[Inhoud]16.Gesprek met een waschman en zijn knecht.Sûruh dobi mâri ésoq1.Laat den waschman morgen hier komen.Sediakăn (siapkăn) pakâyan kotor semua pâgi-pâgi, endaq ku beri pâda dobi.Leg het vuile goed alles heel vroeg klaar, ik wil het aan den waschman geven.Bila dobi datăng, beri tâu pâda-ku (sama aku).Wanneer de waschman komt, geef er mij dan kennis van.Bilang pakâyan semua, periksa bâik-bâik, kâlaw betul tidaq.Tel al de kleeren, ga ze goed na, of ze in orde zijn of niet.Semuâ-ña betul, ñôñah.Alles is in orde, mevrouw.Tidaq betul, ñôñah, sapu-tangan kûrang sa lay, bâju (jas) kûrang dua lay, lâgi sârung-bantal sa lay bukan ñôñah ’pu-ña, sudah tukar dăngăn ôrang ’pu-ña; sârung-kaki (kâos) ini kûrang yang sa belah; lâgi kutang ini kôyaq.’t Is niet in orde, mevrouw, er ontbreekt een zakdoek, bovendien is een kussensloop niet van u; ’t is verruild met een van iemand anders; van dit paar kousen ontbreekt er een; ook is dit lijfje gescheurd.Kaw kâta pâda dobi, aku ta mâu bâjar upah-ña ingga sampay dibâwâ-ña pakâyan semua yang kûrang sekârang ini; sârung-bantal ini sûruh bâwa pulang, bâwa kembâli aku ’pu-ña.Je moet aan de waschman zeggen, dat ik zijn loon niet betalen wil, voordat (totdat) hij al de nu ontbrekende kleedingstukken teruggebracht heeft; laat hem deze kussensloop naar zijn huis brengen en de mijne terugbrengen.[47]Dobi, âpa sebab kaw tidaq cuci (bâsuh) betul pakâyan ini? Ta bâik sekâli rupâ-ña. Bâñaq kôyaq, lâgi kûrang kañji.Waschman, waarom heb je deze kleeren niet behoorlijk gewasschen? Ze zien er volstrekt niet goed uit, ook ontbreekt er stijfsel aan.Bâwa pulang pakâyan ini, cuci lâgi sa kâli, dan târoh kañji cukup-cukup.Neem deze kleeren mee naar huis, wasch ze nog eens, en doe er ruim stijfsel in.Kâlaw kaw cuci pakâyan-ku, berâpa kaw minta upah-ña?Als je mijn kleeren wascht, hoeveel vraag je dan als loon?Tiga ringgit sa-râtus lay,ñôñah.Drie dollar (rijksdaalders) per honderd stuks, mevrouw.Tetapi aku mâu bâyar sa bulan sa kâli, bukan bilangan pakâyan.Maar ik wil eens in de maand betalen, niet per stuk (geen telling der kleederen).Kâlaw bagitu, ñôñah bôleh bâyar sâma sâya tiga ringgit sa bulan (enăm rupiah sa bulan).Dan kan u mij drie dollar per maand (zes gulden per maand) betalen.Bâik lah, kaw bôleh datăng di rumah-ku membâwa pakâyan cuci (beresih) dan menerima pakâyan kotor, tiap-tiap âri senèn.Goed, je kunt hier iederen Maandag aan huis ’t schoone goed komen brengen en ’t vuile in ontvangst nemen.Kâin yang dua lay ini aku mâu petăng ésoq, ta bôleh tidaq.Deze twee kain’s wil ik morgen namiddag (avond) zonder mankeeren (’t mag niet niet) hebben.Kâlaw pânas, bôleh sâya bâwa, ñôñah, kâlaw ujan ta bôleh.Als er zon is, kan ik ze brengen mevrouw, als ’t regent niet.Kâlaw kaw côba, tentu bôleh bâwa, bâik pânas bâik tidaq.Als je ’t probeert, kan je ze zeker brengen, of er zon is of niet.Rompi (wiskăt) ini tidaq betul lipat-ña, bâñaq kedut.Dit vest is niet goed gevouwen, ’t is vol kreuken (veel kreuken).Seluar (celâna) ini jangan târoh kañji, aku suka lembut, tapi setrika bâik-bâik.In deze broek moet je geen stijfsel doen, ik heb hem liever zacht maar je moet hem goed strijken.Kemêja ini sudah rusaq, kaw pakay besi-setrika terlâlu angăt, sudah angus sekâli.