23.Gesprek met een zieke, over ziekten en geneesmiddelen.

[Inhoud]23.Gesprek met een zieke, over ziekten en geneesmiddelen.Tuq Bandar minta maäf, tuan, dia ta bôleh datăng âri ini: sakit.Tuq Bandar (verk. van Dâtuq B.) laat zich excuseeren (vraagt excuus), hij kan vandaag niet komen, hij is ziek.Âpa sakit-ña?Wat scheelt hem? (Wat is zijn ziekte?)Ta tâu, tuan, bâik tuan pegi meliat sendîri.Sakit-ñasudah teruq: kâlaw tidaq diôbati (diôbatkăn), bârang-kâli mati.Ik weet ’t niet, mijnheer, u moest maar eens zelf naar hem gaan kijken. Zijn ziekte heeft al diep ingegrepen: als hij niet behandeld (gemedicineerd) wordt, sterft hij misschien.[61]Sâya terlâlu susah-ati mendăngăr Dâtuq sakit.’t Spijt me zeer (ik ben zeer bezorgd van hart) te hooren dat u ziek is.Di mâna Dâtuq merâsa sakit itu?Waar voelt u pijn?Sakit-kepâla, tuan. Pening-kepâla. Sakit-perut. Sakit-kaki. Sakit-dâda.Pijn in ’t hoofd, mijnheer. Scheele hoofdpijn. Buikpijn. Pijn aan de voeten. Pijn aan de borst.Âpa mâcăm râsa sakit itu?Hoe is die pijn (gevoel van die pijn)?Râsa angus, tuan, saperti api.Ik heb een brandend (heet) gevoel, mijnheer, als vuur.Susah bernâpas, tuan.Ik adem moeilijk, mijnheer.Tuñjuqkăn lidah. Dâtuq ke-sungay (membuang-âir) selâlu, âtaw saperti âdat kah (saperti biâsa kah)?Laat de tong ’s zien. Gaat u aldoor naar achteren, of is ’t als gewoonlijk?Berâpa âri Dâtuq sudah sakit bagini?Hoeveel dagen is u al zoo ziek?Lâma, tuan, tetapi dua tiga âri sakit, kemudian bâik sedikit pula, ta tentu hal-ña.Lang, mijnheer, maar ik ben twee of drie dagen ziek, en dan weer wat beter, ’t is ongeregeld (niet vast de toestand ervan).Bôleh kah Dâtuq bediri?Kan u staan?Bôleh juga, tuan; tetapi bâwa sakit; bâring sâja yang senăng sedikit.Jawel (kan), mijnheer; maar ’t doet pijn (brengt pijn); ’t liggen alleen is eenigszins gemakkelijk.Côba bangkit sekârang.Sta nu ’s op. (Probeer op te staan nu).Ta bôleh, tuan, t’âda kuat.Ik kan niet, mijnheer, ik ben er niet sterk genoeg voor (lett. niet sterk).Malăm-malăm bôleh kah Dâtuq tidur?Kan u ’s nachts slapen?Bôleh, tuan; tetapi waktu tidur bâdan sâya keluar peluh sâja.1Jawel, mijnheer; maar wanneer ik slaap, transpireer ik gedurig (lett. komt er maar zweet uit mijn lichaam).[62]Kâlaw bagitu, Dâtuq sakit-demăm (ook enkel: demăm); demăm-kepiâlu, demăm-kûraq, demăm-ûrat.Dan heeft u koorts; typheuse, moeraskoorts (malaria, lett. miltkoorts), binnenkoorts.Sâya pikir bagitu, tuan, sebab makan ta bôleh, merâsa saperti mâu muntah selâlu.Dat denk ik ook, mijnheer (lett. ik denk zoo, m.), want ik kan niet eten, ik voel mij den heelen tijd misselijk (lett. voel alsof wil braken steeds).Bâdan sâya pânas sekârang, tâdi, sa belom tuan datăng (kemâri), sejuq sekâli.Nu is mijn lichaam warm, zooeven, voordat u kwam (hierheen), was ’t erg koud.Mâri, côba sâya râsa nâdi Dâtuq.Kom, laat me ’s even uw pols voelen.Dâtuq mengisăp kah?Schuift u opium? (lett. zuigt u)S’ikit-s’ikit, tuan.Zoo nu en dan een beetje, mijnheer.Berâpa kâli sa âri Dâtuq mengisăp?Hoeveel maal per dag schuift u?Pâgi sa kâli, malăm sa kâli.’s Morgens en ’s avonds eens.Lebih bâik jangan mengisăp dulu.’t Is beter, dat u eerst niet meer schuift.Nanti ésoq bôleh kita cakăp fasal itu.Morgen kunnen we wel daarover (die zaak) praten.Sâya endaq pulang ke rumah sekârang; bôleh sâya kîrim (antărkăn) ôbat kepâda Dâtuq.Ik wil nu naar huis teruggaan; ik kan u medicijn zenden (laten aanreiken.)Âpa macâm ôbat, tuan?Wat voor soort medicijn, mijnheer?Ôbat dalăm bâlang itu, endaq lah Dâtuq minum tiga kâli sa âri; sukat dăngăn sĕndoq besar, sâtu sĕndoq sa kâli minum2.Die medicijn in een flesch, die moet u drie maal daags innemen (drinken); meet het af met een groote lepel, telkens éen lepel (éen lepel éen keer drinken).Bila sudah âbis, kîrim bâlik bâlang-ña, bôleh sâya isi (-kăn) lâgi.Wanneer ’t al op is, zend dan de flesch terug, dan kan ik ze weer vullen.Âri ini bâik sedikit râsa bâdan sâya, tuan.Vandaag voel ik me wat beter, mijnheer (een beetje goed ’t gevoel van mijn lichaam, m.)[63]Sukur lah. Bâdan sêhat kah?Gelukkig (dank, d. i. God dank). Voelt u zich wel? (Lichaam gezond).Belom sêhat betul; belom sêhat sekâli; sudah sembuh.Nog niet heelemaal wel; idem; reeds genezen.Belom bôleh berjâlan.Ik kan nog niet loopen.Sâya ta bôleh begeraq.Ik kan me niet bewegen.Côba, geraqkăn kaki.Kom, beweeg uw voeten ’s.Ta bôleh, tuan, tulang-ña pâtah.’t Kan niet, mijnheer. ’t Been is gebroken.Tulang mâna?Welk been (bot)?Tulang di sini, tuan.’t Been hier, mijnheer.Ia, sungguh, tulang sudah pâtah, nanti sâya târik kaki sedikit, kemudian târoh dua keping kâyu sabelah-meñabelah, bôleh bâlut dăngăn kâin.Ja, inderdaad, ’t been is (al) gebroken, ik zal je been wat trekken, en dan twee stukken hout aan weerskanten zetten, dan kan het met doek omwonden worden.Kaki kîri tergeliat, tuan.’t Linker been is verstuikt, mijnheer.