»In zyn laatste jaren verwyderde Hertog Reinald II zich van zyne gemalinne, die den meesten tyd te Rozendaal doorbracht, welk huis door haar werd vergroot en merkelyk versierd, dus men haar, hoewel verkeerd, de stichting daarvan heeft toegeschreven. Veel was zy ook te Nymegen. Deze verwydering was lang de oorzaak van een aandoenlyk en zonderling tooneel, dat niet lang voor ’s Hertogs dood voorviel. Eleonora was opdragtig en hoog van kleur, dus men haar van melaatschheid beschuldigde, welke ziekte den Hertog tot een voorwendsel verstrekte, zich van bed en tafel te scheiden. Op eenen dag, dat Reinald met een luisterryk gezelschap te Nymegen aan tafel zat, kwam Eleonora, geen ander gewaad aan hebbende dan een fyn zyden hemd, en eenen mantel daar boven, aan elken hand eenen harer zonen, Reinald en Edouard, houdende, de zaal binnentreden. Zy wierp op eens den mantel af, en ontblootte het geheele bovenlyf; toen keerde zy zich in het rond, en sprak, klaaglyk in tranen uitbarstende, tot den Hertog en de omstanders25: »O myn lievehere nu bidde ick uch dat yr van dem gebrechen ind van der kranckheit, die myr so wrevelich is tzo gegeven, dat ick dae mit bevleckt sy, wilt vlyslich ansynen ind ondersoichen; want ich byn as andere vrauen, ind hain gheyn gebrech van der genaden godes in myne lyve. Siet hie syn ure tzwen soene starck ind gesunt, als yr dye siet hier stain vur uren ougen. Ind der weren mit der genade ind hulpe godes waill mere, wer idt sachen dat urent halve gheyn hindernisse dae van gewest ware. By aventuren idt mach noch die tzyt kommen, dat dat Geldresse volk sall beschryven unser twyer scheydinge, so wanne sy syen werden dat sy gheynen lands heren van unseren blode mere hauen.»—Van Berchem verhaalt, dat de Hertog en ’s Lands Edelen van Eleonoraas zuiverheid overtuigd, schaamrood waren, en vervuld werden van droefheid, maar hy voegt er by, dat de Hertog na dat voorval niet lang leefde.»Hierin had die hertog groot gelyk. Doodgaan was ’t beste wat hy doen kon, na ’t verstooten van ’n vrouw die den moed had tot zoo verhevene onkieschheid! Ja, ik begryp hoe er oogenblikken komen, waarin men allen schroom ter-zyde zet, den mantel wegwerpt, het voorkleed wegscheurt, en de borst ontblootende, uitroept: ziet-hier, gy allen, ziet en schaamt u ... ziet hier, of ik melaatsch ben!Ja, ik begryp die vrouw!ZouMULTATULIgedacht hebben aan haar, toen-imyuitkleedde in dat boek? Ach dan vergat hy datEleonorate doen had met “luisterryk gezelschap”—metedel-lieden voorzeker!—enik?OPubliek, op denouderdomvan uwen stamboom heb ik geen aanmerkingen! Ik erken dat gy lynrecht afstamt van de drie vrienden die den armenJobsarden met hun onbeproefde deugd. Maar wat uwen adel aangaat ...BesteTine, tracht u nog wat staande te houden. Ik heb gehoord dat er ’n nieuwe Gouverneur-Generaal benoemd is voor de Oost. ’t Is toch te erg dat gy niet zoudt eten, en de kinderen! Daarom ... zie wat ik van daag schryf aan den Minister van Kolonien. Kan ik meer voor u doen, dan me te willen verhuren als ambtenaar? En ... ge zult zien ... dat zou me nog worden aangerekend als ’n gunst!Excellentie!“Ik verneem dat de benoeming van Gouverneur-Generaal van Indie geschied is. Ik heb hierop gewacht om uwe Excellentie ...LieveTine, wat is dat vervelend! Ge ziet wat ik uitsta voor u en de kinderen!. . ,om uwe Excellentie, in verband met vroegere gesprekken te vragen, of er thans geen gelegenheid bestaan zoude, op eene het Gouvernement en my waardige wyze, gebruik te maken van myn denkbeelden in verband ...Dat ik weer zeg: “in verband” is om den Minister in den waan te brengen dat ik ’n officieelen styl schryf.... in verband met de aanspraken die ik meen verworven te hebben door veellydenen in overeenstemming met de belangen van den Lande?Van den Landeklinkt goed. Ik ben van plan dit woord intevoeren als nominatief zelfs. “Den Lande” schuift ... ja, er is wat slepends in, als-of er iets afgleed van ’n helling, niet waar?... van den Lande?Het zou myn streven zyn, den nieuwen Gouverneur-Generaal zooveel mogelyk te vrywaren voor den belemmerenden slendergang van den Raad vanIndië, voor de afmattende kommiezery van de algemeene Secretarie, en voor de ambtelyke leugens der residenten.Kan ik meer zeggen? Zie, al kochten ze honderdBeo’sdie floten: “daar is meer ryst dan er ryst is!” dan zouiktoch zoo vry wezen die onmogelyke ryst natemeten!“Om daarin te slagen evenwel, zoude ik by den nieuwen Landvoogd moeten verzekerd zyn van eenige sympathie. Eensdeels wyl zònder dat myn pogingen ydel zouden wezen. Ten andere omdat ik, onbeschermd, weldra zou bezwyken onder de rankune der Indische ambtenary...Den Minister moet het zoo schynen. Hy weet niet dat ik niet bezwyken kàn. Dit ismynzaak,onzezaak,Tine! En al wist hy ’t, ik zou ’t toch niet mooi van hem vinden, daarop te rekenen.... ambtenary.Excellentie, ik heb geweigerd myn pen te leenen aan de voorstanders van den vryen arbeid, schoon die weigering my de ondersteuning ontroofde van de personen die uit den vrywilligen arbeid hun fortuin wisten te persen.Aan den anderen kant heb ik geprotesteerd tegen de, buiten myn weten gestelde, kandidatuur voor de Tweede Kamer, in November of December 1859, omdat ik bemerkte dat de Amsterdamsche behouders ...Heelbehoudendwas ’t niet, dit zult ge zien!... dat de Amsterdamsche behouders van my en myn zaak ’n machine de guerre wilden maken tegen het toenmalig ministerie, in hun verstoordheid over de, later gevallen, spoorwegwet ...Ja, toen werden de behouders weer behoudend, en daarom kostte dat boek over de koffivier gulden, dat ’n zeer onbehoudende uitgaaf is, voor wie ’t koopt.... spoorwegwet.Ik geloof aanspraak te mogen maken op eenige onderscheiding, Excellentie! Myn geheel leven ligt daar, om te antwoorden op de vraag, of die aanspraak ongegrond is? Ik sta geen systeem voor ...Ze kunnen my niet gebruiken,Tine... dat zult ge zien. “Geen systeem dus ...... ik stryd tegen misbruiken inallesystemen ...Dat wil zeggen datiedertegen my is, diebelangheeft by de misbruiken.Ik ben zeker dat ik nooit antwoord kryg.Dit is myn geheele politiek, en ik geef Uwe Excellentie eerbiedig dringende in overweging, my in-staat te stellen die politiek, gesteund door een vasten wil, en eenige bekwaamheden die de Natie my wel wil toekennen, op wettelyke wyze ten nutte van den Lande aan-te-wenden.Ik heb de eer met ware hoogachting te zyn, enz.Amsterdam, 25 Juni 1861.Ziet ge,Tine, zóó heb ik geschreven. Zeg nu eens dat ik geen praktisch mensch ben, en dat ik niet m’n best doe voor u en de kleinen!Ambtenaar van ’t Neerlands-Indisch Gouvernement! O God,ikambtenaar! Ik ril als ik denk aan de zeventien jaren die ik ambtenaarde!Maar wat is dat toch voor ’n familieKappelman? Ik begryp er niets van. ’t Zal ’n mystifikatie wezen. Ik zou u ’n heel pak brieven kunnen zenden, die ik van de familie ontving, maar ik laat het, om de port. ’t Schynt dat iemand in myn naam ’t hof maakt aan allerlei meisjes, en ze de hoofden op hol helpt. Ge weet dat ik nooit zoo-iets doe. Men scheldt me vreeslyk uit, en dreigt my met Gods toorn, op de wys vanHebreënzóóveel! Is dit niet heel onaangenaam! Ik denk dat het ’n complot is van de Jezuïten, die met de élektriciteit, de schuld dragen van alles wat men niet begrypt. In een der brieven staat, dat men myn korrespondentie heeft ontdekt met ’n meisje, of met meisjes ... gekheid! Ik korrespondeer met niemand dan met u ... en den minister, zooals ge gezien hebt. Ik vermoei me vruchteloos met zoeken naar den draad van die intrigue. ’t Zal waarschynlyk ten-doel hebben my te diskrediteeren, en Publiek’n voorwendsel te bezorgen om my te minachten, als ’n onpraktisch mensch. Lieve hemel, den heelen dag zit ik te tobben over de vraag hoe ik u en de kinderen in ’t leven zal houden ... hoe ik u ’n woning zal bezorgen die wat minder ongezond is ... hoe ik ’t moet aanleggen om ’t huis te komen, zonder ’t aantezien dat gy gebrek lydt ... en daar gaan ze nu vertellen dat ik brieven schryf aan meisjes! Ik zal er ’n politiezaak van maken, als ’t niet ophoudt.Ik heb ’n Staatsblad geleend en daarin studeer ik vlytig.Ook heb ik eens nagezien, hoelang ik daar-ginds zou moeten meeloopen om pensioen tekrygen. Dat zou prettig wezen,Tine! Verbeeld u eens dat er zekerheid was, onzen kinderen áltyd het noodige te kunnen geven! Ik heb er onlangs den minister over gesproken, maar ’t kan niet, omdat ik uit walging m’n eervol ontslag heb genomen, en niet infaam ben weggejaagd. We moeten dus geduld hebben,Tine! Nu, dit hebt ge!Ik ben nog in verbystering over al dieKappelmannen. Begryptgyer iets van?VAN TINE AAN FANCY.Zie eens wat hy schryft. Geen woord over U! Wat beduidt dit?AAN TINE.Weer wat nieuws! Ge zult vreemd staan te kyken als ge dat hoort! Ze leggen ’t er op toe, me gek te maken, en dit is heel inkonsequent van de velen die zoo lang reeds zeggen dat ik ’t ben. Daar hoor ik weer dat ik niet minnebrievenschryfmaar ze laatdrukken, en let wel ... dat ik ze drukken laat ten voordeele van ’n arm huisgezin! Voor u,MaxenNonnie... meent ge! Neen, neen, voor ’n onbekend gezin, voor menschen wier naam ik niet weet, menschen die ik nooit gezien heb! ’t Idee is nieuw ...faire l’amour par charité!Hadt ge zooveel fantasie verwacht in Publiek? Me dunkt ... ja, als Publiek zelf eens ’n roman schreef.Ik heb ook lust om te schryven, maar romans niet. Ik wou graag dat boek koopen vanMoney. Ik gis dat het besteld werk is voor rekening van de firmaBato Saldig & Co. en vertrouw dat ik in de meeste punten met dien Mr.Moneyeens kan wezen. Ik heb geen geld om ’t boek te koopen, maar uit de analyse die ik las in de Amsterdamsche Courant, begryp ik heel goed hoe hy aantoont dat de Hollanders zoo veel halen uit Indië,als maar eenigszins mogelyk is. Wat wil men meer?Il prêche des convertis.Hy wint z’n pleit vóór hy begon. Maar ik vind dat die firma zoo’n werk niet had hoeven te bestellen in ’t Buitenland. ’t Ware goedkooper geweest daarover natelezen watMultatulischryft in z’n boek over de veilingen:Doch daar kwamen vreemdelingen uit het Westen, die zich heer maakten van het land. Ze wenschten voordeel te doen met de vruchtbaarheid van den bodem, en gelasten den bewoner, een gedeelte van z’n arbeid en van z’n tyd toetewyden aan het voortbrengen van andere zaken, die meer winst zouden afwerpen op de markten vanEuropa. Om den geringen man hiertoe te bewegen was niet meer noodig dan ’n zeer eenvoudige staatkunde. Hy gehoorzaamt z’n hoofden: men had dus slechts die hoofden te winnen door hun ’n deel toetezeggen van de winst ... en het gelukte volkomen.Als men let op de ontzettende massa Javasche produkten, die in Nederland worden te-koop geveild, kan men zich overtuigen van hetDOELTREFFENDEdezer staatkunde ...Is ’t te betreuren dat ze, na zulke hulde uit den mond van iemand, die toch de Nederlanders nietschyntte vleien, nogEngelschehulde noodig hebben? De firmaB. S. & Co.lykt wel ’n schryver, die nooit genoeg wordt geprezen naar z’n zin. Ik spreek by ondervinding. En nog zeggen ze datikydel ben en hoogmoedig!Het is puur om boos te worden op dien Engelschman, die daar zoo geheel onbevoegd zich belast heeft met het pryzen van de godvreezende Nederlanders. O, hadden ze ’tmyopgedragen!Hollandstaat ver boven den lof van alleMoney’s! Wat kan zoo’nMoneyweten van al de verdiensten ... neen, dit wordt ’n woordspeling. Maar om nu te bewyzen hoe verkeerd men deed nietmyte belasten met het blazen van de trompet, ziehier.Moneyspreekt:“O, godzalige Nederlanders, m’n Engelsch hart is verliefd op uwGESCHIKTHEID26.Waarmee zal ik u vergelyken? Hoe zal ik lucht geven aan de bewondering die me ontengelst en ontmoneyt? Zyt ge als de roos....Cantique tout pur!“Zyt ge als de roos ... neen dit gaat niet! Ge zyt als de trouwe herder die z’n schaapjes scheert....Ik: GeVILTze!Moneyweer:“Ge zyt als de dorstige reiziger, die water drinkt uit de vriendelyke bron ...Ik: Water? Reiziger? Drinken? Deugt niet! Dat drinken isZUIGEN, die reiziger is ’nVAMPIER, en dat water isBLOED!Ge ziet, besteTine, dat men verkeerd deed, lof te bestellen in ’t buitenland. Men is schryver of men is ’t niet,que diable! Er zyn gedurig tentoonstellingen van nyverheid. Welnu, ik ben van plan dien Engelschen trompetter op de eerste tentoonstelling eens te laten hooren, hoeikde trompet blaas! ’t Zou my niet verwonderen, als ik terstond bestellingen kreeg op m’n deuntjes, vooral daar er in Engeland schaarste is aan lof over de manier van regeeren inBengalen, waar telkens hongersnood woedt... precies of ’t inLebaklag.En zondermyngroot talent—dat wat te duur zou wezen voor de bekende firma, die zuinig is in ’t betalen van inlandsch fabrikaat—men had veel eenvoudiger te-recht kunnen komen, en goedkooper, jageheelkosteloos! Laat ons zuiver redeneeren: wat begeert de Natie? Een certificaat dat ze daar-ginder goed en voordeelig huishoudt. Welnu, hiertoe behoeft geen letter op ’t papier gezet te worden; al de bewysstukkenzynin orde, en ik zal ze—kosteloos!—toonen aanEuropa.De zaak is heel eenvoudig. Wat bevolkingsstaten vóór en na ’n hongersnood! En de konklusie? Het verlangd certificaat? Wel, dit kan ieder zelf opmaken uit de eenvoudige cyfers.Daar waren in ’t jaar zóóveel, zooveel menschen.Daar waren, een jaar later, zóóveel menschen.’t Verschil is gestorven.Ze hadden geen ryst, omdat zy voor de firma B. S. & Co. koffi, suiker en indigo moesten planten.Die koffi, suiker en indigo is voordeelig verkocht voor rekening van gezegde firma.Ziehier hoeMultatuli’t zegt:«Als men let op de ontzettende massa Javasche produkten, die in Nederland worden te-koop geveild, kan men zich overtuigen van hetDOELTREFFENDEdezer staatkunde, al vindt men ze niet edel. Want mocht iemand vragen, of de landbouwer zelf ’n belooning geniet, evenredig met die uitkomst, dan moet ik hierop ’n ontkennend antwoord geven. De Regeering verplicht hem, opzyngrond aan te kweeken watháárbehaagt. Ze straft hem, als hy het aldus voortgebrachte verkoopt aan wien het ook zy, buiten hààr, enzyzelfbepaalt denprys, dien ze hem daarvoor uitbetaalt. De kosten op den overvoer naar Europa, door bemiddeling van een bevoorrecht handelslichaam, zyn hoog ... de aanmoedigingsgelden van de hoofden bezwaren daarenboven den inkoopsprys ... en daar toch ten slotte de geheele handel winst afwerpenmoet, kan deze winst niet anders worden gevonden, dan doorjuist zóóveel uittebetalen aan den Javaan, dat hy niet sterve van honger, hetgeen de voortbrengende kracht der natie verminderen zou.Ook aan de Europeesche beambten wordt ’n belooning uitbetaald in evenredigheid met de opbrengst.Wèl wordt dus de arme Javaan voortgezweept door dubbel gezag ... wèl wordthy afgetrokken van z’n rystvelden ... wèl is hongersnood vaak het gevolg van deze maatregelen ... doch vroolyk wapperen, teBatavia, teSamarang, teSoerabaia, tePassaroean, teBezoeki, teProbolingo, tePatjitan, teTjilatjap, de vlaggen aan boord der schepen welke beladen worden met de oogsten die Nederland ryk maken.Hongersnood? Op het ryke,vruchtbare Java,hongersnood? Ja, lezer, voor weinige jaren zyn geheele distrikten uitgestorven van honger! Moeders boden haar kinderen te-koop voor spyze! Moeders hebben hare kinderen gegeten ...Maar toen heeft zich het Moederland met die zaak bemoeid. In de raadzalen der volksvertegenwoordiging is men daarover ontevreden geweest, en de toenmalige Landvoogd heeft bevelen moeten geven, dat men de uitbreiding der dusgenaamdeEuropesche-marktproduktenvoortaan niet weder zou voortzettenTOT HONGERSNOOD TOE....»Die lieve vertegenwoordiging!NIET WEER TOT HONGERSNOOD TOE!Ik verzeker u dat er na dien tyd inderdaad eenige Javanen in ’t leven zyn gebleven.En andere certificaten! Sedert eenige jaren bemoeien zich velen met Indie. Die “velen” kunnen onderscheiden worden in twee hoofdsoorten, deBehoudersen deLiberalen. Behouders zyn de personen die gaarne zoo veel mogelyk voordeel trekken uit Indie. En liberaal noemt men de zoodanigen die gaarne uit Indie voordeel trekken,.. zoo veel mogelyk. Ziedaar ’t verschil, dat zich oplost in treffende gelykheid. Maar deze overeenstemming openbaart zich nog duidelyker in de gelykluidendheid van de scheldwoorden, die ze elkaar naar ’t hoofd werpen. Welnu ze zyn beiden volkomen in hun recht. Het is volkomen waar, wat de liberalen zeggen:de behouders zuigen Indie uit... maar even eerbiedwaardig is de oprechtheid, waarmee de Behouders de eer van ’t uitzuigen toekennen aan de Liberalen.Deze wederzydsche getuigenissen van goed gedrag had de firma aan Europa kunnen voorleggen, en ’t heele boek van dien fameuzen Mr.Moneyhad achterwege kunnen blyven.Het eenige verschil misschien ligt hierin, dat de Behouders goedkoope spoorwegen willen bouwen, en dat de Liberalen veel geld begeeren om in-staat te wezen hun plaatsen te betalen op spoorwegen die met eigen geld betaald, en dus duurder zyn.Maar dit is van ondergeschikt belang. Als ik ’n keuze doenmoest, zou ik de zyde kiezen van ’t Behoud, om deze redenen. Ten-eerste: ’t een belet het ander niet. Men kan zeer goed spoorwegen bouwen van gestolen geld, en bovendien zorgen dat de gepensioneerde residenten tóch ryk zyn. Ten-andere: op goedkoop spoor kan ookikmeeryden, en dit zou ’t geval niet wezen, wanneer de Liberalen hun zin hadden. Ik begryp dat de vry-arbeiders zeer dankbaar en tevreden zyn, maar wanneer de firmaB. S. & Co, haar rails betalen moest uit eigen middelen, zou ’t me weinig helpen dat deDroogstoppels,Slymeringen,kontraktanten,industrieelen,planters, of hoe ze allen heeten mogen, by-machte zyn gebruik te maken van ’n vervoermiddel, dat dante duur zou wezen voor ieder ander, diegeenfortuin had gemaakt in liberale koffi en tabak.Ziedaar, waarom ik me voorloopig aansluit by de Behouders. Veel hecht ik er evenwel niet aan. ’t Zyn byzaken. In de hoofdzaak komt alles hierop neer, dat Indie op ’n zeer voordeelige wyze geëxploiteerd wordt, en datMoneyonnoodig moeite deed.Maar dit aansluitenbydepartyvan Behoud, is van myn kant niet zóó hartelyk, dat ik kans hebben zou door haar ontvangen te worden met wat vriendschap. Integendeel. De Behouders obstineeren zich my aantezien voor liberaal, even als de liberalen ’t omgekeerde. Hiervan heb ik veel verdriet, want nu word ik uitgescholden en belasterd door beide partyen, en dit is te veel. Ik had maar te kiezen, ge weet het. Nu ik niet gekozen heb....Lieve hemel, zou er geenderdeparty te scheppen wezen? Een party die eenvoudig de meening voorstond, dat men den Javaan niet moet mishandelen? ’t Is ’n excentriek idee, dit erken ik, doch zoodra er weer ’n plaats open komt in die Tweede-Kamer, zal ik dat toch eens beproeven. Maar,Tine, ik vrees dat ik niet slagen zal, omdat ik geensysteemheb, en geenpolitieke beginselen,zoo-als ze ’t noemen wanneer iemand altyd stemt met dezelfdeparty, onverschillig of hy dezaakdie behandeld wordt goed vindt of niet. Ook zie ik geen kans geleerdheid te plaatsen in myn beroep op de kiezers. Toch zal ik m’n stuk maar terstond schryven, dan ben ik gereed zoodra ’t noodig wezen zal. Maar ik hoop dat ze mynietkiezen, want, verbeeld u, dan zou ik al die redevoeringen moeten aanhooren over dewyzewaaropde Javaan behoort te worden uitgezogen! En wanneer ik daarby meesmuilde, zou de voorzitter my tot de orde roepen, en klagen over myn tuchteloosheid! Ik zou me moeten aanstellen als-of ik luisterde naar ’t spreken van den heerDuymaer van Twist, wanneer hy redeneert over “Indische zaken” en “VryenArbeid”. Want dit doet hy soms. Is ’t niet komiek? Die Tweede-Kamer zou my ’n ware pynkamer wezen. Maaralsze my kiezen, ga ik! Ge weet watLutherzei? “Al waren er zooveel Gouverneurs-Generaal als dakpannen, enz,”Zie-hier wat ik in zoo’n geval schryven zou:Brief aan de Kiezers van Nederland.Kiezers! Ik heb u iets te zeggen dat zeer eenvoudig is, en dat ge daarom wellicht niet terstond zult begrypen. Maar om ’t u niet al te moeielyk te maken, zal ik de zaak die ik u wil voorstellen, behandelen van den oorsprong af. Ik beweer geenszins meer te weten dan gy. Verwacht dus niets nieuws.In den regel bemoeit gy u weinig met de publieke belangen. Laat ons eens nagaan, of ge hieraan wèl doet.Gy hebt behoefte aan orde, aan veiligheid. Ge betaalt vele personen om in uwen naam die orde te handhaven, en die veiligheid te verzekeren. Ik hoor u wel eens klagen over te hooge belastingen—en ik vind dat gy gelyk hebt in die klachten—maar aan den anderen kant waardeert ge niet genoeg het genot dat u ten-deel valt door de zekerheid van personen en goederen. Alle menschelyke zaken zyn gebrekkig, en onder die zaken is er misschien geene die moeielyker te zuiveren is van gebreken, dan het bestuur eener maatschappy.Het is evenwel, dunkt me, plicht te zorgen, dat dit bestuurzooveel mogelyknadere tot de volmaaktheid.In zóóverre is het jammer, dat u door vele samenloopende omstandigheden ’n Regeering is te-beurt gevallen, dieover het algemeengeenszins onderdoet voor de Regeering der meeste andere volken. Gy bezit een gepaste maat van vryheid. Geen dwingeland neemt u ’t moeielyk verdiend, of gemakkelyk gewonnen, geld af. Men zet u niet in de gevangenis, zonder dat ge ’t er naar maakt. Men dwingt u niet tot goddienen op ’n manier die u niet aanstaat. Men roept uw kinderen niet van hun werk, om ze noodeloos kunsten te leeren met ’n geweer ...Ja, de militiewet bestaat nog, maar dit zal zoo nietblyven.... hoe het zy, alles saamgenomen, hebt ge geen sterksprekende redenen tot ontevredenheid, en hierdoor zyt ge onverschillig geworden voor de openbare zaak.Maar hebt gy u wel eens voorgesteld dat dit allesanderswezen kon? Wanneer uw verbeelding te-kort schiet in deze voorstelling, lees dan de geschiedenis na! En vèr behoeft ge niet te gaan. Ons eigen land heeft by herhaling te doen gehad metslechteRegeeringen.Ik geloofnietalles wat men zegt vanPhilipsden tweede. Maar neem eens de helft voor waar aan ... ’n derde ... ’n kleiner gedeelte nog ... en stel u de vraag voor, hoe ’t u smaken zou, als we weder moesten geregeerd worden op ’n wyze als die welke hy zich veroorloofde.Dit zoudt ge niet begeeren. Ik ook niet. En haasten wy ons hierby te voegen, dat er voor ’t terugkeeren van zulk wanbestuur geen gevaar is.Wat stelde dienPhilipsin-staat ons arm landje te teisteren als hy deed? Macht! De mogelykheid om eigenwilte stellenboven de wet. Of wel:verkeerdhedenin die wet. En, ten-laatste, maar vooral:gebrek aan wetten.Want ... wat niet verboden is, wordt als geoorloofd beschouwd. Wanneer de Fransche koningen waren gebonden geweest door ’n bepaling“dat niemand mag worden onttrokken aan zyn natuurlykenrechter,” zouden zy zich hebben moeten onthouden van ’t genoegen, iemand die hun mishaagde naar de Bastille te zenden alleenomdathy hun mishaagde.Nu geloof ik gaarne dat vele koningen ook zonder zulke wetten zich zouden vermaken op andere wyze ... maar ik vind het toch geruster en kalmer, dat men in zulke gevallen niet afhange vansmaak.Het zyn dewettenalzoo die ons beschermen tegen ’n misbruiken van het gezag, dat men wel genoodzaakt is dezen en genen in handen te geven in ’t algemeen belang.Wie maken deze wetten? De koning laat ze, in zyn naam, aan het volk voorstellen door z’n ministers. Keurt het volk de voorgestelde wet goed, dan gaat ze dóór, en wordt van kracht.Keurt het volk de wetnietgoed, dan maken de ministers een nieuwe wet ... of gaan naar de baden.Het spreekt vanzelf dat zoo’n inrichting geheel ontbrak in den tyd vanPhilips. Wanneer hy aan het volk gevraagd had, of ’t genoegen nam in al dat moorden en branden, in die geloofsvervolging, in ’t betalen van de vele zóóveelste penningen—ja, dat vooral!—dan had het volk “neen” gezegd, en de hertog vanAlvaware naar de baden gegaan, tot groot relief van de 30.000 menschen die hy nu heeft laten ombrengen in weinig jaren tyds. ’t Was te veel, waarachtig!Wetten kunnen dus nuttig zyn. Maar opdat ze ’t niet alleenkunnen, maar inderdaadzyn, behooren de wettengoedte wezen.Het beoordeelen van de voorgestelde wetten is dus van groot gewicht, en ’n volk dat zich daarmee weinig of niet bemoeit handelt verkeerd en tegen z’n eigen belang.Eigenlyk moet het verdrietig wezen voor ’n koning, die gedurig vraagt: “vindt gy lieden die wet goed?” als hy telkens bemerkt dat het volk zelf,in wiens belang die vraag geschiedt, niet eens de moeite neemt zich met die zaken intelaten, en door verregaande onverschilligheid toont onmondig te wezen.Als de konklusie niet al te streng klonk, zou ik byna zeggen: zulk ’n volk verdiende datAlvaterugkeerde van de baden.Deze onverschilligheid blykt evenwel gedurig uit de wyze waarop gylieden u van uwen plicht kwyt, by de verkiezing der personen die u tot het beoordeelen der voorgestelde wetten vertegenwoordigen ... of, beter gezegd, in de wyze waarop gy u van dien plichtnietkwyt.’t Is reeds te betreuren dat men spreken moet vanplicht, waar ’t geldt:de uitoefening van een recht.Indien ge waart overgeleverd aan een despoot die eigen wilvoor recht liet gaan, zonder den wil des volks eenig aandeel te geven in de beschikking over de algemeene zaak, zoudt ge luid roepen om verlossing. Ge zoudt dien despoot vloeken, te wapen loopen, stryden ... en over eeuwen had ’n nieuw nageslacht nieuwe dapperheden te bezingen van nieuwe voorvaderen.Maar nu gy niet tot weerstand wordt gedrongen door geweldenary, houdt ge u geheel buiten de zaken, als-of die u niet aangingen. Dit is niet goed, Kiezers! M’n bedoeling is thans u opmerkzaam te maken op eenige verkeerdheden, die eerlang zeer nadeelig op uw belangen zullen werken, en u optewekken tot de meening dat men onvoorzichtig doet het oordeel over die belangen op den duur overtelaten aan anderen, zonder—of zonder voldoende—controle.Het lydt geen twyfel dat de welvaart van Nederland voor ’n zeer groot gedeelte afhankelyk is van de voordeelen die wy genieten uit Indie. Zeer onlangs hebt gy in cyfers kunnen nalezen hoeveel gy naar die gewestenuitvoert, en vooral hoeveel geldswaarde die bezittingen produceeren, en op uwe marktaanvoeren27. En nog zyn deze cyfers ’t voornaamste niet. De minder rechtstreeksche maar even zekere voordeelen, die Indie aan Nederland verschaft, bedragen oneindig meer. Staat my toe, dit als bekend te veronderstellen. Het is zoo vaak betoogd—en nooit weersproken!—dat het me inderdaad verdrieten zou, langer stil te staan by iets dat ieder weet.Maar erkent dan ook dat hetverliesvan die voordeelen zeernoodlottig zoude werken op uwe welvaart.Erkent dan ook dat het vanhoog belang is de Oost-Indische bezittingen zóó te besturen, dat de kans van dat verlies gering zy.Erkent alzoo dat geonverstandig doet ... dat gy handelt tegen uw eigene belangen, door zoo lauw te zyn omtrent de wyze waarop die gewesten worden bestuurd.Een groot gedeelte van uwe welvaart hebt ge te danken aan den arbeid van den Javaan. Zonder dien arbeid immers, geen koffi, geen suiker, geen reederyen met alles wat daarmee in-verband staat. Stelt u eens voor—iets onmogelyks natuurlyk—’n onzinnig minister trachtte eene wet te doen aannemen, die de strekking had de Javanen te behandelen, zooals uw voorvaderen werden behandeld doorAlva. Het gevolg zou wezen dat die Javanen—niet zoo spoedig wel-is-waar, omdat ze zeer geduldig zyn, maar in ’t eind zéker toch—zouden opstaan, en het Nederlandsch gezag afschudden. En hiertoe zouden zy geen tachtig jaren behoeven, want ze zyn oneindig sterker in verhouding tot u, dan uw voorouders waren tegen-over Spanje. Bovendienzouden zy hulp ontvangen van buiten, daar er volken en regeeringen zyn, die nayver voelen op uwe welvaart. En nog meer redenen bestaan er, die ’t van belang maken dat de Javaan u genegen zy, of althans niet volstrektvyandiggezind. Het Europeesch evenwicht zal eenmaal verbroken worden ... neen, het zalmeermalenverbroken worden, zoo-als alle evenwichten. De taak der staatslieden is juist hierom zoo zwaar, wyl de Natuur—dat is:alles!—voortdurend in beweging is. Stilstand is onmogelyk. Het embleem der geheele schepping is ’nbaskule... en de politiek maakt hierop geen uitzondering! Wat men evenwicht noemt, is eigenlyk hetstrevennaar evenwicht ... de gelykheid van de som der beweging aan beide zyden van het midden der balans ... het sidderen van den wyzer in het “huisje”. Eénmaal slaat een der beide schalen neer.Wie nu ’t oog slaat op het gewapend parallelisme van de beide hoofdmogendheden inEuropa, zal inzien dat ook hier eenmaal—misschienweldra—een der beide schalen zal nederslaan.Ermoetoorlog komen tusschenFrankrykenEngeland! En wie er aan twyfelt, lette slechts op al de moeite die men zich van weerszyde getroost,om te beletten dat er oorlog kome. Van beide kanten voelt men zich gedurig genoopt de hand uittestrekken om de schaal te stutten. Dit zou niet noodig wezen als het evenwichtnatuurlykware, in stede vankunstmatigengekunsteld. De natuur is sterker dan de kunst, sterker dangekunsteldheidvooral.En ’t onmiddellyk gevolg eener vredebreuk? Ik zal ’t u zeggen, zonder te meenen alweer, dat ik u iets nieuws zeg.Weet ge waarEngelandligt naar het oordeel van den eerstenNapoleon?...Engeland ligt in Indie.En dat ook het hedendaagsche Frankryk met deze geographische kettery behebt is, blykt uit de “verkenningen” die het doet op de—indienzin:Engelsche—kusten, door gedurig expeditiën te zenden naarChina,CochinenMadagaskar. Door de gezantschappen naar het verre Oosten. Door ’t uitlokken van tegenbezoeken ... zie deSiamscheambassade.Maar het zyn niet alleenverkenningen. Reeds voorlang zyn de handen aan ’twerkgeslagen.De doorgraving der landengte vanSuezis voor denhandelen descheepvaartof voordeelig of nadeelig. Deze doorgraving geschiedt onderFranscheninvloed. Indien zenadeeligware, zou zy niemand baten ... en in geval vanvoordeelennut, zou dat reuzenwerk slechts voordeelig zynvoor de eigenaars van Indie,d.i. voorEngelandhoofdzakelyk, en voorNederlandin de tweede plaats. Voorts zou dat voordeel—in mindere mate, maar eenigszins altoos—genoten worden door den handel van denoordelykehavensHamburgenBremen, enz. Maarniet, of althans zeer weinig, zou die doorgraving baten aanFrankryk, een land dat juist het minst met Indie in aanraking is.Toch geschiedt de doorgraving onderFranscheninvloed!Enomgekeerd,Engeland—de Staat die juist by dezen nieuwen handelsweg het grootste belang hebben zou—verzet zich krachtigtegen die doorgraving. Het beweert dat de kosten te hoog zyn om door tollen te kunnen worden gedekt. Het laat door z’n bekwaamste ingenieurs bewyzen, of ... betoogen, dat de heele zaak onmogelyk is—eilieve, waartoe dan het verzet?—dat, al slaagt men in ’t volbrengen van de voorgestelde taak, evenwel het onderhoud te veel bezwaren opleveren zal ... dat men gedurig zal te stryden hebben tegen verzanding. De Engelsche ekonomisten berekenen, dat op ’n lading die uitIndiënaarEuropawordt overgevoerdom de Kaap de Goede Hoop, de rentekosten van tydverlies, verhoogd met het verschil der premiën van verzekering tegen zeegevaar,minderbedragen dan ’t evenredig aandeel dat zoodanige lading, langs dennieuwenweg vervoerd wordende, zou te dragen hebben in de monsterachtige uitgaven voor ’t graven en onderhouden van het Egyptische kanaal.Dit alles leidt nu tot de volgende vreemde konkluziën:Frankrykbesteedt geld en invloed, om ’n werk tot-stand te brengen dat òf onnut is, òfvoordeel zal geven aan z’nMEDEDINGER.Engelandspant zich in om te voorkomen dat erFranschekapitalen verloren gaan in’t bevorderen vanEngelschewelvaart.Had ik niet recht te zeggen dat die konkluziën vreemd zyn?Het getal schepen dat uit de middellandsche zee op Indie vaart, is niet noemenswaardig in vergelyking der koopvaardyvloot die thuis behoort in de meernoordelykehavens van Europa ...Nog eens:Frankrykbrengt vriendschapsoffers aanEngeland, enEngelandwerkt met ongehoorde edelmoedigheid, deze belanglooze hulptegen...Dit zou ’ncombat de générositézyn, ’t geen zooveel zeggen wil als: de geheele zaak is ongerymd en onmogelyk.Hoe dàn! Ik zeide dat Frankryk de kusten peilde van hetEngeland dat in Indië ligt... dat het reeds handen aan ’twerksloeg ...Welnu, de doorgraving der landengte van Suez, nadeelig voorFrankrykuit ’n oogpunt vanHANDEL, is hierom van belang voor dit land, wyl ze,UIT EEN STRATEGISCH OOGPUNT,IndiëverbindtmetBrestenToulon, wyl ze vergelykender-wysIndiëverwydertvanSouthamptonenPortsmouth.Ik hoop, kiezers, dat dit u niet te eenvoudig zal schynen, maar, ’t is me onmogelyk u in deze zaak te onthalen op de minste ingewikkeldheid.InIndiezal eenmaal de stryd gevoerd worden om de wereldheerschappy. Het kanaal van Suez is de loopgraaf by ’n beleg ... geen trekvaart tot het vervoeren van koopwaren. Wel is dit het doellater! Als de heirbaan heeft uitgediend, kan ze strekken tot gemak van de reizigers ... die alsdan hunhomezullen hebben teMarseille, teGenua, teLivorno, teVenetie, teAlexandrie... wantItalieenEgyptezyn in ’t Program begrepen, zooals billyk is.Nieuw? Volstrekt niet! De verandering waarop we ons moeten vooorbereiden, is terugkeer tot ’n vroegeren, toestand die natuurlyker was dan de tegenwoordige. Wanneer men het oog vestigt op de wereldkaart, is ’t inderdaadonnatuurlykdat de Indische produkten, voor ’t grootste gedeelte, om centraal Europa te bereiken, hun weg nemen overLonden,HamburgofAmsterdam. Men zou onrechtvaardig handelen, iemand euvel te duiden dat hy de havens derMiddellandsche zeevoorstelde als genegen en geschikt om terug te keeren tot den toestand dien ze vroeger innamen, en waaruit ze niet dan door zeer buitengewone omstandigheden, verdrongen zyn. Maar men vindt dikwyls vreemd wat natuurlyk is, en we zouden de eenvoudige waarheid met minder inspanning vatten, wanneer we niet van jongs af te veel inspanning ten-koste legden aan ’t leeren, betoogen, over-eenbrengen vasthouden van dingen dienietwaar zyn.Zoodra nu ’tevenwichtwordt verbroken en de stryd alsdan gevoerd zal worden op Indisch terrein, kunnen onze bezittingen niet gespaard blyven. Geen der beide krygvoerende partyen zal de ryke hulpbronnen versmaden, dieInsulindeaanbiedt. Dáár zyn goede oorlogshavens. Dáár is plaats en geschiktheid voor magazynen en hospitalen. Dáár zyn te verkrygen alle levensbehoeften voor legers en vloten. Dáár kan men werven aanleggen tot bouwen en herstellen. Dáár kan men reeden, uitrusten, ademhalen. Dáár kan men fabrieken oprichten van ammunitie. Dáár zyn hulptroepen ...dáár isALLES!Het is in ’t belang van beide partyen, om òfInsulindete nemen voor zichzelf, òf—wat precies hetzelfde is—door bezetting het te beschermen tegen de andere party. Dit laatste is meer gebeurd. En dat we in 1816Javavan de Engelschen hebben teruggekregen, is te danken aan ’n misverstand, onmogelyk voortaan door ’t boek vanMoney. Vroeger meende men datJava’n lastpost was, en thans weet ieder wat daar te halen is.Men droome nu niet vanneutraliteit. Neutraliteit is ’nwoord, niets dan ’n woord, dat alleen kracht heeft zoolang de sterken voordeel zien in de werkeloosheid der zwakken. “Neutraliteit!” is de onverstane kreet van iemand die onder den voet is geraakt in ’n gedrang. Het beroep op neutraliteit doet denken aan ’npré-aux clercsdie zich beklagen zou, gebruikt te worden als vechtterrein. Neutraliteit van kleine staten houdt op, zoodra de grootere—of één van de grootere—behoefte voelen aan het tegendeel.EnFrankrykenEngelandzullen eerlangInsulindenoodighebben! ’t Zal die vraag niet wezen,wietrachten zal het te nemen. De vraag voorNederlandis:of ’t goed is het te laten nemen, door wien ook?Ik vertrouw dat ge volmondigneenzegt op deze vraag.Nederlandsch-Indiezal dusverdedigdmoeten worden.Maar deze verdediging zal zeerzwaarvallen, jaonmogelykwezen, wanneer deinlandschebevolkinggemeenezaak maakt met de aanvallers ... of met de ongeroepenbeschermers, wat kompleet hetzelfde is.En ’t behouden van de Indische bezittingen zalgemakkelykwezen, wanneer de bevolking onssteunt.Van de stemming der bevolking hangt derhalvezeer veelaf.Deze stemming is ’n natuurlyk gevolg van dewyze waarop ze geregeerd wordt.De wyze van bestuur berust op wetten die te ’s Hage door den Koning, na overleg met het volk worden vastgesteld.Gebrek aan belangstelling in die wetten, is alzoo gebrek aan belangstelling in ’t bezit vanIndie... gebrek aan belangstellingin uw eigen welvaart.Hoe is deze belangstelling te toonen? Door het acht geven op de wyze hoe Indie geregeerd wordt, en op de keuze der personen die gy naar den Haag afvaardigt om in uwen naam de wetten te onderzoeken die ’s Konings ministers voorstellen.Ik vind dit alles zeer eenvoudig, kiezers! En duidt me niet ten kwade dat ik u dingen vertel, die vanzelf spreken. Ik heb meermalen opgemerkt ...O, besteTine, dat is niet uittehouden. Verbeeld u dat het huis waarin ik woon, geschilderd wordt. Boven m’n kamer—ik ben gaan kyken—legt men uitgehaakte vensterramen en deuren op den grond, en daarby liggen geknielde mannen diezich vermaken met scherpe driehoekige yzers de verf van die deuren en vensters aftekrabben. Dit noemen zeschilderen! Ze krabben my dol. Ik moet nu dien brief aan de kiezers afbreken. Ik zou anders vreezen daarin dingen te zeggen, die in klank rymen op de driehoekige tonen boven m’n hoofd.’t Is eigenlyk verdrietig dat ’n genie als ik zoo afhangt van allerlei kleinigheden. Ja, dit is heel verdrietig! ’t Is misschien ’n vreemd denkbeeld, maar toch vraag ik dikwyls hoeChristuszich zou gedragen hebben by zinkings of kramp? Hoe, als hy wissels te betalen had gehad, zonder ’t noodige daartoe? En, als hy gelukkig getrouwd was?—’n doodsteek voor ’t genie ... ik leef nog, helaas!—En, als hy z’n voet verstuikt had? En, als ’t was begonnen te regenen in ’t midden van z’n bergrede? En—natuurlyk!—als men óm hem, naast hem, onder hem, had getimmerd, of met yzeren driehoeken hadgeschilderd... lieve hemel, daar beginnen ze weer! Ik ga uit.Neen, dit nog. Ik heb u, geloof ik, reeds geschreven dat ik allerlei malle brieven kryg over dingen die ik niet begryp. Dit houdt nog altyd aan. ’t Is of ze ’t er op toeleggen me razend te maken. Zou ’t een komplot wezen in konniventie met die schilders? En ook ’s nachts heb ik geen rust. In m’n slaap word ik geplaagd door bespottelyke droomen. Meestal zit ik in de war met ’n meisjes-historie. M’n beminde—ja, ja, er is ’n beminde in ’t spel!—plaagt en sart my met ’n haarlok die ik grypen wil, maar nooit vat. Dan vliegt ze heen, en ik voel iets leegs, iets hols ... ’t is me of ik iets verloren heb, dat ik terugvinden moet en wil, maar niet machtig worden kan. Ge weet hoe droomen zyn. Als ik dan wakker word, heb ik pyn in ’t hart. Morgen zal ik u verder vertellen wat ik schryven wil aan de kiezers ...Ja, ja, dieChristuszou schooner zyn, als hymenschwas. De verzinners hebbente veelverzonnen, en gingen het doel voorby.Christusis ’n schildery zonder schaduw. ’t Lichtschyntniet, door gebrek aan bruin.Jobis veel schooner;Jobwasmensch! Hy voelde en leed alsmensch.Jobwerd beproefd alsmensch... O, dieverzoekingvanChristusdoor den duivel beduidt niets. De duivel biedt te weinig. Met zóó’n bod kwam hy niet eens klaar by my die zoo vol gebreken ben, en niets weet van ’n hemel!De koninkryken dezer wereld?Wat is dat voor iemand die oneindig grooter erfdeel te wachten heeft? Men koopt geenRothschildmet ’n paar penningen om. Neen, neen, dat ’s ’n onhandige vertelling. Ik wou toch graag weten of we onsterfelyk zyn? Van tyd tot-tyd denk ik het wel, omdat ik hier zooveel verdriet heb. Maar ... hoe dan al die anderen die minder verdriet hebben?O, die schilders! ...Daar kryg ik waarachtig weer ’n brief dien ik niet begryp—ditmaal van ’n uitgever—lees zelf. Is ’t niet om dol te worden? ’t Is een komplot! Ik weet waarachtig niet wat ze bedoelen met hun geschryf!Ikminnebrieven? Zyn ze gek?’t Hoofd loopt me om! Is dát ’n leven? Ja, ja, we zyn zeker ontsterfelyk! Ik ga uit. Zeg me ofgyiets begrypt van die Kappellui en van dien uitgever met z’n minnebrieven ... en van de ontsterfelykheid? Ja, dàt vooral!Vaarwel, mynTine!VAN EEN UITGEVER.Mynheer! Een fatsoenlyk uitgever houdt zyn woord. Ik heb “minnebrieven” geannonceerd.... het publiek heeft recht op “minnebrieven”. Ik was met u overeengekomen dat ge “minnebrieven” zoudt schryven, en verwacht “minnebrieven”. Het regent bestellingen op de aangekondigde “minnebrieven”. Ik verwacht dus kopy uwer “minnebrieven”, en ’t zou me leed doen als ik u gerechtelyk moest dwingen tot het leveren der door u aan my, en door my aan ’t publiek toegezegdeMINNEBRIEVEN.”VANTINE AAN FANCY.Om godswil,Fancy, waar zyt ge? Laat ge ons alleen?AAN TINE.LieveTine! Ik heb geen plaats om ’t hoofd neerteleggen! Ja ik logeer nog, maar hoe! Nu schoonmaken ze ook, in de meening zeker dat ze wat schoon maken. ’t Is me onmogelyk aan u te schryven ... men vylt, boort, krabt, hamert, schraapt, schuift schuurt, schaaft, schroeft ... o god, ik heb zooveel te doen, en kannietsdoen! Vertrekken kan ik ook niet. Waar zou ik heen? Overal zal men me om geld vragen! O, dieChristus! Heeft hy dàt ondervonden ... hy met z’n leliën! Had zoo’n lelie vrouw en kinderen? Was er nauwte die ze belette te bloeien ... die ’t haar onmogelyk maakte lelie te zyn?En de laster gaat ook maar al voort. Doch dit zyn byzaken. Als dat geschoonmaak maar voorby was! Ik hoor dagelyks dat ik ’n schelm ben, ’n laaghartige, ’n dief, ’n afzetter ... zóó antwoordtPubliekopMULTATULI’Sboek over de veilingen!Maar dit zou niets zyn—ik verwachtte niet anders—als ik maar ’n plekje kon vinden om rustig aan u te schryven. Op laster had ik gerekend, maar niet op schoonmaken en schilderen.M’n vriend de boekeman biedt my z’n bibliotheekkamer aan. Maar dit gaat niet. Dan moet ik me aankleeden omuittegaan, voor ik kan beginnen te schryven. Op straat zie ik allerlei dingen dieunschönzyn. Dit bederft m’n indrukken. En bovendienal myd ik de slachterswinkels, of de menschen die “zaken” doen, al ontmoet ik geen gepensioneerd resident, geen welvarend kontraktant met principes nà fortuin, al stuit ik nergens op de dikbuikige tevredenheid der braven die koupons knippen van de schuldbrieven hunner deugd ... al werd ik niet bespat door de modder van allerlei roode en gele rytuigen—’t is heel moeielyk,Tine,alleste ontwyken!—dan nog kan ik niet uitgaan om te schryven in die boekekamer.Ik heb om te schryvennégligénoodig, zoo-als Buffon z’n lubben van echte kant. Hy wist zeer goed wat hy zei, met dat: (“le style c’est tout l’homme”28. Zyn styl isgekleed... de myne houdt vansarongenkabaai29, of beter nog, myn styl draagt het matrozenhemd vanGaribaldi... ik hoor dat men aanslagen doet op z’n leven ... dit is natuurlyk! Menschen die zwarte rokken dragen, kunnen geen rood hemd zien, zonder boos te worden als kalkoenen.De meening vanBuffonis zeer juist. Daarom is ookstylzeldzaam, wyl er zoo weinigmenschenzyn.Let maar eens op ... wat klinkklank, wat meer of min afgeronde zinsneden, behoorlyk of onbehoorlyk afgedeeld door kommaas en kommapunten, hier-en-daar ’n nieuwe regel ... waarachtig, als men er niet goed op let, zou men inderdaad van-tyd tot-tyd meenen dat er watinzat. Maar zoodra men nauwkeurig acht geeft, blykt er dat alles neerkomt op watschool.Zielontbreekt ... precies als ’tkarakterdat men te-vergeefs zoekt in de handschriften van al de meisjes die schryven leerden op ’t zelfde instituut. De meisjes schryven deJufvrouwna, en dit doen ook demenschenmet hun styl. Ze schryven de Jufvrouw na!Ieder wil dat ikschryvenzal ... voorPublieknog-al! Welnu, er zyn veel redenen die me hiervan terughouden, maar al was er alleen deze, my dunkt ze moest voldoende wezen:
