26.Onlusten in een inlandschen staat.

[Inhoud]26.Onlusten in een inlandschen staat.Âda kah tuan dăngăr kâbar?Heeft u ’t bericht gehoord?Kâta ôrang sudah jâdi pergâduhan besar di Ulu-Pêraq.Men zegt, dat er in de bovenlanden van Pérak ernstige (groote) onlusten uitgebroken (lett. ontstaan) zijn.Âda kunun bagitu.Dat wordt zoo beweerd. (Er zijn naar men zegt zoo).Âpa sebab jâdi pergâduhan itu?Waardoor zijn die onlusten ontstaan?Asal-ña bagini, tuan:De oorzaak is aldus, mijnheer:Âda sâtu ôrang dalăm dâirah itu meñjâdi pengulu-ña, tetapi Yam-Tuan bâru ini tidaq suka akăn dia; dipecatkăn, dia gelarkăn lâin ôrang mengganti dia jâdi pengulu di situ. Sebab itu berkelay lah pengulu bâru dăngăn pengulu lâma.Er was iemand in dat gebiedpengulu, maar de nieuwe sultan hield niet van hem; hij heeft hem ontslagen en een ander in de plaats van hem den titel vanpengulugegeven. Om die reden vecht de nieuwe met den oudenpengulu.Âda kah yang mati luka?Zijn er dooden of gewonden?Belom âda, tuan. Âda juga dua tiga.Nog niet, mijnheer. Er zijn er enkelen (toch twee of drie).Sabelah mâna yang mati itu?Aan welke zijde zijn die dooden?Sabelah pengulu bâru, tuan.Aan de zijde van het nieuwe hoofd.Âda bârang dua-puluh ôrang dia, berjâlan dalăm utan, jumpasâtukubu musuh, berkelay lah di situ. Yang di dalăm kubu itu âda berse-nâpang bâñaq, yang lâin dua tiga pucuq sâja. Undur lah ôrang sabelah pengulu bâru itu, diambat oleh musuh-ña, mati tiga ôrang sabelah pengulu[74]bâru, kâwan-ña yang lâin-lâin lâri dalăm utan, lintang-pukang ceray-beray.Er zijn een twintigtal van zijn lieden ’t bosch in gegaan, en een vijandelijke versterking tegengekomen, en daar hebben ze gevochten. De lui in deversterkinghadden veel geweren, de anderen maar twee of drie stuks. De lui van het nieuwe hoofd weken, en werden door hun vijanden[74]achterna gezet; drie man aan de zijde van den nieuwenpenguluzijn gesneuveld, de overige kameraden zijn in ’t bosch gevlucht, hals over kop in alle richtingen.Pâda âri ini pun ta tentu tempat-ña.Zelfs heden is hun verblijf (plaats) niet bekend (vast).Siâpa ambil mâit ôrang tiga yang mati itu?Wie heeft de lijken van de drie gesneuvelden gehaald?Tinggal dalăm utan, tiâda (t’âda) ôrang berâni mengambil-ña.Ze zijn in ’t bosch achterbleven, er was niemand die ze durfde halen.Kâlaw bagitu, mâlu benăr pengulu bâru itu, mâit kâwan-ña tertinggal.Dan is ’t een erge schande voor den nieuwenpengulu(is de nieuwe p. erg beschaamd) dat de lijken zijner gezellen achtergebleven zijn.Pâda kîra kâmi ôrang Melâyu mâlu sekâli, tuan.Naar de opvatting van ons Maleiers is ’t een heele schande, mijnheer.Di mâna musuh sekârang?Waar zijn de vijanden nu?Ta tentu tempat-ña, tuan.’t Is niet bekend waar ze zijn, mijnheer (niet vastgesteld hun plaats).Kâlaw bagitu, bâik kita pegi mengâkap.Dan moeten wij (is ’t goed, dat wij) gaan spionneeren.Bôleh antăr (sûruh) penglima-kâkap dăngăn dua ôrang.We kunnen ’t hoofd der spionnen met twee man sturen.Bâik lah, malăm sekârang bulan terang, sûruh dia-ôrang jâlan meñcâri tempat musuh, di mâna kubu-ña, berâpa buah kubu, berâpa ôrang musuh, berâpa meriăm-ña, dan âpa-âpa macăm-ña.Goed, van avond is ’t heldere maan, laat ze op weg gaan en de verblijfplaats der vijanden opzoeken, waar hun versterkingen