Chapter 3

Turksche kinderen, die naar de markt geweest zijn.Turksche kinderen, die naar de markt geweest zijn.Een klein half uurtje rijden door den pas bracht ons naar een werkelijk redelijk groot plekje vlak land in het dal, waar een dorp lag. Het was Niegus, de zetel der familie van den regeerenden vorst Nicolaas, de tegenwoordige heerscher van Montenegro, geboren in een gebouwtje als een schuur, dat, naar ons werd verteld, hem thans nog dient als jachthuisje. Het dorp gelijkt op de dorpen in de armste streken van Ierland, en de hutten hebben juist zulke gaten voor vensters, maar zien er netter uit, en de meeste hebben steenen of pannen daken. Vlak boven het dorp rijst een piek van 6000 voet omhoog, met sneeuw bedekt toen wij er waren.Een aardige herberg is onlangs geopend te Niegus door een Montenegrijn. Dat is het huis Halfweg, waar het gewoonte is, een uur stil te houden in het heengaan of op den terugweg, om te ontbijten en de paarden te voederen en te drenken. De eigenaar, een knappe man in montenegrijnsche kleeding, kwam naar buiten, om ons te verwelkomen. Iemand in Dalmatië had ons verteld, dat we hier niets te eten konden krijgen, en dus hadden we den gegeven raad gevolgd en hadden ons lunch meegenomen. De eigenaar scheen daar niet op te letten; maar hij glimlachte toen wij hem de reden meedeelden, verklarend dat hij altijd in staat was, voor kleine gezelschappen een lunch aan te richten. Hij sprak uitstekend Fransch, dat hij, naar hij zei, in Marseille had geleerd. Hij had veel gereisd, vertelde hij ons, maar was nu naar Montenegro teruggekeerd, om er te blijven. Niegus leek een sombere plaats om te wonen voor een bereisd man, en we waagden hem te vragen, of hij er de voorkeur aan gaf boven elke andere plek, die hij aanschouwd had. Hij glimlachte flauwtjes en antwoordde: “Chacun préfère sa patrie.”Tegenover ons waren, terwijl we in de veranda zaten, twee zeer kleine ossen aan het ploegen van een veldje. De ploeger, een statige Montenegrijn, zag er vreemd uit bij zijn miniem spannetje. We hadden een kodak steeds bij de hand en wilden wel graag iets montenegrijnsch snappen, en zie, plotseling verschenen er vijf vuile jongens, die op een rij gingen staan, stijf van aandacht, in afwachting van te worden gekiekt. Om hen niet teleur te stellen, namen wij de groep en hadden er pret in, want ze schenen de zaak heel gewoon te vinden! Voor hoeveel reizigers moeten ze al niet hebben geposeerd, dat ze zoo vertrouwd zijn geworden met het gephotografeerd worden.De paarden hadden nu te eten en te drinken gehad, en die wonderlijke dieren waren al weer klaar na den langen trek van vijftien mijlen omhoog, omeen nieuwe vijftien mijlen af te leggen, bergop en bergaf. Onder het verder rijden zagen we bouwland aan alle kanten, maar in stukjes en brokjes, overal waar maar wat losse aarde was te vinden. Hier schuilt er geen overdrijving in, als men zegt, dat ieder duimbreed gronds bebouwd is en dat elk centimetertje van moeder Aarde met zorg gekoesterd en op prijs gesteld wordt.Een Bosnische Turk met zijn zoon.Een Bosnische Turk met zijn zoon.Wij stegen nog, en de lucht werd reeds koeler. Toen we boven waren, hield het rijtuig stil bij een montenegrijnsche hut, waar een vrouw ons turksche koffie schonk tegen een stuiver per hoofd. We hadden den top van den pas bereikt.Den hoek omslaand bij het dalen, kregen we den aanblik van een typisch montenegrijnsch landschap van de meest woeste soort. Wij zagen neer op een wijde zee van rotsen, waar de eene golf na de andere zich voor ons ontrolde, eindeloos ver tot aan den horizon, een labyrinth van rotsen, grijs en strak, met niets levends in zicht en geen geluid om de eeuwige stilte te breken. Het tooneel was afgrijselijk van troosteloosheid. Vreemd genoeg, gevoelden wij, toen de eerste verrassing voorbij was, iets als opgewektheid in plaats van neerslachtigheid, want de lucht was als champagne. Een half uur van snel dalen langs den weg bracht ons in het gezicht van het dal, aan welks uiteinde Cettinje ligt. Het dal is lang en breed en vlak, en de breede witte weg komt er binnen aan het verste einde, er recht door gaande met één scherpe bocht. Er is hier overvloed van bebouwd land, en de velden zijn goed van grootte. Als ooit Cettinje uitbreidingsplannen mocht krijgen, zal er plaats in overvloed wezen.Veemarkt in Serajewo.Veemarkt in Serajewo.Wij stapten af aan het Grand Hotel, zes-en-een half uur na Cattaro te hebben verlaten. De hoofdstraat, die ongeveer 150 ellen lang is, omvat zoowat twee derden van de stad. Het is een zonderlinge straat, zoo breed, dat het mogelijk zou zijn er drie of vier rijtuigen naast elkaar door te laten rijden. Er staan alleen huisjes van één of twee verdiepingen, alle ongelijk geschilderd, nu een grijs, dan een blauw of groen, nooit twee naast elkaar van dezelfde tint. Een paar korte straten slaan rechthoekig af, en daar vindt men alles, wat niet te vinden is in de hoofdstraat. Het Grand Hotel staat aan het einde, en doet de kleine plaats alle eer aan; er is een keuken, waar een fransche chef den schepter zwaait.Als men de stad binnengaat, treftmenlinks een mooie villa op haar eigen terrein; dat is de Oostenrijksche ambassade; aan den rand der stad aan den anderen kant zijn de noggrootere en mooieregebouwen van het russische gezantschap. Die ambassades van de beide Grootmachten staan daar als twee wachthonden, elk met één oog op den ander gevestigd en het been tusschen zich in.Met het oog op dat kleine hoofdstadje en den barren, woestijnachtigen grond, die een groot deel van het land beslaat, is de waarde van het been, waar de strijd om gaat, niet dadelijk duidelijk, maar een wandeling door Cettinje brengt die spoedig aan den dag. Ieder man is een geboren soldaat. Men kan het in zijn oogen lezen, in zijn onafhankelijke houding en in de gewoonte van de wapens te dragen, want bijna ieder volwassene heeft een pistool in den gordel, enkelen zelfs een heel arsenaal van wapens. Dit is een prachtig contingent in oorlogstijd, waarvan Rusland de waarde al eens heeft beproefd, welke waarde opnieuw zal blijken in dien niet zoo ver verwijderden tijd, als de lang verschoven quaestie van het dichtbijzijnde Oosten beslist moet worden.Er is voor den gewonen toerist niet veel in Cettinje te zien. De vorst bewoont een bescheiden, chocoladekleurig gebouw, met wit afgezet, waar niet veel open grond bij behoort. Er is een oud klooster in de buurt,waarvan de fondamenten gelegd zijn omstreeks den tijd van Willem den Veroveraar. Ofschoon het tweemaal verwoest werd door de invallen van de Mohammedanen, heeft het tegenwoordig gebouw den respectabelen ouderdom bereikt van zoowat zeshonderd jaren. De belangrijkheid ligt meer in de historische betrekkingen dan in de architectonische verdiensten. De graftomben en de graven van de koninklijke familie zijn er in de nabijheid.Tegenover het klooster ligt het Biljardpaleis, een laag, wit, steenen gebouw, dat haast niet den naam van paleis verdient. Toch was het vroeger het paleis van den vorst, maar is nu dat van den Bisschop en dankt zijn naam aan het feit, dat de voornaamste kamer, die het bevat en waar de regeerende vorst zijn recepties hield, indertijd een biljard bezat.Een steenworp verder is het arsenaal, dat enkele curiositeiten en herinneringen heeft van de oorlogen der Montenegrijnen tegen de Turken. Dan volgt de gevangenis, merkwaardig omdat ze bestuurd wordt naar een stelsel, dat zoo geheel verschilt van het gewone. De gevangenen dragen geen gevangenkleeding en worden behandeld als een troep ongevaarlijke krankzinnigen, wien men eenigen dwang moet opleggen, om overlast van het publiek te voorkomen. De eenige aanwijzing van het feit, dat het gevangenen zijn, is dat ze ketenen aan de beenen hebben. Ze mogen nu en dan wat wandelen buiten de muren der gevangenis onder de hoede van een enkelen bewaker, bij welke gelegenheid een menigte van vrienden en verwanten vrij met hen mogen praten. Inderdaad is het dan moeilijk, de gevangenen van hun vrienden te onderscheiden. Op het eerste gezicht schijnt het verrassend, dat er niet meer ontvluchtingen plaats hebben in die omstandigheden. Maar de gevangenisautoriteiten weten wel, wat ze doen, want waar zou een ontvluchte montenegrijnsche misdadiger zich verbergen? Hij moet wel ontdekt worden in zijn eigen land, en elders zou zijn nationaliteit, zoo niet zijn eigenaardige kleederdracht hem tot een aangewezen persoon maken. De misdaden of liever de redenen tot opsluiting stonden bijna zonder onderscheid in verband met vechten en met de gevolgen van wraaknemingen.Canalesische vrouwen in nationaal kostuum.Canalesische vrouwen in nationaal kostuum.De schouwburg, een gebouw, dat ter herinnering aan den overleden Vorst is gebouwd en het marktplein zijn de verdere merkwaardigheden. Voor den gewonen kijkenden toerist mag dat weinig lijken, maar voor den reiziger, die weet te waardeeren, is een bezoek aan Montenegro zeer belangwekkend, want hier bloeien nog alle primitieve deugden en een arcadische eenvoud, die elders in het beschaafde Europa niet meer zijn te vinden, zeker in het geheel niet in een europeesche hoofdstad. De groote aantrekkelijkheid van Montenegro vormt het volk, een prachtig ras, goed gebouwd, knap, openhartig, beleefd, zonder kruipend te zijn en nog hechtend aan de gevoelens van eer uit den ouden tijd. Het land is nu nog niet bedorven door de beschaving; het heeft geen sociale quaestie en heeft geen dieven noch geldleeners; ook wordt het nog niet verduisterd door de schaduw van het geldbejag.Maar de Montenegrijn mist de schaduwzijden van zijn deugden niet. Of het is toe te schrijven aan zijn omgeving of zijn opleiding of een andere oorzaak, hij houdt niet van werken. Hij voert niets uit, maar hij is lui met gratie. Het is onmogelijk te gelooven, als men het niet heeft gezien, met wat een statigen, deftigen gang de mannen uit Cettinje om vijfuur in den namiddag hun hoofdstraat afwandelen, langzaam stappend vol majesteit en pratend, niet opgewonden, zooals de mannen doen van alle omringende landen, maar ernstig, kalm, van ganscher harte, als een volk, dat een groot werk zich ziet toevertrouwd.Zonder twijfel dragen die schitterende kleederdrachten, die ze hebben, er veel toe bij, hen aantrekkelijk te maken. Het land is echter ook niet zonder bekoring. Het is niet enkel een land van rotsen, maar in het Zuiden is het vruchtbaar, goed bebouwd en groen, ook al niet minder aantrekkelijk dan deelen van Zuid-Frankrijk en Italië. Een wandeling van omstreeks veertig minuten van Cettinje naar een plek, die Bella Vista heet, op den weg naar Rjeka en Skutari stelt den reiziger spoedig daarvan op de hoogte. Van dat punt is het uitzicht prachtig en breidt zich uit over een hoek van Zuid-Montenegro naar het meer van Skutari, dat glinstert in het zonlicht en verder naar de met sneeuw bedekte bergen van Albanië, half verborgen in den nevel.Ongelukkig was onze tijd te kort in Montenegro, al haastten we ons niet zooveel als de meeste bezoekers. Maar het gemakkelijke uitstapje naar het meer van Skutari, waarbij we onderweg veel van het zuiden van Macedonië zagen, was de moeite waard, zoodat we blij waren, het te hebben gedaan. Van Cettinje naar Rjeka is een rit van vijf uren; daar komt een stoombootje tweemaal in de week en brengt de passagiers naar den mond der rivier van Rjeka en dan naar Skutari, de hoofdstad van Turksch Albanië, dat in één dag te bereiken is. Van Skutari kan men in de terugreis afwisseling brengen door naar Antivari te stoomen, een der onlangs door Montenegro verkregen havens, van waar men met de stoombooten der Oostenrijksche Lloyd naar elk willekeurig punt van de Adriatische Zee of van de Middellandsche Zee kan gaan, als men niet wenscht door Montenegro terug te keeren. Dit Rjekadal wordt door de geologen geacht in vroeger tijden een haven als een fjord te zijn geweest, en het meer van Skutari moet in dien tijd een baai van de Adriatische Zee zijn geweest.Een ander gemakkelijk ritje van Cettinje uit is naar Niksic, belangrijk door het feit, dat het de eenige stad in Montenegro is, die iets aan nijverheid doet. De tegenwoordige vorst bouwt er zich een paleis, en men zegt, dat hij er zijn hoofdstad heen verplaatsen wil.Te Niksic brouwen ze een wezenlijk uitmuntend bier, dat onder onze aandacht werd gebracht door den majoor van de vorstelijke lijfwacht, een Montenegrijn, die in Italië zijn opvoeding had genoten, zooals met zooveel Montenegrijnen in dezen tijd het geval is. Deze officier kon wel Italiaansch spreken, maar geen Duitsch. Inderdaad doen weinig Montenegrijnen aan de studie van het Duitsch. Ze houden niet van Oostenrijk, en er is zeer weinig verkeer tusschen Montenegro en de aangrenzende oostenrijksche landen. Nu en dan zijn er ernstige grensquaesties en twisten tusschen weerspannige Montenegrijnen en oostenrijksche ambtenaren. Toch mag Montenegro Oostenrijk wel op prijs stellen, want het groote land schenkt aan den vorst jaarlijks een ruime subsidie als erkenning van de uitstekende diensten, welke hij aan de zaak des vredes en der beschaving heeft bewezen door het in toom houden van zijn woelige onderdanen.Veertig of vijftig jaar geleden schenen de Montenegrijnen de eigenschappen te vertoonen van de schotsche Hooglanders, toen ze een eeuw geleden haast allen struikroovers waren. De toen verkregen reputatie is hun bijgebleven, en zelfs thans is nog niet algemeen erkend in Europa, dat Montenegro een veilig land is, even veilig voor den reiziger als welk europeesch land ook.Montenegro en de inwoners van het land zijn aan hun heerschers veel verplicht voor hun welvaart. De tegenwoordige vorst is een waardige opvolger van de regeerders, die hem zijn voorgegaan. In de vijf-en-veertig jaren van zijn regeering heeft hij met de hulp van Rusland en in dank voor militaire hulp en tevens door de goede diensten van Gladstone veel grondgebied verworven, o. a. de havens Dulcigno en Antivari. Vorst Nicolaas heeft Montenegro tot een staat van beteekenis verheven ten gevolge van de huwelijken zijner dochters, de eene de tegenwoordige koningin van Italië, en de andere de vrouw van een russischen groothertog. De Montenegrijnen, met wie wij een onderhoud hadden, waren allen zeer terneergeslagen bij het hooren van de japansche overwinningen. Maar ze zeiden: “Wacht maar, tot er gevechten te land worden gevoerd, en Japan zal wat anders zien gebeuren.” Naar aanleiding hiervan werd ons een geschiedenis verteld. De vorst ontving een telegram, dat de eerste japansche overwinning te land berichtte, juist vóór een maaltijd, waar de britsche en russische gezanten beiden zijn gasten waren. Na het te hebben ingezien, gaf hij het telegram rond. Toen het den russischen gezant bereikte, zag