Zigeuners uit Jezero.Zigeuners uit Jezero.We probeerden een wandeling langs den rivieroever, maar waren nog niet ver, of we stieten op een aantal mohammedaansche kinderen, die op een grasveld aan het spelen waren. De jongens vlogen onder het maken van allerlei bewegingen naar den weg en vormden een soort van barricade, om onzen voortgang te beletten. Toen zagen we, dat ze als een scherm moesten dienen voor een groep turksche vrouwen, die haar doeken vast om haar gezicht trekkend, op de hielen waren gaan zitten en het hoofd in den schoot lieten hangen. Tegenover dit zonderlinge protest van de gehurkte groep voelden wij ons genoodzaakt terug te keeren. Het is dwaas, op te merken, hoe zelfs het kleinste turksche jongetje dadelijk tusschenbeide komt, als er iemand onwillens te dicht in de buurt van vrouwen komt.Wij keerden naar den bazar terug en liepen door de hoofdstraat, die naar de nieuwe oostenrijksche wijk leidt, waar ook het hotel Vlasic staat. Onderweg zagen we nog een bezienswaardigheid van Travnik, de graven van de vroegere viziers. Het waren mooie, schilderachtige bouwwerken, vijf-, zes- of achtkantig, met koepeldaken, iets als pagoden. De graven liggen in het midden en doen in grootte niet onder voor de turksche huizen voor de levenden, terwijl sommige met fraai gekleurde deviezen waren getooid.Een groot Jezuïetencollege, het eenige in Bosnië, is onlangs te Travnik gebouwd. Het is voor die secte moeilijk geweest, er zich te vestigen tegenover de oppositie van de Franciskanen, die Bosnië als speciaal hun toekomend beschouwden. De overste en directeur was een zeer ontwikkeld en aangenaam man, die veel belang stelde in antiquiteiten, verband houdend met de romeinsche en turksche overheersching. Hij had er een eigen kleine collectie van.Wij vonden Travnik een koeler plaats in de warme maanden dan Jajce, daar de ligging meer open is, en men er dus meer wind heeft. Wij vertrokken met een namiddagtrein naar Serajewo en reden een heerlijk dal binnen, open en breed, de Travnik Polje, waar de oude Romeinen eens belangrijke vestingen hadden. De trein gaat over de Bila en volgt de Lasva tot waar ze zich in de Bosna stort. Bij de samenvloeiing der beide rivieren begint een romantische kloof vol rotsen van grillige vormen met watervallen en stroomversnellingen ertusschen, waarop men een goed gezicht kreeg, toen de spoorweg langs den rechteroever reed van Lasva naar Gora.Bosnische boeren, van de markt terugkomend.Bosnische boeren, van de markt terugkomend.Er zijn twee gemakkelijk te bereiken zomerverblijven voor het vreemde element in Serajewo, één in het Oosten Palé, en één in het Zuidwesten, Ilidze. Het eerste is tot heden nog zeer weinig ontwikkeld, maar zal ten slotte zeker populair worden. Het ligt ongeveer twaalf mijlen van Serajewo en op een hoogte van zoowat 1000 voet boven het niveau der zee. Het is het eerste station op de nieuwe lijn naar Plevlje in de turksche provincie Novibazar, die op het laatst van 1904 pas voor den handel is opengesteld.Als zomerverblijf werd Palé het eerst onder de aandacht gebracht door den engelschen consul-generaal, die negen of tien jaren geleden zich er een villa bouwde te midden van zijn eigen bosschen. De villa, stevig gebouwd van steen, met hout overdekt, ziet er min of meer uit als een zwitsersch châlet. Zij staat op een hoogte in het hart van het dennenbosch, waar de weg dwars doorheen is aangelegd. In de buurt zijn nog een paar villa’s en de kazerne van een oostenrijksche troepenafdeeling. Het dorp zelf, een jonge geschiedenis, meest koffiehuizen of kafana’s voor de Mohammedanen en gostiona’s of eethuizen voor de Christenen, die aan den spoorweg werken, ligt in het wijde dal beneden in de nabijheid der lijn, die den loop der Miljacka volgt.De rijweg van Serajewo komt in de Miljackakloof dadelijk na het verlaten van de stad. De spoorlijn is te zien op den tegenoverliggenden oever en is aangelegd aan den rand van een steile klip, die voor een deel uit hard gesteente en voor een ander uit zacht mergel bestaat. Waar dat laatste voorkomt, is ieder meter van den weg versterkt, om het afglijden te voorkomen, en in het harde gesteente heeft men tunnels moeten boren, waarvan er wel vier korte te vinden zijn over een afstand van achthonderd yards.Toen wij Palé bezochten, was de weg erheen druk, wat wel een verschil opleverde met de bijna verlaten andere wegen, door al het verkeer, dat de spoorlijn meebracht, en men kon er een studie maken van de vervoermiddelen, in gebruik in Bosnië. Groote wagens, door spannen getrokken van acht en zelfs twaalf paarden, wisselden af met primitieve ossenkarren, die eigenlijk noch kar, noch wagen zijn. Ze bestaan eenvoudig uit vier ruwe, zware wielen, waarvan de twee achterste ver van de beide voorste zijn geplaatst, en daartusschen bevindt zich niets anders dan een lange balk of boomstam, waaraan de te vervoeren artikelen worden vastgebonden; juist een wagen voor een land zonder wegen. De voerlieden van die langzaam zich bewegende vehikels zijn bijna geregeld vast in slaap en liggen in hun volle lengte op den boom, zich op raadselachtige wijze in evenwicht houdend met het hoofd rustend op den eenen arm.Dan waren er reeksen van pakpaarden, zwaar beladen met steenen, dakpannen, houten balken en gras; arme beestjes, die er uitzagen als kikvorschen uit het land van Brodignac, doordat de vracht zoo om hen was opgestapeld, dat er niets dan de kop en de hoeven te zien waren. Nooit heb ik in het Oosten pakpaarden zoo zwaar beladen gezien als de paardjes van Bosnië. Palé ligt aan den weg naar Gorazda aan de Drina, waar het voornaamste hengstendepot van Bosnië is te vinden, een plaats, die een zeergelijkmatig klimaat heeft, dat voor het beste van Bosnië door gaat. Van Gorazda vervolgt de weg zijn loop haar Cajnica, waarheen tweemaal in het jaar, aan het eind van Augustus en weer een paar weken later, een groote pelgrimstocht wordt gehouden met het doel smeekbeden op te zenden voor een zeker beroemd schilderij in een kerk.De pelgrims, die voor het meerendeel uit Serajewo komen, reizen veelal in de lichte manden wagentjes uit de streek, die voor de gelegenheid bedekt worden met een dak van ronde hoepels, bekleed met matwerk of linnen. Elke wagen houdt een groote familie in van beide seksen, wier voornaamste uitrusting wel kussens schijnen te zijn, om op te rusten onder de reis. De armste pelgrims loopen, de rijken gaan te paard of per rijtuig. Gedurende de drie of vier dagen van den pelgrimstocht stroomt er een geregelde optocht door Palé op den heen- en op den terugweg. Te Cajnica kampeeren ze in hun wagens op het plein vóór de kerk, en het moet een indrukwekkend gezicht wezen, naar ons werd verteld, daar er soms wel vier duizend bedevaartgangers zijn. Het lijkt op den trek van de Boeren naar de naastbijzijnde stad, om het avondmaal te gebruiken, waarbij ze ook op het plein tegenover de kerk hun kamp opsloegen.Van Mokro, een aardig dorpje omstreeks drie uren rijden over een goeden weg van Palé, bezochten we te voet een zeer merkwaardige natuurlijke grot tusschen de heuvels, waaruit Serajewo in den zomer het grootste deel van het benoodigde ijs betrekt. In de warmste jaren was er daar altijd nog te vinden. Als gids hadden we een turkschen beg van voorname, oude bosnische familie, die door de regeering als boschwachter was aangesteld. De weg voert ook langs een houtzaagmolen, door water gedreven, en wordt daar niet meer dan een voetpad, dat met veel andere samenloopt door mooie weiden van lang dik gras, waar we door liepen met de lage beboschte heuvels om ons heen.Een eind bezijden het pad gingen we ook nog de bron van de Miljacka zien, die te voorschijn komt uit een grot aan den voet van een steilen heuvel. We hadden over de steenen in de bedding van het riviertje te gaan, om den mond der grot te bereiken, waar men een eind ver in kan oploopen. Het water was heerlijk koel en de geelachtige kleur in de holten van de grot werd gitzwart dichtbij den ingang. Van dit punt hadden we een steilen klim tegen den met bosch begroeiden heuvel op, aan welks voet de Miljacka ontspringt. Uit het bosch kwamen we op een open plek tusschen reuzenpijnboomen, waar een hutje was gebouwd ten gebruike van de boeren, die het ijs vervoeren.Als gids hadden we een Turkschen beg van voorname oude bosnische familie.Als gids hadden we een Turkschen beg van voorname oude bosnische familie.Een ruw pad voert naar den ingang der grot, die steil afdaalt in het diepste der aarde. Het pad was heel nat en glibberig van het druipwater van het uitgedragen ijs. Het licht werd flauwer en flauwer, en de atmosfeer kouder en kouder. Het was, of we waren neergedaald in een onderaardsche gevangenis, kil als een graf. Groote platen ijs kon men zien, dat de wanden bekleedden; maar het meeste was te krijgen uit een hol aan onze linkerhand, ingang tot een nog dieper schacht, die, naar onze gids vertelde, 300 voet naar beneden gaat en met ijs is gevuld.Bij gelegenheid van ons bezoek was de ingang tot die schacht geblokkeerd door een massa steenpuin, dat door een hevigen storm van eenige dagen geleden daar was heengespoeld. We moesten ons tevreden stellen met naar beneden te gluren in den donkeren afgrond en keerden toen in de bovenlucht terug, een groot stuk ijs als een zegeteeken met ons mee dragend. Het werd in stukken gebroken en onder het rusten laafden we er ons mee, want de wandeling had ons dorstig gemaakt. Anderhalf uur brachten ons terug naar den molen, buitengewoon hongerig en bereid, om uitstekende eer te bewijzen aan een uitstekend maal, dat onze gastheer en zijn dochter er als bij een pic-nic heen hadden laten brengen. We waren om zoowat elf uur uit Mokro gegaan en we waren voor het donker te Palé terug. Daar er nog niet gemakkelijk een goed onderkomen te krijgen was in Palé, logeerden we namelijk bij den engelschen consul-generaal en zijn vrouw, die voor ons de gastvrijheid zelve waren.Men kan ook aardige ritjes van Palé uit maken, vooral in Augustus, nadat de hooioogst heeft plaats gehad. Het hooi werd, naar wij opmerkten, niet in een enkelen grooten hoopbijeengebracht, maar in kleine hooioppers, die over de verschillende velden verspreid stonden. Dit leek ons geen al te best plan, maar weldra vernamen we de reden. Op een morgen leek het, of een der hooioppers zich bewoog. We wreven onze oogen uit en keken opnieuw. Ja, er was stellig beweging in. We gingen de zaak onderzoeken en vonden, dat een span ossen, die ervoor waren gespannen, den hoop voort trokken naar een hoek van het veld, waar andere hooibulten stonden. Daarheen moesten ze alle worden gereden, om van daar te worden opgeborgen in de schuren. Om dat vervoer te vergemakkelijken, worden de massa’s opgebouwd op een onderstel van takken, die stevig aan elkaar vastgebonden zijn, terwijl twee takken naar buiten uitsteken naar den kant, waarheen de hoop moet worden vervoerd. Ze kunnen dus ieder oogenblik voortgetrokken worden, door een span te plaatsen tusschen de naar voren komende takken.Gedurende ons verblijf te Palé speelden we golf op geïmproviseerde “links”, die begonnen aan het smalle eind van het dal en liepen langs de hellingen van de lage heuvels eromheen. In het middenvan het dal en in de onmiddellijke nabijheid van het dorp is er overvloed van open grond, waar golf, polo of tennis kan gespeeld of zelfs wedrennen zouden kunnen worden gehouden.Ilidze, dat omstreeks drie kwartier per tram of trein van Serajewo is verwijderd, is het voornaamste gezondheidsoord en toeristencentrum van Bosnië. Het ligt in een mooie vlakte aan den voet van den berg Igman en op dezelfde hoogte als Serajewo. Het is de beschermelinge van de regeering, die in de laatste tien jaren groote sommen heeft uitgegeven, om de plaats aantrekkelijk te maken. De geneeskrachtige bronnen waren reeds aan de Romeinen bekend, en de beroemde heete zwavelbron geniet een groote reputatie als genezingbrengend bij verschillende ziekten, vooral bij rheumatiek. De temperatuur is 136 graden Fahrenheit. De kosten van de baden zijn uiterst matig. Het park is aardig aangelegd, en drie moderne hotels, van alle comfort voorzien en bestuurd met de speciale bedoeling, om aan de badgasten rust te verschaffen, staan in gemeenschap met een centraal restaurant door een overdekte gang. Een gang van dien aard leidt ook van het restaurant naar het station.In den zomer staan de groote veranda van dit restaurant en het grasveld ervoor vol tafeltjes, waar den geheelen middag en avond bezoekers samenkomen, koffie drinken, dineeren en naar de muziek luisteren. Het zijn meest bezoekers uit Serajewo; ze brengen een paar uren er door en gaan dan weer naar huis.Op de tennisvelden in het park zijn tot nu toe de jaarlijksche tenniswedstrijden van Bosnië gehouden. En ook de voornaamste wedrennen zijn er, waarbij zich in Juni groote menigten verzamelen, om het concours hippique bij te wonen. In het begin bood de plaatselijke regeering zeer aanzienlijke geldprijzen aan met het doel, bezoekers naar de streek te lokken, maar daar al de uitgeloofde prijzen door vreemdelingen werden gewonnen, die alleen voor die gelegenheid overkwamen, werd hieraan spoedig een eind gemaakt. Nu mogen alleen in Bosnië gefokte paarden of paarden van de militairen meedoen.Toen schreef de regeering ook nog wedstrijden uit in het duivenschieten om geldprijzen. Dit werd opgegeven, naar ons werd verteld, omdat de Turken tegenwerpingen maakten. We konden dat haast niet begrijpen, want ofschoon de duif een heilige vogel is voor de Hindoes, is ze dat niet voor de Mohammedanen; maar het feit kan als een bewijs dienen voor den eerbied, dien men in Bosnië bewijst aan de vooroordeelen of inzichten van de mohammedaansche inboorlingen.Turksche wijk op de helling van een berg.Turksche wijk op de helling van een berg.Aan Ilidze is al te veel geld ten koste gelegd, dan dat men kan verwachten, dat het zijn rente zal opbrengen. Oostenrijkers kunnen kiezen tusschen veel badplaatsen dichter bij honk en willen niet zoo ver reizen voor hun badkuur. Dus wordt Ilidze weinig begunstigd, behalve door de plaatselijke bevolking.Ofschoon we nooit te Ilidze hebben gelogeerd, gingen we er dikwijls per trein en per rijtuig heen en zagen al, wat er te zien viel, maar we hadden geen tijd, om er baden te nemen en we hadden ze ook niet noodig. Het land in de buurt was zeer aantrekkelijk, en in onze oogen interessanter dan Ilidze zelf. Er is een kleine modelboerderij dichtbij, een instelling van het plaatselijk bestuur, waar de zoons van boeren worden onderwezen, zoowel in de praktijk als in de theorie van het eenvoudige boeren- en veehoudersbedrijf. Het stelsel van onderwijs leek ons bijzonder geschikt, om aan de conservatieve en achterlijke boeren te leeren, hoe ze hun