Chapter 25

Vierde systeem. Proeve van bewerking.«Het is onbegrypelyk hoe mannen die overigens kunnen geacht worden niet ontbloot te zyn van verstand, zoo geheel-en-al afdwalen van gezonde wetsuitlegging, zoodra ’t de juiste opvatting geldt van ’t voorschrift dat den Gouverneur-Generaal gebiedt de Javanen te beschermen tegen de hebzucht hunner Hoofden. Wy betreuren de verblinding die in dit artikel iets anders zien dan wy... hoofd- onder- by- tweede, dertiende redakteuren dezer krant. De party die zich bezighoudt met de ondermyning van Kerk, Staat, Koffiveilingen en Uitlegkunde, blyft beweren of liever, blyft voortgaan zich te houden als-of ze beweerde—want in-trouwe...”Goed!... in trouwe, met het meeste vertrouwen op de goede trouw durven wy ons ter-nauwernood toevertrouwen eenig wantrouwen...Zeer goed!... eenig wantrouwen...Mooi, maar ik zie geens kans ’nbehoorlykeind te maken aan die fraze.“Dus, myne heeren, ziet hier ons stelsel. De wet schryft duidelyk voor, dat de Javaan moet beschermd worden tegen de hebzucht zynerhoofden. In-tegenstelling van de stelsels der ongestelde stellingen, die de tegenovergestelde party stelselmatig voorop stelt, veronderstellen wy niet te veel te stellen door met de meeste stelligheid vasttestellen, dat ons stelsel juist gesteld is...”Ziet ge, heeren dagbladschryvers, dat er wel wat van te maken is. Komaan... wat talent, voor den drommel!“Ziet hier dan ons stelsel, myne heeren. De Javaansche Hoofden lyden aan hebzucht, dat is: aan zucht om te hebben. Het woord en de ziekte bestaan uit twee deelen: uithebbenen uitzucht. Geen zucht zonder hebben. Geen hebben zonder zucht. Dit is ons stelsel, myne heeren.Hoe moet nu de Javaan beschermd worden tegen deze ziekte? Na ’t vooropgestelde gedeelte van ons stelsel is de conclusie aller-eenvoudigst. Men zorge slechts dat de Javaan nooit iets hebbe, dan is ’t onmogelyk dat-i kan worden aangetast door ’n ziekte die, zoo-als wy ten-klaarste hebben aangetoond, voor de grootste helft uit hebben bestaat. Dit is ons stelsel. ’t Is ons niet onbekend, hoe anderen beweren dat men den Javaan ook de zucht behoort aftenemen, maar dit zyn ydele theoriën, myne heeren, die verkondigd worden door de kranten van de andere party, wier stelsel verkeerd is. Onze leus, myne heeren, is onpartydigheid, strikte onpartydigheid en gehechtheid aan ons stelsel. De waarheid—en ons stelsel—is ons dierbaar als ’n abonnement met vooruitbetaling voor zeven jaren. Zoolang dus ons het woord gegeven is—ons, hoofd- by- onder- derde en dertiende redakteuren dezer krant—zullen wy dat woord verkondigen, en vasthouden aan de onwrikbare eerste gronden van staathuishoudkunde, die leeren dat by den Javaan alle zucht tot hebben zal wegblyven, zoolang de G. G. maar voorgaat zich stipt te gedragen naar Art. 55 van z’n Instruktie, dat hem voorschryft te zorgen dat die Javaan nooit wete wat hebben is. Ziedaar, myne heeren, ons stelsel.En meer nog. Ons stelsel munt ook daarom ver boven andere stelsels uit, wyl het van tweeërlei kanten kan worden bezien, zonder iets te verliezen van de symmetrische en majesteuse volmaaktheid die een goed stelsel kenmerkt. Want zelfs indien sommige betweters—zy namelyk, die de andere kranten schryven, wacht u daarvoor!