En zweefde eindelijk boven de hoofdplaats van het Hemelsche rijk. (Bladz. 110).En zweefde eindelijk boven de hoofdplaats van het Hemelsche rijk. (Bladz.110).Uncle Prudent en Phil Evans hadden een blik met elkander gewisseld.Een zelfde gedachte was hun door het brein gevaren. Zij waren slechts op weinig meters boven de oppervlakte van den Hydaspesverwijderd, en de oevers waren binnen hun bereik. Want beiden waren goede zwemmers. Een kopje-onder kon hen de vrijheid hergeven, en hoe zou Robur hen weer vatten, wanneer zij onder water verdwenen waren. Was hij niet verplicht, ten einde zijne voortstuwingswieken alle vrijheid van omwenteling te kunnen geven, om zich op minstens twee meter boven de wateroppervlakte te houden?In een ondeelbaar oogenblik had zich het voor en tegen in hun geest ontwikkeld en hadden zij het overwogen. Eindelijk wilden zij over de verschansing springen, toen verscheidene handenparen hen grepen.Men hield hen in het oog. Zij werden in de onmogelijkheid gesteld om te kunnen ontvluchten.Maar ditmaal gaven zij zich niet zonder tegenstand te bieden over. Zij wilden hen, die hen vasthielden, terugstooten. Maar het waren stevige kerels, die mannen van deAlbatros!“Heeren,” vergenoegde de ingenieur zich tot hen te zeggen, “wanneer men het pleizier smaakt te reizen in gezelschap van Robur den Veroveraar, zooals gij hem terecht genoemd hebt, en dat nog wel aan boord van zijne bewonderenswaardigeAlbatros, dan verlaat men hem zoo niet.... met de Noorderzon! Ik voeg er zelfs bij, dat men hem dan in het geheel niet meer verlaat!”De secretaris Phil Evans voerde zijn verbolgen lotgenoot heen, die op het punt stond zich aan betreurenswaardige daden van geweld over te geven.Toen beiden in de roef teruggekeerd waren, vormden zij het onwrikbare besluit om te vluchten, om het even waar, om het even of de poging hun het leven zou kosten.DeAlbatroshad haren tocht in westwaartsche richting hervat.Gedurende dien dag had zij het grondgebied van Kaboulistan, waarvan men gedurende een oogenblik de hoofdstad had kunnen ontwaren, bij matige snelheid overgestevend. Daarna werd de grens van het koninkrijk Herat, op een afstand van elfhonderd kilometer van Cachemir gelegen, overschreden.In die streken, welke nog steeds zoo betwist worden, als de open toegangsweg voor de Russen tot de Engelsche bezittingen in Indië, werd men eene groote opeengepakte menigte van volk gewaar. Men zag er kolonnes, convooien, in één woord alles, wat het personeel en het materieel van een leger op marsch te zamenstelt. Men hoorde ook kanonschoten en het geknetter van geweervuur.Maar de ingenieur Robur mengde zich nooit in de zaken van anderen, vooral wanneer de gerezen kwestiën zich voor hem niet als vraagstukken, de eer en humaniteit rakende, voordeden.Hij stevende voort.Al was Herat ook al de sleutel tot centraal Azië, zooals men beweert, dan kon hem dat bitter weinig schelen, of die sleutel in handen der Britten of der Moscovieten was.De aardsche belangen konden den stoutmoedige, die van het luchtruim zijn domein gemaakt had, niet meer bekoren. En zoo iets was wel begrijpelijk.Daarenboven, de streek zou weldra verdwijnen in een orkaan van zand, zooals er in die gewesten zoo vaak ontstaan. Zoo’n orkaan wordt “tebbad” genoemd. Deze vervoert de koortskiemen tegelijkertijd met de onvoelbare en de onweegbare stofwolken, die hij op zijn doortocht allerwege doet opstuiven.En hoeveel karavanen komen niet in die zandstormen om, en vinden daarin niet een rampzalig uiteinde!DeAlbatrossteeg, om aan die stofwolken te ontkomen, die de fijnheid van bewerking zijner kamraderen en zijner cilindervormige drijfassen hadden kunnen bederven, tot ongeveer tweeduizend meters, om een zuiverder dampkring op te zoeken.Daarna verdwenen de grenzen van Perzië met zijne uitgestrekte vlakten, die voor onze reizigers onzichtbaar bleven. De vaart was zeer gematigd, hoewel geen enkele klip, geen enkel gevaar te vreezen was.En inderdaad, geeft de topographische kaart des lands ook al eenige terreinverheffing aan, dan bedraagt die niet veel en blijft zij geheel en al binnen de grenzen der middelmatigheid.Maar toen men de hoofdstad naderde, moest men er op bedacht zijn, het Damavend-gebergte te mijden, welks top, met sneeuw en ijs bedekt, zich op zesduizend-zeshonderd meters verheft. Daarna diende men de Elbrous-bergketen te mijden, aan welker voet Teheran gebouwd is.Bij het aanbreken van den dag op den 2denJuli, kwam eindelijk dat Damavend-gebergte in het gezicht, dat als uit een orkaan van zand te voorschijn trad.DeAlbatrosregelde haren koers zoodanig, dat zij over de stad, die door den heerschenden wind in een wolk van fijn stof gehuld werd, heenstevende.Evenwel omstreeks tien uur in den voormiddag, begon men de breede grachten te ontwaren, die den omheiningswal omgeven. En te midden daarvan bespeurde men het paleis van den Shah, welks muren met tegels van gebakken aardewerk bekleed waren. Men kreeg de badplaatsen te zien, die zich voordeden, alsof zij in onmetelijke groote turkooizen van een schitterend blauwe kleur uitgehold waren.Dat was slechts als een droomgezicht. Als een zeer schoon droomgezicht, wel is waar.Van dat verkenningspunt wijzigde deAlbatrosharen koers enstevende toen bijna zuiver noord. Eenige uren later bevond zij zich boven eene kleine stad, in een der noordelijk uitspringende hoeken van de Perzische grens aangelegd, op de boorden van eene groote wateruitgestrektheid, waarvan men noch in het noorden, noch in het oosten de oevers vermocht te bepalen.Die stad was de havenplaats Ashourada, het meest vooruitgeschoven Russische station in zuidelijke richting.Die wateruitgestrektheid was eene zee. Het was de Kaspische zee.Toen werden geene stofwolken meer waargenomen. Men had nu een gezicht op een samenraapsel van huizen, volgens den Europeeschen stijl gebouwd, welke langs een laag voorgebergte geschaard stonden en door een klokketoren beheerscht werden.DeAlbatrosdaalde tot bijna rakelings op de oppervlakte dier zee neder, welker waterpas op driehonderd voeten beneden dat van de Zwarte- en van de Middellandsche zee gelegen is.Het luchtschip stevende tegen het vallen van den avond langs die kust, welke vroeger tot Turkestan behoorde, maar thans Russisch is en zich naar de Balkangolf ombuigt.Daags daarna—den 3denJuli—zweefde het op honderd meters ongeveer boven den spiegel der Kaspische zee.Geen wal was in het gezicht, noch aan den kant van Azië, noch aan dien van Europa. Op de oppervlakte der zee werden eenige witte zeilen ontwaard, die door de bries bevallig gezwollen waren. Dat waren inlandsche vaartuigen, die gemakkelijk aan hunnen vorm te herkennen waren, zooals “keseby’s” met twee masten, “kaijuks”, oude zeerooversvaartuigen met een mast, of “teimils”, eenvoudige visscherssloepen. Hier en daar stegen rookwolken op, die deAlbatrosbereikten. Zij werden uitgebraakt door de schoorsteenpijpen van de stoombooten van Ashourada, welke door Rusland, ter uitoefening van de politie in de Turkomansche wateren, op de Kaspische zee onderhouden werden.Dien ochtend stond de eerste officier van deAlbatros, Tom Turner, met François Tapage, den kok van boord, te praten en antwoordde op eene vraag van dezen het navolgende:“Ja, zeker; wij zullen gedurende ongeveer acht en veertig uren boven de Kaspische zee blijven stevenen.”