tegenwoordige ouderwetsche gewoonten van landbouw kunnen verbeteren.Het doel, waarnaar gestreefd wordt, is den jongen boerenleerling op te voeden, zoodat hij een goede kleine landbouwer kan worden met eenige kennis van zuivelbereiding en kippenhouderij. Niets buitenissigs wordt onderwezen, noch iets, dat de eenvoudigste boerenhersenkas niet kan opnemen. Voor de leerlingen, die in de inrichting wonen, zijn eenvoudige vertrekken beschikbaar, een ziertje beter, dan die, waaraan de jongens gewend zijn. Zindelijkheid en gezondheid staan op den voorgrond. De boerenhoeve heeft verscheiden acres grond voor practisch onderwijs ter beschikking.De melk, die op de hoeve gewonnen wordt, zendt men naar Ilidze en Serajewo en ze wordt daar verkocht evenals de andere voortbrengselen van het bedrijf, waardoor de kosten van de onderneming, die niet heel hoog kunnen zijn, worden bestreden. Het personeel bestaat uit den directeur van de hoeve en één of twee opzichters. Dergelijke instellingen zouden niet te onpas zijn in onze nieuw verkregen zuid-afrikaansche koloniën, waar slechts weinige van de boeren en kolonisten weten, wat ze uit den grond kunnen halen.Tot nu toe hadden onze tochten in Bosnië zich bepaald tot de nabijheid van de spoorlijn of tot min of meer bekende wegen, maar nu besloten we, eenige toeren te doen in die gedeelten van Bosnië, die nog terra incognita zijn, ook voor den toerist van het continent.Bosnië heeft zooveel natuurschoon en zooveel belangwekkende plekjes, dat de moeite lag in de rijke keus, waarheen te gaan. De voornaamste glorie van Bosnië zijn de prachtige bosschen en het aantal grooterivieren, die het land besproeien. Wij besloten daarom, eerst de woudpracht der Zelengorabergen te gaan zien en later een korte reis te maken langs de Drina stroomaf, als er voldoende water in de rivier was gekomen.Open ruimte in een bosnisch dennenwoud.Open ruimte in een bosnisch dennenwoud.Om tochten van dien aard te ondernemen in dit nog wat onontwikkelde land, moet men liefst op officiëele hulp kunnen rekenen. De vereischten zijn gidsen, transportpaarden met zadels en reistasschen en gelegenheid voor nachtverblijf. Wat dat laatste betreft, moet men wel hulp hebben van de officiëele personen, tenzij men tenten wil meenemen, want al bestaan er op sommige plaatsen herbergen, elders zijn de posten van de politie of de wachthuizen de eenige bewoonbare verblijven en om de vergunning te erlangen, er nachtverblijf te vragen, moet men een permissiekaart kunnen vertoonen.Wanneer men van paarden of gidsen moet veranderen, kan men regeeringshulp ook noode ontberen. In ons geval vereenvoudigden we de zaak, door het zoo te schikken, dat we dezelfde paarden en denzelfden gids op de heele reis behielden. Wat de quaestie der zadels betreft, werd alle bezwaar overwonnen door de bereidwilligheid van het vrouwelijk element om op een heerenzadel te rijden. Het was haar eerste ervaring van deze manier van rijden, en het resultaat is geweest, dat voor vermoeiend werk van dien aard, waarbij er lange uren moet worden gereden over heuvelachtig en bergachtig terrein, ze haar sterk kan aanbevelen aan alle dames, die zulk een reis mochten ondernemen. Er zijn geen aparte rokken voor noodig. Een rok van wandellengte, die wat wijd is, met laarzen en slobkousen tot de knieën was de gewone dracht.Behalve dat ze ons droegen, waren de paarden ook met onze bagage beladen, namelijk twee reistasschen, een paar turksche zadelzakken en een rol waterproofstof, een overjas en een paar parapluies.Dat lijkt weinig voor twee personen, maar inderdaad was er meer, dan we noodig hadden. Een reiszak, eigenlijk zadelholster, werd geheel in beslag genomen door toiletartikelen en nachtgoed, één voor ieder van ons. De twee zakken van het turksche zadel hielden een compleet stel ondergoed in, dan de dagboeken, schrijfpapier, een spirituslamp, keteltje, methylalcohol, een flesch whisky, thee en een paar messen, vorken en lepels. In de dan nog aanwezige kokers hadden we wat draagbare eetwaar voor geval van nood, en aan den anderen kant een aantal benoodigdheden voor de camera’s, kaarten en touw. Elk van ons had bovendien een camera altijd over den schouder hangen.We verlieten Palé den 17den Augustus en vertrokken van Serajewo den 18den, een gewichtigen dag daar en in geheel Oostenrijk, omdat het de verjaardag is van keizer Frans Jozef, en een dag, waarnaar de sportliefhebber met verlangen uitziet, daar dan de jacht weer wordt geopend.Han of herberg in Bosnië.Han of herberg in Bosnië.De engelsche consul-generaal en zijn dochter zouden ons den volgenden dag onderweg ontmoeten, terwijl wij te paard reden en zij in het rijtuig zaten. De rijweg gaat om de renbaan van Ilidze en volgt den loop van de Zeljeznica. Het is een mooier weg dan het rijpad, dat wij volgden en dat ons eerst door een niet interessant land voerde langs enkele kleine dorpjes. Na een uur rijdens hielden we stil om te drinken, maar niet terwille van de arme paarden, want ofschoon het ruwe en vaak steile pad de dieren erg moet hebben ingespannen op zulk een warmen dag, weigerde Ibro, hun meester, beslist, hun zelfs maar een druppel water te geven. Gedurendede rustpoos gingen rijen beladen paarden voorbij, die hout of planken droegen. Een had een heel bosch van heele boomen te dragen, waarvan de bebladerde takken op den grond hingen, een leelijke cavalcade, om op een smallen weg te ontmoeten, vooral, als men een schrikachtig paardje bereed.Er volgde een steile helling over een buitengewoon steenachtig pad. Dit was de oude turksche weg, en blijkbaar was er eens een poging gedaan, om hem te bestraten, maar daar was zoo goed als niets meer van te merken; de aarde was weggespoeld, en de naakte rots was overgebleven, scherp en puntig op sommige plaatsen, glad en vuil op andere en lastig voor de paardjes, om er staande te blijven.Ibro, de gids, een groote, ruwe Mohammedaan, nam onze parapluies, deed ze open en bood ze ons aan. Daar de zon brandend heet was, werd die attentie door ons zeer gewaardeerd, maar niet door een van de paarden, die waarschijnlijk nooit zoo iets als een geopende parapluie vroeger had gezien en bij na op zijn hoofd ging staan van angst. Na de stijging kwam een daling. Afgestegen, en wandelend, kwamen we bij een hoek niet ver van een dorp drie turksche vrouwen tegen. Die dames hadden blijkbaar aan de winden des hemels vergund, haar damasten wangen te streelen, want ze meenden zich volkomen veilig voor de blikken van eenigen man. Zoodra ze ons in het vizier kregen, was er een haastig ophalen van doeken en sluiers, niet alleen over de gezichten, maar over het geheele hoofd. Toch was dat nog niet voldoende, om blijk te geven van haar zeer bijzondere zedigheid. De schoonen presenteerden ons haar ruggen, hoogst onbeleefd, en liepen ons in die houding voorbij, op zij gaande op de manier van de krabben!De bazar te Foca.De bazar te Foca.Wat verder was er een han of herberg, waar Ibro, tuk op een verkwikking, stil had gehouden met de paarden. Driepootige stoeltjes waren naar buiten gebracht, en ook uitstekende zwarte koffie in kleine koperen koffiepotjes. De eigenaar van de herberg bracht met een trotsche houding ook een lepeltje te voorschijn, zijn eenig exemplaar, misschien een familiestuk, om de koffie mee om te roeren en leek zeer teleurgesteld, toen Ibro na een nauwkeurige inspectie het met minachting afsloeg en twee twijgjes van de haag brak, die voor het bedoelde gebruik moesten dienen.Een bosnische begrafenis.Een bosnische begrafenis.Al spoedig nadat we de han hadden verlaten, voerde het pad ons in een der prachtige beukenbosschen van Bosnië. Reuzenbeuken stonden als schildwachten aan elken kant van den weg, en waar hun gesloten gelederen niet geheel het zonlicht hadden afgesloten, filtreerden gouden lichtstrepen door het gebladerte en vielen over ons pad. Het was een verkwikkende afwisseling, toen we door het kale en steenachtige land reden.Het werd intusschen laat en donker. In de diepte beneden in het dal lag de hoofdweg, die de Zeljeznica volgde. Die was zoo ver onder ons en de helling was zoo steil, dat we ons verwonderd afvroegen, of we wel ooit beneden zouden aankomen. Ons pad daalde nog niet, maar kronkelde steeds door altijd op dezelfde hoogte. Toen het donkerder werd, begon de weg al leelijker te worden; de paarden struikelden over steenen en brokken puin. Het waren slecht beslagen paarden, en één van hen scheen wat opvoeding te hebben genoten en toonde bewonderenswaardige eigenschappen; het was een oud dier, dat waarschijnlijk vele jaren lang zich overwerkt had, vaak te weinig eten had gehad en slecht verzorgd was geworden, maar toch was zijn ijver zoo groot, dat zweep noch sporen noodig waren, zoodat hij ver uitmuntte boven zijn stalgenoot.De kamer, die voor ons gereserveerd was in den politiepost in Trnovo, was een groot, zindelijk vertrek, waar vier menschen konden logeeren. De slaapgelegenheid was een aangename verrassing voor ons, want men had ons gewaarschuwd, dat we geen weelde moesten verwachten, en in plaats van ongerief troffen we bedden en beddegoed in dit en andere politiehuizen, veel beter passend bij onzen engelschen smaak dan wat er in gemeubelde kamers van de hôtels in de steden beschikbaar is.De matrassen in de politieposten waren gevuld met de bladen van maïs, die zoo gemakkelijk zijn, als een vermoeide reiziger maar wenschen kan. De kussens, het is waar, waren van de gewone reuzenafmeting, die in Oostenrijk gebruikelijk is, maar het waren niet de slappe dingen, die men u in pensions en hôtels geeft, waar het hoofd in wegzinkt en die aan beide zijden oprijzen, zoodat de slaper half gesmoord wordt. Ook vonden we tot onze blijdschap twee lakens op ieder bed, een om op te liggen en een om onder te kruipen, met een deken in plaats van het gewone zware dekbed. Dat laatste ding is een gruwel, die den Engelschman bijna wanhopig maakt. Niet gewend te liggen onder een gewicht van verscheiden ponden in den zomer, verwacht hij niet, als hij het lastige ding weggooit, daarmee tevens het laken te missen.Wij kregen een licht avondeten een half uur na onze aankomst, sliepen goed en werden vroeg wakker voor een heerlijken dag. Des morgens maakten we kennis met den civielen bestuurder van de plaats, die ons vertelde, dat hij den oorlog van 1878 had meegemaakt en de gouden medaille voor dapperheid had verworven. Hij beklaagde zijn lot, dat hem zoo lang hier in dit afgelegen nest had gehouden, gescheiden van zijn vrouw en kinderen, die in Serajewo waren voor de opvoeding van het jonge geslacht. We trachtten hem te troosten, door erop te wijzen, dat dit het lot is van tal van engelsche officieren en ambtenaren in Indië.Hij ging dien middag op de jacht met den eenigen metgezel in de plaats, den luitenant van het troepencontingent te Trnovo. Er viel, naar hij zei, goed te visschen in de Zeljeznica, als het water hoog genoeg was. In 1904 was het zeer laag ten gevolge van de buitengewone droogte.Om de schoonheid van den weg zouden we over het Treskovicabergland gaan. Een gids te paard was toegevoegd aan ons gezelschap, opdat we geen oponthoud zouden hebben door de langzaamheid van een gids te voet. Maar om de na ons komenden gerust te stellen, kunnen we hier wel zeggen, dat dit een volkomen onnoodige fraaiigheid is, daar onze ruwe Mohammedaan Ibro op zijn platvoeten vlugger vooruit kwam dan de man te paard.We vertrokken na tweeën in den namiddag. De bedding der Zeljeznica volgend enkele honderden meters ver, gingen we daarna het bosch op den berg binnen, waar de boomen zoo dicht bijeen stonden, dat we eigenlijk niets anders konden onderscheiden dan het pad, dat we bereden, en waar de paarden met moeite voorwaarts kwamen tusschen de steenen door, die ze dan aan dezen en dan aan genen kant van den weg trachtten te vermijden.Het was inderdaad een afschuwelijk pad, dat voor het tweeledige doel diende van pad te moeten zijn en waterloop. De regenvloeden, die naar beneden waren gestort, hadden het midden zoo uitgehold, dat het een kloof was geworden van wel een voet diepte tusschen opstaande kanten. De bodem van die gleuf was niet breed genoeg, dat het paardje er zijn voeten kon zetten, en de schuinte was zoo afgerond en glad, dat het er moeilijk over kon. Ook had de werking van het water de aarde zoo volkomen weggespoeld, dat er overal spitse stukken rots voor den dag kwamen en wortels van boomen; daarbij was het pad zeer steil, zoodat het zwaar werk voor de paarden was, maar ze deden hun best.De weg naar de schuilhut op den top is gemakkelijk te vinden, daar de Toeristenclub er veel aanwijzingen heeft laten aanbrengen op boomen en rotsen, roode en blauwe strepen, die den weg wijzen. Wie enkel naar den Treskovica wil, heeft daarom geen gids noodig. Plotseling traden wij uit de schaduw van het bosch op een kleine weide, zoo bestraald door de felle zon, dat het scheen, of een gouden paneel gelegd was tegen den donkeren fluweelen wand van de boomen. Het pad over de weide bracht ons naar den anderen kant van den berg, waar we het uitzicht hadden op het beboschte dal, aan welks overkant de Treskovica zich verhief. We waren nog niet veel meer dan halfweg.Onze gids wees ons den top, waar de schuilhut was gebouwd en de ruimte tusschen die en den naasten top, waar de pas of nek was, dien wij over moesten. Het pad verdiepte zich in het woud, een bosch van beuken, oude, die verspreid stonden. Er was geen onderhout in de eeuwige schaduw, en ook geen gras of bloemen waren er te zien. Doode bladeren lagen er bij hoopen, en gevallen boomen kwamen ons telkens in den weg; ze waren soms over het pad gestort en daar ze te groot waren, om te worden verschoven, had men ze moeten doorzagen ter breedte van enkele voeten, zoodat aan weerszijden een stuk van den dooden reus lag.Geen geluid verbrak de stilte; geen vogelgezang, geen bladergeritsel, geen watergemurmel, zelfs niet de klank van een koeklokje, want er was geen gras, om af te grazen. Stilte lag over een heele uitgestrektheid, een vreemde stilte, die de grootsche wouden van Bosnië kenmerkt, verhoogd nog door het lichte geruisch van het kraken van een twijgje of een dood blad, dat dadelijk wegstierf en geen echo naliet.De natuur deed zich hier voor in grootsche pracht, de eerwaardigheid, die met den ouderdom gepaard gaat. De groote boomen, ten deele met mos bekleed, verhieven zich tot op groote hoogte kaal, zonder takken of bladeren tot in de kruin, en eerst toen we aan den voet van den pas waren gekomen, was het bosch ten einde. Het pad was dat ook, en we moesten nu over een steenachtigen grond klauteren in de blakende zon. Wij waren afgestegen en bevonden ons onmiddellijk onder de steile klippen, die den top van den Treskovica vormen. Terugziende op een groep van ruwe