«Stel u eens voor, geachte lezer»—men ziet dat de brochure niet van my is—«dat in een land waar de openbare wegen zeer onveilig gemaakt worden door bandieten, die op eene ongehoord brutale wyze schatting van de reizigers vorderen, en soms nog wel een weinig verder gaan in hunne willekeur,de vraag by de vertegenwoordiging ontstond, in hoever het wenschelyk zou wezen, om byv. detollender openbare wegen afteschaffen, en dat dáárover eindelooze discussiën gevoerd werden, zonder dat er door een enkel lid de wensch geuit werdietste doen tot beveiliging van den eigendom en den persoon des reizigers.Nederlanders! Wilt gy dat die toestand opJavavoortduurt? Wilt gy dat de wetten en reglementen die daar zyn om den armen Javaan te beschermen, onuitgevoerd blyven?»Juist! Die wetten en reglementenbestaan, maar ze worden ter-zy gelegd. Dagelyks worden ze geschonden en verkracht. Het “schipperen” dat is: het oogluikend toelaten van geweldenary, roof en moord, wordt geprezen en beloond. ZieSlymering. Het te-keer gaan van die misdaden wordt beschouwd als onbekwaamheid, als excentriciteit, en gestraft met een straf die te zwaar wezen zou voor de misdaden zelf. ZieHavelaar.Dit is de zaak, dit alleen! Al het overige is van zeer ondergeschikt belang.En alweêr sta ik niet geheel alleen met deze meening. Ik lees in een der pikante mededeelingen vanHagiosmandre11eenige regelen die met weinig omslag aantoonen hoe gezocht de kwestie is overVryen-arbeidenKultuurstelsel:«Ministers en Kamerleden praten veel, verschrikkelijk veel over cultuurstelsel, vrijen arbeid; doch de vraag:“Wordt de Javaan mishandeld?”komt niet ter sprake.Een lang met de Javanen omgegaan hebbende ambtenaar schrijft mij:«De Javaan is in zooverre een mensch als een ander, dat hij liever veel geld heeft dan weinig—liever een goed huis dan een slecht,—lieverwelvaartdanarmoede.«Die voorkeur voorbien êtrezou hem doen werkenuit vrije keuze, wanneer door dat werk die welvaart kon verkregen worden.«Maar!... hij is er aan gewoon, dat men hem het bespaarde, het overgewonnene afneemt;—of liever dat men het niet eens zoover laat komen dat er iets af te nemen valt.—Hij is arm en blijft arm.«Het is althansnooit bewezendat hij niet vrijwillig werkenzou, wanneer er opJavaveiligheid bestond voor personen en goederen.«Dit nu schijnt er niet te bestaan, of liever, volgens denMax Havelaarontbreekt er geheel.«En vóor dat dit hersteld wordt, is het dwaasheid te spreken over vrijen arbeid.”Laat er een moreel, intègre bestuur heerschen inIndie, en in denHaag, betreffende dat heerlijke land, en dan zal ’t blijken of de Javaan vrijwillig wil arbeiden.Ei, zegt men, dat is gemakkelijk voorgeschreven. Hoe moet men doen, om zekerheid te hebben dat er intègre bestuurd wordt?Dat is zeer moeijelijk;—maar zeker is ’tonmogelijkzoolang menHavelaargeen regt doet op eene wijze, welke aantoont dat menwaarheid en rechtvaardigheid wil.Zoolang Havelaar niet gerehabiliteerd of veroordeeld is, zijn Kamers, ministers en gouverneurs-generaal zedelijk verantwoordelijk voor alles, wat in den Havelaar is gewraakt.Of het goede bereikt zal worden door hem te steunen, is de vraag. Maar...dat het kwade wordt gesteund, zoolang geen onderzoekdaaromtrent plaatsheeft,is zeker.Welk besturend beambte zal opJavazijn plicht durven doen, als hij hoort hoeMax Havelaaren de zijnen leden en lijden moeten, omdat hij zijn plicht vervulde?Immers toch, zoolang het niet uitgemaakt is, dat hij onwaarheid vertelde, moet men de feiten, die hij met autentieke stukken staaft, alswaarerkennen.»Er schynen dus ook anderen moê te wezen van ’t gekibbel overbyzaken. Die “anderen” vormen voor als-nog de minderheid. Maar hun getal zal aangroeien door overloopers uit de beide partijen, die voor-en-na zich verzadigd zullen voelen van onnutte polemiek. Zóó zullen die “anderen” eindelyk de meerderheid vormen, en dit is de party, de eerlykederdeparty, die ik den Kiezers aanbeval inde Minnebrieven.Maar hoe is men dan geraakt tot de meening, dat ik ’n aanhanger was van de Vrye-arbeidsleer? Dit is alleen mogelyk geweest door een paar zinsneden van denMax Havelaaruit haar verband te rukken. Ik zal die hier aanhalen, dewyl ze my tevens dienen om het Kultuurstelsel te kenschetsen.«Doch daar kwamen vreemdelingen uit het Westen, die zich heer maakten van het land. Zy wenschten voordeel te doen met de vruchtbaarheid van den bodem, en gelastten den bewoner een gedeelte van zynen arbeid en zyn tyd toe te wyden aan het voortbrengen van andere zaken»—er was namelijk vroeger gesproken over ryst, die de Javaan noodig heeft om in leven te blijven—«van andere zaken, die meer winst zouden afwerpen op de markten vanEuropa. Om den geringen man daartoe te bewegen, was niet meer noodig dan een zeer eenvoudige staatkunde. Hy gehoorzaamt zyn Hoofden. Men had dus slechts die Hoofden te winnen door hun een gedeelte toetezeggen van de winst... en het gelukte volkomen.»Ik erken volmondig by het schryven van deze regelen gedachtte hebben aan ’tstelselvan den generaalVAN DEN BOSCH—die, men ziet het, al zeer goedkoop den naam vangenieheeft verkregen—doch ik bedoelde daarmede geenszins party te trekken voor die andere nog afschuwelyker wyze van uitzuigen, die menVryen-arbeidnoemt. Integendeel.«Als men let op de ontzettende massa Javasche producten die inNederlandworden te-koop geveild, kan men zich overtuigen van ’t doeltreffende dezer staatkunde, al vindt men ze niet edel. Want mocht iemand vragen of de landbouwer zelf eene belooning geniet, evenredig aan die uitkomst, dan moet ik daarop ’n ontkennend antwoord geven. De Regeering verplicht hem opzynengrond aantekweeken wathaarbehaagt, zy straft hem als hy het aldus voortgebrachte verkoopt aan wien ’t ook zy, buiten háár, enzyzelvebepaalt denprysdien ze hem daarvoor uitbetaalt. De kosten op den overvoer naarEuropadoor een bevoorrecht handelslichaam, zyn hoog. De aanmoedigingsgelden aan de Hoofden bezwaren daar-en-boven den inkoopsprys, en, daar de geheele handel toch ten-slotte winst afwerpenmoet, kan die winst niet anders worden gevonden, dan door den Javaan juist zóóveel uittebetalen, dat hy niet sterve van honger, ’t geen de voortbrengende kracht van de natie verminderen zou.Ook aan de Europesche beambten wordt ’n belooning uitbetaald in evenredigheid met de opbrengst.Wèl wordt dus de Javaan voortgezweept door dubbel gezag... wèl wordt hy afgetrokken van z’n rystvelden ... wèl is hongersnood vaak ’t gevolg van die maatregelen ... doch vroolyk wapperen teBatavia, teSamarang, teSoerabaya, tePassaroean, teBezoeki, teProbolingo, tePatjitan, teTjilatjap, de vlaggen van de stengen der schepen, die beladen worden met de oogsten dieNederlandryk maken.Hongersnood?Op het ryke vruchtbareJava,Hongersnood? Ja, lezer. Voor weinige jaren zyn geheele districten uitgestorven van honger.Moeders boden hun kinderen te-koop voor spyze. Moeders hebben hun kinderen gegeten...»Dit is hetKULTUURSTELSEL... zeggen de vry-arbeiders, en ik erken dat niemand na ’t lezen van die regels my kon aanzien voor ’n vurig aanhanger van dat stelsel. Maar dit sluit volstrekt niet in, dat ik party-trek voor hen die, misbruik makende van den schoonen klank:vry, ’ngedwongen Vryen-arbeidwillen invoeren, waarby de eerste avonturier de beste zich in de plaats stellen zou van de Regeering, om in compliciteit met de Hoofden, den Javaan uittezuigen. De HeerWintgensheeft volkomen gelyk, dat zyn deergsteDroogstoppels!De ellende die ’t Kultuurstelsel over den Javaan brengt, kan vermeden worden door een Gouverneur-Generaal die z’n plicht doet, en geen belooning toekent aan ’t verbergen van de waarheid. Wanneer, lang voor den hongersnood inCentraal-Java, de residenten niet hadden gelogen in hun rapporten, door byv. altyd duizende pikols ryst te scheppen op ’t papier, die niet aanwezig waren in werkelykheid, wanneer zy niet als ontrouwe schildwachten, voortdurend hadden geroepen: “alles wel!” toenreeds het gebrek voor de deur stond, dan had men tydig kunnen voorzien in den nood der arme Bevolking, die nu moest omkomen, niet omdat zy aan ’tGouvernementkoffi en indigo leverde, maar omdat zyte veelindigo en koffi geleverd had, onverschillig of die levering plaats had aan de Regeering of aan partikulieren. Indien nu de Residenten tydig hadden kennis gegeven van de gevolgen dezer noodlottige overdryving, instede van, met verkrachting van eed en plicht die gevolgen te verbergen: “omdat het hun tyd wel zal uithouden” dan had de Regeering maatregelen kunnen nemen om de duizende menschen in ’t leven te houden, die nu bezweken zijn... tot groot nadeel van de koffikultuur.O, ik trek geen party voor ’t Kultuurstelsel, dat allen vooruitgang, alle ontwikkeling, alle veredeling tegengaat. De Javaan is ’n machine. Neen, zelfs dát niet. Hy maakt slechts ’n gedeelte uit van z’n dessa, van de gemeente dieen blocgenomen een werktuig is om koffi voorttebrengen. Eigen wil, eigen denkbeelden worden verdoofd. Welvaart blyft hem onbekend, en daarmee alle roerselen tot inspanning, die gewoonlyk ’t gevolg zyn van ’t streven naar welvaart. Het schrale loon voor z’n produkt, dat hem by besluit van den Gouverneur-Generaal is toegelegd—let wel,nietna overleg met hemzelf, denbetrokkene—wordt hem nooit geheel-en-al uitbetaald. De Hoofden geven hem wat hun goeddunkt. O! dat Kultuurstelsel—vooral onder ’n Gouverneur-Generaal die z’n plicht niet doet—is verschrikkelyk!Maar ... om te geraken tot de beoordeeling van ’t Vrye-arbeidssysteem, voege menbyal die elementen van schandelyk misbruik, nogbovendienden hebzuchtigen partikulieren intrigant, en men zal nagenoeg weten wat het lot van den Javaan worden zou, als-i dááraan werd overgeleverd.Ik las onlangs in ’n krant-artikel eene verdediging van den Vryen-arbeid, waarin de schryver,—’n tabaksplanter, natuurlyk!—op de vermeerdering wees die de aanvoer van tabak teAmsterdamsedert eenige jaren ondergaan had. Twee millioen ponden, meen ik, waren gestegen tot tien millioen ponden. Ei! Plaats ’n vry-arbeidend resident inRembang, en binnen weinig tyds zult ge vyftig millioen ponden tabak bekomen in plaats van tien. Wie er niet meer van weet, zou z’n artikelen gerust achterwege kunnen laten. De vraag is: of die meerdere produktie van tabak niet in de plaats is getreden van andere waarden? En ten-tweede: of misschien die meerdere produktie van tabak, den grond zou kunnen leggen tot omstandigheden die ten-gevolge hadden dat men later nòch tabak, nòch iets anders ontvangen zou? Zoo verplaatst men de kwestiën.Ik herinner me dat, toen er voor eenige jaren ernstig werkgemaakt werd van de voeding des Nederlandschen Volks—men vond, meen ik, onder de miliciens te veel jagers en te weinig grenadiers—een geleerde voorstelde om door den Javaan visch te doen vangen, en daarmee de Hollanders te voeden. Van betaling was geen spraak. Men moet wel heel geleerd wezen om op zoo’n denkbeeld te komen. De man had gehoord dat er zooveelproteïneongedeerd rondzwom in deIndische zee. Dit kan waar zyn. Maar ook in deNoordzeeis veel visch. Hebben de Hollanders dien gevangen, en gratis naarJavagebracht, toen dáár honger werd geleden? En de verhouding is nog niet eenmaal gelyk. Want de honger der Javanen was een gevolg van de Hollandsche onderdrukking, en de Javanen hadden geen schuld aan ’t afnemend getal grenadiers. Integendeel. Zonder hen zou sedert lang ons heele leger bestaan hebben uit jagers... uit tamboers en pypers misschien.Er is iets grappigs in ’t denkbeeld de heele Hollandsche natie te zien ronddobberen op botters en pinken, om ’n ver-af gelegene andere natie in ’t leven te houden. Christelyk zou ’t wezen, dat ’s waar. “Van netten zyt gy gekomen, tot de netten zult ge wederkeeren!”Maar hoe koddig dit voorkome als idee, ik geloof dat men al heel spoedig zoo’n experiment zeer treurig vinden zou in de werkelykheid. Welke redenen kunt gy aanvoeren, Nederlanders, die ’t rechtvaardige dat ge van den Javaan vordert, wat gyzelf in geen geval zoudt willen doen voor ’n ander? Waar staat geschreven—al stond het geschreven, ik recuseer zulke schryvery, en dit zoudt gy ook doen als ’t in uw belang was—waar staat geschreven dat de Javaan moet arbeiden vooruwebehoeften? Oorlogsrecht? Ik ken dit recht niet, al schreef dan ookde Grooteen dik boek daarover, met dezelfde pen waarschynlyk die hem doemde tot het verdedigen van den christelyken godsdienst. Oorlogsrecht? Nog-eens, ik ken dit recht niet, ik erken het niet vooral, nadat ik m’n eerste geschiedenis van gezag droomde, waarin de ouder broeder zyn jonger dwong tot dienst. Nu ja, dit had-i geleerd van ’n wild beest. Oorlogsrecht nog-eens? Maar, eilieve, al bestond er zoo’n recht, dan nog moogtgy’t niet inroepen tegen den Javaan, dien ge nooit overwonnen hebt. Waar zyn de veldslagen, dien ge hem hebt geleverd? Waar liggen de vestingen, die ge hem afnaamt? Daarvan zwygt uwe geschiedenis.Die geschiedenis vertoont een walgelyk weefsel van kruipende onderdanigheid in tegenspoed, van wreedaardige ruwheid in voorspoed. ’t Spreekt vanzelf dat de vergaderingen vanHeerenXVII in ’t moederland, en van de edele, meer of minextra-ordinaire Raeden van Indiadaarginder, altyd geopend werden met ’n aanroeping van den Heer der heirscharen... denzelfden Heer zeker die den zegendiefJakobbeschermde tegenEzau.En later die Javasche oorlog in 1826–31! Ze werd gerekt in ’t belang van een der bevelhebbers, die een speler was, en meest-alcourt d’argentzynde, oorlog noodig had om aan geld te komen. Nog wyst men teBatavia’t huis dat hy verdobbelde in één nacht. Zoo’n verlies moest de Javaan weer betalen.En hoe is ten-slotte die oorlog geëindigd? Door verraad.Diepo Negoro, het hoofd van den opstand, hadvrygeleidetoen men hem gevangen nam. Zyn zoon was onder myn custodie opAmboina, en ’t was kurieus de opinie van dien man te hooren, over de Hollandsche goede trouw en verdere christelyke deugden, te veel om optenoemen. Daarvan weet ookFerdana MantrievanPalembangte spreken. De voorlaatste Keizer vanSolois gevangen genomen, afgezet en verbannen, omdat hy... gebeden had op de graven zijner voorvaderen, zonder permissie van den resident teSoerakarta...Ge toont oude papieren, waarin sommige Hoofden verklaarden... maar gyzelf hebt later die hoofden ter-zy gezet en hunne souvereiniteit nietig verklaard, zoodra ge die niet meer noodig hadt om ze hun onderdanen te doen verraden aan u, die zonder dat verraad, nooit meesters vanJavazoudt geworden zyn. Gy hebt leerscholen voor de “rechten” en kansels voor... ik weet niet wat, maar ik zou u wel eens willen hooren bewyzen van kansel of katheder, dat gy recht hebt op den arbeid van den Javaan.“Het is goed dat de mensch arbeide, hoor ik u zeggen. Zonder ons zou de Javaan te lui zyn om iets te doen, en dus...”Juist! Zoo spreekt ge. Maar ge vergist u in de meening dat die redeneering uw privaat eigendom wezen zou. Ze behoort aanDroogstoppeldie na ’t hooren vanWawelaarspreek de uitbreiding der Koffikultuur aanprees als nuttig voor ’t Godsryk. ’t Is waar dat de Javaan, om in zyn gezegend klimaat te blyven leven, minder arbeid noodig heeft dan gy. Maar ligt hierin ’n voldoende reden om hem aftenemen, en u toe te eigenen wat de natuur hem schonk om-niet? Is ’t zyne schuld dat uw vaderland zoo bar is, zoo onvriendelyk? Moogt ge ’t hem wyten, dat in uwe streken de eerste noodigste... éénige vraag van ’t leven is: hoe men te doen hebbe om dat leven te behouden?Ge hebt u by den Javaan—dat heet by z’n Hoofden, want de eigenlyke Javaan kent u niet—ingedrongen met zachte vleiende woorden. Ge hebt u opgeworpen als scheidsrechter in de geschillen, die ze argeloos onderwierpen aan uw oordeel. Ge hebt die onnoozelheid misbruikt om u meester te maken van wat u niet behoorde. Schrede voor schrede zyt ge voortgeslopen, en hebt uwen voet gezet op den akker van uw naaste, gedurig den grenspaal verzettende... dat verboden is in uw eigen Bybel, hoort gy! Of staat er niet in de geschriften die ge beweert voorheilig te houden, maar die ge ter-zy legt zoodra ze niet overeenkomen met uw belang: “vervloekt wie zyns naasten landpale verrukt en al het volk zal zeggen Amen!”Ik houd uw Bybel voor volstrekt niet heilig, maar dát woord was goedgesproken, dunkt me, en ik zou graag ’n preek houden over dien tekst. Hoe doet ge toch als ge voorleest uit die Schrift, en eensklaps op zoo’n gebod stuit? Vragen dan uw kinderen niet: papa, sla je wat over?Of weet ge dan uw kroost te beduiden dat zoo’n Javaan uw naaste niet is, en dat de behandeling vanzynlandpalen door andere wetten wordt geregeerd dan de gewone? Dit zal wel ’t eenige uitwegje zyn.Intusschen gaat ge voort, den arme die uwnaasteniet wezen mag, te knevelen, te bestelen en te villenà coeur joie, en om u zelf by dit alles ’n air van gemoedelykheid te geven, houdt ge u bezig met redeneeren over de verschillende systeemen, waarnaar die kunstbewerkingen geschieden. Kultuurstelsel, Vry-arbeid... watgeefthet meest?Ik heb u in deMinnebrievengezegd, en ik herhaal hier, hoe karakteristiek het is, dat men in uw Tweede-Kamer tot ernstige punten van overweging gemaakt heeft, of de door dienMoneyopgegeven cyfers juist waren, en op welke manier hy tot de inzage van uw boeken geraakt was. Maar de overweging der middelenwaardoor het geld verkregen is, waarover die boekhoudery loopt, schynt beneden de aandacht van de vergadering geweest te zyn. En na denMax Havelaarkòn men toch weten hoe er gehandeld wordt met het leven en de bezittingen van den Javaan! Dit scheen de moeite van ’t opmerken niet waard, maar wèl stelden de heeren belang in de wyze waarop al dat ellendig geknoei geboekt was, en vooral hoe ’n vreemde toegang bekomen had tot hun kantoor.Ziet ge wel, hoe ook dáár alweder de hoofdzaak werd overzien,met opzetoverzien, om de aandacht te leiden opbyzaken?En, Nederlanders ’t zyn niet Kamers of Ministers alleen, die voortdurend met gehuichelde belangstelling in de publiekebelangen, die belangen verraden, en willens en wetens de kwaal die ons teistert, door misdadig zwygen verwaarloozen. De dagbladen zyn de mond des Volks. Ik weet wel dat het spraakvermogen van dien mond belemmerd wordt door ’n domme middeneeuwsche, alle ontwikkeling tegengaande instelling—de zegelwet!—die in ’t jaar uws heeren 1861, als vroeger, u maakt tot de Chinezen van Europa. Maar al nemen we nu deze instelling alscirconstance atténuantevoor die spraakbelemmering aan, ’t blyft dan toch weinig minder onverantwoordelyk, hoe de redaktiënder dagbladen hare hooge roeping miskennen, de roeping:om ’t Volk voortelichtenwaar ’t z’n wezenlyke belangen geldt.Aan uw geschrevene, meestal door eigenbelang uitgevonden zedelykheidsregelen hecht ik weinig. Ook stel ik geen prys op de braafheid en de deugd, die zoo genoemd wordt uit gewoonte. Maar dit wegwerpen van ’t meerendeeluwerprincipes schynt toch niets te maken te hebben met absentie vanwareeerlykheid, en van ’nwaarrechtvaardigheidsgevoel. Ik besluit hiertoe onder anderen, uit de verontwaardiging die me bezielt by ’t lezen van de stukken dergenen die by ’t opzetten van ’n dagblad, stilzwygend de verplichting op zich namenwaarheidte verkondigen.Wanneer een Minister den mond opent, weet men dat-i gebonden is door ’n zoogenaamd program. Hy heeft, om Minister te worden, beloofd te spreken en te handelen in zekeren geest. Dit moge nu dom wezen, onmenschkundig, onpraktisch, nadeelig voor ’t algemeen welzyn... goed! De man heeft hetbeloofd, en wie geen lust heeft in den beloofden geest, kan de ministeriëele redevoeringen overslaan.Zoo-als ’t Volk dan ook meestal doet.Een Kamerlid, die president was van deConcordiaof deHarmonieten-zynent, heeft beloofd: “met de meeste onpartydigheid de belangen voortestaan van... z’n distrikt.”Edamstemt voor kaas.Drenthevoor ’t veen.Schiedamvoor Jenever.Schoklandvoor kabeljauw.Utrechtvoor theerandjes. Dit moge nu dom zyn, ontstaatkundig, onpraktisch en misdadig... goed! De man heeft het openlykbeloofd—het wordt verzekerd door al de “eenige kiezers” die z’n reclame teekenden, dat is: die ze niet teekenden—en wie geen lust heeft in de redevoeringen van zoo’n lid, kan ze overslaan.Zoo-als ’t Volk dan ook meestal doet.Een predikant, die inziet hoe onaangenaam het is, dat alle menschen zouden verdoemd wezen om de schuld van één persoon, en hoe ongerymd, dat ze weêr allen gered zyn door de verdiensten van ’n ander, moge gedwongen worden tot flauwheid in z’n preeken, door ’t besef van de onmogelykheid om tot klaarheid te brengen voor ’n ander, wat niet helder is voor z’n eigen verstand... hy moge hierdoor worden heen-en-weêr geslingerd van begrip tot begrip, en door overmaat van tegenstrydige begrippen tot wanbegrip... hy moge lankdradig worden, gerekt, vervelend, onbegrypelyk... dit alles voere hem tot de onvermydelyke keus tusschen domheid of huichelary... goed! De man heeftbeloofdte preêken uit den Bybel. En wie nu geen smaak vindt in de wargeestery die er gehaald wordt uit’n verward boek, kan t’huis blyven, of uit wandelen gaan, als ’t goed weer is. Zelfs kan men ter-kerk gaan, en daar inslapen.Zoo-als ’t Volk dan ook meestal doet.Men is niet gedwongen te luisteren naar betaalde preekhouders, geachte sprekers of programvormige ministers. Ik ben tégen al die bedryven, maar erken dat de beklaagden iets kunnen aanvoeren dat naar verontschuldiging zweemt: de hoop dat men niet geluisterd heeft.Maar gy, dagbladschryvers,gy, wat kuntgyopgeven als reden tot vermindering van straf? Ge naamt de taak op u het Volk te verlichten, te beschaven, inzage te geven in z’n belangen.Gyvindt alzoo geen verschooning in de hoop dat men u niet hooren zal. Uw streven is integendeel wèl gehoord te worden. Ge zoudt ophouden te bestaan, als men uniethoorde, juist anders-om dan die andere heeren, die de gelegenheid om voorttegaan slechts behouden door de beperktheid van den kring waarin ze spreken. Zy hebben blinden noodig en hardhoorigen. Gy integendeel: lezers, dat isabonnés.Uw roeping is ernstiger, waardiger, heiliger. En hoe voldoet ge aan de roeping, gy die met hoogepriesterlyke deftigheid, uzelfwynoemt in uwleading articles? Geeft ge, gy die gelezen wordenwilt, en inderdaadfaute de mieuxdoor ’t Volk gelezenwordt, waarheid aan dat Volk?O, ik weet dat ge fluisterend klaagt verkocht te zyn aan deze of geene party, en dus beweert evenveel recht op liegen te hebben als een minister of predikant, maar deze verontschuldiging gaat niet op. De arme lieden, wier betrekkelyke onschuld gy aanhaalt als verschoonend voorbeeld,erkennendat ze gebonden zyn. Ze doen die erkenning openlyk by ’t houden van de program leerrede of de intreê-speech.Zywaarschuwen. Maar gy schryft op uw banier: Koning, Vaderland, Rechtvaardigheid, Billykheid, Goede-trouw, Onpartydigheid ... alle zaken die wèl luiden en liefelyk klinken. En al weetiknu dat die liefelykheid klank is alleen, en al fluistert gemyin ’t oor, dat uw party—de aandeelhouders!—m’nheer zóó, die z’n abonnement zou opzeggen ... uw haat tegen die andere krant die ’t tegendeel beweerde ... kortom, al weetikdit alles—het Volk, het goede, geloovige Volk, dat zoo’n eerbied heeft voor al wat gedrukt is, weet ditniet.Ik vind in uw couranten dagelyks allerlei dingen die we niet noodig hebben, maar de zaken die ’t Nederlandsche Volk wèl betreffen, slaat ge over. Ellenlange artikelen over Vryen-arbeid en Kultuurstelsel vullen de vóórzyden uwer bladen. Eilieve, waarom, als ge u dan toch bemoeit met de zaken vanIndië,waarom eischt ge geen antwoord op de vraag die ik heb voorgelegd aan de Regeering?Stelt eens dat ge weet meêtespreken over Vry-arbeid of Stelsel van kultuur, neemt aan dat er wysheid ligt in ’t behandelen van ’tconsignatiestelsel—alweêr ’nstelsel, lieve god!—dan zult ge toch moeten erkennen, niet waar, dat er iets noodig is om al dat gestelsel overeind te houden? Dit nu is, in deze zaak, de koffi, de suiker, de indigo, de tabak, de kaneel en de bamboezen sigaarkokers die de juffrouwen present krygen van haar neven in de oost. Redeneert nu over de consignatie van die kokers—van bamboe of pauwveêr, om ’t even—redeneert daarover nu zoo lang dat ge eindelyk een stelsel van consignatie hebt saamgeknoeid, zoo volmaakt als ooit eenig stelsel van ’n andere rooverbende, en ziet dan eens rond wat ge zult te consigneeren hebben in ’t eind, wanneer de Javaan die de kokertjes vlocht, de koffi plantte en oogstte, de suiker sneed en maalde, of de indigo uitperste en gisten deed—als die Javaan, gedurende uw consignatie-studie, eens had opgehouden te malen, te vlechten, te persen en te gisten? Of wanneer-i, al te lang geperst, aan ’t gisten was gegaan, hyzelf?Dan zou geen enkele juffrouw meer presentenkrygenvan haar neef uit de Oost, en al uw consignatie-wysheid viel reddeloos te-water.Consignatie!Altydzulke fraaie, naar studie en wetenschap riekende woorden! Zegt eenvoudig aan ’t Volk: vrienden, wy beraadslagen of de winkel onzer kruiënierswarenhierofginderzal gehouden worden, en wat het meestegeeft.Maar zegt er by, als ge oprecht wilt zyn, dat uw leverancier aandringt op betaling, en dat hy ’t zeer verdrietig vindt op-den-duuruwwinkel gesorteerd te houden, zonder ’t minste voordeel voorzichzelf. Zegt dat het den Javaan geheel onverschillig is, of gy de gestolen producten daar of hier verschachert, en dat ge voortaan uwe wysheid liever wilt besteden aan ’t bestudeeren der vraag: of ge altyd wel suiker en koffi hebben zult, dan aan de weldra overbodige kwestie waar ge die zult ter markt brengen.De Javaan wordt mishandeld: dit is de kwestie!Maar daarvan zwygt gy, dagbladen.Neen, ik vergis me. Toen myn protest tegen die mishandeling verscheen, hebben dagbladen en tydschriften daarover veel gesproken. Zóóveel zelf, dat nooit eenig werk inNederlandzoo algemeen is behandeld geworden. Maar ... dit duurde slechts zoolang men in de valsche meening verkeerde, dat ik behoorde tot ’nparty. Ik had een der hoofden kunnen worden—of ’t hoofd—van de zoogenaamde oppositie, wanneer ik had kunnengoedvinden de heilige zaak die ik voorsta, te onderwerpen aan de eischen eener côterie die zich ’n air geeft van wetenschap en staatkunde, door ’t voorwenden van opiniën over een systeem. Wanneer ik myzelf op de pynbank had willen leggen, om lange hoofdartikelen te schryven over dingen die ik niet omslachtiger weet uittedrukken, dan—zoo-als ik vaak gedaan heb—met deze woorden:“Men bestele den Javaan niet, men zuige hem niet uit, men vermoorde hem niet. Dan zal er na eenigen tyd blyken of hy vrywillig arbeiden wil.”Ik zeg dat hy zál willen, en in dien zin ben ik vóór vryen arbeid. Maar ’t opwerpen van systeem-kwestiën, vóór men heeft opgehouden den Javaan te mishandelen en te plunderen, is... duitenplatery. Ge weet nu wat dit woord beduidt, hoop ik. Ik schryf teksten en geen preêken.En de dagbladschryvers weten ’t wel. Maar die abonnés!Hoor ge ’t, Nederlanders? Die heeren zeggen dat ge volstrekt leugens en noodig gehaspel over leugens, lezenwilt. Is dit zoo? Ik kan ’t niet gelooven. Waarachtig, de waarheid is pikanter van tyd-tot-tyd. Ziet maar myn geschryf... ieder koopt het. Nu weet gemeteen’t geheim van m’n zoogenaamd talent.Maar al ware dit zoo niet, al was de waarheid flauw en onverkoopbaar als ’n byblad van de Staats-Courant, hoe is ’t mogelyk dat ge u in uw meening over de publieke zaak kunt laten leiden door voorlichters die—de kwestiën van den dag nu eens daargelaten—in alles toonen zoo geheel beneden hun roeping te staan? Abonneert u eens voor ’n maand of wat opde Indépendance, opde Kölnische Zeitung, opde Times, en wanneer ge daarna nog waarde hecht aanuweorganen, aanuweleiders der publieke opinie... dan, ja dan zoudt ge verdienen geprezen te worden in een driekolommig hoofdartikel van zoo’n orgaan.Meent niet dat ik hoog loop met de waarde der buitenlandsche kranten. Van-daag nog lees ik in ’trésumé politiquevan deIndépendance, datNapoleonin antwoord op de nieuwejaarswenschen, van zyn kant de hoop heeft te kennen gegeven, dat de vorstelyke familiën in 1862 mogen bewaard blyven voor allerlei ongelukken—ziekte, dood, verkoudheid en dergelyke, denk ik—grâce aux louables efforts qui seraient faits partout dans ce but, et auxquels son concours absolu était acquis à l’avance.” Ziedaar, volgens deIndépendance,Napoleongarde santévan al wat er in denAlmanach de Gothastaat! Ziedaar den Keizer der Franschen ’n concurrent vanHolloway,MeidnerenHoff!Hyzal z’n best doen om alle vorsten gezond te houden.Hyzal zorgen dat geen prins kinkhoest krygt, en dater geen dakpan valt op ’t hoofd van ’n prinses. Wanneer-i ’n paar jaar vroeger op dit heerlyk idee was gekomen, dan ware prinsAlbertniet gestorven aan typhus, noch de Koning van Portugal aan... men weet niet wat.Ik weet wel dat de Fransche Keizer die zotterny niet gezegd heeft, en dat het ’n gebrek is in de redaktie van deIndépendance, die in één greep “les commotions des peuples” heeft saâmgevat met koninklyke ongemakken, maar... laat er morgen watte kiezenvallen, dan licht diezelfde redakteur het Volk voor in z’n keus.Zóó worden de dagbladen geredigeerd!En de uwen, Nederlanders? De uwen zyn van die bladen een flauwe afdruk... neen, was ’t nog maar zoo! De uwen zyn daarvan ’n mismaakt verknoeid onkenbaar verwrongen verflenst uittreksel. Dit verknoeien loopt in ’t koddige. Maar wie op de gevolgen let, voelt verdriet over die koddigheid.Onlangs merkte ik op hoe onze bladen, onder de deftige rubriek: “Engelsche post” plaats hadden voor ’t bericht dat ’n koorddanser z’n balanceerstok had gebroken. Zoodra ’t evenwel de ware belangen van ’t Volk geldt,—lees niet “van departy”verzoek ik u—dan hebben de bladen geen ruimte... om de drukkende zegelwet, zeker.Zoodra er iets te kiezen valt, Nederlanders, voor gemeente, provincie of koninkryk, stel ik voor, alle aanspraak op ’t leiden uwer opinie te ontzeggen aan elke courant, die u niet voor-af zal hebben meêgedeeld, of die balanceerstok behoorlyk gerepareerd is? Wat drommel, als men nieuws vertelt, moet men vertellen tot het eind.Ja, het loopt in ’t koddige. Wilt ge ’n staaltje van wat ge u laat opdisschen? Ik heb ze voor ’t grypen. Ziehier.Er bestaat teParys, zoo-als ge weet of niet weet, ’n censuur op de grafschriften. Een man verloor z’n vrouw, en daar ’n ongeluk nooit alleen komt, maakte hy ’n grafschrift in verzen. De plaatsing hiervan werd geweigerd en wel volgens ’n fransche courant: “niet omdat z’n verzen iets onzedelyks bevatten, of omdat ze storend waren voor openbare veiligheid en publieke welvaart, maar omdat ze zondigden tegen de regelen der prosodie.”’t Is gek, dit beken ik. Maar dat ’s nu hier de vraag niet. De vraag is hoe uwe couranten geredigeerd worden? Welnu, ’tHandelsblad, het deftigeHandelsblad—en misschien andere bladen ook, maar dit weet ik niet—vertelt u dat: inParysde plaatsing van ’t grafschrift geweigerd is,omdathet niets bevatte tegen de zedelykheid, enz. Ik weet niet of er kort daarnaiets teKIEZENviel, maar zoo ja, dan heeft datzelfdeHandelsbladu voorgelicht in uwe keuze!Onlangs verscheen er, ik meen in dePresse, eene allergeestige satire tegen de woede van ’t reglementeeren, en de overdreven centralisatie van bureaumacht. De schryver chargeerde ’t onderwerp, door te vertellen dat ’n—zeer problematieke—koning inZuid-Amerika, ’n reglement had gemaakt op ’t menschen-eten. Dit reglement deelde hy in gewone bureautermen mede:Gehoord... enz.Gelezen... enz.Overwegende... enz.Nog gelet... enz.Is verstaan... enz.Onze Minister van binnenlandsche Zaken is belast... enz.” De persiflage was aardig.Een paar dagen daarna vertelde deAmsterdamsche Courantheel nuchter, dat de koning vanAraucaniehet menschen-eten had afgeschaft, of althans die onhebbelykheid had gebracht onder restriktieve bepalingen in ’t besluit van zóóveel artikelen.Ik weet alweêr niet of er kort daarna iets teKIEZENviel, Nederlanders, maar zoo ja, dan heeft die courant u weer voorgelicht in uwe keuze!En zoo’n blad—of zulke bladen, want ik citeer een uit velen—zoo’n blad matigt zich aan: meêtespreken waar ’t uw hoogste belangen geldt. De menschen, die zulke dingen samenflansen, omhangen zich met de tribunale toga, en beklimmen ’t spreekgestoelte op hetforum, nadat ze even te voren den Volke hebben meêgedeeld, dat er ’n kind is geboren met drie hoofden in ’t een of aêr onbekend dorp, of ’n kalf zonder kop, dat ’n krant kan redigeeren. Maar in zoo’n geval is ’t dorp bekend, omdat de zaak navraag lyden kan.Ik zou kans zien dagelyks ’n heele courant te vullen, alleen met de verkorte mededeeling der zotternyen van andere kranten. Dit zou ’n vervelend werk wezen, en ik bepaal me liever tot de beide staaltjes die ik ten-beste gaf om u te waarschuwen, Nederlanders, tegen den invloed dien ge op u laat uitoefenen door dezelfde pennen die zulkebêtisesschreven.