Van het aardsche goed is het beste een goede huisvrouw.Eene slechte, het bitterste kruis van het menschelijke leven.Twee en Twintigste Brief.Bordeaux 25 September.’s Morgens van den 23 dezer wandelde ik langs de kaai van den eenen kant tot den anderen, dat een frissche kuijer is1. Men ziet daar een menigte gnappe gebouwen; maar het geen mij inzonderheid vreemd voorkwam, waren de menigteHollandscheopschriften op uithangborden enz. als: Allerhande soorten van Scheepsbehoeftens; N. N. Schoenmaker maakt en verkoopt, enz. Verwer en Glazemaker en dergelijke. Voorheen zag men hier dan ook een groote menigte van onze Vaderlandsche varensgasten; thans zijn het meestalAmerikanen,Deenen,Zweden, enPruisschen. De schepen die ’er in menigte op stroom lagen, voerden ook die vlaggen, en waren daar mede, wijl het Zondag was, bijzonder opgesierd. De kaai maakt, zoo alsik u reeds gezegd heb, genoegzaam een halven cirkel, te weten van het eene eind tot het andere, zoo ver ’er huizen staan, en de vestingle Chateau Trompettegenaamd, ligt omtrent in het midden van dezelve. Hier omstreeks stond een tempel door deRomeinengebouwd, en aan de beschermgoden gewijd; dit gebouw moet eenige overeenkomst gehad hebben met den tempel vanCajus CæsarteNismes, waar van ik, daar zijnde, melding maakte. Ten tijde vanLodewijkden XIV. bestond ’er nog een groot deel van dezen tempel, omringd van 18 kolommen, welke van de 30, zoo men meent, staande waren gebleven; en deze geweldenaar, waarschijnlijk ter bereiking van zijne krijgs- en eerzuchtige oogmerken, deed deze merkwaardige gedenkteekens der oudheid sloopen, om de voornoemde vesting te vergrooten, het geen volgens het bestek van den vermaarden vesting-bouwkundigende Vaubanwerd uitgevoerd.Van hier gingen wij naar de voorstadle Chartrongenaamd, waar vele voorname kooplieden in fraaije gebouwen wonen, en vervolgens in de Protestantsche Kerk, staande aldaar in een straat genaamdrue notre Dame au Chartron. Men gaat ’er door een gangetje in, want de Protestanten hadden deze Kerk reeds voor de omwenteling; op zich zelve is het een eenvoudig maar net gebouw, ’er zijn galerijen en een orgel in, en de gemeente was vrij talrijk; ik begrootte ze op 4 à 500 menschen; de Predikant deed een eenvoudig zedelijk vertoog; dochhad vrij sterk deGasconscheuitspraak (l’accent Gasçon). Op deze Kerk zag ik ook een torentje met een klok, welk een en ander ’er zekerlijk na de omwenteling eerst opgekomen is. De gemeene wandeling,le Jardin Public, voorheenJardin Royal, ookle Champ de Marsgenaamd, is niet ver van hier. Deze wandelplaats, met regte lanen beplant, waar van de boomen over het algemeen gansch niet weelderig staan, en daar bij hier en daar nog geschoren zijn, is vrij ruim, met muren en ijzer hekwerk omringd; beelden heb ik ’er niet ingezien, en eenige overdekte steenen galerijen aan de zijde zijn het eenigste sieraad; althans deze zoogenaamde tuin beantwoordde in ’t geheel niet aan het denkbeeld, dat ik ’er mij naar denFranschenophef van gemaakt had, en gelijkt niet naar onzenHaarlemmer Hout, of hetHaagsche Bosch2. ’Er is een laan, waarin vooral heden met de Zondag nog al verscheidene opgeschikte menschen, op en neder wandelden. Men verhuurt hier ook stoelen, en ter zijde staat eene nette houten loots, waarin men koffijhuis houdt.Na den middag onze wandeling vervolgende, bewonderde ik vooral dat gedeelte, waar de groote Schouwburg geheel op zich zelven staat, en van waar men verder door een breede met fraaije huizen bebouwde straat, langs de beurs op de kaai komt. Men noemt deze wijk, die met de bijgelegenalléesde Tourny, de schoonste is, die ik inFrankrijkgezien heb (althans naar mijn zin)le Quartier du Chapeau Rouge3. De plaats achter de beurs op de kaai, werd voorheenla place Royale4genaamd; omdat de stad, in het midden van dezelve, omtrent de eerste helft van de vorige eeuw, ten haren koste het beeld van den KoningLodewijkden XV. te paard zittende, en van metaal gegoten, deed oprigten. De fraaije vleugels van de beurs, aan den eenen, en van het tolhuis aan den anderen kant, maken de twee zijden van deze plaats, thansla place de la Liberté5genaamd, uit.Het inwendig gedeelte van de oude stad, ziet ’er gansch niet bevallig uit: de straten zijn ’er veelal naauw en krom, behalve die, welkeles fosses des Salinières,de la Communeetc.genaamd wordt. Deze zijn breed en met boomen beplant. Aan het Stadhuis, dat in dezelve staat, is niets bijzonders te zien. Daar over is de halle of groote markt. De nieuw aangelegde straten, diele Cours Messidorenle Cours Thermidorgenaamd worden, zijn ook fraai, regt, breed en met boomen beplant, en het plein dat menPlace Nationalenoemt, is ruim en rondom regelmatig gebouwd.Bordeauxbevalt mij dan wat het plaatselijke aanbelangt, meêr danMarseille, dat de eenigste van deFranschesteden is, die ik gezienheb, is, waarbij zij kan vergeleken worden; hoewel de laatstgenoemde over het algemeen, niet minder regelmatig bebouwd is. Ik zal u een nieuw plan van deze stad trachten te doen toekomen; ’er zijn verscheidene nieuwe straten in hetzelve geteekend, die men voornemens schijnt, om te maken; als dat werk geheel voltooid is, en men in de oude stad ook wat verbeteringen heeft gemaakt, zalBordeauxal een zeer fraaije stad zijn. Orde en netheid heerschen hier ook meêr dan in zoo vele andere plaatsen, die ik op deze reis gezien heb, en het is duidelijk te bemerken, dat deze hier zoo wel als teMarseilleeen gevolg zijn van den omgang met vreemdelingen door den handel, en van de bloei en welvaart, die deze aanbrengt.’s Avonds ging ik in den sedert de omwenteling nieuw opgerigten Schouwburg,le Théatre Françaisgenaamd, staande niet ver van deplace Nationale. De bouworde beviel mij niet zeer, zijnde dit gebouw, tusschen twee straten staande, zoo dat de voorgevel op den hoek tusschen beide komt, van voren smal en van achteren breed; maar zich naar de plaats moetende schikken, heeft men dit waarschijnlijk niet wel anders kunnen maken. Van binnen is het met smaak gemaakt. De schermen (decorations) waren ook zeer voldoende. Ik zag ’er een paar kluchtjes, die men teParijsop hetThéatre de Montansiergeeft, eeneArmantaapte daar in den befaamdenBrunet6na. Men eindigde meteenPantomime à grand Spectacle7. De beste vertooners op dit tooneel, waren niet meêr dan middelmatig, Bijna schuins over dezen Schouwburg is een andere plaats voor het openbaar vermaak gebouwd en deVauxhallgenaamd; men geeft ’er bals, vuurwerken, enz. Door den sterken regen was ’er heden niets van belang te doen.Den 24 dezer ging ik mijne krediet- en aanbevelingsbrieven overhandigen, en was verwonderd van deftige kooplieden in naauwe en donkere straten, waar zij woonden, te moeten opzoeken; in een derzelvenla rue de la Roussellegenaamd, en daar omstreeks, rook het al zeer onaangenaam, door de menigte gedroogde labberdaan en andere visch, alsmede kaas en olij, die daar bijna huis aan huis verkocht werd, en waarmede geheele pakhuizen waren opgevuld. De uitwaseming van deze waren schijnt echter niet ongezond, maar integendeel een behoedmiddel tegen aanstekende ziektens te zijn; want men heeft meêr dan eens opgemerkt, dat ten tijde dat ’er besmettelijke krankheden in deze stad plaats hadden, deze wijk daar van bijzonder bevrijd bleef. Zoo is alles, wat wij onaangenaam vinden, nietniet schadelijk, even zoo min als alles wat aangenaam genoemd wordt, voor ons nuttig is.Thans was het op deFosses des Saliniereszeer drok; men hield ’er markt van oude kleederen en andere waren. Een soort van kwakzalver en kwakzalveres, die ik daar zag, waren al zeer wonderlijk toegetakeld. De vrouw in eene misselijke gegalonneerde Amazone kleeding, zat op een klein paardje, aan beide kanten van het zadel hingen omtrent een vijf en twintig gedroogde ratten, en op de kop van het paard, zat een levendige sperwer. De man, die voor het paard staande, op den trommel sloeg, zag ’er ook niet alleen wonderlijk in de kleederen uit, maar had om den bol van zijn’ hoed een’ krans van overeind staande gedroogde ratten; boven op dezelve eene gedroogde zeeschildpad, en daar op de gedroogde muil van een’ grooten visch, waarin eene opgezette aap zat; en wat denkt gij dat die lieden te koop veilden?—Middelen om ratten, muizen en wandluizen te verdrijven. Hunne vreemde opschik trok een menigte volk, en zij bragten daar door van hunne waren, die denkelijk niet veel beteekenden, nog al wat aan den man. Zoo draagt de eene mensen een’ krans van gedroogde ratten op het hoofd, en een ander weder iets anders; alles met oogmerk, om met de dwaasheid van het volk voordeel te doen. Nu zoo deze middelen tegen de ratten en weegluizen niet veel baten, misschien schaden zij ook niet; doch ik heb mij verwonderd, dat de Politie, die anders inFrankrijkover het algemeenvrij naauwkeurig en oplettend is, geen strenger maatregelen gebruikt tegen die groote menigte kwakzalvers en marktdoctoren, die zich met de geneeskunde bemoeijen, overal openlijk hunne gewaande algemeene geneesmiddelen uitventen, en hunne kunsten zelfs met gedrukte billetten bekend maken; als ook, dat men het trekken van horoskopen, waarzeggen, in de hand kijken, kaart leggen, enz. niet belet. Dit ziet men haast op alle plaatsen, en inzonderheid ook teParijs, openlijk langs de straten; en niet alleen het zoogenaamde gemeen, maar zelfs zoogenaamde voorname of fatsoenelijke lieden, houden zich daarmede bezig, en hij, die met verscheidene Godsdienst-stellingen den spot drijft, slaat geloof aan de ellendige sprookjes van een oud wijf, of de gewaande voorspellingen van een’ Astrologist, die zich beter verstaat op het beurzensnijden, dan op de sterrekunde.—En dit heeft plaats onder deze, zich zoo bij uitnemendheid verlicht noemende,Franschen, en die het ontegenzeggelijk ook wat de kunsten en wetenschappen aangaat, al zeer ver brengen.Wat verder stond een liedjeszanger, die ’er onder anderen een zong, dat nog al aardig was. Over de tegenwoordige kleederdragten handelende, kwam ’er in, dat, indien de broeken van de mans nog hooger werden, men daar wel dra mouwen aan zou moeten zetten, en zoo de lijfjes van de vrouwen nog korter moesten worden, zij weldra genoodzaakt zouden worden, om de rokken over de schouderente dragen. In diergelijke aardigheden moet men bekennen, dat deFranschenandere volkeren aanmerkelijk overtreffen. Onder hunne volksliedjes zelfs van jaren herwaards, zijn al zeer aardige en vol geestige trekken; ’er zijn aanmerkelijke verzamelingen van gedrukt, en sommige dier werkjes worden, wanneer zij op verkoopingen voorkomen, duur betaald.DeSt. Andréasof Hoofdkerk (Eglise de St. Andrée), is een groot Gothisch gebouw, en pronkt met twee vrij hooge spitse torens, waarin geen klokken hangen, aan den eenen kant. Aan den anderen schijnt men ’er ook twee te hebben willen maken, en op een van die begonnen torens, hangen eenige klokken; deze kan dan eenigzins als een derde toren worden aangemerkt, het geen aanleiding geeft tot eene nog al aardige woordspeling:l’Eglise de St. Andrée, zegt men,à trois clochers, et deux cens (deux sans) cloches8. Die dit pas hoort en hier onbekend is, verwondert zich niet weinig over zulk een groot aantal klokken. Ik zelve was ’er ook mede bedrogen, en meende in het eerst, dat het een klokkespel was, waarbij een meenigte kleine klokjes waren, en dan zou het eene dubbele merkwaardigheidgeweest zijn, want zoo algemeen als de klokkespelen bij ons zijn, zoo zeldzaam treft men die inFrankrijkaan; en ik herinner mij niet van ’er op deze gansche reis vanParijsaf9een gehoord te hebben. Inwendig zag ik niets bijzonders in deze Kerk; men was bezig met dezelve op te maken; ’er lagen hier en daar verscheidene grooten roode marmeren kolommen, naar ik vernam, waren zij afkomstig uit een in de omstreek afgeschaft Klooster of Abdij, en moesten dienen, om deze Kerk mede te versieren.Het voormalig Aartsbisschoppelijk Paleis staat digt bij deze Kerk, en is een grootmoderngebouw, met een ruim voorhof (basse cour) en ijzer hekwerk. Mij kwam het niet zeer merkwaardig voor. Bij het afbreken van het oude paleis, dat een fraai Gothisch gebouw moet geweest zijn, heeft men veel overblijfsels van een’ ouden tempel gevonden, welke deskundigen meenen, dat aanJupitertoegewijd was, zoo als stukken en brokken van geribde kolommen, kapiteelen volgens de Corinthische bouworde, fraai gebeeldhouwd lijstwerk,basreliefs, enz.De Aartsbisschoppelijke tuin, die vrij groot was, plagt ook voorheen ten algemeene wandeling te verstrekken, en was zeer lommerrijk; doch dat is ook al veranderd. Thans wordt dit Paleis door den PrefectCharles de la Croix, voorheenFranscheMinister inden Haag, bewoond. En de tegenwoordige Aartsbisschop vanBordeauxheeft een andere woning.DeSt. MichielsKerk verdient, om zijn Gothische bouworde bijzonder gezien te worden. De toren staat ter zijde een eindje van de Kerk af, op dezelve plagt een zeer hooge en fraaije spits te staan, (men zegt dat zij hooger was dan die vanStraatsburg) en dit ontzaggelijk gevaarte werd in 1767 door een orkaan ter nedergeploft, het geen een vreesselijken slag veroorzaakte; gelukkig echter is ’er niemand onder verongelukt. De muren van het koor zijn zeer zigtbaar binnenwaarts gebogen; men had ’er een dwarsbalk tusschen gezet, om ze te schragen, zoo dat dit gebouw al vrij bouwvallig wordt.Aan het bezigtigen der Kerken zijnde, ging ik verder van hier een lange straat, zuid-oostwaards, door, tot aan de Kerk van het heilige kruis; tot eene Abdij van dien naam behoord hebbende. Volgens de bouworde van den voorgevel te oordeelen, schijnt zij zeer oud te zijn. De toren was ook waarschijnlijk hooger. Inwendig was het nog al netjes opgegnapt, doch merkwaardige schilderijen, beeldhouwwerk, zag ik ’er niet. Een levensgrootChristusbeeld aan het kruis hangende, trok echter mijn aandacht; men had het eene soort van zijden damasten japon met groote gekleurde bloemen aangetrokken; ik had dat hier en hier omstreeks al meêr gezien, doch deze door de sterke kleuren, en in ’t licht geplaatst, viel bijzonder in het oog. Voor iemand, die daar niet aan gewoon is, maakt dit eene misselijke vertooning. Dat de Roomschgezinden een kruis, en sommige andere beelden in hunne Kerken plaatsen, kan ik als overeenkomstig met hunne leerstellingen, zeer wel toegeven. En ik heb van hunne Kerken gezien, waar de beelden zoodanig gemaakt, en op zulk eene wijze in geplaatst waren, dat zij daar door, en door de verdere wel ingerigte versierselen, wezenlijk een deftig aanzien hadden. Doch verstandige Geestelijken moesten mijns bedunkens niet dulden, dat men door het plaatsen van gedrogtelijke poppen, aanleiding gaf tot spotternij; hier onder behooren ook die gekroonde met allerlei stoffen behangen, en wonderlijk opgeschikte lieve vrouwenbeelden; immers deze beeldtenis is geheel niet overeenkomstig de geschiedenis, maar behoorde eene aanminnige en teedere moeder, in een zedig gewaad te verbeelden, en zulk een beeld natuurlijk gemaakt, best van wit marmer of hout, het marmer na bootsende, moet ieder een van welke Godsdienstige begrippen hij ook zijn moge, natuurlijker wijze met genoegen zien. Vele anderzins redelijke en achtingwaardige Roomsche Geestelijken, loopen diergelijke min of meêr aanstootelijke ongerijmdheden,minder in het oog dan ons, omdat zij ’er van hunne jeugd af aan gewoon zijn; maar ik ben verzekerd, dat, als zij ’er bedaard en onpartijdig over denken, zij zullen moeten bekennen, dat ik gelijk heb, en dat vooral onze eeuw zulke en diergelijke verbeteringen, volstrekt noodzakelijk maakt. Gij ziet, Vriend! dat ik u mijne invallen onder het schrijven of beschouwen getrouwelijk mededeel. Komt ’er zoo al eens wat in voor, dat u van geen belang is, de vrijheid om het ongelezen te laten, kan, noch wil ik u betwisten. Het geen de Kerken aanbetreft, ditmaal voor afgehandeld houdende, zal ik van het stuk van het ware kruis, (Morceaux de la vraie croix) dat in deze laatstgenoemde Kerk vertoond wordt, niet spreken.In de voorstadSt. Seurin, ziet men nog de overblijfsels van het oude Amphithéater vanBordeaux, verkeerdelijkle Palais Galliengenaamd, omdat het onder de regering van dien Keizer, zoo men meent, doorPivesuvius Tetricus, toen ter tijd Prefect vanAquitania, waar van men meent, datBordeauxde hoofdstad was, is opgerigt, omtrent het midden van de derde eeuw der Christelijke jaartelling. Thans kan men ’er de gedaante niet meêr van erkennen, en al wat ’er nog van bestaat, is een klein gedeelte van den muur, die het omringde, en waarin eenige boogsgewijze openingen (portiques); eenige vervallen gewelven en een poort of hoofdingang, welke laatste wel het voornaamste is van die merkwaardigeoudheid; naar ik vernam, werd deze grond eenige jaren geleden verkocht, en een groot gedeelte van de overblijfsels van het Amphithéater weggebroken; deze verwoesting is echter door de regering gestuit, en het verdere afbreken verboden. Ondertusschen zijn ’er eenige huizen in en tegen gebouwd, en deze met de vervallen muren en puinhoopen misselijk door elkanderen staande, leveren niet anders dan eene onbevallige vertooning op, en ik verwonderde mij zeer, dat hier, waar men zich met het verfraaijen en verbeteren der stad veel schijnt te bemoeijen, en waar de goede smaak ook niet moet ontbreken, tot nog toe niet gezorgd is, om aan dezeRomeinscheoverblijfsels een bevalliger aanzien te geven; het geen niet moeijelijk zou zijn, wanneer men ’er een’ tuin van maakte, en naast deze oude muren eenige Italiaansche populieren, cypressen- en accacia-boomen plantte; niet langs de lijn of op eene stijve en regelmatige wijze, zoo als deFranschengewoon zijn, maar als of zij door de natuur zelve daar waren gesteld.Dit Amphithéater, dat ook welles Arénesgenaamd werd, diende hoogstwaarschijnlijk tot hetzelfde gebruik als dat vanNismes; doch het is niet als dit geheel van gehouwen steen, maar van gebakken en kleine gehouwen steenen gebouwd; deze zijn laagsgewijze regelmatig op elkanderen gesteld, en met een soort van kalk of cement bevestigd; de gebakken steenen hebben eene andere gedaante dan die welke wij gebruiken, en gelijken meêr naar onzeroode vloertegels10. In eene vorige heb ik reeds van dat soort van steenen gesproken, en het schijnt, dat de inwoners van deze landstreek, te wetenle haut LanguedocenGascogne, nog deze wijze van de gebakken steenen te vormen van deRomeinenhebben behouden.De straat van de plaats, aan het eind van de lanen vanTournytot bij het Amphithéater, is vrij breed, en genoegzaam lijnregt, en wordtrue Fondaudegegenaamd; aan het eind van dezelve is men digt bij deJardin public.Hoewel het middagmaal in mijne herberg wel beviel, ging ik heden voor de verandering bij eenen zoogenaamdenrestaurateur11, die men hier op dezelfde wijze als teParijsvindt, eten. De verteringkwam al op hetzelfde, als aan de gemeene tafel in mijne herberg, uit.’s Avonds ging ik in hetThéatre de la Gaité, waarMajeurmij door zijn grappen nog al deed lagchen. Dat kleine Schouwburgje bevalt mij wel, vooral omdat ik hier, moede gewandeld zijnde, kan uitrusten; want men zit ’er in hetparterreeven eens als teParijs. De prijs is zeer redelijk, en de vertooningen niet onaardig zijnde, trekt dit Tooneel veel volk.Den 25 dezer. In de herberg had men mij naar mijn paspoort gevraagd, om hetzelve bij de politie te vertoonen, en het daar te laten teekenen. De bediendens uit de herbergen zijn met de bezorging daar van belast, men geeft hun die, en zij bezorgen dezelven, wanneer zij ze niet verliezen, wederom. Ik verkoos zelf mede te gaan, en zou zulks ieder reiziger aanraden; want meêr dan eens ben ik getuigen geweest van de moeite en onaangenaamheden, welke men heeft, als men zijn paspoort kwijt is. Men betaalt hier 5solsvoor het teekenen, het eerste geld, dat men ’er mij sedertParijsvoor heeft afgenomen, hoewel ik het betalen van deze kleinigheid, niet onredelijk vind, daar men toch ten dienste van de vreemdelingen eenige onkosten moet doen, maar dat men teParijsalleen voor de handteekening van den Minister der Buitenlandsche Zaken,Talleyrand, dienende om die van de Ambassadeurs te bewaarheden, £ 10–:–: moet neêrtellen, vindt ik niet billijk, en vooral nietvoor eeneCarte de Sureté12inParijszelve moetende dienen, omdat deze stad een groot deel van zijn bestaan aan de vreemdelingen verschuldigd is. Men zegt, dat de Ambassadeurs zich reeds meêr dan eens hier over bezwaard hebben, doch te vergeefsch.Ik hoop, dat men toch bij ons wederzijds zal handelen.De Beurs schijnt inwendig pas nieuw opgemaakt. Het plein, waar de Kooplieden dagelijks verzamelen, is overdekt, en het licht valt ’er van boven door eene zoogenaamde lantaarn; men klaagt dan ook, dat het ’er in den zomer zeer benaauwd zijn kan. Rondom aan den muur leest men de namen van verscheidene landen, alsla Chine,l’Angleterre,la Hollande, enz. De Kooplieden zich bij deze teekens plaatsende, vinden elkander daar door te gemakkelijker. Rondom de verzamelplaats voor de Kooplieden is eene gaanderij, waarin veelerlei soorten van winkels of kramen staan. Bij een prentenkoopman aldaar, zag ik eenige plaatjes zoo zonderling geplaatst, dat ik niet wel denken kan, dat zulks slechts bij geval was; boven eene afbeelding, waaropLodewijkde XVI. en zijne nabestaanden verbeeld werden, hingen de afbeeldingen van de nieuwe Keizer en Keizerin, en daar bij een ander prentje met een treurwilg, waar onder geschreven stond:le saule pleureur.Schouwburg van Bordeaux.Schouwburg van Bordeaux.Boven deze gaanderij zijn eenige andere vertrekken, zoo als de regtbank voor den koophandel (Tribunal de Commerce) wij zagen ’er eenEngelscheprijs bij openbare veiling voor eene som van 36,000francsverkoopen; deze verkooping geschiedde bij het uitbranden van de kaars13, en werd door eentrompetter aangekondigd. Achter de beurs op de kaai staan doorgaans een menigte sleden, ieder met twee ossen bespannen, waarmede hier de koopmanschappen in en uit de pakhuizen gevoerd worden. Onder deze ossen vindt men ’er, die al vrij groot zijn; genoegzaam alle zijn zij rood, en trekken met den kop, de horens dikwijls zeer lang zijnde, worden aan den kant, waar zij met de koppen tegen elkanderen zijn gespannen of gebonden, afgezaagd. Het nommer van de slede hebben zij op een blikken plaatje voor den kop.De groote Schouwburg, zoo als ik u reeds gezegd heb, in de wijkdu Chapeau Rouge, en niet ver van de beurs staande, is het meesterstuk van bouwkunde van den vermaarden bouwmeesterLouïsen wordt voor een der fraaiste, grootste en prachtigste Schouwburgen vanEuropagehouden. Dit gebouw bevat een Tooneel- en een Concertzaal. De voorgevel (péristile) bestaat uit twaalf Corinthische kolommen, op de lijst boven ieder derzelven staat een beeld, zoo als gij op de naauwkeurig geteekende afbeelding, die ik u zal doen toekomen, zult zien. Ter zijde zijn gaanderijen, waar onder verscheidene kooplieden en kramers hunne onderscheidene goederen in daartoe gemaakte kramen of winkels uitstallen. Dit schoone gebouw is van gehouwen steen, staat geheel op zich zelve, en maakt eene zeer fraaije vertooning. Inwendig beantwoordt het ook zeer wel aan de verwachting, die men ’er zich door het uitwendige van gemaakt heeft. Menin een ruim en prachtig voorportaal, en hier bewondert men een’ breeden en groots gebouwden trap, waarmede men naar de gaanderijen, loges enz. gaat; het licht valt hier op door een lantaarn in het dak gemaakt, en geeft aan dit alles een luisterrijk aanzien; hoewel mij dunkt, dat terwijl onze tooneelen tot nog toe, zoo wel zomers als ’s winters door kaars- of lamplicht verlicht worden, men beter zou doen, van alle de toegangen tot hetzelve insgelijks door kaarsen of lampen te verlichten, om daar door het treffend onderscheid tusschen het dag- en kaarslicht, en de onaangenaame gewaarwording daar door bij het inkomen der Schouwburgzaal veroorzaakt, zoo veel mogelijk te matigen. De plaats voor de aanschouwers geschikt, heeft de gedaante van een cirkel, van omtrent 60 voeten middellijns (diameter), omtrent het vierde deel afgesneden door het Tooneel. Zij is door 12 op zich zelve staande kolommen van gemengde order (l’ordre composite) omringd. De tweede en derde loges alsbalconstusschen deze kolommen gemaakt, bevielen mij niet, omdat men uit die, welke bij het tooneel zijn, niet goed moet kunnen zien, en omdat ’er door deze inrigting veel plaats verloren gaat. Het platfond is fraai geschilderd14, ik meen doorRobin. Degeheele zaal is met smaak versierd en verguld; doch naar de uitwendige gedaante te oordeelen, had ik haar nog grooter verwacht; men verzekerde mij, dat ’er niet meêr dan 2200 aanschouwers in geplaatst kunnen worden. In hetparterrekan men ook niet zitten; men betaalt in hetzelve en op de bovenste galerij £ 1–2-: en voor de plaatsen in het orchest de eerste galerij enz. £ 3–6-:—Het was ’er heden zeer vol; wantTalmaen zijne vrouw speelden ’er inHenry VIII. ou la mort d’Anne Bouleyn, Treurspel vanChenier, hoewel het beste niet, dat hij gemaakt heeft. De kleeding van MadameTalmawas ook zeer naauwkeurig, waaromtrent deFranscheActrices anders dikwijls zondigen, vooral als de kleeding, zoo als zij in het stuk te pas komt, niet bevallig genoeg naar haar zin is. Dit Treurspel werd over het algemeen vrij goed gespeeld, enTalmaen zijne vrouw zeer sterk toegejuicht; doch het geraas, dat ’er door het vreesselijk gedrang in hetparterreplaats had, was dikwijls hinderlijk. Ik had mij daar ook geplaatst, maar was ’er gansch niet op mijn gemak. Na het Treurspel vertoonde men ’er een stukje vanAlexander Duval, genaamdShakespeare amoureux ou la pièce à l’etude. In dit blijspel, waarin maar drie vertooners voorkomen, speeltTalma, die anders niet dan in het Treurspel voorkomt, de hoofdrol, en verdient ook daar in wel gezien te worden15; MadameTalma,en eenBordeauxscheActrice voldeden ook wel.1Men heeft daartoe omtrent drie kwartier werk.2Ook heb ik maar zeldzaam iets in dien smaak aangetroffen, dat daar bij verdient vergeleken te worden.3De wijk van den rooden hoed.4De Koninklijke plaats.5De plaats der Vrijheid.6Brunetmunt vooral uit in de onderscheidene rollenvanJocrisse, en voldoet voor een’ enkelen keer wel; doch men moet hem niet dikwijls zien.7A grand Spectacle, dat is met veel tooneeltoestel, dansen, marschen, krijgsoefeningen, geregten, enz. In zeer vele pantomimes, zoo als in die, welke ik hier zag, en diela laitière polonnaise ou les crimes de l’Amourgenaamd wordt, danst men niet.8De Kerk vanSt. Andréasheeft drie torens en twee honderd klokken, of en twee zonder klokken; wantdeux censendeux sanswordt op dezelfde wijze uitgesproken, het eerste beteekenttwee honderd, en het laatste,twee zonder.9TeParijs, op een gebouw, op dePont Neufstaande, en deSamaritainegenaamd, is een gebrekkelijk klokkespel, doch het speelt niet door het uurwerk. Men hoort het niet dan bij plegtige gelegenheden, en dan staan deParijsenaarsdat torentje met een open mond aan te gapen.10Die meêr van dit Amphithéater weten wil, leze daar op nales Annales Politiques et Statistiques de Bordeaux etc. à Bordeaux, chezMoreauan IX. Ik meen daarin ook eene afbeelding van hetzelve gezien te hebben.11Restaurateuris een kok, waarbij men gaat eten. Zoekende de geregten op een lijst, waarop zij, met den prijs ’er achter staan, uit. EenBoulangerteParijs,was