APRILWat is dat aan het glas,Wie tikt daar aan de ruiten?Een zangertje uit den hofRoept luid: „kom toch eens buiten!”„Neen kind, ik blijf in huis;’k Wil mij niet buiten wagen;’t Is nog zoo kort geleên,Dat ’k zag de sneeuwjacht jagen.”Al weer dat „tik! tak! tik!....Weer dat herhaalde kloppen,Ziet gij dan niet dat groen,Die reeds gezwollen knoppen?”„Ziet hoe het zonlicht lacht,De wolken spelevaren.En vogeltjes wat mosTot zachte nestjes garen”!Ziet gij niet hoe in ’t groen,Al dart’le lamm’ren springen?Hoort gij niet in de vert’,Een koor van zangers zingen?De lijster in het woud,Den leeuw’rik ginder boven,De duif in ’t dennenhout,Het vinkje in beemd en hoven?Den kievit bont van wiek,Steeds jub’lend ’t veld langs zwierend,En menig zanger nog,Daar tusschen tierelierend!Komt gij nog niet? waarom?Zie ’t zon’tje lacht u tegen.Met tooverzoete lach!Dan, waarom nog gezwegen?’t Is alles nu toch schoon!Kan ’t schooner zijn op aarde?Heeft al die nieuwe prachtVoor u zoo luttel waarde?O! open ’t hart er voor,Leen gunstig thans uw ooren,Naar ’t zachte, „tik, tak” want:De Lente is herboren.Ik kom; want alles groent;’k Hoor waarlijk rondom juichen!Om met de jonge Lent’Mijn vreugde te betuigen!
Wat is dat aan het glas,Wie tikt daar aan de ruiten?Een zangertje uit den hofRoept luid: „kom toch eens buiten!”
„Neen kind, ik blijf in huis;’k Wil mij niet buiten wagen;’t Is nog zoo kort geleên,Dat ’k zag de sneeuwjacht jagen.”
Al weer dat „tik! tak! tik!....Weer dat herhaalde kloppen,Ziet gij dan niet dat groen,Die reeds gezwollen knoppen?”
„Ziet hoe het zonlicht lacht,De wolken spelevaren.En vogeltjes wat mosTot zachte nestjes garen”!
Ziet gij niet hoe in ’t groen,Al dart’le lamm’ren springen?Hoort gij niet in de vert’,Een koor van zangers zingen?
De lijster in het woud,Den leeuw’rik ginder boven,De duif in ’t dennenhout,Het vinkje in beemd en hoven?
Den kievit bont van wiek,Steeds jub’lend ’t veld langs zwierend,En menig zanger nog,Daar tusschen tierelierend!
Komt gij nog niet? waarom?Zie ’t zon’tje lacht u tegen.Met tooverzoete lach!Dan, waarom nog gezwegen?
’t Is alles nu toch schoon!Kan ’t schooner zijn op aarde?Heeft al die nieuwe prachtVoor u zoo luttel waarde?
O! open ’t hart er voor,Leen gunstig thans uw ooren,Naar ’t zachte, „tik, tak” want:De Lente is herboren.
Ik kom; want alles groent;’k Hoor waarlijk rondom juichen!Om met de jonge Lent’Mijn vreugde te betuigen!