[1361]Uit deze plaats blijkt, dat de N. C. tot zelfs in Engeland onder de oogen der Moscovische Compagnie gelegenheid vond hare goederen te verkoopen, een feit in den tekst (p. 127,28) voorbijgezien.
[1361]Uit deze plaats blijkt, dat de N. C. tot zelfs in Engeland onder de oogen der Moscovische Compagnie gelegenheid vond hare goederen te verkoopen, een feit in den tekst (p. 127,28) voorbijgezien.
The next yeere 1621 the foresaid Aduenturers hired, and set forth eight ships, seuen for the Whale Voyage, and one to the South-eastwards vpon Discouerie, vnder the command aforesaid, which yeere in one of their chiefest Harbours their Voyage was ouerthrowne, by reason of the foresaid Flemmings and Danes, being to the Northward, as aforesaid, putting the Whale by her course, and in all places in the Countrey generally disheartned, and out of hope to haue made any Voyage that yeere, whereby to haue earned their bread. Yet it pleased God afterwards in some Harbours, Whales hitting in, a Voyage was performed, and 1100 tunnes of Oyle brought home, to the great encouragement of the said Aduenturers: otherwise that Trade had beene vtterly ouerthrowne.
The yeere following 1622 the said Aduenturers at their owne charge set forth nine ships, vnder the command aforesaid, and therein employed diuers Land-men, many of which afterwards proue good Sea-men, and are fit for any Sea seruice. Eight of which ships were appointed to make their Voyage vpon the Whale, and one to goe on discouerie to the South-eastwards. But ille successe happening, one of their greatest ships of burthen, whereof Iohn Masson was Master, hauing in her two hundred tuns of Caske, Coppers, and diuers prouisions, was vnfortunatly cast away against a piece of Ice, vpon the coast of King Iames Newland, foure leagues from the shoare, in which ship perished nine and twentie men, and the remainder being three and twenty, were by the prouidence of the Almightie miraculously saued in a Shallop, coasting, thirtie leagues afterwards to meet with some other ships to find some succour, hauing neither bread nor drinke, nor any meanes whereby to get any food: and so remayned three dayes in extreme cold weather, being in a small Boat ready to bee swallowed vp of euery waue, but that God prouided better for them. Many of which people their hands and feet rotted off, being frozen, and they died in the Countrey. Therest of the ships returned home laden, bringing in them 1300 tuns of Oyle, yet the foresaid chiefe Harbour could not performe their full lading there, by reason of the Flemmings and Danes being to the Northwards, as aforesaid, which doth yeerely hinder the Companies ships from making a Voyage[1362].
[1362]Ontleend aan: Purchas, Pilgrimes. III p. 466-470.—Het bovenstaande is het tweede hoofdstuk van dit verhaal. Het eerste bevat een vrij uitvoerig overzicht der Engelsche ontdekkingen in het noorden van Willoughby af (1553) tot 1611, en sluit zich dus hier aan. Dit hoofdstuk vervolgt de geschiedenis der Engelsche walvischvangst blijkbaar tot aan het jaar, dat het opstel geschreven werd. Het derde hoofdstuk eindelijk handelt over de verschillende soorten van walvisschen, terwijl een aanhangsel eene beschrijving van Spitsbergen bevat, waarbij de bekende en meermalen herdrukte kaart van dit eiland gevoegd is.
[1362]Ontleend aan: Purchas, Pilgrimes. III p. 466-470.—Het bovenstaande is het tweede hoofdstuk van dit verhaal. Het eerste bevat een vrij uitvoerig overzicht der Engelsche ontdekkingen in het noorden van Willoughby af (1553) tot 1611, en sluit zich dus hier aan. Dit hoofdstuk vervolgt de geschiedenis der Engelsche walvischvangst blijkbaar tot aan het jaar, dat het opstel geschreven werd. Het derde hoofdstuk eindelijk handelt over de verschillende soorten van walvisschen, terwijl een aanhangsel eene beschrijving van Spitsbergen bevat, waarbij de bekende en meermalen herdrukte kaart van dit eiland gevoegd is.
CORTE DEDUCTIE ende Remonstrantie van wegen de Bewinthebbers ende Participanten vande respectiue oude Noortse Compagnien ouer Delft, Hoorn, Enckhuijsen, Vlissingen ende Vere, ouergegeuen aende Hooge ende Mogende Heeren de Staten Generael der Vereenichde Nederlandtse Provintien.
CORTE DEDUCTIE ende Remonstrantie van wegen de Bewinthebbers ende Participanten vande respectiue oude Noortse Compagnien ouer Delft, Hoorn, Enckhuijsen, Vlissingen ende Vere, ouergegeuen aende Hooge ende Mogende Heeren de Staten Generael der Vereenichde Nederlandtse Provintien.
Hooge ende Mogende Heeren, alsoo door verscheyden navigatien gedaen bijde Ingesetenen deser Vereenichde Provintien, om de Noortse quartieren, onder andere nieuwe ende onbekende landen ontdect sijn geworden de costen van t’ landt alsnu genaemt Spitsbergen, ende men doen ter tijt als oock daerna bevonden heeft dat ontrent de selve Costen ende inde Baijen ofte Inwijcken vant lant jaerlijcx haer waeren onthoudende menichte van Walvisschen ende andere Zeemonsters, sulcx datmen presumeerde met groote apparentie, dat aldaer een goede negotie conde gemaect worden, met de selve Walvisschen, aldaer te gaen vangen ende den traen ende Walvischvinnen daervan in dese landen innebrengende, Soo Ist dat eenige Coopluyden inwoonders deser geunieerde Provintien daerop gelet hebbende, hebben met maelcanderen geraden geuonden de apparentien vande voorszeide negotie nader te doen ontdecken ende tot dijen eijnde Inden Jare 1611[1363]eenige Schepen geequipeert ende na de voorszeide costen wtgesonden, de welcke na veele zeijlens ende menichfuldige periculen van ijs storm ende anders de selve costen aengedaen hebben ende nijet alleene nader besocht maer soo wel in dat selve jaer als eenige navolgende het Landt eene goede streeck langs om de noort verder als oijt te vooren hebben opgedaen ende beseijlt, Ende hoewel d’ selve Schepen, gelijck mede de gene die daerna ten fijne voorszeid uijtgesonden werden, genoug waren voorsien met volck ende gereetschappen totte Walvischvangst dienende, soo heeft nochtans (doorde cleene ervarentheijt dije men doen ter tijt daertoe hadde) de negotie haer voort eerste soo wel nyet connen succederen, ofte hebben eenige jaeren met groote schade hijer te lande wederomme moeten innekeeren tot dat eijntelijcken de wetenschappe na veele moeijtens endeondersouckens toenemende de sake nijet allene tot een beter gestaltenisse is gebracht, maer oock verscheijden landen ende eijlanden totte Walvischneringe bequaem ontdeckt ende beuaren sijn geworden, sulcx dat de effecten daervan tot merckelijcken dienst ende voordeel soo vant gemeene landt als veele ingesetenen vandijen hebben begunnen te strecken, ende voort toecommende noch te verwachten staet dat door noch vorder ontdeckinge van onbekende landen ende zeen (daertoe jaerlijcx seer wert getracht) slandts welstant ende Reputatie meer ende meer geuordert sal werden, ingevalle de voorszeide Neeringe in vrede ende verseeckerheyt onder faveur ende protectie van Uwe Ho: Mo: langer in dese landen mach continueren,
[1363]Lees: 1612. (Vgl. hiervóorp. 72.)