—indien sommigen beweren dat wy ronddwalen in ’n schromelyke verwarring van denkbeelden, door ’t verkondigen der stelling dat de Javaan moet beschermd worden tegen hebzucht zyner Hoofden, en niet tegen z’n eigen predispositie tot die ziekelyke aandoening, welnu, dan nòg blyft ons stelsel onomgestooten dáárstaan als een lichtbaak waarnaar schipbreukige volkeren hun kiel zullen wenden, telkens als zy in den Oceaan van de Wereldgeschiedenis ’n lek zullen bekomen hebben door ’t stooten op de vuile klippen der onderzeesche wanbegrippen van die andere party die ’n verkeerd stelsel voorstaat.Welaan ook op dit terrein nemen wy den stryd aan. Tegen de hebzucht der Hoofden alzoo, en niet tegen z’n eigen hebzucht moet de Javaan door den Gouverneur-Generaal beschermd worden. Dan nog vragen wy u, hoe dit beter kan geschieden dan door alle welvaart van dien Javaan te verplaatsen naar ’t Willemspark in den Haag? Zal de kwaal niet gelenigd worden. Ja,volkomen genezen zelfs, als de oorzaak verlegd wordt naar ’n ander land? Schryven niet zedelykheid, godsvrucht en broederliefde—om nu niet te spreken van alle andere volkomenheden, waarin de Nederlanders van onze party ten-alle-tyde zoo byzonder hebben uitgemunt—schryven ze niet gebiedend voor, ons opteofferen voor onze medeschepselen daarginder? Is niet elk Hoofd op Java gevrywaard tegen begeerte naar den buffel van dien arme, als slechts de G. G. voortdurend zorgt dat die arme nooit ’n buffel bezit? Als wy, door trouw ons stelsel te behartigen, elken buffel converteeren in vrybriefjes voor de Haagsche opera, of aandeelen der Nederlandsche Handelmaatschappy? Hebt ge er ooit van gehoord dat ’n Javaansch Hoofd hebzuchtig is geworden naar ’n buiten by Deventer of ’n optrek te Driebergen? Ziehier ons stelsel: men neme de oorzaak der kwaal weg, en de kwaal zal verdwynen.Cessante causa cessat effectus, heeftQuinctilianusgezegd, en wy zeggen dit dien grooten lierdichterin volle overtuiging na, niet zonder achtteslaan op de nooit genoeg te waardeeren grondstelling vanHippocrates, dat sommige dingen in de wereld hunne oorzaak hebben. Het hart bloedt ons by ’t beschouwen van al de menschen die anders denken dan wy, en die zich abonneeren op kranten van ’n verkeerd stelsel. De aanvallen die wy gedurig ondergaan, over de onjuistheid onzer mededeeling dat er te X. een drieling was ter-wereld gekomen, toonen ten-duidelykste aan dat men zich niet ontziet ook de meest verachtelyke wapenen ter-hand te nemen om ons en ons stelsel te bestryden. Verdrajing onzer woorden, sophistische uitlegging van uit het verband gerukte zinsneden, ziedaar alles wat die tegenparty instaat is te doen. Wy houden met de hand op ’t geweten staande dat er te X. drie kinderen zyn geboren. Dit is ons stelsel, myne Heeren. Maar wy hebben niet beweerd, zooals dit andere krant ons aanwryft, dat die kinderen geboren zyn van ééne moeder, noch dat ze geboren werden op denzelfden dag. Zóó rukken ze alles uit het verband, de verblinden die den ondergang beoogen van onzen geëerbiedigden Koning, van ’t dierbaar Vaderland en van ons stelsel. Op hen komen de gevolgen, op hen en hunne abonnés. Wy voor ons, wy zullen voortgaan...”Goed, ga voort! Voor heden genoeg, heeren dagbladschryvers! En gy, Nederlanders, zult ge óók voortgaan u te laten voorlichten door die heeren?THERE IS SOMETHING ROTTEN IN THE REALM!Ja, daar is verrotting in den Staat, en de naam van die verrotting, Nederlanders, is:leugen.Dit zal ik u aantoonen. Dit moest ik vóór alles u aantoonen, by ’t behandelen der zoogenaamdekwestiën van den dag.En wie nu meenen mocht bedrogen te zyn door een valschen titel, omdat ik tot-nog-toe weinig of niets gezegd heb over zoogenaamdenVryen Arbeid, vergist zich.Ik hèb reeds—en veel—gesproken over Vryen-Arbeid. Ik deed dit overal waar ik opstond tegen leugen.Want:Dit zal, onder anderen, de conclusie wezen van m’n tegenwoordig schryven.