pijnboomen, konden we onzen weg nog onderscheiden en in de verte de witte stipjes herkennen, die Trnovo vormden.Toen we weer opstegen, nam de gids de leiding en bracht ons vlug over een groote, grazige vlakte, door bergen ingesloten, volkomen vlak en zeer uitgestrekt. Dit is de plaats, waar duizenden stuks vee grazen. Maar dit jaar was er geen enkel dier op de weide; het gras was verbrand door de felle hitte en droogte. Aan het eind van het dal daalden we snel naar Kalinovik, waar we tegen duister kwamen. Het is geen mooi plaatsje, maar er waren belangwekkende oude graven, en de omgeving was bijzonder mooi. Een politieman kwam ons tegemoet en deelde ons mee, dat er kamers voor ons in de herberg gereed waren. We troffen het niet gelukkig in Kalinovik. De herberg was niet veel bijzonders, en daar er oostenrijksche troepen voor de manoeuvres in de buurt waren, moest de eigenares, om ons gezelschap te believen, haar eigen kamers verlaten, die wij al zeer primitief vonden.Den volgenden morgen om zeven uur schudden onze paardjes het stof van Kalinovik van hun pooten, en over een ruw golvend plateau ging het omhoog. Door de wonderschoone natuur van een boschrijk rotslandschap reden we, tot we de uitloopers van het Zelengora-gebergte reeds te zien kregen, een prachtig gezicht. Tegen den middag bereikten wij het blokhuis van den politiepost van den Zelengora, waar twee aardige, zindelijke kamers voor ons gezelschap in gereedheid waren gebracht. Het lunch was zoo goed als een diner, want het bestond uit soep, schapevleesch, gevogelte, salade en zoetigheid. Jammer, dat het schapevleesch meer op caoutchouc leek dan op iets anders, wat wonderlijk leek bij al die vette weiden, maar wat is het geval? Schapevleesch wordt in Bosnië als armelui’s voedsel beschouwd en wordt nooit op de tafel der welgestelden gezien in hôtels of in particuliere woningen. Waarschijnlijk zijn daardoor de schapen niet zoo goed, en er worden geen pogingen gedaan, om het ras te verbeteren.Na het lunch keken wij rond in den omtrek en bewonderden het Zelengora-district, dat zoo mooi is en nog zoo weinig bezocht wordt, zelfs niet door oostenrijksche toeristen. Wat engelsche bezoekers aangaat, waren wij denkelijk de eersten. Maar die toestand zal niet veranderen, zoo lang de toegang enkel langs een pad, als dat, wat wij gevolgd hadden, is opengesteld. De beste tijd, om erheen te gaan is van Mei tot het midden van Augustus, als alleen de gewone matige hoeveelheid regen valt, maar in het begin van September vallen zware regenbuien, en op de hoogte van den Zelengora zou die dan stellig in den vorm van sneeuw neerkomen, want de toppen van die bergketen zijn ongeveer 6000 voet hoog.Serviërs ’s winters in de bazar.Serviërs ’s winters in de bazar.Den volgenden morgen scheidden zich de wegen van den consul-generaal en van ons; onze vrienden gingen door Suka en het Sutjeskadal over de grens van de beschermde provincies naar Plevlje in het sandsjak Novibazar, dat onder turksch bestuur staat, ofschoon er ook oostenrijksche troepen liggen. Onze bestemming was de vroeger belangrijke stad Foca aan de mooie Drina, een der eerste steden van Bosnië, die in handen der Turken vielen.Het was niet zeer vroeg meer, toen we vertrokken, zoo ongaarne zeiden we de bekoorlijke plek vaarwel tusschen de bergen en wouden van dien heerlijken Groenen Berg met zijn alpenlandschap en verrukkelijke lucht. Er was ons aangeraden over Ljubino te rijden, een politiepost op twee uren afstands, maar de oude Ibro, onze paardeknecht en gids, wist den weg niet, en dus gingen we den langeren weg naar Foca over Jelec, van waar een goede weg naar Foca leidt.Het eerste eind was langs het pad van den vorigen dag. Het was half negen, toen we vertrokken. Hoewel wij den vorigen dag zoo prettig langs het riviertje stroomop hadden gereden, nu, in den vroegen morgen was het nog veel prettiger. De frissche morgenlucht, beladen met onvergelijkelijke woudgeuren, gaf er een grootere bekoring aan. Daar we nu afdaalden in de tegenovergestelde richting van gisteren, hadden we het eene prachtige uitzicht na het andere, die weer nieuw voor ons waren, en ook schaduw en licht waren totaal anders verdeeld. Het dalen ging al sneller, toen we Jelec naderden, dat in boomgaarden lag van pruimen en appels, peren en kersen.We reden al dadelijk de eenige straat binnen van Jelec, dat in turksche tijden een plaats van eenige beteekenis was, beroemd om zijn handwerk van leder. Enkele jaren geleden werd er een leerfabriek opgericht, die het oude handwerk op den achtergrond bracht en ten slotte het zelf ook niet kon bolwerken. Maar hoewel Jelec een aangenamen indruk maakte, de weg, die nu volgde, deed dat niet. Van een weelderig bosch en een goed bebouwd land kwamen we nu in een kale, dorre streek, maar in meer bewoonde en bezochte oorden.Omstreeks half twaalf gingen we lunchen in de schaduw van een brug, en toen we onze flesschen in het stroompje wilden vullen, riep een voorbijgaande Bosniër ons toe, dat er aan den oever wat hooger een bron was, waar het water ijskoud en kristalhelder was. Dat is een groot voordeel van het reizen in Bosnië, dat er overal water is. Het is een land van bronnen en langs ieder pad, elken weg is er voor den vermoeiden reiziger gezorgd. De bronnetjes zijn alle beveiligd voor bevuiling, en altijd is er eendrinkbeker voor de menschen en een trog voor de dieren. Maar dit geldt alleen voor Bosnië, niet voor Herzegowina.Wat de toerist ook vrij vaak aantreft langs den weg, is een der vele kleine turksche hans of herbergen, waar men uitstekende en verkwikkende zwarte koffie kan krijgen op ieder uur van den dag in kleine turksche koperen koffiepotjes, waar drie of vier kleine kopjes in gaan. Het geheel kost één stuiver, met de suiker erbij. Wij verlangden naar zoo’n ontmoeting, en werkelijk na twintig minuten, daar was er een. Ibro verdween in het huis, en wij dronken onze koffie buiten, terwijl de gids zich binnen aan een stevig maal te goed deed.Verder ging de rit bergop en bergaf, tot we de oevers van de Drina bereikten, waar onze weg uitkwam op denGorazda-Focaweg. Om half vijf waren we te Foca, gelegen op een schiereiland tusschen de Drina en de Gehotina, die hier in de Drina valt. Het oude stadje is echt turksch van aanzien door de bruggen, de muren, de huizen en de beroemde Aladze-moskee, een der beste voorbeelden van den turkschen bouwtrant in Bosnië en een der sierlijkste moskeeën van de vele, die wij hadden gezien.Toen we onze vijf-uurskoffie dronken, verscheen een jonge man, die door den gouverneur was gezonden, om ons de stad te laten zien. Hij stelde voor, dat wij dadelijk met hem naar de tennisvelden zouden gaan, om aan de heeren en dames van Foca te worden voorgesteld. Wij wezen op onze verreisde kleeding en bedankten, geamuseerd bij het idee, dat hier scheen te bestaan, dat Engelschen zooveel van tennis houden, om terstond, als ze ergens komen, zich daarheen te spoeden. Meer interesseerde ons de bazar of Carsija, die breede straten had en soliede gebouwde winkels met roode pannen daken.Serajewo onder de sneeuw.Serajewo onder de sneeuw.Wij keerden naar Serajewo terug in September, verdreven uit Palé door den aanhoudenden regen. Op onze tochten in den omtrek stieten we telkens op herinneringen aan de Bogumilen of Bogomilen, de christelijke secte uit de tiende eeuw, die ook wel de Patareners wordt genoemd en tot in de vijftiende eeuw zich op het Balkan-schiereiland en vooral in Bosnië heeft uitgebreid. In het Lukavicadal, zeven mijlen van Serajewo verwijderd, vindt men den grootsten Bogumilengedenksteen, die in Bosnië nog aanwezig is. De weg erheen leidt langs het kerkhof der spaansche joden en gaat door vruchtbaar land, waar kleine boerenhoeven in het dal zijn verspreid. De groote gedenksteen was één van vele en was, als de meeste van die grafmonumenten uit de oudheid in Bosnië, van den weg af niet te zien en moeilijk te vinden. Het pad naar de graven was telkens afgebroken en soms met hekken afgezet. Ook werden de steenen nog door struikgewas voor het oog verborgen.De grootste steen staat alleen en schijnt weinig beschadigd door den tijd of door de menschen; hij is het volmaaktste voorbeeld in Bosnië van een ongebeeldhouwden grafsteen van de Bogumilen. De rest van de steenen liggen verspreid tusschen de struiken. Het zijn groote blokken steen, zoo zwaar, dat men zich verwondert, hoe ze op hun plaats zijn gebracht. Er is weinig bekend van de secte, wier graven verstrooid liggen in afgelegen hoekjes van Bosnië en Herzegowina. De hoofden van de gemeente, die door priesters werden geregeerd, werden djetts of bisschoppen genoemd, die in macht met de lama’s schenen overeen te komen. Voor Engelschen en voor Protestanten in het algemeen hebben de secte en haar monumenten een bijzondere belangrijkheid, want men zegt, dat de Bogumilen in den tijd der vervolging over Ragusa en Genua naar West-Europa uitweken en dat hun niet strenge leer den grond heeft gelegd tot de hervorming of althans tot het geloof, waarvoor Huss werd verbrand en waarvoor de ongelukkige Albigenzen en Waldenzen van de aarde werden weggevaagd door de kerk van Rome.Het was zeer koud, toen wij onze laatste toer in Bosnië maakten, en er was veel sneeuw gevallen, die op de bergen bleef liggen en die in de dalen en langs de wegen onder den invloed der zon in ijs overging. Een ongewoon natte October en een vroege winter, die al in November optrad, had veel van onze voorgenomen uitstapjes onmogelijk gemaakt. We bezochten nog een oud klooster, zagen bij die gelegenheid een prachtigen gebeeldhouwden Bogumilengrafsteen, maar besloten toen tot de thuisreis, Serajewo achterlatend onder de sneeuw.1Wat sinds 1908 veranderd is. Bew.
Zigeuners uit Jezero.Zigeuners uit Jezero.We probeerden een wandeling langs den rivieroever, maar waren nog niet ver, of we stieten op een aantal mohammedaansche kinderen, die op een grasveld aan het spelen waren. De jongens vlogen onder het maken van allerlei bewegingen naar den weg en vormden een soort van barricade, om onzen voortgang te beletten. Toen zagen we, dat ze als een scherm moesten dienen voor een groep turksche vrouwen, die haar doeken vast om haar gezicht trekkend, op de hielen waren gaan zitten en het hoofd in den schoot lieten hangen. Tegenover dit zonderlinge protest van de gehurkte groep voelden wij ons genoodzaakt terug te keeren. Het is dwaas, op te merken, hoe zelfs het kleinste turksche jongetje dadelijk tusschenbeide komt, als er iemand onwillens te dicht in de buurt van vrouwen komt.Wij keerden naar den bazar terug en liepen door de hoofdstraat, die naar de nieuwe oostenrijksche wijk leidt, waar ook het hotel Vlasic staat. Onderweg zagen we nog een bezienswaardigheid van Travnik, de graven van de vroegere viziers. Het waren mooie, schilderachtige bouwwerken, vijf-, zes- of achtkantig, met koepeldaken, iets als pagoden. De graven liggen in het midden en doen in grootte niet onder voor de turksche huizen voor de levenden, terwijl sommige met fraai gekleurde deviezen waren getooid.Een groot Jezuïetencollege, het eenige in Bosnië, is onlangs te Travnik gebouwd. Het is voor die secte moeilijk geweest, er zich te vestigen tegenover de oppositie van de Franciskanen, die Bosnië als speciaal hun toekomend beschouwden. De overste en directeur was een zeer ontwikkeld en aangenaam man, die veel belang stelde in antiquiteiten, verband houdend met de romeinsche en turksche overheersching. Hij had er een eigen kleine collectie van.Wij vonden Travnik een koeler plaats in de warme maanden dan Jajce, daar de ligging meer open is, en men er dus meer wind heeft. Wij vertrokken met een namiddagtrein naar Serajewo en reden een heerlijk dal binnen, open en breed, de Travnik Polje, waar de oude Romeinen eens belangrijke vestingen hadden. De trein gaat over de Bila en volgt de Lasva tot waar ze zich in de Bosna stort. Bij de samenvloeiing der beide rivieren begint een romantische kloof vol rotsen van grillige vormen met watervallen en stroomversnellingen ertusschen, waarop men een goed gezicht kreeg, toen de spoorweg langs den rechteroever reed van Lasva naar Gora.Bosnische boeren, van de markt terugkomend.Bosnische boeren, van de markt terugkomend.Er zijn twee gemakkelijk te bereiken zomerverblijven voor het vreemde element in Serajewo, één in het Oosten Palé, en één in het Zuidwesten, Ilidze. Het eerste is tot heden nog zeer weinig ontwikkeld, maar zal ten slotte zeker populair worden. Het ligt ongeveer twaalf mijlen van Serajewo en op een hoogte van zoowat 1000 voet boven het niveau der zee. Het is het eerste station op de nieuwe lijn naar Plevlje in de turksche provincie Novibazar, die op het laatst van 1904 pas voor den handel is opengesteld.Als zomerverblijf werd Palé het eerst onder de aandacht gebracht door den engelschen consul-generaal, die negen of tien jaren geleden zich er een villa bouwde te midden van zijn eigen bosschen. De villa, stevig gebouwd van steen, met hout overdekt, ziet er min of meer uit als een zwitsersch châlet. Zij staat op een hoogte in het hart van het dennenbosch, waar de weg dwars doorheen is aangelegd. In de buurt zijn nog een paar villa’s en de kazerne van een oostenrijksche troepenafdeeling. Het dorp zelf, een jonge geschiedenis, meest koffiehuizen of kafana’s voor de Mohammedanen en gostiona’s of eethuizen voor de Christenen, die aan den spoorweg werken, ligt in het wijde dal beneden in de nabijheid der lijn, die den loop der Miljacka volgt.De rijweg van Serajewo komt in de Miljackakloof dadelijk na het verlaten van de stad. De spoorlijn is te zien op den tegenoverliggenden oever en is aangelegd aan den rand van een steile klip, die voor een deel uit hard gesteente en voor een ander uit zacht mergel bestaat. Waar dat laatste voorkomt, is ieder meter van den weg versterkt, om het afglijden te voorkomen, en in het harde gesteente heeft men tunnels moeten boren, waarvan er wel vier korte te vinden zijn over een afstand van achthonderd yards.Toen wij Palé bezochten, was de weg erheen druk, wat wel een verschil opleverde met de bijna verlaten andere wegen, door al het verkeer, dat de spoorlijn meebracht, en men kon er een studie maken van de vervoermiddelen, in gebruik in Bosnië. Groote wagens, door spannen getrokken van acht en zelfs twaalf paarden, wisselden af met primitieve ossenkarren, die eigenlijk noch kar, noch wagen zijn. Ze bestaan eenvoudig uit vier ruwe, zware wielen, waarvan de twee achterste ver van de beide voorste zijn geplaatst, en daartusschen bevindt zich niets anders dan een lange balk of boomstam, waaraan de te vervoeren artikelen worden vastgebonden; juist een wagen voor een land zonder wegen. De voerlieden van die langzaam zich bewegende vehikels zijn bijna geregeld vast in