The Project Gutenberg eBook ofOudewater en omtrek, Geologisch, Mythologisch en Geschiedkundig Geschetst

The Project Gutenberg eBook ofOudewater en omtrek, Geologisch, Mythologisch en Geschiedkundig GeschetstThis ebook is for the use of anyone anywhere in the United States and most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included with this ebook or online atwww.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you will have to check the laws of the country where you are located before using this eBook.Title: Oudewater en omtrek, Geologisch, Mythologisch en Geschiedkundig GeschetstAuthor: Willem Cornelis van ZijllRelease date: April 13, 2018 [eBook #56977]Language: DutchCredits: Produced by Jeroen Hellingman and the Online DistributedProofreading Team at http://www.pgdp.net/ for ProjectGutenberg (This book was produced from scanned images ofpublic domain material from the Google Books project.)*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK OUDEWATER EN OMTREK, GEOLOGISCH, MYTHOLOGISCH EN GESCHIEDKUNDIG GESCHETST ***

This ebook is for the use of anyone anywhere in the United States and most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included with this ebook or online atwww.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you will have to check the laws of the country where you are located before using this eBook.

Title: Oudewater en omtrek, Geologisch, Mythologisch en Geschiedkundig GeschetstAuthor: Willem Cornelis van ZijllRelease date: April 13, 2018 [eBook #56977]Language: DutchCredits: Produced by Jeroen Hellingman and the Online DistributedProofreading Team at http://www.pgdp.net/ for ProjectGutenberg (This book was produced from scanned images ofpublic domain material from the Google Books project.)

Title: Oudewater en omtrek, Geologisch, Mythologisch en Geschiedkundig Geschetst

Author: Willem Cornelis van Zijll

Author: Willem Cornelis van Zijll

Release date: April 13, 2018 [eBook #56977]

Language: Dutch

Credits: Produced by Jeroen Hellingman and the Online DistributedProofreading Team at http://www.pgdp.net/ for ProjectGutenberg (This book was produced from scanned images ofpublic domain material from the Google Books project.)

*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK OUDEWATER EN OMTREK, GEOLOGISCH, MYTHOLOGISCH EN GESCHIEDKUNDIG GESCHETST ***

