[Inhoud]17.Gesprek met een stalknecht.Kaw meñcâri kerjâ sâis kah (tukang-kuda kah)?Zoek je werk als staljongen (paardejongen)?Kaw panday kah kerjâ-kuda?Kan je met paarden omgaan? (Ben je bekwaam in paardenwerk?)Aku âda dua ékor kuda—sa pasang (jori)—kaw endaq meñjâga yang sa ékor, lâgi jâdi kusir (coachman) kâdang-kâdang, bila aku suka, dan lâgi tulung cuci (bâsuh) pakâyan-kuda.Ik heb twee paarden—een span—jij moet een er van verzorgen, bovendien koetsier zijn, wanneer ik dat verlang, en ook nog helpen met het schoonmaken van ’t paardetuig.Makânan kuda aku yang membeli, maka sa-âri-âri kaw minta sâma boy (jongos), dia bôleh beri makânan cukup sa âri.’t Voeder voor de paarden koop ik, en dagelijks vraag jij dat aan den huisjongen, die kan je voeder voor een dag (genoeg) geven.Berâpa tuan beri makan sa ékor kuda sa âri?Hoeveel voeder geeft u éen paard per dag?Tiap-tiap âri kaw endaq lah beri makan tiga kâli pâda kuda, sa kâli makan pâdi dua cupaq, kacang sa cupaq, busi (dedăk) sa tengah cupaq.Iederen dag moet je de paarden drie maal te eten geven, in eens twee „cupaq” pâdi (een vierde„gantang”), een „cupaq” Indische paardeboonen, en een halve „cupaq” zemelen.[49]Aku mâu krêta ésoq pâgi pukul sa-puluh, ’naq pegi ke Singapûra.Ik wil morgen ochtend om tien uur ’t rijtuig hebben, ik wil naar Singapoer gaan.Kuda jori kah (sa pasang kah)?’t Span paarden?Tidaq, kuda tunggal.Neen, een enkel paard.Kuda ităm, kuda mêrah, kuda belang, kuda abluq.’t Zwarte paard, ’t bruine paard, ’t gevlekte paard (de schimmel), ’t muiskleurige paard.Pegang kuda ini sabentar.Hoû dit paard een oogenblik vast.Legam (kekang) sudah bekârat, âpa fasal (âpa sebab) tidaq kaw cuci (beresihkan) lebih bâik?’t Bit is al verroest, waarom maak je ’t niet beter schoon?Gosoq bâik-bâik, kemudian târoh miñaq-selâda sedikit.Poets (wrijf) ’t goed, daarna doe je er wat slâ-olie op.Ras (tâli kekang, lès) kîri kusut, betulkăn.De linkertoom is in de war, maak dat in orde.Jut (setrèng) belom diïkătkăn! Âpa sebab kaw tidaq peratikăn bâik-bâik? Kâlaw kuda lâri sekârang, nanti jehânam kita.De strengen zijn nog niet vastgemaakt! Waarom let je er niet goed op? Als ’t paard nu er van door gaat, zijn wij gefopt (in de hel).Lepaskăn kuda, lepaskăn kepâlâ-ña.Laat ’t paard los, laat den kop los.Nâik di belâkang.Stijg achter op.Mâna câbuq (cambuq)?Waar is de zweep?Mâna cemeti?Waar is de karwats?Tertinggal, tuan.Die is achtergebleven, mijnheer.Lekas pegi mengambil ña.Ga ’m gauw halen.Jâlan lah, aku ta bôleh menanti lâgi. Jâlan pelâhan-pelâhan.Ga je gang, ik kan niet langer wachten. Rij (ga) langzaam.Lekas lâgi!Nog sneller!Pukul sedikit.Sla ’m een beetje.Ta bôleh pukul, tuan, nanti dia jâhat (nakal).Slaan mag niet, mijnheer, anders wordt hij kwaadaardig (ondeugend).Pegang rôda, pusingkăn (putărkăn).Hoû het wiel vast, draai ’t.Letaqkăn pakâyan itu, mâri sini pegang kuda.Leg dat tuig neer, kom hier en hoû het paard vast.