“O,” hoor ik antwoorden, “zotternyen van deze soort raken de hoofdartikelen niet! ’t Zyn produkten van dedii minorum gentium, vàn de redacteurs 2e . 3e... 7e klasse, en wyzelf lachen daarom.”Ei! Maar hoe weet dan het Volk waar ’t u moet gelooven, en waar niet? Hoe kan men weten wat kermisgrappen zyn, en wat ernst is?Aan de bladzyde? Is ’t ernst, goede wezenlyke ernst wat ge schryft op pagina één? Staan de domheden op de achterzyde op de derde bladzy, in ’t byvoegsel. Wáár, als ’t u belieft?” Of liever,waar staan zeniet? Want, neemt my niet kwalyk, ik vind ze overal, en zeker niet minder op de voorzyde uwer bladen, dan in de buurt der wonderkinderen of afwezige kalfskoppen.En die kinderen, die koppen doen niemand kwaad. Maar uw zoogenaamde hoofdartikelen doen wèl kwaad. Als men zulke lange vertoogen leest over de juiste bedoeling van Art. 56 van ’t Regeeringsreglement van Nederlandsch-Indië, waarin gesproken wordt over het bevorderen van Vryen-arbeid door den Gouverneur-Generaal, gelooft het Volk inderdaad dat de kwestie dáár ligt, en let er niet op dat ge—met misdadige verkrachting van de waarheid—de hoofdzaak verzwygt, de eenige ware hoofdzaak:de Javaan wordt mishandeld.Dagbladschryvers, ge spreekt zooveel over datArt. 56. Ik mag dus vaststellen dat ge ’t Reglement wel eens inziet, niet waar? Hebt ge daarin nooit gelezen, dat diezelfde Gouverneur-Generaal verplicht is zorg te dragen dat de Bevolking niet mishandeld wordt? Is u dàt voorschrift te natuurlyk, te eenvoudig, te menschelyk? Kunt ge daaraan geen systeem vastknoopen? Kunt ge daarvan geen partyzaak maken? Is dit de reden dat ge liever dien tekst overslaat, zoo-als de Hollandsche huisvader het artikel over ’t verzetten van den grenssteen?Wat talent dan,que diable! Ik verzeker u dat ge met eenige inspanning al zeer spoedig lange stukken zoudt kunnen aaneenlymen over zoo-iets. Daar ge nu door ’t gedurig besteden uwer gaven aan byzaken, een frazeologie hebt opgedaan die op zulke byzaken past, mag u geen reden zyn om ook niet eens uw bekwaamheden te beproeven aan de hoofdzaak. Doet het eens. Ge zult ontwaren dat men lankdradig wezen kan, onbegrypelyk en geleerd zelfs, by de behandeling van iets ernstigs. Ja, ik wanhoop niet aan ’t slagen uwer pogingen om zelfs, na wat sukkelens, ’t stelsel byeen te knoeien over de rechte manier der mishandeling van den Javaan. Een stelsel, een systeem, hoort ge! Een systeem met staathuishoudkundig daarin, daarop, daarover, daardoor! Een systeem met woorden op “tie”,“atie”,“itie” en “otie.” Een systeem met basis en top, met syllogismen, theoriën, utopiën, rhetorische figuren, moreele of immoreele convictiën en fictiën! Een systeem, ’n ordelyk systeem met aanhangers, tegenstanders, voorvechters, renegaten...Een systeem in ’t eind, zoo-als menschen zonder denkbeelden noodig hebben om hoofdartikels te schryven.Beproeft het eens, myne heeren dagbladschryvers.En—ik benbon prince—ik geef u zelfs de keus tusschen twee systemen, tusschen meer systemen, tusschen ’n systeemloozeoneindigheid van verschillende systemen. Lacht u dit niet toe?Het eerste,—maar dit raad ik u af, omdat het te eenvoudig is, en te veel talent zou vereischen om verdedigd te worden—het eerste systeem is dat ’n Gouverneur-Generaal z’n plicht moet doen, en zorg-dragen dat de Javaan niet mishandeld wordt. Dit ismynsysteem en voor ulieden te moeilyk.Maar al die anderen! Inderdaad,embarras de choix! Ziet eens:Eerste systeem. Schets van bewerking.“De Javaan, myne heeren, de Javaan is ’n mensch. De mensch, myne heeren, de mensch is zondig. De zonde komt van den duivel, myne heeren, en die duivel, myne heeren, gebruikt de ledigheid van de Javanen tot oorkussen. Het is onze plicht, myne heeren, den duivel z’n oorkussen aftenemen. Dit oorkussen is op de laatste koffiveiling verkocht voor zooveel centen ’t pond. Wy laten ons niet in met holle redeneering, myne heeren! Wy laten de cyfers spreken. Ziet hier de staten van invoer, van verkoop, van netto provenu. En nu willen sommige beweren, dat de consignatie van dat beddegoed des duivels...”Ziet ge heeren dagbladschryvers, daar zit ge in twee sprongen op deConsignatie. Verleidt u dit niet?Tweede systeem. Schets van bewerking.“De wet is het plechtanker van den Staat. Geen Staat kan vergaan zoolang de wet geëerbiedigd wordt. En wat schryft nu de wet voor, ten opzichte van onze Indische medeonderdanen? De Gouverneur-Generaal is verplicht hen te beschermen tegen geweldenary. Juist, die wet behoort geëerbiedigd te worden, zooals alle wetten. Ziehier ons stelsel, myne heeren. Hiervan wyken wy niet af. Dit stelsel is ’n gebouw van steen... neen van arduin... neen, ’t is ’n rots. Wie dit stelsel liefheeft, heeft ons lief... ons, hoofd-, by-, onder- en verdere redakteuren van deze krant. Wie dit stelsel aanvalt, valt ons aan... ons, hoofd- by- onder- en verdere systeemverdedigers, tot de schryvers der koppelooze-kalfberichten inkluis. Als dit stelsel staan blyft, kan er niets vallen. Als dit stelsel valt, blyft er niets staan, zelfs onze krant niet.En hoe, vraagt ge, moet dit heerlyk onvolprezen stelsel overeind worden gehouden.Luistert niet, bidden wy u met het diepste gevoel van staathuishoudkundige bezorgdheid, luistert niet naar de inblazingen van de onbekwamen of verdoolden, die niets kennen dan de belangen hunner party! Van hen, die blyven hangen aan de doode letter der wet, en den geest voorbyzien die levend maakt. Neen, verre van ons—hoofd- onder- by- derde- zevende- en verdere redakteuren van deze krant—verre van ons zulke schending van onze hoogepriesterlyke waardigheid. De wet, myne heeren, de wet, de wyze onomstootelyke heilige wet... niets buiten die wet. Mèt die wet, alles!En wat zegt ze? Ze schryft den Gouverneur-Generaal voor, de Javanen te beschermen. Dit behoort hy dus te doen. Dit is z’n eerste plicht.Hoe moet hy dien plicht vervullen? Stipt, voortdurend, zonder ophouden.Van dien plicht mag hy niet afwyken, geen dag, geen uur, geen oogenblik. Ziehier ons stelsel, myne heeren.En wat moet nu die Gouverneur-Generaal doen, als iemand hem brieven schryft waarin wordt medegedeeld dat de Javaan hier-en-daar wordt mishandeld? Het antwoord ligt voor-de-hand. Zoo’n Gouverneur-Generaal moet die brieven niet lezen, want het is duidelyk dat zulke correspondentie hem zou storen in de vervulling van z’n plicht: de bescherming van den Javaan. Ziehier ons stelsel, myne heeren.En als de schryver van zulke ongepaste klaagbrieven aanhoudt? Dan moet de Gouverneur-Generaal hem z’n ongenoegen kenbaar maken in ’n kabinetsbrief, en hem dwingen z’n ontslag te vragen. Ziehier ons stelsel, myne heeren.En wanneer dan zoo-iemand nòg niet ophoudt vertoogen intedienen over de mishandeling van den Javaan, die den Gouverneur-Generaal hinderen in ’t onafgebroken beschermen der Javanen? Dan, myne heeren, dan verheffen wy onze stem, en benoemen dien Gouverneur-Generaal, die zich geen enkel oogenblik, door wien of wat ook, liet aftrekken van z’n plicht, tot geachten spreker. Ziehier ons systeem, myne heeren, in al z’n schoonheid.”Derde systeem. Proeve van bewerking.«Ieder kent het stelsel dat wy sedert jaren met volle overtuiging verdedigen. Wy achten en eerbiedigen de wetten, maar juist daarom kanten wy ons met alle macht die ons gegeven is, tegen de valsche interpretatie van Art.55 van ’t Regeerings-reglement. Daar staat duidelyk dat het beschermen van den Javaan ’n eerste plicht is van den Gouverneur-Generaal. Wat was de bedoeling des wetgevers by ’t drukken op dit veelbeduidende woord:eerste? Dat de Gouverneur-Generaal van die bescherming z’nhoofdbezigheid maken zou. Z’nhoofdzorg? Geenszins, myne heeren. Dan toch zou er staan;voornaamste, belangrykste, gewichtigste. ’t Isduidelykvoor ieder die niet verblind is door partywoede, dat het woordeerste’n telwoord is van rangorde, geen adjektief van superioriteit. By ’t aan-wal stappen behoort de Gouverneur-Generaal,terstond oogenblikkelyk, dezen of genen Javaan te beschermen tegen ’t een-of-ander. Dit is z’neersteplicht, en zeer terecht heeft de wetgever hem geboden dien eersten plicht snel en eens-voor-altyd aftedoen, opdat hy in ’t vervolg tyd, lust, kracht en gelegenheid overhoude voor z’n tweeden plicht, voor z’n derden, voor z’n zevenden... als er zooveel plichten zyn, wat we niet weten. Ziehier ons stelsel, myne heeren.Weg met hen die, alle gezonde begrippen over volgorde verkrachtende, de vervulling van den eersten plicht eischen, na ’t volbrengen van den tweeden! Zien ze niet in, de partymannen, dat zy gedurig, dien ongelukkigen eersten plicht in de plaats schuiven van andere plichten? Begrypen ze niet dat de wetgever z’n byzondere redenen moet gehad hebben om hier, zoo geheel tegen gewoonte en smaak, duidelyk te wezen?De bescherming van den Javaan is des Gouverneurs-Generaaleersteplicht. Dit herhalen wy.Hac nitimur, hanc tuemur, als een oude gulden. De Landvoogd die zich zou verstouten dien eersten plicht uit te oefenen nadat ze door voorafgaande andere plichten, de dertiende, of—o gruwel!—de zeven-en-twintigste plicht zou geworden zyn... zulk ’n Landvoogd... God zy gedankt, zulke Landvoogden bestaan er niet. En àls ze bestonden... maar neen, onze dagbladhoofdartikel-schryversgemoedverzet zich tegen zulke veronderstellingen, en met deze voorloopige ontwikkeling van ons stelsel besluiten wy dit eerste artikel over ’t eerstelingschap der verplichtingen van den Gouverneur-Generaal.»Dezechargeis niet zoo sterk als ze schynt. In de Tweede Kamer heeft de Oud-MinisterMyergemeend den Gouverneur-Generaal dien ik aanklaag van plichtverzuim, te verontschuldigen—niet door te zeggen, dat ik onwaarheid had gesproken, o neen!—maar door de bewering dat die Gouverneur-Generaal eens, heel in ’t begin van z’n bestuur, z’n “eersten” plicht vervuld had. En niemand protesteerde! Als dus deze of gene dagbladredacteur myne proeve van bewerking tot de zyne maken wil, en ’n systeem scheppen door speling met het woord:eerste, dan kan hy al terstond rekenen op ’t bondgenootschap van den heerMyeren van al die zwygers. Ja, met ’n beetje talent ware daarvan inderdaad ’n staatkundige party te maken. De thans regeerende partyen hebben niet veel meer om ’t lyf.
«Stel u eens voor, geachte lezer»—men ziet dat de brochure niet van my is—«dat in een land waar de openbare wegen zeer onveilig gemaakt worden door bandieten, die op eene ongehoord brutale wyze schatting van de reizigers vorderen, en soms nog wel een weinig verder gaan in hunne willekeur,de vraag by de vertegenwoordiging ontstond, in hoever het wenschelyk zou wezen, om byv. detollender openbare wegen afteschaffen, en dat dáárover eindelooze discussiën gevoerd werden, zonder dat er door een enkel lid de wensch geuit werdietste doen tot beveiliging van den eigendom en den persoon des reizigers.Nederlanders! Wilt gy dat die toestand opJavavoortduurt? Wilt gy dat de wetten en reglementen die daar zyn om den armen Javaan te beschermen, onuitgevoerd blyven?»Juist! Die wetten en reglementenbestaan, maar ze worden ter-zy gelegd. Dagelyks worden ze geschonden en verkracht. Het “schipperen” dat is: het oogluikend toelaten van geweldenary, roof en moord, wordt geprezen en beloond. ZieSlymering. Het te-keer gaan van die misdaden wordt beschouwd als onbekwaamheid, als excentriciteit, en gestraft met een straf die te zwaar wezen zou voor de misdaden zelf. ZieHavelaar.Dit is de zaak, dit alleen! Al het overige is van zeer ondergeschikt belang.En alweêr sta ik niet geheel alleen met deze meening. Ik lees in een der pikante mededeelingen vanHagiosmandre11eenige regelen die met weinig omslag aantoonen hoe gezocht de kwestie is overVryen-arbeidenKultuurstelsel:«Ministers en Kamerleden praten veel, verschrikkelijk veel over cultuurstelsel, vrijen arbeid; doch de vraag:“Wordt de Javaan mishandeld?”komt niet ter sprake.Een lang met de Javanen omgegaan hebbende ambtenaar schrijft mij:«De Javaan is in zooverre een mensch als een ander, dat hij liever veel geld heeft dan weinig—liever een goed huis dan een slecht,—lieverwelvaartdanarmoede.«Die voorkeur voorbien êtrezou hem doen werkenuit vrije keuze, wanneer door dat werk die welvaart kon verkregen worden.«Maar!... hij is er aan gewoon, dat men hem het bespaarde, het overgewonnene afneemt;—of liever dat men het niet eens zoover laat komen dat er iets af te nemen valt.—Hij is arm en blijft arm.«Het is althansnooit bewezendat hij niet vrijwillig werkenzou, wanneer er opJavaveiligheid bestond voor personen en goederen.«Dit nu schijnt er niet te bestaan, of liever, volgens denMax Havelaarontbreekt er geheel.«En vóor dat dit hersteld wordt, is het dwaasheid te spreken over vrijen arbeid.”Laat er een moreel, intègre bestuur heerschen inIndie, en in denHaag, betreffende dat heerlijke land, en dan zal ’t blijken of de Javaan vrijwillig wil arbeiden.Ei, zegt men, dat is gemakkelijk voorgeschreven. Hoe moet men doen, om zekerheid te hebben dat er intègre bestuurd wordt?Dat is zeer moeijelijk;—maar zeker is ’tonmogelijkzoolang menHavelaargeen regt doet op eene wijze, welke aantoont dat menwaarheid en rechtvaardigheid wil.Zoolang Havelaar niet gerehabiliteerd of veroordeeld is, zijn Kamers, ministers en gouverneurs-generaal zedelijk verantwoordelijk voor alles, wat in den Havelaar is gewraakt.Of het goede bereikt zal worden door hem te steunen, is de vraag. Maar...dat het kwade wordt gesteund, zoolang geen onderzoekdaaromtrent plaatsheeft,is zeker.Welk besturend beambte zal opJavazijn plicht durven doen, als hij hoort hoeMax Havelaaren de zijnen leden en lijden moeten, omdat hij zijn plicht vervulde?Immers toch, zoolang het niet uitgemaakt is, dat hij onwaarheid vertelde, moet men de feiten, die hij met autentieke stukken staaft, alswaarerkennen.»Er schynen dus ook anderen moê te wezen van ’t gekibbel overbyzaken. Die “anderen” vormen voor als-nog de minderheid. Maar hun getal zal aangroeien door overloopers uit de beide partijen, die voor-en-na zich verzadigd zullen voelen van onnutte polemiek. Zóó zullen die “anderen” eindelyk de meerderheid vormen, en dit is de party, de eerlykederdeparty, die ik den Kiezers aanbeval inde Minnebrieven.Maar hoe is men dan geraakt tot de meening, dat ik ’n aanhanger was van de Vrye-arbeidsleer? Dit is alleen mogelyk geweest door een paar zinsneden van denMax Havelaaruit haar verband te rukken. Ik zal die hier aanhalen, dewyl ze my tevens dienen om het Kultuurstelsel te kenschetsen.«Doch daar kwamen vreemdelingen uit het Westen, die zich heer maakten van het land. Zy wenschten voordeel te doen met de vruchtbaarheid van den bodem, en gelastten den bewoner een gedeelte van zynen arbeid en zyn tyd toe te wyden aan het voortbrengen van andere zaken»—er was namelijk vroeger gesproken over ryst, die de Javaan noodig heeft om in leven te blijven—«van andere zaken, die meer winst zouden afwerpen op de markten vanEuropa. Om den geringen man daartoe te bewegen, was niet meer noodig dan een zeer eenvoudige staatkunde. Hy gehoorzaamt zyn Hoofden. Men had dus slechts die Hoofden te winnen door hun een gedeelte toetezeggen van de winst... en het gelukte volkomen.»Ik erken volmondig by het schryven van deze regelen gedachtte hebben aan ’tstelselvan den generaalVAN DEN BOSCH—die, men ziet het, al zeer goedkoop den naam vangenieheeft verkregen—doch ik bedoelde daarmede geenszins party te trekken voor die andere nog afschuwelyker wyze van uitzuigen, die menVryen-arbeidnoemt. Integendeel.«Als men let op de ontzettende massa Javasche producten die inNederlandworden te-koop geveild, kan men zich overtuigen van ’t doeltreffende dezer staatkunde, al vindt men ze niet edel. Want mocht iemand vragen of de landbouwer zelf eene belooning geniet, evenredig aan die uitkomst, dan moet ik daarop ’n ontkennend antwoord geven. De Regeering verplicht hem opzynengrond aantekweeken wathaarbehaagt, zy straft hem als hy het aldus voortgebrachte verkoopt aan wien ’t ook zy, buiten háár, enzyzelvebepaalt denprysdien ze hem daarvoor uitbetaalt. De kosten op den overvoer naarEuropadoor een bevoorrecht handelslichaam, zyn hoog. De aanmoedigingsgelden aan de Hoofden bezwaren daar-en-boven den inkoopsprys, en, daar de geheele handel toch ten-slotte winst afwerpenmoet, kan die winst niet anders worden gevonden, dan door den Javaan juist zóóveel uittebetalen, dat hy niet sterve van honger, ’t geen de voortbrengende kracht van de natie verminderen zou.Ook aan de Europesche beambten wordt ’n belooning uitbetaald in evenredigheid met de opbrengst.Wèl wordt dus de Javaan voortgezweept door dubbel gezag... wèl wordt hy afgetrokken van z’n rystvelden ... wèl is hongersnood vaak ’t gevolg van die maatregelen ... doch vroolyk wapperen teBatavia, teSamarang, teSoerabaya, tePassaroean, teBezoeki, teProbolingo, tePatjitan, teTjilatjap, de vlaggen van de stengen der schepen, die beladen worden met de oogsten dieNederlandryk maken.Hongersnood?Op het ryke vruchtbareJava,Hongersnood? Ja, lezer. Voor weinige jaren zyn geheele districten uitgestorven van honger.Moeders boden hun kinderen te-koop voor spyze. Moeders hebben hun kinderen gegeten...»Dit is hetKULTUURSTELSEL... zeggen de vry-arbeiders, en ik erken dat niemand na ’t lezen van die regels my kon aanzien voor ’n vurig aanhanger van dat stelsel. Maar dit sluit volstrekt niet in, dat ik party-trek voor hen die, misbruik makende van den schoonen klank:vry, ’ngedwongen Vryen-arbeidwillen invoeren, waarby de eerste avonturier de beste zich in de plaats stellen zou van de Regeering, om in compliciteit met de Hoofden, den Javaan uittezuigen. De HeerWintgensheeft volkomen gelyk, dat zyn deergsteDroogstoppels!De ellende die ’t Kultuurstelsel over den Javaan brengt, kan vermeden worden door een Gouverneur-Generaal die z’n plicht doet, en geen belooning toekent aan ’t verbergen van de waarheid. Wanneer, lang voor den hongersnood inCentraal-Java, de residenten niet hadden gelogen in hun rapporten, door byv. altyd duizende pikols ryst te scheppen op ’t papier, die niet aanwezig waren in werkelykheid, wanneer zy niet als ontrouwe schildwachten, voortdurend hadden geroepen: “alles wel!” toenreeds het gebrek voor de deur stond, dan had men tydig kunnen voorzien in den nood der arme Bevolking, die nu moest omkomen, niet omdat zy aan ’tGouvernementkoffi en indigo leverde, maar omdat zyte veelindigo en koffi geleverd had, onverschillig of die levering plaats had aan de Regeering of aan partikulieren. Indien nu de Residenten tydig hadden kennis gegeven van de gevolgen dezer noodlottige overdryving, instede van, met verkrachting van eed en plicht die gevolgen te verbergen: “omdat het hun tyd wel zal uithouden” dan had de Regeering maatregelen kunnen nemen om de duizende menschen in ’t leven te houden, die nu bezweken zijn... tot groot nadeel van de koffikultuur.O, ik trek geen party voor ’t Kultuurstelsel, dat allen vooruitgang, alle ontwikkeling, alle veredeling tegengaat. De Javaan is ’n machine. Neen, zelfs dát niet. Hy maakt slechts ’n gedeelte uit van z’n dessa, van de gemeente dieen blocgenomen een werktuig is om koffi voorttebrengen. Eigen wil, eigen denkbeelden worden verdoofd. Welvaart blyft hem onbekend, en daarmee alle roerselen tot inspanning, die gewoonlyk ’t gevolg zyn van ’t streven naar welvaart. Het schrale loon voor z’n produkt, dat hem by besluit van den Gouverneur-Generaal is toegelegd—let wel,nietna overleg met hemzelf, denbetrokkene—wordt hem nooit geheel-en-al uitbetaald. De Hoofden geven hem wat hun goeddunkt. O! dat Kultuurstelsel—vooral onder ’n Gouverneur-Generaal die z’n plicht niet doet—is verschrikkelyk!Maar ... om te geraken tot de beoordeeling van ’t Vrye-arbeidssysteem, voege menbyal die elementen van schandelyk misbruik, nogbovendienden hebzuchtigen partikulieren intrigant, en men zal nagenoeg weten wat het lot van den Javaan worden zou, als-i dááraan werd overgeleverd.Ik las onlangs in ’n krant-artikel eene verdediging van den Vryen-arbeid, waarin de schryver,—’n tabaksplanter, natuurlyk!—op de vermeerdering wees die de aanvoer van tabak teAmsterdamsedert eenige jaren ondergaan had. Twee millioen ponden, meen ik, waren gestegen tot tien millioen ponden. Ei! Plaats ’n vry-arbeidend resident inRembang, en binnen weinig tyds zult ge vyftig millioen ponden tabak bekomen in plaats van tien. Wie er niet meer van weet, zou z’n artikelen gerust achterwege kunnen laten. De vraag is: of die meerdere produktie van tabak niet in de plaats is getreden van andere waarden? En ten-tweede: of misschien die meerdere produktie van tabak, den grond zou kunnen leggen tot omstandigheden die ten-gevolge hadden dat men later nòch tabak, nòch iets anders ontvangen zou? Zoo verplaatst men de kwestiën.Ik herinner me dat, toen er voor eenige jaren ernstig werkgemaakt werd van de voeding des Nederlandschen Volks—men vond, meen ik, onder de miliciens te veel jagers en te weinig grenadiers—een geleerde voorstelde om door den Javaan visch te doen vangen, en daarmee de Hollanders te voeden. Van betaling was geen spraak. Men moet wel heel geleerd wezen om op zoo’n denkbeeld te komen. De man had gehoord dat er zooveelproteïneongedeerd rondzwom in deIndische zee. Dit kan waar zyn. Maar ook in deNoordzeeis veel visch. Hebben de Hollanders dien gevangen, en gratis naarJavagebracht, toen dáár honger werd geleden? En de verhouding is nog niet eenmaal gelyk. Want de honger der Javanen was een gevolg van de Hollandsche onderdrukking, en de Javanen hadden geen schuld aan ’t afnemend getal grenadiers. Integendeel. Zonder hen zou sedert lang ons heele leger bestaan hebben uit jagers... uit tamboers en pypers misschien.Er is iets grappigs in ’t denkbeeld de heele Hollandsche natie te zien ronddobberen op botters en pinken, om ’n ver-af gelegene andere natie in ’t leven te houden. Christelyk zou ’t wezen, dat ’s waar. “Van netten zyt gy gekomen, tot de netten zult ge wederkeeren!”Maar hoe koddig dit voorkome als idee, ik geloof dat men al heel spoedig zoo’n experiment zeer treurig vinden zou in de werkelykheid. Welke redenen kunt gy aanvoeren, Nederlanders, die ’t rechtvaardige dat ge van den Javaan vordert, wat gyzelf in geen geval zoudt willen doen voor ’n ander? Waar staat geschreven—al stond het geschreven, ik recuseer zulke schryvery, en dit zoudt gy ook doen als ’t in uw belang was—waar staat geschreven dat de Javaan moet arbeiden vooruwebehoeften? Oorlogsrecht? Ik ken dit recht niet, al schreef dan ookde Grooteen dik boek daarover, met dezelfde pen waarschynlyk die hem doemde tot het verdedigen van den christelyken godsdienst. Oorlogsrecht? Nog-eens, ik ken dit recht niet, ik erken het niet vooral, nadat ik m’n eerste geschiedenis van gezag droomde, waarin de ouder broeder zyn jonger dwong tot dienst. Nu ja, dit had-i geleerd van ’n wild beest. Oorlogsrecht nog-eens? Maar, eilieve, al bestond er zoo’n recht, dan nog moogtgy’t niet inroepen tegen den Javaan, dien ge nooit overwonnen hebt. Waar zyn de veldslagen, dien ge hem hebt geleverd? Waar liggen de vestingen, die ge hem afnaamt? Daarvan zwygt uwe geschiedenis.Die geschiedenis vertoont een walgelyk weefsel van kruipende onderdanigheid in tegenspoed, van wreedaardige ruwheid in voorspoed. ’t Spreekt vanzelf dat de vergaderingen vanHeerenXVII in ’t moederland, en van de edele, meer of minextra-ordinaire Raeden van Indiadaarginder, altyd geopend werden met ’n aanroeping van den Heer der heirscharen... denzelfden Heer zeker die den zegendiefJakobbeschermde tegenEzau.En later die Javasche oorlog in 1826–31! Ze werd gerekt in ’t belang van een der bevelhebbers, die een speler was, en meest-alcourt d’argentzynde, oorlog noodig had om aan geld te komen. Nog wyst men teBatavia’t huis dat hy verdobbelde in één nacht. Zoo’n verlies moest de Javaan weer betalen.En hoe is ten-slotte die oorlog geëindigd? Door verraad.Diepo Negoro, het hoofd van den opstand, hadvrygeleidetoen men hem gevangen nam. Zyn zoon was onder myn custodie opAmboina, en ’t was kurieus de opinie van dien man te hooren, over de Hollandsche goede trouw en verdere christelyke deugden, te veel om optenoemen. Daarvan weet ookFerdana MantrievanPalembangte spreken. De voorlaatste Keizer vanSolois gevangen genomen, afgezet en verbannen, omdat hy... gebeden had op de graven zijner voorvaderen, zonder permissie van den resident teSoerakarta...Ge toont oude papieren, waarin sommige Hoofden verklaarden... maar gyzelf hebt later die hoofden ter-zy gezet en hunne souvereiniteit nietig verklaard, zoodra ge die niet meer noodig hadt om ze hun onderdanen te doen verraden aan u, die zonder dat verraad, nooit meesters vanJavazoudt geworden zyn. Gy hebt leerscholen voor de “rechten” en kansels voor... ik weet niet wat, maar ik zou u wel eens willen hooren bewyzen van kansel of katheder, dat gy recht hebt op den arbeid van den Javaan.