GERMANIA.

[Inhoud]GERMANIA.HOOFDSTUK I.Driemaal reeds had het Ding den priester Myst doen dagen door het geheele Nervische rijk, maar de zendboden waren allen teruggekomen met de mededeeling, dat de verblijfplaats van den ouden man niet was te vinden. Daarom vergaderden zij en verkozen Koeperan, die twee vaarten naar hetPaarden-eilandhad medegemaakt en door den ouden koning zeer bemind was. Koeperan, die de groote zware vrouwen van zijn rijk zeer lief had, stelde de godin Haiwô als opperste godin van het land.Hij gebood, dat zij voortaan heilig boven alle andere goden en godinnen zou zijn en gelastte de priesters, haar ter eer offeranden te brengen. Daar hij wist, dat er vele mannen morden en zeiden, dat het Ding een slechte keus had gedaan en dat ze op het Ding door meet en bier en vrouwen zoo bedwelmd waren geweest, dat niemand goed geweten had, wien hij koos, vormde hij geen lijfwacht van mannen maar van vrouwen. Honderd zware, groote maagden koos hij uit en deze wapende hij met speren, schilden en helmen. Hij zelf oefende ze elken dag uren achtereen op de groote heide en toen hij zag, hoe vaardig en dapper ze waren, gaf hij elk der krijgsvrouwen, twee paarden, groote zware paarden, kruisingen van ’t grove inlandsche ras met de fijnere paarden, die zij als buit hadden meegebracht van de rooftochten op ’t groote eiland in den oceaan.[6]Het was nu zijn vertier elken dag zijn honderd vrouwen gewapend met speer en kortzwaard, de haren los over den rag, kruiselings te paard zittend, naakt te doen rijden en draven en ze te oefenen in ’t gevecht. Toen zij voldoende geoefend waren verbood hij, dat andere lieden dan zijn honderd vrouwen te paard mochten stijgen. Wie rijden wilde, moest zijn paard voor een kar aanspannen.Eenige Nervische jongemannen hadden zich verzet. Driest reden zij, hoog op hun rossen, den nieuwen koning tegemoet, toen dezen zich met zijn krijgsvrouwen op de heide oefende. De vrouwen, verhit door de oefeningen, overmoedig door haar voorrechten, ontvingen de jongemannen met gejoel en daagden ze tot tweegevechten te paard uit, wat den koning zeer vermaakte. Hij stond het tweegevecht toe onder voorwaarde, dat de man, die verloor, aan de vrouwen gelijk zou worden gemaakt. Dat voorstel namen de Nervische jongemannen aan en spoedig waren de tweegevechten gaande. Maar de jonge mannen konden niet op tegen de reuzenwijven en alle zeven verloren zij den kamp.Toen vielen de wijven, op bevel van den koning op de jonge mannen aan en hieven ze met de slagzwaarden de geslachtsdeelen af en juichten en joelden en gierden als zij de smarten van de jonge mannen zagen, die daar voor heur oogen doodbloedden.Sedert waagden de Nervische mannen het niet meer tegen de bevelen van koning Koeperan zich te verzetten. De koning, tevreden met zijn trouwe lijfwacht, liet zich met elk zijner krijgsvrouwen trouwen en ééne onder haar, Himilrât, had hij het liefste van allen, zoodat zij spoedig een overwegenden invloed op hem kreeg. Zij, in ’t diepst van haar wezen, haatte hem echter en haatte alle mannen. Tot haar twintigste jaar was Himilrât opgevoed in de haag van Nehalennia en zij had levenslang kuisch willen blijven verzorgend zieke en oude vrouwen en als priesteres, de vrouwen verdedigd togen den overmoed[7]der mannen. Want haar was het bewust geworden, dat de mannen in Germanië de vrouwen onderdrukten. Zij verachtte de mannen, die lui op het berenvel lagen, dronken, speelden, zwelgden en oorlogsspel bedreven, terwijl de vrouwen gedwongen werden uren na uren aan het weefgetouw te zitten, het land te bebouwen, het vee te verzorgen, de kinderen in de jaren, dat zij de meeste hulp vereischten, te behoeden. Zij, de vrouw, moest het graan dorschen en malen en ’t brood bakken; zij moest de lijnwaden weven; zij moest de huiden looien; zij moest den man als slavin dienen en als een kind willoos gehoorzamen. De mannen, op hun rooftochten, mochten vrij maagden schennen en vrouwen onteeren. Maar de vrouw die ontrouw werd, bond men in een zak en verdronk haar of verbrandde haar of begroef haar levend. Wanneer een maagd zich, in de lichtzinnige jaren der jeugd, aan een minnaar gaf en de minnaar verliet haar, dan werd zij met het schandekind op een wagen door het dorp gevoerd en men hoonde haar, wierp haar met slijk en steenen en drek en dreef haar uit de gouw met het kind. Maar de ontrouwe man dronk honingbier en pochte op zijn schelmschen minne-handel.Wanneer de man de kootjes wierp en nogmaals wierp en nogmaals wierp, tot hij verspeeld had, hof en hut en vee en zwaard, dan doorspelend, liet hij de teerling beschikken over ’t lot van vrouw en kind, die zonder zich te kunnen verzetten, vrijheid en eer verloren en voortaan als slaven dienden, ja door den winner geruild werden tegen een waakhond of een paard of een stier, zoodat vrouw en kinderen, in een verre, vreemde gouw, onder een vijandigen stam vaak, tot het eind der jaren in slavernij en verachting leefden.Maar als de verleide maagd, in wanhoop, om de schande te ontgaan en heur kind voor den smaad der slavernij en de pijniging van den honger te behoeden, heur kind om ’t[8]leven bracht, dan liepen ze te hoop de mannen en grepen de ongelukkige verleide en sloegen haar of nepen haar de borsten af, of rukten haar de tong uit den mond of staken haar de oogen uit en joegen haar op de hei, waar zij verhongerde of zij bonden haar in een eenboom en zetten het brooze vaartuig uit op den wilden stroom en zoo dreef dan de ongelukkige, verdorstend te midden van ’t water, dat zij hoorde klotsen rondom den hollen boom en welks vochtigen, zoeten geur zij inademde en welks lavende golven zij bobbelen zag in ’t zonlicht. Wel vaak had Himilrât ’s nachts de kreten gehoord van die verdorstende gevangenen, wanneer ze langs de Skalde zeewaarts dreven, naakt vastgebonden in den hollen boom, beschenen door het maanlicht en den zeegeest smeekend haar toch met golven te overstroomen en in de diepte te trekken. Zij dan had ze tersluiks gered en ze in de haag verpleegd en ze arbeid gegeven in de weefhutten of in de sandaalsnijderij.Wat deden de mannen? Zij zochten twist met vreedzame buren, belust op strijd en avontuur. En niet zij leden, de mannen, want zoo zij gedood werden, kwamen ze in Walhalla en zoo ze gewond werden lagen ze thuis, verpleegd en verzorgd door de vrouwen engeëerdwegens hun vechtmoed. Maar de weduwen hier en de weduwen van den vijand, bleven achter met hare kinderen en boetten den overmoed van de vaders met levenslangen nooddruft. Waarom arbeidden de mannen niet, zooals ze dat deden in het land der Batouwers? Waarom hielpen zij niet bij ’t zaaien en maaien en bij het verzorgen van ’t vee? Waarom trokken ze op roof uit bij vreedzame buren, die wèl arbeidden? Omdat ze te lui waren. Omdat ze, vertrouwend op de kracht van hun spieren en de geoefendheid in ’t gevecht, liever als bronzende herten op elkaar aanvielen dan trouw te arbeiden. Omdat zij het makkelijker vonden de zwakke vrouwen te onderdrukken en zelf voor hun vertier te leven, dan dag aan dag ploeg en eg en sikkel te voeren.[9]Zij had zich zeer verzet, toen Koning Koeperan, die vernomen had, dat in de haag vanNehalenniaeen jonkvrouw van reusachtige lichaamsbouw woonde, haar wilde doen tot zich voeren en eerst toen de Koning haar had doen weten, dat zij tot opperpriesteres van Haiwô benoemd zou worden, had zij toegestemd om te komen. Zij bemerkte weldra haar invloed op den koning en besloot daarvan partij te trekken en de omstandigheden kwamen haar zeer ter hulpe. Nadat de mannen, door de vrees voor de vrouwenlijfwacht van den koning en het verbod om paard te rijden voldoende waren verzwakt, drong zij er bij den koning op aan, dat hij den mannen zou bevelen, den vrouwen te helpen bij het weven, bij het ploegen, bij het brouwen en bij het bakken. Voorts bewerkte zij, dat er een gelijk recht werd opgesteld voor mannen en voor vrouwen.De koning, door de vele liefdesnachten met zijne vrouwen verzwakt en zich geheel overgevend aan Himilrât, ging zoover om te bevelen, dat op het Ding, de helft der lieden uit vrouwen zou bestaan en dat bij de rechtzittingen zijn raad van bijstand gevormd zou worden voor de helft uit mannen en voor de helft uit vrouwen.Spoedig zag men vreemde toestanden in de Nervische landen. Een maagd, die zich door een Nervischen jongeling had laten verleiden en een schandekind ter wereld had gebracht, werd voor den koning gebracht. Het volk eischte, dat men haar en heur kind, met geesels uit ’t land zou jagen. Himilrât, die naast den koning op een zetel zat, liet den koning zeggen, dat hij wenschte, dat de jongeling voor hem zou verschijnen. Toen werd het kind tusschen de twee gelegd en met de handjes aan de vrouw en met de voetjes aan den jongeling gebonden. Thans beval de koning, op aanraden van Himilrât, dat men met roeden den man en de vrouw elk naar een andere zijde zou jagen.De man begon al aan het koord te trekken, hopend spoedig los te komen, al trok hij daardoor ook het kind[10]de beentjes uit het lijf. Maar de moeder liet zich geeselen en had slechts ééne zorg, haar kind te beschutten voor de slagen en te voorkomen, dat zij de armpjes van het kind uit het lid trok. Toen beval de koning, dat men beiden los zou binden. De moeder met haar kind werden in vrijheid gesteld, maar de man werd uit het dorp gegeeseld en aan een boom gebonden, waar hij verhongeren moest. ’s Nachts sloop de vrouw naar den boom en bevrijdde den man.Een moeder had haar pasgeboren schandekind gedood. Het volk wilde haar levend begraven. De koning, na raad gehouden te hebben met Himilrât, stond de straf toe onder ééne voorwaarde.