slaap en liggen in hun volle lengte op den boom, zich op raadselachtige wijze in evenwicht houdend met het hoofd rustend op den eenen arm.Dan waren er reeksen van pakpaarden, zwaar beladen met steenen, dakpannen, houten balken en gras; arme beestjes, die er uitzagen als kikvorschen uit het land van Brodignac, doordat de vracht zoo om hen was opgestapeld, dat er niets dan de kop en de hoeven te zien waren. Nooit heb ik in het Oosten pakpaarden zoo zwaar beladen gezien als de paardjes van Bosnië. Palé ligt aan den weg naar Gorazda aan de Drina, waar het voornaamste hengstendepot van Bosnië is te vinden, een plaats, die een zeergelijkmatig klimaat heeft, dat voor het beste van Bosnië door gaat. Van Gorazda vervolgt de weg zijn loop haar Cajnica, waarheen tweemaal in het jaar, aan het eind van Augustus en weer een paar weken later, een groote pelgrimstocht wordt gehouden met het doel smeekbeden op te zenden voor een zeker beroemd schilderij in een kerk.De pelgrims, die voor het meerendeel uit Serajewo komen, reizen veelal in de lichte manden wagentjes uit de streek, die voor de gelegenheid bedekt worden met een dak van ronde hoepels, bekleed met matwerk of linnen. Elke wagen houdt een groote familie in van beide seksen, wier voornaamste uitrusting wel kussens schijnen te zijn, om op te rusten onder de reis. De armste pelgrims loopen, de rijken gaan te paard of per rijtuig. Gedurende de drie of vier dagen van den pelgrimstocht stroomt er een geregelde optocht door Palé op den heen- en op den terugweg. Te Cajnica kampeeren ze in hun wagens op het plein vóór de kerk, en het moet een indrukwekkend gezicht wezen, naar ons werd verteld, daar er soms wel vier duizend bedevaartgangers zijn. Het lijkt op den trek van de Boeren naar de naastbijzijnde stad, om het avondmaal te gebruiken, waarbij ze ook op het plein tegenover de kerk hun kamp opsloegen.Van Mokro, een aardig dorpje omstreeks drie uren rijden over een goeden weg van Palé, bezochten we te voet een zeer merkwaardige natuurlijke grot tusschen de heuvels, waaruit Serajewo in den zomer het grootste deel van het benoodigde ijs betrekt. In de warmste jaren was er daar altijd nog te vinden. Als gids hadden we een turkschen beg van voorname, oude bosnische familie, die door de regeering als boschwachter was aangesteld. De weg voert ook langs een houtzaagmolen, door water gedreven, en wordt daar niet meer dan een voetpad, dat met veel andere samenloopt door mooie weiden van lang dik gras, waar we door liepen met de lage beboschte heuvels om ons heen.Een eind bezijden het pad gingen we ook nog de bron van de Miljacka zien, die te voorschijn komt uit een grot aan den voet van een steilen heuvel. We hadden over de steenen in de bedding van het riviertje te gaan, om den mond der grot te bereiken, waar men een eind ver in kan oploopen. Het water was heerlijk koel en de geelachtige kleur in de holten van de grot werd gitzwart dichtbij den ingang. Van dit punt hadden we een steilen klim tegen den met bosch begroeiden heuvel op, aan welks voet de Miljacka ontspringt. Uit het bosch kwamen we op een open plek tusschen reuzenpijnboomen, waar een hutje was gebouwd ten gebruike van de boeren, die het ijs vervoeren.Als gids hadden we een Turkschen beg van voorname oude bosnische familie.Als gids hadden we een Turkschen beg van voorname oude bosnische familie.Een ruw pad voert naar den ingang der grot, die steil afdaalt in het diepste der aarde. Het pad was heel nat en glibberig van het druipwater van het uitgedragen ijs. Het licht werd flauwer en flauwer, en de atmosfeer kouder en kouder. Het was, of we waren neergedaald in een onderaardsche gevangenis, kil als een graf. Groote platen ijs kon men zien, dat de wanden bekleedden; maar het meeste was te krijgen uit een hol aan onze linkerhand, ingang tot een nog dieper schacht, die, naar onze gids vertelde, 300 voet naar beneden gaat en met ijs is gevuld.Bij gelegenheid van ons bezoek was de ingang tot die schacht geblokkeerd door een massa steenpuin, dat door een hevigen storm van eenige dagen geleden daar was heengespoeld. We moesten ons tevreden stellen met naar beneden te gluren in den donkeren afgrond en keerden toen in de bovenlucht terug, een groot stuk ijs als een zegeteeken met ons mee dragend. Het werd in stukken gebroken en onder het rusten laafden we er ons mee, want de wandeling had ons dorstig gemaakt. Anderhalf uur brachten ons terug naar den molen, buitengewoon hongerig en bereid, om uitstekende eer te bewijzen aan een uitstekend maal, dat onze gastheer en zijn dochter er als bij een pic-nic heen hadden laten brengen. We waren om zoowat elf uur uit Mokro gegaan en we waren voor het donker te Palé terug. Daar er nog niet gemakkelijk een goed onderkomen te krijgen was in Palé, logeerden we namelijk bij den engelschen consul-generaal en zijn vrouw, die voor ons de gastvrijheid zelve waren.Men kan ook aardige ritjes van Palé uit maken, vooral in Augustus, nadat de hooioogst heeft plaats gehad. Het hooi werd, naar wij opmerkten, niet in een enkelen grooten hoopbijeengebracht, maar in kleine hooioppers, die over de verschillende velden verspreid stonden. Dit leek ons geen al te best plan, maar weldra vernamen we de reden. Op een morgen leek het, of een der hooioppers zich bewoog. We wreven onze oogen uit en keken opnieuw. Ja, er was stellig beweging in. We gingen de zaak onderzoeken en vonden, dat een span ossen, die ervoor waren gespannen, den hoop voort trokken naar een hoek van het veld, waar andere hooibulten stonden. Daarheen moesten ze alle worden gereden, om van daar te worden opgeborgen in de schuren. Om dat vervoer te vergemakkelijken, worden de massa’s opgebouwd op een onderstel van takken, die stevig aan elkaar vastgebonden zijn, terwijl twee takken naar buiten uitsteken naar den kant, waarheen de hoop moet worden vervoerd. Ze kunnen dus ieder oogenblik voortgetrokken worden, door een span te plaatsen tusschen de naar voren komende takken.Gedurende ons verblijf te Palé speelden we golf op geïmproviseerde “links”, die begonnen aan het smalle eind van het dal en liepen langs de hellingen van de lage heuvels eromheen. In het middenvan het dal en in de onmiddellijke nabijheid van het dorp is er overvloed van open grond, waar golf, polo of tennis kan gespeeld of zelfs wedrennen zouden kunnen worden gehouden.Ilidze, dat omstreeks drie kwartier per tram of trein van Serajewo is verwijderd, is het voornaamste gezondheidsoord en toeristencentrum van Bosnië. Het ligt in een mooie vlakte aan den voet van den berg Igman en op dezelfde hoogte als Serajewo. Het is de beschermelinge van de regeering, die in de laatste tien jaren groote sommen heeft uitgegeven, om de plaats aantrekkelijk te maken. De geneeskrachtige bronnen waren reeds aan de Romeinen bekend, en de beroemde heete zwavelbron geniet een groote reputatie als genezingbrengend bij verschillende ziekten, vooral bij rheumatiek. De temperatuur is 136 graden Fahrenheit. De kosten van de baden zijn uiterst matig. Het park is aardig aangelegd, en drie moderne hotels, van alle comfort voorzien en bestuurd met de speciale bedoeling, om aan de badgasten rust te verschaffen, staan in gemeenschap met een centraal restaurant door een overdekte gang. Een gang van dien aard leidt ook van het restaurant naar het station.In den zomer staan de groote veranda van dit restaurant en het grasveld ervoor vol tafeltjes, waar den geheelen middag en avond bezoekers samenkomen, koffie drinken, dineeren en naar de muziek luisteren. Het zijn meest bezoekers uit Serajewo; ze brengen een paar uren er door en gaan dan weer naar huis.Op de tennisvelden in het park zijn tot nu toe de jaarlijksche tenniswedstrijden van Bosnië gehouden. En ook de voornaamste wedrennen zijn er, waarbij zich in Juni groote menigten verzamelen, om het concours hippique bij te wonen. In het begin bood de plaatselijke regeering zeer aanzienlijke geldprijzen aan met het doel, bezoekers naar de streek te lokken, maar daar al de uitgeloofde prijzen door vreemdelingen werden gewonnen, die alleen voor die gelegenheid overkwamen, werd hieraan spoedig een eind gemaakt. Nu mogen alleen in Bosnië gefokte paarden of paarden van de militairen meedoen.Toen schreef de regeering ook nog wedstrijden uit in het duivenschieten om geldprijzen. Dit werd opgegeven, naar ons werd verteld, omdat de Turken tegenwerpingen maakten. We konden dat haast niet begrijpen, want ofschoon de duif een heilige vogel is voor de Hindoes, is ze dat niet voor de Mohammedanen; maar het feit kan als een bewijs dienen voor den eerbied, dien men in Bosnië bewijst aan de vooroordeelen of inzichten van de mohammedaansche inboorlingen.Turksche wijk op de helling van een berg.Turksche wijk op de helling van een berg.Aan Ilidze is al te veel geld ten koste gelegd, dan dat men kan verwachten, dat het zijn rente zal opbrengen. Oostenrijkers kunnen kiezen tusschen veel badplaatsen dichter bij honk en willen niet zoo ver reizen voor hun badkuur. Dus wordt Ilidze weinig begunstigd, behalve door de plaatselijke bevolking.Ofschoon we nooit te Ilidze hebben gelogeerd, gingen we er dikwijls per trein en per rijtuig heen en zagen al, wat er te zien viel, maar we hadden geen tijd, om er baden te nemen en we hadden ze ook niet noodig. Het land in de buurt was zeer aantrekkelijk, en in onze oogen interessanter dan Ilidze zelf. Er is een kleine modelboerderij dichtbij, een instelling van het plaatselijk bestuur, waar de zoons van boeren worden onderwezen, zoowel in de praktijk als in de theorie van het eenvoudige boeren- en veehoudersbedrijf. Het stelsel van onderwijs leek ons bijzonder geschikt, om aan de conservatieve en achterlijke boeren te leeren, hoe ze hun tegenwoordige ouderwetsche gewoonten van landbouw kunnen verbeteren.Het doel, waarnaar gestreefd wordt, is den jongen boerenleerling op te voeden, zoodat hij een goede kleine landbouwer kan worden met eenige kennis van zuivelbereiding en kippenhouderij. Niets buitenissigs wordt onderwezen, noch iets, dat de eenvoudigste boerenhersenkas niet kan opnemen. Voor de leerlingen, die in de inrichting wonen, zijn eenvoudige vertrekken beschikbaar, een ziertje beter, dan die, waaraan de jongens gewend zijn. Zindelijkheid en gezondheid staan op den voorgrond. De boerenhoeve heeft verscheiden acres grond voor practisch onderwijs ter beschikking.De melk, die op de hoeve gewonnen wordt, zendt men naar Ilidze en Serajewo en ze wordt daar verkocht evenals de andere voortbrengselen van het bedrijf, waardoor de kosten van de onderneming, die niet heel hoog kunnen zijn, worden bestreden. Het personeel bestaat uit den directeur van de hoeve en één of twee opzichters. Dergelijke instellingen zouden niet te onpas zijn in onze nieuw verkregen zuid-afrikaansche koloniën, waar slechts weinige van de boeren en kolonisten weten, wat ze uit den grond kunnen halen.Tot nu toe hadden onze tochten in Bosnië zich bepaald tot de nabijheid van de spoorlijn of tot min of meer bekende wegen, maar nu besloten we, eenige toeren te doen in die gedeelten van Bosnië, die nog terra incognita zijn, ook voor den toerist van het continent.Bosnië heeft zooveel natuurschoon en zooveel belangwekkende plekjes, dat de moeite lag in de rijke keus, waarheen te gaan. De voornaamste glorie van Bosnië zijn de prachtige bosschen en het aantal grooterivieren, die het land besproeien. Wij besloten daarom, eerst de woudpracht der Zelengorabergen te gaan zien en later een korte reis te maken langs de Drina stroomaf, als er voldoende water in de rivier was gekomen.Open ruimte in een bosnisch dennenwoud.Open ruimte in een bosnisch dennenwoud.Om tochten van dien aard te ondernemen in dit nog wat onontwikkelde land, moet men liefst op officiëele hulp kunnen rekenen. De vereischten zijn gidsen, transportpaarden met zadels en reistasschen en gelegenheid voor nachtverblijf. Wat dat laatste betreft, moet men wel hulp hebben van de officiëele personen, tenzij men tenten wil meenemen, want al bestaan er op sommige plaatsen herbergen, elders zijn de posten van de politie of de wachthuizen de eenige bewoonbare verblijven en om de vergunning te erlangen, er nachtverblijf te vragen, moet men een permissiekaart kunnen vertoonen.Wanneer men van paarden of gidsen moet veranderen, kan men regeeringshulp ook noode ontberen. In ons geval vereenvoudigden we de zaak, door het zoo te schikken, dat we dezelfde paarden en denzelfden gids op de heele reis behielden. Wat de quaestie der zadels betreft, werd alle bezwaar overwonnen door de bereidwilligheid van het vrouwelijk element om op een heerenzadel te rijden. Het was haar eerste ervaring van deze manier van rijden, en het resultaat is geweest, dat voor vermoeiend werk van dien aard, waarbij er lange uren moet worden gereden over heuvelachtig en bergachtig terrein, ze haar sterk kan aanbevelen aan alle dames, die zulk een reis mochten ondernemen. Er zijn geen aparte rokken voor noodig. Een rok van wandellengte, die wat wijd is, met laarzen en slobkousen tot de knieën was de gewone dracht.Behalve dat ze ons droegen, waren de paarden ook met onze bagage beladen, namelijk twee reistasschen, een paar turksche zadelzakken en een rol waterproofstof, een overjas en een paar parapluies.Dat lijkt weinig voor twee personen, maar inderdaad was er meer, dan we noodig hadden. Een reiszak, eigenlijk zadelholster, werd geheel in beslag genomen door toiletartikelen en nachtgoed, één voor ieder van ons. De twee zakken van het turksche zadel hielden een compleet stel ondergoed in, dan de dagboeken, schrijfpapier, een spirituslamp, keteltje, methylalcohol, een flesch whisky, thee en een paar messen, vorken en lepels. In de dan nog aanwezige kokers hadden we wat draagbare eetwaar voor geval van nood, en aan den anderen kant een aantal benoodigdheden voor de camera’s, kaarten en touw. Elk van ons had bovendien een camera altijd over den schouder hangen.We verlieten Palé den 17den Augustus en vertrokken van Serajewo den 18den, een gewichtigen dag daar en in geheel Oostenrijk, omdat het de verjaardag is van keizer Frans Jozef, en een dag, waarnaar de sportliefhebber met verlangen uitziet, daar dan de jacht weer wordt geopend.Han of herberg in Bosnië.Han of herberg in Bosnië.De engelsche consul-generaal en zijn dochter zouden ons den volgenden dag onderweg ontmoeten, terwijl wij te paard reden en zij in het rijtuig zaten. De rijweg gaat om de renbaan van Ilidze en volgt den loop van de Zeljeznica. Het is een mooier weg dan het rijpad, dat wij volgden en dat ons eerst door een niet interessant land voerde langs enkele kleine dorpjes. Na een uur rijdens hielden we stil om te drinken, maar niet terwille van de arme paarden, want ofschoon het ruwe en vaak steile pad de dieren erg moet hebben