The Project Gutenberg eBook ofGod redde NederlandThis ebook is for the use of anyone anywhere in the United States and most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included with this ebook or online atwww.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you will have to check the laws of the country where you are located before using this eBook.Title: God redde NederlandAuthor: Jan KuiperRelease date: March 3, 2014 [eBook #45055]Most recently updated: October 24, 2024Language: DutchCredits: Produced by The Online Distributed Proofreading Team athttp://www.pgdp.net*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK GOD REDDE NEDERLAND ***
This ebook is for the use of anyone anywhere in the United States and most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included with this ebook or online atwww.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you will have to check the laws of the country where you are located before using this eBook.
Title: God redde NederlandAuthor: Jan KuiperRelease date: March 3, 2014 [eBook #45055]Most recently updated: October 24, 2024Language: DutchCredits: Produced by The Online Distributed Proofreading Team athttp://www.pgdp.net
Title: God redde Nederland
Author: Jan Kuiper
Author: Jan Kuiper
Release date: March 3, 2014 [eBook #45055]Most recently updated: October 24, 2024
Language: Dutch
Credits: Produced by The Online Distributed Proofreading Team athttp://www.pgdp.net
*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK GOD REDDE NEDERLAND ***
Opmerkingen van de bewerkerDe tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te moderniseren.Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld.Overduidelijke druk- en spelfouten in het origineel zijn gecorrigeerd; deze zijn voorzien van eendunne oranje stippellijn, waarbij de Brontekst via een zwevende pop-up beschikbaar is.Variaties in spelling (met/zonder spatie, met/zonder koppelteken, met/zonder hoofdletter) zijn behouden.Een overzicht van de aangebrachte correcties is te vinden aanhet eind van dit bestand.Van de meeste illustraties is een vergroting beschikbaar door op de betreffende illustratie te klikken.Dit Project Gutenberg e-boek bevat externe referenties. Het kan zijn dat deze links voor u niet werken.
De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te moderniseren.
Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld.
Overduidelijke druk- en spelfouten in het origineel zijn gecorrigeerd; deze zijn voorzien van eendunne oranje stippellijn, waarbij de Brontekst via een zwevende pop-up beschikbaar is.Variaties in spelling (met/zonder spatie, met/zonder koppelteken, met/zonder hoofdletter) zijn behouden.Een overzicht van de aangebrachte correcties is te vinden aanhet eind van dit bestand.
Van de meeste illustraties is een vergroting beschikbaar door op de betreffende illustratie te klikken.
Dit Project Gutenberg e-boek bevat externe referenties. Het kan zijn dat deze links voor u niet werken.
GOD REDDENEDERLANDGEDENKSCHRIFTBIJ GELEGENHEID VAN HET HONDERD-JARIGJUBILEUM VAN NEDERLAND'S HERKREGENONAFHANKELIJK VOLKSBESTAAN(30 NOV. 1813–30 NOV. 1913)AAN ZIJNE LANDGENOOTEN AANGEBODENDOORJ. KUIPERte Leeuwarden.NIJVERDALSCHE DRUKKERIJ EN UITGEVERIJ.NIJVERDAL—1913.
GOD REDDENEDERLAND
GEDENKSCHRIFT
BIJ GELEGENHEID VAN HET HONDERD-JARIGJUBILEUM VAN NEDERLAND'S HERKREGENONAFHANKELIJK VOLKSBESTAAN(30 NOV. 1813–30 NOV. 1913)
AAN ZIJNE LANDGENOOTEN AANGEBODEN
DOOR
J. KUIPERte Leeuwarden.
NIJVERDALSCHE DRUKKERIJ EN UITGEVERIJ.NIJVERDAL—1913.
GEDENKNAALD EN VUURTOREN TE SCHEVENINGEN.
GEDENKNAALD EN VUURTOREN TE SCHEVENINGEN.
VOORBERICHT.Op de gedenknaald te Scheveningen lezen wij aan de eene zijde: „God redde Nederland!” Onze Vaderen schreven dus de bevrijding van ons Vaderland in 1813 niet aan eigen dapperheid en beleid, maar alleen aanGodtoe, die den dwingeland Napoleon in eigen strikken had doen vallen en aan het verdrukte Nederland onder een Vorst uit het geliefde Stamhuis van Oranje weer een nieuw tijdperk opende van ontwikkeling, vrijheid en voorspoed.Den 30 Nov. 1913 zal het 100 jaar geleden zijn, dat de Prins van Oranje te Scheveningen weer aan land stapte. Indien dit historische feit niet had plaats gehad, dan zou Neerland's volk op dit oogenblik niet die eervolle plaats innemen, die het thans onder de natiën inneemt. Daarom past onsdankbaarheid. Zal echter die dankbaarheid wel gevestigd en gemeend zijn, dan moeten wij ons niet slechts herinneren, hoe groot onze vernedering geweest is, maar moeten wij ook nagaan, wat wij als volk door Gods genade op het oogenblik mogen zijn. Daarom hebben wij gemeend, ons gedenkschrift niet slechts te moeten beginnen bij 30 Nov. 1813, maar bij de inlijving van ons land bij Frankrijk en te moeten doorzetten tot op den tegenwoordigen tijd.Joel I: 3 lezen wij: „Vertelt uwen kinderen daarvan en laat het uwe kinderen hunnen kinderen vertellen en derzelver kinderen aan een ander geslacht.” In gehoorzaamheid aan dit Schriftwoord bied ik dit Geschrift aan mijne landgenooten aan. De Heere gebiede er Zijnen over, opdat het bij klein en groot dankbaarheid jegens God en liefde voor ons land en Vorstenhuis moge wekken.J. KUIPER.Leeuwarden, Januari 1913.
Op de gedenknaald te Scheveningen lezen wij aan de eene zijde: „God redde Nederland!” Onze Vaderen schreven dus de bevrijding van ons Vaderland in 1813 niet aan eigen dapperheid en beleid, maar alleen aanGodtoe, die den dwingeland Napoleon in eigen strikken had doen vallen en aan het verdrukte Nederland onder een Vorst uit het geliefde Stamhuis van Oranje weer een nieuw tijdperk opende van ontwikkeling, vrijheid en voorspoed.
