[Inhoud]V.DE MIDDELLANDSCHE ZEE.De Middellandsche zee is schoon, vooral door hare beide voornaamste eigenschappen: vooreerst door hare zoo harmonische omlijsting, dan door de levendigheid, de doorzichtigheid van hare lucht en van haar licht.…Zoo als zij is, sterkt zij den mensch bewonderenswaardig.Zij verleent hem die droge kracht, die het meeste weerstand kan bieden.Hare boorden zijn debakermatvan de krachtigste rassen geweest.Hebben wij te wijzen op de Grieken, op de Romeinen, de Carthagers, de Franschen, of op de Spanjaarden?En de bewering, dat hare boorden de bakermat van de krachtigste rassen zijn, is geene machtspreuk van ons. Michelet, de beroemde Michelet heeft dat gezegd.Maar het is toch gelukkig voor de menschheid, dat de natuur bij gebreke van Hercules, de Calpe-rots van de Abyla-rots gescheiden heeft, om zoodoende de Straat van Gibraltar te vormen.Men moet zelfs, in weerwil van de beweringen van zoovele aardkundigen, aannemen, dat die zeeëngte steeds bestaan heeft. Zonder haar zou geen Middellandsche zee bestaan kunnen. Dat klinkt vreemd, maar het is toch zoo; want de verdamping ontvoert aan die zee driemalen meer water, dan de rivieren aan dat bekken toevoeren, al heeten die rivieren ook: de Ebro, de Rhône, de Tiber de Po, de Donau, de Dnester, de Don en de Nijl. Zoodat, zoo die stroom, die uit den Atlantischen Oceaan door de Straat van Gibraltar naar binnen zet, en haar als het ware van een meer tot eene zee verheft, ooit gestuit ware geweest, dan zou de Middellandsche zee reeds sedert eeuwen niets anders geweest zijn dan eene Doode Zee in tegenstelling van wat zij nu is, namelijk: eene Levende Zee.In een van dediepsteen meest onbekende schuilhoeken van dat uitgestrekte binnenlandsche zoutwater-meer, had graaf Mathias Sandorf—of beter dokter Antekirrt, welks naam hij voeren moest totdat ter gewilder uur, zijne zaak afgeloopen zou zijn—eene schuilplaats gezocht, om er de voordeelen van zijn gewaanden dood te genieten.Op den aardbol bestaan eigenlijk twee Middellandsche zeeën. De eene in de Oude, de andere in de Nieuwe Wereld.[74]De Amerikaansche Middellandsche zee, dat is de golf van Mexico, beslaat eene oppervlakte van niet minder dan vier en een half millioen vierkante kilometers.Heeft de Latijnsche of beter de Europeesche Middellandsche zee slechts eene oppervlakte van twee millioen acht honderd vijf en negentig duizend vierkante kilometers, dat wil zeggen iets meer dan de helft van de andere, zoo biedt zij toch meerverscheidenheidaan in haren algemeenen omtrek. Zij is rijker in bekkens, in scherp begrensde baaien, in goed gekenmerkte hydrographische onderverdeelingen, die op hunne beurt den naam van zeeën, golven en baaien verdienden en verkregen. Men denke slechts aan de Tyrrheensche zee, ten westen van Italië, en door dit land en de eilanden Sicilië, Corsica en Sardinië als een kom omgeven; aan de Aegaeïsche zee of den Griekschen Archipel, tusschen Klein-Azië en Griekenland gelegen; aan de Cretenzer zee, aan de Libysche zee, de eerste ten noorden en de tweede ten zuiden van het eiland Candia te vinden; aan de zee vanMarmaratusschen Turkije en Klein-Azië, aan de Zwarte zee, tusschen Turkije, Oost Rumelië, Bulgarije, Rumanië, Rusland, Armenië en Anatolië; aan de zee van Azof, in het land der Donsche kozakken; aan de Jonische zee, die de eilanden Corfu, Zante, Cephalonië, Itaka, en zooveel anderen omspoelt; aan de Eolische zee, die de Liparische eilanden-groep omgeeft; aan de Adriatische zee, die tusschen Italië, Griekenland, Turkije en Oostenrijk diep het land indringt; aan de Leeuwengolf of golf du Lion, die in Frankrijk, in de Provence haar bevalligen bocht vormt; aan de golf van Genua, die de beide Liguriën binnendringt; aan de golf van Gabes, eene Tunische baai, die weldra, wij hopen het althans, de voorbaai van eene uitgestrekte Afrikaansche binnenzee zal worden, aan de beide Syrten, die in Tripoli en hetCyrenaïcalandindringen.Dit geheim onderdeel van die zee, waarvan sommige oevers nog zoo weinig bekend zijn, had dokter Antekirrt uitgekozen om er ongestoord te leven. Er bevonden zich in dat groote bekken eilanden bij honderden, eilandjes bij duizenden. Te vergeefsch zou men de kapen, de voorgebergten, de uitstekende punten, de kreeken en de inhammen er van willen tellen. Hoe vele volkeren, zoo verschillend van ras, van zeden, van staatkundigen toestand, verdringen zich niet op hare uitgestrekte kuststrook, waarop de geschiedenis der menschheid reeds sedert meer dan twintig eeuwen haren stempel zette? Gaan wij na, dan treffen wij er Franschen, Italianen, Oostenrijkers, Spanjaarden, Ottomanen, Grieken,Slavoniërs, Russen, Kozakken,Kaukasiërs, Kergiezen,Armeniërs,Anatoliërs, Arabieren, Egyptenaren, Tripolitanen,Tunisiërs,Algerijnen, Marokkanen en zelfs Engelschen te Gibraltar en op het eiland Cyprus aan.[75]Drie uitgestrekte vastelanden omvatten die Middellandsche zee met hare oevers, te weten: Europa, Azië en Afrika.Waar dan toch had graaf Sandorf—o, neen, dokter Antekirrt, de naam die bij de Oosterlingen dierbaar was,—eene plek tot vestiging gezocht, waar hij het programma van zijn nieuw leven tot ontwikkeling zou brengen?Dat zou Piet Bathory weldra vernemen.Nadat de jeugdige werktuigkundige een poos de oogen geopend had, was hij in eene volslagen verdooving vervallen en was even gevoelloos, als toen dokter Antekirrt hem voor dood in de woning in de Marinella-straat te Ragusa achterliet.In dat oogenblik had de dokter een van die physiologische werkingen teweeg gebracht, waarin de wil eene zoo groote rol speelt en welks uitingen door niemand meer in twijfel getrokken worden. Hij was met eene groote mate van wilskracht-uiting bedeeld, die hem een onmetelijken invloed op zijn evenmensch verleende. Hij had zonder behulp van het magnesiumlicht, zelfs zonder behulp van eenig ander metallisch schitterend punt, niet anders dan door zijn doordringenden blik bij den jeugdigen stervende een hypnothischen, of in goed Nederlandsch gezegd, een magnetischen toestand doen ontstaan, waardoor zijn eigen wil in de plaats van dien van den gewonde trad.Piet was door bloedverlies zeer verzwakt, en vertoonde, terwijl hij ingeslapen was, geen schijn van leven meer. Toch was hij door de wilskracht van den dokter wakker geworden. Maar het gold thans het leven, hetwelk op het punt was te ontvlieden, te weerhouden.Dat was eene moeielijke taak, want zij vereischte nauwlettende zorgen, en daarbij al de hulpmiddelen, welke de geneeskunst aanbiedt. De dokter mocht zijn doel niet missen.„Hij zal leven!.… Ik wil dat hij leve!” herhaalde hij telkens bij zich zelven. „O, waarom heb ik te Cattaro mijn eerstgevormd plan niet uitgevoerd? Waarom heeft mij de aankomst van Sarcany te Ragusa belet, hem aan die vervloekte stad te ontrukken?.… Maar ik zal hem redden!.… In de toekomst moet Piet Bathory de rechterhand van Mathias Sandorf zijn!”Inderdaad, sedert vijftien jaren had dokter Antekirrt slechts ééne gedachte gekoesterd: straffen en beloonen.Wat hij zich zelven, maar nog meer zijnen makkers, Stephanus Bathory en graaf Ladislas Zathmar verschuldigd was, had hij niet vergeten. Thans was het uur gekomen om handelend op te treden, en daarom had hem deSavarenanaar Ragusa overgebracht.De dokter was in dat lange tijdsverloop lichamelijk zoodanig veranderd, dat het onmogelijk was hem te herkennen. Zijne haren, die hij vroeger kortborstelig geknipt gedragen had, waren thans sneeuwwit geworden en zijne huidskleur vertoonde eene matte bleekheid.[76]Hij was een dier mannen van vijftig jaren, die de kracht der jeugd bewaard hebben, hoewel bij hen de koelheid en kalmte van den meer rijper leeftijd niet uitgebleven zijn. De dichte haarlokken, de levendige kleur van den Venetiaansch rooden baard, die graaf Mathias Sandorf vroeger kenmerkte, konden onmogelijk teruggevonden worden door hen, die in de tegenwoordigheid van den strengen en koelbloedigen dokter Antekirrt toegelaten werden.Maar door het noodlot beter gescherpt, beter gehard, was hij een van die ijzeren gestellen gebleven, waarvan men zeggen kon, dat zij door hunne nadering alleen de magneetnaald van streek brengen.Welnu! Hij zou van den zoon van professor Stephanus Bathory weten te maken, wat hij van zichzelven gemaakt had.Daarenboven, reeds sedert langen tijd was dokter Antekirrt als eenige spruit van die groote familie der Sandorfs overgebleven. De lezer zal wel niet vergeten hebben, dat hij een kind, een kleine dochter had, die na zijne inhechtenisneming aan de zorgen van de gade van Landeck, den intendant van het kasteel Artenak, toevertrouwd was geworden. Dit meisje, toen twee jaren oud, was de eenige erfgename van den graaf. Haar zou, wanneer zij achttien jaren zoude bereikt hebben, de helft der goederen van haren vader toevallen, welke daarvoor door de rechters, die de verbeurdverklaring ter zelfder tijd als het doodvonnis uitgesproken hadden, bij rechterlijk gewijsde afgezonderd waren.Men had den intendant als bestuurder van dat gedeelte van het domein in Transylvanië, hetwelk onder sequester geplaatst was, gelaten. Zijne vrouw en hij waren met het kind, waaraan zij hun leven wilden wijden, op het kasteel Artenak gebleven.Maar er scheen een noodlot op de familie Sandorf, die nu nog maar door dat zwakke wezentje vertegenwoordigd werd, te rusten. Eenige maanden na de veroordeeling der Triëster samenzweerders en na de gebeurtenissen, die er het gevolg van waren, verdween dat kind, zonder dat het mogelijk was haar terug te vinden. Eens wandelde het meisje in den tuin, en.… men raapte slechts haren hoed op langs den oever van een van de veelvuldige waterstroompjes, welke, van de naburige voorgebergten af gevloten, zich door het park baan braken. Het scheen dus ongelukkig maar al te zeker, dat het kleine meisje medegesleept en in een van die kolken verdwenen was, waarin de bergstroomen der Karpathen zich storten. Zoo veel was zeker, dat geen enkel spoor van haar teruggevonden werd.„Ja, mijnheer Bathory, de zelfopofferende daad van Kaap Matifou heeft voor ons eene zeer gelukkige uitkomst gehad.” (Bladz. 83.)„Ja, mijnheer Bathory, de zelfopofferende daad van Kaap Matifou heeft voor ons eene zeer gelukkige uitkomst gehad.” (Bladz. 83.)Rosena Landeck, de echtgenoote van den intendant, doodelijk getroffen door die verdwijning, stierf weinige weken later. In weerwil daarvan wilde het Oostenrijksche Gouvernement niets veranderen aan de beschikkingen, door het vonnis vooropgesteld. Het sequester op dat gedeelte van het domein, hetwelk voor de erfgename[78]was bewaard, werd gehandhaafd en de goederen van graaf Mathias Sandorf zouden eerst dan door den Staat genaast worden, wanneer de erfgename, wier dood niet wettelijk geconstateerd had kunnen worden, niet binnen den tijd, door de wet gesteld, verscheen, om haar erfdeel op te eischen.Dat was de laatste slag, die de familie Sandorf trof. Zij was uitgestorven door de verdwijning van de laatste afstammelinge van dat edele en machtige ras. Daarna volbracht de tijd langzamerhand zijn werk en die geheele gebeurtenis geraakte in het vergeetboek, zooals met alle zaken geschiedde, die op de samenzwering betrekking hadden.Te Otrante, waar hij stipt onbekend leefde, vernam graaf Mathias Sandorf den dood van zijn kind. Met dat kleine meisje verdween alles, wat hem van de gravin Rena, die slechts zeer korten tijd zijne gade geweest was, overgebleven was. Daarna verliet hij op zekeren dag Otrante, onbekend zoo als hij er aangekomen was, en niemand zou hebben kunnen zeggen, waarheen hij getogen was, om een nieuw leven te beginnen.Vijftien jaren later, op het oogenblik dat graaf Mathias Sandorf weder op het wereldtooneel verscheen, zou niemand kunnen vermoeden, dat hij zich onder den naam van dokter Antekirrt verborg en dat hij die rol speelde.Toen was het, dat graaf Mathias Sandorf zich geheel en al aan zijn werk wijdde. Hij was thans alleen op de wereld en had eene taak te volbrengen,—eene taak, die hij als heilig beschouwde. Verscheidene jaren, na Otrante verlaten te hebben, was hij machtig geworden en had hij die macht te danken aan een onmetelijk vermogen, hetwelk hij onder omstandigheden verworven had, die weldra bekend zullen raken. Hij was vergeten en gedekt door zijn aangenomen naam. Nu hervatte hij het spoor van hen, die hij gezworen had te beloonen of te straffen.In zijne gedachte had hij Piet Bathory reeds deelgenoot gemaakt van die rechts-, van die wraakoefening. Agenten werden door zijne zorgen in verscheidene steden langs de oevers der Middellandsche zee aangesteld. Deze werden uit eene ruime beurs betaald en waren verplicht het diepste geheim omtrent hunne verrichtingen te bewaren. Zij hielden slechts briefwisseling met den dokter, hetzij door middel van de snelle werktuigen, die de lezer reeds kent, hetzij langs den overzeeschen draad, die het eilandAntekirrtamet de electrische kabels van Malta en verder met geheel Europa verbond.Door de verschillendebemoeiingenen onderzoekingen van zijne agenten nauwgezet na te gaan, slaagde de dokter er in het spoor weer te vinden van allen, die middellijk ofonmiddellijkin de samenzwering van graaf Mathias Sandorf betrokken waren geweest. Hij[79]kon hen dus van verre gadeslaan, hunne daden bespieden en om zoo te zeggen, al hunne schreden, vooral sedert de laatste vier of vijf jaren, volgen.Van Silas Toronthal wist hij, dat deze Triëst verlaten had om zich met zijne echtgenoote en dochter te Ragusa in die woning in de Stradona-laan te vestigen.Wat Sarcany betreft, diens spoor volgde hij door de voornaamste steden van Europa, waar deze zijn vermogen verslond; later in Sicilië te midden van de ooster provinciën, waar zijn makker Zirone en hij een aanslag overpeinsden, waarmede zij hunne geldelijke middelen weer vlot meenden te maken.Dokter Antekirrt vernam, dat Carpena Rovigno en zelfs Istrië verlaten had, om het leven met nietsdoen in Italië of in Oostenrijk te gaan slijten, zoolang als de eenige duizenden guldens duren zouden, die hij tot betaling van zijn verraad ontvangen had. Dat kon evenwel niet lang zijn.Verder zou hij Andreas Ferrato uit het bagno van Stein in Tyrol, waar hij zijn edelmoedig gedrag jegens vluchtelingen van Pisino boette, ontvoerd hebben, ware de dood niet tusschen beide getreden, om den eerlijken visscher uit de galeien te verlossen.Wat de kinderen van Andreas Ferrato betrof, Maria en Luigi, die hadden ook Rovigno verlaten, en kampten waarschijnlijk met de ellende van zulk een verbroken leven; maar zij hadden zich zoo goed verborgen, dat het dokter Antekirrt niet gelukt was, hen op het spoor te komen.Eindelijk had mevrouw Bathory zich met haren zoon Piet en met Borik, den ouden bediende van graaf Ladislas Zathmar, in de Marinella-straat te Ragusa gevestigd. Dokter Antekirrt had haar nimmer uit hetoogverloren, en de lezer weet, hoe hij haar eene aanzienlijke som gelds had doen toekomen, die evenwel door de fiere en waardige vrouw niet aangenomen was.Maar, zooals gezegd, het uur was gekomen, dat de dokter zijn moeielijken veldtocht zou beginnen.Toen was het, dat hij, na zich verzekerd te hebben, dat hij na die vijftien jaren afwezigheid niet herkend zoude worden, te Ragusa aan wal stapte. En hij kwam er juist aan om Piet Bathory weer te vinden, die hartstochtelijk verliefd was op de dochter van Silas Toronthal.En die liefde moest, het kostte wat het wilde, vernietigd worden.Zoo had dokter Antekirrt besloten.De lezer heeft niet vergeten, hopen wij, wat toen gebeurde: de tusschenkomst van Sarcany in deze zaak, de gevolgen, die van weerskanten daardoor teweeggebracht werden, hoe Piet Bathory in de woning zijner moeder teruggebracht werd, en wat dokter Antekirrt[80]verrichtte op het oogenblik, toen de jonge man sterven zoude, hoe en onder welke omstandigheden hij hem tot het leven terugriep en hoe hij zich onder zijn waren naam van graaf Mathias Sandorf aan hem openbaarde.Nu gold het om hem te genezen! Ook kwam het er op aan, hem alles mede te deelen wat hij nog niet wist, dat wil zeggen: hoe een schandelijk verraad èn Stephanus Bathory èn diens beide makkers in handen van de Oostenrijksche Regeering geleverd had. Hem moesten de namen der verraders onthuld worden; het gold eindelijk om hem aan die rol van onverzoenbaren wreker te verbinden, welke de dokter meende op zich te kunnen nemen buiten de menschelijke gerechtigheid om. Hij toch was een slachtoffer geweest van diezelfde gerechtigheid.Maar vóór alles moest de genezing van Piet Bathory bereikt worden. Het was aan deze genezing, dat dokter Antekirrt zijne geheele krachten zou wijden.Gedurende de eerste acht dagen na zijne overbrenging naar het eiland, verkeerde Piet werkelijk tusschen leven en dood. Niet alleen was zijne wonde zeer bedenkelijk en gevaarlijk, maar wat erger was, de ziel van den jeugdigen ingenieur was ziek, en zelfs zeer ziek.De herinnering aan Sava, die, zooals hij dacht, thans onherroepelijk met Sarcany gehuwd was; de gedachte aan zijne moeder, die hem thans als dood beweende; daarna die opstanding uit het doodenrijk van graaf Mathias Sandorf, die onder den naam van dokter Antekirrt herleefde,—Mathias Sandorf de innigste vriend zijns vaders,—dat alles was wel geschikt om een brein, dat toch reeds zoo geteisterd was, in de war te brengen.De dokter verliet Piet niet, noch gedurende den nacht, noch over dag.Hij hoorde hem in zijn ijlende koortsen den naam van Sava Toronthal uitspreken en herhalen. Hij begreep hoe diep die liefde geworteld was en welke pijniging het huwelijk daarstelde van de vrouw, welke hij zoo innig beminde. Hij kwam er toe om zich af te vragen, of die liefde niet aan alles het hoofd zoude bieden, zelfs daaraan dat Sava de dochter was van den man, die zijn vader verkocht, overgeleverd en gedood had.Toch had dokter Antekirrt onwrikbaar besloten om hem ook dat mede te deelen.Dat beschouwde hij als zijne plicht.Meer dan twintig malen meende men, dat Piet Bathory bezwijken zou. Hij was dubbel getroffen: in zijn ziel en in zijn lichaam. Hij was reeds zoo nabij den dood genaderd, dat hij graaf Mathias Sandorf, die aan het hoofdeneind van zijn bed zat, niet meer herkende.