Ânaq sâya bâñaq kudis-buta, tuan; lâgi kelemumur di kepâlâ-ña.Mijn kind heeft erge last van roode hond (lett. blinde schurft); en bovendien roos op ’t hoofd.Kepâlâ-ña mâu dilangîri bâik-bâik, nanti ilang kelemumur itu lâma-lâma.’t Hoofd moet goed „geshampood” worden, dan verdwijnt de roos op den langen duur.Kudis-buta itu tidaq mengâpa.Die roode hond maakt niets uit.Tetapi gatăl sangăt, tuan.Maar ’t jeukt erg, mijnheer.Baîk lah, sâya beri ôbat-ñasedikit.Goed. Ik zal wat medicijn ervoor (lett. ervan) geven.Bini sâya sakit-gigi. Gigi-ña yang sâtu sudah dicâbut, sekârang sakit pula yang lâin. Sâya kîra bâñaq yang rongga.Mijn vrouw heeft kiespijn. Een kies van haar is al getrokken, nu doet weer een andere pijn. Ik geloof, dat er veel hol zijn.Ini lah ôbat-ña. Sûruh dia berkumur-kumur bâik-bâik pakay âir ini, tiap-tiap malăm sabelom tidur.Hier is een geneesmiddel ervoor. Laat haar goed den mond spoelen met dit water (gebruikt dit water), iederen nacht vóor ’t slapen.Ini lah ôbat-kûrap: dâun-gelinggang[64]diañcurkăn, lâlu dicampur dăngăn belîrang dan sendâwa.Hier heb je medicijn tegen[64]ringworm: glinggang-blâren fijngemaakt en daarna vermengd met zwavel en salpeter.Bôleh dapăt di rumah-ôbat (sâma tukang-ôbat).Men kan het in de apotheek (bij den apotheker) krijgen.Bâñaq angin di bâdan, tuan.Er is veel wind in ’t lichaam, mijnheer.Ini lah ôbat-ña, miñaq-pi-permin nâmâ-ña; ambil sa titiq dalăm âir sâtu gelas kecil.Hier is de medicijn ervoor, pepermunt olie heet het (is de naam ervan); neem een druppel in een klein glaasje water.Ôrang sakit-cîrit endaq lah makan bubur-ubi-Benggâla (-ketêla-pohon) sa-âri-âri.Menschen, die diarrhee hebben, moeten dagelijks pap van arrowroot eten.Luka itu sudah bekeruping, tanda sudah mâu bâik.Die wond heeft al een roof, een teeken, dat ze gaat (wil) genezen.Pûru dan bisul bôleh diôbati dăngăn âpa?Waarmee kunnen zweren en puisten gemedicineerd worden?Bôleh diôbati dăngăn ôbat busuq itu (karbol); dăngăn bubur pânas.Ze kunnen behandeld worden met die karbol (stinkende medicijn), met warme pappen.Âda kah kaw bâñaq belâhaq (serdâwa), bânaq kentut? Bâñaq berdâhaq?Laat je veel boeren, veel winden? Fluim je veel?Ânaq sâya kenâ câcar (ketumbuhan).Mijn kind heeft de pokken (getroffen door de p.)Sudah kah ditanăm câcar âtaw belom?Is ’t al ingeënt of nog niet?Ôrang Melâyu takut ditanăm câcar, kâdang-kâdang sudah ditanăm, ânaq-ña mati langsung.De Maleiers zijn er bang voor ingeënt te worden, soms zijn hun kinderen op eens gestorven, nadat ze ingeënt waren.Kâlaw ditanăm câcar ôleh mantri-câcar Gupermèn, tentu tidaq mati.Als ze ingeënt waren door een gouvernements-vaccinateur, zouden ze zeker niet gestorven zijn.Peñakit âwar (kolêra) itu yang jâhat sekâli, sudah kenâ jârang yang sembuh.De cholera is erg kwaadaardig, als men die heeft (getroffen is), wordt men zelden beter (zeldzaam die genezen).[65]T’âda ôbat-ña.Er is geen medicijn voor.Kaw kûrang âpa?Wat scheelt je?Luka, tuan.Ik ben gewond, mijnheer.Luka kenâ âpa: pisaw kah, pedang, pârang ataw bedil (senâpang)?Hoe ben je gewond (getroffen door wat): met een mes, een sabel, een hakmes of een geweer?Kenâ lembing, kenâ tumbaq, tuan.Met een werpspies, met een piek, mijnheer.Bâik bâsuh dăngăn âir, kemudian bôleh dijâit.Je moet ’t met water afwasschen, daarna kan ’t genaaid worden.Kâlaw t’âda kenâ kotor âpa-âpa, lekas bôleh bâik.Als er heelemaal geen vuil in komt (getroffen door vuil) kan ’t spoedig beter zijn.Kâlaw pelûru âda lâgi di dalăm, bôleh sâya câbutkăn.Als de kogel er nog in zit, kan ik hem eruit halen.Bagi-mâna bôleh dicâbutkăn?Hoe kan hij eruit gehaald worden?Dăngăn pekâkas besi ini, sudah pegang pelûru itu, târik sâja, nanti keluar.Met dit ijzeren instrument, als je den kogel al beet hebt, trek dan maar, dan komt hij eruit.Âpa kûrang (kenâ âpa) ôrang itu?Wat mankeert die man?Kenâ tetaq, tuan. Urat-ña terbuka di pâhâ-ña kânan.Heeft een houw gekregen, mijnheer. De ader is open aan de rechterdij.Ini lah ôbat-penâwar. Sudah berenti bedârah, nanti bubuh tampal (plèstèr).Dit is een stelpmiddel. Als ’t opgehouden heeft te bloeden, dan leg je er een pleister op.Kenâ di perut lâgi, keluar tâli-perut-ña3. Lekas masuqkăn, bôleh disungkup dăngăn tempûrung dulu.Hij is ook nog aan den buik getroffen, de darmen komen eruit. Doe ze snel erin, we kunnen er eerst een klapperdop opzetten.Âbis itu, lekas bâwa dia ke rumah-sakit, bôleh diôbati bâik-bâik di sâna.Daarna moet je hem gauw naar ’t ziekenhuis brengen, daar kan hij goed verpleegd worden.Âda kah rumah-ôrang-sakit-kusta di sâna?Is hier een leprozen-huis, (huis voor melaatschen)?[66]Tidaq, peñakit-kusta itu jârang di sini, dua tiga ôrang yang kenâ, tetapi tidaq dilâinkăn di rumah sendîri.Neen, lepra is hier zeldzaam, twee of drie menschen hebben de ziekte (die getroffen zijn), maar ze worden niet in een eigen huis afgezonderd.Sâya pikir perlu dilâinkăn, supâya jâuh deri ôrang; sebab peñakit itu kâbar-ña berjangkit.Ik geloof, dat het noodzakelijk is, ze af te zonderen, opdat ze ver van de andere menschen af zijn; want die ziekte is naar men zegt (’t bericht ervan) aanstekelijk.Ôrang ini kenâ peñakit-dâda. Selâlu bâtuq sâja.Deze man heeft ’n borstziekte. Hij hoest voortdurend.Kering kah bâtuq-ña itu?Is die hoest van hem droog?Kering, tuan.Jawel (droog), mijnheer.Sâya minta ôbat-peñcâhar.Ik vraag om een purgeermiddel.Ôbat ini diminumkăn tiga kâli sa âri, tetapi endaq lah di-kocoq dulu; bôleh juga dikacaw dăngăn sendoq.Deze medicijn wordt ingegeven driemaal daags, maar ’t moet eerst omgeschud worden; ’t mag ook met een lepel geroerd worden.Ôbat-lumat (serbuq, puyăr) ini ditelăn tiap-tiap waktu makan.Deze poeders worden telkens op de etenstijden geslikt (telkens tijd van ’t eten).Sabelom-ña makan, ataw sasudah-ña, tuan?Vóor ’t eten of daarna, mijnheer?Sasudah-ña. Mengarti?Daarna. Begrepen?Mengarti, tuan.Jawel (begrepen), mijnheer.1Voorpeluhop Java steedskringet, het Jav. woord.↑2Op Java voorsendoqsteedssèndoq.↑3Op Javausus-ña (Javaansch.)↑

