[Inhoud]VII.Een handdruk van Kaap Matifou.Graaf Mathias Sandorf was, zooals de lezer weet, behalve voor Piet Bathory, voor het geheele personeel van de volkplanting van zijn klein eiland dokter Antekirrt gebleven. Het strookte met zijne plannen, om tot de geheele volbrenging van de taak, die hij ondernomen had, die rol te blijven vervullen. Toen dan ook de naam zijner dochter daar zoo plotseling en onverwacht door mevrouw Bathory genoemd[135]werd, had hij geestkracht en zelfbeheersching genoeg, om zijne aandoeningen niet te laten blijken. Toch had zijn hart een oogenblik opgehouden te kloppen en wanneer hij zich minder krachtig had betoond, dan zou hij op den drempel der kapel neergestort zijn, alsof hij door den bliksem ware getroffen. Maar daar klopte een ijzeren hart, zooveel malen door het lijden gelouterd, in die fiere borstkas.Dus zijne dochter was niet dood! Dat was boven allen twijfel verheven. Het bewijsstuk lag daar.Dus zij was onder de levenden! O! welke vreugdekreet juichte in het vaderhart.Dus zij beminde Piet Bathory en werd wederbemind! Dokter Antekirrt wierp een schuchteren blik op den jongeling. Want hij … hij, Mathias Sandorf had alles in het werk gesteld, om de vereeniging der beide jongelieden te beletten!En dat geheim, waardoor hem Sava weergegeven werd, zou nimmer geopenbaard zijn, wanneer mevrouw Bathory haar verstand niet als door een wonder terugbekomen had!Maar wat was er toch vijftien jaren geleden op het kasteel Artenak gebeurd?O, de lezer weet dat thans! Dat kind, de eenige erfgename der goederen van graaf Mathias Sandorf, dat kind, wiens overlijden nimmer wettelijk gestaafd werd, was ontvoerd en daarna aan Silas Toronthal overgeleverd geworden. Toen de bankier zich eenigen tijd later te Ragusa vestigde, had hij van zijne echtgenoote gevergd Sava als hare dochter op te voeden.Die kuiperijen waren uitgedacht door Sarcany, maar door Namir zijne medeplichtige uitgevoerd.Sarcany was niet onkundig, dat Sava, wanneer zij achttien jaren oud zoude zijn, in het bezit zoude komen van een zeer groot vermogen; en hij rekende er op, dat, wanneer zij zijne echtgenoote geworden zoude zijn, hij haar wel als de erfgename der familie Sandorf zou weten te doen erkennen. Dat zou de bekroning moeten zijn van zijn schandelijk bestaan. Hij zou dan heer en meester der domeinen van Artenak zijn! Een ware belooning voor zooveel miskende deugd.Maar kon er inderdaad gezegd worden, dat dit plan tot heden mislukt was, het was toch voortreffelijk beraamd.Ja, voortreffelijk was het voorzeker, maar mislukt was het totaal. Want wanneer het huwelijk voltrokken ware, dan zou Sarcany zich wel gehaast hebben, er al de mogelijke voordeden uit te trekken.Welke smarten, welke teleurstellingen moest dokter Antekirrt thans ondervinden?Was hij het niet, die deze betreurenswaardige aaneenschakeling[136]van feiten had in het leven geroepen, eerst door zijn medewerking aan Piet Bathory te weigeren; verder door Sarcany in de gelegenheid te stellen zijne plannen te vervolgen en ten uitvoer te leggen, terwijl hij hem bij hunne ontmoeting te Cattaro reeds onschadelijk had kunnen maken; eindelijk door mevrouw Bathory haren zoon niet weer te geven, toen hij dezen aan den dood ontrukt had? En, inderdaad, hoeveel rampen zouden niet vermeden zijn, wanneer Piet Bathory zijne moeder nabij geweest ware, toen de brief van mevrouw Toronthal door deze zelve in de Marinella-straat aan huis bezorgd werd! Het was waarlijk een samenloop van noodlottige omstandigheden. En als Piet eens geweten had, dat Sava de dochter van graaf Sandorf was, zou hij er dan niet in geslaagd zijn, haar aan de gewelddadigheden van Sarcany en Silas Toronthal te ontrukken? Dat was meer dan waarschijnlijk, dat moet erkend worden.Waar was Sava thans? Die vraag beheerschte bij dokter Antekirrt alles.O, voorzeker in de macht van Sarcany! Dat antwoord maakte den rampzaligen vader radeloos.Maar waar hield die ellendeling haar thans verscholen? Eene tweede vraag, die in belangrijkheid voor de eerste niet onderdeed.Hoe zou men het moeten aanleggen om haar aan dien snoodaard te ontrukken?Dat moest snel beraamd worden, want binnen weinige weken zou de dochter van graaf Sandorf haar achttiende jaar bereikt hebben, het tijdstip, waarop zij als erfgename zoude moeten optreden, op gevaar af anders hare rechten te zullen verliezen.—Sarcany wist dat, en deze omstandigheid moest hem het uiterste doen beproeven, om Sava’s toestemming tot dit gehate huwelijk te verwerven. De tijd was dus kort, en er moest uiterst spoedig gehandeld worden, dat gevoelde dokterAntekirrt.In een ondeelbaar oogenblik, als het ware, had die opvolging van gedachten het brein van den rampzaligen vader doorkruist. Na dat verleden, evenals mevrouw Bathory en haar zoon gedaan hadden, in gedachten opgebouwd te hebben, gevoelde hij de verwijtingen die de echtgenoote en de zoon van Stephanus Bathory hem, onverdiend wel is waar, konden doen! En toch, wanneer de zaken bestaan hadden, zoo als hij ze zich voorgesteld had, zou dan eene vereeniging mogelijk geweest zijn tusschen Piet Bathory en haar, die voor allen, ook voor hemzelven, Sava Toronthal genoemd werd?Kaap Matifou kneep die hand, waarschijnlijk onbewust, alsof hij ze verbrijzelen wilde. (Bladz. 143.)Kaap Matifou kneep die hand, waarschijnlijk onbewust, alsof hij ze verbrijzelen wilde. (Bladz.143.)Het was nu zaak, het koste wat het wilde, om zijne dochter Sava uit te vinden,—wiens naam, gevoegd aan dien van de gravin Rena, zijn echtgenoote, gegeven was aan de goeletSavarena, zooals de naam van Luigi’s vader aan het stoomjachtFerratoverleend was.—Waarlijk, geene geringe taak, dat moet erkend[137][138]worden. Maar er was geen dag, geen uur, geen oogenblik meer te verliezen. Alle krachten moesten ingespannen worden, om tot het doel te geraken.Mevrouw Bathory was reeds naar het Stadhuis teruggevoerd, toen dokter Antekirrt er ook binnentrad in gezelschap van Piet, die zich aan de grootste afwisselingen van blijdschap en wanhoop overgaf, evenwel daarbij geen woord sprak. Op zijn gelaat was nochtans te ontwaren, aan welke aandoening hij ten prooi was.De brave moeder was genezen. Zij was evenwel zeer verzwakt en uitgeput door de geweldige reactie, die zij ondergaan had. Zij was in haar kamer gezeten, toen dokter Antekirrt en Piet Bathory haar daar opzochten.Maria Ferrato had, met de scherpzinnigheid der vrouwen eigen, begrepen, dat die drie menschen alleen bij elkander gelaten moesten worden. Derhalve was zij zacht, en zonder dat iemand het merkte, naar de groote zaal in het Stadhuis gegaan.Dokter Antekirrt naderde, met de hand op den schouder van Piet geleund, mevrouw Bathory.„Mevrouw,” sprak hij, „ik had reeds van uwen zoon den mijnen gemaakt. Maar dat was hij nog maar krachtens vriendschapsbanden; geloof mij, ik zal alles doen, om te bewerken, dat hij het ook door de banden van het bloed wordt. Als ik daarin slaag, zal ik, dat kan ik u betuigen, de gelukkigste aller stervelingen zijn. Sava mijne dochter! en Piet mijn zoon!”Mevrouw Bathory keek hem verbaasd aan. Zij kon hem onmogelijk begrijpen, dat was haar wel aan te zien.„Ja,” ging dokter Antekirrt voort, „dat hij in mij een waren vader, ik een waren zoon in hem vond …”De arme vrouw wist niet wat te denken en keek beteuterd beide mannen beurtelings aan.„Door hem Sava … mijne dochter … te laten trouwen!” lichte de dokter eindelijk toe.„Uwe dochter?…” kreet mevrouw Bathory, terwijl zij de hand aan het voorhoofd bracht … „Sava uwe dochter?”„Ja, mijne dochter! Deel toch in mijn geluk, waarde mevrouw. Sava is mijne dochter!”„Maar … wie zijt ge dan?” vroeg de ontstelde moeder, terwijl zij haar gelaat met de beide handen bedekte.„Wie ik ben?… Ik ben graaf Mathias Sandorf! Ik ben de beste vriend van Stephanus, uwen echtgenoot!”Mevrouw Bathory sprong van haren stoel op, strekte de handen uit, en viel schier onmachtig in de armen van haren zoon. Maar al kon zij van aandoening niet spreken, zoo kon zij toch hooren. In weinige woorden deelde Piet haar mede, wat zij niet wist; hoe[139]graaf Mathias Sandorf door de toewijding en opoffering van den visscher Andreas Ferrato gered was geworden; waarom deze gedurende vijftien jaren onbekend en voor dood had willen blijven doorgaan en hoe hij eindelijk onder den naam van dokter Antekirrt te Ragusa gekomen was. Hij verhaalde, wat Sarcany en Silas Toronthal met betrekking tot het verraad van de Triëster samenzwering gedaan hadden; daarna het verraad van Carpena, waarvan zijn vader het slachtoffer geweest was, hoe eindelijk dokter Antekirrt hem levend aan het graf op het kerkhof te Ragusa ontrukt had, om hem deelgenoot te maken van de rechtspleging, die hij wenschte ten uitvoer te leggen. Hij eindigde zijn verhaal met de mededeeling, dat twee der ellendelingen: de bankier Silas Toronthal en de Spanjaard Carpena, reeds in hunne macht waren; maar dat de derde nog ontbrak, de derde, namelijk Sarcany, dezelfde schaamtelooze kerel, die van Sava Sandorf zijne vrouw wilde maken, van Sava, de dochter van zijn slachtoffer.Gedurende meer dan een uur zaten dokter Antekirrt, mevrouw Bathory en haar zoon, een drietal dat in de toekomst door een zoo innigen band van toegenegenheid zoude verbonden worden, bij elkander, om nog de daadzaken betreffende het ongelukkige jonge meisje in bijzonderheden te behandelen en te bespreken. Het was voor hen allen helder als de dag, dat Sarcany voor niets zou terugdeinzen, om Sava tot dat huwelijk, hetwelk hem het vermogen van graaf Sandorf moest in handen spelen, te nopen. Zij vestigden in het bijzonder hunne aandacht op dien toestand, die, al waren ook al de vroegere plannen van den ellendeling verijdeld, toch nog voor het tegenwoordige angstverwekkend genoeg was. Dus voor en boven alles: Sava moest weergevonden worden, al moest ook hemel en aarde bewogen worden. Dat was de eerst voor de hand liggende taak. Dat begrepen allen.Men kwam overeen, dat mevrouw Bathory en Piet voorloopig de eenigen zouden blijven, die weten zouden, dat graaf Mathias Sandorf zich achter den naam van dokter Antekirrt verborg. Wanneer men dat geheim prijs gaf, zou het bekend worden, dat Sava zijne dochter was, en het was in het belang van de nasporingen, die ondernomen moesten worden, dat dit nog niet geweten werd. Dus het diepste geheim werd daaromtrent aanbevolen.„Maar waar is Sava?” vroeg mevrouw Bathory, toen zij hare gedachte weer eenigermate verzameld had.En toen zij daarop van niemand, noch van haren zoon, noch van dokter Antekirrt antwoord ontving, vervolgde zij:„Waar haar te zoeken?… Waar haar te vinden? Zeg, zal dat te ontdekken zijn?”„O, dat zullen wij wel te weten krijgen!” antwoordde Piet, bij[140]wien de wanhoop vervangen was door eene geestkracht, die niet meer tanen zoude. „Dat zullen wij wel uitvinden!”„Ja!… dat zullen wij!” hernam dokter Antekirrt vastberaden.„En al kan ook aangenomen worden, dat Silas Toronthal niet weet, waarheen Sarcany eene schuilplaats gezocht heeft, zoo zal hij toch niet kunnen ontkennen, dat hij weet, waar die ellendeling mijne dochter opgesloten houdt. En dat zal hij, dat moet hij ons zeggen, al moet ook geweld gepleegd worden!”„Ja, als hij het weet,… dan zal hij het moeten zeggen!” riep Piet Bathory woest uit.„Ja!… dat moet!” zei de dokter. „Ik herhaal het, al zou geweld moeten gebruikt worden.”„Onmiddellijk!” riep Piet Bathory uit. „Laten wij geen oogenblik verliezen.”„Ja, onmiddellijk!”Noch dokter Antekirrt, noch mevrouw Bathory, noch haar zoon Piet zouden langer in dien staat van onzekerheid hebben kunnen verblijven. Er moest naar eene uitkomst getracht worden.Luigi Ferrato, die zich met Pescadospunt en Kaap Matifou in de groote zaal van het Stadhuis bevond, alwaar Maria zich bij hen gevoegd had, werd dadelijk geroepen.Hij kreeg bevel, om zich naar het fortje te begeven, zich daarbij door Kaap Matifou te doen vergezellen, en Silas Toronthal naar het Stadhuis over te brengen.De bankier verliet een kwartier later hetgekazematteerdevertrek, dat hem tot gevangenislokaal diende, waarbij Kaap Matifou met zijne breede hand de vuist van den misdadiger als in een schroef geklemd hield, en volgde gedwee zijn geleider door de groote straat van Artenak, naar de Raadzaal.De bankier had aan Luigi gevraagd, waarheen men hem voerde, maar had daarop geen antwoord bekomen. Dit maakte hem te meer ongerust, daar hij steeds niet wist in handen van welk machtig persoon hij zich sedert zijne gevangenneming bevond.Silas Toronthal, die steeds door Kaap Matifou vastgehouden werd, trad, voorafgegaan door Luigi Ferrato, de zaal binnen.Wel zag hij terstond Pescadospunt, echter niet mevrouw Bathory noch haren zoon, die zich beiden ter zijde hielden. Maar plotseling bevond hij zich tegenover dokter Antekirrt, met wien hij te Ragusa te vergeefsch getracht had in aanraking te komen. Nu scheen hem plotseling een vreeselijk licht op te gaan. Nu eerst scheen hij te begrijpen.„Gij!… Gij!”… riep hij ontzet en ten uiterste verbaasd uit. „Gij!… Gij, dokter Antekirrt!”Maar zijne zelfbeheersching, evenwel niet zonder inspanning, hernemende.[141]„Zoo, zoo!” zeide hij. „Het is dokter Antekirrt, die mij op Fransch grondgebied heeft laten gevangen nemen! Hij is het, die mij wederrechtelijk van mijne vrijheid beroofd heeft?”„Wederrechtelijk? Durft Silas Toronthal, die in zijn leven zooveel wederrechtelijke daden pleegde, dat woord gebruiken?”„Ja, wederrechtelijk!” herhaalde de bankier, terwijl hij zijn toespreker onbeschaamd aankeek.„Maar, toch niet onrechtvaardig!” antwoordde de dokter met indrukwekkende stem.„Wat heb ik met u te maken? Wat heb ik u gedaan? Zeg, wat heb ik u gedaan?” vroeg de bankier.„Mij?” …„Ja, u?”„Gij zult het vernemen, Silas Toronthal, en dat wel vroeger dan u wellicht lief zal zijn.”„Wanneer? Spreek! Wanneer?”De bankier bleef in zijn onbeschaamde rol volharden. Hij meende van dokter Antekirrt niets te vreezen te hebben.„Wanneer gij geantwoord zult hebben op deze vraag: wat hebt gij deze ongelukkige vrouw gedaan?”„Mevrouw Bathory!” riep de bankier uit, terwijl hij een paar stappen achteruit deed, toen hij de weduwe ontwaarde, die op hem toetrad. „Mevrouw Bathory! O God!”„En haar zoon!” vulde dokter Antekirrt aan. „Zeg, wat hebt gij haren zoon gedaan?”„Piet!” …„Ja, Piet!”„Piet Bathory?” stamelde Silas Toronthal. „Geeft het graf dan zijn prooi terug?”Hij zou voorzeker van ontsteltenis omver gevallen zijn, wanneer Kaap Matifou hem niet onwrikbaar overeind en op zijne plaats vastgehouden had. Die kolossus verwrikte niet.Dus Piet Bathory, dien hij dood waande, de man wiens lijkstatie hij had zien voorbij trekken, Piet Bathory die op het kerkhof te Ragusa begraven was, diezelfde Piet Bathory stond daar voor hem als een geest, die uit het graf verrezen was! Silas Toronthal gevoelde zich in zijne tegenwoordigheid hevig beangst.… Hij begon te begrijpen, dat hij de straf zijner misdaden niet zou kunnen ontloopen.… Hij voelde, dat hij verloren was. Hij keek rond, alsof hij een hoek zocht, waar hij zich voor aller oogen kon verbergen.„Waar is Sava?” vroeg eensklaps dokter Antekirrt. „Waar is dat jonge meisje, dat …”„Mijne dochter?”„Sava is uwe dochter niet!” antwoordde dokter Antekirrt gestreng[142]en met indrukwekkend gebaar.„Sava, mijne dochter niet?” vroeg Silas Toronthal geheel en al onthutst. „Wie heeft u dat gezegd?”„Neen! Sava is de dochter van graaf Mathias Sandorf, dien gij, door hem en zijne beide makkers, Stephanus Bathory en Ladislas Zathmar, laaghartig te verraden, aan den dood hebt overgeleverd! Verstaat gij mij? Dat is duidelijk!”Bij die zoo formeele beschuldiging gevoelde zich de bankier Silas Toronthal vernietigd.DokterAntekirrtwist toch niet alleen, dat Sava zijne dochter niet was, maar hij wist ook, dat zij de dochter van graaf Mathias Sandorf was! Hij wist hoe en door wien de samenzweerders van Triëst verraden waren! Dat walgelijke verleden verhief zich in zijne geheele schrikkelijkheid tegen Silas Toronthal. Hij wenschte in den grond te kunnen verzinken, om die beschuldigende oogen te kunnen ontgaan.„Waar is Sava,” hernam de dokter, die zijn toorn slechts door zeer veel wilskracht bedwong.Geen antwoord. Silas Toronthal gluurde met gebogen hoofd rond en scheen zich te beraden.„Waar is Sava, die door Sarcany, uwen medeplichtige bij al uwe misdaden, van het kasteel te Artenak opgelicht is geworden? Zult gij spreken?”En toen de ellendeling steeds zweeg, vervolgde Antekirrt somber en schrikkelijk in stem en gebaren:„Waar is Sava, die door dien ellendeling op eene plaats, die gij kent en kennen moet, opgesloten gehouden wordt, om haar hare toestemming af te dwingen tot een huwelijk, dat haar afschuw inboezemt … tot een huwelijk met een der verraders van haren vader!”Andermaal geen antwoord. In het brein van Silas Toronthal begon. een denkbeeld te gloren. Hij glimlachte onmerkbaar.„Voor de laatste maal: waar is Sava?” brulde dokter Antekirrt buiten zich zelven.Hoe schrikverwekkend het uiterlijke van den dokter zich ook voordeed, hoe dreigend zijne woorden ook klonken, dat alles kon Silas Toronthal niet bewegen om te antwoorden. De aterling had begrepen, dat de tegenwoordige toestand van het jonge meisje hem tot schild, tot dekmantel kon dienen. Hij voelde, dat zijn leven geen gevaar liep, zoolang hij dat geheim niet geopenbaard had. Ziedaar, wat hem eenigermate gerustgesteld had, en wat dien glimlach te voorschijn getooverd had.„Luister,” hernam de dokter, wien het gelukt was zijne zelfbeheersching en koelbloedigheid te herwinnen, „hoor naar mij, Silas Toronthal! Misschien meent gij verplicht te zijn, uwen medeplichtige te sparen! Gij vreest misschien hem te benadeelen door te spreken![143]Welnu, weet dit dan: Sarcany, na uw vermogen verkwist te hebben, heeft, om zich van uwe stilzwijgendheid te verzekeren, gepoogd u te vermoorden, zoo als hij Piet Bathory te Ragusa vermoord heeft … Ja … twijfelt gij? Op hetzelfde oogenblik, toen mijne lasthebbers de hand op u legden, en zich van uw persoon op den straatweg naar Nizza, meester maakten, stond hij gereed met zijn dolk toe te stooten … En zult gij, nu gij dat weet, blijven zwijgen? Zult gij dien man willen blijven sparen, die ook jegens u voor geen moord terugdeinsde? Komaan, spreek.”Silas Toronthal bleef bij het denkbeeld volharden, dat zijn stilzwijgen zijne tegenstanders nopen moest, om hem te ontzien. Hij gaf dan ook geen antwoord.„Waar is Sava?” herhaalde dokter Antekirrt.Niets, geen woord! Dat zwijgen was tergend, was uitdagend. Piet Bathory stond te knarsetanden van woede.„Waar is Sava?” herhaalde de dokter, die ditmaal zijn geduld begon te verliezen.„Ik weet het niet!…” antwoordde Silas Toronthal, vast besloten zijn geheim zorgvuldig te bewaren.Eensklaps stiet hij echter een gil uit en poogde, terwijl hij zich van pijn kromde en spartelde, Kaap Matifou, die zijne hand steeds in de zijne omklemd hield, achteruit te duwen. Hij had eerder kunnen proberen een granietblok van zijne plaats te brengen.„Genade … Genade!” riep hij, terwijl hij zich van pijn kromde. „Genade! ik smeek u!”Kaap Matifou kneep die hand, waarschijnlijk onbewust, alsof hij ze verbrijzelen wilde.„Genade!” kreet de bankier, „zoo’n pijn heb ik nog nooit ondervonden! Mijne hand is verpletterd.”„Zult ge spreken?… Of …”En hij gaf een teeken aan Kaap Matifou, die dadelijk de klemschroef aanzette.„Ja … Ja …” kreet de ongelukkige misdadiger. „Ja … ja!… ik zal spreken!”„Welnu dan, haast u! Waar is Sava?”„Sava … Sava …” stamelde Silas Toronthal, die slechts met afgebroken woorden kon antwoorden.„Welnu, Sava?… Waar is zij? Geen omwegen, geen onwaarheden. Ik waarschuw u ten beste.”„Sava.. in het huis … van Namir … de verspiedster van … Sarcany … Daar is zij opgesloten.”„Maar waar is dat huis? Nogmaals waarschuw ik u tegen misleiding. De waarheid, niets dan de waarheid!”„Te … Tetuan! in Marokko!…” kreet de gemartelde. „Daar zult gij haar vinden.”[144]Kaap Matifou liet, nadat die woorden den bankier ontvallen waren, diens hand eerst los, en die hand viel machteloos langs zijne zijde neder. Ja, een handdruk wisselen met dien reus, mocht voorwaar ongeraden heeten.„Breng den gevangene naar zijne cel terug!” zei dokter Antekirrt; „wij weten, wat wij verlangden te vernemen.”Luigi Ferrato trok Silas Toronthal met zich voort, het Stadhuis uit en sloot hem in zijn kasemat op.Sava te Tetuan! Sava in Marokko! Sava in de macht van dat afzichtelijk wijf!Dus, toen dokter Antekirrt en Piet Bathory twee maanden geleden te Ceuta aangekomen waren, om den Spanjaard Carpena aan dat boevenverblijf te ontvoeren, scheidden hen slechts eenige weinige mijlen van de plaats, waar dat Marokkaansche vrouwmensch het jonge meisje opgesloten hield! En dat hadden zij niet geweten! Het was om te vertwijfelen!„Dezen nacht nog vertrekken wij naar Tetuan, Piet,” zei de dokter op kalmen toon.Toen ten tijde bestond nog geen spoorweg, die rechtstreeks van Tunis naar de Marokkaansche grenzen voerde. Om dan ook binnen den kortst mogelijken tijd te Tetuan te kunnen aankomen, viel niets beters te doen, dan zich in te schepen op een van die snelvarende vervoermiddelen, tot de flottilje van Antekirrta behoorende.Voor dat de scheepsbel de acht glazen had laten weerklinken, die het middernachtsuur moesten aangeven, had deElektriek2 haar anker gelicht en stoomde de Syrtische zee uit en de volle Middellandsche zee in.Aan boord bevonden zich slechts dokter Antekirrt, Piet Bathory, Luigi Ferrato, Pescadospunt en Kaap Matifou.Van die allen was Piet Bathory slechts aan Sarcany bekend. De anderen had hij nimmer gezien.Wanneer men te Tetuan zou aangekomen zijn, dan zou men zien, hoe te handelen. Want het was nog niet uitgemaakt, of men met list of gewelddadig zou te werk gaan. Dat zou van de omstandigheden afhangen, waarin Sarcany zich te midden van die geheel Marokkaansche stad zoude bevinden. Dat zou ook afhangen van den aard van het verblijf van dien man in de woning van Namir en van het personeel, waarover hij kon beschikken.Maar, voor alles moest men te Tetuan aankomen! Ja, dat ging voor alles. En daarom moest spoed gemaakt worden.Dan traden een of twee Marokkanen met eene smokende lantaarn in de hand, naar buiten, om met den gids te spreken. (Bladz. 