4.Gesprek met een Kok.

[Inhoud]4.Gesprek met een Kok.Ésoqpâgi-pâgi sediakăn makânan sedikit (siapkăn m. s.)Morgenochtend vroeg moet je wat eten klaarmaken.Tuan mâu makan âpa?Wat wenscht u te eten?Berâpa ôrang mâu makan?Hoeveel menschen willen er eten?Kita yang âda di rumah sekârang dan lâgi dua ôrang tuan.Wij, die hier nu in huis zijn en bovendien twee heeren.Bôleh sediakăn âir-tèh1kahwa, roti panggang, telor, dăngăn buah-buah.Je kunt thee klaarzetten, koffie, geroosterd brood, eieren, met vruchten.Buah macăm âpa tuan suka?Wat voor vruchten gelieft u te hebben? (Welke soort).Buah-manggis, durian, rambutan, pulasam, nânas, limaw, pisang, mâna-mâna yang bôleh dapăt.Manggis, durian, rambutan, pulasam, ananas, sinasappelen, bananen, al wat er te krijgen is.Kahwa sudah âbis.De koffie is al op.Bâik, bôleh beli lâgi.Goed, je kunt meer koopen.Kahwa arga berâpa sa kati sekârang?Hoeveel kost de koffie tegenwoordig per kati?Empat-puluh sèn, tuan.Veertig cent, mijnheer.Bâik, bôleh beli lima kati.Goed, koop vijf kati.Sâya tidaq sempat pegi ke pasar, tuan (ñôñah).Ik heb geen tijd, om naar de markt te gaan, mijnheer(mevrouw).Tidaq mengâpa, suruh koki kecil.Dat doet er niet toe, stuur dan den bijkok (kleine kok, kokin).Sakit, tuan (ñôñah).Die is ziek, Mijnheer (Mevrouw).Kâlawbagitu, suruh lâin ôrang, bârang-siâpa âda.Stuur dan een ander, wie ’t ook zij, die er is (al wie er is).Tidaq âda lâin ôrang.Er is niemand anders.Câri ôrang, ta bôleh tidaq sâtu ôrang perlu pegi mengambil bârang itu.Zoek een ander, er moet in ieder geval iemand die boodschap gaan doen (die zaak gaan halen).[14]Ésoq ta bôleh?Kan ’t morgen niet?Tidaq, âri ini juga perlu pegi.Neen, vandaag moet men bepaald gaan (noodzakelijk te gaan).Kâlaw bagitu, sâya mâu pegi sendïri.Dan wil ik zelf gaan.Suka-ati engkaw lah.Dat moet jij weten (je eigen goedvinden).Malăm sekârang endaq memberi kita makan âpa?Wat wil je ons van avond te eten geven?Sop, ikan gorèng, udang, kambing panggang, âyam rebus, nasi, kâri, kêju dan puding.Soep, gebakken visch, garnalen, geroosterd geitevleesch (schapevleesch), gekookte kip, rijst, kerrie, kaas en pudding.Kâri macăm âpa?Wat voor soort kerrie?Kâri Melâyu, kâri kering, kâri Benggâla, kâri-terung.Maleische kerrie, droge kerrie, Benggaalsche kerrie, terung-kerrie.Aku mâu makan pukul tujuh betul, bôleh kah sedia makanan pâda waktu itu?Ik wil precies om zeven uur eten, kan je ’t eten om dien tijd klaar hebben?Bôleh, tuan (ñôñah).Jawel, Mijnheer (Mevrouw).Tiga ôrang endaq makan di sini.Drie menschen zullen hier eten.Âpa, tiga semua?Wat, drie in ’t geheel? (drie allen?)Tidaq, tiga ôrang lâin deri kâmi, jâdi tujuh semua.Neen, die menschen behalve ons, dus zeven bij elkaar (allen).Sâya minta belañja sedikit lâgi, tuan (ñôñah).Ik vraag nog wat meer geld, om inkoopen te doen, Mijnheer (Mevrouw).Bagimâna, wang sudah âbis kah?Hoe zoo, is ’t geld al op?Ini âda sa-puluh ringgit, bôleh buat belañja.Hier heb je tien dollar (rijksdaalders), dat kan je als huishoudgeld gebruiken.Ta cukup.Dat is niet genoeg.