Den 30 Nov. 1913 zal het 100 jaar geleden zijn, dat de Prins van Oranje te Scheveningen weer aan land stapte. Indien dit historische feit niet had plaats gehad, dan zou Neerland's volk op dit oogenblik niet die eervolle plaats innemen, die het thans onder de natiën inneemt. Daarom past onsdankbaarheid. Zal echter die dankbaarheid wel gevestigd en gemeend zijn, dan moeten wij ons niet slechts herinneren, hoe groot onze vernedering geweest is, maar moeten wij ook nagaan, wat wij als volk door Gods genade op het oogenblik mogen zijn. Daarom hebben wij gemeend, ons gedenkschrift niet slechts te moeten beginnen bij 30 Nov. 1813, maar bij de inlijving van ons land bij Frankrijk en te moeten doorzetten tot op den tegenwoordigen tijd.
Joel I: 3 lezen wij: „Vertelt uwen kinderen daarvan en laat het uwe kinderen hunnen kinderen vertellen en derzelver kinderen aan een ander geslacht.” In gehoorzaamheid aan dit Schriftwoord bied ik dit Geschrift aan mijne landgenooten aan. De Heere gebiede er Zijnen over, opdat het bij klein en groot dankbaarheid jegens God en liefde voor ons land en Vorstenhuis moge wekken.
J. KUIPER.
Leeuwarden, Januari 1913.
INHOUD.HOOFDSTUK I.Nederland achter Napoleons zegekar.HOOFDSTUK II.In diepten van ellende.—De terechtstelling van „Frans met de Kruk”.HOOFDSTUK III.Wat nog aan Napoleons geluk ontbrak.—Daendels en Jansens op Java.—De Engelschen ontnemen ons Java.HOOFDSTUK IV.Hendrik Doeff op Decima.HOOFDSTUK V.Willem Bilderdijk.—Jan Frederik Helmers.HOOFDSTUK VI.Napoleon's bezoek aan Amsterdam.—Hij moet wachten op een vuilnisman.—GeneraalKrayenhoffbij hem op audiëntie.—Hoe Napoleon reisde.HOOFDSTUK VII.Napoleons tocht naar Rusland.HOOFDSTUK VIII.De krijgsbedrijven der Hollanders in Rusland.—Hollandsche pontonniers met hun bevelhebber, Kapitein Benthien.HOOFDSTUK IX.Krijgsbedrijven der Hollanders in Spanje (De Kapiteins Everts en Schindler.—Generaal Chassé en Prins Willem van Oranje.)—De zoon van Willem V bijLützen.—Napoleons veldtocht in Duitschland en zijne nederlaag bij Leipzig.HOOFDSTUK X.De samenzwering van G. K. van Hogendorp, de Graaf van LimburgStyrumen Van derDuynvan Maasdam in den Haag.—Kozakken en Pruisen in ons land.—Roelof Schenkel neemt een Fransch schip bij Zoutkamp.—In den Haag en te Rotterdam.HOOFDSTUK XI.Barend Ponstijn en AntonReinhardFalck te Amsterdam.—Omwenteling aldaar.—Omwenteling in Den Haag.HOOFDSTUK XII.Een voorloopig Bestuur over ons land.—De strijd om Papendrecht en Dordrecht.HOOFDSTUK XIII.Kozakken te Amsterdam.—Krayenhoff, Gouverneur van Amsterdam.—Moordtooneelen te Woerden.—Zutphen in onze macht.—Doesburg genomen.—Strijd om Den Briel.HOOFDSTUK XIV.Fagel endePerponcher naar Londen.—De prins van Oranje stapt te Scheveningen aan wal.HOOFDSTUK XV.De vroegere lotgevallen van Koning Willem I.—De strijd in Zeeland, om Breda, Den Helder (Verhuell),Deventer, Coevorden en Delfzijl.—België aan de Franschen ontrukt.HOOFDSTUK XVI.De financiën geregeld.—Een Landstorm opgericht.—'s-Hertogenbosch en Gorinchem aan de Franschen ontrukt.—De nieuwe Grondwet.—Willem I te Amsterdam als Koning gekroond.HOOFDSTUK XVII.Napoleon naar Elba verbannen.—Lodewijk XVIII Koning van Frankrijk.—De strijd omBergenop Zoom en Den Helder.HOOFDSTUK XVIII.Beleg van Naarden.—Delfzijl in onze macht.—Geweldenarijen der Franschen op Walcheren en in Zeeland.—Nederland, van vijanden gezuiverd, wordt met België tot één Koninkrijk vereenigd.HOOFDSTUK XIX.Napoleon keert van Elba terug.—Krijgsbedrijven in België.—Quatre-BrasenLigny.HOOFDSTUK XX.De strijd bijQuatre-Bras.HOOFDSTUK XXI.De slag bij Waterloo.HOOFDSTUK XXII.Het vereenigd Koninkrijk.—Wij krijgen onze koloniën terug.HOOFDSTUK XXIII.De Algerijnsche zeeroovers getuchtigd.—Opstanden op Sumatra en Java.—Maatregelen van Koning Willem ter bevordering van ontwikkeling en welvaart.—Ontevredenheid der Belgen.HOOFDSTUK XXIV.De Belgen staan tegen Willem I op.—Zelfopoffering van J. C. J. van Speyk.—Tiendaagsche veldtocht.HOOFDSTUK XXV.Frankrijk en Engeland leggen beslag op onze schepen.—De Franschen bombardeeren Antwerpen's Citadel.—Willem I teekent in 1839 de 34 artikelen.—Het Reveil.HOOFDSTUK XXVI.Willem I doet afstand van de regeering.—Zijn zoon Willem II volgt hem op.—Vrijwillige geldleening onder Minister van Hall.—Grondwetsherziening.—Thorbecke en Groen van Prinsterer.HOOFDSTUK XXVII.Koning Willem III.—Onze Koloniën.HOOFDSTUK XXVIII.Zeden en toestanden in de 19e eeuw.—Belangrijke waterwerken.—De overstrooming van 1861.HOOFDSTUK XXIX.Dood van Koning Willem III.—Regentschap van Koningin Emma.—Expeditie naar Lombok.—Troonsbestijging en huwelijk van Koningin Wilhelmina.—Geboorte van prinses Juliana.
HOOFDSTUK I.Nederland achter Napoleons zegekar.
HOOFDSTUK II.In diepten van ellende.—De terechtstelling van „Frans met de Kruk”.
HOOFDSTUK III.Wat nog aan Napoleons geluk ontbrak.—Daendels en Jansens op Java.—De Engelschen ontnemen ons Java.
HOOFDSTUK IV.Hendrik Doeff op Decima.
HOOFDSTUK V.Willem Bilderdijk.—Jan Frederik Helmers.
HOOFDSTUK VI.Napoleon's bezoek aan Amsterdam.—Hij moet wachten op een vuilnisman.—GeneraalKrayenhoffbij hem op audiëntie.—Hoe Napoleon reisde.
