De schuttersdoele.

De schuttersdoele.Reeds in het jaar 1501 vinden wij gewag gemaakt van het volgende octrooi voor de »voetbooghschutters van St. Joris Gilde” teOudewater. Uit dit octrooi bekomen wij echter de verzekering, dat zij reeds lang vóór genoemd jaar zich te dezer plaatse bevonden en hun aantal op het genoemde tijdstip niet minder dan 80 tot 90 bedroeg. Wij laten dit octrooi nu volgen:Philips, by der Gracie Goids, Eertshertoge vanOistenryck&c. onsen lieven en getrouwen Raedt ende Tresor. Gnerl: van allen onsen Domeynen ende Finan: Jeronimus Lauwerin; Saluyt ende Dilectie. Wy hebben ontfaan die oidmoedige Supplicae. van onsen welgheminden die Burchers der stede vanOudewaterover ende in den naame van de Handboech-Schutters van den Ghilde van St. Joris der voirsz: Stede, inhoudende, hoe deselve gelegen is op tie Frontiren van onsen Lande vanHolld. strekkende aan den Gestichte vanUtrechtende Lande vanGelre, dewelke na den overlyden van wylen onsen lieven Heer ende Grootevader Hertoge Karel vanBourgn. Zaliger gedagten, veel groote sware lasten en costen gehad ende geleeden hebben van diverse Oirloogen, niet alleen van den Oorloge vanUtrecht, maar alle andre die geweest zyn in onse voirsz. Lande ende Graaflicheyt vanHollandals oick in de voirsz. Lande vanGelre, Ende hebben de voirsz: Suppliante tot seekerheyd van der voirsz: Stede vanOudewateropgesteld ’t voirsz. Ghilde van St. Joris van den Voetboech Schutters, tot in den getale van tagtigh of tnegentigh persoenen, om welke ghilde ende gezelschap ’t onderhouden by Hertoge Philips ende andre onse Voorvaderen, die voorsz. Supplianten verleend ende gegeven hebben geweest Vyff ende Twintig Cliuts ’t s’Jaars tot XXX Gron. ’t stuk, dewelke sy den voirsz. Supplianten beweesen hebben gehad te ontfaan by handen van den Rentmeester ’t s’Lands vanWoerden, ende hebben ’t selve alsoe gebruyckt tot in den Jaar toe van LXXVIIJ. Dat die geroyeerd zyn geweest by gebrek van nyeuwe brieven van gfirmatien van wylen onse lieve Vrouwe ende Moeder die Eertshertoginne Saliger gedagten. Ende in den Jaar van LXXXVIJ. soe zyn die voirsz. XXV. Cliuts s’Jaars den voirn. Schutters weederome beweesen geweest op den Rentmeester van den Beede inHolland, als doe wesen uyt kragte van nyeuwe brieven van Confirmacien van mynen Genadigen Heer ende Vader myn Heer den Coninck, sedert welk tyt tot in den Jaar toe van XCIIJ. de voirsz. Schutters niet meer betaald en syn geweest, mits datter gheen Beede inHollandendeVrieslanddaar en binnen loop gehad en heeft, ende hoewel dat seedert den voirsz. Jaar XCIIJ. diversche Beeden inHollandtloop gehad hebben ende nog doen, nochtans en hebben die voirn. Schutteren van den voirsz: XXV. schilden binnen derselver tyd niet ontfaan, overmits dat sy van huer voirsz. ghifte tot nu toe gheen gfirmacie verkreegen en hebben. Twelke hem compt ende keert, tot grooten hinder schade en achterdeele, ende meer sal er werde hen by ons hier op niet voirsien van onse gracie ende behoorlick provisie alsoo zy seggen, Ons zeer oidmoedelick daar ome biddende, SOE IS ’T dat wy die saken voirsz. overgemerct, ende daar op gehad ’t advys, eerst van onsen lieven ende getruwen, die Luyden van onse Reekn. in denHage, ende daer na van u, wy hebben den voirn. Schutters van St. Joris Gilde, in onze voirsz. Stede vanOudewater, genegen wesende ter Beede ende begeerte van de voorn. Supplianten, ende ten eynde dat sy te bat gehert mogen syn te verstaan tot bewaaringe ende seekerheyt van de selver onser Stede vanOudewaterdaer veel belancx in leyd die Brieven van Gifte ende Octroye van de voirsz. vyff ende Twintich Scilden ’tsjaars, henl. gegonnen ende verleend by onsen voirsz. Voirders als voirsz. is, geconfirmeerd, gevesticht ende belieft, ende vuyt onsen rechten wetentheyt ende zonderlinge gracie, confirmeeren, vestigen ende believen, mits desen onzen Brieve, Ende op dat s’noot sy, hebben hen die selve XXV. scilden ’s jaars van nieuws gegonnen ende verleend, gonnen en verleenen mits deesen onsen voirsz. Brieve, om die van nu voortaan Jaarlicx te hebben, ontfangen ende gebruyken van de Penn. comende van onsen Bedendie in onsen voirsz. Landen vanHollandenVrieslandloop hebben sullen, ende by handen van onsen Rentmeester van denselven Beden in den quartier vanNoort-Hollandjeegenswoerdich ende toecomende soe lange als ’t ons gelieven sal, ontbieden u daar ome ende beveelen dat by u doende die voirsz. Schutters gebruyken van onse voirsz. Gracie, Confirmacie ende nieuwe Ghifte, ghy hen doet van nu voortaan Jaerlicx uytryken ende betalen of ’t huren sekeren Bode voor hen de voirsz. XXV. scilden ’s jaars by handen van onsen Rentmeester vanHollandin ’t Quartier vanNoorthollandvoirsz. jegenswoerdich ende toecomende, ende van de Penningen van synen ontfange comende van onser Beede aldaar, soo lange als ’t ons gelieven sal, als voirsz. is. Denwelken onzen Rentmeester jegewoerdich ende toecomende wy selve beveelen mits deesen dat alsoe te doene, ende mits overbreyngende desen onsen jegenwoerdigen Brieff Vidimus ofte Copye Auctentyk van dien, mitsgaders van de andere Brieven van Ghiften ende Confirmatien boven geroerd, voor een ende d’eerste ryse en soe menich werff als ’t van nooden weesen sal, deuchdelick genieten van de voirn. Schutters van de voirsz. XXV. scilden ’tsjaars, alleenlick wy willen dat al ’t geene des hen daar aff gegeeven ende betaald sal worden geleeden ende gepasseerd zy in ’t uytgeven der Reekeningen van onsen voirsz. Rentmeester van onsen Beden vanHollandin den Quartier vanNoorthollandvoirsz. jeegenwoordich ende toekomende, die ’t betaald sal hebben, by den voirsz. Luyden van onsen Rekeningen in denHage, denwelken wy oock bevelen by desen, dat alsoe te doene, sonder eenighe zwaricheid ofte wederseggen ter contrarien, want ons alsoe geliefd, niet jegenstaande eenige Ordonnantien, Restrinctien, geboden oft verboden ter contrarien, Gegeeven in onser Steede vanBrugge, den lesten dach van April in ’t Jaar ons Heeren Duysent vyff honderd ende een, Aldus geteykend by mynen Heer den Eertshertoge Jeronimus Lauwerin Tresorier Generaal van de Finan: ende andre jegenwoerdich, Hanneton. Ende op ten rugge van deesen Brieve staat gescreven dat hier naar volcht. De Tresorier Generaal van de Domeynen ende Finantien myns Genaden Heer des Eertshertoge vanOistenryck, Hertoge vanBourgondien,Jeronimus Lauwerinconsenteerd alsoe verre als in hem is dat ’t inhouden in ’t Witte van desen jegewoordigenvolcomen zy naar zyne vorme ende inhouden, alsoe ende by der manieren dat deselve myne Geduchtegen Heer wil ende beveeld gedaan ’t fyne by deselve, Geschreven onder ’t handteyken van den voirsz. Tresorier General den tweesten dach van Meye in ’t Jaar Duysent Vyff Honderd ende Een.Aldus geteykent,LAUWERIN.Vervolgens berust er op het gemeente archief een ordonnantie voor de schutters van den »edelen Cruysboog” dd. 26 Augustus 1597, die wij echter om hare uitgebreidheid niet mogen overnemen. Voorts wordt nog in verscheiden keuren van deze schutters gewag gemaakt.Op het stadhuis wordt nog een fraaije vlinder bewaard, die men denkt, als insigne van de voetboogschutters van St. Joris Gilde gebruikt te zijn.Omtrent de schuttersdoelen vinden wij vermeld138in 1746.»De Doele staande in de Kapelstraat is een oud gebouw, ’t geen groote ruimte heeft en zeer bekwaam ter Herberging van reizende en andere lieden. Zij komt de schutterij, die nu in twee quartieren en vaandels verdeeld is, in eigendom toe, die ook aldaar hare vergadering houdt.”In den voorgevel van dit gebouw, die in Anno 1787 zeer verfraaid werd, ziet men den ridder St. Joris den draak bestrijdende in steen uitgehouwen.Na de vernietiging der stedelijke schutterij, is de Doele ter voldoening van der stad’s pretentien in 1798 aan de gemeente gekomen en als eigendom getransporteerd.—De stad heeft dezelve in 1799 voor de som van ƒ 3300 aan een ingezetene dezer plaats verkocht.De naam van het Logement de St. Jorisdoele, herinnert in onze dagen nog aan de oude schutters vanOudewater.En hiermede is ook de reeks gebouwen ten einde, die hun ontstaan verschuldigd waren uit een beginsel van verdediging, bij eene mogelijke belegering der plaats. Toen echterOudewateruit de rei der vestingen verdween, zijn de meeste dezer gebouwen natuurlijk van onnut geworden, en wij zagen dan ook de vernietiging van bijna allen. Nu resten ons nog eenige gebouwen te beschrijven, die wij noch onder de kerken, noch onder de geestelijke of liefdadige gestichten, noch onder de gebouwen ter verdediging van stad en land konden rangschikken, en toch tot de monumenten der stad behoorden of nog behooren.Wij beginnen met