[Inhoud]23.Gesprek met een zieke, over ziekten en geneesmiddelen.Tuq Bandar minta maäf, tuan, dia ta bôleh datăng âri ini: sakit.Tuq Bandar (verk. van Dâtuq B.) laat zich excuseeren (vraagt excuus), hij kan vandaag niet komen, hij is ziek.Âpa sakit-ña?Wat scheelt hem? (Wat is zijn ziekte?)Ta tâu, tuan, bâik tuan pegi meliat sendîri.Sakit-ñasudah teruq: kâlaw tidaq diôbati (diôbatkăn), bârang-kâli mati.Ik weet ’t niet, mijnheer, u moest maar eens zelf naar hem gaan kijken. Zijn ziekte heeft al diep ingegrepen: als hij niet behandeld (gemedicineerd) wordt, sterft hij misschien.[61]Sâya terlâlu susah-ati mendăngăr Dâtuq sakit.’t Spijt me zeer (ik ben zeer bezorgd van hart) te hooren dat u ziek is.Di mâna Dâtuq merâsa sakit itu?Waar voelt u pijn?Sakit-kepâla, tuan. Pening-kepâla. Sakit-perut. Sakit-kaki. Sakit-dâda.Pijn in ’t hoofd, mijnheer. Scheele hoofdpijn. Buikpijn. Pijn aan de voeten. Pijn aan de borst.Âpa mâcăm râsa sakit itu?Hoe is die pijn (gevoel van die pijn)?Râsa angus, tuan, saperti api.Ik heb een brandend (heet) gevoel, mijnheer, als vuur.Susah bernâpas, tuan.Ik adem moeilijk, mijnheer.Tuñjuqkăn lidah. Dâtuq ke-sungay (membuang-âir) selâlu, âtaw saperti âdat kah (saperti biâsa kah)?Laat de tong ’s zien. Gaat u aldoor naar achteren, of is ’t als gewoonlijk?Berâpa âri Dâtuq sudah sakit bagini?Hoeveel dagen is u al zoo ziek?Lâma, tuan, tetapi dua tiga âri sakit, kemudian bâik sedikit pula, ta tentu hal-ña.Lang, mijnheer, maar ik ben twee of drie dagen ziek, en dan weer wat beter, ’t is ongeregeld (niet vast de toestand ervan).Bôleh kah Dâtuq bediri?Kan u staan?Bôleh juga, tuan; tetapi bâwa sakit; bâring sâja yang senăng sedikit.Jawel (kan), mijnheer; maar ’t doet pijn (brengt pijn); ’t liggen alleen is eenigszins gemakkelijk.Côba bangkit sekârang.Sta nu ’s op. (Probeer op te staan nu).Ta bôleh, tuan, t’âda kuat.Ik kan niet, mijnheer, ik ben er niet sterk genoeg voor (lett. niet sterk).Malăm-malăm bôleh kah Dâtuq tidur?Kan u ’s nachts slapen?Bôleh, tuan; tetapi waktu tidur bâdan sâya keluar peluh sâja.1Jawel, mijnheer; maar wanneer ik slaap, transpireer ik gedurig (lett. komt er maar zweet uit mijn lichaam).[62]Kâlaw bagitu, Dâtuq sakit-demăm (ook enkel: demăm); demăm-kepiâlu, demăm-kûraq, demăm-ûrat.Dan heeft u koorts; typheuse, moeraskoorts (malaria, lett. miltkoorts), binnenkoorts.Sâya pikir bagitu, tuan, sebab makan ta bôleh, merâsa saperti mâu muntah selâlu.Dat denk ik ook, mijnheer (lett. ik denk zoo, m.), want ik kan niet eten, ik voel mij den heelen tijd misselijk (lett. voel alsof wil braken steeds).Bâdan sâya pânas sekârang, tâdi, sa belom tuan datăng (kemâri), sejuq sekâli.Nu is mijn lichaam warm, zooeven, voordat u kwam (hierheen), was ’t erg koud.Mâri, côba sâya râsa nâdi Dâtuq.Kom, laat me ’s even uw pols voelen.Dâtuq mengisăp kah?Schuift u opium? (lett. zuigt u)S’ikit-s’ikit, tuan.Zoo nu en dan een beetje, mijnheer.Berâpa kâli sa âri Dâtuq mengisăp?Hoeveel maal per dag schuift u?Pâgi sa kâli, malăm sa kâli.’s Morgens en ’s avonds eens.Lebih bâik jangan mengisăp dulu.’t Is beter, dat u eerst niet meer schuift.Nanti ésoq bôleh kita cakăp fasal itu.Morgen kunnen we wel daarover (die zaak) praten.Sâya endaq pulang ke rumah sekârang; bôleh sâya kîrim (antărkăn) ôbat kepâda Dâtuq.Ik wil nu naar huis teruggaan; ik kan u medicijn zenden (laten aanreiken.)Âpa macâm ôbat, tuan?Wat voor soort medicijn, mijnheer?Ôbat dalăm bâlang itu, endaq lah Dâtuq minum tiga kâli sa âri; sukat dăngăn sĕndoq besar, sâtu sĕndoq sa kâli minum2.Die medicijn in een flesch, die moet u drie maal daags innemen (drinken); meet het af met een groote lepel, telkens éen lepel (éen lepel éen keer drinken).Bila sudah âbis, kîrim bâlik bâlang-ña, bôleh sâya isi (-kăn) lâgi.Wanneer ’t al op is, zend dan de flesch terug, dan kan ik ze weer vullen.Âri ini bâik sedikit râsa bâdan sâya, tuan.Vandaag voel ik me wat beter, mijnheer (een beetje goed ’t gevoel van mijn lichaam, m.)[63]Sukur lah. Bâdan sêhat kah?Gelukkig (dank, d. i. God dank). Voelt u zich wel? (Lichaam gezond).Belom sêhat betul; belom sêhat sekâli; sudah sembuh.Nog niet heelemaal wel; idem; reeds genezen.Belom bôleh berjâlan.Ik kan nog niet loopen.Sâya ta bôleh begeraq.Ik kan me niet bewegen.Côba, geraqkăn kaki.Kom, beweeg uw voeten ’s.Ta bôleh, tuan, tulang-ña pâtah.’t Kan niet, mijnheer. ’t Been is gebroken.Tulang mâna?Welk been (bot)?Tulang di sini, tuan.’t Been hier, mijnheer.Ia, sungguh, tulang sudah pâtah, nanti sâya târik kaki sedikit, kemudian târoh dua keping kâyu sabelah-meñabelah, bôleh bâlut dăngăn kâin.Ja, inderdaad, ’t been is (al) gebroken, ik zal je been wat trekken, en dan twee stukken hout aan weerskanten zetten, dan kan het met doek omwonden worden.Kaki kîri tergeliat, tuan.’t Linker been is verstuikt, mijnheer.