Âpa fasal?Waarom niet? (Waarom?)Bânaq sudah belañja membeli bârang-bârang makan, lâgi miñaq, lilin (dian), âpa semua.Ik heb al veel geld uitgegeven om eetwaren te koopen, bovendien olie, kaarsen, en wat niet al.Aku râsa kaw boros benăr,[15]pâtut belañja kûrang deri itu, nanti ’ku beri lima ringgit lâgi, jâdi cukup, bôleh pakay tiga âri lâmâ-ña.Ik geloof, dat je erg verkwistend[15]bent, je moet met minder huishoudgeld toekomen (’t is behoorlijk, dat het h. h. geld minder zij dan dat). Ik zal nogvijfdollars geven; dan is ’t genoeg, daar kan je drie dagen mee doen (kan je drie dagen lang gebruiken).Ta cukup.Dat is niet genoeg.Bôleh côba.Je kunt ’t probeeren.Deri mâna kaw datang?Waar ben je geweest? (Waar kom je vandaan?)Pegi pasar (pekăn), tuan.Naar de pasar, mijnheer.Lambat benăr engkaw bâlik.Âda kah dapăt ketam itu?Je bent erg lang uitgebleven (je komt erg laat terug.) Heb je die krabben kunnen krijgen?T’âda, tuan, jâdi sâya beli tîrăm.Neen, mijnheer, ik heb dus maar oesters gekocht.Bâik kah tîrăm itu?Zijn die oesters goed?Bâik, tuan, bâru bâwa.Ja, mijnheer, ze waren pas aangebracht.Tuan mâu makan mentah kah?Wil u ze rauw eten?Bôleh dibakar.Ze kunnen gebakken worden.Âda kah susu?Is er melk?Bañaq, ñôñah.Veel, mevrouw.Beri sama aku (beri kăn aku). Bâwa kemâri.Geef ze mij. Breng ze hier.Bâwang di mâna?Waar zijn de uien?Âda dalăm bakul di dapur.Ze zijn in een mand in de keuken.Pegi ambil.Ga ze halen.Âdakah engkaw tâu membuat ès?Kan je ijs maken?Tidaq, ñôñah, sâya ta tâu.Neen, mevrouw, ik kan ’t niet (ik weet ’t niet).Tâu juga s’ikit-s’ikit.Ik kan ’t wel zoowat (een beetje, een beetje).Jangan terlampaw masaq-ña.Je moet ’t niet te gaar maken.Kûrang masaq.’t Is niet goed gaar.Nasi ini angit.Deze rijst is aangebrand.[16]Berâpa ékor itiq kaw beli tâdi?Hoeveel eenden heb je zooeven gekocht?Tiga ékor.Drie stuks.Cukup kah?Is dat genoeg?Kâlaw ta cukup, bôleh beli lâgi.Als ’t niet genoeg is, kan je nog meer koopen.Pegi lah tangkăp âyam sa ékor.Ga ’n kip vangen.Tiga ékor sudah potong (semlèh).Drie stuks zijn al geslacht.Bâwa kemari, aku endaq merâsa.Breng ’t hier, ik wil ’t proeven.Ta sedăp râsâ-ña.’t Is niet lekker van smaak.Sedăp sekâli râsâ-ña.’t Smaakt heel lekker.Sagenăp bârang kaw beri kâmi makan semalăm itu t’âda betul masaq-ña. Kâlaw ta bôleh kaw buat lebih bâik deri itu, nanti aku meñcâri lâin koki.Alles wat je ons gisteren(avond) te eten hebt gegeven was niet behoorlijk klaar gemaakt (gekookt). Als je ’t niet beter dan zoo (dan dat) kunt maken, dan zoek ik een anderen kok.Endaq lah kaw membuat sop yang bâik. Kâlaw tidaq, nanti aku potong kîra-kîra-mu (gâji-mu).Je moet de soep beter maken, anders kort ik je op je loon (kîra-kîra = rekening).Jangan bâwa âyam tua. Lâgi câbutkăn bulu-ña dăngăn pâtut; jangan celur âyam itu.Je moet geen oude kippen brengen. Bovendien moet je ze behoorlijk plukken (veeren uittrekken); je moet ze niet in heet water dompelen, (d. w. z. om de veeren eraf te krijgen).1In de Straits zegt menâir-cânaar ’t Portugeeschecha-thee; op Java is koffiekopiofâir-kopi.↑