De schuttersdoele.Reeds in het jaar 1501 vinden wij gewag gemaakt van het volgende octrooi voor de »voetbooghschutters van St. Joris Gilde” teOudewater. Uit dit octrooi bekomen wij echter de verzekering, dat zij reeds lang vóór genoemd jaar zich te dezer plaatse bevonden en hun aantal op het genoemde tijdstip niet minder dan 80 tot 90 bedroeg. Wij laten dit octrooi nu volgen:Philips, by der Gracie Goids, Eertshertoge vanOistenryck&c. onsen lieven en getrouwen Raedt ende Tresor. Gnerl: van allen onsen Domeynen ende Finan: Jeronimus Lauwerin; Saluyt ende Dilectie. Wy hebben ontfaan die oidmoedige Supplicae. van onsen welgheminden die Burchers der stede vanOudewaterover ende in den naame van de Handboech-Schutters van den Ghilde van St. Joris der voirsz: Stede, inhoudende, hoe deselve gelegen is op tie Frontiren van onsen Lande vanHolld. strekkende aan den Gestichte vanUtrechtende Lande vanGelre, dewelke na den overlyden van wylen onsen lieven Heer ende Grootevader Hertoge Karel vanBourgn. Zaliger gedagten, veel groote sware lasten en costen gehad ende geleeden hebben van diverse Oirloogen, niet alleen van den Oorloge vanUtrecht, maar alle andre die geweest zyn in onse voirsz. Lande ende Graaflicheyt vanHollandals oick in de voirsz. Lande vanGelre, Ende hebben de voirsz: Suppliante tot seekerheyd van der voirsz: Stede vanOudewateropgesteld ’t voirsz. Ghilde van St. Joris van den Voetboech Schutters, tot in den getale van tagtigh of tnegentigh persoenen, om welke ghilde ende gezelschap ’t onderhouden by Hertoge Philips ende andre onse Voorvaderen, die voorsz. Supplianten verleend ende gegeven hebben geweest Vyff ende Twintig Cliuts ’t s’Jaars tot XXX Gron. ’t stuk, dewelke sy den voirsz. Supplianten beweesen hebben gehad te ontfaan by handen van den Rentmeester ’t s’Lands vanWoerden, ende hebben ’t selve alsoe gebruyckt tot in den Jaar toe van LXXVIIJ. Dat die geroyeerd zyn geweest by gebrek van nyeuwe brieven van gfirmatien van wylen onse lieve Vrouwe ende Moeder die Eertshertoginne Saliger gedagten. Ende in den Jaar van LXXXVIJ. soe zyn die voirsz. XXV. Cliuts s’Jaars den voirn. Schutters weederome beweesen geweest op den Rentmeester van den Beede inHolland, als doe wesen uyt kragte van nyeuwe brieven van Confirmacien van mynen Genadigen Heer ende Vader myn Heer den Coninck, sedert welk tyt tot in den Jaar toe van XCIIJ. de voirsz. Schutters niet meer betaald en syn geweest, mits datter gheen Beede inHollandendeVrieslanddaar en binnen loop gehad en heeft, ende hoewel dat seedert den voirsz. Jaar XCIIJ. diversche Beeden inHollandtloop gehad hebben ende nog doen, nochtans en hebben die voirn. Schutteren van den voirsz: XXV. schilden binnen derselver tyd niet ontfaan, overmits dat sy van huer voirsz. ghifte tot nu toe gheen gfirmacie verkreegen en hebben. Twelke hem compt ende keert, tot grooten hinder schade en achterdeele, ende meer sal er werde hen by ons hier op niet voirsien van onse gracie ende behoorlick provisie alsoo zy seggen, Ons zeer oidmoedelick daar ome biddende, SOE IS ’T dat wy die saken voirsz. overgemerct, ende daar op gehad ’t advys, eerst van onsen lieven ende getruwen, die Luyden van onse Reekn. in denHage, ende daer na van u, wy hebben den voirn. Schutters van St. Joris Gilde, in onze voirsz. Stede vanOudewater, genegen wesende ter Beede ende begeerte van de voorn. Supplianten, ende ten eynde dat sy te bat gehert mogen syn te verstaan tot bewaaringe ende seekerheyt van de selver onser Stede vanOudewaterdaer veel belancx in leyd die Brieven van Gifte ende Octroye van de voirsz. vyff ende Twintich Scilden ’tsjaars, henl. gegonnen ende verleend by onsen voirsz. Voirders als voirsz. is, geconfirmeerd, gevesticht ende belieft, ende vuyt onsen rechten wetentheyt ende zonderlinge gracie, confirmeeren, vestigen ende believen, mits desen onzen Brieve, Ende op dat s’noot sy, hebben hen die selve XXV. scilden ’s jaars van nieuws gegonnen ende verleend, gonnen en verleenen mits deesen onsen voirsz. Brieve, om die van nu voortaan Jaarlicx te hebben, ontfangen ende gebruyken van de Penn. comende van onsen Bedendie in onsen voirsz. Landen vanHollandenVrieslandloop hebben sullen, ende by handen van onsen Rentmeester van denselven Beden in den quartier vanNoort-Hollandjeegenswoerdich ende toecomende soe lange als ’t ons gelieven sal, ontbieden u daar ome ende beveelen dat by u doende die voirsz. Schutters gebruyken van onse voirsz. Gracie, Confirmacie ende nieuwe Ghifte, ghy hen doet van nu voortaan Jaerlicx uytryken ende betalen of ’t huren sekeren Bode voor hen de voirsz. XXV. scilden ’s jaars by handen van onsen Rentmeester vanHollandin ’t Quartier vanNoorthollandvoirsz. jegenswoerdich ende toecomende, ende van de Penningen van synen ontfange comende van onser Beede aldaar, soo lange als ’t ons gelieven sal, als voirsz. is. Denwelken onzen Rentmeester jegewoerdich ende toecomende wy selve beveelen mits deesen dat alsoe te doene, ende mits overbreyngende desen onsen jegenwoerdigen Brieff Vidimus ofte Copye Auctentyk van dien, mitsgaders van de andere Brieven van Ghiften ende Confirmatien boven geroerd, voor een ende d’eerste ryse en soe menich werff als ’t van nooden weesen sal, deuchdelick genieten van de voirn. Schutters van de voirsz. XXV. scilden ’tsjaars, alleenlick wy willen dat al ’t geene des hen daar aff gegeeven ende betaald sal worden geleeden ende gepasseerd zy in ’t uytgeven der Reekeningen van onsen voirsz. Rentmeester van onsen Beden vanHollandin den Quartier vanNoorthollandvoirsz. jeegenwoordich ende toekomende, die ’t betaald sal hebben, by den voirsz. Luyden van onsen Rekeningen in denHage, denwelken wy oock bevelen by desen, dat alsoe te doene, sonder eenighe zwaricheid ofte wederseggen ter contrarien, want ons alsoe geliefd, niet jegenstaande eenige Ordonnantien, Restrinctien, geboden oft verboden ter contrarien, Gegeeven in onser Steede vanBrugge, den lesten dach van April in ’t Jaar ons Heeren Duysent vyff honderd ende een, Aldus geteykend by mynen Heer den Eertshertoge Jeronimus Lauwerin Tresorier Generaal van de Finan: ende andre jegenwoerdich, Hanneton. Ende op ten rugge van deesen Brieve staat gescreven dat hier naar volcht. De Tresorier Generaal van de Domeynen ende Finantien myns Genaden Heer des Eertshertoge vanOistenryck, Hertoge vanBourgondien,Jeronimus Lauwerinconsenteerd alsoe verre als in hem is dat ’t inhouden in ’t Witte van desen jegewoordigenvolcomen zy naar zyne vorme ende inhouden, alsoe ende by der manieren dat deselve myne Geduchtegen Heer wil ende beveeld gedaan ’t fyne by deselve, Geschreven onder ’t handteyken van den voirsz. Tresorier General den tweesten dach van Meye in ’t Jaar Duysent Vyff Honderd ende Een.Aldus geteykent,LAUWERIN.Vervolgens berust er op het gemeente archief een ordonnantie voor de schutters van den »edelen Cruysboog” dd. 26 Augustus 1597, die wij echter om hare uitgebreidheid niet mogen overnemen. Voorts wordt nog in verscheiden keuren van deze schutters gewag gemaakt.Op het stadhuis wordt nog een fraaije vlinder bewaard, die men denkt, als insigne van de voetboogschutters van St. Joris Gilde gebruikt te zijn.Omtrent de schuttersdoelen vinden wij vermeld138in 1746.»De Doele staande in de Kapelstraat is een oud gebouw, ’t geen groote ruimte heeft en zeer bekwaam ter Herberging van reizende en andere lieden. Zij komt de schutterij, die nu in twee quartieren en vaandels verdeeld is, in eigendom toe, die ook aldaar hare vergadering houdt.”In den voorgevel van dit gebouw, die in Anno 1787 zeer verfraaid werd, ziet men den ridder St. Joris den draak bestrijdende in steen uitgehouwen.Na de vernietiging der stedelijke schutterij, is de Doele ter voldoening van der stad’s pretentien in 1798 aan de gemeente gekomen en als eigendom getransporteerd.—De stad heeft dezelve in 1799 voor de som van ƒ 3300 aan een ingezetene dezer plaats verkocht.De naam van het Logement de St. Jorisdoele, herinnert in onze dagen nog aan de oude schutters vanOudewater.En hiermede is ook de reeks gebouwen ten einde, die hun ontstaan verschuldigd waren uit een beginsel van verdediging, bij eene mogelijke belegering der plaats. Toen echterOudewateruit de rei der vestingen verdween, zijn de meeste dezer gebouwen natuurlijk van onnut geworden, en wij zagen dan ook de vernietiging van bijna allen. Nu resten ons nog eenige gebouwen te beschrijven, die wij noch onder de kerken, noch onder de geestelijke of liefdadige gestichten, noch onder de gebouwen ter verdediging van stad en land konden rangschikken, en toch tot de monumenten der stad behoorden of nog behooren.Wij beginnen met

