[Inhoud]15.Gesprek met een tuinman.Tukang-kebon âda menanti, tuan.De tuinman staat te wachten, mijnheer.Malăm sekârang (nanti malăm) âda ôrang makan di sini, côba câri bunga bâñaq-bâñaq, âturkăn di mêja-makan.Van avond eten hier menschen, je moet ’s een boel bloemen zoeken, en op de etenstafel rangschikken.Bunga macăm mâna tuan suka?Wat voor soorten van bloemen verlangt u?Âpa yang âda jâdi lah.Al wat er maar is, is goed (lett. wat dat er is, wordt, slaagt).Pegi ka kebon-bunga, minta pâda tuan yang meñjâga di situ, dia endaq memberi. Bâwa bakul, bôleh diïsi-ña.Ga naar de bloementuin, vraag aan den heer die daar toezicht houdt (waakt), die zal er je geven. Neem een mand mee, die kan hij vullen.Petik bunga mêrah dua tiga tangkay.Pluk twee of drie roode bloemen.Bunga mêrah t’âda, tuan.Roode bloemen zijn er niet, mijnheer.Tidaq mengâpa (tidaq peduli), câri dâun-dâun-kâyu, mâna yang éloq.Dat doet er niet toe, zoek allerlei boomblaren, al die mooi zijn.[45]Kebon ini saperti utan rupâ-ña: penuh tumbuh-tumbuhan.Deze tuin ziet eruit als een wildernis; hij is vol onkruid (opgroeisels).Aku pikir kaw malăs benăr.Ik geloof (denk), dat jij erg lui bent.Pekâkas t’âda, tuan, mâna bôleh kerjâ betul?Er zijn geen gereedschap, mijnheer; hoe kan men dan goed werken?Nanti aku beri duit (wang), bôleh beli âpa-âpa yang kûrang.Ik zal je duiten (geld) geven, dan kan je al wat ontbreekt koopen.Bâik lah, tuan; nanti sâya membeli cangkul, sisir-tânah, sîrâman.Goed, mijnheer; ik zal een hak, een hark en een gieter koopen.Bâik engkaw beli bârang-dua-puluh pasu, masuqkăn bunga ke dalăm-ña.’t Zou goed wezen, dat je zoowat twee-en-twintig bloempotten kocht, en de bloemen erin zette.Jâlan ini ta bâik sekâli, côba betulkăn.Deze paden (wegen) zijn heelemaal niet goed, toe, maak ze in orde.Añcurkăn bâtu, târoh di jâlan, kemudian bubuh pasir di âtas-ña (tudung dăngan pasir).Maak steenen stuk (vergruizel steenen), leg ze op de paden, daarna leg je zand erover heen (dek ’t toe met zand).Rumput di kebon sudah terlâlu tinggi-ña, côba potong pèndèq.Het gras in den tuin is al veel te hoog; zeg, snij ’t eens kort af.Tidaq sampay, mâu lebih pèndèq lâgi.Niet genoeg, ’t moet nog korter.Bunga ini sudah berâpa lâma tidaq kaw sîram? Semua lâyu rupâ-ña.Hoe lang heb je die bloemen al niet begoten? Ze zien er alle verlept uit.Kâlaw tidaq disîram, nanti mati sekâli.Als ze niet begoten worden, gaan ze alle dood.Mâna sîrâman? Sîram sekârang.Waar is de gieter? Begiet ze nu.Tong-âir sudah kosong.De waterton is al leeg.Kâlaw tidaq diïsi sa-âri-âri, bagi-mâna bôleh sîram bunga?Als ze niet dagelijks gevuld wordt, hoe kan je dan de bloemen begieten?Pagăr itu sudah bûruq rupâ-ña. Betulkăn.Die schutting (heining, heg) ziet er al vermolmd uit. Maak ze in orde.[46]Sampah-sampah ini angkat semua, bâwa keluar dalăm gerôbaq.Dit vuil (deze afval) moet je altemaal opnemen (wegnemen), en in een kruiwagen wegbrengen.Biâsâ-ña sâya bakar petăng-âri, tuan.Gewoonlijk verbrand ik het ’s avonds, mijnheer.Bôleh juga.Dat mag ook.