Vierde systeem. Proeve van bewerking.«Het is onbegrypelyk hoe mannen die overigens kunnen geacht worden niet ontbloot te zyn van verstand, zoo geheel-en-al afdwalen van gezonde wetsuitlegging, zoodra ’t de juiste opvatting geldt van ’t voorschrift dat den Gouverneur-Generaal gebiedt de Javanen te beschermen tegen de hebzucht hunner Hoofden. Wy betreuren de verblinding die in dit artikel iets anders zien dan wy... hoofd- onder- by- tweede, dertiende redakteuren dezer krant. De party die zich bezighoudt met de ondermyning van Kerk, Staat, Koffiveilingen en Uitlegkunde, blyft beweren of liever, blyft voortgaan zich te houden als-of ze beweerde—want in-trouwe...”Goed!... in trouwe, met het meeste vertrouwen op de goede trouw durven wy ons ter-nauwernood toevertrouwen eenig wantrouwen...Zeer goed!... eenig wantrouwen...Mooi, maar ik zie geens kans ’nbehoorlykeind te maken aan die fraze.“Dus, myne heeren, ziet hier ons stelsel. De wet schryft duidelyk voor, dat de Javaan moet beschermd worden tegen de hebzucht zynerhoofden. In-tegenstelling van de stelsels der ongestelde stellingen, die de tegenovergestelde party stelselmatig voorop stelt, veronderstellen wy niet te veel te stellen door met de meeste stelligheid vasttestellen, dat ons stelsel juist gesteld is...”Ziet ge, heeren dagbladschryvers, dat er wel wat van te maken is. Komaan... wat talent, voor den drommel!“Ziet hier dan ons stelsel, myne heeren. De Javaansche Hoofden lyden aan hebzucht, dat is: aan zucht om te hebben. Het woord en de ziekte bestaan uit twee deelen: uithebbenen uitzucht. Geen zucht zonder hebben. Geen hebben zonder zucht. Dit is ons stelsel, myne heeren.Hoe moet nu de Javaan beschermd worden tegen deze ziekte? Na ’t vooropgestelde gedeelte van ons stelsel is de conclusie aller-eenvoudigst. Men zorge slechts dat de Javaan nooit iets hebbe, dan is ’t onmogelyk dat-i kan worden aangetast door ’n ziekte die, zoo-als wy ten-klaarste hebben aangetoond, voor de grootste helft uit hebben bestaat. Dit is ons stelsel. ’t Is ons niet onbekend, hoe anderen beweren dat men den Javaan ook de zucht behoort aftenemen, maar dit zyn ydele theoriën, myne heeren, die verkondigd worden door de kranten van de andere party, wier stelsel verkeerd is. Onze leus, myne heeren, is onpartydigheid, strikte onpartydigheid en gehechtheid aan ons stelsel. De waarheid—en ons stelsel—is ons dierbaar als ’n abonnement met vooruitbetaling voor zeven jaren. Zoolang dus ons het woord gegeven is—ons, hoofd- by- onder- derde en dertiende redakteuren dezer krant—zullen wy dat woord verkondigen, en vasthouden aan de onwrikbare eerste gronden van staathuishoudkunde, die leeren dat by den Javaan alle zucht tot hebben zal wegblyven, zoolang de G. G. maar voorgaat zich stipt te gedragen naar Art. 55 van z’n Instruktie, dat hem voorschryft te zorgen dat die Javaan nooit wete wat hebben is. Ziedaar, myne heeren, ons stelsel.En meer nog. Ons stelsel munt ook daarom ver boven andere stelsels uit, wyl het van tweeërlei kanten kan worden bezien, zonder iets te verliezen van de symmetrische en majesteuse volmaaktheid die een goed stelsel kenmerkt. Want zelfs indien sommige betweters—zy namelyk, die de andere kranten schryven, wacht u daarvoor!—indien sommigen beweren dat wy ronddwalen in ’n schromelyke verwarring van denkbeelden, door ’t verkondigen der stelling dat de Javaan moet beschermd worden tegen hebzucht zyner Hoofden, en niet tegen z’n eigen predispositie tot die ziekelyke aandoening, welnu, dan nòg blyft ons stelsel onomgestooten dáárstaan als een lichtbaak waarnaar schipbreukige volkeren hun kiel zullen wenden, telkens als zy in den Oceaan van de Wereldgeschiedenis ’n lek zullen bekomen hebben door ’t stooten op de vuile klippen der onderzeesche wanbegrippen van die andere party die ’n verkeerd stelsel voorstaat.Welaan ook op dit terrein nemen wy den stryd aan. Tegen de hebzucht der Hoofden alzoo, en niet tegen z’n eigen hebzucht moet de Javaan door den Gouverneur-Generaal beschermd worden. Dan nog vragen wy u, hoe dit beter kan geschieden dan door alle welvaart van dien Javaan te verplaatsen naar ’t Willemspark in den Haag? Zal de kwaal niet gelenigd worden. Ja,volkomen genezen zelfs, als de oorzaak verlegd wordt naar ’n ander land? Schryven niet zedelykheid, godsvrucht en broederliefde—om nu niet te spreken van alle andere volkomenheden, waarin de Nederlanders van onze party ten-alle-tyde zoo byzonder hebben uitgemunt—schryven ze niet gebiedend voor, ons opteofferen voor onze medeschepselen daarginder? Is niet elk Hoofd op Java gevrywaard tegen begeerte naar den buffel van dien arme, als slechts de G. G. voortdurend zorgt dat die arme nooit ’n buffel bezit? Als wy, door trouw ons stelsel te behartigen, elken buffel converteeren in vrybriefjes voor de Haagsche opera, of aandeelen der Nederlandsche Handelmaatschappy? Hebt ge er ooit van gehoord dat ’n Javaansch Hoofd hebzuchtig is geworden naar ’n buiten by Deventer of ’n optrek te Driebergen? Ziehier ons stelsel: men neme de oorzaak der kwaal weg, en de kwaal zal verdwynen.Cessante causa cessat effectus, heeftQuinctilianusgezegd, en wy zeggen dit dien grooten lierdichterin volle overtuiging na, niet zonder achtteslaan op de nooit genoeg te waardeeren grondstelling vanHippocrates, dat sommige dingen in de wereld hunne oorzaak hebben. Het hart bloedt ons by ’t beschouwen van al de menschen die anders denken dan wy, en die zich abonneeren op kranten van ’n verkeerd stelsel. De aanvallen die wy gedurig ondergaan, over de onjuistheid onzer mededeeling dat er te X. een drieling was ter-wereld gekomen, toonen ten-duidelykste aan dat men zich niet ontziet ook de meest verachtelyke wapenen ter-hand te nemen om ons en ons stelsel te bestryden. Verdrajing onzer woorden, sophistische uitlegging van uit het verband gerukte zinsneden, ziedaar alles wat die tegenparty instaat is te doen. Wy houden met de hand op ’t geweten staande dat er te X. drie kinderen zyn geboren. Dit is ons stelsel, myne Heeren. Maar wy hebben niet beweerd, zooals dit andere krant ons aanwryft, dat die kinderen geboren zyn van ééne moeder, noch dat ze geboren werden op denzelfden dag. Zóó rukken ze alles uit het verband, de verblinden die den ondergang beoogen van onzen geëerbiedigden Koning, van ’t dierbaar Vaderland en van ons stelsel. Op hen komen de gevolgen, op hen en hunne abonnés. Wy voor ons, wy zullen voortgaan...”Goed, ga voort! Voor heden genoeg, heeren dagbladschryvers! En gy, Nederlanders, zult ge óók voortgaan u te laten voorlichten door die heeren?THERE IS SOMETHING ROTTEN IN THE REALM!Ja, daar is verrotting in den Staat, en de naam van die verrotting, Nederlanders, is:leugen.Dit zal ik u aantoonen. Dit moest ik vóór alles u aantoonen, by ’t behandelen der zoogenaamdekwestiën van den dag.En wie nu meenen mocht bedrogen te zyn door een valschen titel, omdat ik tot-nog-toe weinig of niets gezegd heb over zoogenaamdenVryen Arbeid, vergist zich.Ik hèb reeds—en veel—gesproken over Vryen-Arbeid. Ik deed dit overal waar ik opstond tegen leugen.Want:Dit zal, onder anderen, de conclusie wezen van m’n tegenwoordig schryven.