Oorspronkelijke titelpagina.OUDEWATER EN OMTREK,GEOLOGISCH, MYTHOLOGISCHENGESCHIEDKUNDIG GESCHETSTDOORW. C. VAN ZIJLL, JZ.OUDEWATER,W. C. VAN ZIJLL, Jz.1861.„De mensch is de weerkaatsing van het aardsche leven, dat in hem is, hij ziet de natuur aan en tracht haar te verstaan.”Dr. Gneis, uitlegging van Siegmund en Rohdes geologische voorstellingen.„De mythen worden bij ieder menschenras, in zijne vroegste tijdperken gevonden, en bevatten al wat de ouden wisten en geloofden. Zij bevatten dus niet alleen geschiedkundigen berigten, maar alles wat hun in een zoo vroeg tijdperk gewigtig schijnt en waarvan het de kennis wil bewaren envoortplanten…. De grondslag dus van de geschiedenis der menschheid, ligt in de mythologie.”P. H. Tydeman. Mythologie.„De geschiedenis, is voor ieder een gemeenschappelijk goed een geestelijke erfschat, die ieder menschen geslacht bij zijne aftrede van het groote tooneel des levens nalaat aan het nieuwe, dat zijne plaats vervangt. Men mag dat schoon erfgoed niet onaangeroerd laten, maar het uitzetten op winst, zijne waarde trachten te verhoogen en het uitbreiden voor ieder, opdat de geschiedenis voor ons nageslacht in een nog ruimeren zin worde, wat zij ons bereids was; de spiegel van het leven des menschen in het verledene, de leerschool voor vorsten en volken in het tegenwoordige en de toekomst.”August Thierry, Récits des Temps Mérovingiens.VOORBERIGT.Het aanvaarden van den arbeid, dien wij hierachter de eer hebben, onzen geachten minnaars van plaatsbeschrijvingen aan te bieden, ontsproot uit verschillende redenen. De voornaamste was echter eene groote voorliefde voor het onderzoek en de studie van de geschiedenis des Vaderlands.Het trof mij bij dat onderzoek den naam van mijne geboortestadOudewaterbijna niet in de historiebladen genoemd te zien; uitgenomen door de bloedige feiten des jaars 1575, vonden wij den naam vanOudewaterdaarin bijna niet en toch speelde het stedeke in de geschiedenis des vaderlands eene voorname rol. Wàt wijechter vonden aangeteekend, werd gretig verzameld, geschift, en voor zoo ver wij konden, tot een vloeijend en beredeneerd geheel gebragt.De regtvaardigheid vordert van ons de verklaring, dat wij bij het verzamelen van de bouwstoffen, wat het geschiedkundige gedeelte aangaat, van de beschrijving vanOudewaterdoor den gewezenen balluw dezer stede, den Heer G. R. van Kinschot, een ijverig gebruik hebben gemaakt, en ofschoon dit ten jare 1745 verschenen werk het minste op volledigheid mag aanspraak maken, zoo heefthijdoor dien arbeid toch de eer, het eerste de spade in den onbewerktuigden akker te hebben gezet.De namen der andere bronnen waaruit wij bij het vervaardigen van dit werk hebben geput, zijn naauwgezet in de noten aangeduid, echter rekenen wij het ons nog ten pligt, openlijk te berigten, dat het archief vanOudewatermet zijnen inventaris ons goede diensten bewezen heeft, doordien de Edel Achtb. heer R. W. Haentjens Dekker, Burgemeester dezer stad, ons met de meeste bereidwilligheid het gebruik van een en ander vergunde; ook van de Heeren Prof. P. Harting en Dr. van Geuns, beiden teUtrecht, A. M. Montijn, Oud Burgemeester en Johannes Putman, teOudewater,benevens J. van der Lee Az. teMonnikkendamgewerden ons mededeelingen.Wat de titel aanbelangt, die wij aan het werk schonken, zij dit opgemerkt. Iedere vaderlandsche geschiedenis wordt begonnen met eene korte schets van de vroegere gesteldheid des bodems, wij volgden dit voorbeeld voor onze plaatsbeschrijving; maar werkten het opstel een weinig uit en aldus werd dit de geologische schets van dit oord.Daarna werd de bodem ter bewoning geschikt en men bewoonde hem spoedig. Het waren echter heidenen die zich op denzelven hadden nedergezet, wij schetsten hunne godsdienstige vereeringen, verwezen op de sporen die daarvan zijn, of schijnen overgebleven te zijn, en dit is demythologische schets.En aldus naderden wij tot het 3e deel van dit werk deschetsder beschrevengeschiedenis.De overgang van de eene schets tot de andere ging dus zeer geleidelijk. Wat het geschiedkundig gedeelte aangaat, dit was bij de menigvoudige oneenigheden, die hier dikwerf op verschillend gebied zijn voorgevallen, geen aangename taak; wij plaatsten ons echter op een onzijdig standpunt en hopen niemand in zijne begrippen te hebben gekwetst.Nog iets. Buiten ons toedoen, door verschillende omstandigheden, is het verschijnen van het laatste gedeeltevan dit werk eenigzins vertraagd, zoodat wij van pag. 531 tot 536 onze mededeelingen tot in het jaar 1861 hebben gedaan, die wij op pag. 368 ons voorgenomen hadden tot in 1860 te doen; maar nu het verschijnen toch die vertraging had ondergaan, konden wij het niet van ons verkrijgen, mededeelingen, als de spoedige voltooijing van de canalisatie van denHollandschen IJsselenz. niet te vermelden.Wat wij dus ten jare 1858 (het begin van het verschijnen van dit werk) in onze geologische schets van pag. 25 tot 30 over dit onderwerp schreven, is nu in 1861 bijna geheel voltooid.De titelplaat, geteekend en op steen gebragt door onzen stadgenoot, den Heer E. C. Rahms, stelt voor een gezigt op de groote kerk en den toren in 1860, de in het jaar 1861 geamoveerde IJsselbrug en den IJssel voor zijne canalisatie; voorts het wapen der stad, omringd door allegorische voorstellingen, die geene opheldering behoeven.En nu mijn lezer! zij u dit werk aangeboden met den wensch, dat de fouten die er zijn ingeslopen, door u goedgunstig mogen worden verschoond, en dat deze regelen iets mogen bijbrengen, tot meerderen luister van ons dierbaar vaderland enOudewater en omtrek.

