BIJLAGE XX. (p. 298-300.)

[1374]Naar eene vertaling van het request, berustende in de verzameling: Stukken van den Haarlemschen gedeputeerde betreffende de Noordsche Compagnie. R.-A.

[1374]Naar eene vertaling van het request, berustende in de verzameling: Stukken van den Haarlemschen gedeputeerde betreffende de Noordsche Compagnie. R.-A.

(Rec. 11 Maart 1633.)

MEMORIE van Jean Vrolicq aan de Staten-Generaal over zijne oneenigheden met de Noordsche Compagnie in 1633.

MEMORIE van Jean Vrolicq aan de Staten-Generaal over zijne oneenigheden met de Noordsche Compagnie in 1633.

Aen de Hooge Mogende Heeren de Staten Generaal der Vereenichde Nederlanden,

Geeft met behoorlycke eerbiedinge te kennen Jan Vrolycq Capiteyn ter Zee ende Generael vande Vlooten der Noortsche Compagnie binnen Rouen ende Havre de grace in Vranckryck, dat hy Suppliant met syne geassocieerde inden jare 1631 uyt crachte van het Octroy ende opde Passeporten van syne Co: Mat. van Vranckryck, ende myn Heere den Cardinael ende Hartoch van Richelieu aent Eylandt van Spisbergen inde Baye byde Nederlanders genaemt de Robbebaye rustelyck ende vredelyck gedaen hebbende den Walvischvanck ende Neeringe sonder eenige tegenseggen vande Deenen, die gewoon syn jaerlycx mede daerhenen te varen, ende deselve Neringe inde selve Baye te doen, mitsgaders sonder eenich hinder ofte belet van de Noortse Compagnie deser landen, op syn vertreck aldaer gelaten hadde eenighe Chalouppen, leedige vaten ende ander gereetschap tot deselve neeringe noodich ende dienstich; met meeninge op het alsdoen aenstaende jaer 1632 sich selven wederomme daer henen te begeven,

Dat hy Suppliant inden selven jare 1632 daer wederomme gecommen zynde met drie schepen versien van alle nootelycheden tot soodanige reyse ende neeringe, de Generael over de Schepen vande Noortse Compagnie deser landen met allerhande wegen van dreygen ende gewelt hem van daer verdreven heeft gehat niettegenstaende hy Suppliant aen hem toonde het Passepoort van syne hoochgemelde Co: Mat. ende myn heere Den Cardinael, mitsgaders hem vertoonde, dat achtervolgens het recht aller volckeren, de alliancie ende goede correspondentie tusschen de Croone van Vranckryck ende desen Staet, ende d’Intentie, Jae mede de resolutien van uwe Ho: Mo: ende de Instructien op andere jaren aen gelycke Commandeurs gegeven, de voorszeide vangst ende neeringe hem aldaer vry behoorde gelaten te werden, ende dat de Deenen daerinne te vredenwaren, die nochtans alleene, ende niet syne principalen ende Meesters de Noortse Compagnie deser Landen, gewoon waren inde selve Baye den Walvischvank ende Neringe te doen,

Dat hy Suppliant door het voorseide gewelt gedwongen zynde aldaer te verlaten niet alleenlyck drie Walvisschen, door syn byhebbende volck alrede gevangen, maer oock eenige Chaloupen, ende andere gereetschappen tot de voorseide Neringe dienstich, uyt oorsaecke dat den voorszeiden Commandeur Generael hem geen tyt en gaff om deselve binnen Scheepsboort te brengen, hy eyndelyck naer eenich swermen in Vranckryck wederomme gearriveert is met leedige schepen, ende beschadicht van alle de oncosten van soodanige uytreedinge, eenige duysenden bedragende.

Dat hy Suppliant hierover clachtich gevallen synde aen syne hoochgemelte Mat. mitsgaders myn Heere de Cardinael, ende deselve Syne Mat. gelieft hebbende alvoorens op syns suppliants clachten te disponeren, soo als deselve naer rechten vermochte te doen, hem te renvoyeren aen uwe Ho: Mo: op hoop dat by deselve promptelyck zoude worden voorsien soo wel opde vergoedinge vande schaden, die hy Suppliant met syne geassocieerde inden voorszeiden jaere doorde voorverhaelde violente proceduiren geleden heeft gehadt, als mede dat in toecomende tyden van gelycken niet meer gepleecht en soude worden, hy Suppliant ende syne geassocieerde int begin vanden voorleden jaere seecker persoon van haer Compagnie tendien fyne expresselycken herwaerts over gesonden hebben gehadt,

Dat deselve persoon by twee Requesten ende remonstrantien aen uwe Ho: Mo: gepresenteert inde Maenden van Meert ende April des selven jaers geclaecht heeft gehadt over de voorverhaelde violente proceduiren vande Noortse Compagnie deser landen, ootmoelyck aenhoudende omme recht ende justitie met vergoedinge vande schaden daerdoor geleden, ende dat aen die vande voorszeide Noortse Compagnie verbot gedaen mochte worden van sulcx niet meer te plegen, gelyck byde selve requesten te sien is, des onder uwe Ho: Mo: noch berustende zyn, sonder eenich finael appointement ordre ofte resolutie vande selve op het voorszeide versoeck, niettegenstaende het continuel aenhouden daeromme gedaen selffs by myn Heere de Baugy Ambassadeur van Syne Hoochgemelte Mat. by uwe Ho: Mo: achtervolgens het expres ende tot meermaels gereitereert bevel vande selve syne Mat. tot welcke requesten ende remonstrantien hy Suppliant sich refereert nopende het gepasseerde inden voorverhaelden jaere 1632 omme geene redditen in desen te gebruycken, Versoeckende als noch ootmoedelyck dat uwe Ho: Mog: gelieve hem Suppliant eenmaels daerop soodanich recht ende justitie te doen, als deselve bevinden sullen in redelycheyt ende billicheyt te behooren,