HOOFDSTUK VII.Napoleons tocht naar Rusland.
HOOFDSTUK VIII.De krijgsbedrijven der Hollanders in Rusland.—Hollandsche pontonniers met hun bevelhebber, Kapitein Benthien.
HOOFDSTUK IX.Krijgsbedrijven der Hollanders in Spanje (De Kapiteins Everts en Schindler.—Generaal Chassé en Prins Willem van Oranje.)—De zoon van Willem V bijLützen.—Napoleons veldtocht in Duitschland en zijne nederlaag bij Leipzig.
HOOFDSTUK X.De samenzwering van G. K. van Hogendorp, de Graaf van LimburgStyrumen Van derDuynvan Maasdam in den Haag.—Kozakken en Pruisen in ons land.—Roelof Schenkel neemt een Fransch schip bij Zoutkamp.—In den Haag en te Rotterdam.
HOOFDSTUK XI.Barend Ponstijn en AntonReinhardFalck te Amsterdam.—Omwenteling aldaar.—Omwenteling in Den Haag.
HOOFDSTUK XII.Een voorloopig Bestuur over ons land.—De strijd om Papendrecht en Dordrecht.
HOOFDSTUK XIII.Kozakken te Amsterdam.—Krayenhoff, Gouverneur van Amsterdam.—Moordtooneelen te Woerden.—Zutphen in onze macht.—Doesburg genomen.—Strijd om Den Briel.
HOOFDSTUK XIV.Fagel endePerponcher naar Londen.—De prins van Oranje stapt te Scheveningen aan wal.
HOOFDSTUK XV.De vroegere lotgevallen van Koning Willem I.—De strijd in Zeeland, om Breda, Den Helder (Verhuell),Deventer, Coevorden en Delfzijl.—België aan de Franschen ontrukt.
HOOFDSTUK XVI.De financiën geregeld.—Een Landstorm opgericht.—'s-Hertogenbosch en Gorinchem aan de Franschen ontrukt.—De nieuwe Grondwet.—Willem I te Amsterdam als Koning gekroond.
HOOFDSTUK XVII.Napoleon naar Elba verbannen.—Lodewijk XVIII Koning van Frankrijk.—De strijd omBergenop Zoom en Den Helder.
HOOFDSTUK XVIII.Beleg van Naarden.—Delfzijl in onze macht.—Geweldenarijen der Franschen op Walcheren en in Zeeland.—Nederland, van vijanden gezuiverd, wordt met België tot één Koninkrijk vereenigd.
HOOFDSTUK XIX.Napoleon keert van Elba terug.—Krijgsbedrijven in België.—Quatre-BrasenLigny.
HOOFDSTUK XX.De strijd bijQuatre-Bras.
HOOFDSTUK XXI.De slag bij Waterloo.
HOOFDSTUK XXII.Het vereenigd Koninkrijk.—Wij krijgen onze koloniën terug.
HOOFDSTUK XXIII.De Algerijnsche zeeroovers getuchtigd.—Opstanden op Sumatra en Java.—Maatregelen van Koning Willem ter bevordering van ontwikkeling en welvaart.—Ontevredenheid der Belgen.
HOOFDSTUK XXIV.De Belgen staan tegen Willem I op.—Zelfopoffering van J. C. J. van Speyk.—Tiendaagsche veldtocht.
HOOFDSTUK XXV.Frankrijk en Engeland leggen beslag op onze schepen.—De Franschen bombardeeren Antwerpen's Citadel.—Willem I teekent in 1839 de 34 artikelen.—Het Reveil.
HOOFDSTUK XXVI.Willem I doet afstand van de regeering.—Zijn zoon Willem II volgt hem op.—Vrijwillige geldleening onder Minister van Hall.—Grondwetsherziening.—Thorbecke en Groen van Prinsterer.
HOOFDSTUK XXVII.Koning Willem III.—Onze Koloniën.
HOOFDSTUK XXVIII.Zeden en toestanden in de 19e eeuw.—Belangrijke waterwerken.—De overstrooming van 1861.
HOOFDSTUK XXIX.Dood van Koning Willem III.—Regentschap van Koningin Emma.—Expeditie naar Lombok.—Troonsbestijging en huwelijk van Koningin Wilhelmina.—Geboorte van prinses Juliana.
Nederland achter Napoleons zegekar.
Zoo was dan Nederland bij Frankrijk ingelijfd. Wat Lodewijk XIV niet was mogen gelukken, had Napoleon nu bereikt. Bij dekreet van 9 Juli 1810 gaf de groote Keizer als beweegredenen dier inlijving op:
1º. dat de vereeniging van België met Frankrijk de onafhankelijkheid van Holland voor een groot deel reeds had opgeheven;
2º. dat Holland, wel beschouwd, niets meer was dan een aanhangsel van Frankrijk, een aanslibbing der groote rivieren en dus een Fransche provincie behoorde te wezen;
3º. dat Holland, onder vele belastingen en een zware schuld zuchtende, de inlijving bij Frankrijk als eene verlossing behoorde te beschouwen.
GeneraalKrayenhoff, onder Koning Lodewijk Napoleon minister van Oorlog, wilde op verlangen van zijn vorst, Amsterdam nog tegen Keizer Napoleon verdedigen, doch toen Koning Lodewijk vrijwillig afstand van den troon deed, werden alle verdedigingsplannen gestaakt, terwijlKrayenhoffzijn ontslag kreeg.
NAPOLEON BONAPARTE IN ZIJN JONGE JAREN.
NAPOLEON BONAPARTE IN ZIJN JONGE JAREN.
Inderdaad, in zooverre sprak het decreet waarheid: met 's lands geldmiddelen was het droevig gesteld. De ambtenaren konden niet betaald worden, de renten dergesloten leeningen konden niet worden uitgekeerd. Door de inlijving werd dit alles echter niet verbeterd. Napoleon begon met de Staatsschulden slechts vooreen derde deelte erkennen. Door dezetiërceering(gelijk men het noemde) kregen de bezitters van Staatsschuldbrieven slechts een derde deel der hun toekomende rente uitbetaald, waardoor vele kleine renteniers met hunne huisgezinnentot armoede werden gebracht. De inkomsten van Godshuizen en liefdadige instellingen werden besnoeid, taal en zeden verguisd, de gezellige bijeenkomsten door politiemaatregelen beperkt. Geen uitstapje naar een bloedverwant, vriend of handelsmakker kon men ondernemen, zonder van een pas voorzien te zijn; geen kramer kon een douaan bewegen (zonder hem een belooning te geven), om zijne waren na te zien, wanneer het kantoor over een half uur of een kwartier gesloten zou worden. Duizenden, die het vroeger goed hadden, werden nu tot armoede gebracht.
