The Project Gutenberg eBook ofNietzsche's PhilosophieThis ebook is for the use of anyone anywhere in the United States and most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included with this ebook or online atwww.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you will have to check the laws of the country where you are located before using this eBook.Title: Nietzsche's PhilosophieAuthor: Henri LichtenbergerAuthor of introduction, etc.: B. H. C. K. van der WijckTranslator: M. François-MerkusRelease date: October 4, 2020 [eBook #63366]Most recently updated: October 18, 2024Language: DutchCredits: Produced by Jeroen Hellingman and the Online DistributedProofreading Team at https://www.pgdp.net/ for ProjectGutenberg.*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK NIETZSCHE'S PHILOSOPHIE ***
This ebook is for the use of anyone anywhere in the United States and most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included with this ebook or online atwww.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you will have to check the laws of the country where you are located before using this eBook.
Title: Nietzsche's PhilosophieAuthor: Henri LichtenbergerAuthor of introduction, etc.: B. H. C. K. van der WijckTranslator: M. François-MerkusRelease date: October 4, 2020 [eBook #63366]Most recently updated: October 18, 2024Language: DutchCredits: Produced by Jeroen Hellingman and the Online DistributedProofreading Team at https://www.pgdp.net/ for ProjectGutenberg.
Title: Nietzsche's Philosophie
Author: Henri LichtenbergerAuthor of introduction, etc.: B. H. C. K. van der WijckTranslator: M. François-Merkus
Author: Henri Lichtenberger
Author of introduction, etc.: B. H. C. K. van der Wijck
Translator: M. François-Merkus
Release date: October 4, 2020 [eBook #63366]Most recently updated: October 18, 2024
Language: Dutch
Credits: Produced by Jeroen Hellingman and the Online DistributedProofreading Team at https://www.pgdp.net/ for ProjectGutenberg.
*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK NIETZSCHE'S PHILOSOPHIE ***
NIETZSCHE’S PHILOSOPHIE.Oorspronkelijke titelpagina.Internationale Bibliotheek.HENRI LICHTENBERGERHoogl. aan de Universiteit te Nancy.Nietzsche’s Philosophie.VERTALING VANMevr. M. FRANÇOIS-MERKUS.MET VOORWOORD VANProf. Jhr.B. H. C. K. VAN DER WIJCK.„Das schnellste Thier, das euch trägt zur Vollkommenheit, ist Leiden.”(Meister Eckhard.)AMSTERDAM—S. L. VAN LOOY.1903.Dr. Möbius spreekt in zijn geschrift over Nietzsche van diens vreemd ooglijden en dementia paralytica op een toon, die doet vermoeden, dat volgens den genoemden arts Nietzsche misschien niet ten allen tijde het etherisch, zuiver geestelijk wezen is geweest als hoedanig hij door zijne zuster en ook door Prof. Lichtenberger op de elfde bladzijde van het hier bijgaande boek wordt afgeschilderd. Ook valt het te betwijfelen of een man zonder andere blakende passie dan die voor waarheid, zulke vlammende woorden en onvergelijkelijk schoone beelden voor zijne gedachten zou hebben gevonden als waarover Nietzsche steeds heeft beschikt. Neen, waarschijnlijk wist Nietzsche bij eigen ervaring wat „disharmonie der instinkten” beteekent en hoe zij, zooals hij het zelf zegt, „een ijzeren druk, besnijding van sommige onder hen noodig maakt.”In alle andere opzichten is Lichtenberger, naar ik meen, er in geslaagd zich van overdrijving vrij te houden. Dit is voorwaar geen geringe lofspraak. Om er zich van te overtuigen, hoore men hoe erop25 Aug. 1900 bij het rouwfeest ter eere van Nietzsche door uitnemende mannen gesproken werd.„Zijn leven,” zei Dr. Ernst Horneffer, „werd de groote school van onafhankelijkheid voor alle tijden.” Men vraagt verbaasd: hoe? „Hij brak iederen brug achter zich af,”d.w.z.scheurde zich eerst van Schopenhauer, toen van Wagner los „en werd zoo een figuur als men heden elders niet te aanschouwen krijgt: een kluizenaar naar den geest. De trotsche koning in het rijk van het onzinnelijke is niet dood; bij hem vergeleken zijn wij, die om zijn lijkbaar staan, schimmen; ik zie hem hoog oprijzen uit zijn graf; aan zijne voeten werpt zich de wereld.”Een ander redenaar, Prof. Dr. Curt Breysig zeide: „Nietzscheheeft een nieuw proza geschapen voor onzen nieuwen tijd, die aan de marmeren plastiek van Goethe niet meer genoeg heeft.