Twintigste Brief.

Twintigste Brief.Bagnères, 16 September.Gisteren morgen ging ik weder zeer vroegtijdig de bergen hier rondom bestijgen, en na braaf watgeklauterd hebben, in een hutje, tusschen heuvelen en boschjes aangenaam gelegen, en met wier bewoners ik reeds kennis gemaakt had, melk tot mijn ontbijt gebruiken. Wij vonden den boer digt bij zijn woning bezig op den akker; zijn vrouw was naar de markt teBagnères, en de kinderen met een paar koeitjes en eenige geiten in de bergen. Wij traden binnen, en hier werd een groote aardewerksche kom met versche melk voorgezet. Ieder kreeg een kleiner kommetje en een hout lepeltje; de huisvader zat met ons aan, deelde melk en brood uit, en zoo deden wij een eenvoudig landelijk ontbijt. Onze gastheer was zeer spraakzaam, en ik kon hem vrij wel verstaan; doch merkte op, dat hij de B voor V en de V voor B uitsprak, zeggendebachevoorvache(een koe) envoirevoorboire(drinken) enz. Deze verkeerde uitspraak schijnt hier omstreeks vrij algemeen te zijn. De gemeenzame wijze, waarop hij met ons omging, beviel mij bijzonder; geen de minste verlegenheid, geen muts af, hij behandelde ons niet anders dan zijne medemenschen, en had eene soort van gulheid en rondheid in zijn wijze van doen en spreken, die mij zeer vermaakte1. Wij spraken over zijne huishouding, over denlandbouw, en ik raadde hem, om niet alleen maïs en rog, maar ook boekweit te zaaijen; en daar de grond het minst steenachtig is, aardappelen te zetten, omdat veeltijds door het weder of andere toevallen, het eene wel uitvalt, terwijl het andere mislukt. Hij nam dezen raad in dank aan, en scheen voornemens, om dien te volgen.Aan den anderen kant of oostzijde vanBagnères, als men deAdourover een steenen brug overgegaan is, heeft men op de hoogte ook aangename wandelingen en gezigten; een aantal castanjeboomen op en tegen een heuvel gelegen, maken daar een lommerrijk boschje; aan de voet van den heuvel is een tuin, waarin een menigte appelen en perenboomen, die zoo vol vruchten hingen, dat ik het weinig zoo gezien heb; wij vroegen aan een oud moedertje verlof, om ’er in te wandelen, het geen ons niet alleen toegestaan werd; maar wij moesten van de vruchten eten, en bovendien, wat wij hier ook tegen inbragten, onze zakken zoo vol laden, als wij maar konden. Ik zeide, dat deze vruchten teBagnèresverkocht wordende, nog al wat op zouden brengen, en het goede vrouwtje antwoordde, dat zij het door Gods goedheid niet noodig had, daar bijvoegende:le bon Dieu me les donne pour rien, et ce que j’en ai de trop, je le donne pour rien aussi.2Het dal vanl’HiérisofLhéris, een uurtje vanhier, is vooral in het begin van den zomer, wanneer het een menigte bloemen en welriekende kruiden oplevert, een bekoorlijken lusthof. Hier en daar onderweg vonden wij lieden bezig om met lijmtakjes klein gevogelte te vangen. Men vangt hier omstreeks ook Ortolanen, en zij moeten nog al niet zeer duur zijn, want wij hebben ze in onze herberg al een en andermaal gegeten. Ook hadden wij dagelijks kleine forellen op tafel; ik zag ze dikwijls in deAdouronder en tusschen de steenen met de hand vangen. De beekjes hier omstreeks leveren ook een menigte kreeftjes op.In het stadje terug komende, zag ik ’er verscheiden lieden buitengemeen opgeschikt: zij kwamen van een bedevaart terug; de mans onder anderen hadden breede linten om den bol van den hoed, waarop met vergulde letters stond:notre Dame de Mont Sernatte3. Verscheiden dingen van wasch gemaakt, allerlei kleuren, en eenigzins de gedaante van een lepel hebbende, staken ’er tusschen. Naar ik vernam waren zij geheiligd, en dienden als een behoedmiddel tegen de hagelvlagen, enz.Hier wordt ook een soort van grof laken gemaakt, dat veelal de natuurlijke bruinachtige kleur van de wol behoud. De bergbewoners bedienen ’er zich veel van. Men maakt hier ook een menigte stokken met ijzeren punten voorzien, om bij het beklimmender bergen te gebruiken; velen zijn van een soort van dolk, die men ’er uit doet springen, voorzien.Dat de wateren vanBagnèresreeds bij deRomeinenbekend waren, blijkt uit eenigeLatijnscheopschriften, waar van ’er nog bestaan, en sommige gedenkpenningen, die ’er gevonden zijn, onder anderen op de fontein, niet ver van de markt staande, leest men op eenen grooten zwart marmeren steen:Numini Augusti sacrum secundus sembedonis-fil-nomine Vicanorum aquensium et suo posuit. Deze steen zou een altaar geweest zijn, dat alhier in een tempel vanDianagediend had, en welke tempel gestaan zou hebben ter plaatse, waar thans deSt. MartensKerk is.Bagnèreswerd dan van oudsVicus Aquensisgenaamd, en zou volgens sommige reeds voor het jaar 695, van de grondvesting vanRome, bestaan hebben.Heden vernam ik met smart, dat het openbare dobbelspel door ganschFrankrijkvoor eenige millioenen aan een befaamden speler verpacht was. Tot hier toe had de politie voor het verleenen van verlof, daar van eene zekere som getrokken, nu kwam dat voordeel in de kas van het Gouvernement.Behalve de openbare wandeling, waarvan ik u reeds gesproken heb, en die vooral des avonds in de koelte vrij drok bezocht wordt, is hier nog een andere met lindeboomen beplante en zeer lommerrijke wandelplaats, ook in het stadje, omtrent achter de Kerk gelegen; doch deze wordt weinig bezocht. In de Koffijhuizen vond ik doorgaans nietveel volk, behalve in een, wanneer ’er s’ avondslottogespeeld werd. De waard of waardin trok de nommers, en rondom zaten verscheidene volwassen, en zelfs bejaarde menschen, zich gedurende eenige uren bezig houdende met op hunne nommerkaarten te kijken; het geen mij nog te meêr verwonderde, omdat men ’er om zeer weinig geld speelt. Ik hield mij hier niet lang op, maar ging, daar de maan helder scheen, naar buiten tusschen de bergen wandelen.Antoinekwam ons heden morgen, omstreeks zes uren, afhalen, om ons naar een plaats omtrent een uurtje ver, waar men op eene zonderlinge wijze woudduiven ving, te geleiden. Deze plaats is aan den overkant van deAdourop een hoogte. Die wandeling is zeer aangenaam.—De lucht was een weinig bewolkt, zoo dat de top van dePic du Midibedekt was; doch in het verrukkelijke dal vanCampanwas het helder. Aan de plaats gekomen zijnde, waar de ongelukkige duiven moesten verschalkt worden, zagen wij daar een rij zeer zware eiken- en beukenboomen, op eenen genoegzamen afstand geplaatst, om ’er netten tusschen te kunnen hangen; een eind weegs verder op de vlakte, stonden langs dezelven, op zekeren afstand, drie bij elkanderen gevoegde staken, naar het mij voorkwam 80 à 100 voeten hoog. Van onderen stonden zij wijd van een, om daar door stevigheid te hebben, en kruisten boven aan, zoo dat zij daar door de drie punten een soort van mikmaakten, hier waren rondom eenige latten tegen geslagen, en ’er was een bankje in gemaakt, moetende dienen, tot een zitplaats voor een man. Tegen een van de staken had men klampen of sporten gemaakt, om naar boven te klimmen. Wij waren ’er niet lang, of de vogelaars kwamen met hunne netten, en hingen dezelve tusschen de boomen op; het is eene soort als die, welke bij ons onder den naam van flouwen bekend zijn. Eenige lieden klommen ieder in een mik, en de anderen stelden zich beneden op hunne posten. De woudduiven, met scholen van het oosten naar het westen trekkende, kijken de lieden die boven zijn uit, of zij ’er zien aankomen, en zoodra zij tusschen hen en de netten in zijn, smijten zij ze een soort van houten kruis, dat een roofvogel moet verbeelden na, en maken daar bij een sterk geschreeuw. De duiven hier door verschrikt, en willende den gewaanden roofvogel ontduiken, dalen eensklaps in haar vlucht, en vliegen verbijsterd in de netten, die de anderen, die ’er bij zitten, op haar laten vallen; diergelijke netten hingen ’er omtrent 10 à 12; en ’er stonden drie mikken waarin menschen zaten. Naar men mij verhaalde, vangt men hier somtijds tot 200 duiven daags. Heden echter was de vangst in ’t geheel niet voordeelig, doch het was ook nog wat vroeg in den tijd. Men begint ’er omtrent half September eerst mede, en het duurt tot in het begin van November. Verder op hangt men dan ook meer netten, en ’er staan nog verscheidene mikken. Deze plaats wordtla Foret de Gerde4genaamd, en de vogelbanen noemt menpantières.Heden avond zag ik in het Schouwburgje een goochelaar en koorddansers, die voor liefhebbers van die kunsten, nog al eenigzins der moeite waard waren, en althans vrij wat beter in hun soort, dan de zoogenaamde Tooneellisten, die ik ’er voorleden week zag.Morgen verlaten wij dit in den zomer zoo aangenaam oord, en dat nog veel aangenamer zou zijn voor redelijke menschen, als men ’er door het dobbelspel geen bende beurzesnijders, gaauwdieven en ligtmissen naar toe lokte.Bagnèresis het verblijf van een onderprefect (sousprefect), en het getal der inwoners komt nabij de 4500. De tijd, dat men deze plaats verlaat, begint te naderen, en ’er zijn sedert een paar dagen al een aantal menschen vertrokken. Die vanBagnèresleven dan geheel afgezonderd, en grootendeels als de mieren van den voorraad, dien zij gedurende den zomer vergaderd hebben. De sneeuw kan hier ook zeer hoog, en eenigen tijd blijven liggen. Voorleden winter waren de hongerige wolven tot in de straten vanBagnèresgekomen; het vee en zelfs de menschen loopen in zulk een tijd gevaar.—Dat men ’er dan de lieden, die hun handwerk van het dobbelspel maken, naar toezond, om op de wolvenjagt te gaan, en daar een kans te wagen.Ik wil dezen besluiten, met een gedeelte van een aardig dichtstuk vanle Mierre5, dat ik juist voor mij heb liggen. VanBagnèressprekende, zegt hij:La paroit le guerrier blessé dans les combats,Par de longues douleurs rachèté du trépas:Il trempe un bras debile en un eau secourable.Non comme dans le styx pour être invulnérable,Mais pour courir encore, ou le peril l’attend.Je vois aupres de lui Life se lamentant,Rose decolorée et qui vient languissante,Refleurir dans le sein de cette eau bienfaisante.Un hypocondre Anglais de sonspleenconsumé,Un livide Espagnol par la bile enflammé,Le chanoine amaigri, scandale du chapitre,Les vaporeux titrés, les vaporeux sans titre.Ne croiez pas pourtant que la source des bainsNe prodigue ses flots qu’à d’infirmes humains;Toujours le plus plaintif n’est pas le plus malade.Il est des maux d’emprunt, des langueurs de parade,Un peuple feminin que Sénac fatigué,Expres pour s’en defaire, aux bains à relégué.d’Autres vont d’habitude à cette eau salutaire,Humecter tous les ans leur chef visionnaire.Plus d’un oisif y vient guérir de son ennui,Sans songer au secret d’en préserver autrui.Toutefois au milieu de ces sots aquatiques.Sont esprits amusans, charmantes lunatiques.Qui malades par air, faites pour le plaisir,Se departent souvient du projet de languir. etc.1Wij zagen ’er ook maar zeer eenvoudig in de kleederen uit, en ik vinde alle zwier en tooi, meestal geschikt om eenen gewaanden afstand tusschen menschen en menschen te kennen te geven, vooral bij diergelijke bezoeken in ’t geheel niet passende.2De goede God geeft ze mij om niet, en dat ik ’er te veel van heb, geef ik ook om niet.3OnderSpaanschgebied aan de grensen gelegen, en hetKevelaarvan deze streek.4Het woud vanGerde.5Le Mierreis vooral ook door zijne Treurspelen bekend. Wij hebben van hem, zoo ik meen, in onze taal overgezet:Hypermnestra,Willem Tell, ende Malabaarsche Weduwe. Of zijnBarneveld, het treurig einde van onzen beroemden Staatsmartelaar ten onderwerp hebbende, ook in onze taal is overgebragt, weet ik niet. Behalve deze heeft hij nog eenige andere Treurspelen gemaakt. Hij werd teParijsgeboren, en stierf aldaar in 1793.Een en Twintigste Brief.Bordeaux, 23 September.Gisteren omtrent den middag zijn wij in deze stad, vooral door den Koophandel bij ons zoo algemeen bekend, aangekomen. Geene gelegenheid gehad hebbende, om onder weg een brief aan u aftezenden, bekomt gij hier bij het vervolg van mijn dagverhaal.Den 17 dezer vertrokken wij ’s morgens om 7 uren vanBagnères, met den gewonen postwagen vanTarbes. Het was tijd, dat wij heen gingen, want het had den ganschen nacht aanhoudend geregend, en deed zulks nog zeer sterk, en als het hier daar mede in dit jaargetij begint, kan men rekenen, dat het aangename weder genoegzaam voorbij is.Het was ruim tien uren, toen wij teTarbesaankwamen, en hier moesten wij tot den volgenden morgen blijven, om met den postwagen vanBayonnenaarToulouse, totAuchte rijden. De postmeester alhier, aan wien wij vanBagnèresgeschreven hadden, had voor de plaatsen (ingeval zij ’er waren) gezorgd, en zelfs ook de vriendelijkheid gehad, van naarAuchte schrijven, om ze van daar opAgenvoor ons te bestellen. Deze is wel de hupschte en vriendelijkste postmeester, dien ik immer ontmoet heb1; ik had zulks reeds in het heengaan ondervonden, en werd ’er nu nog volkomener van overtuigd. Alle reizigers, die hier bekend waren, spraken met lof over hem; zijn naam isPauillac. Ik stel denzelven hier met een dankbaar gevoel ter neder, en wenschte hem aan alle redelijke reizigers, die hier heen mogten komen, te kunnen doen opteekenen.De aanhoudende regen maakte, dat wij hier weinig wandelen konden; gelukkig hadden wij een vrij goede herberg, dezelfde, waar wij in ’t heen gaan geweest waren.Bij ons heeft men veel de slordige gewoonte van op de glasruiten der herbergen te schrijven, inFrankrijkziet men dat bijna niet; doch men vindt ’er dikwijls de muren beklad; in de spijszaal alhier las ik onder anderen eenige laffe spotternijen tegen den nieuwen Keizer en Keizerin, en eenEngelschversje, dat hier toen al heel aardig te pas kwam, waarom ik het u mededeel:“Of eartly goods the best is a good wife.A bad the bitterest curse of human life.”2Een vrouw, die ook tot ons reisgezelschap behoorde, en in ’t geheel geen gemakkelijk peuzeltje scheen te zijn, deze regels ziende, vroeg mij, of ik die taal verstond, en geantwoord hebbende, dat ik ’er althans genoeg van wist om haar dit getrouwelijk te kunnen overzetten, verzocht zij mij het te doen. Ik liet mij niet bidden, en het scheen, of zij zelve de toepassing maakte; want spijtig glimlagchende ging zij heen, en bemoeide zich niet meêr met het geen op den wand geschreven stond.Hoe zeer die beekjes van helder water, welke hier aanhoudend door de straten vlieten, eene frissche doorspoeling geven, moet het toch ook in dehuizen, die veelal laag zijn, vrij wat vochtigheid veroorzaken.Den 18 dezer ’s morgens om vier uren vertrokken wij van hier. Op de hoogten, voor dat men teMeillankomt, wandelende, vermaakte ik mij nog eens met het genot van dat schoone gezigt, en zeî met een soort van aandoening, de hoogePyreneën(les hautes Pyrenées) welk Departement men hier omstreeks verlaat, vaarwel.VanAuchbehoef ik u niets meer te zeggen, dan dat het zich van dezen kant Amphithéaters-gewijze liggende, zeer aardig vertoont. BijAlexanderden Dikkenvonden wij weder een zeer goed avondmaal en goed gezelschap; onder de personen die met ons vanTarbesgekomen waren, en naarToulousegingen, bevonden zich twee juffrouwtjes, vanBagnèreskomende, die zich tot nu toe bijzonder zedig gedragen hadden, doch hier wat gemeenzamer wordende, vernamen wij, dat zij teBordeauxt’huis hoorden, en konden haar bedrijf ligtelijk gissen. Ik geloof niet, dat ’er een volk bestaat, dat zich onder den schijn van wellevendheid, door kleeding enz. beter weet te vermommen, dan deFranschen, vooral die vanParijsen de voorname steden.Den 19 dezer ’s morgens om 4 uren vertrokken wij met den gewonen postwagen van hier opAgen. De landstreek scheen vrij vruchtbaar, de weg was goed, en door de verscheidenheid van gezigten, buitenverblijven (Castels),groote boerenhoeven (méteries) enz. gansch niet onaangenaam. De Turkschetarw (Maioc) was nu gesneden, en men was druk bezig met ploegen.Fleurance, een stadje, waar wij doorkwamen, ziet ’er ongemeen slordig uit. Ik liep eens heen en weder in de Kerk, die niet eens bevloerd was, wij zagen hier meer ganzen en varkens dan menschen. Wolweverij scheen een voornaam bedrijf der ingezetenen te zijn. ’Er was ook, zoo als op de meeste plaatsen in deze landstreek, eene overdekte marktplaats. Langs een bosch van hakhout en jonge heesters, en vele weilanden met vee, kwamen wij teLectoure, 4 posten vanAuch, op eene aanzienelijke hoogte, langs welker voet de weg loopt, gelegen; zoo dat dit stadje van daar geene onaardige vertooning maakt. Even buiten hetzelve hield de wagen stil, om het middagmaal te houden, het was omtrent 10 uren, en de Conducteur zeide, dat wij hier tot omtrent 1 uur blijven moesten, omdat, deze wagen niet van paarden verwisselende, dezelve wat moesten rusten. Wij klommen dan langs een’ vrij steilen weg in de stad; zij bestaat meest in een regte straat, waarin eenige gnappe huizen. In de Hoofdkerk, die aan het eind staat, en waar naast het voormalige Bisdom is, zag ik niets bijzonders, doch van hetterrasachter dezelve, waarop eenige boompjes staan te kwijnen, heeft men zeer een fraai en uitgebreid gezigt, tot tegen de hoogePyreneën. Aan het andere eind van de straat staat een schoon gebouw. Het is een Gasthuis, door een achtingwaardigen Bisschop, genaamdNarbonne-Pellet,gesticht. Niet alleen kranken en afgeleefde lieden worden daar in verzorgd, maar men verschaft ’er ook werk aan behoeftigen, die nog in staat zijn, om te arbeiden. Een ruime plaats, met boomen beplant, en een fraai ijzerhek ’er voor, geeft een vrolijk aanzien aan dit weldadig gesticht, dat nog niet oud schijnt te zijn. Het is gebouwd op de puinhoopen van het in de oude geschiedenissen zeer bekende Kasteel. Men moet van daar ook een verrukkelijk gezigt hebben. Het stadje zelve ziet ’er doodsch en naar uit. De verteringen van den Bisschop en zijn Kapittel, gaven ’er voorheen nog al eenig vertier, dat nu ook ophoudt. Voorheen wasLectourezeer sterk, en met een dubbelen rij muren omgeven, waarvan men nog eenige vervallen overblijfsels ziet. Het getal der ingezetenen wordt op ruim 5500 geschat, en ’er is eene Onderprefecture. Eenige opschriften van den tijd derRomeinen, welke hier nog bestaan, bewijzen de oudheid van deze stad. In het dal, onder dezelve, stroomt het riviertjele Gers, en brengt zeer veel toe tot de vruchtbaarheid van hetzelve. Om de stad zijn eenige leêrlooierijen. Men zeide mij, dat dit hier een voornaam bedrijf was.In onze herberg terug komende, vond ik in de kamer, die men ons had aangewezen, eene bejaarde Dame, met welke wij vanAuchgekomen waren, de houding van eene slapendeVenuswillende nabootsen, uitgestrekt op een bed; kwanswijs wakker wordende, toen ik in kwam, bleef zij echter liggen....Deze oude coquette was overNoord-AmerikauitSt. Domingogekomen, en ging naarParijs, waar zij t’huis hoorde, en waar zij onder die soort van vrouwen, welke men ’er in zulk een groote menigte vindt, zekerlijk eene eerste plaats verdient. Een kwinkslag, dien men aanCicerotoekent, toen hij van eene vrouw van 50 jaren, die voorgaf maar 20 te zijn, sprekende, zeide: “men moet haar wel gelooven, terwijl zij het reeds sedert 30 jaren zegt.” Dezen kwinkslag, zeg ik, kon men hier ook zeer gevoegelijk te pas brengen. Hoe belagchelijk het gedrag van zulke vrouwen ook zijn moge, heeft hetzelve nogthans in het oog van den naauwkeurigen opmerker niets verwonderlijks. Trek om te behagen is bijna de eenigste bedoeling, en de drijfveer van genoegzaam alle de werkzaamheden, bij de zoogenaamde vrouwendu bon ton: van hare kindschheid af, houden zij zich daar mede bijna alleen bezig. Zelfs door het huwelijk wordt deze bezigheid in