Chapter 31

423Zie Notulen van Gouverneur en Raden van dezelfde datums.↑424Notulen van Gouv. en Raden, 10 Maart 1774 en 6 April 1774.↑425Notulen van Gouverneur en Raden, 7 April 1774.↑426Volgens de schrijvers der Historische proeve—zie 1edeel,bladz. 163—werden er in 1786 slechts 80 à 90 eigenaars van plantaadjes in Suriname gevonden, terwijl het getal plantaadjes over de 500 bedroeg. Journaal van Nepveu,1776. “Er heerscht hier tegenwoordig zoo groote armoede, dat veele blanken, die men ’t niet aan zoude sien, sig met een drooge bananne moeten behelpen.” Journaal van Nepveu,5 Januarij 1779. Twee Raden van Policie hadden hunne betrekking nedergelegd: “het is zeer moeijelijk goede sujetten te verkrijgen, want diegenen, die er nog capabel en goed voor zouden weezen, sitten zoo ellendig in hunne affaires, dat men se desweegens niet op de nominatie brengen durft.”↑427Sypensteyn, bladz. 24.↑428Historische proeve, 1edeel,bladz. 164 en 169.↑429Reeds gaven wij hiervan eenige bewijzen bij de beschrijving der regering van Mauricius, vanSpörcheen Crommelin. Wij zouden die tot een groot aantal kunnen vermeerderen, zie o. a. Notulen, van Gouv. en Raden, 15 September 1769, 15 en 20 Februarij 1770 en 28 Nov. 1772, Journaal van Nepveu,28 Junij 1770, Notulen van Gouverneur en Raden,1775, enz. enz. enz.—doch wij zouden hierdoor te uitvoerig worden.↑430Dit werd echter door de directeuren derSociëteittegengehouden.↑431Notulen van Gouverneur en Raden,6 December 1770 en 1773. Journaal van Nepveu,8 Junij 1773.↑432Notulen van Gouverneur en Raden,12 Mei 1772.↑433Notulen van Gouverneur en Raden,28 Feb. 1774. De gegijzelde moest aan den kastelein voor kosten betalen:de eerste 14 dagenƒ3per dag;de tweede id.ƒ,,2id.en verder id.ƒ,,1id.↑434Notulen van Gouverneur en Raden,25 Aug. 1772.↑435Notulen van Gouverneur en Raden,21 Feb. 1774.↑436Notulen van Gouverneur en Raden,16 en 17 Mei 1774.↑437Notulen van Gouverneur en Raden,21 Mei 1774.↑438Journaal van Nepveu, 10 Aug. 1774. Notulen van Gouverneur en Raden,12 Aug. 1774.↑439In Februarij 1764 had zekere C. P. van Brabant verzocht tot den huwelijken staat te worden aangeteekend met eene Elisabeth Samson, eene rijke vrije negerin, waarschijnlijk dezelfde of eene bloedverwante der meer genoemde dame. Het Hof had toen zwarigheid gemaakt dit toe te staan, omdat in de beschrijving van Suriname, door J. D. Herlein in 1718 uitgegeven, staat, dat ten tijde van van Sommelsdijk „soodanig huwelijk by placaten zoude syngeprohibiteerd—omdat zulks toegelaten wordende op dezelvevrijeblanke vrouwen met vrije neegers soude trouwen, hetwelk van seer nadeelige gevolgen voor deese colonie konde sijn.” Die zaak maakte veel éclat. Het advies der heeren directeuren van desociëteitwerd hierover door het Hof ingewonnen en Elisabeth Samson diende hun een rekwest in. Het definitief antwoord hierop kwam eerst in Augustus 1767. Directeuren vermeenden, dat er geen termen bestonden om dit huwelijk te verhinderen. De zwarte dame huwde toen met zekere H. D. Zobre. (Zie Notulen van Gouv. en Raden, 13 Feb. 1764 en 17 Aug. 1767). Tegen het ongebonden in ontucht met negerinnen leven vond men geen bezwaar, wel in eene echtelijke verbindtenis.↑440Journaal van Nepveu, 19 Feb. 1773.↑441Notulen van Gouverneur en Raden, 16 Feb. 1774.↑442Historische proeve 1edeel,bladz. 181.↑443Journaal van Nepveu,18 en 22 Julij en 4 Aug. 1769.↑444Journaal van Nepveu,5 Junij 1770.Directeuren hadden reeds vroeger in 1768 zekeren timmerman, J. M. Augerstein, een octrooi van 6 jaren verleend tot het maken van een bijzonder soort van molens. Op het schenden van dat verleend octrooi was eene boete van ƒ 6000. gesteld.↑445Wij konden hiervan uit de officieele stukken een lang relaas geven, maar het zou eene gedurige herhaling zijn van zelfde feiten, die wij reeds van tijd tot tijd mededeelden.↑446Notulen van Gouverneur en Raden, 14 Feb. 1770.De versterking der militaire posten was zeer noodig—want zij, die van weinig manschappen voorzien waren, werden door de Marrons overvallen en verstrooid.↑447Over het daarstellen van dit Cordon komen wij weder later terug.↑448Notulen van Gouverneur en Raden,6 December 1770 en 22 Mei 1772.↑449Notulen, Gouv. en Raden,6 Mei 1772 en 18 Februarij 1773.↑450Volgens Notulen van Gouv. en Raden, 3 Mei 1773 en 4 Junij 1773, blijkt, dat, sedert men had opgehouden aan de soldaten dram te geven, ziekte en sterfte onder hen zeer toenamen, waarom men besloot hun op nieuw een rantsoen sterke drank te verschaffen. Het slechte water moest alzoo gecorrigeerd worden.↑451Notulen van Gouverneur en Raden,25 April 1772. Op 9 buiten posten alleen lagen 145 soldaten.↑452De premiën op het dooden of vangen van weggeloopen slaven gesteld, zouden evenzeer door hen genoten worden.↑453Journaal van Nepveu,15 Julij 1772, Notulen van Gouverneur en Raden,15 Julij 1772. Twee der 116 slaven voor het vrijcorps werden door de eigenaars het land ten geschenke gegeven; de overige 114 werden gezamenlijk gewaardeerd op ƒ 143,400. Die som was enorm hoog, daar de minste op ƒ 800 geschat was terwijl o. a. bekwame timmernegers tot den prijs van ƒ 2400, ja ƒ 3400 werden gebragt.↑454Notulen van Gouverneur en Raden, 3 Aug. 1773 en 26 Aug. 1773, 8 slaven werden geschat op ƒ 10,000 en 190 dito op ƒ 227,955.↑455Somwijlen werd voor een tijd het opperbevel aan een, hooger in rang staande, officier opgedragen: zoo voerde o. a. de kapitein luitenantFredericien, na zijn overgang tot de Staatsche troepen, een tijd lang de kapitein Stoelman over hen het bevel.↑456Op deze muts stond het volgnummer van hun corps; later bekwamen zij eene groene montering.↑457Notulen van Gouverneur en Raden,22 Mei 1777. Deze uitspraak is ontleend aan eene door den Raad Fiscaal ingeleverde memorie van het Hof van Policie, waarbij hij opkwam tegen de klagten door sommige leden, over de wanordelijkheid der slaven en het slechte toezigt door het Fiscalaat daaromtrent geoefend.↑458Men vindt in de Notulen enkele gevallen van leden van het vrijcorps, die, om verzuim in de dienst, weder tot den staat der slavernij werden terug gebragt. Notulen van Gouverneur en Raden,van 9 Aug. 1773, enz.↑459Meermalen werd ook door hen verzoek gedaan om uit de krijgsdienst te worden ontslagen en werd hun dit verzoek toegestaan, mits betalende de som, waarvoor zij door het land waren overgenomen, o. a. volgens Notulen van Gouverneur en Raden van 13 Februarij 1777, 3 personen, een voor f 800–, een voor f 1000–, een voor f 1200 enz. enz.↑460Ook hiervan worden verscheidene bijzonderheden in de Notulen gevonden.↑461Deobligatiënwaren verdeeld als volgt:100 ps. àƒ1000—ƒ100,000—200ps.,,à,,ƒ,,500—ƒ,,100,000—250ps.,,à,,ƒ,,400—ƒ,,100,000—250ps.,,à,,ƒ,,200—ƒ,,50,000—500ps.,,à,,ƒ,,100—ƒ,,50,000—te zamenƒ400,000—(Zie Notulen van Gouverneur en Raden van 8 Februarij 1774).↑462Notulen van Gouverneur en Raden van 18 October 1773, en 20 Mei 1774, enz.↑463Notulen van Gouverneur en Raden van 30 Augustus 1774.↑464Notulen van Gouverneur en Raden, 30 Januarij en 5 Februarij 1773.↑465Teenstra. De Landbouw in de kolonie Suriname, 1e. deel,bladz. 43.↑466Journaal van Nepveu,20 Februarij 1771.↑467Notulen van Gouverneur en Raden,20 Dec. 1770. Journaal van Nepveu,10 Januarij 1771. Zie ook bladzijde319.↑468Notulen van Gouverneur en Raden,14 Maart 1771. Journaal van Nepveu,14 Maart 1771.↑469Notulen van Gouverneur en Raden,11 Junij, 6 Julij, 16 Sept. 1771, enz. Journaal van Nepveu,10 Junij, 3 en 5 Julij 1771, enz.↑470Notulen van Gouverneur en Raden,11 Junij, 6 Julij 1771, enz.↑471Notulen van Gouverneur en Raden,27 Januarij 1771. “Meer en meer loopen de slaven weg, nemen hunne geweren mede en voegen zich bij de bende van Baron. Idem 29 Junij 1772. De wegloopers hebben de Plantaadje Poelwijk afgeloopen en o. a. 21 geweren en eene groote hoeveelheid kruid medegenomen.” Het Hof besloot: om te bevelen, dat de geweren, welke de slaven op de plantaadjes bezitten, naar Paramaribo moesten worden opgezonden, daar men de slaven niet meer vertrouwen kon.↑472Notulen van Gouverneur en Raden,17 Julij 1772. 16 Aug., enz. Journaal van Nepveu.↑473Stedman, reize naar Suriname, 1e deel, bladz. 117 en 18.↑474Ook Stedman verhaalt deze en andere bijzonderheden, die wij echter, soms bijna woordelijk, overnemen, uit het uitnemend geschreven boekske: “Een Levensteeken op een dooden veld, door J. Herman de Ridder, bladz. 12–17.↑475J. Herman de Ridder,Een levensteeken op een dooden veld, bladz. 16–17.↑476Notulen van Gouverneur en Raden,24 Sept. 1771. Journaal van Nepveu,22 Sept. 1771.↑477Notulen van Gouverneur en Raden,13 October 1771. Journaal van Nepveu,13 October 1771.↑478Zie Notulen van Gouverneur en Raden van November, December 1771, enz. enz.↑479Journaal van Nepveu,22 October 1771.↑480Journaal van Nepveu,16November1771.