… Niemand mocht aan de bestraffing deelnemen, die zelf in zijn geheele sipschaft een schandekind telde of een ongehuwde moeder. Het bleek, dat er geen sip was in de Nervische gouwen, waar niet ten minste één lid zich tegen de wetten der kuischheid vergrepen had. Daardoor bleef de moeder ongestraft.Deze en andere voorvallen hadden een grooten invloed op het maatschappelijk en zedelijk leven van de Nerviërs. De mannen begonnen zich er aan te wennen mede te arbeiden op het veld en in den molen en aan het weefgetouw. De omgang tusschen de maagden en jongelingen werd vrijer en het aantal ongehuwde moeders nam snel toe. Daarom vaardigde de koning het bevel uit, dat voortaan alle kinderen niet meer naar den vader maar naar de moeder zouden genoemd worden; dat voortaan kinderen van ongehuwde moeders dezelfde rechten zouden hebben als kinderen van gehuwde moeders. Toen echter, ondanks zijn bevel, toch de kinderen der ongehuwden werden achtergesteld, gelastte de koning, die zich geheel door Himilrât liet leiden, dat de éénjarige kinderen allen elke week in den tempel van Haiwô zouden gebracht worden. Daar werden zij naakt uitgekleed en dan door het lot der godin aan de moeders verdeeld, die onmiddellijk huiswaarts moesten trekken met het haar, door de godin, toegewezen kind.[11]Het gevolg hiervan was, dat de moeders de verzorging van de haar vreemde kinderen verwaarloosden. Toen beval de koning, dat een dag na de geboorte de kinderen naar het lot der godin zouden verdeeld worden. Nu konden de moeders niet meer onderscheiden of zij een vreemd kind dan wel het eigen hadden terug ontvangen en zij droegen het haar toegewezen kind evenveel liefde toe als ’t eigene. En daar zij bedachten, dat wellicht het kind eener andere vrouw het hare kon zijn, zorgden de rijke moeders ook voor de arme moeders, ja elke zuigeling scheen nu wel zooveel moeders te hebben als er zoogende vrouwen waren.Himilrât voorzag, dat op deze wijze het geheele volk der Nerviërs zich langzamerhand als een groote sippe zou gaan beschouwen. Ieder kon de broeder of de zuster van een ander zijn en terwijl immers tot thans de sipschaften elk afzonderlijk hadden geleefd en voor ’t eigen belang hadden gestreden, zou nu het geheele volk zich eensgezind voelen, zonder hoôvaardij op afkomst of rang van vaders en voorvaders. Elkeen zou geen andere waarde en waardigheid bezitten, dan die hij of zij zichzelve door eigen kracht en deugd verwierf.Koning Koeperan werd in deze dagen ziek en stierf na korten tijd aan uitputting.Het Ding kwam bijeen om een nieuwen Koning uit te roepen. Thans kozen ook de vrouwen mede en de negen-en-negentig krijgsvrouwen, in volle wapenrusting, verschenen te paard op den Dinghof onder leiding van Himilrât. De mannen wilden Solbert, een krachtigen en rijken Nervischen man tot koning kiezen. Maar de vrouwen, die vreesden dat zij hare rechten zouden verliezen, wanneer een man aan de regeering kwam, eischten dat Himilrât tot koningin met koningswaardigheid zou verkozen worden. Toen, op het Ding, ontbrandde plotseling het strijdvuur tusschen de mannen en de vrouwen, dat reeds lang gesmeuld had.[12]De vrouwen verlieten hun mannen, de dochters hun vaders, de vrijsters haar vrijers en weldra waren er twee kampen gevormd, dat der mannen en dat der vrouwen, die bereid stonden om door wapengeweld elkaar den voorrang te betwisten. De mannen stoorden zich niet meer aan het verbod, dat zij niet te paard mochten rijden. Zij begonnen zich weder ijverig toe oefenen in het paardrijden en in het vechten te paard. Maar Himilrât, die het bloedvergieten wilde voorkomen, liet groote wagens timmeren, die zij deed volladen met leeftocht. Toen, in den nacht, trok zij met alle Nervische vrouwen, jonkvrouwen en meisjes ver weg naar een dal in de bergen, dat slechts één toegang had en daar zette het vrouwelijk gedeelte van den stam der Nerviërs zich metterwoon neder, met geen andere leden van het mannelijk geslacht dan de mannelijke zuigelingen, waarvan de moeders, zich niet hadden kunnen scheiden.Toen de mannen bemerkten, dat de vrouwen gevlucht waren, jubelden zij en vierden feest omdat de vrouwen het pleit verloren hadden. Solbert werd tot Koning verheven en zijn eerste regeeringsdaad was de afschaffing van de godin Haiwô en de oude god Thius werd weder in eere hersteld. Doch na de gelagen en de offers begonnen de mannen naar de vrouwen te verlangen. Na een week hadden allen spijt over het vertrek der vrouwen en eenigen begonnen onderzoek te doen naar den weg, die de vrouwen op haar vlucht hadden genomen. Toen zij het dal gevonden hadden, begonnen zij de vrouwen, die de wacht hielden bij de ingangspoort te vragen of zij mee wilden komen. De vrouwen weigerden, maar den volgenden morgen waren twee van de schildwachten niet op haar post en den volgenden nacht lieten weer eenige vrouwen zich verleiden om mede te trekken. Himilrât, dit vernemende, verbood de vrouwen bij doodstraf, zich met de mannen te onderhouden en drie dagen later hief zij met eigen hand een jonkvrouw het[13]hoofd af, die het gewaagd had, met haar vader te spreken.De mannen verdubbelden hun pogingen om hun vrouwen te bewegen, weder naar het dorp te komen. Zij kampeerden aan den ingang van het dal en riepen de vrouwen toe, dat zij toch onbekommerd tot hen zouden komen. Zij zouden haar verdedigen tegen Himilrât en zij konden er verzekerd van zijn, dat zij ook onder Solbert vrijheid zouden genieten en dingrecht.Er waren in het kamp der vrouwen reeds vele maagden, die spijt hadden, medegetrokken te zijn. Zij keken met verlangenden blik naar de jongelieden, die zij van de heuvels konden zien rijden en loopen. Eindelijk vatte een der krijgsvrouwen, Blicdrût genaamd, moed en zeide tot Himilrât dat zij niet langer zonder man wilde blijven. Toen Himilrât haar bestrafte, trok zij haar zwaard en verzette zich. Himilrât riep de krijgsvrouwen te hulp, maar deze waren van meening verdeeld en spoedig waren er in het vrouwenkamp twee partijen, die onder leiding van Blicdrût, welke eischte, dat men tot de mannen weer zou keeren en die van Himilrât, die aan geen terugkeer wilden denken, voor Solbert was afgezet en aan Himilrât de koningsmacht was verleend.De leeftocht begon te verminderen en daar Himilrât weigerde aan de partij van Blicdrût levensmiddelen af te staan, besloot Blicdrût met haar partij het dal te verlaten en naar de mannen te trekken. Ook dit trachtte Himilrât te verhinderen en nu stelden de vrouwen zich in slagorde en de beide partijen, aangevoerd door de krijgsmaagden, vielen op elkaar aan. De krijgsmaagden streden naar de regels der vechtkunst te paard, met kortzwaard en schild, doch de andere vrouwen vochten naar vrouwenaard. Zij krabden elkaar in ’t gelaat, trokken elkaar aan de haren en velen ook, zonder tot handtastelijkheden over te gaan, scholden elkaar uit, keven, spuwden naar elkaar en begonnen op haar vaders en broers en verdere sipschaft te schelden,[14]zoodat de vrouwen, die weigerden naar heur mannen terug te keeren, soms de eer van diezelfde mannen verdedigden wanneer die werd aangevallen door de vrouwen, die wèl naar de mannen terug wilden keeren.De mannen, die den strijd hadden aangezien, sloten zich aaneen, drongen door den ingang in het dal en vielen nu op Himilrât en hare partij aan. Thans was voor haar de slag verloren. Met een aantal getrouwe krijgsmaagden nam zij de vlucht en de mannen, verheugd hun vrouwen weergevonden te hebben, keerden naar het dorp terug. Maar sedert werden de vrouwen weder tot huis- en veldarbeid gedwongen, de mannen bleven zich aan de jacht en de wapenoefeningen wijden en ook ontnam men den vrouwen het Dingrecht weder.Ver in de bosschen rondom het Nervische gebied zwierf Himilrât met haar bende rond, de mannen, waar zij ze aantrof, beroovend en doodend.[15]

