[Inhoud]TANTALOS EN ZIJN GESLACHT.TANTALOS.Niemand stond zoo hoog aangeschreven in de gunst der goden alsTàntalos, de koning van Sipylus in Klein-Azië. Hij was een zoon van Zeus, rijk aan goud en kudden en vruchtbare landerijen. Dikwijls brachten de goden hem een bezoek in zijn prachtige koningsburcht en werden rijk onthaald aan zijn gastvrije tafel. Het gebeurde ook wel dat Tàntalos op den Olympus werd genoodigd en daar deelnam aan de godenfeesten; bij die gelegenheid hoorde hij alles, wat de goden onder elkaar bespraken.Maar een zóó groot geluk was Tàntalos te machtig; hij werd overmoedig, en zijn overmoed verleidde hem[41]tot slechte dingen. De gesprekken der goden, zelfs de geheimen, die zij hem hadden toevertrouwd, verried hij aan de menschen. Hij nam nectar en ambrozijn van de godentafel weg en gaf het aan de aardbewoners te proeven. En toen Zeus hem toestond een bewijs van zijn welwillendheid te vragen, sloeg de trotsche vorst, die zijn lot gelijk achtte aan dat der goden, en die meende dat er voor hem niets meer te wenschen was, dat aanbod af.Toen eens de goden weer bij hem te gast waren, besloot hij hun alwetendheid op de proef te stellen. Hij doodde zijn zoon Pelops en zette diens vleesch aan de goden voor. Maar de onsterfelijken weigerden den afschuwelijken schotel; alleen Demèter was nog zóó vervuld van de schaking van haar dochter Persèphone door den god van de onderwereld, dat zij, in gedachten, in den schouder van het knaapje beet. Het spreekt van zelf, dat de jonge Pelops zijn oude gedaante van de goden terugkreeg; maar uit zijn schouder miste een stuk, dat met ivoor werd aangevuld. Alle nakomelingen van Pelops waren sedert kenbaar aan een witte plek op den eenen schouder.Tàntalos werd voor zijn overmoed vreeselijk gestraft; te midden van overvloed zou hij eeuwigdurend gebrek lijden. Hij werd naar de onderwereld gebannen. Tot aan zijn hoofd toe staat hij daar in een meer en lijdt toch dorst, want hij kan met zijn mond het water, dat om zijn lippen speelt, niet bereiken. Zoo dikwijls hij zich bukt om een teug te nemen, wijkt het water terug en loopt weg tot op den grond. Bij dien dorst komt nog een ondragelijke honger. Wel buigen van den naasten oever af boomen hun met kostelijke vruchten beladen takken boven zijn hoofd neer; maar zoodra de hongerlijder een hand uitstrekt om de vruchten te plukken, giert plotseling een stormvlaag door de takken en zweept ze hoog op in de lucht. Eindelijk foltert hem ook nog[42]vreeselijke angst; want boven zijn hoofd hangt een reusachtig rotsblok, dat elk oogenblik naar beneden kan storten en hem in zijn val verpletteren.13. Niobe met haar jongste dochter.13.Niobe met haar jongste dochter.Uit: Brunn,Denkmäler griech. und röm. Skulptur.F. Bruckmann, München. P. Noordhoff, Groningen.