zijn, hoeveel stuks versterkingen er zijn, hoeveel man de vijand sterk is, hoeveel kanonnen zehebben, en welke soorten daarvan.Penglima-kâkap sudah bâlik, tuan. Musuh âda di Pâpan, sudah berkukuh di situ Penglimâ-ña tiga ôrang, kubu-ña dua buah, sabelah kânan[75]sa buah, sabelah kîri sa buah, dăngăn kôta sa buah di âtas bukit, di belâkang kubu yang dua buah itu. Ôrang-ña tengah dua râtus lebih-kûrang, meriăm tidaq âda, tetapi lila âda tiga pucuq dalăm kôta itu.Het hoofd der spionnen is al terug, mijnheer. De vijand is te Pâpan, ze hebben zich daar versterkt. Ze hebben drie hoofden, twee versterkingen,[75](palissadeeringen), rechts een, links een, met een fort op een heuvel, achter die twee versterkingen. Hun volk bedraagt ongeveerhonderdvijftigman, kanonnen hebben ze niet, maar ze hebben drie lila’s (soort mortieren) in dat fort.Bâik lah. Kâlaw bagitu, kita masuq mengâmuq kôtâ-ña deri belâkang, kemudian mudah mengambil kubu-ña.Goed. Dan (als ’t zoo is), dan zullen we hun fort van achteren bestormen (lett. stormende ingaan), daarna is ’t gemakkelijk hun versterkingen te nemen.Kâlaw sudah diambil kôtâ-ña, kubu ta susah lâgi.Als hun fort al genomen is, leveren de versterkingen geen last meer op (zijn de versterkingen niet lastig meer).Lantaq betul-betul, jangan ôlo-ôlo, jangan undur sekâli-kâli.Pak ze flink aan, niet wankelmoedig zijn, en volstrekt niet wijken (teruggaan).Sudah dekăt kôta, nampaq musuh di dalăm, pasang senâpang sâtu dăs, kemudian mengâmuq dăngăn keris sâja.We zijn al dicht bij ’t fort, de vijand erin is reeds te zien, vuur eengeweerschotaf (schiet af een geweer éen „paf”), daarna maar aanvallen met de kris.Kôtâ-ña terpagăr keliling, lâgi âda pârit dan rañjaw.Hun fort is rondom gepalissadeerd, bovendien is er een gracht enranjaws1.Tid’âpa, bôleh kita mengâkap meñcâri pintu kôta, di situ lah masuq.Dat doet er niet toe, wij kunnen spionneeren en naar de deur van ’t fort zoeken, daar gaan we binnen.Tentu dua pintu-ña, pintu-belâkang bâik masuq, nanti musuh lâri deri pintu-adăp; bôleh ôrang kita meñjâga di situ menâhan dia.Zeker er twee deuren aan, ’t is ’t beste de achterdeur in te gaan, dan vlucht de vijand door de voordeur, onze lui kunnen daar de wacht houden en ze tegenhouden.Sediakăn ôbat dăngăn pelûru cukup isikăn empat-puluh[76]petrum pâda tiap-tiap ôrang.Maak kruit en kogels klaar genoeg om veertig patronen[76]voor ieder man te vullen.Kâlaw datăng ujan, tudungkăn petrum bâik-bâik.Als er regen komt, moet je de patronen goed toedekken.Mâsing-mâsing âda kerpay, tuan: petrum ta bôleh bâsah.Ieder heeft een patroontasch, mijnheer: de patronen kunnen niet nat worden.Siâpa pasang senâpang tâdi?Wie heeft zooeven een geweerschot afgeschoten?Musuh, tuan.De vijand, mijnheer.Dăngăr bâik-bâik.Luister ’s goed.Dipasang-ña tiga dăs, tentu lah alâmat musuh itu.Ze hebben driemaal gevuurd, zeker is dat een signaal (teeken) van den vijand.Tuan pakay prisay kah?Draagt (gebruikt) u een schild?Tidaq, ta guna beperisay, kâlaw musuh bedil dăngăn pemûras, bârang-kâli sa butir pelûru dalăm sa râtus yang kenâ.Neen, ’t is onnut een schild te dragen, als de vijand met donderbussen schiet, raakt misschien éen kogel op de honderd.1Scherpe bamboestokken in den grond om de voeten te verwonden.↑