[50]Kaw berbuat âpa? Jangan pegang kuda bagitu.Wat voer je uit? Hoû het paard niet zoo vast.Bagimâna mâu pegang, tuan?Hoe moet hij dan vastgehouden worden, mijnheer? (Hoe wil ’t vastgehouden?)Pegang dekăt kekang-ña (legam-ña), dua-dua tangan sa kâli.Houd ’m vast dicht bij ’t bit met beide handen te gelijk.Nanti gigit, tuan.Hij zal me bijten, mijnheer.Ta bôleh gigit.Hij kan niet bijten.Kuda ini meñépaq kah?Slaat dit paard?Tidaq, tuan, jinaq benăr, tidaq nakal sekâli; tidaq bertingkah.Neen, mijnheer, hij is erg mak, heelemaal niet kwaad (ondeugend); heeft geen kuren (streken, grillen, bizondere manieren).Pasang krêta: aku endaq makan angin sedikit.Span ’t rijtuig in: ik wil een toertje doen (lett. een beetje wind eten).Kuda sakit, tuan: ta bôleh pakay.’t Paard is ziek, mijnheer; hij kan niet gebruikt worden.Kûrang âpa?Wat mankeert hij?Sakit serdi, tuan.De droes, mijnheer.Panggil tuan doktor-hêwan, minta beri ôbat.Laat den paardenarts komen (lett. roep …) verzoek hem geneesmiddelen te geven.Kuda sakit bâtuq, dua tiga âri bôleh bâik pula.’t Paard hoest (heeft hoestziekte), in twee of drie dagen kan hij weer gezond (goed) zijn.Aku arăp bagitu, tetapi perlu kaw belâ (peliâra) bâik-bâik.Dat hoop ik (lett. ik hoop zoo), maar ’t is noodzakelijk, dat je ’m goed oppast.Berâpaâri lâgi bâru bôleh pakay?Binnen hoeveel dagen is hij pas weer te gebruiken? (lett. hoev. dagen nog pas kan (men) gebruiken?)Jangan beri kăn dia makan rumput terlâlu bâñaq, sa kâli makan sa âri cukup lah.Geef hem niet te veel gras te eten, eens per dag is genoeg (eens eten een dag …)Mâu nâik kuda ésoq petăng pukul empat, bâwa kuda ke kantor (ufis).Ik wil morgen namiddag om vier uur paard rijden, breng het paard naar ’t kantoor.[51]Belâkang-ña luka, ta bôleh pakay sêla (jin, pelâna), tuan.Zijn rug is gewond, hij kan geen zadel velen, mijnheer. (lett. niet kan gebruiken een zadel).
[Inhoud]17.Gesprek met een stalknecht.Kaw meñcâri kerjâ sâis kah (tukang-kuda kah)?Zoek je werk als staljongen (paardejongen)?Kaw panday kah kerjâ-kuda?Kan je met paarden omgaan? (Ben je bekwaam in paardenwerk?)Aku âda dua ékor kuda—sa pasang (jori)—kaw endaq meñjâga yang sa ékor, lâgi jâdi kusir (coachman) kâdang-kâdang, bila aku suka, dan lâgi tulung cuci (bâsuh) pakâyan-kuda.Ik heb twee paarden—een span—jij moet een er van verzorgen, bovendien koetsier zijn, wanneer ik dat verlang, en ook nog helpen met het schoonmaken van ’t paardetuig.Makânan kuda aku yang membeli, maka sa-âri-âri kaw minta sâma boy (jongos), dia bôleh beri makânan cukup sa âri.’t Voeder voor de paarden koop ik, en dagelijks vraag jij dat aan den huisjongen, die kan je voeder voor een dag (genoeg) geven.Berâpa tuan beri makan sa ékor kuda sa âri?Hoeveel voeder geeft u éen paard per dag?Tiap-tiap âri kaw endaq lah beri makan tiga kâli pâda kuda, sa kâli makan pâdi dua cupaq, kacang sa cupaq, busi (dedăk) sa tengah cupaq.Iederen dag moet je de paarden drie maal te eten geven, in eens twee „cupaq” pâdi (een vierde„gantang”), een „cupaq” Indische paardeboonen, en een halve „cupaq” zemelen.