Ânaq sâya bâñaq kudis-buta, tuan; lâgi kelemumur di kepâlâ-ña.Mijn kind heeft erge last van roode hond (lett. blinde schurft); en bovendien roos op ’t hoofd.Kepâlâ-ña mâu dilangîri bâik-bâik, nanti ilang kelemumur itu lâma-lâma.’t Hoofd moet goed „geshampood” worden, dan verdwijnt de roos op den langen duur.Kudis-buta itu tidaq mengâpa.Die roode hond maakt niets uit.Tetapi gatăl sangăt, tuan.Maar ’t jeukt erg, mijnheer.Baîk lah, sâya beri ôbat-ñasedikit.Goed. Ik zal wat medicijn ervoor (lett. ervan) geven.Bini sâya sakit-gigi. Gigi-ña yang sâtu sudah dicâbut, sekârang sakit pula yang lâin. Sâya kîra bâñaq yang rongga.Mijn vrouw heeft kiespijn. Een kies van haar is al getrokken, nu doet weer een andere pijn. Ik geloof, dat er veel hol zijn.Ini lah ôbat-ña. Sûruh dia berkumur-kumur bâik-bâik pakay âir ini, tiap-tiap malăm sabelom tidur.Hier is een geneesmiddel ervoor. Laat haar goed den mond spoelen met dit water (gebruikt dit water), iederen nacht vóor ’t slapen.Ini lah ôbat-kûrap: dâun-gelinggang[64]diañcurkăn, lâlu dicampur dăngăn belîrang dan sendâwa.Hier heb je medicijn tegen[64]ringworm: glinggang-blâren fijngemaakt en daarna vermengd met zwavel en salpeter.Bôleh dapăt di rumah-ôbat (sâma tukang-ôbat).Men kan het in de apotheek (bij den apotheker) krijgen.Bâñaq angin di bâdan, tuan.Er is veel wind in ’t lichaam, mijnheer.Ini lah ôbat-ña, miñaq-pi-permin nâmâ-ña; ambil sa titiq dalăm âir sâtu gelas kecil.Hier is de medicijn ervoor, pepermunt olie heet het (is de naam ervan); neem een druppel in een klein glaasje water.Ôrang sakit-cîrit endaq lah makan bubur-ubi-Benggâla (-ketêla-pohon) sa-âri-âri.Menschen, die diarrhee hebben, moeten dagelijks pap van arrowroot eten.Luka itu sudah bekeruping, tanda sudah mâu bâik.Die wond heeft al een roof, een teeken, dat ze gaat (wil) genezen.Pûru dan bisul bôleh diôbati dăngăn âpa?Waarmee kunnen zweren en puisten gemedicineerd worden?Bôleh diôbati dăngăn ôbat busuq itu (karbol); dăngăn bubur pânas.Ze kunnen behandeld worden met die karbol (stinkende medicijn), met warme pappen.Âda kah kaw bâñaq belâhaq (serdâwa), bânaq kentut? Bâñaq berdâhaq?Laat je veel boeren, veel winden? Fluim je veel?Ânaq sâya kenâ câcar (ketumbuhan).Mijn kind heeft de pokken (getroffen door de p.)Sudah kah ditanăm câcar âtaw belom?Is ’t al ingeënt of nog niet?Ôrang Melâyu takut ditanăm câcar, kâdang-kâdang sudah ditanăm, ânaq-ña mati langsung.De Maleiers zijn er bang voor ingeënt te worden, soms zijn hun kinderen op eens gestorven, nadat ze ingeënt waren.Kâlaw ditanăm câcar ôleh mantri-câcar Gupermèn, tentu tidaq mati.Als ze ingeënt waren door een gouvernements-vaccinateur, zouden ze zeker niet gestorven zijn.Peñakit âwar (kolêra) itu yang jâhat sekâli, sudah kenâ jârang yang sembuh.De cholera is erg kwaadaardig, als men die heeft (getroffen is), wordt men zelden beter (zeldzaam die genezen).[65]T’âda ôbat-ña.Er is geen medicijn voor.Kaw kûrang âpa?Wat scheelt je?Luka, tuan.Ik ben gewond, mijnheer.Luka kenâ âpa: pisaw kah, pedang, pârang ataw bedil (senâpang)?Hoe ben je gewond (getroffen door wat): met een mes, een sabel, een hakmes of een geweer?Kenâ lembing, kenâ tumbaq, tuan.Met een werpspies, met een piek, mijnheer.Bâik bâsuh dăngăn âir, kemudian bôleh dijâit.Je moet ’t met water afwasschen, daarna kan ’t genaaid worden.Kâlaw t’âda kenâ kotor âpa-âpa, lekas bôleh bâik.Als er heelemaal geen vuil in komt (getroffen door vuil) kan ’t spoedig beter zijn.Kâlaw pelûru âda lâgi di dalăm, bôleh sâya câbutkăn.Als de kogel er nog in zit, kan ik hem eruit halen.Bagi-mâna bôleh dicâbutkăn?Hoe kan hij eruit gehaald worden?Dăngăn pekâkas besi ini, sudah pegang pelûru itu, târik sâja, nanti keluar.Met dit ijzeren instrument, als je den kogel al beet hebt, trek dan maar, dan komt hij eruit.Âpa kûrang (kenâ âpa) ôrang itu?Wat mankeert die man?Kenâ tetaq, tuan. Urat-ña terbuka di pâhâ-ña kânan.Heeft een houw gekregen, mijnheer. De ader is open aan de rechterdij.Ini lah ôbat-penâwar. Sudah berenti bedârah, nanti bubuh tampal (plèstèr).Dit is een stelpmiddel. Als ’t opgehouden heeft te bloeden, dan leg je er een pleister op.Kenâ di perut lâgi, keluar tâli-perut-ña3. Lekas masuqkăn, bôleh disungkup dăngăn tempûrung dulu.Hij is ook nog aan den buik getroffen, de darmen komen eruit. Doe ze snel erin, we kunnen er eerst een klapperdop opzetten.Âbis itu, lekas bâwa dia ke rumah-sakit, bôleh diôbati bâik-bâik di sâna.Daarna moet je hem gauw naar ’t ziekenhuis brengen, daar kan hij goed verpleegd worden.Âda kah rumah-ôrang-sakit-kusta di sâna?Is hier een leprozen-huis, (huis voor melaatschen)?[66]Tidaq, peñakit-kusta itu jârang di sini, dua tiga ôrang yang kenâ, tetapi tidaq dilâinkăn di rumah sendîri.Neen, lepra is hier zeldzaam, twee of drie menschen hebben de ziekte (die getroffen zijn), maar ze worden niet in een eigen huis afgezonderd.Sâya pikir perlu dilâinkăn, supâya jâuh deri ôrang; sebab peñakit itu kâbar-ña berjangkit.Ik geloof, dat het noodzakelijk is, ze af te zonderen, opdat ze ver van de andere menschen af zijn; want die ziekte is naar men zegt (’t bericht ervan) aanstekelijk.Ôrang ini kenâ peñakit-dâda. Selâlu bâtuq sâja.Deze man heeft ’n borstziekte. Hij hoest voortdurend.Kering kah bâtuq-ña itu?Is die hoest van hem droog?Kering, tuan.Jawel (droog), mijnheer.Sâya minta ôbat-peñcâhar.Ik vraag om een purgeermiddel.Ôbat ini diminumkăn tiga kâli sa âri, tetapi endaq lah di-kocoq dulu; bôleh juga dikacaw dăngăn sendoq.Deze medicijn wordt ingegeven driemaal daags, maar ’t moet eerst omgeschud worden; ’t mag ook met een lepel geroerd worden.Ôbat-lumat (serbuq, puyăr) ini ditelăn tiap-tiap waktu makan.Deze poeders worden telkens op de etenstijden geslikt (telkens tijd van ’t eten).Sabelom-ña makan, ataw sasudah-ña, tuan?Vóor ’t eten of daarna, mijnheer?Sasudah-ña. Mengarti?Daarna. Begrepen?Mengarti, tuan.Jawel (begrepen), mijnheer.1Voorpeluhop Java steedskringet, het Jav. woord.↑2Op Java voorsendoqsteedssèndoq.↑3Op Javausus-ña (Javaansch.)↑

23.Gesprek met een zieke, over ziekten en geneesmiddelen.