[48]Nanti ku potong upah-mu sâtu ringgit.Dit hemd is bedorven, je hebt een al te heet strijkijzer gebruikt, ’t is heelemaal verbrand.[48]Ik zal een dollar van je loon inhouden (afsnijden).Âpa tumpuq-tumpuq mêrah di celâna putih ini?Watzijndie roode vlekken op die witte broek?Itu tâi-besi, ñôñah, kenâ kañcing.Dat’s ijzerroest, mevrouw, van de knoopen (geraakt door de knoopen).Mâna bôleh kenâ kañcing di situ? Itu bekas ludah-sîrih. Cuci lâgi sa kâli sampay ilang semua tumpuq-ña.Hoe kan het daar de knoopen raken? Dat zijn sporen van sirih-spuug. Wasch ’t nog ’s over totdat al de vlekken weg zijn.1dobite Bataviapinâtuofminâtu.↑
[Inhoud]16.Gesprek met een waschman en zijn knecht.Sûruh dobi mâri ésoq1.Laat den waschman morgen hier komen.Sediakăn (siapkăn) pakâyan kotor semua pâgi-pâgi, endaq ku beri pâda dobi.Leg het vuile goed alles heel vroeg klaar, ik wil het aan den waschman geven.Bila dobi datăng, beri tâu pâda-ku (sama aku).Wanneer de waschman komt, geef er mij dan kennis van.Bilang pakâyan semua, periksa bâik-bâik, kâlaw betul tidaq.Tel al de kleeren, ga ze goed na, of ze in orde zijn of niet.Semuâ-ña betul, ñôñah.Alles is in orde, mevrouw.Tidaq betul, ñôñah, sapu-tangan kûrang sa lay, bâju (jas) kûrang dua lay, lâgi sârung-bantal sa lay bukan ñôñah ’pu-ña, sudah tukar dăngăn ôrang ’pu-ña; sârung-kaki (kâos) ini kûrang yang sa belah; lâgi kutang ini kôyaq.’t Is niet in orde, mevrouw, er ontbreekt een zakdoek, bovendien is een kussensloop niet van u; ’t is verruild met een van iemand anders; van dit paar kousen ontbreekt er een; ook is dit lijfje gescheurd.Kaw kâta pâda dobi, aku ta mâu bâjar upah-ña ingga sampay dibâwâ-ña pakâyan semua yang kûrang sekârang ini; sârung-bantal ini sûruh bâwa pulang, bâwa kembâli aku ’pu-ña.Je moet aan de waschman zeggen, dat ik zijn loon niet betalen wil, voordat (totdat) hij al de nu ontbrekende kleedingstukken teruggebracht heeft; laat hem deze kussensloop naar zijn huis brengen en de mijne terugbrengen.[47]Dobi, âpa sebab kaw tidaq cuci (bâsuh) betul pakâyan ini? Ta bâik sekâli rupâ-ña. Bâñaq kôyaq, lâgi kûrang kañji.Waschman, waarom heb je deze kleeren niet behoorlijk gewasschen? Ze zien er volstrekt niet goed uit, ook ontbreekt er stijfsel aan.Bâwa pulang pakâyan ini, cuci lâgi sa kâli, dan târoh kañji cukup-cukup.Neem deze kleeren mee naar huis, wasch ze nog eens, en doe er ruim stijfsel in.Kâlaw kaw cuci pakâyan-ku, berâpa kaw minta upah-ña?Als je mijn kleeren wascht, hoeveel vraag je dan als loon?Tiga ringgit sa-râtus lay,ñôñah.Drie dollar (rijksdaalders) per