De schuttersdoele.Reeds in het jaar 1501 vinden wij gewag gemaakt van het volgende octrooi voor de »voetbooghschutters van St. Joris Gilde” teOudewater. Uit dit octrooi bekomen wij echter de verzekering, dat zij reeds lang vóór genoemd jaar zich te dezer plaatse bevonden en hun aantal op het genoemde tijdstip niet minder dan 80 tot 90 bedroeg. Wij laten dit octrooi nu volgen:Philips, by der Gracie Goids, Eertshertoge vanOistenryck&c. onsen lieven en getrouwen Raedt ende Tresor. Gnerl: van allen onsen Domeynen ende Finan: Jeronimus Lauwerin; Saluyt ende Dilectie. Wy hebben ontfaan die oidmoedige Supplicae. van onsen welgheminden die Burchers der stede vanOudewaterover ende in den naame van de Handboech-Schutters van den Ghilde van St. Joris der voirsz: Stede, inhoudende, hoe deselve gelegen is op tie Frontiren van onsen Lande vanHolld. strekkende aan den Gestichte vanUtrechtende Lande vanGelre, dewelke na den overlyden van wylen onsen lieven Heer ende Grootevader Hertoge Karel vanBourgn. Zaliger gedagten, veel groote sware lasten en costen gehad ende geleeden hebben van diverse Oirloogen, niet alleen van den Oorloge vanUtrecht, maar alle andre die geweest zyn in onse voirsz. Lande ende Graaflicheyt vanHollandals oick in de voirsz. Lande vanGelre, Ende hebben de voirsz: Suppliante tot seekerheyd van der voirsz: Stede vanOudewateropgesteld ’t voirsz. Ghilde van St. Joris van den Voetboech Schutters, tot in den getale van tagtigh of tnegentigh persoenen, om welke ghilde ende gezelschap ’t onderhouden by Hertoge Philips ende andre onse Voorvaderen, die voorsz. Supplianten verleend ende gegeven hebben geweest Vyff ende Twintig Cliuts ’t s’Jaars tot XXX Gron. ’t stuk, dewelke sy den voirsz. Supplianten beweesen hebben gehad te ontfaan by handen van den Rentmeester ’t s’Lands vanWoerden, ende hebben ’t selve alsoe gebruyckt tot in den Jaar toe van LXXVIIJ. Dat die geroyeerd zyn geweest by gebrek van nyeuwe brieven van gfirmatien van wylen onse lieve Vrouwe ende Moeder die Eertshertoginne Saliger gedagten. Ende in den Jaar van LXXXVIJ. soe zyn die voirsz. XXV. Cliuts s’Jaars den voirn. Schutters weederome beweesen geweest op den Rentmeester van den Beede inHolland, als doe wesen uyt kragte van nyeuwe brieven van Confirmacien van mynen Genadigen Heer ende Vader myn Heer den Coninck, sedert welk tyt tot in den Jaar toe van XCIIJ. de voirsz. Schutters niet meer betaald en syn geweest, mits datter gheen Beede inHollandendeVrieslanddaar en binnen loop gehad en heeft, ende hoewel dat seedert den voirsz. Jaar XCIIJ. diversche Beeden inHollandtloop gehad hebben ende nog doen, nochtans en hebben die voirn. Schutteren van den voirsz: XXV. schilden binnen derselver tyd niet ontfaan, overmits dat sy van huer voirsz. ghifte tot nu toe gheen gfirmacie verkreegen en hebben. Twelke hem compt ende keert, tot grooten hinder schade en achterdeele, ende meer sal er werde hen by ons hier op niet voirsien van onse gracie ende behoorlick provisie alsoo zy seggen, Ons zeer oidmoedelick daar ome biddende, SOE IS ’T dat wy die saken voirsz. overgemerct, ende daar op gehad ’t advys, eerst van onsen lieven ende getruwen, die Luyden van onse Reekn. in denHage, ende daer na van u, wy hebben den voirn. Schutters van St. Joris Gilde, in onze voirsz. Stede vanOudewater, genegen wesende ter Beede ende begeerte van de voorn. Supplianten, ende ten eynde dat sy te bat gehert mogen syn te verstaan tot bewaaringe ende seekerheyt van de selver onser Stede vanOudewaterdaer veel belancx in leyd die Brieven van Gifte ende Octroye van de voirsz. vyff ende Twintich Scilden ’tsjaars, henl. gegonnen ende verleend by onsen voirsz. Voirders als voirsz. is, geconfirmeerd, gevesticht ende belieft, ende vuyt onsen rechten wetentheyt ende zonderlinge gracie, confirmeeren, vestigen ende believen, mits desen onzen Brieve, Ende op dat s’noot sy, hebben hen die selve XXV. scilden ’s jaars van nieuws gegonnen ende verleend, gonnen en verleenen mits deesen onsen voirsz. Brieve, om die van nu voortaan Jaarlicx te hebben, ontfangen ende gebruyken van de Penn. comende van onsen Bedendie in onsen voirsz. Landen vanHollandenVrieslandloop hebben sullen, ende by handen van onsen Rentmeester van denselven Beden in den quartier vanNoort-Hollandjeegenswoerdich ende toecomende soe lange als ’t ons gelieven sal, ontbieden u daar ome ende beveelen dat by u doende die voirsz. Schutters gebruyken van onse voirsz. Gracie, Confirmacie ende nieuwe Ghifte, ghy hen doet van nu voortaan Jaerlicx uytryken ende betalen of ’t huren sekeren Bode voor hen de voirsz. XXV. scilden ’s jaars by handen van onsen Rentmeester vanHollandin ’t Quartier vanNoorthollandvoirsz. jegenswoerdich ende toecomende, ende van de Penningen van synen ontfange comende van onser Beede aldaar, soo lange als ’t ons gelieven sal, als voirsz. is. Denwelken onzen Rentmeester jegewoerdich ende toecomende wy selve beveelen mits deesen dat alsoe te doene, ende mits overbreyngende desen onsen jegenwoerdigen Brieff Vidimus ofte Copye Auctentyk van dien, mitsgaders van de andere Brieven van Ghiften ende Confirmatien boven geroerd, voor een ende d’eerste ryse en soe menich werff als ’t van nooden weesen sal, deuchdelick genieten van de voirn. Schutters van de voirsz. XXV. scilden ’tsjaars, alleenlick wy willen dat al ’t geene des hen daar aff gegeeven ende betaald sal worden geleeden ende gepasseerd zy in ’t uytgeven der Reekeningen van onsen voirsz. Rentmeester van onsen Beden vanHollandin den Quartier vanNoorthollandvoirsz. jeegenwoordich ende toekomende, die ’t betaald sal hebben, by den voirsz. Luyden van onsen Rekeningen in denHage, denwelken wy oock bevelen by desen, dat alsoe te doene, sonder eenighe zwaricheid ofte wederseggen ter contrarien, want ons alsoe geliefd, niet jegenstaande eenige Ordonnantien, Restrinctien, geboden oft verboden ter contrarien, Gegeeven in onser Steede vanBrugge, den lesten dach van April in ’t Jaar ons Heeren Duysent vyff honderd ende een, Aldus geteykend by mynen Heer den Eertshertoge Jeronimus Lauwerin Tresorier Generaal van de Finan: ende andre jegenwoerdich, Hanneton. Ende op ten rugge van deesen Brieve staat gescreven dat hier naar volcht. De Tresorier Generaal van de Domeynen ende Finantien myns Genaden Heer des Eertshertoge vanOistenryck, Hertoge vanBourgondien,Jeronimus Lauwerinconsenteerd alsoe verre als in hem is dat ’t inhouden in ’t Witte van desen jegewoordigenvolcomen zy naar zyne vorme ende inhouden, alsoe ende by der manieren dat deselve myne Geduchtegen Heer wil ende beveeld gedaan ’t fyne by deselve, Geschreven onder ’t handteyken van den voirsz. Tresorier General den tweesten dach van Meye in ’t Jaar Duysent Vyff Honderd ende Een.Aldus geteykent,LAUWERIN.Vervolgens berust er op het gemeente archief een ordonnantie voor de schutters van den »edelen Cruysboog” dd. 26 Augustus 1597, die wij echter om hare uitgebreidheid niet mogen overnemen. Voorts wordt nog in verscheiden keuren van deze schutters gewag gemaakt.Op het stadhuis wordt nog een fraaije vlinder bewaard, die men denkt, als insigne van de voetboogschutters van St. Joris Gilde gebruikt te zijn.Omtrent de schuttersdoelen vinden wij vermeld138in 1746.»De Doele staande in de Kapelstraat is een oud gebouw, ’t geen groote ruimte heeft en zeer bekwaam ter Herberging van reizende en andere lieden. Zij komt de schutterij, die nu in twee quartieren en vaandels verdeeld is, in eigendom toe, die ook aldaar hare vergadering houdt.”In den voorgevel van dit gebouw, die in Anno 1787 zeer verfraaid werd, ziet men den ridder St. Joris den draak bestrijdende in steen uitgehouwen.Na de vernietiging der stedelijke schutterij, is de Doele ter voldoening van der stad’s pretentien in 1798 aan de gemeente gekomen en als eigendom getransporteerd.—De stad heeft dezelve in 1799 voor de som van ƒ 3300 aan een ingezetene dezer plaats verkocht.De naam van het Logement de St. Jorisdoele, herinnert in onze dagen nog aan de oude schutters vanOudewater.En hiermede is ook de reeks gebouwen ten einde, die hun ontstaan verschuldigd waren uit een beginsel van verdediging, bij eene mogelijke belegering der plaats. Toen echterOudewateruit de rei der vestingen verdween, zijn de meeste dezer gebouwen natuurlijk van onnut geworden, en wij zagen dan ook de vernietiging van bijna allen. Nu resten ons nog eenige gebouwen te beschrijven, die wij noch onder de kerken, noch onder de geestelijke of liefdadige gestichten, noch onder de gebouwen ter verdediging van stad en land konden rangschikken, en toch tot de monumenten der stad behoorden of nog behooren.Wij beginnen met

