[Inhoud]12.Gesprek met een Maleisch Vorst.Tunku âda di dalăm kah?Is de Tunku thuis?Âda, tuan, tetapi Tunku berâdu, belom jâga.Jawel, mijnheer, maar de Tunku slaapt, hij is nog niet wakker.Pukul berâpa Tunku nanti jâga?Hoe laat wordt de Tunku wakker?Nanti tengah âri. Sudah dia sîram, bôleh tuan berjumpa dăngăn dia.Om twaalf uur (straks middag). Als hij al gebaad heeft, kan u hem ontmoeten.Tunku sila kan masuq tuan.De Tunku noodigt u uit binnen te komen.Selâmat berjumpa, Tunku, sâya arăp Tunku sêhat.Ik verheug me u te zien, Tunku (Heil bij ’t ontmoeten), ik hoop dat u gezond is.Sêhat juga, terima kâsih, tuan.Heel wel, dank u, mijnheer.Siâpa ini, Tunku? Sâya belom kenal.Wie is dit, Tunku? Ik ken hem nog niet.Âdiq sâya, tuan: Tunku Ngah.Dit is mijn jongere broeder, mijnheer: Tunku Ngah.Bila Tunku endaq berangkat bâlik ka ulu?Wanneer wil u weer naar ’t binnenland terug gaan?Belom tentu lâgi, tuan. Pekat dulu dăngăn âdiq sâya ini.Dat’s nog niet vast, mijnheer. Ik wil eerst met mijn jongeren broeder overleggen.[37]Kâlaw Tunku bâlik ka ulu beprâu kah, bergâjah kah, berjâlah kah?Als u naar ’t binnenland teruggaat, gaat u dan in een boot, op een olifant of te voet?Jâlan kaki susah, sebab mendaki-menûrun bâñaq. Lâgi gâjah pun susah berjâlan musim-ujan ini. Ôrang bâru sampay deri ulu kâtâ-ña pâda sâya âir di jâlan itu s’ingga lutut. Sebab itu sâya pikir bâik ikut sungay.Te voet te gaan is lastig omdat de weg erg op en neer gaat. Bovendien loopen de olifanten moeilijk in dit jaargetijde. Menschen zoo pas van de binnenlanden gekomen, zeiden me, dat het water op den weg tot aan de knieën reikt. Daarom denk ik, dat het beter is de rivier te volgen.KâkandaUnku Lungsûruh pâtik mengadăp memberi tâu kepâda Tuanku Kâkanda âda diKubang-Buâya, ésoq nanti dia sampay kemâri mengadăp Tuanku.Uw (oudere) broeder Unku Lung stuurt mij naar u toe (laat mij vóor u verschijnen), om u kennis te geven, dat hij teKubang-Buâyais, en morgen hier aankomt om vóor u te verschijnen.Bâik lah. Âwaq bâlik mengâtakăn pâda Kâkanda, Âdinda âda sedia menanti kăn dia.Goed. Ga terug en zeg aan mijn broeder, dat ik (jongere broeder) hem hier verwacht (gereed ben op hem wachtende).Pâtik bermuhun.Ik vraag verlof om heen te gaan.Ia, jâlan lah.Goed, je kunt gaan.Tunku Lung, yang endaq sampay ésoq, dia âbang kah kepâda Tunku?Is dieTunku Lung, die morgen zal komen een (oudere) broeder van u?Bukan âbang sa-jâlan-jâdi (betul), tuan: sâtu bâpa, lâin ibu.Geen (oudere) broeder van denzelfden vader en dezelfde moeder (van dezelfde wijze van geboren worden, echt): denzelfden vader, een andere moeder.Bârang-kâli tidaq âda âdiq-kâkaq yang s’ibu-sa-bâpa, dăngăn Tunku?Misschien heeft u geen broeders of zusters van denzelfden vader en dezelfde moeder?