft met fijne lui kennis gemaakt;She is aslap-up girl= een aardige flinke meid.Slash,slaš, subst. snede, veeg, jaap, split;Slashverb. snijden, een langen jeep geven, hakken, om zich heen slaan;Slashing= scherp, vernietigend, grof, kolossaal:Aslashingarticle= vernietigend scherp.Slat,slat, lat (van jalouzie); zalm die juist kuit heeft geschoten.Slatch,slatš, het slappe eind v. een touw; voorbijgaande bries, tijdje van mooi weer.Slate,sleit, subst. lei; voorloopige lijst van candidaten (Am.);Slateverb. met leien dekken; scherp hekelen, afranselen:Hehas a slate (tile) loose (off)= is niet recht snik;Slate-club= onderling ondersteuningsfonds (het voordeelig saldo wordt jaarlijks onder de leden verdeeld);Slate-pencil= griffel;Slate-quarry= leigroeve;Slater= leidekker; scherp criticus;Slating:Hegavethe governmenta sound slating= gaf er duchtig van langs;Slaty= leiachtig:He wore aslaty-grey dressing-gown= een leigrauwe kamerjapon.Slatter,slatə, slordig zijn,slonzig gekleed gaan;Slattern, subst. slons; adj. slonzig, slordig =Slatternly.Slaughter,slôtə, subst. slachting, bloedbad, slachten;Slaughterverb. slachten, vermoorden;Slaughter(ing)-house= slachthuis, abattoir;Slaughterer:To beled to the slaughterer= naar de slachtbank.

Shrove,šrouv, imperf. vanto shrive.

Shrove,šrouv, vasten:Shrove Sunday;Shrovetide= vastentijd;Shrove Tuesday:Shroving= vasten(avond)feesten.

Shrub,šrɐb, subst. heester, struik; vruchtenlimonade vaak met spiritualiën, bijv.Rum shrub;Shrubs= zandgoed (tabak);Shrubbery= heesteraanleg, boschje;Shrubby= vol heesters, heesterachtig;Shrubless= kaal, zonder struik of heester.

Shrug,šrɐg, de schouders ophalen; ook subst.:Togive a shrug.

Shrunk,šrɐŋk, imperf. en part. perf. vanto shrink;Shrunken= gekrompen, verwelkt, dor.

Shuck,šɐk, schaal, bast, dop, bolster;Shuckverb. doppen;Shucks= onzin, malligheid.

Shudder,šɐdə, subst. beving, huivering;Shudderverb. huiveren, trillen, sidderen:Togive a person (the) shudders= doen huiveren.

Shuffle,šɐf’l, subst. geschuifel, schuifelende gang,schudden, uitvlucht;Shuffleverb. voortschuiven, schuifelen, voortduwen, dooreenschudden, wassen (van kaarten), mengen, uitvluchten zoeken, sloffen, schuifelend loopen:The usualshuffle of responsibility= ontwijken der verantwoordelijkheid;Heshuffled awaymy card= heeft weggemoffeld;I am glad Ishuffled him off= dat ik van hem af ben;Everything wasshuffled up= verward en haastig bijeengegooid;Shuffle-cap= spel, waarbij geldstukken in eene muts geschud worden;Shuffler= schuifelaar, bedrieger, uitvluchtenzoeker;Shuffling, subst. voorwendsel, uitvlucht; adj. schuifelend loopend, listig, uitvluchten zoekend.

Shun,šɐn, schuwen, vermijden, ontvlieden.

Shunt,šɐnt, subst. zijspoor, zijtak, het op een zijspoor brengen;Shuntverb. op een zijspoor brengen, rangeeren, omleggen, een andere richting geven, wegzenden:He nowgives you the shunt= stuurt je weg;The train wasshunted on to a siding= werd op een zijspoor gebracht;He shunted it on to me= schoof het mij op den hals;Shunter= wisselwachter;Shunting-engine= rangeerlocomotief.

Shut,šɐt, sluiten, dichtdoen, dichtgaan:Toshut the door in a person’s face= voor zijn neus;Toshut one’s eyes to(fig.);Shut-down= stilstand van fabriek of werk;Shut in byenemies= omringd door;He must beshut out= buitengesloten;Toshut up= opsluiten;The umbrella won’tshut upproperly= wil niet behoorlijk dicht;The road (passage) wasshut up= versperd, gesloten;Shut up, Sir= houd je mond, vent;Ishut him up= snoerde hem den mond;Hepushed the door shutwith his foot= hij duwde de deur dicht;Shutter= sluiter, luik, blind:Let’s have the shutters up= zet de blinden of luiken er vóór;Toput up (take down) the shutters.

Shuttle,šɐt’l, schietspoel (wevers), schuitje in een naaimachine;Shuttle-cock= pluimbal, raket(spel) =Battledore and shuttle:To play at shuttle= raketten.

Shy,šai, subst.worp, mik, tik, steek (fig.), zijsprong; adj. schuw, schichtig, beschroomd, voorzichtig, wantrouwend;Shyverb. gooien, slingeren, slaan naar, schichtig worden, afschrikken:Cocoa-nut shy= spel waarbij men met ballen naar kokosnoten gooit;Shall wehave a shy atthe gambling-table? = een kansje wagen;Ihad a shy atthe pheasant= mikte en schoot op;I had two shies at the same exam(əgzam) = heb het tweemaal geprobeerd;Tobe shy of doing (telling)= niet recht durven:Tofight shy of= angstig vermijden:Novelists shouldfight shy ofsensation= zich onthouden van;Welooked shy upon it= zagen het argwanend aan;The horseshied ata tree= werd schichtig;Heshied atthe weathercock= gooide naar;Shy widow= een gezelschapsspel;Shyness;Shyster= schurk, beunhaas (Amer.).

Siam,saiam,sîâm, Siam;Siamese,saiəmîz,saiəmîs, van S., Siamees.Siberia,saibîriə, Siberië;Siberian= Siberisch; Siberië.