honderd stuks, mevrouw.Tetapi aku mâu bâyar sa bulan sa kâli, bukan bilangan pakâyan.Maar ik wil eens in de maand betalen, niet per stuk (geen telling der kleederen).Kâlaw bagitu, ñôñah bôleh bâyar sâma sâya tiga ringgit sa bulan (enăm rupiah sa bulan).Dan kan u mij drie dollar per maand (zes gulden per maand) betalen.Bâik lah, kaw bôleh datăng di rumah-ku membâwa pakâyan cuci (beresih) dan menerima pakâyan kotor, tiap-tiap âri senèn.Goed, je kunt hier iederen Maandag aan huis ’t schoone goed komen brengen en ’t vuile in ontvangst nemen.Kâin yang dua lay ini aku mâu petăng ésoq, ta bôleh tidaq.Deze twee kain’s wil ik morgen namiddag (avond) zonder mankeeren (’t mag niet niet) hebben.Kâlaw pânas, bôleh sâya bâwa, ñôñah, kâlaw ujan ta bôleh.Als er zon is, kan ik ze brengen mevrouw, als ’t regent niet.Kâlaw kaw côba, tentu bôleh bâwa, bâik pânas bâik tidaq.Als je ’t probeert, kan je ze zeker brengen, of er zon is of niet.Rompi (wiskăt) ini tidaq betul lipat-ña, bâñaq kedut.Dit vest is niet goed gevouwen, ’t is vol kreuken (veel kreuken).Seluar (celâna) ini jangan târoh kañji, aku suka lembut, tapi setrika bâik-bâik.In deze broek moet je geen stijfsel doen, ik heb hem liever zacht maar je moet hem goed strijken.Kemêja ini sudah rusaq, kaw pakay besi-setrika terlâlu angăt, sudah angus sekâli.[48]Nanti ku potong upah-mu sâtu ringgit.Dit hemd is bedorven, je hebt een al te heet strijkijzer gebruikt, ’t is heelemaal verbrand.[48]Ik zal een dollar van je loon inhouden (afsnijden).Âpa tumpuq-tumpuq mêrah di celâna putih ini?Watzijndie roode vlekken op die witte broek?Itu tâi-besi, ñôñah, kenâ kañcing.Dat’s ijzerroest, mevrouw, van de knoopen (geraakt door de knoopen).Mâna bôleh kenâ kañcing di situ? Itu bekas ludah-sîrih. Cuci lâgi sa kâli sampay ilang semua tumpuq-ña.Hoe kan het daar de knoopen raken? Dat zijn sporen van sirih-spuug. Wasch ’t nog ’s over totdat al de vlekken weg zijn.1dobite Bataviapinâtuofminâtu.↑
16.Gesprek met een waschman en zijn knecht.
Sûruh dobi mâri ésoq1.Laat den waschman morgen hier komen.Sediakăn (siapkăn) pakâyan kotor semua pâgi-pâgi, endaq ku beri pâda dobi.Leg het vuile goed alles heel vroeg klaar, ik wil het aan den waschman geven.Bila dobi datăng, beri tâu pâda-ku (sama aku).Wanneer de waschman komt, geef er mij dan kennis van.Bilang pakâyan semua, periksa bâik-bâik, kâlaw betul tidaq.Tel al de kleeren, ga ze goed na, of ze in orde zijn of niet.Semuâ-ña betul, ñôñah.Alles is in orde, mevrouw.Tidaq betul, ñôñah, sapu-tangan kûrang sa lay, bâju (jas) kûrang dua lay, lâgi sârung-bantal sa lay bukan ñôñah ’pu-ña, sudah tukar dăngăn ôrang ’pu-ña; sârung-kaki (kâos) ini kûrang yang sa belah; lâgi kutang ini kôyaq.’t Is niet in orde, mevrouw, er ontbreekt een zakdoek, bovendien is een kussensloop niet van u; ’t is verruild met een van iemand anders; van dit paar kousen ontbreekt er een; ook is dit lijfje gescheurd.Kaw kâta pâda dobi, aku ta mâu bâjar upah-ña ingga sampay dibâwâ-ña pakâyan semua yang kûrang sekârang ini; sârung-bantal ini sûruh bâwa pulang, bâwa kembâli aku ’pu-ña.Je moet aan de waschman zeggen, dat ik zijn loon niet betalen wil, voordat (totdat) hij al de nu ontbrekende kleedingstukken teruggebracht heeft; laat hem deze kussensloop naar zijn huis brengen en de mijne terugbrengen.