[Inhoud]4.Gesprek met een Kok.Ésoqpâgi-pâgi sediakăn makânan sedikit (siapkăn m. s.)Morgenochtend vroeg moet je wat eten klaarmaken.Tuan mâu makan âpa?Wat wenscht u te eten?Berâpa ôrang mâu makan?Hoeveel menschen willen er eten?Kita yang âda di rumah sekârang dan lâgi dua ôrang tuan.Wij, die hier nu in huis zijn en bovendien twee heeren.Bôleh sediakăn âir-tèh1kahwa, roti panggang, telor, dăngăn buah-buah.Je kunt thee klaarzetten, koffie, geroosterd brood, eieren, met vruchten.Buah macăm âpa tuan suka?Wat voor vruchten gelieft u te hebben? (Welke soort).Buah-manggis, durian, rambutan, pulasam, nânas, limaw, pisang, mâna-mâna yang bôleh dapăt.Manggis, durian, rambutan, pulasam, ananas, sinasappelen, bananen, al wat er te krijgen is.Kahwa sudah âbis.De koffie is al op.Bâik, bôleh beli lâgi.Goed, je kunt meer koopen.Kahwa arga berâpa sa kati sekârang?Hoeveel kost de koffie tegenwoordig per kati?Empat-puluh sèn, tuan.Veertig cent, mijnheer.Bâik, bôleh beli lima kati.Goed, koop vijf kati.Sâya tidaq sempat pegi ke pasar, tuan (ñôñah).Ik heb geen tijd, om naar de markt te gaan, mijnheer(mevrouw).Tidaq mengâpa, suruh koki kecil.Dat doet er niet toe, stuur dan den bijkok (kleine kok, kokin).Sakit, tuan (ñôñah).Die is ziek, Mijnheer (Mevrouw).Kâlawbagitu, suruh lâin ôrang, bârang-siâpa âda.Stuur dan een ander, wie ’t ook zij, die er is (al wie er is).Tidaq âda lâin ôrang.Er is niemand anders.Câri ôrang, ta bôleh tidaq sâtu ôrang perlu pegi mengambil bârang itu.Zoek een ander, er moet in ieder geval iemand die boodschap gaan doen (die zaak gaan halen).[14]Ésoq ta bôleh?Kan ’t morgen niet?Tidaq, âri ini juga perlu pegi.Neen, vandaag moet men bepaald gaan (noodzakelijk te gaan).Kâlaw bagitu, sâya mâu pegi sendïri.Dan wil ik zelf gaan.Suka-ati engkaw lah.Dat moet jij weten (je eigen goedvinden).Malăm sekârang endaq memberi kita makan âpa?Wat wil je ons van avond te eten geven?Sop, ikan gorèng, udang, kambing panggang, âyam rebus, nasi, kâri, kêju dan puding.Soep, gebakken visch, garnalen, geroosterd geitevleesch (schapevleesch), gekookte kip, rijst, kerrie, kaas en pudding.Kâri macăm âpa?Wat voor soort kerrie?Kâri Melâyu, kâri kering, kâri Benggâla, kâri-terung.Maleische kerrie, droge kerrie, Benggaalsche kerrie, terung-kerrie.Aku mâu makan pukul tujuh betul, bôleh kah sedia makanan pâda waktu itu?Ik wil precies om zeven uur eten, kan je ’t eten om dien tijd klaar hebben?Bôleh, tuan (ñôñah).Jawel, Mijnheer (Mevrouw).Tiga ôrang endaq makan di sini.Drie menschen zullen hier eten.Âpa, tiga semua?Wat, drie in ’t geheel? (drie allen?)Tidaq, tiga ôrang lâin deri kâmi, jâdi tujuh semua.Neen, die menschen behalve ons, dus zeven bij elkaar (allen).Sâya minta belañja sedikit lâgi, tuan (ñôñah).Ik vraag nog wat meer geld, om inkoopen te doen, Mijnheer (Mevrouw).Bagimâna, wang sudah âbis kah?Hoe zoo, is ’t geld al op?Ini âda sa-puluh ringgit, bôleh buat belañja.Hier heb je tien dollar (rijksdaalders), dat kan je als huishoudgeld gebruiken.Ta cukup.Dat is niet genoeg.