De Brief welke hy aan de Heer le Sage mede gaf, behelsde zyn gelukkigeaankomst in Holland, en voor al het goede aan hem en de zyne bewezen, zond hy aan zyn Ed. tot dankbetuiging, het nevensgaande present, en verzogt, dat hy hem met een Lettertje wilde vereeren; om eenige kondschap van hem te verkrygen, en besloot met een wensch van des Hemels Zegen over zyn Ed. Persoon, en de geheele Volkplanting.De Heer N.... hier mede bezig zynde, nam Thomas deeze geleegentheid waar, om een brief aan de Heer le Sage te schryven; dezelve was van dezen inhoud.Aan de Heer le Sage; myn waarde weldoender en Vriend.“Indien de menschen zig doorgaans schuldig maken aan ondankbaarheid; met de weldaden die zy van iemand, waar van zy verwydert zyn, ontfangen hebben, uit haar geheugen te bannen, zoude ik my zelven indien ik deeze gelegentheid voorby liet gaan, schuldig maken. Weet dan myn Heer dat u goetheden aan my bewezen, nog niet vergeten zyn en uwe weldaden zoo lang in myn gedagten zullen blyven als ’er adem in my is. Mogt ik het geluk hebben van uw mondelijk daar nogmaals voor te bedanken, watzou my dit een genoegen geven! Maar dewyl den Hemel dit niet toelaat en wy van een zyn, zoo kan ik het niet anders als schriftelyk doen. Neemt dan de wil voor de daad, en verbeeld u een Persoon die met u zedelessen bezwangert, dezelve hier heel wel nodig heeft, om zig daar mede te wapenen, tegen zoo veel aanvallen en verleidingen waar mede zyn gemoed in dit land bestormt word. Een land zeg ik waar in men zoo weinig waare vroome en eerlijke lieden vind, dat zoo my uwe waarschouwingen en vermaaningen niet te hulp kwamen, ik groot gevaar zoude loopen van in myn oude twyfelary te vallen, alles word hier aan de baatzugt en aan het gewin opgeoffert; zelfs die geenen die de naam van vroom voeren, ontzien niet zig daar aan te vergrypen: denkt dan eens hoe het met andere gestelt is, die zig weinig met zulk een naam bekreunen. Dit doet my geduurig om u Eiland denken, waar in de menschen sober levende en even ryk zynde, die baatzugt geen plaats heeft, en waar in de ware trouw en liefde na de regelen des Geloofs die zy belyden, geoeffent word.“Gelukkig Eiland daar men geen twee Heeren te gelyk dient, te weten God en het Geld; maar daar men met zyn lot te vreeden, de goederen gebruikt zoo als het behoort, zonder daar zyn hart aan te hangen en daar men stervende van afscheid, zonder zig zelven daar over te bedroeven! Gelukkig Eiland daar men van al die slimme vonden niet weet, om malkanderen te bederven, die men wel op andere plaatzen gewaar word, en waar door men groot gevaar loopt zyn ziel te verliezen! Maar ik zoude om het Eiland denkende u wel vergeten, myn Heer, ik bedanke uw nogmaals voor het goede aan my gedaan en smeeke den Hemel dat hy het u wil vergelden, dat hy u in uwen hogen ouderdom met zyn kragt wil ondersteunen, en u hier namaals eens deelgenoot wil maken van een beter leven als dit is; ’T welk van harten wenschtUwen Onderdanige en Dankschuldige DienaarTHOMAS.”Deeze Brief geschreeven en verzegelt hebbende, gaf hy die aan de Heer N.... die haar in de zyne sloot en aan zyn Vriend ter hand stelde, om aan de Heer le Sage over te geven. Het Schip vertrok en de Heer N.... kreeg geen tyding voor dat een half jaar verstreken was. Zyn Vriend zond de Brieven wederom, en schreef ’er by; dat zy op die hoogte gekomen zynde, waar het Eiland moest leggen, wel een zware nevel gezien hadden; dat zy ’er zig ook in begeven hadden; maar dat de Schipper niet durvende zig langer daar in betrouwen, het Schip had laten wenden en zig daar uit begeven had; dat zy gezond en wel te Suriname aangekomen waren, en dat hy de goederen verkopen zoude en hem andere in de plaats zenden.Dit smerte de Heer N.... geweldig en Thomas was ’er zeer over aangedaan; dewijl zy daar door alle hoop verloren, van ooit tyding van het Eiland en van de Heer le Sage te vernemen; want zyn Vriend had ook nog by het geene gezegt is geschreven, dat hy hem rade geen moeite daar omtrent meer te doen; alzoo ’er niemand zoude wezen, die het zou willen te werk stellenen een Land zoude zoeken aan te doen; daar het zoo gevaarlijk was om by te komen. Dit deed hem ’er dan voor altoos van afzien.In al dien tusschen tyd viel ’er niets aanmerkelijks voor met Thomas; als dat hy meer diergelyke gevalletjes van bedrog, zoo als wy ’er reeds twee gemeld hebben, ondervonden had; ’t welk hem nog meer in zyn gevoele versterkte, dat ’er weinig eerlijke en deugtzame lieden waren. Onder anderen was hem ’er een ontmoet, ’t geen nog wel verdient aangetekent te worden.De Heer N.... had een huis te Amsterdam gehuurd; hy hield Thomas meer voor gezelschap en voor zyn Vriend, als wel voor zyn Dienaar by zig; en gaf hem derhalven de vryheid om te gaan waar hy wilde. Thomas had daar door Verscheide kennissen gekreegen, die hy wel eens ging bezoeken. Hy eens op een avond aan het huis van dezelve wezende, en daar wat laat blyvende, begaf zig om half twaalf na huis.Onderweg ontmoete hem twee Vrouwlieden, die hem vroegen of hy met haar lieden meede wilde gaan om zyn vermaak met haar te nemen. Thomas die geen lust tot diergelijke spelletjeshad, zeide, dat hy daar niet toe genegen was en dat zy hem daarom met vrede zoude laten gaan; maar in plaats dat haar dit zoude weerhouden, deeden zy hem aan en hielden hem staande, zeggende dat zy hem niet los zoude laten of hy zoude met haar mede gaan. Thomas had een goede rotting by zig en wilde haar daarmede van het lyf weeren; maar in plaats dat zy daar door zoude zyn verschrikt geworden, begosten zy een leven te maaken en om hulp te schreeuwen; als of ’er iemand was geweest die haar eenig leed wilde doen.De Ratelwagt quam op dit geschreeuw terstont toeschieten; die de Vrouwlieden daar op die wyze met Thomas bezig vindende, deeze tegen haar zeide, dat hy haarlieden gewelt wilde doen, zy vielen hem ten eersten op het lyf, pakte hem aan, en zeiden; dat hy zig aan haar over moest geven of dat zy anders gewelt zouden gebruiken. Wat zoude Thomas doen? Zig te verweeren was voor hem niet raatzaam, ook waren zy gewapent en met haar beiden. Die deed hem de zagtste weg verkiezen en haar verzoeken dat zy hem zyn weg zouden laten vervolgen; want dat hy in het geheel niet van zin geweest wasdieVrouwliedeneenig kwaat te doen: maar dat zy hem in tegendeel aangedaan hadden. Dit mogt niet helpen: zy namen hem tusschen beide in en sleepte hem tegens zyn wil en dank mede: terwyl de Vrouwlieden het hazepad kozen.Thomas was in de grootste vrees des werelts; dewyl hy niet wist wat een uiteinde dit spel zoude nemen: hy borst daarom in dier benaauwtheid al gaande in deze droevige klagten uit: ô gelukkig Eiland! Was ik heden in u; zoo zoude my dit kwaad niet overkomen en ik zoude bevryd zyn van een overlast daar ik my thans in bevinde. Gelukkig Eiland! Daar het bederf en de zeden van een ander, de onschuldige niet in verwert en de goede voor de kwade niet behoeven te lyden.De Ratelwagts hem zoo over dit Eiland hoorende roepen, vroegen hem wat of hy daar mede meende en wat dat voor een Eiland was; wy zyn hier in Amsterdam zeide zy, wat hebben wy met de Eilanden te doen? Maar vervolgden zy wyder, wy zien dat gy zoo bevreest zyt; hebt gy ook geld by u? Om wat reden vraagt gy dat? zeide Thomas. Om als gy ons van het zelve wat wiltgeven, wy u los zullen laten. Hoe veel moet gy wel hebben? vroeg Thomas. Als gy een Ducaat wilt geeven, zullen wy u laten gaan antwoorde zy. Thomas een klein Goudbeursje, ’t geen hy by zig had, uit den zak halende, nam daar een Ducaat uit en gaf ze haar. Zy lieten hem daar op heen gaan, terwyl hy haar hoorde zeggen, dat zoo zy geweten hadden dat hy zoo veel Geld by zig gehad had, hy daar zoo gemakkelijk niet zoude afgekomen zyn.Thomas was verblyd dat hy vry was, en daar zoo goetkoop was afgekomen, en spoede zig zoo haastig als hy konde om t’huis te zyn. Als hy daar gekomen was, was de Heer N.... nog niet te bed gegaan en vond dat die met ongelegentheid hem zat te wagten. Hoe blyft gy zoo lang uit Thomas,vroeg hy hem, waar zyt gy zoo lang geweest? of is u iets ontmoet dat u zoo lang opgehouden heeft? Want ik ben zulks van u niet gewent.Al weder een staaltje van de Eerlijkheid en het goed gedrag dat men hier ontmoet; antwoorde Thomas, en daar op de HeerN....verhalende ’t geen hem ontmoet was; verwonderde die zig zeer.Gy zyt daar gelukkig afgekomen zeide de Heer N.... gy zoud ’er door in hegtenis hebben kunnen raken, en dan zoud gy ’er mogelijk zonder klederen te scheuren niet zyn afgekomen; want wie zou hebben kunnen getuigen of gy onschuldig was of niet? Als het daar al op aangekomen was zeide Thomas, zou myn goed geweten wel voor my gepleit hebben, waar door ik my vrymoedig by den Rechter zou hebben kunnen verantwoorden. Ja maar die vrymoedigheid voldoet by den Rechter niet; zeide de Heer N.... daar moeten goede bewyzen en getuigen zyn, of het zoude weinig baten; want de grootste schurk heeft dikwils de grootste vrypostigheid; daar een eerlijk man al is hy onschuldig, zulks niet heeft. Dan is zoo een onschuldige wel te beklagen hervatte Thomas, die in diergelyke omstandigheden is als ik ben geweest. Dit is zoo zeide de Heer N.... en ik rade u daarom voorzigtiger te weezen en vroeger t’ huis te komen. ô Gelukkig Eiland! Riep Thomas uit; daar men des nachts zoo veilig is als by den dag, en daar men in geen omstandigheden word ingewikkeld, die zoo gevaarlijk in haar gevolgen zyn.Daar op ging de Heer N.... en Thomas zig ter rust te begeven.Hy had die nagt het zeer ongerust: zodanig lag hem dit geval nog in zyn hoofd te malen. Wat zekerheid kan men hier hebben zeide hy in zig zelven om gerust te leven, na dien men zelfs bloot staat van misdaden betigt, en daar om gestraft te worden, daar men nooyt om gedagt heeft. Ach! Zeide hy; waar staat een mensch niet al voor bloot en wat heeft hy dog in zyn leven te wagten? Dewyl het goed en kwaad zodanigonder malkanderenvermengt is. Dus mymerende viel hy eindelyk in slaap dog in plaats van hem te verkwikken, maakte die hem eer nog ongeruster.Hy droomde dat hy overstraat gaande, twee vegtende persoonenontmoete, die malkanderen met groote messen te keer gingen. Hy verbeelde zig ’er in aller haast na toe te spoeden om dezelve te schyden; maar wanneer hy daar digt by was gekomen, scheen een van de twee een steek te krygen die doodelyk was: waar op den anderen het mes latende vallen, de vlugt nam. Hy verbeelde zig daar op na den gekwetsten toe te schieten, om hem in zyn armente ondersteunen, die daar in den geest gaf, juist als daar eenige lieden die op zyn kermen uit haar huisen kwamen lopen, hem in die toestand vonden; in de armen van Thomas den geest gevende.Thomas verbeelde zig dat zy hem voor den dader van het feit aanziende, hem voor een moordenaar uitscholden dat hy zyn onschuld te kennen gaf en terwyl hy hier mede bezig was, kwamen de dienaren van het geregt aan en bragte hem in hegtenis.Hy droomde vervolgens dat hy voor den Regter moest verschynen, daar hy zyn onschuld aan te kennen gaf; maar dat hy geen bewyzen by kunnende brengen van zyn onschult, op de getuigenissen die de luiden van hem gaven, van den zelven veroordeelt wierd om onthoofd te worden. Hy verbeelde zig na dat hy eerst eenige Jammerklagten uitgeboezemd had, op een schavot te verschynen; maar hy wierd op het ogenblik wakker van schrik, als hy zig verbeelde dat de scherpregter toe zoude slaan. Hy sprong zelfs van schrik overeinde, en kon in langen tyd zig niet tot bedaren brengen; tot dat den dag aankomende, hy opstond om zig door het leezen in een goed boek eenwynig te veranderen; dewyl de Heer N.... nog geen een van het huisgezin was opgestaan.Het eerste dat hy by de hand vond, was een bybel dewelke hy opslaande, de Prediker van salomon in het oog kreeg, en dewyl dit een boek is t’ welk de ydelheden van den Mensch, zyn handelen wandel op een levendige wyze voorsteld; zoo kon hy ditop zigzelven zeer wel toepassen, wegens het geval dat hy des nagts gehad had, en de droom die daar op gevolgt was. Het vyftiende vers van het zevende hoofdstuk gaf voornamelijk een groote indruk op zyn gemoed, als hy las “Dit al hebbe ik gezien in de dagen myner ydelheyd: daar is een rechtvaerdige, die in zyne gerechtigheyt omme komt: daar en tegen is ’er een godloze die in zyne boosheit (zyne dagen) verlengt.”Ach! Riep hy uit; hier leer ik uit dat zelfs de Deugd niet vry is van vervolgingen en dat de godloosheid in tegendeel ongestraft blyft.Onder het lezen was de HeerN....en zyn huisgezin opgestaan. Hy ging dezelve goede morgen zeggen: maar deeze vond zyn weezen zodanig betrokken en onsteld dat hy wel kon merkenwat ’er in zyn hart omging.Hoe ziet gy ’er zoo uit Thomas zyde hy; zyt gy niet wel, of heeft de schrik van de voornagt u nog bevangen? Daar op verhaalde Thomas hem de ongeruste nagt, die hy gehad had, en zyne droom, dat hy was opgestaan en de prediker opslaande eenige spreuken daar in had gevonden, die hem zeer aangedaan hadden. Onder andere bragt hy het zoo evengemelde vers by, ’t geen hem het meest getroffen had.Wat wil dit nu alles zeggen? vroeg hem de Heer N.... Thomas antwoorde; dat dit zoo zynde, men in het geheel nergens meer staat op kan maken; dewyl Deugd en ondeugd even gelijk bloot staan voor goed en kwaad. Wel is u dan de wyze onderrigting van de Heer le Sage zoo vergeeten? Vroeg hem de HeerN....dat men hier op deze weereld op de uitkomsten der menschelijke verrigtingen niet moest zien; maar dat men een ander en beter leven te verwagten had, waar Deugd en ondeugd op een regtmatige wyze zullen beloond en gestraft worden. Salomon, vervolgde hy wyders, zegt immers zelfs op het einde van zyn Prediker, “van alles dat gehoord is, is het einde vande zaak; Vreest God, ende houd zyne geboden; want dit (betaamt) alle menschen. Want God zal ieder werk in het Gerigte brengen, met al dat verborgen is, ’t zy goed, of ’t zy kwaad,” wat wil hy hier anders mede te kennen geeven als dit: Stoor u niet aan de verborge wegen die God in zyn voorzienigheid in dit leven houd: het moet u in tegendeel aanleiding geeven, om aan een ander als dit is te geloven; want God kan dog niet anders als een God van order wezen. ’T is derhalven billijk dat men hem vreest en ontziet, dewyl hy te zyner tyd een iegelijk; na het gene hy verdient heeft, vergelden zal.Hier mede Thomas een weinig tevreden gestelt hebbende, gingen de Heer N.... en hy te samen ontbyten. Maar de liefde die tot nog toe dit huisgezin met vrede had gelaten, kost eindelijk niet nalaten het zelve een weinig te verstooren, en hy daar toe bekwame voorwerpen vindende om zyn rol te speelen, stelde hy het dus te werk.De Dogter van de Heer N.... die Agnes genaamt was, had al voor eenige tyd de ouderdom bereikt, dat de Liefde bekwaam was haar hart in te nemen;zy was al negentien jaren; Maar eer wy iets verder van haar melden, zullen wy eerst haar gedaante en hoedanigheden beschryven.Zy was middelmatig van postuur, blank van vel, een weinig aan de geele kant, door dien zy onder een warm Climaat geboren was: had levendige blaauwe oogen, een gelaat dat zeer regelmatig was, blond hair en was tanger van lighaam, behalven een minnelijke goedaardigheid en openhartigheid, bezat zy ook een goed oordeel, een levendigheid van geest; maar het geen wel het voornaamste was, een liefde tot de Deugd en tot het eerlijke.Al deze schoone hoedanigheden, gevoegt by een lichaam ’t welk fraai was, waren