↑481Notulen van Gouverneur en Raden,7 December 1771, 27 Julij 1772 en Journaal van Nepveu,7 December 1771.↑482Journaal van Nepveu,1 Januarij, 27 Januarij en 4 Junij 1772. Notulen van Gouverneur en Raden,17 Julij en 16 Augustus 1772, enz.↑483Journaal van Nepveu,19 Januarij 1772. Die neger ontvlugtte later uit de boeijen.↑484Notulen van Gouverneur en Raden,4 Mei 1772. Stedman, Reize naar Suriname,1e deel,bladz. 113, enz.↑485Journaal van Nepveu,15 Junij 1772.↑486Notulen van Gouverneur en Raden, 9 Julij 1771. Journaal van Nepveu, 9 Julij 1771.↑487Journaal van Nepveu, 10 Aug. 1772. Notulen van Gouverneur en Raden, 10 Aug. 1772.↑488Notulen van Gouverneur en Raden, 25 Sept. 1772.Journaal van Nepveu, 25 Sept. 1777.↑489Journaal van Nepveu, 27 Sept. 1772.↑490Journaal van Nepveu, 26 Sept. 1772.↑491Journaal van Nepveu, 7Oct.1772.↑492Journaal van Nepveu, 26Oct.1772.↑493Journaal van Nepveu, 2 en 9 Dec. 1772.↑494Journaalvan Nepveu, 11 Dec. 1772.↑495JournaalvanNepveu 27 Dec. 1772.↑496Notulen van Gouverneur en Raden, 27 Januarij 1773.↑497Notulen van Gouverneur en Raden,27 Januarij, 31 Januarij en 5 en 9 Febr. 1773. Journaal van Nepveu,27 Januarij en 2, 4, 8 en 9 Febr. 1773.↑498Journaal van Nepveu,19 Julij 1773. Fourgeoud wenschte zijn volk naar de buitenposten te zenden: “alsoo se aan Paramaribo door Debauches vry meer onbequaam en buyten staat raakten: klaagende dat se genoegsaam alle aan Venus-siekte laboreerenden.”↑499Notulen van Gouverneur en Raden,1 Maart 1773.↑500Notulen van Gouverneur en Raden,4 Maart 1773.↑501Journaal van Nepveu,6 April 1773.↑502Men vindt in de Notulen van Gouverneur en Raden van 4 Maart 1773 eenedoor de posthouders bij de beide stammen opgemaakte begrooting van het aantal en de sterkte der Saramaccaansche en der Aukaansche bevredigde boschnegers. De eerstgenoemden woonden in 12 dorpen, die 3, 6, 7 en 12 uren van elkander en 12 dagen reizens van Paramaribo verwijderd lagen. Onder hen waren 600 strijdbare mannen. De Aukanersbewoonden12 dorpen en onder hen waren mede ruim 600 weerbare mannen.↑503Notulen van Gouverneur en Raden,10 April 1773.↑504Notulen van Gouverneur en Raden,19 en 20 April en 3 Mei 1773, enz.↑505Notulen van Gouverneur en Raden,4 en 8 Junij 1773.↑506Notulen van Gouverneur en Raden,28 Mei 1773.↑507Journaal van Nepveu,8 Junij 1773. Stedman. Reizen naar Surinamen, 1e deel,bladz. 153 en 154.↑508Notulen van Gouverneur en Raden,15 Junij 1773. Journaal van Nepveu,14 Junij 1773.↑509Notulen van Gouverneur en Raden,15 Junij 1773. Stedman,1e. deel, bladz. 155 en 56, 304 enz.↑510Notulen van Gouverneur en Raden,16 Junij 1773.↑511Journaal van Nepveu,17 Junij 1773.↑512Notulen van Gouverneur en Raden,18 Junij 1773.↑513Notulen van Gouverneur en Raden,30 Aug. 1773.↑514Notulen van Gouverneur en Raden,30 Junij 1772.↑515Stedman,1stedeel blz. 303.↑516Notulen van Gouverneur en Raden,16 Sept. 1773.Journaalvan Nepveu,12 Sept., 18 en 30 Oct. 1773.↑517Notulen van Gouverneur en Raden,6 Nov., 13 Dec. 1773 en 16 Januarij 1774. Journaal van Nepveu,18 en 30 Oct. 1773 en 17 Januarij 1774.↑518Stedman, reize naarSurinamen, 1e deel,bladz. 249 en 50.↑519Stedman, reize naarSurinamen, 1e deel,bladz. 250 en 51.↑520Dergelijke hutten werden van de dikste takken der Manicola-boom gebouwd; met een sabel of bijl vormde men sommigen tot hoekpalen, anderen tot latten of riggels; de bladeren dienden tot dak; de Nebis of het boschtouw om een en ander zamen te hechten.↑521Gedurig vindt men in het Journaal van Nepveu scherpe aanmerkingen over de dwaasheid van Fourgeoud, “die door in de regentijd in het bosch te gaan, nutteloos menschenlevens verspilt.” Journaal van Nepveu,1 Junij 1775, enz. enz. enz.↑522Journaal van Nepveu,6 Januarij, 30 Januarij, 1 Februarij, 2 Februarij, 6 Februarij 1775 enz.↑523Journaal van Nepveu,30 Januarij en 10 Februarij 1775.↑524Stedman zinspeelt hier op een voorval, dat veel overeenkomst had met dat, hetgeen de afdeeling onder de Luitenant Leppert was overkomen.↑525DezeMatakys, ook trompetters genaamd, wijl zij even als dat instrument gedraaid zijn, verheffen zich uit den grond tot eene onmetelijke lengte, en zoo digt in elkander, dat geen hond er door kruipen kan, en bij het overstappen of overspringen verwart men er gedurig met den voet in.↑526Fourgeoud had in het eerst weinig met dit vrijkorps op, doch erkende later het groote nut, dat zij in de boschtogten bewezen. Stedman acht een Negersoldaat in de bosschen van Guiana meer waard dan zes Europeanen.↑527De namen van de dorpen der Marrons waren: Boucou (tot stof vervallen), Gado Saby (God alleen kent my), Corsary (kom zoo gij durft), Tessy sy (Ruik er aan), Mely my (Ontrust mij), Boussy cray (De bosschen schrijen), Me Salasy (Ik zal genomen worden), Kebry my (Verberg mij); behalve deze zinrijke namen waren er ook van de ligging enz. afgeleid, als: Quammy Condre, naar den naam van een opperhoofd Quammy, Pynenburg, naar de Pyn of Latanus-boomen, die dit dorp van voren omringden, Caro Condre, van de menigte korenvelden, Reizy Condre, van de menigte daarbij gelegen rijstvelden enz.↑528Stedman, reizen naar Suriname, 3e deel,bladz. 1–51.↑529Notulen van Gouverneur en Raden,21 Dec. 1775, 26 Februarij, 8 Maart, 19 Aug., 27 Aug. 1776 enz.↑530Notulen van Gouverneur en Raden,28Oct. 1776 enz.↑531Journaal van Nepveu,26 Julij 1776. Nepveu voegt na deze mededeeling er het volgende bij:“Zij moesten hoezee roepen, maar hadden er niet veel lust in. Door een soopje envooralook met de stok werden sommigen hiertoe gebragt. Volgens naauwkeurige berekening is het corps staaten troepen 366 hoofden, alle medegerekent: 80 man zijn ziek en 100 man zijn afgekeurt, die teruggezonden zullen worden, zoodat er omstreeks 200 man overblijven; welk getal van weynig influenzie kan weesen, daar men, om een goede coup te doen, het beste volk dersociëteits-troupenhiermede moet vereenigen, terwijl door die vrugtelooze tochten in de bosschen geen volk genoeg tot dekking der plantaadjes overblijft en alzoo het langer verblijf der staaten-troepen meerna- alsvoordeel geeft.↑532Journaal van Nepveu,6 December 1776. Notulen van Gouverneur en Raden,16 Dec. 1775.↑533Notulen van Gouverneur en Raden,7 Dec. 1772.↑534Notulen van Gouverneur en Raden,5 Mei 1777. Zie verder Notulen,23 Dec. 1776, 13 en 31 Januarij, 4 Februarij en 9 Mei 1776 enz.↑535Notulen van Gouverneur en Raden,9 Mei1777.↑536Notulen van Gouverneur en Raden,4 Februarij 1777.↑537Journaal van Nepveu,1 April 1777. Slechts een gedeelte,niet het geheele aantal der troepen, zooals Sypensteyn abusivelijkop bladz. 40vermeldt—waren scheep gegaan. Fourgeoud ook bleef tot April 1778 in de kolonie.↑538Journaal van Nepveu,16 en 18 Julij, 13 Aug. 1777 enz.↑539Notulen van Gouverneur en Raden,24 Julij, 6 Aug. en 18 Aug. 1777 enz.↑540Notulen van Gouverneur en Raden,26 Julij 1777.↑541Notulen van Gouverneur en Raden,18 Februarij 1778.↑542Notulen van Gouverneur en Raden, van 1 Januarij 1778.↑543Stedman, reize naar Suriname, 4e deel, bladz. 47.↑544Journaal van Nepveu, 1 April 1778. Notulen van Gouverneur en Raden, 4 April 1779.↑545Fourgeoud overleed kort na zijne terugkomst in Holland, en werd met alle krijgseer in den Haag begraven.↑546Notulen van Gouverneur en Raden,2 December 1777.↑547Notulen van Gouverneur en Raden, 2 December 1777.↑548Notulen van Gouverneur en Raden, 2 December 1777.↑549Notulen van Gouverneur en Raden, 8 December 1777.↑550Notulen van Gouverneur en Raden, 9 Febr. 1778.↑551Journaal van Nepveu, 4 Junij 1778.↑552Journaal van Nepveu, 17 April en 28 Septemb. 1779, enz.↑553Journaal van Nepveu, 13 Junij 1778.↑554Journaal van Nepveu, 17 Junij 1778.↑555Journaal van Nepveu, 4 Junij, 21 Julij, 14 Octob., 27 Decemb. 1778, enz.↑556Notulen van Gouverneur en Raden, 27Februarij1779.↑557Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 41.↑558Notulen van Gouverneur en Raden, 28 Febr. 1779. Journaal van Texier,28 Febr. 1779.↑559Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 41.↑560Notulen van Gouverneur en Raden, 12 Nov. 1779. Journaal van Texier, 12 Nov. 1779.↑561Journaal van Texier, 19 Junij, 23 Julij, 31 Augustus, 25 October, 10 November 1779, enz., enz., enz.↑562Notulen van Gouverneur en Raden, 27 December 1779.↑563Journaal van Texier, 12 October, 31 October, 24 December 1779, enz.↑564Journaal van Texier, 31 October 1779.↑565Journaal van Texier, 18 Januarij 1780.↑566Journaal van Texier, 6 Januarij 1781.↑567Journaal van Texier, 15 Maart 1781.↑568Journaal van Texier, 2 September 1779.↑569Journaal van Texier, 3 September 1779.↑570Journaal van Texier, 23 October 1779.↑571Journaal van Texier, 3 September 1779.↑572Journaal van Texier, 25 Junij en 5 Julij 1779.↑573Journaal van Texier, 22 en 29 Maart, 11 Julij 1779, 6 Febr., 10 Maart 1780, enz., enz.↑574Journaal van Texier, 7 December 1779.↑