….. Hij is de ziener, die aan de door Comte gestichte wetenschap der maatschappij nieuwe gedachten van wijde strekking heeft toegevoerd. Ook waar hij dwaalt in de détails, zoodat wij hem moeten bestrijden, staat hij toch boven ons, en trekt ons omhoog.….. Hij is de wegwijzer naar een nieuwe toekomst voor ons geslacht. Slechts Buddha, Zarathustra en Jezus hebben even groote dingen gewild en bereikt voor geheele groepen van volken en voor aeonen.” Zijn ideaal is niet „het slappe geluk, dat door toewijding en aaneensluiting der menschen in staat en maatschappij verkregen wordt,” maar juist „het tegendeel” van wat door Christus werd gewild. „Enkele goddelijke menschen, die geheel op eigen voeten staan en om hun heerlijke onafhankelijkheid van alles, ook van den zinnenlust, waard zijn vergood te worden en de vereering te ontvangen, welke tot dusver aan den almachtigen Christengod werd bewezen: ziedaar het doel van het bestaan van ons geslacht, de reden waarom wij tot het levenJAmoeten zeggen en ons verblijden over de „eeuwige wederkomst” op aarde.”Het is verkwikkend, na zulke buitensporigheden te hebben aangehoord, met het kalme, bezonnen boek van Prof. Lichtenberger kennis te maken. Lichtenberger werft geen adepten voor Nietzsche; door zijne onpartijdige beschouwingen bevrijdt hij eer hen, die reeds gevangen zijn. Uit de keuze van het motto voor zijn boek blijkt terstond, dat Lichtenberger er in geslaagd is de parel van blijvende waarde uit de geschriften van Nietzsche op te visschen. Dat motto, aan Meister Eckhard ontleend, luidt aldus: „Das schnellste Thier, das euch trägt zur Vollkommenheit, ist Leiden.” Welnu, dezelfde gedachte keert telkens bij Nietzsche terug. Hij is er van overtuigd, dat de mensch zonder tegenspoed en ellende zijn hooge bestemming niet bereiken kan.Het leven is een leelijk geschenk, waarvan de verstandige mensch liefst verschoond zou blijven, want er valt niet van te genieten. Zoo klaagt de genotzuchtige Schopenhauer. Alsof er geen hooger maatstaf dan lust denkbaar ware! Nietzsche verdedigt het leven en ook het lijden, dat het leven met zich brengt. „Weet gij niet,” roept hij uit, „dat enkel de tucht van het leed, van hetgrooteleed, de menschentot dusver omhoog heeft gebeurd? Het bepaalt bijna den rang van een mensch, hoe diep hij lijden kan.”Als een fiere held droeg Nietzsche zijn eigen langdurig en dikwijls zwaar lijden, omdat hij waardeerde wat in het leven groot en machtig, wat verheffend is. Hij had van den mensch een hoogen dunk en wilde dat het leven zich in de hoogte zou bouwen, van trap tot trap stijgen tot het heerlijk bestaan van den „bovenmensch.” Hij stelde zich voor, dat de vuile en harde slavenarbeid van duizenden steeds onontbeerlijk zou zijn en dat er niet licht een tijd zou komen, waarin allen alle vruchten der beschaving zouden plukken, maar troostte zich dan met de gedachte, dat een volk de omweg is, dien de natuur neemt om enkele koninklijke figuren voort te brengen.De lectuur van Nietzsche heeft, vrees ik, velen in de laatste jaren op een dwaalspoor gebracht. Kwajongens lezen bij hem van „kuddedieren” en wanen zich genieën, als ze dien term overnemen en met minachting op den nijveren burger neerzien. Ook wekt het grof misverstand als Nietzsche zegt: handel volgens uwe instinkten. Zeker, zoo te handelen is het volle en gezonde leven, maar enkel dán, als de instinkten gezond zijn, niet, als zij een moeder verlokken om met haar minnaar huis en kroost te ontvluchten. Nietzsche’s bewondering voor Cesare Borgia is zelfmisleiding: schoonheid, levensvreugde en kracht zonder een zweem van goedheid zijn voor iemand met een fijn besnaard gemoed eer een huiveringwekkend dan een aantrekkelijk schouwspel. Maar het is niet noodig Nietzsche tegen te spreken, daar hij op al deze punten zich zelf reeds heeft weerlegd en zijn geschriften naast het gif bijna overal het tegengif behelzen. Bij nauwkeurige vergelijking blijkt het, dat de immoralist, zooals Nietzsche dat wil zijn, op de keper beschouwd een man van den plicht is. Uit medelijden, om de „Gesammtentartung” te voorkomen, verwerpt hij de thans geijkte soort van medelijden.Van Nietzsche’s „Uebermensch” heeft