De schuttersdoele.Reeds in het jaar 1501 vinden wij gewag gemaakt van het volgende octrooi voor de »voetbooghschutters van St. Joris Gilde” teOudewater. Uit dit octrooi bekomen wij echter de verzekering, dat zij reeds lang vóór genoemd jaar zich te dezer plaatse bevonden en hun aantal op het genoemde tijdstip niet minder dan 80 tot 90 bedroeg. Wij laten dit octrooi nu volgen:Philips, by der Gracie Goids, Eertshertoge vanOistenryck&c. onsen lieven en getrouwen Raedt ende Tresor. Gnerl: van allen onsen Domeynen ende Finan: Jeronimus Lauwerin; Saluyt ende Dilectie. Wy hebben ontfaan die oidmoedige Supplicae. van onsen welgheminden die Burchers der stede vanOudewaterover ende in den naame van de Handboech-Schutters van den Ghilde van St. Joris der voirsz: Stede, inhoudende, hoe deselve gelegen is op tie Frontiren van onsen Lande vanHolld. strekkende aan den Gestichte vanUtrechtende Lande vanGelre, dewelke na den overlyden van wylen onsen lieven Heer ende Grootevader Hertoge Karel vanBourgn. Zaliger gedagten, veel groote sware lasten en costen gehad ende geleeden hebben van diverse Oirloogen, niet alleen van den Oorloge vanUtrecht, maar alle andre die geweest zyn in onse voirsz. Lande ende Graaflicheyt vanHollandals oick in de voirsz. Lande vanGelre, Ende hebben de voirsz: Suppliante tot seekerheyd van der voirsz: Stede vanOudewateropgesteld ’t voirsz. Ghilde van St. Joris van den Voetboech Schutters, tot in den getale van tagtigh of tnegentigh persoenen, om welke ghilde ende gezelschap ’t onderhouden by Hertoge Philips ende andre onse Voorvaderen, die voorsz. Supplianten verleend ende gegeven hebben geweest Vyff ende Twintig Cliuts ’t s’Jaars tot XXX Gron. ’t stuk, dewelke sy den voirsz. Supplianten beweesen hebben gehad te ontfaan by handen van den Rentmeester ’t s’Lands vanWoerden, ende hebben ’t selve alsoe gebruyckt tot in den Jaar toe van LXXVIIJ. Dat die geroyeerd zyn geweest by gebrek van nyeuwe brieven van gfirmatien van wylen onse lieve Vrouwe ende Moeder die Eertshertoginne Saliger gedagten. Ende in den Jaar van LXXXVIJ. soe zyn die voirsz. XXV. Cliuts s’Jaars den voirn. Schutters weederome beweesen geweest op den Rentmeester van den Beede inHolland, als doe wesen uyt kragte van nyeuwe brieven van Confirmacien van mynen Genadigen Heer ende Vader myn Heer den Coninck, sedert welk tyt tot in den Jaar toe van XCIIJ. de voirsz. Schutters niet meer betaald en syn geweest, mits datter gheen Beede inHollandendeVrieslanddaar en binnen loop gehad en heeft, ende hoewel dat seedert den voirsz. Jaar XCIIJ. diversche Beeden inHollandtloop gehad hebben ende nog doen, nochtans en hebben die voirn. Schutteren van den voirsz: XXV. schilden binnen derselver tyd niet ontfaan, overmits dat sy van huer voirsz. ghifte tot nu toe gheen gfirmacie verkreegen en hebben. Twelke hem compt ende keert, tot grooten hinder schade en achterdeele, ende meer sal er werde hen by ons hier op niet voirsien van onse gracie ende behoorlick provisie alsoo zy seggen, Ons zeer oidmoedelick daar ome biddende, SOE IS ’T dat wy die saken voirsz. overgemerct, ende daar op gehad ’t advys, eerst van onsen lieven ende getruwen, die Luyden van onse Reekn. in denHage, ende daer na van u, wy hebben den voirn. Schutters van St. Joris Gilde, in onze voirsz. Stede vanOudewater, genegen wesende ter Beede ende begeerte van de voorn. Supplianten, ende ten eynde dat sy te bat gehert mogen syn te verstaan tot bewaaringe ende seekerheyt van de selver onser Stede vanOudewaterdaer veel belancx in leyd die Brieven van Gifte ende Octroye van de voirsz. vyff ende Twintich Scilden ’tsjaars, henl. gegonnen ende verleend by onsen voirsz. Voirders als voirsz. is, geconfirmeerd, gevesticht ende belieft, ende vuyt onsen rechten wetentheyt ende zonderlinge gracie, confirmeeren, vestigen ende believen, mits desen onzen Brieve, Ende op dat s’noot sy, hebben hen die selve XXV. scilden ’s jaars van nieuws gegonnen ende verleend, gonnen en verleenen mits deesen onsen voirsz. Brieve, om die van nu voortaan Jaarlicx te hebben, ontfangen ende gebruyken van de Penn. comende van onsen Bedendie in onsen voirsz. Landen vanHollandenVrieslandloop hebben sullen, ende by handen van onsen Rentmeester van denselven Beden in den quartier vanNoort-Hollandjeegenswoerdich ende toecomende soe lange als ’t ons gelieven sal, ontbieden u daar ome ende beveelen dat by u doende die voirsz. Schutters gebruyken van onse voirsz. Gracie, Confirmacie ende nieuwe Ghifte, ghy hen doet van nu voortaan Jaerlicx uytryken ende betalen of ’t huren sekeren Bode voor hen de voirsz. XXV. scilden ’s jaars by handen van onsen Rentmeester vanHollandin ’t Quartier vanNoorthollandvoirsz. jegenswoerdich ende toecomende, ende van de Penningen van synen ontfange comende van onser Beede aldaar, soo lange als ’t ons gelieven sal, als voirsz. is. Denwelken onzen Rentmeester jegewoerdich ende toecomende wy selve beveelen mits deesen dat alsoe te doene, ende mits overbreyngende desen onsen jegenwoerdigen Brieff Vidimus ofte Copye Auctentyk van dien, mitsgaders van de andere Brieven van Ghiften ende Confirmatien boven geroerd, voor een ende d’eerste ryse en soe menich werff als ’t van nooden weesen sal, deuchdelick genieten van de voirn. Schutters van de voirsz. XXV. scilden ’tsjaars, alleenlick wy willen dat al ’t geene des hen daar aff gegeeven ende betaald sal worden geleeden ende gepasseerd zy in ’t uytgeven der Reekeningen van onsen voirsz. Rentmeester van onsen Beden vanHollandin den Quartier vanNoorthollandvoirsz. jeegenwoordich ende toekomende, die ’t betaald sal hebben, by den voirsz. Luyden van onsen Rekeningen in denHage, denwelken wy oock bevelen by desen, dat alsoe te doene, sonder eenighe zwaricheid ofte wederseggen ter contrarien, want ons alsoe geliefd, niet jegenstaande eenige Ordonnantien, Restrinctien, geboden oft verboden ter contrarien, Gegeeven in onser Steede vanBrugge, den lesten dach van April in ’t Jaar ons Heeren Duysent vyff honderd ende een, Aldus geteykend by mynen Heer den Eertshertoge Jeronimus Lauwerin Tresorier Generaal van de Finan: ende andre jegenwoerdich, Hanneton. Ende op ten rugge van deesen Brieve staat gescreven dat hier naar volcht. De Tresorier Generaal van de Domeynen ende Finantien myns Genaden Heer des Eertshertoge vanOistenryck, Hertoge vanBourgondien,Jeronimus Lauwerinconsenteerd alsoe verre als in hem is dat ’t inhouden in ’t Witte van desen jegewoordigenvolcomen zy naar zyne vorme ende inhouden, alsoe ende by der manieren dat deselve myne Geduchtegen Heer wil ende beveeld gedaan ’t fyne by deselve, Geschreven onder ’t handteyken van den voirsz. Tresorier General den tweesten dach van Meye in ’t Jaar Duysent Vyff Honderd ende Een.Aldus geteykent,LAUWERIN.Vervolgens berust er op het gemeente archief een ordonnantie voor de schutters van den »edelen Cruysboog” dd. 26 Augustus 1597, die wij echter om hare uitgebreidheid niet mogen overnemen. Voorts wordt nog in verscheiden keuren van deze schutters gewag gemaakt.Op het stadhuis wordt nog een fraaije vlinder bewaard, die men denkt, als insigne van de voetboogschutters van St. Joris Gilde gebruikt te zijn.Omtrent de schuttersdoelen vinden wij vermeld138in 1746.»De Doele staande in de Kapelstraat is een oud gebouw, ’t geen groote ruimte heeft en zeer bekwaam ter Herberging van reizende en andere lieden. Zij komt de schutterij, die nu in twee quartieren en vaandels verdeeld is, in eigendom toe, die ook aldaar hare vergadering houdt.”In den voorgevel van dit gebouw, die in Anno 1787 zeer verfraaid werd, ziet men den ridder St. Joris den draak bestrijdende in steen uitgehouwen.Na de vernietiging der stedelijke schutterij, is de Doele ter voldoening van der stad’s pretentien in 1798 aan de gemeente gekomen en als eigendom getransporteerd.—De stad heeft dezelve in 1799 voor de som van ƒ 3300 aan een ingezetene dezer plaats verkocht.De naam van het Logement de St. Jorisdoele, herinnert in onze dagen nog aan de oude schutters vanOudewater.En hiermede is ook de reeks gebouwen ten einde, die hun ontstaan verschuldigd waren uit een beginsel van verdediging, bij eene mogelijke belegering der plaats. Toen echterOudewateruit de rei der vestingen verdween, zijn de meeste dezer gebouwen natuurlijk van onnut geworden, en wij zagen dan ook de vernietiging van bijna allen. Nu resten ons nog eenige gebouwen te beschrijven, die wij noch onder de kerken, noch onder de geestelijke of liefdadige gestichten, noch onder de gebouwen ter verdediging van stad en land konden rangschikken, en toch tot de monumenten der stad behoorden of nog behooren.Wij beginnen met