»In zyn laatste jaren verwyderde Hertog Reinald II zich van zyne gemalinne, die den meesten tyd te Rozendaal doorbracht, welk huis door haar werd vergroot en merkelyk versierd, dus men haar, hoewel verkeerd, de stichting daarvan heeft toegeschreven. Veel was zy ook te Nymegen. Deze verwydering was lang de oorzaak van een aandoenlyk en zonderling tooneel, dat niet lang voor ’s Hertogs dood voorviel. Eleonora was opdragtig en hoog van kleur, dus men haar van melaatschheid beschuldigde, welke ziekte den Hertog tot een voorwendsel verstrekte, zich van bed en tafel te scheiden. Op eenen dag, dat Reinald met een luisterryk gezelschap te Nymegen aan tafel zat, kwam Eleonora, geen ander gewaad aan hebbende dan een fyn zyden hemd, en eenen mantel daar boven, aan elken hand eenen harer zonen, Reinald en Edouard, houdende, de zaal binnentreden. Zy wierp op eens den mantel af, en ontblootte het geheele bovenlyf; toen keerde zy zich in het rond, en sprak, klaaglyk in tranen uitbarstende, tot den Hertog en de omstanders25: »O myn lievehere nu bidde ick uch dat yr van dem gebrechen ind van der kranckheit, die myr so wrevelich is tzo gegeven, dat ick dae mit bevleckt sy, wilt vlyslich ansynen ind ondersoichen; want ich byn as andere vrauen, ind hain gheyn gebrech van der genaden godes in myne lyve. Siet hie syn ure tzwen soene starck ind gesunt, als yr dye siet hier stain vur uren ougen. Ind der weren mit der genade ind hulpe godes waill mere, wer idt sachen dat urent halve gheyn hindernisse dae van gewest ware. By aventuren idt mach noch die tzyt kommen, dat dat Geldresse volk sall beschryven unser twyer scheydinge, so wanne sy syen werden dat sy gheynen lands heren van unseren blode mere hauen.»—Van Berchem verhaalt, dat de Hertog en ’s Lands Edelen van Eleonoraas zuiverheid overtuigd, schaamrood waren, en vervuld werden van droefheid, maar hy voegt er by, dat de Hertog na dat voorval niet lang leefde.»Hierin had die hertog groot gelyk. Doodgaan was ’t beste wat hy doen kon, na ’t verstooten van ’n vrouw die den moed had tot zoo verhevene onkieschheid! Ja, ik begryp hoe er oogenblikken komen, waarin men allen schroom ter-zyde zet, den mantel wegwerpt, het voorkleed wegscheurt, en de borst ontblootende, uitroept: ziet-hier, gy allen, ziet en schaamt u ... ziet hier, of ik melaatsch ben!Ja, ik begryp die vrouw!ZouMULTATULIgedacht hebben aan haar, toen-imyuitkleedde in dat boek? Ach dan vergat hy datEleonorate doen had met “luisterryk gezelschap”—metedel-lieden voorzeker!—enik?OPubliek, op denouderdomvan uwen stamboom heb ik geen aanmerkingen! Ik erken dat gy lynrecht afstamt van de drie vrienden die den armenJobsarden met hun onbeproefde deugd. Maar wat uwen adel aangaat ...BesteTine, tracht u nog wat staande te houden. Ik heb gehoord dat er ’n nieuwe Gouverneur-Generaal benoemd is voor de Oost. ’t Is toch te erg dat gy niet zoudt eten, en de kinderen! Daarom ... zie wat ik van daag schryf aan den Minister van Kolonien. Kan ik meer voor u doen, dan me te willen verhuren als ambtenaar? En ... ge zult zien ... dat zou me nog worden aangerekend als ’n gunst!Excellentie!“Ik verneem dat de benoeming van Gouverneur-Generaal van Indie geschied is. Ik heb hierop gewacht om uwe Excellentie ...LieveTine, wat is dat vervelend! Ge ziet wat ik uitsta voor u en de kinderen!. . ,om uwe Excellentie, in verband met vroegere gesprekken te vragen, of er thans geen gelegenheid bestaan zoude, op eene het Gouvernement en my waardige wyze, gebruik te maken van myn denkbeelden in verband ...Dat ik weer zeg: “in verband” is om den Minister in den waan te brengen dat ik ’n officieelen styl schryf.... in verband met de aanspraken die ik meen verworven te hebben door veellydenen in overeenstemming met de belangen van den Lande?Van den Landeklinkt goed. Ik ben van plan dit woord intevoeren als nominatief zelfs. “Den Lande” schuift ... ja, er is wat slepends in, als-of er iets afgleed van ’n helling, niet waar?... van den Lande?Het zou myn streven zyn, den nieuwen Gouverneur-Generaal zooveel mogelyk te vrywaren voor den belemmerenden slendergang van den Raad vanIndië, voor de afmattende kommiezery van de algemeene Secretarie, en voor de ambtelyke leugens der residenten.Kan ik meer zeggen? Zie, al kochten ze honderdBeo’sdie floten: “daar is meer ryst dan er ryst is!” dan zouiktoch zoo vry wezen die onmogelyke ryst natemeten!“Om daarin te slagen evenwel, zoude ik by den nieuwen Landvoogd moeten verzekerd zyn van eenige sympathie. Eensdeels wyl zònder dat myn pogingen ydel zouden wezen. Ten andere omdat ik, onbeschermd, weldra zou bezwyken onder de rankune der Indische ambtenary...Den Minister moet het zoo schynen. Hy weet niet dat ik niet bezwyken kàn. Dit ismynzaak,onzezaak,Tine! En al wist hy ’t, ik zou ’t toch niet mooi van hem vinden, daarop te rekenen.... ambtenary.Excellentie, ik heb geweigerd myn pen te leenen aan de voorstanders van den vryen arbeid, schoon die weigering my de ondersteuning ontroofde van de personen die uit den vrywilligen arbeid hun fortuin wisten te persen.Aan den anderen kant heb ik geprotesteerd tegen de, buiten myn weten gestelde, kandidatuur voor de Tweede Kamer, in November of December 1859, omdat ik bemerkte dat de Amsterdamsche behouders ...Heelbehoudendwas ’t niet, dit zult ge zien!... dat de Amsterdamsche behouders van my en myn zaak ’n machine de guerre wilden maken tegen het toenmalig ministerie, in hun verstoordheid over de, later gevallen, spoorwegwet ...Ja, toen werden de behouders weer behoudend, en daarom kostte dat boek over de koffivier gulden, dat ’n zeer onbehoudende uitgaaf is, voor wie ’t koopt.... spoorwegwet.Ik geloof aanspraak te mogen maken op eenige onderscheiding, Excellentie! Myn geheel leven ligt daar, om te antwoorden op de vraag, of die aanspraak ongegrond is? Ik sta geen systeem voor ...Ze kunnen my niet gebruiken,Tine... dat zult ge zien. “Geen systeem dus ...... ik stryd tegen misbruiken inallesystemen ...Dat wil zeggen datiedertegen my is, diebelangheeft by de misbruiken.Ik ben zeker dat ik nooit antwoord kryg.Dit is myn geheele politiek, en ik geef Uwe Excellentie eerbiedig dringende in overweging, my in-staat te stellen die politiek, gesteund door een vasten wil, en eenige bekwaamheden die de Natie my wel wil toekennen, op wettelyke wyze ten nutte van den Lande aan-te-wenden.Ik heb de eer met ware hoogachting te zyn, enz.Amsterdam, 25 Juni 1861.Ziet ge,Tine, zóó heb ik geschreven. Zeg nu eens dat ik geen praktisch mensch ben, en dat ik niet m’n best doe voor u en de kleinen!Ambtenaar van ’t Neerlands-Indisch Gouvernement! O God,ikambtenaar! Ik ril als ik denk aan de zeventien jaren die ik ambtenaarde!Maar wat is dat toch voor ’n familieKappelman? Ik begryp er niets van. ’t Zal ’n mystifikatie wezen. Ik zou u ’n heel pak brieven kunnen zenden, die ik van de familie ontving, maar ik laat het, om de port. ’t Schynt dat iemand in myn naam ’t hof maakt aan allerlei meisjes, en ze de hoofden op hol helpt. Ge weet dat ik nooit zoo-iets doe. Men scheldt me vreeslyk uit, en dreigt my met Gods toorn, op de wys vanHebreënzóóveel! Is dit niet heel onaangenaam! Ik denk dat het ’n complot is van de Jezuïten, die met de élektriciteit, de schuld dragen van alles wat men niet begrypt. In een der brieven staat, dat men myn korrespondentie heeft ontdekt met ’n meisje, of met meisjes ... gekheid! Ik korrespondeer met niemand dan met u ... en den minister, zooals ge gezien hebt. Ik vermoei me vruchteloos met zoeken naar den draad van die intrigue. ’t Zal waarschynlyk ten-doel hebben my te diskrediteeren, en Publiek’n voorwendsel te bezorgen om my te minachten, als ’n onpraktisch mensch. Lieve hemel, den heelen dag zit ik te tobben over de vraag hoe ik u en de kinderen in ’t leven zal houden ... hoe ik u ’n woning zal bezorgen die wat minder ongezond is ... hoe ik ’t moet aanleggen om ’t huis te komen, zonder ’t aantezien dat gy gebrek lydt ... en daar gaan ze nu vertellen dat ik brieven schryf aan meisjes! Ik zal er ’n politiezaak van maken, als ’t niet ophoudt.Ik heb ’n Staatsblad geleend en daarin studeer ik vlytig.Ook heb ik eens nagezien, hoelang ik daar-ginds zou moeten meeloopen om pensioen tekrygen. Dat zou prettig wezen,Tine! Verbeeld u eens dat er zekerheid was, onzen kinderen áltyd het noodige te kunnen geven! Ik heb er onlangs den minister over gesproken, maar ’t kan niet, omdat ik uit walging m’n eervol ontslag heb genomen, en niet infaam ben weggejaagd. We moeten dus geduld hebben,Tine! Nu, dit hebt ge!Ik ben nog in verbystering over al dieKappelmannen. Begryptgyer iets van?VAN TINE AAN FANCY.Zie eens wat hy schryft. Geen woord over U! Wat beduidt dit?AAN TINE.Weer wat nieuws! Ge zult vreemd staan te kyken als ge dat hoort! Ze leggen ’t er op toe, me gek te maken, en dit is heel inkonsequent van de velen die zoo lang reeds zeggen dat ik ’t ben. Daar hoor ik weer dat ik niet minnebrievenschryfmaar ze laatdrukken, en let wel ... dat ik ze drukken laat ten voordeele van ’n arm huisgezin! Voor u,MaxenNonnie... meent ge! Neen, neen, voor ’n onbekend gezin, voor menschen wier naam ik niet weet, menschen die ik nooit gezien heb! ’t Idee is nieuw ...faire l’amour par charité!Hadt ge zooveel fantasie verwacht in Publiek? Me dunkt ... ja, als Publiek zelf eens ’n roman schreef.Ik heb ook lust om te schryven, maar romans niet. Ik wou graag dat boek koopen vanMoney. Ik gis dat het besteld werk is voor rekening van de firmaBato Saldig & Co. en vertrouw dat ik in de meeste punten met dien Mr.Moneyeens kan wezen. Ik heb geen geld om ’t boek te koopen, maar uit de analyse die ik las in de Amsterdamsche Courant, begryp ik heel goed hoe hy aantoont dat de Hollanders zoo veel halen uit Indië,als maar eenigszins mogelyk is. Wat wil men meer?Il prêche des convertis.Hy wint z’n pleit vóór hy begon. Maar ik vind dat die firma zoo’n werk niet had hoeven te bestellen in ’t Buitenland. ’t Ware goedkooper geweest daarover natelezen watMultatulischryft in z’n boek over de veilingen:Doch daar kwamen vreemdelingen uit het Westen, die zich heer maakten van het land. Ze wenschten voordeel te doen met de vruchtbaarheid van den bodem, en gelasten den bewoner, een gedeelte van z’n arbeid en van z’n tyd toetewyden aan het voortbrengen van andere zaken, die meer winst zouden afwerpen op de markten vanEuropa. Om den geringen man hiertoe te bewegen was niet meer noodig dan ’n zeer eenvoudige staatkunde. Hy gehoorzaamt z’n hoofden: men had dus slechts die hoofden te winnen door hun ’n deel toetezeggen van de winst ... en het gelukte volkomen.Als men let op de ontzettende massa Javasche produkten, die in Nederland worden te-koop geveild, kan men zich overtuigen van hetDOELTREFFENDEdezer staatkunde ...Is ’t te betreuren dat ze, na zulke hulde uit den mond van iemand, die toch de Nederlanders nietschyntte vleien, nogEngelschehulde noodig hebben? De firmaB. S. & Co.lykt wel ’n schryver, die nooit genoeg wordt geprezen naar z’n zin. Ik spreek by ondervinding. En nog zeggen ze datikydel ben en hoogmoedig!Het is puur om boos te worden op dien Engelschman, die daar zoo geheel onbevoegd zich belast heeft met het pryzen van de godvreezende Nederlanders. O, hadden ze ’tmyopgedragen!Hollandstaat ver boven den lof van alleMoney’s! Wat kan zoo’nMoneyweten van al de verdiensten ... neen, dit wordt ’n woordspeling. Maar om nu te bewyzen hoe verkeerd men deed nietmyte belasten met het blazen van de trompet, ziehier.Moneyspreekt:“O, godzalige Nederlanders, m’n Engelsch hart is verliefd op uwGESCHIKTHEID26.Waarmee zal ik u vergelyken? Hoe zal ik lucht geven aan de bewondering die me ontengelst en ontmoneyt? Zyt ge als de roos....Cantique tout pur!“Zyt ge als de roos ... neen dit gaat niet! Ge zyt als de trouwe herder die z’n schaapjes scheert....Ik: GeVILTze!Moneyweer:“Ge zyt als de dorstige reiziger, die water drinkt uit de vriendelyke bron ...Ik: Water? Reiziger? Drinken? Deugt niet! Dat drinken isZUIGEN, die reiziger is ’nVAMPIER, en dat water isBLOED!Ge ziet, besteTine, dat men verkeerd deed, lof te bestellen in ’t buitenland. Men is schryver of men is ’t niet,que diable! Er zyn gedurig tentoonstellingen van nyverheid. Welnu, ik ben van plan dien Engelschen trompetter op de eerste tentoonstelling eens te laten hooren, hoeikde trompet blaas! ’t Zou my niet verwonderen, als ik terstond bestellingen kreeg op m’n deuntjes, vooral daar er in Engeland schaarste is aan lof over de manier van regeeren inBengalen, waar telkens hongersnood woedt... precies of ’t inLebaklag.En zondermyngroot talent—dat wat te duur zou wezen voor de bekende firma, die zuinig is in ’t betalen van inlandsch fabrikaat—men had veel eenvoudiger te-recht kunnen komen, en goedkooper, jageheelkosteloos! Laat ons zuiver redeneeren: wat begeert de Natie? Een certificaat dat ze daar-ginder goed en voordeelig huishoudt. Welnu, hiertoe behoeft geen letter op ’t papier gezet te worden; al de bewysstukkenzynin orde, en ik zal ze—kosteloos!—toonen aanEuropa.De zaak is heel eenvoudig. Wat bevolkingsstaten vóór en na ’n hongersnood! En de konklusie? Het verlangd certificaat? Wel, dit kan ieder zelf opmaken uit de eenvoudige cyfers.Daar waren in ’t jaar zóóveel, zooveel menschen.Daar waren, een jaar later, zóóveel menschen.’t Verschil is gestorven.Ze hadden geen ryst, omdat zy voor de firma B. S. & Co. koffi, suiker en indigo moesten planten.Die koffi, suiker en indigo is voordeelig verkocht voor rekening van gezegde firma.Ziehier hoeMultatuli’t zegt:«Als men let op de ontzettende massa Javasche produkten, die in Nederland worden te-koop geveild, kan men zich overtuigen van hetDOELTREFFENDEdezer staatkunde, al vindt men ze niet edel. Want mocht iemand vragen, of de landbouwer zelf ’n belooning geniet, evenredig met die uitkomst, dan moet ik hierop ’n ontkennend antwoord geven. De Regeering verplicht hem, opzyngrond aan te kweeken watháárbehaagt. Ze straft hem, als hy het aldus voortgebrachte verkoopt aan wien het ook zy, buiten hààr, enzyzelfbepaalt denprys, dien ze hem daarvoor uitbetaalt. De kosten op den overvoer naar Europa, door bemiddeling van een bevoorrecht handelslichaam, zyn hoog ... de aanmoedigingsgelden van de hoofden bezwaren daarenboven den inkoopsprys ... en daar toch ten slotte de geheele handel winst afwerpenmoet, kan deze winst niet anders worden gevonden, dan doorjuist zóóveel uittebetalen aan den Javaan, dat hy niet sterve van honger, hetgeen de voortbrengende kracht der natie verminderen zou.Ook aan de Europeesche beambten wordt ’n belooning uitbetaald in evenredigheid met de opbrengst.Wèl wordt dus de arme Javaan voortgezweept door dubbel gezag ... wèl wordthy afgetrokken van z’n rystvelden ... wèl is hongersnood vaak het gevolg van deze maatregelen ... doch vroolyk wapperen, teBatavia, teSamarang, teSoerabaia, tePassaroean, teBezoeki, teProbolingo, tePatjitan, teTjilatjap, de vlaggen aan boord der schepen welke beladen worden met de oogsten die Nederland ryk maken.Hongersnood? Op het ryke,vruchtbare Java,hongersnood? Ja, lezer, voor weinige jaren zyn geheele distrikten uitgestorven van honger! Moeders boden haar kinderen te-koop voor spyze! Moeders hebben hare kinderen gegeten ...Maar toen heeft zich het Moederland met die zaak bemoeid. In de raadzalen der volksvertegenwoordiging is men daarover ontevreden geweest, en de toenmalige Landvoogd heeft bevelen moeten geven, dat men de uitbreiding der dusgenaamdeEuropesche-marktproduktenvoortaan niet weder zou voortzettenTOT HONGERSNOOD TOE....»Die lieve vertegenwoordiging!NIET WEER TOT HONGERSNOOD TOE!Ik verzeker u dat er na dien tyd inderdaad eenige Javanen in ’t leven zyn gebleven.En andere certificaten! Sedert eenige jaren bemoeien zich velen met Indie. Die “velen” kunnen onderscheiden worden in twee hoofdsoorten, deBehoudersen deLiberalen. Behouders zyn de personen die gaarne zoo veel mogelyk voordeel trekken uit Indie. En liberaal noemt men de zoodanigen die gaarne uit Indie voordeel trekken,.. zoo veel mogelyk. Ziedaar ’t verschil, dat zich oplost in treffende gelykheid. Maar deze overeenstemming openbaart zich nog duidelyker in de gelykluidendheid van de scheldwoorden, die ze elkaar naar ’t hoofd werpen. Welnu ze zyn beiden volkomen in hun recht. Het is volkomen waar, wat de liberalen zeggen:de behouders zuigen Indie uit... maar even eerbiedwaardig is de oprechtheid, waarmee de Behouders de eer van ’t uitzuigen toekennen aan de Liberalen.Deze wederzydsche getuigenissen van goed gedrag had de firma aan Europa kunnen voorleggen, en ’t heele boek van dien fameuzen Mr.Moneyhad achterwege kunnen blyven.Het eenige verschil misschien ligt hierin, dat de Behouders goedkoope spoorwegen willen bouwen, en dat de Liberalen veel geld begeeren om in-staat te wezen hun plaatsen te betalen op spoorwegen die met eigen geld betaald, en dus duurder zyn.Maar dit is van ondergeschikt belang. Als ik ’n keuze doenmoest, zou ik de zyde kiezen van ’t Behoud, om deze redenen. Ten-eerste: ’t een belet het ander niet. Men kan zeer goed spoorwegen bouwen van gestolen geld, en bovendien zorgen dat de gepensioneerde residenten tóch ryk zyn. Ten-andere: op goedkoop spoor kan ookikmeeryden, en dit zou ’t geval niet wezen, wanneer de Liberalen hun zin hadden. Ik begryp dat de vry-arbeiders zeer dankbaar en tevreden zyn, maar wanneer de firmaB. S. & Co, haar rails betalen moest uit eigen middelen, zou ’t me weinig helpen dat deDroogstoppels,Slymeringen,kontraktanten,industrieelen,planters, of hoe ze allen heeten mogen, by-machte zyn gebruik te maken van ’n vervoermiddel, dat dante duur zou wezen voor ieder ander, diegeenfortuin had gemaakt in liberale koffi en tabak.Ziedaar, waarom ik me voorloopig aansluit by de Behouders. Veel hecht ik er evenwel niet aan. ’t Zyn byzaken. In de hoofdzaak komt alles hierop neer, dat Indie op ’n zeer voordeelige wyze geëxploiteerd wordt, en datMoneyonnoodig moeite deed.Maar dit aansluitenbydepartyvan Behoud, is van myn kant niet zóó hartelyk, dat ik kans hebben zou door haar ontvangen te worden met wat vriendschap. Integendeel. De Behouders obstineeren zich my aantezien voor liberaal, even als de liberalen ’t omgekeerde. Hiervan heb ik veel verdriet, want nu word ik uitgescholden en belasterd door beide partyen, en dit is te veel. Ik had maar te kiezen, ge weet het. Nu ik niet gekozen heb....Lieve hemel, zou er geenderdeparty te scheppen wezen? Een party die eenvoudig de meening voorstond, dat men den Javaan niet moet mishandelen? ’t Is ’n excentriek idee, dit erken ik, doch zoodra er weer ’n plaats open komt in die Tweede-Kamer, zal ik dat toch eens beproeven. Maar,Tine, ik vrees dat ik niet slagen zal, omdat ik geensysteemheb, en geenpolitieke beginselen,zoo-als ze ’t noemen wanneer iemand altyd stemt met dezelfdeparty, onverschillig of hy dezaakdie behandeld wordt goed vindt of niet. Ook zie ik geen kans geleerdheid te plaatsen in myn beroep op de kiezers. Toch zal ik m’n stuk maar terstond schryven, dan ben ik gereed zoodra ’t noodig wezen zal. Maar ik hoop dat ze mynietkiezen, want, verbeeld u, dan zou ik al die redevoeringen moeten aanhooren over dewyzewaaropde Javaan behoort te worden uitgezogen! En wanneer ik daarby meesmuilde, zou de voorzitter my tot de orde roepen, en klagen over myn tuchteloosheid! Ik zou me moeten aanstellen als-of ik luisterde naar ’t spreken van den heerDuymaer van Twist, wanneer hy redeneert over “Indische zaken” en “VryenArbeid”. Want dit doet hy soms. Is ’t niet komiek? Die Tweede-Kamer zou my ’n ware pynkamer wezen. Maaralsze my kiezen, ga ik! Ge weet watLutherzei? “Al waren er zooveel Gouverneurs-Generaal als dakpannen, enz,”Zie-hier wat ik in zoo’n geval schryven zou:Brief aan de Kiezers van Nederland.Kiezers! Ik heb u iets te zeggen dat zeer eenvoudig is, en dat ge daarom wellicht niet terstond zult begrypen. Maar om ’t u niet al te moeielyk te maken, zal ik de zaak die ik u wil voorstellen, behandelen van den oorsprong af. Ik beweer geenszins meer te weten dan gy. Verwacht dus niets nieuws.In den regel bemoeit gy u weinig met de publieke belangen. Laat ons eens nagaan, of ge hieraan wèl doet.Gy hebt behoefte aan orde, aan veiligheid. Ge betaalt vele personen om in uwen naam die orde te handhaven, en die veiligheid te verzekeren. Ik hoor u wel eens klagen over te hooge belastingen—en ik vind dat gy gelyk hebt in die klachten—maar aan den anderen kant waardeert ge niet genoeg het genot dat u ten-deel valt door de zekerheid van personen en goederen. Alle menschelyke zaken zyn gebrekkig, en onder die zaken is er misschien geene die moeielyker te zuiveren is van gebreken, dan het bestuur eener maatschappy.Het is evenwel, dunkt me, plicht te zorgen, dat dit bestuurzooveel mogelyknadere tot de volmaaktheid.In zóóverre is het jammer, dat u door vele samenloopende omstandigheden ’n Regeering is te-beurt gevallen, dieover het algemeengeenszins onderdoet voor de Regeering der meeste andere volken. Gy bezit een gepaste maat van vryheid. Geen dwingeland neemt u ’t moeielyk verdiend, of gemakkelyk gewonnen, geld af. Men zet u niet in de gevangenis, zonder dat ge ’t er naar maakt. Men dwingt u niet tot goddienen op ’n manier die u niet aanstaat. Men roept uw kinderen niet van hun werk, om ze noodeloos kunsten te leeren met ’n geweer ...Ja, de militiewet bestaat nog, maar dit zal zoo nietblyven.... hoe het zy, alles saamgenomen, hebt ge geen sterksprekende redenen tot ontevredenheid, en hierdoor zyt ge onverschillig geworden voor de openbare zaak.Maar hebt gy u wel eens voorgesteld dat dit allesanderswezen kon? Wanneer uw verbeelding te-kort schiet in deze voorstelling, lees dan de geschiedenis na! En vèr behoeft ge niet te gaan. Ons eigen land heeft by herhaling te doen gehad metslechteRegeeringen.Ik geloofnietalles wat men zegt vanPhilipsden tweede. Maar neem eens de helft voor waar aan ... ’n derde ... ’n kleiner gedeelte nog ... en stel u de vraag voor, hoe ’t u smaken zou, als we weder moesten geregeerd worden op ’n wyze als die welke hy zich veroorloofde.Dit zoudt ge niet begeeren. Ik ook niet. En haasten wy ons hierby te voegen, dat er voor ’t terugkeeren van zulk wanbestuur geen gevaar is.Wat stelde dienPhilipsin-staat ons arm landje te teisteren als hy deed? Macht! De mogelykheid om eigenwilte stellenboven de wet. Of wel:verkeerdhedenin die wet. En, ten-laatste, maar vooral:gebrek aan wetten.Want ... wat niet verboden is, wordt als geoorloofd beschouwd. Wanneer de Fransche koningen waren gebonden geweest door ’n bepaling“dat niemand mag worden onttrokken aan zyn natuurlykenrechter,” zouden zy zich hebben moeten onthouden van ’t genoegen, iemand die hun mishaagde naar de Bastille te zenden alleenomdathy hun mishaagde.Nu geloof ik gaarne dat vele koningen ook zonder zulke wetten zich zouden vermaken op andere wyze ... maar ik vind het toch geruster en kalmer, dat men in zulke gevallen niet afhange vansmaak.Het zyn dewettenalzoo die ons beschermen tegen ’n misbruiken van het gezag, dat men wel genoodzaakt is dezen en genen in handen te geven in ’t algemeen belang.Wie maken deze wetten? De koning laat ze, in zyn naam, aan het volk voorstellen door z’n ministers. Keurt het volk de voorgestelde wet goed, dan gaat ze dóór, en wordt van kracht.Keurt het volk de wetnietgoed, dan maken de ministers een nieuwe wet ... of gaan naar de baden.Het spreekt vanzelf dat zoo’n inrichting geheel ontbrak in den tyd vanPhilips. Wanneer hy aan het volk gevraagd had, of ’t genoegen nam in al dat moorden en branden, in die geloofsvervolging, in ’t betalen van de vele zóóveelste penningen—ja, dat vooral!—dan had het volk “neen” gezegd, en de hertog vanAlvaware naar de baden gegaan, tot groot relief van de 30.000 menschen die hy nu heeft laten ombrengen in weinig jaren tyds. ’t Was te veel, waarachtig!Wetten kunnen dus nuttig zyn. Maar opdat ze ’t niet alleenkunnen, maar inderdaadzyn, behooren de wettengoedte wezen.Het beoordeelen van de voorgestelde wetten is dus van groot gewicht, en ’n volk dat zich daarmee weinig of niet bemoeit handelt verkeerd en tegen z’n eigen belang.Eigenlyk moet het verdrietig wezen voor ’n koning, die gedurig vraagt: “vindt gy lieden die wet goed?” als hy telkens bemerkt dat het volk zelf,in wiens belang die vraag geschiedt, niet eens de moeite neemt zich met die zaken intelaten, en door verregaande onverschilligheid toont onmondig te wezen.Als de konklusie niet al te streng klonk, zou ik byna zeggen: zulk ’n volk verdiende datAlvaterugkeerde van de baden.Deze onverschilligheid blykt evenwel gedurig uit de wyze waarop gylieden u van uwen plicht kwyt, by de verkiezing der personen die u tot het beoordeelen der voorgestelde wetten vertegenwoordigen ... of, beter gezegd, in de wyze waarop gy u van dien plichtnietkwyt.’t Is reeds te betreuren dat men spreken moet vanplicht, waar ’t geldt:de uitoefening van een recht.Indien ge waart overgeleverd aan een despoot die eigen wilvoor recht liet gaan, zonder den wil des volks eenig aandeel te geven in de beschikking over de algemeene zaak, zoudt ge luid roepen om verlossing. Ge zoudt dien despoot vloeken, te wapen loopen, stryden ... en over eeuwen had ’n nieuw nageslacht nieuwe dapperheden te bezingen van nieuwe voorvaderen.Maar nu gy niet tot weerstand wordt gedrongen door geweldenary, houdt ge u geheel buiten de zaken, als-of die u niet aangingen. Dit is niet goed, Kiezers! M’n bedoeling is thans u opmerkzaam te maken op eenige verkeerdheden, die eerlang zeer nadeelig op uw belangen zullen werken, en u optewekken tot de meening dat men onvoorzichtig doet het oordeel over die belangen op den duur overtelaten aan anderen, zonder—of zonder voldoende—controle.Het lydt geen twyfel dat de welvaart van Nederland voor ’n zeer groot gedeelte afhankelyk is van de voordeelen die wy genieten uit Indie. Zeer onlangs hebt gy in cyfers kunnen nalezen hoeveel gy naar die gewestenuitvoert, en vooral hoeveel geldswaarde die bezittingen produceeren, en op uwe marktaanvoeren27. En nog zyn deze cyfers ’t voornaamste niet. De minder rechtstreeksche maar even zekere voordeelen, die Indie aan Nederland verschaft, bedragen oneindig meer. Staat my toe, dit als bekend te veronderstellen. Het is zoo vaak betoogd—en nooit weersproken!—dat het me inderdaad verdrieten zou, langer stil te staan by iets dat ieder weet.Maar erkent dan ook dat hetverliesvan die voordeelen zeernoodlottig zoude werken op uwe welvaart.Erkent dan ook dat het vanhoog belang is de Oost-Indische bezittingen zóó te besturen, dat de kans van dat verlies gering zy.Erkent alzoo dat geonverstandig doet ... dat gy handelt tegen uw eigene belangen, door zoo lauw te zyn omtrent de wyze waarop die gewesten worden bestuurd.Een groot gedeelte van uwe welvaart hebt ge te danken aan den arbeid van den Javaan. Zonder dien arbeid immers, geen koffi, geen suiker, geen reederyen met alles wat daarmee in-verband staat. Stelt u eens voor—iets onmogelyks natuurlyk—’n onzinnig minister trachtte eene wet te doen aannemen, die de strekking had de Javanen te behandelen, zooals uw voorvaderen werden behandeld doorAlva. Het gevolg zou wezen dat die Javanen—niet zoo spoedig wel-is-waar, omdat ze zeer geduldig zyn, maar in ’t eind zéker toch—zouden opstaan, en het Nederlandsch gezag afschudden. En hiertoe zouden zy geen tachtig jaren behoeven, want ze zyn oneindig sterker in verhouding tot u, dan uw voorouders waren tegen-over Spanje. Bovendienzouden zy hulp ontvangen van buiten, daar er volken en regeeringen zyn, die nayver voelen op uwe welvaart. En nog meer redenen bestaan er, die ’t van belang maken dat de Javaan u genegen zy, of althans niet volstrektvyandiggezind. Het Europeesch evenwicht zal eenmaal verbroken worden ... neen, het zalmeermalenverbroken worden, zoo-als alle evenwichten. De taak der staatslieden is juist hierom zoo zwaar, wyl de Natuur—dat is:alles!—voortdurend in beweging is. Stilstand is onmogelyk. Het embleem der geheele schepping is ’nbaskule... en de politiek maakt hierop geen uitzondering! Wat men evenwicht noemt, is eigenlyk hetstrevennaar evenwicht ... de gelykheid van de som der beweging aan beide zyden van het midden der balans ... het sidderen van den wyzer in het “huisje”. Eénmaal slaat een der beide schalen neer.Wie nu ’t oog slaat op het gewapend parallelisme van de beide hoofdmogendheden inEuropa, zal inzien dat ook hier eenmaal—misschienweldra—een der beide schalen zal nederslaan.Ermoetoorlog komen tusschenFrankrykenEngeland! En wie er aan twyfelt, lette slechts op al de moeite die men zich van weerszyde getroost,om te beletten dat er oorlog kome. Van beide kanten voelt men zich gedurig genoopt de hand uittestrekken om de schaal te stutten. Dit zou niet noodig wezen als het evenwichtnatuurlykware, in stede vankunstmatigengekunsteld. De natuur is sterker dan de kunst, sterker dangekunsteldheidvooral.En ’t onmiddellyk gevolg eener vredebreuk? Ik zal ’t u zeggen, zonder te meenen alweer, dat ik u iets nieuws zeg.Weet ge waarEngelandligt naar het oordeel van den eerstenNapoleon?...Engeland ligt in Indie.En dat ook het hedendaagsche Frankryk met deze geographische kettery behebt is, blykt uit de “verkenningen” die het doet op de—indienzin:Engelsche—kusten, door gedurig expeditiën te zenden naarChina,CochinenMadagaskar. Door de gezantschappen naar het verre Oosten. Door ’t uitlokken van tegenbezoeken ... zie deSiamscheambassade.Maar het zyn niet alleenverkenningen. Reeds voorlang zyn de handen aan ’twerkgeslagen.De doorgraving der landengte vanSuezis voor denhandelen descheepvaartof voordeelig of nadeelig. Deze doorgraving geschiedt onderFranscheninvloed. Indien zenadeeligware, zou zy niemand baten ... en in geval vanvoordeelennut, zou dat reuzenwerk slechts voordeelig zynvoor de eigenaars van Indie,d.i. voorEngelandhoofdzakelyk, en voorNederlandin de tweede plaats. Voorts zou dat voordeel—in mindere mate, maar eenigszins altoos—genoten worden door den handel van denoordelykehavensHamburgenBremen, enz. Maarniet, of althans zeer weinig, zou die doorgraving baten aanFrankryk, een land dat juist het minst met Indie in aanraking is.Toch geschiedt de doorgraving onderFranscheninvloed!Enomgekeerd,Engeland—de Staat die juist by dezen nieuwen handelsweg het grootste belang hebben zou—verzet zich krachtigtegen die doorgraving. Het beweert dat de kosten te hoog zyn om door tollen te kunnen worden gedekt. Het laat door z’n bekwaamste ingenieurs bewyzen, of ... betoogen, dat de heele zaak onmogelyk is—eilieve, waartoe dan het verzet?—dat, al slaagt men in ’t volbrengen van de voorgestelde taak, evenwel het onderhoud te veel bezwaren opleveren zal ... dat men gedurig zal te stryden hebben tegen verzanding. De Engelsche ekonomisten berekenen, dat op ’n lading die uitIndiënaarEuropawordt overgevoerdom de Kaap de Goede Hoop, de rentekosten van tydverlies, verhoogd met het verschil der premiën van verzekering tegen zeegevaar,minderbedragen dan ’t evenredig aandeel dat zoodanige lading, langs dennieuwenweg vervoerd wordende, zou te dragen hebben in de monsterachtige uitgaven voor ’t graven en onderhouden van het Egyptische kanaal.Dit alles leidt nu tot de volgende vreemde konkluziën:Frankrykbesteedt geld en invloed, om ’n werk tot-stand te brengen dat òf onnut is, òfvoordeel zal geven aan z’nMEDEDINGER.Engelandspant zich in om te voorkomen dat erFranschekapitalen verloren gaan in’t bevorderen vanEngelschewelvaart.Had ik niet recht te zeggen dat die konkluziën vreemd zyn?Het getal schepen dat uit de middellandsche zee op Indie vaart, is niet noemenswaardig in vergelyking der koopvaardyvloot die thuis behoort in de meernoordelykehavens van Europa ...Nog eens:Frankrykbrengt vriendschapsoffers aanEngeland, enEngelandwerkt met ongehoorde edelmoedigheid, deze belanglooze hulptegen...Dit zou ’ncombat de générositézyn, ’t geen zooveel zeggen wil als: de geheele zaak is ongerymd en onmogelyk.Hoe dàn! Ik zeide dat Frankryk de kusten peilde van hetEngeland dat in Indië ligt... dat het reeds handen aan ’twerksloeg ...Welnu, de doorgraving der landengte van Suez, nadeelig voorFrankrykuit ’n oogpunt vanHANDEL, is hierom van belang voor dit land, wyl ze,UIT EEN STRATEGISCH OOGPUNT,IndiëverbindtmetBrestenToulon, wyl ze vergelykender-wysIndiëverwydertvanSouthamptonenPortsmouth.Ik hoop, kiezers, dat dit u niet te eenvoudig zal schynen, maar, ’t is me onmogelyk u in deze zaak te onthalen op de minste ingewikkeldheid.InIndiezal eenmaal de stryd gevoerd worden om de wereldheerschappy. Het kanaal van Suez is de loopgraaf by ’n beleg ... geen trekvaart tot het vervoeren van koopwaren. Wel is dit het doellater! Als de heirbaan heeft uitgediend, kan ze strekken tot gemak van de reizigers ... die alsdan hunhomezullen hebben teMarseille, teGenua, teLivorno, teVenetie, teAlexandrie... wantItalieenEgyptezyn in ’t Program begrepen, zooals billyk is.Nieuw? Volstrekt niet! De verandering waarop we ons moeten vooorbereiden, is terugkeer tot ’n vroegeren, toestand die natuurlyker was dan de tegenwoordige. Wanneer men het oog vestigt op de wereldkaart, is ’t inderdaadonnatuurlykdat de Indische produkten, voor ’t grootste gedeelte, om centraal Europa te bereiken, hun weg nemen overLonden,HamburgofAmsterdam. Men zou onrechtvaardig handelen, iemand euvel te duiden dat hy de havens derMiddellandsche zeevoorstelde als genegen en geschikt om terug te keeren tot den toestand dien ze vroeger innamen, en waaruit ze niet dan door zeer buitengewone omstandigheden, verdrongen zyn. Maar men vindt dikwyls vreemd wat natuurlyk is, en we zouden de eenvoudige waarheid met minder inspanning vatten, wanneer we niet van jongs af te veel inspanning ten-koste legden aan ’t leeren, betoogen, over-eenbrengen vasthouden van dingen dienietwaar zyn.Zoodra nu ’tevenwichtwordt verbroken en de stryd alsdan gevoerd zal worden op Indisch terrein, kunnen onze bezittingen niet gespaard blyven. Geen der beide krygvoerende partyen zal de ryke hulpbronnen versmaden, dieInsulindeaanbiedt. Dáár zyn goede oorlogshavens. Dáár is plaats en geschiktheid voor magazynen en hospitalen. Dáár zyn te verkrygen alle levensbehoeften voor legers en vloten. Dáár kan men werven aanleggen tot bouwen en herstellen. Dáár kan men reeden, uitrusten, ademhalen. Dáár kan men fabrieken oprichten van ammunitie. Dáár zyn hulptroepen ...dáár isALLES!Het is in ’t belang van beide partyen, om òfInsulindete nemen voor zichzelf, òf—wat precies hetzelfde is—door bezetting het te beschermen tegen de andere party. Dit laatste is meer gebeurd. En dat we in 1816Javavan de Engelschen hebben teruggekregen, is te danken aan ’n misverstand, onmogelyk voortaan door ’t boek vanMoney. Vroeger meende men datJava’n lastpost was, en thans weet ieder wat daar te halen is.Men droome nu niet vanneutraliteit. Neutraliteit is ’nwoord, niets dan ’n woord, dat alleen kracht heeft zoolang de sterken voordeel zien in de werkeloosheid der zwakken. “Neutraliteit!” is de onverstane kreet van iemand die onder den voet is geraakt in ’n gedrang. Het beroep op neutraliteit doet denken aan ’npré-aux clercsdie zich beklagen zou, gebruikt te worden als vechtterrein. Neutraliteit van kleine staten houdt op, zoodra de grootere—of één van de grootere—behoefte voelen aan het tegendeel.EnFrankrykenEngelandzullen eerlangInsulindenoodighebben! ’t Zal die vraag niet wezen,wietrachten zal het te nemen. De vraag voorNederlandis:of ’t goed is het te laten nemen, door wien ook?Ik vertrouw dat ge volmondigneenzegt op deze vraag.Nederlandsch-Indiezal dusverdedigdmoeten worden.Maar deze verdediging zal zeerzwaarvallen, jaonmogelykwezen, wanneer deinlandschebevolkinggemeenezaak maakt met de aanvallers ... of met de ongeroepenbeschermers, wat kompleet hetzelfde is.En ’t behouden van de Indische bezittingen zalgemakkelykwezen, wanneer de bevolking onssteunt.Van de stemming der bevolking hangt derhalvezeer veelaf.Deze stemming is ’n natuurlyk gevolg van dewyze waarop ze geregeerd wordt.De wyze van bestuur berust op wetten die te ’s Hage door den Koning, na overleg met het volk worden vastgesteld.Gebrek aan belangstelling in die wetten, is alzoo gebrek aan belangstelling in ’t bezit vanIndie... gebrek aan belangstellingin uw eigen welvaart.Hoe is deze belangstelling te toonen? Door het acht geven op de wyze hoe Indie geregeerd wordt, en op de keuze der personen die gy naar den Haag afvaardigt om in uwen naam de wetten te onderzoeken die ’s Konings ministers voorstellen.Ik vind dit alles zeer eenvoudig, kiezers! En duidt me niet ten kwade dat ik u dingen vertel, die vanzelf spreken. Ik heb meermalen opgemerkt ...O, besteTine, dat is niet uittehouden. Verbeeld u dat het huis waarin ik woon, geschilderd wordt. Boven m’n kamer—ik ben gaan kyken—legt men uitgehaakte vensterramen en deuren op den grond, en daarby liggen geknielde mannen diezich vermaken met scherpe driehoekige yzers de verf van die deuren en vensters aftekrabben. Dit noemen zeschilderen! Ze krabben my dol. Ik moet nu dien brief aan de kiezers afbreken. Ik zou anders vreezen daarin dingen te zeggen, die in klank rymen op de driehoekige tonen boven m’n hoofd.’t Is eigenlyk verdrietig dat ’n genie als ik zoo afhangt van allerlei kleinigheden. Ja, dit is heel verdrietig! ’t Is misschien ’n vreemd denkbeeld, maar toch vraag ik dikwyls hoeChristuszich zou gedragen hebben by zinkings of kramp? Hoe, als hy wissels te betalen had gehad, zonder ’t noodige daartoe? En, als hy gelukkig getrouwd was?