[Inhoud]TANTALOS EN ZIJN GESLACHT.TANTALOS.Niemand stond zoo hoog aangeschreven in de gunst der goden alsTàntalos, de koning van Sipylus in Klein-Azië. Hij was een zoon van Zeus, rijk aan goud en kudden en vruchtbare landerijen. Dikwijls brachten de goden hem een bezoek in zijn prachtige koningsburcht en werden rijk onthaald aan zijn gastvrije tafel. Het gebeurde ook wel dat Tàntalos op den Olympus werd genoodigd en daar deelnam aan de godenfeesten; bij die gelegenheid hoorde hij alles, wat de goden onder elkaar bespraken.Maar een zóó groot geluk was Tàntalos te machtig; hij werd overmoedig, en zijn overmoed verleidde hem[41]tot slechte dingen. De gesprekken der goden, zelfs de geheimen, die zij hem hadden toevertrouwd, verried hij aan de menschen. Hij nam nectar en ambrozijn van de godentafel weg en gaf het aan de aardbewoners te proeven. En toen Zeus hem toestond een bewijs van zijn welwillendheid te vragen, sloeg de trotsche vorst, die zijn lot gelijk achtte aan dat der goden, en die meende dat er voor hem niets meer te wenschen was, dat aanbod af.Toen eens de goden weer bij hem te gast waren, besloot hij hun alwetendheid op de proef te stellen. Hij doodde zijn zoon Pelops en zette diens vleesch aan de goden voor. Maar de onsterfelijken weigerden den afschuwelijken schotel; alleen Demèter was nog zóó vervuld van de schaking van haar dochter Persèphone door den god van de onderwereld, dat zij, in gedachten, in den schouder van het knaapje beet. Het spreekt van zelf, dat de jonge Pelops zijn oude gedaante van de goden terugkreeg; maar uit zijn schouder miste een stuk, dat met ivoor werd aangevuld. Alle nakomelingen van Pelops waren sedert kenbaar aan een witte plek op den eenen schouder.Tàntalos werd voor zijn overmoed vreeselijk gestraft; te midden van overvloed zou hij eeuwigdurend gebrek lijden. Hij werd naar de onderwereld gebannen. Tot aan zijn hoofd toe staat hij daar in een meer en lijdt toch dorst, want hij kan met zijn mond het water, dat om zijn lippen speelt, niet bereiken. Zoo dikwijls hij zich bukt om een teug te nemen, wijkt het water terug en loopt weg tot op den grond. Bij dien dorst komt nog een ondragelijke honger. Wel buigen van den naasten oever af boomen hun met kostelijke vruchten beladen takken boven zijn hoofd neer; maar zoodra de hongerlijder een hand uitstrekt om de vruchten te plukken, giert plotseling een stormvlaag door de takken en zweept ze hoog op in de lucht. Eindelijk foltert hem ook nog[42]vreeselijke angst; want boven zijn hoofd hangt een reusachtig rotsblok, dat elk oogenblik naar beneden kan storten en hem in zijn val verpletteren.13. Niobe met haar jongste dochter.13.Niobe met haar jongste dochter.Uit: Brunn,Denkmäler griech. und röm. Skulptur.F. Bruckmann, München. P. Noordhoff, Groningen.
[Inhoud]TANTALOS EN ZIJN GESLACHT.TANTALOS.Niemand stond zoo hoog aangeschreven in de gunst der goden alsTàntalos, de koning van Sipylus in Klein-Azië. Hij was een zoon van Zeus, rijk aan goud en kudden en vruchtbare landerijen. Dikwijls brachten de goden hem een bezoek in zijn prachtige koningsburcht en werden rijk onthaald aan zijn gastvrije tafel. Het gebeurde ook wel dat Tàntalos op den Olympus werd genoodigd en daar deelnam aan de godenfeesten; bij die gelegenheid hoorde hij alles, wat de goden onder elkaar bespraken.Maar een zóó groot geluk was Tàntalos te machtig; hij werd overmoedig, en zijn overmoed verleidde hem[41]tot slechte dingen. De gesprekken der goden, zelfs de geheimen, die zij hem hadden toevertrouwd, verried hij aan de menschen. Hij nam nectar en ambrozijn van de godentafel weg en gaf het aan de aardbewoners te proeven. En toen Zeus hem toestond een bewijs van zijn welwillendheid te vragen, sloeg