Oorspronkelijke titelpagina.

Oorspronkelijke titelpagina.

Oorspronkelijke titelpagina.

OUDEWATER EN OMTREK,GEOLOGISCH, MYTHOLOGISCHENGESCHIEDKUNDIG GESCHETSTDOORW. C. VAN ZIJLL, JZ.OUDEWATER,W. C. VAN ZIJLL, Jz.1861.

OUDEWATER EN OMTREK,GEOLOGISCH, MYTHOLOGISCHENGESCHIEDKUNDIG GESCHETST

OUDEWATER EN OMTREK,

GEOLOGISCH, MYTHOLOGISCHENGESCHIEDKUNDIG GESCHETST

DOORW. C. VAN ZIJLL, JZ.

OUDEWATER,W. C. VAN ZIJLL, Jz.1861.

„De mensch is de weerkaatsing van het aardsche leven, dat in hem is, hij ziet de natuur aan en tracht haar te verstaan.”Dr. Gneis, uitlegging van Siegmund en Rohdes geologische voorstellingen.„De mythen worden bij ieder menschenras, in zijne vroegste tijdperken gevonden, en bevatten al wat de ouden wisten en geloofden. Zij bevatten dus niet alleen geschiedkundigen berigten, maar alles wat hun in een zoo vroeg tijdperk gewigtig schijnt en waarvan het de kennis wil bewaren envoortplanten…. De grondslag dus van de geschiedenis der menschheid, ligt in de mythologie.”P. H. Tydeman. Mythologie.„De geschiedenis, is voor ieder een gemeenschappelijk goed een geestelijke erfschat, die ieder menschen geslacht bij zijne aftrede van het groote tooneel des levens nalaat aan het nieuwe, dat zijne plaats vervangt. Men mag dat schoon erfgoed niet onaangeroerd laten, maar het uitzetten op winst, zijne waarde trachten te verhoogen en het uitbreiden voor ieder, opdat de geschiedenis voor ons nageslacht in een nog ruimeren zin worde, wat zij ons bereids was; de spiegel van het leven des menschen in het verledene, de leerschool voor vorsten en volken in het tegenwoordige en de toekomst.”August Thierry, Récits des Temps Mérovingiens.

„De mensch is de weerkaatsing van het aardsche leven, dat in hem is, hij ziet de natuur aan en tracht haar te verstaan.”Dr. Gneis, uitlegging van Siegmund en Rohdes geologische voorstellingen.„De mythen worden bij ieder menschenras, in zijne vroegste tijdperken gevonden, en bevatten al wat de ouden wisten en geloofden. Zij bevatten dus niet alleen geschiedkundigen berigten, maar alles wat hun in een zoo vroeg tijdperk gewigtig schijnt en waarvan het de kennis wil bewaren envoortplanten…. De grondslag dus van de geschiedenis der menschheid, ligt in de mythologie.”P. H. Tydeman. Mythologie.„De geschiedenis, is voor ieder een gemeenschappelijk goed een geestelijke erfschat, die ieder menschen geslacht bij zijne aftrede van het groote tooneel des levens nalaat aan het nieuwe, dat zijne plaats vervangt. Men mag dat schoon erfgoed niet onaangeroerd laten, maar het uitzetten op winst, zijne waarde trachten te verhoogen en het uitbreiden voor ieder, opdat de geschiedenis voor ons nageslacht in een nog ruimeren zin worde, wat zij ons bereids was; de spiegel van het leven des menschen in het verledene, de leerschool voor vorsten en volken in het tegenwoordige en de toekomst.”August Thierry, Récits des Temps Mérovingiens.