die maar even de woorden in. “O, een telegram van Reuter,” merkte hij op. “In St. Petersburg hebben we een anderen naam voor nieuws uit die bron.”Daar Reuter een engelsch telegraafagentschap is, was die opmerking niet bepaald beleefd tegenover onzen vertegenwoordiger. Het was daarom een groote voldoening, toen later op dienzelfden avond de vorst een tweede depêche ontving, die afkomstig was uit een bron, die de Russen niet konden laken, welk telegram de eerste tijding niet enkel bevestigde, maar toonde, dat de uitslag van het gevecht nog noodlottiger voor de Russen was geweest, dan Reuter het had voorgesteld.De bevolking van Montenegro is 240,000 zielen groot, en het leger bedraagt een zesde van het geheel, zoodat alle volwassen mannen er ongeveer toe moeten behooren.De sympathieën van de Montenegrijnen zijn altijd geweest bij hun landgenooten en geloofsgenooten in de landen er omheen. Bij den opstand van Herzegowina van 1875 hielpen ze de opstandelingen tegen de Turken. Later, toen de Oostenrijkers Bosnië en Herzegowina bezetten en moeite hadden met gewapende benden, die rondtrokken, gingen de gevoelens van de Montenegrijnen uit naar die heidukken, zooals ze werden genoemd. Een bende van dien aard bestond in de wildernissen van Herzegowina tot slechts weinige jaren geleden. Aanhoudende achtervolging door de oostenrijksche politie had ze sterk verminderd; eender laatste aanvoerders werd ten laatste doodgeschoten en een ander zocht een schuilplaats op montenegrijnsch grondgebied. Hier werd hij ziek en werd naar een montenegrijnsch hospitaal gebracht. Er werd een prijs op zijn hoofd gesteld door de oostenrijksche regeering, waardoor een ondernemende Herzegowinees, vroeger benadeeld door den heiduk, in verzoeking werd gebracht. Hij ging naar Montenegro en, ziekte voorwendend, werd hij naar hetzelfde hospitaal vervoerd. Hij raakte op vertrouwelijken voet met den heiduk en wist dien op die manier naar een stil plekje te lokken en hem daar te dooden. Zijn slachtoffer het hoofd afslaand, trok hij daarmee naar de oostenrijksche grens, maar ongelukkig voor hem, werd het lijk ontdekt, en de schuldige werd ingehaald en gedood door Montenegrijnen; het hoofd van den heiduk werd nooit aan de oostenrijksche autoriteiten uitgeleverd.Gaarne zouden wij langer hebben vertoefd in dit bergachtige Arcadië, en met spijt maakten we onze toebereidselen voor den terugkeer naar het land der Philistijnen. Op den terugrit waren wij in de gelegenheid, de woeste natuur van de Lovcenbergketen te bewonderen, daar we een prachtigen dag hadden.Terwijl we de menschen en de paarden te Niegus zich lieten verkwikken, luisterden wij naar de muziek van een montenegrijnschen doedelzak, een zeer klein instrument, vergeleken bij dat van de schotsche Hooglanders. We zagen jong Montenegro uit de dorpsschool komen met heldere, knappe gezichtjes. Er waren geen kleine meisjes. Onze oude kennis, de waard, vertelde ons echter, dat er een meisjesschool was te Cettinje, gesticht door een russische aartshertogin. De vreemde taal, die in die school werd onderwezen, was, naar hij vertelde, het Fransch.Maar al te spoedig verwisselden wij de champagnelucht van de hoogten voor het flauwer artikel van dien aard uit de vlakte beneden. Die heerlijke lucht zal nog eenmaal Montenegro’s fortuin maken. Er is geen twijfel aan, of deze hooglanden met hun gezonde lucht en hun opwekkende atmosfeer in de rustige omgeving, zouden zeer heilzaam werken op personen, die aan nervositeit lijden of overspanning, en ze zullen zeker geëxploiteerd worden voor een sanatorium.Daar onze stoomboot van de Oostenrijksche Lloyd niet dan op den middag Cattaro zou verlaten, trachtten we een klein bootje te vinden, waarin we naar Castelnuovo zouden kunnen varen, om daar de stoomboot te vinden. Maar er was geen bootje te krijgen, en we verspeelden onzen morgen in het tuincafé op de pier, klagend, dat zulk een mooi water, geschikt voor bootje varen, visschen, zeilen, baden en dergelijke vermaken, weggeworpen zou wezen voor menschen die het niet op prijs weten te stellen. Een handjevol gemiddeld welvarende Engelschen, wonend te Castelnuovo, zou dit alles veranderen en het zou de bevolking inwijden in het gebruik maken van de natuurlijke voordeelen van hun woonplaats. Castelnuovo is een uitmuntend uitgangspunt voor uitstapjes per stoomboot naar de havens van Zuid-Montenegro en Albanië, naar Korfoe en Bari in Italië, zoowel als naar de beter bekende plaatsen aan Adriatische en Middellandsche Zee.De Careva Dzamia of Sultans moskee in Serajewo.De Careva Dzamia of Sultans moskee inSerajewo.De straten van Ragusa en de kade te Gravosa zijn geschikt om studies over de kleederdracht te maken. Daar trekken vooral de aandacht de vrouwen uit Canalesi, een streek, waar ze nog een schilderachtig sneeuwwit hoofddeksel dragen, wijd uitstaande en zeer flatteerend. De kleeding van de vrouwen uit Zuid-Herzegowina, die men hier vaak ontmoet, is ook aantrekkelijk en sprekend van kleur, merkwaardig om de dikke, thuis geweven, gekleurde boezelaars, terwijl de draagsters er meestal bijzonder goed uitzien.Gedurende ons verblijf in Dalmatië was het nu gaandeweg half Mei geworden, en daar Ragusa met de haven Gravosa zoetjesaan te warm werd, vonden wij dat het tijd werd, ons naar hooger gelegen plaatsen te begeven. Wij besloten met Mostar te beginnen en daar met den middagtrein heen te gaan. Aangezien de staatsspoorweg niet heel ruim in haar materiaal zit, volgden wij het voorbeeld van de inboorlingen en waren aan het station een half uur vóór het vastgestelde uur van vertrek, ten einde plaatsen aan een der ramen te krijgen en dus wat van het landschap te kunnen zien.Na Ombla te zijn voorbijgegaan, begon de stijging van den weg, die langs Brgat en Uskoplje gaat en een echt Karstkarakter draagt. Het zijn nauwe dalen, gescheiden door kale kalkbergen, die soms de grilligste vormen vertoonen, een steenachtig, onvriendelijk land. Eerst na Popovo Polje, waar belangwekkende oude monumenten moeten zijn en antieke graven, begint het land van aanzien te veranderen. Een riviertje stroomde langs den spoorweg en scheen met ons in snelheid te willen wedijveren op zijn weg naar de Narenta door lachende velden met haver en boomgaarden van kersenboomen, waar de boeren aan het werk waren. Gabela, dat we omstreeks zes uur in den avond bereikten; het kruispunt met de lijn naar Metkovic, zou hebben kunnen liggen in een dal in Kaschmir, zoo bekoorlijk was er het landschap, dat vooral veel van zijn bekoring ontleende aan de Narenta, die hier al een groote rivier is.De bedding vernauwt zich verderop en de Narenta begint dan onstuimig te doen, vormt watervallen en wisselt die af met ondiepe plaatsen. De oevers zijn met plantengroei bekleed en er staan ook mooie boomen. Buna ligt te midden van vruchtbare, golvende landerijen, en zoo komen wij in het vruchtbare dal, waar Mostar het middelpunt van vormt.Vrouw uit Herzegowina.Vrouw uit Herzegowina.Het was een prettige aanblik, dat Mostar zich nog als een karakteristiek oostersch stadje voordoet, nog niet bedorven door de europeesche beschaving. Natuurlijk is Mostar een turksche stad, daar Herzegowina een integreerend deel is van het gebied van den sultan1, maar wij hadden verwacht dat de servische bevolking, van het turksche juk bevrijd, hun oostersche gewoonten en kleeding zouden hebben afgelegd en Europeanen zouden zijn geworden. We vergaten dat veranderingen langzaam gaan in het Oosten. De mohammedaansche zeden zijn diep doorgedrongen en een groot deel der bevolking zal waarschijnlijk er wel altijd trouw aan blijven.De omgeving van Mostar herinnerde ons aan Pendsjab, en het stadje zelf kon best een grensstadje in het Vijfstroomenland aan den bovenloop van den Indus wezen. Steile klippen naderen tot dichtbij aan den eenen kant, en aan den anderen wordt het vruchtbare dal ingesloten door bergen. De Narenta, die van het hoogland komt en die in haar rotsachtige en met steenen bezaaide bedding alle voor liefhebbers van natuurschoon aantrekkelijke eigenschappen behoudt van haar afkomst, verdeelt de stad in twee deelen. Het heldere water in de diepe, steenachtige bedding wordt niet ontsierd door kaden of aanlegplaatsen en over den stroom spant zich de glorie van Mostar, de oude brug, waar de stad naar is genoemd, een sierlijk en schilderachtig bouwwerk, het zij het turksch of romaansch is, wat een nog niet uitgemaakt twistpunt is.Vrouw uit Zuid-Herzegowina in Ragusa.Vrouw uit Zuid-Herzegowina in Ragusa.Mostar is een mooi stadje. Het gezicht van den linkeroever der rivier, die hier gitzwart van kleur is, behalve waar ze, door steenen benauwd, breekt en opspat in sneeuwwit schuim, de eerwaardige brug en de wachttorens, de zonderlinge huizen van turksch model, de oude stad, de minarets, de moskee, de muren van klippen op den achtergrond, dat alles gezien in het stralende licht, vormen een weelde voor het oog.De voornaamste moskee is een goed staaltje van mohammedaanschen bouwtrant. Niet zoo indrukwekkend van uiterlijk als de moskeeën vanSerajewo, is het inwendige smaakvol ontworpen, en met het zachte licht leek het ons een zeer geschikt bedehuis. Toen we het huis bekeken, hadden we gelegenheid de gemeente te zien bij de godsdienstoefening, daar juist de roepstem van den muezzin had weerklonken. Het is een imposant gezicht. Geen houding is beter in staat, het nederige smeeken en de diepe hulde uit te drukken dan de houding, die de Muzelman aanneemt bij het gebed. Daar ze vijfmaal per dag hun gebeden en godsdienstplichten moeten vervullen met de vele kniebuigingen, hebben ze daardoor alleen al veel gymnastiek te doen, wat misschien mee een verklaring is van de athletische houdingen en goedgebouwde lichamen der Mohammedanen, vergeleken bij hun christelijke broederen. Mohammed wist wel wat hij deed, toen hij dezen eeredienst instelde en ook de voorafgaande wasschingen voorschreef, zonder welke, verklaarde hij, het gebed zelfs niet door God zou worden aangehoord. Het gevolg is, dat de Mohammedanen er zindelijker en knapper uitzien dan de meerderheid der Christenen.De bazar van Serajewo.De bazar van Serajewo.Na een kijkje in Mostar gingen we naar een turksch koffiehuis met tuin, over de oude brug, en dronken koffie à la Turque, terwijl muzikanten vroolijke wijsjes speelden, o. a. het servische volkslied en andere servische wijzen met karakteristiek kwijnenden maatgang.Toen keerden we naar het hotel Narenta terug, een geriefelijk modern gebouw, en aten uitstekende Narentaforellen, besproeid door een goeden plaatselijken tafelwijn uit Herzegowina, zittend in de breede veranda van het hotel in een vroolijk gezelschap van oostenrijksche officieren en hun vrouwen, de élite van de stad. Later zaten we nog te praten en vergeleken het werkelijke Oosten met dit Oosten van dichtbij, beide zoo verschillend en toch punten van overeenkomst aanbiedend. In het echte Oosten merken de man van het Westen en de Oosterling weinig van elkander; ze wonen ook meestal afzonderlijk in eigen wijken, en het oostersche leven wordt er min of meer gemaskeerd voor de westersche nieuwsgierigheid, zoodat het vaak verkeerd begrepen wordt. Hier leven het Westen en het Oosten vertrouwelijk naast elkaar. De meerderheid der bevolking is van hetzelfde bloed en spreekt dezelfde taal. Alleen het geloof verschilt. Een juister inzicht in het mohammedaansche karakter, het leven en de gewoonten der Muzelmannen kan men hier in een enkele maand verkrijgen dan door een maand te vertoeven in het ware Oosten.Iemand van ons gezelschap werd in staat gesteld, door te dringen in de geheimzinnigheden van een turkschen harem, toebehoorend aan een hoogen burgerlijken ambtenaar van Mostar, door de vriendelijkheid en onder de persoonlijke leiding van eenige oostenrijksche dames, die in Mostar woonden, en ook zagen ze iets van harems, die behoorden aan de armere klassen der mohammedaansche bevolking.Het was half drie in den namiddag, het warmste gedeelte van den dag, toen de vier dames, een Oostenrijksche, een Slavische en twee Engelschen langzaam zich voortbewogen door de smalle, zondoorgloeide straat en een zijstraat insloegen in een mohammedaansche wijk. Overal zag men mohammedaansche vrouwen, want op die warme uren, van twee tot vijf, als de mannen niet te zien zijn, nemen ze wat beweging en open lucht. Ze waren allen gekleed in het eenige wandeltoilet, dat door het schoone geslacht in Mostar de rigueur wordt geacht, de zonderlingste vermomming, die te bedenken is en die de vormen geheel verbergt.Stel u voor een lange, zeer dikke overjas, veel gelijkend op die van de engelsche soldaten, behalve dat er een hooge kraag op is van bijna een voet hoogte. Dat kleedingstuk wordt over de draagster geworpen, die erin gehuld wordt met hoofd en al; de haak wordt vastgemaakt niet aan den hals, maar vlak onder den neus, zoodat de hooge, stijve kraag ver vooruitsteekt boven en vóór het voorhoofd als een groote bek. De spleet, die eronder open blijft in de schaduw van den vooruitstekenden bek, wordt gevuld met een mousselinen masker, dat ook de oogen van de draagster bedekt. De mantel is over de geheele lengte dichtgehaakt, terwijl de mouwen achteruit zijn gespeld en los flapperen als vleugels. Groote, zwarte, of heldergele, lompe, ongelooide laarzen voltooien het costuum.De aanblik van deze stille, ingehulde figuren, die met tweeën of soms alleen of ook wel in rijen verder waggelen, doet denken aan monsterachtige uitgestorven vogels, laat ons zeggen, een kruising tusschen een toekan en een pinguïn, of het konden verdwaalde bewoonsters wezen van een onbekende planeet, of spookachtige voortbrengselen van het vruchtbare brein van H. G. Wells, alles eerder dan menschelijke wezens. Arme, verstikte schepsels! Hoe houden ze zoo’n kleeding uit bij zulk weêr!Een der vier dames was goed bekend bij de vrouwen van Mostar, maar op straat mochten die niet met haar praten, en zij mocht haar ook niet aanspreken. Nu stonden ze echter dadelijk stil bij den drempel van haar huis, en toen ze zagen, dat er niets anders dan vrouwen in de nabijheid waren, draaiden ze zich om, en de haken van de zware kleeding losmakend, begonnen ze druk met ons te praten. De overjassen gleden uit, de mousselinen sluiers werden naar één kant geschoven, en we zagen de aangezichten: bleeke, ongezonde gezichten, badend in het zweet, leelijk, dat was de eerste indruk, maar toch interessant, al was het alleen omdat ze de eerste vrouwen waren, die het gezelschap met onbedekt gelaat had aanschouwd.Ze spraken levendig en waren uiterst vriendelijk tegen de bezoeksters, waarbij leelijke tanden zich vertoonden. Het algemeene gelaatstype schijnt nog al lang te zijn en smal, met donkere oogen, niet de groote, heldere, amandelvormige