—’n doodsteek voor ’t genie ... ik leef nog, helaas!—En, als hy z’n voet verstuikt had? En, als ’t was begonnen te regenen in ’t midden van z’n bergrede? En—natuurlyk!—als men óm hem, naast hem, onder hem, had getimmerd, of met yzeren driehoeken hadgeschilderd... lieve hemel, daar beginnen ze weer! Ik ga uit.Neen, dit nog. Ik heb u, geloof ik, reeds geschreven dat ik allerlei malle brieven kryg over dingen die ik niet begryp. Dit houdt nog altyd aan. ’t Is of ze ’t er op toeleggen me razend te maken. Zou ’t een komplot wezen in konniventie met die schilders? En ook ’s nachts heb ik geen rust. In m’n slaap word ik geplaagd door bespottelyke droomen. Meestal zit ik in de war met ’n meisjes-historie. M’n beminde—ja, ja, er is ’n beminde in ’t spel!—plaagt en sart my met ’n haarlok die ik grypen wil, maar nooit vat. Dan vliegt ze heen, en ik voel iets leegs, iets hols ... ’t is me of ik iets verloren heb, dat ik terugvinden moet en wil, maar niet machtig worden kan. Ge weet hoe droomen zyn. Als ik dan wakker word, heb ik pyn in ’t hart. Morgen zal ik u verder vertellen wat ik schryven wil aan de kiezers ...Ja, ja, dieChristuszou schooner zyn, als hymenschwas. De verzinners hebbente veelverzonnen, en gingen het doel voorby.Christusis ’n schildery zonder schaduw. ’t Lichtschyntniet, door gebrek aan bruin.Jobis veel schooner;Jobwasmensch! Hy voelde en leed alsmensch.Jobwerd beproefd alsmensch... O, dieverzoekingvanChristusdoor den duivel beduidt niets. De duivel biedt te weinig. Met zóó’n bod kwam hy niet eens klaar by my die zoo vol gebreken ben, en niets weet van ’n hemel!De koninkryken dezer wereld?Wat is dat voor iemand die oneindig grooter erfdeel te wachten heeft? Men koopt geenRothschildmet ’n paar penningen om. Neen, neen, dat ’s ’n onhandige vertelling. Ik wou toch graag weten of we onsterfelyk zyn? Van tyd tot-tyd denk ik het wel, omdat ik hier zooveel verdriet heb. Maar ... hoe dan al die anderen die minder verdriet hebben?O, die schilders! ...Daar kryg ik waarachtig weer ’n brief dien ik niet begryp—ditmaal van ’n uitgever—lees zelf. Is ’t niet om dol te worden? ’t Is een komplot! Ik weet waarachtig niet wat ze bedoelen met hun geschryf!Ikminnebrieven? Zyn ze gek?’t Hoofd loopt me om! Is dát ’n leven? Ja, ja, we zyn zeker ontsterfelyk! Ik ga uit. Zeg me ofgyiets begrypt van die Kappellui en van dien uitgever met z’n minnebrieven ... en van de ontsterfelykheid? Ja, dàt vooral!Vaarwel, mynTine!VAN EEN UITGEVER.Mynheer! Een fatsoenlyk uitgever houdt zyn woord. Ik heb “minnebrieven” geannonceerd.... het publiek heeft recht op “minnebrieven”. Ik was met u overeengekomen dat ge “minnebrieven” zoudt schryven, en verwacht “minnebrieven”. Het regent bestellingen op de aangekondigde “minnebrieven”. Ik verwacht dus kopy uwer “minnebrieven”, en ’t zou me leed doen als ik u gerechtelyk moest dwingen tot het leveren der door u aan my, en door my aan ’t publiek toegezegdeMINNEBRIEVEN.”VANTINE AAN FANCY.Om godswil,Fancy, waar zyt ge? Laat ge ons alleen?AAN TINE.LieveTine! Ik heb geen plaats om ’t hoofd neerteleggen! Ja ik logeer nog, maar hoe! Nu schoonmaken ze ook, in de meening zeker dat ze wat schoon maken. ’t Is me onmogelyk aan u te schryven ... men vylt, boort, krabt, hamert, schraapt, schuift schuurt, schaaft, schroeft ... o god, ik heb zooveel te doen, en kannietsdoen! Vertrekken kan ik ook niet. Waar zou ik heen? Overal zal men me om geld vragen! O, dieChristus! Heeft hy dàt ondervonden ... hy met z’n leliën! Had zoo’n lelie vrouw en kinderen? Was er nauwte die ze belette te bloeien ... die ’t haar onmogelyk maakte lelie te zyn?En de laster gaat ook maar al voort. Doch dit zyn byzaken. Als dat geschoonmaak maar voorby was! Ik hoor dagelyks dat ik ’n schelm ben, ’n laaghartige, ’n dief, ’n afzetter ... zóó antwoordtPubliekopMULTATULI’Sboek over de veilingen!Maar dit zou niets zyn—ik verwachtte niet anders—als ik maar ’n plekje kon vinden om rustig aan u te schryven. Op laster had ik gerekend, maar niet op schoonmaken en schilderen.M’n vriend de boekeman biedt my z’n bibliotheekkamer aan. Maar dit gaat niet. Dan moet ik me aankleeden omuittegaan, voor ik kan beginnen te schryven. Op straat zie ik allerlei dingen dieunschönzyn. Dit bederft m’n indrukken. En bovendienal myd ik de slachterswinkels, of de menschen die “zaken” doen, al ontmoet ik geen gepensioneerd resident, geen welvarend kontraktant met principes nà fortuin, al stuit ik nergens op de dikbuikige tevredenheid der braven die koupons knippen van de schuldbrieven hunner deugd ... al werd ik niet bespat door de modder van allerlei roode en gele rytuigen—’t is heel moeielyk,Tine,alleste ontwyken!—dan nog kan ik niet uitgaan om te schryven in die boekekamer.Ik heb om te schryvennégligénoodig, zoo-als Buffon z’n lubben van echte kant. Hy wist zeer goed wat hy zei, met dat: (“le style c’est tout l’homme”28. Zyn styl isgekleed... de myne houdt vansarongenkabaai29, of beter nog, myn styl draagt het matrozenhemd vanGaribaldi... ik hoor dat men aanslagen doet op z’n leven ... dit is natuurlyk! Menschen die zwarte rokken dragen, kunnen geen rood hemd zien, zonder boos te worden als kalkoenen.De meening vanBuffonis zeer juist. Daarom is ookstylzeldzaam, wyl er zoo weinigmenschenzyn.Let maar eens op ... wat klinkklank, wat meer of min afgeronde zinsneden, behoorlyk of onbehoorlyk afgedeeld door kommaas en kommapunten, hier-en-daar ’n nieuwe regel ... waarachtig, als men er niet goed op let, zou men inderdaad van-tyd tot-tyd meenen dat er watinzat. Maar zoodra men nauwkeurig acht geeft, blykt er dat alles neerkomt op watschool.Zielontbreekt ... precies als ’tkarakterdat men te-vergeefs zoekt in de handschriften van al de meisjes die schryven leerden op ’t zelfde instituut. De meisjes schryven deJufvrouwna, en dit doen ook demenschenmet hun styl. Ze schryven de Jufvrouw na!Ieder wil dat ikschryvenzal ... voorPublieknog-al! Welnu, er zyn veel redenen die me hiervan terughouden, maar al was er alleen deze, my dunkt ze moest voldoende wezen:
»In zyn laatste jaren verwyderde Hertog Reinald II zich van zyne gemalinne, die den meesten tyd te Rozendaal doorbracht, welk huis door haar werd vergroot en merkelyk versierd, dus men haar, hoewel verkeerd, de stichting daarvan heeft toegeschreven. Veel was zy ook te Nymegen. Deze verwydering was lang de oorzaak van een aandoenlyk en zonderling tooneel, dat niet lang voor ’s Hertogs dood voorviel. Eleonora was opdragtig en hoog van kleur, dus men haar van melaatschheid beschuldigde, welke ziekte den Hertog tot een voorwendsel verstrekte, zich van bed en tafel te scheiden. Op eenen dag, dat Reinald met een luisterryk gezelschap te Nymegen aan tafel zat, kwam Eleonora, geen ander gewaad aan hebbende dan een fyn zyden hemd, en eenen mantel daar boven, aan elken hand eenen harer zonen, Reinald en Edouard, houdende, de zaal binnentreden. Zy wierp op eens den mantel af, en ontblootte het geheele bovenlyf; toen keerde zy zich in het rond, en sprak, klaaglyk in tranen uitbarstende, tot den Hertog en de omstanders25: »O myn lievehere nu bidde ick uch dat yr van dem gebrechen ind van der kranckheit, die myr so wrevelich is tzo gegeven, dat ick dae mit bevleckt sy, wilt vlyslich ansynen ind ondersoichen; want ich byn as andere vrauen, ind hain gheyn gebrech van der genaden godes in myne lyve. Siet hie syn ure tzwen soene starck ind gesunt, als yr dye siet hier stain vur uren ougen. Ind der weren mit der genade ind hulpe godes waill mere, wer idt sachen dat urent halve gheyn hindernisse dae van gewest ware. By aventuren idt mach noch die tzyt kommen, dat dat Geldresse volk sall beschryven unser twyer scheydinge, so wanne sy syen werden dat sy gheynen lands heren van unseren blode mere hauen.»—Van Berchem verhaalt, dat de Hertog en ’s Lands Edelen van Eleonoraas zuiverheid overtuigd, schaamrood waren, en vervuld werden van droefheid, maar hy voegt er by, dat de Hertog na dat voorval niet lang leefde.»Hierin had die hertog groot gelyk. Doodgaan was ’t beste wat hy doen kon, na ’t verstooten van ’n vrouw die den moed had tot zoo verhevene onkieschheid! Ja, ik begryp hoe er oogenblikken komen, waarin men allen schroom ter-zyde zet, den mantel wegwerpt, het voorkleed wegscheurt, en de borst ontblootende, uitroept: ziet-hier, gy allen, ziet en schaamt u ... ziet hier, of ik melaatsch ben!Ja, ik begryp die vrouw!ZouMULTATULIgedacht hebben aan haar, toen-imyuitkleedde in dat boek? Ach dan vergat hy datEleonorate doen had met “luisterryk gezelschap”—metedel-lieden voorzeker!—enik?OPubliek, op denouderdomvan uwen stamboom heb ik geen aanmerkingen! Ik erken dat gy lynrecht afstamt van de drie vrienden die den armenJobsarden met hun onbeproefde deugd. Maar wat uwen adel aangaat ...BesteTine, tracht u nog wat staande te houden. Ik heb gehoord dat er ’n nieuwe Gouverneur-Generaal benoemd is voor de Oost. ’t Is toch te erg dat gy niet zoudt eten, en de kinderen! Daarom ... zie wat ik van daag schryf aan den Minister van Kolonien. Kan ik meer voor u doen, dan me te willen verhuren als ambtenaar? En ... ge zult zien ... dat zou me nog worden aangerekend als ’n gunst!Excellentie!“Ik verneem dat de benoeming van Gouverneur-Generaal van Indie geschied is. Ik heb hierop gewacht om uwe Excellentie ...LieveTine, wat is dat vervelend! Ge ziet wat ik uitsta voor u en de kinderen!. . ,om uwe Excellentie, in verband met vroegere gesprekken te vragen, of er thans geen gelegenheid bestaan zoude, op eene het Gouvernement en my waardige wyze, gebruik te maken van myn denkbeelden in verband ...Dat ik weer zeg: “in verband” is om den Minister in den waan te brengen dat ik ’n officieelen styl schryf.... in verband met de aanspraken die ik meen verworven te hebben door veellydenen in overeenstemming met de belangen van den Lande?Van den Landeklinkt goed. Ik ben van plan dit woord intevoeren als nominatief zelfs. “Den Lande” schuift ... ja, er is wat slepends in, als-of er iets afgleed van ’n helling, niet waar?... van den Lande?Het zou myn streven zyn, den nieuwen Gouverneur-Generaal zooveel mogelyk te vrywaren voor den belemmerenden slendergang van den Raad vanIndië, voor de afmattende kommiezery van de algemeene Secretarie, en voor de ambtelyke leugens der residenten.Kan ik meer zeggen? Zie, al kochten ze honderdBeo’sdie floten: “daar is meer ryst dan er ryst is!” dan zouiktoch zoo vry wezen die onmogelyke ryst natemeten!“Om daarin te slagen evenwel, zoude ik by den nieuwen Landvoogd moeten verzekerd zyn van eenige sympathie. Eensdeels wyl zònder dat myn pogingen ydel zouden wezen. Ten andere omdat ik, onbeschermd, weldra zou bezwyken onder de rankune der Indische ambtenary...Den Minister moet het zoo schynen. Hy weet niet dat ik niet bezwyken kàn. Dit ismynzaak,onzezaak,Tine! En al wist hy ’t, ik zou ’t toch niet mooi van hem vinden, daarop te rekenen.... ambtenary.Excellentie, ik heb geweigerd myn pen te leenen aan de voorstanders van den vryen arbeid, schoon die weigering my de ondersteuning ontroofde van de personen die uit den vrywilligen arbeid hun fortuin wisten te persen.Aan den anderen kant heb ik geprotesteerd tegen de, buiten myn weten gestelde, kandidatuur voor de Tweede Kamer, in November of December 1859, omdat ik bemerkte dat de Amsterdamsche behouders ...Heelbehoudendwas ’t niet, dit zult ge zien!... dat de Amsterdamsche behouders van my en myn zaak ’n machine de guerre wilden maken tegen het toenmalig ministerie, in hun verstoordheid over de, later gevallen, spoorwegwet ...Ja, toen werden de behouders weer behoudend, en daarom kostte dat boek over de koffivier gulden, dat ’n zeer onbehoudende uitgaaf is, voor wie ’t koopt.... spoorwegwet.Ik geloof aanspraak te mogen maken op eenige onderscheiding, Excellentie! Myn geheel leven ligt daar, om te antwoorden op de vraag, of die aanspraak ongegrond is? Ik sta geen systeem voor ...Ze kunnen my niet gebruiken,Tine... dat zult ge zien. “Geen systeem dus ...... ik stryd tegen misbruiken inallesystemen ...Dat wil zeggen datiedertegen my is, diebelangheeft by de misbruiken.Ik ben zeker dat ik nooit antwoord kryg.Dit is myn geheele politiek, en ik geef Uwe Excellentie eerbiedig dringende in overweging, my in-staat te stellen die politiek, gesteund door een vasten wil, en eenige bekwaamheden die de Natie my wel wil toekennen, op wettelyke wyze ten nutte van den Lande aan-te-wenden.Ik heb de eer met ware hoogachting te zyn, enz.Amsterdam, 25 Juni 1861.Ziet ge,Tine, zóó heb ik geschreven. Zeg nu eens dat ik geen praktisch mensch ben, en dat ik niet m’n best doe voor u en de kleinen!Ambtenaar van ’t Neerlands-Indisch Gouvernement! O God,ikambtenaar! Ik ril als ik denk aan de zeventien jaren die ik ambtenaarde!Maar wat is dat toch voor ’n familieKappelman? Ik begryp er niets van. ’t Zal ’n mystifikatie wezen. Ik zou u ’n heel pak brieven kunnen zenden, die ik van de familie ontving, maar ik laat het, om de port. ’t Schynt dat iemand in myn naam ’t hof maakt aan allerlei meisjes, en ze de hoofden op hol helpt. Ge weet dat ik nooit zoo-iets doe. Men scheldt me vreeslyk uit, en dreigt my met Gods toorn, op de wys vanHebreënzóóveel! Is dit niet heel onaangenaam! Ik denk dat het ’n complot is van de Jezuïten, die met de élektriciteit, de schuld dragen van alles wat men niet begrypt. In een der brieven staat, dat men myn korrespondentie heeft ontdekt met ’n meisje, of met meisjes ... gekheid! Ik korrespondeer met niemand dan met u ... en den minister, zooals ge gezien hebt. Ik vermoei me vruchteloos met zoeken naar den draad van die intrigue. ’t Zal waarschynlyk ten-doel hebben my te diskrediteeren, en Publiek’n voorwendsel te bezorgen om my te minachten, als ’n onpraktisch mensch. Lieve hemel, den heelen dag zit ik te tobben over de vraag hoe ik u en de kinderen in ’t leven zal houden ... hoe ik u ’n woning zal bezorgen die wat minder ongezond is ... hoe ik ’t moet aanleggen om ’t huis te komen, zonder ’t aantezien dat gy gebrek lydt ... en daar gaan ze nu vertellen dat ik brieven schryf aan meisjes! Ik zal er ’n politiezaak van maken, als ’t niet ophoudt.Ik heb ’n Staatsblad geleend en daarin studeer ik vlytig.Ook heb ik eens nagezien, hoelang ik daar-ginds zou moeten meeloopen om pensioen tekrygen. Dat zou prettig wezen,Tine! Verbeeld u eens dat er zekerheid was, onzen kinderen áltyd het noodige te kunnen geven! Ik heb er onlangs den minister over gesproken, maar ’t kan niet, omdat ik uit walging m’n eervol ontslag heb genomen, en niet infaam ben weggejaagd. We moeten dus geduld hebben,Tine! Nu, dit hebt ge!Ik ben nog in verbystering over al dieKappelmannen. Begryptgyer iets van?VAN TINE AAN FANCY.Zie eens wat hy schryft. Geen woord over U! Wat beduidt dit?AAN TINE.Weer wat nieuws! Ge zult vreemd staan te kyken als ge dat hoort! Ze leggen ’t er op toe, me gek te maken, en dit is heel inkonsequent van de velen die zoo lang reeds zeggen dat ik ’t ben. Daar hoor ik weer dat ik niet minnebrievenschryfmaar ze laatdrukken, en let wel ... dat ik ze drukken laat ten voordeele van ’n arm huisgezin! Voor u,MaxenNonnie... meent ge! Neen, neen, voor ’n onbekend gezin, voor menschen wier naam ik niet weet, menschen die ik nooit gezien heb! ’t Idee is nieuw ...faire l’amour par charité!Hadt ge zooveel fantasie verwacht in Publiek? Me dunkt ... ja, als Publiek zelf eens ’n roman schreef.Ik heb ook lust om te schryven, maar romans niet. Ik wou graag dat boek koopen vanMoney. Ik gis dat het besteld werk is voor rekening van de firmaBato Saldig & Co. en vertrouw dat ik in de meeste punten met dien Mr.Moneyeens kan wezen. Ik heb geen geld om ’t boek te koopen, maar uit de analyse die ik las in de Amsterdamsche Courant, begryp ik heel goed hoe hy aantoont dat de Hollanders zoo veel halen uit Indië,als maar eenigszins mogelyk is. Wat wil men meer?Il prêche des convertis.Hy wint z’n pleit vóór hy begon. Maar ik vind dat die firma zoo’n werk niet had hoeven te bestellen in ’t Buitenland. ’t Ware goedkooper geweest daarover natelezen watMultatulischryft in z’n boek over de veilingen:Doch daar kwamen vreemdelingen uit het Westen, die zich heer maakten van het land. Ze wenschten voordeel te doen met de vruchtbaarheid van den bodem, en gelasten den bewoner, een gedeelte van z’n arbeid en van z’n tyd toetewyden aan het voortbrengen van andere zaken, die meer winst zouden afwerpen op de markten vanEuropa. Om den geringen man hiertoe te bewegen was niet meer noodig dan ’n zeer eenvoudige staatkunde. Hy gehoorzaamt z’n hoofden: men had dus slechts die hoofden te winnen door hun ’n deel toetezeggen van de winst ... en het gelukte volkomen.Als men let op de ontzettende massa Javasche produkten, die in Nederland worden te-koop geveild, kan men zich overtuigen van hetDOELTREFFENDEdezer staatkunde ...Is ’t te betreuren dat ze, na zulke hulde uit den mond van iemand, die toch de Nederlanders nietschyntte vleien, nogEngelschehulde noodig hebben? De firmaB. S. & Co.lykt wel ’n schryver, die nooit genoeg wordt geprezen naar z’n zin. Ik spreek by ondervinding. En nog zeggen ze datikydel ben en hoogmoedig!Het is puur om boos te worden op dien Engelschman, die daar zoo geheel onbevoegd zich belast heeft met het pryzen van de godvreezende Nederlanders. O, hadden ze ’tmyopgedragen!Hollandstaat ver boven den lof van alleMoney’s! Wat kan zoo’nMoneyweten van al de verdiensten ... neen, dit wordt ’n woordspeling. Maar om nu te bewyzen hoe verkeerd men deed nietmyte belasten met het blazen van de trompet, ziehier.Moneyspreekt:“O, godzalige Nederlanders, m’n Engelsch hart is verliefd op uwGESCHIKTHEID26.Waarmee zal ik u vergelyken? Hoe zal ik lucht geven aan de bewondering die me ontengelst en ontmoneyt? Zyt ge als de roos....Cantique tout pur!“Zyt ge als de roos ... neen dit gaat niet! Ge zyt als de trouwe herder die z’n schaapjes scheert....Ik: GeVILTze!Moneyweer:“Ge zyt als de dorstige reiziger, die water drinkt uit de vriendelyke bron ...Ik: Water? Reiziger? Drinken? Deugt niet! Dat drinken isZUIGEN, die reiziger is ’nVAMPIER, en dat water isBLOED!Ge ziet, besteTine, dat men verkeerd deed, lof te bestellen in ’t buitenland. Men is schryver of men is ’t niet,que diable! Er zyn gedurig tentoonstellingen van nyverheid. Welnu, ik ben van plan dien Engelschen trompetter op de eerste tentoonstelling eens te laten hooren, hoeikde trompet blaas! ’t Zou my niet verwonderen, als ik terstond bestellingen kreeg op m’n deuntjes, vooral daar er in Engeland schaarste is aan lof over de manier van regeeren inBengalen, waar telkens hongersnood woedt... precies of ’t inLebaklag.En zondermyngroot talent—dat wat te duur zou wezen voor de bekende firma, die zuinig is in ’t betalen van inlandsch fabrikaat—men had veel eenvoudiger te-recht kunnen komen, en goedkooper, jageheelkosteloos! Laat ons zuiver redeneeren: wat begeert de Natie? Een certificaat dat ze daar-ginder goed en voordeelig huishoudt. Welnu, hiertoe behoeft geen letter op ’t papier gezet te worden; al de bewysstukkenzynin orde, en ik zal ze—kosteloos!—toonen aanEuropa.De zaak is heel eenvoudig. Wat bevolkingsstaten vóór en na ’n hongersnood! En de konklusie? Het verlangd certificaat? Wel, dit kan ieder zelf opmaken uit de eenvoudige cyfers.Daar waren in ’t jaar zóóveel, zooveel menschen.Daar waren, een jaar later, zóóveel menschen.’t Verschil is gestorven.Ze hadden geen ryst, omdat zy voor de firma B. S. & Co. koffi, suiker en indigo moesten planten.Die koffi, suiker en indigo is voordeelig verkocht voor rekening van gezegde firma.Ziehier hoeMultatuli’t zegt:«Als men let op de ontzettende massa Javasche produkten, die in Nederland worden te-koop geveild, kan men zich overtuigen van hetDOELTREFFENDEdezer staatkunde, al vindt men ze niet edel. Want mocht iemand vragen, of de landbouwer zelf ’n belooning geniet, evenredig met die uitkomst, dan moet ik hierop ’n ontkennend antwoord geven. De Regeering verplicht hem, opzyngrond aan te kweeken watháárbehaagt. Ze straft hem, als hy het aldus voortgebrachte verkoopt aan wien het ook zy, buiten hààr, enzyzelfbepaalt denprys, dien ze hem daarvoor uitbetaalt. De kosten op den overvoer naar Europa, door bemiddeling van een bevoorrecht handelslichaam, zyn hoog ... de aanmoedigingsgelden van de hoofden bezwaren daarenboven den inkoopsprys ... en daar toch ten slotte de geheele handel winst afwerpenmoet, kan deze winst niet anders worden gevonden, dan doorjuist zóóveel uittebetalen aan den Javaan, dat hy niet sterve van honger, hetgeen de voortbrengende kracht der natie verminderen zou.Ook aan de Europeesche beambten wordt ’n belooning uitbetaald in evenredigheid met de opbrengst.Wèl wordt dus de arme Javaan voortgezweept door dubbel gezag ... wèl wordthy afgetrokken van z’n rystvelden ... wèl is hongersnood vaak het gevolg van deze maatregelen ... doch vroolyk wapperen, teBatavia, teSamarang, teSoerabaia, tePassaroean, teBezoeki, teProbolingo, tePatjitan, teTjilatjap, de vlaggen aan boord der schepen welke beladen worden met de oogsten die Nederland ryk maken.Hongersnood? Op het ryke,vruchtbare Java,hongersnood? Ja, lezer, voor weinige jaren zyn geheele distrikten uitgestorven van honger! Moeders boden haar kinderen te-koop voor spyze! Moeders hebben hare kinderen gegeten ...Maar toen heeft zich het Moederland met die zaak bemoeid. In de raadzalen der volksvertegenwoordiging is men daarover ontevreden geweest, en de toenmalige Landvoogd heeft bevelen moeten geven, dat men de uitbreiding der dusgenaamdeEuropesche-marktproduktenvoortaan niet weder zou voortzettenTOT HONGERSNOOD TOE....»Die lieve vertegenwoordiging!NIET WEER TOT HONGERSNOOD TOE!Ik verzeker u dat er na dien tyd inderdaad eenige Javanen in ’t leven zyn gebleven.En andere certificaten! Sedert eenige jaren bemoeien zich velen met Indie. Die “velen” kunnen onderscheiden worden in twee hoofdsoorten, deBehoudersen deLiberalen. Behouders zyn de personen die gaarne zoo veel mogelyk voordeel trekken uit Indie. En liberaal noemt men de zoodanigen die gaarne uit Indie voordeel trekken,.. zoo veel mogelyk. Ziedaar ’t verschil, dat zich oplost in treffende gelykheid. Maar deze overeenstemming openbaart zich nog duidelyker in de gelykluidendheid van de scheldwoorden, die ze elkaar naar ’t hoofd werpen. Welnu ze zyn beiden volkomen in hun recht. Het is volkomen waar, wat de liberalen zeggen:de behouders zuigen Indie uit... maar even eerbiedwaardig is de oprechtheid, waarmee de Behouders de eer van ’t uitzuigen toekennen aan de Liberalen.Deze wederzydsche getuigenissen van goed gedrag had de firma aan Europa kunnen voorleggen, en ’t heele boek van dien fameuzen Mr.Moneyhad achterwege kunnen blyven.Het eenige verschil misschien ligt hierin, dat de Behouders goedkoope spoorwegen willen bouwen, en dat de Liberalen veel geld begeeren om in-staat te wezen hun plaatsen te betalen op spoorwegen die met eigen geld betaald, en dus duurder zyn.Maar dit is van ondergeschikt belang. Als ik ’n keuze doenmoest, zou ik de zyde kiezen van ’t Behoud, om deze redenen. Ten-eerste: ’t een belet het ander niet. Men kan zeer goed spoorwegen bouwen van gestolen geld, en bovendien zorgen dat de gepensioneerde residenten tóch ryk zyn. Ten-andere: op goedkoop spoor kan ookikmeeryden, en dit zou ’t geval niet wezen, wanneer de Liberalen hun zin hadden. Ik begryp dat de vry-arbeiders zeer dankbaar en tevreden zyn, maar wanneer de firmaB. S. & Co, haar rails betalen moest uit eigen middelen, zou ’t me weinig helpen dat deDroogstoppels,Slymeringen,kontraktanten,industrieelen,planters, of hoe ze allen heeten mogen, by-machte zyn gebruik te maken van ’n vervoermiddel, dat dante duur zou wezen voor ieder ander, diegeenfortuin had gemaakt in liberale koffi en tabak.Ziedaar, waarom ik me voorloopig aansluit by de Behouders. Veel hecht ik er evenwel niet aan. ’t Zyn byzaken. In de hoofdzaak komt alles hierop neer, dat Indie op ’n zeer voordeelige wyze geëxploiteerd wordt, en datMoneyonnoodig moeite deed.Maar dit aansluitenbydepartyvan Behoud, is van myn kant niet zóó hartelyk, dat ik kans hebben zou door haar ontvangen te worden met wat vriendschap. Integendeel. De Behouders obstineeren zich my aantezien voor liberaal, even als de liberalen ’t omgekeerde. Hiervan heb ik veel verdriet, want nu word ik uitgescholden en belasterd door beide partyen, en dit is te veel. Ik had maar te kiezen, ge weet het. Nu ik niet gekozen heb....Lieve hemel, zou er geenderdeparty te scheppen wezen? Een party die eenvoudig de meening voorstond, dat men den Javaan niet moet mishandelen? ’t Is ’n excentriek idee, dit erken ik, doch zoodra er weer ’n plaats open komt in die Tweede-Kamer, zal ik dat toch eens beproeven. Maar,Tine, ik vrees dat ik niet slagen zal, omdat ik geensysteemheb, en geenpolitieke beginselen,zoo-als ze ’t noemen wanneer iemand altyd stemt met dezelfdeparty, onverschillig of hy dezaakdie behandeld wordt goed vindt of niet. Ook zie ik geen kans geleerdheid te plaatsen in myn beroep op de kiezers. Toch zal ik m’n stuk maar terstond schryven, dan ben ik gereed zoodra ’t noodig wezen zal. Maar ik hoop dat ze mynietkiezen, want, verbeeld u, dan zou ik al die redevoeringen moeten aanhooren over dewyzewaaropde Javaan behoort te worden uitgezogen! En wanneer ik daarby meesmuilde, zou de voorzitter my tot de orde roepen, en klagen over myn tuchteloosheid! Ik zou me moeten aanstellen als-of ik luisterde naar ’t spreken van den heerDuymaer van Twist, wanneer hy redeneert over “Indische zaken” en “VryenArbeid”. Want dit doet hy soms. Is ’t niet komiek? Die Tweede-Kamer zou my ’n ware pynkamer wezen. Maaralsze my kiezen, ga ik! Ge weet watLutherzei? “Al waren er zooveel Gouverneurs-Generaal als dakpannen, enz,”Zie-hier wat ik in zoo’n geval schryven zou:Brief aan de Kiezers van Nederland.Kiezers! Ik heb u iets te zeggen dat zeer eenvoudig is, en dat ge daarom wellicht niet terstond zult begrypen. Maar om ’t u niet al te moeielyk te maken, zal ik de zaak die ik u wil voorstellen, behandelen van den oorsprong af. Ik beweer geenszins meer te weten dan gy. Verwacht dus niets nieuws.In den regel bemoeit gy u weinig met de publieke belangen. Laat ons eens nagaan, of ge hieraan wèl doet.Gy hebt behoefte aan orde, aan veiligheid. Ge betaalt vele personen om in uwen naam die orde te handhaven, en die veiligheid te verzekeren. Ik hoor u wel eens klagen over te hooge belastingen—en ik vind dat gy gelyk hebt in die klachten—maar aan den anderen kant waardeert ge niet genoeg het genot dat u ten-deel valt door de zekerheid van personen en goederen. Alle menschelyke zaken zyn gebrekkig, en onder die zaken is er misschien geene die moeielyker te zuiveren is van gebreken, dan het bestuur eener maatschappy.Het is evenwel, dunkt me, plicht te zorgen, dat dit bestuurzooveel mogelyknadere tot de volmaaktheid.In zóóverre is het jammer, dat u door vele samenloopende omstandigheden ’n Regeering is te-beurt gevallen, dieover het algemeengeenszins onderdoet voor de Regeering der meeste andere volken. Gy bezit een gepaste maat van vryheid. Geen dwingeland neemt u ’t moeielyk verdiend, of gemakkelyk gewonnen, geld af. Men zet u niet in de gevangenis, zonder dat ge ’t er naar maakt. Men dwingt u niet tot goddienen op ’n manier die u niet aanstaat. Men roept uw kinderen niet van hun werk, om ze noodeloos kunsten te leeren met ’n geweer ...Ja, de militiewet bestaat nog, maar dit zal zoo nietblyven.... hoe het zy, alles saamgenomen, hebt ge geen sterksprekende redenen tot ontevredenheid, en hierdoor zyt ge onverschillig geworden voor de openbare zaak.Maar hebt gy u wel eens voorgesteld dat dit allesanderswezen kon? Wanneer uw verbeelding te-kort schiet in deze voorstelling, lees dan de geschiedenis na! En vèr behoeft ge niet te gaan. Ons eigen land heeft by herhaling te doen gehad metslechteRegeeringen.Ik geloofnietalles wat men zegt vanPhilipsden tweede. Maar neem eens de helft voor waar aan ... ’n derde ... ’n kleiner gedeelte nog ... en stel u de vraag voor, hoe ’t u smaken zou, als we weder moesten geregeerd worden op ’n wyze als die welke hy zich veroorloofde.Dit zoudt ge niet begeeren. Ik ook niet. En haasten wy ons hierby te voegen, dat er voor ’t terugkeeren van zulk wanbestuur geen gevaar is.Wat stelde dienPhilipsin-staat ons arm landje te teisteren als hy deed? Macht! De mogelykheid om eigenwilte stellenboven de wet. Of wel:verkeerdhedenin die wet. En, ten-laatste, maar vooral:gebrek aan wetten.Want ... wat niet verboden is, wordt als geoorloofd beschouwd. Wanneer de Fransche koningen waren gebonden geweest door ’n bepaling“dat niemand mag worden onttrokken aan zyn natuurlykenrechter,” zouden zy zich hebben moeten onthouden van ’t genoegen, iemand die hun mishaagde naar de Bastille te zenden alleenomdathy hun mishaagde.Nu geloof ik gaarne dat vele koningen ook zonder zulke wetten zich zouden vermaken op andere wyze ... maar ik vind het toch geruster en kalmer, dat men in zulke gevallen niet afhange vansmaak.Het zyn dewettenalzoo die ons beschermen tegen ’n misbruiken van het gezag, dat men wel genoodzaakt is dezen en genen in handen te geven in ’t algemeen belang.Wie maken deze wetten? De koning laat ze, in zyn naam, aan het volk voorstellen door z’n ministers. Keurt het volk de voorgestelde wet goed, dan gaat ze dóór, en wordt van kracht.Keurt het volk de wetnietgoed, dan maken de ministers een nieuwe wet ... of gaan naar de baden.Het spreekt vanzelf dat zoo’n inrichting geheel ontbrak in den tyd vanPhilips. Wanneer hy aan het volk gevraagd had, of ’t genoegen nam in al dat moorden en branden, in die geloofsvervolging, in ’t betalen van de vele zóóveelste penningen—ja, dat vooral!—dan had het volk “neen” gezegd, en de hertog vanAlvaware naar de baden gegaan, tot groot relief van de 30.000 menschen die hy nu heeft laten ombrengen in weinig jaren tyds. ’t Was te veel, waarachtig!Wetten kunnen dus nuttig zyn. Maar opdat ze ’t niet alleenkunnen, maar inderdaadzyn, behooren de wettengoedte wezen.Het beoordeelen van de voorgestelde wetten is dus van groot gewicht, en ’n volk dat zich daarmee weinig of niet bemoeit handelt verkeerd en tegen z’n eigen belang.Eigenlyk moet het verdrietig wezen voor ’n koning, die gedurig vraagt: “vindt gy lieden die wet goed?” als hy telkens bemerkt dat het volk zelf,in wiens belang die vraag geschiedt, niet eens de moeite neemt zich met die zaken intelaten, en door verregaande onverschilligheid toont onmondig te wezen.Als de konklusie niet al te streng klonk, zou ik byna zeggen: zulk ’n volk verdiende datAlvaterugkeerde van de baden.Deze onverschilligheid blykt evenwel gedurig uit de wyze waarop gylieden u van uwen plicht kwyt, by de verkiezing der personen die u tot het beoordeelen der voorgestelde wetten vertegenwoordigen ... of, beter gezegd, in de wyze waarop gy u van dien plichtnietkwyt.’t Is reeds te betreuren dat men spreken moet vanplicht, waar ’t geldt:de uitoefening van een recht.Indien ge waart overgeleverd aan een despoot die eigen wilvoor recht liet gaan, zonder den wil des volks eenig aandeel te geven in de beschikking over de algemeene zaak, zoudt ge luid roepen om verlossing. Ge zoudt dien despoot vloeken, te wapen loopen, stryden ... en over eeuwen had ’n nieuw nageslacht nieuwe dapperheden te bezingen van nieuwe voorvaderen.Maar nu gy niet tot weerstand wordt gedrongen door geweldenary, houdt ge u geheel buiten de zaken, als-of die u niet aangingen. Dit is niet goed, Kiezers! M’n bedoeling is thans u opmerkzaam te maken op eenige verkeerdheden, die eerlang zeer nadeelig op uw belangen zullen werken, en u optewekken tot de meening dat men onvoorzichtig doet het oordeel over die belangen op den duur overtelaten aan anderen, zonder—of zonder voldoende—controle.Het lydt geen twyfel dat de welvaart van Nederland voor ’n zeer groot gedeelte afhankelyk is van de voordeelen die wy genieten uit Indie. Zeer onlangs hebt gy in cyfers kunnen nalezen hoeveel gy naar die gewestenuitvoert, en vooral hoeveel geldswaarde die bezittingen produceeren, en op uwe marktaanvoeren27. En nog zyn deze cyfers ’t voornaamste niet. De minder rechtstreeksche maar even zekere voordeelen, die Indie aan Nederland verschaft, bedragen oneindig meer. Staat my toe, dit als bekend te veronderstellen. Het is zoo vaak betoogd—en nooit weersproken!—dat het me inderdaad verdrieten zou, langer stil te staan by iets dat ieder weet.Maar erkent dan ook dat hetverliesvan die voordeelen zeernoodlottig zoude werken op uwe welvaart.Erkent dan ook dat het vanhoog belang is de Oost-Indische bezittingen zóó te besturen, dat de kans van dat verlies gering zy.Erkent alzoo dat geonverstandig doet ... dat gy handelt tegen uw eigene belangen, door zoo lauw te zyn omtrent de wyze waarop die gewesten worden bestuurd.Een groot gedeelte van uwe welvaart hebt ge te danken aan den arbeid van den Javaan. Zonder dien arbeid immers, geen koffi, geen suiker, geen reederyen met alles wat daarmee in-verband staat. Stelt u eens voor—iets onmogelyks natuurlyk—’n onzinnig minister trachtte eene wet te doen aannemen, die de strekking had de Javanen te behandelen, zooals uw voorvaderen werden behandeld doorAlva. Het gevolg zou wezen dat die Javanen—niet zoo spoedig wel-is-waar, omdat ze zeer geduldig zyn, maar in ’t eind zéker toch—zouden opstaan, en het Nederlandsch gezag afschudden. En hiertoe zouden zy geen tachtig jaren behoeven, want ze zyn oneindig sterker in verhouding tot u, dan uw voorouders waren tegen-over Spanje. Bovendienzouden zy hulp ontvangen van buiten, daar er volken en regeeringen zyn, die nayver voelen op uwe welvaart. En nog meer redenen bestaan er, die ’t van belang maken dat de Javaan u genegen zy, of althans niet volstrektvyandiggezind. Het Europeesch evenwicht zal eenmaal verbroken worden ... neen, het zalmeermalenverbroken worden, zoo-als alle evenwichten. De taak der staatslieden is juist hierom zoo zwaar, wyl de Natuur—dat is:alles!—voortdurend in beweging is. Stilstand is onmogelyk. Het embleem der geheele schepping is ’nbaskule... en de politiek maakt hierop geen uitzondering! Wat men evenwicht noemt, is eigenlyk hetstrevennaar evenwicht ... de gelykheid van de som der beweging aan beide zyden van het midden der balans ... het sidderen van den wyzer in het “huisje”. Eénmaal slaat een der beide schalen neer.Wie nu ’t oog slaat op het gewapend parallelisme van de beide hoofdmogendheden inEuropa, zal inzien dat ook hier eenmaal—misschienweldra—een der beide schalen zal nederslaan.Ermoetoorlog komen tusschenFrankrykenEngeland! En wie er aan twyfelt, lette slechts op al de moeite die men zich van weerszyde getroost,om te beletten dat er oorlog kome. Van beide kanten voelt men zich gedurig genoopt de hand uittestrekken om de schaal te stutten. Dit zou niet noodig wezen als het evenwichtnatuurlykware, in stede vankunstmatigengekunsteld. De natuur is sterker dan de kunst, sterker dangekunsteldheidvooral.En ’t onmiddellyk gevolg eener vredebreuk? Ik zal ’t u zeggen, zonder te meenen alweer, dat ik u iets nieuws zeg.Weet ge waarEngelandligt naar het oordeel van den eerstenNapoleon?...Engeland ligt in Indie.En dat ook het hedendaagsche Frankryk met deze geographische kettery behebt is, blykt uit de “verkenningen” die het doet op de—indienzin:Engelsche—kusten, door gedurig expeditiën te zenden naarChina,CochinenMadagaskar. Door de gezantschappen naar het verre Oosten. Door ’t uitlokken van tegenbezoeken ... zie deSiamscheambassade.Maar het zyn niet alleenverkenningen. Reeds voorlang zyn de handen aan ’twerkgeslagen.De doorgraving der landengte vanSuezis voor denhandelen descheepvaartof voordeelig of nadeelig. Deze doorgraving geschiedt onderFranscheninvloed. Indien zenadeeligware, zou zy niemand baten ... en in geval vanvoordeelennut, zou dat reuzenwerk slechts voordeelig zynvoor de eigenaars van Indie,d.i. voorEngelandhoofdzakelyk, en voorNederlandin de tweede plaats. Voorts zou dat voordeel—in mindere mate, maar eenigszins altoos—genoten worden door den handel van denoordelykehavensHamburgenBremen, enz. Maarniet, of althans zeer weinig, zou die doorgraving baten aanFrankryk, een land dat juist het minst met Indie in aanraking is.Toch geschiedt de doorgraving onderFranscheninvloed!Enomgekeerd,Engeland—de Staat die juist by dezen nieuwen handelsweg het grootste belang hebben zou—verzet zich krachtigtegen die doorgraving. Het beweert dat de kosten te hoog zyn om door tollen te kunnen worden gedekt. Het laat door z’n bekwaamste ingenieurs bewyzen, of ... betoogen, dat de heele zaak onmogelyk is—eilieve, waartoe dan het verzet?