[Inhoud]26.Onlusten in een inlandschen staat.Âda kah tuan dăngăr kâbar?Heeft u ’t bericht gehoord?Kâta ôrang sudah jâdi pergâduhan besar di Ulu-Pêraq.Men zegt, dat er in de bovenlanden van Pérak ernstige (groote) onlusten uitgebroken (lett. ontstaan) zijn.Âda kunun bagitu.Dat wordt zoo beweerd. (Er zijn naar men zegt zoo).Âpa sebab jâdi pergâduhan itu?Waardoor zijn die onlusten ontstaan?Asal-ña bagini, tuan:De oorzaak is aldus, mijnheer:Âda sâtu ôrang dalăm dâirah itu meñjâdi pengulu-ña, tetapi Yam-Tuan bâru ini tidaq suka akăn dia; dipecatkăn, dia gelarkăn lâin ôrang mengganti dia jâdi pengulu di situ. Sebab itu berkelay lah pengulu bâru dăngăn pengulu lâma.Er was iemand in dat gebiedpengulu, maar de nieuwe sultan hield niet van hem; hij heeft hem ontslagen en een ander in de plaats van hem den titel vanpengulugegeven. Om die reden vecht de nieuwe met den oudenpengulu.Âda kah yang mati luka?Zijn er dooden of gewonden?Belom âda, tuan. Âda juga dua tiga.Nog niet, mijnheer. Er zijn er enkelen (toch twee of drie).Sabelah mâna yang mati itu?Aan welke zijde zijn die dooden?Sabelah pengulu bâru, tuan.Aan de zijde van het nieuwe hoofd.Âda bârang dua-puluh ôrang dia, berjâlan dalăm utan, jumpasâtukubu musuh, berkelay lah di situ. Yang di dalăm kubu itu âda berse-nâpang bâñaq, yang lâin dua tiga pucuq sâja. Undur lah ôrang sabelah pengulu bâru itu, diambat oleh musuh-ña, mati tiga ôrang sabelah pengulu[74]bâru, kâwan-ña yang lâin-lâin lâri dalăm utan, lintang-pukang ceray-beray.Er zijn een twintigtal van zijn lieden ’t bosch in gegaan, en een vijandelijke versterking tegengekomen, en daar hebben ze gevochten. De lui in deversterkinghadden veel geweren, de anderen maar twee of drie stuks. De lui van het nieuwe hoofd weken, en werden door hun vijanden[74]achterna gezet; drie man aan de zijde van den nieuwenpenguluzijn gesneuveld, de overige kameraden zijn in ’t bosch gevlucht, hals over kop in alle richtingen.Pâda âri ini pun ta tentu tempat-ña.Zelfs heden is hun verblijf (plaats) niet bekend (vast).Siâpa ambil mâit ôrang tiga yang mati itu?Wie heeft de lijken van de drie gesneuvelden gehaald?Tinggal dalăm utan, tiâda (t’âda) ôrang berâni mengambil-ña.Ze zijn in ’t bosch achterbleven, er was niemand die ze durfde halen.Kâlaw bagitu, mâlu benăr pengulu bâru itu, mâit kâwan-ña tertinggal.Dan is ’t een erge schande voor den nieuwenpengulu(is de nieuwe p. erg beschaamd) dat de lijken zijner gezellen achtergebleven zijn.Pâda kîra kâmi ôrang Melâyu mâlu sekâli, tuan.Naar de opvatting van ons Maleiers is ’t een heele schande, mijnheer.Di mâna musuh sekârang?Waar zijn de vijanden nu?Ta tentu tempat-ña, tuan.’t Is niet bekend waar ze zijn, mijnheer (niet vastgesteld hun plaats).Kâlaw bagitu, bâik kita pegi mengâkap.Dan moeten wij (is ’t goed, dat wij) gaan spionneeren.Bôleh antăr (sûruh) penglima-kâkap dăngăn dua ôrang.We kunnen ’t hoofd der spionnen met twee man sturen.Bâik lah, malăm sekârang bulan terang, sûruh dia-ôrang jâlan meñcâri tempat musuh, di mâna kubu-ña, berâpa buah kubu, berâpa ôrang musuh, berâpa meriăm-ña, dan âpa-âpa macăm-ña.Goed, van avond is ’t heldere maan, laat ze op weg gaan en de verblijfplaats der vijanden opzoeken, waar hun versterkingen zijn, hoeveel stuks versterkingen er