DE REGEERING VAN OERANOS (URANUS)

[Inhoud]DE REGEERING VAN OERANOS (URANUS)(HESÌODUS: THEOGONIE).Allereerst is, naar de voorstelling van de Grieken, deChaosontstaan, de wijdgapende oneindigheid, de raadselachtige oorsprong van heel de bezielde en onbezielde wereld. Daaruit ontstondenGaia(Gaea), de aarde, en deTàrtaros, de afgrond diep onder de aarde; ookEros, de liefde, de macht die alles verbindt. Uit den Chaos kwamen eveneens voort de Duisternis en de Nacht; zij werden op hun beurt de oorsprong van het Licht en van den Dag. Verder werden uit Gaia nog geborenOèranos, de hemel, de gebergten der aarde enPontos, de zee.Aarde en hemel huwden elkaar en kregen achttien kinderen. Daarvan waren er drie met honderd armen en vijftig koppen; boven de hoogste bergen staken zij uit, en zij waren afgrijselijk om te zien. Drie andere hadden ieder maar één oog, rond van vorm en midden in het voorhoofd geplant. De honderdarmigen heettenHekatoncheiren, de éénoogigen:Cyclopen. De twaalf vroeger geborenen, zes jongens en zes meisjes, waren goed gevormd; zij heettenTitanen.Oèranos echter koesterde maar weinig vaderlijke gevoelens ten opzichte van zijn kinderen; zoo gauw er een geboren was, stopte hij het weg in diepe duisternis in het binnenste der aarde. Toen verzon Gaia een list om zich van de geweldenarijen van haar man te bevrijden;[2]zij maakte een groote sikkel en sprak tot haar kinderen: „Als ge nu wilt, zullen wij ons gemakkelijk op Uw vader kunnen wreken.” Allen zwegen, vol ontzetting; alleenKronos, de jongste der Titanen, bood zich aan om de vreeselijke daad te volbrengen. Gaia verborg hem nu in een hinderlaag, gaf hem de scherpgetande sikkel in handen en toen in donkeren nacht de hemel zich uitbreidde over de aarde, greep Kronos hem aan, verminkte hem op afschuwelijke wijze en verdreef hem uit zijn heerschappij. Uit het bloed, dat neerdruppelde, kwamen deErìnyen(Furiën) voort, de godinnen van de wraak, de geweldigeGigantenen de melische nymphen; „melia” is de esch, uit welks hout de bloedige lans werd gemaakt. En terzelfder tijd baarde ook de nacht allerlei vreeselijke wezens: het noodlot, den dood, den slaap en zijn benauwende droomen, den haat en de tweedracht, die de moeder werd van laster, van strijd en van moord.

