[Inhoud]HOOFDSTUK X.Er waren drie priesters in het land der Nerviërs aangekomen en deze, vernemende dat Sogol en Harimona nog niet genaderd waren, begaven zich naar Waberloo, de winterwoning van koning Solbert. Zij vroegen onderweg aan alle woningen of de lieden Sogol en Harimona reeds gezien hadden. Het begon koud te worden en de drie priesters overnachtten zooveel mogelijk in de hutten, waar men hun gaarne gastvrijheid verleende. En voor het vuur verhaalden zij van de schatten van Renigo, van de wonderen van Harimona en van de ontvoering door Sogol, den Nervischen prins.Maar de menschen herinnerden zich niet, dat er een prins van dien naam bestond en schudden het hoofd, zeiden tot de priesters, dat zeker de een of andere roover zich die valsche waardigheid had toegeëigend.Doch de priesters bestreden dat. Het was wel zeker een prins geweest, een echten prins en geen roover. Dat had men gemerkt aan zijn trotsche houding, zijn overmoedig gedrag, de schoone wijze waarop hij wist te spreken en de vele talen, die hij kende. Want men had hem in de kampen hooren redeneeren met priesters van de Sfafen en met gezanten van het Paarden-eiland en met schippers van Scandische vaartuigen, die hij naar den weg had gevraagd om naar het vreemde land te komen. Een Scandische schipper zelfs, die hem, naar de gewoonte der Scandiërs, die wanneer met hun naar den weg tot het vreemde land vraagt, altoos verhalen van den grooten zeeslang en het gruwelijke meerwijf, had hij voor leugenaar uitgemaakt. De Scandiër had zijn mes getrokken en was Sogol te lijf[142]gegaan. Die had een mes geleend en den Scandiër na drie trekken een stoot in de borst toegebracht. Maar hij had zijn tegenstander dadelijk verbonden en hem niet naar ’t gebruik, den doodsteek gegeven, zoodat de schipper sedert dankbaar was en gezegd, dat hij Sogol den weg naar ’t vreemde land zou wijzen. Toen hadden de andere Scandiërs den gewonde tusschen zich ingenomen en later had men hem dood gevonden, hangende met de beenen naar beneden aan een boomtak. Zoo handelen de Scandiërs met allen, die het geheime middel willen verraden, waardoor zij het gruwelijke meerwijf, dat over de zee van het vreemde land heerscht, weten te paaien.De Nerviërs spraken nu veel over den onbekenden prins, die zoo dapper en knap was en begonnen bij de andere lieden te vragen of zij ook herinnering hadden van prins Sogol. Toen was er een vrouw geweest, die Sogols moeder had gekend en een andere verhaalde van den ouden priester Myst, die voor jaren was uitgetrokken om den zoon van den Bellovaakschen koning te zoeken.En de priesters, ondervraagd, verklaarden dat een ouden priester steeds in de nabijheid van den prins was gezien en ook een jongen horenblazer.De priester was gestorven, maar de horenblazer was verdwenen in denzelfden nacht dat Harimona door Sogol was geschaakt.Veel menschen gingen nu met de drie priesters mede loopen om naar den prins en de heilige jonkvrouw te zoeken en verbreidden door het land de geschiedenis van Sogol. Toen de priesters eindelijk te Waberloo aankwamen, waren hun al vele lieden vooruitgesneld en ook kondschappers van trouwe heertogen van koning Solbert, die den koning waarschuwen lieten voor den nieuwen dinger naar de koningsmacht.Maar er waren ook vele heertogen, die den toenemenden macht van Solbert bemerkend, naijverig waren en wel gaarne[143]een nieuwen koning op den troon wilden zien. Want onder de Nerviërs en de Bellovaken, hoewel van Germaansche afstamming, zijn er, die van de Galliërs, waarmede zij dikwijls in aanraking komen, de onbestendigheid hebben overgenomen en altoos haken naar verandering van regeering. Daarbij kwam, dat Solbert een zéér strengen koning was, die den Galliërs vijandig was en de vrouwenregeering van vroeger toeschreef aan den invloed der verwijfde Galliërs. Hij had alle Gallische gebruiken onder de Nerviërs en Bellovaken uitgeroeid. Het drinken van wijn werd bestraft met het uitsnijden van de tong, omdat de wijn wellustig maakt. Niemand, ook de voornaamste hertog niet, mocht kleederen van meer dan twee kleuren dragen.Zwakke kinderen en bastaarden werden dadelijk na de geboorte gedood en Solbert was het, die het oude gebruik weder in eer herstelde, dat kinderen dadelijk na de geboorte in koud water moesten ondergedoopt worden om hun levenskracht te beproeven.Vooral de vrouwen waren zeer ontevreden met de regeering van Solbert. Want hij, zich herinnerend waartoe de vrouwenregeering had aanleiding gegeven, had de vrouwen weder volkomen onderworpen aan den man. Zij moesten ’s winters thuis weven en ’s zomers het land bebouwen. De mannen hadden het recht hun vrouwen een weeftaak op te leggen en haar, wanneer zij haar taak niet voleindigd hadden, te kastijden met de zweep.Ook de kleeding der vrouwen was door koning Solbert voorgeschreven. Zij moesten naar de oude zede der voorvaderen hals en armen bloot dragen, ook gedurende den winter. De boezem moest echter door een stijf lijnwaad worden weggedrukt, opdat de maagden de jongelieden, en de gehuwde vrouwen niet anderen dan hun eigen man tot begeerte zouden brengen. Ten einde de vrouwen en de maagden door een uiterlijk teeken te onderscheiden, moesten[144]de maagden twee kleine krullen buiten de hoofdhuive dragen, terzijde voor de ooren. Aan de gehuwde vrouwen was deze dracht verboden. Want het was voorgekomen, dat mannen door gehuwde vrouwen tot ontucht waren gebracht, doordat zij zich als ongehuwden hadden voorgedaan.Door al deze strenge maatregelen was koning Solbert weinig bemind. Evenwel, daar men erkennen moest, dat dit alles in ’t belang van den stam geschiedde, gevoelde men toch ontzag voor den strengen koning. Doch er was nog een andere reden waarom vele aanzienlijken Solbert een kwaad hart toedroegen, dan alleen wegens zijn beperking van de ontucht en de weelde.De koning had de hoorigen onder hetzelfde recht gesteld als de vrijen. Dit nu was van oudsher nooit zoo geweest. De vrijen werden gevonnist op het Ding naar de wetten die in het groote gedicht van koningNoricwas vervat en die de zeven priesters elk voor een zevende deel kenden. Stierf een der zeven wethouders of raakte hij door den ouderdom verzwakt, zoodat hij zijn deel niet meer voor het Ding vlot kon opzeggen, dan werd een jongen priester tot wethouder verheven, nadat hij op een Ding, ten overstaan van het geheele volk, zijn deel vier maal achter elkaar had opgezegd, zonder ook maar een enkelen keer te haperen. Maar de hoorigen werden gevonnist door hun heer en voor hen waren de straffen strenger.Koning Solbert nu, die ervaren had, dat de heeren de hoorigen ook bij de minste vergrijpen zware straffen oplegden, zoodat de vrouwen der hoorigen nachten door zaten te weven om de boeten hunner mannen te kunnen voldoen, daar anders de mannen met wilgeteenen werden gekastijd of de ooren van ’t hoofd werden gesneden of geblinddoekt naast den ezel in de graanmolen aangebonden, had bevolen dat geen heer zijn hoorigen anders rechten mocht dan naar het recht van koningNoric. En om te voorkomen, dat de heeren zouden zeggen, dat zij ’t recht niet kenden, werden[145]in elk gebied zeven hoorigen en zeven heeren gekozen, die het gedicht van koning Noric uit het hoofd moesten leeren, juist zooals de priesters.De priesters, ziende dat de heilige wetenschap van het oude recht aldus niet alleen aan heeren, maar zelfs aan het gemeen werd onderricht, verweerden zich en zeiden, dat dit een inbreuk op het recht der priesters was. Toen was koning Solbert opgestoven en hij had gedreigd, dat hij boodschappers zou zenden naarScandia, waar het heilige recht was gegrift op bronzen tafels in de onvergankelijke runen. Die bronzen tafels had koning Noric in de jaren zijner eenzaamheid, toen hij met zijn lier had rondgezworven in het vreemde land, van Wotan zelf ontvangen.De priesters waren zwijgend weggegaan. Want zij kenden de heilige runen niet en vreesden vervangen te zullen worden door priesters uit Scandia, die runen konden lezen en zoo zelfs spraken met de koningin van het vreemde land, die zij met de schippers eiken broodplanken stuurden waarop runen waren ingegrift. Maar zij morden en offerden in stilte een vaars aan Donar en smeekten hem koning Solbert door zijn bliksem te vellen.De heeren, nu gedwongen hun hoorigen te vonnissen naar het recht van koning Noric, konden geen zware straffen meer opleggen en morden, wachtend op een gelegenheid om den koning ten val te brengen. Doch de hoorigen waren Solbert dankbaar en velen van hen, wetend dat zij allen voor zware misdrijven aan den lijve gestraft konden worden, werden overmoedig, zoodat zij, wanneer te veel van hen werd gevergd, weigerden hun taak te verrichten en riepen om het recht van koning Noric. Ook waren er veel misdrijven, waar in ’t recht van koning Noric in ’t geheel geen straf op was gesteld, zooals wanneer een maagd weigerde in den bruidsnacht bij heur heer te slapen; of wanneer een knecht weigerde de straf[146]te boeten, die zijn heer op het Ding was opgelegd wegens een vergrijp. Want deze gebruiken waren ten tijde dat koning Noric in ’t vreemde land zwierf, nog niet bekend geweest.Toen de drie priesters van Renigo eindelijk bij koning Solbert te Waberloo werden toegelaten, was al in ’t heele gebied bekend, dat Sogol, de dappere en geleerde prins, in aantocht was, vergezeld van een heilige maagd. De priesters en de heerenbereiddenzich voor om prins Sogol waardig te ontvangen en een Ding te doen uitroepen, waarop gerecht zou worden, wie het meeste recht op den troon had. Maar de hoorigen waren vast besloten voor hun koning Solbert te strijden en zelfs als het Ding anders mocht beslissen, toch koning Solbert trouw te blijven en hem hun arm aan te bieden.Onder de hoorigen liepen veel slechte geruchten omtrent Sogol. Zijn moeder was de gevloekte kol Spûr geweest, die verdronken was bij de waterproef.1Zijn vader, de roofzieke Bellovaaksche hertog. Hij had te Renigo zondige redevoeringen gehouden en de goden geschonden. Harimona, heette het, was door hem, met behulp van giftige kruiden in een diepen slaap gebracht en toen medegevoerd. De geest van zijn moeder, de kol Spûr, was verschenen in de gedaante van den jongen horentoeter en deze had de heilige maagd in haar slaap besproken, ontheiligd en betooverd en zoo haar de wonderkracht ontnomen.En telkens kwamen er nieuwe verhalen van de slechtheid van Sogol. Men had hem gezien in het Aardener woud bij de vervloekte krijgsvrouwen en hij had met haar ontucht begaan.