HOOFDSTUK I.

HOOFDSTUK I.VOORBEREIDINGEN.De schitterende avondster Venus was in het Westen ondergegaan. Donkere, doorzichtige schaduwen spreidden zich langzamerhand over Groot-Stuttgart en het Neckardal uit.Duizenden en nog eens duizenden van sterren beginnen te flikkeren aan het firmament, terwijl men, te midden dier ver verwijderde lichtgevende hemellichamen, den schitterend witten Melkweg duidelijk kan onderscheiden.Van daaruit ziet het fonkelend sterrenbeeld Cassiopeia neêr, op de oude, nog altijd van zooveel dwaasheid vervulde Moeder Aarde.Aan de andere zijde, in het onmetelijke hemelruim, staat de Groote Beer, met zijn zeven heldere sterren, het geheimzinnige getal, dat in het menschelijk leven zulk een merkwaardige rol speelt. In bonte mengeling en op ongelijke afstanden, verschillend in lichtsterkte en grootte, stonden de overige sterren daartusschen, schijnbaar nog alle op haar oude, gewone plaats.’t Werd later in den nacht. In het Zuiden verscheen het prachtig sterrenbeeld de Orion aanden horizont en spoedig daarna ook Sirius, de schitterendste onder al de schitterende sterren des hemels.En juist hij wiens beroep het was den sterrenhemel te bestudeeren, scheen op het oogenblik het minst van allen vatbaar voor die nachtelijke pracht en de grootsche schoonheid van die verwijderde lichtgevende hemellichamen.Professor Stiller, de beroemde sterrenkundige, leeraar aan de wereldberoemde universiteit te Tübingen, zat in zijn armstoel en trommelde zenuwachtig met de vingers van zijn rechterhand op de leuning. Hij zat in een ruim vertrek met groot glazen koepeldak, waarvan men dadelijk zag dat het als observatorium of sterrenwacht dienst deed. Een reusachtige kijker stak door de opening in het draaibare koepeldak naar boven in den helderen winternacht.Professor Stiller had al jaren geleden op den rustigen Bopserheuvel bij Stuttgart een sterrenwacht voor zich laten bouwen, om, ver van ’t druk gewoel der universiteitsstad, zich ongestoord aan de waarneming der planeten te kunnen wijden. Vooral de planeet Mars, wier baan zoo dicht in de nabijheid der aarde loopt, trok in ’t bijzonder de aandacht van den geleerde. Deze groote belangstelling was oorzaak dat hij daarvan langzamerhand een meer bijzondere studie maakte, waaruit een zóó groote liefde voor de verwijderde planeet ontstond, dat bij professor Stiller eindelijk meer en meer de gedachterijpte, om zich met die planeet in nadere verbinding te stellen,—met andere woorden, die te bezoeken.Juist nu stond Mars in de nabijheid der aarde, en bedroeg de afstand tusschen deze en de planeet slechts 59 millioen Kilometer.In den tegenwoordigen tijd van grootsche uitvindingen, en den geweldigen, men zou bijna zeggen ongelooflijken vooruitgang op het gebied der techniek, en de meerdere kennis van de electromagnetische stroomingen in het heelal en hare toepassing, en vóór alles de hooge vlucht die de luchtscheepvaart had genomen, was in de gedachte aan een bezoek aan Mars en een reis daarheen niets vreemds meer gelegen. Integendeel, bij den tegenwoordigen stand van zaken, bestond inderdaad de mogelijkheid om een dergelijken tocht, met eenigen kans van slagen, te ondernemen.En deze reis hield op het oogenblik de gedachten van professor Stiller bezig. Hij had echter met allerlei tegenspoed te kampen gehad en dit had den geleerde onaangenaam gestemd en zenuwachtig gemaakt. Vóór den stoel van den professor brandde een sierlijke electrische lamp, die haar zacht licht wierp op een stapel papieren, met cijfers en berekeningen bedekt, die door elkaar op een kleine tafel naast hem lag. Zuchtend streek hij zich met de linkerhand over het met diepe rimpels doorgroefde voorhoofd.„Die dwaze menschen, die Bieder en Schnabel,die in hun eigenwijsheid mijne aanwijzingen niet volgen en mij daardoor bij den bouw van mijn luchtschip al zoovele moeilijkheden bezorgden, zijn inderdaad niet waard, dat ik me nog langer boos over hen maak. Goddank heb ik hun domheden, die de ergste gevolgen na zich konden sleepen, noch altijd tijdig kunnen verhelpen! Weg dus met al die ergernissen! ’k Wil me nu alleen aan Mars wijden!” De geleerde stond op. „Ja, ja!” ging hij na eenige oogenblikken zwijgens voort, „ja, mijn oude, roodachtig stralende vriendin, is nu in de nabijheid der aarde. Ik geloof dat het van avond echter te laat is om nog een stil onderhoud met haar te hebben! En toch, ze is als altijd weer op haar plaats, zij laat nooit op zich wachten!”Professor Stiller keek op zijn horloge, „11 uur 42 minuten! Nog 55 seconden en dan is Mars in het Oosten zichtbaar. Gauw naar boven, naar den kijker!” Weldra was deze gericht en vertoonde Mars, die langzaam aan den oostelijken horizont verrees, zich als een kleine vurige bol aan het oog van den waarnemer. Vol bewondering sloeg professor Stiller de naar hem toegekeerde zijde der planeet gade, waarop duidelijk en scherp, smalle rechte lijnen zichtbaar waren.„Juist deze rechte kanalen, die op verschillende punten elkander snijden of samenkomen, leveren door hare kunstigheid het duidelijkste en meest onweerlegbare bewijs, dat daarboven zeer verstandige en ontwikkelde wezens huizen!”sprak de geleerde tot zich zelf. „Mars heeft in weerwil van de haar omringende luchtlagen, in verhouding slechts kleine hoeveelheden water. Daarom zijn de Marsbewoners wel genoodzaakt om aan dit gebrek door kunstmatigen toevoer zooveel mogelijk tegemoet te komen, en van de aanwezige watermassa een zoodanig gebruik te maken dat, wanneer één district er door bevochtigd is, de kostbare vloeistof naar een andere streek wordt gevoerd. Hoe vaak heb ik niet reeds deze feiten van den katheder te Tübingen verkondigd als verklaring van het tijdelijke verdwijnen en telkens weer opduiken der kanalen op Mars!” riep professor Stiller opgewonden uit. „Ja, er moet op Mars een bijzonder ontwikkeld en in hooge mate beschaafd volk wonen, want alleen dit is in staat om dergelijke geniale werken ten algemeene nutte ten uitvoer te brengen! De Jaargetijden op Mars schijnen, volgens mij, in de eerste plaats verband te houden met het smelten der ijsmassa’s aan de Zuid- en Noordpool. En dit water, afkomstig uit het gesmolten ijs der Poolstreken, wordt ter vruchtbaarmaking, door die wezens daarboven, gevoerd in de kanalen die wij zelfs van hieruit kunnen waarnemen.Wat een prachtigen weelderigen plantengroei moet men daar, langs de kanalen aan de oevers aantreffen! Wat moet alles zich daar vlug en krachtig ontwikkelen waar het water, regelmatig verdeeld, overal wordt heengevoerd! En watvoor menschen moeten dat niet zijn, die daar op Mars wonen en die ons in algemeene ontwikkeling misschien eeuwen vooruit zijn! Dat zou volstrekt niet onmogelijk wezen. Ik moet hen leeren kennen, evenals den grond, waarop zij leven en werken!”——Opgewonden ging professor Stiller van den telescoop weg, maar de levendige belangstelling in het voorwerp zijner waarneming, dreef hem al heel spoedig weer naar zijn instrument terug.Zoo ging het eene uur na het andere voorbij in astronomische onderzoekingen en berekeningen. De fonkelende sterren aan den hemel begonnen reeds te verbleeken en de wintermorgen brak bijna aan, toen de professor eindelijk zijn plaats verliet en naar zijn warm tehuis ging, dat zich in de onmiddellijke nabijheid van de sterrenwacht bevond.Een lichte nevel hing over het Neckardal en Groot-Stuttgart. De stralende morgenzon deed dezen doorzichtigen sluier echter spoedig optrekken en liet de stad, die zich in den loop der tijden van uit het Nesenbachdal links en rechts langs de oevers van den Neckar had uitgebreid, op haar voordeeligst uitkomen. De winter had zijn intocht nog niet gedaan en de met bosschen begroeide bergen die het Neckardal begrenzen, waren nog niet met sneeuw bedekt. In de frissche heldere Decemberlucht kon men scherp en duidelijk de torens en villa’s onderscheiden, die hier en daar op eenige hooger gelegen puntenwaren gebouwd en neerzagen op de stad die zich aan hunne voeten uitstrekte. Ook de oude kapel op den Rotenberg paste uitstekend in het schilderachtige landschap, waarom de Neckar zich als een zilveren lint slingerde.Een groot ruim plein, half park half grasveld, de van oudsher beroemde Cannstatter weide, waar de Zwabensche volksspelen werden gehouden, bracht een aangename afwisseling in de huizenmassa, en werd hiervan aan een zijde door de rivier gescheiden. Aan het uiteinde van het park dat verscheidene Kilometers lang was en door electrische trambanen werd doorkruist stond een groot rond, in hout opgetrokken gebouw waarop met reusachtige letters stond te lezen:„Luchtschip voor de Mars-expeditie,”en daaronder:„Streng verboden toegang.”Binnen in het gebouw deed zich geen enkel geluid hooren,—een teeken dat het werk was gestaakt of misschien reeds afgeloopen.Aan de heeren Blieder en Schnabel was de bouw van het luchtschip opgedragen, dat voor de eerste maal sedert het bestaan van een wereld- en volkengeschiedenis de oplossing zou geven van het moeilijke probleem van een tocht buitenden dampkring, door de oneindige aetherlaag, naar een bepaald doel.Blieder was de architect die, althans in Stuttgart, bekend stond om zijne vele ervaring en nieuwe denkbeelden bij de uitvoering van allerlei stoute plannen, Schnabel was leeraar in de hoogere mathematica aan eene universiteit.In deze hoedanigheid was den heer Schnabel opgedragen, om den bouw van het luchtschip op mathematische gronden na te gaan en overigens den heer Blieder met zijn wetenschappelijke ontwikkeling ter zijde te staan.Uitwerking en kracht der op de meest vernuftige wijze gebonden electro-dynamische eenheden, die zoowel voor de beweging en het besturen van het schip, als voor de verlichting en verwarming van het gesloten vaartuig moesten dienen, al die talrijke zeer gewichtige voorwaarden, waaraan de machinerie tot in haar kleinste onderdeelen moest beantwoorden, waren door professor Stiller in medewerking met andere geleerde collega’s aan de Tübinger universiteit, vastgesteld geworden en de uitvoering er van aan beide genoemde heeren opgedragen.Slechts aarzelend en met een zekeren onwil was professor Stiller tot die opdracht overgegaan.Blieder en Schnabel waren oude kennissen van hem. Evenals hij, waren ze in de voorstad Cannstatt geboren en met hem opgegroeid, doch in later jaren hadden de zoo uiteenloopende belangen en studiën van professor Stiller hem meeren meer vervreemd van de beide vrienden zijner jeugd. Hoe hooger professor Stiller steeg op de wetenschappelijke ladder, hoe grooter de kloof werd die hen scheidde.Toen het echter bekend werd, dat het college van professoren der Tübinger universiteit naar aanleiding van een gloedvolle voordracht van professor Stiller, besloten had om op kosten der universiteit een luchtschip van bijzondere constructie te doen bouwen, waarmede een tocht naar Mars zou kunnen worden ondernomen, waren de beide oude kennissen, met wie hij zoo menigen kwajongensstreek had uitgehaald, onmiddellijk naar Professor Stiller gegaan. Het prikkelde hun beider eerzucht om hun naam wereldberoemd te maken en dezen voor altijd verbonden te weten met den „Argonaut” zooals het luchtschip heeten zou. Eindelijk had professor Stiller aan hun verlangen toegegeven waaraan zij kracht hadden bijgezet door een beroep te doen op hun oude vriendschap. Hij verzoende er zich mede, door de gedachte, dat onder al degenen die voor den bouw van den Argonaut in aanmerking zouden wenschen te komen, toch niemand wezen zou die een grooteren waarborg zou leveren voor het welslagen van den arbeid, dan Blieder en Schnabel. En op stuk van zaken waren zij dan toch ook Zwaben evenals hij.Zoo had de geleerde dan zijn aanvankelijken tegenzin tegen de twee „bekrompen Stuttgarters” overwonnen, doch, tegen dat het werk teneinde liep werd deze weder zooveel te levendiger. De heeren Blieder en Schnabel waren twee echte dikkoppen. Zij meenden beiden den Steen der Wijzen te hebben gevonden en achtten zich derhalve bevoegd om in het plan voor het schip naar eigen goeddunken wijzigingen aan te brengen. Alleen aan de waakzaamheid en den onverflauwden ijver van professor Stiller was het te danken dat na een voortdurenden strijd, veel ergernis en verdriet, en aanhoudende onaangenaamheden met Blieder en Schnabel, de Argonaut in hoofdzaak was gebouwd zooals de geleerde zelf had aangegeven.Maar den vorigen middag, toen professor Stiller naar de werkplaats was gegaan, om zich te overtuigen dat het werk waaraan nu zoovele maanden ijverig was gearbeid en waarover reeds zoo groote roep was uitgegaan (daarvoor hadden Blieder en Schnabel wel gezorgd), had hij tot zijn groote woede bemerkt, dat de bouwers eenige zijner meest gewichtige aanwijzingen totaal over het hoofd hadden gezien. Het werk dat reeds was gestaakt, moest wederom worden opgevat, en weer begon men aan den Argonaut allerlei veranderingen aan te brengen. Daardoor moest de opstijging natuurlijk weer worden uitgesteld en rees de ernstige vraag, of er van de geheele expeditie nog iets terecht zou komen. Het was eenvoudig om dol en razend te worden!—Woedend kwam professor Stiller thuis. Het duurde verscheidene uren vóór zijn drift bedaarden hij weder zichzelf meester geworden was. Maar zóó dicht bij de vervulling van een lang gekoesterden wensch te zijn en dan telkens weer zijn geduld op de proef te zien gesteld, is dan toch ook bijna niet te dragen.Professor Stiller’s kracht ging ’t dan ook bijna te boven en hij bracht, onbekwaam tot eenig werk, verscheidene uren in zijn observatorium door, om zijn opbruisend bloed tot bedaren te brengen en zijn boosheid te overwinnen.De geleerde zat nu in een gemakkelijke warme kamerjapon in zijn ruime studeerkamer, waarin de zon haar heldere stralen wierp, en werkte de waarnemingen van dien nacht uit. Het resultaat was zeer bevredigend. Nu, en daarna misschien niet in langen tijd, wellicht, in geen jaren, was het mogelijk om van de aarde uit, Mars te bereiken. Het is een groot verschil of een planeet slechts 59 of 400 millioen kilometers van de aarde verwijderd is. Mars stond op het oogenblik het dichtst bij de aarde en was daarvan slechts 59 millioen kilometers verwijderd. Dit was gebleken uit de nauwkeurige berekeningen van den professor. Men mocht daarom niet lang meer wachten met de expeditie, ieder tijdverlies moest angstvallig worden vermeden. Wanneer men eenige kans wilde hebben de planeet, die zich snel wederom van de aarde verwijderde, te bereiken, zooveel mogelijk gebruik makende van de nu zoo gunstige verhouding tusschen de middelpuntvliedende kracht der aarde en de thanssterk vermeerderde aantrekkingskracht van Mars dan moest met ieder uur rekening worden gehouden.„En juist op dit allergunstigste oogenblik, moeten me die twee ezels!”—en bij deze woorden keek professor Stiller door de ramen zijner studeerkamer in de richting van Cannstatt, „een streep door de rekening halen!”Toornig fronste hij de wenkbrauwen en ’t bloed steeg hem naar ’t hoofd. Daar werd aan de deur geklopt. Op het luide „binnen” van den geleerde verscheen zijn knecht en kondigde de heeren Blieder en Schnabel aan.„Lupus in fabula!” merkte de professor glimlachend op, doch plotseling herinnerde hij zich dat hij gisteren op de weide den beiden heeren had verzocht heden tegen twaalf uur bij hem te komen. Een blik op de pendule overtuigde hem, dat de heeren precies op tijd waren. De professor stond op en droeg den knecht op de beide heeren binnen te laten.„Stiptheid is het kenmerk der beleefdheid!” Met deze woorden begroette de professor de binnentredenden. „Neemt plaats!”—ging hij voort, „en zegt me nu maar dadelijk of de gisteren door mij aangegeven wijzigingen aan den Argonaut binnen vier dagen kunnen worden aangebracht. De volgende week moeten we opstijgen! ’t Koste wat ’t wil!”„Ik weet werkelijk niet, welke noemenswaardige fout mijnerzijds de opstijging in den wegzou staan!” merkte Blieder met zijn toonlooze stem op.„Wat!”—riep de professor boos uit, „moet ik u, oud architect, die uit puur genialiteit nooit iets uitdenkt, nog eens weer herhalen, waar ik u gisteren reeds aanmerking op heb gemaakt?”In plaats van te antwoorden, bepaalde Blieder er zich toe de schouders op te halen.„In het gesloten vaartuig kan ik geen glazen vensters gebruiken, dat kondet gij weten, en zooveel te beter omdat ik u daarop reeds van den aanvang af, bij het ontwerp van het plan, heb gewezen!” hernam de geleerde.„Ja, maar waarom? Ik zie werkelijk niet in....”„Mijn waarde Blieder, ge ziet inderdaad niets in noch uit. De spiegelruiten die gij in het vaartuig hebt laten zetten, zijn hard en broos en in geenendeele bestand tegen de geweldige, lage temperatuur in de aetherruimte. Daarom weg met die glazen, weg er mee! Vervang ze door elastisch mica dat het noodige weerstandsvermogen heeft. Dat houdt het uit in alle temperaturen boven en onder nul. Ge hebt twee dagen tijd om deze verandering tot stand te brengen.”„Maar....” begon Blieder, doch werd door den professor driftig in de rede gevallen.„Er valt hier niet te „maren!” Wees blij, dat ik, met het oog op den korten tijd, zoo velerlei onnauwkeurigheden over het hoofd zie waaraan gij u bij de constructie hebt schuldig gemaakt. Maar een ding van belang moet nog verbeterdworden. Ofschoon ik er u opmerkzaam op heb gemaakt, hebt gij er verder maar niet meer aan gedacht, dat in de gondel, waarin meerdere menschen een zekeren tijd zullen verblijven, toch ook een klep tot loozing van allerlei afval, dient te zijn. Wij hebben een paar van die dubbele, goed sluitende kleppen noodig, die links en rechts aan de gondel dienen te worden aangebracht. In ’s hemelsnaam niet in den bodem!”„Dat zou toch wel het gemakkelijkst zijn!”„Ja, dàt weet ik ook wel,” hernam professor Stiller spottend glimlachende, „maar we zouden niet gaarne onderweg uit het vaartuig vallen, maar indien eenigszins mogelijk, liever heel en gezond op Mars aankomen!”„Maar langs de wanden zijn binnen in de gondel de provisiekasten aangebracht, daaronder de accumulatoren en....”„Verdeel de ruimte zooals ’t behoort, dan komt de zaak in orde! Basta! En nu gij Schnabel! Waarvan denkt ge dat ons gezelschap onderweg moet leven?”„Natuurlijk van de medegenomen voedingsmiddelen, de ingemaakte groenten en vruchten en allerlei lekkers, den besten Neckarwijn niet te vergeten!” antwoordde glimlachend de Mathematicus, die veel van lekker eten en drinken hield en zich dan ook in het bezit van een aardig buikje verheugde.„Neen, wees maar niet bang, Schnabel, den wijn zullen we niet vergeten, maar waarvan leefteen mensch nog meer dan van spijs en drank?!”—„Natuurlijk van lucht!” antwoordde Schnabel die door die vraag eenigszins gepikeerd was.„Natuurlijk! en vertel me nu eens waar wij gedurende onze reis, die lucht vandaan moeten halen. Zooals ge weet is die in het aetherruim niet voorhanden en de vaderlandsche lucht, die wij van de Cannstatterweide in onze gondel medenemen, zal al heel spoedig verbruikt zijn.”„Och loop naar den koekoek! Ik heb vergeten ruimten aan te brengen tot berging van gecomprimeerde lucht.”„Juist! Herstel die fout zoo spoedig mogelijk. Blieder zal u daarbij behulpzaam zijn. Ik zal zelf later wel onderzoeken of de ruimten inderdaad samengeperste lucht bevatten, want gij zoudt waarachtig in staat zijn om te vergeten ze te vullen. Zooals ik u gisteren reeds heb gezegd is ’t met de heele stuurinrichting ook niet in den haak. In plaats van overbrenging door middel van een as, hebt ge de alluminiumschroef direct gekoppeld aan de electrische machine. Hoe ge daartoe zijt gekomen, begrijp ik niet!”„Volgens mathematische berekeningen! De eenige ware manier!”„Blijf me nu als ’t u blieft met uw mathematiek van ’t lijf, wanneer die tot zulken tastbaren onzin leidt!” hernam professor Stiller boos. „Ik draag de verantwoording van de gewaagde expeditie.Ik moet daarom krachtig optreden en mij verzetten tegen alles wat het gevaar zou kunnen vergrooten, en met vreugde begroeten alles wat kan bijdragen tot vermeerdering der veiligheid en vergrooting van de kans van slagen.”„Alsof wij, Blieder en ik, niet alles hadden gedaan wat gij van ons verlangdet. Maar natuurlijk, den grooten geleerden der universiteit is het moeilijk naar den zin te maken.”„Dat schijnt werkelijk zoo te zijn!” liet Blieder er zuchtend op volgen.„Daarover zal ik niet met u kibbelen, want dat zou totaal doelloos zijn. Zorg er liever voor dat de Argonaut de volgende week gereed is. Wanneer de reis nog eenige kans van slagen hebben zal, moeten we noodig vertrekken. Mijn collega’s in Tübingen, wien ik als datum van opstijging, en dan nog als uitersten termijn, een der eerste dagen van December heb genoemd, beginnen ook ongeduldig te worden. En nu ontstaat er alweer vertraging. De zaak moet nu gauw in orde komen. Afgezien van het feit dat we ons in hooge mate belachelijk zouden maken, wanneer de reis maar telkens weer werd uitgesteld, loopen wij buitendien gevaar niet ten volle gebruik te kunnen maken van de ons op het oogenblik zoo gunstige omstandigheden! Maakt dus voort! Ik moet daar bepaald op aandringen.”„Hoe lang zal de reis duren!” vroeg Schnabel nieuwsgierig en blijkbaar verlangend om het onaangenameonderhoud een meer vriendschappelijke wending te geven.„Dat hangt af van iederen dag, zelfs van ieder uur, dat wij vroeger kunnen vertrekken,” antwoordde professor Stiller. „De vier dagen, die ik u voor het verbeteren der gemaakte fouten, moet toestaan, beteekenen voor ons een hoogst onaangename verlenging der reis. Mars staat op het oogenblik het dichtst bij de aarde en de afstand wordt nu iedere minuut weer grooter. Hoe lang onder deze omstandigheden de reis door de aetherruimte zal duren laat zich slechts gissen, maar is niet nauwkeurig te bepalen. Zoodra wij goed en wel buiten den invloed van de aantrekkingskracht van de aarde en van de maan en in dien van Mars zullen zijn gekomen, zal de reis buitengewoon snel gaan, in weerwil van de ontzettend groote afstanden, die wij hebben af te leggen. Dank zij de geweldige aantrekkende electromagnetische stroomingen die van Mars uitgaan, zullen wij met bijna fabelachtige snelheid ons in de richting van die planeet bewegen, welke snelheid op minstens twee millioen kilometers per dag kan worden geschat. Ik reken echter ook in het gunstigste geval, dat de reis minstens eenige weken zal duren. Voorzichtigheidshalve nemen wij voor drie maanden proviand mede.”