1Lumbrici.De RidderLinnæusheeft dezen Worm beschreven in zyneWestgothische ReisbeschryvingBl. 109. en in zyneFauna SuecicaNo. 1279. afgebeeld.↑2Deze gedagte heeft ook de HeerBuffonbevestigd in zyneHistoire Naturelle.↑3In deHoogduitscheUitgaaf vindt men die aanmerkingen hier en daar verspreid. Wy hebben, op het voetspoor van denEngelschenVertaalder, het gevoeglyker gedagt, dezelve hier by malkander te geven.↑4Gulfweed.↑5Nervi longitudinales.↑6Ziede Uitgezogte Verhandelingen. 2. D. bl. 576.↑7DeItalianennoemen dezen VischPorcopesce, waarvan daan deEngelschenPorpesse, en deDuitschersPurpoisengemaakt hebben. De meeste volken vanEuropanoemen hemZeezwyn. In deDuitsche Zeeheet hySchwein, by deHollandersZeevarkenofBruinvisch; by deZweden,DenenenNoorwegers,Marsuin, waarvan deFranschenMarsouingemaakt hebben. DeYslandersnoemen hemSuinhual, dat isZwynwalvisch. DeSklavonischevolken zeggenSwinia Morskaya. Of deze algemene benaming daar van daan komt dat hy in ’t zand der Zee wroet om Zandwormen en ander aas te vinden gelyk het Varken, dan om dat hy zo spekagtig is, is onzeker. F.↑8De HeerKalmvergist zig zekerlyk als hy denBottlenose, denBottelneus, tot het geslagt der Bruinvisschen brengt. Hy heeft geen tanden, gelyk alle die tot dat geslagt behoren hebben. En derhalven hoort hy onder de Walvisschen van het eerste of tandeloze soort. ZiePennant’sBritish Zoologyvol. 3. p. 40. Misschien zou men hem gevoeglyk noemen deBalæna ampullata. F.↑9Hierover kan men nazien deUitgezogte VerhandelingenD. 6. Bl. 405, en D. 7. bl. 106. en 255.↑10Dit is niet al te wysgerig uitgedrukt. Geen steen trekt het vogt uit de lugt tot zig, ten zy bezwangerd met zoutdeeltjes. Maar als de steen kouder is dan de lugt, verdikt hy het vocht van de lugt op zyn oppervlakte. De pooragtige stenen slorpen het vogt terstonds in, maar zy die geslotener zyn, gelyk het marmer, behouden ’t op hun oppervlakte, totdat het door uitwaasseming verdwynt. F.↑11Cupressus thyoidesLinn.↑12Evenwel gebruikt men nu, meer dan twintig jaar na dat dit geschreven is, dit hout inPensylvanie, en heeft ’er genoeg van om het naar deWest IndischeEilanden uittevoeren. F.↑13Newlights.↑14Meetings.↑15The Court-House.↑16Hier schynt de Schryver om verscheiden Rivieren die veel groter zyn niet te denken. F.↑17Muscicapa Carolinensis.Linn.↑18Linn.Platanus Occidentalis.CatesbyNat. Hist. of Carolina,vol. 1. p. 56. t. 56.↑19Diospyros VirginianaLinn.Spec. plant.↑20Linnæusgewaagt maar van een soort vanNyssa, namelyk deNyssa aquatica. De HeerKalmnoemt den naam niet van het soort. Maar indien de zyne niet een verschillend soort is, moet het ten minsten ene verscheidenheid zyn; dewyl deze, volgens hem, op de bergen, en deaquaticain ’t water groeit.↑21Is dit deJuglans BaccatavanLinnæus? F.↑22Dit soort vindt men niet inLinnæiSpec. Plant.F.↑23Juglans nigra.↑24InMiller’sTuinwoordeboek hiet zyKetmia Indica,folio ficus,fructu pentagono recurvo esculento,graciliori&longiori.↑25Capsicum annuumLinn.↑26Rhus glabra, ofRhus foliis pinnatis serratis lanceolatis, utrimque nudis.↑27Linnæusnoemt hemRhus VernixSpec. Plant.↑28Rhus radicansLinn.Spec. Pl.↑29Nitrum Chrystallus montanaLinn.Syst. Nat.Chrystallus hexagona,pellucida,non colorata.Waller.Mineral.Crystallus montana,colourless crystal.Forster’sIntrod. to Mineralogyp. 13.↑30Pyrites cubicus. Marchasitæ hexaedricæ tesselares.Waller.Mineral.p. 211.Pyrites crystallinusLinn.Syst. Nat.Marcasitæ vel crystalli pyritacei, Marcasites.Forster’sIntrod. to Mineral. p. 39.↑31OfMoskovisch glas,Mica membranaceabyLinn.Syst. Nat. V. 3. p. 58.Mica membranacea pellucidissima flexilis alba, byWalleriusMin. p. 120.Vitrum Ruthenicum,vitrum MariæbyForsterIntr. to Min. p. 18.↑32Dit is bevestigd geworden sedert datKaap Bretonin de handen derEngelschenis. Men zegt dat de beddingen der Kolen het gantsche Eiland doorlopen; zo dat men hiervan daan enen groten overvloed zou kunnen krygen, indien de Regering het oorbaar agtte ze te laten graven. F.↑33Rubus occidentalisLinn.↑34Phytolacca decandra.Linn.Syst. Nat.↑35Groundsquirrel, by deEngelschen;Sciurus striatusbyLinn.Syst. Nat.↑36Sciurus cinereusLinn.Syst. Nat.↑37Ursus cauda elongata, inde Verhand. van 1747. Ursus lotorin ’tSyst. Nat.↑38Anemone Hepatica.Linn.Fl. Suec.↑39Viola martiaLinn.Fl. Su.↑40Perennes.↑41Juniperus VirginianaLinn.Spec. Pl.↑42Dit schynt een volksspreukje te zyn. Ook beweren sommige Reizigers dat de Beren niet verscheurende zyn. Dog dit kan men t’zamen overeenbrengen. InEuropaheeft men drie soorten van Beren, een daarvan is verscheurend, de anderen leven van gras. De grote bruine Beren worden voor vleeschvretend gehouden, de zwarten niet. Zo ’er nu van beide de soorten inNoord Amerikazyn, kan men ligt de verhalen overeenbrengen.↑43Plantago latifolia glabra.Linn.Fl. Suec.↑44Chenopodium album, folio sinuato.↑45Verbena communis flore excoeruleo.↑46Quartzum hyalinumLinn.Syst. Nat.Quartzum pellucidumWaller. Min.↑47Mimosa;Sensitiva.↑48De HeerForstertekent hier op aan: “InZwedenen het noorden vanDuitschlandworden zekere ronde holen in de Rivieren, wier bed steen- of rotsagtig is, door het draijen van het water op ene en de zelve plaats daarin gemaakt,Reuzepottengenoemd. Van deze holen vindt men ook gewaagd inGrosley’sNew observations on ItalyVol. 1. p. 8.↑49Hoe ver dit verstaan moet worden, kan men opmaken uit de Bekendmakingen gesteld aan ’t hoofd van ieder nieuw deel van dePhilosophical TransactionsF.↑50Arum Virginicum.↑51Deze wormen zyn de popjes van denOestrus, ofPaardevlieg, die hare eitjes in ’t hair van ’t vee legt. De eitjes zynde uitgekomen, maken de popjes grote holen, waarin zy blyven tot dat zy veranderen. In ’t zuiden vanRuslandgebruikt men ten zelven einde een afkooksel vanVeratrumofwitten Nieswortel. F.↑52Phytolacca decandra.↑53Life everlasting.↑54Foliis calycinis.↑55De beenderen van Elefanten worden niet alleen inRusland, maar ook in hetZwitsersche Canton Basel, in ’t gebied van den Markgraaf vanBareuth, en op andere plaatsen gevonden, gelyk men zien kan in deProtogæavan den beroemdenLeibnitz. Onlangs heeft men digt by de Rivier deOhioeen groot getal van Elefants tanden en geraamtens ontdekt, en zeer grote kiezen, nog in hunne kaakbenen zittende, zyn in hetBritsch Museumte zien. De HeerLittleton, Bisschop vanCarlisle, heeft ook verscheiden tanden met de kaakbenen in hetMuseumder Koninglyke Maatschappy geplaatst, die uitPerugekomen[61]waren. Op de RivierenKhatungaenIndighirkainSiberieheeft men ene ontzaglyke menigte van Elefants tanden en beenderen gevonden, die daar door de sterke vorst voor bederf bewaard worden, terwyl in de korte zomers van maar enige weken daar weinig regen valt; dus deze tanden gemeenlyk zo frisch zyn, en inRuslandzo menigvuldig gebruikt worden als het gemene yvoor, aangezien ’er zo grote menigte van wordt aangevoerd. Sommigen van deze tanden zyn agt voeten lang, en wegen drie honderd ponden. Men heeft kiezen gevonden van negen duim middellyns. Maar de kiezen by deOhiogevonden zyn nog aanmerkelyker, vermits derzelver toppen veel gelyken naar die van vleeschvretende dieren, daar die der Elefanten, welken tegenwoordig van gras leven, gantsch andere toppen hebben.Livius, ’t is waar, maakt een onderscheid tusschenAfrikaanscheenAsiatischeElefanten, en merkt aan dat de eersten kleinder zyn dan de laatsten; dog men heeft nimmer onderzogt of de tanden van die twee soorten zo veel verschillen. Dit verschil tusschen de gegraven Elefants kiezen en die welken men in de Elefanten vindt, zo wel als de plaatsen waar die geraamtens gevonden worden, alsSiberie,DuitschlandenAmerika, waar tegenswoordig gene Elefanten zyn, dit alles opent een wyd veld voor gissingen naar de wys hoe deze dieren op die plaatsen gekomen zyn, waar men nu hunne geraamtens ontmoet. Misschien heeft de Zondvloed hunne lyken derwaards gevoerd. Ook is het strydig nog met de reden, nog met de geschiedenissen, nog met de openbaring, te geloven, dat deze geraamtens overblyfsels zyn van dieren, die op de aarde geleefd hebben voor de schepping, waarvanMosesgewaagt, de welke men kan aanzien als maar ene zekere verandering in de Schepselen, waardoor ze bekwaam gemaakt wierden voor hunnen tegenswoordigen staat, waarin zy zullen blyven tot dat de omstandigheden ene nieuwe verandering vorderen zullen. En dan zal onze aardbol door ene nieuwe schepping of omkering geschikter worden gemaakt voor zynen nieuwen toestand, en bevolkt met nieuwe soorten van dieren, geschikt naar dien toestand. Ieder, die gewoon is natedenken, zal vinden dat dit bestek een zeer verheven denkbeeld geeft van den Schepper, en zyne huishouding met de Schepselen. F. Wy wvzen nopens dit onderwerp onzen Lezer naar een frai stukje te vinden in deNieuwe Vaderlandsche Letteroeffeningen3. Deel. bl. 7, van ’tMengelwerk.↑56Acer Saccharinum, foliis quinque partito-palmatis acuminato-dentatisLinn.Sp. Pl.↑57Laurus SassafrasLinn.In deUitgezogte Verhandelingen7. D. bl. 364. vindt men enige waarnemingen omtrent dien boom.↑58In de Reis van den HeerOsbecknaarChina1. D. wordt in ene aanmerking ene beschryving gegeven van dit soort van land, ’t welk deZwedenSwedjelandnoemen; waar aangemerkt wordt, dat de bomen, dus verbrand zynde, derzelver asch ene mist oplevert genoegzaam voor drie jaren, waarna men het land weer woest laat leggen, tot dat, twintig of meer jaren daaraan, een nieuw gewas van bomen tot tamelyke hoogte gekomen is, welken de boeren dan weder verbranden, en het land op nieuws drie jaren bebouwen. F.↑59Picus pileatusLinn.↑60De geleerde Dr.Wallerius, in zyneMineralog.§. 8. in de aantekening op het woordHumus communis atra, zegt, dat sommigen van mening[68]zyn, dat de mulle tuinaarde van onzen aardkloot by trappen vergroot wordt door het jaarlyksch rotten der planten, byzonderlyk op zulke plaatsen die sedert den Zondvloed onbebouwd gelegen hebben, en dat dus in honderd jaar een halve duim van tuinaarde wierd voortgebragt. Dog hy merkt te gelyk aan, dat deze waarneming niet juist is, dewyl die aarde gemeenlyk niet dieper is dan een voet, en ’er sedert den Zondvloed meer dan 2400. jaren voorby zyn, ja zelfs, volgens de Tydrekening der H. Schrift, meer dan 4000. jaren. Behalven dat merkt hy aan, dat de mulle aarde altyd hoe langer hoe gepakter wordt waar zy bedekt legt voor sneeuw en regen; en waar zy bloot legt voor den regen wordt zy naar lager plaatsen gevoerd, en gevolglyk wast zy aan of neemt zy af naar de gelegenheid der plaatsen. Nog meer. De gewassen komen het best voort daar deze aarde gevonden wordt. Maar, dewyl ’er gewassen over den gehelen aardbodem geweest zyn reeds sedert den Zondvloed, moeten zy overal ene mulle aarde gehad hebben om in te groeyen. Gevolgelyk is het zeer waarschynlyk dat ’er zulk ene mulle aarde geweest moet zyn van den eersten oorsprong van den aardkloot af. Daar zyn nog andere redenen die my doen twyffelen aan het toenemen van deze vrugtbare aarde. InRuslandaan deze zyde derVolga, leggen hoge en ruim uitgestrekte vlaktens, welken genoegzaam van den Zondvloed af onbebouwd gelegen hebben. Want wy weten uit de Geschiedenissen dat deScythen, deSarmaten, deHunnenen deMogols, na malkanderen, in ’t bezit van die landen geweest zyn, welken allen wandelende volken geweest zyn, die genen akkerbouw oeffenden. Het land is sedert onheuglyke tyden zonder hout geweest, en ’er kan ook geen hout