hier, zegt men, in 1765 de uitvinder van, verkoopende eerst versterkend vleeschnat, waar bij hij vervolgens gekookte hoenderen, eijeren, enz. voegde; terwijl voor zijn deur geschreven stond:Venite ad me omnes qui stomacho laboratis, et ego restaurabo vos. En het niet zeer betamelijk toepassen van dezen Bijbeltext gaf aanleiding tot den naam vanrestaurateur.12Een bewijsschrift, waaruit blijkt dat men bij zijn Ambassadeur en bij de Politie bekend staat; de handteekening van de Ambassadeur moet alweder eerst door den MinisterTalleyrandbewaarheid worden, eer men zulk een bewijs kan bekomen bij de politie, hoewel de Prefect die handteekening even zoo goed kent als de Minister, en ook nog maar weinig tijds geleden, die bewijzen, welke NB. van tijd tot tijd moeten vernieuwd worden, alleen op de handteekening van de Ambassadeurs, en zonder eenige betaling daar van te nemen, uitgaf. Ik zeg, dat zij van tijd tot tijd moeten vernieuwd, omdat dit het bezwaar nog grooter maakt, alzoo de handteekening van den Ambassadeur gedurig moet bewaarheid, en alzoo ook gedurig de £ 10–:–: betaald worden. Voor Ambachtslieden, leergezellen, of andere weinig vermogende lieden, welke zich echter niet onder de behoeftigen willen rangschikken, is deze betaling een drukkende last. Bij onze legatie teParijsbehoeven wij geen duit te betalen, men is daar zeer vriendelijk en geschikt, en hoewel ik met den HeerSchimmelpenninckniet bijzonder bekend ben, heb ik echter gelegenheid gehad, om op te merken, dat hij inFrankrijkals een achtingwaardig Staatsman wordt beschouwd. Van zijne echtgenoote hoorde ik ook met veel lof spreken, bijzonder wegens hare milddadigheid omtrent de noodlijdenden.13Deze wijze van verkoopen heeft ook nog inBataafsch Brabandplaats.14Al weder eenApollo, de drie bevalligheden en de negen zanggodinnen. Wanneer zal men toch van dat eenzelvige, dat ’er bij al wat tot de tooneelkunst behoort, nog aanhoudend plaats heeft, eens afstappen.15De eerste vertooning van dit stuk, die den 2 Januarijdezes jaarsau Théatre FrançaisteParijsplaats had, was niet gelukkig, naderhand echter is het beter geslaagd.Drie en Twintigste Brief.Bordeaux, 1 October.Daar ik hier in een der voornaamstte wijnlanden vanFrankrijkben, en het omstreeks deze stad thans juist in het hartje van den wijnoogst (vendeange) is, wilde ik dien zien, en ging ten dien einde den 26endezer naar het kasteelHautbrion, 3/4 uurs van de stad, of van deSt. Juliaanspoort, (porte St. Julien) welke men uitgaat, gelegen. Die poort is een modern en niet onaanzienelijk gebouw. Door de voorstad, die ’er gnap uitziet, en een aangenamen weg, langs tuinen en wijngaarden loopende, komt men teHautbrion. Men was ’er in het drukste van den oogst. De wijngaarden hier omstreeks doorloopende, vonden wij ’er eene menigte mannen en vrouwen, jongens en meisjes bezig, met de druiven te snijden, en ’er uit te dragen; zij zongen tusschen beide halfFranschen halfPatois Gascon, en schenen zeer vrolijk. Een man met een stokje in de hand, was gesteld, om dekinderen in order te houden. Buiten den wijngaard werden de druiven in kuipen of tonnen op een kar, met twee ossen bespannen, geladen, en zoo naar het pershuis gebragt; bij dit pershuis was eene niet onaardige wooning. De rentmeester van het landgoed, waar van de eigenaar, naar hij ons verhaalde, teParijswoonde, ontving ons, hoewel wij hem niet kenden, of geene de minste aanbeveling aan hem hadden, zeer vriendelijk, en liet ons de wijze, op welke de wijn gemaakt werd, zien. Als vele onzer landslieden zagen, hoe daar mede gemorst wordt, zij zouden ligt huiverig zijn, om ’er van te drinken1. In het pershuis waren twee vierkante houten bakken, hebbende naar gissing omtrent 10 à 12 voet lengte, even zoo veel breedte, en ongeveer 2 voet diepte; zij stonden eenige voeten van den grond verheven; in deze bakken werden de druiven geworpen, en vijf à zes menschen vertreden die dan met hunne bloote voeten, dit noemt menFouler le Vin; het sap liep door een gat, aan de voorzijde gemaakt, in kuipen, en twee andere mannen droegen het van daar in eene andere groote en hooge kuip, daar zij met eenen trap naar toe moesten klimmen. Deze kuip was nog nieuw van eikenhout gemaakt, en met ijzeren hoepels omringd; de rentmeester verhaalde mij, dat dezelve £ 1500—gekost had; men verkiest voor diergelijke kuipen heteikenhout, hier omstreeks groeijende, boven het vreemde, omdat het minder hard is. In deze kuip liet men het sap en de verpletterde druiven 10 à 12 dagen staan, eer men ze verder uitperste en op vaten deed. De witte wijn, dien men hier minder teelt dan de roode, was reeds in de vaten, en gistte aanhoudend, zoodat de schuim door het bomgat, dat openstond, uitliep; deze wijn, hoewel pas 14 dagen oud, was reeds zuurachtig. Men liet ons ook den wijn van voorleden jaar, en van dien, welke eenige jaren oud was proeven; deze laatste vooral was zeer lekker. De wijn vanHautbrionbehoort tot de beste en fijnste wijnen, die in deze gansche landstreek geteeld worden, doch om goed te zijn, moet men ze ouder laten worden dan doorgaans deMedoc, en ze niet eerder drinken, voor dat zij 5 à 6 jaren oud is. De druif is hier klein, donker van kleur, hard van schil, en niet zeer aangenaam van smaak. De wijnoogst was ook hier over het algemeen goed, echter hadden de wijngaarden door de voorjaarsvorst nog wat geleden.Ik heb opgemerkt, dat de behandeling van den wijngaard in de onderscheidene streken vanFrankrijkverschillende is. InBourgognewordt de stam al vrij kort gehouden, en de ranken tegen een regt overeind staand stokje opgebonden. InProvenceenLanguedoclaat men de stammen langer, en men bindt de ranken niet op, maar doet ze over den grond kruipen, omdat dezelve daar door beschaduwd zijnde, minder zouden uitdroogen. Naar de kantenvan dePyreneënworden de stammen nog hooger, en sommigen zijn vrij dik. In het Departement der hoogePyreneënzelfs groeijen de wijngaarden, die somtijds vrij zwaar zijn, zoo als ik u gezegd heb, tegen kersen of andere boomtjes op, en in deze streek worden zij weder kort gehouden en tegen stokjes opgebonden.Al wat men ons inHollandvoorBordeauxscheenMedocwijnen verkoopt, moet men niet gelooven, dat in die landstreek groeit; een groot gedeelteLanguedocschewijnen loopt daar onder. Al die wijnen verbeteren veel door de reis over zee, en wij hebben daar bij beter slag, om ze te bereiden dan deFranschenzelve, en welligt is ’er onze luchtstreek ook beter toegeschikt. DeBourgogne-wijnen worden inFrankrijkvrij algemeen voor gezonder gehouden dan deBordeauxsche, vooral voor lieden, die met jicht, graveel of diergelijke kwalen gekweld zijn.In de stad terug gekeerd, ging ik hetPanoramavanLyonbezigtigen, omdat ik die stad en omstreken juist van dezelfde plaats gezien had, van waar hetPanoramageteekend is. Ik vond het zeer wel gelijkende, en deze vertooning was voor mij des te aangenamer, daar het mij duidelijk, al het geene ik teLyongezien had, herinnerde. Jammer was het, dat de begoocheling hier en daar benomen werd door eenige plooijen, die in het doek waren. Het zelve opgerold vanToulouseop hier in een lekke schuit ingescheept geweest zijnde, was vochtig geworden,en aan de kanten wat verstikt; hier door kon men het op sommige plaatsen niet goed spannen, dit gebrek was echter wel te verhelpen. Op de plaats, achter deze vertoonplaats, zag menle Bellier HydrauliquevanMontgolfier; dit werktuig, dat gij ongetwijfeld kennen zult, bragt hier het water 42 voeten hoog. Nog zag men hier een werktuig, dat menla Pendule merveilleuse2noemt. Deze wijst een woord, dat men geschreven heeft aan, op deze wijze: het briefje waar op een of twee woorden geschreven zijn, gaf ik het aan de vrouw die het werktuig laat zien; deze zag het in, en wees met een wijzer op den muur over de pendule, alwaar al de letters van het Alphabet stonden, een voor een dezelfde aan die ik geschreven had; daarna wond zij de pendule, die naar gissing 10 of 12 voeten van daar stond, op, en deed de slinger bewegen, en nu werden op de wijzerplaat, waarop insgelijks de letters van het A. B. C. stonden, dezelfde letters die ik geschreeven had aangewezen. Deze pendule is afgezonderd (geisoleerd), staande op een glazen of kristallen kolom, waar men door heen zien kan, en rondom vrij. De werking kan echter, dunkt mij, niet anders dan door eencompère3, en door den magneet geschieden: waartoe anders ook de aanwijzing van de letters op den muur. De uitvinder van dit werktuig, die zichAlexandrenoemt, en ookdirecteuris van hetpanorama, zegt, dat het op eene andere wijze werkt.’s Avonds ging ik het Tooneelde la Gaitéweder bezoeken,Majeurspeelde zeer aardig deRicco.Le foyer(de koffijkamer zou men bij ons zeggen) van dit Schouwburgje is eene nette en fraaije zaal; ’er is ook een tuintje achter, daar men in kan gaan wandelen, om tusschen beiden eens lucht te scheppen. Alles ziet ’er nog nieuw en frisch uit; want het is nog geen jaar geleden, dat het gebouw voltooid is.Den 27 dezer zag ik bij den HeerLacour, voornaam schilder alhier, en correspondent van het Instituut teParijs, eenige fraaije schilderijen en teekeningen. Onze landgenoot de Heervan Spaendonck, Professor in de schilderkunst, (zijnde een der voornaamste bloemschilders thans bekend) en lid van het Instituut teParijs, had mij een aanbevelingsbrief aan dezen Heer medegegeven4. Onderde schilderijen die ik hier zag, waren eenige goede stukken vanNederlandschemeesters, zoo alsRuisdaal,Wouwerman,Teniers,Adriaan Brouwer,Poelenburgenz. Onder de teekeningen munten uit twee groote en uitvoerige met de pen op perkament, doorWillem de Heer, in den smaak vanOstade; ook bezit de HeerLacoureene zeer schoone schilderij, behoorende tot deVenetiaanscheschool, en zijnde waarschijnlijk vanSebastien del Piombo, ookSebastiano Venezianogenaamd; het verbeeldtJudithin de tent vanHolofernes, dien zij het hoofd heeft afgeslagen, het welk zij in een zak werpt, die door eene andere vrouw opgehouden wordt. Dit stuk is zekerlijk lang verloren geweest, zijnde zoo vuil en zwart, dat men niet kon erkennen, wat ’er op stond, toen de HeerLacourhet alleen om het paneel kocht. Gevallig ontdekte hij naderhand, dat het der moeite waardig zou kunnen zijn, om schoon te maken; het geen dan ook ondernomen werd, en men beklaagde zich zulks in ’t geheel niet. Daar de stukken van dien beroemden meester, en om de kunst, en omdat zij vrij zeldzaam zijn, veel geacht worden, zou deze schilderij, hoe schoon ook buitendien op zich zelve, nog van veel meerder waarde zijn, als men bewijzen kon, dat het van den voornoemden meester is. In eenige werken over de schilderkunstwordt gesproken van een gegraveerde plaat, verbeeldende de geschiedenis vanJudith, naar eene schilderij vanSebastien del Piombo. De HeerLacouren zijne vrienden teParijsen elders, hebben zich al veel moeite gegeven, om deze plaat op te sporen; doch zijn daarin tot nog toe niet geslaagd. Zoo gij somwijlen gelegenheid mogt hebben, Vriend! om dien aangaande iets te ontdekken, laat dezelve dan niet voorbijgaan, zonder ’er het meest mogelijke gebruik van te maken. Den achtingwaardigen eigenaar van het stuk daar door dienst doende, zult gij mij tevens veel vriendschap bewijzen. In eene geschiedenis van het Oude en Nieuwe Testament, (Histoire de l’Ancien et Nouveau Testament) langwerpig 4to5, staat ook een plaatje, waar van de teekening, hoewel op zich zelve niet veel beduidende, naar deze schilderij schijnt gevolgd. De zoon van bovengemelden HeerLacour, een bekwaam plaatsnijder, heeft dit stuk verkleind (want de figuren zijn weinig minder dan levensgrootte) geteekend, en is voornemens, om deze fraaije teekening eerstdaags in het koper te brengen. De HeerLacourde vader is thans bezig aan een groot stuk, verbeeldende een gedeelte van de kaai en haven vanBordeaux; het gezigt van den kantdes Chartronsgenomen. Het wordt zeer fraai en naauwkeurig geschilderd, en de huizen enz. op de plaats zelve uitvoerig geteekend;het laat zich reeds aanzien, dat deze schilderij wel beantwoorden zal aan den roem van den meester.’s Avonds ging ik weder in den groote Schouwburg, doch niet meêr in hetparterre; om doorTalmade OthellovanShakespearte zien spelen. Het is een van de rollen, waarin hij uitmunt,—nimmer zag ik hem beter;—welk eene woeste en afgrijsselijke houding,—en zoo ziet ’er toch een mensch, door woedende driften vervoerd, uit.—Hij deed mij somtijds ijzen, en eene koude rilling gevoelen6. Deze verdienstelijke schouwspeler brengt het in dit vak vooral al ongemeen ver. Zijne vrouw speelde ook goed voor de minnares, en eenvan Hove, tot dit Tooneel behoorende, voldeed wel in de rol van den Vader, en schijnt een goed schouwspeler te zijn; echter was hij niet zeer vast in zijn rol. In het begin was ’er door het gedrang in hetparterre, zoo een sterk geraas, dat de vertooning daar door tusschen beide werd verhinderd, zoo dat de vertooners een en andermaal moesten stilzwijgen, en dit is aan niets anders toe te kennen dan aan de verkeerde inrigting, die aan dat gedeelte der aanschouwers geen zitplaatsen vergunt. Naderhand werd het evenwel stilder.Talmaen zijn vrouw werden ongemeen sterk toegejuicht; een lauwerkrans, als het hoogste blijk van genoegen,werd op het tooneel geworpen, en deze beide vertooners met algemeene stemmen gevraagd7.Les trois Frères Rivaux8vanla Font, werd door deBordeauxscheschouwspelers ook vrij wel vertoond. Om meêr plaatsen te winnen, had men die van de muzijkanten voor de aanschouwers ingeruimd, en nog was het overal stikkend vol.Den 28 dezer, na bij den HeerLacournog eenige kunststukken en oude medailles, waarvan een gedeelte alhier omtrent de voorstadSt. Seuringevonden werd, gezien te hebben, ging ik met hem het Museum van Natuurlijke Historie, Schilderijen, Oudheden; enz, bezigtigen. Het behoort aan bijzondere personen, die het voor geld laten zien; doch daar de HeerLacourmet hun bekend was, kostte het ons niets. In eene ruime en fraaije zaal, waarin het licht van boven invalt, ziet men verscheidene schilderijen, waar onder eenige fraaije: op de lijsten van de meesten leest men den naam van den een of anderen voornamen meester. In dezelfdezaal ziet men eenige wapenen en andere werktuigen van zoogenaamde Wilden, eenige opgezette en in wijngeest bewaarde dieren, mineralen, enz. doch de opgezette dieren waren zeer door de mot beschadigd; twee mummien of gedroogde lijken vanTeneriffe, een groote oude lijkbus van gebakken steen, die teToulousegevonden was, eenige aardevaten der ouden, fraai gemaakt, en glad en blinkende, of zij verglaasd waren, enz. In een andere pot of lijkbus met een deksel, toonde men nog eenige half verbrande beenderen, die men zeide dat ’er in gevonden waren. Men liet ’er ook eenige traanflesjes (lacrimatoires) die hier omstreeks gevonden waren, zien; doch het geen ik bijzonder merkwaardig vond, was een genoegzaam vierkante steen, naar gissing omtrent 3 voeten hoog, en wat minder breed; op drie zijde was beeldhouwwerken basreliefvan eene goede teekening, verbeeldende de middelste en breedste zijdeJupiterenGanimedes, en de twee anderenJunoenLeda. De zoon van den HeerLacourheeft deze beeldtenissen geteekend en gegraveerd. Ik zend ’er u hier nevens een afdruk van. De trekken die gestipt zijn, heeft hij, als genoegzaam verwoest, bijgeteekend. Deze steen is pas omtrent drie weken geleden gevonden, bij het graven van een’ kelder voor een nieuw huis dat gebouwd wordt, ter zijde van het Hotèl van de voormaligeIntendance, en de straat genaamdrue des Fosses9de l’intendance. Men veronderstelt dat deze steen gediend heeft tot een piedestal van het beeld vanJupiter; hebbende de ruwe of onbewerkte zijde tegen den muur gestaan, misschien in den tempel vanJupiter, waar van ik hier voor gesproken heb. In vroegere tijden is hier, zoo als de naam van de straat nog aanduidt, een gracht geweest, en deze steen is daar welligt met andere afbraak in geworpen om dezelve te dempen. Het gemelde huis en kelder nog niet voltooid zijnde, zag ik daar nog verscheidene bewerkte steenen, half in den grond liggen; op sommigen was loof- en lijstwerk van een’ goeden smaak, doch ik zag ’er ook een, waarop eenige beeldtenissen waren, die ’er vrij Gothisch uitzagen. Alle deze steenen, geelachtig van kleur, behooren tot de soort, die men hier omstreeks en in de meeste steengroeven vanFrankrijkvindt, en doorgaans gebruikt wordt, om te bouwen. Oudheidkundigen zullen hunne gevoelens over den opgemelden steen denkelijk wel bekend maken.Oude steen te Bordeaux gevonden.Oude steen te Bordeaux gevonden.Verder gingen wij het kabinet van schilderijen van den HeerJournu-Aubertlid van deSenat Conservateurbezigtigen, in een huis niet ver van den grooten Schouwburg,Rue des Fosses du Chapeau Rouge. Vier stukken vanJoseph Vernet10,schilder van verscheidene Zeehavens enz. verdienen daar in bijzonder opgemerkt te worden; die meester heeft ze voor dit Kabinet, dat niet groot is, doch waar in men behalve deze nog verscheidene fraaije stukken ziet, geschilderd. De namen van vele voortreffelijke meesters zijn ook op de fraai vergulde lijsten te lezen.In dit zelfde gebouw, dat vrij groot is, ziet men ook eene danszaal, en eenige anderen daar bij behoorende vertrekken, op de wijze van een grot, aardig geschilderd en versierd. Deze plaats, waar van men vooral met den vasten-avondtijd (Carnaval) gebruik maakt, moet bij avond verlicht zijnde, geene onaardige vertooning maken. Men noemt dezelveFrascati.Na het middagmaal zag ik in de voorstad, achter deJardin Publicwandelende, aan het eind van dezelve een fraai lusthuis en tuin; een gedeelte daar van was afgezonderd, en diende thans om danspartijen en zoogenaamde landelijke feesten (Fètes Champêtres) te geven. Men noemde hetTivoli, alles omParijsna te apen, waar men ook zulk eenFrascatienTivoliheeft.’s Avonds ging ikau Théatre Français; men gaf ’er een nieuw stuk, dat niet veel beteekende, en eenander dat ik teParijsreeds gezien had. Hier betaalt men 15solsin hetparterre, dat ook slechts eene staanplaats is. Ondertusschen, daar de avonden lang beginnen te worden, zijn diergelijke plaatsen voor de vreemdelingen goed, om ’er een uurtje in door te brengen. Die vanBordeauxschijnen nog al liefhebbers van het Tooneel te zijn; doch naar ik vernam, bestaat hun uitspanning en pracht bijzonder in de goede sier, en het houden van maaltijden, als een blijk hier van onder anderen, vindt men in hun voornaamste Almanak (Calendrier de la Gironde) van het laatst afgeloopenFranschejaar, achter een lijst van de Departementale en Stedelijke Besturen, Regtbanken, Bankiers, Makelaars, Kooplieden enz. eene onderrigting, om eene tafel voor twaalf personen aanteregten (Instruction pour regler le service d’une table de douze couverts.) Nu het is hier ook in der daad een soort van luilekkerland, goed vleesch, vooral rund en schapen, haperen ’er niet, daarGascognenog al wat weiland oplevert, zoo min als versche zee- en riviervisch; de omstreken leveren ook onderscheidene soorten van wildbraad en tam gevogelte in menigte op, waarbij men veeltijds de beroemde truffels, die het naburig land vanPérigordoplevert, voegt;Perigueuxde hoofdstad van dat land is beroemd om de patrijzen-pastijen; en de wijn begrijpt gij dat bij dit alles niet hapert, hoewel de fijne en lekkere soort ’er gansch niet algemeen en bijna zoo duur is als bij ons. De wijn, dien men in de herbergen, zelfs in de voorname, gewoonlijkdrinkt, is maar redelijk; en als men een flesje extra wil hebben, moet men ’er al 4 of 5livresvoor neêrtellen, en dan heeft men nog van den allerbesten niet. Over het geheel zijn de levensmiddelen hier duur, zelfs houdt menBordeauxvoor de duurste plaats vanFrankrijk; het geen ik voornamelijk aan den overvloed van geld, die ’er althans in vredestijd plaats heeft, toeschrijf. Menschen, die rijk zijn, en het voornamelijk om lekker eten en drinken te doen is, zou men deze stad wel tot eene woonplaats kunnen aanraden.Den 29 dezer; daar men mij de Kerk der voormaligeCarthuizers, in een der voorsteden, als bezienswaardig had opgegeven, ging ik die heden bezigtigen. In het voorbijgaan zag ik die vanSt. Seurin, waarin steenhouwers, metselaars, en andere werklieden, drok bezig waren met dezelve op te gnappen; merkwaardigheden vond ik ’er niet. Het koor van deCarthuizerKerk is rondom van marmer; maar vooral verdient het schilderwerk van het gewelf in deze Kerk, om de aardige uitwerking die het maakt, bewonderd te worden; het bestaat slechts in eenig loofwerk enz. en boven het koor ziet men een koepel, rondom met glasramen; deze inzonderheid is zoo natuurlijk geschilderd, dat men zou meenen dat hij wezenlijk bestond.In het terug keeren las ik op den hoek van een straatrue plus de Rois, en op die van een anderenrue haine aux Tyrans. Gij begrijpt dat ’er deze opschriften van daag of gisteren niet gezetzijn. Thans is ’er ook een straat, die menrue Bonapartenoemt.Heden was het weder vrij zacht, anders hebben wij hier, hoewel op 44 graden, 50 minuten noorderbreedte, en pas in het begin van den herfst, al eenige dagen gehad, dat het ’s morgens en ’s avonds een weinig koud was.Onze landgenoot de Heervan Erichem, Doctor in de medicijnen alhier, onthaalde ons op een lekker middagmaal naar denHollandschentrant, waarbij zelfs watertongetjes, die zeer goed waren; die hupsche en vriendelijke man, welke hier reeds verscheiden jaren woont, en als een kundig Geneesheer bekend is, heeft echter nog veel van deHollandschegebruiken behouden, onder anderen is hij nog een groot liefhebber van de pijp, en zijne echtgenoote, hoewel eeneFransche, is redelijk genoeg, om zich hier na te schikken. DeFranschevrouwen zijn anders over het algemeen zeer tegen het tabak roken, en een pijp is genoeg, om haar een gezelschap te doen schuwen.Na den maaltijd gingen wij met den Heervan Erichemen zijne huisvrouw, den tuin achter het huis van den HeerGramont, een der voornaamste Kooplieden van deze stad, bezigtigen; dit huis is aangenaam gelegen aan het eind van de kaai, naar den kant van de scheepstimmerwerven. De tuin is niet onaardig, en gedeeltelijk in denEngelschensmaak aangelegd; een gemetseld grachtje met stil staand water, waarin eenige zwanen en eenden, loopt ’erdoor. Doch hij, dieHollandschetuinen en buitenplaatsen gezien heeft, vindt hier in ’t geheel niets bijzonders. In een klein park had men ook een paar reeën, en het geen vreemd was, een van de twee scheen zeer boosaardig, zoo dat, als ’er iemand in het park kwam, zij terstond naar hem toe liep; zij zette zich voor hem op de achterste pooten, en krabde met de voorste. De tuinman was ’er zelfs bang voor, doch wij wapenden ons ieder met een tak van een boom, na een paar slagen, stelde zij zich niet meêr te weêr, maar liet zich zelfs streelen.In het terug keeren, niet ver van daar op de kaai, toonde men mij het Vondelinghuis, ookl’Hôpital de la Manufacturegenaamd, het is een groot en aanzienlijk gebouw; ’s jaarlijks werden ’er doorgaans 400 à 500 vondelingen in gebragt; zij worden in een draaipoortje (tour) gelegd, en men waarschuwt door een bel die daar naast hangt11. Hoe zeer deze gestichten strekken ter voorkoming van afgrijsselijke misdaden, moet men toch bekennen, dat zij aanleiding geven, en een ruime deuropenzetten voor ongeregeldheden en liefdeloosheid; vooral bijFranschemoeders in voorname steden, welke zoo algemeen de afgrijsselijke gewoonte hebben, van hare zuigelingen, zoodra zij geboren zijn, van zich aftestooten, en aan vreemden buiten de stad, en dikwijls eenige uren van daar overtegeven, en dus de ongevoeligheid omtrent haar kroost al zeer ver hebben gebragt. Zulke moeders zien dikwijls eene henne met hare kiekens, en zij blozen niet.—Welke gevolgen moet dit voor het vervolg op de opvoeding, en dus ook op de Maatschappij, niet hebben? Diergelijke gebreken vindt men in menigte in die maatschappelijke inrigting, die men ons als zoo goed en zoo verkieslijk aanpreekt; en hij die zich durft vermeten, om ’er iets tegen te zeggen, wordt voor een Jacobijn of Filozoof, twee nieuwe scheldnamen, uitgedacht, om redelijke menschen hatelijk te maken, uitgekreten12.’s Avonds ziet men hier in de Koffijhuizen (waar onder ’er verscheiden, die zeer fraai en net zijn) veel bier drinken13. Het Hollandsen bier is hier ook bijzonder geacht; hier en daar leest men nogop de uithangbordenBierre de Hollande; en wij zelve maken ’er zoo weinig werk van, dat deze trafiek geheel in verval geraakt. Men maakt hier ook anijsdrank onder den naam vanAnisette de Bordeauxbekend; doch hij is op zijn best half zoo goed als onzeAmsterdamsche Anisetteuit hetLoosje, of vanFokke; dit bekennen deFranschenzelve, en maken van deAnisette, zoo wel als van deCurassau de Hollande14ongemeen veel werk, en wij laten die soort van goed uitFrankrijkkomen, en betalen het duur.Den 30 dezer, zijnde zondag, ging ik de groote misse in deSt. AndréasKerk hooren; ’er werd vrij goed gezongen, en het orgelmuzijk was zeer aangenaam; deze en eenige andere Kerken, die ik bezocht, waren tamelijk vol volk. Die vanBordeauxworden voor zeer gehecht aan den regeringsvorm, zoo als die voor de omwenteling bestond, gehouden, en zijn dus ook ijverige Roomschgezinden. Deze plaats zeer veel handel metEngeland, zoo wel als metHollanddrijvende, welke handel thans genoegzaam geheel gestremd is, kunt gij begrijpen hoe de Kooplieden gezind zijn; want de handel is hier even als in onze kooplieden de spil,waarop alles draait, en de handelgeest de voorname drijfveer van de bemoeijingen der meeste ingezetenen.Hier is ook eene school van Koophandel, (Ecole de Commerce) waar de gronden van den beoefenenden Koophandel onderwezen worden, benevens de Aardrijkskunde tot den koophandel betrekking hebbende, deszelfs regten en wetten, en de zedekunde van den Koopman. De lessen worden in het openbaar, en om niet (gratis) dagelijks, behalve op Zon- en Feestdagen, gegeven; en de onderwijzers zijnH. C. GuilleProfessor, enChalrettoegevoegde (suppléant).