147.)Dan traden een of twee Marokkanen met eene smokende lantaarn in de hand, naar buiten, om met den gids te spreken. (Bladz.147.)Van Antekirrta af tot aan de Marokkaansche grenzen wordt gerekend een afstand van twee duizend vijfhonderd kilometers te bedragen, hetgeen ongeveer met dertien honderd vijftig zeemijlen overeenkomt. Wanneer nu deElektriek 2zich met volle kracht voorwaarts[145][146]bewoog, dan kon zij om en nabij zeven en twintig mijlen in het uur afleggen. Hoeveel sneltreinen op de spoorwegen van het vasteland bereiken die snelheid? Dus dat lange stalen spilvormige lichaam, waarop de wind geen vat had, dat door de deininggolven heenschoof, zonder er vertraging door te ondervinden, of weerstand te bieden, dat om geen brekers scheen te geven, zou niet eens vijftig uren noodig hebben, om ter gewilder plaatse te komen.DeElektriek 2was den volgenden ochtend, reeds vóórdat de dag aanbrak, kaap Bon genaderd. Van dat punt af zou het vaartuig, na de monding van de golf van Tunis voorbijgestevend te zijn, slechts weinige uren noodig hebben om kaap Bizerta uit het gezicht te verliezen. La Calle, Bône, de IJzeren Kaap, wier metaalmassa, zooals men beweert, de kompasnaald doet afwijken, de Algerijnsche kust, Stora, Bougie, Dellys, Algiers, Cherchell, Montanagem, Oran, Nemours, daarna de Rifsche kuststreken, kaap Melilla, die evenals Ceuta aan Spanje toebehoort, kaap Tres Forcas, vanwaar het vasteland zich tot bij kaap Negro afrondt, dat geheele panorama van de Afrikaansche kust ontrolde zich, terwijl het scheepje zich voortspoedde gedurende de dagen van 20 en 21 November voor de oogen der opvarenden, zonder dat een oponthoud of een ongemak de vaart kwam vertragen. Nooit was de machine, door de accumulatoren bewogen, in de gelegenheid geweest, dergelijke diensten te presteeren. Maar zij hield zich goed.Werd deElektriekook alontwaard, nu eens langs en evenwijdig aan de kust stevenende, dan weer eens in volle zee buiten de baaien, die zij van kaap tot kaap doorsneed, dan moesten de kustwachters wel aan de verschijning van een bovennatuurlijk vaartuig of wel aan een buitengewoon grooten visch van het geslacht der walvisschen gelooven, die door geen stoomboot, de wateren der Middellandsche zee beploegende, ingehaald zoude kunnen worden. Men keek er naar uit. Men wees elkander dat vreemdsoortig voorwerp aan, maar daar bleef het ook bij.Dokter Antekirrt, Piet Bathory, Luigi Ferrato, Pescadospunt en Kaap Matifou ontscheepten zoo omstreeks tegen acht uren in den avond bij de uitwatering van de kleine Tetuan-rivier, waarin de sloep eene aanlegplaats gezocht had. Die rivier, door de aardrijkskundigen Martil genaamd, heeft twee forten, die hare nadering beschermen.Op ongeveer honderd passen van den rivier-oever verwijderd, bestond een soort van caravanserail, waar onze reizigers muildieren en een Arabischen gids aantroffen, die aanbood hen naar de stad te brengen. De prijs, dien hij vroeg, werd zonder afdingen aangenomen, zoodat zij dadelijk konden vertrekken.In dit gedeelte van de Rifsche kuststreek, hebben de Europeanen[147]noch van de inheemsche bevolking, noch van de zwervende volksstammen, die het land afloopen, iets te vreezen. Het land is bovendien zeer slecht bewoond en nog slechter bebouwd. De weg kronkelt door eene vlakte, die met schrale boompjes en struiken bezaaid is. De lezer moet zich niet verbeelden, dat die weg een aangelegd gemeenschapsmiddel was; neen, het was slechts een pad, dat eer aan de hoeven der paarden of muilezels, dan wel aan eenige menschenhand te danken was. Aan de eene zijde vloot de rivier binnen hare modderige oevers, waar het gekwaak der padden en kikvorschen en het schrille gepiep der sprinkhanen zich lieten hooren. Op de watervlakte dobberden eenige visschersschuiten, die midden op stroom ten anker lagen, terwijl er ook op het droge gehaald waren. Aan de andere zijde rechts van den weg ontwikkelde zich eene reeks van kale heuvels, die zich in de verte bij het zuidelijk gebergte aansloten.De nacht was prachtig, de maan scheen heerlijk en overgoot de omstreken met haar zacht licht. Door de terugkaatsing harer bleeke stralen in den spiegel der rivier, veroorzaakte zij, dat de omtrekken der hoogten van den noorder-gezichteinder zich minder nauwkeurig afteekenden. In de verte ontwaarde men de witte gebouwen van Tetuan, en deed zich de stad voor als eene onmetelijke witte vlek op den somberen nevelachtigen achtergrond.De Arabische gids geleidde zijn troepje met vluggen pas; twee of drie malen moest men stil blijven houden bij eenige alleenstaande wachthuizen, wier eenig venster, uitziende op dat gedeelte van het gebouw, hetwelk niet door de maan verlicht werd, een geelachtig licht te ontwaren gaf. Dan traden een of twee Marokkanen met eene smokende lantaarn in de hand naar buiten, om met den gids te spreken. Na eenige woorden gewisseld te hebben, die tot herkenning moesten dienen, werd de weg vervolgd. Klinkende munt was hierbij het hoofdmiddel om vlug vooruit te komen, en het herkenningsteeken naar eisch te doen slagen.Noch de dokter, noch zijne tochtgenooten spraken een woord. Stilzwijgend schreden zij naast elkander voort.Zij waren afgetrokken, in gedachten verzonken, en lieten de muildieren, die met dien vlakken weg, welke hier en daar een ravijn vertoonde, goed bekend waren en de veelvuldige steenen, boomstronken en wortels, waarmede hij bezaaid was, behendig wisten te mijden, rustig voortstappen. Het stevigste en sterkste van die dieren bleef evenwel somwijlen achter. Toch moest het daarom niet minder geacht worden dan de anderen: want het droeg Kaap Matifou en die woog inderdaad op zijn minst voor twee.Dat wekte de goede luim van Pescadospunt op, die de opmerking niet weerhouden kon:[148]„Het zou wenschelijk zijn dat Kaap Matifou eerder het muildier, dan dat het muildier Kaap Matifou droeg!”Zoo omstreeks half tien liet de Arabische gids stilhouden bij een grooten witten walmuur, die met torens en schietgaten bekroond, de stad aan dezen kant moest beschermen en verdedigen. In dien muur opende zich een lage poort, die op Marokkaansche wijze met allerlei arabesken versierd was. Daarenboven gluurden door talrijke schietgaten de mondingen van kanonnen, niet oneigenaardig aan die groote kaaimannen gelijk, die in het maanlicht op de modder uitgestrekt liggen te slapen.De poort was gesloten en men moest alweer met de beurs in de hand onderhandelen, om haar geopend te krijgen. Eindelijk gelukte dat ook, en toen stapten allen naar binnen en verloren zich te midden der smalle, bochtige, soms verwulfde straten, die door andere poorten van elkander gescheiden werden, welke niet anders dan door hetzelfde tooverwoord geopend konden worden.Tetuan is eene stad, die dertig duizend zielen telt, en vele moskeeën bezit.Na een goed kwartieruur ronddoolens, kwamen de dokter en zijne makkers bij eene herberg aan,—eene fonda, zooals zij plaatselijk genoemd wordt,—de eenige trouwens van de geheele stad, die door eene Jodin gehouden werd, terwijl eene eenoogige meid den dienst van kellner waarnam. Aanlokkelijk zag het er niet uit.Het gebrek aan comfort dezer fonda, welker schamele vertrekken zich rondom eene binnenplaats uitstrekten, laat zich verklaren door het gering getal vreemdelingen, die de reis naar Tetuan ondernemen. Daar ter stede bevindt zich zelfs slechts één vertegenwoordiger der Europeesche mogendheden, namelijk de consul van Spanje, die te midden van eenige duizenden inwoners verblijf houdt, waarvan verreweg het grootste getal inboorlingen en dus geen Spanjaarden zijn.Hoe ongeduldig dokter Antekirrt ook was om zijne nasporingen en ondervragingen nopens de woning van Namir te beginnen, en hoe hij ook haakte, om er dadelijk heen te ijlen, zoo bedwong hij zich toch. Hier moest immers noodzakelijk met de uiterste voorzichtigheid gehandeld worden. In de omstandigheden, waarin Sava geplaatst was, kon eene ontvoering ernstige moeielijkheden ondervinden en opleveren. Het voor en het tegen moest zeer ernstig gewikt en gewogen worden. Misschien was het raadzaam, om onverschillig welken losprijs voor de vrijheid van het jonge meisje te bieden. Maar in geen geval mochten dokter Antekirrt of Piet Bathory zich althans aan Sarcany bekend maken, die waarschijnlijk te Tetuan aanwezig was. In zijne handen was Sava een vrijgeleide, eene zekerheid voor de toekomst, die hij niet licht zoude laten glippen. En dan moest bedacht worden, dat men zich hier niet in een beschaafd land van[149]Europa bevond, waar justitie en politie hunne tusschenkomst, hunnen bijstand hadden kunnen verleenen. In dat brandpunt van slavenhandel zou het betoog niet te leveren zijn, dat Sava niet het wettige eigendom van de Marokkaansche vrouw was. Hoe zou bewezen kunnen worden, anders dan door den brief van mevrouw Toronthal en door de bekentenis van den bankier, dat zij de dochter was van graaf Mathias Sandorf? Daarenboven, hoe bij haar te geraken? Die Arabische huizen zijn gewoonlijk goed gesloten en weinig toegankelijk. Men kan er zoo gemakkelijk niet indringen. De tusschenkomst van een Kadi kon zelfs vruchteloos blijken, in de vooronderstelling altijd, dat die bekomen kon worden, hetgeen meer dan twijfelachtig mocht heeten.Er werd dan ook besloten, dat voorshands het huis van Namir ten nauwkeurigste zoude gadegeslagen worden, evenwel zoo, dat geen achterdocht opgewekt zoude worden. Pescadospunt zou iederen ochtend bij het krieken van den dag met Luigi Ferrato op kondschap uitgaan. Deze laatste had gedurende zijn verblijf op het zoo cosmopolitische eiland Malta eenigermate de Arabische taal geleerd. Beiden zouden trachten op te sporen in welk kwartier en in welke straat die Namir woonde, wier naam toch bekend moest zijn. Dan zou men eerst naar omstandigheden kunnen handelen.In afwachting had deElektriek2 eene schuilplaats gezocht in een der smalle en kleine kreeken van de kust bij de monding van de Tetuan-rivier, alwaar dat vaartuig gereed moest blijven, om op het eerste sein te kunnen vertrekken. Dat punt was niet moeielijk te vinden en weldra lag het vaartuig daar zoo rustig als in een haven van het vasteland.Zoo ging in de fonda die eerste nacht, die dokter Antekirrt en Piet Bathory zoo lang toescheen, voorbij. Wat Pescadospunt en Kaap Matifou betreft, wanneer die ooit gehoopt hadden in bedden te slapen, die met porselein ingelegd waren, dan hadden zij thans redenen te over om tevreden te zijn. Zij sliepen daarom niet minder goed.Luigi Ferrato en Pescadospunt begonnen den volgenden ochtend hunnen onderzoekingstocht, door zich naar den bazaar te begeven, waarheen reeds een gedeelte der Tetuansche bevolking zich verzameld had.Pescadospunt kende Namir, die hij wel twintigmalen gelegenheid had gehad in de straten van Ragusa op te merken, toen zij daar de rol van verspiedster ten behoeve van Sarcany vervulde. Het kon dus gebeuren, dat hij haar ontmoette; maar daar zij hem niet kende, zou dat geen nadeelige gevolgen hebben. En in dat geval zou hij haar slechts te volgen hebben.De voornaamste bazaar van Tetuan bestaat uit eene verzameling van keeten, winkels en kramen, allen lang, smal, vuil en[150]smerig, waartusschen vochtige en glibberige toegangen voeren. Eenige linnen lappen van verschillende tint en kleur,over touwengespannen, beschermden die holen tegen de brandende stralen der zon. Overal zag men sombere winkels en uitstallingen, waar geborduurde zijden stoffen verkocht werden, schel gekleurde passementwerken, babouchen, een soort van sloffen, geldtaschjes, burnous, aardewerk, juweelen, halssnoeren, armbanden, ringen, gesmeed en gedreven koperwerk, kandelaars, wierookvaten, lantaarns,—in één woord alles, wat zich in de bijzondere magazijnen van de groote steden in Europa bevindt en wat hier als het ware op de straat te koop aangeboden wordt.Er was reeds eene groote menigte op den bazaar aanwezig, zoodat het moeite kostte, om zijn weg te vervolgen.Iedereen genoot van de frischheid der ochtend-uren. Mauresken, die tot aan de oogen gesluierd waren, Jodinnen met ongedekt gelaat, Arabieren, Kabylen,Marokkanen, Negers kwamen en gingen in dien bazaar, waar de vreemdelingen waarlijk ook niet ontbraken; zoodat de tegenwoordigheid van Luigi Ferrato en van Pescadospunt geene bevreemding kon baren en dat ook niet deed. Het eenige, waarop zij te letten hadden, was om in dat gedrang bij elkander te blijven.Gedurende ruim een uur poogden zij in die menigte Namir te ontwaren. Maar te vergeefs. De Marokkaansche vrouw was niet te bespeuren.En Sarcany evenmin. Beiden waren en bleven onzichtbaar. Dat was inderdaad eene teleurstelling.Luigi Ferrato besloot toen eenige dier jongens te ondervragen, die daar half naakt rondliepen, en als eene staalkaart konden gelden van al de Afrikaansche rassen, welker vermenging van de Rifsche kustplaatsen af tot aan de grenzen van de Sahara geschiedt en waarvan de produkten op al deMarokkaanschebazaars rondkrioelen. Hij riep den eerste den besten tot zich en begon met het weinige Arabisch, dat hij kende, uit te kramen.De eersten dier bengels, tot wie de zeeman zich wendde, wisten op zijne vragen geen antwoord te geven. Eindelijk was er een, een Kabylische jongen, ongeveer twaalf jaar oud, met het schalksche gezicht van een Parijzer straatjongen, die verzekerde dat hij de Marokkaansche kende en aanbood de beide Europeanen, tegen eene belooning van eenige geldstukken, naar hare woning te geleiden. Dat was een lichtpunt, dat in de duisternis scheen.Eenige linnen lappen beschermden die holen tegen de brandende stralen der zon. (Bladz. 150.)Eenige linnen lappen beschermden die holen tegen de brandende stralen der zon. (Bladz.150.)Natuurlijk werd dat aanbod dadelijk aangenomen en stapte het drietal weldra door een schier onuitwarbaar netwerk van straten, die naar de vestingwerken der stad uitstralen. Binnen tien minuten hadden zij een bijna eenzaam kwartier bereikt, waarin de laaggebouwde en[151][152]spaarzame huizen geen enkel raam in den voorgevel vertoonden. Het zag er akelig en somber uit. Intusschen wachtten dokter Antekirrt en Piet Bathory de terugkomst van Luigi Ferrato en Pescadospunt met koortsachtig ongeduld af. Wel twintig malen waren zij op het punt om zelf heen te gaan en de nasporingen te leiden. Zij werden evenwel door de gedachte weerhouden, dat zoowel Sarcany als de Marokkaansche hen beide kenden. Dat was waarschijnlijk alles op het spel zetten, wanneer een dier twee hen ontmoette. Dit dwong hen derhalve tot oppassen, ja tot vluchten, om buiten het bereik hunner vijanden te zijn. Zij bleven dus ten prooi aan de hevigste onrust te huis en wisten niet om met den tijd hun ongeduld te dooden.Het was negen uur, toen Luigi Ferrato en Pescadospunt in de fonda terugkeerden.Hun betrokken gelaat verkondigde genoegzaam, dat zij slechts ongunstige tijdingen mede te deelen hadden.En inderdaad, Sarcany en Namir hadden in gezelschap van een jong meisje, dat niemand kende, reeds sedert vijf weken Tetuan verlaten, terwijl een oude vrouw tot bewaakster van het huis achtergebleven was.Op dien slag waren noch dokter Antekirrt noch Piet Bathory voorbereid. Zij waren dan ook vernietigd.„En toch is dat vertrek heel natuurlijk,” merkte Luigi Ferrato na het verhaal hunner nasporing op.En dokter Antekirrt en Piet Bathory keken hem vragend aan.„Wat bedoelt gij?” vroegen beiden tegelijk.„Moest Sarcany niet vreezen,” ging Luigi voort, „dat Silas Toronthal uit wraakzucht of door eenige andere reden gedrongen, zijne schuilplaats zou openbaren?”Dat moest beaamd worden; maar dat veranderde de zaak hoegenaamd niet.Zoolang het slechts gold misdadigers en verraders op te sporen, had dokter Antekirrt nimmer aan zijn taak getwijfeld, en was nimmer teruggedeinsd om haar te volbrengen. Nu het evenwel gold om zijne eigene dochter uit de handen van Sarcany te redden, voelde hij datzelfde zelfvertrouwen in zijne te treffen maatregelen niet meer.Intusschen kwam hij met Piet overeen, dat men dadelijk het huis van Namir moest bezoeken. Misschien zou men daar meer dan eene enkele herinnering aan Sava aantreffen. Misschien zou de een of andere bijzonderheid hen openbaren, wat van haar geworden was. Misschien ook zoude de oude Jodin, dier ter bewaking van het huis achtergelaten was, hen uiterst nuttige inlichtingen voor hunne verdere nasporingen kunnen geven of verkoopen.[153]Luigi Ferrato geleidde hen dadelijk derwaarts. Het was niet ver. Binnen een half uur waren zij er.Dokter Antekirrt, die het Arabisch sprak alsof hij in Arabia Petrea geboren was, gaf zich uit voor een vriend van Sarcany. Hij was zoo even te Tetuan aangekomen en zoude slechts doortrekkend zijn. Hij zou zich gelukkig gevoeld hebben, wanneer hij zijn vriend had mogen ontmoeten. Nu dat niet kon, vroeg hij zijn huis te mogen bezichtigen.Eerst maakte de oude Jodin eenige moeielijkheden. Maar een handvol seechinen maakte haar veel leniger en handelbaarder. Al dadelijk weigerde zij niet om de vragen van dokter Antekirrt te beantwoorden, die, dat moet erkend worden, de grootste belangstelling voor haren meester ademden.Het meisje, door de Marokkaansche vrouw aangebracht, was bestemd om de echtgenoote van Sarcany te worden. Dat was reeds sedert lang beslist en misschien zou, zonder hun overhaast vertrek, het huwelijk reeds te Tetuan voltrokken zijn. Dat jonge meisje had, sedert hare aankomst alhier, dat wil zeggen sedert drie maanden ongeveer, nimmer de woning verlaten. Men verhaalde dat zij van Arabische afkomst was, maar de oude Jodin meende redenen te hebben, om te gelooven, dat zij eene Europeesche moest zijn. Heel zeker daaromtrent was zij niet, want zij had haar slechts weinig gezien en dat nog wel gedurende de afwezigheid van de Marokkaansche vrouw. Meer wist zij er niet van te vertellen.Ook het land, waarheen Sarcany zoowel Namir als Sava gevoerd had, wist de oude Jodin niet te noemen. Alles wat zij wist, was dat zij ongeveer vijf weken geleden vertrokken waren met eene karavaan, die naar het oosten trok. Sedert dien dag stond de woning onder hare bewaking en zij moest er oppassen, totdat Sarcany gelegenheid zoude gevonden hebben om haar te verkoopen—waaruit de gevolgtrekking was af te leiden, dat het zijn plan niet was naar Tetuan weer te keeren. Verder wist dat vrouwmensch niet te vertellen. Het nieuws wat zij medegedeeld had, was uiterst schraal.Dokter Antekirrt hoorde die antwoorden koelbloedig aan en vertaalde ze, naarmate ze gegeven werden, voor Piet Bathory. Wat, alles goed beschouwd, als zeker kon gerekend worden, was dat Sarcany het niet geraden geoordeeld had, zich in te schepen op een van die pakketbooten, die Tanger aandoen, of om in den spoortrein plaats te nemen, die bij Oran een aanvang neemt. Dat reeds duidde op plannen, die het daglicht niet mochten zien, en vermeerderde de onrust onzer vrienden niet weinig.Sarcany had zich bij eene karavaan aangesloten, die van Tetuan vertrokken was, om te gaan.… Ja, waarheen? Naar de een of andere oase in de woestijn?… Of nog verder, naar een van die[154]streken, welke door halfwilden bewoond worden en waar Sava geheel en al in zijne macht zoude zijn en van zijne genade zou afhangen? Hoe dat te weten te komen? Want het is in Noord-Afrika al even moeielijk om het spoor eener karavaan als van een persoon alleen weer te vinden! Het spoor eener karavaan verdwijnt in het zand der woestijn evenals het kielzog van een vaartuig zich verliest in de wateren van den Oceaan.Dokter Antekirrt hield dan ook bij de oude Jodin aan. Hij herhaalde, dat hij belangrijke berichten, die Sarcany ter zeerste golden, mede te deelen had, en die juist dat huis betroffen, waarvan hij zich ontdoen wilde. Maar hoe hij ook praatte, en hoe hij het ook verder aanlegde, het was hem onmogelijk iets verder te weten te komen.Klaarblijkelijk was die vrouw onbekend met de nieuwe schuilplaats, waarheen Sarcany gevlucht was, om de ontknooping van het drama te bespoedigen. Die teleurstelling was nog wel de grootste, die dokter Antekirrt en Piet Bathory konden ondervinden.Beide mannen en Luigi Ferrato verzochten toen de woning, die naar Arabischen stijl gebouwd was, en welker vertrekken hun daglicht ontvingen van een patio of binnenplein, dat met eene rechthoekige galerij omgeven was, te mogen bezichtigen. Hoe zwak ook hunne hoop hierbij was, meenden zij dat de een of andere aanwijzing hun hierbij den weg zou kunnen wijzen.Dat werd hun toegestaan, en weldra hadden zij de kamer bereikt, die door Sava bewoond was geweest. Dat was eene ware gevangeniscel. Hoe veel uren had het rampzalige jonge meisje daar in dat vertrek ten prooi aan de diepste wanhoop, zonder dat zij op hulp en verlossing kon rekenen, doorgebracht? Zonder een woord te spreken, doorsnuffelden dokter Antekirrt en Piet Bathory die kamer en zochten het geringste merk of teeken, dat hen op het spoor, hetwelk zij zochten, kon brengen.Eensklaps naderde de dokter een klein koperen brasero of komfoor, dat in een hoek van de kamer op den drievoet rustte. In dat komfoor bewogen zich eenige overblijfselen van papieren, die door de vlam verbrand, maar niet volkomen verteerd waren.Zou Sava geschreven hebben? Dat was niet geheel en al onwaarschijnlijk.Zou zij, door dat plotselinge vertrek overvallen, er toe besloten hebben dien brief, vóórdat zij Tetuan verliet, te verbranden?Of, wat ook mogelijk was, werd die brief bij Sava gevonden en door Sarcany of Namir vernietigd?Piet Bathory had den blik van dokter Antekirrt, die over dien brasero gebogen stond, gevolgd.„Wat is er toch?” vroeg hij, met een angstig voorgevoel. „Wat ziet gij toch in dat komfoor?”[155]Antekirrt wees op de papierasch.En inderdaad, op die asch, die door een windzuchtje in fijn poeder kon vernietigd worden, waren eenige letters zichtbaar en staken zwart af op dien lichtgrijzen grond. Onder anderen stond daarop duidelijk, hoewel de woorden onvolkomen waren: „mev … Bath …” Ja, dat stond er heel duidelijk op. Daarin kon men zich niet vergissen.Sava wist niet en kon niet weten, dat mevrouw Bathory uit Ragusa verdwenen was. Had zij gepoogd haar te schrijven als aan de eenige persoon op deze wereld, van wien zij hulp verwachten kon?Maar achter den naam van mevrouw Bathory was nog een andere te lezen: namelijk die van haren zoon …Piet hield den adem in, om die asch niet te doen verstuiven, en poogde eenig ander woord te ontdekken, dat nog leesbaar was … Maar zijn blik was beneveld!… Het was hem onmogelijk iets meer te ontwaren!…En toch stond er nog een woord, dat hem op het spoor van het jonge meisje kon brengen,… een woord dat dokter Antekirrt in staat was bijna ongeschonden waar te nemen:„Tripoli!”… riep hij uit. En na nogmaals gekeken te hebben: „Ja, dat staat er duidelijk … Zie maar … Tripoli!”Het was dus in het Regentschap Tripoli, in zijn geboorteland, waar hij eene volkomene veiligheid moest vinden, dat Sarcany eene toevlucht gezocht had!Het was naar die landstreek dat de karavaan zich begaf, waarbij Sarcany zich vijf weken geleden aangesloten had.„Naar Tripoli!” zei de dokter. „En zonder een dag, zonder een uur, zonder eene minuut te verliezen!”„Naar Tripoli!” herhaalde Piet in de grootste opgewondenheid. „Gij hebt gelijk, wij mogen geen tijd verloren laten gaan!”Dienzelfden dag waren allen weer op deElektriek 2ingescheept en had dat vaartuig zee gekozen. Men kon uitrekenen, dat Sarcany op het punt was, om aldaar aan te komen. En mocht hij reeds aangekomen zijn, dan hoopten de opvarenden, dat dit slechts weinige dagen vóór hen zou geschied zijn.[156]