Sibilance,Sibilancy,sibil’ns(i), het hebben van een sissend geluid;Sibilant,sibil’nt, subst. sisklank; adj. sissend;Sibilation,sibileiš’n, het sissen, sisklank.[505]

Sibyl,sibil, Sybille, profetes;Sibylline,sibil(a)in, Sybillijnsch, profetisch:Sibylline Books.

Sic,sik, zóó, dus (staat het er).

Siccate,sikeit, drogen; subst.Siccation;Siccative,sikətiv, subst. en adj. opdrogend (middel);Siccity,siksiti, droogte, schraalheid.

Sice,sais, zes:Sice point= alle zes (dobbelen).

Sicily,sisili, Sicilië;Sicilian,sisilj’n, Siciliaan(sch):Sicilian Vespers.

Sick,sik, ziek, misselijk, zwak, moede (fig.), verlangend (for):sick at the stomach= misselijk;He feelssick at heart= mistroostig, droevig gestemd;I amsick of delays= moe;Sick of life;Sick of them;Sick for love;Toget sick for astrange face= vurig verlangen naar;He issickto death= doodziek;I amas sick as a horse= zoo misselijk als eene kat, ziek als een hond;It makes me feel sick= ’t walgt me;Sick-bay= ziekenboeg;Sick-club=Sick-fund;Sick-bed;Sick-fund;Sick-headache= migraine;Sick-leave= verlof voor ziekte;I amon the sick-list= ik ben patient;Sick-nurse;Sick-room;Sicken= ziek worden, kwijnen, walgen, ziek (misselijk) maken:Charlie issickening forthe measles= heeft onder de leden;All my joysickened intosorrow= werd vergald tot;This hassickened me ofsoldiering for life= mij voorgoed doen walgen;Sickish= eenigszins ziek of misselijk; subst.Sickishness. ZieSickly.

Sickle,sik’l, sikkel;Sickle-man= maaier, oogster.

Sickly,sikli, zwak, ziekelijk, ongezond, walgelijk:Sickly constitution;A sickly smell= walgelijke lucht;Sickness= ziekte, ongesteldheid, misselijkheid:Sickness Insurance= ziekteverzekering.

Side,said, subst. zijde, kant, rand, helling, oever, strand, buurt, streek, partij, bluf, effect (biljart);Sideverb. de partij kiezen van, zich scharen bij, het houden met (with); terzijde leggen:Blind side(Weak side) = zwakke zijde, zwak;Bright side= lichtzijde;Dark side(Shady side);This side up!= dit boven (op kisten);It is always best to err on the safe side= men kan niet te voorzichtig zijn;Wrong side out= buitenste binnen;He looks at the worldfrom the wrong side= van den verkeerden kant;I felt a painin my side= pijn in de zij;On (At) your side= aan uwen kant;The letters were placedon one side,and passed out of knowledge= ter zijde;The driver walkedon the near sideof the horse= links van;He is my uncleon (by) the father’s side= van vaderskant;Is my haton one side? = staat mijn hoed scheef;On both sides, on either side= aan beide zijden, aan weerskanten;Side by side= zij aan zij;Tochoose sides= zich verdeelen;Toput on side= zich “airs” geven;Toput on too much side= zich te veel airs geven;You haveput too much side on= (den bal) te veel effect gegeven;Topresent the best side to view= de beste brooden voor het venster leggen;Totake the, a side (sides) against, for= partij kiezen tegen, vóór;Itake no sides= kies geen partij;Tothrust on one side= op zijde duwen (ook fig.);Theysided against, withthe government= kozen partij tegen, voor;Side-arm= zijdgeweer;Sideboard= buffet;Side-box= zijloge;Tohear through a side-channel= van de buitenwacht vernemen;Side-cut= zijkanaal, zijweg; steek onder water;Side-dish= entremets;Side-door;Side-glance= blik ter zijde, zijdelingsche blik;Side-issue= bijzaak;Side-light= zijlantaarn;Side-piercing= hartverscheurend;Side-saddle= dameszadel;Side-show= nevenhandeling;Side-slip= het “slippen” van een fiets;Side-splitter= iets om je dood te lachen;Side-table= schenktafel, wandtafeltje;Side-track= zijspoor;Side-trackverb. op een zijspoor brengen, terzijde schuiven;Side-view= gezicht van ter zijde;Sidewalk= trottoir (Amer.);Side-wheeler= raderstoomboot;Side-whiskers= bakkebaarden;Side-wind= zijwind:Tohear by a side-wind= van de buitenwacht;Side-wing= coulisse;Sided:Amany sidedman= veelzijdig ontwikkeld;Sidelong, adj. en adv. zijdelings(ch);Sidesman= beambte die den kerkvoogd terzijde staat; kerkeknecht;Sideways,Side-wise= van ter zijde, schuin (tegenover).

Sidereal,Sideral,saidîr(i)əl, sterren.…:Sidereal clock,Sidereal day,Sidereal hour,Sidereal month;Sidereal year.

Siderography,saidərogrəfi, staalgraveerkunst.

Siding,saidiŋ, wisselspoor (v. treinen);Tosidle= zich zijdelings bewegen:Hesidled off to the door= ging met zijwaartsche beweging naar de deur.

Sidmouth,sidməth;Sidney,sidni.

Siege,sîdž, subst. beleg(ering), bestorming;Siegeverb. belegeren:Tolay siege to= het beleg slaan om;Toproclaim under a state of siege= in staat van beleg verklaren;Toraise the siege= opbreken;Siege-guns (-ordnance)= belegeringsgeschut.

Sierra,sierə, bergketen:Sierra Leone(lîounî);Sierra Nevada(nivâdə).

Siesta,siestə, middagslaapje.

Sieve,siv, subst. zeef:Touse a sieve for drawing water=Topour water into a sieve= nuttelooze moeite doen.