[1363]Lees: 1612. (Vgl. hiervóorp. 72.)
Onder alle swaricheden ende hindernissen die den spoedigen voortganck van dese Negotie in haeren aenvanck seer hebben gesteut, is wel de voornaemste geweest, dat vanden beginsel aff de Schepen deser landen ter voorszeide Neringe vande Walvischvangst wtvaerende meest alle jaeren, de Engelsche Schepen opde Costen van Spitsbergen, hebben ontmoet, dije soo t’ schijnt op gelijcke neringe wtwaeren, welcke Engelsche men beuont dat sij haer int hooft hadden ingebeelt (men weet niet op wat fondament) datte souuereiniteijt van dat lant haren Coninck was toebehoorende, ende sulcx dat sij hadden recht omme tselve alleene ende met seclusie van alle andere Natien te mogen beuisschen, daerop sij oock wel soo moedich waren, dat t’elckens als sij aldaer de schepen van dese Landen hebben connen beseijlen, ofte vermeesteren, bestaen hebben dselve, ofte vant landt ende neringe te verdryven ofte met gewelt inne te nemen ende schip ende goet nae Engelant voeren, ofte oock wel de Schepen aent Boort te leggen ende daerwt met gewelt over te nemen alle tgene ter neringe als Traen, speck ende Walvischbaerden hadden becommen, daertoe haer affhandicht makende alle haerlieder tuijg als ketels, lijnen, harpoenen, lancen, Chaloupen, ende geschut, ende amunitie van oorloge, ende voorts alles meer, wat totte Walvischneringe ende Scheepstoerustinge was dienende, latende voorts d’selve Schepen alsoo cael ende onversijen weder na het Vaderlant keeren, gelijck alle tselve in verscheijden tyden ende occurentien soo aende Schepen van Hollant als van Zeelant is gebleken ende voornementlyck inden jaere 1613 wanneer eenige Coopluijden tot Amsterdam twee Schepen ter voorszeide Neeringe nae Spitsbergen hadden wtgesonden, het eene nae de Baije van Belsont, ende het andere na Horesont daervan dat in Belsont liggende op sijnne Neeringe, is onversiens vande Engelschen oueruallen ende vermeestert, het andere in Horesont geattrappeert sijnde, ende meynende te ontseijlen is vande Engelschen dije het vervolchden sijn seijlen omstucken ende voorts nieddeloos geschoten, ende van gelijcken daermede in handen vande Engelschen geuallen. Ende hoewel sijlieden daerna wel looselyck toegelaten jae selfs gepersuadeert hebben dat het vermeesterde Scheepsvolck hare Neringe ter Walvischvangst souden int Werck stellen, gelijck oock geschiet is, soo hebben sijlieden oock wel weeten den teelt ende neringe al gedaen sijnde den ganschen Vanght tot haer te trecken, ende die met eenen der vermeesterde Scheepen nae Engelant te veruoeren, alwaer sijlieden het selve Schip hebben gelost, ende de waren tot haren eijgen proffijte na haren wille gebeneficieert, daervan de Memorien ende de bescheeden Mitsgaders noch van alle t’gene meer dat sijlieden wtte voorszeide Schepen hebben genoten, onder de Reeders van de selve noch jegenwoordich sijn berustende ende alhoewel de selve Reeders daerna alle behoorlijcke devoiren tot recouure van haere affgenomen goederen ende vergoedinge van schade in Engelandt hebben gedaen nochtans hebben dijenaengaende na veele oncosten te vergeefs daeromme gedoocht, niets connen obtineren, maer wel dat haere Gecommitteerde aldaer seer onhebbelijcken,ende met groote versmaetheijt, is bejegent geworden. Het jaer daeraenvolgende synde 1614 den ijver ende genegentheijt totte neringe van Walvischvanght, bij veelen ingesetenen deser landen noch meer als oijt te vooren ontsteken sijnde, uijt de Rapporten ende advertentien dijemen vercreeg, vande gene dije het jaer te vooren ter selver neringe wtgeweest waeren, ende datmen verstondt wat effecten de Engelschen daervan waren genietende, soo hebben verscheijden persoonen geraden geuonden de neringe te hervatten ende omme haer te meer te verseeckeren jegens alle hostiliteijten soo vande Engelschen als anderen natien, dije haer daerjnne souden willen troubleren, van Uwe Ho: Mo: te versoucken een generael Octroij, onder beneficie van twelcke, sekere Compagnien in dese landen mochten werden gedresseert, dije met meerder ordre ende eenicheijt als wel te vooren de voorszeide neringe aenvangen mochten; ende nae dat tselve Octroij by Uwe Ho: Mo: was vergunt ende daaronder alles in redelijcke goede ordre gebracht, daertoe oock becommen hebbende het Convoij van drije suffisante ende wel gemonteerde Schepen van Oorloge, soo js daermede met meerder verseeckerheijt de Neringe dat selfde Jaer als oock de twee navolgende aen Spitsbergen gecontinueert. Ende hoewel de Engelsche (soot schijnt) de Schepen van Oorloge aldaer vernemende, de banniere van Uwe Ho: Mo: hebben gerespecteert, sulcx dat sijlieden haer onthouden hebben van soodanige hostiliteijten den schepen van dese landen aen te doen, als inden jare 1613 geschijet was; niettemin sijluijden over al lettende op hare auantage, hebben ondertusschen allesints weten inden wege te brengen soo veele empeschementen, ende dije van dese landen met soodanige vileynien te bejegenen, datmen eijntelijcken is genootsaeckt geweest, omme daervan eenmael ontslagen te sijn, ende den vrede met haer te coopen voor eenige jaren haer in te ruijmen de principale Baijen ende commoditeijten van tlandt[1364],ende voorts op een onseker, andere onbekende hauenen ofte reen gaen soucken, twelck tot een onwtsprekelijcke schade ende nadeel van deser landen ingesetenen is wtgevallen, het welcke eijntelijcken eenige der voorszeide Compagnien heeft gemoueert (als mede om datte Engelschen allentwegen niet ontsagen hun te laten verluijden ingevalle sijlieden deser landen schepen eens conden meester worden, dat sijlieden d’ selve niet minder souden tracteren als int jaer 1613 geschijet was affirmerende