Vierde systeem. Proeve van bewerking.«Het is onbegrypelyk hoe mannen die overigens kunnen geacht worden niet ontbloot te zyn van verstand, zoo geheel-en-al afdwalen van gezonde wetsuitlegging, zoodra ’t de juiste opvatting geldt van ’t voorschrift dat den Gouverneur-Generaal gebiedt de Javanen te beschermen tegen de hebzucht hunner Hoofden. Wy betreuren de verblinding die in dit artikel iets anders zien dan wy... hoofd- onder- by- tweede, dertiende redakteuren dezer krant. De party die zich bezighoudt met de ondermyning van Kerk, Staat, Koffiveilingen en Uitlegkunde, blyft beweren of liever, blyft voortgaan zich te houden als-of ze beweerde—want in-trouwe...”Goed!... in trouwe, met het meeste vertrouwen op de goede trouw durven wy ons ter-nauwernood toevertrouwen eenig wantrouwen...Zeer goed!... eenig wantrouwen...Mooi, maar ik zie geens kans ’nbehoorlykeind te maken aan die fraze.“Dus, myne heeren, ziet hier ons stelsel. De wet schryft duidelyk voor, dat de Javaan moet beschermd worden tegen de hebzucht zynerhoofden. In-tegenstelling van de stelsels der ongestelde stellingen, die de tegenovergestelde party stelselmatig voorop stelt, veronderstellen wy niet te veel te stellen door met de meeste stelligheid vasttestellen, dat ons stelsel juist gesteld is...”Ziet ge, heeren dagbladschryvers, dat er wel wat van te maken is. Komaan... wat talent, voor den drommel!“Ziet hier dan ons stelsel, myne heeren. De Javaansche Hoofden lyden aan hebzucht, dat is: aan zucht om te hebben. Het woord en de ziekte bestaan uit twee deelen: uithebbenen uitzucht. Geen zucht zonder hebben. Geen hebben zonder zucht. Dit is ons stelsel, myne heeren.Hoe moet nu de Javaan beschermd worden tegen deze ziekte? Na ’t vooropgestelde gedeelte van ons stelsel is de conclusie aller-eenvoudigst. Men zorge slechts dat de Javaan nooit iets hebbe, dan is ’t onmogelyk dat-i kan worden aangetast door ’n ziekte die, zoo-als wy ten-klaarste hebben aangetoond, voor de grootste helft uit hebben bestaat. Dit is ons stelsel. ’t Is ons niet onbekend, hoe anderen beweren dat men den Javaan ook de zucht behoort aftenemen, maar dit zyn ydele theoriën, myne heeren, die verkondigd worden door de kranten van de andere party, wier stelsel verkeerd is. Onze leus, myne heeren, is onpartydigheid, strikte onpartydigheid en gehechtheid aan ons stelsel. De waarheid—en ons stelsel—is ons dierbaar als ’n abonnement met vooruitbetaling voor zeven jaren. Zoolang dus ons het woord gegeven is—ons, hoofd- by- onder- derde en dertiende redakteuren dezer krant—zullen wy dat woord verkondigen, en vasthouden aan de onwrikbare eerste gronden van staathuishoudkunde, die leeren dat by den Javaan alle zucht tot hebben zal wegblyven, zoolang de G. G. maar voorgaat zich stipt te gedragen naar Art. 55 van z’n Instruktie, dat hem voorschryft te zorgen dat die Javaan nooit wete wat hebben is. Ziedaar, myne heeren, ons stelsel.En meer nog. Ons stelsel munt ook daarom ver boven andere stelsels uit, wyl het van tweeërlei kanten kan worden bezien, zonder iets te verliezen van de symmetrische en majesteuse volmaaktheid die een goed stelsel kenmerkt. Want zelfs indien sommige betweters—zy namelyk, die de andere kranten schryven, wacht u daarvoor!—indien sommigen beweren dat wy ronddwalen in ’n schromelyke verwarring van denkbeelden, door ’t verkondigen der stelling dat de Javaan moet beschermd worden tegen hebzucht zyner Hoofden, en niet tegen z’n eigen predispositie tot die ziekelyke aandoening, welnu, dan nòg blyft ons stelsel onomgestooten dáárstaan als een lichtbaak waarnaar schipbreukige volkeren hun kiel zullen wenden, telkens als zy in den Oceaan van de Wereldgeschiedenis ’n lek zullen bekomen hebben door ’t stooten op de vuile klippen der onderzeesche wanbegrippen van die andere party die ’n verkeerd stelsel voorstaat.Welaan ook op dit terrein nemen wy den stryd aan. Tegen de hebzucht der Hoofden alzoo, en niet tegen z’n eigen hebzucht moet de Javaan door den Gouverneur-Generaal beschermd worden. Dan nog vragen wy u, hoe dit beter kan geschieden dan door alle welvaart van dien Javaan te verplaatsen naar ’t Willemspark in den Haag? Zal de kwaal niet gelenigd worden. Ja,volkomen genezen zelfs, als de oorzaak verlegd wordt naar ’n ander land? Schryven niet zedelykheid, godsvrucht en broederliefde—om nu niet te spreken van alle andere volkomenheden, waarin de Nederlanders van onze party ten-alle-tyde zoo byzonder hebben uitgemunt—schryven ze niet gebiedend voor, ons opteofferen voor onze medeschepselen daarginder? Is niet elk Hoofd op Java gevrywaard tegen begeerte naar den buffel van dien arme, als slechts de G. G. voortdurend zorgt dat die arme nooit ’n buffel bezit? Als wy, door trouw ons stelsel te behartigen, elken buffel converteeren in vrybriefjes voor de Haagsche opera, of aandeelen der Nederlandsche Handelmaatschappy? Hebt ge er ooit van gehoord dat ’n Javaansch Hoofd hebzuchtig is geworden naar ’n buiten by Deventer of ’n optrek te Driebergen? Ziehier ons stelsel: men neme de oorzaak der kwaal weg, en de kwaal zal verdwynen.Cessante causa cessat effectus, heeftQuinctilianusgezegd, en wy zeggen dit dien grooten lierdichterin volle overtuiging na, niet zonder achtteslaan op de nooit genoeg te waardeeren grondstelling vanHippocrates, dat sommige dingen in de wereld hunne oorzaak hebben. Het hart bloedt ons by ’t beschouwen van al de menschen die anders denken dan wy, en die zich abonneeren op kranten van ’n verkeerd stelsel. De aanvallen die wy gedurig ondergaan, over de onjuistheid onzer mededeeling dat er te X. een drieling was ter-wereld gekomen, toonen ten-duidelykste aan dat men zich niet ontziet ook de meest verachtelyke wapenen ter-hand te nemen om ons en ons stelsel te bestryden. Verdrajing onzer woorden, sophistische uitlegging van uit het verband gerukte zinsneden, ziedaar alles wat die tegenparty instaat is te doen. Wy houden met de hand op ’t geweten staande dat er te X. drie kinderen zyn geboren. Dit is ons stelsel, myne Heeren. Maar wy hebben niet beweerd, zooals dit andere krant ons aanwryft, dat die kinderen geboren zyn van ééne moeder, noch dat ze geboren werden op denzelfden dag. Zóó rukken ze alles uit het verband, de verblinden die den ondergang beoogen van onzen geëerbiedigden Koning, van ’t dierbaar Vaderland en van ons stelsel. Op hen komen de gevolgen, op hen en hunne abonnés. Wy voor ons, wy zullen voortgaan...”Goed, ga voort! Voor heden genoeg, heeren dagbladschryvers! En gy, Nederlanders, zult ge óók voortgaan u te laten voorlichten door die heeren?THERE IS SOMETHING ROTTEN IN THE REALM!Ja, daar is verrotting in den Staat, en de naam van die verrotting, Nederlanders, is:leugen.Dit zal ik u aantoonen. Dit moest ik vóór alles u aantoonen, by ’t behandelen der zoogenaamdekwestiën van den dag.En wie nu meenen mocht bedrogen te zyn door een valschen titel, omdat ik tot-nog-toe weinig of niets gezegd heb over zoogenaamdenVryen Arbeid, vergist zich.Ik hèb reeds—en veel—gesproken over Vryen-Arbeid. Ik deed dit overal waar ik opstond tegen leugen.Want:Dit zal, onder anderen, de conclusie wezen van m’n tegenwoordig schryven.

