HERMANNI BOERHAAVE

The heading “Tab. XLIX.” does not appear on the Figures page.Het opschrift „Tab. XLIX.“ is niet te zien op de pagina met Illustraties.

Boerhaave

Nobilissimis et Splendidissimis VirisAcademiae BatavaeCuratoribus,

Den Edel Groot Achtbaren HeerenCuratoren DerLeidsche Universiteit,

D. Jacobo, Baroni Wasnariae,Toparchae Opdami, Hensbroek, Wochmeer, Spierdijk, Zuydwijk, Kernchem, Twikelo, Lage, etc. Ordinis Equestris Nobilium Hollandiae Primo Assessori, Illustris Ordinis Equestris Danici, Cujus insigne Elephas, membro, Equitum Foed. Belgicae Magistro. Munitissimae Urbis Sylvae Ducis Gubernatori. Ad Potentissimos Poloniae et Borussiae Reges, ad Serenissimum Electorem Hanoveriensem, et ad Plures Germaniae Principes, Legato Extraordinario, etc. etc.

Den HeereJakob, baron van Wassenaer, heer van Obdam, Hensbroek, Wochmeer, Spierdijk, Zuydwijk, Kernchem, Twikelo, Lage, enz., oudste lid van de ridderschap van Holland, ridder in de Deensche koninklijke orde van den Olifant, kolonel van de ruiterij der Vereenigde Nederlanden, gouverneur van ís Hertogenbosch, buitengewoon gezant bij H. H. M. M. de Koningen van Polen en Pruisen, bij Z. H. den Keurvorst van Hannover en bij onderscheidene Duitsche vorsten, enz. enz.

D. Huberto Rosenboom,JCto, Toparchae in ís Grevelsregt, Supremae Batavorum Curiae Praesidi, etc. etc.

Den Heere Mr.Hubertus Rosenboom, heer van ís Grevelsregt, voorzitter van den Hoogen Raad der Nederlanden, enz. enz.

D. Hermanno van den Honaart,JCto, Viro Consulari in Senatu primae in Hollandia Dordrechtanorum Urbis, ejusque Voto in Delegatos Praepotentium Ordinum Hollandiae adscripto, Comiti Aggerum Alblasserwaarde, etc. etc.

Den Heere Mr.Herman van den Honaart, burgemeester van Dordrecht en afgevaardigde dezer stad in de Staten van Holland, dijkgraaf van Alblasserwaarde, enz. enz.

Eorumque collegis,Amplissimis, Gravissimisque Viris,

Den Edel Achtbaren Heeren

D. Johanni van den Berg, JCto, Consulum hoc anno Praesidi, et Amplissimi simul Consessus Curatorum Academiae Actuario,

D. Conrado Ruysch,JCto.

D. Abrahamo van Alphen,JCto.

D. Petro van Dorp.

Den Heere Mr.Jan van den Berg, eersten burgemeester van Leiden en secretaris van het college van Curatoren.

Den Heere Mr.Coenraad Ruysch,

Den Heere Mr.Abraham van Alphen,

Den HeerePieter van Dorp,

Hanc OrationemEa, qua par est, venerationeSacratVirtuti, et Nomini EorumDevotissimusHERMANNUS BOERHAAVE.

Hanc OrationemEa, qua par est, venerationeSacratVirtuti, et Nomini EorumDevotissimusHERMANNUS BOERHAAVE.

draagt deze redevoeringmet verschuldigden eerbied opde hun toegewijdeHERMAN BOERHAAVE.

draagt deze redevoeringmet verschuldigden eerbied opde hun toegewijdeHERMAN BOERHAAVE.

Q: QuiQui corporum vires ex mole, figura, et velocitate, vel assumtis, vel deprehensis observatione, calculo aestimant Geometrico, Mechanici appellantur. Quos ipse Artis usus, claraque demonstratae veritatis lux, Sapientibus adeo commendavit, ut aliam omni aeque laudatam seculo, omni aeque comprobatam suffragio, temere non inveneris. Miram profecto, et insperato rei eventu humana fere altiorem Sapientiam!

Z: Zijij, die de krachten der lichamen naar hun massa, vorm en snelheid, hetzij na een korter of langer onderzoek vastgesteld of door directe waarneming gevonden, mathematisch berekenen, worden Mechanisten genoemd. Dezen hebben zich door de practische resultaten hunner wetenschap, welke op schitterende wijze de waarheid hunner stellingen aantoonden, zoozeer de achting der weldenkenden verworven, dat men niet licht eene andere wetenschap zal vinden, die zich ten allen tijde in gelijke mate in ieders toejuiching mocht verheugen. Is zij niet een wonderbaarlijk gewrocht van den menschelijken geest, dat door zijne alle verwachting te boven gaande uitkomsten aan het bovenmenschelijke grenst?

Illa enim certis quidem, sed paucis admodum, iisque vulgatis ubique principiis fundamenta debet subtilissimi cujusque et difficillimi inventi.

Het zijn immers slechts zeer weinige, algemeen verbreide, zij het dan ook onbetwistbare, grondbeginselen, op welke haar meest subtiele en ingewikkelde uitvindingen gebaseerd zijn.

Postulata ideo Scientiae hujus sordent his, qui fronte prima decepti rebus pretium statuere, vel obscura tantum suspicere solent. Artium vero severissimae successum quisquis spectat, summo eam ingenii cultu dignissimam habet, quia fundamento subnixa tam plano Hominum robur longe supra vires Generis Humani evexit. Ejus quippe effectu nulla datur immobilis moles, licet moturus minimo valuerit agendi momento.

Dit is dan ook de reden, waarom menschen, die gewoon zijn, de dingen op het eerste gezicht, dus veelal verkeerd, te beoordeelen, of slechts eerbied te hebben voor beweringen, die in een duister waas gehuld zijn, voor de grondstellingen dezer wetenschap minachtend de schouders ophalen. Wie echter op de resultaten van die strengste aller wetenschappen let, acht haar de hoogste vereering waardig, omdat zij, op zoo eenvoudigen grondslag opgebouwd, den mensen krachten verleend heeft, die zijne eigene verre overtreffen. Aan haar immers hebben wij het te danken, dat geen massa meer onbewegelijk is, hoe gering ook de beweegkracht zij, waarover wij beschikken.

Quare utilitatem ejus ommis civilis, omnis agnoscit militaris disciplina. Hanc aliis artibus necessariam non tantum idonei judices, sed et vanae gloriae ex ignara laude aucupes imperiti celebrant. Insola medicina spernitur, vel praetervisa nihil boni praestare vulgo censetur.

Haar nut wordt dan ook door alle, zoowel burgerlijke als militaire, wetenschappen erkend. Zóó algemeen wordt zij gevierd als eene voor andere wetenschappen onmisbare hulpwetenschap, dat zelfs onkundigen,als naar gewoonte zichzelf willende verheerlijken door het prijzen van dingen, welke zij niet verstaan, den bevoegden beoordeelaars dien lof nazeggen. De geneeskundigen alleen versmaden haar of zijn gemeenlijk, opzettelijk verzuimend haar nader te bestudeeren, van oordeel, dat zij niets goeds vermag tot stand te brengen.

Quod ipsum tamen adeo ego alienum a rei veritate, adeo calamitosum fundo medico habeo, ut dicendi argumentum hac mihi hora aliunde non petiverim. Neque Vestram exspectationem, neque mea me vota fefellisse crediderim, si plani sermonis perspicuitate evicero,Mechanices in Medicina usum esse summum, necessitatem maximam.

Deze meening is nu echter mijns inziens zóó geheel en al bezijden de waarheid en tevens zóó verderfelijk voor de geneeskunde, dat ik gemeend heb, geen beter onderwerp te kunnen uitkiezen, om in dit uur voor U te behandelen. En ik geloof, dat ik zoowel aan uwe verwachting als aan mijnen wensch voldaan zal hebben, als ik in eenvoudige taal duidelijk zal hebben aangetoond,dat de Mechanica voor de Geneeskunde van buitengewoon belang en ten eenenmale onontbeerlijk is.

Quae agitanti ubertas rei verborum apparatum praecidere videtur. Sed reficit me Vestra in judicando spectata satis sinceritas, quae damnata dudum exordii demulcentis lenocinia ab loco hoc, qui soli veritati sacer, relegavit. Rem itaque ipsam libere exordior; maxime quum severa veritas patientiam quidem et attentionem imploret, gratiam vero repudiet et odia.

Door de uitgebreidheid van het onderwerp word ik wel genoodzaakt, elke rhetorische verfraaiing der rede ter zijde te laten. Dat mij dit echter niet behoeft te verontrusten, daarvoor staat mij de zoo welbekende strikte eerlijkheid van uw oordeel borg, waarmede gij reeds lang de vleitaal eener streelende inleiding door uwe afkeuring uit deze slechts der waarheid gewijde plaats verbannen hebt. Ik ga dus terstond onbeschroomd tot de behandeling van mijn onderwerp over, daar hij, die strenge waarheid verkondigt, zich om geenerlei vooroordeel, het moge hem gunstig of ongunstig zijn, bekommert; slechts geduld en aandacht vergt hij van zijne hoorders.

Generalem corporis naturam nullos definivisse verius quam Mathematicos tam clarum habeo, ut litem de fide hujus asserti exspectem plane nullam. Quae vero singulari cuique, prout in rerum natura existit, corpori propria sit indoles, ex universali hac Geometrarum idea a priori nullus rite deduxerit.

Dat de beste algemeene bepaling van het begrip lichaam door de Wiskundigen gegeven is, acht ik zóó evident, dat ik van niemand eenige tegenwerping tegen deze bewering verwacht. Den individueelen aard echter van elk lichaam in het bijzonder, zooals het zich in de natuur voordoet, zal niemand alleen door logische redeneering uit deze algemeene definitie der Wiskundigen kunnen afleiden.

Illa enim ex sola collectione communium nata, secluso accurate omni eo, quod unum ab alio distinguit, justo ratiocinio non dabit conclusionem unquam, quae peculiarem corporis naturam explicet. Ab hac ipsa tamen pendet primario vis agendi, qua unum prae alio corpus pollet; adeoque illa ignorata et haec incognita lateat necesse est.

Daar deze immers voortgesproten is uit de samenvatting van die eigenschappen, welke alle lichamen gemeen hebben, met zorgvuldige uitsluiting van alles, wat het eene lichaam van het andere onderscheidt, zal daaruit met nog zoo logische redeneering geen enkele gevolgtrekking kunnen afgeleid worden, die over den bijzonderen aard van eenig lichaam opheldering geeft. En toch hangt juist van dezen in de eerste plaats de grootere of geringere werkingskracht der verschillende lichamen af, zoodat de kennis van deze laatste zonder de kennis van het eerstgenoemde onbestaanbaar is.

Ignota igitur haec detegere quisquis amat, ex ipsa re singulari conditiones eruere debet, quae procacem aliter ratiocinii libertatem in indaganda rei indole exacte determinet. Has vero certo nullus novit, nisi ille, qui sensuum experimento observandos corporis cujusque effectus perspexit.

Wie derhalve tot de kennis hiervan wenscht te geraken, moet uit het te bestudeeren voorwerp zelf de bijzondere voorwaarden putten, die zijn anders onbeteugelde vrijheid van redeneering bij het opsporen van den eigenaardigen aanleg van het gegeven object nauwkeurig omgrenzen. Deze voorwaarden echter kunnen slechts door hem gekend worden, die de met de zintuigen waarneembare werkingen van elk lichaam in het bijzonder heeft nagegaan.

Habent sc. hi rationem eorum, quae ex natura propria rei indagandae fluunt; singula ergo horum unam hujus proprietatem, collecta vero simul integram ejus naturam absolvunt, qua sensibus patet.

Deze werkingen zijn namelijk het zichtbaar gevolg van de bijzondere hoedanigheden, welke uit den eigen aard der te onderzoeken zaak voortkomen; elke nu van deze afzonderlijk maakt ééne eigenaardigheid dezer zaak uit, en alle te zamen genomen maken zij haar geheele wezen uit, voor zooverre dat voor de zintuigen waarneembaar is.

Quicunque autem ex his ipsis liquidissime prius perspectis, more dein Geometrico ea demonstrat, quae clara et individua sequela inde elici possunt, plura longe deteget, quam sensuum auxilium revelasset unquam. Neque tamen ipsa haec posteriora vera minus prioribus, neque minus certa, neque minus apta usui erunt.

Gaat men nu een stap verder door uit deze duidelijk waargenomen feiten langs wiskundigen weg alles, wat daaruit klaarblijkelijk onafwijsbaar voortvloeit, af te leiden, dan zal men veel meer ontdekken, dan met behulp der zintuigen alleen ooit het geval geweest ware. En toch zullen de op laatstgenoemde wijze verkregen uitkomsten niet minder waar, noch minder bruikbaar zijn dan de vroeger verkregene.

Praeter binas hasce, tertia non datur, quae peculiarem corporeae cujusdam machinae constructionem reseret, clavis.

Buiten deze twee is er geen derde methode, welke de bijzondere inrichting van het een of andere mechanisme kan helpen opsporen.

Quarum utraque id evincit unum, humanum corpus idem esse natura toti, quam contemplamur, Universitati rerum.

Beide methoden nu leiden onveranderlijk tot dit resultaat, dat het menschelijk lichaam in aanleg volkomen overeenstemt met de geheele ons omringende natuur.

Sensu teste et ratione judice nil habet praeter caetera eximii, si seria speculatione principia ejus lustraveris, nisi quod ex pluribus, diversisque machinis influxu humorum agitatis illud possidemus conflatum.

Zoowel zinnelijke waarneming als verstandelijk overleg leeren ons, dat het menschelijk lichaam voor hem, die zijne samenstellende deelen met wetenschappelijken ernst bestudeert, geen enkele afwijking vertoont in vergelijking met andere lichamen, tenzij dan dat het samengesteld is uit verscheidene mechanismen van verschillenden vorm, die door er doorheen stroomende vochten in beweging gebracht worden.

Conflatum vero hac conditione, ut adunatarum partium effectus sit plures producere, eosque varios valde, motus, qui mechanica plane evidentia ex mole, figura, firmitate et nexu partium inter se, fluunt. Quod confirmatur satis, quoniam solo mechanico motu destructa harum partium una, vel soluta tantum vinculi tenacitate, frustra eundem deinceps effectum speramus. Humanum ergo verum est,quale Mechanici speculantur, corpus; habet adeoque id omne, quod clara hujus specie exhibetur.

Ons lichaam is nu zoo ingericht, dat zijne vereenigde deelen het vermogen bezitten, verscheidene en wel zeer verschillende bewegingen voort te brengen, welke, geheel overeenkomstig de regelen der mechanica, bepaald worden door de massa, den vorm, de vastheid en de onderlinge verbinding der deelen. Dit blijkt reeds terstond hieruit, dat, wanneer een dezer deelen louterten gevolge der mechanische beweging vernield of ook slechts de stevigheid der verbinding verminderd is, de vroeger waargenomen werking stellig uitblijft. Het menschelijk lichaam is dus een zuiver mechanisch lichaam en vertoont er derhalve alle eigenschappen van.

Eadem igitur lege, qua mathematicum illud et humana haec machina explicabilis arti geometricae erit; si modo pro datis assumuntur, non quas arbitrium mentis ex infinita possibilium varietate pro lubidine finxit, sed sensuum usu probe compertae dotes ejus peculiares.

Op dezelfde wijze dus als de door de mathematici bestudeerde lichamen zal ook het menschelijk mechanisme een object van wiskundige behandeling kunnen zijn, indien men slechts zijne bijzondere door zinnelijke waarneming behoorlijk vastgestelde eigenschappen als vaste gegevens aan het onderzoek ten grondslag legt, niet echter zulke eigenschappen, die geheel willekeurig er aan toegekend en uit eene oneindige verscheidenheid van mogelijkheden zonder eenigen positieven grond uitgekozen zijn.

Quarum plurimas anatome vario equidem detexit artificio, observando majorum, quibus componimur, partium definitam structuram. Plura in minoribus pulcherrimum detexit microscopii inventum, similem his, majoribusque naturam demonstrans.