“Het is goed dat de mensch arbeide, hoor ik u zeggen. Zonder ons zou de Javaan te lui zyn om iets te doen, en dus...”Juist! Zoo spreekt ge. Maar ge vergist u in de meening dat die redeneering uw privaat eigendom wezen zou. Ze behoort aanDroogstoppeldie na ’t hooren vanWawelaarspreek de uitbreiding der Koffikultuur aanprees als nuttig voor ’t Godsryk. ’t Is waar dat de Javaan, om in zyn gezegend klimaat te blyven leven, minder arbeid noodig heeft dan gy. Maar ligt hierin ’n voldoende reden om hem aftenemen, en u toe te eigenen wat de natuur hem schonk om-niet? Is ’t zyne schuld dat uw vaderland zoo bar is, zoo onvriendelyk? Moogt ge ’t hem wyten, dat in uwe streken de eerste noodigste... éénige vraag van ’t leven is: hoe men te doen hebbe om dat leven te behouden?Ge hebt u by den Javaan—dat heet by z’n Hoofden, want de eigenlyke Javaan kent u niet—ingedrongen met zachte vleiende woorden. Ge hebt u opgeworpen als scheidsrechter in de geschillen, die ze argeloos onderwierpen aan uw oordeel. Ge hebt die onnoozelheid misbruikt om u meester te maken van wat u niet behoorde. Schrede voor schrede zyt ge voortgeslopen, en hebt uwen voet gezet op den akker van uw naaste, gedurig den grenspaal verzettende... dat verboden is in uw eigen Bybel, hoort gy! Of staat er niet in de geschriften die ge beweert voorheilig te houden, maar die ge ter-zy legt zoodra ze niet overeenkomen met uw belang: “vervloekt wie zyns naasten landpale verrukt en al het volk zal zeggen Amen!”Ik houd uw Bybel voor volstrekt niet heilig, maar dát woord was goedgesproken, dunkt me, en ik zou graag ’n preek houden over dien tekst. Hoe doet ge toch als ge voorleest uit die Schrift, en eensklaps op zoo’n gebod stuit? Vragen dan uw kinderen niet: papa, sla je wat over?Of weet ge dan uw kroost te beduiden dat zoo’n Javaan uw naaste niet is, en dat de behandeling vanzynlandpalen door andere wetten wordt geregeerd dan de gewone? Dit zal wel ’t eenige uitwegje zyn.Intusschen gaat ge voort, den arme die uwnaasteniet wezen mag, te knevelen, te bestelen en te villenà coeur joie, en om u zelf by dit alles ’n air van gemoedelykheid te geven, houdt ge u bezig met redeneeren over de verschillende systeemen, waarnaar die kunstbewerkingen geschieden. Kultuurstelsel, Vry-arbeid... watgeefthet meest?Ik heb u in deMinnebrievengezegd, en ik herhaal hier, hoe karakteristiek het is, dat men in uw Tweede-Kamer tot ernstige punten van overweging gemaakt heeft, of de door dienMoneyopgegeven cyfers juist waren, en op welke manier hy tot de inzage van uw boeken geraakt was. Maar de overweging der middelenwaardoor het geld verkregen is, waarover die boekhoudery loopt, schynt beneden de aandacht van de vergadering geweest te zyn. En na denMax Havelaarkòn men toch weten hoe er gehandeld wordt met het leven en de bezittingen van den Javaan! Dit scheen de moeite van ’t opmerken niet waard, maar wèl stelden de heeren belang in de wyze waarop al dat ellendig geknoei geboekt was, en vooral hoe ’n vreemde toegang bekomen had tot hun kantoor.Ziet ge wel, hoe ook dáár alweder de hoofdzaak werd overzien,met opzetoverzien, om de aandacht te leiden opbyzaken?En, Nederlanders ’t zyn niet Kamers of Ministers alleen, die voortdurend met gehuichelde belangstelling in de publiekebelangen, die belangen verraden, en willens en wetens de kwaal die ons teistert, door misdadig zwygen verwaarloozen. De dagbladen zyn de mond des Volks. Ik weet wel dat het spraakvermogen van dien mond belemmerd wordt door ’n domme middeneeuwsche, alle ontwikkeling tegengaande instelling—de zegelwet!—die in ’t jaar uws heeren 1861, als vroeger, u maakt tot de Chinezen van Europa. Maar al nemen we nu deze instelling alscirconstance atténuantevoor die spraakbelemmering aan, ’t blyft dan toch weinig minder onverantwoordelyk, hoe de redaktiënder dagbladen hare hooge roeping miskennen, de roeping:om ’t Volk voortelichtenwaar ’t z’n wezenlyke belangen geldt.Aan uw geschrevene, meestal door eigenbelang uitgevonden zedelykheidsregelen hecht ik weinig. Ook stel ik geen prys op de braafheid en de deugd, die zoo genoemd wordt uit gewoonte. Maar dit wegwerpen van ’t meerendeeluwerprincipes schynt toch niets te maken te hebben met absentie vanwareeerlykheid, en van ’nwaarrechtvaardigheidsgevoel. Ik besluit hiertoe onder anderen, uit de verontwaardiging die me bezielt by ’t lezen van de stukken dergenen die by ’t opzetten van ’n dagblad, stilzwygend de verplichting op zich namenwaarheidte verkondigen.Wanneer een Minister den mond opent, weet men dat-i gebonden is door ’n zoogenaamd program. Hy heeft, om Minister te worden, beloofd te spreken en te handelen in zekeren geest. Dit moge nu dom wezen, onmenschkundig, onpraktisch, nadeelig voor ’t algemeen welzyn... goed! De man heeft hetbeloofd, en wie geen lust heeft in den beloofden geest, kan de ministeriëele redevoeringen overslaan.Zoo-als ’t Volk dan ook meestal doet.Een Kamerlid, die president was van deConcordiaof deHarmonieten-zynent, heeft beloofd: “met de meeste onpartydigheid de belangen voortestaan van... z’n distrikt.”Edamstemt voor kaas.Drenthevoor ’t veen.Schiedamvoor Jenever.Schoklandvoor kabeljauw.Utrechtvoor theerandjes. Dit moge nu dom zyn, ontstaatkundig, onpraktisch en misdadig... goed! De man heeft het openlykbeloofd—het wordt verzekerd door al de “eenige kiezers” die z’n reclame teekenden, dat is: die ze niet teekenden—en wie geen lust heeft in de redevoeringen van zoo’n lid, kan ze overslaan.Zoo-als ’t Volk dan ook meestal doet.Een predikant, die inziet hoe onaangenaam het is, dat alle menschen zouden verdoemd wezen om de schuld van één persoon, en hoe ongerymd, dat ze weêr allen gered zyn door de verdiensten van ’n ander, moge gedwongen worden tot flauwheid in z’n preeken, door ’t besef van de onmogelykheid om tot klaarheid te brengen voor ’n ander, wat niet helder is voor z’n eigen verstand... hy moge hierdoor worden heen-en-weêr geslingerd van begrip tot begrip, en door overmaat van tegenstrydige begrippen tot wanbegrip... hy moge lankdradig worden, gerekt, vervelend, onbegrypelyk... dit alles voere hem tot de onvermydelyke keus tusschen domheid of huichelary... goed! De man heeftbeloofdte preêken uit den Bybel. En wie nu geen smaak vindt in de wargeestery die er gehaald wordt uit’n verward boek, kan t’huis blyven, of uit wandelen gaan, als ’t goed weer is. Zelfs kan men ter-kerk gaan, en daar inslapen.Zoo-als ’t Volk dan ook meestal doet.Men is niet gedwongen te luisteren naar betaalde preekhouders, geachte sprekers of programvormige ministers. Ik ben tégen al die bedryven, maar erken dat de beklaagden iets kunnen aanvoeren dat naar verontschuldiging zweemt: de hoop dat men niet geluisterd heeft.Maar gy, dagbladschryvers,gy, wat kuntgyopgeven als reden tot vermindering van straf? Ge naamt de taak op u het Volk te verlichten, te beschaven, inzage te geven in z’n belangen.Gyvindt alzoo geen verschooning in de hoop dat men u niet hooren zal. Uw streven is integendeel wèl gehoord te worden. Ge zoudt ophouden te bestaan, als men uniethoorde, juist anders-om dan die andere heeren, die de gelegenheid om voorttegaan slechts behouden door de beperktheid van den kring waarin ze spreken. Zy hebben blinden noodig en hardhoorigen. Gy integendeel: lezers, dat isabonnés.Uw roeping is ernstiger, waardiger, heiliger. En hoe voldoet ge aan de roeping, gy die met hoogepriesterlyke deftigheid, uzelfwynoemt in uwleading articles? Geeft ge, gy die gelezen wordenwilt, en inderdaadfaute de mieuxdoor ’t Volk gelezenwordt, waarheid aan dat Volk?O, ik weet dat ge fluisterend klaagt verkocht te zyn aan deze of geene party, en dus beweert evenveel recht op liegen te hebben als een minister of predikant, maar deze verontschuldiging gaat niet op. De arme lieden, wier betrekkelyke onschuld gy aanhaalt als verschoonend voorbeeld,erkennendat ze gebonden zyn. Ze doen die erkenning openlyk by ’t houden van de program leerrede of de intreê-speech.Zywaarschuwen. Maar gy schryft op uw banier: Koning, Vaderland, Rechtvaardigheid, Billykheid, Goede-trouw, Onpartydigheid ... alle zaken die wèl luiden en liefelyk klinken. En al weetiknu dat die liefelykheid klank is alleen, en al fluistert gemyin ’t oor, dat uw party—de aandeelhouders!—m’nheer zóó, die z’n abonnement zou opzeggen ... uw haat tegen die andere krant die ’t tegendeel beweerde ... kortom, al weetikdit alles—het Volk, het goede, geloovige Volk, dat zoo’n eerbied heeft voor al wat gedrukt is, weet ditniet.Ik vind in uw couranten dagelyks allerlei dingen die we niet noodig hebben, maar de zaken die ’t Nederlandsche Volk wèl betreffen, slaat ge over. Ellenlange artikelen over Vryen-arbeid en Kultuurstelsel vullen de vóórzyden uwer bladen. Eilieve, waarom, als ge u dan toch bemoeit met de zaken vanIndië,waarom eischt ge geen antwoord op de vraag die ik heb voorgelegd aan de Regeering?Stelt eens dat ge weet meêtespreken over Vry-arbeid of Stelsel van kultuur, neemt aan dat er wysheid ligt in ’t behandelen van ’tconsignatiestelsel—alweêr ’nstelsel, lieve god!—dan zult ge toch moeten erkennen, niet waar, dat er iets noodig is om al dat gestelsel overeind te houden? Dit nu is, in deze zaak, de koffi, de suiker, de indigo, de tabak, de kaneel en de bamboezen sigaarkokers die de juffrouwen present krygen van haar neven in de oost. Redeneert nu over de consignatie van die kokers—van bamboe of pauwveêr, om ’t even—redeneert daarover nu zoo lang dat ge eindelyk een stelsel van consignatie hebt saamgeknoeid, zoo volmaakt als ooit eenig stelsel van ’n andere rooverbende, en ziet dan eens rond wat ge zult te consigneeren hebben in ’t eind, wanneer de Javaan die de kokertjes vlocht, de koffi plantte en oogstte, de suiker sneed en maalde, of de indigo uitperste en gisten deed—als die Javaan, gedurende uw consignatie-studie, eens had opgehouden te malen, te vlechten, te persen en te gisten? Of wanneer-i, al te lang geperst, aan ’t gisten was gegaan, hyzelf?Dan zou geen enkele juffrouw meer presentenkrygenvan haar neef uit de Oost, en al uw consignatie-wysheid viel reddeloos te-water.Consignatie!Altydzulke fraaie, naar studie en wetenschap riekende woorden! Zegt eenvoudig aan ’t Volk: vrienden, wy beraadslagen of de winkel onzer kruiënierswarenhierofginderzal gehouden worden, en wat het meestegeeft.Maar zegt er by, als ge oprecht wilt zyn, dat uw leverancier aandringt op betaling, en dat hy ’t zeer verdrietig vindt op-den-duuruwwinkel gesorteerd te houden, zonder ’t minste voordeel voorzichzelf. Zegt dat het den Javaan geheel onverschillig is, of gy de gestolen producten daar of hier verschachert, en dat ge voortaan uwe wysheid liever wilt besteden aan ’t bestudeeren der vraag: of ge altyd wel suiker en koffi hebben zult, dan aan de weldra overbodige kwestie waar ge die zult ter markt brengen.De Javaan wordt mishandeld: dit is de kwestie!Maar daarvan zwygt gy, dagbladen.Neen, ik vergis me. Toen myn protest tegen die mishandeling verscheen, hebben dagbladen en tydschriften daarover veel gesproken. Zóóveel zelf, dat nooit eenig werk inNederlandzoo algemeen is behandeld geworden. Maar ... dit duurde slechts zoolang men in de valsche meening verkeerde, dat ik behoorde tot ’nparty. Ik had een der hoofden kunnen worden—of ’t hoofd—van de zoogenaamde oppositie, wanneer ik had kunnengoedvinden de heilige zaak die ik voorsta, te onderwerpen aan de eischen eener côterie die zich ’n air geeft van wetenschap en staatkunde, door ’t voorwenden van opiniën over een systeem. Wanneer ik myzelf op de pynbank had willen leggen, om lange hoofdartikelen te schryven over dingen die ik niet omslachtiger weet uittedrukken, dan—zoo-als ik vaak gedaan heb—met deze woorden:“Men bestele den Javaan niet, men zuige hem niet uit, men vermoorde hem niet. Dan zal er na eenigen tyd blyken of hy vrywillig arbeiden wil.”Ik zeg dat hy zál willen, en in dien zin ben ik vóór vryen arbeid. Maar ’t opwerpen van systeem-kwestiën, vóór men heeft opgehouden den Javaan te mishandelen en te plunderen, is... duitenplatery. Ge weet nu wat dit woord beduidt, hoop ik. Ik schryf teksten en geen preêken.En de dagbladschryvers weten ’t wel. Maar die abonnés!Hoor ge ’t, Nederlanders? Die heeren zeggen dat ge volstrekt leugens en noodig gehaspel over leugens, lezenwilt. Is dit zoo? Ik kan ’t niet gelooven. Waarachtig, de waarheid is pikanter van tyd-tot-tyd. Ziet maar myn geschryf... ieder koopt het. Nu weet gemeteen’t geheim van m’n zoogenaamd talent.Maar al ware dit zoo niet, al was de waarheid flauw en onverkoopbaar als ’n byblad van de Staats-Courant, hoe is ’t mogelyk dat ge u in uw meening over de publieke zaak kunt laten leiden door voorlichters die—de kwestiën van den dag nu eens daargelaten—in alles toonen zoo geheel beneden hun roeping te staan? Abonneert u eens voor ’n maand of wat opde Indépendance, opde Kölnische Zeitung, opde Times, en wanneer ge daarna nog waarde hecht aanuweorganen, aanuweleiders der publieke opinie... dan, ja dan zoudt ge verdienen geprezen te worden in een driekolommig hoofdartikel van zoo’n orgaan.Meent niet dat ik hoog loop met de waarde der buitenlandsche kranten. Van-daag nog lees ik in ’trésumé politiquevan deIndépendance, datNapoleonin antwoord op de nieuwejaarswenschen, van zyn kant de hoop heeft te kennen gegeven, dat de vorstelyke familiën in 1862 mogen bewaard blyven voor allerlei ongelukken—ziekte, dood, verkoudheid en dergelyke, denk ik—grâce aux louables efforts qui seraient faits partout dans ce but, et auxquels son concours absolu était acquis à l’avance.” Ziedaar, volgens deIndépendance,Napoleongarde santévan al wat er in denAlmanach de Gothastaat! Ziedaar den Keizer der Franschen ’n concurrent vanHolloway,MeidnerenHoff!Hyzal z’n best doen om alle vorsten gezond te houden.Hyzal zorgen dat geen prins kinkhoest krygt, en dater geen dakpan valt op ’t hoofd van ’n prinses. Wanneer-i ’n paar jaar vroeger op dit heerlyk idee was gekomen, dan ware prinsAlbertniet gestorven aan typhus, noch de Koning van Portugal aan... men weet niet wat.Ik weet wel dat de Fransche Keizer die zotterny niet gezegd heeft, en dat het ’n gebrek is in de redaktie van deIndépendance, die in één greep “les commotions des peuples” heeft saâmgevat met koninklyke ongemakken, maar... laat er morgen watte kiezenvallen, dan licht diezelfde redakteur het Volk voor in z’n keus.Zóó worden de dagbladen geredigeerd!En de uwen, Nederlanders? De uwen zyn van die bladen een flauwe afdruk... neen, was ’t nog maar zoo! De uwen zyn daarvan ’n mismaakt verknoeid onkenbaar verwrongen verflenst uittreksel. Dit verknoeien loopt in ’t koddige. Maar wie op de gevolgen let, voelt verdriet over die koddigheid.Onlangs merkte ik op hoe onze bladen, onder de deftige rubriek: “Engelsche post” plaats hadden voor ’t bericht dat ’n koorddanser z’n balanceerstok had gebroken. Zoodra ’t evenwel de ware belangen van ’t Volk geldt,—lees niet “van departy”verzoek ik u—dan hebben de bladen geen ruimte... om de drukkende zegelwet, zeker.Zoodra er iets te kiezen valt, Nederlanders, voor gemeente, provincie of koninkryk, stel ik voor, alle aanspraak op ’t leiden uwer opinie te ontzeggen aan elke courant, die u niet voor-af zal hebben meêgedeeld, of die balanceerstok behoorlyk gerepareerd is? Wat drommel, als men nieuws vertelt, moet men vertellen tot het eind.Ja, het loopt in ’t koddige. Wilt ge ’n staaltje van wat ge u laat opdisschen? Ik heb ze voor ’t grypen. Ziehier.Er bestaat teParys, zoo-als ge weet of niet weet, ’n censuur op de grafschriften. Een man verloor z’n vrouw, en daar ’n ongeluk nooit alleen komt, maakte hy ’n grafschrift in verzen. De plaatsing hiervan werd geweigerd en wel volgens ’n fransche courant: “niet omdat z’n verzen iets onzedelyks bevatten, of omdat ze storend waren voor openbare veiligheid en publieke welvaart, maar omdat ze zondigden tegen de regelen der prosodie.”’t Is gek, dit beken ik. Maar dat ’s nu hier de vraag niet. De vraag is hoe uwe couranten geredigeerd worden? Welnu, ’tHandelsblad, het deftigeHandelsblad—en misschien andere bladen ook, maar dit weet ik niet—vertelt u dat: inParysde plaatsing van ’t grafschrift geweigerd is,omdathet niets bevatte tegen de zedelykheid, enz. Ik weet niet of er kort daarnaiets teKIEZENviel, maar zoo ja, dan heeft datzelfdeHandelsbladu voorgelicht in uwe keuze!Onlangs verscheen er, ik meen in dePresse, eene allergeestige satire tegen de woede van ’t reglementeeren, en de overdreven centralisatie van bureaumacht. De schryver chargeerde ’t onderwerp, door te vertellen dat ’n—zeer problematieke—koning inZuid-Amerika, ’n reglement had gemaakt op ’t menschen-eten. Dit reglement deelde hy in gewone bureautermen mede:Gehoord... enz.Gelezen... enz.Overwegende... enz.Nog gelet... enz.Is verstaan... enz.Onze Minister van binnenlandsche Zaken is belast... enz.” De persiflage was aardig.Een paar dagen daarna vertelde deAmsterdamsche Courantheel nuchter, dat de koning vanAraucaniehet menschen-eten had afgeschaft, of althans die onhebbelykheid had gebracht onder restriktieve bepalingen in ’t besluit van zóóveel artikelen.Ik weet alweêr niet of er kort daarna iets teKIEZENviel, Nederlanders, maar zoo ja, dan heeft die courant u weer voorgelicht in uwe keuze!En zoo’n blad—of zulke bladen, want ik citeer een uit velen—zoo’n blad matigt zich aan: meêtespreken waar ’t uw hoogste belangen geldt. De menschen, die zulke dingen samenflansen, omhangen zich met de tribunale toga, en beklimmen ’t spreekgestoelte op hetforum, nadat ze even te voren den Volke hebben meêgedeeld, dat er ’n kind is geboren met drie hoofden in ’t een of aêr onbekend dorp, of ’n kalf zonder kop, dat ’n krant kan redigeeren. Maar in zoo’n geval is ’t dorp bekend, omdat de zaak navraag lyden kan.Ik zou kans zien dagelyks ’n heele courant te vullen, alleen met de verkorte mededeeling der zotternyen van andere kranten. Dit zou ’n vervelend werk wezen, en ik bepaal me liever tot de beide staaltjes die ik ten-beste gaf om u te waarschuwen, Nederlanders, tegen den invloed dien ge op u laat uitoefenen door dezelfde pennen die zulkebêtisesschreven.“O,” hoor ik antwoorden, “zotternyen van deze soort raken de hoofdartikelen niet! ’t Zyn produkten van dedii minorum gentium, vàn de redacteurs 2e . 3e... 7e klasse, en wyzelf lachen daarom.”Ei! Maar hoe weet dan het Volk waar ’t u moet gelooven, en waar niet? Hoe kan men weten wat kermisgrappen zyn, en wat ernst is?Aan de bladzyde? Is ’t ernst, goede wezenlyke ernst wat ge schryft op pagina één? Staan de domheden op de achterzyde op de derde bladzy, in ’t byvoegsel. Wáár, als ’t u belieft?” Of liever,waar staan zeniet? Want, neemt my niet kwalyk, ik vind ze overal, en zeker niet minder op de voorzyde uwer bladen, dan in de buurt der wonderkinderen of afwezige kalfskoppen.En die kinderen, die koppen doen niemand kwaad. Maar uw zoogenaamde hoofdartikelen doen wèl kwaad. Als men zulke lange vertoogen leest over de juiste bedoeling van Art. 56 van ’t Regeeringsreglement van Nederlandsch-Indië, waarin gesproken wordt over het bevorderen van Vryen-arbeid door den Gouverneur-Generaal, gelooft het Volk inderdaad dat de kwestie dáár ligt, en let er niet op dat ge—met misdadige verkrachting van de waarheid—de hoofdzaak verzwygt, de eenige ware hoofdzaak:de Javaan wordt mishandeld.Dagbladschryvers, ge spreekt zooveel over datArt. 56. Ik mag dus vaststellen dat ge ’t Reglement wel eens inziet, niet waar? Hebt ge daarin nooit gelezen, dat diezelfde Gouverneur-Generaal verplicht is zorg te dragen dat de Bevolking niet mishandeld wordt? Is u dàt voorschrift te natuurlyk, te eenvoudig, te menschelyk? Kunt ge daaraan geen systeem vastknoopen? Kunt ge daarvan geen partyzaak maken? Is dit de reden dat ge liever dien tekst overslaat, zoo-als de Hollandsche huisvader het artikel over ’t verzetten van den grenssteen?Wat talent dan,que diable! Ik verzeker u dat ge met eenige inspanning al zeer spoedig lange stukken zoudt kunnen aaneenlymen over zoo-iets. Daar ge nu door ’t gedurig besteden uwer gaven aan byzaken, een frazeologie hebt opgedaan die op zulke byzaken past, mag u geen reden zyn om ook niet eens uw bekwaamheden te beproeven aan de hoofdzaak. Doet het eens. Ge zult ontwaren dat men lankdradig wezen kan, onbegrypelyk en geleerd zelfs, by de behandeling van iets ernstigs. Ja, ik wanhoop niet aan ’t slagen uwer pogingen om zelfs, na wat sukkelens, ’t stelsel byeen te knoeien over de rechte manier der mishandeling van den Javaan. Een stelsel, een systeem, hoort ge! Een systeem met staathuishoudkundig daarin, daarop, daarover, daardoor! Een systeem met woorden op “tie”,“atie”,“itie” en “otie.” Een systeem met basis en top, met syllogismen, theoriën, utopiën, rhetorische figuren, moreele of immoreele convictiën en fictiën! Een systeem, ’n ordelyk systeem met aanhangers, tegenstanders, voorvechters, renegaten...Een systeem in ’t eind, zoo-als menschen zonder denkbeelden noodig hebben om hoofdartikels te schryven.Beproeft het eens, myne heeren dagbladschryvers.En—ik benbon prince—ik geef u zelfs de keus tusschen twee systemen, tusschen meer systemen, tusschen ’n systeemloozeoneindigheid van verschillende systemen. Lacht u dit niet toe?Het eerste,—maar dit raad ik u af, omdat het te eenvoudig is, en te veel talent zou vereischen om verdedigd te worden—het eerste systeem is dat ’n Gouverneur-Generaal z’n plicht moet doen, en zorg-dragen dat de Javaan niet mishandeld wordt. Dit ismynsysteem en voor ulieden te moeilyk.Maar al die anderen! Inderdaad,embarras de choix! Ziet eens:Eerste systeem. Schets van bewerking.“De Javaan, myne heeren, de Javaan is ’n mensch. De mensch, myne heeren, de mensch is zondig. De zonde komt van den duivel, myne heeren, en die duivel, myne heeren, gebruikt de ledigheid van de Javanen tot oorkussen. Het is onze plicht, myne heeren, den duivel z’n oorkussen aftenemen. Dit oorkussen is op de laatste koffiveiling verkocht voor zooveel centen ’t pond. Wy laten ons niet in met holle redeneering, myne heeren! Wy laten de cyfers spreken. Ziet hier de staten van invoer, van verkoop, van netto provenu. En nu willen sommige beweren, dat de consignatie van dat beddegoed des duivels...”Ziet ge heeren dagbladschryvers, daar zit ge in twee sprongen op deConsignatie. Verleidt u dit niet?Tweede systeem. Schets van bewerking.“De wet is het plechtanker van den Staat. Geen Staat kan vergaan zoolang de wet geëerbiedigd wordt. En wat schryft nu de wet voor, ten opzichte van onze Indische medeonderdanen? De Gouverneur-Generaal is verplicht hen te beschermen tegen geweldenary. Juist, die wet behoort geëerbiedigd te worden, zooals alle wetten. Ziehier ons stelsel, myne heeren. Hiervan wyken wy niet af. Dit stelsel is ’n gebouw van steen... neen van arduin... neen, ’t is ’n rots. Wie dit stelsel liefheeft, heeft ons lief... ons, hoofd-, by-, onder- en verdere redakteuren van deze krant. Wie dit stelsel aanvalt, valt ons aan... ons, hoofd- by- onder- en verdere systeemverdedigers, tot de schryvers der koppelooze-kalfberichten inkluis. Als dit stelsel staan blyft, kan er niets vallen. Als dit stelsel valt, blyft er niets staan, zelfs onze krant niet.En hoe, vraagt ge, moet dit heerlyk onvolprezen stelsel overeind worden gehouden.Luistert niet, bidden wy u met het diepste gevoel van staathuishoudkundige bezorgdheid, luistert niet naar de inblazingen van de onbekwamen of verdoolden, die niets kennen dan de belangen hunner party! Van hen, die blyven hangen aan de doode letter der wet, en den geest voorbyzien die levend maakt. Neen, verre van ons—hoofd- onder- by- derde- zevende- en verdere redakteuren van deze krant—verre van ons zulke schending van onze hoogepriesterlyke waardigheid. De wet, myne heeren, de wet, de wyze onomstootelyke heilige wet... niets buiten die wet. Mèt die wet, alles!En wat zegt ze? Ze schryft den Gouverneur-Generaal voor, de Javanen te beschermen. Dit behoort hy dus te doen. Dit is z’n eerste plicht.Hoe moet hy dien plicht vervullen? Stipt, voortdurend, zonder ophouden.Van dien plicht mag hy niet afwyken, geen dag, geen uur, geen oogenblik. Ziehier ons stelsel, myne heeren.En wat moet nu die Gouverneur-Generaal doen, als iemand hem brieven schryft waarin wordt medegedeeld dat de Javaan hier-en-daar wordt mishandeld? Het antwoord ligt voor-de-hand. Zoo’n Gouverneur-Generaal moet die brieven niet lezen, want het is duidelyk dat zulke correspondentie hem zou storen in de vervulling van z’n plicht: de bescherming van den Javaan. Ziehier ons stelsel, myne heeren.En als de schryver van zulke ongepaste klaagbrieven aanhoudt? Dan moet de Gouverneur-Generaal hem z’n ongenoegen kenbaar maken in ’n kabinetsbrief, en hem dwingen z’n ontslag te vragen. Ziehier ons stelsel, myne heeren.En wanneer dan zoo-iemand nòg niet ophoudt vertoogen intedienen over de mishandeling van den Javaan, die den Gouverneur-Generaal hinderen in ’t onafgebroken beschermen der Javanen? Dan, myne heeren, dan verheffen wy onze stem, en benoemen dien Gouverneur-Generaal, die zich geen enkel oogenblik, door wien of wat ook, liet aftrekken van z’n plicht, tot geachten spreker. Ziehier ons systeem, myne heeren, in al z’n schoonheid.”Derde systeem. Proeve van bewerking.«Ieder kent het stelsel dat wy sedert jaren met volle overtuiging verdedigen. Wy achten en eerbiedigen de wetten, maar juist daarom kanten wy ons met alle macht die ons gegeven is, tegen de valsche interpretatie van Art.55 van ’t Regeerings-reglement. Daar staat duidelyk dat het beschermen van den Javaan ’n eerste plicht is van den Gouverneur-Generaal. Wat was de bedoeling des wetgevers by ’t drukken op dit veelbeduidende woord:eerste? Dat de Gouverneur-Generaal van die bescherming z’nhoofdbezigheid maken zou. Z’nhoofdzorg? Geenszins, myne heeren. Dan toch zou er staan;voornaamste, belangrykste, gewichtigste. ’t Isduidelykvoor ieder die niet verblind is door partywoede, dat het woordeerste’n telwoord is van rangorde, geen adjektief van superioriteit. By ’t aan-wal stappen behoort de Gouverneur-Generaal,terstond oogenblikkelyk, dezen of genen Javaan te beschermen tegen ’t een-of-ander. Dit is z’neersteplicht, en zeer terecht heeft de wetgever hem geboden dien eersten plicht snel en eens-voor-altyd aftedoen, opdat hy in ’t vervolg tyd, lust, kracht en gelegenheid overhoude voor z’n tweeden plicht, voor z’n derden, voor z’n zevenden... als er zooveel plichten zyn, wat we niet weten. Ziehier ons stelsel, myne heeren.Weg met hen die, alle gezonde begrippen over volgorde verkrachtende, de vervulling van den eersten plicht eischen, na ’t volbrengen van den tweeden! Zien ze niet in, de partymannen, dat zy gedurig, dien ongelukkigen eersten plicht in de plaats schuiven van andere plichten? Begrypen ze niet dat de wetgever z’n byzondere redenen moet gehad hebben om hier, zoo geheel tegen gewoonte en smaak, duidelyk te wezen?De bescherming van den Javaan is des Gouverneurs-Generaaleersteplicht. Dit herhalen wy.Hac nitimur, hanc tuemur, als een oude gulden. De Landvoogd die zich zou verstouten dien eersten plicht uit te oefenen nadat ze door voorafgaande andere plichten, de dertiende, of—o gruwel!—de zeven-en-twintigste plicht zou geworden zyn... zulk ’n Landvoogd... God zy gedankt, zulke Landvoogden bestaan er niet. En àls ze bestonden... maar neen, onze dagbladhoofdartikel-schryversgemoedverzet zich tegen zulke veronderstellingen, en met deze voorloopige ontwikkeling van ons stelsel besluiten wy dit eerste artikel over ’t eerstelingschap der verplichtingen van den Gouverneur-Generaal.»Dezechargeis niet zoo sterk als ze schynt. In de Tweede Kamer heeft de Oud-MinisterMyergemeend den Gouverneur-Generaal dien ik aanklaag van plichtverzuim, te verontschuldigen—niet door te zeggen, dat ik onwaarheid had gesproken, o neen!—maar door de bewering dat die Gouverneur-Generaal eens, heel in ’t begin van z’n bestuur, z’n “eersten” plicht vervuld had. En niemand protesteerde! Als dus deze of gene dagbladredacteur myne proeve van bewerking tot de zyne maken wil, en ’n systeem scheppen door speling met het woord:eerste, dan kan hy al terstond rekenen op ’t bondgenootschap van den heerMyeren van al die zwygers. Ja, met ’n beetje talent ware daarvan inderdaad ’n staatkundige party te maken. De thans regeerende partyen hebben niet veel meer om ’t lyf.