[Inhoud]VII.Een handdruk van Kaap Matifou.Graaf Mathias Sandorf was, zooals de lezer weet, behalve voor Piet Bathory, voor het geheele personeel van de volkplanting van zijn klein eiland dokter Antekirrt gebleven. Het strookte met zijne plannen, om tot de geheele volbrenging van de taak, die hij ondernomen had, die rol te blijven vervullen. Toen dan ook de naam zijner dochter daar zoo plotseling en onverwacht door mevrouw Bathory genoemd[135]werd, had hij geestkracht en zelfbeheersching genoeg, om zijne aandoeningen niet te laten blijken. Toch had zijn hart een oogenblik opgehouden te kloppen en wanneer hij zich minder krachtig had betoond, dan zou hij op den drempel der kapel neergestort zijn, alsof hij door den bliksem ware getroffen. Maar daar klopte een ijzeren hart, zooveel malen door het lijden gelouterd, in die fiere borstkas.Dus zijne dochter was niet dood! Dat was boven allen twijfel verheven. Het bewijsstuk lag daar.Dus zij was onder de levenden! O! welke vreugdekreet juichte in het vaderhart.Dus zij beminde Piet Bathory en werd wederbemind! Dokter Antekirrt wierp een schuchteren blik op den jongeling. Want hij … hij, Mathias Sandorf had alles in het werk gesteld, om de vereeniging der beide jongelieden te beletten!En dat geheim, waardoor hem Sava weergegeven werd, zou nimmer geopenbaard zijn, wanneer mevrouw Bathory haar verstand niet als door een wonder terugbekomen had!Maar wat was er toch vijftien jaren geleden op het kasteel Artenak gebeurd?O, de lezer weet dat thans! Dat kind, de eenige erfgename der goederen van graaf Mathias Sandorf, dat kind, wiens overlijden nimmer wettelijk gestaafd werd, was ontvoerd en daarna aan Silas Toronthal overgeleverd geworden. Toen de bankier zich eenigen tijd later te Ragusa vestigde, had hij van zijne echtgenoote gevergd Sava als hare dochter op te voeden.Die kuiperijen waren uitgedacht door Sarcany, maar door Namir zijne medeplichtige uitgevoerd.Sarcany was niet onkundig, dat Sava, wanneer zij achttien jaren oud zoude zijn, in het bezit zoude komen van een zeer groot vermogen; en hij rekende er op, dat, wanneer zij zijne echtgenoote geworden zoude zijn, hij haar wel als de erfgename der familie Sandorf zou weten te doen erkennen. Dat zou de bekroning moeten zijn van zijn schandelijk bestaan. Hij zou dan heer en meester der domeinen van Artenak zijn! Een ware belooning voor zooveel miskende deugd.Maar kon er inderdaad gezegd worden, dat dit plan tot heden mislukt was, het was toch voortreffelijk beraamd.Ja, voortreffelijk was het voorzeker, maar mislukt was het totaal. Want wanneer het huwelijk voltrokken ware, dan zou Sarcany zich wel gehaast hebben, er al de mogelijke voordeden uit te trekken.Welke smarten, welke teleurstellingen moest dokter Antekirrt thans ondervinden?Was hij het niet, die deze betreurenswaardige aaneenschakeling[136]van feiten had in het leven geroepen, eerst door zijn medewerking aan Piet Bathory te weigeren; verder door Sarcany in de gelegenheid te stellen zijne plannen te vervolgen en ten uitvoer te leggen, terwijl hij hem bij hunne ontmoeting te Cattaro reeds onschadelijk had kunnen maken; eindelijk door mevrouw Bathory haren zoon niet weer te geven, toen hij dezen aan den dood ontrukt had? En, inderdaad, hoeveel rampen zouden niet vermeden zijn, wanneer Piet Bathory zijne moeder nabij geweest ware, toen de brief van mevrouw Toronthal door deze zelve in de Marinella-straat aan huis bezorgd werd! Het was waarlijk een samenloop van noodlottige omstandigheden. En als Piet eens geweten had, dat Sava de dochter van graaf Sandorf was, zou hij er dan niet in geslaagd zijn, haar aan de gewelddadigheden van Sarcany en Silas Toronthal te ontrukken? Dat was meer dan waarschijnlijk, dat moet erkend worden.Waar was Sava thans? Die vraag beheerschte bij dokter Antekirrt alles.O, voorzeker in de macht van Sarcany! Dat antwoord maakte den rampzaligen vader radeloos.Maar waar hield die ellendeling haar thans verscholen? Eene tweede vraag, die in belangrijkheid voor de eerste niet onderdeed.Hoe zou men het moeten aanleggen om haar aan dien snoodaard te ontrukken?Dat moest snel beraamd worden, want binnen weinige weken zou de dochter van graaf Sandorf haar achttiende jaar bereikt hebben, het tijdstip, waarop zij als erfgename zoude moeten optreden, op gevaar af anders hare rechten te zullen verliezen.—Sarcany wist dat, en deze omstandigheid moest hem het uiterste doen beproeven, om Sava’s toestemming tot dit gehate huwelijk te verwerven. De tijd was dus kort, en er moest uiterst spoedig gehandeld worden, dat gevoelde dokterAntekirrt.In een ondeelbaar oogenblik, als het ware, had die opvolging van gedachten het brein van den rampzaligen vader doorkruist. Na dat verleden, evenals mevrouw Bathory en haar zoon gedaan hadden, in gedachten opgebouwd te hebben, gevoelde hij de verwijtingen die de echtgenoote en de zoon van Stephanus Bathory hem, onverdiend wel is waar, konden doen! En toch, wanneer de zaken bestaan hadden, zoo als hij ze zich voorgesteld had, zou dan eene vereeniging mogelijk geweest zijn tusschen Piet Bathory en haar, die voor allen, ook voor hemzelven, Sava Toronthal genoemd werd?Kaap Matifou kneep die hand, waarschijnlijk onbewust, alsof hij ze verbrijzelen wilde. (Bladz. 143.)Kaap Matifou kneep die hand, waarschijnlijk onbewust, alsof hij ze verbrijzelen wilde. (Bladz.143.)Het was nu zaak, het koste wat het wilde, om zijne dochter Sava uit te vinden,—wiens naam, gevoegd aan dien van de gravin Rena, zijn echtgenoote, gegeven was aan de goeletSavarena, zooals de naam van Luigi’s vader aan het stoomjachtFerratoverleend was.—Waarlijk, geene geringe taak, dat moet erkend[137][138]worden. Maar er was geen dag, geen uur, geen oogenblik meer te verliezen. Alle krachten moesten ingespannen worden, om tot het doel te geraken.Mevrouw Bathory was reeds naar het Stadhuis teruggevoerd, toen dokter Antekirrt er ook binnentrad in gezelschap van Piet, die zich aan de grootste afwisselingen van blijdschap en wanhoop overgaf, evenwel daarbij geen woord sprak. Op zijn gelaat was nochtans te ontwaren, aan welke aandoening hij ten prooi was.De brave moeder was genezen. Zij was evenwel zeer verzwakt en uitgeput door de geweldige reactie, die zij ondergaan had. Zij was in haar kamer gezeten, toen dokter Antekirrt en Piet Bathory haar daar opzochten.Maria Ferrato had, met de scherpzinnigheid der vrouwen eigen, begrepen, dat die drie menschen alleen bij elkander gelaten moesten worden. Derhalve was zij zacht, en zonder dat iemand het merkte, naar de groote zaal in het Stadhuis gegaan.Dokter Antekirrt naderde, met de hand op den schouder van Piet geleund, mevrouw Bathory.„Mevrouw,” sprak hij, „ik had reeds van uwen zoon den mijnen gemaakt. Maar dat was hij nog maar krachtens vriendschapsbanden; geloof mij, ik zal alles doen, om te bewerken, dat hij het ook door de banden van het bloed wordt. Als ik daarin slaag, zal ik, dat kan ik u betuigen, de gelukkigste aller stervelingen zijn. Sava mijne dochter! en Piet mijn zoon!”Mevrouw Bathory keek hem verbaasd aan. Zij kon hem onmogelijk begrijpen, dat was haar wel aan te zien.„Ja,” ging dokter Antekirrt voort, „dat hij in mij een waren vader, ik een waren zoon in hem vond …”De arme vrouw wist niet wat te denken en keek beteuterd beide mannen beurtelings aan.„Door hem Sava … mijne dochter … te laten trouwen!” lichte de dokter eindelijk toe.„Uwe dochter?…” kreet mevrouw Bathory, terwijl zij de hand aan het voorhoofd bracht … „Sava uwe dochter?”„Ja, mijne dochter! Deel toch in mijn geluk, waarde mevrouw. Sava is mijne dochter!”„Maar … wie zijt ge dan?” vroeg de ontstelde moeder, terwijl zij haar gelaat met de beide handen bedekte.„Wie ik ben?… Ik ben graaf Mathias Sandorf! Ik ben de beste vriend van Stephanus, uwen echtgenoot!”Mevrouw Bathory sprong van haren stoel op, strekte de handen uit, en viel schier onmachtig in de armen van haren zoon. Maar al kon zij van aandoening niet spreken, zoo kon zij toch hooren. In weinige woorden deelde Piet haar mede, wat zij niet wist; hoe[139]graaf Mathias Sandorf door de toewijding en opoffering van den visscher Andreas Ferrato gered was geworden; waarom deze gedurende vijftien jaren onbekend en voor dood had willen blijven doorgaan en hoe hij eindelijk onder den naam van dokter Antekirrt te Ragusa gekomen was. Hij verhaalde, wat Sarcany en Silas Toronthal met betrekking tot het verraad van de Triëster samenzwering gedaan hadden; daarna het verraad van Carpena, waarvan zijn vader het slachtoffer geweest was, hoe eindelijk dokter Antekirrt hem levend aan het graf op het kerkhof te Ragusa ontrukt had, om hem deelgenoot te maken van de rechtspleging, die hij wenschte ten uitvoer te leggen. Hij eindigde zijn verhaal met de mededeeling, dat twee der ellendelingen: de bankier Silas Toronthal en de Spanjaard Carpena, reeds in hunne macht waren; maar dat de derde nog ontbrak, de derde, namelijk Sarcany, dezelfde schaamtelooze kerel, die van Sava Sandorf zijne vrouw wilde maken, van Sava, de dochter van zijn slachtoffer.Gedurende meer dan een uur zaten dokter Antekirrt, mevrouw Bathory en haar zoon, een drietal dat in de toekomst door een zoo innigen band van toegenegenheid zoude verbonden worden, bij elkander, om nog de daadzaken betreffende het ongelukkige jonge meisje in bijzonderheden te behandelen en te bespreken. Het was voor hen allen helder als de dag, dat Sarcany voor niets zou terugdeinzen, om Sava tot dat huwelijk, hetwelk hem het vermogen van graaf Sandorf moest in handen spelen, te nopen. Zij vestigden in het bijzonder hunne aandacht op dien toestand, die, al waren ook al de vroegere plannen van den ellendeling verijdeld, toch nog voor het tegenwoordige angstverwekkend genoeg was. Dus voor en boven alles: Sava moest weergevonden worden, al moest ook hemel en aarde bewogen worden. Dat was de eerst voor de hand liggende taak. Dat begrepen allen.Men kwam overeen, dat mevrouw Bathory en Piet voorloopig de eenigen zouden blijven, die weten zouden, dat graaf Mathias Sandorf zich achter den naam van dokter Antekirrt verborg. Wanneer men dat geheim prijs gaf, zou het bekend worden, dat Sava zijne dochter was, en het was in het belang van de nasporingen, die ondernomen moesten worden, dat dit nog niet geweten werd. Dus het diepste geheim werd daaromtrent aanbevolen.„Maar waar is Sava?” vroeg mevrouw Bathory, toen zij hare gedachte weer eenigermate verzameld had.En toen zij daarop van niemand, noch van haren zoon, noch van dokter Antekirrt antwoord ontving, vervolgde zij:„Waar haar te zoeken?… Waar haar te vinden? Zeg, zal dat te ontdekken zijn?”„O, dat zullen wij wel te weten krijgen!” antwoordde Piet, bij[140]wien de wanhoop vervangen was door eene geestkracht, die niet meer tanen zoude. „Dat zullen wij wel uitvinden!”„Ja!… dat zullen wij!” hernam dokter Antekirrt vastberaden.„En al kan ook aangenomen worden, dat Silas Toronthal niet weet, waarheen Sarcany eene schuilplaats gezocht heeft, zoo zal hij toch niet kunnen ontkennen, dat hij weet, waar die ellendeling mijne dochter opgesloten houdt. En dat zal hij, dat moet hij ons zeggen, al moet ook geweld gepleegd worden!”„Ja, als hij het weet,… dan zal hij het moeten zeggen!” riep Piet Bathory woest uit.„Ja!… dat moet!” zei de dokter. „Ik herhaal het, al zou geweld moeten gebruikt worden.”„Onmiddellijk!” riep Piet Bathory uit. „Laten wij geen oogenblik verliezen.”„Ja, onmiddellijk!”Noch dokter Antekirrt, noch mevrouw Bathory, noch haar zoon Piet zouden langer in dien staat van onzekerheid hebben kunnen verblijven. Er moest naar eene uitkomst getracht worden.Luigi Ferrato, die zich met Pescadospunt en Kaap Matifou in de groote zaal van het Stadhuis bevond, alwaar Maria zich bij hen gevoegd had, werd dadelijk geroepen.Hij kreeg bevel, om zich naar het fortje te begeven, zich daarbij door Kaap Matifou te doen vergezellen, en Silas Toronthal naar het Stadhuis over te brengen.De bankier verliet een kwartier later hetgekazematteerdevertrek, dat hem tot gevangenislokaal diende, waarbij Kaap Matifou met zijne breede hand de vuist van den misdadiger als in een schroef geklemd hield, en volgde gedwee zijn geleider door de groote straat van Artenak, naar de Raadzaal.De bankier had aan Luigi gevraagd, waarheen men hem voerde, maar had daarop geen antwoord bekomen. Dit maakte hem te meer ongerust, daar hij steeds niet wist in handen van welk machtig persoon hij zich sedert zijne gevangenneming bevond.Silas Toronthal, die steeds door Kaap Matifou vastgehouden werd, trad, voorafgegaan door Luigi Ferrato, de zaal binnen.Wel zag hij terstond Pescadospunt, echter niet mevrouw Bathory noch haren zoon, die zich beiden ter zijde hielden. Maar plotseling bevond hij zich tegenover dokter Antekirrt, met wien hij te Ragusa te vergeefsch getracht had in aanraking te komen. Nu scheen hem plotseling een vreeselijk licht op te gaan. Nu eerst scheen hij te begrijpen.„Gij!… Gij!”… riep hij ontzet en ten uiterste verbaasd uit. „Gij!… Gij, dokter Antekirrt!”Maar zijne zelfbeheersching, evenwel niet zonder inspanning, hernemende.[141]„Zoo, zoo!” zeide hij. „Het is dokter Antekirrt, die mij op Fransch grondgebied heeft laten gevangen nemen! Hij is het, die mij wederrechtelijk van mijne vrijheid beroofd heeft?”„Wederrechtelijk? Durft Silas Toronthal, die in zijn leven zooveel wederrechtelijke daden pleegde, dat woord gebruiken?”„Ja, wederrechtelijk!” herhaalde de bankier, terwijl hij zijn toespreker onbeschaamd aankeek.„Maar, toch niet onrechtvaardig!” antwoordde de dokter met indrukwekkende stem.„Wat heb ik met u te maken? Wat heb ik u gedaan? Zeg, wat heb ik u gedaan?” vroeg de bankier.„Mij?” …„Ja, u?”„Gij zult het vernemen, Silas Toronthal, en dat wel vroeger dan u wellicht lief zal zijn.”„Wanneer? Spreek! Wanneer?”De bankier bleef in zijn onbeschaamde rol volharden. Hij meende van dokter Antekirrt niets te vreezen te hebben.„Wanneer gij geantwoord zult hebben op deze vraag: wat hebt gij deze ongelukkige vrouw gedaan?”„Mevrouw Bathory!” riep de bankier uit, terwijl hij een paar stappen achteruit deed, toen hij de weduwe ontwaarde, die op hem toetrad. „Mevrouw Bathory! O God!”„En haar zoon!” vulde dokter Antekirrt aan. „Zeg, wat hebt gij haren zoon gedaan?”„Piet!” …„Ja, Piet!”„Piet Bathory?” stamelde Silas Toronthal. „Geeft het graf dan zijn prooi terug?”Hij zou voorzeker van ontsteltenis omver gevallen zijn, wanneer Kaap Matifou hem niet onwrikbaar overeind en op zijne plaats vastgehouden had. Die kolossus verwrikte niet.Dus Piet Bathory, dien hij dood waande, de man wiens lijkstatie hij had zien voorbij trekken, Piet Bathory die op het kerkhof te Ragusa begraven was, diezelfde Piet Bathory stond daar voor hem als een geest, die uit het graf verrezen was! Silas Toronthal gevoelde zich in zijne tegenwoordigheid hevig beangst.… Hij begon te begrijpen, dat hij de straf zijner misdaden niet zou kunnen ontloopen.… Hij voelde, dat hij verloren was. Hij keek rond, alsof hij een hoek zocht, waar hij zich voor aller oogen kon verbergen.„Waar is Sava?” vroeg eensklaps dokter Antekirrt. „Waar is dat jonge meisje, dat …”„Mijne dochter?”„Sava is uwe dochter niet!” antwoordde dokter Antekirrt gestreng[142]en met indrukwekkend gebaar.„Sava, mijne dochter niet?” vroeg Silas Toronthal geheel en al onthutst. „Wie heeft u dat gezegd?”„Neen! Sava is de dochter van graaf Mathias Sandorf, dien gij, door hem en zijne beide makkers, Stephanus Bathory en Ladislas Zathmar, laaghartig te verraden, aan den dood hebt overgeleverd! Verstaat gij mij? Dat is duidelijk!”Bij die zoo formeele beschuldiging gevoelde zich de bankier Silas Toronthal vernietigd.DokterAntekirrtwist toch niet alleen, dat Sava zijne dochter niet was, maar hij wist ook, dat zij de dochter van graaf Mathias Sandorf was! Hij wist hoe en door wien de samenzweerders van Triëst verraden waren! Dat walgelijke verleden verhief zich in zijne geheele schrikkelijkheid tegen Silas Toronthal. Hij wenschte in den grond te kunnen verzinken, om die beschuldigende oogen te kunnen ontgaan.„Waar is Sava,” hernam de dokter, die zijn toorn slechts door zeer veel wilskracht bedwong.Geen antwoord. Silas Toronthal gluurde met gebogen hoofd rond en scheen zich te beraden.„Waar is Sava, die door Sarcany, uwen medeplichtige bij al uwe misdaden, van het kasteel te Artenak opgelicht is geworden? Zult gij spreken?”En toen de ellendeling steeds zweeg, vervolgde Antekirrt somber en schrikkelijk in stem en gebaren:„Waar is Sava, die door dien ellendeling op eene plaats, die gij kent en kennen moet, opgesloten gehouden wordt, om haar hare toestemming af te dwingen tot een huwelijk, dat haar afschuw inboezemt … tot een huwelijk met een der verraders van haren vader!”Andermaal geen antwoord. In het brein van Silas Toronthal begon. een denkbeeld te gloren. Hij glimlachte onmerkbaar.„Voor de laatste maal: waar is Sava?” brulde dokter Antekirrt buiten zich zelven.Hoe schrikverwekkend het uiterlijke van den dokter zich ook voordeed, hoe dreigend zijne woorden ook klonken, dat alles kon Silas Toronthal niet bewegen om te antwoorden. De aterling had begrepen, dat de tegenwoordige toestand van het jonge meisje hem tot schild, tot dekmantel kon dienen. Hij voelde, dat zijn leven geen gevaar liep, zoolang hij dat geheim niet geopenbaard had. Ziedaar, wat hem eenigermate gerustgesteld had, en wat dien glimlach te voorschijn getooverd had.„Luister,” hernam de dokter, wien het gelukt was zijne zelfbeheersching en koelbloedigheid te herwinnen, „hoor naar mij, Silas Toronthal! Misschien meent gij verplicht te zijn, uwen medeplichtige te sparen! Gij vreest misschien hem te benadeelen door te spreken![143]Welnu, weet dit dan: Sarcany, na uw vermogen verkwist te hebben, heeft, om zich van uwe stilzwijgendheid te verzekeren, gepoogd u te vermoorden, zoo als hij Piet Bathory te Ragusa vermoord heeft … Ja … twijfelt gij? Op hetzelfde oogenblik, toen mijne lasthebbers de hand op u legden, en zich van uw persoon op den straatweg naar Nizza, meester maakten, stond hij gereed met zijn dolk toe te stooten … En zult gij, nu gij dat weet, blijven zwijgen? Zult gij dien man willen blijven sparen, die ook jegens u voor geen moord terugdeinsde? Komaan, spreek.”Silas Toronthal bleef bij het denkbeeld volharden, dat zijn stilzwijgen zijne tegenstanders nopen moest, om hem te ontzien. Hij gaf dan ook geen antwoord.„Waar is Sava?” herhaalde dokter Antekirrt.Niets, geen woord! Dat zwijgen was tergend, was uitdagend. Piet Bathory stond te knarsetanden van woede.„Waar is Sava?” herhaalde de dokter, die ditmaal zijn geduld begon te verliezen.„Ik weet het niet!…” antwoordde Silas Toronthal, vast besloten zijn geheim zorgvuldig te bewaren.Eensklaps stiet hij echter een gil uit en poogde, terwijl hij zich van pijn kromde en spartelde, Kaap Matifou, die zijne hand steeds in de zijne omklemd hield, achteruit te duwen. Hij had eerder kunnen proberen een granietblok van zijne plaats te brengen.„Genade … Genade!” riep hij, terwijl hij zich van pijn kromde. „Genade! ik smeek u!”Kaap Matifou kneep die hand, waarschijnlijk onbewust, alsof hij ze verbrijzelen wilde.„Genade!” kreet de bankier, „zoo’n pijn heb ik nog nooit ondervonden! Mijne hand is verpletterd.”„Zult ge spreken?… Of …”En hij gaf een teeken aan Kaap Matifou, die dadelijk de klemschroef aanzette.„Ja … Ja …” kreet de ongelukkige misdadiger. „Ja … ja!… ik zal spreken!”„Welnu dan, haast u! Waar is Sava?”„Sava … Sava …” stamelde Silas Toronthal, die slechts met afgebroken woorden kon antwoorden.„Welnu, Sava?… Waar is zij? Geen omwegen, geen onwaarheden. Ik waarschuw u ten beste.”„Sava.. in het huis … van Namir … de verspiedster van … Sarcany … Daar is zij opgesloten.”„Maar waar is dat huis? Nogmaals waarschuw ik u tegen misleiding. De waarheid, niets dan de waarheid!”„Te … Tetuan! in Marokko!…” kreet de gemartelde. „Daar zult gij haar vinden.”[144]Kaap Matifou liet, nadat die woorden den bankier ontvallen waren, diens hand eerst los, en die hand viel machteloos langs zijne zijde neder. Ja, een handdruk wisselen met dien reus, mocht voorwaar ongeraden heeten.„Breng den gevangene naar zijne cel terug!” zei dokter Antekirrt; „wij weten, wat wij verlangden te vernemen.”Luigi Ferrato trok Silas Toronthal met zich voort, het Stadhuis uit en sloot hem in zijn kasemat op.Sava te Tetuan! Sava in Marokko! Sava in de macht van dat afzichtelijk wijf!Dus, toen dokter Antekirrt en Piet Bathory twee maanden geleden te Ceuta aangekomen waren, om den Spanjaard Carpena aan dat boevenverblijf te ontvoeren, scheidden hen slechts eenige weinige mijlen van de plaats, waar dat Marokkaansche vrouwmensch het jonge meisje opgesloten hield! En dat hadden zij niet geweten! Het was om te vertwijfelen!„Dezen nacht nog vertrekken wij naar Tetuan, Piet,” zei de dokter op kalmen toon.Toen ten tijde bestond nog geen spoorweg, die rechtstreeks van Tunis naar de Marokkaansche grenzen voerde. Om dan ook binnen den kortst mogelijken tijd te Tetuan te kunnen aankomen, viel niets beters te doen, dan zich in te schepen op een van die snelvarende vervoermiddelen, tot de flottilje van Antekirrta behoorende.Voor dat de scheepsbel de acht glazen had laten weerklinken, die het middernachtsuur moesten aangeven, had deElektriek2 haar anker gelicht en stoomde de Syrtische zee uit en de volle Middellandsche zee in.Aan boord bevonden zich slechts dokter Antekirrt, Piet Bathory, Luigi Ferrato, Pescadospunt en Kaap Matifou.Van die allen was Piet Bathory slechts aan Sarcany bekend. De anderen had hij nimmer gezien.Wanneer men te Tetuan zou aangekomen zijn, dan zou men zien, hoe te handelen. Want het was nog niet uitgemaakt, of men met list of gewelddadig zou te werk gaan. Dat zou van de omstandigheden afhangen, waarin Sarcany zich te midden van die geheel Marokkaansche stad zoude bevinden. Dat zou ook afhangen van den aard van het verblijf van dien man in de woning van Namir en van het personeel, waarover hij kon beschikken.Maar, voor alles moest men te Tetuan aankomen! Ja, dat ging voor alles. En daarom moest spoed gemaakt worden.Dan traden een of twee Marokkanen met eene smokende lantaarn in de hand, naar buiten, om met den gids te spreken. (Bladz. 