ingespannen op zulk een warmen dag, weigerde Ibro, hun meester, beslist, hun zelfs maar een druppel water te geven. Gedurendede rustpoos gingen rijen beladen paarden voorbij, die hout of planken droegen. Een had een heel bosch van heele boomen te dragen, waarvan de bebladerde takken op den grond hingen, een leelijke cavalcade, om op een smallen weg te ontmoeten, vooral, als men een schrikachtig paardje bereed.Er volgde een steile helling over een buitengewoon steenachtig pad. Dit was de oude turksche weg, en blijkbaar was er eens een poging gedaan, om hem te bestraten, maar daar was zoo goed als niets meer van te merken; de aarde was weggespoeld, en de naakte rots was overgebleven, scherp en puntig op sommige plaatsen, glad en vuil op andere en lastig voor de paardjes, om er staande te blijven.Ibro, de gids, een groote, ruwe Mohammedaan, nam onze parapluies, deed ze open en bood ze ons aan. Daar de zon brandend heet was, werd die attentie door ons zeer gewaardeerd, maar niet door een van de paarden, die waarschijnlijk nooit zoo iets als een geopende parapluie vroeger had gezien en bij na op zijn hoofd ging staan van angst. Na de stijging kwam een daling. Afgestegen, en wandelend, kwamen we bij een hoek niet ver van een dorp drie turksche vrouwen tegen. Die dames hadden blijkbaar aan de winden des hemels vergund, haar damasten wangen te streelen, want ze meenden zich volkomen veilig voor de blikken van eenigen man. Zoodra ze ons in het vizier kregen, was er een haastig ophalen van doeken en sluiers, niet alleen over de gezichten, maar over het geheele hoofd. Toch was dat nog niet voldoende, om blijk te geven van haar zeer bijzondere zedigheid. De schoonen presenteerden ons haar ruggen, hoogst onbeleefd, en liepen ons in die houding voorbij, op zij gaande op de manier van de krabben!De bazar te Foca.De bazar te Foca.Wat verder was er een han of herberg, waar Ibro, tuk op een verkwikking, stil had gehouden met de paarden. Driepootige stoeltjes waren naar buiten gebracht, en ook uitstekende zwarte koffie in kleine koperen koffiepotjes. De eigenaar van de herberg bracht met een trotsche houding ook een lepeltje te voorschijn, zijn eenig exemplaar, misschien een familiestuk, om de koffie mee om te roeren en leek zeer teleurgesteld, toen Ibro na een nauwkeurige inspectie het met minachting afsloeg en twee twijgjes van de haag brak, die voor het bedoelde gebruik moesten dienen.Een bosnische begrafenis.Een bosnische begrafenis.Al spoedig nadat we de han hadden verlaten, voerde het pad ons in een der prachtige beukenbosschen van Bosnië. Reuzenbeuken stonden als schildwachten aan elken kant van den weg, en waar hun gesloten gelederen niet geheel het zonlicht hadden afgesloten, filtreerden gouden lichtstrepen door het gebladerte en vielen over ons pad. Het was een verkwikkende afwisseling, toen we door het kale en steenachtige land reden.Het werd intusschen laat en donker. In de diepte beneden in het dal lag de hoofdweg, die de Zeljeznica volgde. Die was zoo ver onder ons en de helling was zoo steil, dat we ons verwonderd afvroegen, of we wel ooit beneden zouden aankomen. Ons pad daalde nog niet, maar kronkelde steeds door altijd op dezelfde hoogte. Toen het donkerder werd, begon de weg al leelijker te worden; de paarden struikelden over steenen en brokken puin. Het waren slecht beslagen paarden, en één van hen scheen wat opvoeding te hebben genoten en toonde bewonderenswaardige eigenschappen; het was een oud dier, dat waarschijnlijk vele jaren lang zich overwerkt had, vaak te weinig eten had gehad en slecht verzorgd was geworden, maar toch was zijn ijver zoo groot, dat zweep noch sporen noodig waren, zoodat hij ver uitmuntte boven zijn stalgenoot.De kamer, die voor ons gereserveerd was in den politiepost in Trnovo, was een groot, zindelijk vertrek, waar vier menschen konden logeeren. De slaapgelegenheid was een aangename verrassing voor ons, want men had ons gewaarschuwd, dat we geen weelde moesten verwachten, en in plaats van ongerief troffen we bedden en beddegoed in dit en andere politiehuizen, veel beter passend bij onzen engelschen smaak dan wat er in gemeubelde kamers van de hôtels in de steden beschikbaar is.De matrassen in de politieposten waren gevuld met de bladen van maïs, die zoo gemakkelijk zijn, als een vermoeide reiziger maar wenschen kan. De kussens, het is waar, waren van de gewone reuzenafmeting, die in Oostenrijk gebruikelijk is, maar het waren niet de slappe dingen, die men u in pensions en hôtels geeft, waar het hoofd in wegzinkt en die aan beide zijden oprijzen, zoodat de slaper half gesmoord wordt. Ook vonden we tot onze blijdschap twee lakens op ieder bed, een om op te liggen en een om onder te kruipen, met een deken in plaats van het gewone zware dekbed. Dat laatste ding is een gruwel, die den Engelschman bijna wanhopig maakt. Niet gewend te liggen onder een gewicht van verscheiden ponden in den zomer, verwacht hij niet, als hij het lastige ding weggooit, daarmee tevens het laken te missen.Wij kregen een licht avondeten een half uur na onze aankomst, sliepen goed en werden vroeg wakker voor een heerlijken dag. Des morgens maakten we kennis met den civielen bestuurder van de plaats, die ons vertelde, dat hij den oorlog van 1878 had meegemaakt en de gouden medaille voor dapperheid had verworven. Hij beklaagde zijn lot, dat hem zoo lang hier in dit afgelegen nest had gehouden, gescheiden van zijn vrouw en kinderen, die in Serajewo waren voor de opvoeding van het jonge geslacht. We trachtten hem te troosten, door erop te wijzen, dat dit het lot is van tal van engelsche officieren en ambtenaren in Indië.Hij ging dien middag op de jacht met den eenigen metgezel in de plaats, den luitenant van het troepencontingent te Trnovo. Er viel, naar hij zei, goed te visschen in de Zeljeznica, als het water hoog genoeg was. In 1904 was het zeer laag ten gevolge van de buitengewone droogte.Om de schoonheid van den weg zouden we over het Treskovicabergland gaan. Een gids te paard was toegevoegd aan ons gezelschap, opdat we geen oponthoud zouden hebben door de langzaamheid van een gids te voet. Maar om de na ons komenden gerust te stellen, kunnen we hier wel zeggen, dat dit een volkomen onnoodige fraaiigheid is, daar onze ruwe Mohammedaan Ibro op zijn platvoeten vlugger vooruit kwam dan de man te paard.We vertrokken na tweeën in den namiddag. De bedding der Zeljeznica volgend enkele honderden meters ver, gingen we daarna het bosch op den berg binnen, waar de boomen zoo dicht bijeen stonden, dat we eigenlijk niets anders konden onderscheiden dan het pad, dat we bereden, en waar de paarden met moeite voorwaarts kwamen tusschen de steenen door, die ze dan aan dezen en dan aan genen kant van den weg trachtten te vermijden.Het was inderdaad een afschuwelijk pad, dat voor het tweeledige doel diende van pad te moeten zijn en waterloop. De regenvloeden, die naar beneden waren gestort, hadden het midden zoo uitgehold, dat het een kloof was geworden van wel een voet diepte tusschen opstaande kanten. De bodem van die gleuf was niet breed genoeg, dat het paardje er zijn voeten kon zetten, en de schuinte was zoo afgerond en glad, dat het er moeilijk over kon. Ook had de werking van het water de aarde zoo volkomen weggespoeld, dat er overal spitse stukken rots voor den dag kwamen en wortels van boomen; daarbij was het pad zeer steil, zoodat het zwaar werk voor de paarden was, maar ze deden hun best.De weg naar de schuilhut op den top is gemakkelijk te vinden, daar de Toeristenclub er veel aanwijzingen heeft laten aanbrengen op boomen en rotsen, roode en blauwe strepen, die den weg wijzen. Wie enkel naar den Treskovica wil, heeft daarom geen gids noodig. Plotseling traden wij uit de schaduw van het bosch op een kleine weide, zoo bestraald door de felle zon, dat het scheen, of een gouden paneel gelegd was tegen den donkeren fluweelen wand van de boomen. Het pad over de weide bracht ons naar den anderen kant van den berg, waar we het uitzicht hadden op het beboschte dal, aan welks overkant de Treskovica zich verhief. We waren nog niet veel meer dan halfweg.Onze gids wees ons den top, waar de schuilhut was gebouwd en de ruimte tusschen die en den naasten top, waar de pas of nek was, dien wij over moesten. Het pad verdiepte zich in het woud, een bosch van beuken, oude, die verspreid stonden. Er was geen onderhout in de eeuwige schaduw, en ook geen gras of bloemen waren er te zien. Doode bladeren lagen er bij hoopen, en gevallen boomen kwamen ons telkens in den weg; ze waren soms over het pad gestort en daar ze te groot waren, om te worden verschoven, had men ze moeten doorzagen ter breedte van enkele voeten, zoodat aan weerszijden een stuk van den dooden reus lag.Geen geluid verbrak de stilte; geen vogelgezang, geen bladergeritsel, geen watergemurmel, zelfs niet de klank van een koeklokje, want er was geen gras, om af te grazen. Stilte lag over een heele uitgestrektheid, een vreemde stilte, die de grootsche wouden van Bosnië kenmerkt, verhoogd nog door het lichte geruisch van het kraken van een twijgje of een dood blad, dat dadelijk wegstierf en geen echo naliet.De natuur deed zich hier voor in grootsche pracht, de eerwaardigheid, die met den ouderdom gepaard gaat. De groote boomen, ten deele met mos bekleed, verhieven zich tot op groote hoogte kaal, zonder takken of bladeren tot in de kruin, en eerst toen we aan den voet van den pas waren gekomen, was het bosch ten einde. Het pad was dat ook, en we moesten nu over een steenachtigen grond klauteren in de blakende zon. Wij waren afgestegen en bevonden ons onmiddellijk onder de steile klippen, die den top van den Treskovica vormen. Terugziende op een groep van ruwe pijnboomen, konden we onzen weg nog onderscheiden en in de verte de witte stipjes herkennen, die Trnovo vormden.Toen we weer opstegen, nam de gids de leiding en bracht ons vlug over een groote, grazige vlakte, door bergen ingesloten, volkomen vlak en zeer uitgestrekt. Dit is de plaats, waar duizenden stuks vee grazen. Maar dit jaar was er geen enkel dier op de weide; het gras was verbrand door de felle hitte en droogte. Aan het eind van het dal daalden we snel naar Kalinovik, waar we tegen duister kwamen. Het is geen mooi plaatsje, maar er waren belangwekkende oude graven, en de omgeving was bijzonder mooi. Een politieman kwam ons tegemoet en deelde ons mee, dat er kamers voor ons in de herberg gereed waren. We troffen het niet gelukkig in Kalinovik. De herberg was niet veel bijzonders, en daar er oostenrijksche troepen voor de manoeuvres in de buurt waren, moest de eigenares, om ons gezelschap te believen, haar eigen kamers verlaten, die wij al zeer primitief vonden.Den volgenden morgen om zeven uur schudden onze paardjes het stof van Kalinovik van hun pooten, en over een ruw golvend plateau ging het omhoog. Door de wonderschoone natuur van een boschrijk rotslandschap reden we, tot we de uitloopers van het Zelengora-gebergte reeds te zien kregen, een prachtig gezicht. Tegen den middag bereikten wij het blokhuis van den politiepost van den Zelengora, waar twee aardige, zindelijke kamers voor ons gezelschap in gereedheid waren gebracht. Het lunch was zoo goed als een diner, want het bestond uit soep, schapevleesch, gevogelte, salade en zoetigheid. Jammer, dat het schapevleesch meer op caoutchouc leek dan op iets anders, wat wonderlijk leek bij al die vette weiden, maar wat is het geval? Schapevleesch wordt in Bosnië als armelui’s voedsel beschouwd en wordt nooit op de tafel der welgestelden gezien in hôtels of in particuliere woningen. Waarschijnlijk zijn daardoor de schapen niet zoo goed, en er worden geen pogingen gedaan, om het ras te verbeteren.Na het lunch keken wij rond in den omtrek en bewonderden het Zelengora-district, dat zoo mooi is en nog zoo weinig bezocht wordt, zelfs niet door oostenrijksche toeristen. Wat engelsche bezoekers aangaat, waren wij denkelijk de eersten. Maar die toestand zal niet veranderen, zoo lang de toegang enkel langs een pad, als dat, wat wij gevolgd hadden, is opengesteld. De beste tijd, om erheen te gaan is van Mei tot het midden van Augustus, als alleen de gewone matige hoeveelheid regen valt, maar in het begin van September vallen zware regenbuien, en op de hoogte van den Zelengora zou die dan stellig in den vorm van sneeuw neerkomen, want de toppen van die bergketen zijn ongeveer 6000 voet hoog.Serviërs ’s winters in de bazar.Serviërs ’s winters in de bazar.Den volgenden morgen scheidden zich de wegen van den consul-generaal en van ons; onze vrienden gingen door Suka en het Sutjeskadal over de grens van de beschermde provincies naar Plevlje in het sandsjak Novibazar, dat onder turksch bestuur staat, ofschoon er ook oostenrijksche troepen liggen. Onze bestemming was de vroeger belangrijke stad Foca aan de mooie Drina, een der eerste steden van Bosnië, die in handen der Turken vielen.Het was niet zeer vroeg meer, toen we vertrokken, zoo ongaarne zeiden we de bekoorlijke plek vaarwel tusschen de bergen en wouden van dien heerlijken Groenen Berg met zijn alpenlandschap en verrukkelijke lucht. Er was ons aangeraden over Ljubino te rijden, een politiepost op twee uren afstands, maar de oude Ibro, onze paardeknecht en gids, wist den weg niet, en dus gingen we den langeren weg naar Foca over Jelec, van waar een goede weg naar Foca leidt.Het eerste eind was langs het pad van den vorigen dag. Het was half negen, toen we vertrokken. Hoewel wij den vorigen dag zoo prettig langs het riviertje stroomop hadden gereden, nu, in den vroegen morgen was het nog veel prettiger. De frissche morgenlucht, beladen met onvergelijkelijke woudgeuren, gaf er een grootere bekoring aan. Daar we nu afdaalden in de tegenovergestelde richting van gisteren, hadden we het eene prachtige uitzicht na het andere, die weer nieuw voor ons waren, en ook schaduw en licht waren totaal anders verdeeld. Het dalen ging al sneller, toen we Jelec naderden, dat in boomgaarden lag van pruimen en appels, peren en kersen.We reden al dadelijk de eenige straat binnen van Jelec, dat in turksche tijden een plaats van eenige beteekenis was, beroemd om zijn handwerk van leder. Enkele jaren geleden werd er een leerfabriek opgericht, die het oude handwerk op den achtergrond bracht en ten slotte het zelf ook niet kon bolwerken. Maar hoewel Jelec een aangenamen indruk maakte, de weg, die nu volgde, deed dat niet. Van een weelderig bosch en een goed bebouwd land kwamen we nu in een kale, dorre streek, maar in meer bewoonde en bezochte oorden.Omstreeks half twaalf gingen we lunchen in de schaduw van een brug, en toen we onze flesschen in het stroompje wilden vullen, riep een voorbijgaande Bosniër ons toe, dat er aan den oever wat hooger een bron was, waar