„De mensch is de weerkaatsing van het aardsche leven, dat in hem is, hij ziet de natuur aan en tracht haar te verstaan.”

Dr. Gneis, uitlegging van Siegmund en Rohdes geologische voorstellingen.

„De mythen worden bij ieder menschenras, in zijne vroegste tijdperken gevonden, en bevatten al wat de ouden wisten en geloofden. Zij bevatten dus niet alleen geschiedkundigen berigten, maar alles wat hun in een zoo vroeg tijdperk gewigtig schijnt en waarvan het de kennis wil bewaren envoortplanten…. De grondslag dus van de geschiedenis der menschheid, ligt in de mythologie.”

P. H. Tydeman. Mythologie.

„De geschiedenis, is voor ieder een gemeenschappelijk goed een geestelijke erfschat, die ieder menschen geslacht bij zijne aftrede van het groote tooneel des levens nalaat aan het nieuwe, dat zijne plaats vervangt. Men mag dat schoon erfgoed niet onaangeroerd laten, maar het uitzetten op winst, zijne waarde trachten te verhoogen en het uitbreiden voor ieder, opdat de geschiedenis voor ons nageslacht in een nog ruimeren zin worde, wat zij ons bereids was; de spiegel van het leven des menschen in het verledene, de leerschool voor vorsten en volken in het tegenwoordige en de toekomst.”

August Thierry, Récits des Temps Mérovingiens.