“Dat is overheerlijk,” antwoordde de kok, zich vergenoegd in de handen wrijvende.“Mag ik u vragen, wat overheerlijk is, master Tapage?” vroeg Tom Turner deftig.“Wel, dat wij zoolang boven die zee blijven.”“En waarom is dat overheerlijk? Ik begrijp niet....”“Wel, dan zal ons wel verlof gegeven worden om te visschen,” zei de kok. “Zou het niet, master Turner?”Wilden zij over de verschansing springen, toen verscheidene handen-paren hen grepen. (Bladz. 118).Wilden zij over de verschansing springen, toen verscheidene handen-paren hen grepen. (Bladz.118).Deze knikte bevestigend.“Daar zegt ge zoo iets,” hernam hij. “Ik zal alles in gereedheid doen brengen.”En inderdaad, daar men ongeveer veertig uren noodig had, om de uitgestrektheid van zes honderd vijf en twintig mijlen af te leggen, welke deze zee, die twee honderd mijlen breed is, over hare lengte-as meet, mochten daarbij nog wel eenige uren gevoegd worden ter vischvangst, gedurende welke de snelheid van vaart derAlbatroszeer gematigd, ja zelfs nul zou kunnen genoemd worden.Het antwoord van Tom Turner was door den secretaris van Weldon-Institute, die zich in dit oogenblik vooruit bevond, gehoord geworden. Dat gaf hem eene welkome afleiding.Hij werd toch in dit oogenblik door den knecht Frycollin bestormd met eindelooze klaagliederen over zijn verblijf aan boord en met hartverscheurende smeekbeden, om toch zijn tusschenkomst te verleenen bij Uncle Prudent, opdat deze mocht toestaan, dat zijn neger ergens “aan wal” gezet werd.Zonder op dat zotte gekakel van den zwartkop te antwoorden, greep Phil Evans de gelegenheid aan en spoedde zich naar het achterschip, om den voorzitter van Weldon-Institute op te zoeken. Daar maakte hij, na alle voorzorgsmaatregelen genomen te hebben, ten einde niet gehoord te worden, dezen bekend met de woordenwisseling tusschen den eersten officier Tom Turner en den kok François Tapage.“En wat denkt gij er van?” vroeg hij ten slotte aan Uncle Prudent.“Wat ik er van denk?...” antwoordde deze. “Wel, dat wij ons geene droombeelden te scheppen hebben omtrent de gedragslijn van dien ellendeling ten onzen opzichte!”“Neen, waarlijk niet,” hernam Phil Evans. “Hij zal ons eerst wanneer hem dat zal behagen de vrijheid weergeven.... als hij ze ons ooit weergeeft!”“Dus in ieder geval moeten wij alles beproeven, om deAlbatroste ontvluchten!”“Het is toch een bewonderenswaardig toestel....”“Wat?.... Wat is bewonderenswaardig?” vroeg Uncle Prudent onstuimig en verwoed.“DieAlbatros.... Ja, zij is bewonderenswaardig, dat moet erkend worden, niet waar?”“Dat is mogelijk!” riep Uncle Prudent grimmig uit. “Maar dieAlbatrosis het eigendom van een schavuit, die ons wederrechtelijk gevangen houdt. En van die zijde beschouwd, levert dit luchtvaartuig een voortdurend gevaar op voor ons en onze vrienden. En als wij er niet in slagen om het te vernietigen....”“Laten wij beginnen met te vluchten!....” antwoordde de secretaris Phil Evans. “Later kunnen wij zien....”“Ja.... het zij zoo!” hernam Uncle Prudent, “....en laten wij iedere gelegenheid benutten, die zich zal voordoen.”“Goed, dat zullen wij.”“DeAlbatros” ging de voorzitter van Weldon-Institute voort, “zal blijkbaar de Kaspische zee overstevenen, en daarna boven Europa, hetzij in het noorden boven Rusland, hetzij in het westen boven mildere landstreken zweven. Welnu, waar wij ook voet aan wal zullen zetten, zullen wij wel terechtkomen en onzen weg wel weten te vinden. Wij moeten dus ieder oogenblik van den dag of den nacht gereed zijn.”“Maar....” wilde Phil Evans vragen.“Maar, wat?”“Hoe zullen wij vluchten?”“Luister,” zei Uncle Prudent, met den meest mogelijken ernst en deftigheid.“Ik ben geheel gehoor,” antwoordde zijn secretaris.“Het gebeurt vaak, dat deAlbatrosgedurende den nacht slechts op weinige honderd voeten boven den grond zweeft. Nu bevinden zich aan boord kabeltouwen genoeg van die lengte....”“Jawel, maar....”“Shutt!.... Met een weinig stoutmoedigheid zou men zich misschien naar beneden kunnen laten glijden....”“Ja,” hernam Phil Evans. “Als het geval zich zou voordoen, zou ik geenszins aarzelen....”“Ik ook niet,” betuigde Uncle Prudent. “Maar, luister verder...”“Tot uw dienst, master Prudent.”“Ik knoop aan die mededeeling vast, dat des nachts, behalve de roerganger, die op het achterschip staat, niemand de wacht houdt. En toevallig ligt juist een der door mij bedoelde kabels vooruit. Mij dunkt, dat het niet onmogelijk zal zijn om dien, zonder gezien of gehoord te worden, buiten boord te brengen.”“Opperbest!” zeide Phil Evans. “Ik zie met genoegen, Uncle Prudent, dat gij kalmer zijt. Dat is noodig, om te kunnen handelen. Maar op dit oogenblik zweven wij boven deKaspischezee. Talrijke vaartuigen zijn in het gezicht. DeAlbatrosgaat dalen om te visschen.... Wellicht zouden wij van de gelegenheid kunnen gebruik maken om....”“Maar, men bewaakt ons, zelfs wanneer wij meenen niet bespied te worden,” antwoordde Uncle Prudent.“Meent gij?”“Dat hebt gij wel bespeurd, toen wij in de Hydaspes wilden springen, niet waar?”“Ja, dat is waar,” antwoordde Phil Evans. “En wie verzekert ons, dat wij ook niet des nachts bewaakt worden?”“Om het even! Wij moeten er een eind aan maken!” riep Uncle Prudent uit. “En als het kan: een eind aan deAlbatros! Maar vooral een eind aan haren gezagvoerder!”Zooals men ziet, waren de beide gevangenen—vooral Uncle Prudent—in eene gemoedsstemming, die hen in staat zou kunnen stellen, om de meest roekelooze daden te verrichten, daden, die hunne eigene veiligheid zeer in gevaar zouden kunnen brengen.Het gevoel hunner onmacht, de versmadende kleinachting, die op bespotting geleek, waarmede Robur hen behandelde, de brutale antwoorden, welke hij hun gaf, dat alles bracht het zijne bij om den toestand, die reeds gespannen was, met den dag ondragelijker te maken.Dienzelfden dag zou een nieuw voorval het gevaar voor een zeer betreurenswaardigen twist tusschen Robur en zijne twee gevangenen nog vermeerderen. De arme Frycollin was er verre van om te gissen dat hij er de aanleidende oorzaak, de uittarter als het ware, van zoude wezen.Toen deze zich boven de zee zonder grenzen zag, begon hij weer, als een echte lafaard, angst te gevoelen. Evenals een kind begon hij te grijnen, te janken, te protesteeren, te huilen, te schreeuwen en zich in duizend bochten te wringen, terwijl hij daarbij de afschuwelijkste gezichten trok.