[147]Hij had de krijgsvrouwen weder tot een horde gevormd en zijn moeder had ze hellewapens gegeven in den vorm van groote rietstengels. Wie door het riet werd aangeraakt kreeg groote brandblaren en stierf aan waterkoorts.Koning Solbert ondervroeg de drie priesters uitvoerig. Zij vertelden van de schatten van den haag van Renigo, van de macht van den hoogepriester Maresag, van de wonderlijke geboorte van Harimona, van den roep die van haar uitging en van de laatste groote verzameling van pelgrims aan den Rîn. Welke genezingen zij had verricht en hoe prins Sogol in de kampen was verschenen, vergezeld van een ouden priester en een jongen horenblazer. Dat Harimona alle bruidegoms had afgewezen maar prins Sogol, die als offer voor ’t volk had moeten dienen, door haar Batouwschen lijfwacht had doen redden. En dat toen Harimona den prins bij haar in hare vertrekken dagen lang had verborgen gehouden en eindelijk met hem was gevlucht.Koning Solbert liet zich veel omtrent Harimona verhalen. Of zij schoon was? En hoe de kleur van heur haar was en hoe die van haar oogen. Hoe lang zij was? Zoo lang als gemeenlijk de vrouwen van Renigo, die bekend stonden als zware wijven of misschien wel van zijn lengte?En Solbert sprak weinig over prins Sogol en scheen zich niet om Sogol te bekommeren. Maar veel sprak hij over Harimona, werd niet moede van haar te hooren en wanneer een der priesters vermoeid was van ’t spreken, begon de koning den andere te ondervragen en wanneer deze ook ’t zelfde vertelde, dan toch luisterde de koning met groote aandacht.Hij wilde de namen kennen van al de bruidegoms, die om heur hadden geworven. Het verhaal van de zeven recken bij de burcht Wittewa, waar de geest des winters huisde, die de kroon van Harimona bewaarde en van den draak Frango, den hond Whridlo en de geit Baza, bracht[148]den koning zoo in vervoering, dat hij zijn hand aan de greep van zijn lang zwaard bracht en de priesters zagen hoe zijn hand sidderde, als was de koning gereed om het van ’t leer te trekken.Veertig snelle kondschappers riep de koning ten laatste tot zich. En door het geheele gebied moesten zij bekend maken dat zoodra Sogol en Harimona zich vertoonden, beiden gevangen moesten genomen worden. Sogol, ’t zij dood of levend, maar Harimona met veel omzichtigheid en met alle eer en waardigheid, die men aan een zoo schoone en heilige jonkvrouw verplicht was. Den dood wachtte dengeen, die haar op welke wijze dan ook, zou krenken, schaden of beleedigen en de tong zou dengeen worden uitgesneden, die een woord sprak, dat hare kuische eer bevlekte.Onder het lagere volk nu was men zeer gebeten op Sogol, die een zoo heilige jonkvrouw door tooverkunst had geschaakt. Maar onder de edelen was gemor en werden geheime samensprekingen gehouden. En bitter vroegen de edelen, of in het gedicht van ’t recht van koning Noric soms straf stond gesteld op het smaden van een ontuchtige priesteres?[149]1Er is geen reden om de waterproef voor onbekend bij de oude Germanen te houden, hoewel de berichten omtrent haar toepassing niet verder dan de middeleeuwen gaan. Het geloof aan heksen is veel ouder dan de middeleeuwen, waarschijnlijk door de Germanen uit hun vermoedelijk oer-land, Indië, medegebracht.↑
[Inhoud]HOOFDSTUK X.Er waren drie priesters in het land der Nerviërs aangekomen en deze, vernemende dat Sogol en Harimona nog niet genaderd waren, begaven zich naar Waberloo, de winterwoning van koning Solbert. Zij vroegen onderweg aan alle woningen of de lieden Sogol en Harimona reeds gezien hadden. Het begon koud te worden en de drie priesters overnachtten zooveel mogelijk in de hutten, waar men hun gaarne gastvrijheid verleende. En voor het vuur verhaalden zij van de schatten van Renigo, van de wonderen van Harimona en van de ontvoering door Sogol, den Nervischen prins.Maar de menschen herinnerden zich niet, dat er een prins van dien naam bestond en schudden het hoofd, zeiden tot de priesters, dat zeker de een of andere roover zich die valsche waardigheid had toegeëigend.Doch de priesters bestreden dat. Het was wel zeker een prins geweest, een echten prins en geen roover. Dat had men gemerkt aan zijn trotsche houding, zijn overmoedig gedrag, de schoone wijze waarop hij wist te spreken en de vele talen, die hij kende. Want men had hem in de kampen hooren redeneeren met priesters van de Sfafen en met gezanten van het Paarden-eiland en met schippers van Scandische vaartuigen, die hij naar den weg had gevraagd om naar het vreemde land te komen. Een Scandische schipper zelfs, die hem, naar de gewoonte der Scandiërs, die wanneer met hun naar den weg tot het vreemde land vraagt, altoos verhalen van den grooten zeeslang en het gruwelijke meerwijf, had hij voor leugenaar uitgemaakt. De Scandiër had zijn mes getrokken en was Sogol te lijf[142]gegaan. Die had een mes geleend en den Scandiër na drie trekken een stoot in de borst toegebracht. Maar hij had zijn tegenstander dadelijk verbonden en hem niet naar ’t gebruik, den doodsteek gegeven, zoodat de schipper sedert dankbaar was en gezegd, dat hij Sogol den weg naar ’t vreemde land zou wijzen. Toen hadden de andere Scandiërs den gewonde tusschen zich ingenomen en later had men hem dood gevonden, hangende met de beenen naar beneden aan een boomtak. Zoo handelen de Scandiërs met allen, die het geheime middel willen verraden, waardoor zij het gruwelijke meerwijf, dat over de zee van het vreemde land heerscht, weten te paaien.De Nerviërs spraken nu veel over den onbekenden prins, die zoo dapper en knap was en begonnen bij de andere lieden te vragen of zij ook herinnering hadden van prins Sogol. Toen was er een vrouw geweest, die Sogols moeder had gekend en een andere verhaalde van den ouden priester Myst, die voor jaren was uitgetrokken om den zoon van den Bellovaakschen koning te zoeken.En de priesters, ondervraagd, verklaarden dat een ouden priester steeds in de nabijheid van den prins was gezien en ook een jongen horenblazer.De priester was gestorven, maar de horenblazer was verdwenen in denzelfden nacht dat Harimona door Sogol was geschaakt.Veel menschen gingen nu met de drie priesters mede loopen om naar den prins en de heilige jonkvrouw te zoeken en verbreidden door het land de geschiedenis van Sogol. Toen de priesters eindelijk te Waberloo aankwamen, waren hun al vele lieden vooruitgesneld en ook kondschappers van trouwe heertogen van koning Solbert, die den koning waarschuwen lieten voor den nieuwen dinger naar de koningsmacht.Maar er waren ook vele heertogen, die den toenemenden macht van Solbert bemerkend, naijverig waren en wel gaarne[143]een nieuwen koning op den troon wilden zien. Want onder de Nerviërs en de Bellovaken, hoewel van Germaansche afstamming, zijn er, die van de Galliërs, waarmede zij dikwijls in aanraking komen, de onbestendigheid hebben overgenomen en altoos haken naar verandering van regeering. Daarbij kwam, dat Solbert een zéér strengen koning was, die den Galliërs vijandig was en de vrouwenregeering van vroeger toeschreef aan den invloed der verwijfde Galliërs. Hij had alle Gallische gebruiken onder de Nerviërs en Bellovaken uitgeroeid. Het drinken van wijn werd bestraft met het uitsnijden van de tong, omdat de wijn wellustig maakt. Niemand, ook de voornaamste hertog niet, mocht kleederen van meer dan twee kleuren dragen.Zwakke kinderen en bastaarden werden dadelijk na de geboorte gedood en Solbert was het, die het oude gebruik weder in eer herstelde, dat kinderen dadelijk na de geboorte in koud water moesten ondergedoopt worden om hun levenskracht te beproeven.Vooral de vrouwen waren zeer ontevreden met de regeering van Solbert. Want hij, zich herinnerend waartoe de vrouwenregeering had aanleiding gegeven, had de vrouwen weder volkomen onderworpen aan den man. Zij moesten ’s winters thuis weven en ’s zomers het land bebouwen. De mannen hadden het recht hun vrouwen een weeftaak op te leggen en haar, wanneer zij haar taak niet voleindigd hadden, te kastijden met de zweep.Ook de kleeding der vrouwen was door koning Solbert voorgeschreven. Zij moesten naar de oude zede der voorvaderen hals en armen bloot dragen, ook gedurende den winter. De boezem moest echter door een stijf lijnwaad worden weggedrukt, opdat de maagden de jongelieden, en de gehuwde vrouwen niet anderen dan hun eigen man tot begeerte zouden brengen. Ten einde de vrouwen en de maagden door een uiterlijk teeken te onderscheiden, moesten[144]de maagden twee kleine krullen buiten de hoofdhuive dragen, terzijde voor de ooren. Aan de gehuwde vrouwen was deze dracht verboden. Want het was voorgekomen, dat mannen door gehuwde vrouwen tot ontucht waren gebracht, doordat zij zich als ongehuwden hadden voorgedaan.Door al deze strenge maatregelen was koning Solbert weinig bemind. Evenwel, daar men erkennen moest, dat dit alles in ’t belang van den stam geschiedde, gevoelde men toch ontzag voor den strengen koning. Doch er was nog een andere reden waarom vele aanzienlijken Solbert een kwaad hart toedroegen, dan alleen wegens zijn beperking van de ontucht en de weelde.De koning had de hoorigen onder hetzelfde recht gesteld als de vrijen. Dit nu was van oudsher nooit zoo geweest. De vrijen werden gevonnist op het Ding naar de wetten die in het groote gedicht van koningNoricwas vervat en die de zeven priesters elk voor een zevende deel kenden. Stierf een der zeven wethouders of raakte hij door den ouderdom verzwakt, zoodat hij zijn deel niet meer voor het Ding vlot kon opzeggen, dan werd een jongen priester tot wethouder verheven, nadat hij op een Ding, ten overstaan van het geheele volk, zijn deel vier maal achter elkaar had opgezegd, zonder ook maar een enkelen keer te haperen. Maar de hoorigen werden gevonnist door hun heer en voor hen waren de straffen strenger.Koning Solbert nu, die ervaren had, dat de heeren de hoorigen ook bij de minste vergrijpen zware straffen oplegden, zoodat de vrouwen der hoorigen nachten door zaten te weven om de boeten hunner mannen te kunnen voldoen, daar anders de mannen met wilgeteenen werden gekastijd of de ooren van ’t hoofd werden gesneden of geblinddoekt naast den ezel in de graanmolen aangebonden, had bevolen dat geen heer zijn hoorigen anders rechten mocht dan naar het recht van koningNoric. En om te voorkomen, dat de heeren zouden zeggen, dat zij ’t recht niet kenden, werden[145]in elk gebied zeven hoorigen en zeven heeren gekozen, die het gedicht van koning Noric uit het hoofd moesten leeren, juist zooals de priesters.De priesters, ziende dat de heilige wetenschap van het oude recht aldus niet alleen aan heeren, maar zelfs aan het gemeen werd onderricht, verweerden zich en zeiden, dat dit een inbreuk op het recht der priesters was. Toen was koning Solbert opgestoven en hij had gedreigd, dat hij boodschappers zou zenden naarScandia, waar het heilige recht was gegrift op bronzen tafels in de onvergankelijke runen. Die bronzen tafels had koning Noric in de jaren zijner eenzaamheid, toen hij met zijn lier had rondgezworven in het vreemde land, van Wotan zelf ontvangen.De priesters waren zwijgend weggegaan. Want zij kenden de heilige runen niet en vreesden vervangen te zullen worden door priesters uit Scandia, die runen konden lezen en zoo zelfs spraken met de koningin van het vreemde land, die zij met de schippers eiken broodplanken stuurden waarop runen waren ingegrift. Maar zij morden en offerden in stilte een vaars aan Donar en smeekten hem koning Solbert door zijn bliksem te