Âpa fasal?Waarom niet? (Waarom?)Bânaq sudah belañja membeli bârang-bârang makan, lâgi miñaq, lilin (dian), âpa semua.Ik heb al veel geld uitgegeven om eetwaren te koopen, bovendien olie, kaarsen, en wat niet al.Aku râsa kaw boros benăr,[15]pâtut belañja kûrang deri itu, nanti ’ku beri lima ringgit lâgi, jâdi cukup, bôleh pakay tiga âri lâmâ-ña.Ik geloof, dat je erg verkwistend[15]bent, je moet met minder huishoudgeld toekomen (’t is behoorlijk, dat het h. h. geld minder zij dan dat). Ik zal nogvijfdollars geven; dan is ’t genoeg, daar kan je drie dagen mee doen (kan je drie dagen lang gebruiken).Ta cukup.Dat is niet genoeg.Bôleh côba.Je kunt ’t probeeren.Deri mâna kaw datang?Waar ben je geweest? (Waar kom je vandaan?)Pegi pasar (pekăn), tuan.Naar de pasar, mijnheer.Lambat benăr engkaw bâlik.Âda kah dapăt ketam itu?Je bent erg lang uitgebleven (je komt erg laat terug.) Heb je die krabben kunnen krijgen?T’âda, tuan, jâdi sâya beli tîrăm.Neen, mijnheer, ik heb dus maar oesters gekocht.Bâik kah tîrăm itu?Zijn die oesters goed?Bâik, tuan, bâru bâwa.Ja, mijnheer, ze waren pas aangebracht.Tuan mâu makan mentah kah?Wil u ze rauw eten?Bôleh dibakar.Ze kunnen gebakken worden.Âda kah susu?Is er melk?Bañaq, ñôñah.Veel, mevrouw.Beri sama aku (beri kăn aku). Bâwa kemâri.Geef ze mij. Breng ze hier.Bâwang di mâna?Waar zijn de uien?Âda dalăm bakul di dapur.Ze zijn in een mand in de keuken.Pegi ambil.Ga ze halen.Âdakah engkaw tâu membuat ès?Kan je ijs maken?Tidaq, ñôñah, sâya ta tâu.Neen, mevrouw, ik kan ’t niet (ik weet ’t niet).Tâu juga s’ikit-s’ikit.Ik kan ’t wel zoowat (een beetje, een beetje).Jangan terlampaw masaq-ña.Je moet ’t niet te gaar maken.Kûrang masaq.’t Is niet goed gaar.Nasi ini angit.Deze rijst is aangebrand.[16]Berâpa ékor itiq kaw beli tâdi?Hoeveel eenden heb je zooeven gekocht?Tiga ékor.Drie stuks.Cukup kah?Is dat genoeg?Kâlaw ta cukup, bôleh beli lâgi.Als ’t niet genoeg is, kan je nog meer koopen.Pegi lah tangkăp âyam sa ékor.Ga ’n kip vangen.Tiga ékor sudah potong (semlèh).Drie stuks zijn al geslacht.Bâwa kemari, aku endaq merâsa.Breng ’t hier, ik wil ’t proeven.Ta sedăp râsâ-ña.’t Is niet lekker van smaak.Sedăp sekâli râsâ-ña.’t Smaakt heel lekker.Sagenăp bârang kaw beri kâmi makan semalăm itu t’âda betul masaq-ña. Kâlaw ta bôleh kaw buat lebih bâik deri itu, nanti aku meñcâri lâin koki.Alles wat je ons gisteren(avond) te eten hebt gegeven was niet behoorlijk klaar gemaakt (gekookt). Als je ’t niet beter dan zoo (dan dat) kunt maken, dan zoek ik een anderen kok.Endaq lah kaw membuat sop yang bâik. Kâlaw tidaq, nanti aku potong kîra-kîra-mu (gâji-mu).Je moet de soep beter maken, anders kort ik je op je loon (kîra-kîra = rekening).Jangan bâwa âyam tua. Lâgi câbutkăn bulu-ña dăngăn pâtut; jangan celur âyam itu.Je moet geen oude kippen brengen. Bovendien moet je ze behoorlijk plukken (veeren uittrekken); je moet ze niet in heet water dompelen, (d. w. z. om de veeren eraf te krijgen).1In de Straits zegt menâir-cânaar ’t Portugeeschecha-thee; op Java is koffiekopiofâir-kopi.↑

4.Gesprek met een Kok.

