[Inhoud]6.Op een rivier.Âpa nâma sungay ini?Hoe heet deze rivier?Di mâna kuâlâ-ña?Waar is de uitmonding?Ini lah kuâlâ-ña.Dit is de uitmonding.Sâya endaq mudik, bôleh kah dapăt prâu di sini?Ik wil de rivier op, kan ik hier een vaartuig krijgen?Prâu macâm âpa tuan mâu?Wat voor soort vaartuig wil u hebben?Sampan, bidar, ketiap, prâu-sâgur (dit laatste ook: prâu-jâlur).Kleine roeischuit, overdekte gondel, huisboot, uitgeholde boomstam.Mâna yang bâik?Welke is de beste?[19]Kâlaw mâu mudik derăs (cepăt of bangăt) sâgur kecil yang bâik.Als u snel de rivier op wil gaan is een kleinesâgur’t best.Kâlaw mâu mudik senăng bâik pakay ketiap âtaw bidar.Als u op aangename wijze wil opvaren, is ’t beter eenketiapofbidarte gebruiken.Bôleh kah mudik berkâjang mati?Kunnen we de rivier opgaan met een vastekâjang(dek van palmbladeren).Sampay Kuâla-Lâbu sâja, tuan. Di situ mâu buka kâjang.Tot Kuâla-Lâbu alleen maar, daar kunnen we dekâjangeraf doen (openmaken).Âpa sebab?Waarom?Sebab sungay ini deri Kuâla-Lâbu ka ulu bâñaq semaq.Omdat de rivier van Kuâla-Lâbu af sterk begroeid is.Susah benăr itu.Dat ’s erg lastig.Ia, tetapi bôleh berpâyung.Jawel, maar we kunnen zonneschermen gebruiken.Susah juga, tetapi kâjang, ta kâjang pun, aku mâu mudik âri ini juga.Dat ’s toch lastig, maar,kâjangof geenkâjang, ik wil van daag toch de rivier op.Sekârang âir-sûrut. Lebih bâik menantikan âir-pasang, bâru bôleh mudik senăng.Nu is ’t eb. ’t Is beter den vloed af te wachten, dan eerst kan men gemakkelijk de rivier opvaren.Ta bôleh menanti, sêwa prâu sa buah dan câri ôrang-ña cukup.Ik kan niet wachten, huur een boot en zoek een voldoend aantal menschen.Jûru-mudi sa ôrang, lâgi ânaq-prâu berâpa ôrang tuan mâu?Eén stuurman, en bovendien hoeveel bemanning wil u hebben?Ânaq-prâu empat ôrang jâdi lima semuâ-ña.Vier man roeiers (lett. kinderen der boot), dus in ’t geheel vijf.Berâpa tuan mâu beri gâji?Hoeveel loon wil u geven?Saberâpa pâtut. Berâpa yang âdat di sini.Zooveel als billijk is. Zooveel als hier de gewoonte is.Kâlaw âdat di sini, dibâyarkăn sêwa kepâda tuan prâu, dan dia bôleh selesaykăn dăngăn jûru-mudi.’t Is hier gebruik de boothuur aan den eigenaar te betalen, en deze kan ’t in orde maken met den stuurman (lett. Indien het gebruik hier.., d. w. z.wat aangaat enz.)[20]Ânaq-prâu dibâyar sa suku sa âri.De roeiers worden betaald met een halven gulden (kwart dollar) per dag.Bagi-mâna, aku beri makan juga pâda ânaq-prâu itu?Hoe zoo, geef ik den roeiers ook te eten?Tidaq, tuan, makânan-ña sendîri.Neen, mijnheer, ’t eten is voor hun rekening (hun eigen eten).Berâpa besar ketiap tuan mâu pakay, yang muat sa kôyan kah?Hoe ’n groote huisboot wil u gebruiken, die een „kôyan” laadt (1kôyanin de Straits = 40pikul, op Java 30)?Âku ta tâu, kâlaw muat sa kôyan.Bôleh kah dua ôrang tidur dăngăn senăng di bâwah kâjang?Ik weet ’t niet, of ’t eenkôyanlaadt. Kunnen er twee menschen met gemak onder dekâjangslapen?Ô, senăng sekâli, tuan. Kâlaw prâu muat sa kôyan, tidaq bâwa bârang-bârang, bâñaq ôrang bôleh duduq dăngăn senăng.O, heel gemakkelijk, mijnheer. Als ’t een boot is, die eenkôyanlaadt, en niet veel goederen meeneemt, dan kunnen er veel menschen met gemak in zitten.Bârang-bârang sâya sedikit sâja, muat dalăm prâu lekas-lekas.Ik heb maar weinig bagage, laad het gauw in de boot.Sudah siap kah? (Sedia kah?)Is ’t al klaar?Sedia, tuan.Ja, mijnheer (gereed, m.)Kâlaw bagitu, tôlaq.Dan afstooten!Âir dalăm di sini, mâu pakay dâyung.’t Water is hier diep, we moeten riemen gebruiken.Berdâyung lahkuat-kuat.Roei flink.Kâyuh lah kuat-kuat.Pagaai flink.Pâut.Pak flink aan.Bila berâlih sûrut, bôleh kita bergâlah.Als we buiten ’t bereik van den vloed zijn, kunnen we boomen. (Als de vloed zich verplaatst …)Kâlaw sâya mudik sâja, bâlik mengikut lâin jâlan, berâpa sêwa prâu itu?Als ik alleen de rivier op ga, en terug ga langs een anderen weg, hoeveel is dan de boothuur?Bagitu juga, tuan.’t Zelfde, mijnheer.Ô, ta pâtut bagitu, engkaw[21]bôleh muat di ulu dan ambil sêwa mengilir kembâli.O, dat ’s niet billijk, je kunt[21]boven op nieuw laden, en huur vragen voor de terugvaart (en nemen huur voor ’t terugvaren de rivier af).Mûrah sekâli membâwa bârang mengilir deri ulu, tetapi bôleh sâya kûrangkăn sedikit, jika tuan tidaq bâlik.’t Is erg goedkoop goederen van de bovenlanden de rivier af te brengen, maar ik kan ’t wel wat minder stellen (verminderen) als u niet teruggaat.Lebih bâik kita berjañji dulu.’t Is beter, dat we vooruit afspreken (overeenkomen).Bâik lah, tuan, biar lah dua-puluh-dua ringgit.Goed, mijnheer, laat het twee en twintig rijksdaalders (dollars) wezen.Bila tuan mâu jâlan?Wanneer wil u vertrekken?Lusa pâgi-pâgi.Overmorgen heel vroeg.Siapkăn dâyung dan gâlah cukup-cukup, jangan kûrang sâtu-âpa pun.Maak voldoende riemen en boomen gereed, laat er niets hoegenaamd ontbreken.Bôleh kah tuan beri duit sedikit dulu, endaq membeli bârang makânan, dăngăn rôtan dan lâin-lâin-ña?Kan u wat geld (duiten) vooruit geven, om wat eetwaren te koopen, enrôtanen zoo voort?Berâpa kaw mâu?Hoeveel wil je hebben?Bârang lima ringgit cukup, tuan.Zoowat 5 rijksdaalders (dollars) is genoeg, mijnheer.Bâik lah. Lusa pâgi mâri ke rumah-ku mengambil bârang-bârang, bâwa tûrun ke prâu.Goed. Overmorgen ochtend kom je naar mijn huis, om de bagage te halen, breng die naar de boot (breng naar beneden in de boot).Isi sâtu peti dăngăn tânah, bâwa bersâma ke dalăm prâu, bôleh kita bertânaq dalăm prâu.Vul een kist met aarde, breng die met ’t andere (samen) in de boot, dan kunnen we in de boot rijst koken.Pegang gâlah semua ôrang.Neemt allen de boomen in de hand.Gâlah ta sampay (ta jejaq).De boomen raken den grond niet.Côba lâgi sa kâli. Sampay kah tidaq?Probeer ’t nog eens. Raken ze nu?Sampay, tuan.Jawel, mijnheer (lett. ze komen aan, ze zijn toereikend.)