De schuttersdoele.Reeds in het jaar 1501 vinden wij gewag gemaakt van het volgende octrooi voor de »voetbooghschutters van St. Joris Gilde” teOudewater. Uit dit octrooi bekomen wij echter de verzekering, dat zij reeds lang vóór genoemd jaar zich te dezer plaatse bevonden en hun aantal op het genoemde tijdstip niet minder dan 80 tot 90 bedroeg. Wij laten dit octrooi nu volgen:Philips, by der Gracie Goids, Eertshertoge vanOistenryck&c. onsen lieven en getrouwen Raedt ende Tresor. Gnerl: van allen onsen Domeynen ende Finan: Jeronimus Lauwerin; Saluyt ende Dilectie. Wy hebben ontfaan die oidmoedige Supplicae. van onsen welgheminden die Burchers der stede vanOudewaterover ende in den naame van de Handboech-Schutters van den Ghilde van St. Joris der voirsz: Stede, inhoudende, hoe deselve gelegen is op tie Frontiren van onsen Lande vanHolld. strekkende aan den Gestichte vanUtrechtende Lande vanGelre, dewelke na den overlyden van wylen onsen lieven Heer ende Grootevader Hertoge Karel vanBourgn. Zaliger gedagten, veel groote sware lasten en costen gehad ende geleeden hebben van diverse Oirloogen, niet alleen van den Oorloge vanUtrecht, maar alle andre die geweest zyn in onse voirsz. Lande ende Graaflicheyt vanHollandals oick in de voirsz. Lande vanGelre, Ende hebben de voirsz: Suppliante tot seekerheyd van der voirsz: Stede vanOudewateropgesteld ’t voirsz. Ghilde van St. Joris van den Voetboech Schutters, tot in den getale van tagtigh of tnegentigh persoenen, om welke ghilde ende gezelschap ’t onderhouden by Hertoge Philips ende andre onse Voorvaderen, die voorsz. Supplianten verleend ende gegeven hebben geweest Vyff ende Twintig Cliuts ’t s’Jaars tot XXX Gron. ’t stuk, dewelke sy den voirsz. Supplianten beweesen hebben gehad te ontfaan by handen van den Rentmeester ’t s’Lands vanWoerden, ende hebben ’t selve alsoe gebruyckt tot in den Jaar toe van LXXVIIJ. Dat die geroyeerd zyn geweest by gebrek van nyeuwe brieven van gfirmatien van wylen onse lieve Vrouwe ende Moeder die Eertshertoginne Saliger gedagten. Ende in den Jaar van LXXXVIJ. soe zyn die voirsz. XXV. Cliuts s’Jaars den voirn. Schutters weederome beweesen geweest op den Rentmeester van den Beede inHolland, als doe wesen uyt kragte van nyeuwe brieven van Confirmacien van mynen Genadigen Heer ende Vader myn Heer den Coninck, sedert welk tyt tot in den Jaar toe van XCIIJ. de voirsz. Schutters niet meer betaald en syn geweest, mits datter gheen Beede inHollandendeVrieslanddaar en binnen loop gehad en heeft, ende hoewel dat seedert den voirsz. Jaar XCIIJ. diversche Beeden inHollandtloop gehad hebben ende nog doen, nochtans en hebben die voirn. Schutteren van den voirsz: XXV. schilden binnen derselver tyd niet ontfaan, overmits dat sy van huer voirsz. ghifte tot nu toe gheen gfirmacie verkreegen en hebben. Twelke hem compt ende keert, tot grooten hinder schade en achterdeele, ende meer sal er werde hen by ons hier op niet voirsien van onse gracie ende behoorlick provisie alsoo zy seggen, Ons zeer oidmoedelick daar ome biddende, SOE IS ’T dat wy die saken voirsz. overgemerct, ende daar op gehad ’t advys, eerst van onsen lieven ende getruwen, die Luyden van onse Reekn. in denHage, ende daer na van u, wy hebben den voirn. Schutters van St. Joris Gilde, in onze voirsz. Stede vanOudewater, genegen wesende ter Beede ende begeerte van de voorn. Supplianten, ende ten eynde dat sy te bat gehert mogen syn te verstaan tot bewaaringe ende seekerheyt van de selver onser Stede vanOudewaterdaer veel belancx in leyd die Brieven van Gifte ende Octroye van de voirsz. vyff ende Twintich Scilden ’tsjaars, henl. gegonnen ende verleend by onsen voirsz. Voirders als voirsz. is, geconfirmeerd, gevesticht ende belieft, ende vuyt onsen rechten wetentheyt ende zonderlinge gracie, confirmeeren, vestigen ende believen, mits desen onzen Brieve, Ende op dat s’noot sy, hebben hen die selve XXV. scilden ’s jaars van nieuws gegonnen ende verleend, gonnen en verleenen mits deesen onsen voirsz. Brieve, om die van nu voortaan Jaarlicx te hebben, ontfangen ende gebruyken van de Penn. comende van onsen Bedendie in onsen voirsz. Landen vanHollandenVrieslandloop hebben sullen, ende by handen van onsen Rentmeester van denselven Beden in den quartier vanNoort-Hollandjeegenswoerdich ende toecomende soe lange als ’t ons gelieven sal, ontbieden u daar ome ende beveelen dat by u doende die voirsz. Schutters gebruyken van onse voirsz. Gracie, Confirmacie ende nieuwe Ghifte, ghy hen doet van nu voortaan Jaerlicx uytryken ende betalen of ’t huren sekeren Bode voor hen de voirsz. XXV. scilden ’s jaars by handen van onsen Rentmeester vanHollandin ’t Quartier vanNoorthollandvoirsz. jegenswoerdich ende toecomende, ende van de Penningen van synen ontfange comende van onser Beede aldaar, soo lange als ’t ons gelieven sal, als voirsz. is. Denwelken onzen Rentmeester jegewoerdich ende toecomende wy selve beveelen mits deesen dat alsoe te doene, ende mits overbreyngende desen onsen jegenwoerdigen Brieff Vidimus ofte Copye Auctentyk van dien, mitsgaders van de andere Brieven van Ghiften ende Confirmatien boven geroerd, voor een ende d’eerste ryse en soe menich werff als ’t van nooden weesen sal, deuchdelick genieten van de voirn. Schutters van de voirsz. XXV. scilden ’tsjaars, alleenlick wy willen dat al ’t geene des hen daar aff gegeeven ende betaald sal worden geleeden ende gepasseerd zy in ’t uytgeven der Reekeningen van onsen voirsz. Rentmeester van onsen Beden vanHollandin den Quartier vanNoorthollandvoirsz. jeegenwoordich ende toekomende, die ’t betaald sal hebben, by den voirsz. Luyden van onsen Rekeningen in denHage, denwelken wy oock bevelen by desen, dat alsoe te doene, sonder eenighe zwaricheid ofte wederseggen ter contrarien, want ons alsoe geliefd, niet jegenstaande eenige Ordonnantien, Restrinctien, geboden oft verboden ter contrarien, Gegeeven in onser Steede vanBrugge, den lesten dach van April in ’t Jaar ons Heeren Duysent vyff honderd ende een, Aldus geteykend by mynen Heer den Eertshertoge Jeronimus Lauwerin Tresorier Generaal van de Finan: ende andre jegenwoerdich, Hanneton. Ende op ten rugge van deesen Brieve staat gescreven dat hier naar volcht. De Tresorier Generaal van de Domeynen ende Finantien myns Genaden Heer des Eertshertoge vanOistenryck, Hertoge vanBourgondien,Jeronimus Lauwerinconsenteerd alsoe verre als in hem is dat ’t inhouden in ’t Witte van desen jegewoordigenvolcomen zy naar zyne vorme ende inhouden, alsoe ende by der manieren dat deselve myne Geduchtegen Heer wil ende beveeld gedaan ’t fyne by deselve, Geschreven onder ’t handteyken van den voirsz. Tresorier General den tweesten dach van Meye in ’t Jaar Duysent Vyff Honderd ende Een.Aldus geteykent,LAUWERIN.Vervolgens berust er op het gemeente archief een ordonnantie voor de schutters van den »edelen Cruysboog” dd. 26 Augustus 1597, die wij echter om hare uitgebreidheid niet mogen overnemen. Voorts wordt nog in verscheiden keuren van deze schutters gewag gemaakt.Op het stadhuis wordt nog een fraaije vlinder bewaard, die men denkt, als insigne van de voetboogschutters van St. Joris Gilde gebruikt te zijn.Omtrent de schuttersdoelen vinden wij vermeld138in 1746.»De Doele staande in de Kapelstraat is een oud gebouw, ’t geen groote ruimte heeft en zeer bekwaam ter Herberging van reizende en andere lieden. Zij komt de schutterij, die nu in twee quartieren en vaandels verdeeld is, in eigendom toe, die ook aldaar hare vergadering houdt.”In den voorgevel van dit gebouw, die in Anno 1787 zeer verfraaid werd, ziet men den ridder St. Joris den draak bestrijdende in steen uitgehouwen.Na de vernietiging der stedelijke schutterij, is de Doele ter voldoening van der stad’s pretentien in 1798 aan de gemeente gekomen en als eigendom getransporteerd.—De stad heeft dezelve in 1799 voor de som van ƒ 3300 aan een ingezetene dezer plaats verkocht.De naam van het Logement de St. Jorisdoele, herinnert in onze dagen nog aan de oude schutters vanOudewater.En hiermede is ook de reeks gebouwen ten einde, die hun ontstaan verschuldigd waren uit een beginsel van verdediging, bij eene mogelijke belegering der plaats. Toen echterOudewateruit de rei der vestingen verdween, zijn de meeste dezer gebouwen natuurlijk van onnut geworden, en wij zagen dan ook de vernietiging van bijna allen. Nu resten ons nog eenige gebouwen te beschrijven, die wij noch onder de kerken, noch onder de geestelijke of liefdadige gestichten, noch onder de gebouwen ter verdediging van stad en land konden rangschikken, en toch tot de monumenten der stad behoorden of nog behooren.Wij beginnen met