—Was dit voor ons geen voorbeeld ter navolging?De wallen van hetChateau du Haa, dat niet ver van deze Kerk gelegen is, zijn gesloopt, en sommige muren afgebroken; het ziet ’er dan hier door de puinhoopen enz. woest en onoogelijk uit. Het Kasteel zelf dient thans voor een gevangenis. Deze sterkte werd, benevensle Chateau Trompette, in 1451 of 1452 onderKarelde VII. gebouwd, en beide zijn in de geschiedbladeren vanFrankrijk, vooral met opzigt tot de burgeroorlogen, zeer bekend.Behalve deallées de Tourny, is ’er nog een lange regte en vrij breede straat, loopende van dePlace Nationale, tot voorbij deJardin Public, zij is aan beide zijde met boomen beplant, en dient ook voor eene wandelplaats; men noemt dezelvele Cours de Tourny. DeAllées de Tourny, hebben wel iets van deBoulevard du TempleteParijsin het klein; ’eris een kleine Schouwburg, Marionnetten, koorddansers of springers en andere spellen, waar men zeldzaamheden enz. laat kijken; de tweeEngelschenwelke een soort van geschubde huid hadden, en die ik reeds teParijsgezien had, waren thans ook hier. Ook zag ik ’er eene vrouw, van, naar het mij voorkwam, ruim 30 jaren, hebbende een’ zwaren baard van zes duim lengte, ongemeen sterke wenkbraauwen, en bijzonder op hare beenen zeer veel haar. Deze vrouw was nog maar vijf dagen geleden in de kraam bevallen, en het kind was ook op verscheiden deelen van het ligchaam met haar bewassen, had reeds bakkebaarden, en zeer zware wenkbraauwen; het was bruinachtig van vel, doch zag ’er anders zeer gezond uit. De moeder liet het zuigen, en ik verwonderde mij over de blanke borsten van die vrouw, waarop die rosachtige en grijze baard eene afzigtelijke vertooning maakte; over het geheel scheen deze vrouw niet kwalijk gemaakt, doch was zeer zwak van gezigt, en had behalve den baard, zeer onbevallige wezenstrekken. Ondertusschen heeft zij toch nog een minnaar in een oppasser of knecht gevonden; zoo vreemd en misselijk is somtijds de smaak der menschen. Volgens de bekendmaking, zou haar eenHollandschKoopvaarder uitNoorwegenmede gebragt hebben; ondertusschen sprak zij tamelijkFransch, en hare stem, zelfs in het zingen, was juist niet onaangenaam. Naast den kleinen Schouwburg is ook een huis, waar openlijk verscheidene soorten van dobbelspelen dagelijksgespeeld worden; men ziet ’er niet anders dan ambagtslieden, varensgasten, en diergelijke, tot den zoogenaamden lagen burgerstand behoorende; ook zag ik ’er verscheidene aankomende jongelieden; ’er was doorgaans veel volk. Ik herhaal het, hoe is het mogelijk, dat men zoo iets in eene geregelde maatschappij duldt?Na den middag ging ik naar eene soort van tuin, even buiten de stad, naar den kant van de voorstadSt. Seurin, men noemt dezelvePlaisance; ’er werd gedanst, en eenige spellen, zoo als in een molen draaijen, op een plank wippen, schommelen enz. gespeeld; doch door het gure en onaangename weder, was ’er niet veel volk.Voorleden Zondag had ik al hooren aankondigen, en aangeplakt gezien, dat men ’s avonds in het Marionnettenspel de Geboorte vanJ. Christuszou vertoonen, zoo als zulks toen ook geschied was, en heden avond moest hetzelfde weder plaats hebben; zulk eene zonderlinge vertooning willende zien, ging ik ’er heen. Men begon met den Engel, dieMariade boodschap bragt, vervolgens zag men de aankomst vanMariaenJosephaan de herberg, de Geboorte, de Wijzen uit het Oosten, den Kindermoord, de vlugt naarEgypten, enz. De toestel was voor zulk eene soort van vertooning nog al zoo heel slecht niet, maar de waard van de herberg, als eenFranschekok gekleed, en een Pastoor met een zwarte tabbaard aan en een vierkante muts (bonnet carré) op, kwamen ’er misselijk in.—Ineene plaats, waar men nog al werk van den kerkelijken eerendienst schijnt te maken, zulk eene onteerende vertooning—welke ongerijmdheid! Met dat al was ’er veel volk, en de meesten zaten met de grootste aandacht te kijken.—Wat zegt gij hier van, Vriend! zoudt gij zoo iets in deze tijden, en in een der voornaamste steden vanFrankrijkwel gezocht hebben?Den 1en October, voornemens zijnde om morgen niet den postwagen van hier opTourste vertrekken, had ik reeds voor eenige dagen plaatsen besproken; want men moet het thans op het laatst niet laten aankomen, omdat ’er al eenige nieuwsgierigen, om het aanstaande krooningsfeest te zien, op reis gaan.Niets willende overslaan, ging ik de vestingle Chateau Trompettegenaamd, ook van binnen bezigtigen, doch vond ’er niets merkwaardigs. Naar men mij verzekerde, bestaat ’er reeds sedert eenige jaren een ontwerp, om deze vesting geheel te slopen, den grond te doen bebouwen, en dit schoone gedeelte van de stad, alzoo aanmerkelijk uit te leggen.Daar het heden markt was op de plaats, bij de poortSt. Julien, ging ik daar henen, om de boeren vande Landes(heigronden)15welke op stelten loopen, te zien; digt bij de markt ontmoette ik’er een, zijne stelten waren zoo hoog, dat hij wel drie voeten van den grond verheven was16; en door de wijde schreden, die hij daar mede deed, vorderde hij zoo sterk, dat men hem op een drafje loopende niet bijgehouden zou hebben; hij had een’ langen stok in de hand, om zich te ondersteunen; sommigen, naar ik vernam, gebruiken die ook, om zittende op te rusten, doch dan is hij korter en met eenen platten knop ’er op. De kleeding van dezen man bestond in een kort kamizool van rooden stof, met mouwen tot op de hand, en een ander wat langer en wijder met mouwen tot aan de elleboogen, van bruinachtig grof laken of pij ’er over; hij had een plat gebreid mutsje op van bruine wol (berette) zoo als de boeren van het landschapBearn, waarvan ik reeds gesproken heb. Op de stelten stond hij blootvoets, en had om de beenen stukken schapenvel met de wol naar buiten, als een soort van slopkousen; in den winter of bij slecht weder, heeft hij ook een soort van overrok zonder mouwen van schapenvellen, met de wol naar buiten, aan. Onder aan hun stok en stelten is, in plaats van ijzer of koper beslag, een stuk van een ossenbeen gemaakt. Hunne haren kammen zij genoegzaam nooit uit, maar ontwarren die slechts met de vingeren,zij staan dan ook steil en als borstels van het hoofd af. De reden, waarom deze lieden op stelten loopen, is, om beter door de hoog en digt begroeide of zandige heiden, als mede over de sloten en groeven, die zich in hun weg opdoen, te kunnen komen, misschien ook om spoediger te vorderen; de herders17op deze stelten staande, kunnen ook hunne kudde beter overzien. Om de stelten aan te binden, gaan zij doorgaans in hunne hutten op een hooge kas of op den schoorsteenmantel, die vrij hoog is, zitten; en in het veld zijn zij dikwijls verpligt, wanneer ’er zich geen heuveltjes of diergelijken opdoen, om op een boom of struik te klimmen. Hunne vrouwen maken zich eene soort van hoog opstaande kap, van twee of drie doeken als servetten; twee punten daar van zijn van achteren bij elkander gespeld; zij hebben een kort jakje aan, van de een of andere grove stof; overigens zag ik aan hunne kleeding niets bijzonders18. Deze menschen, naar ik vernam, zijn even als de bewoners van de hoogePijreneën, het geen men ruw en onbeschaafd noemt, daar bij ook zeer bijgeloovig, zoodat men ze door een vertelling van weerwolven of spoken, ligter dan door geweld, zou kunnen verjagen;zij hebben ook hunne bijzondere zeden en gebruiken, doch zijn door de gemeenschap met de naburige steden, alwaar zij schapen, houtskolen, oesters19, wild, enz. ter markt brengen, veel verbasterd en bedorven. Zij staan in dit opzigt alzoo met de goede eenvoudige bergbewoners niet gelijk.Boeren van Landes.Boeren van Landes.Terwijl wij over de kleederdragt handelen, moet ik ook een paar woorden zeggen van die vrouwen en dochters alhier, welke tot de klasse der ambachtslieden, dienstmaagden, enz. behooren: zij onderscheiden zich, vooral wanneer zij uitgedoscht zijn, door zeer hooge mutsen, en dragen, even als onzeNoord-Hollandsche, eene menigte rokken over elkanderen. In het algemeen zien ’er de vrouwen hier vrij wel uit. Men ontmoet ’er ook op de wandel- en andere plaatsen, voor het openbaar vermaak geschikt, zeer vele gerijfelijke juffertjes, waar onder men ’er vindt, die ’er zeer bevallig uitzien, en de houding en kleeding van de zoogenaamde voorname vrouwen vrij wel weten na te volgen.Het getal der schoensmeerders, meestal aankomende jongens, was hier zoo groot, dat de Politie ’er voor de zeevaart, nog maar kort geleden, eenige honderden heeft doen oppakken.Daar deBordeauxschewijnen bij ons genoeg bekend zijn, zal ik mij niet ophouden, met u de soorten daar van optenoemen, maar alleen zeggen, dat die, welke menVin de Gravenoemt, en welke onder de meest geachtste soort behoort, dus genaamd wordt, omdat zij op eenen keizelachtigen zandgrond, die deFranschen Graviernoemen, geteeld wordt: de witte is het algemeenste, en wordt, benevens die vanSauterne, hoog geschat. Van de roodeMedoc-20wijnen, maakt men zoo wel hier als bij ons zeer veel werk, doch dat land zou al vrij wat grooter moeten zijn, om al de wijnen, die naar hetzelve genoemd worden, te kunnen voortbrengen; maar, zoo als ik reeds gezegd heb, de wijnen komen dikwijls met valsche doopceelen ter markt, en om dagelijks een flesje echtela Fitte,Chateau Margotof diergelijke, op zijn tafel te hebben, is een burgerstuivertje maar in ’t geheel niet toereikende. Gelukkig dat men buiten dien zeer wel gezond en vergenoegd kan zijn, en missen velen dat kostbare roode sap, zij kunnen daar door ook beter de roodejichtbaai (dat toch gansch geen aangename opschik is) missen. De wijnkoopers alhier schijnen vrij algemeen te gelooven, dat de adem van ziekelijke of ongestelde personen, schadelijk is voor den wijn, en laten daarom niet gaarne menschen, die ’er ongezond uitzien, en vooral geene vrouwen, in hunne pakhuizen, die menChaisnoemt.Van de openbare gebouwen sprekende, heb ik nog vergeten, om van de Kerk vanSt. Dominicusmelding te maken. Zij verdient inzonderheid om het fraaije beeldhouwwerk op den voorgevel (facade) wel gezien te worden; thans wordt zij, zoo ik meen,la Paroisse Notre Damegenaamd, en staat tegen over een straat, uitkomende aan deAllées de Tourny; van deze wandeling moet ik ook nog zeggen, dat zij genaamd is naar den Rentmeester (intendant)Tournyden vader, aan wien die vanBordeauxdeze wandelingen, en meêr andere aanzienelijke verbeteringen in hunne stad, verschuldigd zijn, en wiens nagedachtenis daar dan ook met reden in zeer veel achting is.Bordeaux, een der oudste en aanzienlijkste steden vanFrankrijk, was voorheen de Hoofdstad van de Provincie,la Guiennegenaamd, thans is zij het van het Departementde la Gironde, de naam van de rivier, welke voortgebragt wordt door de vereeniging van deDordogneen deGaronne. De bevolking van deze stad wordt op ruim 104,600 begroot; zij is aan den linker oever van deGaronne, omtrent 15 uren van de plaats, waar deGirondein zee valt,gelegen. Haar grondgebied is zeer uitgestrekt, doch naar evenredigheid niet bevolkt, door de moerassen, die ’er van het Noorden naar het Zuid-Oosten langs liggen. Sommigen willen den naam van die stad afgeleid hebben vanbord de l’eau, ofbord des eaux, (kant van het water) omdat zij aan den waterkant gelegen is. In oude tijden werd zijAquita, en daar naBurde Gallagenaamd.Deze stad heeft verscheidene beroemde mannen opgeleverd, waaronder de waarlijk grooteMichel Montaigne, hoewel niet inBordeauxzelve, maar op het KasteelEsquemin het naburig LandschapPerigordgeboren, vooral niet moet vergeten worden. Die kloeke wijsgeer was Maire van deze stad omtrent 1581, en stierf in 1592, in den ouderdom van ruim 59 jaren. Het kostelijke werk, dat hij onder den nederigen titel vanEssaisheeft geschreven, is u ongetwijfeld bekend21. Zulke mannen telt men toch maar weinig in de Geschiedbladeren.Over mijn herbergl’Hotèl des sept Frères, bijLangueron,petite rue de l’Intendance, was ik wel te vreden; het is ’er vrij zindelijk en gnap, en voorBordeauxgansch niet duur22.Gij bekomt nu niet eerder tijding van mij, Voor dat ik teParijsben.—Vaarwel!1En zekerlijk ging het hier nog op de zindelijkste wijze toe.2Het wonderbare staande horlogie.3Compèreis een medehelper van een goochelaar.4De Heervan Spaendonck, vanTilborggeboortig, verdient niet alleen de hoogachting derHollanders, omdat hij een van de weinigen is, die den oude roem en luister derNederlandscheschool nog op eene schitterende wijze staande houdt; maar ook om zijne hupsche en vriendelijke geaardheid en genegenheid voor zijne landslieden, zoodat men geene andere aanbeveling behoeft dan die van landgenoot, om door hem met vriendschapsbewijzen overladen te worden. Vaderlandsche jongelieden, zich in de schilderkunst willende oefenen, kunnen dan, wanneer zij teParijskomen, ook staat maken, dat zij door hem voortgeholpen zullen worden.5Daar ik slechts eenige bladen uit dit werk gezien heb, kan ik het niet beter aanduiden.6De kleeding vanTalmawas als naar gewoonte weder zeer naauwkeurig; zijn aangezigt was hoog bruin gemaakt, en hij had eenen veelverwigen tulband op.7Dit is een eerbewijs, dat men den schouwspelers inFrankrijk, als men wel over hen te vreden is, betoont. Het stuk geëindigd zijnde, schreeuwt hetparterre, bij voorbeeld:Talma! Talma!Het gordijn wordt dan weder opgehaald, de gevraagde persoon komt op, maakt eene buiging, en wordt door een sterk handgeklap en geroep vanbravotoegejuicht.8Zoo ik meen in onze taal overgezet, onder den naam vande drie Gebroeders Medeminnaars.9De straten die in deze stadFossesgenaamd worden,zijn voorheen de stadsgrachten geweest, die bij het uitleggen van dezelven zijn gedempt geworden.10Joseph Vernetwerd teAvignonin 1712 geboren, en stierf teParijsin 1785. Hij heeft veel geschilderd, ende platen van zijneFransche Zeehavens, en andere gezigten, zijn zoo algemeen bekend, dat het onnoodig zal zijn, om eene afteekening van die, van deze stad of vanMarseilleenToulonhier bij te voegen.11Een menschenvriend en achtingwaardig Roomsch Priester,Vincent de Paulgenaamd, was de stichter van deze en diergelijke huizen inFrankrijk, omtrent het midden van de 17de eeuw. Voor dien tijd verkocht men teParijsde vondelingen in de straat vanSt. Landry, voor twintigsolshet stuk, of men gaf ze, let wel, uit barmhartigheid, aan zieke vrouwen, om haar de melk aftezuigen.12DeEngelschennoemen immers, in sommige van hunne dagbladen, denFranscheKeizerNapoleonun Empereur Jacobin,—welke onregtvaardigheid!13De meeste Koffijhuizen zijn in de wijkdu Chapeau Rouge, bij de alleën deTourny, den Schouwburg, enz. Een is ’er ook op de kaai over de beurs, dat van achteren aan het water uitkomt, zoo dat men ’er een alleraangenaamstgezigt heeft; ik ging ’er daarom dikwijls een kop koffij naar het middageten gebruiken.14TeParijszelfs leest men op sommige uithangborden en aankondiging-celen—Curassau et Anisette de Hollande.15Het Departement, het welke aan dat vande Girondegrenst, wordt ookDepartement des Landesgenaamd.16De herders met hun vee in de heide zijnde, hebben dezelve, naar men mij verzekerde, somtijds tot vijf voeten toe; te weten de klampen daar zij op staan, zijn zoo hoog van den grond af.17De schapen- en veehoederij is het voorname bedrijf van deze lieden.18Daar de kleeding van die lieden, en bijzonder die der mannen, zeer ongemeen is, zend ik u daar van eene naauwkeurige afteekening.19De oesters, die omstreeks deze stad gevonden worden, zijn zeer beroemd, vooral die, welke men groene noemt; deFranschen, om eens ter deeg te smullen, nemen dezelve voor hun ontbijt, en drinken ’er dan witten wijn,de GraveofSauternebij, en zulk een ontbijt vind ik ook zeer wel, om te gebruiken. De oesters vanMedocwaren zelfs ten tijde van deRomeinenal beroemd, en werden, volgensAusonius, zelfs teRomeop de Keizerlijke tafels voorgezet.20Die landstreek een uurtje benedenBordeauxbeginnende, strekt zich verder langs den linkeroever van deGaronneenGirondeuit, en het is naar den kant van die rivieren, dat zij het vruchtbaarste is.21Thans bestaat ’er eeneStereotypeuitgave van hetzelve in 4 Deelen in 12mo, welke men bijDidotteParijs, voor den ongemeen matigen prijs van 8francskoopt.22Le grand Hotèl des Ambassadeursende Franklin, beide in de laanCours du Jardin Publicgenaamd, zijn van de voornaamste en aanzienlijkste; naar ik vernam ismen ’er ook zeer goed, doch het is ’er duur. Als een van de tweede klasse, genoegzaam in den smaak van dat dersept Frères, meen ik ookl’Hotèl des Asturies Fosse de l’Intendancete mogen aanprijzen.
Van het aardsche goed is het beste een goede huisvrouw.Eene slechte, het bitterste kruis van het menschelijke leven.
Van het aardsche goed is het beste een goede huisvrouw.Eene slechte, het bitterste kruis van het menschelijke leven.
Van het aardsche goed is het beste een goede huisvrouw.Eene slechte, het bitterste kruis van het menschelijke leven.
Van het aardsche goed is het beste een goede huisvrouw.
Eene slechte, het bitterste kruis van het menschelijke leven.
Twee en Twintigste Brief.Bordeaux 25 September.’s Morgens van den 23 dezer wandelde ik langs de kaai van den eenen kant tot den anderen, dat een frissche kuijer is1. Men ziet daar een menigte gnappe gebouwen; maar het geen mij inzonderheid vreemd voorkwam, waren de menigteHollandscheopschriften op uithangborden enz. als: Allerhande soorten van Scheepsbehoeftens; N. N. Schoenmaker maakt en verkoopt, enz. Verwer en Glazemaker en dergelijke. Voorheen zag men hier dan ook een groote menigte van onze Vaderlandsche varensgasten; thans zijn het meestalAmerikanen,Deenen,Zweden, enPruisschen. De schepen die ’er in menigte op stroom lagen, voerden ook die vlaggen, en waren daar mede, wijl het Zondag was, bijzonder opgesierd. De kaai maakt, zoo alsik u reeds gezegd heb, genoegzaam een halven cirkel, te weten van het eene eind tot het andere, zoo ver ’er huizen staan, en de vestingle Chateau Trompettegenaamd, ligt omtrent in het midden van dezelve. Hier omstreeks stond een tempel door deRomeinengebouwd, en aan de beschermgoden gewijd; dit gebouw moet eenige overeenkomst gehad hebben met den tempel vanCajus CæsarteNismes, waar van ik, daar zijnde, melding maakte. Ten tijde vanLodewijkden XIV. bestond ’er nog een groot deel van dezen tempel, omringd van 18 kolommen, welke van de 30, zoo men meent, staande waren gebleven; en deze geweldenaar, waarschijnlijk ter bereiking van zijne krijgs- en eerzuchtige oogmerken, deed deze merkwaardige gedenkteekens der oudheid sloopen, om de voornoemde vesting te vergrooten, het geen volgens het bestek van den vermaarden vesting-bouwkundigende Vaubanwerd uitgevoerd.Van hier gingen wij naar de voorstadle Chartrongenaamd, waar vele voorname kooplieden in fraaije gebouwen wonen, en vervolgens in de Protestantsche Kerk, staande aldaar in een straat genaamdrue notre Dame au Chartron. Men gaat ’er door een gangetje in, want de Protestanten hadden deze Kerk reeds voor de omwenteling; op zich zelve is het een eenvoudig maar net gebouw, ’er zijn galerijen en een orgel in, en de gemeente was vrij talrijk; ik begrootte ze op 4 à 500 menschen; de Predikant deed een eenvoudig zedelijk vertoog; dochhad vrij sterk deGasconscheuitspraak (l’accent Gasçon). Op deze Kerk zag ik ook een torentje met een klok, welk een en ander ’er zekerlijk na de omwenteling eerst opgekomen is. De gemeene wandeling,le Jardin Public, voorheenJardin Royal, ookle Champ de Marsgenaamd, is niet ver van hier. Deze wandelplaats, met regte lanen beplant, waar van de boomen over het algemeen gansch niet weelderig staan, en daar bij hier en daar nog geschoren zijn, is vrij ruim, met muren en ijzer hekwerk omringd; beelden heb ik ’er niet ingezien, en eenige overdekte steenen galerijen aan de zijde zijn het eenigste sieraad; althans deze zoogenaamde tuin beantwoordde in ’t geheel niet aan het denkbeeld, dat ik ’er mij naar denFranschenophef van gemaakt had, en gelijkt niet naar onzenHaarlemmer Hout, of hetHaagsche Bosch2. ’Er is een laan, waarin vooral heden met de Zondag nog al verscheidene opgeschikte menschen, op en neder wandelden. Men verhuurt hier ook stoelen, en ter zijde staat eene nette houten loots, waarin men koffijhuis houdt.Na den middag onze wandeling vervolgende, bewonderde ik vooral dat gedeelte, waar de groote Schouwburg geheel op zich zelven staat, en van waar men verder door een breede met fraaije huizen bebouwde straat, langs de beurs op de kaai komt. Men noemt deze wijk, die met de bijgelegenalléesde Tourny, de schoonste is, die ik inFrankrijkgezien heb (althans naar mijn zin)le Quartier du Chapeau Rouge3. De plaats achter de beurs op de kaai, werd voorheenla place Royale4genaamd; omdat de stad, in het midden van dezelve, omtrent de eerste helft van de vorige eeuw, ten haren koste het beeld van den KoningLodewijkden XV. te paard zittende, en van metaal gegoten, deed oprigten. De fraaije vleugels van de beurs, aan den eenen, en van het tolhuis aan den anderen kant, maken de twee zijden van deze plaats, thansla place de la Liberté5genaamd, uit.Het inwendig gedeelte van de oude stad, ziet ’er gansch niet bevallig uit: de straten zijn ’er veelal naauw en krom, behalve die, welkeles fosses des Salinières,de la Communeetc.genaamd wordt. Deze zijn breed en met boomen beplant. Aan het Stadhuis, dat in dezelve staat, is niets bijzonders te zien. Daar over is de halle of groote markt. De nieuw aangelegde straten, diele Cours Messidorenle Cours Thermidorgenaamd worden, zijn ook fraai, regt, breed en met boomen beplant, en het plein dat menPlace Nationalenoemt, is ruim en rondom regelmatig gebouwd.Bordeauxbevalt mij dan wat het plaatselijke aanbelangt, meêr danMarseille, dat de eenigste van deFranschesteden is, die ik gezienheb, is, waarbij zij kan vergeleken worden; hoewel de laatstgenoemde over het algemeen, niet minder regelmatig bebouwd is. Ik zal u een nieuw plan van deze stad trachten te doen toekomen; ’er zijn verscheidene nieuwe straten in hetzelve geteekend, die men voornemens schijnt, om te maken; als dat werk geheel voltooid is, en men in de oude stad ook wat verbeteringen heeft gemaakt, zalBordeauxal een zeer fraaije stad zijn. Orde en netheid heerschen hier ook meêr dan in zoo vele andere plaatsen, die ik op deze reis gezien heb, en het is duidelijk te bemerken, dat deze hier zoo wel als teMarseilleeen gevolg zijn van den omgang met vreemdelingen door den handel, en van de bloei en welvaart, die deze aanbrengt.’s Avonds ging ik in den sedert de omwenteling nieuw opgerigten Schouwburg,le Théatre Françaisgenaamd, staande niet ver van deplace Nationale. De bouworde beviel mij niet zeer, zijnde dit gebouw, tusschen twee straten staande, zoo dat de voorgevel op den hoek tusschen beide komt, van voren smal en van achteren breed; maar zich naar de plaats moetende schikken, heeft men dit waarschijnlijk niet wel anders kunnen maken. Van binnen is het met smaak gemaakt. De schermen (decorations) waren ook zeer voldoende. Ik zag ’er een paar kluchtjes, die men teParijsop hetThéatre de Montansiergeeft, eeneArmantaapte daar in den befaamdenBrunet6na. Men eindigde meteenPantomime à grand Spectacle7. De beste vertooners op dit tooneel, waren niet meêr dan middelmatig, Bijna schuins over dezen Schouwburg is een andere plaats voor het openbaar vermaak gebouwd en deVauxhallgenaamd; men geeft ’er bals, vuurwerken, enz. Door den sterken regen was ’er heden niets van belang te doen.Den 24 dezer ging ik mijne krediet- en aanbevelingsbrieven overhandigen, en was verwonderd van deftige kooplieden in naauwe en donkere straten, waar zij woonden, te moeten opzoeken; in een derzelvenla rue de la Roussellegenaamd, en daar omstreeks, rook het al zeer onaangenaam, door de menigte gedroogde labberdaan en andere visch, alsmede kaas en olij, die daar bijna huis aan huis verkocht werd, en waarmede geheele pakhuizen waren opgevuld. De uitwaseming van deze waren schijnt echter niet ongezond, maar integendeel een behoedmiddel tegen aanstekende ziektens te zijn; want men heeft meêr dan eens opgemerkt, dat ten tijde dat ’er besmettelijke krankheden in deze stad plaats hadden, deze wijk daar van bijzonder bevrijd bleef. Zoo is alles, wat wij onaangenaam vinden, nietniet schadelijk, even zoo min als alles wat aangenaam genoemd wordt, voor ons nuttig is.Thans was het op deFosses des Saliniereszeer drok; men hield ’er markt van oude kleederen en andere waren. Een soort van kwakzalver en kwakzalveres, die ik daar zag, waren al zeer wonderlijk toegetakeld. De vrouw in eene misselijke gegalonneerde Amazone kleeding, zat op een klein paardje, aan beide kanten van het zadel hingen omtrent een vijf en twintig gedroogde ratten, en op de kop van het paard, zat een levendige sperwer. De man, die voor het paard staande, op den trommel sloeg, zag ’er ook niet alleen wonderlijk in de kleederen uit, maar had om den bol van zijn’ hoed een’ krans van overeind staande gedroogde ratten; boven op dezelve eene gedroogde zeeschildpad, en daar op de gedroogde muil van een’ grooten visch, waarin eene opgezette aap zat; en wat denkt gij dat die lieden te koop veilden?—Middelen om ratten, muizen en wandluizen te verdrijven. Hunne vreemde opschik trok een menigte volk, en zij bragten daar door van hunne waren, die denkelijk niet veel beteekenden, nog al wat aan den man. Zoo draagt de eene mensen een’ krans van gedroogde ratten op het hoofd, en een ander weder iets anders; alles met oogmerk, om met de dwaasheid van het volk voordeel te doen. Nu zoo deze middelen tegen de ratten en weegluizen niet veel baten, misschien schaden zij ook niet; doch ik heb mij verwonderd, dat de Politie, die anders inFrankrijkover het algemeenvrij naauwkeurig en oplettend is, geen strenger maatregelen gebruikt tegen die groote menigte kwakzalvers en marktdoctoren, die zich met de geneeskunde bemoeijen, overal openlijk hunne gewaande algemeene geneesmiddelen uitventen, en hunne kunsten zelfs met gedrukte billetten bekend maken; als ook, dat men het trekken van horoskopen, waarzeggen, in de hand kijken, kaart leggen, enz. niet belet. Dit ziet men haast op alle plaatsen, en inzonderheid ook teParijs, openlijk langs de straten; en niet alleen het zoogenaamde gemeen, maar zelfs zoogenaamde voorname of fatsoenelijke lieden, houden zich daarmede bezig, en hij, die met verscheidene Godsdienst-stellingen den spot drijft, slaat geloof aan de ellendige sprookjes van een oud wijf, of de gewaande voorspellingen van een’ Astrologist, die zich beter verstaat op het beurzensnijden, dan op de sterrekunde.