Tuq Bandar minta maäf, tuan, dia ta bôleh datăng âri ini: sakit.Tuq Bandar (verk. van Dâtuq B.) laat zich excuseeren (vraagt excuus), hij kan vandaag niet komen, hij is ziek.Âpa sakit-ña?Wat scheelt hem? (Wat is zijn ziekte?)Ta tâu, tuan, bâik tuan pegi meliat sendîri.Sakit-ñasudah teruq: kâlaw tidaq diôbati (diôbatkăn), bârang-kâli mati.Ik weet ’t niet, mijnheer, u moest maar eens zelf naar hem gaan kijken. Zijn ziekte heeft al diep ingegrepen: als hij niet behandeld (gemedicineerd) wordt, sterft hij misschien.[61]Sâya terlâlu susah-ati mendăngăr Dâtuq sakit.’t Spijt me zeer (ik ben zeer bezorgd van hart) te hooren dat u ziek is.Di mâna Dâtuq merâsa sakit itu?Waar voelt u pijn?Sakit-kepâla, tuan. Pening-kepâla. Sakit-perut. Sakit-kaki. Sakit-dâda.Pijn in ’t hoofd, mijnheer. Scheele hoofdpijn. Buikpijn. Pijn aan de voeten. Pijn aan de borst.Âpa mâcăm râsa sakit itu?Hoe is die pijn (gevoel van die pijn)?Râsa angus, tuan, saperti api.Ik heb een brandend (heet) gevoel, mijnheer, als vuur.Susah bernâpas, tuan.Ik adem moeilijk, mijnheer.Tuñjuqkăn lidah. Dâtuq ke-sungay (membuang-âir) selâlu, âtaw saperti âdat kah (saperti biâsa kah)?Laat de tong ’s zien. Gaat u aldoor naar achteren, of is ’t als gewoonlijk?Berâpa âri Dâtuq sudah sakit bagini?Hoeveel dagen is u al zoo ziek?Lâma, tuan, tetapi dua tiga âri sakit, kemudian bâik sedikit pula, ta tentu hal-ña.Lang, mijnheer, maar ik ben twee of drie dagen ziek, en dan weer wat beter, ’t is ongeregeld (niet vast de toestand ervan).Bôleh kah Dâtuq bediri?Kan u staan?Bôleh juga, tuan; tetapi bâwa sakit; bâring sâja yang senăng sedikit.Jawel (kan), mijnheer; maar ’t doet pijn (brengt pijn); ’t liggen alleen is eenigszins gemakkelijk.Côba bangkit sekârang.Sta nu ’s op. (Probeer op te staan nu).Ta bôleh, tuan, t’âda kuat.Ik kan niet, mijnheer, ik ben er niet sterk genoeg voor (lett. niet sterk).Malăm-malăm bôleh kah Dâtuq tidur?Kan u ’s nachts slapen?Bôleh, tuan; tetapi waktu tidur bâdan sâya keluar peluh sâja.1Jawel, mijnheer; maar wanneer ik slaap, transpireer ik gedurig (lett. komt er maar zweet uit mijn lichaam).[62]Kâlaw bagitu, Dâtuq sakit-demăm (ook enkel: demăm); demăm-kepiâlu, demăm-kûraq, demăm-ûrat.Dan heeft u koorts; typheuse, moeraskoorts (malaria, lett. miltkoorts), binnenkoorts.Sâya pikir bagitu, tuan, sebab makan ta bôleh, merâsa saperti mâu muntah selâlu.Dat denk ik ook, mijnheer (lett. ik denk zoo, m.), want ik kan niet eten, ik voel mij den heelen tijd misselijk (lett. voel alsof wil braken steeds).Bâdan sâya pânas sekârang, tâdi, sa belom tuan datăng (kemâri), sejuq sekâli.Nu is mijn lichaam warm, zooeven, voordat u kwam (hierheen), was ’t erg koud.Mâri, côba sâya râsa nâdi Dâtuq.Kom, laat me ’s even uw pols voelen.Dâtuq mengisăp kah?Schuift u opium? (lett. zuigt u)S’ikit-s’ikit, tuan.Zoo nu en dan een beetje, mijnheer.Berâpa kâli sa âri Dâtuq mengisăp?Hoeveel maal per dag schuift u?Pâgi sa kâli, malăm sa kâli.’s Morgens en ’s avonds eens.Lebih bâik jangan mengisăp dulu.’t Is beter, dat u eerst niet meer schuift.Nanti ésoq bôleh kita cakăp fasal itu.Morgen kunnen we wel daarover (die zaak) praten.Sâya endaq pulang ke rumah sekârang; bôleh sâya kîrim (antărkăn) ôbat kepâda Dâtuq.Ik wil nu naar huis teruggaan; ik kan u medicijn zenden (laten aanreiken.)Âpa macâm ôbat, tuan?Wat voor soort medicijn, mijnheer?Ôbat dalăm bâlang itu, endaq lah Dâtuq minum tiga kâli sa âri; sukat dăngăn sĕndoq besar, sâtu sĕndoq sa kâli minum2.Die medicijn in een flesch, die moet u drie maal daags innemen (drinken); meet het af met een groote lepel, telkens éen lepel (éen lepel éen keer drinken).Bila sudah âbis, kîrim bâlik bâlang-ña, bôleh sâya isi (-kăn) lâgi.Wanneer ’t al op is, zend dan de flesch terug, dan kan ik ze weer vullen.Âri ini bâik sedikit râsa bâdan sâya, tuan.Vandaag voel ik me wat beter, mijnheer (een beetje goed ’t gevoel van mijn lichaam, m.)[63]Sukur lah. Bâdan sêhat kah?Gelukkig (dank, d. i. God dank). Voelt u zich wel? (Lichaam gezond).Belom sêhat betul; belom sêhat sekâli; sudah sembuh.Nog niet heelemaal wel; idem; reeds genezen.Belom bôleh berjâlan.Ik kan nog niet loopen.Sâya ta bôleh begeraq.Ik kan me niet bewegen.Côba, geraqkăn kaki.Kom, beweeg uw voeten ’s.Ta bôleh, tuan, tulang-ña pâtah.’t Kan niet, mijnheer. ’t Been is gebroken.Tulang mâna?Welk been (bot)?Tulang di sini, tuan.’t Been hier, mijnheer.Ia, sungguh, tulang sudah pâtah, nanti sâya târik kaki sedikit, kemudian târoh dua keping kâyu sabelah-meñabelah, bôleh bâlut dăngăn kâin.Ja, inderdaad, ’t been is (al) gebroken, ik zal je been wat trekken, en dan twee stukken hout aan weerskanten zetten, dan kan het met doek omwonden worden.Kaki kîri tergeliat, tuan.’t Linker been is verstuikt, mijnheer.