Hartmann gezegd, dat hij niet ten dienste der menschheid werkt, maar, aan den beer van een menagerie gelijk, er enkel is om te toonen hoe verbazend groot hij is. Mag ik vragen of Hartmann ter wille der menschheid de philosofie beoefent, dan wel om aan zijn eigen intellectueele behoefte te voldoen? Laat mij hier herhalen wat ik vroeger reeds in een geschrift over Nietzsche zei: „De menschheid verstaat haar weldoenersverkeerd. Genie is opgegaarde kracht, welke zich ontladenmoet:zij stroomt naar buiten, omdat het haar natuur is zich in daden om te zetten, niet omdat het zedelijke plicht is. Dat de gewrochten van het genie aan de menschheid ten goede komen, is een buitenkans, waarover men zich verheugen mag, maar die niet door een Shakespeare of Rafael bedoeld wordt, als zij hunne heerlijke kunstgewrochten tot stand brengen.” (Mannen van Beteekenis. 1894 Afl. 5). Nietzsche’s „Uebermensch” is de hoog begaafde, de ongewone persoonlijkheid, die niet door de massa getrokken wordt, maar haar tot zich omhoog trekt.Zeker, Nietzsche’s geschriften zijn gevaarlijk voor den onmondige naar den geest, maar werken als een versterkend staalbad voor hem die weet te onderscheiden.Daarenboven kan men thans op ongevaarlijke wijze met Nietzsche kennis maken, door Lichtenberger’s boek daartoe in staat gesteld.VAN DER WIJCK.Utrecht, Januari 1903.
NIETZSCHE’S PHILOSOPHIE.
NIETZSCHE’S PHILOSOPHIE.
NIETZSCHE’S PHILOSOPHIE.
Oorspronkelijke titelpagina.
Oorspronkelijke titelpagina.
Oorspronkelijke titelpagina.
Internationale Bibliotheek.HENRI LICHTENBERGERHoogl. aan de Universiteit te Nancy.Nietzsche’s Philosophie.VERTALING VANMevr. M. FRANÇOIS-MERKUS.MET VOORWOORD VANProf. Jhr.B. H. C. K. VAN DER WIJCK.„Das schnellste Thier, das euch trägt zur Vollkommenheit, ist Leiden.”(Meister Eckhard.)AMSTERDAM—S. L. VAN LOOY.1903.
Internationale Bibliotheek.
Internationale Bibliotheek.
HENRI LICHTENBERGERHoogl. aan de Universiteit te Nancy.
Nietzsche’s Philosophie.
Nietzsche’s Philosophie.
VERTALING VANMevr. M. FRANÇOIS-MERKUS.MET VOORWOORD VANProf. Jhr.B. H. C. K. VAN DER WIJCK.
„Das schnellste Thier, das euch trägt zur Vollkommenheit, ist Leiden.”(Meister Eckhard.)AMSTERDAM—S. L. VAN LOOY.1903.
Dr. Möbius spreekt in zijn geschrift over Nietzsche van diens vreemd ooglijden en dementia paralytica op een toon, die doet vermoeden, dat volgens den genoemden arts Nietzsche misschien niet ten allen tijde het etherisch, zuiver geestelijk wezen is geweest als hoedanig hij door zijne zuster en ook door Prof. Lichtenberger op de elfde bladzijde van het hier bijgaande boek wordt afgeschilderd. Ook valt het te betwijfelen of een man zonder andere blakende passie dan die voor waarheid, zulke vlammende woorden en onvergelijkelijk schoone beelden voor zijne gedachten zou hebben gevonden als waarover Nietzsche steeds heeft beschikt. Neen, waarschijnlijk wist Nietzsche bij eigen ervaring wat „disharmonie der instinkten” beteekent en hoe zij, zooals hij het zelf zegt, „een ijzeren druk, besnijding van sommige onder hen noodig maakt.”In alle andere opzichten is Lichtenberger, naar ik meen, er in geslaagd zich van overdrijving vrij te houden. Dit is voorwaar geen geringe lofspraak. Om er zich van te overtuigen, hoore men hoe erop25 Aug. 1900 bij het rouwfeest ter eere van Nietzsche door uitnemende mannen gesproken werd.„Zijn leven,” zei Dr. Ernst Horneffer, „werd de groote school van onafhankelijkheid voor alle tijden.” Men vraagt verbaasd: hoe? „Hij brak iederen brug achter zich af,”d.w.z.scheurde zich eerst van Schopenhauer, toen van Wagner los „en werd zoo een figuur als men heden elders niet te aanschouwen krijgt: een kluizenaar naar den geest. De trotsche koning in het rijk van het onzinnelijke is niet dood; bij hem vergeleken zijn wij, die om zijn lijkbaar staan, schimmen; ik zie hem hoog oprijzen uit zijn graf; aan zijne voeten werpt zich de wereld.”Een ander redenaar, Prof. Dr. Curt Breysig zeide: „Nietzscheheeft een nieuw proza geschapen voor onzen nieuwen tijd, die aan de marmeren plastiek van Goethe niet meer genoeg heeft.….. Hij is de ziener, die aan de door Comte gestichte wetenschap der maatschappij nieuwe gedachten van wijde strekking heeft toegevoerd. Ook waar hij dwaalt in de détails, zoodat wij hem moeten bestrijden, staat hij toch boven ons, en trekt ons omhoog.