Ésoqpâgi-pâgi sediakăn makânan sedikit (siapkăn m. s.)Morgenochtend vroeg moet je wat eten klaarmaken.Tuan mâu makan âpa?Wat wenscht u te eten?Berâpa ôrang mâu makan?Hoeveel menschen willen er eten?Kita yang âda di rumah sekârang dan lâgi dua ôrang tuan.Wij, die hier nu in huis zijn en bovendien twee heeren.Bôleh sediakăn âir-tèh1kahwa, roti panggang, telor, dăngăn buah-buah.Je kunt thee klaarzetten, koffie, geroosterd brood, eieren, met vruchten.Buah macăm âpa tuan suka?Wat voor vruchten gelieft u te hebben? (Welke soort).Buah-manggis, durian, rambutan, pulasam, nânas, limaw, pisang, mâna-mâna yang bôleh dapăt.Manggis, durian, rambutan, pulasam, ananas, sinasappelen, bananen, al wat er te krijgen is.Kahwa sudah âbis.De koffie is al op.Bâik, bôleh beli lâgi.Goed, je kunt meer koopen.Kahwa arga berâpa sa kati sekârang?Hoeveel kost de koffie tegenwoordig per kati?Empat-puluh sèn, tuan.Veertig cent, mijnheer.Bâik, bôleh beli lima kati.Goed, koop vijf kati.Sâya tidaq sempat pegi ke pasar, tuan (ñôñah).Ik heb geen tijd, om naar de markt te gaan, mijnheer(mevrouw).Tidaq mengâpa, suruh koki kecil.Dat doet er niet toe, stuur dan den bijkok (kleine kok, kokin).Sakit, tuan (ñôñah).Die is ziek, Mijnheer (Mevrouw).Kâlawbagitu, suruh lâin ôrang, bârang-siâpa âda.Stuur dan een ander, wie ’t ook zij, die er is (al wie er is).Tidaq âda lâin ôrang.Er is niemand anders.Câri ôrang, ta bôleh tidaq sâtu ôrang perlu pegi mengambil bârang itu.Zoek een ander, er moet in ieder geval iemand die boodschap gaan doen (die zaak gaan halen).[14]Ésoq ta bôleh?Kan ’t morgen niet?Tidaq, âri ini juga perlu pegi.Neen, vandaag moet men bepaald gaan (noodzakelijk te gaan).Kâlaw bagitu, sâya mâu pegi sendïri.Dan wil ik zelf gaan.Suka-ati engkaw lah.Dat moet jij weten (je eigen goedvinden).Malăm sekârang endaq memberi kita makan âpa?Wat wil je ons van avond te eten geven?Sop, ikan gorèng, udang, kambing panggang, âyam rebus, nasi, kâri, kêju dan puding.Soep, gebakken visch, garnalen, geroosterd geitevleesch (schapevleesch), gekookte kip, rijst, kerrie, kaas en pudding.Kâri macăm âpa?Wat voor soort kerrie?Kâri Melâyu, kâri kering, kâri Benggâla, kâri-terung.Maleische kerrie, droge kerrie, Benggaalsche kerrie, terung-kerrie.Aku mâu makan pukul tujuh betul, bôleh kah sedia makanan pâda waktu itu?Ik wil precies om zeven uur eten, kan je ’t eten om dien tijd klaar hebben?Bôleh, tuan (ñôñah).Jawel, Mijnheer (Mevrouw).Tiga ôrang endaq makan di sini.Drie menschen zullen hier eten.Âpa, tiga semua?Wat, drie in ’t geheel? (drie allen?)Tidaq, tiga ôrang lâin deri kâmi, jâdi tujuh semua.Neen, die menschen behalve ons, dus zeven bij elkaar (allen).Sâya minta belañja sedikit lâgi, tuan (ñôñah).Ik vraag nog wat meer geld, om inkoopen te doen, Mijnheer (Mevrouw).Bagimâna, wang sudah âbis kah?Hoe zoo, is ’t geld al op?Ini âda sa-puluh ringgit, bôleh buat belañja.Hier heb je tien dollar (rijksdaalders), dat kan je als huishoudgeld gebruiken.Ta cukup.Dat is niet genoeg.