Sift,sift, zeven, ziften, nauwkeurig nagaan, uitvragen:Tosift grain from husk=Tosift the chaff from the wheat= het kaf van het koren scheiden (fig.);Tosift to the bottom= grondig onderzoeken;Tosift out= uitvorschen;Sifter.

Sigh,sai, subst. zucht;Sighverb. zuchten, smachten naar, zuchten om:Todraw (fetch, heave) a deep sigh= een diepen zucht slaken;Tosigh for (after)= smachten naar;Sigher.

Sight,sait, subst. gezicht, visioen, de oogen, aanblik, schouwspel, merkwaardig iets, korrel (op het geweer), hoop;Sightverb. zien, in het gezicht krijgen, richten:Impaired sight= verzwakt gezichtsvermogen;Short sight= bijziendheid;Payableat sight= op zicht;To play, to readat sight= van ’t blad, voor de vuist weg;At first sight= op het eerste gezicht;The steamer isin sight;In[506](the) sight ofthe harbour= in ’t gezicht van;On sight= te kijk, op keur;Out of sight out of mind= uit het oog, uit het hart;She isa sight more sensiblethan you= oneindig verstandiger;He got througha sight of work= deed heel wat;He hasa sight of money= een “bom” geld;My cheeks and nose are so swollen, Ilook a perfect sight= zie er uit om van te schrikken;That isa sight to see= de moeite waard om te zien;Tocatch sight of= in ’t oog krijgen;Igained (lost) sight ofit= kreeg in (verloor uit) het oog;Ihate the sight ofthe fellow= mag niet zien;Toknow by sight= van aanzien;He lost, recovered his (eye-)sight= hij is kwijt, hij kreeg terug;These repeaters weresighted up to a thousand yards= tot op duizend yards kan men juist schieten met;Wesighted an island,but we did not touch at it= kregen in het gezicht;Sight-hole= kijkgat;Sight-seeing= het bezien van merkwaardige dingen;Sight-seer;Sighted= van een vizier voorzien:Long-sighted,Short-sighted= ver-, bijziend;Sightless= blind; subst.Sightlessness;Sightly= aangenaam voor het oog, vrij.

Sigismund,sidžism’nd.

Sign,sain, subst.teeken, aanwijzing, gedenkteeken, zinnebeeld, voorteeken, uithangbord, sterrenbeeld;Signverb. teekenen, een teeken geven:We haveput up a new (business) sign= nieuw uithangbord opgehangen;Of course, all signs fail in dry weather= natuurlijk, dan kan men er niet op rekenen;Westayed at the sign of the ship= hebben gelogeerd in (het logement) “Het Schip”;Sign-board= uithangbord;Sign-manual= handteekening;Sign-post= handwijzer, uithangbord;Signer.

Signal,sign’l, subst. sein, teeken; adj. uitstekend, in het oog vallend;Signalverb. seinen, signalen geven, wenken, aankondigen:Signal of distress= noodsein;Asignal victory= een glansrijke overwinning;Signal-box= seinhuisje;Signal-code= signaal code;Signal-flag;Signal-gun= seinschot;Signal-lamp,Signal-light;Signal-man= seinwachter;The new periodicalhas long been signalled= is al geruimen tijd aangekondigd;Signalize= zich onderscheiden.

Signatory,signətəri, subst. onderteekenaar; adj. onderteekenend:Thesignatories tothis protest;Signature,signətjə, onderteekening, teeken, signatuur, kruis of mol (muz.):Heaffixed his signature tothe deed= zette zijn naam onder.

Signet,signət, zegel(ring);Signet-office;Signet-ring.

Significance,Significancy,signifik’ns(i), beteekenis, nadruk, gewicht;Significant,signifik’nt= beteekenisvol, gewichtig, beteekenend, aanduidend:Tobe significant of= aanduiden;Signification,signifikeiš’n, beteekenis;Significative= aanduidend, beteekenend;Signify,signifai, beteekenen, te verstaan geven, van gewicht zijn:Hesignified his wishes= gaf te kennen;That doesn’t signify= zegt niets, doet er niets toe.

Signor,sî-njə, Mijnheer (Ital.);Signora,sî-njôrə, Mevrouw (Ital.);Signorina,sî-njərînə, Mejuffrouw.

Sikh,sîk, Sikh, soldaat van een krijgshaftigen stam in Brit. Ind.

Silas,sailəs, Silas.

Silence,sail’ns, subst. stilte, stilzwijgen, geheimhouding, stilzwijgendheid;Silenceverb. tot zwijgen brengen, den mond snoeren, kalmeeren; interj. Stil! Zwijg!Tobreak the silence;Silence gives consent= wie zwijgt stemt toe;Tokeep (observe) silence= bewaren;Wepass this over in silence= gaan dit met stilzwijgen voorbij;Toput (reduce) to silence= brengen tot;Silent,sail’nt, zwijgend, stil:Tobe silent of= zwijgen van;William the Silent= Willem de Zwijger;Silent partner= stille vennoot;Silent system= stelsel van eenzame opsluiting; subst.Silentness.

Silenus,sailînəs.Silesia,silîšə, Silezië:Silesia lawn= een soort batist;Silesian= Silezisch; Sileziër.

Silex,saileks=Silica.

Silhouette,siluet,silu-et, silhouet; ook verb.:Totake a silhouette= silhouetteeren;The elephant’s form wassilhouetted againstthe rock= teekende zich af op de rots.

Silica,silikə, kiezelaarde;Silicate, silicaat:Silicate cotton= slakkenwol;Siliceousvarnish= waterglas.

Silicle,sîlik’l, dopje;Silique,silîk,sîlik, hauw.

Silk,silk, subst. zijde, zijden stof, zijden japon; adj. zijden, zijdeachtig:Hewears (has taken) silk= hij isKing’s (Queen’s) Counsel(geworden);He isa learned silk= een knap advocaat;A silk dress= zijden japon;Silk gown= zijden toga van eenKing’s Counsel;Silk-man,Silk-mercer= zijdehandelaar;Silk-mill= zijdefabriek;Silk-thrower,Silk-throwster= zijdetwijnder;Silk-weaver= zijdewever;Silk-worm= zijdeworm;Silk-worm-gut= fijn hengelsnoer;Silken= zijdeachtig, zacht als zijde:Silken hair= zacht haar;Silken speech;Silkiness, subst. v.Silky= van zijde, glanzig, zacht.