VOORBERIGT.Het aanvaarden van den arbeid, dien wij hierachter de eer hebben, onzen geachten minnaars van plaatsbeschrijvingen aan te bieden, ontsproot uit verschillende redenen. De voornaamste was echter eene groote voorliefde voor het onderzoek en de studie van de geschiedenis des Vaderlands.Het trof mij bij dat onderzoek den naam van mijne geboortestadOudewaterbijna niet in de historiebladen genoemd te zien; uitgenomen door de bloedige feiten des jaars 1575, vonden wij den naam vanOudewaterdaarin bijna niet en toch speelde het stedeke in de geschiedenis des vaderlands eene voorname rol. Wàt wijechter vonden aangeteekend, werd gretig verzameld, geschift, en voor zoo ver wij konden, tot een vloeijend en beredeneerd geheel gebragt.De regtvaardigheid vordert van ons de verklaring, dat wij bij het verzamelen van de bouwstoffen, wat het geschiedkundige gedeelte aangaat, van de beschrijving vanOudewaterdoor den gewezenen balluw dezer stede, den Heer G. R. van Kinschot, een ijverig gebruik hebben gemaakt, en ofschoon dit ten jare 1745 verschenen werk het minste op volledigheid mag aanspraak maken, zoo heefthijdoor dien arbeid toch de eer, het eerste de spade in den onbewerktuigden akker te hebben gezet.De namen der andere bronnen waaruit wij bij het vervaardigen van dit werk hebben geput, zijn naauwgezet in de noten aangeduid, echter rekenen wij het ons nog ten pligt, openlijk te berigten, dat het archief vanOudewatermet zijnen inventaris ons goede diensten bewezen heeft, doordien de Edel Achtb. heer R. W. Haentjens Dekker, Burgemeester dezer stad, ons met de meeste bereidwilligheid het gebruik van een en ander vergunde; ook van de Heeren Prof. P. Harting en Dr. van Geuns, beiden teUtrecht, A. M. Montijn, Oud Burgemeester en Johannes Putman, teOudewater,benevens J. van der Lee Az. teMonnikkendamgewerden ons mededeelingen.Wat de titel aanbelangt, die wij aan het werk schonken, zij dit opgemerkt. Iedere vaderlandsche geschiedenis wordt begonnen met eene korte schets van de vroegere gesteldheid des bodems, wij volgden dit voorbeeld voor onze plaatsbeschrijving; maar werkten het opstel een weinig uit en aldus werd dit de geologische schets van dit oord.Daarna werd de bodem ter bewoning geschikt en men bewoonde hem spoedig. Het waren echter heidenen die zich op denzelven hadden nedergezet, wij schetsten hunne godsdienstige vereeringen, verwezen op de sporen die daarvan zijn, of schijnen overgebleven te zijn, en dit is demythologische schets.En aldus naderden wij tot het 3e deel van dit werk deschetsder beschrevengeschiedenis.De overgang van de eene schets tot de andere ging dus zeer geleidelijk. Wat het geschiedkundig gedeelte aangaat, dit was bij de menigvoudige oneenigheden, die hier dikwerf op verschillend gebied zijn voorgevallen, geen aangename taak; wij plaatsten ons echter op een onzijdig standpunt en hopen niemand in zijne begrippen te hebben gekwetst.Nog iets. Buiten ons toedoen, door verschillende omstandigheden, is het verschijnen van het laatste gedeeltevan dit werk eenigzins vertraagd, zoodat wij van pag. 531 tot 536 onze mededeelingen tot in het jaar 1861 hebben gedaan, die wij op pag. 368 ons voorgenomen hadden tot in 1860 te doen; maar nu het verschijnen toch die vertraging had ondergaan, konden wij het niet van ons verkrijgen, mededeelingen, als de spoedige voltooijing van de canalisatie van denHollandschen IJsselenz. niet te vermelden.Wat wij dus ten jare 1858 (het begin van het verschijnen van dit werk) in onze geologische schets van pag. 25 tot 30 over dit onderwerp schreven, is nu in 1861 bijna geheel voltooid.De titelplaat, geteekend en op steen gebragt door onzen stadgenoot, den Heer E. C. Rahms, stelt voor een gezigt op de groote kerk en den toren in 1860, de in het jaar 1861 geamoveerde IJsselbrug en den IJssel voor zijne canalisatie; voorts het wapen der stad, omringd door allegorische voorstellingen, die geene opheldering behoeven.En nu mijn lezer! zij u dit werk aangeboden met den wensch, dat de fouten die er zijn ingeslopen, door u goedgunstig mogen worden verschoond, en dat deze regelen iets mogen bijbrengen, tot meerderen luister van ons dierbaar vaderland enOudewater en omtrek.

VOORBERIGT.