Zeer vele eigenaardigheden nu van het menschelijk lichaam heeft de ontleedkunde langs verschillende wegen aan het licht gebracht, door den bepaalden bouw van de grootere deelen, welke het samenstellen, na te gaan. De kennis van verscheidene eigenschappen der kleinere deelen hebben wij te danken aan de schoone uitvinding van het microscoop, hetwelk aantoonde, dat de grootere en de kleinere deelen in aanleg overeenkomen.

Sed et liquidorum scientia revelavit multa, quae humorum per vasa nostra circumactorum ingenium, impetum, directionemque determinant. Quare, aut ex omnibus his nihil lege scientiae deduci poterit unquam, aut soli mechanicae in cognoscendo, adeoque et in gubernando corpore humano palma tribuenda erit.

Doch ook de leer der vloeistoffen heeft ons vele factoren doen kennen, door welke de geaardheid, de stuwkracht en de richting der door onze vaten rondgevoerde vochten bepaald worden. Derhalve zal aan geen andere wetenschap dan aan de werktuigkunde de voorrang moeten worden toegekend bij het onder zoeken, ja zelfs ook bij het naar onzen wil besturen van het menschelijk lichaam, tenzij men misschien mocht willen aannemen, dat uit de genoemde dingen langs wetenschappelijken weg niets valt af te leiden.

Nihil veri, nihil certi, nihil quod ex usu sit, ex tot manifestis observatis deduci posse, sive ea quis rite expenderit singula, sive emendatissimo ratiocinio inter se comparaverit universa, quis credet, quis asseret?

Doch wie zal gelooven, wie beweren, dat uit zoovele duidelijk waargenomen feiten, hetzij men elk afzonderlijk behoorlijk overweegt of ze alle te zamen op de meest oordeelkundige wijze onderling met elkaar in verband brengt, niets waars, niets zekers, niets bruikbaars kan worden afgeleid?

Languentis certe animi tardum nimis torporem, et ingratum plane pulcherrimorum, quae possidemus, inventorum neglectum, qui sic loquitur, palam facit.

Hij, die zoo spreekt, openbaart hierdoor slechts een al te groote traagheid en sufheid van geest en een allerondankbaarste geringschatting voor de schoonste uitvindingen, welke wij bezitten.

Desidiosi est nihil agendo desperare semper, vel elevare verbis, facere quae forte solus non possit.

Het is immers een eigenschap van den arbeidschuwe, uit wanhoop aan den goeden uitslag niets te durven ondernemen of datgene als onbereikbaar voor te stellen, waartoe misschienzijnekrachten alleen te kort schieten.

Quod si ratiocinandi lege ignota quidem inde illustrari posse concedens quis, mechanicis tamen solis id muneris denegat, aliam det quaeso, quae corporea rectius excutiat, artem.

Mocht er echter iemand gevonden worden, die wel toegeeft, dat uit genoemde feiten langs den weg der redeneering onbekende zaken kunnen opgehelderd worden, doch slechts den werktuigkundigen het recht hiertoe ontzegt, laat hij ons dan buiten de mechanica eene andere wetenschap aanwijzen, die ons beter in staat stelt, de eigenschappen der lichamen uit te vorschen.

Id qui aggreditur, necessarium est ut statuat rerum naturam optime explicari per ea principia, quae a quaesita rei natura maxime aliena sunt, et per eos, qui ab una omni Bono probata veri indagandi methodo longissime aberrant. Eo autem ipso tot, tantisque se intricat absurdis, ut, nulla ejus ratione habita, propositum demonstratum putem.

Wie dat poogt te doen, moet zich in het hoofd gezet hebben, dat de aard der dingen het best kan worden opgespoord door van zulke grondbeginselen uit te gaan, die daar het meest tegen indruischen, en door zoodanige personen, die het sterkst afwijken van de onderzoekingsmethode, die door alle weldenkenden als de eenige, welke ware resultaten oplevert, erkend wordt. Alleen reeds daardoor echter zou hij zich in zulk een warnet van ongerijmdheden verstrikken, dat ik, zonder verder, rekening met hem te houden, mijne stelling bewezen mag achten.

Sed jejuna nimis audit haec convincendi ratio, cujusque remotior ab usu communi vis paucos in assensum cogat! Id verum quin sit, si ex plurimorum captu aestimatur demonstrationis pondus, nullus dubito.

Maar deze bewijsvoering klinkt wat al te nuchter en moet wel, al te zeer afwijkend van den gebruikelijken betoogtrant, weinigen tot instemming nopen! En dat is zeer zeker het geval, indien men de kracht van een betoog afmeet naar het bevattingsvermogen van de meerderheid der menschen.

Quidni ergo, vel horum gratia, in liquidissima luce locatam rem ponamus ob oculos; et in ea quidem, qua se omnes pulchre uti jactant, quibus mederi cura est.

Waarom zou ik dan niet, al was het slechts om dezen te voldoen, U de zaak in het helderste licht voor oogen stellen, van welk licht alle beoefenaren der geneeskunst, als men hen gelooven mag, een ruim gebruik maken.

Quae aggressurus vel invitus sane cogor ex historia structurae corporis allegare ea, quae Rhetorum locis insueta plane et inaudita, puritati defaecatae Latinitatis peregrina et barbara, intellectui tamen ipsius rei praeprimis necessaria habentur.

Terwijl ik nu daartoe overga, zie ik mij wel, hoezeer ook tegen mijnen zin, genoodzaakt, het een en ander uit de anatomie ter sprake te brengen, dat, daar een dergelijk onderwerp nooit door rhetorische schrijvers behandeld is, in minder zuiver en gekuischt Latijn moet worden weergegeven, dat ik echter voor het goed begrip van de zaak zelve meen niet achterwege te mogen laten.

Maximam corporis nostri partem arteriis contextam, harumque sustentatam beneficio vigere, clarius est, quam demonstratione ut egeat. Has canales esse cruorem qui castigant, inque suo dirigunt itinere, quorum maxima circa cor sensim gracilescit cavitas, donec prae tenuitate aciem visus fugiat, vel laniones norunt.

Dat het grootste gedeelte van ons lichaam met slagaderen doorweven is en door deze in stand gehouden wordt, is te duidelijk, om betoog te behoeven. Dat dit de kanalen zijn, die het bloed inhouden en in zijnen loop richten, en dat hun omvang, in den omtrek van het hart het grootst, langzamerhand afneemt en ten slotte zóó klein wordt, dat hij niet meer voor het bloote oog waarneembaar is, dat weten zelfs de slagers.

Neque minus vulgatum, a corde exortum unum horum truncum explicari in ramos laterales, figura trunci similes, eadem ratione et divisos rursus et decrescentes, hoc tamen artificio, ut truncus recta pergens, in locodivisionis majori plerunque capacitate aperiatur quam rami, qui ad latera trivii hujus porriguntur.

Niet minder algemeen bekend is het, dat één hoofdstam van deze kanalen, van het hartuitgaande, zich in zijtakken splitst, die met den hoofdstam gelijkvormig zijn en op dezelfde wijze als deze zich op hun beurt splitsen en langzamerhand in omvang afnemen, waarbij echter deze eigenaardigheid valt op te merken, dat de recht doorloopende hoofdstam ter plaatse, waar hij zich vertakt, gewoonlijk een wijder opening vertoont dan de aan dezen driesprong ontspringende zijtakken.

Sinuoso autem flexu ita haec omnia vasa curvari, ut cavitatum latera ad infinitos numero, et magnos valde angulos ubique inflectantur, hujusque Spirae gravissimos effectus esse in sanguinem transfluentem, observarunt a paucis retro annis, qui Geometricas subtilitates rebus applicuere Medicis.

Dat echter al deze vaten zoodanige krommingen beschrijven, dat de zich zijdelings vertakkende buizen op een oneindig aantal plaatsen wijde hoeken vormen en dat deze windingen een buitengewonen invloed uitoefenen op de doorstrooming van het bloed, is eerst voor weinige jaren ontdekt door hen, die de scherpzinnig gevonden stellingen der wiskunde op geneeskundige vraagstukken hebben toegepast.

Quam mirabili vero, quam efficaci fabrica flexiles finxit hos canales Adorandus nostrae machinae Faber!

Met welk een bewonderenswaardige, met welk een doeltreffende kunstvaardigheid heeft de aanbiddelijke Bouwmeester van ons mechanisme deze buigzame kanalen gevormd!

Dum a premente intus liquido distendi posse sine lacerationis discrimine voluit, eoque rursum fecit ingenio, ut humorem a dilatatione reciproca cessantem valido cum impetu cogere, se vero in arctiorem capacitatem propria sponte restituere queant.

Hij wilde, dat zij door het tegen hunne wanden drukkende vocht zonder gevaar voor scheuring zouden kunnen uitgezet worden en verleende hun tevens het vermogen, tot hun vroegeren omvang vanzelf weder terug te keeren en het vocht met een krachtigen stoot voort te stuwen, zoodra dit opgehouden heeft ze uit te zetten.

Ultimos autem arteriae, hosque minutatim divisos fines in membrana, ut firma basi, ordinari, ibique per fistulas in mutuos occursus emissas hiare inter se, ante Malpigium viderat nemo. Ille primus ambages resolvit et mille viarum dolos, quos pulsa in hos Maeandros liquida pererrant.

Malpighiwas echter de eerste, die zag, dat de laatste uiteinden der slagader, in zeer dunne buisjes vertakt, in een vlies, als in een stevig omhulsel, zijn samengevoegd en daar door middel van nauwe kanalen wederkeerig met elkander in gemeenschap staan. Hij heeft ons het eerst den weg leeren vinden in het labyrint der tallooze dwaalwegen, welke de vloeistoffen, langs deze kronkelpaden voortgedreven, te doorloopen hebben.

Sed, o admirabilitatem maximam! o mechanismum pollicis divini!

Doch het wonderbaarlijkste, waarbij zich de vinger Gods waarlijk in Zijn werk openbaart, is wel het volgende.

Tanta enim accuratione digesti ramuli aequali hic viae latitudine porrecti et laterali progenie orbi, primordia venarum, Lymphaeductuum, horumque sinus mutata constituunt figura.

De takjes, welker loop met zoo groote zorgvuldigheid geregeld is en die zich hier alle langs banen van gelijke breedte in rechte richting, zonder zijdelingsche vertakkingen, voortbewegen, vormen, van gedaante veranderend, de eerste beginselen der aderen en lymphvaten met hunne boezems.

Haec ea sunt, quae oculi acies, microscopium, vasorum in vivis ligaturae, hydrargyrium mortuis injectum, contemplatio figurae morbosae,comparatio denique brutorum, piscium, insectorum et plantarum detexit.

Dat is het, wat de waarneming met het bloote oog en met het microscoop, het afbinden der vaten bij levenden, de inspuitingder lijken met kwikzilver, de beschouwing van het lichaam in ziekelijken toestand en eindelijk de vergelijking met dieren, visschen, insecten en planten aan het licht gebracht heeft.

Praeter illa in arteriis ipsis deprehenditur nihil, falso finguntur plurima.

Buiten de genoemde verschijnselen vertoonen de slagaderen er geen enkel; al wat er verder van verteld wordt, berust op louter verdichting.

Maxima ergo corporis, eaque efficax valde ad vitam pars, Mechanica descriptione, canalis est conicus, elasticus, inflexus, divisus in similes minores eodem trunco ortos, qui ultimo circa vertices cylindricos retis structura in se mutuo patent.

Een zeer groot deel van het lichaam derhalve en wel dat deel, hetwelk voor de instandhouding van het leven van het grootste belang is, bestaat, werktuigkundig uitgedrukt, uit een kegelvormig, veerkrachtig en gebogen kanaal, waaruit op verschillende punten kleinere kanalen van denzelfden vorm ontspringen, die ten laatste door middel van cylindervormige buisjes wederkeerig in elkaar uitmonden, zoodat het geheel er als een net uitziet.

Id si verum, quod omnium profecto verissimum, nonne sequitur omnes effectus quos sanguini arteriæ præstant, tantum pendere ab hac earum fabrica?

Indien het nu waar is—en niets is meer waar dan dat—volgt daar dan niet uit, dat alle werkingen van de slagaderen op het bloed slechts bepaald worden door hare zooeven beschreven inrichting?

Nonne et hoc rursum liquet, omnes ergo illos hinc solummodo petendos, et demonstrandos esse?

En ligt het voorts niet ook voor de hand, dat uit dien hoofde al deze werkingen slechts daaruit af te leiden en te verklaren zijn?

Vos nunc, qui justi sedetis hac in causa Judices, obtestor! Quis ea, quæ vel hinc duntaxat oriuntur, verae demonstrationis ordine expediet?

Nu vraag ik U, die als onpartijdige rechters geroepen zijt, in deze zaak uitspraak te doen! Wie is in staat, de gevolgtrekkingen, die alleen reeds uit de genoemde verschijnselen afgeleid kunnen worden, systematisch uiteen te zetten?

Solus ille, qui figurarum contemplationi, et oscillatoriæ virtutis calculo assuetus, callide videt, quam multa, quam gravia ex hisce solis demonstrare queat; solus ergo Mechanicus.

Ongetwijfeld slechts hij, die, vertrouwd met de nauwkeurige beschouwing van figuren en de berekening der veranderlijke kracht, de kunst verstaat, alleen reeds uit de boven beschreven feiten een menigte belangrijke besluiten te trekken. En dat is toch geen ander dan de Werktuigkundige.

Sed patiamur abripi nos admirabilitate hujus arteriæ, brevis certe levisque attentionis præmium Scientia erit totius fere humani corporis.

Maar laten wij ons nog een weinig verdiepen in de beschouwing van de zoo uiterst merkwaardige slagader; niet minder dan de kennis van bijna het geheele menschelijk lichaam zal het loon zijn voor een korte en geringe inspanning van onzen geest.

Illa, ubi depictum antea rete constituit, tubos emittit cylindricos adeo arctos, qui rubras cruoris sphaeras ore suo capere nequeant; unde his recipitur tenuior tantum et excolor pars sanguinis.

Zoodra de groote slagader het hierboven beschreven net gevormd heeft, zendt zij cylindervormige buizen uit, die zóó nauw zijn, dat zij de roode bloedlichaampjes niet doorlaten, doch slechts het dunnere, kleurlooze bloed in zich kunnen opnemen.

En veram vasis lymphatici ideam!

Daar hebt ge nu de juiste voorstelling van een lymphvat!

Eadem rursum ibidem loci arteria recto porrigit decursu truncum,qui emissis Lymphaticis amplior crassiorem, rubrumque sanguinem, sero liquidiori orbatum vehat.

Ter zelfder plaatse zendt de slagader ook een recht doorloopendenstam uit, die, van grooter omvang dan de lymphvaten, bestemd is, het dikkere, roode, van het helderder serum ontdane bloed te vervoeren.

Ecce venarum genuinam originem!

Ziedaar den waren oorsprong der aderen!

Quarum angustam primo cavitatem mox ampliorem reddit infusa ubique nova per laterales fistulas liquidi venosi, Lymphaticique moles, prorsus ut novum conum, similem arterioso, eique ad vertices oppositum repraesentare discat.

Deze, die in het begin zeer eng zijn, nemen allengs in omvang toe door het van alle kanten nieuw toestroomend aderlijk en lymphvocht, zoodat er ten laatste een nieuwe kegel, gelijk aan dien der slagader, maar zóó dat de beide kegels elkaar met hunne toppen raken, gevormd wordt.

Perfunctorie tangere quae debui, vasa, vah quae, quamque pulchra in recessu recondunt!

De vaten, die ik slechts oppervlakkig behandelen kon, ach, hoeveel schoons bergen zij niet in zich.

Arterias, Venas, Lymphaeductus, descriptumque horum apparatum plano affigas membranaceo, huic nervos intexas, villosque applices elasticos, tum convolvas in glomerem, habebis glandulae fabricam.

Hecht slagaderen, aderen en lymphvaten, op de boven beschreven wijze tot één geheel vereenigd, aan een vliesachtig oppervlak vast, vlecht daar zenuwen in en breng hier en daar veerkrachtige vezels aan, rol dit alles vervolgens tot een kluwen op en ge hebt de inrichting van een klier voor U.

Quam quoties cogito, uberrimam mirandorum effectuum matrem contemplor, simulque ineptissimi cujusque figmenti falso celebratam sedem.