Vierde systeem. Proeve van bewerking.«Het is onbegrypelyk hoe mannen die overigens kunnen geacht worden niet ontbloot te zyn van verstand, zoo geheel-en-al afdwalen van gezonde wetsuitlegging, zoodra ’t de juiste opvatting geldt van ’t voorschrift dat den Gouverneur-Generaal gebiedt de Javanen te beschermen tegen de hebzucht hunner Hoofden. Wy betreuren de verblinding die in dit artikel iets anders zien dan wy... hoofd- onder- by- tweede, dertiende redakteuren dezer krant. De party die zich bezighoudt met de ondermyning van Kerk, Staat, Koffiveilingen en Uitlegkunde, blyft beweren of liever, blyft voortgaan zich te houden als-of ze beweerde—want in-trouwe...”Goed!... in trouwe, met het meeste vertrouwen op de goede trouw durven wy ons ter-nauwernood toevertrouwen eenig wantrouwen...Zeer goed!... eenig wantrouwen...Mooi, maar ik zie geens kans ’nbehoorlykeind te maken aan die fraze.“Dus, myne heeren, ziet hier ons stelsel. De wet schryft duidelyk voor, dat de Javaan moet beschermd worden tegen de hebzucht zynerhoofden. In-tegenstelling van de stelsels der ongestelde stellingen, die de tegenovergestelde party stelselmatig voorop stelt, veronderstellen wy niet te veel te stellen door met de meeste stelligheid vasttestellen, dat ons stelsel juist gesteld is...”Ziet ge, heeren dagbladschryvers, dat er wel wat van te maken is. Komaan... wat talent, voor den drommel!“Ziet hier dan ons stelsel, myne heeren. De Javaansche Hoofden lyden aan hebzucht, dat is: aan zucht om te hebben. Het woord en de ziekte bestaan uit twee deelen: uithebbenen uitzucht. Geen zucht zonder hebben. Geen hebben zonder zucht. Dit is ons stelsel, myne heeren.Hoe moet nu de Javaan beschermd worden tegen deze ziekte? Na ’t vooropgestelde gedeelte van ons stelsel is de conclusie aller-eenvoudigst. Men zorge slechts dat de Javaan nooit iets hebbe, dan is ’t onmogelyk dat-i kan worden aangetast door ’n ziekte die, zoo-als wy ten-klaarste hebben aangetoond, voor de grootste helft uit hebben bestaat. Dit is ons stelsel. ’t Is ons niet onbekend, hoe anderen beweren dat men den Javaan ook de zucht behoort aftenemen, maar dit zyn ydele theoriën, myne heeren, die verkondigd worden door de kranten van de andere party, wier stelsel verkeerd is. Onze leus, myne heeren, is onpartydigheid, strikte onpartydigheid en gehechtheid aan ons stelsel. De waarheid—en ons stelsel—is ons dierbaar als ’n abonnement met vooruitbetaling voor zeven jaren. Zoolang dus ons het woord gegeven is—ons, hoofd- by- onder- derde en dertiende redakteuren dezer krant—zullen wy dat woord verkondigen, en vasthouden aan de onwrikbare eerste gronden van staathuishoudkunde, die leeren dat by den Javaan alle zucht tot hebben zal wegblyven, zoolang de G. G. maar voorgaat zich stipt te gedragen naar Art. 55 van z’n Instruktie, dat hem voorschryft te zorgen dat die Javaan nooit wete wat hebben is. Ziedaar, myne heeren, ons stelsel.En meer nog. Ons stelsel munt ook daarom ver boven andere stelsels uit, wyl het van tweeërlei kanten kan worden bezien, zonder iets te verliezen van de symmetrische en majesteuse volmaaktheid die een goed stelsel kenmerkt. Want zelfs indien sommige betweters—zy namelyk, die de andere kranten schryven, wacht u daarvoor!—indien sommigen beweren dat wy ronddwalen in ’n schromelyke verwarring van denkbeelden, door ’t verkondigen der stelling dat de Javaan moet beschermd worden tegen hebzucht zyner Hoofden, en niet tegen z’n eigen predispositie tot die ziekelyke aandoening, welnu, dan nòg blyft ons stelsel onomgestooten dáárstaan als een lichtbaak waarnaar schipbreukige volkeren hun kiel zullen wenden, telkens als zy in den Oceaan van de Wereldgeschiedenis ’n lek zullen bekomen hebben door ’t stooten op de vuile klippen der onderzeesche wanbegrippen van die andere party die ’n verkeerd stelsel voorstaat.Welaan ook op dit terrein nemen wy den stryd aan. Tegen de hebzucht der Hoofden alzoo, en niet tegen z’n eigen hebzucht moet de Javaan door den Gouverneur-Generaal beschermd worden. Dan nog vragen wy u, hoe dit beter kan geschieden dan door alle welvaart van dien Javaan te verplaatsen naar ’t Willemspark in den Haag? Zal de kwaal niet gelenigd worden. Ja,volkomen genezen zelfs, als de oorzaak verlegd wordt naar ’n ander land? Schryven niet zedelykheid, godsvrucht en broederliefde—om nu niet te spreken van alle andere volkomenheden, waarin de Nederlanders van onze party ten-alle-tyde zoo byzonder hebben uitgemunt—schryven ze niet gebiedend voor, ons opteofferen voor onze medeschepselen daarginder? Is niet elk Hoofd op Java gevrywaard tegen begeerte naar den buffel van dien arme, als slechts de G. G. voortdurend zorgt dat die arme nooit ’n buffel bezit? Als wy, door trouw ons stelsel te behartigen, elken buffel converteeren in vrybriefjes voor de Haagsche opera, of aandeelen der Nederlandsche Handelmaatschappy? Hebt ge er ooit van gehoord dat ’n Javaansch Hoofd hebzuchtig is geworden naar ’n buiten by Deventer of ’n optrek te Driebergen? Ziehier ons stelsel: men neme de oorzaak der kwaal weg, en de kwaal zal verdwynen.Cessante causa cessat effectus, heeftQuinctilianusgezegd, en wy zeggen dit dien grooten lierdichterin volle overtuiging na, niet zonder achtteslaan op de nooit genoeg te waardeeren grondstelling vanHippocrates, dat sommige dingen in de wereld hunne oorzaak hebben. Het hart bloedt ons by ’t beschouwen van al de menschen die anders denken dan wy, en die zich abonneeren op kranten van ’n verkeerd stelsel. De aanvallen die wy gedurig ondergaan, over de onjuistheid onzer mededeeling dat er te X. een drieling was ter-wereld gekomen, toonen ten-duidelykste aan dat men zich niet ontziet ook de meest verachtelyke wapenen ter-hand te nemen om ons en ons stelsel te bestryden. Verdrajing onzer woorden, sophistische uitlegging van uit het verband gerukte zinsneden, ziedaar alles wat die tegenparty instaat is te doen. Wy houden met de hand op ’t geweten staande dat er te X. drie kinderen zyn geboren. Dit is ons stelsel, myne Heeren. Maar wy hebben niet beweerd, zooals dit andere krant ons aanwryft, dat die kinderen geboren zyn van ééne moeder, noch dat ze geboren werden op denzelfden dag. Zóó rukken ze alles uit het verband, de verblinden die den ondergang beoogen van onzen geëerbiedigden Koning, van ’t dierbaar Vaderland en van ons stelsel. Op hen komen de gevolgen, op hen en hunne abonnés. Wy voor ons, wy zullen voortgaan...”Goed, ga voort! Voor heden genoeg, heeren dagbladschryvers! En gy, Nederlanders, zult ge óók voortgaan u te laten voorlichten door die heeren?THERE IS SOMETHING ROTTEN IN THE REALM!Ja, daar is verrotting in den Staat, en de naam van die verrotting, Nederlanders, is:leugen.Dit zal ik u aantoonen. Dit moest ik vóór alles u aantoonen, by ’t behandelen der zoogenaamdekwestiën van den dag.En wie nu meenen mocht bedrogen te zyn door een valschen titel, omdat ik tot-nog-toe weinig of niets gezegd heb over zoogenaamdenVryen Arbeid, vergist zich.Ik hèb reeds—en veel—gesproken over Vryen-Arbeid. Ik deed dit overal waar ik opstond tegen leugen.Want:Dit zal, onder anderen, de conclusie wezen van m’n tegenwoordig schryven.