“Ik wil weg!...” gilde hij. “Ik wil heengaan!... Ik ben geen vogel!... Ik ben niet gemaakt om te vliegen!... Ik wil dat men mij aan wal brenge!... En dat wel dadelijk!...”Wij behoeven er niet bij te vertellen, dat Uncle Prudent hoegenaamd geene pogingen aanwendde, om den schreeuwer tot bedaren te brengen. Integendeel. Dat gehuil begon evenwel Robur zeer te vervelen.Alvorens Tom Turner zich met zijne varensgezellen onledig zoude houden met de visscherij-benoodigdheden in gereedheid te brengen, gaf hij order, ten einde zich van Frycollin te ontdoen, dat deze in zijne roef zoude opgesloten worden. Maar daar ging de neger als een uitgelatene te werk; hij schopte en klopte tegen en op de omwandingen, en schreeuwde en gilde daarbij nog erger dan te voren.Het was ongeveer middag.DeAlbatroszweefde toen op een afstand van ongeveer vijf of zes meters boven de oppervlakte der zee. Eenige der daarop stevenende vaartuigen hadden verschrikt de vlucht genomen. Weldra was dit gedeelte van de Kaspische zee geheel verlaten.Zooals men wel denken kan, waren de beide gevangenen in die omstandigheden, waarin zij slechts over boord hadden te springen om te kunnen vluchten, het voorwerp van een bijzonder toezicht. Al nam men zelfs aan, dat zij er in geslaagd zouden zijn kopje-onderte spelen, dan nog zouden zij door de sloep van deAlbatrosspoedig opgevischt zijn. Die sloep, van caoutchouc vervaardigd, was licht als een veer en vloog over het water.Wat die vischvangst tot eene zeer overvloedige maakte, was een driehoekig zakvormig net. (Bladz. 126).Wat die vischvangst tot eene zeer overvloedige maakte, was een driehoekig zakvormig net. (Bladz.126).Dus gedurende die vischvangst kon aan geene ontvluchting gedacht worden. Toch wenschte Phil Evans haar bij te wonen, terwijl Uncle Prudent, in een voortdurenden toestand van woede en razernij, zich in zijne hut terugtrok.Men weet, dat het bekken der Kaspische zee eene vulkanische depressie is van den bodem. In dat bekken wateren groote stroomen en rivieren uit, zooals: de Wolga, de Oeral, de Kour, de Roema, de Jemba en tal van anderen. Zonder de dagelijksche verdamping, die als het ware het te veel verslindt, zou die zee, welke eene oppervlakte van zeventienduizend vierkante mijlen heeft, bij eene gemiddelde diepte van tweehonderd-zeven-en-negentig voeten, de noordelijke en oostelijke oeverstreken, die laag en moerassig zijn, overstroomen. Hoewel dat bekken geene gemeenschap heeft met de Zwarte zee of met het meer Aral, welks waterpas verre boven dat der Kaspische zee verheven ligt, bezit deze laatste toch een grooten rijkdom aan visschen—van die soorten evenwel die gewoon zijn aan de bitterheid harer wateren, eene eigenschap, welke aan de naphta toegeschreven wordt, die haar uit verscheidene bronnen, in haar zuidelijk gedeelte gelegen, toevloeit.Bij de gedachte aan de afwisseling, welke die vischvangst in het dagelijksch menu zoude brengen, kon de bemanning van het luchtschip haar genoegen niet bemantelen.“Opgepast!” riep Tom Turner, die met vaste hand een grooten visch geharpoend had, die veel op een haai geleek.Het was een prachtige steur van zeven voet lengte, van die soort, door de Russen Belonga genaamd, welks kuiteieren met zout, azijn en witten wijn gemengd, de kaviaar vormen. Misschien smaken de steuren, die in de rivieren gevangen worden, beter dan de zeesteuren; maar deze soort was toch zeer welkom aan boord van deAlbatros.Wat evenwel die vischvangst tot eene zeer overvloedige maakte, was een driehoekig zakvormig net, hetwelk door het luchtschip gesleept werd en waarin door elkander krioelden karpers, brasems, zalmen, zoutwatersnoeken, en vooral eene groote menigte sterletten van matige lengte, die de vermogende lekkerbekken levend van Astrakan naar Moskou en naar Sint Petersburg laten overbrengen. Deze, welke men thans gevangen had, zouden onmiddellijk van uit hun natuurlijk element zonder onkosten van vervoer in de ketels der kombuis van het luchtschip overgaan.De bemanning derAlbatroshaalde met vreugde de netten in, nadat het luchtschip ze over de uitgestrektheid van eenige mijlen gesleept had. De Casconjer, François Tapage, brulde als het ware vanplezier en deed zijn naam wel eer aan. Die vischvangst, welke slechts een uur geduurd had, was voldoende om de wannen van het luchtschip behoorlijk te vullen. Daarna werd koers naar het noorden gezet.Frycollin was gedurende dat oponthoud steeds voortgegaan met schreeuwen en met op de wanden zijner hut te kloppen en te trappen, in één woord: een onverdragelijk spektakel te maken.“Zal die vervloekte neger dan niet zwijgen!” zei Robur, wien het geduld begon te ontbreken.“Mij dunkt, mijnheer de ingenieur,” meende Phil Evans, “dat hij recht heeft....”“Welk recht heeft hij hier aan boord?” vroeg Robur driftig.“Het recht om zich te beklagen.”“Ja, zooals ik het recht heb, om mijn ooren die marteling te besparen.”“Ingenieur Robur!...” zei Uncle Prudent, die op dit oogenblik op het dek verscheen.“President van Weldon-Institute!”Beiden traden op elkander toe. Beiden keken elkander vlak in de oogen.Daarna zei Robur, terwijl hij de schouders optrok:“Geef hem een eindje, Tom.”Torn Turner begreep die weinige woorden. Frycollin werd uit zijn hut gehaald.Of de neger ook al schreeuwde, alsof hij geslacht werd, daaraan stoorde zich niemand. De manschappen van Tom Turner grepen hem en bonden hem in eene balie, eene soort tobbe, die zij aan het uiteinde van een kabel vastmaakten.Dat was juist een dier kabels, waarvan de president Uncle Prudent, zooals men weet, gebruik had willen maken.De neger dacht eerst, dat men hem wilde hangen, namelijk om den hals. Dat was minder juist. Wel werd hij gehangen, maar op eene andere wijze.En inderdaad, de kabel werd ontrold en naar buiten over eene lengte van ongeveer honderd voeten gevierd, zoodat Frycollin in de ruimte zweefde.Thans kon hij naar hartelust en zonder hinderlijk te zijn, schreeuwen zooveel hij wilde. Maar de angst schroefde hem de keel dicht en hij bleef stom als een visch.Uncle Prudent en Phil Evans hadden zich tegen die handeling, of volgens hen mishandeling verzet, maar zij werden krachtdadig teruggedrongen.“Dat is infaam!” zei Phil Evans.“Dat is lafhartig!” gilde Uncle Prudent, die buiten zichzelven van woede was.“Waarlijk?” vroeg Robur hoonend.“Dat is misbruik van macht maken en daartegen zal ik op andere wijze protesteeren dan enkel met woorden.”“Protesteert! Wat kan mij dat schelen!”“Ik zal mij wreken, ingenieur Robur!”“Welnu, wreekt u, president van Weldon Institute!”“Ik zal mij wreken op u en op al de uwen!”De mannen van het personeel van deAlbatroswaren nader getreden en legden geene al te teerhartige neigingen aan den dag. Robur gebood hen evenwel met een gebaar, om zich te verwijderen.“Ja, ik zal mij wreken!”“Zooals gij wilt!”“Op u en op al de uwen!” schreeuwde Uncle Prudent, dien zijn makker tevergeefs poogde te kalmeeren.“Wanneer het u believen zal!” antwoordde de ingenieur.“En met alle mogelijke middelen!”“Zoo, zoo!”“Ja, met alle mogelijke middelen.”