[22]Tikăm gâlah, kita âñut.Flink boomen, we drijven af (lett. steek met de boomen).Bila sampay di tañjung itu, mâu gâlah kuat-kuat, sebab ârus derăs sekâli di situ.Wanneer we aan dien landpunt komen, moet er met kracht geboomd worden, want daar is de stroom zeer sterk.Bila sampay di teloq, senăng sedikit.Wanneer we aan den inham komen (kromming landwaarts in), is ’t een beetje aangenamer.Singgah, singgah!Leg aan, leg aan!Ôrang-ôrang di dârat âda melâung kita, sûruh singgah.Volk aan den wal roept ons toe, laat aanleggen.Tebing tinggi sangăt di situ, rapăt pantay-pasir di ulu itu.De oever is daar erg hoog, breng de boot dicht bij den zandoever daar hooger op (sluit aan bij …)Bôleh juga nâik, tuan. Âda jembâtan, âda jamban.U kan wel aan wal stappen, (stijgen) mijnheer. Er is een brug, een badhuisje (tevens privaat).Âir tohor sekâli, prâu ta lepas. Prâu kandăs.’t Water is erg laag, de boot raakt niet los. De boot is aan den grond geraakt.Lepas juga.Ze is toch losgeraakt.Kering di sini, undur kembâli.’t Is hier ondiep (droog), ga weer terug (ga achteruit terug).Sekârang dalăm sedikit, bergâlah lah.Nu is ’t wat dieper boomen.Âir tâwar kah ataw mâsin?Is ’t water zoet of zilt?Pâyaw, tuan.Brak, mijnheer.Câri tempat yang terang (lâpang) sedikit, singgah di situ, kita bertânaq.Zoek een plek, die open is, leg daar aan, dan kunnen wij koken.Ini lah tempat bâik.Hier is een goede plek.Rapăt ka tepi.Breng de boot dicht bij den kant (sluit aan tegen den kant).Câcaq gâlah, tambat prâu, bertânaq lah semua ôrang lekas-lekas.Steek een boom in den grond, maak de boot vast, laat al de menschen gauw rijst koken.Sudah âbis makan, jâlan lah kita.Na afloop van ’t eten moeten we weer op weg.[23]Prâu tersangkut.De boot zit vast.Di kâyu kah, di pasir kah, di lumpur kah?Aan hout, aan zand, aan modder?Kâlaw sangkut di kâyu, mâu undur, kâlaw di pasir, sorong prâu, bârang-kâli bôleh lepas.Als ze aan hout vastgeraakt is, moeten we achteruit, als ’t tegen zand is, moet je de boot duwen, misschien kan ze los raken.Timbang betul-betul. Prâu singit ke sâna.Breng haar goed in evenwicht. De boot helt daarheen.Ketiap ini menggolèq sangăt (berolèng-orlèng sangăt).Deze „huisboot” schommelt erg.Prâu ini tetăp sekâli.Deze boot ligt (is) zeer vast.Kâit dâhan itu dăngăn gâlah, tâhan bâik-bâik di bûrit prâu.Pak dien boomtak met den boom, en houd flink tegen aan den achtersteven.Âluan sudah lepas, kenâ di tengah, di ékor (bûrit), kenâ kemudi.De voorsteven is al los, ’t midden zit vast, de achtersteven, ’t roer (getroffen aan ’t midden enz.)Jâga di âluan!Kijk goed uit aan den voorsteven!Berâpa jâuh deri Bandar-Termâsa mudik ka Rekoh?Hoe ver is ’t van Bandar-Termâsa naar Rekoh?Sâtu âri berdâyung, enăm âri bergâlah bôleh sampay.In een dag roeiens en zes dagen boomens kan men er komen.Lima tañjung lâgi, sampay lah, tuan.Nog vijf landpunten, dan zijn we er, mijnheer (komen we aan.)Sebab ujan terlampaw lebăt, jâdi sungay besar sangăt.Doordat de regens bizonder hevig (dicht) waren, is de rivier erg hoog (geworden).Tiga âri dulu âda bah besar.Drie dagen geleden is er een groote watervloed geweest.Câcaq gâlah di tengah, di sini bôleh kita bermalăm; kâyu-api senăng dapăt, lâgi utan terang sedikit.Steek een boom in ’t midden in den grond, hier kunnen we overnachten; brandhout is gemakkelijk te krijgen, en bovendien is ’t bosch een beetje open.Ñâmuq terlampaw bâñaq, târoh dâun-kâyu di âtas api, biar âda asăp sedikit.Er zijn bizonder veel muskieten, leg boombladeren boven op ’t vuur, dan komt er wat rook (opdat er wat rook zij).[24]Bangunkăn semua ôrang din’âri ésoq, gelap-gelap bertânaq, kemudian bôleh kita berjâlan pula.Wek al de lui morgen bij ’t krieken van den dag, kook de rijst als ’t nog donker is; daarna kunnen we weer op weg gaan.Bila prâu mengilir, pakay pengâyuh sâja.Wanneer de boot de rivier af gaat, moet je maar de pagaaien gebruiken.Jâga tunggul di adăp itu, kâlaw kenâ sekârang, nanti terlintang prâu, bârang-kâli kâram kita. Nanti tenggelăm bârang-bârang semua.Pas op dien boomstam daar vooruit, als we er nu tegen aankomen, gaat de boot dwars liggen, en slaan we misschien om. Dan zinken al onze goederen.Tetapi kita nanti timbul, dan bôleh berenang ke dârat.Maar wij zullen boven komen, en kunnen naar den wal zwemmen.Ôrang sini biâsa mengâil kah? (memañcing kah?)Zijn de menschen hier gewoon met een haak (hengel) te visschen?Âda sa ôrang dua ôrang yang mepas, tetapi bâñaq yang meñjâla.Enkele menschen visschen met een vlieg (kunstaas), maar velen met een net (totebel).Âpa macăm ikan dapăt dalăm sungay ini?Wat voor soort visschen vangt men in deze rivier?Ikan-kâluï âda, ikan-sebâraw, ikan-tengah, dan bâñaq lâin-lâin macăm.Kâluïkomt voor, ensebâraw, ikan-tengah, en allerlei andere soorten.Ikan-kâluï yang sedăp sekâli makan.Dekâluïis de lekkerste om te eten.Kâlaw dapăt ikan, gorèng sâja (bakar sâja, panggang sâja).Als je visch vangt, braad ze dan maar (bak ze maar, roost ze maar).