zijn, hoeveel man de vijand sterk is, hoeveel kanonnen zehebben, en welke soorten daarvan.Penglima-kâkap sudah bâlik, tuan. Musuh âda di Pâpan, sudah berkukuh di situ Penglimâ-ña tiga ôrang, kubu-ña dua buah, sabelah kânan[75]sa buah, sabelah kîri sa buah, dăngăn kôta sa buah di âtas bukit, di belâkang kubu yang dua buah itu. Ôrang-ña tengah dua râtus lebih-kûrang, meriăm tidaq âda, tetapi lila âda tiga pucuq dalăm kôta itu.Het hoofd der spionnen is al terug, mijnheer. De vijand is te Pâpan, ze hebben zich daar versterkt. Ze hebben drie hoofden, twee versterkingen,[75](palissadeeringen), rechts een, links een, met een fort op een heuvel, achter die twee versterkingen. Hun volk bedraagt ongeveerhonderdvijftigman, kanonnen hebben ze niet, maar ze hebben drie lila’s (soort mortieren) in dat fort.Bâik lah. Kâlaw bagitu, kita masuq mengâmuq kôtâ-ña deri belâkang, kemudian mudah mengambil kubu-ña.Goed. Dan (als ’t zoo is), dan zullen we hun fort van achteren bestormen (lett. stormende ingaan), daarna is ’t gemakkelijk hun versterkingen te nemen.Kâlaw sudah diambil kôtâ-ña, kubu ta susah lâgi.Als hun fort al genomen is, leveren de versterkingen geen last meer op (zijn de versterkingen niet lastig meer).Lantaq betul-betul, jangan ôlo-ôlo, jangan undur sekâli-kâli.Pak ze flink aan, niet wankelmoedig zijn, en volstrekt niet wijken (teruggaan).Sudah dekăt kôta, nampaq musuh di dalăm, pasang senâpang sâtu dăs, kemudian mengâmuq dăngăn keris sâja.We zijn al dicht bij ’t fort, de vijand erin is reeds te zien, vuur eengeweerschotaf (schiet af een geweer éen „paf”), daarna maar aanvallen met de kris.Kôtâ-ña terpagăr keliling, lâgi âda pârit dan rañjaw.Hun fort is rondom gepalissadeerd, bovendien is er een gracht enranjaws1.Tid’âpa, bôleh kita mengâkap meñcâri pintu kôta, di situ lah masuq.Dat doet er niet toe, wij kunnen spionneeren en naar de deur van ’t fort zoeken, daar gaan we binnen.Tentu dua pintu-ña, pintu-belâkang bâik masuq, nanti musuh lâri deri pintu-adăp; bôleh ôrang kita meñjâga di situ menâhan dia.Zeker er twee deuren aan, ’t is ’t beste de achterdeur in te gaan, dan vlucht de vijand door de voordeur, onze lui kunnen daar de wacht houden en ze tegenhouden.Sediakăn ôbat dăngăn pelûru cukup isikăn empat-puluh[76]petrum pâda tiap-tiap ôrang.Maak kruit en kogels klaar genoeg om veertig patronen[76]voor ieder man te vullen.Kâlaw datăng ujan, tudungkăn petrum bâik-bâik.Als er regen komt, moet je de patronen goed toedekken.Mâsing-mâsing âda kerpay, tuan: petrum ta bôleh bâsah.Ieder heeft een patroontasch, mijnheer: de patronen kunnen niet nat worden.Siâpa pasang senâpang tâdi?Wie heeft zooeven een geweerschot afgeschoten?Musuh, tuan.De vijand, mijnheer.Dăngăr bâik-bâik.Luister ’s goed.Dipasang-ña tiga dăs, tentu lah alâmat musuh itu.Ze hebben driemaal gevuurd, zeker is dat een signaal (teeken) van den vijand.Tuan pakay prisay kah?Draagt (gebruikt) u een schild?Tidaq, ta guna beperisay, kâlaw musuh bedil dăngăn pemûras, bârang-kâli sa butir pelûru dalăm sa râtus yang kenâ.Neen, ’t is onnut een schild te dragen, als de vijand met donderbussen schiet, raakt misschien éen kogel op de honderd.1Scherpe bamboestokken in den grond om de voeten te verwonden.↑

26.Onlusten in een inlandschen staat.