Vierde systeem. Proeve van bewerking.«Het is onbegrypelyk hoe mannen die overigens kunnen geacht worden niet ontbloot te zyn van verstand, zoo geheel-en-al afdwalen van gezonde wetsuitlegging, zoodra ’t de juiste opvatting geldt van ’t voorschrift dat den Gouverneur-Generaal gebiedt de Javanen te beschermen tegen de hebzucht hunner Hoofden. Wy betreuren de verblinding die in dit artikel iets anders zien dan wy... hoofd- onder- by- tweede, dertiende redakteuren dezer krant. De party die zich bezighoudt met de ondermyning van Kerk, Staat, Koffiveilingen en Uitlegkunde, blyft beweren of liever, blyft voortgaan zich te houden als-of ze beweerde—want in-trouwe...”

Vierde systeem. Proeve van bewerking.«Het is onbegrypelyk hoe mannen die overigens kunnen geacht worden niet ontbloot te zyn van verstand, zoo geheel-en-al afdwalen van gezonde wetsuitlegging, zoodra ’t de juiste opvatting geldt van ’t voorschrift dat den Gouverneur-Generaal gebiedt de Javanen te beschermen tegen de hebzucht hunner Hoofden. Wy betreuren de verblinding die in dit artikel iets anders zien dan wy... hoofd- onder- by- tweede, dertiende redakteuren dezer krant. De party die zich bezighoudt met de ondermyning van Kerk, Staat, Koffiveilingen en Uitlegkunde, blyft beweren of liever, blyft voortgaan zich te houden als-of ze beweerde—want in-trouwe...”

Goed!

... in trouwe, met het meeste vertrouwen op de goede trouw durven wy ons ter-nauwernood toevertrouwen eenig wantrouwen...

... in trouwe, met het meeste vertrouwen op de goede trouw durven wy ons ter-nauwernood toevertrouwen eenig wantrouwen...

Zeer goed!

... eenig wantrouwen...

... eenig wantrouwen...

Mooi, maar ik zie geens kans ’nbehoorlykeind te maken aan die fraze.

“Dus, myne heeren, ziet hier ons stelsel. De wet schryft duidelyk voor, dat de Javaan moet beschermd worden tegen de hebzucht zynerhoofden. In-tegenstelling van de stelsels der ongestelde stellingen, die de tegenovergestelde party stelselmatig voorop stelt, veronderstellen wy niet te veel te stellen door met de meeste stelligheid vasttestellen, dat ons stelsel juist gesteld is...”

“Dus, myne heeren, ziet hier ons stelsel. De wet schryft duidelyk voor, dat de Javaan moet beschermd worden tegen de hebzucht zynerhoofden. In-tegenstelling van de stelsels der ongestelde stellingen, die de tegenovergestelde party stelselmatig voorop stelt, veronderstellen wy niet te veel te stellen door met de meeste stelligheid vasttestellen, dat ons stelsel juist gesteld is...”

Ziet ge, heeren dagbladschryvers, dat er wel wat van te maken is. Komaan... wat talent, voor den drommel!