wassen, om dat de zwervende Inwoonders alle voorjaren het droge gras in brand steken, het welk ik in ’t laatst van Mai gevonden heb dat tot myn middel reikte. Nu, deze grote woeste landen zag ik overal bedekt met ten minsten twee voet tuinaarde, ja, op sommige plaatsen vier voet. Dan, volgens de voorgaande rekening van enen halven duim ieder honderd jaar, zou dit, in ’t eerste geval als ’er twee voet mulle aarde was, 4800. jaar, en in ’t twede als ’er vier voet was, 9600. jaar geven. Hieruit blykt dat deze veronderstelling van den aanwas der mulle vette aarde op genen goeden grond steunt. De scheikundige ontbinding der planten wyst aan, dat zy bestaan uit water, aarde, een zuur en een alkalisch zout, olie, en een ontvlambaar beginsel, onafhangelyk van de olie. Deze stoffen moeten ieder jaar in de nieuwe planten indringen, om hare zelfstandigheid uittemaken, en worden, als ware het, tot nieuwe planten herschapen, na dat ze vry geraakt zyn van ’t lichaam der plant van het voorgaande jaar, ’t zy door verrotting, ’t zy door het verbranden derzelver. De vette mulle aarde, scheikundig onderzogt, heeft dezelve eigenschappen. Een zuur zout en een brandbaar beginsel zyn overvloedig in de lugt, en kunnen dus gemakkelyk aan de mulle aarde teruggegeven worden, en dus in de nieuwe planten komen. Het water komt insgelyks van den regen en de sneeuw uit den dampkring; alkalische en oliagtige deeltjes, of een soort van zeep, alleen ontbreken ’er nog aan; welken, wanneer zy, gevoegd by devoorgaanden, aan ene mulle aarde worden medegedeeld, ene zeer goede tuinaarde zullen voortbrengen. Nu, deze beginsels worden voortgebragt uit verrotting[69]of verbranding van groeibare of dierlyke zelfsstandigheden, en zyn de grote bevorderaars der groeying.Maar de grote vraag is, van waar deze voor de groeying zo noodzakelyke beginsels oorspronglyk gekomen zyn. Te zeggen, dat zy van verrotte planten gekomen zyn, is de zelve vraag op nieuws te doen. Daar is dan niets op, dan te stellen dat zy oorspronglyk van den groten Schepper van het Heelal zyn voortgebragt, en met die eigenschappen voorzien, welken hen bekwaam maken om door verschillende mengingen nieuwe lichamen voort te brengen. En wanneer zy door de vogtigheid in de zaden der planten worden ingebragt, ontzwagtelen zy de zaadtjes, en brengen een nieuw wezen voort, bekwaam om de dierlyke schepping te voeden. ’T is klaar, dat de HeerKalmzag op de gemelde mening van het toenemen der mulle tuinaarde; en dit gaf my gelegenheid om deze grote vraag, waarvan de Landbouw, de nuttigste der konsten, zo zeer afhangt, eens voortestellen. F.↑61Hedera quinquefoliaLinn.Sp. Pl.↑62Liquidambar StyracifluaLinn.↑63Nasturtium hortense.↑64Wormseed.↑65Jerusalem Oak.↑66Acer rubrum.↑67Curled Mappleby deEngelschen.↑68Prunus VirginianaLinn.Sp. Pl.↑69ByTournefort.↑70SpanishNeedles.↑71Formica rubra, antenna longitudine corporis,Linn.Faun. Su.↑72Gelyk de Oesterschelpen een dierlyk voortbrengsel van de zee zyn, en derzelver holtens vol van deeltjes van zeewater, vervliegt wel het nat, dog het zout blyft over. Als nu de schelp verbrand en de kalk gebluscht wordt, vermengt zig het zout met den kalk, en hoe droog ook het geen niet zulken kalk gemetseld is wordt, trekken egter altyd de zoutdeeltjes de vogtigheid der lugt aan en veroorzaken het zweten der muren. F.↑73Hoe zorgvuldig ook de HeerKalmware om dit gedierte het verspreiden te beletten, verzekert ons egter de HeerLinnæusin zynSyst. Nat.dat de zuidelyke delen vanEuropaalreeds ’er van besmet zyn.Scopolispreekt ’er van onder zyneInsecta Carniolicap. 63. enGeoffroyheeft ’er in zyneInsectes de ParisVol. 1. p. 267. t. 4. t. 9. ene afbeelding van gegeven. F.↑74Diss.de Noxa Insectorum. Amoen. Acad. Vol. 3. p. 347.↑
1Lumbrici.De RidderLinnæusheeft dezen Worm beschreven in zyneWestgothische ReisbeschryvingBl. 109. en in zyneFauna SuecicaNo. 1279. afgebeeld.↑2Deze gedagte heeft ook de HeerBuffonbevestigd in zyneHistoire Naturelle.↑3In deHoogduitscheUitgaaf vindt men die aanmerkingen hier en daar verspreid. Wy hebben, op het voetspoor van denEngelschenVertaalder, het gevoeglyker gedagt, dezelve hier by malkander te geven.↑4Gulfweed.↑5Nervi longitudinales.↑6Ziede Uitgezogte Verhandelingen. 2. D. bl. 576.↑7DeItalianennoemen dezen VischPorcopesce, waarvan daan deEngelschenPorpesse, en deDuitschersPurpoisengemaakt hebben. De meeste volken vanEuropanoemen hemZeezwyn. In deDuitsche Zeeheet hySchwein, by deHollandersZeevarkenofBruinvisch; by deZweden,DenenenNoorwegers,Marsuin, waarvan deFranschenMarsouingemaakt hebben. DeYslandersnoemen hemSuinhual, dat isZwynwalvisch. DeSklavonischevolken zeggenSwinia Morskaya. Of deze algemene benaming daar van daan komt dat hy in ’t zand der Zee wroet om Zandwormen en ander aas te vinden gelyk het Varken, dan om dat hy zo spekagtig is, is onzeker. F.↑8De HeerKalmvergist zig zekerlyk als hy denBottlenose, denBottelneus, tot het geslagt der Bruinvisschen brengt. Hy heeft geen tanden, gelyk alle die tot dat geslagt behoren hebben. En derhalven hoort hy onder de Walvisschen van het eerste of tandeloze soort. ZiePennant’sBritish Zoologyvol. 3. p. 40. Misschien zou men hem gevoeglyk noemen deBalæna ampullata. F.↑9Hierover kan men nazien deUitgezogte VerhandelingenD. 6. Bl. 405, en D. 7. bl. 106. en 255.↑10Dit is niet al te wysgerig uitgedrukt. Geen steen trekt het vogt uit de lugt tot zig, ten zy bezwangerd met zoutdeeltjes. Maar als de steen kouder is dan de lugt, verdikt hy het vocht van de lugt op zyn oppervlakte. De pooragtige stenen slorpen het vogt terstonds in, maar zy die geslotener zyn, gelyk het marmer, behouden ’t op hun oppervlakte, totdat het door uitwaasseming verdwynt. F.↑11Cupressus thyoidesLinn.↑12Evenwel gebruikt men nu, meer dan twintig jaar na dat dit geschreven is, dit hout inPensylvanie, en heeft ’er genoeg van om het naar deWest IndischeEilanden uittevoeren. F.↑13Newlights.↑14Meetings.↑15The Court-House.↑16Hier schynt de Schryver om verscheiden Rivieren die veel groter zyn niet te denken. F.↑17Muscicapa Carolinensis.Linn.↑18Linn.Platanus Occidentalis.CatesbyNat. Hist. of Carolina,vol. 1. p. 56. t. 56.↑19Diospyros VirginianaLinn.Spec. plant.↑20Linnæusgewaagt maar van een soort vanNyssa, namelyk deNyssa aquatica. De HeerKalmnoemt den naam niet van het soort. Maar indien de zyne niet een verschillend soort is, moet het ten minsten ene verscheidenheid zyn; dewyl deze, volgens hem, op de bergen, en deaquaticain ’t water groeit.↑21Is dit deJuglans BaccatavanLinnæus? F.↑22Dit soort vindt men niet inLinnæiSpec. Plant.F.↑23Juglans nigra.↑24InMiller’sTuinwoordeboek hiet zyKetmia Indica,folio ficus,fructu pentagono recurvo esculento,graciliori&longiori.↑25Capsicum annuumLinn.↑26Rhus glabra, ofRhus foliis pinnatis serratis lanceolatis, utrimque nudis.↑27Linnæusnoemt hemRhus VernixSpec. Plant.↑28Rhus radicansLinn.Spec. Pl.↑29Nitrum Chrystallus montanaLinn.Syst. Nat.Chrystallus hexagona,pellucida,non colorata.Waller.Mineral.Crystallus montana,colourless crystal.Forster’sIntrod. to Mineralogyp. 13.↑30Pyrites cubicus. Marchasitæ hexaedricæ tesselares.Waller.Mineral.p. 211.Pyrites crystallinusLinn.Syst. Nat.Marcasitæ vel crystalli pyritacei, Marcasites.Forster’sIntrod. to Mineral. p. 39.↑31OfMoskovisch glas,Mica membranaceabyLinn.Syst. Nat. V. 3. p. 58.Mica membranacea pellucidissima flexilis alba, byWalleriusMin. p. 120.Vitrum Ruthenicum,vitrum MariæbyForsterIntr. to Min. p. 18.↑32Dit is bevestigd geworden sedert datKaap Bretonin de handen derEngelschenis. Men zegt dat de beddingen der Kolen het gantsche Eiland doorlopen; zo dat men hiervan daan enen groten overvloed zou kunnen krygen, indien de Regering het oorbaar agtte ze te laten graven. F.↑33Rubus occidentalisLinn.↑34Phytolacca decandra.Linn.Syst. Nat.↑35Groundsquirrel, by deEngelschen;Sciurus striatusbyLinn.Syst. Nat.↑36Sciurus cinereusLinn.Syst. Nat.↑37Ursus cauda elongata, inde Verhand. van 1747. Ursus lotorin ’tSyst. Nat.↑38Anemone Hepatica.Linn.Fl. Suec.↑39Viola martiaLinn.Fl. Su.↑40Perennes.↑41Juniperus VirginianaLinn.Spec. Pl.↑42Dit schynt een volksspreukje te zyn. Ook beweren sommige Reizigers dat de Beren niet verscheurende zyn. Dog dit kan men t’zamen overeenbrengen. InEuropaheeft men drie soorten van Beren, een daarvan is verscheurend, de anderen leven van gras. De grote bruine Beren worden voor vleeschvretend gehouden, de zwarten niet. Zo ’er nu van beide de soorten inNoord Amerikazyn, kan men ligt de verhalen overeenbrengen.↑43Plantago latifolia glabra.Linn.Fl. Suec.↑44Chenopodium album, folio sinuato.↑45Verbena communis flore excoeruleo.↑46Quartzum hyalinumLinn.Syst. Nat.Quartzum pellucidumWaller. Min.↑47Mimosa;Sensitiva.↑48De HeerForstertekent hier op aan: “InZwedenen het noorden vanDuitschlandworden zekere ronde holen in de Rivieren, wier bed steen- of rotsagtig is, door het draijen van het water op ene en de zelve plaats daarin gemaakt,Reuzepottengenoemd. Van deze holen vindt men ook gewaagd inGrosley’sNew observations on ItalyVol. 1. p. 8.↑49Hoe ver dit verstaan moet worden, kan men opmaken uit de Bekendmakingen gesteld aan ’t hoofd van ieder nieuw deel van dePhilosophical TransactionsF.↑50Arum Virginicum.↑51Deze wormen zyn de popjes van denOestrus, ofPaardevlieg, die hare eitjes in ’t hair van ’t vee legt. De eitjes zynde uitgekomen, maken de popjes grote holen, waarin zy blyven tot dat zy veranderen. In ’t zuiden vanRuslandgebruikt men ten zelven einde een afkooksel vanVeratrumofwitten Nieswortel. F.↑52Phytolacca decandra.↑53Life everlasting.↑54Foliis calycinis.↑55De beenderen van Elefanten worden niet alleen inRusland, maar ook in hetZwitsersche Canton Basel, in ’t gebied van den Markgraaf vanBareuth, en op andere plaatsen gevonden, gelyk men zien kan in deProtogæavan den beroemdenLeibnitz. Onlangs heeft men digt by de Rivier deOhioeen groot getal van Elefants tanden en geraamtens ontdekt, en zeer grote kiezen, nog in hunne kaakbenen zittende, zyn in hetBritsch Museumte zien. De HeerLittleton, Bisschop vanCarlisle, heeft ook verscheiden tanden met de kaakbenen in hetMuseumder Koninglyke Maatschappy geplaatst, die uitPerugekomen[61]waren. Op de RivierenKhatungaenIndighirkainSiberieheeft men ene ontzaglyke menigte van Elefants tanden en beenderen gevonden, die daar door de sterke vorst voor bederf bewaard worden, terwyl in de korte zomers van maar enige weken daar weinig regen valt; dus deze tanden gemeenlyk zo frisch zyn, en inRuslandzo menigvuldig gebruikt worden als het gemene yvoor, aangezien ’er zo grote menigte van wordt aangevoerd. Sommigen van deze tanden zyn agt voeten lang, en wegen drie honderd ponden. Men heeft kiezen gevonden van negen duim middellyns. Maar de kiezen by deOhiogevonden zyn nog aanmerkelyker, vermits derzelver toppen veel gelyken naar die van vleeschvretende dieren, daar die der Elefanten, welken tegenwoordig van gras leven, gantsch andere toppen hebben.Livius, ’t is waar, maakt een onderscheid tusschenAfrikaanscheenAsiatischeElefanten, en merkt aan dat de eersten kleinder zyn dan de laatsten; dog men heeft nimmer onderzogt of de tanden van die twee soorten zo veel verschillen. Dit verschil tusschen de gegraven Elefants kiezen en die welken men in de Elefanten vindt, zo wel als de plaatsen waar die geraamtens gevonden worden, alsSiberie,DuitschlandenAmerika, waar tegenswoordig gene Elefanten zyn, dit alles opent een wyd veld voor gissingen naar de wys hoe deze dieren op die plaatsen gekomen zyn, waar men nu hunne geraamtens ontmoet. Misschien heeft de Zondvloed hunne lyken derwaards gevoerd. Ook is het strydig nog met de reden, nog met de geschiedenissen, nog met de openbaring, te geloven, dat deze geraamtens overblyfsels zyn van dieren, die op de aarde geleefd hebben voor de schepping, waarvanMosesgewaagt, de welke men kan aanzien als maar ene zekere verandering in de Schepselen, waardoor ze bekwaam gemaakt wierden voor hunnen tegenswoordigen staat, waarin zy zullen blyven tot dat de omstandigheden ene nieuwe verandering vorderen zullen. En dan zal onze aardbol door ene nieuwe schepping of omkering geschikter worden gemaakt voor zynen nieuwen toestand, en bevolkt met nieuwe soorten van dieren, geschikt naar dien toestand. Ieder, die gewoon is natedenken, zal vinden dat dit bestek een zeer verheven denkbeeld geeft van den Schepper, en zyne huishouding met de Schepselen. F. Wy wvzen nopens dit onderwerp onzen Lezer naar een frai stukje te vinden in deNieuwe Vaderlandsche Letteroeffeningen3. Deel. bl. 7, van ’tMengelwerk.