vellen.De heeren, nu gedwongen hun hoorigen te vonnissen naar het recht van koning Noric, konden geen zware straffen meer opleggen en morden, wachtend op een gelegenheid om den koning ten val te brengen. Doch de hoorigen waren Solbert dankbaar en velen van hen, wetend dat zij allen voor zware misdrijven aan den lijve gestraft konden worden, werden overmoedig, zoodat zij, wanneer te veel van hen werd gevergd, weigerden hun taak te verrichten en riepen om het recht van koning Noric. Ook waren er veel misdrijven, waar in ’t recht van koning Noric in ’t geheel geen straf op was gesteld, zooals wanneer een maagd weigerde in den bruidsnacht bij heur heer te slapen; of wanneer een knecht weigerde de straf[146]te boeten, die zijn heer op het Ding was opgelegd wegens een vergrijp. Want deze gebruiken waren ten tijde dat koning Noric in ’t vreemde land zwierf, nog niet bekend geweest.Toen de drie priesters van Renigo eindelijk bij koning Solbert te Waberloo werden toegelaten, was al in ’t heele gebied bekend, dat Sogol, de dappere en geleerde prins, in aantocht was, vergezeld van een heilige maagd. De priesters en de heerenbereiddenzich voor om prins Sogol waardig te ontvangen en een Ding te doen uitroepen, waarop gerecht zou worden, wie het meeste recht op den troon had. Maar de hoorigen waren vast besloten voor hun koning Solbert te strijden en zelfs als het Ding anders mocht beslissen, toch koning Solbert trouw te blijven en hem hun arm aan te bieden.Onder de hoorigen liepen veel slechte geruchten omtrent Sogol. Zijn moeder was de gevloekte kol Spûr geweest, die verdronken was bij de waterproef.1Zijn vader, de roofzieke Bellovaaksche hertog. Hij had te Renigo zondige redevoeringen gehouden en de goden geschonden. Harimona, heette het, was door hem, met behulp van giftige kruiden in een diepen slaap gebracht en toen medegevoerd. De geest van zijn moeder, de kol Spûr, was verschenen in de gedaante van den jongen horentoeter en deze had de heilige maagd in haar slaap besproken, ontheiligd en betooverd en zoo haar de wonderkracht ontnomen.En telkens kwamen er nieuwe verhalen van de slechtheid van Sogol. Men had hem gezien in het Aardener woud bij de vervloekte krijgsvrouwen en hij had met haar ontucht begaan.[147]Hij had de krijgsvrouwen weder tot een horde gevormd en zijn moeder had ze hellewapens gegeven in den vorm van groote rietstengels. Wie door het riet werd aangeraakt kreeg groote brandblaren en stierf aan waterkoorts.Koning Solbert ondervroeg de drie priesters uitvoerig. Zij vertelden van de schatten van den haag van Renigo, van de macht van den hoogepriester Maresag, van de wonderlijke geboorte van Harimona, van den roep die van haar uitging en van de laatste groote verzameling van pelgrims aan den Rîn. Welke genezingen zij had verricht en hoe prins Sogol in de kampen was verschenen, vergezeld van een ouden priester en een jongen horenblazer. Dat Harimona alle bruidegoms had afgewezen maar prins Sogol, die als offer voor ’t volk had moeten dienen, door haar Batouwschen lijfwacht had doen redden. En dat toen Harimona den prins bij haar in hare vertrekken dagen lang had verborgen gehouden en eindelijk met hem was gevlucht.Koning Solbert liet zich veel omtrent Harimona verhalen. Of zij schoon was? En hoe de kleur van heur haar was en hoe die van haar oogen. Hoe lang zij was? Zoo lang als gemeenlijk de vrouwen van Renigo, die bekend stonden als zware wijven of misschien wel van zijn lengte?En Solbert sprak weinig over prins Sogol en scheen zich niet om Sogol te bekommeren. Maar veel sprak hij over Harimona, werd niet moede van haar te hooren en wanneer een der priesters vermoeid was van ’t spreken, begon de koning den andere te ondervragen en wanneer deze ook ’t zelfde vertelde, dan toch luisterde de koning met groote aandacht.Hij wilde de namen kennen van al de bruidegoms, die om heur hadden geworven. Het verhaal van de zeven recken bij de burcht Wittewa, waar de geest des winters huisde, die de kroon van Harimona bewaarde en van den draak Frango, den hond Whridlo en de geit Baza, bracht[148]den koning zoo in vervoering, dat hij zijn hand aan de greep van zijn lang zwaard bracht en de priesters zagen hoe zijn hand sidderde, als was de koning gereed om het van ’t leer te trekken.Veertig snelle kondschappers riep de koning ten laatste tot zich. En door het geheele gebied moesten zij bekend maken dat zoodra Sogol en Harimona zich vertoonden, beiden gevangen moesten genomen worden. Sogol, ’t zij dood of levend, maar Harimona met veel omzichtigheid en met alle eer en waardigheid, die men aan een zoo schoone en heilige jonkvrouw verplicht was. Den dood wachtte dengeen, die haar op welke wijze dan ook, zou krenken, schaden of beleedigen en de tong zou dengeen worden uitgesneden, die een woord sprak, dat hare kuische eer bevlekte.Onder het lagere volk nu was men zeer gebeten op Sogol, die een zoo heilige jonkvrouw door tooverkunst had geschaakt. Maar onder de edelen was gemor en werden geheime samensprekingen gehouden. En bitter vroegen de edelen, of in het gedicht van ’t recht van koning Noric soms straf stond gesteld op het smaden van een ontuchtige priesteres?[149]1Er is geen reden om de waterproef voor onbekend bij de oude Germanen te houden, hoewel de berichten omtrent haar toepassing niet verder dan de middeleeuwen gaan. Het geloof aan heksen is veel ouder dan de middeleeuwen, waarschijnlijk door de Germanen uit hun vermoedelijk oer-land, Indië, medegebracht.↑
[Inhoud]HOOFDSTUK X.Er waren drie priesters in het land der Nerviërs aangekomen en deze, vernemende dat Sogol en Harimona nog niet genaderd waren, begaven zich naar Waberloo, de winterwoning van koning Solbert. Zij vroegen onderweg aan alle woningen of de lieden Sogol en Harimona reeds gezien hadden. Het begon koud te worden en de drie priesters overnachtten zooveel mogelijk in de hutten, waar men hun gaarne gastvrijheid verleende. En voor het vuur verhaalden zij van de schatten van Renigo, van de wonderen van Harimona en van de ontvoering door Sogol, den Nervischen prins.Maar de menschen herinnerden zich niet, dat er een prins van dien naam bestond en schudden het hoofd, zeiden tot de priesters, dat zeker de een of andere roover zich die valsche waardigheid had toegeëigend.Doch de priesters bestreden dat. Het was wel zeker een prins geweest, een echten prins en geen roover. Dat had men gemerkt aan zijn trotsche houding, zijn overmoedig gedrag, de schoone wijze waarop hij wist te spreken en de vele talen, die hij kende. Want men had hem in de kampen hooren redeneeren met priesters van de Sfafen en met gezanten van het Paarden-eiland en met schippers van Scandische vaartuigen, die hij naar den weg had gevraagd om naar het vreemde land te komen. Een Scandische schipper zelfs, die hem, naar de gewoonte der Scandiërs, die wanneer met hun naar den weg tot het vreemde land vraagt, altoos verhalen van den grooten zeeslang en het gruwelijke meerwijf, had hij voor leugenaar uitgemaakt. De Scandiër had zijn mes getrokken en was Sogol te lijf[142]gegaan. Die had een mes geleend en den Scandiër na drie trekken een stoot in de borst toegebracht. Maar hij had zijn tegenstander dadelijk verbonden en hem niet naar ’t gebruik, den doodsteek gegeven, zoodat de schipper sedert dankbaar was en gezegd, dat hij Sogol den weg naar ’t vreemde land zou wijzen. Toen hadden de andere Scandiërs den gewonde tusschen zich ingenomen en later had men hem dood gevonden, hangende met de beenen naar beneden aan een boomtak. Zoo handelen de Scandiërs met allen, die het geheime middel willen verraden, waardoor zij het gruwelijke meerwijf, dat over de zee van het vreemde land heerscht, weten te paaien.De Nerviërs spraken nu veel over den onbekenden prins, die zoo dapper en knap was en begonnen bij de andere lieden te vragen of zij ook herinnering hadden van prins Sogol. Toen was er een vrouw geweest, die Sogols moeder had gekend en een andere verhaalde van den ouden priester Myst, die voor jaren was uitgetrokken om den zoon van den Bellovaakschen koning te zoeken.En de priesters, ondervraagd, verklaarden dat een ouden priester steeds in de nabijheid van den prins was gezien en ook een jongen horenblazer.De priester was gestorven, maar de horenblazer was verdwenen in denzelfden nacht dat Harimona door Sogol was geschaakt.Veel menschen gingen nu met de drie priesters mede loopen om naar den prins en de heilige jonkvrouw te zoeken en verbreidden door het land de geschiedenis van Sogol. Toen de priesters eindelijk te Waberloo aankwamen, waren hun al vele lieden vooruitgesneld en ook kondschappers van trouwe heertogen van koning Solbert, die den koning waarschuwen lieten voor den nieuwen dinger naar de koningsmacht.Maar er waren ook vele heertogen, die den toenemenden macht van Solbert bemerkend, naijverig waren en wel gaarne[143]een nieuwen koning op den troon wilden zien. Want onder de Nerviërs en de Bellovaken, hoewel van Germaansche afstamming, zijn er, die van de Galliërs, waarmede zij dikwijls in aanraking komen, de onbestendigheid hebben overgenomen en altoos haken naar verandering van regeering. Daarbij kwam, dat Solbert een zéér strengen koning was, die den Galliërs vijandig was en de vrouwenregeering van vroeger toeschreef aan den invloed der verwijfde Galliërs. Hij had alle Gallische gebruiken onder de Nerviërs en Bellovaken uitgeroeid. Het drinken van wijn werd bestraft met het uitsnijden van de tong, omdat de wijn wellustig maakt. Niemand, ook de voornaamste hertog niet, mocht kleederen van meer dan twee kleuren dragen.Zwakke kinderen en bastaarden werden dadelijk na de geboorte gedood en Solbert was het, die het oude gebruik weder in eer herstelde, dat kinderen dadelijk na de geboorte in koud water moesten ondergedoopt worden om hun levenskracht te beproeven.Vooral de vrouwen waren zeer ontevreden met de regeering van Solbert. Want hij, zich herinnerend waartoe de vrouwenregeering had aanleiding gegeven, had de vrouwen weder volkomen onderworpen aan den man. Zij moesten ’s winters thuis weven en ’s zomers het land bebouwen. De mannen hadden het recht hun vrouwen een weeftaak op te leggen en haar, wanneer zij haar taak niet voleindigd hadden, te kastijden met de zweep.Ook de kleeding der vrouwen was door koning Solbert voorgeschreven. Zij moesten naar de oude zede der voorvaderen hals en armen bloot dragen, ook gedurende den winter. De boezem moest echter door een stijf lijnwaad worden weggedrukt, opdat de maagden de jongelieden, en de gehuwde vrouwen niet anderen dan hun eigen man tot begeerte zouden brengen. Ten einde de vrouwen en de maagden door een uiterlijk teeken te onderscheiden, moesten[144]de maagden twee kleine krullen buiten de hoofdhuive dragen, terzijde voor de ooren. Aan de gehuwde vrouwen was deze dracht verboden. Want het was voorgekomen, dat mannen door gehuwde vrouwen tot ontucht waren gebracht, doordat zij zich als ongehuwden hadden voorgedaan.Door al deze strenge maatregelen