[Inhoud]GERMANIA.HOOFDSTUK I.Driemaal reeds had het Ding den priester Myst doen dagen door het geheele Nervische rijk, maar de zendboden waren allen teruggekomen met de mededeeling, dat de verblijfplaats van den ouden man niet was te vinden. Daarom vergaderden zij en verkozen Koeperan, die twee vaarten naar hetPaarden-eilandhad medegemaakt en door den ouden koning zeer bemind was. Koeperan, die de groote zware vrouwen van zijn rijk zeer lief had, stelde de godin Haiwô als opperste godin van het land.Hij gebood, dat zij voortaan heilig boven alle andere goden en godinnen zou zijn en gelastte de priesters, haar ter eer offeranden te brengen. Daar hij wist, dat er vele mannen morden en zeiden, dat het Ding een slechte keus had gedaan en dat ze op het Ding door meet en bier en vrouwen zoo bedwelmd waren geweest, dat niemand goed geweten had, wien hij koos, vormde hij geen lijfwacht van mannen maar van vrouwen. Honderd zware, groote maagden koos hij uit en deze wapende hij met speren, schilden en helmen. Hij zelf oefende ze elken dag uren achtereen op de groote heide en toen hij zag, hoe vaardig en dapper ze waren, gaf hij elk der krijgsvrouwen, twee paarden, groote zware paarden, kruisingen van ’t grove inlandsche ras met de fijnere paarden, die zij als buit hadden meegebracht van de rooftochten op ’t groote eiland in den oceaan.[6]Het was nu zijn vertier elken dag zijn honderd vrouwen gewapend met speer en kortzwaard, de haren los over den rag, kruiselings te paard zittend, naakt te doen rijden en draven en ze te oefenen in ’t gevecht. Toen zij voldoende geoefend waren verbood hij, dat andere lieden dan zijn honderd vrouwen te paard mochten stijgen. Wie rijden wilde, moest zijn paard voor een kar aanspannen.Eenige Nervische jongemannen hadden zich verzet. Driest reden zij, hoog op hun rossen, den nieuwen koning tegemoet, toen dezen zich met zijn krijgsvrouwen op de heide oefende. De vrouwen, verhit door de oefeningen, overmoedig door haar voorrechten, ontvingen de jongemannen met gejoel en daagden ze tot tweegevechten te paard uit, wat den koning zeer vermaakte. Hij stond het tweegevecht toe onder voorwaarde, dat de man, die verloor, aan de vrouwen gelijk zou worden gemaakt. Dat voorstel namen de Nervische jongemannen aan en spoedig waren de tweegevechten gaande. Maar de jonge mannen konden niet op tegen de reuzenwijven en alle zeven verloren zij den kamp.Toen vielen de wijven, op bevel van den koning op de jonge mannen aan en hieven ze met de slagzwaarden de geslachtsdeelen af en juichten en joelden en gierden als zij de smarten van de jonge mannen zagen, die daar voor heur oogen doodbloedden.Sedert waagden de Nervische mannen het niet meer tegen de bevelen van koning Koeperan zich te verzetten. De koning, tevreden met zijn trouwe lijfwacht, liet zich met elk zijner krijgsvrouwen trouwen en ééne onder haar, Himilrât, had hij het liefste van allen, zoodat zij spoedig een overwegenden invloed op hem kreeg. Zij, in ’t diepst van haar wezen, haatte hem echter en haatte alle mannen. Tot haar twintigste jaar was Himilrât opgevoed in de haag van Nehalennia en zij had levenslang kuisch willen blijven verzorgend zieke en oude vrouwen en als priesteres, de vrouwen verdedigd togen den overmoed[7]der mannen. Want haar was het bewust geworden, dat de mannen in Germanië de vrouwen onderdrukten. Zij verachtte de mannen, die lui op het berenvel lagen, dronken, speelden, zwelgden en oorlogsspel bedreven, terwijl de vrouwen gedwongen werden uren na uren aan het weefgetouw te zitten, het land te bebouwen, het vee te verzorgen, de kinderen in de jaren, dat zij de meeste hulp vereischten, te behoeden. Zij, de vrouw, moest het graan dorschen en malen en ’t brood bakken; zij moest de lijnwaden weven; zij moest de huiden looien; zij moest den man als slavin dienen en als een kind willoos gehoorzamen. De mannen, op hun rooftochten, mochten vrij maagden schennen en vrouwen onteeren. Maar de vrouw die ontrouw werd, bond men in een zak en verdronk haar of verbrandde haar of begroef haar levend. Wanneer een maagd zich, in de lichtzinnige jaren der jeugd, aan een minnaar gaf en de minnaar verliet haar, dan werd zij met het schandekind op een wagen door het dorp gevoerd en men hoonde haar, wierp haar met slijk en steenen en drek en dreef haar uit de gouw met het kind. Maar de ontrouwe man dronk honingbier en pochte op zijn schelmschen minne-handel.Wanneer de man de kootjes wierp en nogmaals wierp en nogmaals wierp, tot hij verspeeld had, hof en hut en vee en zwaard, dan doorspelend, liet hij de teerling beschikken over ’t lot van vrouw en kind, die zonder zich te kunnen verzetten, vrijheid en eer verloren en voortaan als slaven dienden, ja door den winner geruild werden tegen een waakhond of een paard of een stier, zoodat vrouw en kinderen, in een verre, vreemde gouw, onder een vijandigen stam vaak, tot het eind der jaren in slavernij en verachting leefden.Maar als de verleide maagd, in wanhoop, om de schande te ontgaan en heur kind voor den smaad der slavernij en de pijniging van den honger te behoeden, heur kind om ’t[8]leven bracht, dan liepen ze te hoop de mannen en grepen de ongelukkige verleide en sloegen haar of nepen haar de borsten af, of rukten haar de tong uit den mond of staken haar de oogen uit en joegen haar op de hei, waar zij verhongerde of zij bonden haar in een eenboom en zetten het brooze vaartuig uit op den wilden stroom en zoo dreef dan de ongelukkige, verdorstend te midden van ’t water, dat zij hoorde klotsen rondom den hollen boom en welks vochtigen, zoeten geur zij inademde en welks lavende golven zij bobbelen zag in ’t zonlicht. Wel vaak had Himilrât ’s nachts de kreten gehoord van die verdorstende gevangenen, wanneer ze langs de Skalde zeewaarts dreven, naakt vastgebonden in den hollen boom, beschenen door het maanlicht en den zeegeest smeekend haar toch met golven te overstroomen en in de diepte te trekken. Zij dan had ze tersluiks gered en ze in de haag verpleegd en ze arbeid gegeven in de weefhutten of in de sandaalsnijderij.Wat deden de mannen? Zij zochten twist met vreedzame buren, belust op strijd en avontuur. En niet zij leden, de mannen, want zoo zij gedood werden, kwamen ze in Walhalla en zoo ze gewond werden lagen ze thuis, verpleegd en verzorgd door de vrouwen engeëerdwegens hun vechtmoed. Maar de weduwen hier en de weduwen van den vijand, bleven achter met hare kinderen en boetten den overmoed van de vaders met levenslangen nooddruft. Waarom arbeidden de mannen niet, zooals ze dat deden in het land der Batouwers? Waarom hielpen zij niet bij ’t zaaien en maaien en bij het verzorgen van ’t vee? Waarom trokken ze op roof uit bij vreedzame buren, die wèl arbeidden? Omdat ze te lui waren. Omdat ze, vertrouwend op de kracht van hun spieren en de geoefendheid in ’t gevecht, liever als bronzende herten op elkaar aanvielen dan trouw te arbeiden. Omdat zij het makkelijker vonden de zwakke vrouwen te onderdrukken en zelf voor hun vertier te leven, dan dag aan dag ploeg en eg en sikkel te voeren.[9]Zij had zich zeer verzet, toen Koning Koeperan, die vernomen had, dat in de haag vanNehalenniaeen jonkvrouw van reusachtige lichaamsbouw woonde, haar wilde doen tot zich voeren en eerst toen de Koning haar had doen weten, dat zij tot opperpriesteres van Haiwô benoemd zou worden, had zij toegestemd om te komen. Zij bemerkte weldra haar invloed op den koning en besloot daarvan partij te trekken en de omstandigheden kwamen haar zeer ter hulpe. Nadat de mannen, door de vrees voor de vrouwenlijfwacht van den koning en het verbod om paard te rijden voldoende waren verzwakt, drong zij er bij den koning op aan, dat hij den mannen zou bevelen, den vrouwen te helpen bij het weven, bij het ploegen, bij het brouwen en bij het bakken. Voorts bewerkte zij, dat er een gelijk recht werd opgesteld voor mannen en voor vrouwen.De koning, door de vele liefdesnachten met zijne vrouwen verzwakt en zich geheel overgevend aan Himilrât, ging zoover om te bevelen, dat op het Ding, de helft der lieden uit vrouwen zou bestaan en dat bij de rechtzittingen zijn raad van bijstand gevormd zou worden voor de helft uit mannen en voor de helft uit vrouwen.Spoedig zag men vreemde toestanden in de Nervische landen. Een maagd, die zich door een Nervischen jongeling had laten verleiden en een schandekind ter wereld had gebracht, werd voor den koning gebracht. Het volk eischte, dat men haar en heur kind, met geesels uit ’t land zou jagen. Himilrât, die naast den koning op een zetel zat, liet den koning zeggen, dat hij wenschte, dat de jongeling voor hem zou verschijnen. Toen werd het kind tusschen de twee gelegd en met de handjes aan de vrouw en met de voetjes aan den jongeling gebonden. Thans beval de koning, op aanraden van Himilrât, dat men met roeden den man en de vrouw elk naar een andere zijde zou jagen.De man begon al aan het koord te trekken, hopend spoedig los te komen, al trok hij daardoor ook het kind[10]de beentjes uit het lijf. Maar de moeder liet zich geeselen en had slechts ééne zorg, haar kind te beschutten voor de slagen en te voorkomen, dat zij de armpjes van het kind uit het lid trok. Toen beval de koning, dat men beiden los zou binden. De moeder met haar kind werden in vrijheid gesteld, maar de man werd uit het dorp gegeeseld en aan een boom gebonden, waar hij verhongeren moest. ’s Nachts sloop de vrouw naar den boom en bevrijdde den man.Een moeder had haar pasgeboren schandekind gedood. Het volk wilde haar levend begraven. De koning, na raad gehouden te hebben met Himilrât, stond de straf toe onder ééne voorwaarde.… Niemand mocht aan de bestraffing deelnemen, die zelf in zijn geheele sipschaft een schandekind telde of een ongehuwde moeder. Het bleek, dat er geen sip was in de Nervische gouwen, waar niet ten minste één lid zich tegen de wetten der kuischheid vergrepen had. Daardoor bleef de moeder ongestraft.Deze en andere voorvallen hadden een grooten invloed op het maatschappelijk en zedelijk leven van de Nerviërs. De mannen begonnen zich er aan te wennen mede te arbeiden op het veld en in den molen en aan het weefgetouw. De omgang tusschen de maagden en jongelingen werd vrijer en het aantal ongehuwde moeders nam snel toe. Daarom vaardigde de koning het bevel uit, dat voortaan alle kinderen niet meer naar den vader maar naar de moeder zouden genoemd worden; dat voortaan kinderen van ongehuwde moeders dezelfde rechten zouden hebben als kinderen van gehuwde moeders. Toen echter, ondanks zijn bevel, toch de kinderen der ongehuwden werden achtergesteld, gelastte de koning, die zich geheel door Himilrât liet leiden, dat de éénjarige kinderen allen elke week in den tempel van Haiwô zouden gebracht worden. Daar werden zij naakt uitgekleed en dan door het lot der godin aan de moeders verdeeld, die onmiddellijk huiswaarts moesten trekken met het haar, door de godin, toegewezen kind.[11]Het gevolg hiervan was, dat de moeders de verzorging van de haar vreemde kinderen verwaarloosden. Toen beval de koning, dat een dag na de geboorte de kinderen naar het lot der godin zouden verdeeld worden. Nu konden de moeders niet meer onderscheiden of zij een vreemd kind dan wel het eigen hadden terug ontvangen en zij droegen het haar toegewezen kind evenveel liefde toe als ’t eigene. En daar zij bedachten, dat wellicht het kind eener andere vrouw het hare kon zijn, zorgden de rijke moeders ook voor de arme moeders, ja elke zuigeling scheen nu wel zooveel moeders te hebben als er zoogende vrouwen waren.Himilrât voorzag, dat op deze wijze het geheele volk der Nerviërs zich langzamerhand als een groote sippe zou gaan beschouwen. Ieder kon de broeder of de zuster van een ander zijn en terwijl immers tot thans de sipschaften elk afzonderlijk hadden geleefd en voor ’t eigen belang hadden gestreden, zou nu het geheele volk zich eensgezind voelen, zonder hoôvaardij op afkomst of rang van vaders en voorvaders. Elkeen zou geen andere waarde en waardigheid bezitten, dan die hij of zij zichzelve door eigen kracht en deugd verwierf.Koning Koeperan werd in deze dagen ziek en stierf na korten tijd aan uitputting.Het Ding kwam bijeen om een nieuwen Koning uit te roepen. Thans kozen ook de vrouwen mede en de negen-en-negentig krijgsvrouwen, in volle wapenrusting, verschenen te paard op den Dinghof onder leiding van Himilrât. De mannen wilden Solbert, een krachtigen en rijken Nervischen man tot koning kiezen. Maar de vrouwen, die vreesden dat zij hare rechten zouden verliezen, wanneer een man aan de regeering kwam, eischten dat Himilrât tot koningin met koningswaardigheid zou verkozen worden. Toen, op het Ding, ontbrandde plotseling het strijdvuur tusschen de mannen en de vrouwen, dat reeds lang gesmeuld had.[12]De vrouwen verlieten hun mannen, de dochters hun vaders, de vrijsters haar vrijers en weldra waren er twee kampen gevormd, dat der mannen en dat der vrouwen, die bereid stonden om door wapengeweld elkaar den voorrang te betwisten. De mannen stoorden zich niet meer aan het verbod, dat zij niet te paard mochten rijden. Zij begonnen zich weder ijverig toe oefenen in het paardrijden en in het vechten te paard. Maar Himilrât, die het bloedvergieten wilde voorkomen, liet groote wagens timmeren, die zij deed volladen met leeftocht. Toen, in den nacht, trok zij met alle Nervische vrouwen, jonkvrouwen en meisjes ver weg naar een dal in de bergen, dat slechts één toegang had en daar zette het vrouwelijk gedeelte van den stam der Nerviërs zich metterwoon neder, met geen andere leden van het mannelijk geslacht dan de mannelijke zuigelingen, waarvan de moeders, zich niet hadden kunnen scheiden.Toen de mannen bemerkten, dat de vrouwen gevlucht waren, jubelden zij en vierden feest omdat de vrouwen het pleit verloren hadden. Solbert werd tot Koning verheven en zijn eerste regeeringsdaad was de afschaffing van de godin Haiwô en de oude god Thius werd weder in eere hersteld. Doch na de gelagen en de offers begonnen de mannen naar de vrouwen te verlangen. Na een week hadden allen spijt over het vertrek der vrouwen en eenigen begonnen onderzoek te doen naar den weg, die de vrouwen op haar vlucht hadden genomen. Toen zij het dal gevonden hadden, begonnen zij de vrouwen, die de wacht hielden bij de ingangspoort te vragen of zij mee wilden komen. De vrouwen weigerden, maar den volgenden morgen waren twee van de schildwachten niet op haar post en den volgenden nacht lieten weer eenige vrouwen zich verleiden om mede te trekken. Himilrât, dit vernemende, verbood de vrouwen bij doodstraf, zich met de mannen te onderhouden en drie dagen later hief zij met eigen hand een jonkvrouw het[13]hoofd af, die het gewaagd had, met haar vader te spreken.De mannen verdubbelden hun pogingen om hun vrouwen te bewegen, weder naar het dorp te komen. Zij kampeerden aan den ingang van het dal en riepen de vrouwen toe, dat zij toch onbekommerd tot hen zouden komen. Zij zouden haar verdedigen tegen Himilrât en zij konden er verzekerd van zijn, dat zij ook onder Solbert vrijheid zouden genieten en dingrecht.Er waren in het kamp der vrouwen reeds vele maagden, die spijt hadden, medegetrokken te zijn. Zij keken met verlangenden blik naar de jongelieden, die zij van de heuvels konden zien rijden en loopen. Eindelijk vatte een der krijgsvrouwen, Blicdrût genaamd, moed en zeide tot Himilrât dat zij niet langer zonder man wilde blijven. Toen Himilrât haar bestrafte, trok zij haar zwaard en verzette zich. Himilrât riep de krijgsvrouwen te hulp, maar deze waren van meening verdeeld en spoedig waren er in het vrouwenkamp twee partijen, die onder leiding van Blicdrût, welke eischte, dat men tot de mannen weer zou keeren en die van Himilrât, die aan geen terugkeer wilden denken, voor Solbert was afgezet en aan Himilrât de koningsmacht was verleend.De leeftocht begon te verminderen en daar Himilrât weigerde aan de partij van Blicdrût levensmiddelen af te staan, besloot Blicdrût met haar partij het dal te verlaten en naar de mannen te trekken. Ook dit trachtte Himilrât te verhinderen en nu stelden de vrouwen zich in slagorde en de beide partijen, aangevoerd door de krijgsmaagden, vielen op elkaar aan. De krijgsmaagden streden naar de regels der vechtkunst te paard, met kortzwaard en schild, doch de andere vrouwen vochten naar vrouwenaard. Zij krabden elkaar in ’t gelaat, trokken elkaar aan de haren en velen ook, zonder tot handtastelijkheden over te gaan, scholden elkaar uit, keven, spuwden naar elkaar en begonnen op haar vaders en broers en verdere sipschaft te schelden,[14]zoodat de vrouwen, die weigerden naar heur mannen terug te keeren, soms de eer van diezelfde mannen verdedigden wanneer die werd aangevallen door de vrouwen, die wèl naar de mannen terug wilden keeren.De mannen, die den strijd hadden aangezien, sloten zich aaneen, drongen door den ingang in het dal en vielen nu op Himilrât en hare partij aan. Thans was voor haar de slag verloren. Met een aantal getrouwe krijgsmaagden nam zij de vlucht en de mannen, verheugd hun vrouwen weergevonden te hebben, keerden naar het dorp terug. Maar sedert werden de vrouwen weder tot huis- en veldarbeid gedwongen, de mannen bleven zich aan de jacht en de wapenoefeningen wijden en ook ontnam men den vrouwen het Dingrecht weder.Ver in de bosschen rondom het Nervische gebied zwierf Himilrât met haar bende rond, de mannen, waar zij ze aantrof, beroovend en doodend.[15]