Sill,sil, drempel, steunbalk, kozijn.

Sillabub,siləbɐb, gerecht, gemaakt van wijn of cider met room of melk:Mere Sillabub= gewoon zwendelarij.

Silliness,silinəs, subst. v.Silly,sili, onnoozel, sullig, dwaas; ook subst.:He had beenknocked sillyfor a time= was bewusteloos geslagen;Asilly notion= dwaas idee;The silly season= komkommertijd;Silly Suffolk(eenParish ekename).

Silo,sailou, kuil voor groen voeder, inkuiling:Toput green in silos= inkuilen.

Silt,silt, subst. slik, slib;Siltverb. verzanden (up), sijpelen, aanslibben.

Silvan,silv’n=Sylvan.

Silver,silvə, subst. zilver(geld), zilverwerk; adj. zilveren, zilverachtig;Silververb. verzilveren, foeliën:Hand-beaten silver= gedreven;He wasborn with a silver spoon in his mouth= als kind van rijke ouders, als gelukskind;It is only coppersilvered over= verzilverd koper;Silver-fir= zilverspar;Silver fleet;Silver-fork School= de school, die[507]slechts ’t leven der hoogere standen in hare romans behandelt;Silver-fox= zilvervos;Silver-haired= met witte of zilverachtige haren;Silver-leaf= bladzilver;Silver-paper;Silver-side= de onderkant van een runderbout;Silver-smith= zilversmid;Silver-stick= officier (van de lijfwacht), die dienst doet bij hoffeesten;Silver wire= zilverdraad;Silverite,silvərait, voorstander van den dubbelen muntstandaard; adv.Silverly;Speech is silvern, but silence golden;Silvery= met zilver bedekt, schitterend, rein.

Silvester,silvestə.

Simarre,simâ, vrouwenkleed, wijde japon.

Simeonites,simjənaits, Simeonieten; aanhangers vanCharles Simeon, leider der Low Church party (1759–1836).

Simian,simj’n, aapachtig, aap …

Similar,similə, subst. gelijke; adj. gelijk, dergelijk;Similarity,similariti, overeenkomst, gelijksoortigheid;Simile,simili, vergelijking;Similitude,similitjûd, gelijkenis, overeenkomst, evenbeeld.

Similor,similö, spinsbek.

Simioid,simiôid,Simious,simiəs=Simian.

Simitar.Z.Scimitar.

Simmer,simə, zacht (laten) pruttelen of koken:The plan is simmering already= het plannetje staat al te vuur.

Simon,saim’n, Simon, sukkel:The real Simon,Pure Simon= de ware naam, de ware man.

Simoniac,simouniak, die zich schuldig maakt aanSimony;Simoniacal,simənaiək’l, schuldig aanSimony,siməni, simonie, het verkoopen van geestelijke ambten.

Simoom,simûm,Simoon,simûn, samoem, heete verstikkende woestijnwind.

Simper,simpə, subst. gemaakte glimlach; domme lach;Simperverb. gemaakt lachen, meesmuilen;Simperer.

Simple,simp’l, eenvoudig, enkel, niet samengesteld, onnoozel, naïef, argeloos; subst. geneeskrachtige plant:Gentle and simple= hoog en laag (v. personen):Simple Simon= onnoozele hals;Simple-hearted,Simple-minded= naïef, argeloos; subst.Simple-mindedness;Simpleness=Simplicity;Simpleton= sukkel, onnoozele bloed;Simplicity,simplisiti, eenvoud, natuurlijkheid, duidelijkheid, onnoozelheid;Simplify= vereenvoudigen;Simply= eenvoudig, slechts, geheel en al;Simplification, subst. v.Simplify,simplifai, vereenvoudigen.

Simulacrum,simjuleikr’m, schijnbeeld.

Simulate,simjuleit, veinzen, fingeeren, voorwenden, simuleeren, nabootsen; adj.simjulit; subst.Simulation;Simulator.

Simultaneity,sim’ltənîiti, subst. v.Simultaneous,sim’lteiniəs, gelijktijdig; subst.Simultaneousness.

Sin,sin, subst. zonde, overtreding; verb. zondigen, overtreden:It is a sin and a shame= zonde en schande;Deadly (Mortal) sin= doodzonde;Original sin= erfzonde;Venial sin= vergeeflijke zonde;Tocommit a sin;Sin-offering= zoenoffer;Sinful= zondig, verdorven; subst.Sinfulness;Sinless= onschuldig; subst.Sinlessness;Sinner= zondaar.

Sinai,sainiai,sainai,sainei;Sinaitic,sainiitik, Sinaï betreffend.

Sinapis,sineipis, mosterdplant;Sinapism,sinəpizm, mosterdpleister.

Since,sins, adv. en prep. sedert; conj. omdat, dewijl, vermits:Ever since= van toen af;Long since= lang geleden;A short time since= kort geleden;Since ever= vanaf ’t oogenblik;Since you cannot get there,you had better not complain= aangezien gij daar niet kunt komen.

Sincere,sinsîə, oprecht, zuiver:Yours Sincerely= je toegenegen; subst.Sincereness=Sincerity,sinseriti.

Sincipital,sinsipit’l, voorhoofds …;Sinciput,sinsipɐt, kruin, voorhoofd.

Sind,sind;Sindbad,sindbad.

Sine,sain, sinus.

Sine,sainî:Toadjourn sine die(dai-î) = voor onbepaalden tijd uitstellen.

Sinecure,s(a)inəkjuə, sinecure;Sinecurism;Sinecurist.