was koning Solbert weinig bemind. Evenwel, daar men erkennen moest, dat dit alles in ’t belang van den stam geschiedde, gevoelde men toch ontzag voor den strengen koning. Doch er was nog een andere reden waarom vele aanzienlijken Solbert een kwaad hart toedroegen, dan alleen wegens zijn beperking van de ontucht en de weelde.De koning had de hoorigen onder hetzelfde recht gesteld als de vrijen. Dit nu was van oudsher nooit zoo geweest. De vrijen werden gevonnist op het Ding naar de wetten die in het groote gedicht van koningNoricwas vervat en die de zeven priesters elk voor een zevende deel kenden. Stierf een der zeven wethouders of raakte hij door den ouderdom verzwakt, zoodat hij zijn deel niet meer voor het Ding vlot kon opzeggen, dan werd een jongen priester tot wethouder verheven, nadat hij op een Ding, ten overstaan van het geheele volk, zijn deel vier maal achter elkaar had opgezegd, zonder ook maar een enkelen keer te haperen. Maar de hoorigen werden gevonnist door hun heer en voor hen waren de straffen strenger.Koning Solbert nu, die ervaren had, dat de heeren de hoorigen ook bij de minste vergrijpen zware straffen oplegden, zoodat de vrouwen der hoorigen nachten door zaten te weven om de boeten hunner mannen te kunnen voldoen, daar anders de mannen met wilgeteenen werden gekastijd of de ooren van ’t hoofd werden gesneden of geblinddoekt naast den ezel in de graanmolen aangebonden, had bevolen dat geen heer zijn hoorigen anders rechten mocht dan naar het recht van koningNoric. En om te voorkomen, dat de heeren zouden zeggen, dat zij ’t recht niet kenden, werden[145]in elk gebied zeven hoorigen en zeven heeren gekozen, die het gedicht van koning Noric uit het hoofd moesten leeren, juist zooals de priesters.De priesters, ziende dat de heilige wetenschap van het oude recht aldus niet alleen aan heeren, maar zelfs aan het gemeen werd onderricht, verweerden zich en zeiden, dat dit een inbreuk op het recht der priesters was. Toen was koning Solbert opgestoven en hij had gedreigd, dat hij boodschappers zou zenden naarScandia, waar het heilige recht was gegrift op bronzen tafels in de onvergankelijke runen. Die bronzen tafels had koning Noric in de jaren zijner eenzaamheid, toen hij met zijn lier had rondgezworven in het vreemde land, van Wotan zelf ontvangen.De priesters waren zwijgend weggegaan. Want zij kenden de heilige runen niet en vreesden vervangen te zullen worden door priesters uit Scandia, die runen konden lezen en zoo zelfs spraken met de koningin van het vreemde land, die zij met de schippers eiken broodplanken stuurden waarop runen waren ingegrift. Maar zij morden en offerden in stilte een vaars aan Donar en smeekten hem koning Solbert door zijn bliksem te vellen.De heeren, nu gedwongen hun hoorigen te vonnissen naar het recht van koning Noric, konden geen zware straffen meer opleggen en morden, wachtend op een gelegenheid om den koning ten val te brengen. Doch de hoorigen waren Solbert dankbaar en velen van hen, wetend dat zij allen voor zware misdrijven aan den lijve gestraft konden worden, werden overmoedig, zoodat zij, wanneer te veel van hen werd gevergd, weigerden hun taak te verrichten en riepen om het recht van koning Noric. Ook waren er veel misdrijven, waar in ’t recht van koning Noric in ’t geheel geen straf op was gesteld, zooals wanneer een maagd weigerde in den bruidsnacht bij heur heer te slapen; of wanneer een knecht weigerde de straf[146]te boeten, die zijn heer op het Ding was opgelegd wegens een vergrijp. Want deze gebruiken waren ten tijde dat koning Noric in ’t vreemde land zwierf, nog niet bekend geweest.Toen de drie priesters van Renigo eindelijk bij koning Solbert te Waberloo werden toegelaten, was al in ’t heele gebied bekend, dat Sogol, de dappere en geleerde prins, in aantocht was, vergezeld van een heilige maagd. De priesters en de heerenbereiddenzich voor om prins Sogol waardig te ontvangen en een Ding te doen uitroepen, waarop gerecht zou worden, wie het meeste recht op den troon had. Maar de hoorigen waren vast besloten voor hun koning Solbert te strijden en zelfs als het Ding anders mocht beslissen, toch koning Solbert trouw te blijven en hem hun arm aan te bieden.Onder de hoorigen liepen veel slechte geruchten omtrent Sogol. Zijn moeder was de gevloekte kol Spûr geweest, die verdronken was bij de waterproef.1Zijn vader, de roofzieke Bellovaaksche hertog. Hij had te Renigo zondige redevoeringen gehouden en de goden geschonden. Harimona, heette het, was door hem, met behulp van giftige kruiden in een diepen slaap gebracht en toen medegevoerd. De geest van zijn moeder, de kol Spûr, was verschenen in de gedaante van den jongen horentoeter en deze had de heilige maagd in haar slaap besproken, ontheiligd en betooverd en zoo haar de wonderkracht ontnomen.En telkens kwamen er nieuwe verhalen van de slechtheid van Sogol. Men had hem gezien in het Aardener woud bij de vervloekte krijgsvrouwen en hij had met haar ontucht begaan.[147]Hij had de krijgsvrouwen weder tot een horde gevormd en zijn moeder had ze hellewapens gegeven in den vorm van groote rietstengels. Wie door het riet werd aangeraakt kreeg groote brandblaren en stierf aan waterkoorts.Koning Solbert ondervroeg de drie priesters uitvoerig. Zij vertelden van de schatten van den haag van Renigo, van de macht van den hoogepriester Maresag, van de wonderlijke geboorte van Harimona, van den roep die van haar uitging en van de laatste groote verzameling van pelgrims aan den Rîn. Welke genezingen zij had verricht en hoe prins Sogol in de kampen was verschenen, vergezeld van een ouden priester en een jongen horenblazer. Dat Harimona alle bruidegoms had afgewezen maar prins Sogol, die als offer voor ’t volk had moeten dienen, door haar Batouwschen lijfwacht had doen redden. En dat toen Harimona den prins bij haar in hare vertrekken dagen lang had verborgen gehouden en eindelijk met hem was gevlucht.Koning Solbert liet zich veel omtrent Harimona verhalen. Of zij schoon was? En hoe de kleur van heur haar was en hoe die van haar oogen. Hoe lang zij was? Zoo lang als gemeenlijk de vrouwen van Renigo, die bekend stonden als zware wijven of misschien wel van zijn lengte?En Solbert sprak weinig over prins Sogol en scheen zich niet om Sogol te bekommeren. Maar veel sprak hij over Harimona, werd niet moede van haar te hooren en wanneer een der priesters vermoeid was van ’t spreken, begon de koning den andere te ondervragen en wanneer deze ook ’t zelfde vertelde, dan toch luisterde de koning met groote aandacht.Hij wilde de namen kennen van al de bruidegoms, die om heur hadden geworven. Het verhaal van de zeven recken bij de burcht Wittewa, waar de geest des winters huisde, die de kroon van Harimona bewaarde en van den draak Frango, den hond Whridlo en de geit Baza, bracht[148]den koning zoo in vervoering, dat hij zijn hand aan de greep van zijn lang zwaard bracht en de priesters zagen hoe zijn hand sidderde, als was de koning gereed om het van ’t leer te trekken.Veertig snelle kondschappers riep de koning ten laatste tot zich. En door het geheele gebied moesten zij bekend maken dat zoodra Sogol en Harimona zich vertoonden, beiden gevangen moesten genomen worden. Sogol, ’t zij dood of levend, maar Harimona met veel omzichtigheid en met alle eer en waardigheid, die men aan een zoo schoone en heilige jonkvrouw verplicht was. Den dood wachtte dengeen, die haar op welke wijze dan ook, zou krenken, schaden of beleedigen en de tong zou dengeen worden uitgesneden, die een woord sprak, dat hare kuische eer bevlekte.Onder het lagere volk nu was men zeer gebeten op Sogol, die een zoo heilige jonkvrouw door tooverkunst had geschaakt. Maar onder de edelen was gemor en werden geheime samensprekingen gehouden. En bitter vroegen de edelen, of in het gedicht van ’t recht van koning Noric soms straf stond gesteld op het smaden van een ontuchtige priesteres?[149]1Er is geen reden om de waterproef voor onbekend bij de oude Germanen te houden, hoewel de berichten omtrent haar toepassing niet verder dan de middeleeuwen gaan. Het geloof aan heksen is veel ouder dan de middeleeuwen, waarschijnlijk door de Germanen uit hun vermoedelijk oer-land, Indië, medegebracht.↑
[Inhoud]HOOFDSTUK X.Er waren drie priesters in het land der Nerviërs aangekomen en deze, vernemende dat Sogol en Harimona nog niet genaderd waren, begaven zich naar Waberloo, de winterwoning van koning Solbert. Zij vroegen onderweg aan alle woningen of de lieden Sogol en Harimona reeds gezien hadden. Het begon koud te worden en de drie priesters overnachtten zooveel mogelijk in de hutten, waar men hun gaarne gastvrijheid verleende. En voor het vuur verhaalden zij van de schatten van Renigo, van de wonderen van Harimona en van de ontvoering door Sogol, den Nervischen prins.Maar de menschen herinnerden zich niet, dat er een prins van dien naam bestond en schudden het hoofd, zeiden tot de priesters, dat zeker de een of andere roover zich die valsche waardigheid had toegeëigend.Doch de priesters bestreden dat. Het was wel zeker een prins geweest, een echten prins en geen roover. Dat had men gemerkt aan zijn trotsche houding, zijn overmoedig gedrag, de schoone wijze waarop hij wist te spreken en de vele talen, die hij kende. Want men had hem in de kampen hooren redeneeren met priesters van de Sfafen en met gezanten van het Paarden-eiland en met schippers van Scandische vaartuigen, die hij naar den weg had gevraagd om naar het vreemde land te komen. Een Scandische schipper zelfs, die hem, naar de gewoonte der Scandiërs, die wanneer met hun naar den weg tot het vreemde land vraagt, altoos verhalen van den grooten zeeslang en het gruwelijke meerwijf, had hij voor leugenaar uitgemaakt. De Scandiër had zijn mes getrokken en was Sogol te lijf[142]gegaan. Die had een mes geleend en den Scandiër na drie trekken een stoot in de borst toegebracht. Maar hij had zijn tegenstander dadelijk verbonden en hem niet naar ’t gebruik, den doodsteek gegeven, zoodat de schipper sedert dankbaar was en gezegd, dat hij Sogol den weg naar ’t vreemde land zou wijzen. Toen hadden de andere Scandiërs den gewonde tusschen zich ingenomen en later had men hem dood gevonden, hangende met de beenen naar beneden aan een boomtak. Zoo handelen de Scandiërs met allen, die het geheime middel willen verraden, waardoor zij het gruwelijke meerwijf, dat over de zee van het vreemde land heerscht, weten te paaien.De Nerviërs spraken nu veel over den onbekenden prins, die zoo dapper en knap was en begonnen bij de andere lieden te vragen of zij ook herinnering hadden van prins Sogol. Toen was er een vrouw geweest, die Sogols moeder had gekend en een andere verhaalde van den ouden priester Myst, die voor jaren was uitgetrokken om den zoon van den Bellovaakschen koning te zoeken.En de priesters, ondervraagd, verklaarden dat een ouden priester steeds in de nabijheid van den prins was gezien en ook een jongen horenblazer.De priester was gestorven, maar