Âda juga, tuan: kâkaq[38]sâtu yang sudah nikâhpada Râja Mahmûd, dan âdiq laki-laki sâtu yang belom besar, tengah mengâji dia. Belom xatam.1Jawel, mijnheer; een oudere[38]zuster, die getrouwd is met Râja Mahmûd, en een jongere broeder, die nog niet volwassen (groot) is, die leert nog de Koran lezen. Hij heeft die nog niet doorgelezen.Dua-puluh-delâpan juz sudah dibâca, âda dua juz belom.Acht en twintig afdeelingen heeft hij al gelezen, twee nog niet.Kâlaw bulan-puâsa bâca qurân di tengah majelis, maka kita ta tâu bâca, mâlu sekâli.Als men in de vastenmaand in een gezelschap de Koran leest, en wij kunnen dan niet lezen, zijn we erg beschaamd.Kâlaw ânaq ôrang bâik-bâik ta bôleh tidaq mâu xatam qurân.De kinderen van aanzienlijken (indien kinderen.…) moeten volstrekt de Koran doorgelezen hebben.1Wij schrijven hier x voor den klank van ch in onskracht,ochenz.↑
[Inhoud]12.Gesprek met een Maleisch Vorst.Tunku âda di dalăm kah?Is de Tunku thuis?Âda, tuan, tetapi Tunku berâdu, belom jâga.Jawel, mijnheer, maar de Tunku slaapt, hij is nog niet wakker.Pukul berâpa Tunku nanti jâga?Hoe laat wordt de Tunku wakker?Nanti tengah âri. Sudah dia sîram, bôleh tuan berjumpa dăngăn dia.Om twaalf uur (straks middag). Als hij al gebaad heeft, kan u hem ontmoeten.Tunku sila kan masuq tuan.De Tunku noodigt u uit binnen te komen.Selâmat berjumpa, Tunku, sâya arăp Tunku sêhat.Ik verheug me u te zien, Tunku (Heil bij ’t ontmoeten), ik hoop dat u gezond is.Sêhat juga, terima kâsih, tuan.Heel wel, dank u, mijnheer.Siâpa ini, Tunku? Sâya belom kenal.Wie is dit, Tunku? Ik ken hem nog niet.Âdiq sâya, tuan: Tunku Ngah.Dit is mijn jongere broeder, mijnheer: Tunku Ngah.Bila Tunku endaq berangkat bâlik ka ulu?Wanneer wil u weer naar ’t binnenland terug gaan?Belom tentu lâgi, tuan. Pekat dulu dăngăn âdiq sâya ini.Dat’s nog niet vast, mijnheer. Ik wil eerst met mijn jongeren broeder overleggen.[37]Kâlaw Tunku bâlik ka ulu beprâu kah, bergâjah kah, berjâlah kah?Als u naar ’t binnenland teruggaat, gaat u dan in een boot, op een olifant of te voet?Jâlan kaki susah, sebab mendaki-menûrun bâñaq. Lâgi gâjah pun susah berjâlan musim-ujan ini. Ôrang bâru sampay deri ulu kâtâ-ña pâda sâya âir di jâlan itu s’ingga lutut. Sebab itu sâya pikir bâik ikut sungay.Te voet te gaan is lastig omdat de weg erg op en neer gaat. Bovendien loopen de olifanten moeilijk in dit jaargetijde. Menschen zoo pas van de binnenlanden gekomen, zeiden me, dat het water op den weg tot aan de knieën reikt. Daarom denk ik, dat het beter is de rivier te volgen.KâkandaUnku Lungsûruh pâtik mengadăp memberi tâu kepâda Tuanku Kâkanda âda diKubang-Buâya, ésoq nanti