423Zie Notulen van Gouverneur en Raden van dezelfde datums.↑424Notulen van Gouv. en Raden, 10 Maart 1774 en 6 April 1774.↑425Notulen van Gouverneur en Raden, 7 April 1774.↑426Volgens de schrijvers der Historische proeve—zie 1edeel,bladz. 163—werden er in 1786 slechts 80 à 90 eigenaars van plantaadjes in Suriname gevonden, terwijl het getal plantaadjes over de 500 bedroeg. Journaal van Nepveu,1776. “Er heerscht hier tegenwoordig zoo groote armoede, dat veele blanken, die men ’t niet aan zoude sien, sig met een drooge bananne moeten behelpen.” Journaal van Nepveu,5 Januarij 1779. Twee Raden van Policie hadden hunne betrekking nedergelegd: “het is zeer moeijelijk goede sujetten te verkrijgen, want diegenen, die er nog capabel en goed voor zouden weezen, sitten zoo ellendig in hunne affaires, dat men se desweegens niet op de nominatie brengen durft.”↑427Sypensteyn, bladz. 24.↑428Historische proeve, 1edeel,bladz. 164 en 169.↑429Reeds gaven wij hiervan eenige bewijzen bij de beschrijving der regering van Mauricius, vanSpörcheen Crommelin. Wij zouden die tot een groot aantal kunnen vermeerderen, zie o. a. Notulen, van Gouv. en Raden, 15 September 1769, 15 en 20 Februarij 1770 en 28 Nov. 1772, Journaal van Nepveu,28 Junij 1770, Notulen van Gouverneur en Raden,1775, enz. enz. enz.—doch wij zouden hierdoor te uitvoerig worden.↑430Dit werd echter door de directeuren derSociëteittegengehouden.↑431Notulen van Gouverneur en Raden,6 December 1770 en 1773. Journaal van Nepveu,8 Junij 1773.↑432Notulen van Gouverneur en Raden,12 Mei 1772.↑433Notulen van Gouverneur en Raden,28 Feb. 1774. De gegijzelde moest aan den kastelein voor kosten betalen:de eerste 14 dagenƒ3per dag;de tweede id.ƒ,,2id.en verder id.ƒ,,1id.↑434Notulen van Gouverneur en Raden,25 Aug. 1772.↑435Notulen van Gouverneur en Raden,21 Feb. 1774.↑436Notulen van Gouverneur en Raden,16 en 17 Mei 1774.↑437Notulen van Gouverneur en Raden,21 Mei 1774.↑438Journaal van Nepveu, 10 Aug. 1774. Notulen van Gouverneur en Raden,12 Aug. 1774.↑439In Februarij 1764 had zekere C. P. van Brabant verzocht tot den huwelijken staat te worden aangeteekend met eene Elisabeth Samson, eene rijke vrije negerin, waarschijnlijk dezelfde of eene bloedverwante der meer genoemde dame. Het Hof had toen zwarigheid gemaakt dit toe te staan, omdat in de beschrijving van Suriname, door J. D. Herlein in 1718 uitgegeven, staat, dat ten tijde van van Sommelsdijk „soodanig huwelijk by placaten zoude syngeprohibiteerd—omdat zulks toegelaten wordende op dezelvevrijeblanke vrouwen met vrije neegers soude trouwen, hetwelk van seer nadeelige gevolgen voor deese colonie konde sijn.” Die zaak maakte veel éclat. Het advies der heeren directeuren van desociëteitwerd hierover door het Hof ingewonnen en Elisabeth Samson diende hun een rekwest in. Het definitief antwoord hierop kwam eerst in Augustus 1767. Directeuren vermeenden, dat er geen termen bestonden om dit huwelijk te verhinderen. De zwarte dame huwde toen met zekere H. D. Zobre. (Zie Notulen van Gouv. en Raden, 13 Feb. 1764 en 17 Aug. 1767). Tegen het ongebonden in ontucht met negerinnen leven vond men geen bezwaar, wel in eene echtelijke verbindtenis.↑440Journaal van Nepveu, 19 Feb. 1773.↑441Notulen van Gouverneur en Raden, 16 Feb. 1774.↑442Historische proeve 1edeel,bladz. 181.↑443Journaal van Nepveu,18 en 22 Julij en 4 Aug. 1769.↑444Journaal van Nepveu,5 Junij 1770.Directeuren hadden reeds vroeger in 1768 zekeren timmerman, J. M. Augerstein, een octrooi van 6 jaren verleend tot het maken van een bijzonder soort van molens. Op het schenden van dat verleend octrooi was eene boete van ƒ 6000. gesteld.↑445Wij konden hiervan uit de officieele stukken een lang relaas geven, maar het zou eene gedurige herhaling zijn van zelfde feiten, die wij reeds van tijd tot tijd mededeelden.↑446Notulen van Gouverneur en Raden, 14 Feb. 1770.De versterking der militaire posten was zeer noodig—want zij, die van weinig manschappen voorzien waren, werden door de Marrons overvallen en verstrooid.↑447Over het daarstellen van dit Cordon komen wij weder later terug.↑448Notulen van Gouverneur en Raden,6 December 1770 en 22 Mei 1772.↑449Notulen, Gouv. en Raden,6 Mei 1772 en 18 Februarij 1773.↑450Volgens Notulen van Gouv. en Raden, 3 Mei 1773 en 4 Junij 1773, blijkt, dat, sedert men had opgehouden aan de soldaten dram te geven, ziekte en sterfte onder hen zeer toenamen, waarom men besloot hun op nieuw een rantsoen sterke drank te verschaffen. Het slechte water moest alzoo gecorrigeerd worden.↑451Notulen van Gouverneur en Raden,25 April 1772. Op 9 buiten posten alleen lagen 145 soldaten.↑452De premiën op het dooden of vangen van weggeloopen slaven gesteld, zouden evenzeer door hen genoten worden.↑453Journaal van Nepveu,15 Julij 1772, Notulen van Gouverneur en Raden,15 Julij 1772. Twee der 116 slaven voor het vrijcorps werden door de eigenaars het land ten geschenke gegeven; de overige 114 werden gezamenlijk gewaardeerd op ƒ 143,400. Die som was enorm hoog, daar de minste op ƒ 800 geschat was terwijl o. a. bekwame timmernegers tot den prijs van ƒ 2400, ja ƒ 3400 werden gebragt.↑454Notulen van Gouverneur en Raden, 3 Aug. 1773 en 26 Aug. 1773, 8 slaven werden geschat op ƒ 10,000 en 190 dito op ƒ 227,955.↑455Somwijlen werd voor een tijd het opperbevel aan een, hooger in rang staande, officier opgedragen: zoo voerde o. a. de kapitein luitenantFredericien, na zijn overgang tot de Staatsche troepen, een tijd lang de kapitein Stoelman over hen het bevel.↑456Op deze muts stond het volgnummer van hun corps; later bekwamen zij eene groene montering.↑457Notulen van Gouverneur en Raden,22 Mei 1777. Deze uitspraak is ontleend aan eene door den Raad Fiscaal ingeleverde memorie van het Hof van Policie, waarbij hij opkwam tegen de klagten door sommige leden, over de wanordelijkheid der slaven en het slechte toezigt door het Fiscalaat daaromtrent geoefend.↑458Men vindt in de Notulen enkele gevallen van leden van het vrijcorps, die, om verzuim in de dienst, weder tot den staat der slavernij werden terug gebragt. Notulen van Gouverneur en Raden,van 9 Aug. 1773, enz.↑459Meermalen werd ook door hen verzoek gedaan om uit de krijgsdienst te worden ontslagen en werd hun dit verzoek toegestaan, mits betalende de som, waarvoor zij door het land waren overgenomen, o. a. volgens Notulen van Gouverneur en Raden van 13 Februarij 1777, 3 personen, een voor f 800–, een voor f 1000–, een voor f 1200 enz. enz.↑460Ook hiervan worden verscheidene bijzonderheden in de Notulen gevonden.↑461Deobligatiënwaren verdeeld als volgt:100 ps. àƒ1000—ƒ100,000—200ps.,,à,,ƒ,,500—ƒ,,100,000—250ps.,,à,,ƒ,,400—ƒ,,100,000—250ps.,,à,,ƒ,,200—ƒ,,50,000—500ps.,,à,,ƒ,,100—ƒ,,50,000—te zamenƒ400,000—(Zie Notulen van Gouverneur en Raden van 8 Februarij 1774).↑462Notulen van Gouverneur en Raden van 18 October 1773, en 20 Mei 1774, enz.↑463Notulen van Gouverneur en Raden van 30 Augustus 1774.↑464Notulen van Gouverneur en Raden, 30 Januarij en 5 Februarij 1773.↑465Teenstra. De Landbouw in de kolonie Suriname, 1e. deel,bladz. 43.↑466Journaal van Nepveu,20 Februarij 1771.↑467Notulen van Gouverneur en Raden,20 Dec. 1770. Journaal van Nepveu,10 Januarij 1771. Zie ook bladzijde319.↑468Notulen van Gouverneur en Raden,14 Maart 1771. Journaal van Nepveu,14 Maart 1771.↑469Notulen van Gouverneur en Raden,11 Junij, 6 Julij, 16 Sept. 1771, enz. Journaal van Nepveu,10 Junij, 3 en 5 Julij 1771, enz.↑470Notulen van Gouverneur en Raden,11 Junij, 6 Julij 1771, enz.↑471Notulen van Gouverneur en Raden,27 Januarij 1771. “Meer en meer loopen de slaven weg, nemen hunne geweren mede en voegen zich bij de bende van Baron. Idem 29 Junij 1772. De wegloopers hebben de Plantaadje Poelwijk afgeloopen en o. a. 21 geweren en eene groote hoeveelheid kruid medegenomen.” Het Hof besloot: om te bevelen, dat de geweren, welke de slaven op de plantaadjes bezitten, naar Paramaribo moesten worden opgezonden, daar men de slaven niet meer vertrouwen kon.↑472Notulen van Gouverneur en Raden,17 Julij 1772. 16 Aug., enz. Journaal van Nepveu.↑473Stedman, reize naar Suriname, 1e deel, bladz. 117 en 18.↑474Ook Stedman verhaalt deze en andere bijzonderheden, die wij echter, soms bijna woordelijk, overnemen, uit het uitnemend geschreven boekske: “Een Levensteeken op een dooden veld, door J. Herman de Ridder, bladz. 12–17.↑475J. Herman de Ridder,Een levensteeken op een dooden veld, bladz. 16–17.↑476Notulen van Gouverneur en Raden,24 Sept. 1771. Journaal van Nepveu,22 Sept. 1771.↑477Notulen van Gouverneur en Raden,13 October 1771. Journaal van Nepveu,13 October 1771.↑478Zie Notulen van Gouverneur en Raden van November, December 1771, enz. enz.↑479Journaal van Nepveu,22 October 1771.↑480Journaal van Nepveu,16November1771.↑481Notulen van Gouverneur en Raden,7 December 1771, 27 Julij 1772 en Journaal van Nepveu,7 December 1771.↑482Journaal van Nepveu,1 Januarij, 27 Januarij en 4 Junij 1772. Notulen van Gouverneur en Raden,17 Julij en 16 Augustus 1772, enz.↑483Journaal van Nepveu,19 Januarij 1772. Die neger ontvlugtte later uit de boeijen.↑484Notulen van Gouverneur en Raden,4 Mei 1772. Stedman, Reize naar Suriname,1e deel,bladz. 113, enz.↑485Journaal van Nepveu,15 Junij 1772.↑486Notulen van Gouverneur en Raden, 9 Julij 1771. Journaal van Nepveu, 9 Julij 1771.↑487Journaal van Nepveu, 10 Aug. 1772. Notulen van Gouverneur en Raden, 10 Aug. 1772.↑488Notulen van Gouverneur en Raden, 25 Sept. 1772.Journaal van Nepveu, 25 Sept. 1777.↑489Journaal van Nepveu, 27 Sept. 1772.↑490Journaal van Nepveu, 26 Sept. 1772.↑491Journaal van Nepveu, 7Oct.1772.↑492Journaal van Nepveu, 26Oct.1772.↑493Journaal van Nepveu, 2 en 9 Dec. 1772.↑494Journaalvan Nepveu, 11 Dec. 1772.↑495JournaalvanNepveu 27 Dec. 1772.↑496Notulen van Gouverneur en Raden, 27 Januarij 1773.↑497Notulen van Gouverneur en Raden,27 Januarij, 31 Januarij en 5 en 9 Febr. 1773. Journaal van Nepveu,27 Januarij en 2, 4, 8 en 9 Febr. 1773.↑498Journaal van Nepveu,19 Julij 1773. Fourgeoud wenschte zijn volk naar de buitenposten te zenden: “alsoo se aan Paramaribo door Debauches vry meer onbequaam en buyten staat raakten: klaagende dat se genoegsaam alle aan Venus-siekte laboreerenden.”↑499Notulen van Gouverneur en Raden,1 Maart 1773.↑500Notulen van Gouverneur en Raden,4 Maart 1773.↑501Journaal van Nepveu,6 April 1773.↑502Men vindt in de Notulen van Gouverneur en Raden van 4 Maart 1773 eenedoor de posthouders bij de beide stammen opgemaakte begrooting van het aantal en de sterkte der Saramaccaansche en der Aukaansche bevredigde boschnegers. De eerstgenoemden woonden in 12 dorpen, die 3, 6, 7 en 12 uren van elkander en 12 dagen reizens van Paramaribo verwijderd lagen. Onder hen waren 600 strijdbare mannen. De Aukanersbewoonden12 dorpen en onder hen waren mede ruim 600 weerbare mannen.↑503Notulen van Gouverneur en Raden,10 April 1773.↑504Notulen van Gouverneur en Raden,19 en 20 April en 3 Mei 1773, enz.↑505Notulen van Gouverneur en Raden,4 en 8 Junij 1773.↑506Notulen van Gouverneur en Raden,28 Mei 1773.↑507Journaal van Nepveu,8 Junij 1773. Stedman. Reizen naar Surinamen, 1e deel,bladz. 153 en 154.↑508Notulen van Gouverneur en Raden,15 Junij 1773. Journaal van Nepveu,14 Junij 1773.↑509Notulen van Gouverneur en Raden,15 Junij 1773. Stedman,1e. deel, bladz. 155 en 56, 304 enz.↑510Notulen van Gouverneur en Raden,16 Junij 1773.↑511Journaal van Nepveu,17 Junij 1773.↑512Notulen van Gouverneur en Raden,18 Junij 1773.↑513Notulen van Gouverneur en Raden,30 Aug. 1773.↑514Notulen van Gouverneur en Raden,30 Junij 1772.↑515Stedman,1stedeel blz. 303.↑516Notulen van Gouverneur en Raden,16 Sept. 1773.Journaalvan Nepveu,12 Sept., 18 en 30 Oct. 1773.↑517Notulen van Gouverneur en Raden,6 Nov., 13 Dec. 1773 en 16 Januarij 1774. Journaal van Nepveu,18 en 30 Oct. 1773 en 17 Januarij 1774.↑518Stedman, reize naarSurinamen, 1e deel,bladz. 249 en 50.↑519Stedman, reize naarSurinamen, 1e deel,bladz. 250 en 51.↑520Dergelijke hutten werden van de dikste takken der Manicola-boom gebouwd; met een sabel of bijl vormde men sommigen tot hoekpalen, anderen tot latten of riggels; de bladeren dienden tot dak; de Nebis of het boschtouw om een en ander zamen te hechten.↑521Gedurig vindt men in het Journaal van Nepveu scherpe aanmerkingen over de dwaasheid van Fourgeoud, “die door in de regentijd in het bosch te gaan, nutteloos menschenlevens verspilt.” Journaal van Nepveu,1 Junij 1775, enz. enz. enz.↑522Journaal van Nepveu,6 Januarij, 30 Januarij, 1 Februarij, 2 Februarij, 6 Februarij 1775 enz.↑523Journaal van Nepveu,30 Januarij en 10 Februarij 1775.↑524Stedman zinspeelt hier op een voorval, dat veel overeenkomst had met dat, hetgeen de afdeeling onder de Luitenant Leppert was overkomen.↑525DezeMatakys, ook trompetters genaamd, wijl zij even als dat instrument gedraaid zijn, verheffen zich uit den grond tot eene onmetelijke lengte, en zoo digt in elkander, dat geen hond er door kruipen kan, en bij het overstappen of overspringen verwart men er gedurig met den voet in.↑526Fourgeoud had in het eerst weinig met dit vrijkorps op, doch erkende later het groote nut, dat zij in de boschtogten bewezen. Stedman acht een Negersoldaat in de bosschen van Guiana meer waard dan zes Europeanen.↑527De namen van de dorpen der Marrons waren: Boucou (tot stof vervallen), Gado Saby (God alleen kent my), Corsary (kom zoo gij durft), Tessy sy (Ruik er aan), Mely my (Ontrust mij), Boussy cray (De bosschen schrijen), Me Salasy (Ik zal genomen worden), Kebry my (Verberg mij); behalve deze zinrijke namen waren er ook van de ligging enz. afgeleid, als: Quammy Condre, naar den naam van een opperhoofd Quammy, Pynenburg, naar de Pyn of Latanus-boomen, die dit dorp van voren omringden, Caro Condre, van de menigte korenvelden, Reizy Condre, van de menigte daarbij gelegen rijstvelden enz.↑528Stedman, reizen naar Suriname, 3e deel,bladz. 1–51.↑529Notulen van Gouverneur en Raden,21 Dec. 1775, 26 Februarij, 8 Maart, 19 Aug., 27 Aug. 1776 enz.↑530Notulen van Gouverneur en Raden,28Oct. 1776 enz.↑531Journaal van Nepveu,26 Julij 1776. Nepveu voegt na deze mededeeling er het volgende bij:“Zij moesten hoezee roepen, maar hadden er niet veel lust in. Door een soopje envooralook met de stok werden sommigen hiertoe gebragt. Volgens naauwkeurige berekening is het corps staaten troepen 366 hoofden, alle medegerekent: 80 man zijn ziek en 100 man zijn afgekeurt, die teruggezonden zullen worden, zoodat er omstreeks 200 man overblijven; welk getal van weynig influenzie kan weesen, daar men, om een goede coup te doen, het beste volk dersociëteits-troupenhiermede moet vereenigen, terwijl door die vrugtelooze tochten in de bosschen geen volk genoeg tot dekking der plantaadjes overblijft en alzoo het langer verblijf der staaten-troepen meerna- alsvoordeel geeft.↑532Journaal van Nepveu,6 December 1776. Notulen van Gouverneur en Raden,16 Dec. 1775.↑533Notulen van Gouverneur en Raden,7 Dec. 1772.↑534Notulen van Gouverneur en Raden,5 Mei 1777. Zie verder Notulen,23 Dec. 1776, 13 en 31 Januarij, 4 Februarij en 9 Mei 1776 enz.↑535Notulen van Gouverneur en Raden,9 Mei1777.↑536Notulen van Gouverneur en Raden,4 Februarij 1777.↑537Journaal van Nepveu,1 April 1777. Slechts een gedeelte,niet het geheele aantal der troepen, zooals Sypensteyn abusivelijkop bladz. 40vermeldt—waren scheep gegaan. Fourgeoud ook bleef tot April 1778 in de kolonie.↑538Journaal van Nepveu,16 en 18 Julij, 13 Aug. 1777 enz.↑539Notulen van Gouverneur en Raden,24 Julij, 6 Aug. en 18 Aug. 1777 enz.↑540Notulen van Gouverneur en Raden,26 Julij 1777.↑541Notulen van Gouverneur en Raden,18 Februarij 1778.↑542Notulen van Gouverneur en Raden, van 1 Januarij 1778.↑543Stedman, reize naar Suriname, 4e deel, bladz. 47.↑544Journaal van Nepveu, 1 April 1778. Notulen van Gouverneur en Raden, 4 April 1779.↑545Fourgeoud overleed kort na zijne terugkomst in Holland, en werd met alle krijgseer in den Haag begraven.↑546Notulen van Gouverneur en Raden,2 December 1777.↑547Notulen van Gouverneur en Raden, 2 December 1777.↑548Notulen van Gouverneur en Raden, 2 December 1777.↑549Notulen van Gouverneur en Raden, 8 December 1777.↑550Notulen van Gouverneur en Raden, 9 Febr. 1778.↑551Journaal van Nepveu, 4 Junij 1778.↑552Journaal van Nepveu, 17 April en 28 Septemb. 1779, enz.↑553Journaal van Nepveu, 13 Junij 1778.↑554Journaal van Nepveu, 17 Junij 1778.↑555Journaal van Nepveu, 4 Junij, 21 Julij, 14 Octob., 27 Decemb. 1778, enz.↑556Notulen van Gouverneur en Raden, 27Februarij1779.↑557Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 41.↑558Notulen van Gouverneur en Raden, 28 Febr. 1779. Journaal van Texier,28 Febr. 1779.↑559Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 41.↑560Notulen van Gouverneur en Raden, 12 Nov. 1779. Journaal van Texier, 12 Nov. 1779.↑561Journaal van Texier, 19 Junij, 23 Julij, 31 Augustus, 25 October, 10 November 1779, enz., enz., enz.↑562Notulen van Gouverneur en Raden, 27 December 1779.↑563Journaal van Texier, 12 October, 31 October, 24 December 1779, enz.↑564Journaal van Texier, 31 October 1779.↑565Journaal van Texier, 18 Januarij 1780.↑566Journaal van Texier, 6 Januarij 1781.↑567Journaal van Texier, 15 Maart 1781.↑568Journaal van Texier, 2 September 1779.↑569Journaal van Texier, 3 September 1779.↑570Journaal van Texier, 23 October 1779.↑571Journaal van Texier, 3 September 1779.↑572Journaal van Texier, 25 Junij en 5 Julij 1779.↑573Journaal van Texier, 22 en 29 Maart, 11 Julij 1779, 6 Febr., 10 Maart 1780, enz., enz.↑574Journaal van Texier, 7 December 1779.↑