[Inhoud]6.Op een rivier.Âpa nâma sungay ini?Hoe heet deze rivier?Di mâna kuâlâ-ña?Waar is de uitmonding?Ini lah kuâlâ-ña.Dit is de uitmonding.Sâya endaq mudik, bôleh kah dapăt prâu di sini?Ik wil de rivier op, kan ik hier een vaartuig krijgen?Prâu macâm âpa tuan mâu?Wat voor soort vaartuig wil u hebben?Sampan, bidar, ketiap, prâu-sâgur (dit laatste ook: prâu-jâlur).Kleine roeischuit, overdekte gondel, huisboot, uitgeholde boomstam.Mâna yang bâik?Welke is de beste?[19]Kâlaw mâu mudik derăs (cepăt of bangăt) sâgur kecil yang bâik.Als u snel de rivier op wil gaan is een kleinesâgur’t best.Kâlaw mâu mudik senăng bâik pakay ketiap âtaw bidar.Als u op aangename wijze wil opvaren, is ’t beter eenketiapofbidarte gebruiken.Bôleh kah mudik berkâjang mati?Kunnen we de rivier opgaan met een vastekâjang(dek van palmbladeren).Sampay Kuâla-Lâbu sâja, tuan. Di situ mâu buka kâjang.Tot Kuâla-Lâbu alleen maar, daar kunnen we dekâjangeraf doen (openmaken).Âpa sebab?Waarom?Sebab sungay ini deri Kuâla-Lâbu ka ulu bâñaq semaq.Omdat de rivier van Kuâla-Lâbu af sterk begroeid is.Susah benăr itu.Dat ’s erg lastig.Ia, tetapi bôleh berpâyung.Jawel, maar we kunnen zonneschermen gebruiken.Susah juga, tetapi kâjang, ta kâjang pun, aku mâu mudik âri ini juga.Dat ’s toch lastig, maar,kâjangof geenkâjang, ik wil van daag toch de rivier op.Sekârang âir-sûrut. Lebih bâik menantikan âir-pasang, bâru bôleh mudik senăng.Nu is ’t eb. ’t Is beter den vloed af te wachten, dan eerst kan men gemakkelijk de rivier opvaren.Ta bôleh menanti, sêwa prâu sa buah dan câri ôrang-ña cukup.Ik kan niet wachten, huur een boot en zoek een voldoend aantal menschen.Jûru-mudi sa ôrang, lâgi ânaq-prâu berâpa ôrang tuan mâu?Eén stuurman, en bovendien hoeveel bemanning wil u hebben?Ânaq-prâu empat ôrang jâdi lima semuâ-ña.Vier man roeiers (lett. kinderen der boot), dus in ’t geheel vijf.Berâpa tuan mâu beri gâji?Hoeveel loon wil u geven?Saberâpa pâtut. Berâpa yang âdat di sini.Zooveel als billijk is. Zooveel als hier de gewoonte is.Kâlaw âdat di sini, dibâyarkăn sêwa kepâda tuan prâu, dan dia bôleh selesaykăn dăngăn jûru-mudi.’t Is hier gebruik de boothuur aan den eigenaar te betalen, en deze kan ’t in orde maken met den stuurman (lett. Indien het gebruik hier.., d. w. z.wat aangaat enz.)[20]Ânaq-prâu dibâyar sa suku sa âri.De roeiers worden betaald met een halven gulden (kwart dollar) per dag.Bagi-mâna, aku beri makan juga pâda ânaq-prâu itu?Hoe zoo, geef ik den roeiers ook te eten?Tidaq, tuan, makânan-ña sendîri.Neen, mijnheer, ’t eten is voor hun rekening (hun eigen eten).Berâpa besar ketiap tuan mâu pakay, yang muat sa kôyan kah?Hoe ’n groote huisboot wil u gebruiken, die een „kôyan” laadt (1kôyanin de Straits = 40pikul, op Java 30)?Âku ta tâu, kâlaw muat sa kôyan.Bôleh kah dua ôrang tidur dăngăn senăng di bâwah kâjang?Ik weet ’t niet, of ’t eenkôyanlaadt. Kunnen er twee menschen met gemak onder dekâjangslapen?Ô, senăng sekâli, tuan. Kâlaw prâu muat sa kôyan, tidaq bâwa bârang-bârang, bâñaq ôrang bôleh duduq dăngăn senăng.O, heel gemakkelijk, mijnheer. Als ’t een boot is, die eenkôyanlaadt, en niet veel goederen meeneemt, dan kunnen er veel menschen met gemak in zitten.Bârang-bârang sâya sedikit sâja, muat dalăm prâu lekas-lekas.Ik heb maar weinig bagage, laad het gauw in de boot.Sudah siap kah? (Sedia kah?)Is ’t al klaar?Sedia, tuan.Ja, mijnheer (gereed, m.)Kâlaw bagitu, tôlaq.Dan afstooten!Âir dalăm di sini, mâu pakay dâyung.’t Water is hier diep, we moeten riemen gebruiken.Berdâyung lahkuat-kuat.Roei flink.Kâyuh lah kuat-kuat.Pagaai flink.Pâut.Pak flink aan.Bila berâlih sûrut, bôleh kita bergâlah.Als we buiten ’t bereik van den vloed zijn, kunnen we boomen. (Als de vloed zich verplaatst …)Kâlaw sâya mudik sâja, bâlik mengikut lâin jâlan, berâpa sêwa prâu itu?Als ik alleen de rivier op ga, en terug ga langs een anderen weg, hoeveel is dan de boothuur?Bagitu juga, tuan.’t Zelfde, mijnheer.Ô, ta pâtut bagitu, engkaw[21]bôleh muat di ulu dan ambil sêwa mengilir kembâli.O, dat ’s niet billijk, je kunt[21]boven op nieuw laden, en huur vragen voor de terugvaart (en nemen huur voor ’t terugvaren de rivier af).Mûrah sekâli membâwa bârang mengilir deri ulu, tetapi bôleh sâya kûrangkăn sedikit, jika tuan tidaq bâlik.’t Is erg goedkoop goederen van de bovenlanden de rivier af te brengen, maar ik kan ’t wel wat minder stellen (verminderen) als u niet teruggaat.Lebih bâik kita berjañji dulu.’t Is beter, dat we vooruit afspreken (overeenkomen).Bâik lah, tuan, biar lah dua-puluh-dua ringgit.Goed, mijnheer, laat het twee en twintig rijksdaalders (dollars) wezen.Bila tuan mâu jâlan?Wanneer wil u vertrekken?Lusa pâgi-pâgi.Overmorgen heel vroeg.Siapkăn dâyung dan gâlah cukup-cukup, jangan kûrang sâtu-âpa pun.Maak voldoende riemen en boomen gereed, laat er niets hoegenaamd ontbreken.Bôleh kah tuan beri duit sedikit dulu, endaq membeli bârang makânan, dăngăn rôtan dan lâin-lâin-ña?Kan u wat geld (duiten) vooruit geven, om wat eetwaren te koopen, enrôtanen zoo voort?Berâpa kaw mâu?Hoeveel wil je hebben?Bârang lima ringgit cukup, tuan.Zoowat 5 rijksdaalders (dollars) is genoeg, mijnheer.Bâik lah. Lusa pâgi mâri ke rumah-ku mengambil bârang-bârang, bâwa tûrun ke prâu.Goed. Overmorgen ochtend kom je naar mijn huis, om de bagage te halen, breng die naar de boot (breng naar beneden in de boot).Isi sâtu peti dăngăn tânah, bâwa bersâma ke dalăm prâu, bôleh kita bertânaq dalăm prâu.Vul een kist met aarde, breng die met ’t andere (samen) in de boot, dan kunnen we in de boot rijst koken.Pegang gâlah semua ôrang.Neemt allen de boomen in de hand.Gâlah ta sampay (ta jejaq).De boomen raken den grond niet.Côba lâgi sa kâli. Sampay kah tidaq?Probeer ’t nog eens. Raken ze nu?Sampay, tuan.Jawel, mijnheer (lett. ze komen aan, ze zijn toereikend.)