wel waardig bemind te worden; maar dewijl ’er geen zyn geweest die de zelve gewaar wierden, was zy tot nog toe zonder aanzoek gebleven, en het scheen dat de liefde haar hart zelfs eerst vermeesteren wilde, eer dat hy dat van een ander over haar beminnelijkheden innam.Zy had al overlang de goede hoedanigheden, die Thomas bezat in aanmerking genomen; maar her was tot nog toe niets meer als een bloote beschouwinggeweest die haare agting voor hem ingeboezemt had: thans wilde haar noodlot het anders en veranderde dezelve in een liefde, die om haare byzonderheid veelen wonderlijk voor zal komen; maar die nogtans wegens haar oorzaak zeer regtschapen was; dewyl haar beider harten met liefde tot de Deugd bezield wezende, niet anders als overeenstemmende gevoelens kost veroorzaken.Haar Liefde was van een andere natuur als dezelve gemeenlijk is, die maar op de uiterlijke schoonheid en gestalte der voorwerpen ziet; de haare was verhevener en betragte meer de schoonheid en hoedanigheid der Ziel, waar meede haar gelieft voorwerp bezield was.De zwartheid van Thomas belette niet, dat hy van Mejuffrouw Agnes bemind wierd; Maar op wat voor een wyze hem dit bekent gemaakt? Dit was voor haar een groote zwarigheid en scheen tegen de eerbaarheid van een Jonge Dogter te stryden: wat weg dan te verkiezen om tot haar oogmerk te komen? Hier mede zig eenige tyd ophoudende om te denken, vorderde zy daar weinig mede. De wonde die zy overal met haar omvoerde, diende genezen te worden! De Liefde eindelijkop de maagdelijke schaamte ’t winnende, besloot zy hem haar hart te openbaren en hem haar genegentheid bekent te maken.Zy nam de gelegentheid waar als hy alleen by haar was. Zy maakte in den beginne eerst een onverschillig praatje met hem, daar na op het stuk van liefde met hem vallende, vroeg zy hem hoe dat het kwam dat hy niet en trouwde. Ik Mejuffrouw! zeide Thomas, wie zou my dog willen hebben? Het was goed als hier eenige Negerinnen waren, daar mogt ’er nog een onder wezen die my tot haar man nam; maar geen blanke zal my daar toe nemen. Hoe weet gy dat zeide Agnes, dewijl gy het nog nooit iemand gevraagt hebt; maar zoo het u eens voorkwam dat de een of andere Jonge dogter liefde voor u had, en het u te kennen gaf zoud gy dezelve dan wel afslaan? Het kost ’er na wezen antwoorde Thomas: maar ik geloof niet dat my dit ligt gebeuren zal. Wel als ik dan eens zyde dat ik u beminde, hoe zoud gy u daar in houden vroeg Agnes. Ik zoude denken dat gy met my spotte, antwoorde Thomas; want ik ben veel te onwaardig om van u bemind te worden. Daar op Agnes hem met eenaangezigt ’t welk rood was van schaamte en een bevende stem, die haar vreeze te kennen gaf, aanspreekende, deed zy het op de volgende wyze.Hoor Thomas zeide zy alhoewel het my weinig voegd een Manspersoon zelfs aan te spreeken; zoo weet ik dog dat gy al te bescheiden zyt om ’er u roem op te dragen, of my daarom te verdenken. Myn Liefde is gegrond op de reden en op deugd, en daarom schaam ik my niet dezelve te openbaren, aan u die ’er het voorwerp van zyt. Uwe hoedanigheden zyn my bekent. Dewyl ik daar veel genoegen in neem, is het dat gy myn hart gewonnen hebt; verwerp dan die Liefde niet die ik voor dezelve heb; en maak my en u gelukkig met u daar aan over te geven. Ik geeve u eenige tyd tot bedenking, en verwagt eerlang een voldoenend antwoort van u; Daar op uit schaamte heenen gaande zonder na antwoort te wagten, liet zy Thomas in de grootste verwondering des werelts alleen.Thomas met aandagt toegeluistert hebbende toen zy hem haar Liefde had verklaart, was ’er zodanig door verrukt, dat hy een wyl tyds als van zinnen berooft was; wie zoude ooit gedagt hebbendat my zulks zoude te vooren komen, ik my bemind van Juffrouw Agnes! Een Maagd zonder weerga, en die al de hoedanigheden bezit die een braave Juffer passen, daar by een eenige Dogter van Ouders die ryk zyn; ik kan het bezwaarlijk gelooven. Maar myn ooren hebben het zelfs gehoort, en myn oogen de ontroering in haar wezen gezien, die ’er in haar hart omging! maar wat gedaan in zulk een omstandigheid? Myn hart zou haar wel willen believen; maar de achting en eerbied die ik voor haar ouders schuldig ben, weerhouden my. Wat dan gedaan zeg ik nog eens. Het best is my by haar Vader te vervoegen, en hem de zaak te openbaren; vind hy het goed, danis hetmeer als al te wel, en vind hy het kwalyk, dan is het beter dat ik my na zyn zin schik, als een man te bedroeven daar ik zoo veel aan verpligt ben.Met deeze gedagten begaf hy zig by de Heer N.... en als hy gelegentheid gekreegen had om hem alleen te spreeken, sprak hy hem aldus aan. Myn Heer zeide hy, ik moet u iets bekend maken, daar gy u ten hoogsten over zult verwonderen; maar ik bid u verleenmy een weinig uw aandagt, want gy zyt zoo naauw in de omstandigheid der zaak betrokken, dat gy het ten hoogste nodig zult hebben.Wat is het dan Thomas, vroeg de Heer N.... ik ben nieuwsgierig het zelve te weeten, gy kunt ten vollen van myn inschikkelykheid verzekert zyn. Myn Heer zeide hy, u Dogter is op een Persoon verlieft, die het gantsch niet waardig is, en dit kom ik u openbaren, op dat zoo het niet na u genoegen mogt weezen, gy het by tyds beletten kunt. Myn Dogter verlieft op een onwaardig Persoon! Dat kan ik niet gelooven, zeide de Heer N.... En wie is die Persoon vervolgde hy wyder, kent gy hem ook? Zoo goed als my zelve, antwoorde Thomas. Zoo goed als u zelve, hervatte de Heer N....; maar laat my dog niet langer in verwerring beduid hem my zoo gy wilt.Myn Heer zeide Thomas, ik ben die onwaardige Persoon, zy heeft het my zelve te kennen gegeeven en my daar over in de grootste verwondering gelaten. Niet wetende hoe my ’t best hier in te gedragen, heb ik gedagt het u bekent te maken; op dat ik daar door my zelve kwytende van het geen ik aanu verpligt ben; gy u besluit daar over zoud kunnen nemen, en my zeggen of het met of tegen u zin is; want ik wilde liever van al de voordeelen des Werelds afzien als u te mishagen.Gy doet als een braaf man behoort te doen, zeide de Heer N.... maar dewijl dit een zaak is die zeer teder is, zoo wort ’er wel eenige tyd vereischt om my daar over te beraden.De Heer N.... verhaalde de zaak aan zyn Vrouw om zig met dezelve daar over te beraden; deeze vond de zaak zoo zonderling dat zy niet weiniger daar over verwondert was als haar man.Zy namen in den beginne daar geen al te groote genoegen in. ’T is waar zy waren van de Deugden en goede hoedanigheden van Thomas wel overtuigt; maar het dagt haarlieden niet wel te voegen, dat een Neger met een blanke Dogter trouwen zoude: daar by geen middelen bezittende, hadden zy liever een Persoon voor haar Dogter gehad, die wat meerder daar mede gezegend was.Na lang beraadslaagt te hebben wat zy het best in dit geval zouden doen; besloten zy haar Dogter daar over tespreken, om te zien of zy de genegentheid die zy voor Thomas opgevat had, niet uit haar hooft zouden kunnen praten.Ondertusschen viel ’er nog iets voor, ’t welk zeer veel schade aan de Liefde die Mejuffrouw Agnes voor Thomas opgevat had, zoude kunnen veroorzaakt hebben.Ziet hier wat van de zaak was.Daar liet zig een Jong Heer by myn Heer en Mevrouw N.... aanmelden, met verzoek om dezelve te spreeken; vermits hy een zaak van belang te zeggen had. Dit wierd hem ten eersten toegestaan, te meer wyl het een goed Vriend en kennis van de Heer N.... en zyn Familie was. Hy was een Jongman van goede huize, van tydelijkemiddelen rykelijk gezegent; dewyl zyn Ouderen gestorven zynde, hem als eenigste Erfgenaam van aanzienlijke goederen nagelaten hadden. Hy was deugtzaam van levensgedrag en fraai van gestalte.Deeze Jonge Heer dan gehoor by myn Heer en Mevrouw N.... gekregen hebbende, verzogt de vryheid te mogen hebben, van over haar Dogter te verkeeren; vermits hy genegentheidvoor haar gekreegen had. Zy bedankte hem voor de eer die hy haar aandeed, en sloegen het geensins af; maar verzogten eenige tyd om zig daar over te beraden. Hy was hier mede te vreeden en na nog over eenige onverschillige zaken gesproken te hebben, nam hy van haar afscheid.Dit geval gaf nog meer aandrang voor Myn Heer en Mevrouw N.... om haar Dogter aan te spreeken. Zy lieten dezelve by haar komen, en gaven haar eerst het zoo evengemelde te kennen, zonder van Thomas te spreeken, en droegen dezelve zoo voordeelig aan haar voor, dat zy wel merken konde dat haar Ouders zeer met hem waren ingenomen. Dit trof haar zoo geweldig en ontroerde haar; dat zy in plaats van te antwoorden, op zyde van haar Stoel neerzeeg, en als een witte doek verbleekte. Dit deed haar Ouders toeschieten, terwijl Mevrouw N.... haar een welriekend Watertje onder de neus hield, om van haar flauwte te doen bykomen. Wat is het myn kind zeiden zy, (toen zy een weinig by gekomen was) tegen haar, dat gy u op dusdanig een wyze ontroert? Spreekt vryelijk uit; want wy zoeken u niet in u genegentheitte dwingen, en indien gy geen zin in de Persoon hebt die wy u voordragen, zoo hebt gy het maar te zeggen.Myn Waarde Ouders, zeide Agnes al zugtende, met een flaauwe stem, weet dat ik niet meer meester van my zelven ben, en dat ik reets myn hart aan een ander geschonken heb, daar ik meede hoop te leven en te sterven, als gy het gelieft toe te staan; en zoo niet, heb ik voorgenomen my nooit in den echten staat te begeeven, met wien het ook zoude mogen wezen. Wie is dan die geen daar gy u hart aan hebt geschonken, vroeg Myn Heer en Mevrouw N.... als zig houdende of zy ’er niets van wisten: het is Thomas antwoorde Agnes, die ik om zyn Deugden bemin. Ik wil een man hebben die liefde voor de waarheid en Deugd heeft, daar by eenvoudig en opregt, en dit alles heb ik in Thomas gevonden. Van zoo een man die zulke goede hoedanigheden bezit, kan ik liefde en trouw verwagten, heel anders als van sommigen, die haar meeste bequaamheid bestaat in veinzery en arglistigheid, en daar door de menschen meede weten in te nemen; zoo lang, tot dat zy dezelve in haar magt hebben: als dan openbaren zy haar bozenaart eerst regt, en die geenen die zig aan haar hebben overgegeven, worden gewaar op wien zy zig betrouwt hebben.Agnes! zeide de Heer N.... u verkiezing voor zoo ver gy op Deugd en eerlykheid ziet, is goed en pryselijk: maar dat dezelve op een Persoon als Thomas gevallen is, dit komt my wat zonderling voor. Een Neger van een blanke Juffer bemind! Wie zou dit kunnen geloven? Thomas is daar by een Persoon die behoeftig is; het geen hy bezit, heeft hy van my, en ik heb hem van de slaverny vry gemaakt: gy in tegendeel zyt een Juffrouw van fatzoen en van middelen, of ten minsten hebt gy dezelve na ons Dood te wagten; zoo dat alles wel ingezien zynde, een groote ongelijkheid tusschen u beide plaats heeft. Ik zoude u daarom raden die gedagten uit u hooft te zetten, en dat gy liever een ander met u min begunstigde, die beter met u staat overeen komt en een blanke is, gelyk gy.Wat zyn zwartheid aangaat Vader, zeide Agnes; ik bemin hem niet om zyn couleur; maar om zyn Deugd, en wat zyn behoeftigheid betreft; het zelve schrikt my gantsch niet af hem liefte hebben: Die deugtzaam is, is ryk; hier kunnen geen schatten van het Oosten tegen ophalen: daar by zyt gy van tydelijke middelen zoo gezegent, dat gy wel in staat zyt, om ons het nodige te verschaffen; en wat wil men meer begeeren? ’t Is beter een weinig met genoegen te bezitten, als veel, met ongenoegen, en daarom mijn waarde Ouders ik smeke u staat het my toe.Myn Heer en Mevrouw N.... zagen wel dat ’er geen verandering van zin in Agnes te krygen was, de goede hoedanigheden die Thomas bezat, waren haar wel bekent; maar om reden hier boven verhaald, maakten zy veel zwarigheid, om haar toestemming daar in te geven. Eindelijk de liefde voor haar Dogter de overhand op de zwarigheden die zy over haar verkiezing hadden krygende, zeide zy tegen haar. Waarde Dogter gy zyt het eenigste pand van onze liefde, wy zoeken daarom het beste tot uwe behoudenis, en al wat u tot een waar genoegen verstrekken kan. Dewijl wy nu zien dat gy niet te verzetten zyt; zoo willen wy u de vryheid laten in een keuze waar het geluk of ongeluk van u gansche leven in vervolg van tyd van afhangt: maar bemind Thomas u wel weder, of hebt gy ooit eenigeblijken van liefde in hem tot u kunnen bespeuren?Doe verhaalde Mejuffrouw Agnes aan haar Vader en Moeder, hoe zy zelfs haar liefde aan Thomas geopenbaart, en hem eenige tyd tot bedenking daar op gegeven had. Wy zullen op staande voet zien wat hy daar op zal zeggen zeide de Heer N...., en daar op Thomas hebbende doen roepen, quam dezelve in het vertrek daar Myn Heer en Mevrouw N.... met haar Dogter waren. Wel Thomas zeide daar op de Heer N.... hebt gy u nu al eens bedagt over het geen myn Dogter aan u voorgeslagen heeft? Thomas ontroerde zig over deze vraag, en vroeg wat hy daar mede meende. Hoor zeide de Heer N.... dewijl het my ten vollen bekend is de liefde die myn Dogter voor u heeft; zoo is myn begeerte dat gy u daar over ten eersten verklaart, of gy myn Schoonzoon zoud willen worden, en die liefde die myn Dogter voor u heeft, met een gelijke liefde zoud willen beantwoorden. Wat zegt gy hier op spreek......Myn Heer zeide Thomas daar op tegens de Heer N.... ik zoude het ondankbaarste schepzel wezen, dat ’er in de gansche wereld was; indien ik een aanbieding afsloeg die mij de gelukkigste van alle stervelingenkan maken. Na eerst zoo veel goedheden van u ontfangen te hebben, die ik met duyzend levens niet kan betalen, doet gy my nog de eer, om my te vragen of ik u Schoonzoon zou willen weezen, daar duizenden van vry wat meer verdiensten als ik wel na zouden tragten.Hier op zig voor de voeten van Mejuffrouw Agnes werpende, zeide hy Mijn Waarde Agnes, die u jonge en teder hart aan my opgedragen heeft, en my daar door de gelukkigste mensch maakt die ’er op de weereld is, ik neem u aanbieding aan, ontfangt daar op mijn hart en hand, tot pand voor mijn gegeven woord, en zyt verzekert, dat zoo lang als ’er adem in my zal zyn, ik u getrouwe man zal wezen.Mejuffrouw Agnes regte hem doe op, waar op zy malkanderen omhelsden. Vervolgens verrigte hy het zelve met Myn Heer en Mevrouw N...., die hem als haar toekomende Schoonzoon begroete. Na verloop van een korten tijd trouwden zy te samen, en daar wierden niet als zeer weinige goede vrienden van beide kanten op het trouwmaal genodigt.Het geschiede zonder eenige uiterlyke pragt; maar dit kon dog niet beletten, dat ’er veele waren die ’er weiniggoeds van spraaken. Het quam de Wereld wonderlijk ’voor dat een man die onder een van de fatzoenlijke lieden kon gerekent worden, zyn Dogter liet trouwen met een Neger, die voor dezen zyn slaaf was geweest; maar de Heer N.... redeneerde daar anders by zig zelven over, die wel wetende dat alle menschen een en dezelve oorspronk hebbende, de geboorte of de uiterlijke omstandigheden daar geen verandering in konden brengen; maar dat de goede hoedanigheden die iemand van natuur bezat, hem eer boven zyn evenmensch verheffen. Hy bevond ook in vervolg van tyd, dat hy zig over dit Huwelijk niet behoefde te beklagen, vermits onze Jonge Lieden zoo veel liefde voor malkanderen betoonden.Onze Jonge Lieden bleven by Myn Heer en Mevrouw N... inwoonen; dewelke een Buitenplaats huurden, waar op zy zig te samen met ’er woon begaven; dewijl zy de vryheid beminnende, dezelve beeter in de ruime Lugt vinden konden. Haar Huwelijk wierd met eenige Kinderen gezegend.EYNDE.