—En dit heeft plaats onder deze, zich zoo bij uitnemendheid verlicht noemende,Franschen, en die het ontegenzeggelijk ook wat de kunsten en wetenschappen aangaat, al zeer ver brengen.Wat verder stond een liedjeszanger, die ’er onder anderen een zong, dat nog al aardig was. Over de tegenwoordige kleederdragten handelende, kwam ’er in, dat, indien de broeken van de mans nog hooger werden, men daar wel dra mouwen aan zou moeten zetten, en zoo de lijfjes van de vrouwen nog korter moesten worden, zij weldra genoodzaakt zouden worden, om de rokken over de schouderente dragen. In diergelijke aardigheden moet men bekennen, dat deFranschenandere volkeren aanmerkelijk overtreffen. Onder hunne volksliedjes zelfs van jaren herwaards, zijn al zeer aardige en vol geestige trekken; ’er zijn aanmerkelijke verzamelingen van gedrukt, en sommige dier werkjes worden, wanneer zij op verkoopingen voorkomen, duur betaald.DeSt. Andréasof Hoofdkerk (Eglise de St. Andrée), is een groot Gothisch gebouw, en pronkt met twee vrij hooge spitse torens, waarin geen klokken hangen, aan den eenen kant. Aan den anderen schijnt men ’er ook twee te hebben willen maken, en op een van die begonnen torens, hangen eenige klokken; deze kan dan eenigzins als een derde toren worden aangemerkt, het geen aanleiding geeft tot eene nog al aardige woordspeling:l’Eglise de St. Andrée, zegt men,à trois clochers, et deux cens (deux sans) cloches8. Die dit pas hoort en hier onbekend is, verwondert zich niet weinig over zulk een groot aantal klokken. Ik zelve was ’er ook mede bedrogen, en meende in het eerst, dat het een klokkespel was, waarbij een meenigte kleine klokjes waren, en dan zou het eene dubbele merkwaardigheidgeweest zijn, want zoo algemeen als de klokkespelen bij ons zijn, zoo zeldzaam treft men die inFrankrijkaan; en ik herinner mij niet van ’er op deze gansche reis vanParijsaf9een gehoord te hebben. Inwendig zag ik niets bijzonders in deze Kerk; men was bezig met dezelve op te maken; ’er lagen hier en daar verscheidene grooten roode marmeren kolommen, naar ik vernam, waren zij afkomstig uit een in de omstreek afgeschaft Klooster of Abdij, en moesten dienen, om deze Kerk mede te versieren.Het voormalig Aartsbisschoppelijk Paleis staat digt bij deze Kerk, en is een grootmoderngebouw, met een ruim voorhof (basse cour) en ijzer hekwerk. Mij kwam het niet zeer merkwaardig voor. Bij het afbreken van het oude paleis, dat een fraai Gothisch gebouw moet geweest zijn, heeft men veel overblijfsels van een’ ouden tempel gevonden, welke deskundigen meenen, dat aanJupitertoegewijd was, zoo als stukken en brokken van geribde kolommen, kapiteelen volgens de Corinthische bouworde, fraai gebeeldhouwd lijstwerk,basreliefs, enz.De Aartsbisschoppelijke tuin, die vrij groot was, plagt ook voorheen ten algemeene wandeling te verstrekken, en was zeer lommerrijk; doch dat is ook al veranderd. Thans wordt dit Paleis door den PrefectCharles de la Croix, voorheenFranscheMinister inden Haag, bewoond. En de tegenwoordige Aartsbisschop vanBordeauxheeft een andere woning.DeSt. MichielsKerk verdient, om zijn Gothische bouworde bijzonder gezien te worden. De toren staat ter zijde een eindje van de Kerk af, op dezelve plagt een zeer hooge en fraaije spits te staan, (men zegt dat zij hooger was dan die vanStraatsburg) en dit ontzaggelijk gevaarte werd in 1767 door een orkaan ter nedergeploft, het geen een vreesselijken slag veroorzaakte; gelukkig echter is ’er niemand onder verongelukt. De muren van het koor zijn zeer zigtbaar binnenwaarts gebogen; men had ’er een dwarsbalk tusschen gezet, om ze te schragen, zoo dat dit gebouw al vrij bouwvallig wordt.Aan het bezigtigen der Kerken zijnde, ging ik verder van hier een lange straat, zuid-oostwaards, door, tot aan de Kerk van het heilige kruis; tot eene Abdij van dien naam behoord hebbende. Volgens de bouworde van den voorgevel te oordeelen, schijnt zij zeer oud te zijn. De toren was ook waarschijnlijk hooger. Inwendig was het nog al netjes opgegnapt, doch merkwaardige schilderijen, beeldhouwwerk, zag ik ’er niet. Een levensgrootChristusbeeld aan het kruis hangende, trok echter mijn aandacht; men had het eene soort van zijden damasten japon met groote gekleurde bloemen aangetrokken; ik had dat hier en hier omstreeks al meêr gezien, doch deze door de sterke kleuren, en in ’t licht geplaatst, viel bijzonder in het oog. Voor iemand, die daar niet aan gewoon is, maakt dit eene misselijke vertooning. Dat de Roomschgezinden een kruis, en sommige andere beelden in hunne Kerken plaatsen, kan ik als overeenkomstig met hunne leerstellingen, zeer wel toegeven. En ik heb van hunne Kerken gezien, waar de beelden zoodanig gemaakt, en op zulk eene wijze in geplaatst waren, dat zij daar door, en door de verdere wel ingerigte versierselen, wezenlijk een deftig aanzien hadden. Doch verstandige Geestelijken moesten mijns bedunkens niet dulden, dat men door het plaatsen van gedrogtelijke poppen, aanleiding gaf tot spotternij; hier onder behooren ook die gekroonde met allerlei stoffen behangen, en wonderlijk opgeschikte lieve vrouwenbeelden; immers deze beeldtenis is geheel niet overeenkomstig de geschiedenis, maar behoorde eene aanminnige en teedere moeder, in een zedig gewaad te verbeelden, en zulk een beeld natuurlijk gemaakt, best van wit marmer of hout, het marmer na bootsende, moet ieder een van welke Godsdienstige begrippen hij ook zijn moge, natuurlijker wijze met genoegen zien. Vele anderzins redelijke en achtingwaardige Roomsche Geestelijken, loopen diergelijke min of meêr aanstootelijke ongerijmdheden,minder in het oog dan ons, omdat zij ’er van hunne jeugd af aan gewoon zijn; maar ik ben verzekerd, dat, als zij ’er bedaard en onpartijdig over denken, zij zullen moeten bekennen, dat ik gelijk heb, en dat vooral onze eeuw zulke en diergelijke verbeteringen, volstrekt noodzakelijk maakt. Gij ziet, Vriend! dat ik u mijne invallen onder het schrijven of beschouwen getrouwelijk mededeel. Komt ’er zoo al eens wat in voor, dat u van geen belang is, de vrijheid om het ongelezen te laten, kan, noch wil ik u betwisten. Het geen de Kerken aanbetreft, ditmaal voor afgehandeld houdende, zal ik van het stuk van het ware kruis, (Morceaux de la vraie croix) dat in deze laatstgenoemde Kerk vertoond wordt, niet spreken.In de voorstadSt. Seurin, ziet men nog de overblijfsels van het oude Amphithéater vanBordeaux, verkeerdelijkle Palais Galliengenaamd, omdat het onder de regering van dien Keizer, zoo men meent, doorPivesuvius Tetricus, toen ter tijd Prefect vanAquitania, waar van men meent, datBordeauxde hoofdstad was, is opgerigt, omtrent het midden van de derde eeuw der Christelijke jaartelling. Thans kan men ’er de gedaante niet meêr van erkennen, en al wat ’er nog van bestaat, is een klein gedeelte van den muur, die het omringde, en waarin eenige boogsgewijze openingen (portiques); eenige vervallen gewelven en een poort of hoofdingang, welke laatste wel het voornaamste is van die merkwaardigeoudheid; naar ik vernam, werd deze grond eenige jaren geleden verkocht, en een groot gedeelte van de overblijfsels van het Amphithéater weggebroken; deze verwoesting is echter door de regering gestuit, en het verdere afbreken verboden. Ondertusschen zijn ’er eenige huizen in en tegen gebouwd, en deze met de vervallen muren en puinhoopen misselijk door elkanderen staande, leveren niet anders dan eene onbevallige vertooning op, en ik verwonderde mij zeer, dat hier, waar men zich met het verfraaijen en verbeteren der stad veel schijnt te bemoeijen, en waar de goede smaak ook niet moet ontbreken, tot nog toe niet gezorgd is, om aan dezeRomeinscheoverblijfsels een bevalliger aanzien te geven; het geen niet moeijelijk zou zijn, wanneer men ’er een’ tuin van maakte, en naast deze oude muren eenige Italiaansche populieren, cypressen- en accacia-boomen plantte; niet langs de lijn of op eene stijve en regelmatige wijze, zoo als deFranschengewoon zijn, maar als of zij door de natuur zelve daar waren gesteld.Dit Amphithéater, dat ook welles Arénesgenaamd werd, diende hoogstwaarschijnlijk tot hetzelfde gebruik als dat vanNismes; doch het is niet als dit geheel van gehouwen steen, maar van gebakken en kleine gehouwen steenen gebouwd; deze zijn laagsgewijze regelmatig op elkanderen gesteld, en met een soort van kalk of cement bevestigd; de gebakken steenen hebben eene andere gedaante dan die welke wij gebruiken, en gelijken meêr naar onzeroode vloertegels10. In eene vorige heb ik reeds van dat soort van steenen gesproken, en het schijnt, dat de inwoners van deze landstreek, te wetenle haut LanguedocenGascogne, nog deze wijze van de gebakken steenen te vormen van deRomeinenhebben behouden.De straat van de plaats, aan het eind van de lanen vanTournytot bij het Amphithéater, is vrij breed, en genoegzaam lijnregt, en wordtrue Fondaudegegenaamd; aan het eind van dezelve is men digt bij deJardin public.Hoewel het middagmaal in mijne herberg wel beviel, ging ik heden voor de verandering bij eenen zoogenaamdenrestaurateur11, die men hier op dezelfde wijze als teParijsvindt, eten. De verteringkwam al op hetzelfde, als aan de gemeene tafel in mijne herberg, uit.’s Avonds ging ik in hetThéatre de la Gaité, waarMajeurmij door zijn grappen nog al deed lagchen. Dat kleine Schouwburgje bevalt mij wel, vooral omdat ik hier, moede gewandeld zijnde, kan uitrusten; want men zit ’er in hetparterreeven eens als teParijs. De prijs is zeer redelijk, en de vertooningen niet onaardig zijnde, trekt dit Tooneel veel volk.Den 25 dezer. In de herberg had men mij naar mijn paspoort gevraagd, om hetzelve bij de politie te vertoonen, en het daar te laten teekenen. De bediendens uit de herbergen zijn met de bezorging daar van belast, men geeft hun die, en zij bezorgen dezelven, wanneer zij ze niet verliezen, wederom. Ik verkoos zelf mede te gaan, en zou zulks ieder reiziger aanraden; want meêr dan eens ben ik getuigen geweest van de moeite en onaangenaamheden, welke men heeft, als men zijn paspoort kwijt is. Men betaalt hier 5solsvoor het teekenen, het eerste geld, dat men ’er mij sedertParijsvoor heeft afgenomen, hoewel ik het betalen van deze kleinigheid, niet onredelijk vind, daar men toch ten dienste van de vreemdelingen eenige onkosten moet doen, maar dat men teParijsalleen voor de handteekening van den Minister der Buitenlandsche Zaken,Talleyrand, dienende om die van de Ambassadeurs te bewaarheden, £ 10–:–: moet neêrtellen, vindt ik niet billijk, en vooral nietvoor eeneCarte de Sureté12inParijszelve moetende dienen, omdat deze stad een groot deel van zijn bestaan aan de vreemdelingen verschuldigd is. Men zegt, dat de Ambassadeurs zich reeds meêr dan eens hier over bezwaard hebben, doch te vergeefsch.Ik hoop, dat men toch bij ons wederzijds zal handelen.De Beurs schijnt inwendig pas nieuw opgemaakt. Het plein, waar de Kooplieden dagelijks verzamelen, is overdekt, en het licht valt ’er van boven door eene zoogenaamde lantaarn; men klaagt dan ook, dat het ’er in den zomer zeer benaauwd zijn kan. Rondom aan den muur leest men de namen van verscheidene landen, alsla Chine,l’Angleterre,la Hollande, enz. De Kooplieden zich bij deze teekens plaatsende, vinden elkander daar door te gemakkelijker. Rondom de verzamelplaats voor de Kooplieden is eene gaanderij, waarin veelerlei soorten van winkels of kramen staan. Bij een prentenkoopman aldaar, zag ik eenige plaatjes zoo zonderling geplaatst, dat ik niet wel denken kan, dat zulks slechts bij geval was; boven eene afbeelding, waaropLodewijkde XVI. en zijne nabestaanden verbeeld werden, hingen de afbeeldingen van de nieuwe Keizer en Keizerin, en daar bij een ander prentje met een treurwilg, waar onder geschreven stond:le saule pleureur.Schouwburg van Bordeaux.Schouwburg van Bordeaux.Boven deze gaanderij zijn eenige andere vertrekken, zoo als de regtbank voor den koophandel (Tribunal de Commerce) wij zagen ’er eenEngelscheprijs bij openbare veiling voor eene som van 36,000francsverkoopen; deze verkooping geschiedde bij het uitbranden van de kaars13, en werd door eentrompetter aangekondigd. Achter de beurs op de kaai staan doorgaans een menigte sleden, ieder met twee ossen bespannen, waarmede hier de koopmanschappen in en uit de pakhuizen gevoerd worden. Onder deze ossen vindt men ’er, die al vrij groot zijn; genoegzaam alle zijn zij rood, en trekken met den kop, de horens dikwijls zeer lang zijnde, worden aan den kant, waar zij met de koppen tegen elkanderen zijn gespannen of gebonden, afgezaagd. Het nommer van de slede hebben zij op een blikken plaatje voor den kop.De groote Schouwburg, zoo als ik u reeds gezegd heb, in de wijkdu Chapeau Rouge, en niet ver van de beurs staande, is het meesterstuk van bouwkunde van den vermaarden bouwmeesterLouïsen wordt voor een der fraaiste, grootste en prachtigste Schouwburgen vanEuropagehouden. Dit gebouw bevat een Tooneel- en een Concertzaal. De voorgevel (péristile) bestaat uit twaalf Corinthische kolommen, op de lijst boven ieder derzelven staat een beeld, zoo als gij op de naauwkeurig geteekende afbeelding, die ik u zal doen toekomen, zult zien. Ter zijde zijn gaanderijen, waar onder verscheidene kooplieden en kramers hunne onderscheidene goederen in daartoe gemaakte kramen of winkels uitstallen. Dit schoone gebouw is van gehouwen steen, staat geheel op zich zelve, en maakt eene zeer fraaije vertooning. Inwendig beantwoordt het ook zeer wel aan de verwachting, die men ’er zich door het uitwendige van gemaakt heeft. Menin een ruim en prachtig voorportaal, en hier bewondert men een’ breeden en groots gebouwden trap, waarmede men naar de gaanderijen, loges enz. gaat; het licht valt hier op door een lantaarn in het dak gemaakt, en geeft aan dit alles een luisterrijk aanzien; hoewel mij dunkt, dat terwijl onze tooneelen tot nog toe, zoo wel zomers als ’s winters door kaars- of lamplicht verlicht worden, men beter zou doen, van alle de toegangen tot hetzelve insgelijks door kaarsen of lampen te verlichten, om daar door het treffend onderscheid tusschen het dag- en kaarslicht, en de onaangenaame gewaarwording daar door bij het inkomen der Schouwburgzaal veroorzaakt, zoo veel mogelijk te matigen. De plaats voor de aanschouwers geschikt, heeft de gedaante van een cirkel, van omtrent 60 voeten middellijns (diameter), omtrent het vierde deel afgesneden door het Tooneel. Zij is door 12 op zich zelve staande kolommen van gemengde order (l’ordre composite) omringd. De tweede en derde loges alsbalconstusschen deze kolommen gemaakt, bevielen mij niet, omdat men uit die, welke bij het tooneel zijn, niet goed moet kunnen zien, en omdat ’er door deze inrigting veel plaats verloren gaat. Het platfond is fraai geschilderd14, ik meen doorRobin. Degeheele zaal is met smaak versierd en verguld; doch naar de uitwendige gedaante te oordeelen, had ik haar nog grooter verwacht; men verzekerde mij, dat ’er niet meêr dan 2200 aanschouwers in geplaatst kunnen worden. In hetparterrekan men ook niet zitten; men betaalt in hetzelve en op de bovenste galerij £ 1–2-: en voor de plaatsen in het orchest de eerste galerij enz. £ 3–6-:—Het was ’er heden zeer vol; wantTalmaen zijne vrouw speelden ’er inHenry VIII. ou la mort d’Anne Bouleyn, Treurspel vanChenier, hoewel het beste niet, dat hij gemaakt heeft. De kleeding van MadameTalmawas ook zeer naauwkeurig, waaromtrent deFranscheActrices anders dikwijls zondigen, vooral als de kleeding, zoo als zij in het stuk te pas komt, niet bevallig genoeg naar haar zin is. Dit Treurspel werd over het algemeen vrij goed gespeeld, enTalmaen zijne vrouw zeer sterk toegejuicht; doch het geraas, dat ’er door het vreesselijk gedrang in hetparterreplaats had, was dikwijls hinderlijk. Ik had mij daar ook geplaatst, maar was ’er gansch niet op mijn gemak. Na het Treurspel vertoonde men ’er een stukje vanAlexander Duval, genaamdShakespeare amoureux ou la pièce à l’etude. In dit blijspel, waarin maar drie vertooners voorkomen, speeltTalma, die anders niet dan in het Treurspel voorkomt, de hoofdrol, en verdient ook daar in wel gezien te worden15; MadameTalma,en eenBordeauxscheActrice voldeden ook wel.1Men heeft daartoe omtrent drie kwartier werk.2Ook heb ik maar zeldzaam iets in dien smaak aangetroffen, dat daar bij verdient vergeleken te worden.3De wijk van den rooden hoed.4De Koninklijke plaats.5De plaats der Vrijheid.6Brunetmunt vooral uit in de onderscheidene rollenvanJocrisse, en voldoet voor een’ enkelen keer wel; doch men moet hem niet dikwijls zien.7A grand Spectacle, dat is met veel tooneeltoestel, dansen, marschen, krijgsoefeningen, geregten, enz. In zeer vele pantomimes, zoo als in die, welke ik hier zag, en diela laitière polonnaise ou les crimes de l’Amourgenaamd wordt, danst men niet.8De Kerk vanSt. Andréasheeft drie torens en twee honderd klokken, of en twee zonder klokken; wantdeux censendeux sanswordt op dezelfde wijze uitgesproken, het eerste beteekenttwee honderd, en het laatste,twee zonder.9TeParijs, op een gebouw, op dePont Neufstaande, en deSamaritainegenaamd, is een gebrekkelijk klokkespel, doch het speelt niet door het uurwerk. Men hoort het niet dan bij plegtige gelegenheden, en dan staan deParijsenaarsdat torentje met een open mond aan te gapen.10Die meêr van dit Amphithéater weten wil, leze daar op nales Annales Politiques et Statistiques de Bordeaux etc. à Bordeaux, chezMoreauan IX. Ik meen daarin ook eene afbeelding van hetzelve gezien te hebben.11Restaurateuris een kok, waarbij men gaat eten. Zoekende de geregten op een lijst, waarop zij, met den prijs ’er achter staan, uit. EenBoulangerteParijs,was hier, zegt men, in 1765 de uitvinder van, verkoopende eerst versterkend vleeschnat, waar bij hij vervolgens gekookte hoenderen, eijeren, enz. voegde; terwijl voor zijn deur geschreven stond:Venite ad me omnes qui stomacho laboratis, et ego restaurabo vos. En het niet zeer betamelijk toepassen van dezen Bijbeltext gaf aanleiding tot den naam vanrestaurateur.12Een bewijsschrift, waaruit blijkt dat men bij zijn Ambassadeur en bij de Politie bekend staat; de handteekening van de Ambassadeur moet alweder eerst door den MinisterTalleyrandbewaarheid worden, eer men zulk een bewijs kan bekomen bij de politie, hoewel de Prefect die handteekening even zoo goed kent als de Minister, en ook nog maar weinig tijds geleden, die bewijzen, welke NB. van tijd tot tijd moeten vernieuwd worden, alleen op de handteekening van de Ambassadeurs, en zonder eenige betaling daar van te nemen, uitgaf. Ik zeg, dat zij van tijd tot tijd moeten vernieuwd, omdat dit het bezwaar nog grooter maakt, alzoo de handteekening van den Ambassadeur gedurig moet bewaarheid, en alzoo ook gedurig de £ 10–:–: betaald worden. Voor Ambachtslieden, leergezellen, of andere weinig vermogende lieden, welke zich echter niet onder de behoeftigen willen rangschikken, is deze betaling een drukkende last. Bij onze legatie teParijsbehoeven wij geen duit te betalen, men is daar zeer vriendelijk en geschikt, en hoewel ik met den HeerSchimmelpenninckniet bijzonder bekend ben, heb ik echter gelegenheid gehad, om op te merken, dat hij inFrankrijkals een achtingwaardig Staatsman wordt beschouwd. Van zijne echtgenoote hoorde ik ook met veel lof spreken, bijzonder wegens hare milddadigheid omtrent de noodlijdenden.13Deze wijze van verkoopen heeft ook nog inBataafsch Brabandplaats.14Al weder eenApollo, de drie bevalligheden en de negen zanggodinnen. Wanneer zal men toch van dat eenzelvige, dat ’er bij al wat tot de tooneelkunst behoort, nog aanhoudend plaats heeft, eens afstappen.15De eerste vertooning van dit stuk, die den 2 Januarijdezes jaarsau Théatre FrançaisteParijsplaats had, was niet gelukkig, naderhand echter is het beter geslaagd.
Bordeaux 25 September.
’s Morgens van den 23 dezer wandelde ik langs de kaai van den eenen kant tot den anderen, dat een frissche kuijer is1. Men ziet daar een menigte gnappe gebouwen; maar het geen mij inzonderheid vreemd voorkwam, waren de menigteHollandscheopschriften op uithangborden enz. als: Allerhande soorten van Scheepsbehoeftens; N. N. Schoenmaker maakt en verkoopt, enz. Verwer en Glazemaker en dergelijke. Voorheen zag men hier dan ook een groote menigte van onze Vaderlandsche varensgasten; thans zijn het meestalAmerikanen,Deenen,Zweden, enPruisschen. De schepen die ’er in menigte op stroom lagen, voerden ook die vlaggen, en waren daar mede, wijl het Zondag was, bijzonder opgesierd. De kaai maakt, zoo alsik u reeds gezegd heb, genoegzaam een halven cirkel, te weten van het eene eind tot het andere, zoo ver ’er huizen staan, en de vestingle Chateau Trompettegenaamd, ligt omtrent in het midden van dezelve. Hier omstreeks stond een tempel door deRomeinengebouwd, en aan de beschermgoden gewijd; dit gebouw moet eenige overeenkomst gehad hebben met den tempel vanCajus CæsarteNismes, waar van ik, daar zijnde, melding maakte. Ten tijde vanLodewijkden XIV. bestond ’er nog een groot deel van dezen tempel, omringd van 18 kolommen, welke van de 30, zoo men meent, staande waren gebleven; en deze geweldenaar, waarschijnlijk ter bereiking van zijne krijgs- en eerzuchtige oogmerken, deed deze merkwaardige gedenkteekens der oudheid sloopen, om de voornoemde vesting te vergrooten, het geen volgens het bestek van den vermaarden vesting-bouwkundigende Vaubanwerd uitgevoerd.
Van hier gingen wij naar de voorstadle Chartrongenaamd, waar vele voorname kooplieden in fraaije gebouwen wonen, en vervolgens in de Protestantsche Kerk, staande aldaar in een straat genaamdrue notre Dame au Chartron. Men gaat ’er door een gangetje in, want de Protestanten hadden deze Kerk reeds voor de omwenteling; op zich zelve is het een eenvoudig maar net gebouw, ’er zijn galerijen en een orgel in, en de gemeente was vrij talrijk; ik begrootte ze op 4 à 500 menschen; de Predikant deed een eenvoudig zedelijk vertoog; dochhad vrij sterk deGasconscheuitspraak (l’accent Gasçon). Op deze Kerk zag ik ook een torentje met een klok, welk een en ander ’er zekerlijk na de omwenteling eerst opgekomen is. De gemeene wandeling,le Jardin Public, voorheenJardin Royal, ookle Champ de Marsgenaamd, is niet ver van hier. Deze wandelplaats, met regte lanen beplant, waar van de boomen over het algemeen gansch niet weelderig staan, en daar bij hier en daar nog geschoren zijn, is vrij ruim, met muren en ijzer hekwerk omringd; beelden heb ik ’er niet ingezien, en eenige overdekte steenen galerijen aan de zijde zijn het eenigste sieraad; althans deze zoogenaamde tuin beantwoordde in ’t geheel niet aan het denkbeeld, dat ik ’er mij naar denFranschenophef van gemaakt had, en gelijkt niet naar onzenHaarlemmer Hout, of hetHaagsche Bosch2. ’Er is een laan, waarin vooral heden met de Zondag nog al verscheidene opgeschikte menschen, op en neder wandelden. Men verhuurt hier ook stoelen, en ter zijde staat eene nette houten loots, waarin men koffijhuis houdt.
Na den middag onze wandeling vervolgende, bewonderde ik vooral dat gedeelte, waar de groote Schouwburg geheel op zich zelven staat, en van waar men verder door een breede met fraaije huizen bebouwde straat, langs de beurs op de kaai komt. Men noemt deze wijk, die met de bijgelegenalléesde Tourny, de schoonste is, die ik inFrankrijkgezien heb (althans naar mijn zin)le Quartier du Chapeau Rouge3. De plaats achter de beurs op de kaai, werd voorheenla place Royale4genaamd; omdat de stad, in het midden van dezelve, omtrent de eerste helft van de vorige eeuw, ten haren koste het beeld van den KoningLodewijkden XV. te paard zittende, en van metaal gegoten, deed oprigten. De fraaije vleugels van de beurs, aan den eenen, en van het tolhuis aan den anderen kant, maken de twee zijden van deze plaats, thansla place de la Liberté5genaamd, uit.
Het inwendig gedeelte van de oude stad, ziet ’er gansch niet bevallig uit: de straten zijn ’er veelal naauw en krom, behalve die, welkeles fosses des Salinières,de la Communeetc.genaamd wordt. Deze zijn breed en met boomen beplant. Aan het Stadhuis, dat in dezelve staat, is niets bijzonders te zien. Daar over is de halle of groote markt. De nieuw aangelegde straten, diele Cours Messidorenle Cours Thermidorgenaamd worden, zijn ook fraai, regt, breed en met boomen beplant, en het plein dat menPlace Nationalenoemt, is ruim en rondom regelmatig gebouwd.Bordeauxbevalt mij dan wat het plaatselijke aanbelangt, meêr danMarseille, dat de eenigste van deFranschesteden is, die ik gezienheb, is, waarbij zij kan vergeleken worden; hoewel de laatstgenoemde over het algemeen, niet minder regelmatig bebouwd is. Ik zal u een nieuw plan van deze stad trachten te doen toekomen; ’er zijn verscheidene nieuwe straten in hetzelve geteekend, die men voornemens schijnt, om te maken; als dat werk geheel voltooid is, en men in de oude stad ook wat verbeteringen heeft gemaakt, zalBordeauxal een zeer fraaije stad zijn. Orde en netheid heerschen hier ook meêr dan in zoo vele andere plaatsen, die ik op deze reis gezien heb, en het is duidelijk te bemerken, dat deze hier zoo wel als teMarseilleeen gevolg zijn van den omgang met vreemdelingen door den handel, en van de bloei en welvaart, die deze aanbrengt.
’s Avonds ging ik in den sedert de omwenteling nieuw opgerigten Schouwburg,le Théatre Françaisgenaamd, staande niet ver van deplace Nationale. De bouworde beviel mij niet zeer, zijnde dit gebouw, tusschen twee straten staande, zoo dat de voorgevel op den hoek tusschen beide komt, van voren smal en van achteren breed; maar zich naar de plaats moetende schikken, heeft men dit waarschijnlijk niet wel anders kunnen maken. Van binnen is het met smaak gemaakt. De schermen (decorations) waren ook zeer voldoende. Ik zag ’er een paar kluchtjes, die men teParijsop hetThéatre de Montansiergeeft, eeneArmantaapte daar in den befaamdenBrunet6na. Men eindigde meteenPantomime à grand Spectacle7. De beste vertooners op dit tooneel, waren niet meêr dan middelmatig, Bijna schuins over dezen Schouwburg is een andere plaats voor het openbaar vermaak gebouwd en deVauxhallgenaamd; men geeft ’er bals, vuurwerken, enz. Door den sterken regen was ’er heden niets van belang te doen.
Den 24 dezer ging ik mijne krediet- en aanbevelingsbrieven overhandigen, en was verwonderd van deftige kooplieden in naauwe en donkere straten, waar zij woonden, te moeten opzoeken; in een derzelvenla rue de la Roussellegenaamd, en daar omstreeks, rook het al zeer onaangenaam, door de menigte gedroogde labberdaan en andere visch, alsmede kaas en olij, die daar bijna huis aan huis verkocht werd, en waarmede geheele pakhuizen waren opgevuld. De uitwaseming van deze waren schijnt echter niet ongezond, maar integendeel een behoedmiddel tegen aanstekende ziektens te zijn; want men heeft meêr dan eens opgemerkt, dat ten tijde dat ’er besmettelijke krankheden in deze stad plaats hadden, deze wijk daar van bijzonder bevrijd bleef. Zoo is alles, wat wij onaangenaam vinden, nietniet schadelijk, even zoo min als alles wat aangenaam genoemd wordt, voor ons nuttig is.
Thans was het op deFosses des Saliniereszeer drok; men hield ’er markt van oude kleederen en andere waren. Een soort van kwakzalver en kwakzalveres, die ik daar zag, waren al zeer wonderlijk toegetakeld. De vrouw in eene misselijke gegalonneerde Amazone kleeding, zat op een klein paardje, aan beide kanten van het zadel hingen omtrent een vijf en twintig gedroogde ratten, en op de kop van het paard, zat een levendige sperwer. De man, die voor het paard staande, op den trommel sloeg, zag ’er ook niet alleen wonderlijk in de kleederen uit, maar had om den bol van zijn’ hoed een’ krans van overeind staande gedroogde ratten; boven op dezelve eene gedroogde zeeschildpad, en daar op de gedroogde muil van een’ grooten visch, waarin eene opgezette aap zat; en wat denkt gij dat die lieden te koop veilden?—Middelen om ratten, muizen en wandluizen te verdrijven. Hunne vreemde opschik trok een menigte volk, en zij bragten daar door van hunne waren, die denkelijk niet veel beteekenden, nog al wat aan den man. Zoo draagt de eene mensen een’ krans van gedroogde ratten op het hoofd, en een ander weder iets anders; alles met oogmerk, om met de dwaasheid van het volk voordeel te doen. Nu zoo deze middelen tegen de ratten en weegluizen niet veel baten, misschien schaden zij ook niet; doch ik heb mij verwonderd, dat de Politie, die anders inFrankrijkover het algemeenvrij naauwkeurig en oplettend is, geen strenger maatregelen gebruikt tegen die groote menigte kwakzalvers en marktdoctoren, die zich met de geneeskunde bemoeijen, overal openlijk hunne gewaande algemeene geneesmiddelen uitventen, en hunne kunsten zelfs met gedrukte billetten bekend maken; als ook, dat men het trekken van horoskopen, waarzeggen, in de hand kijken, kaart leggen, enz. niet belet. Dit ziet men haast op alle plaatsen, en inzonderheid ook teParijs, openlijk langs de straten; en niet alleen het zoogenaamde gemeen, maar zelfs zoogenaamde voorname of fatsoenelijke lieden, houden zich daarmede bezig, en hij, die met verscheidene Godsdienst-stellingen den spot drijft, slaat geloof aan de ellendige sprookjes van een oud wijf, of de gewaande voorspellingen van een’ Astrologist, die zich beter verstaat op het beurzensnijden, dan op de sterrekunde.—En dit heeft plaats onder deze, zich zoo bij uitnemendheid verlicht noemende,Franschen, en die het ontegenzeggelijk ook wat de kunsten en wetenschappen aangaat, al zeer ver brengen.