—dat, al slaagt men in ’t volbrengen van de voorgestelde taak, evenwel het onderhoud te veel bezwaren opleveren zal ... dat men gedurig zal te stryden hebben tegen verzanding. De Engelsche ekonomisten berekenen, dat op ’n lading die uitIndiënaarEuropawordt overgevoerdom de Kaap de Goede Hoop, de rentekosten van tydverlies, verhoogd met het verschil der premiën van verzekering tegen zeegevaar,minderbedragen dan ’t evenredig aandeel dat zoodanige lading, langs dennieuwenweg vervoerd wordende, zou te dragen hebben in de monsterachtige uitgaven voor ’t graven en onderhouden van het Egyptische kanaal.Dit alles leidt nu tot de volgende vreemde konkluziën:Frankrykbesteedt geld en invloed, om ’n werk tot-stand te brengen dat òf onnut is, òfvoordeel zal geven aan z’nMEDEDINGER.Engelandspant zich in om te voorkomen dat erFranschekapitalen verloren gaan in’t bevorderen vanEngelschewelvaart.Had ik niet recht te zeggen dat die konkluziën vreemd zyn?Het getal schepen dat uit de middellandsche zee op Indie vaart, is niet noemenswaardig in vergelyking der koopvaardyvloot die thuis behoort in de meernoordelykehavens van Europa ...Nog eens:Frankrykbrengt vriendschapsoffers aanEngeland, enEngelandwerkt met ongehoorde edelmoedigheid, deze belanglooze hulptegen...Dit zou ’ncombat de générositézyn, ’t geen zooveel zeggen wil als: de geheele zaak is ongerymd en onmogelyk.Hoe dàn! Ik zeide dat Frankryk de kusten peilde van hetEngeland dat in Indië ligt... dat het reeds handen aan ’twerksloeg ...Welnu, de doorgraving der landengte van Suez, nadeelig voorFrankrykuit ’n oogpunt vanHANDEL, is hierom van belang voor dit land, wyl ze,UIT EEN STRATEGISCH OOGPUNT,IndiëverbindtmetBrestenToulon, wyl ze vergelykender-wysIndiëverwydertvanSouthamptonenPortsmouth.Ik hoop, kiezers, dat dit u niet te eenvoudig zal schynen, maar, ’t is me onmogelyk u in deze zaak te onthalen op de minste ingewikkeldheid.InIndiezal eenmaal de stryd gevoerd worden om de wereldheerschappy. Het kanaal van Suez is de loopgraaf by ’n beleg ... geen trekvaart tot het vervoeren van koopwaren. Wel is dit het doellater! Als de heirbaan heeft uitgediend, kan ze strekken tot gemak van de reizigers ... die alsdan hunhomezullen hebben teMarseille, teGenua, teLivorno, teVenetie, teAlexandrie... wantItalieenEgyptezyn in ’t Program begrepen, zooals billyk is.Nieuw? Volstrekt niet! De verandering waarop we ons moeten vooorbereiden, is terugkeer tot ’n vroegeren, toestand die natuurlyker was dan de tegenwoordige. Wanneer men het oog vestigt op de wereldkaart, is ’t inderdaadonnatuurlykdat de Indische produkten, voor ’t grootste gedeelte, om centraal Europa te bereiken, hun weg nemen overLonden,HamburgofAmsterdam. Men zou onrechtvaardig handelen, iemand euvel te duiden dat hy de havens derMiddellandsche zeevoorstelde als genegen en geschikt om terug te keeren tot den toestand dien ze vroeger innamen, en waaruit ze niet dan door zeer buitengewone omstandigheden, verdrongen zyn. Maar men vindt dikwyls vreemd wat natuurlyk is, en we zouden de eenvoudige waarheid met minder inspanning vatten, wanneer we niet van jongs af te veel inspanning ten-koste legden aan ’t leeren, betoogen, over-eenbrengen vasthouden van dingen dienietwaar zyn.Zoodra nu ’tevenwichtwordt verbroken en de stryd alsdan gevoerd zal worden op Indisch terrein, kunnen onze bezittingen niet gespaard blyven. Geen der beide krygvoerende partyen zal de ryke hulpbronnen versmaden, dieInsulindeaanbiedt. Dáár zyn goede oorlogshavens. Dáár is plaats en geschiktheid voor magazynen en hospitalen. Dáár zyn te verkrygen alle levensbehoeften voor legers en vloten. Dáár kan men werven aanleggen tot bouwen en herstellen. Dáár kan men reeden, uitrusten, ademhalen. Dáár kan men fabrieken oprichten van ammunitie. Dáár zyn hulptroepen ...dáár isALLES!Het is in ’t belang van beide partyen, om òfInsulindete nemen voor zichzelf, òf—wat precies hetzelfde is—door bezetting het te beschermen tegen de andere party. Dit laatste is meer gebeurd. En dat we in 1816Javavan de Engelschen hebben teruggekregen, is te danken aan ’n misverstand, onmogelyk voortaan door ’t boek vanMoney. Vroeger meende men datJava’n lastpost was, en thans weet ieder wat daar te halen is.Men droome nu niet vanneutraliteit. Neutraliteit is ’nwoord, niets dan ’n woord, dat alleen kracht heeft zoolang de sterken voordeel zien in de werkeloosheid der zwakken. “Neutraliteit!” is de onverstane kreet van iemand die onder den voet is geraakt in ’n gedrang. Het beroep op neutraliteit doet denken aan ’npré-aux clercsdie zich beklagen zou, gebruikt te worden als vechtterrein. Neutraliteit van kleine staten houdt op, zoodra de grootere—of één van de grootere—behoefte voelen aan het tegendeel.EnFrankrykenEngelandzullen eerlangInsulindenoodighebben! ’t Zal die vraag niet wezen,wietrachten zal het te nemen. De vraag voorNederlandis:of ’t goed is het te laten nemen, door wien ook?Ik vertrouw dat ge volmondigneenzegt op deze vraag.Nederlandsch-Indiezal dusverdedigdmoeten worden.Maar deze verdediging zal zeerzwaarvallen, jaonmogelykwezen, wanneer deinlandschebevolkinggemeenezaak maakt met de aanvallers ... of met de ongeroepenbeschermers, wat kompleet hetzelfde is.En ’t behouden van de Indische bezittingen zalgemakkelykwezen, wanneer de bevolking onssteunt.Van de stemming der bevolking hangt derhalvezeer veelaf.Deze stemming is ’n natuurlyk gevolg van dewyze waarop ze geregeerd wordt.De wyze van bestuur berust op wetten die te ’s Hage door den Koning, na overleg met het volk worden vastgesteld.Gebrek aan belangstelling in die wetten, is alzoo gebrek aan belangstelling in ’t bezit vanIndie... gebrek aan belangstellingin uw eigen welvaart.Hoe is deze belangstelling te toonen? Door het acht geven op de wyze hoe Indie geregeerd wordt, en op de keuze der personen die gy naar den Haag afvaardigt om in uwen naam de wetten te onderzoeken die ’s Konings ministers voorstellen.Ik vind dit alles zeer eenvoudig, kiezers! En duidt me niet ten kwade dat ik u dingen vertel, die vanzelf spreken. Ik heb meermalen opgemerkt ...O, besteTine, dat is niet uittehouden. Verbeeld u dat het huis waarin ik woon, geschilderd wordt. Boven m’n kamer—ik ben gaan kyken—legt men uitgehaakte vensterramen en deuren op den grond, en daarby liggen geknielde mannen diezich vermaken met scherpe driehoekige yzers de verf van die deuren en vensters aftekrabben. Dit noemen zeschilderen! Ze krabben my dol. Ik moet nu dien brief aan de kiezers afbreken. Ik zou anders vreezen daarin dingen te zeggen, die in klank rymen op de driehoekige tonen boven m’n hoofd.’t Is eigenlyk verdrietig dat ’n genie als ik zoo afhangt van allerlei kleinigheden. Ja, dit is heel verdrietig! ’t Is misschien ’n vreemd denkbeeld, maar toch vraag ik dikwyls hoeChristuszich zou gedragen hebben by zinkings of kramp? Hoe, als hy wissels te betalen had gehad, zonder ’t noodige daartoe? En, als hy gelukkig getrouwd was?—’n doodsteek voor ’t genie ... ik leef nog, helaas!—En, als hy z’n voet verstuikt had? En, als ’t was begonnen te regenen in ’t midden van z’n bergrede? En—natuurlyk!—als men óm hem, naast hem, onder hem, had getimmerd, of met yzeren driehoeken hadgeschilderd... lieve hemel, daar beginnen ze weer! Ik ga uit.Neen, dit nog. Ik heb u, geloof ik, reeds geschreven dat ik allerlei malle brieven kryg over dingen die ik niet begryp. Dit houdt nog altyd aan. ’t Is of ze ’t er op toeleggen me razend te maken. Zou ’t een komplot wezen in konniventie met die schilders? En ook ’s nachts heb ik geen rust. In m’n slaap word ik geplaagd door bespottelyke droomen. Meestal zit ik in de war met ’n meisjes-historie. M’n beminde—ja, ja, er is ’n beminde in ’t spel!—plaagt en sart my met ’n haarlok die ik grypen wil, maar nooit vat. Dan vliegt ze heen, en ik voel iets leegs, iets hols ... ’t is me of ik iets verloren heb, dat ik terugvinden moet en wil, maar niet machtig worden kan. Ge weet hoe droomen zyn. Als ik dan wakker word, heb ik pyn in ’t hart. Morgen zal ik u verder vertellen wat ik schryven wil aan de kiezers ...Ja, ja, dieChristuszou schooner zyn, als hymenschwas. De verzinners hebbente veelverzonnen, en gingen het doel voorby.Christusis ’n schildery zonder schaduw. ’t Lichtschyntniet, door gebrek aan bruin.Jobis veel schooner;Jobwasmensch! Hy voelde en leed alsmensch.Jobwerd beproefd alsmensch... O, dieverzoekingvanChristusdoor den duivel beduidt niets. De duivel biedt te weinig. Met zóó’n bod kwam hy niet eens klaar by my die zoo vol gebreken ben, en niets weet van ’n hemel!De koninkryken dezer wereld?Wat is dat voor iemand die oneindig grooter erfdeel te wachten heeft? Men koopt geenRothschildmet ’n paar penningen om. Neen, neen, dat ’s ’n onhandige vertelling. Ik wou toch graag weten of we onsterfelyk zyn? Van tyd tot-tyd denk ik het wel, omdat ik hier zooveel verdriet heb. Maar ... hoe dan al die anderen die minder verdriet hebben?O, die schilders! ...Daar kryg ik waarachtig weer ’n brief dien ik niet begryp—ditmaal van ’n uitgever—lees zelf. Is ’t niet om dol te worden? ’t Is een komplot! Ik weet waarachtig niet wat ze bedoelen met hun geschryf!Ikminnebrieven? Zyn ze gek?’t Hoofd loopt me om! Is dát ’n leven? Ja, ja, we zyn zeker ontsterfelyk! Ik ga uit. Zeg me ofgyiets begrypt van die Kappellui en van dien uitgever met z’n minnebrieven ... en van de ontsterfelykheid? Ja, dàt vooral!Vaarwel, mynTine!VAN EEN UITGEVER.Mynheer! Een fatsoenlyk uitgever houdt zyn woord. Ik heb “minnebrieven” geannonceerd.... het publiek heeft recht op “minnebrieven”. Ik was met u overeengekomen dat ge “minnebrieven” zoudt schryven, en verwacht “minnebrieven”. Het regent bestellingen op de aangekondigde “minnebrieven”. Ik verwacht dus kopy uwer “minnebrieven”, en ’t zou me leed doen als ik u gerechtelyk moest dwingen tot het leveren der door u aan my, en door my aan ’t publiek toegezegdeMINNEBRIEVEN.”VANTINE AAN FANCY.Om godswil,Fancy, waar zyt ge? Laat ge ons alleen?AAN TINE.LieveTine! Ik heb geen plaats om ’t hoofd neerteleggen! Ja ik logeer nog, maar hoe! Nu schoonmaken ze ook, in de meening zeker dat ze wat schoon maken. ’t Is me onmogelyk aan u te schryven ... men vylt, boort, krabt, hamert, schraapt, schuift schuurt, schaaft, schroeft ... o god, ik heb zooveel te doen, en kannietsdoen! Vertrekken kan ik ook niet. Waar zou ik heen? Overal zal men me om geld vragen! O, dieChristus! Heeft hy dàt ondervonden ... hy met z’n leliën! Had zoo’n lelie vrouw en kinderen? Was er nauwte die ze belette te bloeien ... die ’t haar onmogelyk maakte lelie te zyn?En de laster gaat ook maar al voort. Doch dit zyn byzaken. Als dat geschoonmaak maar voorby was! Ik hoor dagelyks dat ik ’n schelm ben, ’n laaghartige, ’n dief, ’n afzetter ... zóó antwoordtPubliekopMULTATULI’Sboek over de veilingen!Maar dit zou niets zyn—ik verwachtte niet anders—als ik maar ’n plekje kon vinden om rustig aan u te schryven. Op laster had ik gerekend, maar niet op schoonmaken en schilderen.M’n vriend de boekeman biedt my z’n bibliotheekkamer aan. Maar dit gaat niet. Dan moet ik me aankleeden omuittegaan, voor ik kan beginnen te schryven. Op straat zie ik allerlei dingen dieunschönzyn. Dit bederft m’n indrukken. En bovendienal myd ik de slachterswinkels, of de menschen die “zaken” doen, al ontmoet ik geen gepensioneerd resident, geen welvarend kontraktant met principes nà fortuin, al stuit ik nergens op de dikbuikige tevredenheid der braven die koupons knippen van de schuldbrieven hunner deugd ... al werd ik niet bespat door de modder van allerlei roode en gele rytuigen—’t is heel moeielyk,Tine,alleste ontwyken!—dan nog kan ik niet uitgaan om te schryven in die boekekamer.Ik heb om te schryvennégligénoodig, zoo-als Buffon z’n lubben van echte kant. Hy wist zeer goed wat hy zei, met dat: (“le style c’est tout l’homme”28. Zyn styl isgekleed... de myne houdt vansarongenkabaai29, of beter nog, myn styl draagt het matrozenhemd vanGaribaldi... ik hoor dat men aanslagen doet op z’n leven ... dit is natuurlyk! Menschen die zwarte rokken dragen, kunnen geen rood hemd zien, zonder boos te worden als kalkoenen.De meening vanBuffonis zeer juist. Daarom is ookstylzeldzaam, wyl er zoo weinigmenschenzyn.Let maar eens op ... wat klinkklank, wat meer of min afgeronde zinsneden, behoorlyk of onbehoorlyk afgedeeld door kommaas en kommapunten, hier-en-daar ’n nieuwe regel ... waarachtig, als men er niet goed op let, zou men inderdaad van-tyd tot-tyd meenen dat er watinzat. Maar zoodra men nauwkeurig acht geeft, blykt er dat alles neerkomt op watschool.Zielontbreekt ... precies als ’tkarakterdat men te-vergeefs zoekt in de handschriften van al de meisjes die schryven leerden op ’t zelfde instituut. De meisjes schryven deJufvrouwna, en dit doen ook demenschenmet hun styl. Ze schryven de Jufvrouw na!Ieder wil dat ikschryvenzal ... voorPublieknog-al! Welnu, er zyn veel redenen die me hiervan terughouden, maar al was er alleen deze, my dunkt ze moest voldoende wezen:
»In zyn laatste jaren verwyderde Hertog Reinald II zich van zyne gemalinne, die den meesten tyd te Rozendaal doorbracht, welk huis door haar werd vergroot en merkelyk versierd, dus men haar, hoewel verkeerd, de stichting daarvan heeft toegeschreven. Veel was zy ook te Nymegen. Deze verwydering was lang de oorzaak van een aandoenlyk en zonderling tooneel, dat niet lang voor ’s Hertogs dood voorviel. Eleonora was opdragtig en hoog van kleur, dus men haar van melaatschheid beschuldigde, welke ziekte den Hertog tot een voorwendsel verstrekte, zich van bed en tafel te scheiden. Op eenen dag, dat Reinald met een luisterryk gezelschap te Nymegen aan tafel zat, kwam Eleonora, geen ander gewaad aan hebbende dan een fyn zyden hemd, en eenen mantel daar boven, aan elken hand eenen harer zonen, Reinald en Edouard, houdende, de zaal binnentreden. Zy wierp op eens den mantel af, en ontblootte het geheele bovenlyf; toen keerde zy zich in het rond, en sprak, klaaglyk in tranen uitbarstende, tot den Hertog en de omstanders25: »O myn lievehere nu bidde ick uch dat yr van dem gebrechen ind van der kranckheit, die myr so wrevelich is tzo gegeven, dat ick dae mit bevleckt sy, wilt vlyslich ansynen ind ondersoichen; want ich byn as andere vrauen, ind hain gheyn gebrech van der genaden godes in myne lyve. Siet hie syn ure tzwen soene starck ind gesunt, als yr dye siet hier stain vur uren ougen. Ind der weren mit der genade ind hulpe godes waill mere, wer idt sachen dat urent halve gheyn hindernisse dae van gewest ware. By aventuren idt mach noch die tzyt kommen, dat dat Geldresse volk sall beschryven unser twyer scheydinge, so wanne sy syen werden dat sy gheynen lands heren van unseren blode mere hauen.»—Van Berchem verhaalt, dat de Hertog en ’s Lands Edelen van Eleonoraas zuiverheid overtuigd, schaamrood waren, en vervuld werden van droefheid, maar hy voegt er by, dat de Hertog na dat voorval niet lang leefde.»Hierin had die hertog groot gelyk. Doodgaan was ’t beste wat hy doen kon, na ’t verstooten van ’n vrouw die den moed had tot zoo verhevene onkieschheid! Ja, ik begryp hoe er oogenblikken komen, waarin men allen schroom ter-zyde zet, den mantel wegwerpt, het voorkleed wegscheurt, en de borst ontblootende, uitroept: ziet-hier, gy allen, ziet en schaamt u ... ziet hier, of ik melaatsch ben!Ja, ik begryp die vrouw!ZouMULTATULIgedacht hebben aan haar, toen-imyuitkleedde in dat boek? Ach dan vergat hy datEleonorate doen had met “luisterryk gezelschap”—metedel-lieden voorzeker!—enik?OPubliek, op denouderdomvan uwen stamboom heb ik geen aanmerkingen! Ik erken dat gy lynrecht afstamt van de drie vrienden die den armenJobsarden met hun onbeproefde deugd. Maar wat uwen adel aangaat ...BesteTine, tracht u nog wat staande te houden. Ik heb gehoord dat er ’n nieuwe Gouverneur-Generaal benoemd is voor de Oost. ’t Is toch te erg dat gy niet zoudt eten, en de kinderen! Daarom ... zie wat ik van daag schryf aan den Minister van Kolonien. Kan ik meer voor u doen, dan me te willen verhuren als ambtenaar? En ... ge zult zien ... dat zou me nog worden aangerekend als ’n gunst!Excellentie!“Ik verneem dat de benoeming van Gouverneur-Generaal van Indie geschied is. Ik heb hierop gewacht om uwe Excellentie ...LieveTine, wat is dat vervelend! Ge ziet wat ik uitsta voor u en de kinderen!. . ,om uwe Excellentie, in verband met vroegere gesprekken te vragen, of er thans geen gelegenheid bestaan zoude, op eene het Gouvernement en my waardige wyze, gebruik te maken van myn denkbeelden in verband ...Dat ik weer zeg: “in verband” is om den Minister in den waan te brengen dat ik ’n officieelen styl schryf.... in verband met de aanspraken die ik meen verworven te hebben door veellydenen in overeenstemming met de belangen van den Lande?Van den Landeklinkt goed. Ik ben van plan dit woord intevoeren als nominatief zelfs. “Den Lande” schuift ... ja, er is wat slepends in, als-of er iets afgleed van ’n helling, niet waar?... van den Lande?Het zou myn streven zyn, den nieuwen Gouverneur-Generaal zooveel mogelyk te vrywaren voor den belemmerenden slendergang van den Raad vanIndië, voor de afmattende kommiezery van de algemeene Secretarie, en voor de ambtelyke leugens der residenten.Kan ik meer zeggen? Zie, al kochten ze honderdBeo’sdie floten: “daar is meer ryst dan er ryst is!” dan zouiktoch zoo vry wezen die onmogelyke ryst natemeten!“Om daarin te slagen evenwel, zoude ik by den nieuwen Landvoogd moeten verzekerd zyn van eenige sympathie. Eensdeels wyl zònder dat myn pogingen ydel zouden wezen. Ten andere omdat ik, onbeschermd, weldra zou bezwyken onder de rankune der Indische ambtenary...Den Minister moet het zoo schynen. Hy weet niet dat ik niet bezwyken kàn. Dit ismynzaak,onzezaak,Tine! En al wist hy ’t, ik zou ’t toch niet mooi van hem vinden, daarop te rekenen.... ambtenary.Excellentie, ik heb geweigerd myn pen te leenen aan de voorstanders van den vryen arbeid, schoon die weigering my de ondersteuning ontroofde van de personen die uit den vrywilligen arbeid hun fortuin wisten te persen.Aan den anderen kant heb ik geprotesteerd tegen de, buiten myn weten gestelde, kandidatuur voor de Tweede Kamer, in November of December 1859, omdat ik bemerkte dat de Amsterdamsche behouders ...Heelbehoudendwas ’t niet, dit zult ge zien!... dat de Amsterdamsche behouders van my en myn zaak ’n machine de guerre wilden maken tegen het toenmalig ministerie, in hun verstoordheid over de, later gevallen, spoorwegwet ...Ja, toen werden de behouders weer behoudend, en daarom kostte dat boek over de koffivier gulden, dat ’n zeer onbehoudende uitgaaf is, voor wie ’t koopt.... spoorwegwet.Ik geloof aanspraak te mogen maken op eenige onderscheiding, Excellentie! Myn geheel leven ligt daar, om te antwoorden op de vraag, of die aanspraak ongegrond is? Ik sta geen systeem voor ...Ze kunnen my niet gebruiken,Tine... dat zult ge zien. “Geen systeem dus ...... ik stryd tegen misbruiken inallesystemen ...Dat wil zeggen datiedertegen my is, diebelangheeft by de misbruiken.Ik ben zeker dat ik nooit antwoord kryg.Dit is myn geheele politiek, en ik geef Uwe Excellentie eerbiedig dringende in overweging, my in-staat te stellen die politiek, gesteund door een vasten wil, en eenige bekwaamheden die de Natie my wel wil toekennen, op wettelyke wyze ten nutte van den Lande aan-te-wenden.Ik heb de eer met ware hoogachting te zyn, enz.Amsterdam, 25 Juni 1861.Ziet ge,Tine, zóó heb ik geschreven. Zeg nu eens dat ik geen praktisch mensch ben, en dat ik niet m’n best doe voor u en de kleinen!Ambtenaar van ’t Neerlands-Indisch Gouvernement! O God,ikambtenaar! Ik ril als ik denk aan de zeventien jaren die ik ambtenaarde!Maar wat is dat toch voor ’n familieKappelman? Ik begryp er niets van. ’t Zal ’n mystifikatie wezen. Ik zou u ’n heel pak brieven kunnen zenden, die ik van de familie ontving, maar ik laat het, om de port. ’t Schynt dat iemand in myn naam ’t hof maakt aan allerlei meisjes, en ze de hoofden op hol helpt. Ge weet dat ik nooit zoo-iets doe. Men scheldt me vreeslyk uit, en dreigt my met Gods toorn, op de wys vanHebreënzóóveel! Is dit niet heel onaangenaam! Ik denk dat het ’n complot is van de Jezuïten, die met de élektriciteit, de schuld dragen van alles wat men niet begrypt. In een der brieven staat, dat men myn korrespondentie heeft ontdekt met ’n meisje, of met meisjes ... gekheid! Ik korrespondeer met niemand dan met u ... en den minister, zooals ge gezien hebt. Ik vermoei me vruchteloos met zoeken naar den draad van die intrigue. ’t Zal waarschynlyk ten-doel hebben my te diskrediteeren, en Publiek’n voorwendsel te bezorgen om my te minachten, als ’n onpraktisch mensch. Lieve hemel, den heelen dag zit ik te tobben over de vraag hoe ik u en de kinderen in ’t leven zal houden ... hoe ik u ’n woning zal bezorgen die wat minder ongezond is ... hoe ik ’t moet aanleggen om ’t huis te komen, zonder ’t aantezien dat gy gebrek lydt ... en daar gaan ze nu vertellen dat ik brieven schryf aan meisjes! Ik zal er ’n politiezaak van maken, als ’t niet ophoudt.Ik heb ’n Staatsblad geleend en daarin studeer ik vlytig.Ook heb ik eens nagezien, hoelang ik daar-ginds zou moeten meeloopen om pensioen tekrygen. Dat zou prettig wezen,Tine! Verbeeld u eens dat er zekerheid was, onzen kinderen áltyd het noodige te kunnen geven! Ik heb er onlangs den minister over gesproken, maar ’t kan niet, omdat ik uit walging m’n eervol ontslag heb genomen, en niet infaam ben weggejaagd. We moeten dus geduld hebben,Tine! Nu, dit hebt ge!Ik ben nog in verbystering over al dieKappelmannen. Begryptgyer iets van?VAN TINE AAN FANCY.Zie eens wat hy schryft. Geen woord over U! Wat beduidt dit?AAN TINE.Weer wat nieuws! Ge zult vreemd staan te kyken als ge dat hoort! Ze leggen ’t er op toe, me gek te maken, en dit is heel inkonsequent van de velen die zoo lang reeds zeggen dat ik ’t ben. Daar hoor ik weer dat ik niet minnebrievenschryfmaar ze laatdrukken, en let wel ... dat ik ze drukken laat ten voordeele van ’n arm huisgezin! Voor u,MaxenNonnie... meent ge! Neen, neen, voor ’n onbekend gezin, voor menschen wier naam ik niet weet, menschen die ik nooit gezien heb! ’t Idee is nieuw ...faire l’amour par charité!Hadt ge zooveel fantasie verwacht in Publiek? Me dunkt ... ja, als Publiek zelf eens ’n roman schreef.Ik heb ook lust om te schryven, maar romans niet. Ik wou graag dat boek koopen vanMoney. Ik gis dat het besteld werk is voor rekening van de firmaBato Saldig & Co. en vertrouw dat ik in de meeste punten met dien Mr.Moneyeens kan wezen. Ik heb geen geld om ’t boek te koopen, maar uit de analyse die ik las in de Amsterdamsche Courant, begryp ik heel goed hoe hy aantoont dat de Hollanders zoo veel halen uit Indië,als maar eenigszins mogelyk is. Wat wil men meer?Il prêche des convertis.Hy wint z’n pleit vóór hy begon. Maar ik vind dat die firma zoo’n werk niet had hoeven te bestellen in ’t Buitenland. ’t Ware goedkooper geweest daarover natelezen watMultatulischryft in z’n boek over de veilingen:Doch daar kwamen vreemdelingen uit het Westen, die zich heer maakten van het land. Ze wenschten voordeel te doen met de vruchtbaarheid van den bodem, en gelasten den bewoner, een gedeelte van z’n arbeid en van z’n tyd toetewyden aan het voortbrengen van andere zaken, die meer winst zouden afwerpen op de markten vanEuropa. Om den geringen man hiertoe te bewegen was niet meer noodig dan ’n zeer eenvoudige staatkunde. Hy gehoorzaamt z’n hoofden: men had dus slechts die hoofden te winnen door hun ’n deel toetezeggen van de winst ... en het gelukte volkomen.Als men let op de ontzettende massa Javasche produkten, die in Nederland worden te-koop geveild, kan men zich overtuigen van hetDOELTREFFENDEdezer staatkunde ...Is ’t te betreuren dat ze, na zulke hulde uit den mond van iemand, die toch de Nederlanders nietschyntte vleien, nogEngelschehulde noodig hebben? De firmaB. S. & Co.lykt wel ’n schryver, die nooit genoeg wordt geprezen naar z’n zin. Ik spreek by ondervinding. En nog zeggen ze datikydel ben en hoogmoedig!Het is puur om boos te worden op dien Engelschman, die daar zoo geheel onbevoegd zich belast heeft met het pryzen van de godvreezende Nederlanders. O, hadden ze ’tmyopgedragen!Hollandstaat ver boven den lof van alleMoney’s! Wat kan zoo’nMoneyweten van al de verdiensten ... neen, dit wordt ’n woordspeling. Maar om nu te bewyzen hoe verkeerd men deed nietmyte belasten met het blazen van de trompet, ziehier.Moneyspreekt:“O, godzalige Nederlanders, m’n Engelsch hart is verliefd op uwGESCHIKTHEID26.Waarmee zal ik u vergelyken? Hoe zal ik lucht geven aan de bewondering die me ontengelst en ontmoneyt? Zyt ge als de roos....Cantique tout pur!“Zyt ge als de roos ... neen dit gaat niet! Ge zyt als de trouwe herder die z’n schaapjes scheert....Ik: GeVILTze!Moneyweer:“Ge zyt als de dorstige reiziger, die water drinkt uit de vriendelyke bron ...Ik: Water? Reiziger? Drinken? Deugt niet! Dat drinken isZUIGEN, die reiziger is ’nVAMPIER, en dat water isBLOED!Ge ziet, besteTine, dat men verkeerd deed, lof te bestellen in ’t buitenland. Men is schryver of men is ’t niet,que diable! Er zyn gedurig tentoonstellingen van nyverheid. Welnu, ik ben van plan dien Engelschen trompetter op de eerste tentoonstelling eens te laten hooren, hoeikde trompet blaas! ’t Zou my niet verwonderen, als ik terstond bestellingen kreeg op m’n deuntjes, vooral daar er in Engeland schaarste is aan lof over de manier van regeeren inBengalen, waar telkens hongersnood woedt... precies of ’t inLebaklag.En zondermyngroot talent—dat wat te duur zou wezen voor de bekende firma, die zuinig is in ’t betalen van inlandsch fabrikaat—men had veel eenvoudiger te-recht kunnen komen, en goedkooper, jageheelkosteloos! Laat ons zuiver redeneeren: wat begeert de Natie? Een certificaat dat ze daar-ginder goed en voordeelig huishoudt. Welnu, hiertoe behoeft geen letter op ’t papier gezet te worden; al de bewysstukkenzynin orde, en ik zal ze—kosteloos!—toonen aanEuropa.De zaak is heel eenvoudig. Wat bevolkingsstaten vóór en na ’n hongersnood! En de konklusie? Het verlangd certificaat? Wel, dit kan ieder zelf opmaken uit de eenvoudige cyfers.Daar waren in ’t jaar zóóveel, zooveel menschen.Daar waren, een jaar later, zóóveel menschen.’t Verschil is gestorven.Ze hadden geen ryst, omdat zy voor de firma B. S. & Co. koffi, suiker en indigo moesten planten.Die koffi, suiker en indigo is voordeelig verkocht voor rekening van gezegde firma.Ziehier hoeMultatuli’t zegt:«Als men let op de ontzettende massa Javasche produkten, die in Nederland worden te-koop geveild, kan men zich overtuigen van hetDOELTREFFENDEdezer staatkunde, al vindt men ze niet edel. Want mocht iemand vragen, of de landbouwer zelf ’n belooning geniet, evenredig met die uitkomst, dan moet ik hierop ’n ontkennend antwoord geven. De Regeering verplicht hem, opzyngrond aan te kweeken watháárbehaagt. Ze straft hem, als hy het aldus voortgebrachte verkoopt aan wien het ook zy, buiten hààr, enzyzelfbepaalt denprys, dien ze hem daarvoor uitbetaalt. De kosten op den overvoer naar Europa, door bemiddeling van een bevoorrecht handelslichaam, zyn hoog ... de aanmoedigingsgelden van de hoofden bezwaren daarenboven den inkoopsprys ... en daar toch ten slotte de geheele handel winst afwerpenmoet, kan deze winst niet anders worden gevonden, dan doorjuist zóóveel uittebetalen aan den Javaan, dat hy niet sterve van honger, hetgeen de voortbrengende kracht der natie verminderen zou.Ook aan de Europeesche beambten wordt ’n belooning uitbetaald in evenredigheid met de opbrengst.Wèl wordt dus de arme Javaan voortgezweept door dubbel gezag ... wèl wordthy afgetrokken van z’n rystvelden ... wèl is hongersnood vaak het gevolg van deze maatregelen ... doch vroolyk wapperen, teBatavia, teSamarang, teSoerabaia, tePassaroean, teBezoeki, teProbolingo, tePatjitan, teTjilatjap, de vlaggen aan boord der schepen welke beladen worden met de oogsten die Nederland ryk maken.Hongersnood? Op het ryke,vruchtbare Java,hongersnood? Ja, lezer, voor weinige jaren zyn geheele distrikten uitgestorven van honger! Moeders boden haar kinderen te-koop voor spyze! Moeders hebben hare kinderen gegeten ...Maar toen heeft zich het Moederland met die zaak bemoeid. In de raadzalen der volksvertegenwoordiging is men daarover ontevreden geweest, en de toenmalige Landvoogd heeft bevelen moeten geven, dat men de uitbreiding der dusgenaamdeEuropesche-marktproduktenvoortaan niet weder zou voortzettenTOT HONGERSNOOD TOE....»Die lieve vertegenwoordiging!NIET WEER TOT HONGERSNOOD TOE!Ik verzeker u dat er na dien tyd inderdaad eenige Javanen in ’t leven zyn gebleven.En andere certificaten! Sedert eenige jaren bemoeien zich velen met Indie. Die “velen” kunnen onderscheiden worden in twee hoofdsoorten, deBehoudersen deLiberalen. Behouders zyn de personen die gaarne zoo veel mogelyk voordeel trekken uit Indie. En liberaal noemt men de zoodanigen die gaarne uit Indie voordeel trekken,.. zoo veel mogelyk. Ziedaar ’t verschil, dat zich oplost in treffende gelykheid. Maar deze overeenstemming openbaart zich nog duidelyker in de gelykluidendheid van de scheldwoorden, die ze elkaar naar ’t hoofd werpen. Welnu ze zyn beiden volkomen in hun recht. Het is volkomen waar, wat de liberalen zeggen:de behouders zuigen Indie uit... maar even eerbiedwaardig is de oprechtheid, waarmee de Behouders de eer van ’t uitzuigen toekennen aan de Liberalen.Deze wederzydsche getuigenissen van goed gedrag had de firma aan Europa kunnen voorleggen, en ’t heele boek van dien fameuzen Mr.Moneyhad achterwege kunnen blyven.Het eenige verschil misschien ligt hierin, dat de Behouders goedkoope spoorwegen willen bouwen, en dat de Liberalen veel geld begeeren om in-staat te wezen hun plaatsen te betalen op spoorwegen die met eigen geld betaald, en dus duurder zyn.Maar dit is van ondergeschikt belang. Als ik ’n keuze doenmoest, zou ik de zyde kiezen van ’t Behoud, om deze redenen. Ten-eerste: ’t een belet het ander niet. Men kan zeer goed spoorwegen bouwen van gestolen geld, en bovendien zorgen dat de gepensioneerde residenten tóch ryk zyn. Ten-andere: op goedkoop spoor kan ookikmeeryden, en dit zou ’t geval niet wezen, wanneer de Liberalen hun zin hadden. Ik begryp dat de vry-arbeiders zeer dankbaar en tevreden zyn, maar wanneer de firmaB. S. & Co, haar rails betalen moest uit eigen middelen, zou ’t me weinig helpen dat deDroogstoppels,Slymeringen,kontraktanten,industrieelen,planters, of hoe ze allen heeten mogen, by-machte zyn gebruik te maken van ’n vervoermiddel, dat dante duur zou wezen voor ieder ander, diegeenfortuin had gemaakt in liberale koffi en tabak.Ziedaar, waarom ik me voorloopig aansluit by de Behouders. Veel hecht ik er evenwel niet aan. ’t Zyn byzaken. In de hoofdzaak komt alles hierop neer, dat Indie op ’n zeer voordeelige wyze geëxploiteerd wordt, en datMoneyonnoodig moeite deed.Maar dit aansluitenbydepartyvan Behoud, is van myn kant niet zóó hartelyk, dat ik kans hebben zou door haar ontvangen te worden met wat vriendschap. Integendeel. De Behouders obstineeren zich my aantezien voor liberaal, even als de liberalen ’t omgekeerde. Hiervan heb ik veel verdriet, want nu word ik uitgescholden en belasterd door beide partyen, en dit is te veel. Ik had maar te kiezen, ge weet het. Nu ik niet gekozen heb....Lieve hemel, zou er geenderdeparty te scheppen wezen? Een party die eenvoudig de meening voorstond, dat men den Javaan niet moet mishandelen? ’t Is ’n excentriek idee, dit erken ik, doch zoodra er weer ’n plaats open komt in die Tweede-Kamer, zal ik dat toch eens beproeven. Maar,Tine, ik vrees dat ik niet slagen zal, omdat ik geensysteemheb, en geenpolitieke beginselen,zoo-als ze ’t noemen wanneer iemand altyd stemt met dezelfdeparty, onverschillig of hy dezaakdie behandeld wordt goed vindt of niet. Ook zie ik geen kans geleerdheid te plaatsen in myn beroep op de kiezers. Toch zal ik m’n stuk maar terstond schryven, dan ben ik gereed zoodra ’t noodig wezen zal. Maar ik hoop dat ze mynietkiezen, want, verbeeld u, dan zou ik al die redevoeringen moeten aanhooren over dewyzewaaropde Javaan behoort te worden uitgezogen! En wanneer ik daarby meesmuilde, zou de voorzitter my tot de orde roepen, en klagen over myn tuchteloosheid! Ik zou me moeten aanstellen als-of ik luisterde naar ’t spreken van den heerDuymaer van Twist, wanneer hy redeneert over “Indische zaken” en “VryenArbeid”. Want dit doet hy soms. Is ’t niet komiek? Die Tweede-Kamer zou my ’n ware pynkamer wezen. Maaralsze my kiezen, ga ik! Ge weet watLutherzei? “Al waren er zooveel Gouverneurs-Generaal als dakpannen, enz,”Zie-hier wat ik in zoo’n geval schryven zou:Brief aan de Kiezers van Nederland.Kiezers! Ik heb u iets te zeggen dat zeer eenvoudig is, en dat ge daarom wellicht niet terstond zult begrypen. Maar om ’t u niet al te moeielyk te maken, zal ik de zaak die ik u wil voorstellen, behandelen van den oorsprong af. Ik beweer geenszins meer te weten dan gy. Verwacht dus niets nieuws.In den regel bemoeit gy u weinig met de publieke belangen. Laat ons eens nagaan, of ge hieraan wèl doet.Gy hebt behoefte aan orde, aan veiligheid. Ge betaalt vele personen om in uwen naam die orde te handhaven, en die veiligheid te verzekeren. Ik hoor u wel eens klagen over te hooge belastingen—en ik vind dat gy gelyk hebt in die klachten—maar aan den anderen kant waardeert ge niet genoeg het genot dat u ten-deel valt door de zekerheid van personen en goederen. Alle menschelyke zaken zyn gebrekkig, en onder die zaken is er misschien geene die moeielyker te zuiveren is van gebreken, dan het bestuur eener maatschappy.Het is evenwel, dunkt me, plicht te zorgen, dat dit bestuurzooveel mogelyknadere tot de volmaaktheid.In zóóverre is het jammer, dat u door vele samenloopende omstandigheden ’n Regeering is te-beurt gevallen, dieover het algemeengeenszins onderdoet voor de Regeering der meeste andere volken. Gy bezit een gepaste maat van vryheid. Geen dwingeland neemt u ’t moeielyk verdiend, of gemakkelyk gewonnen, geld af. Men zet u niet in de gevangenis, zonder dat ge ’t er naar maakt. Men dwingt u niet tot goddienen op ’n manier die u niet aanstaat. Men roept uw kinderen niet van hun werk, om ze noodeloos kunsten te leeren met ’n geweer ...Ja, de militiewet bestaat nog, maar dit zal zoo nietblyven.... hoe het zy, alles saamgenomen, hebt ge geen sterksprekende redenen tot ontevredenheid, en hierdoor zyt ge onverschillig geworden voor de openbare zaak.Maar hebt gy u wel eens voorgesteld dat dit allesanderswezen kon? Wanneer uw verbeelding te-kort schiet in deze voorstelling, lees dan de geschiedenis na! En vèr behoeft ge niet te gaan. Ons eigen land heeft by herhaling te doen gehad metslechteRegeeringen.Ik geloofnietalles wat men zegt vanPhilipsden tweede. Maar neem eens de helft voor waar aan ... ’n derde ... ’n kleiner gedeelte nog ... en stel u de vraag voor, hoe ’t u smaken zou, als we weder moesten geregeerd worden op ’n wyze als die welke hy zich veroorloofde.Dit zoudt ge niet begeeren. Ik ook niet. En haasten wy ons hierby te voegen, dat er voor ’t terugkeeren van zulk wanbestuur geen gevaar is.Wat stelde dienPhilipsin-staat ons arm landje te teisteren als hy deed? Macht! De mogelykheid om eigenwilte stellenboven de wet. Of wel:verkeerdhedenin die wet. En, ten-laatste, maar vooral:gebrek aan wetten.Want ... wat niet verboden is, wordt als geoorloofd beschouwd. Wanneer de Fransche koningen waren gebonden geweest door ’n bepaling“dat niemand mag worden onttrokken aan zyn natuurlykenrechter,” zouden zy zich hebben moeten onthouden van ’t genoegen, iemand die hun mishaagde naar de Bastille te zenden alleenomdathy hun mishaagde.Nu geloof ik gaarne dat vele koningen ook zonder zulke wetten zich zouden vermaken op andere wyze ... maar ik vind het toch geruster en kalmer, dat men in zulke gevallen niet afhange vansmaak.Het zyn dewettenalzoo die ons beschermen tegen ’n misbruiken van het gezag, dat men wel genoodzaakt is dezen en genen in handen te geven in ’t algemeen belang.Wie maken deze wetten? De koning laat ze, in zyn naam, aan het volk voorstellen door z’n ministers. Keurt het volk de voorgestelde wet goed, dan gaat ze dóór, en wordt van kracht.Keurt het volk de wetnietgoed, dan maken de ministers een nieuwe wet ... of gaan naar de baden.Het spreekt vanzelf dat zoo’n inrichting geheel ontbrak in den tyd vanPhilips. Wanneer hy aan het volk gevraagd had, of ’t genoegen nam in al dat moorden en branden, in die geloofsvervolging, in ’t betalen van de vele zóóveelste penningen—ja, dat vooral!—dan had het volk “neen” gezegd, en de hertog vanAlvaware naar de baden gegaan, tot groot relief van de 30.000 menschen die hy nu heeft laten ombrengen in weinig jaren tyds. ’t Was te veel, waarachtig!Wetten kunnen dus nuttig zyn. Maar opdat ze ’t niet alleenkunnen, maar inderdaadzyn, behooren de wettengoedte wezen.Het beoordeelen van de voorgestelde wetten is dus van groot gewicht, en ’n volk dat zich daarmee weinig of niet bemoeit handelt verkeerd en tegen z’n eigen belang.Eigenlyk moet het verdrietig wezen voor ’n koning, die gedurig vraagt: “vindt gy lieden die wet goed?” als hy telkens bemerkt dat het volk zelf,in wiens belang die vraag geschiedt, niet eens de moeite neemt zich met die zaken intelaten, en door verregaande onverschilligheid toont onmondig te wezen.Als de konklusie niet al te streng klonk, zou ik byna zeggen: zulk ’n volk verdiende datAlvaterugkeerde van de baden.Deze onverschilligheid blykt evenwel gedurig uit de wyze waarop gylieden u van uwen plicht kwyt, by de verkiezing der personen die u tot het beoordeelen der voorgestelde wetten vertegenwoordigen ... of, beter gezegd, in de wyze waarop gy u van dien plichtnietkwyt.’t Is reeds te betreuren dat men spreken moet vanplicht, waar ’t geldt:de uitoefening van een recht.Indien ge waart overgeleverd aan een despoot die eigen wilvoor recht liet gaan, zonder den wil des volks eenig aandeel te geven in de beschikking over de algemeene zaak, zoudt ge luid roepen om verlossing. Ge zoudt dien despoot vloeken, te wapen loopen, stryden ... en over eeuwen had ’n nieuw nageslacht nieuwe dapperheden te bezingen van nieuwe voorvaderen.Maar nu gy niet tot weerstand wordt gedrongen door geweldenary, houdt ge u geheel buiten de zaken, als-of die u niet aangingen. Dit is niet goed, Kiezers! M’n bedoeling is thans u opmerkzaam te maken op eenige verkeerdheden, die eerlang zeer nadeelig op uw belangen zullen werken, en u optewekken tot de meening dat men onvoorzichtig doet het oordeel over die belangen op den duur overtelaten aan anderen, zonder—of zonder voldoende—controle.Het lydt geen twyfel dat de welvaart van Nederland voor ’n zeer groot gedeelte afhankelyk is van de voordeelen die wy genieten uit Indie. Zeer onlangs hebt gy in cyfers kunnen nalezen hoeveel gy naar die gewestenuitvoert, en vooral hoeveel geldswaarde die bezittingen produceeren, en op uwe marktaanvoeren27. En nog zyn deze cyfers ’t voornaamste niet. De minder rechtstreeksche maar even zekere voordeelen, die Indie aan Nederland verschaft, bedragen oneindig meer. Staat my toe, dit als bekend te veronderstellen. Het is zoo vaak betoogd—en nooit weersproken!