Ende alsoo het gansch geen reden en was, dat geduirende de voorszeide irresolutie van uwe Ho: Mo: hy Suppliant achterlaten soude een vaert ende neeringe by het recht der volckeren alle ende een yder egalycke vry ende toegelaten, ende aen hem ende syne geassocieerde in Vranckryck by speciael faveur ende privilegie van syne hoochgemelte Mat. vergunt met uytsluytinge van alle andere van syne natie soo heeft hy suppliant in het begin vande voorleden jare sich gereet gemaeckt omme wederomme daerhenen te varen met vier schepen ende dat openbaerlyck ende ten aensien van alle de weerelt, op dat by soo verre die vande Noortse Compagnie deser Landen mochten meenen dat uwer Ho: Mo: jntentie is haer ende hare ondersaten het eylandt van Spitsbergen toe te eygenen, met uytsluytinge van alle andere natien int generael, ofte de Francoysen int particulier, syluyden by tyts mochten versorgen, dat verclaringe daervan aen hem Suppliant gedaen wierde, omme deselve by hem gesien, te resolveren off hy aen haerluyden pretentien ende macht soude hebben te wycken ofte niet,

Ende is hy Suppliant met de voorszeide vier schepen uyt Vranckryck vertrocken inde Maent van Mey, met vast vertrouwen dat syne gants gerechtige saecke, ende de goede alliance van syne hoochgemelte Mat. met uwe Ho: Mo: by deselve soo verre ten minsten in achtinge genomen soude zyn geweest, dat dewyle deselve omme eenige particuliere insichten noch niet en conden resolveren om de voorszeide Noortse Compagnie te condemneren inde vergoedinge vande schaden by den Suppliant door haer toedoen geleden, denselve ten minsten aen hunluyden expresse verbot gedaen zouden hebben van hem Suppliant in syne voorszeide neeringe eenich hinder ende belet aen te doen tot dat by wegen van accommodatie ofte andersints het principael different ter neder soude syn gelecht, Te meer door dien hy Suppliant by syne eerste Requeste t’ voorszeide gereetmaecken syner schepen uwe Ho: Mo: aengedient, ende sulcx vande selve ootmoedelyck versocht hadde, Ende dat de voorgemelte Heer Ambassadeur op den XXenderselver maent van Mey in volle audientie van uwe Ho: Mo: verclaert heeft gehadt, dat hy suppliant met syne Schepen naer Spisbergen vertrocken was, versoeckende dat deselve op de schepen deser landen (die alsdoen noch niet vertrocken en waren) geliefden behoorlycke ordre te stellen, omme haer tegens de Francoysen soo te gedragen dat daerdoor geen jnconvenienten ende misverstant en quame te ontstaen,

Maer op den 27enJuny geluckelyck met syne voorzeide 4 schepen gearriveert zynde inde Robbenbaye hierboven verhaelt, ende vriendelyck onthaelt byde Deenen, (die als hiervoren geseyt is) gewoon syn inde selve Baye hare Walvischneringe te doen, soo heeft hy Suppliant uyt henluyden verstaen dat die vande Noortse Compagnie deser landen, haere Walvischneringe doende in een andere Baye twee mylen van daer gelegen, geresolveert waren hem het doen vandien in eenige haven vande gantsche Custe aldaer te beletten,

Sulcx soo is oock des anderen daechs gebeurt, dat de Secretaris over de Vloote vande voorszeide Noortsche Compagnie hem suppliant is comen vinden, versoeckende dat hy den Generael ende andere Commandeurs vande selve vloote soude willen gaen spreken, Op welck versoeck hy Suppliant daerhenen gegaen zynde, soo syn aldaer opden XXenJuny tusschen henluyden gevallen verscheyden contestatien ende debatten soo by monde als by geschrifte over de macht ende vryheyt die hy Suppliant sustineerde te hebben van te doen den Walvischvangst ende neeringe ant eylandt aldaer, sonder dat hy Commandeur Generael eenich recht hadde om hem Suppliant t’ selve doen te beletten, voornamentlyck niet in soodanige Haven, ende Bayen van het selve Eylandt, als by die vande voorszeide Noortse Compagnie niet en waren geoccupeert, gelyck is de Robbebaye, waerinne de Deenen, ende andere waerinne de Engelschen gewoon zyn t’ selve alleen te doen ende niet die vande voorszeide Noortse Compagnie hebbende syluyden met gemeen accoort (soo hy suppliant vermeent) de Havens ende Custen aldaer onder den anderen verdeelt[1375]omme d’een d’ander int doen van haerluyden neeringe niet te beletten, ende soo te voorcomen alle jnconvenienten die uyt soodanigen belet souden mogen ontstaen,

[1375]Deze vermelding van het beweerde Engelsch-Nederlandsche verdeelingstractaat is merkwaardig, omdat zij dagteekent van eenen tijd, toen nog geene tien jaren na de sluiting zouden kunnen verloopen zijn. De vorm der mededeeling is echter te onzeker om mijne twijfelingen over het bestaan van het tractaat (zie hiervóorp. 139-141) weg te nemen, te meer daar Vrolicq weinige regels later verklaart, dat „de limiten vande Compagnie soo onseecker syn als hare begeerlycheyt onmatich is.”

[1375]Deze vermelding van het beweerde Engelsch-Nederlandsche verdeelingstractaat is merkwaardig, omdat zij dagteekent van eenen tijd, toen nog geene tien jaren na de sluiting zouden kunnen verloopen zijn. De vorm der mededeeling is echter te onzeker om mijne twijfelingen over het bestaan van het tractaat (zie hiervóorp. 139-141) weg te nemen, te meer daar Vrolicq weinige regels later verklaart, dat „de limiten vande Compagnie soo onseecker syn als hare begeerlycheyt onmatich is.”