Wat verder stond een liedjeszanger, die ’er onder anderen een zong, dat nog al aardig was. Over de tegenwoordige kleederdragten handelende, kwam ’er in, dat, indien de broeken van de mans nog hooger werden, men daar wel dra mouwen aan zou moeten zetten, en zoo de lijfjes van de vrouwen nog korter moesten worden, zij weldra genoodzaakt zouden worden, om de rokken over de schouderente dragen. In diergelijke aardigheden moet men bekennen, dat deFranschenandere volkeren aanmerkelijk overtreffen. Onder hunne volksliedjes zelfs van jaren herwaards, zijn al zeer aardige en vol geestige trekken; ’er zijn aanmerkelijke verzamelingen van gedrukt, en sommige dier werkjes worden, wanneer zij op verkoopingen voorkomen, duur betaald.
DeSt. Andréasof Hoofdkerk (Eglise de St. Andrée), is een groot Gothisch gebouw, en pronkt met twee vrij hooge spitse torens, waarin geen klokken hangen, aan den eenen kant. Aan den anderen schijnt men ’er ook twee te hebben willen maken, en op een van die begonnen torens, hangen eenige klokken; deze kan dan eenigzins als een derde toren worden aangemerkt, het geen aanleiding geeft tot eene nog al aardige woordspeling:l’Eglise de St. Andrée, zegt men,à trois clochers, et deux cens (deux sans) cloches8. Die dit pas hoort en hier onbekend is, verwondert zich niet weinig over zulk een groot aantal klokken. Ik zelve was ’er ook mede bedrogen, en meende in het eerst, dat het een klokkespel was, waarbij een meenigte kleine klokjes waren, en dan zou het eene dubbele merkwaardigheidgeweest zijn, want zoo algemeen als de klokkespelen bij ons zijn, zoo zeldzaam treft men die inFrankrijkaan; en ik herinner mij niet van ’er op deze gansche reis vanParijsaf9een gehoord te hebben. Inwendig zag ik niets bijzonders in deze Kerk; men was bezig met dezelve op te maken; ’er lagen hier en daar verscheidene grooten roode marmeren kolommen, naar ik vernam, waren zij afkomstig uit een in de omstreek afgeschaft Klooster of Abdij, en moesten dienen, om deze Kerk mede te versieren.
Het voormalig Aartsbisschoppelijk Paleis staat digt bij deze Kerk, en is een grootmoderngebouw, met een ruim voorhof (basse cour) en ijzer hekwerk. Mij kwam het niet zeer merkwaardig voor. Bij het afbreken van het oude paleis, dat een fraai Gothisch gebouw moet geweest zijn, heeft men veel overblijfsels van een’ ouden tempel gevonden, welke deskundigen meenen, dat aanJupitertoegewijd was, zoo als stukken en brokken van geribde kolommen, kapiteelen volgens de Corinthische bouworde, fraai gebeeldhouwd lijstwerk,basreliefs, enz.
De Aartsbisschoppelijke tuin, die vrij groot was, plagt ook voorheen ten algemeene wandeling te verstrekken, en was zeer lommerrijk; doch dat is ook al veranderd. Thans wordt dit Paleis door den PrefectCharles de la Croix, voorheenFranscheMinister inden Haag, bewoond. En de tegenwoordige Aartsbisschop vanBordeauxheeft een andere woning.
DeSt. MichielsKerk verdient, om zijn Gothische bouworde bijzonder gezien te worden. De toren staat ter zijde een eindje van de Kerk af, op dezelve plagt een zeer hooge en fraaije spits te staan, (men zegt dat zij hooger was dan die vanStraatsburg) en dit ontzaggelijk gevaarte werd in 1767 door een orkaan ter nedergeploft, het geen een vreesselijken slag veroorzaakte; gelukkig echter is ’er niemand onder verongelukt. De muren van het koor zijn zeer zigtbaar binnenwaarts gebogen; men had ’er een dwarsbalk tusschen gezet, om ze te schragen, zoo dat dit gebouw al vrij bouwvallig wordt.
Aan het bezigtigen der Kerken zijnde, ging ik verder van hier een lange straat, zuid-oostwaards, door, tot aan de Kerk van het heilige kruis; tot eene Abdij van dien naam behoord hebbende. Volgens de bouworde van den voorgevel te oordeelen, schijnt zij zeer oud te zijn. De toren was ook waarschijnlijk hooger. Inwendig was het nog al netjes opgegnapt, doch merkwaardige schilderijen, beeldhouwwerk, zag ik ’er niet. Een levensgrootChristusbeeld aan het kruis hangende, trok echter mijn aandacht; men had het eene soort van zijden damasten japon met groote gekleurde bloemen aangetrokken; ik had dat hier en hier omstreeks al meêr gezien, doch deze door de sterke kleuren, en in ’t licht geplaatst, viel bijzonder in het oog. Voor iemand, die daar niet aan gewoon is, maakt dit eene misselijke vertooning. Dat de Roomschgezinden een kruis, en sommige andere beelden in hunne Kerken plaatsen, kan ik als overeenkomstig met hunne leerstellingen, zeer wel toegeven. En ik heb van hunne Kerken gezien, waar de beelden zoodanig gemaakt, en op zulk eene wijze in geplaatst waren, dat zij daar door, en door de verdere wel ingerigte versierselen, wezenlijk een deftig aanzien hadden. Doch verstandige Geestelijken moesten mijns bedunkens niet dulden, dat men door het plaatsen van gedrogtelijke poppen, aanleiding gaf tot spotternij; hier onder behooren ook die gekroonde met allerlei stoffen behangen, en wonderlijk opgeschikte lieve vrouwenbeelden; immers deze beeldtenis is geheel niet overeenkomstig de geschiedenis, maar behoorde eene aanminnige en teedere moeder, in een zedig gewaad te verbeelden, en zulk een beeld natuurlijk gemaakt, best van wit marmer of hout, het marmer na bootsende, moet ieder een van welke Godsdienstige begrippen hij ook zijn moge, natuurlijker wijze met genoegen zien. Vele anderzins redelijke en achtingwaardige Roomsche Geestelijken, loopen diergelijke min of meêr aanstootelijke ongerijmdheden,minder in het oog dan ons, omdat zij ’er van hunne jeugd af aan gewoon zijn; maar ik ben verzekerd, dat, als zij ’er bedaard en onpartijdig over denken, zij zullen moeten bekennen, dat ik gelijk heb, en dat vooral onze eeuw zulke en diergelijke verbeteringen, volstrekt noodzakelijk maakt. Gij ziet, Vriend! dat ik u mijne invallen onder het schrijven of beschouwen getrouwelijk mededeel. Komt ’er zoo al eens wat in voor, dat u van geen belang is, de vrijheid om het ongelezen te laten, kan, noch wil ik u betwisten. Het geen de Kerken aanbetreft, ditmaal voor afgehandeld houdende, zal ik van het stuk van het ware kruis, (Morceaux de la vraie croix) dat in deze laatstgenoemde Kerk vertoond wordt, niet spreken.
In de voorstadSt. Seurin, ziet men nog de overblijfsels van het oude Amphithéater vanBordeaux, verkeerdelijkle Palais Galliengenaamd, omdat het onder de regering van dien Keizer, zoo men meent, doorPivesuvius Tetricus, toen ter tijd Prefect vanAquitania, waar van men meent, datBordeauxde hoofdstad was, is opgerigt, omtrent het midden van de derde eeuw der Christelijke jaartelling. Thans kan men ’er de gedaante niet meêr van erkennen, en al wat ’er nog van bestaat, is een klein gedeelte van den muur, die het omringde, en waarin eenige boogsgewijze openingen (portiques); eenige vervallen gewelven en een poort of hoofdingang, welke laatste wel het voornaamste is van die merkwaardigeoudheid; naar ik vernam, werd deze grond eenige jaren geleden verkocht, en een groot gedeelte van de overblijfsels van het Amphithéater weggebroken; deze verwoesting is echter door de regering gestuit, en het verdere afbreken verboden. Ondertusschen zijn ’er eenige huizen in en tegen gebouwd, en deze met de vervallen muren en puinhoopen misselijk door elkanderen staande, leveren niet anders dan eene onbevallige vertooning op, en ik verwonderde mij zeer, dat hier, waar men zich met het verfraaijen en verbeteren der stad veel schijnt te bemoeijen, en waar de goede smaak ook niet moet ontbreken, tot nog toe niet gezorgd is, om aan dezeRomeinscheoverblijfsels een bevalliger aanzien te geven; het geen niet moeijelijk zou zijn, wanneer men ’er een’ tuin van maakte, en naast deze oude muren eenige Italiaansche populieren, cypressen- en accacia-boomen plantte; niet langs de lijn of op eene stijve en regelmatige wijze, zoo als deFranschengewoon zijn, maar als of zij door de natuur zelve daar waren gesteld.
Dit Amphithéater, dat ook welles Arénesgenaamd werd, diende hoogstwaarschijnlijk tot hetzelfde gebruik als dat vanNismes; doch het is niet als dit geheel van gehouwen steen, maar van gebakken en kleine gehouwen steenen gebouwd; deze zijn laagsgewijze regelmatig op elkanderen gesteld, en met een soort van kalk of cement bevestigd; de gebakken steenen hebben eene andere gedaante dan die welke wij gebruiken, en gelijken meêr naar onzeroode vloertegels10. In eene vorige heb ik reeds van dat soort van steenen gesproken, en het schijnt, dat de inwoners van deze landstreek, te wetenle haut LanguedocenGascogne, nog deze wijze van de gebakken steenen te vormen van deRomeinenhebben behouden.
De straat van de plaats, aan het eind van de lanen vanTournytot bij het Amphithéater, is vrij breed, en genoegzaam lijnregt, en wordtrue Fondaudegegenaamd; aan het eind van dezelve is men digt bij deJardin public.
Hoewel het middagmaal in mijne herberg wel beviel, ging ik heden voor de verandering bij eenen zoogenaamdenrestaurateur11, die men hier op dezelfde wijze als teParijsvindt, eten. De verteringkwam al op hetzelfde, als aan de gemeene tafel in mijne herberg, uit.
’s Avonds ging ik in hetThéatre de la Gaité, waarMajeurmij door zijn grappen nog al deed lagchen. Dat kleine Schouwburgje bevalt mij wel, vooral omdat ik hier, moede gewandeld zijnde, kan uitrusten; want men zit ’er in hetparterreeven eens als teParijs. De prijs is zeer redelijk, en de vertooningen niet onaardig zijnde, trekt dit Tooneel veel volk.
Den 25 dezer. In de herberg had men mij naar mijn paspoort gevraagd, om hetzelve bij de politie te vertoonen, en het daar te laten teekenen. De bediendens uit de herbergen zijn met de bezorging daar van belast, men geeft hun die, en zij bezorgen dezelven, wanneer zij ze niet verliezen, wederom. Ik verkoos zelf mede te gaan, en zou zulks ieder reiziger aanraden; want meêr dan eens ben ik getuigen geweest van de moeite en onaangenaamheden, welke men heeft, als men zijn paspoort kwijt is. Men betaalt hier 5solsvoor het teekenen, het eerste geld, dat men ’er mij sedertParijsvoor heeft afgenomen, hoewel ik het betalen van deze kleinigheid, niet onredelijk vind, daar men toch ten dienste van de vreemdelingen eenige onkosten moet doen, maar dat men teParijsalleen voor de handteekening van den Minister der Buitenlandsche Zaken,Talleyrand, dienende om die van de Ambassadeurs te bewaarheden, £ 10–:–: moet neêrtellen, vindt ik niet billijk, en vooral nietvoor eeneCarte de Sureté12inParijszelve moetende dienen, omdat deze stad een groot deel van zijn bestaan aan de vreemdelingen verschuldigd is. Men zegt, dat de Ambassadeurs zich reeds meêr dan eens hier over bezwaard hebben, doch te vergeefsch.Ik hoop, dat men toch bij ons wederzijds zal handelen.
De Beurs schijnt inwendig pas nieuw opgemaakt. Het plein, waar de Kooplieden dagelijks verzamelen, is overdekt, en het licht valt ’er van boven door eene zoogenaamde lantaarn; men klaagt dan ook, dat het ’er in den zomer zeer benaauwd zijn kan. Rondom aan den muur leest men de namen van verscheidene landen, alsla Chine,l’Angleterre,la Hollande, enz. De Kooplieden zich bij deze teekens plaatsende, vinden elkander daar door te gemakkelijker. Rondom de verzamelplaats voor de Kooplieden is eene gaanderij, waarin veelerlei soorten van winkels of kramen staan. Bij een prentenkoopman aldaar, zag ik eenige plaatjes zoo zonderling geplaatst, dat ik niet wel denken kan, dat zulks slechts bij geval was; boven eene afbeelding, waaropLodewijkde XVI. en zijne nabestaanden verbeeld werden, hingen de afbeeldingen van de nieuwe Keizer en Keizerin, en daar bij een ander prentje met een treurwilg, waar onder geschreven stond:le saule pleureur.
Schouwburg van Bordeaux.Schouwburg van Bordeaux.
Schouwburg van Bordeaux.
Boven deze gaanderij zijn eenige andere vertrekken, zoo als de regtbank voor den koophandel (Tribunal de Commerce) wij zagen ’er eenEngelscheprijs bij openbare veiling voor eene som van 36,000francsverkoopen; deze verkooping geschiedde bij het uitbranden van de kaars13, en werd door eentrompetter aangekondigd. Achter de beurs op de kaai staan doorgaans een menigte sleden, ieder met twee ossen bespannen, waarmede hier de koopmanschappen in en uit de pakhuizen gevoerd worden. Onder deze ossen vindt men ’er, die al vrij groot zijn; genoegzaam alle zijn zij rood, en trekken met den kop, de horens dikwijls zeer lang zijnde, worden aan den kant, waar zij met de koppen tegen elkanderen zijn gespannen of gebonden, afgezaagd. Het nommer van de slede hebben zij op een blikken plaatje voor den kop.
De groote Schouwburg, zoo als ik u reeds gezegd heb, in de wijkdu Chapeau Rouge, en niet ver van de beurs staande, is het meesterstuk van bouwkunde van den vermaarden bouwmeesterLouïsen wordt voor een der fraaiste, grootste en prachtigste Schouwburgen vanEuropagehouden. Dit gebouw bevat een Tooneel- en een Concertzaal. De voorgevel (péristile) bestaat uit twaalf Corinthische kolommen, op de lijst boven ieder derzelven staat een beeld, zoo als gij op de naauwkeurig geteekende afbeelding, die ik u zal doen toekomen, zult zien. Ter zijde zijn gaanderijen, waar onder verscheidene kooplieden en kramers hunne onderscheidene goederen in daartoe gemaakte kramen of winkels uitstallen. Dit schoone gebouw is van gehouwen steen, staat geheel op zich zelve, en maakt eene zeer fraaije vertooning. Inwendig beantwoordt het ook zeer wel aan de verwachting, die men ’er zich door het uitwendige van gemaakt heeft. Menin een ruim en prachtig voorportaal, en hier bewondert men een’ breeden en groots gebouwden trap, waarmede men naar de gaanderijen, loges enz. gaat; het licht valt hier op door een lantaarn in het dak gemaakt, en geeft aan dit alles een luisterrijk aanzien; hoewel mij dunkt, dat terwijl onze tooneelen tot nog toe, zoo wel zomers als ’s winters door kaars- of lamplicht verlicht worden, men beter zou doen, van alle de toegangen tot hetzelve insgelijks door kaarsen of lampen te verlichten, om daar door het treffend onderscheid tusschen het dag- en kaarslicht, en de onaangenaame gewaarwording daar door bij het inkomen der Schouwburgzaal veroorzaakt, zoo veel mogelijk te matigen. De plaats voor de aanschouwers geschikt, heeft de gedaante van een cirkel, van omtrent 60 voeten middellijns (diameter), omtrent het vierde deel afgesneden door het Tooneel. Zij is door 12 op zich zelve staande kolommen van gemengde order (l’ordre composite) omringd. De tweede en derde loges alsbalconstusschen deze kolommen gemaakt, bevielen mij niet, omdat men uit die, welke bij het tooneel zijn, niet goed moet kunnen zien, en omdat ’er door deze inrigting veel plaats verloren gaat. Het platfond is fraai geschilderd14, ik meen doorRobin. Degeheele zaal is met smaak versierd en verguld; doch naar de uitwendige gedaante te oordeelen, had ik haar nog grooter verwacht; men verzekerde mij, dat ’er niet meêr dan 2200 aanschouwers in geplaatst kunnen worden. In hetparterrekan men ook niet zitten; men betaalt in hetzelve en op de bovenste galerij £ 1–2-: en voor de plaatsen in het orchest de eerste galerij enz. £ 3–6-:—Het was ’er heden zeer vol; wantTalmaen zijne vrouw speelden ’er inHenry VIII. ou la mort d’Anne Bouleyn, Treurspel vanChenier, hoewel het beste niet, dat hij gemaakt heeft. De kleeding van MadameTalmawas ook zeer naauwkeurig, waaromtrent deFranscheActrices anders dikwijls zondigen, vooral als de kleeding, zoo als zij in het stuk te pas komt, niet bevallig genoeg naar haar zin is. Dit Treurspel werd over het algemeen vrij goed gespeeld, enTalmaen zijne vrouw zeer sterk toegejuicht; doch het geraas, dat ’er door het vreesselijk gedrang in hetparterreplaats had, was dikwijls hinderlijk. Ik had mij daar ook geplaatst, maar was ’er gansch niet op mijn gemak. Na het Treurspel vertoonde men ’er een stukje vanAlexander Duval, genaamdShakespeare amoureux ou la pièce à l’etude. In dit blijspel, waarin maar drie vertooners voorkomen, speeltTalma, die anders niet dan in het Treurspel voorkomt, de hoofdrol, en verdient ook daar in wel gezien te worden15; MadameTalma,en eenBordeauxscheActrice voldeden ook wel.
1Men heeft daartoe omtrent drie kwartier werk.2Ook heb ik maar zeldzaam iets in dien smaak aangetroffen, dat daar bij verdient vergeleken te worden.3De wijk van den rooden hoed.4De Koninklijke plaats.5De plaats der Vrijheid.6Brunetmunt vooral uit in de onderscheidene rollenvanJocrisse, en voldoet voor een’ enkelen keer wel; doch men moet hem niet dikwijls zien.7A grand Spectacle, dat is met veel tooneeltoestel, dansen, marschen, krijgsoefeningen, geregten, enz. In zeer vele pantomimes, zoo als in die, welke ik hier zag, en diela laitière polonnaise ou les crimes de l’Amourgenaamd wordt, danst men niet.8De Kerk vanSt. Andréasheeft drie torens en twee honderd klokken, of en twee zonder klokken; wantdeux censendeux sanswordt op dezelfde wijze uitgesproken, het eerste beteekenttwee honderd, en het laatste,twee zonder.9TeParijs, op een gebouw, op dePont Neufstaande, en deSamaritainegenaamd, is een gebrekkelijk klokkespel, doch het speelt niet door het uurwerk. Men hoort het niet dan bij plegtige gelegenheden, en dan staan deParijsenaarsdat torentje met een open mond aan te gapen.10Die meêr van dit Amphithéater weten wil, leze daar op nales Annales Politiques et Statistiques de Bordeaux etc. à Bordeaux, chezMoreauan IX. Ik meen daarin ook eene afbeelding van hetzelve gezien te hebben.11Restaurateuris een kok, waarbij men gaat eten. Zoekende de geregten op een lijst, waarop zij, met den prijs ’er achter staan, uit. EenBoulangerteParijs,was hier, zegt men, in 1765 de uitvinder van, verkoopende eerst versterkend vleeschnat, waar bij hij vervolgens gekookte hoenderen, eijeren, enz. voegde; terwijl voor zijn deur geschreven stond:Venite ad me omnes qui stomacho laboratis, et ego restaurabo vos. En het niet zeer betamelijk toepassen van dezen Bijbeltext gaf aanleiding tot den naam vanrestaurateur.12Een bewijsschrift, waaruit blijkt dat men bij zijn Ambassadeur en bij de Politie bekend staat; de handteekening van de Ambassadeur moet alweder eerst door den MinisterTalleyrandbewaarheid worden, eer men zulk een bewijs kan bekomen bij de politie, hoewel de Prefect die handteekening even zoo goed kent als de Minister, en ook nog maar weinig tijds geleden, die bewijzen, welke NB. van tijd tot tijd moeten vernieuwd worden, alleen op de handteekening van de Ambassadeurs, en zonder eenige betaling daar van te nemen, uitgaf. Ik zeg, dat zij van tijd tot tijd moeten vernieuwd, omdat dit het bezwaar nog grooter maakt, alzoo de handteekening van den Ambassadeur gedurig moet bewaarheid, en alzoo ook gedurig de £ 10–:–: betaald worden. Voor Ambachtslieden, leergezellen, of andere weinig vermogende lieden, welke zich echter niet onder de behoeftigen willen rangschikken, is deze betaling een drukkende last. Bij onze legatie teParijsbehoeven wij geen duit te betalen, men is daar zeer vriendelijk en geschikt, en hoewel ik met den HeerSchimmelpenninckniet bijzonder bekend ben, heb ik echter gelegenheid gehad, om op te merken, dat hij inFrankrijkals een achtingwaardig Staatsman wordt beschouwd. Van zijne echtgenoote hoorde ik ook met veel lof spreken, bijzonder wegens hare milddadigheid omtrent de noodlijdenden.13Deze wijze van verkoopen heeft ook nog inBataafsch Brabandplaats.14Al weder eenApollo, de drie bevalligheden en de negen zanggodinnen. Wanneer zal men toch van dat eenzelvige, dat ’er bij al wat tot de tooneelkunst behoort, nog aanhoudend plaats heeft, eens afstappen.15De eerste vertooning van dit stuk, die den 2 Januarijdezes jaarsau Théatre FrançaisteParijsplaats had, was niet gelukkig, naderhand echter is het beter geslaagd.
1Men heeft daartoe omtrent drie kwartier werk.
2Ook heb ik maar zeldzaam iets in dien smaak aangetroffen, dat daar bij verdient vergeleken te worden.
3De wijk van den rooden hoed.
4De Koninklijke plaats.
5De plaats der Vrijheid.
6Brunetmunt vooral uit in de onderscheidene rollenvanJocrisse, en voldoet voor een’ enkelen keer wel; doch men moet hem niet dikwijls zien.
7A grand Spectacle, dat is met veel tooneeltoestel, dansen, marschen, krijgsoefeningen, geregten, enz. In zeer vele pantomimes, zoo als in die, welke ik hier zag, en diela laitière polonnaise ou les crimes de l’Amourgenaamd wordt, danst men niet.
8De Kerk vanSt. Andréasheeft drie torens en twee honderd klokken, of en twee zonder klokken; wantdeux censendeux sanswordt op dezelfde wijze uitgesproken, het eerste beteekenttwee honderd, en het laatste,twee zonder.
9TeParijs, op een gebouw, op dePont Neufstaande, en deSamaritainegenaamd, is een gebrekkelijk klokkespel, doch het speelt niet door het uurwerk. Men hoort het niet dan bij plegtige gelegenheden, en dan staan deParijsenaarsdat torentje met een open mond aan te gapen.
10Die meêr van dit Amphithéater weten wil, leze daar op nales Annales Politiques et Statistiques de Bordeaux etc. à Bordeaux, chezMoreauan IX. Ik meen daarin ook eene afbeelding van hetzelve gezien te hebben.
11Restaurateuris een kok, waarbij men gaat eten. Zoekende de geregten op een lijst, waarop zij, met den prijs ’er achter staan, uit. EenBoulangerteParijs,was hier, zegt men, in 1765 de uitvinder van, verkoopende eerst versterkend vleeschnat, waar bij hij vervolgens gekookte hoenderen, eijeren, enz. voegde; terwijl voor zijn deur geschreven stond:Venite ad me omnes qui stomacho laboratis, et ego restaurabo vos. En het niet zeer betamelijk toepassen van dezen Bijbeltext gaf aanleiding tot den naam vanrestaurateur.
12Een bewijsschrift, waaruit blijkt dat men bij zijn Ambassadeur en bij de Politie bekend staat; de handteekening van de Ambassadeur moet alweder eerst door den MinisterTalleyrandbewaarheid worden, eer men zulk een bewijs kan bekomen bij de politie, hoewel de Prefect die handteekening even zoo goed kent als de Minister, en ook nog maar weinig tijds geleden, die bewijzen, welke NB. van tijd tot tijd moeten vernieuwd worden, alleen op de handteekening van de Ambassadeurs, en zonder eenige betaling daar van te nemen, uitgaf. Ik zeg, dat zij van tijd tot tijd moeten vernieuwd, omdat dit het bezwaar nog grooter maakt, alzoo de handteekening van den Ambassadeur gedurig moet bewaarheid, en alzoo ook gedurig de £ 10–:–: betaald worden. Voor Ambachtslieden, leergezellen, of andere weinig vermogende lieden, welke zich echter niet onder de behoeftigen willen rangschikken, is deze betaling een drukkende last. Bij onze legatie teParijsbehoeven wij geen duit te betalen, men is daar zeer vriendelijk en geschikt, en hoewel ik met den HeerSchimmelpenninckniet bijzonder bekend ben, heb ik echter gelegenheid gehad, om op te merken, dat hij inFrankrijkals een achtingwaardig Staatsman wordt beschouwd. Van zijne echtgenoote hoorde ik ook met veel lof spreken, bijzonder wegens hare milddadigheid omtrent de noodlijdenden.
13Deze wijze van verkoopen heeft ook nog inBataafsch Brabandplaats.
14Al weder eenApollo, de drie bevalligheden en de negen zanggodinnen. Wanneer zal men toch van dat eenzelvige, dat ’er bij al wat tot de tooneelkunst behoort, nog aanhoudend plaats heeft, eens afstappen.
15De eerste vertooning van dit stuk, die den 2 Januarijdezes jaarsau Théatre FrançaisteParijsplaats had, was niet gelukkig, naderhand echter is het beter geslaagd.