Zoo dikwijls ik hieraan denk, verdiep ik mij in de beschouwing van het orgaan, dat zoovele wonderbaarlijke werkingen teweegbrengt, waaraan echter ook zoovele dwaselijk verzonnen eigenschappen zijn toegeschreven.

Tu vero inanes Chimaerae latebras aperiens, Tu maxime Malpigi! Suprahumana industria, incredibili labore, atque cautissima perspicientia, simplici hoc artificio absolvi ejus compagem, plus quam demonstras!

U echter, grooteMalpighi, die alle hersenschimmen voorgoed verjaagd hebt, is het door bovenmenschelijken ijver, door ongelooflijke inspanning en schrander doorzicht gelukt, onwederlegbaar aan te toonen, dat de schijnbaar zoo ingewikkelde bouw eener klier slechts door de boven beschreven eenvoudige inrichting tot stand komt!

Quanti vero momenti demonstratio! glandularum enim aggregato totum fere corpus constat!

En hoe belangrijk is deze ontdekking niet! Het geheele lichaam bestaat immers uit schier niets anders dan uit een samenstel van klieren!

Cerebrum Hippocratico oraculo glandula penicillo Malpigiano depingitur ut ordinata ex arteriis, venis, receptaculis, emissariisque nervosis moles. Jecur, Lien, Renes glandulis fiunt adunatis.

De hersenen, die reedsHippocrateseen klier had genoemd, worden ons nu door het penseel vanMalpighigeschilderd als een massa, bestaande uit slagaderen, aderen en nerveuze reservoirs en afvoerkanalen. Lever, milt en nieren zijn slechts uit klieren opgebouwd.

Ipsa humoris genitalis officina artificiosus canalium cylindricorum glomus. Ipsum Embryi dolium, ipsa foetus aula, ipse candidi nectaris, quod recens nati bibunt, promus condus hac glandulosa operantur arte. Ossa ipsa et membranas eadem fere compaginari structura quisdubitat, nisi cui cedro digna et aere scripta Malpigii, Kerkringii, Havertiique nondum illuxere?

Ook de kweekplaats van het voortplantingsvocht is een kunstig kluwen van cylindervormige kanalen. Ja, zelfs de verblijfplaats van het embryo, de woning der ongeboren vrucht, de voorraadkamer des witten nectars, dien de jonggeborenen drinken, vertoonen zichdoor hare afscheidingsprocessen als echte klieren. Dat ook de beenderen en de vliezen ongeveer op dezelfde wijze gebouwd zijn, wie twijfelt er aan behalve hij, die nog geen kennis genomen heeft van de onsterfelijke geschriften vanMalpighi, KerkringenHavers?

Lacertis tandem examinandis mentem applicuisse rogo ne poeniteat! Huic se labori quicunque non subduxerit, nae ille subtilissimae Mechanicae artis efficacissima instrumenta clarissime reperiet! Musculus enim omnis nonne ex minoribus similibus componitur? Ultimus vero quid, quaeso, villus est? Non aliud certe, quam nervosi et angustissimi canalis dilatata, simulque attenuata pellis canali, unde oritur, cavum formans amplius soloque inflatum spiritu.

Laat mij ten slotte nog uwe aandacht mogen vragen voor eene oplettende beschouwing der spieren! Wie zich die moeite getroost, zal in haar de meest doelmatige instrumenten van allerfijnste mechanistische kunst zeer duidelijk terugvinden! Is immers niet de spier in haar geheel uit kleinere spieren van gelijken vorm samengesteld? En wat is nu eigenlijk haar laatste bestanddeel, de vezel? Stellig niets anders dan een ruim maar tevens zeer dun vlies, dat tot omhulsel dient voor een uiterst nauw nerveus kanaal, een grooteren omvang heeft dan dat kanaal, waaruit het voorkomt en slechts met geest1gevuld is.

Hujus vero quam immensa sit machinae potentia, scite novit, qui hydraulica Mariotti experimenta contulit Cartesii Mechanicis.

Hoe reusachtig echter de kracht van dit werktuig is, leert men eerst recht inzien, indien men de hydraulische proeven vanMariottebestudeerd heeft in verband met de werktuigkundige verhandelingen vanCartesius.

Pulmones contemplemini, diversae a caeteris structurae, saccos habebitis elasticos, sphaeroïdeos, qui abscisso coni vocalis appenduntur vertici; horum superficies maculis retis sanguiferi ornatur, et, quod mira hic arcana velat, incilibus fere caret lymphaticis.

Beschouwt aandachtig de longen, die in bouw van de overige organen verschillen, en ge hebt voor u veerkrachtige, bolvormige zakken, die afhangen van het afgeknotte uiteinde der luchtpijp; hunne oppervlakte wordt in den vorm van een net door bloedvaten doorsneden, zij zijn echter—en dit is een onoplosbaar raadsel—bijna geheel verstoken van lymphvaten.

Ergone, cogitatis forte, admirabilis illa, illa tam artificiosa Hominis machina simplici adeo perficitur apparatu!

Wordt derhalve, zoo hoor ik u vragen, de zoo wonderbaarlijke, de zoo kunstige bouw van het menschelijk lichaam slechts door een zoo eenvoudige inrichting tot stand gebracht?

Certe non fit alio.

Het is stellig niet anders.

Habeat hanc, qui volet, ob simplicitatem, vilem!

Moge, wie wil, er met minachting wegens zijnen eenvoud op neerzien!

Mechanice Organum id laudat, ejusque Auctorem celebrat sapientissimum, quod quaesito effectui producendo aptissimum, simulque inter omnia, quae eundem praestare possent, simplicissimum sit.

De Werktuigkundige heeft hieromtrent een geheel tegenovergestelde opvatting:hijheeft juist den hoogsten lof over voor het vernuft vanhem, die een werktuig weet te vervaardigen, dat tot het voortbrengen der verlangde werking het meest geschikt en tegelijkertijd onder alle, die deze kunnen voortbrengen, het eenvoudigst is.

Quid tandem ex hisce concludemus?

Welk besluit kunnen wij nu uit dit alles trekken?

Corpus nempe humanum machinam esse, cujus solidae partes aliae sint vasa liquidis coërcendis, dirigendis, mutandis, separandis, colligendis, et excernendis apta; aliae vero instrumenta mechanica, quae figura, duritie nexuque suo vel fulcire alia, vel definitos motus exercere queant.

Het is dit, dat het menschelijk lichaam een werktuig is, van welks vaste deelen er sommige bestaan uit vaten, geschikt om de vloeistoffen te bevatten, te richten, van gedaante te doen veranderen, te verdeelen, bijeen te zamelen en af te scheiden; andere uit mechanische instrumenten, die door hunnen vorm, hunne hardheid en de vastheid hunner verbinding in staat zijn, zoowel anderen deelen tot steun te dienen als bepaalde bewegingen uit te voeren.

Peccabo in patientiam vestram vestrumque decus, si cuncta examussim explico. Id unum bona audietis cum gratia: Hippocratem cum integro, quem sequutus est Babyloniorum, ægyptiorum, Graecorumque choro, cum integra, quae eum sectata est Grajorum schola duo haec, non alia detexisse.

Ik zou uw geduld te zeer op de proef stellen en daardoor aan uwe waardigheid te kort doen, indien ik alles tot in de kleinste bijzonderheden wilde uiteenzetten. Slechts dit zult gij wel zoo vriendelijk zijn te willen aanhooren, datHippocratesmet de gansche schare van Babyloniërs, Egyptenaren en Grieken, wier voetstappen hij volgde, en de geheele Grieksche school, die van hem uitging, niets anders dan de beide genoemde groepen van lichaamsdeelen hebben kunnen ontdekken.

Arabas omni industria, omni anatomes cultu tertium addere potuisse nunquam.

De Arabieren hebben, hoe ijverig zij zich ook op de studie der ontleedkunde toelegden, nooit een derde hieraan kunnen toevoegen.

Instauratorem anatomes consulite Vesalium, hujus aemulos Eustachium et Fallopium; tum immortales inventis Harvaeum et Malpigium; et hos, qui singuli novis antiqua emendarunt Asellium, Pecquetum, Bartholinum, Dathirium, Bellinum, Glissonium, Wharthonum et Willisium;

RaadpleegtVesalius, die de ontleedkunde in nieuwe banen leidde, diens mededingersEustachiusenFallopius, vervolgens ookHarveyenMalpighi, die zich door hunne ontdekkingen een onsterfelijken naam verworven hebben, voortsAsellius, PecquetA, Bartholinus, Dathir, Bellini, Glisson, WhartonenWillis, die elk op hunne beurt oude meeningen voor nieuwe, betere inzichten hebben doen plaats maken;

his jungite juxta leges mechanicas anatomicos Lealem et Louwerum, quique in abditissima penetrarunt, Hokium, Pouwerum, Leeuwenhoekium, deprehensuri estis omni arte, omni artis adjumento bina, quae dixi, nec inventa alia.

voegt bij dezenLealenLouwer, die de wetten der mechanica op de ontleedkunde toepasten, en eindelijkHooke, PouwerenLeeuwenhoek, die tot de diepste verborgenheden zijn doorgedrongen, en ge zult vinden, dat zij met al hunne wetenschap, met alle middelen, welke hun bij hun onderzoek ten dienste stonden, geene andere dan de twee genoemde bestanddeelen van het menschelijk lichaam hebben kunnen ontdekken.

Cur alia ergo fingere precario quempiam patiemur, nobisque imponentem in aeternum verba dare?

Waarom zouden wij dus dulden, dat men andere willekeurig verzint en ons maar steeds wat op de mouw speldt?

Ubi Elementis, qualitatibus, formis, causis chemicis, animatis, metaphysicis, amoris et odii affectibus, ubi, inquam, tot fabulis locus, causa, necessitas?

Wat hebben wij hier te doen met elementen, hoedanigheden, vormen, chemische, bezielde en metaphysische oorzaken, liefde en haat; waar is hier sprake van, aanleiding tot en behoefte aan zoovele verdichtselen?

Nulla profecto vel vestigium sui hic figmenti secta invenit.

Geen enkele school vond hier ook maar een spoor van de door haar verzonnen verschijnselen.

Soli Mechanici suum objectum hic agnoscunt, neque aliud in toto, qua solidum est, corpore quidquam datur. Ille ergo soli audiendi, horum effata sola consulenda, eorum principia sola imploranda, horum methodus sola adhibenda, ubi de effectu organi perspecti quaeritur.

Slechts de Werktuigkundigen mogen het menschelijk lichaam als hun gebied van onderzoek beschouwen en in dat geheele lichaam, ten minste wat zijne vaste deelen aangaat, is niets wat daarbuiten valt.

Derhalve verdienenzijalleen gehoor, moeten slechtshunneuitspraken geraadpleegd, slechtshunnebeginselen aanvaard, slechtshunnemethode toegepast worden, wanneer onderzoek gedaan wordt naar de werking van een orgaan, welks bouw men reeds genoegzaam doorzien heeft.

Sola erit firma, quae a perito in his Magistro profertur, demonstratio.

Slechtsdatbetoog zal hier van kracht zijn, dat door een indezewetenschap ervaren Meester geleverd wordt.

Agite o Viri, queis dicta forte displicent, quid facit in oculo vel simplex illa figura corneae, quid aquae, quid crystallinae lentis, quid vitrei humoris determinata superficies et definita spissitudo?

U, o mannen, die wellicht niet instemt met mijne woorden, vraag ik, wat de beteekenis is van den toch zoo eenvoudigen vorm van het hoornvlies, wat die van de bepaalde oppervlakte en dichtheid van het waterachtig vocht, van de kristallens en van het glasachtig vocht.

Enarrate quid auris externae Helices, quid meatus auditorii arctior et inflexa in medio, latior et porrecta ad utrumque extremum via faciat ad exceptionen, directionemque radii sonori?

Zegt mij toch, wat de schelpen van het uitwendige oor en de in het midden eenigszins nauwe en omgebogen, doch aan de beide uiteinden breedere en recht doorloopende weg van de gehoorgang beteekenen voor het opvangen en richten der geluidsgolven?

Membranae Tympani tenuitatem, figuram ejus ellipticam versus interiora ossis petrae convexam, hujus mutabilem in varias curvaturae figuras formam ope affixi et agitati suo musculo malleoli contemplemini, et dicatis, quis effectus constantissimae hujus tamque operosae in vilissimo quoque animalium fabricae?

Beschouwt de fijnheid van het trommelvlies, zijnen elliptischen, in de richting van de binnenzijde van het rotsbeen bollen, vorm en de velerlei krommingen, welke het door middel van het hamertje, dat daaraan vastgehecht is en door een afzonderlijke spier in beweging gebracht wordt, kan aannemen, en zegt mij dan, wat de werking is van deze inrichting, die zich zelfs bij het geringste dier steeds op dezelfde wijze en even ingewikkeld vertoont?

Nunc daedalei labyrinthi, conchæ, vestibuli, duplicis in cochlea turbinata spirae, loci ovalis et rotundæ fenestræ, tot inquam miraculorum mechanicorum, quae durissimae hic insculpsit petrae Divina manus, date rationem.

Wijst ons ook de strekking aan van het kunstige doolhof, van de schelp, van het voorportaal, van de dubbele winding van het kegelvormig slakkenhuis, van het ovale en het ronde venster, van zoovele wonderen van mechanistische kunst, welke Gods hand hier in de zeer harde rots heeft uitgehouwen.

Sine profunda Mechanices Scientia nil veri vos intellecturos, nil boni prolaturos aliis, utamini quolibet adminiculo, audacter affirmo.

Als mijne stellige overtuiging spreek ik het uit, dat gij zonder een diepgaande kennis van de Werktuigkunde noch zelf er iets van zult kunnen begrijpen, noch anderen iets van beteekenis er over mededeelen, welke hulpmiddelen gij bij uw onderzoek ook moogt bezigen.

De solidis, quae dixi, pauca haec sufficiant; urget ratio ut nonnulla de fluidis subnectam.

Moge dit weinige, dat ik over de vaste stoffen zeide, volstaan; het ligt in de rede, dat ik hieraan het een en ander over de vloeistoffen toevoeg.

Haec enim illa sunt, quorum motu vita, quorum libero per vasa fluxu sanitas absolvitur.

Deze zijn het immers, van welker beweging het leven en van welker onbelemmerde strooming door de vaten de gezondheid afhangt.

Illorum autem naturam exacte capit, qui minuta novit corpuscula et agitata, quorum congeries fluidum constituit. Eorum unum si spectatur, rationem habet solidi, adeoque mole, motu, figuraque quidquid agit, efficit. Quare effectus, quos una fluidi pars producit, soli Mechanico patent per experimenta indagandi.

Van hare geaardheid kan echter hij alleen zich een duidelijke voorstelling maken, die de kleine en beweeglijke lichaampjes kent, door welker opeenhooping de vloeistof gevormd wordt. Beschouwt men zoo één enkel lichaampje, dan vertoont het het karakter eener vaste stof en al zijne werkingen worden derhalve bepaald door massa, beweging en vorm. Hieruit volgt, dat de werkingen, die elk deeltje eener vloeistof afzonderlijk teweegbrengt, slechts door den Werktuigkundige langs experimenteelen weg kunnen opgespoord worden.

Quod ex ante dictis quum sponte fluat sua, latiori sermone non explano; unum hoc pronuncians, non eo usque hactenus provectam hanc liquidorum scientiam, quae usum rei praestet idoneum.

Daar dit echter uit het vroeger gezegde vanzelf voortvloeit, zal ik hier niet verder over uitweiden, maar slechts dit opmerken, dat onze kennis der vloeistoffen, wat dit punt betreft, nog niet zóóver gevorderd is, dat zij reeds practische resultaten kan opleveren.

At si totam fluidi molem simul spectamus, gravitas ejus fluorque communes deprehunduntur sublunaris liquidi proprietates. Virtus vero elastica, ponderis, spissitudinis, fluiditatis, nixusque in contactum gradus varii, momentum impetus quo fertur, et itineris directio palmaria sunt quae unum ab alio fluidum distinguunt. Horum vero omnium tanta efficacia est, ut infinita, quae sanis contingunt, non aliunde oriantur.