—dat het me inderdaad verdrieten zou, langer stil te staan by iets dat ieder weet.Maar erkent dan ook dat hetverliesvan die voordeelen zeernoodlottig zoude werken op uwe welvaart.Erkent dan ook dat het vanhoog belang is de Oost-Indische bezittingen zóó te besturen, dat de kans van dat verlies gering zy.Erkent alzoo dat geonverstandig doet ... dat gy handelt tegen uw eigene belangen, door zoo lauw te zyn omtrent de wyze waarop die gewesten worden bestuurd.Een groot gedeelte van uwe welvaart hebt ge te danken aan den arbeid van den Javaan. Zonder dien arbeid immers, geen koffi, geen suiker, geen reederyen met alles wat daarmee in-verband staat. Stelt u eens voor—iets onmogelyks natuurlyk—’n onzinnig minister trachtte eene wet te doen aannemen, die de strekking had de Javanen te behandelen, zooals uw voorvaderen werden behandeld doorAlva. Het gevolg zou wezen dat die Javanen—niet zoo spoedig wel-is-waar, omdat ze zeer geduldig zyn, maar in ’t eind zéker toch—zouden opstaan, en het Nederlandsch gezag afschudden. En hiertoe zouden zy geen tachtig jaren behoeven, want ze zyn oneindig sterker in verhouding tot u, dan uw voorouders waren tegen-over Spanje. Bovendienzouden zy hulp ontvangen van buiten, daar er volken en regeeringen zyn, die nayver voelen op uwe welvaart. En nog meer redenen bestaan er, die ’t van belang maken dat de Javaan u genegen zy, of althans niet volstrektvyandiggezind. Het Europeesch evenwicht zal eenmaal verbroken worden ... neen, het zalmeermalenverbroken worden, zoo-als alle evenwichten. De taak der staatslieden is juist hierom zoo zwaar, wyl de Natuur—dat is:alles!—voortdurend in beweging is. Stilstand is onmogelyk. Het embleem der geheele schepping is ’nbaskule... en de politiek maakt hierop geen uitzondering! Wat men evenwicht noemt, is eigenlyk hetstrevennaar evenwicht ... de gelykheid van de som der beweging aan beide zyden van het midden der balans ... het sidderen van den wyzer in het “huisje”. Eénmaal slaat een der beide schalen neer.Wie nu ’t oog slaat op het gewapend parallelisme van de beide hoofdmogendheden inEuropa, zal inzien dat ook hier eenmaal—misschienweldra—een der beide schalen zal nederslaan.Ermoetoorlog komen tusschenFrankrykenEngeland! En wie er aan twyfelt, lette slechts op al de moeite die men zich van weerszyde getroost,om te beletten dat er oorlog kome. Van beide kanten voelt men zich gedurig genoopt de hand uittestrekken om de schaal te stutten. Dit zou niet noodig wezen als het evenwichtnatuurlykware, in stede vankunstmatigengekunsteld. De natuur is sterker dan de kunst, sterker dangekunsteldheidvooral.En ’t onmiddellyk gevolg eener vredebreuk? Ik zal ’t u zeggen, zonder te meenen alweer, dat ik u iets nieuws zeg.Weet ge waarEngelandligt naar het oordeel van den eerstenNapoleon?...Engeland ligt in Indie.En dat ook het hedendaagsche Frankryk met deze geographische kettery behebt is, blykt uit de “verkenningen” die het doet op de—indienzin:Engelsche—kusten, door gedurig expeditiën te zenden naarChina,CochinenMadagaskar. Door de gezantschappen naar het verre Oosten. Door ’t uitlokken van tegenbezoeken ... zie deSiamscheambassade.Maar het zyn niet alleenverkenningen. Reeds voorlang zyn de handen aan ’twerkgeslagen.De doorgraving der landengte vanSuezis voor denhandelen descheepvaartof voordeelig of nadeelig. Deze doorgraving geschiedt onderFranscheninvloed. Indien zenadeeligware, zou zy niemand baten ... en in geval vanvoordeelennut, zou dat reuzenwerk slechts voordeelig zynvoor de eigenaars van Indie,d.i. voorEngelandhoofdzakelyk, en voorNederlandin de tweede plaats. Voorts zou dat voordeel—in mindere mate, maar eenigszins altoos—genoten worden door den handel van denoordelykehavensHamburgenBremen, enz. Maarniet, of althans zeer weinig, zou die doorgraving baten aanFrankryk, een land dat juist het minst met Indie in aanraking is.Toch geschiedt de doorgraving onderFranscheninvloed!Enomgekeerd,Engeland—de Staat die juist by dezen nieuwen handelsweg het grootste belang hebben zou—verzet zich krachtigtegen die doorgraving. Het beweert dat de kosten te hoog zyn om door tollen te kunnen worden gedekt. Het laat door z’n bekwaamste ingenieurs bewyzen, of ... betoogen, dat de heele zaak onmogelyk is—eilieve, waartoe dan het verzet?—dat, al slaagt men in ’t volbrengen van de voorgestelde taak, evenwel het onderhoud te veel bezwaren opleveren zal ... dat men gedurig zal te stryden hebben tegen verzanding. De Engelsche ekonomisten berekenen, dat op ’n lading die uitIndiënaarEuropawordt overgevoerdom de Kaap de Goede Hoop, de rentekosten van tydverlies, verhoogd met het verschil der premiën van verzekering tegen zeegevaar,minderbedragen dan ’t evenredig aandeel dat zoodanige lading, langs dennieuwenweg vervoerd wordende, zou te dragen hebben in de monsterachtige uitgaven voor ’t graven en onderhouden van het Egyptische kanaal.Dit alles leidt nu tot de volgende vreemde konkluziën:Frankrykbesteedt geld en invloed, om ’n werk tot-stand te brengen dat òf onnut is, òfvoordeel zal geven aan z’nMEDEDINGER.Engelandspant zich in om te voorkomen dat erFranschekapitalen verloren gaan in’t bevorderen vanEngelschewelvaart.Had ik niet recht te zeggen dat die konkluziën vreemd zyn?Het getal schepen dat uit de middellandsche zee op Indie vaart, is niet noemenswaardig in vergelyking der koopvaardyvloot die thuis behoort in de meernoordelykehavens van Europa ...Nog eens:Frankrykbrengt vriendschapsoffers aanEngeland, enEngelandwerkt met ongehoorde edelmoedigheid, deze belanglooze hulptegen...Dit zou ’ncombat de générositézyn, ’t geen zooveel zeggen wil als: de geheele zaak is ongerymd en onmogelyk.Hoe dàn! Ik zeide dat Frankryk de kusten peilde van hetEngeland dat in Indië ligt... dat het reeds handen aan ’twerksloeg ...Welnu, de doorgraving der landengte van Suez, nadeelig voorFrankrykuit ’n oogpunt vanHANDEL, is hierom van belang voor dit land, wyl ze,UIT EEN STRATEGISCH OOGPUNT,IndiëverbindtmetBrestenToulon, wyl ze vergelykender-wysIndiëverwydertvanSouthamptonenPortsmouth.Ik hoop, kiezers, dat dit u niet te eenvoudig zal schynen, maar, ’t is me onmogelyk u in deze zaak te onthalen op de minste ingewikkeldheid.InIndiezal eenmaal de stryd gevoerd worden om de wereldheerschappy. Het kanaal van Suez is de loopgraaf by ’n beleg ... geen trekvaart tot het vervoeren van koopwaren. Wel is dit het doellater! Als de heirbaan heeft uitgediend, kan ze strekken tot gemak van de reizigers ... die alsdan hunhomezullen hebben teMarseille, teGenua, teLivorno, teVenetie, teAlexandrie... wantItalieenEgyptezyn in ’t Program begrepen, zooals billyk is.Nieuw? Volstrekt niet! De verandering waarop we ons moeten vooorbereiden, is terugkeer tot ’n vroegeren, toestand die natuurlyker was dan de tegenwoordige. Wanneer men het oog vestigt op de wereldkaart, is ’t inderdaadonnatuurlykdat de Indische produkten, voor ’t grootste gedeelte, om centraal Europa te bereiken, hun weg nemen overLonden,HamburgofAmsterdam. Men zou onrechtvaardig handelen, iemand euvel te duiden dat hy de havens derMiddellandsche zeevoorstelde als genegen en geschikt om terug te keeren tot den toestand dien ze vroeger innamen, en waaruit ze niet dan door zeer buitengewone omstandigheden, verdrongen zyn. Maar men vindt dikwyls vreemd wat natuurlyk is, en we zouden de eenvoudige waarheid met minder inspanning vatten, wanneer we niet van jongs af te veel inspanning ten-koste legden aan ’t leeren, betoogen, over-eenbrengen vasthouden van dingen dienietwaar zyn.Zoodra nu ’tevenwichtwordt verbroken en de stryd alsdan gevoerd zal worden op Indisch terrein, kunnen onze bezittingen niet gespaard blyven. Geen der beide krygvoerende partyen zal de ryke hulpbronnen versmaden, dieInsulindeaanbiedt. Dáár zyn goede oorlogshavens. Dáár is plaats en geschiktheid voor magazynen en hospitalen. Dáár zyn te verkrygen alle levensbehoeften voor legers en vloten. Dáár kan men werven aanleggen tot bouwen en herstellen. Dáár kan men reeden, uitrusten, ademhalen. Dáár kan men fabrieken oprichten van ammunitie. Dáár zyn hulptroepen ...dáár isALLES!Het is in ’t belang van beide partyen, om òfInsulindete nemen voor zichzelf, òf—wat precies hetzelfde is—door bezetting het te beschermen tegen de andere party. Dit laatste is meer gebeurd. En dat we in 1816Javavan de Engelschen hebben teruggekregen, is te danken aan ’n misverstand, onmogelyk voortaan door ’t boek vanMoney. Vroeger meende men datJava’n lastpost was, en thans weet ieder wat daar te halen is.Men droome nu niet vanneutraliteit. Neutraliteit is ’nwoord, niets dan ’n woord, dat alleen kracht heeft zoolang de sterken voordeel zien in de werkeloosheid der zwakken. “Neutraliteit!” is de onverstane kreet van iemand die onder den voet is geraakt in ’n gedrang. Het beroep op neutraliteit doet denken aan ’npré-aux clercsdie zich beklagen zou, gebruikt te worden als vechtterrein. Neutraliteit van kleine staten houdt op, zoodra de grootere—of één van de grootere—behoefte voelen aan het tegendeel.EnFrankrykenEngelandzullen eerlangInsulindenoodighebben! ’t Zal die vraag niet wezen,wietrachten zal het te nemen. De vraag voorNederlandis:of ’t goed is het te laten nemen, door wien ook?Ik vertrouw dat ge volmondigneenzegt op deze vraag.Nederlandsch-Indiezal dusverdedigdmoeten worden.Maar deze verdediging zal zeerzwaarvallen, jaonmogelykwezen, wanneer deinlandschebevolkinggemeenezaak maakt met de aanvallers ... of met de ongeroepenbeschermers, wat kompleet hetzelfde is.En ’t behouden van de Indische bezittingen zalgemakkelykwezen, wanneer de bevolking onssteunt.Van de stemming der bevolking hangt derhalvezeer veelaf.Deze stemming is ’n natuurlyk gevolg van dewyze waarop ze geregeerd wordt.De wyze van bestuur berust op wetten die te ’s Hage door den Koning, na overleg met het volk worden vastgesteld.Gebrek aan belangstelling in die wetten, is alzoo gebrek aan belangstelling in ’t bezit vanIndie... gebrek aan belangstellingin uw eigen welvaart.Hoe is deze belangstelling te toonen? Door het acht geven op de wyze hoe Indie geregeerd wordt, en op de keuze der personen die gy naar den Haag afvaardigt om in uwen naam de wetten te onderzoeken die ’s Konings ministers voorstellen.Ik vind dit alles zeer eenvoudig, kiezers! En duidt me niet ten kwade dat ik u dingen vertel, die vanzelf spreken. Ik heb meermalen opgemerkt ...O, besteTine, dat is niet uittehouden. Verbeeld u dat het huis waarin ik woon, geschilderd wordt. Boven m’n kamer—ik ben gaan kyken—legt men uitgehaakte vensterramen en deuren op den grond, en daarby liggen geknielde mannen diezich vermaken met scherpe driehoekige yzers de verf van die deuren en vensters aftekrabben. Dit noemen zeschilderen! Ze krabben my dol. Ik moet nu dien brief aan de kiezers afbreken. Ik zou anders vreezen daarin dingen te zeggen, die in klank rymen op de driehoekige tonen boven m’n hoofd.’t Is eigenlyk verdrietig dat ’n genie als ik zoo afhangt van allerlei kleinigheden. Ja, dit is heel verdrietig! ’t Is misschien ’n vreemd denkbeeld, maar toch vraag ik dikwyls hoeChristuszich zou gedragen hebben by zinkings of kramp? Hoe, als hy wissels te betalen had gehad, zonder ’t noodige daartoe? En, als hy gelukkig getrouwd was?—’n doodsteek voor ’t genie ... ik leef nog, helaas!—En, als hy z’n voet verstuikt had? En, als ’t was begonnen te regenen in ’t midden van z’n bergrede? En—natuurlyk!—als men óm hem, naast hem, onder hem, had getimmerd, of met yzeren driehoeken hadgeschilderd... lieve hemel, daar beginnen ze weer! Ik ga uit.Neen, dit nog. Ik heb u, geloof ik, reeds geschreven dat ik allerlei malle brieven kryg over dingen die ik niet begryp. Dit houdt nog altyd aan. ’t Is of ze ’t er op toeleggen me razend te maken. Zou ’t een komplot wezen in konniventie met die schilders? En ook ’s nachts heb ik geen rust. In m’n slaap word ik geplaagd door bespottelyke droomen. Meestal zit ik in de war met ’n meisjes-historie. M’n beminde—ja, ja, er is ’n beminde in ’t spel!—plaagt en sart my met ’n haarlok die ik grypen wil, maar nooit vat. Dan vliegt ze heen, en ik voel iets leegs, iets hols ... ’t is me of ik iets verloren heb, dat ik terugvinden moet en wil, maar niet machtig worden kan. Ge weet hoe droomen zyn. Als ik dan wakker word, heb ik pyn in ’t hart. Morgen zal ik u verder vertellen wat ik schryven wil aan de kiezers ...Ja, ja, dieChristuszou schooner zyn, als hymenschwas. De verzinners hebbente veelverzonnen, en gingen het doel voorby.Christusis ’n schildery zonder schaduw. ’t Lichtschyntniet, door gebrek aan bruin.Jobis veel schooner;Jobwasmensch! Hy voelde en leed alsmensch.Jobwerd beproefd alsmensch... O, dieverzoekingvanChristusdoor den duivel beduidt niets. De duivel biedt te weinig. Met zóó’n bod kwam hy niet eens klaar by my die zoo vol gebreken ben, en niets weet van ’n hemel!De koninkryken dezer wereld?Wat is dat voor iemand die oneindig grooter erfdeel te wachten heeft? Men koopt geenRothschildmet ’n paar penningen om. Neen, neen, dat ’s ’n onhandige vertelling. Ik wou toch graag weten of we onsterfelyk zyn? Van tyd tot-tyd denk ik het wel, omdat ik hier zooveel verdriet heb. Maar ... hoe dan al die anderen die minder verdriet hebben?O, die schilders! ...Daar kryg ik waarachtig weer ’n brief dien ik niet begryp—ditmaal van ’n uitgever—lees zelf. Is ’t niet om dol te worden? ’t Is een komplot! Ik weet waarachtig niet wat ze bedoelen met hun geschryf!Ikminnebrieven? Zyn ze gek?’t Hoofd loopt me om! Is dát ’n leven? Ja, ja, we zyn zeker ontsterfelyk! Ik ga uit. Zeg me ofgyiets begrypt van die Kappellui en van dien uitgever met z’n minnebrieven ... en van de ontsterfelykheid? Ja, dàt vooral!Vaarwel, mynTine!VAN EEN UITGEVER.Mynheer! Een fatsoenlyk uitgever houdt zyn woord. Ik heb “minnebrieven” geannonceerd.... het publiek heeft recht op “minnebrieven”. Ik was met u overeengekomen dat ge “minnebrieven” zoudt schryven, en verwacht “minnebrieven”. Het regent bestellingen op de aangekondigde “minnebrieven”. Ik verwacht dus kopy uwer “minnebrieven”, en ’t zou me leed doen als ik u gerechtelyk moest dwingen tot het leveren der door u aan my, en door my aan ’t publiek toegezegdeMINNEBRIEVEN.”VANTINE AAN FANCY.Om godswil,Fancy, waar zyt ge? Laat ge ons alleen?AAN TINE.LieveTine! Ik heb geen plaats om ’t hoofd neerteleggen! Ja ik logeer nog, maar hoe! Nu schoonmaken ze ook, in de meening zeker dat ze wat schoon maken. ’t Is me onmogelyk aan u te schryven ... men vylt, boort, krabt, hamert, schraapt, schuift schuurt, schaaft, schroeft ... o god, ik heb zooveel te doen, en kannietsdoen! Vertrekken kan ik ook niet. Waar zou ik heen? Overal zal men me om geld vragen! O, dieChristus! Heeft hy dàt ondervonden ... hy met z’n leliën! Had zoo’n lelie vrouw en kinderen? Was er nauwte die ze belette te bloeien ... die ’t haar onmogelyk maakte lelie te zyn?En de laster gaat ook maar al voort. Doch dit zyn byzaken. Als dat geschoonmaak maar voorby was! Ik hoor dagelyks dat ik ’n schelm ben, ’n laaghartige, ’n dief, ’n afzetter ... zóó antwoordtPubliekopMULTATULI’Sboek over de veilingen!Maar dit zou niets zyn—ik verwachtte niet anders—als ik maar ’n plekje kon vinden om rustig aan u te schryven. Op laster had ik gerekend, maar niet op schoonmaken en schilderen.M’n vriend de boekeman biedt my z’n bibliotheekkamer aan. Maar dit gaat niet. Dan moet ik me aankleeden omuittegaan, voor ik kan beginnen te schryven. Op straat zie ik allerlei dingen dieunschönzyn. Dit bederft m’n indrukken. En bovendienal myd ik de slachterswinkels, of de menschen die “zaken” doen, al ontmoet ik geen gepensioneerd resident, geen welvarend kontraktant met principes nà fortuin, al stuit ik nergens op de dikbuikige tevredenheid der braven die koupons knippen van de schuldbrieven hunner deugd ... al werd ik niet bespat door de modder van allerlei roode en gele rytuigen—’t is heel moeielyk,Tine,alleste ontwyken!—dan nog kan ik niet uitgaan om te schryven in die boekekamer.Ik heb om te schryvennégligénoodig, zoo-als Buffon z’n lubben van echte kant. Hy wist zeer goed wat hy zei, met dat: (“le style c’est tout l’homme”28. Zyn styl isgekleed... de myne houdt vansarongenkabaai29, of beter nog, myn styl draagt het matrozenhemd vanGaribaldi... ik hoor dat men aanslagen doet op z’n leven ... dit is natuurlyk! Menschen die zwarte rokken dragen, kunnen geen rood hemd zien, zonder boos te worden als kalkoenen.De meening vanBuffonis zeer juist. Daarom is ookstylzeldzaam, wyl er zoo weinigmenschenzyn.Let maar eens op ... wat klinkklank, wat meer of min afgeronde zinsneden, behoorlyk of onbehoorlyk afgedeeld door kommaas en kommapunten, hier-en-daar ’n nieuwe regel ... waarachtig, als men er niet goed op let, zou men inderdaad van-tyd tot-tyd meenen dat er watinzat. Maar zoodra men nauwkeurig acht geeft, blykt er dat alles neerkomt op watschool.Zielontbreekt ... precies als ’tkarakterdat men te-vergeefs zoekt in de handschriften van al de meisjes die schryven leerden op ’t zelfde instituut. De meisjes schryven deJufvrouwna, en dit doen ook demenschenmet hun styl. Ze schryven de Jufvrouw na!Ieder wil dat ikschryvenzal ... voorPublieknog-al! Welnu, er zyn veel redenen die me hiervan terughouden, maar al was er alleen deze, my dunkt ze moest voldoende wezen:
»In zyn laatste jaren verwyderde Hertog Reinald II zich van zyne gemalinne, die den meesten tyd te Rozendaal doorbracht, welk huis door haar werd vergroot en merkelyk versierd, dus men haar, hoewel verkeerd, de stichting daarvan heeft toegeschreven. Veel was zy ook te Nymegen. Deze verwydering was lang de oorzaak van een aandoenlyk en zonderling tooneel, dat niet lang voor ’s Hertogs dood voorviel. Eleonora was opdragtig en hoog van kleur, dus men haar van melaatschheid beschuldigde, welke ziekte den Hertog tot een voorwendsel verstrekte, zich van bed en tafel te scheiden. Op eenen dag, dat Reinald met een luisterryk gezelschap te Nymegen aan tafel zat, kwam Eleonora, geen ander gewaad aan hebbende dan een fyn zyden hemd, en eenen mantel daar boven, aan elken hand eenen harer zonen, Reinald en Edouard, houdende, de zaal binnentreden. Zy wierp op eens den mantel af, en ontblootte het geheele bovenlyf; toen keerde zy zich in het rond, en sprak, klaaglyk in tranen uitbarstende, tot den Hertog en de omstanders25: »O myn lievehere nu bidde ick uch dat yr van dem gebrechen ind van der kranckheit, die myr so wrevelich is tzo gegeven, dat ick dae mit bevleckt sy, wilt vlyslich ansynen ind ondersoichen; want ich byn as andere vrauen, ind hain gheyn gebrech van der genaden godes in myne lyve. Siet hie syn ure tzwen soene starck ind gesunt, als yr dye siet hier stain vur uren ougen. Ind der weren mit der genade ind hulpe godes waill mere, wer idt sachen dat urent halve gheyn hindernisse dae van gewest ware. By aventuren idt mach noch die tzyt kommen, dat dat Geldresse volk sall beschryven unser twyer scheydinge, so wanne sy syen werden dat sy gheynen lands heren van unseren blode mere hauen.»—Van Berchem verhaalt, dat de Hertog en ’s Lands Edelen van Eleonoraas zuiverheid overtuigd, schaamrood waren, en vervuld werden van droefheid, maar hy voegt er by, dat de Hertog na dat voorval niet lang leefde.»Hierin had die hertog groot gelyk. Doodgaan was ’t beste wat hy doen kon, na ’t verstooten van ’n vrouw die den moed had tot zoo verhevene onkieschheid! Ja, ik begryp hoe er oogenblikken komen, waarin men allen schroom ter-zyde zet, den mantel wegwerpt, het voorkleed wegscheurt, en de borst ontblootende, uitroept: ziet-hier, gy allen, ziet en schaamt u ... ziet hier, of ik melaatsch ben!Ja, ik begryp die vrouw!ZouMULTATULIgedacht hebben aan haar, toen-imyuitkleedde in dat boek? Ach dan vergat hy datEleonorate doen had met “luisterryk gezelschap”—metedel-lieden voorzeker!—enik?OPubliek, op denouderdomvan uwen stamboom heb ik geen aanmerkingen! Ik erken dat gy lynrecht afstamt van de drie vrienden die den armenJobsarden met hun onbeproefde deugd. Maar wat uwen adel aangaat ...BesteTine, tracht u nog wat staande te houden. Ik heb gehoord dat er ’n nieuwe Gouverneur-Generaal benoemd is voor de Oost. ’t Is toch te erg dat gy niet zoudt eten, en de kinderen! Daarom ... zie wat ik van daag schryf aan den Minister van Kolonien. Kan ik meer voor u doen, dan me te willen verhuren als ambtenaar? En ... ge zult zien ... dat zou me nog worden aangerekend als ’n gunst!Excellentie!“Ik verneem dat de benoeming van Gouverneur-Generaal van Indie geschied is. Ik heb hierop gewacht om uwe Excellentie ...LieveTine, wat is dat vervelend! Ge ziet wat ik uitsta voor u en de kinderen!. . ,om uwe Excellentie, in verband met vroegere gesprekken te vragen, of er thans geen gelegenheid bestaan zoude, op eene het Gouvernement en my waardige wyze, gebruik te maken van myn denkbeelden in verband ...Dat ik weer zeg: “in verband” is om den Minister in den waan te brengen dat ik ’n officieelen styl schryf.... in verband met de aanspraken die ik meen verworven te hebben door veellydenen in overeenstemming met de belangen van den Lande?Van den Landeklinkt goed. Ik ben van plan dit woord intevoeren als nominatief zelfs. “Den Lande” schuift ... ja, er is wat slepends in, als-of er iets afgleed van ’n helling, niet waar?... van den Lande?Het zou myn streven zyn, den nieuwen Gouverneur-Generaal zooveel mogelyk te vrywaren voor den belemmerenden slendergang van den Raad vanIndië, voor de afmattende kommiezery van de algemeene Secretarie, en voor de ambtelyke leugens der residenten.Kan ik meer zeggen? Zie, al kochten ze honderdBeo’sdie floten: “daar is meer ryst dan er ryst is!” dan zouiktoch zoo vry wezen die onmogelyke ryst natemeten!“Om daarin te slagen evenwel, zoude ik by den nieuwen Landvoogd moeten verzekerd zyn van eenige sympathie. Eensdeels wyl zònder dat myn pogingen ydel zouden wezen. Ten andere omdat ik, onbeschermd, weldra zou bezwyken onder de rankune der Indische ambtenary...Den Minister moet het zoo schynen. Hy weet niet dat ik niet bezwyken kàn. Dit ismynzaak,onzezaak,Tine! En al wist hy ’t, ik zou ’t toch niet mooi van hem vinden, daarop te rekenen.... ambtenary.Excellentie, ik heb geweigerd myn pen te leenen aan de voorstanders van den vryen arbeid, schoon die weigering my de ondersteuning ontroofde van de personen die uit den vrywilligen arbeid hun fortuin wisten te persen.Aan den anderen kant heb ik geprotesteerd tegen de, buiten myn weten gestelde, kandidatuur voor de Tweede Kamer, in November of December 1859, omdat ik bemerkte dat de Amsterdamsche behouders ...Heelbehoudendwas ’t niet, dit zult ge zien!... dat de Amsterdamsche behouders van my en myn zaak ’n machine de guerre wilden maken tegen het toenmalig ministerie, in hun verstoordheid over de, later gevallen, spoorwegwet ...Ja, toen werden de behouders weer behoudend, en daarom kostte dat boek over de koffivier gulden, dat ’n zeer onbehoudende uitgaaf is, voor wie ’t koopt.... spoorwegwet.Ik geloof aanspraak te mogen maken op eenige onderscheiding, Excellentie! Myn geheel leven ligt daar, om te antwoorden op de vraag, of die aanspraak ongegrond is? Ik sta geen systeem voor ...Ze kunnen my niet gebruiken,Tine... dat zult ge zien. “Geen systeem dus ...... ik stryd tegen misbruiken inallesystemen ...Dat wil zeggen datiedertegen my is, diebelangheeft by de misbruiken.Ik ben zeker dat ik nooit antwoord kryg.Dit is myn geheele politiek, en ik geef Uwe Excellentie eerbiedig dringende in overweging, my in-staat te stellen die politiek, gesteund door een vasten wil, en eenige bekwaamheden die de Natie my wel wil toekennen, op wettelyke wyze ten nutte van den Lande aan-te-wenden.Ik heb de eer met ware hoogachting te zyn, enz.Amsterdam, 25 Juni 1861.Ziet ge,Tine, zóó heb ik geschreven. Zeg nu eens dat ik geen praktisch mensch ben, en dat ik niet m’n best doe voor u en de kleinen!Ambtenaar van ’t Neerlands-Indisch Gouvernement! O God,ikambtenaar! Ik ril als ik denk aan de zeventien jaren die ik ambtenaarde!Maar wat is dat toch voor ’n familieKappelman? Ik begryp er niets van. ’t Zal ’n mystifikatie wezen. Ik zou u ’n heel pak brieven kunnen zenden, die ik van de familie ontving, maar ik laat het, om de port. ’t Schynt dat iemand in myn naam ’t hof maakt aan allerlei meisjes, en ze de hoofden op hol helpt. Ge weet dat ik nooit zoo-iets doe. Men scheldt me vreeslyk uit, en dreigt my met Gods toorn, op de wys vanHebreënzóóveel! Is dit niet heel onaangenaam! Ik denk dat het ’n complot is van de Jezuïten, die met de élektriciteit, de schuld dragen van alles wat men niet begrypt. In een der brieven staat, dat men myn korrespondentie heeft ontdekt met ’n meisje, of met meisjes ... gekheid! Ik korrespondeer met niemand dan met u ... en den minister, zooals ge gezien hebt. Ik vermoei me vruchteloos met zoeken naar den draad van die intrigue. ’t Zal waarschynlyk ten-doel hebben my te diskrediteeren, en Publiek’n voorwendsel te bezorgen om my te minachten, als ’n onpraktisch mensch. Lieve hemel, den heelen dag zit ik te tobben over de vraag hoe ik u en de kinderen in ’t leven zal houden ... hoe ik u ’n woning zal bezorgen die wat minder ongezond is ... hoe ik ’t moet aanleggen om ’t huis te komen, zonder ’t aantezien dat gy gebrek lydt ... en daar gaan ze nu vertellen dat ik brieven schryf aan meisjes! Ik zal er ’n politiezaak van maken, als ’t niet ophoudt.Ik heb ’n Staatsblad geleend en daarin studeer ik vlytig.Ook heb ik eens nagezien, hoelang ik daar-ginds zou moeten meeloopen om pensioen tekrygen. Dat zou prettig wezen,Tine! Verbeeld u eens dat er zekerheid was, onzen kinderen áltyd het noodige te kunnen geven! Ik heb er onlangs den minister over gesproken, maar ’t kan niet, omdat ik uit walging m’n eervol ontslag heb genomen, en niet infaam ben weggejaagd. We moeten dus geduld hebben,Tine! Nu, dit hebt ge!Ik ben nog in verbystering over al dieKappelmannen. Begryptgyer iets van?VAN TINE AAN FANCY.Zie eens wat hy schryft. Geen woord over U! Wat beduidt dit?AAN TINE.Weer wat nieuws! Ge zult vreemd staan te kyken als ge dat hoort! Ze leggen ’t er op toe, me gek te maken, en dit is heel inkonsequent van de velen die zoo lang reeds zeggen dat ik ’t ben. Daar hoor ik weer dat ik niet minnebrievenschryfmaar ze laatdrukken, en let wel ... dat ik ze drukken laat ten voordeele van ’n arm huisgezin! Voor u,MaxenNonnie... meent ge! Neen, neen, voor ’n onbekend gezin, voor menschen wier naam ik niet weet, menschen die ik nooit gezien heb! ’t Idee is nieuw ...faire l’amour par charité!Hadt ge zooveel fantasie verwacht in Publiek? Me dunkt ... ja, als Publiek zelf eens ’n roman schreef.Ik heb ook lust om te schryven, maar romans niet. Ik wou graag dat boek koopen vanMoney. Ik gis dat het besteld werk is voor rekening van de firmaBato Saldig & Co. en vertrouw dat ik in de meeste punten met dien Mr.Moneyeens kan wezen. Ik heb geen geld om ’t boek te koopen, maar uit de analyse die ik las in de Amsterdamsche Courant, begryp ik heel goed hoe hy aantoont dat de Hollanders zoo veel halen uit Indië,als maar eenigszins mogelyk is. Wat wil men meer?Il prêche des convertis.Hy wint z’n pleit vóór hy begon. Maar ik vind dat die firma zoo’n werk niet had hoeven te bestellen in ’t Buitenland. ’t Ware goedkooper geweest daarover natelezen watMultatulischryft in z’n boek over de veilingen:Doch daar kwamen vreemdelingen uit het Westen, die zich heer maakten van het land. Ze wenschten voordeel te doen met de vruchtbaarheid van den bodem, en gelasten den bewoner, een gedeelte van z’n arbeid en van z’n tyd toetewyden aan het voortbrengen van andere zaken, die meer winst zouden afwerpen op de markten vanEuropa. Om den geringen man hiertoe te bewegen was niet meer noodig dan ’n zeer eenvoudige staatkunde. Hy gehoorzaamt z’n hoofden: men had dus slechts die hoofden te winnen door hun ’n deel toetezeggen van de winst ... en het gelukte volkomen.Als men let op de ontzettende massa Javasche produkten, die in Nederland worden te-koop geveild, kan men zich overtuigen van hetDOELTREFFENDEdezer staatkunde ...Is ’t te betreuren dat ze, na zulke hulde uit den mond van iemand, die toch de Nederlanders nietschyntte vleien, nogEngelschehulde noodig hebben? De firmaB. S. & Co.lykt wel ’n schryver, die nooit genoeg wordt geprezen naar z’n zin. Ik spreek by ondervinding. En nog zeggen ze datikydel ben en hoogmoedig!Het is puur om boos te worden op dien Engelschman, die daar zoo geheel onbevoegd zich belast heeft met het pryzen van de godvreezende Nederlanders. O, hadden ze ’tmyopgedragen!Hollandstaat ver boven den lof van alleMoney’s! Wat kan zoo’nMoneyweten van al de verdiensten ... neen, dit wordt ’n woordspeling. Maar om nu te bewyzen hoe verkeerd men deed nietmyte belasten met het blazen van de trompet, ziehier.Moneyspreekt:“O, godzalige Nederlanders, m’n Engelsch hart is verliefd op uwGESCHIKTHEID26.Waarmee zal ik u vergelyken? Hoe zal ik lucht geven aan de bewondering die me ontengelst en ontmoneyt? Zyt ge als de roos....Cantique tout pur!“Zyt ge als de roos ... neen dit gaat niet! Ge zyt als de trouwe herder die z’n schaapjes scheert....Ik: GeVILTze!Moneyweer:“Ge zyt als de dorstige reiziger, die water drinkt uit de vriendelyke bron ...Ik: Water? Reiziger? Drinken? Deugt niet! Dat drinken isZUIGEN, die reiziger is ’nVAMPIER, en dat water isBLOED!Ge ziet, besteTine, dat men verkeerd deed, lof te bestellen in ’t buitenland. Men is schryver of men is ’t niet,que diable! Er zyn gedurig tentoonstellingen van nyverheid. Welnu, ik ben van plan dien Engelschen trompetter op de eerste tentoonstelling eens te laten hooren, hoeikde trompet blaas! ’t Zou my niet verwonderen, als ik terstond bestellingen kreeg op m’n deuntjes, vooral daar er in Engeland schaarste is aan lof over de manier van regeeren inBengalen, waar telkens hongersnood woedt... precies of ’t inLebaklag.En zondermyngroot talent—dat wat te duur zou wezen voor de bekende firma, die zuinig is in ’t betalen van inlandsch fabrikaat—men had veel eenvoudiger te-recht kunnen komen, en goedkooper, jageheelkosteloos! Laat ons zuiver redeneeren: wat begeert de Natie? Een certificaat dat ze daar-ginder goed en voordeelig huishoudt. Welnu, hiertoe behoeft geen letter op ’t papier gezet te worden; al de bewysstukkenzynin orde, en ik zal ze—kosteloos!—toonen aanEuropa.De zaak is heel eenvoudig. Wat bevolkingsstaten vóór en na ’n hongersnood! En de konklusie? Het verlangd certificaat? Wel, dit kan ieder zelf opmaken uit de eenvoudige cyfers.Daar waren in ’t jaar zóóveel, zooveel menschen.Daar waren, een jaar later, zóóveel menschen.’t Verschil is gestorven.Ze hadden geen ryst, omdat zy voor de firma B. S. & Co. koffi, suiker en indigo moesten planten.Die koffi, suiker en indigo is voordeelig verkocht voor rekening van gezegde firma.Ziehier hoeMultatuli’t zegt:«Als men let op de ontzettende massa Javasche produkten, die in Nederland worden te-koop geveild, kan men zich overtuigen van hetDOELTREFFENDEdezer staatkunde, al vindt men ze niet edel. Want mocht iemand vragen, of de landbouwer zelf ’n belooning geniet, evenredig met die uitkomst, dan moet ik hierop ’n ontkennend antwoord geven. De Regeering verplicht hem, opzyngrond aan te kweeken watháárbehaagt. Ze straft hem, als hy het aldus voortgebrachte verkoopt aan wien het ook zy, buiten hààr, enzyzelfbepaalt denprys, dien ze hem daarvoor uitbetaalt. De kosten op den overvoer naar Europa, door bemiddeling van een bevoorrecht handelslichaam, zyn hoog ... de aanmoedigingsgelden van de hoofden bezwaren daarenboven den inkoopsprys ... en daar toch ten slotte de geheele handel winst afwerpenmoet, kan deze winst niet anders worden gevonden, dan doorjuist zóóveel uittebetalen aan den Javaan, dat hy niet sterve van honger, hetgeen de voortbrengende kracht der natie verminderen zou.Ook aan de Europeesche beambten wordt ’n belooning uitbetaald in evenredigheid met de opbrengst.Wèl wordt dus de arme Javaan voortgezweept door dubbel gezag ... wèl wordthy afgetrokken van z’n rystvelden ... wèl is hongersnood vaak het gevolg van deze maatregelen ... doch vroolyk wapperen, teBatavia, teSamarang, teSoerabaia, tePassaroean, teBezoeki, teProbolingo, tePatjitan, teTjilatjap, de vlaggen aan boord der schepen welke beladen worden met de oogsten die Nederland ryk maken.Hongersnood? Op het ryke,vruchtbare Java,hongersnood? Ja, lezer, voor weinige jaren zyn geheele distrikten uitgestorven van honger! Moeders boden haar kinderen te-koop voor spyze! Moeders hebben hare kinderen gegeten ...Maar toen heeft zich het Moederland met die zaak bemoeid. In de raadzalen der volksvertegenwoordiging is men daarover ontevreden geweest, en de toenmalige Landvoogd heeft bevelen moeten geven, dat men de uitbreiding der dusgenaamdeEuropesche-marktproduktenvoortaan niet weder zou voortzettenTOT HONGERSNOOD TOE....»Die lieve vertegenwoordiging!NIET WEER TOT HONGERSNOOD TOE!Ik verzeker u dat er na dien tyd inderdaad eenige Javanen in ’t leven zyn gebleven.En andere certificaten! Sedert eenige jaren bemoeien zich velen met Indie. Die “velen” kunnen onderscheiden worden in twee hoofdsoorten, deBehoudersen deLiberalen. Behouders zyn de personen die gaarne zoo veel mogelyk voordeel trekken uit Indie. En liberaal noemt men de zoodanigen die gaarne uit Indie voordeel trekken,.. zoo veel mogelyk. Ziedaar ’t verschil, dat zich oplost in treffende gelykheid. Maar deze overeenstemming openbaart zich nog duidelyker in de gelykluidendheid van de scheldwoorden, die ze elkaar naar ’t hoofd werpen. Welnu ze zyn beiden volkomen in hun recht. Het is volkomen waar, wat de liberalen zeggen:de behouders zuigen Indie uit... maar even eerbiedwaardig is de oprechtheid, waarmee de Behouders de eer van ’t uitzuigen toekennen aan de Liberalen.Deze wederzydsche getuigenissen van goed gedrag had de firma aan Europa kunnen voorleggen, en ’t heele boek van dien fameuzen Mr.Moneyhad achterwege kunnen blyven.Het eenige verschil misschien ligt hierin, dat de Behouders goedkoope spoorwegen willen bouwen, en dat de Liberalen veel geld begeeren om in-staat te wezen hun plaatsen te betalen op spoorwegen die met eigen geld betaald, en dus duurder zyn.Maar dit is van ondergeschikt belang. Als ik ’n keuze doenmoest, zou ik de zyde kiezen van ’t Behoud, om deze redenen. Ten-eerste: ’t een belet het ander niet. Men kan zeer goed spoorwegen bouwen van gestolen geld, en bovendien zorgen dat de gepensioneerde residenten tóch ryk zyn. Ten-andere: op goedkoop spoor kan ookikmeeryden, en dit zou ’t geval niet wezen, wanneer de Liberalen hun zin hadden. Ik begryp dat de vry-arbeiders zeer dankbaar en tevreden zyn, maar wanneer de firmaB. S. & Co, haar rails betalen moest uit eigen middelen, zou ’t me weinig helpen dat deDroogstoppels,Slymeringen,kontraktanten,industrieelen,planters, of hoe ze allen heeten mogen, by-machte zyn gebruik te maken van ’n vervoermiddel, dat dante duur zou wezen voor ieder ander, diegeenfortuin had gemaakt in liberale koffi en tabak.Ziedaar, waarom ik me voorloopig aansluit by de Behouders. Veel hecht ik er evenwel niet aan. ’t Zyn byzaken. In de hoofdzaak komt alles hierop neer, dat Indie op ’n zeer voordeelige wyze geëxploiteerd wordt, en datMoneyonnoodig moeite deed.Maar dit aansluitenbydepartyvan Behoud, is van myn kant niet zóó hartelyk, dat ik kans hebben zou door haar ontvangen te worden met wat vriendschap. Integendeel. De Behouders obstineeren zich my aantezien voor liberaal, even als de liberalen ’t omgekeerde. Hiervan heb ik veel verdriet, want nu word ik uitgescholden en belasterd door beide partyen, en dit is te veel. Ik had maar te kiezen, ge weet het. Nu ik niet gekozen heb....Lieve hemel, zou er geenderdeparty te scheppen wezen? Een party die eenvoudig de meening voorstond, dat men den Javaan niet moet mishandelen? ’t Is ’n excentriek idee, dit erken ik, doch zoodra er weer ’n plaats open komt in die Tweede-Kamer, zal ik dat toch eens beproeven. Maar,Tine, ik vrees dat ik niet slagen zal, omdat ik geensysteemheb, en geenpolitieke beginselen,zoo-als ze ’t noemen wanneer iemand altyd stemt met dezelfdeparty, onverschillig of hy dezaakdie behandeld wordt goed vindt of niet. Ook zie ik geen kans geleerdheid te plaatsen in myn beroep op de kiezers. Toch zal ik m’n stuk maar terstond schryven, dan ben ik gereed zoodra ’t noodig wezen zal. Maar ik hoop dat ze mynietkiezen, want, verbeeld u, dan zou ik al die redevoeringen moeten aanhooren over dewyzewaaropde Javaan behoort te worden uitgezogen! En wanneer ik daarby meesmuilde, zou de voorzitter my tot de orde roepen, en klagen over myn tuchteloosheid! Ik zou me moeten aanstellen als-of ik luisterde naar ’t spreken van den heerDuymaer van Twist, wanneer hy redeneert over “Indische zaken” en “VryenArbeid”. Want dit doet hy soms. Is ’t niet komiek? Die Tweede-Kamer zou my ’n ware pynkamer wezen. Maaralsze my kiezen, ga ik! Ge weet watLutherzei? “Al waren er zooveel Gouverneurs-Generaal als dakpannen, enz,”Zie-hier wat ik in zoo’n geval schryven zou:Brief aan de Kiezers van Nederland.Kiezers! Ik heb u iets te zeggen dat zeer eenvoudig is, en dat ge daarom wellicht niet terstond zult begrypen. Maar om ’t u niet al te moeielyk te maken, zal ik de zaak die ik u wil voorstellen, behandelen van den oorsprong af. Ik beweer geenszins meer te weten dan gy. Verwacht dus niets nieuws.In den regel bemoeit gy u weinig met de publieke belangen. Laat ons eens nagaan, of ge hieraan wèl doet.Gy hebt behoefte aan orde, aan veiligheid. Ge betaalt vele personen om in uwen naam die orde te handhaven, en die veiligheid te verzekeren. Ik hoor u wel eens klagen over te hooge belastingen—en ik vind dat gy gelyk hebt in die klachten—maar aan den anderen kant waardeert ge niet genoeg het genot dat u ten-deel valt door de zekerheid van personen en goederen. Alle menschelyke zaken zyn gebrekkig, en onder die zaken is er misschien geene die moeielyker te zuiveren is van gebreken, dan het bestuur eener maatschappy.Het is evenwel, dunkt me, plicht te zorgen, dat dit bestuurzooveel mogelyknadere tot de volmaaktheid.In zóóverre is het jammer, dat u door vele samenloopende omstandigheden ’n Regeering is te-beurt gevallen, dieover het algemeengeenszins onderdoet voor de Regeering der meeste andere volken. Gy bezit een gepaste maat van vryheid. Geen dwingeland neemt u ’t moeielyk verdiend, of gemakkelyk gewonnen, geld af. Men zet u niet in de gevangenis, zonder dat ge ’t er naar maakt. Men dwingt u niet tot goddienen op ’n manier die u niet aanstaat. Men roept uw kinderen niet van hun werk, om ze noodeloos kunsten te leeren met ’n geweer ...Ja, de militiewet bestaat nog, maar dit zal zoo nietblyven.... hoe het zy, alles saamgenomen, hebt ge geen sterksprekende redenen tot ontevredenheid, en hierdoor zyt ge onverschillig geworden voor de openbare zaak.Maar hebt gy u wel eens voorgesteld dat dit allesanderswezen kon? Wanneer uw verbeelding te-kort schiet in deze voorstelling, lees dan de geschiedenis na! En vèr behoeft ge niet te gaan. Ons eigen land heeft by herhaling te doen gehad metslechteRegeeringen.Ik geloofnietalles wat men zegt vanPhilipsden tweede. Maar neem eens de helft voor waar aan ... ’n derde ... ’n kleiner gedeelte nog ... en stel u de vraag voor, hoe ’t u smaken zou, als we weder moesten geregeerd worden op ’n wyze als die welke hy zich veroorloofde.Dit zoudt ge niet begeeren. Ik ook niet. En haasten wy ons hierby te voegen, dat er voor ’t terugkeeren van zulk wanbestuur geen gevaar is.Wat stelde dienPhilipsin-staat ons arm landje te teisteren als hy deed? Macht! De mogelykheid om eigenwilte stellenboven de wet. Of wel:verkeerdhedenin die wet. En, ten-laatste, maar vooral:gebrek aan wetten.Want ... wat niet verboden is, wordt als geoorloofd beschouwd. Wanneer de Fransche koningen waren gebonden geweest door ’n bepaling“dat niemand mag worden onttrokken aan zyn natuurlykenrechter,” zouden zy zich hebben moeten onthouden van ’t genoegen, iemand die hun mishaagde naar de Bastille te zenden alleenomdathy hun mishaagde.Nu geloof ik gaarne dat vele koningen ook zonder zulke wetten zich zouden vermaken op andere wyze ... maar ik vind het toch geruster en kalmer, dat men in zulke gevallen niet afhange vansmaak.Het zyn dewettenalzoo die ons beschermen tegen ’n misbruiken van het gezag, dat men wel genoodzaakt is dezen en genen in handen te geven in ’t algemeen belang.Wie maken deze wetten? De koning laat ze, in zyn naam, aan het volk voorstellen door z’n ministers. Keurt het volk de voorgestelde wet goed, dan gaat ze dóór, en wordt van kracht.Keurt het volk de wetnietgoed, dan maken de ministers een nieuwe wet ... of gaan naar de baden.Het spreekt vanzelf dat zoo’n inrichting geheel ontbrak in den tyd vanPhilips. Wanneer hy aan het volk gevraagd had, of ’t genoegen nam in al dat moorden en branden, in die geloofsvervolging, in ’t betalen van de vele zóóveelste penningen—ja, dat vooral!