Âda kah tuan dăngăr kâbar?Heeft u ’t bericht gehoord?Kâta ôrang sudah jâdi pergâduhan besar di Ulu-Pêraq.Men zegt, dat er in de bovenlanden van Pérak ernstige (groote) onlusten uitgebroken (lett. ontstaan) zijn.Âda kunun bagitu.Dat wordt zoo beweerd. (Er zijn naar men zegt zoo).Âpa sebab jâdi pergâduhan itu?Waardoor zijn die onlusten ontstaan?Asal-ña bagini, tuan:De oorzaak is aldus, mijnheer:Âda sâtu ôrang dalăm dâirah itu meñjâdi pengulu-ña, tetapi Yam-Tuan bâru ini tidaq suka akăn dia; dipecatkăn, dia gelarkăn lâin ôrang mengganti dia jâdi pengulu di situ. Sebab itu berkelay lah pengulu bâru dăngăn pengulu lâma.Er was iemand in dat gebiedpengulu, maar de nieuwe sultan hield niet van hem; hij heeft hem ontslagen en een ander in de plaats van hem den titel vanpengulugegeven. Om die reden vecht de nieuwe met den oudenpengulu.Âda kah yang mati luka?Zijn er dooden of gewonden?Belom âda, tuan. Âda juga dua tiga.Nog niet, mijnheer. Er zijn er enkelen (toch twee of drie).Sabelah mâna yang mati itu?Aan welke zijde zijn die dooden?Sabelah pengulu bâru, tuan.Aan de zijde van het nieuwe hoofd.Âda bârang dua-puluh ôrang dia, berjâlan dalăm utan, jumpasâtukubu musuh, berkelay lah di situ. Yang di dalăm kubu itu âda berse-nâpang bâñaq, yang lâin dua tiga pucuq sâja. Undur lah ôrang sabelah pengulu bâru itu, diambat oleh musuh-ña, mati tiga ôrang sabelah pengulu[74]bâru, kâwan-ña yang lâin-lâin lâri dalăm utan, lintang-pukang ceray-beray.Er zijn een twintigtal van zijn lieden ’t bosch in gegaan, en een vijandelijke versterking tegengekomen, en daar hebben ze gevochten. De lui in deversterkinghadden veel geweren, de anderen maar twee of drie stuks. De lui van het nieuwe hoofd weken, en werden door hun vijanden[74]achterna gezet; drie man aan de zijde van den nieuwenpenguluzijn gesneuveld, de overige kameraden zijn in ’t bosch gevlucht, hals over kop in alle richtingen.Pâda âri ini pun ta tentu tempat-ña.Zelfs heden is hun verblijf (plaats) niet bekend (vast).Siâpa ambil mâit ôrang tiga yang mati itu?Wie heeft de lijken van de drie gesneuvelden gehaald?Tinggal dalăm utan, tiâda (t’âda) ôrang berâni mengambil-ña.Ze zijn in ’t bosch achterbleven, er was niemand die ze durfde halen.Kâlaw bagitu, mâlu benăr pengulu bâru itu, mâit kâwan-ña tertinggal.Dan is ’t een erge schande voor den nieuwenpengulu(is de nieuwe p. erg beschaamd) dat de lijken zijner gezellen achtergebleven zijn.Pâda kîra kâmi ôrang Melâyu mâlu sekâli, tuan.Naar de opvatting van ons Maleiers is ’t een heele schande, mijnheer.Di mâna musuh sekârang?Waar zijn de vijanden nu?Ta tentu tempat-ña, tuan.’t Is niet bekend waar ze zijn, mijnheer (niet vastgesteld hun plaats).Kâlaw bagitu, bâik kita pegi mengâkap.Dan moeten wij (is ’t goed, dat wij) gaan spionneeren.Bôleh antăr (sûruh) penglima-kâkap dăngăn dua ôrang.We kunnen ’t hoofd der spionnen met twee man sturen.Bâik lah, malăm sekârang bulan terang, sûruh dia-ôrang jâlan meñcâri tempat musuh, di mâna kubu-ña, berâpa buah kubu, berâpa ôrang musuh, berâpa meriăm-ña, dan âpa-âpa macăm-ña.Goed, van avond is ’t heldere maan, laat ze op weg gaan en de verblijfplaats der vijanden opzoeken, waar hun versterkingen zijn, hoeveel