“Genoeg!” zei Robur toen op dreigenden toon. “Genoeg! Er zijn nog andere kabels aan boord. Zwijgt nu, of de baas ondergaat dezelfde straf als de knecht!”Uncle Prudent zweeg, niet uit vrees, maar hij stikte bijna van woede, en wel zoodanig, dat Phil Evans hem naar zijne hut moest geleiden.Intusschen was sedert een uur het weder aanmerkelijk gewijzigd geworden. Er deden zich voorteekenen voor, waaromtrent zich niet te vergissen viel. Een onweder was op til. De electrische oververzadiging van den dampkring was tot zulk eene hoogte gestegen, dat Robur tegen twee uur getuige was van een natuurverschijnsel zooals hij vroeger nimmer waargenomen had.In het noorden, van welken kant het onweder aankwam, stegen dampkrullen omhoog, die als het ware lichtgevend waren, hetgeen voorzeker veroorzaakt werd door het uiteenloopende van de electriciteits-spanning, die tusschen de verschillende wolkenlagen bestond.De weerschijn van die lichtgevende wolkjes, deed op de zee duizenden en honderdduizenden schitterende vonkjes verschijnen, welker uitstralend vermogen des te scherper waargenomen kon worden, naarmate het uitspansel al donkerder en donkerder werd.Het zou niet lang duren, of deAlbatroszou het natuurverschijnsel ontmoeten, en dat des te spoediger, daar zij elkander te gemoet kwamen.En wat gebeurde er intusschen met den neger Frycollin?Frycollin werd steeds door de Albatros op sleeptouw gehouden. (Bladz. 129).Frycollin werd steeds door deAlbatrosop sleeptouw gehouden. (Bladz.129).Welnu, Frycollin werd steeds door deAlbatrosop sleeptouw gehouden.Ja, op sleeptouw gehouden, dat is het ware woord. Want de sleeptros of de kabel vormde door de snelheid van honderd kilometers, waarmede het luchtgevaarte zich toen bewoog, en waardoor de balie, waarin de neger zich bevond, achteraan kwam, een vrij stompen hoek met het gangboord der verschansing, waaraan de kabel vastgemaakt was.Men kan over den angst en de ontzetting van den neger oordeelen, wanneer men verneemt dat de bliksemstralen rondom hem de luchtruimte doorkliefden en de donderslagen ratelden, alsof zij de onmetelijkheid der hemelen hadden willen doen splijten.Het geheele personeel aan boord sloeg in de gegeven omstandigheden de handen aan het werk, hetzij om boven het onweder te stijgen, hetzij om het door dolsnelle vaart te midden der beneden-luchtlagen te ontvluchten.DeAlbatrosbevond zich toen op hare gemiddelde hoogte—zoo omstreeks op duizend meters boven de oppervlakte der zee, toen plotseling een bliksemstraal met verschrikkelijk geweld knetterde. De rafelbui verdubbelde in woede, en binnen weinige seconden stortten zich vurige wolken over het luchtschip uit.Phil Evans kwam toen bij den ingenieur Robur, om een goed woord voor Frycollin te doen en droeg het verzoek voor, dat de arme drommel binnen boord gehaald zoude worden.Maar Robur had die tusschenkomst niet afgewacht. Hij had zijne bevelen reeds gegeven en men was begonnen met het inpalmen van den tros, waaraan de neger bengelde, toen zich plotseling eene onverklaarbare vertraging in de omwentelingen der schijven van de opstijgende schroeven deed gevoelen.Wat zou dat zijn?Robur ijlde, ja vloog naar de centrale schroef.“Volle kracht!.... Volle kracht!....” riep hij den machinist toe. “Volle kracht!.... Wij moeten zoo spoedig mogelijk boven de onweerswolk stijgen!”“Onmogelijk, master!” zeide deze.“Wat onmogelijk?”“Ja, onmogelijk!”“Wat is er dan?”“De stroomingen zijn verstoord!....”“Mijn God!”“En er doen zich daarin tusschenpoozen voor!”En inderdaad, deAlbatrosdaalde merkbaar.Zooals het wel eens gedurende onweders met den stroom door de telegraafdraden gebeurt, zoo geschiedde het ook thans op het luchtschip, namelijk de electrische stroom der accumulatoren werkte slechts zeer onvolkomen. Maar, wat slechts eene wederwaardigheidkan genoemd worden, wanneer het telegrammen of berichten geldt, was hier een schrikkelijk gevaar. Dat stond hier gelijk met een neerploffen in de zee, zonder dat er iets te doen was, om het gevaar te kunnen keeren.“Laat naar beneden gaan!” riep Robur. “Laat naar beneden gaan, om buiten de werking der electrische zone te geraken! Kom, jongens, de handen uit de mouwen en koelbloedigheid!”De ingenieur was op de gezagvoerders-brug gestegen.De manschappen stonden op hunne posten, gereed om zijne bevelen uit te voeren.Hoewel deAlbatrosreeds ettelijke honderd voeten gedaald was, zoo was zij toch nog door de onweêrswolk omgeven. Zij bevond zich te midden der bliksemstralen, die zich rondom haar kruisten als de schitterende vonken van een prachtig vuurwerk. Het was een verheven gezicht; toch wekte het een angstig gevoel op, want het gevaar was groot, om door den bliksem getroffen te worden.Helaas, de schroeven vertraagden hare omwentelingen nog meer, en wat tot nu toe slechts op eene ietwat snelle nederdaling geleken had, dreigde thans een val te worden.Om kort te gaan, het stond bij een ieder vast, dat het vaartuig binnen eene minuut de oppervlakte der zee zoude bereikt hebben. En eenmaal daarin neergeplompt, zou geene macht in staat zijn, het uit dien afgrond te voorschijn te halen.Eensklaps verscheen de electrische wolk boven het gevaarte.DeAlbatroswas toen nog slechts op zestig voeten van den kam der golven verwijderd. Binnen een paar seconden zou zij ondergedompeld zijn.Maar Robur, gebruik makende van het gunstige oogenblik, stormde naar de centraalroef, greep de hefboomen, die het werk in beweging moesten stellen, en gaf den vollen stroom, die niet meer door de electrische spanning van den omringenden dampkring geneutraliseerd werd, gelegenheid zich te ontwikkelen.... De schroeven hadden dadelijk hunne normale snelheid van omwenteling herkregen.... deAlbatroshield op met vallen en was weldra, door hare voortstuwingsschroeven voortgezweept, en terwijl zij op geringe hoogte zwevende bleef, verre verwijderd van het onweder, dat zij voorbij gestevend was.Het zal wel onnoodig zijn te verhalen, dat Frycollin gedurende die bedrijven een onvrijwillig bad—al was het ook maar gedurende weinige seconden—genomen had. Toen hij aan boord opgeheschen was, was hij kletsnat en wel dermate, alsof hij tot op den bodem der zee ondergedompeld was.Het zal niet ongeloofelijk voorkomen, wanneer hier verhaald wordt, dat hij voortaan niet meer schreeuwde.Daags daarna, den 4denJuli, had deAlbatrosde noordelijke grens van de Kaspische zee overschreden.XI.Waarin de toorn van Uncle Prudent, voorzitter van Weldon-Institute, aangroeit als de vierkanten van snelheid van de Albatros.Als ooit de voorzitter Uncle Prudent en zijn secretaris Phil Evans de hoop voelden tanen, om te kunnen ontvluchten, dan geschiedde dat zeker gedurende de eerste vijftig uren, die nu volgden. Duchtte Robur, dat de bewaking zijner gevangenen veel minder gemakkelijk zoude zijn gedurende dien overtocht over Europa? Dat is mogelijk. Hij wist evenwel en was er innig van overtuigd, dat zij vastbesloten waren, alles te ondernemen, alles