«Stel u eens voor, geachte lezer»—men ziet dat de brochure niet van my is—«dat in een land waar de openbare wegen zeer onveilig gemaakt worden door bandieten, die op eene ongehoord brutale wyze schatting van de reizigers vorderen, en soms nog wel een weinig verder gaan in hunne willekeur,de vraag by de vertegenwoordiging ontstond, in hoever het wenschelyk zou wezen, om byv. detollender openbare wegen afteschaffen, en dat dáárover eindelooze discussiën gevoerd werden, zonder dat er door een enkel lid de wensch geuit werdietste doen tot beveiliging van den eigendom en den persoon des reizigers.Nederlanders! Wilt gy dat die toestand opJavavoortduurt? Wilt gy dat de wetten en reglementen die daar zyn om den armen Javaan te beschermen, onuitgevoerd blyven?»Juist! Die wetten en reglementenbestaan, maar ze worden ter-zy gelegd. Dagelyks worden ze geschonden en verkracht. Het “schipperen” dat is: het oogluikend toelaten van geweldenary, roof en moord, wordt geprezen en beloond. ZieSlymering. Het te-keer gaan van die misdaden wordt beschouwd als onbekwaamheid, als excentriciteit, en gestraft met een straf die te zwaar wezen zou voor de misdaden zelf. ZieHavelaar.Dit is de zaak, dit alleen! Al het overige is van zeer ondergeschikt belang.En alweêr sta ik niet geheel alleen met deze meening. Ik lees in een der pikante mededeelingen vanHagiosmandre11eenige regelen die met weinig omslag aantoonen hoe gezocht de kwestie is overVryen-arbeidenKultuurstelsel:«Ministers en Kamerleden praten veel, verschrikkelijk veel over cultuurstelsel, vrijen arbeid; doch de vraag:“Wordt de Javaan mishandeld?”komt niet ter sprake.Een lang met de Javanen omgegaan hebbende ambtenaar schrijft mij:«De Javaan is in zooverre een mensch als een ander, dat hij liever veel geld heeft dan weinig—liever een goed huis dan een slecht,—lieverwelvaartdanarmoede.«Die voorkeur voorbien êtrezou hem doen werkenuit vrije keuze, wanneer door dat werk die welvaart kon verkregen worden.«Maar!... hij is er aan gewoon, dat men hem het bespaarde, het overgewonnene afneemt;—of liever dat men het niet eens zoover laat komen dat er iets af te nemen valt.—Hij is arm en blijft arm.«Het is althansnooit bewezendat hij niet vrijwillig werkenzou, wanneer er opJavaveiligheid bestond voor personen en goederen.«Dit nu schijnt er niet te bestaan, of liever, volgens denMax Havelaarontbreekt er geheel.«En vóor dat dit hersteld wordt, is het dwaasheid te spreken over vrijen arbeid.”Laat er een moreel, intègre bestuur heerschen inIndie, en in denHaag, betreffende dat heerlijke land, en dan zal ’t blijken of de Javaan vrijwillig wil arbeiden.Ei, zegt men, dat is gemakkelijk voorgeschreven. Hoe moet men doen, om zekerheid te hebben dat er intègre bestuurd wordt?Dat is zeer moeijelijk;—maar zeker is ’tonmogelijkzoolang menHavelaargeen regt doet op eene wijze, welke aantoont dat menwaarheid en rechtvaardigheid wil.Zoolang Havelaar niet gerehabiliteerd of veroordeeld is, zijn Kamers, ministers en gouverneurs-generaal zedelijk verantwoordelijk voor alles, wat in den Havelaar is gewraakt.Of het goede bereikt zal worden door hem te steunen, is de vraag. Maar...dat het kwade wordt gesteund, zoolang geen onderzoekdaaromtrent plaatsheeft,is zeker.Welk besturend beambte zal opJavazijn plicht durven doen, als hij hoort hoeMax Havelaaren de zijnen leden en lijden moeten, omdat hij zijn plicht vervulde?Immers toch, zoolang het niet uitgemaakt is, dat hij onwaarheid vertelde, moet men de feiten, die hij met autentieke stukken staaft, alswaarerkennen.»Er schynen dus ook anderen moê te wezen van ’t gekibbel overbyzaken. Die “anderen” vormen voor als-nog de minderheid. Maar hun getal zal aangroeien door overloopers uit de beide partijen, die voor-en-na zich verzadigd zullen voelen van onnutte polemiek. Zóó zullen die “anderen” eindelyk de meerderheid vormen, en dit is de party, de eerlykederdeparty, die ik den Kiezers aanbeval inde Minnebrieven.Maar hoe is men dan geraakt tot de meening, dat ik ’n aanhanger was van de Vrye-arbeidsleer? Dit is alleen mogelyk geweest door een paar zinsneden van denMax Havelaaruit haar verband te rukken. Ik zal die hier aanhalen, dewyl ze my tevens dienen om het Kultuurstelsel te kenschetsen.«Doch daar kwamen vreemdelingen uit het Westen, die zich heer maakten van het land. Zy wenschten voordeel te doen met de vruchtbaarheid van den bodem, en gelastten den bewoner een gedeelte van zynen arbeid en zyn tyd toe te wyden aan het voortbrengen van andere zaken»—er was namelijk vroeger gesproken over ryst, die de Javaan noodig heeft om in leven te blijven—«van andere zaken, die meer winst zouden afwerpen op de markten vanEuropa. Om den geringen man daartoe te bewegen, was niet meer noodig dan een zeer eenvoudige staatkunde. Hy gehoorzaamt zyn Hoofden. Men had dus slechts die Hoofden te winnen door hun een gedeelte toetezeggen van de winst... en het gelukte volkomen.»Ik erken volmondig by het schryven van deze regelen gedachtte hebben aan ’tstelselvan den generaalVAN DEN BOSCH—die, men ziet het, al zeer goedkoop den naam vangenieheeft verkregen—doch ik bedoelde daarmede geenszins party te trekken voor die andere nog afschuwelyker wyze van uitzuigen, die menVryen-arbeidnoemt. Integendeel.«Als men let op de ontzettende massa Javasche producten die inNederlandworden te-koop geveild, kan men zich overtuigen van ’t doeltreffende dezer staatkunde, al vindt men ze niet edel. Want mocht iemand vragen of de landbouwer zelf eene belooning geniet, evenredig aan die uitkomst, dan moet ik daarop ’n ontkennend antwoord geven. De Regeering verplicht hem opzynengrond aantekweeken wathaarbehaagt, zy straft hem als hy het aldus voortgebrachte verkoopt aan wien ’t ook zy, buiten háár, enzyzelvebepaalt denprysdien ze hem daarvoor uitbetaalt. De kosten op den overvoer naarEuropadoor een bevoorrecht handelslichaam, zyn hoog. De aanmoedigingsgelden aan de Hoofden bezwaren daar-en-boven den inkoopsprys, en, daar de geheele handel toch ten-slotte winst afwerpenmoet, kan die winst niet anders worden gevonden, dan door den Javaan juist zóóveel uittebetalen, dat hy niet sterve van honger, ’t geen de voortbrengende kracht van de natie verminderen zou.Ook aan de Europesche beambten wordt ’n belooning uitbetaald in evenredigheid met de opbrengst.Wèl wordt dus de Javaan voortgezweept door dubbel gezag... wèl wordt hy afgetrokken van z’n rystvelden ... wèl is hongersnood vaak ’t gevolg van die maatregelen ... doch vroolyk wapperen teBatavia, teSamarang, teSoerabaya, tePassaroean, teBezoeki, teProbolingo, tePatjitan, teTjilatjap, de vlaggen van de stengen der schepen, die beladen worden met de oogsten dieNederlandryk maken.Hongersnood?Op het ryke vruchtbareJava,Hongersnood? Ja, lezer. Voor weinige jaren zyn geheele districten uitgestorven van honger.Moeders boden hun kinderen te-koop voor spyze. Moeders hebben hun kinderen gegeten...»Dit is hetKULTUURSTELSEL... zeggen de vry-arbeiders, en ik erken dat niemand na ’t lezen van die regels my kon aanzien voor ’n vurig aanhanger van dat stelsel. Maar dit sluit volstrekt niet in, dat ik party-trek voor hen die, misbruik makende van den schoonen klank:vry, ’ngedwongen Vryen-arbeidwillen invoeren, waarby de eerste avonturier de beste zich in de plaats stellen zou van de Regeering, om in compliciteit met de Hoofden, den Javaan uittezuigen. De HeerWintgensheeft volkomen gelyk, dat zyn deergsteDroogstoppels!De ellende die ’t Kultuurstelsel over den Javaan brengt, kan vermeden worden door een Gouverneur-Generaal die z’n plicht doet, en geen belooning toekent aan ’t verbergen van de waarheid. Wanneer, lang voor den hongersnood inCentraal-Java, de residenten niet hadden gelogen in hun rapporten, door byv. altyd duizende pikols ryst te scheppen op ’t papier, die niet aanwezig waren in werkelykheid, wanneer zy niet als ontrouwe schildwachten, voortdurend hadden geroepen: “alles wel!” toenreeds het gebrek voor de deur stond, dan had men tydig kunnen voorzien in den nood der arme Bevolking, die nu moest omkomen, niet omdat zy aan ’tGouvernementkoffi en indigo leverde, maar omdat zyte veelindigo en koffi geleverd had, onverschillig of die levering plaats had aan de Regeering of aan partikulieren. Indien nu de Residenten tydig hadden kennis gegeven van de gevolgen dezer noodlottige overdryving, instede van, met verkrachting van eed en plicht die gevolgen te verbergen: “omdat het hun tyd wel zal uithouden” dan had de Regeering maatregelen kunnen nemen om de duizende menschen in ’t leven te houden, die nu bezweken zijn... tot groot nadeel van de koffikultuur.O, ik trek geen party voor ’t Kultuurstelsel, dat allen vooruitgang, alle ontwikkeling, alle veredeling tegengaat. De Javaan is ’n machine. Neen, zelfs dát niet. Hy maakt slechts ’n gedeelte uit van z’n dessa, van de gemeente dieen blocgenomen een werktuig is om koffi voorttebrengen. Eigen wil, eigen denkbeelden worden verdoofd. Welvaart blyft hem onbekend, en daarmee alle roerselen tot inspanning, die gewoonlyk ’t gevolg zyn van ’t streven naar welvaart. Het schrale loon voor z’n produkt, dat hem by besluit van den Gouverneur-Generaal is toegelegd—let wel,nietna overleg met hemzelf, denbetrokkene—wordt hem nooit geheel-en-al uitbetaald. De Hoofden geven hem wat hun goeddunkt. O! dat Kultuurstelsel—vooral onder ’n Gouverneur-Generaal die z’n plicht niet doet—is verschrikkelyk!Maar ... om te geraken tot de beoordeeling van ’t Vrye-arbeidssysteem, voege menbyal die elementen van schandelyk misbruik, nogbovendienden hebzuchtigen partikulieren intrigant, en men zal nagenoeg weten wat het lot van den Javaan worden zou, als-i dááraan werd overgeleverd.Ik las onlangs in ’n krant-artikel eene verdediging van den Vryen-arbeid, waarin de schryver,—’n tabaksplanter, natuurlyk!—op de vermeerdering wees die de aanvoer van tabak teAmsterdamsedert eenige jaren ondergaan had. Twee millioen ponden, meen ik, waren gestegen tot tien millioen ponden. Ei! Plaats ’n vry-arbeidend resident inRembang, en binnen weinig tyds zult ge vyftig millioen ponden tabak bekomen in plaats van tien. Wie er niet meer van weet, zou z’n artikelen gerust achterwege kunnen laten. De vraag is: of die meerdere produktie van tabak niet in de plaats is getreden van andere waarden? En ten-tweede: of misschien die meerdere produktie van tabak, den grond zou kunnen leggen tot omstandigheden die ten-gevolge hadden dat men later nòch tabak, nòch iets anders ontvangen zou? Zoo verplaatst men de kwestiën.Ik herinner me dat, toen er voor eenige jaren ernstig werkgemaakt werd van de voeding des Nederlandschen Volks—men vond, meen ik, onder de miliciens te veel jagers en te weinig grenadiers—een geleerde voorstelde om door den Javaan visch te doen vangen, en daarmee de Hollanders te voeden. Van betaling was geen spraak. Men moet wel heel geleerd wezen om op zoo’n denkbeeld te komen. De man had gehoord dat er zooveelproteïneongedeerd rondzwom in deIndische zee. Dit kan waar zyn. Maar ook in deNoordzeeis veel visch. Hebben de Hollanders dien gevangen, en gratis naarJavagebracht, toen dáár honger werd geleden? En de verhouding is nog niet eenmaal gelyk. Want de honger der Javanen was een gevolg van de Hollandsche onderdrukking, en de Javanen hadden geen schuld aan ’t afnemend getal grenadiers. Integendeel. Zonder hen zou sedert lang ons heele leger bestaan hebben uit jagers... uit tamboers en pypers misschien.Er is iets grappigs in ’t denkbeeld de heele Hollandsche natie te zien ronddobberen op botters en pinken, om ’n ver-af gelegene andere natie in ’t leven te houden. Christelyk zou ’t wezen, dat ’s waar. “Van netten zyt gy gekomen, tot de netten zult ge wederkeeren!”Maar hoe koddig dit voorkome als idee, ik geloof dat men al heel spoedig zoo’n experiment zeer treurig vinden zou in de werkelykheid. Welke redenen kunt gy aanvoeren, Nederlanders, die ’t rechtvaardige dat ge van den Javaan vordert, wat gyzelf in geen geval zoudt willen doen voor ’n ander? Waar staat geschreven—al stond het geschreven, ik recuseer zulke schryvery, en dit zoudt gy ook doen als ’t in uw belang was—waar staat geschreven dat de Javaan moet arbeiden vooruwebehoeften? Oorlogsrecht? Ik ken dit recht niet, al schreef dan ookde Grooteen dik boek daarover, met dezelfde pen waarschynlyk die hem doemde tot het verdedigen van den christelyken godsdienst. Oorlogsrecht? Nog-eens, ik ken dit recht niet, ik erken het niet vooral, nadat ik m’n eerste geschiedenis van gezag droomde, waarin de ouder broeder zyn jonger dwong tot dienst. Nu ja, dit had-i geleerd van ’n wild beest. Oorlogsrecht nog-eens? Maar, eilieve, al bestond er zoo’n recht, dan nog moogtgy’t niet inroepen tegen den Javaan, dien ge nooit overwonnen hebt. Waar zyn de veldslagen, dien ge hem hebt geleverd? Waar liggen de vestingen, die ge hem afnaamt? Daarvan zwygt uwe geschiedenis.Die geschiedenis vertoont een walgelyk weefsel van kruipende onderdanigheid in tegenspoed, van wreedaardige ruwheid in voorspoed. ’t Spreekt vanzelf dat de vergaderingen vanHeerenXVII in ’t moederland, en van de edele, meer of minextra-ordinaire Raeden van Indiadaarginder, altyd geopend werden met ’n aanroeping van den Heer der heirscharen... denzelfden Heer zeker die den zegendiefJakobbeschermde tegenEzau.En later die Javasche oorlog in 1826–31! Ze werd gerekt in ’t belang van een der bevelhebbers, die een speler was, en meest-alcourt d’argentzynde, oorlog noodig had om aan geld te komen. Nog wyst men teBatavia’t huis dat hy verdobbelde in één nacht. Zoo’n verlies moest de Javaan weer betalen.En hoe is ten-slotte die oorlog geëindigd? Door verraad.Diepo Negoro, het hoofd van den opstand, hadvrygeleidetoen men hem gevangen nam. Zyn zoon was onder myn custodie opAmboina, en ’t was kurieus de opinie van dien man te hooren, over de Hollandsche goede trouw en verdere christelyke deugden, te veel om optenoemen. Daarvan weet ookFerdana MantrievanPalembangte spreken. De voorlaatste Keizer vanSolois gevangen genomen, afgezet en verbannen, omdat hy... gebeden had op de graven zijner voorvaderen, zonder permissie van den resident teSoerakarta...Ge toont oude papieren, waarin sommige Hoofden verklaarden... maar gyzelf hebt later die hoofden ter-zy gezet en hunne souvereiniteit nietig verklaard, zoodra ge die niet meer noodig hadt om ze hun onderdanen te doen verraden aan u, die zonder dat verraad, nooit meesters vanJavazoudt geworden zyn. Gy hebt leerscholen voor de “rechten” en kansels voor... ik weet niet wat, maar ik zou u wel eens willen hooren bewyzen van kansel of katheder, dat gy recht hebt op den arbeid van den Javaan.“Het is goed dat de mensch arbeide, hoor ik u zeggen. Zonder ons zou de Javaan te lui zyn om iets te doen, en dus...”Juist! Zoo spreekt ge. Maar ge vergist u in de meening dat die redeneering uw privaat eigendom wezen zou. Ze behoort aanDroogstoppeldie na ’t hooren vanWawelaarspreek de uitbreiding der Koffikultuur aanprees als nuttig voor ’t Godsryk. ’t Is waar dat de Javaan, om in zyn gezegend klimaat te blyven leven, minder arbeid noodig heeft dan gy. Maar ligt hierin ’n voldoende reden om hem aftenemen, en u toe te eigenen wat de natuur hem schonk om-niet? Is ’t zyne schuld dat uw vaderland zoo bar is, zoo onvriendelyk? Moogt ge ’t hem wyten, dat in uwe streken de eerste noodigste... éénige vraag van ’t leven is: hoe men te doen hebbe om dat leven te behouden?Ge hebt u by den Javaan—dat heet by z’n Hoofden, want de eigenlyke Javaan kent u niet—ingedrongen met zachte vleiende woorden. Ge hebt u opgeworpen als scheidsrechter in de geschillen, die ze argeloos onderwierpen aan uw oordeel. Ge hebt die onnoozelheid misbruikt om u meester te maken van wat u niet behoorde. Schrede voor schrede zyt ge voortgeslopen, en hebt uwen voet gezet op den akker van uw naaste, gedurig den grenspaal verzettende... dat verboden is in uw eigen Bybel, hoort gy! Of staat er niet in de geschriften die ge beweert voorheilig te houden, maar die ge ter-zy legt zoodra ze niet overeenkomen met uw belang: “vervloekt wie zyns naasten landpale verrukt en al het volk zal zeggen Amen!”Ik houd uw Bybel voor volstrekt niet heilig, maar dát woord was goedgesproken, dunkt me, en ik zou graag ’n preek houden over dien tekst. Hoe doet ge toch als ge voorleest uit die Schrift, en eensklaps op zoo’n gebod stuit? Vragen dan uw kinderen niet: papa, sla je wat over?Of weet ge dan uw kroost te beduiden dat zoo’n Javaan uw naaste niet is, en dat de behandeling vanzynlandpalen door andere wetten wordt geregeerd dan de gewone? Dit zal wel ’t eenige uitwegje zyn.Intusschen gaat ge voort, den arme die uwnaasteniet wezen mag, te knevelen, te bestelen en te villenà coeur joie, en om u zelf by dit alles ’n air van gemoedelykheid te geven, houdt ge u bezig met redeneeren over de verschillende systeemen, waarnaar die kunstbewerkingen geschieden. Kultuurstelsel, Vry-arbeid... watgeefthet meest?Ik heb u in deMinnebrievengezegd, en ik herhaal hier, hoe karakteristiek het is, dat men in uw Tweede-Kamer tot ernstige punten van overweging gemaakt heeft, of de door dienMoneyopgegeven cyfers juist waren, en op welke manier hy tot de inzage van uw boeken geraakt was. Maar de overweging der middelenwaardoor het geld verkregen is, waarover die boekhoudery loopt, schynt beneden de aandacht van de vergadering geweest te zyn. En na denMax Havelaarkòn men toch weten hoe er gehandeld wordt met het leven en de bezittingen van den Javaan! Dit scheen de moeite van ’t opmerken niet waard, maar wèl stelden de heeren belang in de wyze waarop al dat ellendig geknoei geboekt was, en vooral hoe ’n vreemde toegang bekomen had tot hun kantoor.Ziet ge wel, hoe ook dáár alweder de hoofdzaak werd overzien,met opzetoverzien, om de aandacht te leiden opbyzaken?En, Nederlanders ’t zyn niet Kamers of Ministers alleen, die voortdurend met gehuichelde belangstelling in de publiekebelangen, die belangen verraden, en willens en wetens de kwaal die ons teistert, door misdadig zwygen verwaarloozen. De dagbladen zyn de mond des Volks. Ik weet wel dat het spraakvermogen van dien mond belemmerd wordt door ’n domme middeneeuwsche, alle ontwikkeling tegengaande instelling—de zegelwet!—die in ’t jaar uws heeren 1861, als vroeger, u maakt tot de Chinezen van Europa. Maar al nemen we nu deze instelling alscirconstance atténuantevoor die spraakbelemmering aan, ’t blyft dan toch weinig minder onverantwoordelyk, hoe de redaktiënder dagbladen hare hooge roeping miskennen, de roeping:om ’t Volk voortelichtenwaar ’t z’n wezenlyke belangen geldt.Aan uw geschrevene, meestal door eigenbelang uitgevonden zedelykheidsregelen hecht ik weinig. Ook stel ik geen prys op de braafheid en de deugd, die zoo genoemd wordt uit gewoonte. Maar dit wegwerpen van ’t meerendeeluwerprincipes schynt toch niets te maken te hebben met absentie vanwareeerlykheid, en van ’nwaarrechtvaardigheidsgevoel. Ik besluit hiertoe onder anderen, uit de verontwaardiging die me bezielt by ’t lezen van de stukken dergenen die by ’t opzetten van ’n dagblad, stilzwygend de verplichting op zich namenwaarheidte verkondigen.Wanneer een Minister den mond opent, weet men dat-i gebonden is door ’n zoogenaamd program. Hy heeft, om Minister te worden, beloofd te spreken en te handelen in zekeren geest. Dit moge nu dom wezen, onmenschkundig, onpraktisch, nadeelig voor ’t algemeen welzyn... goed! De man heeft hetbeloofd, en wie geen lust heeft in den beloofden geest, kan de ministeriëele redevoeringen overslaan.Zoo-als ’t Volk dan ook meestal doet.Een Kamerlid, die president was van deConcordiaof deHarmonieten-zynent, heeft beloofd: “met de meeste onpartydigheid de belangen voortestaan van... z’n distrikt.”Edamstemt voor kaas.Drenthevoor ’t veen.Schiedamvoor Jenever.Schoklandvoor kabeljauw.Utrechtvoor theerandjes. Dit moge nu dom zyn, ontstaatkundig, onpraktisch en misdadig... goed! De man heeft het openlykbeloofd—het wordt verzekerd door al de “eenige kiezers” die z’n reclame teekenden, dat is: die ze niet teekenden—en wie geen lust heeft in de redevoeringen van zoo’n lid, kan ze overslaan.Zoo-als ’t Volk dan ook meestal doet.Een predikant, die inziet hoe onaangenaam het is, dat alle menschen zouden verdoemd wezen om de schuld van één persoon, en hoe ongerymd, dat ze weêr allen gered zyn door de verdiensten van ’n ander, moge gedwongen worden tot flauwheid in z’n preeken, door ’t besef van de onmogelykheid om tot klaarheid te brengen voor ’n ander, wat niet helder is voor z’n eigen verstand... hy moge hierdoor worden heen-en-weêr geslingerd van begrip tot begrip, en door overmaat van tegenstrydige begrippen tot wanbegrip... hy moge lankdradig worden, gerekt, vervelend, onbegrypelyk... dit alles voere hem tot de onvermydelyke keus tusschen domheid of huichelary... goed! De man heeftbeloofdte preêken uit den Bybel. En wie nu geen smaak vindt in de wargeestery die er gehaald wordt uit’n verward boek, kan t’huis blyven, of uit wandelen gaan, als ’t goed weer is. Zelfs kan men ter-kerk gaan, en daar inslapen.Zoo-als ’t Volk dan ook meestal doet.Men is niet gedwongen te luisteren naar betaalde preekhouders, geachte sprekers of programvormige ministers. Ik ben tégen al die bedryven, maar erken dat de beklaagden iets kunnen aanvoeren dat naar verontschuldiging zweemt: de hoop dat men niet geluisterd heeft.Maar gy, dagbladschryvers,gy, wat kuntgyopgeven als reden tot vermindering van straf? Ge naamt de taak op u het Volk te verlichten, te beschaven, inzage te geven in z’n belangen.Gyvindt alzoo geen verschooning in de hoop dat men u niet hooren zal. Uw streven is integendeel wèl gehoord te worden. Ge zoudt ophouden te bestaan, als men uniethoorde, juist anders-om dan die andere heeren, die de gelegenheid om voorttegaan slechts behouden door de beperktheid van den kring waarin ze spreken. Zy hebben blinden noodig en hardhoorigen. Gy integendeel: lezers, dat isabonnés.Uw roeping is ernstiger, waardiger, heiliger. En hoe voldoet ge aan de roeping, gy die met hoogepriesterlyke deftigheid, uzelfwynoemt in uwleading articles? Geeft ge, gy die gelezen wordenwilt, en inderdaadfaute de mieuxdoor ’t Volk gelezenwordt, waarheid aan dat Volk?O, ik weet dat ge fluisterend klaagt verkocht te zyn aan deze of geene party, en dus beweert evenveel recht op liegen te hebben als een minister of predikant, maar deze verontschuldiging gaat niet op. De arme lieden, wier betrekkelyke onschuld gy aanhaalt als verschoonend voorbeeld,erkennendat ze gebonden zyn. Ze doen die erkenning openlyk by ’t houden van de program leerrede of de intreê-speech.Zywaarschuwen. Maar gy schryft op uw banier: Koning, Vaderland, Rechtvaardigheid, Billykheid, Goede-trouw, Onpartydigheid ... alle zaken die wèl luiden en liefelyk klinken. En al weetiknu dat die liefelykheid klank is alleen, en al fluistert gemyin ’t oor, dat uw party—de aandeelhouders!—m’nheer zóó, die z’n abonnement zou opzeggen ... uw haat tegen die andere krant die ’t tegendeel beweerde ... kortom, al weetikdit alles—het Volk, het goede, geloovige Volk, dat zoo’n eerbied heeft voor al wat gedrukt is, weet ditniet.Ik vind in uw couranten dagelyks allerlei dingen die we niet noodig hebben, maar de zaken die ’t Nederlandsche Volk wèl betreffen, slaat ge over. Ellenlange artikelen over Vryen-arbeid en Kultuurstelsel vullen de vóórzyden uwer bladen. Eilieve, waarom, als ge u dan toch bemoeit met de zaken vanIndië,waarom eischt ge geen antwoord op de vraag die ik heb voorgelegd aan de Regeering?Stelt eens dat ge weet meêtespreken over Vry-arbeid of Stelsel van kultuur, neemt aan dat er wysheid ligt in ’t behandelen van ’tconsignatiestelsel—alweêr ’nstelsel, lieve god!—dan zult ge toch moeten erkennen, niet waar, dat er iets noodig is om al dat gestelsel overeind te houden? Dit nu is, in deze zaak, de koffi, de suiker, de indigo, de tabak, de kaneel en de bamboezen sigaarkokers die de juffrouwen present krygen van haar neven in de oost. Redeneert nu over de consignatie van die kokers—van bamboe of pauwveêr, om ’t even—redeneert daarover nu zoo lang dat ge eindelyk een stelsel van consignatie hebt saamgeknoeid, zoo volmaakt als ooit eenig stelsel van ’n andere rooverbende, en ziet dan eens rond wat ge zult te consigneeren hebben in ’t eind, wanneer de Javaan die de kokertjes vlocht, de koffi plantte en oogstte, de suiker sneed en maalde, of de indigo uitperste en gisten deed—als die Javaan, gedurende uw consignatie-studie, eens had opgehouden te malen, te vlechten, te persen en te gisten? Of wanneer-i, al te lang geperst, aan ’t gisten was gegaan, hyzelf?Dan zou geen enkele juffrouw meer presentenkrygenvan haar neef uit de Oost, en al uw consignatie-wysheid viel reddeloos te-water.Consignatie!Altydzulke fraaie, naar studie en wetenschap riekende woorden! Zegt eenvoudig aan ’t Volk: vrienden, wy beraadslagen of de winkel onzer kruiënierswarenhierofginderzal gehouden worden, en wat het meestegeeft.Maar zegt er by, als ge oprecht wilt zyn, dat uw leverancier aandringt op betaling, en dat hy ’t zeer verdrietig vindt op-den-duuruwwinkel gesorteerd te houden, zonder ’t minste voordeel voorzichzelf. Zegt dat het den Javaan geheel onverschillig is, of gy de gestolen producten daar of hier verschachert, en dat ge voortaan uwe wysheid liever wilt besteden aan ’t bestudeeren der vraag: of ge altyd wel suiker en koffi hebben zult, dan aan de weldra overbodige kwestie waar ge die zult ter markt brengen.De Javaan wordt mishandeld: dit is de kwestie!Maar daarvan zwygt gy, dagbladen.Neen, ik vergis me. Toen myn protest tegen die mishandeling verscheen, hebben dagbladen en tydschriften daarover veel gesproken. Zóóveel zelf, dat nooit eenig werk inNederlandzoo algemeen is behandeld geworden. Maar ... dit duurde slechts zoolang men in de valsche meening verkeerde, dat ik behoorde tot ’nparty. Ik had een der hoofden kunnen worden—of ’t hoofd—van de zoogenaamde oppositie, wanneer ik had kunnengoedvinden de heilige zaak die ik voorsta, te onderwerpen aan de eischen eener côterie die zich ’n air geeft van wetenschap en staatkunde, door ’t voorwenden van opiniën over een systeem. Wanneer ik myzelf op de pynbank had willen leggen, om lange hoofdartikelen te schryven over dingen die ik niet omslachtiger weet uittedrukken, dan—zoo-als ik vaak gedaan heb—met deze woorden:“Men bestele den Javaan niet, men zuige hem niet uit, men vermoorde hem niet. Dan zal er na eenigen tyd blyken of hy vrywillig arbeiden wil.”Ik zeg dat hy zál willen, en in dien zin ben ik vóór vryen arbeid. Maar ’t opwerpen van systeem-kwestiën, vóór men heeft opgehouden den Javaan te mishandelen en te plunderen, is... duitenplatery. Ge weet nu wat dit woord beduidt, hoop ik. Ik schryf teksten en geen preêken.En de dagbladschryvers weten ’t wel. Maar die abonnés!Hoor ge ’t, Nederlanders? Die heeren zeggen dat ge volstrekt leugens en noodig gehaspel over leugens, lezenwilt. Is dit zoo? Ik kan ’t niet gelooven. Waarachtig, de waarheid is pikanter van tyd-tot-tyd. Ziet maar myn geschryf... ieder koopt het. Nu weet gemeteen’t geheim van m’n zoogenaamd talent.Maar al ware dit zoo niet, al was de waarheid flauw en onverkoopbaar als ’n byblad van de Staats-Courant, hoe is ’t mogelyk dat ge u in uw meening over de publieke zaak kunt laten leiden door voorlichters die—de kwestiën van den dag nu eens daargelaten—in alles toonen zoo geheel beneden hun roeping te staan? Abonneert u eens voor ’n maand of wat opde Indépendance, opde Kölnische Zeitung, opde Times, en wanneer ge daarna nog waarde hecht aanuweorganen, aanuweleiders der publieke opinie... dan, ja dan zoudt ge verdienen geprezen te worden in een driekolommig hoofdartikel van zoo’n orgaan.Meent niet dat ik hoog loop met de waarde der buitenlandsche kranten. Van-daag nog lees ik in ’trésumé politiquevan deIndépendance, datNapoleonin antwoord op de nieuwejaarswenschen, van zyn kant de hoop heeft te kennen gegeven, dat de vorstelyke familiën in 1862 mogen bewaard blyven voor allerlei ongelukken—ziekte, dood, verkoudheid en dergelyke, denk ik—grâce aux louables efforts qui seraient faits partout dans ce but, et auxquels son concours absolu était acquis à l’avance.” Ziedaar, volgens deIndépendance,Napoleongarde santévan al wat er in denAlmanach de Gothastaat! Ziedaar den Keizer der Franschen ’n concurrent vanHolloway,MeidnerenHoff!Hyzal z’n best doen om alle vorsten gezond te houden.Hyzal zorgen dat geen prins kinkhoest krygt, en dater geen dakpan valt op ’t hoofd van ’n prinses. Wanneer-i ’n paar jaar vroeger op dit heerlyk idee was gekomen, dan ware prinsAlbertniet gestorven aan typhus, noch de Koning van Portugal aan... men weet niet wat.Ik weet wel dat de Fransche Keizer die zotterny niet gezegd heeft, en dat het ’n gebrek is in de redaktie van deIndépendance, die in één greep “les commotions des peuples” heeft saâmgevat met koninklyke ongemakken, maar... laat er morgen watte kiezenvallen, dan licht diezelfde redakteur het Volk voor in z’n keus.Zóó worden de dagbladen geredigeerd!En de uwen, Nederlanders? De uwen zyn van die bladen een flauwe afdruk... neen, was ’t nog maar zoo! De uwen zyn daarvan ’n mismaakt verknoeid onkenbaar verwrongen verflenst uittreksel. Dit verknoeien loopt in ’t koddige. Maar wie op de gevolgen let, voelt verdriet over die koddigheid.Onlangs merkte ik op hoe onze bladen, onder de deftige rubriek: “Engelsche post” plaats hadden voor ’t bericht dat ’n koorddanser z’n balanceerstok had gebroken. Zoodra ’t evenwel de ware belangen van ’t Volk geldt,—lees niet “van departy”verzoek ik u—dan hebben de bladen geen ruimte... om de drukkende zegelwet, zeker.Zoodra er iets te kiezen valt, Nederlanders, voor gemeente, provincie of koninkryk, stel ik voor, alle aanspraak op ’t leiden uwer opinie te ontzeggen aan elke courant, die u niet voor-af zal hebben meêgedeeld, of die balanceerstok behoorlyk gerepareerd is? Wat drommel, als men nieuws vertelt, moet men vertellen tot het eind.Ja, het loopt in ’t koddige. Wilt ge ’n staaltje van wat ge u laat opdisschen? Ik heb ze voor ’t grypen. Ziehier.Er bestaat teParys, zoo-als ge weet of niet weet, ’n censuur op de grafschriften. Een man verloor z’n vrouw, en daar ’n ongeluk nooit alleen komt, maakte hy ’n grafschrift in verzen. De plaatsing hiervan werd geweigerd en wel volgens ’n fransche courant: “niet omdat z’n verzen iets onzedelyks bevatten, of omdat ze storend waren voor openbare veiligheid en publieke welvaart, maar omdat ze zondigden tegen de regelen der prosodie.”’t Is gek, dit beken ik. Maar dat ’s nu hier de vraag niet. De vraag is hoe uwe couranten geredigeerd worden? Welnu, ’tHandelsblad, het deftigeHandelsblad—en misschien andere bladen ook, maar dit weet ik niet—vertelt u dat: inParysde plaatsing van ’t grafschrift geweigerd is,omdathet niets bevatte tegen de zedelykheid, enz. Ik weet niet of er kort daarnaiets teKIEZENviel, maar zoo ja, dan heeft datzelfdeHandelsbladu voorgelicht in uwe keuze!Onlangs verscheen er, ik meen in dePresse, eene allergeestige satire tegen de woede van ’t reglementeeren, en de overdreven centralisatie van bureaumacht. De schryver chargeerde ’t onderwerp, door te vertellen dat ’n—zeer problematieke—koning inZuid-Amerika, ’n reglement had gemaakt op ’t menschen-eten. Dit reglement deelde hy in gewone bureautermen mede:Gehoord... enz.Gelezen... enz.Overwegende... enz.Nog gelet... enz.Is verstaan... enz.Onze Minister van binnenlandsche Zaken is belast... enz.” De persiflage was aardig.Een paar dagen daarna vertelde deAmsterdamsche Courantheel nuchter, dat de koning vanAraucaniehet menschen-eten had afgeschaft, of althans die onhebbelykheid had gebracht onder restriktieve bepalingen in ’t besluit van zóóveel artikelen.Ik weet alweêr niet of er kort daarna iets teKIEZENviel, Nederlanders, maar zoo ja, dan heeft die courant u weer voorgelicht in uwe keuze!En zoo’n blad—of zulke bladen, want ik citeer een uit velen—zoo’n blad matigt zich aan: meêtespreken waar ’t uw hoogste belangen geldt. De menschen, die zulke dingen samenflansen, omhangen zich met de tribunale toga, en beklimmen ’t spreekgestoelte op hetforum, nadat ze even te voren den Volke hebben meêgedeeld, dat er ’n kind is geboren met drie hoofden in ’t een of aêr onbekend dorp, of ’n kalf zonder kop, dat ’n krant kan redigeeren. Maar in zoo’n geval is ’t dorp bekend, omdat de zaak navraag lyden kan.Ik zou kans zien dagelyks ’n heele courant te vullen, alleen met de verkorte mededeeling der zotternyen van andere kranten. Dit zou ’n vervelend werk wezen, en ik bepaal me liever tot de beide staaltjes die ik ten-beste gaf om u te waarschuwen, Nederlanders, tegen den invloed dien ge op u laat uitoefenen door dezelfde pennen die zulkebêtisesschreven.