stuks versterkingen er zijn, hoeveel man de vijand sterk is, hoeveel kanonnen zehebben, en welke soorten daarvan.Penglima-kâkap sudah bâlik, tuan. Musuh âda di Pâpan, sudah berkukuh di situ Penglimâ-ña tiga ôrang, kubu-ña dua buah, sabelah kânan[75]sa buah, sabelah kîri sa buah, dăngăn kôta sa buah di âtas bukit, di belâkang kubu yang dua buah itu. Ôrang-ña tengah dua râtus lebih-kûrang, meriăm tidaq âda, tetapi lila âda tiga pucuq dalăm kôta itu.Het hoofd der spionnen is al terug, mijnheer. De vijand is te Pâpan, ze hebben zich daar versterkt. Ze hebben drie hoofden, twee versterkingen,[75](palissadeeringen), rechts een, links een, met een fort op een heuvel, achter die twee versterkingen. Hun volk bedraagt ongeveerhonderdvijftigman, kanonnen hebben ze niet, maar ze hebben drie lila’s (soort mortieren) in dat fort.Bâik lah. Kâlaw bagitu, kita masuq mengâmuq kôtâ-ña deri belâkang, kemudian mudah mengambil kubu-ña.Goed. Dan (als ’t zoo is), dan zullen we hun fort van achteren bestormen (lett. stormende ingaan), daarna is ’t gemakkelijk hun versterkingen te nemen.Kâlaw sudah diambil kôtâ-ña, kubu ta susah lâgi.Als hun fort al genomen is, leveren de versterkingen geen last meer op (zijn de versterkingen niet lastig meer).Lantaq betul-betul, jangan ôlo-ôlo, jangan undur sekâli-kâli.Pak ze flink aan, niet wankelmoedig zijn, en volstrekt niet wijken (teruggaan).Sudah dekăt kôta, nampaq musuh di dalăm, pasang senâpang sâtu dăs, kemudian mengâmuq dăngăn keris sâja.We zijn al dicht bij ’t fort, de vijand erin is reeds te zien, vuur eengeweerschotaf (schiet af een geweer éen „paf”), daarna maar aanvallen met de kris.Kôtâ-ña terpagăr keliling, lâgi âda pârit dan rañjaw.Hun fort is rondom gepalissadeerd, bovendien is er een gracht enranjaws1.Tid’âpa, bôleh kita mengâkap meñcâri pintu kôta, di situ lah masuq.Dat doet er niet toe, wij kunnen spionneeren en naar de deur van ’t fort zoeken, daar gaan we binnen.Tentu dua pintu-ña, pintu-belâkang bâik masuq, nanti musuh lâri deri pintu-adăp; bôleh ôrang kita meñjâga di situ menâhan dia.Zeker er twee deuren aan, ’t is ’t beste de achterdeur in te gaan, dan vlucht de vijand door de voordeur, onze lui kunnen daar de wacht houden en ze tegenhouden.Sediakăn ôbat dăngăn pelûru cukup isikăn empat-puluh[76]petrum pâda tiap-tiap ôrang.Maak kruit en kogels klaar genoeg om veertig patronen[76]voor ieder man te vullen.Kâlaw datăng ujan, tudungkăn petrum bâik-bâik.Als er regen komt, moet je de patronen goed toedekken.Mâsing-mâsing âda kerpay, tuan: petrum ta bôleh bâsah.Ieder heeft een patroontasch, mijnheer: de patronen kunnen niet nat worden.Siâpa pasang senâpang tâdi?Wie heeft zooeven een geweerschot afgeschoten?Musuh, tuan.De vijand, mijnheer.Dăngăr bâik-bâik.Luister ’s goed.Dipasang-ña tiga dăs, tentu lah alâmat musuh itu.Ze hebben driemaal gevuurd, zeker is dat een signaal (teeken) van den vijand.Tuan pakay prisay kah?Draagt (gebruikt) u een schild?Tidaq, ta guna beperisay, kâlaw musuh bedil dăngăn pemûras, bârang-kâli sa butir pelûru dalăm sa râtus yang kenâ.Neen, ’t is onnut een schild te dragen, als de vijand met donderbussen schiet, raakt misschien éen kogel op de honderd.