De Brief welke hy aan de Heer le Sage mede gaf, behelsde zyn gelukkigeaankomst in Holland, en voor al het goede aan hem en de zyne bewezen, zond hy aan zyn Ed. tot dankbetuiging, het nevensgaande present, en verzogt, dat hy hem met een Lettertje wilde vereeren; om eenige kondschap van hem te verkrygen, en besloot met een wensch van des Hemels Zegen over zyn Ed. Persoon, en de geheele Volkplanting.De Heer N.... hier mede bezig zynde, nam Thomas deeze geleegentheid waar, om een brief aan de Heer le Sage te schryven; dezelve was van dezen inhoud.Aan de Heer le Sage; myn waarde weldoender en Vriend.“Indien de menschen zig doorgaans schuldig maken aan ondankbaarheid; met de weldaden die zy van iemand, waar van zy verwydert zyn, ontfangen hebben, uit haar geheugen te bannen, zoude ik my zelven indien ik deeze gelegentheid voorby liet gaan, schuldig maken. Weet dan myn Heer dat u goetheden aan my bewezen, nog niet vergeten zyn en uwe weldaden zoo lang in myn gedagten zullen blyven als ’er adem in my is. Mogt ik het geluk hebben van uw mondelijk daar nogmaals voor te bedanken, watzou my dit een genoegen geven! Maar dewyl den Hemel dit niet toelaat en wy van een zyn, zoo kan ik het niet anders als schriftelyk doen. Neemt dan de wil voor de daad, en verbeeld u een Persoon die met u zedelessen bezwangert, dezelve hier heel wel nodig heeft, om zig daar mede te wapenen, tegen zoo veel aanvallen en verleidingen waar mede zyn gemoed in dit land bestormt word. Een land zeg ik waar in men zoo weinig waare vroome en eerlijke lieden vind, dat zoo my uwe waarschouwingen en vermaaningen niet te hulp kwamen, ik groot gevaar zoude loopen van in myn oude twyfelary te vallen, alles word hier aan de baatzugt en aan het gewin opgeoffert; zelfs die geenen die de naam van vroom voeren, ontzien niet zig daar aan te vergrypen: denkt dan eens hoe het met andere gestelt is, die zig weinig met zulk een naam bekreunen. Dit doet my geduurig om u Eiland denken, waar in de menschen sober levende en even ryk zynde, die baatzugt geen plaats heeft, en waar in de ware trouw en liefde na de regelen des Geloofs die zy belyden, geoeffent word.“Gelukkig Eiland daar men geen twee Heeren te gelyk dient, te weten God en het Geld; maar daar men met zyn lot te vreeden, de goederen gebruikt zoo als het behoort, zonder daar zyn hart aan te hangen en daar men stervende van afscheid, zonder zig zelven daar over te bedroeven! Gelukkig Eiland daar men van al die slimme vonden niet weet, om malkanderen te bederven, die men wel op andere plaatzen gewaar word, en waar door men groot gevaar loopt zyn ziel te verliezen! Maar ik zoude om het Eiland denkende u wel vergeten, myn Heer, ik bedanke uw nogmaals voor het goede aan my gedaan en smeeke den Hemel dat hy het u wil vergelden, dat hy u in uwen hogen ouderdom met zyn kragt wil ondersteunen, en u hier namaals eens deelgenoot wil maken van een beter leven als dit is; ’T welk van harten wenschtUwen Onderdanige en Dankschuldige DienaarTHOMAS.”Deeze Brief geschreeven en verzegelt hebbende, gaf hy die aan de Heer N.... die haar in de zyne sloot en aan zyn Vriend ter hand stelde, om aan de Heer le Sage over te geven. Het Schip vertrok en de Heer N.... kreeg geen tyding voor dat een half jaar verstreken was. Zyn Vriend zond de Brieven wederom, en schreef ’er by; dat zy op die hoogte gekomen zynde, waar het Eiland moest leggen, wel een zware nevel gezien hadden; dat zy ’er zig ook in begeven hadden; maar dat de Schipper niet durvende zig langer daar in betrouwen, het Schip had laten wenden en zig daar uit begeven had; dat zy gezond en wel te Suriname aangekomen waren, en dat hy de goederen verkopen zoude en hem andere in de plaats zenden.Dit smerte de Heer N.... geweldig en Thomas was ’er zeer over aangedaan; dewijl zy daar door alle hoop verloren, van ooit tyding van het Eiland en van de Heer le Sage te vernemen; want zyn Vriend had ook nog by het geene gezegt is geschreven, dat hy hem rade geen moeite daar omtrent meer te doen; alzoo ’er niemand zoude wezen, die het zou willen te werk stellenen een Land zoude zoeken aan te doen; daar het zoo gevaarlijk was om by te komen. Dit deed hem ’er dan voor altoos van afzien.In al dien tusschen tyd viel ’er niets aanmerkelijks voor met Thomas; als dat hy meer diergelyke gevalletjes van bedrog, zoo als wy ’er reeds twee gemeld hebben, ondervonden had; ’t welk hem nog meer in zyn gevoele versterkte, dat ’er weinig eerlijke en deugtzame lieden waren. Onder anderen was hem ’er een ontmoet, ’t geen nog wel verdient aangetekent te worden.De Heer N.... had een huis te Amsterdam gehuurd; hy hield Thomas meer voor gezelschap en voor zyn Vriend, als wel voor zyn Dienaar by zig; en gaf hem derhalven de vryheid om te gaan waar hy wilde. Thomas had daar door Verscheide kennissen gekreegen, die hy wel eens ging bezoeken. Hy eens op een avond aan het huis van dezelve wezende, en daar wat laat blyvende, begaf zig om half twaalf na huis.Onderweg ontmoete hem twee Vrouwlieden, die hem vroegen of hy met haar lieden meede wilde gaan om zyn vermaak met haar te nemen. Thomas die geen lust tot diergelijke spelletjeshad, zeide, dat hy daar niet toe genegen was en dat zy hem daarom met vrede zoude laten gaan; maar in plaats dat haar dit zoude weerhouden, deeden zy hem aan en hielden hem staande, zeggende dat zy hem niet los zoude laten of hy zoude met haar mede gaan. Thomas had een goede rotting by zig en wilde haar daarmede van het lyf weeren; maar in plaats dat zy daar door zoude zyn verschrikt geworden, begosten zy een leven te maaken en om hulp te schreeuwen; als of ’er iemand was geweest die haar eenig leed wilde doen.De Ratelwagt quam op dit geschreeuw terstont toeschieten; die de Vrouwlieden daar op die wyze met Thomas bezig vindende, deeze tegen haar zeide, dat hy haarlieden gewelt wilde doen, zy vielen hem ten eersten op het lyf, pakte hem aan, en zeiden; dat hy zig aan haar over moest geven of dat zy anders gewelt zouden gebruiken. Wat zoude Thomas doen? Zig te verweeren was voor hem niet raatzaam, ook waren zy gewapent en met haar beiden. Die deed hem de zagtste weg verkiezen en haar verzoeken dat zy hem zyn weg zouden laten vervolgen; want dat hy in het geheel niet van zin geweest wasdieVrouwliedeneenig kwaat te doen: maar dat zy hem in tegendeel aangedaan hadden. Dit mogt niet helpen: zy namen hem tusschen beide in en sleepte hem tegens zyn wil en dank mede: terwyl de Vrouwlieden het hazepad kozen.Thomas was in de grootste vrees des werelts; dewyl hy niet wist wat een uiteinde dit spel zoude nemen: hy borst daarom in dier benaauwtheid al gaande in deze droevige klagten uit: ô gelukkig Eiland! Was ik heden in u; zoo zoude my dit kwaad niet overkomen en ik zoude bevryd zyn van een overlast daar ik my thans in bevinde. Gelukkig Eiland! Daar het bederf en de zeden van een ander, de onschuldige niet in verwert en de goede voor de kwade niet behoeven te lyden.De Ratelwagts hem zoo over dit Eiland hoorende roepen, vroegen hem wat of hy daar mede meende en wat dat voor een Eiland was; wy zyn hier in Amsterdam zeide zy, wat hebben wy met de Eilanden te doen? Maar vervolgden zy wyder, wy zien dat gy zoo bevreest zyt; hebt gy ook geld by u? Om wat reden vraagt gy dat? zeide Thomas. Om als gy ons van het zelve wat wiltgeven, wy u los zullen laten. Hoe veel moet gy wel hebben? vroeg Thomas. Als gy een Ducaat wilt geeven, zullen wy u laten gaan antwoorde zy. Thomas een klein Goudbeursje, ’t geen hy by zig had, uit den zak halende, nam daar een Ducaat uit en gaf ze haar. Zy lieten hem daar op heen gaan, terwyl hy haar hoorde zeggen, dat zoo zy geweten hadden dat hy zoo veel Geld by zig gehad had, hy daar zoo gemakkelijk niet zoude afgekomen zyn.Thomas was verblyd dat hy vry was, en daar zoo goetkoop was afgekomen, en spoede zig zoo haastig als hy konde om t’huis te zyn. Als hy daar gekomen was, was de Heer N.... nog niet te bed gegaan en vond dat die met ongelegentheid hem zat te wagten. Hoe blyft gy zoo lang uit Thomas,vroeg hy hem, waar zyt gy zoo lang geweest? of is u iets ontmoet dat u zoo lang opgehouden heeft? Want ik ben zulks van u niet gewent.Al weder een staaltje van de Eerlijkheid en het goed gedrag dat men hier ontmoet; antwoorde Thomas, en daar op de HeerN....verhalende ’t geen hem ontmoet was; verwonderde die zig zeer.Gy zyt daar gelukkig afgekomen zeide de Heer N.... gy zoud ’er door in hegtenis hebben kunnen raken, en dan zoud gy ’er mogelijk zonder klederen te scheuren niet zyn afgekomen; want wie zou hebben kunnen getuigen of gy onschuldig was of niet? Als het daar al op aangekomen was zeide Thomas, zou myn goed geweten wel voor my gepleit hebben, waar door ik my vrymoedig by den Rechter zou hebben kunnen verantwoorden. Ja maar die vrymoedigheid voldoet by den Rechter niet; zeide de Heer N.... daar moeten goede bewyzen en getuigen zyn, of het zoude weinig baten; want de grootste schurk heeft dikwils de grootste vrypostigheid; daar een eerlijk man al is hy onschuldig, zulks niet heeft. Dan is zoo een onschuldige wel te beklagen hervatte Thomas, die in diergelyke omstandigheden is als ik ben geweest. Dit is zoo zeide de Heer N.... en ik rade u daarom voorzigtiger te weezen en vroeger t’ huis te komen. ô Gelukkig Eiland! Riep Thomas uit; daar men des nachts zoo veilig is als by den dag, en daar men in geen omstandigheden word ingewikkeld, die zoo gevaarlijk in haar gevolgen zyn.Daar op ging de Heer N.... en Thomas zig ter rust te begeven.Hy had die nagt het zeer ongerust: zodanig lag hem dit geval nog in zyn hoofd te malen. Wat zekerheid kan men hier hebben zeide hy in zig zelven om gerust te leven, na dien men zelfs bloot staat van misdaden betigt, en daar om gestraft te worden, daar men nooyt om gedagt heeft. Ach! Zeide hy; waar staat een mensch niet al voor bloot en wat heeft hy dog in zyn leven te wagten? Dewyl het goed en kwaad zodanigonder malkanderenvermengt is. Dus mymerende viel hy eindelyk in slaap dog in plaats van hem te verkwikken, maakte die hem eer nog ongeruster.Hy droomde dat hy overstraat gaande, twee vegtende persoonenontmoete, die malkanderen met groote messen te keer gingen. Hy verbeelde zig ’er in aller haast na toe te spoeden om dezelve te schyden; maar wanneer hy daar digt by was gekomen, scheen een van de twee een steek te krygen die doodelyk was: waar op den anderen het mes latende vallen, de vlugt nam. Hy verbeelde zig daar op na den gekwetsten toe te schieten, om hem in zyn armente ondersteunen, die daar in den geest gaf, juist als daar eenige lieden die op zyn kermen uit haar huisen kwamen lopen, hem in die toestand vonden; in de armen van Thomas den geest gevende.Thomas verbeelde zig dat zy hem voor den dader van het feit aanziende, hem voor een moordenaar uitscholden dat hy zyn onschuld te kennen gaf en terwyl hy hier mede bezig was, kwamen de dienaren van het geregt aan en bragte hem in hegtenis.Hy droomde vervolgens dat hy voor den Regter moest verschynen, daar hy zyn onschuld aan te kennen gaf; maar dat hy geen bewyzen by kunnende brengen van zyn onschult, op de getuigenissen die de luiden van hem gaven, van den zelven veroordeelt wierd om onthoofd te worden. Hy verbeelde zig na dat hy eerst eenige Jammerklagten uitgeboezemd had, op een schavot te verschynen; maar hy wierd op het ogenblik wakker van schrik, als hy zig verbeelde dat de scherpregter toe zoude slaan. Hy sprong zelfs van schrik overeinde, en kon in langen tyd zig niet tot bedaren brengen; tot dat den dag aankomende, hy opstond om zig door het leezen in een goed boek eenwynig te veranderen; dewyl de Heer N.... nog geen een van het huisgezin was opgestaan.Het eerste dat hy by de hand vond, was een bybel dewelke hy opslaande, de Prediker van salomon in het oog kreeg, en dewyl dit een boek is t’ welk de ydelheden van den Mensch, zyn handelen wandel op een levendige wyze voorsteld; zoo kon hy ditop zigzelven zeer wel toepassen, wegens het geval dat hy des nagts gehad had, en de droom die daar op gevolgt was. Het vyftiende vers van het zevende hoofdstuk gaf voornamelijk een groote indruk op zyn gemoed, als hy las “Dit al hebbe ik gezien in de dagen myner ydelheyd: daar is een rechtvaerdige, die in zyne gerechtigheyt omme komt: daar en tegen is ’er een godloze die in zyne boosheit (zyne dagen) verlengt.”Ach! Riep hy uit; hier leer ik uit dat zelfs de Deugd niet vry is van vervolgingen en dat de godloosheid in tegendeel ongestraft blyft.Onder het lezen was de HeerN....en zyn huisgezin opgestaan. Hy ging dezelve goede morgen zeggen: maar deeze vond zyn weezen zodanig betrokken en onsteld dat hy wel kon merkenwat ’er in zyn hart omging.Hoe ziet gy ’er zoo uit Thomas zyde hy; zyt gy niet wel, of heeft de schrik van de voornagt u nog bevangen? Daar op verhaalde Thomas hem de ongeruste nagt, die hy gehad had, en zyne droom, dat hy was opgestaan en de prediker opslaande eenige spreuken daar in had gevonden, die hem zeer aangedaan hadden. Onder andere bragt hy het zoo evengemelde vers by, ’t geen hem het meest getroffen had.Wat wil dit nu alles zeggen? vroeg hem de Heer N.... Thomas antwoorde; dat dit zoo zynde, men in het geheel nergens meer staat op kan maken; dewyl Deugd en ondeugd even gelijk bloot staan voor goed en kwaad. Wel is u dan de wyze onderrigting van de Heer le Sage zoo vergeeten? Vroeg hem de HeerN....dat men hier op deze weereld op de uitkomsten der menschelijke verrigtingen niet moest zien; maar dat men een ander en beter leven te verwagten had, waar Deugd en ondeugd op een regtmatige wyze zullen beloond en gestraft worden. Salomon, vervolgde hy wyders, zegt immers zelfs op het einde van zyn Prediker, “van alles dat gehoord is, is het einde vande zaak; Vreest God, ende houd zyne geboden; want dit (betaamt) alle menschen. Want God zal ieder werk in het Gerigte brengen, met al dat verborgen is, ’t zy goed, of ’t zy kwaad,” wat wil hy hier anders mede te kennen geeven als dit: Stoor u niet aan de verborge wegen die God in zyn voorzienigheid in dit leven houd: het moet u in tegendeel aanleiding geeven, om aan een ander als dit is te geloven; want God kan dog niet anders als een God van order wezen. ’T is derhalven billijk dat men hem vreest en ontziet, dewyl hy te zyner tyd een iegelijk; na het gene hy verdient heeft, vergelden zal.Hier mede Thomas een weinig tevreden gestelt hebbende, gingen de Heer N.... en hy te samen ontbyten. Maar de liefde die tot nog toe dit huisgezin met vrede had gelaten, kost eindelijk niet nalaten het zelve een weinig te verstooren, en hy daar toe bekwame voorwerpen vindende om zyn rol te speelen, stelde hy het dus te werk.De Dogter van de Heer N.... die Agnes genaamt was, had al voor eenige tyd de ouderdom bereikt, dat de Liefde bekwaam was haar hart in te nemen;zy was al negentien jaren; Maar eer wy iets verder van haar melden, zullen wy eerst haar gedaante en hoedanigheden beschryven.Zy was middelmatig van postuur, blank van vel, een weinig aan de geele kant, door dien zy onder een warm Climaat geboren was: had levendige blaauwe oogen, een gelaat dat zeer regelmatig was, blond hair en was tanger van lighaam, behalven een minnelijke goedaardigheid en openhartigheid, bezat zy ook een goed oordeel, een levendigheid van geest; maar het geen wel het voornaamste was, een liefde tot de Deugd en tot het eerlijke.Al deze schoone hoedanigheden, gevoegt by een lichaam ’t welk fraai was, waren