“O,” hoor ik antwoorden, “zotternyen van deze soort raken de hoofdartikelen niet! ’t Zyn produkten van dedii minorum gentium, vàn de redacteurs 2e . 3e... 7e klasse, en wyzelf lachen daarom.”Ei! Maar hoe weet dan het Volk waar ’t u moet gelooven, en waar niet? Hoe kan men weten wat kermisgrappen zyn, en wat ernst is?Aan de bladzyde? Is ’t ernst, goede wezenlyke ernst wat ge schryft op pagina één? Staan de domheden op de achterzyde op de derde bladzy, in ’t byvoegsel. Wáár, als ’t u belieft?” Of liever,waar staan zeniet? Want, neemt my niet kwalyk, ik vind ze overal, en zeker niet minder op de voorzyde uwer bladen, dan in de buurt der wonderkinderen of afwezige kalfskoppen.En die kinderen, die koppen doen niemand kwaad. Maar uw zoogenaamde hoofdartikelen doen wèl kwaad. Als men zulke lange vertoogen leest over de juiste bedoeling van Art. 56 van ’t Regeeringsreglement van Nederlandsch-Indië, waarin gesproken wordt over het bevorderen van Vryen-arbeid door den Gouverneur-Generaal, gelooft het Volk inderdaad dat de kwestie dáár ligt, en let er niet op dat ge—met misdadige verkrachting van de waarheid—de hoofdzaak verzwygt, de eenige ware hoofdzaak:de Javaan wordt mishandeld.Dagbladschryvers, ge spreekt zooveel over datArt. 56. Ik mag dus vaststellen dat ge ’t Reglement wel eens inziet, niet waar? Hebt ge daarin nooit gelezen, dat diezelfde Gouverneur-Generaal verplicht is zorg te dragen dat de Bevolking niet mishandeld wordt? Is u dàt voorschrift te natuurlyk, te eenvoudig, te menschelyk? Kunt ge daaraan geen systeem vastknoopen? Kunt ge daarvan geen partyzaak maken? Is dit de reden dat ge liever dien tekst overslaat, zoo-als de Hollandsche huisvader het artikel over ’t verzetten van den grenssteen?Wat talent dan,que diable! Ik verzeker u dat ge met eenige inspanning al zeer spoedig lange stukken zoudt kunnen aaneenlymen over zoo-iets. Daar ge nu door ’t gedurig besteden uwer gaven aan byzaken, een frazeologie hebt opgedaan die op zulke byzaken past, mag u geen reden zyn om ook niet eens uw bekwaamheden te beproeven aan de hoofdzaak. Doet het eens. Ge zult ontwaren dat men lankdradig wezen kan, onbegrypelyk en geleerd zelfs, by de behandeling van iets ernstigs. Ja, ik wanhoop niet aan ’t slagen uwer pogingen om zelfs, na wat sukkelens, ’t stelsel byeen te knoeien over de rechte manier der mishandeling van den Javaan. Een stelsel, een systeem, hoort ge! Een systeem met staathuishoudkundig daarin, daarop, daarover, daardoor! Een systeem met woorden op “tie”,“atie”,“itie” en “otie.” Een systeem met basis en top, met syllogismen, theoriën, utopiën, rhetorische figuren, moreele of immoreele convictiën en fictiën! Een systeem, ’n ordelyk systeem met aanhangers, tegenstanders, voorvechters, renegaten...Een systeem in ’t eind, zoo-als menschen zonder denkbeelden noodig hebben om hoofdartikels te schryven.Beproeft het eens, myne heeren dagbladschryvers.En—ik benbon prince—ik geef u zelfs de keus tusschen twee systemen, tusschen meer systemen, tusschen ’n systeemloozeoneindigheid van verschillende systemen. Lacht u dit niet toe?Het eerste,—maar dit raad ik u af, omdat het te eenvoudig is, en te veel talent zou vereischen om verdedigd te worden—het eerste systeem is dat ’n Gouverneur-Generaal z’n plicht moet doen, en zorg-dragen dat de Javaan niet mishandeld wordt. Dit ismynsysteem en voor ulieden te moeilyk.Maar al die anderen! Inderdaad,embarras de choix! Ziet eens:Eerste systeem. Schets van bewerking.“De Javaan, myne heeren, de Javaan is ’n mensch. De mensch, myne heeren, de mensch is zondig. De zonde komt van den duivel, myne heeren, en die duivel, myne heeren, gebruikt de ledigheid van de Javanen tot oorkussen. Het is onze plicht, myne heeren, den duivel z’n oorkussen aftenemen. Dit oorkussen is op de laatste koffiveiling verkocht voor zooveel centen ’t pond. Wy laten ons niet in met holle redeneering, myne heeren! Wy laten de cyfers spreken. Ziet hier de staten van invoer, van verkoop, van netto provenu. En nu willen sommige beweren, dat de consignatie van dat beddegoed des duivels...”Ziet ge heeren dagbladschryvers, daar zit ge in twee sprongen op deConsignatie. Verleidt u dit niet?Tweede systeem. Schets van bewerking.“De wet is het plechtanker van den Staat. Geen Staat kan vergaan zoolang de wet geëerbiedigd wordt. En wat schryft nu de wet voor, ten opzichte van onze Indische medeonderdanen? De Gouverneur-Generaal is verplicht hen te beschermen tegen geweldenary. Juist, die wet behoort geëerbiedigd te worden, zooals alle wetten. Ziehier ons stelsel, myne heeren. Hiervan wyken wy niet af. Dit stelsel is ’n gebouw van steen... neen van arduin... neen, ’t is ’n rots. Wie dit stelsel liefheeft, heeft ons lief... ons, hoofd-, by-, onder- en verdere redakteuren van deze krant. Wie dit stelsel aanvalt, valt ons aan... ons, hoofd- by- onder- en verdere systeemverdedigers, tot de schryvers der koppelooze-kalfberichten inkluis. Als dit stelsel staan blyft, kan er niets vallen. Als dit stelsel valt, blyft er niets staan, zelfs onze krant niet.En hoe, vraagt ge, moet dit heerlyk onvolprezen stelsel overeind worden gehouden.Luistert niet, bidden wy u met het diepste gevoel van staathuishoudkundige bezorgdheid, luistert niet naar de inblazingen van de onbekwamen of verdoolden, die niets kennen dan de belangen hunner party! Van hen, die blyven hangen aan de doode letter der wet, en den geest voorbyzien die levend maakt. Neen, verre van ons—hoofd- onder- by- derde- zevende- en verdere redakteuren van deze krant—verre van ons zulke schending van onze hoogepriesterlyke waardigheid. De wet, myne heeren, de wet, de wyze onomstootelyke heilige wet... niets buiten die wet. Mèt die wet, alles!En wat zegt ze? Ze schryft den Gouverneur-Generaal voor, de Javanen te beschermen. Dit behoort hy dus te doen. Dit is z’n eerste plicht.Hoe moet hy dien plicht vervullen? Stipt, voortdurend, zonder ophouden.Van dien plicht mag hy niet afwyken, geen dag, geen uur, geen oogenblik. Ziehier ons stelsel, myne heeren.En wat moet nu die Gouverneur-Generaal doen, als iemand hem brieven schryft waarin wordt medegedeeld dat de Javaan hier-en-daar wordt mishandeld? Het antwoord ligt voor-de-hand. Zoo’n Gouverneur-Generaal moet die brieven niet lezen, want het is duidelyk dat zulke correspondentie hem zou storen in de vervulling van z’n plicht: de bescherming van den Javaan. Ziehier ons stelsel, myne heeren.En als de schryver van zulke ongepaste klaagbrieven aanhoudt? Dan moet de Gouverneur-Generaal hem z’n ongenoegen kenbaar maken in ’n kabinetsbrief, en hem dwingen z’n ontslag te vragen. Ziehier ons stelsel, myne heeren.En wanneer dan zoo-iemand nòg niet ophoudt vertoogen intedienen over de mishandeling van den Javaan, die den Gouverneur-Generaal hinderen in ’t onafgebroken beschermen der Javanen? Dan, myne heeren, dan verheffen wy onze stem, en benoemen dien Gouverneur-Generaal, die zich geen enkel oogenblik, door wien of wat ook, liet aftrekken van z’n plicht, tot geachten spreker. Ziehier ons systeem, myne heeren, in al z’n schoonheid.”Derde systeem. Proeve van bewerking.«Ieder kent het stelsel dat wy sedert jaren met volle overtuiging verdedigen. Wy achten en eerbiedigen de wetten, maar juist daarom kanten wy ons met alle macht die ons gegeven is, tegen de valsche interpretatie van Art.55 van ’t Regeerings-reglement. Daar staat duidelyk dat het beschermen van den Javaan ’n eerste plicht is van den Gouverneur-Generaal. Wat was de bedoeling des wetgevers by ’t drukken op dit veelbeduidende woord:eerste? Dat de Gouverneur-Generaal van die bescherming z’nhoofdbezigheid maken zou. Z’nhoofdzorg? Geenszins, myne heeren. Dan toch zou er staan;voornaamste, belangrykste, gewichtigste. ’t Isduidelykvoor ieder die niet verblind is door partywoede, dat het woordeerste’n telwoord is van rangorde, geen adjektief van superioriteit. By ’t aan-wal stappen behoort de Gouverneur-Generaal,terstond oogenblikkelyk, dezen of genen Javaan te beschermen tegen ’t een-of-ander. Dit is z’neersteplicht, en zeer terecht heeft de wetgever hem geboden dien eersten plicht snel en eens-voor-altyd aftedoen, opdat hy in ’t vervolg tyd, lust, kracht en gelegenheid overhoude voor z’n tweeden plicht, voor z’n derden, voor z’n zevenden... als er zooveel plichten zyn, wat we niet weten. Ziehier ons stelsel, myne heeren.Weg met hen die, alle gezonde begrippen over volgorde verkrachtende, de vervulling van den eersten plicht eischen, na ’t volbrengen van den tweeden! Zien ze niet in, de partymannen, dat zy gedurig, dien ongelukkigen eersten plicht in de plaats schuiven van andere plichten? Begrypen ze niet dat de wetgever z’n byzondere redenen moet gehad hebben om hier, zoo geheel tegen gewoonte en smaak, duidelyk te wezen?De bescherming van den Javaan is des Gouverneurs-Generaaleersteplicht. Dit herhalen wy.Hac nitimur, hanc tuemur, als een oude gulden. De Landvoogd die zich zou verstouten dien eersten plicht uit te oefenen nadat ze door voorafgaande andere plichten, de dertiende, of—o gruwel!—de zeven-en-twintigste plicht zou geworden zyn... zulk ’n Landvoogd... God zy gedankt, zulke Landvoogden bestaan er niet. En àls ze bestonden... maar neen, onze dagbladhoofdartikel-schryversgemoedverzet zich tegen zulke veronderstellingen, en met deze voorloopige ontwikkeling van ons stelsel besluiten wy dit eerste artikel over ’t eerstelingschap der verplichtingen van den Gouverneur-Generaal.»Dezechargeis niet zoo sterk als ze schynt. In de Tweede Kamer heeft de Oud-MinisterMyergemeend den Gouverneur-Generaal dien ik aanklaag van plichtverzuim, te verontschuldigen—niet door te zeggen, dat ik onwaarheid had gesproken, o neen!—maar door de bewering dat die Gouverneur-Generaal eens, heel in ’t begin van z’n bestuur, z’n “eersten” plicht vervuld had. En niemand protesteerde! Als dus deze of gene dagbladredacteur myne proeve van bewerking tot de zyne maken wil, en ’n systeem scheppen door speling met het woord:eerste, dan kan hy al terstond rekenen op ’t bondgenootschap van den heerMyeren van al die zwygers. Ja, met ’n beetje talent ware daarvan inderdaad ’n staatkundige party te maken. De thans regeerende partyen hebben niet veel meer om ’t lyf.
«Stel u eens voor, geachte lezer»—men ziet dat de brochure niet van my is—«dat in een land waar de openbare wegen zeer onveilig gemaakt worden door bandieten, die op eene ongehoord brutale wyze schatting van de reizigers vorderen, en soms nog wel een weinig verder gaan in hunne willekeur,de vraag by de vertegenwoordiging ontstond, in hoever het wenschelyk zou wezen, om byv. detollender openbare wegen afteschaffen, en dat dáárover eindelooze discussiën gevoerd werden, zonder dat er door een enkel lid de wensch geuit werdietste doen tot beveiliging van den eigendom en den persoon des reizigers.Nederlanders! Wilt gy dat die toestand opJavavoortduurt? Wilt gy dat de wetten en reglementen die daar zyn om den armen Javaan te beschermen, onuitgevoerd blyven?»Juist! Die wetten en reglementenbestaan, maar ze worden ter-zy gelegd. Dagelyks worden ze geschonden en verkracht. Het “schipperen” dat is: het oogluikend toelaten van geweldenary, roof en moord, wordt geprezen en beloond. ZieSlymering. Het te-keer gaan van die misdaden wordt beschouwd als onbekwaamheid, als excentriciteit, en gestraft met een straf die te zwaar wezen zou voor de misdaden zelf. ZieHavelaar.Dit is de zaak, dit alleen! Al het overige is van zeer ondergeschikt belang.En alweêr sta ik niet geheel alleen met deze meening. Ik lees in een der pikante mededeelingen vanHagiosmandre11eenige regelen die met weinig omslag aantoonen hoe gezocht de kwestie is overVryen-arbeidenKultuurstelsel:«Ministers en Kamerleden praten veel, verschrikkelijk veel over cultuurstelsel, vrijen arbeid; doch de vraag:“Wordt de Javaan mishandeld?”komt niet ter sprake.Een lang met de Javanen omgegaan hebbende ambtenaar schrijft mij:«De Javaan is in zooverre een mensch als een ander, dat hij liever veel geld heeft dan weinig—liever een goed huis dan een slecht,—lieverwelvaartdanarmoede.«Die voorkeur voorbien êtrezou hem doen werkenuit vrije keuze, wanneer door dat werk die welvaart kon verkregen worden.«Maar!... hij is er aan gewoon, dat men hem het bespaarde, het overgewonnene afneemt;—of liever dat men het niet eens zoover laat komen dat er iets af te nemen valt.—Hij is arm en blijft arm.«Het is althansnooit bewezendat hij niet vrijwillig werkenzou, wanneer er opJavaveiligheid bestond voor personen en goederen.«Dit nu schijnt er niet te bestaan, of liever, volgens denMax Havelaarontbreekt er geheel.«En vóor dat dit hersteld wordt, is het dwaasheid te spreken over vrijen arbeid.”Laat er een moreel, intègre bestuur heerschen inIndie, en in denHaag, betreffende dat heerlijke land, en dan zal ’t blijken of de Javaan vrijwillig wil arbeiden.Ei, zegt men, dat is gemakkelijk voorgeschreven. Hoe moet men doen, om zekerheid te hebben dat er intègre bestuurd wordt?Dat is zeer moeijelijk;—maar zeker is ’tonmogelijkzoolang menHavelaargeen regt doet op eene wijze, welke aantoont dat menwaarheid en rechtvaardigheid wil.Zoolang Havelaar niet gerehabiliteerd of veroordeeld is, zijn Kamers, ministers en gouverneurs-generaal zedelijk verantwoordelijk voor alles, wat in den Havelaar is gewraakt.Of het goede bereikt zal worden door hem te steunen, is de vraag. Maar...dat het kwade wordt gesteund, zoolang geen onderzoekdaaromtrent plaatsheeft,is zeker.Welk besturend beambte zal opJavazijn plicht durven doen, als hij hoort hoeMax Havelaaren de zijnen leden en lijden moeten, omdat hij zijn plicht vervulde?Immers toch, zoolang het niet uitgemaakt is, dat hij onwaarheid vertelde, moet men de feiten, die hij met autentieke stukken staaft, alswaarerkennen.»Er schynen dus ook anderen moê te wezen van ’t gekibbel overbyzaken. Die “anderen” vormen voor als-nog de minderheid. Maar hun getal zal aangroeien door overloopers uit de beide partijen, die voor-en-na zich verzadigd zullen voelen van onnutte polemiek. Zóó zullen die “anderen” eindelyk de meerderheid vormen, en dit is de party, de eerlykederdeparty, die ik den Kiezers aanbeval inde Minnebrieven.Maar hoe is men dan geraakt tot de meening, dat ik ’n aanhanger was van de Vrye-arbeidsleer? Dit is alleen mogelyk geweest door een paar zinsneden van denMax Havelaaruit haar verband te rukken. Ik zal die hier aanhalen, dewyl ze my tevens dienen om het Kultuurstelsel te kenschetsen.«Doch daar kwamen vreemdelingen uit het Westen, die zich heer maakten van het land. Zy wenschten voordeel te doen met de vruchtbaarheid van den bodem, en gelastten den bewoner een gedeelte van zynen arbeid en zyn tyd toe te wyden aan het voortbrengen van andere zaken»—er was namelijk vroeger gesproken over ryst, die de Javaan noodig heeft om in leven te blijven—«van andere zaken, die meer winst zouden afwerpen op de markten vanEuropa. Om den geringen man daartoe te bewegen, was niet meer noodig dan een zeer eenvoudige staatkunde. Hy gehoorzaamt zyn Hoofden. Men had dus slechts die Hoofden te winnen door hun een gedeelte toetezeggen van de winst... en het gelukte volkomen.»Ik erken volmondig by het schryven van deze regelen gedachtte hebben aan ’tstelselvan den generaalVAN DEN BOSCH—die, men ziet het, al zeer goedkoop den naam vangenieheeft verkregen—doch ik bedoelde daarmede geenszins party te trekken voor die andere nog afschuwelyker wyze van uitzuigen, die menVryen-arbeidnoemt. Integendeel.«Als men let op de ontzettende massa Javasche producten die inNederlandworden te-koop geveild, kan men zich overtuigen van ’t doeltreffende dezer staatkunde, al vindt men ze niet edel. Want mocht iemand vragen of de landbouwer zelf eene belooning geniet, evenredig aan die uitkomst, dan moet ik daarop ’n ontkennend antwoord geven. De Regeering verplicht hem opzynengrond aantekweeken wathaarbehaagt, zy straft hem als hy het aldus voortgebrachte verkoopt aan wien ’t ook zy, buiten háár, enzyzelvebepaalt denprysdien ze hem daarvoor uitbetaalt. De kosten op den overvoer naarEuropadoor een bevoorrecht handelslichaam, zyn hoog. De aanmoedigingsgelden aan de Hoofden bezwaren daar-en-boven den inkoopsprys, en, daar de geheele handel toch ten-slotte winst afwerpenmoet, kan die winst niet anders worden gevonden, dan door den Javaan juist zóóveel uittebetalen, dat hy niet sterve van honger, ’t geen de voortbrengende kracht van de natie verminderen zou.Ook aan de Europesche beambten wordt ’n belooning uitbetaald in evenredigheid met de opbrengst.Wèl wordt dus de Javaan voortgezweept door dubbel gezag... wèl wordt hy afgetrokken van z’n rystvelden ... wèl is hongersnood vaak ’t gevolg van die maatregelen ... doch vroolyk wapperen teBatavia, teSamarang, teSoerabaya, tePassaroean, teBezoeki, teProbolingo, tePatjitan, teTjilatjap, de vlaggen van de stengen der schepen, die beladen worden met de oogsten dieNederlandryk maken.Hongersnood?Op het ryke vruchtbareJava,Hongersnood? Ja, lezer. Voor weinige jaren zyn geheele districten uitgestorven van honger.Moeders boden hun kinderen te-koop voor spyze. Moeders hebben hun kinderen gegeten...»Dit is hetKULTUURSTELSEL... zeggen de vry-arbeiders, en ik erken dat niemand na ’t lezen van die regels my kon aanzien voor ’n vurig aanhanger van dat stelsel. Maar dit sluit volstrekt niet in, dat ik party-trek voor hen die, misbruik makende van den schoonen klank:vry, ’ngedwongen Vryen-arbeidwillen invoeren, waarby de eerste avonturier de beste zich in de plaats stellen zou van de Regeering, om in compliciteit met de Hoofden, den Javaan uittezuigen. De HeerWintgensheeft volkomen gelyk, dat zyn deergsteDroogstoppels!De ellende die ’t Kultuurstelsel over den Javaan brengt, kan vermeden worden door een Gouverneur-Generaal die z’n plicht doet, en geen belooning toekent aan ’t verbergen van de waarheid. Wanneer, lang voor den hongersnood inCentraal-Java, de residenten niet hadden gelogen in hun rapporten, door byv. altyd duizende pikols ryst te scheppen op ’t papier, die niet aanwezig waren in werkelykheid, wanneer zy niet als ontrouwe schildwachten, voortdurend hadden geroepen: “alles wel!” toenreeds het gebrek voor de deur stond, dan had men tydig kunnen voorzien in den nood der arme Bevolking, die nu moest omkomen, niet omdat zy aan ’tGouvernementkoffi en indigo leverde, maar omdat zyte veelindigo en koffi geleverd had, onverschillig of die levering plaats had aan de Regeering of aan partikulieren. Indien nu de Residenten tydig hadden kennis gegeven van de gevolgen dezer noodlottige overdryving, instede van, met verkrachting van eed en plicht die gevolgen te verbergen: “omdat het hun tyd wel zal uithouden” dan had de Regeering maatregelen kunnen nemen om de duizende menschen in ’t leven te houden, die nu bezweken zijn... tot groot nadeel van de koffikultuur.O, ik trek geen party voor ’t Kultuurstelsel, dat allen vooruitgang, alle ontwikkeling, alle veredeling tegengaat. De Javaan is ’n machine. Neen, zelfs dát niet. Hy maakt slechts ’n gedeelte uit van z’n dessa, van de gemeente dieen blocgenomen een werktuig is om koffi voorttebrengen. Eigen wil, eigen denkbeelden worden verdoofd. Welvaart blyft hem onbekend, en daarmee alle roerselen tot inspanning, die gewoonlyk ’t gevolg zyn van ’t streven naar welvaart. Het schrale loon voor z’n produkt, dat hem by besluit van den Gouverneur-Generaal is toegelegd—let wel,nietna overleg met hemzelf, denbetrokkene—wordt hem nooit geheel-en-al uitbetaald. De Hoofden geven hem wat hun goeddunkt. O! dat Kultuurstelsel—vooral onder ’n Gouverneur-Generaal die z’n plicht niet doet—is verschrikkelyk!Maar ... om te geraken tot de beoordeeling van ’t Vrye-arbeidssysteem, voege menbyal die elementen van schandelyk misbruik, nogbovendienden hebzuchtigen partikulieren intrigant, en men zal nagenoeg weten wat het lot van den Javaan worden zou, als-i dááraan werd overgeleverd.Ik las onlangs in ’n krant-artikel eene verdediging van den Vryen-arbeid, waarin de schryver,—’n tabaksplanter, natuurlyk!—op de vermeerdering wees die de aanvoer van tabak teAmsterdamsedert eenige jaren ondergaan had. Twee millioen ponden, meen ik, waren gestegen tot tien millioen ponden. Ei! Plaats ’n vry-arbeidend resident inRembang, en binnen weinig tyds zult ge vyftig millioen ponden tabak bekomen in plaats van tien. Wie er niet meer van weet, zou z’n artikelen gerust achterwege kunnen laten. De vraag is: of die meerdere produktie van tabak niet in de plaats is getreden van andere waarden? En ten-tweede: of misschien die meerdere produktie van tabak, den grond zou kunnen leggen tot omstandigheden die ten-gevolge hadden dat men later nòch tabak, nòch iets anders ontvangen zou? Zoo verplaatst men de kwestiën.Ik herinner me dat, toen er voor eenige jaren ernstig werkgemaakt werd van de voeding des Nederlandschen Volks—men vond, meen ik, onder de miliciens te veel jagers en te weinig grenadiers—een geleerde voorstelde om door den Javaan visch te doen vangen, en daarmee de Hollanders te voeden. Van betaling was geen spraak. Men moet wel heel geleerd wezen om op zoo’n denkbeeld te komen. De man had gehoord dat er zooveelproteïneongedeerd rondzwom in deIndische zee. Dit kan waar zyn. Maar ook in deNoordzeeis veel visch. Hebben de Hollanders dien gevangen, en gratis naarJavagebracht, toen dáár honger werd geleden? En de verhouding is nog niet eenmaal gelyk. Want de honger der Javanen was een gevolg van de Hollandsche onderdrukking, en de Javanen hadden geen schuld aan ’t afnemend getal grenadiers. Integendeel. Zonder hen zou sedert lang ons heele leger bestaan hebben uit jagers... uit tamboers en pypers misschien.Er is iets grappigs in ’t denkbeeld de heele Hollandsche natie te zien ronddobberen op botters en pinken, om ’n ver-af gelegene andere natie in ’t leven te houden. Christelyk zou ’t wezen, dat ’s waar. “Van netten zyt gy gekomen, tot de netten zult ge wederkeeren!”Maar hoe koddig dit voorkome als idee, ik geloof dat men al heel spoedig zoo’n experiment zeer treurig vinden zou in de werkelykheid. Welke redenen kunt gy aanvoeren, Nederlanders, die ’t rechtvaardige dat ge van den Javaan vordert, wat gyzelf in geen geval zoudt willen doen voor ’n ander? Waar staat geschreven—al stond het geschreven, ik recuseer zulke schryvery, en dit zoudt gy ook doen als ’t in uw belang was—waar staat geschreven dat de Javaan moet arbeiden vooruwebehoeften? Oorlogsrecht? Ik ken dit recht niet, al schreef dan ookde Grooteen dik boek daarover, met dezelfde pen waarschynlyk die hem doemde tot het verdedigen van den christelyken godsdienst. Oorlogsrecht? Nog-eens, ik ken dit recht niet, ik erken het niet vooral, nadat ik m’n eerste geschiedenis van gezag droomde, waarin de ouder broeder zyn jonger dwong tot dienst. Nu ja, dit had-i geleerd van ’n wild beest. Oorlogsrecht nog-eens? Maar, eilieve, al bestond er zoo’n recht, dan nog moogtgy’t niet inroepen tegen den Javaan, dien ge nooit overwonnen hebt. Waar zyn de veldslagen, dien ge hem hebt geleverd? Waar liggen de vestingen, die ge hem afnaamt? Daarvan zwygt uwe geschiedenis.Die geschiedenis vertoont een walgelyk weefsel van kruipende onderdanigheid in tegenspoed, van wreedaardige ruwheid in voorspoed. ’t Spreekt vanzelf dat de vergaderingen vanHeerenXVII in ’t moederland, en van de edele, meer of minextra-ordinaire Raeden van Indiadaarginder, altyd geopend werden met ’n aanroeping van den Heer der heirscharen... denzelfden Heer zeker die den zegendiefJakobbeschermde tegenEzau.En later die Javasche oorlog in 1826–31! Ze werd gerekt in ’t belang van een der bevelhebbers, die een speler was, en meest-alcourt d’argentzynde, oorlog noodig had om aan geld te komen. Nog wyst men teBatavia’t huis dat hy verdobbelde in één nacht. Zoo’n verlies moest de Javaan weer betalen.En hoe is ten-slotte die oorlog geëindigd? Door verraad.Diepo Negoro, het hoofd van den opstand, hadvrygeleidetoen men hem gevangen nam. Zyn zoon was onder myn custodie opAmboina, en ’t was kurieus de opinie van dien man te hooren, over de Hollandsche goede trouw en verdere christelyke deugden, te veel om optenoemen. Daarvan weet ookFerdana MantrievanPalembangte spreken. De voorlaatste Keizer vanSolois gevangen genomen, afgezet en verbannen, omdat hy... gebeden had op de graven zijner voorvaderen, zonder permissie van den resident teSoerakarta...Ge toont oude papieren, waarin sommige Hoofden verklaarden... maar gyzelf hebt later die hoofden ter-zy gezet en hunne souvereiniteit nietig verklaard, zoodra ge die niet meer noodig hadt om ze hun onderdanen te doen verraden aan u, die zonder dat verraad, nooit meesters vanJavazoudt geworden zyn. Gy hebt leerscholen voor de “rechten” en kansels voor... ik weet niet wat, maar ik zou u wel eens willen hooren bewyzen van kansel of katheder, dat gy recht hebt op den arbeid van den Javaan.