[22]Tikăm gâlah, kita âñut.Flink boomen, we drijven af (lett. steek met de boomen).Bila sampay di tañjung itu, mâu gâlah kuat-kuat, sebab ârus derăs sekâli di situ.Wanneer we aan dien landpunt komen, moet er met kracht geboomd worden, want daar is de stroom zeer sterk.Bila sampay di teloq, senăng sedikit.Wanneer we aan den inham komen (kromming landwaarts in), is ’t een beetje aangenamer.Singgah, singgah!Leg aan, leg aan!Ôrang-ôrang di dârat âda melâung kita, sûruh singgah.Volk aan den wal roept ons toe, laat aanleggen.Tebing tinggi sangăt di situ, rapăt pantay-pasir di ulu itu.De oever is daar erg hoog, breng de boot dicht bij den zandoever daar hooger op (sluit aan bij …)Bôleh juga nâik, tuan. Âda jembâtan, âda jamban.U kan wel aan wal stappen, (stijgen) mijnheer. Er is een brug, een badhuisje (tevens privaat).Âir tohor sekâli, prâu ta lepas. Prâu kandăs.’t Water is erg laag, de boot raakt niet los. De boot is aan den grond geraakt.Lepas juga.Ze is toch losgeraakt.Kering di sini, undur kembâli.’t Is hier ondiep (droog), ga weer terug (ga achteruit terug).Sekârang dalăm sedikit, bergâlah lah.Nu is ’t wat dieper boomen.Âir tâwar kah ataw mâsin?Is ’t water zoet of zilt?Pâyaw, tuan.Brak, mijnheer.Câri tempat yang terang (lâpang) sedikit, singgah di situ, kita bertânaq.Zoek een plek, die open is, leg daar aan, dan kunnen wij koken.Ini lah tempat bâik.Hier is een goede plek.Rapăt ka tepi.Breng de boot dicht bij den kant (sluit aan tegen den kant).Câcaq gâlah, tambat prâu, bertânaq lah semua ôrang lekas-lekas.Steek een boom in den grond, maak de boot vast, laat al de menschen gauw rijst koken.Sudah âbis makan, jâlan lah kita.Na afloop van ’t eten moeten we weer op weg.[23]Prâu tersangkut.De boot zit vast.Di kâyu kah, di pasir kah, di lumpur kah?Aan hout, aan zand, aan modder?Kâlaw sangkut di kâyu, mâu undur, kâlaw di pasir, sorong prâu, bârang-kâli bôleh lepas.Als ze aan hout vastgeraakt is, moeten we achteruit, als ’t tegen zand is, moet je de boot duwen, misschien kan ze los raken.Timbang betul-betul. Prâu singit ke sâna.Breng haar goed in evenwicht. De boot helt daarheen.Ketiap ini menggolèq sangăt (berolèng-orlèng sangăt).Deze „huisboot” schommelt erg.Prâu ini tetăp sekâli.Deze boot ligt (is) zeer vast.Kâit dâhan itu dăngăn gâlah, tâhan bâik-bâik di bûrit prâu.Pak dien boomtak met den boom, en houd flink tegen aan den achtersteven.Âluan sudah lepas, kenâ di tengah, di ékor (bûrit), kenâ kemudi.De voorsteven is al los, ’t midden zit vast, de achtersteven, ’t roer (getroffen aan ’t midden enz.)Jâga di âluan!Kijk goed uit aan den voorsteven!Berâpa jâuh deri Bandar-Termâsa mudik ka Rekoh?Hoe ver is ’t van Bandar-Termâsa naar Rekoh?Sâtu âri berdâyung, enăm âri bergâlah bôleh sampay.In een dag roeiens en zes dagen boomens kan men er komen.Lima tañjung lâgi, sampay lah, tuan.Nog vijf landpunten, dan zijn we er, mijnheer (komen we aan.)Sebab ujan terlampaw lebăt, jâdi sungay besar sangăt.Doordat de regens bizonder hevig (dicht) waren, is de rivier erg hoog (geworden).Tiga âri dulu âda bah besar.Drie dagen geleden is er een groote watervloed geweest.Câcaq gâlah di tengah, di sini bôleh kita bermalăm; kâyu-api senăng dapăt, lâgi utan terang sedikit.Steek een boom in ’t midden in den grond, hier kunnen we overnachten; brandhout is gemakkelijk te krijgen, en bovendien is ’t bosch een beetje open.Ñâmuq terlampaw bâñaq, târoh dâun-kâyu di âtas api, biar âda asăp sedikit.Er zijn bizonder veel muskieten, leg boombladeren boven op ’t vuur, dan komt er wat rook (opdat er wat rook zij).[24]Bangunkăn semua ôrang din’âri ésoq, gelap-gelap bertânaq, kemudian bôleh kita berjâlan pula.Wek al de lui morgen bij ’t krieken van den dag, kook de rijst als ’t nog donker is; daarna kunnen we weer op weg gaan.Bila prâu mengilir, pakay pengâyuh sâja.Wanneer de boot de rivier af gaat, moet je maar de pagaaien gebruiken.Jâga tunggul di adăp itu, kâlaw kenâ sekârang, nanti terlintang prâu, bârang-kâli kâram kita. Nanti tenggelăm bârang-bârang semua.Pas op dien boomstam daar vooruit, als we er nu tegen aankomen, gaat de boot dwars liggen, en slaan we misschien om. Dan zinken al onze goederen.Tetapi kita nanti timbul, dan bôleh berenang ke dârat.Maar wij zullen boven komen, en kunnen naar den wal zwemmen.Ôrang sini biâsa mengâil kah? (memañcing kah?)Zijn de menschen hier gewoon met een haak (hengel) te visschen?Âda sa ôrang dua ôrang yang mepas, tetapi bâñaq yang meñjâla.Enkele menschen visschen met een vlieg (kunstaas), maar velen met een net (totebel).Âpa macăm ikan dapăt dalăm sungay ini?Wat voor soort visschen vangt men in deze rivier?Ikan-kâluï âda, ikan-sebâraw, ikan-tengah, dan bâñaq lâin-lâin macăm.Kâluïkomt voor, ensebâraw, ikan-tengah, en allerlei andere soorten.Ikan-kâluï yang sedăp sekâli makan.Dekâluïis de lekkerste om te eten.Kâlaw dapăt ikan, gorèng sâja (bakar sâja, panggang sâja).Als je visch vangt, braad ze dan maar (bak ze maar, roost ze maar).
