HET PLANTENRIJK.

[163]Van de met * aangestipte dieren hebben wij de vellen gezien, en van die met † gemerkt afteekeningen verkregen; de overige zijn volgens de Japansche synonimen derAino-namen te regt gebragt. De met F. J. gemerkte dieren zijn in onze Fauna Japonica afgebeeld.[164]Buitendien worden nog de volgende namen aan varkens of wilde zwijnen gegeven, die waarschijnlijk op het geslacht, ouderdom en andere eigenschappen van dezelve betrekking hebben, waarop wij echter de aandacht van reizigers willen vestigen:woun-ommetousi,woun-hikataenwoun-momorum.[165]Het witte (tetari) jong wordt door deAino’sopJezo,Retari thukarien van deKurilen,Retatkorgenoemd.[166]Ruobeteekent een jongeOttaria.[167]VergelijkNippon, VII. l. c. pag. 254 ff., waar eene lijst van de vogels, die doorPallas,von Kittlitzenvon Middendorffin deze gewesten gevonden worden, medegedeeld wordt.[168]Furerood,seppvisch, want beide zijn roode visschen.[169]Ook de Kamtschadaalsche Lamprei heeft maar zevenspiracula; de Japanners noemen hem echterJats’me-unagi, d. i. achteroog-aal, en tellen bij de zevenspiraculaop iedere zijde hetoog, is dus ook eenHeptastema.[170]Engelberth Kaempfer.Beschrijving van Japan, pag. 100, Tab. 14. A.Mémoires de l’Académie de St. Petersbourg, Tom. V, pag. 358.

[163]Van de met * aangestipte dieren hebben wij de vellen gezien, en van die met † gemerkt afteekeningen verkregen; de overige zijn volgens de Japansche synonimen derAino-namen te regt gebragt. De met F. J. gemerkte dieren zijn in onze Fauna Japonica afgebeeld.

[164]Buitendien worden nog de volgende namen aan varkens of wilde zwijnen gegeven, die waarschijnlijk op het geslacht, ouderdom en andere eigenschappen van dezelve betrekking hebben, waarop wij echter de aandacht van reizigers willen vestigen:woun-ommetousi,woun-hikataenwoun-momorum.

[165]Het witte (tetari) jong wordt door deAino’sopJezo,Retari thukarien van deKurilen,Retatkorgenoemd.

[166]Ruobeteekent een jongeOttaria.

[167]VergelijkNippon, VII. l. c. pag. 254 ff., waar eene lijst van de vogels, die doorPallas,von Kittlitzenvon Middendorffin deze gewesten gevonden worden, medegedeeld wordt.

[168]Furerood,seppvisch, want beide zijn roode visschen.

[169]Ook de Kamtschadaalsche Lamprei heeft maar zevenspiracula; de Japanners noemen hem echterJats’me-unagi, d. i. achteroog-aal, en tellen bij de zevenspiraculaop iedere zijde hetoog, is dus ook eenHeptastema.

[170]Engelberth Kaempfer.Beschrijving van Japan, pag. 100, Tab. 14. A.Mémoires de l’Académie de St. Petersbourg, Tom. V, pag. 358.

Van geene eilanden, die sedert twee eeuwen ontdekt en waarvan de omtrekken der kusten in de wereldkaart zijn opgeteekend, kennen wij tot nu toe minder de voortbrengselen van het plantenrijk, dan vanJezo,Kraftoen de zuidelijke Kurilen.Lapérouseenvon Krusenstern, die op hunne gedenkwaardige reis om de wereld eenige kuststreken van deAino-landen bezocht hebben, waren daar te kort en in een voor den plantengroei ongunstig jaargetijde en onder te beperkte omstandigheden, om meer dan oppervlakkig met deFloradezer eilanden bekend te worden. Ook zijn de weinige kruidkundige bouwstoffen diede hun vergezellende geleerden verzameld hebben, verloren geraakt of niet behoorlijk bekend gemaakt.Broughton, wiens verdienste voor de hydrographie niet genoeg kan gewaardeerd worden, heeft ook op de planten dier eilanden zijne aandacht gevestigd, en een lijstje van opJezoverzamelde planten medegedeeld[171], enGolowninin zijne gevangenis alleen eenige eetbare en nuttige gewassen leeren kennen; Dr.Schrenk, die voor korten tijd (Februarij 1856) een uitstapje van hetAmur-land naarKraftomaakte, heeft daar deFlorain het hart van den winter ontmoet en haar ons ook slechts in haar winterkleed kunnen schilderen; en de weinige regels »compiled from the original notes and Journals of CommodorePerry”[172]betrekkelijk »gardens”[173], »culinary vegetables”[174]en »vegetation”[175]zijn van een zoo nietigen inhoud, dat zich van deze Expeditie geene wetenschappelijke bijdrage tot deFloraderAino-landen laat verwachten. Dus moeten wij ook op het gebied der kruidkunde, voor zoo verre deAino-landen betreft, dat door de aardrijkkundige legging van deze—tusschen de oude en nieuwe wereld—voor de aardrijkskundige Botanie een zoo merkwaardig tafereel zal opleveren, uit oorspronkelijkJapansche bronnen putten, die echter deste rijker zijn, daar de kennis van gewassen bij de Japanners meer algemeen verspreid is als die van dieren en delfstoffen, omdat daarin meestal hun voedsel bestaat en daarin ook van hen de werkzaamste geneeskrachten gezocht worden. Door naamlijsten van gewassen, die opJezoenKraftogevonden worden, verklaard door de Japansche synonyme plantnamen en door gedroogde en levende planten, die wij gedurende ons verblijf opJapanvan onze Japansche vrienden uitJezoverkregen hebben, zijn wij dan ook in den staat gesteld een overzigt mede te deelen van een groot gedeelte van de gewassen die het karakter van deFloravanJezokenmerken, en die daar tot voedsel en ander huishoudelijk gebruik aangekweekt worden. Meer breedvoerig hebben wij daarvan in de meergemelde afdeeling van onze beschrijving vanJapanuitgewijd en daarin dan ook de verhouding derFloravan deAino-landen, voor zoo verre die ons bekend is, tot de naburige landen van de oude en nieuwe wereld aangetoond[176].

Ter loops willen wij alleen hier mededeelen, dat van 342 soorten, 175 derFloravanJapan, 60 aan die vanOost-Siberië, 50 aanNoord-China, 38 aanKamtschatka, 26 aan het gebied vanOchotsk, en 16 soorten aanNoord-Amerikatoebehooren, waarvan 8 zich tot in de Noordpool gewesten verspreiden.


Back to IndexNext