“Het is goed dat de mensch arbeide, hoor ik u zeggen. Zonder ons zou de Javaan te lui zyn om iets te doen, en dus...”Juist! Zoo spreekt ge. Maar ge vergist u in de meening dat die redeneering uw privaat eigendom wezen zou. Ze behoort aanDroogstoppeldie na ’t hooren vanWawelaarspreek de uitbreiding der Koffikultuur aanprees als nuttig voor ’t Godsryk. ’t Is waar dat de Javaan, om in zyn gezegend klimaat te blyven leven, minder arbeid noodig heeft dan gy. Maar ligt hierin ’n voldoende reden om hem aftenemen, en u toe te eigenen wat de natuur hem schonk om-niet? Is ’t zyne schuld dat uw vaderland zoo bar is, zoo onvriendelyk? Moogt ge ’t hem wyten, dat in uwe streken de eerste noodigste... éénige vraag van ’t leven is: hoe men te doen hebbe om dat leven te behouden?Ge hebt u by den Javaan—dat heet by z’n Hoofden, want de eigenlyke Javaan kent u niet—ingedrongen met zachte vleiende woorden. Ge hebt u opgeworpen als scheidsrechter in de geschillen, die ze argeloos onderwierpen aan uw oordeel. Ge hebt die onnoozelheid misbruikt om u meester te maken van wat u niet behoorde. Schrede voor schrede zyt ge voortgeslopen, en hebt uwen voet gezet op den akker van uw naaste, gedurig den grenspaal verzettende... dat verboden is in uw eigen Bybel, hoort gy! Of staat er niet in de geschriften die ge beweert voorheilig te houden, maar die ge ter-zy legt zoodra ze niet overeenkomen met uw belang: “vervloekt wie zyns naasten landpale verrukt en al het volk zal zeggen Amen!”Ik houd uw Bybel voor volstrekt niet heilig, maar dát woord was goedgesproken, dunkt me, en ik zou graag ’n preek houden over dien tekst. Hoe doet ge toch als ge voorleest uit die Schrift, en eensklaps op zoo’n gebod stuit? Vragen dan uw kinderen niet: papa, sla je wat over?Of weet ge dan uw kroost te beduiden dat zoo’n Javaan uw naaste niet is, en dat de behandeling vanzynlandpalen door andere wetten wordt geregeerd dan de gewone? Dit zal wel ’t eenige uitwegje zyn.Intusschen gaat ge voort, den arme die uwnaasteniet wezen mag, te knevelen, te bestelen en te villenà coeur joie, en om u zelf by dit alles ’n air van gemoedelykheid te geven, houdt ge u bezig met redeneeren over de verschillende systeemen, waarnaar die kunstbewerkingen geschieden. Kultuurstelsel, Vry-arbeid... watgeefthet meest?Ik heb u in deMinnebrievengezegd, en ik herhaal hier, hoe karakteristiek het is, dat men in uw Tweede-Kamer tot ernstige punten van overweging gemaakt heeft, of de door dienMoneyopgegeven cyfers juist waren, en op welke manier hy tot de inzage van uw boeken geraakt was. Maar de overweging der middelenwaardoor het geld verkregen is, waarover die boekhoudery loopt, schynt beneden de aandacht van de vergadering geweest te zyn. En na denMax Havelaarkòn men toch weten hoe er gehandeld wordt met het leven en de bezittingen van den Javaan! Dit scheen de moeite van ’t opmerken niet waard, maar wèl stelden de heeren belang in de wyze waarop al dat ellendig geknoei geboekt was, en vooral hoe ’n vreemde toegang bekomen had tot hun kantoor.Ziet ge wel, hoe ook dáár alweder de hoofdzaak werd overzien,met opzetoverzien, om de aandacht te leiden opbyzaken?En, Nederlanders ’t zyn niet Kamers of Ministers alleen, die voortdurend met gehuichelde belangstelling in de publiekebelangen, die belangen verraden, en willens en wetens de kwaal die ons teistert, door misdadig zwygen verwaarloozen. De dagbladen zyn de mond des Volks. Ik weet wel dat het spraakvermogen van dien mond belemmerd wordt door ’n domme middeneeuwsche, alle ontwikkeling tegengaande instelling—de zegelwet!—die in ’t jaar uws heeren 1861, als vroeger, u maakt tot de Chinezen van Europa. Maar al nemen we nu deze instelling alscirconstance atténuantevoor die spraakbelemmering aan, ’t blyft dan toch weinig minder onverantwoordelyk, hoe de redaktiënder dagbladen hare hooge roeping miskennen, de roeping:om ’t Volk voortelichtenwaar ’t z’n wezenlyke belangen geldt.Aan uw geschrevene, meestal door eigenbelang uitgevonden zedelykheidsregelen hecht ik weinig. Ook stel ik geen prys op de braafheid en de deugd, die zoo genoemd wordt uit gewoonte. Maar dit wegwerpen van ’t meerendeeluwerprincipes schynt toch niets te maken te hebben met absentie vanwareeerlykheid, en van ’nwaarrechtvaardigheidsgevoel. Ik besluit hiertoe onder anderen, uit de verontwaardiging die me bezielt by ’t lezen van de stukken dergenen die by ’t opzetten van ’n dagblad, stilzwygend de verplichting op zich namenwaarheidte verkondigen.Wanneer een Minister den mond opent, weet men dat-i gebonden is door ’n zoogenaamd program. Hy heeft, om Minister te worden, beloofd te spreken en te handelen in zekeren geest. Dit moge nu dom wezen, onmenschkundig, onpraktisch, nadeelig voor ’t algemeen welzyn... goed! De man heeft hetbeloofd, en wie geen lust heeft in den beloofden geest, kan de ministeriëele redevoeringen overslaan.Zoo-als ’t Volk dan ook meestal doet.Een Kamerlid, die president was van deConcordiaof deHarmonieten-zynent, heeft beloofd: “met de meeste onpartydigheid de belangen voortestaan van... z’n distrikt.”Edamstemt voor kaas.Drenthevoor ’t veen.Schiedamvoor Jenever.Schoklandvoor kabeljauw.Utrechtvoor theerandjes. Dit moge nu dom zyn, ontstaatkundig, onpraktisch en misdadig... goed! De man heeft het openlykbeloofd—het wordt verzekerd door al de “eenige kiezers” die z’n reclame teekenden, dat is: die ze niet teekenden—en wie geen lust heeft in de redevoeringen van zoo’n lid, kan ze overslaan.Zoo-als ’t Volk dan ook meestal doet.Een predikant, die inziet hoe onaangenaam het is, dat alle menschen zouden verdoemd wezen om de schuld van één persoon, en hoe ongerymd, dat ze weêr allen gered zyn door de verdiensten van ’n ander, moge gedwongen worden tot flauwheid in z’n preeken, door ’t besef van de onmogelykheid om tot klaarheid te brengen voor ’n ander, wat niet helder is voor z’n eigen verstand... hy moge hierdoor worden heen-en-weêr geslingerd van begrip tot begrip, en door overmaat van tegenstrydige begrippen tot wanbegrip... hy moge lankdradig worden, gerekt, vervelend, onbegrypelyk... dit alles voere hem tot de onvermydelyke keus tusschen domheid of huichelary... goed! De man heeftbeloofdte preêken uit den Bybel. En wie nu geen smaak vindt in de wargeestery die er gehaald wordt uit’n verward boek, kan t’huis blyven, of uit wandelen gaan, als ’t goed weer is. Zelfs kan men ter-kerk gaan, en daar inslapen.Zoo-als ’t Volk dan ook meestal doet.Men is niet gedwongen te luisteren naar betaalde preekhouders, geachte sprekers of programvormige ministers. Ik ben tégen al die bedryven, maar erken dat de beklaagden iets kunnen aanvoeren dat naar verontschuldiging zweemt: de hoop dat men niet geluisterd heeft.Maar gy, dagbladschryvers,gy, wat kuntgyopgeven als reden tot vermindering van straf? Ge naamt de taak op u het Volk te verlichten, te beschaven, inzage te geven in z’n belangen.Gyvindt alzoo geen verschooning in de hoop dat men u niet hooren zal. Uw streven is integendeel wèl gehoord te worden. Ge zoudt ophouden te bestaan, als men uniethoorde, juist anders-om dan die andere heeren, die de gelegenheid om voorttegaan slechts behouden door de beperktheid van den kring waarin ze spreken. Zy hebben blinden noodig en hardhoorigen. Gy integendeel: lezers, dat isabonnés.Uw roeping is ernstiger, waardiger, heiliger. En hoe voldoet ge aan de roeping, gy die met hoogepriesterlyke deftigheid, uzelfwynoemt in uwleading articles? Geeft ge, gy die gelezen wordenwilt, en inderdaadfaute de mieuxdoor ’t Volk gelezenwordt, waarheid aan dat Volk?O, ik weet dat ge fluisterend klaagt verkocht te zyn aan deze of geene party, en dus beweert evenveel recht op liegen te hebben als een minister of predikant, maar deze verontschuldiging gaat niet op. De arme lieden, wier betrekkelyke onschuld gy aanhaalt als verschoonend voorbeeld,erkennendat ze gebonden zyn. Ze doen die erkenning openlyk by ’t houden van de program leerrede of de intreê-speech.Zywaarschuwen. Maar gy schryft op uw banier: Koning, Vaderland, Rechtvaardigheid, Billykheid, Goede-trouw, Onpartydigheid ... alle zaken die wèl luiden en liefelyk klinken. En al weetiknu dat die liefelykheid klank is alleen, en al fluistert gemyin ’t oor, dat uw party—de aandeelhouders!—m’nheer zóó, die z’n abonnement zou opzeggen ... uw haat tegen die andere krant die ’t tegendeel beweerde ... kortom, al weetikdit alles—het Volk, het goede, geloovige Volk, dat zoo’n eerbied heeft voor al wat gedrukt is, weet ditniet.Ik vind in uw couranten dagelyks allerlei dingen die we niet noodig hebben, maar de zaken die ’t Nederlandsche Volk wèl betreffen, slaat ge over. Ellenlange artikelen over Vryen-arbeid en Kultuurstelsel vullen de vóórzyden uwer bladen. Eilieve, waarom, als ge u dan toch bemoeit met de zaken vanIndië,waarom eischt ge geen antwoord op de vraag die ik heb voorgelegd aan de Regeering?Stelt eens dat ge weet meêtespreken over Vry-arbeid of Stelsel van kultuur, neemt aan dat er wysheid ligt in ’t behandelen van ’tconsignatiestelsel—alweêr ’nstelsel, lieve god!—dan zult ge toch moeten erkennen, niet waar, dat er iets noodig is om al dat gestelsel overeind te houden? Dit nu is, in deze zaak, de koffi, de suiker, de indigo, de tabak, de kaneel en de bamboezen sigaarkokers die de juffrouwen present krygen van haar neven in de oost. Redeneert nu over de consignatie van die kokers—van bamboe of pauwveêr, om ’t even—redeneert daarover nu zoo lang dat ge eindelyk een stelsel van consignatie hebt saamgeknoeid, zoo volmaakt als ooit eenig stelsel van ’n andere rooverbende, en ziet dan eens rond wat ge zult te consigneeren hebben in ’t eind, wanneer de Javaan die de kokertjes vlocht, de koffi plantte en oogstte, de suiker sneed en maalde, of de indigo uitperste en gisten deed—als die Javaan, gedurende uw consignatie-studie, eens had opgehouden te malen, te vlechten, te persen en te gisten? Of wanneer-i, al te lang geperst, aan ’t gisten was gegaan, hyzelf?Dan zou geen enkele juffrouw meer presentenkrygenvan haar neef uit de Oost, en al uw consignatie-wysheid viel reddeloos te-water.Consignatie!Altydzulke fraaie, naar studie en wetenschap riekende woorden! Zegt eenvoudig aan ’t Volk: vrienden, wy beraadslagen of de winkel onzer kruiënierswarenhierofginderzal gehouden worden, en wat het meestegeeft.Maar zegt er by, als ge oprecht wilt zyn, dat uw leverancier aandringt op betaling, en dat hy ’t zeer verdrietig vindt op-den-duuruwwinkel gesorteerd te houden, zonder ’t minste voordeel voorzichzelf. Zegt dat het den Javaan geheel onverschillig is, of gy de gestolen producten daar of hier verschachert, en dat ge voortaan uwe wysheid liever wilt besteden aan ’t bestudeeren der vraag: of ge altyd wel suiker en koffi hebben zult, dan aan de weldra overbodige kwestie waar ge die zult ter markt brengen.De Javaan wordt mishandeld: dit is de kwestie!Maar daarvan zwygt gy, dagbladen.Neen, ik vergis me. Toen myn protest tegen die mishandeling verscheen, hebben dagbladen en tydschriften daarover veel gesproken. Zóóveel zelf, dat nooit eenig werk inNederlandzoo algemeen is behandeld geworden. Maar ... dit duurde slechts zoolang men in de valsche meening verkeerde, dat ik behoorde tot ’nparty. Ik had een der hoofden kunnen worden—of ’t hoofd—van de zoogenaamde oppositie, wanneer ik had kunnengoedvinden de heilige zaak die ik voorsta, te onderwerpen aan de eischen eener côterie die zich ’n air geeft van wetenschap en staatkunde, door ’t voorwenden van opiniën over een systeem. Wanneer ik myzelf op de pynbank had willen leggen, om lange hoofdartikelen te schryven over dingen die ik niet omslachtiger weet uittedrukken, dan—zoo-als ik vaak gedaan heb—met deze woorden:“Men bestele den Javaan niet, men zuige hem niet uit, men vermoorde hem niet. Dan zal er na eenigen tyd blyken of hy vrywillig arbeiden wil.”Ik zeg dat hy zál willen, en in dien zin ben ik vóór vryen arbeid. Maar ’t opwerpen van systeem-kwestiën, vóór men heeft opgehouden den Javaan te mishandelen en te plunderen, is... duitenplatery. Ge weet nu wat dit woord beduidt, hoop ik. Ik schryf teksten en geen preêken.En de dagbladschryvers weten ’t wel. Maar die abonnés!Hoor ge ’t, Nederlanders? Die heeren zeggen dat ge volstrekt leugens en noodig gehaspel over leugens, lezenwilt. Is dit zoo? Ik kan ’t niet gelooven. Waarachtig, de waarheid is pikanter van tyd-tot-tyd. Ziet maar myn geschryf... ieder koopt het. Nu weet gemeteen’t geheim van m’n zoogenaamd talent.Maar al ware dit zoo niet, al was de waarheid flauw en onverkoopbaar als ’n byblad van de Staats-Courant, hoe is ’t mogelyk dat ge u in uw meening over de publieke zaak kunt laten leiden door voorlichters die—de kwestiën van den dag nu eens daargelaten—in alles toonen zoo geheel beneden hun roeping te staan? Abonneert u eens voor ’n maand of wat opde Indépendance, opde Kölnische Zeitung, opde Times, en wanneer ge daarna nog waarde hecht aanuweorganen, aanuweleiders der publieke opinie... dan, ja dan zoudt ge verdienen geprezen te worden in een driekolommig hoofdartikel van zoo’n orgaan.Meent niet dat ik hoog loop met de waarde der buitenlandsche kranten. Van-daag nog lees ik in ’trésumé politiquevan deIndépendance, datNapoleonin antwoord op de nieuwejaarswenschen, van zyn kant de hoop heeft te kennen gegeven, dat de vorstelyke familiën in 1862 mogen bewaard blyven voor allerlei ongelukken—ziekte, dood, verkoudheid en dergelyke, denk ik—grâce aux louables efforts qui seraient faits partout dans ce but, et auxquels son concours absolu était acquis à l’avance.” Ziedaar, volgens deIndépendance,Napoleongarde santévan al wat er in denAlmanach de Gothastaat! Ziedaar den Keizer der Franschen ’n concurrent vanHolloway,MeidnerenHoff!Hyzal z’n best doen om alle vorsten gezond te houden.Hyzal zorgen dat geen prins kinkhoest krygt, en dater geen dakpan valt op ’t hoofd van ’n prinses. Wanneer-i ’n paar jaar vroeger op dit heerlyk idee was gekomen, dan ware prinsAlbertniet gestorven aan typhus, noch de Koning van Portugal aan... men weet niet wat.Ik weet wel dat de Fransche Keizer die zotterny niet gezegd heeft, en dat het ’n gebrek is in de redaktie van deIndépendance, die in één greep “les commotions des peuples” heeft saâmgevat met koninklyke ongemakken, maar... laat er morgen watte kiezenvallen, dan licht diezelfde redakteur het Volk voor in z’n keus.Zóó worden de dagbladen geredigeerd!En de uwen, Nederlanders? De uwen zyn van die bladen een flauwe afdruk... neen, was ’t nog maar zoo! De uwen zyn daarvan ’n mismaakt verknoeid onkenbaar verwrongen verflenst uittreksel. Dit verknoeien loopt in ’t koddige. Maar wie op de gevolgen let, voelt verdriet over die koddigheid.Onlangs merkte ik op hoe onze bladen, onder de deftige rubriek: “Engelsche post” plaats hadden voor ’t bericht dat ’n koorddanser z’n balanceerstok had gebroken. Zoodra ’t evenwel de ware belangen van ’t Volk geldt,—lees niet “van departy”verzoek ik u—dan hebben de bladen geen ruimte... om de drukkende zegelwet, zeker.Zoodra er iets te kiezen valt, Nederlanders, voor gemeente, provincie of koninkryk, stel ik voor, alle aanspraak op ’t leiden uwer opinie te ontzeggen aan elke courant, die u niet voor-af zal hebben meêgedeeld, of die balanceerstok behoorlyk gerepareerd is? Wat drommel, als men nieuws vertelt, moet men vertellen tot het eind.Ja, het loopt in ’t koddige. Wilt ge ’n staaltje van wat ge u laat opdisschen? Ik heb ze voor ’t grypen. Ziehier.Er bestaat teParys, zoo-als ge weet of niet weet, ’n censuur op de grafschriften. Een man verloor z’n vrouw, en daar ’n ongeluk nooit alleen komt, maakte hy ’n grafschrift in verzen. De plaatsing hiervan werd geweigerd en wel volgens ’n fransche courant: “niet omdat z’n verzen iets onzedelyks bevatten, of omdat ze storend waren voor openbare veiligheid en publieke welvaart, maar omdat ze zondigden tegen de regelen der prosodie.”’t Is gek, dit beken ik. Maar dat ’s nu hier de vraag niet. De vraag is hoe uwe couranten geredigeerd worden? Welnu, ’tHandelsblad, het deftigeHandelsblad—en misschien andere bladen ook, maar dit weet ik niet—vertelt u dat: inParysde plaatsing van ’t grafschrift geweigerd is,omdathet niets bevatte tegen de zedelykheid, enz. Ik weet niet of er kort daarnaiets teKIEZENviel, maar zoo ja, dan heeft datzelfdeHandelsbladu voorgelicht in uwe keuze!Onlangs verscheen er, ik meen in dePresse, eene allergeestige satire tegen de woede van ’t reglementeeren, en de overdreven centralisatie van bureaumacht. De schryver chargeerde ’t onderwerp, door te vertellen dat ’n—zeer problematieke—koning inZuid-Amerika, ’n reglement had gemaakt op ’t menschen-eten. Dit reglement deelde hy in gewone bureautermen mede:Gehoord... enz.Gelezen... enz.Overwegende... enz.Nog gelet... enz.Is verstaan... enz.Onze Minister van binnenlandsche Zaken is belast... enz.” De persiflage was aardig.Een paar dagen daarna vertelde deAmsterdamsche Courantheel nuchter, dat de koning vanAraucaniehet menschen-eten had afgeschaft, of althans die onhebbelykheid had gebracht onder restriktieve bepalingen in ’t besluit van zóóveel artikelen.Ik weet alweêr niet of er kort daarna iets teKIEZENviel, Nederlanders, maar zoo ja, dan heeft die courant u weer voorgelicht in uwe keuze!En zoo’n blad—of zulke bladen, want ik citeer een uit velen—zoo’n blad matigt zich aan: meêtespreken waar ’t uw hoogste belangen geldt. De menschen, die zulke dingen samenflansen, omhangen zich met de tribunale toga, en beklimmen ’t spreekgestoelte op hetforum, nadat ze even te voren den Volke hebben meêgedeeld, dat er ’n kind is geboren met drie hoofden in ’t een of aêr onbekend dorp, of ’n kalf zonder kop, dat ’n krant kan redigeeren. Maar in zoo’n geval is ’t dorp bekend, omdat de zaak navraag lyden kan.Ik zou kans zien dagelyks ’n heele courant te vullen, alleen met de verkorte mededeeling der zotternyen van andere kranten. Dit zou ’n vervelend werk wezen, en ik bepaal me liever tot de beide staaltjes die ik ten-beste gaf om u te waarschuwen, Nederlanders, tegen den invloed dien ge op u laat uitoefenen door dezelfde pennen die zulkebêtisesschreven.“O,” hoor ik antwoorden, “zotternyen van deze soort raken de hoofdartikelen niet! ’t Zyn produkten van dedii minorum gentium, vàn de redacteurs 2e . 3e... 7e klasse, en wyzelf lachen daarom.”Ei! Maar hoe weet dan het Volk waar ’t u moet gelooven, en waar niet? Hoe kan men weten wat kermisgrappen zyn, en wat ernst is?Aan de bladzyde? Is ’t ernst, goede wezenlyke ernst wat ge schryft op pagina één? Staan de domheden op de achterzyde op de derde bladzy, in ’t byvoegsel. Wáár, als ’t u belieft?” Of liever,waar staan zeniet? Want, neemt my niet kwalyk, ik vind ze overal, en zeker niet minder op de voorzyde uwer bladen, dan in de buurt der wonderkinderen of afwezige kalfskoppen.En die kinderen, die koppen doen niemand kwaad. Maar uw zoogenaamde hoofdartikelen doen wèl kwaad. Als men zulke lange vertoogen leest over de juiste bedoeling van Art. 56 van ’t Regeeringsreglement van Nederlandsch-Indië, waarin gesproken wordt over het bevorderen van Vryen-arbeid door den Gouverneur-Generaal, gelooft het Volk inderdaad dat de kwestie dáár ligt, en let er niet op dat ge—met misdadige verkrachting van de waarheid—de hoofdzaak verzwygt, de eenige ware hoofdzaak:de Javaan wordt mishandeld.Dagbladschryvers, ge spreekt zooveel over datArt. 56. Ik mag dus vaststellen dat ge ’t Reglement wel eens inziet, niet waar? Hebt ge daarin nooit gelezen, dat diezelfde Gouverneur-Generaal verplicht is zorg te dragen dat de Bevolking niet mishandeld wordt? Is u dàt voorschrift te natuurlyk, te eenvoudig, te menschelyk? Kunt ge daaraan geen systeem vastknoopen? Kunt ge daarvan geen partyzaak maken? Is dit de reden dat ge liever dien tekst overslaat, zoo-als de Hollandsche huisvader het artikel over ’t verzetten van den grenssteen?Wat talent dan,que diable! Ik verzeker u dat ge met eenige inspanning al zeer spoedig lange stukken zoudt kunnen aaneenlymen over zoo-iets. Daar ge nu door ’t gedurig besteden uwer gaven aan byzaken, een frazeologie hebt opgedaan die op zulke byzaken past, mag u geen reden zyn om ook niet eens uw bekwaamheden te beproeven aan de hoofdzaak. Doet het eens. Ge zult ontwaren dat men lankdradig wezen kan, onbegrypelyk en geleerd zelfs, by de behandeling van iets ernstigs. Ja, ik wanhoop niet aan ’t slagen uwer pogingen om zelfs, na wat sukkelens, ’t stelsel byeen te knoeien over de rechte manier der mishandeling van den Javaan. Een stelsel, een systeem, hoort ge! Een systeem met staathuishoudkundig daarin, daarop, daarover, daardoor! Een systeem met woorden op “tie”,“atie”,“itie” en “otie.” Een systeem met basis en top, met syllogismen, theoriën, utopiën, rhetorische figuren, moreele of immoreele convictiën en fictiën! Een systeem, ’n ordelyk systeem met aanhangers, tegenstanders, voorvechters, renegaten...Een systeem in ’t eind, zoo-als menschen zonder denkbeelden noodig hebben om hoofdartikels te schryven.Beproeft het eens, myne heeren dagbladschryvers.En—ik benbon prince—ik geef u zelfs de keus tusschen twee systemen, tusschen meer systemen, tusschen ’n systeemloozeoneindigheid van verschillende systemen. Lacht u dit niet toe?Het eerste,—maar dit raad ik u af, omdat het te eenvoudig is, en te veel talent zou vereischen om verdedigd te worden—het eerste systeem is dat ’n Gouverneur-Generaal z’n plicht moet doen, en zorg-dragen dat de Javaan niet mishandeld wordt. Dit ismynsysteem en voor ulieden te moeilyk.Maar al die anderen! Inderdaad,embarras de choix! Ziet eens:Eerste systeem. Schets van bewerking.“De Javaan, myne heeren, de Javaan is ’n mensch. De mensch, myne heeren, de mensch is zondig. De zonde komt van den duivel, myne heeren, en die duivel, myne heeren, gebruikt de ledigheid van de Javanen tot oorkussen. Het is onze plicht, myne heeren, den duivel z’n oorkussen aftenemen. Dit oorkussen is op de laatste koffiveiling verkocht voor zooveel centen ’t pond. Wy laten ons niet in met holle redeneering, myne heeren! Wy laten de cyfers spreken. Ziet hier de staten van invoer, van verkoop, van netto provenu. En nu willen sommige beweren, dat de consignatie van dat beddegoed des duivels...”Ziet ge heeren dagbladschryvers, daar zit ge in twee sprongen op deConsignatie. Verleidt u dit niet?Tweede systeem. Schets van bewerking.“De wet is het plechtanker van den Staat. Geen Staat kan vergaan zoolang de wet geëerbiedigd wordt. En wat schryft nu de wet voor, ten opzichte van onze Indische medeonderdanen? De Gouverneur-Generaal is verplicht hen te beschermen tegen geweldenary. Juist, die wet behoort geëerbiedigd te worden, zooals alle wetten. Ziehier ons stelsel, myne heeren. Hiervan wyken wy niet af. Dit stelsel is ’n gebouw van steen... neen van arduin... neen, ’t is ’n rots. Wie dit stelsel liefheeft, heeft ons lief... ons, hoofd-, by-, onder- en verdere redakteuren van deze krant. Wie dit stelsel aanvalt, valt ons aan... ons, hoofd- by- onder- en verdere systeemverdedigers, tot de schryvers der koppelooze-kalfberichten inkluis. Als dit stelsel staan blyft, kan er niets vallen. Als dit stelsel valt, blyft er niets staan, zelfs onze krant niet.En hoe, vraagt ge, moet dit heerlyk onvolprezen stelsel overeind worden gehouden.Luistert niet, bidden wy u met het diepste gevoel van staathuishoudkundige bezorgdheid, luistert niet naar de inblazingen van de onbekwamen of verdoolden, die niets kennen dan de belangen hunner party! Van hen, die blyven hangen aan de doode letter der wet, en den geest voorbyzien die levend maakt. Neen, verre van ons—hoofd- onder- by- derde- zevende- en verdere redakteuren van deze krant—verre van ons zulke schending van onze hoogepriesterlyke waardigheid. De wet, myne heeren, de wet, de wyze onomstootelyke heilige wet... niets buiten die wet. Mèt die wet, alles!En wat zegt ze? Ze schryft den Gouverneur-Generaal voor, de Javanen te beschermen. Dit behoort hy dus te doen. Dit is z’n eerste plicht.Hoe moet hy dien plicht vervullen? Stipt, voortdurend, zonder ophouden.Van dien plicht mag hy niet afwyken, geen dag, geen uur, geen oogenblik. Ziehier ons stelsel, myne heeren.En wat moet nu die Gouverneur-Generaal doen, als iemand hem brieven schryft waarin wordt medegedeeld dat de Javaan hier-en-daar wordt mishandeld? Het antwoord ligt voor-de-hand. Zoo’n Gouverneur-Generaal moet die brieven niet lezen, want het is duidelyk dat zulke correspondentie hem zou storen in de vervulling van z’n plicht: de bescherming van den Javaan. Ziehier ons stelsel, myne heeren.En als de schryver van zulke ongepaste klaagbrieven aanhoudt? Dan moet de Gouverneur-Generaal hem z’n ongenoegen kenbaar maken in ’n kabinetsbrief, en hem dwingen z’n ontslag te vragen. Ziehier ons stelsel, myne heeren.En wanneer dan zoo-iemand nòg niet ophoudt vertoogen intedienen over de mishandeling van den Javaan, die den Gouverneur-Generaal hinderen in ’t onafgebroken beschermen der Javanen? Dan, myne heeren, dan verheffen wy onze stem, en benoemen dien Gouverneur-Generaal, die zich geen enkel oogenblik, door wien of wat ook, liet aftrekken van z’n plicht, tot geachten spreker. Ziehier ons systeem, myne heeren, in al z’n schoonheid.”Derde systeem. Proeve van bewerking.«Ieder kent het stelsel dat wy sedert jaren met volle overtuiging verdedigen. Wy achten en eerbiedigen de wetten, maar juist daarom kanten wy ons met alle macht die ons gegeven is, tegen de valsche interpretatie van Art.55 van ’t Regeerings-reglement. Daar staat duidelyk dat het beschermen van den Javaan ’n eerste plicht is van den Gouverneur-Generaal. Wat was de bedoeling des wetgevers by ’t drukken op dit veelbeduidende woord:eerste? Dat de Gouverneur-Generaal van die bescherming z’nhoofdbezigheid maken zou. Z’nhoofdzorg? Geenszins, myne heeren. Dan toch zou er staan;voornaamste, belangrykste, gewichtigste. ’t Isduidelykvoor ieder die niet verblind is door partywoede, dat het woordeerste’n telwoord is van rangorde, geen adjektief van superioriteit. By ’t aan-wal stappen behoort de Gouverneur-Generaal,terstond oogenblikkelyk, dezen of genen Javaan te beschermen tegen ’t een-of-ander. Dit is z’neersteplicht, en zeer terecht heeft de wetgever hem geboden dien eersten plicht snel en eens-voor-altyd aftedoen, opdat hy in ’t vervolg tyd, lust, kracht en gelegenheid overhoude voor z’n tweeden plicht, voor z’n derden, voor z’n zevenden... als er zooveel plichten zyn, wat we niet weten. Ziehier ons stelsel, myne heeren.Weg met hen die, alle gezonde begrippen over volgorde verkrachtende, de vervulling van den eersten plicht eischen, na ’t volbrengen van den tweeden! Zien ze niet in, de partymannen, dat zy gedurig, dien ongelukkigen eersten plicht in de plaats schuiven van andere plichten? Begrypen ze niet dat de wetgever z’n byzondere redenen moet gehad hebben om hier, zoo geheel tegen gewoonte en smaak, duidelyk te wezen?De bescherming van den Javaan is des Gouverneurs-Generaaleersteplicht. Dit herhalen wy.Hac nitimur, hanc tuemur, als een oude gulden. De Landvoogd die zich zou verstouten dien eersten plicht uit te oefenen nadat ze door voorafgaande andere plichten, de dertiende, of—o gruwel!—de zeven-en-twintigste plicht zou geworden zyn... zulk ’n Landvoogd... God zy gedankt, zulke Landvoogden bestaan er niet. En àls ze bestonden... maar neen, onze dagbladhoofdartikel-schryversgemoedverzet zich tegen zulke veronderstellingen, en met deze voorloopige ontwikkeling van ons stelsel besluiten wy dit eerste artikel over ’t eerstelingschap der verplichtingen van den Gouverneur-Generaal.»Dezechargeis niet zoo sterk als ze schynt. In de Tweede Kamer heeft de Oud-MinisterMyergemeend den Gouverneur-Generaal dien ik aanklaag van plichtverzuim, te verontschuldigen—niet door te zeggen, dat ik onwaarheid had gesproken, o neen!—maar door de bewering dat die Gouverneur-Generaal eens, heel in ’t begin van z’n bestuur, z’n “eersten” plicht vervuld had. En niemand protesteerde! Als dus deze of gene dagbladredacteur myne proeve van bewerking tot de zyne maken wil, en ’n systeem scheppen door speling met het woord:eerste, dan kan hy al terstond rekenen op ’t bondgenootschap van den heerMyeren van al die zwygers. Ja, met ’n beetje talent ware daarvan inderdaad ’n staatkundige party te maken. De thans regeerende partyen hebben niet veel meer om ’t lyf.