oogen van het Oosten, maar scherpe oogen, die voor het oogenblik met intense belangstelling op ons waren gevestigd. Er brandde nieuwsgierigheid in haar, die algemeene eigenschap van alle dochters van Eva. Ze overlaadden ons met vragen, waar onze vertolksters maar met moeite op konden antwoorden. De deuren van een andere binnenplaats gingen open, en een half dozijn hoofden van turksche vrouwen en meisjes, die blijkbaar ons gesprek hadden gehoord, staken naar buiten, gereed om zich terug te trekken bij het minste onraad. Toen onze vrienden werden herkend, gingen de deuren wijder open en we werden hartelijk begroet.Met een afscheidswoord tot de eerste groep gingen we op de tweede toe. Zij waren rijker dan de anderen en vertoonden vrij wat kostbaarheden. Daar ze niet uit waren geweest en dus niet ingehuld waren in de afzichtelijke dracht voor op straat, zagen we duidelijk de sieraden, die gedragen worden door de getrouwde en ongetrouwde turksche vrouw. De getrouwde dragen alle een klein kapje, coquet geplaatst en vastgehouden door een of ander onzichtbaar middel onder het voorhaar, en boven de lijn van de wenkbrauwen, midden op het voorhoofd, een soort van klein fluweelen lapje, meest rood, bezet rondom met gouden munten en gouden filigraanwerk, zich vereenigend in een hoogere punt in het midden. Hoe rijker de draagster, des te dichter zijn de gouden munten er op en over elkander genaaid. Het haar scheen meestal met henna geverfd, lichter of donkerder rood naar den smaak van de eigenares, en de nagels waren op dezelfde manier geverfd. De onnatuurlijke helderheid van de roode tint van het haar doet de buitengewone bleekheid van de gezichten te meer uitkomen. De figuren waren slank, haast te mager. De ongetrouwde vrouwen dragen een klein, rond nauwsluitend zwart mutsje op het hoofd en een paar gouden munten op het voorhoofd, met mogelijk nog enkele om den hals, ook wel als eenhalssnoer.Wij gingen nu den harem zien van iemand uit de armere klasse. Op het binnenplein liepen zes of acht vrouwen naar voren, om ons te begroeten. Het waren familieleden of buren, en de vrouwen van verschillende mannen, want tenminste, wat Bosnië en Herzegowina betreft, is het eenvoudig een mythe, dat de mannen meer dan één vrouw in den harem hebben. In het geheele land zijn er niet meer dan een half dozijn, die er meer hebben. Deze vrouwen waren van hetzelfde type als die van zooeven, bleek en ziekelijk, met de gelaatskleur en het voorkomen van diegenen, die in een warm klimaat wonen en zichzelven buitensluiten van de buitenlucht en gezonde lichaamsoefening. Enkele hadden zwart haar, andere hadden het hennakleurig; twee of drie waren geverfd, waarbij het rouge vreemd afstak tegen de ongezonde gele kleur. Eén had koolzwarte oogen; zij was een veel mooiere vrouw dan de andere. Evenals te voren kwamen er leelijke tanden te voorschijn, toen ze begonnen te spreken. Een jonge vrouw scheen maar twee of drie tanden meer in den mond te hebben.Wij werden uitgenoodigd om boven te komen en gingen over het kleine binnenplein langs houten trappen naar twee kamertjes boven. Dit geheele deel van het huis was alleen voor de vrouwen. Het waren eenvoudige kamertjes, maar zindelijk en netjes onderhouden; de planken vloer was zoo wit, als zeep en water dien konden maken. De eenvoudige meubelen waren een divan aan den muur, een klein karpet in het midden, een plank, die rondom langs de wanden liep, waar een reeks metalen schotels en pannen stonden. Wij bleven niet lang, maar gingen toen nog, na dezen harem van de armere klasse te hebben gezien, naar dien van een turksch voornaam heer, het hoofddoel van onze expeditie.Het was een zeer deftig uitziend huis. Toen we het binnenplein betraden, stonden we tegenover een sierlijk gebouwd huis van twee verdiepingen. Het middengedeelte van de benedenverdieping stond open. Het leek een wijde hal, waar de deuren der kamers aan beide zijden op uitkwamen. Ze bevatte een divan en een breede, bruine, houten trap, die naar de bovenverdieping leidde. De muren waren schitterend wit en de vensters waren in donker hout gevat, terwijl de bovenramen van het huis mooi snijwerk hadden. Het effect was zeer aangenaam voor het oog.Onze gastvrouw en haar dochters kwamen ons tegemoet en vatten elkaar bij de hand, begroetingen uitend in zacht Slavisch. Ze zagen er bekoorlijk uit tegen het witte huis als achtergrond. Het meisje van huwbaren leeftijd was groot en slank. Zij was gekleed in turkooisblauwe zijde, een blauwzijden turksche broek, zeer breed en aan de enkels ingetrokken, die op een rok leek, en een eenvoudig jakje van dezelfde stof; een klein zwart mutsje had ze op het hoofd, versierd van voren en van boven met prachtige diamanten versierselen, die opstonden en glinsterden en trilden bij iederen stap. Parelsnoeren hingen om haar hals, zeven of acht strengen, mooie parelen, en daaronder een enorme streng gouden munten, elk van de grootte van een viershillingstuk, en zoo dicht op elkaar geschoven, als maar mogelijk was.Een verbazend lange gouden ketting bengelde van voren en was weggestoken in een zak dicht bij het middel. Daarin stak een met juweelen bezet horloge van het beste europeesche maaksel, naar we later bemerkten. De dame droeg gouden armbanden om de polsen, en gouden en diamanten sieraden hingen aan het uiteinde van haar lange, dikke vlecht van roodbruin haar. Het was een bekoorlijk meisje, niet bepaald mooi misschien, maar toch der schoonheid meer nabijkomend dan wij nog iemand hadden gezien dien dag, met een verstandig gezicht, zachte, goed geopende oogen en vlugge, korte bewegingen. Habeeba heette ze.Habeeba’s moeder zag er ook beter uit dan de meeste vrouwen, maar was meer joodsch van type, met een forschen, krommen neus. Zij droeg dezelfde soort van turksche broek en jakje als haar dochter, maar van minder sprekende kleur. Over het jakje droeg ze een smalle bolero van purper fluweel, met goudband belegd en geboord met rood vossebont, een versiering, die bij de Turksche vrouwen erg in den smaak valt, ofschoon naar europeesche zienswijze het smalle boordsel het effect bedierf. Op het midden van het voorhoofd droeg ze het gewone kleine kapje, bedekt met gouden munten en edelgesteenten, het teeken van den getrouwden staat. Maar ze droeg geen andere juweelen.Twee van ons hadden camera’s, maar ze waren pas voor den dag gehaald, of een gilletje van Habeeba bewees, dat ze het had gezien en begrepen. Ze vatte haar moeder bij de hand en alle beleefdheid vergetend, vluchtte het paar in huis, onze vriendin en tolk met zich meetrekkend. Deze verscheen even later weer en verklaarde, dat Habeeba en haar moeder zeiden, dat het niet door de wet geoorloofd was, dat zij werden gephotografeerd, maar dat we het huis mochten nemen. En daarmee moesten we tevreden wezen!Toen haar gemoedsrust teruggekeerd was, werden we boven verzocht en eerst in de ontvangkamer gebracht, en toen we die genoeg hadden bekeken, naar de eetkamer, die de mooiste tevens was. Dat vertrek had mooie boogramen, dezelfde, die we van buiten al hadden bewonderd.Op den grond van de eerste kamer lag een heerlijk turksch tapijt; een breede divan liep langs drie der wanden, en de kasten aan den vierden wand waren alle van gesneden hout. Het tweede vertrek was gelijk aan het andere behalve dan de boogramen, waaronder een divan stond, een zeer weelderige, met veel zachte kussens in de hoeken. Ons werd gewezen, hoe men op een turkschen divan plaats neemt naar turkschen trant, niet liggend noch zittend, maar één knie op den divan plaatsend en dan daarop neerzinkend, met dien voet en het been onder zich.Het volk is dol op rijden en reist in wagens zonder veeren.Het volk is dol op rijden en reist in wagens zonder veeren.Habeeba, die veel genoegen had in haar bezoeksters, bleef, om te zien dat ze prettig zaten, en verdween toen om ververschingen te halen, na een minuut weer verschijnend met een blaadje, waarmee ze zelve bij ons rondging. Het was Mekkawerk van geslagen koper, met een patroon van wit metaal erin aangebracht en afgezet met puntjes van zwart en rood email. Op het blaadje stonden kleine kopjes met bleeke, zoete koffie. Terwijl we die dronken, praatte Habeeba, en onze vriendinnen vertaalden.Hoe lang dachten we in Mostar te blijven? Hoe vonden we het? Waar gingen we daarna heen? Hadden we lang gereisd? Ja? O! Hadden we dan misschien Konstantinopel gezien? Teleurstelling was in haar oogen te lezen, toen het ontkennend antwoord haar werd overgebracht; maar haar gezichtje klaarde weer op, toen wij door de vertolkster uitlegden, dat we wel in andere mohammedaansche landen waren geweest, bij voorbeeld in Indië. Toen moest ze wat weten over de gewoonten in Indië en welk soort van kleederen de vrouwen er dragen, en ze vroeg naar kleine bijzonderheden, zoodat het ons bijna moeilijk viel, haar weetgierigheid te voldoen. Toen de koffie gebruikt was, presenteerde Habeeba sigaretten, ging daarna rond en nam de kopjes weg, om weer te verschijnen met een dienstmeisje en een ander blaadje, waarop dezen keer limonade stond in glazen met gouden randjes.Habeeba haalde ook haar handwerk voor den dag, het mooie haremwerk van gouddraad, beroemd in het land, werk, waarvan de uitvoering nog steeds een raadsel is voor de Europeanen, daar het precies gelijk is aan beide kanten. Habeeba moet in handwerken onovertroffen arbeid leveren. Het was eenvoudig prachtig.“Laat ons uw bruidsbed zien, zooals het zal worden opgemaakt, als ge getrouwd zijt, lieve Habeeba,” vroeg onze vertolkster en vriendin.Dat is een van de bezittingen van een turksch meisje, die ze wel graag vertoont, en het is de moeite van het bekijken waard. Habeeba glimlachte en ging heen. Alles stuk voor stuk binnen brengend met de hulp van een dienstmeisje, maakte ze delegerstede op, waar wij bij waren. Een lange, zachte matras van dons kwam eerst, die op den grond wordt gelegd in het midden van de kamer. Dan twee lange, enorm lange kussens met rose zijden eindstukken, die in positie werden neergelegd. Toen ontvouwde Habeeba een paar prachtig geborduurde strepen van glinsterend gouddraadwerk en stopte een aan elken kant rondom de kussens over de rose zijde, zoodat er maar een klein reepje rose overbleef.De vrouwen en kinderen uit Serajewo doen meestal zwijgend hun middagwandeling.De vrouwen en kinderen uit Serajewo doen meestal zwijgend hun middagwandeling.Vervolgens kwam ze met een grooten lap buitengewoon fijn wit mousseline, letterlijk bedekt met een overtrek van goudborduursel, en legde het in de lengte langs de hoofdkussens, waar het juist den rand bedekte van de reeds aanwezige strooken. Dan nam ze een laken van fijn geweven linnen en zijde, legde dat over de matras en stopte het zorgvuldig in. Ten laatste werd de deken gebracht van purperen zijde, in het midden belegd met een vierkant van bosnische stof van veel kleuren, en besprenkeld met zilver en goud. Het bruidsbed was gereed.Wat wij ook wenschten te zien, Habeeba was bereid, het ons te vertoonen. Op ons verzoek bracht ze ons een turksche broek, zooals zijzelve droeg, opdat we konden zien hoe die was gemaakt. Ze sprong op een stoel, zorgvuldig haar mutsje met één hand vasthoudend; en nam van de hooge gebeeldhouwde plank een van de metalen eetschalen, dat wij die zouden kunnen bekijken. Het is bosnisch werk, versierd aan de randen met ingelegd koper.Er was nu werkelijk niets meer te zien. Het leven van alle turksche vrouwen in Herzegowina en Bosnië is zeer enkelvoudig; ze borduren met goud- of zilverdraad, slurpen zoete koffie en limonade, rooken, rusten op divans, ontvangen bezoeken van andere vrouwen of gaan uit op die afgrijselijke wandelingen, zwaar ingepakt en in gedwongen stilzwijgen; zoo brengen ze het leven door. Inderdaad vanaf den tijd dat ze volwassen zijn, tot het tijdstip waarop ze trouwen, missen ze zelfs het laatste nommer van het simpele programma. Vanaf het oogenblik, dat ze beschouwd wordt als oud genoeg om te trouwen, tot den tijd van haar huwelijk gaat geen aanzienlijk turksch meisje buiten het binnenplein van haar vaders harem.Kleine turksche meisjes, die nog niet den huwbaren leeftijd hebben bereikt, loopen vrij rond met onbedekte gezichtjes; maar ook zij doen de ouderen na, en als een vreemdeling haar te lang of te nauwlettend aanziet, trekken ze de bedekkende shawl dicht om het gezicht of gaan met den rug naar u toe staan, tot de onbescheidene voorbij is. Het is hopeloos er een toe te krijgen te poseeren voor een kiekje. Het eenige middel is, ze onverwacht te snappen.Bij een zekere gelegenheid wilden we bijzonder graag een buitengewoon mooi meisje kieken. Dadelijk echter als we nader kwamen, keerde ze zich om en liep hard weg. Eenige Turken, die het hadden gezien en er veel pret in hadden, riepen haar toe, dat het wel mocht. Het hielp niet, ze liep nog harder weg; haar blauw doekje fladderde op den wind en ze hield eerst stil in de nabijheid van haar huis. En de kleine Juffrouw Behoorlijkheid kwam dien dag niet weer voor den dag, daar zijn we zeker van!De turksche vrouwen in Herzegowina zijn wonderlijk onwetend, zooals wel het geval moet wezen, als men nagaat, dat ze geheel zonder opvoeding worden gelaten, dat ze zelfs geen lezen leeren en schrijven. Een Turk uit Mostar, dien we onder het oog brachten, dat de vrouwen ook behoorden te worden opgevoed, luisterde aandachtig, terwijl het pleidooi werd gehouden, en toen schoof hij het met een beweging van zijn hand van zich af. “Mijn vrouw lezen en schrijven laten leeren!” merkte hij koel op. “Waartoe? Opdat ze minnebrieven zou kunnen schrijven aan andere mannen of hen ontvangen?”De bazar in Serajewo.De bazar in Serajewo.Toch ontkomt Mostar niet aan den invloed der moderne tijden. De oostenrijksche regeering heeft vooral in desteden de beschaving en de verhelderde denkbeelden verspreid. Zoo is een staatsschool voor meisjes in Mostar een inrichting, waar iedere stad trotsch op zou mogen zijn. De meisjes leeren er allerlei nuttige kundigheden, ook huishoudelijk werk. Trouwens ook thans zijn de christelijke boerenvrouwen in Herzegowina de vlijtigste wezens, die men zich kan voorstellen. We kwamen ze herhaaldelijk tegen, terwijl ze ijverig breiden. Dat doen ze onder het gaan naar het veld en ook wel onder het dragen van zware lasten.Er is te Mostar een kleine tabaksfabriek, waar sigaretten en pijptabak worden gemaakt uit de bladeren die de boeren zelf verbouwen en aan de regeering verkoopen, nl. aan de ambtenaren van deregio, die een vasten prijs betalen voor een overeengekomen hoeveelheid en soort, waardoor de boeren een aardige winst hebben. De grootste fabriek is echter te Serajewo, en daarheen worden de meeste tabaksbladeren, die in het land gekweekt worden, overgebracht.