Sustinerende deselve Commandeur ter contrarien, dat hy Suppliant geen recht en soude hebben om de voorszeide neeringe aen het voorseide Eylant te doen, ofte oock daeromtrent binnen de limiten vande voorszeide Compagnie, die soo onseecker syn als hare begeerlycheyt onmatich is, ende alle palen ende limiten te buyten gaende, verachtende het passeport van syne Hoochgemelte Con. Mat. ende myn Heere den Cardinael, t’welck hy Suppliant hem toonende was, Seggende dat hy Commandeur niettemin by gratie quansuis ende faveur hem Suppliant voor dat jaer toe soude laten aen het selve Eylandt om de Zuyt te soecken eenige andere tot nochtoe onbekende Havens ende Bayen omme deselve neeringe aldaer te doen, Weygerende wel expresselyck hem suppliant t’ selve toe te laten ter plaetsen daer de Engelschen voor desen t’ selve hebben gedaen[1376],alhoewel deselve wyt syn gelegen vande Mauritius Baye, inde welcke hy Commandeur met syne schepen syne Neringe was doende,

[1376]Waarschijnlijk wordt hier de zoogenaamde „Engelsche baai” bedoeld, de zuidelijkste van Fairhaven.

[1376]Waarschijnlijk wordt hier de zoogenaamde „Engelsche baai” bedoeld, de zuidelijkste van Fairhaven.

Waermede hy Suppliant voor die tyt (sonder preiuditie van syn recht, mitsgaders de passeporten van syn Coninckl. Mat.) sich soude hebben laten contenteren, omme alle meerder jnconvenienten te voorcomen, ende niet uytte staen het gewelt van wapenen, waermede deselve Commandeur hem dreygende was,

T’ eynde van welcke dispute ende debatten geweest syn expresse ende tot meermaels gereitireerde dreygementen, selffs by geschrifte gedaen, hem suppliant met het gewelt van wapenen van daer te sullen verjagen, ten ware dat hy met alle syne Schepen ende Chaloupen op het spoedigste vertrocke uyt de voorverhaelde Robbebaye, ende van alle de Custen daerontrent, ten minsten naer andere onbekende plaetsen om de Suydt gelegen,

Waertoe hy Suppliant niet connende verstaen, heeft hy evenwel omme t’ gedreychde gewelt te ontgaen geresolveert de voorszeide Robbebaye te verlaten, ende syn Scheepsvolck daervan de weete gedaen, die alreede met twaelff Chaloupen in See gegaen waren, d’ een hier d’ ander daer om opde Walvisschen te letten, Ende hebbende alvoorens gedaen peylen seecker ander haven ontrent vier mylen van daer gelegen[1377],waerinne noyt te vooren eenige schepen geweest en zyn, soo is hy opden sevenden July uyt de voorszeide Baye met alle syne Schepen vertrocken, niet sonder groot peryckel van stooten ende vergaen, ende soude vroeger daeruyt vertrocken zyn geweest, ten ware dat hy door contrarie wint van sulcx te doen belet ware geweest,

[1377]Dit baaitje, halverwege tusschen Mandlensound en de Hamburgerbaai gelegen, komt nog op enkele oude kaarten als „Baskes bay” voor. Op het carton van de hierbij gevoegdekaartheb ik echter den naam Refuge Français hersteld.

[1377]Dit baaitje, halverwege tusschen Mandlensound en de Hamburgerbaai gelegen, komt nog op enkele oude kaarten als „Baskes bay” voor. Op het carton van de hierbij gevoegdekaartheb ik echter den naam Refuge Français hersteld.

Welck vertoeven (soo het vertoeven heten mach) den voorszeiden Generael ende syne byhebbende Commandeurs een soo groot crimen gescheenen heeft, dat syluyden ten selven dage met alle hunne seven schepen wel gewapent uytgecomen zyn, omme hem Suppliant te bevechten, ende syne schepen inden gront te jagen, waervan syluyden niettemin belet zyn geweest door een onversiens opgecomen calmte, geduyrende dewelcke syns Suppliants Schepen haer gesalveert hebben inde haven te vooren by hem gedaen peylen, dewelcke daerdoor waerlyck geworden is, le Refuge Francois, gelyck hy Suppliant deselve ter dier tyt oorsaecke oock genaemt heeft,

Ende dat sonder het voorszeide geluckich ontcomen hy Suppliant met alle syne schepen ende volck byden voorszeiden Generael ende andere Commandeurs te gronde verdelcht geweest souden zyn, is wel aff tenemen uyt het wreet ende barbaer Tractement t’ welck syluyden ten selven dage gedaen hebben aen dertich Mannen de beste van syn Suppliants byhebbende volck,

Want de persoonen byden Suppliant gesonden omme zyne twaelff Chalouppen hiervooren verhaelt aen te seggen dat syluyden het walvisvangen in die quartieren souden hebben naer te laten, niet hebbende connen alle deselve soo haest uytvinden, als hy Suppliant wel gewenst hadde, in oorsaecke dat deselve aen verscheyden oorden verspreyt waren, d’ een hier, d’ ander daer, soo is het ten selven dage gebeurt, dat eenige Chaloupen vanden voorszeiden Generael elck op hebbende 16 ofte 18 gewapende mannen geattrappeert hebben gehadt vyff van Syn Suppliants voorszeide twaelff Chaloupen, dewelcke zyluyden niet alleenlyck genomen en hebben met alle het gereetschap ende de vivres daerinne zynde, ende gebracht in haer voorszeide Baye, maer oock de dertich Mannen daerinne synde uytgeset ende gelaten aen een verschrickelycke steyle rotse, van waer menschelycker wyse geen affcommen en was, ende dat sonder eenige vivres ofte een eenige vande selve Saloupen henluyden te hebben willen laten, niettegenstaende seecker persoon onder deselve wat Nederlants connende spreecken, seer instantelyck daeromme badt, omme daermede hun leven te salveren, twelck door dese wreede daet ten besten gegeven wierdt aen de wreetheyt der Baeren ende andere wilde Beesten van het selve Landt, ofte den honger wreeder dan alle deselve, heeft niettemin hy Suppliant alle de selve van daer doen haelen, daervan gewaerschout zynde door een onder deselve, die door hongersnoot geperst zynde syn leven hasardeerde daer niemant van alle de andere hem en derffde volgen, ende miraculeuselyck ontquaem,