het water ijskoud en kristalhelder was. Dat is een groot voordeel van het reizen in Bosnië, dat er overal water is. Het is een land van bronnen en langs ieder pad, elken weg is er voor den vermoeiden reiziger gezorgd. De bronnetjes zijn alle beveiligd voor bevuiling, en altijd is er eendrinkbeker voor de menschen en een trog voor de dieren. Maar dit geldt alleen voor Bosnië, niet voor Herzegowina.Wat de toerist ook vrij vaak aantreft langs den weg, is een der vele kleine turksche hans of herbergen, waar men uitstekende en verkwikkende zwarte koffie kan krijgen op ieder uur van den dag in kleine turksche koperen koffiepotjes, waar drie of vier kleine kopjes in gaan. Het geheel kost één stuiver, met de suiker erbij. Wij verlangden naar zoo’n ontmoeting, en werkelijk na twintig minuten, daar was er een. Ibro verdween in het huis, en wij dronken onze koffie buiten, terwijl de gids zich binnen aan een stevig maal te goed deed.Verder ging de rit bergop en bergaf, tot we de oevers van de Drina bereikten, waar onze weg uitkwam op denGorazda-Focaweg. Om half vijf waren we te Foca, gelegen op een schiereiland tusschen de Drina en de Gehotina, die hier in de Drina valt. Het oude stadje is echt turksch van aanzien door de bruggen, de muren, de huizen en de beroemde Aladze-moskee, een der beste voorbeelden van den turkschen bouwtrant in Bosnië en een der sierlijkste moskeeën van de vele, die wij hadden gezien.Toen we onze vijf-uurskoffie dronken, verscheen een jonge man, die door den gouverneur was gezonden, om ons de stad te laten zien. Hij stelde voor, dat wij dadelijk met hem naar de tennisvelden zouden gaan, om aan de heeren en dames van Foca te worden voorgesteld. Wij wezen op onze verreisde kleeding en bedankten, geamuseerd bij het idee, dat hier scheen te bestaan, dat Engelschen zooveel van tennis houden, om terstond, als ze ergens komen, zich daarheen te spoeden. Meer interesseerde ons de bazar of Carsija, die breede straten had en soliede gebouwde winkels met roode pannen daken.Serajewo onder de sneeuw.Serajewo onder de sneeuw.Wij keerden naar Serajewo terug in September, verdreven uit Palé door den aanhoudenden regen. Op onze tochten in den omtrek stieten we telkens op herinneringen aan de Bogumilen of Bogomilen, de christelijke secte uit de tiende eeuw, die ook wel de Patareners wordt genoemd en tot in de vijftiende eeuw zich op het Balkan-schiereiland en vooral in Bosnië heeft uitgebreid. In het Lukavicadal, zeven mijlen van Serajewo verwijderd, vindt men den grootsten Bogumilengedenksteen, die in Bosnië nog aanwezig is. De weg erheen leidt langs het kerkhof der spaansche joden en gaat door vruchtbaar land, waar kleine boerenhoeven in het dal zijn verspreid. De groote gedenksteen was één van vele en was, als de meeste van die grafmonumenten uit de oudheid in Bosnië, van den weg af niet te zien en moeilijk te vinden. Het pad naar de graven was telkens afgebroken en soms met hekken afgezet. Ook werden de steenen nog door struikgewas voor het oog verborgen.De grootste steen staat alleen en schijnt weinig beschadigd door den tijd of door de menschen; hij is het volmaaktste voorbeeld in Bosnië van een ongebeeldhouwden grafsteen van de Bogumilen. De rest van de steenen liggen verspreid tusschen de struiken. Het zijn groote blokken steen, zoo zwaar, dat men zich verwondert, hoe ze op hun plaats zijn gebracht. Er is weinig bekend van de secte, wier graven verstrooid liggen in afgelegen hoekjes van Bosnië en Herzegowina. De hoofden van de gemeente, die door priesters werden geregeerd, werden djetts of bisschoppen genoemd, die in macht met de lama’s schenen overeen te komen. Voor Engelschen en voor Protestanten in het algemeen hebben de secte en haar monumenten een bijzondere belangrijkheid, want men zegt, dat de Bogumilen in den tijd der vervolging over Ragusa en Genua naar West-Europa uitweken en dat hun niet strenge leer den grond heeft gelegd tot de hervorming of althans tot het geloof, waarvoor Huss werd verbrand en waarvoor de ongelukkige Albigenzen en Waldenzen van de aarde werden weggevaagd door de kerk van Rome.Het was zeer koud, toen wij onze laatste toer in Bosnië maakten, en er was veel sneeuw gevallen, die op de bergen bleef liggen en die in de dalen en langs de wegen onder den invloed der zon in ijs overging. Een ongewoon natte October en een vroege winter, die al in November optrad, had veel van onze voorgenomen uitstapjes onmogelijk gemaakt. We bezochten nog een oud klooster, zagen bij die gelegenheid een prachtigen gebeeldhouwden Bogumilengrafsteen, maar besloten toen tot de thuisreis, Serajewo achterlatend onder de sneeuw.1Wat sinds 1908 veranderd is. Bew.
Zigeuners uit Jezero.Zigeuners uit Jezero.
Zigeuners uit Jezero.
We probeerden een wandeling langs den rivieroever, maar waren nog niet ver, of we stieten op een aantal mohammedaansche kinderen, die op een grasveld aan het spelen waren. De jongens vlogen onder het maken van allerlei bewegingen naar den weg en vormden een soort van barricade, om onzen voortgang te beletten. Toen zagen we, dat ze als een scherm moesten dienen voor een groep turksche vrouwen, die haar doeken vast om haar gezicht trekkend, op de hielen waren gaan zitten en het hoofd in den schoot lieten hangen. Tegenover dit zonderlinge protest van de gehurkte groep voelden wij ons genoodzaakt terug te keeren. Het is dwaas, op te merken, hoe zelfs het kleinste turksche jongetje dadelijk tusschenbeide komt, als er iemand onwillens te dicht in de buurt van vrouwen komt.
Wij keerden naar den bazar terug en liepen door de hoofdstraat, die naar de nieuwe oostenrijksche wijk leidt, waar ook het hotel Vlasic staat. Onderweg zagen we nog een bezienswaardigheid van Travnik, de graven van de vroegere viziers. Het waren mooie, schilderachtige bouwwerken, vijf-, zes- of achtkantig, met koepeldaken, iets als pagoden. De graven liggen in het midden en doen in grootte niet onder voor de turksche huizen voor de levenden, terwijl sommige met fraai gekleurde deviezen waren getooid.
Een groot Jezuïetencollege, het eenige in Bosnië, is onlangs te Travnik gebouwd. Het is voor die secte moeilijk geweest, er zich te vestigen tegenover de oppositie van de Franciskanen, die Bosnië als speciaal hun toekomend beschouwden. De overste en directeur was een zeer ontwikkeld en aangenaam man, die veel belang stelde in antiquiteiten, verband houdend met de romeinsche en turksche overheersching. Hij had er een eigen kleine collectie van.
Wij vonden Travnik een koeler plaats in de warme maanden dan Jajce, daar de ligging meer open is, en men er dus meer wind heeft. Wij vertrokken met een namiddagtrein naar Serajewo en reden een heerlijk dal binnen, open en breed, de Travnik Polje, waar de oude Romeinen eens belangrijke vestingen hadden. De trein gaat over de Bila en volgt de Lasva tot waar ze zich in de Bosna stort. Bij de samenvloeiing der beide rivieren begint een romantische kloof vol rotsen van grillige vormen met watervallen en stroomversnellingen ertusschen, waarop men een goed gezicht kreeg, toen de spoorweg langs den rechteroever reed van Lasva naar Gora.
Bosnische boeren, van de markt terugkomend.Bosnische boeren, van de markt terugkomend.
Bosnische boeren, van de markt terugkomend.
Er zijn twee gemakkelijk te bereiken zomerverblijven voor het vreemde element in Serajewo, één in het Oosten Palé, en één in het Zuidwesten, Ilidze. Het eerste is tot heden nog zeer weinig ontwikkeld, maar zal ten slotte zeker populair worden. Het ligt ongeveer twaalf mijlen van Serajewo en op een hoogte van zoowat 1000 voet boven het niveau der zee. Het is het eerste station op de nieuwe lijn naar Plevlje in de turksche provincie Novibazar, die op het laatst van 1904 pas voor den handel is opengesteld.
Als zomerverblijf werd Palé het eerst onder de aandacht gebracht door den engelschen consul-generaal, die negen of tien jaren geleden zich er een villa bouwde te midden van zijn eigen bosschen. De villa, stevig gebouwd van steen, met hout overdekt, ziet er min of meer uit als een zwitsersch châlet. Zij staat op een hoogte in het hart van het dennenbosch, waar de weg dwars doorheen is aangelegd. In de buurt zijn nog een paar villa’s en de kazerne van een oostenrijksche troepenafdeeling. Het dorp zelf, een jonge geschiedenis, meest koffiehuizen of kafana’s voor de Mohammedanen en gostiona’s of eethuizen voor de Christenen, die aan den spoorweg werken, ligt in het wijde dal beneden in de nabijheid der lijn, die den loop der Miljacka volgt.
De rijweg van Serajewo komt in de Miljackakloof dadelijk na het verlaten van de stad. De spoorlijn is te zien op den tegenoverliggenden oever en is aangelegd aan den rand van een steile klip, die voor een deel uit hard gesteente en voor een ander uit zacht mergel bestaat. Waar dat laatste voorkomt, is ieder meter van den weg versterkt, om het afglijden te voorkomen, en in het harde gesteente heeft men tunnels moeten boren, waarvan er wel vier korte te vinden zijn over een afstand van achthonderd yards.
Toen wij Palé bezochten, was de weg erheen druk, wat wel een verschil opleverde met de bijna verlaten andere wegen, door al het verkeer, dat de spoorlijn meebracht, en men kon er een studie maken van de vervoermiddelen, in gebruik in Bosnië. Groote wagens, door spannen getrokken van acht en zelfs twaalf paarden, wisselden af met primitieve ossenkarren, die eigenlijk noch kar, noch wagen zijn. Ze bestaan eenvoudig uit vier ruwe, zware wielen, waarvan de twee achterste ver van de beide voorste zijn geplaatst, en daartusschen bevindt zich niets anders dan een lange balk of boomstam, waaraan de te vervoeren artikelen worden vastgebonden; juist een wagen voor een land zonder wegen. De voerlieden van die langzaam zich bewegende vehikels zijn bijna geregeld vast in slaap en liggen in hun volle lengte op den boom, zich op raadselachtige wijze in evenwicht houdend met het hoofd rustend op den eenen arm.
Dan waren er reeksen van pakpaarden, zwaar beladen met steenen, dakpannen, houten balken en gras; arme beestjes, die er uitzagen als kikvorschen uit het land van Brodignac, doordat de vracht zoo om hen was opgestapeld, dat er niets dan de kop en de hoeven te zien waren. Nooit heb ik in het Oosten pakpaarden zoo zwaar beladen gezien als de paardjes van Bosnië. Palé ligt aan den weg naar Gorazda aan de Drina, waar het voornaamste hengstendepot van Bosnië is te vinden, een plaats, die een zeergelijkmatig klimaat heeft, dat voor het beste van Bosnië door gaat. Van Gorazda vervolgt de weg zijn loop haar Cajnica, waarheen tweemaal in het jaar, aan het eind van Augustus en weer een paar weken later, een groote pelgrimstocht wordt gehouden met het doel smeekbeden op te zenden voor een zeker beroemd schilderij in een kerk.
De pelgrims, die voor het meerendeel uit Serajewo komen, reizen veelal in de lichte manden wagentjes uit de streek, die voor de gelegenheid bedekt worden met een dak van ronde hoepels, bekleed met matwerk of linnen. Elke wagen houdt een groote familie in van beide seksen, wier voornaamste uitrusting wel kussens schijnen te zijn, om op te rusten onder de reis. De armste pelgrims loopen, de rijken gaan te paard of per rijtuig. Gedurende de drie of vier dagen van den pelgrimstocht stroomt er een geregelde optocht door Palé op den heen- en op den terugweg. Te Cajnica kampeeren ze in hun wagens op het plein vóór de kerk, en het moet een indrukwekkend gezicht wezen, naar ons werd verteld, daar er soms wel vier duizend bedevaartgangers zijn. Het lijkt op den trek van de Boeren naar de naastbijzijnde stad, om het avondmaal te gebruiken, waarbij ze ook op het plein tegenover de kerk hun kamp opsloegen.
Van Mokro, een aardig dorpje omstreeks drie uren rijden over een goeden weg van Palé, bezochten we te voet een zeer merkwaardige natuurlijke grot tusschen de heuvels, waaruit Serajewo in den zomer het grootste deel van het benoodigde ijs betrekt. In de warmste jaren was er daar altijd nog te vinden. Als gids hadden we een turkschen beg van voorname, oude bosnische familie, die door de regeering als boschwachter was aangesteld. De weg voert ook langs een houtzaagmolen, door water gedreven, en wordt daar niet meer dan een voetpad, dat met veel andere samenloopt door mooie weiden van lang dik gras, waar we door liepen met de lage beboschte heuvels om ons heen.
Een eind bezijden het pad gingen we ook nog de bron van de Miljacka zien, die te voorschijn komt uit een grot aan den voet van een steilen heuvel. We hadden over de steenen in de bedding van het riviertje te gaan, om den mond der grot te bereiken, waar men een eind ver in kan oploopen. Het water was heerlijk koel en de geelachtige kleur in de holten van de grot werd gitzwart dichtbij den ingang. Van dit punt hadden we een steilen klim tegen den met bosch begroeiden heuvel op, aan welks voet de Miljacka ontspringt. Uit het bosch kwamen we op een open plek tusschen reuzenpijnboomen, waar een hutje was gebouwd ten gebruike van de boeren, die het ijs vervoeren.
Als gids hadden we een Turkschen beg van voorname oude bosnische familie.Als gids hadden we een Turkschen beg van voorname oude bosnische familie.
Als gids hadden we een Turkschen beg van voorname oude bosnische familie.
Een ruw pad voert naar den ingang der grot, die steil afdaalt in het diepste der aarde. Het pad was heel nat en glibberig van het druipwater van het uitgedragen ijs. Het licht werd flauwer en flauwer, en de atmosfeer kouder en kouder. Het was, of we waren neergedaald in een onderaardsche gevangenis, kil als een graf. Groote platen ijs kon men zien, dat de wanden bekleedden; maar het meeste was te krijgen uit een hol aan onze linkerhand, ingang tot een nog dieper schacht, die, naar onze gids vertelde, 300 voet naar beneden gaat en met ijs is gevuld.
Bij gelegenheid van ons bezoek was de ingang tot die schacht geblokkeerd door een massa steenpuin, dat door een hevigen storm van eenige dagen geleden daar was heengespoeld. We moesten ons tevreden stellen met naar beneden te gluren in den donkeren afgrond en keerden toen in de bovenlucht terug, een groot stuk ijs als een zegeteeken met ons mee dragend. Het werd in stukken gebroken en onder het rusten laafden we er ons mee, want de wandeling had ons dorstig gemaakt. Anderhalf uur brachten ons terug naar den molen, buitengewoon hongerig en bereid, om uitstekende eer te bewijzen aan een uitstekend maal, dat onze gastheer en zijn dochter er als bij een pic-nic heen hadden laten brengen. We waren om zoowat elf uur uit Mokro gegaan en we waren voor het donker te Palé terug. Daar er nog niet gemakkelijk een goed onderkomen te krijgen was in Palé, logeerden we namelijk bij den engelschen consul-generaal en zijn vrouw, die voor ons de gastvrijheid zelve waren.