Turksche kinderen, die naar de markt geweest zijn.Turksche kinderen, die naar de markt geweest zijn.Een klein half uurtje rijden door den pas bracht ons naar een werkelijk redelijk groot plekje vlak land in het dal, waar een dorp lag. Het was Niegus, de zetel der familie van den regeerenden vorst Nicolaas, de tegenwoordige heerscher van Montenegro, geboren in een gebouwtje als een schuur, dat, naar ons werd verteld, hem thans nog dient als jachthuisje. Het dorp gelijkt op de dorpen in de armste streken van Ierland, en de hutten hebben juist zulke gaten voor vensters, maar zien er netter uit, en de meeste hebben steenen of pannen daken. Vlak boven het dorp rijst een piek van 6000 voet omhoog, met sneeuw bedekt toen wij er waren.Een aardige herberg is onlangs geopend te Niegus door een Montenegrijn. Dat is het huis Halfweg, waar het gewoonte is, een uur stil te houden in het heengaan of op den terugweg, om te ontbijten en de paarden te voederen en te drenken. De eigenaar, een knappe man in montenegrijnsche kleeding, kwam naar buiten, om ons te verwelkomen. Iemand in Dalmatië had ons verteld, dat we hier niets te eten konden krijgen, en dus hadden we den gegeven raad gevolgd en hadden ons lunch meegenomen. De eigenaar scheen daar niet op te letten; maar hij glimlachte toen wij hem de reden meedeelden, verklarend dat hij altijd in staat was, voor kleine gezelschappen een lunch aan te richten. Hij sprak uitstekend Fransch, dat hij, naar hij zei, in Marseille had geleerd. Hij had veel gereisd, vertelde hij ons, maar was nu naar Montenegro teruggekeerd, om er te blijven. Niegus leek een sombere plaats om te wonen voor een bereisd man, en we waagden hem te vragen, of hij er de voorkeur aan gaf boven elke andere plek, die hij aanschouwd had. Hij glimlachte flauwtjes en antwoordde: “Chacun préfère sa patrie.”Tegenover ons waren, terwijl we in de veranda zaten, twee zeer kleine ossen aan het ploegen van een veldje. De ploeger, een statige Montenegrijn, zag er vreemd uit bij zijn miniem spannetje. We hadden een kodak steeds bij de hand en wilden wel graag iets montenegrijnsch snappen, en zie, plotseling verschenen er vijf vuile jongens, die op een rij gingen staan, stijf van aandacht, in afwachting van te worden gekiekt. Om hen niet teleur te stellen, namen wij de groep en hadden er pret in, want ze schenen de zaak heel gewoon te vinden! Voor hoeveel reizigers moeten ze al niet hebben geposeerd, dat ze zoo vertrouwd zijn geworden met het gephotografeerd worden.De paarden hadden nu te eten en te drinken gehad, en die wonderlijke dieren waren al weer klaar na den langen trek van vijftien mijlen omhoog, omeen nieuwe vijftien mijlen af te leggen, bergop en bergaf. Onder het verder rijden zagen we bouwland aan alle kanten, maar in stukjes en brokjes, overal waar maar wat losse aarde was te vinden. Hier schuilt er geen overdrijving in, als men zegt, dat ieder duimbreed gronds bebouwd is en dat elk centimetertje van moeder Aarde met zorg gekoesterd en op prijs gesteld wordt.Een Bosnische Turk met zijn zoon.Een Bosnische Turk met zijn zoon.Wij stegen nog, en de lucht werd reeds koeler. Toen we boven waren, hield het rijtuig stil bij een montenegrijnsche hut, waar een vrouw ons turksche koffie schonk tegen een stuiver per hoofd. We hadden den top van den pas bereikt.Den hoek omslaand bij het dalen, kregen we den aanblik van een typisch montenegrijnsch landschap van de meest woeste soort. Wij zagen neer op een wijde zee van rotsen, waar de eene golf na de andere zich voor ons ontrolde, eindeloos ver tot aan den horizon, een labyrinth van rotsen, grijs en strak, met niets levends in zicht en geen geluid om de eeuwige stilte te breken. Het tooneel was afgrijselijk van troosteloosheid. Vreemd genoeg, gevoelden wij, toen de eerste verrassing voorbij was, iets als opgewektheid in plaats van neerslachtigheid, want de lucht was als champagne. Een half uur van snel dalen langs den weg bracht ons in het gezicht van het dal, aan welks uiteinde Cettinje ligt. Het dal is lang en breed en vlak, en de breede witte weg komt er binnen aan het verste einde, er recht door gaande met één scherpe bocht. Er is hier overvloed van bebouwd land, en de velden zijn goed van grootte. Als ooit Cettinje uitbreidingsplannen mocht krijgen, zal er plaats in overvloed wezen.Veemarkt in Serajewo.Veemarkt in Serajewo.Wij stapten af aan het Grand Hotel, zes-en-een half uur na Cattaro te hebben verlaten. De hoofdstraat, die ongeveer 150 ellen lang is, omvat zoowat twee derden van de stad. Het is een zonderlinge straat, zoo breed, dat het mogelijk zou zijn er drie of vier rijtuigen naast elkaar door te laten rijden. Er staan alleen huisjes van één of twee verdiepingen, alle ongelijk geschilderd, nu een grijs, dan een blauw of groen, nooit twee naast elkaar van dezelfde tint. Een paar korte straten slaan rechthoekig af, en daar vindt men alles, wat niet te vinden is in de hoofdstraat. Het Grand Hotel staat aan het einde, en doet de kleine plaats alle eer aan; er is een keuken, waar een fransche chef den schepter zwaait.Als men de stad binnengaat, treftmenlinks een mooie villa op haar eigen terrein; dat is de Oostenrijksche ambassade; aan den rand der stad aan den anderen kant zijn de noggrootere en mooieregebouwen van het russische gezantschap. Die ambassades van de beide Grootmachten staan daar als twee wachthonden, elk met één oog op den ander gevestigd en het been tusschen zich in.Met het oog op dat kleine hoofdstadje en den barren, woestijnachtigen grond, die een groot deel van het land beslaat, is de waarde van het been, waar de strijd om gaat, niet dadelijk duidelijk, maar een wandeling door Cettinje brengt die spoedig aan den dag. Ieder man is een geboren soldaat. Men kan het in zijn oogen lezen, in zijn onafhankelijke houding en in de gewoonte van de wapens te dragen, want bijna ieder volwassene heeft een pistool in den gordel, enkelen zelfs een heel arsenaal van wapens. Dit is een prachtig contingent in oorlogstijd, waarvan Rusland de waarde al eens heeft beproefd, welke waarde opnieuw zal blijken in dien niet zoo ver verwijderden tijd, als de lang verschoven quaestie van het dichtbijzijnde Oosten beslist moet worden.Er is voor den gewonen toerist niet veel in Cettinje te zien. De vorst bewoont een bescheiden, chocoladekleurig gebouw, met wit afgezet, waar niet veel open grond bij behoort. Er is een oud klooster in de buurt,waarvan de fondamenten gelegd zijn omstreeks den tijd van Willem den Veroveraar. Ofschoon het tweemaal verwoest werd door de invallen van de Mohammedanen, heeft het tegenwoordig gebouw den respectabelen ouderdom bereikt van zoowat zeshonderd jaren. De belangrijkheid ligt meer in de historische betrekkingen dan in de architectonische verdiensten. De graftomben en de graven van de koninklijke familie zijn er in de nabijheid.Tegenover het klooster ligt het Biljardpaleis, een laag, wit, steenen gebouw, dat haast niet den naam van paleis verdient. Toch was het vroeger het paleis van den vorst, maar is nu dat van den Bisschop en dankt zijn naam aan het feit, dat de voornaamste kamer, die het bevat en waar de regeerende vorst zijn recepties hield, indertijd een biljard bezat.Een steenworp verder is het arsenaal, dat enkele curiositeiten en herinneringen heeft van de oorlogen der Montenegrijnen tegen de Turken. Dan volgt de gevangenis, merkwaardig omdat ze bestuurd wordt naar een stelsel, dat zoo geheel verschilt van het gewone. De gevangenen dragen geen gevangenkleeding en worden behandeld als een troep ongevaarlijke krankzinnigen, wien men eenigen dwang moet opleggen, om overlast van het publiek te voorkomen. De eenige aanwijzing van het feit, dat het gevangenen zijn, is dat ze ketenen aan de beenen hebben. Ze mogen nu en dan wat wandelen buiten de muren der gevangenis onder de hoede van een enkelen bewaker, bij welke gelegenheid een menigte van vrienden en verwanten vrij met hen mogen praten. Inderdaad is het dan moeilijk, de gevangenen van hun vrienden te onderscheiden. Op het eerste gezicht schijnt het verrassend, dat er niet meer ontvluchtingen plaats hebben in die omstandigheden. Maar de gevangenisautoriteiten weten wel, wat ze doen, want waar zou een ontvluchte montenegrijnsche misdadiger zich verbergen? Hij moet wel ontdekt worden in zijn eigen land, en elders zou zijn nationaliteit, zoo niet zijn eigenaardige kleederdracht hem tot een aangewezen persoon maken. De misdaden of liever de redenen tot opsluiting stonden bijna zonder onderscheid in verband met vechten en met de gevolgen van wraaknemingen.Canalesische vrouwen in nationaal kostuum.Canalesische vrouwen in nationaal kostuum.De schouwburg, een gebouw, dat ter herinnering aan den overleden Vorst is gebouwd en het marktplein zijn de verdere merkwaardigheden. Voor den gewonen kijkenden toerist mag dat weinig lijken, maar voor den reiziger, die weet te waardeeren, is een bezoek aan Montenegro zeer belangwekkend, want hier bloeien nog alle primitieve deugden en een arcadische eenvoud, die elders in het beschaafde Europa niet meer zijn te vinden, zeker in het geheel niet in een europeesche hoofdstad. De groote aantrekkelijkheid van Montenegro vormt het volk, een prachtig ras, goed gebouwd, knap, openhartig, beleefd, zonder kruipend te zijn en nog hechtend aan de gevoelens van eer uit den ouden tijd. Het land is nu nog niet bedorven door de beschaving; het heeft geen sociale quaestie en heeft geen dieven noch geldleeners; ook wordt het nog niet verduisterd door de schaduw van het geldbejag.Maar de Montenegrijn mist de schaduwzijden van zijn deugden niet. Of het is toe te schrijven aan zijn omgeving of zijn opleiding of een andere oorzaak, hij houdt niet van werken. Hij voert niets uit, maar hij is lui met gratie. Het is onmogelijk te gelooven, als men het niet heeft gezien, met wat een statigen, deftigen gang de mannen uit Cettinje om vijfuur in den namiddag hun hoofdstraat afwandelen, langzaam stappend vol majesteit en pratend, niet opgewonden, zooals de mannen doen van alle omringende landen, maar ernstig, kalm, van ganscher harte, als een volk, dat een groot werk zich ziet toevertrouwd.Zonder twijfel dragen die schitterende kleederdrachten, die ze hebben, er veel toe bij, hen aantrekkelijk te maken. Het land is echter ook niet zonder bekoring. Het is niet enkel een land van rotsen, maar in het Zuiden is het vruchtbaar, goed bebouwd en groen, ook al niet minder aantrekkelijk dan deelen van Zuid-Frankrijk en Italië. Een wandeling van omstreeks veertig minuten van Cettinje naar een plek, die Bella Vista heet, op den weg naar Rjeka en Skutari stelt den reiziger spoedig daarvan op de hoogte. Van dat punt is het uitzicht prachtig en breidt zich uit over een hoek van Zuid-Montenegro naar het meer van Skutari, dat glinstert in het zonlicht en verder naar de met sneeuw bedekte bergen van Albanië, half verborgen in den nevel.Ongelukkig was onze tijd te kort in Montenegro, al haastten we ons niet zooveel als de meeste bezoekers. Maar het gemakkelijke uitstapje naar het meer van Skutari, waarbij we onderweg veel van het zuiden van Macedonië zagen, was de moeite waard, zoodat we blij waren, het te hebben gedaan. Van Cettinje naar Rjeka is een rit van vijf uren; daar komt een stoombootje tweemaal in de week en brengt de passagiers naar den mond der rivier van Rjeka en dan naar Skutari, de hoofdstad van Turksch Albanië, dat in één dag te bereiken is. Van Skutari kan men in de terugreis afwisseling brengen door naar Antivari te stoomen, een der onlangs door Montenegro verkregen havens, van waar men met de stoombooten der Oostenrijksche Lloyd naar elk willekeurig punt van de Adriatische Zee of van de Middellandsche Zee kan gaan, als men niet wenscht door Montenegro terug te keeren. Dit Rjekadal wordt door de geologen geacht in vroeger tijden een haven als een fjord te zijn geweest, en het meer van Skutari moet in dien tijd een baai van de Adriatische Zee zijn geweest.Een ander gemakkelijk ritje van Cettinje uit is naar Niksic, belangrijk door het feit, dat het de eenige stad in Montenegro is, die iets aan nijverheid doet. De tegenwoordige vorst bouwt er zich een paleis, en men zegt, dat hij er zijn hoofdstad heen verplaatsen wil.Te Niksic brouwen ze een wezenlijk uitmuntend bier, dat onder onze aandacht werd gebracht door den majoor van de vorstelijke lijfwacht, een Montenegrijn, die in Italië zijn opvoeding had genoten, zooals met zooveel Montenegrijnen in dezen tijd het geval is. Deze officier kon wel Italiaansch spreken, maar geen Duitsch. Inderdaad doen weinig Montenegrijnen aan de studie van het Duitsch. Ze houden niet van Oostenrijk, en er is zeer weinig verkeer tusschen Montenegro en de aangrenzende oostenrijksche landen. Nu en dan zijn er ernstige grensquaesties en twisten tusschen weerspannige Montenegrijnen en oostenrijksche ambtenaren. Toch mag Montenegro Oostenrijk wel op prijs stellen, want het groote land schenkt aan den vorst jaarlijks een ruime subsidie als erkenning van de uitstekende diensten, welke hij aan de zaak des vredes en der beschaving heeft bewezen door het in toom houden van zijn woelige onderdanen.Veertig of vijftig jaar geleden schenen de Montenegrijnen de eigenschappen te vertoonen van de schotsche Hooglanders, toen ze een eeuw geleden haast allen struikroovers waren. De toen verkregen reputatie is hun bijgebleven, en zelfs thans is nog niet algemeen erkend in Europa, dat Montenegro een veilig land is, even veilig voor den reiziger als welk europeesch land ook.Montenegro en de inwoners van het land zijn aan hun heerschers veel verplicht voor hun welvaart. De tegenwoordige vorst is een waardige opvolger van de regeerders, die hem zijn voorgegaan. In de vijf-en-veertig jaren van zijn regeering heeft hij met de hulp van Rusland en in dank voor militaire hulp en tevens door de goede diensten van Gladstone veel grondgebied verworven, o. a. de havens Dulcigno en Antivari. Vorst Nicolaas heeft Montenegro tot een staat van beteekenis verheven ten gevolge van de huwelijken zijner dochters, de eene de tegenwoordige koningin van Italië, en de andere de vrouw van een russischen groothertog. De Montenegrijnen, met wie wij een onderhoud hadden, waren allen zeer terneergeslagen bij het hooren van de japansche overwinningen. Maar ze zeiden: “Wacht maar, tot er gevechten te land worden gevoerd, en Japan zal wat anders zien gebeuren.” Naar aanleiding hiervan werd ons een geschiedenis verteld. De vorst ontving een telegram, dat de eerste japansche overwinning te land berichtte, juist vóór een maaltijd, waar de britsche en russische gezanten beiden zijn gasten waren. Na het te hebben ingezien, gaf hij het telegram rond. Toen het den russischen gezant bereikte, zag die maar even de woorden in. “O, een telegram van Reuter,” merkte hij op. “In St. Petersburg hebben we een anderen naam voor nieuws uit die bron.”Daar Reuter een engelsch telegraafagentschap is, was die opmerking niet bepaald beleefd tegenover onzen vertegenwoordiger. Het was daarom een groote voldoening, toen later op dienzelfden avond de vorst een tweede depêche ontving, die afkomstig was uit een bron, die de Russen niet konden laken, welk telegram de eerste tijding niet enkel bevestigde, maar toonde, dat de uitslag van het gevecht nog noodlottiger voor de Russen was geweest, dan Reuter het had voorgesteld.De bevolking van Montenegro is 240,000 zielen groot, en het leger bedraagt een zesde van het geheel, zoodat alle volwassen mannen er ongeveer toe moeten behooren.De sympathieën van de Montenegrijnen zijn altijd geweest bij hun landgenooten en geloofsgenooten in de landen er omheen. Bij den opstand van Herzegowina van 1875 hielpen ze de opstandelingen tegen de Turken. Later, toen de Oostenrijkers Bosnië en Herzegowina bezetten en moeite hadden met gewapende benden, die rondtrokken, gingen de gevoelens van de Montenegrijnen uit naar die heidukken, zooals ze werden genoemd. Een bende van dien aard bestond in de wildernissen van Herzegowina tot slechts weinige jaren geleden. Aanhoudende achtervolging door de oostenrijksche politie had ze sterk verminderd; eender laatste aanvoerders werd ten laatste doodgeschoten en een ander zocht een schuilplaats op montenegrijnsch grondgebied. Hier werd hij ziek en werd naar een montenegrijnsch hospitaal gebracht. Er werd een prijs op zijn hoofd gesteld door de oostenrijksche regeering, waardoor een ondernemende Herzegowinees, vroeger benadeeld door den heiduk, in verzoeking werd gebracht. Hij ging naar Montenegro en, ziekte voorwendend, werd hij naar hetzelfde hospitaal vervoerd. Hij raakte op vertrouwelijken voet met den heiduk en wist dien op die manier naar een stil plekje te lokken en hem daar te dooden. Zijn slachtoffer het hoofd afslaand, trok hij daarmee naar de oostenrijksche grens, maar ongelukkig voor hem, werd het lijk ontdekt, en de schuldige werd ingehaald en gedood door Montenegrijnen; het hoofd van den heiduk werd nooit aan de oostenrijksche autoriteiten uitgeleverd.Gaarne zouden wij langer hebben vertoefd in dit bergachtige Arcadië, en met spijt maakten we onze toebereidselen voor den terugkeer naar het land der Philistijnen. Op den terugrit waren wij in de gelegenheid, de woeste natuur van de Lovcenbergketen te bewonderen, daar we een prachtigen dag hadden.Terwijl we de menschen en de paarden te Niegus zich lieten verkwikken, luisterden wij naar de muziek van een montenegrijnschen doedelzak, een zeer klein instrument, vergeleken bij dat van de schotsche Hooglanders. We zagen jong Montenegro uit de dorpsschool komen met heldere, knappe gezichtjes. Er waren geen kleine meisjes. Onze oude kennis, de waard, vertelde ons echter, dat er een meisjesschool was te Cettinje, gesticht door een russische aartshertogin. De vreemde taal, die in die school werd onderwezen, was, naar hij vertelde, het Fransch.Maar al te spoedig verwisselden wij de champagnelucht van de hoogten voor het flauwer artikel van dien aard uit de vlakte beneden. Die heerlijke lucht zal nog eenmaal Montenegro’s fortuin maken. Er is geen twijfel aan, of deze hooglanden met hun gezonde lucht en hun opwekkende atmosfeer in de rustige omgeving, zouden zeer heilzaam werken op personen, die aan nervositeit lijden of overspanning, en ze zullen zeker geëxploiteerd worden voor een sanatorium.Daar onze stoomboot van de Oostenrijksche Lloyd niet dan op den middag Cattaro zou verlaten, trachtten we een klein bootje te vinden, waarin we naar Castelnuovo zouden kunnen varen, om daar de stoomboot te vinden. Maar er was geen bootje te krijgen, en we verspeelden onzen morgen in het tuincafé op de pier, klagend, dat zulk een mooi water, geschikt voor bootje varen, visschen, zeilen, baden en dergelijke vermaken, weggeworpen zou wezen voor menschen die het niet op prijs weten te stellen. Een handjevol gemiddeld welvarende Engelschen, wonend te Castelnuovo, zou dit alles veranderen en het zou de bevolking inwijden in het gebruik maken van de natuurlijke voordeelen van hun woonplaats. Castelnuovo is een uitmuntend uitgangspunt voor uitstapjes per stoomboot naar de havens van Zuid-Montenegro en Albanië, naar Korfoe en Bari in Italië, zoowel als naar de beter bekende plaatsen aan Adriatische en Middellandsche Zee.De Careva Dzamia of Sultans moskee in Serajewo.De Careva Dzamia of Sultans moskee inSerajewo.De straten van Ragusa en de kade te Gravosa zijn geschikt om studies over de kleederdracht te maken. Daar trekken vooral de aandacht de vrouwen uit Canalesi, een streek, waar ze nog een schilderachtig sneeuwwit hoofddeksel dragen, wijd uitstaande en zeer flatteerend. De kleeding van de vrouwen uit Zuid-Herzegowina, die men hier vaak ontmoet, is ook aantrekkelijk en sprekend van kleur, merkwaardig om de dikke, thuis geweven, gekleurde boezelaars, terwijl de draagsters er meestal bijzonder goed uitzien.Gedurende ons verblijf in Dalmatië was het nu gaandeweg half Mei geworden, en daar Ragusa met de haven Gravosa zoetjesaan te warm werd, vonden wij dat het tijd werd, ons naar hooger gelegen plaatsen te begeven. Wij besloten met Mostar te beginnen en daar met den middagtrein heen te gaan. Aangezien de staatsspoorweg niet heel ruim in haar materiaal zit, volgden wij het voorbeeld van de inboorlingen en waren aan het station een half uur vóór het vastgestelde uur van vertrek, ten einde plaatsen aan een der ramen te krijgen en dus wat van het landschap te kunnen zien.Na Ombla te zijn voorbijgegaan, begon de stijging van den weg, die langs Brgat en Uskoplje gaat en een echt Karstkarakter draagt. Het zijn nauwe dalen, gescheiden door kale kalkbergen, die soms de grilligste vormen vertoonen, een steenachtig, onvriendelijk land. Eerst na Popovo Polje, waar belangwekkende oude monumenten moeten zijn en antieke graven, begint het land van aanzien te veranderen. Een riviertje stroomde langs den spoorweg en scheen met ons in snelheid te willen wedijveren op zijn weg naar de Narenta door lachende velden met haver en boomgaarden van kersenboomen, waar de boeren aan het werk waren. Gabela, dat we omstreeks zes uur in den avond bereikten; het kruispunt met de lijn naar Metkovic, zou hebben kunnen liggen in een dal in Kaschmir, zoo bekoorlijk was er het landschap, dat vooral veel van zijn bekoring ontleende aan de Narenta, die hier al een groote rivier is.De bedding vernauwt zich verderop en de Narenta begint dan onstuimig te doen, vormt watervallen en wisselt die af met ondiepe plaatsen. De oevers zijn met plantengroei bekleed en er staan ook mooie boomen. Buna ligt te midden van vruchtbare, golvende landerijen, en zoo komen wij in het vruchtbare dal, waar Mostar het middelpunt van vormt.Vrouw uit Herzegowina.Vrouw uit Herzegowina.Het was een prettige aanblik, dat Mostar zich nog als een karakteristiek oostersch stadje voordoet, nog niet bedorven door de europeesche beschaving. Natuurlijk is Mostar een turksche stad, daar Herzegowina een integreerend deel is van het gebied van den sultan1, maar wij hadden verwacht dat de servische bevolking, van het turksche juk bevrijd, hun oostersche gewoonten en kleeding zouden hebben afgelegd