wel waardig bemind te worden; maar dewijl ’er geen zyn geweest die de zelve gewaar wierden, was zy tot nog toe zonder aanzoek gebleven, en het scheen dat de liefde haar hart zelfs eerst vermeesteren wilde, eer dat hy dat van een ander over haar beminnelijkheden innam.Zy had al overlang de goede hoedanigheden, die Thomas bezat in aanmerking genomen; maar her was tot nog toe niets meer als een bloote beschouwinggeweest die haare agting voor hem ingeboezemt had: thans wilde haar noodlot het anders en veranderde dezelve in een liefde, die om haare byzonderheid veelen wonderlijk voor zal komen; maar die nogtans wegens haar oorzaak zeer regtschapen was; dewyl haar beider harten met liefde tot de Deugd bezield wezende, niet anders als overeenstemmende gevoelens kost veroorzaken.Haar Liefde was van een andere natuur als dezelve gemeenlijk is, die maar op de uiterlijke schoonheid en gestalte der voorwerpen ziet; de haare was verhevener en betragte meer de schoonheid en hoedanigheid der Ziel, waar meede haar gelieft voorwerp bezield was.De zwartheid van Thomas belette niet, dat hy van Mejuffrouw Agnes bemind wierd; Maar op wat voor een wyze hem dit bekent gemaakt? Dit was voor haar een groote zwarigheid en scheen tegen de eerbaarheid van een Jonge Dogter te stryden: wat weg dan te verkiezen om tot haar oogmerk te komen? Hier mede zig eenige tyd ophoudende om te denken, vorderde zy daar weinig mede. De wonde die zy overal met haar omvoerde, diende genezen te worden! De Liefde eindelijkop de maagdelijke schaamte ’t winnende, besloot zy hem haar hart te openbaren en hem haar genegentheid bekent te maken.Zy nam de gelegentheid waar als hy alleen by haar was. Zy maakte in den beginne eerst een onverschillig praatje met hem, daar na op het stuk van liefde met hem vallende, vroeg zy hem hoe dat het kwam dat hy niet en trouwde. Ik Mejuffrouw! zeide Thomas, wie zou my dog willen hebben? Het was goed als hier eenige Negerinnen waren, daar mogt ’er nog een onder wezen die my tot haar man nam; maar geen blanke zal my daar toe nemen. Hoe weet gy dat zeide Agnes, dewijl gy het nog nooit iemand gevraagt hebt; maar zoo het u eens voorkwam dat de een of andere Jonge dogter liefde voor u had, en het u te kennen gaf zoud gy dezelve dan wel afslaan? Het kost ’er na wezen antwoorde Thomas: maar ik geloof niet dat my dit ligt gebeuren zal. Wel als ik dan eens zyde dat ik u beminde, hoe zoud gy u daar in houden vroeg Agnes. Ik zoude denken dat gy met my spotte, antwoorde Thomas; want ik ben veel te onwaardig om van u bemind te worden. Daar op Agnes hem met eenaangezigt ’t welk rood was van schaamte en een bevende stem, die haar vreeze te kennen gaf, aanspreekende, deed zy het op de volgende wyze.Hoor Thomas zeide zy alhoewel het my weinig voegd een Manspersoon zelfs aan te spreeken; zoo weet ik dog dat gy al te bescheiden zyt om ’er u roem op te dragen, of my daarom te verdenken. Myn Liefde is gegrond op de reden en op deugd, en daarom schaam ik my niet dezelve te openbaren, aan u die ’er het voorwerp van zyt. Uwe hoedanigheden zyn my bekent. Dewyl ik daar veel genoegen in neem, is het dat gy myn hart gewonnen hebt; verwerp dan die Liefde niet die ik voor dezelve heb; en maak my en u gelukkig met u daar aan over te geven. Ik geeve u eenige tyd tot bedenking, en verwagt eerlang een voldoenend antwoort van u; Daar op uit schaamte heenen gaande zonder na antwoort te wagten, liet zy Thomas in de grootste verwondering des werelts alleen.Thomas met aandagt toegeluistert hebbende toen zy hem haar Liefde had verklaart, was ’er zodanig door verrukt, dat hy een wyl tyds als van zinnen berooft was; wie zoude ooit gedagt hebbendat my zulks zoude te vooren komen, ik my bemind van Juffrouw Agnes! Een Maagd zonder weerga, en die al de hoedanigheden bezit die een braave Juffer passen, daar by een eenige Dogter van Ouders die ryk zyn; ik kan het bezwaarlijk gelooven. Maar myn ooren hebben het zelfs gehoort, en myn oogen de ontroering in haar wezen gezien, die ’er in haar hart omging! maar wat gedaan in zulk een omstandigheid? Myn hart zou haar wel willen believen; maar de achting en eerbied die ik voor haar ouders schuldig ben, weerhouden my. Wat dan gedaan zeg ik nog eens. Het best is my by haar Vader te vervoegen, en hem de zaak te openbaren; vind hy het goed, danis hetmeer als al te wel, en vind hy het kwalyk, dan is het beter dat ik my na zyn zin schik, als een man te bedroeven daar ik zoo veel aan verpligt ben.Met deeze gedagten begaf hy zig by de Heer N.... en als hy gelegentheid gekreegen had om hem alleen te spreeken, sprak hy hem aldus aan. Myn Heer zeide hy, ik moet u iets bekend maken, daar gy u ten hoogsten over zult verwonderen; maar ik bid u verleenmy een weinig uw aandagt, want gy zyt zoo naauw in de omstandigheid der zaak betrokken, dat gy het ten hoogste nodig zult hebben.Wat is het dan Thomas, vroeg de Heer N.... ik ben nieuwsgierig het zelve te weeten, gy kunt ten vollen van myn inschikkelykheid verzekert zyn. Myn Heer zeide hy, u Dogter is op een Persoon verlieft, die het gantsch niet waardig is, en dit kom ik u openbaren, op dat zoo het niet na u genoegen mogt weezen, gy het by tyds beletten kunt. Myn Dogter verlieft op een onwaardig Persoon! Dat kan ik niet gelooven, zeide de Heer N.... En wie is die Persoon vervolgde hy wyder, kent gy hem ook? Zoo goed als my zelve, antwoorde Thomas. Zoo goed als u zelve, hervatte de Heer N....; maar laat my dog niet langer in verwerring beduid hem my zoo gy wilt.Myn Heer zeide Thomas, ik ben die onwaardige Persoon, zy heeft het my zelve te kennen gegeeven en my daar over in de grootste verwondering gelaten. Niet wetende hoe my ’t best hier in te gedragen, heb ik gedagt het u bekent te maken; op dat ik daar door my zelve kwytende van het geen ik aanu verpligt ben; gy u besluit daar over zoud kunnen nemen, en my zeggen of het met of tegen u zin is; want ik wilde liever van al de voordeelen des Werelds afzien als u te mishagen.Gy doet als een braaf man behoort te doen, zeide de Heer N.... maar dewijl dit een zaak is die zeer teder is, zoo wort ’er wel eenige tyd vereischt om my daar over te beraden.De Heer N.... verhaalde de zaak aan zyn Vrouw om zig met dezelve daar over te beraden; deeze vond de zaak zoo zonderling dat zy niet weiniger daar over verwondert was als haar man.Zy namen in den beginne daar geen al te groote genoegen in. ’T is waar zy waren van de Deugden en goede hoedanigheden van Thomas wel overtuigt; maar het dagt haarlieden niet wel te voegen, dat een Neger met een blanke Dogter trouwen zoude: daar by geen middelen bezittende, hadden zy liever een Persoon voor haar Dogter gehad, die wat meerder daar mede gezegend was.Na lang beraadslaagt te hebben wat zy het best in dit geval zouden doen; besloten zy haar Dogter daar over tespreken, om te zien of zy de genegentheid die zy voor Thomas opgevat had, niet uit haar hooft zouden kunnen praten.Ondertusschen viel ’er nog iets voor, ’t welk zeer veel schade aan de Liefde die Mejuffrouw Agnes voor Thomas opgevat had, zoude kunnen veroorzaakt hebben.Ziet hier wat van de zaak was.Daar liet zig een Jong Heer by myn Heer en Mevrouw N.... aanmelden, met verzoek om dezelve te spreeken; vermits hy een zaak van belang te zeggen had. Dit wierd hem ten eersten toegestaan, te meer wyl het een goed Vriend en kennis van de Heer N.... en zyn Familie was. Hy was een Jongman van goede huize, van tydelijkemiddelen rykelijk gezegent; dewyl zyn Ouderen gestorven zynde, hem als eenigste Erfgenaam van aanzienlijke goederen nagelaten hadden. Hy was deugtzaam van levensgedrag en fraai van gestalte.Deeze Jonge Heer dan gehoor by myn Heer en Mevrouw N.... gekregen hebbende, verzogt de vryheid te mogen hebben, van over haar Dogter te verkeeren; vermits hy genegentheidvoor haar gekreegen had. Zy bedankte hem voor de eer die hy haar aandeed, en sloegen het geensins af; maar verzogten eenige tyd om zig daar over te beraden. Hy was hier mede te vreeden en na nog over eenige onverschillige zaken gesproken te hebben, nam hy van haar afscheid.Dit geval gaf nog meer aandrang voor Myn Heer en Mevrouw N.... om haar Dogter aan te spreeken. Zy lieten dezelve by haar komen, en gaven haar eerst het zoo evengemelde te kennen, zonder van Thomas te spreeken, en droegen dezelve zoo voordeelig aan haar voor, dat zy wel merken konde dat haar Ouders zeer met hem waren ingenomen. Dit trof haar zoo geweldig en ontroerde haar; dat zy in plaats van te antwoorden, op zyde van haar Stoel neerzeeg, en als een witte doek verbleekte. Dit deed haar Ouders toeschieten, terwijl Mevrouw N.... haar een welriekend Watertje onder de neus hield, om van haar flauwte te doen bykomen. Wat is het myn kind zeiden zy, (toen zy een weinig by gekomen was) tegen haar, dat gy u op dusdanig een wyze ontroert? Spreekt vryelijk uit; want wy zoeken u niet in u genegentheitte dwingen, en indien gy geen zin in de Persoon hebt die wy u voordragen, zoo hebt gy het maar te zeggen.Myn Waarde Ouders, zeide Agnes al zugtende, met een flaauwe stem, weet dat ik niet meer meester van my zelven ben, en dat ik reets myn hart aan een ander geschonken heb, daar ik meede hoop te leven en te sterven, als gy het gelieft toe te staan; en zoo niet, heb ik voorgenomen my nooit in den echten staat te begeeven, met wien het ook zoude mogen wezen. Wie is dan die geen daar gy u hart aan hebt geschonken, vroeg Myn Heer en Mevrouw N.... als zig houdende of zy ’er niets van wisten: het is Thomas antwoorde Agnes, die ik om zyn Deugden bemin. Ik wil een man hebben die liefde voor de waarheid en Deugd heeft, daar by eenvoudig en opregt, en dit alles heb ik in Thomas gevonden. Van zoo een man die zulke goede hoedanigheden bezit, kan ik liefde en trouw verwagten, heel anders als van sommigen, die haar meeste bequaamheid bestaat in veinzery en arglistigheid, en daar door de menschen meede weten in te nemen; zoo lang, tot dat zy dezelve in haar magt hebben: als dan openbaren zy haar bozenaart eerst regt, en die geenen die zig aan haar hebben overgegeven, worden gewaar op wien zy zig betrouwt hebben.Agnes! zeide de Heer N.... u verkiezing voor zoo ver gy op Deugd en eerlykheid ziet, is goed en pryselijk: maar dat dezelve op een Persoon als Thomas gevallen is, dit komt my wat zonderling voor. Een Neger van een blanke Juffer bemind! Wie zou dit kunnen geloven? Thomas is daar by een Persoon die behoeftig is; het geen hy bezit, heeft hy van my, en ik heb hem van de slaverny vry gemaakt: gy in tegendeel zyt een Juffrouw van fatzoen en van middelen, of ten minsten hebt gy dezelve na ons Dood te wagten; zoo dat alles wel ingezien zynde, een groote ongelijkheid tusschen u beide plaats heeft. Ik zoude u daarom raden die gedagten uit u hooft te zetten, en dat gy liever een ander met u min begunstigde, die beter met u staat overeen komt en een blanke is, gelyk gy.Wat zyn zwartheid aangaat Vader, zeide Agnes; ik bemin hem niet om zyn couleur; maar om zyn Deugd, en wat zyn behoeftigheid betreft; het zelve schrikt my gantsch niet af hem liefte hebben: Die deugtzaam is, is ryk; hier kunnen geen schatten van het Oosten tegen ophalen: daar by zyt gy van tydelijke middelen zoo gezegent, dat gy wel in staat zyt, om ons het nodige te verschaffen; en wat wil men meer begeeren? ’t Is beter een weinig met genoegen te bezitten, als veel, met ongenoegen, en daarom mijn waarde Ouders ik smeke u staat het my toe.Myn Heer en Mevrouw N.... zagen wel dat ’er geen verandering van zin in Agnes te krygen was, de goede hoedanigheden die Thomas bezat, waren haar wel bekent; maar om reden hier boven verhaald, maakten zy veel zwarigheid, om haar toestemming daar in te geven. Eindelijk de liefde voor haar Dogter de overhand op de zwarigheden die zy over haar verkiezing hadden krygende, zeide zy tegen haar. Waarde Dogter gy zyt het eenigste pand van onze liefde, wy zoeken daarom het beste tot uwe behoudenis, en al wat u tot een waar genoegen verstrekken kan. Dewijl wy nu zien dat gy niet te verzetten zyt; zoo willen wy u de vryheid laten in een keuze waar het geluk of ongeluk van u gansche leven in vervolg van tyd van afhangt: maar bemind Thomas u wel weder, of hebt gy ooit eenigeblijken van liefde in hem tot u kunnen bespeuren?Doe verhaalde Mejuffrouw Agnes aan haar Vader en Moeder, hoe zy zelfs haar liefde aan Thomas geopenbaart, en hem eenige tyd tot bedenking daar op gegeven had. Wy zullen op staande voet zien wat hy daar op zal zeggen zeide de Heer N...., en daar op Thomas hebbende doen roepen, quam dezelve in het vertrek daar Myn Heer en Mevrouw N.... met haar Dogter waren. Wel Thomas zeide daar op de Heer N.... hebt gy u nu al eens bedagt over het geen myn Dogter aan u voorgeslagen heeft? Thomas ontroerde zig over deze vraag, en vroeg wat hy daar mede meende. Hoor zeide de Heer N.... dewijl het my ten vollen bekend is de liefde die myn Dogter voor u heeft; zoo is myn begeerte dat gy u daar over ten eersten verklaart, of gy myn Schoonzoon zoud willen worden, en die liefde die myn Dogter voor u heeft, met een gelijke liefde zoud willen beantwoorden. Wat zegt gy hier op spreek......Myn Heer zeide Thomas daar op tegens de Heer N.... ik zoude het ondankbaarste schepzel wezen, dat ’er in de gansche wereld was; indien ik een aanbieding afsloeg die mij de gelukkigste van alle stervelingenkan maken. Na eerst zoo veel goedheden van u ontfangen te hebben, die ik met duyzend levens niet kan betalen, doet gy my nog de eer, om my te vragen of ik u Schoonzoon zou willen weezen, daar duizenden van vry wat meer verdiensten als ik wel na zouden tragten.Hier op zig voor de voeten van Mejuffrouw Agnes werpende, zeide hy Mijn Waarde Agnes, die u jonge en teder hart aan my opgedragen heeft, en my daar door de gelukkigste mensch maakt die ’er op de weereld is, ik neem u aanbieding aan, ontfangt daar op mijn hart en hand, tot pand voor mijn gegeven woord, en zyt verzekert, dat zoo lang als ’er adem in my zal zyn, ik u getrouwe man zal wezen.Mejuffrouw Agnes regte hem doe op, waar op zy malkanderen omhelsden. Vervolgens verrigte hy het zelve met Myn Heer en Mevrouw N...., die hem als haar toekomende Schoonzoon begroete. Na verloop van een korten tijd trouwden zy te samen, en daar wierden niet als zeer weinige goede vrienden van beide kanten op het trouwmaal genodigt.Het geschiede zonder eenige uiterlyke pragt; maar dit kon dog niet beletten, dat ’er veele waren die ’er weiniggoeds van spraaken. Het quam de Wereld wonderlijk ’voor dat een man die onder een van de fatzoenlijke lieden kon gerekent worden, zyn Dogter liet trouwen met een Neger, die voor dezen zyn slaaf was geweest; maar de Heer N.... redeneerde daar anders by zig zelven over, die wel wetende dat alle menschen een en dezelve oorspronk hebbende, de geboorte of de uiterlijke omstandigheden daar geen verandering in konden brengen; maar dat de goede hoedanigheden die iemand van natuur bezat, hem eer boven zyn evenmensch verheffen. Hy bevond ook in vervolg van tyd, dat hy zig over dit Huwelijk niet behoefde te beklagen, vermits onze Jonge Lieden zoo veel liefde voor malkanderen betoonden.Onze Jonge Lieden bleven by Myn Heer en Mevrouw N... inwoonen; dewelke een Buitenplaats huurden, waar op zy zig te samen met ’er woon begaven; dewijl zy de vryheid beminnende, dezelve beeter in de ruime Lugt vinden konden. Haar Huwelijk wierd met eenige Kinderen gezegend.EYNDE.