„En wanneer gij Mars niet bereikt, en de geheele reis mislukt, wat dan!” vroeg Schnabel nieuwsgierig.„Dan, mijn waarde, gaat het ons, zooals ’t zoo menig natuurvorscher vóór ons gegaan is, en ook na ons gaan zal. Wij worden dan offers, martelaren der wetenschap. Ook hiermede hebben wij rekening gehouden, toen wij besloten den tocht te ondernemen. Gelukkigerwijs zijn de andere deelnemers, evenals ik, geen vaders van huisgezinnen, maar meerendeels jongelui die dezen sprong in het onzekere, dit waagstuk voor hun geweten kunnen verantwoorden. Ik voor mij reken beslist op het welslagen der onderneming, de triumph der wetenschap.”„De geheele beschaafde wereld heeft met stomme bewondering thans het oog gericht op ons Neckardal, waar zulke grootsche stoutmoedige plannen op het punt staan verwezenlijkt te worden en komt ge eens met den „Argonaut” weer behouden terug, dan zal u een ontvangst worden bereid, zooals nog niemand ten deel viel, gij zult worden gevierd, zooals nooit iemand te voren!” merkte Blieder op.„Maar vóór we aan een terugkeer kunnen denken,”—hernam professor Stiller lachend—„moeten we eerst op Mars komen. ’t Is best mogelijk, dat we eenige jaren afwezig zullen zijn, want zulk een onbekende reis, vordert begrijpelijker wijze, ook buitengewoon veel tijd. En het meest interessante onderwerp voor te maken studiën is de mensch zelf, die op het verwijderde hemellichaam huist. Zooals gij weet bewijzen ons, onze telescopische waarnemingen, dat dewezens die daar wonen op een hooge trap van ontwikkeling moeten staan. Wie weet of ze ons niet zoowel geestelijk als lichamelijk verre overtreffen.”„Of ver beneden ons staan, wat toch ook niet onmogelijk is!” merkte Schnabel hoogmoedig op. In geen geval zou ik gaarne van de partij zijn!”„Gij doet ook maar veel beter met hier beneden op de aarde te blijven!” hernam professor Stiller. „En nu hebben wij genoeg tijd verpraat. Gauw aan ’t werk! Over vier dagen kom ik op de weide om er mij van te overtuigen dat de besproken aangelegenheden in orde zijn gebracht. De volgende week moet de opstijging bepaald plaats hebben; ik moet u daarop nogmaals met nadruk wijzen. Iedere dag dien wij langer moeten wachten, is een ontzettende kwelling voor mij en mijn reeds zoo lang geplaagde zenuwen. Het ligt in uw hand die kwelling te doen ophouden. Gij hebt mij vaak en veel verdriet gedaan, maakt dus dat ik zonder al te grooten wrok van u en deze aarde kan scheiden.”Met deze woorden nam de professor afscheid van zijne bezoekers.HOOFDSTUK II.HET VERTREK DER WERELDREIZIGERS.Voor professor Stiller en zijn reisgenooten gingen de eerstvolgende dagen in zenuwachtige opgewondenheid voorbij, en waren ze voortdurend bezig alle voorbereidende maatregelen voor de reis te nemen. Ook op de Cannstatter weide, op de plaats waar de Argonaut werd gemaakt, was het werk weer in vollen gang. Men had het luchtschip, uit het reusachtig getimmerte, op de vrije ruimte daarvóór gebracht en het lag daar voor anker. Nu eerst kwamen de reusachtige afmetingen van den ballon tot haar volle recht. Hij had een langwerpig ovalen vorm, evenals de aan hem bevestigde gesloten schuit. Door deze gelijkheid van vorm, scheen het alsof zich onder den grooten ballon nog een kleinere bevond, zoo ongeveer als moeder en kind.De lengte van het luchtschip of den ballon bedroeg van het eene einde tot het andere twee honderd meter, de gemiddelde hoogte was twintig meter.Het geraamte van den ballon bestond uit een netwerk van zeer dunne, maar buitengewoonsterke, luchtledig gemaakte metalen buizen Daarover bevond zich een tweede geraamte en daarboven nog een derde, beide op dezelfde wijze samengesteld. Wel waren de drie lagen onderling verbonden, maar zóó dat ieder op zichzelf, alleen kon werken en de schuit kon dragen. ’t Was om zoo te zeggen een drievoudige ballon.Voor de vervaardiging der metalen buizen was een nieuw alliage gebruikt, dat door professor Schwab in Tübingen was uitgevonden en door hem Suevit was genoemd. Dit alliage kenmerkte zich door buitengewone lichtheid, fabelachtig weerstandsvermogen en een enorme draagkracht en overtrof alle tot dusver bekende, dergelijke preparaten.Suevit bestond hoofdzakelijk uit alluminium, waaraan echter, procentsgewijs, wolfram, wat koper en banadium was toegevoegd. Deze legeering kon tot de dunste plaat worden uitgewalst, zonder daardoor iets van haar weerstandsvermogen te verliezen. Van deze platen werden de buizen gemaakt, die voor de geraamten van den ballon waren gebruikt. De buizen waren zonder naad, en werden, nadat zij zooveel mogelijk luchtledig waren gemaakt, met het nieuwste, merkwaardige gas Argonauton gevuld.Tot bedekking van het geraamte diende een, door den helaas te vroeg gestorven Esslinger grootindustrieel, Wilhelm Weckerle, uitgevonden weefsel uit zijde en linnen, dat de bewonderingder geheele textielbranche had gewekt. De draden van dit weefsel werden op speciaal daarvoor vervaardigde weefstoelen door middel van nieuwe machines, zoodanig met elkaar verbonden, dat het nagenoeg niet te scheuren was, en buitengewoon glad van oppervlakte. Ieder der drie ballons werd afzonderlijk met deze stof bedekt, waarna ze in een oplossing van caoutchouc werd gedrenkt totdat ze verzadigd was. Door deze bewerking werd de stof volkomen ondoordringbaar voor het gas gemaakt. Bovendien werd voorzichtigheidshalve het geheel nog met een dunne laag caoutchouc bedekt en hierop de Pillerinoplossing aangebracht. Dit laatste was een vloeibaar ijzersilicaat door professor Piller te Tübingen voor dit doel vervaardigd. Het gaf aan de bekleeding een weerstandsvermogen, gelijk aan dat van een pantser, dat zelfs door groot uitwendig geweld niet kon worden overwonnen. De ballon verwezenlijkte zoo het ideaal van een bestuurbaar luchtschip.De verschillende onderdeelen van den ballon werden met even groote nauwkeurigheid behandeld. De berekening was zóó gemaakt, dat na een mogelijk verlies van de eerste, buitenste bekleeding, of, wat haast niet denkbaar was, ook van de tweede, de middelste, zelfs de derde, de binnenste, nog zelfstandig werken en de schuit dragen kon.Op deze wijze trachtte professor Stiller alle gevaren in het wereldruim het hoofd te bieden.De bekleeding van iederen ballon was voorzien van een klep die van uit het binnenste deel van de schuit kon worden geregeld.De ballon was, zooals reeds gezegd, gevuld met het nieuw ontdekte specifiek zeer lichte gas Argonauton. Bij een bijna niet vast te stellen gewicht (0.01) bezat het Argonauton de niet genoeg te waardeeren eigenschap, dat noch overgroote hitte (+1350°) noch overgroote koude (-500°) eenigen invloed had op zijn agregatietoestand of daarin ook maar eenige wijziging bracht. ’t Was op ’t oogenblik het eenige werkelijke constante of permanente gas, het raadsel der geleerde wereld.Het geraamte van de gondel was op dezelfde manier samengesteld uit buizen die overtrokken waren met een zelfde weefsel dat eveneens met een caoutchouc laag was bedekt en door eene Pillerinoplossing zijn weerstandsvermogen had verkregen. Bovendien was hierover, ter isoleering, nog een dikke laag asbest gelegd. Van binnen was de gondel met pelswerk bekleed. Dit was gedaan om het warmteverlies in de buitengewoon koude aetherlagen, waar de temperatuur op 120 à 150 graden onder nul wordt geschat, zooveel mogelijk tegen te gaan. In de schuit waren overal zit- en rustbanken aangebracht en het inwendige maakte een aangenamen, gezelligen indruk. Langs de zijwanden van de tien meter lange en vijf meter breede gondel bevonden zich een soort van kasten, tot berging van denvoorraad der meest verschillende voedingsmiddelen. Onder die provisiekasten liepen de leidingen van de electrische inrichting, voor verwarming en verlichting en luchttoevoer, binnen in de gondel. Door den vooruitgang der technische wetenschappen was het mogelijk geworden, enorme hoeveelheden electrische kracht in een betrekkelijk kleine ruimte te concentreeren. Hierdoor was het den luchtreizigers mogelijk om zonder noemenswaardige overbelasting, die groote hoeveelheden electrische energie mede te nemen, die, omgezet in licht en warmte, niet alleen het leven der gondelbewoners mogelijk maakte, maar ook dienen moest, om het luchtschip voort te bewegen en te besturen. Ten einde dit laatste te bewerkstelligen waren op zij van den ballon, links en rechts, kleine luchtschroeven aangebracht, die van uit de gondel door electrische kracht in beweging konden worden gebracht. Voor het besturen, dat eveneens geschiedde door middel van electriciteit, waren horizontale en verticale verstelbare roeren aangebracht, bestaande uit Suevitbuizen, bespannen met verzadigde Weckerlesche stof.Hierdoor was het besturen in twee richtingen, zoowel horizontaal als verticaal mogelijk gemaakt.De in metalen bussen besloten gekristaliseerde lucht, die, zoodra zij in contact wordt gebracht met de haar omringende gasvormige lucht, zich onmiddellijk vervluchtigde, nam, in weerwil vanden grooten voorraad, eveneens niet al te veel ruimte en gewicht in beslag.Zoo was dan voldaan aan de allereerste en meest gewichtige eischen, die het grootsche plan moesten doen slagen. Zoodra het luchtschip zich op de open ruimte bevond, stroomden massa’s nieuwsgierigen toe, om het te bewonderen, de vervaardigers met vragen te bestormen en allerlei inlichtingen bij hen in te winnen. De heeren Blieder en Schnabel waren nu eindelijk in hun element. Zij zwommen letterlijk in trots, geluk en zelfvoldaanheid, zij gevoelden zich nu de gewichtigste, en daar zij het luchtschip hadden gebouwd, tevens de meest gevierde personen, niet alleen van Groot-Stuttgart, maar van de geheele wereld. Hun namen zweefden op aller lippen! Wat konden ze meer verlangen? Zelden valt een mensch het geluk ten deel door iedereen met eerbied te worden genoemd. Onder de bewonderende bezoekers op de Cannstatter weide, waren alle natiën vertegenwoordigd, geleerden en leeken, hoogbeschaafden en nog half-wilden, mannen, vrouwen en kinderen. Sedert maanden toch was door de couranten en speciale correspondenten, zoowel aan deze als aan gene zijde van den Oceaan, het bericht verspreid, dat in het begin van December van uit het hart van Zwaben het groote ongehoorde waagstuk, een reis naar de ver verwijderde planeet Mars zou worden ondernomen. De namen van Blieder en Schnabel werden dus, tot in de verste streken,genoemd als de vervaardigers van het eerste luchtschip, waarmede eentochtin het onmetelijke aetherruim zou worden gemaakt.Hoe meer de dag, voor de opstijging bestemd, naderde, werd het aantal bezoekers grooter en steeg de opgewondenheid. Het aantal vreemdelingen, die naar Groot-Stuttgart waren gekomen om getuige te zijn, van het in zijn soort eenige schouwspel, waarvan nog jaren na dien zou worden gewaagd, werd op honderdduizenden geschat. Iedereen was bezield door den wensch persoonlijk bij de opstijging tegenwoordig te zijn, om geheel onder den indruk der grootsche gebeurtenis te komen. Voor logies werden enorme prijzen besteed. Niet alleen de hôtels waren overvol, maar ook op de huizen van particulieren was beslag gelegd. Wie niet met geld gooien kon, kwam in de buurt van Stuttgart niet onderdak. Nog nooit waren zóóveel vreemdelingen in Stuttgart samengestroomd, maar ook nog nooit was er zóóveel geld verdiend. Op de weide zelf, was het verkeer bijna levensgevaarlijk. ’t Was een aanhoudend woelen en dringen; en daarbij lachen en vloeken, pretmaken en schelden in alle talen. Ieder wilde zoo dicht mogelijk bij den Argonaut zijn, om dit wonder der techniek, dit kunstig product van wetenschappelijke berekening, van nabij te kunnen zien. Zij wilden het werk zoo nauwkeurig mogelijk bekijken, als het kon ook betasten, en een blik werpen in de eigenaardig ingerichte gondel. Deze toch zougedurende vele weken tot verblijf dienen van zeven beroemde geleerden, die hun leven niet tellende, als in een sprookje een reis ondernamen naar eene andere wereld, die duizelingwekkend ver van de aarde verwijderd was.De meeningen over het al of niet gelukken der expeditie liepen bij het publiek nog altijd zeer uiteen, doch daarover waren allen het eens, dat door deze onderneming alles in de schaduw werd gesteld, wat de wereld tot hiertoe had gezien, en dat de deelnemers der expeditie in moed en vastberadenheid huns gelijken niet hadden.Zoo was het 7 December geworden, de eeuwig gedenkwaardige dag, waarop precies te 4 uur des namiddags de opstijging van den Argonaut zou plaats hebben.Kort na het aanbreken van den dag was professor Stiller op de weide gekomen, waar de heeren Blieder en Schnabel reeds aanwezig waren en den professor afwachtten. Ook alle arbeiders die aan den bouw van den Argonaut hadden meegewerkt waren aanwezig. Zoowel de ballon als de gondel werden aan een scherp, nauwkeurig onderzoek onderworpen. De fouten waarop professor Stiller had gewezen, waren hersteld. Eenige kleinere veranderingen, die de professor hier of daar nog wenschte te hebben aangebracht, werden door de arbeiders met den meesten spoed uitgevoerd. Nadat alles tot in de kleinste bijzonderheden in orde was gebracht, stapte professor Stiller in de gondel, gevolgddoor de heeren Blieder en Schnabel en eenige der bekwaamste arbeiders. Het touw waarmede het reuzenluchtschip aan den grond was bevestigd, werd voorzichtig losgemaakt. Langzaam en statig ging de Argonaut de hoogte in. In weerwil van het vroege morgenuur waren op de weide eene menigte nieuwsgierigen, die met verbazing en bewondering de bewegingen van het luchtschip volgden.Hoog in de lucht, nauwelijks met het bloote oog waarneembaar, ging de Argonaut dan vóór- dan achterwaarts, gewillig gehoorzamend aan het stuur, evenals het beste schip in het water. Met groote snelheid en in wijden kring, ging het luchtschip over Stuttgart heen, keerde weer naar de plaats der opstijging terug en daalde even langzaam en statig, precies op hetzelfde punt als vanwaar het was vertrokken.Een donderend bravo der toeschouwers volgde op dezen goed gelukten proeftocht. Nu bestond er geen twijfel meer of met een zich wonderlijk snel voortbewegend en licht bestuurbaar luchtschip, dat, als de Argonaut aan de hoogste aeronautische eischen beantwoordde, was het gewenschte doel te bereiken en kon men de meestgunstigeresultaten verwachten.Zeer tevreden verliet professor Stiller de gondel; de zaak was beter uitgevallen dan hij voor weinige dagen had durven gelooven. Zijn vroegere wrevel tegenover de heeren Blieder en Schnabel maakte, toen hij afscheid vanhen nam, voor vriendelijker gevoelens plaats.Hij gunde hun graag den zoo gemakkelijk verdienden roem, en zag over het hoofd, dat de vervaardiger en de controleur van den Argonaut eigenlijk alleen de handlangers waren bij de uitvoering van het product van zijn eigen geestesarbeid. Zonder den minsten naijver, verliet hij zijn oude schoolkameraden, die door het toestroomend publiek met gelukwenschen werden bestormd over den genialen bouw en de prachtig gelukte proefvaart van den Argonaut.Het liep tegen half vier des namiddags. Eene onafzienbare menschenmassa bewoog zich op de weide. De opgewondenheid steeg met iedere minuut, want weldra zouden de stoutmoedige luchtreizigers, de zeven beroemde geleerden, de trots en roem van Duitschland en Zwaben, op de weide komen, om in hun luchtschip de ongehoorde reis te aanvaarden.Precies te half vier begonnen de klokken van alle torens van Groot-Stuttgart te luiden. Het was een harmonisch, plechtig geluid, geheel in overeenstemming met den ernst en de grootschheid van het oogenblik.Van uit het dal der Nesenbeek en uit dat van den Neckar klonk uit den metalen mond der klokken het hooglied van moed en dapperheid, een loflied voor den menschelijken geest, die zich boven den engen kring dezer aarde verhief, en zich in verbinding trachtte te stellen met dieverwijderde en geheimzinnige werelden daarboven waarnaar sedert het begin der menschelijke beschaving, tot op den huidigen dag, het verlangen en wenschen der edelsten en besten onder hen was uitgegaan.Nu eindelijk, na eeuwen, zou aan dit verlangen voldaan, díe wenschen verwezenlijkt worden. Geen wonder dat in ademlooze spanning de oogen der geheele wereld gericht waren op de hoofdstad van Zwaben, waar zulk een grootsche daad zou worden volbracht.Vanuit de Cannstatterweide werden naar alle windstreken dépêches gezonden, waartoe men in de onmiddellijke nabijheid van den Argonaut een groot verplaatsbaar telegrafisch bureau had ingericht.De opwinding van de menschenmassa op de weide had nagenoeg haar toppunt bereikt. Het statig klokkengelui had bij de menigte een plechtig Zondagsgevoel gewekt, en toen vijf minuten voor vier de klokken plotseling verstomden, heerschte er op de groote vlakte, eene ernstige, eerbiedige stilte als in een kerk.De zon stond reeds ver in het westen, hare rood gouden stralen gleden als om afscheid te nemen over den Argonaut, en omgaven het reusachtige, bijna onbewegelijke luchtschip als met aureool.Plotseling weerklonk van de Neckarbrug een luid hoera geroep, dat zich voortplantte en overging in een oorverdoovenden welkomstgroet, dieuit honderdduizenden monden weerklonk, toen de menigte de zeven geleerden gewaar werd, wier namen van mond tot mond gingen, en wier portretten bij duizenden werden verkocht.De heeren vertegenwoordigden de navolgende vakken:Prof. Dr. Siegfried Stiller, Astronomie, Physica en Chemie.Prof. Dr. Paracelsus Piller, Medicijnen en Natuurwetenschappen.Prof. Dr. David Dubelmeier, Jurisprudentie.Prof. Dr. Bombastus Brummhuber, Philosophie.Prof. Dr. Hieronymus Hämmerle, Philologie.Prof. Dr. Theobald Thudium, Staathuishoudkunde.Prof. Dr. Fridolin Frommherz. Ethiek en Theologie.In een door electriciteit gedreven automobiel, reden de heeren langzaam op den Argonaut toe, terwijl de menschen ruim baan voor hen maakten. Ernstig en vol waardigheid groetten de moedige reizigers de hun toejuichende menigte. Bij den Argonaut gekomen stapten zij uit, en besteeg professor Stiller de in allerijl en op het laatste oogenblik opgerichte tribune, om vandaar uit eenige afscheidswoorden tot zijne naaste omgeving te richten.„Geëerde Dames en Heeren, waarde vrienden en collega’s van heinde en ver! De geschiedenis van ons plan is u immers allen bekend. Heden ishet in zoover verwezenlijkt, dat wij er in zijn geslaagd een luchtschip te construeeren, dat zich gemakkelijk zal voortbewegen, niet alleen door de luchtlagen die onze aarde omringen, maar ook—en dat is het cardinale punt,—daarbuiten door het aetherruim. Ik wil hier niet verder uitwijden over de zeer ingewikkelde wetenschappelijke eischen, waaraan moest worden voldaan, om onze reis naar Mars mogelijk te maken. Dat zou mij te ver voeren. Maar ik acht het mijn heiligen plicht hier in dit afscheidsuur luide en openlijk te verklaren, dat het mogelijk is dat onze reis totaal mislukt, blootgesteld als we zijn aan de misschien ongunstige inwerking van verschillende factoren, de „onbekende”, waarmede wij hier op onze planeet geen rekening konden houden. Deze bekentenis bewaart ons voor zelfoverschatting en doet ons ook duidelijk en helder de gevaren zien, die aan onze expeditie zijn verbonden. Alleen de steeds voorwaarts strevende wetenschap, de dorst naar meerdere kennis en opheldering van vele, nu nog duistere, dingen, en geenszins lichtzinnigheid, drijft ons er toe, ons eigen leven in de waagschaal te stellen en desnoods ten offer te brengen in dienst der algemeene ontwikkeling.Of en wanneer wij elkander op deze aarde zullen weerzien, kan niemand onzer op het oogenblik zeggen. Komen wij na verloop van vele jaren niet terug, wijdt dan een stillen traan aan onze nagedachtenis. (Algemeene ontroering). Wij zijndan gevallen als offers van ons beroep, maar het is even goed mogelijk, dat wij u later zullen kunnen vertellen van de wonderen eener andere wereld. Vaart allen, allen wel; en ontvang tot afscheid den hartelijken dank van mij en mijne collega’s voor uw verschijnen te dezer plaatse, en de belangstelling daarmede in onze onderneming betoond!”Bijvalsbetuigingen weerklonken, toen professor Stiller zijn rede had geeindigd, en met statigen tred de tribune verliet. Er heerschte wederom een doodelijke stilte, toen de geleerden een voor een in de gondel stegen.Professor Stiller was de laatste die langs de touwladder naar boven klom; hij wenkte nog met de hand, en daarna werd de kleine deur gesloten.Het geluid van eene electrische schel, gaf het teeken voor het kappen der touwen.Langzaam en statig steeg de Argonaut op, terwijl de avond al meer en meer begon te vallen. De groote ballon werd al kleiner en kleiner, de afstand tusschen hem en de aarde al grooter en grooter, totdat hij eindelijk geheel onttrokken was aan de oogen der toeschouwers die zwijgend uiteen gingen, nog geheel onder den indruk van het grootsche schouwspel.Op den vooravond van dien gewichtigen dag, gaf de Raad der stad Stuttgart in het schitterend verlichte, prachtig versierde Casino, de zoogenaamde oude Kurzaal, een luisterrijk feestmaalter eere van de heeren Blieder en Schnabel, de bouwers van den Argonaut.In allerlei redevoeringen werden de heeren gehuldigd, als zijnde op het oogenblik de meest beroemde mannen en grootste lichten hunner vaderstad.Tranen van vreugde liepen over de dikke wangen, toen zij uit den mond der vroede vaderen der stad zoo openlijk hun loflied hoorden zingen.Weliswaar werd later door booze tongen beweerd, dat Blieder en Schnabel hadden geweend en geen woorden van dank hadden kunnen vinden, omdat ze te veel wijn hadden gedronken en hun tong dubbel sloeg, maar booze tongen zijn er altijd, wanneer het er op aankomt de verdiensten van anderen te verkleinen.De algemeene opgewondenheid bij het feestmaal steeg ten top, toen op de hoofden van de heeren Blieder en Schnabel groote lauwerkransen werden gedrukt. Aan het eind van den maaltijd verkondigde de Burgemeester, dat Architect Adolf Blieder en Professor Julius Schnabel als erkenning hunner verdiensten bij het kunstig samenstellen van den Argonaut tot eereburgers der stad waren benoemd.De overreiking der diploma’s geschiedde onder de feestelijke tonen van den Stuttgartermarsch, en daarmede werd eerst na middernacht de schitterende feestviering besloten.