Âda kah tuan dăngăr kâbar?Heeft u ’t bericht gehoord?Kâta ôrang sudah jâdi pergâduhan besar di Ulu-Pêraq.Men zegt, dat er in de bovenlanden van Pérak ernstige (groote) onlusten uitgebroken (lett. ontstaan) zijn.Âda kunun bagitu.Dat wordt zoo beweerd. (Er zijn naar men zegt zoo).Âpa sebab jâdi pergâduhan itu?Waardoor zijn die onlusten ontstaan?Asal-ña bagini, tuan:De oorzaak is aldus, mijnheer:Âda sâtu ôrang dalăm dâirah itu meñjâdi pengulu-ña, tetapi Yam-Tuan bâru ini tidaq suka akăn dia; dipecatkăn, dia gelarkăn lâin ôrang mengganti dia jâdi pengulu di situ. Sebab itu berkelay lah pengulu bâru dăngăn pengulu lâma.Er was iemand in dat gebiedpengulu, maar de nieuwe sultan hield niet van hem; hij heeft hem ontslagen en een ander in de plaats van hem den titel vanpengulugegeven. Om die reden vecht de nieuwe met den oudenpengulu.Âda kah yang mati luka?Zijn er dooden of gewonden?Belom âda, tuan. Âda juga dua tiga.Nog niet, mijnheer. Er zijn er enkelen (toch twee of drie).Sabelah mâna yang mati itu?Aan welke zijde zijn die dooden?Sabelah pengulu bâru, tuan.Aan de zijde van het nieuwe hoofd.Âda bârang dua-puluh ôrang dia, berjâlan dalăm utan, jumpasâtukubu musuh, berkelay lah di situ. Yang di dalăm kubu itu âda berse-nâpang bâñaq, yang lâin dua tiga pucuq sâja. Undur lah ôrang sabelah pengulu bâru itu, diambat oleh musuh-ña, mati tiga ôrang sabelah pengulu[74]bâru, kâwan-ña yang lâin-lâin lâri dalăm utan, lintang-pukang ceray-beray.Er zijn een twintigtal van zijn lieden ’t bosch in gegaan, en een vijandelijke versterking tegengekomen, en daar hebben ze gevochten. De lui in deversterkinghadden veel geweren, de anderen maar twee of drie stuks. De lui van het nieuwe hoofd weken, en werden door hun vijanden[74]achterna gezet; drie man aan de zijde van den nieuwenpenguluzijn gesneuveld, de overige kameraden zijn in ’t bosch gevlucht, hals over kop in alle richtingen.Pâda âri ini pun ta tentu tempat-ña.Zelfs heden is hun verblijf (plaats) niet bekend (vast).Siâpa ambil mâit ôrang tiga yang mati itu?Wie heeft de lijken van de drie gesneuvelden gehaald?Tinggal dalăm utan, tiâda (t’âda) ôrang berâni mengambil-ña.Ze zijn in ’t bosch achterbleven, er was niemand die ze durfde halen.Kâlaw bagitu, mâlu benăr pengulu bâru itu, mâit kâwan-ña tertinggal.Dan is ’t een erge schande voor den nieuwenpengulu(is de nieuwe p. erg beschaamd) dat de lijken zijner gezellen achtergebleven zijn.Pâda kîra kâmi ôrang Melâyu mâlu sekâli, tuan.Naar de opvatting van ons Maleiers is ’t een heele schande, mijnheer.Di mâna musuh sekârang?Waar zijn de vijanden nu?Ta tentu tempat-ña, tuan.’t Is niet bekend waar ze zijn, mijnheer (niet vastgesteld hun plaats).Kâlaw bagitu, bâik kita pegi mengâkap.Dan moeten wij (is ’t goed, dat wij) gaan spionneeren.Bôleh antăr (sûruh) penglima-kâkap dăngăn dua ôrang.We kunnen ’t hoofd der spionnen met twee man sturen.Bâik lah, malăm sekârang bulan terang, sûruh dia-ôrang jâlan meñcâri tempat musuh, di mâna kubu-ña, berâpa buah kubu, berâpa ôrang musuh, berâpa meriăm-ña, dan âpa-âpa macăm-ña.Goed, van avond is ’t heldere maan, laat ze op weg gaan en de verblijfplaats der vijanden opzoeken, waar hun versterkingen zijn, hoeveel stuks versterkingen er zijn, hoeveel man de vijand sterk is, hoeveel kanonnen zehebben, en welke soorten daarvan.Penglima-kâkap sudah