de horenblazer was verdwenen in denzelfden nacht dat Harimona door Sogol was geschaakt.Veel menschen gingen nu met de drie priesters mede loopen om naar den prins en de heilige jonkvrouw te zoeken en verbreidden door het land de geschiedenis van Sogol. Toen de priesters eindelijk te Waberloo aankwamen, waren hun al vele lieden vooruitgesneld en ook kondschappers van trouwe heertogen van koning Solbert, die den koning waarschuwen lieten voor den nieuwen dinger naar de koningsmacht.Maar er waren ook vele heertogen, die den toenemenden macht van Solbert bemerkend, naijverig waren en wel gaarne[143]een nieuwen koning op den troon wilden zien. Want onder de Nerviërs en de Bellovaken, hoewel van Germaansche afstamming, zijn er, die van de Galliërs, waarmede zij dikwijls in aanraking komen, de onbestendigheid hebben overgenomen en altoos haken naar verandering van regeering. Daarbij kwam, dat Solbert een zéér strengen koning was, die den Galliërs vijandig was en de vrouwenregeering van vroeger toeschreef aan den invloed der verwijfde Galliërs. Hij had alle Gallische gebruiken onder de Nerviërs en Bellovaken uitgeroeid. Het drinken van wijn werd bestraft met het uitsnijden van de tong, omdat de wijn wellustig maakt. Niemand, ook de voornaamste hertog niet, mocht kleederen van meer dan twee kleuren dragen.Zwakke kinderen en bastaarden werden dadelijk na de geboorte gedood en Solbert was het, die het oude gebruik weder in eer herstelde, dat kinderen dadelijk na de geboorte in koud water moesten ondergedoopt worden om hun levenskracht te beproeven.Vooral de vrouwen waren zeer ontevreden met de regeering van Solbert. Want hij, zich herinnerend waartoe de vrouwenregeering had aanleiding gegeven, had de vrouwen weder volkomen onderworpen aan den man. Zij moesten ’s winters thuis weven en ’s zomers het land bebouwen. De mannen hadden het recht hun vrouwen een weeftaak op te leggen en haar, wanneer zij haar taak niet voleindigd hadden, te kastijden met de zweep.Ook de kleeding der vrouwen was door koning Solbert voorgeschreven. Zij moesten naar de oude zede der voorvaderen hals en armen bloot dragen, ook gedurende den winter. De boezem moest echter door een stijf lijnwaad worden weggedrukt, opdat de maagden de jongelieden, en de gehuwde vrouwen niet anderen dan hun eigen man tot begeerte zouden brengen. Ten einde de vrouwen en de maagden door een uiterlijk teeken te onderscheiden, moesten[144]de maagden twee kleine krullen buiten de hoofdhuive dragen, terzijde voor de ooren. Aan de gehuwde vrouwen was deze dracht verboden. Want het was voorgekomen, dat mannen door gehuwde vrouwen tot ontucht waren gebracht, doordat zij zich als ongehuwden hadden voorgedaan.Door al deze strenge maatregelen was koning Solbert weinig bemind. Evenwel, daar men erkennen moest, dat dit alles in ’t belang van den stam geschiedde, gevoelde men toch ontzag voor den strengen koning. Doch er was nog een andere reden waarom vele aanzienlijken Solbert een kwaad hart toedroegen, dan alleen wegens zijn beperking van de ontucht en de weelde.De koning had de hoorigen onder hetzelfde recht gesteld als de vrijen. Dit nu was van oudsher nooit zoo geweest. De vrijen werden gevonnist op het Ding naar de wetten die in het groote gedicht van koningNoricwas vervat en die de zeven priesters elk voor een zevende deel kenden. Stierf een der zeven wethouders of raakte hij door den ouderdom verzwakt, zoodat hij zijn deel niet meer voor het Ding vlot kon opzeggen, dan werd een jongen priester tot wethouder verheven, nadat hij op een Ding, ten overstaan van het geheele volk, zijn deel vier maal achter elkaar had opgezegd, zonder ook maar een enkelen keer te haperen. Maar de hoorigen werden gevonnist door hun heer en voor hen waren de straffen strenger.Koning Solbert nu, die ervaren had, dat de heeren de hoorigen ook bij de minste vergrijpen zware straffen oplegden, zoodat de vrouwen der hoorigen nachten door zaten te weven om de boeten hunner mannen te kunnen voldoen, daar anders de mannen met wilgeteenen werden gekastijd of de ooren van ’t hoofd werden gesneden of geblinddoekt naast den ezel in de graanmolen aangebonden, had bevolen dat geen heer zijn hoorigen anders rechten mocht dan naar het recht van koningNoric. En om te voorkomen, dat de heeren zouden zeggen, dat zij ’t recht niet kenden, werden[145]in elk gebied zeven hoorigen en zeven heeren gekozen, die het gedicht van koning Noric uit het hoofd moesten leeren, juist zooals de priesters.De priesters, ziende dat de heilige wetenschap van het oude recht aldus niet alleen aan heeren, maar zelfs aan het gemeen werd onderricht, verweerden zich en zeiden, dat dit een inbreuk op het recht der priesters was. Toen was koning Solbert opgestoven en hij had gedreigd, dat hij boodschappers zou zenden naarScandia, waar het heilige recht was gegrift op bronzen tafels in de onvergankelijke runen. Die bronzen tafels had koning Noric in de jaren zijner eenzaamheid, toen hij met zijn lier had rondgezworven in het vreemde land, van Wotan zelf ontvangen.De priesters waren zwijgend weggegaan. Want zij kenden de heilige runen niet en vreesden vervangen te zullen worden door priesters uit Scandia, die runen konden lezen en zoo zelfs spraken met de koningin van het vreemde land, die zij met de schippers eiken broodplanken stuurden waarop runen waren ingegrift. Maar zij morden en offerden in stilte een vaars aan Donar en smeekten hem koning Solbert door zijn bliksem te vellen.De heeren, nu gedwongen hun hoorigen te vonnissen naar het recht van koning Noric, konden geen zware straffen meer opleggen en morden, wachtend op een gelegenheid om den koning ten val te brengen. Doch de hoorigen waren Solbert dankbaar en velen van hen, wetend dat zij allen voor zware misdrijven aan den lijve gestraft konden worden, werden overmoedig, zoodat zij, wanneer te veel van hen werd gevergd, weigerden hun taak te verrichten en riepen om het recht van koning Noric. Ook waren er veel misdrijven, waar in ’t recht van koning Noric in ’t geheel geen straf op was gesteld, zooals wanneer een maagd weigerde in den bruidsnacht bij heur heer te slapen; of wanneer een knecht weigerde de straf[146]te boeten, die zijn heer op het Ding was opgelegd wegens een vergrijp. Want deze gebruiken waren ten tijde dat koning Noric in ’t vreemde land zwierf, nog niet bekend geweest.Toen de drie priesters van Renigo eindelijk bij koning Solbert te Waberloo werden toegelaten, was al in ’t heele gebied bekend, dat Sogol, de dappere en geleerde prins, in aantocht was, vergezeld van een heilige maagd. De priesters en de heerenbereiddenzich voor om prins Sogol waardig te ontvangen en een Ding te doen uitroepen, waarop gerecht zou worden, wie het meeste recht op den troon had. Maar de hoorigen waren vast besloten voor hun koning Solbert te strijden en zelfs als het Ding anders mocht beslissen, toch koning Solbert trouw te blijven en hem hun arm aan te bieden.Onder de hoorigen liepen veel slechte geruchten omtrent Sogol. Zijn moeder was de gevloekte kol Spûr geweest, die verdronken was bij de waterproef.1Zijn vader, de roofzieke Bellovaaksche hertog. Hij had te Renigo zondige redevoeringen gehouden en de goden geschonden. Harimona, heette het, was door hem, met behulp van giftige kruiden in een diepen slaap gebracht en toen medegevoerd. De geest van zijn moeder, de kol Spûr, was verschenen in de gedaante van den jongen horentoeter en deze had de heilige maagd in haar slaap besproken, ontheiligd en betooverd en zoo haar de wonderkracht ontnomen.En telkens kwamen er nieuwe verhalen van de slechtheid van Sogol. Men had hem gezien in het Aardener woud bij de vervloekte krijgsvrouwen en hij had met haar ontucht begaan.[147]Hij had de krijgsvrouwen weder tot een horde gevormd en zijn moeder had ze hellewapens gegeven in den vorm van groote rietstengels. Wie door het riet werd aangeraakt kreeg groote brandblaren en stierf aan waterkoorts.Koning Solbert ondervroeg de drie priesters uitvoerig. Zij vertelden van de schatten van den haag van Renigo, van de macht van den hoogepriester Maresag, van de wonderlijke geboorte van Harimona, van den roep die van haar uitging en van de laatste groote verzameling van pelgrims aan den Rîn. Welke genezingen zij had verricht en hoe prins Sogol in de kampen was verschenen, vergezeld van een ouden priester en een jongen horenblazer. Dat Harimona alle bruidegoms had afgewezen maar prins Sogol, die als offer voor ’t volk had moeten dienen, door haar Batouwschen lijfwacht had doen redden. En dat toen Harimona den prins bij haar in hare vertrekken dagen lang had verborgen gehouden en eindelijk met hem was gevlucht.Koning Solbert liet zich veel omtrent Harimona verhalen. Of zij schoon was? En hoe de kleur van heur haar was en hoe die van haar oogen. Hoe lang zij was? Zoo lang als gemeenlijk de vrouwen van Renigo, die bekend stonden als zware wijven of misschien wel van zijn lengte?En Solbert sprak weinig over prins Sogol en scheen zich niet om Sogol te bekommeren. Maar veel sprak hij over Harimona, werd niet moede van haar te hooren en wanneer een der priesters vermoeid was van ’t spreken, begon de koning den andere te ondervragen en wanneer deze ook ’t zelfde vertelde, dan toch luisterde de koning met groote aandacht.Hij wilde de namen kennen van al de bruidegoms, die om heur hadden geworven. Het verhaal van de zeven recken bij de burcht Wittewa, waar de geest des winters huisde, die de kroon van Harimona bewaarde en van den draak Frango, den hond Whridlo en de geit Baza, bracht[148]den koning zoo in vervoering, dat hij zijn hand aan de greep van zijn lang zwaard bracht en de priesters zagen hoe zijn hand sidderde, als was de koning gereed om het van ’t leer te trekken.Veertig snelle kondschappers riep de koning ten laatste tot zich. En door het geheele gebied moesten zij bekend maken dat zoodra Sogol en Harimona zich vertoonden, beiden gevangen moesten genomen worden. Sogol, ’t zij dood of levend, maar Harimona met veel omzichtigheid en met alle eer en waardigheid, die men aan een zoo schoone en heilige jonkvrouw verplicht was. Den dood wachtte dengeen, die haar op welke wijze dan ook, zou krenken, schaden of beleedigen en de tong zou dengeen worden uitgesneden, die een woord sprak, dat hare kuische eer bevlekte.Onder het lagere volk nu was men zeer gebeten op Sogol, die een zoo heilige jonkvrouw door tooverkunst had geschaakt. Maar onder de edelen was gemor en werden geheime samensprekingen gehouden. En bitter vroegen de edelen, of in het gedicht van ’t recht van koning Noric soms straf stond gesteld op het smaden van een ontuchtige priesteres?[149]1Er is geen reden om de waterproef voor onbekend bij de oude Germanen te houden, hoewel de berichten omtrent haar toepassing niet verder dan de middeleeuwen gaan. Het geloof aan heksen is veel ouder dan de middeleeuwen, waarschijnlijk door de Germanen uit hun vermoedelijk oer-land, Indië, medegebracht.↑
HOOFDSTUK X.