Letten wij daarentegen op de gezamenlijke massa der vloeistof, dan nemen wij zwaarte en strooming als de eigenschappen waar, welke alle vochten op aarde met elkander gemeen hebben. De elasticiteit echter, de verschillende graden van zwaarte, dichtheid, vloeibaarheid en adhaesievermogen, de snelheid en de bewegingsrichting zijn de voornaamste eigenschappen, waardoor de vloeistoffen zich onderling onderscheiden. De invloed nu van al deze eigenschappen is zóó groot, dat de oorsprong der tallooze verschijnselen, welke het menschelijk lichaam in normalen toestand te aanschouwen geeft, slechts daarin behoeft gezocht te worden.

Quamobrem quicunque ex praecepto scientiae rite haec enucleat, opus is absolvit summae ad perfectionem medicam necessitatis.

Wie derhalve van dit alles op streng wetenschappelijke wijze een systematische uiteenzetting weet te geven, verricht daarmede een werk van het grootste belang voor de bevordering der geneeskunde.

Sed fidem vestram! quis proponere, explicare et demonstrare vim eorum poterit, qui Hygrostatices, quae subtilis Mechanices pars, rudis est?

En nu vraag ik U, wie zal de beteekenis der genoemde verschijnselen kunnen in het licht stellen, verklaren en aantoonen, die niet vertrouwd is met de Evenwichtsleer der vloeistoffen, dat zoo ingewikkelde onderdeel der Werktuigkunde?

Haec illa est Aquilegum scientia, quae ex assumtis, modo quas descripsi, affectionibus ratiocinia nectens geometrica utilissima et usui apta reperit Theoremata.

Dit is de zoo vermaarde wetenschap der Waterbouwkundigen, welke, door gebruik te maken van wiskundige berekeningen bij de bestudeering der zooeven door mij genoemde eigenschappen, zeer nuttige en voor de praktijk bruikbare leerstellingen gevonden heeft.

Haec, neglecta causa physica, et cujusque particulae, quae fluit,singulari natura, ex his, quae sensibus per eventum in tota mole patent, quam gravia, quam utilia vitae, methodo invenit Mathematica?

Heeft zij niet, zich niet bekommerend om de natuurkundige verklaringder verschijnselen, noch om de werking, die elk deeltje der vloeistof op zichzelf uitoefent, doch slechts rekening houdend met de voor de zintuigen waarneembare werking der geheele massa, met toepassing der wiskundige methode hoogst belangrijke resultaten verkregen, waarvan wij ook in het dagelijksch leven nut ondervinden?

Evolvat Archimedis, Cartesii, Stevini, Borelli, Mariotti, Hugenii, Neutoni, et Bellini scripta, qui re, non verbis, convinci cupit.

Hij, die feiten verlangt en zich niet door woorden wil laten overtuigen, neme de werken vanArchimedes, Cartesius,Stevin, Borelli, Mariotte, Huygens,NewtonenBelliniter hand.

O quam necessaria feliciori Genio, ut revelentur, reliqua sunt in Pulcherrima hac Speculatione!

Hoezeer ware het te wenschen, dat meer bevoorrechte geesten over de nog onopgeloste problemen op het gebied dezer wetenschap hun helder licht lieten schijnen.

Hanc utinam excolant! utinam exhauriant! utinam nobis aperiant Viri Mathematice docti!

Mochten toch de Wiskundigen zich op haar toeleggen, haar in alle richtingen doorvorschen, om ze ons ten slotte met volkomen duidelijkheid te doen kennen!

Ab hoc Eorum labore, quo generales liquidi effectus luce illustrarent mathematica, brevi tempore plus maturi in horto medico fructus exspectare licet, quam ab omni eo, quod aliunde in hunc congestum hactenus.

Indien zij zich er toe willen zetten, de vraagstukken, rakende de algemeene werkingen der vloeistoffen, door het licht hunner wetenschap op te helderen, mogen wij verwachten, dat hun arbeid binnen korten tijd rijker vrucht voor de geneeskunde zal afwerpen, dan al hare andere hulpwetenschappen haar tot nog toe hebben opgeleverd.

Taedet quippe pudetque ineptiarum, quibus seriam prae caeteris Artem ridiculam fecere, qui Mechanices imperiti vim liquidorum humanorum explicare conati sunt.

Wij moeten ons inderdaad ergeren en tegelijkertijd schamen over de zotternijen, waardoor zij, die, zonder kennis der Werktuigkunde, de werking der menschelijke lichaamsvochten trachtten uiteen te zetten, een zoo bij uitstek ernstige wetenschap als de geneeskunde in een belachelijk daglicht geplaatst hebben.

Et palam affirmo, vitalium actiones humorum scire posse neminem, qui Aquilegum regulas ignorat.

En ik verklaar ronduit, dat niemand de werkingen der levensvochten kan begrijpen, die niet vertrouwd is met de wetten der Waterbouwkunde.

Quae dum libertate Medica firmus assero, jurgii hic illaturos causam praesagit animus eos, Qui, nescio qua gratia, ab Hermete nomen sibi, sectamque condunt.

Terwijl ik dit met de vrijmoedigheid, den geneesheer eigen, verkondig, zie ik in mijne verbeelding reeds hen zich tot den strijd gereed maken, die, ik weet niet waarom, zich en hunne school naarHermes2noemen.

Egone ex universali hac liquidorum doctrina deduxerim ea, quae singulares eorum virtutes absolvunt?

Zou ik uit deze algemeene leer der vloeistoffen al datgene kunnen afleiden, wat betrekking heeft op hare bijzondere eigenschappen?

An fermenti stabiles motus, diversorum liquidorum ferventesconflictus, putredinis spontaneae mirabiles effectus ex Mechanicis explicuerim unquam?

Of zou ik voor de altijd gelijke bewegingen der gisting, voorde ziedende botsingen der verschillende vloeistoffen of voor de wonderbaarlijke werkingen der spontane rotting ooit een verklaring kunnen vinden in de wetten der Mechanica?

Talia objectans, eorum, quae dicta, memor, paucis, quae dicam, animum adhibeat.

Hij, die zulke tegenwerpingen maakt, moge, gedachtig aan hetgeen ik reeds gezegd heb, ook het volgende in het oog houden.

Mea enimvero sic est ratio, justa, vel secus, vestrum sit judicium.

Want dit is mijne meening hieromtrent; het staat aan U, mijne hoorders, de juistheid ervan te beoordeelen.

Ex experimentis Chemicorum historiam haberi posse valde limitatam singularium eventorum, quatenus in circumstantia definita sensibile quidpiam producunt.

Ik geef toe, dat de proeven der Scheikundigen een, trouwens zeer beperkt, inzicht kunnen geven in de ontwikkeling van enkele op zichzelf staande verschijnselen, voor zoover die proeven iets voor onze zintuigen waarneembaars opleveren, waarbij men dan nog dient rekening te houden met de bijzondere omstandigheden, waaronder zij plaats hadden.

Necessaria ergo quam maxime est Medicinae haec Ars, dum observatorum Sylvam largitur et observandi praebet optimum compendium.

De scheikunde is derhalve volstrekt onmisbaar voor de medische wetenschap, daar zij haar de beschikking geeft over een uitgebreide reeks van waarnemingen en de beste waarnemingsmethoden aan de hand doet.

Data enim exhibere, horumque definire conditiones valet, regulas autem ratiocinandi ex his Chemia dabit nunquam.

De Chemie kan dus wel gegevens verschaffen en de voorwaarden, waaronder deze verkregen zijn, duidelijk omschrijven, doch in geen geval is zij in staat, vaste regels te geven, volgens welke uit die gegevens verdere conclusies getrokken kunnen worden.

Ne tamen vel sic nimis, ut solent, se efferant, qui unius Chemiae cultu omnem Medicae Sapientiae thesaurum se possidere vani jactant!

Doch zelfs indien dit wél het geval ware, ook dan nog was de hoovaardij van hen misplaatst, die er zich maar steeds dwaselijk op beroemen, enkel door de beoefening der scheikunde den geheelen schat der medische wetenschap in bezit te hebben!

Enimvero plura in nobis, sani vigeamus, vel langueamus aegri, fieri ex communibus illis liquorum proprietatibus, quas sibi sumserunt expendendas Geometrae, quam ex insitivis, dubiis, et arte Chemicorum factis plerumque, pervulgato palam documento est.

Dat immers in ons lichaam, hetzij in normalen of ziekelijken toestand, meer verschijnselen teweeggebracht worden door de algemeene eigenschappen der vochten, welke de wiskundigen zich tot taak gesteld hebben te onderzoeken, dan door die, welke valschelijk verdicht, twijfelachtig of grootendeels door de Scheikundigen zelf kunstmatig verwekt zijn, blijkt duidelijk uit het volgende door een ieder waargenomen feit.

Aqua naturae ariditatem alter corrigit, Falerno alter quotidie venas inflat; fructubus hic, Cerealibusque parvo assuetus famem explet, et sustentat Spiritum, ille carnibus, piscibus, terra natis, et omni condimentorum varietate Apitiana onerat ventrem; alii blandoet insulso fere victu aluntur, alii salitis, acidis, et acribus quibusque intestina stimulant.

De een lescht zijnen dorst met water, de ander doet zijn lichaam dagelijks opzwellen door het gebruik van Falerner3; deze, aan soberen kost gewend, stilt zijnen honger met en leeft alleen van vruchten en meelspijzen, gene overlaadt zijne maag met vleesch,visch, groenten en met den fijnsten smaak uitgelezen kruiderijen; sommigen voeden zich met laffe en bijna zoutelooze spijzen, anderen prikkelen hunne ingewanden met allerlei gezouten, zure en scherpe gerechten.

Multiplex adeo assumtorum varietas vitam tamen sanitatemque plures per annos protrahit in iis, qui tamen diversis humores suos saturant corpusculis.

Toch zien wij, dat, niettegenstaande een zoo groote verscheidenheid van voedingsstoffen, zoowel personen die tot de eene als die tot de andere categorie behooren, gedurende vele jaren leven en gezondheid kunnen behouden, hoe verschillend de lichamen ook zijn, waarmede zij hunne vochten verzadigen.

Liquido argumento magis communi fluidorum naturae Mechanicis explicatae, et in ipso corpore vi viscerum productae, quam singulari cujusque particulae virtuti, actiones vitae deberi.

Wordt daardoor nu niet ten stelligste bewezen, dat de levensverrichtingen in meerdere mate afhankelijk zijn van den algemeenen aard der vloeistoffen, zooals die door de werktuigkundigen ontvouwd is en zich in het lichaam zelf door de werking der ingewanden openbaart, dan van de bijzondere eigenschappen van elk deeltje op zich zelf?

Si aurea Verulamii de vita et morte monumenta, si liberae Hippocratis et Celsi de victu sanorum leges, si usus non satis id confirmat quotidianus, omni dignissimum fide Louwerum, sincerum mehercle et defaecato judicio sagacem Virum vobis citabo.

Indien gij dit niet genoegzaam bewezen acht door hetgeen hierover te vinden is in de meesterwerken vanBacovan Verulam over leven en dood4, door de vrijzinnige voorschriften, dieHippocratesenCelsusomtrent de voeding van gezonde personen gegeven hebben, en ten slotte door hetgeen de dagelijksche ondervinding ons leert, dan zal ik u een voorbeeld aanhalen, ontleend aanLouwer, een man, aan wiens woorden men, wegens zijn buitengewone eerlijkheid en scherpzinnigheid, gepaard aan een helder oordeel, onvoorwaardelijk geloof moet hechten.

Hic enim, immani cruoris jactura exsanguem, jure carnium solo ingesto, venis recepto, per has fluente, imo colore nec mutato effluente per vulnera, revixisse Juvenem testatur.

Deze toch verzekert, dat eens een door geweldig bloedverlies uitgeputte jongeling enkel door het toedienen van vleeschsap, dat in zijne aderen werd opgenomen, er doorheen stroomde en zelfs zonder verandering van kleur weder uit de wonden te voorschijn kwam, tot het leven teruggebracht werd.

Sed quid verbis opus in re clara?

Doch waartoe woorden te verspillen over eene zaak, die zóó voor zich zelf spreekt.

Ad Vos ego provoco, Vestram appello fidem Clarissimi Viri Medici, Quorum sapientia huic Coronae venustatem conciliat, Quorum salutari dextra incolumis huic Urbi praestatur sanitas!

Op u beroep ik mij, uw getuigenis roep ik in, doorluchte Geneesheeren, wier wijsheid dezen kring luister bijzet, wier zegenrijke hand dezer stad de gave eener onverstoorde gezondheid toebedeelt!

Nonne incumbit nobis, dum aegris Medicina fit, vel millies fluidainspissare, resolvere coacta, stagnantia movere, compescere dissoluta, diluere crassa, leviora solidare?

Zien wij ons niet bij het behandelen onzer patiënten talloozemalen genoodzaakt, al te vloeibare stoffen te verdikken, samengepakte op te lossen, stilstaande in beweging te brengen en al te lichte stoffen meer stevigheid te geven?

Dum rarissime ad pugnas Salium, flammas Sulphurum, vel tectum Mercurii genium attendere cogimur.

Hoe uiterst zelden daarentegen worden wij gedwongen, onze aandacht te wijden aan den strijd der zouten, de vlammen der zwavels en de geheimzinnige werking van het kwikzilver!

Ipsi certe illi, qui mera ubique Chemica crepant, cum morbus manum poscit, repudiatis suis, sedulo, quae laudavi, inquirunt.

Ja, zelfs zij, die het maar altijd over chemische middelen hebben, passen, als een ziekte hen dwingt handelend op te treden, met verzaking van hun eigen leer, ijverig de zooeven door mij genoemde methoden toe.

Si ergo his fluidorum proprietatibus tot debentur, si has omnium suffragio optime excusserint Mechanici, patet ipsa fluida vitalia ut cognoscantur Medico, auxiliis egere Mechanices.

Indien het dus waar is, dat zooveel te danken is aan de genoemde eigenschappen der vloeistoffen en de werktuigkundigen het zijn, die deze naar aller oordeel het best onderzocht hebben, zoo volgt hieruit, dat de kennis der levensvochten zelve voor den geneesheer verborgen moet blijven, indien hij niet met de Mechanica vertrouwd is.

Spectate jam effectus, qui ex fluentibus per vasa liquoribus oriuntur, evidentior longe fulgebit Veritatis Mechanicae potestas.

Vestigt thans eens uwe aandacht op de werkingen, die een gevolg zijn van het stroomen der vloeistoffen door de vaten, en nog veel duidelijker zal de groote beteekenis van de waarheden der Mechanica in het oog springen.

Si enim liquida descripta in vasis depictis quiescunt habebimus cadaver.

Indien toch de bovengenoemde vloeistoffen in de vaten, zooals wij die beschreven hebben, stilstaan, dan hebben wij een lijk voor ons.

Ubi vero liber his humoribus per canales conciliatur motus corpus vivum cernimus.

Indien echter deze vochten zich ongehinderd door die kanalen kunnen bewegen, aanschouwen wij een levend lichaam.

Sermoni fidem quisquis meo negat, suis ut oculis credat oportet.

Wie zich door mijne woorden niet wil laten overtuigen, zal toch wel zijn eigen oogen willen gelooven.

Mollem consideremus hominem, qui salientis de vulnere cruoris spectaculo perturbatus in animi cecidit deliquium.

Denkt u een gevoelig persoon, die door den aanblik van uit eene wonde stroomend bloed in zwijm gevallen is.

Mortuum videmus; sed qualem? in quo cuncta solida, quae sanitati sufficiunt, adsunt et liquida, solus abest liquores in gyrum agens motus.

Wij zien hier een doode, maar toch geen gewoon lijk. Immers alle vaste en vloeibare stoffen, zooals die bij een normaal mensch gevonden worden, zijn aanwezig; slechts de beweging, die de vochten in omloop brengt, ontbreekt er aan.

Huic quacunque demum ope concutiantur nervi, ut motrix cordis materies fluat, redit statim, depulsa tristi mortis imagine, laetior vita.

Denkt U vervolgens, dat men, door welk middel dan ook, de zenuwen van dien persoon heeft weten te prikkelen, zoodat de stof, die het hart in beweging brengt, weer zijn gewonen loop krijgt, terstond houden alle droeve verschijnselen van den dood op en keert het leven, opgewekter dan voorheen, terug.