de trotsche vorst, die zijn lot gelijk achtte aan dat der goden, en die meende dat er voor hem niets meer te wenschen was, dat aanbod af.Toen eens de goden weer bij hem te gast waren, besloot hij hun alwetendheid op de proef te stellen. Hij doodde zijn zoon Pelops en zette diens vleesch aan de goden voor. Maar de onsterfelijken weigerden den afschuwelijken schotel; alleen Demèter was nog zóó vervuld van de schaking van haar dochter Persèphone door den god van de onderwereld, dat zij, in gedachten, in den schouder van het knaapje beet. Het spreekt van zelf, dat de jonge Pelops zijn oude gedaante van de goden terugkreeg; maar uit zijn schouder miste een stuk, dat met ivoor werd aangevuld. Alle nakomelingen van Pelops waren sedert kenbaar aan een witte plek op den eenen schouder.Tàntalos werd voor zijn overmoed vreeselijk gestraft; te midden van overvloed zou hij eeuwigdurend gebrek lijden. Hij werd naar de onderwereld gebannen. Tot aan zijn hoofd toe staat hij daar in een meer en lijdt toch dorst, want hij kan met zijn mond het water, dat om zijn lippen speelt, niet bereiken. Zoo dikwijls hij zich bukt om een teug te nemen, wijkt het water terug en loopt weg tot op den grond. Bij dien dorst komt nog een ondragelijke honger. Wel buigen van den naasten oever af boomen hun met kostelijke vruchten beladen takken boven zijn hoofd neer; maar zoodra de hongerlijder een hand uitstrekt om de vruchten te plukken, giert plotseling een stormvlaag door de takken en zweept ze hoog op in de lucht. Eindelijk foltert hem ook nog[42]vreeselijke angst; want boven zijn hoofd hangt een reusachtig rotsblok, dat elk oogenblik naar beneden kan storten en hem in zijn val verpletteren.13. Niobe met haar jongste dochter.13.Niobe met haar jongste dochter.Uit: Brunn,Denkmäler griech. und röm. Skulptur.F. Bruckmann, München. P. Noordhoff, Groningen.
[Inhoud]TANTALOS EN ZIJN GESLACHT.TANTALOS.Niemand stond zoo hoog aangeschreven in de gunst der goden alsTàntalos, de koning van Sipylus in Klein-Azië. Hij was een zoon van Zeus, rijk aan goud en kudden en vruchtbare landerijen. Dikwijls brachten de goden hem een bezoek in zijn prachtige koningsburcht en werden rijk onthaald aan zijn gastvrije tafel. Het gebeurde ook wel dat Tàntalos op den Olympus werd genoodigd en daar deelnam aan de godenfeesten; bij die gelegenheid hoorde hij alles, wat de goden onder elkaar bespraken.Maar een zóó groot geluk was Tàntalos te machtig; hij werd overmoedig, en zijn overmoed verleidde hem[41]tot slechte dingen. De gesprekken der goden, zelfs de geheimen, die zij hem hadden toevertrouwd, verried hij aan de menschen. Hij nam nectar en ambrozijn van de godentafel weg en gaf het aan de aardbewoners te proeven. En toen Zeus hem toestond een bewijs van zijn welwillendheid te vragen, sloeg de trotsche vorst, die zijn lot gelijk achtte aan dat der goden, en die meende dat er voor hem niets meer te wenschen was, dat aanbod af.Toen eens de goden weer bij hem te gast waren, besloot hij hun alwetendheid op de proef te stellen. Hij doodde zijn zoon Pelops en zette diens vleesch aan de goden voor. Maar de onsterfelijken weigerden den afschuwelijken schotel; alleen Demèter was nog zóó vervuld van de schaking van haar dochter Persèphone door den god van de onderwereld, dat zij, in gedachten, in den schouder van het knaapje beet. Het spreekt van zelf, dat de jonge Pelops zijn oude gedaante van de goden terugkreeg; maar uit zijn schouder miste een stuk, dat met ivoor werd aangevuld. Alle nakomelingen van Pelops waren sedert kenbaar aan een witte plek op den eenen schouder.Tàntalos werd voor zijn overmoed vreeselijk gestraft; te midden van overvloed zou hij eeuwigdurend gebrek lijden. Hij werd naar de onderwereld gebannen. Tot aan zijn hoofd toe staat hij daar in een meer en lijdt toch dorst, want hij kan met zijn mond het water, dat om zijn lippen speelt, niet bereiken. Zoo dikwijls hij zich bukt om een teug te nemen, wijkt het water terug en loopt weg tot op den grond. Bij dien dorst komt nog een ondragelijke honger. Wel buigen van den naasten oever af boomen hun met kostelijke vruchten beladen takken boven zijn hoofd neer; maar zoodra de hongerlijder een hand uitstrekt om de vruchten te plukken, giert plotseling een stormvlaag door de takken en zweept ze hoog op in de lucht. Eindelijk foltert hem ook nog[42]vreeselijke angst; want boven zijn hoofd hangt een reusachtig rotsblok, dat elk oogenblik naar beneden kan storten en hem in zijn val verpletteren.13. Niobe met haar jongste dochter.13.Niobe met haar jongste dochter.Uit: Brunn,Denkmäler griech. und röm. Skulptur.F. Bruckmann, München. P. Noordhoff, Groningen.
TANTALOS EN ZIJN GESLACHT.TANTALOS.
Niemand stond zoo hoog aangeschreven in de gunst der goden alsTàntalos, de koning van Sipylus in Klein-Azië. Hij was een zoon van Zeus, rijk aan goud en kudden en vruchtbare landerijen. Dikwijls brachten de goden hem een bezoek in zijn prachtige koningsburcht en werden rijk onthaald aan zijn gastvrije tafel. Het gebeurde ook wel dat Tàntalos op den Olympus werd genoodigd en daar deelnam aan de godenfeesten; bij die gelegenheid hoorde hij alles, wat de goden onder elkaar bespraken.Maar een zóó groot geluk was Tàntalos te machtig; hij werd overmoedig, en zijn overmoed verleidde hem[41]tot slechte dingen. De gesprekken der goden, zelfs de geheimen, die zij hem hadden toevertrouwd, verried hij aan de menschen. Hij nam nectar en ambrozijn van de godentafel weg en gaf het aan de aardbewoners te proeven. En toen Zeus hem toestond een bewijs van zijn welwillendheid te vragen, sloeg de trotsche vorst, die zijn lot gelijk achtte aan dat der goden, en die meende dat er voor hem niets meer te wenschen was, dat aanbod af.Toen eens de goden weer bij hem te gast waren, besloot hij hun alwetendheid op de proef te stellen. Hij doodde zijn zoon Pelops en zette diens vleesch aan de goden voor. Maar de onsterfelijken weigerden den afschuwelijken schotel; alleen Demèter was nog zóó vervuld van de schaking van haar dochter Persèphone door den god van de onderwereld, dat zij, in gedachten, in den schouder van het knaapje beet. Het spreekt van zelf, dat de jonge Pelops zijn oude gedaante van de goden terugkreeg; maar uit zijn schouder miste een stuk, dat met ivoor werd aangevuld. Alle nakomelingen van Pelops waren sedert kenbaar aan een witte plek op den eenen schouder.Tàntalos werd voor zijn overmoed vreeselijk gestraft; te midden van overvloed zou hij eeuwigdurend gebrek lijden. Hij werd naar de onderwereld gebannen. Tot aan zijn hoofd toe staat hij daar in een meer en lijdt toch dorst, want hij kan met zijn mond het water, dat om zijn lippen speelt, niet bereiken. Zoo dikwijls hij zich bukt om een teug te nemen, wijkt het water terug en loopt weg tot op den grond. Bij dien dorst komt nog een ondragelijke honger. Wel buigen van den naasten oever af boomen hun met kostelijke vruchten beladen takken boven zijn hoofd neer; maar zoodra de hongerlijder een hand uitstrekt om de vruchten te plukken, giert plotseling een stormvlaag door de takken en zweept ze hoog op in de lucht. Eindelijk foltert hem ook nog[42]vreeselijke angst; want boven zijn hoofd hangt een reusachtig rotsblok, dat elk oogenblik naar beneden kan storten en hem in zijn val verpletteren.13. Niobe met haar jongste dochter.13.Niobe met haar jongste dochter.Uit: Brunn,Denkmäler griech. und röm. Skulptur.F. Bruckmann, München. P. Noordhoff, Groningen.
Niemand stond zoo hoog aangeschreven in de gunst der goden alsTàntalos, de koning van Sipylus in Klein-Azië. Hij was een zoon van Zeus, rijk aan goud en kudden en vruchtbare landerijen. Dikwijls brachten de goden hem een bezoek in zijn prachtige koningsburcht en werden rijk onthaald aan zijn gastvrije tafel. Het gebeurde ook wel dat Tàntalos op den Olympus werd genoodigd en daar deelnam aan de godenfeesten; bij die gelegenheid hoorde hij alles, wat de goden onder elkaar bespraken.
Maar een zóó groot geluk was Tàntalos te machtig; hij werd overmoedig, en zijn overmoed verleidde hem[41]tot slechte dingen. De gesprekken der goden, zelfs de geheimen, die zij hem hadden toevertrouwd, verried hij aan de menschen. Hij nam nectar en ambrozijn van de godentafel weg en gaf het aan de aardbewoners te proeven. En toen Zeus hem toestond een bewijs van zijn welwillendheid te vragen, sloeg de trotsche vorst, die zijn lot gelijk achtte aan dat der goden, en die meende dat er voor hem niets meer te wenschen was, dat aanbod af.
Toen eens de goden weer bij hem te gast waren, besloot hij hun alwetendheid op de proef te stellen. Hij doodde zijn zoon Pelops en zette diens vleesch aan de goden voor. Maar de onsterfelijken weigerden den afschuwelijken schotel; alleen Demèter was nog zóó vervuld van de schaking van haar dochter Persèphone door den god van de onderwereld, dat zij, in gedachten, in den schouder van het knaapje beet. Het spreekt van zelf, dat de jonge Pelops zijn oude gedaante van de goden terugkreeg; maar uit zijn schouder miste een stuk, dat met ivoor werd aangevuld. Alle nakomelingen van Pelops waren sedert kenbaar aan een witte plek op den eenen schouder.
Tàntalos werd voor zijn overmoed vreeselijk gestraft; te midden van overvloed zou hij eeuwigdurend gebrek lijden. Hij werd naar de onderwereld gebannen. Tot aan zijn hoofd toe staat hij daar in een meer en lijdt toch dorst, want hij kan met zijn mond het water, dat om zijn lippen speelt, niet bereiken. Zoo dikwijls hij zich bukt om een teug te nemen, wijkt het water terug en loopt weg tot op den grond. Bij dien dorst komt nog een ondragelijke honger. Wel buigen van den naasten oever af boomen hun met kostelijke vruchten beladen takken boven zijn hoofd neer; maar zoodra de hongerlijder een hand uitstrekt om de vruchten te plukken, giert plotseling een stormvlaag door de takken en zweept ze hoog op in de lucht. Eindelijk foltert hem ook nog[42]vreeselijke angst; want boven zijn hoofd hangt een reusachtig rotsblok, dat elk oogenblik naar beneden kan storten en hem in zijn val verpletteren.
13. Niobe met haar jongste dochter.13.Niobe met haar jongste dochter.Uit: Brunn,Denkmäler griech. und röm. Skulptur.F. Bruckmann, München. P. Noordhoff, Groningen.
13.Niobe met haar jongste dochter.
Uit: Brunn,Denkmäler griech. und röm. Skulptur.
F. Bruckmann, München. P. Noordhoff, Groningen.