HOOFDSTUK I.VOORBEREIDINGEN.De schitterende avondster Venus was in het Westen ondergegaan. Donkere, doorzichtige schaduwen spreidden zich langzamerhand over Groot-Stuttgart en het Neckardal uit.Duizenden en nog eens duizenden van sterren beginnen te flikkeren aan het firmament, terwijl men, te midden dier ver verwijderde lichtgevende hemellichamen, den schitterend witten Melkweg duidelijk kan onderscheiden.Van daaruit ziet het fonkelend sterrenbeeld Cassiopeia neêr, op de oude, nog altijd van zooveel dwaasheid vervulde Moeder Aarde.Aan de andere zijde, in het onmetelijke hemelruim, staat de Groote Beer, met zijn zeven heldere sterren, het geheimzinnige getal, dat in het menschelijk leven zulk een merkwaardige rol speelt. In bonte mengeling en op ongelijke afstanden, verschillend in lichtsterkte en grootte, stonden de overige sterren daartusschen, schijnbaar nog alle op haar oude, gewone plaats.’t Werd later in den nacht. In het Zuiden verscheen het prachtig sterrenbeeld de Orion aanden horizont en spoedig daarna ook Sirius, de schitterendste onder al de schitterende sterren des hemels.En juist hij wiens beroep het was den sterrenhemel te bestudeeren, scheen op het oogenblik het minst van allen vatbaar voor die nachtelijke pracht en de grootsche schoonheid van die verwijderde lichtgevende hemellichamen.Professor Stiller, de beroemde sterrenkundige, leeraar aan de wereldberoemde universiteit te Tübingen, zat in zijn armstoel en trommelde zenuwachtig met de vingers van zijn rechterhand op de leuning. Hij zat in een ruim vertrek met groot glazen koepeldak, waarvan men dadelijk zag dat het als observatorium of sterrenwacht dienst deed. Een reusachtige kijker stak door de opening in het draaibare koepeldak naar boven in den helderen winternacht.Professor Stiller had al jaren geleden op den rustigen Bopserheuvel bij Stuttgart een sterrenwacht voor zich laten bouwen, om, ver van ’t druk gewoel der universiteitsstad, zich ongestoord aan de waarneming der planeten te kunnen wijden. Vooral de planeet Mars, wier baan zoo dicht in de nabijheid der aarde loopt, trok in ’t bijzonder de aandacht van den geleerde. Deze groote belangstelling was oorzaak dat hij daarvan langzamerhand een meer bijzondere studie maakte, waaruit een zóó groote liefde voor de verwijderde planeet ontstond, dat bij professor Stiller eindelijk meer en meer de gedachterijpte, om zich met die planeet in nadere verbinding te stellen,—met andere woorden, die te bezoeken.Juist nu stond Mars in de nabijheid der aarde, en bedroeg de afstand tusschen deze en de planeet slechts 59 millioen Kilometer.In den tegenwoordigen tijd van grootsche uitvindingen, en den geweldigen, men zou bijna zeggen ongelooflijken vooruitgang op het gebied der techniek, en de meerdere kennis van de electromagnetische stroomingen in het heelal en hare toepassing, en vóór alles de hooge vlucht die de luchtscheepvaart had genomen, was in de gedachte aan een bezoek aan Mars en een reis daarheen niets vreemds meer gelegen. Integendeel, bij den tegenwoordigen stand van zaken, bestond inderdaad de mogelijkheid om een dergelijken tocht, met eenigen kans van slagen, te ondernemen.En deze reis hield op het oogenblik de gedachten van professor Stiller bezig. Hij had echter met allerlei tegenspoed te kampen gehad en dit had den geleerde onaangenaam gestemd en zenuwachtig gemaakt. Vóór den stoel van den professor brandde een sierlijke electrische lamp, die haar zacht licht wierp op een stapel papieren, met cijfers en berekeningen bedekt, die door elkaar op een kleine tafel naast hem lag. Zuchtend streek hij zich met de linkerhand over het met diepe rimpels doorgroefde voorhoofd.„Die dwaze menschen, die Bieder en Schnabel,die in hun eigenwijsheid mijne aanwijzingen niet volgen en mij daardoor bij den bouw van mijn luchtschip al zoovele moeilijkheden bezorgden, zijn inderdaad niet waard, dat ik me nog langer boos over hen maak. Goddank heb ik hun domheden, die de ergste gevolgen na zich konden sleepen, noch altijd tijdig kunnen verhelpen! Weg dus met al die ergernissen! ’k Wil me nu alleen aan Mars wijden!” De geleerde stond op. „Ja, ja!” ging hij na eenige oogenblikken zwijgens voort, „ja, mijn oude, roodachtig stralende vriendin, is nu in de nabijheid der aarde. Ik geloof dat het van avond echter te laat is om nog een stil onderhoud met haar te hebben! En toch, ze is als altijd weer op haar plaats, zij laat nooit op zich wachten!”Professor Stiller keek op zijn horloge, „11 uur 42 minuten! Nog 55 seconden en dan is Mars in het Oosten zichtbaar. Gauw naar boven, naar den kijker!” Weldra was deze gericht en vertoonde Mars, die langzaam aan den oostelijken horizont verrees, zich als een kleine vurige bol aan het oog van den waarnemer. Vol bewondering sloeg professor Stiller de naar hem toegekeerde zijde der planeet gade, waarop duidelijk en scherp, smalle rechte lijnen zichtbaar waren.„Juist deze rechte kanalen, die op verschillende punten elkander snijden of samenkomen, leveren door hare kunstigheid het duidelijkste en meest onweerlegbare bewijs, dat daarboven zeer verstandige en ontwikkelde wezens huizen!”sprak de geleerde tot zich zelf. „Mars heeft in weerwil van de haar omringende luchtlagen, in verhouding slechts kleine hoeveelheden water. Daarom zijn de Marsbewoners wel genoodzaakt om aan dit gebrek door kunstmatigen toevoer zooveel mogelijk tegemoet te komen, en van de aanwezige watermassa een zoodanig gebruik te maken dat, wanneer één district er door bevochtigd is, de kostbare vloeistof naar een andere streek wordt gevoerd. Hoe vaak heb ik niet reeds deze feiten van den katheder te Tübingen verkondigd als verklaring van het tijdelijke verdwijnen en telkens weer opduiken der kanalen op Mars!” riep professor Stiller opgewonden uit. „Ja, er moet op Mars een bijzonder ontwikkeld en in hooge mate beschaafd volk wonen, want alleen dit is in staat om dergelijke geniale werken ten algemeene nutte ten uitvoer te brengen! De Jaargetijden op Mars schijnen, volgens mij, in de eerste plaats verband te houden met het smelten der ijsmassa’s aan de Zuid- en Noordpool. En dit water, afkomstig uit het gesmolten ijs der Poolstreken, wordt ter vruchtbaarmaking, door die wezens daarboven, gevoerd in de kanalen die wij zelfs van hieruit kunnen waarnemen.Wat een prachtigen weelderigen plantengroei moet men daar, langs de kanalen aan de oevers aantreffen! Wat moet alles zich daar vlug en krachtig ontwikkelen waar het water, regelmatig verdeeld, overal wordt heengevoerd! En watvoor menschen moeten dat niet zijn, die daar op Mars wonen en die ons in algemeene ontwikkeling misschien eeuwen vooruit zijn! Dat zou volstrekt niet onmogelijk wezen. Ik moet hen leeren kennen, evenals den grond, waarop zij leven en werken!”——Opgewonden ging professor Stiller van den telescoop weg, maar de levendige belangstelling in het voorwerp zijner waarneming, dreef hem al heel spoedig weer naar zijn instrument terug.Zoo ging het eene uur na het andere voorbij in astronomische onderzoekingen en berekeningen. De fonkelende sterren aan den hemel begonnen reeds te verbleeken en de wintermorgen brak bijna aan, toen de professor eindelijk zijn plaats verliet en naar zijn warm tehuis ging, dat zich in de onmiddellijke nabijheid van de sterrenwacht bevond.Een lichte nevel hing over het Neckardal en Groot-Stuttgart. De stralende morgenzon deed dezen doorzichtigen sluier echter spoedig optrekken en liet de stad, die zich in den loop der tijden van uit het Nesenbachdal links en rechts langs de oevers van den Neckar had uitgebreid, op haar voordeeligst uitkomen. De winter had zijn intocht nog niet gedaan en de met bosschen begroeide bergen die het Neckardal begrenzen, waren nog niet met sneeuw bedekt. In de frissche heldere Decemberlucht kon men scherp en duidelijk de torens en villa’s onderscheiden, die hier en daar op eenige hooger gelegen puntenwaren gebouwd en neerzagen op de stad die zich aan hunne voeten uitstrekte. Ook de oude kapel op den Rotenberg paste uitstekend in het schilderachtige landschap, waarom de Neckar zich als een zilveren lint slingerde.Een groot ruim plein, half park half grasveld, de van oudsher beroemde Cannstatter weide, waar de Zwabensche volksspelen werden gehouden, bracht een aangename afwisseling in de huizenmassa, en werd hiervan aan een zijde door de rivier gescheiden. Aan het uiteinde van het park dat verscheidene Kilometers lang was en door electrische trambanen werd doorkruist stond een groot rond, in hout opgetrokken gebouw waarop met reusachtige letters stond te lezen:„Luchtschip voor de Mars-expeditie,”en daaronder:„Streng verboden toegang.”Binnen in het gebouw deed zich geen enkel geluid hooren,—een teeken dat het werk was gestaakt of misschien reeds afgeloopen.Aan de heeren Blieder en Schnabel was de bouw van het luchtschip opgedragen, dat voor de eerste maal sedert het bestaan van een wereld- en volkengeschiedenis de oplossing zou geven van het moeilijke probleem van een tocht buitenden dampkring, door de oneindige aetherlaag, naar een bepaald doel.Blieder was de architect die, althans in Stuttgart, bekend stond om zijne vele ervaring en nieuwe denkbeelden bij de uitvoering van allerlei stoute plannen, Schnabel was leeraar in de hoogere mathematica aan eene universiteit.In deze hoedanigheid was den heer Schnabel opgedragen, om den bouw van het luchtschip op mathematische gronden na te gaan en overigens den heer Blieder met zijn wetenschappelijke ontwikkeling ter zijde te staan.Uitwerking en kracht der op de meest vernuftige wijze gebonden electro-dynamische eenheden, die zoowel voor de beweging en het besturen van het schip, als voor de verlichting en verwarming van het gesloten vaartuig moesten dienen, al die talrijke zeer gewichtige voorwaarden, waaraan de machinerie tot in haar kleinste onderdeelen moest beantwoorden, waren door professor Stiller in medewerking met andere geleerde collega’s aan de Tübinger universiteit, vastgesteld geworden en de uitvoering er van aan beide genoemde heeren opgedragen.Slechts aarzelend en met een zekeren onwil was professor Stiller tot die opdracht overgegaan.Blieder en Schnabel waren oude kennissen van hem. Evenals hij, waren ze in de voorstad Cannstatt geboren en met hem opgegroeid, doch in later jaren hadden de zoo uiteenloopende belangen en studiën van professor Stiller hem meeren meer vervreemd van de beide vrienden zijner jeugd. Hoe hooger professor Stiller steeg op de wetenschappelijke ladder, hoe grooter de kloof werd die hen scheidde.Toen het echter bekend werd, dat het college van professoren der Tübinger universiteit naar aanleiding van een gloedvolle voordracht van professor Stiller, besloten had om op kosten der universiteit een luchtschip van bijzondere constructie te doen bouwen, waarmede een tocht naar Mars zou kunnen worden ondernomen, waren de beide oude kennissen, met wie hij zoo menigen kwajongensstreek had uitgehaald, onmiddellijk naar Professor Stiller gegaan. Het prikkelde hun beider eerzucht om hun naam wereldberoemd te maken en dezen voor altijd verbonden te weten met den „Argonaut” zooals het luchtschip heeten zou. Eindelijk had professor Stiller aan hun verlangen toegegeven waaraan zij kracht hadden bijgezet door een beroep te doen op hun oude vriendschap. Hij verzoende er zich mede, door de gedachte, dat onder al degenen die voor den bouw van den Argonaut in aanmerking zouden wenschen te komen, toch niemand wezen zou die een grooteren waarborg zou leveren voor het welslagen van den arbeid, dan Blieder en Schnabel. En op stuk van zaken waren zij dan toch ook Zwaben evenals hij.Zoo had de geleerde dan zijn aanvankelijken tegenzin tegen de twee „bekrompen Stuttgarters” overwonnen, doch, tegen dat het werk teneinde liep werd deze weder zooveel te levendiger. De heeren Blieder en Schnabel waren twee echte dikkoppen. Zij meenden beiden den Steen der Wijzen te hebben gevonden en achtten zich derhalve bevoegd om in het plan voor het schip naar eigen goeddunken wijzigingen aan te brengen. Alleen aan de waakzaamheid en den onverflauwden ijver van professor Stiller was het te danken dat na een voortdurenden strijd, veel ergernis en verdriet, en aanhoudende onaangenaamheden met Blieder en Schnabel, de Argonaut in hoofdzaak was gebouwd zooals de geleerde zelf had aangegeven.Maar den vorigen middag, toen professor Stiller naar de werkplaats was gegaan, om zich te overtuigen dat het werk waaraan nu zoovele maanden ijverig was gearbeid en waarover reeds zoo groote roep was uitgegaan (daarvoor hadden Blieder en Schnabel wel gezorgd), had hij tot zijn groote woede bemerkt, dat de bouwers eenige zijner meest gewichtige aanwijzingen totaal over het hoofd hadden gezien. Het werk dat reeds was gestaakt, moest wederom worden opgevat, en weer begon men aan den Argonaut allerlei veranderingen aan te brengen. Daardoor moest de opstijging natuurlijk weer worden uitgesteld en rees de ernstige vraag, of er van de geheele expeditie nog iets terecht zou komen. Het was eenvoudig om dol en razend te worden!—Woedend kwam professor Stiller thuis. Het duurde verscheidene uren vóór zijn drift bedaarden hij weder zichzelf meester geworden was. Maar zóó dicht bij de vervulling van een lang gekoesterden wensch te zijn en dan telkens weer zijn geduld op de proef te zien gesteld, is dan toch ook bijna niet te dragen.Professor Stiller’s kracht ging ’t dan ook bijna te boven en hij bracht, onbekwaam tot eenig werk, verscheidene uren in zijn observatorium door, om zijn opbruisend bloed tot bedaren te brengen en zijn boosheid te overwinnen.De geleerde zat nu in een gemakkelijke warme kamerjapon in zijn ruime studeerkamer, waarin de zon haar heldere stralen wierp, en werkte de waarnemingen van dien nacht uit. Het resultaat was zeer bevredigend. Nu, en daarna misschien niet in langen tijd, wellicht, in geen jaren, was het mogelijk om van de aarde uit, Mars te bereiken. Het is een groot verschil of een planeet slechts 59 of 400 millioen kilometers van de aarde verwijderd is. Mars stond op het oogenblik het dichtst bij de aarde en was daarvan slechts 59 millioen kilometers verwijderd. Dit was gebleken uit de nauwkeurige berekeningen van den professor. Men mocht daarom niet lang meer wachten met de expeditie, ieder tijdverlies moest angstvallig worden vermeden. Wanneer men eenige kans wilde hebben de planeet, die zich snel wederom van de aarde verwijderde, te bereiken, zooveel mogelijk gebruik makende van de nu zoo gunstige verhouding tusschen de middelpuntvliedende kracht der aarde en de thanssterk vermeerderde aantrekkingskracht van Mars dan moest met ieder uur rekening worden gehouden.„En juist op dit allergunstigste oogenblik, moeten me die twee ezels!”—en bij deze woorden keek professor Stiller door de ramen zijner studeerkamer in de richting van Cannstatt, „een streep door de rekening halen!”Toornig fronste hij de wenkbrauwen en ’t bloed steeg hem naar ’t hoofd. Daar werd aan de deur geklopt. Op het luide „binnen” van den geleerde verscheen zijn knecht en kondigde de heeren Blieder en Schnabel aan.„Lupus in fabula!” merkte de professor glimlachend op, doch plotseling herinnerde hij zich dat hij gisteren op de weide den beiden heeren had verzocht heden tegen twaalf uur bij hem te komen. Een blik op de pendule overtuigde hem, dat de heeren precies op tijd waren. De professor stond op en droeg den knecht op de beide heeren binnen te laten.„Stiptheid is het kenmerk der beleefdheid!” Met deze woorden begroette de professor de binnentredenden. „Neemt plaats!”—ging hij voort, „en zegt me nu maar dadelijk of de gisteren door mij aangegeven wijzigingen aan den Argonaut binnen vier dagen kunnen worden aangebracht. De volgende week moeten we opstijgen! ’t Koste wat ’t wil!”„Ik weet werkelijk niet, welke noemenswaardige fout mijnerzijds de opstijging in den wegzou staan!” merkte Blieder met zijn toonlooze stem op.„Wat!”—riep de professor boos uit, „moet ik u, oud architect, die uit puur genialiteit nooit iets uitdenkt, nog eens weer herhalen, waar ik u gisteren reeds aanmerking op heb gemaakt?”In plaats van te antwoorden, bepaalde Blieder er zich toe de schouders op te halen.„In het gesloten vaartuig kan ik geen glazen vensters gebruiken, dat kondet gij weten, en zooveel te beter omdat ik u daarop reeds van den aanvang af, bij het ontwerp van het plan, heb gewezen!” hernam de geleerde.„Ja, maar waarom? Ik zie werkelijk niet in....”„Mijn waarde Blieder, ge ziet inderdaad niets in noch uit. De spiegelruiten die gij in het vaartuig hebt laten zetten, zijn hard en broos en in geenendeele bestand tegen de geweldige, lage temperatuur in de aetherruimte. Daarom weg met die glazen, weg er mee! Vervang ze door elastisch mica dat het noodige weerstandsvermogen heeft. Dat houdt het uit in alle temperaturen boven en onder nul. Ge hebt twee dagen tijd om deze verandering tot stand te brengen.”„Maar....” begon Blieder, doch werd door den professor driftig in de rede gevallen.„Er valt hier niet te „maren!” Wees blij, dat ik, met het oog op den korten tijd, zoo velerlei onnauwkeurigheden over het hoofd zie waaraan gij u bij de constructie hebt schuldig gemaakt. Maar een ding van belang moet nog verbeterdworden. Ofschoon ik er u opmerkzaam op heb gemaakt, hebt gij er verder maar niet meer aan gedacht, dat in de gondel, waarin meerdere menschen een zekeren tijd zullen verblijven, toch ook een klep tot loozing van allerlei afval, dient te zijn. Wij hebben een paar van die dubbele, goed sluitende kleppen noodig, die links en rechts aan de gondel dienen te worden aangebracht. In ’s hemelsnaam niet in den bodem!”„Dat zou toch wel het gemakkelijkst zijn!”„Ja, dàt weet ik ook wel,” hernam professor Stiller spottend glimlachende, „maar we zouden niet gaarne onderweg uit het vaartuig vallen, maar indien eenigszins mogelijk, liever heel en gezond op Mars aankomen!”„Maar langs de wanden zijn binnen in de gondel de provisiekasten aangebracht, daaronder de accumulatoren en....”„Verdeel de ruimte zooals ’t behoort, dan komt de zaak in orde! Basta! En nu gij Schnabel! Waarvan denkt ge dat ons gezelschap onderweg moet leven?”„Natuurlijk van de medegenomen voedingsmiddelen, de ingemaakte groenten en vruchten en allerlei lekkers, den besten Neckarwijn niet te vergeten!” antwoordde glimlachend de Mathematicus, die veel van lekker eten en drinken hield en zich dan ook in het bezit van een aardig buikje verheugde.„Neen, wees maar niet bang, Schnabel, den wijn zullen we niet vergeten, maar waarvan leefteen mensch nog meer dan van spijs en drank?!”—„Natuurlijk van lucht!” antwoordde Schnabel die door die vraag eenigszins gepikeerd was.„Natuurlijk! en vertel me nu eens waar wij gedurende onze reis, die lucht vandaan moeten halen. Zooals ge weet is die in het aetherruim niet voorhanden en de vaderlandsche lucht, die wij van de Cannstatterweide in onze gondel medenemen, zal al heel spoedig verbruikt zijn.”„Och loop naar den koekoek! Ik heb vergeten ruimten aan te brengen tot berging van gecomprimeerde lucht.”„Juist! Herstel die fout zoo spoedig mogelijk. Blieder zal u daarbij behulpzaam zijn. Ik zal zelf later wel onderzoeken of de ruimten inderdaad samengeperste lucht bevatten, want gij zoudt waarachtig in staat zijn om te vergeten ze te vullen. Zooals ik u gisteren reeds heb gezegd is ’t met de heele stuurinrichting ook niet in den haak. In plaats van overbrenging door middel van een as, hebt ge de alluminiumschroef direct gekoppeld aan de electrische machine. Hoe ge daartoe zijt gekomen, begrijp ik niet!”„Volgens mathematische berekeningen! De eenige ware manier!”„Blijf me nu als ’t u blieft met uw mathematiek van ’t lijf, wanneer die tot zulken tastbaren onzin leidt!” hernam professor Stiller boos. „Ik draag de verantwoording van de gewaagde expeditie.Ik moet daarom krachtig optreden en mij verzetten tegen alles wat het gevaar zou kunnen vergrooten, en met vreugde begroeten alles wat kan bijdragen tot vermeerdering der veiligheid en vergrooting van de kans van slagen.”„Alsof wij, Blieder en ik, niet alles hadden gedaan wat gij van ons verlangdet. Maar natuurlijk, den grooten geleerden der universiteit is het moeilijk naar den zin te maken.”„Dat schijnt werkelijk zoo te zijn!” liet Blieder er zuchtend op volgen.„Daarover zal ik niet met u kibbelen, want dat zou totaal doelloos zijn. Zorg er liever voor dat de Argonaut de volgende week gereed is. Wanneer de reis nog eenige kans van slagen hebben zal, moeten we noodig vertrekken. Mijn collega’s in Tübingen, wien ik als datum van opstijging, en dan nog als uitersten termijn, een der eerste dagen van December heb genoemd, beginnen ook ongeduldig te worden. En nu ontstaat er alweer vertraging. De zaak moet nu gauw in orde komen. Afgezien van het feit dat we ons in hooge mate belachelijk zouden maken, wanneer de reis maar telkens weer werd uitgesteld, loopen wij buitendien gevaar niet ten volle gebruik te kunnen maken van de ons op het oogenblik zoo gunstige omstandigheden! Maakt dus voort! Ik moet daar bepaald op aandringen.”„Hoe lang zal de reis duren!” vroeg Schnabel nieuwsgierig en blijkbaar verlangend om het onaangenameonderhoud een meer vriendschappelijke wending te geven.„Dat hangt af van iederen dag, zelfs van ieder uur, dat wij vroeger kunnen vertrekken,” antwoordde professor Stiller. „De vier dagen, die ik u voor het verbeteren der gemaakte fouten, moet toestaan, beteekenen voor ons een hoogst onaangename verlenging der reis. Mars staat op het oogenblik het dichtst bij de aarde en de afstand wordt nu iedere minuut weer grooter. Hoe lang onder deze omstandigheden de reis door de aetherruimte zal duren laat zich slechts gissen, maar is niet nauwkeurig te bepalen. Zoodra wij goed en wel buiten den invloed van de aantrekkingskracht van de aarde en van de maan en in dien van Mars zullen zijn gekomen, zal de reis buitengewoon snel gaan, in weerwil van de ontzettend groote afstanden, die wij hebben af te leggen. Dank zij de geweldige aantrekkende electromagnetische stroomingen die van Mars uitgaan, zullen wij met bijna fabelachtige snelheid ons in de richting van die planeet bewegen, welke snelheid op minstens twee millioen kilometers per dag kan worden geschat. Ik reken echter ook in het gunstigste geval, dat de reis minstens eenige weken zal duren. Voorzichtigheidshalve nemen wij voor drie maanden proviand mede.”„En wanneer gij Mars niet bereikt, en de geheele reis mislukt, wat dan!” vroeg Schnabel nieuwsgierig.„Dan, mijn waarde, gaat het ons, zooals ’t zoo menig natuurvorscher vóór ons gegaan is, en ook na ons gaan zal. Wij worden dan offers, martelaren der wetenschap. Ook hiermede hebben wij rekening gehouden, toen wij besloten den tocht te ondernemen. Gelukkigerwijs zijn de andere deelnemers, evenals ik, geen vaders van huisgezinnen, maar meerendeels jongelui die dezen sprong in het onzekere, dit waagstuk voor hun geweten kunnen verantwoorden. Ik voor mij reken beslist op het welslagen der onderneming, de triumph der wetenschap.”„De geheele beschaafde wereld heeft met stomme bewondering thans het oog gericht op ons Neckardal, waar zulke grootsche stoutmoedige plannen op het punt staan verwezenlijkt te worden en komt ge eens met den „Argonaut” weer behouden terug, dan zal u een ontvangst worden bereid, zooals nog niemand ten deel viel, gij zult worden gevierd, zooals nooit iemand te voren!” merkte Blieder op.„Maar vóór we aan een terugkeer kunnen denken,”—hernam professor Stiller lachend—„moeten we eerst op Mars komen. ’t Is best mogelijk, dat we eenige jaren afwezig zullen zijn, want zulk een onbekende reis, vordert begrijpelijker wijze, ook buitengewoon veel tijd. En het meest interessante onderwerp voor te maken studiën is de mensch zelf, die op het verwijderde hemellichaam huist. Zooals gij weet bewijzen ons, onze telescopische waarnemingen, dat dewezens die daar wonen op een hooge trap van ontwikkeling moeten staan. Wie weet of ze ons niet zoowel geestelijk als lichamelijk verre overtreffen.”„Of ver beneden ons staan, wat toch ook niet onmogelijk is!” merkte Schnabel hoogmoedig op. In geen geval zou ik gaarne van de partij zijn!”„Gij doet ook maar veel beter met hier beneden op de aarde te blijven!” hernam professor Stiller. „En nu hebben wij genoeg tijd verpraat. Gauw aan ’t werk! Over vier dagen kom ik op de weide om er mij van te overtuigen dat de besproken aangelegenheden in orde zijn gebracht. De volgende week moet de opstijging bepaald plaats hebben; ik moet u daarop nogmaals met nadruk wijzen. Iedere dag dien wij langer moeten wachten, is een ontzettende kwelling voor mij en mijn reeds zoo lang geplaagde zenuwen. Het ligt in uw hand die kwelling te doen ophouden. Gij hebt mij vaak en veel verdriet gedaan, maakt dus dat ik zonder al te grooten wrok van u en deze aarde kan scheiden.”Met deze woorden nam de professor afscheid van zijne bezoekers.