Vita non modo; calor, rubor, agilitas, cogitatio, vitalis omnis, naturalis et humana simul redit actio.

En niet alleen het leven, maar ook de warmte, de blozende huidskleur, de lenigheid, het denkvermogen, kortom alle natuurlijke en specifiek menschelijke levensuitingen keeren tegelijkertijd weder.

Quid hic fermenti, quid effervescentis, quid salis pugnacis, quid olei spiritusve nascitur aut perit?

Wat merken wij hier van het ontstaan of vergaan van een gisting, een opbruising, een weerbarstig zout, van een olie- of geestachtig beginsel?

Excepto motu, neque additur, neque demitur quidquam, vita tamen amissa ipsa redditur.

Behalve de beweging wordt er niets toegevoegd of verwijderd; toch zien wij het leven zelf, dat reeds verloren was, wederkeeren.

Sic aves et insecta constricta frigore hyberno, lenis statim in vitam excitat tepor.

Hetzelfde verschijnsel kunnen wij waarnemen bij vogels en insecten, die, door de winterkoude verstijfd, slechts aan een matige warmte behoeven blootgesteld te worden, om terstond weer tot het leven terug te keeren.

Sed veritatis qui convictus viribus, ob ipsam argumenti vulgatam claritatem, certis saepe diffidit.

Er zijn echter menschen, die, hoewel buigend voor de kracht der waarheid, toch vaak ook stellig vaststaande waarheden weigeren aan te nemen wegens de te algemeene bekendheid van de feiten, waarop zij berusten.

Rariori ergo ut spectaculo firmetur, quae nimis noto patuit satis exemplo fides, in Hokii vos officinam invitat oratio.

Om nu mijne beweringen, die eigenlijk door de genoemde overbekende feiten reeds voldoende bewezen zijn, ook door een zeldzamer voorbeeld te staven, noodig ik U uit, met mij een kijkje te nemen in het laboratorium vanHooke.

Destructo thorace mortuum animal inflatis per follem Laryngi applicatum pulmonibus cito reviviscit.

Een door vernieling der borstkas bezweken dier zien wij daar, nadat zijn longen door middel van een aan het strottenhoofd bevestigden blaasbalg opgeblazen zijn, spoedig tot het leven terugkeeren.

Attoniti miraculo vitae tam mechanicae ad magnum cito adeamus Glissonium; en ille impulso ope vesicae in venas liquido mirifice vitales actiones aemulafur in defuncti dudum hominis cadavere.

Laten wij vervolgens, nog onder den indruk van dit schouwspel, dat ons het leven als iets zoo werktuigelijks deed kennen, ons snel tot den grootenGlissonwenden. Ziet, hoe hij in het lijk van een reeds lang overledene op wonderbaarlijke wijze de levensverrichtingen kunstmatig te voorschijn roept door het door middel van een blaas inspuiten van vocht in de aderen.

Omnia haec in specimen allata, infinita enim dici possent, an non evincunt satis, cuncta fere, quae vitam, sanitatemque nostram faciunt, vel sequuntur, pendere a motu illo, quo humores per vasa mutua plane moventur et agunt vicissim agitatione?

Bewijzen al deze als voorbeelden aangevoerde feiten—en men zou er tallooze kunnen opsommen—niet voldoende, dat ongeveer alles, wat ons leven en onze gezondheid veroorzaakt en er uit voortkomt, afhangt van het regelmatig heen en weer stroomen der vochten door de vaten?

Cujus effectus, et leges, quum soli rite intelligant, explicent, et demonstrent, in Pneumaticis atque Hydraulicis, Mechanici, concludocuncta ergo rursum disciplinae subjecta haec Mechanicae.

Daar nu de Werktuigkundigen alleen het zijn, die de werkingen dezer beweging en de wetten, waaraan zij gehoorzaamt, volkomendoorzien en in dat deel hunner wetenschap, dat Evenwichtsleer der gassen en vloeistoffen genoemd wordt, op overtuigende wijze helder en systematisch uiteenzetten, moet dit alles mijns inziens ook tot het gebied der Mechanica gerekend worden.

Hic vero ille est locus, ubi mire se jactant, ubi serio triumphant fermentorum Patroni.

Maar hier zijn wij nu juist bij een punt aangeland, dat de voorstanders van de leer der fermenten tot niet weinig zelfverheffing en zegevierenden jubel aanleiding geeft.

Si fluor liquorum liber per vasa vitae causa, ergo ajunt prima motus ratio in fluido et ab eo; itaque ab interna huic agitatione, eaque forti valde et constanti satis, qualis non nisi in excitatis fermento liquidis reperiunda datur.

Indien, zoo zeggen zij, de onbelemmerde strooming der vloeistoffen door de vaten de oorzaak van het leven is, dan is de eerste grond der beweging in de vloeistof zelve te zoeken en in niets anders. Zij kan dus slechts gevonden worden in de aan de vloeistof eigen, zeer sterke en vrij gestadige beweging, een hoedanige slechts in door gisting aangezette vloeistoffen wordt aangetroffen.

Sciant autem Hi, primam moti in Embryo liquidi a parentibus semper derivandam causam, eam fotu matris continuari dum ab ea pendet foetus, dein vero ab ipsa fabrica perennare solidorum.

Hen, die zoo spreken, wil ik er aan herinneren, dat de oorsprong van de beweging der vloeistof in het embryo bij de ouders gezocht moet worden; dat die beweging, zoolang de vrucht zich in het moederlijf bevindt, door de koestering der moeder wordt gaande gehouden en vervolgens, na de geboorte, enkel en alleen aan de inrichting der vaste lichaamsdeelen haren voortgang te danken heeft.

Admirabilem auricularum Cordis ad ejus Thalamos structuram, nexumque qui speculatus est, et qui hinc necessario sequuntur, alternos influentis et expulsi liquoris motus a corde in arterias, ab his in cerebri medullam, processus, nervos, musculosque et venas rursum, non quaeret vitae continuatae rationem extra ipsam virtutem viscerum Mechanicam.

Hij, die den wonderlijken bouw van het hart, van zijn boezems tot zijn kamers, en den samenhang dier deelen aandachtig heeft gadegeslagen, alsook de hieruit noodwendig voortspruitende bewegingen van het bloed, dat uit het hart in de slagaderen stroomt, uit deze naar het merg der hersenen, de aanhangsels, de zenuwen, spieren en aderen en zoo weder terug naar het hart, zal de voortzetting van het levensproces niet anders trachten te verklaren dan uit de mechanische werking der ingewanden.

Facile enim illi erit, perspicuitate certe Mathematica demonstrare, unicum pulsum cordis datum in corpore sano sibi continuando esse causam.

Het zal hem immers gemakkelijk vallen, met wiskundige zekerheid te bewijzen, dat uit slechts één enkelen hartslag in een gezond lichaam elke verdere werking van het hart vanzelf voortkomt.

Longe minora numero, longe simpliciora sunt, quae vitae incolumitatem praestant, quam noster fingit animus.

Veel minder in aantal en veel eenvoudiger van aard, dan wij ons dat voorstellen, zijn de voorwaarden voor een goede gezondheid.

Leviores longe sunt rerum ingestarum in nobis mutationes, quam vulgo creditur.

De veranderingen, welke het voedsel in ons lichaam ondergaat, zijn veel eenvoudiger dan men algemeen aanneemt.

Minus compositae, quam ipsi putamus, vitae humanae causae.

De oorzaken van het menschelijk leven zijn minder samengesteld dan wij zelven meenen.

Si exacta structurae esset cognitio, si sensibilis probe nota esset humorum natura, doceret cito Mechanice ex simplicissimis fluereprincipiis, quae ignota maximam nunc pariunt admirationem.

Indien de bouw van het menschelijk lichaam ons nauwkeurig bekend was, indien wij volkomen waren ingelicht omtrent denaard der vloeistoffen, voor zoover die voor onze zintuigen waarneembaar is, dan zou de mechanica ons spoedig leeren inzien, dat datgene, wat ons nu, wegens onze onkunde, in de hoogste mate verbaasd doet staan, uit zeer eenvoudige beginselen voortvloeit.

Dicti veritatem tam paradoxi uno ab exemplo discere licebit, ut constet quam simplici negotio et Mechanico plane maximae quae habetur omnium operae mutatio in nobis fiat.

De waarheid dezer schijnbaar zoo paradoxe bewering kunt gij uit één enkel voorbeeld opmaken, waaruit U zal blijken, op welk een eenvoudige en geheel werktuigelijke wijze de allerbelangrijkste verandering in ons lichaam tot stand komt.

Pars pellucida animalis vivi microscopio aucta claro docet spectaculo, cruorem solo cordis pulsu in extremas trudi arterias, ibi elastica arteriae contractione retropelli aliquantulum quo momento ictus cordis cessans, ejusque valvulae concidentes, regressui spatium laxant.

Wanneer men een doorzichtig deel van een levend dier onder een microscoop legt, dan neemt men duidelijk waar, dat het bloed enkel door den hartslag naar het uiterste gedeelte der slagaderen gedreven wordt en, daar aangekomen, ten gevolge van de veerkrachtige samentrekking der slagader een weinig teruggedreven wordt. Op hetzelfde oogenblik houdt de hartslag op en vallen de hartkleppen dicht, om het bloed daardoor gelegenheid te geven, om terug te stroomen.

Reciproco hoc impulsu et repercussu varias mole partes cruoris applicari ubique ad diversa capacitatis hiatu oscula, intra haec recipi, vel inde repelli, tam clare, quam coelum hoc contueri est.

Dat door dezen afwisselenden aandrang en terugstoot de in massa verschillende deelen van het bloed in het geheele lichaam hunnen weg nemen naar de monden van verschillende openingswijdte en door deze nu eens worden opgenomen, dan weer teruggestooten, dit alles vertoont zich even helder aan ons oog als het zich boven ons welvende uitspansel.

Tum solo hoc artificio secedere sanguinem in diversa colore et tenuitate fluida, mox in venis iterum permiscenda eadem claritate cernitur.

Niet minder duidelijk zien wij het bloed zich verdeelen in vloeistoffen, onderling verschillend in kleur en graad van dichtheid, die zich vervolgens in de aderen weder vermengen; deze verschijnselen hebben dezelfde oorzaak als de voorgaande.

Id vero Chemicorum conflictuum perito evidens ipsi oculi aciei apparet, simplici impulsu aliunde dato, et vasis elatere, sine ullo fermenti signo omnia haec fieri.

En nu zal iemand, die geoefend is in het waarnemen van chemische processen, zelfs met het bloote oog kunnen constateeren, dat dit alles uitsluitend ten gevolge van een van elders komenden aandrang en de veerkrachtigheid der bloedvaten, zonder eenig teeken van gisting, tot stand komt.

Defixus saepenumero in speculatione hac anceps mihi haesit animus, an Spirantis cerneret animalis partem, an vero incilia meditatione summi Mathematici excogitata, manu peritissimi Mechanici affabrefacta, per quae liquores duceret, secerneret, misceretque absolutae artis consummatione perfectus Aquilex.

Vaak beving mij, terwijl ik in de beschouwing hiervan verdiept was, een twijfel, of ik wel een deel van een levend dier voor mij zag en niet veeleer een samenstel van kanalen, door een hoogst bekwaam werktuigkundige naar het ontwerp van een uitstekend mathematicus gebouwd, door welke een waterbouwkundige van den eersten rang vloeistoffen leidde, vaneenscheidde en vermengde.

Tandem vero si periculum capere juvat, an ex simplicibus etindubitatis sensuum experimentis demonstrari queant per Mechanicos illa, de quorum intellectu ante paucos annos nulla spes, Geometrico parta labore in usum exempli citare decet.

Wilt gij eindelijk door feiten in het licht gesteld zien, dat deWerktuigkundigen in staat zijn, door middel van eenvoudige en betrouwbare proeven zoodanige vraagstukken tot oplossing te brengen, die nog maar enkele jaren geleden voor onoplosbaar gehouden werden, dan behoef ik u slechts in herinnering te brengen, welke resultaten op dit gebied door wiskundigen arbeid verkregen zijn.

Perpendamus, quae docet, dum Mechanicen Medicis applicat Rebus, Borellus.

Men bestudeere aandachtig de geschriften vanBorelli, waarin deze zich bij de behandeling van medische vraagstukken van de Mechanica bedient.

Evolvantur, quae ex hujus Schola sapiens, eisdem usus principiis, et Malpigianis inventis fretus Oedipi instar extricat Bellinus.

Men leze na, welke ingewikkelde problemenBellini, een geleerde uit de school vanBorelli, met toepassing van dezelfde beginselen en voortbouwend op de ontdekkingen vanMalpighi, als een tweedeOedipusheeft opgelost.

Tum quae illorum laudato excitatus labore, Orbi erudito Problemata proposuit, demonstravitque, nobile quondam hujus Lycaei ornamentum Pitcarnius.

Vervolgens ook de problemen, diePitcairn, weleer een sieraad dezer hoogeschool, aangespoord door het succes van den arbeid der genoemde geleerden, aan de geleerde wereld heeft voorgelegd en opgehelderd.

Scheineri, Cartesii, Hugenii de oculo, Kircheri, Schelhammeri, et Morlandi de aure et auditu, scrutemur demonstrata.

Laat ons ijverig navorschen de verhandelingen vanScheiner, CartesiusenHuygensover het oog en die vanKircher, SchelhammerenMorlandover het oor en het gehoor.

Constabit an prosit Medico Mechanice!

Dan zal het toch zeker geen vraag meer zijn, of de Mechanica der Geneeskunde ten goede komt!

Apparebit quid sperandum sit, si ejus a peritis Medicis invehitur in Medicinam usus, si in exercitatione hac pergitur tamdiu, quamdiu patientia humana tam inepta sectarum molimina in disciplina Medica tulit.

Dan zal blijken, welke resultaten te verwachten zijn, indien Geneeskundigen, doordrongen van het nut dezer wetenschap, haar op hun eigen gebied gaan toepassen, en indien met deze methode even lang wordt voortgegaan als het verkondigen van de dwaze theorieën der philosophische scholen in de medische wetenschap geduld is geworden.

Haec autem vera esse, et usum habere in Medicis Mechanicen, quamdiu de Theoria agitur, consensus erit forte facilis, tamen ne hilum bonae frugis ipsi Artis exercitio afferre, pervolgata objicitur querela.

Dat het boven gezegde juist is en dat derhalve de Mechanica kan toegepast worden op de Geneeskunde, zal wellicht door ieder beaamd worden, zoolang er slechts sprake is van de Theorie; voor de practische uitoefening der Geneeskunde daarentegen wordt elk nut der Mechanica door de meeste menschen ten stelligste ontkend.

Quae quidem speciosa hac distinctione prolata, qui consistere queant simul, satis non video.

Hoe de bevestiging van het eene en de ontkenning van het andere, hoe spitsvondig deze onderscheiding ook geformuleerd is, kunnen samengaan, vermag ik niet te begrijpen.

Neque enim aliam hos intelligere Theoriam credo, nisi eam,quae ex proximis causis clare docet, quae sani hominis vita sit.

Want zij, die dit onderscheid maken, zullen onder de Theorieder geneeskunde toch niets anders verstaan dan de leer, die ons uit de naaste oorzaken een helder inzicht weet te verschaffen in het leven van den gezonden mensch.

Quod si, ut oportet, admittitur, sequetur Scientiam hanc noscendis, curandisque morbis auxilia suppeditare optima.

Is deze definitie juist—en ik geloof niet, dat iemand er eenig bezwaar tegen zal hebben,—dan volgt hieruit, dat deze wetenschap de beste hulpmiddelen oplevert voor het opsporen en genezen der ziekten.

Causas enim qui recte novit perfectae sanitatis, ille, quoties hae deficiunt, egregie ipsius defectus, id est morbi, originem rationemque comprehendet.

Immers hij, die de voorwaarden eener volmaakte gezondheid grondig kent, zal ook, wanneer een of meer van deze ontbreken, den oorsprong en het wezen der afwijking, dat is der ziekte, volkomen begrijpen.

Qui autem causam aegritudinis proximam clarissime vidit, maxime is idoneus, qui ei occurrat, est habendus.