De Brief welke hy aan de Heer le Sage mede gaf, behelsde zyn gelukkigeaankomst in Holland, en voor al het goede aan hem en de zyne bewezen, zond hy aan zyn Ed. tot dankbetuiging, het nevensgaande present, en verzogt, dat hy hem met een Lettertje wilde vereeren; om eenige kondschap van hem te verkrygen, en besloot met een wensch van des Hemels Zegen over zyn Ed. Persoon, en de geheele Volkplanting.De Heer N.... hier mede bezig zynde, nam Thomas deeze geleegentheid waar, om een brief aan de Heer le Sage te schryven; dezelve was van dezen inhoud.Aan de Heer le Sage; myn waarde weldoender en Vriend.“Indien de menschen zig doorgaans schuldig maken aan ondankbaarheid; met de weldaden die zy van iemand, waar van zy verwydert zyn, ontfangen hebben, uit haar geheugen te bannen, zoude ik my zelven indien ik deeze gelegentheid voorby liet gaan, schuldig maken. Weet dan myn Heer dat u goetheden aan my bewezen, nog niet vergeten zyn en uwe weldaden zoo lang in myn gedagten zullen blyven als ’er adem in my is. Mogt ik het geluk hebben van uw mondelijk daar nogmaals voor te bedanken, watzou my dit een genoegen geven! Maar dewyl den Hemel dit niet toelaat en wy van een zyn, zoo kan ik het niet anders als schriftelyk doen. Neemt dan de wil voor de daad, en verbeeld u een Persoon die met u zedelessen bezwangert, dezelve hier heel wel nodig heeft, om zig daar mede te wapenen, tegen zoo veel aanvallen en verleidingen waar mede zyn gemoed in dit land bestormt word. Een land zeg ik waar in men zoo weinig waare vroome en eerlijke lieden vind, dat zoo my uwe waarschouwingen en vermaaningen niet te hulp kwamen, ik groot gevaar zoude loopen van in myn oude twyfelary te vallen, alles word hier aan de baatzugt en aan het gewin opgeoffert; zelfs die geenen die de naam van vroom voeren, ontzien niet zig daar aan te vergrypen: denkt dan eens hoe het met andere gestelt is, die zig weinig met zulk een naam bekreunen. Dit doet my geduurig om u Eiland denken, waar in de menschen sober levende en even ryk zynde, die baatzugt geen plaats heeft, en waar in de ware trouw en liefde na de regelen des Geloofs die zy belyden, geoeffent word.“Gelukkig Eiland daar men geen twee Heeren te gelyk dient, te weten God en het Geld; maar daar men met zyn lot te vreeden, de goederen gebruikt zoo als het behoort, zonder daar zyn hart aan te hangen en daar men stervende van afscheid, zonder zig zelven daar over te bedroeven! Gelukkig Eiland daar men van al die slimme vonden niet weet, om malkanderen te bederven, die men wel op andere plaatzen gewaar word, en waar door men groot gevaar loopt zyn ziel te verliezen! Maar ik zoude om het Eiland denkende u wel vergeten, myn Heer, ik bedanke uw nogmaals voor het goede aan my gedaan en smeeke den Hemel dat hy het u wil vergelden, dat hy u in uwen hogen ouderdom met zyn kragt wil ondersteunen, en u hier namaals eens deelgenoot wil maken van een beter leven als dit is; ’T welk van harten wenschtUwen Onderdanige en Dankschuldige DienaarTHOMAS.”Deeze Brief geschreeven en verzegelt hebbende, gaf hy die aan de Heer N.... die haar in de zyne sloot en aan zyn Vriend ter hand stelde, om aan de Heer le Sage over te geven. Het Schip vertrok en de Heer N.... kreeg geen tyding voor dat een half jaar verstreken was. Zyn Vriend zond de Brieven wederom, en schreef ’er by; dat zy op die hoogte gekomen zynde, waar het Eiland moest leggen, wel een zware nevel gezien hadden; dat zy ’er zig ook in begeven hadden; maar dat de Schipper niet durvende zig langer daar in betrouwen, het Schip had laten wenden en zig daar uit begeven had; dat zy gezond en wel te Suriname aangekomen waren, en dat hy de goederen verkopen zoude en hem andere in de plaats zenden.Dit smerte de Heer N.... geweldig en Thomas was ’er zeer over aangedaan; dewijl zy daar door alle hoop verloren, van ooit tyding van het Eiland en van de Heer le Sage te vernemen; want zyn Vriend had ook nog by het geene gezegt is geschreven, dat hy hem rade geen moeite daar omtrent meer te doen; alzoo ’er niemand zoude wezen, die het zou willen te werk stellenen een Land zoude zoeken aan te doen; daar het zoo gevaarlijk was om by te komen. Dit deed hem ’er dan voor altoos van afzien.In al dien tusschen tyd viel ’er niets aanmerkelijks voor met Thomas; als dat hy meer diergelyke gevalletjes van bedrog, zoo als wy ’er reeds twee gemeld hebben, ondervonden had; ’t welk hem nog meer in zyn gevoele versterkte, dat ’er weinig eerlijke en deugtzame lieden waren. Onder anderen was hem ’er een ontmoet, ’t geen nog wel verdient aangetekent te worden.De Heer N.... had een huis te Amsterdam gehuurd; hy hield Thomas meer voor gezelschap en voor zyn Vriend, als wel voor zyn Dienaar by zig; en gaf hem derhalven de vryheid om te gaan waar hy wilde. Thomas had daar door Verscheide kennissen gekreegen, die hy wel eens ging bezoeken. Hy eens op een avond aan het huis van dezelve wezende, en daar wat laat blyvende, begaf zig om half twaalf na huis.Onderweg ontmoete hem twee Vrouwlieden, die hem vroegen of hy met haar lieden meede wilde gaan om zyn vermaak met haar te nemen. Thomas die geen lust tot diergelijke spelletjeshad, zeide, dat hy daar niet toe genegen was en dat zy hem daarom met vrede zoude laten gaan; maar in plaats dat haar dit zoude weerhouden, deeden zy hem aan en hielden hem staande, zeggende dat zy hem niet los zoude laten of hy zoude met haar mede gaan. Thomas had een goede rotting by zig en wilde haar daarmede van het lyf weeren; maar in plaats dat zy daar door zoude zyn verschrikt geworden, begosten zy een leven te maaken en om hulp te schreeuwen; als of ’er iemand was geweest die haar eenig leed wilde doen.De Ratelwagt quam op dit geschreeuw terstont toeschieten; die de Vrouwlieden daar op die wyze met Thomas bezig vindende, deeze tegen haar zeide, dat hy haarlieden gewelt wilde doen, zy vielen hem ten eersten op het lyf, pakte hem aan, en zeiden; dat hy zig aan haar over moest geven of dat zy anders gewelt zouden gebruiken. Wat zoude Thomas doen? Zig te verweeren was voor hem niet raatzaam, ook waren zy gewapent en met haar beiden. Die deed hem de zagtste weg verkiezen en haar verzoeken dat zy hem zyn weg zouden laten vervolgen; want dat hy in het geheel niet van zin geweest wasdieVrouwliedeneenig kwaat te doen: maar dat zy hem in tegendeel aangedaan hadden. Dit mogt niet helpen: zy namen hem tusschen beide in en sleepte hem tegens zyn wil en dank mede: terwyl de Vrouwlieden het hazepad kozen.Thomas was in de grootste vrees des werelts; dewyl hy niet wist wat een uiteinde dit spel zoude nemen: hy borst daarom in dier benaauwtheid al gaande in deze droevige klagten uit: ô gelukkig Eiland! Was ik heden in u; zoo zoude my dit kwaad niet overkomen en ik zoude bevryd zyn van een overlast daar ik my thans in bevinde. Gelukkig Eiland! Daar het bederf en de zeden van een ander, de onschuldige niet in verwert en de goede voor de kwade niet behoeven te lyden.De Ratelwagts hem zoo over dit Eiland hoorende roepen, vroegen hem wat of hy daar mede meende en wat dat voor een Eiland was; wy zyn hier in Amsterdam zeide zy, wat hebben wy met de Eilanden te doen? Maar vervolgden zy wyder, wy zien dat gy zoo bevreest zyt; hebt gy ook geld by u? Om wat reden vraagt gy dat? zeide Thomas. Om als gy ons van het zelve wat wiltgeven, wy u los zullen laten. Hoe veel moet gy wel hebben? vroeg Thomas. Als gy een Ducaat wilt geeven, zullen wy u laten gaan antwoorde zy. Thomas een klein Goudbeursje, ’t geen hy by zig had, uit den zak halende, nam daar een Ducaat uit en gaf ze haar. Zy lieten hem daar op heen gaan, terwyl hy haar hoorde zeggen, dat zoo zy geweten hadden dat hy zoo veel Geld by zig gehad had, hy daar zoo gemakkelijk niet zoude afgekomen zyn.Thomas was verblyd dat hy vry was, en daar zoo goetkoop was afgekomen, en spoede zig zoo haastig als hy konde om t’huis te zyn. Als hy daar gekomen was, was de Heer N.... nog niet te bed gegaan en vond dat die met ongelegentheid hem zat te wagten. Hoe blyft gy zoo lang uit Thomas,vroeg hy hem, waar zyt gy zoo lang geweest? of is u iets ontmoet dat u zoo lang opgehouden heeft? Want ik ben zulks van u niet gewent.Al weder een staaltje van de Eerlijkheid en het goed gedrag dat men hier ontmoet; antwoorde Thomas, en daar op de HeerN....verhalende ’t geen hem ontmoet was; verwonderde die zig zeer.Gy zyt daar gelukkig afgekomen zeide de Heer N.... gy zoud ’er door in hegtenis hebben kunnen raken, en dan zoud gy ’er mogelijk zonder klederen te scheuren niet zyn afgekomen; want wie zou hebben kunnen getuigen of gy onschuldig was of niet? Als het daar al op aangekomen was zeide Thomas, zou myn goed geweten wel voor my gepleit hebben, waar door ik my vrymoedig by den Rechter zou hebben kunnen verantwoorden. Ja maar die vrymoedigheid voldoet by den Rechter niet; zeide de Heer N.... daar moeten goede bewyzen en getuigen zyn, of het zoude weinig baten; want de grootste schurk heeft dikwils de grootste vrypostigheid; daar een eerlijk man al is hy onschuldig, zulks niet heeft. Dan is zoo een onschuldige wel te beklagen hervatte Thomas, die in diergelyke omstandigheden is als ik ben geweest. Dit is zoo zeide de Heer N.... en ik rade u daarom voorzigtiger te weezen en vroeger t’ huis te komen. ô Gelukkig Eiland! Riep Thomas uit; daar men des nachts zoo veilig is als by den dag, en daar men in geen omstandigheden word ingewikkeld, die zoo gevaarlijk in haar gevolgen zyn.Daar op ging de Heer N.... en Thomas zig ter rust te begeven.Hy had die nagt het zeer ongerust: zodanig lag hem dit geval nog in zyn hoofd te malen. Wat zekerheid kan men hier hebben zeide hy in zig zelven om gerust te leven, na dien men zelfs bloot staat van misdaden betigt, en daar om gestraft te worden, daar men nooyt om gedagt heeft. Ach! Zeide hy; waar staat een mensch niet al voor bloot en wat heeft hy dog in zyn leven te wagten? Dewyl het goed en kwaad zodanigonder malkanderenvermengt is. Dus mymerende viel hy eindelyk in slaap dog in plaats van hem te verkwikken, maakte die hem eer nog ongeruster.Hy droomde dat hy overstraat gaande, twee vegtende persoonenontmoete, die malkanderen met groote messen te keer gingen. Hy verbeelde zig ’er in aller haast na toe te spoeden om dezelve te schyden; maar wanneer hy daar digt by was gekomen, scheen een van de twee een steek te krygen die doodelyk was: waar op den anderen het mes latende vallen, de vlugt nam. Hy verbeelde zig daar op na den gekwetsten toe te schieten, om hem in zyn armente ondersteunen, die daar in den geest gaf, juist als daar eenige lieden die op zyn kermen uit haar huisen kwamen lopen, hem in die toestand vonden; in de armen van Thomas den geest gevende.Thomas verbeelde zig dat zy hem voor den dader van het feit aanziende, hem voor een moordenaar uitscholden dat hy zyn onschuld te kennen gaf en terwyl hy hier mede bezig was, kwamen de dienaren van het geregt aan en bragte hem in hegtenis.Hy droomde vervolgens dat hy voor den Regter moest verschynen, daar hy zyn onschuld aan te kennen gaf; maar dat hy geen bewyzen by kunnende brengen van zyn onschult, op de getuigenissen die de luiden van hem gaven, van den zelven veroordeelt wierd om onthoofd te worden. Hy verbeelde zig na dat hy eerst eenige Jammerklagten uitgeboezemd had, op een schavot te verschynen; maar hy wierd op het ogenblik wakker van schrik, als hy zig verbeelde dat de scherpregter toe zoude slaan. Hy sprong zelfs van schrik overeinde, en kon in langen tyd zig niet tot bedaren brengen; tot dat den dag aankomende, hy opstond om zig door het leezen in een goed boek eenwynig te veranderen; dewyl de Heer N.... nog geen een van het huisgezin was opgestaan.Het eerste dat hy by de hand vond, was een bybel dewelke hy opslaande, de Prediker van salomon in het oog kreeg, en dewyl dit een boek is t’ welk de ydelheden van den Mensch, zyn handelen wandel op een levendige wyze voorsteld; zoo kon hy ditop zigzelven zeer wel toepassen, wegens het geval dat hy des nagts gehad had, en de droom die daar op gevolgt was. Het vyftiende vers van het zevende hoofdstuk gaf voornamelijk een groote indruk op zyn gemoed, als hy las “Dit al hebbe ik gezien in de dagen myner ydelheyd: daar is een rechtvaerdige, die in zyne gerechtigheyt omme komt: daar en tegen is ’er een godloze die in zyne boosheit (zyne dagen) verlengt.”Ach! Riep hy uit; hier leer ik uit dat zelfs de Deugd niet vry is van vervolgingen en dat de godloosheid in tegendeel ongestraft blyft.Onder het lezen was de HeerN....en zyn huisgezin opgestaan. Hy ging dezelve goede morgen zeggen: maar deeze vond zyn weezen zodanig betrokken en onsteld dat hy wel kon merkenwat ’er in zyn hart omging.Hoe ziet gy ’er zoo uit Thomas zyde hy; zyt gy niet wel, of heeft de schrik van de voornagt u nog bevangen? Daar op verhaalde Thomas hem de ongeruste nagt, die hy gehad had, en zyne droom, dat hy was opgestaan en de prediker opslaande eenige spreuken daar in had gevonden, die hem zeer aangedaan hadden. Onder andere bragt hy het zoo evengemelde vers by, ’t geen hem het meest getroffen had.Wat wil dit nu alles zeggen? vroeg hem de Heer N.... Thomas antwoorde; dat dit zoo zynde, men in het geheel nergens meer staat op kan maken; dewyl Deugd en ondeugd even gelijk bloot staan voor goed en kwaad. Wel is u dan de wyze onderrigting van de Heer le Sage zoo vergeeten? Vroeg hem de HeerN....dat men hier op deze weereld op de uitkomsten der menschelijke verrigtingen niet moest zien; maar dat men een ander en beter leven te verwagten had, waar Deugd en ondeugd op een regtmatige wyze zullen beloond en gestraft worden. Salomon, vervolgde hy wyders, zegt immers zelfs op het einde van zyn Prediker, “van alles dat gehoord is, is het einde vande zaak; Vreest God, ende houd zyne geboden; want dit (betaamt) alle menschen. Want God zal ieder werk in het Gerigte brengen, met al dat verborgen is, ’t zy goed, of ’t zy kwaad,” wat wil hy hier anders mede te kennen geeven als dit: Stoor u niet aan de verborge wegen die God in zyn voorzienigheid in dit leven houd: het moet u in tegendeel aanleiding geeven, om aan een ander als dit is te geloven; want God kan dog niet anders als een God van order wezen. ’T is derhalven billijk dat men hem vreest en ontziet, dewyl hy te zyner tyd een iegelijk; na het gene hy verdient heeft, vergelden zal.Hier mede Thomas een weinig tevreden gestelt hebbende, gingen de Heer N.... en hy te samen ontbyten. Maar de liefde die tot nog toe dit huisgezin met vrede had gelaten, kost eindelijk niet nalaten het zelve een weinig te verstooren, en hy daar toe bekwame voorwerpen vindende om zyn rol te speelen, stelde hy het dus te werk.De Dogter van de Heer N.... die Agnes genaamt was, had al voor eenige tyd de ouderdom bereikt, dat de Liefde bekwaam was haar hart in te nemen;zy was al negentien jaren; Maar eer wy iets verder van haar melden, zullen wy eerst haar gedaante en hoedanigheden beschryven.Zy was middelmatig van postuur, blank van vel, een weinig aan de geele kant, door dien zy onder een warm Climaat geboren was: had levendige blaauwe oogen, een gelaat dat zeer regelmatig was, blond hair en was tanger van lighaam, behalven een minnelijke goedaardigheid en openhartigheid, bezat zy ook een goed oordeel, een levendigheid van geest; maar het geen wel het voornaamste was, een liefde tot de Deugd en tot het eerlijke.Al deze schoone hoedanigheden, gevoegt by een lichaam ’t welk fraai was, waren wel waardig bemind te worden; maar dewijl ’er geen zyn geweest die de zelve gewaar wierden, was zy tot nog toe zonder aanzoek gebleven, en het scheen dat de liefde haar hart zelfs eerst vermeesteren wilde, eer dat hy dat van een ander over haar beminnelijkheden innam.Zy had al overlang de goede hoedanigheden, die Thomas bezat in aanmerking genomen; maar her was tot nog toe niets meer als een bloote beschouwinggeweest die haare agting voor hem ingeboezemt had: thans wilde haar noodlot het anders en veranderde dezelve in een liefde, die om haare byzonderheid veelen wonderlijk voor zal komen; maar die nogtans wegens haar oorzaak zeer regtschapen was; dewyl haar beider harten met liefde tot de Deugd bezield wezende, niet anders als overeenstemmende gevoelens kost veroorzaken.Haar Liefde was van een andere natuur als dezelve gemeenlijk is, die maar op de uiterlijke schoonheid en gestalte der voorwerpen ziet; de haare was verhevener en betragte meer de schoonheid en hoedanigheid der Ziel, waar meede haar gelieft voorwerp bezield was.De zwartheid van Thomas belette niet, dat hy van Mejuffrouw Agnes bemind wierd; Maar op wat voor een wyze hem dit bekent gemaakt? Dit was voor haar een groote zwarigheid en scheen tegen de eerbaarheid van een Jonge Dogter te stryden: wat weg dan te verkiezen om tot haar oogmerk te komen? Hier mede zig eenige tyd ophoudende om te denken, vorderde zy daar weinig mede. De wonde die zy overal met haar omvoerde, diende genezen te worden! De Liefde