plaats van zich te bepalen, veel sterker. EeneParijsche, of naar deParijschemode levende vrouw, is dan meêr vrij en ongedwongen. Voor het huishouden (ik spreek hier nog maar van zoogenaamde voorname en zelfs mindere burgerlieden) heeft zij harebonne3, en de kinderen worden, zoo dra zij ter wereld komen, op het land te minne gezonden. Zelfs zij, die een winkelhebben, ziet men daar in gekapt, geblanket, en opgeschikt zitten. Wat zullen nu deze menschen doen als zij oud worden; zij hebben die plooi aangenomen, genoegzaam niets anders geleerd, en zijn onbekend met wezenlijker, en hare jaren meêr voegende genietingen. Deze verkeerde handelwijze komt dan ook bij allen niet voort uit eene onkuische drift, maar is bij velen het gevolg van een dwaze hebbelijkheid4.Onze overige reisgenooten moet ik u toch ook leeren kennen; behalve de genoemde Dame, waren ’er op den wagen, een gekwetst officier vanSt. Domingomet zijn knecht en papegaai; een voormaligeChevalier de St. Louis, en eenGasconjer, die als jager onder hetFranscheleger inEgyptegediend had, en die zeer Republikeinschgezind scheen; en onder anderen zeide: “Hoewel de Republiek niet meêr bestaat, ’er bestaan toch nogRepublikeinen.” De anderen waren het altijd niet met hem eens; en dit een en ander leverde voor mij een niet onvermakelijk gesprek op.Het middagmaal was naauwelijks redelijk, deGasconjerbezorgde ’er ons de koffij nog bij, om het wat te vergoeden. De soepen, die men in deze landstreek eet, zijn doorgaans zoo dik door het brood, dat men ze bijna met een vork eten kan. Van knoflook houdt men veel. Spottender wijze wordt die dan ook welTruffes de la Gascognegenoemd.Daar ’er veel te klimmen was, verkozen wij een eind weegs te voet te gaan. De landstreek is aangenaam, en schijnt zeer vruchtbaar. Overal hier omstreeks ziet men veel tam gevogelte, zoo als ganzen, kalkoenen, hoenderen enz. Door de menigte weilanden is ’er het rundvee ook overvloedig. Men teelt ’er zeer veel hennip. Wij ontmoetten een aantal menschen, die van de kermis vanAgenkwamen. Het steedjeAstaffort5, dat ’er nog al gnap uitziet, en aangenaam gelegen is, door zijnde, komt men over een steenen brug over het riviertjele Gers, en omtrent een paar uren verder wordt mende Garonneovergezet met den postwagen: het geen zeer onhandig in zijn werk gaat. De wagen moest uitgespannen, en door menschen in de schuit gewerkt worden, en hoewel ’er de rivier omtrent half zoo breed was, naar het mij toescheen, als deMaasvoorRotterdam, was men met dat overzetten bijna een uur bezig. Mij verveelde het niet, want wij hadden ons met een klein schuitje laten overroeijen, en zaten aan den anderen kant te wachten; het was daar zeer drok door de menigte karren, menschen te voet en te paard, vee, enz. die van de kermis of jaarmarkt vanAgenkwamen. Altijd door een aangename landstreek rijdende, kwamen wij ruim 7 uren des avonds in die stad, liggende nog omtrent 1½ uur van het opgemelde veer, aan.Agenis vanLectoure4½, en dus vanAuch8½ post.Gelukkig hadden wij adres aan een herberg; anders zouden wij geene bedden, door de kermis drokte, hebben kunnen krijgen; nu bezorgde de hospes ons die in een burgerhuis, waar wij zeer zindelijk en wel waren. Om goede herbergen te hebben, en niet duur te zijn, moet men trachten, om aanbevelingen te hebben van reizende Kooplieden, die van tijd tot tijd zulk een togt doende, hunne vaste herbergen houden. Men wordt dan ook voor een reizend Koopman (Voyageur de Commerce) aangezien, als een vaste klant behandeld, en alzoo minder gekneveld. Althans heb ik mij daar dikwijls wel bij bevonden. Wij aten ’s avonds in een ruime en gnappe zaal, aan eene tafel, die rondom in dezelve stond, en waar aan wel 50 menschen zaten, en deden een goeden maaltijd. Hoewel het kermis was, had men hier weinig openbare vermaken, ’er was geen schouwspel, geen danspartijen, noch diergelijke; en de handel scheen meêr het oogmerk van dezejaarmarkt te zijn, dan het vermaak.Agenis de hoofdstad van het Departementdu Lot et Garonne, en bevat een groote 10,000 inwoners. Voorheen was het de hoofdplaats van het landschapAgénois. Van de overblijfsels, die hare oudheid plagten aan te toonen, is thans weinig of niets meêr overig. Aan deGaronnegelegen, drijft zij veel handel in de voortbrengsels van deze landstreek, vooral ook in wijnen en brandewijn, die het omliggende land veel oplevert; de wijnen zijn veelal zwaar, en worden grootendeels naarBordeauxgezonden; alwaar zij zuiver of gemengd, voor ons, of voorEngeland, worden ingescheept. De hennip is ook een aanzienlijke tak van handel. Men heeft hier ook eenige Fabrieken van sergies, die menSerges d’Agennoemt, van zeildoek en van eene soort van linnen, dat ook van hennip gemaakt, en veel naarSpanjeverzonden wordt.De moord en vervolging der Protestanten is hier ook allerverschrikkelijkst geweest. De beroemdeJosephus Julius Scaliger, die hier in 1540 geboren werd, en in 1609 teLeijden, waar hij gedurende 16 jaren Hoogleeraar was, stierf, heeft deze bloedige gebeurtenis omstandig aangeteekend.Den 20 dezer vroeg opstaande, begon ik met de schoone gemeene wandeling ofCours, die digt bij ons verblijf was, te bezigtigen. Het is de schoonste, die ik tot hier toe inFrankrijkgezien heb, om de lommerrijke beplanting met verscheidene rijen boomen, breede lanen, en bijzonder de aangename ligging aan deGaronne, waar over men een bekoorlijkgezigt heeft. In de stad zag ik niets bijzonders. ’Er is een groote overdekte halle, en rondom waren verscheidene winkels en kramen; op het ruim van de markt, werden ook velerlei soort van goederen verkocht; doch eigenlijk scheen het niet meêr dan het geen men bij ons een groote boeren kermis noemt.Onze reisgezellen, de verminkte offiçier en de oude ridder, die verpligt waren geweest, om den nacht op stoelen door te brengen, hadden intusschen vernomen, dat ’er een schuit gereed lag, om de rivier af te varen totBordeaux, en sloegen ons voor, om, van die gelegenheid gebruik te maken. Wij besloten hier toe geredelijk, daar hier toch niet veel meêr te zien scheen, en na raad gehouden te hebben, ging men om voorraad van spijs en drank uit, en stapte omtrent den middag aan boord.Onze herberg aanbeveling verdienende, geef ik u het adres op, men kan niet weten waar zulks te pas kan komen; het isA l’Hotèl des Ambassadeurs, sur les allées du Gravier, chezTaverne. De vader van dieTaverneis ook als een groot man, in zijn vak beroemd; hij was de uitvinder van een beroemd soort van pasteijen, die menTerrines de Nerac6noemt, en die hij zelf nog, totParijsen verder verzendt.Onze eerste schuit met banken en een tent ’er over, zou geschikt genoeg geweest zijn; doch wij werdenmet dezelve aan een andere, en grootere, en vol vaten en andere koopmanschappen geladen, die een half uur verder lag, gebragt; en hier schenen wij juist niet zeer op ons gemak te zullen zijn, doch toen ieder zich zoo goed mogelijk een zit- of legplaats onder het uitgespreide zeil of tent, gemaakt had, schikte zich dat nog al redelijk. Nu men betaalde ook met debagage’er onder begrepen, maar £ 6–:–: de persoon totBordeaux. Wij waren, behalve den schipper en zijn knechts, met 8 à 9 personen. Op een soort van dijk, aan den oever, zag ik verscheiden menschen, door een’ trommelslager en fluiter voorafgegaan: het was eene bruid en bruidegom, die naar ’s Lands gebruik op deze wijze, door hunne dorpgenooten en vrienden werden begeleid. De vrouwen van deze streek, en bijzonder vanAgen, zijn wegens hare schoonheid en bevalligheid beroemd; sommige Schrijvers en Dichters maken daar melding van. Ik heb dan ook nog al met aandacht rond gekeken, doch ’er geene bijzondere schoonheden gevonden; hoewel ik moet bekennen, dat ’er de menschen hier in ’t algemeen veel beter uitzien dan in de hoogePyreneën.Onze schuit was meest geladen met brandewijn en gedroogde pruimen. De pruimen vanAgenhebben een zekeren roem, en worden ook veel naar ons Vaderland verzonden.De boorden van deGaronneleveren hier en daar vrij aangename gezigten op. Wij voeren de plaatsjesPort St, MarieenAiguillon, beide aan den regter oever gelegen, voorbij. Het laatstgenoemdesteedje, dat ook handel drijft in hennip, koorn, wijn en brandewijn, had voorheen een sterk kasteel, in de geschiedenissen bekend. Men wil, dat de eerste maal dat men zich van geschut (canon) bedient heeft, is geweest in de belegering vanAiguillon, welke belegering plaats had in de 14eeeuw. De belegerden hielden het 14 maanden uit, tegenJan, Hertog vanNormandiën, daar na Koning vanFrankrijk. Bij dit steedje, voorheen een Hertogdom, loopt de rivier deLotin deGaronne.Wij ontmoetten een menigte schuiten, die door menschen, in het lijntje loopende, tegen den stroom werden opgetrokken. Die lieden maakten een aanhoudend geschreeuw. Onze schipper zeide, dat dit ter aanmoediging diende; men zou zeggen, dat het veel eer vermoeijende moest zijn. Onze schuit was zoo zwaar geladen, dat wij naauwelijks 1½ voet boord hadden; en daar de rivier, hier en daar vrij ondiep is, sleepten wij somtijds over den grond, het geen men door het geraas en gestoot gewaar werd. Deze schuiten moeten van onderen wel voorzien zijn, om daar tegen te kunnen. Tegen den avond vloog ’er zoo veel haft, dat het scheen als of ’er een nevel over het water hing. Zij kwamen in menigte op onze hoeden, kleederen enz. De maan scheen helder, het was stil, en alzoo daar wij met den stroom afzakten, op het water alleraangenaamst. Op een zandplaat, daar wij voorbij kwamen, waren zeer veel watersneppen.Omstreeks half negen kwamen wij teTonneins, een stadje mede aan den regter oever gelegen,waar wij zouden vernachten. Men begroot de aftand tusschen deze plaats enAgen, op omtrent 5 uren. Terwijl men het avondmaal gereed maakte, liepen wij in de maneschijn het steedje eens door. Het schijnt in de lengte vrij uitgestrekt; iets der moeite waardig om op te teekenen, zag ik ’er niet. In den omtrek vanTonneinswordt veel tabak geteeld, die men in de stad bereidt.Het avondmaal was nog al wel, doch een van onze reisgenooten werd door de weegluizen ten bedde uitgejaagd. Naar men mij verhaalde, is men ’er hier in de huizen, waar veel tabak behandeld of geborgen wordt, genoegzaam niet mede gekweld7.Den 21 dezer vertrokken wij ’s morgens om 3 uren van hier, latende ’er onzen onvriendelijken schipper. Na een paar kleine plaatsjes voorbij gevarente hebben, kwamen wij omstreeks zeven uren teMarmande, een stadje van omtrent 5800 inwoners, aan den regter oever gelegen; het is nog al handeldrijvende. Eenigen van ons stapten hier aan wal, om levensmiddelen te koopen. Verder op voeren wij door een enge vaart, veroorzaakt door een eiland in de rivier gelegen, en aangenaam met wilgen beplant. Eer men aanla Réolekomt, begint het Departementde la Gironde. Dit laatstgenoemde stadje is aan den regter oever, gelegen, en doet zich aangenaam op. In de religie-oorlogen versterkten de Protestanten zich in deze plaats. Aan den kant van de rivier ziet men een groot aanzienlijk gebouw, voor de omwenteling eenBenedictijnerAbdij, thans het verblijf van deSousprefecture, Op een’ kleinen afstand, ter zijde van hetzelve, staan twee oude torens; men wist ’er mij den oorsprong niet van te zeggen. Even onderla Réole, wordt deGaronnesterker, door twee kleine riviertjes, die ’er in uitloopen. TeSt. Macaire, een steedje, dat insgelijks aan den regter oever een paar uren verder gelegen is, ziet men ook eenKarmelitenKlooster; en niet ver van daar de overblijfsels van een oud kasteel. Een weinig verder aan de linker oever ligt het steedjeLangon, wiens witte wijn eenigen roem heeft. Hier begint de eb en vloed, en daar wij het vallend water moesten afwachten, gingen wij intusschen aan wal, om het avondmaal te nemen. Het was omtrent half zes uren; wij liepen dan, terwijl het dag was het plaatsje nog eens rond, doch zagen’er niets bijzonders. Op het uithangbord van onze herberg stondà l’Empereur de France. Een van onze reisgenooten vroeg aan de waardin, of zij ook bijzondere reden had, om dit op haar uithangbord te zetten, voegende daar bij, dat terwijl de staatkundige denkwijzen inFrankrijknog zeer verschillende waren, zulk een opschrift somtijds nadeelig kon zijn aan de nering. De vrouw, waarschijnlijk de gegrondheid van deze aanmerking voelende, wist hier niet veel tegen intebrengen. Wij hadden ’er een goed avondmaal, waar onder zeer smakelijke riviervisch. Na ons van eenige bossen stroo voorzien te hebben, gingen wij ten 9 uren ’s avonds weder scheep. Wij waren nu omtrent nog 8 uren vanBordeaux. Voorbij het stadjeCadillac, en nog eenige kleine plaatsjes varende, terwijl wij van tijd tot tijd mooije maneschijngezigtjes hadden, bevonden wij ons ’s morgens, den 22 dezer, toen ik wakker werd, voor een plaatsje genaamdBegle. Hier moesten wij het vallend water weder afwachten, en stapten intusschen aan wal, daar wij ons wat te ontbijten lieten geven. Ik proefde daar ook nieuwen wijn, doch het scheelt veel, dat zij den zoeten en aangenamen smaak heeft als bij ons de most. DeFranschenbehandelen hun’ wijn op eene geheel andere wijze, en laten dien, naar men mij verhaalde, zoo dra zij geperst is, gisten, zonder ’er zwavel op te doen; hier door krijgt zij dan al spoedig een rinsen smaak; en behalve de muscaat en dergelijke, errinner ik mij niet van zoete witte wijnen inFrankrijkaangetroffen te hebben. Men gaf ons, om te ontbijten, onder anderen, gestoofden karper, op eene wijze die men inFrankrijkà la Matelottenoemt, gereed gemaakt. Onze landslieden aan een boterham en een kopje thee of koffij gewoon, zou dit vreemd voorkomen; doch reizende gewendt men aan zoo vele vreemdigheden, en ik at met veel smaak van dit geregt. Dit plaatsje is aangenaam aan den linker oever van deGaronne, die hier al een gnappe rivier is, gelegen. Na wat heen en weder gewandeld te hebben, staken wij om 9½ uren af, en hadden nu hoop, om tegen den middag teBordeauxte zijn. Niet ver van hier voeren wij al voorbij een zeescheepje, zijnde een kotter, die daar op stroom lag. De rivier levert hier een schoon gezigt op, en door de beweging der vaartuigen op dezelve, en door de fraaije buitenplaatsen en lusthuizen, die men aan de oevers van dezelve ziet. Na omtrent een paar uurtjes gevaren te hebben, kregen wijBordeauxin het gezigt. De ligging van die stad, van hier te zien, is zeer schoon en schilderachtig. Hare kaai en schoone gebouwen vertoonen zich als een halve cirkel; voor dezelve ligt de rivier zoo vol schepen, dat men hier en daar naauwelijks door de masten en touwen heen zien kan. Aan de oevers ziet men scheepstimmerwerven, waar verscheidene schepen op stapel stonden. Buitenplaatsen en tuinen, alles kondigt eene welvarende handelstad aan. Deze schilderij is vooral treffende voor een’Hollander;—men verbeeldt zichAmsterdam,Rotterdam, ofDordtte naderen.—ô mijn Vaderland! wanneer zal die bloeijende staat, waarin ik u in mijne vroege jeugd gekend heb, eens wederkomen?—Of zijt gij voor mij, zoo wel als die jaren, voor altijd verloren.—Is die aloude deugd, die edele; standvastige en stoutmoedige aard, gepaard met kloek beleid en weêrgaloze Vaderlandsliefde, waar door wij schier wonderen verrigt hebben, dan ten eenenmaal van onder ons geweken?—Is het vuur der vrijheid en onafhankelijkheid dan ganschelijk uitgedoofd—Helaas!...Het was omtrent half een na den middag, toen wij alhier aan wal stapten, na over verscheidene schuiten heen geklommen te zijn, want met de onze konden wij niet tot aan de kaai komen. De wind heden tegen hebbende, zoo dat men gedurig moest roeijen, had dit de reis op het laatst wat vertraagd.Hoewel de boorden van deGaronneover het algemeen die aangename verscheidenheid van schilderachtige gezigten niet opleveren, dan die van deSaoneen deRhone, had ik echter deze reis ook met genoegen gedaan, en voor zoo veel ik heb kunnen nagaan, moet zij over land niet aangenamer zijn; doch men zou een geschikter en gemakkelijker vaartuig kunnen hebben.De plaats, waar wij aankwamen, was bijna voor het Tolhuis, (Hotèl de la Douane) dat een schoon gebouw is. Onze koffers werden door een’ Tolbediende bekeken; hij vroeg, waar wij van daan kwamen, dochdoorzocht niets. Een drager (met welke lieden ik altijd te voren beding maak) nam dan het mijne, 130 lb wegende op zijn rug, en droeg het naar hetHotèl des sept freres Maçons, rue de l’Intendance, waar ik mijn intrek nam, en bedong eene vrij goede kamer op de tweede verdieping, met twee bedden voor £ 3–:–: daags. Het middagmaal aan de gemeene tafel, kostte hier £ 3–10–: voor ieder persoon.Volgens gewoonte de stad eens doorgeloopen hebbende, ging ik ’s avonds in een kleinen Schouwburg, nog maar onlangs in een zeer zoeten smaak gebouwd, ter zijde van de gemeene wandeling, die menles Allées de Tournynoemt. Men speelt ’er kleine stukjesComedies Vaudevilles8genaamd. De dekoratien waren zeer lief, en de vertooners, meestal jongelieden, speelden vrij wel; vooral eeneMajeur, die de grappige (comique) rollen speelde. Onder de vrouwen waren ’er ook eenige, die ’er nietonaardig uitzagen; en men betaalt hier in hetparterreniet meêr dan 10sols. Dit Schouwburgje wordtle Théatre de la Gaitégenaamd. Digt bij dit Théater, over de laan vanTourny, is een zeer fraai koffijhuis met eenecolonnade, doch men deed ’er voor het ijs (les glaces) 18solsbetalen.1In het algemeen echter heeft men daar over inFrankrijkgeen klagen, en in de Provinciën nog minder dan teParijs. Vele onzer Kommissarissen van postwagens en schuiten, of schepen, mogten daar dan wel een lesje komen nemen. Deze zijn de lompste en onbeschoftsteNederlanders, dikwerfgebenificeerde Duitschers. Ongelukkig zoo een vreemdeling, naar dat uitschot van volk, de Natie taxeert.2Van het aardsche goed is het beste een goede huisvrouw.Eene slechte, het bitterste kruis van het menschelijke leven.3Bejaarde vrouw, die het huishouden waarneemt, op de kinderen past, enz.4Zie hier ten dezen opzigte een oudFranschversje, dat nog al aardig is.Cidalisse achéteLes dents, les cheveux,Et si la coquetteN’a pas de beaux yeux,La taille mignoneEt d’autres appas;Faut-il qi’on s’étonne?C’est qu’on n’en vend pas.5OmtrentAstaffortis de scheiding van het Departement van deGersen dat van deLotenGaronne.6Neracis een stadje, aan het riviertjela Baise, omtrent 4 uren vanAgengelegen.7Door ganschFrankrijk, en vooral in het zuidelijk gedeelte, zeer met dat ongedierte gekweld zijnde, beproeft men allerlei middelen, om dezelven te verdrijven, doch doorgaans vindt men ’er weinig baat bij; als het beste heeft men mij opgegeven, een afkooksel van knoflook en spaansche peper in sterken azijn, waarin men vervolgens campher doet ontbinden, hier bestrijkt men het huisraad enz. mede, en men mengt het onder de pap, waarmede men het papieren behangsel in de vertrekken plakt. De reuk van appelen schijnen zij ook te ontvlieden; doch in den zomer, wanneer men ’er het meeste mede geplaagd is, zijn de appelen niet overvloedig.8Vaudevilleszijn liedjes in eenen geestigen en stekelachtigen trant, en op bekende zangwijzen. DeFranschenmaken daar veel werk van, en dit soort van gezangen, waarmede men dan kleine tooneelstukjes doormengt, of aan het eind van sommige groote plaatst, hoort zoo te zeggen alleen inFrankrijkt’huis. EeneBasselin Foulonis er, zegt men, de uitvinder van, en behoorde teVire, een stadje inNormandient’huis. Deze liedjes werden daar gezongen, en men danste op de wijs, ter plaatseVal-es-Viregenaamd. Bij verbastering zou men hier van vervolgensVaudevillegemaakt hebben.