«Stel u eens voor, geachte lezer»—men ziet dat de brochure niet van my is—«dat in een land waar de openbare wegen zeer onveilig gemaakt worden door bandieten, die op eene ongehoord brutale wyze schatting van de reizigers vorderen, en soms nog wel een weinig verder gaan in hunne willekeur,de vraag by de vertegenwoordiging ontstond, in hoever het wenschelyk zou wezen, om byv. detollender openbare wegen afteschaffen, en dat dáárover eindelooze discussiën gevoerd werden, zonder dat er door een enkel lid de wensch geuit werdietste doen tot beveiliging van den eigendom en den persoon des reizigers.Nederlanders! Wilt gy dat die toestand opJavavoortduurt? Wilt gy dat de wetten en reglementen die daar zyn om den armen Javaan te beschermen, onuitgevoerd blyven?»
«Stel u eens voor, geachte lezer»—men ziet dat de brochure niet van my is—«dat in een land waar de openbare wegen zeer onveilig gemaakt worden door bandieten, die op eene ongehoord brutale wyze schatting van de reizigers vorderen, en soms nog wel een weinig verder gaan in hunne willekeur,de vraag by de vertegenwoordiging ontstond, in hoever het wenschelyk zou wezen, om byv. detollender openbare wegen afteschaffen, en dat dáárover eindelooze discussiën gevoerd werden, zonder dat er door een enkel lid de wensch geuit werdietste doen tot beveiliging van den eigendom en den persoon des reizigers.
Nederlanders! Wilt gy dat die toestand opJavavoortduurt? Wilt gy dat de wetten en reglementen die daar zyn om den armen Javaan te beschermen, onuitgevoerd blyven?»
Juist! Die wetten en reglementenbestaan, maar ze worden ter-zy gelegd. Dagelyks worden ze geschonden en verkracht. Het “schipperen” dat is: het oogluikend toelaten van geweldenary, roof en moord, wordt geprezen en beloond. ZieSlymering. Het te-keer gaan van die misdaden wordt beschouwd als onbekwaamheid, als excentriciteit, en gestraft met een straf die te zwaar wezen zou voor de misdaden zelf. ZieHavelaar.
Dit is de zaak, dit alleen! Al het overige is van zeer ondergeschikt belang.
En alweêr sta ik niet geheel alleen met deze meening. Ik lees in een der pikante mededeelingen vanHagiosmandre11eenige regelen die met weinig omslag aantoonen hoe gezocht de kwestie is overVryen-arbeidenKultuurstelsel:
«Ministers en Kamerleden praten veel, verschrikkelijk veel over cultuurstelsel, vrijen arbeid; doch de vraag:“Wordt de Javaan mishandeld?”komt niet ter sprake.Een lang met de Javanen omgegaan hebbende ambtenaar schrijft mij:«De Javaan is in zooverre een mensch als een ander, dat hij liever veel geld heeft dan weinig—liever een goed huis dan een slecht,—lieverwelvaartdanarmoede.«Die voorkeur voorbien êtrezou hem doen werkenuit vrije keuze, wanneer door dat werk die welvaart kon verkregen worden.«Maar!... hij is er aan gewoon, dat men hem het bespaarde, het overgewonnene afneemt;—of liever dat men het niet eens zoover laat komen dat er iets af te nemen valt.—Hij is arm en blijft arm.«Het is althansnooit bewezendat hij niet vrijwillig werkenzou, wanneer er opJavaveiligheid bestond voor personen en goederen.«Dit nu schijnt er niet te bestaan, of liever, volgens denMax Havelaarontbreekt er geheel.«En vóor dat dit hersteld wordt, is het dwaasheid te spreken over vrijen arbeid.”Laat er een moreel, intègre bestuur heerschen inIndie, en in denHaag, betreffende dat heerlijke land, en dan zal ’t blijken of de Javaan vrijwillig wil arbeiden.Ei, zegt men, dat is gemakkelijk voorgeschreven. Hoe moet men doen, om zekerheid te hebben dat er intègre bestuurd wordt?Dat is zeer moeijelijk;—maar zeker is ’tonmogelijkzoolang menHavelaargeen regt doet op eene wijze, welke aantoont dat menwaarheid en rechtvaardigheid wil.Zoolang Havelaar niet gerehabiliteerd of veroordeeld is, zijn Kamers, ministers en gouverneurs-generaal zedelijk verantwoordelijk voor alles, wat in den Havelaar is gewraakt.Of het goede bereikt zal worden door hem te steunen, is de vraag. Maar...dat het kwade wordt gesteund, zoolang geen onderzoekdaaromtrent plaatsheeft,is zeker.Welk besturend beambte zal opJavazijn plicht durven doen, als hij hoort hoeMax Havelaaren de zijnen leden en lijden moeten, omdat hij zijn plicht vervulde?Immers toch, zoolang het niet uitgemaakt is, dat hij onwaarheid vertelde, moet men de feiten, die hij met autentieke stukken staaft, alswaarerkennen.»
«Ministers en Kamerleden praten veel, verschrikkelijk veel over cultuurstelsel, vrijen arbeid; doch de vraag:
“Wordt de Javaan mishandeld?”
“Wordt de Javaan mishandeld?”
komt niet ter sprake.
Een lang met de Javanen omgegaan hebbende ambtenaar schrijft mij:
«De Javaan is in zooverre een mensch als een ander, dat hij liever veel geld heeft dan weinig—liever een goed huis dan een slecht,—lieverwelvaartdanarmoede.
«Die voorkeur voorbien êtrezou hem doen werkenuit vrije keuze, wanneer door dat werk die welvaart kon verkregen worden.
«Maar!... hij is er aan gewoon, dat men hem het bespaarde, het overgewonnene afneemt;—of liever dat men het niet eens zoover laat komen dat er iets af te nemen valt.—Hij is arm en blijft arm.
«Het is althansnooit bewezendat hij niet vrijwillig werkenzou, wanneer er opJavaveiligheid bestond voor personen en goederen.
«Dit nu schijnt er niet te bestaan, of liever, volgens denMax Havelaarontbreekt er geheel.
«En vóor dat dit hersteld wordt, is het dwaasheid te spreken over vrijen arbeid.”
Laat er een moreel, intègre bestuur heerschen inIndie, en in denHaag, betreffende dat heerlijke land, en dan zal ’t blijken of de Javaan vrijwillig wil arbeiden.
Ei, zegt men, dat is gemakkelijk voorgeschreven. Hoe moet men doen, om zekerheid te hebben dat er intègre bestuurd wordt?
Dat is zeer moeijelijk;—maar zeker is ’tonmogelijkzoolang menHavelaargeen regt doet op eene wijze, welke aantoont dat menwaarheid en rechtvaardigheid wil.
Zoolang Havelaar niet gerehabiliteerd of veroordeeld is, zijn Kamers, ministers en gouverneurs-generaal zedelijk verantwoordelijk voor alles, wat in den Havelaar is gewraakt.
Of het goede bereikt zal worden door hem te steunen, is de vraag. Maar...dat het kwade wordt gesteund, zoolang geen onderzoekdaaromtrent plaatsheeft,is zeker.
Welk besturend beambte zal opJavazijn plicht durven doen, als hij hoort hoeMax Havelaaren de zijnen leden en lijden moeten, omdat hij zijn plicht vervulde?
Immers toch, zoolang het niet uitgemaakt is, dat hij onwaarheid vertelde, moet men de feiten, die hij met autentieke stukken staaft, alswaarerkennen.»
Er schynen dus ook anderen moê te wezen van ’t gekibbel overbyzaken. Die “anderen” vormen voor als-nog de minderheid. Maar hun getal zal aangroeien door overloopers uit de beide partijen, die voor-en-na zich verzadigd zullen voelen van onnutte polemiek. Zóó zullen die “anderen” eindelyk de meerderheid vormen, en dit is de party, de eerlykederdeparty, die ik den Kiezers aanbeval inde Minnebrieven.
Maar hoe is men dan geraakt tot de meening, dat ik ’n aanhanger was van de Vrye-arbeidsleer? Dit is alleen mogelyk geweest door een paar zinsneden van denMax Havelaaruit haar verband te rukken. Ik zal die hier aanhalen, dewyl ze my tevens dienen om het Kultuurstelsel te kenschetsen.
«Doch daar kwamen vreemdelingen uit het Westen, die zich heer maakten van het land. Zy wenschten voordeel te doen met de vruchtbaarheid van den bodem, en gelastten den bewoner een gedeelte van zynen arbeid en zyn tyd toe te wyden aan het voortbrengen van andere zaken»—er was namelijk vroeger gesproken over ryst, die de Javaan noodig heeft om in leven te blijven—«van andere zaken, die meer winst zouden afwerpen op de markten vanEuropa. Om den geringen man daartoe te bewegen, was niet meer noodig dan een zeer eenvoudige staatkunde. Hy gehoorzaamt zyn Hoofden. Men had dus slechts die Hoofden te winnen door hun een gedeelte toetezeggen van de winst... en het gelukte volkomen.»
«Doch daar kwamen vreemdelingen uit het Westen, die zich heer maakten van het land. Zy wenschten voordeel te doen met de vruchtbaarheid van den bodem, en gelastten den bewoner een gedeelte van zynen arbeid en zyn tyd toe te wyden aan het voortbrengen van andere zaken»—er was namelijk vroeger gesproken over ryst, die de Javaan noodig heeft om in leven te blijven—«van andere zaken, die meer winst zouden afwerpen op de markten vanEuropa. Om den geringen man daartoe te bewegen, was niet meer noodig dan een zeer eenvoudige staatkunde. Hy gehoorzaamt zyn Hoofden. Men had dus slechts die Hoofden te winnen door hun een gedeelte toetezeggen van de winst... en het gelukte volkomen.»
Ik erken volmondig by het schryven van deze regelen gedachtte hebben aan ’tstelselvan den generaalVAN DEN BOSCH—die, men ziet het, al zeer goedkoop den naam vangenieheeft verkregen—doch ik bedoelde daarmede geenszins party te trekken voor die andere nog afschuwelyker wyze van uitzuigen, die menVryen-arbeidnoemt. Integendeel.
«Als men let op de ontzettende massa Javasche producten die inNederlandworden te-koop geveild, kan men zich overtuigen van ’t doeltreffende dezer staatkunde, al vindt men ze niet edel. Want mocht iemand vragen of de landbouwer zelf eene belooning geniet, evenredig aan die uitkomst, dan moet ik daarop ’n ontkennend antwoord geven. De Regeering verplicht hem opzynengrond aantekweeken wathaarbehaagt, zy straft hem als hy het aldus voortgebrachte verkoopt aan wien ’t ook zy, buiten háár, enzyzelvebepaalt denprysdien ze hem daarvoor uitbetaalt. De kosten op den overvoer naarEuropadoor een bevoorrecht handelslichaam, zyn hoog. De aanmoedigingsgelden aan de Hoofden bezwaren daar-en-boven den inkoopsprys, en, daar de geheele handel toch ten-slotte winst afwerpenmoet, kan die winst niet anders worden gevonden, dan door den Javaan juist zóóveel uittebetalen, dat hy niet sterve van honger, ’t geen de voortbrengende kracht van de natie verminderen zou.Ook aan de Europesche beambten wordt ’n belooning uitbetaald in evenredigheid met de opbrengst.Wèl wordt dus de Javaan voortgezweept door dubbel gezag... wèl wordt hy afgetrokken van z’n rystvelden ... wèl is hongersnood vaak ’t gevolg van die maatregelen ... doch vroolyk wapperen teBatavia, teSamarang, teSoerabaya, tePassaroean, teBezoeki, teProbolingo, tePatjitan, teTjilatjap, de vlaggen van de stengen der schepen, die beladen worden met de oogsten dieNederlandryk maken.Hongersnood?Op het ryke vruchtbareJava,Hongersnood? Ja, lezer. Voor weinige jaren zyn geheele districten uitgestorven van honger.Moeders boden hun kinderen te-koop voor spyze. Moeders hebben hun kinderen gegeten...»
«Als men let op de ontzettende massa Javasche producten die inNederlandworden te-koop geveild, kan men zich overtuigen van ’t doeltreffende dezer staatkunde, al vindt men ze niet edel. Want mocht iemand vragen of de landbouwer zelf eene belooning geniet, evenredig aan die uitkomst, dan moet ik daarop ’n ontkennend antwoord geven. De Regeering verplicht hem opzynengrond aantekweeken wathaarbehaagt, zy straft hem als hy het aldus voortgebrachte verkoopt aan wien ’t ook zy, buiten háár, enzyzelvebepaalt denprysdien ze hem daarvoor uitbetaalt. De kosten op den overvoer naarEuropadoor een bevoorrecht handelslichaam, zyn hoog. De aanmoedigingsgelden aan de Hoofden bezwaren daar-en-boven den inkoopsprys, en, daar de geheele handel toch ten-slotte winst afwerpenmoet, kan die winst niet anders worden gevonden, dan door den Javaan juist zóóveel uittebetalen, dat hy niet sterve van honger, ’t geen de voortbrengende kracht van de natie verminderen zou.
Ook aan de Europesche beambten wordt ’n belooning uitbetaald in evenredigheid met de opbrengst.
Wèl wordt dus de Javaan voortgezweept door dubbel gezag... wèl wordt hy afgetrokken van z’n rystvelden ... wèl is hongersnood vaak ’t gevolg van die maatregelen ... doch vroolyk wapperen teBatavia, teSamarang, teSoerabaya, tePassaroean, teBezoeki, teProbolingo, tePatjitan, teTjilatjap, de vlaggen van de stengen der schepen, die beladen worden met de oogsten dieNederlandryk maken.
Hongersnood?Op het ryke vruchtbareJava,Hongersnood? Ja, lezer. Voor weinige jaren zyn geheele districten uitgestorven van honger.
Moeders boden hun kinderen te-koop voor spyze. Moeders hebben hun kinderen gegeten...»
Dit is hetKULTUURSTELSEL... zeggen de vry-arbeiders, en ik erken dat niemand na ’t lezen van die regels my kon aanzien voor ’n vurig aanhanger van dat stelsel. Maar dit sluit volstrekt niet in, dat ik party-trek voor hen die, misbruik makende van den schoonen klank:vry, ’ngedwongen Vryen-arbeidwillen invoeren, waarby de eerste avonturier de beste zich in de plaats stellen zou van de Regeering, om in compliciteit met de Hoofden, den Javaan uittezuigen. De HeerWintgensheeft volkomen gelyk, dat zyn deergsteDroogstoppels!
De ellende die ’t Kultuurstelsel over den Javaan brengt, kan vermeden worden door een Gouverneur-Generaal die z’n plicht doet, en geen belooning toekent aan ’t verbergen van de waarheid. Wanneer, lang voor den hongersnood inCentraal-Java, de residenten niet hadden gelogen in hun rapporten, door byv. altyd duizende pikols ryst te scheppen op ’t papier, die niet aanwezig waren in werkelykheid, wanneer zy niet als ontrouwe schildwachten, voortdurend hadden geroepen: “alles wel!” toenreeds het gebrek voor de deur stond, dan had men tydig kunnen voorzien in den nood der arme Bevolking, die nu moest omkomen, niet omdat zy aan ’tGouvernementkoffi en indigo leverde, maar omdat zyte veelindigo en koffi geleverd had, onverschillig of die levering plaats had aan de Regeering of aan partikulieren. Indien nu de Residenten tydig hadden kennis gegeven van de gevolgen dezer noodlottige overdryving, instede van, met verkrachting van eed en plicht die gevolgen te verbergen: “omdat het hun tyd wel zal uithouden” dan had de Regeering maatregelen kunnen nemen om de duizende menschen in ’t leven te houden, die nu bezweken zijn... tot groot nadeel van de koffikultuur.
O, ik trek geen party voor ’t Kultuurstelsel, dat allen vooruitgang, alle ontwikkeling, alle veredeling tegengaat. De Javaan is ’n machine. Neen, zelfs dát niet. Hy maakt slechts ’n gedeelte uit van z’n dessa, van de gemeente dieen blocgenomen een werktuig is om koffi voorttebrengen. Eigen wil, eigen denkbeelden worden verdoofd. Welvaart blyft hem onbekend, en daarmee alle roerselen tot inspanning, die gewoonlyk ’t gevolg zyn van ’t streven naar welvaart. Het schrale loon voor z’n produkt, dat hem by besluit van den Gouverneur-Generaal is toegelegd—let wel,nietna overleg met hemzelf, denbetrokkene—wordt hem nooit geheel-en-al uitbetaald. De Hoofden geven hem wat hun goeddunkt. O! dat Kultuurstelsel—vooral onder ’n Gouverneur-Generaal die z’n plicht niet doet—is verschrikkelyk!
Maar ... om te geraken tot de beoordeeling van ’t Vrye-arbeidssysteem, voege menbyal die elementen van schandelyk misbruik, nogbovendienden hebzuchtigen partikulieren intrigant, en men zal nagenoeg weten wat het lot van den Javaan worden zou, als-i dááraan werd overgeleverd.
Ik las onlangs in ’n krant-artikel eene verdediging van den Vryen-arbeid, waarin de schryver,—’n tabaksplanter, natuurlyk!—op de vermeerdering wees die de aanvoer van tabak teAmsterdamsedert eenige jaren ondergaan had. Twee millioen ponden, meen ik, waren gestegen tot tien millioen ponden. Ei! Plaats ’n vry-arbeidend resident inRembang, en binnen weinig tyds zult ge vyftig millioen ponden tabak bekomen in plaats van tien. Wie er niet meer van weet, zou z’n artikelen gerust achterwege kunnen laten. De vraag is: of die meerdere produktie van tabak niet in de plaats is getreden van andere waarden? En ten-tweede: of misschien die meerdere produktie van tabak, den grond zou kunnen leggen tot omstandigheden die ten-gevolge hadden dat men later nòch tabak, nòch iets anders ontvangen zou? Zoo verplaatst men de kwestiën.
Ik herinner me dat, toen er voor eenige jaren ernstig werkgemaakt werd van de voeding des Nederlandschen Volks—men vond, meen ik, onder de miliciens te veel jagers en te weinig grenadiers—een geleerde voorstelde om door den Javaan visch te doen vangen, en daarmee de Hollanders te voeden. Van betaling was geen spraak. Men moet wel heel geleerd wezen om op zoo’n denkbeeld te komen. De man had gehoord dat er zooveelproteïneongedeerd rondzwom in deIndische zee. Dit kan waar zyn. Maar ook in deNoordzeeis veel visch. Hebben de Hollanders dien gevangen, en gratis naarJavagebracht, toen dáár honger werd geleden? En de verhouding is nog niet eenmaal gelyk. Want de honger der Javanen was een gevolg van de Hollandsche onderdrukking, en de Javanen hadden geen schuld aan ’t afnemend getal grenadiers. Integendeel. Zonder hen zou sedert lang ons heele leger bestaan hebben uit jagers... uit tamboers en pypers misschien.
Er is iets grappigs in ’t denkbeeld de heele Hollandsche natie te zien ronddobberen op botters en pinken, om ’n ver-af gelegene andere natie in ’t leven te houden. Christelyk zou ’t wezen, dat ’s waar. “Van netten zyt gy gekomen, tot de netten zult ge wederkeeren!”
Maar hoe koddig dit voorkome als idee, ik geloof dat men al heel spoedig zoo’n experiment zeer treurig vinden zou in de werkelykheid. Welke redenen kunt gy aanvoeren, Nederlanders, die ’t rechtvaardige dat ge van den Javaan vordert, wat gyzelf in geen geval zoudt willen doen voor ’n ander? Waar staat geschreven—al stond het geschreven, ik recuseer zulke schryvery, en dit zoudt gy ook doen als ’t in uw belang was—waar staat geschreven dat de Javaan moet arbeiden vooruwebehoeften? Oorlogsrecht? Ik ken dit recht niet, al schreef dan ookde Grooteen dik boek daarover, met dezelfde pen waarschynlyk die hem doemde tot het verdedigen van den christelyken godsdienst. Oorlogsrecht? Nog-eens, ik ken dit recht niet, ik erken het niet vooral, nadat ik m’n eerste geschiedenis van gezag droomde, waarin de ouder broeder zyn jonger dwong tot dienst. Nu ja, dit had-i geleerd van ’n wild beest. Oorlogsrecht nog-eens? Maar, eilieve, al bestond er zoo’n recht, dan nog moogtgy’t niet inroepen tegen den Javaan, dien ge nooit overwonnen hebt. Waar zyn de veldslagen, dien ge hem hebt geleverd? Waar liggen de vestingen, die ge hem afnaamt? Daarvan zwygt uwe geschiedenis.
Die geschiedenis vertoont een walgelyk weefsel van kruipende onderdanigheid in tegenspoed, van wreedaardige ruwheid in voorspoed. ’t Spreekt vanzelf dat de vergaderingen vanHeerenXVII in ’t moederland, en van de edele, meer of minextra-ordinaire Raeden van Indiadaarginder, altyd geopend werden met ’n aanroeping van den Heer der heirscharen... denzelfden Heer zeker die den zegendiefJakobbeschermde tegenEzau.
En later die Javasche oorlog in 1826–31! Ze werd gerekt in ’t belang van een der bevelhebbers, die een speler was, en meest-alcourt d’argentzynde, oorlog noodig had om aan geld te komen. Nog wyst men teBatavia’t huis dat hy verdobbelde in één nacht. Zoo’n verlies moest de Javaan weer betalen.
En hoe is ten-slotte die oorlog geëindigd? Door verraad.Diepo Negoro, het hoofd van den opstand, hadvrygeleidetoen men hem gevangen nam. Zyn zoon was onder myn custodie opAmboina, en ’t was kurieus de opinie van dien man te hooren, over de Hollandsche goede trouw en verdere christelyke deugden, te veel om optenoemen. Daarvan weet ookFerdana MantrievanPalembangte spreken. De voorlaatste Keizer vanSolois gevangen genomen, afgezet en verbannen, omdat hy... gebeden had op de graven zijner voorvaderen, zonder permissie van den resident teSoerakarta...
Ge toont oude papieren, waarin sommige Hoofden verklaarden... maar gyzelf hebt later die hoofden ter-zy gezet en hunne souvereiniteit nietig verklaard, zoodra ge die niet meer noodig hadt om ze hun onderdanen te doen verraden aan u, die zonder dat verraad, nooit meesters vanJavazoudt geworden zyn. Gy hebt leerscholen voor de “rechten” en kansels voor... ik weet niet wat, maar ik zou u wel eens willen hooren bewyzen van kansel of katheder, dat gy recht hebt op den arbeid van den Javaan.
“Het is goed dat de mensch arbeide, hoor ik u zeggen. Zonder ons zou de Javaan te lui zyn om iets te doen, en dus...”
Juist! Zoo spreekt ge. Maar ge vergist u in de meening dat die redeneering uw privaat eigendom wezen zou. Ze behoort aanDroogstoppeldie na ’t hooren vanWawelaarspreek de uitbreiding der Koffikultuur aanprees als nuttig voor ’t Godsryk. ’t Is waar dat de Javaan, om in zyn gezegend klimaat te blyven leven, minder arbeid noodig heeft dan gy. Maar ligt hierin ’n voldoende reden om hem aftenemen, en u toe te eigenen wat de natuur hem schonk om-niet? Is ’t zyne schuld dat uw vaderland zoo bar is, zoo onvriendelyk? Moogt ge ’t hem wyten, dat in uwe streken de eerste noodigste... éénige vraag van ’t leven is: hoe men te doen hebbe om dat leven te behouden?
Ge hebt u by den Javaan—dat heet by z’n Hoofden, want de eigenlyke Javaan kent u niet—ingedrongen met zachte vleiende woorden. Ge hebt u opgeworpen als scheidsrechter in de geschillen, die ze argeloos onderwierpen aan uw oordeel. Ge hebt die onnoozelheid misbruikt om u meester te maken van wat u niet behoorde. Schrede voor schrede zyt ge voortgeslopen, en hebt uwen voet gezet op den akker van uw naaste, gedurig den grenspaal verzettende... dat verboden is in uw eigen Bybel, hoort gy! Of staat er niet in de geschriften die ge beweert voorheilig te houden, maar die ge ter-zy legt zoodra ze niet overeenkomen met uw belang: “vervloekt wie zyns naasten landpale verrukt en al het volk zal zeggen Amen!”
Ik houd uw Bybel voor volstrekt niet heilig, maar dát woord was goedgesproken, dunkt me, en ik zou graag ’n preek houden over dien tekst. Hoe doet ge toch als ge voorleest uit die Schrift, en eensklaps op zoo’n gebod stuit? Vragen dan uw kinderen niet: papa, sla je wat over?
Of weet ge dan uw kroost te beduiden dat zoo’n Javaan uw naaste niet is, en dat de behandeling vanzynlandpalen door andere wetten wordt geregeerd dan de gewone? Dit zal wel ’t eenige uitwegje zyn.
Intusschen gaat ge voort, den arme die uwnaasteniet wezen mag, te knevelen, te bestelen en te villenà coeur joie, en om u zelf by dit alles ’n air van gemoedelykheid te geven, houdt ge u bezig met redeneeren over de verschillende systeemen, waarnaar die kunstbewerkingen geschieden. Kultuurstelsel, Vry-arbeid... watgeefthet meest?
Ik heb u in deMinnebrievengezegd, en ik herhaal hier, hoe karakteristiek het is, dat men in uw Tweede-Kamer tot ernstige punten van overweging gemaakt heeft, of de door dienMoneyopgegeven cyfers juist waren, en op welke manier hy tot de inzage van uw boeken geraakt was. Maar de overweging der middelenwaardoor het geld verkregen is, waarover die boekhoudery loopt, schynt beneden de aandacht van de vergadering geweest te zyn. En na denMax Havelaarkòn men toch weten hoe er gehandeld wordt met het leven en de bezittingen van den Javaan! Dit scheen de moeite van ’t opmerken niet waard, maar wèl stelden de heeren belang in de wyze waarop al dat ellendig geknoei geboekt was, en vooral hoe ’n vreemde toegang bekomen had tot hun kantoor.
Ziet ge wel, hoe ook dáár alweder de hoofdzaak werd overzien,met opzetoverzien, om de aandacht te leiden opbyzaken?
En, Nederlanders ’t zyn niet Kamers of Ministers alleen, die voortdurend met gehuichelde belangstelling in de publiekebelangen, die belangen verraden, en willens en wetens de kwaal die ons teistert, door misdadig zwygen verwaarloozen. De dagbladen zyn de mond des Volks. Ik weet wel dat het spraakvermogen van dien mond belemmerd wordt door ’n domme middeneeuwsche, alle ontwikkeling tegengaande instelling—de zegelwet!—die in ’t jaar uws heeren 1861, als vroeger, u maakt tot de Chinezen van Europa. Maar al nemen we nu deze instelling alscirconstance atténuantevoor die spraakbelemmering aan, ’t blyft dan toch weinig minder onverantwoordelyk, hoe de redaktiënder dagbladen hare hooge roeping miskennen, de roeping:om ’t Volk voortelichtenwaar ’t z’n wezenlyke belangen geldt.
Aan uw geschrevene, meestal door eigenbelang uitgevonden zedelykheidsregelen hecht ik weinig. Ook stel ik geen prys op de braafheid en de deugd, die zoo genoemd wordt uit gewoonte. Maar dit wegwerpen van ’t meerendeeluwerprincipes schynt toch niets te maken te hebben met absentie vanwareeerlykheid, en van ’nwaarrechtvaardigheidsgevoel. Ik besluit hiertoe onder anderen, uit de verontwaardiging die me bezielt by ’t lezen van de stukken dergenen die by ’t opzetten van ’n dagblad, stilzwygend de verplichting op zich namenwaarheidte verkondigen.
Wanneer een Minister den mond opent, weet men dat-i gebonden is door ’n zoogenaamd program. Hy heeft, om Minister te worden, beloofd te spreken en te handelen in zekeren geest. Dit moge nu dom wezen, onmenschkundig, onpraktisch, nadeelig voor ’t algemeen welzyn... goed! De man heeft hetbeloofd, en wie geen lust heeft in den beloofden geest, kan de ministeriëele redevoeringen overslaan.
Zoo-als ’t Volk dan ook meestal doet.
Een Kamerlid, die president was van deConcordiaof deHarmonieten-zynent, heeft beloofd: “met de meeste onpartydigheid de belangen voortestaan van... z’n distrikt.”Edamstemt voor kaas.Drenthevoor ’t veen.Schiedamvoor Jenever.Schoklandvoor kabeljauw.Utrechtvoor theerandjes. Dit moge nu dom zyn, ontstaatkundig, onpraktisch en misdadig... goed! De man heeft het openlykbeloofd—het wordt verzekerd door al de “eenige kiezers” die z’n reclame teekenden, dat is: die ze niet teekenden—en wie geen lust heeft in de redevoeringen van zoo’n lid, kan ze overslaan.
Zoo-als ’t Volk dan ook meestal doet.
Een predikant, die inziet hoe onaangenaam het is, dat alle menschen zouden verdoemd wezen om de schuld van één persoon, en hoe ongerymd, dat ze weêr allen gered zyn door de verdiensten van ’n ander, moge gedwongen worden tot flauwheid in z’n preeken, door ’t besef van de onmogelykheid om tot klaarheid te brengen voor ’n ander, wat niet helder is voor z’n eigen verstand... hy moge hierdoor worden heen-en-weêr geslingerd van begrip tot begrip, en door overmaat van tegenstrydige begrippen tot wanbegrip... hy moge lankdradig worden, gerekt, vervelend, onbegrypelyk... dit alles voere hem tot de onvermydelyke keus tusschen domheid of huichelary... goed! De man heeftbeloofdte preêken uit den Bybel. En wie nu geen smaak vindt in de wargeestery die er gehaald wordt uit’n verward boek, kan t’huis blyven, of uit wandelen gaan, als ’t goed weer is. Zelfs kan men ter-kerk gaan, en daar inslapen.