423Zie Notulen van Gouverneur en Raden van dezelfde datums.↑424Notulen van Gouv. en Raden, 10 Maart 1774 en 6 April 1774.↑425Notulen van Gouverneur en Raden, 7 April 1774.↑426Volgens de schrijvers der Historische proeve—zie 1edeel,bladz. 163—werden er in 1786 slechts 80 à 90 eigenaars van plantaadjes in Suriname gevonden, terwijl het getal plantaadjes over de 500 bedroeg. Journaal van Nepveu,1776. “Er heerscht hier tegenwoordig zoo groote armoede, dat veele blanken, die men ’t niet aan zoude sien, sig met een drooge bananne moeten behelpen.” Journaal van Nepveu,5 Januarij 1779. Twee Raden van Policie hadden hunne betrekking nedergelegd: “het is zeer moeijelijk goede sujetten te verkrijgen, want diegenen, die er nog capabel en goed voor zouden weezen, sitten zoo ellendig in hunne affaires, dat men se desweegens niet op de nominatie brengen durft.”↑427Sypensteyn, bladz. 24.↑428Historische proeve, 1edeel,bladz. 164 en 169.↑429Reeds gaven wij hiervan eenige bewijzen bij de beschrijving der regering van Mauricius, vanSpörcheen Crommelin. Wij zouden die tot een groot aantal kunnen vermeerderen, zie o. a. Notulen, van Gouv. en Raden, 15 September 1769, 15 en 20 Februarij 1770 en 28 Nov. 1772, Journaal van Nepveu,28 Junij 1770, Notulen van Gouverneur en Raden,1775, enz. enz. enz.—doch wij zouden hierdoor te uitvoerig worden.↑430Dit werd echter door de directeuren derSociëteittegengehouden.↑431Notulen van Gouverneur en Raden,6 December 1770 en 1773. Journaal van Nepveu,8 Junij 1773.↑432Notulen van Gouverneur en Raden,12 Mei 1772.↑433Notulen van Gouverneur en Raden,28 Feb. 1774. De gegijzelde moest aan den kastelein voor kosten betalen:de eerste 14 dagenƒ3per dag;de tweede id.ƒ,,2id.en verder id.ƒ,,1id.↑434Notulen van Gouverneur en Raden,25 Aug. 1772.↑435Notulen van Gouverneur en Raden,21 Feb. 1774.↑436Notulen van Gouverneur en Raden,16 en 17 Mei 1774.↑437Notulen van Gouverneur en Raden,21 Mei 1774.↑438Journaal van Nepveu, 10 Aug. 1774. Notulen van Gouverneur en Raden,12 Aug. 1774.↑439In Februarij 1764 had zekere C. P. van Brabant verzocht tot den huwelijken staat te worden aangeteekend met eene Elisabeth Samson, eene rijke vrije negerin, waarschijnlijk dezelfde of eene bloedverwante der meer genoemde dame. Het Hof had toen zwarigheid gemaakt dit toe te staan, omdat in de beschrijving van Suriname, door J. D. Herlein in 1718 uitgegeven, staat, dat ten tijde van van Sommelsdijk „soodanig huwelijk by placaten zoude syngeprohibiteerd—omdat zulks toegelaten wordende op dezelvevrijeblanke vrouwen met vrije neegers soude trouwen, hetwelk van seer nadeelige gevolgen voor deese colonie konde sijn.” Die zaak maakte veel éclat. Het advies der heeren directeuren van desociëteitwerd hierover door het Hof ingewonnen en Elisabeth Samson diende hun een rekwest in. Het definitief antwoord hierop kwam eerst in Augustus 1767. Directeuren vermeenden, dat er geen termen bestonden om dit huwelijk te verhinderen. De zwarte dame huwde toen met zekere H. D. Zobre. (Zie Notulen van Gouv. en Raden, 13 Feb. 1764 en 17 Aug. 1767). Tegen het ongebonden in ontucht met negerinnen leven vond men geen bezwaar, wel in eene echtelijke verbindtenis.↑440Journaal van Nepveu, 19 Feb. 1773.↑441Notulen van Gouverneur en Raden, 16 Feb. 1774.↑442Historische proeve 1edeel,bladz. 181.↑443Journaal van Nepveu,18 en 22 Julij en 4 Aug. 1769.↑444Journaal van Nepveu,5 Junij 1770.Directeuren hadden reeds vroeger in 1768 zekeren timmerman, J. M. Augerstein, een octrooi van 6 jaren verleend tot het maken van een bijzonder soort van molens. Op het schenden van dat verleend octrooi was eene boete van ƒ 6000. gesteld.↑445Wij konden hiervan uit de officieele stukken een lang relaas geven, maar het zou eene gedurige herhaling zijn van zelfde feiten, die wij reeds van tijd tot tijd mededeelden.↑446Notulen van Gouverneur en Raden, 14 Feb. 1770.De versterking der militaire posten was zeer noodig—want zij, die van weinig manschappen voorzien waren, werden door de Marrons overvallen en verstrooid.↑447Over het daarstellen van dit Cordon komen wij weder later terug.↑448Notulen van Gouverneur en Raden,6 December 1770 en 22 Mei 1772.↑449Notulen, Gouv. en Raden,6 Mei 1772 en 18 Februarij 1773.↑450Volgens Notulen van Gouv. en Raden, 3 Mei 1773 en 4 Junij 1773, blijkt, dat, sedert men had opgehouden aan de soldaten dram te geven, ziekte en sterfte onder hen zeer toenamen, waarom men besloot hun op nieuw een rantsoen sterke drank te verschaffen. Het slechte water moest alzoo gecorrigeerd worden.↑451Notulen van Gouverneur en Raden,25 April 1772. Op 9 buiten posten alleen lagen 145 soldaten.↑452De premiën op het dooden of vangen van weggeloopen slaven gesteld, zouden evenzeer door hen genoten worden.↑453Journaal van Nepveu,15 Julij 1772, Notulen van Gouverneur en Raden,15 Julij 1772. Twee der 116 slaven voor het vrijcorps werden door de eigenaars het land ten geschenke gegeven; de overige 114 werden gezamenlijk gewaardeerd op ƒ 143,400. Die som was enorm hoog, daar de minste op ƒ 800 geschat was terwijl o. a. bekwame timmernegers tot den prijs van ƒ 2400, ja ƒ 3400 werden gebragt.↑454Notulen van Gouverneur en Raden, 3 Aug. 1773 en 26 Aug. 1773, 8 slaven werden geschat op ƒ 10,000 en 190 dito op ƒ 227,955.↑455Somwijlen werd voor een tijd het opperbevel aan een, hooger in rang staande, officier opgedragen: zoo voerde o. a. de kapitein luitenantFredericien, na zijn overgang tot de Staatsche troepen, een tijd lang de kapitein Stoelman over hen het bevel.↑456Op deze muts stond het volgnummer van hun corps; later bekwamen zij eene groene montering.↑457Notulen van Gouverneur en Raden,22 Mei 1777. Deze uitspraak is ontleend aan eene door den Raad Fiscaal ingeleverde memorie van het Hof van Policie, waarbij hij opkwam tegen de klagten door sommige leden, over de wanordelijkheid der slaven en het slechte toezigt door het Fiscalaat daaromtrent geoefend.↑458Men vindt in de Notulen enkele gevallen van leden van het vrijcorps, die, om verzuim in de dienst, weder tot den staat der slavernij werden terug gebragt. Notulen van Gouverneur en Raden,van 9 Aug. 1773, enz.↑459Meermalen werd ook door hen verzoek gedaan om uit de krijgsdienst te worden ontslagen en werd hun dit verzoek toegestaan, mits betalende de som, waarvoor zij door het land waren overgenomen, o. a. volgens Notulen van Gouverneur en Raden van 13 Februarij 1777, 3 personen, een voor f 800–, een voor f 1000–, een voor f 1200 enz. enz.↑460Ook hiervan worden verscheidene bijzonderheden in de Notulen gevonden.↑461Deobligatiënwaren verdeeld als volgt:100 ps. àƒ1000—ƒ100,000—200ps.,,à,,ƒ,,500—ƒ,,100,000—250ps.,,à,,ƒ,,400—ƒ,,100,000—250ps.,,à,,ƒ,,200—ƒ,,50,000—500ps.,,à,,ƒ,,100—ƒ,,50,000—te zamenƒ400,000—(Zie Notulen van Gouverneur en Raden van 8 Februarij 1774).↑462Notulen van Gouverneur en Raden van 18 October 1773, en 20 Mei 1774, enz.↑463Notulen van Gouverneur en Raden van 30 Augustus 1774.↑464Notulen van Gouverneur en Raden, 30 Januarij en 5 Februarij 1773.↑465Teenstra. De Landbouw in de kolonie Suriname, 1e. deel,bladz. 43.↑466Journaal van Nepveu,20 Februarij 1771.↑467Notulen van Gouverneur en Raden,20 Dec. 1770. Journaal van Nepveu,10 Januarij 1771. Zie ook bladzijde319.↑468Notulen van Gouverneur en Raden,14 Maart 1771. Journaal van Nepveu,14 Maart 1771.↑469Notulen van Gouverneur en Raden,11 Junij, 6 Julij, 16 Sept. 1771, enz. Journaal van Nepveu,10 Junij, 3 en 5 Julij 1771, enz.↑470Notulen van Gouverneur en Raden,11 Junij, 6 Julij 1771, enz.↑471Notulen van Gouverneur en Raden,27 Januarij 1771. “Meer en meer loopen de slaven weg, nemen hunne geweren mede en voegen zich bij de bende van Baron. Idem 29 Junij 1772. De wegloopers hebben de Plantaadje Poelwijk afgeloopen en o. a. 21 geweren en eene groote hoeveelheid kruid medegenomen.” Het Hof besloot: om te bevelen, dat de geweren, welke de slaven op de plantaadjes bezitten, naar Paramaribo moesten worden opgezonden, daar men de slaven niet meer vertrouwen kon.↑472Notulen van Gouverneur en Raden,17 Julij 1772. 16 Aug., enz. Journaal van Nepveu.↑473Stedman, reize naar Suriname, 1e deel, bladz. 117 en 18.↑474Ook Stedman verhaalt deze en andere bijzonderheden, die wij echter, soms bijna woordelijk, overnemen, uit het uitnemend geschreven boekske: “Een Levensteeken op een dooden veld, door J. Herman de Ridder, bladz. 12–17.↑475J. Herman de Ridder,Een levensteeken op een dooden veld, bladz. 16–17.↑476Notulen van Gouverneur en Raden,24 Sept. 1771. Journaal van Nepveu,22 Sept. 1771.↑477Notulen van Gouverneur en Raden,13 October 1771. Journaal van Nepveu,13 October 1771.↑478Zie Notulen van Gouverneur en Raden van November, December 1771, enz. enz.↑479Journaal van Nepveu,22 October 1771.↑480Journaal van Nepveu,16November1771.↑481Notulen van Gouverneur en Raden,7 December 1771, 27 Julij 1772 en Journaal van Nepveu,7 December 1771.↑482Journaal van Nepveu,1 Januarij, 27 Januarij en 4 Junij 1772. Notulen van Gouverneur en Raden,17 Julij en 16 Augustus 1772, enz.↑483Journaal van Nepveu,19 Januarij 1772. Die neger ontvlugtte later uit de boeijen.↑484Notulen van Gouverneur en Raden,4 Mei 1772. Stedman, Reize naar Suriname,1e deel,bladz. 113, enz.↑485Journaal van Nepveu,15 Junij 1772.↑486Notulen van Gouverneur en Raden, 9 Julij 1771. Journaal van Nepveu, 9 Julij 1771.↑487Journaal van Nepveu, 10 Aug. 1772. Notulen van Gouverneur en Raden, 10 Aug. 1772.↑488Notulen van Gouverneur en Raden, 25 Sept. 1772.Journaal van Nepveu, 25 Sept. 1777.↑489Journaal van Nepveu, 27 Sept. 1772.↑490Journaal van Nepveu, 26 Sept. 1772.↑491Journaal van Nepveu, 7Oct.1772.↑492Journaal van Nepveu, 26Oct.1772.↑493Journaal van Nepveu, 2 en 9 Dec. 1772.↑494Journaalvan Nepveu, 11 Dec. 1772.↑495JournaalvanNepveu 27 Dec. 1772.↑496Notulen van Gouverneur en Raden, 27 Januarij 1773.↑497Notulen van Gouverneur en Raden,27 Januarij, 31 Januarij en 5 en 9 Febr. 1773. Journaal van Nepveu,27 Januarij en 2, 4, 8 en 9 Febr. 1773.↑498Journaal van Nepveu,19 Julij 1773. Fourgeoud wenschte zijn volk naar de buitenposten te zenden: “alsoo se aan Paramaribo door Debauches vry meer onbequaam en buyten staat raakten: klaagende dat se genoegsaam alle aan Venus-siekte laboreerenden.”↑499Notulen van Gouverneur en Raden,1 Maart 1773.↑500Notulen van Gouverneur en Raden,4 Maart 1773.↑501Journaal van Nepveu,6 April 1773.↑502Men vindt in de Notulen van Gouverneur en Raden van 4 Maart 1773 eenedoor de posthouders bij de beide stammen opgemaakte begrooting van het aantal en de sterkte der Saramaccaansche en der Aukaansche bevredigde boschnegers. De eerstgenoemden woonden in 12 dorpen, die 3, 6, 7 en 12 uren van elkander en 12 dagen reizens van Paramaribo verwijderd lagen. Onder hen waren 600 strijdbare mannen. De Aukanersbewoonden12 dorpen en onder hen waren mede ruim 600 weerbare mannen.↑503Notulen van Gouverneur en Raden,10 April 1773.↑504Notulen van Gouverneur en Raden,19 en 20 April en 3 Mei 1773, enz.↑505Notulen van Gouverneur en Raden,4 en 8 Junij 1773.↑506Notulen van Gouverneur en Raden,28 Mei 1773.↑507Journaal van Nepveu,8 Junij 1773. Stedman. Reizen naar Surinamen, 1e deel,bladz. 153 en 154.↑508Notulen van Gouverneur en Raden,15 Junij 1773. Journaal van Nepveu,14 Junij 1773.↑509Notulen van Gouverneur en Raden,15 Junij 1773. Stedman,1e. deel, bladz. 155 en 56, 304 enz.↑510Notulen van Gouverneur en Raden,16 Junij 1773.↑511Journaal van Nepveu,17 Junij 1773.↑512Notulen van Gouverneur en Raden,18 Junij 1773.↑513Notulen van Gouverneur en Raden,30 Aug. 1773.↑514Notulen van Gouverneur en Raden,30 Junij 1772.↑515Stedman,1stedeel blz. 303.↑516Notulen van Gouverneur en Raden,16 Sept. 1773.Journaalvan Nepveu,12 Sept., 18 en 30 Oct. 1773.↑517Notulen van Gouverneur en Raden,6 Nov., 13 Dec. 1773 en 16 Januarij 1774. Journaal van Nepveu,18 en 30 Oct. 1773 en 17 Januarij 1774.↑518Stedman, reize naarSurinamen, 1e deel,bladz. 249 en 50.↑519Stedman, reize naarSurinamen, 1e deel,bladz. 250 en 51.↑520Dergelijke hutten werden van de dikste takken der Manicola-boom gebouwd; met een sabel of bijl vormde men sommigen tot hoekpalen, anderen tot latten of riggels; de bladeren dienden tot dak; de Nebis of het boschtouw om een en ander zamen te hechten.↑521Gedurig vindt men in het Journaal van Nepveu scherpe aanmerkingen over de dwaasheid van Fourgeoud, “die door in de regentijd in het bosch te gaan, nutteloos menschenlevens verspilt.” Journaal van Nepveu,1 Junij 1775, enz. enz. enz.↑522Journaal van Nepveu,6 Januarij, 30 Januarij, 1 Februarij, 2 Februarij, 6 Februarij 1775 enz.↑523Journaal van Nepveu,30 Januarij en 10 Februarij 1775.↑524Stedman zinspeelt hier op een voorval, dat veel overeenkomst had met dat, hetgeen de afdeeling onder de Luitenant Leppert was overkomen.↑525DezeMatakys, ook trompetters genaamd, wijl zij even als dat instrument gedraaid zijn, verheffen zich uit den grond tot eene onmetelijke lengte, en zoo digt in elkander, dat geen hond er door kruipen kan, en bij het overstappen of overspringen verwart men er gedurig met den voet in.↑526Fourgeoud had in het eerst weinig met dit vrijkorps op, doch erkende later het groote nut, dat zij in de boschtogten bewezen. Stedman acht een Negersoldaat in de bosschen van Guiana meer waard dan zes Europeanen.↑527De namen van de dorpen der Marrons waren: Boucou (tot stof vervallen), Gado Saby (God alleen kent my), Corsary (kom zoo gij durft), Tessy sy (Ruik er aan), Mely my (Ontrust mij), Boussy cray (De bosschen schrijen), Me Salasy (Ik zal genomen worden), Kebry my (Verberg mij); behalve deze zinrijke namen waren er ook van de ligging enz. afgeleid, als: Quammy Condre, naar den naam van een opperhoofd Quammy, Pynenburg, naar de Pyn of Latanus-boomen, die dit dorp van voren omringden, Caro Condre, van de menigte korenvelden, Reizy Condre, van de menigte daarbij gelegen rijstvelden enz.↑528Stedman, reizen naar Suriname, 3e deel,bladz. 1–51.↑529Notulen van Gouverneur en Raden,21 Dec. 1775, 26 Februarij, 8 Maart, 19 Aug., 27 Aug. 1776 enz.↑530Notulen van Gouverneur en Raden,28Oct. 1776 enz.↑531Journaal van Nepveu,26 Julij 1776. Nepveu voegt na deze mededeeling er het volgende bij:“Zij moesten hoezee roepen, maar hadden er niet veel lust in. Door een soopje envooralook met de stok werden sommigen hiertoe gebragt. Volgens naauwkeurige berekening is het corps staaten troepen 366 hoofden, alle medegerekent: 80 man zijn ziek en 100 man zijn afgekeurt, die teruggezonden zullen worden, zoodat er omstreeks 200 man overblijven; welk getal van weynig influenzie kan weesen, daar men, om een goede coup te doen, het beste volk dersociëteits-troupenhiermede moet vereenigen, terwijl door die vrugtelooze tochten in de bosschen geen volk genoeg tot dekking der plantaadjes overblijft en alzoo het langer verblijf der staaten-troepen meerna- alsvoordeel geeft.↑532Journaal van Nepveu,6 December 1776. Notulen van Gouverneur en Raden,16 Dec. 1775.↑533Notulen van Gouverneur en Raden,7 Dec. 1772.↑534Notulen van Gouverneur en Raden,5 Mei 1777. Zie verder Notulen,23 Dec. 1776, 13 en 31 Januarij, 4 Februarij en 9 Mei 1776 enz.↑535Notulen van Gouverneur en Raden,9 Mei1777.↑536Notulen van Gouverneur en Raden,4 Februarij 1777.↑537Journaal van Nepveu,1 April 1777. Slechts een gedeelte,niet het geheele aantal der troepen, zooals Sypensteyn abusivelijkop bladz. 40vermeldt—waren scheep gegaan. Fourgeoud ook bleef tot April 1778 in de kolonie.↑538Journaal van Nepveu,16 en 18 Julij, 13 Aug. 1777 enz.↑539Notulen van Gouverneur en Raden,24 Julij, 6 Aug. en 18 Aug. 1777 enz.↑540Notulen van Gouverneur en Raden,26 Julij 1777.↑541Notulen van Gouverneur en Raden,18 Februarij 1778.↑542Notulen van Gouverneur en Raden, van 1 Januarij 1778.↑543Stedman, reize naar Suriname, 4e deel, bladz. 47.↑544Journaal van Nepveu, 1 April 1778. Notulen van Gouverneur en Raden, 4 April 1779.↑545Fourgeoud overleed kort na zijne terugkomst in Holland, en werd met alle krijgseer in den Haag begraven.↑546Notulen van Gouverneur en Raden,2 December 1777.↑547Notulen van Gouverneur en Raden, 2 December 1777.↑548Notulen van Gouverneur en Raden, 2 December 1777.↑549Notulen van Gouverneur en Raden, 8 December 1777.↑550Notulen van Gouverneur en Raden, 9 Febr. 1778.↑551Journaal van Nepveu, 4 Junij 1778.↑552Journaal van Nepveu, 17 April en 28 Septemb. 1779, enz.↑553Journaal van Nepveu, 13 Junij 1778.↑554Journaal van Nepveu, 17 Junij 1778.↑555Journaal van Nepveu, 4 Junij, 21 Julij, 14 Octob., 27 Decemb. 1778, enz.↑556Notulen van Gouverneur en Raden, 27Februarij1779.↑557Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 41.↑558Notulen van Gouverneur en Raden, 28 Febr. 1779. Journaal van Texier,28 Febr. 1779.↑559Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 41.↑560Notulen van Gouverneur en Raden, 12 Nov. 1779. Journaal van Texier, 12 Nov. 1779.↑561Journaal van Texier, 19 Junij, 23 Julij, 31 Augustus, 25 October, 10 November 1779, enz., enz., enz.↑562Notulen van Gouverneur en Raden, 27 December 1779.↑563Journaal van Texier, 12 October, 31 October, 24 December 1779, enz.↑564Journaal van Texier, 31 October 1779.↑565Journaal van Texier, 18 Januarij 1780.↑566Journaal van Texier, 6 Januarij 1781.↑567Journaal van Texier, 15 Maart 1781.↑568Journaal van Texier, 2 September 1779.↑569Journaal van Texier, 3 September 1779.↑570Journaal van Texier, 23 October 1779.↑571Journaal van Texier, 3 September 1779.↑572Journaal van Texier, 25 Junij en 5 Julij 1779.↑573Journaal van Texier, 22 en 29 Maart, 11 Julij 1779, 6 Febr., 10 Maart 1780, enz., enz.↑574Journaal van Texier, 7 December 1779.↑