[Inhoud]GERMANIA.HOOFDSTUK I.Driemaal reeds had het Ding den priester Myst doen dagen door het geheele Nervische rijk, maar de zendboden waren allen teruggekomen met de mededeeling, dat de verblijfplaats van den ouden man niet was te vinden. Daarom vergaderden zij en verkozen Koeperan, die twee vaarten naar hetPaarden-eilandhad medegemaakt en door den ouden koning zeer bemind was. Koeperan, die de groote zware vrouwen van zijn rijk zeer lief had, stelde de godin Haiwô als opperste godin van het land.Hij gebood, dat zij voortaan heilig boven alle andere goden en godinnen zou zijn en gelastte de priesters, haar ter eer offeranden te brengen. Daar hij wist, dat er vele mannen morden en zeiden, dat het Ding een slechte keus had gedaan en dat ze op het Ding door meet en bier en vrouwen zoo bedwelmd waren geweest, dat niemand goed geweten had, wien hij koos, vormde hij geen lijfwacht van mannen maar van vrouwen. Honderd zware, groote maagden koos hij uit en deze wapende hij met speren, schilden en helmen. Hij zelf oefende ze elken dag uren achtereen op de groote heide en toen hij zag, hoe vaardig en dapper ze waren, gaf hij elk der krijgsvrouwen, twee paarden, groote zware paarden, kruisingen van ’t grove inlandsche ras met de fijnere paarden, die zij als buit hadden meegebracht van de rooftochten op ’t groote eiland in den oceaan.[6]Het was nu zijn vertier elken dag zijn honderd vrouwen gewapend met speer en kortzwaard, de haren los over den rag, kruiselings te paard zittend, naakt te doen rijden en draven en ze te oefenen in ’t gevecht. Toen zij voldoende geoefend waren verbood hij, dat andere lieden dan zijn honderd vrouwen te paard mochten stijgen. Wie rijden wilde, moest zijn paard voor een kar aanspannen.Eenige Nervische jongemannen hadden zich verzet. Driest reden zij, hoog op hun rossen, den nieuwen koning tegemoet, toen dezen zich met zijn krijgsvrouwen op de heide oefende. De vrouwen, verhit door de oefeningen, overmoedig door haar voorrechten, ontvingen de jongemannen met gejoel en daagden ze tot tweegevechten te paard uit, wat den koning zeer vermaakte. Hij stond het tweegevecht toe onder voorwaarde, dat de man, die verloor, aan de vrouwen gelijk zou worden gemaakt. Dat voorstel namen de Nervische jongemannen aan en spoedig waren de tweegevechten gaande. Maar de jonge mannen konden niet op tegen de reuzenwijven en alle zeven verloren zij den kamp.Toen vielen de wijven, op bevel van den koning op de jonge mannen aan en hieven ze met de slagzwaarden de geslachtsdeelen af en juichten en joelden en gierden als zij de smarten van de jonge mannen zagen, die daar voor heur oogen doodbloedden.Sedert waagden de Nervische mannen het niet meer tegen de bevelen van koning Koeperan zich te verzetten. De koning, tevreden met zijn trouwe lijfwacht, liet zich met elk zijner krijgsvrouwen trouwen en ééne onder haar, Himilrât, had hij het liefste van allen, zoodat zij spoedig een overwegenden invloed op hem kreeg. Zij, in ’t diepst van haar wezen, haatte hem echter en haatte alle mannen. Tot haar twintigste jaar was Himilrât opgevoed in de haag van Nehalennia en zij had levenslang kuisch willen blijven verzorgend zieke en oude vrouwen en als priesteres, de vrouwen verdedigd togen den overmoed[7]der mannen. Want haar was het bewust geworden, dat de mannen in Germanië de vrouwen onderdrukten. Zij verachtte de mannen, die lui op het berenvel lagen, dronken, speelden, zwelgden en oorlogsspel bedreven, terwijl de vrouwen gedwongen werden uren na uren aan het weefgetouw te zitten, het land te bebouwen, het vee te verzorgen, de kinderen in de jaren, dat zij de meeste hulp vereischten, te behoeden. Zij, de vrouw, moest het graan dorschen en malen en ’t brood bakken; zij moest de lijnwaden weven; zij moest de huiden looien; zij moest den man als slavin dienen en als een kind willoos gehoorzamen. De mannen, op hun rooftochten, mochten vrij maagden schennen en vrouwen onteeren. Maar de vrouw die ontrouw werd, bond men in een zak en verdronk haar of verbrandde haar of begroef haar levend. Wanneer een maagd zich, in de lichtzinnige jaren der jeugd, aan een minnaar gaf en de minnaar verliet haar, dan werd zij met het schandekind op een wagen door het dorp gevoerd en men hoonde haar, wierp haar met slijk en steenen en drek en dreef haar uit de gouw met het kind. Maar de ontrouwe man dronk honingbier en pochte op zijn schelmschen minne-handel.Wanneer de man de kootjes wierp en nogmaals wierp en nogmaals wierp, tot hij verspeeld had, hof en hut en vee en zwaard, dan doorspelend, liet hij de teerling beschikken over ’t lot van vrouw en kind, die zonder zich te kunnen verzetten, vrijheid en eer verloren en voortaan als slaven dienden, ja door den winner geruild werden tegen een waakhond of een paard of een stier, zoodat vrouw en kinderen, in een verre, vreemde gouw, onder een vijandigen stam vaak, tot het eind der jaren in slavernij en verachting leefden.Maar als de verleide maagd, in wanhoop, om de schande te ontgaan en heur kind voor den smaad der slavernij en de pijniging van den honger te behoeden, heur kind om ’t[8]leven bracht, dan liepen ze te hoop de mannen en grepen de ongelukkige verleide en sloegen haar of nepen haar de borsten af, of rukten haar de tong uit den mond of staken haar de oogen uit en joegen haar op de hei, waar zij verhongerde of zij bonden haar in een eenboom en zetten het brooze vaartuig uit op den wilden stroom en zoo dreef dan de ongelukkige, verdorstend te midden van ’t water, dat zij hoorde klotsen rondom den hollen boom en welks vochtigen, zoeten geur zij inademde en welks lavende golven zij bobbelen zag in ’t zonlicht. Wel vaak had Himilrât ’s nachts de kreten gehoord van die verdorstende gevangenen, wanneer ze langs de Skalde zeewaarts dreven, naakt vastgebonden in den hollen boom, beschenen door het maanlicht en den zeegeest smeekend haar toch met golven te overstroomen en in de diepte te trekken. Zij dan had ze tersluiks gered en ze in de haag verpleegd en ze arbeid gegeven in de weefhutten of in de sandaalsnijderij.Wat deden de mannen? Zij zochten twist met vreedzame buren, belust op strijd en avontuur. En niet zij leden, de mannen, want zoo zij gedood werden, kwamen ze in Walhalla en zoo ze gewond werden lagen ze thuis, verpleegd en verzorgd door de vrouwen engeëerdwegens hun vechtmoed. Maar de weduwen hier en de weduwen van den vijand, bleven achter met hare kinderen en boetten den overmoed van de vaders met levenslangen nooddruft. Waarom arbeidden de mannen niet, zooals ze dat deden in het land der Batouwers? Waarom hielpen zij niet bij ’t zaaien en maaien en bij het verzorgen van ’t vee? Waarom trokken ze op roof uit bij vreedzame buren, die wèl arbeidden? Omdat ze te lui waren. Omdat ze, vertrouwend op de kracht van hun spieren en de geoefendheid in ’t gevecht, liever als bronzende herten op elkaar aanvielen dan trouw te arbeiden. Omdat zij het makkelijker vonden de zwakke vrouwen te onderdrukken en zelf voor hun vertier te leven, dan dag aan dag ploeg en eg en sikkel te voeren.[9]Zij had zich zeer verzet, toen Koning Koeperan, die vernomen had, dat in de haag vanNehalenniaeen jonkvrouw van reusachtige lichaamsbouw woonde, haar wilde doen tot zich voeren en eerst toen de Koning haar had doen weten, dat zij tot opperpriesteres van Haiwô benoemd zou worden, had zij toegestemd om te komen. Zij bemerkte weldra haar invloed op den koning en besloot daarvan partij te trekken en de omstandigheden kwamen haar zeer ter hulpe. Nadat de mannen, door de vrees voor de vrouwenlijfwacht van den koning en het verbod om paard te rijden voldoende waren verzwakt, drong zij er bij den koning op aan, dat hij den mannen zou bevelen, den vrouwen te helpen bij het weven, bij het ploegen, bij het brouwen en bij het bakken. Voorts bewerkte zij, dat er een gelijk recht werd opgesteld voor mannen en voor vrouwen.De koning, door de vele liefdesnachten met zijne vrouwen verzwakt en zich geheel overgevend aan Himilrât, ging zoover om te bevelen, dat op het Ding, de helft der lieden uit vrouwen zou bestaan en dat bij de rechtzittingen zijn raad van bijstand gevormd zou worden voor de helft uit mannen en voor de helft uit vrouwen.Spoedig zag men vreemde toestanden in de Nervische landen. Een maagd, die zich door een Nervischen jongeling had laten verleiden en een schandekind ter wereld had gebracht, werd voor den koning gebracht. Het volk eischte, dat men haar en heur kind, met geesels uit ’t land zou jagen. Himilrât, die naast den koning op een zetel zat, liet den koning zeggen, dat hij wenschte, dat de jongeling voor hem zou verschijnen. Toen werd het kind tusschen de twee gelegd en met de handjes aan de vrouw en met de voetjes aan den jongeling gebonden. Thans beval de koning, op aanraden van Himilrât, dat men met roeden den man en de vrouw elk naar een andere zijde zou jagen.De man begon al aan het koord te trekken, hopend spoedig los te komen, al trok hij daardoor ook het kind[10]de beentjes uit het lijf. Maar de moeder liet zich geeselen en had slechts ééne zorg, haar kind te beschutten voor de slagen en te voorkomen, dat zij de armpjes van het kind uit het lid trok. Toen beval de koning, dat men beiden los zou binden. De moeder met haar kind werden in vrijheid gesteld, maar de man werd uit het dorp gegeeseld en aan een boom gebonden, waar hij verhongeren moest. ’s Nachts sloop de vrouw naar den boom en bevrijdde den man.Een moeder had haar pasgeboren schandekind gedood. Het volk wilde haar levend begraven. De koning, na raad gehouden te hebben met Himilrât, stond de straf toe onder ééne voorwaarde.… Niemand mocht aan de bestraffing deelnemen, die zelf in zijn geheele sipschaft een schandekind telde of een ongehuwde moeder. Het bleek, dat er geen sip was in de Nervische gouwen, waar niet ten minste één lid zich tegen de wetten der kuischheid vergrepen had. Daardoor bleef de moeder ongestraft.Deze en andere voorvallen hadden een grooten invloed op het maatschappelijk en zedelijk leven van de Nerviërs. De mannen begonnen zich er aan te wennen mede te arbeiden op het veld en in den molen en aan het weefgetouw. De omgang tusschen de maagden en jongelingen werd vrijer en het aantal ongehuwde moeders nam snel toe. Daarom vaardigde de koning het bevel uit, dat voortaan alle kinderen niet meer naar den vader maar naar de moeder zouden genoemd worden; dat voortaan kinderen van ongehuwde moeders dezelfde rechten zouden hebben als kinderen van gehuwde moeders. Toen echter, ondanks zijn bevel, toch de kinderen der ongehuwden werden achtergesteld, gelastte de koning, die zich geheel door Himilrât liet leiden, dat de éénjarige kinderen allen elke week in den tempel van Haiwô zouden gebracht worden. Daar werden zij naakt uitgekleed en dan door het lot der godin aan de moeders verdeeld, die onmiddellijk huiswaarts moesten trekken met het haar, door de godin, toegewezen kind.[11]Het gevolg hiervan was, dat de moeders de verzorging van de haar vreemde kinderen verwaarloosden. Toen beval de koning, dat een dag na de geboorte de kinderen naar het lot der godin zouden verdeeld worden. Nu konden de moeders niet meer onderscheiden of zij een vreemd kind dan wel het eigen hadden terug ontvangen en zij droegen het haar toegewezen kind evenveel liefde toe als ’t eigene. En daar zij bedachten, dat wellicht het kind eener andere vrouw het hare kon zijn, zorgden de rijke moeders ook voor de arme moeders, ja elke zuigeling scheen nu wel zooveel moeders te hebben als er zoogende vrouwen waren.Himilrât voorzag, dat op deze wijze het geheele volk der Nerviërs zich langzamerhand als een groote sippe zou gaan beschouwen. Ieder kon de broeder of de zuster van een ander zijn en terwijl immers tot thans de sipschaften elk afzonderlijk hadden geleefd en voor ’t eigen belang hadden gestreden, zou nu het geheele volk zich eensgezind voelen, zonder hoôvaardij op afkomst of rang van vaders en voorvaders. Elkeen zou geen andere waarde en waardigheid bezitten, dan die hij of zij zichzelve door eigen kracht en deugd verwierf.Koning Koeperan werd in deze dagen ziek en stierf na korten tijd aan uitputting.Het Ding kwam bijeen om een nieuwen Koning uit te roepen. Thans kozen ook de vrouwen mede en de negen-en-negentig krijgsvrouwen, in volle wapenrusting, verschenen te paard op den Dinghof onder leiding van Himilrât. De mannen wilden Solbert, een krachtigen en rijken Nervischen man tot koning kiezen. Maar de vrouwen, die vreesden dat zij hare rechten zouden verliezen, wanneer een man aan de regeering kwam, eischten dat Himilrât tot koningin met koningswaardigheid zou verkozen worden. Toen, op het Ding, ontbrandde plotseling het strijdvuur tusschen de mannen en de vrouwen, dat reeds lang gesmeuld had.[12]De vrouwen verlieten hun mannen, de dochters hun vaders, de vrijsters haar vrijers en weldra waren er twee kampen gevormd, dat der mannen en dat der vrouwen, die bereid stonden om door wapengeweld elkaar den voorrang te betwisten. De mannen stoorden zich niet meer aan het verbod, dat zij niet te paard mochten rijden. Zij begonnen zich weder ijverig toe oefenen in het paardrijden en in het vechten te paard. Maar Himilrât, die het bloedvergieten wilde voorkomen, liet groote wagens timmeren, die zij deed volladen met leeftocht. Toen, in den nacht, trok zij met alle Nervische vrouwen, jonkvrouwen en meisjes ver weg naar een dal in de bergen, dat slechts één toegang had en daar zette het vrouwelijk gedeelte van den stam der Nerviërs zich metterwoon neder, met geen andere leden van het mannelijk geslacht dan de mannelijke zuigelingen, waarvan de moeders, zich niet hadden kunnen scheiden.Toen de mannen bemerkten, dat de vrouwen gevlucht waren, jubelden zij en vierden feest omdat de vrouwen het pleit verloren hadden. Solbert werd tot Koning verheven en zijn eerste regeeringsdaad was de afschaffing van de godin Haiwô en de oude god Thius werd weder in eere hersteld. Doch na de gelagen en de offers begonnen de mannen naar de vrouwen te verlangen. Na een week hadden allen spijt over het vertrek der vrouwen en eenigen begonnen onderzoek te doen naar den weg, die de vrouwen op haar vlucht hadden genomen. Toen zij het dal gevonden hadden, begonnen zij de vrouwen, die de wacht hielden bij de ingangspoort te vragen of zij mee wilden komen. De vrouwen weigerden, maar den volgenden morgen waren twee van de schildwachten niet op haar post en den volgenden nacht lieten weer eenige vrouwen zich verleiden om mede te trekken. Himilrât, dit vernemende, verbood de vrouwen bij doodstraf, zich met de mannen te onderhouden en drie dagen later hief zij met eigen hand een jonkvrouw het[13]hoofd af, die het gewaagd had, met haar vader te spreken.De mannen verdubbelden hun pogingen om hun vrouwen te bewegen, weder naar het dorp te komen. Zij kampeerden aan den ingang van het dal en riepen de vrouwen toe, dat zij toch onbekommerd tot hen zouden komen. Zij zouden haar verdedigen tegen Himilrât en zij konden er verzekerd van zijn, dat zij ook onder Solbert vrijheid zouden genieten en dingrecht.Er waren in het kamp der vrouwen reeds vele maagden, die spijt hadden, medegetrokken te zijn. Zij keken met verlangenden blik naar de jongelieden, die zij van de heuvels konden zien rijden en loopen. Eindelijk vatte een der krijgsvrouwen, Blicdrût genaamd, moed en zeide tot Himilrât dat zij niet langer zonder man wilde blijven. Toen Himilrât haar bestrafte, trok zij haar zwaard en verzette zich. Himilrât riep de krijgsvrouwen te hulp, maar deze waren van meening verdeeld en spoedig waren er in het vrouwenkamp twee partijen, die onder leiding van Blicdrût, welke eischte, dat men tot de mannen weer zou keeren en die van Himilrât, die aan geen terugkeer wilden denken, voor Solbert was afgezet en aan Himilrât de koningsmacht was verleend.De leeftocht begon te verminderen en daar Himilrât weigerde aan de partij van Blicdrût levensmiddelen af te staan, besloot Blicdrût met haar partij het dal te verlaten en naar de mannen te trekken. Ook dit trachtte Himilrât te verhinderen en nu stelden de vrouwen zich in slagorde en de beide partijen, aangevoerd door de krijgsmaagden, vielen op elkaar aan. De krijgsmaagden streden naar de regels der vechtkunst te paard, met kortzwaard en schild, doch de andere vrouwen vochten naar vrouwenaard. Zij krabden elkaar in ’t gelaat, trokken elkaar aan de haren en velen ook, zonder tot handtastelijkheden over te gaan, scholden elkaar uit, keven, spuwden naar elkaar en begonnen op haar vaders en broers en verdere sipschaft te schelden,[14]zoodat de vrouwen, die weigerden naar heur mannen terug te keeren, soms de eer van diezelfde mannen verdedigden wanneer die werd aangevallen door de vrouwen, die wèl naar de mannen terug wilden keeren.De mannen, die den strijd hadden aangezien, sloten zich aaneen, drongen door den ingang in het dal en vielen nu op Himilrât en hare partij aan. Thans was voor haar de slag verloren. Met een aantal getrouwe krijgsmaagden nam zij de vlucht en de mannen, verheugd hun vrouwen weergevonden te hebben, keerden naar het dorp terug. Maar sedert werden de vrouwen weder tot huis- en veldarbeid gedwongen, de mannen bleven zich aan de jacht en de wapenoefeningen wijden en ook ontnam men den vrouwen het Dingrecht weder.Ver in de bosschen rondom het Nervische gebied zwierf Himilrât met haar bende rond, de mannen, waar zij ze aantrof, beroovend en doodend.[15]