noch daerenbouen daertoe expressen last te hebben) hare equipagie van Spitsbergen te diuerteren opt Eijlant Mauritius dat doen ter tijt nieulijcx was ontdect ende totte Walvisch Neeringe bequaem beuonden, Waer naer gebeurt is, dat sekere drije schepen vande Compaignie van Vlissingen inden jaere 1617 wtgeseijlt sijnde na Spitsbergen, eijntelyck den dertichsten Meij sijn gearriueert inde Baije van Horesont, aldaer sijlieden de Schepen vande Compaignie van Hollant als mede het Ordinaris Convoij (twelck voor dat jaer opt eylant gedestineert was) hebben gemist, daerop gecommen is datten Engelschen Vice Admirael des anderen daegs inde selfde Baije arriverende, stracx sijnen admirael (dije in Belsont lag) aduiseerde van het arriuement vande voornoemde Zeeuse Schepen dije hij aldaer hadde geuonden. Middeler tijt die vande Zeeuse Schepen vresende tgene haer aenstaende was, nijet naergelaten hebben eene Chaloupe nae Belsont te senden omme te vernemen ofte het Convoij ofte de Vlote van Hollandt aldaer aengecommen mochten sijn, met meijninge soo t’selfde alsoo waere, haer onder de selve te begeuen omme haere neeringe met meerder verseeckertheyt te mogen exerceren, Doch de Chaloupe in Belsont geeneHollantse Schepen heeft vernomen, maer int gesichte vande Engelschen Admirael gecommen sijnde, heeft die terstont aen sijn Boort doen ontbieden, ende met eenen geboden hare Schippers aen te seggen dat sylieden vandaer souden vertrecken ofte dat hij selffs in Horesont commen soude, ende hem met gewelt van daer slaen, hebbende niettemin te voren een pinasken metten selfden last aen synen Vice Admirael na Horesont gedepescheert, ende bouen dijen daerna noch eene van sijne Chaloupen ten selven fijne. De voorszeide van Vlissingen hiermede genough gewaerschowt synde, ende niet willende verwachten het gewelt der Engelschen, twelcke sijlieden onmogelijck waeren te connen wederstaen, ende omme nijet te vallen int ongemack als die van Hollandt anno 1613 gedaen hadden, Vonden geraden haere Anckers te lichten, ende na ’t Beijren Eylandt, een goet stuck weegs van daer gelegen, te verseijlen, om haere fortuine aldaer te gaen versoucken, Doch alsoo ondertusschen den tijt ende het Saysoen vast was verlopende, ende dat sijlieden aldaer gants geene Neeringe nochte commoditeijten en vonden, hebben met maelcanderen beraetslaecht wederomme na Spitsbergen te keeren, op hoope dat middeler tijt de Hollantse Schepen mettet Convoij aldaer gearriueert mochte sijn ofte bij faute vandijen dat sijlieden ergens buijten t’ gesichte vande Engelschen ofte ontrent eenige andere plaetsen (vant landt) bequaemer totte Neringe vinden mochten, Alle twelcke hunluijden oock faillerende, sijlieden eijntelyck door noot geperst sijn geweest om de oncosten van haere Reijse te salueren, haer wederomme inde Baije van Horesont te begeuen, ende met vrunschap aenden Engelsen Vice Admirael te versoucken dat sijlieden alleene buyten de houcken vande Baije in Zee visschen mochten, t’ welcke hoewel hun byden Vice Admirael toegestaen werde met belofte dat hij in hun faueur aen sijnen Admirael schryven soude, nochtans soo is het contrarie daerop gevolgt, als namentlyck dat hij sijnen Admirael vande neeringe van dije van Vlissingen ten ergsten heeft gejnformeert, ende daerna (soo t’ schijnt) last becommen hebbende, heeft het fortselijcken na de Zeeusche Schepen toegeset, ende eene der selver dat met sijne neringe geempescheert int ongereede lach, vermeestert; ende tselffde ontrooft ende geplundert nyet allene alle tgene vanden Vanght was vercregen, bestaende in merckelijcke pertijen van Traen, doode Walvisschen ende Walvischvinnen, maer oock van alle schut ammunitie van Oorloge Vischtuijg ende Scheepsgereetschappen ende voorts alles watter los gemaect ende geport conde werden, synde ondertusschen de twee andere Schepen van Vlissingen die haer in tijts noch hadden connen claer maken, ontseijlt, ende hebben alsoo haer van vorderen overlast der Engelschen gesalueert, In welcken staet tvoornoemde vermeesterde Schip int Vaderlant weder gekeert sijnde, ende de Reeders vandijen van alles watter gepasseert was rappoort gehoort hebbende, hebben haere clachten aen Uwe Ho: Mo: gedresseert, ende van dselve vercregen brieuen van faueur ende addresse van Mijn Heere de Ambassadeur Caron ende sekeren gecommitteerde daermede na Engelandt gesonden, met hope de geleden schade aldaer gerepareert te crijgen, Doch sonder eenich effect, euen als die van Amsterdam anno 1613 wederuaeren was; allene dat sekere gotelingen van tgenomen Schip bijde Engelschen inden Teems sijn geworpen dije sijlieden noch toegelaten hebben datte eygenaers souden mogen opdoen halen, ende haere wille daermede doen, twelcke noch met seer groote oncosten heeft moeten geschieden. Hiermede conden die vande Compagnien van dese landen wel considereren wat haer te doen stont, ingevalle sijlieden de negotie vande Walvischvanght op Spitsbergen noch voorts continueren wilden, namentlijcken met een naerder Contract tot gemeene defentie maelcander te verbinden, hebben in gevolge vandijen voorden navolgendeJaere 1618 aengegaen ende besloten seker Admiraelschap omme maelcanderen te helpen defenderen jegens alle hostiliteijten, met verbintenisse datte eene des anderen schade die door eenige hostiliteijten geleden wierde, soude moeten helpen dragen, Item gestelt ordre opde monture vande Schepen ende voorts meer wat tot gemeene defentie van nooden was, daerenbouen hun mede versiende van behoorlycke commissie defensiue van syne Fur. Doorlt. den prince van Orangien. Met dese ordre, de schepen soo van Hollant als Zeelant anno 1618 ter walvischneringe na Spitsbergen