HOOFDSTUK I.VOORBEREIDINGEN.

De schitterende avondster Venus was in het Westen ondergegaan. Donkere, doorzichtige schaduwen spreidden zich langzamerhand over Groot-Stuttgart en het Neckardal uit.Duizenden en nog eens duizenden van sterren beginnen te flikkeren aan het firmament, terwijl men, te midden dier ver verwijderde lichtgevende hemellichamen, den schitterend witten Melkweg duidelijk kan onderscheiden.Van daaruit ziet het fonkelend sterrenbeeld Cassiopeia neêr, op de oude, nog altijd van zooveel dwaasheid vervulde Moeder Aarde.Aan de andere zijde, in het onmetelijke hemelruim, staat de Groote Beer, met zijn zeven heldere sterren, het geheimzinnige getal, dat in het menschelijk leven zulk een merkwaardige rol speelt. In bonte mengeling en op ongelijke afstanden, verschillend in lichtsterkte en grootte, stonden de overige sterren daartusschen, schijnbaar nog alle op haar oude, gewone plaats.’t Werd later in den nacht. In het Zuiden verscheen het prachtig sterrenbeeld de Orion aanden horizont en spoedig daarna ook Sirius, de schitterendste onder al de schitterende sterren des hemels.En juist hij wiens beroep het was den sterrenhemel te bestudeeren, scheen op het oogenblik het minst van allen vatbaar voor die nachtelijke pracht en de grootsche schoonheid van die verwijderde lichtgevende hemellichamen.Professor Stiller, de beroemde sterrenkundige, leeraar aan de wereldberoemde universiteit te Tübingen, zat in zijn armstoel en trommelde zenuwachtig met de vingers van zijn rechterhand op de leuning. Hij zat in een ruim vertrek met groot glazen koepeldak, waarvan men dadelijk zag dat het als observatorium of sterrenwacht dienst deed. Een reusachtige kijker stak door de opening in het draaibare koepeldak naar boven in den helderen winternacht.Professor Stiller had al jaren geleden op den rustigen Bopserheuvel bij Stuttgart een sterrenwacht voor zich laten bouwen, om, ver van ’t druk gewoel der universiteitsstad, zich ongestoord aan de waarneming der planeten te kunnen wijden. Vooral de planeet Mars, wier baan zoo dicht in de nabijheid der aarde loopt, trok in ’t bijzonder de aandacht van den geleerde. Deze groote belangstelling was oorzaak dat hij daarvan langzamerhand een meer bijzondere studie maakte, waaruit een zóó groote liefde voor de verwijderde planeet ontstond, dat bij professor Stiller eindelijk meer en meer de gedachterijpte, om zich met die planeet in nadere verbinding te stellen,—met andere woorden, die te bezoeken.Juist nu stond Mars in de nabijheid der aarde, en bedroeg de afstand tusschen deze en de planeet slechts 59 millioen Kilometer.In den tegenwoordigen tijd van grootsche uitvindingen, en den geweldigen, men zou bijna zeggen ongelooflijken vooruitgang op het gebied der techniek, en de meerdere kennis van de electromagnetische stroomingen in het heelal en hare toepassing, en vóór alles de hooge vlucht die de luchtscheepvaart had genomen, was in de gedachte aan een bezoek aan Mars en een reis daarheen niets vreemds meer gelegen. Integendeel, bij den tegenwoordigen stand van zaken, bestond inderdaad de mogelijkheid om een dergelijken tocht, met eenigen kans van slagen, te ondernemen.En deze reis hield op het oogenblik de gedachten van professor Stiller bezig. Hij had echter met allerlei tegenspoed te kampen gehad en dit had den geleerde onaangenaam gestemd en zenuwachtig gemaakt. Vóór den stoel van den professor brandde een sierlijke electrische lamp, die haar zacht licht wierp op een stapel papieren, met cijfers en berekeningen bedekt, die door elkaar op een kleine tafel naast hem lag. Zuchtend streek hij zich met de linkerhand over het met diepe rimpels doorgroefde voorhoofd.„Die dwaze menschen, die Bieder en Schnabel,die in hun eigenwijsheid mijne aanwijzingen niet volgen en mij daardoor bij den bouw van mijn luchtschip al zoovele moeilijkheden bezorgden, zijn inderdaad niet waard, dat ik me nog langer boos over hen maak. Goddank heb ik hun domheden, die de ergste gevolgen na zich konden sleepen, noch altijd tijdig kunnen verhelpen! Weg dus met al die ergernissen! ’k Wil me nu alleen aan Mars wijden!” De geleerde stond op. „Ja, ja!” ging hij na eenige oogenblikken zwijgens voort, „ja, mijn oude, roodachtig stralende vriendin, is nu in de nabijheid der aarde. Ik geloof dat het van avond echter te laat is om nog een stil onderhoud met haar te hebben! En toch, ze is als altijd weer op haar plaats, zij laat nooit op zich wachten!”Professor Stiller keek op zijn horloge, „11 uur 42 minuten! Nog 55 seconden en dan is Mars in het Oosten zichtbaar. Gauw naar boven, naar den kijker!” Weldra was deze gericht en vertoonde Mars, die langzaam aan den oostelijken horizont verrees, zich als een kleine vurige bol aan het oog van den waarnemer. Vol bewondering sloeg professor Stiller de naar hem toegekeerde zijde der planeet gade, waarop duidelijk en scherp, smalle rechte lijnen zichtbaar waren.„Juist deze rechte kanalen, die op verschillende punten elkander snijden of samenkomen, leveren door hare kunstigheid het duidelijkste en meest onweerlegbare bewijs, dat daarboven zeer verstandige en ontwikkelde wezens huizen!”sprak de geleerde tot zich zelf. „Mars heeft in weerwil van de haar omringende luchtlagen, in verhouding slechts kleine hoeveelheden water. Daarom zijn de Marsbewoners wel genoodzaakt om aan dit gebrek door kunstmatigen toevoer zooveel mogelijk tegemoet te komen, en van de aanwezige watermassa een zoodanig gebruik te maken dat, wanneer één district er door bevochtigd is, de kostbare vloeistof naar een andere streek wordt gevoerd. Hoe vaak heb ik niet reeds deze feiten van den katheder te Tübingen verkondigd als verklaring van het tijdelijke verdwijnen en telkens weer opduiken der kanalen op Mars!” riep professor Stiller opgewonden uit. „Ja, er moet op Mars een bijzonder ontwikkeld en in hooge mate beschaafd volk wonen, want alleen dit is in staat om dergelijke geniale werken ten algemeene nutte ten uitvoer te brengen! De Jaargetijden op Mars schijnen, volgens mij, in de eerste plaats verband te houden met het smelten der ijsmassa’s aan de Zuid- en Noordpool. En dit water, afkomstig uit het gesmolten ijs der Poolstreken, wordt ter vruchtbaarmaking, door die wezens daarboven, gevoerd in de kanalen die wij zelfs van hieruit kunnen waarnemen.Wat een prachtigen weelderigen plantengroei moet men daar, langs de kanalen aan de oevers aantreffen! Wat moet alles zich daar vlug en krachtig ontwikkelen waar het water, regelmatig verdeeld, overal wordt heengevoerd! En watvoor menschen moeten dat niet zijn, die daar op Mars wonen en die ons in algemeene ontwikkeling misschien eeuwen vooruit zijn! Dat zou volstrekt niet onmogelijk wezen. Ik moet hen leeren kennen, evenals den grond, waarop zij leven en werken!”——Opgewonden ging professor Stiller van den telescoop weg, maar de levendige belangstelling in het voorwerp zijner waarneming, dreef hem al heel spoedig weer naar zijn instrument terug.Zoo ging het eene uur na het andere voorbij in astronomische onderzoekingen en berekeningen. De fonkelende sterren aan den hemel begonnen reeds te verbleeken en de wintermorgen brak bijna aan, toen de professor eindelijk zijn plaats verliet en naar zijn warm tehuis ging, dat zich in de onmiddellijke nabijheid van de sterrenwacht bevond.Een lichte nevel hing over het Neckardal en Groot-Stuttgart. De stralende morgenzon deed dezen doorzichtigen sluier echter spoedig optrekken en liet de stad, die zich in den loop der tijden van uit het Nesenbachdal links en rechts langs de oevers van den Neckar had uitgebreid, op haar voordeeligst uitkomen. De winter had zijn intocht nog niet gedaan en de met bosschen begroeide bergen die het Neckardal begrenzen, waren nog niet met sneeuw bedekt. In de frissche heldere Decemberlucht kon men scherp en duidelijk de torens en villa’s onderscheiden, die hier en daar op eenige hooger gelegen puntenwaren gebouwd en neerzagen op de stad die zich aan hunne voeten uitstrekte. Ook de oude kapel op den Rotenberg paste uitstekend in het schilderachtige landschap, waarom de Neckar zich als een zilveren lint slingerde.Een groot ruim plein, half park half grasveld, de van oudsher beroemde Cannstatter weide, waar de Zwabensche volksspelen werden gehouden, bracht een aangename afwisseling in de huizenmassa, en werd hiervan aan een zijde door de rivier gescheiden. Aan het uiteinde van het park dat verscheidene Kilometers lang was en door electrische trambanen werd doorkruist stond een groot rond, in hout opgetrokken gebouw waarop met reusachtige letters stond te lezen:„Luchtschip voor de Mars-expeditie,”en daaronder:„Streng verboden toegang.”Binnen in het gebouw deed zich geen enkel geluid hooren,—een teeken dat het werk was gestaakt of misschien reeds afgeloopen.Aan de heeren Blieder en Schnabel was de bouw van het luchtschip opgedragen, dat voor de eerste maal sedert het bestaan van een wereld- en volkengeschiedenis de oplossing zou geven van het moeilijke probleem van een tocht buitenden dampkring, door de oneindige aetherlaag, naar een bepaald doel.Blieder was de architect die, althans in Stuttgart, bekend stond om zijne vele ervaring en nieuwe denkbeelden bij de uitvoering van allerlei stoute plannen, Schnabel was leeraar in de hoogere mathematica aan eene universiteit.In deze hoedanigheid was den heer Schnabel opgedragen, om den bouw van het luchtschip op mathematische gronden na te gaan en overigens den heer Blieder met zijn wetenschappelijke ontwikkeling ter zijde te staan.Uitwerking en kracht der op de meest vernuftige wijze gebonden electro-dynamische eenheden, die zoowel voor de beweging en het besturen van het schip, als voor de verlichting en verwarming van het gesloten vaartuig moesten dienen, al die talrijke zeer gewichtige voorwaarden, waaraan de machinerie tot in haar kleinste onderdeelen moest beantwoorden, waren door professor Stiller in medewerking met andere geleerde collega’s aan de Tübinger universiteit, vastgesteld geworden en de uitvoering er van aan beide genoemde heeren opgedragen.Slechts aarzelend en met een zekeren onwil was professor Stiller tot die opdracht overgegaan.Blieder en Schnabel waren oude kennissen van hem. Evenals hij, waren ze in de voorstad Cannstatt geboren en met hem opgegroeid, doch in later jaren hadden de zoo uiteenloopende belangen en studiën van professor Stiller hem meeren meer vervreemd van de beide vrienden zijner jeugd. Hoe hooger professor Stiller steeg op de wetenschappelijke ladder, hoe grooter de kloof werd die hen scheidde.Toen het echter bekend werd, dat het college van professoren der Tübinger universiteit naar aanleiding van een gloedvolle voordracht van professor Stiller, besloten had om op kosten der universiteit een luchtschip van bijzondere constructie te doen bouwen, waarmede een tocht naar Mars zou kunnen worden ondernomen, waren de beide oude kennissen, met wie hij zoo menigen kwajongensstreek had uitgehaald, onmiddellijk naar Professor Stiller gegaan. Het prikkelde hun beider eerzucht om hun naam wereldberoemd te maken en dezen voor altijd verbonden te weten met den „Argonaut” zooals het luchtschip heeten zou. Eindelijk had professor Stiller aan hun verlangen toegegeven waaraan zij kracht hadden bijgezet door een beroep te doen op hun oude vriendschap. Hij verzoende er zich mede, door de gedachte, dat onder al degenen die voor den bouw van den Argonaut in aanmerking zouden wenschen te komen, toch niemand wezen zou die een grooteren waarborg zou leveren voor het welslagen van den arbeid, dan Blieder en Schnabel. En op stuk van zaken waren zij dan toch ook Zwaben evenals hij.Zoo had de geleerde dan zijn aanvankelijken tegenzin tegen de twee „bekrompen Stuttgarters” overwonnen, doch, tegen dat het werk teneinde liep werd deze weder zooveel te levendiger. De heeren Blieder en Schnabel waren twee echte dikkoppen. Zij meenden beiden den Steen der Wijzen te hebben gevonden en achtten zich derhalve bevoegd om in het plan voor het schip naar eigen goeddunken wijzigingen aan te brengen. Alleen aan de waakzaamheid en den onverflauwden ijver van professor Stiller was het te danken dat na een voortdurenden strijd, veel ergernis en verdriet, en aanhoudende onaangenaamheden met Blieder en Schnabel, de Argonaut in hoofdzaak was gebouwd zooals de geleerde zelf had aangegeven.Maar den vorigen middag, toen professor Stiller naar de werkplaats was gegaan, om zich te overtuigen dat het werk waaraan nu zoovele maanden ijverig was gearbeid en waarover reeds zoo groote roep was uitgegaan (daarvoor hadden Blieder en Schnabel wel gezorgd), had hij tot zijn groote woede bemerkt, dat de bouwers eenige zijner meest gewichtige aanwijzingen totaal over het hoofd hadden gezien. Het werk dat reeds was gestaakt, moest wederom worden opgevat, en weer begon men aan den Argonaut allerlei veranderingen aan te brengen. Daardoor moest de opstijging natuurlijk weer worden uitgesteld en rees de ernstige vraag, of er van de geheele expeditie nog iets terecht zou komen. Het was eenvoudig om dol en razend te worden!—Woedend kwam professor Stiller thuis. Het duurde verscheidene uren vóór zijn drift bedaarden hij weder zichzelf meester geworden was. Maar zóó dicht bij de vervulling van een lang gekoesterden wensch te zijn en dan telkens weer zijn geduld op de proef te zien gesteld, is dan toch ook bijna niet te dragen.Professor Stiller’s kracht ging ’t dan ook bijna te boven en hij bracht, onbekwaam tot eenig werk, verscheidene uren in zijn observatorium door, om zijn opbruisend bloed tot bedaren te brengen en zijn boosheid te overwinnen.De geleerde zat nu in een gemakkelijke warme kamerjapon in zijn ruime studeerkamer, waarin de zon haar heldere stralen wierp, en werkte de waarnemingen van dien nacht uit. Het resultaat was zeer bevredigend. Nu, en daarna misschien niet in langen tijd, wellicht, in geen jaren, was het mogelijk om van de aarde uit, Mars te bereiken. Het is een groot verschil of een planeet slechts 59 of 400 millioen kilometers van de aarde verwijderd is. Mars stond op het oogenblik het dichtst bij de aarde en was daarvan slechts 59 millioen kilometers verwijderd. Dit was gebleken uit de nauwkeurige berekeningen van den professor. Men mocht daarom niet lang meer wachten met de expeditie, ieder tijdverlies moest angstvallig worden vermeden. Wanneer men eenige kans wilde hebben de planeet, die zich snel wederom van de aarde verwijderde, te bereiken, zooveel mogelijk gebruik makende van de nu zoo gunstige verhouding tusschen de middelpuntvliedende kracht der aarde en de thanssterk vermeerderde aantrekkingskracht van Mars dan moest met ieder uur rekening worden gehouden.„En juist op dit allergunstigste oogenblik, moeten me die twee ezels!”—en bij deze woorden keek professor Stiller door de ramen zijner studeerkamer in de richting van Cannstatt, „een streep door de rekening halen!”Toornig fronste hij de wenkbrauwen en ’t bloed steeg hem naar ’t hoofd. Daar werd aan de deur geklopt. Op het luide „binnen” van den geleerde verscheen zijn knecht en kondigde de heeren Blieder en Schnabel aan.„Lupus in fabula!” merkte de professor glimlachend op, doch plotseling herinnerde hij zich dat hij gisteren op de weide den beiden heeren had verzocht heden tegen twaalf uur bij hem te komen. Een blik op de pendule overtuigde hem, dat de heeren precies op tijd waren. De professor stond op en droeg den knecht op de beide heeren binnen te laten.„Stiptheid is het kenmerk der beleefdheid!” Met deze woorden begroette de professor de binnentredenden. „Neemt plaats!”—ging hij voort, „en zegt me nu maar dadelijk of de gisteren door mij aangegeven wijzigingen aan den Argonaut binnen vier dagen kunnen worden aangebracht. De volgende week moeten we opstijgen! ’t Koste wat ’t wil!”„Ik weet werkelijk niet, welke noemenswaardige fout mijnerzijds de opstijging in den wegzou staan!” merkte Blieder met zijn toonlooze stem op.„Wat!”—riep de professor boos uit, „moet ik u, oud architect, die uit puur genialiteit nooit iets uitdenkt, nog eens weer herhalen, waar ik u gisteren reeds aanmerking op heb gemaakt?”In plaats van te antwoorden, bepaalde Blieder er zich toe de schouders op te halen.„In het gesloten vaartuig kan ik geen glazen vensters gebruiken, dat kondet gij weten, en zooveel te beter omdat ik u daarop reeds van den aanvang af, bij het ontwerp van het plan, heb gewezen!” hernam de geleerde.„Ja, maar waarom? Ik zie werkelijk niet in....”„Mijn waarde Blieder, ge ziet inderdaad niets in noch uit. De spiegelruiten die gij in het vaartuig hebt laten zetten, zijn hard en broos en in geenendeele bestand tegen de geweldige, lage temperatuur in de aetherruimte. Daarom weg met die glazen, weg er mee! Vervang ze door elastisch mica dat het noodige weerstandsvermogen heeft. Dat houdt het uit in alle temperaturen boven en onder nul. Ge hebt twee dagen tijd om deze verandering tot stand te brengen.”„Maar....” begon Blieder, doch werd door den professor driftig in de rede gevallen.„Er valt hier niet te „maren!” Wees blij, dat ik, met het oog op den korten tijd, zoo velerlei onnauwkeurigheden over het hoofd zie waaraan gij u bij de constructie hebt schuldig gemaakt. Maar een ding van belang moet nog verbeterdworden. Ofschoon ik er u opmerkzaam op heb gemaakt, hebt gij er verder maar niet meer aan gedacht, dat in de gondel, waarin meerdere menschen een zekeren tijd zullen verblijven, toch ook een klep tot loozing van allerlei afval, dient te zijn. Wij hebben een paar van die dubbele, goed sluitende kleppen noodig, die links en rechts aan de gondel dienen te worden aangebracht. In ’s hemelsnaam niet in den bodem!”„Dat zou toch wel het gemakkelijkst zijn!”„Ja, dàt weet ik ook wel,” hernam professor Stiller spottend glimlachende, „maar we zouden niet gaarne onderweg uit het vaartuig vallen, maar indien eenigszins mogelijk, liever heel en gezond op Mars aankomen!”„Maar langs de wanden zijn binnen in de gondel de provisiekasten aangebracht, daaronder de accumulatoren en....”„Verdeel de ruimte zooals ’t behoort, dan komt de zaak in orde! Basta! En nu gij Schnabel! Waarvan denkt ge dat ons gezelschap onderweg moet leven?”„Natuurlijk van de medegenomen voedingsmiddelen, de ingemaakte groenten en vruchten en allerlei lekkers, den besten Neckarwijn niet te vergeten!” antwoordde glimlachend de Mathematicus, die veel van lekker eten en drinken hield en zich dan ook in het bezit van een aardig buikje verheugde.„Neen, wees maar niet bang, Schnabel, den wijn zullen we niet vergeten, maar waarvan leefteen mensch nog meer dan van spijs en drank?!”—„Natuurlijk van lucht!” antwoordde Schnabel die door die vraag eenigszins gepikeerd was.„Natuurlijk! en vertel me nu eens waar wij gedurende onze reis, die lucht vandaan moeten halen. Zooals ge weet is die in het aetherruim niet voorhanden en de vaderlandsche lucht, die wij van de Cannstatterweide in onze gondel medenemen, zal al heel spoedig verbruikt zijn.”„Och loop naar den koekoek! Ik heb vergeten ruimten aan te brengen tot berging van gecomprimeerde lucht.”„Juist! Herstel die fout zoo spoedig mogelijk. Blieder zal u daarbij behulpzaam zijn. Ik zal zelf later wel onderzoeken of de ruimten inderdaad samengeperste lucht bevatten, want gij zoudt waarachtig in staat zijn om te vergeten ze te vullen. Zooals ik u gisteren reeds heb gezegd is ’t met de heele stuurinrichting ook niet in den haak. In plaats van overbrenging door middel van een as, hebt ge de alluminiumschroef direct gekoppeld aan de electrische machine. Hoe ge daartoe zijt gekomen, begrijp ik niet!”„Volgens mathematische berekeningen! De eenige ware manier!”„Blijf me nu als ’t u blieft met uw mathematiek van ’t lijf, wanneer die tot zulken tastbaren onzin leidt!” hernam professor Stiller boos. „Ik draag de verantwoording van de gewaagde expeditie.Ik moet daarom krachtig optreden en mij verzetten tegen alles wat het gevaar zou kunnen vergrooten, en met vreugde begroeten alles wat kan bijdragen tot vermeerdering der veiligheid en vergrooting van de kans van slagen.”„Alsof wij, Blieder en ik, niet alles hadden gedaan wat gij van ons verlangdet. Maar natuurlijk, den grooten geleerden der universiteit is het moeilijk naar den zin te maken.”„Dat schijnt werkelijk zoo te zijn!” liet Blieder er zuchtend op volgen.„Daarover zal ik niet met u kibbelen, want dat zou totaal doelloos zijn. Zorg er liever voor dat de Argonaut de volgende week gereed is. Wanneer de reis nog eenige kans van slagen hebben zal, moeten we noodig vertrekken. Mijn collega’s in Tübingen, wien ik als datum van opstijging, en dan nog als uitersten termijn, een der eerste dagen van December heb genoemd, beginnen ook ongeduldig te worden. En nu ontstaat er alweer vertraging. De zaak moet nu gauw in orde komen. Afgezien van het feit dat we ons in hooge mate belachelijk zouden maken, wanneer de reis maar telkens weer werd uitgesteld, loopen wij buitendien gevaar niet ten volle gebruik te kunnen maken van de ons op het oogenblik zoo gunstige omstandigheden! Maakt dus voort! Ik moet daar bepaald op aandringen.”„Hoe lang zal de reis duren!” vroeg Schnabel nieuwsgierig en blijkbaar verlangend om het onaangenameonderhoud een meer vriendschappelijke wending te geven.„Dat hangt af van iederen dag, zelfs van ieder uur, dat wij vroeger kunnen vertrekken,” antwoordde professor Stiller. „De vier dagen, die ik u voor het verbeteren der gemaakte fouten, moet toestaan, beteekenen voor ons een hoogst onaangename verlenging der reis. Mars staat op het oogenblik het dichtst bij de aarde en de afstand wordt nu iedere minuut weer grooter. Hoe lang onder deze omstandigheden de reis door de aetherruimte zal duren laat zich slechts gissen, maar is niet nauwkeurig te bepalen. Zoodra wij goed en wel buiten den invloed van de aantrekkingskracht van de aarde en van de maan en in dien van Mars zullen zijn gekomen, zal de reis buitengewoon snel gaan, in weerwil van de ontzettend groote afstanden, die wij hebben af te leggen. Dank zij de geweldige aantrekkende electromagnetische stroomingen die van Mars uitgaan, zullen wij met bijna fabelachtige snelheid ons in de richting van die planeet bewegen, welke snelheid op minstens twee millioen kilometers per dag kan worden geschat. Ik reken echter ook in het gunstigste geval, dat de reis minstens eenige weken zal duren. Voorzichtigheidshalve nemen wij voor drie maanden proviand mede.”„En wanneer gij Mars niet bereikt, en de geheele reis mislukt, wat dan!” vroeg Schnabel nieuwsgierig.„Dan, mijn waarde, gaat het ons, zooals ’t zoo menig natuurvorscher vóór ons gegaan is, en ook na ons gaan zal. Wij worden dan offers, martelaren der wetenschap. Ook hiermede hebben wij rekening gehouden, toen wij besloten den tocht te ondernemen. Gelukkigerwijs zijn de andere deelnemers, evenals ik, geen vaders van huisgezinnen, maar meerendeels jongelui die dezen sprong in het onzekere, dit waagstuk voor hun geweten kunnen verantwoorden. Ik voor mij reken beslist op het welslagen der onderneming, de triumph der wetenschap.”„De geheele beschaafde wereld heeft met stomme bewondering thans het oog gericht op ons Neckardal, waar zulke grootsche stoutmoedige plannen op het punt staan verwezenlijkt te worden en komt ge eens met den „Argonaut” weer behouden terug, dan zal u een ontvangst worden bereid, zooals nog niemand ten deel viel, gij zult worden gevierd, zooals nooit iemand te voren!” merkte Blieder op.„Maar vóór we aan een terugkeer kunnen denken,”—hernam professor Stiller lachend—„moeten we eerst op Mars komen. ’t Is best mogelijk, dat we eenige jaren afwezig zullen zijn, want zulk een onbekende reis, vordert begrijpelijker wijze, ook buitengewoon veel tijd. En het meest interessante onderwerp voor te maken studiën is de mensch zelf, die op het verwijderde hemellichaam huist. Zooals gij weet bewijzen ons, onze telescopische waarnemingen, dat dewezens die daar wonen op een hooge trap van ontwikkeling moeten staan. Wie weet of ze ons niet zoowel geestelijk als lichamelijk verre overtreffen.”„Of ver beneden ons staan, wat toch ook niet onmogelijk is!” merkte Schnabel hoogmoedig op. In geen geval zou ik gaarne van de partij zijn!”„Gij doet ook maar veel beter met hier beneden op de aarde te blijven!” hernam professor Stiller. „En nu hebben wij genoeg tijd verpraat. Gauw aan ’t werk! Over vier dagen kom ik op de weide om er mij van te overtuigen dat de besproken aangelegenheden in orde zijn gebracht. De volgende week moet de opstijging bepaald plaats hebben; ik moet u daarop nogmaals met nadruk wijzen. Iedere dag dien wij langer moeten wachten, is een ontzettende kwelling voor mij en mijn reeds zoo lang geplaagde zenuwen. Het ligt in uw hand die kwelling te doen ophouden. Gij hebt mij vaak en veel verdriet gedaan, maakt dus dat ik zonder al te grooten wrok van u en deze aarde kan scheiden.”Met deze woorden nam de professor afscheid van zijne bezoekers.