te wagen om te ontvluchten.Maar, hoe het ook zij, iedere poging zou thans met zelfmoord gelijk staan. Men kan uit een sneltrein, ja zelfs uit den Vliegenden Hollander1, of uit een bliksemtrein, die met eene snelheid van honderd kilometers in het uur voortijlt, springen, dat is alles wel beschouwd slechts het leven op het spel zetten; maar uit een vervoermiddel springen, dat tweehonderd kilometers in het uur aflegt, dat is de dood willen.Nu was het die snelheid,—de grootste die zij kon erlangen,—welke aan deAlbatrosmedegedeeld was. Zij overtrof de vlucht van de zwaluw, die honderd tachtig kilometers in het uur bedraagt.Aan boord van het luchtschip had men moeten opmerken en ook inderdaad opgemerkt, dat de noordoosten wind bestendig was blijven doorstaan. Dat was voor den koers zeer gunstig geweest, daar deze steeds in dezelfde richting, namelijk westwaarts, was geweest. Maar die wind begon te vallen en weldra werd het onmogelijk om op het dek van het luchtvaartuig te verwijlen, omdat de snelheid van vaart de ademhaling belette, ja, als het ware afsneed. De beide gevangenen zouden zelfs op een gegeven oogenblik over boord zijn geworpen, wanneer zij niet door de luchtdrukking tegen hunne roef geplakt waren geworden.Gelukkig bespeurde de roerganger door de traliën van zijn hok, in welk gevaar zij verkeerden. Hij drukte op een knop, die eene electrische schel in het logies der manschappen deed weerklinken.Vier hunner slopen of beter gleden toen al kruipende over het dek naar het achterschip.Dat zij, die zich gedurende een storm op een zeeschip bevonden hebben, hetwelk met den wind op den kop bijgedraaid lag, hun geheugen eens raadplegen, dan zullen zij eerst begrijpen het geweldige van zoo’n drukking. Hier echter was het niet de storm, maar deAlbatroszelve, die haar door hare onvergelijkelijke snelheid deed ontstaan.Om kort te gaan, de vaart moest verminderd worden, hetgeen aan Uncle Prudent en aan zijn secretaris Phil Evans veroorloofde om hunne hutten te gaan opzoeken.DeAlbatrosvervoerde in het innerlijke harer roeven, zooals de ingenieur Robur terecht verzekerd had, eene in allen deele bruikbare lucht.Maar welke stevigheid bezat toch dat toestel, dat het aan de drukking bij eene dusdanige plaatsverandering weerstand kon bieden? Die was buitengewoon!Wat de voortstuwingsschroeven aan het voor- en het achterschip betreft, die bezaten eene zoodanige snelheid van omwenteling, dat men ze zelfs niet meer kon zien draaien. Met eene onmetelijke kracht van indringing schroefden zij zich als het ware in de luchtlaag.De laatste stad, die men van boord waargenomen had, was Astrakan geweest, welke op een korten afstand van den noordelijken oever der Kaspische zee gelegen is.De Ster der Woestijn—zooals haar een Russisch dichter genoemd heeft—is van den eersten rang, dien zij weleer innam, tot den vijfden of zesden afgedaald. Die eenvoudige hoofdplaats eener provincie had een oogenblik hare oude walmuren, bekroond met nuttelooze schietgaten, hare vervallen torens, te midden der stad gelegen, hare moskeeën, die aan meer moderne kerken grensden, hare kathedraal met vijf koepeldaken, die verguld en met blauwe sterren bezaaid waren, alsof zij uit een stuk van het firmament geknipt waren, in de verte vertoond; en dat alles was voorgekomen, alsof het in dezelfde waterpas gelegen was van de monding der Wolga, die daar ter plaatse eene breedte van ruim twee kilometers bedraagt.Daarna, van dit punt af was de vlucht derAlbatrosals het ware niets anders dan een overijlden rit door de hoogere luchtlagen van den dampkring, alsof zij bespannen ware geweest met die fabelachtige hippogriffen of gevleugelde paarden, die met een enkelen wiekslag een uur gaans aflegden.Het was tien uur des voormiddags van den 4denJuli, toen deAlbatrosnoordwestwaarts opstevende en nagenoeg het dal der Wolga volgde.Aan beide zijden konden de steppen der Don en der Ural, die voorbijschoven, ontwaard worden.Wanneer het mogelijk geweest ware een blik te werpen op dat uitgestrekte grondgebied, dan zou men ternauwernood tijd gehad hebben, om de steden en de dorpen te kunnen tellen.Toen eindelijk de avond gekomen was, passeerde het luchtschip Moskou, zonder evenwel de vlag, die op het Kremlin woei, te salueeren. In tien uren tijds had deAlbatrosde tweeduizend kilometers afgelegd, die Astrakan van de oude hoofdplaats van het groote Russische rijk scheiden.De spoorbaan van Moskou naar Petersburg wordt gerekend twaalfhonderd kilometers lang te zijn. Dat was dus een reisje van een halven dag. DeAlbatros, nauwgezet als een sneltrein, bereikte dan ook Petersburg en de boorden der Newa tegen twee uur in den morgen. De helderheid van den nacht onder deze hooge breedte, waar de Juni-zon zoo vroeg opkomt en zoo laat ondergaat, veroorloofde gedurende een oogenblik van den aanblik dier hoofdstad te genieten.Daarna volgden de Finlandsche Golf, de Abo-eilandengroep, de Oostzee, Zweden ter breedte van Stockholm, Noorwegen, ter breedte van Christiania.Tien uren slechts voor deze twee duizend kilometers!Waarlijk, men zou kunnen gelooven, dat voortaan geen menschelijke macht in staat ware om der snelheid van deAlbatrospaal en perk te stellen. Het was alsof zij ten gevolge der resultante van hare voortstuwingskracht met de aantrekkingskracht der aarde in eene onveranderlijke baan rondom den aardbol bevestigd was. Het luchtschip hield evenwel halt juist boven den beroemden waterval, de Rjukanfoss in Noorwegen. De Gousta-berg, welks top de bekoorlijke streken van het Telemarksche beheerscht, stond daar als een grenspaal, die niet overschreden zoude worden.DeAlbatroskoerste dan ook van dit punt af zuiver zuidwaarts, zonder evenwel hare snelheid te matigen.En wat voerde Frycollin gedurende dien merkwaardigen tocht uit?Frycollin bleef in zijne kajuit en hield zich stil als een muis. Hij trachtte den geheelen dag te slapen en maakte daarop slechts op de tijdstippen der maaltijden eene loffelijke uitzondering.Dan hield hem François Tapage, onze bekende kok aan boord, gezelschap en maakte gaarne van de gelegenheid gebruik, om met zijne angsten den spot te drijven.“Waarlijk, mijn jongen,” zei hij, “je schreeuwt dus niet meer?”De neger bromde iets tusschen de tanden.“Je moet je anders niet geneeren. Je weet, met een paar uren in die balie aan een lang touw, ben je er af!... Kan je dat niet bekoren?.... Niet?”Frycollin zette een gezicht, alsof hij kiespijn had.“Met de snelheid, die wij bezitten, moet zoo’n luchtbad een uitstekend middel voor de rheumatiek wezen! Lijd je aan rheumatiek?”Frycollin knikte neen.“Hoe jammer, niet waar? Je zoudt dadelijk genezen worden.”“Mij dunkt, dat bij die snelheid alles uit zijne voegen gerukt wordt,” jammerde Frycollin.“Dat is best mogelijk, mijn goede Fry. Maar weet je wat nogal geruststellend is?”“Wat dan, master Tapage?”“Dat is, dat wij zoo snel vliegen, dat, al ging de boel uit elkaar, wij toch niet vallen kunnen.”