423Zie Notulen van Gouverneur en Raden van dezelfde datums.↑424Notulen van Gouv. en Raden, 10 Maart 1774 en 6 April 1774.↑425Notulen van Gouverneur en Raden, 7 April 1774.↑426Volgens de schrijvers der Historische proeve—zie 1edeel,bladz. 163—werden er in 1786 slechts 80 à 90 eigenaars van plantaadjes in Suriname gevonden, terwijl het getal plantaadjes over de 500 bedroeg. Journaal van Nepveu,1776. “Er heerscht hier tegenwoordig zoo groote armoede, dat veele blanken, die men ’t niet aan zoude sien, sig met een drooge bananne moeten behelpen.” Journaal van Nepveu,5 Januarij 1779. Twee Raden van Policie hadden hunne betrekking nedergelegd: “het is zeer moeijelijk goede sujetten te verkrijgen, want diegenen, die er nog capabel en goed voor zouden weezen, sitten zoo ellendig in hunne affaires, dat men se desweegens niet op de nominatie brengen durft.”↑427Sypensteyn, bladz. 24.↑428Historische proeve, 1edeel,bladz. 164 en 169.↑429Reeds gaven wij hiervan eenige bewijzen bij de beschrijving der regering van Mauricius, vanSpörcheen Crommelin. Wij zouden die tot een groot aantal kunnen vermeerderen, zie o. a. Notulen, van Gouv. en Raden, 15 September 1769, 15 en 20 Februarij 1770 en 28 Nov. 1772, Journaal van Nepveu,28 Junij 1770, Notulen van Gouverneur en Raden,1775, enz. enz. enz.—doch wij zouden hierdoor te uitvoerig worden.↑430Dit werd echter door de directeuren derSociëteittegengehouden.↑431Notulen van Gouverneur en Raden,6 December 1770 en 1773. Journaal van Nepveu,8 Junij 1773.↑432Notulen van Gouverneur en Raden,12 Mei 1772.↑433Notulen van Gouverneur en Raden,28 Feb. 1774. De gegijzelde moest aan den kastelein voor kosten betalen:de eerste 14 dagenƒ3per dag;de tweede id.ƒ,,2id.en verder id.ƒ,,1id.↑434Notulen van Gouverneur en Raden,25 Aug. 1772.↑435Notulen van Gouverneur en Raden,21 Feb. 1774.↑436Notulen van Gouverneur en Raden,16 en 17 Mei 1774.↑437Notulen van Gouverneur en Raden,21 Mei 1774.↑438Journaal van Nepveu, 10 Aug. 1774. Notulen van Gouverneur en Raden,12 Aug. 1774.↑439In Februarij 1764 had zekere C. P. van Brabant verzocht tot den huwelijken staat te worden aangeteekend met eene Elisabeth Samson, eene rijke vrije negerin, waarschijnlijk dezelfde of eene bloedverwante der meer genoemde dame. Het Hof had toen zwarigheid gemaakt dit toe te staan, omdat in de beschrijving van Suriname, door J. D. Herlein in 1718 uitgegeven, staat, dat ten tijde van van Sommelsdijk „soodanig huwelijk by placaten zoude syngeprohibiteerd—omdat zulks toegelaten wordende op dezelvevrijeblanke vrouwen met vrije neegers soude trouwen, hetwelk van seer nadeelige gevolgen voor deese colonie konde sijn.” Die zaak maakte veel éclat. Het advies der heeren directeuren van desociëteitwerd hierover door het Hof ingewonnen en Elisabeth Samson diende hun een rekwest in. Het definitief antwoord hierop kwam eerst in Augustus 1767. Directeuren vermeenden, dat er geen termen bestonden om dit huwelijk te verhinderen. De zwarte dame huwde toen met zekere H. D. Zobre. (Zie Notulen van Gouv. en Raden, 13 Feb. 1764 en 17 Aug. 1767). Tegen het ongebonden in ontucht met negerinnen leven vond men geen bezwaar, wel in eene echtelijke verbindtenis.↑440Journaal van Nepveu, 19 Feb. 1773.↑441Notulen van Gouverneur en Raden, 16 Feb. 1774.↑442Historische proeve 1edeel,bladz. 181.↑443Journaal van Nepveu,18 en 22 Julij en 4 Aug. 1769.↑444Journaal van Nepveu,5 Junij 1770.Directeuren hadden reeds vroeger in 1768 zekeren timmerman, J. M. Augerstein, een octrooi van 6 jaren verleend tot het maken van een bijzonder soort van molens. Op het schenden van dat verleend octrooi was eene boete van ƒ 6000. gesteld.↑445Wij konden hiervan uit de officieele stukken een lang relaas geven, maar het zou eene gedurige herhaling zijn van zelfde feiten, die wij reeds van tijd tot tijd mededeelden.↑446Notulen van Gouverneur en Raden, 14 Feb. 1770.De versterking der militaire posten was zeer noodig—want zij, die van weinig manschappen voorzien waren, werden door de Marrons overvallen en verstrooid.↑447Over het daarstellen van dit Cordon komen wij weder later terug.↑448Notulen van Gouverneur en Raden,6 December 1770 en 22 Mei 1772.↑449Notulen, Gouv. en Raden,6 Mei 1772 en 18 Februarij 1773.↑450Volgens Notulen van Gouv. en Raden, 3 Mei 1773 en 4 Junij 1773, blijkt, dat, sedert men had opgehouden aan de soldaten dram te geven, ziekte en sterfte onder hen zeer toenamen, waarom men besloot hun op nieuw een rantsoen sterke drank te verschaffen. Het slechte water moest alzoo gecorrigeerd worden.↑451Notulen van Gouverneur en Raden,25 April 1772. Op 9 buiten posten alleen lagen 145 soldaten.↑452De premiën op het dooden of vangen van weggeloopen slaven gesteld, zouden evenzeer door hen genoten worden.↑453Journaal van Nepveu,15 Julij 1772, Notulen van Gouverneur en Raden,15 Julij 1772. Twee der 116 slaven voor het vrijcorps werden door de eigenaars het land ten geschenke gegeven; de overige 114 werden gezamenlijk gewaardeerd op ƒ 143,400. Die som was enorm hoog, daar de minste op ƒ 800 geschat was terwijl o. a. bekwame timmernegers tot den prijs van ƒ 2400, ja ƒ 3400 werden gebragt.↑454Notulen van Gouverneur en Raden, 3 Aug. 1773 en 26 Aug. 1773, 8 slaven werden geschat op ƒ 10,000 en 190 dito op ƒ 227,955.↑455Somwijlen werd voor een tijd het opperbevel aan een, hooger in rang staande, officier opgedragen: zoo voerde o. a. de kapitein luitenantFredericien, na zijn overgang tot de Staatsche troepen, een tijd lang de kapitein Stoelman over hen het bevel.↑456Op deze muts stond het volgnummer van hun corps; later bekwamen zij eene groene montering.↑457Notulen van Gouverneur en Raden,22 Mei 1777. Deze uitspraak is ontleend aan eene door den Raad Fiscaal ingeleverde memorie van het Hof van Policie, waarbij hij opkwam tegen de klagten door sommige leden, over de wanordelijkheid der slaven en het slechte toezigt door het Fiscalaat daaromtrent geoefend.↑458Men vindt in de Notulen enkele gevallen van leden van het vrijcorps, die, om verzuim in de dienst, weder tot den staat der slavernij werden terug gebragt. Notulen van Gouverneur en Raden,van 9 Aug. 1773, enz.↑459Meermalen werd ook door hen verzoek gedaan om uit de krijgsdienst te worden ontslagen en werd hun dit verzoek toegestaan, mits betalende de som, waarvoor zij door het land waren overgenomen, o. a. volgens Notulen van Gouverneur en Raden van 13 Februarij 1777, 3 personen, een voor f 800–, een voor f 1000–, een voor f 1200 enz. enz.↑460Ook hiervan worden verscheidene bijzonderheden in de Notulen gevonden.↑461Deobligatiënwaren verdeeld als volgt:100 ps. àƒ1000—ƒ100,000—200ps.,,à,,ƒ,,500—ƒ,,100,000—250ps.,,à,,ƒ,,400—ƒ,,100,000—250ps.,,à,,ƒ,,200—ƒ,,50,000—500ps.,,à,,ƒ,,100—ƒ,,50,000—te zamenƒ400,000—(Zie Notulen van Gouverneur en Raden van 8 Februarij 1774).↑462Notulen van Gouverneur en Raden van 18 October 1773, en 20 Mei 1774, enz.↑463Notulen van Gouverneur en Raden van 30 Augustus 1774.↑464Notulen van Gouverneur en Raden, 30 Januarij en 5 Februarij 1773.↑465Teenstra. De Landbouw in de kolonie Suriname, 1e. deel,bladz. 43.↑466Journaal van Nepveu,20 Februarij 1771.↑467Notulen van Gouverneur en Raden,20 Dec. 1770. Journaal van Nepveu,10 Januarij 1771. Zie ook bladzijde319.↑468Notulen van Gouverneur en Raden,14 Maart 1771. Journaal van Nepveu,14 Maart 1771.↑469Notulen van Gouverneur en Raden,11 Junij, 6 Julij, 16 Sept. 1771, enz. Journaal van Nepveu,10 Junij, 3 en 5 Julij 1771, enz.↑470Notulen van Gouverneur en Raden,11 Junij, 6 Julij 1771, enz.↑471Notulen van Gouverneur en Raden,27 Januarij 1771. “Meer en meer loopen de slaven weg, nemen hunne geweren mede en voegen zich bij de bende van Baron. Idem 29 Junij 1772. De wegloopers hebben de Plantaadje Poelwijk afgeloopen en o. a. 21 geweren en eene groote hoeveelheid kruid medegenomen.” Het Hof besloot: om te bevelen, dat de geweren, welke de slaven op de plantaadjes bezitten, naar Paramaribo moesten worden opgezonden, daar men de slaven niet meer vertrouwen kon.↑472Notulen van Gouverneur en Raden,17 Julij 1772. 16 Aug., enz. Journaal van Nepveu.↑473Stedman, reize naar Suriname, 1e deel, bladz. 117 en 18.↑474Ook Stedman verhaalt deze en andere bijzonderheden, die wij echter, soms bijna woordelijk, overnemen, uit het uitnemend geschreven boekske: “Een Levensteeken op een dooden veld, door J. Herman de Ridder, bladz. 12–17.↑475J. Herman de Ridder,Een levensteeken op een dooden veld, bladz. 16–17.↑476Notulen van Gouverneur en Raden,24 Sept. 1771. Journaal van Nepveu,22 Sept. 1771.↑477Notulen van Gouverneur en Raden,13 October 1771. Journaal van Nepveu,13 October 1771.↑478Zie Notulen van Gouverneur en Raden van November, December 1771, enz. enz.↑479Journaal van Nepveu,22 October 1771.↑480Journaal van Nepveu,16November1771.