….. Hij is de wegwijzer naar een nieuwe toekomst voor ons geslacht. Slechts Buddha, Zarathustra en Jezus hebben even groote dingen gewild en bereikt voor geheele groepen van volken en voor aeonen.” Zijn ideaal is niet „het slappe geluk, dat door toewijding en aaneensluiting der menschen in staat en maatschappij verkregen wordt,” maar juist „het tegendeel” van wat door Christus werd gewild. „Enkele goddelijke menschen, die geheel op eigen voeten staan en om hun heerlijke onafhankelijkheid van alles, ook van den zinnenlust, waard zijn vergood te worden en de vereering te ontvangen, welke tot dusver aan den almachtigen Christengod werd bewezen: ziedaar het doel van het bestaan van ons geslacht, de reden waarom wij tot het levenJAmoeten zeggen en ons verblijden over de „eeuwige wederkomst” op aarde.”Het is verkwikkend, na zulke buitensporigheden te hebben aangehoord, met het kalme, bezonnen boek van Prof. Lichtenberger kennis te maken. Lichtenberger werft geen adepten voor Nietzsche; door zijne onpartijdige beschouwingen bevrijdt hij eer hen, die reeds gevangen zijn. Uit de keuze van het motto voor zijn boek blijkt terstond, dat Lichtenberger er in geslaagd is de parel van blijvende waarde uit de geschriften van Nietzsche op te visschen. Dat motto, aan Meister Eckhard ontleend, luidt aldus: „Das schnellste Thier, das euch trägt zur Vollkommenheit, ist Leiden.” Welnu, dezelfde gedachte keert telkens bij Nietzsche terug. Hij is er van overtuigd, dat de mensch zonder tegenspoed en ellende zijn hooge bestemming niet bereiken kan.Het leven is een leelijk geschenk, waarvan de verstandige mensch liefst verschoond zou blijven, want er valt niet van te genieten. Zoo klaagt de genotzuchtige Schopenhauer. Alsof er geen hooger maatstaf dan lust denkbaar ware! Nietzsche verdedigt het leven en ook het lijden, dat het leven met zich brengt. „Weet gij niet,” roept hij uit, „dat enkel de tucht van het leed, van hetgrooteleed, de menschentot dusver omhoog heeft gebeurd? Het bepaalt bijna den rang van een mensch, hoe diep hij lijden kan.”Als een fiere held droeg Nietzsche zijn eigen langdurig en dikwijls zwaar lijden, omdat hij waardeerde wat in het leven groot en machtig, wat verheffend is. Hij had van den mensch een hoogen dunk en wilde dat het leven zich in de hoogte zou bouwen, van trap tot trap stijgen tot het heerlijk bestaan van den „bovenmensch.” Hij stelde zich voor, dat de vuile en harde slavenarbeid van duizenden steeds onontbeerlijk zou zijn en dat er niet licht een tijd zou komen, waarin allen alle vruchten der beschaving zouden plukken, maar troostte zich dan met de gedachte, dat een volk de omweg is, dien de natuur neemt om enkele koninklijke figuren voort te brengen.De lectuur van Nietzsche heeft, vrees ik, velen in de laatste jaren op een dwaalspoor gebracht. Kwajongens lezen bij hem van „kuddedieren” en wanen zich genieën, als ze dien term overnemen en met minachting op den nijveren burger neerzien. Ook wekt het grof misverstand als Nietzsche zegt: handel volgens uwe instinkten. Zeker, zoo te handelen is het volle en gezonde leven, maar enkel dán, als de instinkten gezond zijn, niet, als zij een moeder verlokken om met haar minnaar huis en kroost te ontvluchten. Nietzsche’s bewondering voor Cesare Borgia is zelfmisleiding: schoonheid, levensvreugde en kracht zonder een zweem van goedheid zijn voor iemand met een fijn besnaard gemoed eer een huiveringwekkend dan een aantrekkelijk schouwspel. Maar het is niet noodig Nietzsche tegen te spreken, daar hij op al deze punten zich zelf reeds heeft weerlegd en zijn geschriften naast het gif bijna overal het tegengif behelzen. Bij nauwkeurige vergelijking blijkt het, dat de immoralist, zooals Nietzsche dat wil zijn, op de keper beschouwd een man van den plicht is. Uit medelijden, om de „Gesammtentartung” te voorkomen, verwerpt hij de thans geijkte soort van medelijden.Van Nietzsche’s „Uebermensch” heeft Hartmann gezegd, dat hij niet ten dienste der menschheid werkt, maar, aan den beer van een menagerie gelijk, er enkel is om te toonen hoe verbazend groot hij is. Mag ik vragen of Hartmann ter wille der menschheid de philosofie beoefent, dan wel om aan zijn eigen intellectueele behoefte te voldoen? Laat mij hier herhalen wat ik vroeger reeds in een geschrift over Nietzsche zei: „De menschheid verstaat haar weldoenersverkeerd. Genie is opgegaarde kracht, welke zich ontladenmoet:zij stroomt naar buiten, omdat het haar natuur is zich in daden om te zetten, niet omdat het zedelijke plicht is. Dat de gewrochten van het genie aan de menschheid ten goede komen, is een buitenkans, waarover men zich verheugen mag, maar die niet door een Shakespeare of Rafael bedoeld wordt, als zij hunne heerlijke kunstgewrochten tot stand brengen.” (Mannen van Beteekenis. 