Men kan ook aardige ritjes van Palé uit maken, vooral in Augustus, nadat de hooioogst heeft plaats gehad. Het hooi werd, naar wij opmerkten, niet in een enkelen grooten hoopbijeengebracht, maar in kleine hooioppers, die over de verschillende velden verspreid stonden. Dit leek ons geen al te best plan, maar weldra vernamen we de reden. Op een morgen leek het, of een der hooioppers zich bewoog. We wreven onze oogen uit en keken opnieuw. Ja, er was stellig beweging in. We gingen de zaak onderzoeken en vonden, dat een span ossen, die ervoor waren gespannen, den hoop voort trokken naar een hoek van het veld, waar andere hooibulten stonden. Daarheen moesten ze alle worden gereden, om van daar te worden opgeborgen in de schuren. Om dat vervoer te vergemakkelijken, worden de massa’s opgebouwd op een onderstel van takken, die stevig aan elkaar vastgebonden zijn, terwijl twee takken naar buiten uitsteken naar den kant, waarheen de hoop moet worden vervoerd. Ze kunnen dus ieder oogenblik voortgetrokken worden, door een span te plaatsen tusschen de naar voren komende takken.
Gedurende ons verblijf te Palé speelden we golf op geïmproviseerde “links”, die begonnen aan het smalle eind van het dal en liepen langs de hellingen van de lage heuvels eromheen. In het middenvan het dal en in de onmiddellijke nabijheid van het dorp is er overvloed van open grond, waar golf, polo of tennis kan gespeeld of zelfs wedrennen zouden kunnen worden gehouden.
Ilidze, dat omstreeks drie kwartier per tram of trein van Serajewo is verwijderd, is het voornaamste gezondheidsoord en toeristencentrum van Bosnië. Het ligt in een mooie vlakte aan den voet van den berg Igman en op dezelfde hoogte als Serajewo. Het is de beschermelinge van de regeering, die in de laatste tien jaren groote sommen heeft uitgegeven, om de plaats aantrekkelijk te maken. De geneeskrachtige bronnen waren reeds aan de Romeinen bekend, en de beroemde heete zwavelbron geniet een groote reputatie als genezingbrengend bij verschillende ziekten, vooral bij rheumatiek. De temperatuur is 136 graden Fahrenheit. De kosten van de baden zijn uiterst matig. Het park is aardig aangelegd, en drie moderne hotels, van alle comfort voorzien en bestuurd met de speciale bedoeling, om aan de badgasten rust te verschaffen, staan in gemeenschap met een centraal restaurant door een overdekte gang. Een gang van dien aard leidt ook van het restaurant naar het station.
In den zomer staan de groote veranda van dit restaurant en het grasveld ervoor vol tafeltjes, waar den geheelen middag en avond bezoekers samenkomen, koffie drinken, dineeren en naar de muziek luisteren. Het zijn meest bezoekers uit Serajewo; ze brengen een paar uren er door en gaan dan weer naar huis.
Op de tennisvelden in het park zijn tot nu toe de jaarlijksche tenniswedstrijden van Bosnië gehouden. En ook de voornaamste wedrennen zijn er, waarbij zich in Juni groote menigten verzamelen, om het concours hippique bij te wonen. In het begin bood de plaatselijke regeering zeer aanzienlijke geldprijzen aan met het doel, bezoekers naar de streek te lokken, maar daar al de uitgeloofde prijzen door vreemdelingen werden gewonnen, die alleen voor die gelegenheid overkwamen, werd hieraan spoedig een eind gemaakt. Nu mogen alleen in Bosnië gefokte paarden of paarden van de militairen meedoen.
Toen schreef de regeering ook nog wedstrijden uit in het duivenschieten om geldprijzen. Dit werd opgegeven, naar ons werd verteld, omdat de Turken tegenwerpingen maakten. We konden dat haast niet begrijpen, want ofschoon de duif een heilige vogel is voor de Hindoes, is ze dat niet voor de Mohammedanen; maar het feit kan als een bewijs dienen voor den eerbied, dien men in Bosnië bewijst aan de vooroordeelen of inzichten van de mohammedaansche inboorlingen.
Turksche wijk op de helling van een berg.Turksche wijk op de helling van een berg.
Turksche wijk op de helling van een berg.
Aan Ilidze is al te veel geld ten koste gelegd, dan dat men kan verwachten, dat het zijn rente zal opbrengen. Oostenrijkers kunnen kiezen tusschen veel badplaatsen dichter bij honk en willen niet zoo ver reizen voor hun badkuur. Dus wordt Ilidze weinig begunstigd, behalve door de plaatselijke bevolking.
Ofschoon we nooit te Ilidze hebben gelogeerd, gingen we er dikwijls per trein en per rijtuig heen en zagen al, wat er te zien viel, maar we hadden geen tijd, om er baden te nemen en we hadden ze ook niet noodig. Het land in de buurt was zeer aantrekkelijk, en in onze oogen interessanter dan Ilidze zelf. Er is een kleine modelboerderij dichtbij, een instelling van het plaatselijk bestuur, waar de zoons van boeren worden onderwezen, zoowel in de praktijk als in de theorie van het eenvoudige boeren- en veehoudersbedrijf. Het stelsel van onderwijs leek ons bijzonder geschikt, om aan de conservatieve en achterlijke boeren te leeren, hoe ze hun tegenwoordige ouderwetsche gewoonten van landbouw kunnen verbeteren.
Het doel, waarnaar gestreefd wordt, is den jongen boerenleerling op te voeden, zoodat hij een goede kleine landbouwer kan worden met eenige kennis van zuivelbereiding en kippenhouderij. Niets buitenissigs wordt onderwezen, noch iets, dat de eenvoudigste boerenhersenkas niet kan opnemen. Voor de leerlingen, die in de inrichting wonen, zijn eenvoudige vertrekken beschikbaar, een ziertje beter, dan die, waaraan de jongens gewend zijn. Zindelijkheid en gezondheid staan op den voorgrond. De boerenhoeve heeft verscheiden acres grond voor practisch onderwijs ter beschikking.
De melk, die op de hoeve gewonnen wordt, zendt men naar Ilidze en Serajewo en ze wordt daar verkocht evenals de andere voortbrengselen van het bedrijf, waardoor de kosten van de onderneming, die niet heel hoog kunnen zijn, worden bestreden. Het personeel bestaat uit den directeur van de hoeve en één of twee opzichters. Dergelijke instellingen zouden niet te onpas zijn in onze nieuw verkregen zuid-afrikaansche koloniën, waar slechts weinige van de boeren en kolonisten weten, wat ze uit den grond kunnen halen.
Tot nu toe hadden onze tochten in Bosnië zich bepaald tot de nabijheid van de spoorlijn of tot min of meer bekende wegen, maar nu besloten we, eenige toeren te doen in die gedeelten van Bosnië, die nog terra incognita zijn, ook voor den toerist van het continent.
Bosnië heeft zooveel natuurschoon en zooveel belangwekkende plekjes, dat de moeite lag in de rijke keus, waarheen te gaan. De voornaamste glorie van Bosnië zijn de prachtige bosschen en het aantal grooterivieren, die het land besproeien. Wij besloten daarom, eerst de woudpracht der Zelengorabergen te gaan zien en later een korte reis te maken langs de Drina stroomaf, als er voldoende water in de rivier was gekomen.
Open ruimte in een bosnisch dennenwoud.Open ruimte in een bosnisch dennenwoud.
Open ruimte in een bosnisch dennenwoud.
Om tochten van dien aard te ondernemen in dit nog wat onontwikkelde land, moet men liefst op officiëele hulp kunnen rekenen. De vereischten zijn gidsen, transportpaarden met zadels en reistasschen en gelegenheid voor nachtverblijf. Wat dat laatste betreft, moet men wel hulp hebben van de officiëele personen, tenzij men tenten wil meenemen, want al bestaan er op sommige plaatsen herbergen, elders zijn de posten van de politie of de wachthuizen de eenige bewoonbare verblijven en om de vergunning te erlangen, er nachtverblijf te vragen, moet men een permissiekaart kunnen vertoonen.
Wanneer men van paarden of gidsen moet veranderen, kan men regeeringshulp ook noode ontberen. In ons geval vereenvoudigden we de zaak, door het zoo te schikken, dat we dezelfde paarden en denzelfden gids op de heele reis behielden. Wat de quaestie der zadels betreft, werd alle bezwaar overwonnen door de bereidwilligheid van het vrouwelijk element om op een heerenzadel te rijden. Het was haar eerste ervaring van deze manier van rijden, en het resultaat is geweest, dat voor vermoeiend werk van dien aard, waarbij er lange uren moet worden gereden over heuvelachtig en bergachtig terrein, ze haar sterk kan aanbevelen aan alle dames, die zulk een reis mochten ondernemen. Er zijn geen aparte rokken voor noodig. Een rok van wandellengte, die wat wijd is, met laarzen en slobkousen tot de knieën was de gewone dracht.
Behalve dat ze ons droegen, waren de paarden ook met onze bagage beladen, namelijk twee reistasschen, een paar turksche zadelzakken en een rol waterproofstof, een overjas en een paar parapluies.
Dat lijkt weinig voor twee personen, maar inderdaad was er meer, dan we noodig hadden. Een reiszak, eigenlijk zadelholster, werd geheel in beslag genomen door toiletartikelen en nachtgoed, één voor ieder van ons. De twee zakken van het turksche zadel hielden een compleet stel ondergoed in, dan de dagboeken, schrijfpapier, een spirituslamp, keteltje, methylalcohol, een flesch whisky, thee en een paar messen, vorken en lepels. In de dan nog aanwezige kokers hadden we wat draagbare eetwaar voor geval van nood, en aan den anderen kant een aantal benoodigdheden voor de camera’s, kaarten en touw. Elk van ons had bovendien een camera altijd over den schouder hangen.
We verlieten Palé den 17den Augustus en vertrokken van Serajewo den 18den, een gewichtigen dag daar en in geheel Oostenrijk, omdat het de verjaardag is van keizer Frans Jozef, en een dag, waarnaar de sportliefhebber met verlangen uitziet, daar dan de jacht weer wordt geopend.
Han of herberg in Bosnië.Han of herberg in Bosnië.
Han of herberg in Bosnië.
De engelsche consul-generaal en zijn dochter zouden ons den volgenden dag onderweg ontmoeten, terwijl wij te paard reden en zij in het rijtuig zaten. De rijweg gaat om de renbaan van Ilidze en volgt den loop van de Zeljeznica. Het is een mooier weg dan het rijpad, dat wij volgden en dat ons eerst door een niet interessant land voerde langs enkele kleine dorpjes. Na een uur rijdens hielden we stil om te drinken, maar niet terwille van de arme paarden, want ofschoon het ruwe en vaak steile pad de dieren erg moet hebben ingespannen op zulk een warmen dag, weigerde Ibro, hun meester, beslist, hun zelfs maar een druppel water te geven. Gedurendede rustpoos gingen rijen beladen paarden voorbij, die hout of planken droegen. Een had een heel bosch van heele boomen te dragen, waarvan de bebladerde takken op den grond hingen, een leelijke cavalcade, om op een smallen weg te ontmoeten, vooral, als men een schrikachtig paardje bereed.
Er volgde een steile helling over een buitengewoon steenachtig pad. Dit was de oude turksche weg, en blijkbaar was er eens een poging gedaan, om hem te bestraten, maar daar was zoo goed als niets meer van te merken; de aarde was weggespoeld, en de naakte rots was overgebleven, scherp en puntig op sommige plaatsen, glad en vuil op andere en lastig voor de paardjes, om er staande te blijven.
Ibro, de gids, een groote, ruwe Mohammedaan, nam onze parapluies, deed ze open en bood ze ons aan. Daar de zon brandend heet was, werd die attentie door ons zeer gewaardeerd, maar niet door een van de paarden, die waarschijnlijk nooit zoo iets als een geopende parapluie vroeger had gezien en bij na op zijn hoofd ging staan van angst. Na de stijging kwam een daling. Afgestegen, en wandelend, kwamen we bij een hoek niet ver van een dorp drie turksche vrouwen tegen. Die dames hadden blijkbaar aan de winden des hemels vergund, haar damasten wangen te streelen, want ze meenden zich volkomen veilig voor de blikken van eenigen man. Zoodra ze ons in het vizier kregen, was er een haastig ophalen van doeken en sluiers, niet alleen over de gezichten, maar over het geheele hoofd. Toch was dat nog niet voldoende, om blijk te geven van haar zeer bijzondere zedigheid. De schoonen presenteerden ons haar ruggen, hoogst onbeleefd, en liepen ons in die houding voorbij, op zij gaande op de manier van de krabben!
De bazar te Foca.De bazar te Foca.
De bazar te Foca.
Wat verder was er een han of herberg, waar Ibro, tuk op een verkwikking, stil had gehouden met de paarden. Driepootige stoeltjes waren naar buiten gebracht, en ook uitstekende zwarte koffie in kleine koperen koffiepotjes. De eigenaar van de herberg bracht met een trotsche houding ook een lepeltje te voorschijn, zijn eenig exemplaar, misschien een familiestuk, om de koffie mee om te roeren en leek zeer teleurgesteld, toen Ibro na een nauwkeurige inspectie het met minachting afsloeg en twee twijgjes van de haag brak, die voor het bedoelde gebruik moesten dienen.
Een bosnische begrafenis.Een bosnische begrafenis.
Een bosnische begrafenis.
Al spoedig nadat we de han hadden verlaten, voerde het pad ons in een der prachtige beukenbosschen van Bosnië. Reuzenbeuken stonden als schildwachten aan elken kant van den weg, en waar hun gesloten gelederen niet geheel het zonlicht hadden afgesloten, filtreerden gouden lichtstrepen door het gebladerte en vielen over ons pad. Het was een verkwikkende afwisseling, toen we door het kale en steenachtige land reden.
Het werd intusschen laat en donker. In de diepte beneden in het dal lag de hoofdweg, die de Zeljeznica volgde. Die was zoo ver onder ons en de helling was zoo steil, dat we ons verwonderd afvroegen, of we wel ooit beneden zouden aankomen. Ons pad daalde nog niet, maar kronkelde steeds door altijd op dezelfde hoogte. Toen het donkerder werd, begon de weg al leelijker te worden; de paarden struikelden over steenen en brokken puin. Het waren slecht beslagen paarden, en één van hen scheen wat opvoeding te hebben genoten en toonde bewonderenswaardige eigenschappen; het was een oud dier, dat waarschijnlijk vele jaren lang zich overwerkt had, vaak te weinig eten had gehad en slecht verzorgd was geworden, maar toch was zijn ijver zoo groot, dat zweep noch sporen noodig waren, zoodat hij ver uitmuntte boven zijn stalgenoot.
De kamer, die voor ons gereserveerd was in den politiepost in Trnovo, was een groot, zindelijk vertrek, waar vier menschen konden logeeren. De slaapgelegenheid was een aangename verrassing voor ons, want men had ons gewaarschuwd, dat we geen weelde moesten verwachten, en in plaats van ongerief troffen we bedden en beddegoed in dit en andere politiehuizen, veel beter passend bij onzen engelschen smaak dan wat er in gemeubelde kamers van de hôtels in de steden beschikbaar is.
De matrassen in de politieposten waren gevuld met de bladen van maïs, die zoo gemakkelijk zijn, als een vermoeide reiziger maar wenschen kan. De kussens, het is waar, waren van de gewone reuzenafmeting, die in Oostenrijk gebruikelijk is, maar het waren niet de slappe dingen, die men u in pensions en hôtels geeft, waar het hoofd in wegzinkt en die aan beide zijden oprijzen, zoodat de slaper half gesmoord wordt. Ook vonden we tot onze blijdschap twee lakens op ieder bed, een om op te liggen en een om onder te kruipen, met een deken in plaats van het gewone zware dekbed. Dat laatste ding is een gruwel, die den Engelschman bijna wanhopig maakt. Niet gewend te liggen onder een gewicht van verscheiden ponden in den zomer, verwacht hij niet, als hij het lastige ding weggooit, daarmee tevens het laken te missen.