eindelijkop de maagdelijke schaamte ’t winnende, besloot zy hem haar hart te openbaren en hem haar genegentheid bekent te maken.Zy nam de gelegentheid waar als hy alleen by haar was. Zy maakte in den beginne eerst een onverschillig praatje met hem, daar na op het stuk van liefde met hem vallende, vroeg zy hem hoe dat het kwam dat hy niet en trouwde. Ik Mejuffrouw! zeide Thomas, wie zou my dog willen hebben? Het was goed als hier eenige Negerinnen waren, daar mogt ’er nog een onder wezen die my tot haar man nam; maar geen blanke zal my daar toe nemen. Hoe weet gy dat zeide Agnes, dewijl gy het nog nooit iemand gevraagt hebt; maar zoo het u eens voorkwam dat de een of andere Jonge dogter liefde voor u had, en het u te kennen gaf zoud gy dezelve dan wel afslaan? Het kost ’er na wezen antwoorde Thomas: maar ik geloof niet dat my dit ligt gebeuren zal. Wel als ik dan eens zyde dat ik u beminde, hoe zoud gy u daar in houden vroeg Agnes. Ik zoude denken dat gy met my spotte, antwoorde Thomas; want ik ben veel te onwaardig om van u bemind te worden. Daar op Agnes hem met eenaangezigt ’t welk rood was van schaamte en een bevende stem, die haar vreeze te kennen gaf, aanspreekende, deed zy het op de volgende wyze.Hoor Thomas zeide zy alhoewel het my weinig voegd een Manspersoon zelfs aan te spreeken; zoo weet ik dog dat gy al te bescheiden zyt om ’er u roem op te dragen, of my daarom te verdenken. Myn Liefde is gegrond op de reden en op deugd, en daarom schaam ik my niet dezelve te openbaren, aan u die ’er het voorwerp van zyt. Uwe hoedanigheden zyn my bekent. Dewyl ik daar veel genoegen in neem, is het dat gy myn hart gewonnen hebt; verwerp dan die Liefde niet die ik voor dezelve heb; en maak my en u gelukkig met u daar aan over te geven. Ik geeve u eenige tyd tot bedenking, en verwagt eerlang een voldoenend antwoort van u; Daar op uit schaamte heenen gaande zonder na antwoort te wagten, liet zy Thomas in de grootste verwondering des werelts alleen.Thomas met aandagt toegeluistert hebbende toen zy hem haar Liefde had verklaart, was ’er zodanig door verrukt, dat hy een wyl tyds als van zinnen berooft was; wie zoude ooit gedagt hebbendat my zulks zoude te vooren komen, ik my bemind van Juffrouw Agnes! Een Maagd zonder weerga, en die al de hoedanigheden bezit die een braave Juffer passen, daar by een eenige Dogter van Ouders die ryk zyn; ik kan het bezwaarlijk gelooven. Maar myn ooren hebben het zelfs gehoort, en myn oogen de ontroering in haar wezen gezien, die ’er in haar hart omging! maar wat gedaan in zulk een omstandigheid? Myn hart zou haar wel willen believen; maar de achting en eerbied die ik voor haar ouders schuldig ben, weerhouden my. Wat dan gedaan zeg ik nog eens. Het best is my by haar Vader te vervoegen, en hem de zaak te openbaren; vind hy het goed, danis hetmeer als al te wel, en vind hy het kwalyk, dan is het beter dat ik my na zyn zin schik, als een man te bedroeven daar ik zoo veel aan verpligt ben.Met deeze gedagten begaf hy zig by de Heer N.... en als hy gelegentheid gekreegen had om hem alleen te spreeken, sprak hy hem aldus aan. Myn Heer zeide hy, ik moet u iets bekend maken, daar gy u ten hoogsten over zult verwonderen; maar ik bid u verleenmy een weinig uw aandagt, want gy zyt zoo naauw in de omstandigheid der zaak betrokken, dat gy het ten hoogste nodig zult hebben.Wat is het dan Thomas, vroeg de Heer N.... ik ben nieuwsgierig het zelve te weeten, gy kunt ten vollen van myn inschikkelykheid verzekert zyn. Myn Heer zeide hy, u Dogter is op een Persoon verlieft, die het gantsch niet waardig is, en dit kom ik u openbaren, op dat zoo het niet na u genoegen mogt weezen, gy het by tyds beletten kunt. Myn Dogter verlieft op een onwaardig Persoon! Dat kan ik niet gelooven, zeide de Heer N.... En wie is die Persoon vervolgde hy wyder, kent gy hem ook? Zoo goed als my zelve, antwoorde Thomas. Zoo goed als u zelve, hervatte de Heer N....; maar laat my dog niet langer in verwerring beduid hem my zoo gy wilt.Myn Heer zeide Thomas, ik ben die onwaardige Persoon, zy heeft het my zelve te kennen gegeeven en my daar over in de grootste verwondering gelaten. Niet wetende hoe my ’t best hier in te gedragen, heb ik gedagt het u bekent te maken; op dat ik daar door my zelve kwytende van het geen ik aanu verpligt ben; gy u besluit daar over zoud kunnen nemen, en my zeggen of het met of tegen u zin is; want ik wilde liever van al de voordeelen des Werelds afzien als u te mishagen.Gy doet als een braaf man behoort te doen, zeide de Heer N.... maar dewijl dit een zaak is die zeer teder is, zoo wort ’er wel eenige tyd vereischt om my daar over te beraden.De Heer N.... verhaalde de zaak aan zyn Vrouw om zig met dezelve daar over te beraden; deeze vond de zaak zoo zonderling dat zy niet weiniger daar over verwondert was als haar man.Zy namen in den beginne daar geen al te groote genoegen in. ’T is waar zy waren van de Deugden en goede hoedanigheden van Thomas wel overtuigt; maar het dagt haarlieden niet wel te voegen, dat een Neger met een blanke Dogter trouwen zoude: daar by geen middelen bezittende, hadden zy liever een Persoon voor haar Dogter gehad, die wat meerder daar mede gezegend was.Na lang beraadslaagt te hebben wat zy het best in dit geval zouden doen; besloten zy haar Dogter daar over tespreken, om te zien of zy de genegentheid die zy voor Thomas opgevat had, niet uit haar hooft zouden kunnen praten.Ondertusschen viel ’er nog iets voor, ’t welk zeer veel schade aan de Liefde die Mejuffrouw Agnes voor Thomas opgevat had, zoude kunnen veroorzaakt hebben.Ziet hier wat van de zaak was.Daar liet zig een Jong Heer by myn Heer en Mevrouw N.... aanmelden, met verzoek om dezelve te spreeken; vermits hy een zaak van belang te zeggen had. Dit wierd hem ten eersten toegestaan, te meer wyl het een goed Vriend en kennis van de Heer N.... en zyn Familie was. Hy was een Jongman van goede huize, van tydelijkemiddelen rykelijk gezegent; dewyl zyn Ouderen gestorven zynde, hem als eenigste Erfgenaam van aanzienlijke goederen nagelaten hadden. Hy was deugtzaam van levensgedrag en fraai van gestalte.Deeze Jonge Heer dan gehoor by myn Heer en Mevrouw N.... gekregen hebbende, verzogt de vryheid te mogen hebben, van over haar Dogter te verkeeren; vermits hy genegentheidvoor haar gekreegen had. Zy bedankte hem voor de eer die hy haar aandeed, en sloegen het geensins af; maar verzogten eenige tyd om zig daar over te beraden. Hy was hier mede te vreeden en na nog over eenige onverschillige zaken gesproken te hebben, nam hy van haar afscheid.Dit geval gaf nog meer aandrang voor Myn Heer en Mevrouw N.... om haar Dogter aan te spreeken. Zy lieten dezelve by haar komen, en gaven haar eerst het zoo evengemelde te kennen, zonder van Thomas te spreeken, en droegen dezelve zoo voordeelig aan haar voor, dat zy wel merken konde dat haar Ouders zeer met hem waren ingenomen. Dit trof haar zoo geweldig en ontroerde haar; dat zy in plaats van te antwoorden, op zyde van haar Stoel neerzeeg, en als een witte doek verbleekte. Dit deed haar Ouders toeschieten, terwijl Mevrouw N.... haar een welriekend Watertje onder de neus hield, om van haar flauwte te doen bykomen. Wat is het myn kind zeiden zy, (toen zy een weinig by gekomen was) tegen haar, dat gy u op dusdanig een wyze ontroert? Spreekt vryelijk uit; want wy zoeken u niet in u genegentheitte dwingen, en indien gy geen zin in de Persoon hebt die wy u voordragen, zoo hebt gy het maar te zeggen.Myn Waarde Ouders, zeide Agnes al zugtende, met een flaauwe stem, weet dat ik niet meer meester van my zelven ben, en dat ik reets myn hart aan een ander geschonken heb, daar ik meede hoop te leven en te sterven, als gy het gelieft toe te staan; en zoo niet, heb ik voorgenomen my nooit in den echten staat te begeeven, met wien het ook zoude mogen wezen. Wie is dan die geen daar gy u hart aan hebt geschonken, vroeg Myn Heer en Mevrouw N.... als zig houdende of zy ’er niets van wisten: het is Thomas antwoorde Agnes, die ik om zyn Deugden bemin. Ik wil een man hebben die liefde voor de waarheid en Deugd heeft, daar by eenvoudig en opregt, en dit alles heb ik in Thomas gevonden. Van zoo een man die zulke goede hoedanigheden bezit, kan ik liefde en trouw verwagten, heel anders als van sommigen, die haar meeste bequaamheid bestaat in veinzery en arglistigheid, en daar door de menschen meede weten in te nemen; zoo lang, tot dat zy dezelve in haar magt hebben: als dan openbaren zy haar bozenaart eerst regt, en die geenen die zig aan haar hebben overgegeven, worden gewaar op wien zy zig betrouwt hebben.Agnes! zeide de Heer N.... u verkiezing voor zoo ver gy op Deugd en eerlykheid ziet, is goed en pryselijk: maar dat dezelve op een Persoon als Thomas gevallen is, dit komt my wat zonderling voor. Een Neger van een blanke Juffer bemind! Wie zou dit kunnen geloven? Thomas is daar by een Persoon die behoeftig is; het geen hy bezit, heeft hy van my, en ik heb hem van de slaverny vry gemaakt: gy in tegendeel zyt een Juffrouw van fatzoen en van middelen, of ten minsten hebt gy dezelve na ons Dood te wagten; zoo dat alles wel ingezien zynde, een groote ongelijkheid tusschen u beide plaats heeft. Ik zoude u daarom raden die gedagten uit u hooft te zetten, en dat gy liever een ander met u min begunstigde, die beter met u staat overeen komt en een blanke is, gelyk gy.Wat zyn zwartheid aangaat Vader, zeide Agnes; ik bemin hem niet om zyn couleur; maar om zyn Deugd, en wat zyn behoeftigheid betreft; het zelve schrikt my gantsch niet af hem liefte hebben: Die deugtzaam is, is ryk; hier kunnen geen schatten van het Oosten tegen ophalen: daar by zyt gy van tydelijke middelen zoo gezegent, dat gy wel in staat zyt, om ons het nodige te verschaffen; en wat wil men meer begeeren? ’t Is beter een weinig met genoegen te bezitten, als veel, met ongenoegen, en daarom mijn waarde Ouders ik smeke u staat het my toe.Myn Heer en Mevrouw N.... zagen wel dat ’er geen verandering van zin in Agnes te krygen was, de goede hoedanigheden die Thomas bezat, waren haar wel bekent; maar om reden hier boven verhaald, maakten zy veel zwarigheid, om haar toestemming daar in te geven. Eindelijk de liefde voor haar Dogter de overhand op de zwarigheden die zy over haar verkiezing hadden krygende, zeide zy tegen haar. Waarde Dogter gy zyt het eenigste pand van onze liefde, wy zoeken daarom het beste tot uwe behoudenis, en al wat u tot een waar genoegen verstrekken kan. Dewijl wy nu zien dat gy niet te verzetten zyt; zoo willen wy u de vryheid laten in een keuze waar het geluk of ongeluk van u gansche leven in vervolg van tyd van afhangt: maar bemind Thomas u wel weder, of hebt gy ooit eenigeblijken van liefde in hem tot u kunnen bespeuren?Doe verhaalde Mejuffrouw Agnes aan haar Vader en Moeder, hoe zy zelfs haar liefde aan Thomas geopenbaart, en hem eenige tyd tot bedenking daar op gegeven had. Wy zullen op staande voet zien wat hy daar op zal zeggen zeide de Heer N...., en daar op Thomas hebbende doen roepen, quam dezelve in het vertrek daar Myn Heer en Mevrouw N.... met haar Dogter waren. Wel Thomas zeide daar op de Heer N.... hebt gy u nu al eens bedagt over het geen myn Dogter aan u voorgeslagen heeft? Thomas ontroerde zig over deze vraag, en vroeg wat hy daar mede meende. Hoor zeide de Heer N.... dewijl het my ten vollen bekend is de liefde die myn Dogter voor u heeft; zoo is myn begeerte dat gy u daar over ten eersten verklaart, of gy myn Schoonzoon zoud willen worden, en die liefde die myn Dogter voor u heeft, met een gelijke liefde zoud willen beantwoorden. Wat zegt gy hier op spreek......Myn Heer zeide Thomas daar op tegens de Heer N.... ik zoude het ondankbaarste schepzel wezen, dat ’er in de gansche wereld was; indien ik een aanbieding afsloeg die mij de gelukkigste van alle stervelingenkan maken. Na eerst zoo veel goedheden van u ontfangen te hebben, die ik met duyzend levens niet kan betalen, doet gy my nog de eer, om my te vragen of ik u Schoonzoon zou willen weezen, daar duizenden van vry wat meer verdiensten als ik wel na zouden tragten.Hier op zig voor de voeten van Mejuffrouw Agnes werpende, zeide hy Mijn Waarde Agnes, die u jonge en teder hart aan my opgedragen heeft, en my daar door de gelukkigste mensch maakt die ’er op de weereld is, ik neem u aanbieding aan, ontfangt daar op mijn hart en hand, tot pand voor mijn gegeven woord, en zyt verzekert, dat zoo lang als ’er adem in my zal zyn, ik u getrouwe man zal wezen.Mejuffrouw Agnes regte hem doe op, waar op zy malkanderen omhelsden. Vervolgens verrigte hy het zelve met Myn Heer en Mevrouw N...., die hem als haar toekomende Schoonzoon begroete. Na verloop van een korten tijd trouwden zy te samen, en daar wierden niet als zeer weinige goede vrienden van beide kanten op het trouwmaal genodigt.Het geschiede zonder eenige uiterlyke pragt; maar dit kon dog niet beletten, dat ’er veele waren die ’er weiniggoeds van spraaken. Het quam de Wereld wonderlijk ’voor dat een man die onder een van de fatzoenlijke lieden kon gerekent worden, zyn Dogter liet trouwen met een Neger, die voor dezen zyn slaaf was geweest; maar de Heer N.... redeneerde daar anders by zig zelven over, die wel wetende dat alle menschen een en dezelve oorspronk hebbende, de geboorte of de uiterlijke omstandigheden daar geen verandering in konden brengen; maar dat de goede hoedanigheden die iemand van natuur bezat, hem eer boven zyn evenmensch verheffen. Hy bevond ook in vervolg van tyd, dat hy zig over dit Huwelijk niet behoefde te beklagen, vermits onze Jonge Lieden zoo veel liefde voor malkanderen betoonden.Onze Jonge Lieden bleven by Myn Heer en Mevrouw N... inwoonen; dewelke een Buitenplaats huurden, waar op zy zig te samen met ’er woon begaven; dewijl zy de vryheid beminnende, dezelve beeter in de ruime Lugt vinden konden. Haar Huwelijk wierd met eenige Kinderen gezegend.EYNDE.
De Brief welke hy aan de Heer le Sage mede gaf, behelsde zyn gelukkigeaankomst in Holland, en voor al het goede aan hem en de zyne bewezen, zond hy aan zyn Ed. tot dankbetuiging, het nevensgaande present, en verzogt, dat hy hem met een Lettertje wilde vereeren; om eenige kondschap van hem te verkrygen, en besloot met een wensch van des Hemels Zegen over zyn Ed. Persoon, en de geheele Volkplanting.
De Heer N.... hier mede bezig zynde, nam Thomas deeze geleegentheid waar, om een brief aan de Heer le Sage te schryven; dezelve was van dezen inhoud.
Aan de Heer le Sage; myn waarde weldoender en Vriend.
“Indien de menschen zig doorgaans schuldig maken aan ondankbaarheid; met de weldaden die zy van iemand, waar van zy verwydert zyn, ontfangen hebben, uit haar geheugen te bannen, zoude ik my zelven indien ik deeze gelegentheid voorby liet gaan, schuldig maken. Weet dan myn Heer dat u goetheden aan my bewezen, nog niet vergeten zyn en uwe weldaden zoo lang in myn gedagten zullen blyven als ’er adem in my is. Mogt ik het geluk hebben van uw mondelijk daar nogmaals voor te bedanken, watzou my dit een genoegen geven! Maar dewyl den Hemel dit niet toelaat en wy van een zyn, zoo kan ik het niet anders als schriftelyk doen. Neemt dan de wil voor de daad, en verbeeld u een Persoon die met u zedelessen bezwangert, dezelve hier heel wel nodig heeft, om zig daar mede te wapenen, tegen zoo veel aanvallen en verleidingen waar mede zyn gemoed in dit land bestormt word. Een land zeg ik waar in men zoo weinig waare vroome en eerlijke lieden vind, dat zoo my uwe waarschouwingen en vermaaningen niet te hulp kwamen, ik groot gevaar zoude loopen van in myn oude twyfelary te vallen, alles word hier aan de baatzugt en aan het gewin opgeoffert; zelfs die geenen die de naam van vroom voeren, ontzien niet zig daar aan te vergrypen: denkt dan eens hoe het met andere gestelt is, die zig weinig met zulk een naam bekreunen. Dit doet my geduurig om u Eiland denken, waar in de menschen sober levende en even ryk zynde, die baatzugt geen plaats heeft, en waar in de ware trouw en liefde na de regelen des Geloofs die zy belyden, geoeffent word.“Gelukkig Eiland daar men geen twee Heeren te gelyk dient, te weten God en het Geld; maar daar men met zyn lot te vreeden, de goederen gebruikt zoo als het behoort, zonder daar zyn hart aan te hangen en daar men stervende van afscheid, zonder zig zelven daar over te bedroeven! Gelukkig Eiland daar men van al die slimme vonden niet weet, om malkanderen te bederven, die men wel op andere plaatzen gewaar word, en waar door men groot gevaar loopt zyn ziel te verliezen! Maar ik zoude om het Eiland denkende u wel vergeten, myn Heer, ik bedanke uw nogmaals voor het goede aan my gedaan en smeeke den Hemel dat hy het u wil vergelden, dat hy u in uwen hogen ouderdom met zyn kragt wil ondersteunen, en u hier namaals eens deelgenoot wil maken van een beter leven als dit is; ’T welk van harten wenschtUwen Onderdanige en Dankschuldige DienaarTHOMAS.”