“Ziet hier dan ons stelsel, myne heeren. De Javaansche Hoofden lyden aan hebzucht, dat is: aan zucht om te hebben. Het woord en de ziekte bestaan uit twee deelen: uithebbenen uitzucht. Geen zucht zonder hebben. Geen hebben zonder zucht. Dit is ons stelsel, myne heeren.Hoe moet nu de Javaan beschermd worden tegen deze ziekte? Na ’t vooropgestelde gedeelte van ons stelsel is de conclusie aller-eenvoudigst. Men zorge slechts dat de Javaan nooit iets hebbe, dan is ’t onmogelyk dat-i kan worden aangetast door ’n ziekte die, zoo-als wy ten-klaarste hebben aangetoond, voor de grootste helft uit hebben bestaat. Dit is ons stelsel. ’t Is ons niet onbekend, hoe anderen beweren dat men den Javaan ook de zucht behoort aftenemen, maar dit zyn ydele theoriën, myne heeren, die verkondigd worden door de kranten van de andere party, wier stelsel verkeerd is. Onze leus, myne heeren, is onpartydigheid, strikte onpartydigheid en gehechtheid aan ons stelsel. De waarheid—en ons stelsel—is ons dierbaar als ’n abonnement met vooruitbetaling voor zeven jaren. Zoolang dus ons het woord gegeven is—ons, hoofd- by- onder- derde en dertiende redakteuren dezer krant—zullen wy dat woord verkondigen, en vasthouden aan de onwrikbare eerste gronden van staathuishoudkunde, die leeren dat by den Javaan alle zucht tot hebben zal wegblyven, zoolang de G. G. maar voorgaat zich stipt te gedragen naar Art. 55 van z’n Instruktie, dat hem voorschryft te zorgen dat die Javaan nooit wete wat hebben is. Ziedaar, myne heeren, ons stelsel.En meer nog. Ons stelsel munt ook daarom ver boven andere stelsels uit, wyl het van tweeërlei kanten kan worden bezien, zonder iets te verliezen van de symmetrische en majesteuse volmaaktheid die een goed stelsel kenmerkt. Want zelfs indien sommige betweters—zy namelyk, die de andere kranten schryven, wacht u daarvoor!—indien sommigen beweren dat wy ronddwalen in ’n schromelyke verwarring van denkbeelden, door ’t verkondigen der stelling dat de Javaan moet beschermd worden tegen hebzucht zyner Hoofden, en niet tegen z’n eigen predispositie tot die ziekelyke aandoening, welnu, dan nòg blyft ons stelsel onomgestooten dáárstaan als een lichtbaak waarnaar schipbreukige volkeren hun kiel zullen wenden, telkens als zy in den Oceaan van de Wereldgeschiedenis ’n lek zullen bekomen hebben door ’t stooten op de vuile klippen der onderzeesche wanbegrippen van die andere party die ’n verkeerd stelsel voorstaat.Welaan ook op dit terrein nemen wy den stryd aan. Tegen de hebzucht der Hoofden alzoo, en niet tegen z’n eigen hebzucht moet de Javaan door den Gouverneur-Generaal beschermd worden. Dan nog vragen wy u, hoe dit beter kan geschieden dan door alle welvaart van dien Javaan te verplaatsen naar ’t Willemspark in den Haag? Zal de kwaal niet gelenigd worden. Ja,volkomen genezen zelfs, als de oorzaak verlegd wordt naar ’n ander land? Schryven niet zedelykheid, godsvrucht en broederliefde—om nu niet te spreken van alle andere volkomenheden, waarin de Nederlanders van onze party ten-alle-tyde zoo byzonder hebben uitgemunt—schryven ze niet gebiedend voor, ons opteofferen voor onze medeschepselen daarginder? Is niet elk Hoofd op Java gevrywaard tegen begeerte naar den buffel van dien arme, als slechts de G. G. voortdurend zorgt dat die arme nooit ’n buffel bezit? Als wy, door trouw ons stelsel te behartigen, elken buffel converteeren in vrybriefjes voor de Haagsche opera, of aandeelen der Nederlandsche Handelmaatschappy? Hebt ge er ooit van gehoord dat ’n Javaansch Hoofd hebzuchtig is geworden naar ’n buiten by Deventer of ’n optrek te Driebergen? Ziehier ons stelsel: men neme de oorzaak der kwaal weg, en de kwaal zal verdwynen.Cessante causa cessat effectus, heeftQuinctilianusgezegd, en wy zeggen dit dien grooten lierdichterin volle overtuiging na, niet zonder achtteslaan op de nooit genoeg te waardeeren grondstelling vanHippocrates, dat sommige dingen in de wereld hunne oorzaak hebben. Het hart bloedt ons by ’t beschouwen van al de menschen die anders denken dan wy, en die zich abonneeren op kranten van ’n verkeerd stelsel. De aanvallen die wy gedurig ondergaan, over de onjuistheid onzer mededeeling dat er te X. een drieling was ter-wereld gekomen, toonen ten-duidelykste aan dat men zich niet ontziet ook de meest verachtelyke wapenen ter-hand te nemen om ons en ons stelsel te bestryden. Verdrajing onzer woorden, sophistische uitlegging van uit het verband gerukte zinsneden, ziedaar alles wat die tegenparty instaat is te doen. Wy houden met de hand op ’t geweten staande dat er te X. drie kinderen zyn geboren. Dit is ons stelsel, myne Heeren. Maar wy hebben niet beweerd, zooals dit andere krant ons aanwryft, dat die kinderen geboren zyn van ééne moeder, noch dat ze geboren werden op denzelfden dag. Zóó rukken ze alles uit het verband, de verblinden die den ondergang beoogen van onzen geëerbiedigden Koning, van ’t dierbaar Vaderland en van ons stelsel. Op hen komen de gevolgen, op hen en hunne abonnés. Wy voor ons, wy zullen voortgaan...”

“Ziet hier dan ons stelsel, myne heeren. De Javaansche Hoofden lyden aan hebzucht, dat is: aan zucht om te hebben. Het woord en de ziekte bestaan uit twee deelen: uithebbenen uitzucht. Geen zucht zonder hebben. Geen hebben zonder zucht. Dit is ons stelsel, myne heeren.