Twintigste Brief.Bagnères, 16 September.Gisteren morgen ging ik weder zeer vroegtijdig de bergen hier rondom bestijgen, en na braaf watgeklauterd hebben, in een hutje, tusschen heuvelen en boschjes aangenaam gelegen, en met wier bewoners ik reeds kennis gemaakt had, melk tot mijn ontbijt gebruiken. Wij vonden den boer digt bij zijn woning bezig op den akker; zijn vrouw was naar de markt teBagnères, en de kinderen met een paar koeitjes en eenige geiten in de bergen. Wij traden binnen, en hier werd een groote aardewerksche kom met versche melk voorgezet. Ieder kreeg een kleiner kommetje en een hout lepeltje; de huisvader zat met ons aan, deelde melk en brood uit, en zoo deden wij een eenvoudig landelijk ontbijt. Onze gastheer was zeer spraakzaam, en ik kon hem vrij wel verstaan; doch merkte op, dat hij de B voor V en de V voor B uitsprak, zeggendebachevoorvache(een koe) envoirevoorboire(drinken) enz. Deze verkeerde uitspraak schijnt hier omstreeks vrij algemeen te zijn. De gemeenzame wijze, waarop hij met ons omging, beviel mij bijzonder; geen de minste verlegenheid, geen muts af, hij behandelde ons niet anders dan zijne medemenschen, en had eene soort van gulheid en rondheid in zijn wijze van doen en spreken, die mij zeer vermaakte1. Wij spraken over zijne huishouding, over denlandbouw, en ik raadde hem, om niet alleen maïs en rog, maar ook boekweit te zaaijen; en daar de grond het minst steenachtig is, aardappelen te zetten, omdat veeltijds door het weder of andere toevallen, het eene wel uitvalt, terwijl het andere mislukt. Hij nam dezen raad in dank aan, en scheen voornemens, om dien te volgen.Aan den anderen kant of oostzijde vanBagnères, als men deAdourover een steenen brug overgegaan is, heeft men op de hoogte ook aangename wandelingen en gezigten; een aantal castanjeboomen op en tegen een heuvel gelegen, maken daar een lommerrijk boschje; aan de voet van den heuvel is een tuin, waarin een menigte appelen en perenboomen, die zoo vol vruchten hingen, dat ik het weinig zoo gezien heb; wij vroegen aan een oud moedertje verlof, om ’er in te wandelen, het geen ons niet alleen toegestaan werd; maar wij moesten van de vruchten eten, en bovendien, wat wij hier ook tegen inbragten, onze zakken zoo vol laden, als wij maar konden. Ik zeide, dat deze vruchten teBagnèresverkocht wordende, nog al wat op zouden brengen, en het goede vrouwtje antwoordde, dat zij het door Gods goedheid niet noodig had, daar bijvoegende:le bon Dieu me les donne pour rien, et ce que j’en ai de trop, je le donne pour rien aussi.2Het dal vanl’HiérisofLhéris, een uurtje vanhier, is vooral in het begin van den zomer, wanneer het een menigte bloemen en welriekende kruiden oplevert, een bekoorlijken lusthof. Hier en daar onderweg vonden wij lieden bezig om met lijmtakjes klein gevogelte te vangen. Men vangt hier omstreeks ook Ortolanen, en zij moeten nog al niet zeer duur zijn, want wij hebben ze in onze herberg al een en andermaal gegeten. Ook hadden wij dagelijks kleine forellen op tafel; ik zag ze dikwijls in deAdouronder en tusschen de steenen met de hand vangen. De beekjes hier omstreeks leveren ook een menigte kreeftjes op.In het stadje terug komende, zag ik ’er verscheiden lieden buitengemeen opgeschikt: zij kwamen van een bedevaart terug; de mans onder anderen hadden breede linten om den bol van den hoed, waarop met vergulde letters stond:notre Dame de Mont Sernatte3. Verscheiden dingen van wasch gemaakt, allerlei kleuren, en eenigzins de gedaante van een lepel hebbende, staken ’er tusschen. Naar ik vernam waren zij geheiligd, en dienden als een behoedmiddel tegen de hagelvlagen, enz.Hier wordt ook een soort van grof laken gemaakt, dat veelal de natuurlijke bruinachtige kleur van de wol behoud. De bergbewoners bedienen ’er zich veel van. Men maakt hier ook een menigte stokken met ijzeren punten voorzien, om bij het beklimmender bergen te gebruiken; velen zijn van een soort van dolk, die men ’er uit doet springen, voorzien.Dat de wateren vanBagnèresreeds bij deRomeinenbekend waren, blijkt uit eenigeLatijnscheopschriften, waar van ’er nog bestaan, en sommige gedenkpenningen, die ’er gevonden zijn, onder anderen op de fontein, niet ver van de markt staande, leest men op eenen grooten zwart marmeren steen:Numini Augusti sacrum secundus sembedonis-fil-nomine Vicanorum aquensium et suo posuit. Deze steen zou een altaar geweest zijn, dat alhier in een tempel vanDianagediend had, en welke tempel gestaan zou hebben ter plaatse, waar thans deSt. MartensKerk is.Bagnèreswerd dan van oudsVicus Aquensisgenaamd, en zou volgens sommige reeds voor het jaar 695, van de grondvesting vanRome, bestaan hebben.Heden vernam ik met smart, dat het openbare dobbelspel door ganschFrankrijkvoor eenige millioenen aan een befaamden speler verpacht was. Tot hier toe had de politie voor het verleenen van verlof, daar van eene zekere som getrokken, nu kwam dat voordeel in de kas van het Gouvernement.Behalve de openbare wandeling, waarvan ik u reeds gesproken heb, en die vooral des avonds in de koelte vrij drok bezocht wordt, is hier nog een andere met lindeboomen beplante en zeer lommerrijke wandelplaats, ook in het stadje, omtrent achter de Kerk gelegen; doch deze wordt weinig bezocht. In de Koffijhuizen vond ik doorgaans nietveel volk, behalve in een, wanneer ’er s’ avondslottogespeeld werd. De waard of waardin trok de nommers, en rondom zaten verscheidene volwassen, en zelfs bejaarde menschen, zich gedurende eenige uren bezig houdende met op hunne nommerkaarten te kijken; het geen mij nog te meêr verwonderde, omdat men ’er om zeer weinig geld speelt. Ik hield mij hier niet lang op, maar ging, daar de maan helder scheen, naar buiten tusschen de bergen wandelen.Antoinekwam ons heden morgen, omstreeks zes uren, afhalen, om ons naar een plaats omtrent een uurtje ver, waar men op eene zonderlinge wijze woudduiven ving, te geleiden. Deze plaats is aan den overkant van deAdourop een hoogte. Die wandeling is zeer aangenaam.—De lucht was een weinig bewolkt, zoo dat de top van dePic du Midibedekt was; doch in het verrukkelijke dal vanCampanwas het helder. Aan de plaats gekomen zijnde, waar de ongelukkige duiven moesten verschalkt worden, zagen wij daar een rij zeer zware eiken- en beukenboomen, op eenen genoegzamen afstand geplaatst, om ’er netten tusschen te kunnen hangen; een eind weegs verder op de vlakte, stonden langs dezelven, op zekeren afstand, drie bij elkanderen gevoegde staken, naar het mij voorkwam 80 à 100 voeten hoog. Van onderen stonden zij wijd van een, om daar door stevigheid te hebben, en kruisten boven aan, zoo dat zij daar door de drie punten een soort van mikmaakten, hier waren rondom eenige latten tegen geslagen, en ’er was een bankje in gemaakt, moetende dienen, tot een zitplaats voor een man. Tegen een van de staken had men klampen of sporten gemaakt, om naar boven te klimmen. Wij waren ’er niet lang, of de vogelaars kwamen met hunne netten, en hingen dezelve tusschen de boomen op; het is eene soort als die, welke bij ons onder den naam van flouwen bekend zijn. Eenige lieden klommen ieder in een mik, en de anderen stelden zich beneden op hunne posten. De woudduiven, met scholen van het oosten naar het westen trekkende, kijken de lieden die boven zijn uit, of zij ’er zien aankomen, en zoodra zij tusschen hen en de netten in zijn, smijten zij ze een soort van houten kruis, dat een roofvogel moet verbeelden na, en maken daar bij een sterk geschreeuw. De duiven hier door verschrikt, en willende den gewaanden roofvogel ontduiken, dalen eensklaps in haar vlucht, en vliegen verbijsterd in de netten, die de anderen, die ’er bij zitten, op haar laten vallen; diergelijke netten hingen ’er omtrent 10 à 12; en ’er stonden drie mikken waarin menschen zaten. Naar men mij verhaalde, vangt men hier somtijds tot 200 duiven daags. Heden echter was de vangst in ’t geheel niet voordeelig, doch het was ook nog wat vroeg in den tijd. Men begint ’er omtrent half September eerst mede, en het duurt tot in het begin van November. Verder op hangt men dan ook meer netten, en ’er staan nog verscheidene mikken. Deze plaats wordtla Foret de Gerde4genaamd, en de vogelbanen noemt menpantières.Heden avond zag ik in het Schouwburgje een goochelaar en koorddansers, die voor liefhebbers van die kunsten, nog al eenigzins der moeite waard waren, en althans vrij wat beter in hun soort, dan de zoogenaamde Tooneellisten, die ik ’er voorleden week zag.Morgen verlaten wij dit in den zomer zoo aangenaam oord, en dat nog veel aangenamer zou zijn voor redelijke menschen, als men ’er door het dobbelspel geen bende beurzesnijders, gaauwdieven en ligtmissen naar toe lokte.Bagnèresis het verblijf van een onderprefect (sousprefect), en het getal der inwoners komt nabij de 4500. De tijd, dat men deze plaats verlaat, begint te naderen, en ’er zijn sedert een paar dagen al een aantal menschen vertrokken. Die vanBagnèresleven dan geheel afgezonderd, en grootendeels als de mieren van den voorraad, dien zij gedurende den zomer vergaderd hebben. De sneeuw kan hier ook zeer hoog, en eenigen tijd blijven liggen. Voorleden winter waren de hongerige wolven tot in de straten vanBagnèresgekomen; het vee en zelfs de menschen loopen in zulk een tijd gevaar.—Dat men ’er dan de lieden, die hun handwerk van het dobbelspel maken, naar toezond, om op de wolvenjagt te gaan, en daar een kans te wagen.Ik wil dezen besluiten, met een gedeelte van een aardig dichtstuk vanle Mierre5, dat ik juist voor mij heb liggen. VanBagnèressprekende, zegt hij:La paroit le guerrier blessé dans les combats,Par de longues douleurs rachèté du trépas:Il trempe un bras debile en un eau secourable.Non comme dans le styx pour être invulnérable,Mais pour courir encore, ou le peril l’attend.Je vois aupres de lui Life se lamentant,Rose decolorée et qui vient languissante,Refleurir dans le sein de cette eau bienfaisante.Un hypocondre Anglais de sonspleenconsumé,Un livide Espagnol par la bile enflammé,Le chanoine amaigri, scandale du chapitre,Les vaporeux titrés, les vaporeux sans titre.Ne croiez pas pourtant que la source des bainsNe prodigue ses flots qu’à d’infirmes humains;Toujours le plus plaintif n’est pas le plus malade.Il est des maux d’emprunt, des langueurs de parade,Un peuple feminin que Sénac fatigué,Expres pour s’en defaire, aux bains à relégué.d’Autres vont d’habitude à cette eau salutaire,Humecter tous les ans leur chef visionnaire.Plus d’un oisif y vient guérir de son ennui,Sans songer au secret d’en préserver autrui.Toutefois au milieu de ces sots aquatiques.Sont esprits amusans, charmantes lunatiques.Qui malades par air, faites pour le plaisir,Se departent souvient du projet de languir. etc.1Wij zagen ’er ook maar zeer eenvoudig in de kleederen uit, en ik vinde alle zwier en tooi, meestal geschikt om eenen gewaanden afstand tusschen menschen en menschen te kennen te geven, vooral bij diergelijke bezoeken in ’t geheel niet passende.2De goede God geeft ze mij om niet, en dat ik ’er te veel van heb, geef ik ook om niet.3OnderSpaanschgebied aan de grensen gelegen, en hetKevelaarvan deze streek.4Het woud vanGerde.5Le Mierreis vooral ook door zijne Treurspelen bekend. Wij hebben van hem, zoo ik meen, in onze taal overgezet:Hypermnestra,Willem Tell, ende Malabaarsche Weduwe. Of zijnBarneveld, het treurig einde van onzen beroemden Staatsmartelaar ten onderwerp hebbende, ook in onze taal is overgebragt, weet ik niet. Behalve deze heeft hij nog eenige andere Treurspelen gemaakt. Hij werd teParijsgeboren, en stierf aldaar in 1793.