“Indien de menschen zig doorgaans schuldig maken aan ondankbaarheid; met de weldaden die zy van iemand, waar van zy verwydert zyn, ontfangen hebben, uit haar geheugen te bannen, zoude ik my zelven indien ik deeze gelegentheid voorby liet gaan, schuldig maken. Weet dan myn Heer dat u goetheden aan my bewezen, nog niet vergeten zyn en uwe weldaden zoo lang in myn gedagten zullen blyven als ’er adem in my is. Mogt ik het geluk hebben van uw mondelijk daar nogmaals voor te bedanken, watzou my dit een genoegen geven! Maar dewyl den Hemel dit niet toelaat en wy van een zyn, zoo kan ik het niet anders als schriftelyk doen. Neemt dan de wil voor de daad, en verbeeld u een Persoon die met u zedelessen bezwangert, dezelve hier heel wel nodig heeft, om zig daar mede te wapenen, tegen zoo veel aanvallen en verleidingen waar mede zyn gemoed in dit land bestormt word. Een land zeg ik waar in men zoo weinig waare vroome en eerlijke lieden vind, dat zoo my uwe waarschouwingen en vermaaningen niet te hulp kwamen, ik groot gevaar zoude loopen van in myn oude twyfelary te vallen, alles word hier aan de baatzugt en aan het gewin opgeoffert; zelfs die geenen die de naam van vroom voeren, ontzien niet zig daar aan te vergrypen: denkt dan eens hoe het met andere gestelt is, die zig weinig met zulk een naam bekreunen. Dit doet my geduurig om u Eiland denken, waar in de menschen sober levende en even ryk zynde, die baatzugt geen plaats heeft, en waar in de ware trouw en liefde na de regelen des Geloofs die zy belyden, geoeffent word.
“Gelukkig Eiland daar men geen twee Heeren te gelyk dient, te weten God en het Geld; maar daar men met zyn lot te vreeden, de goederen gebruikt zoo als het behoort, zonder daar zyn hart aan te hangen en daar men stervende van afscheid, zonder zig zelven daar over te bedroeven! Gelukkig Eiland daar men van al die slimme vonden niet weet, om malkanderen te bederven, die men wel op andere plaatzen gewaar word, en waar door men groot gevaar loopt zyn ziel te verliezen! Maar ik zoude om het Eiland denkende u wel vergeten, myn Heer, ik bedanke uw nogmaals voor het goede aan my gedaan en smeeke den Hemel dat hy het u wil vergelden, dat hy u in uwen hogen ouderdom met zyn kragt wil ondersteunen, en u hier namaals eens deelgenoot wil maken van een beter leven als dit is; ’T welk van harten wenscht
Uwen Onderdanige en Dankschuldige Dienaar
THOMAS.”
Deeze Brief geschreeven en verzegelt hebbende, gaf hy die aan de Heer N.... die haar in de zyne sloot en aan zyn Vriend ter hand stelde, om aan de Heer le Sage over te geven. Het Schip vertrok en de Heer N.... kreeg geen tyding voor dat een half jaar verstreken was. Zyn Vriend zond de Brieven wederom, en schreef ’er by; dat zy op die hoogte gekomen zynde, waar het Eiland moest leggen, wel een zware nevel gezien hadden; dat zy ’er zig ook in begeven hadden; maar dat de Schipper niet durvende zig langer daar in betrouwen, het Schip had laten wenden en zig daar uit begeven had; dat zy gezond en wel te Suriname aangekomen waren, en dat hy de goederen verkopen zoude en hem andere in de plaats zenden.
Dit smerte de Heer N.... geweldig en Thomas was ’er zeer over aangedaan; dewijl zy daar door alle hoop verloren, van ooit tyding van het Eiland en van de Heer le Sage te vernemen; want zyn Vriend had ook nog by het geene gezegt is geschreven, dat hy hem rade geen moeite daar omtrent meer te doen; alzoo ’er niemand zoude wezen, die het zou willen te werk stellenen een Land zoude zoeken aan te doen; daar het zoo gevaarlijk was om by te komen. Dit deed hem ’er dan voor altoos van afzien.
In al dien tusschen tyd viel ’er niets aanmerkelijks voor met Thomas; als dat hy meer diergelyke gevalletjes van bedrog, zoo als wy ’er reeds twee gemeld hebben, ondervonden had; ’t welk hem nog meer in zyn gevoele versterkte, dat ’er weinig eerlijke en deugtzame lieden waren. Onder anderen was hem ’er een ontmoet, ’t geen nog wel verdient aangetekent te worden.
De Heer N.... had een huis te Amsterdam gehuurd; hy hield Thomas meer voor gezelschap en voor zyn Vriend, als wel voor zyn Dienaar by zig; en gaf hem derhalven de vryheid om te gaan waar hy wilde. Thomas had daar door Verscheide kennissen gekreegen, die hy wel eens ging bezoeken. Hy eens op een avond aan het huis van dezelve wezende, en daar wat laat blyvende, begaf zig om half twaalf na huis.
Onderweg ontmoete hem twee Vrouwlieden, die hem vroegen of hy met haar lieden meede wilde gaan om zyn vermaak met haar te nemen. Thomas die geen lust tot diergelijke spelletjeshad, zeide, dat hy daar niet toe genegen was en dat zy hem daarom met vrede zoude laten gaan; maar in plaats dat haar dit zoude weerhouden, deeden zy hem aan en hielden hem staande, zeggende dat zy hem niet los zoude laten of hy zoude met haar mede gaan. Thomas had een goede rotting by zig en wilde haar daarmede van het lyf weeren; maar in plaats dat zy daar door zoude zyn verschrikt geworden, begosten zy een leven te maaken en om hulp te schreeuwen; als of ’er iemand was geweest die haar eenig leed wilde doen.
De Ratelwagt quam op dit geschreeuw terstont toeschieten; die de Vrouwlieden daar op die wyze met Thomas bezig vindende, deeze tegen haar zeide, dat hy haarlieden gewelt wilde doen, zy vielen hem ten eersten op het lyf, pakte hem aan, en zeiden; dat hy zig aan haar over moest geven of dat zy anders gewelt zouden gebruiken. Wat zoude Thomas doen? Zig te verweeren was voor hem niet raatzaam, ook waren zy gewapent en met haar beiden. Die deed hem de zagtste weg verkiezen en haar verzoeken dat zy hem zyn weg zouden laten vervolgen; want dat hy in het geheel niet van zin geweest wasdieVrouwliedeneenig kwaat te doen: maar dat zy hem in tegendeel aangedaan hadden. Dit mogt niet helpen: zy namen hem tusschen beide in en sleepte hem tegens zyn wil en dank mede: terwyl de Vrouwlieden het hazepad kozen.
Thomas was in de grootste vrees des werelts; dewyl hy niet wist wat een uiteinde dit spel zoude nemen: hy borst daarom in dier benaauwtheid al gaande in deze droevige klagten uit: ô gelukkig Eiland! Was ik heden in u; zoo zoude my dit kwaad niet overkomen en ik zoude bevryd zyn van een overlast daar ik my thans in bevinde. Gelukkig Eiland! Daar het bederf en de zeden van een ander, de onschuldige niet in verwert en de goede voor de kwade niet behoeven te lyden.
De Ratelwagts hem zoo over dit Eiland hoorende roepen, vroegen hem wat of hy daar mede meende en wat dat voor een Eiland was; wy zyn hier in Amsterdam zeide zy, wat hebben wy met de Eilanden te doen? Maar vervolgden zy wyder, wy zien dat gy zoo bevreest zyt; hebt gy ook geld by u? Om wat reden vraagt gy dat? zeide Thomas. Om als gy ons van het zelve wat wiltgeven, wy u los zullen laten. Hoe veel moet gy wel hebben? vroeg Thomas. Als gy een Ducaat wilt geeven, zullen wy u laten gaan antwoorde zy. Thomas een klein Goudbeursje, ’t geen hy by zig had, uit den zak halende, nam daar een Ducaat uit en gaf ze haar. Zy lieten hem daar op heen gaan, terwyl hy haar hoorde zeggen, dat zoo zy geweten hadden dat hy zoo veel Geld by zig gehad had, hy daar zoo gemakkelijk niet zoude afgekomen zyn.
Thomas was verblyd dat hy vry was, en daar zoo goetkoop was afgekomen, en spoede zig zoo haastig als hy konde om t’huis te zyn. Als hy daar gekomen was, was de Heer N.... nog niet te bed gegaan en vond dat die met ongelegentheid hem zat te wagten. Hoe blyft gy zoo lang uit Thomas,vroeg hy hem, waar zyt gy zoo lang geweest? of is u iets ontmoet dat u zoo lang opgehouden heeft? Want ik ben zulks van u niet gewent.
Al weder een staaltje van de Eerlijkheid en het goed gedrag dat men hier ontmoet; antwoorde Thomas, en daar op de HeerN....verhalende ’t geen hem ontmoet was; verwonderde die zig zeer.
Gy zyt daar gelukkig afgekomen zeide de Heer N.... gy zoud ’er door in hegtenis hebben kunnen raken, en dan zoud gy ’er mogelijk zonder klederen te scheuren niet zyn afgekomen; want wie zou hebben kunnen getuigen of gy onschuldig was of niet? Als het daar al op aangekomen was zeide Thomas, zou myn goed geweten wel voor my gepleit hebben, waar door ik my vrymoedig by den Rechter zou hebben kunnen verantwoorden. Ja maar die vrymoedigheid voldoet by den Rechter niet; zeide de Heer N.... daar moeten goede bewyzen en getuigen zyn, of het zoude weinig baten; want de grootste schurk heeft dikwils de grootste vrypostigheid; daar een eerlijk man al is hy onschuldig, zulks niet heeft. Dan is zoo een onschuldige wel te beklagen hervatte Thomas, die in diergelyke omstandigheden is als ik ben geweest. Dit is zoo zeide de Heer N.... en ik rade u daarom voorzigtiger te weezen en vroeger t’ huis te komen. ô Gelukkig Eiland! Riep Thomas uit; daar men des nachts zoo veilig is als by den dag, en daar men in geen omstandigheden word ingewikkeld, die zoo gevaarlijk in haar gevolgen zyn.Daar op ging de Heer N.... en Thomas zig ter rust te begeven.
Hy had die nagt het zeer ongerust: zodanig lag hem dit geval nog in zyn hoofd te malen. Wat zekerheid kan men hier hebben zeide hy in zig zelven om gerust te leven, na dien men zelfs bloot staat van misdaden betigt, en daar om gestraft te worden, daar men nooyt om gedagt heeft. Ach! Zeide hy; waar staat een mensch niet al voor bloot en wat heeft hy dog in zyn leven te wagten? Dewyl het goed en kwaad zodanigonder malkanderenvermengt is. Dus mymerende viel hy eindelyk in slaap dog in plaats van hem te verkwikken, maakte die hem eer nog ongeruster.
Hy droomde dat hy overstraat gaande, twee vegtende persoonenontmoete, die malkanderen met groote messen te keer gingen. Hy verbeelde zig ’er in aller haast na toe te spoeden om dezelve te schyden; maar wanneer hy daar digt by was gekomen, scheen een van de twee een steek te krygen die doodelyk was: waar op den anderen het mes latende vallen, de vlugt nam. Hy verbeelde zig daar op na den gekwetsten toe te schieten, om hem in zyn armente ondersteunen, die daar in den geest gaf, juist als daar eenige lieden die op zyn kermen uit haar huisen kwamen lopen, hem in die toestand vonden; in de armen van Thomas den geest gevende.Thomas verbeelde zig dat zy hem voor den dader van het feit aanziende, hem voor een moordenaar uitscholden dat hy zyn onschuld te kennen gaf en terwyl hy hier mede bezig was, kwamen de dienaren van het geregt aan en bragte hem in hegtenis.
Hy droomde vervolgens dat hy voor den Regter moest verschynen, daar hy zyn onschuld aan te kennen gaf; maar dat hy geen bewyzen by kunnende brengen van zyn onschult, op de getuigenissen die de luiden van hem gaven, van den zelven veroordeelt wierd om onthoofd te worden. Hy verbeelde zig na dat hy eerst eenige Jammerklagten uitgeboezemd had, op een schavot te verschynen; maar hy wierd op het ogenblik wakker van schrik, als hy zig verbeelde dat de scherpregter toe zoude slaan. Hy sprong zelfs van schrik overeinde, en kon in langen tyd zig niet tot bedaren brengen; tot dat den dag aankomende, hy opstond om zig door het leezen in een goed boek eenwynig te veranderen; dewyl de Heer N.... nog geen een van het huisgezin was opgestaan.
Het eerste dat hy by de hand vond, was een bybel dewelke hy opslaande, de Prediker van salomon in het oog kreeg, en dewyl dit een boek is t’ welk de ydelheden van den Mensch, zyn handelen wandel op een levendige wyze voorsteld; zoo kon hy ditop zigzelven zeer wel toepassen, wegens het geval dat hy des nagts gehad had, en de droom die daar op gevolgt was. Het vyftiende vers van het zevende hoofdstuk gaf voornamelijk een groote indruk op zyn gemoed, als hy las “Dit al hebbe ik gezien in de dagen myner ydelheyd: daar is een rechtvaerdige, die in zyne gerechtigheyt omme komt: daar en tegen is ’er een godloze die in zyne boosheit (zyne dagen) verlengt.”Ach! Riep hy uit; hier leer ik uit dat zelfs de Deugd niet vry is van vervolgingen en dat de godloosheid in tegendeel ongestraft blyft.
Onder het lezen was de HeerN....en zyn huisgezin opgestaan. Hy ging dezelve goede morgen zeggen: maar deeze vond zyn weezen zodanig betrokken en onsteld dat hy wel kon merkenwat ’er in zyn hart omging.Hoe ziet gy ’er zoo uit Thomas zyde hy; zyt gy niet wel, of heeft de schrik van de voornagt u nog bevangen? Daar op verhaalde Thomas hem de ongeruste nagt, die hy gehad had, en zyne droom, dat hy was opgestaan en de prediker opslaande eenige spreuken daar in had gevonden, die hem zeer aangedaan hadden. Onder andere bragt hy het zoo evengemelde vers by, ’t geen hem het meest getroffen had.
Wat wil dit nu alles zeggen? vroeg hem de Heer N.... Thomas antwoorde; dat dit zoo zynde, men in het geheel nergens meer staat op kan maken; dewyl Deugd en ondeugd even gelijk bloot staan voor goed en kwaad. Wel is u dan de wyze onderrigting van de Heer le Sage zoo vergeeten? Vroeg hem de HeerN....dat men hier op deze weereld op de uitkomsten der menschelijke verrigtingen niet moest zien; maar dat men een ander en beter leven te verwagten had, waar Deugd en ondeugd op een regtmatige wyze zullen beloond en gestraft worden. Salomon, vervolgde hy wyders, zegt immers zelfs op het einde van zyn Prediker, “van alles dat gehoord is, is het einde vande zaak; Vreest God, ende houd zyne geboden; want dit (betaamt) alle menschen. Want God zal ieder werk in het Gerigte brengen, met al dat verborgen is, ’t zy goed, of ’t zy kwaad,” wat wil hy hier anders mede te kennen geeven als dit: Stoor u niet aan de verborge wegen die God in zyn voorzienigheid in dit leven houd: het moet u in tegendeel aanleiding geeven, om aan een ander als dit is te geloven; want God kan dog niet anders als een God van order wezen. ’T is derhalven billijk dat men hem vreest en ontziet, dewyl hy te zyner tyd een iegelijk; na het gene hy verdient heeft, vergelden zal.
Hier mede Thomas een weinig tevreden gestelt hebbende, gingen de Heer N.... en hy te samen ontbyten. Maar de liefde die tot nog toe dit huisgezin met vrede had gelaten, kost eindelijk niet nalaten het zelve een weinig te verstooren, en hy daar toe bekwame voorwerpen vindende om zyn rol te speelen, stelde hy het dus te werk.
De Dogter van de Heer N.... die Agnes genaamt was, had al voor eenige tyd de ouderdom bereikt, dat de Liefde bekwaam was haar hart in te nemen;zy was al negentien jaren; Maar eer wy iets verder van haar melden, zullen wy eerst haar gedaante en hoedanigheden beschryven.
Zy was middelmatig van postuur, blank van vel, een weinig aan de geele kant, door dien zy onder een warm Climaat geboren was: had levendige blaauwe oogen, een gelaat dat zeer regelmatig was, blond hair en was tanger van lighaam, behalven een minnelijke goedaardigheid en openhartigheid, bezat zy ook een goed oordeel, een levendigheid van geest; maar het geen wel het voornaamste was, een liefde tot de Deugd en tot het eerlijke.