dia sampay kemâri mengadăp Tuanku.Uw (oudere) broeder Unku Lung stuurt mij naar u toe (laat mij vóor u verschijnen), om u kennis te geven, dat hij teKubang-Buâyais, en morgen hier aankomt om vóor u te verschijnen.Bâik lah. Âwaq bâlik mengâtakăn pâda Kâkanda, Âdinda âda sedia menanti kăn dia.Goed. Ga terug en zeg aan mijn broeder, dat ik (jongere broeder) hem hier verwacht (gereed ben op hem wachtende).Pâtik bermuhun.Ik vraag verlof om heen te gaan.Ia, jâlan lah.Goed, je kunt gaan.Tunku Lung, yang endaq sampay ésoq, dia âbang kah kepâda Tunku?Is dieTunku Lung, die morgen zal komen een (oudere) broeder van u?Bukan âbang sa-jâlan-jâdi (betul), tuan: sâtu bâpa, lâin ibu.Geen (oudere) broeder van denzelfden vader en dezelfde moeder (van dezelfde wijze van geboren worden, echt): denzelfden vader, een andere moeder.Bârang-kâli tidaq âda âdiq-kâkaq yang s’ibu-sa-bâpa, dăngăn Tunku?Misschien heeft u geen broeders of zusters van denzelfden vader en dezelfde moeder?Âda juga, tuan: kâkaq[38]sâtu yang sudah nikâhpada Râja Mahmûd, dan âdiq laki-laki sâtu yang belom besar, tengah mengâji dia. Belom xatam.1Jawel, mijnheer; een oudere[38]zuster, die getrouwd is met Râja Mahmûd, en een jongere broeder, die nog niet volwassen (groot) is, die leert nog de Koran lezen. Hij heeft die nog niet doorgelezen.Dua-puluh-delâpan juz sudah dibâca, âda dua juz belom.Acht en twintig afdeelingen heeft hij al gelezen, twee nog niet.Kâlaw bulan-puâsa bâca qurân di tengah majelis, maka kita ta tâu bâca, mâlu sekâli.Als men in de vastenmaand in een gezelschap de Koran leest, en wij kunnen dan niet lezen, zijn we erg beschaamd.Kâlaw ânaq ôrang bâik-bâik ta bôleh tidaq mâu xatam qurân.De kinderen van aanzienlijken (indien kinderen.…) moeten volstrekt de Koran doorgelezen hebben.1Wij schrijven hier x voor den klank van ch in onskracht,ochenz.↑
12.Gesprek met een Maleisch Vorst.
Tunku âda di dalăm kah?Is de Tunku thuis?Âda, tuan, tetapi Tunku berâdu, belom jâga.Jawel, mijnheer, maar de Tunku slaapt, hij is nog niet wakker.Pukul berâpa Tunku nanti jâga?Hoe laat wordt de Tunku wakker?Nanti tengah âri. Sudah dia sîram, bôleh tuan berjumpa dăngăn dia.Om twaalf uur (straks middag). Als hij al gebaad heeft, kan u hem ontmoeten.Tunku sila kan masuq tuan.De Tunku noodigt u uit binnen te komen.Selâmat berjumpa, Tunku, sâya arăp Tunku sêhat.Ik verheug me u te zien, Tunku (Heil bij ’t ontmoeten), ik hoop dat u gezond is.Sêhat juga, terima kâsih, tuan.Heel wel, dank u, mijnheer.Siâpa ini, Tunku? Sâya belom kenal.Wie is dit, Tunku? Ik ken hem nog niet.