6.Op een rivier.
Âpa nâma sungay ini?Hoe heet deze rivier?Di mâna kuâlâ-ña?Waar is de uitmonding?Ini lah kuâlâ-ña.Dit is de uitmonding.Sâya endaq mudik, bôleh kah dapăt prâu di sini?Ik wil de rivier op, kan ik hier een vaartuig krijgen?Prâu macâm âpa tuan mâu?Wat voor soort vaartuig wil u hebben?Sampan, bidar, ketiap, prâu-sâgur (dit laatste ook: prâu-jâlur).Kleine roeischuit, overdekte gondel, huisboot, uitgeholde boomstam.Mâna yang bâik?Welke is de beste?[19]Kâlaw mâu mudik derăs (cepăt of bangăt) sâgur kecil yang bâik.Als u snel de rivier op wil gaan is een kleinesâgur’t best.Kâlaw mâu mudik senăng bâik pakay ketiap âtaw bidar.Als u op aangename wijze wil opvaren, is ’t beter eenketiapofbidarte gebruiken.Bôleh kah mudik berkâjang mati?Kunnen we de rivier opgaan met een vastekâjang(dek van palmbladeren).Sampay Kuâla-Lâbu sâja, tuan. Di situ mâu buka kâjang.Tot Kuâla-Lâbu alleen maar, daar kunnen we dekâjangeraf doen (openmaken).Âpa sebab?Waarom?Sebab sungay ini deri Kuâla-Lâbu ka ulu bâñaq semaq.Omdat de rivier van Kuâla-Lâbu af sterk begroeid is.Susah benăr itu.Dat ’s erg lastig.Ia, tetapi bôleh berpâyung.Jawel, maar we kunnen zonneschermen gebruiken.Susah juga, tetapi kâjang, ta kâjang pun, aku mâu mudik âri ini juga.Dat ’s toch lastig, maar,kâjangof geenkâjang, ik wil van daag toch de rivier op.Sekârang âir-sûrut. Lebih bâik menantikan âir-pasang, bâru bôleh mudik senăng.Nu is ’t eb. ’t Is beter den vloed af te wachten, dan eerst kan men gemakkelijk de rivier opvaren.Ta bôleh menanti, sêwa prâu sa buah dan câri ôrang-ña cukup.Ik kan niet wachten, huur een boot en zoek een voldoend aantal menschen.Jûru-mudi sa ôrang, lâgi ânaq-prâu berâpa ôrang tuan mâu?Eén stuurman, en bovendien hoeveel bemanning wil u hebben?Ânaq-prâu empat ôrang jâdi lima semuâ-ña.Vier man roeiers (lett. kinderen der boot), dus in ’t geheel vijf.Berâpa tuan mâu beri gâji?Hoeveel loon wil u geven?Saberâpa pâtut. Berâpa yang âdat di sini.Zooveel als billijk is. Zooveel als hier de gewoonte is.Kâlaw âdat di sini, dibâyarkăn sêwa kepâda tuan prâu, dan dia bôleh selesaykăn dăngăn jûru-mudi.’t Is hier gebruik de boothuur aan den eigenaar te betalen, en deze kan ’t in orde maken met den stuurman (lett. Indien het gebruik hier.., d. w. z.wat aangaat enz.)[20]Ânaq-prâu dibâyar sa suku sa âri.De roeiers worden betaald met een halven gulden (kwart dollar) per dag.Bagi-mâna, aku beri makan juga pâda ânaq-prâu itu?Hoe zoo, geef ik den roeiers ook te eten?Tidaq, tuan, makânan-ña sendîri.Neen, mijnheer, ’t eten is voor hun rekening (hun eigen eten).Berâpa besar ketiap tuan mâu pakay, yang muat sa kôyan kah?Hoe ’n groote huisboot wil u gebruiken, die een „kôyan” laadt (1kôyanin de Straits = 40pikul, op Java 30)?Âku ta tâu, kâlaw muat sa kôyan.Bôleh kah dua ôrang tidur dăngăn senăng di bâwah kâjang?Ik weet ’t niet, of ’t eenkôyanlaadt. Kunnen er twee menschen met gemak onder dekâjangslapen?Ô, senăng sekâli, tuan. Kâlaw prâu muat sa kôyan, tidaq bâwa bârang-bârang, bâñaq ôrang bôleh duduq dăngăn senăng.O, heel gemakkelijk, mijnheer. Als ’t een boot is, die eenkôyanlaadt, en niet veel goederen meeneemt, dan kunnen er veel menschen met gemak in zitten.Bârang-bârang sâya sedikit sâja, muat dalăm prâu lekas-lekas.Ik heb maar weinig bagage, laad het gauw in de boot.Sudah siap kah? (Sedia kah?)Is ’t al klaar?Sedia, tuan.Ja, mijnheer (gereed, m.)Kâlaw bagitu, tôlaq.Dan afstooten!Âir dalăm di sini, mâu pakay dâyung.’t Water is hier diep, we moeten riemen gebruiken.Berdâyung lahkuat-kuat.Roei flink.Kâyuh lah kuat-kuat.Pagaai flink.Pâut.Pak flink aan.Bila berâlih sûrut, bôleh kita bergâlah.Als we buiten ’t bereik van den vloed zijn, kunnen we boomen. (Als de vloed zich verplaatst …)Kâlaw sâya mudik sâja, bâlik mengikut lâin jâlan, berâpa sêwa prâu itu?Als ik alleen de rivier op ga, en terug ga langs een anderen weg, hoeveel is dan de boothuur?Bagitu juga, tuan.’t Zelfde, mijnheer.Ô, ta pâtut bagitu, engkaw[21]bôleh muat di ulu dan ambil sêwa mengilir kembâli.O, dat ’s niet billijk, je kunt[21]boven op nieuw laden, en huur vragen voor de terugvaart (en nemen huur voor ’t terugvaren de rivier af).Mûrah sekâli membâwa bârang mengilir deri ulu, tetapi bôleh sâya kûrangkăn sedikit, jika tuan tidaq bâlik.’t Is erg goedkoop goederen van de bovenlanden de rivier af te brengen, maar ik kan ’t wel wat minder stellen (verminderen) als u niet teruggaat.Lebih bâik kita berjañji dulu.’t Is beter, dat we vooruit afspreken (overeenkomen).Bâik lah, tuan, biar lah dua-puluh-dua ringgit.Goed, mijnheer, laat het twee en twintig rijksdaalders (dollars) wezen.Bila tuan mâu jâlan?Wanneer wil u vertrekken?Lusa pâgi-pâgi.Overmorgen heel vroeg.Siapkăn dâyung dan gâlah cukup-cukup, jangan kûrang sâtu-âpa pun.Maak voldoende riemen en boomen gereed, laat er niets hoegenaamd ontbreken.Bôleh kah tuan beri duit sedikit dulu, endaq membeli bârang makânan, dăngăn rôtan dan lâin-lâin-ña?Kan u wat geld (duiten) vooruit geven, om wat eetwaren te koopen, enrôtanen zoo voort?Berâpa kaw mâu?Hoeveel wil je hebben?Bârang lima ringgit cukup, tuan.Zoowat 5 rijksdaalders (dollars) is genoeg, mijnheer.Bâik lah. Lusa pâgi mâri ke rumah-ku mengambil bârang-bârang, bâwa tûrun ke prâu.Goed. Overmorgen ochtend kom je naar mijn huis, om de bagage te halen, breng die naar de boot (breng naar beneden in de boot).Isi sâtu peti dăngăn tânah, bâwa bersâma ke dalăm prâu, bôleh kita bertânaq dalăm prâu.Vul een kist met aarde, breng die met ’t andere (samen) in de boot, dan kunnen we in de boot rijst koken.Pegang gâlah semua ôrang.Neemt allen de boomen in de hand.Gâlah ta sampay (ta jejaq).De boomen raken den grond niet.Côba lâgi sa kâli. Sampay kah tidaq?Probeer ’t nog eens. Raken ze nu?Sampay, tuan.Jawel, mijnheer (lett. ze komen aan, ze zijn toereikend.)