De schitterende avondster Venus was in het Westen ondergegaan. Donkere, doorzichtige schaduwen spreidden zich langzamerhand over Groot-Stuttgart en het Neckardal uit.

Duizenden en nog eens duizenden van sterren beginnen te flikkeren aan het firmament, terwijl men, te midden dier ver verwijderde lichtgevende hemellichamen, den schitterend witten Melkweg duidelijk kan onderscheiden.

Van daaruit ziet het fonkelend sterrenbeeld Cassiopeia neêr, op de oude, nog altijd van zooveel dwaasheid vervulde Moeder Aarde.

Aan de andere zijde, in het onmetelijke hemelruim, staat de Groote Beer, met zijn zeven heldere sterren, het geheimzinnige getal, dat in het menschelijk leven zulk een merkwaardige rol speelt. In bonte mengeling en op ongelijke afstanden, verschillend in lichtsterkte en grootte, stonden de overige sterren daartusschen, schijnbaar nog alle op haar oude, gewone plaats.

’t Werd later in den nacht. In het Zuiden verscheen het prachtig sterrenbeeld de Orion aanden horizont en spoedig daarna ook Sirius, de schitterendste onder al de schitterende sterren des hemels.

En juist hij wiens beroep het was den sterrenhemel te bestudeeren, scheen op het oogenblik het minst van allen vatbaar voor die nachtelijke pracht en de grootsche schoonheid van die verwijderde lichtgevende hemellichamen.

Professor Stiller, de beroemde sterrenkundige, leeraar aan de wereldberoemde universiteit te Tübingen, zat in zijn armstoel en trommelde zenuwachtig met de vingers van zijn rechterhand op de leuning. Hij zat in een ruim vertrek met groot glazen koepeldak, waarvan men dadelijk zag dat het als observatorium of sterrenwacht dienst deed. Een reusachtige kijker stak door de opening in het draaibare koepeldak naar boven in den helderen winternacht.

Professor Stiller had al jaren geleden op den rustigen Bopserheuvel bij Stuttgart een sterrenwacht voor zich laten bouwen, om, ver van ’t druk gewoel der universiteitsstad, zich ongestoord aan de waarneming der planeten te kunnen wijden. Vooral de planeet Mars, wier baan zoo dicht in de nabijheid der aarde loopt, trok in ’t bijzonder de aandacht van den geleerde. Deze groote belangstelling was oorzaak dat hij daarvan langzamerhand een meer bijzondere studie maakte, waaruit een zóó groote liefde voor de verwijderde planeet ontstond, dat bij professor Stiller eindelijk meer en meer de gedachterijpte, om zich met die planeet in nadere verbinding te stellen,—met andere woorden, die te bezoeken.

Juist nu stond Mars in de nabijheid der aarde, en bedroeg de afstand tusschen deze en de planeet slechts 59 millioen Kilometer.

In den tegenwoordigen tijd van grootsche uitvindingen, en den geweldigen, men zou bijna zeggen ongelooflijken vooruitgang op het gebied der techniek, en de meerdere kennis van de electromagnetische stroomingen in het heelal en hare toepassing, en vóór alles de hooge vlucht die de luchtscheepvaart had genomen, was in de gedachte aan een bezoek aan Mars en een reis daarheen niets vreemds meer gelegen. Integendeel, bij den tegenwoordigen stand van zaken, bestond inderdaad de mogelijkheid om een dergelijken tocht, met eenigen kans van slagen, te ondernemen.

En deze reis hield op het oogenblik de gedachten van professor Stiller bezig. Hij had echter met allerlei tegenspoed te kampen gehad en dit had den geleerde onaangenaam gestemd en zenuwachtig gemaakt. Vóór den stoel van den professor brandde een sierlijke electrische lamp, die haar zacht licht wierp op een stapel papieren, met cijfers en berekeningen bedekt, die door elkaar op een kleine tafel naast hem lag. Zuchtend streek hij zich met de linkerhand over het met diepe rimpels doorgroefde voorhoofd.

„Die dwaze menschen, die Bieder en Schnabel,die in hun eigenwijsheid mijne aanwijzingen niet volgen en mij daardoor bij den bouw van mijn luchtschip al zoovele moeilijkheden bezorgden, zijn inderdaad niet waard, dat ik me nog langer boos over hen maak. Goddank heb ik hun domheden, die de ergste gevolgen na zich konden sleepen, noch altijd tijdig kunnen verhelpen! Weg dus met al die ergernissen! ’k Wil me nu alleen aan Mars wijden!” De geleerde stond op. „Ja, ja!” ging hij na eenige oogenblikken zwijgens voort, „ja, mijn oude, roodachtig stralende vriendin, is nu in de nabijheid der aarde. Ik geloof dat het van avond echter te laat is om nog een stil onderhoud met haar te hebben! En toch, ze is als altijd weer op haar plaats, zij laat nooit op zich wachten!”

Professor Stiller keek op zijn horloge, „11 uur 42 minuten! Nog 55 seconden en dan is Mars in het Oosten zichtbaar. Gauw naar boven, naar den kijker!” Weldra was deze gericht en vertoonde Mars, die langzaam aan den oostelijken horizont verrees, zich als een kleine vurige bol aan het oog van den waarnemer. Vol bewondering sloeg professor Stiller de naar hem toegekeerde zijde der planeet gade, waarop duidelijk en scherp, smalle rechte lijnen zichtbaar waren.

„Juist deze rechte kanalen, die op verschillende punten elkander snijden of samenkomen, leveren door hare kunstigheid het duidelijkste en meest onweerlegbare bewijs, dat daarboven zeer verstandige en ontwikkelde wezens huizen!”sprak de geleerde tot zich zelf. „Mars heeft in weerwil van de haar omringende luchtlagen, in verhouding slechts kleine hoeveelheden water. Daarom zijn de Marsbewoners wel genoodzaakt om aan dit gebrek door kunstmatigen toevoer zooveel mogelijk tegemoet te komen, en van de aanwezige watermassa een zoodanig gebruik te maken dat, wanneer één district er door bevochtigd is, de kostbare vloeistof naar een andere streek wordt gevoerd. Hoe vaak heb ik niet reeds deze feiten van den katheder te Tübingen verkondigd als verklaring van het tijdelijke verdwijnen en telkens weer opduiken der kanalen op Mars!” riep professor Stiller opgewonden uit. „Ja, er moet op Mars een bijzonder ontwikkeld en in hooge mate beschaafd volk wonen, want alleen dit is in staat om dergelijke geniale werken ten algemeene nutte ten uitvoer te brengen! De Jaargetijden op Mars schijnen, volgens mij, in de eerste plaats verband te houden met het smelten der ijsmassa’s aan de Zuid- en Noordpool. En dit water, afkomstig uit het gesmolten ijs der Poolstreken, wordt ter vruchtbaarmaking, door die wezens daarboven, gevoerd in de kanalen die wij zelfs van hieruit kunnen waarnemen.

Wat een prachtigen weelderigen plantengroei moet men daar, langs de kanalen aan de oevers aantreffen! Wat moet alles zich daar vlug en krachtig ontwikkelen waar het water, regelmatig verdeeld, overal wordt heengevoerd! En watvoor menschen moeten dat niet zijn, die daar op Mars wonen en die ons in algemeene ontwikkeling misschien eeuwen vooruit zijn! Dat zou volstrekt niet onmogelijk wezen. Ik moet hen leeren kennen, evenals den grond, waarop zij leven en werken!”——

Opgewonden ging professor Stiller van den telescoop weg, maar de levendige belangstelling in het voorwerp zijner waarneming, dreef hem al heel spoedig weer naar zijn instrument terug.

Zoo ging het eene uur na het andere voorbij in astronomische onderzoekingen en berekeningen. De fonkelende sterren aan den hemel begonnen reeds te verbleeken en de wintermorgen brak bijna aan, toen de professor eindelijk zijn plaats verliet en naar zijn warm tehuis ging, dat zich in de onmiddellijke nabijheid van de sterrenwacht bevond.

Een lichte nevel hing over het Neckardal en Groot-Stuttgart. De stralende morgenzon deed dezen doorzichtigen sluier echter spoedig optrekken en liet de stad, die zich in den loop der tijden van uit het Nesenbachdal links en rechts langs de oevers van den Neckar had uitgebreid, op haar voordeeligst uitkomen. De winter had zijn intocht nog niet gedaan en de met bosschen begroeide bergen die het Neckardal begrenzen, waren nog niet met sneeuw bedekt. In de frissche heldere Decemberlucht kon men scherp en duidelijk de torens en villa’s onderscheiden, die hier en daar op eenige hooger gelegen puntenwaren gebouwd en neerzagen op de stad die zich aan hunne voeten uitstrekte. Ook de oude kapel op den Rotenberg paste uitstekend in het schilderachtige landschap, waarom de Neckar zich als een zilveren lint slingerde.

Een groot ruim plein, half park half grasveld, de van oudsher beroemde Cannstatter weide, waar de Zwabensche volksspelen werden gehouden, bracht een aangename afwisseling in de huizenmassa, en werd hiervan aan een zijde door de rivier gescheiden. Aan het uiteinde van het park dat verscheidene Kilometers lang was en door electrische trambanen werd doorkruist stond een groot rond, in hout opgetrokken gebouw waarop met reusachtige letters stond te lezen:

„Luchtschip voor de Mars-expeditie,”

en daaronder:

„Streng verboden toegang.”

Binnen in het gebouw deed zich geen enkel geluid hooren,—een teeken dat het werk was gestaakt of misschien reeds afgeloopen.

Aan de heeren Blieder en Schnabel was de bouw van het luchtschip opgedragen, dat voor de eerste maal sedert het bestaan van een wereld- en volkengeschiedenis de oplossing zou geven van het moeilijke probleem van een tocht buitenden dampkring, door de oneindige aetherlaag, naar een bepaald doel.

Blieder was de architect die, althans in Stuttgart, bekend stond om zijne vele ervaring en nieuwe denkbeelden bij de uitvoering van allerlei stoute plannen, Schnabel was leeraar in de hoogere mathematica aan eene universiteit.

In deze hoedanigheid was den heer Schnabel opgedragen, om den bouw van het luchtschip op mathematische gronden na te gaan en overigens den heer Blieder met zijn wetenschappelijke ontwikkeling ter zijde te staan.

Uitwerking en kracht der op de meest vernuftige wijze gebonden electro-dynamische eenheden, die zoowel voor de beweging en het besturen van het schip, als voor de verlichting en verwarming van het gesloten vaartuig moesten dienen, al die talrijke zeer gewichtige voorwaarden, waaraan de machinerie tot in haar kleinste onderdeelen moest beantwoorden, waren door professor Stiller in medewerking met andere geleerde collega’s aan de Tübinger universiteit, vastgesteld geworden en de uitvoering er van aan beide genoemde heeren opgedragen.

Slechts aarzelend en met een zekeren onwil was professor Stiller tot die opdracht overgegaan.

Blieder en Schnabel waren oude kennissen van hem. Evenals hij, waren ze in de voorstad Cannstatt geboren en met hem opgegroeid, doch in later jaren hadden de zoo uiteenloopende belangen en studiën van professor Stiller hem meeren meer vervreemd van de beide vrienden zijner jeugd. Hoe hooger professor Stiller steeg op de wetenschappelijke ladder, hoe grooter de kloof werd die hen scheidde.

Toen het echter bekend werd, dat het college van professoren der Tübinger universiteit naar aanleiding van een gloedvolle voordracht van professor Stiller, besloten had om op kosten der universiteit een luchtschip van bijzondere constructie te doen bouwen, waarmede een tocht naar Mars zou kunnen worden ondernomen, waren de beide oude kennissen, met wie hij zoo menigen kwajongensstreek had uitgehaald, onmiddellijk naar Professor Stiller gegaan. Het prikkelde hun beider eerzucht om hun naam wereldberoemd te maken en dezen voor altijd verbonden te weten met den „Argonaut” zooals het luchtschip heeten zou. Eindelijk had professor Stiller aan hun verlangen toegegeven waaraan zij kracht hadden bijgezet door een beroep te doen op hun oude vriendschap. Hij verzoende er zich mede, door de gedachte, dat onder al degenen die voor den bouw van den Argonaut in aanmerking zouden wenschen te komen, toch niemand wezen zou die een grooteren waarborg zou leveren voor het welslagen van den arbeid, dan Blieder en Schnabel. En op stuk van zaken waren zij dan toch ook Zwaben evenals hij.

Zoo had de geleerde dan zijn aanvankelijken tegenzin tegen de twee „bekrompen Stuttgarters” overwonnen, doch, tegen dat het werk teneinde liep werd deze weder zooveel te levendiger. De heeren Blieder en Schnabel waren twee echte dikkoppen. Zij meenden beiden den Steen der Wijzen te hebben gevonden en achtten zich derhalve bevoegd om in het plan voor het schip naar eigen goeddunken wijzigingen aan te brengen. Alleen aan de waakzaamheid en den onverflauwden ijver van professor Stiller was het te danken dat na een voortdurenden strijd, veel ergernis en verdriet, en aanhoudende onaangenaamheden met Blieder en Schnabel, de Argonaut in hoofdzaak was gebouwd zooals de geleerde zelf had aangegeven.

Maar den vorigen middag, toen professor Stiller naar de werkplaats was gegaan, om zich te overtuigen dat het werk waaraan nu zoovele maanden ijverig was gearbeid en waarover reeds zoo groote roep was uitgegaan (daarvoor hadden Blieder en Schnabel wel gezorgd), had hij tot zijn groote woede bemerkt, dat de bouwers eenige zijner meest gewichtige aanwijzingen totaal over het hoofd hadden gezien. Het werk dat reeds was gestaakt, moest wederom worden opgevat, en weer begon men aan den Argonaut allerlei veranderingen aan te brengen. Daardoor moest de opstijging natuurlijk weer worden uitgesteld en rees de ernstige vraag, of er van de geheele expeditie nog iets terecht zou komen. Het was eenvoudig om dol en razend te worden!—

Woedend kwam professor Stiller thuis. Het duurde verscheidene uren vóór zijn drift bedaarden hij weder zichzelf meester geworden was. Maar zóó dicht bij de vervulling van een lang gekoesterden wensch te zijn en dan telkens weer zijn geduld op de proef te zien gesteld, is dan toch ook bijna niet te dragen.

Professor Stiller’s kracht ging ’t dan ook bijna te boven en hij bracht, onbekwaam tot eenig werk, verscheidene uren in zijn observatorium door, om zijn opbruisend bloed tot bedaren te brengen en zijn boosheid te overwinnen.

De geleerde zat nu in een gemakkelijke warme kamerjapon in zijn ruime studeerkamer, waarin de zon haar heldere stralen wierp, en werkte de waarnemingen van dien nacht uit. Het resultaat was zeer bevredigend. Nu, en daarna misschien niet in langen tijd, wellicht, in geen jaren, was het mogelijk om van de aarde uit, Mars te bereiken. Het is een groot verschil of een planeet slechts 59 of 400 millioen kilometers van de aarde verwijderd is. Mars stond op het oogenblik het dichtst bij de aarde en was daarvan slechts 59 millioen kilometers verwijderd. Dit was gebleken uit de nauwkeurige berekeningen van den professor. Men mocht daarom niet lang meer wachten met de expeditie, ieder tijdverlies moest angstvallig worden vermeden. Wanneer men eenige kans wilde hebben de planeet, die zich snel wederom van de aarde verwijderde, te bereiken, zooveel mogelijk gebruik makende van de nu zoo gunstige verhouding tusschen de middelpuntvliedende kracht der aarde en de thanssterk vermeerderde aantrekkingskracht van Mars dan moest met ieder uur rekening worden gehouden.

„En juist op dit allergunstigste oogenblik, moeten me die twee ezels!”—en bij deze woorden keek professor Stiller door de ramen zijner studeerkamer in de richting van Cannstatt, „een streep door de rekening halen!”

Toornig fronste hij de wenkbrauwen en ’t bloed steeg hem naar ’t hoofd. Daar werd aan de deur geklopt. Op het luide „binnen” van den geleerde verscheen zijn knecht en kondigde de heeren Blieder en Schnabel aan.

„Lupus in fabula!” merkte de professor glimlachend op, doch plotseling herinnerde hij zich dat hij gisteren op de weide den beiden heeren had verzocht heden tegen twaalf uur bij hem te komen. Een blik op de pendule overtuigde hem, dat de heeren precies op tijd waren. De professor stond op en droeg den knecht op de beide heeren binnen te laten.

„Stiptheid is het kenmerk der beleefdheid!” Met deze woorden begroette de professor de binnentredenden. „Neemt plaats!”—ging hij voort, „en zegt me nu maar dadelijk of de gisteren door mij aangegeven wijzigingen aan den Argonaut binnen vier dagen kunnen worden aangebracht. De volgende week moeten we opstijgen! ’t Koste wat ’t wil!”

„Ik weet werkelijk niet, welke noemenswaardige fout mijnerzijds de opstijging in den wegzou staan!” merkte Blieder met zijn toonlooze stem op.

„Wat!”—riep de professor boos uit, „moet ik u, oud architect, die uit puur genialiteit nooit iets uitdenkt, nog eens weer herhalen, waar ik u gisteren reeds aanmerking op heb gemaakt?”

In plaats van te antwoorden, bepaalde Blieder er zich toe de schouders op te halen.

„In het gesloten vaartuig kan ik geen glazen vensters gebruiken, dat kondet gij weten, en zooveel te beter omdat ik u daarop reeds van den aanvang af, bij het ontwerp van het plan, heb gewezen!” hernam de geleerde.

„Ja, maar waarom? Ik zie werkelijk niet in....”

„Mijn waarde Blieder, ge ziet inderdaad niets in noch uit. De spiegelruiten die gij in het vaartuig hebt laten zetten, zijn hard en broos en in geenendeele bestand tegen de geweldige, lage temperatuur in de aetherruimte. Daarom weg met die glazen, weg er mee! Vervang ze door elastisch mica dat het noodige weerstandsvermogen heeft. Dat houdt het uit in alle temperaturen boven en onder nul. Ge hebt twee dagen tijd om deze verandering tot stand te brengen.”

„Maar....” begon Blieder, doch werd door den professor driftig in de rede gevallen.