en Europeanen zouden zijn geworden. We vergaten dat veranderingen langzaam gaan in het Oosten. De mohammedaansche zeden zijn diep doorgedrongen en een groot deel der bevolking zal waarschijnlijk er wel altijd trouw aan blijven.De omgeving van Mostar herinnerde ons aan Pendsjab, en het stadje zelf kon best een grensstadje in het Vijfstroomenland aan den bovenloop van den Indus wezen. Steile klippen naderen tot dichtbij aan den eenen kant, en aan den anderen wordt het vruchtbare dal ingesloten door bergen. De Narenta, die van het hoogland komt en die in haar rotsachtige en met steenen bezaaide bedding alle voor liefhebbers van natuurschoon aantrekkelijke eigenschappen behoudt van haar afkomst, verdeelt de stad in twee deelen. Het heldere water in de diepe, steenachtige bedding wordt niet ontsierd door kaden of aanlegplaatsen en over den stroom spant zich de glorie van Mostar, de oude brug, waar de stad naar is genoemd, een sierlijk en schilderachtig bouwwerk, het zij het turksch of romaansch is, wat een nog niet uitgemaakt twistpunt is.Vrouw uit Zuid-Herzegowina in Ragusa.Vrouw uit Zuid-Herzegowina in Ragusa.Mostar is een mooi stadje. Het gezicht van den linkeroever der rivier, die hier gitzwart van kleur is, behalve waar ze, door steenen benauwd, breekt en opspat in sneeuwwit schuim, de eerwaardige brug en de wachttorens, de zonderlinge huizen van turksch model, de oude stad, de minarets, de moskee, de muren van klippen op den achtergrond, dat alles gezien in het stralende licht, vormen een weelde voor het oog.De voornaamste moskee is een goed staaltje van mohammedaanschen bouwtrant. Niet zoo indrukwekkend van uiterlijk als de moskeeën vanSerajewo, is het inwendige smaakvol ontworpen, en met het zachte licht leek het ons een zeer geschikt bedehuis. Toen we het huis bekeken, hadden we gelegenheid de gemeente te zien bij de godsdienstoefening, daar juist de roepstem van den muezzin had weerklonken. Het is een imposant gezicht. Geen houding is beter in staat, het nederige smeeken en de diepe hulde uit te drukken dan de houding, die de Muzelman aanneemt bij het gebed. Daar ze vijfmaal per dag hun gebeden en godsdienstplichten moeten vervullen met de vele kniebuigingen, hebben ze daardoor alleen al veel gymnastiek te doen, wat misschien mee een verklaring is van de athletische houdingen en goedgebouwde lichamen der Mohammedanen, vergeleken bij hun christelijke broederen. Mohammed wist wel wat hij deed, toen hij dezen eeredienst instelde en ook de voorafgaande wasschingen voorschreef, zonder welke, verklaarde hij, het gebed zelfs niet door God zou worden aangehoord. Het gevolg is, dat de Mohammedanen er zindelijker en knapper uitzien dan de meerderheid der Christenen.De bazar van Serajewo.De bazar van Serajewo.Na een kijkje in Mostar gingen we naar een turksch koffiehuis met tuin, over de oude brug, en dronken koffie à la Turque, terwijl muzikanten vroolijke wijsjes speelden, o. a. het servische volkslied en andere servische wijzen met karakteristiek kwijnenden maatgang.Toen keerden we naar het hotel Narenta terug, een geriefelijk modern gebouw, en aten uitstekende Narentaforellen, besproeid door een goeden plaatselijken tafelwijn uit Herzegowina, zittend in de breede veranda van het hotel in een vroolijk gezelschap van oostenrijksche officieren en hun vrouwen, de élite van de stad. Later zaten we nog te praten en vergeleken het werkelijke Oosten met dit Oosten van dichtbij, beide zoo verschillend en toch punten van overeenkomst aanbiedend. In het echte Oosten merken de man van het Westen en de Oosterling weinig van elkander; ze wonen ook meestal afzonderlijk in eigen wijken, en het oostersche leven wordt er min of meer gemaskeerd voor de westersche nieuwsgierigheid, zoodat het vaak verkeerd begrepen wordt. Hier leven het Westen en het Oosten vertrouwelijk naast elkaar. De meerderheid der bevolking is van hetzelfde bloed en spreekt dezelfde taal. Alleen het geloof verschilt. Een juister inzicht in het mohammedaansche karakter, het leven en de gewoonten der Muzelmannen kan men hier in een enkele maand verkrijgen dan door een maand te vertoeven in het ware Oosten.Iemand van ons gezelschap werd in staat gesteld, door te dringen in de geheimzinnigheden van een turkschen harem, toebehoorend aan een hoogen burgerlijken ambtenaar van Mostar, door de vriendelijkheid en onder de persoonlijke leiding van eenige oostenrijksche dames, die in Mostar woonden, en ook zagen ze iets van harems, die behoorden aan de armere klassen der mohammedaansche bevolking.Het was half drie in den namiddag, het warmste gedeelte van den dag, toen de vier dames, een Oostenrijksche, een Slavische en twee Engelschen langzaam zich voortbewogen door de smalle, zondoorgloeide straat en een zijstraat insloegen in een mohammedaansche wijk. Overal zag men mohammedaansche vrouwen, want op die warme uren, van twee tot vijf, als de mannen niet te zien zijn, nemen ze wat beweging en open lucht. Ze waren allen gekleed in het eenige wandeltoilet, dat door het schoone geslacht in Mostar de rigueur wordt geacht, de zonderlingste vermomming, die te bedenken is en die de vormen geheel verbergt.Stel u voor een lange, zeer dikke overjas, veel gelijkend op die van de engelsche soldaten, behalve dat er een hooge kraag op is van bijna een voet hoogte. Dat kleedingstuk wordt over de draagster geworpen, die erin gehuld wordt met hoofd en al; de haak wordt vastgemaakt niet aan den hals, maar vlak onder den neus, zoodat de hooge, stijve kraag ver vooruitsteekt boven en vóór het voorhoofd als een groote bek. De spleet, die eronder open blijft in de schaduw van den vooruitstekenden bek, wordt gevuld met een mousselinen masker, dat ook de oogen van de draagster bedekt. De mantel is over de geheele lengte dichtgehaakt, terwijl de mouwen achteruit zijn gespeld en los flapperen als vleugels. Groote, zwarte, of heldergele, lompe, ongelooide laarzen voltooien het costuum.De aanblik van deze stille, ingehulde figuren, die met tweeën of soms alleen of ook wel in rijen verder waggelen, doet denken aan monsterachtige uitgestorven vogels, laat ons zeggen, een kruising tusschen een toekan en een pinguïn, of het konden verdwaalde bewoonsters wezen van een onbekende planeet, of spookachtige voortbrengselen van het vruchtbare brein van H. G. Wells, alles eerder dan menschelijke wezens. Arme, verstikte schepsels! Hoe houden ze zoo’n kleeding uit bij zulk weêr!Een der vier dames was goed bekend bij de vrouwen van Mostar, maar op straat mochten die niet met haar praten, en zij mocht haar ook niet aanspreken. Nu stonden ze echter dadelijk stil bij den drempel van haar huis, en toen ze zagen, dat er niets anders dan vrouwen in de nabijheid waren, draaiden ze zich om, en de haken van de zware kleeding losmakend, begonnen ze druk met ons te praten. De overjassen gleden uit, de mousselinen sluiers werden naar één kant geschoven, en we zagen de aangezichten: bleeke, ongezonde gezichten, badend in het zweet, leelijk, dat was de eerste indruk, maar toch interessant, al was het alleen omdat ze de eerste vrouwen waren, die het gezelschap met onbedekt gelaat had aanschouwd.Ze spraken levendig en waren uiterst vriendelijk tegen de bezoeksters, waarbij leelijke tanden zich vertoonden. Het algemeene gelaatstype schijnt nog al lang te zijn en smal, met donkere oogen, niet de groote, heldere, amandelvormige oogen van het Oosten, maar scherpe oogen, die voor het oogenblik met intense belangstelling op ons waren gevestigd. Er brandde nieuwsgierigheid in haar, die algemeene eigenschap van alle dochters van Eva. Ze overlaadden ons met vragen, waar onze vertolksters maar met moeite op konden antwoorden. De deuren van een andere binnenplaats gingen open, en een half dozijn hoofden van turksche vrouwen en meisjes, die blijkbaar ons gesprek hadden gehoord, staken naar buiten, gereed om zich terug te trekken bij het minste onraad. Toen onze vrienden werden herkend, gingen de deuren wijder open en we werden hartelijk begroet.Met een afscheidswoord tot de eerste groep gingen we op de tweede toe. Zij waren rijker dan de anderen en vertoonden vrij wat kostbaarheden. Daar ze niet uit waren geweest en dus niet ingehuld waren in de afzichtelijke dracht voor op straat, zagen we duidelijk de sieraden, die gedragen worden door de getrouwde en ongetrouwde turksche vrouw. De getrouwde dragen alle een klein kapje, coquet geplaatst en vastgehouden door een of ander onzichtbaar middel onder het voorhaar, en boven de lijn van de wenkbrauwen, midden op het voorhoofd, een soort van klein fluweelen lapje, meest rood, bezet rondom met gouden munten en gouden filigraanwerk, zich vereenigend in een hoogere punt in het midden. Hoe rijker de draagster, des te dichter zijn de gouden munten er op en over elkander genaaid. Het haar scheen meestal met henna geverfd, lichter of donkerder rood naar den smaak van de eigenares, en de nagels waren op dezelfde manier geverfd. De onnatuurlijke helderheid van de roode tint van het haar doet de buitengewone bleekheid van de gezichten te meer uitkomen. De figuren waren slank, haast te mager. De ongetrouwde vrouwen dragen een klein, rond nauwsluitend zwart mutsje op het hoofd en een paar gouden munten op het voorhoofd, met mogelijk nog enkele om den hals, ook wel als eenhalssnoer.Wij gingen nu den harem zien van iemand uit de armere klasse. Op het binnenplein liepen zes of acht vrouwen naar voren, om ons te begroeten. Het waren familieleden of buren, en de vrouwen van verschillende mannen, want tenminste, wat Bosnië en Herzegowina betreft, is het eenvoudig een mythe, dat de mannen meer dan één vrouw in den harem hebben. In het geheele land zijn er niet meer dan een half dozijn, die er meer hebben. Deze vrouwen waren van hetzelfde type als die van zooeven, bleek en ziekelijk, met de gelaatskleur en het voorkomen van diegenen, die in een warm klimaat wonen en zichzelven buitensluiten van de buitenlucht en gezonde lichaamsoefening. Enkele hadden zwart haar, andere hadden het hennakleurig; twee of drie waren geverfd, waarbij het rouge vreemd afstak tegen de ongezonde gele kleur. Eén had koolzwarte oogen; zij was een veel mooiere vrouw dan de andere. Evenals te voren kwamen er leelijke tanden te voorschijn, toen ze begonnen te spreken. Een jonge vrouw scheen maar twee of drie tanden meer in den mond te hebben.Wij werden uitgenoodigd om boven te komen en gingen over het kleine binnenplein langs houten trappen naar twee kamertjes boven. Dit geheele deel van het huis was alleen voor de vrouwen. Het waren eenvoudige kamertjes, maar zindelijk en netjes onderhouden; de planken vloer was zoo wit, als zeep en water dien konden maken. De eenvoudige meubelen waren een divan aan den muur, een klein karpet in het midden, een plank, die rondom langs de wanden liep, waar een reeks metalen schotels en pannen stonden. Wij bleven niet lang, maar gingen toen nog, na dezen harem van de armere klasse te hebben gezien, naar dien van een turksch voornaam heer, het hoofddoel van onze expeditie.Het was een zeer deftig uitziend huis. Toen we het binnenplein betraden, stonden we tegenover een sierlijk gebouwd huis van twee verdiepingen. Het middengedeelte van de benedenverdieping stond open. Het leek een wijde hal, waar de deuren der kamers aan beide zijden op uitkwamen. Ze bevatte een divan en een breede, bruine, houten trap, die naar de bovenverdieping leidde. De muren waren schitterend wit en de vensters waren in donker hout gevat, terwijl de bovenramen van het huis mooi snijwerk hadden. Het effect was zeer aangenaam voor het oog.Onze gastvrouw en haar dochters kwamen ons tegemoet en vatten elkaar bij de hand, begroetingen uitend in zacht Slavisch. Ze zagen er bekoorlijk uit tegen het witte huis als achtergrond. Het meisje van huwbaren leeftijd was groot en slank. Zij was gekleed in turkooisblauwe zijde, een blauwzijden turksche broek, zeer breed en aan de enkels ingetrokken, die op een rok leek, en een eenvoudig jakje van dezelfde stof; een klein zwart mutsje had ze op het hoofd, versierd van voren en van boven met prachtige diamanten versierselen, die opstonden en glinsterden en trilden bij iederen stap. Parelsnoeren hingen om haar hals, zeven of acht strengen, mooie parelen, en daaronder een enorme streng gouden munten, elk van de grootte van een viershillingstuk, en zoo dicht op elkaar geschoven, als maar mogelijk was.Een verbazend lange gouden ketting bengelde van voren en was weggestoken in een zak dicht bij het middel. Daarin stak een met juweelen bezet horloge van het beste europeesche maaksel, naar we later bemerkten. De dame droeg gouden armbanden om de polsen, en gouden en diamanten sieraden hingen aan het uiteinde van haar lange, dikke vlecht van roodbruin haar. Het was een bekoorlijk meisje, niet bepaald mooi misschien, maar toch der schoonheid meer nabijkomend dan wij nog iemand hadden gezien dien dag, met een verstandig gezicht, zachte, goed geopende oogen en vlugge, korte bewegingen. Habeeba heette ze.Habeeba’s moeder zag er ook beter uit dan de meeste vrouwen, maar was meer joodsch van type, met een forschen, krommen neus. Zij droeg dezelfde soort van turksche broek en jakje als haar dochter, maar van minder sprekende kleur. Over het jakje droeg ze een smalle bolero van purper fluweel, met goudband belegd en geboord met rood vossebont, een versiering, die bij de Turksche vrouwen erg in den smaak valt, ofschoon naar europeesche zienswijze het smalle boordsel het effect bedierf. Op het midden van het voorhoofd droeg ze het gewone kleine kapje, bedekt met gouden munten en edelgesteenten, het teeken van den getrouwden staat. Maar ze droeg geen andere juweelen.Twee van ons hadden camera’s, maar ze waren pas voor den dag gehaald, of een gilletje van Habeeba bewees, dat ze het had gezien en begrepen. Ze vatte haar moeder bij de hand en alle beleefdheid vergetend, vluchtte het paar in huis, onze vriendin en tolk met zich meetrekkend. Deze verscheen even later weer en verklaarde, dat Habeeba en haar moeder zeiden, dat het niet door de wet geoorloofd was, dat zij werden gephotografeerd, maar dat we het huis mochten nemen. En daarmee moesten we tevreden wezen!Toen haar gemoedsrust teruggekeerd was, werden we boven verzocht en eerst in de ontvangkamer gebracht, en toen we die genoeg hadden bekeken, naar de eetkamer, die de mooiste tevens was. Dat vertrek had mooie boogramen, dezelfde, die we van buiten al hadden bewonderd.Op den grond van de eerste kamer lag een heerlijk turksch tapijt; een breede divan liep langs drie der wanden, en de kasten aan den vierden wand waren alle van gesneden hout. Het tweede vertrek was gelijk aan het andere behalve dan de boogramen, waaronder een divan stond, een zeer weelderige, met veel zachte kussens in de hoeken. Ons werd gewezen, hoe men op een turkschen divan plaats neemt naar turkschen trant, niet liggend noch zittend, maar één knie op den divan plaatsend en dan daarop neerzinkend, met dien voet en het been onder zich.Het volk is dol op rijden en reist in wagens zonder veeren.Het volk is dol op rijden en reist in wagens zonder veeren.Habeeba, die veel genoegen had in haar bezoeksters, bleef, om te zien dat ze prettig zaten, en verdween toen om ververschingen te halen, na een minuut weer verschijnend met een blaadje, waarmee ze zelve bij ons rondging. Het was Mekkawerk van geslagen koper, met een patroon van wit metaal erin aangebracht en afgezet met puntjes van zwart en rood email. Op het blaadje stonden kleine kopjes met bleeke, zoete koffie. Terwijl we die dronken, praatte Habeeba, en onze vriendinnen vertaalden.Hoe lang dachten we in Mostar te blijven? Hoe vonden we het? Waar gingen we daarna heen? Hadden we lang gereisd? Ja? O! Hadden we dan misschien Konstantinopel gezien? Teleurstelling was in haar oogen te lezen, toen het ontkennend antwoord haar werd overgebracht; maar haar gezichtje klaarde weer op, toen wij door de vertolkster uitlegden, dat we wel in andere mohammedaansche landen waren geweest, bij voorbeeld in Indië. Toen moest ze wat weten over de gewoonten in Indië en welk soort van kleederen de vrouwen er dragen, en ze vroeg naar kleine bijzonderheden, zoodat het ons bijna moeilijk viel, haar weetgierigheid te voldoen. Toen de koffie gebruikt was, presenteerde Habeeba sigaretten, ging daarna rond en nam de kopjes weg, om weer te verschijnen met een dienstmeisje en een ander blaadje, waarop dezen keer limonade stond in glazen met gouden randjes.Habeeba haalde ook haar handwerk voor den dag, het mooie haremwerk van gouddraad, beroemd in het land, werk, waarvan de uitvoering nog steeds een raadsel is voor de Europeanen, daar het precies gelijk is aan beide kanten. Habeeba moet in handwerken onovertroffen arbeid leveren. Het was eenvoudig prachtig.“Laat ons uw bruidsbed zien, zooals het zal worden opgemaakt, als ge getrouwd zijt, lieve Habeeba,” vroeg onze vertolkster en vriendin.Dat is een van de bezittingen van een turksch meisje, die ze wel graag vertoont, en het is de moeite van het bekijken waard. Habeeba glimlachte en ging heen. Alles stuk voor stuk binnen brengend met de hulp van een dienstmeisje, maakte ze delegerstede op, waar wij bij waren. Een lange, zachte matras van dons kwam eerst, die op den grond wordt gelegd in het midden van de kamer. Dan twee lange, enorm lange kussens met rose zijden eindstukken, die in positie werden neergelegd. Toen ontvouwde Habeeba een paar prachtig geborduurde strepen van glinsterend gouddraadwerk en stopte een aan elken kant rondom de kussens over de rose zijde, zoodat er maar een klein reepje rose overbleef.De vrouwen en kinderen uit Serajewo doen meestal zwijgend hun middagwandeling.De vrouwen en kinderen uit Serajewo doen meestal zwijgend hun middagwandeling.Vervolgens kwam ze met een grooten lap buitengewoon fijn wit mousseline, letterlijk bedekt met een overtrek van goudborduursel, en legde het in de lengte langs de hoofdkussens, waar het juist den rand bedekte van de reeds aanwezige strooken. Dan nam ze een laken van fijn geweven linnen en zijde, legde dat over de matras en stopte het zorgvuldig in. Ten laatste werd de deken gebracht van purperen zijde, in het midden belegd met een vierkant van bosnische stof van veel kleuren, en besprenkeld met zilver en goud. Het bruidsbed was gereed.Wat wij ook wenschten te zien, Habeeba was bereid, het ons te vertoonen. Op ons verzoek bracht ze ons een turksche broek, zooals zijzelve droeg, opdat we konden zien hoe die was gemaakt. Ze sprong op een stoel, zorgvuldig haar mutsje met één hand vasthoudend; en nam van de hooge gebeeldhouwde plank een van de metalen eetschalen, dat wij die zouden kunnen bekijken. Het is bosnisch werk, versierd aan de randen met ingelegd koper.Er was nu werkelijk niets meer te zien. Het leven van alle turksche vrouwen in Herzegowina en Bosnië is zeer enkelvoudig; ze borduren met goud- of zilverdraad, slurpen zoete koffie en limonade, rooken, rusten op divans, ontvangen bezoeken van andere vrouwen of gaan uit op die afgrijselijke wandelingen, zwaar ingepakt en in gedwongen stilzwijgen; zoo brengen ze het leven door. Inderdaad vanaf den tijd dat ze volwassen zijn, tot het tijdstip waarop ze trouwen, missen ze zelfs het laatste nommer van het simpele programma. Vanaf het oogenblik, dat ze beschouwd wordt als oud genoeg om te trouwen, tot den tijd van haar huwelijk gaat geen aanzienlijk turksch meisje buiten het binnenplein van haar vaders harem.Kleine turksche meisjes, die nog niet den huwbaren leeftijd hebben bereikt, loopen vrij rond met onbedekte gezichtjes; maar ook zij doen de ouderen na, en als een vreemdeling haar te lang of te nauwlettend aanziet, trekken ze de bedekkende shawl dicht om het gezicht of gaan met den rug naar u toe staan, tot de onbescheidene voorbij is. Het is hopeloos er een toe te krijgen te poseeren voor een kiekje. Het eenige middel is, ze onverwacht te snappen.Bij een zekere gelegenheid wilden we bijzonder graag een buitengewoon mooi meisje kieken. Dadelijk echter als we nader kwamen, keerde ze zich om en liep hard weg. Eenige Turken, die het hadden gezien en er veel pret in hadden, riepen haar toe, dat het wel mocht. Het hielp niet, ze liep nog harder weg; haar blauw doekje fladderde op den wind en ze hield eerst stil in de nabijheid van haar huis. En de kleine Juffrouw Behoorlijkheid kwam dien dag niet weer voor den dag, daar zijn we zeker van!De turksche vrouwen in Herzegowina zijn wonderlijk onwetend, zooals wel het geval moet wezen, als men nagaat, dat ze geheel zonder opvoeding worden gelaten, dat ze zelfs geen lezen leeren en schrijven. Een Turk uit Mostar, dien we onder het oog brachten, dat de vrouwen ook behoorden te worden opgevoed, luisterde aandachtig, terwijl het pleidooi werd gehouden, en toen schoof hij het met een beweging van zijn hand van zich af. “Mijn vrouw lezen en schrijven laten leeren!” merkte hij koel op. “Waartoe? Opdat ze minnebrieven zou kunnen schrijven aan andere mannen of hen ontvangen?”De bazar in Serajewo.De bazar in Serajewo.Toch ontkomt Mostar niet aan den invloed der moderne tijden. De oostenrijksche regeering heeft vooral in desteden de beschaving en de verhelderde denkbeelden verspreid. Zoo is een staatsschool voor meisjes in Mostar een inrichting, waar iedere stad trotsch op zou mogen zijn. De meisjes leeren er allerlei nuttige kundigheden, ook huishoudelijk werk. Trouwens ook thans zijn de christelijke boerenvrouwen in Herzegowina de vlijtigste wezens, die men zich kan voorstellen. We kwamen ze herhaaldelijk tegen, terwijl ze ijverig breiden. Dat doen ze onder het gaan naar het veld en ook wel onder het dragen van zware lasten.Er is te Mostar een kleine tabaksfabriek, waar sigaretten en pijptabak worden gemaakt uit de bladeren die de boeren zelf verbouwen en aan de regeering verkoopen, nl. aan de ambtenaren van deregio, die een vasten prijs betalen voor een overeengekomen hoeveelheid en soort, waardoor de boeren een aardige winst hebben. De grootste fabriek is echter te Serajewo, en daarheen worden de meeste tabaksbladeren, die in het land gekweekt worden, overgebracht.