Sinew,sinjû, subst. pees, zenuw, spier, ziel;Sinewverb. stalen, sterken:The sinews of war= (het noodige) geld;Sinewed= gespierd, krachtig;Sinewless= zonder kracht;Sinewy= Sinewed.

Sing,siŋ, zingen, bezingen:Hesings out of tune, out of time= hij is van de wijs, is uit de maat;Tosing small= zoete broodjes bakken;Ising the gloriesof summer= bezing de heerlijkheden;Tosing another song (tune)= een anderen toon aanslaan (fig.);Tosing the same song= één lijn trekken;My head is singing= ik heb suizing in de ooren;Tosing out= luid zingen (roepen);Sing-song= deun, vervelend gezang;Singer= zinger, zangvogel. ZieSinging.

Singalese,siŋgəlîz,siŋgəlîs;Singapore,siŋgəpö.

Singe,sinž, zengen, schroeien (off); ook subst.

Singing,siŋiŋ:Singing in the ears= suizen;Singing-bird= zangvogel;Singing-book;Singing-boy= koorknaap;Singing-club= zanggezelschap;Singing-festival;Singing-master= zangonderwijzer;Singing-mistress;Singing-school= zangschool.

Single,siŋg’l, adj. enkel, alleen, ongetrouwd;Singleverb. uitkiezen (out):First single= eerste klasse, enkele reis;Hecontinued single= bleef ongetrouwd (=Stuck to the single ticket);He was killed insingle combat (fight)= in een tweegevecht;Book-keeping by single entry= enkel boekhounen;Single fare return bookings= kaartjes enkele reis voor heen en terug;In single file= achter elkaar, in ganzenorde; subst.Singles= spelen voor één persoon; soort zijde; enkel garen;Some of them had beensingled out for destruction= waren ten doode opschreven;Single-blessedness= ongetrouwde staat (iron.);Asingle-breasted coat= met één rij knoopen;Single-handed= alleen, zelfstandig;Single-hearted= oprecht, eerlijk, rond;Single-line= enkel spoor;Single-minded=Single-hearted;Single-stick= baton met gevest;Singleness of heart= eenvoudige oprechtheid;With great singleness of purpose= steeds met één doel voor oogen;I undertake to fight yousingly= ik neem[508]het tegen ieder van jullie afzonderlijk op.

Singular,siŋgjulə, subst. enkelvoud; adj. apart, zonderling, bijzonder, zeldzaam, enkelvoudig:He issingular in his kind= éénig in zijn soort;In this notion he was not singular= stond hij niet alléén;Singularity,siŋgjulariti, bijzonderheid, zonderlingheid, zeldzaamheid, eigenaardigheid.

Sinic,sinik, Chineesch.

Sinister,sinistə, linker (Herald.); ongelukkig, onheilspellend, oneerlijk, slecht.

Sinistral,sinistr’l, naar links gewonden (van schelpen).

Sink,siŋk, subst. riool, zinkput, gootsteen, poel;Sinkverb. zinken, zakken, bezwijken, achteruitgaan, vervallen, afnemen, inzakken, ondergaan, vermageren, hol worden, ruineeren, laten zinken; steken, beleggen, afdragen, amortiseeren (van geld), bijleggen, achterhouden, graven:He wassinking fast= ging hard achteruit;Her heart (spirits) sank= de moed begaf haar;I havesunk a capital of £ 400in this undertaking= gestoken;A mine was sunk there= werd gegraven;Hesank much moneyon his stock in trade= stak veel geld in;They hadsunk shipswhere the river was deepest= laten zinken;He hassunk his personal viewsfor the good of the country= laten varen;Hesank downunder fatigue= bezweek onder;That has sunkintomy mind= is diep doorgedrongen;Let himsink intohis unhonoured grave= ongeëerd ten grave dalen;Thissinks intoinsignificance besides that= verdwijnt daarnaast in ’t niet;Tosink into oblivion;Sink-hole= zinkput, riool;Sinker= zwaar gewicht om te doen zinken;Sinking-fund= amortisatiefonds.

Sinologist,sinolədžist;Sinologue,sinəlog, kenner v. China, enz.;Sinology,sinolədži, kennis van Chineesche taal, letterkunde, enz.

Sinuate,sinjuit, adj. gegolfd, ingesneden;Sinuateverb.sinjueit, winden, slingeren; Sinuation = slangvormige kromming, kronkeling;Sinuosity,sinjuositi, kromming, kronkeling;Sinuous,sinjuəs, gebogen, bochtig, draaierig.

Sinus,sainəs, baai, bocht, holte, kronkeling, sinus.

Sion,saion;Sioux,s(i)û.

Sip,sip, subst. teugje; verb. met kleine teugen drinken of opslorpen, een teugje nemen:Totake a sip too much= te diep in ’t glaasje kijken;Sipper.

Sipe,saip, sijpelen, trekken.

Siphon,saif’n, subst. hevel, siphon;Siphonverb. overhevelen:Asiphon of soda-water;Siphon-bottle.

Sippet,sipət, teugje, geweekt brood.

Sir,sɐ̂, Mijnheer; vóór den doopnaam is het de titel v. eenbaronetofknight:Sir to you= tot uw dienst;Dear Sirs= waarde Heeren (in brieven);You would haveto “Sir” me= met mijnheer moeten aanspreken.

Sirdar,sɐ̂dâ,sɐ̂da, Hindoesch (opper)hoofd; opperbevelhebber.

Sire,saiə, subst. voorvader, vader (bij dieren); Sire;Sireverb. verwekken (bij dieren).

Siren,sair’n, subst. sirene (ookSirene,sairîn); misthoorn; adj. betooverend, bekorend:Sirene song.

Sirene,sairîn, meter van geluidstrillingen.

Sirius,siriəs, hondsster.

Sirkar,sɐ̂ka, het gouvernement, chef, Hindoesch ambtenaar.

Sirloin,sɐ̂lôin, lendestuk v. een rund.

Siroc(co),sirok(ou), sirocco, heeteZ.O.wind.