Bagnères, 16 September.

Gisteren morgen ging ik weder zeer vroegtijdig de bergen hier rondom bestijgen, en na braaf watgeklauterd hebben, in een hutje, tusschen heuvelen en boschjes aangenaam gelegen, en met wier bewoners ik reeds kennis gemaakt had, melk tot mijn ontbijt gebruiken. Wij vonden den boer digt bij zijn woning bezig op den akker; zijn vrouw was naar de markt teBagnères, en de kinderen met een paar koeitjes en eenige geiten in de bergen. Wij traden binnen, en hier werd een groote aardewerksche kom met versche melk voorgezet. Ieder kreeg een kleiner kommetje en een hout lepeltje; de huisvader zat met ons aan, deelde melk en brood uit, en zoo deden wij een eenvoudig landelijk ontbijt. Onze gastheer was zeer spraakzaam, en ik kon hem vrij wel verstaan; doch merkte op, dat hij de B voor V en de V voor B uitsprak, zeggendebachevoorvache(een koe) envoirevoorboire(drinken) enz. Deze verkeerde uitspraak schijnt hier omstreeks vrij algemeen te zijn. De gemeenzame wijze, waarop hij met ons omging, beviel mij bijzonder; geen de minste verlegenheid, geen muts af, hij behandelde ons niet anders dan zijne medemenschen, en had eene soort van gulheid en rondheid in zijn wijze van doen en spreken, die mij zeer vermaakte1. Wij spraken over zijne huishouding, over denlandbouw, en ik raadde hem, om niet alleen maïs en rog, maar ook boekweit te zaaijen; en daar de grond het minst steenachtig is, aardappelen te zetten, omdat veeltijds door het weder of andere toevallen, het eene wel uitvalt, terwijl het andere mislukt. Hij nam dezen raad in dank aan, en scheen voornemens, om dien te volgen.

Aan den anderen kant of oostzijde vanBagnères, als men deAdourover een steenen brug overgegaan is, heeft men op de hoogte ook aangename wandelingen en gezigten; een aantal castanjeboomen op en tegen een heuvel gelegen, maken daar een lommerrijk boschje; aan de voet van den heuvel is een tuin, waarin een menigte appelen en perenboomen, die zoo vol vruchten hingen, dat ik het weinig zoo gezien heb; wij vroegen aan een oud moedertje verlof, om ’er in te wandelen, het geen ons niet alleen toegestaan werd; maar wij moesten van de vruchten eten, en bovendien, wat wij hier ook tegen inbragten, onze zakken zoo vol laden, als wij maar konden. Ik zeide, dat deze vruchten teBagnèresverkocht wordende, nog al wat op zouden brengen, en het goede vrouwtje antwoordde, dat zij het door Gods goedheid niet noodig had, daar bijvoegende:le bon Dieu me les donne pour rien, et ce que j’en ai de trop, je le donne pour rien aussi.2

Het dal vanl’HiérisofLhéris, een uurtje vanhier, is vooral in het begin van den zomer, wanneer het een menigte bloemen en welriekende kruiden oplevert, een bekoorlijken lusthof. Hier en daar onderweg vonden wij lieden bezig om met lijmtakjes klein gevogelte te vangen. Men vangt hier omstreeks ook Ortolanen, en zij moeten nog al niet zeer duur zijn, want wij hebben ze in onze herberg al een en andermaal gegeten. Ook hadden wij dagelijks kleine forellen op tafel; ik zag ze dikwijls in deAdouronder en tusschen de steenen met de hand vangen. De beekjes hier omstreeks leveren ook een menigte kreeftjes op.

In het stadje terug komende, zag ik ’er verscheiden lieden buitengemeen opgeschikt: zij kwamen van een bedevaart terug; de mans onder anderen hadden breede linten om den bol van den hoed, waarop met vergulde letters stond:notre Dame de Mont Sernatte3. Verscheiden dingen van wasch gemaakt, allerlei kleuren, en eenigzins de gedaante van een lepel hebbende, staken ’er tusschen. Naar ik vernam waren zij geheiligd, en dienden als een behoedmiddel tegen de hagelvlagen, enz.

Hier wordt ook een soort van grof laken gemaakt, dat veelal de natuurlijke bruinachtige kleur van de wol behoud. De bergbewoners bedienen ’er zich veel van. Men maakt hier ook een menigte stokken met ijzeren punten voorzien, om bij het beklimmender bergen te gebruiken; velen zijn van een soort van dolk, die men ’er uit doet springen, voorzien.

Dat de wateren vanBagnèresreeds bij deRomeinenbekend waren, blijkt uit eenigeLatijnscheopschriften, waar van ’er nog bestaan, en sommige gedenkpenningen, die ’er gevonden zijn, onder anderen op de fontein, niet ver van de markt staande, leest men op eenen grooten zwart marmeren steen:Numini Augusti sacrum secundus sembedonis-fil-nomine Vicanorum aquensium et suo posuit. Deze steen zou een altaar geweest zijn, dat alhier in een tempel vanDianagediend had, en welke tempel gestaan zou hebben ter plaatse, waar thans deSt. MartensKerk is.Bagnèreswerd dan van oudsVicus Aquensisgenaamd, en zou volgens sommige reeds voor het jaar 695, van de grondvesting vanRome, bestaan hebben.

Heden vernam ik met smart, dat het openbare dobbelspel door ganschFrankrijkvoor eenige millioenen aan een befaamden speler verpacht was. Tot hier toe had de politie voor het verleenen van verlof, daar van eene zekere som getrokken, nu kwam dat voordeel in de kas van het Gouvernement.

Behalve de openbare wandeling, waarvan ik u reeds gesproken heb, en die vooral des avonds in de koelte vrij drok bezocht wordt, is hier nog een andere met lindeboomen beplante en zeer lommerrijke wandelplaats, ook in het stadje, omtrent achter de Kerk gelegen; doch deze wordt weinig bezocht. In de Koffijhuizen vond ik doorgaans nietveel volk, behalve in een, wanneer ’er s’ avondslottogespeeld werd. De waard of waardin trok de nommers, en rondom zaten verscheidene volwassen, en zelfs bejaarde menschen, zich gedurende eenige uren bezig houdende met op hunne nommerkaarten te kijken; het geen mij nog te meêr verwonderde, omdat men ’er om zeer weinig geld speelt. Ik hield mij hier niet lang op, maar ging, daar de maan helder scheen, naar buiten tusschen de bergen wandelen.

Antoinekwam ons heden morgen, omstreeks zes uren, afhalen, om ons naar een plaats omtrent een uurtje ver, waar men op eene zonderlinge wijze woudduiven ving, te geleiden. Deze plaats is aan den overkant van deAdourop een hoogte. Die wandeling is zeer aangenaam.—De lucht was een weinig bewolkt, zoo dat de top van dePic du Midibedekt was; doch in het verrukkelijke dal vanCampanwas het helder. Aan de plaats gekomen zijnde, waar de ongelukkige duiven moesten verschalkt worden, zagen wij daar een rij zeer zware eiken- en beukenboomen, op eenen genoegzamen afstand geplaatst, om ’er netten tusschen te kunnen hangen; een eind weegs verder op de vlakte, stonden langs dezelven, op zekeren afstand, drie bij elkanderen gevoegde staken, naar het mij voorkwam 80 à 100 voeten hoog. Van onderen stonden zij wijd van een, om daar door stevigheid te hebben, en kruisten boven aan, zoo dat zij daar door de drie punten een soort van mikmaakten, hier waren rondom eenige latten tegen geslagen, en ’er was een bankje in gemaakt, moetende dienen, tot een zitplaats voor een man. Tegen een van de staken had men klampen of sporten gemaakt, om naar boven te klimmen. Wij waren ’er niet lang, of de vogelaars kwamen met hunne netten, en hingen dezelve tusschen de boomen op; het is eene soort als die, welke bij ons onder den naam van flouwen bekend zijn. Eenige lieden klommen ieder in een mik, en de anderen stelden zich beneden op hunne posten. De woudduiven, met scholen van het oosten naar het westen trekkende, kijken de lieden die boven zijn uit, of zij ’er zien aankomen, en zoodra zij tusschen hen en de netten in zijn, smijten zij ze een soort van houten kruis, dat een roofvogel moet verbeelden na, en maken daar bij een sterk geschreeuw. De duiven hier door verschrikt, en willende den gewaanden roofvogel ontduiken, dalen eensklaps in haar vlucht, en vliegen verbijsterd in de netten, die de anderen, die ’er bij zitten, op haar laten vallen; diergelijke netten hingen ’er omtrent 10 à 12; en ’er stonden drie mikken waarin menschen zaten. Naar men mij verhaalde, vangt men hier somtijds tot 200 duiven daags. Heden echter was de vangst in ’t geheel niet voordeelig, doch het was ook nog wat vroeg in den tijd. Men begint ’er omtrent half September eerst mede, en het duurt tot in het begin van November. Verder op hangt men dan ook meer netten, en ’er staan nog verscheidene mikken. Deze plaats wordtla Foret de Gerde4genaamd, en de vogelbanen noemt menpantières.

Heden avond zag ik in het Schouwburgje een goochelaar en koorddansers, die voor liefhebbers van die kunsten, nog al eenigzins der moeite waard waren, en althans vrij wat beter in hun soort, dan de zoogenaamde Tooneellisten, die ik ’er voorleden week zag.

Morgen verlaten wij dit in den zomer zoo aangenaam oord, en dat nog veel aangenamer zou zijn voor redelijke menschen, als men ’er door het dobbelspel geen bende beurzesnijders, gaauwdieven en ligtmissen naar toe lokte.Bagnèresis het verblijf van een onderprefect (sousprefect), en het getal der inwoners komt nabij de 4500. De tijd, dat men deze plaats verlaat, begint te naderen, en ’er zijn sedert een paar dagen al een aantal menschen vertrokken. Die vanBagnèresleven dan geheel afgezonderd, en grootendeels als de mieren van den voorraad, dien zij gedurende den zomer vergaderd hebben. De sneeuw kan hier ook zeer hoog, en eenigen tijd blijven liggen. Voorleden winter waren de hongerige wolven tot in de straten vanBagnèresgekomen; het vee en zelfs de menschen loopen in zulk een tijd gevaar.—Dat men ’er dan de lieden, die hun handwerk van het dobbelspel maken, naar toezond, om op de wolvenjagt te gaan, en daar een kans te wagen.

Ik wil dezen besluiten, met een gedeelte van een aardig dichtstuk vanle Mierre5, dat ik juist voor mij heb liggen. VanBagnèressprekende, zegt hij:

La paroit le guerrier blessé dans les combats,Par de longues douleurs rachèté du trépas:Il trempe un bras debile en un eau secourable.Non comme dans le styx pour être invulnérable,Mais pour courir encore, ou le peril l’attend.Je vois aupres de lui Life se lamentant,Rose decolorée et qui vient languissante,Refleurir dans le sein de cette eau bienfaisante.Un hypocondre Anglais de sonspleenconsumé,Un livide Espagnol par la bile enflammé,Le chanoine amaigri, scandale du chapitre,Les vaporeux titrés, les vaporeux sans titre.

La paroit le guerrier blessé dans les combats,Par de longues douleurs rachèté du trépas:Il trempe un bras debile en un eau secourable.Non comme dans le styx pour être invulnérable,Mais pour courir encore, ou le peril l’attend.Je vois aupres de lui Life se lamentant,Rose decolorée et qui vient languissante,Refleurir dans le sein de cette eau bienfaisante.Un hypocondre Anglais de sonspleenconsumé,Un livide Espagnol par la bile enflammé,Le chanoine amaigri, scandale du chapitre,Les vaporeux titrés, les vaporeux sans titre.

La paroit le guerrier blessé dans les combats,

Par de longues douleurs rachèté du trépas:

Il trempe un bras debile en un eau secourable.

Non comme dans le styx pour être invulnérable,

Mais pour courir encore, ou le peril l’attend.

Je vois aupres de lui Life se lamentant,

Rose decolorée et qui vient languissante,

Refleurir dans le sein de cette eau bienfaisante.

Un hypocondre Anglais de sonspleenconsumé,

Un livide Espagnol par la bile enflammé,

Le chanoine amaigri, scandale du chapitre,

Les vaporeux titrés, les vaporeux sans titre.