—dan had het volk “neen” gezegd, en de hertog vanAlvaware naar de baden gegaan, tot groot relief van de 30.000 menschen die hy nu heeft laten ombrengen in weinig jaren tyds. ’t Was te veel, waarachtig!Wetten kunnen dus nuttig zyn. Maar opdat ze ’t niet alleenkunnen, maar inderdaadzyn, behooren de wettengoedte wezen.Het beoordeelen van de voorgestelde wetten is dus van groot gewicht, en ’n volk dat zich daarmee weinig of niet bemoeit handelt verkeerd en tegen z’n eigen belang.Eigenlyk moet het verdrietig wezen voor ’n koning, die gedurig vraagt: “vindt gy lieden die wet goed?” als hy telkens bemerkt dat het volk zelf,in wiens belang die vraag geschiedt, niet eens de moeite neemt zich met die zaken intelaten, en door verregaande onverschilligheid toont onmondig te wezen.Als de konklusie niet al te streng klonk, zou ik byna zeggen: zulk ’n volk verdiende datAlvaterugkeerde van de baden.Deze onverschilligheid blykt evenwel gedurig uit de wyze waarop gylieden u van uwen plicht kwyt, by de verkiezing der personen die u tot het beoordeelen der voorgestelde wetten vertegenwoordigen ... of, beter gezegd, in de wyze waarop gy u van dien plichtnietkwyt.’t Is reeds te betreuren dat men spreken moet vanplicht, waar ’t geldt:de uitoefening van een recht.Indien ge waart overgeleverd aan een despoot die eigen wilvoor recht liet gaan, zonder den wil des volks eenig aandeel te geven in de beschikking over de algemeene zaak, zoudt ge luid roepen om verlossing. Ge zoudt dien despoot vloeken, te wapen loopen, stryden ... en over eeuwen had ’n nieuw nageslacht nieuwe dapperheden te bezingen van nieuwe voorvaderen.Maar nu gy niet tot weerstand wordt gedrongen door geweldenary, houdt ge u geheel buiten de zaken, als-of die u niet aangingen. Dit is niet goed, Kiezers! M’n bedoeling is thans u opmerkzaam te maken op eenige verkeerdheden, die eerlang zeer nadeelig op uw belangen zullen werken, en u optewekken tot de meening dat men onvoorzichtig doet het oordeel over die belangen op den duur overtelaten aan anderen, zonder—of zonder voldoende—controle.Het lydt geen twyfel dat de welvaart van Nederland voor ’n zeer groot gedeelte afhankelyk is van de voordeelen die wy genieten uit Indie. Zeer onlangs hebt gy in cyfers kunnen nalezen hoeveel gy naar die gewestenuitvoert, en vooral hoeveel geldswaarde die bezittingen produceeren, en op uwe marktaanvoeren27. En nog zyn deze cyfers ’t voornaamste niet. De minder rechtstreeksche maar even zekere voordeelen, die Indie aan Nederland verschaft, bedragen oneindig meer. Staat my toe, dit als bekend te veronderstellen. Het is zoo vaak betoogd—en nooit weersproken!—dat het me inderdaad verdrieten zou, langer stil te staan by iets dat ieder weet.Maar erkent dan ook dat hetverliesvan die voordeelen zeernoodlottig zoude werken op uwe welvaart.Erkent dan ook dat het vanhoog belang is de Oost-Indische bezittingen zóó te besturen, dat de kans van dat verlies gering zy.Erkent alzoo dat geonverstandig doet ... dat gy handelt tegen uw eigene belangen, door zoo lauw te zyn omtrent de wyze waarop die gewesten worden bestuurd.Een groot gedeelte van uwe welvaart hebt ge te danken aan den arbeid van den Javaan. Zonder dien arbeid immers, geen koffi, geen suiker, geen reederyen met alles wat daarmee in-verband staat. Stelt u eens voor—iets onmogelyks natuurlyk—’n onzinnig minister trachtte eene wet te doen aannemen, die de strekking had de Javanen te behandelen, zooals uw voorvaderen werden behandeld doorAlva. Het gevolg zou wezen dat die Javanen—niet zoo spoedig wel-is-waar, omdat ze zeer geduldig zyn, maar in ’t eind zéker toch—zouden opstaan, en het Nederlandsch gezag afschudden. En hiertoe zouden zy geen tachtig jaren behoeven, want ze zyn oneindig sterker in verhouding tot u, dan uw voorouders waren tegen-over Spanje. Bovendienzouden zy hulp ontvangen van buiten, daar er volken en regeeringen zyn, die nayver voelen op uwe welvaart. En nog meer redenen bestaan er, die ’t van belang maken dat de Javaan u genegen zy, of althans niet volstrektvyandiggezind. Het Europeesch evenwicht zal eenmaal verbroken worden ... neen, het zalmeermalenverbroken worden, zoo-als alle evenwichten. De taak der staatslieden is juist hierom zoo zwaar, wyl de Natuur—dat is:alles!—voortdurend in beweging is. Stilstand is onmogelyk. Het embleem der geheele schepping is ’nbaskule... en de politiek maakt hierop geen uitzondering! Wat men evenwicht noemt, is eigenlyk hetstrevennaar evenwicht ... de gelykheid van de som der beweging aan beide zyden van het midden der balans ... het sidderen van den wyzer in het “huisje”. Eénmaal slaat een der beide schalen neer.Wie nu ’t oog slaat op het gewapend parallelisme van de beide hoofdmogendheden inEuropa, zal inzien dat ook hier eenmaal—misschienweldra—een der beide schalen zal nederslaan.Ermoetoorlog komen tusschenFrankrykenEngeland! En wie er aan twyfelt, lette slechts op al de moeite die men zich van weerszyde getroost,om te beletten dat er oorlog kome. Van beide kanten voelt men zich gedurig genoopt de hand uittestrekken om de schaal te stutten. Dit zou niet noodig wezen als het evenwichtnatuurlykware, in stede vankunstmatigengekunsteld. De natuur is sterker dan de kunst, sterker dangekunsteldheidvooral.En ’t onmiddellyk gevolg eener vredebreuk? Ik zal ’t u zeggen, zonder te meenen alweer, dat ik u iets nieuws zeg.Weet ge waarEngelandligt naar het oordeel van den eerstenNapoleon?...Engeland ligt in Indie.En dat ook het hedendaagsche Frankryk met deze geographische kettery behebt is, blykt uit de “verkenningen” die het doet op de—indienzin:Engelsche—kusten, door gedurig expeditiën te zenden naarChina,CochinenMadagaskar. Door de gezantschappen naar het verre Oosten. Door ’t uitlokken van tegenbezoeken ... zie deSiamscheambassade.Maar het zyn niet alleenverkenningen. Reeds voorlang zyn de handen aan ’twerkgeslagen.De doorgraving der landengte vanSuezis voor denhandelen descheepvaartof voordeelig of nadeelig. Deze doorgraving geschiedt onderFranscheninvloed. Indien zenadeeligware, zou zy niemand baten ... en in geval vanvoordeelennut, zou dat reuzenwerk slechts voordeelig zynvoor de eigenaars van Indie,d.i. voorEngelandhoofdzakelyk, en voorNederlandin de tweede plaats. Voorts zou dat voordeel—in mindere mate, maar eenigszins altoos—genoten worden door den handel van denoordelykehavensHamburgenBremen, enz. Maarniet, of althans zeer weinig, zou die doorgraving baten aanFrankryk, een land dat juist het minst met Indie in aanraking is.Toch geschiedt de doorgraving onderFranscheninvloed!Enomgekeerd,Engeland—de Staat die juist by dezen nieuwen handelsweg het grootste belang hebben zou—verzet zich krachtigtegen die doorgraving. Het beweert dat de kosten te hoog zyn om door tollen te kunnen worden gedekt. Het laat door z’n bekwaamste ingenieurs bewyzen, of ... betoogen, dat de heele zaak onmogelyk is—eilieve, waartoe dan het verzet?—dat, al slaagt men in ’t volbrengen van de voorgestelde taak, evenwel het onderhoud te veel bezwaren opleveren zal ... dat men gedurig zal te stryden hebben tegen verzanding. De Engelsche ekonomisten berekenen, dat op ’n lading die uitIndiënaarEuropawordt overgevoerdom de Kaap de Goede Hoop, de rentekosten van tydverlies, verhoogd met het verschil der premiën van verzekering tegen zeegevaar,minderbedragen dan ’t evenredig aandeel dat zoodanige lading, langs dennieuwenweg vervoerd wordende, zou te dragen hebben in de monsterachtige uitgaven voor ’t graven en onderhouden van het Egyptische kanaal.Dit alles leidt nu tot de volgende vreemde konkluziën:Frankrykbesteedt geld en invloed, om ’n werk tot-stand te brengen dat òf onnut is, òfvoordeel zal geven aan z’nMEDEDINGER.Engelandspant zich in om te voorkomen dat erFranschekapitalen verloren gaan in’t bevorderen vanEngelschewelvaart.Had ik niet recht te zeggen dat die konkluziën vreemd zyn?Het getal schepen dat uit de middellandsche zee op Indie vaart, is niet noemenswaardig in vergelyking der koopvaardyvloot die thuis behoort in de meernoordelykehavens van Europa ...Nog eens:Frankrykbrengt vriendschapsoffers aanEngeland, enEngelandwerkt met ongehoorde edelmoedigheid, deze belanglooze hulptegen...Dit zou ’ncombat de générositézyn, ’t geen zooveel zeggen wil als: de geheele zaak is ongerymd en onmogelyk.Hoe dàn! Ik zeide dat Frankryk de kusten peilde van hetEngeland dat in Indië ligt... dat het reeds handen aan ’twerksloeg ...Welnu, de doorgraving der landengte van Suez, nadeelig voorFrankrykuit ’n oogpunt vanHANDEL, is hierom van belang voor dit land, wyl ze,UIT EEN STRATEGISCH OOGPUNT,IndiëverbindtmetBrestenToulon, wyl ze vergelykender-wysIndiëverwydertvanSouthamptonenPortsmouth.Ik hoop, kiezers, dat dit u niet te eenvoudig zal schynen, maar, ’t is me onmogelyk u in deze zaak te onthalen op de minste ingewikkeldheid.InIndiezal eenmaal de stryd gevoerd worden om de wereldheerschappy. Het kanaal van Suez is de loopgraaf by ’n beleg ... geen trekvaart tot het vervoeren van koopwaren. Wel is dit het doellater! Als de heirbaan heeft uitgediend, kan ze strekken tot gemak van de reizigers ... die alsdan hunhomezullen hebben teMarseille, teGenua, teLivorno, teVenetie, teAlexandrie... wantItalieenEgyptezyn in ’t Program begrepen, zooals billyk is.Nieuw? Volstrekt niet! De verandering waarop we ons moeten vooorbereiden, is terugkeer tot ’n vroegeren, toestand die natuurlyker was dan de tegenwoordige. Wanneer men het oog vestigt op de wereldkaart, is ’t inderdaadonnatuurlykdat de Indische produkten, voor ’t grootste gedeelte, om centraal Europa te bereiken, hun weg nemen overLonden,HamburgofAmsterdam. Men zou onrechtvaardig handelen, iemand euvel te duiden dat hy de havens derMiddellandsche zeevoorstelde als genegen en geschikt om terug te keeren tot den toestand dien ze vroeger innamen, en waaruit ze niet dan door zeer buitengewone omstandigheden, verdrongen zyn. Maar men vindt dikwyls vreemd wat natuurlyk is, en we zouden de eenvoudige waarheid met minder inspanning vatten, wanneer we niet van jongs af te veel inspanning ten-koste legden aan ’t leeren, betoogen, over-eenbrengen vasthouden van dingen dienietwaar zyn.Zoodra nu ’tevenwichtwordt verbroken en de stryd alsdan gevoerd zal worden op Indisch terrein, kunnen onze bezittingen niet gespaard blyven. Geen der beide krygvoerende partyen zal de ryke hulpbronnen versmaden, dieInsulindeaanbiedt. Dáár zyn goede oorlogshavens. Dáár is plaats en geschiktheid voor magazynen en hospitalen. Dáár zyn te verkrygen alle levensbehoeften voor legers en vloten. Dáár kan men werven aanleggen tot bouwen en herstellen. Dáár kan men reeden, uitrusten, ademhalen. Dáár kan men fabrieken oprichten van ammunitie. Dáár zyn hulptroepen ...dáár isALLES!Het is in ’t belang van beide partyen, om òfInsulindete nemen voor zichzelf, òf—wat precies hetzelfde is—door bezetting het te beschermen tegen de andere party. Dit laatste is meer gebeurd. En dat we in 1816Javavan de Engelschen hebben teruggekregen, is te danken aan ’n misverstand, onmogelyk voortaan door ’t boek vanMoney. Vroeger meende men datJava’n lastpost was, en thans weet ieder wat daar te halen is.Men droome nu niet vanneutraliteit. Neutraliteit is ’nwoord, niets dan ’n woord, dat alleen kracht heeft zoolang de sterken voordeel zien in de werkeloosheid der zwakken. “Neutraliteit!” is de onverstane kreet van iemand die onder den voet is geraakt in ’n gedrang. Het beroep op neutraliteit doet denken aan ’npré-aux clercsdie zich beklagen zou, gebruikt te worden als vechtterrein. Neutraliteit van kleine staten houdt op, zoodra de grootere—of één van de grootere—behoefte voelen aan het tegendeel.EnFrankrykenEngelandzullen eerlangInsulindenoodighebben! ’t Zal die vraag niet wezen,wietrachten zal het te nemen. De vraag voorNederlandis:of ’t goed is het te laten nemen, door wien ook?Ik vertrouw dat ge volmondigneenzegt op deze vraag.Nederlandsch-Indiezal dusverdedigdmoeten worden.Maar deze verdediging zal zeerzwaarvallen, jaonmogelykwezen, wanneer deinlandschebevolkinggemeenezaak maakt met de aanvallers ... of met de ongeroepenbeschermers, wat kompleet hetzelfde is.En ’t behouden van de Indische bezittingen zalgemakkelykwezen, wanneer de bevolking onssteunt.Van de stemming der bevolking hangt derhalvezeer veelaf.Deze stemming is ’n natuurlyk gevolg van dewyze waarop ze geregeerd wordt.De wyze van bestuur berust op wetten die te ’s Hage door den Koning, na overleg met het volk worden vastgesteld.Gebrek aan belangstelling in die wetten, is alzoo gebrek aan belangstelling in ’t bezit vanIndie... gebrek aan belangstellingin uw eigen welvaart.Hoe is deze belangstelling te toonen? Door het acht geven op de wyze hoe Indie geregeerd wordt, en op de keuze der personen die gy naar den Haag afvaardigt om in uwen naam de wetten te onderzoeken die ’s Konings ministers voorstellen.Ik vind dit alles zeer eenvoudig, kiezers! En duidt me niet ten kwade dat ik u dingen vertel, die vanzelf spreken. Ik heb meermalen opgemerkt ...O, besteTine, dat is niet uittehouden. Verbeeld u dat het huis waarin ik woon, geschilderd wordt. Boven m’n kamer—ik ben gaan kyken—legt men uitgehaakte vensterramen en deuren op den grond, en daarby liggen geknielde mannen diezich vermaken met scherpe driehoekige yzers de verf van die deuren en vensters aftekrabben. Dit noemen zeschilderen! Ze krabben my dol. Ik moet nu dien brief aan de kiezers afbreken. Ik zou anders vreezen daarin dingen te zeggen, die in klank rymen op de driehoekige tonen boven m’n hoofd.’t Is eigenlyk verdrietig dat ’n genie als ik zoo afhangt van allerlei kleinigheden. Ja, dit is heel verdrietig! ’t Is misschien ’n vreemd denkbeeld, maar toch vraag ik dikwyls hoeChristuszich zou gedragen hebben by zinkings of kramp? Hoe, als hy wissels te betalen had gehad, zonder ’t noodige daartoe? En, als hy gelukkig getrouwd was?—’n doodsteek voor ’t genie ... ik leef nog, helaas!—En, als hy z’n voet verstuikt had? En, als ’t was begonnen te regenen in ’t midden van z’n bergrede? En—natuurlyk!—als men óm hem, naast hem, onder hem, had getimmerd, of met yzeren driehoeken hadgeschilderd... lieve hemel, daar beginnen ze weer! Ik ga uit.Neen, dit nog. Ik heb u, geloof ik, reeds geschreven dat ik allerlei malle brieven kryg over dingen die ik niet begryp. Dit houdt nog altyd aan. ’t Is of ze ’t er op toeleggen me razend te maken. Zou ’t een komplot wezen in konniventie met die schilders? En ook ’s nachts heb ik geen rust. In m’n slaap word ik geplaagd door bespottelyke droomen. Meestal zit ik in de war met ’n meisjes-historie. M’n beminde—ja, ja, er is ’n beminde in ’t spel!—plaagt en sart my met ’n haarlok die ik grypen wil, maar nooit vat. Dan vliegt ze heen, en ik voel iets leegs, iets hols ... ’t is me of ik iets verloren heb, dat ik terugvinden moet en wil, maar niet machtig worden kan. Ge weet hoe droomen zyn. Als ik dan wakker word, heb ik pyn in ’t hart. Morgen zal ik u verder vertellen wat ik schryven wil aan de kiezers ...Ja, ja, dieChristuszou schooner zyn, als hymenschwas. De verzinners hebbente veelverzonnen, en gingen het doel voorby.Christusis ’n schildery zonder schaduw. ’t Lichtschyntniet, door gebrek aan bruin.Jobis veel schooner;Jobwasmensch! Hy voelde en leed alsmensch.Jobwerd beproefd alsmensch... O, dieverzoekingvanChristusdoor den duivel beduidt niets. De duivel biedt te weinig. Met zóó’n bod kwam hy niet eens klaar by my die zoo vol gebreken ben, en niets weet van ’n hemel!De koninkryken dezer wereld?Wat is dat voor iemand die oneindig grooter erfdeel te wachten heeft? Men koopt geenRothschildmet ’n paar penningen om. Neen, neen, dat ’s ’n onhandige vertelling. Ik wou toch graag weten of we onsterfelyk zyn? Van tyd tot-tyd denk ik het wel, omdat ik hier zooveel verdriet heb. Maar ... hoe dan al die anderen die minder verdriet hebben?O, die schilders! ...Daar kryg ik waarachtig weer ’n brief dien ik niet begryp—ditmaal van ’n uitgever—lees zelf. Is ’t niet om dol te worden? ’t Is een komplot! Ik weet waarachtig niet wat ze bedoelen met hun geschryf!Ikminnebrieven? Zyn ze gek?’t Hoofd loopt me om! Is dát ’n leven? Ja, ja, we zyn zeker ontsterfelyk! Ik ga uit. Zeg me ofgyiets begrypt van die Kappellui en van dien uitgever met z’n minnebrieven ... en van de ontsterfelykheid? Ja, dàt vooral!Vaarwel, mynTine!VAN EEN UITGEVER.Mynheer! Een fatsoenlyk uitgever houdt zyn woord. Ik heb “minnebrieven” geannonceerd.... het publiek heeft recht op “minnebrieven”. Ik was met u overeengekomen dat ge “minnebrieven” zoudt schryven, en verwacht “minnebrieven”. Het regent bestellingen op de aangekondigde “minnebrieven”. Ik verwacht dus kopy uwer “minnebrieven”, en ’t zou me leed doen als ik u gerechtelyk moest dwingen tot het leveren der door u aan my, en door my aan ’t publiek toegezegdeMINNEBRIEVEN.”VANTINE AAN FANCY.Om godswil,Fancy, waar zyt ge? Laat ge ons alleen?AAN TINE.LieveTine! Ik heb geen plaats om ’t hoofd neerteleggen! Ja ik logeer nog, maar hoe! Nu schoonmaken ze ook, in de meening zeker dat ze wat schoon maken. ’t Is me onmogelyk aan u te schryven ... men vylt, boort, krabt, hamert, schraapt, schuift schuurt, schaaft, schroeft ... o god, ik heb zooveel te doen, en kannietsdoen! Vertrekken kan ik ook niet. Waar zou ik heen? Overal zal men me om geld vragen! O, dieChristus! Heeft hy dàt ondervonden ... hy met z’n leliën! Had zoo’n lelie vrouw en kinderen? Was er nauwte die ze belette te bloeien ... die ’t haar onmogelyk maakte lelie te zyn?En de laster gaat ook maar al voort. Doch dit zyn byzaken. Als dat geschoonmaak maar voorby was! Ik hoor dagelyks dat ik ’n schelm ben, ’n laaghartige, ’n dief, ’n afzetter ... zóó antwoordtPubliekopMULTATULI’Sboek over de veilingen!Maar dit zou niets zyn—ik verwachtte niet anders—als ik maar ’n plekje kon vinden om rustig aan u te schryven. Op laster had ik gerekend, maar niet op schoonmaken en schilderen.M’n vriend de boekeman biedt my z’n bibliotheekkamer aan. Maar dit gaat niet. Dan moet ik me aankleeden omuittegaan, voor ik kan beginnen te schryven. Op straat zie ik allerlei dingen dieunschönzyn. Dit bederft m’n indrukken. En bovendienal myd ik de slachterswinkels, of de menschen die “zaken” doen, al ontmoet ik geen gepensioneerd resident, geen welvarend kontraktant met principes nà fortuin, al stuit ik nergens op de dikbuikige tevredenheid der braven die koupons knippen van de schuldbrieven hunner deugd ... al werd ik niet bespat door de modder van allerlei roode en gele rytuigen—’t is heel moeielyk,Tine,alleste ontwyken!—dan nog kan ik niet uitgaan om te schryven in die boekekamer.Ik heb om te schryvennégligénoodig, zoo-als Buffon z’n lubben van echte kant. Hy wist zeer goed wat hy zei, met dat: (“le style c’est tout l’homme”28. Zyn styl isgekleed... de myne houdt vansarongenkabaai29, of beter nog, myn styl draagt het matrozenhemd vanGaribaldi... ik hoor dat men aanslagen doet op z’n leven ... dit is natuurlyk! Menschen die zwarte rokken dragen, kunnen geen rood hemd zien, zonder boos te worden als kalkoenen.De meening vanBuffonis zeer juist. Daarom is ookstylzeldzaam, wyl er zoo weinigmenschenzyn.Let maar eens op ... wat klinkklank, wat meer of min afgeronde zinsneden, behoorlyk of onbehoorlyk afgedeeld door kommaas en kommapunten, hier-en-daar ’n nieuwe regel ... waarachtig, als men er niet goed op let, zou men inderdaad van-tyd tot-tyd meenen dat er watinzat. Maar zoodra men nauwkeurig acht geeft, blykt er dat alles neerkomt op watschool.Zielontbreekt ... precies als ’tkarakterdat men te-vergeefs zoekt in de handschriften van al de meisjes die schryven leerden op ’t zelfde instituut. De meisjes schryven deJufvrouwna, en dit doen ook demenschenmet hun styl. Ze schryven de Jufvrouw na!Ieder wil dat ikschryvenzal ... voorPublieknog-al! Welnu, er zyn veel redenen die me hiervan terughouden, maar al was er alleen deze, my dunkt ze moest voldoende wezen:
»In zyn laatste jaren verwyderde Hertog Reinald II zich van zyne gemalinne, die den meesten tyd te Rozendaal doorbracht, welk huis door haar werd vergroot en merkelyk versierd, dus men haar, hoewel verkeerd, de stichting daarvan heeft toegeschreven. Veel was zy ook te Nymegen. Deze verwydering was lang de oorzaak van een aandoenlyk en zonderling tooneel, dat niet lang voor ’s Hertogs dood voorviel. Eleonora was opdragtig en hoog van kleur, dus men haar van melaatschheid beschuldigde, welke ziekte den Hertog tot een voorwendsel verstrekte, zich van bed en tafel te scheiden. Op eenen dag, dat Reinald met een luisterryk gezelschap te Nymegen aan tafel zat, kwam Eleonora, geen ander gewaad aan hebbende dan een fyn zyden hemd, en eenen mantel daar boven, aan elken hand eenen harer zonen, Reinald en Edouard, houdende, de zaal binnentreden. Zy wierp op eens den mantel af, en ontblootte het geheele bovenlyf; toen keerde zy zich in het rond, en sprak, klaaglyk in tranen uitbarstende, tot den Hertog en de omstanders25: »O myn lievehere nu bidde ick uch dat yr van dem gebrechen ind van der kranckheit, die myr so wrevelich is tzo gegeven, dat ick dae mit bevleckt sy, wilt vlyslich ansynen ind ondersoichen; want ich byn as andere vrauen, ind hain gheyn gebrech van der genaden godes in myne lyve. Siet hie syn ure tzwen soene starck ind gesunt, als yr dye siet hier stain vur uren ougen. Ind der weren mit der genade ind hulpe godes waill mere, wer idt sachen dat urent halve gheyn hindernisse dae van gewest ware. By aventuren idt mach noch die tzyt kommen, dat dat Geldresse volk sall beschryven unser twyer scheydinge, so wanne sy syen werden dat sy gheynen lands heren van unseren blode mere hauen.»—Van Berchem verhaalt, dat de Hertog en ’s Lands Edelen van Eleonoraas zuiverheid overtuigd, schaamrood waren, en vervuld werden van droefheid, maar hy voegt er by, dat de Hertog na dat voorval niet lang leefde.»Hierin had die hertog groot gelyk. Doodgaan was ’t beste wat hy doen kon, na ’t verstooten van ’n vrouw die den moed had tot zoo verhevene onkieschheid! Ja, ik begryp hoe er oogenblikken komen, waarin men allen schroom ter-zyde zet, den mantel wegwerpt, het voorkleed wegscheurt, en de borst ontblootende, uitroept: ziet-hier, gy allen, ziet en schaamt u ... ziet hier, of ik melaatsch ben!Ja, ik begryp die vrouw!ZouMULTATULIgedacht hebben aan haar, toen-imyuitkleedde in dat boek? Ach dan vergat hy datEleonorate doen had met “luisterryk gezelschap”—metedel-lieden voorzeker!—enik?OPubliek, op denouderdomvan uwen stamboom heb ik geen aanmerkingen! Ik erken dat gy lynrecht afstamt van de drie vrienden die den armenJobsarden met hun onbeproefde deugd. Maar wat uwen adel aangaat ...BesteTine, tracht u nog wat staande te houden. Ik heb gehoord dat er ’n nieuwe Gouverneur-Generaal benoemd is voor de Oost. ’t Is toch te erg dat gy niet zoudt eten, en de kinderen! Daarom ... zie wat ik van daag schryf aan den Minister van Kolonien. Kan ik meer voor u doen, dan me te willen verhuren als ambtenaar? En ... ge zult zien ... dat zou me nog worden aangerekend als ’n gunst!Excellentie!“Ik verneem dat de benoeming van Gouverneur-Generaal van Indie geschied is. Ik heb hierop gewacht om uwe Excellentie ...LieveTine, wat is dat vervelend! Ge ziet wat ik uitsta voor u en de kinderen!. . ,om uwe Excellentie, in verband met vroegere gesprekken te vragen, of er thans geen gelegenheid bestaan zoude, op eene het Gouvernement en my waardige wyze, gebruik te maken van myn denkbeelden in verband ...Dat ik weer zeg: “in verband” is om den Minister in den waan te brengen dat ik ’n officieelen styl schryf.... in verband met de aanspraken die ik meen verworven te hebben door veellydenen in overeenstemming met de belangen van den Lande?Van den Landeklinkt goed. Ik ben van plan dit woord intevoeren als nominatief zelfs. “Den Lande” schuift ... ja, er is wat slepends in, als-of er iets afgleed van ’n helling, niet waar?... van den Lande?Het zou myn streven zyn, den nieuwen Gouverneur-Generaal zooveel mogelyk te vrywaren voor den belemmerenden slendergang van den Raad vanIndië, voor de afmattende kommiezery van de algemeene Secretarie, en voor de ambtelyke leugens der residenten.Kan ik meer zeggen? Zie, al kochten ze honderdBeo’sdie floten: “daar is meer ryst dan er ryst is!” dan zouiktoch zoo vry wezen die onmogelyke ryst natemeten!“Om daarin te slagen evenwel, zoude ik by den nieuwen Landvoogd moeten verzekerd zyn van eenige sympathie. Eensdeels wyl zònder dat myn pogingen ydel zouden wezen. Ten andere omdat ik, onbeschermd, weldra zou bezwyken onder de rankune der Indische ambtenary...Den Minister moet het zoo schynen. Hy weet niet dat ik niet bezwyken kàn. Dit ismynzaak,onzezaak,Tine! En al wist hy ’t, ik zou ’t toch niet mooi van hem vinden, daarop te rekenen.... ambtenary.Excellentie, ik heb geweigerd myn pen te leenen aan de voorstanders van den vryen arbeid, schoon die weigering my de ondersteuning ontroofde van de personen die uit den vrywilligen arbeid hun fortuin wisten te persen.Aan den anderen kant heb ik geprotesteerd tegen de, buiten myn weten gestelde, kandidatuur voor de Tweede Kamer, in November of December 1859, omdat ik bemerkte dat de Amsterdamsche behouders ...Heelbehoudendwas ’t niet, dit zult ge zien!... dat de Amsterdamsche behouders van my en myn zaak ’n machine de guerre wilden maken tegen het toenmalig ministerie, in hun verstoordheid over de, later gevallen, spoorwegwet ...Ja, toen werden de behouders weer behoudend, en daarom kostte dat boek over de koffivier gulden, dat ’n zeer onbehoudende uitgaaf is, voor wie ’t koopt.... spoorwegwet.Ik geloof aanspraak te mogen maken op eenige onderscheiding, Excellentie! Myn geheel leven ligt daar, om te antwoorden op de vraag, of die aanspraak ongegrond is? Ik sta geen systeem voor ...Ze kunnen my niet gebruiken,Tine... dat zult ge zien. “Geen systeem dus ...... ik stryd tegen misbruiken inallesystemen ...Dat wil zeggen datiedertegen my is, diebelangheeft by de misbruiken.Ik ben zeker dat ik nooit antwoord kryg.Dit is myn geheele politiek, en ik geef Uwe Excellentie eerbiedig dringende in overweging, my in-staat te stellen die politiek, gesteund door een vasten wil, en eenige bekwaamheden die de Natie my wel wil toekennen, op wettelyke wyze ten nutte van den Lande aan-te-wenden.Ik heb de eer met ware hoogachting te zyn, enz.Amsterdam, 25 Juni 1861.Ziet ge,Tine, zóó heb ik geschreven. Zeg nu eens dat ik geen praktisch mensch ben, en dat ik niet m’n best doe voor u en de kleinen!Ambtenaar van ’t Neerlands-Indisch Gouvernement! O God,ikambtenaar! Ik ril als ik denk aan de zeventien jaren die ik ambtenaarde!Maar wat is dat toch voor ’n familieKappelman? Ik begryp er niets van. ’t Zal ’n mystifikatie wezen. Ik zou u ’n heel pak brieven kunnen zenden, die ik van de familie ontving, maar ik laat het, om de port. ’t Schynt dat iemand in myn naam ’t hof maakt aan allerlei meisjes, en ze de hoofden op hol helpt. Ge weet dat ik nooit zoo-iets doe. Men scheldt me vreeslyk uit, en dreigt my met Gods toorn, op de wys vanHebreënzóóveel! Is dit niet heel onaangenaam! Ik denk dat het ’n complot is van de Jezuïten, die met de élektriciteit, de schuld dragen van alles wat men niet begrypt. In een der brieven staat, dat men myn korrespondentie heeft ontdekt met ’n meisje, of met meisjes ... gekheid! Ik korrespondeer met niemand dan met u ... en den minister, zooals ge gezien hebt. Ik vermoei me vruchteloos met zoeken naar den draad van die intrigue. ’t Zal waarschynlyk ten-doel hebben my te diskrediteeren, en Publiek’n voorwendsel te bezorgen om my te minachten, als ’n onpraktisch mensch. Lieve hemel, den heelen dag zit ik te tobben over de vraag hoe ik u en de kinderen in ’t leven zal houden ... hoe ik u ’n woning zal bezorgen die wat minder ongezond is ... hoe ik ’t moet aanleggen om ’t huis te komen, zonder ’t aantezien dat gy gebrek lydt ... en daar gaan ze nu vertellen dat ik brieven schryf aan meisjes! Ik zal er ’n politiezaak van maken, als ’t niet ophoudt.Ik heb ’n Staatsblad geleend en daarin studeer ik vlytig.Ook heb ik eens nagezien, hoelang ik daar-ginds zou moeten meeloopen om pensioen tekrygen. Dat zou prettig wezen,Tine! Verbeeld u eens dat er zekerheid was, onzen kinderen áltyd het noodige te kunnen geven! Ik heb er onlangs den minister over gesproken, maar ’t kan niet, omdat ik uit walging m’n eervol ontslag heb genomen, en niet infaam ben weggejaagd. We moeten dus geduld hebben,Tine! Nu, dit hebt ge!Ik ben nog in verbystering over al dieKappelmannen. Begryptgyer iets van?VAN TINE AAN FANCY.Zie eens wat hy schryft. Geen woord over U! Wat beduidt dit?AAN TINE.Weer wat nieuws! Ge zult vreemd staan te kyken als ge dat hoort! Ze leggen ’t er op toe, me gek te maken, en dit is heel inkonsequent van de velen die zoo lang reeds zeggen dat ik ’t ben. Daar hoor ik weer dat ik niet minnebrievenschryfmaar ze laatdrukken, en let wel ... dat ik ze drukken laat ten voordeele van ’n arm huisgezin! Voor u,MaxenNonnie... meent ge! Neen, neen, voor ’n onbekend gezin, voor menschen wier naam ik niet weet, menschen die ik nooit gezien heb! ’t Idee is nieuw ...faire l’amour par charité!Hadt ge zooveel fantasie verwacht in Publiek? Me dunkt ... ja, als Publiek zelf eens ’n roman schreef.Ik heb ook lust om te schryven, maar romans niet. Ik wou graag dat boek koopen vanMoney. Ik gis dat het besteld werk is voor rekening van de firmaBato Saldig & Co. en vertrouw dat ik in de meeste punten met dien Mr.Moneyeens kan wezen. Ik heb geen geld om ’t boek te koopen, maar uit de analyse die ik las in de Amsterdamsche Courant, begryp ik heel goed hoe hy aantoont dat de Hollanders zoo veel halen uit Indië,als maar eenigszins mogelyk is. Wat wil men meer?Il prêche des convertis.Hy wint z’n pleit vóór hy begon. Maar ik vind dat die firma zoo’n werk niet had hoeven te bestellen in ’t Buitenland. ’t Ware goedkooper geweest daarover natelezen watMultatulischryft in z’n boek over de veilingen:Doch daar kwamen vreemdelingen uit het Westen, die zich heer maakten van het land. Ze wenschten voordeel te doen met de vruchtbaarheid van den bodem, en gelasten den bewoner, een gedeelte van z’n arbeid en van z’n tyd toetewyden aan het voortbrengen van andere zaken, die meer winst zouden afwerpen op de markten vanEuropa. Om den geringen man hiertoe te bewegen was niet meer noodig dan ’n zeer eenvoudige staatkunde. Hy gehoorzaamt z’n hoofden: men had dus slechts die hoofden te winnen door hun ’n deel toetezeggen van de winst ... en het gelukte volkomen.Als men let op de ontzettende massa Javasche produkten, die in Nederland worden te-koop geveild, kan men zich overtuigen van hetDOELTREFFENDEdezer staatkunde ...Is ’t te betreuren dat ze, na zulke hulde uit den mond van iemand, die toch de Nederlanders nietschyntte vleien, nogEngelschehulde noodig hebben? De firmaB. S. & Co.lykt wel ’n schryver, die nooit genoeg wordt geprezen naar z’n zin. Ik spreek by ondervinding. En nog zeggen ze datikydel ben en hoogmoedig!Het is puur om boos te worden op dien Engelschman, die daar zoo geheel onbevoegd zich belast heeft met het pryzen van de godvreezende Nederlanders. O, hadden ze ’tmyopgedragen!Hollandstaat ver boven den lof van alleMoney’s! Wat kan zoo’nMoneyweten van al de verdiensten ... neen, dit wordt ’n woordspeling. Maar om nu te bewyzen hoe verkeerd men deed nietmyte belasten met het blazen van de trompet, ziehier.Moneyspreekt:“O, godzalige Nederlanders, m’n Engelsch hart is verliefd op uwGESCHIKTHEID26.Waarmee zal ik u vergelyken? Hoe zal ik lucht geven aan de bewondering die me ontengelst en ontmoneyt? Zyt ge als de roos....Cantique tout pur!“Zyt ge als de roos ... neen dit gaat niet! Ge zyt als de trouwe herder die z’n schaapjes scheert....Ik: GeVILTze!Moneyweer:“Ge zyt als de dorstige reiziger, die water drinkt uit de vriendelyke bron ...Ik: Water? Reiziger? Drinken? Deugt niet! Dat drinken isZUIGEN, die reiziger is ’nVAMPIER, en dat water isBLOED!Ge ziet, besteTine, dat men verkeerd deed, lof te bestellen in ’t buitenland. Men is schryver of men is ’t niet,que diable! Er zyn gedurig tentoonstellingen van nyverheid. Welnu, ik ben van plan dien Engelschen trompetter op de eerste tentoonstelling eens te laten hooren, hoeikde trompet blaas! ’t Zou my niet verwonderen, als ik terstond bestellingen kreeg op m’n deuntjes, vooral daar er in Engeland schaarste is aan lof over de manier van regeeren inBengalen, waar telkens hongersnood woedt... precies of ’t inLebaklag.En zondermyngroot talent—dat wat te duur zou wezen voor de bekende firma, die zuinig is in ’t betalen van inlandsch fabrikaat—men had veel eenvoudiger te-recht kunnen komen, en goedkooper, jageheelkosteloos! Laat ons zuiver redeneeren: wat begeert de Natie? Een certificaat dat ze daar-ginder goed en voordeelig huishoudt. Welnu, hiertoe behoeft geen letter op ’t papier gezet te worden; al de bewysstukkenzynin orde, en ik zal ze—kosteloos!