↑56Acer Saccharinum, foliis quinque partito-palmatis acuminato-dentatisLinn.Sp. Pl.↑57Laurus SassafrasLinn.In deUitgezogte Verhandelingen7. D. bl. 364. vindt men enige waarnemingen omtrent dien boom.↑58In de Reis van den HeerOsbecknaarChina1. D. wordt in ene aanmerking ene beschryving gegeven van dit soort van land, ’t welk deZwedenSwedjelandnoemen; waar aangemerkt wordt, dat de bomen, dus verbrand zynde, derzelver asch ene mist oplevert genoegzaam voor drie jaren, waarna men het land weer woest laat leggen, tot dat, twintig of meer jaren daaraan, een nieuw gewas van bomen tot tamelyke hoogte gekomen is, welken de boeren dan weder verbranden, en het land op nieuws drie jaren bebouwen. F.↑59Picus pileatusLinn.↑60De geleerde Dr.Wallerius, in zyneMineralog.§. 8. in de aantekening op het woordHumus communis atra, zegt, dat sommigen van mening[68]zyn, dat de mulle tuinaarde van onzen aardkloot by trappen vergroot wordt door het jaarlyksch rotten der planten, byzonderlyk op zulke plaatsen die sedert den Zondvloed onbebouwd gelegen hebben, en dat dus in honderd jaar een halve duim van tuinaarde wierd voortgebragt. Dog hy merkt te gelyk aan, dat deze waarneming niet juist is, dewyl die aarde gemeenlyk niet dieper is dan een voet, en ’er sedert den Zondvloed meer dan 2400. jaren voorby zyn, ja zelfs, volgens de Tydrekening der H. Schrift, meer dan 4000. jaren. Behalven dat merkt hy aan, dat de mulle aarde altyd hoe langer hoe gepakter wordt waar zy bedekt legt voor sneeuw en regen; en waar zy bloot legt voor den regen wordt zy naar lager plaatsen gevoerd, en gevolglyk wast zy aan of neemt zy af naar de gelegenheid der plaatsen. Nog meer. De gewassen komen het best voort daar deze aarde gevonden wordt. Maar, dewyl ’er gewassen over den gehelen aardbodem geweest zyn reeds sedert den Zondvloed, moeten zy overal ene mulle aarde gehad hebben om in te groeyen. Gevolgelyk is het zeer waarschynlyk dat ’er zulk ene mulle aarde geweest moet zyn van den eersten oorsprong van den aardkloot af. Daar zyn nog andere redenen die my doen twyffelen aan het toenemen van deze vrugtbare aarde. InRuslandaan deze zyde derVolga, leggen hoge en ruim uitgestrekte vlaktens, welken genoegzaam van den Zondvloed af onbebouwd gelegen hebben. Want wy weten uit de Geschiedenissen dat deScythen, deSarmaten, deHunnenen deMogols, na malkanderen, in ’t bezit van die landen geweest zyn, welken allen wandelende volken geweest zyn, die genen akkerbouw oeffenden. Het land is sedert onheuglyke tyden zonder hout geweest, en ’er kan ook geen hout wassen, om dat de zwervende Inwoonders alle voorjaren het droge gras in brand steken, het welk ik in ’t laatst van Mai gevonden heb dat tot myn middel reikte. Nu, deze grote woeste landen zag ik overal bedekt met ten minsten twee voet tuinaarde, ja, op sommige plaatsen vier voet. Dan, volgens de voorgaande rekening van enen halven duim ieder honderd jaar, zou dit, in ’t eerste geval als ’er twee voet mulle aarde was, 4800. jaar, en in ’t twede als ’er vier voet was, 9600. jaar geven. Hieruit blykt dat deze veronderstelling van den aanwas der mulle vette aarde op genen goeden grond steunt. De scheikundige ontbinding der planten wyst aan, dat zy bestaan uit water, aarde, een zuur en een alkalisch zout, olie, en een ontvlambaar beginsel, onafhangelyk van de olie. Deze stoffen moeten ieder jaar in de nieuwe planten indringen, om hare zelfstandigheid uittemaken, en worden, als ware het, tot nieuwe planten herschapen, na dat ze vry geraakt zyn van ’t lichaam der plant van het voorgaande jaar, ’t zy door verrotting, ’t zy door het verbranden derzelver. De vette mulle aarde, scheikundig onderzogt, heeft dezelve eigenschappen. Een zuur zout en een brandbaar beginsel zyn overvloedig in de lugt, en kunnen dus gemakkelyk aan de mulle aarde teruggegeven worden, en dus in de nieuwe planten komen. Het water komt insgelyks van den regen en de sneeuw uit den dampkring; alkalische en oliagtige deeltjes, of een soort van zeep, alleen ontbreken ’er nog aan; welken, wanneer zy, gevoegd by devoorgaanden, aan ene mulle aarde worden medegedeeld, ene zeer goede tuinaarde zullen voortbrengen. Nu, deze beginsels worden voortgebragt uit verrotting[69]of verbranding van groeibare of dierlyke zelfsstandigheden, en zyn de grote bevorderaars der groeying.Maar de grote vraag is, van waar deze voor de groeying zo noodzakelyke beginsels oorspronglyk gekomen zyn. Te zeggen, dat zy van verrotte planten gekomen zyn, is de zelve vraag op nieuws te doen. Daar is dan niets op, dan te stellen dat zy oorspronglyk van den groten Schepper van het Heelal zyn voortgebragt, en met die eigenschappen voorzien, welken hen bekwaam maken om door verschillende mengingen nieuwe lichamen voort te brengen. En wanneer zy door de vogtigheid in de zaden der planten worden ingebragt, ontzwagtelen zy de zaadtjes, en brengen een nieuw wezen voort, bekwaam om de dierlyke schepping te voeden. ’T is klaar, dat de HeerKalmzag op de gemelde mening van het toenemen der mulle tuinaarde; en dit gaf my gelegenheid om deze grote vraag, waarvan de Landbouw, de nuttigste der konsten, zo zeer afhangt, eens voortestellen. F.↑61Hedera quinquefoliaLinn.Sp. Pl.↑62Liquidambar StyracifluaLinn.↑63Nasturtium hortense.↑64Wormseed.↑65Jerusalem Oak.↑66Acer rubrum.↑67Curled Mappleby deEngelschen.↑68Prunus VirginianaLinn.Sp. Pl.↑69ByTournefort.↑70SpanishNeedles.↑71Formica rubra, antenna longitudine corporis,Linn.Faun. Su.↑72Gelyk de Oesterschelpen een dierlyk voortbrengsel van de zee zyn, en derzelver holtens vol van deeltjes van zeewater, vervliegt wel het nat, dog het zout blyft over. Als nu de schelp verbrand en de kalk gebluscht wordt, vermengt zig het zout met den kalk, en hoe droog ook het geen niet zulken kalk gemetseld is wordt, trekken egter altyd de zoutdeeltjes de vogtigheid der lugt aan en veroorzaken het zweten der muren. F.↑73Hoe zorgvuldig ook de HeerKalmware om dit gedierte het verspreiden te beletten, verzekert ons egter de HeerLinnæusin zynSyst. Nat.dat de zuidelyke delen vanEuropaalreeds ’er van besmet zyn.Scopolispreekt ’er van onder zyneInsecta Carniolicap. 63. enGeoffroyheeft ’er in zyneInsectes de ParisVol. 1. p. 267. t. 4. t. 9. ene afbeelding van gegeven. F.↑74Diss.de Noxa Insectorum. Amoen. Acad. Vol. 3. p. 347.↑
1Lumbrici.De RidderLinnæusheeft dezen Worm beschreven in zyneWestgothische ReisbeschryvingBl. 109. en in zyneFauna SuecicaNo. 1279. afgebeeld.↑2Deze gedagte heeft ook de HeerBuffonbevestigd in zyneHistoire Naturelle.↑3In deHoogduitscheUitgaaf vindt men die aanmerkingen hier en daar verspreid. Wy hebben, op het voetspoor van denEngelschenVertaalder, het gevoeglyker gedagt, dezelve hier by malkander te geven.↑4Gulfweed.↑5Nervi longitudinales.↑6Ziede Uitgezogte Verhandelingen. 2. D. bl. 576.↑7DeItalianennoemen dezen VischPorcopesce, waarvan daan deEngelschenPorpesse, en deDuitschersPurpoisengemaakt hebben. De meeste volken vanEuropanoemen hemZeezwyn. In deDuitsche Zeeheet hySchwein, by deHollandersZeevarkenofBruinvisch; by deZweden,DenenenNoorwegers,Marsuin, waarvan deFranschenMarsouingemaakt hebben. DeYslandersnoemen hemSuinhual, dat isZwynwalvisch. DeSklavonischevolken zeggenSwinia Morskaya. Of deze algemene benaming daar van daan komt dat hy in ’t zand der Zee wroet om Zandwormen en ander aas te vinden gelyk het Varken, dan om dat hy zo spekagtig is, is onzeker. F.↑8De HeerKalmvergist zig zekerlyk als hy denBottlenose, denBottelneus, tot het geslagt der Bruinvisschen brengt. Hy heeft geen tanden, gelyk alle die tot dat geslagt behoren hebben. En derhalven hoort hy onder de Walvisschen van het eerste of tandeloze soort. ZiePennant’sBritish Zoologyvol. 3. p. 40. Misschien zou men hem gevoeglyk noemen deBalæna ampullata. F.↑9Hierover kan men nazien deUitgezogte VerhandelingenD. 6. Bl. 405, en D. 7. bl. 106. en 255.↑10Dit is niet al te wysgerig uitgedrukt. Geen steen trekt het vogt uit de lugt tot zig, ten zy bezwangerd met zoutdeeltjes. Maar als de steen kouder is dan de lugt, verdikt hy het vocht van de lugt op zyn oppervlakte. De pooragtige stenen slorpen het vogt terstonds in, maar zy die geslotener zyn, gelyk het marmer, behouden ’t op hun oppervlakte, totdat het door uitwaasseming verdwynt. F.↑11Cupressus thyoidesLinn.↑12Evenwel gebruikt men nu, meer dan twintig jaar na dat dit geschreven is, dit hout inPensylvanie, en heeft ’er genoeg van om het naar deWest IndischeEilanden uittevoeren. F.↑13Newlights.↑14Meetings.↑15The Court-House.↑16Hier schynt de Schryver om verscheiden Rivieren die veel groter zyn niet te denken. F.↑17Muscicapa Carolinensis.Linn.↑18Linn.Platanus Occidentalis.CatesbyNat. Hist. of Carolina,vol. 1. p. 56. t. 56.↑19Diospyros VirginianaLinn.Spec. plant.↑20Linnæusgewaagt maar van een soort vanNyssa, namelyk deNyssa aquatica. De HeerKalmnoemt den naam niet van het soort. Maar indien de zyne niet een verschillend soort is, moet het ten minsten ene verscheidenheid zyn; dewyl deze, volgens hem, op de bergen, en deaquaticain ’t water groeit.↑21Is dit deJuglans BaccatavanLinnæus? F.↑22Dit soort vindt men niet inLinnæiSpec. Plant.F.↑23Juglans nigra.↑24InMiller’sTuinwoordeboek hiet zyKetmia Indica,folio ficus,fructu pentagono recurvo esculento,graciliori&longiori.↑25Capsicum annuumLinn.↑26Rhus glabra, ofRhus foliis pinnatis serratis lanceolatis, utrimque nudis.↑27Linnæusnoemt hemRhus VernixSpec. Plant.↑28Rhus radicansLinn.Spec. Pl.↑29Nitrum Chrystallus montanaLinn.Syst. Nat.Chrystallus hexagona,pellucida,non colorata.Waller.Mineral.Crystallus montana,colourless crystal.Forster’sIntrod. to Mineralogyp. 13.↑30Pyrites cubicus. Marchasitæ hexaedricæ tesselares.Waller.Mineral.p. 211.Pyrites crystallinusLinn.Syst. Nat.Marcasitæ vel crystalli pyritacei, Marcasites.Forster’sIntrod. to Mineral. p. 39.↑31OfMoskovisch glas,Mica membranaceabyLinn.Syst. Nat. V. 3. p. 58.Mica membranacea pellucidissima flexilis alba, byWalleriusMin. p. 120.Vitrum Ruthenicum,vitrum MariæbyForsterIntr. to Min. p. 18.↑32Dit is bevestigd geworden sedert datKaap Bretonin de handen derEngelschenis. Men zegt dat de beddingen der Kolen het gantsche Eiland doorlopen; zo dat men hiervan daan enen groten overvloed zou kunnen krygen, indien de Regering het oorbaar agtte ze te laten graven. F.↑33Rubus occidentalisLinn.↑34Phytolacca decandra.Linn.Syst. Nat.↑35Groundsquirrel, by deEngelschen;Sciurus striatusbyLinn.Syst. Nat.↑36Sciurus cinereusLinn.Syst. Nat.↑37Ursus cauda elongata, inde Verhand. van 1747. Ursus lotorin ’tSyst. Nat.↑38Anemone Hepatica.Linn.Fl. Suec.↑39Viola martiaLinn.Fl. Su.↑40Perennes.↑41Juniperus VirginianaLinn.Spec. Pl.↑42Dit schynt een volksspreukje te zyn. Ook beweren sommige Reizigers dat de Beren niet verscheurende zyn. Dog dit kan men t’zamen overeenbrengen. InEuropaheeft men drie soorten van Beren, een daarvan is verscheurend, de anderen leven van gras. De grote bruine Beren worden voor vleeschvretend gehouden, de zwarten niet. Zo ’er nu van beide de soorten inNoord Amerikazyn, kan men ligt de verhalen overeenbrengen.↑43Plantago latifolia glabra.Linn.Fl. Suec.↑44Chenopodium album, folio sinuato.↑45Verbena communis flore excoeruleo.↑46Quartzum hyalinumLinn.Syst. Nat.Quartzum pellucidumWaller. Min.↑47Mimosa;Sensitiva.↑48De HeerForstertekent hier op aan: “InZwedenen het noorden vanDuitschlandworden zekere ronde holen in de Rivieren, wier bed steen- of rotsagtig is, door het draijen van het water op ene en de zelve plaats daarin gemaakt,Reuzepottengenoemd. Van deze holen vindt men ook gewaagd inGrosley’sNew observations on ItalyVol. 1. p. 8.↑49Hoe ver dit verstaan moet worden, kan men opmaken uit de Bekendmakingen gesteld aan ’t hoofd van ieder nieuw deel van dePhilosophical TransactionsF.↑50Arum Virginicum.↑51Deze wormen zyn de popjes van denOestrus, ofPaardevlieg, die hare eitjes in ’t hair van ’t vee legt. De eitjes zynde uitgekomen, maken de popjes grote holen, waarin zy blyven tot dat zy veranderen. In ’t zuiden vanRuslandgebruikt men ten zelven einde een afkooksel vanVeratrumofwitten Nieswortel. F.↑52Phytolacca decandra.↑53Life everlasting.↑54Foliis calycinis.↑55De beenderen van Elefanten worden niet alleen inRusland, maar ook in hetZwitsersche Canton Basel, in ’t gebied van den Markgraaf vanBareuth, en op andere plaatsen gevonden, gelyk men zien kan in deProtogæavan den beroemdenLeibnitz. Onlangs heeft men digt by de Rivier deOhioeen groot getal van Elefants tanden en geraamtens ontdekt, en zeer grote kiezen, nog in hunne kaakbenen zittende, zyn in hetBritsch Museumte zien. De HeerLittleton, Bisschop vanCarlisle, heeft ook verscheiden tanden met de kaakbenen in hetMuseumder Koninglyke Maatschappy geplaatst, die uitPerugekomen[61]waren. Op de RivierenKhatungaenIndighirkainSiberieheeft men ene ontzaglyke menigte van Elefants tanden en beenderen gevonden, die daar door de sterke vorst voor bederf bewaard worden, terwyl in de korte zomers van maar enige weken daar weinig regen valt; dus deze tanden gemeenlyk zo frisch zyn, en inRuslandzo menigvuldig gebruikt worden als het gemene yvoor, aangezien ’er zo grote menigte van wordt aangevoerd. Sommigen van deze tanden zyn agt voeten lang, en wegen drie honderd ponden. Men heeft kiezen gevonden van negen duim middellyns. Maar de kiezen by deOhiogevonden zyn nog aanmerkelyker, vermits derzelver toppen veel gelyken naar die van vleeschvretende dieren, daar die der Elefanten, welken tegenwoordig van gras leven, gantsch andere toppen hebben.Livius, ’t is waar, maakt een onderscheid tusschenAfrikaanscheenAsiatischeElefanten, en merkt aan dat de eersten kleinder zyn dan de laatsten; dog men heeft nimmer onderzogt of de tanden van die twee soorten zo veel verschillen. Dit verschil tusschen de gegraven Elefants kiezen en die welken men in de Elefanten vindt, zo wel als de plaatsen waar die geraamtens gevonden worden, alsSiberie,DuitschlandenAmerika, waar tegenswoordig gene Elefanten zyn, dit alles opent een wyd veld voor gissingen naar de wys hoe deze dieren op die plaatsen gekomen zyn, waar men nu hunne geraamtens ontmoet. Misschien heeft de Zondvloed hunne lyken derwaards gevoerd. Ook is het strydig nog met de reden, nog met de geschiedenissen, nog met de openbaring, te geloven, dat deze geraamtens overblyfsels zyn van dieren, die op de aarde geleefd hebben voor de schepping, waarvanMosesgewaagt, de welke men kan aanzien als maar ene zekere verandering in de Schepselen, waardoor ze bekwaam gemaakt wierden voor hunnen tegenswoordigen staat, waarin zy zullen blyven tot dat de omstandigheden ene nieuwe verandering vorderen zullen. En dan zal onze aardbol door ene nieuwe schepping of omkering geschikter worden gemaakt voor zynen nieuwen toestand, en bevolkt met nieuwe soorten van dieren, geschikt naar dien toestand. Ieder, die gewoon is natedenken, zal vinden dat dit bestek een zeer verheven denkbeeld geeft van den Schepper, en zyne huishouding met de Schepselen. F. Wy wvzen nopens dit onderwerp onzen Lezer naar een frai stukje te vinden in deNieuwe Vaderlandsche Letteroeffeningen3. Deel. bl. 7, van ’tMengelwerk.↑56Acer Saccharinum, foliis quinque partito-palmatis acuminato-dentatisLinn.Sp. Pl.↑57Laurus SassafrasLinn.In deUitgezogte Verhandelingen7. D. bl. 364. vindt men enige waarnemingen omtrent dien boom.↑58In de Reis van den HeerOsbecknaarChina1. D. wordt in ene aanmerking ene beschryving gegeven van dit soort van land, ’t welk deZwedenSwedjelandnoemen; waar aangemerkt wordt, dat de bomen, dus verbrand zynde, derzelver asch ene mist oplevert genoegzaam voor drie jaren, waarna men het land weer woest laat leggen, tot dat, twintig of meer jaren daaraan, een nieuw gewas van bomen tot tamelyke hoogte gekomen is, welken de boeren dan weder verbranden, en het land op nieuws drie jaren bebouwen. F.↑59Picus pileatusLinn.↑60De geleerde Dr.Wallerius, in zyneMineralog.§. 8. in de aantekening op het woordHumus communis atra, zegt, dat sommigen van mening[68]zyn, dat de mulle tuinaarde van onzen aardkloot by trappen vergroot wordt door het jaarlyksch rotten der planten, byzonderlyk op zulke plaatsen die sedert den Zondvloed onbebouwd gelegen hebben, en dat dus in honderd jaar een halve duim van tuinaarde wierd voortgebragt. Dog hy merkt te gelyk aan, dat deze waarneming niet juist is, dewyl die aarde gemeenlyk niet dieper is dan een voet, en ’er sedert den Zondvloed meer dan 2400. jaren voorby zyn, ja zelfs, volgens de Tydrekening der H. Schrift, meer dan 4000. jaren. Behalven dat merkt hy aan, dat de mulle aarde altyd hoe langer hoe gepakter wordt waar zy bedekt legt voor sneeuw en regen; en waar zy bloot legt voor den regen wordt zy naar lager plaatsen gevoerd, en gevolglyk wast zy aan of neemt zy af naar de gelegenheid der plaatsen. Nog meer. De gewassen komen het best voort daar deze aarde gevonden wordt. Maar, dewyl ’er gewassen over den gehelen aardbodem geweest zyn reeds sedert den Zondvloed, moeten zy overal ene mulle aarde gehad hebben om in te groeyen. Gevolgelyk is het zeer waarschynlyk dat ’er zulk ene mulle aarde geweest moet zyn van den eersten oorsprong van den aardkloot af. Daar zyn nog andere redenen die my doen twyffelen aan het toenemen van deze vrugtbare aarde. InRuslandaan deze zyde derVolga, leggen hoge en ruim uitgestrekte vlaktens, welken genoegzaam van den Zondvloed af onbebouwd gelegen hebben. Want wy weten uit de Geschiedenissen dat deScythen, deSarmaten, deHunnenen deMogols, na malkanderen, in ’t bezit van die landen geweest zyn, welken allen wandelende volken geweest zyn, die genen akkerbouw oeffenden. Het land is sedert onheuglyke tyden zonder hout geweest, en ’er kan ook geen hout wassen, om dat de zwervende Inwoonders alle voorjaren het droge gras in brand steken, het welk ik in ’t laatst van Mai gevonden heb dat tot myn middel reikte. Nu, deze grote woeste landen zag ik overal bedekt met ten minsten twee voet tuinaarde, ja, op sommige plaatsen vier voet. Dan, volgens de voorgaande rekening van enen halven duim ieder honderd jaar, zou dit, in ’t eerste geval als ’er twee voet mulle aarde was, 4800. jaar, en in ’t twede als ’er vier voet was, 9600. jaar geven. Hieruit blykt dat deze veronderstelling van den aanwas der mulle vette aarde op genen goeden grond steunt. De scheikundige ontbinding der planten wyst aan, dat zy bestaan uit water, aarde, een zuur en een alkalisch zout, olie, en een ontvlambaar beginsel, onafhangelyk van de olie. Deze stoffen moeten ieder jaar in de nieuwe planten indringen, om hare zelfstandigheid uittemaken, en worden, als ware het, tot nieuwe planten herschapen, na dat ze vry geraakt zyn van ’t lichaam der plant van het voorgaande jaar, ’t zy door verrotting, ’t zy door het verbranden derzelver. De vette mulle aarde, scheikundig onderzogt, heeft dezelve eigenschappen. Een zuur zout en een brandbaar beginsel zyn overvloedig in de lugt, en kunnen dus gemakkelyk aan de mulle aarde teruggegeven worden, en dus in de nieuwe planten komen. Het water komt insgelyks van den regen en de sneeuw uit den dampkring; alkalische en oliagtige deeltjes, of een soort van zeep, alleen ontbreken ’er nog aan; welken, wanneer zy, gevoegd by devoorgaanden, aan ene mulle aarde worden medegedeeld, ene zeer goede tuinaarde zullen voortbrengen. Nu, deze beginsels worden voortgebragt uit verrotting[69]of verbranding van groeibare of dierlyke zelfsstandigheden, en zyn de grote bevorderaars der groeying.Maar de grote vraag is, van waar deze voor de groeying zo noodzakelyke beginsels oorspronglyk gekomen zyn. Te zeggen, dat zy van verrotte planten gekomen zyn, is de zelve vraag op nieuws te doen. Daar is dan niets op, dan te stellen dat zy oorspronglyk van den groten Schepper van het Heelal zyn voortgebragt, en met die eigenschappen voorzien, welken hen bekwaam maken om door verschillende mengingen nieuwe lichamen voort te brengen. En wanneer zy door de vogtigheid in de zaden der planten worden ingebragt, ontzwagtelen zy de zaadtjes, en brengen een nieuw wezen voort, bekwaam om de dierlyke schepping te voeden. ’T is klaar, dat de HeerKalmzag op de gemelde mening van het toenemen der mulle tuinaarde; en dit gaf my gelegenheid om deze grote vraag, waarvan de Landbouw, de nuttigste der konsten, zo zeer afhangt, eens voortestellen. F.↑61Hedera quinquefoliaLinn.Sp. Pl.↑62Liquidambar StyracifluaLinn.↑63Nasturtium hortense.↑64Wormseed.↑65Jerusalem Oak.↑66Acer rubrum.↑67Curled Mappleby deEngelschen.↑68Prunus VirginianaLinn.Sp. Pl.↑69ByTournefort.↑70SpanishNeedles.↑71Formica rubra, antenna longitudine corporis,Linn.Faun. Su.↑72Gelyk de Oesterschelpen een dierlyk voortbrengsel van de zee zyn, en derzelver holtens vol van deeltjes van zeewater, vervliegt wel het nat, dog het zout blyft over. Als nu de schelp verbrand en de kalk gebluscht wordt, vermengt zig het zout met den kalk, en hoe droog ook het geen niet zulken kalk gemetseld is wordt, trekken egter altyd de zoutdeeltjes de vogtigheid der lugt aan en veroorzaken het zweten der muren. F.↑73Hoe zorgvuldig ook de HeerKalmware om dit gedierte het verspreiden te beletten, verzekert ons egter de HeerLinnæusin zynSyst. Nat.dat de zuidelyke delen vanEuropaalreeds ’er van besmet zyn.Scopolispreekt ’er van onder zyneInsecta Carniolicap. 63. enGeoffroyheeft ’er in zyneInsectes de ParisVol. 1. p. 267. t. 4. t. 9. ene afbeelding van gegeven. F.↑74Diss.de Noxa Insectorum. Amoen. Acad. Vol. 3. p. 347.↑