Sirrah,sirə, vent, kerel, schavuit, meid.

Sirup,sirəp, stroop. ZieSyrup.

Siskin,siskin, sijsje.

Sister,sistə, zuster:Holy sister= non;Sister of Charity (Mercy)= liefdezuster;Sister-in-law= schoonzuster;Sisterhood= alle zusters, zusterschap;Sisterly= zusterlijk.

Sisyphean,sisifîən, Sisyphus - -;Sisyphus,sisifɐs, Sisyphus:Task (Toil) of Sisyphus= Sisyphus arbeid.

Sit,sit, zitten, zitting hebben, liggen, blijven, wonen, broeden, passen; subst. het zitten:The faultless sitof her hat= het onberispelijk zitten;One’s clothesget the sitby having them on some time= zitten eerst goed als, etc.;Hesits a horsevery well= hij rijdt goed;When the House issitting;Sit down, Sir= ga zitten, mijnheer;ToSit down at a meal;The Frenchsat down beforethe town= legerden zien voor;Tosit for one’s portrait= poseeren;He satonme and ordered me about= zat mij op den kop;These fineriessitwellonyou= staan u goed (ook fig.);Hesat on and on= bleef maar zitten;Wesat outthe concert= bleven tot het laatst;Theysat outthe dance= bleven onder dien dans zitten;They weresitting out= zaten buiten;Did you eversit underthat clergyman? = gingt gij geregeld ter kerk bij;Tosit up= opblijven, opzitten (ook om te vrijen), op (mogen) blijven:Hesat upin bed= ging overeind zitten;His productions made his friends“sit up” = deden verstomd staan;Tosit upon a committee= lid zijn van een commissie;That sorrowsits heavily uponhim= drukt hem ter neer;Theysat in judgment uponlife and death= zij beraadslaagden en beslisten over;He did not choose to besat upon= wou zich niet op den kop laten zitten;Boys always complain of beingsat upon= dat ze op den kop worden gezeten;Asit-down supper= souper waarbij men aanzit;Sit-fast= blijvend, stoelvast;Sitter= zitter; broedende vogel. ZieSitting.

Site,sait, ligging, bouwterrein:Plan of site= situatie-teekening.

Sitting,sitiŋ:I read the bookat one sitting= in eens; adj.:Sitting-place;Sitting-room= ruimte; woonkamer.

Situate,sitjuit=Situated,sitjueitid, geplaatst, gelegen, vast geplaatst:The palace issituate ona height= ligt op;How are you situated?= hoe staat het met u;Situation,sitjueiš’n, ligging, toestand, betrekking, omstandigheden:In this situation of things= stand van zaken;She was alwaysin a situation= in gezegende omstandigheden;We arein a situationto make this offer= in staat;He isout of situation= buiten betrekking.[509]

Sitz-bath,sitsbâth, zitbad.

Siva,sîvə;Siward,sîwəd.

Six,siks, zes:Big six= banjer;Saucy six= ondeugende zesjarige(n);Long sixes= kaarsen van 6 in een pond;Things areat sixes and sevens= liggen overhoop, zijn in de war;It is six of one and half a dozen of the other= lood om oud ijzer;Six-chambered= met zes patronen;Sixfold= zesvoudig;Six-footer= persoon van zes voet;Sixpence= zesstuiverstuk =Sixpenny-piece;Sixteen= zestien:Boysunder sixteen and over ten;Sweet sixteen= lieve 16 jarige(n);Hetalks sixteen to the dozen= praat honderd uit;Sixteenth, subst. en adj. zestiende (deel);Sixth= zesde (deel), hoogste klasse;Sixthly= ten zesde;Sixtieth,sikstiəth, subst. en adj. zestigste (deel);Sixty= zestig(tal).

Sizar,saizə, student te Cambridge en Dublin, die een beurs had en tot sommige dienstverrichtingen verplicht was.

Sizable,saizəb’l, van aanzienlijke grootte, van redelijken of behoorlijken omvang;Size,saiz, subst. grootte, nummer, formaat, witkalk, pap, planeerwater, lijmwater;Sizeverb. naar de grootte regelen, schatten, taxeeren, sorteeren, ijken, vergrooten, calibreeren, planeeren:That is about the size of it= daar komt het zoowat op neer;Two sizes too tight= 2 nummers te nauw (van schoenen bijv.);The book appearedin octavo size= in octavoformaat;Hesized up the new arrival= nam den pasgekomene op, taxeerde hem;Sizeable=Sizable;Sized:Large-sized= van groote afmeting, formaat;He is amiddle-sizedperson= van middelbare grootte;Sizing= planeerwater, lijm; (extra) portie aan spijs, of drank (Universit.):He had hissizingsstinted= zijn extraatjes werden hem schraal toegemeten.

Sizz(le),siz(’l), sissen.

Sjambo(c)k,šambok, subst. zweep van huidenreepjes (Z. Afr.);Sjambokverb. slaan met eensjambok.

Skate,skeit, subst. rog; schaats;Skateverb. schaatsenrijden:Toput on,Totake off skates;Skater:Are you a skater?= doet gij aan schaatsenrijden?Skating:Figure, Speed skating;Skating-pond (-rink);Therollerskating-rink= rolschaatsenbaan.

Skean,skîn, dolk of kort zwaard.

Skeat,skît.

Skeary,skîri, schrikachtig, schrikwekkend (Amer.).

Skedaddle,skədad’l, zich uit de voeten maken; subst. overijlde vlucht.

Skee,skî=Ski.

Skeet,skît, schepvat.

Skeg,skeg, sleedoorn; gele lisch.

Skein,skein, streng; vlucht wilde ganzen.