Ânaq sâya bâñaq kudis-buta, tuan; lâgi kelemumur di kepâlâ-ña.Mijn kind heeft erge last van roode hond (lett. blinde schurft); en bovendien roos op ’t hoofd.Kepâlâ-ña mâu dilangîri bâik-bâik, nanti ilang kelemumur itu lâma-lâma.’t Hoofd moet goed „geshampood” worden, dan verdwijnt de roos op den langen duur.Kudis-buta itu tidaq mengâpa.Die roode hond maakt niets uit.Tetapi gatăl sangăt, tuan.Maar ’t jeukt erg, mijnheer.Baîk lah, sâya beri ôbat-ñasedikit.Goed. Ik zal wat medicijn ervoor (lett. ervan) geven.Bini sâya sakit-gigi. Gigi-ña yang sâtu sudah dicâbut, sekârang sakit pula yang lâin. Sâya kîra bâñaq yang rongga.Mijn vrouw heeft kiespijn. Een kies van haar is al getrokken, nu doet weer een andere pijn. Ik geloof, dat er veel hol zijn.Ini lah ôbat-ña. Sûruh dia berkumur-kumur bâik-bâik pakay âir ini, tiap-tiap malăm sabelom tidur.Hier is een geneesmiddel ervoor. Laat haar goed den mond spoelen met dit water (gebruikt dit water), iederen nacht vóor ’t slapen.Ini lah ôbat-kûrap: dâun-gelinggang[64]diañcurkăn, lâlu dicampur dăngăn belîrang dan sendâwa.Hier heb je medicijn tegen[64]ringworm: glinggang-blâren fijngemaakt en daarna vermengd met zwavel en salpeter.Bôleh dapăt di rumah-ôbat (sâma tukang-ôbat).Men kan het in de apotheek (bij den apotheker) krijgen.Bâñaq angin di bâdan, tuan.Er is veel wind in ’t lichaam, mijnheer.Ini lah ôbat-ña, miñaq-pi-permin nâmâ-ña; ambil sa titiq dalăm âir sâtu gelas kecil.Hier is de medicijn ervoor, pepermunt olie heet het (is de naam ervan); neem een druppel in een klein glaasje water.Ôrang sakit-cîrit endaq lah makan bubur-ubi-Benggâla (-ketêla-pohon) sa-âri-âri.Menschen, die diarrhee hebben, moeten dagelijks pap van arrowroot eten.Luka itu sudah bekeruping, tanda sudah mâu bâik.Die wond heeft al een roof, een teeken, dat ze gaat (wil) genezen.Pûru dan bisul bôleh diôbati dăngăn âpa?Waarmee kunnen zweren en puisten gemedicineerd worden?Bôleh diôbati dăngăn ôbat busuq itu (karbol); dăngăn bubur pânas.Ze kunnen behandeld worden met die karbol (stinkende medicijn), met warme pappen.Âda kah kaw bâñaq belâhaq (serdâwa), bânaq kentut? Bâñaq berdâhaq?Laat je veel boeren, veel winden? Fluim je veel?Ânaq sâya kenâ câcar (ketumbuhan).Mijn kind heeft de pokken (getroffen door de p.)Sudah kah ditanăm câcar âtaw belom?Is ’t al ingeënt of nog niet?Ôrang Melâyu takut ditanăm câcar, kâdang-kâdang sudah ditanăm, ânaq-ña mati langsung.De Maleiers zijn er bang voor ingeënt te worden, soms zijn hun kinderen op eens gestorven, nadat ze ingeënt waren.Kâlaw ditanăm câcar ôleh mantri-câcar Gupermèn, tentu tidaq mati.Als ze ingeënt waren door een gouvernements-vaccinateur, zouden ze zeker niet gestorven zijn.Peñakit âwar (kolêra) itu yang jâhat sekâli, sudah kenâ jârang yang sembuh.De cholera is erg kwaadaardig, als men die heeft (getroffen is), wordt men zelden beter (zeldzaam die genezen).[65]T’âda ôbat-ña.Er is geen medicijn voor.Kaw kûrang âpa?Wat scheelt je?Luka, tuan.Ik ben gewond, mijnheer.Luka kenâ âpa: pisaw kah, pedang, pârang ataw bedil (senâpang)?Hoe ben je gewond (getroffen door wat): met een mes, een sabel, een hakmes of een geweer?Kenâ lembing, kenâ tumbaq, tuan.Met een werpspies, met een piek, mijnheer.Bâik bâsuh dăngăn âir, kemudian bôleh dijâit.Je moet ’t met water afwasschen, daarna kan ’t genaaid worden.Kâlaw t’âda kenâ kotor âpa-âpa, lekas bôleh bâik.Als er heelemaal geen vuil in komt (getroffen door vuil) kan ’t spoedig beter zijn.Kâlaw pelûru âda lâgi di dalăm, bôleh sâya câbutkăn.Als de kogel er nog in zit, kan ik hem eruit halen.Bagi-mâna bôleh dicâbutkăn?Hoe kan hij eruit gehaald worden?Dăngăn pekâkas besi ini, sudah pegang pelûru itu, târik sâja, nanti keluar.Met dit ijzeren instrument, als je den kogel al beet hebt, trek dan maar, dan komt hij eruit.Âpa kûrang (kenâ âpa) ôrang itu?Wat mankeert die man?Kenâ tetaq, tuan. Urat-ña terbuka di pâhâ-ña kânan.Heeft een houw gekregen, mijnheer. De ader is open aan de rechterdij.Ini lah ôbat-penâwar. Sudah berenti bedârah, nanti bubuh tampal (plèstèr).Dit is een stelpmiddel. Als ’t opgehouden heeft te bloeden, dan leg je er een pleister op.Kenâ di perut lâgi, keluar tâli-perut-ña3. Lekas masuqkăn, bôleh disungkup dăngăn tempûrung dulu.Hij is ook nog aan den buik getroffen, de darmen komen eruit. Doe ze snel erin, we kunnen er eerst een klapperdop opzetten.Âbis itu, lekas bâwa dia ke rumah-sakit, bôleh diôbati bâik-bâik di sâna.Daarna moet je hem gauw naar ’t ziekenhuis brengen, daar kan hij goed verpleegd worden.Âda kah rumah-ôrang-sakit-kusta di sâna?Is hier een leprozen-huis, (huis voor melaatschen)?[66]Tidaq, peñakit-kusta itu jârang di sini, dua tiga ôrang yang kenâ, tetapi tidaq dilâinkăn di rumah sendîri.Neen, lepra is hier zeldzaam, twee of drie menschen hebben de ziekte (die getroffen zijn), maar ze worden niet in een eigen huis afgezonderd.Sâya pikir perlu dilâinkăn, supâya jâuh deri ôrang; sebab peñakit itu kâbar-ña berjangkit.Ik geloof, dat het noodzakelijk is, ze af te zonderen, opdat ze ver van de andere menschen af zijn; want die ziekte is naar men zegt (’t bericht ervan) aanstekelijk.Ôrang ini kenâ peñakit-dâda. Selâlu bâtuq sâja.Deze man heeft ’n borstziekte. Hij hoest voortdurend.Kering kah bâtuq-ña itu?Is die hoest van hem droog?Kering, tuan.Jawel (droog), mijnheer.Sâya minta ôbat-peñcâhar.Ik vraag om een purgeermiddel.Ôbat ini diminumkăn tiga kâli sa âri, tetapi endaq lah di-kocoq dulu; bôleh juga dikacaw dăngăn sendoq.Deze medicijn wordt ingegeven driemaal daags, maar ’t moet eerst omgeschud worden; ’t mag ook met een lepel geroerd worden.Ôbat-lumat (serbuq, puyăr) ini ditelăn tiap-tiap waktu makan.Deze poeders worden telkens op de etenstijden geslikt (telkens tijd van ’t eten).Sabelom-ña makan, ataw sasudah-ña, tuan?Vóor ’t eten of daarna, mijnheer?Sasudah-ña. Mengarti?Daarna. Begrepen?Mengarti, tuan.Jawel (begrepen), mijnheer.