Ende heeft het verlies vande voorszeide vyff Chaloupen noch een ander seer Droevich accident aen hem Suppliant ende syn volck veroorsaeckt, Te weten, dat soo syluyden doende waren om seeckeren Walvisch te vangen, een van syne Chaloupen tegens den Walvisch gebroocken zynde twee persoonen, die daer inne waren, verdroncken, ende de ander seer gequetst syn geworden, welck verdrencken ende quetzure niet gevallen zoude zyn geweest soo verre hy Suppliant geen gebreck van Chalouppen en hadde gehadt,

Ende alhoewel dat, naer dat hy Suppliant met syne voorszeide schepen sich geretireert hadde inde voorszeide Haven ofte Baye by hem genaemt le Refyge Francois hebbende daervan als van een plaetse waerinne noyt te vooren eenige Schepen geweest en waren) inden name van Syne Hoochgemelte Co: Mat. genomen soodanige possessie, als die vande voorszeide Noortse Compagnie eenichsints mogen hebben inde Mauritius Baye ende andere plaetsen van het voorszeide Eylandt, waer inne syluyden hare Walvischneringe zyn doende, ende dat met het Planten vande Wapenen van Syne Conincklycke Mat. ende van myn Heere den Cardinael, mitsgaders andere gewoonlycke solemmiteyten) de voorverhaelde Commandeur Generael hem Suppliant het doen van syne Neringe aldaer met gewelt niet en heeft derven beletten, uyt oorsaecke dat deselve Plaetse is onder het quartier vande Engelschen, soo en heeft hy nochtans syne voorgaende dreygementen niet naergelaten, maer deselve tot meermaels gerenouvelleert, ende opden 13enmitsgaders 24enJuly deselve by geschrifte hem Suppliant toegesonden, ende daerenboven byde Engelschen aengehouden ten fyne dat syluyden hem Suppliant van daer souden willen verdryven, ofte hem met de syne toelaten sulcx te doen, ende hem schriftelycke Acte van consent daertoe te verleenen, gelyck de selve Engelsche hem Suppliant verhaelt hebben, hem waerschouwende op syne hoede te zyn, Ende dat alles nyettegenstaende de voorszeide plaetse ses mylen ofte meer vande Mauritius Baye is gelegen,

Soo dat de voorszeide Commandeur Generael alle zyn Volck ende die geene door welckers last ende ordre hy gedaen heeft gehadt alle t’geene hier vooren is verhaelt, niet alleenlyck aengesproocken en connen worden over haere voorverhaelde wreetheyt gepleecht tegens soo veele goede Ondersaten van een geallieerden Coninck, ende het droevich ongeluck op het voorverhaelde breecken van een Chalouppe toegevallen maer oock van vergoedinge vande groote schaden, die hy Suppliant ende syne geassocieerde geleden hebben door het nemen vande voorszeide Chaloupen ende andere beletselen hem in synen Walvisvangst ende neeringe aengedaen, veele duysenden bedragende,

Sulcx soo heeft hy Suppliant op syne wedercomste in Vranckryck aen syne hoochgemelte Co: Mat. ende myn Heere den Cardinael hierover wederomme geclaecht, mitsgaders oock over het dilay van recht ende justitie waermede hy hier te lande beiegent wort, voor soo veel Aengaet het ongelyck ende de schade by die vande voorszeide Noortse Compagnie in den jare 1632 hem aengedaen, ende versocht dat deselve Syne Mat. gelieven zoude daerinne te versien by alle soodanige middelen als vereysschen ende toelaten soo de eere van syne Croone gekrenckt inde verachtinge van syne Passepoorten, Als mede de schuldige defensie aen syne verdruckte Ondersaten,

T’ heeft niettemin syne hoochgemelte Mat. wederomme belieft alvoorens op het selve versoeck te disponeren, dat hy Suppliant noch eens voorde laetste reyse sich soude addresseren aen uwe Ho: Mo: (sonder preiuditie nochtans van het arrest by die vande Admiraliteyt van Vranckryck tot Rouen hem verleent op alle den Traen, Walvischbaerden, Schepen ende andere Coopmanschappen ende effecten toebehoorende die vande voorszeide Noortse Compagnie, mitsgaders de geinteresseerde ende geassocieerde vande selve) hebbende deselve Syne Mat., mitsgaders myn Heere den Cardinael aen myn Heere den Ambassadeur de Baugy geschreven ende belast ten eynde hy hem Suppliant in het vervolch deser saecken by uwe Ho: Mo: soude adsisteren, ende behulpich zyn,