Alleen de sloopers hadden druk werk en verdienden goed geld. Van 1810 tot 1813 werden alleen in den Haag 644 huizen afgebroken, die door geen andere werden vervangen. Te Amsterdam ging de bevolking in die drie jaren met 27.000 personen achteruit. Ook Delft en Haarlem gingen in zielenaantal zeer achteruit. Te Haarlem werden meer dan 500 huizen voor afbraak verkocht. En zoo ging het ook met tal van buitenverblijven of lusthoven aan den kant van de Vecht, van den Amstel en van de trekvaart naar Haarlem, of staande onder Amstelveen, Sloten of Diemen. Gedurende anderhalve eeuw waren ze als zoovele getuigen van de weelde der rijke Amsterdamsche kooplieden en fabrikanten geweest, die er des zomers het woelige stadsleven ontvloden, om er te genieten van de schoone natuur. Tal dezer lusthoven gingen in andere handen over, die er weiland of tuingrond van maakten. De dijk- en polderwerken, zoowel als de geheele waterstaat werden in die mate verwaarloosd, dat de veiligheid der lage landen in de waagschaal werd gesteld. De kweekschool voor zeevaart te Amsterdam moest al hare bezittingen in 's lands kas storten.
LEBRUN, HERTOG VANPLAISANCE.
LEBRUN, HERTOG VANPLAISANCE.
Ten einde de oude namen zooveel mogelijk te doen verdwijnen, werd ons land verdeeld inDepartementen, die de volgende namen ontvingen: 1º. Departement van de monden van den IJsel, 2º. van den Rijn, 3º. van de Maas, 4º. van den Boven IJsel, 5º. van de Schelde, 6º. van de Wester-Eems, 7º. van de Zuiderzee, 8º. Friesland, welk departement alleen zijn naam behield.
Friesland en Corsica met eenige eilandjes in den archipel zijn de eenige landen, die „sedert de dagen der Romeinen niet van naam zijn veranderd.”
Volgens Keizerlijk Besluit van 13 Dec. 1811 vormde Holland met de Hanze-Steden, Oldenburg en een deel van Westfalen 10 Departementen, die twee gerechtshoven hadden (een te Hamburg en een in den Haag) en die 31 afgevaardigden naar het wetgevend lichaam te Parijs zonden.
GRAAFDE CELLES.
GRAAFDE CELLES.
Het Keizerrijk telde nu 130 Departementen met 42 millioen inwoners. Alle koningen en vorsten op het vasteland waren, vrijwillig of gedwongen, Napoleons bondgenooten en allen, zijne bloedverwanten als de overigen, behandelde hij uit de hoogte.
Een groot gedeelte van het Fransche volk was met het bestuur van Napoleon wel ingenomen. De verwarring van vroeger, de ellende en gruwelen van het schrikbewind hadden opgehouden en voor de stoffelijke welvaart der ingezetenen werd veel gedaan. Ongeveer 600 millioen gulden was sedert Napoleons kroning in de oude Departementen aan kanalen, wegen, zeehavens, aan het droogmaken van moerassen, aan kerken, armhuizen, nuttige inrichtingen en paleizen uitgegeven, terwijl het fabriekswezen, voor vele takken althans, in een bloeienden staatverkeerde. Daarbij verblindde Napoleon door den roem en luister, die zijn naam omstraalden, velen der op glorie zoo verzotte Franschen. De heerschappij, door Napoleon over vreemde volkeren uitgeoefend, streelde de nationale ijdelheid, bood gelegenheid tot het aanstellen van duizenden ambtenaren en vergrootte de hoop, om fortuin te maken. Ontzaglijke winsten werden door 's Keizers willekeur verkregen, want Napoleon zorgde, dat zijne troepen, die de buitenlandsche Staten bezetten, door zijn vrijwillige of gedwongen bondgenooten werdenonderhouden en betaald. Ook eigende hij zich de helft, of ten minste een groot deel der domeinen van de wingewesten en vasal-staten toe. Alleen uit het Koninkrijk Westfalen trok hij op deze wijze jaarlijks 2½ millioen francs en uit het Groothertogdom Warschau meer dan het dubbele. De Parijzenaars zagen hunne stad versieren niet alleen met keizerlijke instellingen, maar daarnevens met de bijeengebrachte kunstschatten en zeldzaamheden uit Brussel, Antwerpen, Luik, Gent, Amsterdam, den Haag, het Loo, Rome, Venetië, Berlijn, Keulen en tal van andere steden. Zij zagen, hoe de gekroonde Hoofden, niettegenstaande dien roof, hun Keizer als hun opperhoofd huldigden.
BARONDE STASSART.
BARONDE STASSART.
Lebrun, prins van het Fransche rijk, hertog vanPlaisance, werd door Napoleon tot Gouveneur-generaal over ons land aangesteld. In weerwil van zijn weidschen titel bezat hij toch slechts een schaduw van gezag. Hij was een grijsaard, die ons juk niet verzwaarde en hier gaarne veel goeds wilde verrichten.
Over ieder Departement werd een prefect aangesteld; deze prefecten bezaten in het land de eigenlijke macht.De Celleswas prefect te Amsterdam. Hij handelde gestreng, zonder verschooning of verzachting, zonder sporen van menschelijkheid of zedelijkheid. De prefect in den Haag,De Stassart, was een bekwaam man, die echter een ijverig en trouw dienaar was van den geweldenaar, op harde wijze diens bevelen uitvoerde en daarom bij het volk zeer gehaat was.De CellesenDe Stassartwaren beiden Belgen.
In diepten van ellende.—De terechtstelling van „Frans met de kruk”.
Bij Keizerlijk Besluit van 18 Oct. 1810 werd hier de Conscriptie, of gedwongen opschrijving voor den krijgsdienst (zoowel voor de zee- als voor de landmacht), ingevoerd. Dit Decreet was vooral zoo hatelijk in het oog van òns volk, dat steeds met minachting op den krijgsdienst had ter neder gezien en het krijgvoeren gaarne aan huurlegers overliet. En nu werden onze jongelingen verplicht, om de wapenen te hanteeren, niet in dienst van eigen land en volk, maar in dienst van een uitheemschen dwingeland, wiens heerschzucht jaarlijks duizenden slachtoffers vorderde.