Zoo-als ’t Volk dan ook meestal doet.
Men is niet gedwongen te luisteren naar betaalde preekhouders, geachte sprekers of programvormige ministers. Ik ben tégen al die bedryven, maar erken dat de beklaagden iets kunnen aanvoeren dat naar verontschuldiging zweemt: de hoop dat men niet geluisterd heeft.
Maar gy, dagbladschryvers,gy, wat kuntgyopgeven als reden tot vermindering van straf? Ge naamt de taak op u het Volk te verlichten, te beschaven, inzage te geven in z’n belangen.Gyvindt alzoo geen verschooning in de hoop dat men u niet hooren zal. Uw streven is integendeel wèl gehoord te worden. Ge zoudt ophouden te bestaan, als men uniethoorde, juist anders-om dan die andere heeren, die de gelegenheid om voorttegaan slechts behouden door de beperktheid van den kring waarin ze spreken. Zy hebben blinden noodig en hardhoorigen. Gy integendeel: lezers, dat isabonnés.
Uw roeping is ernstiger, waardiger, heiliger. En hoe voldoet ge aan de roeping, gy die met hoogepriesterlyke deftigheid, uzelfwynoemt in uwleading articles? Geeft ge, gy die gelezen wordenwilt, en inderdaadfaute de mieuxdoor ’t Volk gelezenwordt, waarheid aan dat Volk?
O, ik weet dat ge fluisterend klaagt verkocht te zyn aan deze of geene party, en dus beweert evenveel recht op liegen te hebben als een minister of predikant, maar deze verontschuldiging gaat niet op. De arme lieden, wier betrekkelyke onschuld gy aanhaalt als verschoonend voorbeeld,erkennendat ze gebonden zyn. Ze doen die erkenning openlyk by ’t houden van de program leerrede of de intreê-speech.Zywaarschuwen. Maar gy schryft op uw banier: Koning, Vaderland, Rechtvaardigheid, Billykheid, Goede-trouw, Onpartydigheid ... alle zaken die wèl luiden en liefelyk klinken. En al weetiknu dat die liefelykheid klank is alleen, en al fluistert gemyin ’t oor, dat uw party—de aandeelhouders!—m’nheer zóó, die z’n abonnement zou opzeggen ... uw haat tegen die andere krant die ’t tegendeel beweerde ... kortom, al weetikdit alles—het Volk, het goede, geloovige Volk, dat zoo’n eerbied heeft voor al wat gedrukt is, weet ditniet.
Ik vind in uw couranten dagelyks allerlei dingen die we niet noodig hebben, maar de zaken die ’t Nederlandsche Volk wèl betreffen, slaat ge over. Ellenlange artikelen over Vryen-arbeid en Kultuurstelsel vullen de vóórzyden uwer bladen. Eilieve, waarom, als ge u dan toch bemoeit met de zaken vanIndië,waarom eischt ge geen antwoord op de vraag die ik heb voorgelegd aan de Regeering?
Stelt eens dat ge weet meêtespreken over Vry-arbeid of Stelsel van kultuur, neemt aan dat er wysheid ligt in ’t behandelen van ’tconsignatiestelsel—alweêr ’nstelsel, lieve god!—dan zult ge toch moeten erkennen, niet waar, dat er iets noodig is om al dat gestelsel overeind te houden? Dit nu is, in deze zaak, de koffi, de suiker, de indigo, de tabak, de kaneel en de bamboezen sigaarkokers die de juffrouwen present krygen van haar neven in de oost. Redeneert nu over de consignatie van die kokers—van bamboe of pauwveêr, om ’t even—redeneert daarover nu zoo lang dat ge eindelyk een stelsel van consignatie hebt saamgeknoeid, zoo volmaakt als ooit eenig stelsel van ’n andere rooverbende, en ziet dan eens rond wat ge zult te consigneeren hebben in ’t eind, wanneer de Javaan die de kokertjes vlocht, de koffi plantte en oogstte, de suiker sneed en maalde, of de indigo uitperste en gisten deed—als die Javaan, gedurende uw consignatie-studie, eens had opgehouden te malen, te vlechten, te persen en te gisten? Of wanneer-i, al te lang geperst, aan ’t gisten was gegaan, hyzelf?
Dan zou geen enkele juffrouw meer presentenkrygenvan haar neef uit de Oost, en al uw consignatie-wysheid viel reddeloos te-water.
Consignatie!Altydzulke fraaie, naar studie en wetenschap riekende woorden! Zegt eenvoudig aan ’t Volk: vrienden, wy beraadslagen of de winkel onzer kruiënierswarenhierofginderzal gehouden worden, en wat het meestegeeft.
Maar zegt er by, als ge oprecht wilt zyn, dat uw leverancier aandringt op betaling, en dat hy ’t zeer verdrietig vindt op-den-duuruwwinkel gesorteerd te houden, zonder ’t minste voordeel voorzichzelf. Zegt dat het den Javaan geheel onverschillig is, of gy de gestolen producten daar of hier verschachert, en dat ge voortaan uwe wysheid liever wilt besteden aan ’t bestudeeren der vraag: of ge altyd wel suiker en koffi hebben zult, dan aan de weldra overbodige kwestie waar ge die zult ter markt brengen.
De Javaan wordt mishandeld: dit is de kwestie!
Maar daarvan zwygt gy, dagbladen.
Neen, ik vergis me. Toen myn protest tegen die mishandeling verscheen, hebben dagbladen en tydschriften daarover veel gesproken. Zóóveel zelf, dat nooit eenig werk inNederlandzoo algemeen is behandeld geworden. Maar ... dit duurde slechts zoolang men in de valsche meening verkeerde, dat ik behoorde tot ’nparty. Ik had een der hoofden kunnen worden—of ’t hoofd—van de zoogenaamde oppositie, wanneer ik had kunnengoedvinden de heilige zaak die ik voorsta, te onderwerpen aan de eischen eener côterie die zich ’n air geeft van wetenschap en staatkunde, door ’t voorwenden van opiniën over een systeem. Wanneer ik myzelf op de pynbank had willen leggen, om lange hoofdartikelen te schryven over dingen die ik niet omslachtiger weet uittedrukken, dan—zoo-als ik vaak gedaan heb—met deze woorden:
“Men bestele den Javaan niet, men zuige hem niet uit, men vermoorde hem niet. Dan zal er na eenigen tyd blyken of hy vrywillig arbeiden wil.”
Ik zeg dat hy zál willen, en in dien zin ben ik vóór vryen arbeid. Maar ’t opwerpen van systeem-kwestiën, vóór men heeft opgehouden den Javaan te mishandelen en te plunderen, is... duitenplatery. Ge weet nu wat dit woord beduidt, hoop ik. Ik schryf teksten en geen preêken.
En de dagbladschryvers weten ’t wel. Maar die abonnés!
Hoor ge ’t, Nederlanders? Die heeren zeggen dat ge volstrekt leugens en noodig gehaspel over leugens, lezenwilt. Is dit zoo? Ik kan ’t niet gelooven. Waarachtig, de waarheid is pikanter van tyd-tot-tyd. Ziet maar myn geschryf... ieder koopt het. Nu weet gemeteen’t geheim van m’n zoogenaamd talent.
Maar al ware dit zoo niet, al was de waarheid flauw en onverkoopbaar als ’n byblad van de Staats-Courant, hoe is ’t mogelyk dat ge u in uw meening over de publieke zaak kunt laten leiden door voorlichters die—de kwestiën van den dag nu eens daargelaten—in alles toonen zoo geheel beneden hun roeping te staan? Abonneert u eens voor ’n maand of wat opde Indépendance, opde Kölnische Zeitung, opde Times, en wanneer ge daarna nog waarde hecht aanuweorganen, aanuweleiders der publieke opinie... dan, ja dan zoudt ge verdienen geprezen te worden in een driekolommig hoofdartikel van zoo’n orgaan.
Meent niet dat ik hoog loop met de waarde der buitenlandsche kranten. Van-daag nog lees ik in ’trésumé politiquevan deIndépendance, datNapoleonin antwoord op de nieuwejaarswenschen, van zyn kant de hoop heeft te kennen gegeven, dat de vorstelyke familiën in 1862 mogen bewaard blyven voor allerlei ongelukken—ziekte, dood, verkoudheid en dergelyke, denk ik—grâce aux louables efforts qui seraient faits partout dans ce but, et auxquels son concours absolu était acquis à l’avance.” Ziedaar, volgens deIndépendance,Napoleongarde santévan al wat er in denAlmanach de Gothastaat! Ziedaar den Keizer der Franschen ’n concurrent vanHolloway,MeidnerenHoff!Hyzal z’n best doen om alle vorsten gezond te houden.Hyzal zorgen dat geen prins kinkhoest krygt, en dater geen dakpan valt op ’t hoofd van ’n prinses. Wanneer-i ’n paar jaar vroeger op dit heerlyk idee was gekomen, dan ware prinsAlbertniet gestorven aan typhus, noch de Koning van Portugal aan... men weet niet wat.
Ik weet wel dat de Fransche Keizer die zotterny niet gezegd heeft, en dat het ’n gebrek is in de redaktie van deIndépendance, die in één greep “les commotions des peuples” heeft saâmgevat met koninklyke ongemakken, maar... laat er morgen watte kiezenvallen, dan licht diezelfde redakteur het Volk voor in z’n keus.
Zóó worden de dagbladen geredigeerd!
En de uwen, Nederlanders? De uwen zyn van die bladen een flauwe afdruk... neen, was ’t nog maar zoo! De uwen zyn daarvan ’n mismaakt verknoeid onkenbaar verwrongen verflenst uittreksel. Dit verknoeien loopt in ’t koddige. Maar wie op de gevolgen let, voelt verdriet over die koddigheid.
Onlangs merkte ik op hoe onze bladen, onder de deftige rubriek: “Engelsche post” plaats hadden voor ’t bericht dat ’n koorddanser z’n balanceerstok had gebroken. Zoodra ’t evenwel de ware belangen van ’t Volk geldt,—lees niet “van departy”verzoek ik u—dan hebben de bladen geen ruimte... om de drukkende zegelwet, zeker.
Zoodra er iets te kiezen valt, Nederlanders, voor gemeente, provincie of koninkryk, stel ik voor, alle aanspraak op ’t leiden uwer opinie te ontzeggen aan elke courant, die u niet voor-af zal hebben meêgedeeld, of die balanceerstok behoorlyk gerepareerd is? Wat drommel, als men nieuws vertelt, moet men vertellen tot het eind.
Ja, het loopt in ’t koddige. Wilt ge ’n staaltje van wat ge u laat opdisschen? Ik heb ze voor ’t grypen. Ziehier.
Er bestaat teParys, zoo-als ge weet of niet weet, ’n censuur op de grafschriften. Een man verloor z’n vrouw, en daar ’n ongeluk nooit alleen komt, maakte hy ’n grafschrift in verzen. De plaatsing hiervan werd geweigerd en wel volgens ’n fransche courant: “niet omdat z’n verzen iets onzedelyks bevatten, of omdat ze storend waren voor openbare veiligheid en publieke welvaart, maar omdat ze zondigden tegen de regelen der prosodie.”
’t Is gek, dit beken ik. Maar dat ’s nu hier de vraag niet. De vraag is hoe uwe couranten geredigeerd worden? Welnu, ’tHandelsblad, het deftigeHandelsblad—en misschien andere bladen ook, maar dit weet ik niet—vertelt u dat: inParysde plaatsing van ’t grafschrift geweigerd is,omdathet niets bevatte tegen de zedelykheid, enz. Ik weet niet of er kort daarnaiets teKIEZENviel, maar zoo ja, dan heeft datzelfdeHandelsbladu voorgelicht in uwe keuze!
Onlangs verscheen er, ik meen in dePresse, eene allergeestige satire tegen de woede van ’t reglementeeren, en de overdreven centralisatie van bureaumacht. De schryver chargeerde ’t onderwerp, door te vertellen dat ’n—zeer problematieke—koning inZuid-Amerika, ’n reglement had gemaakt op ’t menschen-eten. Dit reglement deelde hy in gewone bureautermen mede:Gehoord... enz.Gelezen... enz.Overwegende... enz.Nog gelet... enz.Is verstaan... enz.Onze Minister van binnenlandsche Zaken is belast... enz.” De persiflage was aardig.
Een paar dagen daarna vertelde deAmsterdamsche Courantheel nuchter, dat de koning vanAraucaniehet menschen-eten had afgeschaft, of althans die onhebbelykheid had gebracht onder restriktieve bepalingen in ’t besluit van zóóveel artikelen.
Ik weet alweêr niet of er kort daarna iets teKIEZENviel, Nederlanders, maar zoo ja, dan heeft die courant u weer voorgelicht in uwe keuze!
En zoo’n blad—of zulke bladen, want ik citeer een uit velen—zoo’n blad matigt zich aan: meêtespreken waar ’t uw hoogste belangen geldt. De menschen, die zulke dingen samenflansen, omhangen zich met de tribunale toga, en beklimmen ’t spreekgestoelte op hetforum, nadat ze even te voren den Volke hebben meêgedeeld, dat er ’n kind is geboren met drie hoofden in ’t een of aêr onbekend dorp, of ’n kalf zonder kop, dat ’n krant kan redigeeren. Maar in zoo’n geval is ’t dorp bekend, omdat de zaak navraag lyden kan.
Ik zou kans zien dagelyks ’n heele courant te vullen, alleen met de verkorte mededeeling der zotternyen van andere kranten. Dit zou ’n vervelend werk wezen, en ik bepaal me liever tot de beide staaltjes die ik ten-beste gaf om u te waarschuwen, Nederlanders, tegen den invloed dien ge op u laat uitoefenen door dezelfde pennen die zulkebêtisesschreven.
“O,” hoor ik antwoorden, “zotternyen van deze soort raken de hoofdartikelen niet! ’t Zyn produkten van dedii minorum gentium, vàn de redacteurs 2e . 3e... 7e klasse, en wyzelf lachen daarom.”
Ei! Maar hoe weet dan het Volk waar ’t u moet gelooven, en waar niet? Hoe kan men weten wat kermisgrappen zyn, en wat ernst is?
Aan de bladzyde? Is ’t ernst, goede wezenlyke ernst wat ge schryft op pagina één? Staan de domheden op de achterzyde op de derde bladzy, in ’t byvoegsel. Wáár, als ’t u belieft?” Of liever,waar staan zeniet? Want, neemt my niet kwalyk, ik vind ze overal, en zeker niet minder op de voorzyde uwer bladen, dan in de buurt der wonderkinderen of afwezige kalfskoppen.
En die kinderen, die koppen doen niemand kwaad. Maar uw zoogenaamde hoofdartikelen doen wèl kwaad. Als men zulke lange vertoogen leest over de juiste bedoeling van Art. 56 van ’t Regeeringsreglement van Nederlandsch-Indië, waarin gesproken wordt over het bevorderen van Vryen-arbeid door den Gouverneur-Generaal, gelooft het Volk inderdaad dat de kwestie dáár ligt, en let er niet op dat ge—met misdadige verkrachting van de waarheid—de hoofdzaak verzwygt, de eenige ware hoofdzaak:
de Javaan wordt mishandeld.
Dagbladschryvers, ge spreekt zooveel over datArt. 56. Ik mag dus vaststellen dat ge ’t Reglement wel eens inziet, niet waar? Hebt ge daarin nooit gelezen, dat diezelfde Gouverneur-Generaal verplicht is zorg te dragen dat de Bevolking niet mishandeld wordt? Is u dàt voorschrift te natuurlyk, te eenvoudig, te menschelyk? Kunt ge daaraan geen systeem vastknoopen? Kunt ge daarvan geen partyzaak maken? Is dit de reden dat ge liever dien tekst overslaat, zoo-als de Hollandsche huisvader het artikel over ’t verzetten van den grenssteen?
Wat talent dan,que diable! Ik verzeker u dat ge met eenige inspanning al zeer spoedig lange stukken zoudt kunnen aaneenlymen over zoo-iets. Daar ge nu door ’t gedurig besteden uwer gaven aan byzaken, een frazeologie hebt opgedaan die op zulke byzaken past, mag u geen reden zyn om ook niet eens uw bekwaamheden te beproeven aan de hoofdzaak. Doet het eens. Ge zult ontwaren dat men lankdradig wezen kan, onbegrypelyk en geleerd zelfs, by de behandeling van iets ernstigs. Ja, ik wanhoop niet aan ’t slagen uwer pogingen om zelfs, na wat sukkelens, ’t stelsel byeen te knoeien over de rechte manier der mishandeling van den Javaan. Een stelsel, een systeem, hoort ge! Een systeem met staathuishoudkundig daarin, daarop, daarover, daardoor! Een systeem met woorden op “tie”,“atie”,“itie” en “otie.” Een systeem met basis en top, met syllogismen, theoriën, utopiën, rhetorische figuren, moreele of immoreele convictiën en fictiën! Een systeem, ’n ordelyk systeem met aanhangers, tegenstanders, voorvechters, renegaten...
Een systeem in ’t eind, zoo-als menschen zonder denkbeelden noodig hebben om hoofdartikels te schryven.
Beproeft het eens, myne heeren dagbladschryvers.
En—ik benbon prince—ik geef u zelfs de keus tusschen twee systemen, tusschen meer systemen, tusschen ’n systeemloozeoneindigheid van verschillende systemen. Lacht u dit niet toe?
Het eerste,—maar dit raad ik u af, omdat het te eenvoudig is, en te veel talent zou vereischen om verdedigd te worden—het eerste systeem is dat ’n Gouverneur-Generaal z’n plicht moet doen, en zorg-dragen dat de Javaan niet mishandeld wordt. Dit ismynsysteem en voor ulieden te moeilyk.
Maar al die anderen! Inderdaad,embarras de choix! Ziet eens:
Eerste systeem. Schets van bewerking.“De Javaan, myne heeren, de Javaan is ’n mensch. De mensch, myne heeren, de mensch is zondig. De zonde komt van den duivel, myne heeren, en die duivel, myne heeren, gebruikt de ledigheid van de Javanen tot oorkussen. Het is onze plicht, myne heeren, den duivel z’n oorkussen aftenemen. Dit oorkussen is op de laatste koffiveiling verkocht voor zooveel centen ’t pond. Wy laten ons niet in met holle redeneering, myne heeren! Wy laten de cyfers spreken. Ziet hier de staten van invoer, van verkoop, van netto provenu. En nu willen sommige beweren, dat de consignatie van dat beddegoed des duivels...”
Eerste systeem. Schets van bewerking.“De Javaan, myne heeren, de Javaan is ’n mensch. De mensch, myne heeren, de mensch is zondig. De zonde komt van den duivel, myne heeren, en die duivel, myne heeren, gebruikt de ledigheid van de Javanen tot oorkussen. Het is onze plicht, myne heeren, den duivel z’n oorkussen aftenemen. Dit oorkussen is op de laatste koffiveiling verkocht voor zooveel centen ’t pond. Wy laten ons niet in met holle redeneering, myne heeren! Wy laten de cyfers spreken. Ziet hier de staten van invoer, van verkoop, van netto provenu. En nu willen sommige beweren, dat de consignatie van dat beddegoed des duivels...”
Ziet ge heeren dagbladschryvers, daar zit ge in twee sprongen op deConsignatie. Verleidt u dit niet?
Tweede systeem. Schets van bewerking.“De wet is het plechtanker van den Staat. Geen Staat kan vergaan zoolang de wet geëerbiedigd wordt. En wat schryft nu de wet voor, ten opzichte van onze Indische medeonderdanen? De Gouverneur-Generaal is verplicht hen te beschermen tegen geweldenary. Juist, die wet behoort geëerbiedigd te worden, zooals alle wetten. Ziehier ons stelsel, myne heeren. Hiervan wyken wy niet af. Dit stelsel is ’n gebouw van steen... neen van arduin... neen, ’t is ’n rots. Wie dit stelsel liefheeft, heeft ons lief... ons, hoofd-, by-, onder- en verdere redakteuren van deze krant. Wie dit stelsel aanvalt, valt ons aan... ons, hoofd- by- onder- en verdere systeemverdedigers, tot de schryvers der koppelooze-kalfberichten inkluis. Als dit stelsel staan blyft, kan er niets vallen. Als dit stelsel valt, blyft er niets staan, zelfs onze krant niet.En hoe, vraagt ge, moet dit heerlyk onvolprezen stelsel overeind worden gehouden.Luistert niet, bidden wy u met het diepste gevoel van staathuishoudkundige bezorgdheid, luistert niet naar de inblazingen van de onbekwamen of verdoolden, die niets kennen dan de belangen hunner party! Van hen, die blyven hangen aan de doode letter der wet, en den geest voorbyzien die levend maakt. Neen, verre van ons—hoofd- onder- by- derde- zevende- en verdere redakteuren van deze krant—verre van ons zulke schending van onze hoogepriesterlyke waardigheid. De wet, myne heeren, de wet, de wyze onomstootelyke heilige wet... niets buiten die wet. Mèt die wet, alles!En wat zegt ze? Ze schryft den Gouverneur-Generaal voor, de Javanen te beschermen. Dit behoort hy dus te doen. Dit is z’n eerste plicht.Hoe moet hy dien plicht vervullen? Stipt, voortdurend, zonder ophouden.Van dien plicht mag hy niet afwyken, geen dag, geen uur, geen oogenblik. Ziehier ons stelsel, myne heeren.En wat moet nu die Gouverneur-Generaal doen, als iemand hem brieven schryft waarin wordt medegedeeld dat de Javaan hier-en-daar wordt mishandeld? Het antwoord ligt voor-de-hand. Zoo’n Gouverneur-Generaal moet die brieven niet lezen, want het is duidelyk dat zulke correspondentie hem zou storen in de vervulling van z’n plicht: de bescherming van den Javaan. Ziehier ons stelsel, myne heeren.En als de schryver van zulke ongepaste klaagbrieven aanhoudt? Dan moet de Gouverneur-Generaal hem z’n ongenoegen kenbaar maken in ’n kabinetsbrief, en hem dwingen z’n ontslag te vragen. Ziehier ons stelsel, myne heeren.En wanneer dan zoo-iemand nòg niet ophoudt vertoogen intedienen over de mishandeling van den Javaan, die den Gouverneur-Generaal hinderen in ’t onafgebroken beschermen der Javanen? Dan, myne heeren, dan verheffen wy onze stem, en benoemen dien Gouverneur-Generaal, die zich geen enkel oogenblik, door wien of wat ook, liet aftrekken van z’n plicht, tot geachten spreker. Ziehier ons systeem, myne heeren, in al z’n schoonheid.”Derde systeem. Proeve van bewerking.«Ieder kent het stelsel dat wy sedert jaren met volle overtuiging verdedigen. Wy achten en eerbiedigen de wetten, maar juist daarom kanten wy ons met alle macht die ons gegeven is, tegen de valsche interpretatie van Art.55 van ’t Regeerings-reglement. Daar staat duidelyk dat het beschermen van den Javaan ’n eerste plicht is van den Gouverneur-Generaal. Wat was de bedoeling des wetgevers by ’t drukken op dit veelbeduidende woord:eerste? Dat de Gouverneur-Generaal van die bescherming z’nhoofdbezigheid maken zou. Z’nhoofdzorg? Geenszins, myne heeren. Dan toch zou er staan;voornaamste, belangrykste, gewichtigste. ’t Isduidelykvoor ieder die niet verblind is door partywoede, dat het woordeerste’n telwoord is van rangorde, geen adjektief van superioriteit. By ’t aan-wal stappen behoort de Gouverneur-Generaal,terstond oogenblikkelyk, dezen of genen Javaan te beschermen tegen ’t een-of-ander. Dit is z’neersteplicht, en zeer terecht heeft de wetgever hem geboden dien eersten plicht snel en eens-voor-altyd aftedoen, opdat hy in ’t vervolg tyd, lust, kracht en gelegenheid overhoude voor z’n tweeden plicht, voor z’n derden, voor z’n zevenden... als er zooveel plichten zyn, wat we niet weten. Ziehier ons stelsel, myne heeren.Weg met hen die, alle gezonde begrippen over volgorde verkrachtende, de vervulling van den eersten plicht eischen, na ’t volbrengen van den tweeden! Zien ze niet in, de partymannen, dat zy gedurig, dien ongelukkigen eersten plicht in de plaats schuiven van andere plichten? Begrypen ze niet dat de wetgever z’n byzondere redenen moet gehad hebben om hier, zoo geheel tegen gewoonte en smaak, duidelyk te wezen?De bescherming van den Javaan is des Gouverneurs-Generaaleersteplicht. Dit herhalen wy.Hac nitimur, hanc tuemur, als een oude gulden. De Landvoogd die zich zou verstouten dien eersten plicht uit te oefenen nadat ze door voorafgaande andere plichten, de dertiende, of—o gruwel!—de zeven-en-twintigste plicht zou geworden zyn... zulk ’n Landvoogd... God zy gedankt, zulke Landvoogden bestaan er niet. En àls ze bestonden... maar neen, onze dagbladhoofdartikel-schryversgemoedverzet zich tegen zulke veronderstellingen, en met deze voorloopige ontwikkeling van ons stelsel besluiten wy dit eerste artikel over ’t eerstelingschap der verplichtingen van den Gouverneur-Generaal.»
Tweede systeem. Schets van bewerking.“De wet is het plechtanker van den Staat. Geen Staat kan vergaan zoolang de wet geëerbiedigd wordt. En wat schryft nu de wet voor, ten opzichte van onze Indische medeonderdanen? De Gouverneur-Generaal is verplicht hen te beschermen tegen geweldenary. Juist, die wet behoort geëerbiedigd te worden, zooals alle wetten. Ziehier ons stelsel, myne heeren. Hiervan wyken wy niet af. Dit stelsel is ’n gebouw van steen... neen van arduin... neen, ’t is ’n rots. Wie dit stelsel liefheeft, heeft ons lief... ons, hoofd-, by-, onder- en verdere redakteuren van deze krant. Wie dit stelsel aanvalt, valt ons aan... ons, hoofd- by- onder- en verdere systeemverdedigers, tot de schryvers der koppelooze-kalfberichten inkluis. Als dit stelsel staan blyft, kan er niets vallen. Als dit stelsel valt, blyft er niets staan, zelfs onze krant niet.
En hoe, vraagt ge, moet dit heerlyk onvolprezen stelsel overeind worden gehouden.
Luistert niet, bidden wy u met het diepste gevoel van staathuishoudkundige bezorgdheid, luistert niet naar de inblazingen van de onbekwamen of verdoolden, die niets kennen dan de belangen hunner party! Van hen, die blyven hangen aan de doode letter der wet, en den geest voorbyzien die levend maakt. Neen, verre van ons—hoofd- onder- by- derde- zevende- en verdere redakteuren van deze krant—verre van ons zulke schending van onze hoogepriesterlyke waardigheid. De wet, myne heeren, de wet, de wyze onomstootelyke heilige wet... niets buiten die wet. Mèt die wet, alles!
En wat zegt ze? Ze schryft den Gouverneur-Generaal voor, de Javanen te beschermen. Dit behoort hy dus te doen. Dit is z’n eerste plicht.
Hoe moet hy dien plicht vervullen? Stipt, voortdurend, zonder ophouden.Van dien plicht mag hy niet afwyken, geen dag, geen uur, geen oogenblik. Ziehier ons stelsel, myne heeren.
En wat moet nu die Gouverneur-Generaal doen, als iemand hem brieven schryft waarin wordt medegedeeld dat de Javaan hier-en-daar wordt mishandeld? Het antwoord ligt voor-de-hand. Zoo’n Gouverneur-Generaal moet die brieven niet lezen, want het is duidelyk dat zulke correspondentie hem zou storen in de vervulling van z’n plicht: de bescherming van den Javaan. Ziehier ons stelsel, myne heeren.
En als de schryver van zulke ongepaste klaagbrieven aanhoudt? Dan moet de Gouverneur-Generaal hem z’n ongenoegen kenbaar maken in ’n kabinetsbrief, en hem dwingen z’n ontslag te vragen. Ziehier ons stelsel, myne heeren.
En wanneer dan zoo-iemand nòg niet ophoudt vertoogen intedienen over de mishandeling van den Javaan, die den Gouverneur-Generaal hinderen in ’t onafgebroken beschermen der Javanen? Dan, myne heeren, dan verheffen wy onze stem, en benoemen dien Gouverneur-Generaal, die zich geen enkel oogenblik, door wien of wat ook, liet aftrekken van z’n plicht, tot geachten spreker. Ziehier ons systeem, myne heeren, in al z’n schoonheid.”
Derde systeem. Proeve van bewerking.«Ieder kent het stelsel dat wy sedert jaren met volle overtuiging verdedigen. Wy achten en eerbiedigen de wetten, maar juist daarom kanten wy ons met alle macht die ons gegeven is, tegen de valsche interpretatie van Art.55 van ’t Regeerings-reglement. Daar staat duidelyk dat het beschermen van den Javaan ’n eerste plicht is van den Gouverneur-Generaal. Wat was de bedoeling des wetgevers by ’t drukken op dit veelbeduidende woord:eerste? Dat de Gouverneur-Generaal van die bescherming z’nhoofdbezigheid maken zou. Z’nhoofdzorg? Geenszins, myne heeren. Dan toch zou er staan;voornaamste, belangrykste, gewichtigste. ’t Isduidelykvoor ieder die niet verblind is door partywoede, dat het woordeerste’n telwoord is van rangorde, geen adjektief van superioriteit. By ’t aan-wal stappen behoort de Gouverneur-Generaal,terstond oogenblikkelyk, dezen of genen Javaan te beschermen tegen ’t een-of-ander. Dit is z’neersteplicht, en zeer terecht heeft de wetgever hem geboden dien eersten plicht snel en eens-voor-altyd aftedoen, opdat hy in ’t vervolg tyd, lust, kracht en gelegenheid overhoude voor z’n tweeden plicht, voor z’n derden, voor z’n zevenden... als er zooveel plichten zyn, wat we niet weten. Ziehier ons stelsel, myne heeren.
Weg met hen die, alle gezonde begrippen over volgorde verkrachtende, de vervulling van den eersten plicht eischen, na ’t volbrengen van den tweeden! Zien ze niet in, de partymannen, dat zy gedurig, dien ongelukkigen eersten plicht in de plaats schuiven van andere plichten? Begrypen ze niet dat de wetgever z’n byzondere redenen moet gehad hebben om hier, zoo geheel tegen gewoonte en smaak, duidelyk te wezen?
De bescherming van den Javaan is des Gouverneurs-Generaaleersteplicht. Dit herhalen wy.Hac nitimur, hanc tuemur, als een oude gulden. De Landvoogd die zich zou verstouten dien eersten plicht uit te oefenen nadat ze door voorafgaande andere plichten, de dertiende, of—o gruwel!—de zeven-en-twintigste plicht zou geworden zyn... zulk ’n Landvoogd... God zy gedankt, zulke Landvoogden bestaan er niet. En àls ze bestonden... maar neen, onze dagbladhoofdartikel-schryversgemoedverzet zich tegen zulke veronderstellingen, en met deze voorloopige ontwikkeling van ons stelsel besluiten wy dit eerste artikel over ’t eerstelingschap der verplichtingen van den Gouverneur-Generaal.»
Dezechargeis niet zoo sterk als ze schynt. In de Tweede Kamer heeft de Oud-MinisterMyergemeend den Gouverneur-Generaal dien ik aanklaag van plichtverzuim, te verontschuldigen—niet door te zeggen, dat ik onwaarheid had gesproken, o neen!—maar door de bewering dat die Gouverneur-Generaal eens, heel in ’t begin van z’n bestuur, z’n “eersten” plicht vervuld had. En niemand protesteerde! Als dus deze of gene dagbladredacteur myne proeve van bewerking tot de zyne maken wil, en ’n systeem scheppen door speling met het woord:eerste, dan kan hy al terstond rekenen op ’t bondgenootschap van den heerMyeren van al die zwygers. Ja, met ’n beetje talent ware daarvan inderdaad ’n staatkundige party te maken. De thans regeerende partyen hebben niet veel meer om ’t lyf.