147.)Dan traden een of twee Marokkanen met eene smokende lantaarn in de hand, naar buiten, om met den gids te spreken. (Bladz.147.)Van Antekirrta af tot aan de Marokkaansche grenzen wordt gerekend een afstand van twee duizend vijfhonderd kilometers te bedragen, hetgeen ongeveer met dertien honderd vijftig zeemijlen overeenkomt. Wanneer nu deElektriek 2zich met volle kracht voorwaarts[145][146]bewoog, dan kon zij om en nabij zeven en twintig mijlen in het uur afleggen. Hoeveel sneltreinen op de spoorwegen van het vasteland bereiken die snelheid? Dus dat lange stalen spilvormige lichaam, waarop de wind geen vat had, dat door de deininggolven heenschoof, zonder er vertraging door te ondervinden, of weerstand te bieden, dat om geen brekers scheen te geven, zou niet eens vijftig uren noodig hebben, om ter gewilder plaatse te komen.DeElektriek 2was den volgenden ochtend, reeds vóórdat de dag aanbrak, kaap Bon genaderd. Van dat punt af zou het vaartuig, na de monding van de golf van Tunis voorbijgestevend te zijn, slechts weinige uren noodig hebben om kaap Bizerta uit het gezicht te verliezen. La Calle, Bône, de IJzeren Kaap, wier metaalmassa, zooals men beweert, de kompasnaald doet afwijken, de Algerijnsche kust, Stora, Bougie, Dellys, Algiers, Cherchell, Montanagem, Oran, Nemours, daarna de Rifsche kuststreken, kaap Melilla, die evenals Ceuta aan Spanje toebehoort, kaap Tres Forcas, vanwaar het vasteland zich tot bij kaap Negro afrondt, dat geheele panorama van de Afrikaansche kust ontrolde zich, terwijl het scheepje zich voortspoedde gedurende de dagen van 20 en 21 November voor de oogen der opvarenden, zonder dat een oponthoud of een ongemak de vaart kwam vertragen. Nooit was de machine, door de accumulatoren bewogen, in de gelegenheid geweest, dergelijke diensten te presteeren. Maar zij hield zich goed.Werd deElektriekook alontwaard, nu eens langs en evenwijdig aan de kust stevenende, dan weer eens in volle zee buiten de baaien, die zij van kaap tot kaap doorsneed, dan moesten de kustwachters wel aan de verschijning van een bovennatuurlijk vaartuig of wel aan een buitengewoon grooten visch van het geslacht der walvisschen gelooven, die door geen stoomboot, de wateren der Middellandsche zee beploegende, ingehaald zoude kunnen worden. Men keek er naar uit. Men wees elkander dat vreemdsoortig voorwerp aan, maar daar bleef het ook bij.Dokter Antekirrt, Piet Bathory, Luigi Ferrato, Pescadospunt en Kaap Matifou ontscheepten zoo omstreeks tegen acht uren in den avond bij de uitwatering van de kleine Tetuan-rivier, waarin de sloep eene aanlegplaats gezocht had. Die rivier, door de aardrijkskundigen Martil genaamd, heeft twee forten, die hare nadering beschermen.Op ongeveer honderd passen van den rivier-oever verwijderd, bestond een soort van caravanserail, waar onze reizigers muildieren en een Arabischen gids aantroffen, die aanbood hen naar de stad te brengen. De prijs, dien hij vroeg, werd zonder afdingen aangenomen, zoodat zij dadelijk konden vertrekken.In dit gedeelte van de Rifsche kuststreek, hebben de Europeanen[147]noch van de inheemsche bevolking, noch van de zwervende volksstammen, die het land afloopen, iets te vreezen. Het land is bovendien zeer slecht bewoond en nog slechter bebouwd. De weg kronkelt door eene vlakte, die met schrale boompjes en struiken bezaaid is. De lezer moet zich niet verbeelden, dat die weg een aangelegd gemeenschapsmiddel was; neen, het was slechts een pad, dat eer aan de hoeven der paarden of muilezels, dan wel aan eenige menschenhand te danken was. Aan de eene zijde vloot de rivier binnen hare modderige oevers, waar het gekwaak der padden en kikvorschen en het schrille gepiep der sprinkhanen zich lieten hooren. Op de watervlakte dobberden eenige visschersschuiten, die midden op stroom ten anker lagen, terwijl er ook op het droge gehaald waren. Aan de andere zijde rechts van den weg ontwikkelde zich eene reeks van kale heuvels, die zich in de verte bij het zuidelijk gebergte aansloten.De nacht was prachtig, de maan scheen heerlijk en overgoot de omstreken met haar zacht licht. Door de terugkaatsing harer bleeke stralen in den spiegel der rivier, veroorzaakte zij, dat de omtrekken der hoogten van den noorder-gezichteinder zich minder nauwkeurig afteekenden. In de verte ontwaarde men de witte gebouwen van Tetuan, en deed zich de stad voor als eene onmetelijke witte vlek op den somberen nevelachtigen achtergrond.De Arabische gids geleidde zijn troepje met vluggen pas; twee of drie malen moest men stil blijven houden bij eenige alleenstaande wachthuizen, wier eenig venster, uitziende op dat gedeelte van het gebouw, hetwelk niet door de maan verlicht werd, een geelachtig licht te ontwaren gaf. Dan traden een of twee Marokkanen met eene smokende lantaarn in de hand naar buiten, om met den gids te spreken. Na eenige woorden gewisseld te hebben, die tot herkenning moesten dienen, werd de weg vervolgd. Klinkende munt was hierbij het hoofdmiddel om vlug vooruit te komen, en het herkenningsteeken naar eisch te doen slagen.Noch de dokter, noch zijne tochtgenooten spraken een woord. Stilzwijgend schreden zij naast elkander voort.Zij waren afgetrokken, in gedachten verzonken, en lieten de muildieren, die met dien vlakken weg, welke hier en daar een ravijn vertoonde, goed bekend waren en de veelvuldige steenen, boomstronken en wortels, waarmede hij bezaaid was, behendig wisten te mijden, rustig voortstappen. Het stevigste en sterkste van die dieren bleef evenwel somwijlen achter. Toch moest het daarom niet minder geacht worden dan de anderen: want het droeg Kaap Matifou en die woog inderdaad op zijn minst voor twee.Dat wekte de goede luim van Pescadospunt op, die de opmerking niet weerhouden kon:[148]„Het zou wenschelijk zijn dat Kaap Matifou eerder het muildier, dan dat het muildier Kaap Matifou droeg!”Zoo omstreeks half tien liet de Arabische gids stilhouden bij een grooten witten walmuur, die met torens en schietgaten bekroond, de stad aan dezen kant moest beschermen en verdedigen. In dien muur opende zich een lage poort, die op Marokkaansche wijze met allerlei arabesken versierd was. Daarenboven gluurden door talrijke schietgaten de mondingen van kanonnen, niet oneigenaardig aan die groote kaaimannen gelijk, die in het maanlicht op de modder uitgestrekt liggen te slapen.De poort was gesloten en men moest alweer met de beurs in de hand onderhandelen, om haar geopend te krijgen. Eindelijk gelukte dat ook, en toen stapten allen naar binnen en verloren zich te midden der smalle, bochtige, soms verwulfde straten, die door andere poorten van elkander gescheiden werden, welke niet anders dan door hetzelfde tooverwoord geopend konden worden.Tetuan is eene stad, die dertig duizend zielen telt, en vele moskeeën bezit.Na een goed kwartieruur ronddoolens, kwamen de dokter en zijne makkers bij eene herberg aan,—eene fonda, zooals zij plaatselijk genoemd wordt,—de eenige trouwens van de geheele stad, die door eene Jodin gehouden werd, terwijl eene eenoogige meid den dienst van kellner waarnam. Aanlokkelijk zag het er niet uit.Het gebrek aan comfort dezer fonda, welker schamele vertrekken zich rondom eene binnenplaats uitstrekten, laat zich verklaren door het gering getal vreemdelingen, die de reis naar Tetuan ondernemen. Daar ter stede bevindt zich zelfs slechts één vertegenwoordiger der Europeesche mogendheden, namelijk de consul van Spanje, die te midden van eenige duizenden inwoners verblijf houdt, waarvan verreweg het grootste getal inboorlingen en dus geen Spanjaarden zijn.Hoe ongeduldig dokter Antekirrt ook was om zijne nasporingen en ondervragingen nopens de woning van Namir te beginnen, en hoe hij ook haakte, om er dadelijk heen te ijlen, zoo bedwong hij zich toch. Hier moest immers noodzakelijk met de uiterste voorzichtigheid gehandeld worden. In de omstandigheden, waarin Sava geplaatst was, kon eene ontvoering ernstige moeielijkheden ondervinden en opleveren. Het voor en het tegen moest zeer ernstig gewikt en gewogen worden. Misschien was het raadzaam, om onverschillig welken losprijs voor de vrijheid van het jonge meisje te bieden. Maar in geen geval mochten dokter Antekirrt of Piet Bathory zich althans aan Sarcany bekend maken, die waarschijnlijk te Tetuan aanwezig was. In zijne handen was Sava een vrijgeleide, eene zekerheid voor de toekomst, die hij niet licht zoude laten glippen. En dan moest bedacht worden, dat men zich hier niet in een beschaafd land van[149]Europa bevond, waar justitie en politie hunne tusschenkomst, hunnen bijstand hadden kunnen verleenen. In dat brandpunt van slavenhandel zou het betoog niet te leveren zijn, dat Sava niet het wettige eigendom van de Marokkaansche vrouw was. Hoe zou bewezen kunnen worden, anders dan door den brief van mevrouw Toronthal en door de bekentenis van den bankier, dat zij de dochter was van graaf Mathias Sandorf? Daarenboven, hoe bij haar te geraken? Die Arabische huizen zijn gewoonlijk goed gesloten en weinig toegankelijk. Men kan er zoo gemakkelijk niet indringen. De tusschenkomst van een Kadi kon zelfs vruchteloos blijken, in de vooronderstelling altijd, dat die bekomen kon worden, hetgeen meer dan twijfelachtig mocht heeten.Er werd dan ook besloten, dat voorshands het huis van Namir ten nauwkeurigste zoude gadegeslagen worden, evenwel zoo, dat geen achterdocht opgewekt zoude worden. Pescadospunt zou iederen ochtend bij het krieken van den dag met Luigi Ferrato op kondschap uitgaan. Deze laatste had gedurende zijn verblijf op het zoo cosmopolitische eiland Malta eenigermate de Arabische taal geleerd. Beiden zouden trachten op te sporen in welk kwartier en in welke straat die Namir woonde, wier naam toch bekend moest zijn. Dan zou men eerst naar omstandigheden kunnen handelen.In afwachting had deElektriek2 eene schuilplaats gezocht in een der smalle en kleine kreeken van de kust bij de monding van de Tetuan-rivier, alwaar dat vaartuig gereed moest blijven, om op het eerste sein te kunnen vertrekken. Dat punt was niet moeielijk te vinden en weldra lag het vaartuig daar zoo rustig als in een haven van het vasteland.Zoo ging in de fonda die eerste nacht, die dokter Antekirrt en Piet Bathory zoo lang toescheen, voorbij. Wat Pescadospunt en Kaap Matifou betreft, wanneer die ooit gehoopt hadden in bedden te slapen, die met porselein ingelegd waren, dan hadden zij thans redenen te over om tevreden te zijn. Zij sliepen daarom niet minder goed.Luigi Ferrato en Pescadospunt begonnen den volgenden ochtend hunnen onderzoekingstocht, door zich naar den bazaar te begeven, waarheen reeds een gedeelte der Tetuansche bevolking zich verzameld had.Pescadospunt kende Namir, die hij wel twintigmalen gelegenheid had gehad in de straten van Ragusa op te merken, toen zij daar de rol van verspiedster ten behoeve van Sarcany vervulde. Het kon dus gebeuren, dat hij haar ontmoette; maar daar zij hem niet kende, zou dat geen nadeelige gevolgen hebben. En in dat geval zou hij haar slechts te volgen hebben.De voornaamste bazaar van Tetuan bestaat uit eene verzameling van keeten, winkels en kramen, allen lang, smal, vuil en[150]smerig, waartusschen vochtige en glibberige toegangen voeren. Eenige linnen lappen van verschillende tint en kleur,over touwengespannen, beschermden die holen tegen de brandende stralen der zon. Overal zag men sombere winkels en uitstallingen, waar geborduurde zijden stoffen verkocht werden, schel gekleurde passementwerken, babouchen, een soort van sloffen, geldtaschjes, burnous, aardewerk, juweelen, halssnoeren, armbanden, ringen, gesmeed en gedreven koperwerk, kandelaars, wierookvaten, lantaarns,—in één woord alles, wat zich in de bijzondere magazijnen van de groote steden in Europa bevindt en wat hier als het ware op de straat te koop aangeboden wordt.Er was reeds eene groote menigte op den bazaar aanwezig, zoodat het moeite kostte, om zijn weg te vervolgen.Iedereen genoot van de frischheid der ochtend-uren. Mauresken, die tot aan de oogen gesluierd waren, Jodinnen met ongedekt gelaat, Arabieren, Kabylen,Marokkanen, Negers kwamen en gingen in dien bazaar, waar de vreemdelingen waarlijk ook niet ontbraken; zoodat de tegenwoordigheid van Luigi Ferrato en van Pescadospunt geene bevreemding kon baren en dat ook niet deed. Het eenige, waarop zij te letten hadden, was om in dat gedrang bij elkander te blijven.Gedurende ruim een uur poogden zij in die menigte Namir te ontwaren. Maar te vergeefs. De Marokkaansche vrouw was niet te bespeuren.En Sarcany evenmin. Beiden waren en bleven onzichtbaar. Dat was inderdaad eene teleurstelling.Luigi Ferrato besloot toen eenige dier jongens te ondervragen, die daar half naakt rondliepen, en als eene staalkaart konden gelden van al de Afrikaansche rassen, welker vermenging van de Rifsche kustplaatsen af tot aan de grenzen van de Sahara geschiedt en waarvan de produkten op al deMarokkaanschebazaars rondkrioelen. Hij riep den eerste den besten tot zich en begon met het weinige Arabisch, dat hij kende, uit te kramen.De eersten dier bengels, tot wie de zeeman zich wendde, wisten op zijne vragen geen antwoord te geven. Eindelijk was er een, een Kabylische jongen, ongeveer twaalf jaar oud, met het schalksche gezicht van een Parijzer straatjongen, die verzekerde dat hij de Marokkaansche kende en aanbood de beide Europeanen, tegen eene belooning van eenige geldstukken, naar hare woning te geleiden. Dat was een lichtpunt, dat in de duisternis scheen.Eenige linnen lappen beschermden die holen tegen de brandende stralen der zon. (Bladz. 150.)Eenige linnen lappen beschermden die holen tegen de brandende stralen der zon. (Bladz.150.)Natuurlijk werd dat aanbod dadelijk aangenomen en stapte het drietal weldra door een schier onuitwarbaar netwerk van straten, die naar de vestingwerken der stad uitstralen. Binnen tien minuten hadden zij een bijna eenzaam kwartier bereikt, waarin de laaggebouwde en[151][152]spaarzame huizen geen enkel raam in den voorgevel vertoonden. Het zag er akelig en somber uit. Intusschen wachtten dokter Antekirrt en Piet Bathory de terugkomst van Luigi Ferrato en Pescadospunt met koortsachtig ongeduld af. Wel twintig malen waren zij op het punt om zelf heen te gaan en de nasporingen te leiden. Zij werden evenwel door de gedachte weerhouden, dat zoowel Sarcany als de Marokkaansche hen beide kenden. Dat was waarschijnlijk alles op het spel zetten, wanneer een dier twee hen ontmoette. Dit dwong hen derhalve tot oppassen, ja tot vluchten, om buiten het bereik hunner vijanden te zijn. Zij bleven dus ten prooi aan de hevigste onrust te huis en wisten niet om met den tijd hun ongeduld te dooden.Het was negen uur, toen Luigi Ferrato en Pescadospunt in de fonda terugkeerden.Hun betrokken gelaat verkondigde genoegzaam, dat zij slechts ongunstige tijdingen mede te deelen hadden.En inderdaad, Sarcany en Namir hadden in gezelschap van een jong meisje, dat niemand kende, reeds sedert vijf weken Tetuan verlaten, terwijl een oude vrouw tot bewaakster van het huis achtergebleven was.Op dien slag waren noch dokter Antekirrt noch Piet Bathory voorbereid. Zij waren dan ook vernietigd.„En toch is dat vertrek heel natuurlijk,” merkte Luigi Ferrato na het verhaal hunner nasporing op.En dokter Antekirrt en Piet Bathory keken hem vragend aan.„Wat bedoelt gij?” vroegen beiden tegelijk.„Moest Sarcany niet vreezen,” ging Luigi voort, „dat Silas Toronthal uit wraakzucht of door eenige andere reden gedrongen, zijne schuilplaats zou openbaren?”Dat moest beaamd worden; maar dat veranderde de zaak hoegenaamd niet.Zoolang het slechts gold misdadigers en verraders op te sporen, had dokter Antekirrt nimmer aan zijn taak getwijfeld, en was nimmer teruggedeinsd om haar te volbrengen. Nu het evenwel gold om zijne eigene dochter uit de handen van Sarcany te redden, voelde hij datzelfde zelfvertrouwen in zijne te treffen maatregelen niet meer.Intusschen kwam hij met Piet overeen, dat men dadelijk het huis van Namir moest bezoeken. Misschien zou men daar meer dan eene enkele herinnering aan Sava aantreffen. Misschien zou de een of andere bijzonderheid hen openbaren, wat van haar geworden was. Misschien ook zoude de oude Jodin, dier ter bewaking van het huis achtergelaten was, hen uiterst nuttige inlichtingen voor hunne verdere nasporingen kunnen geven of verkoopen.[153]Luigi Ferrato geleidde hen dadelijk derwaarts. Het was niet ver. Binnen een half uur waren zij er.Dokter Antekirrt, die het Arabisch sprak alsof hij in Arabia Petrea geboren was, gaf zich uit voor een vriend van Sarcany. Hij was zoo even te Tetuan aangekomen en zoude slechts doortrekkend zijn. Hij zou zich gelukkig gevoeld hebben, wanneer hij zijn vriend had mogen ontmoeten. Nu dat niet kon, vroeg hij zijn huis te mogen bezichtigen.Eerst maakte de oude Jodin eenige moeielijkheden. Maar een handvol seechinen maakte haar veel leniger en handelbaarder. Al dadelijk weigerde zij niet om de vragen van dokter Antekirrt te beantwoorden, die, dat moet erkend worden, de grootste belangstelling voor haren meester ademden.Het meisje, door de Marokkaansche vrouw aangebracht, was bestemd om de echtgenoote van Sarcany te worden. Dat was reeds sedert lang beslist en misschien zou, zonder hun overhaast vertrek, het huwelijk reeds te Tetuan voltrokken zijn. Dat jonge meisje had, sedert hare aankomst alhier, dat wil zeggen sedert drie maanden ongeveer, nimmer de woning verlaten. Men verhaalde dat zij van Arabische afkomst was, maar de oude Jodin meende redenen te hebben, om te gelooven, dat zij eene Europeesche moest zijn. Heel zeker daaromtrent was zij niet, want zij had haar slechts weinig gezien en dat nog wel gedurende de afwezigheid van de Marokkaansche vrouw. Meer wist zij er niet van te vertellen.Ook het land, waarheen Sarcany zoowel Namir als Sava gevoerd had, wist de oude Jodin niet te noemen. Alles wat zij wist, was dat zij ongeveer vijf weken geleden vertrokken waren met eene karavaan, die naar het oosten trok. Sedert dien dag stond de woning onder hare bewaking en zij moest er oppassen, totdat Sarcany gelegenheid zoude gevonden hebben om haar te verkoopen—waaruit de gevolgtrekking was af te leiden, dat het zijn plan niet was naar Tetuan weer te keeren. Verder wist dat vrouwmensch niet te vertellen. Het nieuws wat zij medegedeeld had, was uiterst schraal.Dokter Antekirrt hoorde die antwoorden koelbloedig aan en vertaalde ze, naarmate ze gegeven werden, voor Piet Bathory. Wat, alles goed beschouwd, als zeker kon gerekend worden, was dat Sarcany het niet geraden geoordeeld had, zich in te schepen op een van die pakketbooten, die Tanger aandoen, of om in den spoortrein plaats te nemen, die bij Oran een aanvang neemt. Dat reeds duidde op plannen, die het daglicht niet mochten zien, en vermeerderde de onrust onzer vrienden niet weinig.Sarcany had zich bij eene karavaan aangesloten, die van Tetuan vertrokken was, om te gaan.… Ja, waarheen? Naar de een of andere oase in de woestijn?… Of nog verder, naar een van die[154]streken, welke door halfwilden bewoond worden en waar Sava geheel en al in zijne macht zoude zijn en van zijne genade zou afhangen? Hoe dat te weten te komen? Want het is in Noord-Afrika al even moeielijk om het spoor eener karavaan als van een persoon alleen weer te vinden! Het spoor eener karavaan verdwijnt in het zand der woestijn evenals het kielzog van een vaartuig zich verliest in de wateren van den Oceaan.Dokter Antekirrt hield dan ook bij de oude Jodin aan. Hij herhaalde, dat hij belangrijke berichten, die Sarcany ter zeerste golden, mede te deelen had, en die juist dat huis betroffen, waarvan hij zich ontdoen wilde. Maar hoe hij ook praatte, en hoe hij het ook verder aanlegde, het was hem onmogelijk iets verder te weten te komen.Klaarblijkelijk was die vrouw onbekend met de nieuwe schuilplaats, waarheen Sarcany gevlucht was, om de ontknooping van het drama te bespoedigen. Die teleurstelling was nog wel de grootste, die dokter Antekirrt en Piet Bathory konden ondervinden.Beide mannen en Luigi Ferrato verzochten toen de woning, die naar Arabischen stijl gebouwd was, en welker vertrekken hun daglicht ontvingen van een patio of binnenplein, dat met eene rechthoekige galerij omgeven was, te mogen bezichtigen. Hoe zwak ook hunne hoop hierbij was, meenden zij dat de een of andere aanwijzing hun hierbij den weg zou kunnen wijzen.Dat werd hun toegestaan, en weldra hadden zij de kamer bereikt, die door Sava bewoond was geweest. Dat was eene ware gevangeniscel. Hoe veel uren had het rampzalige jonge meisje daar in dat vertrek ten prooi aan de diepste wanhoop, zonder dat zij op hulp en verlossing kon rekenen, doorgebracht? Zonder een woord te spreken, doorsnuffelden dokter Antekirrt en Piet Bathory die kamer en zochten het geringste merk of teeken, dat hen op het spoor, hetwelk zij zochten, kon brengen.Eensklaps naderde de dokter een klein koperen brasero of komfoor, dat in een hoek van de kamer op den drievoet rustte. In dat komfoor bewogen zich eenige overblijfselen van papieren, die door de vlam verbrand, maar niet volkomen verteerd waren.Zou Sava geschreven hebben? Dat was niet geheel en al onwaarschijnlijk.Zou zij, door dat plotselinge vertrek overvallen, er toe besloten hebben dien brief, vóórdat zij Tetuan verliet, te verbranden?Of, wat ook mogelijk was, werd die brief bij Sava gevonden en door Sarcany of Namir vernietigd?Piet Bathory had den blik van dokter Antekirrt, die over dien brasero gebogen stond, gevolgd.„Wat is er toch?” vroeg hij, met een angstig voorgevoel. „Wat ziet gij toch in dat komfoor?”[155]Antekirrt wees op de papierasch.En inderdaad, op die asch, die door een windzuchtje in fijn poeder kon vernietigd worden, waren eenige letters zichtbaar en staken zwart af op dien lichtgrijzen grond. Onder anderen stond daarop duidelijk, hoewel de woorden onvolkomen waren: „mev … Bath …” Ja, dat stond er heel duidelijk op. Daarin kon men zich niet vergissen.Sava wist niet en kon niet weten, dat mevrouw Bathory uit Ragusa verdwenen was. Had zij gepoogd haar te schrijven als aan de eenige persoon op deze wereld, van wien zij hulp verwachten kon?Maar achter den naam van mevrouw Bathory was nog een andere te lezen: namelijk die van haren zoon …Piet hield den adem in, om die asch niet te doen verstuiven, en poogde eenig ander woord te ontdekken, dat nog leesbaar was … Maar zijn blik was beneveld!… Het was hem onmogelijk iets meer te ontwaren!…En toch stond er nog een woord, dat hem op het spoor van het jonge meisje kon brengen,… een woord dat dokter Antekirrt in staat was bijna ongeschonden waar te nemen:„Tripoli!”… riep hij uit. En na nogmaals gekeken te hebben: „Ja, dat staat er duidelijk … Zie maar … Tripoli!”Het was dus in het Regentschap Tripoli, in zijn geboorteland, waar hij eene volkomene veiligheid moest vinden, dat Sarcany eene toevlucht gezocht had!Het was naar die landstreek dat de karavaan zich begaf, waarbij Sarcany zich vijf weken geleden aangesloten had.„Naar Tripoli!” zei de dokter. „En zonder een dag, zonder een uur, zonder eene minuut te verliezen!”„Naar Tripoli!” herhaalde Piet in de grootste opgewondenheid. „Gij hebt gelijk, wij mogen geen tijd verloren laten gaan!”Dienzelfden dag waren allen weer op deElektriek 2ingescheept en had dat vaartuig zee gekozen. Men kon uitrekenen, dat Sarcany op het punt was, om aldaar aan te komen. En mocht hij reeds aangekomen zijn, dan hoopten de opvarenden, dat dit slechts weinige dagen vóór hen zou geschied zijn.[156]
VII.Een handdruk van Kaap Matifou.