[81]„Wist ik dat het vaartuig recht op mij afkwam.” (Bladz. 94).„Wist ik dat het vaartuig recht op mij afkwam.” (Bladz. 94).[82]Hij had zelfs helaas! de kracht niet meer, om den naam van Sava uit te spreken!Toch behielden de goede zorgen van den dokter de overhand, en trad eindelijk de reactie in. De jeugd behaalde de overwinning. Het lichaam van den zieke zou spoediger dan de ziel genezen.De wond begon tot lidteekenvorming over te gaan en zich derhalve te sluiten. Zijne longen hervatten hunne normale werkzaamheid, en op den 17denJuli had de dokter eindelijk de zekerheid verkregen, dat Piet gered was.Dien dag herkende hem de jonge man.Met eene uiterst zwakke stem noemde hij hem bij zijn waren naam.„Graaf Mathias Sandorf!” zuchtte hij meer dan hij sprak.„Ja, voor u, mijn zoon, ben ik Mathias Sandorf!” antwoordde deze. „Maar voor u alleen!”En daar hem Piet met den blik eene verklaring scheen te vragen, die hij zoo ongeduldig moest verwachten:„Later,” zei de dokter, „later!”Piet’s herstel zou snel plaats hebben. Alle maatregelen waren daartoe getroffen. Hij betrok op het eiland Antekirrta eene fraaie kamer, welker ramen aan den noord- en westkant gelegen waren en derhalve vrije toetreding aan de zoo gezonde zeebries gaven. In den tuin, die zich voor zijn vertrek uitspreidde, schonken eenige snelvlietende beekjes een eeuwig jong groen, terwijl de schaduw der loofkruinen van het hoog opgaand geboomte er eene aangename frischheid aan verleende.De dokter had geen oogenblik verzuimd om den dierbaren zieke zijne zorgen te wijden; hij was steeds om en bij hem gebleven. Maar sedert zijn herstel verzekerd bleef, kon het geen verwondering baren, dat hij zich een helper toegevoegd had, van wiens schranderheid, goedhartigheid en volkomen toewijding hij de verzekering bij zich droeg.Die helper was Pescadospunt, die aan Piet Bathory evenals aan dokter Antekirrt inniggehechtwas.Het zal wel niet behoeven gezegd te worden, dat hij en Kaap Matifou het diepste geheim bewaard hadden, omtrent hetgeen op het kerkhof van Ragusa voorgevallen was; ook niet, dat hen aanbevolen was, aan niemand hoegenaamd te openbaren, dat de jonge ingenieur levend uit zijn graf gehaald was.Pescadospunt was vrij innig ingewijd en werkzaam geweest in en bij al die feiten, welke gedurende de laatste maanden voorgevallen waren. Dientengevolge had hij een levendige belangstelling voor den zieke opgevat.Die liefde van Piet Bathory voor Sava Toronthal—eene liefde,[83]die zoo wreed gedwarsboomd was geworden door Sarcany, een onbeschoften kerel, die den kleinen acrobaat geheel te recht een geweldigen afkeer inboezemde,—die ontmoeting van den begrafenisstoet met de bruiloftsrijtuigen voor de woning in de Stradona-laan, die lijkopgraving op het kerkhof van Ragusa ten uitvoer gebracht, dat alles had dat zoo goedige wezen diep geroerd en dat te meer, daar hij zich als mededeelgenoot gevoelde van de plannen van dokter Antekirrt, hoewel hij ze nog niet ten volle begreep.Daarom aanvaardde Pescadospunt volijverig de taak van ziekenvader bij Piet Bathory. Hij ontving terzelfder tijd de opdracht, om hem zooveel mogelijk door zijn opgewekt en vroolijk humeur te verstrooien. Daarin bleef hij niet in gebreke. Want hij beschouwde daarenboven Piet Bathory, sedert de kermis te Gravosa, als een schuldeischer, dien hij te avond of morgen op de een of andere wijze voldoen moest.Ziet, daarom was Pescadospunt bij den herstellende gezeten, steeds bezig met diens gedachten te trachten af te leiden, door te kouten, door te babbelen zelfs, en hem zoodoende geen tijd te geven te kunnen nadenken.Het was onder die gegeven omstandigheden, dat hij op zekeren dag, tengevolge van eene vraag op den man af, door Piet Bathory, er toe gebracht werd, om hem te vertellen, hoe hij de kennis met dokter Antekirrt aangeknoopt had.„Dat hadden wij aan deTrabocolote danken, mijnheer Piet,” antwoordde hij met een glimlach.„Aan deTrabocolo?” vroeg de jonge man natuurlijk zeer verwonderd. „Hoe kan dat?”„Ja, zeker aan deTrabocolo! Die moet gij u toch nog herinneren,”antwoordde Pescadospunt.„DeTrabocolo?.…” herhaalde Piet Bathory nadenkende.„Die van Kaap Matifou eenvoudig een held gemaakt heeft!.… Dat kan u toch niet ontschoten zijn!”„O, ja, nu herinner ik mij”, antwoordde de jonge man.En inderdaad, onze Piet had die gebeurtenis, die de kermis van Gravosa gekenmerkt had, nu ze zoo duidelijk herinnerd werd, niet vergeten.Ja, het gevaar, dat het jacht van dokter Antekirrt geloopen had, stond hem nu weer duidelijk voor oogen. Maar, wat hij niet wist, dat was dat die gebeurtenis den dokter aanleiding had gegeven, om de beide kermishelden voor te stellen, hun potsenmakersbaantje vaarwel te zeggen en in zijn dienst aan boord van deSavarenaover te gaan.„Ja, mijnheer Bathory,” vervolgde Pescadospunt, „zoo is het! En de zelfopofferende daad van Kaap Matifou is voor ons een ware uitkomst en eene zeer gelukkige uitkomst geweest.”[84]„Zoo?”„Maar.… juist omdat wij jegens den dokter verplichtingen hebben mogen wij die, welke wij jegens u hebben, niet vergeten!”„Jegens mij?”„Ja, jegens u, mijnheer Piet!”„Ik ben benieuwd.…”„Herinnert gij u nog denzelfden dag, dat gij op het punt waart ons eenig publiek te zijn.…”„Uw eenig publiek?” vroeg Piet Bathory, die moeite deed zich te herinneren, maar er niet in slaagde.„Gij gaaft ons twee gulden, die wij niet verdiend hadden.…” vervolgde Pescadospunt.„Niet verdiend?” was de verbaasde vraag van den jeugdigen werktuigkundige.„Neen, daar het publiek verdween, hoewel het zijne plaats betaald had,” was het antwoord daarop.En Pescadospunt herinnerde Piet Bathory thans, hoe hij, na zijne twee gulden uitgegeven te hebben en op het punt zijnde om de Provençaalsche kraam binnen te treden, eensklaps verdween.De jeugdige ingenieur was die omstandigheid glad vergeten. Hij beantwoordde echter dat verhaal met een glimlach. Dat was een droevige glimlach evenwel; want de jongman herinnerde zich toen, dat hij destijds die kermisvreugde voor niets anders nagejaagd had, dan in de hoop om Sava Toronthal weer te vinden.Hij sloot de oogen. Hij dacht na over al hetgeen hem sedert dien dag wedervaren was.En terwijl het beeld van Sava voor hem verrees, van Sava, die, naar hij meende, getrouwd was, schroefde een naamloos lijden zijn hart samen en hij voelde een zucht in zijn hart opwellen, om hen te vervloeken, die hem aan het graf ontrukt hadden.Pescadospunt zag wel in, dat die kermis van Gravosa bij Piet Bathory droevige herinneringen opwekte. Hij drong daar dus niet verder op aan, ja, hij bewaarde zelfs het stilzwijgen, terwijl hij in zich zelven prevelde:„Een halve lepel vroolijke stemming, iedere vijf minuten door mijn zieke in te nemen! Jawel! jawel, dat is het voorschrift van den dokter.… Maar drommels, dat is niet gemakkelijk op te volgen!”Zoo zat hij na te denken, totdat Piet eenigen tijd later de oogen opende en hem vroeg:„Dus, Pescadospunt, vóór dat gebeurde met deTrabocoloop de sleephelling te Gravosa, kendet gij dokter Antekirrt niet?”„Neen, mijnheer Piet.”„Volstrekt niet?” vroeg Piet met den meesten nadruk.[85]„Wij hadden hem toen nooit gezien,” antwoordde Pescadospunt, „en wij hadden zelfs zijn naam nimmer hooren noemen.”„En.…”„En wat?” vroeg Pescadospunt.„Hebt gij hem sedert nimmer verlaten?” vroeg de jeugdige werktuigkundige met aandrang.„Neen, nooit!”„Nooit? Bedenk u wel,” vroeg Piet Bathory.„Dat is te zeggen, ja, eenige keeren, dat hij mij met zendingen belastte,” antwoordde Pescadospunt.„En in welk land zijn wij hier? Dat zou ik zeer gaarne weten.”„In welk land?”„Ja, in welk land? Zoudt gij mij dat kunnen zeggen, vriend Pescadospunt?”„Ik heb eenige reden te gelooven.…”„Wat?”„Dat wij op een eiland zijn, mijnheer Piet,” antwoordde Pescadospunt glimlachende.„Waaruit leidt gij dat af?”„Wij zijn geheel en al door de zee omringd.”„De zee.… Maar welke zee? Bedenk toch, er bestaan zoovele zeeën op Gods lieve aarde.”„Ik denk de Middellandsche zee.”„De Middellandsche zee! Maar.… in welk gedeelte van de Middellandsche zee?”„Ja.… ziet u.… Dat is ’t hem juist.… Zijn wij in het zuiden, zijn wij in het noorden, zijn wij in het westen, of zijn wij in het oosten?” antwoordde Pescadospunt. „Ik moet bekennen, ik weet het niet.”„Niet,” vroeg Piet Bathory mismoedig, terwijl hij zijn hoofd achter tegen zijn leuningstoel liet rusten.„Neen, ik weet het niet, mijnheer Piet; maar alles wel beschouwd, wat kan het ons schelen?”De zieke glimlachte droefgeestig.„Wat zeker is,” ging Pescadospunt voort, „dat is, dat wij de gasten van dokter Antekirrt zijn, die ons goed voedt, ons goed kleedt, ons goede bedden verstrekt, ongerekend nog.…”„Wat?”„De zoo kiesche behandeling, die wij ondervinden,” vulde Pescadospunt aan.„Maar weet gij ten minste, hoe dit eiland heet?” vroeg Piet.„Hoe dit eiland heet?”„Ja, dit eiland, waarvan gij de ligging niet kent.”„Ja, dat weet ik zeer goed.”[86]„Welnu?”„Het heet Antekirrta!” riep Pescadospunt zegevierend.„Antekirrta?.… Antekirrta?”Piet Bathory keek hem aan met een verwijtingsvollen blik. Te vergeefs zocht hij zijn geheugen, of hij zich een eiland kon herinneren, dat dien naam droeg.Pescadospunt gevoelde zich niets op zijn gemak onder dien blik.„Ja, mijnheer Piet,” stamelde hij koddig. „Ja, het eiland Antekirrta! Onder nul lengte en onder nog minder breedte, in de volle Middellandsche zee! Aan dit adres zou mijn oom mij schrijven, als ik een oom bezeten had. Maar de hemel heeft mij, helaas! dat genoegen onthouden! Maar alles wel beschouwd, is er toch niets verwonderlijks in, dat dit eiland Antekirrta heet, daar het dokter Antekirrt toebehoort. Of nu de dokter zijn naam aan het eiland ontleend heeft, of wel dat het eiland naar hem genoemd is, ziet, dat zou ik, al ware ik secretaris-generaal of penningmeester van het Aardrijkskundig Genootschap van Parijs of van Amsterdam, niet kunnen uitmaken!”Men ziet het, onze Pescadospunt had zich nog niet ontdaan van zijne kwinkslagen en van zijne aanbevelende kermistaal. Zijne woordenrijkheid en vindingrijkheid hielpen hem evenwel, om den zieke, zooveel hem maar mogelijk was, verstrooiing aan te brengen.Piet’s herstel van gezondheid nam intusschen geregeld toe. Geene verschijnselen, die gevreesd konden worden, deden zich voor. Met een meer krachtige voeding, die evenwel voorzichtig en doelmatig verstrekt werd, kwamen ook de krachten van den zieke met den dag zichtbaar terug. De dokter bezocht hem dikwijls en koutte dan met hem over alles, behalve over datgene, wat hem toch het meeste belang moest inboezemen. En toch wilde Piet geene vertrouwelijke mededeelingen uitlokken, en wachtte geduldig totdat het den dokter geraden zou voorkomen, ze ongevraagd te doen.Pescadospunt had steeds de brokstukken van gesprekken, die hij met zijn zieke gehouden had, getrouw aan den dokter medegedeeld. Blijkbaar hield de geheimzinnigheid, waaronder graaf Mathias Sandorf niet alleen zijneidentiteitverborg, maar zelfs het eiland waar hij zijn woonoord opgeslagen had, het brein van Piet Bathory bezig. Niet minder blijkbaar dacht hij steeds aan Sava Toronthal, die thans zoover verwijderd van hem was, veel verder dan eenig punt van den aardbol, daar iedere gemeenschap tusschen het eiland Antekirrta en het Europeesche vasteland verbroken scheen. Maar het oogenblik naderde, waarop hij krachtig genoeg zou wezen om alles te vernemen.Ja! Alles te kunnen vernemen! Die gedachte spookte hem voortdurend door het brein.[87]„Ik greep een van die kettingen en tilde mij tot de ijzeren kram omhoog, waarin zij vastgeklonken waren”. (Bladz. 95).„Ik greep een van die kettingen en tilde mij tot de ijzeren kram omhoog, waarin zij vastgeklonken waren”. (Bladz. 95).[88]En dien dag zou de dokter, als de heelmeester met het snijmes in de hand, ongevoelig zijn voor de kreten van smart van denpatiënt.Verscheidene dagen vloden zoo voorbij.De wond van den jongen man was geheel genezen. Reeds kon hij opstaan en bij het venster zijner kamer plaats nemen. Eene weldadige zonneschijn, zoo eigen aan de streken der Middellandsche zee, kwam hem toen streelen, terwijl eene leven wekkende zeebries zijne longen vulde, die te zamen hem gezondheid en kracht aanbrachten. Als zijns ondanks gevoelde hij zich herboren worden. Hij klemde zich als het ware het leven, dat hij toch zoo geminacht had. En inderdaad, het waren de verschijnselen van terugkeerende geestkracht, die zich onmiskenbaar voordeden.Toen vestigden zich zijn oogen als onafwendbaar op dien onmetelijken onbegrensden gezichteinder, waarachter hij met den blik had willen wroeten; maar tevens ook in zijn binnenste dat waarlijk wel degelijk krank was. Die uitgestrekte oppervlakte van water rondom het onbekende eiland scheen hem steeds verlaten en eenzaam toe. Ter nauwernood werden eenige kustvaartuigen, chebekken of tartanen, polacers of speronaren daar ginds in volle zee ontwaard; evenwel zonder dat zij ooit een zweem vertoonden van het eiland te willen aandoen. Nooit verscheen er een handelsvaartuig van groot charter; nooit eene van die pakketbooten, die het Europeesche Middellandsche meer in alle richtingen doorkruisen.Men had waarlijk kunnen gelooven, dat het eiland Antekirrta aan de uiterste grenzen van de bekende wereld gelegen was.Op den 24stenJuli deelde dokter Antekirrt aan Piet Bathory mede, dat hij den volgenden dag in de namiddaguren kon uitgaan en bood zich aan, hem bij die eerste wandeling te begeleiden.„Dokter.…” antwoordde Piet met eenige aarzeling in zijne stem.„Wat is er, mijn vriend?”„Dokter, als gij mij de kracht toekent, om naar buiten te gaan, dan moet ik ook de kracht bezitten, om u te kunnen aanhooren!”„Mij aanhooren, Piet?”„Ja, dokter.”„Wat wilt ge zeggen?”„Wat ik zeggen wil! O, dat is eenvoudig. Gij zijt met mijn geheel verleden bekend en van het uwe weet ik niets.”„Neen, niets!” antwoordde de dokter als een echo.Maar terwijl hij die woorden, die hem als onwillekeurig ontvielen, uitsprak, bekeek dokter Antekirrt den jongeling aandachtig. Nu evenwel niet meer als vriend, maar wel als geneesheer, als arts, om te beslissen, of hij het scherpsnijdend mes, dan wel het snerkend brandend vuur in het levend vleesch van den zieke zou zetten. Na een[89]poos in gedachten verzonken te zijn geweest, zette hij zich bij hem neer:„Gij wilt mijn verledenkennen, Piet?” vroeg hij.„Ja,” knikte de jongman.„Luister dan! Luister aandachtig; gij zult het heden vernemen,” sprak dokter Antekirrt.