[49]Aku mâu krêta ésoq pâgi pukul sa-puluh, ’naq pegi ke Singapûra.Ik wil morgen ochtend om tien uur ’t rijtuig hebben, ik wil naar Singapoer gaan.Kuda jori kah (sa pasang kah)?’t Span paarden?Tidaq, kuda tunggal.Neen, een enkel paard.Kuda ităm, kuda mêrah, kuda belang, kuda abluq.’t Zwarte paard, ’t bruine paard, ’t gevlekte paard (de schimmel), ’t muiskleurige paard.Pegang kuda ini sabentar.Hoû dit paard een oogenblik vast.Legam (kekang) sudah bekârat, âpa fasal (âpa sebab) tidaq kaw cuci (beresihkan) lebih bâik?’t Bit is al verroest, waarom maak je ’t niet beter schoon?Gosoq bâik-bâik, kemudian târoh miñaq-selâda sedikit.Poets (wrijf) ’t goed, daarna doe je er wat slâ-olie op.Ras (tâli kekang, lès) kîri kusut, betulkăn.De linkertoom is in de war, maak dat in orde.Jut (setrèng) belom diïkătkăn! Âpa sebab kaw tidaq peratikăn bâik-bâik? Kâlaw kuda lâri sekârang, nanti jehânam kita.De strengen zijn nog niet vastgemaakt! Waarom let je er niet goed op? Als ’t paard nu er van door gaat, zijn wij gefopt (in de hel).Lepaskăn kuda, lepaskăn kepâlâ-ña.Laat ’t paard los, laat den kop los.Nâik di belâkang.Stijg achter op.Mâna câbuq (cambuq)?Waar is de zweep?Mâna cemeti?Waar is de karwats?Tertinggal, tuan.Die is achtergebleven, mijnheer.Lekas pegi mengambil ña.Ga ’m gauw halen.Jâlan lah, aku ta bôleh menanti lâgi. Jâlan pelâhan-pelâhan.Ga je gang, ik kan niet langer wachten. Rij (ga) langzaam.Lekas lâgi!Nog sneller!Pukul sedikit.Sla ’m een beetje.Ta bôleh pukul, tuan, nanti dia jâhat (nakal).Slaan mag niet, mijnheer, anders wordt hij kwaadaardig (ondeugend).Pegang rôda, pusingkăn (putărkăn).Hoû het wiel vast, draai ’t.Letaqkăn pakâyan itu, mâri sini pegang kuda.Leg dat tuig neer, kom hier en hoû het paard vast.[50]Kaw berbuat âpa? Jangan pegang kuda bagitu.Wat voer je uit? Hoû het paard niet zoo vast.Bagimâna mâu pegang, tuan?Hoe moet hij dan vastgehouden worden, mijnheer? (Hoe wil ’t vastgehouden?)Pegang dekăt kekang-ña (legam-ña), dua-dua tangan sa kâli.Houd ’m vast dicht bij ’t bit met beide handen te gelijk.Nanti gigit, tuan.Hij zal me bijten, mijnheer.Ta bôleh gigit.Hij kan niet bijten.Kuda ini meñépaq kah?Slaat dit paard?Tidaq, tuan, jinaq benăr, tidaq nakal sekâli; tidaq bertingkah.Neen, mijnheer, hij is erg mak, heelemaal niet kwaad (ondeugend); heeft geen kuren (streken, grillen, bizondere manieren).Pasang krêta: aku endaq makan angin sedikit.Span ’t rijtuig in: ik wil een toertje doen (lett. een beetje wind eten).Kuda sakit, tuan: ta bôleh pakay.’t Paard is ziek, mijnheer; hij kan niet gebruikt worden.Kûrang âpa?Wat mankeert hij?Sakit serdi, tuan.De droes, mijnheer.Panggil tuan doktor-hêwan, minta beri ôbat.Laat den paardenarts komen (lett. roep …) verzoek hem geneesmiddelen te geven.Kuda sakit bâtuq, dua tiga âri bôleh bâik pula.’t Paard hoest (heeft hoestziekte), in twee of drie dagen kan hij weer gezond (goed) zijn.Aku arăp bagitu, tetapi perlu kaw belâ (peliâra) bâik-bâik.Dat hoop ik (lett. ik hoop zoo), maar ’t is noodzakelijk, dat je ’m goed oppast.Berâpaâri lâgi bâru bôleh pakay?Binnen hoeveel dagen is hij pas weer te gebruiken? (lett. hoev. dagen nog pas kan (men) gebruiken?)Jangan beri kăn dia makan rumput terlâlu bâñaq, sa kâli makan sa âri cukup lah.Geef hem niet te veel gras te eten, eens per dag is genoeg (eens eten een dag …)Mâu nâik kuda ésoq petăng pukul empat, bâwa kuda ke kantor (ufis).Ik wil morgen namiddag om vier uur paard rijden, breng het paard naar ’t kantoor.[51]Belâkang-ña luka, ta bôleh pakay sêla (jin, pelâna), tuan.Zijn rug is gewond, hij kan geen zadel velen, mijnheer. (lett. niet kan gebruiken een zadel).