Al deze schoone hoedanigheden, gevoegt by een lichaam ’t welk fraai was, waren wel waardig bemind te worden; maar dewijl ’er geen zyn geweest die de zelve gewaar wierden, was zy tot nog toe zonder aanzoek gebleven, en het scheen dat de liefde haar hart zelfs eerst vermeesteren wilde, eer dat hy dat van een ander over haar beminnelijkheden innam.
Zy had al overlang de goede hoedanigheden, die Thomas bezat in aanmerking genomen; maar her was tot nog toe niets meer als een bloote beschouwinggeweest die haare agting voor hem ingeboezemt had: thans wilde haar noodlot het anders en veranderde dezelve in een liefde, die om haare byzonderheid veelen wonderlijk voor zal komen; maar die nogtans wegens haar oorzaak zeer regtschapen was; dewyl haar beider harten met liefde tot de Deugd bezield wezende, niet anders als overeenstemmende gevoelens kost veroorzaken.
Haar Liefde was van een andere natuur als dezelve gemeenlijk is, die maar op de uiterlijke schoonheid en gestalte der voorwerpen ziet; de haare was verhevener en betragte meer de schoonheid en hoedanigheid der Ziel, waar meede haar gelieft voorwerp bezield was.
De zwartheid van Thomas belette niet, dat hy van Mejuffrouw Agnes bemind wierd; Maar op wat voor een wyze hem dit bekent gemaakt? Dit was voor haar een groote zwarigheid en scheen tegen de eerbaarheid van een Jonge Dogter te stryden: wat weg dan te verkiezen om tot haar oogmerk te komen? Hier mede zig eenige tyd ophoudende om te denken, vorderde zy daar weinig mede. De wonde die zy overal met haar omvoerde, diende genezen te worden! De Liefde eindelijkop de maagdelijke schaamte ’t winnende, besloot zy hem haar hart te openbaren en hem haar genegentheid bekent te maken.
Zy nam de gelegentheid waar als hy alleen by haar was. Zy maakte in den beginne eerst een onverschillig praatje met hem, daar na op het stuk van liefde met hem vallende, vroeg zy hem hoe dat het kwam dat hy niet en trouwde. Ik Mejuffrouw! zeide Thomas, wie zou my dog willen hebben? Het was goed als hier eenige Negerinnen waren, daar mogt ’er nog een onder wezen die my tot haar man nam; maar geen blanke zal my daar toe nemen. Hoe weet gy dat zeide Agnes, dewijl gy het nog nooit iemand gevraagt hebt; maar zoo het u eens voorkwam dat de een of andere Jonge dogter liefde voor u had, en het u te kennen gaf zoud gy dezelve dan wel afslaan? Het kost ’er na wezen antwoorde Thomas: maar ik geloof niet dat my dit ligt gebeuren zal. Wel als ik dan eens zyde dat ik u beminde, hoe zoud gy u daar in houden vroeg Agnes. Ik zoude denken dat gy met my spotte, antwoorde Thomas; want ik ben veel te onwaardig om van u bemind te worden. Daar op Agnes hem met eenaangezigt ’t welk rood was van schaamte en een bevende stem, die haar vreeze te kennen gaf, aanspreekende, deed zy het op de volgende wyze.
Hoor Thomas zeide zy alhoewel het my weinig voegd een Manspersoon zelfs aan te spreeken; zoo weet ik dog dat gy al te bescheiden zyt om ’er u roem op te dragen, of my daarom te verdenken. Myn Liefde is gegrond op de reden en op deugd, en daarom schaam ik my niet dezelve te openbaren, aan u die ’er het voorwerp van zyt. Uwe hoedanigheden zyn my bekent. Dewyl ik daar veel genoegen in neem, is het dat gy myn hart gewonnen hebt; verwerp dan die Liefde niet die ik voor dezelve heb; en maak my en u gelukkig met u daar aan over te geven. Ik geeve u eenige tyd tot bedenking, en verwagt eerlang een voldoenend antwoort van u; Daar op uit schaamte heenen gaande zonder na antwoort te wagten, liet zy Thomas in de grootste verwondering des werelts alleen.
Thomas met aandagt toegeluistert hebbende toen zy hem haar Liefde had verklaart, was ’er zodanig door verrukt, dat hy een wyl tyds als van zinnen berooft was; wie zoude ooit gedagt hebbendat my zulks zoude te vooren komen, ik my bemind van Juffrouw Agnes! Een Maagd zonder weerga, en die al de hoedanigheden bezit die een braave Juffer passen, daar by een eenige Dogter van Ouders die ryk zyn; ik kan het bezwaarlijk gelooven. Maar myn ooren hebben het zelfs gehoort, en myn oogen de ontroering in haar wezen gezien, die ’er in haar hart omging! maar wat gedaan in zulk een omstandigheid? Myn hart zou haar wel willen believen; maar de achting en eerbied die ik voor haar ouders schuldig ben, weerhouden my. Wat dan gedaan zeg ik nog eens. Het best is my by haar Vader te vervoegen, en hem de zaak te openbaren; vind hy het goed, danis hetmeer als al te wel, en vind hy het kwalyk, dan is het beter dat ik my na zyn zin schik, als een man te bedroeven daar ik zoo veel aan verpligt ben.
Met deeze gedagten begaf hy zig by de Heer N.... en als hy gelegentheid gekreegen had om hem alleen te spreeken, sprak hy hem aldus aan. Myn Heer zeide hy, ik moet u iets bekend maken, daar gy u ten hoogsten over zult verwonderen; maar ik bid u verleenmy een weinig uw aandagt, want gy zyt zoo naauw in de omstandigheid der zaak betrokken, dat gy het ten hoogste nodig zult hebben.
Wat is het dan Thomas, vroeg de Heer N.... ik ben nieuwsgierig het zelve te weeten, gy kunt ten vollen van myn inschikkelykheid verzekert zyn. Myn Heer zeide hy, u Dogter is op een Persoon verlieft, die het gantsch niet waardig is, en dit kom ik u openbaren, op dat zoo het niet na u genoegen mogt weezen, gy het by tyds beletten kunt. Myn Dogter verlieft op een onwaardig Persoon! Dat kan ik niet gelooven, zeide de Heer N.... En wie is die Persoon vervolgde hy wyder, kent gy hem ook? Zoo goed als my zelve, antwoorde Thomas. Zoo goed als u zelve, hervatte de Heer N....; maar laat my dog niet langer in verwerring beduid hem my zoo gy wilt.
Myn Heer zeide Thomas, ik ben die onwaardige Persoon, zy heeft het my zelve te kennen gegeeven en my daar over in de grootste verwondering gelaten. Niet wetende hoe my ’t best hier in te gedragen, heb ik gedagt het u bekent te maken; op dat ik daar door my zelve kwytende van het geen ik aanu verpligt ben; gy u besluit daar over zoud kunnen nemen, en my zeggen of het met of tegen u zin is; want ik wilde liever van al de voordeelen des Werelds afzien als u te mishagen.
Gy doet als een braaf man behoort te doen, zeide de Heer N.... maar dewijl dit een zaak is die zeer teder is, zoo wort ’er wel eenige tyd vereischt om my daar over te beraden.
De Heer N.... verhaalde de zaak aan zyn Vrouw om zig met dezelve daar over te beraden; deeze vond de zaak zoo zonderling dat zy niet weiniger daar over verwondert was als haar man.
Zy namen in den beginne daar geen al te groote genoegen in. ’T is waar zy waren van de Deugden en goede hoedanigheden van Thomas wel overtuigt; maar het dagt haarlieden niet wel te voegen, dat een Neger met een blanke Dogter trouwen zoude: daar by geen middelen bezittende, hadden zy liever een Persoon voor haar Dogter gehad, die wat meerder daar mede gezegend was.
Na lang beraadslaagt te hebben wat zy het best in dit geval zouden doen; besloten zy haar Dogter daar over tespreken, om te zien of zy de genegentheid die zy voor Thomas opgevat had, niet uit haar hooft zouden kunnen praten.
Ondertusschen viel ’er nog iets voor, ’t welk zeer veel schade aan de Liefde die Mejuffrouw Agnes voor Thomas opgevat had, zoude kunnen veroorzaakt hebben.
Ziet hier wat van de zaak was.
Daar liet zig een Jong Heer by myn Heer en Mevrouw N.... aanmelden, met verzoek om dezelve te spreeken; vermits hy een zaak van belang te zeggen had. Dit wierd hem ten eersten toegestaan, te meer wyl het een goed Vriend en kennis van de Heer N.... en zyn Familie was. Hy was een Jongman van goede huize, van tydelijkemiddelen rykelijk gezegent; dewyl zyn Ouderen gestorven zynde, hem als eenigste Erfgenaam van aanzienlijke goederen nagelaten hadden. Hy was deugtzaam van levensgedrag en fraai van gestalte.
Deeze Jonge Heer dan gehoor by myn Heer en Mevrouw N.... gekregen hebbende, verzogt de vryheid te mogen hebben, van over haar Dogter te verkeeren; vermits hy genegentheidvoor haar gekreegen had. Zy bedankte hem voor de eer die hy haar aandeed, en sloegen het geensins af; maar verzogten eenige tyd om zig daar over te beraden. Hy was hier mede te vreeden en na nog over eenige onverschillige zaken gesproken te hebben, nam hy van haar afscheid.
Dit geval gaf nog meer aandrang voor Myn Heer en Mevrouw N.... om haar Dogter aan te spreeken. Zy lieten dezelve by haar komen, en gaven haar eerst het zoo evengemelde te kennen, zonder van Thomas te spreeken, en droegen dezelve zoo voordeelig aan haar voor, dat zy wel merken konde dat haar Ouders zeer met hem waren ingenomen. Dit trof haar zoo geweldig en ontroerde haar; dat zy in plaats van te antwoorden, op zyde van haar Stoel neerzeeg, en als een witte doek verbleekte. Dit deed haar Ouders toeschieten, terwijl Mevrouw N.... haar een welriekend Watertje onder de neus hield, om van haar flauwte te doen bykomen. Wat is het myn kind zeiden zy, (toen zy een weinig by gekomen was) tegen haar, dat gy u op dusdanig een wyze ontroert? Spreekt vryelijk uit; want wy zoeken u niet in u genegentheitte dwingen, en indien gy geen zin in de Persoon hebt die wy u voordragen, zoo hebt gy het maar te zeggen.
Myn Waarde Ouders, zeide Agnes al zugtende, met een flaauwe stem, weet dat ik niet meer meester van my zelven ben, en dat ik reets myn hart aan een ander geschonken heb, daar ik meede hoop te leven en te sterven, als gy het gelieft toe te staan; en zoo niet, heb ik voorgenomen my nooit in den echten staat te begeeven, met wien het ook zoude mogen wezen. Wie is dan die geen daar gy u hart aan hebt geschonken, vroeg Myn Heer en Mevrouw N.... als zig houdende of zy ’er niets van wisten: het is Thomas antwoorde Agnes, die ik om zyn Deugden bemin. Ik wil een man hebben die liefde voor de waarheid en Deugd heeft, daar by eenvoudig en opregt, en dit alles heb ik in Thomas gevonden. Van zoo een man die zulke goede hoedanigheden bezit, kan ik liefde en trouw verwagten, heel anders als van sommigen, die haar meeste bequaamheid bestaat in veinzery en arglistigheid, en daar door de menschen meede weten in te nemen; zoo lang, tot dat zy dezelve in haar magt hebben: als dan openbaren zy haar bozenaart eerst regt, en die geenen die zig aan haar hebben overgegeven, worden gewaar op wien zy zig betrouwt hebben.
Agnes! zeide de Heer N.... u verkiezing voor zoo ver gy op Deugd en eerlykheid ziet, is goed en pryselijk: maar dat dezelve op een Persoon als Thomas gevallen is, dit komt my wat zonderling voor. Een Neger van een blanke Juffer bemind! Wie zou dit kunnen geloven? Thomas is daar by een Persoon die behoeftig is; het geen hy bezit, heeft hy van my, en ik heb hem van de slaverny vry gemaakt: gy in tegendeel zyt een Juffrouw van fatzoen en van middelen, of ten minsten hebt gy dezelve na ons Dood te wagten; zoo dat alles wel ingezien zynde, een groote ongelijkheid tusschen u beide plaats heeft. Ik zoude u daarom raden die gedagten uit u hooft te zetten, en dat gy liever een ander met u min begunstigde, die beter met u staat overeen komt en een blanke is, gelyk gy.
Wat zyn zwartheid aangaat Vader, zeide Agnes; ik bemin hem niet om zyn couleur; maar om zyn Deugd, en wat zyn behoeftigheid betreft; het zelve schrikt my gantsch niet af hem liefte hebben: Die deugtzaam is, is ryk; hier kunnen geen schatten van het Oosten tegen ophalen: daar by zyt gy van tydelijke middelen zoo gezegent, dat gy wel in staat zyt, om ons het nodige te verschaffen; en wat wil men meer begeeren? ’t Is beter een weinig met genoegen te bezitten, als veel, met ongenoegen, en daarom mijn waarde Ouders ik smeke u staat het my toe.
Myn Heer en Mevrouw N.... zagen wel dat ’er geen verandering van zin in Agnes te krygen was, de goede hoedanigheden die Thomas bezat, waren haar wel bekent; maar om reden hier boven verhaald, maakten zy veel zwarigheid, om haar toestemming daar in te geven. Eindelijk de liefde voor haar Dogter de overhand op de zwarigheden die zy over haar verkiezing hadden krygende, zeide zy tegen haar. Waarde Dogter gy zyt het eenigste pand van onze liefde, wy zoeken daarom het beste tot uwe behoudenis, en al wat u tot een waar genoegen verstrekken kan. Dewijl wy nu zien dat gy niet te verzetten zyt; zoo willen wy u de vryheid laten in een keuze waar het geluk of ongeluk van u gansche leven in vervolg van tyd van afhangt: maar bemind Thomas u wel weder, of hebt gy ooit eenigeblijken van liefde in hem tot u kunnen bespeuren?
Doe verhaalde Mejuffrouw Agnes aan haar Vader en Moeder, hoe zy zelfs haar liefde aan Thomas geopenbaart, en hem eenige tyd tot bedenking daar op gegeven had. Wy zullen op staande voet zien wat hy daar op zal zeggen zeide de Heer N...., en daar op Thomas hebbende doen roepen, quam dezelve in het vertrek daar Myn Heer en Mevrouw N.... met haar Dogter waren. Wel Thomas zeide daar op de Heer N.... hebt gy u nu al eens bedagt over het geen myn Dogter aan u voorgeslagen heeft? Thomas ontroerde zig over deze vraag, en vroeg wat hy daar mede meende. Hoor zeide de Heer N.... dewijl het my ten vollen bekend is de liefde die myn Dogter voor u heeft; zoo is myn begeerte dat gy u daar over ten eersten verklaart, of gy myn Schoonzoon zoud willen worden, en die liefde die myn Dogter voor u heeft, met een gelijke liefde zoud willen beantwoorden. Wat zegt gy hier op spreek......
Myn Heer zeide Thomas daar op tegens de Heer N.... ik zoude het ondankbaarste schepzel wezen, dat ’er in de gansche wereld was; indien ik een aanbieding afsloeg die mij de gelukkigste van alle stervelingenkan maken. Na eerst zoo veel goedheden van u ontfangen te hebben, die ik met duyzend levens niet kan betalen, doet gy my nog de eer, om my te vragen of ik u Schoonzoon zou willen weezen, daar duizenden van vry wat meer verdiensten als ik wel na zouden tragten.Hier op zig voor de voeten van Mejuffrouw Agnes werpende, zeide hy Mijn Waarde Agnes, die u jonge en teder hart aan my opgedragen heeft, en my daar door de gelukkigste mensch maakt die ’er op de weereld is, ik neem u aanbieding aan, ontfangt daar op mijn hart en hand, tot pand voor mijn gegeven woord, en zyt verzekert, dat zoo lang als ’er adem in my zal zyn, ik u getrouwe man zal wezen.
Mejuffrouw Agnes regte hem doe op, waar op zy malkanderen omhelsden. Vervolgens verrigte hy het zelve met Myn Heer en Mevrouw N...., die hem als haar toekomende Schoonzoon begroete. Na verloop van een korten tijd trouwden zy te samen, en daar wierden niet als zeer weinige goede vrienden van beide kanten op het trouwmaal genodigt.
Het geschiede zonder eenige uiterlyke pragt; maar dit kon dog niet beletten, dat ’er veele waren die ’er weiniggoeds van spraaken. Het quam de Wereld wonderlijk ’voor dat een man die onder een van de fatzoenlijke lieden kon gerekent worden, zyn Dogter liet trouwen met een Neger, die voor dezen zyn slaaf was geweest; maar de Heer N.... redeneerde daar anders by zig zelven over, die wel wetende dat alle menschen een en dezelve oorspronk hebbende, de geboorte of de uiterlijke omstandigheden daar geen verandering in konden brengen; maar dat de goede hoedanigheden die iemand van natuur bezat, hem eer boven zyn evenmensch verheffen. Hy bevond ook in vervolg van tyd, dat hy zig over dit Huwelijk niet behoefde te beklagen, vermits onze Jonge Lieden zoo veel liefde voor malkanderen betoonden.
Onze Jonge Lieden bleven by Myn Heer en Mevrouw N... inwoonen; dewelke een Buitenplaats huurden, waar op zy zig te samen met ’er woon begaven; dewijl zy de vryheid beminnende, dezelve beeter in de ruime Lugt vinden konden. Haar Huwelijk wierd met eenige Kinderen gezegend.
EYNDE.