Het aanvaarden van den arbeid, dien wij hierachter de eer hebben, onzen geachten minnaars van plaatsbeschrijvingen aan te bieden, ontsproot uit verschillende redenen. De voornaamste was echter eene groote voorliefde voor het onderzoek en de studie van de geschiedenis des Vaderlands.Het trof mij bij dat onderzoek den naam van mijne geboortestadOudewaterbijna niet in de historiebladen genoemd te zien; uitgenomen door de bloedige feiten des jaars 1575, vonden wij den naam vanOudewaterdaarin bijna niet en toch speelde het stedeke in de geschiedenis des vaderlands eene voorname rol. Wàt wijechter vonden aangeteekend, werd gretig verzameld, geschift, en voor zoo ver wij konden, tot een vloeijend en beredeneerd geheel gebragt.De regtvaardigheid vordert van ons de verklaring, dat wij bij het verzamelen van de bouwstoffen, wat het geschiedkundige gedeelte aangaat, van de beschrijving vanOudewaterdoor den gewezenen balluw dezer stede, den Heer G. R. van Kinschot, een ijverig gebruik hebben gemaakt, en ofschoon dit ten jare 1745 verschenen werk het minste op volledigheid mag aanspraak maken, zoo heefthijdoor dien arbeid toch de eer, het eerste de spade in den onbewerktuigden akker te hebben gezet.De namen der andere bronnen waaruit wij bij het vervaardigen van dit werk hebben geput, zijn naauwgezet in de noten aangeduid, echter rekenen wij het ons nog ten pligt, openlijk te berigten, dat het archief vanOudewatermet zijnen inventaris ons goede diensten bewezen heeft, doordien de Edel Achtb. heer R. W. Haentjens Dekker, Burgemeester dezer stad, ons met de meeste bereidwilligheid het gebruik van een en ander vergunde; ook van de Heeren Prof. P. Harting en Dr. van Geuns, beiden teUtrecht, A. M. Montijn, Oud Burgemeester en Johannes Putman, teOudewater,benevens J. van der Lee Az. teMonnikkendamgewerden ons mededeelingen.Wat de titel aanbelangt, die wij aan het werk schonken, zij dit opgemerkt. Iedere vaderlandsche geschiedenis wordt begonnen met eene korte schets van de vroegere gesteldheid des bodems, wij volgden dit voorbeeld voor onze plaatsbeschrijving; maar werkten het opstel een weinig uit en aldus werd dit de geologische schets van dit oord.Daarna werd de bodem ter bewoning geschikt en men bewoonde hem spoedig. Het waren echter heidenen die zich op denzelven hadden nedergezet, wij schetsten hunne godsdienstige vereeringen, verwezen op de sporen die daarvan zijn, of schijnen overgebleven te zijn, en dit is demythologische schets.En aldus naderden wij tot het 3e deel van dit werk deschetsder beschrevengeschiedenis.De overgang van de eene schets tot de andere ging dus zeer geleidelijk. Wat het geschiedkundig gedeelte aangaat, dit was bij de menigvoudige oneenigheden, die hier dikwerf op verschillend gebied zijn voorgevallen, geen aangename taak; wij plaatsten ons echter op een onzijdig standpunt en hopen niemand in zijne begrippen te hebben gekwetst.Nog iets. Buiten ons toedoen, door verschillende omstandigheden, is het verschijnen van het laatste gedeeltevan dit werk eenigzins vertraagd, zoodat wij van pag. 531 tot 536 onze mededeelingen tot in het jaar 1861 hebben gedaan, die wij op pag. 368 ons voorgenomen hadden tot in 1860 te doen; maar nu het verschijnen toch die vertraging had ondergaan, konden wij het niet van ons verkrijgen, mededeelingen, als de spoedige voltooijing van de canalisatie van denHollandschen IJsselenz. niet te vermelden.Wat wij dus ten jare 1858 (het begin van het verschijnen van dit werk) in onze geologische schets van pag. 25 tot 30 over dit onderwerp schreven, is nu in 1861 bijna geheel voltooid.De titelplaat, geteekend en op steen gebragt door onzen stadgenoot, den Heer E. C. Rahms, stelt voor een gezigt op de groote kerk en den toren in 1860, de in het jaar 1861 geamoveerde IJsselbrug en den IJssel voor zijne canalisatie; voorts het wapen der stad, omringd door allegorische voorstellingen, die geene opheldering behoeven.En nu mijn lezer! zij u dit werk aangeboden met den wensch, dat de fouten die er zijn ingeslopen, door u goedgunstig mogen worden verschoond, en dat deze regelen iets mogen bijbrengen, tot meerderen luister van ons dierbaar vaderland enOudewater en omtrek.

Het aanvaarden van den arbeid, dien wij hierachter de eer hebben, onzen geachten minnaars van plaatsbeschrijvingen aan te bieden, ontsproot uit verschillende redenen. De voornaamste was echter eene groote voorliefde voor het onderzoek en de studie van de geschiedenis des Vaderlands.

Het trof mij bij dat onderzoek den naam van mijne geboortestadOudewaterbijna niet in de historiebladen genoemd te zien; uitgenomen door de bloedige feiten des jaars 1575, vonden wij den naam vanOudewaterdaarin bijna niet en toch speelde het stedeke in de geschiedenis des vaderlands eene voorname rol. Wàt wijechter vonden aangeteekend, werd gretig verzameld, geschift, en voor zoo ver wij konden, tot een vloeijend en beredeneerd geheel gebragt.

De regtvaardigheid vordert van ons de verklaring, dat wij bij het verzamelen van de bouwstoffen, wat het geschiedkundige gedeelte aangaat, van de beschrijving vanOudewaterdoor den gewezenen balluw dezer stede, den Heer G. R. van Kinschot, een ijverig gebruik hebben gemaakt, en ofschoon dit ten jare 1745 verschenen werk het minste op volledigheid mag aanspraak maken, zoo heefthijdoor dien arbeid toch de eer, het eerste de spade in den onbewerktuigden akker te hebben gezet.

De namen der andere bronnen waaruit wij bij het vervaardigen van dit werk hebben geput, zijn naauwgezet in de noten aangeduid, echter rekenen wij het ons nog ten pligt, openlijk te berigten, dat het archief vanOudewatermet zijnen inventaris ons goede diensten bewezen heeft, doordien de Edel Achtb. heer R. W. Haentjens Dekker, Burgemeester dezer stad, ons met de meeste bereidwilligheid het gebruik van een en ander vergunde; ook van de Heeren Prof. P. Harting en Dr. van Geuns, beiden teUtrecht, A. M. Montijn, Oud Burgemeester en Johannes Putman, teOudewater,benevens J. van der Lee Az. teMonnikkendamgewerden ons mededeelingen.

Wat de titel aanbelangt, die wij aan het werk schonken, zij dit opgemerkt. Iedere vaderlandsche geschiedenis wordt begonnen met eene korte schets van de vroegere gesteldheid des bodems, wij volgden dit voorbeeld voor onze plaatsbeschrijving; maar werkten het opstel een weinig uit en aldus werd dit de geologische schets van dit oord.

Daarna werd de bodem ter bewoning geschikt en men bewoonde hem spoedig. Het waren echter heidenen die zich op denzelven hadden nedergezet, wij schetsten hunne godsdienstige vereeringen, verwezen op de sporen die daarvan zijn, of schijnen overgebleven te zijn, en dit is demythologische schets.

En aldus naderden wij tot het 3e deel van dit werk deschetsder beschrevengeschiedenis.

De overgang van de eene schets tot de andere ging dus zeer geleidelijk. Wat het geschiedkundig gedeelte aangaat, dit was bij de menigvoudige oneenigheden, die hier dikwerf op verschillend gebied zijn voorgevallen, geen aangename taak; wij plaatsten ons echter op een onzijdig standpunt en hopen niemand in zijne begrippen te hebben gekwetst.

Nog iets. Buiten ons toedoen, door verschillende omstandigheden, is het verschijnen van het laatste gedeeltevan dit werk eenigzins vertraagd, zoodat wij van pag. 531 tot 536 onze mededeelingen tot in het jaar 1861 hebben gedaan, die wij op pag. 368 ons voorgenomen hadden tot in 1860 te doen; maar nu het verschijnen toch die vertraging had ondergaan, konden wij het niet van ons verkrijgen, mededeelingen, als de spoedige voltooijing van de canalisatie van denHollandschen IJsselenz. niet te vermelden.

Wat wij dus ten jare 1858 (het begin van het verschijnen van dit werk) in onze geologische schets van pag. 25 tot 30 over dit onderwerp schreven, is nu in 1861 bijna geheel voltooid.

De titelplaat, geteekend en op steen gebragt door onzen stadgenoot, den Heer E. C. Rahms, stelt voor een gezigt op de groote kerk en den toren in 1860, de in het jaar 1861 geamoveerde IJsselbrug en den IJssel voor zijne canalisatie; voorts het wapen der stad, omringd door allegorische voorstellingen, die geene opheldering behoeven.

En nu mijn lezer! zij u dit werk aangeboden met den wensch, dat de fouten die er zijn ingeslopen, door u goedgunstig mogen worden verschoond, en dat deze regelen iets mogen bijbrengen, tot meerderen luister van ons dierbaar vaderland enOudewater en omtrek.


Back to IndexNext