Bij hetzelfde Decreet van 1810 werd een „Ridderorde der Reünie” (of Vereeniging) ingesteld, ter vervanging van de Orde der Unie. Bovendien werden hier Fransche wetten en Decreten (700 à 800 in getal) ingevoerd, die waren afgeschaft of gewijzigd, terwijl ook het Fransche wetboek (Code Napoleon) en de Fransche wetpleging voor Nederland geldig werden verklaard. De lichtzijde hiervan was, dat hier een algemeene rechtsbedeeling gevestigd werd, doch voor die lichtzijde had men toen geen oog.
Doordat wij onze meeste koloniën misten en geen handel met Engeland mochten drijven, waren de koloniale waren ontzettend duur, zoodat velen inplaats van koffie met suiker, cichorei met stroop dronken. Ook begon men in dezen tijdsuiker uit beetwortels te vervaardigen. Particulieren mochten geen handel meer in tabak drijven. De tabakshandel was een monopolie van den Staat geworden. De tabak, die men bij de zoogenaamde Regie verkreeg, was duur en slecht.
Fransche Spionnen waarden in allerlei gedaante rond, teneinde gemeenzame gesprekken af te luisteren. Elk dubbelzinnig woord werd ten kwade uitgelegd, als bedoelde men het Fransche bestuur. Van Overheidswege werd hier een „Statistique personelle” op na gehouden, dat wil zeggen een opgave aangaande notabele personen in betrekking tot hun vermogen, denkwijze, relatie's enz. Geen boek of geschrift mocht hier worden uitgegeven, of het moest eerst naar Parijs worden gezonden, waar het door de Censuur moest worden onderzocht. Elk woord, elke uitdrukking, die den Franschen niet aangenaam was, werd steeds geschrapt. Boven elke Courant prijkte de Adelaar, het Keizerlijke wapen. Naast de Hollandsche tekst moest steeds een Fransche vertaling er van worden opgenomen. Ook de openbare acten en andere stukken werden niet uitgegeven, dan metFranschevertaling. In alle scholen moest de Fransche taal onderwezen worden en de schoolboeken moesten tevens een Fransche vertaling der Hollandsche lesjes bevatten. De Hoogescholen te Harderwijk, Franeker en Utrecht werden opgeheven en de inkomsten der andere, alsmede die der Latijnsche scholen verminderd. Aan het gunstig verslag, dat de Fransche geleerdenCuvierenNoëlover het Lager Onderwijs in ons land uitbrachten, hadden wij het te danken, dat dat Onderwijs gehandhaafd bleef.
NAPOLEON I.
NAPOLEON I.
Natuurlijk moest dit alles ontevredenheid en wrevel wekken. Reeds twee en een halve maand na de inlijving van Holland bij Frankrijk, den 20 Sept. 1810, openbaarde zich die geest in Amsterdam in een verzet bij het opsporen van geheime bewaarplaatsen van koloniale waren.Het gold toen slechts het verzet van enkelen, maar luider deed dit verzet zich hooren, toen in April 1811 de eerste Hollandsche lotelingen aan de armen hunner ouders enverdere betrekkingen werden ontrukt. Doch wat vermocht een betrekkelijk geringe volksmenigte tegen Napoleons talrijke legerscharen? Een enkel woord reeds kon het leven kosten. De onvoorzichtige uitdrukking van een schamel en gebrekkig koopman, Frans Stargard (bijgenaamd „Frans met de kruk”), die een visch kerfde, tot de omstanders: „Ik wou, dat ik Napje zoo onder handen had”, kostte den ongelukkige het leven. „Frans met de Kruk” werd met twee lotgenooten op het Funen te Amsterdam doodgeschoten. Niettemin hoorde men in Februari 1813 Hollandsche militairen te Utrecht „Oranje boven” roepen en op de trom het „Wilhelmus” slaan en in April vonden onstuimige tooneelen van verzet plaats in den Hoekschen waard, in Rijnland (waar Leiden een tijd lang in hevige beroering was), te 's-Gravenhage, in de Zaanstreek, te Maassluis en elders, uitingen van vrijheidszucht, die met bloedige vonnissen eindigden. Hoe meer Napoleon onze nationaliteit trachtte uit te roeien, hoe dieper ze wortelen schoot. Hoewel wij den volksnaam verloren hadden, ontwaakte het volkskarakter, wat zelfs op het gebied der letterkunde te bespeuren was. Zoo bezong Helmers in zijn: „Hollandsche Natie” den roem van ons land tijdens het bloeitijdperk; zoo zinspeelde Wiselius in het treurspel Polydorus op de tyrannie van Napoleon: zoo voorspelde Bilderdijk in schoone verzen de herstelling van Neerlands onafhankelijkheid. De gedichten van Tollens, Kinker, Spandaw, Staring, Van Walré, Klijn en anderen werden gretig gekocht, wel een bewijs, dat niet alleen de Nederlandsche taal, maar ook de Nederlandsche poëzie gewaardeerd werden. Als prozaschrijver was Van der Palm zeer gezocht.
Wat nog aan Napoleons geluk ontbrak.—Daendels en Jansens op Java.—De Engelschen ontnemen ons Java.
Eén geluk ontbrak aan Napoleons grootheid; zijn huwelijk metJosephine de Beauharnaisbleef kinderloos. Daarom liet hij zich den 16 Dec. 1809 van deze vrouw scheiden en huwde hij den 11 April 1810 met de dochter van Keizer Frans van Oostenrijk, de AartshertoginMaria Louise, die hem den 20 Maart 1811 een zoon schonk, wien men den titel van „Koning van Rome” gaf.
KEIZERINMARIA LOUISE.
KEIZERINMARIA LOUISE.
OfschoonJosephinein vroegere tijden, toen zij Napoleon, den krijgsman zonder vermogen en vooruitzichten, huwde, de voornaamste aanleiding gegeven had tot de rol, die hij later speelde, en ofschoon hij waarlijk van haar hield,—liefde en dankbaarheid zwegen beide in de ziel van den dwingeland, voor heerschzucht, voor Staatsbelangen voor wat hij zijn plicht jegens Frankrijk noemde—hij dreef de scheiding vanJosephinein weerwil van alles door.
Brittannië bleef den Corsicaan nog tarten. Het vernielde Napoleons scheepsmacht, ondersteunde de Portugeezen en Spanjaarden in hun strijd voor de onafhankelijkheid, vernielde de Fransche zeemacht en maakte zich meester van alle Fransche en Hollandsche Koloniën in Oost en West.