Âdiq sâya, tuan: Tunku Ngah.Dit is mijn jongere broeder, mijnheer: Tunku Ngah.Bila Tunku endaq berangkat bâlik ka ulu?Wanneer wil u weer naar ’t binnenland terug gaan?Belom tentu lâgi, tuan. Pekat dulu dăngăn âdiq sâya ini.Dat’s nog niet vast, mijnheer. Ik wil eerst met mijn jongeren broeder overleggen.[37]Kâlaw Tunku bâlik ka ulu beprâu kah, bergâjah kah, berjâlah kah?Als u naar ’t binnenland teruggaat, gaat u dan in een boot, op een olifant of te voet?Jâlan kaki susah, sebab mendaki-menûrun bâñaq. Lâgi gâjah pun susah berjâlan musim-ujan ini. Ôrang bâru sampay deri ulu kâtâ-ña pâda sâya âir di jâlan itu s’ingga lutut. Sebab itu sâya pikir bâik ikut sungay.Te voet te gaan is lastig omdat de weg erg op en neer gaat. Bovendien loopen de olifanten moeilijk in dit jaargetijde. Menschen zoo pas van de binnenlanden gekomen, zeiden me, dat het water op den weg tot aan de knieën reikt. Daarom denk ik, dat het beter is de rivier te volgen.KâkandaUnku Lungsûruh pâtik mengadăp memberi tâu kepâda Tuanku Kâkanda âda diKubang-Buâya, ésoq nanti dia sampay kemâri mengadăp Tuanku.Uw (oudere) broeder Unku Lung stuurt mij naar u toe (laat mij vóor u verschijnen), om u kennis te geven, dat hij teKubang-Buâyais, en morgen hier aankomt om vóor u te verschijnen.Bâik lah. Âwaq bâlik mengâtakăn pâda Kâkanda, Âdinda âda sedia menanti kăn dia.Goed. Ga terug en zeg aan mijn broeder, dat ik (jongere broeder) hem hier verwacht (gereed ben op hem wachtende).Pâtik bermuhun.Ik vraag verlof om heen te gaan.Ia, jâlan lah.Goed, je kunt gaan.Tunku Lung, yang endaq sampay ésoq, dia âbang kah kepâda Tunku?Is dieTunku Lung, die morgen zal komen een (oudere) broeder van u?Bukan âbang sa-jâlan-jâdi (betul), tuan: sâtu bâpa, lâin ibu.Geen (oudere) broeder van denzelfden vader en dezelfde moeder (van dezelfde wijze van geboren worden, echt): denzelfden vader, een andere moeder.Bârang-kâli tidaq âda âdiq-kâkaq yang s’ibu-sa-bâpa, dăngăn Tunku?Misschien heeft u geen broeders of zusters van denzelfden vader en dezelfde moeder?Âda juga, tuan: kâkaq[38]sâtu yang sudah nikâhpada Râja Mahmûd, dan âdiq laki-laki sâtu yang belom besar, tengah mengâji dia. Belom xatam.1Jawel, mijnheer; een oudere[38]zuster, die getrouwd is met Râja Mahmûd, en een jongere broeder, die nog niet volwassen (groot) is, die leert nog de Koran lezen. Hij heeft die nog niet doorgelezen.Dua-puluh-delâpan juz sudah dibâca, âda dua juz belom.Acht en twintig afdeelingen heeft hij al gelezen, twee nog niet.Kâlaw bulan-puâsa bâca qurân di tengah majelis, maka kita ta tâu bâca, mâlu sekâli.Als men in de vastenmaand in een gezelschap de Koran leest, en wij kunnen dan niet lezen, zijn we erg beschaamd.Kâlaw ânaq ôrang bâik-bâik ta bôleh tidaq mâu xatam qurân.De kinderen van aanzienlijken (indien kinderen.…) moeten volstrekt de Koran doorgelezen hebben.