“Meent gij?”“Op mijn woord van Gasconjer!”Dat was het stopwoord van den luidruchtigen Franschman en daartegen was niets in te brengen.Om evenwel de waarheid te zeggen en zonder in de overdrijving van François Tapage te vervallen, dient toch vermeld te worden, dat, dank zij die overgroote snelheid, de arbeid der opstuwende schroeven veel gemakkelijker was. DeAlbatrosgleed over de luchtlaag, die haar droeg, als ware zij een Congrevische vuurpijl.“En zal dat lang duren?” vroeg Frycollin.“Alles hangt af van hetgeen gij door lang verstaat.”“Lang, wat men lang duren noemt!”“Och neen,” antwoordde de snaaksche kok. “Eenvoudig gedurende het geheele leven!”“O wee!....” riep de neger uit, die met zijne jammerklachten weer begon.“Pas op, Fry, pas op!” zei Tapage, terwijl hij den vinger waarschuwend ophief.De neger keek hem aan zonder met jammeren op te houden.“Ja, pas op,” vervolgde François Tapage; “want de baas zou, zooals men in mijn land zegt, je wel weer eens op dien schommel kunnen zetten!”Daarop slikte Frycollin met de dubbele portie vleesch, die hij in den mond stak, zijne zuchten in.Intusschen hadden de voorzitter Uncle Prudent en zijn secretaris Phil Evans, dat waarachtig geen mannen waren, om zich bij nuttelooze jammerklachten te bepalen, eene beslissing genomen.Het was buiten kijf, dat eene ontvluchting tot de onmogelijkheden behoorde. Maar.... was het niet doenlijk om den voet op denaardbol te kunnen zetten, zoo rees de vraag: of men aan zijne bewoners de wederwaardigheden kon laten weten, die den voorzitter en den secretaris van Weldon-Institute getroffen hadden sedert hunne verdwijning, zoo ook wie hen ontvoerd had en aan boord van welke vliegende machine zij gevangen gehouden werden, om daardoor wellicht eene stoutmoedige poging hunner vrienden uit te lokken, ten einde hen uit de handen van dien Robur te bevrijden? Maar, groote God! op welke wijze moest die poging ten uitvoer gelegd worden?Gemeenschap aanknoopen? Maar hoe en door welk middel?Zou het voldoende zijn de in nood verkeerende zeelieden na te volgen, die een brief, waarin de plek der schipbreuk bekend gesteld is, in eene flesch sluiten en die in zee werpen?Maar hier was de atmospheer de zee. Daarop zou die flesch niet drijven. Slagen was hier niet denkbaar, tenzij de flesch op een voorbijganger viel, op gevaar af hem de hersenpan te verbrijzelen. Neen, zoo’n flesch zou waarschijnlijk niet gevonden worden.En toch hadden de beide gevangenen slechts dit middel ter hunner beschikking, en zij waren op het punt daartoe eene flesch uit den scheepsvoorraad te bezigen, toen Uncle Prudent een anderen inval had. Hij snuifde, zooals men weet. En hoewel dat geene fraaie gewoonte is, zoo kan hem die toch als Amerikaan, die zich aan erger kon schuldig maken, vergeven worden. In zijne hoedanigheid van snuiver bezat hij natuurlijk eene snuifdoos,—die op dit oogenblik ledig was. Die snuifdoos was van aluminium vervaardigd. Wanneer die naar beneden geworpen was en zij werd door een eerlijk man gevonden, dan zou hij haar oprapen en haar naar een politie-bureau brengen. Daar zou men van den daarin besloten brief kennis nemen, die bestemd was om den toestand der beide slachtoffers van Robur den Veroveraar te onthullen.Dat werd ten uitvoer gebracht.De brief was kort, maar deelde toch alles mede, en gaf het adres van Weldon-Institute op, met het verzoek om hem daarheen te zenden.Toen de voorzitter Uncle Prudent dat schrijven in de snuifdoos besloten had, omwikkelde hij deze met een stevigen linnen lap, zoowel om haar te beletten gedurende den val open te gaan, als om te voorkomen, dat zij door den schok verbrijzeld zoude worden.Er bleef thans niets meer over, dan op eene gunstige gelegenheid te wachten.En inderdaad, het moeielijkste van de onderneming was, om gedurende die dolle vlucht over Europa, uit de roef te komen, over het dek te kruipen, op gevaar af door den snijdenden luchtstroom medegevoerd te worden. En dat alles moest in het geheim geschieden.Van eene andere zijde moest gezorgd worden, dat die snuifdoosniet in eenige zee, meer of ander water viel. In dat geval zou zij onherroepelijk verloren gaan.
En zweefde eindelijk boven de hoofdplaats van het Hemelsche rijk. (Bladz. 110).En zweefde eindelijk boven de hoofdplaats van het Hemelsche rijk. (Bladz.110).
En zweefde eindelijk boven de hoofdplaats van het Hemelsche rijk. (Bladz. 110).
En zweefde eindelijk boven de hoofdplaats van het Hemelsche rijk. (Bladz.110).
Uncle Prudent en Phil Evans hadden een blik met elkander gewisseld.Een zelfde gedachte was hun door het brein gevaren. Zij waren slechts op weinig meters boven de oppervlakte van den Hydaspesverwijderd, en de oevers waren binnen hun bereik. Want beiden waren goede zwemmers. Een kopje-onder kon hen de vrijheid hergeven, en hoe zou Robur hen weer vatten, wanneer zij onder water verdwenen waren. Was hij niet verplicht, ten einde zijne voortstuwingswieken alle vrijheid van omwenteling te kunnen geven, om zich op minstens twee meter boven de wateroppervlakte te houden?
In een ondeelbaar oogenblik had zich het voor en tegen in hun geest ontwikkeld en hadden zij het overwogen. Eindelijk wilden zij over de verschansing springen, toen verscheidene handenparen hen grepen.
Men hield hen in het oog. Zij werden in de onmogelijkheid gesteld om te kunnen ontvluchten.
Maar ditmaal gaven zij zich niet zonder tegenstand te bieden over. Zij wilden hen, die hen vasthielden, terugstooten. Maar het waren stevige kerels, die mannen van deAlbatros!
“Heeren,” vergenoegde de ingenieur zich tot hen te zeggen, “wanneer men het pleizier smaakt te reizen in gezelschap van Robur den Veroveraar, zooals gij hem terecht genoemd hebt, en dat nog wel aan boord van zijne bewonderenswaardigeAlbatros, dan verlaat men hem zoo niet.... met de Noorderzon! Ik voeg er zelfs bij, dat men hem dan in het geheel niet meer verlaat!”
De secretaris Phil Evans voerde zijn verbolgen lotgenoot heen, die op het punt stond zich aan betreurenswaardige daden van geweld over te geven.
Toen beiden in de roef teruggekeerd waren, vormden zij het onwrikbare besluit om te vluchten, om het even waar, om het even of de poging hun het leven zou kosten.
DeAlbatroshad haren tocht in westwaartsche richting hervat.
Gedurende dien dag had zij het grondgebied van Kaboulistan, waarvan men gedurende een oogenblik de hoofdstad had kunnen ontwaren, bij matige snelheid overgestevend. Daarna werd de grens van het koninkrijk Herat, op een afstand van elfhonderd kilometer van Cachemir gelegen, overschreden.
In die streken, welke nog steeds zoo betwist worden, als de open toegangsweg voor de Russen tot de Engelsche bezittingen in Indië, werd men eene groote opeengepakte menigte van volk gewaar. Men zag er kolonnes, convooien, in één woord alles, wat het personeel en het materieel van een leger op marsch te zamenstelt. Men hoorde ook kanonschoten en het geknetter van geweervuur.