[Inhoud]15.Gesprek met een tuinman.Tukang-kebon âda menanti, tuan.De tuinman staat te wachten, mijnheer.Malăm sekârang (nanti malăm) âda ôrang makan di sini, côba câri bunga bâñaq-bâñaq, âturkăn di mêja-makan.Van avond eten hier menschen, je moet ’s een boel bloemen zoeken, en op de etenstafel rangschikken.Bunga macăm mâna tuan suka?Wat voor soorten van bloemen verlangt u?Âpa yang âda jâdi lah.Al wat er maar is, is goed (lett. wat dat er is, wordt, slaagt).Pegi ka kebon-bunga, minta pâda tuan yang meñjâga di situ, dia endaq memberi. Bâwa bakul, bôleh diïsi-ña.Ga naar de bloementuin, vraag aan den heer die daar toezicht houdt (waakt), die zal er je geven. Neem een mand mee, die kan hij vullen.Petik bunga mêrah dua tiga tangkay.Pluk twee of drie roode bloemen.Bunga mêrah t’âda, tuan.Roode bloemen zijn er niet, mijnheer.Tidaq mengâpa (tidaq peduli), câri dâun-dâun-kâyu, mâna yang éloq.Dat doet er niet toe, zoek allerlei boomblaren, al die mooi zijn.[45]Kebon ini saperti utan rupâ-ña: penuh tumbuh-tumbuhan.Deze tuin ziet eruit als een wildernis; hij is vol onkruid (opgroeisels).Aku pikir kaw malăs benăr.Ik geloof (denk), dat jij erg lui bent.Pekâkas t’âda, tuan, mâna bôleh kerjâ betul?Er zijn geen gereedschap, mijnheer; hoe kan men dan goed werken?Nanti aku beri duit (wang), bôleh beli âpa-âpa yang kûrang.Ik zal je duiten (geld) geven, dan kan je al wat ontbreekt koopen.Bâik lah, tuan; nanti sâya membeli cangkul, sisir-tânah, sîrâman.Goed, mijnheer; ik zal een hak, een hark en een gieter koopen.Bâik engkaw beli bârang-dua-puluh pasu, masuqkăn bunga ke dalăm-ña.’t Zou goed wezen, dat je zoowat twee-en-twintig bloempotten kocht, en de bloemen erin zette.Jâlan ini ta bâik sekâli, côba betulkăn.Deze paden (wegen) zijn heelemaal niet goed, toe, maak ze in orde.Añcurkăn bâtu, târoh di jâlan, kemudian bubuh pasir di âtas-ña (tudung dăngan pasir).Maak steenen stuk (vergruizel steenen), leg ze op de paden, daarna leg je zand erover heen (dek ’t toe met zand).Rumput di kebon sudah terlâlu tinggi-ña, côba potong pèndèq.Het gras in den tuin is al veel te hoog; zeg, snij ’t eens kort af.Tidaq sampay, mâu lebih pèndèq lâgi.Niet genoeg, ’t moet nog korter.Bunga ini sudah berâpa lâma tidaq kaw sîram? Semua lâyu rupâ-ña.Hoe lang heb je die bloemen al niet begoten? Ze zien er alle verlept uit.Kâlaw tidaq disîram, nanti mati sekâli.Als ze niet begoten worden, gaan ze alle dood.Mâna sîrâman? Sîram sekârang.Waar is de gieter? Begiet ze nu.Tong-âir sudah kosong.De waterton is al leeg.Kâlaw tidaq diïsi sa-âri-âri, bagi-mâna bôleh sîram bunga?Als ze niet dagelijks gevuld wordt, hoe kan je dan de bloemen begieten?Pagăr itu sudah bûruq rupâ-ña. Betulkăn.Die schutting (heining, heg) ziet er al vermolmd uit. Maak ze in orde.[46]Sampah-sampah ini angkat semua, bâwa keluar dalăm gerôbaq.Dit vuil (deze afval) moet je altemaal opnemen (wegnemen), en in een kruiwagen wegbrengen.Biâsâ-ña sâya bakar petăng-âri, tuan.Gewoonlijk verbrand ik het ’s avonds, mijnheer.Bôleh juga.Dat mag ook.