Skeleton,skelət’n, geraamte (ookfig.), scharminkel, schets of eerste ontwerp:There is a skeleton in every house= ieder huis heeft zijn kruis;The skeleton in the closet (cupboard)= het verborgen huiselijk verdriet;Tobe reduced to a skeleton= broodmager geworden;Skeleton-corps (Skeleton-crew)= kader, kern, vast gedeelte (mil.);Skeleton-key= looper;Skeleton-map= schetskaartje;Skeleton-skates= ijzeren (schroef)schaatsen;Skeleton-suit(=Skeletons) = soort jongenspakje met de broek aan de blouse geknoopt;Skeletonize,skelətənaiz, tot een geraamte maken.

Skellum,skeləm, leelijkerd (Schotl.).

Skelp,skelp, subst. slag;Skelpverb. slaan, voorthollen.

Skerry,skeri, klip (Schotl).

Sketch,sketš, subst. schets, omtrek, schema, begrooting;Sketchverb. schetsen, in ’t algem. aangeven of beschrijven;Sketch-book= schetsboek;Sketcher;Sketchiness, subst. v.Sketchyonafgewerkt, vluchtig.

Skew,skjû, scheef zijn, scheel zien, achterdochtig gluren; verdraaien; subst. verdraaiing, loensche blik; adj.schuin, scheef, met bruine en witte vlekken =Skewbald.

Skewer,skjûə, subst. ijzeren of houten vleeschpen;Skewerverb. met een vleeschpen vaststeken.

Ski,skî, (in Noorwegenši), sneeuwschoen; ook verb.;Ski-runner.

Skid,skid, subst. rem(ketting), schuinliggende planken (=Skid-ways), wrijfhout, remschoen;Skidverb. remmen, schuin afglijden.

Skiff,skif, subst. bootje;Skiffverb. in zulk een boot roeien.

Skilful,skilful, bekwaam, handig, ervaren:Skilful ateverything= handig in; subst.Skilfulness;Skill,skil, subst. bekwaamheid, ervarenheid, geschiktheid:Game of skill= bedrevenheidsspel;Skilledlabourers= volleerde (in een vak bekwame) arbeiders.

Skillet,skilət, metalen pan met lang handvatsel; scheepskok.

Skilligolee,skiligəlî, gortwater, dunne soep, rats =Skilly.

Skim,skim, subst. schuim;Skimverb. afschuimen, scheren over, vluchtig doorzien:He wasskimming the pagesof a missionary report= liep vluchtig door;The swallowsskim the water= scheren over;Skim-milk= afgeroomde melk, taptemelk;Skimmer= schuimspaan, oppervlakkig lezer; schaarbek;Skimmings= het afgeschuimde of afgeroomde.

Skimp,skimp, beknibbelen;Skimper= vrek;Skimping= schraal, krenterig;Skimpy= mager.

Skin,skin, subst. huid, vel, pels, schaal, schil;Skinverb. villen, afstroopen, pellen, met een huid of een roofje bedekken:I should not like to be in his skin= wou niet graag in zijn vel steken;Tobe in a bad skin= slecht gehumeurd zijn;Tocome through with a whole skin= ergens heelhuids afkomen;Tofly (jump) out of one’s skin= uit zijn vel springen;Heis but skin and bones= is niets dan vel en been;Hegot through by the skin of his teeth= hij is er net door en meer ook niet;The whole thingis a damned skin= eene vervloekte beetnemerij;Tohave a thick (thin) skin(ookfig.);Towear next to the skin= op het bloote lijf;Toskin a flint= gierig zijn;He hasskinned the lamb= alles gewonnen (bij wedden);Keep your eyes skinned= open, pas op;[510]Skin-deep= oppervlakkig:Beauty is but skin-deep= schoonheid is slechts iets uiterlijks;Skinflint= vrek;Skin-wool= wol van een dood schaap;Skinful= inhoud van een lederen water- of wijnzak:I am skinful= ik kan niet meer eten;Skin-grafting= het opbrengen van een nieuw stuk huid;Skinless= zonder huid;Skinner= vilder, huidekooper;Skinniness, subst. v.Skinny= erg mager, niets dan vel en been.

Skink,skiŋk, subst. skink of stinkhagedis.

Skip,skip, subst. vlugge sprong; oppasser (Dublin Univers.);Skipverb. springen, touwtje springen; huppelen, dartelen, overspringen, overslaan, er van door gaan:Togive (make) a skip;Don’t you know youskipped this passage? = dat je hebt overgeslagen;Skip-frog= haasjeover;Skip-jack= parvenu; kniptor;Skip-rope= springtouw;Toplay at skipping= touwtje springen.

Skipper,skipə, kapitein, schipper; springer, gedachteloos en vluchtig persoon, kaasmijt:Skipper’s daughters= hooge golven.

Skirmish,skɐ̂miš, subst. schermutseling;Skirmishverb. schermutselen;Skirmisher= tirailleur.

Skirt,skɐ̂t, subst. pand, rand, zoom, slip, vrouwenrok, middenrif;Skirtverb. omzoomen, begrenzen, langs den zoom loopen:By this time they had reached theskirts of the town= de buitenste huizen van de stad;Sheheld on by her mother’s skirts= hield hare moeder bij de rokken vast;Divided skirt= rokbroek;Skirt-dance= serpentine dans;Skirting-board= plint langs den vloer.

Skit,skit, scherts, schotschrift, parodie, steek:His performance is a skit on the right thing= zijn spel is een parodie op goed spelen;Skittish= schuw, schichtig, schalksch, uitgelaten, grillig; subst.Skittishness.

Skittle,skit’l, kegel (Skittles= kegelspel):Skittle-alley= kegelbaan (=Skittle-ground);Skittle-ball;Skittle-pin= kegel;Life is not all beer and skittles= het leven is niet enkel rozengeur en maneschijn = (Skittles and swipes);It is all skittles= fopperij;Toplay at skittles.

Skulk,skɐlk, subst. gluiper;Skulkverb. loeren, schuilen, gluipen, sluipen;Skulker= iemand die zich achteraf houdt om niet te werken.

Skull,skɐl, schedel, hoofd:Skull-cap= kalotje, kap, mutsje; glidkruid; stormhoed.