1894 Afl. 5). Nietzsche’s „Uebermensch” is de hoog begaafde, de ongewone persoonlijkheid, die niet door de massa getrokken wordt, maar haar tot zich omhoog trekt.Zeker, Nietzsche’s geschriften zijn gevaarlijk voor den onmondige naar den geest, maar werken als een versterkend staalbad voor hem die weet te onderscheiden.Daarenboven kan men thans op ongevaarlijke wijze met Nietzsche kennis maken, door Lichtenberger’s boek daartoe in staat gesteld.VAN DER WIJCK.Utrecht, Januari 1903.
Dr. Möbius spreekt in zijn geschrift over Nietzsche van diens vreemd ooglijden en dementia paralytica op een toon, die doet vermoeden, dat volgens den genoemden arts Nietzsche misschien niet ten allen tijde het etherisch, zuiver geestelijk wezen is geweest als hoedanig hij door zijne zuster en ook door Prof. Lichtenberger op de elfde bladzijde van het hier bijgaande boek wordt afgeschilderd. Ook valt het te betwijfelen of een man zonder andere blakende passie dan die voor waarheid, zulke vlammende woorden en onvergelijkelijk schoone beelden voor zijne gedachten zou hebben gevonden als waarover Nietzsche steeds heeft beschikt. Neen, waarschijnlijk wist Nietzsche bij eigen ervaring wat „disharmonie der instinkten” beteekent en hoe zij, zooals hij het zelf zegt, „een ijzeren druk, besnijding van sommige onder hen noodig maakt.”In alle andere opzichten is Lichtenberger, naar ik meen, er in geslaagd zich van overdrijving vrij te houden. Dit is voorwaar geen geringe lofspraak. Om er zich van te overtuigen, hoore men hoe erop25 Aug. 1900 bij het rouwfeest ter eere van Nietzsche door uitnemende mannen gesproken werd.„Zijn leven,” zei Dr. Ernst Horneffer, „werd de groote school van onafhankelijkheid voor alle tijden.” Men vraagt verbaasd: hoe? „Hij brak iederen brug achter zich af,”d.w.z.scheurde zich eerst van Schopenhauer, toen van Wagner los „en werd zoo een figuur als men heden elders niet te aanschouwen krijgt: een kluizenaar naar den geest. De trotsche koning in het rijk van het onzinnelijke is niet dood; bij hem vergeleken zijn wij, die om zijn lijkbaar staan, schimmen; ik zie hem hoog oprijzen uit zijn graf; aan zijne voeten werpt zich de wereld.”Een ander redenaar, Prof. Dr. Curt Breysig zeide: „Nietzscheheeft een nieuw proza geschapen voor onzen nieuwen tijd, die aan de marmeren plastiek van Goethe niet meer genoeg heeft.….. Hij is de ziener, die aan de door Comte gestichte wetenschap der maatschappij nieuwe gedachten van wijde strekking heeft toegevoerd. Ook waar hij dwaalt in de détails, zoodat wij hem moeten bestrijden, staat hij toch boven ons, en trekt ons omhoog.….. Hij is de wegwijzer naar een nieuwe toekomst voor ons geslacht. Slechts Buddha, Zarathustra en Jezus hebben even groote dingen gewild en bereikt voor geheele groepen van volken en voor aeonen.” Zijn ideaal is niet „het slappe geluk, dat door toewijding en aaneensluiting der menschen in staat en maatschappij verkregen wordt,” maar juist „het tegendeel” van wat door Christus werd gewild. „Enkele goddelijke menschen, die geheel op eigen voeten staan en om hun heerlijke onafhankelijkheid van alles, ook van den zinnenlust, waard zijn vergood te worden en de vereering te ontvangen, welke tot dusver aan den almachtigen Christengod werd bewezen: ziedaar het doel van het bestaan van ons geslacht, de reden waarom wij tot het levenJAmoeten zeggen en ons verblijden over de „eeuwige wederkomst” op aarde.”Het is verkwikkend, na zulke buitensporigheden te hebben aangehoord, met het kalme, bezonnen boek van Prof. Lichtenberger kennis te maken. Lichtenberger werft geen adepten voor Nietzsche; door zijne onpartijdige