—toonen aanEuropa.De zaak is heel eenvoudig. Wat bevolkingsstaten vóór en na ’n hongersnood! En de konklusie? Het verlangd certificaat? Wel, dit kan ieder zelf opmaken uit de eenvoudige cyfers.Daar waren in ’t jaar zóóveel, zooveel menschen.Daar waren, een jaar later, zóóveel menschen.’t Verschil is gestorven.Ze hadden geen ryst, omdat zy voor de firma B. S. & Co. koffi, suiker en indigo moesten planten.Die koffi, suiker en indigo is voordeelig verkocht voor rekening van gezegde firma.Ziehier hoeMultatuli’t zegt:«Als men let op de ontzettende massa Javasche produkten, die in Nederland worden te-koop geveild, kan men zich overtuigen van hetDOELTREFFENDEdezer staatkunde, al vindt men ze niet edel. Want mocht iemand vragen, of de landbouwer zelf ’n belooning geniet, evenredig met die uitkomst, dan moet ik hierop ’n ontkennend antwoord geven. De Regeering verplicht hem, opzyngrond aan te kweeken watháárbehaagt. Ze straft hem, als hy het aldus voortgebrachte verkoopt aan wien het ook zy, buiten hààr, enzyzelfbepaalt denprys, dien ze hem daarvoor uitbetaalt. De kosten op den overvoer naar Europa, door bemiddeling van een bevoorrecht handelslichaam, zyn hoog ... de aanmoedigingsgelden van de hoofden bezwaren daarenboven den inkoopsprys ... en daar toch ten slotte de geheele handel winst afwerpenmoet, kan deze winst niet anders worden gevonden, dan doorjuist zóóveel uittebetalen aan den Javaan, dat hy niet sterve van honger, hetgeen de voortbrengende kracht der natie verminderen zou.Ook aan de Europeesche beambten wordt ’n belooning uitbetaald in evenredigheid met de opbrengst.Wèl wordt dus de arme Javaan voortgezweept door dubbel gezag ... wèl wordthy afgetrokken van z’n rystvelden ... wèl is hongersnood vaak het gevolg van deze maatregelen ... doch vroolyk wapperen, teBatavia, teSamarang, teSoerabaia, tePassaroean, teBezoeki, teProbolingo, tePatjitan, teTjilatjap, de vlaggen aan boord der schepen welke beladen worden met de oogsten die Nederland ryk maken.Hongersnood? Op het ryke,vruchtbare Java,hongersnood? Ja, lezer, voor weinige jaren zyn geheele distrikten uitgestorven van honger! Moeders boden haar kinderen te-koop voor spyze! Moeders hebben hare kinderen gegeten ...Maar toen heeft zich het Moederland met die zaak bemoeid. In de raadzalen der volksvertegenwoordiging is men daarover ontevreden geweest, en de toenmalige Landvoogd heeft bevelen moeten geven, dat men de uitbreiding der dusgenaamdeEuropesche-marktproduktenvoortaan niet weder zou voortzettenTOT HONGERSNOOD TOE....»Die lieve vertegenwoordiging!NIET WEER TOT HONGERSNOOD TOE!Ik verzeker u dat er na dien tyd inderdaad eenige Javanen in ’t leven zyn gebleven.En andere certificaten! Sedert eenige jaren bemoeien zich velen met Indie. Die “velen” kunnen onderscheiden worden in twee hoofdsoorten, deBehoudersen deLiberalen. Behouders zyn de personen die gaarne zoo veel mogelyk voordeel trekken uit Indie. En liberaal noemt men de zoodanigen die gaarne uit Indie voordeel trekken,.. zoo veel mogelyk. Ziedaar ’t verschil, dat zich oplost in treffende gelykheid. Maar deze overeenstemming openbaart zich nog duidelyker in de gelykluidendheid van de scheldwoorden, die ze elkaar naar ’t hoofd werpen. Welnu ze zyn beiden volkomen in hun recht. Het is volkomen waar, wat de liberalen zeggen:de behouders zuigen Indie uit... maar even eerbiedwaardig is de oprechtheid, waarmee de Behouders de eer van ’t uitzuigen toekennen aan de Liberalen.Deze wederzydsche getuigenissen van goed gedrag had de firma aan Europa kunnen voorleggen, en ’t heele boek van dien fameuzen Mr.Moneyhad achterwege kunnen blyven.Het eenige verschil misschien ligt hierin, dat de Behouders goedkoope spoorwegen willen bouwen, en dat de Liberalen veel geld begeeren om in-staat te wezen hun plaatsen te betalen op spoorwegen die met eigen geld betaald, en dus duurder zyn.Maar dit is van ondergeschikt belang. Als ik ’n keuze doenmoest, zou ik de zyde kiezen van ’t Behoud, om deze redenen. Ten-eerste: ’t een belet het ander niet. Men kan zeer goed spoorwegen bouwen van gestolen geld, en bovendien zorgen dat de gepensioneerde residenten tóch ryk zyn. Ten-andere: op goedkoop spoor kan ookikmeeryden, en dit zou ’t geval niet wezen, wanneer de Liberalen hun zin hadden. Ik begryp dat de vry-arbeiders zeer dankbaar en tevreden zyn, maar wanneer de firmaB. S. & Co, haar rails betalen moest uit eigen middelen, zou ’t me weinig helpen dat deDroogstoppels,Slymeringen,kontraktanten,industrieelen,planters, of hoe ze allen heeten mogen, by-machte zyn gebruik te maken van ’n vervoermiddel, dat dante duur zou wezen voor ieder ander, diegeenfortuin had gemaakt in liberale koffi en tabak.Ziedaar, waarom ik me voorloopig aansluit by de Behouders. Veel hecht ik er evenwel niet aan. ’t Zyn byzaken. In de hoofdzaak komt alles hierop neer, dat Indie op ’n zeer voordeelige wyze geëxploiteerd wordt, en datMoneyonnoodig moeite deed.Maar dit aansluitenbydepartyvan Behoud, is van myn kant niet zóó hartelyk, dat ik kans hebben zou door haar ontvangen te worden met wat vriendschap. Integendeel. De Behouders obstineeren zich my aantezien voor liberaal, even als de liberalen ’t omgekeerde. Hiervan heb ik veel verdriet, want nu word ik uitgescholden en belasterd door beide partyen, en dit is te veel. Ik had maar te kiezen, ge weet het. Nu ik niet gekozen heb....Lieve hemel, zou er geenderdeparty te scheppen wezen? Een party die eenvoudig de meening voorstond, dat men den Javaan niet moet mishandelen? ’t Is ’n excentriek idee, dit erken ik, doch zoodra er weer ’n plaats open komt in die Tweede-Kamer, zal ik dat toch eens beproeven. Maar,Tine, ik vrees dat ik niet slagen zal, omdat ik geensysteemheb, en geenpolitieke beginselen,zoo-als ze ’t noemen wanneer iemand altyd stemt met dezelfdeparty, onverschillig of hy dezaakdie behandeld wordt goed vindt of niet. Ook zie ik geen kans geleerdheid te plaatsen in myn beroep op de kiezers. Toch zal ik m’n stuk maar terstond schryven, dan ben ik gereed zoodra ’t noodig wezen zal. Maar ik hoop dat ze mynietkiezen, want, verbeeld u, dan zou ik al die redevoeringen moeten aanhooren over dewyzewaaropde Javaan behoort te worden uitgezogen! En wanneer ik daarby meesmuilde, zou de voorzitter my tot de orde roepen, en klagen over myn tuchteloosheid! Ik zou me moeten aanstellen als-of ik luisterde naar ’t spreken van den heerDuymaer van Twist, wanneer hy redeneert over “Indische zaken” en “VryenArbeid”. Want dit doet hy soms. Is ’t niet komiek? Die Tweede-Kamer zou my ’n ware pynkamer wezen. Maaralsze my kiezen, ga ik! Ge weet watLutherzei? “Al waren er zooveel Gouverneurs-Generaal als dakpannen, enz,”Zie-hier wat ik in zoo’n geval schryven zou:Brief aan de Kiezers van Nederland.Kiezers! Ik heb u iets te zeggen dat zeer eenvoudig is, en dat ge daarom wellicht niet terstond zult begrypen. Maar om ’t u niet al te moeielyk te maken, zal ik de zaak die ik u wil voorstellen, behandelen van den oorsprong af. Ik beweer geenszins meer te weten dan gy. Verwacht dus niets nieuws.In den regel bemoeit gy u weinig met de publieke belangen. Laat ons eens nagaan, of ge hieraan wèl doet.Gy hebt behoefte aan orde, aan veiligheid. Ge betaalt vele personen om in uwen naam die orde te handhaven, en die veiligheid te verzekeren. Ik hoor u wel eens klagen over te hooge belastingen—en ik vind dat gy gelyk hebt in die klachten—maar aan den anderen kant waardeert ge niet genoeg het genot dat u ten-deel valt door de zekerheid van personen en goederen. Alle menschelyke zaken zyn gebrekkig, en onder die zaken is er misschien geene die moeielyker te zuiveren is van gebreken, dan het bestuur eener maatschappy.Het is evenwel, dunkt me, plicht te zorgen, dat dit bestuurzooveel mogelyknadere tot de volmaaktheid.In zóóverre is het jammer, dat u door vele samenloopende omstandigheden ’n Regeering is te-beurt gevallen, dieover het algemeengeenszins onderdoet voor de Regeering der meeste andere volken. Gy bezit een gepaste maat van vryheid. Geen dwingeland neemt u ’t moeielyk verdiend, of gemakkelyk gewonnen, geld af. Men zet u niet in de gevangenis, zonder dat ge ’t er naar maakt. Men dwingt u niet tot goddienen op ’n manier die u niet aanstaat. Men roept uw kinderen niet van hun werk, om ze noodeloos kunsten te leeren met ’n geweer ...Ja, de militiewet bestaat nog, maar dit zal zoo nietblyven.... hoe het zy, alles saamgenomen, hebt ge geen sterksprekende redenen tot ontevredenheid, en hierdoor zyt ge onverschillig geworden voor de openbare zaak.Maar hebt gy u wel eens voorgesteld dat dit allesanderswezen kon? Wanneer uw verbeelding te-kort schiet in deze voorstelling, lees dan de geschiedenis na! En vèr behoeft ge niet te gaan. Ons eigen land heeft by herhaling te doen gehad metslechteRegeeringen.Ik geloofnietalles wat men zegt vanPhilipsden tweede. Maar neem eens de helft voor waar aan ... ’n derde ... ’n kleiner gedeelte nog ... en stel u de vraag voor, hoe ’t u smaken zou, als we weder moesten geregeerd worden op ’n wyze als die welke hy zich veroorloofde.Dit zoudt ge niet begeeren. Ik ook niet. En haasten wy ons hierby te voegen, dat er voor ’t terugkeeren van zulk wanbestuur geen gevaar is.Wat stelde dienPhilipsin-staat ons arm landje te teisteren als hy deed? Macht! De mogelykheid om eigenwilte stellenboven de wet. Of wel:verkeerdhedenin die wet. En, ten-laatste, maar vooral:gebrek aan wetten.Want ... wat niet verboden is, wordt als geoorloofd beschouwd. Wanneer de Fransche koningen waren gebonden geweest door ’n bepaling“dat niemand mag worden onttrokken aan zyn natuurlykenrechter,” zouden zy zich hebben moeten onthouden van ’t genoegen, iemand die hun mishaagde naar de Bastille te zenden alleenomdathy hun mishaagde.Nu geloof ik gaarne dat vele koningen ook zonder zulke wetten zich zouden vermaken op andere wyze ... maar ik vind het toch geruster en kalmer, dat men in zulke gevallen niet afhange vansmaak.Het zyn dewettenalzoo die ons beschermen tegen ’n misbruiken van het gezag, dat men wel genoodzaakt is dezen en genen in handen te geven in ’t algemeen belang.Wie maken deze wetten? De koning laat ze, in zyn naam, aan het volk voorstellen door z’n ministers. Keurt het volk de voorgestelde wet goed, dan gaat ze dóór, en wordt van kracht.Keurt het volk de wetnietgoed, dan maken de ministers een nieuwe wet ... of gaan naar de baden.Het spreekt vanzelf dat zoo’n inrichting geheel ontbrak in den tyd vanPhilips. Wanneer hy aan het volk gevraagd had, of ’t genoegen nam in al dat moorden en branden, in die geloofsvervolging, in ’t betalen van de vele zóóveelste penningen—ja, dat vooral!—dan had het volk “neen” gezegd, en de hertog vanAlvaware naar de baden gegaan, tot groot relief van de 30.000 menschen die hy nu heeft laten ombrengen in weinig jaren tyds. ’t Was te veel, waarachtig!Wetten kunnen dus nuttig zyn. Maar opdat ze ’t niet alleenkunnen, maar inderdaadzyn, behooren de wettengoedte wezen.Het beoordeelen van de voorgestelde wetten is dus van groot gewicht, en ’n volk dat zich daarmee weinig of niet bemoeit handelt verkeerd en tegen z’n eigen belang.Eigenlyk moet het verdrietig wezen voor ’n koning, die gedurig vraagt: “vindt gy lieden die wet goed?” als hy telkens bemerkt dat het volk zelf,in wiens belang die vraag geschiedt, niet eens de moeite neemt zich met die zaken intelaten, en door verregaande onverschilligheid toont onmondig te wezen.Als de konklusie niet al te streng klonk, zou ik byna zeggen: zulk ’n volk verdiende datAlvaterugkeerde van de baden.Deze onverschilligheid blykt evenwel gedurig uit de wyze waarop gylieden u van uwen plicht kwyt, by de verkiezing der personen die u tot het beoordeelen der voorgestelde wetten vertegenwoordigen ... of, beter gezegd, in de wyze waarop gy u van dien plichtnietkwyt.’t Is reeds te betreuren dat men spreken moet vanplicht, waar ’t geldt:de uitoefening van een recht.Indien ge waart overgeleverd aan een despoot die eigen wilvoor recht liet gaan, zonder den wil des volks eenig aandeel te geven in de beschikking over de algemeene zaak, zoudt ge luid roepen om verlossing. Ge zoudt dien despoot vloeken, te wapen loopen, stryden ... en over eeuwen had ’n nieuw nageslacht nieuwe dapperheden te bezingen van nieuwe voorvaderen.Maar nu gy niet tot weerstand wordt gedrongen door geweldenary, houdt ge u geheel buiten de zaken, als-of die u niet aangingen. Dit is niet goed, Kiezers! M’n bedoeling is thans u opmerkzaam te maken op eenige verkeerdheden, die eerlang zeer nadeelig op uw belangen zullen werken, en u optewekken tot de meening dat men onvoorzichtig doet het oordeel over die belangen op den duur overtelaten aan anderen, zonder—of zonder voldoende—controle.Het lydt geen twyfel dat de welvaart van Nederland voor ’n zeer groot gedeelte afhankelyk is van de voordeelen die wy genieten uit Indie. Zeer onlangs hebt gy in cyfers kunnen nalezen hoeveel gy naar die gewestenuitvoert, en vooral hoeveel geldswaarde die bezittingen produceeren, en op uwe marktaanvoeren27. En nog zyn deze cyfers ’t voornaamste niet. De minder rechtstreeksche maar even zekere voordeelen, die Indie aan Nederland verschaft, bedragen oneindig meer. Staat my toe, dit als bekend te veronderstellen. Het is zoo vaak betoogd—en nooit weersproken!—dat het me inderdaad verdrieten zou, langer stil te staan by iets dat ieder weet.Maar erkent dan ook dat hetverliesvan die voordeelen zeernoodlottig zoude werken op uwe welvaart.Erkent dan ook dat het vanhoog belang is de Oost-Indische bezittingen zóó te besturen, dat de kans van dat verlies gering zy.Erkent alzoo dat geonverstandig doet ... dat gy handelt tegen uw eigene belangen, door zoo lauw te zyn omtrent de wyze waarop die gewesten worden bestuurd.Een groot gedeelte van uwe welvaart hebt ge te danken aan den arbeid van den Javaan. Zonder dien arbeid immers, geen koffi, geen suiker, geen reederyen met alles wat daarmee in-verband staat. Stelt u eens voor—iets onmogelyks natuurlyk—’n onzinnig minister trachtte eene wet te doen aannemen, die de strekking had de Javanen te behandelen, zooals uw voorvaderen werden behandeld doorAlva. Het gevolg zou wezen dat die Javanen—niet zoo spoedig wel-is-waar, omdat ze zeer geduldig zyn, maar in ’t eind zéker toch—zouden opstaan, en het Nederlandsch gezag afschudden. En hiertoe zouden zy geen tachtig jaren behoeven, want ze zyn oneindig sterker in verhouding tot u, dan uw voorouders waren tegen-over Spanje. Bovendienzouden zy hulp ontvangen van buiten, daar er volken en regeeringen zyn, die nayver voelen op uwe welvaart. En nog meer redenen bestaan er, die ’t van belang maken dat de Javaan u genegen zy, of althans niet volstrektvyandiggezind. Het Europeesch evenwicht zal eenmaal verbroken worden ... neen, het zalmeermalenverbroken worden, zoo-als alle evenwichten. De taak der staatslieden is juist hierom zoo zwaar, wyl de Natuur—dat is:alles!—voortdurend in beweging is. Stilstand is onmogelyk. Het embleem der geheele schepping is ’nbaskule... en de politiek maakt hierop geen uitzondering! Wat men evenwicht noemt, is eigenlyk hetstrevennaar evenwicht ... de gelykheid van de som der beweging aan beide zyden van het midden der balans ... het sidderen van den wyzer in het “huisje”. Eénmaal slaat een der beide schalen neer.Wie nu ’t oog slaat op het gewapend parallelisme van de beide hoofdmogendheden inEuropa, zal inzien dat ook hier eenmaal—misschienweldra—een der beide schalen zal nederslaan.Ermoetoorlog komen tusschenFrankrykenEngeland! En wie er aan twyfelt, lette slechts op al de moeite die men zich van weerszyde getroost,om te beletten dat er oorlog kome. Van beide kanten voelt men zich gedurig genoopt de hand uittestrekken om de schaal te stutten. Dit zou niet noodig wezen als het evenwichtnatuurlykware, in stede vankunstmatigengekunsteld. De natuur is sterker dan de kunst, sterker dangekunsteldheidvooral.En ’t onmiddellyk gevolg eener vredebreuk? Ik zal ’t u zeggen, zonder te meenen alweer, dat ik u iets nieuws zeg.Weet ge waarEngelandligt naar het oordeel van den eerstenNapoleon?...Engeland ligt in Indie.En dat ook het hedendaagsche Frankryk met deze geographische kettery behebt is, blykt uit de “verkenningen” die het doet op de—indienzin:Engelsche—kusten, door gedurig expeditiën te zenden naarChina,CochinenMadagaskar. Door de gezantschappen naar het verre Oosten. Door ’t uitlokken van tegenbezoeken ... zie deSiamscheambassade.Maar het zyn niet alleenverkenningen. Reeds voorlang zyn de handen aan ’twerkgeslagen.De doorgraving der landengte vanSuezis voor denhandelen descheepvaartof voordeelig of nadeelig. Deze doorgraving geschiedt onderFranscheninvloed. Indien zenadeeligware, zou zy niemand baten ... en in geval vanvoordeelennut, zou dat reuzenwerk slechts voordeelig zynvoor de eigenaars van Indie,d.i. voorEngelandhoofdzakelyk, en voorNederlandin de tweede plaats. Voorts zou dat voordeel—in mindere mate, maar eenigszins altoos—genoten worden door den handel van denoordelykehavensHamburgenBremen, enz. Maarniet, of althans zeer weinig, zou die doorgraving baten aanFrankryk, een land dat juist het minst met Indie in aanraking is.Toch geschiedt de doorgraving onderFranscheninvloed!Enomgekeerd,Engeland—de Staat die juist by dezen nieuwen handelsweg het grootste belang hebben zou—verzet zich krachtigtegen die doorgraving. Het beweert dat de kosten te hoog zyn om door tollen te kunnen worden gedekt. Het laat door z’n bekwaamste ingenieurs bewyzen, of ... betoogen, dat de heele zaak onmogelyk is—eilieve, waartoe dan het verzet?—dat, al slaagt men in ’t volbrengen van de voorgestelde taak, evenwel het onderhoud te veel bezwaren opleveren zal ... dat men gedurig zal te stryden hebben tegen verzanding. De Engelsche ekonomisten berekenen, dat op ’n lading die uitIndiënaarEuropawordt overgevoerdom de Kaap de Goede Hoop, de rentekosten van tydverlies, verhoogd met het verschil der premiën van verzekering tegen zeegevaar,minderbedragen dan ’t evenredig aandeel dat zoodanige lading, langs dennieuwenweg vervoerd wordende, zou te dragen hebben in de monsterachtige uitgaven voor ’t graven en onderhouden van het Egyptische kanaal.Dit alles leidt nu tot de volgende vreemde konkluziën:Frankrykbesteedt geld en invloed, om ’n werk tot-stand te brengen dat òf onnut is, òfvoordeel zal geven aan z’nMEDEDINGER.Engelandspant zich in om te voorkomen dat erFranschekapitalen verloren gaan in’t bevorderen vanEngelschewelvaart.Had ik niet recht te zeggen dat die konkluziën vreemd zyn?Het getal schepen dat uit de middellandsche zee op Indie vaart, is niet noemenswaardig in vergelyking der koopvaardyvloot die thuis behoort in de meernoordelykehavens van Europa ...Nog eens:Frankrykbrengt vriendschapsoffers aanEngeland, enEngelandwerkt met ongehoorde edelmoedigheid, deze belanglooze hulptegen...Dit zou ’ncombat de générositézyn, ’t geen zooveel zeggen wil als: de geheele zaak is ongerymd en onmogelyk.Hoe dàn! Ik zeide dat Frankryk de kusten peilde van hetEngeland dat in Indië ligt... dat het reeds handen aan ’twerksloeg ...Welnu, de doorgraving der landengte van Suez, nadeelig voorFrankrykuit ’n oogpunt vanHANDEL, is hierom van belang voor dit land, wyl ze,UIT EEN STRATEGISCH OOGPUNT,IndiëverbindtmetBrestenToulon, wyl ze vergelykender-wysIndiëverwydertvanSouthamptonenPortsmouth.Ik hoop, kiezers, dat dit u niet te eenvoudig zal schynen, maar, ’t is me onmogelyk u in deze zaak te onthalen op de minste ingewikkeldheid.InIndiezal eenmaal de stryd gevoerd worden om de wereldheerschappy. Het kanaal van Suez is de loopgraaf by ’n beleg ... geen trekvaart tot het vervoeren van koopwaren. Wel is dit het doellater! Als de heirbaan heeft uitgediend, kan ze strekken tot gemak van de reizigers ... die alsdan hunhomezullen hebben teMarseille, teGenua, teLivorno, teVenetie, teAlexandrie... wantItalieenEgyptezyn in ’t Program begrepen, zooals billyk is.Nieuw? Volstrekt niet! De verandering waarop we ons moeten vooorbereiden, is terugkeer tot ’n vroegeren, toestand die natuurlyker was dan de tegenwoordige. Wanneer men het oog vestigt op de wereldkaart, is ’t inderdaadonnatuurlykdat de Indische produkten, voor ’t grootste gedeelte, om centraal Europa te bereiken, hun weg nemen overLonden,HamburgofAmsterdam. Men zou onrechtvaardig handelen, iemand euvel te duiden dat hy de havens derMiddellandsche zeevoorstelde als genegen en geschikt om terug te keeren tot den toestand dien ze vroeger innamen, en waaruit ze niet dan door zeer buitengewone omstandigheden, verdrongen zyn. Maar men vindt dikwyls vreemd wat natuurlyk is, en we zouden de eenvoudige waarheid met minder inspanning vatten, wanneer we niet van jongs af te veel inspanning ten-koste legden aan ’t leeren, betoogen, over-eenbrengen vasthouden van dingen dienietwaar zyn.Zoodra nu ’tevenwichtwordt verbroken en de stryd alsdan gevoerd zal worden op Indisch terrein, kunnen onze bezittingen niet gespaard blyven. Geen der beide krygvoerende partyen zal de ryke hulpbronnen versmaden, dieInsulindeaanbiedt. Dáár zyn goede oorlogshavens. Dáár is plaats en geschiktheid voor magazynen en hospitalen. Dáár zyn te verkrygen alle levensbehoeften voor legers en vloten. Dáár kan men werven aanleggen tot bouwen en herstellen. Dáár kan men reeden, uitrusten, ademhalen. Dáár kan men fabrieken oprichten van ammunitie. Dáár zyn hulptroepen ...dáár isALLES!Het is in ’t belang van beide partyen, om òfInsulindete nemen voor zichzelf, òf—wat precies hetzelfde is—door bezetting het te beschermen tegen de andere party. Dit laatste is meer gebeurd. En dat we in 1816Javavan de Engelschen hebben teruggekregen, is te danken aan ’n misverstand, onmogelyk voortaan door ’t boek vanMoney. Vroeger meende men datJava’n lastpost was, en thans weet ieder wat daar te halen is.Men droome nu niet vanneutraliteit. Neutraliteit is ’nwoord, niets dan ’n woord, dat alleen kracht heeft zoolang de sterken voordeel zien in de werkeloosheid der zwakken. “Neutraliteit!” is de onverstane kreet van iemand die onder den voet is geraakt in ’n gedrang. Het beroep op neutraliteit doet denken aan ’npré-aux clercsdie zich beklagen zou, gebruikt te worden als vechtterrein. Neutraliteit van kleine staten houdt op, zoodra de grootere—of één van de grootere—behoefte voelen aan het tegendeel.EnFrankrykenEngelandzullen eerlangInsulindenoodighebben! ’t Zal die vraag niet wezen,wietrachten zal het te nemen. De vraag voorNederlandis:of ’t goed is het te laten nemen, door wien ook?Ik vertrouw dat ge volmondigneenzegt op deze vraag.Nederlandsch-Indiezal dusverdedigdmoeten worden.Maar deze verdediging zal zeerzwaarvallen, jaonmogelykwezen, wanneer deinlandschebevolkinggemeenezaak maakt met de aanvallers ... of met de ongeroepenbeschermers, wat kompleet hetzelfde is.En ’t behouden van de Indische bezittingen zalgemakkelykwezen, wanneer de bevolking onssteunt.Van de stemming der bevolking hangt derhalvezeer veelaf.Deze stemming is ’n natuurlyk gevolg van dewyze waarop ze geregeerd wordt.De wyze van bestuur berust op wetten die te ’s Hage door den Koning, na overleg met het volk worden vastgesteld.Gebrek aan belangstelling in die wetten, is alzoo gebrek aan belangstelling in ’t bezit vanIndie... gebrek aan belangstellingin uw eigen welvaart.Hoe is deze belangstelling te toonen? Door het acht geven op de wyze hoe Indie geregeerd wordt, en op de keuze der personen die gy naar den Haag afvaardigt om in uwen naam de wetten te onderzoeken die ’s Konings ministers voorstellen.Ik vind dit alles zeer eenvoudig, kiezers! En duidt me niet ten kwade dat ik u dingen vertel, die vanzelf spreken. Ik heb meermalen opgemerkt ...O, besteTine, dat is niet uittehouden. Verbeeld u dat het huis waarin ik woon, geschilderd wordt. Boven m’n kamer—ik ben gaan kyken—legt men uitgehaakte vensterramen en deuren op den grond, en daarby liggen geknielde mannen diezich vermaken met scherpe driehoekige yzers de verf van die deuren en vensters aftekrabben. Dit noemen zeschilderen! Ze krabben my dol. Ik moet nu dien brief aan de kiezers afbreken. Ik zou anders vreezen daarin dingen te zeggen, die in klank rymen op de driehoekige tonen boven m’n hoofd.’t Is eigenlyk verdrietig dat ’n genie als ik zoo afhangt van allerlei kleinigheden. Ja, dit is heel verdrietig! ’t Is misschien ’n vreemd denkbeeld, maar toch vraag ik dikwyls hoeChristuszich zou gedragen hebben by zinkings of kramp? Hoe, als hy wissels te betalen had gehad, zonder ’t noodige daartoe? En, als hy gelukkig getrouwd was?—’n doodsteek voor ’t genie ... ik leef nog, helaas!—En, als hy z’n voet verstuikt had? En, als ’t was begonnen te regenen in ’t midden van z’n bergrede? En—natuurlyk!—als men óm hem, naast hem, onder hem, had getimmerd, of met yzeren driehoeken hadgeschilderd... lieve hemel, daar beginnen ze weer! Ik ga uit.Neen, dit nog. Ik heb u, geloof ik, reeds geschreven dat ik allerlei malle brieven kryg over dingen die ik niet begryp. Dit houdt nog altyd aan. ’t Is of ze ’t er op toeleggen me razend te maken. Zou ’t een komplot wezen in konniventie met die schilders? En ook ’s nachts heb ik geen rust. In m’n slaap word ik geplaagd door bespottelyke droomen. Meestal zit ik in de war met ’n meisjes-historie. M’n beminde—ja, ja, er is ’n beminde in ’t spel!—plaagt en sart my met ’n haarlok die ik grypen wil, maar nooit vat. Dan vliegt ze heen, en ik voel iets leegs, iets hols ... ’t is me of ik iets verloren heb, dat ik terugvinden moet en wil, maar niet machtig worden kan. Ge weet hoe droomen zyn. Als ik dan wakker word, heb ik pyn in ’t hart. Morgen zal ik u verder vertellen wat ik schryven wil aan de kiezers ...Ja, ja, dieChristuszou schooner zyn, als hymenschwas. De verzinners hebbente veelverzonnen, en gingen het doel voorby.Christusis ’n schildery zonder schaduw. ’t Lichtschyntniet, door gebrek aan bruin.Jobis veel schooner;Jobwasmensch! Hy voelde en leed alsmensch.Jobwerd beproefd alsmensch... O, dieverzoekingvanChristusdoor den duivel beduidt niets. De duivel biedt te weinig. Met zóó’n bod kwam hy niet eens klaar by my die zoo vol gebreken ben, en niets weet van ’n hemel!De koninkryken dezer wereld?Wat is dat voor iemand die oneindig grooter erfdeel te wachten heeft? Men koopt geenRothschildmet ’n paar penningen om. Neen, neen, dat ’s ’n onhandige vertelling. Ik wou toch graag weten of we onsterfelyk zyn? Van tyd tot-tyd denk ik het wel, omdat ik hier zooveel verdriet heb. Maar ... hoe dan al die anderen die minder verdriet hebben?O, die schilders! ...Daar kryg ik waarachtig weer ’n brief dien ik niet begryp—ditmaal van ’n uitgever—lees zelf. Is ’t niet om dol te worden? ’t Is een komplot! Ik weet waarachtig niet wat ze bedoelen met hun geschryf!Ikminnebrieven? Zyn ze gek?’t Hoofd loopt me om! Is dát ’n leven? Ja, ja, we zyn zeker ontsterfelyk! Ik ga uit. Zeg me ofgyiets begrypt van die Kappellui en van dien uitgever met z’n minnebrieven ... en van de ontsterfelykheid? Ja, dàt vooral!Vaarwel, mynTine!VAN EEN UITGEVER.Mynheer! Een fatsoenlyk uitgever houdt zyn woord. Ik heb “minnebrieven” geannonceerd.... het publiek heeft recht op “minnebrieven”. Ik was met u overeengekomen dat ge “minnebrieven” zoudt schryven, en verwacht “minnebrieven”. Het regent bestellingen op de aangekondigde “minnebrieven”. Ik verwacht dus kopy uwer “minnebrieven”, en ’t zou me leed doen als ik u gerechtelyk moest dwingen tot het leveren der door u aan my, en door my aan ’t publiek toegezegdeMINNEBRIEVEN.”VANTINE AAN FANCY.Om godswil,Fancy, waar zyt ge? Laat ge ons alleen?AAN TINE.LieveTine! Ik heb geen plaats om ’t hoofd neerteleggen! Ja ik logeer nog, maar hoe! Nu schoonmaken ze ook, in de meening zeker dat ze wat schoon maken. ’t Is me onmogelyk aan u te schryven ... men vylt, boort, krabt, hamert, schraapt, schuift schuurt, schaaft, schroeft ... o god, ik heb zooveel te doen, en kannietsdoen! Vertrekken kan ik ook niet. Waar zou ik heen? Overal zal men me om geld vragen! O, dieChristus! Heeft hy dàt ondervonden ... hy met z’n leliën! Had zoo’n lelie vrouw en kinderen? Was er nauwte die ze belette te bloeien ... die ’t haar onmogelyk maakte lelie te zyn?En de laster gaat ook maar al voort. Doch dit zyn byzaken. Als dat geschoonmaak maar voorby was! Ik hoor dagelyks dat ik ’n schelm ben, ’n laaghartige, ’n dief, ’n afzetter ... zóó antwoordtPubliekopMULTATULI’Sboek over de veilingen!Maar dit zou niets zyn—ik verwachtte niet anders—als ik maar ’n plekje kon vinden om rustig aan u te schryven. Op laster had ik gerekend, maar niet op schoonmaken en schilderen.M’n vriend de boekeman biedt my z’n bibliotheekkamer aan. Maar dit gaat niet. Dan moet ik me aankleeden omuittegaan, voor ik kan beginnen te schryven. Op straat zie ik allerlei dingen dieunschönzyn. Dit bederft m’n indrukken. En bovendienal myd ik de slachterswinkels, of de menschen die “zaken” doen, al ontmoet ik geen gepensioneerd resident, geen welvarend kontraktant met principes nà fortuin, al stuit ik nergens op de dikbuikige tevredenheid der braven die koupons knippen van de schuldbrieven hunner deugd ... al werd ik niet bespat door de modder van allerlei roode en gele rytuigen—’t is heel moeielyk,Tine,alleste ontwyken!—dan nog kan ik niet uitgaan om te schryven in die boekekamer.Ik heb om te schryvennégligénoodig, zoo-als Buffon z’n lubben van echte kant. Hy wist zeer goed wat hy zei, met dat: (“le style c’est tout l’homme”28. Zyn styl isgekleed... de myne houdt vansarongenkabaai29, of beter nog, myn styl draagt het matrozenhemd vanGaribaldi... ik hoor dat men aanslagen doet op z’n leven ... dit is natuurlyk! Menschen die zwarte rokken dragen, kunnen geen rood hemd zien, zonder boos te worden als kalkoenen.De meening vanBuffonis zeer juist. Daarom is ookstylzeldzaam, wyl er zoo weinigmenschenzyn.Let maar eens op ... wat klinkklank, wat meer of min afgeronde zinsneden, behoorlyk of onbehoorlyk afgedeeld door kommaas en kommapunten, hier-en-daar ’n nieuwe regel ... waarachtig, als men er niet goed op let, zou men inderdaad van-tyd tot-tyd meenen dat er watinzat. Maar zoodra men nauwkeurig acht geeft, blykt er dat alles neerkomt op watschool.Zielontbreekt ... precies als ’tkarakterdat men te-vergeefs zoekt in de handschriften van al de meisjes die schryven leerden op ’t zelfde instituut. De meisjes schryven deJufvrouwna, en dit doen ook demenschenmet hun styl. Ze schryven de Jufvrouw na!Ieder wil dat ikschryvenzal ... voorPublieknog-al! Welnu, er zyn veel redenen die me hiervan terughouden, maar al was er alleen deze, my dunkt ze moest voldoende wezen:
»In zyn laatste jaren verwyderde Hertog Reinald II zich van zyne gemalinne, die den meesten tyd te Rozendaal doorbracht, welk huis door haar werd vergroot en merkelyk versierd, dus men haar, hoewel verkeerd, de stichting daarvan heeft toegeschreven. Veel was zy ook te Nymegen. Deze verwydering was lang de oorzaak van een aandoenlyk en zonderling tooneel, dat niet lang voor ’s Hertogs dood voorviel. Eleonora was opdragtig en hoog van kleur, dus men haar van melaatschheid beschuldigde, welke ziekte den Hertog tot een voorwendsel verstrekte, zich van bed en tafel te scheiden. Op eenen dag, dat Reinald met een luisterryk gezelschap te Nymegen aan tafel zat, kwam Eleonora, geen ander gewaad aan hebbende dan een fyn zyden hemd, en eenen mantel daar boven, aan elken hand eenen harer zonen, Reinald en Edouard, houdende, de zaal binnentreden. Zy wierp op eens den mantel af, en ontblootte het geheele bovenlyf; toen keerde zy zich in het rond, en sprak, klaaglyk in tranen uitbarstende, tot den Hertog en de omstanders25: »O myn lievehere nu bidde ick uch dat yr van dem gebrechen ind van der kranckheit, die myr so wrevelich is tzo gegeven, dat ick dae mit bevleckt sy, wilt vlyslich ansynen ind ondersoichen; want ich byn as andere vrauen, ind hain gheyn gebrech van der genaden godes in myne lyve. Siet hie syn ure tzwen soene starck ind gesunt, als yr dye siet hier stain vur uren ougen. Ind der weren mit der genade ind hulpe godes waill mere, wer idt sachen dat urent halve gheyn hindernisse dae van gewest ware. By aventuren idt mach noch die tzyt kommen, dat dat Geldresse volk sall beschryven unser twyer scheydinge, so wanne sy syen werden dat sy gheynen lands heren van unseren blode mere hauen.»—Van Berchem verhaalt, dat de Hertog en ’s Lands Edelen van Eleonoraas zuiverheid overtuigd, schaamrood waren, en vervuld werden van droefheid, maar hy voegt er by, dat de Hertog na dat voorval niet lang leefde.»
»In zyn laatste jaren verwyderde Hertog Reinald II zich van zyne gemalinne, die den meesten tyd te Rozendaal doorbracht, welk huis door haar werd vergroot en merkelyk versierd, dus men haar, hoewel verkeerd, de stichting daarvan heeft toegeschreven. Veel was zy ook te Nymegen. Deze verwydering was lang de oorzaak van een aandoenlyk en zonderling tooneel, dat niet lang voor ’s Hertogs dood voorviel. Eleonora was opdragtig en hoog van kleur, dus men haar van melaatschheid beschuldigde, welke ziekte den Hertog tot een voorwendsel verstrekte, zich van bed en tafel te scheiden. Op eenen dag, dat Reinald met een luisterryk gezelschap te Nymegen aan tafel zat, kwam Eleonora, geen ander gewaad aan hebbende dan een fyn zyden hemd, en eenen mantel daar boven, aan elken hand eenen harer zonen, Reinald en Edouard, houdende, de zaal binnentreden. Zy wierp op eens den mantel af, en ontblootte het geheele bovenlyf; toen keerde zy zich in het rond, en sprak, klaaglyk in tranen uitbarstende, tot den Hertog en de omstanders25: »O myn lievehere nu bidde ick uch dat yr van dem gebrechen ind van der kranckheit, die myr so wrevelich is tzo gegeven, dat ick dae mit bevleckt sy, wilt vlyslich ansynen ind ondersoichen; want ich byn as andere vrauen, ind hain gheyn gebrech van der genaden godes in myne lyve. Siet hie syn ure tzwen soene starck ind gesunt, als yr dye siet hier stain vur uren ougen. Ind der weren mit der genade ind hulpe godes waill mere, wer idt sachen dat urent halve gheyn hindernisse dae van gewest ware. By aventuren idt mach noch die tzyt kommen, dat dat Geldresse volk sall beschryven unser twyer scheydinge, so wanne sy syen werden dat sy gheynen lands heren van unseren blode mere hauen.»—Van Berchem verhaalt, dat de Hertog en ’s Lands Edelen van Eleonoraas zuiverheid overtuigd, schaamrood waren, en vervuld werden van droefheid, maar hy voegt er by, dat de Hertog na dat voorval niet lang leefde.»
Hierin had die hertog groot gelyk. Doodgaan was ’t beste wat hy doen kon, na ’t verstooten van ’n vrouw die den moed had tot zoo verhevene onkieschheid! Ja, ik begryp hoe er oogenblikken komen, waarin men allen schroom ter-zyde zet, den mantel wegwerpt, het voorkleed wegscheurt, en de borst ontblootende, uitroept: ziet-hier, gy allen, ziet en schaamt u ... ziet hier, of ik melaatsch ben!
Ja, ik begryp die vrouw!
ZouMULTATULIgedacht hebben aan haar, toen-imyuitkleedde in dat boek? Ach dan vergat hy datEleonorate doen had met “luisterryk gezelschap”—metedel-lieden voorzeker!—enik?
OPubliek, op denouderdomvan uwen stamboom heb ik geen aanmerkingen! Ik erken dat gy lynrecht afstamt van de drie vrienden die den armenJobsarden met hun onbeproefde deugd. Maar wat uwen adel aangaat ...
BesteTine, tracht u nog wat staande te houden. Ik heb gehoord dat er ’n nieuwe Gouverneur-Generaal benoemd is voor de Oost. ’t Is toch te erg dat gy niet zoudt eten, en de kinderen! Daarom ... zie wat ik van daag schryf aan den Minister van Kolonien. Kan ik meer voor u doen, dan me te willen verhuren als ambtenaar? En ... ge zult zien ... dat zou me nog worden aangerekend als ’n gunst!
Excellentie!“Ik verneem dat de benoeming van Gouverneur-Generaal van Indie geschied is. Ik heb hierop gewacht om uwe Excellentie ...
Excellentie!
“Ik verneem dat de benoeming van Gouverneur-Generaal van Indie geschied is. Ik heb hierop gewacht om uwe Excellentie ...
LieveTine, wat is dat vervelend! Ge ziet wat ik uitsta voor u en de kinderen!
. . ,om uwe Excellentie, in verband met vroegere gesprekken te vragen, of er thans geen gelegenheid bestaan zoude, op eene het Gouvernement en my waardige wyze, gebruik te maken van myn denkbeelden in verband ...
. . ,om uwe Excellentie, in verband met vroegere gesprekken te vragen, of er thans geen gelegenheid bestaan zoude, op eene het Gouvernement en my waardige wyze, gebruik te maken van myn denkbeelden in verband ...
Dat ik weer zeg: “in verband” is om den Minister in den waan te brengen dat ik ’n officieelen styl schryf.
... in verband met de aanspraken die ik meen verworven te hebben door veellydenen in overeenstemming met de belangen van den Lande?
... in verband met de aanspraken die ik meen verworven te hebben door veellydenen in overeenstemming met de belangen van den Lande?
Van den Landeklinkt goed. Ik ben van plan dit woord intevoeren als nominatief zelfs. “Den Lande” schuift ... ja, er is wat slepends in, als-of er iets afgleed van ’n helling, niet waar?
... van den Lande?Het zou myn streven zyn, den nieuwen Gouverneur-Generaal zooveel mogelyk te vrywaren voor den belemmerenden slendergang van den Raad vanIndië, voor de afmattende kommiezery van de algemeene Secretarie, en voor de ambtelyke leugens der residenten.
... van den Lande?
Het zou myn streven zyn, den nieuwen Gouverneur-Generaal zooveel mogelyk te vrywaren voor den belemmerenden slendergang van den Raad vanIndië, voor de afmattende kommiezery van de algemeene Secretarie, en voor de ambtelyke leugens der residenten.
Kan ik meer zeggen? Zie, al kochten ze honderdBeo’sdie floten: “daar is meer ryst dan er ryst is!” dan zouiktoch zoo vry wezen die onmogelyke ryst natemeten!
“Om daarin te slagen evenwel, zoude ik by den nieuwen Landvoogd moeten verzekerd zyn van eenige sympathie. Eensdeels wyl zònder dat myn pogingen ydel zouden wezen. Ten andere omdat ik, onbeschermd, weldra zou bezwyken onder de rankune der Indische ambtenary...
“Om daarin te slagen evenwel, zoude ik by den nieuwen Landvoogd moeten verzekerd zyn van eenige sympathie. Eensdeels wyl zònder dat myn pogingen ydel zouden wezen. Ten andere omdat ik, onbeschermd, weldra zou bezwyken onder de rankune der Indische ambtenary...
Den Minister moet het zoo schynen. Hy weet niet dat ik niet bezwyken kàn. Dit ismynzaak,onzezaak,Tine! En al wist hy ’t, ik zou ’t toch niet mooi van hem vinden, daarop te rekenen.
... ambtenary.Excellentie, ik heb geweigerd myn pen te leenen aan de voorstanders van den vryen arbeid, schoon die weigering my de ondersteuning ontroofde van de personen die uit den vrywilligen arbeid hun fortuin wisten te persen.Aan den anderen kant heb ik geprotesteerd tegen de, buiten myn weten gestelde, kandidatuur voor de Tweede Kamer, in November of December 1859, omdat ik bemerkte dat de Amsterdamsche behouders ...
... ambtenary.
Excellentie, ik heb geweigerd myn pen te leenen aan de voorstanders van den vryen arbeid, schoon die weigering my de ondersteuning ontroofde van de personen die uit den vrywilligen arbeid hun fortuin wisten te persen.
Aan den anderen kant heb ik geprotesteerd tegen de, buiten myn weten gestelde, kandidatuur voor de Tweede Kamer, in November of December 1859, omdat ik bemerkte dat de Amsterdamsche behouders ...
Heelbehoudendwas ’t niet, dit zult ge zien!
... dat de Amsterdamsche behouders van my en myn zaak ’n machine de guerre wilden maken tegen het toenmalig ministerie, in hun verstoordheid over de, later gevallen, spoorwegwet ...
... dat de Amsterdamsche behouders van my en myn zaak ’n machine de guerre wilden maken tegen het toenmalig ministerie, in hun verstoordheid over de, later gevallen, spoorwegwet ...
Ja, toen werden de behouders weer behoudend, en daarom kostte dat boek over de koffivier gulden, dat ’n zeer onbehoudende uitgaaf is, voor wie ’t koopt.
... spoorwegwet.Ik geloof aanspraak te mogen maken op eenige onderscheiding, Excellentie! Myn geheel leven ligt daar, om te antwoorden op de vraag, of die aanspraak ongegrond is? Ik sta geen systeem voor ...
... spoorwegwet.
Ik geloof aanspraak te mogen maken op eenige onderscheiding, Excellentie! Myn geheel leven ligt daar, om te antwoorden op de vraag, of die aanspraak ongegrond is? Ik sta geen systeem voor ...
Ze kunnen my niet gebruiken,Tine... dat zult ge zien. “Geen systeem dus ...
... ik stryd tegen misbruiken inallesystemen ...
... ik stryd tegen misbruiken inallesystemen ...
Dat wil zeggen datiedertegen my is, diebelangheeft by de misbruiken.
Ik ben zeker dat ik nooit antwoord kryg.
Dit is myn geheele politiek, en ik geef Uwe Excellentie eerbiedig dringende in overweging, my in-staat te stellen die politiek, gesteund door een vasten wil, en eenige bekwaamheden die de Natie my wel wil toekennen, op wettelyke wyze ten nutte van den Lande aan-te-wenden.Ik heb de eer met ware hoogachting te zyn, enz.Amsterdam, 25 Juni 1861.
Dit is myn geheele politiek, en ik geef Uwe Excellentie eerbiedig dringende in overweging, my in-staat te stellen die politiek, gesteund door een vasten wil, en eenige bekwaamheden die de Natie my wel wil toekennen, op wettelyke wyze ten nutte van den Lande aan-te-wenden.
Ik heb de eer met ware hoogachting te zyn, enz.
Amsterdam, 25 Juni 1861.
Ziet ge,Tine, zóó heb ik geschreven. Zeg nu eens dat ik geen praktisch mensch ben, en dat ik niet m’n best doe voor u en de kleinen!
Ambtenaar van ’t Neerlands-Indisch Gouvernement! O God,ikambtenaar! Ik ril als ik denk aan de zeventien jaren die ik ambtenaarde!
Maar wat is dat toch voor ’n familieKappelman? Ik begryp er niets van. ’t Zal ’n mystifikatie wezen. Ik zou u ’n heel pak brieven kunnen zenden, die ik van de familie ontving, maar ik laat het, om de port. ’t Schynt dat iemand in myn naam ’t hof maakt aan allerlei meisjes, en ze de hoofden op hol helpt. Ge weet dat ik nooit zoo-iets doe. Men scheldt me vreeslyk uit, en dreigt my met Gods toorn, op de wys vanHebreënzóóveel! Is dit niet heel onaangenaam! Ik denk dat het ’n complot is van de Jezuïten, die met de élektriciteit, de schuld dragen van alles wat men niet begrypt. In een der brieven staat, dat men myn korrespondentie heeft ontdekt met ’n meisje, of met meisjes ... gekheid! Ik korrespondeer met niemand dan met u ... en den minister, zooals ge gezien hebt. Ik vermoei me vruchteloos met zoeken naar den draad van die intrigue. ’t Zal waarschynlyk ten-doel hebben my te diskrediteeren, en Publiek’n voorwendsel te bezorgen om my te minachten, als ’n onpraktisch mensch. Lieve hemel, den heelen dag zit ik te tobben over de vraag hoe ik u en de kinderen in ’t leven zal houden ... hoe ik u ’n woning zal bezorgen die wat minder ongezond is ... hoe ik ’t moet aanleggen om ’t huis te komen, zonder ’t aantezien dat gy gebrek lydt ... en daar gaan ze nu vertellen dat ik brieven schryf aan meisjes! Ik zal er ’n politiezaak van maken, als ’t niet ophoudt.
Ik heb ’n Staatsblad geleend en daarin studeer ik vlytig.