Âpa fasal?Waarom niet? (Waarom?)Bânaq sudah belañja membeli bârang-bârang makan, lâgi miñaq, lilin (dian), âpa semua.Ik heb al veel geld uitgegeven om eetwaren te koopen, bovendien olie, kaarsen, en wat niet al.Aku râsa kaw boros benăr,[15]pâtut belañja kûrang deri itu, nanti ’ku beri lima ringgit lâgi, jâdi cukup, bôleh pakay tiga âri lâmâ-ña.Ik geloof, dat je erg verkwistend[15]bent, je moet met minder huishoudgeld toekomen (’t is behoorlijk, dat het h. h. geld minder zij dan dat). Ik zal nogvijfdollars geven; dan is ’t genoeg, daar kan je drie dagen mee doen (kan je drie dagen lang gebruiken).Ta cukup.Dat is niet genoeg.Bôleh côba.Je kunt ’t probeeren.Deri mâna kaw datang?Waar ben je geweest? (Waar kom je vandaan?)Pegi pasar (pekăn), tuan.Naar de pasar, mijnheer.Lambat benăr engkaw bâlik.Âda kah dapăt ketam itu?Je bent erg lang uitgebleven (je komt erg laat terug.) Heb je die krabben kunnen krijgen?T’âda, tuan, jâdi sâya beli tîrăm.Neen, mijnheer, ik heb dus maar oesters gekocht.Bâik kah tîrăm itu?Zijn die oesters goed?Bâik, tuan, bâru bâwa.Ja, mijnheer, ze waren pas aangebracht.Tuan mâu makan mentah kah?Wil u ze rauw eten?Bôleh dibakar.Ze kunnen gebakken worden.Âda kah susu?Is er melk?Bañaq, ñôñah.Veel, mevrouw.Beri sama aku (beri kăn aku). Bâwa kemâri.Geef ze mij. Breng ze hier.Bâwang di mâna?Waar zijn de uien?Âda dalăm bakul di dapur.Ze zijn in een mand in de keuken.Pegi ambil.Ga ze halen.Âdakah engkaw tâu membuat ès?Kan je ijs maken?Tidaq, ñôñah, sâya ta tâu.Neen, mevrouw, ik kan ’t niet (ik weet ’t niet).Tâu juga s’ikit-s’ikit.Ik kan ’t wel zoowat (een beetje, een beetje).Jangan terlampaw masaq-ña.Je moet ’t niet te gaar maken.Kûrang masaq.’t Is niet goed gaar.Nasi ini angit.Deze rijst is aangebrand.[16]Berâpa ékor itiq kaw beli tâdi?Hoeveel eenden heb je zooeven gekocht?Tiga ékor.Drie stuks.Cukup kah?Is dat genoeg?Kâlaw ta cukup, bôleh beli lâgi.Als ’t niet genoeg is, kan je nog meer koopen.Pegi lah tangkăp âyam sa ékor.Ga ’n kip vangen.Tiga ékor sudah potong (semlèh).Drie stuks zijn al geslacht.Bâwa kemari, aku endaq merâsa.Breng ’t hier, ik wil ’t proeven.Ta sedăp râsâ-ña.’t Is niet lekker van smaak.Sedăp sekâli râsâ-ña.’t Smaakt heel lekker.Sagenăp bârang kaw beri kâmi makan semalăm itu t’âda betul masaq-ña. Kâlaw ta bôleh kaw buat lebih bâik deri itu, nanti aku meñcâri lâin koki.Alles wat je ons gisteren(avond) te eten hebt gegeven was niet behoorlijk klaar gemaakt (gekookt). Als je ’t niet beter dan zoo (dan dat) kunt maken, dan zoek ik een anderen kok.Endaq lah kaw membuat sop yang bâik. Kâlaw tidaq, nanti aku potong kîra-kîra-mu (gâji-mu).Je moet de soep beter maken, anders kort ik je op je loon (kîra-kîra = rekening).Jangan bâwa âyam tua. Lâgi câbutkăn bulu-ña dăngăn pâtut; jangan celur âyam itu.Je moet geen oude kippen brengen. Bovendien moet je ze behoorlijk plukken (veeren uittrekken); je moet ze niet in heet water dompelen, (d. w. z. om de veeren eraf te krijgen).