Zal nu niet hij, die het helderst inzicht heeft in de naaste oorzaak eener ziekte, ook voor den meest geschikten persoon moeten gehouden worden, om die ziekte te bestrijden?

Eodem sc. modo se res habet ac in horologio, cujus si deviat index, errores imperitus notare, at corrigere ex arte nemo potest, nisi ille, qui requisitae structurae gnarus, vitia partium hinc et remedia invenit.

Het gaat er namelijk mede als met een uurwerk; als de wijzer afwijkt, zal ook een leek de fouten kunnen opmerken, maar ze volgens de regelen der kunst herstellen zal niemand anders kunnen dan hij, die kennis heeft van de inrichting van uurwerken en daardoor ziet, wat er aan de verschillende deelen hapert, hetgeen hem wederom de middelen tot herstel aan de hand doet.

Ita nulla lucis scintilla in Theoria Medica micat, ad quam in faciunda Medicina facem accendere non possit re peritus Artifex.

Zoo kan dus aan het kleinste lichtvonkje der theoretische Geneeskunde door een bekwaam Meester een fakkel ontstoken worden, die hem bij het practisch uitoefenen van zijn vak voorlicht.

Adeoque qui Mechanices in Speculatione, ille ejus in usu praestantiam fatetur.

Wie derhalve het nut der Mechanica voor de theorie der Geneeskunde erkent, doet het daarmede tevens ook voor de praktijk.

Docet hoc antiquitate nobilissima et usu ea artis pars, quae ab eo quod manu medetur nomen gerit, quae sc. an inventis Mechanicis carere queat vestra sit aestimatio.

Dit is vooral duidelijk bij dat zoowel om zijn hoogen leeftijd als om zijn uitgebreide toepassing hooggeëerde deel onzer wetenschap, dat zijn naam ontleent aan het „met de hand genezen“; oordeelt zelf, of de chirurgie de uitvindingen der Mechanica ontberen kan.

Instrumenta, quibus vitia emendat, quis felicior, quam Mechanicis imbutus Medicus inveniet?

Welke medicus zal met meer geluk instrumenten tot het herstellen van gebreken uitvinden dan een zoodanige, die door en door vertrouwd is met de Werktuigkunde?

Tenues, quae volitare putantur ante oculum, imagines, dum Matheseos imperiti ut oriturae in aqueo humore suffusionis primordia tractant, acerbis saepe erodunt tenellum et prava arte oculum.

De ijle figuurtjes, die men wel eens voor zijn oogen meent te zien zweven, worden door Geneesheeren, die onbedreven zijn in de Wiskunde, voor eerste verschijnselen eener aanstaande uitstorting in het waterachtig vocht gehouden; vandaar dan ook, dat zij het toch zoo teere oog, ganschelijk verkeerd, met scherpe vochten behandelen, die er vaak een groote verwoesting in aanrichten.

Harum vero sedem reticulo, causam arteriis Geometrae consilio dum reddit Willisius, dum demonstrat Pitcarnius, quam mutata est medelae facies?

Hoe geheel anders is echter de geneeswijze geworden, sedertWillismet wiskundig inzicht den zetel van dit verschijnsel in het netvlies en de oorzaak er van in de slagaderen gezocht enPitcairndit vermoeden tot zekerheid gebracht heeft.

Abacto externorum mordaci apparatu, misso sanguine, et solventi medicamine tuto tollitur, vel et negligitur malum.

Zonder gebruikmaking van eenig uitwendig bijtmiddel wordt het kwaad door aderlating en toediening van een oplossend middel op voor den patiënt onschadelijke wijze weggenomen, terwijl somtijds ook elke behandeling onnoodig geoordeeld wordt.

Oculi error a radiis male collectis quam inepte tentatur collyriis vel potus medicati haustu!

Welk een dwaasheid, een afwijking van het oog, bestaande in een verkeerde breking der lichtstralen, met oogwaters of drankjes te willen genezen!

Quam feliciter levatur perspicillis, quae cuique vitio singulari propria regulae definiunt Hugenianae!

Op hoe afdoende wijze worden daarentegen dergelijke gebreken verholpen door brillen, welke naar de voorschriften vanHuygensvoor elke afwijking in het bijzonder geschikt gemaakt kunnen worden.

Opto ut, qui omnem Mechanices usum ex praxi proscribunt Medica, intelligant prius vel unius Hugenii de emendandis visus vitiis Commentarios.

Ik wenschte, dat zij, die alle toepassing der Mechanica van de praktijk der Geneeskunde willen verre houden, maar eerst eens begonnen metHuygens’ werken over het opheffen der gezichtsstoringen te leeren verstaan.

Illustre enim illud Batavorum lumen, assumpta ex anatomicis oculi fabrica, et una morbi, cui succurrere vult, proprietate, mox ex meris Mathematicis reperit auxilium, quod usum praestat huic tantum malo, cujus proprietas assumta problema limitaverat.

Deze beroemde Nederlander heeft immers, met gebruikmaking van hetgeen de anatomie leert over de inrichting van het oog, overigens alleen lettend op het bijzondere karakter der ziekte, die hij genezen wil, weldra door louter wiskundige berekeningen een hulpmiddel ontdekt, dat slechts voor die kwaal afdoende is, welker door het onderzoek aan het licht gebrachte eigenaardigheid de kern van het probleem had uitgemaakt.

Intacto oculo, morbi effectum tollit; et inemendabilem in eo defectum vitri figurati supplemento farcit.

Zonder aan het oog te raken, heft hij de uitwerking der ziekte op en het onherstelbaar gebrek van het oog zelve wordt door het aanbrengen van een bijzonder gevormd glas onvoelbaar gemaakt.

En pulchra, in quibus, ut in speculo, spectatur Geometrarum in medicis Mechanice ratiocinandi methodus, usus et successus.

Ziedaar schoone voorbeelden, die een zeer duidelijk beeld vertoonen van de mechanistische methode, door de wiskundigen bij het behandelen van geneeskundige vraagstukken toegepast, van het nut, dat zij oplevert en het succes, dat er mede te bereiken valt.

Hac via si pertractabunt omnia, ut revera sensim poterunt, habebitur tandem certior, neque obnoxia figmentis, neque omni mutabilis hora, sed aeterna scientia medica.

Wanneer men volgens deze methode ook alle overige vraagstukken zal gaan behandelen—en ik twijfel er niet aan, dat men het langzamerhand wel zoover zal brengen—dan zullen wij eindelijk eens in het bezit komen van eene geneeskundige wetenschap, die, op zekerder basis gegrondvest en vrij van verzinselen, niet ten allen tijde veranderlijk, maar eeuwig dezelfde zal zijn.

Non est porro quod dicat quis, nondum confirmari vitia fluidorum adeoque internae aegritudinis causam, hujusque mitigationem auxiliis subjici Mechanicis.

Men brenge nu niet hiertegen in, dat het nog niet bewezen is, dat op de afwijkingen der vloeistoffen en dus op de oorzaken der inwendige ziekten en hare leniging met aan de mechanica ontleende hulpmiddelen een gunstige invloed geoefend kan worden.

Vel enim an impossibilis fructus hic, vel an necdum acquisitus quaeritur.

Want met die opmerking wordt hetzij deze vraag bedoeld, of dit resultaat wel ooit te bereiken valt, hetzij deze, hoe het komt, dat het nog niet bereikt is.

Si posterius, iniquos habemus et molestos Censores.

Wordt dit laatste bedoeld, dan hebben wij onbillijke en lastige beoordeelaars.

Quis aequo ferat animo peti, ut pauci Mechanici, qui Medicis a pauco tempore vacarunt rebus, ea jam perfecerint, quae tribus annorum millibus junctis viribus alii omnes vix potuerunt inchoare?

Is het niet ergerlijk, te hooren eischen, dat de weinige Werktuigkundigen, die zich eerst sedert korten tijd op geneeskundig gebied bewegen, een zoodanig werk reeds geheel volbracht zouden hebben, waaraan alle anderen te zamen in een tijdsverloop van drieduizend jaren met vereende krachten nog zelfs geen begin van uitvoering hebben kunnen geven?

Imo id omnino impossibile: quum enim Mechanices Medicis applicandae lex exigat, ut structura solidorum, natura liquidorum, effectus horum sensibiles in sanitate et morbis inserviant pro datis, quis tam absurdus, qui operosissimae Artis fastigium in ejus rudimentis quaerat.

Wordt daarmede niet iets geheel onmogelijks verlangd? Daar immers de eerste voorwaarde voor het toepassen der mechanica op de geneeskunde deze is, dat daarbij van de kennis van den bouw der vaste deelen, van den aard der vloeistoffen en van de verschijnselen, welke zij zoowel in normalen als in ziekelijken toestand teweegbrengen, als van vaste gegevens kan worden uitgegaan, is het dan niet ongerijmd, te eischen, dat zulk een omvangrijke wetenschap, terwijl zij nog in het eerste stadium harer ontwikkeling verkeert, reeds haar toppunt bereikt zal hebben?

Si autem judicat quis nunquam vel quidquam hac via perfectum iri, is, rogo, perpendat, morbi a fluido orti causam pendereut plurimuma vitiato ejus per vasa transfluxu.

Is er echter iemand, die meent, dat langs dezen weg nooit ook maar iets tot stand gebracht zal worden, dan moge hij wel bedenken, dat ziekten, die door een der vloeistoffen veroorzaakt worden, in verreweg de meerderheid der gevallen het gevolg zijn van een abnormale strooming dier vloeistof door de vaten.

Hoc Hippocratica, si componuntur Sanctorianis et quotidiani usus experimentis, docent.

Dit leeren ons de waarnemingen vanHippocrates, vergeleken met die vanSanctoriusen met de dagelijks door ons waargenomen verschijnselen.

Fluxus vero impedimentum internum vel languori virtutis impellentis, vel contractioni vasculorum convulsivae, vel liquidis copia, motu, spissitate, aut tenuitate peccantibus adscribetplerunque, qui vitae, sanitatis, morbi, mortis et cadaverum phaenomena comparavit sedulus.

En nu zal hij, die een vergelijkende studie gemaakt heeft van de verschijnselen, welke het menschelijk lichaam zoowel bij het leven, hetzij in gezonden of ziekelijken toestand, als bij en na den dood te aanschouwen geeft, den innerlijken grond van zulk een stoornis in de strooming in den regel zoeken in een verslapping der stuwkracht, een krampachtige samentrekking der vaten of inafwijkingen der vloeistoffen, wat betreft hare hoeveelheid, beweging en meer of minderen graad van dichtheid.

Quin adjumenta, quibus morborum miseriam lenimus aegris, ea prodesse gratiainprimis, qua dicta malorum capita auferunt, attenta nos docet contemplatio.

Een aandachtige beschouwing doet ons inderdaad zien, dat de gunstige werking der middelen, door welke wij de pijn onzer patiënten plegen te stillen, voornamelijk daaraan te danken is, dat zij de zooeven genoemde oorzaken der ziekten wegnemen.

Aurea comparentur Sydenhami observata demonstratis de missione sanguinis, stimulis et Villo contractili Bellinianis, et, postquam Mechanica plane ope juvare vulgata remedia constat, spes concipietur sensim demonstrandi regulas subire posse et vires eorum et applicandi rationem.

Men vergelijke de gulden waarnemingen vanSydenhammet de verhandelingen vanBelliniover de aderlating, de prikkels en de samentrekbaarheid der vezels, en wanneer men daaruit zal geleerd hebben, dat de heilzame werking der meest gewone geneesmiddelen op volkomen mechanische wijze wordt voortgebracht, zal men wel de verwachting durven koesteren, voor de werkingen dezer middelen en de wijze hunner toepassing langzamerhand vaste regels te zullen zien opstellen.

Vix enim me contineo, quin, praematurius forte, pronunciem simpliciores esse, et magis Mechanicas morborum maxime compositorum causas, quam ullus Medicorum cogitat.

Nauwelijks kan ik mij bedwingen, wellicht al te voorbarig, het uit te spreken, dat de oorzaken der oogenschijnlijk meest ingewikkelde ziekten eenvoudiger en van meer mechanischen aard zijn dan eenig geneesheer vermoedt.

Unius enim partis minima et simplicissima labes unionis necessitate et contagio totam saluberrimae Machinae vim subito pervertit.

Immers de minste en onbeduidenste beschadiging van één deel eener machine is in staat, tengevolge van zijne beroering met de overige deelen en den nauwen samenhang van het geheel, op eens de geheele machine, hoe gaaf ze overigens ook moge zijn, in de war te sturen.

Tenuissima acu, eaque ex purissimo Chalybe pungatur tendinis vel nervuli fibrilla in corpore sanissimo.

Laat eens in het meest gezonde lichaam een vezeltje eener pees of kleine zenuw door een zeer fijne naald van het zuiverste staal geprikt worden.

Heu quam dira ex vili vulnusculo tantillae particulae malorum, heu quam multiplex cohors!

Welk een gruwelijke opeenstapeling van kwalen ziet gij dan voortspruiten uit een onbeduidend wondje van zoo’n klein deeltje.

Dolor, rubor, tumor, ardor, pulsatio, febris, sitis, delirium, convulsio et horrenda tristis tragoediae catastrophe mors.

Pijn, een roode, opgezwollen plek, gloeiing, klopping, koorts, dorst, ijlhoofdigheid, stuiptrekkingen en de vreeselijke ontknooping der tragedie, den dood!

Spina, levisve festuca membranoso infixa loco eadem brevi parit.

Een doorn of fijne stroohalm verwekt, op een vliesachtige plaats binnengedrongen, in korten tijd dezelfde verschijnselen.

Et miramur venenorum spicula, pestis lanceolas, vel salium acumina similia peragere?

Waarom zouden wij er ons dan over verwonderen, dat de stekels der vergiften, de pijlen der besmetting of de prikkels der zouten een gelijke uitwerking hebben?

Quin solo motu externo quam mirae rerum mutationes in corpore sano!

Welke wonderlijke veranderingen zien wij in een gezond lichaam niet plaats grijpen zelfs alleen ten gevolge eener uitwendige beweging!

In gyrum agatur, vel jactetur maris fluctibus scaphae insidens insuetus: Quid fit? vertigo, pallor, nausea, vomitus, anxietas, mille morborum aerumnae, mille fluidi vitalis et incredibiles mutationes a solo motu oriundae.

Stelt U voor, dat iemand, zonder er gewoon aan te zijn, in een bootje op zee door de golven in een kring rondgedreven of heen en weer geslingerd wordt; welke verschijnselen doen zich daar niet voor! Duizeligheid, bleekheid, misselijkheid, braking, angst, allerlei ziekteleed, tallooze ongelooflijke afwijkingen van het levensvocht, en dat alles uitsluitend gevolg der beweging!

Qui ergo humores integros manere novit, quamdiu vi canalium conquassati propelluntur, qui stagnantes hos in calido, humidoque loco morbosos reddi statim et trahere sincera scit, qui ex uno simplicique malo infinita alia statim sequi animadvertit, facillime perspiciet exspectanda ad haec a mechanico medico promtissima tandem auxilia:

Wie derhalve weet, dat de vochten ongedeerd blijven, zoolang zij door den druk, dien de vaten er op uitoefenen, worden voortgedreven, dat zij echter door stil te staan op een warme en vochtige plaats terstond in een ziekelijken toestand geraken en ook gezonde deelen aantasten, wie waargenomen heeft, dat van één enkele onbeduidende afwijking tallooze andere afwijkingen het onmiddellijk gevolg zijn, zal gemakkelijk inzien, dat eerst van den mechanistischen geneesheer afdoende middelen hiertegen te verwachten zijn;

ex causis enim impediti fluoris, regulis superandae resistentiae, restituendi motus elastici, augendae virtutis cordis collatis cum morbi phaenomenis quid non invenietur tandem?

wat al ontdekkingen zullen haar ontstaan te danken hebben aan het in verband brengen der ziekteverschijnselen met de oorzaken der stoornissen in den bloedsomloop en de regels voor het overwinnen van den weerstand, het herstellen der veerkrachtige beweging en het versterken der hartwerking!

At enim vitam, morbos, sanitatem in nobis ex principiis fluere non Mechanicis mentis docet in corpora potestas. Frustraneus ergo tot irritorum conaminum labor! Vana supervacaneae Mechanicae speculationis spes.