Er waren drie priesters in het land der Nerviërs aangekomen en deze, vernemende dat Sogol en Harimona nog niet genaderd waren, begaven zich naar Waberloo, de winterwoning van koning Solbert. Zij vroegen onderweg aan alle woningen of de lieden Sogol en Harimona reeds gezien hadden. Het begon koud te worden en de drie priesters overnachtten zooveel mogelijk in de hutten, waar men hun gaarne gastvrijheid verleende. En voor het vuur verhaalden zij van de schatten van Renigo, van de wonderen van Harimona en van de ontvoering door Sogol, den Nervischen prins.Maar de menschen herinnerden zich niet, dat er een prins van dien naam bestond en schudden het hoofd, zeiden tot de priesters, dat zeker de een of andere roover zich die valsche waardigheid had toegeëigend.Doch de priesters bestreden dat. Het was wel zeker een prins geweest, een echten prins en geen roover. Dat had men gemerkt aan zijn trotsche houding, zijn overmoedig gedrag, de schoone wijze waarop hij wist te spreken en de vele talen, die hij kende. Want men had hem in de kampen hooren redeneeren met priesters van de Sfafen en met gezanten van het Paarden-eiland en met schippers van Scandische vaartuigen, die hij naar den weg had gevraagd om naar het vreemde land te komen. Een Scandische schipper zelfs, die hem, naar de gewoonte der Scandiërs, die wanneer met hun naar den weg tot het vreemde land vraagt, altoos verhalen van den grooten zeeslang en het gruwelijke meerwijf, had hij voor leugenaar uitgemaakt. De Scandiër had zijn mes getrokken en was Sogol te lijf[142]gegaan. Die had een mes geleend en den Scandiër na drie trekken een stoot in de borst toegebracht. Maar hij had zijn tegenstander dadelijk verbonden en hem niet naar ’t gebruik, den doodsteek gegeven, zoodat de schipper sedert dankbaar was en gezegd, dat hij Sogol den weg naar ’t vreemde land zou wijzen. Toen hadden de andere Scandiërs den gewonde tusschen zich ingenomen en later had men hem dood gevonden, hangende met de beenen naar beneden aan een boomtak. Zoo handelen de Scandiërs met allen, die het geheime middel willen verraden, waardoor zij het gruwelijke meerwijf, dat over de zee van het vreemde land heerscht, weten te paaien.De Nerviërs spraken nu veel over den onbekenden prins, die zoo dapper en knap was en begonnen bij de andere lieden te vragen of zij ook herinnering hadden van prins Sogol. Toen was er een vrouw geweest, die Sogols moeder had gekend en een andere verhaalde van den ouden priester Myst, die voor jaren was uitgetrokken om den zoon van den Bellovaakschen koning te zoeken.En de priesters, ondervraagd, verklaarden dat een ouden priester steeds in de nabijheid van den prins was gezien en ook een jongen horenblazer.De priester was gestorven, maar de horenblazer was verdwenen in denzelfden nacht dat Harimona door Sogol was geschaakt.Veel menschen gingen nu met de drie priesters mede loopen om naar den prins en de heilige jonkvrouw te zoeken en verbreidden door het land de geschiedenis van Sogol. Toen de priesters eindelijk te Waberloo aankwamen, waren hun al vele lieden vooruitgesneld en ook kondschappers van trouwe heertogen van koning Solbert, die den koning waarschuwen lieten voor den nieuwen dinger naar de koningsmacht.Maar er waren ook vele heertogen, die den toenemenden macht van Solbert bemerkend, naijverig waren en wel gaarne[143]een nieuwen koning op den troon wilden zien. Want onder de Nerviërs en de Bellovaken, hoewel van Germaansche afstamming, zijn er, die van de Galliërs, waarmede zij dikwijls in aanraking komen, de onbestendigheid hebben overgenomen en altoos haken naar verandering van regeering. Daarbij kwam, dat Solbert een zéér strengen koning was, die den Galliërs vijandig was en de vrouwenregeering van vroeger toeschreef aan den invloed der verwijfde Galliërs. Hij had alle Gallische gebruiken onder de Nerviërs en Bellovaken uitgeroeid. Het drinken van wijn werd bestraft met het uitsnijden van de tong, omdat de wijn wellustig maakt. Niemand, ook de voornaamste hertog niet, mocht kleederen van meer dan twee kleuren dragen.Zwakke kinderen en bastaarden werden dadelijk na de geboorte gedood en Solbert was het, die het oude gebruik weder in eer herstelde, dat kinderen dadelijk na de geboorte in koud water moesten ondergedoopt worden om hun levenskracht te beproeven.Vooral de vrouwen waren zeer ontevreden met de regeering van Solbert. Want hij, zich herinnerend waartoe de vrouwenregeering had aanleiding gegeven, had de vrouwen weder volkomen onderworpen aan den man. Zij moesten ’s winters thuis weven en ’s zomers het land bebouwen. De mannen hadden het recht hun vrouwen een weeftaak op te leggen en haar, wanneer zij haar taak niet voleindigd hadden, te kastijden met de zweep.Ook de kleeding der vrouwen was door koning Solbert voorgeschreven. Zij moesten naar de oude zede der voorvaderen hals en armen bloot dragen, ook gedurende den winter. De boezem moest echter door een stijf lijnwaad worden weggedrukt, opdat de maagden de jongelieden, en de gehuwde vrouwen niet anderen dan hun eigen man tot begeerte zouden brengen. Ten einde de vrouwen en de maagden door een uiterlijk teeken te onderscheiden, moesten[144]de maagden twee kleine krullen buiten de hoofdhuive dragen, terzijde voor de ooren. Aan de gehuwde vrouwen was deze dracht verboden. Want het was voorgekomen, dat mannen door gehuwde vrouwen tot ontucht waren gebracht, doordat zij zich als ongehuwden hadden voorgedaan.Door al deze strenge maatregelen was koning Solbert weinig bemind. Evenwel, daar men erkennen moest, dat dit alles in ’t belang van den stam geschiedde, gevoelde men toch ontzag voor den strengen koning. Doch er was nog een andere reden waarom vele aanzienlijken Solbert een kwaad hart toedroegen, dan alleen wegens zijn beperking van de ontucht en de weelde.De koning had de hoorigen onder hetzelfde recht gesteld als de vrijen. Dit nu was van oudsher nooit zoo geweest. De vrijen werden gevonnist op het Ding naar de wetten die in het groote gedicht van koningNoricwas vervat en die de zeven priesters elk voor een zevende deel kenden. Stierf een der zeven wethouders of raakte hij door den ouderdom verzwakt, zoodat hij zijn deel niet meer voor het Ding vlot kon opzeggen, dan werd een jongen priester tot wethouder verheven, nadat hij op een Ding, ten overstaan van het geheele volk, zijn deel vier maal achter elkaar had opgezegd, zonder ook maar een enkelen keer te haperen. Maar de hoorigen werden gevonnist door hun heer en voor hen waren de straffen strenger.Koning Solbert nu, die ervaren had, dat de heeren de hoorigen ook bij de minste vergrijpen zware straffen oplegden, zoodat de vrouwen der hoorigen nachten door zaten te weven om de boeten hunner mannen te kunnen voldoen, daar anders de mannen met wilgeteenen werden gekastijd of de ooren van ’t hoofd werden gesneden of geblinddoekt naast den ezel in de graanmolen aangebonden, had bevolen dat geen heer zijn hoorigen anders rechten mocht dan naar het recht van koningNoric. En om te voorkomen, dat de heeren zouden zeggen, dat zij ’t recht niet kenden, werden[145]in elk gebied zeven hoorigen en zeven heeren gekozen, die het gedicht van koning Noric uit het hoofd moesten leeren, juist zooals de priesters.De priesters, ziende dat de heilige wetenschap van het oude recht aldus niet alleen aan heeren, maar zelfs aan het gemeen werd onderricht, verweerden zich en zeiden, dat dit een inbreuk op het recht der priesters was. Toen was koning Solbert opgestoven en hij had gedreigd, dat hij boodschappers zou zenden naarScandia, waar het heilige recht was gegrift op bronzen tafels in de onvergankelijke runen. Die bronzen tafels had koning Noric in de jaren zijner eenzaamheid, toen hij met zijn lier had rondgezworven in het vreemde land, van Wotan zelf ontvangen.De priesters waren zwijgend weggegaan. Want zij kenden de heilige runen niet en vreesden vervangen te zullen worden door priesters uit Scandia, die runen konden lezen en zoo zelfs spraken met de koningin van het vreemde land, die zij met de schippers eiken broodplanken stuurden waarop runen waren ingegrift. Maar zij morden en offerden in stilte een vaars aan Donar en smeekten hem koning Solbert door zijn bliksem te vellen.De heeren, nu gedwongen hun hoorigen te vonnissen naar het recht van koning Noric, konden geen zware straffen meer opleggen en morden, wachtend op een gelegenheid om den koning ten val te brengen. Doch de hoorigen waren Solbert dankbaar en velen van hen, wetend dat zij allen voor zware misdrijven aan den lijve gestraft konden worden, werden overmoedig, zoodat zij, wanneer te veel van hen werd gevergd, weigerden hun taak te verrichten en riepen om het recht van koning Noric. Ook waren er veel misdrijven, waar in ’t recht van koning Noric in ’t geheel geen straf op was gesteld, zooals wanneer een maagd weigerde in den bruidsnacht