Maar de ingenieur Robur mengde zich nooit in de zaken van anderen, vooral wanneer de gerezen kwestiën zich voor hem niet als vraagstukken, de eer en humaniteit rakende, voordeden.
Hij stevende voort.
Al was Herat ook al de sleutel tot centraal Azië, zooals men beweert, dan kon hem dat bitter weinig schelen, of die sleutel in handen der Britten of der Moscovieten was.
De aardsche belangen konden den stoutmoedige, die van het luchtruim zijn domein gemaakt had, niet meer bekoren. En zoo iets was wel begrijpelijk.
Daarenboven, de streek zou weldra verdwijnen in een orkaan van zand, zooals er in die gewesten zoo vaak ontstaan. Zoo’n orkaan wordt “tebbad” genoemd. Deze vervoert de koortskiemen tegelijkertijd met de onvoelbare en de onweegbare stofwolken, die hij op zijn doortocht allerwege doet opstuiven.
En hoeveel karavanen komen niet in die zandstormen om, en vinden daarin niet een rampzalig uiteinde!
DeAlbatrossteeg, om aan die stofwolken te ontkomen, die de fijnheid van bewerking zijner kamraderen en zijner cilindervormige drijfassen hadden kunnen bederven, tot ongeveer tweeduizend meters, om een zuiverder dampkring op te zoeken.
Daarna verdwenen de grenzen van Perzië met zijne uitgestrekte vlakten, die voor onze reizigers onzichtbaar bleven. De vaart was zeer gematigd, hoewel geen enkele klip, geen enkel gevaar te vreezen was.
En inderdaad, geeft de topographische kaart des lands ook al eenige terreinverheffing aan, dan bedraagt die niet veel en blijft zij geheel en al binnen de grenzen der middelmatigheid.
Maar toen men de hoofdstad naderde, moest men er op bedacht zijn, het Damavend-gebergte te mijden, welks top, met sneeuw en ijs bedekt, zich op zesduizend-zeshonderd meters verheft. Daarna diende men de Elbrous-bergketen te mijden, aan welker voet Teheran gebouwd is.
Bij het aanbreken van den dag op den 2denJuli, kwam eindelijk dat Damavend-gebergte in het gezicht, dat als uit een orkaan van zand te voorschijn trad.
DeAlbatrosregelde haren koers zoodanig, dat zij over de stad, die door den heerschenden wind in een wolk van fijn stof gehuld werd, heenstevende.
Evenwel omstreeks tien uur in den voormiddag, begon men de breede grachten te ontwaren, die den omheiningswal omgeven. En te midden daarvan bespeurde men het paleis van den Shah, welks muren met tegels van gebakken aardewerk bekleed waren. Men kreeg de badplaatsen te zien, die zich voordeden, alsof zij in onmetelijke groote turkooizen van een schitterend blauwe kleur uitgehold waren.
Dat was slechts als een droomgezicht. Als een zeer schoon droomgezicht, wel is waar.
Van dat verkenningspunt wijzigde deAlbatrosharen koers enstevende toen bijna zuiver noord. Eenige uren later bevond zij zich boven eene kleine stad, in een der noordelijk uitspringende hoeken van de Perzische grens aangelegd, op de boorden van eene groote wateruitgestrektheid, waarvan men noch in het noorden, noch in het oosten de oevers vermocht te bepalen.
Die stad was de havenplaats Ashourada, het meest vooruitgeschoven Russische station in zuidelijke richting.
Die wateruitgestrektheid was eene zee. Het was de Kaspische zee.
Toen werden geene stofwolken meer waargenomen. Men had nu een gezicht op een samenraapsel van huizen, volgens den Europeeschen stijl gebouwd, welke langs een laag voorgebergte geschaard stonden en door een klokketoren beheerscht werden.
DeAlbatrosdaalde tot bijna rakelings op de oppervlakte dier zee neder, welker waterpas op driehonderd voeten beneden dat van de Zwarte- en van de Middellandsche zee gelegen is.
Het luchtschip stevende tegen het vallen van den avond langs die kust, welke vroeger tot Turkestan behoorde, maar thans Russisch is en zich naar de Balkangolf ombuigt.
Daags daarna—den 3denJuli—zweefde het op honderd meters ongeveer boven den spiegel der Kaspische zee.
Geen wal was in het gezicht, noch aan den kant van Azië, noch aan dien van Europa. Op de oppervlakte der zee werden eenige witte zeilen ontwaard, die door de bries bevallig gezwollen waren. Dat waren inlandsche vaartuigen, die gemakkelijk aan hunnen vorm te herkennen waren, zooals “keseby’s” met twee masten, “kaijuks”, oude zeerooversvaartuigen met een mast, of “teimils”, eenvoudige visscherssloepen. Hier en daar stegen rookwolken op, die deAlbatrosbereikten. Zij werden uitgebraakt door de schoorsteenpijpen van de stoombooten van Ashourada, welke door Rusland, ter uitoefening van de politie in de Turkomansche wateren, op de Kaspische zee onderhouden werden.
Dien ochtend stond de eerste officier van deAlbatros, Tom Turner, met François Tapage, den kok van boord, te praten en antwoordde op eene vraag van dezen het navolgende:
“Ja, zeker; wij zullen gedurende ongeveer acht en veertig uren boven de Kaspische zee blijven stevenen.”
“Dat is overheerlijk,” antwoordde de kok, zich vergenoegd in de handen wrijvende.
“Mag ik u vragen, wat overheerlijk is, master Tapage?” vroeg Tom Turner deftig.
“Wel, dat wij zoolang boven die zee blijven.”
“En waarom is dat overheerlijk? Ik begrijp niet....”
“Wel, dan zal ons wel verlof gegeven worden om te visschen,” zei de kok. “Zou het niet, master Turner?”
Wilden zij over de verschansing springen, toen verscheidene handen-paren hen grepen. (Bladz. 118).Wilden zij over de verschansing springen, toen verscheidene handen-paren hen grepen. (Bladz.118).
Wilden zij over de verschansing springen, toen verscheidene handen-paren hen grepen. (Bladz. 118).
Wilden zij over de verschansing springen, toen verscheidene handen-paren hen grepen. (Bladz.118).
Deze knikte bevestigend.
“Daar zegt ge zoo iets,” hernam hij. “Ik zal alles in gereedheid doen brengen.”
En inderdaad, daar men ongeveer veertig uren noodig had, om de uitgestrektheid van zes honderd vijf en twintig mijlen af te leggen, welke deze zee, die twee honderd mijlen breed is, over hare lengte-as meet, mochten daarbij nog wel eenige uren gevoegd worden ter vischvangst, gedurende welke de snelheid van vaart derAlbatroszeer gematigd, ja zelfs nul zou kunnen genoemd worden.
Het antwoord van Tom Turner was door den secretaris van Weldon-Institute, die zich in dit oogenblik vooruit bevond, gehoord geworden. Dat gaf hem eene welkome afleiding.
Hij werd toch in dit oogenblik door den knecht Frycollin bestormd met eindelooze klaagliederen over zijn verblijf aan boord en met hartverscheurende smeekbeden, om toch zijn tusschenkomst te verleenen bij Uncle Prudent, opdat deze mocht toestaan, dat zijn neger ergens “aan wal” gezet werd.
Zonder op dat zotte gekakel van den zwartkop te antwoorden, greep Phil Evans de gelegenheid aan en spoedde zich naar het achterschip, om den voorzitter van Weldon-Institute op te zoeken. Daar maakte hij, na alle voorzorgsmaatregelen genomen te hebben, ten einde niet gehoord te worden, dezen bekend met de woordenwisseling tusschen den eersten officier Tom Turner en den kok François Tapage.
“En wat denkt gij er van?” vroeg hij ten slotte aan Uncle Prudent.
“Wat ik er van denk?...” antwoordde deze. “Wel, dat wij ons geene droombeelden te scheppen hebben omtrent de gedragslijn van dien ellendeling ten onzen opzichte!”