uijtgeseijlt sijnde, daervan eenige de Baije van Horesont ingelopen sijn, geaccompaigneert met een Schip van Oorloge, onder wiens Convoij sijlieden dat jaer haere neringe vredelyck geexerceert hebben, eenige na Belsont namentlyck dije vant noorder quartier daer den Engelschen Admirael met eenige andere Schepen van sijne Vlote was liggende, eenige nae het Voorlant namentlijcken de Zeeusche ende dije vande Camer van Delft, alwaer de Engelschen Vice Admirael lag, dije van het noorder quartier sijnde in getalle twee Schepen, sijn tot haerder eerster aencompste van haere Chaloupen die sijluijden, om de Neringe te beginnen uijtgeset hadden vande Engelschen berooft ende voorts gedreijgt van daer geslagen te werden, ten ware sijlieden in tijts hun voorsien wilden, In welcken stant dije vant noorderquartier hun beuindende, hebben een Chaloupe vande gene die sijlieden noch behouden hadden na Horesont om assistentie aen het Schip van Oorloge gesonden, Doch alsoo tselfde schip van Oorloge van daer nijet conde vertrecken om de Hollantse Schepen die ontrent hem mede onder de Engelsche lagen, in geen gelijcke periculen te laten, als die in Belsont waren, soo jst datte selue Chaloupe troosteloos heeft wederkeeren moeten, met rapport dat voor haer geen assistentie voorhanden was, alsoo de schippers vande schepen in Horesont liggende gelijckelijck aen die vande Chaloupe riepen, dattet principale Schip van Oorloge in Belsont gedestineert was, welck Schip van oorloge aldaer voor dat Saijsoen noijt is vernomen geweest, als sijnde door die van Amsterdam (soomen verstaet) achtergehouden ende na ’t eijlandt Mauritius (hoewel daer gants geen pericle van vianden was) gediuerteert het welcke wel de principale occasie is geweest datte remonstranten in dit groot ongemack mette Engelschen geuallen sijn ende voor dat Saijsoen haere Neringe vruchteloos ende bedoruen is geworden. Den Engelschen Admirael nijet allene met sijne Dreijgementen ter executie te stellen, daertoe hem gants claer makende, ende voorts sijne Breede sijde biedende om inde Noorthollantsche Schepen te schieten, hebben de selve van Noorthollant moeten resolueren om een euident groot onheijl ende pericle te ontgaen, met disordre ende ruine van haere begonnen neringe op te breken, ende confuselyck van daer te vertrecken, ende voorts haer onder de Zeeusche schepen ende die van Delft die aen ’t voorlant lagen te salueren. Geduerende ’t gepasseerde aldus in Belsont den Engelschen Admirael noch onderstaen heeft een Jacht aen sijne Vice Admirael mede aent Voorlant liggende aff te senden, met advijs ende commandement dat hij hem soude gereet houden, om de Zeeusche die daer bij hem lagen van daer te helpen verdrijuen gelijck hij selfs de noorthollantse wt Belsont gedaen hadde, ende soude hij admirael hem derwaerts bij hem met sijne bijhebbende Schepen nae het Voorlant transporteren, ende ten waere de Zeeusche vertrocken dat hij die noch erger, als dije van Noorthollant tracteren zoude, alle twelcke bijden voorszeiden Vice Admirael selfs aen dije van Zeelant is aengesegt geworden. Hijernaer de Noorthollantsche schepen bij die van Zeelandt aent voorlant, als verhaelt is, gecommen sijnde, ende gedaen hebbende haere Clachten van tgene haer in Belsont vande Engelschen Admirael was bejegent soo sijn sijluijden namentlijck die van Noorthollant Zeelant endeDelft voornoemt met maelcanderen ouer dit stuck in deliberatie ende conferentie getreden, ende ouerleggende de schade bij die van Noorthollant door de Dreijgementen ende feijtelijcke proceduren vande Engelschen geleden, als namentlycken, behaluen tgene hunlieden was affhandicht gemaect, sijlieden noch teenemael van hunne neringe waren berooft, ende het saijsoen verlopen om noch ijets proffytelyck voor te nemen, dat sijlieden daerdoor geuallen waren in eene excessiue schade, welcke schade, als geleden sijnde door notoire hostiliteijt, volgende de voorgaende gemaecte accoorden over alle d’ Compagnien moeste gedragen werden: datmen geene Reparatie vande selve met eenige Clachten in Engelant te doen verwachten hadde, daeruan de jaren 1613 ende 1617 suffisante preuuen hadden gegeuen, ende dat ouersulcx die aldaer ter plaetse ende de facto gerepareert moeste werden, tot dijen eynde men de commissie defensiue van sijne Fur. Doorlt. den prince van Orangien imploijeren moeste. Datmen moeste letten opde Dreijgementen die hun int gemeen byde Engelschen noch voorder werden aengedaen ende oversulcx gansch nodich was in tijts te voorcommen, om in geen meerder swaricheijt als vooren te geraken, datte macht vanden Engelsen Admirael bij die vande Vice Admirael nijet souden tsamen gevoucht werden, Soo hebben sijlieden dienvolgende besloten het Schip vande Engelschen Vice Admirael te verseeckeren ende voorts aenden vangst bij hem gecregen te verhalen, de geleden schade, voor soo veele denselven vanght strecken soude, Tot welcken eijnde hij Vice Admirael tot meermalen is gesommeert geworden sijn schip sonder tegenstant te willen doen ouer te geuen daertoe hem tot meermalen op sijn versouck tijt is gegeuen om hem te bedencken, maer als hij eijntelyck hem daertoe onwillich was toonende ende oock middel sochte om door te seijlen ende alsoo te eschaperen, buijten twijffel meynende hem bij sijnen Admirael te vougen om met hem versterct zijnde het voordeel op d’aude (?) Schepen te nemen, soo heeftmen moetmen het gewelt jmploijeren ende na dat eenige schoten soo met Canon als Musquetten ten wedersyden gegaen waren is hij eijntelyck gedwongen geworden het schip in handen van die van Hollant ende Zeelant voornoemt ouer te geuen. Vuijt welck schip sijlieden dan gelost hebben alle t’ schut (dat naderhant is gerestitueert) Item alle den traen die sijlieden ter Neeringe hadden becommen bestaende in ontrent 470 quartelen mitsgaders noch een cleijne pertije vuijle Walvischuinnen, alle welcke goederen prorata ouer de schepen die het exploict hadden helpen executeren, sijn gerepartieert, ende hier te lande ingebracht, ende voorts om naer te commen de ordre byde voorszeide commissie defensiue geprescribeert heeftmen niet willen nalaten de selve veroverde goederen ter dispositie ende iudicature vande respectiue Admiraliteijten te presenteren, het welcke gedaen sijnde is vande selve goederen volgende hare Ed. ordre gedisponeert, Dit exploict nu jn Engelant ten quaetsten gerapporteert ende met veele onwaerachtige lasteringen ende logenen geexaggereert sijnde; soo is t’ selfde (soot schijnt) aldaer bijde Engelsche soo hooch genomen datmen daerop heeft gaen fonderen ongehoorde ende exorbitante pretensien de clachten daervan met sulcken heuicheijt ende bitterheijt jegens de Ingesetenen deser landen, aen haren Coninck te doen, dat sijne Maijt. daerdoor bewogen is geworden het stuck selfs bijder hant te nemen, ende tot meermalen met seer grootten ernst ende instantien aende Ed: Heeren aenwesende Ambassadeurs van uwe Ho: Mo: inden jaere 1619 te begeeren, dat desselffs onderdanen dienaengaende satisfactie soude werden gedaen, hebbende tot dijen eijnde hare Ed: soo verre geperst dat sijlieden genootsaeckt sijn geweest om nijet te stremmen hare Ed: negotiatien in andere saken den dienst vant landt betreffende, ouer dit stuckmet sijne Majt. (doch sonder eenige kennisse vande Remonstranten) te commen jn conferentie, maer niet connende voor datmael ende geduijrende de selue Ambassade de sake bij sijne Majt. finalijcken geaccommodeert werden, is noch ten tijde vande laestvoorgaende Ambassade[1365]t’ selve point wederomme met seer groote hefticheijt veroppert, in dijer vougen soot blijckt, dat de Ed: Heeren de selve laeste legatie bedient hebbende nijet langer hebben connen excuseren van eijntelijck sijne Majt. toe te seggen dat van dese sake binnen corten tijt een eynde ende besluijt soude werden gemaect, ende dat mijn Heer de Ambassadeur Caron daertoe last vercregen hadde, Tot welcken eynde dan de gejnteresseerde Compagnien in dese landen Remonstranten in desen bij uwe Ho: Mo: beschreuen sijn, de welcke oock dyenvolgende nijet hebben willen in gebreke sijn van haere gedeputeerde nae den hage te senden omme met uwe Ho: Mo: te helpen beraetslagen met wat middelen syne Hoochgem: Majt. ende subjecten soude connen gegeuen werden contentement, ende tlandt van repressalien ende andere jnconvenienten gevrijt. Hierover de voorszeide gedeputeerde tot meermalen in conferentie sijn geweest mette gecommitteerde van uwe Ho: Mo: alwaer bij haere Ed: sekeren voorslach is gedaen geweest tot accommodatie van dese sake, sijnde (onder correctie) in effecte dese,datte gejnteresseerde Compagnien eenige persoonen na Engelant souden committeren omme aen Mijn Heer den Ambassadeur Caron instructie van dese sake te subministreren, op datmen aldaer tot eene liquidatie mochte geraken vande goederen, die de parthijen hinc inde malcanderen hebben affgenomen. Ingevalle desen voorslach bijde Remonstranten moeste werden geamplecteert sonder dat alvooren behoorlyck werde geexamineert de rechtveerdicheijt vande sake, om daerwt te oordeelen, aen welcke van beyde pertijen syde, het gelijck ofte ongelijck gelegen mochte sijn, ende dienvolgende hoeverre d’ eene in dandere tot eenige restitutie waere gehouden, ofte wat schaden ende interesten, ende aen welcke syde behoorden te werden vergoet, alle twelcke niet can voorbij gegaen, sonder de Remonstranten een groot ende notoir ongelijck aen te doen, soo soude wtten selven voorslag volgen dat inde liquidatie alleene in consideratie souden commen de goederen die de eene van den anderen cum effectu heeft genoten, sonder op eenige vordere schaden ofte Interesten regard genomen te werden, ende consequentelyck, datte Remonstranten, als dije meer vande Engelsche dan de Engelsche van haer hebben genoten, souden moeten penningen van huijs brengen, ofte mette Compaignie van Amsterdam accorderen ouer haere actie, die sijlieden opde Engelschen sijn hebbende wegen de goederen haer bijde Engelschen anno 1613 ontnomen daervan hiervooren verhael is gedaen. Uwe Ho: Mo: gelieue hierjegens met een rechtveerdich oordeel te ouerwegen, Eensdeels de rechtveerdicheijt van der Remonstranten cause in dese sake, anderdeels den jegenwoordigen standt van haere Respectiue Compaignien Belangende de rechtvaerdicheijt der cause, nademael de Engelschen oueral, ende altijt (sonder haer eenige Reden daertoe gegeuen te sijn) der Remonstranten Schepen met onverdraechelijcke hostiliteijten hebben geaggresseert, ende de participanten daermede tot een onwtspreeckelycke schade geprecipiteert, wat reden het soude sijn dat sijlieden noch souden gehouden sijn te restitueren de goederen die sijlieden niet anders als met goeden tijtle ende met ordre volgens hare commissie defensiue tot reparatie van haere geleden schade vande Engelschen hebben genoten alsoo noch daermede de selve schade in het minste paert niet gerepareert en is, Te meer om dat wt soodanigenRestitutie niet anders soude connen besloten werden dan datte Remonstranten onbehoorlyck ofte sonder fondament mette Engelschen souden hebben geprocedeert Ofte oock wel datte Engelsen met recht vermocht hebben den Participanten met gewelt in Spitsbergen van haere neeringe te verdryven ende het hare te ontnemen, met welcke besluijt dan soo wel het lant ten aensien vande sake ten principale raeckende de pretentien van