Maar, zoo werpt men mij tegen, de macht van onzen geest over ons lichaam doet ons toch duidelijk zien, dat leven, ziekte en gezondheid uit niet-mechanische beginselen voortvloeien. Tevergeefsch derhalve is uwe inspanning, vergeefsch uwe pogingen! IJdel zijn de verwachtingen, die gij van uwe nuttelooze mechanistische studie koestert!

Talia aggerens utinam rideret securus, neque communem ignorantiae calamitatem eadem deploraret querela!

Het ware te wenschen, dat hij, die dergelijke tegenwerpingen maakte, zich slechts een onschuldig genoegen daarmede verschafte en dat in zijne schertsend geuite klacht niet tevens de beklagenswaardige ramp van ons aller onwetendheid tot uiting gebracht werd!

Quis enim miri hujus commercii vim invenire potuit in aliquo, quod corpus constituit vel mentem?

Want wie heeft ooit in een der samenstellende deelen van onzen geest of van ons lichaam ook maar iets kunnen ontdekken, dat voor het wonderbaarlijk samengaan van beide een verklaring oplevert?

Sciat tamen, virtutem cogitationis, simulac in corpus influit, totum quod in eo producit, facere corporeum, adeoque legi Mechanicae obediens.

Men houde echter wel in het oog, dat alle werkingen, die onze geest in ons lichaam teweegbrengt, van uitsluitend lichamelijken aard zijn en datdezedan toch aan de wetten der Mechanica gehoorzamen.

Quid refert causam mutationis primam non esse Mechanicam,quum hac insuper habita, effectum, qui corporeus, cognoscere, excutere, atque dirigere Mechanico detur Medico; quum hoc scopo sufficiat?

Wat doet het er toe, dat de eerste oorzaak der veranderingnietmechanisch is, als het toch den mechanistischen geneesheer gegeven is, zonder daarmede rekening te houden, van hare werkingen, die vanlichamelijkenaard zijn, kennis te nemen, ze grondig te onderzoeken en zelfs te besturen, wat toch het eenige doel is, dat hij bereiken wil.

Crescit nimium, pauca dum tangit leviter, Oratio.

Maar ik bemerk, dat mijne rede, hoewel slechts enkele punten oppervlakkig behandelend, al te zeer in omvang toeneemt.

Unum, quod palmarium jactant, quibus alia quam nobis mens est, ne declinando subdole evitasse me suspicentur, diluendum judico.

Toch komt het mij voor, dat ik op één punt, waaraan mijn tegenstanders hun krachtigst argument ontleenen, de beweringen van dezen niet onwederlegd mag laten; ik wil namelijk niet de verdenking op mij laden, dit punt, door het opzettelijk niet ter sprake te brengen, listiglijk ontweken te hebben.

Philosophos clamant et Mechanicos, ubi Medicae arti exercendae admoti fuere unquam, sinistro semper eventu repulsos fuisse. Disputatione non esse opus, quum artem horum Medicis nocere, re constet et experimento.

Is het niet waar, zoo roepen zij triomfantelijk uit, dat alle philosophen en Mechanisten, die zich tot nog toe aan de uitoefening der geneeskunde hebben gewaagd, steeds jammerlijk fiasco gemaakt hebben? Alle verdere redetwist is dus overbodig, daar het feitelijk en proefondervindelijk bewezen is, dat hunne wetenschap der geneeskunde slechts schaadt!

Quae verissima esse, si hos arguunt, quos in scholis superbus philosophi titulus effert, docet historia, docent, quae de rebus conscripsere medicis, volumina.

Ik geef toe, dat deze redeneering volkomen juist is, zoolang zij slechts gericht blijft tegen hen, die tot de scholen behooren, welker aanhangers zich den weidschen naam van philosoof hebben aangematigd; dit leert ons de geschiedenis, dit toonen de werken, die deze lieden over geneeskundige onderwerpen geschreven hebben.

Dum enim omnium prima rerum principia ex propriis creare cogitatis satagunt, dein vero ex iis, quae ipsi figmenti subtilitate prius in illis posuerant, peculiarem corporis cujusque naturam declarare, errasse ubique docet ipsa, quam commendo, Mechanices ratio.

Daar zij zich immers onledig houden met het louter uit eigen verbeelding opstellen van de beginselen aller dingen, om vervolgens uit de hoedanigheden, die zij met groote scherpzinnigheid aan die beginselen hebben toegedicht, den bijzonderen aard van elk lichaam te verklaren, blijken zij natuurlijk op alle punten gedwaald te hebben; en nu is het juist de door mij zoo warm aangeprezen mechanistische methode, die dat duidelijk aangetoond heeft.

Applicari rebus nequit, quam ratiocinio fecerant, conclusio, nisi prius illa, quae pro fonte argumenti liquido assumserant, rerum singularium, quae natae sunt, principiis esse eadem foret evictum.

De gevolgtrekkingen, waartoe zij langs logischen weg gekomen zijn, kunnen niet op de werkelijkheid toegepast worden, tenzij eerst is uitgemaakt, dat die dingen, welke zij als een zeker uitgangspunt voor hunne redeneeringen hebben aangemerkt, identiek zijn met de beginselen van de afzonderlijke voorwerpen, die de natuur ons te aanschouwen geeft.

Haec vero, quum infinita, eaque semper diversa esse queant, patet casu veritatem nunquam sic detectum iri.

Daar deze beginselen nu echter misschien wel oneindig in aantal en alle onderling verschillend zijn, zoo blijkt het, dat de waarheid hieromtrent onmogelijk bij toeval, zooals zij zich inbeelden te kunnen doen, ontdekt kan worden.

Quod si considerassent sedulo, tam Scholastici dicti, quam plurimi Mechanicorum Cartesii sequaces non fuissent arbitrati id sibi datum negotii, ut ex fictorum principiorum praeceptis corpus humanum regerent, sed ut ex his, quae observatio prius docuerat hominem constituere, ipsa dein artis elementa applicata Mechanica conderent.

Indien dit zoowel door de zoogenaamde scholastieken als door een groep van Mechanisten, die tot de school vanCartesiusbehooren, ernstig in het oog gehouden ware, dan zouden zij niet in den waan verkeerd hebben, dat het hun tot taak gesteld was, het menschelijk lichaam te richten naar voorschriften, die op verdichte beginselen berusten, maar zij zouden begrepen hebben, dat de elementen der door hen beoefende wetenschap met behulp der Mechanica door hen opgebouwd moesten worden uit datgene, wat de waarneming ons omtrent de samenstelling van den mensch leert.

At si Mechanico, quem jam descripsi, Medico hanc dicunt contumeliam, exempla ignominiae citent exspecto.

Indien men echter dit verwijt den mechanistischen Geneeskundige, zooals ik U dien beschreven heb, naar het hoofd slingert, dan vraag ik bewijzen voor dien laster.

Non equidem, qui nostri capit animi sensum, negabit ullus, accuratissimum Mathematicum pessimum forte futurum Medicum.

Natuurlijk zal niemand, men versta mij wel, zoo dwaas zijn te beweren, dat de meest nauwgezette Wiskundige niet een allerjammerlijkst figuur als geneesheer kan maken.

Quo enim talis pertinet Oratio?

Wat zou zulk een bewering wel te beteekenen hebben!

Non in Mechanico Medicinae, in Medico vero Mechanices peritiam desidero.

Ik verlang ook niet, dat de Mechanist verstand hebbe van de Geneeskunde, maar omgekeerd eisen ik van den Geneeskundige kennis der Mechanica.

Usu peritum Medicum experimentis medicis defecto Mechanico in morbis curandis qui post habet, insaniet.

Het zou allerdwaast zijn, een practisch ervaren Geneesheer ten opzichte van het genezen van ziekten te willen achterstellen bij een Werktuigkundige, die ganschelijk onbedreven is in de geneeskunde.

Sed aequa instructorum experientia hunc promovendae arti meliorem, qui Mechanicis callet prae alio praeceptis, id affirmo, id demonstrandum sumserat Oratio.

Slechts dit verklaar ik, slechts dit wilde ik door mijne redevoering duidelijk in het licht stellen, dat van twee geneeskundigen, die gelijke ervaring in hun vak hebben opgedaan, hij het meest geschikt is om zijne wetenschap vooruit te brengen, die meer dan de ander met de regelen der Mechanica vertrouwd is.

Ne vero, quod ubique contigisse doleo, sinistram, quae dixi, interpretationem subeant, age describam compendio speciem illius, cujus imago animo obversatur meo, Medici.

Opdat nu echter aan mijne woorden geen scheeve uitlegging gegeven worde, wat tot mijn grooten spijt reeds zoo dikwijls is voorgekomen, zal ik U een korte schets geven van den Geneesheer, zooals die mij steeds als een ideaal voor oogen zweeft.

Depingitur ille, ducendis studii Medici primis lineamentis incumbens, tanquam affixus Geometricae contemplationi figurarum, Corporum,Ponderum, Velocitatis, Fabricae Machinarum, et, quae inde oriuntur in alia corpora, Virium.

Stelt hem U voor, bezig met het leggen van den eersten grond voor zijne geneeskundige studiën, geheel en al verdiept in de wiskundigebeschouwing van figuren en lichamen, gewicht en snelheid, de inrichting van werktuigen en de werkingen, die daarmede op andere voorwerpen kunnen uitgeoefend worden.

His dum mentem exercet, claro discit praecepto et exemplo, liquida ab obscuris, a falsis vera secernere, et ipsa judicandi tarditate animo conciliare prudentiam.

Terwijl hij door deze studiën zijnen geest oefent, kunnen hem deze tevens tot nauwkeurig richtsnoer dienen, om duidelijke van onduidelijke, ware van onware voorstellingen te onderscheiden; tegelijkertijd zal hij, gedwongen tot langzaamheid in het oordeelen, zich de zoo hoog noodige voorzichtigheid eigen maken.

Ita postquam nudas simplicium corporum actiones expendere, has ex veris, clarisque causis deducere novit, maturum habet ingenium, qui fluididatis, Elateris, tenuitatis, ponderis, tenacitatisque in fluentibus proprietates ab Hydrostaticis cognoscat.

Nadat hij aldus geleerd heeft, de enkelvoudige werkingen der niet samengestelde lichamen na te gaan en deze uit haar ware en ontwijfelbare oorzaken af te leiden, is zijn geest rijp geworden, om de verschillende eigenschappen der vloeistoffen, te weten haar vloeibaarheid, elasticiteit, ijlheid en gewicht, die de hydrostatiek uitvoerig behandelt, nader te bestudeeren.

Jam animi vigore robustior fluidorum vires in machinas, harumque in illa rigore addiscat Mathematico, Experimentis confirmet Hydraulicis, et Mechanicis, Chemicis illustret, Ignis, Aquae, Aëris, Salium, et aliorum maxime similium corporum ingenium speculatus et actiones.

Daarna ga hij, zijn denkvermogen aldus gescherpt hebbende, er toe over, de werkingen, die vloeistoffen op werktuigen en die deze op gene uitoefenen, volgens streng mathematische methode te onderzoeken, versterke de op die wijze opgedane kennis door hydraulische, mechanistische en chemische proeven, terwijl hij de geaardheid en de werkingen van het vuur, het water, de lucht, de verschillende zouten en andere dergelijke stoffen nauwkeurig gadeslaat.

Altera mox tabulae facies sacris jam Medicis admotum exhibet.

Een tweede tafereel vertoont hem ons, zich reeds bevindend binnen de gewijde ruimte, waar de Geneeskunde zelve beoefend wordt.

Oculum ibi Geometriae luce acutum ad incisa cadavera, ad spirantium corpora brutorum aperta tacitus circumfert.

Daar zien wij hem zijne oogen, gescherpt en verhelderd door wiskundige onderzoekingen, zwijgend richten op geopende lijken en op lichamen van levend geopende dieren.

Jam vasorum structuram, figuras, firmitatem, ortum, fines, nexus, curvaturas, flexilitatem contemplatur et elaterem.

Aanstonds beschouwt hij met aandacht den bouw, de vormen, de vastheid, de begin- en eindpunten, de verbindingen en krommingen, de buigzaamheid en veerkrachtigheid der vaten.

Excitatus spectaculi mirabilitate, mox conspecta ad eum, quo jam pollet cognito, Mechanismum applicans, abditas detegit harum partium virtutes.

Door dit wonderlijk schouwspel geprikkeld, past hij weldra op de door hem waargenomen verschijnselen de wetten der Mechanica, welke hem reeds van vroeger bekend zijn, toe en ontdekt zoodoende de verborgen eigenschappen der aanschouwde lichaamsdeelen.

Quam variis, pulchris, utilibusque utentem cernimus auxiliis, quibus recentiorum industria pomoeria extendit anatomes.

Van hoe verschillende, schoone en nuttige hulpmiddelen, waarmede de vlijt der jongere geleerden de grenzen der ontleedkunde heeft uitgebreid, zien wij hem gebruik maken.

Aliorum certe durissimo parta labore inventa in suos usus dum accommodat, claram sibi sistit humanae fabricae imaginem.

Terwijl hij zich de door anderen eerst na zeer veel inspanning gedane ontdekkingen ten nutte maakt, vormt hij zich een duidelijk beeld van den bouw van het menschelijk lichaam.

Cui fluidorum vitalium nectit notitiam; hanc Anatomicis, Chemicis, Hydrostaticis, ipsiusque microscopii adjumentis in vivo corpore, et extra illud examinat; tum mox accuratissimam omnium sensibilium, quae in sanitate contingunt, historiam omni arte, undique comparatam evolvit.

Vervolgens zet hij zich aan de bestudeering der levensvochten, welke hij zoowel in als buiten het levend lichaam met alle middelen, die hem Anatomie, Chemie en Hydrostatiek ten dienste stellen, alsook met behulp van het microscoop aan een grondig onderzoek onderwerpt. Eindelijk zal hij zich dan door zijne van alle kanten bijeenverzamelde gegevens een volledig overzicht kunnen verschaffen van alle verschijnselen, die het lichaam in gezonden toestand te aanschouwen geeft.

En suis instructum datis, ut sanitatis Theoriam scribat!

Ziedaar iemand, die uitsluitend door de gegevens, welke hij zich zelf verschaft heeft, in staat gesteld is tot het schrijven eener Leer van den normalen lichaamstoestand!

Ex his singulatim perspectis, expensis, comparatisque inter se, auxilio Mechanices, severitate ordine et prudentia Geometrica, lento gradu festinans elicit, quae in his comprehensa sensibus abduntur, rationi patent.

Met behulp van deze gegevens nu brengt hij, na eerst elk afzonderlijk nauwkeurig onderzocht en overwogen en ze vervolgens in hun onderlingen samenhang bestudeerd te hebben, met toepassing van de wetten der Mechanica en met streng wiskundige regelmaat en behoedzaamheid te werk gaande, langzaam maar zeker waarheden aan het licht, die, hoewel in die gegevens opgesloten liggend, niet door zinnelijke waarneming daarin ontdekt, doch slechts door logische redeneering daaruit afgeleid kunnen worden.

Sic proximae cujusque effectus causae indagantur, harum natura ex indole collectorum, cognitorum et comparatorum phaenomenon indagata perficitur, firmatur, et sensim ex horum aggregato consummatur tandem.

Aldus worden de naaste oorzaken van iedere werking opgespoord; deze maakt hij namelijk op uit den hem reeds bekenden aard der verschijnselen, welke hij bijeenverzameld, onderzocht en onderling vergeleken heeft, zoodat hij zich langzamerhand, als vrucht van al deze onderzoekingen, een duidelijk en volledig beeld van het wezen dier oorzaken zal kunnen vormen.

Quid speratis futurum, qui ad hanc normam sua exigit studia?

Welke schoone resultaten zal hij niet kunnen bereiken, die bij zijne studiën dezen weg volgt!

Nonne immutabilis et coaeva erit haec scientia ipsi naturae humanae, ex cujus sc. elicitur indole, in qua fundatur tantum?

En zal de wetenschap, op deze wijze verkregen, niet onveranderlijk vaststaan en even duurzaam zijn als de menschelijke natuur zelve, uit welker innerlijk wezen zij immers is opgedolven en welke haar eenigen grondslag uitmaakt?