Drie en Twintigste Brief.Bordeaux, 1 October.Daar ik hier in een der voornaamstte wijnlanden vanFrankrijkben, en het omstreeks deze stad thans juist in het hartje van den wijnoogst (vendeange) is, wilde ik dien zien, en ging ten dien einde den 26endezer naar het kasteelHautbrion, 3/4 uurs van de stad, of van deSt. Juliaanspoort, (porte St. Julien) welke men uitgaat, gelegen. Die poort is een modern en niet onaanzienelijk gebouw. Door de voorstad, die ’er gnap uitziet, en een aangenamen weg, langs tuinen en wijngaarden loopende, komt men teHautbrion. Men was ’er in het drukste van den oogst. De wijngaarden hier omstreeks doorloopende, vonden wij ’er eene menigte mannen en vrouwen, jongens en meisjes bezig, met de druiven te snijden, en ’er uit te dragen; zij zongen tusschen beide halfFranschen halfPatois Gascon, en schenen zeer vrolijk. Een man met een stokje in de hand, was gesteld, om dekinderen in order te houden. Buiten den wijngaard werden de druiven in kuipen of tonnen op een kar, met twee ossen bespannen, geladen, en zoo naar het pershuis gebragt; bij dit pershuis was eene niet onaardige wooning. De rentmeester van het landgoed, waar van de eigenaar, naar hij ons verhaalde, teParijswoonde, ontving ons, hoewel wij hem niet kenden, of geene de minste aanbeveling aan hem hadden, zeer vriendelijk, en liet ons de wijze, op welke de wijn gemaakt werd, zien. Als vele onzer landslieden zagen, hoe daar mede gemorst wordt, zij zouden ligt huiverig zijn, om ’er van te drinken1. In het pershuis waren twee vierkante houten bakken, hebbende naar gissing omtrent 10 à 12 voet lengte, even zoo veel breedte, en ongeveer 2 voet diepte; zij stonden eenige voeten van den grond verheven; in deze bakken werden de druiven geworpen, en vijf à zes menschen vertreden die dan met hunne bloote voeten, dit noemt menFouler le Vin; het sap liep door een gat, aan de voorzijde gemaakt, in kuipen, en twee andere mannen droegen het van daar in eene andere groote en hooge kuip, daar zij met eenen trap naar toe moesten klimmen. Deze kuip was nog nieuw van eikenhout gemaakt, en met ijzeren hoepels omringd; de rentmeester verhaalde mij, dat dezelve £ 1500—gekost had; men verkiest voor diergelijke kuipen heteikenhout, hier omstreeks groeijende, boven het vreemde, omdat het minder hard is. In deze kuip liet men het sap en de verpletterde druiven 10 à 12 dagen staan, eer men ze verder uitperste en op vaten deed. De witte wijn, dien men hier minder teelt dan de roode, was reeds in de vaten, en gistte aanhoudend, zoodat de schuim door het bomgat, dat openstond, uitliep; deze wijn, hoewel pas 14 dagen oud, was reeds zuurachtig. Men liet ons ook den wijn van voorleden jaar, en van dien, welke eenige jaren oud was proeven; deze laatste vooral was zeer lekker. De wijn vanHautbrionbehoort tot de beste en fijnste wijnen, die in deze gansche landstreek geteeld worden, doch om goed te zijn, moet men ze ouder laten worden dan doorgaans deMedoc, en ze niet eerder drinken, voor dat zij 5 à 6 jaren oud is. De druif is hier klein, donker van kleur, hard van schil, en niet zeer aangenaam van smaak. De wijnoogst was ook hier over het algemeen goed, echter hadden de wijngaarden door de voorjaarsvorst nog wat geleden.Ik heb opgemerkt, dat de behandeling van den wijngaard in de onderscheidene streken vanFrankrijkverschillende is. InBourgognewordt de stam al vrij kort gehouden, en de ranken tegen een regt overeind staand stokje opgebonden. InProvenceenLanguedoclaat men de stammen langer, en men bindt de ranken niet op, maar doet ze over den grond kruipen, omdat dezelve daar door beschaduwd zijnde, minder zouden uitdroogen. Naar de kantenvan dePyreneënworden de stammen nog hooger, en sommigen zijn vrij dik. In het Departement der hoogePyreneënzelfs groeijen de wijngaarden, die somtijds vrij zwaar zijn, zoo als ik u gezegd heb, tegen kersen of andere boomtjes op, en in deze streek worden zij weder kort gehouden en tegen stokjes opgebonden.Al wat men ons inHollandvoorBordeauxscheenMedocwijnen verkoopt, moet men niet gelooven, dat in die landstreek groeit; een groot gedeelteLanguedocschewijnen loopt daar onder. Al die wijnen verbeteren veel door de reis over zee, en wij hebben daar bij beter slag, om ze te bereiden dan deFranschenzelve, en welligt is ’er onze luchtstreek ook beter toegeschikt. DeBourgogne-wijnen worden inFrankrijkvrij algemeen voor gezonder gehouden dan deBordeauxsche, vooral voor lieden, die met jicht, graveel of diergelijke kwalen gekweld zijn.In de stad terug gekeerd, ging ik hetPanoramavanLyonbezigtigen, omdat ik die stad en omstreken juist van dezelfde plaats gezien had, van waar hetPanoramageteekend is. Ik vond het zeer wel gelijkende, en deze vertooning was voor mij des te aangenamer, daar het mij duidelijk, al het geene ik teLyongezien had, herinnerde. Jammer was het, dat de begoocheling hier en daar benomen werd door eenige plooijen, die in het doek waren. Het zelve opgerold vanToulouseop hier in een lekke schuit ingescheept geweest zijnde, was vochtig geworden,en aan de kanten wat verstikt; hier door kon men het op sommige plaatsen niet goed spannen, dit gebrek was echter wel te verhelpen. Op de plaats, achter deze vertoonplaats, zag menle Bellier HydrauliquevanMontgolfier; dit werktuig, dat gij ongetwijfeld kennen zult, bragt hier het water 42 voeten hoog. Nog zag men hier een werktuig, dat menla Pendule merveilleuse2noemt. Deze wijst een woord, dat men geschreven heeft aan, op deze wijze: het briefje waar op een of twee woorden geschreven zijn, gaf ik het aan de vrouw die het werktuig laat zien; deze zag het in, en wees met een wijzer op den muur over de pendule, alwaar al de letters van het Alphabet stonden, een voor een dezelfde aan die ik geschreven had; daarna wond zij de pendule, die naar gissing 10 of 12 voeten van daar stond, op, en deed de slinger bewegen, en nu werden op de wijzerplaat, waarop insgelijks de letters van het A. B. C. stonden, dezelfde letters die ik geschreeven had aangewezen. Deze pendule is afgezonderd (geisoleerd), staande op een glazen of kristallen kolom, waar men door heen zien kan, en rondom vrij. De werking kan echter, dunkt mij, niet anders dan door eencompère3, en door den magneet geschieden: waartoe anders ook de aanwijzing van de letters op den muur. De uitvinder van dit werktuig, die zichAlexandrenoemt, en ookdirecteuris van hetpanorama, zegt, dat het op eene andere wijze werkt.’s Avonds ging ik het Tooneelde la Gaitéweder bezoeken,Majeurspeelde zeer aardig deRicco.Le foyer(de koffijkamer zou men bij ons zeggen) van dit Schouwburgje is eene nette en fraaije zaal; ’er is ook een tuintje achter, daar men in kan gaan wandelen, om tusschen beiden eens lucht te scheppen. Alles ziet ’er nog nieuw en frisch uit; want het is nog geen jaar geleden, dat het gebouw voltooid is.Den 27 dezer zag ik bij den HeerLacour, voornaam schilder alhier, en correspondent van het Instituut teParijs, eenige fraaije schilderijen en teekeningen. Onze landgenoot de Heervan Spaendonck, Professor in de schilderkunst, (zijnde een der voornaamste bloemschilders thans bekend) en lid van het Instituut teParijs, had mij een aanbevelingsbrief aan dezen Heer medegegeven4. Onderde schilderijen die ik hier zag, waren eenige goede stukken vanNederlandschemeesters, zoo alsRuisdaal,Wouwerman,Teniers,Adriaan Brouwer,Poelenburgenz. Onder de teekeningen munten uit twee groote en uitvoerige met de pen op perkament, doorWillem de Heer, in den smaak vanOstade; ook bezit de HeerLacoureene zeer schoone schilderij, behoorende tot deVenetiaanscheschool, en zijnde waarschijnlijk vanSebastien del Piombo, ookSebastiano Venezianogenaamd; het verbeeldtJudithin de tent vanHolofernes, dien zij het hoofd heeft afgeslagen, het welk zij in een zak werpt, die door eene andere vrouw opgehouden wordt. Dit stuk is zekerlijk lang verloren geweest, zijnde zoo vuil en zwart, dat men niet kon erkennen, wat ’er op stond, toen de HeerLacourhet alleen om het paneel kocht. Gevallig ontdekte hij naderhand, dat het der moeite waardig zou kunnen zijn, om schoon te maken; het geen dan ook ondernomen werd, en men beklaagde zich zulks in ’t geheel niet. Daar de stukken van dien beroemden meester, en om de kunst, en omdat zij vrij zeldzaam zijn, veel geacht worden, zou deze schilderij, hoe schoon ook buitendien op zich zelve, nog van veel meerder waarde zijn, als men bewijzen kon, dat het van den voornoemden meester is. In eenige werken over de schilderkunstwordt gesproken van een gegraveerde plaat, verbeeldende de geschiedenis vanJudith, naar eene schilderij vanSebastien del Piombo. De HeerLacouren zijne vrienden teParijsen elders, hebben zich al veel moeite gegeven, om deze plaat op te sporen; doch zijn daarin tot nog toe niet geslaagd. Zoo gij somwijlen gelegenheid mogt hebben, Vriend! om dien aangaande iets te ontdekken, laat dezelve dan niet voorbijgaan, zonder ’er het meest mogelijke gebruik van te maken. Den achtingwaardigen eigenaar van het stuk daar door dienst doende, zult gij mij tevens veel vriendschap bewijzen. In eene geschiedenis van het Oude en Nieuwe Testament, (Histoire de l’Ancien et Nouveau Testament) langwerpig 4to5, staat ook een plaatje, waar van de teekening, hoewel op zich zelve niet veel beduidende, naar deze schilderij schijnt gevolgd. De zoon van bovengemelden HeerLacour, een bekwaam plaatsnijder, heeft dit stuk verkleind (want de figuren zijn weinig minder dan levensgrootte) geteekend, en is voornemens, om deze fraaije teekening eerstdaags in het koper te brengen. De HeerLacourde vader is thans bezig aan een groot stuk, verbeeldende een gedeelte van de kaai en haven vanBordeaux; het gezigt van den kantdes Chartronsgenomen. Het wordt zeer fraai en naauwkeurig geschilderd, en de huizen enz. op de plaats zelve uitvoerig geteekend;het laat zich reeds aanzien, dat deze schilderij wel beantwoorden zal aan den roem van den meester.’s Avonds ging ik weder in den groote Schouwburg, doch niet meêr in hetparterre; om doorTalmade OthellovanShakespearte zien spelen. Het is een van de rollen, waarin hij uitmunt,—nimmer zag ik hem beter;—welk eene woeste en afgrijsselijke houding,—en zoo ziet ’er toch een mensch, door woedende driften vervoerd, uit.—Hij deed mij somtijds ijzen, en eene koude rilling gevoelen6. Deze verdienstelijke schouwspeler brengt het in dit vak vooral al ongemeen ver. Zijne vrouw speelde ook goed voor de minnares, en eenvan Hove, tot dit Tooneel behoorende, voldeed wel in de rol van den Vader, en schijnt een goed schouwspeler te zijn; echter was hij niet zeer vast in zijn rol. In het begin was ’er door het gedrang in hetparterre, zoo een sterk geraas, dat de vertooning daar door tusschen beide werd verhinderd, zoo dat de vertooners een en andermaal moesten stilzwijgen, en dit is aan niets anders toe te kennen dan aan de verkeerde inrigting, die aan dat gedeelte der aanschouwers geen zitplaatsen vergunt. Naderhand werd het evenwel stilder.Talmaen zijn vrouw werden ongemeen sterk toegejuicht; een lauwerkrans, als het hoogste blijk van genoegen,werd op het tooneel geworpen, en deze beide vertooners met algemeene stemmen gevraagd7.Les trois Frères Rivaux8vanla Font, werd door deBordeauxscheschouwspelers ook vrij wel vertoond. Om meêr plaatsen te winnen, had men die van de muzijkanten voor de aanschouwers ingeruimd, en nog was het overal stikkend vol.Den 28 dezer, na bij den HeerLacournog eenige kunststukken en oude medailles, waarvan een gedeelte alhier omtrent de voorstadSt. Seuringevonden werd, gezien te hebben, ging ik met hem het Museum van Natuurlijke Historie, Schilderijen, Oudheden; enz, bezigtigen. Het behoort aan bijzondere personen, die het voor geld laten zien; doch daar de HeerLacourmet hun bekend was, kostte het ons niets. In eene ruime en fraaije zaal, waarin het licht van boven invalt, ziet men verscheidene schilderijen, waar onder eenige fraaije: op de lijsten van de meesten leest men den naam van den een of anderen voornamen meester. In dezelfdezaal ziet men eenige wapenen en andere werktuigen van zoogenaamde Wilden, eenige opgezette en in wijngeest bewaarde dieren, mineralen, enz. doch de opgezette dieren waren zeer door de mot beschadigd; twee mummien of gedroogde lijken vanTeneriffe, een groote oude lijkbus van gebakken steen, die teToulousegevonden was, eenige aardevaten der ouden, fraai gemaakt, en glad en blinkende, of zij verglaasd waren, enz. In een andere pot of lijkbus met een deksel, toonde men nog eenige half verbrande beenderen, die men zeide dat ’er in gevonden waren. Men liet ’er ook eenige traanflesjes (lacrimatoires) die hier omstreeks gevonden waren, zien; doch het geen ik bijzonder merkwaardig vond, was een genoegzaam vierkante steen, naar gissing omtrent 3 voeten hoog, en wat minder breed; op drie zijde was beeldhouwwerken basreliefvan eene goede teekening, verbeeldende de middelste en breedste zijdeJupiterenGanimedes, en de twee anderenJunoenLeda. De zoon van den HeerLacourheeft deze beeldtenissen geteekend en gegraveerd. Ik zend ’er u hier nevens een afdruk van. De trekken die gestipt zijn, heeft hij, als genoegzaam verwoest, bijgeteekend. Deze steen is pas omtrent drie weken geleden gevonden, bij het graven van een’ kelder voor een nieuw huis dat gebouwd wordt, ter zijde van het Hotèl van de voormaligeIntendance, en de straat genaamdrue des Fosses9de l’intendance. Men veronderstelt dat deze steen gediend heeft tot een piedestal van het beeld vanJupiter; hebbende de ruwe of onbewerkte zijde tegen den muur gestaan, misschien in den tempel vanJupiter, waar van ik hier voor gesproken heb. In vroegere tijden is hier, zoo als de naam van de straat nog aanduidt, een gracht geweest, en deze steen is daar welligt met andere afbraak in geworpen om dezelve te dempen. Het gemelde huis en kelder nog niet voltooid zijnde, zag ik daar nog verscheidene bewerkte steenen, half in den grond liggen; op sommigen was loof- en lijstwerk van een’ goeden smaak, doch ik zag ’er ook een, waarop eenige beeldtenissen waren, die ’er vrij Gothisch uitzagen. Alle deze steenen, geelachtig van kleur, behooren tot de soort, die men hier omstreeks en in de meeste steengroeven vanFrankrijkvindt, en doorgaans gebruikt wordt, om te bouwen. Oudheidkundigen zullen hunne gevoelens over den opgemelden steen denkelijk wel bekend maken.Oude steen te Bordeaux gevonden.Oude steen te Bordeaux gevonden.Verder gingen wij het kabinet van schilderijen van den HeerJournu-Aubertlid van deSenat Conservateurbezigtigen, in een huis niet ver van den grooten Schouwburg,Rue des Fosses du Chapeau Rouge. Vier stukken vanJoseph Vernet10,schilder van verscheidene Zeehavens enz. verdienen daar in bijzonder opgemerkt te worden; die meester heeft ze voor dit Kabinet, dat niet groot is, doch waar in men behalve deze nog verscheidene fraaije stukken ziet, geschilderd. De namen van vele voortreffelijke meesters zijn ook op de fraai vergulde lijsten te lezen.In dit zelfde gebouw, dat vrij groot is, ziet men ook eene danszaal, en eenige anderen daar bij behoorende vertrekken, op de wijze van een grot, aardig geschilderd en versierd. Deze plaats, waar van men vooral met den vasten-avondtijd (Carnaval) gebruik maakt, moet bij avond verlicht zijnde, geene onaardige vertooning maken. Men noemt dezelveFrascati.Na het middagmaal zag ik in de voorstad, achter deJardin Publicwandelende, aan het eind van dezelve een fraai lusthuis en tuin; een gedeelte daar van was afgezonderd, en diende thans om danspartijen en zoogenaamde landelijke feesten (Fètes Champêtres) te geven. Men noemde hetTivoli, alles omParijsna te apen, waar men ook zulk eenFrascatienTivoliheeft.’s Avonds ging ikau Théatre Français; men gaf ’er een nieuw stuk, dat niet veel beteekende, en eenander dat ik teParijsreeds gezien had. Hier betaalt men 15solsin hetparterre, dat ook slechts eene staanplaats is. Ondertusschen, daar de avonden lang beginnen te worden, zijn diergelijke plaatsen voor de vreemdelingen goed, om ’er een uurtje in door te brengen. Die vanBordeauxschijnen nog al liefhebbers van het Tooneel te zijn; doch naar ik vernam, bestaat hun uitspanning en pracht bijzonder in de goede sier, en het houden van maaltijden, als een blijk hier van onder anderen, vindt men in hun voornaamste Almanak (Calendrier de la Gironde) van het laatst afgeloopenFranschejaar, achter een lijst van de Departementale en Stedelijke Besturen, Regtbanken, Bankiers, Makelaars, Kooplieden enz. eene onderrigting, om eene tafel voor twaalf personen aanteregten (Instruction pour regler le service d’une table de douze couverts.) Nu het is hier ook in der daad een soort van luilekkerland, goed vleesch, vooral rund en schapen, haperen ’er niet, daarGascognenog al wat weiland oplevert, zoo min als versche zee- en riviervisch; de omstreken leveren ook onderscheidene soorten van wildbraad en tam gevogelte in menigte op, waarbij men veeltijds de beroemde truffels, die het naburig land vanPérigordoplevert, voegt;Perigueuxde hoofdstad van dat land is beroemd om de patrijzen-pastijen; en de wijn begrijpt gij dat bij dit alles niet hapert, hoewel de fijne en lekkere soort ’er gansch niet algemeen en bijna zoo duur is als bij ons. De wijn, dien men in de herbergen, zelfs in de voorname, gewoonlijkdrinkt, is maar redelijk; en als men een flesje extra wil hebben, moet men ’er al 4 of 5livresvoor neêrtellen, en dan heeft men nog van den allerbesten niet. Over het geheel zijn de levensmiddelen hier duur, zelfs houdt menBordeauxvoor de duurste plaats vanFrankrijk; het geen ik voornamelijk aan den overvloed van geld, die ’er althans in vredestijd plaats heeft, toeschrijf. Menschen, die rijk zijn, en het voornamelijk om lekker eten en drinken te doen is, zou men deze stad wel tot eene woonplaats kunnen aanraden.Den 29 dezer; daar men mij de Kerk der voormaligeCarthuizers, in een der voorsteden, als bezienswaardig had opgegeven, ging ik die heden bezigtigen. In het voorbijgaan zag ik die vanSt. Seurin, waarin steenhouwers, metselaars, en andere werklieden, drok bezig waren met dezelve op te gnappen; merkwaardigheden vond ik ’er niet. Het koor van deCarthuizerKerk is rondom van marmer; maar vooral verdient het schilderwerk van het gewelf in deze Kerk, om de aardige uitwerking die het maakt, bewonderd te worden; het bestaat slechts in eenig loofwerk enz. en boven het koor ziet men een koepel, rondom met glasramen; deze inzonderheid is zoo natuurlijk geschilderd, dat men zou meenen dat hij wezenlijk bestond.In het terug keeren las ik op den hoek van een straatrue plus de Rois, en op die van een anderenrue haine aux Tyrans. Gij begrijpt dat ’er deze opschriften van daag of gisteren niet gezetzijn. Thans is ’er ook een straat, die menrue Bonapartenoemt.Heden was het weder vrij zacht, anders hebben wij hier, hoewel op 44 graden, 50 minuten noorderbreedte, en pas in het begin van den herfst, al eenige dagen gehad, dat het ’s morgens en ’s avonds een weinig koud was.Onze landgenoot de Heervan Erichem, Doctor in de medicijnen alhier, onthaalde ons op een lekker middagmaal naar denHollandschentrant, waarbij zelfs watertongetjes, die zeer goed waren; die hupsche en vriendelijke man, welke hier reeds verscheiden jaren woont, en als een kundig Geneesheer bekend is, heeft echter nog veel van deHollandschegebruiken behouden, onder anderen is hij nog een groot liefhebber van de pijp, en zijne echtgenoote, hoewel eeneFransche, is redelijk genoeg, om zich hier na te schikken. DeFranschevrouwen zijn anders over het algemeen zeer tegen het tabak roken, en een pijp is genoeg, om haar een gezelschap te doen schuwen.Na den maaltijd gingen wij met den Heervan Erichemen zijne huisvrouw, den tuin achter het huis van den HeerGramont, een der voornaamste Kooplieden van deze stad, bezigtigen; dit huis is aangenaam gelegen aan het eind van de kaai, naar den kant van de scheepstimmerwerven. De tuin is niet onaardig, en gedeeltelijk in denEngelschensmaak aangelegd; een gemetseld grachtje met stil staand water, waarin eenige zwanen en eenden, loopt ’erdoor. Doch hij, dieHollandschetuinen en buitenplaatsen gezien heeft, vindt hier in ’t geheel niets bijzonders. In een klein park had men ook een paar reeën, en het geen vreemd was, een van de twee scheen zeer boosaardig, zoo dat, als ’er iemand in het park kwam, zij terstond naar hem toe liep; zij zette zich voor hem op de achterste pooten, en krabde met de voorste. De tuinman was ’er zelfs bang voor, doch wij wapenden ons ieder met een tak van een boom, na een paar slagen, stelde zij zich niet meêr te weêr, maar liet zich zelfs streelen.In het terug keeren, niet ver van daar op de kaai, toonde men mij het Vondelinghuis, ookl’Hôpital de la Manufacturegenaamd, het is een groot en aanzienlijk gebouw; ’s jaarlijks werden ’er doorgaans 400 à 500 vondelingen in gebragt; zij worden in een draaipoortje (tour) gelegd, en men waarschuwt door een bel die daar naast hangt11. Hoe zeer deze gestichten strekken ter voorkoming van afgrijsselijke misdaden, moet men toch bekennen, dat zij aanleiding geven, en een ruime deuropenzetten voor ongeregeldheden en liefdeloosheid; vooral bijFranschemoeders in voorname steden, welke zoo algemeen de afgrijsselijke gewoonte hebben, van hare zuigelingen, zoodra zij geboren zijn, van zich aftestooten, en aan vreemden buiten de stad, en dikwijls eenige uren van daar overtegeven, en dus de ongevoeligheid omtrent haar kroost al zeer ver hebben gebragt. Zulke moeders zien dikwijls eene henne met hare kiekens, en zij blozen niet.—Welke gevolgen moet dit voor het vervolg op de opvoeding, en dus ook op de Maatschappij, niet hebben? Diergelijke gebreken vindt men in menigte in die maatschappelijke inrigting, die men ons als zoo goed en zoo verkieslijk aanpreekt; en hij die zich durft vermeten, om ’er iets tegen te zeggen, wordt voor een Jacobijn of Filozoof, twee nieuwe scheldnamen, uitgedacht, om redelijke menschen hatelijk te maken, uitgekreten12.’s Avonds ziet men hier in de Koffijhuizen (waar onder ’er verscheiden, die zeer fraai en net zijn) veel bier drinken13. Het Hollandsen bier is hier ook bijzonder geacht; hier en daar leest men nogop de uithangbordenBierre de Hollande; en wij zelve maken ’er zoo weinig werk van, dat deze trafiek geheel in verval geraakt. Men maakt hier ook anijsdrank onder den naam vanAnisette de Bordeauxbekend; doch hij is op zijn best half zoo goed als onzeAmsterdamsche Anisetteuit hetLoosje, of vanFokke; dit bekennen deFranschenzelve, en maken van deAnisette, zoo wel als van deCurassau de Hollande14ongemeen veel werk, en wij laten die soort van goed uitFrankrijkkomen, en betalen het duur.Den 30 dezer, zijnde zondag, ging ik de groote misse in deSt. AndréasKerk hooren; ’er werd vrij goed gezongen, en het orgelmuzijk was zeer aangenaam; deze en eenige andere Kerken, die ik bezocht, waren tamelijk vol volk. Die vanBordeauxworden voor zeer gehecht aan den regeringsvorm, zoo als die voor de omwenteling bestond, gehouden, en zijn dus ook ijverige Roomschgezinden. Deze plaats zeer veel handel metEngeland, zoo wel als metHollanddrijvende, welke handel thans genoegzaam geheel gestremd is, kunt gij begrijpen hoe de Kooplieden gezind zijn; want de handel is hier even als in onze kooplieden de spil,waarop alles draait, en de handelgeest de voorname drijfveer van de bemoeijingen der meeste ingezetenen.Hier is ook eene school van Koophandel, (Ecole de Commerce) waar de gronden van den beoefenenden Koophandel onderwezen worden, benevens de Aardrijkskunde tot den koophandel betrekking hebbende, deszelfs regten en wetten, en de zedekunde van den Koopman. De lessen worden in het openbaar, en om niet (gratis) dagelijks, behalve op Zon- en Feestdagen, gegeven; en de onderwijzers zijnH. C. GuilleProfessor, enChalrettoegevoegde (suppléant).—Was dit voor ons geen voorbeeld ter navolging?De wallen van hetChateau du Haa, dat niet ver van deze Kerk gelegen is, zijn gesloopt, en sommige muren afgebroken; het ziet ’er dan hier door de puinhoopen enz. woest en onoogelijk uit. Het Kasteel zelf dient thans voor een gevangenis. Deze sterkte werd, benevensle Chateau Trompette, in 1451 of 1452 onderKarelde VII. gebouwd, en beide zijn in de geschiedbladeren vanFrankrijk, vooral met opzigt tot de burgeroorlogen, zeer bekend.Behalve deallées de Tourny, is ’er nog een lange regte en vrij breede straat, loopende van dePlace Nationale, tot voorbij deJardin Public, zij is aan beide zijde met boomen beplant, en dient ook voor eene wandelplaats; men noemt dezelvele Cours de Tourny. DeAllées de Tourny, hebben wel iets van deBoulevard du TempleteParijsin het klein; ’eris een kleine Schouwburg, Marionnetten, koorddansers of springers en andere spellen, waar men zeldzaamheden enz. laat kijken; de tweeEngelschenwelke een soort van geschubde huid hadden, en die ik reeds teParijsgezien had, waren thans ook hier. Ook zag ik ’er eene vrouw, van, naar het mij voorkwam, ruim 30 jaren, hebbende een’ zwaren baard van zes duim lengte, ongemeen sterke wenkbraauwen, en bijzonder op hare beenen zeer veel haar. Deze vrouw was nog maar vijf dagen geleden in de kraam bevallen, en het kind was ook op verscheiden deelen van het ligchaam met haar bewassen, had reeds bakkebaarden, en zeer zware wenkbraauwen; het was bruinachtig van vel, doch zag ’er anders zeer gezond uit. De moeder liet het zuigen, en ik verwonderde mij over de blanke borsten van die vrouw, waarop die rosachtige en grijze baard eene afzigtelijke vertooning maakte; over het geheel scheen deze vrouw niet kwalijk gemaakt, doch was zeer zwak van gezigt, en had behalve den baard, zeer onbevallige wezenstrekken. Ondertusschen heeft zij toch nog een minnaar in een oppasser of knecht gevonden; zoo vreemd en misselijk is somtijds de smaak der menschen. Volgens de bekendmaking, zou haar eenHollandschKoopvaarder uitNoorwegenmede gebragt hebben; ondertusschen sprak zij tamelijkFransch, en hare stem, zelfs in het zingen, was juist niet onaangenaam. Naast den kleinen Schouwburg is ook een huis, waar openlijk verscheidene soorten van dobbelspelen dagelijksgespeeld worden; men ziet ’er niet anders dan ambagtslieden, varensgasten, en diergelijke, tot den zoogenaamden lagen burgerstand behoorende; ook zag ik ’er verscheidene aankomende jongelieden; ’er was doorgaans veel volk. Ik herhaal het, hoe is het mogelijk, dat men zoo iets in eene geregelde maatschappij duldt?Na den middag ging ik naar eene soort van tuin, even buiten de stad, naar den kant van de voorstadSt. Seurin, men noemt dezelvePlaisance; ’er werd gedanst, en eenige spellen, zoo als in een molen draaijen, op een plank wippen, schommelen enz. gespeeld; doch door het gure en onaangename weder, was ’er niet veel volk.Voorleden Zondag had ik al hooren aankondigen, en aangeplakt gezien, dat men ’s avonds in het Marionnettenspel de Geboorte vanJ. Christuszou vertoonen, zoo als zulks toen ook geschied was, en heden avond moest hetzelfde weder plaats hebben; zulk eene zonderlinge vertooning willende zien, ging ik ’er heen. Men begon met den Engel, dieMariade boodschap bragt, vervolgens zag men de aankomst vanMariaenJosephaan de herberg, de Geboorte, de Wijzen uit het Oosten, den Kindermoord, de vlugt naarEgypten, enz. De toestel was voor zulk eene soort van vertooning nog al zoo heel slecht niet, maar de waard van de herberg, als eenFranschekok gekleed, en een Pastoor met een zwarte tabbaard aan en een vierkante muts (bonnet carré) op, kwamen ’er misselijk in.—Ineene plaats, waar men nog al werk van den kerkelijken eerendienst schijnt te maken, zulk eene onteerende vertooning—welke ongerijmdheid! Met dat al was ’er veel volk, en de meesten zaten met de grootste aandacht te kijken.