Graaf Mathias Sandorf was, zooals de lezer weet, behalve voor Piet Bathory, voor het geheele personeel van de volkplanting van zijn klein eiland dokter Antekirrt gebleven. Het strookte met zijne plannen, om tot de geheele volbrenging van de taak, die hij ondernomen had, die rol te blijven vervullen. Toen dan ook de naam zijner dochter daar zoo plotseling en onverwacht door mevrouw Bathory genoemd[135]werd, had hij geestkracht en zelfbeheersching genoeg, om zijne aandoeningen niet te laten blijken. Toch had zijn hart een oogenblik opgehouden te kloppen en wanneer hij zich minder krachtig had betoond, dan zou hij op den drempel der kapel neergestort zijn, alsof hij door den bliksem ware getroffen. Maar daar klopte een ijzeren hart, zooveel malen door het lijden gelouterd, in die fiere borstkas.Dus zijne dochter was niet dood! Dat was boven allen twijfel verheven. Het bewijsstuk lag daar.Dus zij was onder de levenden! O! welke vreugdekreet juichte in het vaderhart.Dus zij beminde Piet Bathory en werd wederbemind! Dokter Antekirrt wierp een schuchteren blik op den jongeling. Want hij … hij, Mathias Sandorf had alles in het werk gesteld, om de vereeniging der beide jongelieden te beletten!En dat geheim, waardoor hem Sava weergegeven werd, zou nimmer geopenbaard zijn, wanneer mevrouw Bathory haar verstand niet als door een wonder terugbekomen had!Maar wat was er toch vijftien jaren geleden op het kasteel Artenak gebeurd?O, de lezer weet dat thans! Dat kind, de eenige erfgename der goederen van graaf Mathias Sandorf, dat kind, wiens overlijden nimmer wettelijk gestaafd werd, was ontvoerd en daarna aan Silas Toronthal overgeleverd geworden. Toen de bankier zich eenigen tijd later te Ragusa vestigde, had hij van zijne echtgenoote gevergd Sava als hare dochter op te voeden.Die kuiperijen waren uitgedacht door Sarcany, maar door Namir zijne medeplichtige uitgevoerd.Sarcany was niet onkundig, dat Sava, wanneer zij achttien jaren oud zoude zijn, in het bezit zoude komen van een zeer groot vermogen; en hij rekende er op, dat, wanneer zij zijne echtgenoote geworden zoude zijn, hij haar wel als de erfgename der familie Sandorf zou weten te doen erkennen. Dat zou de bekroning moeten zijn van zijn schandelijk bestaan. Hij zou dan heer en meester der domeinen van Artenak zijn! Een ware belooning voor zooveel miskende deugd.Maar kon er inderdaad gezegd worden, dat dit plan tot heden mislukt was, het was toch voortreffelijk beraamd.Ja, voortreffelijk was het voorzeker, maar mislukt was het totaal. Want wanneer het huwelijk voltrokken ware, dan zou Sarcany zich wel gehaast hebben, er al de mogelijke voordeden uit te trekken.Welke smarten, welke teleurstellingen moest dokter Antekirrt thans ondervinden?Was hij het niet, die deze betreurenswaardige aaneenschakeling[136]van feiten had in het leven geroepen, eerst door zijn medewerking aan Piet Bathory te weigeren; verder door Sarcany in de gelegenheid te stellen zijne plannen te vervolgen en ten uitvoer te leggen, terwijl hij hem bij hunne ontmoeting te Cattaro reeds onschadelijk had kunnen maken; eindelijk door mevrouw Bathory haren zoon niet weer te geven, toen hij dezen aan den dood ontrukt had? En, inderdaad, hoeveel rampen zouden niet vermeden zijn, wanneer Piet Bathory zijne moeder nabij geweest ware, toen de brief van mevrouw Toronthal door deze zelve in de Marinella-straat aan huis bezorgd werd! Het was waarlijk een samenloop van noodlottige omstandigheden. En als Piet eens geweten had, dat Sava de dochter van graaf Sandorf was, zou hij er dan niet in geslaagd zijn, haar aan de gewelddadigheden van Sarcany en Silas Toronthal te ontrukken? Dat was meer dan waarschijnlijk, dat moet erkend worden.Waar was Sava thans? Die vraag beheerschte bij dokter Antekirrt alles.O, voorzeker in de macht van Sarcany! Dat antwoord maakte den rampzaligen vader radeloos.Maar waar hield die ellendeling haar thans verscholen? Eene tweede vraag, die in belangrijkheid voor de eerste niet onderdeed.Hoe zou men het moeten aanleggen om haar aan dien snoodaard te ontrukken?Dat moest snel beraamd worden, want binnen weinige weken zou de dochter van graaf Sandorf haar achttiende jaar bereikt hebben, het tijdstip, waarop zij als erfgename zoude moeten optreden, op gevaar af anders hare rechten te zullen verliezen.—Sarcany wist dat, en deze omstandigheid moest hem het uiterste doen beproeven, om Sava’s toestemming tot dit gehate huwelijk te verwerven. De tijd was dus kort, en er moest uiterst spoedig gehandeld worden, dat gevoelde dokterAntekirrt.In een ondeelbaar oogenblik, als het ware, had die opvolging van gedachten het brein van den rampzaligen vader doorkruist. Na dat verleden, evenals mevrouw Bathory en haar zoon gedaan hadden, in gedachten opgebouwd te hebben, gevoelde hij de verwijtingen die de echtgenoote en de zoon van Stephanus Bathory hem, onverdiend wel is waar, konden doen! En toch, wanneer de zaken bestaan hadden, zoo als hij ze zich voorgesteld had, zou dan eene vereeniging mogelijk geweest zijn tusschen Piet Bathory en haar, die voor allen, ook voor hemzelven, Sava Toronthal genoemd werd?Kaap Matifou kneep die hand, waarschijnlijk onbewust, alsof hij ze verbrijzelen wilde. (Bladz. 143.)Kaap Matifou kneep die hand, waarschijnlijk onbewust, alsof hij ze verbrijzelen wilde. (Bladz.143.)Het was nu zaak, het koste wat het wilde, om zijne dochter Sava uit te vinden,—wiens naam, gevoegd aan dien van de gravin Rena, zijn echtgenoote, gegeven was aan de goeletSavarena, zooals de naam van Luigi’s vader aan het stoomjachtFerratoverleend was.—Waarlijk, geene geringe taak, dat moet erkend[137][138]worden. Maar er was geen dag, geen uur, geen oogenblik meer te verliezen. Alle krachten moesten ingespannen worden, om tot het doel te geraken.Mevrouw Bathory was reeds naar het Stadhuis teruggevoerd, toen dokter Antekirrt er ook binnentrad in gezelschap van Piet, die zich aan de grootste afwisselingen van blijdschap en wanhoop overgaf, evenwel daarbij geen woord sprak. Op zijn gelaat was nochtans te ontwaren, aan welke aandoening hij ten prooi was.De brave moeder was genezen. Zij was evenwel zeer verzwakt en uitgeput door de geweldige reactie, die zij ondergaan had. Zij was in haar kamer gezeten, toen dokter Antekirrt en Piet Bathory haar daar opzochten.Maria Ferrato had, met de scherpzinnigheid der vrouwen eigen, begrepen, dat die drie menschen alleen bij elkander gelaten moesten worden. Derhalve was zij zacht, en zonder dat iemand het merkte, naar de groote zaal in het Stadhuis gegaan.Dokter Antekirrt naderde, met de hand op den schouder van Piet geleund, mevrouw Bathory.„Mevrouw,” sprak hij, „ik had reeds van uwen zoon den mijnen gemaakt. Maar dat was hij nog maar krachtens vriendschapsbanden; geloof mij, ik zal alles doen, om te bewerken, dat hij het ook door de banden van het bloed wordt. Als ik daarin slaag, zal ik, dat kan ik u betuigen, de gelukkigste aller stervelingen zijn. Sava mijne dochter! en Piet mijn zoon!”Mevrouw Bathory keek hem verbaasd aan. Zij kon hem onmogelijk begrijpen, dat was haar wel aan te zien.„Ja,” ging dokter Antekirrt voort, „dat hij in mij een waren vader, ik een waren zoon in hem vond …”De arme vrouw wist niet wat te denken en keek beteuterd beide mannen beurtelings aan.„Door hem Sava … mijne dochter … te laten trouwen!” lichte de dokter eindelijk toe.„Uwe dochter?…” kreet mevrouw Bathory, terwijl zij de hand aan het voorhoofd bracht … „Sava uwe dochter?”„Ja, mijne dochter! Deel toch in mijn geluk, waarde mevrouw. Sava is mijne dochter!”„Maar … wie zijt ge dan?” vroeg de ontstelde moeder, terwijl zij haar gelaat met de beide handen bedekte.„Wie ik ben?… Ik ben graaf Mathias Sandorf! Ik ben de beste vriend van Stephanus, uwen echtgenoot!”Mevrouw Bathory sprong van haren stoel op, strekte de handen uit, en viel schier onmachtig in de armen van haren zoon. Maar al kon zij van aandoening niet spreken, zoo kon zij toch hooren. In weinige woorden deelde Piet haar mede, wat zij niet wist; hoe[139]graaf Mathias Sandorf door de toewijding en opoffering van den visscher Andreas Ferrato gered was geworden; waarom deze gedurende vijftien jaren onbekend en voor dood had willen blijven doorgaan en hoe hij eindelijk onder den naam van dokter Antekirrt te Ragusa gekomen was. Hij verhaalde, wat Sarcany en Silas Toronthal met betrekking tot het verraad van de Triëster samenzwering gedaan hadden; daarna het verraad van Carpena, waarvan zijn vader het slachtoffer geweest was, hoe eindelijk dokter Antekirrt hem levend aan het graf op het kerkhof te Ragusa ontrukt had, om hem deelgenoot te maken van de rechtspleging, die hij wenschte ten uitvoer te leggen. Hij eindigde zijn verhaal met de mededeeling, dat twee der ellendelingen: de bankier Silas Toronthal en de Spanjaard Carpena, reeds in hunne macht waren; maar dat de derde nog ontbrak, de derde, namelijk Sarcany, dezelfde schaamtelooze kerel, die van Sava Sandorf zijne vrouw wilde maken, van Sava, de dochter van zijn slachtoffer.Gedurende meer dan een uur zaten dokter Antekirrt, mevrouw Bathory en haar zoon, een drietal dat in de toekomst door een zoo innigen band van toegenegenheid zoude verbonden worden, bij elkander, om nog de daadzaken betreffende het ongelukkige jonge meisje in bijzonderheden te behandelen en te bespreken. Het was voor hen allen helder als de dag, dat Sarcany voor niets zou terugdeinzen, om Sava tot dat huwelijk, hetwelk hem het vermogen van graaf Sandorf moest in handen spelen, te nopen. Zij vestigden in het bijzonder hunne aandacht op dien toestand, die, al waren ook al de vroegere plannen van den ellendeling verijdeld, toch nog voor het tegenwoordige angstverwekkend genoeg was. Dus voor en boven alles: Sava moest weergevonden worden, al moest ook hemel en aarde bewogen worden. Dat was de eerst voor de hand liggende taak. Dat begrepen allen.Men kwam overeen, dat mevrouw Bathory en Piet voorloopig de eenigen zouden blijven, die weten zouden, dat graaf Mathias Sandorf zich achter den naam van dokter Antekirrt verborg. Wanneer men dat geheim prijs gaf, zou het bekend worden, dat Sava zijne dochter was, en het was in het belang van de nasporingen, die ondernomen moesten worden, dat dit nog niet geweten werd. Dus het diepste geheim werd daaromtrent aanbevolen.„Maar waar is Sava?” vroeg mevrouw Bathory, toen zij hare gedachte weer eenigermate verzameld had.En toen zij daarop van niemand, noch van haren zoon, noch van dokter Antekirrt antwoord ontving, vervolgde zij:„Waar haar te zoeken?… Waar haar te vinden? Zeg, zal dat te ontdekken zijn?”„O, dat zullen wij wel te weten krijgen!” antwoordde Piet, bij[140]wien de wanhoop vervangen was door eene geestkracht, die niet meer tanen zoude. „Dat zullen wij wel uitvinden!”„Ja!… dat zullen wij!” hernam dokter Antekirrt vastberaden.„En al kan ook aangenomen worden, dat Silas Toronthal niet weet, waarheen Sarcany eene schuilplaats gezocht heeft, zoo zal hij toch niet kunnen ontkennen, dat hij weet, waar die ellendeling mijne dochter opgesloten houdt. En dat zal hij, dat moet hij ons zeggen, al moet ook geweld gepleegd worden!”„Ja, als hij het weet,… dan zal hij het moeten zeggen!” riep Piet Bathory woest uit.„Ja!… dat moet!” zei de dokter. „Ik herhaal het, al zou geweld moeten gebruikt worden.”„Onmiddellijk!” riep Piet Bathory uit. „Laten wij geen oogenblik verliezen.”„Ja, onmiddellijk!”Noch dokter Antekirrt, noch mevrouw Bathory, noch haar zoon Piet zouden langer in dien staat van onzekerheid hebben kunnen verblijven. Er moest naar eene uitkomst getracht worden.Luigi Ferrato, die zich met Pescadospunt en Kaap Matifou in de groote zaal van het Stadhuis bevond, alwaar Maria zich bij hen gevoegd had, werd dadelijk geroepen.Hij kreeg bevel, om zich naar het fortje te begeven, zich daarbij door Kaap Matifou te doen vergezellen, en Silas Toronthal naar het Stadhuis over te brengen.De bankier verliet een kwartier later hetgekazematteerdevertrek, dat hem tot gevangenislokaal diende, waarbij Kaap Matifou met zijne breede hand de vuist van den misdadiger als in een schroef geklemd hield, en volgde gedwee zijn geleider door de groote straat van Artenak, naar de Raadzaal.De bankier had aan Luigi gevraagd, waarheen men hem voerde, maar had daarop geen antwoord bekomen. Dit maakte hem te meer ongerust, daar hij steeds niet wist in handen van welk machtig persoon hij zich sedert zijne gevangenneming bevond.Silas Toronthal, die steeds door Kaap Matifou vastgehouden werd, trad, voorafgegaan door Luigi Ferrato, de zaal binnen.Wel zag hij terstond Pescadospunt, echter niet mevrouw Bathory noch haren zoon, die zich beiden ter zijde hielden. Maar plotseling bevond hij zich tegenover dokter Antekirrt, met wien hij te Ragusa te vergeefsch getracht had in aanraking te komen. Nu scheen hem plotseling een vreeselijk licht op te gaan. Nu eerst scheen hij te begrijpen.„Gij!… Gij!”… riep hij ontzet en ten uiterste verbaasd uit. „Gij!… Gij, dokter Antekirrt!”Maar zijne zelfbeheersching, evenwel niet zonder inspanning, hernemende.[141]„Zoo, zoo!” zeide hij. „Het is dokter Antekirrt, die mij op Fransch grondgebied heeft laten gevangen nemen! Hij is het, die mij wederrechtelijk van mijne vrijheid beroofd heeft?”„Wederrechtelijk? Durft Silas Toronthal, die in zijn leven zooveel wederrechtelijke daden pleegde, dat woord gebruiken?”„Ja, wederrechtelijk!” herhaalde de bankier, terwijl hij zijn toespreker onbeschaamd aankeek.„Maar, toch niet onrechtvaardig!” antwoordde de dokter met indrukwekkende stem.„Wat heb ik met u te maken? Wat heb ik u gedaan? Zeg, wat heb ik u gedaan?” vroeg de bankier.„Mij?” …„Ja, u?”„Gij zult het vernemen, Silas Toronthal, en dat wel vroeger dan u wellicht lief zal zijn.”„Wanneer? Spreek! Wanneer?”De bankier bleef in zijn onbeschaamde rol volharden. Hij meende van dokter Antekirrt niets te vreezen te hebben.„Wanneer gij geantwoord zult hebben op deze vraag: wat hebt gij deze ongelukkige vrouw gedaan?”„Mevrouw Bathory!” riep de bankier uit, terwijl hij een paar stappen achteruit deed, toen hij de weduwe ontwaarde, die op hem toetrad. „Mevrouw Bathory! O God!”„En haar zoon!” vulde dokter Antekirrt aan. „Zeg, wat hebt gij haren zoon gedaan?”„Piet!” …„Ja, Piet!”„Piet Bathory?” stamelde Silas Toronthal. „Geeft het graf dan zijn prooi terug?”Hij zou voorzeker van ontsteltenis omver gevallen zijn, wanneer Kaap Matifou hem niet onwrikbaar overeind en op zijne plaats vastgehouden had. Die kolossus verwrikte niet.Dus Piet Bathory, dien hij dood waande, de man wiens lijkstatie hij had zien voorbij trekken, Piet Bathory die op het kerkhof te Ragusa begraven was, diezelfde Piet Bathory stond daar voor hem als een geest, die uit het graf verrezen was! Silas Toronthal gevoelde zich in zijne tegenwoordigheid hevig beangst.… Hij begon te begrijpen, dat hij de straf zijner misdaden niet zou kunnen ontloopen.… Hij voelde, dat hij verloren was. Hij keek rond, alsof hij een hoek zocht, waar hij zich voor aller oogen kon verbergen.„Waar is Sava?” vroeg eensklaps dokter Antekirrt. „Waar is dat jonge meisje, dat …”„Mijne dochter?”„Sava is uwe dochter niet!” antwoordde dokter Antekirrt gestreng[142]en met indrukwekkend gebaar.„Sava, mijne dochter niet?” vroeg Silas Toronthal geheel en al onthutst. „Wie heeft u dat gezegd?”„Neen! Sava is de dochter van graaf Mathias Sandorf, dien gij, door hem en zijne beide makkers, Stephanus Bathory en Ladislas Zathmar, laaghartig te verraden, aan den dood hebt overgeleverd! Verstaat gij mij? Dat is duidelijk!”Bij die zoo formeele beschuldiging gevoelde zich de bankier Silas Toronthal vernietigd.DokterAntekirrtwist toch niet alleen, dat Sava zijne dochter niet was, maar hij wist ook, dat zij de dochter van graaf Mathias Sandorf was! Hij wist hoe en door wien de samenzweerders van Triëst verraden waren! Dat walgelijke verleden verhief zich in zijne geheele schrikkelijkheid tegen Silas Toronthal. Hij wenschte in den grond te kunnen verzinken, om die beschuldigende oogen te kunnen ontgaan.„Waar is Sava,” hernam de dokter, die zijn toorn slechts door zeer veel wilskracht bedwong.Geen antwoord. Silas Toronthal gluurde met gebogen hoofd rond en scheen zich te beraden.„Waar is Sava, die door Sarcany, uwen medeplichtige bij al uwe misdaden, van het kasteel te Artenak opgelicht is geworden? Zult gij spreken?”En toen de ellendeling steeds zweeg, vervolgde Antekirrt somber en schrikkelijk in stem en gebaren:„Waar is Sava, die door dien ellendeling op eene plaats, die gij kent en kennen moet, opgesloten gehouden wordt, om haar hare toestemming af te dwingen tot een huwelijk, dat haar afschuw inboezemt … tot een huwelijk met een der verraders van haren vader!”Andermaal geen antwoord. In het brein van Silas Toronthal begon. een denkbeeld te gloren. Hij glimlachte onmerkbaar.„Voor de laatste maal: waar is Sava?” brulde dokter Antekirrt buiten zich zelven.Hoe schrikverwekkend het uiterlijke van den dokter zich ook voordeed, hoe dreigend zijne woorden ook klonken, dat alles kon Silas Toronthal niet bewegen om te antwoorden. De aterling had begrepen, dat de tegenwoordige toestand van het jonge meisje hem tot schild, tot dekmantel kon dienen. Hij voelde, dat zijn leven geen gevaar liep, zoolang hij dat geheim niet geopenbaard had. Ziedaar, wat hem eenigermate gerustgesteld had, en wat dien glimlach te voorschijn getooverd had.„Luister,” hernam de dokter, wien het gelukt was zijne zelfbeheersching en koelbloedigheid te herwinnen, „hoor naar mij, Silas Toronthal! Misschien meent gij verplicht te zijn, uwen medeplichtige te sparen! Gij vreest misschien hem te benadeelen door te spreken![143]Welnu, weet dit dan: Sarcany, na uw vermogen verkwist te hebben, heeft, om zich van uwe stilzwijgendheid te verzekeren, gepoogd u te vermoorden, zoo als hij Piet Bathory te Ragusa vermoord heeft … Ja … twijfelt gij? Op hetzelfde oogenblik, toen mijne lasthebbers de hand op u legden, en zich van uw persoon op den straatweg naar Nizza, meester maakten, stond hij gereed met zijn dolk toe te stooten … En zult gij, nu gij dat weet, blijven zwijgen? Zult gij dien man willen blijven sparen, die ook jegens u voor geen moord terugdeinsde? Komaan, spreek.”Silas Toronthal bleef bij het denkbeeld volharden, dat zijn stilzwijgen zijne tegenstanders nopen moest, om hem te ontzien. Hij gaf dan ook geen antwoord.„Waar is Sava?” herhaalde dokter Antekirrt.Niets, geen woord! Dat zwijgen was tergend, was uitdagend. Piet Bathory stond te knarsetanden van woede.„Waar is Sava?” herhaalde de dokter, die ditmaal zijn geduld begon te verliezen.„Ik weet het niet!…” antwoordde Silas Toronthal, vast besloten zijn geheim zorgvuldig te bewaren.Eensklaps stiet hij echter een gil uit en poogde, terwijl hij zich van pijn kromde en spartelde, Kaap Matifou, die zijne hand steeds in de zijne omklemd hield, achteruit te duwen. Hij had eerder kunnen proberen een granietblok van zijne plaats te brengen.„Genade … Genade!” riep hij, terwijl hij zich van pijn kromde. „Genade! ik smeek u!”Kaap Matifou kneep die hand, waarschijnlijk onbewust, alsof hij ze verbrijzelen wilde.„Genade!” kreet de bankier, „zoo’n pijn heb ik nog nooit ondervonden! Mijne hand is verpletterd.”„Zult ge spreken?… Of …”En hij gaf een teeken aan Kaap Matifou, die dadelijk de klemschroef aanzette.„Ja … Ja …” kreet de ongelukkige misdadiger. „Ja … ja!… ik zal spreken!”„Welnu dan, haast u! Waar is Sava?”„Sava … Sava …” stamelde Silas Toronthal, die slechts met afgebroken woorden kon antwoorden.„Welnu, Sava?… Waar is zij? Geen omwegen, geen onwaarheden. Ik waarschuw u ten beste.”„Sava.. in het huis … van Namir … de verspiedster van … Sarcany … Daar is zij opgesloten.”„Maar waar is dat huis? Nogmaals waarschuw ik u tegen misleiding. De waarheid, niets dan de waarheid!”„Te … Tetuan! in Marokko!…” kreet de gemartelde. „Daar zult gij haar vinden.”[144]Kaap Matifou liet, nadat die woorden den bankier ontvallen waren, diens hand eerst los, en die hand viel machteloos langs zijne zijde neder. Ja, een handdruk wisselen met dien reus, mocht voorwaar ongeraden heeten.„Breng den gevangene naar zijne cel terug!” zei dokter Antekirrt; „wij weten, wat wij verlangden te vernemen.”Luigi Ferrato trok Silas Toronthal met zich voort, het Stadhuis uit en sloot hem in zijn kasemat op.Sava te Tetuan! Sava in Marokko! Sava in de macht van dat afzichtelijk wijf!Dus, toen dokter Antekirrt en Piet Bathory twee maanden geleden te Ceuta aangekomen waren, om den Spanjaard Carpena aan dat boevenverblijf te ontvoeren, scheidden hen slechts eenige weinige mijlen van de plaats, waar dat Marokkaansche vrouwmensch het jonge meisje opgesloten hield! En dat hadden zij niet geweten! Het was om te vertwijfelen!„Dezen nacht nog vertrekken wij naar Tetuan, Piet,” zei de dokter op kalmen toon.Toen ten tijde bestond nog geen spoorweg, die rechtstreeks van Tunis naar de Marokkaansche grenzen voerde. Om dan ook binnen den kortst mogelijken tijd te Tetuan te kunnen aankomen, viel niets beters te doen, dan zich in te schepen op een van die snelvarende vervoermiddelen, tot de flottilje van Antekirrta behoorende.Voor dat de scheepsbel de acht glazen had laten weerklinken, die het middernachtsuur moesten aangeven, had deElektriek2 haar anker gelicht en stoomde de Syrtische zee uit en de volle Middellandsche zee in.Aan boord bevonden zich slechts dokter Antekirrt, Piet Bathory, Luigi Ferrato, Pescadospunt en Kaap Matifou.Van die allen was Piet Bathory slechts aan Sarcany bekend. De anderen had hij nimmer gezien.Wanneer men te Tetuan zou aangekomen zijn, dan zou men zien, hoe te handelen. Want het was nog niet uitgemaakt, of men met list of gewelddadig zou te werk gaan. Dat zou van de omstandigheden afhangen, waarin Sarcany zich te midden van die geheel Marokkaansche stad zoude bevinden. Dat zou ook afhangen van den aard van het verblijf van dien man in de woning van Namir en van het personeel, waarover hij kon beschikken.Maar, voor alles moest men te Tetuan aankomen! Ja, dat ging voor alles. En daarom moest spoed gemaakt worden.Dan traden een of twee Marokkanen met eene smokende lantaarn in de hand, naar buiten, om met den gids te spreken. (Bladz. 