[Inhoud]V.DE MIDDELLANDSCHE ZEE.De Middellandsche zee is schoon, vooral door hare beide voornaamste eigenschappen: vooreerst door hare zoo harmonische omlijsting, dan door de levendigheid, de doorzichtigheid van hare lucht en van haar licht.…Zoo als zij is, sterkt zij den mensch bewonderenswaardig.Zij verleent hem die droge kracht, die het meeste weerstand kan bieden.Hare boorden zijn debakermatvan de krachtigste rassen geweest.Hebben wij te wijzen op de Grieken, op de Romeinen, de Carthagers, de Franschen, of op de Spanjaarden?En de bewering, dat hare boorden de bakermat van de krachtigste rassen zijn, is geene machtspreuk van ons. Michelet, de beroemde Michelet heeft dat gezegd.Maar het is toch gelukkig voor de menschheid, dat de natuur bij gebreke van Hercules, de Calpe-rots van de Abyla-rots gescheiden heeft, om zoodoende de Straat van Gibraltar te vormen.Men moet zelfs, in weerwil van de beweringen van zoovele aardkundigen, aannemen, dat die zeeëngte steeds bestaan heeft. Zonder haar zou geen Middellandsche zee bestaan kunnen. Dat klinkt vreemd, maar het is toch zoo; want de verdamping ontvoert aan die zee driemalen meer water, dan de rivieren aan dat bekken toevoeren, al heeten die rivieren ook: de Ebro, de Rhône, de Tiber de Po, de Donau, de Dnester, de Don en de Nijl. Zoodat, zoo die stroom, die uit den Atlantischen Oceaan door de Straat van Gibraltar naar binnen zet, en haar als het ware van een meer tot eene zee verheft, ooit gestuit ware geweest, dan zou de Middellandsche zee reeds sedert eeuwen niets anders geweest zijn dan eene Doode Zee in tegenstelling van wat zij nu is, namelijk: eene Levende Zee.In een van dediepsteen meest onbekende schuilhoeken van dat uitgestrekte binnenlandsche zoutwater-meer, had graaf Mathias Sandorf—of beter dokter Antekirrt, welks naam hij voeren moest totdat ter gewilder uur, zijne zaak afgeloopen zou zijn—eene schuilplaats gezocht, om er de voordeelen van zijn gewaanden dood te genieten.Op den aardbol bestaan eigenlijk twee Middellandsche zeeën. De eene in de Oude, de andere in de Nieuwe Wereld.[74]De Amerikaansche Middellandsche zee, dat is de golf van Mexico, beslaat eene oppervlakte van niet minder dan vier en een half millioen vierkante kilometers.Heeft de Latijnsche of beter de Europeesche Middellandsche zee slechts eene oppervlakte van twee millioen acht honderd vijf en negentig duizend vierkante kilometers, dat wil zeggen iets meer dan de helft van de andere, zoo biedt zij toch meerverscheidenheidaan in haren algemeenen omtrek. Zij is rijker in bekkens, in scherp begrensde baaien, in goed gekenmerkte hydrographische onderverdeelingen, die op hunne beurt den naam van zeeën, golven en baaien verdienden en verkregen. Men denke slechts aan de Tyrrheensche zee, ten westen van Italië, en door dit land en de eilanden Sicilië, Corsica en Sardinië als een kom omgeven; aan de Aegaeïsche zee of den Griekschen Archipel, tusschen Klein-Azië en Griekenland gelegen; aan de Cretenzer zee, aan de Libysche zee, de eerste ten noorden en de tweede ten zuiden van het eiland Candia te vinden; aan de zee vanMarmaratusschen Turkije en Klein-Azië, aan de Zwarte zee, tusschen Turkije, Oost Rumelië, Bulgarije, Rumanië, Rusland, Armenië en Anatolië; aan de zee van Azof, in het land der Donsche kozakken; aan de Jonische zee, die de eilanden Corfu, Zante, Cephalonië, Itaka, en zooveel anderen omspoelt; aan de Eolische zee, die de Liparische eilanden-groep omgeeft; aan de Adriatische zee, die tusschen Italië, Griekenland, Turkije en Oostenrijk diep het land indringt; aan de Leeuwengolf of golf du Lion, die in Frankrijk, in de Provence haar bevalligen bocht vormt; aan de golf van Genua, die de beide Liguriën binnendringt; aan de golf van Gabes, eene Tunische baai, die weldra, wij hopen het althans, de voorbaai van eene uitgestrekte Afrikaansche binnenzee zal worden, aan de beide Syrten, die in Tripoli en hetCyrenaïcalandindringen.Dit geheim onderdeel van die zee, waarvan sommige oevers nog zoo weinig bekend zijn, had dokter Antekirrt uitgekozen om er ongestoord te leven. Er bevonden zich in dat groote bekken eilanden bij honderden, eilandjes bij duizenden. Te vergeefsch zou men de kapen, de voorgebergten, de uitstekende punten, de kreeken en de inhammen er van willen tellen. Hoe vele volkeren, zoo verschillend van ras, van zeden, van staatkundigen toestand, verdringen zich niet op hare uitgestrekte kuststrook, waarop de geschiedenis der menschheid reeds sedert meer dan twintig eeuwen haren stempel zette? Gaan wij na, dan treffen wij er Franschen, Italianen, Oostenrijkers, Spanjaarden, Ottomanen, Grieken,Slavoniërs, Russen, Kozakken,Kaukasiërs, Kergiezen,Armeniërs,Anatoliërs, Arabieren, Egyptenaren, Tripolitanen,Tunisiërs,Algerijnen, Marokkanen en zelfs Engelschen te Gibraltar en op het eiland Cyprus aan.[75]Drie uitgestrekte vastelanden omvatten die Middellandsche zee met hare oevers, te weten: Europa, Azië en Afrika.Waar dan toch had graaf Sandorf—o, neen, dokter Antekirrt, de naam die bij de Oosterlingen dierbaar was,—eene plek tot vestiging gezocht, waar hij het programma van zijn nieuw leven tot ontwikkeling zou brengen?Dat zou Piet Bathory weldra vernemen.Nadat de jeugdige werktuigkundige een poos de oogen geopend had, was hij in eene volslagen verdooving vervallen en was even gevoelloos, als toen dokter Antekirrt hem voor dood in de woning in de Marinella-straat te Ragusa achterliet.In dat oogenblik had de dokter een van die physiologische werkingen teweeg gebracht, waarin de wil eene zoo groote rol speelt en welks uitingen door niemand meer in twijfel getrokken worden. Hij was met eene groote mate van wilskracht-uiting bedeeld, die hem een onmetelijken invloed op zijn evenmensch verleende. Hij had zonder behulp van het magnesiumlicht, zelfs zonder behulp van eenig ander metallisch schitterend punt, niet anders dan door zijn doordringenden blik bij den jeugdigen stervende een hypnothischen, of in goed Nederlandsch gezegd, een magnetischen toestand doen ontstaan, waardoor zijn eigen wil in de plaats van dien van den gewonde trad.Piet was door bloedverlies zeer verzwakt, en vertoonde, terwijl hij ingeslapen was, geen schijn van leven meer. Toch was hij door de wilskracht van den dokter wakker geworden. Maar het gold thans het leven, hetwelk op het punt was te ontvlieden, te weerhouden.Dat was eene moeielijke taak, want zij vereischte nauwlettende zorgen, en daarbij al de hulpmiddelen, welke de geneeskunst aanbiedt. De dokter mocht zijn doel niet missen.„Hij zal leven!.… Ik wil dat hij leve!” herhaalde hij telkens bij zich zelven. „O, waarom heb ik te Cattaro mijn eerstgevormd plan niet uitgevoerd? Waarom heeft mij de aankomst van Sarcany te Ragusa belet, hem aan die vervloekte stad te ontrukken?.… Maar ik zal hem redden!.… In de toekomst moet Piet Bathory de rechterhand van Mathias Sandorf zijn!”Inderdaad, sedert vijftien jaren had dokter Antekirrt slechts ééne gedachte gekoesterd: straffen en beloonen.Wat hij zich zelven, maar nog meer zijnen makkers, Stephanus Bathory en graaf Ladislas Zathmar verschuldigd was, had hij niet vergeten. Thans was het uur gekomen om handelend op te treden, en daarom had hem deSavarenanaar Ragusa overgebracht.De dokter was in dat lange tijdsverloop lichamelijk zoodanig veranderd, dat het onmogelijk was hem te herkennen. Zijne haren, die hij vroeger kortborstelig geknipt gedragen had, waren thans sneeuwwit geworden en zijne huidskleur vertoonde eene matte bleekheid.[76]Hij was een dier mannen van vijftig jaren, die de kracht der jeugd bewaard hebben, hoewel bij hen de koelheid en kalmte van den meer rijper leeftijd niet uitgebleven zijn. De dichte haarlokken, de levendige kleur van den Venetiaansch rooden baard, die graaf Mathias Sandorf vroeger kenmerkte, konden onmogelijk teruggevonden worden door hen, die in de tegenwoordigheid van den strengen en koelbloedigen dokter Antekirrt toegelaten werden.Maar door het noodlot beter gescherpt, beter gehard, was hij een van die ijzeren gestellen gebleven, waarvan men zeggen kon, dat zij door hunne nadering alleen de magneetnaald van streek brengen.Welnu! Hij zou van den zoon van professor Stephanus Bathory weten te maken, wat hij van zichzelven gemaakt had.Daarenboven, reeds sedert langen tijd was dokter Antekirrt als eenige spruit van die groote familie der Sandorfs overgebleven. De lezer zal wel niet vergeten hebben, dat hij een kind, een kleine dochter had, die na zijne inhechtenisneming aan de zorgen van de gade van Landeck, den intendant van het kasteel Artenak, toevertrouwd was geworden. Dit meisje, toen twee jaren oud, was de eenige erfgename van den graaf. Haar zou, wanneer zij achttien jaren zoude bereikt hebben, de helft der goederen van haren vader toevallen, welke daarvoor door de rechters, die de verbeurdverklaring ter zelfder tijd als het doodvonnis uitgesproken hadden, bij rechterlijk gewijsde afgezonderd waren.Men had den intendant als bestuurder van dat gedeelte van het domein in Transylvanië, hetwelk onder sequester geplaatst was, gelaten. Zijne vrouw en hij waren met het kind, waaraan zij hun leven wilden wijden, op het kasteel Artenak gebleven.Maar er scheen een noodlot op de familie Sandorf, die nu nog maar door dat zwakke wezentje vertegenwoordigd werd, te rusten. Eenige maanden na de veroordeeling der Triëster samenzweerders en na de gebeurtenissen, die er het gevolg van waren, verdween dat kind, zonder dat het mogelijk was haar terug te vinden. Eens wandelde het meisje in den tuin, en.… men raapte slechts haren hoed op langs den oever van een van de veelvuldige waterstroompjes, welke, van de naburige voorgebergten af gevloten, zich door het park baan braken. Het scheen dus ongelukkig maar al te zeker, dat het kleine meisje medegesleept en in een van die kolken verdwenen was, waarin de bergstroomen der Karpathen zich storten. Zoo veel was zeker, dat geen enkel spoor van haar teruggevonden werd.„Ja, mijnheer Bathory, de zelfopofferende daad van Kaap Matifou heeft voor ons eene zeer gelukkige uitkomst gehad.” (Bladz. 83.)„Ja, mijnheer Bathory, de zelfopofferende daad van Kaap Matifou heeft voor ons eene zeer gelukkige uitkomst gehad.” (Bladz. 83.)Rosena Landeck, de echtgenoote van den intendant, doodelijk getroffen door die verdwijning, stierf weinige weken later. In weerwil daarvan wilde het Oostenrijksche Gouvernement niets veranderen aan de beschikkingen, door het vonnis vooropgesteld. Het sequester op dat gedeelte van het domein, hetwelk voor de erfgename[78]was bewaard, werd gehandhaafd en de goederen van graaf Mathias Sandorf zouden eerst dan door den Staat genaast worden, wanneer de erfgename, wier dood niet wettelijk geconstateerd had kunnen worden, niet binnen den tijd, door de wet gesteld, verscheen, om haar erfdeel op te eischen.Dat was de laatste slag, die de familie Sandorf trof. Zij was uitgestorven door de verdwijning van de laatste afstammelinge van dat edele en machtige ras. Daarna volbracht de tijd langzamerhand zijn werk en die geheele gebeurtenis geraakte in het vergeetboek, zooals met alle zaken geschiedde, die op de samenzwering betrekking hadden.Te Otrante, waar hij stipt onbekend leefde, vernam graaf Mathias Sandorf den dood van zijn kind. Met dat kleine meisje verdween alles, wat hem van de gravin Rena, die slechts zeer korten tijd zijne gade geweest was, overgebleven was. Daarna verliet hij op zekeren dag Otrante, onbekend zoo als hij er aangekomen was, en niemand zou hebben kunnen zeggen, waarheen hij getogen was, om een nieuw leven te beginnen.Vijftien jaren later, op het oogenblik dat graaf Mathias Sandorf weder op het wereldtooneel verscheen, zou niemand kunnen vermoeden, dat hij zich onder den naam van dokter Antekirrt verborg en dat hij die rol speelde.Toen was het, dat graaf Mathias Sandorf zich geheel en al aan zijn werk wijdde. Hij was thans alleen op de wereld en had eene taak te volbrengen,—eene taak, die hij als heilig beschouwde. Verscheidene jaren, na Otrante verlaten te hebben, was hij machtig geworden en had hij die macht te danken aan een onmetelijk vermogen, hetwelk hij onder omstandigheden verworven had, die weldra bekend zullen raken. Hij was vergeten en gedekt door zijn aangenomen naam. Nu hervatte hij het spoor van hen, die hij gezworen had te beloonen of te straffen.In zijne gedachte had hij Piet Bathory reeds deelgenoot gemaakt van die rechts-, van die wraakoefening. Agenten werden door zijne zorgen in verscheidene steden langs de oevers der Middellandsche zee aangesteld. Deze werden uit eene ruime beurs betaald en waren verplicht het diepste geheim omtrent hunne verrichtingen te bewaren. Zij hielden slechts briefwisseling met den dokter, hetzij door middel van de snelle werktuigen, die de lezer reeds kent, hetzij langs den overzeeschen draad, die het eilandAntekirrtamet de electrische kabels van Malta en verder met geheel Europa verbond.Door de verschillendebemoeiingenen onderzoekingen van zijne agenten nauwgezet na te gaan, slaagde de dokter er in het spoor weer te vinden van allen, die middellijk ofonmiddellijkin de samenzwering van graaf Mathias Sandorf betrokken waren geweest. Hij[79]kon hen dus van verre gadeslaan, hunne daden bespieden en om zoo te zeggen, al hunne schreden, vooral sedert de laatste vier of vijf jaren, volgen.Van Silas Toronthal wist hij, dat deze Triëst verlaten had om zich met zijne echtgenoote en dochter te Ragusa in die woning in de Stradona-laan te vestigen.Wat Sarcany betreft, diens spoor volgde hij door de voornaamste steden van Europa, waar deze zijn vermogen verslond; later in Sicilië te midden van de ooster provinciën, waar zijn makker Zirone en hij een aanslag overpeinsden, waarmede zij hunne geldelijke middelen weer vlot meenden te maken.Dokter Antekirrt vernam, dat Carpena Rovigno en zelfs Istrië verlaten had, om het leven met nietsdoen in Italië of in Oostenrijk te gaan slijten, zoolang als de eenige duizenden guldens duren zouden, die hij tot betaling van zijn verraad ontvangen had. Dat kon evenwel niet lang zijn.Verder zou hij Andreas Ferrato uit het bagno van Stein in Tyrol, waar hij zijn edelmoedig gedrag jegens vluchtelingen van Pisino boette, ontvoerd hebben, ware de dood niet tusschen beide getreden, om den eerlijken visscher uit de galeien te verlossen.Wat de kinderen van Andreas Ferrato betrof, Maria en Luigi, die hadden ook Rovigno verlaten, en kampten waarschijnlijk met de ellende van zulk een verbroken leven; maar zij hadden zich zoo goed verborgen, dat het dokter Antekirrt niet gelukt was, hen op het spoor te komen.Eindelijk had mevrouw Bathory zich met haren zoon Piet en met Borik, den ouden bediende van graaf Ladislas Zathmar, in de Marinella-straat te Ragusa gevestigd. Dokter Antekirrt had haar nimmer uit hetoogverloren, en de lezer weet, hoe hij haar eene aanzienlijke som gelds had doen toekomen, die evenwel door de fiere en waardige vrouw niet aangenomen was.Maar, zooals gezegd, het uur was gekomen, dat de dokter zijn moeielijken veldtocht zou beginnen.Toen was het, dat hij, na zich verzekerd te hebben, dat hij na die vijftien jaren afwezigheid niet herkend zoude worden, te Ragusa aan wal stapte. En hij kwam er juist aan om Piet Bathory weer te vinden, die hartstochtelijk verliefd was op de dochter van Silas Toronthal.En die liefde moest, het kostte wat het wilde, vernietigd worden.Zoo had dokter Antekirrt besloten.De lezer heeft niet vergeten, hopen wij, wat toen gebeurde: de tusschenkomst van Sarcany in deze zaak, de gevolgen, die van weerskanten daardoor teweeggebracht werden, hoe Piet Bathory in de woning zijner moeder teruggebracht werd, en wat dokter Antekirrt[80]verrichtte op het oogenblik, toen de jonge man sterven zoude, hoe en onder welke omstandigheden hij hem tot het leven terugriep en hoe hij zich onder zijn waren naam van graaf Mathias Sandorf aan hem openbaarde.Nu gold het om hem te genezen! Ook kwam het er op aan, hem alles mede te deelen wat hij nog niet wist, dat wil zeggen: hoe een schandelijk verraad èn Stephanus Bathory èn diens beide makkers in handen van de Oostenrijksche Regeering geleverd had. Hem moesten de namen der verraders onthuld worden; het gold eindelijk om hem aan die rol van onverzoenbaren wreker te verbinden, welke de dokter meende op zich te kunnen nemen buiten de menschelijke gerechtigheid om. Hij toch was een slachtoffer geweest van diezelfde gerechtigheid.Maar vóór alles moest de genezing van Piet Bathory bereikt worden. Het was aan deze genezing, dat dokter Antekirrt zijne geheele krachten zou wijden.Gedurende de eerste acht dagen na zijne overbrenging naar het eiland, verkeerde Piet werkelijk tusschen leven en dood. Niet alleen was zijne wonde zeer bedenkelijk en gevaarlijk, maar wat erger was, de ziel van den jeugdigen ingenieur was ziek, en zelfs zeer ziek.De herinnering aan Sava, die, zooals hij dacht, thans onherroepelijk met Sarcany gehuwd was; de gedachte aan zijne moeder, die hem thans als dood beweende; daarna die opstanding uit het doodenrijk van graaf Mathias Sandorf, die onder den naam van dokter Antekirrt herleefde,—Mathias Sandorf de innigste vriend zijns vaders,—dat alles was wel geschikt om een brein, dat toch reeds zoo geteisterd was, in de war te brengen.De dokter verliet Piet niet, noch gedurende den nacht, noch over dag.Hij hoorde hem in zijn ijlende koortsen den naam van Sava Toronthal uitspreken en herhalen. Hij begreep hoe diep die liefde geworteld was en welke pijniging het huwelijk daarstelde van de vrouw, welke hij zoo innig beminde. Hij kwam er toe om zich af te vragen, of die liefde niet aan alles het hoofd zoude bieden, zelfs daaraan dat Sava de dochter was van den man, die zijn vader verkocht, overgeleverd en gedood had.Toch had dokter Antekirrt onwrikbaar besloten om hem ook dat mede te deelen.Dat beschouwde hij als zijne plicht.Meer dan twintig malen meende men, dat Piet Bathory bezwijken zou. Hij was dubbel getroffen: in zijn ziel en in zijn lichaam. Hij was reeds zoo nabij den dood genaderd, dat hij graaf Mathias Sandorf, die aan het hoofdeneind van zijn bed zat, niet meer herkende.