17.Gesprek met een stalknecht.
Kaw meñcâri kerjâ sâis kah (tukang-kuda kah)?Zoek je werk als staljongen (paardejongen)?Kaw panday kah kerjâ-kuda?Kan je met paarden omgaan? (Ben je bekwaam in paardenwerk?)Aku âda dua ékor kuda—sa pasang (jori)—kaw endaq meñjâga yang sa ékor, lâgi jâdi kusir (coachman) kâdang-kâdang, bila aku suka, dan lâgi tulung cuci (bâsuh) pakâyan-kuda.Ik heb twee paarden—een span—jij moet een er van verzorgen, bovendien koetsier zijn, wanneer ik dat verlang, en ook nog helpen met het schoonmaken van ’t paardetuig.Makânan kuda aku yang membeli, maka sa-âri-âri kaw minta sâma boy (jongos), dia bôleh beri makânan cukup sa âri.’t Voeder voor de paarden koop ik, en dagelijks vraag jij dat aan den huisjongen, die kan je voeder voor een dag (genoeg) geven.Berâpa tuan beri makan sa ékor kuda sa âri?Hoeveel voeder geeft u éen paard per dag?Tiap-tiap âri kaw endaq lah beri makan tiga kâli pâda kuda, sa kâli makan pâdi dua cupaq, kacang sa cupaq, busi (dedăk) sa tengah cupaq.Iederen dag moet je de paarden drie maal te eten geven, in eens twee „cupaq” pâdi (een vierde„gantang”), een „cupaq” Indische paardeboonen, en een halve „cupaq” zemelen.[49]Aku mâu krêta ésoq pâgi pukul sa-puluh, ’naq pegi ke Singapûra.Ik wil morgen ochtend om tien uur ’t rijtuig hebben, ik wil naar Singapoer gaan.Kuda jori kah (sa pasang kah)?’t Span paarden?Tidaq, kuda tunggal.Neen, een enkel paard.Kuda ităm, kuda mêrah, kuda belang, kuda abluq.’t Zwarte paard, ’t bruine paard, ’t gevlekte paard (de schimmel), ’t muiskleurige paard.Pegang kuda ini sabentar.Hoû dit paard een oogenblik vast.Legam (kekang) sudah bekârat, âpa fasal (âpa sebab) tidaq kaw cuci (beresihkan) lebih bâik?’t Bit is al verroest, waarom maak je ’t niet beter schoon?Gosoq bâik-bâik, kemudian târoh miñaq-selâda sedikit.Poets (wrijf) ’t goed, daarna doe je er wat slâ-olie op.Ras (tâli kekang, lès) kîri kusut, betulkăn.De linkertoom is in de war, maak dat in orde.Jut (setrèng) belom diïkătkăn! Âpa sebab kaw tidaq peratikăn bâik-bâik? Kâlaw kuda lâri sekârang, nanti jehânam kita.De strengen zijn nog niet vastgemaakt! Waarom let je er niet goed op? Als ’t paard nu er van door gaat, zijn wij gefopt (in de hel).Lepaskăn kuda, lepaskăn kepâlâ-ña.Laat ’t paard los, laat den kop los.Nâik di belâkang.Stijg achter op.Mâna câbuq (cambuq)?Waar is de zweep?Mâna cemeti?Waar is de karwats?Tertinggal, tuan.Die is achtergebleven, mijnheer.Lekas pegi mengambil ña.Ga ’m gauw halen.Jâlan lah, aku ta bôleh menanti lâgi. Jâlan pelâhan-pelâhan.Ga je gang, ik kan niet langer wachten. Rij (ga) langzaam.Lekas lâgi!Nog sneller!Pukul sedikit.Sla ’m een beetje.Ta bôleh pukul, tuan, nanti dia jâhat (nakal).Slaan mag niet, mijnheer, anders wordt hij kwaadaardig (ondeugend).Pegang rôda, pusingkăn (putărkăn).Hoû het wiel vast, draai ’t.Letaqkăn pakâyan itu, mâri sini pegang kuda.Leg dat tuig neer, kom hier en hoû het paard vast.