147.)Dan traden een of twee Marokkanen met eene smokende lantaarn in de hand, naar buiten, om met den gids te spreken. (Bladz.147.)Van Antekirrta af tot aan de Marokkaansche grenzen wordt gerekend een afstand van twee duizend vijfhonderd kilometers te bedragen, hetgeen ongeveer met dertien honderd vijftig zeemijlen overeenkomt. Wanneer nu deElektriek 2zich met volle kracht voorwaarts[145][146]bewoog, dan kon zij om en nabij zeven en twintig mijlen in het uur afleggen. Hoeveel sneltreinen op de spoorwegen van het vasteland bereiken die snelheid? Dus dat lange stalen spilvormige lichaam, waarop de wind geen vat had, dat door de deininggolven heenschoof, zonder er vertraging door te ondervinden, of weerstand te bieden, dat om geen brekers scheen te geven, zou niet eens vijftig uren noodig hebben, om ter gewilder plaatse te komen.DeElektriek 2was den volgenden ochtend, reeds vóórdat de dag aanbrak, kaap Bon genaderd. Van dat punt af zou het vaartuig, na de monding van de golf van Tunis voorbijgestevend te zijn, slechts weinige uren noodig hebben om kaap Bizerta uit het gezicht te verliezen. La Calle, Bône, de IJzeren Kaap, wier metaalmassa, zooals men beweert, de kompasnaald doet afwijken, de Algerijnsche kust, Stora, Bougie, Dellys, Algiers, Cherchell, Montanagem, Oran, Nemours, daarna de Rifsche kuststreken, kaap Melilla, die evenals Ceuta aan Spanje toebehoort, kaap Tres Forcas, vanwaar het vasteland zich tot bij kaap Negro afrondt, dat geheele panorama van de Afrikaansche kust ontrolde zich, terwijl het scheepje zich voortspoedde gedurende de dagen van 20 en 21 November voor de oogen der opvarenden, zonder dat een oponthoud of een ongemak de vaart kwam vertragen. Nooit was de machine, door de accumulatoren bewogen, in de gelegenheid geweest, dergelijke diensten te presteeren. Maar zij hield zich goed.Werd deElektriekook alontwaard, nu eens langs en evenwijdig aan de kust stevenende, dan weer eens in volle zee buiten de baaien, die zij van kaap tot kaap doorsneed, dan moesten de kustwachters wel aan de verschijning van een bovennatuurlijk vaartuig of wel aan een buitengewoon grooten visch van het geslacht der walvisschen gelooven, die door geen stoomboot, de wateren der Middellandsche zee beploegende, ingehaald zoude kunnen worden. Men keek er naar uit. Men wees elkander dat vreemdsoortig voorwerp aan, maar daar bleef het ook bij.Dokter Antekirrt, Piet Bathory, Luigi Ferrato, Pescadospunt en Kaap Matifou ontscheepten zoo omstreeks tegen acht uren in den avond bij de uitwatering van de kleine Tetuan-rivier, waarin de sloep eene aanlegplaats gezocht had. Die rivier, door de aardrijkskundigen Martil genaamd, heeft twee forten, die hare nadering beschermen.Op ongeveer honderd passen van den rivier-oever verwijderd, bestond een soort van caravanserail, waar onze reizigers muildieren en een Arabischen gids aantroffen, die aanbood hen naar de stad te brengen. De prijs, dien hij vroeg, werd zonder afdingen aangenomen, zoodat zij dadelijk konden vertrekken.In dit gedeelte van de Rifsche kuststreek, hebben de Europeanen[147]noch van de inheemsche bevolking, noch van de zwervende volksstammen, die het land afloopen, iets te vreezen. Het land is bovendien zeer slecht bewoond en nog slechter bebouwd. De weg kronkelt door eene vlakte, die met schrale boompjes en struiken bezaaid is. De lezer moet zich niet verbeelden, dat die weg een aangelegd gemeenschapsmiddel was; neen, het was slechts een pad, dat eer aan de hoeven der paarden of muilezels, dan wel aan eenige menschenhand te danken was. Aan de eene zijde vloot de rivier binnen hare modderige oevers, waar het gekwaak der padden en kikvorschen en het schrille gepiep der sprinkhanen zich lieten hooren. Op de watervlakte dobberden eenige visschersschuiten, die midden op stroom ten anker lagen, terwijl er ook op het droge gehaald waren. Aan de andere zijde rechts van den weg ontwikkelde zich eene reeks van kale heuvels, die zich in de verte bij het zuidelijk gebergte aansloten.De nacht was prachtig, de maan scheen heerlijk en overgoot de omstreken met haar zacht licht. Door de terugkaatsing harer bleeke stralen in den spiegel der rivier, veroorzaakte zij, dat de omtrekken der hoogten van den noorder-gezichteinder zich minder nauwkeurig afteekenden. In de verte ontwaarde men de witte gebouwen van Tetuan, en deed zich de stad voor als eene onmetelijke witte vlek op den somberen nevelachtigen achtergrond.De Arabische gids geleidde zijn troepje met vluggen pas; twee of drie malen moest men stil blijven houden bij eenige alleenstaande wachthuizen, wier eenig venster, uitziende op dat gedeelte van het gebouw, hetwelk niet door de maan verlicht werd, een geelachtig licht te ontwaren gaf. Dan traden een of twee Marokkanen met eene smokende lantaarn in de hand naar buiten, om met den gids te spreken. Na eenige woorden gewisseld te hebben, die tot herkenning moesten dienen, werd de weg vervolgd. Klinkende munt was hierbij het hoofdmiddel om vlug vooruit te komen, en het herkenningsteeken naar eisch te doen slagen.Noch de dokter, noch zijne tochtgenooten spraken een woord. Stilzwijgend schreden zij naast elkander voort.Zij waren afgetrokken, in gedachten verzonken, en lieten de muildieren, die met dien vlakken weg, welke hier en daar een ravijn vertoonde, goed bekend waren en de veelvuldige steenen, boomstronken en wortels, waarmede hij bezaaid was, behendig wisten te mijden, rustig voortstappen. Het stevigste en sterkste van die dieren bleef evenwel somwijlen achter. Toch moest het daarom niet minder geacht worden dan de anderen: want het droeg Kaap Matifou en die woog inderdaad op zijn minst voor twee.Dat wekte de goede luim van Pescadospunt op, die de opmerking niet weerhouden kon:[148]„Het zou wenschelijk zijn dat Kaap Matifou eerder het muildier, dan dat het muildier Kaap Matifou droeg!”Zoo omstreeks half tien liet de Arabische gids stilhouden bij een grooten witten walmuur, die met torens en schietgaten bekroond, de stad aan dezen kant moest beschermen en verdedigen. In dien muur opende zich een lage poort, die op Marokkaansche wijze met allerlei arabesken versierd was. Daarenboven gluurden door talrijke schietgaten de mondingen van kanonnen, niet oneigenaardig aan die groote kaaimannen gelijk, die in het maanlicht op de modder uitgestrekt liggen te slapen.De poort was gesloten en men moest alweer met de beurs in de hand onderhandelen, om haar geopend te krijgen. Eindelijk gelukte dat ook, en toen stapten allen naar binnen en verloren zich te midden der smalle, bochtige, soms verwulfde straten, die door andere poorten van elkander gescheiden werden, welke niet anders dan door hetzelfde tooverwoord geopend konden worden.Tetuan is eene stad, die dertig duizend zielen telt, en vele moskeeën bezit.Na een goed kwartieruur ronddoolens, kwamen de dokter en zijne makkers bij eene herberg aan,—eene fonda, zooals zij plaatselijk genoemd wordt,—de eenige trouwens van de geheele stad, die door eene Jodin gehouden werd, terwijl eene eenoogige meid den dienst van kellner waarnam. Aanlokkelijk zag het er niet uit.Het gebrek aan comfort dezer fonda, welker schamele vertrekken zich rondom eene binnenplaats uitstrekten, laat zich verklaren door het gering getal vreemdelingen, die de reis naar Tetuan ondernemen. Daar ter stede bevindt zich zelfs slechts één vertegenwoordiger der Europeesche mogendheden, namelijk de consul van Spanje, die te midden van eenige duizenden inwoners verblijf houdt, waarvan verreweg het grootste getal inboorlingen en dus geen Spanjaarden zijn.Hoe ongeduldig dokter Antekirrt ook was om zijne nasporingen en ondervragingen nopens de woning van Namir te beginnen, en hoe hij ook haakte, om er dadelijk heen te ijlen, zoo bedwong hij zich toch. Hier moest immers noodzakelijk met de uiterste voorzichtigheid gehandeld worden. In de omstandigheden, waarin Sava geplaatst was, kon eene ontvoering ernstige moeielijkheden ondervinden en opleveren. Het voor en het tegen moest zeer ernstig gewikt en gewogen worden. Misschien was het raadzaam, om onverschillig welken losprijs voor de vrijheid van het jonge meisje te bieden. Maar in geen geval mochten dokter Antekirrt of Piet Bathory zich althans aan Sarcany bekend maken, die waarschijnlijk te Tetuan aanwezig was. In zijne handen was Sava een vrijgeleide, eene zekerheid voor de toekomst, die hij niet licht zoude laten glippen. En dan moest bedacht worden, dat men zich hier niet in een beschaafd land van[149]Europa bevond, waar justitie en politie hunne tusschenkomst, hunnen bijstand hadden kunnen verleenen. In dat brandpunt van slavenhandel zou het betoog niet te leveren zijn, dat Sava niet het wettige eigendom van de Marokkaansche vrouw was. Hoe zou bewezen kunnen worden, anders dan door den brief van mevrouw Toronthal en door de bekentenis van den bankier, dat zij de dochter was van graaf Mathias Sandorf? Daarenboven, hoe bij haar te geraken? Die Arabische huizen zijn gewoonlijk goed gesloten en weinig toegankelijk. Men kan er zoo gemakkelijk niet indringen. De tusschenkomst van een Kadi kon zelfs vruchteloos blijken, in de vooronderstelling altijd, dat die bekomen kon worden, hetgeen meer dan twijfelachtig mocht heeten.Er werd dan ook besloten, dat voorshands het huis van Namir ten nauwkeurigste zoude gadegeslagen worden, evenwel zoo, dat geen achterdocht opgewekt zoude worden. Pescadospunt zou iederen ochtend bij het krieken van den dag met Luigi Ferrato op kondschap uitgaan. Deze laatste had gedurende zijn verblijf op het zoo cosmopolitische eiland Malta eenigermate de Arabische taal geleerd. Beiden zouden trachten op te sporen in welk kwartier en in welke straat die Namir woonde, wier naam toch bekend moest zijn. Dan zou men eerst naar omstandigheden kunnen handelen.In afwachting had deElektriek2 eene schuilplaats gezocht in een der smalle en kleine kreeken van de kust bij de monding van de Tetuan-rivier, alwaar dat vaartuig gereed moest blijven, om op het eerste sein te kunnen vertrekken. Dat punt was niet moeielijk te vinden en weldra lag het vaartuig daar zoo rustig als in een haven van het vasteland.Zoo ging in de fonda die eerste nacht, die dokter Antekirrt en Piet Bathory zoo lang toescheen, voorbij. Wat Pescadospunt en Kaap Matifou betreft, wanneer die ooit gehoopt hadden in bedden te slapen, die met porselein ingelegd waren, dan hadden zij thans redenen te over om tevreden te zijn. Zij sliepen daarom niet minder goed.Luigi Ferrato en Pescadospunt begonnen den volgenden ochtend hunnen onderzoekingstocht, door zich naar den bazaar te begeven, waarheen reeds een gedeelte der Tetuansche bevolking zich verzameld had.Pescadospunt kende Namir, die hij wel twintigmalen gelegenheid had gehad in de straten van Ragusa op te merken, toen zij daar de rol van verspiedster ten behoeve van Sarcany vervulde. Het kon dus gebeuren, dat hij haar ontmoette; maar daar zij hem niet kende, zou dat geen nadeelige gevolgen hebben. En in dat geval zou hij haar slechts te volgen hebben.De voornaamste bazaar van Tetuan bestaat uit eene verzameling van keeten, winkels en kramen, allen lang, smal, vuil en[150]smerig, waartusschen vochtige en glibberige toegangen voeren. Eenige linnen lappen van verschillende tint en kleur,over touwengespannen, beschermden die holen tegen de brandende stralen der zon. Overal zag men sombere winkels en uitstallingen, waar geborduurde zijden stoffen verkocht werden, schel gekleurde passementwerken, babouchen, een soort van sloffen, geldtaschjes, burnous, aardewerk, juweelen, halssnoeren, armbanden, ringen, gesmeed en gedreven koperwerk, kandelaars, wierookvaten, lantaarns,—in één woord alles, wat zich in de bijzondere magazijnen van de groote steden in Europa bevindt en wat hier als het ware op de straat te koop aangeboden wordt.Er was reeds eene groote menigte op den bazaar aanwezig, zoodat het moeite kostte, om zijn weg te vervolgen.Iedereen genoot van de frischheid der ochtend-uren. Mauresken, die tot aan de oogen gesluierd waren, Jodinnen met ongedekt gelaat, Arabieren, Kabylen,Marokkanen, Negers kwamen en gingen in dien bazaar, waar de vreemdelingen waarlijk ook niet ontbraken; zoodat de tegenwoordigheid van Luigi Ferrato en van Pescadospunt geene bevreemding kon baren en dat ook niet deed. Het eenige, waarop zij te letten hadden, was om in dat gedrang bij elkander te blijven.Gedurende ruim een uur poogden zij in die menigte Namir te ontwaren. Maar te vergeefs. De Marokkaansche vrouw was niet te bespeuren.En Sarcany evenmin. Beiden waren en bleven onzichtbaar. Dat was inderdaad eene teleurstelling.Luigi Ferrato besloot toen eenige dier jongens te ondervragen, die daar half naakt rondliepen, en als eene staalkaart konden gelden van al de Afrikaansche rassen, welker vermenging van de Rifsche kustplaatsen af tot aan de grenzen van de Sahara geschiedt en waarvan de produkten op al deMarokkaanschebazaars rondkrioelen. Hij riep den eerste den besten tot zich en begon met het weinige Arabisch, dat hij kende, uit te kramen.De eersten dier bengels, tot wie de zeeman zich wendde, wisten op zijne vragen geen antwoord te geven. Eindelijk was er een, een Kabylische jongen, ongeveer twaalf jaar oud, met het schalksche gezicht van een Parijzer straatjongen, die verzekerde dat hij de Marokkaansche kende en aanbood de beide Europeanen, tegen eene belooning van eenige geldstukken, naar hare woning te geleiden. Dat was een lichtpunt, dat in de duisternis scheen.Eenige linnen lappen beschermden die holen tegen de brandende stralen der zon. (Bladz. 150.)Eenige linnen lappen beschermden die holen tegen de brandende stralen der zon. (Bladz.150.)Natuurlijk werd dat aanbod dadelijk aangenomen en stapte het drietal weldra door een schier onuitwarbaar netwerk van straten, die naar de vestingwerken der stad uitstralen. Binnen tien minuten hadden zij een bijna eenzaam kwartier bereikt, waarin de laaggebouwde en[151][152]spaarzame huizen geen enkel raam in den voorgevel vertoonden. Het zag er akelig en somber uit. Intusschen wachtten dokter Antekirrt en Piet Bathory de terugkomst van Luigi Ferrato en Pescadospunt met koortsachtig ongeduld af. Wel twintig malen waren zij op het punt om zelf heen te gaan en de nasporingen te leiden. Zij werden evenwel door de gedachte weerhouden, dat zoowel Sarcany als de Marokkaansche hen beide kenden. Dat was waarschijnlijk alles op het spel zetten, wanneer een dier twee hen ontmoette. Dit dwong hen derhalve tot oppassen, ja tot vluchten, om buiten het bereik hunner vijanden te zijn. Zij bleven dus ten prooi aan de hevigste onrust te huis en wisten niet om met den tijd hun ongeduld te dooden.Het was negen uur, toen Luigi Ferrato en Pescadospunt in de fonda terugkeerden.Hun betrokken gelaat verkondigde genoegzaam, dat zij slechts ongunstige tijdingen mede te deelen hadden.En inderdaad, Sarcany en Namir hadden in gezelschap van een jong meisje, dat niemand kende, reeds sedert vijf weken Tetuan verlaten, terwijl een oude vrouw tot bewaakster van het huis achtergebleven was.Op dien slag waren noch dokter Antekirrt noch Piet Bathory voorbereid. Zij waren dan ook vernietigd.„En toch is dat vertrek heel natuurlijk,” merkte Luigi Ferrato na het verhaal hunner nasporing op.En dokter Antekirrt en Piet Bathory keken hem vragend aan.„Wat bedoelt gij?” vroegen beiden tegelijk.„Moest Sarcany niet vreezen,” ging Luigi voort, „dat Silas Toronthal uit wraakzucht of door eenige andere reden gedrongen, zijne schuilplaats zou openbaren?”Dat moest beaamd worden; maar dat veranderde de zaak hoegenaamd niet.Zoolang het slechts gold misdadigers en verraders op te sporen, had dokter Antekirrt nimmer aan zijn taak getwijfeld, en was nimmer teruggedeinsd om haar te volbrengen. Nu het evenwel gold om zijne eigene dochter uit de handen van Sarcany te redden, voelde hij datzelfde zelfvertrouwen in zijne te treffen maatregelen niet meer.Intusschen kwam hij met Piet overeen, dat men dadelijk het huis van Namir moest bezoeken. Misschien zou men daar meer dan eene enkele herinnering aan Sava aantreffen. Misschien zou de een of andere bijzonderheid hen openbaren, wat van haar geworden was. Misschien ook zoude de oude Jodin, dier ter bewaking van het huis achtergelaten was, hen uiterst nuttige inlichtingen voor hunne verdere nasporingen kunnen geven of verkoopen.[153]Luigi Ferrato geleidde hen dadelijk derwaarts. Het was niet ver. Binnen een half uur waren zij er.Dokter Antekirrt, die het Arabisch sprak alsof hij in Arabia Petrea geboren was, gaf zich uit voor een vriend van Sarcany. Hij was zoo even te Tetuan aangekomen en zoude slechts doortrekkend zijn. Hij zou zich gelukkig gevoeld hebben, wanneer hij zijn vriend had mogen ontmoeten. Nu dat niet kon, vroeg hij zijn huis te mogen bezichtigen.Eerst maakte de oude Jodin eenige moeielijkheden. Maar een handvol seechinen maakte haar veel leniger en handelbaarder. Al dadelijk weigerde zij niet om de vragen van dokter Antekirrt te beantwoorden, die, dat moet erkend worden, de grootste belangstelling voor haren meester ademden.Het meisje, door de Marokkaansche vrouw aangebracht, was bestemd om de echtgenoote van Sarcany te worden. Dat was reeds sedert lang beslist en misschien zou, zonder hun overhaast vertrek, het huwelijk reeds te Tetuan voltrokken zijn. Dat jonge meisje had, sedert hare aankomst alhier, dat wil zeggen sedert drie maanden ongeveer, nimmer de woning verlaten. Men verhaalde dat zij van Arabische afkomst was, maar de oude Jodin meende redenen te hebben, om te gelooven, dat zij eene Europeesche moest zijn. Heel zeker daaromtrent was zij niet, want zij had haar slechts weinig gezien en dat nog wel gedurende de afwezigheid van de Marokkaansche vrouw. Meer wist zij er niet van te vertellen.Ook het land, waarheen Sarcany zoowel Namir als Sava gevoerd had, wist de oude Jodin niet te noemen. Alles wat zij wist, was dat zij ongeveer vijf weken geleden vertrokken waren met eene karavaan, die naar het oosten trok. Sedert dien dag stond de woning onder hare bewaking en zij moest er oppassen, totdat Sarcany gelegenheid zoude gevonden hebben om haar te verkoopen—waaruit de gevolgtrekking was af te leiden, dat het zijn plan niet was naar Tetuan weer te keeren. Verder wist dat vrouwmensch niet te vertellen. Het nieuws wat zij medegedeeld had, was uiterst schraal.Dokter Antekirrt hoorde die antwoorden koelbloedig aan en vertaalde ze, naarmate ze gegeven werden, voor Piet Bathory. Wat, alles goed beschouwd, als zeker kon gerekend worden, was dat Sarcany het niet geraden geoordeeld had, zich in te schepen op een van die pakketbooten, die Tanger aandoen, of om in den spoortrein plaats te nemen, die bij Oran een aanvang neemt. Dat reeds duidde op plannen, die het daglicht niet mochten zien, en vermeerderde de onrust onzer vrienden niet weinig.Sarcany had zich bij eene karavaan aangesloten, die van Tetuan vertrokken was, om te gaan.… Ja, waarheen? Naar de een of andere oase in de woestijn?… Of nog verder, naar een van die[154]streken, welke door halfwilden bewoond worden en waar Sava geheel en al in zijne macht zoude zijn en van zijne genade zou afhangen? Hoe dat te weten te komen? Want het is in Noord-Afrika al even moeielijk om het spoor eener karavaan als van een persoon alleen weer te vinden! Het spoor eener karavaan verdwijnt in het zand der woestijn evenals het kielzog van een vaartuig zich verliest in de wateren van den Oceaan.Dokter Antekirrt hield dan ook bij de oude Jodin aan. Hij herhaalde, dat hij belangrijke berichten, die Sarcany ter zeerste golden, mede te deelen had, en die juist dat huis betroffen, waarvan hij zich ontdoen wilde. Maar hoe hij ook praatte, en hoe hij het ook verder aanlegde, het was hem onmogelijk iets verder te weten te komen.Klaarblijkelijk was die vrouw onbekend met de nieuwe schuilplaats, waarheen Sarcany gevlucht was, om de ontknooping van het drama te bespoedigen. Die teleurstelling was nog wel de grootste, die dokter Antekirrt en Piet Bathory konden ondervinden.Beide mannen en Luigi Ferrato verzochten toen de woning, die naar Arabischen stijl gebouwd was, en welker vertrekken hun daglicht ontvingen van een patio of binnenplein, dat met eene rechthoekige galerij omgeven was, te mogen bezichtigen. Hoe zwak ook hunne hoop hierbij was, meenden zij dat de een of andere aanwijzing hun hierbij den weg zou kunnen wijzen.Dat werd hun toegestaan, en weldra hadden zij de kamer bereikt, die door Sava bewoond was geweest. Dat was eene ware gevangeniscel. Hoe veel uren had het rampzalige jonge meisje daar in dat vertrek ten prooi aan de diepste wanhoop, zonder dat zij op hulp en verlossing kon rekenen, doorgebracht? Zonder een woord te spreken, doorsnuffelden dokter Antekirrt en Piet Bathory die kamer en zochten het geringste merk of teeken, dat hen op het spoor, hetwelk zij zochten, kon brengen.Eensklaps naderde de dokter een klein koperen brasero of komfoor, dat in een hoek van de kamer op den drievoet rustte. In dat komfoor bewogen zich eenige overblijfselen van papieren, die door de vlam verbrand, maar niet volkomen verteerd waren.Zou Sava geschreven hebben? Dat was niet geheel en al onwaarschijnlijk.Zou zij, door dat plotselinge vertrek overvallen, er toe besloten hebben dien brief, vóórdat zij Tetuan verliet, te verbranden?Of, wat ook mogelijk was, werd die brief bij Sava gevonden en door Sarcany of Namir vernietigd?Piet Bathory had den blik van dokter Antekirrt, die over dien brasero gebogen stond, gevolgd.„Wat is er toch?” vroeg hij, met een angstig voorgevoel. „Wat ziet gij toch in dat komfoor?”[155]Antekirrt wees op de papierasch.En inderdaad, op die asch, die door een windzuchtje in fijn poeder kon vernietigd worden, waren eenige letters zichtbaar en staken zwart af op dien lichtgrijzen grond. Onder anderen stond daarop duidelijk, hoewel de woorden onvolkomen waren: „mev … Bath …” Ja, dat stond er heel duidelijk op. Daarin kon men zich niet vergissen.Sava wist niet en kon niet weten, dat mevrouw Bathory uit Ragusa verdwenen was. Had zij gepoogd haar te schrijven als aan de eenige persoon op deze wereld, van wien zij hulp verwachten kon?Maar achter den naam van mevrouw Bathory was nog een andere te lezen: namelijk die van haren zoon …Piet hield den adem in, om die asch niet te doen verstuiven, en poogde eenig ander woord te ontdekken, dat nog leesbaar was … Maar zijn blik was beneveld!… Het was hem onmogelijk iets meer te ontwaren!…En toch stond er nog een woord, dat hem op het spoor van het jonge meisje kon brengen,… een woord dat dokter Antekirrt in staat was bijna ongeschonden waar te nemen:„Tripoli!”… riep hij uit. En na nogmaals gekeken te hebben: „Ja, dat staat er duidelijk … Zie maar … Tripoli!”Het was dus in het Regentschap Tripoli, in zijn geboorteland, waar hij eene volkomene veiligheid moest vinden, dat Sarcany eene toevlucht gezocht had!Het was naar die landstreek dat de karavaan zich begaf, waarbij Sarcany zich vijf weken geleden aangesloten had.„Naar Tripoli!” zei de dokter. „En zonder een dag, zonder een uur, zonder eene minuut te verliezen!”„Naar Tripoli!” herhaalde Piet in de grootste opgewondenheid. „Gij hebt gelijk, wij mogen geen tijd verloren laten gaan!”Dienzelfden dag waren allen weer op deElektriek 2ingescheept en had dat vaartuig zee gekozen. Men kon uitrekenen, dat Sarcany op het punt was, om aldaar aan te komen. En mocht hij reeds aangekomen zijn, dan hoopten de opvarenden, dat dit slechts weinige dagen vóór hen zou geschied zijn.[156]
Graaf Mathias Sandorf was, zooals de lezer weet, behalve voor Piet Bathory, voor het geheele personeel van de volkplanting van zijn klein eiland dokter Antekirrt gebleven. Het strookte met zijne plannen, om tot de geheele volbrenging van de taak, die hij ondernomen had, die rol te blijven vervullen. Toen dan ook de naam zijner dochter daar zoo plotseling en onverwacht door mevrouw Bathory genoemd[135]werd, had hij geestkracht en zelfbeheersching genoeg, om zijne aandoeningen niet te laten blijken. Toch had zijn hart een oogenblik opgehouden te kloppen en wanneer hij zich minder krachtig had betoond, dan zou hij op den drempel der kapel neergestort zijn, alsof hij door den bliksem ware getroffen. Maar daar klopte een ijzeren hart, zooveel malen door het lijden gelouterd, in die fiere borstkas.