Turksche kinderen, die naar de markt geweest zijn.Turksche kinderen, die naar de markt geweest zijn.

Turksche kinderen, die naar de markt geweest zijn.

Een klein half uurtje rijden door den pas bracht ons naar een werkelijk redelijk groot plekje vlak land in het dal, waar een dorp lag. Het was Niegus, de zetel der familie van den regeerenden vorst Nicolaas, de tegenwoordige heerscher van Montenegro, geboren in een gebouwtje als een schuur, dat, naar ons werd verteld, hem thans nog dient als jachthuisje. Het dorp gelijkt op de dorpen in de armste streken van Ierland, en de hutten hebben juist zulke gaten voor vensters, maar zien er netter uit, en de meeste hebben steenen of pannen daken. Vlak boven het dorp rijst een piek van 6000 voet omhoog, met sneeuw bedekt toen wij er waren.

Een aardige herberg is onlangs geopend te Niegus door een Montenegrijn. Dat is het huis Halfweg, waar het gewoonte is, een uur stil te houden in het heengaan of op den terugweg, om te ontbijten en de paarden te voederen en te drenken. De eigenaar, een knappe man in montenegrijnsche kleeding, kwam naar buiten, om ons te verwelkomen. Iemand in Dalmatië had ons verteld, dat we hier niets te eten konden krijgen, en dus hadden we den gegeven raad gevolgd en hadden ons lunch meegenomen. De eigenaar scheen daar niet op te letten; maar hij glimlachte toen wij hem de reden meedeelden, verklarend dat hij altijd in staat was, voor kleine gezelschappen een lunch aan te richten. Hij sprak uitstekend Fransch, dat hij, naar hij zei, in Marseille had geleerd. Hij had veel gereisd, vertelde hij ons, maar was nu naar Montenegro teruggekeerd, om er te blijven. Niegus leek een sombere plaats om te wonen voor een bereisd man, en we waagden hem te vragen, of hij er de voorkeur aan gaf boven elke andere plek, die hij aanschouwd had. Hij glimlachte flauwtjes en antwoordde: “Chacun préfère sa patrie.”

Tegenover ons waren, terwijl we in de veranda zaten, twee zeer kleine ossen aan het ploegen van een veldje. De ploeger, een statige Montenegrijn, zag er vreemd uit bij zijn miniem spannetje. We hadden een kodak steeds bij de hand en wilden wel graag iets montenegrijnsch snappen, en zie, plotseling verschenen er vijf vuile jongens, die op een rij gingen staan, stijf van aandacht, in afwachting van te worden gekiekt. Om hen niet teleur te stellen, namen wij de groep en hadden er pret in, want ze schenen de zaak heel gewoon te vinden! Voor hoeveel reizigers moeten ze al niet hebben geposeerd, dat ze zoo vertrouwd zijn geworden met het gephotografeerd worden.

De paarden hadden nu te eten en te drinken gehad, en die wonderlijke dieren waren al weer klaar na den langen trek van vijftien mijlen omhoog, omeen nieuwe vijftien mijlen af te leggen, bergop en bergaf. Onder het verder rijden zagen we bouwland aan alle kanten, maar in stukjes en brokjes, overal waar maar wat losse aarde was te vinden. Hier schuilt er geen overdrijving in, als men zegt, dat ieder duimbreed gronds bebouwd is en dat elk centimetertje van moeder Aarde met zorg gekoesterd en op prijs gesteld wordt.

Een Bosnische Turk met zijn zoon.Een Bosnische Turk met zijn zoon.

Een Bosnische Turk met zijn zoon.

Wij stegen nog, en de lucht werd reeds koeler. Toen we boven waren, hield het rijtuig stil bij een montenegrijnsche hut, waar een vrouw ons turksche koffie schonk tegen een stuiver per hoofd. We hadden den top van den pas bereikt.

Den hoek omslaand bij het dalen, kregen we den aanblik van een typisch montenegrijnsch landschap van de meest woeste soort. Wij zagen neer op een wijde zee van rotsen, waar de eene golf na de andere zich voor ons ontrolde, eindeloos ver tot aan den horizon, een labyrinth van rotsen, grijs en strak, met niets levends in zicht en geen geluid om de eeuwige stilte te breken. Het tooneel was afgrijselijk van troosteloosheid. Vreemd genoeg, gevoelden wij, toen de eerste verrassing voorbij was, iets als opgewektheid in plaats van neerslachtigheid, want de lucht was als champagne. Een half uur van snel dalen langs den weg bracht ons in het gezicht van het dal, aan welks uiteinde Cettinje ligt. Het dal is lang en breed en vlak, en de breede witte weg komt er binnen aan het verste einde, er recht door gaande met één scherpe bocht. Er is hier overvloed van bebouwd land, en de velden zijn goed van grootte. Als ooit Cettinje uitbreidingsplannen mocht krijgen, zal er plaats in overvloed wezen.

Veemarkt in Serajewo.Veemarkt in Serajewo.

Veemarkt in Serajewo.

Wij stapten af aan het Grand Hotel, zes-en-een half uur na Cattaro te hebben verlaten. De hoofdstraat, die ongeveer 150 ellen lang is, omvat zoowat twee derden van de stad. Het is een zonderlinge straat, zoo breed, dat het mogelijk zou zijn er drie of vier rijtuigen naast elkaar door te laten rijden. Er staan alleen huisjes van één of twee verdiepingen, alle ongelijk geschilderd, nu een grijs, dan een blauw of groen, nooit twee naast elkaar van dezelfde tint. Een paar korte straten slaan rechthoekig af, en daar vindt men alles, wat niet te vinden is in de hoofdstraat. Het Grand Hotel staat aan het einde, en doet de kleine plaats alle eer aan; er is een keuken, waar een fransche chef den schepter zwaait.

Als men de stad binnengaat, treftmenlinks een mooie villa op haar eigen terrein; dat is de Oostenrijksche ambassade; aan den rand der stad aan den anderen kant zijn de noggrootere en mooieregebouwen van het russische gezantschap. Die ambassades van de beide Grootmachten staan daar als twee wachthonden, elk met één oog op den ander gevestigd en het been tusschen zich in.

Met het oog op dat kleine hoofdstadje en den barren, woestijnachtigen grond, die een groot deel van het land beslaat, is de waarde van het been, waar de strijd om gaat, niet dadelijk duidelijk, maar een wandeling door Cettinje brengt die spoedig aan den dag. Ieder man is een geboren soldaat. Men kan het in zijn oogen lezen, in zijn onafhankelijke houding en in de gewoonte van de wapens te dragen, want bijna ieder volwassene heeft een pistool in den gordel, enkelen zelfs een heel arsenaal van wapens. Dit is een prachtig contingent in oorlogstijd, waarvan Rusland de waarde al eens heeft beproefd, welke waarde opnieuw zal blijken in dien niet zoo ver verwijderden tijd, als de lang verschoven quaestie van het dichtbijzijnde Oosten beslist moet worden.

Er is voor den gewonen toerist niet veel in Cettinje te zien. De vorst bewoont een bescheiden, chocoladekleurig gebouw, met wit afgezet, waar niet veel open grond bij behoort. Er is een oud klooster in de buurt,waarvan de fondamenten gelegd zijn omstreeks den tijd van Willem den Veroveraar. Ofschoon het tweemaal verwoest werd door de invallen van de Mohammedanen, heeft het tegenwoordig gebouw den respectabelen ouderdom bereikt van zoowat zeshonderd jaren. De belangrijkheid ligt meer in de historische betrekkingen dan in de architectonische verdiensten. De graftomben en de graven van de koninklijke familie zijn er in de nabijheid.

Tegenover het klooster ligt het Biljardpaleis, een laag, wit, steenen gebouw, dat haast niet den naam van paleis verdient. Toch was het vroeger het paleis van den vorst, maar is nu dat van den Bisschop en dankt zijn naam aan het feit, dat de voornaamste kamer, die het bevat en waar de regeerende vorst zijn recepties hield, indertijd een biljard bezat.

Een steenworp verder is het arsenaal, dat enkele curiositeiten en herinneringen heeft van de oorlogen der Montenegrijnen tegen de Turken. Dan volgt de gevangenis, merkwaardig omdat ze bestuurd wordt naar een stelsel, dat zoo geheel verschilt van het gewone. De gevangenen dragen geen gevangenkleeding en worden behandeld als een troep ongevaarlijke krankzinnigen, wien men eenigen dwang moet opleggen, om overlast van het publiek te voorkomen. De eenige aanwijzing van het feit, dat het gevangenen zijn, is dat ze ketenen aan de beenen hebben. Ze mogen nu en dan wat wandelen buiten de muren der gevangenis onder de hoede van een enkelen bewaker, bij welke gelegenheid een menigte van vrienden en verwanten vrij met hen mogen praten. Inderdaad is het dan moeilijk, de gevangenen van hun vrienden te onderscheiden. Op het eerste gezicht schijnt het verrassend, dat er niet meer ontvluchtingen plaats hebben in die omstandigheden. Maar de gevangenisautoriteiten weten wel, wat ze doen, want waar zou een ontvluchte montenegrijnsche misdadiger zich verbergen? Hij moet wel ontdekt worden in zijn eigen land, en elders zou zijn nationaliteit, zoo niet zijn eigenaardige kleederdracht hem tot een aangewezen persoon maken. De misdaden of liever de redenen tot opsluiting stonden bijna zonder onderscheid in verband met vechten en met de gevolgen van wraaknemingen.

Canalesische vrouwen in nationaal kostuum.Canalesische vrouwen in nationaal kostuum.

Canalesische vrouwen in nationaal kostuum.

De schouwburg, een gebouw, dat ter herinnering aan den overleden Vorst is gebouwd en het marktplein zijn de verdere merkwaardigheden. Voor den gewonen kijkenden toerist mag dat weinig lijken, maar voor den reiziger, die weet te waardeeren, is een bezoek aan Montenegro zeer belangwekkend, want hier bloeien nog alle primitieve deugden en een arcadische eenvoud, die elders in het beschaafde Europa niet meer zijn te vinden, zeker in het geheel niet in een europeesche hoofdstad. De groote aantrekkelijkheid van Montenegro vormt het volk, een prachtig ras, goed gebouwd, knap, openhartig, beleefd, zonder kruipend te zijn en nog hechtend aan de gevoelens van eer uit den ouden tijd. Het land is nu nog niet bedorven door de beschaving; het heeft geen sociale quaestie en heeft geen dieven noch geldleeners; ook wordt het nog niet verduisterd door de schaduw van het geldbejag.

Maar de Montenegrijn mist de schaduwzijden van zijn deugden niet. Of het is toe te schrijven aan zijn omgeving of zijn opleiding of een andere oorzaak, hij houdt niet van werken. Hij voert niets uit, maar hij is lui met gratie. Het is onmogelijk te gelooven, als men het niet heeft gezien, met wat een statigen, deftigen gang de mannen uit Cettinje om vijfuur in den namiddag hun hoofdstraat afwandelen, langzaam stappend vol majesteit en pratend, niet opgewonden, zooals de mannen doen van alle omringende landen, maar ernstig, kalm, van ganscher harte, als een volk, dat een groot werk zich ziet toevertrouwd.

Zonder twijfel dragen die schitterende kleederdrachten, die ze hebben, er veel toe bij, hen aantrekkelijk te maken. Het land is echter ook niet zonder bekoring. Het is niet enkel een land van rotsen, maar in het Zuiden is het vruchtbaar, goed bebouwd en groen, ook al niet minder aantrekkelijk dan deelen van Zuid-Frankrijk en Italië. Een wandeling van omstreeks veertig minuten van Cettinje naar een plek, die Bella Vista heet, op den weg naar Rjeka en Skutari stelt den reiziger spoedig daarvan op de hoogte. Van dat punt is het uitzicht prachtig en breidt zich uit over een hoek van Zuid-Montenegro naar het meer van Skutari, dat glinstert in het zonlicht en verder naar de met sneeuw bedekte bergen van Albanië, half verborgen in den nevel.