15.Gesprek met een tuinman.
Tukang-kebon âda menanti, tuan.De tuinman staat te wachten, mijnheer.Malăm sekârang (nanti malăm) âda ôrang makan di sini, côba câri bunga bâñaq-bâñaq, âturkăn di mêja-makan.Van avond eten hier menschen, je moet ’s een boel bloemen zoeken, en op de etenstafel rangschikken.Bunga macăm mâna tuan suka?Wat voor soorten van bloemen verlangt u?Âpa yang âda jâdi lah.Al wat er maar is, is goed (lett. wat dat er is, wordt, slaagt).Pegi ka kebon-bunga, minta pâda tuan yang meñjâga di situ, dia endaq memberi. Bâwa bakul, bôleh diïsi-ña.Ga naar de bloementuin, vraag aan den heer die daar toezicht houdt (waakt), die zal er je geven. Neem een mand mee, die kan hij vullen.Petik bunga mêrah dua tiga tangkay.Pluk twee of drie roode bloemen.Bunga mêrah t’âda, tuan.Roode bloemen zijn er niet, mijnheer.Tidaq mengâpa (tidaq peduli), câri dâun-dâun-kâyu, mâna yang éloq.Dat doet er niet toe, zoek allerlei boomblaren, al die mooi zijn.[45]Kebon ini saperti utan rupâ-ña: penuh tumbuh-tumbuhan.Deze tuin ziet eruit als een wildernis; hij is vol onkruid (opgroeisels).Aku pikir kaw malăs benăr.Ik geloof (denk), dat jij erg lui bent.Pekâkas t’âda, tuan, mâna bôleh kerjâ betul?Er zijn geen gereedschap, mijnheer; hoe kan men dan goed werken?Nanti aku beri duit (wang), bôleh beli âpa-âpa yang kûrang.Ik zal je duiten (geld) geven, dan kan je al wat ontbreekt koopen.Bâik lah, tuan; nanti sâya membeli cangkul, sisir-tânah, sîrâman.Goed, mijnheer; ik zal een hak, een hark en een gieter koopen.Bâik engkaw beli bârang-dua-puluh pasu, masuqkăn bunga ke dalăm-ña.’t Zou goed wezen, dat je zoowat twee-en-twintig bloempotten kocht, en de bloemen erin zette.Jâlan ini ta bâik sekâli, côba betulkăn.Deze paden (wegen) zijn heelemaal niet goed, toe, maak ze in orde.Añcurkăn bâtu, târoh di jâlan, kemudian bubuh pasir di âtas-ña (tudung dăngan pasir).Maak steenen stuk (vergruizel steenen), leg ze op de paden, daarna leg je zand erover heen (dek ’t toe met zand).Rumput di kebon sudah terlâlu tinggi-ña, côba potong pèndèq.Het gras in den tuin is al veel te hoog; zeg, snij ’t eens kort af.Tidaq sampay, mâu lebih pèndèq lâgi.Niet genoeg, ’t moet nog korter.Bunga ini sudah berâpa lâma tidaq kaw sîram? Semua lâyu rupâ-ña.Hoe lang heb je die bloemen al niet begoten? Ze zien er alle verlept uit.Kâlaw tidaq disîram, nanti mati sekâli.Als ze niet begoten worden, gaan ze alle dood.Mâna sîrâman? Sîram sekârang.Waar is de gieter? Begiet ze nu.Tong-âir sudah kosong.De waterton is al leeg.Kâlaw tidaq diïsi sa-âri-âri, bagi-mâna bôleh sîram bunga?Als ze niet dagelijks gevuld wordt, hoe kan je dan de bloemen begieten?Pagăr itu sudah bûruq rupâ-ña. Betulkăn.Die schutting (heining, heg) ziet er al vermolmd uit. Maak ze in orde.[46]Sampah-sampah ini angkat semua, bâwa keluar dalăm gerôbaq.Dit vuil (deze afval) moet je altemaal opnemen (wegnemen), en in een kruiwagen wegbrengen.Biâsâ-ña sâya bakar petăng-âri, tuan.Gewoonlijk verbrand ik het ’s avonds, mijnheer.Bôleh juga.Dat mag ook.