Nonne certa erit, quae innixa iis, quae omnes pari agnoscunt evidentia, castigatissima caute procedit fide?

Zullen de resultaten van zulk een wetenschap niet onbetwistbaar zijn, die, slechts steunend op wat allen met gelijke beslistheid als waar erkennen, met de strengste nauwgezetheid behoedzaam voortschrijdt?

Nonne definita satis et ipsis erit rebus utilis, quae certis, claris, et sensibilibus corporis humani proprietatibus solum debet causae proximae, quaeque nostro subjicitur imperio, inquisitionem accuratissimam, idque via, qua erratum nunquam?

Zal die wetenschap niet genoegzaam betrouwbaar en ook voor de praktijk nuttig zijn, welke bij haar grondig en met toepassing eener onfeilbare methode ingesteld onderzoek naar de naaste en onder ons bereik vallende oorzaken slechts van die eigenschappen van het menschelijk lichaam uitgaat, die stellig vaststaan en duidelijk voor onze zintuigen waarneembaar zijn?

Lento crescet, fateor, et occulto adolescet augmento, quilibet tamen vel minimus progressus gradus ad altiora firmus erit, et novi incrementi immutabilis causa.

Ik erken, dat zij op die wijze slechts uiterst langzaam en nauw merkbaar zal groeien en opwassen; daartegenover staat echter dit belangrijke voordeel, dat elke, ook zelfs de geringste, vordering, die zij maakt, een vaste schrede voorwaarts beteekent en een hechten grondslag vormt, waarop verder voortgebouwd kan worden.

Hoc autem labore defunctum, adspirantemque ad metam jam videte in ultima picturae parte adumbratum.

Het laatste tafereel mijner schets eindelijk vertoont U onzen geneesheer, al dit werk reeds volbracht hebbend en naar den eindpaal strevend.

In ipsa nunc adyta se penetrat, in ipsa æsculapii penetralia!

Nu dringt hij door tot het allerheilige, tot het binnenste van den tempel vanAesculapius!

En Tabulas Hippocraticas, fidaque Grajorum, quae scrutatur, scripta!

Thans doorvorscht hij de Tafelen vanHippocratesen de zoo betrouwbare geschriften der Grieken!

Jam ex abundanti Medicorum Thesauro colligit quidquid sparsum haeret mellis medicati.

Ziet hem uit den overvloedigen schat der geneeskundige schrijvers vlijtig bijeenverzamelen, wat er overal in hunne werken aan kostelijke gegevens te vinden is!

Hic incisa, quorum notaverat morbos, ruspatur cadavera; illic in brutis arte factas aegritudines observat; nunc omnia morborum effecta et remediorum ipse experimento colligens; nunc eadem ex optimis Auctoribus addiscens;

Nu eens opent hij, ten einde ze te onderzoeken, lijken, waaraan hij pathologische afwijkingen ontdekt heeft, dan weer neemt hij bij dieren ziekten waar, die hij kunstmatig bij deze heeft verwekt; nu eens verzamelt hij uit eigen ervaring allerlei gegevens omtrent de uitwerkingen van ziekten en geneesmiddelen, dan weer vult hij de aldus opgedane kennis aan door het raadplegen van de beste schrijvers op dat gebied;

tandem cuncta digerens, expendensque inter se componit, et his, quae Theoria demonstravit, comparat, unde historiam denique curationemque morborum firmet.

eindelijk schikt hij al deze gegevens samen, terwijl hij ze regelt en nauwkeurig overweegt, en vergelijkt de aldus gevonden resultaten met wat de Theorie hem geleerd heeft, zoodat hij ten slotte een degelijk inzicht krijgt in den loop en de geneeswijze der verschillende ziekten.

En Vobis ultima manu absolutam consummati Medici imaginem!

En hiermede heb ik de laatste hand gelegd aan het voor u geschetste beeld van den volmaakten geneesheer!

Hanc Mechanicis egere auxiliis ut perficiatur, satis, ni fallit me animus, evictum.

Dat deze hoogte onmogelijk bereikt kan worden zonder de studie der Mechanica, meen ik thans genoegzaam te hebben aangetoond.

Huic consimilem me reddere, ad hanc me componere studui, ut medicinam feci.

Sinds ik mij op de studie der geneeskunde toelegde, heb ik getracht, dat beeld te evenaren, mij daarnaar te richten.

Ad hanc polire eorum, qui meae se committunt disciplinae, ingenium summa ope enixus sum, dum in Vestro hoc salutis fano ex Auctoritate vestra Musagetae Illust. medicinam docui.

Naar dat model den geest te vormen van hen, die zich aan mijne leiding toevertrouwen, daartoe, Heeren Curatoren, heb ik steeds al mijne krachten ingespannen, zoolang ik op uw gezag aan deze hoogeschool de geneeskunde onderwees.

Eam, dum Dei munere spiro, ambitiose colere non desinam.

Dat ideaal zal ik, zoolang God mij het leven schenkt, niet ophouden ijverig na te streven.

Non credulitate stulta, non stupore ignari vulgi, non verbosis strophis, sed clara demonstrationis fide Artem, cui nostra credimus capita, commendare affectabo.

Niet door partij te trekken van de dwaze lichtgeloovigheid en de domme verbazing der onkundige menigte, niet door een verblindenden woordenvloed, maar door duidelijke en onbetwistbare resultaten zal ik voor de wetenschap, waaraan wij allen ons leven toevertrouwen, eerbied trachten af te dwingen.

Vos Optimi Juvenes, qui illi Scientiae consecrastis pectora, a qua incolumitatem sperat salutis Humanum Genus, Vos Picturam. Medici contemplati primis miremini ab annis.

Moogt gij, voortreffelijke jongelingen, die u met de borst op deze wetenschap toelegt, door welke het menschelijk geslacht zijn ongestoord welzijn hoopt verzekerd te zien, het door mij ontworpen beeld van den idealen geneesheer reeds van uwe eerste studiejaren af aandachtig beschouwen en er bewondering voor opvatten.

Ita Vos agite rem vestram, ut lineamentis, coloribusque hujus imaginis formosi, salutares hominibus audiatis genii!

Kwijt u zóó van uwe taak, dat gij u, getooid met de trekken en tinten van dit beeld, den naam van reddende engelen der menschheid verwerft!

Nulla est, quae pulchriora laborum praemia Cultoribus persolvit, quam Medica Sapientia.

Er is geen wetenschap, die haren beoefenaren schoonere belooningen voor hunnen arbeid ten deel doet vallen dan de Geneeskunde.

Non alia est, quae Mortalibus gratiores, magisve utiles vel necessarios reddere vos possit.

Geen andere is er, die u aangenamer, nuttiger en onmisbaarder voor uwe medemenschen kan maken.

Excitemini o generosae mentes! Excitemini pulchritudine Artis, cujus effectu beatus his in terris nemo carere poterit!

Geraakt in geestdrift, edelaardige geesten, geraakt in geestdrift voor de schoonheid dezer kunst, zonder welker hulp voor niemand hier op aarde het geluk bestaanbaar is!

Nunquam rei difficultas calidum vestri animi retundat impetum!

Dat toch nooit de moeielijkheid dezer studie de onstuimigheid van uwen vurigen geest beteugele!

Ardua est, fateor, quae ad Panaceae ducit delubra, via.

Hoogst bezwaarlijk, ik erken het, is de weg, die tot het heiligdom vanPanacea5voert.

Sed complanavit hanc improbus aliorum labor, superarunt praerupta, perrupere fortes, Vos alacres sequamini!

Doch anderen hebben dezen door hunnen onvermoeiden arbeid geëffend; met groote dapperheid wisten zij, alle moeilijkheden overwinnend, het einddoel van hunnen tocht te bereiken; volgt gij nu moedig hun voorbeeld!

Hos habetis in hac Academia ad Medicinam Duces, qui ditioreslonge Vobis explicent thesauros, quam Epidauriae olim columnae, Pergamenae tabulae, Cnidii parietes, vel folia largiebantur Coaca.

Gij vindt in deze hoogeschool zoodanige leidslieden op hetgebied der geneeskunde, die u veel rijker schatten kunnen toonen dan weleer de Epidaurische zuilen6, de Pergameensche boekrollen7, de Cnidische wanden6en de Coische bladen7opleverden.

Habetis, qui secreta quaeque Matheseos arcana incredibili perspicui sermonis facilitate revelet, rebusque applicare Medicis praemonstret, Volderum.

Gij vindt hier iemand, die de kunst verstaat, met een ongelooflijk gemak in duidelijke taal de meest verborgen geheimenissen der Wiskunde bloot te leggen en die u zal leeren, deze op geneeskundige vraagstukken toe te passen.

Optimorum sane sententia natum ad haec sacra, Nostroque encomio longe majorem Virum!

Het isVolder, een man, die naar het oordeel der besten onder ons geboren schijnt voor deze gewijde taak, een man, die verre boven onzen lof verheven is!

Cujus disciplinae liberali infinitum me debere grata memoria et publice hic agnosco, et dum huic constabit menti sanitas ingenue semper Ego et candide meminero.

Met een van dankbaarheid vervuld gemoed spreek ik het hier gaarne openlijk uit, dat ik aan zijne milde voorlichting oneindig veel verschuldigd ben en steeds, ten minste zoolang ik nog helder van hoofd ben, zal ik mij mijne groote verplichtingen jegens hem eerlijk en oprecht voor oogen houden.

Horum ergo dum lego vestigia, si quid vobis adjumenti praestare posse censeor, praesto sum qui ita me geram, ut ex vestro meum me comparare commodum opere ipso testari possim.

Indien gij nu van oordeel zijt, dat ik U tot eenigen steun bij uwe studiën kan dienen, dan zal ik gaarne, het voetspoor dezer groote mannen volgend, er met alle macht naar streven, metterdaad het bewijs te leveren, dat ik mijn belang slechts in het uwe zoek.

Vobiscum Veterum placita, Recentiorum et propria, si quae sunt, observata undique indefesso labore colligere, ex his laudatae Mechanices arte doctrinam Medicam condere non desinam, quamdiu in hac versanti slatione, vires dederit Deus!

Zoolang God mij de kracht verleent, dit ambt naar behooren te vervullen, zal ik niet ophouden, met U de uitspraken der Ouden en de waarnemingen der jongeren met onverdroten ijver van alle kanten bijeen te verzamelen, waarbij ik dan nog de resultaten mijner eigen onderzoekingen, die ik geef voor wat ze zijn, zal voegen, ten einde, toegerust met al deze gegevens, met behulp van de door mij zoo uitbundig geprezen Mechanica, het onze bij te dragen tot den opbouw der medische wetenschap!

Agite ergo Commilitones Studiosi totus quod commendavit sermo, felici hujus anni Academici auspicio inchoare et perficere certatim tentemus opus!

Welaan dan, wakkere studiegenooten, laat ons het werk, waartoe mijne gansche redevoering U aanspoorde, onder de zegenrijke begunstiging van het thans aangebroken academisch jaar als om strijd aanvatten en het zoo mogelijk voleinden!

Vestra frequentia incitatus docentis vigor id aget, ut, qui naturaefacultate et eruditionis plurimis postponendum me sentio, sedulitate certe cedam nulli.

Laat uwe trouwe opkomst bij mijne lessen zulk een geestkrachtin mij ontvonken, dat ik, die mij volkomen bewust ben, wat natuurlijken aanleg en geleerdheid betreft, bij zeer velen achtergesteld te moeten worden, in ijver tenminste voor niemand zal behoeven onder te doen.

Laboris autem summum habebo pretium, si vestro applausu, Vobis meam profuisse diligentiam, orbi constet, si vestri in hoc Athenaeo studii felicitas claritate famae plures alliciat.

De hoogste belooning voor mijnen arbeid echter zal ikdanmeenen deelachtig te worden, wanneer het door uwe toejuiching der wereld zal blijken, dat de door mij betoonde vlijt U ten goede gekomen is, wanneer de roep van den voorspoed uwer studiën aan deze hoogeschool meerderen zal verlokken, onder hare leerlingen plaats te nemen.

Hoc enim votum illud est,Illustrissimi Curatores, Amplissimi Coss., cujus successu alacer, rerum Vestro auspicio, Vestra in Academia gestarum rationem Vobis reddere audebo.

Slechts als deze mijn wensch in vervulling getreden zal zijn, zal ik, Edel Groot Achtbare Heeren Curatoren, Edel Achtbare Heeren Burgemeesters8, de resultaten van mijn onderwijs, onder uwe bescherming aan uwe hoogeschool gegeven, met vertrouwen aan uw oordeel mogen onderwerpen.

Unum hoc dignum habebo, quo Genium Vestrum adorem, donarium.

Dit beschouw ik als het eenige waardige geschenk, waarin uw verheven geest behagen zal kunnen scheppen.

Omni sic adulationis fuco deterso, sincero certe animi candore referre me putabo, quas Vestrae benignitati animus debet, gratias!

Op deze wijze hoop ik, zonder eenige valsche vleierij maar met niet minder oprechtheid van zin U den dank, waartoe ik mij jegens U verplicht gevoel, metterdaad te toonen!

Docendi enim admotum muneri, duoque jam meritum stipendia, exploratum adeo, honorificis promissis et nova liberalitate nec opinantem excitastis denuo.

Gij toch hebt mij, na mij tot het leeraarsambt te hebben geroepen en gedurende de twee jaren, waarin ik dit ambt bekleedde, mijne werkzaamheden aandachtig gadegeslagen te hebben, onverwacht door hoogst vereerende beloften en nieuwe bewijzen uwer mildheid tot nog meer ijver geprikkeld.

Ego, ex multis, quas in Vobis veneror, virtutibus, unam prae caeteris eximiam habendam esse a Sapientibus accepi, sinceram nempe Vestri favoris integritatem.

Onder de vele deugden, die ik in U vereer, is er ééne, die volgens het mij ter oore gekomen oordeel van wijze mannen hooger dan alle andere gesteld moet worden: het is de strikte onpartijdigheid, waarmede gij bij het betoonen van uwe gunst te werk gaat.

Summam dico, et Reip. literariae solam salutarem Virtutem, qua praemia meritis, non gratiae servire jubetis, neque ambitioni.

Eene voortreffelijke en der wetenschappelijke wereld het allermeest ten goede komende eigenschap noem ik haar; U door haar latende leiden, hebt gij slechts belooningen voor werkelijke verdiensten over; alle gunstbejag stuit op haar af.

Quare benefacti pretium Vestra ex gravitate ponderans, vix mihi tempero, quin tanti testimonii gloria animosus, quo coepi pede, pergam alacrior!

Wanneer ik dan ook naar uwe hoogheid van karakter de waarde afmeet van de onderscheiding, welke gij mij verleend hebt, dan voel ik eenen onweerstaanbaren drang in mij, om, aangevuurd door zulk een eervol getuigenis, onverwijld op den ingeslagen weg met frisschen moed voort te gaan!

Verbosae ergo pompae loco, qua gratiarum actio suspecta redditur et Sapientibus odiosa, pauca ego haec religiosus spondeo!

Met terzijdelating derhalve van allen ijdelen woordenpraal, die bij eene dankbetuiging het teeken van onoprechtheid pleegt te zijn en volstrekt geen genade kan vinden in de oogen van wijze mannen, wil ik U slechts het volgende plechtig beloven!

Vestram Dignitatem summo venerationis cultu et obsequii semper colam sedulus!

Ik zal mij steeds bevlijtigen, uwe waardigheid door het betoonen van den diepsten eerbied en de uiterste dienstwilligheid hoog te houden!

Diligens sic mea se acuet industria, ut Vestrum favorem plurimi me facere et legitimis ultra ambire artibus, demonstrem.

Ik zal zorg dragen, mijnen ijver tot zulk een hoogte op te voeren, dat het blijke, dat ik uwe gunst op den hoogsten prijs stel en mij haar door gepaste middelen steeds in meerdere mate wil trachten te verwerven.

Id studebo, ut bene agendo benefici, quod de me tulistis, judicii aequitatem Orbi ipse comprobem!

Ik zal er naar streven, de juistheid van het welwillend oordeel, dat gij over mij geveld hebt, der geheele wereld door mijne daden te doen blijken!


Back to IndexNext