[50]Kaw berbuat âpa? Jangan pegang kuda bagitu.Wat voer je uit? Hoû het paard niet zoo vast.Bagimâna mâu pegang, tuan?Hoe moet hij dan vastgehouden worden, mijnheer? (Hoe wil ’t vastgehouden?)Pegang dekăt kekang-ña (legam-ña), dua-dua tangan sa kâli.Houd ’m vast dicht bij ’t bit met beide handen te gelijk.Nanti gigit, tuan.Hij zal me bijten, mijnheer.Ta bôleh gigit.Hij kan niet bijten.Kuda ini meñépaq kah?Slaat dit paard?Tidaq, tuan, jinaq benăr, tidaq nakal sekâli; tidaq bertingkah.Neen, mijnheer, hij is erg mak, heelemaal niet kwaad (ondeugend); heeft geen kuren (streken, grillen, bizondere manieren).Pasang krêta: aku endaq makan angin sedikit.Span ’t rijtuig in: ik wil een toertje doen (lett. een beetje wind eten).Kuda sakit, tuan: ta bôleh pakay.’t Paard is ziek, mijnheer; hij kan niet gebruikt worden.Kûrang âpa?Wat mankeert hij?Sakit serdi, tuan.De droes, mijnheer.Panggil tuan doktor-hêwan, minta beri ôbat.Laat den paardenarts komen (lett. roep …) verzoek hem geneesmiddelen te geven.Kuda sakit bâtuq, dua tiga âri bôleh bâik pula.’t Paard hoest (heeft hoestziekte), in twee of drie dagen kan hij weer gezond (goed) zijn.Aku arăp bagitu, tetapi perlu kaw belâ (peliâra) bâik-bâik.Dat hoop ik (lett. ik hoop zoo), maar ’t is noodzakelijk, dat je ’m goed oppast.Berâpaâri lâgi bâru bôleh pakay?Binnen hoeveel dagen is hij pas weer te gebruiken? (lett. hoev. dagen nog pas kan (men) gebruiken?)Jangan beri kăn dia makan rumput terlâlu bâñaq, sa kâli makan sa âri cukup lah.Geef hem niet te veel gras te eten, eens per dag is genoeg (eens eten een dag …)Mâu nâik kuda ésoq petăng pukul empat, bâwa kuda ke kantor (ufis).Ik wil morgen namiddag om vier uur paard rijden, breng het paard naar ’t kantoor.[51]Belâkang-ña luka, ta bôleh pakay sêla (jin, pelâna), tuan.Zijn rug is gewond, hij kan geen zadel velen, mijnheer. (lett. niet kan gebruiken een zadel).
Kaw meñcâri kerjâ sâis kah (tukang-kuda kah)?Zoek je werk als staljongen (paardejongen)?Kaw panday kah kerjâ-kuda?Kan je met paarden omgaan? (Ben je bekwaam in paardenwerk?)Aku âda dua ékor kuda—sa pasang (jori)—kaw endaq meñjâga yang sa ékor, lâgi jâdi kusir (coachman) kâdang-kâdang, bila aku suka, dan lâgi tulung cuci (bâsuh) pakâyan-kuda.Ik heb twee paarden—een span—jij moet een er van verzorgen, bovendien koetsier zijn, wanneer ik dat verlang, en ook nog helpen met het schoonmaken van ’t paardetuig.Makânan kuda aku yang membeli, maka sa-âri-âri kaw minta sâma boy (jongos), dia bôleh beri makânan cukup sa âri.’t Voeder voor de paarden koop ik, en dagelijks vraag jij dat aan den huisjongen, die kan je voeder voor een dag (genoeg) geven.Berâpa tuan beri makan sa ékor kuda sa âri?Hoeveel voeder geeft u éen paard per dag?Tiap-tiap âri kaw endaq lah beri makan tiga kâli pâda kuda, sa kâli makan pâdi dua cupaq, kacang sa cupaq, busi (dedăk) sa tengah cupaq.Iederen dag moet je de paarden drie maal te eten geven, in eens twee „cupaq” pâdi (een vierde„gantang”), een „cupaq” Indische paardeboonen, en een halve „cupaq” zemelen.