beschouwingen bevrijdt hij eer hen, die reeds gevangen zijn. Uit de keuze van het motto voor zijn boek blijkt terstond, dat Lichtenberger er in geslaagd is de parel van blijvende waarde uit de geschriften van Nietzsche op te visschen. Dat motto, aan Meister Eckhard ontleend, luidt aldus: „Das schnellste Thier, das euch trägt zur Vollkommenheit, ist Leiden.” Welnu, dezelfde gedachte keert telkens bij Nietzsche terug. Hij is er van overtuigd, dat de mensch zonder tegenspoed en ellende zijn hooge bestemming niet bereiken kan.Het leven is een leelijk geschenk, waarvan de verstandige mensch liefst verschoond zou blijven, want er valt niet van te genieten. Zoo klaagt de genotzuchtige Schopenhauer. Alsof er geen hooger maatstaf dan lust denkbaar ware! Nietzsche verdedigt het leven en ook het lijden, dat het leven met zich brengt. „Weet gij niet,” roept hij uit, „dat enkel de tucht van het leed, van hetgrooteleed, de menschentot dusver omhoog heeft gebeurd? Het bepaalt bijna den rang van een mensch, hoe diep hij lijden kan.”Als een fiere held droeg Nietzsche zijn eigen langdurig en dikwijls zwaar lijden, omdat hij waardeerde wat in het leven groot en machtig, wat verheffend is. Hij had van den mensch een hoogen dunk en wilde dat het leven zich in de hoogte zou bouwen, van trap tot trap stijgen tot het heerlijk bestaan van den „bovenmensch.” Hij stelde zich voor, dat de vuile en harde slavenarbeid van duizenden steeds onontbeerlijk zou zijn en dat er niet licht een tijd zou komen, waarin allen alle vruchten der beschaving zouden plukken, maar troostte zich dan met de gedachte, dat een volk de omweg is, dien de natuur neemt om enkele koninklijke figuren voort te brengen.De lectuur van Nietzsche heeft, vrees ik, velen in de laatste jaren op een dwaalspoor gebracht. Kwajongens lezen bij hem van „kuddedieren” en wanen zich genieën, als ze dien term overnemen en met minachting op den nijveren burger neerzien. Ook wekt het grof misverstand als Nietzsche zegt: handel volgens uwe instinkten. Zeker, zoo te handelen is het volle en gezonde leven, maar enkel dán, als de instinkten gezond zijn, niet, als zij een moeder verlokken om met haar minnaar huis en kroost te ontvluchten. Nietzsche’s bewondering voor Cesare Borgia is zelfmisleiding: schoonheid, levensvreugde en kracht zonder een zweem van goedheid zijn voor iemand met een fijn besnaard gemoed eer een huiveringwekkend dan een aantrekkelijk schouwspel. Maar het is niet noodig Nietzsche tegen te spreken, daar hij op al deze punten zich zelf reeds heeft weerlegd en zijn geschriften naast het gif bijna overal het tegengif behelzen. Bij nauwkeurige vergelijking blijkt het, dat de immoralist, zooals Nietzsche dat wil zijn, op de keper beschouwd een man van den plicht is. Uit medelijden, om de „Gesammtentartung” te voorkomen, verwerpt hij de thans geijkte soort van medelijden.Van Nietzsche’s „Uebermensch” heeft Hartmann gezegd, dat hij niet ten dienste der menschheid werkt, maar, aan den beer van een menagerie gelijk, er enkel is om te toonen hoe verbazend groot hij is. Mag ik vragen of Hartmann ter wille der menschheid de philosofie beoefent, dan wel om aan zijn eigen intellectueele behoefte te voldoen? Laat mij hier herhalen wat ik vroeger reeds in een geschrift over Nietzsche zei: „De menschheid verstaat haar weldoenersverkeerd. Genie is opgegaarde kracht, welke zich ontladenmoet:zij stroomt naar buiten, omdat het haar natuur is zich in daden om te zetten, niet omdat het zedelijke plicht is. Dat de gewrochten van het genie aan de menschheid ten goede komen, is een buitenkans, waarover men zich verheugen mag, maar die niet door een Shakespeare of Rafael bedoeld wordt, als zij hunne heerlijke kunstgewrochten tot stand brengen.” (Mannen van Beteekenis. 1894 Afl. 5). Nietzsche’s „Uebermensch” is de hoog begaafde, de ongewone persoonlijkheid, die niet door de massa getrokken wordt, maar haar tot zich omhoog trekt.Zeker, Nietzsche’s geschriften zijn gevaarlijk voor den onmondige naar den geest, maar werken als een versterkend staalbad voor hem die weet te onderscheiden.Daarenboven kan men thans op ongevaarlijke wijze met Nietzsche kennis maken, door Lichtenberger’s boek daartoe in staat gesteld.VAN DER WIJCK.Utrecht, Januari 1903.