—Wat zegt gij hier van, Vriend! zoudt gij zoo iets in deze tijden, en in een der voornaamste steden vanFrankrijkwel gezocht hebben?Den 1en October, voornemens zijnde om morgen niet den postwagen van hier opTourste vertrekken, had ik reeds voor eenige dagen plaatsen besproken; want men moet het thans op het laatst niet laten aankomen, omdat ’er al eenige nieuwsgierigen, om het aanstaande krooningsfeest te zien, op reis gaan.Niets willende overslaan, ging ik de vestingle Chateau Trompettegenaamd, ook van binnen bezigtigen, doch vond ’er niets merkwaardigs. Naar men mij verzekerde, bestaat ’er reeds sedert eenige jaren een ontwerp, om deze vesting geheel te slopen, den grond te doen bebouwen, en dit schoone gedeelte van de stad, alzoo aanmerkelijk uit te leggen.Daar het heden markt was op de plaats, bij de poortSt. Julien, ging ik daar henen, om de boeren vande Landes(heigronden)15welke op stelten loopen, te zien; digt bij de markt ontmoette ik’er een, zijne stelten waren zoo hoog, dat hij wel drie voeten van den grond verheven was16; en door de wijde schreden, die hij daar mede deed, vorderde hij zoo sterk, dat men hem op een drafje loopende niet bijgehouden zou hebben; hij had een’ langen stok in de hand, om zich te ondersteunen; sommigen, naar ik vernam, gebruiken die ook, om zittende op te rusten, doch dan is hij korter en met eenen platten knop ’er op. De kleeding van dezen man bestond in een kort kamizool van rooden stof, met mouwen tot op de hand, en een ander wat langer en wijder met mouwen tot aan de elleboogen, van bruinachtig grof laken of pij ’er over; hij had een plat gebreid mutsje op van bruine wol (berette) zoo als de boeren van het landschapBearn, waarvan ik reeds gesproken heb. Op de stelten stond hij blootvoets, en had om de beenen stukken schapenvel met de wol naar buiten, als een soort van slopkousen; in den winter of bij slecht weder, heeft hij ook een soort van overrok zonder mouwen van schapenvellen, met de wol naar buiten, aan. Onder aan hun stok en stelten is, in plaats van ijzer of koper beslag, een stuk van een ossenbeen gemaakt. Hunne haren kammen zij genoegzaam nooit uit, maar ontwarren die slechts met de vingeren,zij staan dan ook steil en als borstels van het hoofd af. De reden, waarom deze lieden op stelten loopen, is, om beter door de hoog en digt begroeide of zandige heiden, als mede over de sloten en groeven, die zich in hun weg opdoen, te kunnen komen, misschien ook om spoediger te vorderen; de herders17op deze stelten staande, kunnen ook hunne kudde beter overzien. Om de stelten aan te binden, gaan zij doorgaans in hunne hutten op een hooge kas of op den schoorsteenmantel, die vrij hoog is, zitten; en in het veld zijn zij dikwijls verpligt, wanneer ’er zich geen heuveltjes of diergelijken opdoen, om op een boom of struik te klimmen. Hunne vrouwen maken zich eene soort van hoog opstaande kap, van twee of drie doeken als servetten; twee punten daar van zijn van achteren bij elkander gespeld; zij hebben een kort jakje aan, van de een of andere grove stof; overigens zag ik aan hunne kleeding niets bijzonders18. Deze menschen, naar ik vernam, zijn even als de bewoners van de hoogePijreneën, het geen men ruw en onbeschaafd noemt, daar bij ook zeer bijgeloovig, zoodat men ze door een vertelling van weerwolven of spoken, ligter dan door geweld, zou kunnen verjagen;zij hebben ook hunne bijzondere zeden en gebruiken, doch zijn door de gemeenschap met de naburige steden, alwaar zij schapen, houtskolen, oesters19, wild, enz. ter markt brengen, veel verbasterd en bedorven. Zij staan in dit opzigt alzoo met de goede eenvoudige bergbewoners niet gelijk.Boeren van Landes.Boeren van Landes.Terwijl wij over de kleederdragt handelen, moet ik ook een paar woorden zeggen van die vrouwen en dochters alhier, welke tot de klasse der ambachtslieden, dienstmaagden, enz. behooren: zij onderscheiden zich, vooral wanneer zij uitgedoscht zijn, door zeer hooge mutsen, en dragen, even als onzeNoord-Hollandsche, eene menigte rokken over elkanderen. In het algemeen zien ’er de vrouwen hier vrij wel uit. Men ontmoet ’er ook op de wandel- en andere plaatsen, voor het openbaar vermaak geschikt, zeer vele gerijfelijke juffertjes, waar onder men ’er vindt, die ’er zeer bevallig uitzien, en de houding en kleeding van de zoogenaamde voorname vrouwen vrij wel weten na te volgen.Het getal der schoensmeerders, meestal aankomende jongens, was hier zoo groot, dat de Politie ’er voor de zeevaart, nog maar kort geleden, eenige honderden heeft doen oppakken.Daar deBordeauxschewijnen bij ons genoeg bekend zijn, zal ik mij niet ophouden, met u de soorten daar van optenoemen, maar alleen zeggen, dat die, welke menVin de Gravenoemt, en welke onder de meest geachtste soort behoort, dus genaamd wordt, omdat zij op eenen keizelachtigen zandgrond, die deFranschen Graviernoemen, geteeld wordt: de witte is het algemeenste, en wordt, benevens die vanSauterne, hoog geschat. Van de roodeMedoc-20wijnen, maakt men zoo wel hier als bij ons zeer veel werk, doch dat land zou al vrij wat grooter moeten zijn, om al de wijnen, die naar hetzelve genoemd worden, te kunnen voortbrengen; maar, zoo als ik reeds gezegd heb, de wijnen komen dikwijls met valsche doopceelen ter markt, en om dagelijks een flesje echtela Fitte,Chateau Margotof diergelijke, op zijn tafel te hebben, is een burgerstuivertje maar in ’t geheel niet toereikende. Gelukkig dat men buiten dien zeer wel gezond en vergenoegd kan zijn, en missen velen dat kostbare roode sap, zij kunnen daar door ook beter de roodejichtbaai (dat toch gansch geen aangename opschik is) missen. De wijnkoopers alhier schijnen vrij algemeen te gelooven, dat de adem van ziekelijke of ongestelde personen, schadelijk is voor den wijn, en laten daarom niet gaarne menschen, die ’er ongezond uitzien, en vooral geene vrouwen, in hunne pakhuizen, die menChaisnoemt.Van de openbare gebouwen sprekende, heb ik nog vergeten, om van de Kerk vanSt. Dominicusmelding te maken. Zij verdient inzonderheid om het fraaije beeldhouwwerk op den voorgevel (facade) wel gezien te worden; thans wordt zij, zoo ik meen,la Paroisse Notre Damegenaamd, en staat tegen over een straat, uitkomende aan deAllées de Tourny; van deze wandeling moet ik ook nog zeggen, dat zij genaamd is naar den Rentmeester (intendant)Tournyden vader, aan wien die vanBordeauxdeze wandelingen, en meêr andere aanzienelijke verbeteringen in hunne stad, verschuldigd zijn, en wiens nagedachtenis daar dan ook met reden in zeer veel achting is.Bordeaux, een der oudste en aanzienlijkste steden vanFrankrijk, was voorheen de Hoofdstad van de Provincie,la Guiennegenaamd, thans is zij het van het Departementde la Gironde, de naam van de rivier, welke voortgebragt wordt door de vereeniging van deDordogneen deGaronne. De bevolking van deze stad wordt op ruim 104,600 begroot; zij is aan den linker oever van deGaronne, omtrent 15 uren van de plaats, waar deGirondein zee valt,gelegen. Haar grondgebied is zeer uitgestrekt, doch naar evenredigheid niet bevolkt, door de moerassen, die ’er van het Noorden naar het Zuid-Oosten langs liggen. Sommigen willen den naam van die stad afgeleid hebben vanbord de l’eau, ofbord des eaux, (kant van het water) omdat zij aan den waterkant gelegen is. In oude tijden werd zijAquita, en daar naBurde Gallagenaamd.Deze stad heeft verscheidene beroemde mannen opgeleverd, waaronder de waarlijk grooteMichel Montaigne, hoewel niet inBordeauxzelve, maar op het KasteelEsquemin het naburig LandschapPerigordgeboren, vooral niet moet vergeten worden. Die kloeke wijsgeer was Maire van deze stad omtrent 1581, en stierf in 1592, in den ouderdom van ruim 59 jaren. Het kostelijke werk, dat hij onder den nederigen titel vanEssaisheeft geschreven, is u ongetwijfeld bekend21. Zulke mannen telt men toch maar weinig in de Geschiedbladeren.Over mijn herbergl’Hotèl des sept Frères, bijLangueron,petite rue de l’Intendance, was ik wel te vreden; het is ’er vrij zindelijk en gnap, en voorBordeauxgansch niet duur22.Gij bekomt nu niet eerder tijding van mij, Voor dat ik teParijsben.—Vaarwel!1En zekerlijk ging het hier nog op de zindelijkste wijze toe.2Het wonderbare staande horlogie.3Compèreis een medehelper van een goochelaar.4De Heervan Spaendonck, vanTilborggeboortig, verdient niet alleen de hoogachting derHollanders, omdat hij een van de weinigen is, die den oude roem en luister derNederlandscheschool nog op eene schitterende wijze staande houdt; maar ook om zijne hupsche en vriendelijke geaardheid en genegenheid voor zijne landslieden, zoodat men geene andere aanbeveling behoeft dan die van landgenoot, om door hem met vriendschapsbewijzen overladen te worden. Vaderlandsche jongelieden, zich in de schilderkunst willende oefenen, kunnen dan, wanneer zij teParijskomen, ook staat maken, dat zij door hem voortgeholpen zullen worden.5Daar ik slechts eenige bladen uit dit werk gezien heb, kan ik het niet beter aanduiden.6De kleeding vanTalmawas als naar gewoonte weder zeer naauwkeurig; zijn aangezigt was hoog bruin gemaakt, en hij had eenen veelverwigen tulband op.7Dit is een eerbewijs, dat men den schouwspelers inFrankrijk, als men wel over hen te vreden is, betoont. Het stuk geëindigd zijnde, schreeuwt hetparterre, bij voorbeeld:Talma! Talma!Het gordijn wordt dan weder opgehaald, de gevraagde persoon komt op, maakt eene buiging, en wordt door een sterk handgeklap en geroep vanbravotoegejuicht.8Zoo ik meen in onze taal overgezet, onder den naam vande drie Gebroeders Medeminnaars.9De straten die in deze stadFossesgenaamd worden,zijn voorheen de stadsgrachten geweest, die bij het uitleggen van dezelven zijn gedempt geworden.10Joseph Vernetwerd teAvignonin 1712 geboren, en stierf teParijsin 1785. Hij heeft veel geschilderd, ende platen van zijneFransche Zeehavens, en andere gezigten, zijn zoo algemeen bekend, dat het onnoodig zal zijn, om eene afteekening van die, van deze stad of vanMarseilleenToulonhier bij te voegen.11Een menschenvriend en achtingwaardig Roomsch Priester,Vincent de Paulgenaamd, was de stichter van deze en diergelijke huizen inFrankrijk, omtrent het midden van de 17de eeuw. Voor dien tijd verkocht men teParijsde vondelingen in de straat vanSt. Landry, voor twintigsolshet stuk, of men gaf ze, let wel, uit barmhartigheid, aan zieke vrouwen, om haar de melk aftezuigen.12DeEngelschennoemen immers, in sommige van hunne dagbladen, denFranscheKeizerNapoleonun Empereur Jacobin,—welke onregtvaardigheid!13De meeste Koffijhuizen zijn in de wijkdu Chapeau Rouge, bij de alleën deTourny, den Schouwburg, enz. Een is ’er ook op de kaai over de beurs, dat van achteren aan het water uitkomt, zoo dat men ’er een alleraangenaamstgezigt heeft; ik ging ’er daarom dikwijls een kop koffij naar het middageten gebruiken.14TeParijszelfs leest men op sommige uithangborden en aankondiging-celen—Curassau et Anisette de Hollande.15Het Departement, het welke aan dat vande Girondegrenst, wordt ookDepartement des Landesgenaamd.16De herders met hun vee in de heide zijnde, hebben dezelve, naar men mij verzekerde, somtijds tot vijf voeten toe; te weten de klampen daar zij op staan, zijn zoo hoog van den grond af.17De schapen- en veehoederij is het voorname bedrijf van deze lieden.18Daar de kleeding van die lieden, en bijzonder die der mannen, zeer ongemeen is, zend ik u daar van eene naauwkeurige afteekening.19De oesters, die omstreeks deze stad gevonden worden, zijn zeer beroemd, vooral die, welke men groene noemt; deFranschen, om eens ter deeg te smullen, nemen dezelve voor hun ontbijt, en drinken ’er dan witten wijn,de GraveofSauternebij, en zulk een ontbijt vind ik ook zeer wel, om te gebruiken. De oesters vanMedocwaren zelfs ten tijde van deRomeinenal beroemd, en werden, volgensAusonius, zelfs teRomeop de Keizerlijke tafels voorgezet.20Die landstreek een uurtje benedenBordeauxbeginnende, strekt zich verder langs den linkeroever van deGaronneenGirondeuit, en het is naar den kant van die rivieren, dat zij het vruchtbaarste is.21Thans bestaat ’er eeneStereotypeuitgave van hetzelve in 4 Deelen in 12mo, welke men bijDidotteParijs, voor den ongemeen matigen prijs van 8francskoopt.22Le grand Hotèl des Ambassadeursende Franklin, beide in de laanCours du Jardin Publicgenaamd, zijn van de voornaamste en aanzienlijkste; naar ik vernam ismen ’er ook zeer goed, doch het is ’er duur. Als een van de tweede klasse, genoegzaam in den smaak van dat dersept Frères, meen ik ookl’Hotèl des Asturies Fosse de l’Intendancete mogen aanprijzen.
Bordeaux, 1 October.
Daar ik hier in een der voornaamstte wijnlanden vanFrankrijkben, en het omstreeks deze stad thans juist in het hartje van den wijnoogst (vendeange) is, wilde ik dien zien, en ging ten dien einde den 26endezer naar het kasteelHautbrion, 3/4 uurs van de stad, of van deSt. Juliaanspoort, (porte St. Julien) welke men uitgaat, gelegen. Die poort is een modern en niet onaanzienelijk gebouw. Door de voorstad, die ’er gnap uitziet, en een aangenamen weg, langs tuinen en wijngaarden loopende, komt men teHautbrion. Men was ’er in het drukste van den oogst. De wijngaarden hier omstreeks doorloopende, vonden wij ’er eene menigte mannen en vrouwen, jongens en meisjes bezig, met de druiven te snijden, en ’er uit te dragen; zij zongen tusschen beide halfFranschen halfPatois Gascon, en schenen zeer vrolijk. Een man met een stokje in de hand, was gesteld, om dekinderen in order te houden. Buiten den wijngaard werden de druiven in kuipen of tonnen op een kar, met twee ossen bespannen, geladen, en zoo naar het pershuis gebragt; bij dit pershuis was eene niet onaardige wooning. De rentmeester van het landgoed, waar van de eigenaar, naar hij ons verhaalde, teParijswoonde, ontving ons, hoewel wij hem niet kenden, of geene de minste aanbeveling aan hem hadden, zeer vriendelijk, en liet ons de wijze, op welke de wijn gemaakt werd, zien. Als vele onzer landslieden zagen, hoe daar mede gemorst wordt, zij zouden ligt huiverig zijn, om ’er van te drinken1. In het pershuis waren twee vierkante houten bakken, hebbende naar gissing omtrent 10 à 12 voet lengte, even zoo veel breedte, en ongeveer 2 voet diepte; zij stonden eenige voeten van den grond verheven; in deze bakken werden de druiven geworpen, en vijf à zes menschen vertreden die dan met hunne bloote voeten, dit noemt menFouler le Vin; het sap liep door een gat, aan de voorzijde gemaakt, in kuipen, en twee andere mannen droegen het van daar in eene andere groote en hooge kuip, daar zij met eenen trap naar toe moesten klimmen. Deze kuip was nog nieuw van eikenhout gemaakt, en met ijzeren hoepels omringd; de rentmeester verhaalde mij, dat dezelve £ 1500—gekost had; men verkiest voor diergelijke kuipen heteikenhout, hier omstreeks groeijende, boven het vreemde, omdat het minder hard is. In deze kuip liet men het sap en de verpletterde druiven 10 à 12 dagen staan, eer men ze verder uitperste en op vaten deed. De witte wijn, dien men hier minder teelt dan de roode, was reeds in de vaten, en gistte aanhoudend, zoodat de schuim door het bomgat, dat openstond, uitliep; deze wijn, hoewel pas 14 dagen oud, was reeds zuurachtig. Men liet ons ook den wijn van voorleden jaar, en van dien, welke eenige jaren oud was proeven; deze laatste vooral was zeer lekker. De wijn vanHautbrionbehoort tot de beste en fijnste wijnen, die in deze gansche landstreek geteeld worden, doch om goed te zijn, moet men ze ouder laten worden dan doorgaans deMedoc, en ze niet eerder drinken, voor dat zij 5 à 6 jaren oud is. De druif is hier klein, donker van kleur, hard van schil, en niet zeer aangenaam van smaak. De wijnoogst was ook hier over het algemeen goed, echter hadden de wijngaarden door de voorjaarsvorst nog wat geleden.
Ik heb opgemerkt, dat de behandeling van den wijngaard in de onderscheidene streken vanFrankrijkverschillende is. InBourgognewordt de stam al vrij kort gehouden, en de ranken tegen een regt overeind staand stokje opgebonden. InProvenceenLanguedoclaat men de stammen langer, en men bindt de ranken niet op, maar doet ze over den grond kruipen, omdat dezelve daar door beschaduwd zijnde, minder zouden uitdroogen. Naar de kantenvan dePyreneënworden de stammen nog hooger, en sommigen zijn vrij dik. In het Departement der hoogePyreneënzelfs groeijen de wijngaarden, die somtijds vrij zwaar zijn, zoo als ik u gezegd heb, tegen kersen of andere boomtjes op, en in deze streek worden zij weder kort gehouden en tegen stokjes opgebonden.
Al wat men ons inHollandvoorBordeauxscheenMedocwijnen verkoopt, moet men niet gelooven, dat in die landstreek groeit; een groot gedeelteLanguedocschewijnen loopt daar onder. Al die wijnen verbeteren veel door de reis over zee, en wij hebben daar bij beter slag, om ze te bereiden dan deFranschenzelve, en welligt is ’er onze luchtstreek ook beter toegeschikt. DeBourgogne-wijnen worden inFrankrijkvrij algemeen voor gezonder gehouden dan deBordeauxsche, vooral voor lieden, die met jicht, graveel of diergelijke kwalen gekweld zijn.
In de stad terug gekeerd, ging ik hetPanoramavanLyonbezigtigen, omdat ik die stad en omstreken juist van dezelfde plaats gezien had, van waar hetPanoramageteekend is. Ik vond het zeer wel gelijkende, en deze vertooning was voor mij des te aangenamer, daar het mij duidelijk, al het geene ik teLyongezien had, herinnerde. Jammer was het, dat de begoocheling hier en daar benomen werd door eenige plooijen, die in het doek waren. Het zelve opgerold vanToulouseop hier in een lekke schuit ingescheept geweest zijnde, was vochtig geworden,en aan de kanten wat verstikt; hier door kon men het op sommige plaatsen niet goed spannen, dit gebrek was echter wel te verhelpen. Op de plaats, achter deze vertoonplaats, zag menle Bellier HydrauliquevanMontgolfier; dit werktuig, dat gij ongetwijfeld kennen zult, bragt hier het water 42 voeten hoog. Nog zag men hier een werktuig, dat menla Pendule merveilleuse2noemt. Deze wijst een woord, dat men geschreven heeft aan, op deze wijze: het briefje waar op een of twee woorden geschreven zijn, gaf ik het aan de vrouw die het werktuig laat zien; deze zag het in, en wees met een wijzer op den muur over de pendule, alwaar al de letters van het Alphabet stonden, een voor een dezelfde aan die ik geschreven had; daarna wond zij de pendule, die naar gissing 10 of 12 voeten van daar stond, op, en deed de slinger bewegen, en nu werden op de wijzerplaat, waarop insgelijks de letters van het A. B. C. stonden, dezelfde letters die ik geschreeven had aangewezen. Deze pendule is afgezonderd (geisoleerd), staande op een glazen of kristallen kolom, waar men door heen zien kan, en rondom vrij. De werking kan echter, dunkt mij, niet anders dan door eencompère3, en door den magneet geschieden: waartoe anders ook de aanwijzing van de letters op den muur. De uitvinder van dit werktuig, die zichAlexandrenoemt, en ookdirecteuris van hetpanorama, zegt, dat het op eene andere wijze werkt.
’s Avonds ging ik het Tooneelde la Gaitéweder bezoeken,Majeurspeelde zeer aardig deRicco.Le foyer(de koffijkamer zou men bij ons zeggen) van dit Schouwburgje is eene nette en fraaije zaal; ’er is ook een tuintje achter, daar men in kan gaan wandelen, om tusschen beiden eens lucht te scheppen. Alles ziet ’er nog nieuw en frisch uit; want het is nog geen jaar geleden, dat het gebouw voltooid is.
Den 27 dezer zag ik bij den HeerLacour, voornaam schilder alhier, en correspondent van het Instituut teParijs, eenige fraaije schilderijen en teekeningen. Onze landgenoot de Heervan Spaendonck, Professor in de schilderkunst, (zijnde een der voornaamste bloemschilders thans bekend) en lid van het Instituut teParijs, had mij een aanbevelingsbrief aan dezen Heer medegegeven4. Onderde schilderijen die ik hier zag, waren eenige goede stukken vanNederlandschemeesters, zoo alsRuisdaal,Wouwerman,Teniers,Adriaan Brouwer,Poelenburgenz. Onder de teekeningen munten uit twee groote en uitvoerige met de pen op perkament, doorWillem de Heer, in den smaak vanOstade; ook bezit de HeerLacoureene zeer schoone schilderij, behoorende tot deVenetiaanscheschool, en zijnde waarschijnlijk vanSebastien del Piombo, ookSebastiano Venezianogenaamd; het verbeeldtJudithin de tent vanHolofernes, dien zij het hoofd heeft afgeslagen, het welk zij in een zak werpt, die door eene andere vrouw opgehouden wordt. Dit stuk is zekerlijk lang verloren geweest, zijnde zoo vuil en zwart, dat men niet kon erkennen, wat ’er op stond, toen de HeerLacourhet alleen om het paneel kocht. Gevallig ontdekte hij naderhand, dat het der moeite waardig zou kunnen zijn, om schoon te maken; het geen dan ook ondernomen werd, en men beklaagde zich zulks in ’t geheel niet. Daar de stukken van dien beroemden meester, en om de kunst, en omdat zij vrij zeldzaam zijn, veel geacht worden, zou deze schilderij, hoe schoon ook buitendien op zich zelve, nog van veel meerder waarde zijn, als men bewijzen kon, dat het van den voornoemden meester is. In eenige werken over de schilderkunstwordt gesproken van een gegraveerde plaat, verbeeldende de geschiedenis vanJudith, naar eene schilderij vanSebastien del Piombo. De HeerLacouren zijne vrienden teParijsen elders, hebben zich al veel moeite gegeven, om deze plaat op te sporen; doch zijn daarin tot nog toe niet geslaagd. Zoo gij somwijlen gelegenheid mogt hebben, Vriend! om dien aangaande iets te ontdekken, laat dezelve dan niet voorbijgaan, zonder ’er het meest mogelijke gebruik van te maken. Den achtingwaardigen eigenaar van het stuk daar door dienst doende, zult gij mij tevens veel vriendschap bewijzen. In eene geschiedenis van het Oude en Nieuwe Testament, (Histoire de l’Ancien et Nouveau Testament) langwerpig 4to5, staat ook een plaatje, waar van de teekening, hoewel op zich zelve niet veel beduidende, naar deze schilderij schijnt gevolgd. De zoon van bovengemelden HeerLacour, een bekwaam plaatsnijder, heeft dit stuk verkleind (want de figuren zijn weinig minder dan levensgrootte) geteekend, en is voornemens, om deze fraaije teekening eerstdaags in het koper te brengen. De HeerLacourde vader is thans bezig aan een groot stuk, verbeeldende een gedeelte van de kaai en haven vanBordeaux; het gezigt van den kantdes Chartronsgenomen. Het wordt zeer fraai en naauwkeurig geschilderd, en de huizen enz. op de plaats zelve uitvoerig geteekend;het laat zich reeds aanzien, dat deze schilderij wel beantwoorden zal aan den roem van den meester.
’s Avonds ging ik weder in den groote Schouwburg, doch niet meêr in hetparterre; om doorTalmade OthellovanShakespearte zien spelen. Het is een van de rollen, waarin hij uitmunt,—nimmer zag ik hem beter;—welk eene woeste en afgrijsselijke houding,—en zoo ziet ’er toch een mensch, door woedende driften vervoerd, uit.—Hij deed mij somtijds ijzen, en eene koude rilling gevoelen6. Deze verdienstelijke schouwspeler brengt het in dit vak vooral al ongemeen ver. Zijne vrouw speelde ook goed voor de minnares, en eenvan Hove, tot dit Tooneel behoorende, voldeed wel in de rol van den Vader, en schijnt een goed schouwspeler te zijn; echter was hij niet zeer vast in zijn rol. In het begin was ’er door het gedrang in hetparterre, zoo een sterk geraas, dat de vertooning daar door tusschen beide werd verhinderd, zoo dat de vertooners een en andermaal moesten stilzwijgen, en dit is aan niets anders toe te kennen dan aan de verkeerde inrigting, die aan dat gedeelte der aanschouwers geen zitplaatsen vergunt. Naderhand werd het evenwel stilder.Talmaen zijn vrouw werden ongemeen sterk toegejuicht; een lauwerkrans, als het hoogste blijk van genoegen,werd op het tooneel geworpen, en deze beide vertooners met algemeene stemmen gevraagd7.Les trois Frères Rivaux8vanla Font, werd door deBordeauxscheschouwspelers ook vrij wel vertoond. Om meêr plaatsen te winnen, had men die van de muzijkanten voor de aanschouwers ingeruimd, en nog was het overal stikkend vol.
Den 28 dezer, na bij den HeerLacournog eenige kunststukken en oude medailles, waarvan een gedeelte alhier omtrent de voorstadSt. Seuringevonden werd, gezien te hebben, ging ik met hem het Museum van Natuurlijke Historie, Schilderijen, Oudheden; enz, bezigtigen. Het behoort aan bijzondere personen, die het voor geld laten zien; doch daar de HeerLacourmet hun bekend was, kostte het ons niets. In eene ruime en fraaije zaal, waarin het licht van boven invalt, ziet men verscheidene schilderijen, waar onder eenige fraaije: op de lijsten van de meesten leest men den naam van den een of anderen voornamen meester. In dezelfdezaal ziet men eenige wapenen en andere werktuigen van zoogenaamde Wilden, eenige opgezette en in wijngeest bewaarde dieren, mineralen, enz. doch de opgezette dieren waren zeer door de mot beschadigd; twee mummien of gedroogde lijken vanTeneriffe, een groote oude lijkbus van gebakken steen, die teToulousegevonden was, eenige aardevaten der ouden, fraai gemaakt, en glad en blinkende, of zij verglaasd waren, enz. In een andere pot of lijkbus met een deksel, toonde men nog eenige half verbrande beenderen, die men zeide dat ’er in gevonden waren. Men liet ’er ook eenige traanflesjes (lacrimatoires) die hier omstreeks gevonden waren, zien; doch het geen ik bijzonder merkwaardig vond, was een genoegzaam vierkante steen, naar gissing omtrent 3 voeten hoog, en wat minder breed; op drie zijde was beeldhouwwerken basreliefvan eene goede teekening, verbeeldende de middelste en breedste zijdeJupiterenGanimedes, en de twee anderenJunoenLeda. De zoon van den HeerLacourheeft deze beeldtenissen geteekend en gegraveerd. Ik zend ’er u hier nevens een afdruk van. De trekken die gestipt zijn, heeft hij, als genoegzaam verwoest, bijgeteekend. Deze steen is pas omtrent drie weken geleden gevonden, bij het graven van een’ kelder voor een nieuw huis dat gebouwd wordt, ter zijde van het Hotèl van de voormaligeIntendance, en de straat genaamdrue des Fosses9de l’intendance. Men veronderstelt dat deze steen gediend heeft tot een piedestal van het beeld vanJupiter; hebbende de ruwe of onbewerkte zijde tegen den muur gestaan, misschien in den tempel vanJupiter, waar van ik hier voor gesproken heb. In vroegere tijden is hier, zoo als de naam van de straat nog aanduidt, een gracht geweest, en deze steen is daar welligt met andere afbraak in geworpen om dezelve te dempen. Het gemelde huis en kelder nog niet voltooid zijnde, zag ik daar nog verscheidene bewerkte steenen, half in den grond liggen; op sommigen was loof- en lijstwerk van een’ goeden smaak, doch ik zag ’er ook een, waarop eenige beeldtenissen waren, die ’er vrij Gothisch uitzagen. Alle deze steenen, geelachtig van kleur, behooren tot de soort, die men hier omstreeks en in de meeste steengroeven vanFrankrijkvindt, en doorgaans gebruikt wordt, om te bouwen. Oudheidkundigen zullen hunne gevoelens over den opgemelden steen denkelijk wel bekend maken.
Oude steen te Bordeaux gevonden.Oude steen te Bordeaux gevonden.
Oude steen te Bordeaux gevonden.
Verder gingen wij het kabinet van schilderijen van den HeerJournu-Aubertlid van deSenat Conservateurbezigtigen, in een huis niet ver van den grooten Schouwburg,Rue des Fosses du Chapeau Rouge. Vier stukken vanJoseph Vernet10,schilder van verscheidene Zeehavens enz. verdienen daar in bijzonder opgemerkt te worden; die meester heeft ze voor dit Kabinet, dat niet groot is, doch waar in men behalve deze nog verscheidene fraaije stukken ziet, geschilderd. De namen van vele voortreffelijke meesters zijn ook op de fraai vergulde lijsten te lezen.
In dit zelfde gebouw, dat vrij groot is, ziet men ook eene danszaal, en eenige anderen daar bij behoorende vertrekken, op de wijze van een grot, aardig geschilderd en versierd. Deze plaats, waar van men vooral met den vasten-avondtijd (Carnaval) gebruik maakt, moet bij avond verlicht zijnde, geene onaardige vertooning maken. Men noemt dezelveFrascati.
Na het middagmaal zag ik in de voorstad, achter deJardin Publicwandelende, aan het eind van dezelve een fraai lusthuis en tuin; een gedeelte daar van was afgezonderd, en diende thans om danspartijen en zoogenaamde landelijke feesten (Fètes Champêtres) te geven. Men noemde hetTivoli, alles omParijsna te apen, waar men ook zulk eenFrascatienTivoliheeft.
’s Avonds ging ikau Théatre Français; men gaf ’er een nieuw stuk, dat niet veel beteekende, en eenander dat ik teParijsreeds gezien had. Hier betaalt men 15solsin hetparterre, dat ook slechts eene staanplaats is. Ondertusschen, daar de avonden lang beginnen te worden, zijn diergelijke plaatsen voor de vreemdelingen goed, om ’er een uurtje in door te brengen. Die vanBordeauxschijnen nog al liefhebbers van het Tooneel te zijn; doch naar ik vernam, bestaat hun uitspanning en pracht bijzonder in de goede sier, en het houden van maaltijden, als een blijk hier van onder anderen, vindt men in hun voornaamste Almanak (Calendrier de la Gironde) van het laatst afgeloopenFranschejaar, achter een lijst van de Departementale en Stedelijke Besturen, Regtbanken, Bankiers, Makelaars, Kooplieden enz. eene onderrigting, om eene tafel voor twaalf personen aanteregten (Instruction pour regler le service d’une table de douze couverts.) Nu het is hier ook in der daad een soort van luilekkerland, goed vleesch, vooral rund en schapen, haperen ’er niet, daarGascognenog al wat weiland oplevert, zoo min als versche zee- en riviervisch; de omstreken leveren ook onderscheidene soorten van wildbraad en tam gevogelte in menigte op, waarbij men veeltijds de beroemde truffels, die het naburig land vanPérigordoplevert, voegt;Perigueuxde hoofdstad van dat land is beroemd om de patrijzen-pastijen; en de wijn begrijpt gij dat bij dit alles niet hapert, hoewel de fijne en lekkere soort ’er gansch niet algemeen en bijna zoo duur is als bij ons. De wijn, dien men in de herbergen, zelfs in de voorname, gewoonlijkdrinkt, is maar redelijk; en als men een flesje extra wil hebben, moet men ’er al 4 of 5livresvoor neêrtellen, en dan heeft men nog van den allerbesten niet. Over het geheel zijn de levensmiddelen hier duur, zelfs houdt menBordeauxvoor de duurste plaats vanFrankrijk; het geen ik voornamelijk aan den overvloed van geld, die ’er althans in vredestijd plaats heeft, toeschrijf. Menschen, die rijk zijn, en het voornamelijk om lekker eten en drinken te doen is, zou men deze stad wel tot eene woonplaats kunnen aanraden.