[49]Aku mâu krêta ésoq pâgi pukul sa-puluh, ’naq pegi ke Singapûra.Ik wil morgen ochtend om tien uur ’t rijtuig hebben, ik wil naar Singapoer gaan.Kuda jori kah (sa pasang kah)?’t Span paarden?Tidaq, kuda tunggal.Neen, een enkel paard.Kuda ităm, kuda mêrah, kuda belang, kuda abluq.’t Zwarte paard, ’t bruine paard, ’t gevlekte paard (de schimmel), ’t muiskleurige paard.Pegang kuda ini sabentar.Hoû dit paard een oogenblik vast.Legam (kekang) sudah bekârat, âpa fasal (âpa sebab) tidaq kaw cuci (beresihkan) lebih bâik?’t Bit is al verroest, waarom maak je ’t niet beter schoon?Gosoq bâik-bâik, kemudian târoh miñaq-selâda sedikit.Poets (wrijf) ’t goed, daarna doe je er wat slâ-olie op.Ras (tâli kekang, lès) kîri kusut, betulkăn.De linkertoom is in de war, maak dat in orde.Jut (setrèng) belom diïkătkăn! Âpa sebab kaw tidaq peratikăn bâik-bâik? Kâlaw kuda lâri sekârang, nanti jehânam kita.De strengen zijn nog niet vastgemaakt! Waarom let je er niet goed op? Als ’t paard nu er van door gaat, zijn wij gefopt (in de hel).Lepaskăn kuda, lepaskăn kepâlâ-ña.Laat ’t paard los, laat den kop los.Nâik di belâkang.Stijg achter op.Mâna câbuq (cambuq)?Waar is de zweep?Mâna cemeti?Waar is de karwats?Tertinggal, tuan.Die is achtergebleven, mijnheer.Lekas pegi mengambil ña.Ga ’m gauw halen.Jâlan lah, aku ta bôleh menanti lâgi. Jâlan pelâhan-pelâhan.Ga je gang, ik kan niet langer wachten. Rij (ga) langzaam.Lekas lâgi!Nog sneller!Pukul sedikit.Sla ’m een beetje.Ta bôleh pukul, tuan, nanti dia jâhat (nakal).Slaan mag niet, mijnheer, anders wordt hij kwaadaardig (ondeugend).Pegang rôda, pusingkăn (putărkăn).Hoû het wiel vast, draai ’t.Letaqkăn pakâyan itu, mâri sini pegang kuda.Leg dat tuig neer, kom hier en hoû het paard vast.[50]Kaw berbuat âpa? Jangan pegang kuda bagitu.Wat voer je uit? Hoû het paard niet zoo vast.Bagimâna mâu pegang, tuan?Hoe moet hij dan vastgehouden worden, mijnheer? (Hoe wil ’t vastgehouden?)Pegang dekăt kekang-ña (legam-ña), dua-dua tangan sa kâli.Houd ’m vast dicht bij ’t bit met beide handen te gelijk.Nanti gigit, tuan.Hij zal me bijten, mijnheer.Ta bôleh gigit.Hij kan niet bijten.Kuda ini meñépaq kah?Slaat dit paard?Tidaq, tuan, jinaq benăr, tidaq nakal sekâli; tidaq bertingkah.Neen, mijnheer, hij is erg mak, heelemaal niet kwaad (ondeugend); heeft geen kuren (streken, grillen, bizondere manieren).Pasang krêta: aku endaq makan angin sedikit.Span ’t rijtuig in: ik wil een toertje doen (lett. een beetje wind eten).Kuda sakit, tuan: ta bôleh pakay.’t Paard is ziek, mijnheer; hij kan niet gebruikt worden.Kûrang âpa?Wat mankeert hij?Sakit serdi, tuan.De droes, mijnheer.Panggil tuan doktor-hêwan, minta beri ôbat.Laat den paardenarts komen (lett. roep …) verzoek hem geneesmiddelen te geven.Kuda sakit bâtuq, dua tiga âri bôleh bâik pula.’t Paard hoest (heeft hoestziekte), in twee of drie dagen kan hij weer gezond (goed) zijn.Aku arăp bagitu, tetapi perlu kaw belâ (peliâra) bâik-bâik.Dat hoop ik (lett. ik hoop zoo), maar ’t is noodzakelijk, dat je ’m goed oppast.Berâpaâri lâgi bâru bôleh pakay?Binnen hoeveel dagen is hij pas weer te gebruiken? (lett. hoev. dagen nog pas kan (men) gebruiken?)Jangan beri kăn dia makan rumput terlâlu bâñaq, sa kâli makan sa âri cukup lah.Geef hem niet te veel gras te eten, eens per dag is genoeg (eens eten een dag …)Mâu nâik kuda ésoq petăng pukul empat, bâwa kuda ke kantor (ufis).Ik wil morgen namiddag om vier uur paard rijden, breng het paard naar ’t kantoor.[51]Belâkang-ña luka, ta bôleh pakay sêla (jin, pelâna), tuan.Zijn rug is gewond, hij kan geen zadel velen, mijnheer. (lett. niet kan gebruiken een zadel).