1Lumbrici.De RidderLinnæusheeft dezen Worm beschreven in zyneWestgothische ReisbeschryvingBl. 109. en in zyneFauna SuecicaNo. 1279. afgebeeld.↑2Deze gedagte heeft ook de HeerBuffonbevestigd in zyneHistoire Naturelle.↑3In deHoogduitscheUitgaaf vindt men die aanmerkingen hier en daar verspreid. Wy hebben, op het voetspoor van denEngelschenVertaalder, het gevoeglyker gedagt, dezelve hier by malkander te geven.↑4Gulfweed.↑5Nervi longitudinales.↑6Ziede Uitgezogte Verhandelingen. 2. D. bl. 576.↑7DeItalianennoemen dezen VischPorcopesce, waarvan daan deEngelschenPorpesse, en deDuitschersPurpoisengemaakt hebben. De meeste volken vanEuropanoemen hemZeezwyn. In deDuitsche Zeeheet hySchwein, by deHollandersZeevarkenofBruinvisch; by deZweden,DenenenNoorwegers,Marsuin, waarvan deFranschenMarsouingemaakt hebben. DeYslandersnoemen hemSuinhual, dat isZwynwalvisch. DeSklavonischevolken zeggenSwinia Morskaya. Of deze algemene benaming daar van daan komt dat hy in ’t zand der Zee wroet om Zandwormen en ander aas te vinden gelyk het Varken, dan om dat hy zo spekagtig is, is onzeker. F.↑8De HeerKalmvergist zig zekerlyk als hy denBottlenose, denBottelneus, tot het geslagt der Bruinvisschen brengt. Hy heeft geen tanden, gelyk alle die tot dat geslagt behoren hebben. En derhalven hoort hy onder de Walvisschen van het eerste of tandeloze soort. ZiePennant’sBritish Zoologyvol. 3. p. 40. Misschien zou men hem gevoeglyk noemen deBalæna ampullata. F.↑9Hierover kan men nazien deUitgezogte VerhandelingenD. 6. Bl. 405, en D. 7. bl. 106. en 255.↑10Dit is niet al te wysgerig uitgedrukt. Geen steen trekt het vogt uit de lugt tot zig, ten zy bezwangerd met zoutdeeltjes. Maar als de steen kouder is dan de lugt, verdikt hy het vocht van de lugt op zyn oppervlakte. De pooragtige stenen slorpen het vogt terstonds in, maar zy die geslotener zyn, gelyk het marmer, behouden ’t op hun oppervlakte, totdat het door uitwaasseming verdwynt. F.↑11Cupressus thyoidesLinn.↑12Evenwel gebruikt men nu, meer dan twintig jaar na dat dit geschreven is, dit hout inPensylvanie, en heeft ’er genoeg van om het naar deWest IndischeEilanden uittevoeren. F.↑13Newlights.↑14Meetings.↑15The Court-House.↑16Hier schynt de Schryver om verscheiden Rivieren die veel groter zyn niet te denken. F.↑17Muscicapa Carolinensis.Linn.↑18Linn.Platanus Occidentalis.CatesbyNat. Hist. of Carolina,vol. 1. p. 56. t. 56.↑19Diospyros VirginianaLinn.Spec. plant.↑20Linnæusgewaagt maar van een soort vanNyssa, namelyk deNyssa aquatica. De HeerKalmnoemt den naam niet van het soort. Maar indien de zyne niet een verschillend soort is, moet het ten minsten ene verscheidenheid zyn; dewyl deze, volgens hem, op de bergen, en deaquaticain ’t water groeit.↑21Is dit deJuglans BaccatavanLinnæus? F.↑22Dit soort vindt men niet inLinnæiSpec. Plant.F.↑23Juglans nigra.↑24InMiller’sTuinwoordeboek hiet zyKetmia Indica,folio ficus,fructu pentagono recurvo esculento,graciliori&longiori.↑25Capsicum annuumLinn.↑26Rhus glabra, ofRhus foliis pinnatis serratis lanceolatis, utrimque nudis.↑27Linnæusnoemt hemRhus VernixSpec. Plant.↑28Rhus radicansLinn.Spec. Pl.↑29Nitrum Chrystallus montanaLinn.Syst. Nat.Chrystallus hexagona,pellucida,non colorata.Waller.Mineral.Crystallus montana,colourless crystal.Forster’sIntrod. to Mineralogyp. 13.↑30Pyrites cubicus. Marchasitæ hexaedricæ tesselares.Waller.Mineral.p. 211.Pyrites crystallinusLinn.Syst. Nat.Marcasitæ vel crystalli pyritacei, Marcasites.Forster’sIntrod. to Mineral. p. 39.↑31OfMoskovisch glas,Mica membranaceabyLinn.Syst. Nat. V. 3. p. 58.Mica membranacea pellucidissima flexilis alba, byWalleriusMin. p. 120.Vitrum Ruthenicum,vitrum MariæbyForsterIntr. to Min. p. 18.↑32Dit is bevestigd geworden sedert datKaap Bretonin de handen derEngelschenis. Men zegt dat de beddingen der Kolen het gantsche Eiland doorlopen; zo dat men hiervan daan enen groten overvloed zou kunnen krygen, indien de Regering het oorbaar agtte ze te laten graven. F.↑33Rubus occidentalisLinn.↑34Phytolacca decandra.Linn.Syst. Nat.↑35Groundsquirrel, by deEngelschen;Sciurus striatusbyLinn.Syst. Nat.↑36Sciurus cinereusLinn.Syst. Nat.↑37Ursus cauda elongata, inde Verhand. van 1747. Ursus lotorin ’tSyst. Nat.↑38Anemone Hepatica.Linn.Fl. Suec.↑39Viola martiaLinn.Fl. Su.↑40Perennes.↑41Juniperus VirginianaLinn.Spec. Pl.↑42Dit schynt een volksspreukje te zyn. Ook beweren sommige Reizigers dat de Beren niet verscheurende zyn. Dog dit kan men t’zamen overeenbrengen. InEuropaheeft men drie soorten van Beren, een daarvan is verscheurend, de anderen leven van gras. De grote bruine Beren worden voor vleeschvretend gehouden, de zwarten niet. Zo ’er nu van beide de soorten inNoord Amerikazyn, kan men ligt de verhalen overeenbrengen.↑43Plantago latifolia glabra.Linn.Fl. Suec.↑44Chenopodium album, folio sinuato.↑45Verbena communis flore excoeruleo.↑46Quartzum hyalinumLinn.Syst. Nat.Quartzum pellucidumWaller. Min.↑47Mimosa;Sensitiva.↑48De HeerForstertekent hier op aan: “InZwedenen het noorden vanDuitschlandworden zekere ronde holen in de Rivieren, wier bed steen- of rotsagtig is, door het draijen van het water op ene en de zelve plaats daarin gemaakt,Reuzepottengenoemd. Van deze holen vindt men ook gewaagd inGrosley’sNew observations on ItalyVol. 1. p. 8.↑49Hoe ver dit verstaan moet worden, kan men opmaken uit de Bekendmakingen gesteld aan ’t hoofd van ieder nieuw deel van dePhilosophical TransactionsF.↑50Arum Virginicum.↑51Deze wormen zyn de popjes van denOestrus, ofPaardevlieg, die hare eitjes in ’t hair van ’t vee legt. De eitjes zynde uitgekomen, maken de popjes grote holen, waarin zy blyven tot dat zy veranderen. In ’t zuiden vanRuslandgebruikt men ten zelven einde een afkooksel vanVeratrumofwitten Nieswortel. F.↑52Phytolacca decandra.↑53Life everlasting.↑54Foliis calycinis.↑55De beenderen van Elefanten worden niet alleen inRusland, maar ook in hetZwitsersche Canton Basel, in ’t gebied van den Markgraaf vanBareuth, en op andere plaatsen gevonden, gelyk men zien kan in deProtogæavan den beroemdenLeibnitz. Onlangs heeft men digt by de Rivier deOhioeen groot getal van Elefants tanden en geraamtens ontdekt, en zeer grote kiezen, nog in hunne kaakbenen zittende, zyn in hetBritsch Museumte zien. De HeerLittleton, Bisschop vanCarlisle, heeft ook verscheiden tanden met de kaakbenen in hetMuseumder Koninglyke Maatschappy geplaatst, die uitPerugekomen[61]waren. Op de RivierenKhatungaenIndighirkainSiberieheeft men ene ontzaglyke menigte van Elefants tanden en beenderen gevonden, die daar door de sterke vorst voor bederf bewaard worden, terwyl in de korte zomers van maar enige weken daar weinig regen valt; dus deze tanden gemeenlyk zo frisch zyn, en inRuslandzo menigvuldig gebruikt worden als het gemene yvoor, aangezien ’er zo grote menigte van wordt aangevoerd. Sommigen van deze tanden zyn agt voeten lang, en wegen drie honderd ponden. Men heeft kiezen gevonden van negen duim middellyns. Maar de kiezen by deOhiogevonden zyn nog aanmerkelyker, vermits derzelver toppen veel gelyken naar die van vleeschvretende dieren, daar die der Elefanten, welken tegenwoordig van gras leven, gantsch andere toppen hebben.Livius, ’t is waar, maakt een onderscheid tusschenAfrikaanscheenAsiatischeElefanten, en merkt aan dat de eersten kleinder zyn dan de laatsten; dog men heeft nimmer onderzogt of de tanden van die twee soorten zo veel verschillen. Dit verschil tusschen de gegraven Elefants kiezen en die welken men in de Elefanten vindt, zo wel als de plaatsen waar die geraamtens gevonden worden, alsSiberie,DuitschlandenAmerika, waar tegenswoordig gene Elefanten zyn, dit alles opent een wyd veld voor gissingen naar de wys hoe deze dieren op die plaatsen gekomen zyn, waar men nu hunne geraamtens ontmoet. Misschien heeft de Zondvloed hunne lyken derwaards gevoerd. Ook is het strydig nog met de reden, nog met de geschiedenissen, nog met de openbaring, te geloven, dat deze geraamtens overblyfsels zyn van dieren, die op de aarde geleefd hebben voor de schepping, waarvanMosesgewaagt, de welke men kan aanzien als maar ene zekere verandering in de Schepselen, waardoor ze bekwaam gemaakt wierden voor hunnen tegenswoordigen staat, waarin zy zullen blyven tot dat de omstandigheden ene nieuwe verandering vorderen zullen. En dan zal onze aardbol door ene nieuwe schepping of omkering geschikter worden gemaakt voor zynen nieuwen toestand, en bevolkt met nieuwe soorten van dieren, geschikt naar dien toestand. Ieder, die gewoon is natedenken, zal vinden dat dit bestek een zeer verheven denkbeeld geeft van den Schepper, en zyne huishouding met de Schepselen. F. Wy wvzen nopens dit onderwerp onzen Lezer naar een frai stukje te vinden in deNieuwe Vaderlandsche Letteroeffeningen3. Deel. bl. 7, van ’tMengelwerk.↑56Acer Saccharinum, foliis quinque partito-palmatis acuminato-dentatisLinn.Sp. Pl.↑57Laurus SassafrasLinn.In deUitgezogte Verhandelingen7. D. bl. 364. vindt men enige waarnemingen omtrent dien boom.↑58In de Reis van den HeerOsbecknaarChina1. D. wordt in ene aanmerking ene beschryving gegeven van dit soort van land, ’t welk deZwedenSwedjelandnoemen; waar aangemerkt wordt, dat de bomen, dus verbrand zynde, derzelver asch ene mist oplevert genoegzaam voor drie jaren, waarna men het land weer woest laat leggen, tot dat, twintig of meer jaren daaraan, een nieuw gewas van bomen tot tamelyke hoogte gekomen is, welken de boeren dan weder verbranden, en het land op nieuws drie jaren bebouwen. F.↑59Picus pileatusLinn.↑60De geleerde Dr.Wallerius, in zyneMineralog.§. 8. in de aantekening op het woordHumus communis atra, zegt, dat sommigen van mening[68]zyn, dat de mulle tuinaarde van onzen aardkloot by trappen vergroot wordt door het jaarlyksch rotten der planten, byzonderlyk op zulke plaatsen die sedert den Zondvloed onbebouwd gelegen hebben, en dat dus in honderd jaar een halve duim van tuinaarde wierd voortgebragt. Dog hy merkt te gelyk aan, dat deze waarneming niet juist is, dewyl die aarde gemeenlyk niet dieper is dan een voet, en ’er sedert den Zondvloed meer dan 2400. jaren voorby zyn, ja zelfs, volgens de Tydrekening der H. Schrift, meer dan 4000. jaren. Behalven dat merkt hy aan, dat de mulle aarde altyd hoe langer hoe gepakter wordt waar zy bedekt legt voor sneeuw en regen; en waar zy bloot legt voor den regen wordt zy naar lager plaatsen gevoerd, en gevolglyk wast zy aan of neemt zy af naar de gelegenheid der plaatsen. Nog meer. De gewassen komen het best voort daar deze aarde gevonden wordt. Maar, dewyl ’er gewassen over den gehelen aardbodem geweest zyn reeds sedert den Zondvloed, moeten zy overal ene mulle aarde gehad hebben om in te groeyen. Gevolgelyk is het zeer waarschynlyk dat ’er zulk ene mulle aarde geweest moet zyn van den eersten oorsprong van den aardkloot af. Daar zyn nog andere redenen die my doen twyffelen aan het toenemen van deze vrugtbare aarde. InRuslandaan deze zyde derVolga, leggen hoge en ruim uitgestrekte vlaktens, welken genoegzaam van den Zondvloed af onbebouwd gelegen hebben. Want wy weten uit de Geschiedenissen dat deScythen, deSarmaten, deHunnenen deMogols, na malkanderen, in ’t bezit van die landen geweest zyn, welken allen wandelende volken geweest zyn, die genen akkerbouw oeffenden. Het land is sedert onheuglyke tyden zonder hout geweest, en ’er kan ook geen hout wassen, om dat de zwervende Inwoonders alle voorjaren het droge gras in brand steken, het welk ik in ’t laatst van Mai gevonden heb dat tot myn middel reikte. Nu, deze grote woeste landen zag ik overal bedekt met ten minsten twee voet tuinaarde, ja, op sommige plaatsen vier voet. Dan, volgens de voorgaande rekening van enen halven duim ieder honderd jaar, zou dit, in ’t eerste geval als ’er twee voet mulle aarde was, 4800. jaar, en in ’t twede als ’er vier voet was, 9600. jaar geven. Hieruit blykt dat deze veronderstelling van den aanwas der mulle vette aarde op genen goeden grond steunt. De scheikundige ontbinding der planten wyst aan, dat zy bestaan uit water, aarde, een zuur en een alkalisch zout, olie, en een ontvlambaar beginsel, onafhangelyk van de olie. Deze stoffen moeten ieder jaar in de nieuwe planten indringen, om hare zelfstandigheid uittemaken, en worden, als ware het, tot nieuwe planten herschapen, na dat ze vry geraakt zyn van ’t lichaam der plant van het voorgaande jaar, ’t zy door verrotting, ’t zy door het verbranden derzelver. De vette mulle aarde, scheikundig onderzogt, heeft dezelve eigenschappen. Een zuur zout en een brandbaar beginsel zyn overvloedig in de lugt, en kunnen dus gemakkelyk aan de mulle aarde teruggegeven worden, en dus in de nieuwe planten komen. Het water komt insgelyks van den regen en de sneeuw uit den dampkring; alkalische en oliagtige deeltjes, of een soort van zeep, alleen ontbreken ’er nog aan; welken, wanneer zy, gevoegd by devoorgaanden, aan ene mulle aarde worden medegedeeld, ene zeer goede tuinaarde zullen voortbrengen. Nu, deze beginsels worden voortgebragt uit verrotting[69]of verbranding van groeibare of dierlyke zelfsstandigheden, en zyn de grote bevorderaars der groeying.Maar de grote vraag is, van waar deze voor de groeying zo noodzakelyke beginsels oorspronglyk gekomen zyn. Te zeggen, dat zy van verrotte planten gekomen zyn, is de zelve vraag op nieuws te doen. Daar is dan niets op, dan te stellen dat zy oorspronglyk van den groten Schepper van het Heelal zyn voortgebragt, en met die eigenschappen voorzien, welken hen bekwaam maken om door verschillende mengingen nieuwe lichamen voort te brengen. En wanneer zy door de vogtigheid in de zaden der planten worden ingebragt, ontzwagtelen zy de zaadtjes, en brengen een nieuw wezen voort, bekwaam om de dierlyke schepping te voeden. ’T is klaar, dat de HeerKalmzag op de gemelde mening van het toenemen der mulle tuinaarde; en dit gaf my gelegenheid om deze grote vraag, waarvan de Landbouw, de nuttigste der konsten, zo zeer afhangt, eens voortestellen. F.↑61Hedera quinquefoliaLinn.Sp. Pl.↑62Liquidambar StyracifluaLinn.↑63Nasturtium hortense.↑64Wormseed.↑65Jerusalem Oak.↑66Acer rubrum.↑67Curled Mappleby deEngelschen.↑68Prunus VirginianaLinn.Sp. Pl.↑69ByTournefort.↑70SpanishNeedles.↑71Formica rubra, antenna longitudine corporis,Linn.Faun. Su.↑72Gelyk de Oesterschelpen een dierlyk voortbrengsel van de zee zyn, en derzelver holtens vol van deeltjes van zeewater, vervliegt wel het nat, dog het zout blyft over. Als nu de schelp verbrand en de kalk gebluscht wordt, vermengt zig het zout met den kalk, en hoe droog ook het geen niet zulken kalk gemetseld is wordt, trekken egter altyd de zoutdeeltjes de vogtigheid der lugt aan en veroorzaken het zweten der muren. F.↑73Hoe zorgvuldig ook de HeerKalmware om dit gedierte het verspreiden te beletten, verzekert ons egter de HeerLinnæusin zynSyst. Nat.dat de zuidelyke delen vanEuropaalreeds ’er van besmet zyn.Scopolispreekt ’er van onder zyneInsecta Carniolicap. 63. enGeoffroyheeft ’er in zyneInsectes de ParisVol. 1. p. 267. t. 4. t. 9. ene afbeelding van gegeven. F.↑74Diss.de Noxa Insectorum. Amoen. Acad. Vol. 3. p. 347.↑
1Lumbrici.De RidderLinnæusheeft dezen Worm beschreven in zyneWestgothische ReisbeschryvingBl. 109. en in zyneFauna SuecicaNo. 1279. afgebeeld.↑
1Lumbrici.De RidderLinnæusheeft dezen Worm beschreven in zyneWestgothische ReisbeschryvingBl. 109. en in zyneFauna SuecicaNo. 1279. afgebeeld.↑
2Deze gedagte heeft ook de HeerBuffonbevestigd in zyneHistoire Naturelle.↑
2Deze gedagte heeft ook de HeerBuffonbevestigd in zyneHistoire Naturelle.↑
3In deHoogduitscheUitgaaf vindt men die aanmerkingen hier en daar verspreid. Wy hebben, op het voetspoor van denEngelschenVertaalder, het gevoeglyker gedagt, dezelve hier by malkander te geven.↑
3In deHoogduitscheUitgaaf vindt men die aanmerkingen hier en daar verspreid. Wy hebben, op het voetspoor van denEngelschenVertaalder, het gevoeglyker gedagt, dezelve hier by malkander te geven.↑
4Gulfweed.↑
4Gulfweed.↑
5Nervi longitudinales.↑
5Nervi longitudinales.↑
6Ziede Uitgezogte Verhandelingen. 2. D. bl. 576.↑
6Ziede Uitgezogte Verhandelingen. 2. D. bl. 576.↑
7DeItalianennoemen dezen VischPorcopesce, waarvan daan deEngelschenPorpesse, en deDuitschersPurpoisengemaakt hebben. De meeste volken vanEuropanoemen hemZeezwyn. In deDuitsche Zeeheet hySchwein, by deHollandersZeevarkenofBruinvisch; by deZweden,DenenenNoorwegers,Marsuin, waarvan deFranschenMarsouingemaakt hebben. DeYslandersnoemen hemSuinhual, dat isZwynwalvisch. DeSklavonischevolken zeggenSwinia Morskaya. Of deze algemene benaming daar van daan komt dat hy in ’t zand der Zee wroet om Zandwormen en ander aas te vinden gelyk het Varken, dan om dat hy zo spekagtig is, is onzeker. F.↑
7DeItalianennoemen dezen VischPorcopesce, waarvan daan deEngelschenPorpesse, en deDuitschersPurpoisengemaakt hebben. De meeste volken vanEuropanoemen hemZeezwyn. In deDuitsche Zeeheet hySchwein, by deHollandersZeevarkenofBruinvisch; by deZweden,DenenenNoorwegers,Marsuin, waarvan deFranschenMarsouingemaakt hebben. DeYslandersnoemen hemSuinhual, dat isZwynwalvisch. DeSklavonischevolken zeggenSwinia Morskaya. Of deze algemene benaming daar van daan komt dat hy in ’t zand der Zee wroet om Zandwormen en ander aas te vinden gelyk het Varken, dan om dat hy zo spekagtig is, is onzeker. F.↑
8De HeerKalmvergist zig zekerlyk als hy denBottlenose, denBottelneus, tot het geslagt der Bruinvisschen brengt. Hy heeft geen tanden, gelyk alle die tot dat geslagt behoren hebben. En derhalven hoort hy onder de Walvisschen van het eerste of tandeloze soort. ZiePennant’sBritish Zoologyvol. 3. p. 40. Misschien zou men hem gevoeglyk noemen deBalæna ampullata. F.↑
8De HeerKalmvergist zig zekerlyk als hy denBottlenose, denBottelneus, tot het geslagt der Bruinvisschen brengt. Hy heeft geen tanden, gelyk alle die tot dat geslagt behoren hebben. En derhalven hoort hy onder de Walvisschen van het eerste of tandeloze soort. ZiePennant’sBritish Zoologyvol. 3. p. 40. Misschien zou men hem gevoeglyk noemen deBalæna ampullata. F.↑
9Hierover kan men nazien deUitgezogte VerhandelingenD. 6. Bl. 405, en D. 7. bl. 106. en 255.↑
9Hierover kan men nazien deUitgezogte VerhandelingenD. 6. Bl. 405, en D. 7. bl. 106. en 255.↑
10Dit is niet al te wysgerig uitgedrukt. Geen steen trekt het vogt uit de lugt tot zig, ten zy bezwangerd met zoutdeeltjes. Maar als de steen kouder is dan de lugt, verdikt hy het vocht van de lugt op zyn oppervlakte. De pooragtige stenen slorpen het vogt terstonds in, maar zy die geslotener zyn, gelyk het marmer, behouden ’t op hun oppervlakte, totdat het door uitwaasseming verdwynt. F.↑
10Dit is niet al te wysgerig uitgedrukt. Geen steen trekt het vogt uit de lugt tot zig, ten zy bezwangerd met zoutdeeltjes. Maar als de steen kouder is dan de lugt, verdikt hy het vocht van de lugt op zyn oppervlakte. De pooragtige stenen slorpen het vogt terstonds in, maar zy die geslotener zyn, gelyk het marmer, behouden ’t op hun oppervlakte, totdat het door uitwaasseming verdwynt. F.↑
11Cupressus thyoidesLinn.↑
11Cupressus thyoidesLinn.↑
12Evenwel gebruikt men nu, meer dan twintig jaar na dat dit geschreven is, dit hout inPensylvanie, en heeft ’er genoeg van om het naar deWest IndischeEilanden uittevoeren. F.↑
12Evenwel gebruikt men nu, meer dan twintig jaar na dat dit geschreven is, dit hout inPensylvanie, en heeft ’er genoeg van om het naar deWest IndischeEilanden uittevoeren. F.↑
13Newlights.↑
13Newlights.↑
14Meetings.↑
14Meetings.↑
15The Court-House.↑
15The Court-House.↑
16Hier schynt de Schryver om verscheiden Rivieren die veel groter zyn niet te denken. F.↑
16Hier schynt de Schryver om verscheiden Rivieren die veel groter zyn niet te denken. F.↑
17Muscicapa Carolinensis.Linn.↑
17Muscicapa Carolinensis.Linn.↑
18Linn.Platanus Occidentalis.CatesbyNat. Hist. of Carolina,vol. 1. p. 56. t. 56.↑
18Linn.Platanus Occidentalis.CatesbyNat. Hist. of Carolina,vol. 1. p. 56. t. 56.↑
19Diospyros VirginianaLinn.Spec. plant.↑
19Diospyros VirginianaLinn.Spec. plant.↑
20Linnæusgewaagt maar van een soort vanNyssa, namelyk deNyssa aquatica. De HeerKalmnoemt den naam niet van het soort. Maar indien de zyne niet een verschillend soort is, moet het ten minsten ene verscheidenheid zyn; dewyl deze, volgens hem, op de bergen, en deaquaticain ’t water groeit.↑
20Linnæusgewaagt maar van een soort vanNyssa, namelyk deNyssa aquatica. De HeerKalmnoemt den naam niet van het soort. Maar indien de zyne niet een verschillend soort is, moet het ten minsten ene verscheidenheid zyn; dewyl deze, volgens hem, op de bergen, en deaquaticain ’t water groeit.↑
21Is dit deJuglans BaccatavanLinnæus? F.↑
21Is dit deJuglans BaccatavanLinnæus? F.↑
22Dit soort vindt men niet inLinnæiSpec. Plant.F.↑
22Dit soort vindt men niet inLinnæiSpec. Plant.F.↑
23Juglans nigra.↑
23Juglans nigra.↑
24InMiller’sTuinwoordeboek hiet zyKetmia Indica,folio ficus,fructu pentagono recurvo esculento,graciliori&longiori.↑
24InMiller’sTuinwoordeboek hiet zyKetmia Indica,folio ficus,fructu pentagono recurvo esculento,graciliori&longiori.↑
25Capsicum annuumLinn.↑
25Capsicum annuumLinn.↑
26Rhus glabra, ofRhus foliis pinnatis serratis lanceolatis, utrimque nudis.↑
26Rhus glabra, ofRhus foliis pinnatis serratis lanceolatis, utrimque nudis.↑
27Linnæusnoemt hemRhus VernixSpec. Plant.↑
27Linnæusnoemt hemRhus VernixSpec. Plant.↑
28Rhus radicansLinn.Spec. Pl.↑
28Rhus radicansLinn.Spec. Pl.↑
29Nitrum Chrystallus montanaLinn.Syst. Nat.Chrystallus hexagona,pellucida,non colorata.Waller.Mineral.Crystallus montana,colourless crystal.Forster’sIntrod. to Mineralogyp. 13.↑
29Nitrum Chrystallus montanaLinn.Syst. Nat.Chrystallus hexagona,pellucida,non colorata.Waller.Mineral.Crystallus montana,colourless crystal.Forster’sIntrod. to Mineralogyp. 13.↑
30Pyrites cubicus. Marchasitæ hexaedricæ tesselares.Waller.Mineral.p. 211.Pyrites crystallinusLinn.Syst. Nat.Marcasitæ vel crystalli pyritacei, Marcasites.Forster’sIntrod. to Mineral. p. 39.↑
30Pyrites cubicus. Marchasitæ hexaedricæ tesselares.Waller.Mineral.p. 211.Pyrites crystallinusLinn.Syst. Nat.Marcasitæ vel crystalli pyritacei, Marcasites.Forster’sIntrod. to Mineral. p. 39.↑
31OfMoskovisch glas,Mica membranaceabyLinn.Syst. Nat. V. 3. p. 58.Mica membranacea pellucidissima flexilis alba, byWalleriusMin. p. 120.Vitrum Ruthenicum,vitrum MariæbyForsterIntr. to Min. p. 18.↑
31OfMoskovisch glas,Mica membranaceabyLinn.Syst. Nat. V. 3. p. 58.Mica membranacea pellucidissima flexilis alba, byWalleriusMin. p. 120.Vitrum Ruthenicum,vitrum MariæbyForsterIntr. to Min. p. 18.↑
32Dit is bevestigd geworden sedert datKaap Bretonin de handen derEngelschenis. Men zegt dat de beddingen der Kolen het gantsche Eiland doorlopen; zo dat men hiervan daan enen groten overvloed zou kunnen krygen, indien de Regering het oorbaar agtte ze te laten graven. F.↑
32Dit is bevestigd geworden sedert datKaap Bretonin de handen derEngelschenis. Men zegt dat de beddingen der Kolen het gantsche Eiland doorlopen; zo dat men hiervan daan enen groten overvloed zou kunnen krygen, indien de Regering het oorbaar agtte ze te laten graven. F.↑
33Rubus occidentalisLinn.↑
33Rubus occidentalisLinn.↑
34Phytolacca decandra.Linn.Syst. Nat.↑
34Phytolacca decandra.Linn.Syst. Nat.↑
35Groundsquirrel, by deEngelschen;Sciurus striatusbyLinn.Syst. Nat.↑
35Groundsquirrel, by deEngelschen;Sciurus striatusbyLinn.Syst. Nat.↑
36Sciurus cinereusLinn.Syst. Nat.↑
36Sciurus cinereusLinn.Syst. Nat.↑
37Ursus cauda elongata, inde Verhand. van 1747. Ursus lotorin ’tSyst. Nat.↑
37Ursus cauda elongata, inde Verhand. van 1747. Ursus lotorin ’tSyst. Nat.↑
38Anemone Hepatica.Linn.Fl. Suec.↑
38Anemone Hepatica.Linn.Fl. Suec.↑
39Viola martiaLinn.Fl. Su.↑
39Viola martiaLinn.Fl. Su.↑
40Perennes.↑
40Perennes.↑
41Juniperus VirginianaLinn.Spec. Pl.↑
41Juniperus VirginianaLinn.Spec. Pl.↑
42Dit schynt een volksspreukje te zyn. Ook beweren sommige Reizigers dat de Beren niet verscheurende zyn. Dog dit kan men t’zamen overeenbrengen. InEuropaheeft men drie soorten van Beren, een daarvan is verscheurend, de anderen leven van gras. De grote bruine Beren worden voor vleeschvretend gehouden, de zwarten niet. Zo ’er nu van beide de soorten inNoord Amerikazyn, kan men ligt de verhalen overeenbrengen.↑
42Dit schynt een volksspreukje te zyn. Ook beweren sommige Reizigers dat de Beren niet verscheurende zyn. Dog dit kan men t’zamen overeenbrengen. InEuropaheeft men drie soorten van Beren, een daarvan is verscheurend, de anderen leven van gras. De grote bruine Beren worden voor vleeschvretend gehouden, de zwarten niet. Zo ’er nu van beide de soorten inNoord Amerikazyn, kan men ligt de verhalen overeenbrengen.↑
43Plantago latifolia glabra.Linn.Fl. Suec.↑
43Plantago latifolia glabra.Linn.Fl. Suec.↑
44Chenopodium album, folio sinuato.↑
44Chenopodium album, folio sinuato.↑
45Verbena communis flore excoeruleo.↑
45Verbena communis flore excoeruleo.↑
46Quartzum hyalinumLinn.Syst. Nat.Quartzum pellucidumWaller. Min.↑
46Quartzum hyalinumLinn.Syst. Nat.Quartzum pellucidumWaller. Min.↑
47Mimosa;Sensitiva.↑
47Mimosa;Sensitiva.↑
48De HeerForstertekent hier op aan: “InZwedenen het noorden vanDuitschlandworden zekere ronde holen in de Rivieren, wier bed steen- of rotsagtig is, door het draijen van het water op ene en de zelve plaats daarin gemaakt,Reuzepottengenoemd. Van deze holen vindt men ook gewaagd inGrosley’sNew observations on ItalyVol. 1. p. 8.↑
48De HeerForstertekent hier op aan: “InZwedenen het noorden vanDuitschlandworden zekere ronde holen in de Rivieren, wier bed steen- of rotsagtig is, door het draijen van het water op ene en de zelve plaats daarin gemaakt,Reuzepottengenoemd. Van deze holen vindt men ook gewaagd inGrosley’sNew observations on ItalyVol. 1. p. 8.↑
49Hoe ver dit verstaan moet worden, kan men opmaken uit de Bekendmakingen gesteld aan ’t hoofd van ieder nieuw deel van dePhilosophical TransactionsF.↑
49Hoe ver dit verstaan moet worden, kan men opmaken uit de Bekendmakingen gesteld aan ’t hoofd van ieder nieuw deel van dePhilosophical TransactionsF.↑
50Arum Virginicum.↑
50Arum Virginicum.↑
51Deze wormen zyn de popjes van denOestrus, ofPaardevlieg, die hare eitjes in ’t hair van ’t vee legt. De eitjes zynde uitgekomen, maken de popjes grote holen, waarin zy blyven tot dat zy veranderen. In ’t zuiden vanRuslandgebruikt men ten zelven einde een afkooksel vanVeratrumofwitten Nieswortel. F.↑
51Deze wormen zyn de popjes van denOestrus, ofPaardevlieg, die hare eitjes in ’t hair van ’t vee legt. De eitjes zynde uitgekomen, maken de popjes grote holen, waarin zy blyven tot dat zy veranderen. In ’t zuiden vanRuslandgebruikt men ten zelven einde een afkooksel vanVeratrumofwitten Nieswortel. F.↑
52Phytolacca decandra.↑
52Phytolacca decandra.↑
53Life everlasting.↑
53Life everlasting.↑
54Foliis calycinis.↑
54Foliis calycinis.↑
55De beenderen van Elefanten worden niet alleen inRusland, maar ook in hetZwitsersche Canton Basel, in ’t gebied van den Markgraaf vanBareuth, en op andere plaatsen gevonden, gelyk men zien kan in deProtogæavan den beroemdenLeibnitz. Onlangs heeft men digt by de Rivier deOhioeen groot getal van Elefants tanden en geraamtens ontdekt, en zeer grote kiezen, nog in hunne kaakbenen zittende, zyn in hetBritsch Museumte zien. De HeerLittleton, Bisschop vanCarlisle, heeft ook verscheiden tanden met de kaakbenen in hetMuseumder Koninglyke Maatschappy geplaatst, die uitPerugekomen[61]waren. Op de RivierenKhatungaenIndighirkainSiberieheeft men ene ontzaglyke menigte van Elefants tanden en beenderen gevonden, die daar door de sterke vorst voor bederf bewaard worden, terwyl in de korte zomers van maar enige weken daar weinig regen valt; dus deze tanden gemeenlyk zo frisch zyn, en inRuslandzo menigvuldig gebruikt worden als het gemene yvoor, aangezien ’er zo grote menigte van wordt aangevoerd. Sommigen van deze tanden zyn agt voeten lang, en wegen drie honderd ponden. Men heeft kiezen gevonden van negen duim middellyns. Maar de kiezen by deOhiogevonden zyn nog aanmerkelyker, vermits derzelver toppen veel gelyken naar die van vleeschvretende dieren, daar die der Elefanten, welken tegenwoordig van gras leven, gantsch andere toppen hebben.Livius, ’t is waar, maakt een onderscheid tusschenAfrikaanscheenAsiatischeElefanten, en merkt aan dat de eersten kleinder zyn dan de laatsten; dog men heeft nimmer onderzogt of de tanden van die twee soorten zo veel verschillen. Dit verschil tusschen de gegraven Elefants kiezen en die welken men in de Elefanten vindt, zo wel als de plaatsen waar die geraamtens gevonden worden, alsSiberie,DuitschlandenAmerika, waar tegenswoordig gene Elefanten zyn, dit alles opent een wyd veld voor gissingen naar de wys hoe deze dieren op die plaatsen gekomen zyn, waar men nu hunne geraamtens ontmoet. Misschien heeft de Zondvloed hunne lyken derwaards gevoerd. Ook is het strydig nog met de reden, nog met de geschiedenissen, nog met de openbaring, te geloven, dat deze geraamtens overblyfsels zyn van dieren, die op de aarde geleefd hebben voor de schepping, waarvanMosesgewaagt, de welke men kan aanzien als maar ene zekere verandering in de Schepselen, waardoor ze bekwaam gemaakt wierden voor hunnen tegenswoordigen staat, waarin zy zullen blyven tot dat de omstandigheden ene nieuwe verandering vorderen zullen. En dan zal onze aardbol door ene nieuwe schepping of omkering geschikter worden gemaakt voor zynen nieuwen toestand, en bevolkt met nieuwe soorten van dieren, geschikt naar dien toestand. Ieder, die gewoon is natedenken, zal vinden dat dit bestek een zeer verheven denkbeeld geeft van den Schepper, en zyne huishouding met de Schepselen. F. Wy wvzen nopens dit onderwerp onzen Lezer naar een frai stukje te vinden in deNieuwe Vaderlandsche Letteroeffeningen3. Deel. bl. 7, van ’tMengelwerk.↑
55De beenderen van Elefanten worden niet alleen inRusland, maar ook in hetZwitsersche Canton Basel, in ’t gebied van den Markgraaf vanBareuth, en op andere plaatsen gevonden, gelyk men zien kan in deProtogæavan den beroemdenLeibnitz. Onlangs heeft men digt by de Rivier deOhioeen groot getal van Elefants tanden en geraamtens ontdekt, en zeer grote kiezen, nog in hunne kaakbenen zittende, zyn in hetBritsch Museumte zien. De HeerLittleton, Bisschop vanCarlisle, heeft ook verscheiden tanden met de kaakbenen in hetMuseumder Koninglyke Maatschappy geplaatst, die uitPerugekomen[61]waren. Op de RivierenKhatungaenIndighirkainSiberieheeft men ene ontzaglyke menigte van Elefants tanden en beenderen gevonden, die daar door de sterke vorst voor bederf bewaard worden, terwyl in de korte zomers van maar enige weken daar weinig regen valt; dus deze tanden gemeenlyk zo frisch zyn, en inRuslandzo menigvuldig gebruikt worden als het gemene yvoor, aangezien ’er zo grote menigte van wordt aangevoerd. Sommigen van deze tanden zyn agt voeten lang, en wegen drie honderd ponden. Men heeft kiezen gevonden van negen duim middellyns. Maar de kiezen by deOhiogevonden zyn nog aanmerkelyker, vermits derzelver toppen veel gelyken naar die van vleeschvretende dieren, daar die der Elefanten, welken tegenwoordig van gras leven, gantsch andere toppen hebben.Livius, ’t is waar, maakt een onderscheid tusschenAfrikaanscheenAsiatischeElefanten, en merkt aan dat de eersten kleinder zyn dan de laatsten; dog men heeft nimmer onderzogt of de tanden van die twee soorten zo veel verschillen. Dit verschil tusschen de gegraven Elefants kiezen en die welken men in de Elefanten vindt, zo wel als de plaatsen waar die geraamtens gevonden worden, alsSiberie,DuitschlandenAmerika, waar tegenswoordig gene Elefanten zyn, dit alles opent een wyd veld voor gissingen naar de wys hoe deze dieren op die plaatsen gekomen zyn, waar men nu hunne geraamtens ontmoet. Misschien heeft de Zondvloed hunne lyken derwaards gevoerd. Ook is het strydig nog met de reden, nog met de geschiedenissen, nog met de openbaring, te geloven, dat deze geraamtens overblyfsels zyn van dieren, die op de aarde geleefd hebben voor de schepping, waarvanMosesgewaagt, de welke men kan aanzien als maar ene zekere verandering in de Schepselen, waardoor ze bekwaam gemaakt wierden voor hunnen tegenswoordigen staat, waarin zy zullen blyven tot dat de omstandigheden ene nieuwe verandering vorderen zullen. En dan zal onze aardbol door ene nieuwe schepping of omkering geschikter worden gemaakt voor zynen nieuwen toestand, en bevolkt met nieuwe soorten van dieren, geschikt naar dien toestand. Ieder, die gewoon is natedenken, zal vinden dat dit bestek een zeer verheven denkbeeld geeft van den Schepper, en zyne huishouding met de Schepselen. F. Wy wvzen nopens dit onderwerp onzen Lezer naar een frai stukje te vinden in deNieuwe Vaderlandsche Letteroeffeningen3. Deel. bl. 7, van ’tMengelwerk.↑
56Acer Saccharinum, foliis quinque partito-palmatis acuminato-dentatisLinn.Sp. Pl.↑
56Acer Saccharinum, foliis quinque partito-palmatis acuminato-dentatisLinn.Sp. Pl.↑
57Laurus SassafrasLinn.In deUitgezogte Verhandelingen7. D. bl. 364. vindt men enige waarnemingen omtrent dien boom.↑
57Laurus SassafrasLinn.In deUitgezogte Verhandelingen7. D. bl. 364. vindt men enige waarnemingen omtrent dien boom.↑
58In de Reis van den HeerOsbecknaarChina1. D. wordt in ene aanmerking ene beschryving gegeven van dit soort van land, ’t welk deZwedenSwedjelandnoemen; waar aangemerkt wordt, dat de bomen, dus verbrand zynde, derzelver asch ene mist oplevert genoegzaam voor drie jaren, waarna men het land weer woest laat leggen, tot dat, twintig of meer jaren daaraan, een nieuw gewas van bomen tot tamelyke hoogte gekomen is, welken de boeren dan weder verbranden, en het land op nieuws drie jaren bebouwen. F.↑
58In de Reis van den HeerOsbecknaarChina1. D. wordt in ene aanmerking ene beschryving gegeven van dit soort van land, ’t welk deZwedenSwedjelandnoemen; waar aangemerkt wordt, dat de bomen, dus verbrand zynde, derzelver asch ene mist oplevert genoegzaam voor drie jaren, waarna men het land weer woest laat leggen, tot dat, twintig of meer jaren daaraan, een nieuw gewas van bomen tot tamelyke hoogte gekomen is, welken de boeren dan weder verbranden, en het land op nieuws drie jaren bebouwen. F.↑