Den 29 dezer; daar men mij de Kerk der voormaligeCarthuizers, in een der voorsteden, als bezienswaardig had opgegeven, ging ik die heden bezigtigen. In het voorbijgaan zag ik die vanSt. Seurin, waarin steenhouwers, metselaars, en andere werklieden, drok bezig waren met dezelve op te gnappen; merkwaardigheden vond ik ’er niet. Het koor van deCarthuizerKerk is rondom van marmer; maar vooral verdient het schilderwerk van het gewelf in deze Kerk, om de aardige uitwerking die het maakt, bewonderd te worden; het bestaat slechts in eenig loofwerk enz. en boven het koor ziet men een koepel, rondom met glasramen; deze inzonderheid is zoo natuurlijk geschilderd, dat men zou meenen dat hij wezenlijk bestond.
In het terug keeren las ik op den hoek van een straatrue plus de Rois, en op die van een anderenrue haine aux Tyrans. Gij begrijpt dat ’er deze opschriften van daag of gisteren niet gezetzijn. Thans is ’er ook een straat, die menrue Bonapartenoemt.
Heden was het weder vrij zacht, anders hebben wij hier, hoewel op 44 graden, 50 minuten noorderbreedte, en pas in het begin van den herfst, al eenige dagen gehad, dat het ’s morgens en ’s avonds een weinig koud was.
Onze landgenoot de Heervan Erichem, Doctor in de medicijnen alhier, onthaalde ons op een lekker middagmaal naar denHollandschentrant, waarbij zelfs watertongetjes, die zeer goed waren; die hupsche en vriendelijke man, welke hier reeds verscheiden jaren woont, en als een kundig Geneesheer bekend is, heeft echter nog veel van deHollandschegebruiken behouden, onder anderen is hij nog een groot liefhebber van de pijp, en zijne echtgenoote, hoewel eeneFransche, is redelijk genoeg, om zich hier na te schikken. DeFranschevrouwen zijn anders over het algemeen zeer tegen het tabak roken, en een pijp is genoeg, om haar een gezelschap te doen schuwen.
Na den maaltijd gingen wij met den Heervan Erichemen zijne huisvrouw, den tuin achter het huis van den HeerGramont, een der voornaamste Kooplieden van deze stad, bezigtigen; dit huis is aangenaam gelegen aan het eind van de kaai, naar den kant van de scheepstimmerwerven. De tuin is niet onaardig, en gedeeltelijk in denEngelschensmaak aangelegd; een gemetseld grachtje met stil staand water, waarin eenige zwanen en eenden, loopt ’erdoor. Doch hij, dieHollandschetuinen en buitenplaatsen gezien heeft, vindt hier in ’t geheel niets bijzonders. In een klein park had men ook een paar reeën, en het geen vreemd was, een van de twee scheen zeer boosaardig, zoo dat, als ’er iemand in het park kwam, zij terstond naar hem toe liep; zij zette zich voor hem op de achterste pooten, en krabde met de voorste. De tuinman was ’er zelfs bang voor, doch wij wapenden ons ieder met een tak van een boom, na een paar slagen, stelde zij zich niet meêr te weêr, maar liet zich zelfs streelen.
In het terug keeren, niet ver van daar op de kaai, toonde men mij het Vondelinghuis, ookl’Hôpital de la Manufacturegenaamd, het is een groot en aanzienlijk gebouw; ’s jaarlijks werden ’er doorgaans 400 à 500 vondelingen in gebragt; zij worden in een draaipoortje (tour) gelegd, en men waarschuwt door een bel die daar naast hangt11. Hoe zeer deze gestichten strekken ter voorkoming van afgrijsselijke misdaden, moet men toch bekennen, dat zij aanleiding geven, en een ruime deuropenzetten voor ongeregeldheden en liefdeloosheid; vooral bijFranschemoeders in voorname steden, welke zoo algemeen de afgrijsselijke gewoonte hebben, van hare zuigelingen, zoodra zij geboren zijn, van zich aftestooten, en aan vreemden buiten de stad, en dikwijls eenige uren van daar overtegeven, en dus de ongevoeligheid omtrent haar kroost al zeer ver hebben gebragt. Zulke moeders zien dikwijls eene henne met hare kiekens, en zij blozen niet.—Welke gevolgen moet dit voor het vervolg op de opvoeding, en dus ook op de Maatschappij, niet hebben? Diergelijke gebreken vindt men in menigte in die maatschappelijke inrigting, die men ons als zoo goed en zoo verkieslijk aanpreekt; en hij die zich durft vermeten, om ’er iets tegen te zeggen, wordt voor een Jacobijn of Filozoof, twee nieuwe scheldnamen, uitgedacht, om redelijke menschen hatelijk te maken, uitgekreten12.
’s Avonds ziet men hier in de Koffijhuizen (waar onder ’er verscheiden, die zeer fraai en net zijn) veel bier drinken13. Het Hollandsen bier is hier ook bijzonder geacht; hier en daar leest men nogop de uithangbordenBierre de Hollande; en wij zelve maken ’er zoo weinig werk van, dat deze trafiek geheel in verval geraakt. Men maakt hier ook anijsdrank onder den naam vanAnisette de Bordeauxbekend; doch hij is op zijn best half zoo goed als onzeAmsterdamsche Anisetteuit hetLoosje, of vanFokke; dit bekennen deFranschenzelve, en maken van deAnisette, zoo wel als van deCurassau de Hollande14ongemeen veel werk, en wij laten die soort van goed uitFrankrijkkomen, en betalen het duur.
Den 30 dezer, zijnde zondag, ging ik de groote misse in deSt. AndréasKerk hooren; ’er werd vrij goed gezongen, en het orgelmuzijk was zeer aangenaam; deze en eenige andere Kerken, die ik bezocht, waren tamelijk vol volk. Die vanBordeauxworden voor zeer gehecht aan den regeringsvorm, zoo als die voor de omwenteling bestond, gehouden, en zijn dus ook ijverige Roomschgezinden. Deze plaats zeer veel handel metEngeland, zoo wel als metHollanddrijvende, welke handel thans genoegzaam geheel gestremd is, kunt gij begrijpen hoe de Kooplieden gezind zijn; want de handel is hier even als in onze kooplieden de spil,waarop alles draait, en de handelgeest de voorname drijfveer van de bemoeijingen der meeste ingezetenen.
Hier is ook eene school van Koophandel, (Ecole de Commerce) waar de gronden van den beoefenenden Koophandel onderwezen worden, benevens de Aardrijkskunde tot den koophandel betrekking hebbende, deszelfs regten en wetten, en de zedekunde van den Koopman. De lessen worden in het openbaar, en om niet (gratis) dagelijks, behalve op Zon- en Feestdagen, gegeven; en de onderwijzers zijnH. C. GuilleProfessor, enChalrettoegevoegde (suppléant).—Was dit voor ons geen voorbeeld ter navolging?
De wallen van hetChateau du Haa, dat niet ver van deze Kerk gelegen is, zijn gesloopt, en sommige muren afgebroken; het ziet ’er dan hier door de puinhoopen enz. woest en onoogelijk uit. Het Kasteel zelf dient thans voor een gevangenis. Deze sterkte werd, benevensle Chateau Trompette, in 1451 of 1452 onderKarelde VII. gebouwd, en beide zijn in de geschiedbladeren vanFrankrijk, vooral met opzigt tot de burgeroorlogen, zeer bekend.
Behalve deallées de Tourny, is ’er nog een lange regte en vrij breede straat, loopende van dePlace Nationale, tot voorbij deJardin Public, zij is aan beide zijde met boomen beplant, en dient ook voor eene wandelplaats; men noemt dezelvele Cours de Tourny. DeAllées de Tourny, hebben wel iets van deBoulevard du TempleteParijsin het klein; ’eris een kleine Schouwburg, Marionnetten, koorddansers of springers en andere spellen, waar men zeldzaamheden enz. laat kijken; de tweeEngelschenwelke een soort van geschubde huid hadden, en die ik reeds teParijsgezien had, waren thans ook hier. Ook zag ik ’er eene vrouw, van, naar het mij voorkwam, ruim 30 jaren, hebbende een’ zwaren baard van zes duim lengte, ongemeen sterke wenkbraauwen, en bijzonder op hare beenen zeer veel haar. Deze vrouw was nog maar vijf dagen geleden in de kraam bevallen, en het kind was ook op verscheiden deelen van het ligchaam met haar bewassen, had reeds bakkebaarden, en zeer zware wenkbraauwen; het was bruinachtig van vel, doch zag ’er anders zeer gezond uit. De moeder liet het zuigen, en ik verwonderde mij over de blanke borsten van die vrouw, waarop die rosachtige en grijze baard eene afzigtelijke vertooning maakte; over het geheel scheen deze vrouw niet kwalijk gemaakt, doch was zeer zwak van gezigt, en had behalve den baard, zeer onbevallige wezenstrekken. Ondertusschen heeft zij toch nog een minnaar in een oppasser of knecht gevonden; zoo vreemd en misselijk is somtijds de smaak der menschen. Volgens de bekendmaking, zou haar eenHollandschKoopvaarder uitNoorwegenmede gebragt hebben; ondertusschen sprak zij tamelijkFransch, en hare stem, zelfs in het zingen, was juist niet onaangenaam. Naast den kleinen Schouwburg is ook een huis, waar openlijk verscheidene soorten van dobbelspelen dagelijksgespeeld worden; men ziet ’er niet anders dan ambagtslieden, varensgasten, en diergelijke, tot den zoogenaamden lagen burgerstand behoorende; ook zag ik ’er verscheidene aankomende jongelieden; ’er was doorgaans veel volk. Ik herhaal het, hoe is het mogelijk, dat men zoo iets in eene geregelde maatschappij duldt?
Na den middag ging ik naar eene soort van tuin, even buiten de stad, naar den kant van de voorstadSt. Seurin, men noemt dezelvePlaisance; ’er werd gedanst, en eenige spellen, zoo als in een molen draaijen, op een plank wippen, schommelen enz. gespeeld; doch door het gure en onaangename weder, was ’er niet veel volk.
Voorleden Zondag had ik al hooren aankondigen, en aangeplakt gezien, dat men ’s avonds in het Marionnettenspel de Geboorte vanJ. Christuszou vertoonen, zoo als zulks toen ook geschied was, en heden avond moest hetzelfde weder plaats hebben; zulk eene zonderlinge vertooning willende zien, ging ik ’er heen. Men begon met den Engel, dieMariade boodschap bragt, vervolgens zag men de aankomst vanMariaenJosephaan de herberg, de Geboorte, de Wijzen uit het Oosten, den Kindermoord, de vlugt naarEgypten, enz. De toestel was voor zulk eene soort van vertooning nog al zoo heel slecht niet, maar de waard van de herberg, als eenFranschekok gekleed, en een Pastoor met een zwarte tabbaard aan en een vierkante muts (bonnet carré) op, kwamen ’er misselijk in.—Ineene plaats, waar men nog al werk van den kerkelijken eerendienst schijnt te maken, zulk eene onteerende vertooning—welke ongerijmdheid! Met dat al was ’er veel volk, en de meesten zaten met de grootste aandacht te kijken.—Wat zegt gij hier van, Vriend! zoudt gij zoo iets in deze tijden, en in een der voornaamste steden vanFrankrijkwel gezocht hebben?
Den 1en October, voornemens zijnde om morgen niet den postwagen van hier opTourste vertrekken, had ik reeds voor eenige dagen plaatsen besproken; want men moet het thans op het laatst niet laten aankomen, omdat ’er al eenige nieuwsgierigen, om het aanstaande krooningsfeest te zien, op reis gaan.
Niets willende overslaan, ging ik de vestingle Chateau Trompettegenaamd, ook van binnen bezigtigen, doch vond ’er niets merkwaardigs. Naar men mij verzekerde, bestaat ’er reeds sedert eenige jaren een ontwerp, om deze vesting geheel te slopen, den grond te doen bebouwen, en dit schoone gedeelte van de stad, alzoo aanmerkelijk uit te leggen.
Daar het heden markt was op de plaats, bij de poortSt. Julien, ging ik daar henen, om de boeren vande Landes(heigronden)15welke op stelten loopen, te zien; digt bij de markt ontmoette ik’er een, zijne stelten waren zoo hoog, dat hij wel drie voeten van den grond verheven was16; en door de wijde schreden, die hij daar mede deed, vorderde hij zoo sterk, dat men hem op een drafje loopende niet bijgehouden zou hebben; hij had een’ langen stok in de hand, om zich te ondersteunen; sommigen, naar ik vernam, gebruiken die ook, om zittende op te rusten, doch dan is hij korter en met eenen platten knop ’er op. De kleeding van dezen man bestond in een kort kamizool van rooden stof, met mouwen tot op de hand, en een ander wat langer en wijder met mouwen tot aan de elleboogen, van bruinachtig grof laken of pij ’er over; hij had een plat gebreid mutsje op van bruine wol (berette) zoo als de boeren van het landschapBearn, waarvan ik reeds gesproken heb. Op de stelten stond hij blootvoets, en had om de beenen stukken schapenvel met de wol naar buiten, als een soort van slopkousen; in den winter of bij slecht weder, heeft hij ook een soort van overrok zonder mouwen van schapenvellen, met de wol naar buiten, aan. Onder aan hun stok en stelten is, in plaats van ijzer of koper beslag, een stuk van een ossenbeen gemaakt. Hunne haren kammen zij genoegzaam nooit uit, maar ontwarren die slechts met de vingeren,zij staan dan ook steil en als borstels van het hoofd af. De reden, waarom deze lieden op stelten loopen, is, om beter door de hoog en digt begroeide of zandige heiden, als mede over de sloten en groeven, die zich in hun weg opdoen, te kunnen komen, misschien ook om spoediger te vorderen; de herders17op deze stelten staande, kunnen ook hunne kudde beter overzien. Om de stelten aan te binden, gaan zij doorgaans in hunne hutten op een hooge kas of op den schoorsteenmantel, die vrij hoog is, zitten; en in het veld zijn zij dikwijls verpligt, wanneer ’er zich geen heuveltjes of diergelijken opdoen, om op een boom of struik te klimmen. Hunne vrouwen maken zich eene soort van hoog opstaande kap, van twee of drie doeken als servetten; twee punten daar van zijn van achteren bij elkander gespeld; zij hebben een kort jakje aan, van de een of andere grove stof; overigens zag ik aan hunne kleeding niets bijzonders18. Deze menschen, naar ik vernam, zijn even als de bewoners van de hoogePijreneën, het geen men ruw en onbeschaafd noemt, daar bij ook zeer bijgeloovig, zoodat men ze door een vertelling van weerwolven of spoken, ligter dan door geweld, zou kunnen verjagen;zij hebben ook hunne bijzondere zeden en gebruiken, doch zijn door de gemeenschap met de naburige steden, alwaar zij schapen, houtskolen, oesters19, wild, enz. ter markt brengen, veel verbasterd en bedorven. Zij staan in dit opzigt alzoo met de goede eenvoudige bergbewoners niet gelijk.
Boeren van Landes.Boeren van Landes.
Boeren van Landes.
Terwijl wij over de kleederdragt handelen, moet ik ook een paar woorden zeggen van die vrouwen en dochters alhier, welke tot de klasse der ambachtslieden, dienstmaagden, enz. behooren: zij onderscheiden zich, vooral wanneer zij uitgedoscht zijn, door zeer hooge mutsen, en dragen, even als onzeNoord-Hollandsche, eene menigte rokken over elkanderen. In het algemeen zien ’er de vrouwen hier vrij wel uit. Men ontmoet ’er ook op de wandel- en andere plaatsen, voor het openbaar vermaak geschikt, zeer vele gerijfelijke juffertjes, waar onder men ’er vindt, die ’er zeer bevallig uitzien, en de houding en kleeding van de zoogenaamde voorname vrouwen vrij wel weten na te volgen.
Het getal der schoensmeerders, meestal aankomende jongens, was hier zoo groot, dat de Politie ’er voor de zeevaart, nog maar kort geleden, eenige honderden heeft doen oppakken.
Daar deBordeauxschewijnen bij ons genoeg bekend zijn, zal ik mij niet ophouden, met u de soorten daar van optenoemen, maar alleen zeggen, dat die, welke menVin de Gravenoemt, en welke onder de meest geachtste soort behoort, dus genaamd wordt, omdat zij op eenen keizelachtigen zandgrond, die deFranschen Graviernoemen, geteeld wordt: de witte is het algemeenste, en wordt, benevens die vanSauterne, hoog geschat. Van de roodeMedoc-20wijnen, maakt men zoo wel hier als bij ons zeer veel werk, doch dat land zou al vrij wat grooter moeten zijn, om al de wijnen, die naar hetzelve genoemd worden, te kunnen voortbrengen; maar, zoo als ik reeds gezegd heb, de wijnen komen dikwijls met valsche doopceelen ter markt, en om dagelijks een flesje echtela Fitte,Chateau Margotof diergelijke, op zijn tafel te hebben, is een burgerstuivertje maar in ’t geheel niet toereikende. Gelukkig dat men buiten dien zeer wel gezond en vergenoegd kan zijn, en missen velen dat kostbare roode sap, zij kunnen daar door ook beter de roodejichtbaai (dat toch gansch geen aangename opschik is) missen. De wijnkoopers alhier schijnen vrij algemeen te gelooven, dat de adem van ziekelijke of ongestelde personen, schadelijk is voor den wijn, en laten daarom niet gaarne menschen, die ’er ongezond uitzien, en vooral geene vrouwen, in hunne pakhuizen, die menChaisnoemt.
Van de openbare gebouwen sprekende, heb ik nog vergeten, om van de Kerk vanSt. Dominicusmelding te maken. Zij verdient inzonderheid om het fraaije beeldhouwwerk op den voorgevel (facade) wel gezien te worden; thans wordt zij, zoo ik meen,la Paroisse Notre Damegenaamd, en staat tegen over een straat, uitkomende aan deAllées de Tourny; van deze wandeling moet ik ook nog zeggen, dat zij genaamd is naar den Rentmeester (intendant)Tournyden vader, aan wien die vanBordeauxdeze wandelingen, en meêr andere aanzienelijke verbeteringen in hunne stad, verschuldigd zijn, en wiens nagedachtenis daar dan ook met reden in zeer veel achting is.
Bordeaux, een der oudste en aanzienlijkste steden vanFrankrijk, was voorheen de Hoofdstad van de Provincie,la Guiennegenaamd, thans is zij het van het Departementde la Gironde, de naam van de rivier, welke voortgebragt wordt door de vereeniging van deDordogneen deGaronne. De bevolking van deze stad wordt op ruim 104,600 begroot; zij is aan den linker oever van deGaronne, omtrent 15 uren van de plaats, waar deGirondein zee valt,gelegen. Haar grondgebied is zeer uitgestrekt, doch naar evenredigheid niet bevolkt, door de moerassen, die ’er van het Noorden naar het Zuid-Oosten langs liggen. Sommigen willen den naam van die stad afgeleid hebben vanbord de l’eau, ofbord des eaux, (kant van het water) omdat zij aan den waterkant gelegen is. In oude tijden werd zijAquita, en daar naBurde Gallagenaamd.
Deze stad heeft verscheidene beroemde mannen opgeleverd, waaronder de waarlijk grooteMichel Montaigne, hoewel niet inBordeauxzelve, maar op het KasteelEsquemin het naburig LandschapPerigordgeboren, vooral niet moet vergeten worden. Die kloeke wijsgeer was Maire van deze stad omtrent 1581, en stierf in 1592, in den ouderdom van ruim 59 jaren. Het kostelijke werk, dat hij onder den nederigen titel vanEssaisheeft geschreven, is u ongetwijfeld bekend21. Zulke mannen telt men toch maar weinig in de Geschiedbladeren.
Over mijn herbergl’Hotèl des sept Frères, bijLangueron,petite rue de l’Intendance, was ik wel te vreden; het is ’er vrij zindelijk en gnap, en voorBordeauxgansch niet duur22.
Gij bekomt nu niet eerder tijding van mij, Voor dat ik teParijsben.—Vaarwel!
1En zekerlijk ging het hier nog op de zindelijkste wijze toe.2Het wonderbare staande horlogie.3Compèreis een medehelper van een goochelaar.4De Heervan Spaendonck, vanTilborggeboortig, verdient niet alleen de hoogachting derHollanders, omdat hij een van de weinigen is, die den oude roem en luister derNederlandscheschool nog op eene schitterende wijze staande houdt; maar ook om zijne hupsche en vriendelijke geaardheid en genegenheid voor zijne landslieden, zoodat men geene andere aanbeveling behoeft dan die van landgenoot, om door hem met vriendschapsbewijzen overladen te worden. Vaderlandsche jongelieden, zich in de schilderkunst willende oefenen, kunnen dan, wanneer zij teParijskomen, ook staat maken, dat zij door hem voortgeholpen zullen worden.5Daar ik slechts eenige bladen uit dit werk gezien heb, kan ik het niet beter aanduiden.6De kleeding vanTalmawas als naar gewoonte weder zeer naauwkeurig; zijn aangezigt was hoog bruin gemaakt, en hij had eenen veelverwigen tulband op.7Dit is een eerbewijs, dat men den schouwspelers inFrankrijk, als men wel over hen te vreden is, betoont. Het stuk geëindigd zijnde, schreeuwt hetparterre, bij voorbeeld:Talma! Talma!Het gordijn wordt dan weder opgehaald, de gevraagde persoon komt op, maakt eene buiging, en wordt door een sterk handgeklap en geroep vanbravotoegejuicht.8Zoo ik meen in onze taal overgezet, onder den naam vande drie Gebroeders Medeminnaars.9De straten die in deze stadFossesgenaamd worden,zijn voorheen de stadsgrachten geweest, die bij het uitleggen van dezelven zijn gedempt geworden.10Joseph Vernetwerd teAvignonin 1712 geboren, en stierf teParijsin 1785. Hij heeft veel geschilderd, ende platen van zijneFransche Zeehavens, en andere gezigten, zijn zoo algemeen bekend, dat het onnoodig zal zijn, om eene afteekening van die, van deze stad of vanMarseilleenToulonhier bij te voegen.11Een menschenvriend en achtingwaardig Roomsch Priester,Vincent de Paulgenaamd, was de stichter van deze en diergelijke huizen inFrankrijk, omtrent het midden van de 17de eeuw. Voor dien tijd verkocht men teParijsde vondelingen in de straat vanSt. Landry, voor twintigsolshet stuk, of men gaf ze, let wel, uit barmhartigheid, aan zieke vrouwen, om haar de melk aftezuigen.12DeEngelschennoemen immers, in sommige van hunne dagbladen, denFranscheKeizerNapoleonun Empereur Jacobin,—welke onregtvaardigheid!13De meeste Koffijhuizen zijn in de wijkdu Chapeau Rouge, bij de alleën deTourny, den Schouwburg, enz. Een is ’er ook op de kaai over de beurs, dat van achteren aan het water uitkomt, zoo dat men ’er een alleraangenaamstgezigt heeft; ik ging ’er daarom dikwijls een kop koffij naar het middageten gebruiken.14TeParijszelfs leest men op sommige uithangborden en aankondiging-celen—Curassau et Anisette de Hollande.15Het Departement, het welke aan dat vande Girondegrenst, wordt ookDepartement des Landesgenaamd.16De herders met hun vee in de heide zijnde, hebben dezelve, naar men mij verzekerde, somtijds tot vijf voeten toe; te weten de klampen daar zij op staan, zijn zoo hoog van den grond af.17De schapen- en veehoederij is het voorname bedrijf van deze lieden.18Daar de kleeding van die lieden, en bijzonder die der mannen, zeer ongemeen is, zend ik u daar van eene naauwkeurige afteekening.19De oesters, die omstreeks deze stad gevonden worden, zijn zeer beroemd, vooral die, welke men groene noemt; deFranschen, om eens ter deeg te smullen, nemen dezelve voor hun ontbijt, en drinken ’er dan witten wijn,de GraveofSauternebij, en zulk een ontbijt vind ik ook zeer wel, om te gebruiken. De oesters vanMedocwaren zelfs ten tijde van deRomeinenal beroemd, en werden, volgensAusonius, zelfs teRomeop de Keizerlijke tafels voorgezet.20Die landstreek een uurtje benedenBordeauxbeginnende, strekt zich verder langs den linkeroever van deGaronneenGirondeuit, en het is naar den kant van die rivieren, dat zij het vruchtbaarste is.21Thans bestaat ’er eeneStereotypeuitgave van hetzelve in 4 Deelen in 12mo, welke men bijDidotteParijs, voor den ongemeen matigen prijs van 8francskoopt.22Le grand Hotèl des Ambassadeursende Franklin, beide in de laanCours du Jardin Publicgenaamd, zijn van de voornaamste en aanzienlijkste; naar ik vernam ismen ’er ook zeer goed, doch het is ’er duur. Als een van de tweede klasse, genoegzaam in den smaak van dat dersept Frères, meen ik ookl’Hotèl des Asturies Fosse de l’Intendancete mogen aanprijzen.
1En zekerlijk ging het hier nog op de zindelijkste wijze toe.
2Het wonderbare staande horlogie.
3Compèreis een medehelper van een goochelaar.
4De Heervan Spaendonck, vanTilborggeboortig, verdient niet alleen de hoogachting derHollanders, omdat hij een van de weinigen is, die den oude roem en luister derNederlandscheschool nog op eene schitterende wijze staande houdt; maar ook om zijne hupsche en vriendelijke geaardheid en genegenheid voor zijne landslieden, zoodat men geene andere aanbeveling behoeft dan die van landgenoot, om door hem met vriendschapsbewijzen overladen te worden. Vaderlandsche jongelieden, zich in de schilderkunst willende oefenen, kunnen dan, wanneer zij teParijskomen, ook staat maken, dat zij door hem voortgeholpen zullen worden.
5Daar ik slechts eenige bladen uit dit werk gezien heb, kan ik het niet beter aanduiden.
6De kleeding vanTalmawas als naar gewoonte weder zeer naauwkeurig; zijn aangezigt was hoog bruin gemaakt, en hij had eenen veelverwigen tulband op.
7Dit is een eerbewijs, dat men den schouwspelers inFrankrijk, als men wel over hen te vreden is, betoont. Het stuk geëindigd zijnde, schreeuwt hetparterre, bij voorbeeld:Talma! Talma!Het gordijn wordt dan weder opgehaald, de gevraagde persoon komt op, maakt eene buiging, en wordt door een sterk handgeklap en geroep vanbravotoegejuicht.
8Zoo ik meen in onze taal overgezet, onder den naam vande drie Gebroeders Medeminnaars.
9De straten die in deze stadFossesgenaamd worden,zijn voorheen de stadsgrachten geweest, die bij het uitleggen van dezelven zijn gedempt geworden.
10Joseph Vernetwerd teAvignonin 1712 geboren, en stierf teParijsin 1785. Hij heeft veel geschilderd, ende platen van zijneFransche Zeehavens, en andere gezigten, zijn zoo algemeen bekend, dat het onnoodig zal zijn, om eene afteekening van die, van deze stad of vanMarseilleenToulonhier bij te voegen.
11Een menschenvriend en achtingwaardig Roomsch Priester,Vincent de Paulgenaamd, was de stichter van deze en diergelijke huizen inFrankrijk, omtrent het midden van de 17de eeuw. Voor dien tijd verkocht men teParijsde vondelingen in de straat vanSt. Landry, voor twintigsolshet stuk, of men gaf ze, let wel, uit barmhartigheid, aan zieke vrouwen, om haar de melk aftezuigen.
12DeEngelschennoemen immers, in sommige van hunne dagbladen, denFranscheKeizerNapoleonun Empereur Jacobin,—welke onregtvaardigheid!
13De meeste Koffijhuizen zijn in de wijkdu Chapeau Rouge, bij de alleën deTourny, den Schouwburg, enz. Een is ’er ook op de kaai over de beurs, dat van achteren aan het water uitkomt, zoo dat men ’er een alleraangenaamstgezigt heeft; ik ging ’er daarom dikwijls een kop koffij naar het middageten gebruiken.
14TeParijszelfs leest men op sommige uithangborden en aankondiging-celen—Curassau et Anisette de Hollande.
15Het Departement, het welke aan dat vande Girondegrenst, wordt ookDepartement des Landesgenaamd.
16De herders met hun vee in de heide zijnde, hebben dezelve, naar men mij verzekerde, somtijds tot vijf voeten toe; te weten de klampen daar zij op staan, zijn zoo hoog van den grond af.
17De schapen- en veehoederij is het voorname bedrijf van deze lieden.
18Daar de kleeding van die lieden, en bijzonder die der mannen, zeer ongemeen is, zend ik u daar van eene naauwkeurige afteekening.
19De oesters, die omstreeks deze stad gevonden worden, zijn zeer beroemd, vooral die, welke men groene noemt; deFranschen, om eens ter deeg te smullen, nemen dezelve voor hun ontbijt, en drinken ’er dan witten wijn,de GraveofSauternebij, en zulk een ontbijt vind ik ook zeer wel, om te gebruiken. De oesters vanMedocwaren zelfs ten tijde van deRomeinenal beroemd, en werden, volgensAusonius, zelfs teRomeop de Keizerlijke tafels voorgezet.
20Die landstreek een uurtje benedenBordeauxbeginnende, strekt zich verder langs den linkeroever van deGaronneenGirondeuit, en het is naar den kant van die rivieren, dat zij het vruchtbaarste is.
21Thans bestaat ’er eeneStereotypeuitgave van hetzelve in 4 Deelen in 12mo, welke men bijDidotteParijs, voor den ongemeen matigen prijs van 8francskoopt.
22Le grand Hotèl des Ambassadeursende Franklin, beide in de laanCours du Jardin Publicgenaamd, zijn van de voornaamste en aanzienlijkste; naar ik vernam ismen ’er ook zeer goed, doch het is ’er duur. Als een van de tweede klasse, genoegzaam in den smaak van dat dersept Frères, meen ik ookl’Hotèl des Asturies Fosse de l’Intendancete mogen aanprijzen.