Ne croiez pas pourtant que la source des bainsNe prodigue ses flots qu’à d’infirmes humains;Toujours le plus plaintif n’est pas le plus malade.Il est des maux d’emprunt, des langueurs de parade,Un peuple feminin que Sénac fatigué,Expres pour s’en defaire, aux bains à relégué.d’Autres vont d’habitude à cette eau salutaire,Humecter tous les ans leur chef visionnaire.Plus d’un oisif y vient guérir de son ennui,Sans songer au secret d’en préserver autrui.Toutefois au milieu de ces sots aquatiques.Sont esprits amusans, charmantes lunatiques.Qui malades par air, faites pour le plaisir,Se departent souvient du projet de languir. etc.

Ne croiez pas pourtant que la source des bainsNe prodigue ses flots qu’à d’infirmes humains;Toujours le plus plaintif n’est pas le plus malade.Il est des maux d’emprunt, des langueurs de parade,Un peuple feminin que Sénac fatigué,Expres pour s’en defaire, aux bains à relégué.d’Autres vont d’habitude à cette eau salutaire,Humecter tous les ans leur chef visionnaire.Plus d’un oisif y vient guérir de son ennui,Sans songer au secret d’en préserver autrui.Toutefois au milieu de ces sots aquatiques.Sont esprits amusans, charmantes lunatiques.Qui malades par air, faites pour le plaisir,Se departent souvient du projet de languir. etc.

Ne croiez pas pourtant que la source des bains

Ne prodigue ses flots qu’à d’infirmes humains;

Toujours le plus plaintif n’est pas le plus malade.

Il est des maux d’emprunt, des langueurs de parade,

Un peuple feminin que Sénac fatigué,

Expres pour s’en defaire, aux bains à relégué.

d’Autres vont d’habitude à cette eau salutaire,

Humecter tous les ans leur chef visionnaire.

Plus d’un oisif y vient guérir de son ennui,

Sans songer au secret d’en préserver autrui.

Toutefois au milieu de ces sots aquatiques.

Sont esprits amusans, charmantes lunatiques.

Qui malades par air, faites pour le plaisir,

Se departent souvient du projet de languir. etc.

1Wij zagen ’er ook maar zeer eenvoudig in de kleederen uit, en ik vinde alle zwier en tooi, meestal geschikt om eenen gewaanden afstand tusschen menschen en menschen te kennen te geven, vooral bij diergelijke bezoeken in ’t geheel niet passende.2De goede God geeft ze mij om niet, en dat ik ’er te veel van heb, geef ik ook om niet.3OnderSpaanschgebied aan de grensen gelegen, en hetKevelaarvan deze streek.4Het woud vanGerde.5Le Mierreis vooral ook door zijne Treurspelen bekend. Wij hebben van hem, zoo ik meen, in onze taal overgezet:Hypermnestra,Willem Tell, ende Malabaarsche Weduwe. Of zijnBarneveld, het treurig einde van onzen beroemden Staatsmartelaar ten onderwerp hebbende, ook in onze taal is overgebragt, weet ik niet. Behalve deze heeft hij nog eenige andere Treurspelen gemaakt. Hij werd teParijsgeboren, en stierf aldaar in 1793.

1Wij zagen ’er ook maar zeer eenvoudig in de kleederen uit, en ik vinde alle zwier en tooi, meestal geschikt om eenen gewaanden afstand tusschen menschen en menschen te kennen te geven, vooral bij diergelijke bezoeken in ’t geheel niet passende.

2De goede God geeft ze mij om niet, en dat ik ’er te veel van heb, geef ik ook om niet.

3OnderSpaanschgebied aan de grensen gelegen, en hetKevelaarvan deze streek.

4Het woud vanGerde.

5Le Mierreis vooral ook door zijne Treurspelen bekend. Wij hebben van hem, zoo ik meen, in onze taal overgezet:Hypermnestra,Willem Tell, ende Malabaarsche Weduwe. Of zijnBarneveld, het treurig einde van onzen beroemden Staatsmartelaar ten onderwerp hebbende, ook in onze taal is overgebragt, weet ik niet. Behalve deze heeft hij nog eenige andere Treurspelen gemaakt. Hij werd teParijsgeboren, en stierf aldaar in 1793.