[47]Dobi, âpa sebab kaw tidaq cuci (bâsuh) betul pakâyan ini? Ta bâik sekâli rupâ-ña. Bâñaq kôyaq, lâgi kûrang kañji.Waschman, waarom heb je deze kleeren niet behoorlijk gewasschen? Ze zien er volstrekt niet goed uit, ook ontbreekt er stijfsel aan.Bâwa pulang pakâyan ini, cuci lâgi sa kâli, dan târoh kañji cukup-cukup.Neem deze kleeren mee naar huis, wasch ze nog eens, en doe er ruim stijfsel in.Kâlaw kaw cuci pakâyan-ku, berâpa kaw minta upah-ña?Als je mijn kleeren wascht, hoeveel vraag je dan als loon?Tiga ringgit sa-râtus lay,ñôñah.Drie dollar (rijksdaalders) per honderd stuks, mevrouw.Tetapi aku mâu bâyar sa bulan sa kâli, bukan bilangan pakâyan.Maar ik wil eens in de maand betalen, niet per stuk (geen telling der kleederen).Kâlaw bagitu, ñôñah bôleh bâyar sâma sâya tiga ringgit sa bulan (enăm rupiah sa bulan).Dan kan u mij drie dollar per maand (zes gulden per maand) betalen.Bâik lah, kaw bôleh datăng di rumah-ku membâwa pakâyan cuci (beresih) dan menerima pakâyan kotor, tiap-tiap âri senèn.Goed, je kunt hier iederen Maandag aan huis ’t schoone goed komen brengen en ’t vuile in ontvangst nemen.Kâin yang dua lay ini aku mâu petăng ésoq, ta bôleh tidaq.Deze twee kain’s wil ik morgen namiddag (avond) zonder mankeeren (’t mag niet niet) hebben.Kâlaw pânas, bôleh sâya bâwa, ñôñah, kâlaw ujan ta bôleh.Als er zon is, kan ik ze brengen mevrouw, als ’t regent niet.Kâlaw kaw côba, tentu bôleh bâwa, bâik pânas bâik tidaq.Als je ’t probeert, kan je ze zeker brengen, of er zon is of niet.Rompi (wiskăt) ini tidaq betul lipat-ña, bâñaq kedut.Dit vest is niet goed gevouwen, ’t is vol kreuken (veel kreuken).Seluar (celâna) ini jangan târoh kañji, aku suka lembut, tapi setrika bâik-bâik.In deze broek moet je geen stijfsel doen, ik heb hem liever zacht maar je moet hem goed strijken.Kemêja ini sudah rusaq, kaw pakay besi-setrika terlâlu angăt, sudah angus sekâli.[48]Nanti ku potong upah-mu sâtu ringgit.Dit hemd is bedorven, je hebt een al te heet strijkijzer gebruikt, ’t is heelemaal verbrand.[48]Ik zal een dollar van je loon inhouden (afsnijden).Âpa tumpuq-tumpuq mêrah di celâna putih ini?Watzijndie roode vlekken op die witte broek?Itu tâi-besi, ñôñah, kenâ kañcing.Dat’s ijzerroest, mevrouw, van de knoopen (geraakt door de knoopen).Mâna bôleh kenâ kañcing di situ? Itu bekas ludah-sîrih. Cuci lâgi sa kâli sampay ilang semua tumpuq-ña.Hoe kan het daar de knoopen raken? Dat zijn sporen van sirih-spuug. Wasch ’t nog ’s over totdat al de vlekken weg zijn.