bâlik, tuan. Musuh âda di Pâpan, sudah berkukuh di situ Penglimâ-ña tiga ôrang, kubu-ña dua buah, sabelah kânan[75]sa buah, sabelah kîri sa buah, dăngăn kôta sa buah di âtas bukit, di belâkang kubu yang dua buah itu. Ôrang-ña tengah dua râtus lebih-kûrang, meriăm tidaq âda, tetapi lila âda tiga pucuq dalăm kôta itu.Het hoofd der spionnen is al terug, mijnheer. De vijand is te Pâpan, ze hebben zich daar versterkt. Ze hebben drie hoofden, twee versterkingen,[75](palissadeeringen), rechts een, links een, met een fort op een heuvel, achter die twee versterkingen. Hun volk bedraagt ongeveerhonderdvijftigman, kanonnen hebben ze niet, maar ze hebben drie lila’s (soort mortieren) in dat fort.Bâik lah. Kâlaw bagitu, kita masuq mengâmuq kôtâ-ña deri belâkang, kemudian mudah mengambil kubu-ña.Goed. Dan (als ’t zoo is), dan zullen we hun fort van achteren bestormen (lett. stormende ingaan), daarna is ’t gemakkelijk hun versterkingen te nemen.Kâlaw sudah diambil kôtâ-ña, kubu ta susah lâgi.Als hun fort al genomen is, leveren de versterkingen geen last meer op (zijn de versterkingen niet lastig meer).Lantaq betul-betul, jangan ôlo-ôlo, jangan undur sekâli-kâli.Pak ze flink aan, niet wankelmoedig zijn, en volstrekt niet wijken (teruggaan).Sudah dekăt kôta, nampaq musuh di dalăm, pasang senâpang sâtu dăs, kemudian mengâmuq dăngăn keris sâja.We zijn al dicht bij ’t fort, de vijand erin is reeds te zien, vuur eengeweerschotaf (schiet af een geweer éen „paf”), daarna maar aanvallen met de kris.Kôtâ-ña terpagăr keliling, lâgi âda pârit dan rañjaw.Hun fort is rondom gepalissadeerd, bovendien is er een gracht enranjaws1.Tid’âpa, bôleh kita mengâkap meñcâri pintu kôta, di situ lah masuq.Dat doet er niet toe, wij kunnen spionneeren en naar de deur van ’t fort zoeken, daar gaan we binnen.Tentu dua pintu-ña, pintu-belâkang bâik masuq, nanti musuh lâri deri pintu-adăp; bôleh ôrang kita meñjâga di situ menâhan dia.Zeker er twee deuren aan, ’t is ’t beste de achterdeur in te gaan, dan vlucht de vijand door de voordeur, onze lui kunnen daar de wacht houden en ze tegenhouden.Sediakăn ôbat dăngăn pelûru cukup isikăn empat-puluh[76]petrum pâda tiap-tiap ôrang.Maak kruit en kogels klaar genoeg om veertig patronen[76]voor ieder man te vullen.Kâlaw datăng ujan, tudungkăn petrum bâik-bâik.Als er regen komt, moet je de patronen goed toedekken.Mâsing-mâsing âda kerpay, tuan: petrum ta bôleh bâsah.Ieder heeft een patroontasch, mijnheer: de patronen kunnen niet nat worden.Siâpa pasang senâpang tâdi?Wie heeft zooeven een geweerschot afgeschoten?Musuh, tuan.De vijand, mijnheer.Dăngăr bâik-bâik.Luister ’s goed.Dipasang-ña tiga dăs, tentu lah alâmat musuh itu.Ze hebben driemaal gevuurd, zeker is dat een signaal (teeken) van den vijand.Tuan pakay prisay kah?Draagt (gebruikt) u een schild?Tidaq, ta guna beperisay, kâlaw musuh bedil dăngăn pemûras, bârang-kâli sa butir pelûru dalăm sa râtus yang kenâ.Neen, ’t is onnut een schild te dragen, als de vijand met donderbussen schiet, raakt misschien éen kogel op de honderd.

1Scherpe bamboestokken in den grond om de voeten te verwonden.↑

1Scherpe bamboestokken in den grond om de voeten te verwonden.↑

1Scherpe bamboestokken in den grond om de voeten te verwonden.↑

1Scherpe bamboestokken in den grond om de voeten te verwonden.↑


Back to IndexNext