Een en Twintigste Brief.Bordeaux, 23 September.Gisteren omtrent den middag zijn wij in deze stad, vooral door den Koophandel bij ons zoo algemeen bekend, aangekomen. Geene gelegenheid gehad hebbende, om onder weg een brief aan u aftezenden, bekomt gij hier bij het vervolg van mijn dagverhaal.Den 17 dezer vertrokken wij ’s morgens om 7 uren vanBagnères, met den gewonen postwagen vanTarbes. Het was tijd, dat wij heen gingen, want het had den ganschen nacht aanhoudend geregend, en deed zulks nog zeer sterk, en als het hier daar mede in dit jaargetij begint, kan men rekenen, dat het aangename weder genoegzaam voorbij is.Het was ruim tien uren, toen wij teTarbesaankwamen, en hier moesten wij tot den volgenden morgen blijven, om met den postwagen vanBayonnenaarToulouse, totAuchte rijden. De postmeester alhier, aan wien wij vanBagnèresgeschreven hadden, had voor de plaatsen (ingeval zij ’er waren) gezorgd, en zelfs ook de vriendelijkheid gehad, van naarAuchte schrijven, om ze van daar opAgenvoor ons te bestellen. Deze is wel de hupschte en vriendelijkste postmeester, dien ik immer ontmoet heb1; ik had zulks reeds in het heengaan ondervonden, en werd ’er nu nog volkomener van overtuigd. Alle reizigers, die hier bekend waren, spraken met lof over hem; zijn naam isPauillac. Ik stel denzelven hier met een dankbaar gevoel ter neder, en wenschte hem aan alle redelijke reizigers, die hier heen mogten komen, te kunnen doen opteekenen.De aanhoudende regen maakte, dat wij hier weinig wandelen konden; gelukkig hadden wij een vrij goede herberg, dezelfde, waar wij in ’t heen gaan geweest waren.Bij ons heeft men veel de slordige gewoonte van op de glasruiten der herbergen te schrijven, inFrankrijkziet men dat bijna niet; doch men vindt ’er dikwijls de muren beklad; in de spijszaal alhier las ik onder anderen eenige laffe spotternijen tegen den nieuwen Keizer en Keizerin, en eenEngelschversje, dat hier toen al heel aardig te pas kwam, waarom ik het u mededeel:“Of eartly goods the best is a good wife.A bad the bitterest curse of human life.”2Een vrouw, die ook tot ons reisgezelschap behoorde, en in ’t geheel geen gemakkelijk peuzeltje scheen te zijn, deze regels ziende, vroeg mij, of ik die taal verstond, en geantwoord hebbende, dat ik ’er althans genoeg van wist om haar dit getrouwelijk te kunnen overzetten, verzocht zij mij het te doen. Ik liet mij niet bidden, en het scheen, of zij zelve de toepassing maakte; want spijtig glimlagchende ging zij heen, en bemoeide zich niet meêr met het geen op den wand geschreven stond.Hoe zeer die beekjes van helder water, welke hier aanhoudend door de straten vlieten, eene frissche doorspoeling geven, moet het toch ook in dehuizen, die veelal laag zijn, vrij wat vochtigheid veroorzaken.Den 18 dezer ’s morgens om vier uren vertrokken wij van hier. Op de hoogten, voor dat men teMeillankomt, wandelende, vermaakte ik mij nog eens met het genot van dat schoone gezigt, en zeî met een soort van aandoening, de hoogePyreneën(les hautes Pyrenées) welk Departement men hier omstreeks verlaat, vaarwel.VanAuchbehoef ik u niets meer te zeggen, dan dat het zich van dezen kant Amphithéaters-gewijze liggende, zeer aardig vertoont. BijAlexanderden Dikkenvonden wij weder een zeer goed avondmaal en goed gezelschap; onder de personen die met ons vanTarbesgekomen waren, en naarToulousegingen, bevonden zich twee juffrouwtjes, vanBagnèreskomende, die zich tot nu toe bijzonder zedig gedragen hadden, doch hier wat gemeenzamer wordende, vernamen wij, dat zij teBordeauxt’huis hoorden, en konden haar bedrijf ligtelijk gissen. Ik geloof niet, dat ’er een volk bestaat, dat zich onder den schijn van wellevendheid, door kleeding enz. beter weet te vermommen, dan deFranschen, vooral die vanParijsen de voorname steden.Den 19 dezer ’s morgens om 4 uren vertrokken wij met den gewonen postwagen van hier opAgen. De landstreek scheen vrij vruchtbaar, de weg was goed, en door de verscheidenheid van gezigten, buitenverblijven (Castels),groote boerenhoeven (méteries) enz. gansch niet onaangenaam. De Turkschetarw (Maioc) was nu gesneden, en men was druk bezig met ploegen.Fleurance, een stadje, waar wij doorkwamen, ziet ’er ongemeen slordig uit. Ik liep eens heen en weder in de Kerk, die niet eens bevloerd was, wij zagen hier meer ganzen en varkens dan menschen. Wolweverij scheen een voornaam bedrijf der ingezetenen te zijn. ’Er was ook, zoo als op de meeste plaatsen in deze landstreek, eene overdekte marktplaats. Langs een bosch van hakhout en jonge heesters, en vele weilanden met vee, kwamen wij teLectoure, 4 posten vanAuch, op eene aanzienelijke hoogte, langs welker voet de weg loopt, gelegen; zoo dat dit stadje van daar geene onaardige vertooning maakt. Even buiten hetzelve hield de wagen stil, om het middagmaal te houden, het was omtrent 10 uren, en de Conducteur zeide, dat wij hier tot omtrent 1 uur blijven moesten, omdat, deze wagen niet van paarden verwisselende, dezelve wat moesten rusten. Wij klommen dan langs een’ vrij steilen weg in de stad; zij bestaat meest in een regte straat, waarin eenige gnappe huizen. In de Hoofdkerk, die aan het eind staat, en waar naast het voormalige Bisdom is, zag ik niets bijzonders, doch van hetterrasachter dezelve, waarop eenige boompjes staan te kwijnen, heeft men zeer een fraai en uitgebreid gezigt, tot tegen de hoogePyreneën. Aan het andere eind van de straat staat een schoon gebouw. Het is een Gasthuis, door een achtingwaardigen Bisschop, genaamdNarbonne-Pellet,gesticht. Niet alleen kranken en afgeleefde lieden worden daar in verzorgd, maar men verschaft ’er ook werk aan behoeftigen, die nog in staat zijn, om te arbeiden. Een ruime plaats, met boomen beplant, en een fraai ijzerhek ’er voor, geeft een vrolijk aanzien aan dit weldadig gesticht, dat nog niet oud schijnt te zijn. Het is gebouwd op de puinhoopen van het in de oude geschiedenissen zeer bekende Kasteel. Men moet van daar ook een verrukkelijk gezigt hebben. Het stadje zelve ziet ’er doodsch en naar uit. De verteringen van den Bisschop en zijn Kapittel, gaven ’er voorheen nog al eenig vertier, dat nu ook ophoudt. Voorheen wasLectourezeer sterk, en met een dubbelen rij muren omgeven, waarvan men nog eenige vervallen overblijfsels ziet. Het getal der ingezetenen wordt op ruim 5500 geschat, en ’er is eene Onderprefecture. Eenige opschriften van den tijd derRomeinen, welke hier nog bestaan, bewijzen de oudheid van deze stad. In het dal, onder dezelve, stroomt het riviertjele Gers, en brengt zeer veel toe tot de vruchtbaarheid van hetzelve. Om de stad zijn eenige leêrlooierijen. Men zeide mij, dat dit hier een voornaam bedrijf was.In onze herberg terug komende, vond ik in de kamer, die men ons had aangewezen, eene bejaarde Dame, met welke wij vanAuchgekomen waren, de houding van eene slapendeVenuswillende nabootsen, uitgestrekt op een bed; kwanswijs wakker wordende, toen ik in kwam, bleef zij echter liggen....Deze oude coquette was overNoord-AmerikauitSt. Domingogekomen, en ging naarParijs, waar zij t’huis hoorde, en waar zij onder die soort van vrouwen, welke men ’er in zulk een groote menigte vindt, zekerlijk eene eerste plaats verdient. Een kwinkslag, dien men aanCicerotoekent, toen hij van eene vrouw van 50 jaren, die voorgaf maar 20 te zijn, sprekende, zeide: “men moet haar wel gelooven, terwijl zij het reeds sedert 30 jaren zegt.” Dezen kwinkslag, zeg ik, kon men hier ook zeer gevoegelijk te pas brengen. Hoe belagchelijk het gedrag van zulke vrouwen ook zijn moge, heeft hetzelve nogthans in het oog van den naauwkeurigen opmerker niets verwonderlijks. Trek om te behagen is bijna de eenigste bedoeling, en de drijfveer van genoegzaam alle de werkzaamheden, bij de zoogenaamde vrouwendu bon ton: van hare kindschheid af, houden zij zich daar mede bijna alleen bezig. Zelfs door het huwelijk wordt deze bezigheid in plaats van zich te bepalen, veel sterker. EeneParijsche, of naar deParijschemode levende vrouw, is dan meêr vrij en ongedwongen. Voor het huishouden (ik spreek hier nog maar van zoogenaamde voorname en zelfs mindere burgerlieden) heeft zij harebonne3, en de kinderen worden, zoo dra zij ter wereld komen, op het land te minne gezonden. Zelfs zij, die een winkelhebben, ziet men daar in gekapt, geblanket, en opgeschikt zitten. Wat zullen nu deze menschen doen als zij oud worden; zij hebben die plooi aangenomen, genoegzaam niets anders geleerd, en zijn onbekend met wezenlijker, en hare jaren meêr voegende genietingen. Deze verkeerde handelwijze komt dan ook bij allen niet voort uit eene onkuische drift, maar is bij velen het gevolg van een dwaze hebbelijkheid4.Onze overige reisgenooten moet ik u toch ook leeren kennen; behalve de genoemde Dame, waren ’er op den wagen, een gekwetst officier vanSt. Domingomet zijn knecht en papegaai; een voormaligeChevalier de St. Louis, en eenGasconjer, die als jager onder hetFranscheleger inEgyptegediend had, en die zeer Republikeinschgezind scheen; en onder anderen zeide: “Hoewel de Republiek niet meêr bestaat, ’er bestaan toch nogRepublikeinen.” De anderen waren het altijd niet met hem eens; en dit een en ander leverde voor mij een niet onvermakelijk gesprek op.Het middagmaal was naauwelijks redelijk, deGasconjerbezorgde ’er ons de koffij nog bij, om het wat te vergoeden. De soepen, die men in deze landstreek eet, zijn doorgaans zoo dik door het brood, dat men ze bijna met een vork eten kan. Van knoflook houdt men veel. Spottender wijze wordt die dan ook welTruffes de la Gascognegenoemd.Daar ’er veel te klimmen was, verkozen wij een eind weegs te voet te gaan. De landstreek is aangenaam, en schijnt zeer vruchtbaar. Overal hier omstreeks ziet men veel tam gevogelte, zoo als ganzen, kalkoenen, hoenderen enz. Door de menigte weilanden is ’er het rundvee ook overvloedig. Men teelt ’er zeer veel hennip. Wij ontmoetten een aantal menschen, die van de kermis vanAgenkwamen. Het steedjeAstaffort5, dat ’er nog al gnap uitziet, en aangenaam gelegen is, door zijnde, komt men over een steenen brug over het riviertjele Gers, en omtrent een paar uren verder wordt mende Garonneovergezet met den postwagen: het geen zeer onhandig in zijn werk gaat. De wagen moest uitgespannen, en door menschen in de schuit gewerkt worden, en hoewel ’er de rivier omtrent half zoo breed was, naar het mij toescheen, als deMaasvoorRotterdam, was men met dat overzetten bijna een uur bezig. Mij verveelde het niet, want wij hadden ons met een klein schuitje laten overroeijen, en zaten aan den anderen kant te wachten; het was daar zeer drok door de menigte karren, menschen te voet en te paard, vee, enz. die van de kermis of jaarmarkt vanAgenkwamen. Altijd door een aangename landstreek rijdende, kwamen wij ruim 7 uren des avonds in die stad, liggende nog omtrent 1½ uur van het opgemelde veer, aan.Agenis vanLectoure4½, en dus vanAuch8½ post.Gelukkig hadden wij adres aan een herberg; anders zouden wij geene bedden, door de kermis drokte, hebben kunnen krijgen; nu bezorgde de hospes ons die in een burgerhuis, waar wij zeer zindelijk en wel waren. Om goede herbergen te hebben, en niet duur te zijn, moet men trachten, om aanbevelingen te hebben van reizende Kooplieden, die van tijd tot tijd zulk een togt doende, hunne vaste herbergen houden. Men wordt dan ook voor een reizend Koopman (Voyageur de Commerce) aangezien, als een vaste klant behandeld, en alzoo minder gekneveld. Althans heb ik mij daar dikwijls wel bij bevonden. Wij aten ’s avonds in een ruime en gnappe zaal, aan eene tafel, die rondom in dezelve stond, en waar aan wel 50 menschen zaten, en deden een goeden maaltijd. Hoewel het kermis was, had men hier weinig openbare vermaken, ’er was geen schouwspel, geen danspartijen, noch diergelijke; en de handel scheen meêr het oogmerk van dezejaarmarkt te zijn, dan het vermaak.Agenis de hoofdstad van het Departementdu Lot et Garonne, en bevat een groote 10,000 inwoners. Voorheen was het de hoofdplaats van het landschapAgénois. Van de overblijfsels, die hare oudheid plagten aan te toonen, is thans weinig of niets meêr overig. Aan deGaronnegelegen, drijft zij veel handel in de voortbrengsels van deze landstreek, vooral ook in wijnen en brandewijn, die het omliggende land veel oplevert; de wijnen zijn veelal zwaar, en worden grootendeels naarBordeauxgezonden; alwaar zij zuiver of gemengd, voor ons, of voorEngeland, worden ingescheept. De hennip is ook een aanzienlijke tak van handel. Men heeft hier ook eenige Fabrieken van sergies, die menSerges d’Agennoemt, van zeildoek en van eene soort van linnen, dat ook van hennip gemaakt, en veel naarSpanjeverzonden wordt.De moord en vervolging der Protestanten is hier ook allerverschrikkelijkst geweest. De beroemdeJosephus Julius Scaliger, die hier in 1540 geboren werd, en in 1609 teLeijden, waar hij gedurende 16 jaren Hoogleeraar was, stierf, heeft deze bloedige gebeurtenis omstandig aangeteekend.Den 20 dezer vroeg opstaande, begon ik met de schoone gemeene wandeling ofCours, die digt bij ons verblijf was, te bezigtigen. Het is de schoonste, die ik tot hier toe inFrankrijkgezien heb, om de lommerrijke beplanting met verscheidene rijen boomen, breede lanen, en bijzonder de aangename ligging aan deGaronne, waar over men een bekoorlijkgezigt heeft. In de stad zag ik niets bijzonders. ’Er is een groote overdekte halle, en rondom waren verscheidene winkels en kramen; op het ruim van de markt, werden ook velerlei soort van goederen verkocht; doch eigenlijk scheen het niet meêr dan het geen men bij ons een groote boeren kermis noemt.Onze reisgezellen, de verminkte offiçier en de oude ridder, die verpligt waren geweest, om den nacht op stoelen door te brengen, hadden intusschen vernomen, dat ’er een schuit gereed lag, om de rivier af te varen totBordeaux, en sloegen ons voor, om, van die gelegenheid gebruik te maken. Wij besloten hier toe geredelijk, daar hier toch niet veel meêr te zien scheen, en na raad gehouden te hebben, ging men om voorraad van spijs en drank uit, en stapte omtrent den middag aan boord.Onze herberg aanbeveling verdienende, geef ik u het adres op, men kan niet weten waar zulks te pas kan komen; het isA l’Hotèl des Ambassadeurs, sur les allées du Gravier, chezTaverne. De vader van dieTaverneis ook als een groot man, in zijn vak beroemd; hij was de uitvinder van een beroemd soort van pasteijen, die menTerrines de Nerac6noemt, en die hij zelf nog, totParijsen verder verzendt.Onze eerste schuit met banken en een tent ’er over, zou geschikt genoeg geweest zijn; doch wij werdenmet dezelve aan een andere, en grootere, en vol vaten en andere koopmanschappen geladen, die een half uur verder lag, gebragt; en hier schenen wij juist niet zeer op ons gemak te zullen zijn, doch toen ieder zich zoo goed mogelijk een zit- of legplaats onder het uitgespreide zeil of tent, gemaakt had, schikte zich dat nog al redelijk. Nu men betaalde ook met debagage’er onder begrepen, maar £ 6–:–: de persoon totBordeaux. Wij waren, behalve den schipper en zijn knechts, met 8 à 9 personen. Op een soort van dijk, aan den oever, zag ik verscheiden menschen, door een’ trommelslager en fluiter voorafgegaan: het was eene bruid en bruidegom, die naar ’s Lands gebruik op deze wijze, door hunne dorpgenooten en vrienden werden begeleid. De vrouwen van deze streek, en bijzonder vanAgen, zijn wegens hare schoonheid en bevalligheid beroemd; sommige Schrijvers en Dichters maken daar melding van. Ik heb dan ook nog al met aandacht rond gekeken, doch ’er geene bijzondere schoonheden gevonden; hoewel ik moet bekennen, dat ’er de menschen hier in ’t algemeen veel beter uitzien dan in de hoogePyreneën.Onze schuit was meest geladen met brandewijn en gedroogde pruimen. De pruimen vanAgenhebben een zekeren roem, en worden ook veel naar ons Vaderland verzonden.De boorden van deGaronneleveren hier en daar vrij aangename gezigten op. Wij voeren de plaatsjesPort St, MarieenAiguillon, beide aan den regter oever gelegen, voorbij. Het laatstgenoemdesteedje, dat ook handel drijft in hennip, koorn, wijn en brandewijn, had voorheen een sterk kasteel, in de geschiedenissen bekend. Men wil, dat de eerste maal dat men zich van geschut (canon) bedient heeft, is geweest in de belegering vanAiguillon, welke belegering plaats had in de 14eeeuw. De belegerden hielden het 14 maanden uit, tegenJan, Hertog vanNormandiën, daar na Koning vanFrankrijk. Bij dit steedje, voorheen een Hertogdom, loopt de rivier deLotin deGaronne.Wij ontmoetten een menigte schuiten, die door menschen, in het lijntje loopende, tegen den stroom werden opgetrokken. Die lieden maakten een aanhoudend geschreeuw. Onze schipper zeide, dat dit ter aanmoediging diende; men zou zeggen, dat het veel eer vermoeijende moest zijn. Onze schuit was zoo zwaar geladen, dat wij naauwelijks 1½ voet boord hadden; en daar de rivier, hier en daar vrij ondiep is, sleepten wij somtijds over den grond, het geen men door het geraas en gestoot gewaar werd. Deze schuiten moeten van onderen wel voorzien zijn, om daar tegen te kunnen. Tegen den avond vloog ’er zoo veel haft, dat het scheen als of ’er een nevel over het water hing. Zij kwamen in menigte op onze hoeden, kleederen enz. De maan scheen helder, het was stil, en alzoo daar wij met den stroom afzakten, op het water alleraangenaamst. Op een zandplaat, daar wij voorbij kwamen, waren zeer veel watersneppen.Omstreeks half negen kwamen wij teTonneins, een stadje mede aan den regter oever gelegen,waar wij zouden vernachten. Men begroot de aftand tusschen deze plaats enAgen, op omtrent 5 uren. Terwijl men het avondmaal gereed maakte, liepen wij in de maneschijn het steedje eens door. Het schijnt in de lengte vrij uitgestrekt; iets der moeite waardig om op te teekenen, zag ik ’er niet. In den omtrek vanTonneinswordt veel tabak geteeld, die men in de stad bereidt.Het avondmaal was nog al wel, doch een van onze reisgenooten werd door de weegluizen ten bedde uitgejaagd. Naar men mij verhaalde, is men ’er hier in de huizen, waar veel tabak behandeld of geborgen wordt, genoegzaam niet mede gekweld7.Den 21 dezer vertrokken wij ’s morgens om 3 uren van hier, latende ’er onzen onvriendelijken schipper. Na een paar kleine plaatsjes voorbij gevarente hebben, kwamen wij omstreeks zeven uren teMarmande, een stadje van omtrent 5800 inwoners, aan den regter oever gelegen; het is nog al handeldrijvende. Eenigen van ons stapten hier aan wal, om levensmiddelen te koopen. Verder op voeren wij door een enge vaart, veroorzaakt door een eiland in de rivier gelegen, en aangenaam met wilgen beplant. Eer men aanla Réolekomt, begint het Departementde la Gironde. Dit laatstgenoemde stadje is aan den regter oever, gelegen, en doet zich aangenaam op. In de religie-oorlogen versterkten de Protestanten zich in deze plaats. Aan den kant van de rivier ziet men een groot aanzienlijk gebouw, voor de omwenteling eenBenedictijnerAbdij, thans het verblijf van deSousprefecture, Op een’ kleinen afstand, ter zijde van hetzelve, staan twee oude torens; men wist ’er mij den oorsprong niet van te zeggen. Even onderla Réole, wordt deGaronnesterker, door twee kleine riviertjes, die ’er in uitloopen. TeSt. Macaire, een steedje, dat insgelijks aan den regter oever een paar uren verder gelegen is, ziet men ook eenKarmelitenKlooster; en niet ver van daar de overblijfsels van een oud kasteel. Een weinig verder aan de linker oever ligt het steedjeLangon, wiens witte wijn eenigen roem heeft. Hier begint de eb en vloed, en daar wij het vallend water moesten afwachten, gingen wij intusschen aan wal, om het avondmaal te nemen. Het was omtrent half zes uren; wij liepen dan, terwijl het dag was het plaatsje nog eens rond, doch zagen’er niets bijzonders. Op het uithangbord van onze herberg stondà l’Empereur de France. Een van onze reisgenooten vroeg aan de waardin, of zij ook bijzondere reden had, om dit op haar uithangbord te zetten, voegende daar bij, dat terwijl de staatkundige denkwijzen inFrankrijknog zeer verschillende waren, zulk een opschrift somtijds nadeelig kon zijn aan de nering. De vrouw, waarschijnlijk de gegrondheid van deze aanmerking voelende, wist hier niet veel tegen intebrengen. Wij hadden ’er een goed avondmaal, waar onder zeer smakelijke riviervisch. Na ons van eenige bossen stroo voorzien te hebben, gingen wij ten 9 uren ’s avonds weder scheep. Wij waren nu omtrent nog 8 uren vanBordeaux. Voorbij het stadjeCadillac, en nog eenige kleine plaatsjes varende, terwijl wij van tijd tot tijd mooije maneschijngezigtjes hadden, bevonden wij ons ’s morgens, den 22 dezer, toen ik wakker werd, voor een plaatsje genaamdBegle. Hier moesten wij het vallend water weder afwachten, en stapten intusschen aan wal, daar wij ons wat te ontbijten lieten geven. Ik proefde daar ook nieuwen wijn, doch het scheelt veel, dat zij den zoeten en aangenamen smaak heeft als bij ons de most. DeFranschenbehandelen hun’ wijn op eene geheel andere wijze, en laten dien, naar men mij verhaalde, zoo dra zij geperst is, gisten, zonder ’er zwavel op te doen; hier door krijgt zij dan al spoedig een rinsen smaak; en behalve de muscaat en dergelijke, errinner ik mij niet van zoete witte wijnen inFrankrijkaangetroffen te hebben. Men gaf ons, om te ontbijten, onder anderen, gestoofden karper, op eene wijze die men inFrankrijkà la Matelottenoemt, gereed gemaakt. Onze landslieden aan een boterham en een kopje thee of koffij gewoon, zou dit vreemd voorkomen; doch reizende gewendt men aan zoo vele vreemdigheden, en ik at met veel smaak van dit geregt. Dit plaatsje is aangenaam aan den linker oever van deGaronne, die hier al een gnappe rivier is, gelegen. Na wat heen en weder gewandeld te hebben, staken wij om 9½ uren af, en hadden nu hoop, om tegen den middag teBordeauxte zijn. Niet ver van hier voeren wij al voorbij een zeescheepje, zijnde een kotter, die daar op stroom lag. De rivier levert hier een schoon gezigt op, en door de beweging der vaartuigen op dezelve, en door de fraaije buitenplaatsen en lusthuizen, die men aan de oevers van dezelve ziet. Na omtrent een paar uurtjes gevaren te hebben, kregen wijBordeauxin het gezigt. De ligging van die stad, van hier te zien, is zeer schoon en schilderachtig. Hare kaai en schoone gebouwen vertoonen zich als een halve cirkel; voor dezelve ligt de rivier zoo vol schepen, dat men hier en daar naauwelijks door de masten en touwen heen zien kan. Aan de oevers ziet men scheepstimmerwerven, waar verscheidene schepen op stapel stonden. Buitenplaatsen en tuinen, alles kondigt eene welvarende handelstad aan. Deze schilderij is vooral treffende voor een’Hollander;—men verbeeldt zichAmsterdam,Rotterdam, ofDordtte naderen.—ô mijn Vaderland! wanneer zal die bloeijende staat, waarin ik u in mijne vroege jeugd gekend heb, eens wederkomen?—Of zijt gij voor mij, zoo wel als die jaren, voor altijd verloren.—Is die aloude deugd, die edele; standvastige en stoutmoedige aard, gepaard met kloek beleid en weêrgaloze Vaderlandsliefde, waar door wij schier wonderen verrigt hebben, dan ten eenenmaal van onder ons geweken?—Is het vuur der vrijheid en onafhankelijkheid dan ganschelijk uitgedoofd—Helaas!...Het was omtrent half een na den middag, toen wij alhier aan wal stapten, na over verscheidene schuiten heen geklommen te zijn, want met de onze konden wij niet tot aan de kaai komen. De wind heden tegen hebbende, zoo dat men gedurig moest roeijen, had dit de reis op het laatst wat vertraagd.Hoewel de boorden van deGaronneover het algemeen die aangename verscheidenheid van schilderachtige gezigten niet opleveren, dan die van deSaoneen deRhone, had ik echter deze reis ook met genoegen gedaan, en voor zoo veel ik heb kunnen nagaan, moet zij over land niet aangenamer zijn; doch men zou een geschikter en gemakkelijker vaartuig kunnen hebben.De plaats, waar wij aankwamen, was bijna voor het Tolhuis, (Hotèl de la Douane) dat een schoon gebouw is. Onze koffers werden door een’ Tolbediende bekeken; hij vroeg, waar wij van daan kwamen, dochdoorzocht niets. Een drager (met welke lieden ik altijd te voren beding maak) nam dan het mijne, 130 lb wegende op zijn rug, en droeg het naar hetHotèl des sept freres Maçons, rue de l’Intendance, waar ik mijn intrek nam, en bedong eene vrij goede kamer op de tweede verdieping, met twee bedden voor £ 3–:–: daags. Het middagmaal aan de gemeene tafel, kostte hier £ 3–10–: voor ieder persoon.Volgens gewoonte de stad eens doorgeloopen hebbende, ging ik ’s avonds in een kleinen Schouwburg, nog maar onlangs in een zeer zoeten smaak gebouwd, ter zijde van de gemeene wandeling, die menles Allées de Tournynoemt. Men speelt ’er kleine stukjesComedies Vaudevilles8genaamd. De dekoratien waren zeer lief, en de vertooners, meestal jongelieden, speelden vrij wel; vooral eeneMajeur, die de grappige (comique) rollen speelde. Onder de vrouwen waren ’er ook eenige, die ’er nietonaardig uitzagen; en men betaalt hier in hetparterreniet meêr dan 10sols. Dit Schouwburgje wordtle Théatre de la Gaitégenaamd. Digt bij dit Théater, over de laan vanTourny, is een zeer fraai koffijhuis met eenecolonnade, doch men deed ’er voor het ijs (les glaces) 18solsbetalen.1In het algemeen echter heeft men daar over inFrankrijkgeen klagen, en in de Provinciën nog minder dan teParijs. Vele onzer Kommissarissen van postwagens en schuiten, of schepen, mogten daar dan wel een lesje komen nemen. Deze zijn de lompste en onbeschoftsteNederlanders, dikwerfgebenificeerde Duitschers. Ongelukkig zoo een vreemdeling, naar dat uitschot van volk, de Natie taxeert.2Van het aardsche goed is het beste een goede huisvrouw.Eene slechte, het bitterste kruis van het menschelijke leven.3Bejaarde vrouw, die het huishouden waarneemt, op de kinderen past, enz.4Zie hier ten dezen opzigte een oudFranschversje, dat nog al aardig is.Cidalisse achéteLes dents, les cheveux,Et si la coquetteN’a pas de beaux yeux,La taille mignoneEt d’autres appas;Faut-il qi’on s’étonne?C’est qu’on n’en vend pas.5OmtrentAstaffortis de scheiding van het Departement van deGersen dat van deLotenGaronne.6Neracis een stadje, aan het riviertjela Baise, omtrent 4 uren vanAgengelegen.7Door ganschFrankrijk, en vooral in het zuidelijk gedeelte, zeer met dat ongedierte gekweld zijnde, beproeft men allerlei middelen, om dezelven te verdrijven, doch doorgaans vindt men ’er weinig baat bij; als het beste heeft men mij opgegeven, een afkooksel van knoflook en spaansche peper in sterken azijn, waarin men vervolgens campher doet ontbinden, hier bestrijkt men het huisraad enz. mede, en men mengt het onder de pap, waarmede men het papieren behangsel in de vertrekken plakt. De reuk van appelen schijnen zij ook te ontvlieden; doch in den zomer, wanneer men ’er het meeste mede geplaagd is, zijn de appelen niet overvloedig.8Vaudevilleszijn liedjes in eenen geestigen en stekelachtigen trant, en op bekende zangwijzen. DeFranschenmaken daar veel werk van, en dit soort van gezangen, waarmede men dan kleine tooneelstukjes doormengt, of aan het eind van sommige groote plaatst, hoort zoo te zeggen alleen inFrankrijkt’huis. EeneBasselin Foulonis er, zegt men, de uitvinder van, en behoorde teVire, een stadje inNormandient’huis. Deze liedjes werden daar gezongen, en men danste op de wijs, ter plaatseVal-es-Viregenaamd. Bij verbastering zou men hier van vervolgensVaudevillegemaakt hebben.