Hoe moet nu de Javaan beschermd worden tegen deze ziekte? Na ’t vooropgestelde gedeelte van ons stelsel is de conclusie aller-eenvoudigst. Men zorge slechts dat de Javaan nooit iets hebbe, dan is ’t onmogelyk dat-i kan worden aangetast door ’n ziekte die, zoo-als wy ten-klaarste hebben aangetoond, voor de grootste helft uit hebben bestaat. Dit is ons stelsel. ’t Is ons niet onbekend, hoe anderen beweren dat men den Javaan ook de zucht behoort aftenemen, maar dit zyn ydele theoriën, myne heeren, die verkondigd worden door de kranten van de andere party, wier stelsel verkeerd is. Onze leus, myne heeren, is onpartydigheid, strikte onpartydigheid en gehechtheid aan ons stelsel. De waarheid—en ons stelsel—is ons dierbaar als ’n abonnement met vooruitbetaling voor zeven jaren. Zoolang dus ons het woord gegeven is—ons, hoofd- by- onder- derde en dertiende redakteuren dezer krant—zullen wy dat woord verkondigen, en vasthouden aan de onwrikbare eerste gronden van staathuishoudkunde, die leeren dat by den Javaan alle zucht tot hebben zal wegblyven, zoolang de G. G. maar voorgaat zich stipt te gedragen naar Art. 55 van z’n Instruktie, dat hem voorschryft te zorgen dat die Javaan nooit wete wat hebben is. Ziedaar, myne heeren, ons stelsel.

En meer nog. Ons stelsel munt ook daarom ver boven andere stelsels uit, wyl het van tweeërlei kanten kan worden bezien, zonder iets te verliezen van de symmetrische en majesteuse volmaaktheid die een goed stelsel kenmerkt. Want zelfs indien sommige betweters—zy namelyk, die de andere kranten schryven, wacht u daarvoor!—indien sommigen beweren dat wy ronddwalen in ’n schromelyke verwarring van denkbeelden, door ’t verkondigen der stelling dat de Javaan moet beschermd worden tegen hebzucht zyner Hoofden, en niet tegen z’n eigen predispositie tot die ziekelyke aandoening, welnu, dan nòg blyft ons stelsel onomgestooten dáárstaan als een lichtbaak waarnaar schipbreukige volkeren hun kiel zullen wenden, telkens als zy in den Oceaan van de Wereldgeschiedenis ’n lek zullen bekomen hebben door ’t stooten op de vuile klippen der onderzeesche wanbegrippen van die andere party die ’n verkeerd stelsel voorstaat.

Welaan ook op dit terrein nemen wy den stryd aan. Tegen de hebzucht der Hoofden alzoo, en niet tegen z’n eigen hebzucht moet de Javaan door den Gouverneur-Generaal beschermd worden. Dan nog vragen wy u, hoe dit beter kan geschieden dan door alle welvaart van dien Javaan te verplaatsen naar ’t Willemspark in den Haag? Zal de kwaal niet gelenigd worden. Ja,volkomen genezen zelfs, als de oorzaak verlegd wordt naar ’n ander land? Schryven niet zedelykheid, godsvrucht en broederliefde—om nu niet te spreken van alle andere volkomenheden, waarin de Nederlanders van onze party ten-alle-tyde zoo byzonder hebben uitgemunt—schryven ze niet gebiedend voor, ons opteofferen voor onze medeschepselen daarginder? Is niet elk Hoofd op Java gevrywaard tegen begeerte naar den buffel van dien arme, als slechts de G. G. voortdurend zorgt dat die arme nooit ’n buffel bezit? Als wy, door trouw ons stelsel te behartigen, elken buffel converteeren in vrybriefjes voor de Haagsche opera, of aandeelen der Nederlandsche Handelmaatschappy? Hebt ge er ooit van gehoord dat ’n Javaansch Hoofd hebzuchtig is geworden naar ’n buiten by Deventer of ’n optrek te Driebergen? Ziehier ons stelsel: men neme de oorzaak der kwaal weg, en de kwaal zal verdwynen.Cessante causa cessat effectus, heeftQuinctilianusgezegd, en wy zeggen dit dien grooten lierdichterin volle overtuiging na, niet zonder achtteslaan op de nooit genoeg te waardeeren grondstelling vanHippocrates, dat sommige dingen in de wereld hunne oorzaak hebben. Het hart bloedt ons by ’t beschouwen van al de menschen die anders denken dan wy, en die zich abonneeren op kranten van ’n verkeerd stelsel. De aanvallen die wy gedurig ondergaan, over de onjuistheid onzer mededeeling dat er te X. een drieling was ter-wereld gekomen, toonen ten-duidelykste aan dat men zich niet ontziet ook de meest verachtelyke wapenen ter-hand te nemen om ons en ons stelsel te bestryden. Verdrajing onzer woorden, sophistische uitlegging van uit het verband gerukte zinsneden, ziedaar alles wat die tegenparty instaat is te doen. Wy houden met de hand op ’t geweten staande dat er te X. drie kinderen zyn geboren. Dit is ons stelsel, myne Heeren. Maar wy hebben niet beweerd, zooals dit andere krant ons aanwryft, dat die kinderen geboren zyn van ééne moeder, noch dat ze geboren werden op denzelfden dag. Zóó rukken ze alles uit het verband, de verblinden die den ondergang beoogen van onzen geëerbiedigden Koning, van ’t dierbaar Vaderland en van ons stelsel. Op hen komen de gevolgen, op hen en hunne abonnés. Wy voor ons, wy zullen voortgaan...”

Goed, ga voort! Voor heden genoeg, heeren dagbladschryvers! En gy, Nederlanders, zult ge óók voortgaan u te laten voorlichten door die heeren?

THERE IS SOMETHING ROTTEN IN THE REALM!

Ja, daar is verrotting in den Staat, en de naam van die verrotting, Nederlanders, is:leugen.

Dit zal ik u aantoonen. Dit moest ik vóór alles u aantoonen, by ’t behandelen der zoogenaamdekwestiën van den dag.

En wie nu meenen mocht bedrogen te zyn door een valschen titel, omdat ik tot-nog-toe weinig of niets gezegd heb over zoogenaamdenVryen Arbeid, vergist zich.

Ik hèb reeds—en veel—gesproken over Vryen-Arbeid. Ik deed dit overal waar ik opstond tegen leugen.

Want:

Dit zal, onder anderen, de conclusie wezen van m’n tegenwoordig schryven.


Back to IndexNext