Dus zijne dochter was niet dood! Dat was boven allen twijfel verheven. Het bewijsstuk lag daar.
Dus zij was onder de levenden! O! welke vreugdekreet juichte in het vaderhart.
Dus zij beminde Piet Bathory en werd wederbemind! Dokter Antekirrt wierp een schuchteren blik op den jongeling. Want hij … hij, Mathias Sandorf had alles in het werk gesteld, om de vereeniging der beide jongelieden te beletten!
En dat geheim, waardoor hem Sava weergegeven werd, zou nimmer geopenbaard zijn, wanneer mevrouw Bathory haar verstand niet als door een wonder terugbekomen had!
Maar wat was er toch vijftien jaren geleden op het kasteel Artenak gebeurd?
O, de lezer weet dat thans! Dat kind, de eenige erfgename der goederen van graaf Mathias Sandorf, dat kind, wiens overlijden nimmer wettelijk gestaafd werd, was ontvoerd en daarna aan Silas Toronthal overgeleverd geworden. Toen de bankier zich eenigen tijd later te Ragusa vestigde, had hij van zijne echtgenoote gevergd Sava als hare dochter op te voeden.
Die kuiperijen waren uitgedacht door Sarcany, maar door Namir zijne medeplichtige uitgevoerd.
Sarcany was niet onkundig, dat Sava, wanneer zij achttien jaren oud zoude zijn, in het bezit zoude komen van een zeer groot vermogen; en hij rekende er op, dat, wanneer zij zijne echtgenoote geworden zoude zijn, hij haar wel als de erfgename der familie Sandorf zou weten te doen erkennen. Dat zou de bekroning moeten zijn van zijn schandelijk bestaan. Hij zou dan heer en meester der domeinen van Artenak zijn! Een ware belooning voor zooveel miskende deugd.
Maar kon er inderdaad gezegd worden, dat dit plan tot heden mislukt was, het was toch voortreffelijk beraamd.
Ja, voortreffelijk was het voorzeker, maar mislukt was het totaal. Want wanneer het huwelijk voltrokken ware, dan zou Sarcany zich wel gehaast hebben, er al de mogelijke voordeden uit te trekken.
Welke smarten, welke teleurstellingen moest dokter Antekirrt thans ondervinden?
Was hij het niet, die deze betreurenswaardige aaneenschakeling[136]van feiten had in het leven geroepen, eerst door zijn medewerking aan Piet Bathory te weigeren; verder door Sarcany in de gelegenheid te stellen zijne plannen te vervolgen en ten uitvoer te leggen, terwijl hij hem bij hunne ontmoeting te Cattaro reeds onschadelijk had kunnen maken; eindelijk door mevrouw Bathory haren zoon niet weer te geven, toen hij dezen aan den dood ontrukt had? En, inderdaad, hoeveel rampen zouden niet vermeden zijn, wanneer Piet Bathory zijne moeder nabij geweest ware, toen de brief van mevrouw Toronthal door deze zelve in de Marinella-straat aan huis bezorgd werd! Het was waarlijk een samenloop van noodlottige omstandigheden. En als Piet eens geweten had, dat Sava de dochter van graaf Sandorf was, zou hij er dan niet in geslaagd zijn, haar aan de gewelddadigheden van Sarcany en Silas Toronthal te ontrukken? Dat was meer dan waarschijnlijk, dat moet erkend worden.
Waar was Sava thans? Die vraag beheerschte bij dokter Antekirrt alles.
O, voorzeker in de macht van Sarcany! Dat antwoord maakte den rampzaligen vader radeloos.
Maar waar hield die ellendeling haar thans verscholen? Eene tweede vraag, die in belangrijkheid voor de eerste niet onderdeed.
Hoe zou men het moeten aanleggen om haar aan dien snoodaard te ontrukken?
Dat moest snel beraamd worden, want binnen weinige weken zou de dochter van graaf Sandorf haar achttiende jaar bereikt hebben, het tijdstip, waarop zij als erfgename zoude moeten optreden, op gevaar af anders hare rechten te zullen verliezen.—Sarcany wist dat, en deze omstandigheid moest hem het uiterste doen beproeven, om Sava’s toestemming tot dit gehate huwelijk te verwerven. De tijd was dus kort, en er moest uiterst spoedig gehandeld worden, dat gevoelde dokterAntekirrt.
In een ondeelbaar oogenblik, als het ware, had die opvolging van gedachten het brein van den rampzaligen vader doorkruist. Na dat verleden, evenals mevrouw Bathory en haar zoon gedaan hadden, in gedachten opgebouwd te hebben, gevoelde hij de verwijtingen die de echtgenoote en de zoon van Stephanus Bathory hem, onverdiend wel is waar, konden doen! En toch, wanneer de zaken bestaan hadden, zoo als hij ze zich voorgesteld had, zou dan eene vereeniging mogelijk geweest zijn tusschen Piet Bathory en haar, die voor allen, ook voor hemzelven, Sava Toronthal genoemd werd?
Kaap Matifou kneep die hand, waarschijnlijk onbewust, alsof hij ze verbrijzelen wilde. (Bladz. 143.)Kaap Matifou kneep die hand, waarschijnlijk onbewust, alsof hij ze verbrijzelen wilde. (Bladz.143.)
Kaap Matifou kneep die hand, waarschijnlijk onbewust, alsof hij ze verbrijzelen wilde. (Bladz.143.)
Het was nu zaak, het koste wat het wilde, om zijne dochter Sava uit te vinden,—wiens naam, gevoegd aan dien van de gravin Rena, zijn echtgenoote, gegeven was aan de goeletSavarena, zooals de naam van Luigi’s vader aan het stoomjachtFerratoverleend was.—Waarlijk, geene geringe taak, dat moet erkend[137][138]worden. Maar er was geen dag, geen uur, geen oogenblik meer te verliezen. Alle krachten moesten ingespannen worden, om tot het doel te geraken.
Mevrouw Bathory was reeds naar het Stadhuis teruggevoerd, toen dokter Antekirrt er ook binnentrad in gezelschap van Piet, die zich aan de grootste afwisselingen van blijdschap en wanhoop overgaf, evenwel daarbij geen woord sprak. Op zijn gelaat was nochtans te ontwaren, aan welke aandoening hij ten prooi was.
De brave moeder was genezen. Zij was evenwel zeer verzwakt en uitgeput door de geweldige reactie, die zij ondergaan had. Zij was in haar kamer gezeten, toen dokter Antekirrt en Piet Bathory haar daar opzochten.
Maria Ferrato had, met de scherpzinnigheid der vrouwen eigen, begrepen, dat die drie menschen alleen bij elkander gelaten moesten worden. Derhalve was zij zacht, en zonder dat iemand het merkte, naar de groote zaal in het Stadhuis gegaan.
Dokter Antekirrt naderde, met de hand op den schouder van Piet geleund, mevrouw Bathory.
„Mevrouw,” sprak hij, „ik had reeds van uwen zoon den mijnen gemaakt. Maar dat was hij nog maar krachtens vriendschapsbanden; geloof mij, ik zal alles doen, om te bewerken, dat hij het ook door de banden van het bloed wordt. Als ik daarin slaag, zal ik, dat kan ik u betuigen, de gelukkigste aller stervelingen zijn. Sava mijne dochter! en Piet mijn zoon!”
Mevrouw Bathory keek hem verbaasd aan. Zij kon hem onmogelijk begrijpen, dat was haar wel aan te zien.
„Ja,” ging dokter Antekirrt voort, „dat hij in mij een waren vader, ik een waren zoon in hem vond …”
De arme vrouw wist niet wat te denken en keek beteuterd beide mannen beurtelings aan.
„Door hem Sava … mijne dochter … te laten trouwen!” lichte de dokter eindelijk toe.
„Uwe dochter?…” kreet mevrouw Bathory, terwijl zij de hand aan het voorhoofd bracht … „Sava uwe dochter?”
„Ja, mijne dochter! Deel toch in mijn geluk, waarde mevrouw. Sava is mijne dochter!”
„Maar … wie zijt ge dan?” vroeg de ontstelde moeder, terwijl zij haar gelaat met de beide handen bedekte.
„Wie ik ben?… Ik ben graaf Mathias Sandorf! Ik ben de beste vriend van Stephanus, uwen echtgenoot!”
Mevrouw Bathory sprong van haren stoel op, strekte de handen uit, en viel schier onmachtig in de armen van haren zoon. Maar al kon zij van aandoening niet spreken, zoo kon zij toch hooren. In weinige woorden deelde Piet haar mede, wat zij niet wist; hoe[139]graaf Mathias Sandorf door de toewijding en opoffering van den visscher Andreas Ferrato gered was geworden; waarom deze gedurende vijftien jaren onbekend en voor dood had willen blijven doorgaan en hoe hij eindelijk onder den naam van dokter Antekirrt te Ragusa gekomen was. Hij verhaalde, wat Sarcany en Silas Toronthal met betrekking tot het verraad van de Triëster samenzwering gedaan hadden; daarna het verraad van Carpena, waarvan zijn vader het slachtoffer geweest was, hoe eindelijk dokter Antekirrt hem levend aan het graf op het kerkhof te Ragusa ontrukt had, om hem deelgenoot te maken van de rechtspleging, die hij wenschte ten uitvoer te leggen. Hij eindigde zijn verhaal met de mededeeling, dat twee der ellendelingen: de bankier Silas Toronthal en de Spanjaard Carpena, reeds in hunne macht waren; maar dat de derde nog ontbrak, de derde, namelijk Sarcany, dezelfde schaamtelooze kerel, die van Sava Sandorf zijne vrouw wilde maken, van Sava, de dochter van zijn slachtoffer.
Gedurende meer dan een uur zaten dokter Antekirrt, mevrouw Bathory en haar zoon, een drietal dat in de toekomst door een zoo innigen band van toegenegenheid zoude verbonden worden, bij elkander, om nog de daadzaken betreffende het ongelukkige jonge meisje in bijzonderheden te behandelen en te bespreken. Het was voor hen allen helder als de dag, dat Sarcany voor niets zou terugdeinzen, om Sava tot dat huwelijk, hetwelk hem het vermogen van graaf Sandorf moest in handen spelen, te nopen. Zij vestigden in het bijzonder hunne aandacht op dien toestand, die, al waren ook al de vroegere plannen van den ellendeling verijdeld, toch nog voor het tegenwoordige angstverwekkend genoeg was. Dus voor en boven alles: Sava moest weergevonden worden, al moest ook hemel en aarde bewogen worden. Dat was de eerst voor de hand liggende taak. Dat begrepen allen.
Men kwam overeen, dat mevrouw Bathory en Piet voorloopig de eenigen zouden blijven, die weten zouden, dat graaf Mathias Sandorf zich achter den naam van dokter Antekirrt verborg. Wanneer men dat geheim prijs gaf, zou het bekend worden, dat Sava zijne dochter was, en het was in het belang van de nasporingen, die ondernomen moesten worden, dat dit nog niet geweten werd. Dus het diepste geheim werd daaromtrent aanbevolen.
„Maar waar is Sava?” vroeg mevrouw Bathory, toen zij hare gedachte weer eenigermate verzameld had.
En toen zij daarop van niemand, noch van haren zoon, noch van dokter Antekirrt antwoord ontving, vervolgde zij:
„Waar haar te zoeken?… Waar haar te vinden? Zeg, zal dat te ontdekken zijn?”
„O, dat zullen wij wel te weten krijgen!” antwoordde Piet, bij[140]wien de wanhoop vervangen was door eene geestkracht, die niet meer tanen zoude. „Dat zullen wij wel uitvinden!”
„Ja!… dat zullen wij!” hernam dokter Antekirrt vastberaden.
„En al kan ook aangenomen worden, dat Silas Toronthal niet weet, waarheen Sarcany eene schuilplaats gezocht heeft, zoo zal hij toch niet kunnen ontkennen, dat hij weet, waar die ellendeling mijne dochter opgesloten houdt. En dat zal hij, dat moet hij ons zeggen, al moet ook geweld gepleegd worden!”
„Ja, als hij het weet,… dan zal hij het moeten zeggen!” riep Piet Bathory woest uit.
„Ja!… dat moet!” zei de dokter. „Ik herhaal het, al zou geweld moeten gebruikt worden.”
„Onmiddellijk!” riep Piet Bathory uit. „Laten wij geen oogenblik verliezen.”
„Ja, onmiddellijk!”
Noch dokter Antekirrt, noch mevrouw Bathory, noch haar zoon Piet zouden langer in dien staat van onzekerheid hebben kunnen verblijven. Er moest naar eene uitkomst getracht worden.
Luigi Ferrato, die zich met Pescadospunt en Kaap Matifou in de groote zaal van het Stadhuis bevond, alwaar Maria zich bij hen gevoegd had, werd dadelijk geroepen.
Hij kreeg bevel, om zich naar het fortje te begeven, zich daarbij door Kaap Matifou te doen vergezellen, en Silas Toronthal naar het Stadhuis over te brengen.
De bankier verliet een kwartier later hetgekazematteerdevertrek, dat hem tot gevangenislokaal diende, waarbij Kaap Matifou met zijne breede hand de vuist van den misdadiger als in een schroef geklemd hield, en volgde gedwee zijn geleider door de groote straat van Artenak, naar de Raadzaal.
De bankier had aan Luigi gevraagd, waarheen men hem voerde, maar had daarop geen antwoord bekomen. Dit maakte hem te meer ongerust, daar hij steeds niet wist in handen van welk machtig persoon hij zich sedert zijne gevangenneming bevond.
Silas Toronthal, die steeds door Kaap Matifou vastgehouden werd, trad, voorafgegaan door Luigi Ferrato, de zaal binnen.
Wel zag hij terstond Pescadospunt, echter niet mevrouw Bathory noch haren zoon, die zich beiden ter zijde hielden. Maar plotseling bevond hij zich tegenover dokter Antekirrt, met wien hij te Ragusa te vergeefsch getracht had in aanraking te komen. Nu scheen hem plotseling een vreeselijk licht op te gaan. Nu eerst scheen hij te begrijpen.
„Gij!… Gij!”… riep hij ontzet en ten uiterste verbaasd uit. „Gij!… Gij, dokter Antekirrt!”
Maar zijne zelfbeheersching, evenwel niet zonder inspanning, hernemende.[141]
„Zoo, zoo!” zeide hij. „Het is dokter Antekirrt, die mij op Fransch grondgebied heeft laten gevangen nemen! Hij is het, die mij wederrechtelijk van mijne vrijheid beroofd heeft?”
„Wederrechtelijk? Durft Silas Toronthal, die in zijn leven zooveel wederrechtelijke daden pleegde, dat woord gebruiken?”
„Ja, wederrechtelijk!” herhaalde de bankier, terwijl hij zijn toespreker onbeschaamd aankeek.
„Maar, toch niet onrechtvaardig!” antwoordde de dokter met indrukwekkende stem.
„Wat heb ik met u te maken? Wat heb ik u gedaan? Zeg, wat heb ik u gedaan?” vroeg de bankier.
„Mij?” …
„Ja, u?”
„Gij zult het vernemen, Silas Toronthal, en dat wel vroeger dan u wellicht lief zal zijn.”
„Wanneer? Spreek! Wanneer?”
De bankier bleef in zijn onbeschaamde rol volharden. Hij meende van dokter Antekirrt niets te vreezen te hebben.
„Wanneer gij geantwoord zult hebben op deze vraag: wat hebt gij deze ongelukkige vrouw gedaan?”
„Mevrouw Bathory!” riep de bankier uit, terwijl hij een paar stappen achteruit deed, toen hij de weduwe ontwaarde, die op hem toetrad. „Mevrouw Bathory! O God!”
„En haar zoon!” vulde dokter Antekirrt aan. „Zeg, wat hebt gij haren zoon gedaan?”
„Piet!” …
„Ja, Piet!”
„Piet Bathory?” stamelde Silas Toronthal. „Geeft het graf dan zijn prooi terug?”
Hij zou voorzeker van ontsteltenis omver gevallen zijn, wanneer Kaap Matifou hem niet onwrikbaar overeind en op zijne plaats vastgehouden had. Die kolossus verwrikte niet.
Dus Piet Bathory, dien hij dood waande, de man wiens lijkstatie hij had zien voorbij trekken, Piet Bathory die op het kerkhof te Ragusa begraven was, diezelfde Piet Bathory stond daar voor hem als een geest, die uit het graf verrezen was! Silas Toronthal gevoelde zich in zijne tegenwoordigheid hevig beangst.… Hij begon te begrijpen, dat hij de straf zijner misdaden niet zou kunnen ontloopen.… Hij voelde, dat hij verloren was. Hij keek rond, alsof hij een hoek zocht, waar hij zich voor aller oogen kon verbergen.
„Waar is Sava?” vroeg eensklaps dokter Antekirrt. „Waar is dat jonge meisje, dat …”
„Mijne dochter?”
„Sava is uwe dochter niet!” antwoordde dokter Antekirrt gestreng[142]en met indrukwekkend gebaar.
„Sava, mijne dochter niet?” vroeg Silas Toronthal geheel en al onthutst. „Wie heeft u dat gezegd?”
„Neen! Sava is de dochter van graaf Mathias Sandorf, dien gij, door hem en zijne beide makkers, Stephanus Bathory en Ladislas Zathmar, laaghartig te verraden, aan den dood hebt overgeleverd! Verstaat gij mij? Dat is duidelijk!”
Bij die zoo formeele beschuldiging gevoelde zich de bankier Silas Toronthal vernietigd.
DokterAntekirrtwist toch niet alleen, dat Sava zijne dochter niet was, maar hij wist ook, dat zij de dochter van graaf Mathias Sandorf was! Hij wist hoe en door wien de samenzweerders van Triëst verraden waren! Dat walgelijke verleden verhief zich in zijne geheele schrikkelijkheid tegen Silas Toronthal. Hij wenschte in den grond te kunnen verzinken, om die beschuldigende oogen te kunnen ontgaan.
„Waar is Sava,” hernam de dokter, die zijn toorn slechts door zeer veel wilskracht bedwong.
Geen antwoord. Silas Toronthal gluurde met gebogen hoofd rond en scheen zich te beraden.
„Waar is Sava, die door Sarcany, uwen medeplichtige bij al uwe misdaden, van het kasteel te Artenak opgelicht is geworden? Zult gij spreken?”
En toen de ellendeling steeds zweeg, vervolgde Antekirrt somber en schrikkelijk in stem en gebaren:
„Waar is Sava, die door dien ellendeling op eene plaats, die gij kent en kennen moet, opgesloten gehouden wordt, om haar hare toestemming af te dwingen tot een huwelijk, dat haar afschuw inboezemt … tot een huwelijk met een der verraders van haren vader!”
Andermaal geen antwoord. In het brein van Silas Toronthal begon. een denkbeeld te gloren. Hij glimlachte onmerkbaar.
„Voor de laatste maal: waar is Sava?” brulde dokter Antekirrt buiten zich zelven.
Hoe schrikverwekkend het uiterlijke van den dokter zich ook voordeed, hoe dreigend zijne woorden ook klonken, dat alles kon Silas Toronthal niet bewegen om te antwoorden. De aterling had begrepen, dat de tegenwoordige toestand van het jonge meisje hem tot schild, tot dekmantel kon dienen. Hij voelde, dat zijn leven geen gevaar liep, zoolang hij dat geheim niet geopenbaard had. Ziedaar, wat hem eenigermate gerustgesteld had, en wat dien glimlach te voorschijn getooverd had.
„Luister,” hernam de dokter, wien het gelukt was zijne zelfbeheersching en koelbloedigheid te herwinnen, „hoor naar mij, Silas Toronthal! Misschien meent gij verplicht te zijn, uwen medeplichtige te sparen! Gij vreest misschien hem te benadeelen door te spreken![143]Welnu, weet dit dan: Sarcany, na uw vermogen verkwist te hebben, heeft, om zich van uwe stilzwijgendheid te verzekeren, gepoogd u te vermoorden, zoo als hij Piet Bathory te Ragusa vermoord heeft … Ja … twijfelt gij? Op hetzelfde oogenblik, toen mijne lasthebbers de hand op u legden, en zich van uw persoon op den straatweg naar Nizza, meester maakten, stond hij gereed met zijn dolk toe te stooten … En zult gij, nu gij dat weet, blijven zwijgen? Zult gij dien man willen blijven sparen, die ook jegens u voor geen moord terugdeinsde? Komaan, spreek.”
Silas Toronthal bleef bij het denkbeeld volharden, dat zijn stilzwijgen zijne tegenstanders nopen moest, om hem te ontzien. Hij gaf dan ook geen antwoord.
„Waar is Sava?” herhaalde dokter Antekirrt.
Niets, geen woord! Dat zwijgen was tergend, was uitdagend. Piet Bathory stond te knarsetanden van woede.
„Waar is Sava?” herhaalde de dokter, die ditmaal zijn geduld begon te verliezen.
„Ik weet het niet!…” antwoordde Silas Toronthal, vast besloten zijn geheim zorgvuldig te bewaren.
Eensklaps stiet hij echter een gil uit en poogde, terwijl hij zich van pijn kromde en spartelde, Kaap Matifou, die zijne hand steeds in de zijne omklemd hield, achteruit te duwen. Hij had eerder kunnen proberen een granietblok van zijne plaats te brengen.
„Genade … Genade!” riep hij, terwijl hij zich van pijn kromde. „Genade! ik smeek u!”
Kaap Matifou kneep die hand, waarschijnlijk onbewust, alsof hij ze verbrijzelen wilde.
„Genade!” kreet de bankier, „zoo’n pijn heb ik nog nooit ondervonden! Mijne hand is verpletterd.”
„Zult ge spreken?… Of …”
En hij gaf een teeken aan Kaap Matifou, die dadelijk de klemschroef aanzette.
„Ja … Ja …” kreet de ongelukkige misdadiger. „Ja … ja!… ik zal spreken!”
„Welnu dan, haast u! Waar is Sava?”
„Sava … Sava …” stamelde Silas Toronthal, die slechts met afgebroken woorden kon antwoorden.
„Welnu, Sava?… Waar is zij? Geen omwegen, geen onwaarheden. Ik waarschuw u ten beste.”
„Sava.. in het huis … van Namir … de verspiedster van … Sarcany … Daar is zij opgesloten.”
„Maar waar is dat huis? Nogmaals waarschuw ik u tegen misleiding. De waarheid, niets dan de waarheid!”
„Te … Tetuan! in Marokko!…” kreet de gemartelde. „Daar zult gij haar vinden.”[144]
Kaap Matifou liet, nadat die woorden den bankier ontvallen waren, diens hand eerst los, en die hand viel machteloos langs zijne zijde neder. Ja, een handdruk wisselen met dien reus, mocht voorwaar ongeraden heeten.
„Breng den gevangene naar zijne cel terug!” zei dokter Antekirrt; „wij weten, wat wij verlangden te vernemen.”
Luigi Ferrato trok Silas Toronthal met zich voort, het Stadhuis uit en sloot hem in zijn kasemat op.
Sava te Tetuan! Sava in Marokko! Sava in de macht van dat afzichtelijk wijf!
Dus, toen dokter Antekirrt en Piet Bathory twee maanden geleden te Ceuta aangekomen waren, om den Spanjaard Carpena aan dat boevenverblijf te ontvoeren, scheidden hen slechts eenige weinige mijlen van de plaats, waar dat Marokkaansche vrouwmensch het jonge meisje opgesloten hield! En dat hadden zij niet geweten! Het was om te vertwijfelen!
„Dezen nacht nog vertrekken wij naar Tetuan, Piet,” zei de dokter op kalmen toon.
Toen ten tijde bestond nog geen spoorweg, die rechtstreeks van Tunis naar de Marokkaansche grenzen voerde. Om dan ook binnen den kortst mogelijken tijd te Tetuan te kunnen aankomen, viel niets beters te doen, dan zich in te schepen op een van die snelvarende vervoermiddelen, tot de flottilje van Antekirrta behoorende.
Voor dat de scheepsbel de acht glazen had laten weerklinken, die het middernachtsuur moesten aangeven, had deElektriek2 haar anker gelicht en stoomde de Syrtische zee uit en de volle Middellandsche zee in.
Aan boord bevonden zich slechts dokter Antekirrt, Piet Bathory, Luigi Ferrato, Pescadospunt en Kaap Matifou.
Van die allen was Piet Bathory slechts aan Sarcany bekend. De anderen had hij nimmer gezien.
Wanneer men te Tetuan zou aangekomen zijn, dan zou men zien, hoe te handelen. Want het was nog niet uitgemaakt, of men met list of gewelddadig zou te werk gaan. Dat zou van de omstandigheden afhangen, waarin Sarcany zich te midden van die geheel Marokkaansche stad zoude bevinden. Dat zou ook afhangen van den aard van het verblijf van dien man in de woning van Namir en van het personeel, waarover hij kon beschikken.
Maar, voor alles moest men te Tetuan aankomen! Ja, dat ging voor alles. En daarom moest spoed gemaakt worden.
Dan traden een of twee Marokkanen met eene smokende lantaarn in de hand, naar buiten, om met den gids te spreken. (Bladz. 147.)Dan traden een of twee Marokkanen met eene smokende lantaarn in de hand, naar buiten, om met den gids te spreken. (Bladz.147.)
Dan traden een of twee Marokkanen met eene smokende lantaarn in de hand, naar buiten, om met den gids te spreken. (Bladz.147.)