Bordeaux, 23 September.

Gisteren omtrent den middag zijn wij in deze stad, vooral door den Koophandel bij ons zoo algemeen bekend, aangekomen. Geene gelegenheid gehad hebbende, om onder weg een brief aan u aftezenden, bekomt gij hier bij het vervolg van mijn dagverhaal.

Den 17 dezer vertrokken wij ’s morgens om 7 uren vanBagnères, met den gewonen postwagen vanTarbes. Het was tijd, dat wij heen gingen, want het had den ganschen nacht aanhoudend geregend, en deed zulks nog zeer sterk, en als het hier daar mede in dit jaargetij begint, kan men rekenen, dat het aangename weder genoegzaam voorbij is.

Het was ruim tien uren, toen wij teTarbesaankwamen, en hier moesten wij tot den volgenden morgen blijven, om met den postwagen vanBayonnenaarToulouse, totAuchte rijden. De postmeester alhier, aan wien wij vanBagnèresgeschreven hadden, had voor de plaatsen (ingeval zij ’er waren) gezorgd, en zelfs ook de vriendelijkheid gehad, van naarAuchte schrijven, om ze van daar opAgenvoor ons te bestellen. Deze is wel de hupschte en vriendelijkste postmeester, dien ik immer ontmoet heb1; ik had zulks reeds in het heengaan ondervonden, en werd ’er nu nog volkomener van overtuigd. Alle reizigers, die hier bekend waren, spraken met lof over hem; zijn naam isPauillac. Ik stel denzelven hier met een dankbaar gevoel ter neder, en wenschte hem aan alle redelijke reizigers, die hier heen mogten komen, te kunnen doen opteekenen.

De aanhoudende regen maakte, dat wij hier weinig wandelen konden; gelukkig hadden wij een vrij goede herberg, dezelfde, waar wij in ’t heen gaan geweest waren.

Bij ons heeft men veel de slordige gewoonte van op de glasruiten der herbergen te schrijven, inFrankrijkziet men dat bijna niet; doch men vindt ’er dikwijls de muren beklad; in de spijszaal alhier las ik onder anderen eenige laffe spotternijen tegen den nieuwen Keizer en Keizerin, en eenEngelschversje, dat hier toen al heel aardig te pas kwam, waarom ik het u mededeel:

“Of eartly goods the best is a good wife.A bad the bitterest curse of human life.”2

“Of eartly goods the best is a good wife.A bad the bitterest curse of human life.”2

“Of eartly goods the best is a good wife.

A bad the bitterest curse of human life.”2

Een vrouw, die ook tot ons reisgezelschap behoorde, en in ’t geheel geen gemakkelijk peuzeltje scheen te zijn, deze regels ziende, vroeg mij, of ik die taal verstond, en geantwoord hebbende, dat ik ’er althans genoeg van wist om haar dit getrouwelijk te kunnen overzetten, verzocht zij mij het te doen. Ik liet mij niet bidden, en het scheen, of zij zelve de toepassing maakte; want spijtig glimlagchende ging zij heen, en bemoeide zich niet meêr met het geen op den wand geschreven stond.

Hoe zeer die beekjes van helder water, welke hier aanhoudend door de straten vlieten, eene frissche doorspoeling geven, moet het toch ook in dehuizen, die veelal laag zijn, vrij wat vochtigheid veroorzaken.

Den 18 dezer ’s morgens om vier uren vertrokken wij van hier. Op de hoogten, voor dat men teMeillankomt, wandelende, vermaakte ik mij nog eens met het genot van dat schoone gezigt, en zeî met een soort van aandoening, de hoogePyreneën(les hautes Pyrenées) welk Departement men hier omstreeks verlaat, vaarwel.

VanAuchbehoef ik u niets meer te zeggen, dan dat het zich van dezen kant Amphithéaters-gewijze liggende, zeer aardig vertoont. BijAlexanderden Dikkenvonden wij weder een zeer goed avondmaal en goed gezelschap; onder de personen die met ons vanTarbesgekomen waren, en naarToulousegingen, bevonden zich twee juffrouwtjes, vanBagnèreskomende, die zich tot nu toe bijzonder zedig gedragen hadden, doch hier wat gemeenzamer wordende, vernamen wij, dat zij teBordeauxt’huis hoorden, en konden haar bedrijf ligtelijk gissen. Ik geloof niet, dat ’er een volk bestaat, dat zich onder den schijn van wellevendheid, door kleeding enz. beter weet te vermommen, dan deFranschen, vooral die vanParijsen de voorname steden.

Den 19 dezer ’s morgens om 4 uren vertrokken wij met den gewonen postwagen van hier opAgen. De landstreek scheen vrij vruchtbaar, de weg was goed, en door de verscheidenheid van gezigten, buitenverblijven (Castels),groote boerenhoeven (méteries) enz. gansch niet onaangenaam. De Turkschetarw (Maioc) was nu gesneden, en men was druk bezig met ploegen.

Fleurance, een stadje, waar wij doorkwamen, ziet ’er ongemeen slordig uit. Ik liep eens heen en weder in de Kerk, die niet eens bevloerd was, wij zagen hier meer ganzen en varkens dan menschen. Wolweverij scheen een voornaam bedrijf der ingezetenen te zijn. ’Er was ook, zoo als op de meeste plaatsen in deze landstreek, eene overdekte marktplaats. Langs een bosch van hakhout en jonge heesters, en vele weilanden met vee, kwamen wij teLectoure, 4 posten vanAuch, op eene aanzienelijke hoogte, langs welker voet de weg loopt, gelegen; zoo dat dit stadje van daar geene onaardige vertooning maakt. Even buiten hetzelve hield de wagen stil, om het middagmaal te houden, het was omtrent 10 uren, en de Conducteur zeide, dat wij hier tot omtrent 1 uur blijven moesten, omdat, deze wagen niet van paarden verwisselende, dezelve wat moesten rusten. Wij klommen dan langs een’ vrij steilen weg in de stad; zij bestaat meest in een regte straat, waarin eenige gnappe huizen. In de Hoofdkerk, die aan het eind staat, en waar naast het voormalige Bisdom is, zag ik niets bijzonders, doch van hetterrasachter dezelve, waarop eenige boompjes staan te kwijnen, heeft men zeer een fraai en uitgebreid gezigt, tot tegen de hoogePyreneën. Aan het andere eind van de straat staat een schoon gebouw. Het is een Gasthuis, door een achtingwaardigen Bisschop, genaamdNarbonne-Pellet,gesticht. Niet alleen kranken en afgeleefde lieden worden daar in verzorgd, maar men verschaft ’er ook werk aan behoeftigen, die nog in staat zijn, om te arbeiden. Een ruime plaats, met boomen beplant, en een fraai ijzerhek ’er voor, geeft een vrolijk aanzien aan dit weldadig gesticht, dat nog niet oud schijnt te zijn. Het is gebouwd op de puinhoopen van het in de oude geschiedenissen zeer bekende Kasteel. Men moet van daar ook een verrukkelijk gezigt hebben. Het stadje zelve ziet ’er doodsch en naar uit. De verteringen van den Bisschop en zijn Kapittel, gaven ’er voorheen nog al eenig vertier, dat nu ook ophoudt. Voorheen wasLectourezeer sterk, en met een dubbelen rij muren omgeven, waarvan men nog eenige vervallen overblijfsels ziet. Het getal der ingezetenen wordt op ruim 5500 geschat, en ’er is eene Onderprefecture. Eenige opschriften van den tijd derRomeinen, welke hier nog bestaan, bewijzen de oudheid van deze stad. In het dal, onder dezelve, stroomt het riviertjele Gers, en brengt zeer veel toe tot de vruchtbaarheid van hetzelve. Om de stad zijn eenige leêrlooierijen. Men zeide mij, dat dit hier een voornaam bedrijf was.

In onze herberg terug komende, vond ik in de kamer, die men ons had aangewezen, eene bejaarde Dame, met welke wij vanAuchgekomen waren, de houding van eene slapendeVenuswillende nabootsen, uitgestrekt op een bed; kwanswijs wakker wordende, toen ik in kwam, bleef zij echter liggen....Deze oude coquette was overNoord-AmerikauitSt. Domingogekomen, en ging naarParijs, waar zij t’huis hoorde, en waar zij onder die soort van vrouwen, welke men ’er in zulk een groote menigte vindt, zekerlijk eene eerste plaats verdient. Een kwinkslag, dien men aanCicerotoekent, toen hij van eene vrouw van 50 jaren, die voorgaf maar 20 te zijn, sprekende, zeide: “men moet haar wel gelooven, terwijl zij het reeds sedert 30 jaren zegt.” Dezen kwinkslag, zeg ik, kon men hier ook zeer gevoegelijk te pas brengen. Hoe belagchelijk het gedrag van zulke vrouwen ook zijn moge, heeft hetzelve nogthans in het oog van den naauwkeurigen opmerker niets verwonderlijks. Trek om te behagen is bijna de eenigste bedoeling, en de drijfveer van genoegzaam alle de werkzaamheden, bij de zoogenaamde vrouwendu bon ton: van hare kindschheid af, houden zij zich daar mede bijna alleen bezig. Zelfs door het huwelijk wordt deze bezigheid in plaats van zich te bepalen, veel sterker. EeneParijsche, of naar deParijschemode levende vrouw, is dan meêr vrij en ongedwongen. Voor het huishouden (ik spreek hier nog maar van zoogenaamde voorname en zelfs mindere burgerlieden) heeft zij harebonne3, en de kinderen worden, zoo dra zij ter wereld komen, op het land te minne gezonden. Zelfs zij, die een winkelhebben, ziet men daar in gekapt, geblanket, en opgeschikt zitten. Wat zullen nu deze menschen doen als zij oud worden; zij hebben die plooi aangenomen, genoegzaam niets anders geleerd, en zijn onbekend met wezenlijker, en hare jaren meêr voegende genietingen. Deze verkeerde handelwijze komt dan ook bij allen niet voort uit eene onkuische drift, maar is bij velen het gevolg van een dwaze hebbelijkheid4.

Onze overige reisgenooten moet ik u toch ook leeren kennen; behalve de genoemde Dame, waren ’er op den wagen, een gekwetst officier vanSt. Domingomet zijn knecht en papegaai; een voormaligeChevalier de St. Louis, en eenGasconjer, die als jager onder hetFranscheleger inEgyptegediend had, en die zeer Republikeinschgezind scheen; en onder anderen zeide: “Hoewel de Republiek niet meêr bestaat, ’er bestaan toch nogRepublikeinen.” De anderen waren het altijd niet met hem eens; en dit een en ander leverde voor mij een niet onvermakelijk gesprek op.

Het middagmaal was naauwelijks redelijk, deGasconjerbezorgde ’er ons de koffij nog bij, om het wat te vergoeden. De soepen, die men in deze landstreek eet, zijn doorgaans zoo dik door het brood, dat men ze bijna met een vork eten kan. Van knoflook houdt men veel. Spottender wijze wordt die dan ook welTruffes de la Gascognegenoemd.

Daar ’er veel te klimmen was, verkozen wij een eind weegs te voet te gaan. De landstreek is aangenaam, en schijnt zeer vruchtbaar. Overal hier omstreeks ziet men veel tam gevogelte, zoo als ganzen, kalkoenen, hoenderen enz. Door de menigte weilanden is ’er het rundvee ook overvloedig. Men teelt ’er zeer veel hennip. Wij ontmoetten een aantal menschen, die van de kermis vanAgenkwamen. Het steedjeAstaffort5, dat ’er nog al gnap uitziet, en aangenaam gelegen is, door zijnde, komt men over een steenen brug over het riviertjele Gers, en omtrent een paar uren verder wordt mende Garonneovergezet met den postwagen: het geen zeer onhandig in zijn werk gaat. De wagen moest uitgespannen, en door menschen in de schuit gewerkt worden, en hoewel ’er de rivier omtrent half zoo breed was, naar het mij toescheen, als deMaasvoorRotterdam, was men met dat overzetten bijna een uur bezig. Mij verveelde het niet, want wij hadden ons met een klein schuitje laten overroeijen, en zaten aan den anderen kant te wachten; het was daar zeer drok door de menigte karren, menschen te voet en te paard, vee, enz. die van de kermis of jaarmarkt vanAgenkwamen. Altijd door een aangename landstreek rijdende, kwamen wij ruim 7 uren des avonds in die stad, liggende nog omtrent 1½ uur van het opgemelde veer, aan.Agenis vanLectoure4½, en dus vanAuch8½ post.

Gelukkig hadden wij adres aan een herberg; anders zouden wij geene bedden, door de kermis drokte, hebben kunnen krijgen; nu bezorgde de hospes ons die in een burgerhuis, waar wij zeer zindelijk en wel waren. Om goede herbergen te hebben, en niet duur te zijn, moet men trachten, om aanbevelingen te hebben van reizende Kooplieden, die van tijd tot tijd zulk een togt doende, hunne vaste herbergen houden. Men wordt dan ook voor een reizend Koopman (Voyageur de Commerce) aangezien, als een vaste klant behandeld, en alzoo minder gekneveld. Althans heb ik mij daar dikwijls wel bij bevonden. Wij aten ’s avonds in een ruime en gnappe zaal, aan eene tafel, die rondom in dezelve stond, en waar aan wel 50 menschen zaten, en deden een goeden maaltijd. Hoewel het kermis was, had men hier weinig openbare vermaken, ’er was geen schouwspel, geen danspartijen, noch diergelijke; en de handel scheen meêr het oogmerk van dezejaarmarkt te zijn, dan het vermaak.Agenis de hoofdstad van het Departementdu Lot et Garonne, en bevat een groote 10,000 inwoners. Voorheen was het de hoofdplaats van het landschapAgénois. Van de overblijfsels, die hare oudheid plagten aan te toonen, is thans weinig of niets meêr overig. Aan deGaronnegelegen, drijft zij veel handel in de voortbrengsels van deze landstreek, vooral ook in wijnen en brandewijn, die het omliggende land veel oplevert; de wijnen zijn veelal zwaar, en worden grootendeels naarBordeauxgezonden; alwaar zij zuiver of gemengd, voor ons, of voorEngeland, worden ingescheept. De hennip is ook een aanzienlijke tak van handel. Men heeft hier ook eenige Fabrieken van sergies, die menSerges d’Agennoemt, van zeildoek en van eene soort van linnen, dat ook van hennip gemaakt, en veel naarSpanjeverzonden wordt.

De moord en vervolging der Protestanten is hier ook allerverschrikkelijkst geweest. De beroemdeJosephus Julius Scaliger, die hier in 1540 geboren werd, en in 1609 teLeijden, waar hij gedurende 16 jaren Hoogleeraar was, stierf, heeft deze bloedige gebeurtenis omstandig aangeteekend.

Den 20 dezer vroeg opstaande, begon ik met de schoone gemeene wandeling ofCours, die digt bij ons verblijf was, te bezigtigen. Het is de schoonste, die ik tot hier toe inFrankrijkgezien heb, om de lommerrijke beplanting met verscheidene rijen boomen, breede lanen, en bijzonder de aangename ligging aan deGaronne, waar over men een bekoorlijkgezigt heeft. In de stad zag ik niets bijzonders. ’Er is een groote overdekte halle, en rondom waren verscheidene winkels en kramen; op het ruim van de markt, werden ook velerlei soort van goederen verkocht; doch eigenlijk scheen het niet meêr dan het geen men bij ons een groote boeren kermis noemt.

Onze reisgezellen, de verminkte offiçier en de oude ridder, die verpligt waren geweest, om den nacht op stoelen door te brengen, hadden intusschen vernomen, dat ’er een schuit gereed lag, om de rivier af te varen totBordeaux, en sloegen ons voor, om, van die gelegenheid gebruik te maken. Wij besloten hier toe geredelijk, daar hier toch niet veel meêr te zien scheen, en na raad gehouden te hebben, ging men om voorraad van spijs en drank uit, en stapte omtrent den middag aan boord.

Onze herberg aanbeveling verdienende, geef ik u het adres op, men kan niet weten waar zulks te pas kan komen; het isA l’Hotèl des Ambassadeurs, sur les allées du Gravier, chezTaverne. De vader van dieTaverneis ook als een groot man, in zijn vak beroemd; hij was de uitvinder van een beroemd soort van pasteijen, die menTerrines de Nerac6noemt, en die hij zelf nog, totParijsen verder verzendt.