[81]„Wist ik dat het vaartuig recht op mij afkwam.” (Bladz. 94).„Wist ik dat het vaartuig recht op mij afkwam.” (Bladz. 94).[82]Hij had zelfs helaas! de kracht niet meer, om den naam van Sava uit te spreken!Toch behielden de goede zorgen van den dokter de overhand, en trad eindelijk de reactie in. De jeugd behaalde de overwinning. Het lichaam van den zieke zou spoediger dan de ziel genezen.De wond begon tot lidteekenvorming over te gaan en zich derhalve te sluiten. Zijne longen hervatten hunne normale werkzaamheid, en op den 17denJuli had de dokter eindelijk de zekerheid verkregen, dat Piet gered was.Dien dag herkende hem de jonge man.Met eene uiterst zwakke stem noemde hij hem bij zijn waren naam.„Graaf Mathias Sandorf!” zuchtte hij meer dan hij sprak.„Ja, voor u, mijn zoon, ben ik Mathias Sandorf!” antwoordde deze. „Maar voor u alleen!”En daar hem Piet met den blik eene verklaring scheen te vragen, die hij zoo ongeduldig moest verwachten:„Later,” zei de dokter, „later!”Piet’s herstel zou snel plaats hebben. Alle maatregelen waren daartoe getroffen. Hij betrok op het eiland Antekirrta eene fraaie kamer, welker ramen aan den noord- en westkant gelegen waren en derhalve vrije toetreding aan de zoo gezonde zeebries gaven. In den tuin, die zich voor zijn vertrek uitspreidde, schonken eenige snelvlietende beekjes een eeuwig jong groen, terwijl de schaduw der loofkruinen van het hoog opgaand geboomte er eene aangename frischheid aan verleende.De dokter had geen oogenblik verzuimd om den dierbaren zieke zijne zorgen te wijden; hij was steeds om en bij hem gebleven. Maar sedert zijn herstel verzekerd bleef, kon het geen verwondering baren, dat hij zich een helper toegevoegd had, van wiens schranderheid, goedhartigheid en volkomen toewijding hij de verzekering bij zich droeg.Die helper was Pescadospunt, die aan Piet Bathory evenals aan dokter Antekirrt inniggehechtwas.Het zal wel niet behoeven gezegd te worden, dat hij en Kaap Matifou het diepste geheim bewaard hadden, omtrent hetgeen op het kerkhof van Ragusa voorgevallen was; ook niet, dat hen aanbevolen was, aan niemand hoegenaamd te openbaren, dat de jonge ingenieur levend uit zijn graf gehaald was.Pescadospunt was vrij innig ingewijd en werkzaam geweest in en bij al die feiten, welke gedurende de laatste maanden voorgevallen waren. Dientengevolge had hij een levendige belangstelling voor den zieke opgevat.Die liefde van Piet Bathory voor Sava Toronthal—eene liefde,[83]die zoo wreed gedwarsboomd was geworden door Sarcany, een onbeschoften kerel, die den kleinen acrobaat geheel te recht een geweldigen afkeer inboezemde,—die ontmoeting van den begrafenisstoet met de bruiloftsrijtuigen voor de woning in de Stradona-laan, die lijkopgraving op het kerkhof van Ragusa ten uitvoer gebracht, dat alles had dat zoo goedige wezen diep geroerd en dat te meer, daar hij zich als mededeelgenoot gevoelde van de plannen van dokter Antekirrt, hoewel hij ze nog niet ten volle begreep.Daarom aanvaardde Pescadospunt volijverig de taak van ziekenvader bij Piet Bathory. Hij ontving terzelfder tijd de opdracht, om hem zooveel mogelijk door zijn opgewekt en vroolijk humeur te verstrooien. Daarin bleef hij niet in gebreke. Want hij beschouwde daarenboven Piet Bathory, sedert de kermis te Gravosa, als een schuldeischer, dien hij te avond of morgen op de een of andere wijze voldoen moest.Ziet, daarom was Pescadospunt bij den herstellende gezeten, steeds bezig met diens gedachten te trachten af te leiden, door te kouten, door te babbelen zelfs, en hem zoodoende geen tijd te geven te kunnen nadenken.Het was onder die gegeven omstandigheden, dat hij op zekeren dag, tengevolge van eene vraag op den man af, door Piet Bathory, er toe gebracht werd, om hem te vertellen, hoe hij de kennis met dokter Antekirrt aangeknoopt had.„Dat hadden wij aan deTrabocolote danken, mijnheer Piet,” antwoordde hij met een glimlach.„Aan deTrabocolo?” vroeg de jonge man natuurlijk zeer verwonderd. „Hoe kan dat?”„Ja, zeker aan deTrabocolo! Die moet gij u toch nog herinneren,”antwoordde Pescadospunt.„DeTrabocolo?.…” herhaalde Piet Bathory nadenkende.„Die van Kaap Matifou eenvoudig een held gemaakt heeft!.… Dat kan u toch niet ontschoten zijn!”„O, ja, nu herinner ik mij”, antwoordde de jonge man.En inderdaad, onze Piet had die gebeurtenis, die de kermis van Gravosa gekenmerkt had, nu ze zoo duidelijk herinnerd werd, niet vergeten.Ja, het gevaar, dat het jacht van dokter Antekirrt geloopen had, stond hem nu weer duidelijk voor oogen. Maar, wat hij niet wist, dat was dat die gebeurtenis den dokter aanleiding had gegeven, om de beide kermishelden voor te stellen, hun potsenmakersbaantje vaarwel te zeggen en in zijn dienst aan boord van deSavarenaover te gaan.„Ja, mijnheer Bathory,” vervolgde Pescadospunt, „zoo is het! En de zelfopofferende daad van Kaap Matifou is voor ons een ware uitkomst en eene zeer gelukkige uitkomst geweest.”[84]„Zoo?”„Maar.… juist omdat wij jegens den dokter verplichtingen hebben mogen wij die, welke wij jegens u hebben, niet vergeten!”„Jegens mij?”„Ja, jegens u, mijnheer Piet!”„Ik ben benieuwd.…”„Herinnert gij u nog denzelfden dag, dat gij op het punt waart ons eenig publiek te zijn.…”„Uw eenig publiek?” vroeg Piet Bathory, die moeite deed zich te herinneren, maar er niet in slaagde.„Gij gaaft ons twee gulden, die wij niet verdiend hadden.…” vervolgde Pescadospunt.„Niet verdiend?” was de verbaasde vraag van den jeugdigen werktuigkundige.„Neen, daar het publiek verdween, hoewel het zijne plaats betaald had,” was het antwoord daarop.En Pescadospunt herinnerde Piet Bathory thans, hoe hij, na zijne twee gulden uitgegeven te hebben en op het punt zijnde om de Provençaalsche kraam binnen te treden, eensklaps verdween.De jeugdige ingenieur was die omstandigheid glad vergeten. Hij beantwoordde echter dat verhaal met een glimlach. Dat was een droevige glimlach evenwel; want de jongman herinnerde zich toen, dat hij destijds die kermisvreugde voor niets anders nagejaagd had, dan in de hoop om Sava Toronthal weer te vinden.Hij sloot de oogen. Hij dacht na over al hetgeen hem sedert dien dag wedervaren was.En terwijl het beeld van Sava voor hem verrees, van Sava, die, naar hij meende, getrouwd was, schroefde een naamloos lijden zijn hart samen en hij voelde een zucht in zijn hart opwellen, om hen te vervloeken, die hem aan het graf ontrukt hadden.Pescadospunt zag wel in, dat die kermis van Gravosa bij Piet Bathory droevige herinneringen opwekte. Hij drong daar dus niet verder op aan, ja, hij bewaarde zelfs het stilzwijgen, terwijl hij in zich zelven prevelde:„Een halve lepel vroolijke stemming, iedere vijf minuten door mijn zieke in te nemen! Jawel! jawel, dat is het voorschrift van den dokter.… Maar drommels, dat is niet gemakkelijk op te volgen!”Zoo zat hij na te denken, totdat Piet eenigen tijd later de oogen opende en hem vroeg:„Dus, Pescadospunt, vóór dat gebeurde met deTrabocoloop de sleephelling te Gravosa, kendet gij dokter Antekirrt niet?”„Neen, mijnheer Piet.”„Volstrekt niet?” vroeg Piet met den meesten nadruk.[85]„Wij hadden hem toen nooit gezien,” antwoordde Pescadospunt, „en wij hadden zelfs zijn naam nimmer hooren noemen.”„En.…”„En wat?” vroeg Pescadospunt.„Hebt gij hem sedert nimmer verlaten?” vroeg de jeugdige werktuigkundige met aandrang.„Neen, nooit!”„Nooit? Bedenk u wel,” vroeg Piet Bathory.„Dat is te zeggen, ja, eenige keeren, dat hij mij met zendingen belastte,” antwoordde Pescadospunt.„En in welk land zijn wij hier? Dat zou ik zeer gaarne weten.”„In welk land?”„Ja, in welk land? Zoudt gij mij dat kunnen zeggen, vriend Pescadospunt?”„Ik heb eenige reden te gelooven.…”„Wat?”„Dat wij op een eiland zijn, mijnheer Piet,” antwoordde Pescadospunt glimlachende.„Waaruit leidt gij dat af?”„Wij zijn geheel en al door de zee omringd.”„De zee.… Maar welke zee? Bedenk toch, er bestaan zoovele zeeën op Gods lieve aarde.”„Ik denk de Middellandsche zee.”„De Middellandsche zee! Maar.… in welk gedeelte van de Middellandsche zee?”„Ja.… ziet u.… Dat is ’t hem juist.… Zijn wij in het zuiden, zijn wij in het noorden, zijn wij in het westen, of zijn wij in het oosten?” antwoordde Pescadospunt. „Ik moet bekennen, ik weet het niet.”„Niet,” vroeg Piet Bathory mismoedig, terwijl hij zijn hoofd achter tegen zijn leuningstoel liet rusten.„Neen, ik weet het niet, mijnheer Piet; maar alles wel beschouwd, wat kan het ons schelen?”De zieke glimlachte droefgeestig.„Wat zeker is,” ging Pescadospunt voort, „dat is, dat wij de gasten van dokter Antekirrt zijn, die ons goed voedt, ons goed kleedt, ons goede bedden verstrekt, ongerekend nog.…”„Wat?”„De zoo kiesche behandeling, die wij ondervinden,” vulde Pescadospunt aan.„Maar weet gij ten minste, hoe dit eiland heet?” vroeg Piet.„Hoe dit eiland heet?”„Ja, dit eiland, waarvan gij de ligging niet kent.”„Ja, dat weet ik zeer goed.”[86]„Welnu?”„Het heet Antekirrta!” riep Pescadospunt zegevierend.„Antekirrta?.… Antekirrta?”Piet Bathory keek hem aan met een verwijtingsvollen blik. Te vergeefs zocht hij zijn geheugen, of hij zich een eiland kon herinneren, dat dien naam droeg.Pescadospunt gevoelde zich niets op zijn gemak onder dien blik.„Ja, mijnheer Piet,” stamelde hij koddig. „Ja, het eiland Antekirrta! Onder nul lengte en onder nog minder breedte, in de volle Middellandsche zee! Aan dit adres zou mijn oom mij schrijven, als ik een oom bezeten had. Maar de hemel heeft mij, helaas! dat genoegen onthouden! Maar alles wel beschouwd, is er toch niets verwonderlijks in, dat dit eiland Antekirrta heet, daar het dokter Antekirrt toebehoort. Of nu de dokter zijn naam aan het eiland ontleend heeft, of wel dat het eiland naar hem genoemd is, ziet, dat zou ik, al ware ik secretaris-generaal of penningmeester van het Aardrijkskundig Genootschap van Parijs of van Amsterdam, niet kunnen uitmaken!”Men ziet het, onze Pescadospunt had zich nog niet ontdaan van zijne kwinkslagen en van zijne aanbevelende kermistaal. Zijne woordenrijkheid en vindingrijkheid hielpen hem evenwel, om den zieke, zooveel hem maar mogelijk was, verstrooiing aan te brengen.Piet’s herstel van gezondheid nam intusschen geregeld toe. Geene verschijnselen, die gevreesd konden worden, deden zich voor. Met een meer krachtige voeding, die evenwel voorzichtig en doelmatig verstrekt werd, kwamen ook de krachten van den zieke met den dag zichtbaar terug. De dokter bezocht hem dikwijls en koutte dan met hem over alles, behalve over datgene, wat hem toch het meeste belang moest inboezemen. En toch wilde Piet geene vertrouwelijke mededeelingen uitlokken, en wachtte geduldig totdat het den dokter geraden zou voorkomen, ze ongevraagd te doen.Pescadospunt had steeds de brokstukken van gesprekken, die hij met zijn zieke gehouden had, getrouw aan den dokter medegedeeld. Blijkbaar hield de geheimzinnigheid, waaronder graaf Mathias Sandorf niet alleen zijneidentiteitverborg, maar zelfs het eiland waar hij zijn woonoord opgeslagen had, het brein van Piet Bathory bezig. Niet minder blijkbaar dacht hij steeds aan Sava Toronthal, die thans zoover verwijderd van hem was, veel verder dan eenig punt van den aardbol, daar iedere gemeenschap tusschen het eiland Antekirrta en het Europeesche vasteland verbroken scheen. Maar het oogenblik naderde, waarop hij krachtig genoeg zou wezen om alles te vernemen.Ja! Alles te kunnen vernemen! Die gedachte spookte hem voortdurend door het brein.[87]„Ik greep een van die kettingen en tilde mij tot de ijzeren kram omhoog, waarin zij vastgeklonken waren”. (Bladz. 95).„Ik greep een van die kettingen en tilde mij tot de ijzeren kram omhoog, waarin zij vastgeklonken waren”. (Bladz. 95).[88]En dien dag zou de dokter, als de heelmeester met het snijmes in de hand, ongevoelig zijn voor de kreten van smart van denpatiënt.Verscheidene dagen vloden zoo voorbij.De wond van den jongen man was geheel genezen. Reeds kon hij opstaan en bij het venster zijner kamer plaats nemen. Eene weldadige zonneschijn, zoo eigen aan de streken der Middellandsche zee, kwam hem toen streelen, terwijl eene leven wekkende zeebries zijne longen vulde, die te zamen hem gezondheid en kracht aanbrachten. Als zijns ondanks gevoelde hij zich herboren worden. Hij klemde zich als het ware het leven, dat hij toch zoo geminacht had. En inderdaad, het waren de verschijnselen van terugkeerende geestkracht, die zich onmiskenbaar voordeden.Toen vestigden zich zijn oogen als onafwendbaar op dien onmetelijken onbegrensden gezichteinder, waarachter hij met den blik had willen wroeten; maar tevens ook in zijn binnenste dat waarlijk wel degelijk krank was. Die uitgestrekte oppervlakte van water rondom het onbekende eiland scheen hem steeds verlaten en eenzaam toe. Ter nauwernood werden eenige kustvaartuigen, chebekken of tartanen, polacers of speronaren daar ginds in volle zee ontwaard; evenwel zonder dat zij ooit een zweem vertoonden van het eiland te willen aandoen. Nooit verscheen er een handelsvaartuig van groot charter; nooit eene van die pakketbooten, die het Europeesche Middellandsche meer in alle richtingen doorkruisen.Men had waarlijk kunnen gelooven, dat het eiland Antekirrta aan de uiterste grenzen van de bekende wereld gelegen was.Op den 24stenJuli deelde dokter Antekirrt aan Piet Bathory mede, dat hij den volgenden dag in de namiddaguren kon uitgaan en bood zich aan, hem bij die eerste wandeling te begeleiden.„Dokter.…” antwoordde Piet met eenige aarzeling in zijne stem.„Wat is er, mijn vriend?”„Dokter, als gij mij de kracht toekent, om naar buiten te gaan, dan moet ik ook de kracht bezitten, om u te kunnen aanhooren!”„Mij aanhooren, Piet?”„Ja, dokter.”„Wat wilt ge zeggen?”„Wat ik zeggen wil! O, dat is eenvoudig. Gij zijt met mijn geheel verleden bekend en van het uwe weet ik niets.”„Neen, niets!” antwoordde de dokter als een echo.Maar terwijl hij die woorden, die hem als onwillekeurig ontvielen, uitsprak, bekeek dokter Antekirrt den jongeling aandachtig. Nu evenwel niet meer als vriend, maar wel als geneesheer, als arts, om te beslissen, of hij het scherpsnijdend mes, dan wel het snerkend brandend vuur in het levend vleesch van den zieke zou zetten. Na een[89]poos in gedachten verzonken te zijn geweest, zette hij zich bij hem neer:„Gij wilt mijn verledenkennen, Piet?” vroeg hij.„Ja,” knikte de jongman.„Luister dan! Luister aandachtig; gij zult het heden vernemen,” sprak dokter Antekirrt.
V.DE MIDDELLANDSCHE ZEE.
De Middellandsche zee is schoon, vooral door hare beide voornaamste eigenschappen: vooreerst door hare zoo harmonische omlijsting, dan door de levendigheid, de doorzichtigheid van hare lucht en van haar licht.…Zoo als zij is, sterkt zij den mensch bewonderenswaardig.Zij verleent hem die droge kracht, die het meeste weerstand kan bieden.Hare boorden zijn debakermatvan de krachtigste rassen geweest.Hebben wij te wijzen op de Grieken, op de Romeinen, de Carthagers, de Franschen, of op de Spanjaarden?En de bewering, dat hare boorden de bakermat van de krachtigste rassen zijn, is geene machtspreuk van ons. Michelet, de beroemde Michelet heeft dat gezegd.Maar het is toch gelukkig voor de menschheid, dat de natuur bij gebreke van Hercules, de Calpe-rots van de Abyla-rots gescheiden heeft, om zoodoende de Straat van Gibraltar te vormen.Men moet zelfs, in weerwil van de beweringen van zoovele aardkundigen, aannemen, dat die zeeëngte steeds bestaan heeft. Zonder haar zou geen Middellandsche zee bestaan kunnen. Dat klinkt vreemd, maar het is toch zoo; want de verdamping ontvoert aan die zee driemalen meer water, dan de rivieren aan dat bekken toevoeren, al heeten die rivieren ook: de Ebro, de Rhône, de Tiber de Po, de Donau, de Dnester, de Don en de Nijl. Zoodat, zoo die stroom, die uit den Atlantischen Oceaan door de Straat van Gibraltar naar binnen zet, en haar als het ware van een meer tot eene zee verheft, ooit gestuit ware geweest, dan zou de Middellandsche zee reeds sedert eeuwen niets anders geweest zijn dan eene Doode Zee in tegenstelling van wat zij nu is, namelijk: eene Levende Zee.In een van dediepsteen meest onbekende schuilhoeken van dat uitgestrekte binnenlandsche zoutwater-meer, had graaf Mathias Sandorf—of beter dokter Antekirrt, welks naam hij voeren moest totdat ter gewilder uur, zijne zaak afgeloopen zou zijn—eene schuilplaats gezocht, om er de voordeelen van zijn gewaanden dood te genieten.Op den aardbol bestaan eigenlijk twee Middellandsche zeeën. De eene in de Oude, de andere in de Nieuwe Wereld.[74]De Amerikaansche Middellandsche zee, dat is de golf van Mexico, beslaat eene oppervlakte van niet minder dan vier en een half millioen vierkante kilometers.Heeft de Latijnsche of beter de Europeesche Middellandsche zee slechts eene oppervlakte van twee millioen acht honderd vijf en negentig duizend vierkante kilometers, dat wil zeggen iets meer dan de helft van de andere, zoo biedt zij toch meerverscheidenheidaan in haren algemeenen omtrek. Zij is rijker in bekkens, in scherp begrensde baaien, in goed gekenmerkte hydrographische onderverdeelingen, die op hunne beurt den naam van zeeën, golven en baaien verdienden en verkregen. Men denke slechts aan de Tyrrheensche zee, ten westen van Italië, en door dit land en de eilanden Sicilië, Corsica en Sardinië als een kom omgeven; aan de Aegaeïsche zee of den Griekschen Archipel, tusschen Klein-Azië en Griekenland gelegen; aan de Cretenzer zee, aan de Libysche zee, de eerste ten noorden en de tweede ten zuiden van het eiland Candia te vinden; aan de zee vanMarmaratusschen Turkije en Klein-Azië, aan de Zwarte zee, tusschen Turkije, Oost Rumelië, Bulgarije, Rumanië, Rusland, Armenië en Anatolië; aan de zee van Azof, in het land der Donsche kozakken; aan de Jonische zee, die de eilanden Corfu, Zante, Cephalonië, Itaka, en zooveel anderen omspoelt; aan de Eolische zee, die de Liparische eilanden-groep omgeeft; aan de Adriatische zee, die tusschen Italië, Griekenland, Turkije en Oostenrijk diep het land indringt; aan de Leeuwengolf of golf du Lion, die in Frankrijk, in de Provence haar bevalligen bocht vormt; aan de golf van Genua, die de beide Liguriën binnendringt; aan de golf van Gabes, eene Tunische baai, die weldra, wij hopen het althans, de voorbaai van eene uitgestrekte Afrikaansche binnenzee zal worden, aan de beide Syrten, die in Tripoli en hetCyrenaïcalandindringen.Dit geheim onderdeel van die zee, waarvan sommige oevers nog zoo weinig bekend zijn, had dokter Antekirrt uitgekozen om er ongestoord te leven. Er bevonden zich in dat groote bekken eilanden bij honderden, eilandjes bij duizenden. Te vergeefsch zou men de kapen, de voorgebergten, de uitstekende punten, de kreeken en de inhammen er van willen tellen. Hoe vele volkeren, zoo verschillend van ras, van zeden, van staatkundigen toestand, verdringen zich niet op hare uitgestrekte kuststrook, waarop de geschiedenis der menschheid reeds sedert meer dan twintig eeuwen haren stempel zette? Gaan wij na, dan treffen wij er Franschen, Italianen, Oostenrijkers, Spanjaarden, Ottomanen, Grieken,Slavoniërs, Russen, Kozakken,Kaukasiërs, Kergiezen,Armeniërs,Anatoliërs, Arabieren, Egyptenaren, Tripolitanen,Tunisiërs,Algerijnen, Marokkanen en zelfs Engelschen te Gibraltar en op het eiland Cyprus aan.[75]Drie uitgestrekte vastelanden omvatten die Middellandsche zee met hare oevers, te weten: Europa, Azië en Afrika.Waar dan toch had graaf Sandorf—o, neen, dokter Antekirrt, de naam die bij de Oosterlingen dierbaar was,—eene plek tot vestiging gezocht, waar hij het programma van zijn nieuw leven tot ontwikkeling zou brengen?Dat zou Piet Bathory weldra vernemen.Nadat de jeugdige werktuigkundige een poos de oogen geopend had, was hij in eene volslagen verdooving vervallen en was even gevoelloos, als toen dokter Antekirrt hem voor dood in de woning in de Marinella-straat te Ragusa achterliet.In dat oogenblik had de dokter een van die physiologische werkingen teweeg gebracht, waarin de wil eene zoo groote rol speelt en welks uitingen door niemand meer in twijfel getrokken worden. Hij was met eene groote mate van wilskracht-uiting bedeeld, die hem een onmetelijken invloed op zijn evenmensch verleende. Hij had zonder behulp van het magnesiumlicht, zelfs zonder behulp van eenig ander metallisch schitterend punt, niet anders dan door zijn doordringenden blik bij den jeugdigen stervende een hypnothischen, of in goed Nederlandsch gezegd, een magnetischen toestand doen ontstaan, waardoor zijn eigen wil in de plaats van dien van den gewonde trad.Piet was door bloedverlies zeer verzwakt, en vertoonde, terwijl hij ingeslapen was, geen schijn van leven meer. Toch was hij door de wilskracht van den dokter wakker geworden. Maar het gold thans het leven, hetwelk op het punt was te ontvlieden, te weerhouden.Dat was eene moeielijke taak, want zij vereischte nauwlettende zorgen, en daarbij al de hulpmiddelen, welke de geneeskunst aanbiedt. De dokter mocht zijn doel niet missen.„Hij zal leven!.… Ik wil dat hij leve!” herhaalde hij telkens bij zich zelven. „O, waarom heb ik te Cattaro mijn eerstgevormd plan niet uitgevoerd? Waarom heeft mij de aankomst van Sarcany te Ragusa belet, hem aan die vervloekte stad te ontrukken?.… Maar ik zal hem redden!.… In de toekomst moet Piet Bathory de rechterhand van Mathias Sandorf zijn!”Inderdaad, sedert vijftien jaren had dokter Antekirrt slechts ééne gedachte gekoesterd: straffen en beloonen.Wat hij zich zelven, maar nog meer zijnen makkers, Stephanus Bathory en graaf Ladislas Zathmar verschuldigd was, had hij niet vergeten. Thans was het uur gekomen om handelend op te treden, en daarom had hem deSavarenanaar Ragusa overgebracht.De dokter was in dat lange tijdsverloop lichamelijk zoodanig veranderd, dat het onmogelijk was hem te herkennen. Zijne haren, die hij vroeger kortborstelig geknipt gedragen had, waren thans sneeuwwit geworden en zijne huidskleur vertoonde eene matte bleekheid.[76]Hij was een dier mannen van vijftig jaren, die de kracht der jeugd bewaard hebben, hoewel bij hen de koelheid en kalmte van den meer rijper leeftijd niet uitgebleven zijn. De dichte haarlokken, de levendige kleur van den Venetiaansch rooden baard, die graaf Mathias Sandorf vroeger kenmerkte, konden onmogelijk teruggevonden worden door hen, die in de tegenwoordigheid van den strengen en koelbloedigen dokter Antekirrt toegelaten werden.Maar door het noodlot beter gescherpt, beter gehard, was hij een van die ijzeren gestellen gebleven, waarvan men zeggen kon, dat zij door hunne nadering alleen de magneetnaald van streek brengen.Welnu! Hij zou van den zoon van professor Stephanus Bathory weten te maken, wat hij van zichzelven gemaakt had.Daarenboven, reeds sedert langen tijd was dokter Antekirrt als eenige spruit van die groote familie der Sandorfs overgebleven. De lezer zal wel niet vergeten hebben, dat hij een kind, een kleine dochter had, die na zijne inhechtenisneming aan de zorgen van de gade van Landeck, den intendant van het kasteel Artenak, toevertrouwd was geworden. Dit meisje, toen twee jaren oud, was de eenige erfgename van den graaf. Haar zou, wanneer zij achttien jaren zoude bereikt hebben, de helft der goederen van haren vader toevallen, welke daarvoor door de rechters, die de verbeurdverklaring ter zelfder tijd als het doodvonnis uitgesproken hadden, bij rechterlijk gewijsde afgezonderd waren.Men had den intendant als bestuurder van dat gedeelte van het domein in Transylvanië, hetwelk onder sequester geplaatst was, gelaten. Zijne vrouw en hij waren met het kind, waaraan zij hun leven wilden wijden, op het kasteel Artenak gebleven.Maar er scheen een noodlot op de familie Sandorf, die nu nog maar door dat zwakke wezentje vertegenwoordigd werd, te rusten. Eenige maanden na de veroordeeling der Triëster samenzweerders en na de gebeurtenissen, die er het gevolg van waren, verdween dat kind, zonder dat het mogelijk was haar terug te vinden. Eens wandelde het meisje in den tuin, en.… men raapte slechts haren hoed op langs den oever van een van de veelvuldige waterstroompjes, welke, van de naburige voorgebergten af gevloten, zich door het park baan braken. Het scheen dus ongelukkig maar al te zeker, dat het kleine meisje medegesleept en in een van die kolken verdwenen was, waarin de bergstroomen der Karpathen zich storten. Zoo veel was zeker, dat geen enkel spoor van haar teruggevonden werd.„Ja, mijnheer Bathory, de zelfopofferende daad van Kaap Matifou heeft voor ons eene zeer gelukkige uitkomst gehad.” (Bladz. 83.)„Ja, mijnheer Bathory, de zelfopofferende daad van Kaap Matifou heeft voor ons eene zeer gelukkige uitkomst gehad.” (Bladz. 83.)Rosena Landeck, de echtgenoote van den intendant, doodelijk getroffen door die verdwijning, stierf weinige weken later. In weerwil daarvan wilde het Oostenrijksche Gouvernement niets veranderen aan de beschikkingen, door het vonnis vooropgesteld. Het sequester op dat gedeelte van het domein, hetwelk voor de erfgename[78]was bewaard, werd gehandhaafd en de goederen van graaf Mathias Sandorf zouden eerst dan door den Staat genaast worden, wanneer de erfgename, wier dood niet wettelijk geconstateerd had kunnen worden, niet binnen den tijd, door de wet gesteld, verscheen, om haar erfdeel op te eischen.Dat was de laatste slag, die de familie Sandorf trof. Zij was uitgestorven door de verdwijning van de laatste afstammelinge van dat edele en machtige ras. Daarna volbracht de tijd langzamerhand zijn werk en die geheele gebeurtenis geraakte in het vergeetboek, zooals met alle zaken geschiedde, die op de samenzwering betrekking hadden.Te Otrante, waar hij stipt onbekend leefde, vernam graaf Mathias Sandorf den dood van zijn kind. Met dat kleine meisje verdween alles, wat hem van de gravin Rena, die slechts zeer korten tijd zijne gade geweest was, overgebleven was. Daarna verliet hij op zekeren dag Otrante, onbekend zoo als hij er aangekomen was, en niemand zou hebben kunnen zeggen, waarheen hij getogen was, om een nieuw leven te beginnen.Vijftien jaren later, op het oogenblik dat graaf Mathias Sandorf weder op het wereldtooneel verscheen, zou niemand kunnen vermoeden, dat hij zich onder den naam van dokter Antekirrt verborg en dat hij die rol speelde.Toen was het, dat graaf Mathias Sandorf zich geheel en al aan zijn werk wijdde. Hij was thans alleen op de wereld en had eene taak te volbrengen,—eene taak, die hij als heilig beschouwde. Verscheidene jaren, na Otrante verlaten te hebben, was hij machtig geworden en had hij die macht te danken aan een onmetelijk vermogen, hetwelk hij onder omstandigheden verworven had, die weldra bekend zullen raken. Hij was vergeten en gedekt door zijn aangenomen naam. Nu hervatte hij het spoor van hen, die hij gezworen had te beloonen of te straffen.In zijne gedachte had hij Piet Bathory reeds deelgenoot gemaakt van die rechts-, van die wraakoefening. Agenten werden door zijne zorgen in verscheidene steden langs de oevers der Middellandsche zee aangesteld. Deze werden uit eene ruime beurs betaald en waren verplicht het diepste geheim omtrent hunne verrichtingen te bewaren. Zij hielden slechts briefwisseling met den dokter, hetzij door middel van de snelle werktuigen, die de lezer reeds kent, hetzij langs den overzeeschen draad, die het eilandAntekirrtamet de electrische kabels van Malta en verder met geheel Europa verbond.Door de verschillendebemoeiingenen onderzoekingen van zijne agenten nauwgezet na te gaan, slaagde de dokter er in het spoor weer te vinden van allen, die middellijk ofonmiddellijkin de samenzwering van graaf Mathias Sandorf betrokken waren geweest. Hij[79]kon hen dus van verre gadeslaan, hunne daden bespieden en om zoo te zeggen, al hunne schreden, vooral sedert de laatste vier of vijf jaren, volgen.Van Silas Toronthal wist hij, dat deze Triëst verlaten had om zich met zijne echtgenoote en dochter te Ragusa in die woning in de Stradona-laan te vestigen.Wat Sarcany betreft, diens spoor volgde hij door de voornaamste steden van Europa, waar deze zijn vermogen verslond; later in Sicilië te midden van de ooster provinciën, waar zijn makker Zirone en hij een aanslag overpeinsden, waarmede zij hunne geldelijke middelen weer vlot meenden te maken.Dokter Antekirrt vernam, dat Carpena Rovigno en zelfs Istrië verlaten had, om het leven met nietsdoen in Italië of in Oostenrijk te gaan slijten, zoolang als de eenige duizenden guldens duren zouden, die hij tot betaling van zijn verraad ontvangen had. Dat kon evenwel niet lang zijn.Verder zou hij Andreas Ferrato uit het bagno van Stein in Tyrol, waar hij zijn edelmoedig gedrag jegens vluchtelingen van Pisino boette, ontvoerd hebben, ware de dood niet tusschen beide getreden, om den eerlijken visscher uit de galeien te verlossen.Wat de kinderen van Andreas Ferrato betrof, Maria en Luigi, die hadden ook Rovigno verlaten, en kampten waarschijnlijk met de ellende van zulk een verbroken leven; maar zij hadden zich zoo goed verborgen, dat het dokter Antekirrt niet gelukt was, hen op het spoor te komen.Eindelijk had mevrouw Bathory zich met haren zoon Piet en met Borik, den ouden bediende van graaf Ladislas Zathmar, in de Marinella-straat te Ragusa gevestigd. Dokter Antekirrt had haar nimmer uit hetoogverloren, en de lezer weet, hoe hij haar eene aanzienlijke som gelds had doen toekomen, die evenwel door de fiere en waardige vrouw niet aangenomen was.Maar, zooals gezegd, het uur was gekomen, dat de dokter zijn moeielijken veldtocht zou beginnen.Toen was het, dat hij, na zich verzekerd te hebben, dat hij na die vijftien jaren afwezigheid niet herkend zoude worden, te Ragusa aan wal stapte. En hij kwam er juist aan om Piet Bathory weer te vinden, die hartstochtelijk verliefd was op de dochter van Silas Toronthal.En die liefde moest, het kostte wat het wilde, vernietigd worden.Zoo had dokter Antekirrt besloten.De lezer heeft niet vergeten, hopen wij, wat toen gebeurde: de tusschenkomst van Sarcany in deze zaak, de gevolgen, die van weerskanten daardoor teweeggebracht werden, hoe Piet Bathory in de woning zijner moeder teruggebracht werd, en wat dokter Antekirrt[80]verrichtte op het oogenblik, toen de jonge man sterven zoude, hoe en onder welke omstandigheden hij hem tot het leven terugriep en hoe hij zich onder zijn waren naam van graaf Mathias Sandorf aan hem openbaarde.Nu gold het om hem te genezen! Ook kwam het er op aan, hem alles mede te deelen wat hij nog niet wist, dat wil zeggen: hoe een schandelijk verraad èn Stephanus Bathory èn diens beide makkers in handen van de Oostenrijksche Regeering geleverd had. Hem moesten de namen der verraders onthuld worden; het gold eindelijk om hem aan die rol van onverzoenbaren wreker te verbinden, welke de dokter meende op zich te kunnen nemen buiten de menschelijke gerechtigheid om. Hij toch was een slachtoffer geweest van diezelfde gerechtigheid.Maar vóór alles moest de genezing van Piet Bathory bereikt worden. Het was aan deze genezing, dat dokter Antekirrt zijne geheele krachten zou wijden.Gedurende de eerste acht dagen na zijne overbrenging naar het eiland, verkeerde Piet werkelijk tusschen leven en dood. Niet alleen was zijne wonde zeer bedenkelijk en gevaarlijk, maar wat erger was, de ziel van den jeugdigen ingenieur was ziek, en zelfs zeer ziek.De herinnering aan Sava, die, zooals hij dacht, thans onherroepelijk met Sarcany gehuwd was; de gedachte aan zijne moeder, die hem thans als dood beweende; daarna die opstanding uit het doodenrijk van graaf Mathias Sandorf, die onder den naam van dokter Antekirrt herleefde,—Mathias Sandorf de innigste vriend zijns vaders,—dat alles was wel geschikt om een brein, dat toch reeds zoo geteisterd was, in de war te brengen.De dokter verliet Piet niet, noch gedurende den nacht, noch over dag.Hij hoorde hem in zijn ijlende koortsen den naam van Sava Toronthal uitspreken en herhalen. Hij begreep hoe diep die liefde geworteld was en welke pijniging het huwelijk daarstelde van de vrouw, welke hij zoo innig beminde. Hij kwam er toe om zich af te vragen, of die liefde niet aan alles het hoofd zoude bieden, zelfs daaraan dat Sava de dochter was van den man, die zijn vader verkocht, overgeleverd en gedood had.Toch had dokter Antekirrt onwrikbaar besloten om hem ook dat mede te deelen.Dat beschouwde hij als zijne plicht.Meer dan twintig malen meende men, dat Piet Bathory bezwijken zou. Hij was dubbel getroffen: in zijn ziel en in zijn lichaam. Hij was reeds zoo nabij den dood genaderd, dat hij graaf Mathias Sandorf, die aan het hoofdeneind van zijn bed zat, niet meer herkende.[81]„Wist ik dat het vaartuig recht op mij afkwam.” (Bladz. 94).„Wist ik dat het vaartuig recht op mij afkwam.” (Bladz. 94).[82]Hij had zelfs helaas! de kracht niet meer, om den naam van Sava uit te spreken!Toch behielden de goede zorgen van den dokter de overhand, en trad eindelijk de reactie in. De jeugd behaalde de overwinning. Het lichaam van den zieke zou spoediger dan de ziel genezen.De wond begon tot lidteekenvorming over te gaan en zich derhalve te sluiten. Zijne longen hervatten hunne normale werkzaamheid, en op den 17denJuli had de dokter eindelijk de zekerheid verkregen, dat Piet gered was.Dien dag herkende hem de jonge man.Met eene uiterst zwakke stem noemde hij hem bij zijn waren naam.„Graaf Mathias Sandorf!” zuchtte hij meer dan hij sprak.„Ja, voor u, mijn zoon, ben ik Mathias Sandorf!” antwoordde deze. „Maar voor u alleen!”En daar hem Piet met den blik eene verklaring scheen te vragen, die hij zoo ongeduldig moest verwachten:„Later,” zei de dokter, „later!”Piet’s herstel zou snel plaats hebben. Alle maatregelen waren daartoe getroffen. Hij betrok op het eiland Antekirrta eene fraaie kamer, welker ramen aan den noord- en westkant gelegen waren en derhalve vrije toetreding aan de zoo gezonde zeebries gaven. In den tuin, die zich voor zijn vertrek uitspreidde, schonken eenige snelvlietende beekjes een eeuwig jong groen, terwijl de schaduw der loofkruinen van het hoog opgaand geboomte er eene aangename frischheid aan verleende.De dokter had geen oogenblik verzuimd om den dierbaren zieke zijne zorgen te wijden; hij was steeds om en bij hem gebleven. Maar sedert zijn herstel verzekerd bleef, kon het geen verwondering baren, dat hij zich een helper toegevoegd had, van wiens schranderheid, goedhartigheid en volkomen toewijding hij de verzekering bij zich droeg.Die helper was Pescadospunt, die aan Piet Bathory evenals aan dokter Antekirrt inniggehechtwas.Het zal wel niet behoeven gezegd te worden, dat hij en Kaap Matifou het diepste geheim bewaard hadden, omtrent hetgeen op het kerkhof van Ragusa voorgevallen was; ook niet, dat hen aanbevolen was, aan niemand hoegenaamd te openbaren, dat de jonge ingenieur levend uit zijn graf gehaald was.Pescadospunt was vrij innig ingewijd en werkzaam geweest in en bij al die feiten, welke gedurende de laatste maanden voorgevallen waren. Dientengevolge had hij een levendige belangstelling voor den zieke opgevat.Die liefde van Piet Bathory voor Sava Toronthal—eene liefde,[83]die zoo wreed gedwarsboomd was geworden door Sarcany, een onbeschoften kerel, die den kleinen acrobaat geheel te recht een geweldigen afkeer inboezemde,—die ontmoeting van den begrafenisstoet met de bruiloftsrijtuigen voor de woning in de Stradona-laan, die lijkopgraving op het kerkhof van Ragusa ten uitvoer gebracht, dat alles had dat zoo goedige wezen diep geroerd en dat te meer, daar hij zich als mededeelgenoot gevoelde van de plannen van dokter Antekirrt, hoewel hij ze nog niet ten volle begreep.Daarom aanvaardde Pescadospunt volijverig de taak van ziekenvader bij Piet Bathory. Hij ontving terzelfder tijd de opdracht, om hem zooveel mogelijk door zijn opgewekt en vroolijk humeur te verstrooien. Daarin bleef hij niet in gebreke. Want hij beschouwde daarenboven Piet Bathory, sedert de kermis te Gravosa, als een schuldeischer, dien hij te avond of morgen op de een of andere wijze voldoen moest.Ziet, daarom was Pescadospunt bij den herstellende gezeten, steeds bezig met diens gedachten te trachten af te leiden, door te kouten, door te babbelen zelfs, en hem zoodoende geen tijd te geven te kunnen nadenken.Het was onder die gegeven omstandigheden, dat hij op zekeren dag, tengevolge van eene vraag op den man af, door Piet Bathory, er toe gebracht werd, om hem te vertellen, hoe hij de kennis met dokter Antekirrt aangeknoopt had.„Dat hadden wij aan deTrabocolote danken, mijnheer Piet,” antwoordde hij met een glimlach.„Aan deTrabocolo?” vroeg de jonge man natuurlijk zeer verwonderd. „Hoe kan dat?”„Ja, zeker aan deTrabocolo! Die moet gij u toch nog herinneren,”antwoordde Pescadospunt.„DeTrabocolo?.…” herhaalde Piet Bathory nadenkende.„Die van Kaap Matifou eenvoudig een held gemaakt heeft!.… Dat kan u toch niet ontschoten zijn!”„O, ja, nu herinner ik mij”, antwoordde de jonge man.En inderdaad, onze Piet had die gebeurtenis, die de kermis van Gravosa gekenmerkt had, nu ze zoo duidelijk herinnerd werd, niet vergeten.Ja, het gevaar, dat het jacht van dokter Antekirrt geloopen had, stond hem nu weer duidelijk voor oogen. Maar, wat hij niet wist, dat was dat die gebeurtenis den dokter aanleiding had gegeven, om de beide kermishelden voor te stellen, hun potsenmakersbaantje vaarwel te zeggen en in zijn dienst aan boord van deSavarenaover te gaan.„Ja, mijnheer Bathory,” vervolgde Pescadospunt, „zoo is het! En de zelfopofferende daad van Kaap Matifou is voor ons een ware uitkomst en eene zeer gelukkige uitkomst geweest.”[84]„Zoo?”„Maar.… juist omdat wij jegens den dokter verplichtingen hebben mogen wij die, welke wij jegens u hebben, niet vergeten!”„Jegens mij?”„Ja, jegens u, mijnheer Piet!”„Ik ben benieuwd.…”„Herinnert gij u nog denzelfden dag, dat gij op het punt waart ons eenig publiek te zijn.…”„Uw eenig publiek?” vroeg Piet Bathory, die moeite deed zich te herinneren, maar er niet in slaagde.„Gij gaaft ons twee gulden, die wij niet verdiend hadden.…” vervolgde Pescadospunt.„Niet verdiend?” was de verbaasde vraag van den jeugdigen werktuigkundige.„Neen, daar het publiek verdween, hoewel het zijne plaats betaald had,” was het antwoord daarop.En Pescadospunt herinnerde Piet Bathory thans, hoe hij, na zijne twee gulden uitgegeven te hebben en op het punt zijnde om de Provençaalsche kraam binnen te treden, eensklaps verdween.De jeugdige ingenieur was die omstandigheid glad vergeten. Hij beantwoordde echter dat verhaal met een glimlach. Dat was een droevige glimlach evenwel; want de jongman herinnerde zich toen, dat hij destijds die kermisvreugde voor niets anders nagejaagd had, dan in de hoop om Sava Toronthal weer te vinden.Hij sloot de oogen. Hij dacht na over al hetgeen hem sedert dien dag wedervaren was.En terwijl het beeld van Sava voor hem verrees, van Sava, die, naar hij meende, getrouwd was, schroefde een naamloos lijden zijn hart samen en hij voelde een zucht in zijn hart opwellen, om hen te vervloeken, die hem aan het graf ontrukt hadden.Pescadospunt zag wel in, dat die kermis van Gravosa bij Piet Bathory droevige herinneringen opwekte. Hij drong daar dus niet verder op aan, ja, hij bewaarde zelfs het stilzwijgen, terwijl hij in zich zelven prevelde:„Een halve lepel vroolijke stemming, iedere vijf minuten door mijn zieke in te nemen! Jawel! jawel, dat is het voorschrift van den dokter.… Maar drommels, dat is niet gemakkelijk op te volgen!”Zoo zat hij na te denken, totdat Piet eenigen tijd later de oogen opende en hem vroeg:„Dus, Pescadospunt, vóór dat gebeurde met deTrabocoloop de sleephelling te Gravosa, kendet gij dokter Antekirrt niet?”„Neen, mijnheer Piet.”„Volstrekt niet?” vroeg Piet met den meesten nadruk.[85]„Wij hadden hem toen nooit gezien,” antwoordde Pescadospunt, „en wij hadden zelfs zijn naam nimmer hooren noemen.”„En.…”„En wat?” vroeg Pescadospunt.„Hebt gij hem sedert nimmer verlaten?” vroeg de jeugdige werktuigkundige met aandrang.„Neen, nooit!”„Nooit? Bedenk u wel,” vroeg Piet Bathory.„Dat is te zeggen, ja, eenige keeren, dat hij mij met zendingen belastte,” antwoordde Pescadospunt.„En in welk land zijn wij hier? Dat zou ik zeer gaarne weten.”„In welk land?”„Ja, in welk land? Zoudt gij mij dat kunnen zeggen, vriend Pescadospunt?”„Ik heb eenige reden te gelooven.…”„Wat?”„Dat wij op een eiland zijn, mijnheer Piet,” antwoordde Pescadospunt glimlachende.„Waaruit leidt gij dat af?”„Wij zijn geheel en al door de zee omringd.”„De zee.… Maar welke zee? Bedenk toch, er bestaan zoovele zeeën op Gods lieve aarde.”„Ik denk de Middellandsche zee.”„De Middellandsche zee! Maar.… in welk gedeelte van de Middellandsche zee?”„Ja.… ziet u.… Dat is ’t hem juist.… Zijn wij in het zuiden, zijn wij in het noorden, zijn wij in het westen, of zijn wij in het oosten?” antwoordde Pescadospunt. „Ik moet bekennen, ik weet het niet.”„Niet,” vroeg Piet Bathory mismoedig, terwijl hij zijn hoofd achter tegen zijn leuningstoel liet rusten.„Neen, ik weet het niet, mijnheer Piet; maar alles wel beschouwd, wat kan het ons schelen?”De zieke glimlachte droefgeestig.„Wat zeker is,” ging Pescadospunt voort, „dat is, dat wij de gasten van dokter Antekirrt zijn, die ons goed voedt, ons goed kleedt, ons goede bedden verstrekt, ongerekend nog.…”„Wat?”„De zoo kiesche behandeling, die wij ondervinden,” vulde Pescadospunt aan.„Maar weet gij ten minste, hoe dit eiland heet?” vroeg Piet.„Hoe dit eiland heet?”„Ja, dit eiland, waarvan gij de ligging niet kent.”„Ja, dat weet ik zeer goed.”[86]„Welnu?”„Het heet Antekirrta!” riep Pescadospunt zegevierend.„Antekirrta?.… Antekirrta?”Piet Bathory keek hem aan met een verwijtingsvollen blik. Te vergeefs zocht hij zijn geheugen, of hij zich een eiland kon herinneren, dat dien naam droeg.Pescadospunt gevoelde zich niets op zijn gemak onder dien blik.„Ja, mijnheer Piet,” stamelde hij koddig. „Ja, het eiland Antekirrta! Onder nul lengte en onder nog minder breedte, in de volle Middellandsche zee! Aan dit adres zou mijn oom mij schrijven, als ik een oom bezeten had. Maar de hemel heeft mij, helaas! dat genoegen onthouden! Maar alles wel beschouwd, is er toch niets verwonderlijks in, dat dit eiland Antekirrta heet, daar het dokter Antekirrt toebehoort. Of nu de dokter zijn naam aan het eiland ontleend heeft, of wel dat het eiland naar hem genoemd is, ziet, dat zou ik, al ware ik secretaris-generaal of penningmeester van het Aardrijkskundig Genootschap van Parijs of van Amsterdam, niet kunnen uitmaken!”Men ziet het, onze Pescadospunt had zich nog niet ontdaan van zijne kwinkslagen en van zijne aanbevelende kermistaal. Zijne woordenrijkheid en vindingrijkheid hielpen hem evenwel, om den zieke, zooveel hem maar mogelijk was, verstrooiing aan te brengen.Piet’s herstel van gezondheid nam intusschen geregeld toe. Geene verschijnselen, die gevreesd konden worden, deden zich voor. Met een meer krachtige voeding, die evenwel voorzichtig en doelmatig verstrekt werd, kwamen ook de krachten van den zieke met den dag zichtbaar terug. De dokter bezocht hem dikwijls en koutte dan met hem over alles, behalve over datgene, wat hem toch het meeste belang moest inboezemen. En toch wilde Piet geene vertrouwelijke mededeelingen uitlokken, en wachtte geduldig totdat het den dokter geraden zou voorkomen, ze ongevraagd te doen.Pescadospunt had steeds de brokstukken van gesprekken, die hij met zijn zieke gehouden had, getrouw aan den dokter medegedeeld. Blijkbaar hield de geheimzinnigheid, waaronder graaf Mathias Sandorf niet alleen zijneidentiteitverborg, maar zelfs het eiland waar hij zijn woonoord opgeslagen had, het brein van Piet Bathory bezig. Niet minder blijkbaar dacht hij steeds aan Sava Toronthal, die thans zoover verwijderd van hem was, veel verder dan eenig punt van den aardbol, daar iedere gemeenschap tusschen het eiland Antekirrta en het Europeesche vasteland verbroken scheen. Maar het oogenblik naderde, waarop hij krachtig genoeg zou wezen om alles te vernemen.Ja! Alles te kunnen vernemen! Die gedachte spookte hem voortdurend door het brein.[87]„Ik greep een van die kettingen en tilde mij tot de ijzeren kram omhoog, waarin zij vastgeklonken waren”. (Bladz. 95).„Ik greep een van die kettingen en tilde mij tot de ijzeren kram omhoog, waarin zij vastgeklonken waren”. (Bladz. 95).[88]En dien dag zou de dokter, als de heelmeester met het snijmes in de hand, ongevoelig zijn voor de kreten van smart van denpatiënt.Verscheidene dagen vloden zoo voorbij.De wond van den jongen man was geheel genezen. Reeds kon hij opstaan en bij het venster zijner kamer plaats nemen. Eene weldadige zonneschijn, zoo eigen aan de streken der Middellandsche zee, kwam hem toen streelen, terwijl eene leven wekkende zeebries zijne longen vulde, die te zamen hem gezondheid en kracht aanbrachten. Als zijns ondanks gevoelde hij zich herboren worden. Hij klemde zich als het ware het leven, dat hij toch zoo geminacht had. En inderdaad, het waren de verschijnselen van terugkeerende geestkracht, die zich onmiskenbaar voordeden.Toen vestigden zich zijn oogen als onafwendbaar op dien onmetelijken onbegrensden gezichteinder, waarachter hij met den blik had willen wroeten; maar tevens ook in zijn binnenste dat waarlijk wel degelijk krank was. Die uitgestrekte oppervlakte van water rondom het onbekende eiland scheen hem steeds verlaten en eenzaam toe. Ter nauwernood werden eenige kustvaartuigen, chebekken of tartanen, polacers of speronaren daar ginds in volle zee ontwaard; evenwel zonder dat zij ooit een zweem vertoonden van het eiland te willen aandoen. Nooit verscheen er een handelsvaartuig van groot charter; nooit eene van die pakketbooten, die het Europeesche Middellandsche meer in alle richtingen doorkruisen.Men had waarlijk kunnen gelooven, dat het eiland Antekirrta aan de uiterste grenzen van de bekende wereld gelegen was.Op den 24stenJuli deelde dokter Antekirrt aan Piet Bathory mede, dat hij den volgenden dag in de namiddaguren kon uitgaan en bood zich aan, hem bij die eerste wandeling te begeleiden.„Dokter.…” antwoordde Piet met eenige aarzeling in zijne stem.„Wat is er, mijn vriend?”„Dokter, als gij mij de kracht toekent, om naar buiten te gaan, dan moet ik ook de kracht bezitten, om u te kunnen aanhooren!”„Mij aanhooren, Piet?”„Ja, dokter.”„Wat wilt ge zeggen?”„Wat ik zeggen wil! O, dat is eenvoudig. Gij zijt met mijn geheel verleden bekend en van het uwe weet ik niets.”„Neen, niets!” antwoordde de dokter als een echo.Maar terwijl hij die woorden, die hem als onwillekeurig ontvielen, uitsprak, bekeek dokter Antekirrt den jongeling aandachtig. Nu evenwel niet meer als vriend, maar wel als geneesheer, als arts, om te beslissen, of hij het scherpsnijdend mes, dan wel het snerkend brandend vuur in het levend vleesch van den zieke zou zetten. Na een[89]poos in gedachten verzonken te zijn geweest, zette hij zich bij hem neer:„Gij wilt mijn verledenkennen, Piet?” vroeg hij.„Ja,” knikte de jongman.„Luister dan! Luister aandachtig; gij zult het heden vernemen,” sprak dokter Antekirrt.
De Middellandsche zee is schoon, vooral door hare beide voornaamste eigenschappen: vooreerst door hare zoo harmonische omlijsting, dan door de levendigheid, de doorzichtigheid van hare lucht en van haar licht.…
Zoo als zij is, sterkt zij den mensch bewonderenswaardig.
Zij verleent hem die droge kracht, die het meeste weerstand kan bieden.
Hare boorden zijn debakermatvan de krachtigste rassen geweest.
Hebben wij te wijzen op de Grieken, op de Romeinen, de Carthagers, de Franschen, of op de Spanjaarden?