Tuq Bandar minta maäf, tuan, dia ta bôleh datăng âri ini: sakit.Tuq Bandar (verk. van Dâtuq B.) laat zich excuseeren (vraagt excuus), hij kan vandaag niet komen, hij is ziek.Âpa sakit-ña?Wat scheelt hem? (Wat is zijn ziekte?)Ta tâu, tuan, bâik tuan pegi meliat sendîri.Sakit-ñasudah teruq: kâlaw tidaq diôbati (diôbatkăn), bârang-kâli mati.Ik weet ’t niet, mijnheer, u moest maar eens zelf naar hem gaan kijken. Zijn ziekte heeft al diep ingegrepen: als hij niet behandeld (gemedicineerd) wordt, sterft hij misschien.[61]Sâya terlâlu susah-ati mendăngăr Dâtuq sakit.’t Spijt me zeer (ik ben zeer bezorgd van hart) te hooren dat u ziek is.Di mâna Dâtuq merâsa sakit itu?Waar voelt u pijn?Sakit-kepâla, tuan. Pening-kepâla. Sakit-perut. Sakit-kaki. Sakit-dâda.Pijn in ’t hoofd, mijnheer. Scheele hoofdpijn. Buikpijn. Pijn aan de voeten. Pijn aan de borst.Âpa mâcăm râsa sakit itu?Hoe is die pijn (gevoel van die pijn)?Râsa angus, tuan, saperti api.Ik heb een brandend (heet) gevoel, mijnheer, als vuur.Susah bernâpas, tuan.Ik adem moeilijk, mijnheer.Tuñjuqkăn lidah. Dâtuq ke-sungay (membuang-âir) selâlu, âtaw saperti âdat kah (saperti biâsa kah)?Laat de tong ’s zien. Gaat u aldoor naar achteren, of is ’t als gewoonlijk?Berâpa âri Dâtuq sudah sakit bagini?Hoeveel dagen is u al zoo ziek?Lâma, tuan, tetapi dua tiga âri sakit, kemudian bâik sedikit pula, ta tentu hal-ña.Lang, mijnheer, maar ik ben twee of drie dagen ziek, en dan weer wat beter, ’t is ongeregeld (niet vast de toestand ervan).Bôleh kah Dâtuq bediri?Kan u staan?Bôleh juga, tuan; tetapi bâwa sakit; bâring sâja yang senăng sedikit.Jawel (kan), mijnheer; maar ’t doet pijn (brengt pijn); ’t liggen alleen is eenigszins gemakkelijk.Côba bangkit sekârang.Sta nu ’s op. (Probeer op te staan nu).Ta bôleh, tuan, t’âda kuat.Ik kan niet, mijnheer, ik ben er niet sterk genoeg voor (lett. niet sterk).Malăm-malăm bôleh kah Dâtuq tidur?Kan u ’s nachts slapen?Bôleh, tuan; tetapi waktu tidur bâdan sâya keluar peluh sâja.1Jawel, mijnheer; maar wanneer ik slaap, transpireer ik gedurig (lett. komt er maar zweet uit mijn lichaam).[62]Kâlaw bagitu, Dâtuq sakit-demăm (ook enkel: demăm); demăm-kepiâlu, demăm-kûraq, demăm-ûrat.Dan heeft u koorts; typheuse, moeraskoorts (malaria, lett. miltkoorts), binnenkoorts.Sâya pikir bagitu, tuan, sebab makan ta bôleh, merâsa saperti mâu muntah selâlu.Dat denk ik ook, mijnheer (lett. ik denk zoo, m.), want ik kan niet eten, ik voel mij den heelen tijd misselijk (lett. voel alsof wil braken steeds).Bâdan sâya pânas sekârang, tâdi, sa belom tuan datăng (kemâri), sejuq sekâli.Nu is mijn lichaam warm, zooeven, voordat u kwam (hierheen), was ’t erg koud.Mâri, côba sâya râsa nâdi Dâtuq.Kom, laat me ’s even uw pols voelen.Dâtuq mengisăp kah?Schuift u opium? (lett. zuigt u)S’ikit-s’ikit, tuan.Zoo nu en dan een beetje, mijnheer.Berâpa kâli sa âri Dâtuq mengisăp?Hoeveel maal per dag schuift u?Pâgi sa kâli, malăm sa kâli.’s Morgens en ’s avonds eens.Lebih bâik jangan mengisăp dulu.’t Is beter, dat u eerst niet meer schuift.Nanti ésoq bôleh kita cakăp fasal itu.Morgen kunnen we wel daarover (die zaak) praten.Sâya endaq pulang ke rumah sekârang; bôleh sâya kîrim (antărkăn) ôbat kepâda Dâtuq.Ik wil nu naar huis teruggaan; ik kan u medicijn zenden (laten aanreiken.)Âpa macâm ôbat, tuan?Wat voor soort medicijn, mijnheer?Ôbat dalăm bâlang itu, endaq lah Dâtuq minum tiga kâli sa âri; sukat dăngăn sĕndoq besar, sâtu sĕndoq sa kâli minum2.Die medicijn in een flesch, die moet u drie maal daags innemen (drinken); meet het af met een groote lepel, telkens éen lepel (éen lepel éen keer drinken).Bila sudah âbis, kîrim bâlik bâlang-ña, bôleh sâya isi (-kăn) lâgi.Wanneer ’t al op is, zend dan de flesch terug, dan kan ik ze weer vullen.Âri ini bâik sedikit râsa bâdan sâya, tuan.Vandaag voel ik me wat beter, mijnheer (een beetje goed ’t gevoel van mijn lichaam, m.)[63]Sukur lah. Bâdan sêhat kah?Gelukkig (dank, d. i. God dank). Voelt u zich wel? (Lichaam gezond).Belom sêhat betul; belom sêhat sekâli; sudah sembuh.Nog niet heelemaal wel; idem; reeds genezen.Belom bôleh berjâlan.Ik kan nog niet loopen.Sâya ta bôleh begeraq.Ik kan me niet bewegen.Côba, geraqkăn kaki.Kom, beweeg uw voeten ’s.Ta bôleh, tuan, tulang-ña pâtah.’t Kan niet, mijnheer. ’t Been is gebroken.Tulang mâna?Welk been (bot)?Tulang di sini, tuan.’t Been hier, mijnheer.Ia, sungguh, tulang sudah pâtah, nanti sâya târik kaki sedikit, kemudian târoh dua keping kâyu sabelah-meñabelah, bôleh bâlut dăngăn kâin.Ja, inderdaad, ’t been is (al) gebroken, ik zal je been wat trekken, en dan twee stukken hout aan weerskanten zetten, dan kan het met doek omwonden worden.Kaki kîri tergeliat, tuan.’t Linker been is verstuikt, mijnheer.Ânaq sâya bâñaq kudis-buta, tuan; lâgi kelemumur di kepâlâ-ña.Mijn kind heeft erge last van roode hond (lett. blinde schurft); en bovendien roos op ’t hoofd.Kepâlâ-ña mâu dilangîri bâik-bâik, nanti ilang kelemumur itu lâma-lâma.’t Hoofd moet goed „geshampood” worden, dan verdwijnt de roos op den langen duur.Kudis-buta itu tidaq mengâpa.Die roode hond maakt niets uit.Tetapi gatăl sangăt, tuan.Maar ’t jeukt erg, mijnheer.Baîk lah, sâya beri ôbat-ñasedikit.Goed. Ik zal wat medicijn ervoor (lett. ervan) geven.Bini sâya sakit-gigi. Gigi-ña yang sâtu sudah dicâbut, sekârang sakit pula yang lâin. Sâya kîra bâñaq yang rongga.Mijn vrouw heeft kiespijn. Een kies van haar is al getrokken, nu doet weer een andere pijn. Ik geloof, dat er veel hol zijn.Ini lah ôbat-ña. Sûruh dia berkumur-kumur bâik-bâik pakay âir ini, tiap-tiap malăm sabelom tidur.Hier is een geneesmiddel ervoor. Laat haar goed den mond spoelen met dit water (gebruikt dit water), iederen nacht vóor ’t slapen.Ini lah ôbat-kûrap: dâun-gelinggang[64]diañcurkăn, lâlu dicampur dăngăn belîrang dan sendâwa.Hier heb je medicijn tegen[64]ringworm: glinggang-blâren fijngemaakt en daarna vermengd met zwavel en salpeter.Bôleh dapăt di rumah-ôbat (sâma tukang-ôbat).Men kan het in de apotheek (bij den apotheker) krijgen.Bâñaq angin di bâdan, tuan.Er is veel wind in ’t lichaam, mijnheer.Ini lah ôbat-ña, miñaq-pi-permin nâmâ-ña; ambil sa titiq dalăm âir sâtu gelas kecil.Hier is de medicijn ervoor, pepermunt olie heet het (is de naam ervan); neem een druppel in een klein glaasje water.Ôrang sakit-cîrit endaq lah makan bubur-ubi-Benggâla (-ketêla-pohon) sa-âri-âri.Menschen, die diarrhee hebben, moeten dagelijks pap van arrowroot eten.Luka itu sudah bekeruping, tanda sudah mâu bâik.Die wond heeft al een roof, een teeken, dat ze gaat (wil) genezen.Pûru dan bisul bôleh diôbati dăngăn âpa?Waarmee kunnen zweren en puisten gemedicineerd worden?Bôleh diôbati dăngăn ôbat busuq itu (karbol); dăngăn bubur pânas.Ze kunnen behandeld worden met die karbol (stinkende medicijn), met warme pappen.Âda kah kaw bâñaq belâhaq (serdâwa), bânaq kentut? Bâñaq berdâhaq?Laat je veel boeren, veel winden? Fluim je veel?Ânaq sâya kenâ câcar (ketumbuhan).Mijn kind heeft de pokken (getroffen door de p.)Sudah kah ditanăm câcar âtaw belom?Is ’t al ingeënt of nog niet?Ôrang Melâyu takut ditanăm câcar, kâdang-kâdang sudah ditanăm, ânaq-ña mati langsung.De Maleiers zijn er bang voor ingeënt te worden, soms zijn hun kinderen op eens gestorven, nadat ze ingeënt waren.Kâlaw ditanăm câcar ôleh mantri-câcar Gupermèn, tentu tidaq mati.Als ze ingeënt waren door een gouvernements-vaccinateur, zouden ze zeker niet gestorven zijn.Peñakit âwar (kolêra) itu yang jâhat sekâli, sudah kenâ jârang yang sembuh.De cholera is erg kwaadaardig, als men die heeft (getroffen is), wordt men zelden beter (zeldzaam die genezen).[65]T’âda ôbat-ña.Er is geen medicijn voor.Kaw kûrang âpa?Wat scheelt je?Luka, tuan.Ik ben gewond, mijnheer.Luka kenâ âpa: pisaw kah, pedang, pârang ataw bedil (senâpang)?Hoe ben je gewond (getroffen door wat): met een mes, een sabel, een hakmes of een geweer?Kenâ lembing, kenâ tumbaq, tuan.Met een werpspies, met een piek, mijnheer.Bâik bâsuh dăngăn âir, kemudian bôleh dijâit.Je moet ’t met water afwasschen, daarna kan ’t genaaid worden.Kâlaw t’âda kenâ kotor âpa-âpa, lekas bôleh bâik.Als er heelemaal geen vuil in komt (getroffen door vuil) kan ’t spoedig beter zijn.Kâlaw pelûru âda lâgi di dalăm, bôleh sâya câbutkăn.Als de kogel er nog in zit, kan ik hem eruit halen.Bagi-mâna bôleh dicâbutkăn?Hoe kan hij eruit gehaald worden?Dăngăn pekâkas besi ini, sudah pegang pelûru itu, târik sâja, nanti keluar.Met dit ijzeren instrument, als je den kogel al beet hebt, trek dan maar, dan komt hij eruit.Âpa kûrang (kenâ âpa) ôrang itu?Wat mankeert die man?Kenâ tetaq, tuan. Urat-ña terbuka di pâhâ-ña kânan.Heeft een houw gekregen, mijnheer. De ader is open aan de rechterdij.Ini lah ôbat-penâwar. Sudah berenti bedârah, nanti bubuh tampal (plèstèr).Dit is een stelpmiddel. Als ’t opgehouden heeft te bloeden, dan leg je er een pleister op.Kenâ di perut lâgi, keluar tâli-perut-ña3. Lekas masuqkăn, bôleh disungkup dăngăn tempûrung dulu.Hij is ook nog aan den buik getroffen, de darmen komen eruit. Doe ze snel erin, we kunnen er eerst een klapperdop opzetten.Âbis itu, lekas bâwa dia ke rumah-sakit, bôleh diôbati bâik-bâik di sâna.Daarna moet je hem gauw naar ’t ziekenhuis brengen, daar kan hij goed verpleegd worden.Âda kah rumah-ôrang-sakit-kusta di sâna?Is hier een leprozen-huis, (huis voor melaatschen)?[66]Tidaq, peñakit-kusta itu jârang di sini, dua tiga ôrang yang kenâ, tetapi tidaq dilâinkăn di rumah sendîri.Neen, lepra is hier zeldzaam, twee of drie menschen hebben de ziekte (die getroffen zijn), maar ze worden niet in een eigen huis afgezonderd.Sâya pikir perlu dilâinkăn, supâya jâuh deri ôrang; sebab peñakit itu kâbar-ña berjangkit.Ik geloof, dat het noodzakelijk is, ze af te zonderen, opdat ze ver van de andere menschen af zijn; want die ziekte is naar men zegt (’t bericht ervan) aanstekelijk.Ôrang ini kenâ peñakit-dâda. Selâlu bâtuq sâja.Deze man heeft ’n borstziekte. Hij hoest voortdurend.Kering kah bâtuq-ña itu?Is die hoest van hem droog?Kering, tuan.Jawel (droog), mijnheer.Sâya minta ôbat-peñcâhar.Ik vraag om een purgeermiddel.Ôbat ini diminumkăn tiga kâli sa âri, tetapi endaq lah di-kocoq dulu; bôleh juga dikacaw dăngăn sendoq.Deze medicijn wordt ingegeven driemaal daags, maar ’t moet eerst omgeschud worden; ’t mag ook met een lepel geroerd worden.Ôbat-lumat (serbuq, puyăr) ini ditelăn tiap-tiap waktu makan.Deze poeders worden telkens op de etenstijden geslikt (telkens tijd van ’t eten).Sabelom-ña makan, ataw sasudah-ña, tuan?Vóor ’t eten of daarna, mijnheer?Sasudah-ña. Mengarti?Daarna. Begrepen?Mengarti, tuan.Jawel (begrepen), mijnheer.

1Voorpeluhop Java steedskringet, het Jav. woord.↑2Op Java voorsendoqsteedssèndoq.↑3Op Javausus-ña (Javaansch.)↑

1Voorpeluhop Java steedskringet, het Jav. woord.↑2Op Java voorsendoqsteedssèndoq.↑3Op Javausus-ña (Javaansch.)↑

1Voorpeluhop Java steedskringet, het Jav. woord.↑

1Voorpeluhop Java steedskringet, het Jav. woord.↑

2Op Java voorsendoqsteedssèndoq.↑

2Op Java voorsendoqsteedssèndoq.↑

3Op Javausus-ña (Javaansch.)↑

3Op Javausus-ña (Javaansch.)↑


Back to IndexNext