Onze eerste schuit met banken en een tent ’er over, zou geschikt genoeg geweest zijn; doch wij werdenmet dezelve aan een andere, en grootere, en vol vaten en andere koopmanschappen geladen, die een half uur verder lag, gebragt; en hier schenen wij juist niet zeer op ons gemak te zullen zijn, doch toen ieder zich zoo goed mogelijk een zit- of legplaats onder het uitgespreide zeil of tent, gemaakt had, schikte zich dat nog al redelijk. Nu men betaalde ook met debagage’er onder begrepen, maar £ 6–:–: de persoon totBordeaux. Wij waren, behalve den schipper en zijn knechts, met 8 à 9 personen. Op een soort van dijk, aan den oever, zag ik verscheiden menschen, door een’ trommelslager en fluiter voorafgegaan: het was eene bruid en bruidegom, die naar ’s Lands gebruik op deze wijze, door hunne dorpgenooten en vrienden werden begeleid. De vrouwen van deze streek, en bijzonder vanAgen, zijn wegens hare schoonheid en bevalligheid beroemd; sommige Schrijvers en Dichters maken daar melding van. Ik heb dan ook nog al met aandacht rond gekeken, doch ’er geene bijzondere schoonheden gevonden; hoewel ik moet bekennen, dat ’er de menschen hier in ’t algemeen veel beter uitzien dan in de hoogePyreneën.

Onze schuit was meest geladen met brandewijn en gedroogde pruimen. De pruimen vanAgenhebben een zekeren roem, en worden ook veel naar ons Vaderland verzonden.

De boorden van deGaronneleveren hier en daar vrij aangename gezigten op. Wij voeren de plaatsjesPort St, MarieenAiguillon, beide aan den regter oever gelegen, voorbij. Het laatstgenoemdesteedje, dat ook handel drijft in hennip, koorn, wijn en brandewijn, had voorheen een sterk kasteel, in de geschiedenissen bekend. Men wil, dat de eerste maal dat men zich van geschut (canon) bedient heeft, is geweest in de belegering vanAiguillon, welke belegering plaats had in de 14eeeuw. De belegerden hielden het 14 maanden uit, tegenJan, Hertog vanNormandiën, daar na Koning vanFrankrijk. Bij dit steedje, voorheen een Hertogdom, loopt de rivier deLotin deGaronne.

Wij ontmoetten een menigte schuiten, die door menschen, in het lijntje loopende, tegen den stroom werden opgetrokken. Die lieden maakten een aanhoudend geschreeuw. Onze schipper zeide, dat dit ter aanmoediging diende; men zou zeggen, dat het veel eer vermoeijende moest zijn. Onze schuit was zoo zwaar geladen, dat wij naauwelijks 1½ voet boord hadden; en daar de rivier, hier en daar vrij ondiep is, sleepten wij somtijds over den grond, het geen men door het geraas en gestoot gewaar werd. Deze schuiten moeten van onderen wel voorzien zijn, om daar tegen te kunnen. Tegen den avond vloog ’er zoo veel haft, dat het scheen als of ’er een nevel over het water hing. Zij kwamen in menigte op onze hoeden, kleederen enz. De maan scheen helder, het was stil, en alzoo daar wij met den stroom afzakten, op het water alleraangenaamst. Op een zandplaat, daar wij voorbij kwamen, waren zeer veel watersneppen.

Omstreeks half negen kwamen wij teTonneins, een stadje mede aan den regter oever gelegen,waar wij zouden vernachten. Men begroot de aftand tusschen deze plaats enAgen, op omtrent 5 uren. Terwijl men het avondmaal gereed maakte, liepen wij in de maneschijn het steedje eens door. Het schijnt in de lengte vrij uitgestrekt; iets der moeite waardig om op te teekenen, zag ik ’er niet. In den omtrek vanTonneinswordt veel tabak geteeld, die men in de stad bereidt.

Het avondmaal was nog al wel, doch een van onze reisgenooten werd door de weegluizen ten bedde uitgejaagd. Naar men mij verhaalde, is men ’er hier in de huizen, waar veel tabak behandeld of geborgen wordt, genoegzaam niet mede gekweld7.

Den 21 dezer vertrokken wij ’s morgens om 3 uren van hier, latende ’er onzen onvriendelijken schipper. Na een paar kleine plaatsjes voorbij gevarente hebben, kwamen wij omstreeks zeven uren teMarmande, een stadje van omtrent 5800 inwoners, aan den regter oever gelegen; het is nog al handeldrijvende. Eenigen van ons stapten hier aan wal, om levensmiddelen te koopen. Verder op voeren wij door een enge vaart, veroorzaakt door een eiland in de rivier gelegen, en aangenaam met wilgen beplant. Eer men aanla Réolekomt, begint het Departementde la Gironde. Dit laatstgenoemde stadje is aan den regter oever, gelegen, en doet zich aangenaam op. In de religie-oorlogen versterkten de Protestanten zich in deze plaats. Aan den kant van de rivier ziet men een groot aanzienlijk gebouw, voor de omwenteling eenBenedictijnerAbdij, thans het verblijf van deSousprefecture, Op een’ kleinen afstand, ter zijde van hetzelve, staan twee oude torens; men wist ’er mij den oorsprong niet van te zeggen. Even onderla Réole, wordt deGaronnesterker, door twee kleine riviertjes, die ’er in uitloopen. TeSt. Macaire, een steedje, dat insgelijks aan den regter oever een paar uren verder gelegen is, ziet men ook eenKarmelitenKlooster; en niet ver van daar de overblijfsels van een oud kasteel. Een weinig verder aan de linker oever ligt het steedjeLangon, wiens witte wijn eenigen roem heeft. Hier begint de eb en vloed, en daar wij het vallend water moesten afwachten, gingen wij intusschen aan wal, om het avondmaal te nemen. Het was omtrent half zes uren; wij liepen dan, terwijl het dag was het plaatsje nog eens rond, doch zagen’er niets bijzonders. Op het uithangbord van onze herberg stondà l’Empereur de France. Een van onze reisgenooten vroeg aan de waardin, of zij ook bijzondere reden had, om dit op haar uithangbord te zetten, voegende daar bij, dat terwijl de staatkundige denkwijzen inFrankrijknog zeer verschillende waren, zulk een opschrift somtijds nadeelig kon zijn aan de nering. De vrouw, waarschijnlijk de gegrondheid van deze aanmerking voelende, wist hier niet veel tegen intebrengen. Wij hadden ’er een goed avondmaal, waar onder zeer smakelijke riviervisch. Na ons van eenige bossen stroo voorzien te hebben, gingen wij ten 9 uren ’s avonds weder scheep. Wij waren nu omtrent nog 8 uren vanBordeaux. Voorbij het stadjeCadillac, en nog eenige kleine plaatsjes varende, terwijl wij van tijd tot tijd mooije maneschijngezigtjes hadden, bevonden wij ons ’s morgens, den 22 dezer, toen ik wakker werd, voor een plaatsje genaamdBegle. Hier moesten wij het vallend water weder afwachten, en stapten intusschen aan wal, daar wij ons wat te ontbijten lieten geven. Ik proefde daar ook nieuwen wijn, doch het scheelt veel, dat zij den zoeten en aangenamen smaak heeft als bij ons de most. DeFranschenbehandelen hun’ wijn op eene geheel andere wijze, en laten dien, naar men mij verhaalde, zoo dra zij geperst is, gisten, zonder ’er zwavel op te doen; hier door krijgt zij dan al spoedig een rinsen smaak; en behalve de muscaat en dergelijke, errinner ik mij niet van zoete witte wijnen inFrankrijkaangetroffen te hebben. Men gaf ons, om te ontbijten, onder anderen, gestoofden karper, op eene wijze die men inFrankrijkà la Matelottenoemt, gereed gemaakt. Onze landslieden aan een boterham en een kopje thee of koffij gewoon, zou dit vreemd voorkomen; doch reizende gewendt men aan zoo vele vreemdigheden, en ik at met veel smaak van dit geregt. Dit plaatsje is aangenaam aan den linker oever van deGaronne, die hier al een gnappe rivier is, gelegen. Na wat heen en weder gewandeld te hebben, staken wij om 9½ uren af, en hadden nu hoop, om tegen den middag teBordeauxte zijn. Niet ver van hier voeren wij al voorbij een zeescheepje, zijnde een kotter, die daar op stroom lag. De rivier levert hier een schoon gezigt op, en door de beweging der vaartuigen op dezelve, en door de fraaije buitenplaatsen en lusthuizen, die men aan de oevers van dezelve ziet. Na omtrent een paar uurtjes gevaren te hebben, kregen wijBordeauxin het gezigt. De ligging van die stad, van hier te zien, is zeer schoon en schilderachtig. Hare kaai en schoone gebouwen vertoonen zich als een halve cirkel; voor dezelve ligt de rivier zoo vol schepen, dat men hier en daar naauwelijks door de masten en touwen heen zien kan. Aan de oevers ziet men scheepstimmerwerven, waar verscheidene schepen op stapel stonden. Buitenplaatsen en tuinen, alles kondigt eene welvarende handelstad aan. Deze schilderij is vooral treffende voor een’Hollander;—men verbeeldt zichAmsterdam,Rotterdam, ofDordtte naderen.—ô mijn Vaderland! wanneer zal die bloeijende staat, waarin ik u in mijne vroege jeugd gekend heb, eens wederkomen?—Of zijt gij voor mij, zoo wel als die jaren, voor altijd verloren.—Is die aloude deugd, die edele; standvastige en stoutmoedige aard, gepaard met kloek beleid en weêrgaloze Vaderlandsliefde, waar door wij schier wonderen verrigt hebben, dan ten eenenmaal van onder ons geweken?—Is het vuur der vrijheid en onafhankelijkheid dan ganschelijk uitgedoofd—Helaas!...

Het was omtrent half een na den middag, toen wij alhier aan wal stapten, na over verscheidene schuiten heen geklommen te zijn, want met de onze konden wij niet tot aan de kaai komen. De wind heden tegen hebbende, zoo dat men gedurig moest roeijen, had dit de reis op het laatst wat vertraagd.

Hoewel de boorden van deGaronneover het algemeen die aangename verscheidenheid van schilderachtige gezigten niet opleveren, dan die van deSaoneen deRhone, had ik echter deze reis ook met genoegen gedaan, en voor zoo veel ik heb kunnen nagaan, moet zij over land niet aangenamer zijn; doch men zou een geschikter en gemakkelijker vaartuig kunnen hebben.

De plaats, waar wij aankwamen, was bijna voor het Tolhuis, (Hotèl de la Douane) dat een schoon gebouw is. Onze koffers werden door een’ Tolbediende bekeken; hij vroeg, waar wij van daan kwamen, dochdoorzocht niets. Een drager (met welke lieden ik altijd te voren beding maak) nam dan het mijne, 130 lb wegende op zijn rug, en droeg het naar hetHotèl des sept freres Maçons, rue de l’Intendance, waar ik mijn intrek nam, en bedong eene vrij goede kamer op de tweede verdieping, met twee bedden voor £ 3–:–: daags. Het middagmaal aan de gemeene tafel, kostte hier £ 3–10–: voor ieder persoon.

Volgens gewoonte de stad eens doorgeloopen hebbende, ging ik ’s avonds in een kleinen Schouwburg, nog maar onlangs in een zeer zoeten smaak gebouwd, ter zijde van de gemeene wandeling, die menles Allées de Tournynoemt. Men speelt ’er kleine stukjesComedies Vaudevilles8genaamd. De dekoratien waren zeer lief, en de vertooners, meestal jongelieden, speelden vrij wel; vooral eeneMajeur, die de grappige (comique) rollen speelde. Onder de vrouwen waren ’er ook eenige, die ’er nietonaardig uitzagen; en men betaalt hier in hetparterreniet meêr dan 10sols. Dit Schouwburgje wordtle Théatre de la Gaitégenaamd. Digt bij dit Théater, over de laan vanTourny, is een zeer fraai koffijhuis met eenecolonnade, doch men deed ’er voor het ijs (les glaces) 18solsbetalen.

1In het algemeen echter heeft men daar over inFrankrijkgeen klagen, en in de Provinciën nog minder dan teParijs. Vele onzer Kommissarissen van postwagens en schuiten, of schepen, mogten daar dan wel een lesje komen nemen. Deze zijn de lompste en onbeschoftsteNederlanders, dikwerfgebenificeerde Duitschers. Ongelukkig zoo een vreemdeling, naar dat uitschot van volk, de Natie taxeert.2Van het aardsche goed is het beste een goede huisvrouw.Eene slechte, het bitterste kruis van het menschelijke leven.3Bejaarde vrouw, die het huishouden waarneemt, op de kinderen past, enz.4Zie hier ten dezen opzigte een oudFranschversje, dat nog al aardig is.Cidalisse achéteLes dents, les cheveux,Et si la coquetteN’a pas de beaux yeux,La taille mignoneEt d’autres appas;Faut-il qi’on s’étonne?C’est qu’on n’en vend pas.5OmtrentAstaffortis de scheiding van het Departement van deGersen dat van deLotenGaronne.6Neracis een stadje, aan het riviertjela Baise, omtrent 4 uren vanAgengelegen.7Door ganschFrankrijk, en vooral in het zuidelijk gedeelte, zeer met dat ongedierte gekweld zijnde, beproeft men allerlei middelen, om dezelven te verdrijven, doch doorgaans vindt men ’er weinig baat bij; als het beste heeft men mij opgegeven, een afkooksel van knoflook en spaansche peper in sterken azijn, waarin men vervolgens campher doet ontbinden, hier bestrijkt men het huisraad enz. mede, en men mengt het onder de pap, waarmede men het papieren behangsel in de vertrekken plakt. De reuk van appelen schijnen zij ook te ontvlieden; doch in den zomer, wanneer men ’er het meeste mede geplaagd is, zijn de appelen niet overvloedig.8Vaudevilleszijn liedjes in eenen geestigen en stekelachtigen trant, en op bekende zangwijzen. DeFranschenmaken daar veel werk van, en dit soort van gezangen, waarmede men dan kleine tooneelstukjes doormengt, of aan het eind van sommige groote plaatst, hoort zoo te zeggen alleen inFrankrijkt’huis. EeneBasselin Foulonis er, zegt men, de uitvinder van, en behoorde teVire, een stadje inNormandient’huis. Deze liedjes werden daar gezongen, en men danste op de wijs, ter plaatseVal-es-Viregenaamd. Bij verbastering zou men hier van vervolgensVaudevillegemaakt hebben.

1In het algemeen echter heeft men daar over inFrankrijkgeen klagen, en in de Provinciën nog minder dan teParijs. Vele onzer Kommissarissen van postwagens en schuiten, of schepen, mogten daar dan wel een lesje komen nemen. Deze zijn de lompste en onbeschoftsteNederlanders, dikwerfgebenificeerde Duitschers. Ongelukkig zoo een vreemdeling, naar dat uitschot van volk, de Natie taxeert.

2

Van het aardsche goed is het beste een goede huisvrouw.Eene slechte, het bitterste kruis van het menschelijke leven.

Van het aardsche goed is het beste een goede huisvrouw.Eene slechte, het bitterste kruis van het menschelijke leven.

Van het aardsche goed is het beste een goede huisvrouw.Eene slechte, het bitterste kruis van het menschelijke leven.

Van het aardsche goed is het beste een goede huisvrouw.Eene slechte, het bitterste kruis van het menschelijke leven.

Van het aardsche goed is het beste een goede huisvrouw.

Eene slechte, het bitterste kruis van het menschelijke leven.

3Bejaarde vrouw, die het huishouden waarneemt, op de kinderen past, enz.

4Zie hier ten dezen opzigte een oudFranschversje, dat nog al aardig is.

Cidalisse achéte

Les dents, les cheveux,

Et si la coquette

N’a pas de beaux yeux,

La taille mignone

Et d’autres appas;

Faut-il qi’on s’étonne?

C’est qu’on n’en vend pas.

5OmtrentAstaffortis de scheiding van het Departement van deGersen dat van deLotenGaronne.

6Neracis een stadje, aan het riviertjela Baise, omtrent 4 uren vanAgengelegen.

7Door ganschFrankrijk, en vooral in het zuidelijk gedeelte, zeer met dat ongedierte gekweld zijnde, beproeft men allerlei middelen, om dezelven te verdrijven, doch doorgaans vindt men ’er weinig baat bij; als het beste heeft men mij opgegeven, een afkooksel van knoflook en spaansche peper in sterken azijn, waarin men vervolgens campher doet ontbinden, hier bestrijkt men het huisraad enz. mede, en men mengt het onder de pap, waarmede men het papieren behangsel in de vertrekken plakt. De reuk van appelen schijnen zij ook te ontvlieden; doch in den zomer, wanneer men ’er het meeste mede geplaagd is, zijn de appelen niet overvloedig.

8Vaudevilleszijn liedjes in eenen geestigen en stekelachtigen trant, en op bekende zangwijzen. DeFranschenmaken daar veel werk van, en dit soort van gezangen, waarmede men dan kleine tooneelstukjes doormengt, of aan het eind van sommige groote plaatst, hoort zoo te zeggen alleen inFrankrijkt’huis. EeneBasselin Foulonis er, zegt men, de uitvinder van, en behoorde teVire, een stadje inNormandient’huis. Deze liedjes werden daar gezongen, en men danste op de wijs, ter plaatseVal-es-Viregenaamd. Bij verbastering zou men hier van vervolgensVaudevillegemaakt hebben.


Back to IndexNext