[22]Tikăm gâlah, kita âñut.Flink boomen, we drijven af (lett. steek met de boomen).Bila sampay di tañjung itu, mâu gâlah kuat-kuat, sebab ârus derăs sekâli di situ.Wanneer we aan dien landpunt komen, moet er met kracht geboomd worden, want daar is de stroom zeer sterk.Bila sampay di teloq, senăng sedikit.Wanneer we aan den inham komen (kromming landwaarts in), is ’t een beetje aangenamer.Singgah, singgah!Leg aan, leg aan!Ôrang-ôrang di dârat âda melâung kita, sûruh singgah.Volk aan den wal roept ons toe, laat aanleggen.Tebing tinggi sangăt di situ, rapăt pantay-pasir di ulu itu.De oever is daar erg hoog, breng de boot dicht bij den zandoever daar hooger op (sluit aan bij …)Bôleh juga nâik, tuan. Âda jembâtan, âda jamban.U kan wel aan wal stappen, (stijgen) mijnheer. Er is een brug, een badhuisje (tevens privaat).Âir tohor sekâli, prâu ta lepas. Prâu kandăs.’t Water is erg laag, de boot raakt niet los. De boot is aan den grond geraakt.Lepas juga.Ze is toch losgeraakt.Kering di sini, undur kembâli.’t Is hier ondiep (droog), ga weer terug (ga achteruit terug).Sekârang dalăm sedikit, bergâlah lah.Nu is ’t wat dieper boomen.Âir tâwar kah ataw mâsin?Is ’t water zoet of zilt?Pâyaw, tuan.Brak, mijnheer.Câri tempat yang terang (lâpang) sedikit, singgah di situ, kita bertânaq.Zoek een plek, die open is, leg daar aan, dan kunnen wij koken.Ini lah tempat bâik.Hier is een goede plek.Rapăt ka tepi.Breng de boot dicht bij den kant (sluit aan tegen den kant).Câcaq gâlah, tambat prâu, bertânaq lah semua ôrang lekas-lekas.Steek een boom in den grond, maak de boot vast, laat al de menschen gauw rijst koken.Sudah âbis makan, jâlan lah kita.Na afloop van ’t eten moeten we weer op weg.[23]Prâu tersangkut.De boot zit vast.Di kâyu kah, di pasir kah, di lumpur kah?Aan hout, aan zand, aan modder?Kâlaw sangkut di kâyu, mâu undur, kâlaw di pasir, sorong prâu, bârang-kâli bôleh lepas.Als ze aan hout vastgeraakt is, moeten we achteruit, als ’t tegen zand is, moet je de boot duwen, misschien kan ze los raken.Timbang betul-betul. Prâu singit ke sâna.Breng haar goed in evenwicht. De boot helt daarheen.Ketiap ini menggolèq sangăt (berolèng-orlèng sangăt).Deze „huisboot” schommelt erg.Prâu ini tetăp sekâli.Deze boot ligt (is) zeer vast.Kâit dâhan itu dăngăn gâlah, tâhan bâik-bâik di bûrit prâu.Pak dien boomtak met den boom, en houd flink tegen aan den achtersteven.Âluan sudah lepas, kenâ di tengah, di ékor (bûrit), kenâ kemudi.De voorsteven is al los, ’t midden zit vast, de achtersteven, ’t roer (getroffen aan ’t midden enz.)Jâga di âluan!Kijk goed uit aan den voorsteven!Berâpa jâuh deri Bandar-Termâsa mudik ka Rekoh?Hoe ver is ’t van Bandar-Termâsa naar Rekoh?Sâtu âri berdâyung, enăm âri bergâlah bôleh sampay.In een dag roeiens en zes dagen boomens kan men er komen.Lima tañjung lâgi, sampay lah, tuan.Nog vijf landpunten, dan zijn we er, mijnheer (komen we aan.)Sebab ujan terlampaw lebăt, jâdi sungay besar sangăt.Doordat de regens bizonder hevig (dicht) waren, is de rivier erg hoog (geworden).Tiga âri dulu âda bah besar.Drie dagen geleden is er een groote watervloed geweest.Câcaq gâlah di tengah, di sini bôleh kita bermalăm; kâyu-api senăng dapăt, lâgi utan terang sedikit.Steek een boom in ’t midden in den grond, hier kunnen we overnachten; brandhout is gemakkelijk te krijgen, en bovendien is ’t bosch een beetje open.Ñâmuq terlampaw bâñaq, târoh dâun-kâyu di âtas api, biar âda asăp sedikit.Er zijn bizonder veel muskieten, leg boombladeren boven op ’t vuur, dan komt er wat rook (opdat er wat rook zij).[24]Bangunkăn semua ôrang din’âri ésoq, gelap-gelap bertânaq, kemudian bôleh kita berjâlan pula.Wek al de lui morgen bij ’t krieken van den dag, kook de rijst als ’t nog donker is; daarna kunnen we weer op weg gaan.Bila prâu mengilir, pakay pengâyuh sâja.Wanneer de boot de rivier af gaat, moet je maar de pagaaien gebruiken.Jâga tunggul di adăp itu, kâlaw kenâ sekârang, nanti terlintang prâu, bârang-kâli kâram kita. Nanti tenggelăm bârang-bârang semua.Pas op dien boomstam daar vooruit, als we er nu tegen aankomen, gaat de boot dwars liggen, en slaan we misschien om. Dan zinken al onze goederen.Tetapi kita nanti timbul, dan bôleh berenang ke dârat.Maar wij zullen boven komen, en kunnen naar den wal zwemmen.Ôrang sini biâsa mengâil kah? (memañcing kah?)Zijn de menschen hier gewoon met een haak (hengel) te visschen?Âda sa ôrang dua ôrang yang mepas, tetapi bâñaq yang meñjâla.Enkele menschen visschen met een vlieg (kunstaas), maar velen met een net (totebel).Âpa macăm ikan dapăt dalăm sungay ini?Wat voor soort visschen vangt men in deze rivier?Ikan-kâluï âda, ikan-sebâraw, ikan-tengah, dan bâñaq lâin-lâin macăm.Kâluïkomt voor, ensebâraw, ikan-tengah, en allerlei andere soorten.Ikan-kâluï yang sedăp sekâli makan.Dekâluïis de lekkerste om te eten.Kâlaw dapăt ikan, gorèng sâja (bakar sâja, panggang sâja).Als je visch vangt, braad ze dan maar (bak ze maar, roost ze maar).
Âpa nâma sungay ini?Hoe heet deze rivier?Di mâna kuâlâ-ña?Waar is de uitmonding?Ini lah kuâlâ-ña.Dit is de uitmonding.Sâya endaq mudik, bôleh kah dapăt prâu di sini?Ik wil de rivier op, kan ik hier een vaartuig krijgen?Prâu macâm âpa tuan mâu?Wat voor soort vaartuig wil u hebben?Sampan, bidar, ketiap, prâu-sâgur (dit laatste ook: prâu-jâlur).Kleine roeischuit, overdekte gondel, huisboot, uitgeholde boomstam.Mâna yang bâik?Welke is de beste?[19]Kâlaw mâu mudik derăs (cepăt of bangăt) sâgur kecil yang bâik.Als u snel de rivier op wil gaan is een kleinesâgur’t best.Kâlaw mâu mudik senăng bâik pakay ketiap âtaw bidar.Als u op aangename wijze wil opvaren, is ’t beter eenketiapofbidarte gebruiken.Bôleh kah mudik berkâjang mati?Kunnen we de rivier opgaan met een vastekâjang(dek van palmbladeren).Sampay Kuâla-Lâbu sâja, tuan. Di situ mâu buka kâjang.Tot Kuâla-Lâbu alleen maar, daar kunnen we dekâjangeraf doen (openmaken).Âpa sebab?Waarom?Sebab sungay ini deri Kuâla-Lâbu ka ulu bâñaq semaq.Omdat de rivier van Kuâla-Lâbu af sterk begroeid is.Susah benăr itu.Dat ’s erg lastig.Ia, tetapi bôleh berpâyung.Jawel, maar we kunnen zonneschermen gebruiken.Susah juga, tetapi kâjang, ta kâjang pun, aku mâu mudik âri ini juga.Dat ’s toch lastig, maar,kâjangof geenkâjang, ik wil van daag toch de rivier op.Sekârang âir-sûrut. Lebih bâik menantikan âir-pasang, bâru bôleh mudik senăng.Nu is ’t eb. ’t Is beter den vloed af te wachten, dan eerst kan men gemakkelijk de rivier opvaren.Ta bôleh menanti, sêwa prâu sa buah dan câri ôrang-ña cukup.Ik kan niet wachten, huur een boot en zoek een voldoend aantal menschen.Jûru-mudi sa ôrang, lâgi ânaq-prâu berâpa ôrang tuan mâu?Eén stuurman, en bovendien hoeveel bemanning wil u hebben?Ânaq-prâu empat ôrang jâdi lima semuâ-ña.Vier man roeiers (lett. kinderen der boot), dus in ’t geheel vijf.Berâpa tuan mâu beri gâji?Hoeveel loon wil u geven?Saberâpa pâtut. Berâpa yang âdat di sini.Zooveel als billijk is. Zooveel als hier de gewoonte is.Kâlaw âdat di sini, dibâyarkăn sêwa kepâda tuan prâu, dan dia bôleh selesaykăn dăngăn jûru-mudi.’t Is hier gebruik de boothuur aan den eigenaar te betalen, en deze kan ’t in orde maken met den stuurman (lett. Indien het gebruik hier.., d. w. z.wat aangaat enz.)[20]Ânaq-prâu dibâyar sa suku sa âri.De roeiers worden betaald met een halven gulden (kwart dollar) per dag.Bagi-mâna, aku beri makan juga pâda ânaq-prâu itu?Hoe zoo, geef ik den roeiers ook te eten?Tidaq, tuan, makânan-ña sendîri.Neen, mijnheer, ’t eten is voor hun rekening (hun eigen eten).Berâpa besar ketiap tuan mâu pakay, yang muat sa kôyan kah?Hoe ’n groote huisboot wil u gebruiken, die een „kôyan” laadt (1kôyanin de Straits = 40pikul, op Java 30)?Âku ta tâu, kâlaw muat sa kôyan.Bôleh kah dua ôrang tidur dăngăn senăng di bâwah kâjang?Ik weet ’t niet, of ’t eenkôyanlaadt. Kunnen er twee menschen met gemak onder dekâjangslapen?Ô, senăng sekâli, tuan. Kâlaw prâu muat sa kôyan, tidaq bâwa bârang-bârang, bâñaq ôrang bôleh duduq dăngăn senăng.O, heel gemakkelijk, mijnheer. Als ’t een boot is, die eenkôyanlaadt, en niet veel goederen meeneemt, dan kunnen er veel menschen met gemak in zitten.Bârang-bârang sâya sedikit sâja, muat dalăm prâu lekas-lekas.Ik heb maar weinig bagage, laad het gauw in de boot.Sudah siap kah? (Sedia kah?)Is ’t al klaar?Sedia, tuan.Ja, mijnheer (gereed, m.)Kâlaw bagitu, tôlaq.Dan afstooten!Âir dalăm di sini, mâu pakay dâyung.’t Water is hier diep, we moeten riemen gebruiken.Berdâyung lahkuat-kuat.Roei flink.Kâyuh lah kuat-kuat.Pagaai flink.Pâut.Pak flink aan.Bila berâlih sûrut, bôleh kita bergâlah.Als we buiten ’t bereik van den vloed zijn, kunnen we boomen. (Als de vloed zich verplaatst …)Kâlaw sâya mudik sâja, bâlik mengikut lâin jâlan, berâpa sêwa prâu itu?Als ik alleen de rivier op ga, en terug ga langs een anderen weg, hoeveel is dan de boothuur?Bagitu juga, tuan.’t Zelfde, mijnheer.Ô, ta pâtut bagitu, engkaw[21]bôleh muat di ulu dan ambil sêwa mengilir kembâli.O, dat ’s niet billijk, je kunt[21]boven op nieuw laden, en huur vragen voor de terugvaart (en nemen huur voor ’t terugvaren de rivier af).Mûrah sekâli membâwa bârang mengilir deri ulu, tetapi bôleh sâya kûrangkăn sedikit, jika tuan tidaq bâlik.’t Is erg goedkoop goederen van de bovenlanden de rivier af te brengen, maar ik kan ’t wel wat minder stellen (verminderen) als u niet teruggaat.Lebih bâik kita berjañji dulu.’t Is beter, dat we vooruit afspreken (overeenkomen).Bâik lah, tuan, biar lah dua-puluh-dua ringgit.Goed, mijnheer, laat het twee en twintig rijksdaalders (dollars) wezen.Bila tuan mâu jâlan?Wanneer wil u vertrekken?Lusa pâgi-pâgi.Overmorgen heel vroeg.Siapkăn dâyung dan gâlah cukup-cukup, jangan kûrang sâtu-âpa pun.Maak voldoende riemen en boomen gereed, laat er niets hoegenaamd ontbreken.Bôleh kah tuan beri duit sedikit dulu, endaq membeli bârang makânan, dăngăn rôtan dan lâin-lâin-ña?Kan u wat geld (duiten) vooruit geven, om wat eetwaren te koopen, enrôtanen zoo voort?Berâpa kaw mâu?Hoeveel wil je hebben?Bârang lima ringgit cukup, tuan.Zoowat 5 rijksdaalders (dollars) is genoeg, mijnheer.Bâik lah. Lusa pâgi mâri ke rumah-ku mengambil bârang-bârang, bâwa tûrun ke prâu.Goed. Overmorgen ochtend kom je naar mijn huis, om de bagage te halen, breng die naar de boot (breng naar beneden in de boot).Isi sâtu peti dăngăn tânah, bâwa bersâma ke dalăm prâu, bôleh kita bertânaq dalăm prâu.Vul een kist met aarde, breng die met ’t andere (samen) in de boot, dan kunnen we in de boot rijst koken.Pegang gâlah semua ôrang.Neemt allen de boomen in de hand.Gâlah ta sampay (ta jejaq).De boomen raken den grond niet.Côba lâgi sa kâli. Sampay kah tidaq?Probeer ’t nog eens. Raken ze nu?Sampay, tuan.Jawel, mijnheer (lett. ze komen aan, ze zijn toereikend.)[22]Tikăm gâlah, kita âñut.Flink boomen, we drijven af (lett. steek met de boomen).Bila sampay di tañjung itu, mâu gâlah kuat-kuat, sebab ârus derăs sekâli di situ.Wanneer we aan dien landpunt komen, moet er met kracht geboomd worden, want daar is de stroom zeer sterk.Bila sampay di teloq, senăng sedikit.Wanneer we aan den inham komen (kromming landwaarts in), is ’t een beetje aangenamer.Singgah, singgah!Leg aan, leg aan!Ôrang-ôrang di dârat âda melâung kita, sûruh singgah.Volk aan den wal roept ons toe, laat aanleggen.Tebing tinggi sangăt di situ, rapăt pantay-pasir di ulu itu.De oever is daar erg hoog, breng de boot dicht bij den zandoever daar hooger op (sluit aan bij …)Bôleh juga nâik, tuan. Âda jembâtan, âda jamban.U kan wel aan wal stappen, (stijgen) mijnheer. Er is een brug, een badhuisje (tevens privaat).Âir tohor sekâli, prâu ta lepas. Prâu kandăs.’t Water is erg laag, de boot raakt niet los. De boot is aan den grond geraakt.Lepas juga.Ze is toch losgeraakt.Kering di sini, undur kembâli.’t Is hier ondiep (droog), ga weer terug (ga achteruit terug).Sekârang dalăm sedikit, bergâlah lah.Nu is ’t wat dieper boomen.Âir tâwar kah ataw mâsin?Is ’t water zoet of zilt?Pâyaw, tuan.Brak, mijnheer.Câri tempat yang terang (lâpang) sedikit, singgah di situ, kita bertânaq.Zoek een plek, die open is, leg daar aan, dan kunnen wij koken.Ini lah tempat bâik.Hier is een goede plek.Rapăt ka tepi.Breng de boot dicht bij den kant (sluit aan tegen den kant).Câcaq gâlah, tambat prâu, bertânaq lah semua ôrang lekas-lekas.Steek een boom in den grond, maak de boot vast, laat al de menschen gauw rijst koken.Sudah âbis makan, jâlan lah kita.Na afloop van ’t eten moeten we weer op weg.[23]Prâu tersangkut.De boot zit vast.Di kâyu kah, di pasir kah, di lumpur kah?Aan hout, aan zand, aan modder?Kâlaw sangkut di kâyu, mâu undur, kâlaw di pasir, sorong prâu, bârang-kâli bôleh lepas.Als ze aan hout vastgeraakt is, moeten we achteruit, als ’t tegen zand is, moet je de boot duwen, misschien kan ze los raken.Timbang betul-betul. Prâu singit ke sâna.Breng haar goed in evenwicht. De boot helt daarheen.Ketiap ini menggolèq sangăt (berolèng-orlèng sangăt).Deze „huisboot” schommelt erg.Prâu ini tetăp sekâli.Deze boot ligt (is) zeer vast.Kâit dâhan itu dăngăn gâlah, tâhan bâik-bâik di bûrit prâu.Pak dien boomtak met den boom, en houd flink tegen aan den achtersteven.Âluan sudah lepas, kenâ di tengah, di ékor (bûrit), kenâ kemudi.De voorsteven is al los, ’t midden zit vast, de achtersteven, ’t roer (getroffen aan ’t midden enz.)Jâga di âluan!Kijk goed uit aan den voorsteven!Berâpa jâuh deri Bandar-Termâsa mudik ka Rekoh?Hoe ver is ’t van Bandar-Termâsa naar Rekoh?Sâtu âri berdâyung, enăm âri bergâlah bôleh sampay.In een dag roeiens en zes dagen boomens kan men er komen.Lima tañjung lâgi, sampay lah, tuan.Nog vijf landpunten, dan zijn we er, mijnheer (komen we aan.)Sebab ujan terlampaw lebăt, jâdi sungay besar sangăt.Doordat de regens bizonder hevig (dicht) waren, is de rivier erg hoog (geworden).Tiga âri dulu âda bah besar.Drie dagen geleden is er een groote watervloed geweest.Câcaq gâlah di tengah, di sini bôleh kita bermalăm; kâyu-api senăng dapăt, lâgi utan terang sedikit.Steek een boom in ’t midden in den grond, hier kunnen we overnachten; brandhout is gemakkelijk te krijgen, en bovendien is ’t bosch een beetje open.Ñâmuq terlampaw bâñaq, târoh dâun-kâyu di âtas api, biar âda asăp sedikit.Er zijn bizonder veel muskieten, leg boombladeren boven op ’t vuur, dan komt er wat rook (opdat er wat rook zij).[24]Bangunkăn semua ôrang din’âri ésoq, gelap-gelap bertânaq, kemudian bôleh kita berjâlan pula.Wek al de lui morgen bij ’t krieken van den dag, kook de rijst als ’t nog donker is; daarna kunnen we weer op weg gaan.Bila prâu mengilir, pakay pengâyuh sâja.Wanneer de boot de rivier af gaat, moet je maar de pagaaien gebruiken.Jâga tunggul di adăp itu, kâlaw kenâ sekârang, nanti terlintang prâu, bârang-kâli kâram kita. Nanti tenggelăm bârang-bârang semua.Pas op dien boomstam daar vooruit, als we er nu tegen aankomen, gaat de boot dwars liggen, en slaan we misschien om. Dan zinken al onze goederen.Tetapi kita nanti timbul, dan bôleh berenang ke dârat.Maar wij zullen boven komen, en kunnen naar den wal zwemmen.Ôrang sini biâsa mengâil kah? (memañcing kah?)Zijn de menschen hier gewoon met een haak (hengel) te visschen?Âda sa ôrang dua ôrang yang mepas, tetapi bâñaq yang meñjâla.Enkele menschen visschen met een vlieg (kunstaas), maar velen met een net (totebel).Âpa macăm ikan dapăt dalăm sungay ini?Wat voor soort visschen vangt men in deze rivier?Ikan-kâluï âda, ikan-sebâraw, ikan-tengah, dan bâñaq lâin-lâin macăm.Kâluïkomt voor, ensebâraw, ikan-tengah, en allerlei andere soorten.Ikan-kâluï yang sedăp sekâli makan.Dekâluïis de lekkerste om te eten.Kâlaw dapăt ikan, gorèng sâja (bakar sâja, panggang sâja).Als je visch vangt, braad ze dan maar (bak ze maar, roost ze maar).