souuereiniteijt vant landt van Spitsbergen, als mede de Remonstranten souden werden in haer ongelijck gestelt, ende dijenvolgende, daermede voor haer een irreparabel preiuditie gelegt, Item wat Reden het soude sijn dat In soodanigen liquidatie alleene souden gebracht werden de goederen die de pertijen den eenen vande anderen hebben genoten, ende datmen in geen consideratie nemen soude, ende ouersulcx tot schade nyet mogen rekenen de oncosten dije de Remonstranten wt haer Beursen hebben verstrect totte equipagien vande Reijsen, die byde Engelschen sijn geruineert, alsmen noch all ter syden sette de jnteresten diemen wt sodanige Reijsen soude connen hebben proffiteren, ingevalle die onverhindert haren voortganck hadden mogen hebben; in welcken deele de Remonstranten dije altijt viantlyck sijn geaggresseert geworden, den Engelschen soo wel in rechtveerdicheijt vande sake als ten reguarde van meerderheijt van somme verre ouerwegen, ende ouersulcx niet vremt is, datte Engelschen van soodanige schaden niet willen hooren spreken; Belangende den tegenwoordigen standt vande Respectiue Compaignien de selue sijn doorde voorverhaelde hostiliteijten als oock verscheijden andere ongelucken daertoe gecommen, gelijck alle de Weerelt kenbaer is, dat sijlieden nijet als met te seer groot verlies ende achterstel van Capitalen, hare Equipagien hebben gedaen, als aen dije van Delft claerlyck heeft gebleken, het noorder quartier wel ontrent anderhalff Capitael ten achteren geuaeren sijnde, ende die van Zeelant somtijts ende tot meermalen een heel Capitael op eene Reijse alleene; sulcx dat eenige Participanten aldaer merckelijcke pertijen van hare middelen hebben daerjnne gebrockt ende te soucken gemaect, Om welcke oorsaken de voorszeide Compaignien meest alle sijn gedissolueert als dije vant noorder quartier metten wtganck vande jaere 1621, dije van Zeelant all metten wtganck vanden Jare 1618. Ende hoewel in de selve quartieren dese neringe wederomme is hervat, doch is tselve nijet geschiet dan bij nieuwe Compaignien daeronder seer weijnige persoonen vande oude Compagnien sijn heriderende, hebbende ondertusschen die van Zeelant soo drije soo vier jaeren door vrese vande Engelschen haer vande neeringe t’ eenemael moeten onthouden[1366].—Hierwt is wel aff te nemen dat het den Remonstranten gants ongelegen is jae onmogelijcken is, eenige oncosten te connen vervallen tot coopen van soodanigen actie, als in desen van noode soude zijn, principalijcken moetende te doene hebben met weijnige persoonen ofte eene Compaignie alleene, dijemen dan naer haerer begeeren ende fantasije soude contenteren moeten, ende ofte al schoon sommige vande Remonstranten tot coopen van soodanigen actie verstaen conde, soo is nochtans seker dat sijliedeu alle t’ samen daertoe nijet sullen sijn te brengen, ende souden dan de recusanten met goet fondament mogen sustineren daerjnne nijet gehouden te sijn, emploierende daertoe de middelen hijervooren verhaelt sulcx dat jn desen geualle gebeuren soude datten last die veelen is rakende, op weijnige persoonen soude werden gelegt, twelck nijet alleene t’ eenemael buijten reeden waere, maer soude oock sijn bouen t’ vermogen van soodanige cleijnen getal van persoonen dije daertoe souden hebben verstaen, Omme alle welcke redenen endeandere breeder des noot te verhalen, Uwe Ho: Mo: gelieue in dese sake sulcx te versien, datte remonstranten met soodanigen preiudiciabelen voor slach van reciproque restitutie ende tgene daerwt volgen soude mogen, mitsgaders eenige besendinge na Engelant te doen nijet en werden beswaert, sijlieden te vreden sijnde tot allen tijden hare Actien voor haere Competente Rechters te justificeren, ofte jngevalle den dienst vant landt, omme van vorder onheijlen ende inconvenientien bevrijt te sijn, is vereysschende, dat opden voet bij Uwe Ho: Mo: in Engelant begonnen ende sulcx bij reciproque restitutie de Engelsen contentement werde gegeuen, dat uwe Ho: Mo: gelieue tselve tot laste van tgemeene landt te doen beleijden, op dat de remonstranten jegens Recht ofte Reden noch bouen haer vermogen nijet belast en werden nochte in pericle gestelt om bij gevalle t’ eenemael geruijneert te werden, het welcke daeromme te meer reden is datte Compagnie mette voorszeide neeringe ter Walvischvanght in groote ende excessiue schaden sijn vervallen, daer jegens het gemeene lants incommen bijden ingebrachten Traen grootelijcx is vermeerdert, soo in Convoijen als licenten, oock selfs datte selfde neeringe, twelck is een simpele Visscherije, altijt met incommende Convoijen is belast geweest, daerjegens alle andere Visscherien altijt daervan vrij sijn gehouden, Behoudelyck dat noch kennelyck is, hoe seere verscheijden Ambachten ende andere Neringen in dese landen bij de voorszeide Compagnien sijn geuordert geworden, sulcx oock dat veele honderden persoonen soo te water als te lande alhier bij haer geemploijeert, ende onderhouden sijn geweest, ende dijenvolgende met goede Redenen mach werden gesegt datte Participanten der selver Compagnien den welstant van tlandt ende van veele ingesetenen vandien tot hun eijgen groote schade beuordert hebben;
[1364]Dit is onjuist: de N. C. trok zich eerst na 1618 naar de Mauritius-baai terug. (Vgl. hiervóorp. 137.)—Zie echter hiervóor (p. 388) het verhaal van Edge ad 1616.[1365]Namelijk de ambassade van 1621-1623.—Zie daarover: hiervóorp. 224,25.[1366]Hoe zonderling het schijnen moge, deze mededeeling is onjuist. Vgl. hiervóorp. 109 Noot 5.
[1364]Dit is onjuist: de N. C. trok zich eerst na 1618 naar de Mauritius-baai terug. (Vgl. hiervóorp. 137.)—Zie echter hiervóor (p. 388) het verhaal van Edge ad 1616.
[1365]Namelijk de ambassade van 1621-1623.—Zie daarover: hiervóorp. 224,25.
[1366]Hoe zonderling het schijnen moge, deze mededeeling is onjuist. Vgl. hiervóorp. 109 Noot 5.
Hooge ende Mogende Heeren, dit is tgene de remonstranten noodich hebben geacht uwe Ho: Mo: eerbiedentlijcken int corte te remonstreren, tot iustificatie van hare procedure jegens de Engelschen anno 1618 in Spitsbergen geuallen, met verhael van haerlieder ongelegentheijt om van haerentwegen ijemant na Engelandt te committeren ten eijnde de Engelsen dijenaengaende contentement werde gedaen, het sij dan bij reciproque restitutie van genomen goederen bij liquidatie ofte op eenige andere maniere; Ende willende de remonstranten niet dissimuleren ront vuijt te verclaren, verstaen te hebben, dat dije vande Engelsche Compagnie haere gepretendeerde Actie wegen de voorszeide proceduren, aen verscheyden Heeren van syne Hooggemelte Mats. Raedt hebben opgedragen, dije het meer om eene goede somme gelts te trecken, als om eenich redelyck contentement te hebben ofte liquidatie sal te doene sijn, Ende datte Remonstranten daeromme met goede reden te vresen hebben soo wanneer de Engelschen souden bemercken alsmen totte liquidatie ware gecommen datter Remonstranten Reeckeninge den haren verre is ouertreffende dat sijlieden dan sullen weten met recht ofte onrecht, ofte de Reeckeninge der Remonstranten te extenueren, ofte t’ eenemael te verniettigen, Ofte andersints lichtelijcken het Schip op eenen anderen Bouch wenden ende dus ijet anders voorwenden om tot hare voornemen te geraken, Daertoe hem in sulcken gevalle de dreijgementen van repressalien nijet min als jegenwoordich souden ontbreken; De welcke jngevalle sijlieden jn tijden ende wijlen vervorderen ter executie te leggen soo verclaren de Remonstranten dattet hun sal van herten leedt sijn, datte landen ofte goede jngesetenen vandijen daerdoor in eenich ongemack sullen geraken, Biddende uwe Ho: Mo: dattet onheijl daervan commende, den Remonstranten nijet en werde geimputeert, de welcke wel versekert sijn ingevallen hare sake te rechten ende soot behoortwerde geexamineert dat sijlieden daervan gansch onschuldich sullen beuonden worden, Protesterende voorts ter Weerelt niet meer te wenschen als s’landts Dienst ende welstant altijt ende jn alles te sijen gevordert, daertoe sijlieden altijt sullen bereijt sijn te contribueren alle t’gene dat in haere dispositie ende vermogen is[1367].
[1367]Naar een afschrift in de verzameling: Noordsche togten. 4. Loopende N. C. R.-A.
[1367]Naar een afschrift in de verzameling: Noordsche togten. 4. Loopende N. C. R.-A.
Rec. 18 September 1624.
TWEE GETUIGENISSEN van deelnemers aan de reis ter walvischvangst van 1617 over het met de Engelschen voorgevallene op Spitsbergen in dat jaar.
TWEE GETUIGENISSEN van deelnemers aan de reis ter walvischvangst van 1617 over het met de Engelschen voorgevallene op Spitsbergen in dat jaar.
Op huyden den vyfthienden Septembris ao. XVIczeventhien compareerden voor my notaris nagenomt, binnen de stadt Vlissyngen residerende; in de presentie van de getugen ondergeschreven Jan Verrelle schipper, out dertich jaren, Matheus Willemsz. stierman out XXV jaren, Cent Bastiaenssen hoochbootsman out XXX jaren ende Teunis Symonssen schimman out XX jaren, alle vier woonende binnen deser stede van Vlissyngen gevaren hebbende met huerluyde mede schipsvolck op den schepe genaemt de Arcke Noë op de voyage van walvischvanck dit jaer XVIczeventhiene, dewelcke gevende der waerheyt getuychnisse ter instantie ende versoecke van Ian Lampsins, Jan Gyselijn, Adriaen Adriaenssen ende hunne mede rederen, cooplieden binnen der voorseide stadt, hebben op hunne mannen waerheyt in plaetse van eede getuycht ende geattesteert, warachtich te zijne ’t gene volght.
Eerstelick dat warachtig is, dat zylieden metten voornoemden schepe, in compagnie van noch een ander schip, daer schipper op was Hubrecht Cornelissen, beyde in dienste van Ian Lampsins, Ian Gyselyn, Adriaen Adriaenssen ende hunne medereederen voornoemt op den XIIcMeye voorleden deses jaers XVIczeventhiene, vertrocken zyn van Vlissynghen na Spitsbergen, alwaer zy op den XXXnderselver maent zijn gearriveert in de baye genaemt Oresont, voor welcke reede des daechs te voren gearriveert was het schip van Cornelis de Cock mede van Vlissynghen, die des daechs na hun, van gelijcken in dezelve reede is gecomen.
Item dat twee dagen daer naer, aldaer op dezelve reede noch gecomen is een Engels schip van de compagnie van Londen daer schipper op was eene Herry Smit den welcken aldaer vindende de voorszeide drye schepen van Vlissynghen, heeft van stonden aen (gelijck hy tegens hemlieden geseyt ende bekent heeft aen desselfs boort ontboden zynde) geschreven aen zynen admirael die gelegen was op de reede van Belsont ontrent acht mylen Noort van daer, hem adverterende van het arriveren van de voornoemde Zeeusche schepen.
Daer op dat oock de voorszeide schippers van Vlissynghen als doen hare sloepe hebben gesonden na Belsont vernomt, omme te besien off daer geene Hollantsche schepen en waren, de welcke (zoo zy naderhant rapporteerden) aldaer geene en vonden, dan wel den voorseiden Engelsen admirael met noch eenige andere Engelsche schepen, welcke sloepe aldaer gecomen zynde, heeft den voorseiden Engelsch admirael, dezelve doenaen boort commen ende henlieden sprekende, haer belast, hunlieden schippers aen te seggen, dat se van daer zouden vertrecken ofte dat hy selfs in Oresont comen zoude ende hun van daer slaen.