De schuttersdoele.

Reeds in het jaar 1501 vinden wij gewag gemaakt van het volgende octrooi voor de »voetbooghschutters van St. Joris Gilde” teOudewater. Uit dit octrooi bekomen wij echter de verzekering, dat zij reeds lang vóór genoemd jaar zich te dezer plaatse bevonden en hun aantal op het genoemde tijdstip niet minder dan 80 tot 90 bedroeg. Wij laten dit octrooi nu volgen:Philips, by der Gracie Goids, Eertshertoge vanOistenryck&c. onsen lieven en getrouwen Raedt ende Tresor. Gnerl: van allen onsen Domeynen ende Finan: Jeronimus Lauwerin; Saluyt ende Dilectie. Wy hebben ontfaan die oidmoedige Supplicae. van onsen welgheminden die Burchers der stede vanOudewaterover ende in den naame van de Handboech-Schutters van den Ghilde van St. Joris der voirsz: Stede, inhoudende, hoe deselve gelegen is op tie Frontiren van onsen Lande vanHolld. strekkende aan den Gestichte vanUtrechtende Lande vanGelre, dewelke na den overlyden van wylen onsen lieven Heer ende Grootevader Hertoge Karel vanBourgn. Zaliger gedagten, veel groote sware lasten en costen gehad ende geleeden hebben van diverse Oirloogen, niet alleen van den Oorloge vanUtrecht, maar alle andre die geweest zyn in onse voirsz. Lande ende Graaflicheyt vanHollandals oick in de voirsz. Lande vanGelre, Ende hebben de voirsz: Suppliante tot seekerheyd van der voirsz: Stede vanOudewateropgesteld ’t voirsz. Ghilde van St. Joris van den Voetboech Schutters, tot in den getale van tagtigh of tnegentigh persoenen, om welke ghilde ende gezelschap ’t onderhouden by Hertoge Philips ende andre onse Voorvaderen, die voorsz. Supplianten verleend ende gegeven hebben geweest Vyff ende Twintig Cliuts ’t s’Jaars tot XXX Gron. ’t stuk, dewelke sy den voirsz. Supplianten beweesen hebben gehad te ontfaan by handen van den Rentmeester ’t s’Lands vanWoerden, ende hebben ’t selve alsoe gebruyckt tot in den Jaar toe van LXXVIIJ. Dat die geroyeerd zyn geweest by gebrek van nyeuwe brieven van gfirmatien van wylen onse lieve Vrouwe ende Moeder die Eertshertoginne Saliger gedagten. Ende in den Jaar van LXXXVIJ. soe zyn die voirsz. XXV. Cliuts s’Jaars den voirn. Schutters weederome beweesen geweest op den Rentmeester van den Beede inHolland, als doe wesen uyt kragte van nyeuwe brieven van Confirmacien van mynen Genadigen Heer ende Vader myn Heer den Coninck, sedert welk tyt tot in den Jaar toe van XCIIJ. de voirsz. Schutters niet meer betaald en syn geweest, mits datter gheen Beede inHollandendeVrieslanddaar en binnen loop gehad en heeft, ende hoewel dat seedert den voirsz. Jaar XCIIJ. diversche Beeden inHollandtloop gehad hebben ende nog doen, nochtans en hebben die voirn. Schutteren van den voirsz: XXV. schilden binnen derselver tyd niet ontfaan, overmits dat sy van huer voirsz. ghifte tot nu toe gheen gfirmacie verkreegen en hebben. Twelke hem compt ende keert, tot grooten hinder schade en achterdeele, ende meer sal er werde hen by ons hier op niet voirsien van onse gracie ende behoorlick provisie alsoo zy seggen, Ons zeer oidmoedelick daar ome biddende, SOE IS ’T dat wy die saken voirsz. overgemerct, ende daar op gehad ’t advys, eerst van onsen lieven ende getruwen, die Luyden van onse Reekn. in denHage, ende daer na van u, wy hebben den voirn. Schutters van St. Joris Gilde, in onze voirsz. Stede vanOudewater, genegen wesende ter Beede ende begeerte van de voorn. Supplianten, ende ten eynde dat sy te bat gehert mogen syn te verstaan tot bewaaringe ende seekerheyt van de selver onser Stede vanOudewaterdaer veel belancx in leyd die Brieven van Gifte ende Octroye van de voirsz. vyff ende Twintich Scilden ’tsjaars, henl. gegonnen ende verleend by onsen voirsz. Voirders als voirsz. is, geconfirmeerd, gevesticht ende belieft, ende vuyt onsen rechten wetentheyt ende zonderlinge gracie, confirmeeren, vestigen ende believen, mits desen onzen Brieve, Ende op dat s’noot sy, hebben hen die selve XXV. scilden ’s jaars van nieuws gegonnen ende verleend, gonnen en verleenen mits deesen onsen voirsz. Brieve, om die van nu voortaan Jaarlicx te hebben, ontfangen ende gebruyken van de Penn. comende van onsen Bedendie in onsen voirsz. Landen vanHollandenVrieslandloop hebben sullen, ende by handen van onsen Rentmeester van denselven Beden in den quartier vanNoort-Hollandjeegenswoerdich ende toecomende soe lange als ’t ons gelieven sal, ontbieden u daar ome ende beveelen dat by u doende die voirsz. Schutters gebruyken van onse voirsz. Gracie, Confirmacie ende nieuwe Ghifte, ghy hen doet van nu voortaan Jaerlicx uytryken ende betalen of ’t huren sekeren Bode voor hen de voirsz. XXV. scilden ’s jaars by handen van onsen Rentmeester vanHollandin ’t Quartier vanNoorthollandvoirsz. jegenswoerdich ende toecomende, ende van de Penningen van synen ontfange comende van onser Beede aldaar, soo lange als ’t ons gelieven sal, als voirsz. is. Denwelken onzen Rentmeester jegewoerdich ende toecomende wy selve beveelen mits deesen dat alsoe te doene, ende mits overbreyngende desen onsen jegenwoerdigen Brieff Vidimus ofte Copye Auctentyk van dien, mitsgaders van de andere Brieven van Ghiften ende Confirmatien boven geroerd, voor een ende d’eerste ryse en soe menich werff als ’t van nooden weesen sal, deuchdelick genieten van de voirn. Schutters van de voirsz. XXV. scilden ’tsjaars, alleenlick wy willen dat al ’t geene des hen daar aff gegeeven ende betaald sal worden geleeden ende gepasseerd zy in ’t uytgeven der Reekeningen van onsen voirsz. Rentmeester van onsen Beden vanHollandin den Quartier vanNoorthollandvoirsz. jeegenwoordich ende toekomende, die ’t betaald sal hebben, by den voirsz. Luyden van onsen Rekeningen in denHage, denwelken wy oock bevelen by desen, dat alsoe te doene, sonder eenighe zwaricheid ofte wederseggen ter contrarien, want ons alsoe geliefd, niet jegenstaande eenige Ordonnantien, Restrinctien, geboden oft verboden ter contrarien, Gegeeven in onser Steede vanBrugge, den lesten dach van April in ’t Jaar ons Heeren Duysent vyff honderd ende een, Aldus geteykend by mynen Heer den Eertshertoge Jeronimus Lauwerin Tresorier Generaal van de Finan: ende andre jegenwoerdich, Hanneton. Ende op ten rugge van deesen Brieve staat gescreven dat hier naar volcht. De Tresorier Generaal van de Domeynen ende Finantien myns Genaden Heer des Eertshertoge vanOistenryck, Hertoge vanBourgondien,Jeronimus Lauwerinconsenteerd alsoe verre als in hem is dat ’t inhouden in ’t Witte van desen jegewoordigenvolcomen zy naar zyne vorme ende inhouden, alsoe ende by der manieren dat deselve myne Geduchtegen Heer wil ende beveeld gedaan ’t fyne by deselve, Geschreven onder ’t handteyken van den voirsz. Tresorier General den tweesten dach van Meye in ’t Jaar Duysent Vyff Honderd ende Een.Aldus geteykent,LAUWERIN.Vervolgens berust er op het gemeente archief een ordonnantie voor de schutters van den »edelen Cruysboog” dd. 26 Augustus 1597, die wij echter om hare uitgebreidheid niet mogen overnemen. Voorts wordt nog in verscheiden keuren van deze schutters gewag gemaakt.Op het stadhuis wordt nog een fraaije vlinder bewaard, die men denkt, als insigne van de voetboogschutters van St. Joris Gilde gebruikt te zijn.Omtrent de schuttersdoelen vinden wij vermeld138in 1746.»De Doele staande in de Kapelstraat is een oud gebouw, ’t geen groote ruimte heeft en zeer bekwaam ter Herberging van reizende en andere lieden. Zij komt de schutterij, die nu in twee quartieren en vaandels verdeeld is, in eigendom toe, die ook aldaar hare vergadering houdt.”In den voorgevel van dit gebouw, die in Anno 1787 zeer verfraaid werd, ziet men den ridder St. Joris den draak bestrijdende in steen uitgehouwen.Na de vernietiging der stedelijke schutterij, is de Doele ter voldoening van der stad’s pretentien in 1798 aan de gemeente gekomen en als eigendom getransporteerd.—De stad heeft dezelve in 1799 voor de som van ƒ 3300 aan een ingezetene dezer plaats verkocht.De naam van het Logement de St. Jorisdoele, herinnert in onze dagen nog aan de oude schutters vanOudewater.En hiermede is ook de reeks gebouwen ten einde, die hun ontstaan verschuldigd waren uit een beginsel van verdediging, bij eene mogelijke belegering der plaats. Toen echterOudewateruit de rei der vestingen verdween, zijn de meeste dezer gebouwen natuurlijk van onnut geworden, en wij zagen dan ook de vernietiging van bijna allen. Nu resten ons nog eenige gebouwen te beschrijven, die wij noch onder de kerken, noch onder de geestelijke of liefdadige gestichten, noch onder de gebouwen ter verdediging van stad en land konden rangschikken, en toch tot de monumenten der stad behoorden of nog behooren.Wij beginnen met

