LENTE

LENTELente! o! albezielend machtwoord!Op welks toonen alle boezemsVan genot en vreugde juichen!Die de wolken rozekleurigSchildert, en het vriend’lijk kluisje,In een krans van loof verbergt.Ik aanschouw met stille blijdschap,Het herleven, het ontluiken,Het ontwikkelen tot bloeien;Ik sla met geroerde zinnen,Rondom mij, ’t ontwaken gade,Van het wonderrijk, Natuur!

Lente! o! albezielend machtwoord!Op welks toonen alle boezemsVan genot en vreugde juichen!Die de wolken rozekleurigSchildert, en het vriend’lijk kluisje,In een krans van loof verbergt.

Ik aanschouw met stille blijdschap,Het herleven, het ontluiken,Het ontwikkelen tot bloeien;Ik sla met geroerde zinnen,Rondom mij, ’t ontwaken gade,Van het wonderrijk, Natuur!


Back to IndexNext