Sûruh dobi mâri ésoq1.Laat den waschman morgen hier komen.Sediakăn (siapkăn) pakâyan kotor semua pâgi-pâgi, endaq ku beri pâda dobi.Leg het vuile goed alles heel vroeg klaar, ik wil het aan den waschman geven.Bila dobi datăng, beri tâu pâda-ku (sama aku).Wanneer de waschman komt, geef er mij dan kennis van.Bilang pakâyan semua, periksa bâik-bâik, kâlaw betul tidaq.Tel al de kleeren, ga ze goed na, of ze in orde zijn of niet.Semuâ-ña betul, ñôñah.Alles is in orde, mevrouw.Tidaq betul, ñôñah, sapu-tangan kûrang sa lay, bâju (jas) kûrang dua lay, lâgi sârung-bantal sa lay bukan ñôñah ’pu-ña, sudah tukar dăngăn ôrang ’pu-ña; sârung-kaki (kâos) ini kûrang yang sa belah; lâgi kutang ini kôyaq.’t Is niet in orde, mevrouw, er ontbreekt een zakdoek, bovendien is een kussensloop niet van u; ’t is verruild met een van iemand anders; van dit paar kousen ontbreekt er een; ook is dit lijfje gescheurd.Kaw kâta pâda dobi, aku ta mâu bâjar upah-ña ingga sampay dibâwâ-ña pakâyan semua yang kûrang sekârang ini; sârung-bantal ini sûruh bâwa pulang, bâwa kembâli aku ’pu-ña.Je moet aan de waschman zeggen, dat ik zijn loon niet betalen wil, voordat (totdat) hij al de nu ontbrekende kleedingstukken teruggebracht heeft; laat hem deze kussensloop naar zijn huis brengen en de mijne terugbrengen.[47]Dobi, âpa sebab kaw tidaq cuci (bâsuh) betul pakâyan ini? Ta bâik sekâli rupâ-ña. Bâñaq kôyaq, lâgi kûrang kañji.Waschman, waarom heb je deze kleeren niet behoorlijk gewasschen? Ze zien er volstrekt niet goed uit, ook ontbreekt er stijfsel aan.Bâwa pulang pakâyan ini, cuci lâgi sa kâli, dan târoh kañji cukup-cukup.Neem deze kleeren mee naar huis, wasch ze nog eens, en doe er ruim stijfsel in.Kâlaw kaw cuci pakâyan-ku, berâpa kaw minta upah-ña?Als je mijn kleeren wascht, hoeveel vraag je dan als loon?Tiga ringgit sa-râtus lay,ñôñah.Drie dollar (rijksdaalders) per honderd stuks, mevrouw.Tetapi aku mâu bâyar sa bulan sa kâli, bukan bilangan pakâyan.Maar ik wil eens in de maand betalen, niet per stuk (geen telling der kleederen).Kâlaw bagitu, ñôñah bôleh bâyar sâma sâya tiga ringgit sa bulan (enăm rupiah sa bulan).Dan kan u mij drie dollar per maand (zes gulden per maand) betalen.Bâik lah, kaw bôleh datăng di rumah-ku membâwa pakâyan cuci (beresih) dan menerima pakâyan kotor, tiap-tiap âri senèn.Goed, je kunt hier iederen Maandag aan huis ’t schoone goed komen brengen en ’t vuile in ontvangst nemen.Kâin yang dua lay ini aku mâu petăng ésoq, ta bôleh tidaq.Deze twee kain’s wil ik morgen namiddag (avond) zonder mankeeren (’t mag niet niet) hebben.Kâlaw pânas, bôleh sâya bâwa, ñôñah, kâlaw ujan ta bôleh.Als er zon is, kan ik ze brengen mevrouw, als ’t regent niet.Kâlaw kaw côba, tentu bôleh bâwa, bâik pânas bâik tidaq.Als je ’t probeert, kan je ze zeker brengen, of er zon is of niet.Rompi (wiskăt) ini tidaq betul lipat-ña, bâñaq kedut.Dit vest is niet goed gevouwen, ’t is vol kreuken (veel kreuken).Seluar (celâna) ini jangan târoh kañji, aku suka lembut, tapi setrika bâik-bâik.In deze broek moet je geen stijfsel doen, ik heb hem liever zacht maar je moet hem goed strijken.Kemêja ini sudah rusaq, kaw pakay besi-setrika terlâlu angăt, sudah angus sekâli.[48]Nanti ku potong upah-mu sâtu ringgit.Dit hemd is bedorven, je hebt een al te heet strijkijzer gebruikt, ’t is heelemaal verbrand.[48]Ik zal een dollar van je loon inhouden (afsnijden).Âpa tumpuq-tumpuq mêrah di celâna putih ini?Watzijndie roode vlekken op die witte broek?Itu tâi-besi, ñôñah, kenâ kañcing.Dat’s ijzerroest, mevrouw, van de knoopen (geraakt door de knoopen).Mâna bôleh kenâ kañcing di situ? Itu bekas ludah-sîrih. Cuci lâgi sa kâli sampay ilang semua tumpuq-ña.Hoe kan het daar de knoopen raken? Dat zijn sporen van sirih-spuug. Wasch ’t nog ’s over totdat al de vlekken weg zijn.
1dobite Bataviapinâtuofminâtu.↑
1dobite Bataviapinâtuofminâtu.↑
1dobite Bataviapinâtuofminâtu.↑
1dobite Bataviapinâtuofminâtu.↑