Reeds in het jaar 1501 vinden wij gewag gemaakt van het volgende octrooi voor de »voetbooghschutters van St. Joris Gilde” teOudewater. Uit dit octrooi bekomen wij echter de verzekering, dat zij reeds lang vóór genoemd jaar zich te dezer plaatse bevonden en hun aantal op het genoemde tijdstip niet minder dan 80 tot 90 bedroeg. Wij laten dit octrooi nu volgen:

Philips, by der Gracie Goids, Eertshertoge vanOistenryck&c. onsen lieven en getrouwen Raedt ende Tresor. Gnerl: van allen onsen Domeynen ende Finan: Jeronimus Lauwerin; Saluyt ende Dilectie. Wy hebben ontfaan die oidmoedige Supplicae. van onsen welgheminden die Burchers der stede vanOudewaterover ende in den naame van de Handboech-Schutters van den Ghilde van St. Joris der voirsz: Stede, inhoudende, hoe deselve gelegen is op tie Frontiren van onsen Lande vanHolld. strekkende aan den Gestichte vanUtrechtende Lande vanGelre, dewelke na den overlyden van wylen onsen lieven Heer ende Grootevader Hertoge Karel vanBourgn. Zaliger gedagten, veel groote sware lasten en costen gehad ende geleeden hebben van diverse Oirloogen, niet alleen van den Oorloge vanUtrecht, maar alle andre die geweest zyn in onse voirsz. Lande ende Graaflicheyt vanHollandals oick in de voirsz. Lande vanGelre, Ende hebben de voirsz: Suppliante tot seekerheyd van der voirsz: Stede vanOudewateropgesteld ’t voirsz. Ghilde van St. Joris van den Voetboech Schutters, tot in den getale van tagtigh of tnegentigh persoenen, om welke ghilde ende gezelschap ’t onderhouden by Hertoge Philips ende andre onse Voorvaderen, die voorsz. Supplianten verleend ende gegeven hebben geweest Vyff ende Twintig Cliuts ’t s’Jaars tot XXX Gron. ’t stuk, dewelke sy den voirsz. Supplianten beweesen hebben gehad te ontfaan by handen van den Rentmeester ’t s’Lands vanWoerden, ende hebben ’t selve alsoe gebruyckt tot in den Jaar toe van LXXVIIJ. Dat die geroyeerd zyn geweest by gebrek van nyeuwe brieven van gfirmatien van wylen onse lieve Vrouwe ende Moeder die Eertshertoginne Saliger gedagten. Ende in den Jaar van LXXXVIJ. soe zyn die voirsz. XXV. Cliuts s’Jaars den voirn. Schutters weederome beweesen geweest op den Rentmeester van den Beede inHolland, als doe wesen uyt kragte van nyeuwe brieven van Confirmacien van mynen Genadigen Heer ende Vader myn Heer den Coninck, sedert welk tyt tot in den Jaar toe van XCIIJ. de voirsz. Schutters niet meer betaald en syn geweest, mits datter gheen Beede inHollandendeVrieslanddaar en binnen loop gehad en heeft, ende hoewel dat seedert den voirsz. Jaar XCIIJ. diversche Beeden inHollandtloop gehad hebben ende nog doen, nochtans en hebben die voirn. Schutteren van den voirsz: XXV. schilden binnen derselver tyd niet ontfaan, overmits dat sy van huer voirsz. ghifte tot nu toe gheen gfirmacie verkreegen en hebben. Twelke hem compt ende keert, tot grooten hinder schade en achterdeele, ende meer sal er werde hen by ons hier op niet voirsien van onse gracie ende behoorlick provisie alsoo zy seggen, Ons zeer oidmoedelick daar ome biddende, SOE IS ’T dat wy die saken voirsz. overgemerct, ende daar op gehad ’t advys, eerst van onsen lieven ende getruwen, die Luyden van onse Reekn. in denHage, ende daer na van u, wy hebben den voirn. Schutters van St. Joris Gilde, in onze voirsz. Stede vanOudewater, genegen wesende ter Beede ende begeerte van de voorn. Supplianten, ende ten eynde dat sy te bat gehert mogen syn te verstaan tot bewaaringe ende seekerheyt van de selver onser Stede vanOudewaterdaer veel belancx in leyd die Brieven van Gifte ende Octroye van de voirsz. vyff ende Twintich Scilden ’tsjaars, henl. gegonnen ende verleend by onsen voirsz. Voirders als voirsz. is, geconfirmeerd, gevesticht ende belieft, ende vuyt onsen rechten wetentheyt ende zonderlinge gracie, confirmeeren, vestigen ende believen, mits desen onzen Brieve, Ende op dat s’noot sy, hebben hen die selve XXV. scilden ’s jaars van nieuws gegonnen ende verleend, gonnen en verleenen mits deesen onsen voirsz. Brieve, om die van nu voortaan Jaarlicx te hebben, ontfangen ende gebruyken van de Penn. comende van onsen Bedendie in onsen voirsz. Landen vanHollandenVrieslandloop hebben sullen, ende by handen van onsen Rentmeester van denselven Beden in den quartier vanNoort-Hollandjeegenswoerdich ende toecomende soe lange als ’t ons gelieven sal, ontbieden u daar ome ende beveelen dat by u doende die voirsz. Schutters gebruyken van onse voirsz. Gracie, Confirmacie ende nieuwe Ghifte, ghy hen doet van nu voortaan Jaerlicx uytryken ende betalen of ’t huren sekeren Bode voor hen de voirsz. XXV. scilden ’s jaars by handen van onsen Rentmeester vanHollandin ’t Quartier vanNoorthollandvoirsz. jegenswoerdich ende toecomende, ende van de Penningen van synen ontfange comende van onser Beede aldaar, soo lange als ’t ons gelieven sal, als voirsz. is. Denwelken onzen Rentmeester jegewoerdich ende toecomende wy selve beveelen mits deesen dat alsoe te doene, ende mits overbreyngende desen onsen jegenwoerdigen Brieff Vidimus ofte Copye Auctentyk van dien, mitsgaders van de andere Brieven van Ghiften ende Confirmatien boven geroerd, voor een ende d’eerste ryse en soe menich werff als ’t van nooden weesen sal, deuchdelick genieten van de voirn. Schutters van de voirsz. XXV. scilden ’tsjaars, alleenlick wy willen dat al ’t geene des hen daar aff gegeeven ende betaald sal worden geleeden ende gepasseerd zy in ’t uytgeven der Reekeningen van onsen voirsz. Rentmeester van onsen Beden vanHollandin den Quartier vanNoorthollandvoirsz. jeegenwoordich ende toekomende, die ’t betaald sal hebben, by den voirsz. Luyden van onsen Rekeningen in denHage, denwelken wy oock bevelen by desen, dat alsoe te doene, sonder eenighe zwaricheid ofte wederseggen ter contrarien, want ons alsoe geliefd, niet jegenstaande eenige Ordonnantien, Restrinctien, geboden oft verboden ter contrarien, Gegeeven in onser Steede vanBrugge, den lesten dach van April in ’t Jaar ons Heeren Duysent vyff honderd ende een, Aldus geteykend by mynen Heer den Eertshertoge Jeronimus Lauwerin Tresorier Generaal van de Finan: ende andre jegenwoerdich, Hanneton. Ende op ten rugge van deesen Brieve staat gescreven dat hier naar volcht. De Tresorier Generaal van de Domeynen ende Finantien myns Genaden Heer des Eertshertoge vanOistenryck, Hertoge vanBourgondien,Jeronimus Lauwerinconsenteerd alsoe verre als in hem is dat ’t inhouden in ’t Witte van desen jegewoordigenvolcomen zy naar zyne vorme ende inhouden, alsoe ende by der manieren dat deselve myne Geduchtegen Heer wil ende beveeld gedaan ’t fyne by deselve, Geschreven onder ’t handteyken van den voirsz. Tresorier General den tweesten dach van Meye in ’t Jaar Duysent Vyff Honderd ende Een.Aldus geteykent,LAUWERIN.