„Er valt hier niet te „maren!” Wees blij, dat ik, met het oog op den korten tijd, zoo velerlei onnauwkeurigheden over het hoofd zie waaraan gij u bij de constructie hebt schuldig gemaakt. Maar een ding van belang moet nog verbeterdworden. Ofschoon ik er u opmerkzaam op heb gemaakt, hebt gij er verder maar niet meer aan gedacht, dat in de gondel, waarin meerdere menschen een zekeren tijd zullen verblijven, toch ook een klep tot loozing van allerlei afval, dient te zijn. Wij hebben een paar van die dubbele, goed sluitende kleppen noodig, die links en rechts aan de gondel dienen te worden aangebracht. In ’s hemelsnaam niet in den bodem!”

„Dat zou toch wel het gemakkelijkst zijn!”

„Ja, dàt weet ik ook wel,” hernam professor Stiller spottend glimlachende, „maar we zouden niet gaarne onderweg uit het vaartuig vallen, maar indien eenigszins mogelijk, liever heel en gezond op Mars aankomen!”

„Maar langs de wanden zijn binnen in de gondel de provisiekasten aangebracht, daaronder de accumulatoren en....”

„Verdeel de ruimte zooals ’t behoort, dan komt de zaak in orde! Basta! En nu gij Schnabel! Waarvan denkt ge dat ons gezelschap onderweg moet leven?”

„Natuurlijk van de medegenomen voedingsmiddelen, de ingemaakte groenten en vruchten en allerlei lekkers, den besten Neckarwijn niet te vergeten!” antwoordde glimlachend de Mathematicus, die veel van lekker eten en drinken hield en zich dan ook in het bezit van een aardig buikje verheugde.

„Neen, wees maar niet bang, Schnabel, den wijn zullen we niet vergeten, maar waarvan leefteen mensch nog meer dan van spijs en drank?!”—

„Natuurlijk van lucht!” antwoordde Schnabel die door die vraag eenigszins gepikeerd was.

„Natuurlijk! en vertel me nu eens waar wij gedurende onze reis, die lucht vandaan moeten halen. Zooals ge weet is die in het aetherruim niet voorhanden en de vaderlandsche lucht, die wij van de Cannstatterweide in onze gondel medenemen, zal al heel spoedig verbruikt zijn.”

„Och loop naar den koekoek! Ik heb vergeten ruimten aan te brengen tot berging van gecomprimeerde lucht.”

„Juist! Herstel die fout zoo spoedig mogelijk. Blieder zal u daarbij behulpzaam zijn. Ik zal zelf later wel onderzoeken of de ruimten inderdaad samengeperste lucht bevatten, want gij zoudt waarachtig in staat zijn om te vergeten ze te vullen. Zooals ik u gisteren reeds heb gezegd is ’t met de heele stuurinrichting ook niet in den haak. In plaats van overbrenging door middel van een as, hebt ge de alluminiumschroef direct gekoppeld aan de electrische machine. Hoe ge daartoe zijt gekomen, begrijp ik niet!”

„Volgens mathematische berekeningen! De eenige ware manier!”

„Blijf me nu als ’t u blieft met uw mathematiek van ’t lijf, wanneer die tot zulken tastbaren onzin leidt!” hernam professor Stiller boos. „Ik draag de verantwoording van de gewaagde expeditie.Ik moet daarom krachtig optreden en mij verzetten tegen alles wat het gevaar zou kunnen vergrooten, en met vreugde begroeten alles wat kan bijdragen tot vermeerdering der veiligheid en vergrooting van de kans van slagen.”

„Alsof wij, Blieder en ik, niet alles hadden gedaan wat gij van ons verlangdet. Maar natuurlijk, den grooten geleerden der universiteit is het moeilijk naar den zin te maken.”

„Dat schijnt werkelijk zoo te zijn!” liet Blieder er zuchtend op volgen.

„Daarover zal ik niet met u kibbelen, want dat zou totaal doelloos zijn. Zorg er liever voor dat de Argonaut de volgende week gereed is. Wanneer de reis nog eenige kans van slagen hebben zal, moeten we noodig vertrekken. Mijn collega’s in Tübingen, wien ik als datum van opstijging, en dan nog als uitersten termijn, een der eerste dagen van December heb genoemd, beginnen ook ongeduldig te worden. En nu ontstaat er alweer vertraging. De zaak moet nu gauw in orde komen. Afgezien van het feit dat we ons in hooge mate belachelijk zouden maken, wanneer de reis maar telkens weer werd uitgesteld, loopen wij buitendien gevaar niet ten volle gebruik te kunnen maken van de ons op het oogenblik zoo gunstige omstandigheden! Maakt dus voort! Ik moet daar bepaald op aandringen.”

„Hoe lang zal de reis duren!” vroeg Schnabel nieuwsgierig en blijkbaar verlangend om het onaangenameonderhoud een meer vriendschappelijke wending te geven.

„Dat hangt af van iederen dag, zelfs van ieder uur, dat wij vroeger kunnen vertrekken,” antwoordde professor Stiller. „De vier dagen, die ik u voor het verbeteren der gemaakte fouten, moet toestaan, beteekenen voor ons een hoogst onaangename verlenging der reis. Mars staat op het oogenblik het dichtst bij de aarde en de afstand wordt nu iedere minuut weer grooter. Hoe lang onder deze omstandigheden de reis door de aetherruimte zal duren laat zich slechts gissen, maar is niet nauwkeurig te bepalen. Zoodra wij goed en wel buiten den invloed van de aantrekkingskracht van de aarde en van de maan en in dien van Mars zullen zijn gekomen, zal de reis buitengewoon snel gaan, in weerwil van de ontzettend groote afstanden, die wij hebben af te leggen. Dank zij de geweldige aantrekkende electromagnetische stroomingen die van Mars uitgaan, zullen wij met bijna fabelachtige snelheid ons in de richting van die planeet bewegen, welke snelheid op minstens twee millioen kilometers per dag kan worden geschat. Ik reken echter ook in het gunstigste geval, dat de reis minstens eenige weken zal duren. Voorzichtigheidshalve nemen wij voor drie maanden proviand mede.”

„En wanneer gij Mars niet bereikt, en de geheele reis mislukt, wat dan!” vroeg Schnabel nieuwsgierig.

„Dan, mijn waarde, gaat het ons, zooals ’t zoo menig natuurvorscher vóór ons gegaan is, en ook na ons gaan zal. Wij worden dan offers, martelaren der wetenschap. Ook hiermede hebben wij rekening gehouden, toen wij besloten den tocht te ondernemen. Gelukkigerwijs zijn de andere deelnemers, evenals ik, geen vaders van huisgezinnen, maar meerendeels jongelui die dezen sprong in het onzekere, dit waagstuk voor hun geweten kunnen verantwoorden. Ik voor mij reken beslist op het welslagen der onderneming, de triumph der wetenschap.”

„De geheele beschaafde wereld heeft met stomme bewondering thans het oog gericht op ons Neckardal, waar zulke grootsche stoutmoedige plannen op het punt staan verwezenlijkt te worden en komt ge eens met den „Argonaut” weer behouden terug, dan zal u een ontvangst worden bereid, zooals nog niemand ten deel viel, gij zult worden gevierd, zooals nooit iemand te voren!” merkte Blieder op.

„Maar vóór we aan een terugkeer kunnen denken,”—hernam professor Stiller lachend—„moeten we eerst op Mars komen. ’t Is best mogelijk, dat we eenige jaren afwezig zullen zijn, want zulk een onbekende reis, vordert begrijpelijker wijze, ook buitengewoon veel tijd. En het meest interessante onderwerp voor te maken studiën is de mensch zelf, die op het verwijderde hemellichaam huist. Zooals gij weet bewijzen ons, onze telescopische waarnemingen, dat dewezens die daar wonen op een hooge trap van ontwikkeling moeten staan. Wie weet of ze ons niet zoowel geestelijk als lichamelijk verre overtreffen.”

„Of ver beneden ons staan, wat toch ook niet onmogelijk is!” merkte Schnabel hoogmoedig op. In geen geval zou ik gaarne van de partij zijn!”

„Gij doet ook maar veel beter met hier beneden op de aarde te blijven!” hernam professor Stiller. „En nu hebben wij genoeg tijd verpraat. Gauw aan ’t werk! Over vier dagen kom ik op de weide om er mij van te overtuigen dat de besproken aangelegenheden in orde zijn gebracht. De volgende week moet de opstijging bepaald plaats hebben; ik moet u daarop nogmaals met nadruk wijzen. Iedere dag dien wij langer moeten wachten, is een ontzettende kwelling voor mij en mijn reeds zoo lang geplaagde zenuwen. Het ligt in uw hand die kwelling te doen ophouden. Gij hebt mij vaak en veel verdriet gedaan, maakt dus dat ik zonder al te grooten wrok van u en deze aarde kan scheiden.”

Met deze woorden nam de professor afscheid van zijne bezoekers.

HOOFDSTUK II.HET VERTREK DER WERELDREIZIGERS.Voor professor Stiller en zijn reisgenooten gingen de eerstvolgende dagen in zenuwachtige opgewondenheid voorbij, en waren ze voortdurend bezig alle voorbereidende maatregelen voor de reis te nemen. Ook op de Cannstatter weide, op de plaats waar de Argonaut werd gemaakt, was het werk weer in vollen gang. Men had het luchtschip, uit het reusachtig getimmerte, op de vrije ruimte daarvóór gebracht en het lag daar voor anker. Nu eerst kwamen de reusachtige afmetingen van den ballon tot haar volle recht. Hij had een langwerpig ovalen vorm, evenals de aan hem bevestigde gesloten schuit. Door deze gelijkheid van vorm, scheen het alsof zich onder den grooten ballon nog een kleinere bevond, zoo ongeveer als moeder en kind.De lengte van het luchtschip of den ballon bedroeg van het eene einde tot het andere twee honderd meter, de gemiddelde hoogte was twintig meter.Het geraamte van den ballon bestond uit een netwerk van zeer dunne, maar buitengewoonsterke, luchtledig gemaakte metalen buizen Daarover bevond zich een tweede geraamte en daarboven nog een derde, beide op dezelfde wijze samengesteld. Wel waren de drie lagen onderling verbonden, maar zóó dat ieder op zichzelf, alleen kon werken en de schuit kon dragen. ’t Was om zoo te zeggen een drievoudige ballon.Voor de vervaardiging der metalen buizen was een nieuw alliage gebruikt, dat door professor Schwab in Tübingen was uitgevonden en door hem Suevit was genoemd. Dit alliage kenmerkte zich door buitengewone lichtheid, fabelachtig weerstandsvermogen en een enorme draagkracht en overtrof alle tot dusver bekende, dergelijke preparaten.Suevit bestond hoofdzakelijk uit alluminium, waaraan echter, procentsgewijs, wolfram, wat koper en banadium was toegevoegd. Deze legeering kon tot de dunste plaat worden uitgewalst, zonder daardoor iets van haar weerstandsvermogen te verliezen. Van deze platen werden de buizen gemaakt, die voor de geraamten van den ballon waren gebruikt. De buizen waren zonder naad, en werden, nadat zij zooveel mogelijk luchtledig waren gemaakt, met het nieuwste, merkwaardige gas Argonauton gevuld.Tot bedekking van het geraamte diende een, door den helaas te vroeg gestorven Esslinger grootindustrieel, Wilhelm Weckerle, uitgevonden weefsel uit zijde en linnen, dat de bewonderingder geheele textielbranche had gewekt. De draden van dit weefsel werden op speciaal daarvoor vervaardigde weefstoelen door middel van nieuwe machines, zoodanig met elkaar verbonden, dat het nagenoeg niet te scheuren was, en buitengewoon glad van oppervlakte. Ieder der drie ballons werd afzonderlijk met deze stof bedekt, waarna ze in een oplossing van caoutchouc werd gedrenkt totdat ze verzadigd was. Door deze bewerking werd de stof volkomen ondoordringbaar voor het gas gemaakt. Bovendien werd voorzichtigheidshalve het geheel nog met een dunne laag caoutchouc bedekt en hierop de Pillerinoplossing aangebracht. Dit laatste was een vloeibaar ijzersilicaat door professor Piller te Tübingen voor dit doel vervaardigd. Het gaf aan de bekleeding een weerstandsvermogen, gelijk aan dat van een pantser, dat zelfs door groot uitwendig geweld niet kon worden overwonnen. De ballon verwezenlijkte zoo het ideaal van een bestuurbaar luchtschip.De verschillende onderdeelen van den ballon werden met even groote nauwkeurigheid behandeld. De berekening was zóó gemaakt, dat na een mogelijk verlies van de eerste, buitenste bekleeding, of, wat haast niet denkbaar was, ook van de tweede, de middelste, zelfs de derde, de binnenste, nog zelfstandig werken en de schuit dragen kon.Op deze wijze trachtte professor Stiller alle gevaren in het wereldruim het hoofd te bieden.De bekleeding van iederen ballon was voorzien van een klep die van uit het binnenste deel van de schuit kon worden geregeld.De ballon was, zooals reeds gezegd, gevuld met het nieuw ontdekte specifiek zeer lichte gas Argonauton. Bij een bijna niet vast te stellen gewicht (0.01) bezat het Argonauton de niet genoeg te waardeeren eigenschap, dat noch overgroote hitte (+1350°) noch overgroote koude (-500°) eenigen invloed had op zijn agregatietoestand of daarin ook maar eenige wijziging bracht. ’t Was op ’t oogenblik het eenige werkelijke constante of permanente gas, het raadsel der geleerde wereld.Het geraamte van de gondel was op dezelfde manier samengesteld uit buizen die overtrokken waren met een zelfde weefsel dat eveneens met een caoutchouc laag was bedekt en door eene Pillerinoplossing zijn weerstandsvermogen had verkregen. Bovendien was hierover, ter isoleering, nog een dikke laag asbest gelegd. Van binnen was de gondel met pelswerk bekleed. Dit was gedaan om het warmteverlies in de buitengewoon koude aetherlagen, waar de temperatuur op 120 à 150 graden onder nul wordt geschat, zooveel mogelijk tegen te gaan. In de schuit waren overal zit- en rustbanken aangebracht en het inwendige maakte een aangenamen, gezelligen indruk. Langs de zijwanden van de tien meter lange en vijf meter breede gondel bevonden zich een soort van kasten, tot berging van denvoorraad der meest verschillende voedingsmiddelen. Onder die provisiekasten liepen de leidingen van de electrische inrichting, voor verwarming en verlichting en luchttoevoer, binnen in de gondel. Door den vooruitgang der technische wetenschappen was het mogelijk geworden, enorme hoeveelheden electrische kracht in een betrekkelijk kleine ruimte te concentreeren. Hierdoor was het den luchtreizigers mogelijk om zonder noemenswaardige overbelasting, die groote hoeveelheden electrische energie mede te nemen, die, omgezet in licht en warmte, niet alleen het leven der gondelbewoners mogelijk maakte, maar ook dienen moest, om het luchtschip voort te bewegen en te besturen. Ten einde dit laatste te bewerkstelligen waren op zij van den ballon, links en rechts, kleine luchtschroeven aangebracht, die van uit de gondel door electrische kracht in beweging konden worden gebracht. Voor het besturen, dat eveneens geschiedde door middel van electriciteit, waren horizontale en verticale verstelbare roeren aangebracht, bestaande uit Suevitbuizen, bespannen met verzadigde Weckerlesche stof.Hierdoor was het besturen in twee richtingen, zoowel horizontaal als verticaal mogelijk gemaakt.De in metalen bussen besloten gekristaliseerde lucht, die, zoodra zij in contact wordt gebracht met de haar omringende gasvormige lucht, zich onmiddellijk vervluchtigde, nam, in weerwil vanden grooten voorraad, eveneens niet al te veel ruimte en gewicht in beslag.Zoo was dan voldaan aan de allereerste en meest gewichtige eischen, die het grootsche plan moesten doen slagen. Zoodra het luchtschip zich op de open ruimte bevond, stroomden massa’s nieuwsgierigen toe, om het te bewonderen, de vervaardigers met vragen te bestormen en allerlei inlichtingen bij hen in te winnen. De heeren Blieder en Schnabel waren nu eindelijk in hun element. Zij zwommen letterlijk in trots, geluk en zelfvoldaanheid, zij gevoelden zich nu de gewichtigste, en daar zij het luchtschip hadden gebouwd, tevens de meest gevierde personen, niet alleen van Groot-Stuttgart, maar van de geheele wereld. Hun namen zweefden op aller lippen! Wat konden ze meer verlangen? Zelden valt een mensch het geluk ten deel door iedereen met eerbied te worden genoemd. Onder de bewonderende bezoekers op de Cannstatter weide, waren alle natiën vertegenwoordigd, geleerden en leeken, hoogbeschaafden en nog half-wilden, mannen, vrouwen en kinderen. Sedert maanden toch was door de couranten en speciale correspondenten, zoowel aan deze als aan gene zijde van den Oceaan, het bericht verspreid, dat in het begin van December van uit het hart van Zwaben het groote ongehoorde waagstuk, een reis naar de ver verwijderde planeet Mars zou worden ondernomen. De namen van Blieder en Schnabel werden dus, tot in de verste streken,genoemd als de vervaardigers van het eerste luchtschip, waarmede eentochtin het onmetelijke aetherruim zou worden gemaakt.Hoe meer de dag, voor de opstijging bestemd, naderde, werd het aantal bezoekers grooter en steeg de opgewondenheid. Het aantal vreemdelingen, die naar Groot-Stuttgart waren gekomen om getuige te zijn, van het in zijn soort eenige schouwspel, waarvan nog jaren na dien zou worden gewaagd, werd op honderdduizenden geschat. Iedereen was bezield door den wensch persoonlijk bij de opstijging tegenwoordig te zijn, om geheel onder den indruk der grootsche gebeurtenis te komen. Voor logies werden enorme prijzen besteed. Niet alleen de hôtels waren overvol, maar ook op de huizen van particulieren was beslag gelegd. Wie niet met geld gooien kon, kwam in de buurt van Stuttgart niet onderdak. Nog nooit waren zóóveel vreemdelingen in Stuttgart samengestroomd, maar ook nog nooit was er zóóveel geld verdiend. Op de weide zelf, was het verkeer bijna levensgevaarlijk. ’t Was een aanhoudend woelen en dringen; en daarbij lachen en vloeken, pretmaken en schelden in alle talen. Ieder wilde zoo dicht mogelijk bij den Argonaut zijn, om dit wonder der techniek, dit kunstig product van wetenschappelijke berekening, van nabij te kunnen zien. Zij wilden het werk zoo nauwkeurig mogelijk bekijken, als het kon ook betasten, en een blik werpen in de eigenaardig ingerichte gondel. Deze toch zougedurende vele weken tot verblijf dienen van zeven beroemde geleerden, die hun leven niet tellende, als in een sprookje een reis ondernamen naar eene andere wereld, die duizelingwekkend ver van de aarde verwijderd was.De meeningen over het al of niet gelukken der expeditie liepen bij het publiek nog altijd zeer uiteen, doch daarover waren allen het eens, dat door deze onderneming alles in de schaduw werd gesteld, wat de wereld tot hiertoe had gezien, en dat de deelnemers der expeditie in moed en vastberadenheid huns gelijken niet hadden.Zoo was het 7 December geworden, de eeuwig gedenkwaardige dag, waarop precies te 4 uur des namiddags de opstijging van den Argonaut zou plaats hebben.Kort na het aanbreken van den dag was professor Stiller op de weide gekomen, waar de heeren Blieder en Schnabel reeds aanwezig waren en den professor afwachtten. Ook alle arbeiders die aan den bouw van den Argonaut hadden meegewerkt waren aanwezig. Zoowel de ballon als de gondel werden aan een scherp, nauwkeurig onderzoek onderworpen. De fouten waarop professor Stiller had gewezen, waren hersteld. Eenige kleinere veranderingen, die de professor hier of daar nog wenschte te hebben aangebracht, werden door de arbeiders met den meesten spoed uitgevoerd. Nadat alles tot in de kleinste bijzonderheden in orde was gebracht, stapte professor Stiller in de gondel, gevolgddoor de heeren Blieder en Schnabel en eenige der bekwaamste arbeiders. Het touw waarmede het reuzenluchtschip aan den grond was bevestigd, werd voorzichtig losgemaakt. Langzaam en statig ging de Argonaut de hoogte in. In weerwil van het vroege morgenuur waren op de weide eene menigte nieuwsgierigen, die met verbazing en bewondering de bewegingen van het luchtschip volgden.Hoog in de lucht, nauwelijks met het bloote oog waarneembaar, ging de Argonaut dan vóór- dan achterwaarts, gewillig gehoorzamend aan het stuur, evenals het beste schip in het water. Met groote snelheid en in wijden kring, ging het luchtschip over Stuttgart heen, keerde weer naar de plaats der opstijging terug en daalde even langzaam en statig, precies op hetzelfde punt als vanwaar het was vertrokken.Een donderend bravo der toeschouwers volgde op dezen goed gelukten proeftocht. Nu bestond er geen twijfel meer of met een zich wonderlijk snel voortbewegend en licht bestuurbaar luchtschip, dat, als de Argonaut aan de hoogste aeronautische eischen beantwoordde, was het gewenschte doel te bereiken en kon men de meestgunstigeresultaten verwachten.Zeer tevreden verliet professor Stiller de gondel; de zaak was beter uitgevallen dan hij voor weinige dagen had durven gelooven. Zijn vroegere wrevel tegenover de heeren Blieder en Schnabel maakte, toen hij afscheid vanhen nam, voor vriendelijker gevoelens plaats.Hij gunde hun graag den zoo gemakkelijk verdienden roem, en zag over het hoofd, dat de vervaardiger en de controleur van den Argonaut eigenlijk alleen de handlangers waren bij de uitvoering van het product van zijn eigen geestesarbeid. Zonder den minsten naijver, verliet hij zijn oude schoolkameraden, die door het toestroomend publiek met gelukwenschen werden bestormd over den genialen bouw en de prachtig gelukte proefvaart van den Argonaut.Het liep tegen half vier des namiddags. Eene onafzienbare menschenmassa bewoog zich op de weide. De opgewondenheid steeg met iedere minuut, want weldra zouden de stoutmoedige luchtreizigers, de zeven beroemde geleerden, de trots en roem van Duitschland en Zwaben, op de weide komen, om in hun luchtschip de ongehoorde reis te aanvaarden.Precies te half vier begonnen de klokken van alle torens van Groot-Stuttgart te luiden. Het was een harmonisch, plechtig geluid, geheel in overeenstemming met den ernst en de grootschheid van het oogenblik.Van uit het dal der Nesenbeek en uit dat van den Neckar klonk uit den metalen mond der klokken het hooglied van moed en dapperheid, een loflied voor den menschelijken geest, die zich boven den engen kring dezer aarde verhief, en zich in verbinding trachtte te stellen met dieverwijderde en geheimzinnige werelden daarboven waarnaar sedert het begin der menschelijke beschaving, tot op den huidigen dag, het verlangen en wenschen der edelsten en besten onder hen was uitgegaan.Nu eindelijk, na eeuwen, zou aan dit verlangen voldaan, díe wenschen verwezenlijkt worden. Geen wonder dat in ademlooze spanning de oogen der geheele wereld gericht waren op de hoofdstad van Zwaben, waar zulk een grootsche daad zou worden volbracht.Vanuit de Cannstatterweide werden naar alle windstreken dépêches gezonden, waartoe men in de onmiddellijke nabijheid van den Argonaut een groot verplaatsbaar telegrafisch bureau had ingericht.De opwinding van de menschenmassa op de weide had nagenoeg haar toppunt bereikt. Het statig klokkengelui had bij de menigte een plechtig Zondagsgevoel gewekt, en toen vijf minuten voor vier de klokken plotseling verstomden, heerschte er op de groote vlakte, eene ernstige, eerbiedige stilte als in een kerk.De zon stond reeds ver in het westen, hare rood gouden stralen gleden als om afscheid te nemen over den Argonaut, en omgaven het reusachtige, bijna onbewegelijke luchtschip als met aureool.Plotseling weerklonk van de Neckarbrug een luid hoera geroep, dat zich voortplantte en overging in een oorverdoovenden welkomstgroet, dieuit honderdduizenden monden weerklonk, toen de menigte de zeven geleerden gewaar werd, wier namen van mond tot mond gingen, en wier portretten bij duizenden werden verkocht.De heeren vertegenwoordigden de navolgende vakken:Prof. Dr. Siegfried Stiller, Astronomie, Physica en Chemie.Prof. Dr. Paracelsus Piller, Medicijnen en Natuurwetenschappen.Prof. Dr. David Dubelmeier, Jurisprudentie.Prof. Dr. Bombastus Brummhuber, Philosophie.Prof. Dr. Hieronymus Hämmerle, Philologie.Prof. Dr. Theobald Thudium, Staathuishoudkunde.Prof. Dr. Fridolin Frommherz. Ethiek en Theologie.In een door electriciteit gedreven automobiel, reden de heeren langzaam op den Argonaut toe, terwijl de menschen ruim baan voor hen maakten. Ernstig en vol waardigheid groetten de moedige reizigers de hun toejuichende menigte. Bij den Argonaut gekomen stapten zij uit, en besteeg professor Stiller de in allerijl en op het laatste oogenblik opgerichte tribune, om vandaar uit eenige afscheidswoorden tot zijne naaste omgeving te richten.„Geëerde Dames en Heeren, waarde vrienden en collega’s van heinde en ver! De geschiedenis van ons plan is u immers allen bekend. Heden ishet in zoover verwezenlijkt, dat wij er in zijn geslaagd een luchtschip te construeeren, dat zich gemakkelijk zal voortbewegen, niet alleen door de luchtlagen die onze aarde omringen, maar ook—en dat is het cardinale punt,—daarbuiten door het aetherruim. Ik wil hier niet verder uitwijden over de zeer ingewikkelde wetenschappelijke eischen, waaraan moest worden voldaan, om onze reis naar Mars mogelijk te maken. Dat zou mij te ver voeren. Maar ik acht het mijn heiligen plicht hier in dit afscheidsuur luide en openlijk te verklaren, dat het mogelijk is dat onze reis totaal mislukt, blootgesteld als we zijn aan de misschien ongunstige inwerking van verschillende factoren, de „onbekende”, waarmede wij hier op onze planeet geen rekening konden houden. Deze bekentenis bewaart ons voor zelfoverschatting en doet ons ook duidelijk en helder de gevaren zien, die aan onze expeditie zijn verbonden. Alleen de steeds voorwaarts strevende wetenschap, de dorst naar meerdere kennis en opheldering van vele, nu nog duistere, dingen, en geenszins lichtzinnigheid, drijft ons er toe, ons eigen leven in de waagschaal te stellen en desnoods ten offer te brengen in dienst der algemeene ontwikkeling.Of en wanneer wij elkander op deze aarde zullen weerzien, kan niemand onzer op het oogenblik zeggen. Komen wij na verloop van vele jaren niet terug, wijdt dan een stillen traan aan onze nagedachtenis. (Algemeene ontroering). Wij zijndan gevallen als offers van ons beroep, maar het is even goed mogelijk, dat wij u later zullen kunnen vertellen van de wonderen eener andere wereld. Vaart allen, allen wel; en ontvang tot afscheid den hartelijken dank van mij en mijne collega’s voor uw verschijnen te dezer plaatse, en de belangstelling daarmede in onze onderneming betoond!”Bijvalsbetuigingen weerklonken, toen professor Stiller zijn rede had geeindigd, en met statigen tred de tribune verliet. Er heerschte wederom een doodelijke stilte, toen de geleerden een voor een in de gondel stegen.Professor Stiller was de laatste die langs de touwladder naar boven klom; hij wenkte nog met de hand, en daarna werd de kleine deur gesloten.Het geluid van eene electrische schel, gaf het teeken voor het kappen der touwen.Langzaam en statig steeg de Argonaut op, terwijl de avond al meer en meer begon te vallen. De groote ballon werd al kleiner en kleiner, de afstand tusschen hem en de aarde al grooter en grooter, totdat hij eindelijk geheel onttrokken was aan de oogen der toeschouwers die zwijgend uiteen gingen, nog geheel onder den indruk van het grootsche schouwspel.Op den vooravond van dien gewichtigen dag, gaf de Raad der stad Stuttgart in het schitterend verlichte, prachtig versierde Casino, de zoogenaamde oude Kurzaal, een luisterrijk feestmaalter eere van de heeren Blieder en Schnabel, de bouwers van den Argonaut.In allerlei redevoeringen werden de heeren gehuldigd, als zijnde op het oogenblik de meest beroemde mannen en grootste lichten hunner vaderstad.Tranen van vreugde liepen over de dikke wangen, toen zij uit den mond der vroede vaderen der stad zoo openlijk hun loflied hoorden zingen.Weliswaar werd later door booze tongen beweerd, dat Blieder en Schnabel hadden geweend en geen woorden van dank hadden kunnen vinden, omdat ze te veel wijn hadden gedronken en hun tong dubbel sloeg, maar booze tongen zijn er altijd, wanneer het er op aankomt de verdiensten van anderen te verkleinen.De algemeene opgewondenheid bij het feestmaal steeg ten top, toen op de hoofden van de heeren Blieder en Schnabel groote lauwerkransen werden gedrukt. Aan het eind van den maaltijd verkondigde de Burgemeester, dat Architect Adolf Blieder en Professor Julius Schnabel als erkenning hunner verdiensten bij het kunstig samenstellen van den Argonaut tot eereburgers der stad waren benoemd.De overreiking der diploma’s geschiedde onder de feestelijke tonen van den Stuttgartermarsch, en daarmede werd eerst na middernacht de schitterende feestviering besloten.