Tukang-kebon âda menanti, tuan.De tuinman staat te wachten, mijnheer.Malăm sekârang (nanti malăm) âda ôrang makan di sini, côba câri bunga bâñaq-bâñaq, âturkăn di mêja-makan.Van avond eten hier menschen, je moet ’s een boel bloemen zoeken, en op de etenstafel rangschikken.Bunga macăm mâna tuan suka?Wat voor soorten van bloemen verlangt u?Âpa yang âda jâdi lah.Al wat er maar is, is goed (lett. wat dat er is, wordt, slaagt).Pegi ka kebon-bunga, minta pâda tuan yang meñjâga di situ, dia endaq memberi. Bâwa bakul, bôleh diïsi-ña.Ga naar de bloementuin, vraag aan den heer die daar toezicht houdt (waakt), die zal er je geven. Neem een mand mee, die kan hij vullen.Petik bunga mêrah dua tiga tangkay.Pluk twee of drie roode bloemen.Bunga mêrah t’âda, tuan.Roode bloemen zijn er niet, mijnheer.Tidaq mengâpa (tidaq peduli), câri dâun-dâun-kâyu, mâna yang éloq.Dat doet er niet toe, zoek allerlei boomblaren, al die mooi zijn.[45]Kebon ini saperti utan rupâ-ña: penuh tumbuh-tumbuhan.Deze tuin ziet eruit als een wildernis; hij is vol onkruid (opgroeisels).Aku pikir kaw malăs benăr.Ik geloof (denk), dat jij erg lui bent.Pekâkas t’âda, tuan, mâna bôleh kerjâ betul?Er zijn geen gereedschap, mijnheer; hoe kan men dan goed werken?Nanti aku beri duit (wang), bôleh beli âpa-âpa yang kûrang.Ik zal je duiten (geld) geven, dan kan je al wat ontbreekt koopen.Bâik lah, tuan; nanti sâya membeli cangkul, sisir-tânah, sîrâman.Goed, mijnheer; ik zal een hak, een hark en een gieter koopen.Bâik engkaw beli bârang-dua-puluh pasu, masuqkăn bunga ke dalăm-ña.’t Zou goed wezen, dat je zoowat twee-en-twintig bloempotten kocht, en de bloemen erin zette.Jâlan ini ta bâik sekâli, côba betulkăn.Deze paden (wegen) zijn heelemaal niet goed, toe, maak ze in orde.Añcurkăn bâtu, târoh di jâlan, kemudian bubuh pasir di âtas-ña (tudung dăngan pasir).Maak steenen stuk (vergruizel steenen), leg ze op de paden, daarna leg je zand erover heen (dek ’t toe met zand).Rumput di kebon sudah terlâlu tinggi-ña, côba potong pèndèq.Het gras in den tuin is al veel te hoog; zeg, snij ’t eens kort af.Tidaq sampay, mâu lebih pèndèq lâgi.Niet genoeg, ’t moet nog korter.Bunga ini sudah berâpa lâma tidaq kaw sîram? Semua lâyu rupâ-ña.Hoe lang heb je die bloemen al niet begoten? Ze zien er alle verlept uit.Kâlaw tidaq disîram, nanti mati sekâli.Als ze niet begoten worden, gaan ze alle dood.Mâna sîrâman? Sîram sekârang.Waar is de gieter? Begiet ze nu.Tong-âir sudah kosong.De waterton is al leeg.Kâlaw tidaq diïsi sa-âri-âri, bagi-mâna bôleh sîram bunga?Als ze niet dagelijks gevuld wordt, hoe kan je dan de bloemen begieten?Pagăr itu sudah bûruq rupâ-ña. Betulkăn.Die schutting (heining, heg) ziet er al vermolmd uit. Maak ze in orde.[46]Sampah-sampah ini angkat semua, bâwa keluar dalăm gerôbaq.Dit vuil (deze afval) moet je altemaal opnemen (wegnemen), en in een kruiwagen wegbrengen.Biâsâ-ña sâya bakar petăng-âri, tuan.Gewoonlijk verbrand ik het ’s avonds, mijnheer.Bôleh juga.Dat mag ook.