59Picus pileatusLinn.↑
59Picus pileatusLinn.↑
60De geleerde Dr.Wallerius, in zyneMineralog.§. 8. in de aantekening op het woordHumus communis atra, zegt, dat sommigen van mening[68]zyn, dat de mulle tuinaarde van onzen aardkloot by trappen vergroot wordt door het jaarlyksch rotten der planten, byzonderlyk op zulke plaatsen die sedert den Zondvloed onbebouwd gelegen hebben, en dat dus in honderd jaar een halve duim van tuinaarde wierd voortgebragt. Dog hy merkt te gelyk aan, dat deze waarneming niet juist is, dewyl die aarde gemeenlyk niet dieper is dan een voet, en ’er sedert den Zondvloed meer dan 2400. jaren voorby zyn, ja zelfs, volgens de Tydrekening der H. Schrift, meer dan 4000. jaren. Behalven dat merkt hy aan, dat de mulle aarde altyd hoe langer hoe gepakter wordt waar zy bedekt legt voor sneeuw en regen; en waar zy bloot legt voor den regen wordt zy naar lager plaatsen gevoerd, en gevolglyk wast zy aan of neemt zy af naar de gelegenheid der plaatsen. Nog meer. De gewassen komen het best voort daar deze aarde gevonden wordt. Maar, dewyl ’er gewassen over den gehelen aardbodem geweest zyn reeds sedert den Zondvloed, moeten zy overal ene mulle aarde gehad hebben om in te groeyen. Gevolgelyk is het zeer waarschynlyk dat ’er zulk ene mulle aarde geweest moet zyn van den eersten oorsprong van den aardkloot af. Daar zyn nog andere redenen die my doen twyffelen aan het toenemen van deze vrugtbare aarde. InRuslandaan deze zyde derVolga, leggen hoge en ruim uitgestrekte vlaktens, welken genoegzaam van den Zondvloed af onbebouwd gelegen hebben. Want wy weten uit de Geschiedenissen dat deScythen, deSarmaten, deHunnenen deMogols, na malkanderen, in ’t bezit van die landen geweest zyn, welken allen wandelende volken geweest zyn, die genen akkerbouw oeffenden. Het land is sedert onheuglyke tyden zonder hout geweest, en ’er kan ook geen hout wassen, om dat de zwervende Inwoonders alle voorjaren het droge gras in brand steken, het welk ik in ’t laatst van Mai gevonden heb dat tot myn middel reikte. Nu, deze grote woeste landen zag ik overal bedekt met ten minsten twee voet tuinaarde, ja, op sommige plaatsen vier voet. Dan, volgens de voorgaande rekening van enen halven duim ieder honderd jaar, zou dit, in ’t eerste geval als ’er twee voet mulle aarde was, 4800. jaar, en in ’t twede als ’er vier voet was, 9600. jaar geven. Hieruit blykt dat deze veronderstelling van den aanwas der mulle vette aarde op genen goeden grond steunt. De scheikundige ontbinding der planten wyst aan, dat zy bestaan uit water, aarde, een zuur en een alkalisch zout, olie, en een ontvlambaar beginsel, onafhangelyk van de olie. Deze stoffen moeten ieder jaar in de nieuwe planten indringen, om hare zelfstandigheid uittemaken, en worden, als ware het, tot nieuwe planten herschapen, na dat ze vry geraakt zyn van ’t lichaam der plant van het voorgaande jaar, ’t zy door verrotting, ’t zy door het verbranden derzelver. De vette mulle aarde, scheikundig onderzogt, heeft dezelve eigenschappen. Een zuur zout en een brandbaar beginsel zyn overvloedig in de lugt, en kunnen dus gemakkelyk aan de mulle aarde teruggegeven worden, en dus in de nieuwe planten komen. Het water komt insgelyks van den regen en de sneeuw uit den dampkring; alkalische en oliagtige deeltjes, of een soort van zeep, alleen ontbreken ’er nog aan; welken, wanneer zy, gevoegd by devoorgaanden, aan ene mulle aarde worden medegedeeld, ene zeer goede tuinaarde zullen voortbrengen. Nu, deze beginsels worden voortgebragt uit verrotting[69]of verbranding van groeibare of dierlyke zelfsstandigheden, en zyn de grote bevorderaars der groeying.Maar de grote vraag is, van waar deze voor de groeying zo noodzakelyke beginsels oorspronglyk gekomen zyn. Te zeggen, dat zy van verrotte planten gekomen zyn, is de zelve vraag op nieuws te doen. Daar is dan niets op, dan te stellen dat zy oorspronglyk van den groten Schepper van het Heelal zyn voortgebragt, en met die eigenschappen voorzien, welken hen bekwaam maken om door verschillende mengingen nieuwe lichamen voort te brengen. En wanneer zy door de vogtigheid in de zaden der planten worden ingebragt, ontzwagtelen zy de zaadtjes, en brengen een nieuw wezen voort, bekwaam om de dierlyke schepping te voeden. ’T is klaar, dat de HeerKalmzag op de gemelde mening van het toenemen der mulle tuinaarde; en dit gaf my gelegenheid om deze grote vraag, waarvan de Landbouw, de nuttigste der konsten, zo zeer afhangt, eens voortestellen. F.↑
60De geleerde Dr.Wallerius, in zyneMineralog.§. 8. in de aantekening op het woordHumus communis atra, zegt, dat sommigen van mening[68]zyn, dat de mulle tuinaarde van onzen aardkloot by trappen vergroot wordt door het jaarlyksch rotten der planten, byzonderlyk op zulke plaatsen die sedert den Zondvloed onbebouwd gelegen hebben, en dat dus in honderd jaar een halve duim van tuinaarde wierd voortgebragt. Dog hy merkt te gelyk aan, dat deze waarneming niet juist is, dewyl die aarde gemeenlyk niet dieper is dan een voet, en ’er sedert den Zondvloed meer dan 2400. jaren voorby zyn, ja zelfs, volgens de Tydrekening der H. Schrift, meer dan 4000. jaren. Behalven dat merkt hy aan, dat de mulle aarde altyd hoe langer hoe gepakter wordt waar zy bedekt legt voor sneeuw en regen; en waar zy bloot legt voor den regen wordt zy naar lager plaatsen gevoerd, en gevolglyk wast zy aan of neemt zy af naar de gelegenheid der plaatsen. Nog meer. De gewassen komen het best voort daar deze aarde gevonden wordt. Maar, dewyl ’er gewassen over den gehelen aardbodem geweest zyn reeds sedert den Zondvloed, moeten zy overal ene mulle aarde gehad hebben om in te groeyen. Gevolgelyk is het zeer waarschynlyk dat ’er zulk ene mulle aarde geweest moet zyn van den eersten oorsprong van den aardkloot af. Daar zyn nog andere redenen die my doen twyffelen aan het toenemen van deze vrugtbare aarde. InRuslandaan deze zyde derVolga, leggen hoge en ruim uitgestrekte vlaktens, welken genoegzaam van den Zondvloed af onbebouwd gelegen hebben. Want wy weten uit de Geschiedenissen dat deScythen, deSarmaten, deHunnenen deMogols, na malkanderen, in ’t bezit van die landen geweest zyn, welken allen wandelende volken geweest zyn, die genen akkerbouw oeffenden. Het land is sedert onheuglyke tyden zonder hout geweest, en ’er kan ook geen hout wassen, om dat de zwervende Inwoonders alle voorjaren het droge gras in brand steken, het welk ik in ’t laatst van Mai gevonden heb dat tot myn middel reikte. Nu, deze grote woeste landen zag ik overal bedekt met ten minsten twee voet tuinaarde, ja, op sommige plaatsen vier voet. Dan, volgens de voorgaande rekening van enen halven duim ieder honderd jaar, zou dit, in ’t eerste geval als ’er twee voet mulle aarde was, 4800. jaar, en in ’t twede als ’er vier voet was, 9600. jaar geven. Hieruit blykt dat deze veronderstelling van den aanwas der mulle vette aarde op genen goeden grond steunt. De scheikundige ontbinding der planten wyst aan, dat zy bestaan uit water, aarde, een zuur en een alkalisch zout, olie, en een ontvlambaar beginsel, onafhangelyk van de olie. Deze stoffen moeten ieder jaar in de nieuwe planten indringen, om hare zelfstandigheid uittemaken, en worden, als ware het, tot nieuwe planten herschapen, na dat ze vry geraakt zyn van ’t lichaam der plant van het voorgaande jaar, ’t zy door verrotting, ’t zy door het verbranden derzelver. De vette mulle aarde, scheikundig onderzogt, heeft dezelve eigenschappen. Een zuur zout en een brandbaar beginsel zyn overvloedig in de lugt, en kunnen dus gemakkelyk aan de mulle aarde teruggegeven worden, en dus in de nieuwe planten komen. Het water komt insgelyks van den regen en de sneeuw uit den dampkring; alkalische en oliagtige deeltjes, of een soort van zeep, alleen ontbreken ’er nog aan; welken, wanneer zy, gevoegd by devoorgaanden, aan ene mulle aarde worden medegedeeld, ene zeer goede tuinaarde zullen voortbrengen. Nu, deze beginsels worden voortgebragt uit verrotting[69]of verbranding van groeibare of dierlyke zelfsstandigheden, en zyn de grote bevorderaars der groeying.
Maar de grote vraag is, van waar deze voor de groeying zo noodzakelyke beginsels oorspronglyk gekomen zyn. Te zeggen, dat zy van verrotte planten gekomen zyn, is de zelve vraag op nieuws te doen. Daar is dan niets op, dan te stellen dat zy oorspronglyk van den groten Schepper van het Heelal zyn voortgebragt, en met die eigenschappen voorzien, welken hen bekwaam maken om door verschillende mengingen nieuwe lichamen voort te brengen. En wanneer zy door de vogtigheid in de zaden der planten worden ingebragt, ontzwagtelen zy de zaadtjes, en brengen een nieuw wezen voort, bekwaam om de dierlyke schepping te voeden. ’T is klaar, dat de HeerKalmzag op de gemelde mening van het toenemen der mulle tuinaarde; en dit gaf my gelegenheid om deze grote vraag, waarvan de Landbouw, de nuttigste der konsten, zo zeer afhangt, eens voortestellen. F.↑
61Hedera quinquefoliaLinn.Sp. Pl.↑
61Hedera quinquefoliaLinn.Sp. Pl.↑
62Liquidambar StyracifluaLinn.↑
62Liquidambar StyracifluaLinn.↑
63Nasturtium hortense.↑
63Nasturtium hortense.↑
64Wormseed.↑
64Wormseed.↑
65Jerusalem Oak.↑
65Jerusalem Oak.↑
66Acer rubrum.↑
66Acer rubrum.↑
67Curled Mappleby deEngelschen.↑
67Curled Mappleby deEngelschen.↑
68Prunus VirginianaLinn.Sp. Pl.↑
68Prunus VirginianaLinn.Sp. Pl.↑
69ByTournefort.↑
69ByTournefort.↑
70SpanishNeedles.↑
70SpanishNeedles.↑
71Formica rubra, antenna longitudine corporis,Linn.Faun. Su.↑
71Formica rubra, antenna longitudine corporis,Linn.Faun. Su.↑
72Gelyk de Oesterschelpen een dierlyk voortbrengsel van de zee zyn, en derzelver holtens vol van deeltjes van zeewater, vervliegt wel het nat, dog het zout blyft over. Als nu de schelp verbrand en de kalk gebluscht wordt, vermengt zig het zout met den kalk, en hoe droog ook het geen niet zulken kalk gemetseld is wordt, trekken egter altyd de zoutdeeltjes de vogtigheid der lugt aan en veroorzaken het zweten der muren. F.↑
72Gelyk de Oesterschelpen een dierlyk voortbrengsel van de zee zyn, en derzelver holtens vol van deeltjes van zeewater, vervliegt wel het nat, dog het zout blyft over. Als nu de schelp verbrand en de kalk gebluscht wordt, vermengt zig het zout met den kalk, en hoe droog ook het geen niet zulken kalk gemetseld is wordt, trekken egter altyd de zoutdeeltjes de vogtigheid der lugt aan en veroorzaken het zweten der muren. F.↑
73Hoe zorgvuldig ook de HeerKalmware om dit gedierte het verspreiden te beletten, verzekert ons egter de HeerLinnæusin zynSyst. Nat.dat de zuidelyke delen vanEuropaalreeds ’er van besmet zyn.Scopolispreekt ’er van onder zyneInsecta Carniolicap. 63. enGeoffroyheeft ’er in zyneInsectes de ParisVol. 1. p. 267. t. 4. t. 9. ene afbeelding van gegeven. F.↑
73Hoe zorgvuldig ook de HeerKalmware om dit gedierte het verspreiden te beletten, verzekert ons egter de HeerLinnæusin zynSyst. Nat.dat de zuidelyke delen vanEuropaalreeds ’er van besmet zyn.Scopolispreekt ’er van onder zyneInsecta Carniolicap. 63. enGeoffroyheeft ’er in zyneInsectes de ParisVol. 1. p. 267. t. 4. t. 9. ene afbeelding van gegeven. F.↑
74Diss.de Noxa Insectorum. Amoen. Acad. Vol. 3. p. 347.↑
74Diss.de Noxa Insectorum. Amoen. Acad. Vol. 3. p. 347.↑