Onderentusschen, terwyle de voorszeide slouppe na den admirael gesonden was, hadde den zelven admirael affgesonden een pinasken om te besien offer aldaer in Oresont geen Duytsche schepen en lagen, ende aldaer bevindende de voorseide drye schepen van Vlissynghen, heeft henlieden van des admiraels wege verbot gedaen hare nerynge ende visserye te doene.
Middelertyt den voorseiden Verhelle, hebbende gevangen twee walvisschen, heeft dezelve met hare ketels ende vaten aen lant gebracht, ende is onderentusschen haerlieder sloepe wedergekeert rapporterende haerlieder wedervaren.
Daer naer heeft den voorszeiden admirael noch affgesonden eene zyner slouppe, met expresse last aen hemlieden van Vlissyngen te zeggen, dat zy heur van daer souden maken ofte dat den admirael selfs daer commen soude met zyne schepen, hun met gewelt van daer te smyten.
Op welcke dreygementen zylieden (als maer drye schepen zynde tegens derthiene van de Engelsche, ende geen assistentie bevindende van de Hollantsche schepen) genootsaect zyn geweest van daer te vertrecken, ende zyn te rade geworden haerlieden met heure schepen te vervoegen na het Beren eijlant eensdeels omme te vernemen of de Hollantsche schepen aldaer lagen ende andersdeels om te besien off daer oock eenige neringe was te doene.
Doch aldaer geene schepen vindende dan alleen een Enghels schip dat van de compagnie van Londen niet en was, ende seijde vyf weken onderwege geweest te zyn, zynde alsdoen maer zes weken geleden dat zylieden van Vlissynghen waren geseylt, ende daeruyt gissende dat de Hollantsche schepen noch wel mochten onderwegen zyn; daer beneffens aldaer niet vindende te visschen ende considererende dat hare tyt soude beginnen verloopen, dat se haer ketels niet meer en souden connen aen lant zetten, indien se noch eenige onsekere plaetsen hadden gaen zoucken.
Soo zyn sij wederom van advyse geworden te keren na Spitsberge op eenige plaetsen daer zij dochten dat de Engelsen niet en souden wesen, maer aldaer geene bequaemheyt vindende zyn weergekeert na hunne eerste plaetse, verhoopende dat de Hollantse schepen, aldaer zouden gecommen wesen, ende hebben die van het schip van Verhelle onderwegen twee visschen becomen.
Alwaer wederomme gecommen zynde, hebben aldaer noch gevonden het voorszeide schip van Herry Smit ende noch een ander daer schipper op was Iems Feverson, mette welcke zylieden in gespreck ende onderhandelynge gecomen zijn ende veraccordeert dat de Engelsche hun soude toelaten op d’ander zyde van de baye te loopen ende visschen buyten de houcken in zee; belovende de zelve Engelsche dat zij in ’t faveur van de Vlissingse schryven souden aen den admirael; dat zy deur quaet weer aldaer gecomen waren met twee visschen ende dat zy weder van daer waren geseylt; doch in contrarie van de zelfde hunne belofte, hebben zy den admirael geinformeert van de voorszeide hare nerynge ende visscherye, gelyck zy naderhant zelfs bekent hebben.
Waeruyt gevolght is, dat den admirael heeft geschreven aen den vice admirael wesende het clouckste schip van alle, gemonteert zynde met achtien gotelyngen meest alle stucken van ontrent drye dusent wegens, ’t welcke schip liggende was aen het Voorlant, hem gelastende (zoo de zelfde vice admirael naderhant bekent heeft, ende gelyck uyt het vervolch van de sake gebleken is) dat hy de Zeeusche schepen feytelick zoude aentasten.
Doch alsoo het schip van Hubrecht Cornelissen ende ’t gene van Cornelis de Cock onderentusschen na huys zeylden, ende de voorseide Verhelle noch meest al zyn goet aen lant hadde namelijck noch hondert ende twintich oxhooffden speck ende daerenboven alle zijn baleynen, hooffden, want ende gereetschap van haerlieder nerynge ende midsdien zeer ongereet om te connen vertrecken, hebbende ontrent hondert ende zeven, off hondert acht oxhooffden speck in ’t schip ende noch twee walvisschen ende ontrent een halve aen boort liggende ende daer toe zoo vele te vangen als men wenschte; soo is ’t gebeurt dat den voorszeiden Engelschen vice-admirael aengetast heeft het schip van den voorszeiden Ian Verhelle. Ende heeft haerlieden ontbloot ende ontnomen alle haerlieder vanck, zoo wel die zy aen boort ende binnen den schepe hadden als allen ’t gene aen lande was, met alle haerlieder gereetschappe selfs tot haerlieder spyckers toe met ’t samen zes gotelyngen uyt het schip ende alle haer buscruyt tot ontrent zes hondert wegens, haer alleenelyck latende een halff kinneken na gissynge van ontrent dertich pont, ende voorts haer afnemende alle heurlieder vischtuijch, van arpoenen, lancen, lynen, cabelstanden, blocken, slouppen, messen, ketels ende in somma alle ’t gene hem belieffde, na uytwyse de neffens gaende specificatie.
Alsoo dat zylieden ledich scheeps hebben moeten na huys comen, hebbende moeten zien voor haer oogen, aleer zy noch van daer trocken, dat de Engelse, het meerendeel van het voorseide speck aldaer aen lande hebben gecoect tot traen gemaect ende in haerlieder schip geladen, zonder dat zy daer tegens conden doen, het welcke niet en soude geschiet hebben, indien zylieden met hulpe van de Hollantsche schepen hadden versterct geweest, gelijck de Engelsche zelfs tegens hemlieden hebben bekent gehat.
Alle ’t welcke de voorseide deposanten verclaerden ende getuyghden te wesen de gerechtighe waerheyt. Bereet zynde alle ’t zelve (des noodich ende versocht zynde) solempnelick ende met eede te bevestigen.
Aldus gedaen ende geattesteert binnen de stadt Vlissynghen voor my Gheleyn Pietersz. openbaer notaris, binnen dezelve stadt residerende, geadmitteert by den hove provinciael over Hollandt, Zeelant; ende ter presentie van Gilles van der Beke ende Evert Cornelissen, beyde inwoonderen ende borghers aldaer als getuyghen ten desen versocht. Ende hebben de comparanten dese tegenwoordige beneffens my notaris onderteyckent ten dage ende jare voorseit. Jan Verrelle, Matues Wilhem, Cent Bastiaenssen, Tuenys Tyemmenssen.
Mij ’t oircondeGheleyn Pieters, notarius publicus[1368].