[Inhoud]GERMANIA.HOOFDSTUK I.Driemaal reeds had het Ding den priester Myst doen dagen door het geheele Nervische rijk, maar de zendboden waren allen teruggekomen met de mededeeling, dat de verblijfplaats van den ouden man niet was te vinden. Daarom vergaderden zij en verkozen Koeperan, die twee vaarten naar hetPaarden-eilandhad medegemaakt en door den ouden koning zeer bemind was. Koeperan, die de groote zware vrouwen van zijn rijk zeer lief had, stelde de godin Haiwô als opperste godin van het land.Hij gebood, dat zij voortaan heilig boven alle andere goden en godinnen zou zijn en gelastte de priesters, haar ter eer offeranden te brengen. Daar hij wist, dat er vele mannen morden en zeiden, dat het Ding een slechte keus had gedaan en dat ze op het Ding door meet en bier en vrouwen zoo bedwelmd waren geweest, dat niemand goed geweten had, wien hij koos, vormde hij geen lijfwacht van mannen maar van vrouwen. Honderd zware, groote maagden koos hij uit en deze wapende hij met speren, schilden en helmen. Hij zelf oefende ze elken dag uren achtereen op de groote heide en toen hij zag, hoe vaardig en dapper ze waren, gaf hij elk der krijgsvrouwen, twee paarden, groote zware paarden, kruisingen van ’t grove inlandsche ras met de fijnere paarden, die zij als buit hadden meegebracht van de rooftochten op ’t groote eiland in den oceaan.[6]Het was nu zijn vertier elken dag zijn honderd vrouwen gewapend met speer en kortzwaard, de haren los over den rag, kruiselings te paard zittend, naakt te doen rijden en draven en ze te oefenen in ’t gevecht. Toen zij voldoende geoefend waren verbood hij, dat andere lieden dan zijn honderd vrouwen te paard mochten stijgen. Wie rijden wilde, moest zijn paard voor een kar aanspannen.Eenige Nervische jongemannen hadden zich verzet. Driest reden zij, hoog op hun rossen, den nieuwen koning tegemoet, toen dezen zich met zijn krijgsvrouwen op de heide oefende. De vrouwen, verhit door de oefeningen, overmoedig door haar voorrechten, ontvingen de jongemannen met gejoel en daagden ze tot tweegevechten te paard uit, wat den koning zeer vermaakte. Hij stond het tweegevecht toe onder voorwaarde, dat de man, die verloor, aan de vrouwen gelijk zou worden gemaakt. Dat voorstel namen de Nervische jongemannen aan en spoedig waren de tweegevechten gaande. Maar de jonge mannen konden niet op tegen de reuzenwijven en alle zeven verloren zij den kamp.Toen vielen de wijven, op bevel van den koning op de jonge mannen aan en hieven ze met de slagzwaarden de geslachtsdeelen af en juichten en joelden en gierden als zij de smarten van de jonge mannen zagen, die daar voor heur oogen doodbloedden.Sedert waagden de Nervische mannen het niet meer tegen de bevelen van koning Koeperan zich te verzetten. De koning, tevreden met zijn trouwe lijfwacht, liet zich met elk zijner krijgsvrouwen trouwen en ééne onder haar, Himilrât, had hij het liefste van allen, zoodat zij spoedig een overwegenden invloed op hem kreeg. Zij, in ’t diepst van haar wezen, haatte hem echter en haatte alle mannen. Tot haar twintigste jaar was Himilrât opgevoed in de haag van Nehalennia en zij had levenslang kuisch willen blijven verzorgend zieke en oude vrouwen en als priesteres, de vrouwen verdedigd togen den overmoed[7]der mannen. Want haar was het bewust geworden, dat de mannen in Germanië de vrouwen onderdrukten. Zij verachtte de mannen, die lui op het berenvel lagen, dronken, speelden, zwelgden en oorlogsspel bedreven, terwijl de vrouwen gedwongen werden uren na uren aan het weefgetouw te zitten, het land te bebouwen, het vee te verzorgen, de kinderen in de jaren, dat zij de meeste hulp vereischten, te behoeden. Zij, de vrouw, moest het graan dorschen en malen en ’t brood bakken; zij moest de lijnwaden weven; zij moest de huiden looien; zij moest den man als slavin dienen en als een kind willoos gehoorzamen. De mannen, op hun rooftochten, mochten vrij maagden schennen en vrouwen onteeren. Maar de vrouw die ontrouw werd, bond men in een zak en verdronk haar of verbrandde haar of begroef haar levend. Wanneer een maagd zich, in de lichtzinnige jaren der jeugd, aan een minnaar gaf en de minnaar verliet haar, dan werd zij met het schandekind op een wagen door het dorp gevoerd en men hoonde haar, wierp haar met slijk en steenen en drek en dreef haar uit de gouw met het kind. Maar de ontrouwe man dronk honingbier en pochte op zijn schelmschen minne-handel.Wanneer de man de kootjes wierp en nogmaals wierp en nogmaals wierp, tot hij verspeeld had, hof en hut en vee en zwaard, dan doorspelend, liet hij de teerling beschikken over ’t lot van vrouw en kind, die zonder zich te kunnen verzetten, vrijheid en eer verloren en voortaan als slaven dienden, ja door den winner geruild werden tegen een waakhond of een paard of een stier, zoodat vrouw en kinderen, in een verre, vreemde gouw, onder een vijandigen stam vaak, tot het eind der jaren in slavernij en verachting leefden.Maar als de verleide maagd, in wanhoop, om de schande te ontgaan en heur kind voor den smaad der slavernij en de pijniging van den honger te behoeden, heur kind om ’t[8]leven bracht, dan liepen ze te hoop de mannen en grepen de ongelukkige verleide en sloegen haar of nepen haar de borsten af, of rukten haar de tong uit den mond of staken haar de oogen uit en joegen haar op de hei, waar zij verhongerde of zij bonden haar in een eenboom en zetten het brooze vaartuig uit op den wilden stroom en zoo dreef dan de ongelukkige, verdorstend te midden van ’t water, dat zij hoorde klotsen rondom den hollen boom en welks vochtigen, zoeten geur zij inademde en welks lavende golven zij bobbelen zag in ’t zonlicht. Wel vaak had Himilrât ’s nachts de kreten gehoord van die verdorstende gevangenen, wanneer ze langs de Skalde zeewaarts dreven, naakt vastgebonden in den hollen boom, beschenen door het maanlicht en den zeegeest smeekend haar toch met golven te overstroomen en in de diepte te trekken. Zij dan had ze tersluiks gered en ze in de haag verpleegd en ze arbeid gegeven in de weefhutten of in de sandaalsnijderij.Wat deden de mannen? Zij zochten twist met vreedzame buren, belust op strijd en avontuur. En niet zij leden, de mannen, want zoo zij gedood werden, kwamen ze in Walhalla en zoo ze gewond werden lagen ze thuis, verpleegd en verzorgd door de vrouwen engeëerdwegens hun vechtmoed. Maar de weduwen hier en de weduwen van den vijand, bleven achter met hare kinderen en boetten den overmoed van de vaders met levenslangen nooddruft. Waarom arbeidden de mannen niet, zooals ze dat deden in het land der Batouwers? Waarom hielpen zij niet bij ’t zaaien en maaien en bij het verzorgen van ’t vee? Waarom trokken ze op roof uit bij vreedzame buren, die wèl arbeidden? Omdat ze te lui waren. Omdat ze, vertrouwend op de kracht van hun spieren en de geoefendheid in ’t gevecht, liever als bronzende herten op elkaar aanvielen dan trouw te arbeiden. Omdat zij het makkelijker vonden de zwakke vrouwen te onderdrukken en zelf voor hun vertier te leven, dan dag aan dag ploeg en eg en sikkel te voeren.[9]Zij had zich zeer verzet, toen Koning Koeperan, die vernomen had, dat in de haag vanNehalenniaeen jonkvrouw van reusachtige lichaamsbouw woonde, haar wilde doen tot zich voeren en eerst toen de Koning haar had doen weten, dat zij tot opperpriesteres van Haiwô benoemd zou worden, had zij toegestemd om te komen. Zij bemerkte weldra haar invloed op den koning en besloot daarvan partij te trekken en de omstandigheden kwamen haar zeer ter hulpe. Nadat de mannen, door de vrees voor de vrouwenlijfwacht van den koning en het verbod om paard te rijden voldoende waren verzwakt, drong zij er bij den koning op aan, dat hij den mannen zou bevelen, den vrouwen te helpen bij het weven, bij het ploegen, bij het brouwen en bij het bakken. Voorts bewerkte zij, dat er een gelijk recht werd opgesteld voor mannen en voor vrouwen.De koning, door de vele liefdesnachten met zijne vrouwen verzwakt en zich geheel overgevend aan Himilrât, ging zoover om te bevelen, dat op het Ding, de helft der lieden uit vrouwen zou bestaan en dat bij de rechtzittingen zijn raad van bijstand gevormd zou worden voor de helft uit mannen en voor de helft uit vrouwen.Spoedig zag men vreemde toestanden in de Nervische landen. Een maagd, die zich door een Nervischen jongeling had laten verleiden en een schandekind ter wereld had gebracht, werd voor den koning gebracht. Het volk eischte, dat men haar en heur kind, met geesels uit ’t land zou jagen. Himilrât, die naast den koning op een zetel zat, liet den koning zeggen, dat hij wenschte, dat de jongeling voor hem zou verschijnen. Toen werd het kind tusschen de twee gelegd en met de handjes aan de vrouw en met de voetjes aan den jongeling gebonden. Thans beval de koning, op aanraden van Himilrât, dat men met roeden den man en de vrouw elk naar een andere zijde zou jagen.De man begon al aan het koord te trekken, hopend spoedig los te komen, al trok hij daardoor ook het kind[10]de beentjes uit het lijf. Maar de moeder liet zich geeselen en had slechts ééne zorg, haar kind te beschutten voor de slagen en te voorkomen, dat zij de armpjes van het kind uit het lid trok. Toen beval de koning, dat men beiden los zou binden. De moeder met haar kind werden in vrijheid gesteld, maar de man werd uit het dorp gegeeseld en aan een boom gebonden, waar hij verhongeren moest. ’s Nachts sloop de vrouw naar den boom en bevrijdde den man.Een moeder had haar pasgeboren schandekind gedood. Het volk wilde haar levend begraven. De koning, na raad gehouden te hebben met Himilrât, stond de straf toe onder ééne voorwaarde.… Niemand mocht aan de bestraffing deelnemen, die zelf in zijn geheele sipschaft een schandekind telde of een ongehuwde moeder. Het bleek, dat er geen sip was in de Nervische gouwen, waar niet ten minste één lid zich tegen de wetten der kuischheid vergrepen had. Daardoor bleef de moeder ongestraft.Deze en andere voorvallen hadden een grooten invloed op het maatschappelijk en zedelijk leven van de Nerviërs. De mannen begonnen zich er aan te wennen mede te arbeiden op het veld en in den molen en aan het weefgetouw. De omgang tusschen de maagden en jongelingen werd vrijer en het aantal ongehuwde moeders nam snel toe. Daarom vaardigde de koning het bevel uit, dat voortaan alle kinderen niet meer naar den vader maar naar de moeder zouden genoemd worden; dat voortaan kinderen van ongehuwde moeders dezelfde rechten zouden hebben als kinderen van gehuwde moeders. Toen echter, ondanks zijn bevel, toch de kinderen der ongehuwden werden achtergesteld, gelastte de koning, die zich geheel door Himilrât liet leiden, dat de éénjarige kinderen allen elke week in den tempel van Haiwô zouden gebracht worden. Daar werden zij naakt uitgekleed en dan door het lot der godin aan de moeders verdeeld, die onmiddellijk huiswaarts moesten trekken met het haar, door de godin, toegewezen kind.[11]Het gevolg hiervan was, dat de moeders de verzorging van de haar vreemde kinderen verwaarloosden. Toen beval de koning, dat een dag na de geboorte de kinderen naar het lot der godin zouden verdeeld worden. Nu konden de moeders niet meer onderscheiden of zij een vreemd kind dan wel het eigen hadden terug ontvangen en zij droegen het haar toegewezen kind evenveel liefde toe als ’t eigene. En daar zij bedachten, dat wellicht het kind eener andere vrouw het hare kon zijn, zorgden de rijke moeders ook voor de arme moeders, ja elke zuigeling scheen nu wel zooveel moeders te hebben als er zoogende vrouwen waren.Himilrât voorzag, dat op deze wijze het geheele volk der Nerviërs zich langzamerhand als een groote sippe zou gaan beschouwen. Ieder kon de broeder of de zuster van een ander zijn en terwijl immers tot thans de sipschaften elk afzonderlijk hadden geleefd en voor ’t eigen belang hadden gestreden, zou nu het geheele volk zich eensgezind voelen, zonder hoôvaardij op afkomst of rang van vaders en voorvaders. Elkeen zou geen andere waarde en waardigheid bezitten, dan die hij of zij zichzelve door eigen kracht en deugd verwierf.Koning Koeperan werd in deze dagen ziek en stierf na korten tijd aan uitputting.Het Ding kwam bijeen om een nieuwen Koning uit te roepen. Thans kozen ook de vrouwen mede en de negen-en-negentig krijgsvrouwen, in volle wapenrusting, verschenen te paard op den Dinghof onder leiding van Himilrât. De mannen wilden Solbert, een krachtigen en rijken Nervischen man tot koning kiezen. Maar de vrouwen, die vreesden dat zij hare rechten zouden verliezen, wanneer een man aan de regeering kwam, eischten dat Himilrât tot koningin met koningswaardigheid zou verkozen worden. Toen, op het Ding, ontbrandde plotseling het strijdvuur tusschen de mannen en de vrouwen, dat reeds lang gesmeuld had.[12]De vrouwen verlieten hun mannen, de dochters hun vaders, de vrijsters haar vrijers en weldra waren er twee kampen gevormd, dat der mannen en dat der vrouwen, die bereid stonden om door wapengeweld elkaar den voorrang te betwisten. De mannen stoorden zich niet meer aan het verbod, dat zij niet te paard mochten rijden. Zij begonnen zich weder ijverig toe oefenen in het paardrijden en in het vechten te paard. Maar Himilrât, die het bloedvergieten wilde voorkomen, liet groote wagens timmeren, die zij deed volladen met leeftocht. Toen, in den nacht, trok zij met alle Nervische vrouwen, jonkvrouwen en meisjes ver weg naar een dal in de bergen, dat slechts één toegang had en daar zette het vrouwelijk gedeelte van den stam der Nerviërs zich metterwoon neder, met geen andere leden van het mannelijk geslacht dan de mannelijke zuigelingen, waarvan de moeders, zich niet hadden kunnen scheiden.Toen de mannen bemerkten, dat de vrouwen gevlucht waren, jubelden zij en vierden feest omdat de vrouwen het pleit verloren hadden. Solbert werd tot Koning verheven en zijn eerste regeeringsdaad was de afschaffing van de godin Haiwô en de oude god Thius werd weder in eere hersteld. Doch na de gelagen en de offers begonnen de mannen naar de vrouwen te verlangen. Na een week hadden allen spijt over het vertrek der vrouwen en eenigen begonnen onderzoek te doen naar den weg, die de vrouwen op haar vlucht hadden genomen. Toen zij het dal gevonden hadden, begonnen zij de vrouwen, die de wacht hielden bij de ingangspoort te vragen of zij mee wilden komen. De vrouwen weigerden, maar den volgenden morgen waren twee van de schildwachten niet op haar post en den volgenden nacht lieten weer eenige vrouwen zich verleiden om mede te trekken. Himilrât, dit vernemende, verbood de vrouwen bij doodstraf, zich met de mannen te onderhouden en drie dagen later hief zij met eigen hand een jonkvrouw het[13]hoofd af, die het gewaagd had, met haar vader te spreken.De mannen verdubbelden hun pogingen om hun vrouwen te bewegen, weder naar het dorp te komen. Zij kampeerden aan den ingang van het dal en riepen de vrouwen toe, dat zij toch onbekommerd tot hen zouden komen. Zij zouden haar verdedigen tegen Himilrât en zij konden er verzekerd van zijn, dat zij ook onder Solbert vrijheid zouden genieten en dingrecht.Er waren in het kamp der vrouwen reeds vele maagden, die spijt hadden, medegetrokken te zijn. Zij keken met verlangenden blik naar de jongelieden, die zij van de heuvels konden zien rijden en loopen. Eindelijk vatte een der krijgsvrouwen, Blicdrût genaamd, moed en zeide tot Himilrât dat zij niet langer zonder man wilde blijven. Toen Himilrât haar bestrafte, trok zij haar zwaard en verzette zich. Himilrât riep de krijgsvrouwen te hulp, maar deze waren van meening verdeeld en spoedig waren er in het vrouwenkamp twee partijen, die onder leiding van Blicdrût, welke eischte, dat men tot de mannen weer zou keeren en die van Himilrât, die aan geen terugkeer wilden denken, voor Solbert was afgezet en aan Himilrât de koningsmacht was verleend.De leeftocht begon te verminderen en daar Himilrât weigerde aan de partij van Blicdrût levensmiddelen af te staan, besloot Blicdrût met haar partij het dal te verlaten en naar de mannen te trekken. Ook dit trachtte Himilrât te verhinderen en nu stelden de vrouwen zich in slagorde en de beide partijen, aangevoerd door de krijgsmaagden, vielen op elkaar aan. De krijgsmaagden streden naar de regels der vechtkunst te paard, met kortzwaard en schild, doch de andere vrouwen vochten naar vrouwenaard. Zij krabden elkaar in ’t gelaat, trokken elkaar aan de haren en velen ook, zonder tot handtastelijkheden over te gaan, scholden elkaar uit, keven, spuwden naar elkaar en begonnen op haar vaders en broers en verdere sipschaft te schelden,[14]zoodat de vrouwen, die weigerden naar heur mannen terug te keeren, soms de eer van diezelfde mannen verdedigden wanneer die werd aangevallen door de vrouwen, die wèl naar de mannen terug wilden keeren.De mannen, die den strijd hadden aangezien, sloten zich aaneen, drongen door den ingang in het dal en vielen nu op Himilrât en hare partij aan. Thans was voor haar de slag verloren. Met een aantal getrouwe krijgsmaagden nam zij de vlucht en de mannen, verheugd hun vrouwen weergevonden te hebben, keerden naar het dorp terug. Maar sedert werden de vrouwen weder tot huis- en veldarbeid gedwongen, de mannen bleven zich aan de jacht en de wapenoefeningen wijden en ook ontnam men den vrouwen het Dingrecht weder.Ver in de bosschen rondom het Nervische gebied zwierf Himilrât met haar bende rond, de mannen, waar zij ze aantrof, beroovend en doodend.[15]