En de bewering, dat hare boorden de bakermat van de krachtigste rassen zijn, is geene machtspreuk van ons. Michelet, de beroemde Michelet heeft dat gezegd.
Maar het is toch gelukkig voor de menschheid, dat de natuur bij gebreke van Hercules, de Calpe-rots van de Abyla-rots gescheiden heeft, om zoodoende de Straat van Gibraltar te vormen.
Men moet zelfs, in weerwil van de beweringen van zoovele aardkundigen, aannemen, dat die zeeëngte steeds bestaan heeft. Zonder haar zou geen Middellandsche zee bestaan kunnen. Dat klinkt vreemd, maar het is toch zoo; want de verdamping ontvoert aan die zee driemalen meer water, dan de rivieren aan dat bekken toevoeren, al heeten die rivieren ook: de Ebro, de Rhône, de Tiber de Po, de Donau, de Dnester, de Don en de Nijl. Zoodat, zoo die stroom, die uit den Atlantischen Oceaan door de Straat van Gibraltar naar binnen zet, en haar als het ware van een meer tot eene zee verheft, ooit gestuit ware geweest, dan zou de Middellandsche zee reeds sedert eeuwen niets anders geweest zijn dan eene Doode Zee in tegenstelling van wat zij nu is, namelijk: eene Levende Zee.
In een van dediepsteen meest onbekende schuilhoeken van dat uitgestrekte binnenlandsche zoutwater-meer, had graaf Mathias Sandorf—of beter dokter Antekirrt, welks naam hij voeren moest totdat ter gewilder uur, zijne zaak afgeloopen zou zijn—eene schuilplaats gezocht, om er de voordeelen van zijn gewaanden dood te genieten.
Op den aardbol bestaan eigenlijk twee Middellandsche zeeën. De eene in de Oude, de andere in de Nieuwe Wereld.[74]
De Amerikaansche Middellandsche zee, dat is de golf van Mexico, beslaat eene oppervlakte van niet minder dan vier en een half millioen vierkante kilometers.
Heeft de Latijnsche of beter de Europeesche Middellandsche zee slechts eene oppervlakte van twee millioen acht honderd vijf en negentig duizend vierkante kilometers, dat wil zeggen iets meer dan de helft van de andere, zoo biedt zij toch meerverscheidenheidaan in haren algemeenen omtrek. Zij is rijker in bekkens, in scherp begrensde baaien, in goed gekenmerkte hydrographische onderverdeelingen, die op hunne beurt den naam van zeeën, golven en baaien verdienden en verkregen. Men denke slechts aan de Tyrrheensche zee, ten westen van Italië, en door dit land en de eilanden Sicilië, Corsica en Sardinië als een kom omgeven; aan de Aegaeïsche zee of den Griekschen Archipel, tusschen Klein-Azië en Griekenland gelegen; aan de Cretenzer zee, aan de Libysche zee, de eerste ten noorden en de tweede ten zuiden van het eiland Candia te vinden; aan de zee vanMarmaratusschen Turkije en Klein-Azië, aan de Zwarte zee, tusschen Turkije, Oost Rumelië, Bulgarije, Rumanië, Rusland, Armenië en Anatolië; aan de zee van Azof, in het land der Donsche kozakken; aan de Jonische zee, die de eilanden Corfu, Zante, Cephalonië, Itaka, en zooveel anderen omspoelt; aan de Eolische zee, die de Liparische eilanden-groep omgeeft; aan de Adriatische zee, die tusschen Italië, Griekenland, Turkije en Oostenrijk diep het land indringt; aan de Leeuwengolf of golf du Lion, die in Frankrijk, in de Provence haar bevalligen bocht vormt; aan de golf van Genua, die de beide Liguriën binnendringt; aan de golf van Gabes, eene Tunische baai, die weldra, wij hopen het althans, de voorbaai van eene uitgestrekte Afrikaansche binnenzee zal worden, aan de beide Syrten, die in Tripoli en hetCyrenaïcalandindringen.
Dit geheim onderdeel van die zee, waarvan sommige oevers nog zoo weinig bekend zijn, had dokter Antekirrt uitgekozen om er ongestoord te leven. Er bevonden zich in dat groote bekken eilanden bij honderden, eilandjes bij duizenden. Te vergeefsch zou men de kapen, de voorgebergten, de uitstekende punten, de kreeken en de inhammen er van willen tellen. Hoe vele volkeren, zoo verschillend van ras, van zeden, van staatkundigen toestand, verdringen zich niet op hare uitgestrekte kuststrook, waarop de geschiedenis der menschheid reeds sedert meer dan twintig eeuwen haren stempel zette? Gaan wij na, dan treffen wij er Franschen, Italianen, Oostenrijkers, Spanjaarden, Ottomanen, Grieken,Slavoniërs, Russen, Kozakken,Kaukasiërs, Kergiezen,Armeniërs,Anatoliërs, Arabieren, Egyptenaren, Tripolitanen,Tunisiërs,Algerijnen, Marokkanen en zelfs Engelschen te Gibraltar en op het eiland Cyprus aan.[75]
Drie uitgestrekte vastelanden omvatten die Middellandsche zee met hare oevers, te weten: Europa, Azië en Afrika.
Waar dan toch had graaf Sandorf—o, neen, dokter Antekirrt, de naam die bij de Oosterlingen dierbaar was,—eene plek tot vestiging gezocht, waar hij het programma van zijn nieuw leven tot ontwikkeling zou brengen?
Dat zou Piet Bathory weldra vernemen.
Nadat de jeugdige werktuigkundige een poos de oogen geopend had, was hij in eene volslagen verdooving vervallen en was even gevoelloos, als toen dokter Antekirrt hem voor dood in de woning in de Marinella-straat te Ragusa achterliet.
In dat oogenblik had de dokter een van die physiologische werkingen teweeg gebracht, waarin de wil eene zoo groote rol speelt en welks uitingen door niemand meer in twijfel getrokken worden. Hij was met eene groote mate van wilskracht-uiting bedeeld, die hem een onmetelijken invloed op zijn evenmensch verleende. Hij had zonder behulp van het magnesiumlicht, zelfs zonder behulp van eenig ander metallisch schitterend punt, niet anders dan door zijn doordringenden blik bij den jeugdigen stervende een hypnothischen, of in goed Nederlandsch gezegd, een magnetischen toestand doen ontstaan, waardoor zijn eigen wil in de plaats van dien van den gewonde trad.
Piet was door bloedverlies zeer verzwakt, en vertoonde, terwijl hij ingeslapen was, geen schijn van leven meer. Toch was hij door de wilskracht van den dokter wakker geworden. Maar het gold thans het leven, hetwelk op het punt was te ontvlieden, te weerhouden.
Dat was eene moeielijke taak, want zij vereischte nauwlettende zorgen, en daarbij al de hulpmiddelen, welke de geneeskunst aanbiedt. De dokter mocht zijn doel niet missen.
„Hij zal leven!.… Ik wil dat hij leve!” herhaalde hij telkens bij zich zelven. „O, waarom heb ik te Cattaro mijn eerstgevormd plan niet uitgevoerd? Waarom heeft mij de aankomst van Sarcany te Ragusa belet, hem aan die vervloekte stad te ontrukken?.… Maar ik zal hem redden!.… In de toekomst moet Piet Bathory de rechterhand van Mathias Sandorf zijn!”
Inderdaad, sedert vijftien jaren had dokter Antekirrt slechts ééne gedachte gekoesterd: straffen en beloonen.
Wat hij zich zelven, maar nog meer zijnen makkers, Stephanus Bathory en graaf Ladislas Zathmar verschuldigd was, had hij niet vergeten. Thans was het uur gekomen om handelend op te treden, en daarom had hem deSavarenanaar Ragusa overgebracht.
De dokter was in dat lange tijdsverloop lichamelijk zoodanig veranderd, dat het onmogelijk was hem te herkennen. Zijne haren, die hij vroeger kortborstelig geknipt gedragen had, waren thans sneeuwwit geworden en zijne huidskleur vertoonde eene matte bleekheid.[76]Hij was een dier mannen van vijftig jaren, die de kracht der jeugd bewaard hebben, hoewel bij hen de koelheid en kalmte van den meer rijper leeftijd niet uitgebleven zijn. De dichte haarlokken, de levendige kleur van den Venetiaansch rooden baard, die graaf Mathias Sandorf vroeger kenmerkte, konden onmogelijk teruggevonden worden door hen, die in de tegenwoordigheid van den strengen en koelbloedigen dokter Antekirrt toegelaten werden.
Maar door het noodlot beter gescherpt, beter gehard, was hij een van die ijzeren gestellen gebleven, waarvan men zeggen kon, dat zij door hunne nadering alleen de magneetnaald van streek brengen.
Welnu! Hij zou van den zoon van professor Stephanus Bathory weten te maken, wat hij van zichzelven gemaakt had.
Daarenboven, reeds sedert langen tijd was dokter Antekirrt als eenige spruit van die groote familie der Sandorfs overgebleven. De lezer zal wel niet vergeten hebben, dat hij een kind, een kleine dochter had, die na zijne inhechtenisneming aan de zorgen van de gade van Landeck, den intendant van het kasteel Artenak, toevertrouwd was geworden. Dit meisje, toen twee jaren oud, was de eenige erfgename van den graaf. Haar zou, wanneer zij achttien jaren zoude bereikt hebben, de helft der goederen van haren vader toevallen, welke daarvoor door de rechters, die de verbeurdverklaring ter zelfder tijd als het doodvonnis uitgesproken hadden, bij rechterlijk gewijsde afgezonderd waren.
Men had den intendant als bestuurder van dat gedeelte van het domein in Transylvanië, hetwelk onder sequester geplaatst was, gelaten. Zijne vrouw en hij waren met het kind, waaraan zij hun leven wilden wijden, op het kasteel Artenak gebleven.
Maar er scheen een noodlot op de familie Sandorf, die nu nog maar door dat zwakke wezentje vertegenwoordigd werd, te rusten. Eenige maanden na de veroordeeling der Triëster samenzweerders en na de gebeurtenissen, die er het gevolg van waren, verdween dat kind, zonder dat het mogelijk was haar terug te vinden. Eens wandelde het meisje in den tuin, en.… men raapte slechts haren hoed op langs den oever van een van de veelvuldige waterstroompjes, welke, van de naburige voorgebergten af gevloten, zich door het park baan braken. Het scheen dus ongelukkig maar al te zeker, dat het kleine meisje medegesleept en in een van die kolken verdwenen was, waarin de bergstroomen der Karpathen zich storten. Zoo veel was zeker, dat geen enkel spoor van haar teruggevonden werd.
„Ja, mijnheer Bathory, de zelfopofferende daad van Kaap Matifou heeft voor ons eene zeer gelukkige uitkomst gehad.” (Bladz. 83.)„Ja, mijnheer Bathory, de zelfopofferende daad van Kaap Matifou heeft voor ons eene zeer gelukkige uitkomst gehad.” (Bladz. 83.)
„Ja, mijnheer Bathory, de zelfopofferende daad van Kaap Matifou heeft voor ons eene zeer gelukkige uitkomst gehad.” (Bladz. 83.)
Rosena Landeck, de echtgenoote van den intendant, doodelijk getroffen door die verdwijning, stierf weinige weken later. In weerwil daarvan wilde het Oostenrijksche Gouvernement niets veranderen aan de beschikkingen, door het vonnis vooropgesteld. Het sequester op dat gedeelte van het domein, hetwelk voor de erfgename[78]was bewaard, werd gehandhaafd en de goederen van graaf Mathias Sandorf zouden eerst dan door den Staat genaast worden, wanneer de erfgename, wier dood niet wettelijk geconstateerd had kunnen worden, niet binnen den tijd, door de wet gesteld, verscheen, om haar erfdeel op te eischen.
Dat was de laatste slag, die de familie Sandorf trof. Zij was uitgestorven door de verdwijning van de laatste afstammelinge van dat edele en machtige ras. Daarna volbracht de tijd langzamerhand zijn werk en die geheele gebeurtenis geraakte in het vergeetboek, zooals met alle zaken geschiedde, die op de samenzwering betrekking hadden.
Te Otrante, waar hij stipt onbekend leefde, vernam graaf Mathias Sandorf den dood van zijn kind. Met dat kleine meisje verdween alles, wat hem van de gravin Rena, die slechts zeer korten tijd zijne gade geweest was, overgebleven was. Daarna verliet hij op zekeren dag Otrante, onbekend zoo als hij er aangekomen was, en niemand zou hebben kunnen zeggen, waarheen hij getogen was, om een nieuw leven te beginnen.
Vijftien jaren later, op het oogenblik dat graaf Mathias Sandorf weder op het wereldtooneel verscheen, zou niemand kunnen vermoeden, dat hij zich onder den naam van dokter Antekirrt verborg en dat hij die rol speelde.
Toen was het, dat graaf Mathias Sandorf zich geheel en al aan zijn werk wijdde. Hij was thans alleen op de wereld en had eene taak te volbrengen,—eene taak, die hij als heilig beschouwde. Verscheidene jaren, na Otrante verlaten te hebben, was hij machtig geworden en had hij die macht te danken aan een onmetelijk vermogen, hetwelk hij onder omstandigheden verworven had, die weldra bekend zullen raken. Hij was vergeten en gedekt door zijn aangenomen naam. Nu hervatte hij het spoor van hen, die hij gezworen had te beloonen of te straffen.
In zijne gedachte had hij Piet Bathory reeds deelgenoot gemaakt van die rechts-, van die wraakoefening. Agenten werden door zijne zorgen in verscheidene steden langs de oevers der Middellandsche zee aangesteld. Deze werden uit eene ruime beurs betaald en waren verplicht het diepste geheim omtrent hunne verrichtingen te bewaren. Zij hielden slechts briefwisseling met den dokter, hetzij door middel van de snelle werktuigen, die de lezer reeds kent, hetzij langs den overzeeschen draad, die het eilandAntekirrtamet de electrische kabels van Malta en verder met geheel Europa verbond.
Door de verschillendebemoeiingenen onderzoekingen van zijne agenten nauwgezet na te gaan, slaagde de dokter er in het spoor weer te vinden van allen, die middellijk ofonmiddellijkin de samenzwering van graaf Mathias Sandorf betrokken waren geweest. Hij[79]kon hen dus van verre gadeslaan, hunne daden bespieden en om zoo te zeggen, al hunne schreden, vooral sedert de laatste vier of vijf jaren, volgen.
Van Silas Toronthal wist hij, dat deze Triëst verlaten had om zich met zijne echtgenoote en dochter te Ragusa in die woning in de Stradona-laan te vestigen.
Wat Sarcany betreft, diens spoor volgde hij door de voornaamste steden van Europa, waar deze zijn vermogen verslond; later in Sicilië te midden van de ooster provinciën, waar zijn makker Zirone en hij een aanslag overpeinsden, waarmede zij hunne geldelijke middelen weer vlot meenden te maken.
Dokter Antekirrt vernam, dat Carpena Rovigno en zelfs Istrië verlaten had, om het leven met nietsdoen in Italië of in Oostenrijk te gaan slijten, zoolang als de eenige duizenden guldens duren zouden, die hij tot betaling van zijn verraad ontvangen had. Dat kon evenwel niet lang zijn.
Verder zou hij Andreas Ferrato uit het bagno van Stein in Tyrol, waar hij zijn edelmoedig gedrag jegens vluchtelingen van Pisino boette, ontvoerd hebben, ware de dood niet tusschen beide getreden, om den eerlijken visscher uit de galeien te verlossen.
Wat de kinderen van Andreas Ferrato betrof, Maria en Luigi, die hadden ook Rovigno verlaten, en kampten waarschijnlijk met de ellende van zulk een verbroken leven; maar zij hadden zich zoo goed verborgen, dat het dokter Antekirrt niet gelukt was, hen op het spoor te komen.
Eindelijk had mevrouw Bathory zich met haren zoon Piet en met Borik, den ouden bediende van graaf Ladislas Zathmar, in de Marinella-straat te Ragusa gevestigd. Dokter Antekirrt had haar nimmer uit hetoogverloren, en de lezer weet, hoe hij haar eene aanzienlijke som gelds had doen toekomen, die evenwel door de fiere en waardige vrouw niet aangenomen was.
Maar, zooals gezegd, het uur was gekomen, dat de dokter zijn moeielijken veldtocht zou beginnen.
Toen was het, dat hij, na zich verzekerd te hebben, dat hij na die vijftien jaren afwezigheid niet herkend zoude worden, te Ragusa aan wal stapte. En hij kwam er juist aan om Piet Bathory weer te vinden, die hartstochtelijk verliefd was op de dochter van Silas Toronthal.
En die liefde moest, het kostte wat het wilde, vernietigd worden.
Zoo had dokter Antekirrt besloten.
De lezer heeft niet vergeten, hopen wij, wat toen gebeurde: de tusschenkomst van Sarcany in deze zaak, de gevolgen, die van weerskanten daardoor teweeggebracht werden, hoe Piet Bathory in de woning zijner moeder teruggebracht werd, en wat dokter Antekirrt[80]verrichtte op het oogenblik, toen de jonge man sterven zoude, hoe en onder welke omstandigheden hij hem tot het leven terugriep en hoe hij zich onder zijn waren naam van graaf Mathias Sandorf aan hem openbaarde.
Nu gold het om hem te genezen! Ook kwam het er op aan, hem alles mede te deelen wat hij nog niet wist, dat wil zeggen: hoe een schandelijk verraad èn Stephanus Bathory èn diens beide makkers in handen van de Oostenrijksche Regeering geleverd had. Hem moesten de namen der verraders onthuld worden; het gold eindelijk om hem aan die rol van onverzoenbaren wreker te verbinden, welke de dokter meende op zich te kunnen nemen buiten de menschelijke gerechtigheid om. Hij toch was een slachtoffer geweest van diezelfde gerechtigheid.
Maar vóór alles moest de genezing van Piet Bathory bereikt worden. Het was aan deze genezing, dat dokter Antekirrt zijne geheele krachten zou wijden.
Gedurende de eerste acht dagen na zijne overbrenging naar het eiland, verkeerde Piet werkelijk tusschen leven en dood. Niet alleen was zijne wonde zeer bedenkelijk en gevaarlijk, maar wat erger was, de ziel van den jeugdigen ingenieur was ziek, en zelfs zeer ziek.