Ongelukkig was onze tijd te kort in Montenegro, al haastten we ons niet zooveel als de meeste bezoekers. Maar het gemakkelijke uitstapje naar het meer van Skutari, waarbij we onderweg veel van het zuiden van Macedonië zagen, was de moeite waard, zoodat we blij waren, het te hebben gedaan. Van Cettinje naar Rjeka is een rit van vijf uren; daar komt een stoombootje tweemaal in de week en brengt de passagiers naar den mond der rivier van Rjeka en dan naar Skutari, de hoofdstad van Turksch Albanië, dat in één dag te bereiken is. Van Skutari kan men in de terugreis afwisseling brengen door naar Antivari te stoomen, een der onlangs door Montenegro verkregen havens, van waar men met de stoombooten der Oostenrijksche Lloyd naar elk willekeurig punt van de Adriatische Zee of van de Middellandsche Zee kan gaan, als men niet wenscht door Montenegro terug te keeren. Dit Rjekadal wordt door de geologen geacht in vroeger tijden een haven als een fjord te zijn geweest, en het meer van Skutari moet in dien tijd een baai van de Adriatische Zee zijn geweest.

Een ander gemakkelijk ritje van Cettinje uit is naar Niksic, belangrijk door het feit, dat het de eenige stad in Montenegro is, die iets aan nijverheid doet. De tegenwoordige vorst bouwt er zich een paleis, en men zegt, dat hij er zijn hoofdstad heen verplaatsen wil.

Te Niksic brouwen ze een wezenlijk uitmuntend bier, dat onder onze aandacht werd gebracht door den majoor van de vorstelijke lijfwacht, een Montenegrijn, die in Italië zijn opvoeding had genoten, zooals met zooveel Montenegrijnen in dezen tijd het geval is. Deze officier kon wel Italiaansch spreken, maar geen Duitsch. Inderdaad doen weinig Montenegrijnen aan de studie van het Duitsch. Ze houden niet van Oostenrijk, en er is zeer weinig verkeer tusschen Montenegro en de aangrenzende oostenrijksche landen. Nu en dan zijn er ernstige grensquaesties en twisten tusschen weerspannige Montenegrijnen en oostenrijksche ambtenaren. Toch mag Montenegro Oostenrijk wel op prijs stellen, want het groote land schenkt aan den vorst jaarlijks een ruime subsidie als erkenning van de uitstekende diensten, welke hij aan de zaak des vredes en der beschaving heeft bewezen door het in toom houden van zijn woelige onderdanen.

Veertig of vijftig jaar geleden schenen de Montenegrijnen de eigenschappen te vertoonen van de schotsche Hooglanders, toen ze een eeuw geleden haast allen struikroovers waren. De toen verkregen reputatie is hun bijgebleven, en zelfs thans is nog niet algemeen erkend in Europa, dat Montenegro een veilig land is, even veilig voor den reiziger als welk europeesch land ook.

Montenegro en de inwoners van het land zijn aan hun heerschers veel verplicht voor hun welvaart. De tegenwoordige vorst is een waardige opvolger van de regeerders, die hem zijn voorgegaan. In de vijf-en-veertig jaren van zijn regeering heeft hij met de hulp van Rusland en in dank voor militaire hulp en tevens door de goede diensten van Gladstone veel grondgebied verworven, o. a. de havens Dulcigno en Antivari. Vorst Nicolaas heeft Montenegro tot een staat van beteekenis verheven ten gevolge van de huwelijken zijner dochters, de eene de tegenwoordige koningin van Italië, en de andere de vrouw van een russischen groothertog. De Montenegrijnen, met wie wij een onderhoud hadden, waren allen zeer terneergeslagen bij het hooren van de japansche overwinningen. Maar ze zeiden: “Wacht maar, tot er gevechten te land worden gevoerd, en Japan zal wat anders zien gebeuren.” Naar aanleiding hiervan werd ons een geschiedenis verteld. De vorst ontving een telegram, dat de eerste japansche overwinning te land berichtte, juist vóór een maaltijd, waar de britsche en russische gezanten beiden zijn gasten waren. Na het te hebben ingezien, gaf hij het telegram rond. Toen het den russischen gezant bereikte, zag die maar even de woorden in. “O, een telegram van Reuter,” merkte hij op. “In St. Petersburg hebben we een anderen naam voor nieuws uit die bron.”

Daar Reuter een engelsch telegraafagentschap is, was die opmerking niet bepaald beleefd tegenover onzen vertegenwoordiger. Het was daarom een groote voldoening, toen later op dienzelfden avond de vorst een tweede depêche ontving, die afkomstig was uit een bron, die de Russen niet konden laken, welk telegram de eerste tijding niet enkel bevestigde, maar toonde, dat de uitslag van het gevecht nog noodlottiger voor de Russen was geweest, dan Reuter het had voorgesteld.

De bevolking van Montenegro is 240,000 zielen groot, en het leger bedraagt een zesde van het geheel, zoodat alle volwassen mannen er ongeveer toe moeten behooren.

De sympathieën van de Montenegrijnen zijn altijd geweest bij hun landgenooten en geloofsgenooten in de landen er omheen. Bij den opstand van Herzegowina van 1875 hielpen ze de opstandelingen tegen de Turken. Later, toen de Oostenrijkers Bosnië en Herzegowina bezetten en moeite hadden met gewapende benden, die rondtrokken, gingen de gevoelens van de Montenegrijnen uit naar die heidukken, zooals ze werden genoemd. Een bende van dien aard bestond in de wildernissen van Herzegowina tot slechts weinige jaren geleden. Aanhoudende achtervolging door de oostenrijksche politie had ze sterk verminderd; eender laatste aanvoerders werd ten laatste doodgeschoten en een ander zocht een schuilplaats op montenegrijnsch grondgebied. Hier werd hij ziek en werd naar een montenegrijnsch hospitaal gebracht. Er werd een prijs op zijn hoofd gesteld door de oostenrijksche regeering, waardoor een ondernemende Herzegowinees, vroeger benadeeld door den heiduk, in verzoeking werd gebracht. Hij ging naar Montenegro en, ziekte voorwendend, werd hij naar hetzelfde hospitaal vervoerd. Hij raakte op vertrouwelijken voet met den heiduk en wist dien op die manier naar een stil plekje te lokken en hem daar te dooden. Zijn slachtoffer het hoofd afslaand, trok hij daarmee naar de oostenrijksche grens, maar ongelukkig voor hem, werd het lijk ontdekt, en de schuldige werd ingehaald en gedood door Montenegrijnen; het hoofd van den heiduk werd nooit aan de oostenrijksche autoriteiten uitgeleverd.

Gaarne zouden wij langer hebben vertoefd in dit bergachtige Arcadië, en met spijt maakten we onze toebereidselen voor den terugkeer naar het land der Philistijnen. Op den terugrit waren wij in de gelegenheid, de woeste natuur van de Lovcenbergketen te bewonderen, daar we een prachtigen dag hadden.

Terwijl we de menschen en de paarden te Niegus zich lieten verkwikken, luisterden wij naar de muziek van een montenegrijnschen doedelzak, een zeer klein instrument, vergeleken bij dat van de schotsche Hooglanders. We zagen jong Montenegro uit de dorpsschool komen met heldere, knappe gezichtjes. Er waren geen kleine meisjes. Onze oude kennis, de waard, vertelde ons echter, dat er een meisjesschool was te Cettinje, gesticht door een russische aartshertogin. De vreemde taal, die in die school werd onderwezen, was, naar hij vertelde, het Fransch.

Maar al te spoedig verwisselden wij de champagnelucht van de hoogten voor het flauwer artikel van dien aard uit de vlakte beneden. Die heerlijke lucht zal nog eenmaal Montenegro’s fortuin maken. Er is geen twijfel aan, of deze hooglanden met hun gezonde lucht en hun opwekkende atmosfeer in de rustige omgeving, zouden zeer heilzaam werken op personen, die aan nervositeit lijden of overspanning, en ze zullen zeker geëxploiteerd worden voor een sanatorium.

Daar onze stoomboot van de Oostenrijksche Lloyd niet dan op den middag Cattaro zou verlaten, trachtten we een klein bootje te vinden, waarin we naar Castelnuovo zouden kunnen varen, om daar de stoomboot te vinden. Maar er was geen bootje te krijgen, en we verspeelden onzen morgen in het tuincafé op de pier, klagend, dat zulk een mooi water, geschikt voor bootje varen, visschen, zeilen, baden en dergelijke vermaken, weggeworpen zou wezen voor menschen die het niet op prijs weten te stellen. Een handjevol gemiddeld welvarende Engelschen, wonend te Castelnuovo, zou dit alles veranderen en het zou de bevolking inwijden in het gebruik maken van de natuurlijke voordeelen van hun woonplaats. Castelnuovo is een uitmuntend uitgangspunt voor uitstapjes per stoomboot naar de havens van Zuid-Montenegro en Albanië, naar Korfoe en Bari in Italië, zoowel als naar de beter bekende plaatsen aan Adriatische en Middellandsche Zee.

De Careva Dzamia of Sultans moskee in Serajewo.De Careva Dzamia of Sultans moskee inSerajewo.

De Careva Dzamia of Sultans moskee inSerajewo.

De straten van Ragusa en de kade te Gravosa zijn geschikt om studies over de kleederdracht te maken. Daar trekken vooral de aandacht de vrouwen uit Canalesi, een streek, waar ze nog een schilderachtig sneeuwwit hoofddeksel dragen, wijd uitstaande en zeer flatteerend. De kleeding van de vrouwen uit Zuid-Herzegowina, die men hier vaak ontmoet, is ook aantrekkelijk en sprekend van kleur, merkwaardig om de dikke, thuis geweven, gekleurde boezelaars, terwijl de draagsters er meestal bijzonder goed uitzien.

Gedurende ons verblijf in Dalmatië was het nu gaandeweg half Mei geworden, en daar Ragusa met de haven Gravosa zoetjesaan te warm werd, vonden wij dat het tijd werd, ons naar hooger gelegen plaatsen te begeven. Wij besloten met Mostar te beginnen en daar met den middagtrein heen te gaan. Aangezien de staatsspoorweg niet heel ruim in haar materiaal zit, volgden wij het voorbeeld van de inboorlingen en waren aan het station een half uur vóór het vastgestelde uur van vertrek, ten einde plaatsen aan een der ramen te krijgen en dus wat van het landschap te kunnen zien.

Na Ombla te zijn voorbijgegaan, begon de stijging van den weg, die langs Brgat en Uskoplje gaat en een echt Karstkarakter draagt. Het zijn nauwe dalen, gescheiden door kale kalkbergen, die soms de grilligste vormen vertoonen, een steenachtig, onvriendelijk land. Eerst na Popovo Polje, waar belangwekkende oude monumenten moeten zijn en antieke graven, begint het land van aanzien te veranderen. Een riviertje stroomde langs den spoorweg en scheen met ons in snelheid te willen wedijveren op zijn weg naar de Narenta door lachende velden met haver en boomgaarden van kersenboomen, waar de boeren aan het werk waren. Gabela, dat we omstreeks zes uur in den avond bereikten; het kruispunt met de lijn naar Metkovic, zou hebben kunnen liggen in een dal in Kaschmir, zoo bekoorlijk was er het landschap, dat vooral veel van zijn bekoring ontleende aan de Narenta, die hier al een groote rivier is.

De bedding vernauwt zich verderop en de Narenta begint dan onstuimig te doen, vormt watervallen en wisselt die af met ondiepe plaatsen. De oevers zijn met plantengroei bekleed en er staan ook mooie boomen. Buna ligt te midden van vruchtbare, golvende landerijen, en zoo komen wij in het vruchtbare dal, waar Mostar het middelpunt van vormt.

Vrouw uit Herzegowina.Vrouw uit Herzegowina.

Vrouw uit Herzegowina.

Het was een prettige aanblik, dat Mostar zich nog als een karakteristiek oostersch stadje voordoet, nog niet bedorven door de europeesche beschaving. Natuurlijk is Mostar een turksche stad, daar Herzegowina een integreerend deel is van het gebied van den sultan1, maar wij hadden verwacht dat de servische bevolking, van het turksche juk bevrijd, hun oostersche gewoonten en kleeding zouden hebben afgelegd en Europeanen zouden zijn geworden. We vergaten dat veranderingen langzaam gaan in het Oosten. De mohammedaansche zeden zijn diep doorgedrongen en een groot deel der bevolking zal waarschijnlijk er wel altijd trouw aan blijven.

De omgeving van Mostar herinnerde ons aan Pendsjab, en het stadje zelf kon best een grensstadje in het Vijfstroomenland aan den bovenloop van den Indus wezen. Steile klippen naderen tot dichtbij aan den eenen kant, en aan den anderen wordt het vruchtbare dal ingesloten door bergen. De Narenta, die van het hoogland komt en die in haar rotsachtige en met steenen bezaaide bedding alle voor liefhebbers van natuurschoon aantrekkelijke eigenschappen behoudt van haar afkomst, verdeelt de stad in twee deelen. Het heldere water in de diepe, steenachtige bedding wordt niet ontsierd door kaden of aanlegplaatsen en over den stroom spant zich de glorie van Mostar, de oude brug, waar de stad naar is genoemd, een sierlijk en schilderachtig bouwwerk, het zij het turksch of romaansch is, wat een nog niet uitgemaakt twistpunt is.

Vrouw uit Zuid-Herzegowina in Ragusa.Vrouw uit Zuid-Herzegowina in Ragusa.

Vrouw uit Zuid-Herzegowina in Ragusa.

Mostar is een mooi stadje. Het gezicht van den linkeroever der rivier, die hier gitzwart van kleur is, behalve waar ze, door steenen benauwd, breekt en opspat in sneeuwwit schuim, de eerwaardige brug en de wachttorens, de zonderlinge huizen van turksch model, de oude stad, de minarets, de moskee, de muren van klippen op den achtergrond, dat alles gezien in het stralende licht, vormen een weelde voor het oog.

De voornaamste moskee is een goed staaltje van mohammedaanschen bouwtrant. Niet zoo indrukwekkend van uiterlijk als de moskeeën vanSerajewo, is het inwendige smaakvol ontworpen, en met het zachte licht leek het ons een zeer geschikt bedehuis. Toen we het huis bekeken, hadden we gelegenheid de gemeente te zien bij de godsdienstoefening, daar juist de roepstem van den muezzin had weerklonken. Het is een imposant gezicht. Geen houding is beter in staat, het nederige smeeken en de diepe hulde uit te drukken dan de houding, die de Muzelman aanneemt bij het gebed. Daar ze vijfmaal per dag hun gebeden en godsdienstplichten moeten vervullen met de vele kniebuigingen, hebben ze daardoor alleen al veel gymnastiek te doen, wat misschien mee een verklaring is van de athletische houdingen en goedgebouwde lichamen der Mohammedanen, vergeleken bij hun christelijke broederen. Mohammed wist wel wat hij deed, toen hij dezen eeredienst instelde en ook de voorafgaande wasschingen voorschreef, zonder welke, verklaarde hij, het gebed zelfs niet door God zou worden aangehoord. Het gevolg is, dat de Mohammedanen er zindelijker en knapper uitzien dan de meerderheid der Christenen.

De bazar van Serajewo.De bazar van Serajewo.

De bazar van Serajewo.

Na een kijkje in Mostar gingen we naar een turksch koffiehuis met tuin, over de oude brug, en dronken koffie à la Turque, terwijl muzikanten vroolijke wijsjes speelden, o. a. het servische volkslied en andere servische wijzen met karakteristiek kwijnenden maatgang.

Toen keerden we naar het hotel Narenta terug, een geriefelijk modern gebouw, en aten uitstekende Narentaforellen, besproeid door een goeden plaatselijken tafelwijn uit Herzegowina, zittend in de breede veranda van het hotel in een vroolijk gezelschap van oostenrijksche officieren en hun vrouwen, de élite van de stad. Later zaten we nog te praten en vergeleken het werkelijke Oosten met dit Oosten van dichtbij, beide zoo verschillend en toch punten van overeenkomst aanbiedend. In het echte Oosten merken de man van het Westen en de Oosterling weinig van elkander; ze wonen ook meestal afzonderlijk in eigen wijken, en het oostersche leven wordt er min of meer gemaskeerd voor de westersche nieuwsgierigheid, zoodat het vaak verkeerd begrepen wordt. Hier leven het Westen en het Oosten vertrouwelijk naast elkaar. De meerderheid der bevolking is van hetzelfde bloed en spreekt dezelfde taal. Alleen het geloof verschilt. Een juister inzicht in het mohammedaansche karakter, het leven en de gewoonten der Muzelmannen kan men hier in een enkele maand verkrijgen dan door een maand te vertoeven in het ware Oosten.

Iemand van ons gezelschap werd in staat gesteld, door te dringen in de geheimzinnigheden van een turkschen harem, toebehoorend aan een hoogen burgerlijken ambtenaar van Mostar, door de vriendelijkheid en onder de persoonlijke leiding van eenige oostenrijksche dames, die in Mostar woonden, en ook zagen ze iets van harems, die behoorden aan de armere klassen der mohammedaansche bevolking.

Het was half drie in den namiddag, het warmste gedeelte van den dag, toen de vier dames, een Oostenrijksche, een Slavische en twee Engelschen langzaam zich voortbewogen door de smalle, zondoorgloeide straat en een zijstraat insloegen in een mohammedaansche wijk. Overal zag men mohammedaansche vrouwen, want op die warme uren, van twee tot vijf, als de mannen niet te zien zijn, nemen ze wat beweging en open lucht. Ze waren allen gekleed in het eenige wandeltoilet, dat door het schoone geslacht in Mostar de rigueur wordt geacht, de zonderlingste vermomming, die te bedenken is en die de vormen geheel verbergt.

Stel u voor een lange, zeer dikke overjas, veel gelijkend op die van de engelsche soldaten, behalve dat er een hooge kraag op is van bijna een voet hoogte. Dat kleedingstuk wordt over de draagster geworpen, die erin gehuld wordt met hoofd en al; de haak wordt vastgemaakt niet aan den hals, maar vlak onder den neus, zoodat de hooge, stijve kraag ver vooruitsteekt boven en vóór het voorhoofd als een groote bek. De spleet, die eronder open blijft in de schaduw van den vooruitstekenden bek, wordt gevuld met een mousselinen masker, dat ook de oogen van de draagster bedekt. De mantel is over de geheele lengte dichtgehaakt, terwijl de mouwen achteruit zijn gespeld en los flapperen als vleugels. Groote, zwarte, of heldergele, lompe, ongelooide laarzen voltooien het costuum.