↑481Notulen van Gouverneur en Raden,7 December 1771, 27 Julij 1772 en Journaal van Nepveu,7 December 1771.↑482Journaal van Nepveu,1 Januarij, 27 Januarij en 4 Junij 1772. Notulen van Gouverneur en Raden,17 Julij en 16 Augustus 1772, enz.↑483Journaal van Nepveu,19 Januarij 1772. Die neger ontvlugtte later uit de boeijen.↑484Notulen van Gouverneur en Raden,4 Mei 1772. Stedman, Reize naar Suriname,1e deel,bladz. 113, enz.↑485Journaal van Nepveu,15 Junij 1772.↑486Notulen van Gouverneur en Raden, 9 Julij 1771. Journaal van Nepveu, 9 Julij 1771.↑487Journaal van Nepveu, 10 Aug. 1772. Notulen van Gouverneur en Raden, 10 Aug. 1772.↑488Notulen van Gouverneur en Raden, 25 Sept. 1772.Journaal van Nepveu, 25 Sept. 1777.↑489Journaal van Nepveu, 27 Sept. 1772.↑490Journaal van Nepveu, 26 Sept. 1772.↑491Journaal van Nepveu, 7Oct.1772.↑492Journaal van Nepveu, 26Oct.1772.↑493Journaal van Nepveu, 2 en 9 Dec. 1772.↑494Journaalvan Nepveu, 11 Dec. 1772.↑495JournaalvanNepveu 27 Dec. 1772.↑496Notulen van Gouverneur en Raden, 27 Januarij 1773.↑497Notulen van Gouverneur en Raden,27 Januarij, 31 Januarij en 5 en 9 Febr. 1773. Journaal van Nepveu,27 Januarij en 2, 4, 8 en 9 Febr. 1773.↑498Journaal van Nepveu,19 Julij 1773. Fourgeoud wenschte zijn volk naar de buitenposten te zenden: “alsoo se aan Paramaribo door Debauches vry meer onbequaam en buyten staat raakten: klaagende dat se genoegsaam alle aan Venus-siekte laboreerenden.”↑499Notulen van Gouverneur en Raden,1 Maart 1773.↑500Notulen van Gouverneur en Raden,4 Maart 1773.↑501Journaal van Nepveu,6 April 1773.↑502Men vindt in de Notulen van Gouverneur en Raden van 4 Maart 1773 eenedoor de posthouders bij de beide stammen opgemaakte begrooting van het aantal en de sterkte der Saramaccaansche en der Aukaansche bevredigde boschnegers. De eerstgenoemden woonden in 12 dorpen, die 3, 6, 7 en 12 uren van elkander en 12 dagen reizens van Paramaribo verwijderd lagen. Onder hen waren 600 strijdbare mannen. De Aukanersbewoonden12 dorpen en onder hen waren mede ruim 600 weerbare mannen.↑503Notulen van Gouverneur en Raden,10 April 1773.↑504Notulen van Gouverneur en Raden,19 en 20 April en 3 Mei 1773, enz.↑505Notulen van Gouverneur en Raden,4 en 8 Junij 1773.↑506Notulen van Gouverneur en Raden,28 Mei 1773.↑507Journaal van Nepveu,8 Junij 1773. Stedman. Reizen naar Surinamen, 1e deel,bladz. 153 en 154.↑508Notulen van Gouverneur en Raden,15 Junij 1773. Journaal van Nepveu,14 Junij 1773.↑509Notulen van Gouverneur en Raden,15 Junij 1773. Stedman,1e. deel, bladz. 155 en 56, 304 enz.↑510Notulen van Gouverneur en Raden,16 Junij 1773.↑511Journaal van Nepveu,17 Junij 1773.↑512Notulen van Gouverneur en Raden,18 Junij 1773.↑513Notulen van Gouverneur en Raden,30 Aug. 1773.↑514Notulen van Gouverneur en Raden,30 Junij 1772.↑515Stedman,1stedeel blz. 303.↑516Notulen van Gouverneur en Raden,16 Sept. 1773.Journaalvan Nepveu,12 Sept., 18 en 30 Oct. 1773.↑517Notulen van Gouverneur en Raden,6 Nov., 13 Dec. 1773 en 16 Januarij 1774. Journaal van Nepveu,18 en 30 Oct. 1773 en 17 Januarij 1774.↑518Stedman, reize naarSurinamen, 1e deel,bladz. 249 en 50.↑519Stedman, reize naarSurinamen, 1e deel,bladz. 250 en 51.↑520Dergelijke hutten werden van de dikste takken der Manicola-boom gebouwd; met een sabel of bijl vormde men sommigen tot hoekpalen, anderen tot latten of riggels; de bladeren dienden tot dak; de Nebis of het boschtouw om een en ander zamen te hechten.↑521Gedurig vindt men in het Journaal van Nepveu scherpe aanmerkingen over de dwaasheid van Fourgeoud, “die door in de regentijd in het bosch te gaan, nutteloos menschenlevens verspilt.” Journaal van Nepveu,1 Junij 1775, enz. enz. enz.↑522Journaal van Nepveu,6 Januarij, 30 Januarij, 1 Februarij, 2 Februarij, 6 Februarij 1775 enz.↑523Journaal van Nepveu,30 Januarij en 10 Februarij 1775.↑524Stedman zinspeelt hier op een voorval, dat veel overeenkomst had met dat, hetgeen de afdeeling onder de Luitenant Leppert was overkomen.↑525DezeMatakys, ook trompetters genaamd, wijl zij even als dat instrument gedraaid zijn, verheffen zich uit den grond tot eene onmetelijke lengte, en zoo digt in elkander, dat geen hond er door kruipen kan, en bij het overstappen of overspringen verwart men er gedurig met den voet in.↑526Fourgeoud had in het eerst weinig met dit vrijkorps op, doch erkende later het groote nut, dat zij in de boschtogten bewezen. Stedman acht een Negersoldaat in de bosschen van Guiana meer waard dan zes Europeanen.↑527De namen van de dorpen der Marrons waren: Boucou (tot stof vervallen), Gado Saby (God alleen kent my), Corsary (kom zoo gij durft), Tessy sy (Ruik er aan), Mely my (Ontrust mij), Boussy cray (De bosschen schrijen), Me Salasy (Ik zal genomen worden), Kebry my (Verberg mij); behalve deze zinrijke namen waren er ook van de ligging enz. afgeleid, als: Quammy Condre, naar den naam van een opperhoofd Quammy, Pynenburg, naar de Pyn of Latanus-boomen, die dit dorp van voren omringden, Caro Condre, van de menigte korenvelden, Reizy Condre, van de menigte daarbij gelegen rijstvelden enz.↑528Stedman, reizen naar Suriname, 3e deel,bladz. 1–51.↑529Notulen van Gouverneur en Raden,21 Dec. 1775, 26 Februarij, 8 Maart, 19 Aug., 27 Aug. 1776 enz.↑530Notulen van Gouverneur en Raden,28Oct. 1776 enz.↑531Journaal van Nepveu,26 Julij 1776. Nepveu voegt na deze mededeeling er het volgende bij:“Zij moesten hoezee roepen, maar hadden er niet veel lust in. Door een soopje envooralook met de stok werden sommigen hiertoe gebragt. Volgens naauwkeurige berekening is het corps staaten troepen 366 hoofden, alle medegerekent: 80 man zijn ziek en 100 man zijn afgekeurt, die teruggezonden zullen worden, zoodat er omstreeks 200 man overblijven; welk getal van weynig influenzie kan weesen, daar men, om een goede coup te doen, het beste volk dersociëteits-troupenhiermede moet vereenigen, terwijl door die vrugtelooze tochten in de bosschen geen volk genoeg tot dekking der plantaadjes overblijft en alzoo het langer verblijf der staaten-troepen meerna- alsvoordeel geeft.↑532Journaal van Nepveu,6 December 1776. Notulen van Gouverneur en Raden,16 Dec. 1775.↑533Notulen van Gouverneur en Raden,7 Dec. 1772.↑534Notulen van Gouverneur en Raden,5 Mei 1777. Zie verder Notulen,23 Dec. 1776, 13 en 31 Januarij, 4 Februarij en 9 Mei 1776 enz.↑535Notulen van Gouverneur en Raden,9 Mei1777.↑536Notulen van Gouverneur en Raden,4 Februarij 1777.↑537Journaal van Nepveu,1 April 1777. Slechts een gedeelte,niet het geheele aantal der troepen, zooals Sypensteyn abusivelijkop bladz. 40vermeldt—waren scheep gegaan. Fourgeoud ook bleef tot April 1778 in de kolonie.↑538Journaal van Nepveu,16 en 18 Julij, 13 Aug. 1777 enz.↑539Notulen van Gouverneur en Raden,24 Julij, 6 Aug. en 18 Aug. 1777 enz.↑540Notulen van Gouverneur en Raden,26 Julij 1777.↑541Notulen van Gouverneur en Raden,18 Februarij 1778.↑542Notulen van Gouverneur en Raden, van 1 Januarij 1778.↑543Stedman, reize naar Suriname, 4e deel, bladz. 47.↑544Journaal van Nepveu, 1 April 1778. Notulen van Gouverneur en Raden, 4 April 1779.↑545Fourgeoud overleed kort na zijne terugkomst in Holland, en werd met alle krijgseer in den Haag begraven.↑546Notulen van Gouverneur en Raden,2 December 1777.↑547Notulen van Gouverneur en Raden, 2 December 1777.↑548Notulen van Gouverneur en Raden, 2 December 1777.↑549Notulen van Gouverneur en Raden, 8 December 1777.↑550Notulen van Gouverneur en Raden, 9 Febr. 1778.↑551Journaal van Nepveu, 4 Junij 1778.↑552Journaal van Nepveu, 17 April en 28 Septemb. 1779, enz.↑553Journaal van Nepveu, 13 Junij 1778.↑554Journaal van Nepveu, 17 Junij 1778.↑555Journaal van Nepveu, 4 Junij, 21 Julij, 14 Octob., 27 Decemb. 1778, enz.↑556Notulen van Gouverneur en Raden, 27Februarij1779.↑557Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 41.↑558Notulen van Gouverneur en Raden, 28 Febr. 1779. Journaal van Texier,28 Febr. 1779.↑559Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 41.↑560Notulen van Gouverneur en Raden, 12 Nov. 1779. Journaal van Texier, 12 Nov. 1779.↑561Journaal van Texier, 19 Junij, 23 Julij, 31 Augustus, 25 October, 10 November 1779, enz., enz., enz.↑562Notulen van Gouverneur en Raden, 27 December 1779.↑563Journaal van Texier, 12 October, 31 October, 24 December 1779, enz.↑564Journaal van Texier, 31 October 1779.↑565Journaal van Texier, 18 Januarij 1780.↑566Journaal van Texier, 6 Januarij 1781.↑567Journaal van Texier, 15 Maart 1781.↑568Journaal van Texier, 2 September 1779.↑569Journaal van Texier, 3 September 1779.↑570Journaal van Texier, 23 October 1779.↑571Journaal van Texier, 3 September 1779.↑572Journaal van Texier, 25 Junij en 5 Julij 1779.↑573Journaal van Texier, 22 en 29 Maart, 11 Julij 1779, 6 Febr., 10 Maart 1780, enz., enz.↑574Journaal van Texier, 7 December 1779.↑