Tunku âda di dalăm kah?Is de Tunku thuis?Âda, tuan, tetapi Tunku berâdu, belom jâga.Jawel, mijnheer, maar de Tunku slaapt, hij is nog niet wakker.Pukul berâpa Tunku nanti jâga?Hoe laat wordt de Tunku wakker?Nanti tengah âri. Sudah dia sîram, bôleh tuan berjumpa dăngăn dia.Om twaalf uur (straks middag). Als hij al gebaad heeft, kan u hem ontmoeten.Tunku sila kan masuq tuan.De Tunku noodigt u uit binnen te komen.Selâmat berjumpa, Tunku, sâya arăp Tunku sêhat.Ik verheug me u te zien, Tunku (Heil bij ’t ontmoeten), ik hoop dat u gezond is.Sêhat juga, terima kâsih, tuan.Heel wel, dank u, mijnheer.Siâpa ini, Tunku? Sâya belom kenal.Wie is dit, Tunku? Ik ken hem nog niet.Âdiq sâya, tuan: Tunku Ngah.Dit is mijn jongere broeder, mijnheer: Tunku Ngah.Bila Tunku endaq berangkat bâlik ka ulu?Wanneer wil u weer naar ’t binnenland terug gaan?Belom tentu lâgi, tuan. Pekat dulu dăngăn âdiq sâya ini.Dat’s nog niet vast, mijnheer. Ik wil eerst met mijn jongeren broeder overleggen.[37]Kâlaw Tunku bâlik ka ulu beprâu kah, bergâjah kah, berjâlah kah?Als u naar ’t binnenland teruggaat, gaat u dan in een boot, op een olifant of te voet?Jâlan kaki susah, sebab mendaki-menûrun bâñaq. Lâgi gâjah pun susah berjâlan musim-ujan ini. Ôrang bâru sampay deri ulu kâtâ-ña pâda sâya âir di jâlan itu s’ingga lutut. Sebab itu sâya pikir bâik ikut sungay.Te voet te gaan is lastig omdat de weg erg op en neer gaat. Bovendien loopen de olifanten moeilijk in dit jaargetijde. Menschen zoo pas van de binnenlanden gekomen, zeiden me, dat het water op den weg tot aan de knieën reikt. Daarom denk ik, dat het beter is de rivier te volgen.KâkandaUnku Lungsûruh pâtik mengadăp memberi tâu kepâda Tuanku Kâkanda âda diKubang-Buâya, ésoq nanti dia sampay kemâri mengadăp Tuanku.Uw (oudere) broeder Unku Lung stuurt mij naar u toe (laat mij vóor u verschijnen), om u kennis te geven, dat hij teKubang-Buâyais, en morgen hier aankomt om vóor u te verschijnen.Bâik lah. Âwaq bâlik mengâtakăn pâda Kâkanda, Âdinda âda sedia menanti kăn dia.Goed. Ga terug en zeg aan mijn broeder, dat ik (jongere broeder) hem hier verwacht (gereed ben op hem wachtende).Pâtik bermuhun.Ik vraag verlof om heen te gaan.Ia, jâlan lah.Goed, je kunt gaan.Tunku Lung, yang endaq sampay ésoq, dia âbang kah kepâda Tunku?Is dieTunku Lung, die morgen zal komen een (oudere) broeder van u?Bukan âbang sa-jâlan-jâdi (betul), tuan: sâtu bâpa, lâin ibu.Geen (oudere) broeder van denzelfden vader en dezelfde moeder (van dezelfde wijze van geboren worden, echt): denzelfden vader, een andere moeder.Bârang-kâli tidaq âda âdiq-kâkaq yang s’ibu-sa-bâpa, dăngăn Tunku?Misschien heeft u geen broeders of zusters van denzelfden vader en dezelfde moeder?Âda juga, tuan: kâkaq[38]sâtu yang sudah nikâhpada Râja Mahmûd, dan âdiq laki-laki sâtu yang belom besar, tengah mengâji dia. Belom xatam.1Jawel, mijnheer; een oudere[38]zuster, die getrouwd is met Râja Mahmûd, en een jongere broeder, die nog niet volwassen (groot) is, die leert nog de Koran lezen. Hij heeft die nog niet doorgelezen.Dua-puluh-delâpan juz sudah dibâca, âda dua juz belom.Acht en twintig afdeelingen heeft hij al gelezen, twee nog niet.Kâlaw bulan-puâsa bâca qurân di tengah majelis, maka kita ta tâu bâca, mâlu sekâli.Als men in de vastenmaand in een gezelschap de Koran leest, en wij kunnen dan niet lezen, zijn we erg beschaamd.Kâlaw ânaq ôrang bâik-bâik ta bôleh tidaq mâu xatam qurân.De kinderen van aanzienlijken (indien kinderen.…) moeten volstrekt de Koran doorgelezen hebben.
1Wij schrijven hier x voor den klank van ch in onskracht,ochenz.↑
1Wij schrijven hier x voor den klank van ch in onskracht,ochenz.↑
1Wij schrijven hier x voor den klank van ch in onskracht,ochenz.↑
1Wij schrijven hier x voor den klank van ch in onskracht,ochenz.↑