Omme welcken last naer te comen soo keert hy Suppliant hem wederom aen uwe Ho: Mo: Versoeckende wel ootmoedelyck, aengesien dat het belet hem suppliant ende syne geassocieerde inden voorleden jaere in synen Walvischvangst ende Neringe met alle soorten van dreygen ende gewelt aengedaen, claerlyck blyckt byde Copien hier neffens gaende vande acten in Spitsbergen gepasseert tusschen hem Suppliant ende den voorenverhaelden Commandeur Generael[1378](waervan hy Suppliant bereyt is ter Ordonnantie van uwe Ho: Mo: de originele selffs over te leggen) ende dat de voordere geweldige, wreede ende barbare proceduren hiervooren verhaelt (des noot zynde) byde verclaringe van irreprochable getuygen bewesen sal connen worden,—dat het uwe Ho: Mo: gelieve, doende recht soo op dese requeste, als op die vande voorleden jare die vande voorszeide Noortse Compagnie te condemneren aen hem Suppliant ende syne geassocieerden te vergoeden alle het verlies, schaden ende jnteressen geleden door ende ter oorsaecke vande proceduren daerinne verhaelt, mitsgaders henluyden wel expresselyck te verbieden van gelycken in toecomende tyden meer te doen, alsoo hy Suppliant geresolveert is achtervolgens den last ende het verloff van syne Hoochgemelte Mat. ende myn Heere den Cardinael tegens het aenstaende saisoen met sodanich getall van Schepen uyt Havre de Grace ende St. Jan de Luz als van nooden sal syn, wederomme daer heenen te keeren, omme te trachten off hy met beter geluck sal connen repareren de schaden inde tweevoorleden jaren geleden, mitsgaders t’ synen proffyte te gebruycken de Chalouppen ende andere gereetschappen, met een groote quantiteyt van leedige Vaten ende duygen, die hy ten dien fyne aldaer aen lant gelaten heeft gehadt, niet hebbende deselve connen vollen ende besigen ter oorsaecke vande boven verhaelde troublen ende beletzelen, Opdat doorde continuatie van soodanige onbehoorlycke proceduiren die vande voorszeide Noortse Compagnie geen alteratie en veroorsaecken inde goede correspondentie tusschen de Croone van Vranckryck ende den Staet deser Vereenichde Nederlanden, T’ welck doende sal hy Suppliant den Almogenden bidden voor uwer Ho: Mo: geluckige ende voorspoedige regieringe[1379],

[1378]Deze stukken bevinden zich nog in afschrift bij de vertaling van het request van Vrolicq, waarnaar het hier uitgegeven wordt.[1379]Naar de vertaling van het stuk in de verzameling: Noordsche togten. 4. Loopende N. C. R.-A.

[1378]Deze stukken bevinden zich nog in afschrift bij de vertaling van het request van Vrolicq, waarnaar het hier uitgegeven wordt.

[1379]Naar de vertaling van het stuk in de verzameling: Noordsche togten. 4. Loopende N. C. R.-A.

(Rec. 30 Maart 1634?)

POINCTEN ende articulen ghenomen ende geraempt byde onderschreven Gecommitteerde vande Geoctroyeerde Compaignie van Nova Sembla tot Fretum David, Spitsberghen etc. soo in Hollandt als Zeelandt respective residerende In conformite vande prolongatie van Octroy byde Hooch Moghende Heeren Staeten Generael der Vereenichde Nederlanden d’ selve opden XXIIIIenJanuary XVIczeventhien verleent.

POINCTEN ende articulen ghenomen ende geraempt byde onderschreven Gecommitteerde vande Geoctroyeerde Compaignie van Nova Sembla tot Fretum David, Spitsberghen etc. soo in Hollandt als Zeelandt respective residerende In conformite vande prolongatie van Octroy byde Hooch Moghende Heeren Staeten Generael der Vereenichde Nederlanden d’ selve opden XXIIIIenJanuary XVIczeventhien verleent.

I. Inden eersten is geresolveert ende besloten dat de Compaignie vande Provincie van Hollandt Inde voyagie vant voorszeide Octroy zullen participeren de drije vierde parten te verdeelen onder de respective Camers vande zelve Provincie naer rato dat elck Int voorgaende Octroij heeft geparticipeert als te weten de Camer van Amsterdam waerin Bewinthebbers zijn Lambert van Tweenhuysen, Jacques Niquet, Samuel Godin, Claes Jacobsz. Harinckarspel, Thymon Jacobsz. Hindeloopen, Ysbrant Douwers, Jan Rogiersz. Ramsden en Pieter Coymans, de helft, de Camer van Delft waerinne Bewinthebbers zijn Nicasius Kien Commissaris vande Vivres, Anthony Monier Controleur vande Artillerie en Dierick Adriaens Leversteyn, de Camer van Rotterdam, daerin Bewinthebbers zijn Gerard Meusen Visch, Pieter Eeuwouts vander Hoost[1380]ende Joris Joosten Vlaminck, de Camer van Hoorn waerin Bewinthebbers zijn Jan Jansz. Molenwaerff ende Willem van Someren, ende de Camer van Enchuysen waerin Bewinthebbers zijn Jan Symonsz. Blaeuhulck ende..... elcx een achtstepart vant voorszeide dryevierde part, ende de Provincie van Zeelandt het resterende vierdepart jnde generale equipagie voorszeid daervan Bewinthebbers ter Camere aldaer zijn,

[1380]Lees: Van der Horst.

[1380]Lees: Van der Horst.

II. Ende alsoo tot maintenement vande voorszeide voyagie affweeringhe van alle hostiliteyten die eenighe vreemde Natien de Schepen vande voorszeide Compaignie zouden willen doen metgaders om die neeringhe vande Walvischvanck ende andere commoditeyten die opde plaetsen vantvoorszeide Octroy alreets gevonden zijn oft naermaels souden moghen worden in eeren, ende de goederen diemen van daer zoude moghen brengen op prys te houden noodich is datter jaerlycx eenige generaele vergaderinghe ende byeencomste vande Gecommitteerde vande respective Compaignien worden gehouden soo om aengaende de quantiteyt ende qualiteyt vande schepen ende lasten diemen elcke reyse sal moghen equiperen ’t voorsien van geschut amunitie van oorlogen voorde zelve Schepen ordre opde Visscherie te houden ende andere nootsaeckelyckheden de gemeene Compaignie raeckende te resolveren, Soo is goetgevonden dat alsulcke generale vergaderinghe sal bestaen in vyff Stemmen waervan de Provincie van Hollandt d’ eerste drye Jaeren zal hebben vier stemmen, ende de Provincie van Zeelandt een Stemme, ende het vierde Jaer sal de Provincie van Hollandt hebben drij stemmen ende de Provincie van Zeelandt twee stemmen,