Wij kregen een licht avondeten een half uur na onze aankomst, sliepen goed en werden vroeg wakker voor een heerlijken dag. Des morgens maakten we kennis met den civielen bestuurder van de plaats, die ons vertelde, dat hij den oorlog van 1878 had meegemaakt en de gouden medaille voor dapperheid had verworven. Hij beklaagde zijn lot, dat hem zoo lang hier in dit afgelegen nest had gehouden, gescheiden van zijn vrouw en kinderen, die in Serajewo waren voor de opvoeding van het jonge geslacht. We trachtten hem te troosten, door erop te wijzen, dat dit het lot is van tal van engelsche officieren en ambtenaren in Indië.
Hij ging dien middag op de jacht met den eenigen metgezel in de plaats, den luitenant van het troepencontingent te Trnovo. Er viel, naar hij zei, goed te visschen in de Zeljeznica, als het water hoog genoeg was. In 1904 was het zeer laag ten gevolge van de buitengewone droogte.
Om de schoonheid van den weg zouden we over het Treskovicabergland gaan. Een gids te paard was toegevoegd aan ons gezelschap, opdat we geen oponthoud zouden hebben door de langzaamheid van een gids te voet. Maar om de na ons komenden gerust te stellen, kunnen we hier wel zeggen, dat dit een volkomen onnoodige fraaiigheid is, daar onze ruwe Mohammedaan Ibro op zijn platvoeten vlugger vooruit kwam dan de man te paard.
We vertrokken na tweeën in den namiddag. De bedding der Zeljeznica volgend enkele honderden meters ver, gingen we daarna het bosch op den berg binnen, waar de boomen zoo dicht bijeen stonden, dat we eigenlijk niets anders konden onderscheiden dan het pad, dat we bereden, en waar de paarden met moeite voorwaarts kwamen tusschen de steenen door, die ze dan aan dezen en dan aan genen kant van den weg trachtten te vermijden.
Het was inderdaad een afschuwelijk pad, dat voor het tweeledige doel diende van pad te moeten zijn en waterloop. De regenvloeden, die naar beneden waren gestort, hadden het midden zoo uitgehold, dat het een kloof was geworden van wel een voet diepte tusschen opstaande kanten. De bodem van die gleuf was niet breed genoeg, dat het paardje er zijn voeten kon zetten, en de schuinte was zoo afgerond en glad, dat het er moeilijk over kon. Ook had de werking van het water de aarde zoo volkomen weggespoeld, dat er overal spitse stukken rots voor den dag kwamen en wortels van boomen; daarbij was het pad zeer steil, zoodat het zwaar werk voor de paarden was, maar ze deden hun best.
De weg naar de schuilhut op den top is gemakkelijk te vinden, daar de Toeristenclub er veel aanwijzingen heeft laten aanbrengen op boomen en rotsen, roode en blauwe strepen, die den weg wijzen. Wie enkel naar den Treskovica wil, heeft daarom geen gids noodig. Plotseling traden wij uit de schaduw van het bosch op een kleine weide, zoo bestraald door de felle zon, dat het scheen, of een gouden paneel gelegd was tegen den donkeren fluweelen wand van de boomen. Het pad over de weide bracht ons naar den anderen kant van den berg, waar we het uitzicht hadden op het beboschte dal, aan welks overkant de Treskovica zich verhief. We waren nog niet veel meer dan halfweg.
Onze gids wees ons den top, waar de schuilhut was gebouwd en de ruimte tusschen die en den naasten top, waar de pas of nek was, dien wij over moesten. Het pad verdiepte zich in het woud, een bosch van beuken, oude, die verspreid stonden. Er was geen onderhout in de eeuwige schaduw, en ook geen gras of bloemen waren er te zien. Doode bladeren lagen er bij hoopen, en gevallen boomen kwamen ons telkens in den weg; ze waren soms over het pad gestort en daar ze te groot waren, om te worden verschoven, had men ze moeten doorzagen ter breedte van enkele voeten, zoodat aan weerszijden een stuk van den dooden reus lag.
Geen geluid verbrak de stilte; geen vogelgezang, geen bladergeritsel, geen watergemurmel, zelfs niet de klank van een koeklokje, want er was geen gras, om af te grazen. Stilte lag over een heele uitgestrektheid, een vreemde stilte, die de grootsche wouden van Bosnië kenmerkt, verhoogd nog door het lichte geruisch van het kraken van een twijgje of een dood blad, dat dadelijk wegstierf en geen echo naliet.
De natuur deed zich hier voor in grootsche pracht, de eerwaardigheid, die met den ouderdom gepaard gaat. De groote boomen, ten deele met mos bekleed, verhieven zich tot op groote hoogte kaal, zonder takken of bladeren tot in de kruin, en eerst toen we aan den voet van den pas waren gekomen, was het bosch ten einde. Het pad was dat ook, en we moesten nu over een steenachtigen grond klauteren in de blakende zon. Wij waren afgestegen en bevonden ons onmiddellijk onder de steile klippen, die den top van den Treskovica vormen. Terugziende op een groep van ruwe pijnboomen, konden we onzen weg nog onderscheiden en in de verte de witte stipjes herkennen, die Trnovo vormden.
Toen we weer opstegen, nam de gids de leiding en bracht ons vlug over een groote, grazige vlakte, door bergen ingesloten, volkomen vlak en zeer uitgestrekt. Dit is de plaats, waar duizenden stuks vee grazen. Maar dit jaar was er geen enkel dier op de weide; het gras was verbrand door de felle hitte en droogte. Aan het eind van het dal daalden we snel naar Kalinovik, waar we tegen duister kwamen. Het is geen mooi plaatsje, maar er waren belangwekkende oude graven, en de omgeving was bijzonder mooi. Een politieman kwam ons tegemoet en deelde ons mee, dat er kamers voor ons in de herberg gereed waren. We troffen het niet gelukkig in Kalinovik. De herberg was niet veel bijzonders, en daar er oostenrijksche troepen voor de manoeuvres in de buurt waren, moest de eigenares, om ons gezelschap te believen, haar eigen kamers verlaten, die wij al zeer primitief vonden.
Den volgenden morgen om zeven uur schudden onze paardjes het stof van Kalinovik van hun pooten, en over een ruw golvend plateau ging het omhoog. Door de wonderschoone natuur van een boschrijk rotslandschap reden we, tot we de uitloopers van het Zelengora-gebergte reeds te zien kregen, een prachtig gezicht. Tegen den middag bereikten wij het blokhuis van den politiepost van den Zelengora, waar twee aardige, zindelijke kamers voor ons gezelschap in gereedheid waren gebracht. Het lunch was zoo goed als een diner, want het bestond uit soep, schapevleesch, gevogelte, salade en zoetigheid. Jammer, dat het schapevleesch meer op caoutchouc leek dan op iets anders, wat wonderlijk leek bij al die vette weiden, maar wat is het geval? Schapevleesch wordt in Bosnië als armelui’s voedsel beschouwd en wordt nooit op de tafel der welgestelden gezien in hôtels of in particuliere woningen. Waarschijnlijk zijn daardoor de schapen niet zoo goed, en er worden geen pogingen gedaan, om het ras te verbeteren.
Na het lunch keken wij rond in den omtrek en bewonderden het Zelengora-district, dat zoo mooi is en nog zoo weinig bezocht wordt, zelfs niet door oostenrijksche toeristen. Wat engelsche bezoekers aangaat, waren wij denkelijk de eersten. Maar die toestand zal niet veranderen, zoo lang de toegang enkel langs een pad, als dat, wat wij gevolgd hadden, is opengesteld. De beste tijd, om erheen te gaan is van Mei tot het midden van Augustus, als alleen de gewone matige hoeveelheid regen valt, maar in het begin van September vallen zware regenbuien, en op de hoogte van den Zelengora zou die dan stellig in den vorm van sneeuw neerkomen, want de toppen van die bergketen zijn ongeveer 6000 voet hoog.
Serviërs ’s winters in de bazar.Serviërs ’s winters in de bazar.
Serviërs ’s winters in de bazar.
Den volgenden morgen scheidden zich de wegen van den consul-generaal en van ons; onze vrienden gingen door Suka en het Sutjeskadal over de grens van de beschermde provincies naar Plevlje in het sandsjak Novibazar, dat onder turksch bestuur staat, ofschoon er ook oostenrijksche troepen liggen. Onze bestemming was de vroeger belangrijke stad Foca aan de mooie Drina, een der eerste steden van Bosnië, die in handen der Turken vielen.
Het was niet zeer vroeg meer, toen we vertrokken, zoo ongaarne zeiden we de bekoorlijke plek vaarwel tusschen de bergen en wouden van dien heerlijken Groenen Berg met zijn alpenlandschap en verrukkelijke lucht. Er was ons aangeraden over Ljubino te rijden, een politiepost op twee uren afstands, maar de oude Ibro, onze paardeknecht en gids, wist den weg niet, en dus gingen we den langeren weg naar Foca over Jelec, van waar een goede weg naar Foca leidt.
Het eerste eind was langs het pad van den vorigen dag. Het was half negen, toen we vertrokken. Hoewel wij den vorigen dag zoo prettig langs het riviertje stroomop hadden gereden, nu, in den vroegen morgen was het nog veel prettiger. De frissche morgenlucht, beladen met onvergelijkelijke woudgeuren, gaf er een grootere bekoring aan. Daar we nu afdaalden in de tegenovergestelde richting van gisteren, hadden we het eene prachtige uitzicht na het andere, die weer nieuw voor ons waren, en ook schaduw en licht waren totaal anders verdeeld. Het dalen ging al sneller, toen we Jelec naderden, dat in boomgaarden lag van pruimen en appels, peren en kersen.
We reden al dadelijk de eenige straat binnen van Jelec, dat in turksche tijden een plaats van eenige beteekenis was, beroemd om zijn handwerk van leder. Enkele jaren geleden werd er een leerfabriek opgericht, die het oude handwerk op den achtergrond bracht en ten slotte het zelf ook niet kon bolwerken. Maar hoewel Jelec een aangenamen indruk maakte, de weg, die nu volgde, deed dat niet. Van een weelderig bosch en een goed bebouwd land kwamen we nu in een kale, dorre streek, maar in meer bewoonde en bezochte oorden.
Omstreeks half twaalf gingen we lunchen in de schaduw van een brug, en toen we onze flesschen in het stroompje wilden vullen, riep een voorbijgaande Bosniër ons toe, dat er aan den oever wat hooger een bron was, waar het water ijskoud en kristalhelder was. Dat is een groot voordeel van het reizen in Bosnië, dat er overal water is. Het is een land van bronnen en langs ieder pad, elken weg is er voor den vermoeiden reiziger gezorgd. De bronnetjes zijn alle beveiligd voor bevuiling, en altijd is er eendrinkbeker voor de menschen en een trog voor de dieren. Maar dit geldt alleen voor Bosnië, niet voor Herzegowina.
Wat de toerist ook vrij vaak aantreft langs den weg, is een der vele kleine turksche hans of herbergen, waar men uitstekende en verkwikkende zwarte koffie kan krijgen op ieder uur van den dag in kleine turksche koperen koffiepotjes, waar drie of vier kleine kopjes in gaan. Het geheel kost één stuiver, met de suiker erbij. Wij verlangden naar zoo’n ontmoeting, en werkelijk na twintig minuten, daar was er een. Ibro verdween in het huis, en wij dronken onze koffie buiten, terwijl de gids zich binnen aan een stevig maal te goed deed.
Verder ging de rit bergop en bergaf, tot we de oevers van de Drina bereikten, waar onze weg uitkwam op denGorazda-Focaweg. Om half vijf waren we te Foca, gelegen op een schiereiland tusschen de Drina en de Gehotina, die hier in de Drina valt. Het oude stadje is echt turksch van aanzien door de bruggen, de muren, de huizen en de beroemde Aladze-moskee, een der beste voorbeelden van den turkschen bouwtrant in Bosnië en een der sierlijkste moskeeën van de vele, die wij hadden gezien.
Toen we onze vijf-uurskoffie dronken, verscheen een jonge man, die door den gouverneur was gezonden, om ons de stad te laten zien. Hij stelde voor, dat wij dadelijk met hem naar de tennisvelden zouden gaan, om aan de heeren en dames van Foca te worden voorgesteld. Wij wezen op onze verreisde kleeding en bedankten, geamuseerd bij het idee, dat hier scheen te bestaan, dat Engelschen zooveel van tennis houden, om terstond, als ze ergens komen, zich daarheen te spoeden. Meer interesseerde ons de bazar of Carsija, die breede straten had en soliede gebouwde winkels met roode pannen daken.
Serajewo onder de sneeuw.Serajewo onder de sneeuw.
Serajewo onder de sneeuw.
Wij keerden naar Serajewo terug in September, verdreven uit Palé door den aanhoudenden regen. Op onze tochten in den omtrek stieten we telkens op herinneringen aan de Bogumilen of Bogomilen, de christelijke secte uit de tiende eeuw, die ook wel de Patareners wordt genoemd en tot in de vijftiende eeuw zich op het Balkan-schiereiland en vooral in Bosnië heeft uitgebreid. In het Lukavicadal, zeven mijlen van Serajewo verwijderd, vindt men den grootsten Bogumilengedenksteen, die in Bosnië nog aanwezig is. De weg erheen leidt langs het kerkhof der spaansche joden en gaat door vruchtbaar land, waar kleine boerenhoeven in het dal zijn verspreid. De groote gedenksteen was één van vele en was, als de meeste van die grafmonumenten uit de oudheid in Bosnië, van den weg af niet te zien en moeilijk te vinden. Het pad naar de graven was telkens afgebroken en soms met hekken afgezet. Ook werden de steenen nog door struikgewas voor het oog verborgen.
De grootste steen staat alleen en schijnt weinig beschadigd door den tijd of door de menschen; hij is het volmaaktste voorbeeld in Bosnië van een ongebeeldhouwden grafsteen van de Bogumilen. De rest van de steenen liggen verspreid tusschen de struiken. Het zijn groote blokken steen, zoo zwaar, dat men zich verwondert, hoe ze op hun plaats zijn gebracht. Er is weinig bekend van de secte, wier graven verstrooid liggen in afgelegen hoekjes van Bosnië en Herzegowina. De hoofden van de gemeente, die door priesters werden geregeerd, werden djetts of bisschoppen genoemd, die in macht met de lama’s schenen overeen te komen. Voor Engelschen en voor Protestanten in het algemeen hebben de secte en haar monumenten een bijzondere belangrijkheid, want men zegt, dat de Bogumilen in den tijd der vervolging over Ragusa en Genua naar West-Europa uitweken en dat hun niet strenge leer den grond heeft gelegd tot de hervorming of althans tot het geloof, waarvoor Huss werd verbrand en waarvoor de ongelukkige Albigenzen en Waldenzen van de aarde werden weggevaagd door de kerk van Rome.
Het was zeer koud, toen wij onze laatste toer in Bosnië maakten, en er was veel sneeuw gevallen, die op de bergen bleef liggen en die in de dalen en langs de wegen onder den invloed der zon in ijs overging. Een ongewoon natte October en een vroege winter, die al in November optrad, had veel van onze voorgenomen uitstapjes onmogelijk gemaakt. We bezochten nog een oud klooster, zagen bij die gelegenheid een prachtigen gebeeldhouwden Bogumilengrafsteen, maar besloten toen tot de thuisreis, Serajewo achterlatend onder de sneeuw.
1Wat sinds 1908 veranderd is. Bew.
1Wat sinds 1908 veranderd is. Bew.