[Inhoud]DE REGEERING VAN OERANOS (URANUS)(HESÌODUS: THEOGONIE).Allereerst is, naar de voorstelling van de Grieken, deChaosontstaan, de wijdgapende oneindigheid, de raadselachtige oorsprong van heel de bezielde en onbezielde wereld. Daaruit ontstondenGaia(Gaea), de aarde, en deTàrtaros, de afgrond diep onder de aarde; ookEros, de liefde, de macht die alles verbindt. Uit den Chaos kwamen eveneens voort de Duisternis en de Nacht; zij werden op hun beurt de oorsprong van het Licht en van den Dag. Verder werden uit Gaia nog geborenOèranos, de hemel, de gebergten der aarde enPontos, de zee.Aarde en hemel huwden elkaar en kregen achttien kinderen. Daarvan waren er drie met honderd armen en vijftig koppen; boven de hoogste bergen staken zij uit, en zij waren afgrijselijk om te zien. Drie andere hadden ieder maar één oog, rond van vorm en midden in het voorhoofd geplant. De honderdarmigen heettenHekatoncheiren, de éénoogigen:Cyclopen. De twaalf vroeger geborenen, zes jongens en zes meisjes, waren goed gevormd; zij heettenTitanen.Oèranos echter koesterde maar weinig vaderlijke gevoelens ten opzichte van zijn kinderen; zoo gauw er een geboren was, stopte hij het weg in diepe duisternis in het binnenste der aarde. Toen verzon Gaia een list om zich van de geweldenarijen van haar man te bevrijden;[2]zij maakte een groote sikkel en sprak tot haar kinderen: „Als ge nu wilt, zullen wij ons gemakkelijk op Uw vader kunnen wreken.” Allen zwegen, vol ontzetting; alleenKronos, de jongste der Titanen, bood zich aan om de vreeselijke daad te volbrengen. Gaia verborg hem nu in een hinderlaag, gaf hem de scherpgetande sikkel in handen en toen in donkeren nacht de hemel zich uitbreidde over de aarde, greep Kronos hem aan, verminkte hem op afschuwelijke wijze en verdreef hem uit zijn heerschappij. Uit het bloed, dat neerdruppelde, kwamen deErìnyen(Furiën) voort, de godinnen van de wraak, de geweldigeGigantenen de melische nymphen; „melia” is de esch, uit welks hout de bloedige lans werd gemaakt. En terzelfder tijd baarde ook de nacht allerlei vreeselijke wezens: het noodlot, den dood, den slaap en zijn benauwende droomen, den haat en de tweedracht, die de moeder werd van laster, van strijd en van moord.

[Inhoud]DE REGEERING VAN OERANOS (URANUS)(HESÌODUS: THEOGONIE).Allereerst is, naar de voorstelling van de Grieken, deChaosontstaan, de wijdgapende oneindigheid, de raadselachtige oorsprong van heel de bezielde en onbezielde wereld. Daaruit ontstondenGaia(Gaea), de aarde, en deTàrtaros, de afgrond diep onder de aarde; ookEros, de liefde, de macht die alles verbindt. Uit den Chaos kwamen eveneens voort de Duisternis en de Nacht; zij werden op hun beurt de oorsprong van het Licht en van den Dag. Verder werden uit Gaia nog geborenOèranos, de hemel, de gebergten der aarde enPontos, de zee.Aarde en hemel huwden elkaar en kregen achttien kinderen. Daarvan waren er drie met honderd armen en vijftig koppen; boven de hoogste bergen staken zij uit, en zij waren afgrijselijk om te zien. Drie andere hadden ieder maar één oog, rond van vorm en midden in het voorhoofd geplant. De honderdarmigen heettenHekatoncheiren, de éénoogigen:Cyclopen. De twaalf vroeger geborenen, zes jongens en zes meisjes, waren goed gevormd; zij heettenTitanen.Oèranos echter koesterde maar weinig vaderlijke gevoelens ten opzichte van zijn kinderen; zoo gauw er een geboren was, stopte hij het weg in diepe duisternis in het binnenste der aarde. Toen verzon Gaia een list om zich van de geweldenarijen van haar man te bevrijden;[2]zij maakte een groote sikkel en sprak tot haar kinderen: „Als ge nu wilt, zullen wij ons gemakkelijk op Uw vader kunnen wreken.” Allen zwegen, vol ontzetting; alleenKronos, de jongste der Titanen, bood zich aan om de vreeselijke daad te volbrengen. Gaia verborg hem nu in een hinderlaag, gaf hem de scherpgetande sikkel in handen en toen in donkeren nacht de hemel zich uitbreidde over de aarde, greep Kronos hem aan, verminkte hem op afschuwelijke wijze en verdreef hem uit zijn heerschappij. Uit het bloed, dat neerdruppelde, kwamen deErìnyen(Furiën) voort, de godinnen van de wraak, de geweldigeGigantenen de melische nymphen; „melia” is de esch, uit welks hout de bloedige lans werd gemaakt. En terzelfder tijd baarde ook de nacht allerlei vreeselijke wezens: het noodlot, den dood, den slaap en zijn benauwende droomen, den haat en de tweedracht, die de moeder werd van laster, van strijd en van moord.