Ook Paus Pius VII nam een kloeke houding tegen den geweldenaar aan. Hij deed Napoleon in den ban op grond, dat deze tegen hem en de R. Kath. Kerk vele gewelddadigheden had gedaan. Napoleon dreef hier schijnbaar den spot mee, maar hij begreep toch, dat vele harten daardoor van hem vervreemd werden. Daarom meende hij, ter bevestiging zijner heerschappij, steeds oorlog noodig te hebben, om daardoor de onderworpen volkeren ontzag in te boezemen en om de Franschen door zijn roem te verblinden. En daaruit is ook het Decreet te verklaren, waarbij hij in Frankrijk bevoegd verklaard werd, verdachte personen, zonder vorm van proces, in de gevangenis te werpen; en vandaar ook in 1811 het Lijfstraffelijk Wetboek, waarvan bijna de helft betrekking had op misdrijven tegen den Staat en het openbaar gezag.
Bij de vele rampen, die ons troffen, kwam nog, dat onze laatste volksplantingen verloren gingen. Nadat de Engelschen den 17 Febr. 1811 Amboina veroverd hadden, richtten zij zich tegen Java. Op Java was Daendels Gouverneur-generaal geweest en hij, de groote vrijheidskraaier, had er, als een Napoleon in miniatuur, met de grootste willekeur geheerscht. Zoo vernietigde hij op Java met één pennestreek alle bijzondere voorrechten. Hijdwong de arme inboorlingen hem behulpzaam te zijn in het aanleggen van wegen, honderden uren lang, het stichten van forten midden in zee, het aanleggen van havens in de ongezondste streken. Hadden wij steeds de Inlandsche Vorsten, als leenmannen, met ontzag en eerbied behandeld, Daendels bejegende hen echter met willekeur. Zoo nam hij gewelddadig van Bantam bezit en liet hij den sultan van dat rijk verbannen. De Sultan van Djokjakarta zette hij onder gezochte voorwendsels af en plunderde hij uit. Zonder vorm van proces velde hij doodvonnissen: hij vernietigde de uitspraken van het Hof van Indië en toen de leden van dat Hof daartegen protesteerden, zette hij ze eenvoudig af en verving ze door anderen. Was de O.-Indische Compagnie steeds met inschikkelijkheid opgetreden, Daendels meende een hoogmoedige, oorlogszuchtige staatkunde te moeten voeren. Hij stoorde zich niet aan gesloten overeenkomsten; goede trouw was bij hem niet te vinden. Het politiewezen wilde hij in zijn persoon vertegenwoordigd hebben en onder een ophef van groote woorden voerde hij een waar schrikbewind, dat enkel ellende verspreidde en schatten verslond. Gelukkig werd Daendels in 1810 door Napoleon teruggeroepen en vervangen door Jansens, die de Kaapkolonie zoo dapper verdedigd had. In den korten tijd, dat hij Gouverneur-Generaal was, kon hij echter niet herstellen, wat zijn voorganger in de war had gestuurd.
Inzegening van het huwelijk van Napoleon met aartshertoginMaria Louise, 2 April 1810.
Inzegening van het huwelijk van Napoleon met aartshertoginMaria Louise, 2 April 1810.
ToenLord Minto, Gouverneur-Generaal van Engelsch Indië, vernomen had, dat de Franschen eenige schepen hadden uitgerust, om bezit van Java te nemen, zond ook hij, om dit te voorkomen, zijne zeemacht naar Batavia. Den 4 Aug. 1811 landden de Engelschen ten Westen van Batavia, veroverden die stad, alsmede onzeverschansingen te Weltevreden en onzen post te Meester Cornelis, in weerwil dat deze post door Daendels met groote kosten zeer versterkt was. Jansens moest nu naar Oost-Java zich terugtrekken, waar hij door de Engelschen bij Samarang verslagen werd. De Inlandsche vorsten, nog vertoornd over de wijze, waarop zij door Daendels behandeld waren geworden, kozen nu de zijde der Engelschen, zoodat Jansens genoodzaakt was, zich en zijn troepen bij verdrag aan de Engelschen over te geven.
De Engelschen, in het bezit van Java zijnde, eigenden zich nu ook de koloniale waren toe, die in de magazijnen opgestapeld lagen, waardoor zij aan vele Nederlanders groot verlies toebrachten en ook onzen Staat gevoelig troffen.
Alleen Hendrik Doeff wist Decima voor ons te behouden. Dat kleine eiland was daardoor het eenige plekje op den aardbodem, waar in dien tijd de Nederlandsche vlag nog wapperde. Hoe dat toeging, zullen wij in een volgend Hoofdstuk zien.
Hendrik Doeff op Decima.
Hendrik Doeff was in 1799 naar Japan vertrokken, waar hij in 1803 door onze regeering als opvolger van Willem Wardenaar tot Gouverneur van het eiland Decima werd aangesteld, en wel, zooals gewoonlijk, voor den tijd van vijf jaren. In 1808, toen zijn tijd om was, verwachtte hij een Hollandsch schip uit Batavia, om hem af te lossen. Inplaats daarvan verscheen echter een Engelsch schip onder Hollandsche vlag. Doeff zond een paar zijner ambtenaren er heen om te informeeren, wat het zenden van dit schip beteekende, doch de bevelhebber liet de twee ambtenaren gevangen nemen. Door tusschenkomst van den gouverneur van Nangazaki werden deze ambtenaren later weer in vrijheid gesteld.
HENDRIK DOEFF.
HENDRIK DOEFF.
In 1809 kreeg Doeff wel eenig bericht van Java, doch van zijn post werd hij niet afgelost. Het eiland Decima is 600 voet lang en 220 voet breed en Doeff had er slechts zes of zeven Hollanders bij zich, zoodat het leven voor hem er zeer eentonig was. In Aug. 1813 verschenen er weer twee schepen voor Decima. In zijn verwachting, dat het Hollandsche vaartuigen zouden zijn, werd Doeff echter wreed teleurgesteld. Het waren Engelsche vaartuigen, doorRafflesafgezonden. Aan boord er van bevond zich de Oud-Gouverneur van Decima, Wardenaar, die aan Doeff liet weten, dat de NederlandersDecima aan Engeland hadden afgestaan, waarom hij, Wardenaar, eischte, dat Doeff zich aan hem, als Commissaris der Engelsche regeering, zou onderwerpen. Doeff liet zich echter niet met leugenachtige verhalen om den tuin leiden en weigerde de overgave van het eiland. Men beloofde hem nu belooning en bevordering, doch hij wilde van geen onderwerping aan Engeland weten. Deze standvastigheid en trouw moet vooral hierom in Doeff gewaardeerd worden, omdat hij op Decima als in ballingschap leefde, en er van alle geriefelijkheden en gezelligheid der maatschappij was verstoken, terwijl, als hij op de aanbiedingen der Engelschen ingegaan was, hij een leven van weelde en gemak had kunnen krijgen.