De herinnering aan Sava, die, zooals hij dacht, thans onherroepelijk met Sarcany gehuwd was; de gedachte aan zijne moeder, die hem thans als dood beweende; daarna die opstanding uit het doodenrijk van graaf Mathias Sandorf, die onder den naam van dokter Antekirrt herleefde,—Mathias Sandorf de innigste vriend zijns vaders,—dat alles was wel geschikt om een brein, dat toch reeds zoo geteisterd was, in de war te brengen.
De dokter verliet Piet niet, noch gedurende den nacht, noch over dag.
Hij hoorde hem in zijn ijlende koortsen den naam van Sava Toronthal uitspreken en herhalen. Hij begreep hoe diep die liefde geworteld was en welke pijniging het huwelijk daarstelde van de vrouw, welke hij zoo innig beminde. Hij kwam er toe om zich af te vragen, of die liefde niet aan alles het hoofd zoude bieden, zelfs daaraan dat Sava de dochter was van den man, die zijn vader verkocht, overgeleverd en gedood had.
Toch had dokter Antekirrt onwrikbaar besloten om hem ook dat mede te deelen.
Dat beschouwde hij als zijne plicht.
Meer dan twintig malen meende men, dat Piet Bathory bezwijken zou. Hij was dubbel getroffen: in zijn ziel en in zijn lichaam. Hij was reeds zoo nabij den dood genaderd, dat hij graaf Mathias Sandorf, die aan het hoofdeneind van zijn bed zat, niet meer herkende.[81]
„Wist ik dat het vaartuig recht op mij afkwam.” (Bladz. 94).„Wist ik dat het vaartuig recht op mij afkwam.” (Bladz. 94).
„Wist ik dat het vaartuig recht op mij afkwam.” (Bladz. 94).
[82]
Hij had zelfs helaas! de kracht niet meer, om den naam van Sava uit te spreken!
Toch behielden de goede zorgen van den dokter de overhand, en trad eindelijk de reactie in. De jeugd behaalde de overwinning. Het lichaam van den zieke zou spoediger dan de ziel genezen.
De wond begon tot lidteekenvorming over te gaan en zich derhalve te sluiten. Zijne longen hervatten hunne normale werkzaamheid, en op den 17denJuli had de dokter eindelijk de zekerheid verkregen, dat Piet gered was.
Dien dag herkende hem de jonge man.
Met eene uiterst zwakke stem noemde hij hem bij zijn waren naam.
„Graaf Mathias Sandorf!” zuchtte hij meer dan hij sprak.
„Ja, voor u, mijn zoon, ben ik Mathias Sandorf!” antwoordde deze. „Maar voor u alleen!”
En daar hem Piet met den blik eene verklaring scheen te vragen, die hij zoo ongeduldig moest verwachten:
„Later,” zei de dokter, „later!”
Piet’s herstel zou snel plaats hebben. Alle maatregelen waren daartoe getroffen. Hij betrok op het eiland Antekirrta eene fraaie kamer, welker ramen aan den noord- en westkant gelegen waren en derhalve vrije toetreding aan de zoo gezonde zeebries gaven. In den tuin, die zich voor zijn vertrek uitspreidde, schonken eenige snelvlietende beekjes een eeuwig jong groen, terwijl de schaduw der loofkruinen van het hoog opgaand geboomte er eene aangename frischheid aan verleende.
De dokter had geen oogenblik verzuimd om den dierbaren zieke zijne zorgen te wijden; hij was steeds om en bij hem gebleven. Maar sedert zijn herstel verzekerd bleef, kon het geen verwondering baren, dat hij zich een helper toegevoegd had, van wiens schranderheid, goedhartigheid en volkomen toewijding hij de verzekering bij zich droeg.
Die helper was Pescadospunt, die aan Piet Bathory evenals aan dokter Antekirrt inniggehechtwas.
Het zal wel niet behoeven gezegd te worden, dat hij en Kaap Matifou het diepste geheim bewaard hadden, omtrent hetgeen op het kerkhof van Ragusa voorgevallen was; ook niet, dat hen aanbevolen was, aan niemand hoegenaamd te openbaren, dat de jonge ingenieur levend uit zijn graf gehaald was.
Pescadospunt was vrij innig ingewijd en werkzaam geweest in en bij al die feiten, welke gedurende de laatste maanden voorgevallen waren. Dientengevolge had hij een levendige belangstelling voor den zieke opgevat.
Die liefde van Piet Bathory voor Sava Toronthal—eene liefde,[83]die zoo wreed gedwarsboomd was geworden door Sarcany, een onbeschoften kerel, die den kleinen acrobaat geheel te recht een geweldigen afkeer inboezemde,—die ontmoeting van den begrafenisstoet met de bruiloftsrijtuigen voor de woning in de Stradona-laan, die lijkopgraving op het kerkhof van Ragusa ten uitvoer gebracht, dat alles had dat zoo goedige wezen diep geroerd en dat te meer, daar hij zich als mededeelgenoot gevoelde van de plannen van dokter Antekirrt, hoewel hij ze nog niet ten volle begreep.
Daarom aanvaardde Pescadospunt volijverig de taak van ziekenvader bij Piet Bathory. Hij ontving terzelfder tijd de opdracht, om hem zooveel mogelijk door zijn opgewekt en vroolijk humeur te verstrooien. Daarin bleef hij niet in gebreke. Want hij beschouwde daarenboven Piet Bathory, sedert de kermis te Gravosa, als een schuldeischer, dien hij te avond of morgen op de een of andere wijze voldoen moest.
Ziet, daarom was Pescadospunt bij den herstellende gezeten, steeds bezig met diens gedachten te trachten af te leiden, door te kouten, door te babbelen zelfs, en hem zoodoende geen tijd te geven te kunnen nadenken.
Het was onder die gegeven omstandigheden, dat hij op zekeren dag, tengevolge van eene vraag op den man af, door Piet Bathory, er toe gebracht werd, om hem te vertellen, hoe hij de kennis met dokter Antekirrt aangeknoopt had.
„Dat hadden wij aan deTrabocolote danken, mijnheer Piet,” antwoordde hij met een glimlach.
„Aan deTrabocolo?” vroeg de jonge man natuurlijk zeer verwonderd. „Hoe kan dat?”
„Ja, zeker aan deTrabocolo! Die moet gij u toch nog herinneren,”antwoordde Pescadospunt.
„DeTrabocolo?.…” herhaalde Piet Bathory nadenkende.
„Die van Kaap Matifou eenvoudig een held gemaakt heeft!.… Dat kan u toch niet ontschoten zijn!”
„O, ja, nu herinner ik mij”, antwoordde de jonge man.
En inderdaad, onze Piet had die gebeurtenis, die de kermis van Gravosa gekenmerkt had, nu ze zoo duidelijk herinnerd werd, niet vergeten.Ja, het gevaar, dat het jacht van dokter Antekirrt geloopen had, stond hem nu weer duidelijk voor oogen. Maar, wat hij niet wist, dat was dat die gebeurtenis den dokter aanleiding had gegeven, om de beide kermishelden voor te stellen, hun potsenmakersbaantje vaarwel te zeggen en in zijn dienst aan boord van deSavarenaover te gaan.
„Ja, mijnheer Bathory,” vervolgde Pescadospunt, „zoo is het! En de zelfopofferende daad van Kaap Matifou is voor ons een ware uitkomst en eene zeer gelukkige uitkomst geweest.”[84]
„Zoo?”
„Maar.… juist omdat wij jegens den dokter verplichtingen hebben mogen wij die, welke wij jegens u hebben, niet vergeten!”
„Jegens mij?”
„Ja, jegens u, mijnheer Piet!”
„Ik ben benieuwd.…”
„Herinnert gij u nog denzelfden dag, dat gij op het punt waart ons eenig publiek te zijn.…”
„Uw eenig publiek?” vroeg Piet Bathory, die moeite deed zich te herinneren, maar er niet in slaagde.
„Gij gaaft ons twee gulden, die wij niet verdiend hadden.…” vervolgde Pescadospunt.
„Niet verdiend?” was de verbaasde vraag van den jeugdigen werktuigkundige.
„Neen, daar het publiek verdween, hoewel het zijne plaats betaald had,” was het antwoord daarop.
En Pescadospunt herinnerde Piet Bathory thans, hoe hij, na zijne twee gulden uitgegeven te hebben en op het punt zijnde om de Provençaalsche kraam binnen te treden, eensklaps verdween.
De jeugdige ingenieur was die omstandigheid glad vergeten. Hij beantwoordde echter dat verhaal met een glimlach. Dat was een droevige glimlach evenwel; want de jongman herinnerde zich toen, dat hij destijds die kermisvreugde voor niets anders nagejaagd had, dan in de hoop om Sava Toronthal weer te vinden.
Hij sloot de oogen. Hij dacht na over al hetgeen hem sedert dien dag wedervaren was.
En terwijl het beeld van Sava voor hem verrees, van Sava, die, naar hij meende, getrouwd was, schroefde een naamloos lijden zijn hart samen en hij voelde een zucht in zijn hart opwellen, om hen te vervloeken, die hem aan het graf ontrukt hadden.
Pescadospunt zag wel in, dat die kermis van Gravosa bij Piet Bathory droevige herinneringen opwekte. Hij drong daar dus niet verder op aan, ja, hij bewaarde zelfs het stilzwijgen, terwijl hij in zich zelven prevelde:
„Een halve lepel vroolijke stemming, iedere vijf minuten door mijn zieke in te nemen! Jawel! jawel, dat is het voorschrift van den dokter.… Maar drommels, dat is niet gemakkelijk op te volgen!”
Zoo zat hij na te denken, totdat Piet eenigen tijd later de oogen opende en hem vroeg:
„Dus, Pescadospunt, vóór dat gebeurde met deTrabocoloop de sleephelling te Gravosa, kendet gij dokter Antekirrt niet?”
„Neen, mijnheer Piet.”
„Volstrekt niet?” vroeg Piet met den meesten nadruk.[85]
„Wij hadden hem toen nooit gezien,” antwoordde Pescadospunt, „en wij hadden zelfs zijn naam nimmer hooren noemen.”
„En.…”
„En wat?” vroeg Pescadospunt.
„Hebt gij hem sedert nimmer verlaten?” vroeg de jeugdige werktuigkundige met aandrang.
„Neen, nooit!”
„Nooit? Bedenk u wel,” vroeg Piet Bathory.
„Dat is te zeggen, ja, eenige keeren, dat hij mij met zendingen belastte,” antwoordde Pescadospunt.
„En in welk land zijn wij hier? Dat zou ik zeer gaarne weten.”
„In welk land?”
„Ja, in welk land? Zoudt gij mij dat kunnen zeggen, vriend Pescadospunt?”
„Ik heb eenige reden te gelooven.…”
„Wat?”
„Dat wij op een eiland zijn, mijnheer Piet,” antwoordde Pescadospunt glimlachende.
„Waaruit leidt gij dat af?”
„Wij zijn geheel en al door de zee omringd.”
„De zee.… Maar welke zee? Bedenk toch, er bestaan zoovele zeeën op Gods lieve aarde.”
„Ik denk de Middellandsche zee.”
„De Middellandsche zee! Maar.… in welk gedeelte van de Middellandsche zee?”
„Ja.… ziet u.… Dat is ’t hem juist.… Zijn wij in het zuiden, zijn wij in het noorden, zijn wij in het westen, of zijn wij in het oosten?” antwoordde Pescadospunt. „Ik moet bekennen, ik weet het niet.”
„Niet,” vroeg Piet Bathory mismoedig, terwijl hij zijn hoofd achter tegen zijn leuningstoel liet rusten.
„Neen, ik weet het niet, mijnheer Piet; maar alles wel beschouwd, wat kan het ons schelen?”
De zieke glimlachte droefgeestig.
„Wat zeker is,” ging Pescadospunt voort, „dat is, dat wij de gasten van dokter Antekirrt zijn, die ons goed voedt, ons goed kleedt, ons goede bedden verstrekt, ongerekend nog.…”
„Wat?”
„De zoo kiesche behandeling, die wij ondervinden,” vulde Pescadospunt aan.
„Maar weet gij ten minste, hoe dit eiland heet?” vroeg Piet.
„Hoe dit eiland heet?”
„Ja, dit eiland, waarvan gij de ligging niet kent.”
„Ja, dat weet ik zeer goed.”[86]
„Welnu?”
„Het heet Antekirrta!” riep Pescadospunt zegevierend.
„Antekirrta?.… Antekirrta?”
Piet Bathory keek hem aan met een verwijtingsvollen blik. Te vergeefs zocht hij zijn geheugen, of hij zich een eiland kon herinneren, dat dien naam droeg.
Pescadospunt gevoelde zich niets op zijn gemak onder dien blik.
„Ja, mijnheer Piet,” stamelde hij koddig. „Ja, het eiland Antekirrta! Onder nul lengte en onder nog minder breedte, in de volle Middellandsche zee! Aan dit adres zou mijn oom mij schrijven, als ik een oom bezeten had. Maar de hemel heeft mij, helaas! dat genoegen onthouden! Maar alles wel beschouwd, is er toch niets verwonderlijks in, dat dit eiland Antekirrta heet, daar het dokter Antekirrt toebehoort. Of nu de dokter zijn naam aan het eiland ontleend heeft, of wel dat het eiland naar hem genoemd is, ziet, dat zou ik, al ware ik secretaris-generaal of penningmeester van het Aardrijkskundig Genootschap van Parijs of van Amsterdam, niet kunnen uitmaken!”
Men ziet het, onze Pescadospunt had zich nog niet ontdaan van zijne kwinkslagen en van zijne aanbevelende kermistaal. Zijne woordenrijkheid en vindingrijkheid hielpen hem evenwel, om den zieke, zooveel hem maar mogelijk was, verstrooiing aan te brengen.
Piet’s herstel van gezondheid nam intusschen geregeld toe. Geene verschijnselen, die gevreesd konden worden, deden zich voor. Met een meer krachtige voeding, die evenwel voorzichtig en doelmatig verstrekt werd, kwamen ook de krachten van den zieke met den dag zichtbaar terug. De dokter bezocht hem dikwijls en koutte dan met hem over alles, behalve over datgene, wat hem toch het meeste belang moest inboezemen. En toch wilde Piet geene vertrouwelijke mededeelingen uitlokken, en wachtte geduldig totdat het den dokter geraden zou voorkomen, ze ongevraagd te doen.
Pescadospunt had steeds de brokstukken van gesprekken, die hij met zijn zieke gehouden had, getrouw aan den dokter medegedeeld. Blijkbaar hield de geheimzinnigheid, waaronder graaf Mathias Sandorf niet alleen zijneidentiteitverborg, maar zelfs het eiland waar hij zijn woonoord opgeslagen had, het brein van Piet Bathory bezig. Niet minder blijkbaar dacht hij steeds aan Sava Toronthal, die thans zoover verwijderd van hem was, veel verder dan eenig punt van den aardbol, daar iedere gemeenschap tusschen het eiland Antekirrta en het Europeesche vasteland verbroken scheen. Maar het oogenblik naderde, waarop hij krachtig genoeg zou wezen om alles te vernemen.
Ja! Alles te kunnen vernemen! Die gedachte spookte hem voortdurend door het brein.[87]
„Ik greep een van die kettingen en tilde mij tot de ijzeren kram omhoog, waarin zij vastgeklonken waren”. (Bladz. 95).„Ik greep een van die kettingen en tilde mij tot de ijzeren kram omhoog, waarin zij vastgeklonken waren”. (Bladz. 95).
„Ik greep een van die kettingen en tilde mij tot de ijzeren kram omhoog, waarin zij vastgeklonken waren”. (Bladz. 95).
[88]
En dien dag zou de dokter, als de heelmeester met het snijmes in de hand, ongevoelig zijn voor de kreten van smart van denpatiënt.
Verscheidene dagen vloden zoo voorbij.
De wond van den jongen man was geheel genezen. Reeds kon hij opstaan en bij het venster zijner kamer plaats nemen. Eene weldadige zonneschijn, zoo eigen aan de streken der Middellandsche zee, kwam hem toen streelen, terwijl eene leven wekkende zeebries zijne longen vulde, die te zamen hem gezondheid en kracht aanbrachten. Als zijns ondanks gevoelde hij zich herboren worden. Hij klemde zich als het ware het leven, dat hij toch zoo geminacht had. En inderdaad, het waren de verschijnselen van terugkeerende geestkracht, die zich onmiskenbaar voordeden.
Toen vestigden zich zijn oogen als onafwendbaar op dien onmetelijken onbegrensden gezichteinder, waarachter hij met den blik had willen wroeten; maar tevens ook in zijn binnenste dat waarlijk wel degelijk krank was. Die uitgestrekte oppervlakte van water rondom het onbekende eiland scheen hem steeds verlaten en eenzaam toe. Ter nauwernood werden eenige kustvaartuigen, chebekken of tartanen, polacers of speronaren daar ginds in volle zee ontwaard; evenwel zonder dat zij ooit een zweem vertoonden van het eiland te willen aandoen. Nooit verscheen er een handelsvaartuig van groot charter; nooit eene van die pakketbooten, die het Europeesche Middellandsche meer in alle richtingen doorkruisen.
Men had waarlijk kunnen gelooven, dat het eiland Antekirrta aan de uiterste grenzen van de bekende wereld gelegen was.
Op den 24stenJuli deelde dokter Antekirrt aan Piet Bathory mede, dat hij den volgenden dag in de namiddaguren kon uitgaan en bood zich aan, hem bij die eerste wandeling te begeleiden.
„Dokter.…” antwoordde Piet met eenige aarzeling in zijne stem.
„Wat is er, mijn vriend?”
„Dokter, als gij mij de kracht toekent, om naar buiten te gaan, dan moet ik ook de kracht bezitten, om u te kunnen aanhooren!”
„Mij aanhooren, Piet?”
„Ja, dokter.”
„Wat wilt ge zeggen?”
„Wat ik zeggen wil! O, dat is eenvoudig. Gij zijt met mijn geheel verleden bekend en van het uwe weet ik niets.”
„Neen, niets!” antwoordde de dokter als een echo.
Maar terwijl hij die woorden, die hem als onwillekeurig ontvielen, uitsprak, bekeek dokter Antekirrt den jongeling aandachtig. Nu evenwel niet meer als vriend, maar wel als geneesheer, als arts, om te beslissen, of hij het scherpsnijdend mes, dan wel het snerkend brandend vuur in het levend vleesch van den zieke zou zetten. Na een[89]poos in gedachten verzonken te zijn geweest, zette hij zich bij hem neer:
„Gij wilt mijn verledenkennen, Piet?” vroeg hij.
„Ja,” knikte de jongman.
„Luister dan! Luister aandachtig; gij zult het heden vernemen,” sprak dokter Antekirrt.