III. De generale vergaderinghen sullen d’ eerste drye Jaeren gehouden worden in Hollandt, ende het vierde Jaar in Zeelandt,

IIII. Ende zullen inde voorszeide generale vergaderingen die vande Provincie van Hollandt presideren de drye eerste Jaren, ende die vande Provincie van Zeelandt het vierde Jaar,

V. Sullen oock alle die vande respective Compaignien gehouden zijn op het Schrijven vanden President vande aenstaende generale vergaderinge haere Gecommitteerde preciselyck ter plaetse daer de voorszeide vergaderinge geleyt zal worden te laeten vinden, (mits daervan in tydts geadviseert zijnde) op peine datmen naden tydt van twee ofte drije dagen vuyterlyck gewacht hebbende mette presenten zal treden in besoingne, ende dat de resolutie byde presente Gecommitteerde genomen (behoudelyck dat de zelve in sich begrijpen ’t meerder getal vande voorszeide vyff stemmen) byden absenten sal moeten naergecommen ende achtervolght worden in allen schijn off zij daerinne mede hadden geconsenteert, tot welcken einde men int scheijden van elcke generale vergaderinge sal resolveren welcke Camer vande voorszeide Compaignie de naeste vergaderinge sal presideren ende tselve aende absenten indiender eenige waren adverteren.

VI. De President ofte presiderende Camer zal oock besorghen dat de poincten waerop men generaelyck vergaderen zal aende andere elcke in zijne respective Provincie worde overgesonden om daerop volcommentlyck gelast te moghen commen,

VII. Ende alle tgene dat byde voorszeide generale vergaderinghen van tyt tot tydt sal worden geresolveert ende besloten, sullen alle respective camers ende bewinthebbers vande voorszeide Compaignie gehouden zijn strictelycken ende preciselycken naer te commen ende te onderhouden zonder daerjegens te doen directelyck ofte indirectelyck op peine van te betaelen de boete byde voorszeide vergaderinghe daertoe te stellen,

VIII. Niemant vande voorszeide particuliere Camers oft Bewinthebbers van dese Compaignie en zullen oock vermoghen de resolutien advysen ontdeckingen ende andere secreten vande Compaignie buyten de zelve Compaignie te openbaren ofte met dezelve haer particulier profyt te doen directelyck ofte indirectelyck op peine van te betaelen de boete van hondert guldenen tot profyte vanden armen metgaders alle costen, schaede ende interesten die de generale compaignie oft eenighe leden derzelver daer door zouden moghen commen te lyden ende daerenboven van zijn directie ende bewint jnde voorszeide Compagnie gepriveert ofte anderssins naer merite vande zaecke gemulcteert te worden[1381],

[1381]Dit artikel werd waarschijnlijk hier geplaatst om handelingen als die van Kien en Leversteyn in de laatstvoorgaande jaren te voorkomen. (Zie hiervóorp. 311-317.)

[1381]Dit artikel werd waarschijnlijk hier geplaatst om handelingen als die van Kien en Leversteyn in de laatstvoorgaande jaren te voorkomen. (Zie hiervóorp. 311-317.)

IX. Ende alsoo de goede meeninge ende jntentie vande Hooch Moghende Heeren Staeten Generael jnt verleenen vande prolongatie vant voorszeide octroy metgaders vande compaignie jnt solliciteren ende vervolghen vant voorszeide Octroy is geweest de neeringe vande Walvisvanck ende anders alhier te lande tot profyt van d’ Ingeseten der zelver daer door te stabileren ende jn treyn te brenghen, Soo js mede geresolveert ende besloten dat niemant vande bewinthebbers van dese Compaignie sal vermogen buyten dese Vereenichde Nederlanden de neeringe vanden Walvischvanck te planten ofte jn eenighe compagnien ofte Reederien op d’ selve neeringhe vuyt andere landen varende te participeren directelyck ofte jndirectelyck op peine van te verbeuren alle tgene den delinquant bevonden zal worden in dese Compaignie te participeren, ende dat tot profyte vande ghemeene participanten jnde voorszeide Compaignie mitsgaders te betaelen de somme van duysent guldenen voorden armen, ende daerenboven van zijn bewint jn dese Compaignie gepriveert te worden, ende zullen de bewinthebbers van dese compaignie van tgene voorszeid is gesuspecteert wordende gehouden zijn hem van zulcx tot vermaninge vande President ende Generaele vergaderinge wettelyck onder eede t’ expurgeren voorde Magistraet,

X. Is mede geresolveert dat jngevalle hiernaermaels yemanden tot Bewinthebber soude moghen commen t’ ontbreken ’tsy dan door afsterven jnruyminghe van nieuwe participanten ofte anderssins noodich ende geraden gevonden is tot directie vande zelve Compaignie te nomineren dobbel getal vande hooghste participanten daertoe bequaem zijnde vuyt de welcke de Magistraet vande respective Camers een enckel getal elegeren zal, dies en zal niemant tot bewinthebber mogen geadmitteert worden ten zij hij jnde selve Compaignie heredere ofte bekent zij, ten minsten metter sommen van tweeduysent guldenen,

XI. Niemant vande voorszeide Compaignien ofte Cameren sullen vermogen ter plaetsen daer de visscherie ende neringe gedaen wordt off daer ontrent buyten dese vereenichde Nederlanden eenighe traen walvisbaerden ofte Speck aen ofte van eenighe andere tsy vreemde oft jngesetene van dese landen te coopen ofte vercoopen oft jn haere schepen te laeden oft vande zelve over te nemen directelyck oft jndirectelyck op peine van d’ selve Traen baerden Speck ende anders ofte de rechte weerde van dyen te verbeuren tot profyte vande generaele compaignie,