[Inhoud]DE REGEERING VAN OERANOS (URANUS)(HESÌODUS: THEOGONIE).Allereerst is, naar de voorstelling van de Grieken, deChaosontstaan, de wijdgapende oneindigheid, de raadselachtige oorsprong van heel de bezielde en onbezielde wereld. Daaruit ontstondenGaia(Gaea), de aarde, en deTàrtaros, de afgrond diep onder de aarde; ookEros, de liefde, de macht die alles verbindt. Uit den Chaos kwamen eveneens voort de Duisternis en de Nacht; zij werden op hun beurt de oorsprong van het Licht en van den Dag. Verder werden uit Gaia nog geborenOèranos, de hemel, de gebergten der aarde enPontos, de zee.Aarde en hemel huwden elkaar en kregen achttien kinderen. Daarvan waren er drie met honderd armen en vijftig koppen; boven de hoogste bergen staken zij uit, en zij waren afgrijselijk om te zien. Drie andere hadden ieder maar één oog, rond van vorm en midden in het voorhoofd geplant. De honderdarmigen heettenHekatoncheiren, de éénoogigen:Cyclopen. De twaalf vroeger geborenen, zes jongens en zes meisjes, waren goed gevormd; zij heettenTitanen.Oèranos echter koesterde maar weinig vaderlijke gevoelens ten opzichte van zijn kinderen; zoo gauw er een geboren was, stopte hij het weg in diepe duisternis in het binnenste der aarde. Toen verzon Gaia een list om zich van de geweldenarijen van haar man te bevrijden;[2]zij maakte een groote sikkel en sprak tot haar kinderen: „Als ge nu wilt, zullen wij ons gemakkelijk op Uw vader kunnen wreken.” Allen zwegen, vol ontzetting; alleenKronos, de jongste der Titanen, bood zich aan om de vreeselijke daad te volbrengen. Gaia verborg hem nu in een hinderlaag, gaf hem de scherpgetande sikkel in handen en toen in donkeren nacht de hemel zich uitbreidde over de aarde, greep Kronos hem aan, verminkte hem op afschuwelijke wijze en verdreef hem uit zijn heerschappij. Uit het bloed, dat neerdruppelde, kwamen deErìnyen(Furiën) voort, de godinnen van de wraak, de geweldigeGigantenen de melische nymphen; „melia” is de esch, uit welks hout de bloedige lans werd gemaakt. En terzelfder tijd baarde ook de nacht allerlei vreeselijke wezens: het noodlot, den dood, den slaap en zijn benauwende droomen, den haat en de tweedracht, die de moeder werd van laster, van strijd en van moord.

DE REGEERING VAN OERANOS (URANUS)(HESÌODUS: THEOGONIE).

Allereerst is, naar de voorstelling van de Grieken, deChaosontstaan, de wijdgapende oneindigheid, de raadselachtige oorsprong van heel de bezielde en onbezielde wereld. Daaruit ontstondenGaia(Gaea), de aarde, en deTàrtaros, de afgrond diep onder de aarde; ookEros, de liefde, de macht die alles verbindt. Uit den Chaos kwamen eveneens voort de Duisternis en de Nacht; zij werden op hun beurt de oorsprong van het Licht en van den Dag. Verder werden uit Gaia nog geborenOèranos, de hemel, de gebergten der aarde enPontos, de zee.Aarde en hemel huwden elkaar en kregen achttien kinderen. Daarvan waren er drie met honderd armen en vijftig koppen; boven de hoogste bergen staken zij uit, en zij waren afgrijselijk om te zien. Drie andere hadden ieder maar één oog, rond van vorm en midden in het voorhoofd geplant. De honderdarmigen heettenHekatoncheiren, de éénoogigen:Cyclopen. De twaalf vroeger geborenen, zes jongens en zes meisjes, waren goed gevormd; zij heettenTitanen.Oèranos echter koesterde maar weinig vaderlijke gevoelens ten opzichte van zijn kinderen; zoo gauw er een geboren was, stopte hij het weg in diepe duisternis in het binnenste der aarde. Toen verzon Gaia een list om zich van de geweldenarijen van haar man te bevrijden;[2]zij maakte een groote sikkel en sprak tot haar kinderen: „Als ge nu wilt, zullen wij ons gemakkelijk op Uw vader kunnen wreken.” Allen zwegen, vol ontzetting; alleenKronos, de jongste der Titanen, bood zich aan om de vreeselijke daad te volbrengen. Gaia verborg hem nu in een hinderlaag, gaf hem de scherpgetande sikkel in handen en toen in donkeren nacht de hemel zich uitbreidde over de aarde, greep Kronos hem aan, verminkte hem op afschuwelijke wijze en verdreef hem uit zijn heerschappij. Uit het bloed, dat neerdruppelde, kwamen deErìnyen(Furiën) voort, de godinnen van de wraak, de geweldigeGigantenen de melische nymphen; „melia” is de esch, uit welks hout de bloedige lans werd gemaakt. En terzelfder tijd baarde ook de nacht allerlei vreeselijke wezens: het noodlot, den dood, den slaap en zijn benauwende droomen, den haat en de tweedracht, die de moeder werd van laster, van strijd en van moord.

Allereerst is, naar de voorstelling van de Grieken, deChaosontstaan, de wijdgapende oneindigheid, de raadselachtige oorsprong van heel de bezielde en onbezielde wereld. Daaruit ontstondenGaia(Gaea), de aarde, en deTàrtaros, de afgrond diep onder de aarde; ookEros, de liefde, de macht die alles verbindt. Uit den Chaos kwamen eveneens voort de Duisternis en de Nacht; zij werden op hun beurt de oorsprong van het Licht en van den Dag. Verder werden uit Gaia nog geborenOèranos, de hemel, de gebergten der aarde enPontos, de zee.

Aarde en hemel huwden elkaar en kregen achttien kinderen. Daarvan waren er drie met honderd armen en vijftig koppen; boven de hoogste bergen staken zij uit, en zij waren afgrijselijk om te zien. Drie andere hadden ieder maar één oog, rond van vorm en midden in het voorhoofd geplant. De honderdarmigen heettenHekatoncheiren, de éénoogigen:Cyclopen. De twaalf vroeger geborenen, zes jongens en zes meisjes, waren goed gevormd; zij heettenTitanen.

Oèranos echter koesterde maar weinig vaderlijke gevoelens ten opzichte van zijn kinderen; zoo gauw er een geboren was, stopte hij het weg in diepe duisternis in het binnenste der aarde. Toen verzon Gaia een list om zich van de geweldenarijen van haar man te bevrijden;[2]zij maakte een groote sikkel en sprak tot haar kinderen: „Als ge nu wilt, zullen wij ons gemakkelijk op Uw vader kunnen wreken.” Allen zwegen, vol ontzetting; alleenKronos, de jongste der Titanen, bood zich aan om de vreeselijke daad te volbrengen. Gaia verborg hem nu in een hinderlaag, gaf hem de scherpgetande sikkel in handen en toen in donkeren nacht de hemel zich uitbreidde over de aarde, greep Kronos hem aan, verminkte hem op afschuwelijke wijze en verdreef hem uit zijn heerschappij. Uit het bloed, dat neerdruppelde, kwamen deErìnyen(Furiën) voort, de godinnen van de wraak, de geweldigeGigantenen de melische nymphen; „melia” is de esch, uit welks hout de bloedige lans werd gemaakt. En terzelfder tijd baarde ook de nacht allerlei vreeselijke wezens: het noodlot, den dood, den slaap en zijn benauwende droomen, den haat en de tweedracht, die de moeder werd van laster, van strijd en van moord.


Back to IndexNext