HOOFDSTUK II.HET VERTREK DER WERELDREIZIGERS.

Voor professor Stiller en zijn reisgenooten gingen de eerstvolgende dagen in zenuwachtige opgewondenheid voorbij, en waren ze voortdurend bezig alle voorbereidende maatregelen voor de reis te nemen. Ook op de Cannstatter weide, op de plaats waar de Argonaut werd gemaakt, was het werk weer in vollen gang. Men had het luchtschip, uit het reusachtig getimmerte, op de vrije ruimte daarvóór gebracht en het lag daar voor anker. Nu eerst kwamen de reusachtige afmetingen van den ballon tot haar volle recht. Hij had een langwerpig ovalen vorm, evenals de aan hem bevestigde gesloten schuit. Door deze gelijkheid van vorm, scheen het alsof zich onder den grooten ballon nog een kleinere bevond, zoo ongeveer als moeder en kind.De lengte van het luchtschip of den ballon bedroeg van het eene einde tot het andere twee honderd meter, de gemiddelde hoogte was twintig meter.Het geraamte van den ballon bestond uit een netwerk van zeer dunne, maar buitengewoonsterke, luchtledig gemaakte metalen buizen Daarover bevond zich een tweede geraamte en daarboven nog een derde, beide op dezelfde wijze samengesteld. Wel waren de drie lagen onderling verbonden, maar zóó dat ieder op zichzelf, alleen kon werken en de schuit kon dragen. ’t Was om zoo te zeggen een drievoudige ballon.Voor de vervaardiging der metalen buizen was een nieuw alliage gebruikt, dat door professor Schwab in Tübingen was uitgevonden en door hem Suevit was genoemd. Dit alliage kenmerkte zich door buitengewone lichtheid, fabelachtig weerstandsvermogen en een enorme draagkracht en overtrof alle tot dusver bekende, dergelijke preparaten.Suevit bestond hoofdzakelijk uit alluminium, waaraan echter, procentsgewijs, wolfram, wat koper en banadium was toegevoegd. Deze legeering kon tot de dunste plaat worden uitgewalst, zonder daardoor iets van haar weerstandsvermogen te verliezen. Van deze platen werden de buizen gemaakt, die voor de geraamten van den ballon waren gebruikt. De buizen waren zonder naad, en werden, nadat zij zooveel mogelijk luchtledig waren gemaakt, met het nieuwste, merkwaardige gas Argonauton gevuld.Tot bedekking van het geraamte diende een, door den helaas te vroeg gestorven Esslinger grootindustrieel, Wilhelm Weckerle, uitgevonden weefsel uit zijde en linnen, dat de bewonderingder geheele textielbranche had gewekt. De draden van dit weefsel werden op speciaal daarvoor vervaardigde weefstoelen door middel van nieuwe machines, zoodanig met elkaar verbonden, dat het nagenoeg niet te scheuren was, en buitengewoon glad van oppervlakte. Ieder der drie ballons werd afzonderlijk met deze stof bedekt, waarna ze in een oplossing van caoutchouc werd gedrenkt totdat ze verzadigd was. Door deze bewerking werd de stof volkomen ondoordringbaar voor het gas gemaakt. Bovendien werd voorzichtigheidshalve het geheel nog met een dunne laag caoutchouc bedekt en hierop de Pillerinoplossing aangebracht. Dit laatste was een vloeibaar ijzersilicaat door professor Piller te Tübingen voor dit doel vervaardigd. Het gaf aan de bekleeding een weerstandsvermogen, gelijk aan dat van een pantser, dat zelfs door groot uitwendig geweld niet kon worden overwonnen. De ballon verwezenlijkte zoo het ideaal van een bestuurbaar luchtschip.De verschillende onderdeelen van den ballon werden met even groote nauwkeurigheid behandeld. De berekening was zóó gemaakt, dat na een mogelijk verlies van de eerste, buitenste bekleeding, of, wat haast niet denkbaar was, ook van de tweede, de middelste, zelfs de derde, de binnenste, nog zelfstandig werken en de schuit dragen kon.Op deze wijze trachtte professor Stiller alle gevaren in het wereldruim het hoofd te bieden.De bekleeding van iederen ballon was voorzien van een klep die van uit het binnenste deel van de schuit kon worden geregeld.De ballon was, zooals reeds gezegd, gevuld met het nieuw ontdekte specifiek zeer lichte gas Argonauton. Bij een bijna niet vast te stellen gewicht (0.01) bezat het Argonauton de niet genoeg te waardeeren eigenschap, dat noch overgroote hitte (+1350°) noch overgroote koude (-500°) eenigen invloed had op zijn agregatietoestand of daarin ook maar eenige wijziging bracht. ’t Was op ’t oogenblik het eenige werkelijke constante of permanente gas, het raadsel der geleerde wereld.Het geraamte van de gondel was op dezelfde manier samengesteld uit buizen die overtrokken waren met een zelfde weefsel dat eveneens met een caoutchouc laag was bedekt en door eene Pillerinoplossing zijn weerstandsvermogen had verkregen. Bovendien was hierover, ter isoleering, nog een dikke laag asbest gelegd. Van binnen was de gondel met pelswerk bekleed. Dit was gedaan om het warmteverlies in de buitengewoon koude aetherlagen, waar de temperatuur op 120 à 150 graden onder nul wordt geschat, zooveel mogelijk tegen te gaan. In de schuit waren overal zit- en rustbanken aangebracht en het inwendige maakte een aangenamen, gezelligen indruk. Langs de zijwanden van de tien meter lange en vijf meter breede gondel bevonden zich een soort van kasten, tot berging van denvoorraad der meest verschillende voedingsmiddelen. Onder die provisiekasten liepen de leidingen van de electrische inrichting, voor verwarming en verlichting en luchttoevoer, binnen in de gondel. Door den vooruitgang der technische wetenschappen was het mogelijk geworden, enorme hoeveelheden electrische kracht in een betrekkelijk kleine ruimte te concentreeren. Hierdoor was het den luchtreizigers mogelijk om zonder noemenswaardige overbelasting, die groote hoeveelheden electrische energie mede te nemen, die, omgezet in licht en warmte, niet alleen het leven der gondelbewoners mogelijk maakte, maar ook dienen moest, om het luchtschip voort te bewegen en te besturen. Ten einde dit laatste te bewerkstelligen waren op zij van den ballon, links en rechts, kleine luchtschroeven aangebracht, die van uit de gondel door electrische kracht in beweging konden worden gebracht. Voor het besturen, dat eveneens geschiedde door middel van electriciteit, waren horizontale en verticale verstelbare roeren aangebracht, bestaande uit Suevitbuizen, bespannen met verzadigde Weckerlesche stof.Hierdoor was het besturen in twee richtingen, zoowel horizontaal als verticaal mogelijk gemaakt.De in metalen bussen besloten gekristaliseerde lucht, die, zoodra zij in contact wordt gebracht met de haar omringende gasvormige lucht, zich onmiddellijk vervluchtigde, nam, in weerwil vanden grooten voorraad, eveneens niet al te veel ruimte en gewicht in beslag.Zoo was dan voldaan aan de allereerste en meest gewichtige eischen, die het grootsche plan moesten doen slagen. Zoodra het luchtschip zich op de open ruimte bevond, stroomden massa’s nieuwsgierigen toe, om het te bewonderen, de vervaardigers met vragen te bestormen en allerlei inlichtingen bij hen in te winnen. De heeren Blieder en Schnabel waren nu eindelijk in hun element. Zij zwommen letterlijk in trots, geluk en zelfvoldaanheid, zij gevoelden zich nu de gewichtigste, en daar zij het luchtschip hadden gebouwd, tevens de meest gevierde personen, niet alleen van Groot-Stuttgart, maar van de geheele wereld. Hun namen zweefden op aller lippen! Wat konden ze meer verlangen? Zelden valt een mensch het geluk ten deel door iedereen met eerbied te worden genoemd. Onder de bewonderende bezoekers op de Cannstatter weide, waren alle natiën vertegenwoordigd, geleerden en leeken, hoogbeschaafden en nog half-wilden, mannen, vrouwen en kinderen. Sedert maanden toch was door de couranten en speciale correspondenten, zoowel aan deze als aan gene zijde van den Oceaan, het bericht verspreid, dat in het begin van December van uit het hart van Zwaben het groote ongehoorde waagstuk, een reis naar de ver verwijderde planeet Mars zou worden ondernomen. De namen van Blieder en Schnabel werden dus, tot in de verste streken,genoemd als de vervaardigers van het eerste luchtschip, waarmede eentochtin het onmetelijke aetherruim zou worden gemaakt.Hoe meer de dag, voor de opstijging bestemd, naderde, werd het aantal bezoekers grooter en steeg de opgewondenheid. Het aantal vreemdelingen, die naar Groot-Stuttgart waren gekomen om getuige te zijn, van het in zijn soort eenige schouwspel, waarvan nog jaren na dien zou worden gewaagd, werd op honderdduizenden geschat. Iedereen was bezield door den wensch persoonlijk bij de opstijging tegenwoordig te zijn, om geheel onder den indruk der grootsche gebeurtenis te komen. Voor logies werden enorme prijzen besteed. Niet alleen de hôtels waren overvol, maar ook op de huizen van particulieren was beslag gelegd. Wie niet met geld gooien kon, kwam in de buurt van Stuttgart niet onderdak. Nog nooit waren zóóveel vreemdelingen in Stuttgart samengestroomd, maar ook nog nooit was er zóóveel geld verdiend. Op de weide zelf, was het verkeer bijna levensgevaarlijk. ’t Was een aanhoudend woelen en dringen; en daarbij lachen en vloeken, pretmaken en schelden in alle talen. Ieder wilde zoo dicht mogelijk bij den Argonaut zijn, om dit wonder der techniek, dit kunstig product van wetenschappelijke berekening, van nabij te kunnen zien. Zij wilden het werk zoo nauwkeurig mogelijk bekijken, als het kon ook betasten, en een blik werpen in de eigenaardig ingerichte gondel. Deze toch zougedurende vele weken tot verblijf dienen van zeven beroemde geleerden, die hun leven niet tellende, als in een sprookje een reis ondernamen naar eene andere wereld, die duizelingwekkend ver van de aarde verwijderd was.De meeningen over het al of niet gelukken der expeditie liepen bij het publiek nog altijd zeer uiteen, doch daarover waren allen het eens, dat door deze onderneming alles in de schaduw werd gesteld, wat de wereld tot hiertoe had gezien, en dat de deelnemers der expeditie in moed en vastberadenheid huns gelijken niet hadden.Zoo was het 7 December geworden, de eeuwig gedenkwaardige dag, waarop precies te 4 uur des namiddags de opstijging van den Argonaut zou plaats hebben.Kort na het aanbreken van den dag was professor Stiller op de weide gekomen, waar de heeren Blieder en Schnabel reeds aanwezig waren en den professor afwachtten. Ook alle arbeiders die aan den bouw van den Argonaut hadden meegewerkt waren aanwezig. Zoowel de ballon als de gondel werden aan een scherp, nauwkeurig onderzoek onderworpen. De fouten waarop professor Stiller had gewezen, waren hersteld. Eenige kleinere veranderingen, die de professor hier of daar nog wenschte te hebben aangebracht, werden door de arbeiders met den meesten spoed uitgevoerd. Nadat alles tot in de kleinste bijzonderheden in orde was gebracht, stapte professor Stiller in de gondel, gevolgddoor de heeren Blieder en Schnabel en eenige der bekwaamste arbeiders. Het touw waarmede het reuzenluchtschip aan den grond was bevestigd, werd voorzichtig losgemaakt. Langzaam en statig ging de Argonaut de hoogte in. In weerwil van het vroege morgenuur waren op de weide eene menigte nieuwsgierigen, die met verbazing en bewondering de bewegingen van het luchtschip volgden.Hoog in de lucht, nauwelijks met het bloote oog waarneembaar, ging de Argonaut dan vóór- dan achterwaarts, gewillig gehoorzamend aan het stuur, evenals het beste schip in het water. Met groote snelheid en in wijden kring, ging het luchtschip over Stuttgart heen, keerde weer naar de plaats der opstijging terug en daalde even langzaam en statig, precies op hetzelfde punt als vanwaar het was vertrokken.Een donderend bravo der toeschouwers volgde op dezen goed gelukten proeftocht. Nu bestond er geen twijfel meer of met een zich wonderlijk snel voortbewegend en licht bestuurbaar luchtschip, dat, als de Argonaut aan de hoogste aeronautische eischen beantwoordde, was het gewenschte doel te bereiken en kon men de meestgunstigeresultaten verwachten.Zeer tevreden verliet professor Stiller de gondel; de zaak was beter uitgevallen dan hij voor weinige dagen had durven gelooven. Zijn vroegere wrevel tegenover de heeren Blieder en Schnabel maakte, toen hij afscheid vanhen nam, voor vriendelijker gevoelens plaats.Hij gunde hun graag den zoo gemakkelijk verdienden roem, en zag over het hoofd, dat de vervaardiger en de controleur van den Argonaut eigenlijk alleen de handlangers waren bij de uitvoering van het product van zijn eigen geestesarbeid. Zonder den minsten naijver, verliet hij zijn oude schoolkameraden, die door het toestroomend publiek met gelukwenschen werden bestormd over den genialen bouw en de prachtig gelukte proefvaart van den Argonaut.Het liep tegen half vier des namiddags. Eene onafzienbare menschenmassa bewoog zich op de weide. De opgewondenheid steeg met iedere minuut, want weldra zouden de stoutmoedige luchtreizigers, de zeven beroemde geleerden, de trots en roem van Duitschland en Zwaben, op de weide komen, om in hun luchtschip de ongehoorde reis te aanvaarden.Precies te half vier begonnen de klokken van alle torens van Groot-Stuttgart te luiden. Het was een harmonisch, plechtig geluid, geheel in overeenstemming met den ernst en de grootschheid van het oogenblik.Van uit het dal der Nesenbeek en uit dat van den Neckar klonk uit den metalen mond der klokken het hooglied van moed en dapperheid, een loflied voor den menschelijken geest, die zich boven den engen kring dezer aarde verhief, en zich in verbinding trachtte te stellen met dieverwijderde en geheimzinnige werelden daarboven waarnaar sedert het begin der menschelijke beschaving, tot op den huidigen dag, het verlangen en wenschen der edelsten en besten onder hen was uitgegaan.Nu eindelijk, na eeuwen, zou aan dit verlangen voldaan, díe wenschen verwezenlijkt worden. Geen wonder dat in ademlooze spanning de oogen der geheele wereld gericht waren op de hoofdstad van Zwaben, waar zulk een grootsche daad zou worden volbracht.Vanuit de Cannstatterweide werden naar alle windstreken dépêches gezonden, waartoe men in de onmiddellijke nabijheid van den Argonaut een groot verplaatsbaar telegrafisch bureau had ingericht.De opwinding van de menschenmassa op de weide had nagenoeg haar toppunt bereikt. Het statig klokkengelui had bij de menigte een plechtig Zondagsgevoel gewekt, en toen vijf minuten voor vier de klokken plotseling verstomden, heerschte er op de groote vlakte, eene ernstige, eerbiedige stilte als in een kerk.De zon stond reeds ver in het westen, hare rood gouden stralen gleden als om afscheid te nemen over den Argonaut, en omgaven het reusachtige, bijna onbewegelijke luchtschip als met aureool.Plotseling weerklonk van de Neckarbrug een luid hoera geroep, dat zich voortplantte en overging in een oorverdoovenden welkomstgroet, dieuit honderdduizenden monden weerklonk, toen de menigte de zeven geleerden gewaar werd, wier namen van mond tot mond gingen, en wier portretten bij duizenden werden verkocht.De heeren vertegenwoordigden de navolgende vakken:Prof. Dr. Siegfried Stiller, Astronomie, Physica en Chemie.Prof. Dr. Paracelsus Piller, Medicijnen en Natuurwetenschappen.Prof. Dr. David Dubelmeier, Jurisprudentie.Prof. Dr. Bombastus Brummhuber, Philosophie.Prof. Dr. Hieronymus Hämmerle, Philologie.Prof. Dr. Theobald Thudium, Staathuishoudkunde.Prof. Dr. Fridolin Frommherz. Ethiek en Theologie.In een door electriciteit gedreven automobiel, reden de heeren langzaam op den Argonaut toe, terwijl de menschen ruim baan voor hen maakten. Ernstig en vol waardigheid groetten de moedige reizigers de hun toejuichende menigte. Bij den Argonaut gekomen stapten zij uit, en besteeg professor Stiller de in allerijl en op het laatste oogenblik opgerichte tribune, om vandaar uit eenige afscheidswoorden tot zijne naaste omgeving te richten.„Geëerde Dames en Heeren, waarde vrienden en collega’s van heinde en ver! De geschiedenis van ons plan is u immers allen bekend. Heden ishet in zoover verwezenlijkt, dat wij er in zijn geslaagd een luchtschip te construeeren, dat zich gemakkelijk zal voortbewegen, niet alleen door de luchtlagen die onze aarde omringen, maar ook—en dat is het cardinale punt,—daarbuiten door het aetherruim. Ik wil hier niet verder uitwijden over de zeer ingewikkelde wetenschappelijke eischen, waaraan moest worden voldaan, om onze reis naar Mars mogelijk te maken. Dat zou mij te ver voeren. Maar ik acht het mijn heiligen plicht hier in dit afscheidsuur luide en openlijk te verklaren, dat het mogelijk is dat onze reis totaal mislukt, blootgesteld als we zijn aan de misschien ongunstige inwerking van verschillende factoren, de „onbekende”, waarmede wij hier op onze planeet geen rekening konden houden. Deze bekentenis bewaart ons voor zelfoverschatting en doet ons ook duidelijk en helder de gevaren zien, die aan onze expeditie zijn verbonden. Alleen de steeds voorwaarts strevende wetenschap, de dorst naar meerdere kennis en opheldering van vele, nu nog duistere, dingen, en geenszins lichtzinnigheid, drijft ons er toe, ons eigen leven in de waagschaal te stellen en desnoods ten offer te brengen in dienst der algemeene ontwikkeling.Of en wanneer wij elkander op deze aarde zullen weerzien, kan niemand onzer op het oogenblik zeggen. Komen wij na verloop van vele jaren niet terug, wijdt dan een stillen traan aan onze nagedachtenis. (Algemeene ontroering). Wij zijndan gevallen als offers van ons beroep, maar het is even goed mogelijk, dat wij u later zullen kunnen vertellen van de wonderen eener andere wereld. Vaart allen, allen wel; en ontvang tot afscheid den hartelijken dank van mij en mijne collega’s voor uw verschijnen te dezer plaatse, en de belangstelling daarmede in onze onderneming betoond!”Bijvalsbetuigingen weerklonken, toen professor Stiller zijn rede had geeindigd, en met statigen tred de tribune verliet. Er heerschte wederom een doodelijke stilte, toen de geleerden een voor een in de gondel stegen.Professor Stiller was de laatste die langs de touwladder naar boven klom; hij wenkte nog met de hand, en daarna werd de kleine deur gesloten.Het geluid van eene electrische schel, gaf het teeken voor het kappen der touwen.Langzaam en statig steeg de Argonaut op, terwijl de avond al meer en meer begon te vallen. De groote ballon werd al kleiner en kleiner, de afstand tusschen hem en de aarde al grooter en grooter, totdat hij eindelijk geheel onttrokken was aan de oogen der toeschouwers die zwijgend uiteen gingen, nog geheel onder den indruk van het grootsche schouwspel.Op den vooravond van dien gewichtigen dag, gaf de Raad der stad Stuttgart in het schitterend verlichte, prachtig versierde Casino, de zoogenaamde oude Kurzaal, een luisterrijk feestmaalter eere van de heeren Blieder en Schnabel, de bouwers van den Argonaut.In allerlei redevoeringen werden de heeren gehuldigd, als zijnde op het oogenblik de meest beroemde mannen en grootste lichten hunner vaderstad.Tranen van vreugde liepen over de dikke wangen, toen zij uit den mond der vroede vaderen der stad zoo openlijk hun loflied hoorden zingen.Weliswaar werd later door booze tongen beweerd, dat Blieder en Schnabel hadden geweend en geen woorden van dank hadden kunnen vinden, omdat ze te veel wijn hadden gedronken en hun tong dubbel sloeg, maar booze tongen zijn er altijd, wanneer het er op aankomt de verdiensten van anderen te verkleinen.De algemeene opgewondenheid bij het feestmaal steeg ten top, toen op de hoofden van de heeren Blieder en Schnabel groote lauwerkransen werden gedrukt. Aan het eind van den maaltijd verkondigde de Burgemeester, dat Architect Adolf Blieder en Professor Julius Schnabel als erkenning hunner verdiensten bij het kunstig samenstellen van den Argonaut tot eereburgers der stad waren benoemd.De overreiking der diploma’s geschiedde onder de feestelijke tonen van den Stuttgartermarsch, en daarmede werd eerst na middernacht de schitterende feestviering besloten.