423Zie Notulen van Gouverneur en Raden van dezelfde datums.↑

424Notulen van Gouv. en Raden, 10 Maart 1774 en 6 April 1774.↑

425Notulen van Gouverneur en Raden, 7 April 1774.↑

426Volgens de schrijvers der Historische proeve—zie 1edeel,bladz. 163—werden er in 1786 slechts 80 à 90 eigenaars van plantaadjes in Suriname gevonden, terwijl het getal plantaadjes over de 500 bedroeg. Journaal van Nepveu,1776. “Er heerscht hier tegenwoordig zoo groote armoede, dat veele blanken, die men ’t niet aan zoude sien, sig met een drooge bananne moeten behelpen.” Journaal van Nepveu,5 Januarij 1779. Twee Raden van Policie hadden hunne betrekking nedergelegd: “het is zeer moeijelijk goede sujetten te verkrijgen, want diegenen, die er nog capabel en goed voor zouden weezen, sitten zoo ellendig in hunne affaires, dat men se desweegens niet op de nominatie brengen durft.”↑

427Sypensteyn, bladz. 24.↑

428Historische proeve, 1edeel,bladz. 164 en 169.↑

429Reeds gaven wij hiervan eenige bewijzen bij de beschrijving der regering van Mauricius, vanSpörcheen Crommelin. Wij zouden die tot een groot aantal kunnen vermeerderen, zie o. a. Notulen, van Gouv. en Raden, 15 September 1769, 15 en 20 Februarij 1770 en 28 Nov. 1772, Journaal van Nepveu,28 Junij 1770, Notulen van Gouverneur en Raden,1775, enz. enz. enz.—doch wij zouden hierdoor te uitvoerig worden.↑

430Dit werd echter door de directeuren derSociëteittegengehouden.↑

431Notulen van Gouverneur en Raden,6 December 1770 en 1773. Journaal van Nepveu,8 Junij 1773.↑

432Notulen van Gouverneur en Raden,12 Mei 1772.↑

433Notulen van Gouverneur en Raden,28 Feb. 1774. De gegijzelde moest aan den kastelein voor kosten betalen:

de eerste 14 dagenƒ3per dag;de tweede id.ƒ,,2id.en verder id.ƒ,,1id.

434Notulen van Gouverneur en Raden,25 Aug. 1772.↑

435Notulen van Gouverneur en Raden,21 Feb. 1774.↑

436Notulen van Gouverneur en Raden,16 en 17 Mei 1774.↑

437Notulen van Gouverneur en Raden,21 Mei 1774.↑

438Journaal van Nepveu, 10 Aug. 1774. Notulen van Gouverneur en Raden,12 Aug. 1774.↑

439In Februarij 1764 had zekere C. P. van Brabant verzocht tot den huwelijken staat te worden aangeteekend met eene Elisabeth Samson, eene rijke vrije negerin, waarschijnlijk dezelfde of eene bloedverwante der meer genoemde dame. Het Hof had toen zwarigheid gemaakt dit toe te staan, omdat in de beschrijving van Suriname, door J. D. Herlein in 1718 uitgegeven, staat, dat ten tijde van van Sommelsdijk „soodanig huwelijk by placaten zoude syngeprohibiteerd—omdat zulks toegelaten wordende op dezelvevrijeblanke vrouwen met vrije neegers soude trouwen, hetwelk van seer nadeelige gevolgen voor deese colonie konde sijn.” Die zaak maakte veel éclat. Het advies der heeren directeuren van desociëteitwerd hierover door het Hof ingewonnen en Elisabeth Samson diende hun een rekwest in. Het definitief antwoord hierop kwam eerst in Augustus 1767. Directeuren vermeenden, dat er geen termen bestonden om dit huwelijk te verhinderen. De zwarte dame huwde toen met zekere H. D. Zobre. (Zie Notulen van Gouv. en Raden, 13 Feb. 1764 en 17 Aug. 1767). Tegen het ongebonden in ontucht met negerinnen leven vond men geen bezwaar, wel in eene echtelijke verbindtenis.↑

440Journaal van Nepveu, 19 Feb. 1773.↑

441Notulen van Gouverneur en Raden, 16 Feb. 1774.↑

442Historische proeve 1edeel,bladz. 181.↑

443Journaal van Nepveu,18 en 22 Julij en 4 Aug. 1769.↑

444Journaal van Nepveu,5 Junij 1770.

Directeuren hadden reeds vroeger in 1768 zekeren timmerman, J. M. Augerstein, een octrooi van 6 jaren verleend tot het maken van een bijzonder soort van molens. Op het schenden van dat verleend octrooi was eene boete van ƒ 6000. gesteld.↑

445Wij konden hiervan uit de officieele stukken een lang relaas geven, maar het zou eene gedurige herhaling zijn van zelfde feiten, die wij reeds van tijd tot tijd mededeelden.↑

446Notulen van Gouverneur en Raden, 14 Feb. 1770.

De versterking der militaire posten was zeer noodig—want zij, die van weinig manschappen voorzien waren, werden door de Marrons overvallen en verstrooid.↑

447Over het daarstellen van dit Cordon komen wij weder later terug.↑

448Notulen van Gouverneur en Raden,6 December 1770 en 22 Mei 1772.↑

449Notulen, Gouv. en Raden,6 Mei 1772 en 18 Februarij 1773.↑

450Volgens Notulen van Gouv. en Raden, 3 Mei 1773 en 4 Junij 1773, blijkt, dat, sedert men had opgehouden aan de soldaten dram te geven, ziekte en sterfte onder hen zeer toenamen, waarom men besloot hun op nieuw een rantsoen sterke drank te verschaffen. Het slechte water moest alzoo gecorrigeerd worden.↑

451Notulen van Gouverneur en Raden,25 April 1772. Op 9 buiten posten alleen lagen 145 soldaten.↑

452De premiën op het dooden of vangen van weggeloopen slaven gesteld, zouden evenzeer door hen genoten worden.↑

453Journaal van Nepveu,15 Julij 1772, Notulen van Gouverneur en Raden,15 Julij 1772. Twee der 116 slaven voor het vrijcorps werden door de eigenaars het land ten geschenke gegeven; de overige 114 werden gezamenlijk gewaardeerd op ƒ 143,400. Die som was enorm hoog, daar de minste op ƒ 800 geschat was terwijl o. a. bekwame timmernegers tot den prijs van ƒ 2400, ja ƒ 3400 werden gebragt.↑

454Notulen van Gouverneur en Raden, 3 Aug. 1773 en 26 Aug. 1773, 8 slaven werden geschat op ƒ 10,000 en 190 dito op ƒ 227,955.↑

455Somwijlen werd voor een tijd het opperbevel aan een, hooger in rang staande, officier opgedragen: zoo voerde o. a. de kapitein luitenantFredericien, na zijn overgang tot de Staatsche troepen, een tijd lang de kapitein Stoelman over hen het bevel.↑

456Op deze muts stond het volgnummer van hun corps; later bekwamen zij eene groene montering.↑

457Notulen van Gouverneur en Raden,22 Mei 1777. Deze uitspraak is ontleend aan eene door den Raad Fiscaal ingeleverde memorie van het Hof van Policie, waarbij hij opkwam tegen de klagten door sommige leden, over de wanordelijkheid der slaven en het slechte toezigt door het Fiscalaat daaromtrent geoefend.↑

458Men vindt in de Notulen enkele gevallen van leden van het vrijcorps, die, om verzuim in de dienst, weder tot den staat der slavernij werden terug gebragt. Notulen van Gouverneur en Raden,van 9 Aug. 1773, enz.↑

459Meermalen werd ook door hen verzoek gedaan om uit de krijgsdienst te worden ontslagen en werd hun dit verzoek toegestaan, mits betalende de som, waarvoor zij door het land waren overgenomen, o. a. volgens Notulen van Gouverneur en Raden van 13 Februarij 1777, 3 personen, een voor f 800–, een voor f 1000–, een voor f 1200 enz. enz.↑

460Ook hiervan worden verscheidene bijzonderheden in de Notulen gevonden.↑

461Deobligatiënwaren verdeeld als volgt:

100 ps. àƒ1000—ƒ100,000—200ps.,,à,,ƒ,,500—ƒ,,100,000—250ps.,,à,,ƒ,,400—ƒ,,100,000—250ps.,,à,,ƒ,,200—ƒ,,50,000—500ps.,,à,,ƒ,,100—ƒ,,50,000—te zamenƒ400,000—