Dr. Möbius spreekt in zijn geschrift over Nietzsche van diens vreemd ooglijden en dementia paralytica op een toon, die doet vermoeden, dat volgens den genoemden arts Nietzsche misschien niet ten allen tijde het etherisch, zuiver geestelijk wezen is geweest als hoedanig hij door zijne zuster en ook door Prof. Lichtenberger op de elfde bladzijde van het hier bijgaande boek wordt afgeschilderd. Ook valt het te betwijfelen of een man zonder andere blakende passie dan die voor waarheid, zulke vlammende woorden en onvergelijkelijk schoone beelden voor zijne gedachten zou hebben gevonden als waarover Nietzsche steeds heeft beschikt. Neen, waarschijnlijk wist Nietzsche bij eigen ervaring wat „disharmonie der instinkten” beteekent en hoe zij, zooals hij het zelf zegt, „een ijzeren druk, besnijding van sommige onder hen noodig maakt.”
In alle andere opzichten is Lichtenberger, naar ik meen, er in geslaagd zich van overdrijving vrij te houden. Dit is voorwaar geen geringe lofspraak. Om er zich van te overtuigen, hoore men hoe erop25 Aug. 1900 bij het rouwfeest ter eere van Nietzsche door uitnemende mannen gesproken werd.
„Zijn leven,” zei Dr. Ernst Horneffer, „werd de groote school van onafhankelijkheid voor alle tijden.” Men vraagt verbaasd: hoe? „Hij brak iederen brug achter zich af,”d.w.z.scheurde zich eerst van Schopenhauer, toen van Wagner los „en werd zoo een figuur als men heden elders niet te aanschouwen krijgt: een kluizenaar naar den geest. De trotsche koning in het rijk van het onzinnelijke is niet dood; bij hem vergeleken zijn wij, die om zijn lijkbaar staan, schimmen; ik zie hem hoog oprijzen uit zijn graf; aan zijne voeten werpt zich de wereld.”
Een ander redenaar, Prof. Dr. Curt Breysig zeide: „Nietzscheheeft een nieuw proza geschapen voor onzen nieuwen tijd, die aan de marmeren plastiek van Goethe niet meer genoeg heeft.….. Hij is de ziener, die aan de door Comte gestichte wetenschap der maatschappij nieuwe gedachten van wijde strekking heeft toegevoerd. Ook waar hij dwaalt in de détails, zoodat wij hem moeten bestrijden, staat hij toch boven ons, en trekt ons omhoog.….. Hij is de wegwijzer naar een nieuwe toekomst voor ons geslacht. Slechts Buddha, Zarathustra en Jezus hebben even groote dingen gewild en bereikt voor geheele groepen van volken en voor aeonen.” Zijn ideaal is niet „het slappe geluk, dat door toewijding en aaneensluiting der menschen in staat en maatschappij verkregen wordt,” maar juist „het tegendeel” van wat door Christus werd gewild. „Enkele goddelijke menschen, die geheel op eigen voeten staan en om hun heerlijke onafhankelijkheid van alles, ook van den zinnenlust, waard zijn vergood te worden en de vereering te ontvangen, welke tot dusver aan den almachtigen Christengod werd bewezen: ziedaar het doel van het bestaan van ons geslacht, de reden waarom wij tot het levenJAmoeten zeggen en ons verblijden over de „eeuwige wederkomst” op aarde.”