Voor professor Stiller en zijn reisgenooten gingen de eerstvolgende dagen in zenuwachtige opgewondenheid voorbij, en waren ze voortdurend bezig alle voorbereidende maatregelen voor de reis te nemen. Ook op de Cannstatter weide, op de plaats waar de Argonaut werd gemaakt, was het werk weer in vollen gang. Men had het luchtschip, uit het reusachtig getimmerte, op de vrije ruimte daarvóór gebracht en het lag daar voor anker. Nu eerst kwamen de reusachtige afmetingen van den ballon tot haar volle recht. Hij had een langwerpig ovalen vorm, evenals de aan hem bevestigde gesloten schuit. Door deze gelijkheid van vorm, scheen het alsof zich onder den grooten ballon nog een kleinere bevond, zoo ongeveer als moeder en kind.

De lengte van het luchtschip of den ballon bedroeg van het eene einde tot het andere twee honderd meter, de gemiddelde hoogte was twintig meter.

Het geraamte van den ballon bestond uit een netwerk van zeer dunne, maar buitengewoonsterke, luchtledig gemaakte metalen buizen Daarover bevond zich een tweede geraamte en daarboven nog een derde, beide op dezelfde wijze samengesteld. Wel waren de drie lagen onderling verbonden, maar zóó dat ieder op zichzelf, alleen kon werken en de schuit kon dragen. ’t Was om zoo te zeggen een drievoudige ballon.

Voor de vervaardiging der metalen buizen was een nieuw alliage gebruikt, dat door professor Schwab in Tübingen was uitgevonden en door hem Suevit was genoemd. Dit alliage kenmerkte zich door buitengewone lichtheid, fabelachtig weerstandsvermogen en een enorme draagkracht en overtrof alle tot dusver bekende, dergelijke preparaten.

Suevit bestond hoofdzakelijk uit alluminium, waaraan echter, procentsgewijs, wolfram, wat koper en banadium was toegevoegd. Deze legeering kon tot de dunste plaat worden uitgewalst, zonder daardoor iets van haar weerstandsvermogen te verliezen. Van deze platen werden de buizen gemaakt, die voor de geraamten van den ballon waren gebruikt. De buizen waren zonder naad, en werden, nadat zij zooveel mogelijk luchtledig waren gemaakt, met het nieuwste, merkwaardige gas Argonauton gevuld.

Tot bedekking van het geraamte diende een, door den helaas te vroeg gestorven Esslinger grootindustrieel, Wilhelm Weckerle, uitgevonden weefsel uit zijde en linnen, dat de bewonderingder geheele textielbranche had gewekt. De draden van dit weefsel werden op speciaal daarvoor vervaardigde weefstoelen door middel van nieuwe machines, zoodanig met elkaar verbonden, dat het nagenoeg niet te scheuren was, en buitengewoon glad van oppervlakte. Ieder der drie ballons werd afzonderlijk met deze stof bedekt, waarna ze in een oplossing van caoutchouc werd gedrenkt totdat ze verzadigd was. Door deze bewerking werd de stof volkomen ondoordringbaar voor het gas gemaakt. Bovendien werd voorzichtigheidshalve het geheel nog met een dunne laag caoutchouc bedekt en hierop de Pillerinoplossing aangebracht. Dit laatste was een vloeibaar ijzersilicaat door professor Piller te Tübingen voor dit doel vervaardigd. Het gaf aan de bekleeding een weerstandsvermogen, gelijk aan dat van een pantser, dat zelfs door groot uitwendig geweld niet kon worden overwonnen. De ballon verwezenlijkte zoo het ideaal van een bestuurbaar luchtschip.

De verschillende onderdeelen van den ballon werden met even groote nauwkeurigheid behandeld. De berekening was zóó gemaakt, dat na een mogelijk verlies van de eerste, buitenste bekleeding, of, wat haast niet denkbaar was, ook van de tweede, de middelste, zelfs de derde, de binnenste, nog zelfstandig werken en de schuit dragen kon.

Op deze wijze trachtte professor Stiller alle gevaren in het wereldruim het hoofd te bieden.De bekleeding van iederen ballon was voorzien van een klep die van uit het binnenste deel van de schuit kon worden geregeld.

De ballon was, zooals reeds gezegd, gevuld met het nieuw ontdekte specifiek zeer lichte gas Argonauton. Bij een bijna niet vast te stellen gewicht (0.01) bezat het Argonauton de niet genoeg te waardeeren eigenschap, dat noch overgroote hitte (+1350°) noch overgroote koude (-500°) eenigen invloed had op zijn agregatietoestand of daarin ook maar eenige wijziging bracht. ’t Was op ’t oogenblik het eenige werkelijke constante of permanente gas, het raadsel der geleerde wereld.

Het geraamte van de gondel was op dezelfde manier samengesteld uit buizen die overtrokken waren met een zelfde weefsel dat eveneens met een caoutchouc laag was bedekt en door eene Pillerinoplossing zijn weerstandsvermogen had verkregen. Bovendien was hierover, ter isoleering, nog een dikke laag asbest gelegd. Van binnen was de gondel met pelswerk bekleed. Dit was gedaan om het warmteverlies in de buitengewoon koude aetherlagen, waar de temperatuur op 120 à 150 graden onder nul wordt geschat, zooveel mogelijk tegen te gaan. In de schuit waren overal zit- en rustbanken aangebracht en het inwendige maakte een aangenamen, gezelligen indruk. Langs de zijwanden van de tien meter lange en vijf meter breede gondel bevonden zich een soort van kasten, tot berging van denvoorraad der meest verschillende voedingsmiddelen. Onder die provisiekasten liepen de leidingen van de electrische inrichting, voor verwarming en verlichting en luchttoevoer, binnen in de gondel. Door den vooruitgang der technische wetenschappen was het mogelijk geworden, enorme hoeveelheden electrische kracht in een betrekkelijk kleine ruimte te concentreeren. Hierdoor was het den luchtreizigers mogelijk om zonder noemenswaardige overbelasting, die groote hoeveelheden electrische energie mede te nemen, die, omgezet in licht en warmte, niet alleen het leven der gondelbewoners mogelijk maakte, maar ook dienen moest, om het luchtschip voort te bewegen en te besturen. Ten einde dit laatste te bewerkstelligen waren op zij van den ballon, links en rechts, kleine luchtschroeven aangebracht, die van uit de gondel door electrische kracht in beweging konden worden gebracht. Voor het besturen, dat eveneens geschiedde door middel van electriciteit, waren horizontale en verticale verstelbare roeren aangebracht, bestaande uit Suevitbuizen, bespannen met verzadigde Weckerlesche stof.

Hierdoor was het besturen in twee richtingen, zoowel horizontaal als verticaal mogelijk gemaakt.

De in metalen bussen besloten gekristaliseerde lucht, die, zoodra zij in contact wordt gebracht met de haar omringende gasvormige lucht, zich onmiddellijk vervluchtigde, nam, in weerwil vanden grooten voorraad, eveneens niet al te veel ruimte en gewicht in beslag.

Zoo was dan voldaan aan de allereerste en meest gewichtige eischen, die het grootsche plan moesten doen slagen. Zoodra het luchtschip zich op de open ruimte bevond, stroomden massa’s nieuwsgierigen toe, om het te bewonderen, de vervaardigers met vragen te bestormen en allerlei inlichtingen bij hen in te winnen. De heeren Blieder en Schnabel waren nu eindelijk in hun element. Zij zwommen letterlijk in trots, geluk en zelfvoldaanheid, zij gevoelden zich nu de gewichtigste, en daar zij het luchtschip hadden gebouwd, tevens de meest gevierde personen, niet alleen van Groot-Stuttgart, maar van de geheele wereld. Hun namen zweefden op aller lippen! Wat konden ze meer verlangen? Zelden valt een mensch het geluk ten deel door iedereen met eerbied te worden genoemd. Onder de bewonderende bezoekers op de Cannstatter weide, waren alle natiën vertegenwoordigd, geleerden en leeken, hoogbeschaafden en nog half-wilden, mannen, vrouwen en kinderen. Sedert maanden toch was door de couranten en speciale correspondenten, zoowel aan deze als aan gene zijde van den Oceaan, het bericht verspreid, dat in het begin van December van uit het hart van Zwaben het groote ongehoorde waagstuk, een reis naar de ver verwijderde planeet Mars zou worden ondernomen. De namen van Blieder en Schnabel werden dus, tot in de verste streken,genoemd als de vervaardigers van het eerste luchtschip, waarmede eentochtin het onmetelijke aetherruim zou worden gemaakt.

Hoe meer de dag, voor de opstijging bestemd, naderde, werd het aantal bezoekers grooter en steeg de opgewondenheid. Het aantal vreemdelingen, die naar Groot-Stuttgart waren gekomen om getuige te zijn, van het in zijn soort eenige schouwspel, waarvan nog jaren na dien zou worden gewaagd, werd op honderdduizenden geschat. Iedereen was bezield door den wensch persoonlijk bij de opstijging tegenwoordig te zijn, om geheel onder den indruk der grootsche gebeurtenis te komen. Voor logies werden enorme prijzen besteed. Niet alleen de hôtels waren overvol, maar ook op de huizen van particulieren was beslag gelegd. Wie niet met geld gooien kon, kwam in de buurt van Stuttgart niet onderdak. Nog nooit waren zóóveel vreemdelingen in Stuttgart samengestroomd, maar ook nog nooit was er zóóveel geld verdiend. Op de weide zelf, was het verkeer bijna levensgevaarlijk. ’t Was een aanhoudend woelen en dringen; en daarbij lachen en vloeken, pretmaken en schelden in alle talen. Ieder wilde zoo dicht mogelijk bij den Argonaut zijn, om dit wonder der techniek, dit kunstig product van wetenschappelijke berekening, van nabij te kunnen zien. Zij wilden het werk zoo nauwkeurig mogelijk bekijken, als het kon ook betasten, en een blik werpen in de eigenaardig ingerichte gondel. Deze toch zougedurende vele weken tot verblijf dienen van zeven beroemde geleerden, die hun leven niet tellende, als in een sprookje een reis ondernamen naar eene andere wereld, die duizelingwekkend ver van de aarde verwijderd was.

De meeningen over het al of niet gelukken der expeditie liepen bij het publiek nog altijd zeer uiteen, doch daarover waren allen het eens, dat door deze onderneming alles in de schaduw werd gesteld, wat de wereld tot hiertoe had gezien, en dat de deelnemers der expeditie in moed en vastberadenheid huns gelijken niet hadden.

Zoo was het 7 December geworden, de eeuwig gedenkwaardige dag, waarop precies te 4 uur des namiddags de opstijging van den Argonaut zou plaats hebben.

Kort na het aanbreken van den dag was professor Stiller op de weide gekomen, waar de heeren Blieder en Schnabel reeds aanwezig waren en den professor afwachtten. Ook alle arbeiders die aan den bouw van den Argonaut hadden meegewerkt waren aanwezig. Zoowel de ballon als de gondel werden aan een scherp, nauwkeurig onderzoek onderworpen. De fouten waarop professor Stiller had gewezen, waren hersteld. Eenige kleinere veranderingen, die de professor hier of daar nog wenschte te hebben aangebracht, werden door de arbeiders met den meesten spoed uitgevoerd. Nadat alles tot in de kleinste bijzonderheden in orde was gebracht, stapte professor Stiller in de gondel, gevolgddoor de heeren Blieder en Schnabel en eenige der bekwaamste arbeiders. Het touw waarmede het reuzenluchtschip aan den grond was bevestigd, werd voorzichtig losgemaakt. Langzaam en statig ging de Argonaut de hoogte in. In weerwil van het vroege morgenuur waren op de weide eene menigte nieuwsgierigen, die met verbazing en bewondering de bewegingen van het luchtschip volgden.

Hoog in de lucht, nauwelijks met het bloote oog waarneembaar, ging de Argonaut dan vóór- dan achterwaarts, gewillig gehoorzamend aan het stuur, evenals het beste schip in het water. Met groote snelheid en in wijden kring, ging het luchtschip over Stuttgart heen, keerde weer naar de plaats der opstijging terug en daalde even langzaam en statig, precies op hetzelfde punt als vanwaar het was vertrokken.

Een donderend bravo der toeschouwers volgde op dezen goed gelukten proeftocht. Nu bestond er geen twijfel meer of met een zich wonderlijk snel voortbewegend en licht bestuurbaar luchtschip, dat, als de Argonaut aan de hoogste aeronautische eischen beantwoordde, was het gewenschte doel te bereiken en kon men de meestgunstigeresultaten verwachten.

Zeer tevreden verliet professor Stiller de gondel; de zaak was beter uitgevallen dan hij voor weinige dagen had durven gelooven. Zijn vroegere wrevel tegenover de heeren Blieder en Schnabel maakte, toen hij afscheid vanhen nam, voor vriendelijker gevoelens plaats.

Hij gunde hun graag den zoo gemakkelijk verdienden roem, en zag over het hoofd, dat de vervaardiger en de controleur van den Argonaut eigenlijk alleen de handlangers waren bij de uitvoering van het product van zijn eigen geestesarbeid. Zonder den minsten naijver, verliet hij zijn oude schoolkameraden, die door het toestroomend publiek met gelukwenschen werden bestormd over den genialen bouw en de prachtig gelukte proefvaart van den Argonaut.

Het liep tegen half vier des namiddags. Eene onafzienbare menschenmassa bewoog zich op de weide. De opgewondenheid steeg met iedere minuut, want weldra zouden de stoutmoedige luchtreizigers, de zeven beroemde geleerden, de trots en roem van Duitschland en Zwaben, op de weide komen, om in hun luchtschip de ongehoorde reis te aanvaarden.

Precies te half vier begonnen de klokken van alle torens van Groot-Stuttgart te luiden. Het was een harmonisch, plechtig geluid, geheel in overeenstemming met den ernst en de grootschheid van het oogenblik.

Van uit het dal der Nesenbeek en uit dat van den Neckar klonk uit den metalen mond der klokken het hooglied van moed en dapperheid, een loflied voor den menschelijken geest, die zich boven den engen kring dezer aarde verhief, en zich in verbinding trachtte te stellen met dieverwijderde en geheimzinnige werelden daarboven waarnaar sedert het begin der menschelijke beschaving, tot op den huidigen dag, het verlangen en wenschen der edelsten en besten onder hen was uitgegaan.

Nu eindelijk, na eeuwen, zou aan dit verlangen voldaan, díe wenschen verwezenlijkt worden. Geen wonder dat in ademlooze spanning de oogen der geheele wereld gericht waren op de hoofdstad van Zwaben, waar zulk een grootsche daad zou worden volbracht.

Vanuit de Cannstatterweide werden naar alle windstreken dépêches gezonden, waartoe men in de onmiddellijke nabijheid van den Argonaut een groot verplaatsbaar telegrafisch bureau had ingericht.

De opwinding van de menschenmassa op de weide had nagenoeg haar toppunt bereikt. Het statig klokkengelui had bij de menigte een plechtig Zondagsgevoel gewekt, en toen vijf minuten voor vier de klokken plotseling verstomden, heerschte er op de groote vlakte, eene ernstige, eerbiedige stilte als in een kerk.

De zon stond reeds ver in het westen, hare rood gouden stralen gleden als om afscheid te nemen over den Argonaut, en omgaven het reusachtige, bijna onbewegelijke luchtschip als met aureool.

Plotseling weerklonk van de Neckarbrug een luid hoera geroep, dat zich voortplantte en overging in een oorverdoovenden welkomstgroet, dieuit honderdduizenden monden weerklonk, toen de menigte de zeven geleerden gewaar werd, wier namen van mond tot mond gingen, en wier portretten bij duizenden werden verkocht.

De heeren vertegenwoordigden de navolgende vakken:

Prof. Dr. Siegfried Stiller, Astronomie, Physica en Chemie.

Prof. Dr. Paracelsus Piller, Medicijnen en Natuurwetenschappen.

Prof. Dr. David Dubelmeier, Jurisprudentie.

Prof. Dr. Bombastus Brummhuber, Philosophie.

Prof. Dr. Hieronymus Hämmerle, Philologie.

Prof. Dr. Theobald Thudium, Staathuishoudkunde.

Prof. Dr. Fridolin Frommherz. Ethiek en Theologie.

In een door electriciteit gedreven automobiel, reden de heeren langzaam op den Argonaut toe, terwijl de menschen ruim baan voor hen maakten. Ernstig en vol waardigheid groetten de moedige reizigers de hun toejuichende menigte. Bij den Argonaut gekomen stapten zij uit, en besteeg professor Stiller de in allerijl en op het laatste oogenblik opgerichte tribune, om vandaar uit eenige afscheidswoorden tot zijne naaste omgeving te richten.

„Geëerde Dames en Heeren, waarde vrienden en collega’s van heinde en ver! De geschiedenis van ons plan is u immers allen bekend. Heden ishet in zoover verwezenlijkt, dat wij er in zijn geslaagd een luchtschip te construeeren, dat zich gemakkelijk zal voortbewegen, niet alleen door de luchtlagen die onze aarde omringen, maar ook—en dat is het cardinale punt,—daarbuiten door het aetherruim. Ik wil hier niet verder uitwijden over de zeer ingewikkelde wetenschappelijke eischen, waaraan moest worden voldaan, om onze reis naar Mars mogelijk te maken. Dat zou mij te ver voeren. Maar ik acht het mijn heiligen plicht hier in dit afscheidsuur luide en openlijk te verklaren, dat het mogelijk is dat onze reis totaal mislukt, blootgesteld als we zijn aan de misschien ongunstige inwerking van verschillende factoren, de „onbekende”, waarmede wij hier op onze planeet geen rekening konden houden. Deze bekentenis bewaart ons voor zelfoverschatting en doet ons ook duidelijk en helder de gevaren zien, die aan onze expeditie zijn verbonden. Alleen de steeds voorwaarts strevende wetenschap, de dorst naar meerdere kennis en opheldering van vele, nu nog duistere, dingen, en geenszins lichtzinnigheid, drijft ons er toe, ons eigen leven in de waagschaal te stellen en desnoods ten offer te brengen in dienst der algemeene ontwikkeling.

Of en wanneer wij elkander op deze aarde zullen weerzien, kan niemand onzer op het oogenblik zeggen. Komen wij na verloop van vele jaren niet terug, wijdt dan een stillen traan aan onze nagedachtenis. (Algemeene ontroering). Wij zijndan gevallen als offers van ons beroep, maar het is even goed mogelijk, dat wij u later zullen kunnen vertellen van de wonderen eener andere wereld. Vaart allen, allen wel; en ontvang tot afscheid den hartelijken dank van mij en mijne collega’s voor uw verschijnen te dezer plaatse, en de belangstelling daarmede in onze onderneming betoond!”

Bijvalsbetuigingen weerklonken, toen professor Stiller zijn rede had geeindigd, en met statigen tred de tribune verliet. Er heerschte wederom een doodelijke stilte, toen de geleerden een voor een in de gondel stegen.

Professor Stiller was de laatste die langs de touwladder naar boven klom; hij wenkte nog met de hand, en daarna werd de kleine deur gesloten.

Het geluid van eene electrische schel, gaf het teeken voor het kappen der touwen.

Langzaam en statig steeg de Argonaut op, terwijl de avond al meer en meer begon te vallen. De groote ballon werd al kleiner en kleiner, de afstand tusschen hem en de aarde al grooter en grooter, totdat hij eindelijk geheel onttrokken was aan de oogen der toeschouwers die zwijgend uiteen gingen, nog geheel onder den indruk van het grootsche schouwspel.

Op den vooravond van dien gewichtigen dag, gaf de Raad der stad Stuttgart in het schitterend verlichte, prachtig versierde Casino, de zoogenaamde oude Kurzaal, een luisterrijk feestmaalter eere van de heeren Blieder en Schnabel, de bouwers van den Argonaut.

In allerlei redevoeringen werden de heeren gehuldigd, als zijnde op het oogenblik de meest beroemde mannen en grootste lichten hunner vaderstad.

Tranen van vreugde liepen over de dikke wangen, toen zij uit den mond der vroede vaderen der stad zoo openlijk hun loflied hoorden zingen.

Weliswaar werd later door booze tongen beweerd, dat Blieder en Schnabel hadden geweend en geen woorden van dank hadden kunnen vinden, omdat ze te veel wijn hadden gedronken en hun tong dubbel sloeg, maar booze tongen zijn er altijd, wanneer het er op aankomt de verdiensten van anderen te verkleinen.

De algemeene opgewondenheid bij het feestmaal steeg ten top, toen op de hoofden van de heeren Blieder en Schnabel groote lauwerkransen werden gedrukt. Aan het eind van den maaltijd verkondigde de Burgemeester, dat Architect Adolf Blieder en Professor Julius Schnabel als erkenning hunner verdiensten bij het kunstig samenstellen van den Argonaut tot eereburgers der stad waren benoemd.

De overreiking der diploma’s geschiedde onder de feestelijke tonen van den Stuttgartermarsch, en daarmede werd eerst na middernacht de schitterende feestviering besloten.


Back to IndexNext