bij heur heer te slapen; of wanneer een knecht weigerde de straf[146]te boeten, die zijn heer op het Ding was opgelegd wegens een vergrijp. Want deze gebruiken waren ten tijde dat koning Noric in ’t vreemde land zwierf, nog niet bekend geweest.Toen de drie priesters van Renigo eindelijk bij koning Solbert te Waberloo werden toegelaten, was al in ’t heele gebied bekend, dat Sogol, de dappere en geleerde prins, in aantocht was, vergezeld van een heilige maagd. De priesters en de heerenbereiddenzich voor om prins Sogol waardig te ontvangen en een Ding te doen uitroepen, waarop gerecht zou worden, wie het meeste recht op den troon had. Maar de hoorigen waren vast besloten voor hun koning Solbert te strijden en zelfs als het Ding anders mocht beslissen, toch koning Solbert trouw te blijven en hem hun arm aan te bieden.Onder de hoorigen liepen veel slechte geruchten omtrent Sogol. Zijn moeder was de gevloekte kol Spûr geweest, die verdronken was bij de waterproef.1Zijn vader, de roofzieke Bellovaaksche hertog. Hij had te Renigo zondige redevoeringen gehouden en de goden geschonden. Harimona, heette het, was door hem, met behulp van giftige kruiden in een diepen slaap gebracht en toen medegevoerd. De geest van zijn moeder, de kol Spûr, was verschenen in de gedaante van den jongen horentoeter en deze had de heilige maagd in haar slaap besproken, ontheiligd en betooverd en zoo haar de wonderkracht ontnomen.En telkens kwamen er nieuwe verhalen van de slechtheid van Sogol. Men had hem gezien in het Aardener woud bij de vervloekte krijgsvrouwen en hij had met haar ontucht begaan.[147]Hij had de krijgsvrouwen weder tot een horde gevormd en zijn moeder had ze hellewapens gegeven in den vorm van groote rietstengels. Wie door het riet werd aangeraakt kreeg groote brandblaren en stierf aan waterkoorts.Koning Solbert ondervroeg de drie priesters uitvoerig. Zij vertelden van de schatten van den haag van Renigo, van de macht van den hoogepriester Maresag, van de wonderlijke geboorte van Harimona, van den roep die van haar uitging en van de laatste groote verzameling van pelgrims aan den Rîn. Welke genezingen zij had verricht en hoe prins Sogol in de kampen was verschenen, vergezeld van een ouden priester en een jongen horenblazer. Dat Harimona alle bruidegoms had afgewezen maar prins Sogol, die als offer voor ’t volk had moeten dienen, door haar Batouwschen lijfwacht had doen redden. En dat toen Harimona den prins bij haar in hare vertrekken dagen lang had verborgen gehouden en eindelijk met hem was gevlucht.Koning Solbert liet zich veel omtrent Harimona verhalen. Of zij schoon was? En hoe de kleur van heur haar was en hoe die van haar oogen. Hoe lang zij was? Zoo lang als gemeenlijk de vrouwen van Renigo, die bekend stonden als zware wijven of misschien wel van zijn lengte?En Solbert sprak weinig over prins Sogol en scheen zich niet om Sogol te bekommeren. Maar veel sprak hij over Harimona, werd niet moede van haar te hooren en wanneer een der priesters vermoeid was van ’t spreken, begon de koning den andere te ondervragen en wanneer deze ook ’t zelfde vertelde, dan toch luisterde de koning met groote aandacht.Hij wilde de namen kennen van al de bruidegoms, die om heur hadden geworven. Het verhaal van de zeven recken bij de burcht Wittewa, waar de geest des winters huisde, die de kroon van Harimona bewaarde en van den draak Frango, den hond Whridlo en de geit Baza, bracht[148]den koning zoo in vervoering, dat hij zijn hand aan de greep van zijn lang zwaard bracht en de priesters zagen hoe zijn hand sidderde, als was de koning gereed om het van ’t leer te trekken.Veertig snelle kondschappers riep de koning ten laatste tot zich. En door het geheele gebied moesten zij bekend maken dat zoodra Sogol en Harimona zich vertoonden, beiden gevangen moesten genomen worden. Sogol, ’t zij dood of levend, maar Harimona met veel omzichtigheid en met alle eer en waardigheid, die men aan een zoo schoone en heilige jonkvrouw verplicht was. Den dood wachtte dengeen, die haar op welke wijze dan ook, zou krenken, schaden of beleedigen en de tong zou dengeen worden uitgesneden, die een woord sprak, dat hare kuische eer bevlekte.Onder het lagere volk nu was men zeer gebeten op Sogol, die een zoo heilige jonkvrouw door tooverkunst had geschaakt. Maar onder de edelen was gemor en werden geheime samensprekingen gehouden. En bitter vroegen de edelen, of in het gedicht van ’t recht van koning Noric soms straf stond gesteld op het smaden van een ontuchtige priesteres?[149]
Er waren drie priesters in het land der Nerviërs aangekomen en deze, vernemende dat Sogol en Harimona nog niet genaderd waren, begaven zich naar Waberloo, de winterwoning van koning Solbert. Zij vroegen onderweg aan alle woningen of de lieden Sogol en Harimona reeds gezien hadden. Het begon koud te worden en de drie priesters overnachtten zooveel mogelijk in de hutten, waar men hun gaarne gastvrijheid verleende. En voor het vuur verhaalden zij van de schatten van Renigo, van de wonderen van Harimona en van de ontvoering door Sogol, den Nervischen prins.
Maar de menschen herinnerden zich niet, dat er een prins van dien naam bestond en schudden het hoofd, zeiden tot de priesters, dat zeker de een of andere roover zich die valsche waardigheid had toegeëigend.
Doch de priesters bestreden dat. Het was wel zeker een prins geweest, een echten prins en geen roover. Dat had men gemerkt aan zijn trotsche houding, zijn overmoedig gedrag, de schoone wijze waarop hij wist te spreken en de vele talen, die hij kende. Want men had hem in de kampen hooren redeneeren met priesters van de Sfafen en met gezanten van het Paarden-eiland en met schippers van Scandische vaartuigen, die hij naar den weg had gevraagd om naar het vreemde land te komen. Een Scandische schipper zelfs, die hem, naar de gewoonte der Scandiërs, die wanneer met hun naar den weg tot het vreemde land vraagt, altoos verhalen van den grooten zeeslang en het gruwelijke meerwijf, had hij voor leugenaar uitgemaakt. De Scandiër had zijn mes getrokken en was Sogol te lijf[142]gegaan. Die had een mes geleend en den Scandiër na drie trekken een stoot in de borst toegebracht. Maar hij had zijn tegenstander dadelijk verbonden en hem niet naar ’t gebruik, den doodsteek gegeven, zoodat de schipper sedert dankbaar was en gezegd, dat hij Sogol den weg naar ’t vreemde land zou wijzen. Toen hadden de andere Scandiërs den gewonde tusschen zich ingenomen en later had men hem dood gevonden, hangende met de beenen naar beneden aan een boomtak. Zoo handelen de Scandiërs met allen, die het geheime middel willen verraden, waardoor zij het gruwelijke meerwijf, dat over de zee van het vreemde land heerscht, weten te paaien.
De Nerviërs spraken nu veel over den onbekenden prins, die zoo dapper en knap was en begonnen bij de andere lieden te vragen of zij ook herinnering hadden van prins Sogol. Toen was er een vrouw geweest, die Sogols moeder had gekend en een andere verhaalde van den ouden priester Myst, die voor jaren was uitgetrokken om den zoon van den Bellovaakschen koning te zoeken.
En de priesters, ondervraagd, verklaarden dat een ouden priester steeds in de nabijheid van den prins was gezien en ook een jongen horenblazer.
De priester was gestorven, maar de horenblazer was verdwenen in denzelfden nacht dat Harimona door Sogol was geschaakt.
Veel menschen gingen nu met de drie priesters mede loopen om naar den prins en de heilige jonkvrouw te zoeken en verbreidden door het land de geschiedenis van Sogol. Toen de priesters eindelijk te Waberloo aankwamen, waren hun al vele lieden vooruitgesneld en ook kondschappers van trouwe heertogen van koning Solbert, die den koning waarschuwen lieten voor den nieuwen dinger naar de koningsmacht.
Maar er waren ook vele heertogen, die den toenemenden macht van Solbert bemerkend, naijverig waren en wel gaarne[143]een nieuwen koning op den troon wilden zien. Want onder de Nerviërs en de Bellovaken, hoewel van Germaansche afstamming, zijn er, die van de Galliërs, waarmede zij dikwijls in aanraking komen, de onbestendigheid hebben overgenomen en altoos haken naar verandering van regeering. Daarbij kwam, dat Solbert een zéér strengen koning was, die den Galliërs vijandig was en de vrouwenregeering van vroeger toeschreef aan den invloed der verwijfde Galliërs. Hij had alle Gallische gebruiken onder de Nerviërs en Bellovaken uitgeroeid. Het drinken van wijn werd bestraft met het uitsnijden van de tong, omdat de wijn wellustig maakt. Niemand, ook de voornaamste hertog niet, mocht kleederen van meer dan twee kleuren dragen.
Zwakke kinderen en bastaarden werden dadelijk na de geboorte gedood en Solbert was het, die het oude gebruik weder in eer herstelde, dat kinderen dadelijk na de geboorte in koud water moesten ondergedoopt worden om hun levenskracht te beproeven.
Vooral de vrouwen waren zeer ontevreden met de regeering van Solbert. Want hij, zich herinnerend waartoe de vrouwenregeering had aanleiding gegeven, had de vrouwen weder volkomen onderworpen aan den man. Zij moesten ’s winters thuis weven en ’s zomers het land bebouwen. De mannen hadden het recht hun vrouwen een weeftaak op te leggen en haar, wanneer zij haar taak niet voleindigd hadden, te kastijden met de zweep.
Ook de kleeding der vrouwen was door koning Solbert voorgeschreven. Zij moesten naar de oude zede der voorvaderen hals en armen bloot dragen, ook gedurende den winter. De boezem moest echter door een stijf lijnwaad worden weggedrukt, opdat de maagden de jongelieden, en de gehuwde vrouwen niet anderen dan hun eigen man tot begeerte zouden brengen. Ten einde de vrouwen en de maagden door een uiterlijk teeken te onderscheiden, moesten[144]de maagden twee kleine krullen buiten de hoofdhuive dragen, terzijde voor de ooren. Aan de gehuwde vrouwen was deze dracht verboden. Want het was voorgekomen, dat mannen door gehuwde vrouwen tot ontucht waren gebracht, doordat zij zich als ongehuwden hadden voorgedaan.
Door al deze strenge maatregelen was koning Solbert weinig bemind. Evenwel, daar men erkennen moest, dat dit alles in ’t belang van den stam geschiedde, gevoelde men toch ontzag voor den strengen koning. Doch er was nog een andere reden waarom vele aanzienlijken Solbert een kwaad hart toedroegen, dan alleen wegens zijn beperking van de ontucht en de weelde.
De koning had de hoorigen onder hetzelfde recht gesteld als de vrijen. Dit nu was van oudsher nooit zoo geweest. De vrijen werden gevonnist op het Ding naar de wetten die in het groote gedicht van koningNoricwas vervat en die de zeven priesters elk voor een zevende deel kenden. Stierf een der zeven wethouders of raakte hij door den ouderdom verzwakt, zoodat hij zijn deel niet meer voor het Ding vlot kon opzeggen, dan werd een jongen priester tot wethouder verheven, nadat hij op een Ding, ten overstaan van het geheele volk, zijn deel vier maal achter elkaar had opgezegd, zonder ook maar een enkelen keer te haperen. Maar de hoorigen werden gevonnist door hun heer en voor hen waren de straffen strenger.
Koning Solbert nu, die ervaren had, dat de heeren de hoorigen ook bij de minste vergrijpen zware straffen oplegden, zoodat de vrouwen der hoorigen nachten door zaten te weven om de boeten hunner mannen te kunnen voldoen, daar anders de mannen met wilgeteenen werden gekastijd of de ooren van ’t hoofd werden gesneden of geblinddoekt naast den ezel in de graanmolen aangebonden, had bevolen dat geen heer zijn hoorigen anders rechten mocht dan naar het recht van koningNoric. En om te voorkomen, dat de heeren zouden zeggen, dat zij ’t recht niet kenden, werden[145]in elk gebied zeven hoorigen en zeven heeren gekozen, die het gedicht van koning Noric uit het hoofd moesten leeren, juist zooals de priesters.
De priesters, ziende dat de heilige wetenschap van het oude recht aldus niet alleen aan heeren, maar zelfs aan het gemeen werd onderricht, verweerden zich en zeiden, dat dit een inbreuk op het recht der priesters was. Toen was koning Solbert opgestoven en hij had gedreigd, dat hij boodschappers zou zenden naarScandia, waar het heilige recht was gegrift op bronzen tafels in de onvergankelijke runen. Die bronzen tafels had koning Noric in de jaren zijner eenzaamheid, toen hij met zijn lier had rondgezworven in het vreemde land, van Wotan zelf ontvangen.
De priesters waren zwijgend weggegaan. Want zij kenden de heilige runen niet en vreesden vervangen te zullen worden door priesters uit Scandia, die runen konden lezen en zoo zelfs spraken met de koningin van het vreemde land, die zij met de schippers eiken broodplanken stuurden waarop runen waren ingegrift. Maar zij morden en offerden in stilte een vaars aan Donar en smeekten hem koning Solbert door zijn bliksem te vellen.
De heeren, nu gedwongen hun hoorigen te vonnissen naar het recht van koning Noric, konden geen zware straffen meer opleggen en morden, wachtend op een gelegenheid om den koning ten val te brengen. Doch de hoorigen waren Solbert dankbaar en velen van hen, wetend dat zij allen voor zware misdrijven aan den lijve gestraft konden worden, werden overmoedig, zoodat zij, wanneer te veel van hen werd gevergd, weigerden hun taak te verrichten en riepen om het recht van koning Noric. Ook waren er veel misdrijven, waar in ’t recht van koning Noric in ’t geheel geen straf op was gesteld, zooals wanneer een maagd weigerde in den bruidsnacht bij heur heer te slapen; of wanneer een knecht weigerde de straf[146]te boeten, die zijn heer op het Ding was opgelegd wegens een vergrijp. Want deze gebruiken waren ten tijde dat koning Noric in ’t vreemde land zwierf, nog niet bekend geweest.
Toen de drie priesters van Renigo eindelijk bij koning Solbert te Waberloo werden toegelaten, was al in ’t heele gebied bekend, dat Sogol, de dappere en geleerde prins, in aantocht was, vergezeld van een heilige maagd. De priesters en de heerenbereiddenzich voor om prins Sogol waardig te ontvangen en een Ding te doen uitroepen, waarop gerecht zou worden, wie het meeste recht op den troon had. Maar de hoorigen waren vast besloten voor hun koning Solbert te strijden en zelfs als het Ding anders mocht beslissen, toch koning Solbert trouw te blijven en hem hun arm aan te bieden.
Onder de hoorigen liepen veel slechte geruchten omtrent Sogol. Zijn moeder was de gevloekte kol Spûr geweest, die verdronken was bij de waterproef.1Zijn vader, de roofzieke Bellovaaksche hertog. Hij had te Renigo zondige redevoeringen gehouden en de goden geschonden. Harimona, heette het, was door hem, met behulp van giftige kruiden in een diepen slaap gebracht en toen medegevoerd. De geest van zijn moeder, de kol Spûr, was verschenen in de gedaante van den jongen horentoeter en deze had de heilige maagd in haar slaap besproken, ontheiligd en betooverd en zoo haar de wonderkracht ontnomen.
En telkens kwamen er nieuwe verhalen van de slechtheid van Sogol. Men had hem gezien in het Aardener woud bij de vervloekte krijgsvrouwen en hij had met haar ontucht begaan.[147]
Hij had de krijgsvrouwen weder tot een horde gevormd en zijn moeder had ze hellewapens gegeven in den vorm van groote rietstengels. Wie door het riet werd aangeraakt kreeg groote brandblaren en stierf aan waterkoorts.
Koning Solbert ondervroeg de drie priesters uitvoerig. Zij vertelden van de schatten van den haag van Renigo, van de macht van den hoogepriester Maresag, van de wonderlijke geboorte van Harimona, van den roep die van haar uitging en van de laatste groote verzameling van pelgrims aan den Rîn. Welke genezingen zij had verricht en hoe prins Sogol in de kampen was verschenen, vergezeld van een ouden priester en een jongen horenblazer. Dat Harimona alle bruidegoms had afgewezen maar prins Sogol, die als offer voor ’t volk had moeten dienen, door haar Batouwschen lijfwacht had doen redden. En dat toen Harimona den prins bij haar in hare vertrekken dagen lang had verborgen gehouden en eindelijk met hem was gevlucht.
Koning Solbert liet zich veel omtrent Harimona verhalen. Of zij schoon was? En hoe de kleur van heur haar was en hoe die van haar oogen. Hoe lang zij was? Zoo lang als gemeenlijk de vrouwen van Renigo, die bekend stonden als zware wijven of misschien wel van zijn lengte?
En Solbert sprak weinig over prins Sogol en scheen zich niet om Sogol te bekommeren. Maar veel sprak hij over Harimona, werd niet moede van haar te hooren en wanneer een der priesters vermoeid was van ’t spreken, begon de koning den andere te ondervragen en wanneer deze ook ’t zelfde vertelde, dan toch luisterde de koning met groote aandacht.
Hij wilde de namen kennen van al de bruidegoms, die om heur hadden geworven. Het verhaal van de zeven recken bij de burcht Wittewa, waar de geest des winters huisde, die de kroon van Harimona bewaarde en van den draak Frango, den hond Whridlo en de geit Baza, bracht[148]den koning zoo in vervoering, dat hij zijn hand aan de greep van zijn lang zwaard bracht en de priesters zagen hoe zijn hand sidderde, als was de koning gereed om het van ’t leer te trekken.
Veertig snelle kondschappers riep de koning ten laatste tot zich. En door het geheele gebied moesten zij bekend maken dat zoodra Sogol en Harimona zich vertoonden, beiden gevangen moesten genomen worden. Sogol, ’t zij dood of levend, maar Harimona met veel omzichtigheid en met alle eer en waardigheid, die men aan een zoo schoone en heilige jonkvrouw verplicht was. Den dood wachtte dengeen, die haar op welke wijze dan ook, zou krenken, schaden of beleedigen en de tong zou dengeen worden uitgesneden, die een woord sprak, dat hare kuische eer bevlekte.
Onder het lagere volk nu was men zeer gebeten op Sogol, die een zoo heilige jonkvrouw door tooverkunst had geschaakt. Maar onder de edelen was gemor en werden geheime samensprekingen gehouden. En bitter vroegen de edelen, of in het gedicht van ’t recht van koning Noric soms straf stond gesteld op het smaden van een ontuchtige priesteres?[149]
1Er is geen reden om de waterproef voor onbekend bij de oude Germanen te houden, hoewel de berichten omtrent haar toepassing niet verder dan de middeleeuwen gaan. Het geloof aan heksen is veel ouder dan de middeleeuwen, waarschijnlijk door de Germanen uit hun vermoedelijk oer-land, Indië, medegebracht.↑
1Er is geen reden om de waterproef voor onbekend bij de oude Germanen te houden, hoewel de berichten omtrent haar toepassing niet verder dan de middeleeuwen gaan. Het geloof aan heksen is veel ouder dan de middeleeuwen, waarschijnlijk door de Germanen uit hun vermoedelijk oer-land, Indië, medegebracht.↑
1Er is geen reden om de waterproef voor onbekend bij de oude Germanen te houden, hoewel de berichten omtrent haar toepassing niet verder dan de middeleeuwen gaan. Het geloof aan heksen is veel ouder dan de middeleeuwen, waarschijnlijk door de Germanen uit hun vermoedelijk oer-land, Indië, medegebracht.↑
1Er is geen reden om de waterproef voor onbekend bij de oude Germanen te houden, hoewel de berichten omtrent haar toepassing niet verder dan de middeleeuwen gaan. Het geloof aan heksen is veel ouder dan de middeleeuwen, waarschijnlijk door de Germanen uit hun vermoedelijk oer-land, Indië, medegebracht.↑