(Zie Notulen van Gouverneur en Raden van 8 Februarij 1774).↑

462Notulen van Gouverneur en Raden van 18 October 1773, en 20 Mei 1774, enz.↑

463Notulen van Gouverneur en Raden van 30 Augustus 1774.↑

464Notulen van Gouverneur en Raden, 30 Januarij en 5 Februarij 1773.↑

465Teenstra. De Landbouw in de kolonie Suriname, 1e. deel,bladz. 43.↑

466Journaal van Nepveu,20 Februarij 1771.↑

467Notulen van Gouverneur en Raden,20 Dec. 1770. Journaal van Nepveu,10 Januarij 1771. Zie ook bladzijde319.↑

468Notulen van Gouverneur en Raden,14 Maart 1771. Journaal van Nepveu,14 Maart 1771.↑

469Notulen van Gouverneur en Raden,11 Junij, 6 Julij, 16 Sept. 1771, enz. Journaal van Nepveu,10 Junij, 3 en 5 Julij 1771, enz.↑

470Notulen van Gouverneur en Raden,11 Junij, 6 Julij 1771, enz.↑

471Notulen van Gouverneur en Raden,27 Januarij 1771. “Meer en meer loopen de slaven weg, nemen hunne geweren mede en voegen zich bij de bende van Baron. Idem 29 Junij 1772. De wegloopers hebben de Plantaadje Poelwijk afgeloopen en o. a. 21 geweren en eene groote hoeveelheid kruid medegenomen.” Het Hof besloot: om te bevelen, dat de geweren, welke de slaven op de plantaadjes bezitten, naar Paramaribo moesten worden opgezonden, daar men de slaven niet meer vertrouwen kon.↑

472Notulen van Gouverneur en Raden,17 Julij 1772. 16 Aug., enz. Journaal van Nepveu.↑

473Stedman, reize naar Suriname, 1e deel, bladz. 117 en 18.↑

474Ook Stedman verhaalt deze en andere bijzonderheden, die wij echter, soms bijna woordelijk, overnemen, uit het uitnemend geschreven boekske: “Een Levensteeken op een dooden veld, door J. Herman de Ridder, bladz. 12–17.↑

475J. Herman de Ridder,Een levensteeken op een dooden veld, bladz. 16–17.↑

476Notulen van Gouverneur en Raden,24 Sept. 1771. Journaal van Nepveu,22 Sept. 1771.↑

477Notulen van Gouverneur en Raden,13 October 1771. Journaal van Nepveu,13 October 1771.↑

478Zie Notulen van Gouverneur en Raden van November, December 1771, enz. enz.↑

479Journaal van Nepveu,22 October 1771.↑

480Journaal van Nepveu,16November1771.↑

481Notulen van Gouverneur en Raden,7 December 1771, 27 Julij 1772 en Journaal van Nepveu,7 December 1771.↑

482Journaal van Nepveu,1 Januarij, 27 Januarij en 4 Junij 1772. Notulen van Gouverneur en Raden,17 Julij en 16 Augustus 1772, enz.↑

483Journaal van Nepveu,19 Januarij 1772. Die neger ontvlugtte later uit de boeijen.↑

484Notulen van Gouverneur en Raden,4 Mei 1772. Stedman, Reize naar Suriname,1e deel,bladz. 113, enz.↑

485Journaal van Nepveu,15 Junij 1772.↑

486Notulen van Gouverneur en Raden, 9 Julij 1771. Journaal van Nepveu, 9 Julij 1771.↑

487Journaal van Nepveu, 10 Aug. 1772. Notulen van Gouverneur en Raden, 10 Aug. 1772.↑

488Notulen van Gouverneur en Raden, 25 Sept. 1772.Journaal van Nepveu, 25 Sept. 1777.↑

489Journaal van Nepveu, 27 Sept. 1772.↑

490Journaal van Nepveu, 26 Sept. 1772.↑

491Journaal van Nepveu, 7Oct.1772.↑

492Journaal van Nepveu, 26Oct.1772.↑

493Journaal van Nepveu, 2 en 9 Dec. 1772.↑

494Journaalvan Nepveu, 11 Dec. 1772.↑

495JournaalvanNepveu 27 Dec. 1772.↑

496Notulen van Gouverneur en Raden, 27 Januarij 1773.↑

497Notulen van Gouverneur en Raden,27 Januarij, 31 Januarij en 5 en 9 Febr. 1773. Journaal van Nepveu,27 Januarij en 2, 4, 8 en 9 Febr. 1773.↑

498Journaal van Nepveu,19 Julij 1773. Fourgeoud wenschte zijn volk naar de buitenposten te zenden: “alsoo se aan Paramaribo door Debauches vry meer onbequaam en buyten staat raakten: klaagende dat se genoegsaam alle aan Venus-siekte laboreerenden.”↑

499Notulen van Gouverneur en Raden,1 Maart 1773.↑

500Notulen van Gouverneur en Raden,4 Maart 1773.↑

501Journaal van Nepveu,6 April 1773.↑

502Men vindt in de Notulen van Gouverneur en Raden van 4 Maart 1773 eenedoor de posthouders bij de beide stammen opgemaakte begrooting van het aantal en de sterkte der Saramaccaansche en der Aukaansche bevredigde boschnegers. De eerstgenoemden woonden in 12 dorpen, die 3, 6, 7 en 12 uren van elkander en 12 dagen reizens van Paramaribo verwijderd lagen. Onder hen waren 600 strijdbare mannen. De Aukanersbewoonden12 dorpen en onder hen waren mede ruim 600 weerbare mannen.↑

503Notulen van Gouverneur en Raden,10 April 1773.↑

504Notulen van Gouverneur en Raden,19 en 20 April en 3 Mei 1773, enz.↑

505Notulen van Gouverneur en Raden,4 en 8 Junij 1773.↑

506Notulen van Gouverneur en Raden,28 Mei 1773.↑

507Journaal van Nepveu,8 Junij 1773. Stedman. Reizen naar Surinamen, 1e deel,bladz. 153 en 154.↑

508Notulen van Gouverneur en Raden,15 Junij 1773. Journaal van Nepveu,14 Junij 1773.↑

509Notulen van Gouverneur en Raden,15 Junij 1773. Stedman,1e. deel, bladz. 155 en 56, 304 enz.↑

510Notulen van Gouverneur en Raden,16 Junij 1773.↑

511Journaal van Nepveu,17 Junij 1773.↑

512Notulen van Gouverneur en Raden,18 Junij 1773.↑

513Notulen van Gouverneur en Raden,30 Aug. 1773.↑

514Notulen van Gouverneur en Raden,30 Junij 1772.↑

515Stedman,1stedeel blz. 303.↑

516Notulen van Gouverneur en Raden,16 Sept. 1773.Journaalvan Nepveu,12 Sept., 18 en 30 Oct. 1773.↑

517Notulen van Gouverneur en Raden,6 Nov., 13 Dec. 1773 en 16 Januarij 1774. Journaal van Nepveu,18 en 30 Oct. 1773 en 17 Januarij 1774.↑

518Stedman, reize naarSurinamen, 1e deel,bladz. 249 en 50.↑

519Stedman, reize naarSurinamen, 1e deel,bladz. 250 en 51.↑

520Dergelijke hutten werden van de dikste takken der Manicola-boom gebouwd; met een sabel of bijl vormde men sommigen tot hoekpalen, anderen tot latten of riggels; de bladeren dienden tot dak; de Nebis of het boschtouw om een en ander zamen te hechten.↑

521Gedurig vindt men in het Journaal van Nepveu scherpe aanmerkingen over de dwaasheid van Fourgeoud, “die door in de regentijd in het bosch te gaan, nutteloos menschenlevens verspilt.” Journaal van Nepveu,1 Junij 1775, enz. enz. enz.↑

522Journaal van Nepveu,6 Januarij, 30 Januarij, 1 Februarij, 2 Februarij, 6 Februarij 1775 enz.↑

523Journaal van Nepveu,30 Januarij en 10 Februarij 1775.↑

524Stedman zinspeelt hier op een voorval, dat veel overeenkomst had met dat, hetgeen de afdeeling onder de Luitenant Leppert was overkomen.↑

525DezeMatakys, ook trompetters genaamd, wijl zij even als dat instrument gedraaid zijn, verheffen zich uit den grond tot eene onmetelijke lengte, en zoo digt in elkander, dat geen hond er door kruipen kan, en bij het overstappen of overspringen verwart men er gedurig met den voet in.↑

526Fourgeoud had in het eerst weinig met dit vrijkorps op, doch erkende later het groote nut, dat zij in de boschtogten bewezen. Stedman acht een Negersoldaat in de bosschen van Guiana meer waard dan zes Europeanen.↑

527De namen van de dorpen der Marrons waren: Boucou (tot stof vervallen), Gado Saby (God alleen kent my), Corsary (kom zoo gij durft), Tessy sy (Ruik er aan), Mely my (Ontrust mij), Boussy cray (De bosschen schrijen), Me Salasy (Ik zal genomen worden), Kebry my (Verberg mij); behalve deze zinrijke namen waren er ook van de ligging enz. afgeleid, als: Quammy Condre, naar den naam van een opperhoofd Quammy, Pynenburg, naar de Pyn of Latanus-boomen, die dit dorp van voren omringden, Caro Condre, van de menigte korenvelden, Reizy Condre, van de menigte daarbij gelegen rijstvelden enz.↑

528Stedman, reizen naar Suriname, 3e deel,bladz. 1–51.↑

529Notulen van Gouverneur en Raden,21 Dec. 1775, 26 Februarij, 8 Maart, 19 Aug., 27 Aug. 1776 enz.↑

530Notulen van Gouverneur en Raden,28Oct. 1776 enz.↑

531Journaal van Nepveu,26 Julij 1776. Nepveu voegt na deze mededeeling er het volgende bij:

“Zij moesten hoezee roepen, maar hadden er niet veel lust in. Door een soopje envooralook met de stok werden sommigen hiertoe gebragt. Volgens naauwkeurige berekening is het corps staaten troepen 366 hoofden, alle medegerekent: 80 man zijn ziek en 100 man zijn afgekeurt, die teruggezonden zullen worden, zoodat er omstreeks 200 man overblijven; welk getal van weynig influenzie kan weesen, daar men, om een goede coup te doen, het beste volk dersociëteits-troupenhiermede moet vereenigen, terwijl door die vrugtelooze tochten in de bosschen geen volk genoeg tot dekking der plantaadjes overblijft en alzoo het langer verblijf der staaten-troepen meerna- alsvoordeel geeft.↑

532Journaal van Nepveu,6 December 1776. Notulen van Gouverneur en Raden,16 Dec. 1775.↑

533Notulen van Gouverneur en Raden,7 Dec. 1772.↑

534Notulen van Gouverneur en Raden,5 Mei 1777. Zie verder Notulen,23 Dec. 1776, 13 en 31 Januarij, 4 Februarij en 9 Mei 1776 enz.↑

535Notulen van Gouverneur en Raden,9 Mei1777.↑

536Notulen van Gouverneur en Raden,4 Februarij 1777.↑

537Journaal van Nepveu,1 April 1777. Slechts een gedeelte,niet het geheele aantal der troepen, zooals Sypensteyn abusivelijkop bladz. 40vermeldt—waren scheep gegaan. Fourgeoud ook bleef tot April 1778 in de kolonie.↑

538Journaal van Nepveu,16 en 18 Julij, 13 Aug. 1777 enz.↑

539Notulen van Gouverneur en Raden,24 Julij, 6 Aug. en 18 Aug. 1777 enz.↑

540Notulen van Gouverneur en Raden,26 Julij 1777.↑

541Notulen van Gouverneur en Raden,18 Februarij 1778.↑

542Notulen van Gouverneur en Raden, van 1 Januarij 1778.↑

543Stedman, reize naar Suriname, 4e deel, bladz. 47.↑

544Journaal van Nepveu, 1 April 1778. Notulen van Gouverneur en Raden, 4 April 1779.↑

545Fourgeoud overleed kort na zijne terugkomst in Holland, en werd met alle krijgseer in den Haag begraven.↑

546Notulen van Gouverneur en Raden,2 December 1777.↑

547Notulen van Gouverneur en Raden, 2 December 1777.↑

548Notulen van Gouverneur en Raden, 2 December 1777.↑

549Notulen van Gouverneur en Raden, 8 December 1777.↑

550Notulen van Gouverneur en Raden, 9 Febr. 1778.↑

551Journaal van Nepveu, 4 Junij 1778.↑

552Journaal van Nepveu, 17 April en 28 Septemb. 1779, enz.↑

553Journaal van Nepveu, 13 Junij 1778.↑

554Journaal van Nepveu, 17 Junij 1778.↑

555Journaal van Nepveu, 4 Junij, 21 Julij, 14 Octob., 27 Decemb. 1778, enz.↑

556Notulen van Gouverneur en Raden, 27Februarij1779.↑

557Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 41.↑

558Notulen van Gouverneur en Raden, 28 Febr. 1779. Journaal van Texier,28 Febr. 1779.↑

559Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 41.↑

560Notulen van Gouverneur en Raden, 12 Nov. 1779. Journaal van Texier, 12 Nov. 1779.↑

561Journaal van Texier, 19 Junij, 23 Julij, 31 Augustus, 25 October, 10 November 1779, enz., enz., enz.↑

562Notulen van Gouverneur en Raden, 27 December 1779.↑

563Journaal van Texier, 12 October, 31 October, 24 December 1779, enz.↑

564Journaal van Texier, 31 October 1779.↑

565Journaal van Texier, 18 Januarij 1780.↑

566Journaal van Texier, 6 Januarij 1781.↑

567Journaal van Texier, 15 Maart 1781.↑

568Journaal van Texier, 2 September 1779.↑

569Journaal van Texier, 3 September 1779.↑

570Journaal van Texier, 23 October 1779.↑

571Journaal van Texier, 3 September 1779.↑

572Journaal van Texier, 25 Junij en 5 Julij 1779.↑

573Journaal van Texier, 22 en 29 Maart, 11 Julij 1779, 6 Febr., 10 Maart 1780, enz., enz.↑

574Journaal van Texier, 7 December 1779.↑


Back to IndexNext