Het onderhandelen eindelijk moede, dreigde Doeff, het Japansche Bestuur in de zaak te mengen, als Wardenaar niet spoedig aftrok. Zelfs wist hij dezen en den met hem gekomen Engelschen Commissaris zóó beangstte maken, „dat zij de afdoening bewerkten eener schuld van over de f 100.000, die het kantoor ten gevolge van het stilstaan des handels, op zich geladen had.”
In 1814 beproefdeRafflesnog eenmaal, Decima voor Engeland te winnen, doch Doeff, die intusschen van de bevrijding van Nederland en den val van Napoleon gehoord had, was nu nog minder bereid, zich aan Engeland te onderwerpen, dan ooit te voren.
Eerst den 6 Dec. 1816 kwamen Hollandsche schepen te Decima, die Doeff van zijn post verlosten. Doeff heeft toen nog twee jaar op Batavia doorgebracht, waarna hij met den Commissaris-Generaal Elout naar het vaderland terugkeerde.
Willem Bilderdijk en Jan Frederik Helmers.
Een vurige Oranjeklant was Willem Bilderdijk. Deze merkwaardige man werd in 1756 te Amsterdam geboren.
WILLEM BILDERDIJK.
WILLEM BILDERDIJK.
Zijn vader, een geneesheer, onderwees hem in 't lezen, schrijven, rekenen, het Italiaansch boekhouden en in de verschillende talen, zoo oude als nieuwe. In uren van uitspanning hanteerde hij bij afwisseling de dichtlier, de teekenpen en de etsnaald. Een ongelukkig letsel, zijn voet toegebracht, toen hij nauwelijks zes jaren oud was, noodzaakte hem meestal, zijne kamer te houden. Dit legde waarschijnlijk den grond tot die somberheid, welke ook later bij hem uitkwam, maar ook tot die veelvuldige kennis en rijke wetenschap, die wij bewonderen. In 1780 begaf hij zich naar Leiden ter beoefening der rechtsgeleerde en andere wetenschappen en werd twee jaar later tot doctor in de rechten bevorderd. Hij vestigde zich te 's-Gravenhage en verkreeg een uitgebreide practijk. Een Rotterdamsche vischvrouw, Kaatje Mossel genaamd, die zeer Oranjegezind was en van beleediging der overheid was beschuldigd, werd door hem vrijgepleit. Evenals zijn vader betoonde hij in die dagen van verdeeldheid een innige liefde voor het huis van Oranje en trad meer dan eens op als moedige verdediger der Prinsgezinden. In 1784 huwde hij met de schoone jonkvrouwe Rebekka Catharina Woesthoven. In 1795 moesthij een eed van trouw aan het nieuwe revolutionaire bewind afleggen. Hij weigerde dit. Hierom werd hij in 1795 als een „gemeen sujet” niet slechts uit den Haag, maar zelfs uit de geheele Bataafsche Republiek gebannen. Hij begafzich toen eerst naar Engeland, en later naar Brunswijk, waar hij tien kommervolle jaren sleet. Te Londen leerde hij de 20-jarigeKatharina Wilhelmina Schweickhardtkennen, die hij Italiaansche les moest geven. Daar zijne vrouw hem niet in den vreemde wilde volgen, liet hij zich in 1802 van haar scheiden en huwde later metKatharina Wilhelmina, die hem 30 jaar trouw ter zijde stond.
In Londen kon Bilderdijk niet zijn brood verdienen, waarom hij naar Brunswijk trok. De Hertog kende hem hier een vast inkomen toe. Doch ook in dit gastvrije oord gevoelde hij zich ontevreden en van de „domme Duitschers” gevoelde hij afkeer. Hij vergat hierbij echter, dat zijn tweede vrouw ook van Duitsche afkomst was. Acht jaren van zorg en kommer bracht hij in Brunswijk door, daar hij van zijne inkomsten en 't geen hij met onderwijzen en schrijven er bij verdiende, niet leven kon.
„Twee jaren achtereen” schrijft hij, „leefde ik van droog brood en water (zelfs geen bier) en zonder vuur. In het strengst van den winter geen hout in huis hebbend, ging ik uit, wanneer ik het niet langer uithouden kon; liep de stad twee of drie malen rond, kwam warm weer thuis en ging mijn college's weer opstellen.”
Bilderdijk verloor te Brunswijk drie kinderen. Zijne vrouw en hij waren vaak ziek. Hij moest vaak opium gebruiken en liet soms in drie weken tijds zich zeven aderlatingen doen. Alles bezag de dichter van den sombersten kant en het aanzienlijke jaargeld, dat hij in Brunswijk genoot, evenmin als de vele vrienden, die hij er vond, waardeerde hij er naar behooren.
JAN FREDERIK HELMERS.
JAN FREDERIK HELMERS.
In 1806 naar 't Vaderland teruggekeerd, werd hij door zijne vrienden, waartoe ook de raadpensionaris R. J. Schimmelpenninck behoorde, met open armen ontvangen. Later zorgde de kunstlievende Koning Lodewijk, dievan hem het Nederlandsch leerde, mildelijk voor zijn onderhoud. Hij vestigde zijn verblijf te Leiden, doch de ramp, welke de stad in 1807 trof, deed hem eerst naar 's Hage, toen naar Katwijk en eindelijk naar Amsterdam verhuizen, waar hij lid werd van 't Kon. Nederl. Instituut. Ten voordeele van de slachtoffers van de ramp te Leiden gaf hij zijn „Ziekte der geleerden” uit. De zuivere winst bedroeg 1400 gld. In den Haag onderwees hij Koning Lodewijk in de Hollandsche taal. In weerwil van het aanzienlijke jaargeld, dat Koning Lodewijk hem toekende, werd te Amsterdam door de schuldeischers op zijn boedel beslag gelegd en deze ten verkoop opgeschreven. Van de inlijving van ons Vaderland in het Fransche rijk moest vooral Bilderdijk het noodlottige gevoelen. Zijn pensioen werd ingetrokken en alleen de edelmoedige en kiesche bijstand van trouwe vrienden lenigde zijn moeilijke omstandigheden. Onze verlossing van het Fransche juk schonk hem in 1813 ook verademing. Hij werd benoemd tot auditeur-militair te Amsterdam, doch werd weldra door den Koning eervol ontslagen en met een jaarwedde begiftigd. Voor de derde maal verkoos hij Leiden tot zijne woonplaats, waar hij aan eenige jongelieden zijne uitvoerigeaanteekingen op de Vaderlandsche geschiedenis meedeelde. Onaangename omstandigheden drongen hem in 1827 zijn geliefd Leiden te verlaten en Haarlem tot zijne woonplaats te kiezen, waar hij in 1831 overleed.