XII. D’esquipagie onder dit Octroy sal van Jare te Jaere byde generale vergaderinge vande Compaignie geresolveert worden,

XIII. Alle de Schepen die jnde compaignie zullen commen, sullen ten minsten moeten gemonteert zijn met acht Gotelinghen, wel meer maer niet min, oock met eenighe steenstucken ende Cruyt als Scherp naer advenant met vyfthien Musquetten, Sabels pycken ende andere amonitie van oorloghe[1382],

[1382]De Staten-Generaal hadden de N. C. 16 Maart 1617 gelast, „tot haere eygen verseeckeringe selff sulcke equipage te doen als sy nodich soude achten.” (R. S.-G. 16 Maart 1617.) Slechts éen konvooischip werd haar dit jaar toegestaan; vandaar deze bepaling.

[1382]De Staten-Generaal hadden de N. C. 16 Maart 1617 gelast, „tot haere eygen verseeckeringe selff sulcke equipage te doen als sy nodich soude achten.” (R. S.-G. 16 Maart 1617.) Slechts éen konvooischip werd haar dit jaar toegestaan; vandaar deze bepaling.

XIIII. Ende zullen alle de voorszeide Schepen hen moeten begeven in ende onder een Admiraelschap ter plaetse vande neeringhe, ende van daer niet mogen zeijlen ofte vertrecken sonder last vanden Generael oft Commandeur vande Vlote,

XV. Ingevalle dat yemant vande Vlote by Noorden Hitlandt jnt gaen oft commen oft oock ter plaetse vande neeringhe eenighe andere schepen t’sy vrient ofte vyant quame te rescontreren ende daervan bestreden wordende quame schaede te lyden ’t welck Godt verhoede zoo sal al tselvetot last ende schaede vande gemeene Compaignie gebracht worden, ende zullen de onbeschadichde de beschadichde naer rato vande Equipagie die zij jnde voorszeide voyagie hebben zullen vergoeden behoudelyck dat zoo yemant door fortuyn van zee sant leck storm wint Ancker Tow of ander gebreck by Noorden Hitlandt van eenighe vrienden ofte vyanden quame schaede te lyden ofte te verongelucken, datmen daer van gheen refactie schuldich zal zijn,

XVI. Ende op datmen in cas van schaede gheen dispuyten van weerdye van Schepen ende de costen vande Equipagie vivres ammonitie van oorloghe ende anders en hebbe is geresolveert datmen elckanderen veerthien dagen naert vertreck vande Schepen over senden sal pertinente taxatie van t’geen elck schip met alle de vuytreedinghe tot jn zee toe heeft gecost welcke taxatie men jn cas van schaede (dat Godt verhoede) preciselycken sonder eenighe rechtvoorderinghe sal volghen ende voldoen.

XVII. Op dat oock int Equiperen d’ordre niet en worde geexcedeert salt eenen yegelycken vrijstaen de Schepen die bij andere Camers geequipeert worden met allen den aencleven vandyen te commen visiteren, ende de fauten die daerin mochten gevonden worden te doen corrigeren soo wel de grootte vande Schepen als anders.

XVIII. Alle Chaloupen Fustaigie ende ander gereetschap twelck by d’een oft d’ander in eenige plaetsen daer de neeringhe zal geschieden sullen opt landt gelaeten zijn, sullen by de ghene zoo d’selve aldaer gelaeten hebben jn toecommende saisoen weder Aenveerdt worden sonder datmen dselve d’een oft d’ander ontvreemden zal.

XIX. Indien eenighe Schepen van dese voorszeide Compaignie van wat Provintie oft camer d’selve oock zoude mogen wesen geduerende den tydt van dit yegenwoordich Octroy jnt vervolghen van haere neeringe ofte anderssins eenighe nieuwe landen havenen bayen ende plaetsen mochten op doen ende vinden salmen gehouden zijn op eere trouwe ende vromicheyt d’selve te brenghen tot profyte vande ghemeene Compaignie sonder de zelve jnt particulier te houden ende te bewaren directelyck oft jndirectelyck[1383].

[1383]Ook dit artikel was waarschijnlijk een gevolg van de oprichting der kleine Noordsche Compagnie. (Zie hiervóorp. 311-317.)

[1383]Ook dit artikel was waarschijnlijk een gevolg van de oprichting der kleine Noordsche Compagnie. (Zie hiervóorp. 311-317.)

XX. Op het huyren der Basques sullen de Camers in toecommende zekeren voet beramen tot de huyringhe derzelver op dat met ordre hebbe te geschieden,

XXI. De oncosten die tot profyte vande gemeene Compaignie by d’een oft d’ander werden verschoten zullen naer rata van t’geen elck inde zelve Compaignie zijn participerende betaelt ende opde generale vergaderinge van tydt tot tydt verrekent ende geexamineert worden.

Alle welcke poincten ende articlen Wy onderschreven Gecommitteerde vande respective Cameren hiervoren gementionneert beloven punctuelycken naer te commen ende tonderhouden In oorconde desen onderteeckent den XIXenMartio XVIcseventhien In S’Gravenhaghe, (Ende was onderteeckent,) Coymans over de Camer van Amsterdam, Nicasius Kien voorde camer van Delft, Willem van Someren over Hoorn, J. S. Blauhulck van wegen de Camer tot Enchuysen, Joris Joosten Vlaminck wegen de camer van Rotterdam, Pieter Courten weghen de Camer van Middelborch, Jan Lampsius weghen Vlissinghen, Jan Ghysel. weghen Vlissinghen, Pieter Courte wegen de Camer der Veer als speciael gelast van Jan van Marivoorden,

mij presentC. van Geldre notarius publicus[1384].