Ook heb ik eens nagezien, hoelang ik daar-ginds zou moeten meeloopen om pensioen tekrygen. Dat zou prettig wezen,Tine! Verbeeld u eens dat er zekerheid was, onzen kinderen áltyd het noodige te kunnen geven! Ik heb er onlangs den minister over gesproken, maar ’t kan niet, omdat ik uit walging m’n eervol ontslag heb genomen, en niet infaam ben weggejaagd. We moeten dus geduld hebben,Tine! Nu, dit hebt ge!
Ik ben nog in verbystering over al dieKappelmannen. Begryptgyer iets van?
VAN TINE AAN FANCY.
Zie eens wat hy schryft. Geen woord over U! Wat beduidt dit?
AAN TINE.
Weer wat nieuws! Ge zult vreemd staan te kyken als ge dat hoort! Ze leggen ’t er op toe, me gek te maken, en dit is heel inkonsequent van de velen die zoo lang reeds zeggen dat ik ’t ben. Daar hoor ik weer dat ik niet minnebrievenschryfmaar ze laatdrukken, en let wel ... dat ik ze drukken laat ten voordeele van ’n arm huisgezin! Voor u,MaxenNonnie... meent ge! Neen, neen, voor ’n onbekend gezin, voor menschen wier naam ik niet weet, menschen die ik nooit gezien heb! ’t Idee is nieuw ...faire l’amour par charité!Hadt ge zooveel fantasie verwacht in Publiek? Me dunkt ... ja, als Publiek zelf eens ’n roman schreef.
Ik heb ook lust om te schryven, maar romans niet. Ik wou graag dat boek koopen vanMoney. Ik gis dat het besteld werk is voor rekening van de firmaBato Saldig & Co. en vertrouw dat ik in de meeste punten met dien Mr.Moneyeens kan wezen. Ik heb geen geld om ’t boek te koopen, maar uit de analyse die ik las in de Amsterdamsche Courant, begryp ik heel goed hoe hy aantoont dat de Hollanders zoo veel halen uit Indië,als maar eenigszins mogelyk is. Wat wil men meer?Il prêche des convertis.Hy wint z’n pleit vóór hy begon. Maar ik vind dat die firma zoo’n werk niet had hoeven te bestellen in ’t Buitenland. ’t Ware goedkooper geweest daarover natelezen watMultatulischryft in z’n boek over de veilingen:
Doch daar kwamen vreemdelingen uit het Westen, die zich heer maakten van het land. Ze wenschten voordeel te doen met de vruchtbaarheid van den bodem, en gelasten den bewoner, een gedeelte van z’n arbeid en van z’n tyd toetewyden aan het voortbrengen van andere zaken, die meer winst zouden afwerpen op de markten vanEuropa. Om den geringen man hiertoe te bewegen was niet meer noodig dan ’n zeer eenvoudige staatkunde. Hy gehoorzaamt z’n hoofden: men had dus slechts die hoofden te winnen door hun ’n deel toetezeggen van de winst ... en het gelukte volkomen.Als men let op de ontzettende massa Javasche produkten, die in Nederland worden te-koop geveild, kan men zich overtuigen van hetDOELTREFFENDEdezer staatkunde ...
Doch daar kwamen vreemdelingen uit het Westen, die zich heer maakten van het land. Ze wenschten voordeel te doen met de vruchtbaarheid van den bodem, en gelasten den bewoner, een gedeelte van z’n arbeid en van z’n tyd toetewyden aan het voortbrengen van andere zaken, die meer winst zouden afwerpen op de markten vanEuropa. Om den geringen man hiertoe te bewegen was niet meer noodig dan ’n zeer eenvoudige staatkunde. Hy gehoorzaamt z’n hoofden: men had dus slechts die hoofden te winnen door hun ’n deel toetezeggen van de winst ... en het gelukte volkomen.
Als men let op de ontzettende massa Javasche produkten, die in Nederland worden te-koop geveild, kan men zich overtuigen van hetDOELTREFFENDEdezer staatkunde ...
Is ’t te betreuren dat ze, na zulke hulde uit den mond van iemand, die toch de Nederlanders nietschyntte vleien, nogEngelschehulde noodig hebben? De firmaB. S. & Co.lykt wel ’n schryver, die nooit genoeg wordt geprezen naar z’n zin. Ik spreek by ondervinding. En nog zeggen ze datikydel ben en hoogmoedig!
Het is puur om boos te worden op dien Engelschman, die daar zoo geheel onbevoegd zich belast heeft met het pryzen van de godvreezende Nederlanders. O, hadden ze ’tmyopgedragen!Hollandstaat ver boven den lof van alleMoney’s! Wat kan zoo’nMoneyweten van al de verdiensten ... neen, dit wordt ’n woordspeling. Maar om nu te bewyzen hoe verkeerd men deed nietmyte belasten met het blazen van de trompet, ziehier.
Moneyspreekt:
“O, godzalige Nederlanders, m’n Engelsch hart is verliefd op uwGESCHIKTHEID26.Waarmee zal ik u vergelyken? Hoe zal ik lucht geven aan de bewondering die me ontengelst en ontmoneyt? Zyt ge als de roos....
“O, godzalige Nederlanders, m’n Engelsch hart is verliefd op uwGESCHIKTHEID26.Waarmee zal ik u vergelyken? Hoe zal ik lucht geven aan de bewondering die me ontengelst en ontmoneyt? Zyt ge als de roos....
Cantique tout pur!
“Zyt ge als de roos ... neen dit gaat niet! Ge zyt als de trouwe herder die z’n schaapjes scheert....
“Zyt ge als de roos ... neen dit gaat niet! Ge zyt als de trouwe herder die z’n schaapjes scheert....
Ik: GeVILTze!
Moneyweer:
“Ge zyt als de dorstige reiziger, die water drinkt uit de vriendelyke bron ...
“Ge zyt als de dorstige reiziger, die water drinkt uit de vriendelyke bron ...
Ik: Water? Reiziger? Drinken? Deugt niet! Dat drinken isZUIGEN, die reiziger is ’nVAMPIER, en dat water isBLOED!
Ge ziet, besteTine, dat men verkeerd deed, lof te bestellen in ’t buitenland. Men is schryver of men is ’t niet,que diable! Er zyn gedurig tentoonstellingen van nyverheid. Welnu, ik ben van plan dien Engelschen trompetter op de eerste tentoonstelling eens te laten hooren, hoeikde trompet blaas! ’t Zou my niet verwonderen, als ik terstond bestellingen kreeg op m’n deuntjes, vooral daar er in Engeland schaarste is aan lof over de manier van regeeren inBengalen, waar telkens hongersnood woedt... precies of ’t inLebaklag.
En zondermyngroot talent—dat wat te duur zou wezen voor de bekende firma, die zuinig is in ’t betalen van inlandsch fabrikaat—men had veel eenvoudiger te-recht kunnen komen, en goedkooper, jageheelkosteloos! Laat ons zuiver redeneeren: wat begeert de Natie? Een certificaat dat ze daar-ginder goed en voordeelig huishoudt. Welnu, hiertoe behoeft geen letter op ’t papier gezet te worden; al de bewysstukkenzynin orde, en ik zal ze—kosteloos!—toonen aanEuropa.
De zaak is heel eenvoudig. Wat bevolkingsstaten vóór en na ’n hongersnood! En de konklusie? Het verlangd certificaat? Wel, dit kan ieder zelf opmaken uit de eenvoudige cyfers.
Daar waren in ’t jaar zóóveel, zooveel menschen.Daar waren, een jaar later, zóóveel menschen.’t Verschil is gestorven.Ze hadden geen ryst, omdat zy voor de firma B. S. & Co. koffi, suiker en indigo moesten planten.Die koffi, suiker en indigo is voordeelig verkocht voor rekening van gezegde firma.
Daar waren in ’t jaar zóóveel, zooveel menschen.
Daar waren, een jaar later, zóóveel menschen.
’t Verschil is gestorven.
Ze hadden geen ryst, omdat zy voor de firma B. S. & Co. koffi, suiker en indigo moesten planten.
Die koffi, suiker en indigo is voordeelig verkocht voor rekening van gezegde firma.
Ziehier hoeMultatuli’t zegt:
«Als men let op de ontzettende massa Javasche produkten, die in Nederland worden te-koop geveild, kan men zich overtuigen van hetDOELTREFFENDEdezer staatkunde, al vindt men ze niet edel. Want mocht iemand vragen, of de landbouwer zelf ’n belooning geniet, evenredig met die uitkomst, dan moet ik hierop ’n ontkennend antwoord geven. De Regeering verplicht hem, opzyngrond aan te kweeken watháárbehaagt. Ze straft hem, als hy het aldus voortgebrachte verkoopt aan wien het ook zy, buiten hààr, enzyzelfbepaalt denprys, dien ze hem daarvoor uitbetaalt. De kosten op den overvoer naar Europa, door bemiddeling van een bevoorrecht handelslichaam, zyn hoog ... de aanmoedigingsgelden van de hoofden bezwaren daarenboven den inkoopsprys ... en daar toch ten slotte de geheele handel winst afwerpenmoet, kan deze winst niet anders worden gevonden, dan doorjuist zóóveel uittebetalen aan den Javaan, dat hy niet sterve van honger, hetgeen de voortbrengende kracht der natie verminderen zou.Ook aan de Europeesche beambten wordt ’n belooning uitbetaald in evenredigheid met de opbrengst.Wèl wordt dus de arme Javaan voortgezweept door dubbel gezag ... wèl wordthy afgetrokken van z’n rystvelden ... wèl is hongersnood vaak het gevolg van deze maatregelen ... doch vroolyk wapperen, teBatavia, teSamarang, teSoerabaia, tePassaroean, teBezoeki, teProbolingo, tePatjitan, teTjilatjap, de vlaggen aan boord der schepen welke beladen worden met de oogsten die Nederland ryk maken.Hongersnood? Op het ryke,vruchtbare Java,hongersnood? Ja, lezer, voor weinige jaren zyn geheele distrikten uitgestorven van honger! Moeders boden haar kinderen te-koop voor spyze! Moeders hebben hare kinderen gegeten ...Maar toen heeft zich het Moederland met die zaak bemoeid. In de raadzalen der volksvertegenwoordiging is men daarover ontevreden geweest, en de toenmalige Landvoogd heeft bevelen moeten geven, dat men de uitbreiding der dusgenaamdeEuropesche-marktproduktenvoortaan niet weder zou voortzettenTOT HONGERSNOOD TOE....»
«Als men let op de ontzettende massa Javasche produkten, die in Nederland worden te-koop geveild, kan men zich overtuigen van hetDOELTREFFENDEdezer staatkunde, al vindt men ze niet edel. Want mocht iemand vragen, of de landbouwer zelf ’n belooning geniet, evenredig met die uitkomst, dan moet ik hierop ’n ontkennend antwoord geven. De Regeering verplicht hem, opzyngrond aan te kweeken watháárbehaagt. Ze straft hem, als hy het aldus voortgebrachte verkoopt aan wien het ook zy, buiten hààr, enzyzelfbepaalt denprys, dien ze hem daarvoor uitbetaalt. De kosten op den overvoer naar Europa, door bemiddeling van een bevoorrecht handelslichaam, zyn hoog ... de aanmoedigingsgelden van de hoofden bezwaren daarenboven den inkoopsprys ... en daar toch ten slotte de geheele handel winst afwerpenmoet, kan deze winst niet anders worden gevonden, dan doorjuist zóóveel uittebetalen aan den Javaan, dat hy niet sterve van honger, hetgeen de voortbrengende kracht der natie verminderen zou.
Ook aan de Europeesche beambten wordt ’n belooning uitbetaald in evenredigheid met de opbrengst.
Wèl wordt dus de arme Javaan voortgezweept door dubbel gezag ... wèl wordthy afgetrokken van z’n rystvelden ... wèl is hongersnood vaak het gevolg van deze maatregelen ... doch vroolyk wapperen, teBatavia, teSamarang, teSoerabaia, tePassaroean, teBezoeki, teProbolingo, tePatjitan, teTjilatjap, de vlaggen aan boord der schepen welke beladen worden met de oogsten die Nederland ryk maken.
Hongersnood? Op het ryke,vruchtbare Java,hongersnood? Ja, lezer, voor weinige jaren zyn geheele distrikten uitgestorven van honger! Moeders boden haar kinderen te-koop voor spyze! Moeders hebben hare kinderen gegeten ...
Maar toen heeft zich het Moederland met die zaak bemoeid. In de raadzalen der volksvertegenwoordiging is men daarover ontevreden geweest, en de toenmalige Landvoogd heeft bevelen moeten geven, dat men de uitbreiding der dusgenaamdeEuropesche-marktproduktenvoortaan niet weder zou voortzettenTOT HONGERSNOOD TOE....»
Die lieve vertegenwoordiging!NIET WEER TOT HONGERSNOOD TOE!Ik verzeker u dat er na dien tyd inderdaad eenige Javanen in ’t leven zyn gebleven.
En andere certificaten! Sedert eenige jaren bemoeien zich velen met Indie. Die “velen” kunnen onderscheiden worden in twee hoofdsoorten, deBehoudersen deLiberalen. Behouders zyn de personen die gaarne zoo veel mogelyk voordeel trekken uit Indie. En liberaal noemt men de zoodanigen die gaarne uit Indie voordeel trekken,.. zoo veel mogelyk. Ziedaar ’t verschil, dat zich oplost in treffende gelykheid. Maar deze overeenstemming openbaart zich nog duidelyker in de gelykluidendheid van de scheldwoorden, die ze elkaar naar ’t hoofd werpen. Welnu ze zyn beiden volkomen in hun recht. Het is volkomen waar, wat de liberalen zeggen:de behouders zuigen Indie uit... maar even eerbiedwaardig is de oprechtheid, waarmee de Behouders de eer van ’t uitzuigen toekennen aan de Liberalen.
Deze wederzydsche getuigenissen van goed gedrag had de firma aan Europa kunnen voorleggen, en ’t heele boek van dien fameuzen Mr.Moneyhad achterwege kunnen blyven.
Het eenige verschil misschien ligt hierin, dat de Behouders goedkoope spoorwegen willen bouwen, en dat de Liberalen veel geld begeeren om in-staat te wezen hun plaatsen te betalen op spoorwegen die met eigen geld betaald, en dus duurder zyn.
Maar dit is van ondergeschikt belang. Als ik ’n keuze doenmoest, zou ik de zyde kiezen van ’t Behoud, om deze redenen. Ten-eerste: ’t een belet het ander niet. Men kan zeer goed spoorwegen bouwen van gestolen geld, en bovendien zorgen dat de gepensioneerde residenten tóch ryk zyn. Ten-andere: op goedkoop spoor kan ookikmeeryden, en dit zou ’t geval niet wezen, wanneer de Liberalen hun zin hadden. Ik begryp dat de vry-arbeiders zeer dankbaar en tevreden zyn, maar wanneer de firmaB. S. & Co, haar rails betalen moest uit eigen middelen, zou ’t me weinig helpen dat deDroogstoppels,Slymeringen,kontraktanten,industrieelen,planters, of hoe ze allen heeten mogen, by-machte zyn gebruik te maken van ’n vervoermiddel, dat dante duur zou wezen voor ieder ander, diegeenfortuin had gemaakt in liberale koffi en tabak.
Ziedaar, waarom ik me voorloopig aansluit by de Behouders. Veel hecht ik er evenwel niet aan. ’t Zyn byzaken. In de hoofdzaak komt alles hierop neer, dat Indie op ’n zeer voordeelige wyze geëxploiteerd wordt, en datMoneyonnoodig moeite deed.
Maar dit aansluitenbydepartyvan Behoud, is van myn kant niet zóó hartelyk, dat ik kans hebben zou door haar ontvangen te worden met wat vriendschap. Integendeel. De Behouders obstineeren zich my aantezien voor liberaal, even als de liberalen ’t omgekeerde. Hiervan heb ik veel verdriet, want nu word ik uitgescholden en belasterd door beide partyen, en dit is te veel. Ik had maar te kiezen, ge weet het. Nu ik niet gekozen heb....
Lieve hemel, zou er geenderdeparty te scheppen wezen? Een party die eenvoudig de meening voorstond, dat men den Javaan niet moet mishandelen? ’t Is ’n excentriek idee, dit erken ik, doch zoodra er weer ’n plaats open komt in die Tweede-Kamer, zal ik dat toch eens beproeven. Maar,Tine, ik vrees dat ik niet slagen zal, omdat ik geensysteemheb, en geenpolitieke beginselen,zoo-als ze ’t noemen wanneer iemand altyd stemt met dezelfdeparty, onverschillig of hy dezaakdie behandeld wordt goed vindt of niet. Ook zie ik geen kans geleerdheid te plaatsen in myn beroep op de kiezers. Toch zal ik m’n stuk maar terstond schryven, dan ben ik gereed zoodra ’t noodig wezen zal. Maar ik hoop dat ze mynietkiezen, want, verbeeld u, dan zou ik al die redevoeringen moeten aanhooren over dewyzewaaropde Javaan behoort te worden uitgezogen! En wanneer ik daarby meesmuilde, zou de voorzitter my tot de orde roepen, en klagen over myn tuchteloosheid! Ik zou me moeten aanstellen als-of ik luisterde naar ’t spreken van den heerDuymaer van Twist, wanneer hy redeneert over “Indische zaken” en “VryenArbeid”. Want dit doet hy soms. Is ’t niet komiek? Die Tweede-Kamer zou my ’n ware pynkamer wezen. Maaralsze my kiezen, ga ik! Ge weet watLutherzei? “Al waren er zooveel Gouverneurs-Generaal als dakpannen, enz,”
Zie-hier wat ik in zoo’n geval schryven zou:
Brief aan de Kiezers van Nederland.
Kiezers! Ik heb u iets te zeggen dat zeer eenvoudig is, en dat ge daarom wellicht niet terstond zult begrypen. Maar om ’t u niet al te moeielyk te maken, zal ik de zaak die ik u wil voorstellen, behandelen van den oorsprong af. Ik beweer geenszins meer te weten dan gy. Verwacht dus niets nieuws.
In den regel bemoeit gy u weinig met de publieke belangen. Laat ons eens nagaan, of ge hieraan wèl doet.
Gy hebt behoefte aan orde, aan veiligheid. Ge betaalt vele personen om in uwen naam die orde te handhaven, en die veiligheid te verzekeren. Ik hoor u wel eens klagen over te hooge belastingen—en ik vind dat gy gelyk hebt in die klachten—maar aan den anderen kant waardeert ge niet genoeg het genot dat u ten-deel valt door de zekerheid van personen en goederen. Alle menschelyke zaken zyn gebrekkig, en onder die zaken is er misschien geene die moeielyker te zuiveren is van gebreken, dan het bestuur eener maatschappy.
Het is evenwel, dunkt me, plicht te zorgen, dat dit bestuurzooveel mogelyknadere tot de volmaaktheid.
In zóóverre is het jammer, dat u door vele samenloopende omstandigheden ’n Regeering is te-beurt gevallen, dieover het algemeengeenszins onderdoet voor de Regeering der meeste andere volken. Gy bezit een gepaste maat van vryheid. Geen dwingeland neemt u ’t moeielyk verdiend, of gemakkelyk gewonnen, geld af. Men zet u niet in de gevangenis, zonder dat ge ’t er naar maakt. Men dwingt u niet tot goddienen op ’n manier die u niet aanstaat. Men roept uw kinderen niet van hun werk, om ze noodeloos kunsten te leeren met ’n geweer ...
Ja, de militiewet bestaat nog, maar dit zal zoo nietblyven.
... hoe het zy, alles saamgenomen, hebt ge geen sterksprekende redenen tot ontevredenheid, en hierdoor zyt ge onverschillig geworden voor de openbare zaak.
Maar hebt gy u wel eens voorgesteld dat dit allesanderswezen kon? Wanneer uw verbeelding te-kort schiet in deze voorstelling, lees dan de geschiedenis na! En vèr behoeft ge niet te gaan. Ons eigen land heeft by herhaling te doen gehad metslechteRegeeringen.
Ik geloofnietalles wat men zegt vanPhilipsden tweede. Maar neem eens de helft voor waar aan ... ’n derde ... ’n kleiner gedeelte nog ... en stel u de vraag voor, hoe ’t u smaken zou, als we weder moesten geregeerd worden op ’n wyze als die welke hy zich veroorloofde.
Dit zoudt ge niet begeeren. Ik ook niet. En haasten wy ons hierby te voegen, dat er voor ’t terugkeeren van zulk wanbestuur geen gevaar is.
Wat stelde dienPhilipsin-staat ons arm landje te teisteren als hy deed? Macht! De mogelykheid om eigenwilte stellenboven de wet. Of wel:verkeerdhedenin die wet. En, ten-laatste, maar vooral:gebrek aan wetten.
Want ... wat niet verboden is, wordt als geoorloofd beschouwd. Wanneer de Fransche koningen waren gebonden geweest door ’n bepaling“dat niemand mag worden onttrokken aan zyn natuurlykenrechter,” zouden zy zich hebben moeten onthouden van ’t genoegen, iemand die hun mishaagde naar de Bastille te zenden alleenomdathy hun mishaagde.
Nu geloof ik gaarne dat vele koningen ook zonder zulke wetten zich zouden vermaken op andere wyze ... maar ik vind het toch geruster en kalmer, dat men in zulke gevallen niet afhange vansmaak.
Het zyn dewettenalzoo die ons beschermen tegen ’n misbruiken van het gezag, dat men wel genoodzaakt is dezen en genen in handen te geven in ’t algemeen belang.
Wie maken deze wetten? De koning laat ze, in zyn naam, aan het volk voorstellen door z’n ministers. Keurt het volk de voorgestelde wet goed, dan gaat ze dóór, en wordt van kracht.
Keurt het volk de wetnietgoed, dan maken de ministers een nieuwe wet ... of gaan naar de baden.
Het spreekt vanzelf dat zoo’n inrichting geheel ontbrak in den tyd vanPhilips. Wanneer hy aan het volk gevraagd had, of ’t genoegen nam in al dat moorden en branden, in die geloofsvervolging, in ’t betalen van de vele zóóveelste penningen—ja, dat vooral!—dan had het volk “neen” gezegd, en de hertog vanAlvaware naar de baden gegaan, tot groot relief van de 30.000 menschen die hy nu heeft laten ombrengen in weinig jaren tyds. ’t Was te veel, waarachtig!
Wetten kunnen dus nuttig zyn. Maar opdat ze ’t niet alleenkunnen, maar inderdaadzyn, behooren de wettengoedte wezen.
Het beoordeelen van de voorgestelde wetten is dus van groot gewicht, en ’n volk dat zich daarmee weinig of niet bemoeit handelt verkeerd en tegen z’n eigen belang.
Eigenlyk moet het verdrietig wezen voor ’n koning, die gedurig vraagt: “vindt gy lieden die wet goed?” als hy telkens bemerkt dat het volk zelf,in wiens belang die vraag geschiedt, niet eens de moeite neemt zich met die zaken intelaten, en door verregaande onverschilligheid toont onmondig te wezen.
Als de konklusie niet al te streng klonk, zou ik byna zeggen: zulk ’n volk verdiende datAlvaterugkeerde van de baden.
Deze onverschilligheid blykt evenwel gedurig uit de wyze waarop gylieden u van uwen plicht kwyt, by de verkiezing der personen die u tot het beoordeelen der voorgestelde wetten vertegenwoordigen ... of, beter gezegd, in de wyze waarop gy u van dien plichtnietkwyt.
’t Is reeds te betreuren dat men spreken moet vanplicht, waar ’t geldt:de uitoefening van een recht.
Indien ge waart overgeleverd aan een despoot die eigen wilvoor recht liet gaan, zonder den wil des volks eenig aandeel te geven in de beschikking over de algemeene zaak, zoudt ge luid roepen om verlossing. Ge zoudt dien despoot vloeken, te wapen loopen, stryden ... en over eeuwen had ’n nieuw nageslacht nieuwe dapperheden te bezingen van nieuwe voorvaderen.
Maar nu gy niet tot weerstand wordt gedrongen door geweldenary, houdt ge u geheel buiten de zaken, als-of die u niet aangingen. Dit is niet goed, Kiezers! M’n bedoeling is thans u opmerkzaam te maken op eenige verkeerdheden, die eerlang zeer nadeelig op uw belangen zullen werken, en u optewekken tot de meening dat men onvoorzichtig doet het oordeel over die belangen op den duur overtelaten aan anderen, zonder—of zonder voldoende—controle.
Het lydt geen twyfel dat de welvaart van Nederland voor ’n zeer groot gedeelte afhankelyk is van de voordeelen die wy genieten uit Indie. Zeer onlangs hebt gy in cyfers kunnen nalezen hoeveel gy naar die gewestenuitvoert, en vooral hoeveel geldswaarde die bezittingen produceeren, en op uwe marktaanvoeren27. En nog zyn deze cyfers ’t voornaamste niet. De minder rechtstreeksche maar even zekere voordeelen, die Indie aan Nederland verschaft, bedragen oneindig meer. Staat my toe, dit als bekend te veronderstellen. Het is zoo vaak betoogd—en nooit weersproken!—dat het me inderdaad verdrieten zou, langer stil te staan by iets dat ieder weet.
Maar erkent dan ook dat hetverliesvan die voordeelen zeernoodlottig zoude werken op uwe welvaart.
Erkent dan ook dat het vanhoog belang is de Oost-Indische bezittingen zóó te besturen, dat de kans van dat verlies gering zy.
Erkent alzoo dat geonverstandig doet ... dat gy handelt tegen uw eigene belangen, door zoo lauw te zyn omtrent de wyze waarop die gewesten worden bestuurd.
Een groot gedeelte van uwe welvaart hebt ge te danken aan den arbeid van den Javaan. Zonder dien arbeid immers, geen koffi, geen suiker, geen reederyen met alles wat daarmee in-verband staat. Stelt u eens voor—iets onmogelyks natuurlyk—’n onzinnig minister trachtte eene wet te doen aannemen, die de strekking had de Javanen te behandelen, zooals uw voorvaderen werden behandeld doorAlva. Het gevolg zou wezen dat die Javanen—niet zoo spoedig wel-is-waar, omdat ze zeer geduldig zyn, maar in ’t eind zéker toch—zouden opstaan, en het Nederlandsch gezag afschudden. En hiertoe zouden zy geen tachtig jaren behoeven, want ze zyn oneindig sterker in verhouding tot u, dan uw voorouders waren tegen-over Spanje. Bovendienzouden zy hulp ontvangen van buiten, daar er volken en regeeringen zyn, die nayver voelen op uwe welvaart. En nog meer redenen bestaan er, die ’t van belang maken dat de Javaan u genegen zy, of althans niet volstrektvyandiggezind. Het Europeesch evenwicht zal eenmaal verbroken worden ... neen, het zalmeermalenverbroken worden, zoo-als alle evenwichten. De taak der staatslieden is juist hierom zoo zwaar, wyl de Natuur—dat is:alles!—voortdurend in beweging is. Stilstand is onmogelyk. Het embleem der geheele schepping is ’nbaskule... en de politiek maakt hierop geen uitzondering! Wat men evenwicht noemt, is eigenlyk hetstrevennaar evenwicht ... de gelykheid van de som der beweging aan beide zyden van het midden der balans ... het sidderen van den wyzer in het “huisje”. Eénmaal slaat een der beide schalen neer.
Wie nu ’t oog slaat op het gewapend parallelisme van de beide hoofdmogendheden inEuropa, zal inzien dat ook hier eenmaal—misschienweldra—een der beide schalen zal nederslaan.
Ermoetoorlog komen tusschenFrankrykenEngeland! En wie er aan twyfelt, lette slechts op al de moeite die men zich van weerszyde getroost,om te beletten dat er oorlog kome. Van beide kanten voelt men zich gedurig genoopt de hand uittestrekken om de schaal te stutten. Dit zou niet noodig wezen als het evenwichtnatuurlykware, in stede vankunstmatigengekunsteld. De natuur is sterker dan de kunst, sterker dangekunsteldheidvooral.
En ’t onmiddellyk gevolg eener vredebreuk? Ik zal ’t u zeggen, zonder te meenen alweer, dat ik u iets nieuws zeg.
Weet ge waarEngelandligt naar het oordeel van den eerstenNapoleon?...
Engeland ligt in Indie.
En dat ook het hedendaagsche Frankryk met deze geographische kettery behebt is, blykt uit de “verkenningen” die het doet op de—indienzin:Engelsche—kusten, door gedurig expeditiën te zenden naarChina,CochinenMadagaskar. Door de gezantschappen naar het verre Oosten. Door ’t uitlokken van tegenbezoeken ... zie deSiamscheambassade.
Maar het zyn niet alleenverkenningen. Reeds voorlang zyn de handen aan ’twerkgeslagen.
De doorgraving der landengte vanSuezis voor denhandelen descheepvaartof voordeelig of nadeelig. Deze doorgraving geschiedt onderFranscheninvloed. Indien zenadeeligware, zou zy niemand baten ... en in geval vanvoordeelennut, zou dat reuzenwerk slechts voordeelig zynvoor de eigenaars van Indie,d.i. voorEngelandhoofdzakelyk, en voorNederlandin de tweede plaats. Voorts zou dat voordeel—in mindere mate, maar eenigszins altoos—genoten worden door den handel van denoordelykehavensHamburgenBremen, enz. Maarniet, of althans zeer weinig, zou die doorgraving baten aanFrankryk, een land dat juist het minst met Indie in aanraking is.
Toch geschiedt de doorgraving onderFranscheninvloed!
Enomgekeerd,Engeland—de Staat die juist by dezen nieuwen handelsweg het grootste belang hebben zou—verzet zich krachtigtegen die doorgraving. Het beweert dat de kosten te hoog zyn om door tollen te kunnen worden gedekt. Het laat door z’n bekwaamste ingenieurs bewyzen, of ... betoogen, dat de heele zaak onmogelyk is—eilieve, waartoe dan het verzet?—dat, al slaagt men in ’t volbrengen van de voorgestelde taak, evenwel het onderhoud te veel bezwaren opleveren zal ... dat men gedurig zal te stryden hebben tegen verzanding. De Engelsche ekonomisten berekenen, dat op ’n lading die uitIndiënaarEuropawordt overgevoerdom de Kaap de Goede Hoop, de rentekosten van tydverlies, verhoogd met het verschil der premiën van verzekering tegen zeegevaar,minderbedragen dan ’t evenredig aandeel dat zoodanige lading, langs dennieuwenweg vervoerd wordende, zou te dragen hebben in de monsterachtige uitgaven voor ’t graven en onderhouden van het Egyptische kanaal.
Dit alles leidt nu tot de volgende vreemde konkluziën:
Frankrykbesteedt geld en invloed, om ’n werk tot-stand te brengen dat òf onnut is, òfvoordeel zal geven aan z’nMEDEDINGER.
Engelandspant zich in om te voorkomen dat erFranschekapitalen verloren gaan in’t bevorderen vanEngelschewelvaart.
Had ik niet recht te zeggen dat die konkluziën vreemd zyn?
Het getal schepen dat uit de middellandsche zee op Indie vaart, is niet noemenswaardig in vergelyking der koopvaardyvloot die thuis behoort in de meernoordelykehavens van Europa ...
Nog eens:Frankrykbrengt vriendschapsoffers aanEngeland, enEngelandwerkt met ongehoorde edelmoedigheid, deze belanglooze hulptegen...
Dit zou ’ncombat de générositézyn, ’t geen zooveel zeggen wil als: de geheele zaak is ongerymd en onmogelyk.
Hoe dàn! Ik zeide dat Frankryk de kusten peilde van hetEngeland dat in Indië ligt... dat het reeds handen aan ’twerksloeg ...
Welnu, de doorgraving der landengte van Suez, nadeelig voorFrankrykuit ’n oogpunt vanHANDEL, is hierom van belang voor dit land, wyl ze,UIT EEN STRATEGISCH OOGPUNT,IndiëverbindtmetBrestenToulon, wyl ze vergelykender-wysIndiëverwydertvanSouthamptonenPortsmouth.
Ik hoop, kiezers, dat dit u niet te eenvoudig zal schynen, maar, ’t is me onmogelyk u in deze zaak te onthalen op de minste ingewikkeldheid.
InIndiezal eenmaal de stryd gevoerd worden om de wereldheerschappy. Het kanaal van Suez is de loopgraaf by ’n beleg ... geen trekvaart tot het vervoeren van koopwaren. Wel is dit het doellater! Als de heirbaan heeft uitgediend, kan ze strekken tot gemak van de reizigers ... die alsdan hunhomezullen hebben teMarseille, teGenua, teLivorno, teVenetie, teAlexandrie... wantItalieenEgyptezyn in ’t Program begrepen, zooals billyk is.
Nieuw? Volstrekt niet! De verandering waarop we ons moeten vooorbereiden, is terugkeer tot ’n vroegeren, toestand die natuurlyker was dan de tegenwoordige. Wanneer men het oog vestigt op de wereldkaart, is ’t inderdaadonnatuurlykdat de Indische produkten, voor ’t grootste gedeelte, om centraal Europa te bereiken, hun weg nemen overLonden,HamburgofAmsterdam. Men zou onrechtvaardig handelen, iemand euvel te duiden dat hy de havens derMiddellandsche zeevoorstelde als genegen en geschikt om terug te keeren tot den toestand dien ze vroeger innamen, en waaruit ze niet dan door zeer buitengewone omstandigheden, verdrongen zyn. Maar men vindt dikwyls vreemd wat natuurlyk is, en we zouden de eenvoudige waarheid met minder inspanning vatten, wanneer we niet van jongs af te veel inspanning ten-koste legden aan ’t leeren, betoogen, over-eenbrengen vasthouden van dingen dienietwaar zyn.
Zoodra nu ’tevenwichtwordt verbroken en de stryd alsdan gevoerd zal worden op Indisch terrein, kunnen onze bezittingen niet gespaard blyven. Geen der beide krygvoerende partyen zal de ryke hulpbronnen versmaden, dieInsulindeaanbiedt. Dáár zyn goede oorlogshavens. Dáár is plaats en geschiktheid voor magazynen en hospitalen. Dáár zyn te verkrygen alle levensbehoeften voor legers en vloten. Dáár kan men werven aanleggen tot bouwen en herstellen. Dáár kan men reeden, uitrusten, ademhalen. Dáár kan men fabrieken oprichten van ammunitie. Dáár zyn hulptroepen ...dáár isALLES!
Het is in ’t belang van beide partyen, om òfInsulindete nemen voor zichzelf, òf—wat precies hetzelfde is—door bezetting het te beschermen tegen de andere party. Dit laatste is meer gebeurd. En dat we in 1816Javavan de Engelschen hebben teruggekregen, is te danken aan ’n misverstand, onmogelyk voortaan door ’t boek vanMoney. Vroeger meende men datJava’n lastpost was, en thans weet ieder wat daar te halen is.
Men droome nu niet vanneutraliteit. Neutraliteit is ’nwoord, niets dan ’n woord, dat alleen kracht heeft zoolang de sterken voordeel zien in de werkeloosheid der zwakken. “Neutraliteit!” is de onverstane kreet van iemand die onder den voet is geraakt in ’n gedrang. Het beroep op neutraliteit doet denken aan ’npré-aux clercsdie zich beklagen zou, gebruikt te worden als vechtterrein. Neutraliteit van kleine staten houdt op, zoodra de grootere—of één van de grootere—behoefte voelen aan het tegendeel.
EnFrankrykenEngelandzullen eerlangInsulindenoodighebben! ’t Zal die vraag niet wezen,wietrachten zal het te nemen. De vraag voorNederlandis:of ’t goed is het te laten nemen, door wien ook?
Ik vertrouw dat ge volmondigneenzegt op deze vraag.
Nederlandsch-Indiezal dusverdedigdmoeten worden.
Maar deze verdediging zal zeerzwaarvallen, jaonmogelykwezen, wanneer deinlandschebevolkinggemeenezaak maakt met de aanvallers ... of met de ongeroepenbeschermers, wat kompleet hetzelfde is.
En ’t behouden van de Indische bezittingen zalgemakkelykwezen, wanneer de bevolking onssteunt.
Van de stemming der bevolking hangt derhalvezeer veelaf.
Deze stemming is ’n natuurlyk gevolg van dewyze waarop ze geregeerd wordt.
De wyze van bestuur berust op wetten die te ’s Hage door den Koning, na overleg met het volk worden vastgesteld.
Gebrek aan belangstelling in die wetten, is alzoo gebrek aan belangstelling in ’t bezit vanIndie... gebrek aan belangstellingin uw eigen welvaart.
Hoe is deze belangstelling te toonen? Door het acht geven op de wyze hoe Indie geregeerd wordt, en op de keuze der personen die gy naar den Haag afvaardigt om in uwen naam de wetten te onderzoeken die ’s Konings ministers voorstellen.
Ik vind dit alles zeer eenvoudig, kiezers! En duidt me niet ten kwade dat ik u dingen vertel, die vanzelf spreken. Ik heb meermalen opgemerkt ...
O, besteTine, dat is niet uittehouden. Verbeeld u dat het huis waarin ik woon, geschilderd wordt. Boven m’n kamer—ik ben gaan kyken—legt men uitgehaakte vensterramen en deuren op den grond, en daarby liggen geknielde mannen diezich vermaken met scherpe driehoekige yzers de verf van die deuren en vensters aftekrabben. Dit noemen zeschilderen! Ze krabben my dol. Ik moet nu dien brief aan de kiezers afbreken. Ik zou anders vreezen daarin dingen te zeggen, die in klank rymen op de driehoekige tonen boven m’n hoofd.
’t Is eigenlyk verdrietig dat ’n genie als ik zoo afhangt van allerlei kleinigheden. Ja, dit is heel verdrietig! ’t Is misschien ’n vreemd denkbeeld, maar toch vraag ik dikwyls hoeChristuszich zou gedragen hebben by zinkings of kramp? Hoe, als hy wissels te betalen had gehad, zonder ’t noodige daartoe? En, als hy gelukkig getrouwd was?—’n doodsteek voor ’t genie ... ik leef nog, helaas!—En, als hy z’n voet verstuikt had? En, als ’t was begonnen te regenen in ’t midden van z’n bergrede? En—natuurlyk!—als men óm hem, naast hem, onder hem, had getimmerd, of met yzeren driehoeken hadgeschilderd... lieve hemel, daar beginnen ze weer! Ik ga uit.
Neen, dit nog. Ik heb u, geloof ik, reeds geschreven dat ik allerlei malle brieven kryg over dingen die ik niet begryp. Dit houdt nog altyd aan. ’t Is of ze ’t er op toeleggen me razend te maken. Zou ’t een komplot wezen in konniventie met die schilders? En ook ’s nachts heb ik geen rust. In m’n slaap word ik geplaagd door bespottelyke droomen. Meestal zit ik in de war met ’n meisjes-historie. M’n beminde—ja, ja, er is ’n beminde in ’t spel!—plaagt en sart my met ’n haarlok die ik grypen wil, maar nooit vat. Dan vliegt ze heen, en ik voel iets leegs, iets hols ... ’t is me of ik iets verloren heb, dat ik terugvinden moet en wil, maar niet machtig worden kan. Ge weet hoe droomen zyn. Als ik dan wakker word, heb ik pyn in ’t hart. Morgen zal ik u verder vertellen wat ik schryven wil aan de kiezers ...
Ja, ja, dieChristuszou schooner zyn, als hymenschwas. De verzinners hebbente veelverzonnen, en gingen het doel voorby.Christusis ’n schildery zonder schaduw. ’t Lichtschyntniet, door gebrek aan bruin.Jobis veel schooner;Jobwasmensch! Hy voelde en leed alsmensch.Jobwerd beproefd alsmensch... O, dieverzoekingvanChristusdoor den duivel beduidt niets. De duivel biedt te weinig. Met zóó’n bod kwam hy niet eens klaar by my die zoo vol gebreken ben, en niets weet van ’n hemel!De koninkryken dezer wereld?Wat is dat voor iemand die oneindig grooter erfdeel te wachten heeft? Men koopt geenRothschildmet ’n paar penningen om. Neen, neen, dat ’s ’n onhandige vertelling. Ik wou toch graag weten of we onsterfelyk zyn? Van tyd tot-tyd denk ik het wel, omdat ik hier zooveel verdriet heb. Maar ... hoe dan al die anderen die minder verdriet hebben?
O, die schilders! ...
Daar kryg ik waarachtig weer ’n brief dien ik niet begryp—ditmaal van ’n uitgever—lees zelf. Is ’t niet om dol te worden? ’t Is een komplot! Ik weet waarachtig niet wat ze bedoelen met hun geschryf!Ikminnebrieven? Zyn ze gek?
’t Hoofd loopt me om! Is dát ’n leven? Ja, ja, we zyn zeker ontsterfelyk! Ik ga uit. Zeg me ofgyiets begrypt van die Kappellui en van dien uitgever met z’n minnebrieven ... en van de ontsterfelykheid? Ja, dàt vooral!
Vaarwel, mynTine!
VAN EEN UITGEVER.
Mynheer! Een fatsoenlyk uitgever houdt zyn woord. Ik heb “minnebrieven” geannonceerd.... het publiek heeft recht op “minnebrieven”. Ik was met u overeengekomen dat ge “minnebrieven” zoudt schryven, en verwacht “minnebrieven”. Het regent bestellingen op de aangekondigde “minnebrieven”. Ik verwacht dus kopy uwer “minnebrieven”, en ’t zou me leed doen als ik u gerechtelyk moest dwingen tot het leveren der door u aan my, en door my aan ’t publiek toegezegdeMINNEBRIEVEN.”
VANTINE AAN FANCY.
Om godswil,Fancy, waar zyt ge? Laat ge ons alleen?
AAN TINE.
LieveTine! Ik heb geen plaats om ’t hoofd neerteleggen! Ja ik logeer nog, maar hoe! Nu schoonmaken ze ook, in de meening zeker dat ze wat schoon maken. ’t Is me onmogelyk aan u te schryven ... men vylt, boort, krabt, hamert, schraapt, schuift schuurt, schaaft, schroeft ... o god, ik heb zooveel te doen, en kannietsdoen! Vertrekken kan ik ook niet. Waar zou ik heen? Overal zal men me om geld vragen! O, dieChristus! Heeft hy dàt ondervonden ... hy met z’n leliën! Had zoo’n lelie vrouw en kinderen? Was er nauwte die ze belette te bloeien ... die ’t haar onmogelyk maakte lelie te zyn?
En de laster gaat ook maar al voort. Doch dit zyn byzaken. Als dat geschoonmaak maar voorby was! Ik hoor dagelyks dat ik ’n schelm ben, ’n laaghartige, ’n dief, ’n afzetter ... zóó antwoordtPubliekopMULTATULI’Sboek over de veilingen!
Maar dit zou niets zyn—ik verwachtte niet anders—als ik maar ’n plekje kon vinden om rustig aan u te schryven. Op laster had ik gerekend, maar niet op schoonmaken en schilderen.
M’n vriend de boekeman biedt my z’n bibliotheekkamer aan. Maar dit gaat niet. Dan moet ik me aankleeden omuittegaan, voor ik kan beginnen te schryven. Op straat zie ik allerlei dingen dieunschönzyn. Dit bederft m’n indrukken. En bovendienal myd ik de slachterswinkels, of de menschen die “zaken” doen, al ontmoet ik geen gepensioneerd resident, geen welvarend kontraktant met principes nà fortuin, al stuit ik nergens op de dikbuikige tevredenheid der braven die koupons knippen van de schuldbrieven hunner deugd ... al werd ik niet bespat door de modder van allerlei roode en gele rytuigen—’t is heel moeielyk,Tine,alleste ontwyken!—dan nog kan ik niet uitgaan om te schryven in die boekekamer.
Ik heb om te schryvennégligénoodig, zoo-als Buffon z’n lubben van echte kant. Hy wist zeer goed wat hy zei, met dat: (“le style c’est tout l’homme”28. Zyn styl isgekleed... de myne houdt vansarongenkabaai29, of beter nog, myn styl draagt het matrozenhemd vanGaribaldi... ik hoor dat men aanslagen doet op z’n leven ... dit is natuurlyk! Menschen die zwarte rokken dragen, kunnen geen rood hemd zien, zonder boos te worden als kalkoenen.
De meening vanBuffonis zeer juist. Daarom is ookstylzeldzaam, wyl er zoo weinigmenschenzyn.
Let maar eens op ... wat klinkklank, wat meer of min afgeronde zinsneden, behoorlyk of onbehoorlyk afgedeeld door kommaas en kommapunten, hier-en-daar ’n nieuwe regel ... waarachtig, als men er niet goed op let, zou men inderdaad van-tyd tot-tyd meenen dat er watinzat. Maar zoodra men nauwkeurig acht geeft, blykt er dat alles neerkomt op watschool.Zielontbreekt ... precies als ’tkarakterdat men te-vergeefs zoekt in de handschriften van al de meisjes die schryven leerden op ’t zelfde instituut. De meisjes schryven deJufvrouwna, en dit doen ook demenschenmet hun styl. Ze schryven de Jufvrouw na!
Ieder wil dat ikschryvenzal ... voorPublieknog-al! Welnu, er zyn veel redenen die me hiervan terughouden, maar al was er alleen deze, my dunkt ze moest voldoende wezen: