VIII.

VIII.VIII.IN DEN MIST.Het is moeielijk aan hen, die nimmer in de IJszeeën geweest zijn, een flauw denkbeeld te geven van al het onaangename van een poolmist,—schreef Beynen in zijn verslag. „Uren, dagen, weken lang bleef deWillem Barentsin zulk een nevel varen, wat zelfs den vroolijkste aan boord stil, somber en in zichzelf getrokken maakte. Buiten het schip zag men niets als een grauwe dampmassa, die lucht en zee ineen deed smelten en er alle kleur aan ontnam.„Hoewel de temperatuur der lucht om en bij het vriespunt bleef, waren tuig en zeilen aanhoudend kil, nat en doordrong die aanhoudende dampmassa zelfs de warmste kleeren. Beneden in het schip was het niet droog te krijgen. De met mist bezwangerde atmospheer condenseerde tegen het koude bovendek en veroorzaaktein het logies een voortdurenden drupregen. Op de bedden konden geene lakens meer gebruikt worden, op de matrassen zat de schimmel vingerdik, zoodat men dag en nacht in eene geheel natte omgeving leefde.„De eerste dagen verleenden de goedsluitende oliepakken nog een weinig bescherming, doch ook zij bleken weldra niet bestand te zijn tegen den alles doordringenden vijand. In dit reservoir van killen waterdamp moest de bemanning derBarentsnu onafgebroken de meest verschillende waarnemingen verrichten, die voornamelijk bestonden in het peilen van de diepte der zee, het nagaan van de temperatuur er van op verschillende diepten, en het dreggen met het sleepnet. Om dit werk behoorlijk te kunnen doen begon het wachtvolk dan ook reeds ’s morgens om 4 uren het schip er voor in gereedheid te brengen. Er werden twee reven in het achterzeil gestoken, ten einde het zeil hoog genoeg te kunnen hijschen om den schoorsteen op den stoomketel te kunnen plaatsen; de groote rol, waar het zware dregtouw om heen was gewonden, werd opgetuigd om bij het over boord gaan van het sleepnet geleidelijk te kunnen afloopen; de stoomketel werd vol water gepompt en het vuur er onder ontstoken. Dan ging het sleepnet te water en werd het sleepgetouw tot ongeveer drie- viermaal de diepte der zee uitgezeild, waarna men een zwaar gewicht langs de lijn naar beneden liet zinken tot het tegen een daarvoor op het dreggetouw bevestigden stok bleef zitten en het sleepnet naar den bodem der zee hielp zinken, wat bespoedigd werd door de vaart van het schip te verminderen, door stagzeil en voorschoenerzeil te bergen en hoog aan den wind te sturen. Had het sleepnet den bodem bereikt, dan deed men het langzaam over den grond schrapen en begon men‘s morgens ongeveer om 9 uur met de stoomlier de lijn weder in te winden, zoodat na ruim een half uur het sleepnet binnen boord werd gehaald dat te midden van veel slijk en modder de meest vreemdsoortige diersoorten bevatte. Terwijl Dr. Sluyter uren lang die koude slijkmassa doorzocht, ging luitenant Speelman, daarin bijgestaan door Dr. Hijmans voort met het waarnemen der temperatuur van de zee op verschillende diepten, waartoe hij de „Negretti en Zambra’sreversible deepsea thermometer” of „Eckmann’sapparatus” gebruikte, met welk laatste instrument men tevens tegelijkertijd hetsoortelijkgewicht van het zeewater kan bepalen.„Tegen dat luitenant Speelman hiermede gereed was, sloeg het twaalf uur, kwam het ander kwartier, bestaande uit drie man, aan dek en werd met de geheele bemanning zeil gemaakt, ten einde den gedurende het dreggen verloren tijd weder in te halen. De reven werden uit het achterzeil gestoken, het water uit den ketel gespoten, de schoorsteen omlaag genomen en te één uur geschaft. ’s Middags werd alles weder afgetuigd en het dek gespoeld, wat hoog noodig was, daar het slijk van het sleepnet en het roet van den stoomketel het geheele schip met een dikke laag vuil hadden bedekt. Hiermede was men tegen 4 uur klaar gekomen waarna verder, ook gedurende den nacht, na iedere 5 mijl grond werd gelood, en de temperatuur van het water op den bodem der zee werd waargenomen. Daar de stoomketel dan niet was ontstoken, moest de lijn met de hand of door middel der handlier worden ingewonden, wat gewoonlijk een klein driekwartieruurs vorderde. Daarbij moesten nog ieder uur waarnemingen worden gedaan omtrent de kracht en richting van den wind, omtrent den toestand van zee en lucht, omtrent de temperatuur van het zeewateraan het oppervlak, enz. enz., terwijl nog herhaaldelijk met een door professor Stamkart uitgevonden instrument de locale intensiteit van het aardmagnetisme bepaald werd. Zoo ging het dagen en weken onafgebroken voort, zonder dat ooit een enkel helder zonnestraaltje de doodsche sombere omgeving kleurde.„Toch werd het werk zelfs door de matrozen met ijver en lust verricht; het was alsof ieder door aanhoudend werken de sombere stemming wilde verdrijven, waarin het aanhoudend natte kille weer de gemoederen bracht. Men dacht aan niets dan aan het nemen van waarnemingen, men stond, om zoo te zeggen, er meê op en ging er meê naar bed, en er zijn voorbeelden dat officieren ’s nachts droomend opsprongen met den uitroep, dat het soortelijk gewicht van het water 1029 was.„Er ontstond een edele naijver omtrent de beste en nauwkeurigste wijze van observeeren; men ging er bijna toe over elkander onderling te controleeren, men getroostte zich gaarne voor iedere waarneming het grootste ongemak, ja werkelijk soms was het alsof eene observatiekoorts de geheele bemanning derWillem Barentshad aangetast.”Dus volgden achtereen vele etmalen, waarin steeds nacht en dag moest gewerkt worden in somberen mist en killen waterdamp, maar jeugd en geestdrift heerschten aan boord. Kommandant de Bruyne ging kalm, hartelijk en met een onverstoorbaar goed humeur allen voor in vroolijk werk en rustelooze waakzaamheid, en onder de zonnige dagen van hun leven zullen Beynen’s vrienden op deBarentssteeds de vele dagen en nachten rekenen toen ze kruisten in de Barentszee, terwijl het mistte op het dek en drupregende in het logies.

VIII.VIII.IN DEN MIST.Het is moeielijk aan hen, die nimmer in de IJszeeën geweest zijn, een flauw denkbeeld te geven van al het onaangename van een poolmist,—schreef Beynen in zijn verslag. „Uren, dagen, weken lang bleef deWillem Barentsin zulk een nevel varen, wat zelfs den vroolijkste aan boord stil, somber en in zichzelf getrokken maakte. Buiten het schip zag men niets als een grauwe dampmassa, die lucht en zee ineen deed smelten en er alle kleur aan ontnam.„Hoewel de temperatuur der lucht om en bij het vriespunt bleef, waren tuig en zeilen aanhoudend kil, nat en doordrong die aanhoudende dampmassa zelfs de warmste kleeren. Beneden in het schip was het niet droog te krijgen. De met mist bezwangerde atmospheer condenseerde tegen het koude bovendek en veroorzaaktein het logies een voortdurenden drupregen. Op de bedden konden geene lakens meer gebruikt worden, op de matrassen zat de schimmel vingerdik, zoodat men dag en nacht in eene geheel natte omgeving leefde.„De eerste dagen verleenden de goedsluitende oliepakken nog een weinig bescherming, doch ook zij bleken weldra niet bestand te zijn tegen den alles doordringenden vijand. In dit reservoir van killen waterdamp moest de bemanning derBarentsnu onafgebroken de meest verschillende waarnemingen verrichten, die voornamelijk bestonden in het peilen van de diepte der zee, het nagaan van de temperatuur er van op verschillende diepten, en het dreggen met het sleepnet. Om dit werk behoorlijk te kunnen doen begon het wachtvolk dan ook reeds ’s morgens om 4 uren het schip er voor in gereedheid te brengen. Er werden twee reven in het achterzeil gestoken, ten einde het zeil hoog genoeg te kunnen hijschen om den schoorsteen op den stoomketel te kunnen plaatsen; de groote rol, waar het zware dregtouw om heen was gewonden, werd opgetuigd om bij het over boord gaan van het sleepnet geleidelijk te kunnen afloopen; de stoomketel werd vol water gepompt en het vuur er onder ontstoken. Dan ging het sleepnet te water en werd het sleepgetouw tot ongeveer drie- viermaal de diepte der zee uitgezeild, waarna men een zwaar gewicht langs de lijn naar beneden liet zinken tot het tegen een daarvoor op het dreggetouw bevestigden stok bleef zitten en het sleepnet naar den bodem der zee hielp zinken, wat bespoedigd werd door de vaart van het schip te verminderen, door stagzeil en voorschoenerzeil te bergen en hoog aan den wind te sturen. Had het sleepnet den bodem bereikt, dan deed men het langzaam over den grond schrapen en begon men‘s morgens ongeveer om 9 uur met de stoomlier de lijn weder in te winden, zoodat na ruim een half uur het sleepnet binnen boord werd gehaald dat te midden van veel slijk en modder de meest vreemdsoortige diersoorten bevatte. Terwijl Dr. Sluyter uren lang die koude slijkmassa doorzocht, ging luitenant Speelman, daarin bijgestaan door Dr. Hijmans voort met het waarnemen der temperatuur van de zee op verschillende diepten, waartoe hij de „Negretti en Zambra’sreversible deepsea thermometer” of „Eckmann’sapparatus” gebruikte, met welk laatste instrument men tevens tegelijkertijd hetsoortelijkgewicht van het zeewater kan bepalen.„Tegen dat luitenant Speelman hiermede gereed was, sloeg het twaalf uur, kwam het ander kwartier, bestaande uit drie man, aan dek en werd met de geheele bemanning zeil gemaakt, ten einde den gedurende het dreggen verloren tijd weder in te halen. De reven werden uit het achterzeil gestoken, het water uit den ketel gespoten, de schoorsteen omlaag genomen en te één uur geschaft. ’s Middags werd alles weder afgetuigd en het dek gespoeld, wat hoog noodig was, daar het slijk van het sleepnet en het roet van den stoomketel het geheele schip met een dikke laag vuil hadden bedekt. Hiermede was men tegen 4 uur klaar gekomen waarna verder, ook gedurende den nacht, na iedere 5 mijl grond werd gelood, en de temperatuur van het water op den bodem der zee werd waargenomen. Daar de stoomketel dan niet was ontstoken, moest de lijn met de hand of door middel der handlier worden ingewonden, wat gewoonlijk een klein driekwartieruurs vorderde. Daarbij moesten nog ieder uur waarnemingen worden gedaan omtrent de kracht en richting van den wind, omtrent den toestand van zee en lucht, omtrent de temperatuur van het zeewateraan het oppervlak, enz. enz., terwijl nog herhaaldelijk met een door professor Stamkart uitgevonden instrument de locale intensiteit van het aardmagnetisme bepaald werd. Zoo ging het dagen en weken onafgebroken voort, zonder dat ooit een enkel helder zonnestraaltje de doodsche sombere omgeving kleurde.„Toch werd het werk zelfs door de matrozen met ijver en lust verricht; het was alsof ieder door aanhoudend werken de sombere stemming wilde verdrijven, waarin het aanhoudend natte kille weer de gemoederen bracht. Men dacht aan niets dan aan het nemen van waarnemingen, men stond, om zoo te zeggen, er meê op en ging er meê naar bed, en er zijn voorbeelden dat officieren ’s nachts droomend opsprongen met den uitroep, dat het soortelijk gewicht van het water 1029 was.„Er ontstond een edele naijver omtrent de beste en nauwkeurigste wijze van observeeren; men ging er bijna toe over elkander onderling te controleeren, men getroostte zich gaarne voor iedere waarneming het grootste ongemak, ja werkelijk soms was het alsof eene observatiekoorts de geheele bemanning derWillem Barentshad aangetast.”Dus volgden achtereen vele etmalen, waarin steeds nacht en dag moest gewerkt worden in somberen mist en killen waterdamp, maar jeugd en geestdrift heerschten aan boord. Kommandant de Bruyne ging kalm, hartelijk en met een onverstoorbaar goed humeur allen voor in vroolijk werk en rustelooze waakzaamheid, en onder de zonnige dagen van hun leven zullen Beynen’s vrienden op deBarentssteeds de vele dagen en nachten rekenen toen ze kruisten in de Barentszee, terwijl het mistte op het dek en drupregende in het logies.

VIII.VIII.IN DEN MIST.

VIII.

Het is moeielijk aan hen, die nimmer in de IJszeeën geweest zijn, een flauw denkbeeld te geven van al het onaangename van een poolmist,—schreef Beynen in zijn verslag. „Uren, dagen, weken lang bleef deWillem Barentsin zulk een nevel varen, wat zelfs den vroolijkste aan boord stil, somber en in zichzelf getrokken maakte. Buiten het schip zag men niets als een grauwe dampmassa, die lucht en zee ineen deed smelten en er alle kleur aan ontnam.„Hoewel de temperatuur der lucht om en bij het vriespunt bleef, waren tuig en zeilen aanhoudend kil, nat en doordrong die aanhoudende dampmassa zelfs de warmste kleeren. Beneden in het schip was het niet droog te krijgen. De met mist bezwangerde atmospheer condenseerde tegen het koude bovendek en veroorzaaktein het logies een voortdurenden drupregen. Op de bedden konden geene lakens meer gebruikt worden, op de matrassen zat de schimmel vingerdik, zoodat men dag en nacht in eene geheel natte omgeving leefde.„De eerste dagen verleenden de goedsluitende oliepakken nog een weinig bescherming, doch ook zij bleken weldra niet bestand te zijn tegen den alles doordringenden vijand. In dit reservoir van killen waterdamp moest de bemanning derBarentsnu onafgebroken de meest verschillende waarnemingen verrichten, die voornamelijk bestonden in het peilen van de diepte der zee, het nagaan van de temperatuur er van op verschillende diepten, en het dreggen met het sleepnet. Om dit werk behoorlijk te kunnen doen begon het wachtvolk dan ook reeds ’s morgens om 4 uren het schip er voor in gereedheid te brengen. Er werden twee reven in het achterzeil gestoken, ten einde het zeil hoog genoeg te kunnen hijschen om den schoorsteen op den stoomketel te kunnen plaatsen; de groote rol, waar het zware dregtouw om heen was gewonden, werd opgetuigd om bij het over boord gaan van het sleepnet geleidelijk te kunnen afloopen; de stoomketel werd vol water gepompt en het vuur er onder ontstoken. Dan ging het sleepnet te water en werd het sleepgetouw tot ongeveer drie- viermaal de diepte der zee uitgezeild, waarna men een zwaar gewicht langs de lijn naar beneden liet zinken tot het tegen een daarvoor op het dreggetouw bevestigden stok bleef zitten en het sleepnet naar den bodem der zee hielp zinken, wat bespoedigd werd door de vaart van het schip te verminderen, door stagzeil en voorschoenerzeil te bergen en hoog aan den wind te sturen. Had het sleepnet den bodem bereikt, dan deed men het langzaam over den grond schrapen en begon men‘s morgens ongeveer om 9 uur met de stoomlier de lijn weder in te winden, zoodat na ruim een half uur het sleepnet binnen boord werd gehaald dat te midden van veel slijk en modder de meest vreemdsoortige diersoorten bevatte. Terwijl Dr. Sluyter uren lang die koude slijkmassa doorzocht, ging luitenant Speelman, daarin bijgestaan door Dr. Hijmans voort met het waarnemen der temperatuur van de zee op verschillende diepten, waartoe hij de „Negretti en Zambra’sreversible deepsea thermometer” of „Eckmann’sapparatus” gebruikte, met welk laatste instrument men tevens tegelijkertijd hetsoortelijkgewicht van het zeewater kan bepalen.„Tegen dat luitenant Speelman hiermede gereed was, sloeg het twaalf uur, kwam het ander kwartier, bestaande uit drie man, aan dek en werd met de geheele bemanning zeil gemaakt, ten einde den gedurende het dreggen verloren tijd weder in te halen. De reven werden uit het achterzeil gestoken, het water uit den ketel gespoten, de schoorsteen omlaag genomen en te één uur geschaft. ’s Middags werd alles weder afgetuigd en het dek gespoeld, wat hoog noodig was, daar het slijk van het sleepnet en het roet van den stoomketel het geheele schip met een dikke laag vuil hadden bedekt. Hiermede was men tegen 4 uur klaar gekomen waarna verder, ook gedurende den nacht, na iedere 5 mijl grond werd gelood, en de temperatuur van het water op den bodem der zee werd waargenomen. Daar de stoomketel dan niet was ontstoken, moest de lijn met de hand of door middel der handlier worden ingewonden, wat gewoonlijk een klein driekwartieruurs vorderde. Daarbij moesten nog ieder uur waarnemingen worden gedaan omtrent de kracht en richting van den wind, omtrent den toestand van zee en lucht, omtrent de temperatuur van het zeewateraan het oppervlak, enz. enz., terwijl nog herhaaldelijk met een door professor Stamkart uitgevonden instrument de locale intensiteit van het aardmagnetisme bepaald werd. Zoo ging het dagen en weken onafgebroken voort, zonder dat ooit een enkel helder zonnestraaltje de doodsche sombere omgeving kleurde.„Toch werd het werk zelfs door de matrozen met ijver en lust verricht; het was alsof ieder door aanhoudend werken de sombere stemming wilde verdrijven, waarin het aanhoudend natte kille weer de gemoederen bracht. Men dacht aan niets dan aan het nemen van waarnemingen, men stond, om zoo te zeggen, er meê op en ging er meê naar bed, en er zijn voorbeelden dat officieren ’s nachts droomend opsprongen met den uitroep, dat het soortelijk gewicht van het water 1029 was.„Er ontstond een edele naijver omtrent de beste en nauwkeurigste wijze van observeeren; men ging er bijna toe over elkander onderling te controleeren, men getroostte zich gaarne voor iedere waarneming het grootste ongemak, ja werkelijk soms was het alsof eene observatiekoorts de geheele bemanning derWillem Barentshad aangetast.”Dus volgden achtereen vele etmalen, waarin steeds nacht en dag moest gewerkt worden in somberen mist en killen waterdamp, maar jeugd en geestdrift heerschten aan boord. Kommandant de Bruyne ging kalm, hartelijk en met een onverstoorbaar goed humeur allen voor in vroolijk werk en rustelooze waakzaamheid, en onder de zonnige dagen van hun leven zullen Beynen’s vrienden op deBarentssteeds de vele dagen en nachten rekenen toen ze kruisten in de Barentszee, terwijl het mistte op het dek en drupregende in het logies.

Het is moeielijk aan hen, die nimmer in de IJszeeën geweest zijn, een flauw denkbeeld te geven van al het onaangename van een poolmist,—schreef Beynen in zijn verslag. „Uren, dagen, weken lang bleef deWillem Barentsin zulk een nevel varen, wat zelfs den vroolijkste aan boord stil, somber en in zichzelf getrokken maakte. Buiten het schip zag men niets als een grauwe dampmassa, die lucht en zee ineen deed smelten en er alle kleur aan ontnam.

„Hoewel de temperatuur der lucht om en bij het vriespunt bleef, waren tuig en zeilen aanhoudend kil, nat en doordrong die aanhoudende dampmassa zelfs de warmste kleeren. Beneden in het schip was het niet droog te krijgen. De met mist bezwangerde atmospheer condenseerde tegen het koude bovendek en veroorzaaktein het logies een voortdurenden drupregen. Op de bedden konden geene lakens meer gebruikt worden, op de matrassen zat de schimmel vingerdik, zoodat men dag en nacht in eene geheel natte omgeving leefde.

„De eerste dagen verleenden de goedsluitende oliepakken nog een weinig bescherming, doch ook zij bleken weldra niet bestand te zijn tegen den alles doordringenden vijand. In dit reservoir van killen waterdamp moest de bemanning derBarentsnu onafgebroken de meest verschillende waarnemingen verrichten, die voornamelijk bestonden in het peilen van de diepte der zee, het nagaan van de temperatuur er van op verschillende diepten, en het dreggen met het sleepnet. Om dit werk behoorlijk te kunnen doen begon het wachtvolk dan ook reeds ’s morgens om 4 uren het schip er voor in gereedheid te brengen. Er werden twee reven in het achterzeil gestoken, ten einde het zeil hoog genoeg te kunnen hijschen om den schoorsteen op den stoomketel te kunnen plaatsen; de groote rol, waar het zware dregtouw om heen was gewonden, werd opgetuigd om bij het over boord gaan van het sleepnet geleidelijk te kunnen afloopen; de stoomketel werd vol water gepompt en het vuur er onder ontstoken. Dan ging het sleepnet te water en werd het sleepgetouw tot ongeveer drie- viermaal de diepte der zee uitgezeild, waarna men een zwaar gewicht langs de lijn naar beneden liet zinken tot het tegen een daarvoor op het dreggetouw bevestigden stok bleef zitten en het sleepnet naar den bodem der zee hielp zinken, wat bespoedigd werd door de vaart van het schip te verminderen, door stagzeil en voorschoenerzeil te bergen en hoog aan den wind te sturen. Had het sleepnet den bodem bereikt, dan deed men het langzaam over den grond schrapen en begon men‘s morgens ongeveer om 9 uur met de stoomlier de lijn weder in te winden, zoodat na ruim een half uur het sleepnet binnen boord werd gehaald dat te midden van veel slijk en modder de meest vreemdsoortige diersoorten bevatte. Terwijl Dr. Sluyter uren lang die koude slijkmassa doorzocht, ging luitenant Speelman, daarin bijgestaan door Dr. Hijmans voort met het waarnemen der temperatuur van de zee op verschillende diepten, waartoe hij de „Negretti en Zambra’sreversible deepsea thermometer” of „Eckmann’sapparatus” gebruikte, met welk laatste instrument men tevens tegelijkertijd hetsoortelijkgewicht van het zeewater kan bepalen.

„Tegen dat luitenant Speelman hiermede gereed was, sloeg het twaalf uur, kwam het ander kwartier, bestaande uit drie man, aan dek en werd met de geheele bemanning zeil gemaakt, ten einde den gedurende het dreggen verloren tijd weder in te halen. De reven werden uit het achterzeil gestoken, het water uit den ketel gespoten, de schoorsteen omlaag genomen en te één uur geschaft. ’s Middags werd alles weder afgetuigd en het dek gespoeld, wat hoog noodig was, daar het slijk van het sleepnet en het roet van den stoomketel het geheele schip met een dikke laag vuil hadden bedekt. Hiermede was men tegen 4 uur klaar gekomen waarna verder, ook gedurende den nacht, na iedere 5 mijl grond werd gelood, en de temperatuur van het water op den bodem der zee werd waargenomen. Daar de stoomketel dan niet was ontstoken, moest de lijn met de hand of door middel der handlier worden ingewonden, wat gewoonlijk een klein driekwartieruurs vorderde. Daarbij moesten nog ieder uur waarnemingen worden gedaan omtrent de kracht en richting van den wind, omtrent den toestand van zee en lucht, omtrent de temperatuur van het zeewateraan het oppervlak, enz. enz., terwijl nog herhaaldelijk met een door professor Stamkart uitgevonden instrument de locale intensiteit van het aardmagnetisme bepaald werd. Zoo ging het dagen en weken onafgebroken voort, zonder dat ooit een enkel helder zonnestraaltje de doodsche sombere omgeving kleurde.

„Toch werd het werk zelfs door de matrozen met ijver en lust verricht; het was alsof ieder door aanhoudend werken de sombere stemming wilde verdrijven, waarin het aanhoudend natte kille weer de gemoederen bracht. Men dacht aan niets dan aan het nemen van waarnemingen, men stond, om zoo te zeggen, er meê op en ging er meê naar bed, en er zijn voorbeelden dat officieren ’s nachts droomend opsprongen met den uitroep, dat het soortelijk gewicht van het water 1029 was.

„Er ontstond een edele naijver omtrent de beste en nauwkeurigste wijze van observeeren; men ging er bijna toe over elkander onderling te controleeren, men getroostte zich gaarne voor iedere waarneming het grootste ongemak, ja werkelijk soms was het alsof eene observatiekoorts de geheele bemanning derWillem Barentshad aangetast.”

Dus volgden achtereen vele etmalen, waarin steeds nacht en dag moest gewerkt worden in somberen mist en killen waterdamp, maar jeugd en geestdrift heerschten aan boord. Kommandant de Bruyne ging kalm, hartelijk en met een onverstoorbaar goed humeur allen voor in vroolijk werk en rustelooze waakzaamheid, en onder de zonnige dagen van hun leven zullen Beynen’s vrienden op deBarentssteeds de vele dagen en nachten rekenen toen ze kruisten in de Barentszee, terwijl het mistte op het dek en drupregende in het logies.


Back to IndexNext