[1384]Naar een afschrift in de verzameling: Noordsche togten. 4. Loopende N. C. R.-A.

[1384]Naar een afschrift in de verzameling: Noordsche togten. 4. Loopende N. C. R.-A.

ALPHABETISCHE LIJST van plaatsnamen op Spitsbergen, die verkeerd geplaatst of gespeld zijn of waarover iets anders valt op te merken[1385].

ALPHABETISCHE LIJST van plaatsnamen op Spitsbergen, die verkeerd geplaatst of gespeld zijn of waarover iets anders valt op te merken[1385].

[1385]Mijn doel met deze lijst is de grenzenlooze verwarring, die in de nomenclatuur der Spitsbergsche plaatsen heerscht, eenigszins te verminderen. De plaatsen zijn dikwijls dooreengehaspeld, de spelling vooral van Nederlandsche namen meestal onherkenbaar. En bovendien zijn bijna nergens de oudste Engelsche, soms Nederlandsche namen op de kaarten aangeteekend. Ik heb beproefd daarin eenige verbetering te brengen, al ontveins ik mij niet, dat deze proeve nog allergebrekkigst is. Maar daar ik eenige vrij onbekende oude Nederlandsche kaarten zag en door mijne studiën over het onderwerp allichtietsbeter over de juiste plaatsing der namen kan oordeelen dan anderen, meende ik toch te moeten geven wat ik kon.—Met de „Krt. Petermann”, „Krt. Purchas”, „Krt. Zorgdrager”, „Krt. Carolus. R.-A.”, „Krt. Begin en Voortgang”, „Krt. Scoresby” en „Krt. Hist. de Sp.” bedoel ik de kaarten van Spitsbergen, voorkomende in Petermanns „Spitzbergen und die arktische Centralregion”, Purchas „his Pilgrimes”, Zorgdragers „Groenlandsche visscherij”, Carolus’ „Nieuw vermeerde Licht der Zeevaert”, „Begin en Voortgang der Geoctr. O.-I. C. (1646)”, Scoresbys „Account of the arctic regions” en Hessel Gerritsz.’ „Histoire du pays nomme Spitsberghe”. De „Krt. Lindeman” is het op de kaart in Lindemans „Arktische Fischerei der Deutschen Seestädte” voorkomende carton van Spitsbergens noordwesthoek, de „Krt. 1634. R.-A.” een schetsje van Spitsbergen, door Michiel Jansz. Middelhoven in 1634 voor de N. C. vervaardigd als bijlage bij hare memorie ter wederlegging van Vrolicqs pretensie. De „Krt. v. Keulen” is bekend, de „MS. krt. atlas van Keulen” is echter een zeer groote geteekende kaart van Spitsbergens noordwesthoek in het bezit van den heer Frederik Muller te Amsterdam. Met de „krt. Blaeu” duid ik een carton aan, dat zich op een zeer oude op een vel perkament in plano gedrukte kaart van Europa door W. Jsz. Blaeu in het bezit van denzelfden heer, bevindt. De werken van Berghaus, Martens, Wassenaer, Van der Brugge en Aitzema zijn in den tekst meermalen vermeld en behoeven dus geene nadere aanduiding.

[1385]Mijn doel met deze lijst is de grenzenlooze verwarring, die in de nomenclatuur der Spitsbergsche plaatsen heerscht, eenigszins te verminderen. De plaatsen zijn dikwijls dooreengehaspeld, de spelling vooral van Nederlandsche namen meestal onherkenbaar. En bovendien zijn bijna nergens de oudste Engelsche, soms Nederlandsche namen op de kaarten aangeteekend. Ik heb beproefd daarin eenige verbetering te brengen, al ontveins ik mij niet, dat deze proeve nog allergebrekkigst is. Maar daar ik eenige vrij onbekende oude Nederlandsche kaarten zag en door mijne studiën over het onderwerp allichtietsbeter over de juiste plaatsing der namen kan oordeelen dan anderen, meende ik toch te moeten geven wat ik kon.—Met de „Krt. Petermann”, „Krt. Purchas”, „Krt. Zorgdrager”, „Krt. Carolus. R.-A.”, „Krt. Begin en Voortgang”, „Krt. Scoresby” en „Krt. Hist. de Sp.” bedoel ik de kaarten van Spitsbergen, voorkomende in Petermanns „Spitzbergen und die arktische Centralregion”, Purchas „his Pilgrimes”, Zorgdragers „Groenlandsche visscherij”, Carolus’ „Nieuw vermeerde Licht der Zeevaert”, „Begin en Voortgang der Geoctr. O.-I. C. (1646)”, Scoresbys „Account of the arctic regions” en Hessel Gerritsz.’ „Histoire du pays nomme Spitsberghe”. De „Krt. Lindeman” is het op de kaart in Lindemans „Arktische Fischerei der Deutschen Seestädte” voorkomende carton van Spitsbergens noordwesthoek, de „Krt. 1634. R.-A.” een schetsje van Spitsbergen, door Michiel Jansz. Middelhoven in 1634 voor de N. C. vervaardigd als bijlage bij hare memorie ter wederlegging van Vrolicqs pretensie. De „Krt. v. Keulen” is bekend, de „MS. krt. atlas van Keulen” is echter een zeer groote geteekende kaart van Spitsbergens noordwesthoek in het bezit van den heer Frederik Muller te Amsterdam. Met de „krt. Blaeu” duid ik een carton aan, dat zich op een zeer oude op een vel perkament in plano gedrukte kaart van Europa door W. Jsz. Blaeu in het bezit van denzelfden heer, bevindt. De werken van Berghaus, Martens, Wassenaer, Van der Brugge en Aitzema zijn in den tekst meermalen vermeld en behoeven dus geene nadere aanduiding.


Back to IndexNext