Ésoqpâgi-pâgi sediakăn makânan sedikit (siapkăn m. s.)Morgenochtend vroeg moet je wat eten klaarmaken.Tuan mâu makan âpa?Wat wenscht u te eten?Berâpa ôrang mâu makan?Hoeveel menschen willen er eten?Kita yang âda di rumah sekârang dan lâgi dua ôrang tuan.Wij, die hier nu in huis zijn en bovendien twee heeren.Bôleh sediakăn âir-tèh1kahwa, roti panggang, telor, dăngăn buah-buah.Je kunt thee klaarzetten, koffie, geroosterd brood, eieren, met vruchten.Buah macăm âpa tuan suka?Wat voor vruchten gelieft u te hebben? (Welke soort).Buah-manggis, durian, rambutan, pulasam, nânas, limaw, pisang, mâna-mâna yang bôleh dapăt.Manggis, durian, rambutan, pulasam, ananas, sinasappelen, bananen, al wat er te krijgen is.Kahwa sudah âbis.De koffie is al op.Bâik, bôleh beli lâgi.Goed, je kunt meer koopen.Kahwa arga berâpa sa kati sekârang?Hoeveel kost de koffie tegenwoordig per kati?Empat-puluh sèn, tuan.Veertig cent, mijnheer.Bâik, bôleh beli lima kati.Goed, koop vijf kati.Sâya tidaq sempat pegi ke pasar, tuan (ñôñah).Ik heb geen tijd, om naar de markt te gaan, mijnheer(mevrouw).Tidaq mengâpa, suruh koki kecil.Dat doet er niet toe, stuur dan den bijkok (kleine kok, kokin).Sakit, tuan (ñôñah).Die is ziek, Mijnheer (Mevrouw).Kâlawbagitu, suruh lâin ôrang, bârang-siâpa âda.Stuur dan een ander, wie ’t ook zij, die er is (al wie er is).Tidaq âda lâin ôrang.Er is niemand anders.Câri ôrang, ta bôleh tidaq sâtu ôrang perlu pegi mengambil bârang itu.Zoek een ander, er moet in ieder geval iemand die boodschap gaan doen (die zaak gaan halen).[14]Ésoq ta bôleh?Kan ’t morgen niet?Tidaq, âri ini juga perlu pegi.Neen, vandaag moet men bepaald gaan (noodzakelijk te gaan).Kâlaw bagitu, sâya mâu pegi sendïri.Dan wil ik zelf gaan.Suka-ati engkaw lah.Dat moet jij weten (je eigen goedvinden).Malăm sekârang endaq memberi kita makan âpa?Wat wil je ons van avond te eten geven?Sop, ikan gorèng, udang, kambing panggang, âyam rebus, nasi, kâri, kêju dan puding.Soep, gebakken visch, garnalen, geroosterd geitevleesch (schapevleesch), gekookte kip, rijst, kerrie, kaas en pudding.Kâri macăm âpa?Wat voor soort kerrie?Kâri Melâyu, kâri kering, kâri Benggâla, kâri-terung.Maleische kerrie, droge kerrie, Benggaalsche kerrie, terung-kerrie.Aku mâu makan pukul tujuh betul, bôleh kah sedia makanan pâda waktu itu?Ik wil precies om zeven uur eten, kan je ’t eten om dien tijd klaar hebben?Bôleh, tuan (ñôñah).Jawel, Mijnheer (Mevrouw).Tiga ôrang endaq makan di sini.Drie menschen zullen hier eten.Âpa, tiga semua?Wat, drie in ’t geheel? (drie allen?)Tidaq, tiga ôrang lâin deri kâmi, jâdi tujuh semua.Neen, die menschen behalve ons, dus zeven bij elkaar (allen).Sâya minta belañja sedikit lâgi, tuan (ñôñah).Ik vraag nog wat meer geld, om inkoopen te doen, Mijnheer (Mevrouw).Bagimâna, wang sudah âbis kah?Hoe zoo, is ’t geld al op?Ini âda sa-puluh ringgit, bôleh buat belañja.Hier heb je tien dollar (rijksdaalders), dat kan je als huishoudgeld gebruiken.Ta cukup.Dat is niet genoeg.