GERMANIA.HOOFDSTUK I.

Driemaal reeds had het Ding den priester Myst doen dagen door het geheele Nervische rijk, maar de zendboden waren allen teruggekomen met de mededeeling, dat de verblijfplaats van den ouden man niet was te vinden. Daarom vergaderden zij en verkozen Koeperan, die twee vaarten naar hetPaarden-eilandhad medegemaakt en door den ouden koning zeer bemind was. Koeperan, die de groote zware vrouwen van zijn rijk zeer lief had, stelde de godin Haiwô als opperste godin van het land.Hij gebood, dat zij voortaan heilig boven alle andere goden en godinnen zou zijn en gelastte de priesters, haar ter eer offeranden te brengen. Daar hij wist, dat er vele mannen morden en zeiden, dat het Ding een slechte keus had gedaan en dat ze op het Ding door meet en bier en vrouwen zoo bedwelmd waren geweest, dat niemand goed geweten had, wien hij koos, vormde hij geen lijfwacht van mannen maar van vrouwen. Honderd zware, groote maagden koos hij uit en deze wapende hij met speren, schilden en helmen. Hij zelf oefende ze elken dag uren achtereen op de groote heide en toen hij zag, hoe vaardig en dapper ze waren, gaf hij elk der krijgsvrouwen, twee paarden, groote zware paarden, kruisingen van ’t grove inlandsche ras met de fijnere paarden, die zij als buit hadden meegebracht van de rooftochten op ’t groote eiland in den oceaan.[6]Het was nu zijn vertier elken dag zijn honderd vrouwen gewapend met speer en kortzwaard, de haren los over den rag, kruiselings te paard zittend, naakt te doen rijden en draven en ze te oefenen in ’t gevecht. Toen zij voldoende geoefend waren verbood hij, dat andere lieden dan zijn honderd vrouwen te paard mochten stijgen. Wie rijden wilde, moest zijn paard voor een kar aanspannen.Eenige Nervische jongemannen hadden zich verzet. Driest reden zij, hoog op hun rossen, den nieuwen koning tegemoet, toen dezen zich met zijn krijgsvrouwen op de heide oefende. De vrouwen, verhit door de oefeningen, overmoedig door haar voorrechten, ontvingen de jongemannen met gejoel en daagden ze tot tweegevechten te paard uit, wat den koning zeer vermaakte. Hij stond het tweegevecht toe onder voorwaarde, dat de man, die verloor, aan de vrouwen gelijk zou worden gemaakt. Dat voorstel namen de Nervische jongemannen aan en spoedig waren de tweegevechten gaande. Maar de jonge mannen konden niet op tegen de reuzenwijven en alle zeven verloren zij den kamp.Toen vielen de wijven, op bevel van den koning op de jonge mannen aan en hieven ze met de slagzwaarden de geslachtsdeelen af en juichten en joelden en gierden als zij de smarten van de jonge mannen zagen, die daar voor heur oogen doodbloedden.Sedert waagden de Nervische mannen het niet meer tegen de bevelen van koning Koeperan zich te verzetten. De koning, tevreden met zijn trouwe lijfwacht, liet zich met elk zijner krijgsvrouwen trouwen en ééne onder haar, Himilrât, had hij het liefste van allen, zoodat zij spoedig een overwegenden invloed op hem kreeg. Zij, in ’t diepst van haar wezen, haatte hem echter en haatte alle mannen. Tot haar twintigste jaar was Himilrât opgevoed in de haag van Nehalennia en zij had levenslang kuisch willen blijven verzorgend zieke en oude vrouwen en als priesteres, de vrouwen verdedigd togen den overmoed[7]der mannen. Want haar was het bewust geworden, dat de mannen in Germanië de vrouwen onderdrukten. Zij verachtte de mannen, die lui op het berenvel lagen, dronken, speelden, zwelgden en oorlogsspel bedreven, terwijl de vrouwen gedwongen werden uren na uren aan het weefgetouw te zitten, het land te bebouwen, het vee te verzorgen, de kinderen in de jaren, dat zij de meeste hulp vereischten, te behoeden. Zij, de vrouw, moest het graan dorschen en malen en ’t brood bakken; zij moest de lijnwaden weven; zij moest de huiden looien; zij moest den man als slavin dienen en als een kind willoos gehoorzamen. De mannen, op hun rooftochten, mochten vrij maagden schennen en vrouwen onteeren. Maar de vrouw die ontrouw werd, bond men in een zak en verdronk haar of verbrandde haar of begroef haar levend. Wanneer een maagd zich, in de lichtzinnige jaren der jeugd, aan een minnaar gaf en de minnaar verliet haar, dan werd zij met het schandekind op een wagen door het dorp gevoerd en men hoonde haar, wierp haar met slijk en steenen en drek en dreef haar uit de gouw met het kind. Maar de ontrouwe man dronk honingbier en pochte op zijn schelmschen minne-handel.Wanneer de man de kootjes wierp en nogmaals wierp en nogmaals wierp, tot hij verspeeld had, hof en hut en vee en zwaard, dan doorspelend, liet hij de teerling beschikken over ’t lot van vrouw en kind, die zonder zich te kunnen verzetten, vrijheid en eer verloren en voortaan als slaven dienden, ja door den winner geruild werden tegen een waakhond of een paard of een stier, zoodat vrouw en kinderen, in een verre, vreemde gouw, onder een vijandigen stam vaak, tot het eind der jaren in slavernij en verachting leefden.Maar als de verleide maagd, in wanhoop, om de schande te ontgaan en heur kind voor den smaad der slavernij en de pijniging van den honger te behoeden, heur kind om ’t[8]leven bracht, dan liepen ze te hoop de mannen en grepen de ongelukkige verleide en sloegen haar of nepen haar de borsten af, of rukten haar de tong uit den mond of staken haar de oogen uit en joegen haar op de hei, waar zij verhongerde of zij bonden haar in een eenboom en zetten het brooze vaartuig uit op den wilden stroom en zoo dreef dan de ongelukkige, verdorstend te midden van ’t water, dat zij hoorde klotsen rondom den hollen boom en welks vochtigen, zoeten geur zij inademde en welks lavende golven zij bobbelen zag in ’t zonlicht. Wel vaak had Himilrât ’s nachts de kreten gehoord van die verdorstende gevangenen, wanneer ze langs de Skalde zeewaarts dreven, naakt vastgebonden in den hollen boom, beschenen door het maanlicht en den zeegeest smeekend haar toch met golven te overstroomen en in de diepte te trekken. Zij dan had ze tersluiks gered en ze in de haag verpleegd en ze arbeid gegeven in de weefhutten of in de sandaalsnijderij.Wat deden de mannen? Zij zochten twist met vreedzame buren, belust op strijd en avontuur. En niet zij leden, de mannen, want zoo zij gedood werden, kwamen ze in Walhalla en zoo ze gewond werden lagen ze thuis, verpleegd en verzorgd door de vrouwen engeëerdwegens hun vechtmoed. Maar de weduwen hier en de weduwen van den vijand, bleven achter met hare kinderen en boetten den overmoed van de vaders met levenslangen nooddruft. Waarom arbeidden de mannen niet, zooals ze dat deden in het land der Batouwers? Waarom hielpen zij niet bij ’t zaaien en maaien en bij het verzorgen van ’t vee? Waarom trokken ze op roof uit bij vreedzame buren, die wèl arbeidden? Omdat ze te lui waren. Omdat ze, vertrouwend op de kracht van hun spieren en de geoefendheid in ’t gevecht, liever als bronzende herten op elkaar aanvielen dan trouw te arbeiden. Omdat zij het makkelijker vonden de zwakke vrouwen te onderdrukken en zelf voor hun vertier te leven, dan dag aan dag ploeg en eg en sikkel te voeren.[9]Zij had zich zeer verzet, toen Koning Koeperan, die vernomen had, dat in de haag vanNehalenniaeen jonkvrouw van reusachtige lichaamsbouw woonde, haar wilde doen tot zich voeren en eerst toen de Koning haar had doen weten, dat zij tot opperpriesteres van Haiwô benoemd zou worden, had zij toegestemd om te komen. Zij bemerkte weldra haar invloed op den koning en besloot daarvan partij te trekken en de omstandigheden kwamen haar zeer ter hulpe. Nadat de mannen, door de vrees voor de vrouwenlijfwacht van den koning en het verbod om paard te rijden voldoende waren verzwakt, drong zij er bij den koning op aan, dat hij den mannen zou bevelen, den vrouwen te helpen bij het weven, bij het ploegen, bij het brouwen en bij het bakken. Voorts bewerkte zij, dat er een gelijk recht werd opgesteld voor mannen en voor vrouwen.De koning, door de vele liefdesnachten met zijne vrouwen verzwakt en zich geheel overgevend aan Himilrât, ging zoover om te bevelen, dat op het Ding, de helft der lieden uit vrouwen zou bestaan en dat bij de rechtzittingen zijn raad van bijstand gevormd zou worden voor de helft uit mannen en voor de helft uit vrouwen.Spoedig zag men vreemde toestanden in de Nervische landen. Een maagd, die zich door een Nervischen jongeling had laten verleiden en een schandekind ter wereld had gebracht, werd voor den koning gebracht. Het volk eischte, dat men haar en heur kind, met geesels uit ’t land zou jagen. Himilrât, die naast den koning op een zetel zat, liet den koning zeggen, dat hij wenschte, dat de jongeling voor hem zou verschijnen. Toen werd het kind tusschen de twee gelegd en met de handjes aan de vrouw en met de voetjes aan den jongeling gebonden. Thans beval de koning, op aanraden van Himilrât, dat men met roeden den man en de vrouw elk naar een andere zijde zou jagen.De man begon al aan het koord te trekken, hopend spoedig los te komen, al trok hij daardoor ook het kind[10]de beentjes uit het lijf. Maar de moeder liet zich geeselen en had slechts ééne zorg, haar kind te beschutten voor de slagen en te voorkomen, dat zij de armpjes van het kind uit het lid trok. Toen beval de koning, dat men beiden los zou binden. De moeder met haar kind werden in vrijheid gesteld, maar de man werd uit het dorp gegeeseld en aan een boom gebonden, waar hij verhongeren moest. ’s Nachts sloop de vrouw naar den boom en bevrijdde den man.Een moeder had haar pasgeboren schandekind gedood. Het volk wilde haar levend begraven. De koning, na raad gehouden te hebben met Himilrât, stond de straf toe onder ééne voorwaarde.… Niemand mocht aan de bestraffing deelnemen, die zelf in zijn geheele sipschaft een schandekind telde of een ongehuwde moeder. Het bleek, dat er geen sip was in de Nervische gouwen, waar niet ten minste één lid zich tegen de wetten der kuischheid vergrepen had. Daardoor bleef de moeder ongestraft.Deze en andere voorvallen hadden een grooten invloed op het maatschappelijk en zedelijk leven van de Nerviërs. De mannen begonnen zich er aan te wennen mede te arbeiden op het veld en in den molen en aan het weefgetouw. De omgang tusschen de maagden en jongelingen werd vrijer en het aantal ongehuwde moeders nam snel toe. Daarom vaardigde de koning het bevel uit, dat voortaan alle kinderen niet meer naar den vader maar naar de moeder zouden genoemd worden; dat voortaan kinderen van ongehuwde moeders dezelfde rechten zouden hebben als kinderen van gehuwde moeders. Toen echter, ondanks zijn bevel, toch de kinderen der ongehuwden werden achtergesteld, gelastte de koning, die zich geheel door Himilrât liet leiden, dat de éénjarige kinderen allen elke week in den tempel van Haiwô zouden gebracht worden. Daar werden zij naakt uitgekleed en dan door het lot der godin aan de moeders verdeeld, die onmiddellijk huiswaarts moesten trekken met het haar, door de godin, toegewezen kind.[11]Het gevolg hiervan was, dat de moeders de verzorging van de haar vreemde kinderen verwaarloosden. Toen beval de koning, dat een dag na de geboorte de kinderen naar het lot der godin zouden verdeeld worden. Nu konden de moeders niet meer onderscheiden of zij een vreemd kind dan wel het eigen hadden terug ontvangen en zij droegen het haar toegewezen kind evenveel liefde toe als ’t eigene. En daar zij bedachten, dat wellicht het kind eener andere vrouw het hare kon zijn, zorgden de rijke moeders ook voor de arme moeders, ja elke zuigeling scheen nu wel zooveel moeders te hebben als er zoogende vrouwen waren.Himilrât voorzag, dat op deze wijze het geheele volk der Nerviërs zich langzamerhand als een groote sippe zou gaan beschouwen. Ieder kon de broeder of de zuster van een ander zijn en terwijl immers tot thans de sipschaften elk afzonderlijk hadden geleefd en voor ’t eigen belang hadden gestreden, zou nu het geheele volk zich eensgezind voelen, zonder hoôvaardij op afkomst of rang van vaders en voorvaders. Elkeen zou geen andere waarde en waardigheid bezitten, dan die hij of zij zichzelve door eigen kracht en deugd verwierf.Koning Koeperan werd in deze dagen ziek en stierf na korten tijd aan uitputting.Het Ding kwam bijeen om een nieuwen Koning uit te roepen. Thans kozen ook de vrouwen mede en de negen-en-negentig krijgsvrouwen, in volle wapenrusting, verschenen te paard op den Dinghof onder leiding van Himilrât. De mannen wilden Solbert, een krachtigen en rijken Nervischen man tot koning kiezen. Maar de vrouwen, die vreesden dat zij hare rechten zouden verliezen, wanneer een man aan de regeering kwam, eischten dat Himilrât tot koningin met koningswaardigheid zou verkozen worden. Toen, op het Ding, ontbrandde plotseling het strijdvuur tusschen de mannen en de vrouwen, dat reeds lang gesmeuld had.[12]De vrouwen verlieten hun mannen, de dochters hun vaders, de vrijsters haar vrijers en weldra waren er twee kampen gevormd, dat der mannen en dat der vrouwen, die bereid stonden om door wapengeweld elkaar den voorrang te betwisten. De mannen stoorden zich niet meer aan het verbod, dat zij niet te paard mochten rijden. Zij begonnen zich weder ijverig toe oefenen in het paardrijden en in het vechten te paard. Maar Himilrât, die het bloedvergieten wilde voorkomen, liet groote wagens timmeren, die zij deed volladen met leeftocht. Toen, in den nacht, trok zij met alle Nervische vrouwen, jonkvrouwen en meisjes ver weg naar een dal in de bergen, dat slechts één toegang had en daar zette het vrouwelijk gedeelte van den stam der Nerviërs zich metterwoon neder, met geen andere leden van het mannelijk geslacht dan de mannelijke zuigelingen, waarvan de moeders, zich niet hadden kunnen scheiden.Toen de mannen bemerkten, dat de vrouwen gevlucht waren, jubelden zij en vierden feest omdat de vrouwen het pleit verloren hadden. Solbert werd tot Koning verheven en zijn eerste regeeringsdaad was de afschaffing van de godin Haiwô en de oude god Thius werd weder in eere hersteld. Doch na de gelagen en de offers begonnen de mannen naar de vrouwen te verlangen. Na een week hadden allen spijt over het vertrek der vrouwen en eenigen begonnen onderzoek te doen naar den weg, die de vrouwen op haar vlucht hadden genomen. Toen zij het dal gevonden hadden, begonnen zij de vrouwen, die de wacht hielden bij de ingangspoort te vragen of zij mee wilden komen. De vrouwen weigerden, maar den volgenden morgen waren twee van de schildwachten niet op haar post en den volgenden nacht lieten weer eenige vrouwen zich verleiden om mede te trekken. Himilrât, dit vernemende, verbood de vrouwen bij doodstraf, zich met de mannen te onderhouden en drie dagen later hief zij met eigen hand een jonkvrouw het[13]hoofd af, die het gewaagd had, met haar vader te spreken.De mannen verdubbelden hun pogingen om hun vrouwen te bewegen, weder naar het dorp te komen. Zij kampeerden aan den ingang van het dal en riepen de vrouwen toe, dat zij toch onbekommerd tot hen zouden komen. Zij zouden haar verdedigen tegen Himilrât en zij konden er verzekerd van zijn, dat zij ook onder Solbert vrijheid zouden genieten en dingrecht.Er waren in het kamp der vrouwen reeds vele maagden, die spijt hadden, medegetrokken te zijn. Zij keken met verlangenden blik naar de jongelieden, die zij van de heuvels konden zien rijden en loopen. Eindelijk vatte een der krijgsvrouwen, Blicdrût genaamd, moed en zeide tot Himilrât dat zij niet langer zonder man wilde blijven. Toen Himilrât haar bestrafte, trok zij haar zwaard en verzette zich. Himilrât riep de krijgsvrouwen te hulp, maar deze waren van meening verdeeld en spoedig waren er in het vrouwenkamp twee partijen, die onder leiding van Blicdrût, welke eischte, dat men tot de mannen weer zou keeren en die van Himilrât, die aan geen terugkeer wilden denken, voor Solbert was afgezet en aan Himilrât de koningsmacht was verleend.De leeftocht begon te verminderen en daar Himilrât weigerde aan de partij van Blicdrût levensmiddelen af te staan, besloot Blicdrût met haar partij het dal te verlaten en naar de mannen te trekken. Ook dit trachtte Himilrât te verhinderen en nu stelden de vrouwen zich in slagorde en de beide partijen, aangevoerd door de krijgsmaagden, vielen op elkaar aan. De krijgsmaagden streden naar de regels der vechtkunst te paard, met kortzwaard en schild, doch de andere vrouwen vochten naar vrouwenaard. Zij krabden elkaar in ’t gelaat, trokken elkaar aan de haren en velen ook, zonder tot handtastelijkheden over te gaan, scholden elkaar uit, keven, spuwden naar elkaar en begonnen op haar vaders en broers en verdere sipschaft te schelden,[14]zoodat de vrouwen, die weigerden naar heur mannen terug te keeren, soms de eer van diezelfde mannen verdedigden wanneer die werd aangevallen door de vrouwen, die wèl naar de mannen terug wilden keeren.De mannen, die den strijd hadden aangezien, sloten zich aaneen, drongen door den ingang in het dal en vielen nu op Himilrât en hare partij aan. Thans was voor haar de slag verloren. Met een aantal getrouwe krijgsmaagden nam zij de vlucht en de mannen, verheugd hun vrouwen weergevonden te hebben, keerden naar het dorp terug. Maar sedert werden de vrouwen weder tot huis- en veldarbeid gedwongen, de mannen bleven zich aan de jacht en de wapenoefeningen wijden en ook ontnam men den vrouwen het Dingrecht weder.Ver in de bosschen rondom het Nervische gebied zwierf Himilrât met haar bende rond, de mannen, waar zij ze aantrof, beroovend en doodend.[15]

Driemaal reeds had het Ding den priester Myst doen dagen door het geheele Nervische rijk, maar de zendboden waren allen teruggekomen met de mededeeling, dat de verblijfplaats van den ouden man niet was te vinden. Daarom vergaderden zij en verkozen Koeperan, die twee vaarten naar hetPaarden-eilandhad medegemaakt en door den ouden koning zeer bemind was. Koeperan, die de groote zware vrouwen van zijn rijk zeer lief had, stelde de godin Haiwô als opperste godin van het land.

Hij gebood, dat zij voortaan heilig boven alle andere goden en godinnen zou zijn en gelastte de priesters, haar ter eer offeranden te brengen. Daar hij wist, dat er vele mannen morden en zeiden, dat het Ding een slechte keus had gedaan en dat ze op het Ding door meet en bier en vrouwen zoo bedwelmd waren geweest, dat niemand goed geweten had, wien hij koos, vormde hij geen lijfwacht van mannen maar van vrouwen. Honderd zware, groote maagden koos hij uit en deze wapende hij met speren, schilden en helmen. Hij zelf oefende ze elken dag uren achtereen op de groote heide en toen hij zag, hoe vaardig en dapper ze waren, gaf hij elk der krijgsvrouwen, twee paarden, groote zware paarden, kruisingen van ’t grove inlandsche ras met de fijnere paarden, die zij als buit hadden meegebracht van de rooftochten op ’t groote eiland in den oceaan.[6]

Het was nu zijn vertier elken dag zijn honderd vrouwen gewapend met speer en kortzwaard, de haren los over den rag, kruiselings te paard zittend, naakt te doen rijden en draven en ze te oefenen in ’t gevecht. Toen zij voldoende geoefend waren verbood hij, dat andere lieden dan zijn honderd vrouwen te paard mochten stijgen. Wie rijden wilde, moest zijn paard voor een kar aanspannen.

Eenige Nervische jongemannen hadden zich verzet. Driest reden zij, hoog op hun rossen, den nieuwen koning tegemoet, toen dezen zich met zijn krijgsvrouwen op de heide oefende. De vrouwen, verhit door de oefeningen, overmoedig door haar voorrechten, ontvingen de jongemannen met gejoel en daagden ze tot tweegevechten te paard uit, wat den koning zeer vermaakte. Hij stond het tweegevecht toe onder voorwaarde, dat de man, die verloor, aan de vrouwen gelijk zou worden gemaakt. Dat voorstel namen de Nervische jongemannen aan en spoedig waren de tweegevechten gaande. Maar de jonge mannen konden niet op tegen de reuzenwijven en alle zeven verloren zij den kamp.

Toen vielen de wijven, op bevel van den koning op de jonge mannen aan en hieven ze met de slagzwaarden de geslachtsdeelen af en juichten en joelden en gierden als zij de smarten van de jonge mannen zagen, die daar voor heur oogen doodbloedden.

Sedert waagden de Nervische mannen het niet meer tegen de bevelen van koning Koeperan zich te verzetten. De koning, tevreden met zijn trouwe lijfwacht, liet zich met elk zijner krijgsvrouwen trouwen en ééne onder haar, Himilrât, had hij het liefste van allen, zoodat zij spoedig een overwegenden invloed op hem kreeg. Zij, in ’t diepst van haar wezen, haatte hem echter en haatte alle mannen. Tot haar twintigste jaar was Himilrât opgevoed in de haag van Nehalennia en zij had levenslang kuisch willen blijven verzorgend zieke en oude vrouwen en als priesteres, de vrouwen verdedigd togen den overmoed[7]der mannen. Want haar was het bewust geworden, dat de mannen in Germanië de vrouwen onderdrukten. Zij verachtte de mannen, die lui op het berenvel lagen, dronken, speelden, zwelgden en oorlogsspel bedreven, terwijl de vrouwen gedwongen werden uren na uren aan het weefgetouw te zitten, het land te bebouwen, het vee te verzorgen, de kinderen in de jaren, dat zij de meeste hulp vereischten, te behoeden. Zij, de vrouw, moest het graan dorschen en malen en ’t brood bakken; zij moest de lijnwaden weven; zij moest de huiden looien; zij moest den man als slavin dienen en als een kind willoos gehoorzamen. De mannen, op hun rooftochten, mochten vrij maagden schennen en vrouwen onteeren. Maar de vrouw die ontrouw werd, bond men in een zak en verdronk haar of verbrandde haar of begroef haar levend. Wanneer een maagd zich, in de lichtzinnige jaren der jeugd, aan een minnaar gaf en de minnaar verliet haar, dan werd zij met het schandekind op een wagen door het dorp gevoerd en men hoonde haar, wierp haar met slijk en steenen en drek en dreef haar uit de gouw met het kind. Maar de ontrouwe man dronk honingbier en pochte op zijn schelmschen minne-handel.

Wanneer de man de kootjes wierp en nogmaals wierp en nogmaals wierp, tot hij verspeeld had, hof en hut en vee en zwaard, dan doorspelend, liet hij de teerling beschikken over ’t lot van vrouw en kind, die zonder zich te kunnen verzetten, vrijheid en eer verloren en voortaan als slaven dienden, ja door den winner geruild werden tegen een waakhond of een paard of een stier, zoodat vrouw en kinderen, in een verre, vreemde gouw, onder een vijandigen stam vaak, tot het eind der jaren in slavernij en verachting leefden.

Maar als de verleide maagd, in wanhoop, om de schande te ontgaan en heur kind voor den smaad der slavernij en de pijniging van den honger te behoeden, heur kind om ’t[8]leven bracht, dan liepen ze te hoop de mannen en grepen de ongelukkige verleide en sloegen haar of nepen haar de borsten af, of rukten haar de tong uit den mond of staken haar de oogen uit en joegen haar op de hei, waar zij verhongerde of zij bonden haar in een eenboom en zetten het brooze vaartuig uit op den wilden stroom en zoo dreef dan de ongelukkige, verdorstend te midden van ’t water, dat zij hoorde klotsen rondom den hollen boom en welks vochtigen, zoeten geur zij inademde en welks lavende golven zij bobbelen zag in ’t zonlicht. Wel vaak had Himilrât ’s nachts de kreten gehoord van die verdorstende gevangenen, wanneer ze langs de Skalde zeewaarts dreven, naakt vastgebonden in den hollen boom, beschenen door het maanlicht en den zeegeest smeekend haar toch met golven te overstroomen en in de diepte te trekken. Zij dan had ze tersluiks gered en ze in de haag verpleegd en ze arbeid gegeven in de weefhutten of in de sandaalsnijderij.

Wat deden de mannen? Zij zochten twist met vreedzame buren, belust op strijd en avontuur. En niet zij leden, de mannen, want zoo zij gedood werden, kwamen ze in Walhalla en zoo ze gewond werden lagen ze thuis, verpleegd en verzorgd door de vrouwen engeëerdwegens hun vechtmoed. Maar de weduwen hier en de weduwen van den vijand, bleven achter met hare kinderen en boetten den overmoed van de vaders met levenslangen nooddruft. Waarom arbeidden de mannen niet, zooals ze dat deden in het land der Batouwers? Waarom hielpen zij niet bij ’t zaaien en maaien en bij het verzorgen van ’t vee? Waarom trokken ze op roof uit bij vreedzame buren, die wèl arbeidden? Omdat ze te lui waren. Omdat ze, vertrouwend op de kracht van hun spieren en de geoefendheid in ’t gevecht, liever als bronzende herten op elkaar aanvielen dan trouw te arbeiden. Omdat zij het makkelijker vonden de zwakke vrouwen te onderdrukken en zelf voor hun vertier te leven, dan dag aan dag ploeg en eg en sikkel te voeren.[9]

Zij had zich zeer verzet, toen Koning Koeperan, die vernomen had, dat in de haag vanNehalenniaeen jonkvrouw van reusachtige lichaamsbouw woonde, haar wilde doen tot zich voeren en eerst toen de Koning haar had doen weten, dat zij tot opperpriesteres van Haiwô benoemd zou worden, had zij toegestemd om te komen. Zij bemerkte weldra haar invloed op den koning en besloot daarvan partij te trekken en de omstandigheden kwamen haar zeer ter hulpe. Nadat de mannen, door de vrees voor de vrouwenlijfwacht van den koning en het verbod om paard te rijden voldoende waren verzwakt, drong zij er bij den koning op aan, dat hij den mannen zou bevelen, den vrouwen te helpen bij het weven, bij het ploegen, bij het brouwen en bij het bakken. Voorts bewerkte zij, dat er een gelijk recht werd opgesteld voor mannen en voor vrouwen.

De koning, door de vele liefdesnachten met zijne vrouwen verzwakt en zich geheel overgevend aan Himilrât, ging zoover om te bevelen, dat op het Ding, de helft der lieden uit vrouwen zou bestaan en dat bij de rechtzittingen zijn raad van bijstand gevormd zou worden voor de helft uit mannen en voor de helft uit vrouwen.

Spoedig zag men vreemde toestanden in de Nervische landen. Een maagd, die zich door een Nervischen jongeling had laten verleiden en een schandekind ter wereld had gebracht, werd voor den koning gebracht. Het volk eischte, dat men haar en heur kind, met geesels uit ’t land zou jagen. Himilrât, die naast den koning op een zetel zat, liet den koning zeggen, dat hij wenschte, dat de jongeling voor hem zou verschijnen. Toen werd het kind tusschen de twee gelegd en met de handjes aan de vrouw en met de voetjes aan den jongeling gebonden. Thans beval de koning, op aanraden van Himilrât, dat men met roeden den man en de vrouw elk naar een andere zijde zou jagen.

De man begon al aan het koord te trekken, hopend spoedig los te komen, al trok hij daardoor ook het kind[10]de beentjes uit het lijf. Maar de moeder liet zich geeselen en had slechts ééne zorg, haar kind te beschutten voor de slagen en te voorkomen, dat zij de armpjes van het kind uit het lid trok. Toen beval de koning, dat men beiden los zou binden. De moeder met haar kind werden in vrijheid gesteld, maar de man werd uit het dorp gegeeseld en aan een boom gebonden, waar hij verhongeren moest. ’s Nachts sloop de vrouw naar den boom en bevrijdde den man.

Een moeder had haar pasgeboren schandekind gedood. Het volk wilde haar levend begraven. De koning, na raad gehouden te hebben met Himilrât, stond de straf toe onder ééne voorwaarde.… Niemand mocht aan de bestraffing deelnemen, die zelf in zijn geheele sipschaft een schandekind telde of een ongehuwde moeder. Het bleek, dat er geen sip was in de Nervische gouwen, waar niet ten minste één lid zich tegen de wetten der kuischheid vergrepen had. Daardoor bleef de moeder ongestraft.

Deze en andere voorvallen hadden een grooten invloed op het maatschappelijk en zedelijk leven van de Nerviërs. De mannen begonnen zich er aan te wennen mede te arbeiden op het veld en in den molen en aan het weefgetouw. De omgang tusschen de maagden en jongelingen werd vrijer en het aantal ongehuwde moeders nam snel toe. Daarom vaardigde de koning het bevel uit, dat voortaan alle kinderen niet meer naar den vader maar naar de moeder zouden genoemd worden; dat voortaan kinderen van ongehuwde moeders dezelfde rechten zouden hebben als kinderen van gehuwde moeders. Toen echter, ondanks zijn bevel, toch de kinderen der ongehuwden werden achtergesteld, gelastte de koning, die zich geheel door Himilrât liet leiden, dat de éénjarige kinderen allen elke week in den tempel van Haiwô zouden gebracht worden. Daar werden zij naakt uitgekleed en dan door het lot der godin aan de moeders verdeeld, die onmiddellijk huiswaarts moesten trekken met het haar, door de godin, toegewezen kind.[11]Het gevolg hiervan was, dat de moeders de verzorging van de haar vreemde kinderen verwaarloosden. Toen beval de koning, dat een dag na de geboorte de kinderen naar het lot der godin zouden verdeeld worden. Nu konden de moeders niet meer onderscheiden of zij een vreemd kind dan wel het eigen hadden terug ontvangen en zij droegen het haar toegewezen kind evenveel liefde toe als ’t eigene. En daar zij bedachten, dat wellicht het kind eener andere vrouw het hare kon zijn, zorgden de rijke moeders ook voor de arme moeders, ja elke zuigeling scheen nu wel zooveel moeders te hebben als er zoogende vrouwen waren.

Himilrât voorzag, dat op deze wijze het geheele volk der Nerviërs zich langzamerhand als een groote sippe zou gaan beschouwen. Ieder kon de broeder of de zuster van een ander zijn en terwijl immers tot thans de sipschaften elk afzonderlijk hadden geleefd en voor ’t eigen belang hadden gestreden, zou nu het geheele volk zich eensgezind voelen, zonder hoôvaardij op afkomst of rang van vaders en voorvaders. Elkeen zou geen andere waarde en waardigheid bezitten, dan die hij of zij zichzelve door eigen kracht en deugd verwierf.

Koning Koeperan werd in deze dagen ziek en stierf na korten tijd aan uitputting.

Het Ding kwam bijeen om een nieuwen Koning uit te roepen. Thans kozen ook de vrouwen mede en de negen-en-negentig krijgsvrouwen, in volle wapenrusting, verschenen te paard op den Dinghof onder leiding van Himilrât. De mannen wilden Solbert, een krachtigen en rijken Nervischen man tot koning kiezen. Maar de vrouwen, die vreesden dat zij hare rechten zouden verliezen, wanneer een man aan de regeering kwam, eischten dat Himilrât tot koningin met koningswaardigheid zou verkozen worden. Toen, op het Ding, ontbrandde plotseling het strijdvuur tusschen de mannen en de vrouwen, dat reeds lang gesmeuld had.[12]

De vrouwen verlieten hun mannen, de dochters hun vaders, de vrijsters haar vrijers en weldra waren er twee kampen gevormd, dat der mannen en dat der vrouwen, die bereid stonden om door wapengeweld elkaar den voorrang te betwisten. De mannen stoorden zich niet meer aan het verbod, dat zij niet te paard mochten rijden. Zij begonnen zich weder ijverig toe oefenen in het paardrijden en in het vechten te paard. Maar Himilrât, die het bloedvergieten wilde voorkomen, liet groote wagens timmeren, die zij deed volladen met leeftocht. Toen, in den nacht, trok zij met alle Nervische vrouwen, jonkvrouwen en meisjes ver weg naar een dal in de bergen, dat slechts één toegang had en daar zette het vrouwelijk gedeelte van den stam der Nerviërs zich metterwoon neder, met geen andere leden van het mannelijk geslacht dan de mannelijke zuigelingen, waarvan de moeders, zich niet hadden kunnen scheiden.

Toen de mannen bemerkten, dat de vrouwen gevlucht waren, jubelden zij en vierden feest omdat de vrouwen het pleit verloren hadden. Solbert werd tot Koning verheven en zijn eerste regeeringsdaad was de afschaffing van de godin Haiwô en de oude god Thius werd weder in eere hersteld. Doch na de gelagen en de offers begonnen de mannen naar de vrouwen te verlangen. Na een week hadden allen spijt over het vertrek der vrouwen en eenigen begonnen onderzoek te doen naar den weg, die de vrouwen op haar vlucht hadden genomen. Toen zij het dal gevonden hadden, begonnen zij de vrouwen, die de wacht hielden bij de ingangspoort te vragen of zij mee wilden komen. De vrouwen weigerden, maar den volgenden morgen waren twee van de schildwachten niet op haar post en den volgenden nacht lieten weer eenige vrouwen zich verleiden om mede te trekken. Himilrât, dit vernemende, verbood de vrouwen bij doodstraf, zich met de mannen te onderhouden en drie dagen later hief zij met eigen hand een jonkvrouw het[13]hoofd af, die het gewaagd had, met haar vader te spreken.

De mannen verdubbelden hun pogingen om hun vrouwen te bewegen, weder naar het dorp te komen. Zij kampeerden aan den ingang van het dal en riepen de vrouwen toe, dat zij toch onbekommerd tot hen zouden komen. Zij zouden haar verdedigen tegen Himilrât en zij konden er verzekerd van zijn, dat zij ook onder Solbert vrijheid zouden genieten en dingrecht.

Er waren in het kamp der vrouwen reeds vele maagden, die spijt hadden, medegetrokken te zijn. Zij keken met verlangenden blik naar de jongelieden, die zij van de heuvels konden zien rijden en loopen. Eindelijk vatte een der krijgsvrouwen, Blicdrût genaamd, moed en zeide tot Himilrât dat zij niet langer zonder man wilde blijven. Toen Himilrât haar bestrafte, trok zij haar zwaard en verzette zich. Himilrât riep de krijgsvrouwen te hulp, maar deze waren van meening verdeeld en spoedig waren er in het vrouwenkamp twee partijen, die onder leiding van Blicdrût, welke eischte, dat men tot de mannen weer zou keeren en die van Himilrât, die aan geen terugkeer wilden denken, voor Solbert was afgezet en aan Himilrât de koningsmacht was verleend.

De leeftocht begon te verminderen en daar Himilrât weigerde aan de partij van Blicdrût levensmiddelen af te staan, besloot Blicdrût met haar partij het dal te verlaten en naar de mannen te trekken. Ook dit trachtte Himilrât te verhinderen en nu stelden de vrouwen zich in slagorde en de beide partijen, aangevoerd door de krijgsmaagden, vielen op elkaar aan. De krijgsmaagden streden naar de regels der vechtkunst te paard, met kortzwaard en schild, doch de andere vrouwen vochten naar vrouwenaard. Zij krabden elkaar in ’t gelaat, trokken elkaar aan de haren en velen ook, zonder tot handtastelijkheden over te gaan, scholden elkaar uit, keven, spuwden naar elkaar en begonnen op haar vaders en broers en verdere sipschaft te schelden,[14]zoodat de vrouwen, die weigerden naar heur mannen terug te keeren, soms de eer van diezelfde mannen verdedigden wanneer die werd aangevallen door de vrouwen, die wèl naar de mannen terug wilden keeren.

De mannen, die den strijd hadden aangezien, sloten zich aaneen, drongen door den ingang in het dal en vielen nu op Himilrât en hare partij aan. Thans was voor haar de slag verloren. Met een aantal getrouwe krijgsmaagden nam zij de vlucht en de mannen, verheugd hun vrouwen weergevonden te hebben, keerden naar het dorp terug. Maar sedert werden de vrouwen weder tot huis- en veldarbeid gedwongen, de mannen bleven zich aan de jacht en de wapenoefeningen wijden en ook ontnam men den vrouwen het Dingrecht weder.

Ver in de bosschen rondom het Nervische gebied zwierf Himilrât met haar bende rond, de mannen, waar zij ze aantrof, beroovend en doodend.[15]


Back to IndexNext