Philips, by der Gracie Goids, Eertshertoge vanOistenryck&c. onsen lieven en getrouwen Raedt ende Tresor. Gnerl: van allen onsen Domeynen ende Finan: Jeronimus Lauwerin; Saluyt ende Dilectie. Wy hebben ontfaan die oidmoedige Supplicae. van onsen welgheminden die Burchers der stede vanOudewaterover ende in den naame van de Handboech-Schutters van den Ghilde van St. Joris der voirsz: Stede, inhoudende, hoe deselve gelegen is op tie Frontiren van onsen Lande vanHolld. strekkende aan den Gestichte vanUtrechtende Lande vanGelre, dewelke na den overlyden van wylen onsen lieven Heer ende Grootevader Hertoge Karel vanBourgn. Zaliger gedagten, veel groote sware lasten en costen gehad ende geleeden hebben van diverse Oirloogen, niet alleen van den Oorloge vanUtrecht, maar alle andre die geweest zyn in onse voirsz. Lande ende Graaflicheyt vanHollandals oick in de voirsz. Lande vanGelre, Ende hebben de voirsz: Suppliante tot seekerheyd van der voirsz: Stede vanOudewateropgesteld ’t voirsz. Ghilde van St. Joris van den Voetboech Schutters, tot in den getale van tagtigh of tnegentigh persoenen, om welke ghilde ende gezelschap ’t onderhouden by Hertoge Philips ende andre onse Voorvaderen, die voorsz. Supplianten verleend ende gegeven hebben geweest Vyff ende Twintig Cliuts ’t s’Jaars tot XXX Gron. ’t stuk, dewelke sy den voirsz. Supplianten beweesen hebben gehad te ontfaan by handen van den Rentmeester ’t s’Lands vanWoerden, ende hebben ’t selve alsoe gebruyckt tot in den Jaar toe van LXXVIIJ. Dat die geroyeerd zyn geweest by gebrek van nyeuwe brieven van gfirmatien van wylen onse lieve Vrouwe ende Moeder die Eertshertoginne Saliger gedagten. Ende in den Jaar van LXXXVIJ. soe zyn die voirsz. XXV. Cliuts s’Jaars den voirn. Schutters weederome beweesen geweest op den Rentmeester van den Beede inHolland, als doe wesen uyt kragte van nyeuwe brieven van Confirmacien van mynen Genadigen Heer ende Vader myn Heer den Coninck, sedert welk tyt tot in den Jaar toe van XCIIJ. de voirsz. Schutters niet meer betaald en syn geweest, mits datter gheen Beede inHollandendeVrieslanddaar en binnen loop gehad en heeft, ende hoewel dat seedert den voirsz. Jaar XCIIJ. diversche Beeden inHollandtloop gehad hebben ende nog doen, nochtans en hebben die voirn. Schutteren van den voirsz: XXV. schilden binnen derselver tyd niet ontfaan, overmits dat sy van huer voirsz. ghifte tot nu toe gheen gfirmacie verkreegen en hebben. Twelke hem compt ende keert, tot grooten hinder schade en achterdeele, ende meer sal er werde hen by ons hier op niet voirsien van onse gracie ende behoorlick provisie alsoo zy seggen, Ons zeer oidmoedelick daar ome biddende, SOE IS ’T dat wy die saken voirsz. overgemerct, ende daar op gehad ’t advys, eerst van onsen lieven ende getruwen, die Luyden van onse Reekn. in denHage, ende daer na van u, wy hebben den voirn. Schutters van St. Joris Gilde, in onze voirsz. Stede vanOudewater, genegen wesende ter Beede ende begeerte van de voorn. Supplianten, ende ten eynde dat sy te bat gehert mogen syn te verstaan tot bewaaringe ende seekerheyt van de selver onser Stede vanOudewaterdaer veel belancx in leyd die Brieven van Gifte ende Octroye van de voirsz. vyff ende Twintich Scilden ’tsjaars, henl. gegonnen ende verleend by onsen voirsz. Voirders als voirsz. is, geconfirmeerd, gevesticht ende belieft, ende vuyt onsen rechten wetentheyt ende zonderlinge gracie, confirmeeren, vestigen ende believen, mits desen onzen Brieve, Ende op dat s’noot sy, hebben hen die selve XXV. scilden ’s jaars van nieuws gegonnen ende verleend, gonnen en verleenen mits deesen onsen voirsz. Brieve, om die van nu voortaan Jaarlicx te hebben, ontfangen ende gebruyken van de Penn. comende van onsen Bedendie in onsen voirsz. Landen vanHollandenVrieslandloop hebben sullen, ende by handen van onsen Rentmeester van denselven Beden in den quartier vanNoort-Hollandjeegenswoerdich ende toecomende soe lange als ’t ons gelieven sal, ontbieden u daar ome ende beveelen dat by u doende die voirsz. Schutters gebruyken van onse voirsz. Gracie, Confirmacie ende nieuwe Ghifte, ghy hen doet van nu voortaan Jaerlicx uytryken ende betalen of ’t huren sekeren Bode voor hen de voirsz. XXV. scilden ’s jaars by handen van onsen Rentmeester vanHollandin ’t Quartier vanNoorthollandvoirsz. jegenswoerdich ende toecomende, ende van de Penningen van synen ontfange comende van onser Beede aldaar, soo lange als ’t ons gelieven sal, als voirsz. is. Denwelken onzen Rentmeester jegewoerdich ende toecomende wy selve beveelen mits deesen dat alsoe te doene, ende mits overbreyngende desen onsen jegenwoerdigen Brieff Vidimus ofte Copye Auctentyk van dien, mitsgaders van de andere Brieven van Ghiften ende Confirmatien boven geroerd, voor een ende d’eerste ryse en soe menich werff als ’t van nooden weesen sal, deuchdelick genieten van de voirn. Schutters van de voirsz. XXV. scilden ’tsjaars, alleenlick wy willen dat al ’t geene des hen daar aff gegeeven ende betaald sal worden geleeden ende gepasseerd zy in ’t uytgeven der Reekeningen van onsen voirsz. Rentmeester van onsen Beden vanHollandin den Quartier vanNoorthollandvoirsz. jeegenwoordich ende toekomende, die ’t betaald sal hebben, by den voirsz. Luyden van onsen Rekeningen in denHage, denwelken wy oock bevelen by desen, dat alsoe te doene, sonder eenighe zwaricheid ofte wederseggen ter contrarien, want ons alsoe geliefd, niet jegenstaande eenige Ordonnantien, Restrinctien, geboden oft verboden ter contrarien, Gegeeven in onser Steede vanBrugge, den lesten dach van April in ’t Jaar ons Heeren Duysent vyff honderd ende een, Aldus geteykend by mynen Heer den Eertshertoge Jeronimus Lauwerin Tresorier Generaal van de Finan: ende andre jegenwoerdich, Hanneton. Ende op ten rugge van deesen Brieve staat gescreven dat hier naar volcht. De Tresorier Generaal van de Domeynen ende Finantien myns Genaden Heer des Eertshertoge vanOistenryck, Hertoge vanBourgondien,Jeronimus Lauwerinconsenteerd alsoe verre als in hem is dat ’t inhouden in ’t Witte van desen jegewoordigenvolcomen zy naar zyne vorme ende inhouden, alsoe ende by der manieren dat deselve myne Geduchtegen Heer wil ende beveeld gedaan ’t fyne by deselve, Geschreven onder ’t handteyken van den voirsz. Tresorier General den tweesten dach van Meye in ’t Jaar Duysent Vyff Honderd ende Een.

Aldus geteykent,LAUWERIN.

Vervolgens berust er op het gemeente archief een ordonnantie voor de schutters van den »edelen Cruysboog” dd. 26 Augustus 1597, die wij echter om hare uitgebreidheid niet mogen overnemen. Voorts wordt nog in verscheiden keuren van deze schutters gewag gemaakt.

Op het stadhuis wordt nog een fraaije vlinder bewaard, die men denkt, als insigne van de voetboogschutters van St. Joris Gilde gebruikt te zijn.

Omtrent de schuttersdoelen vinden wij vermeld138in 1746.

»De Doele staande in de Kapelstraat is een oud gebouw, ’t geen groote ruimte heeft en zeer bekwaam ter Herberging van reizende en andere lieden. Zij komt de schutterij, die nu in twee quartieren en vaandels verdeeld is, in eigendom toe, die ook aldaar hare vergadering houdt.”

In den voorgevel van dit gebouw, die in Anno 1787 zeer verfraaid werd, ziet men den ridder St. Joris den draak bestrijdende in steen uitgehouwen.

Na de vernietiging der stedelijke schutterij, is de Doele ter voldoening van der stad’s pretentien in 1798 aan de gemeente gekomen en als eigendom getransporteerd.—De stad heeft dezelve in 1799 voor de som van ƒ 3300 aan een ingezetene dezer plaats verkocht.

De naam van het Logement de St. Jorisdoele, herinnert in onze dagen nog aan de oude schutters vanOudewater.

En hiermede is ook de reeks gebouwen ten einde, die hun ontstaan verschuldigd waren uit een beginsel van verdediging, bij eene mogelijke belegering der plaats. Toen echterOudewateruit de rei der vestingen verdween, zijn de meeste dezer gebouwen natuurlijk van onnut geworden, en wij zagen dan ook de vernietiging van bijna allen. Nu resten ons nog eenige gebouwen te beschrijven, die wij noch onder de kerken, noch onder de geestelijke of liefdadige gestichten, noch onder de gebouwen ter verdediging van stad en land konden rangschikken, en toch tot de monumenten der stad behoorden of nog behooren.

Wij beginnen met


Back to IndexNext