Âpa fasal?Waarom niet? (Waarom?)Bânaq sudah belañja membeli bârang-bârang makan, lâgi miñaq, lilin (dian), âpa semua.Ik heb al veel geld uitgegeven om eetwaren te koopen, bovendien olie, kaarsen, en wat niet al.Aku râsa kaw boros benăr,[15]pâtut belañja kûrang deri itu, nanti ’ku beri lima ringgit lâgi, jâdi cukup, bôleh pakay tiga âri lâmâ-ña.Ik geloof, dat je erg verkwistend[15]bent, je moet met minder huishoudgeld toekomen (’t is behoorlijk, dat het h. h. geld minder zij dan dat). Ik zal nogvijfdollars geven; dan is ’t genoeg, daar kan je drie dagen mee doen (kan je drie dagen lang gebruiken).Ta cukup.Dat is niet genoeg.Bôleh côba.Je kunt ’t probeeren.Deri mâna kaw datang?Waar ben je geweest? (Waar kom je vandaan?)Pegi pasar (pekăn), tuan.Naar de pasar, mijnheer.Lambat benăr engkaw bâlik.Âda kah dapăt ketam itu?Je bent erg lang uitgebleven (je komt erg laat terug.) Heb je die krabben kunnen krijgen?T’âda, tuan, jâdi sâya beli tîrăm.Neen, mijnheer, ik heb dus maar oesters gekocht.Bâik kah tîrăm itu?Zijn die oesters goed?Bâik, tuan, bâru bâwa.Ja, mijnheer, ze waren pas aangebracht.Tuan mâu makan mentah kah?Wil u ze rauw eten?Bôleh dibakar.Ze kunnen gebakken worden.Âda kah susu?Is er melk?Bañaq, ñôñah.Veel, mevrouw.Beri sama aku (beri kăn aku). Bâwa kemâri.Geef ze mij. Breng ze hier.Bâwang di mâna?Waar zijn de uien?Âda dalăm bakul di dapur.Ze zijn in een mand in de keuken.Pegi ambil.Ga ze halen.Âdakah engkaw tâu membuat ès?Kan je ijs maken?Tidaq, ñôñah, sâya ta tâu.Neen, mevrouw, ik kan ’t niet (ik weet ’t niet).Tâu juga s’ikit-s’ikit.Ik kan ’t wel zoowat (een beetje, een beetje).Jangan terlampaw masaq-ña.Je moet ’t niet te gaar maken.Kûrang masaq.’t Is niet goed gaar.Nasi ini angit.Deze rijst is aangebrand.[16]Berâpa ékor itiq kaw beli tâdi?Hoeveel eenden heb je zooeven gekocht?Tiga ékor.Drie stuks.Cukup kah?Is dat genoeg?Kâlaw ta cukup, bôleh beli lâgi.Als ’t niet genoeg is, kan je nog meer koopen.Pegi lah tangkăp âyam sa ékor.Ga ’n kip vangen.Tiga ékor sudah potong (semlèh).Drie stuks zijn al geslacht.Bâwa kemari, aku endaq merâsa.Breng ’t hier, ik wil ’t proeven.Ta sedăp râsâ-ña.’t Is niet lekker van smaak.Sedăp sekâli râsâ-ña.’t Smaakt heel lekker.Sagenăp bârang kaw beri kâmi makan semalăm itu t’âda betul masaq-ña. Kâlaw ta bôleh kaw buat lebih bâik deri itu, nanti aku meñcâri lâin koki.Alles wat je ons gisteren(avond) te eten hebt gegeven was niet behoorlijk klaar gemaakt (gekookt). Als je ’t niet beter dan zoo (dan dat) kunt maken, dan zoek ik een anderen kok.Endaq lah kaw membuat sop yang bâik. Kâlaw tidaq, nanti aku potong kîra-kîra-mu (gâji-mu).Je moet de soep beter maken, anders kort ik je op je loon (kîra-kîra = rekening).Jangan bâwa âyam tua. Lâgi câbutkăn bulu-ña dăngăn pâtut; jangan celur âyam itu.Je moet geen oude kippen brengen. Bovendien moet je ze behoorlijk plukken (veeren uittrekken); je moet ze niet in heet water dompelen, (d. w. z. om de veeren eraf te krijgen).

1In de Straits zegt menâir-cânaar ’t Portugeeschecha-thee; op Java is koffiekopiofâir-kopi.↑

1In de Straits zegt menâir-cânaar ’t Portugeeschecha-thee; op Java is koffiekopiofâir-kopi.↑

1In de Straits zegt menâir-cânaar ’t Portugeeschecha-thee; op Java is koffiekopiofâir-kopi.↑

1In de Straits zegt menâir-cânaar ’t Portugeeschecha-thee; op Java is koffiekopiofâir-kopi.↑


Back to IndexNext