Toen Nederland bij Frankrijk ingelijfd was, zong Bilderdijk in profetische verrukking:
Ach de dagenOnzer plagen,Lieve broeders, gaan voorbij.Uit dit duisterRijst de luisterVan een nieuwe heerschappij.'k Zie de kimmenReeds ontglimmenVan een nieuw, een Godlijk licht!Op de randenDezer strandenStraalt zijn glans mij in 't gezicht.'k Heb het vallenVan Uw wallen,Hollands Illium, voorspeld:'k Zag het blakenVan Uw daken,En Uw Hectors neergeveld.De ingewandenVoelde ik branden,En verteren in de vlam;'k Riep, ik weende,Ja, 'k versteende,Maar de dag des jammers kwam.Wat verschijneWat verdwijne,'t Hangt niet aan een los geval.In 't voorleden.Ligt hetheden,In hetnu, wat worden zal.Opgaan, blinkenEn verzinkenIs het lot van iedren dag:En wij allenMoeten vallen:Wie zijn licht beschijnen mag.Of de kronenLuister toonen,Volken, Staten bloeiend staan,Langer stondeDuurt hun ronde,Maar hun avond spoedt toch aan.Doch de dampenDezer rampen,Doch de nevels dezer nachtZullen brekenBij 't ontstekenVan den dag, waarop zij wacht.Mocht mijn lippenDat ontglippen,Wat mijn brekend oog hier ziet.Mocht ik 't zingen,En mij dringen,Door dit wemelend verschiet!Ja, zij zullenZich vervullen,Deze tijden van geluk!Deez' ellendenGaan volenden,En verpletterd wordt het juk.Holland leeft weer!Holland streeft weer,Met zijn afgelegde vlag,Door de boorden,Van het Noorden,Naar den ongeboren dag.Holland groeit wêer!Holland bloeit wêer!Hollands naam is weer hersteld!Holland uit zijn stof verrezenZal opnieuw ons Holland wezen,Stervend heb ik 't u gezegd.
Ach de dagenOnzer plagen,Lieve broeders, gaan voorbij.Uit dit duisterRijst de luisterVan een nieuwe heerschappij.
Ach de dagen
Onzer plagen,
Lieve broeders, gaan voorbij.
Uit dit duister
Rijst de luister
Van een nieuwe heerschappij.
'k Zie de kimmenReeds ontglimmenVan een nieuw, een Godlijk licht!Op de randenDezer strandenStraalt zijn glans mij in 't gezicht.
'k Zie de kimmen
Reeds ontglimmen
Van een nieuw, een Godlijk licht!
Op de randen
Dezer stranden
Straalt zijn glans mij in 't gezicht.
'k Heb het vallenVan Uw wallen,Hollands Illium, voorspeld:'k Zag het blakenVan Uw daken,En Uw Hectors neergeveld.
'k Heb het vallen
Van Uw wallen,
Hollands Illium, voorspeld:
'k Zag het blaken
Van Uw daken,
En Uw Hectors neergeveld.
De ingewandenVoelde ik branden,En verteren in de vlam;'k Riep, ik weende,Ja, 'k versteende,Maar de dag des jammers kwam.
De ingewanden
Voelde ik branden,
En verteren in de vlam;
'k Riep, ik weende,
Ja, 'k versteende,
Maar de dag des jammers kwam.
Wat verschijneWat verdwijne,'t Hangt niet aan een los geval.In 't voorleden.Ligt hetheden,In hetnu, wat worden zal.
Wat verschijne
Wat verdwijne,
't Hangt niet aan een los geval.
In 't voorleden.
Ligt hetheden,
In hetnu, wat worden zal.
Opgaan, blinkenEn verzinkenIs het lot van iedren dag:En wij allenMoeten vallen:Wie zijn licht beschijnen mag.
Opgaan, blinken
En verzinken
Is het lot van iedren dag:
En wij allen
Moeten vallen:
Wie zijn licht beschijnen mag.
Of de kronenLuister toonen,Volken, Staten bloeiend staan,Langer stondeDuurt hun ronde,Maar hun avond spoedt toch aan.
Of de kronen
Luister toonen,
Volken, Staten bloeiend staan,
Langer stonde
Duurt hun ronde,
Maar hun avond spoedt toch aan.
Doch de dampenDezer rampen,Doch de nevels dezer nachtZullen brekenBij 't ontstekenVan den dag, waarop zij wacht.
Doch de dampen
Dezer rampen,
Doch de nevels dezer nacht
Zullen breken
Bij 't ontsteken
Van den dag, waarop zij wacht.
Mocht mijn lippenDat ontglippen,Wat mijn brekend oog hier ziet.Mocht ik 't zingen,En mij dringen,Door dit wemelend verschiet!
Mocht mijn lippen
Dat ontglippen,
Wat mijn brekend oog hier ziet.
Mocht ik 't zingen,
En mij dringen,
Door dit wemelend verschiet!
Ja, zij zullenZich vervullen,Deze tijden van geluk!Deez' ellendenGaan volenden,En verpletterd wordt het juk.
Ja, zij zullen
Zich vervullen,
Deze tijden van geluk!
Deez' ellenden
Gaan volenden,
En verpletterd wordt het juk.
Holland leeft weer!Holland streeft weer,Met zijn afgelegde vlag,Door de boorden,Van het Noorden,Naar den ongeboren dag.
Holland leeft weer!
Holland streeft weer,
Met zijn afgelegde vlag,
Door de boorden,
Van het Noorden,
Naar den ongeboren dag.
Holland groeit wêer!Holland bloeit wêer!Hollands naam is weer hersteld!Holland uit zijn stof verrezenZal opnieuw ons Holland wezen,Stervend heb ik 't u gezegd.
Holland groeit wêer!
Holland bloeit wêer!
Hollands naam is weer hersteld!
Holland uit zijn stof verrezen
Zal opnieuw ons Holland wezen,
Stervend heb ik 't u gezegd.
Deze klacht over Hollands ondergang en de profetie van Hollands herstel werd natuurlijk door de Fransche Censuur verboden. Bilderdijk zong dan ook terecht: