HOOFDSTUK XIX.

HET CONGRES TE WEENEN.

HET CONGRES TE WEENEN.

Thans was geheel ons land van vijanden gezuiverd en wij konden ons geheel wijden aan de regeling onzer binnenlandsche aangelegenheden. De belastingen lieten wij onveranderd. Alleen schaften wij het Tabaksmonopolie af. In een buitengewone vergadering der Staten-Generaal van Mei 1814 werd naast een werkelijke ook eenuitgesteldeschuld vastgesteld, ter herleving van het ⅔gedeelte, dat men onder Napoleon door de tiërceering verloren had. Ons crediet herleefde en onze effecten stegen in waarde. Handel en scheepvaart begonnen te bloeien.

Het Congres, door de Groote Mogendheden te Weenen gehouden, oordeelde, dat het voor de rust van Europa beter was, als België en Nederland onder één scepter vereenigd werden. Immers, waren beide landen één, dan konden ze beter een aanval afweren van het altijd woelige Frankrijk, dan wanneer ze gescheiden waren. Nadat den 11 Febr. 1814 de Groote Mogendheden over België een Provisioneel Bestuur hadden ingesteld en later een Tusschen-Bestuur vanWillemI, droeg het Congres van Weenen den 15 Aug.aan genoemden Vorst het oppergebied over al de Nederlanden op met den Koningstitel en dat wel ter schadeloosstelling voor zijn Nassausche erflanden Dillenburg, Sieg, Siegen, Dietz en Hadamar en het Groot Hertogdom Luxemburg.

Oostenrijk had voor 1795 België bezeten. Ter vergoeding daarvoor kreeg het Lombardije en Venetië, welke landen dichter bij zijn grenzen en daardoor gemakkelijker te besturen waren dan België.

Napoleon keert van Elba terug.—Krijgsbedrijven in België.—Quatre BrasenLigny.

Den 16 Maart 1815 begaf Willem I zich naar de vergadering der Staten-Generaal te 's-Gravenhage, waar hij de gronden ontvouwde, die tot de Vereeniging van Nederland met België hadden geleid. Met gemengde gevoelens ontvingen de Staten der Noordelijke gewesten hem. Zij noemden de vereeniging van alle Nederlanden een treffende gebeurtenis.

Van de vereeniging van België met Nederland (van het herstel dus van het oude Nederland, gelijk het in de dagen van Karel V was), verwachtte men de volgende voordeelen:

1º. Er werd een vaste voormuur tegen Frankrijk gevormd.

2º. Als Mogendheid van den tweeden rang zou het Vereenigd Koninkrijk niet slechts bloeien door den handel van het Noorden, maar ook door de industrie van het Zuiden en door den landbouw van beiden.

Men zag evenwel voorbij, dat de verschillende bronnen van bestaan van beide landen ook verschil van belangen schiepen, waardoor twist en tweedracht kon ontstaan, waarbij nog kwam, dat beide landen verschillend waren niet slechts in taal, maar ook in godsdienst, wat mede een bron van oneenigheid kon worden.

Een eerste verplichting, die de vereeniging ons oplegde,was eene uitkeering van twee millioen pond sterling of 24 millioen gulden aan Engeland voor den opbouw van vestingen aan de Fransche grenzen; bovendien moesten wij aan Engeland afstaan: in West-Indië Berbice, Demerary en Essequebo en in Zuid-Afrika de Kaapkolonie. Ook talmde Engeland, om ons de overige koloniën terug te geven.

NAPOLEON VERLAAT OP 26 FEBR. 1815 HET EILAND ELBA.

NAPOLEON VERLAAT OP 26 FEBR. 1815 HET EILAND ELBA.

Terwijl het Congres te Weenen bezig was, de verwarde Europeesche zaken te regelen, werd ineens de mare bekend, dat Napoleon, vertrouwende op de gehechtheid zijner soldaten en op de onverschilligheid der Franschen ten opzichte van het stamhuis vanBourbon, den 1 Maart 1814 met 1500 soldaten te Cannes in Frankrijk was geland. Lodewijk XVIII zond verschillende troepen-afdeelingen tegen hem af, doch die kozen allen zijn zijde, zoodat Napoleons krijgsmacht vermeerderde naarmate hij dichter bij Parijs kwam. Op 't laatst was zijn tocht een triumftocht, zoodat Lodewijk XVIII het geraden achtte, Parijs te verlaten en eene schuilplaats te Gent te zoeken. Reeds den 20 Maart 1814 deed Napoleon zijn intocht te Parijs.

Toen het Congres te Weenen hiervan kennis kreeg, besloot het terstond tot een algemeen Verbond tegen den dwingeland en tot het bijeenroepen van een krijgsmacht van een millioen soldaten. Ook Napoleon zat niet stil. Hij beproefde alle diplomatische hulpmiddelen, om den naderenden storm te verwinnen. Zijne agenten bij de buitenlandsche machten leden echter schipbreuk in hunne pogingen en 's Keizers hoop, om door zijne gemalin het Oostenrijksche hof te zijnen gunste te stemmen, kon onmogelijk slagen, daarMaria Louisezich reeds een ander man tot levensgezel had verkozen.

Door snel optreden hoopte Napoleon de Mogendhedente voorkomen. Reeds na twee maanden beschikte hij weer over een leger van 180.000 man, gereed tot den veldtocht.

Koning Willem I riep ook de Nederlanders te wapen. Hij vormde twee legers, die hij onder bevel zijner twee zonen stelde, het eene leger 40.000 man sterk, om de grenzen van België te dekken en het andere, 30.000 man, meest Zuid-Nederlanders, dat als Nationale Militie dienst moest doen.

Napoleon evenwel begeerde vrede en vroeg aan de Mogendheden om vrede, doch die wilden er niet van weten. Wel wetend, dat België het tooneel van den strijd zou worden, rukteBlüchermet 117.000 man Pruisen de Zuidelijke Nederlanden binnen en nam, met Namen tot hoofdpunt, positie tusschen Luik, Hoei,CharleroienDinant. De prins van Oranje voerde bovendien in België nog bevel over 20.000 Engelschen en Hannoveranen, terwijl den 4 April 1815 de Hertog vanWellingtonte Brussel aankwam waar hij het opperbevel aanvaardde over een leger van 91.228 man uit Engelschen, Duitschers en Nederlanders bestaande. Onder zijn opperbevel werd de Prins van Oranje gesteld over een afdeeling Engelschen en Nederlanders, terwijl Prins Frederik onder de bevelen van den Engelschen Luitenant-GeneraalLord Hillaan het hoofd werd gesteld 10.000 man.

Onder den Prins van Oranje die met het eerste legercorps stond tusschenGemappes, EnghienenBirche, dienden Generaal de Perponcher, de vriend van den te Padua overleden Prins Frederik en Chassé, die nog in 1814 een trouw krijgsmakker van Napoleon was geweest. Het tweede legercorps onderLord Hillhad positie gekozen te Ath en Oudenaarde.Sir Thomas Pictonvoerde rondom Brussel de reserve hiervan aan.LordUxbridgestond aan het hoofd der ruiterij. GeneraalCollaert, bekend uit zijn moedig gedrag bij Castricum, stond met de Nederlandsche ruiterij, die eene afdeeling vormden van de ruiterij onderLord Uxbridge, bij Bergen.

De Hertog vanWellingtonverwachtte nog geen inval van Napoleon in België en dacht er zelfs over, den Keizer voor te zijn en in Frankrijk te vallen. Zijne hoofdofficieren dachten ook nog aan geen gevaar, zoodat zij zelfs den 15 Juni eene uitnoodiging tot een feestpartij bij de Hertogin vanRichmondaannamen. Des nachts even vóór 12 uur werd den Hertog vanWellington, die mede op het feest was, bericht dat Napoleon met 130.000 man de Belgische grenzen was overgetrokken enCharleroireeds had genomen. Terstond was de feestpret uit. Vele officieren gunden zich geen tijd, hun feestgewaad af te leggen en stegen met zijden broek en kousen te paard.Wellingtonnam alles kalm op. Oogenblikkelijk gaf hij zijne bevelen en vóór het den volgenden morgen 8 uur was, waren soldaten, kanonnen en voertuigen al op weg naar het oorlogsterrein.

De Prins van Oranje, die ook op het bal was, was mede half in feestgewaad, te paard gesprongen en bevond zich des nachts twee uur reeds in zijn hoofdkwartier teBraine le Comte. Het was den 16 Juni 1815 des morgens 6 uur dat hij met zijne troepen aan den viersprongQuatre Bras(zijnde een kruispunt der wegen van Brussel naarCharleroi, en vanNivellesnaar Namen) aankwam. Hier vond de Prins den Hertog van Saksen Weimar, kolonel van het Regiment Oranje-Nassau, die den vorigen dagQuatre Brasreeds bezet had. Kapitein Bijleveld, die het bevel had over een batterij artillerie, was met een bataljon Nassauers bij het dorpFrasnes(een uur vanQuatre Bras) den 15 Juni door de Fransche ruiterij aangevallen, maar had zich al strijdende in de beste orde en zonder verlies naarQuatre Brasterug getrokken, waar hij zich bij den Hertog van Saksen Weimar voegde. Generaal de Perponcher bevond zich teNivelles, waar hij bevel ontving van den Hertog vanWellington, om de troepen bijNivelleste vereenigen. Hadde Perponcherdit bevel uitgevoerd, dan had ook Saksen Weimar naarNivellesmoeten komen en dan wasQuatre Brasonbezet geweest. Dit mocht echter volgens zijn inzicht volstrekt niet geschieden en daar hij wel wist, datWellingtonzijn bevel gegeven had, voor deze wist, dat NapoleonCharleroihad bezet, waagde hij het, tegenWellingtonsbevel in te gaan en gaf hij last, inzonderheid de stellingQuatre Braste verdedigen. Toen de Prins van Oranje zich des morgens bij hem voegde, zag deze spoedig in, dat de Perponcher met oordeel gehandeld had en versterkte de stellingQuatre Brasnog meer.

Het plan van Napoleon was, eene vereeniging van de Pruisische en Engelsche troepen te voorkomen, want als hij ze afzonderlijk aanviel, had hij meer kans om te overwinnen. Hij zond daarom MaarschalkGrouchynaarSombref, ten einde aldaarBlüchertegen te houden en MaarschalkNeynaarQuatre Bras. Grouchykon echter niet verder dan totFleurisenNeyniet verder dan totFrasneskomen.Neyvoerde het bevel over Napoleons linkervleugel, sterk 47.450 man en 116 kanonnen;Grouchyvoerde den rechter vleugel aan, sterk 38.000 man en 112 kanonnen, terwijl Napoleon zelf den middeltocht als reserve aanvoerde, sterk 28.880 man en 112 kanonnen.

Met die reserve wilde Napoleon dien vleugel te hulpkomen, die steun noodig had, opdat hij eindelijk met geheel zijn macht Brussel kon innemen, vanwaar hij zijne vijanden afzonderlijk hoopte aan te vallen. BijFleurisstuitteGrouchyechter op een leger van 90.000 Pruisen onderBlücher, zoodat doordringen daar niet mogelijk was. Napoleon gaf daarom aanNeybevel, om den vijand te verdrijven, zich dan naarSombrefte begeven, ten einde daar de Pruisen in de rechterflank aan te vallen.

Evenwel, Napoleon kon gemakkelijker bevelen, danNeyuitvoeren. BijQuatre BrasstuitteNey, naar wij zagen, op de legermacht onder den Prins van Oranje, en deze wist den indruk bijNeyte wekken, dat des Prinsen troepen talrijker waren, dan ze feitelijk waren. OokWellingtonvoegde zich des morgens 11 uur bij den Prins en hij keurde de maatregelen goed, die deze en De Perponcher genomen hadden.Wellingtonbegaf zich daarna naarSombref, waar hij bij een molen tusschenBryenLignyeene ontmoeting metBlücherhad. Beide veldheeren kwamen overeen, datBlücherbijLignyden Franschen slag zou leveren en datWellingtonoverQuatre Brashem te hulp zou komen. Die belofte kon echterWellingtonniet houden, wegens den strijd, dien hij zelf teQuatre Braste voeren had en het gevolg hiervan was—datBlücherbijLignyverslagen werd. Dit zou de laatste overwinning zijn, door Napoleon behaald.

De strijd bijQuatre Bras.

BijQuatre Brasgroeide de legermacht van MaarschalkNeylangzamerhand aan tot 15.750 man infanterie, 1865 ruiters en 38 kanonnen; de Prins stond hiertegenover met slechts 6832 man voetvolk, 16 kanonnen en eenige ruiters.

Neywierp zich met al zijn macht op een Compagnie onzer jagers, dat wijken moest. GeneraalBacheluviel nu met zijne Divisie onzen linkervleugel aan, waarop de kapitein Bijleveld zich oostelijk terug trok en Kapitein Stievenaar naar de zijde van het bosch van Bossu, waar hij door een houwitser doodelijk getroffen werd.

De Nassauers wisten de Fransche lanciers, die onze Tweede Brigade aanvielen, aanvankelijk af te weren, doch deze kregen hulp van het Fransche voetvolk, zoodat onze positie hachelijk werd. Saksen Weimar met de sabel in de vuist drong nu met de zijnen voorwaarts en dreef den vijand weer naar den rand van het bosch. Hier werd hij echter op zulk een hevig geschutvuur onthaald, dat hij weer terug moest trekken, tot de Prins van Oranje hem met twee in reserve staande bataljons te hulp kwam, waardoor de vijand belet werd, verder in het bosch door te dringen.

Intusschen verdedigde Overste Westenberg, hoewel hij het bevel voerde over jonge en ongeoefende soldaten,met goed succes de hoeveGermioncourttegen een verwoeden aanval der Franschen. De vijand begon nu echter de hoeve onder het geschutvuur te nemen, waarop de Prins van Oranje, met den hoed zwaaiend, aan onze troepen de kanonnen aanwees, die het meest verwoesting aanrichtten en die daarom genomen moesten worden. De troepen waren echter voor deze taak niet berekend. De Prins had het alleen aan zijn paard te danken, dat hij niet in de handen van den vijand viel, waartusschen hij was geraakt. Zijn adjudant, Otto van Styrum, werd evenwel gewond. En ten laatste moesten wij de hoeveGermioncourtin handen der Franschen laten en naarQuatre Brasterugtrekken. Wel kwam uitNivelleseen Brigade Nederlandsche Kavallerie (Dragonders, Huzaren en rijdende Artillerie) te hulp, doch deze viel te weifelenden met te weinig overleg aan, zoodat ze met verlies van vele officieren en soldaten werd terug geslagen.

SLAG BIJQUATRE BRAS(16 JUNI 1815).

SLAG BIJQUATRE BRAS(16 JUNI 1815).

Streden de Nederlanders bijQuatre Brasniet met succes, toch lag hun verdienste vooral hierin, dat zij den overmachtigen vijand tegenhielden, tot de Engelschen tot den strijd gereed waren. 's Middags 4 uur keerdeWellingtonvan het Pruisische leger terug en nam terstond teQuatre Brashet opperbevel over de troepen op zich. Ook verschenenPictonen de Hertog van Brunswijk met hun Divisies op het strijdtooneel. De Nederlandsche troepen hadden 's nachts geen rust gehad en den geheelen dag gestreden, zoodat zij vermoeid en afgemat waren. Toch bleven ze moedig en onvermoeid den strijd voortzetten. Zelfs gelukte het Kapitein Gey met zijn rijdende artillerie vier kanonnen van de voetbatterij, die de Franschen genomen hadden, te hernemen.

De Franschen kregen echter ook versterking. Napoleons broederJerômekwam met de reserve hun te hulp. De Hertog van Brunswijk sneuvelde en zijne troepen, die den straatweg bezet hielden, moesten die ontruimen. Ook Saksen-Weimar moest het bosch vanBossuaan den vijand prijs geven en naarHautain-le-Valtrekken. Aan den linkervleugel verloor een regiment Bergschotten de helft zijner manschappen, een vaandel en tot drie keer toe zijn aanvoerder. De Fransche Kurassiers onder Kellerman, Hertog vanValmy, dreven de Nederlandsche ruiterij totQuatre Brasterug.

Gelukkig werd onze linkervleugel versterkt door een Brigade Hannoveranen, terwijl twee versche Brigaden Engelschen zich bij Saksen-Weimar aansloten, die nu het bosch vanBossuopnieuw veroverden en bezet hielden.Wellingtonheroverde de hoeveGermioncourten aan den linkervleugel moesten de Franschen alde door hen behaalde voordeelen weer prijsgeven terwijl hun in het centrum door nieuw aangebracht geschut het voortdringen werd belet. ToenNey's avonds 10 uur zijne troepen naar de zijde vanFrasnesdeed terugtrekken, was de strijd bijQuatre Brasgeëindigd. Wij hadden er 567 man aan gesneuvelden en gekwetsten verloren.

Den volgenden morgen, 17 Juni, kreegWellingtonbericht, datBlücherbijLignyverslagen was geworden. Hij besloot daarom vanQuatre Brasterug te trekken, ten einde eene stelling te betrekken, die niet zoo ver van de Pruisen verwijderd was. Hiervan zond hijBlücherbericht en deelde dezen tevens mee dat hij een slag met de Franschen zou aanvaarden, als hij verzekerd kon zijn van de hulp van twee Pruisische legerkorpsen. De 70-jarigeBlücherantwoordde, dat hij niet met twee legerkorpsen, maar met geheel zijn leger te hulp zou komen, onder voorwaarde echter, dat als Napoleon den 18 Juni den aanval niet waagde,Wellingtonmoest aanvallen.

Op Zaterdagmorgen 17 Juni 1815, 's voormiddags 10 uur, begonWellingtonvanQuatre Brasterug te trekken, waarbij nog herhaaldelijk geschermutseld werd tusschen de Engelsche achterhoede en de Fransche voorposten. Intusschen was Napoleon zelf nu ook teQuatre Brasaangekomen. Indien hij terstond den aanval begonnen was, dan had hij veel kans op een overwinning gehad, want de verbonden troepen waren op den terugtocht en dus ontmoedigd, terwijlBlücherons nu niet te hulp kon komen. 't Zij hij zijn soldaten rust wilde geven, 't zij hij niet meer over de vroegere veerkracht beschikte, hij liet het thans niet tot een slag komen.

In den namiddag, toenWellingtonzijn terugtocht volbracht had, begon het geweldig te regenen, waardoor hetden Franschen onmogelijk werd, ons nog verder te vervolgen. De regen hield ook den geheelen nacht aan en doorweekte den bodem zoozeer, dat ook den volgenden dag van een veldslag geen sprake scheen te kunnen zijn, hoewel Napoleon des avonds tegenoverWellingtonsstellingen positie gekozen had.

De slag bij Waterloo.

Wellingtonsloeg zijn hoofdkwartier op te Waterloo, een dorp, gelegen ten Zuiden van Brussel aan den uitgang van het bosch van Soniën. De weg van Waterloo naar het gehuchtMont St. Jeanis steeds hellend en heeft ter halverwege een zijtak naarNivelles. Ten Zuiden vanMont St. Jeanstond op een hoogte de herbergLa Belle Alliance, ten Westen ligt het stadjeBraine-la-Leuden ten Oosten het dorpjeOhain. Twee belangrijke punten in den slag bij Waterloo zijn het kasteelGoumontofHougoumont, bestaande uit een heerenhuis, hoeve en tuin, omringd door dikke muren, waarnaast een boschje en een boomgaard, 1000 schreden van de stelling van den rechtervleugel gelegen en de hoeveLa Haye Sainte, rechts van den straatweg gelegen en 500 schreden van den kruin der hoogte vanMont St. Jean. Bij deze hoeve was een groentetuin en een boomgaard, beide aan de zijde van den weg door een muur en aan de andere zijden door dichte heggen begrensd.

Ten Oosten der herbergLa Belle Allianceligt in de laagte het dorpPlanchenoit. Tusschen genoemde herberg en de stelling vanMont St. Jeanligt een terrein, dat ten Westen begrensd wordt door den rijweg naarNivelles, ten Oosten door het gehuchtSmohain, de hoevenPapelotteenLa Hayeen het kasteelFrichemont.

SLAG BIJ WATERLOO, 18 JUNI 1815.

SLAG BIJ WATERLOO, 18 JUNI 1815.

De beide legers, die hier een strijd op leven en dood zouden beginnen, waren ongeveer even talrijk, tusschen de 65.000 en 70.000 man sterk. BijWellingtonsleger waren 12000 à 13000 ruiters en 200 kanonnen, terwijl Napoleon over 15000 ruiters en 246 kanonnen beschikte. Aan den slag namen 18.000 Nederlanders deel, meest jonge, ongeoefende soldaten; slechts enkelen hunner waren in den krijg geharde veteranen, die in Duitschland en Spanje hadden gestreden.

De Prins van Oranje voerde bij Waterloo de eerste linie met 7 batterijen aan. Met uitzondering van de ruiterij onder Collaert, die Nederlanders waren, had de Prins enkel het bevel over vreemden.Wellingtonstelde 39 Bataljons in de eerste linie op den heuvelrug vanMont St. Jean, terwijl de overige Bataljons in de tweede en derde linie achter die hoogte of meer zijwaarts gelegerd waren.Lord Hill, die het bevel had over den rechter vleugel, stond met vijf Bataljons rechts van den straatweg naarNivelles. Onder hem voerde Chassé eene afdeeling aan. Een zijner Brigades hieldBraine-la-Leudbezet.Pictonvoerde, metSmohain, La HayeenFrichemontin het gezicht, den linkervleugel aan. De uiterste punt hiervan stond onder bevel van Saksen Weimar, terwijl de Brigade van Bylandt zich meer in het midden bevond. De artillerie werd gevormd door de rijdende Batterij vanBijleveld, en twee Engelsche voetbatterijen.

Den nacht van Zaterdag 17 op Zondag 18 Juni regende het onophoudelijk. Eerst Zondagmorgen 10 uur hield de regen op. Napoleon hield nu eerst nog eene wapenschouwing over zijne troepen, om zoo de zijnen tot den strijd aan te vuren, niet beseffende dat hij (die de meeste zijner overwinningen overigens aan den spoed zijner wapenen te danken had) op deze wijzekostbaren tijd deed verloren gaan, daar hij zoodoende aanBlücher, dien hij verslagen waande, tijd gaf, omWellingtonter hulpe te snellen.

Na de wapenschouwing plaatste Napoleon zich op een hoogte achterLaBelle Alliance, vanwaar hij het geheele slagveld kon overzien. 5 minuten over half twaalf viel het eerste schot en—de slag bij Waterloo was begonnen. BijHougoumontlag Kapitein Busgen met een Bataljon Nassauers gelegerd en zes Bataljons Franschen vielen hem daar aan, in de hoopHougoumontte kunnen bezetten. Busgen, door eenige troepen van de Engelsche Garde versterkt, stelde zich dapper te weer, boom voor boom werd verdedigd en boschje en tuin nu eens genomen en dan weer heroverd. De strijdende scharen werden telkens door nieuwe troepen en meer geschut versterkt en zetten met verbitterde woede den strijd voort.

Napoleon liet uit 74 kanonnen een uur lang het Centrum en den linkervleugel vanWellingtonsleger beschieten waarna hijd' Erlonbeval met vier Divisiën van het eerste Fransche legercorps, tot den aanval over te gaan.Wellingtonhad het Centrum van zijn leger meer achterwaarts laten trekken, om zich voor het Fransche geschutvuur te beveiligen.Bylandtmet zijn Brigade stond aan den rand van een hollen weg en ten gevolge van het geschutvuur had hij veel mannen verloren, zoodat hij den aanval van den vijand niet kon doorstaan, en, evenals de Engelsche Brigaden, terug moest wijken. De Franschen kregen hierdoor gelegenheid, steeds meer vooruit te dringen, totdat hetPictongelukte, hen tot staan te brengen, eerst door een hevig bataljonsvuur, daarna door een bajonetaanval. Jammer, datPictonzelf in dezen strijd sneuvelde.

MajoorBaringwerd met eenige Compagnieën Hannoveranen door een der Brigades vand' Erlonaan de rechterzijde vanHougoumonten bij de pachthoeveLa Haye Sainteaangevallen, welken aanval hij niet kon doorstaan, zoodat hij in de gebouwen dekking moest zoeken. Gelukkig kreeg hij hulp vanLord Somerset, die met zijne Brigade Dragonders de Fransche Kurassiers terugdrong, enPonsonby, die met zijne ruiterij het vijandelijke voetvolk onderd' Erlondeed wijken. Van onze zijde werden gewond Kolonel van Zuylen, VanBylandten Westenberg (die bijQuatre Braszoo dapper gestreden had), terwijl aan Perponcher twee paarden onder het lijf werden doodgeschoten. De vijand liet twee adelaren in onze handen, doch toen de Engelschen den vijand verder vervolgden, sneuvelde hun aanvoerderPonsonbyen werden zij terug geslagen, terwijl van de Nederlanders hierbij vielen een Luitenant uit het Huis der Harens (die in Spanje ook reeds zoo roemrijk gestreden had), Ritmeester Kreitzig en Pallandt tot Eerde.

's Middags half vier hadden de Franschen nog geen enkel voordeel behaald. De Engelsche garde sloeg, tusschen puinhoopen, vlammen en lijken in, alle aanvallen op den postHougoumontaf, terwijl ook Saksen-Weimar zich in zijn stelling wist te handhaven.

Baringmet zijne Hannoveranen had tot nog toe den gewichtigen post van het Centrum,La Haye Sainte, voor ons weten te behouden. Om half vier werd hij echter door een overmachtigen vijand aangevallen. Nadat tal van zijne mannen gevallen waren en zijn kruit en kogels verschoten waren, was hij genoodzaakt zich terug te trekken enLa Haye Saintein handen van den vijand te laten.Neyviel telkensHougoumontaan, doch de Brigade vanHachetsloeg hem tot elf keer toe terug.De Prins van Oranje bleef moedig op zijn post, om bevelen uit te deelen en Generaal Trip verdreef de Fransche Kurassiers en nam een aantal van hen gevangen. Helaas sneuvelden hierbij een vierde onzer soldaten en bovendien de oversten Caenegracht,Lechleitner, Generaalvon Merlenen Majoor Bisdom.

's Avonds half 7 hadWellingtonreeds 18.000 man verloren, terwijlLa Haye Saintedoor de Franschen genomen was. Toch hadNeyhet Centrum niet kunnen verbreken, terwijl Saksen-Weimar nog steeds van geen wijken wist. Helaas echter hadden ongeveer 18.000 soldaten vanWellingtonsleger zich in Brussel teruggetrokken, waar het gerucht verspreid werd, dat de Hertog verslagen was. Bovendien waren vele onzer kanonnen verlaten en zonder bediening en de meeste onzer Brigades uitgeput. En terwijl Napoleon nog altijd zijn geduchte Oude Garde als reserve bewaarde, beschikteWellingtonover geen andere versche troepen meer dan de Afdeeling van Chassé en enkele Engelsche Brigades. Toch bleefWellingtonmoedig doorstrijden, vertrouwende, datBlücherzijn belofte zou nakomen en hem ter hulp zou snellen.

Na zijn nederlaag bijLignywasBlüchernaar Wavre teruggetrokken, waar hij slechts enkele Bataljons achterliet, om met zijn overige troepenWellingtonter hulp te komen. Door den aanhoudenden regen waren de wegen echter haast onbegaanbaar geworden, zoodat GeneraalBuloweerst 's middags 4 uur met het 4e legercorps in het bosch vanFrischemontaankwam. Hier werdBulowterstond in een strijd gewikkeld met het 6e Fransche corps onderMouton. Graaf vanLabou-Grouchy, die Napoleon met 30.000 man teWavregelegerd had, viel bovendienBlücher'sachterhoede aan. Ten eindezijn rechtervleugel te beschermen en een nieuwenaanvalder Pruisen tegen te gaan, zond Napoleon bovendien nog 8 bataljons van de Jonge en 2 van de Oude Garde opBulowaf, die nu terug moest trekken, om versterking af te wachten.Blücherliet zich echter door al deze aanvallen der Franschen niet weerhouden, omWellingtonter hulp te snellen.

Enkele Fransche Regimenten, vreezende door de Pruisen in den rug aangevallen te worden, begonnen terug te trekken. Napoleon, bemerkende, dat hierdoor de aanval zijner troepen werd verzwakt, begreep, dat er een einde aan den strijd moest komen, waarom hij aan de Garde, die hij in reserve hield en die zoo menige overwinning bevochten had, beval, aan den strijd deel te nemen. MaarschalkNeyaan het hoofd van vier Bataljons der Jonge Garde, een linie Kurassiers en vier Batterijen viel nu vanLa Haye Saintehet Centrum der Bondgenooten aan. De Fransche ruiterij trok nu zich overal te zamen, terwijld' Erloneen voorwaartsche beweging naarPapelottemaakte en GeneraalReilleopnieuwHougoumontaanviel.

Het Centrum der Bondgenooten had reeds veel geleden, zoodat, toenNeyhet met zijn versche troepen aanviel, het met zwaar verlies moest terugtrekken.

De Prins van Oranje wilde dezen terugtocht voorkomen, snelde zonder geleide naar twee Bataljons Nassauers, teneinde dezen de Franschen te doen aanvallen en zoo mogelijk terug te dringen. Hij werd echter door een kogel in zijn linkerschouder getroffen, zoodat hij van het paard stortte. Hij poogde weder in het zadel te komen, doch door bloedverlies werd hij bewusteloos. Gelukkig snelden een paar Adjudanten toe, die den prins onder bedekking van eenige scherpschutters uit het strijdgewoelnaar het hoofdkwartier voerden. Tengevolge hiervan moesten de Nassauers terugtrekken. Generaal Alten, die de Divisie aanvoerde, werd gewond, terwijl van de Brigade-generaalsHachessmede gewond werd enOmptedasneuvelde. Zoo kwam het, dat de Fransche Garde meer en meer vorderingen maakte.Wellingtonbeval nuMaitlandmet de Engelsche Garde de Franschen aan te vallen.Maitlandbracht de Franschen daarop groote verliezen toe, dochNeybeval nu de overgebleven reserve van de OudeGardede Jonge ter hulp te komen, waarop de Engelsche Garde teruggeslagen werd.

Terwijl de toestand vanWellingtonsleger uiterst hachelijk was, werd er krijgsmuziek gehoord van een naderend leger. Napoleon dacht, datGrouchy's leger er aan kwam, want het was Fransche muziek, die er gespeeld werd. Tot zijne groote teleurstelling zag hij echter, dat het nietGrouchywas, maarBlücher, die naderde.

Blücher, het krijgsgewoel overziende, zag, dat hij terstond moest ingrijpen, wilde hij een nederlaag vanWellingtonvoorkomen. Met het bajonet op het geweer lietBlücherzonder verwijl in stormpas op het Fransche korps onderd' Erlonaanvallen, terwijl hij aan de Oostzijde van het slagveld een geweldig geschutvuur op den vijand liet openen. Het korps vand' Erlonsloeg op de vlucht naar de zijde vanPapelotte.

GEBHARDLEBERECHTVONBLÜCHER.

GEBHARDLEBERECHTVONBLÜCHER.

Chassé had des middags den uitersten rechtervleugel laten oprukken, om het Centrum te versterken. Toen hij den aanval der Pruisen op de Fransche Garde zag, liet hij ook een zijner Brigaden met de Brigade vanMaitlandop den vijand aanvallen. Bovendien kwam het Pruisische legercorps onderVon Ziethenaan den linkervleugel Saksen-Weimar te hulp, waarop zes Regimenten ruiterij de Franschen in de flank aanvielen. Op bevel vanWellingtonwerd er nu een algemeenen aanval op den vijand gedaan en wel met het verrassend gevolg, dat de BondgenootenLa Haye Sainteopnieuw veroverden en verder opLa Belle Allianceaantrokken. Op alle punten werden nu de Franschen op de vlucht geslagen en eer nog denacht gedaald was, wasWellingtonzeker van de overwinning en het Fransche leger zoozeer uit elkander geslagen, dat niet één verstrooid Bataljon meer bij elkander kon verzameld worden. En terwijl Napoleon door zijne legerhoofden van het slagveld werd gedragen, zetten zijne soldaten onafgebroken hun vlucht voort naarBeaumontenPhilippeville.

BijLa Belle Allianceontmoetten na den slagWellingtonenBlücherelkander en vol blijdschap over de schitterende overwinning, die zij behaald hadden, vielen de twee veldheeren elkander om den hals.Wellingtonkeerde naar Waterloo terug, terwijlBlücherteGemappesovernachtte en zijn voorhoede naarFrasnestrok.

In den slag bij Waterloo verloren de Bondgenooten 24.600 man, waaronder 3400 Nederlanders, terwijl aan de zijde der Franschen 18000 man gesneuveld waren, terwijl zij 7000 man als krijgsgevangenen in handen der Bondgenooten moesten laten, die bovendien 200 kanonnen, de geheele legertros en zelfs het reisrijtuig van Napoleon buit maakten.

Wellingtondroeg aan Prins Frederik, die het opperbevel over de Nederlandsche troepen verkreeg, op, de vestingen aan de Westzijde derSambrete nemen, terwijlBlücherzou trachten die aan de Oostzijde derSambrete veroveren. Prins Frederik, hoewel toen nog slechts 18 jaren oud, veroverde weldraQuesnoyenCondé!

Den 22 Juni 1815 kwam Napoleon te Parijs als vluchteling aan, waar hij bij niemand ondersteuning vond.

„Nog is het leger 80.000 man sterk; laten wij de overmoedigen straffen en de eer van Frankrijk herstellen!” „Ga,” zeide hij tot GeneraalBecker, „ga naar het Voorloopig Bestuur en bied het uit mijn naam mijn krachtenaan. Zeg, dat ik als eenvoudig generaal aan het hoofd der troepen, den hoon, Frankrijk aangedaan, wil wreken. Zeg, dat ik daarna het commando wil nederleggen, om teMalmaisoneen afgezonderd leven te leiden.”

Zoo smeekt de Keizer, die anders gewoon is te bevelen. Te vergeefs was evenwel deze zending vanBecker. Men wilde van Napoleons voorstel niets hooren. Van allen verlaten, begaf hij zich aan boord van een Engelsch oorlogsschip, de Bellerophon, zich zoo onder bescherming der Engelsche wetten stellende. KapiteinMaitlandontving en behandelde Napoleon als gast, ofschoon hij hem dadelijk als gevangene beschouwde. Men vergunde den vluchteling niet meer aan land te stappen. Den 31 Juli 1815 werd Napoleon op last der Mogendheden naar het eiland St. Helena verbannen, midden in den Atlantischen Oceaan, waar hij in Mei 1821 overleed, tengevolge van kanker in de maag.

Het vereenigd Koninkrijk.—Wij krijgen onze koloniën terug.

Frankrijk, nu weder door de Mogendheden bezet, moest 700 millioen francs oorlogsschatting betalen, waarvan 60 millioen francs aan Nederland kwam. Bovendien moest Frankrijk de kosten dragen van het bezetten van 17 vestingen, die zijn grenzen bewaken moesten. Nederland kreeg de steden Mariënburg enPhilippevilleen het HertogdomBouillon.

Door de overwinning bij Waterloo was er een nieuwe band gehecht tusschen het Vorstenhuis van Oranje en de Nederlanders. De twee zonen van Koning Willem I toch hadden zich bijQuatre Brasen Waterloo hoogst verdienstelijk gemaakt en niet weinig er toe bijgedragen dat de zege werd behaald. En ook de koning had getoond in de ure des gevaars standvastig aan de zijde van zijn volk te staan en geen opofferingen te groot te achten voor de veiligheid en vrijheid zijner onderdanen.

Daar het Weener Congres Nederland met België had vereenigd, moest de Grondwet van 1814 gewijzigd en in overeenstemming met de behoeften van het vereenigde Koninkrijk gebracht worden. Eene commissie voor een deel uit Belgen bestaande, hield zich met deze herziening bezig. Volgens deze herziene Grondwet zouden de Staten-Generaal uit twee Kamers bestaan. De EersteKamer zou bestaan uit leden van de aanzienlijkste en vermogendste klasse; de Tweede Kamer, waartoe Nederland en België ieder 55 leden kozen, moest de burger- en volksklasse vertegenwoordigen. De Koning behoefde niet meer den Hervormden godsdienst te belijden. De zetel der regeering zou beurtelings Brussel en 's-Gravenhage zijn. Om de 10 jaren zou er eene begrooting van de inkomsten en uitgaven van den Staat voor de volgende 10 jaren worden gemaakt. Het Onderwijs zou zich voortaan niet meer met de godsdienstige opleiding der jeugd hebben te bemoeien. Er zou vrijheid van drukpers zijn. De Tweede Kamer moest in het openbaar beraadslagen, opdat de kiezers, als lastgevers, konden oordeelen, hoe hunne lasthebbers zich van hun taak kweten. De regeering zou niet langer beschikking of inzage hebben met betrekking der godsdienstige inrichtingen, ook niet van die gezindheden, welke subsidie ontvangen.

In Nederland werd deze Grondwet door een dubbele vergadering der Staten-Generaal met eenparige stemmen aangenomen; maar in België vond zij, vooral bij de geestelijkheid, grooten tegenstand, omdat volgens die Staatsregeling aan de Kerk niet den minsten invloed op den Staat gegeven werd. Evenwel verklaarde de Koning, dat de wet was aangenomen; waarop Willem I den 15 Sept. 1815 te Brussel plechtig als Koning werd ingehuldigd.

Niettegenstaande die afkondiging bleven de bisschoppen in hun verzet volharden. Zij gaven een manifest in 't licht, waarin zij den eed op de nieuwe grondwet eene misdaad noemden, eene verklaring, welke door den paus bekrachtigd werd.

Het Koninkrijk der Nederlanden, waarover Willem I nu den scepter voerde, bestond thans uit 17 provinciën, n.l. 1e. Noord-Brabant, 2e. Zuid-Brabant, 3e. Limburg,4e. Gelderland, 5e. Luik, 6e. Oost-Vlaanderen, 7e. West-Vlaanderen, 8e.Henegouwen, 9e. Holland, 10e. Zeeland 11e. Namen, 12e. Antwerpen, 13e. Utrecht, 14e. Friesland, 15e. Overijsel, 16e. Groningen, 17e. Drente.

Het Groot-Hertogdom Luxemburg bleef zijne betrekking tot den Duitschen Bond behouden, hoewel het zijne afgevaardigden zond naar onze Staten-Generaal.

Volgens het tractaat van 1814 moesten de Engelschen ons binnen zes maanden weer in het bezit stellen van onze O. en W. Indische bezittingen, doch ten gevolge van het vernieuwde optreden van Napoleon kon dit eerst in 1815 geschieden. Den 11 Nov. 1815 vertrok een smaldeel onder bevel van den Vice-Admiraal Van Braan naar West-Indië met de Gouverneurs aan boord van Suriname, Curaçao, St. Eustatius, Saba en St. Martin. Zonder tegenstreven gaven de Engelschen ons hier onze bezittingen terug.

Tot Gouverneur-Generaal over O.-Indië werd benoemd Van der Capellen, die met de Commissarissen-Generaal Elout en Buyskes in het begin van 1816 daarheen trok. De Engelsche LandvoogdSir StamfordRaffleswas niet gezind, zoo maar voetstoots ons onze O. Indische bezittingen terug te geven. Hij zei, dat hij uit Londen daartoe geen bevelen ontvangen had. Eindelijk kreeg hij die bevelen en kwam O. Indië weer aan ons. Onze koloniën aldaar waren door het tyrannieke beheer van Daendels en door het Engelsche stelsel er niet op vooruit gegaan. Wij namen evenwel dat Engelsche stelsel toch over, natuurlijk met enkele wijzigingen. Na zes jaren ontvingen wij aan grondbelasting in O. Indië alleen reeds meer dan 2.200.000 gld.

DeAlgerijnschezeeroovers getuchtigd.—Opstanden op Sumatra en Java.—Maatregelen van Koning Willem ter bevordering van ontwikkeling en welvaart.—Ontevredenheid der Belgen.

Het nieuwe Koninkrijk der Nederlanden had geen langer duur dan ruim 15 jaren. De scheepvaart op de Middellandsche zee werd in dien tijd door deAlgerijnschezeeschuimers zeer onveilig gemaakt. Een Engelsche vloot evenwel, onder bevel vanLordExmouth, vereenigd met een Nederlandsch eskader onder den Vice-admiraal Van derCapellen, wist den 27 Augs. 1816 den trotschen Dey van Algiers zoodanig tot rede te brengen, dat hij aan al de eischen der overwinnaars toegeven, ruim duizend Christenslaven in vrijheid stellen en beloven moest, zich voortaan van alle zeerooverijen te onthouden.

In onze Oost-Indische bezittingen werd de vrede van tijd tot tijd verstoord. Zoo hadden aldaar twee hevige opstanden plaats, de eene in 1821 op het eiland Sumatra, waar de Sultan van Palembang door den dapperen generaal-majoor De Kock verslagen en gevangen genomen werd en de andere van 1825 tot 1830 op het eiland Java, waar in 1830 het hoofd der muitelingen,Diepo Negro, insgelijks door onzen De Kock tot onderwerping werd gebracht.

Vele waren intusschen de zegeningen, die het vereenigd Nederland gedurende een 15-jarigen vrede onder het weldadig bestuur van Willem I mocht genieten. In 1818 werd deMaatschappij van Weldadigheidopgericht, vooral door invloed van den luitenant-generaal Johannes van den Bosch. Deze Maatschappij stelde zich ten doel, om de heidegronden in Drente en Overijsel door bedelaars en behoeftigen te doen ontginnen, om daardoor de armoede te bestrijden. DeKoloniën van Weldadigheid(Frederiksoord, Willemsoord en Wilhelmina'soord), die daaruit sinds 1813 ontstaan zijn, hebben uitgestrekte woeste velden in vruchtbaar land met welvarende bewoners veranderd.

In 1824 kwam deHandelmaatschappijtot stand, die zich ten doel stelde, als Agent der Regeering, de Indische voortbrengselen, die de inboorlingen van Ned. O.-Indië bij wijze van belasting voor ons Gouvernement moesten aankweeken, in ontvangst te nemen, over te voeren en in ons land te verkoopen. De Maatschappij begon met een kapitaal van twaalf millioen gulden, waarvan Koning Willem I het grootste deel had gestort.

De Koning stelde in 1816 deOrde van den Ned. Leeuwin, om de verdiensten van burgers en deMilitaire Willemsordeom die van krijgslieden te eeren.

DeNed. Bank, die in 1814 tot stand kwam, had ten doel, de kooplieden spoedig en tegen niet te hooge rente aan geld te helpen. Nog steeds geniet deze Bank het volle vertrouwen van den handel. In 1820 werd ook in Nederland het metrieke stelsel van maten en gewichten ingevoerd, waardoor vele berekeningen werden gemakkelijk gemaakt.

Door allerlei middelen zocht Willem I de welvaart van ons land te bevorderen. Zoo werden tijdens zijneregeering vele kanalen gegraven, b.v. in 1825 het Noord-Hollandsch kanaal, waardoor geladen zeeschepen onmiddellijk voor Amsterdam konden komen: verder het Voornsche- en Zederik-kanaal, de Zuid-Willemsvaart, waarmee in 1825 een begin werd gemaakt, enz. In Overijsel liet Baron van Dedem de Dedemsvaart graven, welke van Hasselt uit het geheele Noorden van Overijsel doorsnijdt.

Ook voor het Onderwijs zorgde Willem I. VoorN.Nederland regelde hij het Hooger Onderwijs bij een besluit van 2 Aug. 1815 en voorZ.Nederland bij een besluit van 25 Sept. 1816. De Hoogescholen van Leiden, Utrecht, Groningen en Leuven kwamen nu tot een nieuw leven, terwijl te Gent en Luik mede academiën werden opgericht. De Hoogeschool te Franeker en Harderwijk werden Doorluchtige Scholen. Die te Franeker werd in 1843 en die te Harderwijk reeds in 1817 opgeheven.

Toen België met Nederland werd vereenigd, waren er in België haast geen lagere scholen. De koning bevorderde daarom in dat land het lager onderwijs zooveel mogelijk en richtte er een paar normaalscholen op ter opleiding van onderwijzers en stichtte er vele modelscholen, alles op kosten van den Staat. In 1816 regelde de vorst de organisatie der Protestantsche Kerkgenootschappen. Hierdoor werd echter later veel twist en verwarring in het leven geroepen. In Utrecht riep de regeering eene veeartsenijschool in het leven en te Seraing een groote en uitmuntende fabriek van machines. In 1818 schafte zij op Engelands voorbeeld de slavenhandel in onze koloniën af.

In 1830 werd de reeds genoemde Johannes van den Bosch tot gouverneur-generaal benoemd. Deze voerde op Java het kultuurstelsel in, waardoor de regeering in staatwerd gesteld, spoedig en vele Indische voortbrengselen te ontvangen en te gelde te maken. De Koning verhief Van den Bosch, die in 1833 in ons land wederkeerde en in 1844 stierf, in den Gravenstand.

Tijdens België en Nederland één waren telde het vereenigd Koninkrijk zes millioen inwoners. Het Noorden bracht een herlevenden handel en winstbelovende koloniën aan en het Zuiden rijke steenkolen- en ijzermijnen, vele fabrieken en vruchtbare korenvelden. België vond in het Noorden eene markt voor zijne voortbrengselen en fabriekswezen en Nederland kon hout en ijzer voor zijne schepen uit het Zuiden bekomen. Toch konden op den duur die beide landen het niet met elkander vinden. Ze waren ruim twee eeuwen van elkander gescheiden geweest en in dien tijd waren de Belgen in taal en zeden meer de Franschen genaderd, terwijl wij ons meer zelfstandig hadden ontwikkeld.

Bovendien was er tusschen de twee volken een groot verschil in godsdienst: de Belgen waren over het algemeen R. Katholiek en wij waren over het algemeen Protestantsch. Hierdoor en door zooveel meer ontstond er al spoedig een zekere wrijving tusschen het Noorden en het Zuiden. De Belgen meenden, dat hun land als een wingewest of toevoegsel van Nederland werd behandeld en wij waren niet bij machte hun deze gedachte te ontnemen. Zij vonden het onbillijk, dat bij het leger de meeste officieren Noord Nederlanders waren en dat de regeeringsstukken in het Hollandsch waren gesteld, daar in België de meeste bewoners Fransch spraken. Ook waren de Belgen ontevreden over het betalen van belasting voor het malen van graan en het slachten van vee, terwijl de geestelijkheid in Zuid-Nederland oordeelde, dat de R. Kath. Kerk slechts geduld werd, inplaats datzij zooals men wenschte, de heerschende Kerk was.

Bij besluit van 14 Juli 1825 werd te Leuven eencollegium philosophicumgeopend. De jonge lieden, die geestelijke wilden worden, moesten nu hier studeeren en mochten niet meer de kleine Seminariën bezoeken. Hierdoor werden de Belgen ten zeerste verbitterd. De vrijzinnigen of liberalen vereenigden zich in 1828 met de ijverige R. Katholieken, om de regeering te bestrijden. De Koning hief nu in 1829 de verplichting op, om de lessen van het collegium bij te wonen, waardoor de inrichting weldra geen enkelen leerling meer had. Ook trok de vorst het besluit van 1819 in, waarbij de Hollandsche taal ook in de Vlaamsche provinciën van België voor de uitsluitend geldende in openbare aangelegenheden werd verklaard. Al deze verzoenende maatregelen mochten echter niet baten.

De Belgen staan tegen Willem I op.—Zelfopoffering van J. C. J. van Speyk.—Tiendaagsche veldtocht.

In Juli had er in Frankrijk weder eene omwenteling plaats, waardoor de Fransche Koning Karel X werd verdreven en vervangen werd door Lodewijk Filips. Deze gebeurtenis was voor de Belgen het sein tot den opstand. Den 26 Augs. 1830 ontstond er te Brussel bij het uitgaan van den schouwburg oproer, dat door de schandelijkste tooneelen van moord en plundering werd gekenmerkt.

Willem I, diep getroffen op het vernemen dezer treurige gebeurtenis, zond terstond zijn beide zonen, den Prins van Oranje en Prins Frederik naar Brussel om, indien mogelijk, den opstand te dempen. Den 23 Sept. 1830 deden zij een aanval op de Schaerbeeksche poort. De prinsen zagen zich echter genoodzaakt, met gevaar van hun leven, het oproerige Brussel weder te verlaten.


Back to IndexNext