Skunk,skɐŋk; N.A. bunzing, vuilik, overlooper;Skunk-bird,Skunk-blackbird= rijstvogeltje;Skunk-skin.

Skurry,skɐri; ZieScurry.

Sky,skai, subst. uitspansel, hemel, lucht;Skyverb. in de hoogte gooien, hoog ophangen:Toacclaim to the skies= hemelhoog prijzen;Their criesrent the sky= verscheurden de lucht;Sky-blue= hemelsblauw;Sky-colour= azuur, hemelsblauw;To praisesky-high= hemelhoog;Skylark= leeuwerik;Skylarking= grappen uithalen;We have beenskylarking= wij hebben den boel opgeschept;Skylight= vallicht;Sky-line= horizont:Silhouetted against the sky-line;Sky-pilot= hemeldragonder;Sky-rocket= vuurpijl;Sky-scape= luchtgezicht:Thesky-scapesin our country are suggestive to painters= de luchten in ons land;Sky-scraper= maanreiker (zeil), boonestaak (fig.), zéér hoog gebouw (Am.);Skyward(s)= hemelwaarts.

Slab,slab, subst. slik, modder; steen, plaat; adj. modderig, kleverig:A marble slab, slab of marble= marmeren plaat;Slab of tin= bloktin;Slab-line= gording (scheepst.);Slab-sided= met platte zijden, lang en mager (Am.);Slabby= dik, kleverig, modderig, vuil.

Slabber,slabə, kwijlen, opslobberen;Slabberer;Slabbering-bib= slabbetje;Slabbery= bespat, bekwijld.

Slack,slak, subst. loshangend eind van een touw, slaphangend deel van een zeil, slappe tijd, slapte in handel, steenkoolgruis; adj. slap, los, traag, soezerig, niet levendig, stil; ook verb. (=Slacken):He performedon the slack rope (wire)= het slappe koord (draad);Business is slack= de zaken gaan slapjes;The ship isslack in stays= wendt moeielijk;Slack season, time= komkommertijd;Slack water= doodtij;Slacken= slap worden, verslappen, verminderen, vertragen, vieren:HeSlacked his pace= verminderde;The trainslacked speed, slacked up to the station= de vaart van den trein verminderde, hij reed langzaam binnen;Slacker= luibak;Slackness:Slackness of business= slapte in zaken.

Slag,slag, metaalschuim, sintels; adj.Slaggy.

Slain,slein, part. perf. vanto slay:To be slain= sneuvelen.

Slake,sleik, lesschen, blusschen, onderdrukken, verminderen, afnemen.

Slam,slam, subst. bons, harde slag, aluinmeel, “slem” (inwhist);Slamverb. hard dichtslaan, slaan, “slem” maken.

Slam(mer)kin,slam(ə)kin=Slattern.

Slander,slandə, subst. smaad, laster(ing);Slanderverb. (be)lasteren;Slanderer;Slanderous= lasterlijk; subst.Slanderousness.

Slang,slaŋ, subst. spraakgebruik van een bepaalden stand (van een beroep, een bedrijf), dieventaal, omgangstaal; adj. slang..;Slangverb.slanggebruiken, zich plat uitdrukken, scheiden:Commercial slang,Theatrical slang;Slang expression;John swears at him andslangs him= en raast tegen hem;I was slanged= uitgescholden;Slangey=Slangy;Slangish=slang-achtig;Slangy:Your friend israther slangy= uw vriend is vrij plat in zijne taal.

Slant,slant, subst. helling, neiging, gunstige gelegenheid (Austr.); sarcastische opmerking; adj. hellend, schuin;Slantverb. hellen, schuin zijn, eene schuine richting hebben (geven);Slanting(ly),Slantly,Slantwise.

Slap,slap, subst. klap, “schmink”;Slapverb. een klap geven; adv. plotseling, pats, pardoes:Heslapped me in the face, in my face= gaf mij een klap in het gezicht;Toslap up= gulzig eten of drinken;Slap-bang= pardoes, plotseling, met geweld:Slap-bang shop= gaarkeuken;Slap-dash= zorgeloos, haastig, oppervlakkig, elegant, kranig, eensklaps:Slap-dash hurry and flurry= overgroote haast en drukte;Topay slap down= in contanten;Slap-jack=[511]soort pannekoek;Slap-up= uitstekend, piekfijn, forsch:He hadmade some slap-up acquaintancesin Paris= heeft met fijne lui kennis gemaakt;She is aslap-up girl= een aardige flinke meid.

Slash,slaš, subst. snede, veeg, jaap, split;Slashverb. snijden, een langen jeep geven, hakken, om zich heen slaan;Slashing= scherp, vernietigend, grof, kolossaal:Aslashingarticle= vernietigend scherp.

Slat,slat, lat (van jalouzie); zalm die juist kuit heeft geschoten.

Slatch,slatš, het slappe eind v. een touw; voorbijgaande bries, tijdje van mooi weer.

Slate,sleit, subst. lei; voorloopige lijst van candidaten (Am.);Slateverb. met leien dekken; scherp hekelen, afranselen:Hehas a slate (tile) loose (off)= is niet recht snik;Slate-club= onderling ondersteuningsfonds (het voordeelig saldo wordt jaarlijks onder de leden verdeeld);Slate-pencil= griffel;Slate-quarry= leigroeve;Slater= leidekker; scherp criticus;Slating:Hegavethe governmenta sound slating= gaf er duchtig van langs;Slaty= leiachtig:He wore aslaty-grey dressing-gown= een leigrauwe kamerjapon.

Slatter,slatə, slordig zijn,slonzig gekleed gaan;Slattern, subst. slons; adj. slonzig, slordig =Slatternly.

Slaughter,slôtə, subst. slachting, bloedbad, slachten;Slaughterverb. slachten, vermoorden;Slaughter(ing)-house= slachthuis, abattoir;Slaughterer:To beled to the slaughterer= naar de slachtbank.


Back to IndexNext