Van Antekirrta af tot aan de Marokkaansche grenzen wordt gerekend een afstand van twee duizend vijfhonderd kilometers te bedragen, hetgeen ongeveer met dertien honderd vijftig zeemijlen overeenkomt. Wanneer nu deElektriek 2zich met volle kracht voorwaarts[145][146]bewoog, dan kon zij om en nabij zeven en twintig mijlen in het uur afleggen. Hoeveel sneltreinen op de spoorwegen van het vasteland bereiken die snelheid? Dus dat lange stalen spilvormige lichaam, waarop de wind geen vat had, dat door de deininggolven heenschoof, zonder er vertraging door te ondervinden, of weerstand te bieden, dat om geen brekers scheen te geven, zou niet eens vijftig uren noodig hebben, om ter gewilder plaatse te komen.
DeElektriek 2was den volgenden ochtend, reeds vóórdat de dag aanbrak, kaap Bon genaderd. Van dat punt af zou het vaartuig, na de monding van de golf van Tunis voorbijgestevend te zijn, slechts weinige uren noodig hebben om kaap Bizerta uit het gezicht te verliezen. La Calle, Bône, de IJzeren Kaap, wier metaalmassa, zooals men beweert, de kompasnaald doet afwijken, de Algerijnsche kust, Stora, Bougie, Dellys, Algiers, Cherchell, Montanagem, Oran, Nemours, daarna de Rifsche kuststreken, kaap Melilla, die evenals Ceuta aan Spanje toebehoort, kaap Tres Forcas, vanwaar het vasteland zich tot bij kaap Negro afrondt, dat geheele panorama van de Afrikaansche kust ontrolde zich, terwijl het scheepje zich voortspoedde gedurende de dagen van 20 en 21 November voor de oogen der opvarenden, zonder dat een oponthoud of een ongemak de vaart kwam vertragen. Nooit was de machine, door de accumulatoren bewogen, in de gelegenheid geweest, dergelijke diensten te presteeren. Maar zij hield zich goed.
Werd deElektriekook alontwaard, nu eens langs en evenwijdig aan de kust stevenende, dan weer eens in volle zee buiten de baaien, die zij van kaap tot kaap doorsneed, dan moesten de kustwachters wel aan de verschijning van een bovennatuurlijk vaartuig of wel aan een buitengewoon grooten visch van het geslacht der walvisschen gelooven, die door geen stoomboot, de wateren der Middellandsche zee beploegende, ingehaald zoude kunnen worden. Men keek er naar uit. Men wees elkander dat vreemdsoortig voorwerp aan, maar daar bleef het ook bij.
Dokter Antekirrt, Piet Bathory, Luigi Ferrato, Pescadospunt en Kaap Matifou ontscheepten zoo omstreeks tegen acht uren in den avond bij de uitwatering van de kleine Tetuan-rivier, waarin de sloep eene aanlegplaats gezocht had. Die rivier, door de aardrijkskundigen Martil genaamd, heeft twee forten, die hare nadering beschermen.
Op ongeveer honderd passen van den rivier-oever verwijderd, bestond een soort van caravanserail, waar onze reizigers muildieren en een Arabischen gids aantroffen, die aanbood hen naar de stad te brengen. De prijs, dien hij vroeg, werd zonder afdingen aangenomen, zoodat zij dadelijk konden vertrekken.
In dit gedeelte van de Rifsche kuststreek, hebben de Europeanen[147]noch van de inheemsche bevolking, noch van de zwervende volksstammen, die het land afloopen, iets te vreezen. Het land is bovendien zeer slecht bewoond en nog slechter bebouwd. De weg kronkelt door eene vlakte, die met schrale boompjes en struiken bezaaid is. De lezer moet zich niet verbeelden, dat die weg een aangelegd gemeenschapsmiddel was; neen, het was slechts een pad, dat eer aan de hoeven der paarden of muilezels, dan wel aan eenige menschenhand te danken was. Aan de eene zijde vloot de rivier binnen hare modderige oevers, waar het gekwaak der padden en kikvorschen en het schrille gepiep der sprinkhanen zich lieten hooren. Op de watervlakte dobberden eenige visschersschuiten, die midden op stroom ten anker lagen, terwijl er ook op het droge gehaald waren. Aan de andere zijde rechts van den weg ontwikkelde zich eene reeks van kale heuvels, die zich in de verte bij het zuidelijk gebergte aansloten.
De nacht was prachtig, de maan scheen heerlijk en overgoot de omstreken met haar zacht licht. Door de terugkaatsing harer bleeke stralen in den spiegel der rivier, veroorzaakte zij, dat de omtrekken der hoogten van den noorder-gezichteinder zich minder nauwkeurig afteekenden. In de verte ontwaarde men de witte gebouwen van Tetuan, en deed zich de stad voor als eene onmetelijke witte vlek op den somberen nevelachtigen achtergrond.
De Arabische gids geleidde zijn troepje met vluggen pas; twee of drie malen moest men stil blijven houden bij eenige alleenstaande wachthuizen, wier eenig venster, uitziende op dat gedeelte van het gebouw, hetwelk niet door de maan verlicht werd, een geelachtig licht te ontwaren gaf. Dan traden een of twee Marokkanen met eene smokende lantaarn in de hand naar buiten, om met den gids te spreken. Na eenige woorden gewisseld te hebben, die tot herkenning moesten dienen, werd de weg vervolgd. Klinkende munt was hierbij het hoofdmiddel om vlug vooruit te komen, en het herkenningsteeken naar eisch te doen slagen.
Noch de dokter, noch zijne tochtgenooten spraken een woord. Stilzwijgend schreden zij naast elkander voort.
Zij waren afgetrokken, in gedachten verzonken, en lieten de muildieren, die met dien vlakken weg, welke hier en daar een ravijn vertoonde, goed bekend waren en de veelvuldige steenen, boomstronken en wortels, waarmede hij bezaaid was, behendig wisten te mijden, rustig voortstappen. Het stevigste en sterkste van die dieren bleef evenwel somwijlen achter. Toch moest het daarom niet minder geacht worden dan de anderen: want het droeg Kaap Matifou en die woog inderdaad op zijn minst voor twee.
Dat wekte de goede luim van Pescadospunt op, die de opmerking niet weerhouden kon:[148]
„Het zou wenschelijk zijn dat Kaap Matifou eerder het muildier, dan dat het muildier Kaap Matifou droeg!”
Zoo omstreeks half tien liet de Arabische gids stilhouden bij een grooten witten walmuur, die met torens en schietgaten bekroond, de stad aan dezen kant moest beschermen en verdedigen. In dien muur opende zich een lage poort, die op Marokkaansche wijze met allerlei arabesken versierd was. Daarenboven gluurden door talrijke schietgaten de mondingen van kanonnen, niet oneigenaardig aan die groote kaaimannen gelijk, die in het maanlicht op de modder uitgestrekt liggen te slapen.
De poort was gesloten en men moest alweer met de beurs in de hand onderhandelen, om haar geopend te krijgen. Eindelijk gelukte dat ook, en toen stapten allen naar binnen en verloren zich te midden der smalle, bochtige, soms verwulfde straten, die door andere poorten van elkander gescheiden werden, welke niet anders dan door hetzelfde tooverwoord geopend konden worden.
Tetuan is eene stad, die dertig duizend zielen telt, en vele moskeeën bezit.
Na een goed kwartieruur ronddoolens, kwamen de dokter en zijne makkers bij eene herberg aan,—eene fonda, zooals zij plaatselijk genoemd wordt,—de eenige trouwens van de geheele stad, die door eene Jodin gehouden werd, terwijl eene eenoogige meid den dienst van kellner waarnam. Aanlokkelijk zag het er niet uit.
Het gebrek aan comfort dezer fonda, welker schamele vertrekken zich rondom eene binnenplaats uitstrekten, laat zich verklaren door het gering getal vreemdelingen, die de reis naar Tetuan ondernemen. Daar ter stede bevindt zich zelfs slechts één vertegenwoordiger der Europeesche mogendheden, namelijk de consul van Spanje, die te midden van eenige duizenden inwoners verblijf houdt, waarvan verreweg het grootste getal inboorlingen en dus geen Spanjaarden zijn.
Hoe ongeduldig dokter Antekirrt ook was om zijne nasporingen en ondervragingen nopens de woning van Namir te beginnen, en hoe hij ook haakte, om er dadelijk heen te ijlen, zoo bedwong hij zich toch. Hier moest immers noodzakelijk met de uiterste voorzichtigheid gehandeld worden. In de omstandigheden, waarin Sava geplaatst was, kon eene ontvoering ernstige moeielijkheden ondervinden en opleveren. Het voor en het tegen moest zeer ernstig gewikt en gewogen worden. Misschien was het raadzaam, om onverschillig welken losprijs voor de vrijheid van het jonge meisje te bieden. Maar in geen geval mochten dokter Antekirrt of Piet Bathory zich althans aan Sarcany bekend maken, die waarschijnlijk te Tetuan aanwezig was. In zijne handen was Sava een vrijgeleide, eene zekerheid voor de toekomst, die hij niet licht zoude laten glippen. En dan moest bedacht worden, dat men zich hier niet in een beschaafd land van[149]Europa bevond, waar justitie en politie hunne tusschenkomst, hunnen bijstand hadden kunnen verleenen. In dat brandpunt van slavenhandel zou het betoog niet te leveren zijn, dat Sava niet het wettige eigendom van de Marokkaansche vrouw was. Hoe zou bewezen kunnen worden, anders dan door den brief van mevrouw Toronthal en door de bekentenis van den bankier, dat zij de dochter was van graaf Mathias Sandorf? Daarenboven, hoe bij haar te geraken? Die Arabische huizen zijn gewoonlijk goed gesloten en weinig toegankelijk. Men kan er zoo gemakkelijk niet indringen. De tusschenkomst van een Kadi kon zelfs vruchteloos blijken, in de vooronderstelling altijd, dat die bekomen kon worden, hetgeen meer dan twijfelachtig mocht heeten.
Er werd dan ook besloten, dat voorshands het huis van Namir ten nauwkeurigste zoude gadegeslagen worden, evenwel zoo, dat geen achterdocht opgewekt zoude worden. Pescadospunt zou iederen ochtend bij het krieken van den dag met Luigi Ferrato op kondschap uitgaan. Deze laatste had gedurende zijn verblijf op het zoo cosmopolitische eiland Malta eenigermate de Arabische taal geleerd. Beiden zouden trachten op te sporen in welk kwartier en in welke straat die Namir woonde, wier naam toch bekend moest zijn. Dan zou men eerst naar omstandigheden kunnen handelen.
In afwachting had deElektriek2 eene schuilplaats gezocht in een der smalle en kleine kreeken van de kust bij de monding van de Tetuan-rivier, alwaar dat vaartuig gereed moest blijven, om op het eerste sein te kunnen vertrekken. Dat punt was niet moeielijk te vinden en weldra lag het vaartuig daar zoo rustig als in een haven van het vasteland.
Zoo ging in de fonda die eerste nacht, die dokter Antekirrt en Piet Bathory zoo lang toescheen, voorbij. Wat Pescadospunt en Kaap Matifou betreft, wanneer die ooit gehoopt hadden in bedden te slapen, die met porselein ingelegd waren, dan hadden zij thans redenen te over om tevreden te zijn. Zij sliepen daarom niet minder goed.
Luigi Ferrato en Pescadospunt begonnen den volgenden ochtend hunnen onderzoekingstocht, door zich naar den bazaar te begeven, waarheen reeds een gedeelte der Tetuansche bevolking zich verzameld had.Pescadospunt kende Namir, die hij wel twintigmalen gelegenheid had gehad in de straten van Ragusa op te merken, toen zij daar de rol van verspiedster ten behoeve van Sarcany vervulde. Het kon dus gebeuren, dat hij haar ontmoette; maar daar zij hem niet kende, zou dat geen nadeelige gevolgen hebben. En in dat geval zou hij haar slechts te volgen hebben.
De voornaamste bazaar van Tetuan bestaat uit eene verzameling van keeten, winkels en kramen, allen lang, smal, vuil en[150]smerig, waartusschen vochtige en glibberige toegangen voeren. Eenige linnen lappen van verschillende tint en kleur,over touwengespannen, beschermden die holen tegen de brandende stralen der zon. Overal zag men sombere winkels en uitstallingen, waar geborduurde zijden stoffen verkocht werden, schel gekleurde passementwerken, babouchen, een soort van sloffen, geldtaschjes, burnous, aardewerk, juweelen, halssnoeren, armbanden, ringen, gesmeed en gedreven koperwerk, kandelaars, wierookvaten, lantaarns,—in één woord alles, wat zich in de bijzondere magazijnen van de groote steden in Europa bevindt en wat hier als het ware op de straat te koop aangeboden wordt.
Er was reeds eene groote menigte op den bazaar aanwezig, zoodat het moeite kostte, om zijn weg te vervolgen.
Iedereen genoot van de frischheid der ochtend-uren. Mauresken, die tot aan de oogen gesluierd waren, Jodinnen met ongedekt gelaat, Arabieren, Kabylen,Marokkanen, Negers kwamen en gingen in dien bazaar, waar de vreemdelingen waarlijk ook niet ontbraken; zoodat de tegenwoordigheid van Luigi Ferrato en van Pescadospunt geene bevreemding kon baren en dat ook niet deed. Het eenige, waarop zij te letten hadden, was om in dat gedrang bij elkander te blijven.
Gedurende ruim een uur poogden zij in die menigte Namir te ontwaren. Maar te vergeefs. De Marokkaansche vrouw was niet te bespeuren.
En Sarcany evenmin. Beiden waren en bleven onzichtbaar. Dat was inderdaad eene teleurstelling.
Luigi Ferrato besloot toen eenige dier jongens te ondervragen, die daar half naakt rondliepen, en als eene staalkaart konden gelden van al de Afrikaansche rassen, welker vermenging van de Rifsche kustplaatsen af tot aan de grenzen van de Sahara geschiedt en waarvan de produkten op al deMarokkaanschebazaars rondkrioelen. Hij riep den eerste den besten tot zich en begon met het weinige Arabisch, dat hij kende, uit te kramen.
De eersten dier bengels, tot wie de zeeman zich wendde, wisten op zijne vragen geen antwoord te geven. Eindelijk was er een, een Kabylische jongen, ongeveer twaalf jaar oud, met het schalksche gezicht van een Parijzer straatjongen, die verzekerde dat hij de Marokkaansche kende en aanbood de beide Europeanen, tegen eene belooning van eenige geldstukken, naar hare woning te geleiden. Dat was een lichtpunt, dat in de duisternis scheen.
Eenige linnen lappen beschermden die holen tegen de brandende stralen der zon. (Bladz. 150.)Eenige linnen lappen beschermden die holen tegen de brandende stralen der zon. (Bladz.150.)
Eenige linnen lappen beschermden die holen tegen de brandende stralen der zon. (Bladz.150.)
Natuurlijk werd dat aanbod dadelijk aangenomen en stapte het drietal weldra door een schier onuitwarbaar netwerk van straten, die naar de vestingwerken der stad uitstralen. Binnen tien minuten hadden zij een bijna eenzaam kwartier bereikt, waarin de laaggebouwde en[151][152]spaarzame huizen geen enkel raam in den voorgevel vertoonden. Het zag er akelig en somber uit. Intusschen wachtten dokter Antekirrt en Piet Bathory de terugkomst van Luigi Ferrato en Pescadospunt met koortsachtig ongeduld af. Wel twintig malen waren zij op het punt om zelf heen te gaan en de nasporingen te leiden. Zij werden evenwel door de gedachte weerhouden, dat zoowel Sarcany als de Marokkaansche hen beide kenden. Dat was waarschijnlijk alles op het spel zetten, wanneer een dier twee hen ontmoette. Dit dwong hen derhalve tot oppassen, ja tot vluchten, om buiten het bereik hunner vijanden te zijn. Zij bleven dus ten prooi aan de hevigste onrust te huis en wisten niet om met den tijd hun ongeduld te dooden.
Het was negen uur, toen Luigi Ferrato en Pescadospunt in de fonda terugkeerden.
Hun betrokken gelaat verkondigde genoegzaam, dat zij slechts ongunstige tijdingen mede te deelen hadden.
En inderdaad, Sarcany en Namir hadden in gezelschap van een jong meisje, dat niemand kende, reeds sedert vijf weken Tetuan verlaten, terwijl een oude vrouw tot bewaakster van het huis achtergebleven was.
Op dien slag waren noch dokter Antekirrt noch Piet Bathory voorbereid. Zij waren dan ook vernietigd.
„En toch is dat vertrek heel natuurlijk,” merkte Luigi Ferrato na het verhaal hunner nasporing op.
En dokter Antekirrt en Piet Bathory keken hem vragend aan.
„Wat bedoelt gij?” vroegen beiden tegelijk.
„Moest Sarcany niet vreezen,” ging Luigi voort, „dat Silas Toronthal uit wraakzucht of door eenige andere reden gedrongen, zijne schuilplaats zou openbaren?”
Dat moest beaamd worden; maar dat veranderde de zaak hoegenaamd niet.
Zoolang het slechts gold misdadigers en verraders op te sporen, had dokter Antekirrt nimmer aan zijn taak getwijfeld, en was nimmer teruggedeinsd om haar te volbrengen. Nu het evenwel gold om zijne eigene dochter uit de handen van Sarcany te redden, voelde hij datzelfde zelfvertrouwen in zijne te treffen maatregelen niet meer.
Intusschen kwam hij met Piet overeen, dat men dadelijk het huis van Namir moest bezoeken. Misschien zou men daar meer dan eene enkele herinnering aan Sava aantreffen. Misschien zou de een of andere bijzonderheid hen openbaren, wat van haar geworden was. Misschien ook zoude de oude Jodin, dier ter bewaking van het huis achtergelaten was, hen uiterst nuttige inlichtingen voor hunne verdere nasporingen kunnen geven of verkoopen.[153]
Luigi Ferrato geleidde hen dadelijk derwaarts. Het was niet ver. Binnen een half uur waren zij er.
Dokter Antekirrt, die het Arabisch sprak alsof hij in Arabia Petrea geboren was, gaf zich uit voor een vriend van Sarcany. Hij was zoo even te Tetuan aangekomen en zoude slechts doortrekkend zijn. Hij zou zich gelukkig gevoeld hebben, wanneer hij zijn vriend had mogen ontmoeten. Nu dat niet kon, vroeg hij zijn huis te mogen bezichtigen.
Eerst maakte de oude Jodin eenige moeielijkheden. Maar een handvol seechinen maakte haar veel leniger en handelbaarder. Al dadelijk weigerde zij niet om de vragen van dokter Antekirrt te beantwoorden, die, dat moet erkend worden, de grootste belangstelling voor haren meester ademden.
Het meisje, door de Marokkaansche vrouw aangebracht, was bestemd om de echtgenoote van Sarcany te worden. Dat was reeds sedert lang beslist en misschien zou, zonder hun overhaast vertrek, het huwelijk reeds te Tetuan voltrokken zijn. Dat jonge meisje had, sedert hare aankomst alhier, dat wil zeggen sedert drie maanden ongeveer, nimmer de woning verlaten. Men verhaalde dat zij van Arabische afkomst was, maar de oude Jodin meende redenen te hebben, om te gelooven, dat zij eene Europeesche moest zijn. Heel zeker daaromtrent was zij niet, want zij had haar slechts weinig gezien en dat nog wel gedurende de afwezigheid van de Marokkaansche vrouw. Meer wist zij er niet van te vertellen.
Ook het land, waarheen Sarcany zoowel Namir als Sava gevoerd had, wist de oude Jodin niet te noemen. Alles wat zij wist, was dat zij ongeveer vijf weken geleden vertrokken waren met eene karavaan, die naar het oosten trok. Sedert dien dag stond de woning onder hare bewaking en zij moest er oppassen, totdat Sarcany gelegenheid zoude gevonden hebben om haar te verkoopen—waaruit de gevolgtrekking was af te leiden, dat het zijn plan niet was naar Tetuan weer te keeren. Verder wist dat vrouwmensch niet te vertellen. Het nieuws wat zij medegedeeld had, was uiterst schraal.
Dokter Antekirrt hoorde die antwoorden koelbloedig aan en vertaalde ze, naarmate ze gegeven werden, voor Piet Bathory. Wat, alles goed beschouwd, als zeker kon gerekend worden, was dat Sarcany het niet geraden geoordeeld had, zich in te schepen op een van die pakketbooten, die Tanger aandoen, of om in den spoortrein plaats te nemen, die bij Oran een aanvang neemt. Dat reeds duidde op plannen, die het daglicht niet mochten zien, en vermeerderde de onrust onzer vrienden niet weinig.
Sarcany had zich bij eene karavaan aangesloten, die van Tetuan vertrokken was, om te gaan.… Ja, waarheen? Naar de een of andere oase in de woestijn?… Of nog verder, naar een van die[154]streken, welke door halfwilden bewoond worden en waar Sava geheel en al in zijne macht zoude zijn en van zijne genade zou afhangen? Hoe dat te weten te komen? Want het is in Noord-Afrika al even moeielijk om het spoor eener karavaan als van een persoon alleen weer te vinden! Het spoor eener karavaan verdwijnt in het zand der woestijn evenals het kielzog van een vaartuig zich verliest in de wateren van den Oceaan.
Dokter Antekirrt hield dan ook bij de oude Jodin aan. Hij herhaalde, dat hij belangrijke berichten, die Sarcany ter zeerste golden, mede te deelen had, en die juist dat huis betroffen, waarvan hij zich ontdoen wilde. Maar hoe hij ook praatte, en hoe hij het ook verder aanlegde, het was hem onmogelijk iets verder te weten te komen.
Klaarblijkelijk was die vrouw onbekend met de nieuwe schuilplaats, waarheen Sarcany gevlucht was, om de ontknooping van het drama te bespoedigen. Die teleurstelling was nog wel de grootste, die dokter Antekirrt en Piet Bathory konden ondervinden.
Beide mannen en Luigi Ferrato verzochten toen de woning, die naar Arabischen stijl gebouwd was, en welker vertrekken hun daglicht ontvingen van een patio of binnenplein, dat met eene rechthoekige galerij omgeven was, te mogen bezichtigen. Hoe zwak ook hunne hoop hierbij was, meenden zij dat de een of andere aanwijzing hun hierbij den weg zou kunnen wijzen.
Dat werd hun toegestaan, en weldra hadden zij de kamer bereikt, die door Sava bewoond was geweest. Dat was eene ware gevangeniscel. Hoe veel uren had het rampzalige jonge meisje daar in dat vertrek ten prooi aan de diepste wanhoop, zonder dat zij op hulp en verlossing kon rekenen, doorgebracht? Zonder een woord te spreken, doorsnuffelden dokter Antekirrt en Piet Bathory die kamer en zochten het geringste merk of teeken, dat hen op het spoor, hetwelk zij zochten, kon brengen.
Eensklaps naderde de dokter een klein koperen brasero of komfoor, dat in een hoek van de kamer op den drievoet rustte. In dat komfoor bewogen zich eenige overblijfselen van papieren, die door de vlam verbrand, maar niet volkomen verteerd waren.
Zou Sava geschreven hebben? Dat was niet geheel en al onwaarschijnlijk.
Zou zij, door dat plotselinge vertrek overvallen, er toe besloten hebben dien brief, vóórdat zij Tetuan verliet, te verbranden?
Of, wat ook mogelijk was, werd die brief bij Sava gevonden en door Sarcany of Namir vernietigd?
Piet Bathory had den blik van dokter Antekirrt, die over dien brasero gebogen stond, gevolgd.
„Wat is er toch?” vroeg hij, met een angstig voorgevoel. „Wat ziet gij toch in dat komfoor?”[155]
Antekirrt wees op de papierasch.
En inderdaad, op die asch, die door een windzuchtje in fijn poeder kon vernietigd worden, waren eenige letters zichtbaar en staken zwart af op dien lichtgrijzen grond. Onder anderen stond daarop duidelijk, hoewel de woorden onvolkomen waren: „mev … Bath …” Ja, dat stond er heel duidelijk op. Daarin kon men zich niet vergissen.
Sava wist niet en kon niet weten, dat mevrouw Bathory uit Ragusa verdwenen was. Had zij gepoogd haar te schrijven als aan de eenige persoon op deze wereld, van wien zij hulp verwachten kon?
Maar achter den naam van mevrouw Bathory was nog een andere te lezen: namelijk die van haren zoon …
Piet hield den adem in, om die asch niet te doen verstuiven, en poogde eenig ander woord te ontdekken, dat nog leesbaar was … Maar zijn blik was beneveld!… Het was hem onmogelijk iets meer te ontwaren!…
En toch stond er nog een woord, dat hem op het spoor van het jonge meisje kon brengen,… een woord dat dokter Antekirrt in staat was bijna ongeschonden waar te nemen:
„Tripoli!”… riep hij uit. En na nogmaals gekeken te hebben: „Ja, dat staat er duidelijk … Zie maar … Tripoli!”
Het was dus in het Regentschap Tripoli, in zijn geboorteland, waar hij eene volkomene veiligheid moest vinden, dat Sarcany eene toevlucht gezocht had!
Het was naar die landstreek dat de karavaan zich begaf, waarbij Sarcany zich vijf weken geleden aangesloten had.
„Naar Tripoli!” zei de dokter. „En zonder een dag, zonder een uur, zonder eene minuut te verliezen!”
„Naar Tripoli!” herhaalde Piet in de grootste opgewondenheid. „Gij hebt gelijk, wij mogen geen tijd verloren laten gaan!”
Dienzelfden dag waren allen weer op deElektriek 2ingescheept en had dat vaartuig zee gekozen. Men kon uitrekenen, dat Sarcany op het punt was, om aldaar aan te komen. En mocht hij reeds aangekomen zijn, dan hoopten de opvarenden, dat dit slechts weinige dagen vóór hen zou geschied zijn.[156]