[Inhoud]XXI.Gloria victis!Dode jonge vrouw.Dat alles is al lang, heel lang geleden. Na verloop van honderd, misschien wel van tweehonderd jaren, blijft er slechts een legende van over. Nog heden ten dage kan men op een heuvel, door menschenhanden gemaakt, den hoogsten van alle van dezelfde soort, die men in dit land aantreft, een groot kruis van graniet zien staan. Op dit kruis is met de punt van een dolk een naam gegrift:Maroessia.De geheele heuvel heet de Koergane, dat is het graf van het meisje. Het is bedekt met een prachtig tapijt van groen, steeds bezaaid met prachtige en geurige bloemen, die slechts daar groeien, die men nooit elders heeft gezien en die men nimmer elders zien zal. Die bloemen zijn prachtig. Als men ze verplant, weigeren zij te groeien: zij sterven terstond. Men heeft getracht, ze op andere plaatsen te zaaien: zij komen er zelfs niet op. Men heeft ze een naam gegeven, den eenigen, die er voor past: men noemt ze Maroessia’s.[193]Men vertelt, dat een kozak, beroemd door zijn moed, zijn verstand, zijn schoonheid en zijn goedheid, en meer nog door zijn liefde voor zijn vaderland, dezen grooten heuvel alleen heeft opgeworpen.Treurende oude man bij graf.Hij had slechts één arm, daar hij den anderen verloren had in het laatste gevecht, dat er voor de onafhankelijkheid van de Ukraine geleverd werd; en met de eenige hand, die hem overbleef, de aarde hand voor hand aandragende, heeft hij dezen heuvel opgeworpen. Hij had er vele jaren aan besteed. Nog op jeugdigen leeftijd was hij er mee begonnen, zijn baard en zijn haar waren grijs geworden, toen hij het[194]voltooide. Intusschen zeggen sommigen, dat een kleine jongen, Taras genaamd, hem zoolang, zoolang had gebeden en gesmeekt, totdat hij zijn hulp had aangenomen, en dat op den langen duur ook deze jongen bij dit werk oud geworden was. De legende zegt verder, dat, toen de Koergane hoog genoeg was, en toen het kruis er op was geplaatst, de kozak zich aan den voet daarvan neerzette en er tot aan zijn dood weende. Vóór dien dag had niemand een leeuw tranen zien storten. Het zijn de tranen, die er aan zijn oogen ontvloeiden, welke deze zoo mooie en geurige bloemen deden ontluiken, die vroeger nooit in eenig deel van de wereld hadden gebloeid. Zij, die de taal der bloemen weten te verstaan, verzekeren, dat men ze op avonden, als het volle maan is, kan hooren fluisteren: “Wij kunnen nergens anders bloeien dan op het graf van hen, die hun leven voor het vaderland hebben gegeven.” De kinderen, jongens en meisjes, vergezeld van hun ouders, komen alle jaren uit alle deelen van het land, om een bedevaart te doen naar het graf van het kleine meisje. Ieder hecht er zijn bloemkrans aan. Zij brengen er portretten heen, medailles, ter eere van Maroessia geslagen.En er is er geen, die niet Maroessia had willen zijn …Einde.[195]
[Inhoud]XXI.Gloria victis!Dode jonge vrouw.Dat alles is al lang, heel lang geleden. Na verloop van honderd, misschien wel van tweehonderd jaren, blijft er slechts een legende van over. Nog heden ten dage kan men op een heuvel, door menschenhanden gemaakt, den hoogsten van alle van dezelfde soort, die men in dit land aantreft, een groot kruis van graniet zien staan. Op dit kruis is met de punt van een dolk een naam gegrift:Maroessia.De geheele heuvel heet de Koergane, dat is het graf van het meisje. Het is bedekt met een prachtig tapijt van groen, steeds bezaaid met prachtige en geurige bloemen, die slechts daar groeien, die men nooit elders heeft gezien en die men nimmer elders zien zal. Die bloemen zijn prachtig. Als men ze verplant, weigeren zij te groeien: zij sterven terstond. Men heeft getracht, ze op andere plaatsen te zaaien: zij komen er zelfs niet op. Men heeft ze een naam gegeven, den eenigen, die er voor past: men noemt ze Maroessia’s.[193]Men vertelt, dat een kozak, beroemd door zijn moed, zijn verstand, zijn schoonheid en zijn goedheid, en meer nog door zijn liefde voor zijn vaderland, dezen grooten heuvel alleen heeft opgeworpen.Treurende oude man bij graf.Hij had slechts één arm, daar hij den anderen verloren had in het laatste gevecht, dat er voor de onafhankelijkheid van de Ukraine geleverd werd; en met de eenige hand, die hem overbleef, de aarde hand voor hand aandragende, heeft hij dezen heuvel opgeworpen. Hij had er vele jaren aan besteed. Nog op jeugdigen leeftijd was hij er mee begonnen, zijn baard en zijn haar waren grijs geworden, toen hij het[194]voltooide. Intusschen zeggen sommigen, dat een kleine jongen, Taras genaamd, hem zoolang, zoolang had gebeden en gesmeekt, totdat hij zijn hulp had aangenomen, en dat op den langen duur ook deze jongen bij dit werk oud geworden was. De legende zegt verder, dat, toen de Koergane hoog genoeg was, en toen het kruis er op was geplaatst, de kozak zich aan den voet daarvan neerzette en er tot aan zijn dood weende. Vóór dien dag had niemand een leeuw tranen zien storten. Het zijn de tranen, die er aan zijn oogen ontvloeiden, welke deze zoo mooie en geurige bloemen deden ontluiken, die vroeger nooit in eenig deel van de wereld hadden gebloeid. Zij, die de taal der bloemen weten te verstaan, verzekeren, dat men ze op avonden, als het volle maan is, kan hooren fluisteren: “Wij kunnen nergens anders bloeien dan op het graf van hen, die hun leven voor het vaderland hebben gegeven.” De kinderen, jongens en meisjes, vergezeld van hun ouders, komen alle jaren uit alle deelen van het land, om een bedevaart te doen naar het graf van het kleine meisje. Ieder hecht er zijn bloemkrans aan. Zij brengen er portretten heen, medailles, ter eere van Maroessia geslagen.En er is er geen, die niet Maroessia had willen zijn …Einde.[195]
XXI.Gloria victis!
Dode jonge vrouw.Dat alles is al lang, heel lang geleden. Na verloop van honderd, misschien wel van tweehonderd jaren, blijft er slechts een legende van over. Nog heden ten dage kan men op een heuvel, door menschenhanden gemaakt, den hoogsten van alle van dezelfde soort, die men in dit land aantreft, een groot kruis van graniet zien staan. Op dit kruis is met de punt van een dolk een naam gegrift:Maroessia.De geheele heuvel heet de Koergane, dat is het graf van het meisje. Het is bedekt met een prachtig tapijt van groen, steeds bezaaid met prachtige en geurige bloemen, die slechts daar groeien, die men nooit elders heeft gezien en die men nimmer elders zien zal. Die bloemen zijn prachtig. Als men ze verplant, weigeren zij te groeien: zij sterven terstond. Men heeft getracht, ze op andere plaatsen te zaaien: zij komen er zelfs niet op. Men heeft ze een naam gegeven, den eenigen, die er voor past: men noemt ze Maroessia’s.[193]Men vertelt, dat een kozak, beroemd door zijn moed, zijn verstand, zijn schoonheid en zijn goedheid, en meer nog door zijn liefde voor zijn vaderland, dezen grooten heuvel alleen heeft opgeworpen.Treurende oude man bij graf.Hij had slechts één arm, daar hij den anderen verloren had in het laatste gevecht, dat er voor de onafhankelijkheid van de Ukraine geleverd werd; en met de eenige hand, die hem overbleef, de aarde hand voor hand aandragende, heeft hij dezen heuvel opgeworpen. Hij had er vele jaren aan besteed. Nog op jeugdigen leeftijd was hij er mee begonnen, zijn baard en zijn haar waren grijs geworden, toen hij het[194]voltooide. Intusschen zeggen sommigen, dat een kleine jongen, Taras genaamd, hem zoolang, zoolang had gebeden en gesmeekt, totdat hij zijn hulp had aangenomen, en dat op den langen duur ook deze jongen bij dit werk oud geworden was. De legende zegt verder, dat, toen de Koergane hoog genoeg was, en toen het kruis er op was geplaatst, de kozak zich aan den voet daarvan neerzette en er tot aan zijn dood weende. Vóór dien dag had niemand een leeuw tranen zien storten. Het zijn de tranen, die er aan zijn oogen ontvloeiden, welke deze zoo mooie en geurige bloemen deden ontluiken, die vroeger nooit in eenig deel van de wereld hadden gebloeid. Zij, die de taal der bloemen weten te verstaan, verzekeren, dat men ze op avonden, als het volle maan is, kan hooren fluisteren: “Wij kunnen nergens anders bloeien dan op het graf van hen, die hun leven voor het vaderland hebben gegeven.” De kinderen, jongens en meisjes, vergezeld van hun ouders, komen alle jaren uit alle deelen van het land, om een bedevaart te doen naar het graf van het kleine meisje. Ieder hecht er zijn bloemkrans aan. Zij brengen er portretten heen, medailles, ter eere van Maroessia geslagen.En er is er geen, die niet Maroessia had willen zijn …Einde.[195]
Dode jonge vrouw.
Dat alles is al lang, heel lang geleden. Na verloop van honderd, misschien wel van tweehonderd jaren, blijft er slechts een legende van over. Nog heden ten dage kan men op een heuvel, door menschenhanden gemaakt, den hoogsten van alle van dezelfde soort, die men in dit land aantreft, een groot kruis van graniet zien staan. Op dit kruis is met de punt van een dolk een naam gegrift:Maroessia.
De geheele heuvel heet de Koergane, dat is het graf van het meisje. Het is bedekt met een prachtig tapijt van groen, steeds bezaaid met prachtige en geurige bloemen, die slechts daar groeien, die men nooit elders heeft gezien en die men nimmer elders zien zal. Die bloemen zijn prachtig. Als men ze verplant, weigeren zij te groeien: zij sterven terstond. Men heeft getracht, ze op andere plaatsen te zaaien: zij komen er zelfs niet op. Men heeft ze een naam gegeven, den eenigen, die er voor past: men noemt ze Maroessia’s.[193]
Men vertelt, dat een kozak, beroemd door zijn moed, zijn verstand, zijn schoonheid en zijn goedheid, en meer nog door zijn liefde voor zijn vaderland, dezen grooten heuvel alleen heeft opgeworpen.
Treurende oude man bij graf.
Hij had slechts één arm, daar hij den anderen verloren had in het laatste gevecht, dat er voor de onafhankelijkheid van de Ukraine geleverd werd; en met de eenige hand, die hem overbleef, de aarde hand voor hand aandragende, heeft hij dezen heuvel opgeworpen. Hij had er vele jaren aan besteed. Nog op jeugdigen leeftijd was hij er mee begonnen, zijn baard en zijn haar waren grijs geworden, toen hij het[194]voltooide. Intusschen zeggen sommigen, dat een kleine jongen, Taras genaamd, hem zoolang, zoolang had gebeden en gesmeekt, totdat hij zijn hulp had aangenomen, en dat op den langen duur ook deze jongen bij dit werk oud geworden was. De legende zegt verder, dat, toen de Koergane hoog genoeg was, en toen het kruis er op was geplaatst, de kozak zich aan den voet daarvan neerzette en er tot aan zijn dood weende. Vóór dien dag had niemand een leeuw tranen zien storten. Het zijn de tranen, die er aan zijn oogen ontvloeiden, welke deze zoo mooie en geurige bloemen deden ontluiken, die vroeger nooit in eenig deel van de wereld hadden gebloeid. Zij, die de taal der bloemen weten te verstaan, verzekeren, dat men ze op avonden, als het volle maan is, kan hooren fluisteren: “Wij kunnen nergens anders bloeien dan op het graf van hen, die hun leven voor het vaderland hebben gegeven.” De kinderen, jongens en meisjes, vergezeld van hun ouders, komen alle jaren uit alle deelen van het land, om een bedevaart te doen naar het graf van het kleine meisje. Ieder hecht er zijn bloemkrans aan. Zij brengen er portretten heen, medailles, ter eere van Maroessia geslagen.
En er is er geen, die niet Maroessia had willen zijn …
Einde.
[195]