Het is verkwikkend, na zulke buitensporigheden te hebben aangehoord, met het kalme, bezonnen boek van Prof. Lichtenberger kennis te maken. Lichtenberger werft geen adepten voor Nietzsche; door zijne onpartijdige beschouwingen bevrijdt hij eer hen, die reeds gevangen zijn. Uit de keuze van het motto voor zijn boek blijkt terstond, dat Lichtenberger er in geslaagd is de parel van blijvende waarde uit de geschriften van Nietzsche op te visschen. Dat motto, aan Meister Eckhard ontleend, luidt aldus: „Das schnellste Thier, das euch trägt zur Vollkommenheit, ist Leiden.” Welnu, dezelfde gedachte keert telkens bij Nietzsche terug. Hij is er van overtuigd, dat de mensch zonder tegenspoed en ellende zijn hooge bestemming niet bereiken kan.
Het leven is een leelijk geschenk, waarvan de verstandige mensch liefst verschoond zou blijven, want er valt niet van te genieten. Zoo klaagt de genotzuchtige Schopenhauer. Alsof er geen hooger maatstaf dan lust denkbaar ware! Nietzsche verdedigt het leven en ook het lijden, dat het leven met zich brengt. „Weet gij niet,” roept hij uit, „dat enkel de tucht van het leed, van hetgrooteleed, de menschentot dusver omhoog heeft gebeurd? Het bepaalt bijna den rang van een mensch, hoe diep hij lijden kan.”
Als een fiere held droeg Nietzsche zijn eigen langdurig en dikwijls zwaar lijden, omdat hij waardeerde wat in het leven groot en machtig, wat verheffend is. Hij had van den mensch een hoogen dunk en wilde dat het leven zich in de hoogte zou bouwen, van trap tot trap stijgen tot het heerlijk bestaan van den „bovenmensch.” Hij stelde zich voor, dat de vuile en harde slavenarbeid van duizenden steeds onontbeerlijk zou zijn en dat er niet licht een tijd zou komen, waarin allen alle vruchten der beschaving zouden plukken, maar troostte zich dan met de gedachte, dat een volk de omweg is, dien de natuur neemt om enkele koninklijke figuren voort te brengen.
De lectuur van Nietzsche heeft, vrees ik, velen in de laatste jaren op een dwaalspoor gebracht. Kwajongens lezen bij hem van „kuddedieren” en wanen zich genieën, als ze dien term overnemen en met minachting op den nijveren burger neerzien. Ook wekt het grof misverstand als Nietzsche zegt: handel volgens uwe instinkten. Zeker, zoo te handelen is het volle en gezonde leven, maar enkel dán, als de instinkten gezond zijn, niet, als zij een moeder verlokken om met haar minnaar huis en kroost te ontvluchten. Nietzsche’s bewondering voor Cesare Borgia is zelfmisleiding: schoonheid, levensvreugde en kracht zonder een zweem van goedheid zijn voor iemand met een fijn besnaard gemoed eer een huiveringwekkend dan een aantrekkelijk schouwspel. Maar het is niet noodig Nietzsche tegen te spreken, daar hij op al deze punten zich zelf reeds heeft weerlegd en zijn geschriften naast het gif bijna overal het tegengif behelzen. Bij nauwkeurige vergelijking blijkt het, dat de immoralist, zooals Nietzsche dat wil zijn, op de keper beschouwd een man van den plicht is. Uit medelijden, om de „Gesammtentartung” te voorkomen, verwerpt hij de thans geijkte soort van medelijden.
Van Nietzsche’s „Uebermensch” heeft Hartmann gezegd, dat hij niet ten dienste der menschheid werkt, maar, aan den beer van een menagerie gelijk, er enkel is om te toonen hoe verbazend groot hij is. Mag ik vragen of Hartmann ter wille der menschheid de philosofie beoefent, dan wel om aan zijn eigen intellectueele behoefte te voldoen? Laat mij hier herhalen wat ik vroeger reeds in een geschrift over Nietzsche zei: „De menschheid verstaat haar weldoenersverkeerd. Genie is opgegaarde kracht, welke zich ontladenmoet:zij stroomt naar buiten, omdat het haar natuur is zich in daden om te zetten, niet omdat het zedelijke plicht is. Dat de gewrochten van het genie aan de menschheid ten goede komen, is een buitenkans, waarover men zich verheugen mag, maar die niet door een Shakespeare of Rafael bedoeld wordt, als zij hunne heerlijke kunstgewrochten tot stand brengen.” (Mannen van Beteekenis. 1894 Afl. 5). Nietzsche’s „Uebermensch” is de hoog begaafde, de ongewone persoonlijkheid, die niet door de massa getrokken wordt, maar haar tot zich omhoog trekt.
Zeker, Nietzsche’s geschriften zijn gevaarlijk voor den onmondige naar den geest, maar werken als een versterkend staalbad voor hem die weet te onderscheiden.
Daarenboven kan men thans op ongevaarlijke wijze met Nietzsche kennis maken, door Lichtenberger’s boek daartoe in staat gesteld.
VAN DER WIJCK.
Utrecht, Januari 1903.