De aanblik van deze stille, ingehulde figuren, die met tweeën of soms alleen of ook wel in rijen verder waggelen, doet denken aan monsterachtige uitgestorven vogels, laat ons zeggen, een kruising tusschen een toekan en een pinguïn, of het konden verdwaalde bewoonsters wezen van een onbekende planeet, of spookachtige voortbrengselen van het vruchtbare brein van H. G. Wells, alles eerder dan menschelijke wezens. Arme, verstikte schepsels! Hoe houden ze zoo’n kleeding uit bij zulk weêr!

Een der vier dames was goed bekend bij de vrouwen van Mostar, maar op straat mochten die niet met haar praten, en zij mocht haar ook niet aanspreken. Nu stonden ze echter dadelijk stil bij den drempel van haar huis, en toen ze zagen, dat er niets anders dan vrouwen in de nabijheid waren, draaiden ze zich om, en de haken van de zware kleeding losmakend, begonnen ze druk met ons te praten. De overjassen gleden uit, de mousselinen sluiers werden naar één kant geschoven, en we zagen de aangezichten: bleeke, ongezonde gezichten, badend in het zweet, leelijk, dat was de eerste indruk, maar toch interessant, al was het alleen omdat ze de eerste vrouwen waren, die het gezelschap met onbedekt gelaat had aanschouwd.

Ze spraken levendig en waren uiterst vriendelijk tegen de bezoeksters, waarbij leelijke tanden zich vertoonden. Het algemeene gelaatstype schijnt nog al lang te zijn en smal, met donkere oogen, niet de groote, heldere, amandelvormige oogen van het Oosten, maar scherpe oogen, die voor het oogenblik met intense belangstelling op ons waren gevestigd. Er brandde nieuwsgierigheid in haar, die algemeene eigenschap van alle dochters van Eva. Ze overlaadden ons met vragen, waar onze vertolksters maar met moeite op konden antwoorden. De deuren van een andere binnenplaats gingen open, en een half dozijn hoofden van turksche vrouwen en meisjes, die blijkbaar ons gesprek hadden gehoord, staken naar buiten, gereed om zich terug te trekken bij het minste onraad. Toen onze vrienden werden herkend, gingen de deuren wijder open en we werden hartelijk begroet.

Met een afscheidswoord tot de eerste groep gingen we op de tweede toe. Zij waren rijker dan de anderen en vertoonden vrij wat kostbaarheden. Daar ze niet uit waren geweest en dus niet ingehuld waren in de afzichtelijke dracht voor op straat, zagen we duidelijk de sieraden, die gedragen worden door de getrouwde en ongetrouwde turksche vrouw. De getrouwde dragen alle een klein kapje, coquet geplaatst en vastgehouden door een of ander onzichtbaar middel onder het voorhaar, en boven de lijn van de wenkbrauwen, midden op het voorhoofd, een soort van klein fluweelen lapje, meest rood, bezet rondom met gouden munten en gouden filigraanwerk, zich vereenigend in een hoogere punt in het midden. Hoe rijker de draagster, des te dichter zijn de gouden munten er op en over elkander genaaid. Het haar scheen meestal met henna geverfd, lichter of donkerder rood naar den smaak van de eigenares, en de nagels waren op dezelfde manier geverfd. De onnatuurlijke helderheid van de roode tint van het haar doet de buitengewone bleekheid van de gezichten te meer uitkomen. De figuren waren slank, haast te mager. De ongetrouwde vrouwen dragen een klein, rond nauwsluitend zwart mutsje op het hoofd en een paar gouden munten op het voorhoofd, met mogelijk nog enkele om den hals, ook wel als eenhalssnoer.

Wij gingen nu den harem zien van iemand uit de armere klasse. Op het binnenplein liepen zes of acht vrouwen naar voren, om ons te begroeten. Het waren familieleden of buren, en de vrouwen van verschillende mannen, want tenminste, wat Bosnië en Herzegowina betreft, is het eenvoudig een mythe, dat de mannen meer dan één vrouw in den harem hebben. In het geheele land zijn er niet meer dan een half dozijn, die er meer hebben. Deze vrouwen waren van hetzelfde type als die van zooeven, bleek en ziekelijk, met de gelaatskleur en het voorkomen van diegenen, die in een warm klimaat wonen en zichzelven buitensluiten van de buitenlucht en gezonde lichaamsoefening. Enkele hadden zwart haar, andere hadden het hennakleurig; twee of drie waren geverfd, waarbij het rouge vreemd afstak tegen de ongezonde gele kleur. Eén had koolzwarte oogen; zij was een veel mooiere vrouw dan de andere. Evenals te voren kwamen er leelijke tanden te voorschijn, toen ze begonnen te spreken. Een jonge vrouw scheen maar twee of drie tanden meer in den mond te hebben.

Wij werden uitgenoodigd om boven te komen en gingen over het kleine binnenplein langs houten trappen naar twee kamertjes boven. Dit geheele deel van het huis was alleen voor de vrouwen. Het waren eenvoudige kamertjes, maar zindelijk en netjes onderhouden; de planken vloer was zoo wit, als zeep en water dien konden maken. De eenvoudige meubelen waren een divan aan den muur, een klein karpet in het midden, een plank, die rondom langs de wanden liep, waar een reeks metalen schotels en pannen stonden. Wij bleven niet lang, maar gingen toen nog, na dezen harem van de armere klasse te hebben gezien, naar dien van een turksch voornaam heer, het hoofddoel van onze expeditie.

Het was een zeer deftig uitziend huis. Toen we het binnenplein betraden, stonden we tegenover een sierlijk gebouwd huis van twee verdiepingen. Het middengedeelte van de benedenverdieping stond open. Het leek een wijde hal, waar de deuren der kamers aan beide zijden op uitkwamen. Ze bevatte een divan en een breede, bruine, houten trap, die naar de bovenverdieping leidde. De muren waren schitterend wit en de vensters waren in donker hout gevat, terwijl de bovenramen van het huis mooi snijwerk hadden. Het effect was zeer aangenaam voor het oog.

Onze gastvrouw en haar dochters kwamen ons tegemoet en vatten elkaar bij de hand, begroetingen uitend in zacht Slavisch. Ze zagen er bekoorlijk uit tegen het witte huis als achtergrond. Het meisje van huwbaren leeftijd was groot en slank. Zij was gekleed in turkooisblauwe zijde, een blauwzijden turksche broek, zeer breed en aan de enkels ingetrokken, die op een rok leek, en een eenvoudig jakje van dezelfde stof; een klein zwart mutsje had ze op het hoofd, versierd van voren en van boven met prachtige diamanten versierselen, die opstonden en glinsterden en trilden bij iederen stap. Parelsnoeren hingen om haar hals, zeven of acht strengen, mooie parelen, en daaronder een enorme streng gouden munten, elk van de grootte van een viershillingstuk, en zoo dicht op elkaar geschoven, als maar mogelijk was.

Een verbazend lange gouden ketting bengelde van voren en was weggestoken in een zak dicht bij het middel. Daarin stak een met juweelen bezet horloge van het beste europeesche maaksel, naar we later bemerkten. De dame droeg gouden armbanden om de polsen, en gouden en diamanten sieraden hingen aan het uiteinde van haar lange, dikke vlecht van roodbruin haar. Het was een bekoorlijk meisje, niet bepaald mooi misschien, maar toch der schoonheid meer nabijkomend dan wij nog iemand hadden gezien dien dag, met een verstandig gezicht, zachte, goed geopende oogen en vlugge, korte bewegingen. Habeeba heette ze.

Habeeba’s moeder zag er ook beter uit dan de meeste vrouwen, maar was meer joodsch van type, met een forschen, krommen neus. Zij droeg dezelfde soort van turksche broek en jakje als haar dochter, maar van minder sprekende kleur. Over het jakje droeg ze een smalle bolero van purper fluweel, met goudband belegd en geboord met rood vossebont, een versiering, die bij de Turksche vrouwen erg in den smaak valt, ofschoon naar europeesche zienswijze het smalle boordsel het effect bedierf. Op het midden van het voorhoofd droeg ze het gewone kleine kapje, bedekt met gouden munten en edelgesteenten, het teeken van den getrouwden staat. Maar ze droeg geen andere juweelen.

Twee van ons hadden camera’s, maar ze waren pas voor den dag gehaald, of een gilletje van Habeeba bewees, dat ze het had gezien en begrepen. Ze vatte haar moeder bij de hand en alle beleefdheid vergetend, vluchtte het paar in huis, onze vriendin en tolk met zich meetrekkend. Deze verscheen even later weer en verklaarde, dat Habeeba en haar moeder zeiden, dat het niet door de wet geoorloofd was, dat zij werden gephotografeerd, maar dat we het huis mochten nemen. En daarmee moesten we tevreden wezen!

Toen haar gemoedsrust teruggekeerd was, werden we boven verzocht en eerst in de ontvangkamer gebracht, en toen we die genoeg hadden bekeken, naar de eetkamer, die de mooiste tevens was. Dat vertrek had mooie boogramen, dezelfde, die we van buiten al hadden bewonderd.

Op den grond van de eerste kamer lag een heerlijk turksch tapijt; een breede divan liep langs drie der wanden, en de kasten aan den vierden wand waren alle van gesneden hout. Het tweede vertrek was gelijk aan het andere behalve dan de boogramen, waaronder een divan stond, een zeer weelderige, met veel zachte kussens in de hoeken. Ons werd gewezen, hoe men op een turkschen divan plaats neemt naar turkschen trant, niet liggend noch zittend, maar één knie op den divan plaatsend en dan daarop neerzinkend, met dien voet en het been onder zich.

Het volk is dol op rijden en reist in wagens zonder veeren.Het volk is dol op rijden en reist in wagens zonder veeren.

Het volk is dol op rijden en reist in wagens zonder veeren.

Habeeba, die veel genoegen had in haar bezoeksters, bleef, om te zien dat ze prettig zaten, en verdween toen om ververschingen te halen, na een minuut weer verschijnend met een blaadje, waarmee ze zelve bij ons rondging. Het was Mekkawerk van geslagen koper, met een patroon van wit metaal erin aangebracht en afgezet met puntjes van zwart en rood email. Op het blaadje stonden kleine kopjes met bleeke, zoete koffie. Terwijl we die dronken, praatte Habeeba, en onze vriendinnen vertaalden.

Hoe lang dachten we in Mostar te blijven? Hoe vonden we het? Waar gingen we daarna heen? Hadden we lang gereisd? Ja? O! Hadden we dan misschien Konstantinopel gezien? Teleurstelling was in haar oogen te lezen, toen het ontkennend antwoord haar werd overgebracht; maar haar gezichtje klaarde weer op, toen wij door de vertolkster uitlegden, dat we wel in andere mohammedaansche landen waren geweest, bij voorbeeld in Indië. Toen moest ze wat weten over de gewoonten in Indië en welk soort van kleederen de vrouwen er dragen, en ze vroeg naar kleine bijzonderheden, zoodat het ons bijna moeilijk viel, haar weetgierigheid te voldoen. Toen de koffie gebruikt was, presenteerde Habeeba sigaretten, ging daarna rond en nam de kopjes weg, om weer te verschijnen met een dienstmeisje en een ander blaadje, waarop dezen keer limonade stond in glazen met gouden randjes.

Habeeba haalde ook haar handwerk voor den dag, het mooie haremwerk van gouddraad, beroemd in het land, werk, waarvan de uitvoering nog steeds een raadsel is voor de Europeanen, daar het precies gelijk is aan beide kanten. Habeeba moet in handwerken onovertroffen arbeid leveren. Het was eenvoudig prachtig.

“Laat ons uw bruidsbed zien, zooals het zal worden opgemaakt, als ge getrouwd zijt, lieve Habeeba,” vroeg onze vertolkster en vriendin.

Dat is een van de bezittingen van een turksch meisje, die ze wel graag vertoont, en het is de moeite van het bekijken waard. Habeeba glimlachte en ging heen. Alles stuk voor stuk binnen brengend met de hulp van een dienstmeisje, maakte ze delegerstede op, waar wij bij waren. Een lange, zachte matras van dons kwam eerst, die op den grond wordt gelegd in het midden van de kamer. Dan twee lange, enorm lange kussens met rose zijden eindstukken, die in positie werden neergelegd. Toen ontvouwde Habeeba een paar prachtig geborduurde strepen van glinsterend gouddraadwerk en stopte een aan elken kant rondom de kussens over de rose zijde, zoodat er maar een klein reepje rose overbleef.

De vrouwen en kinderen uit Serajewo doen meestal zwijgend hun middagwandeling.De vrouwen en kinderen uit Serajewo doen meestal zwijgend hun middagwandeling.

De vrouwen en kinderen uit Serajewo doen meestal zwijgend hun middagwandeling.

Vervolgens kwam ze met een grooten lap buitengewoon fijn wit mousseline, letterlijk bedekt met een overtrek van goudborduursel, en legde het in de lengte langs de hoofdkussens, waar het juist den rand bedekte van de reeds aanwezige strooken. Dan nam ze een laken van fijn geweven linnen en zijde, legde dat over de matras en stopte het zorgvuldig in. Ten laatste werd de deken gebracht van purperen zijde, in het midden belegd met een vierkant van bosnische stof van veel kleuren, en besprenkeld met zilver en goud. Het bruidsbed was gereed.

Wat wij ook wenschten te zien, Habeeba was bereid, het ons te vertoonen. Op ons verzoek bracht ze ons een turksche broek, zooals zijzelve droeg, opdat we konden zien hoe die was gemaakt. Ze sprong op een stoel, zorgvuldig haar mutsje met één hand vasthoudend; en nam van de hooge gebeeldhouwde plank een van de metalen eetschalen, dat wij die zouden kunnen bekijken. Het is bosnisch werk, versierd aan de randen met ingelegd koper.

Er was nu werkelijk niets meer te zien. Het leven van alle turksche vrouwen in Herzegowina en Bosnië is zeer enkelvoudig; ze borduren met goud- of zilverdraad, slurpen zoete koffie en limonade, rooken, rusten op divans, ontvangen bezoeken van andere vrouwen of gaan uit op die afgrijselijke wandelingen, zwaar ingepakt en in gedwongen stilzwijgen; zoo brengen ze het leven door. Inderdaad vanaf den tijd dat ze volwassen zijn, tot het tijdstip waarop ze trouwen, missen ze zelfs het laatste nommer van het simpele programma. Vanaf het oogenblik, dat ze beschouwd wordt als oud genoeg om te trouwen, tot den tijd van haar huwelijk gaat geen aanzienlijk turksch meisje buiten het binnenplein van haar vaders harem.

Kleine turksche meisjes, die nog niet den huwbaren leeftijd hebben bereikt, loopen vrij rond met onbedekte gezichtjes; maar ook zij doen de ouderen na, en als een vreemdeling haar te lang of te nauwlettend aanziet, trekken ze de bedekkende shawl dicht om het gezicht of gaan met den rug naar u toe staan, tot de onbescheidene voorbij is. Het is hopeloos er een toe te krijgen te poseeren voor een kiekje. Het eenige middel is, ze onverwacht te snappen.

Bij een zekere gelegenheid wilden we bijzonder graag een buitengewoon mooi meisje kieken. Dadelijk echter als we nader kwamen, keerde ze zich om en liep hard weg. Eenige Turken, die het hadden gezien en er veel pret in hadden, riepen haar toe, dat het wel mocht. Het hielp niet, ze liep nog harder weg; haar blauw doekje fladderde op den wind en ze hield eerst stil in de nabijheid van haar huis. En de kleine Juffrouw Behoorlijkheid kwam dien dag niet weer voor den dag, daar zijn we zeker van!

De turksche vrouwen in Herzegowina zijn wonderlijk onwetend, zooals wel het geval moet wezen, als men nagaat, dat ze geheel zonder opvoeding worden gelaten, dat ze zelfs geen lezen leeren en schrijven. Een Turk uit Mostar, dien we onder het oog brachten, dat de vrouwen ook behoorden te worden opgevoed, luisterde aandachtig, terwijl het pleidooi werd gehouden, en toen schoof hij het met een beweging van zijn hand van zich af. “Mijn vrouw lezen en schrijven laten leeren!” merkte hij koel op. “Waartoe? Opdat ze minnebrieven zou kunnen schrijven aan andere mannen of hen ontvangen?”

De bazar in Serajewo.De bazar in Serajewo.

De bazar in Serajewo.

Toch ontkomt Mostar niet aan den invloed der moderne tijden. De oostenrijksche regeering heeft vooral in desteden de beschaving en de verhelderde denkbeelden verspreid. Zoo is een staatsschool voor meisjes in Mostar een inrichting, waar iedere stad trotsch op zou mogen zijn. De meisjes leeren er allerlei nuttige kundigheden, ook huishoudelijk werk. Trouwens ook thans zijn de christelijke boerenvrouwen in Herzegowina de vlijtigste wezens, die men zich kan voorstellen. We kwamen ze herhaaldelijk tegen, terwijl ze ijverig breiden. Dat doen ze onder het gaan naar het veld en ook wel onder het dragen van zware lasten.

Er is te Mostar een kleine tabaksfabriek, waar sigaretten en pijptabak worden gemaakt uit de bladeren die de boeren zelf verbouwen en aan de regeering verkoopen, nl. aan de ambtenaren van deregio, die een vasten prijs betalen voor een overeengekomen hoeveelheid en soort, waardoor de boeren een aardige winst hebben. De grootste fabriek is echter te Serajewo, en daarheen worden de meeste tabaksbladeren, die in het land gekweekt worden, overgebracht.


Back to IndexNext