“Neen, waarlijk niet,” hernam Phil Evans. “Hij zal ons eerst wanneer hem dat zal behagen de vrijheid weergeven.... als hij ze ons ooit weergeeft!”
“Dus in ieder geval moeten wij alles beproeven, om deAlbatroste ontvluchten!”
“Het is toch een bewonderenswaardig toestel....”
“Wat?.... Wat is bewonderenswaardig?” vroeg Uncle Prudent onstuimig en verwoed.
“DieAlbatros.... Ja, zij is bewonderenswaardig, dat moet erkend worden, niet waar?”
“Dat is mogelijk!” riep Uncle Prudent grimmig uit. “Maar dieAlbatrosis het eigendom van een schavuit, die ons wederrechtelijk gevangen houdt. En van die zijde beschouwd, levert dit luchtvaartuig een voortdurend gevaar op voor ons en onze vrienden. En als wij er niet in slagen om het te vernietigen....”
“Laten wij beginnen met te vluchten!....” antwoordde de secretaris Phil Evans. “Later kunnen wij zien....”
“Ja.... het zij zoo!” hernam Uncle Prudent, “....en laten wij iedere gelegenheid benutten, die zich zal voordoen.”
“Goed, dat zullen wij.”
“DeAlbatros” ging de voorzitter van Weldon-Institute voort, “zal blijkbaar de Kaspische zee overstevenen, en daarna boven Europa, hetzij in het noorden boven Rusland, hetzij in het westen boven mildere landstreken zweven. Welnu, waar wij ook voet aan wal zullen zetten, zullen wij wel terechtkomen en onzen weg wel weten te vinden. Wij moeten dus ieder oogenblik van den dag of den nacht gereed zijn.”
“Maar....” wilde Phil Evans vragen.
“Maar, wat?”
“Hoe zullen wij vluchten?”
“Luister,” zei Uncle Prudent, met den meest mogelijken ernst en deftigheid.
“Ik ben geheel gehoor,” antwoordde zijn secretaris.
“Het gebeurt vaak, dat deAlbatrosgedurende den nacht slechts op weinige honderd voeten boven den grond zweeft. Nu bevinden zich aan boord kabeltouwen genoeg van die lengte....”
“Jawel, maar....”
“Shutt!.... Met een weinig stoutmoedigheid zou men zich misschien naar beneden kunnen laten glijden....”
“Ja,” hernam Phil Evans. “Als het geval zich zou voordoen, zou ik geenszins aarzelen....”
“Ik ook niet,” betuigde Uncle Prudent. “Maar, luister verder...”
“Tot uw dienst, master Prudent.”
“Ik knoop aan die mededeeling vast, dat des nachts, behalve de roerganger, die op het achterschip staat, niemand de wacht houdt. En toevallig ligt juist een der door mij bedoelde kabels vooruit. Mij dunkt, dat het niet onmogelijk zal zijn om dien, zonder gezien of gehoord te worden, buiten boord te brengen.”
“Opperbest!” zeide Phil Evans. “Ik zie met genoegen, Uncle Prudent, dat gij kalmer zijt. Dat is noodig, om te kunnen handelen. Maar op dit oogenblik zweven wij boven deKaspischezee. Talrijke vaartuigen zijn in het gezicht. DeAlbatrosgaat dalen om te visschen.... Wellicht zouden wij van de gelegenheid kunnen gebruik maken om....”
“Maar, men bewaakt ons, zelfs wanneer wij meenen niet bespied te worden,” antwoordde Uncle Prudent.
“Meent gij?”
“Dat hebt gij wel bespeurd, toen wij in de Hydaspes wilden springen, niet waar?”
“Ja, dat is waar,” antwoordde Phil Evans. “En wie verzekert ons, dat wij ook niet des nachts bewaakt worden?”
“Om het even! Wij moeten er een eind aan maken!” riep Uncle Prudent uit. “En als het kan: een eind aan deAlbatros! Maar vooral een eind aan haren gezagvoerder!”
Zooals men ziet, waren de beide gevangenen—vooral Uncle Prudent—in eene gemoedsstemming, die hen in staat zou kunnen stellen, om de meest roekelooze daden te verrichten, daden, die hunne eigene veiligheid zeer in gevaar zouden kunnen brengen.
Het gevoel hunner onmacht, de versmadende kleinachting, die op bespotting geleek, waarmede Robur hen behandelde, de brutale antwoorden, welke hij hun gaf, dat alles bracht het zijne bij om den toestand, die reeds gespannen was, met den dag ondragelijker te maken.
Dienzelfden dag zou een nieuw voorval het gevaar voor een zeer betreurenswaardigen twist tusschen Robur en zijne twee gevangenen nog vermeerderen. De arme Frycollin was er verre van om te gissen dat hij er de aanleidende oorzaak, de uittarter als het ware, van zoude wezen.
Toen deze zich boven de zee zonder grenzen zag, begon hij weer, als een echte lafaard, angst te gevoelen. Evenals een kind begon hij te grijnen, te janken, te protesteeren, te huilen, te schreeuwen en zich in duizend bochten te wringen, terwijl hij daarbij de afschuwelijkste gezichten trok.
“Ik wil weg!...” gilde hij. “Ik wil heengaan!... Ik ben geen vogel!... Ik ben niet gemaakt om te vliegen!... Ik wil dat men mij aan wal brenge!... En dat wel dadelijk!...”
Wij behoeven er niet bij te vertellen, dat Uncle Prudent hoegenaamd geene pogingen aanwendde, om den schreeuwer tot bedaren te brengen. Integendeel. Dat gehuil begon evenwel Robur zeer te vervelen.
Alvorens Tom Turner zich met zijne varensgezellen onledig zoude houden met de visscherij-benoodigdheden in gereedheid te brengen, gaf hij order, ten einde zich van Frycollin te ontdoen, dat deze in zijne roef zoude opgesloten worden. Maar daar ging de neger als een uitgelatene te werk; hij schopte en klopte tegen en op de omwandingen, en schreeuwde en gilde daarbij nog erger dan te voren.
Het was ongeveer middag.
DeAlbatroszweefde toen op een afstand van ongeveer vijf of zes meters boven de oppervlakte der zee. Eenige der daarop stevenende vaartuigen hadden verschrikt de vlucht genomen. Weldra was dit gedeelte van de Kaspische zee geheel verlaten.
Zooals men wel denken kan, waren de beide gevangenen in die omstandigheden, waarin zij slechts over boord hadden te springen om te kunnen vluchten, het voorwerp van een bijzonder toezicht. Al nam men zelfs aan, dat zij er in geslaagd zouden zijn kopje-onderte spelen, dan nog zouden zij door de sloep van deAlbatrosspoedig opgevischt zijn. Die sloep, van caoutchouc vervaardigd, was licht als een veer en vloog over het water.
Wat die vischvangst tot eene zeer overvloedige maakte, was een driehoekig zakvormig net. (Bladz. 126).Wat die vischvangst tot eene zeer overvloedige maakte, was een driehoekig zakvormig net. (Bladz.126).
Wat die vischvangst tot eene zeer overvloedige maakte, was een driehoekig zakvormig net. (Bladz. 126).
Wat die vischvangst tot eene zeer overvloedige maakte, was een driehoekig zakvormig net. (Bladz.126).
Dus gedurende die vischvangst kon aan geene ontvluchting gedacht worden. Toch wenschte Phil Evans haar bij te wonen, terwijl Uncle Prudent, in een voortdurenden toestand van woede en razernij, zich in zijne hut terugtrok.
Men weet, dat het bekken der Kaspische zee eene vulkanische depressie is van den bodem. In dat bekken wateren groote stroomen en rivieren uit, zooals: de Wolga, de Oeral, de Kour, de Roema, de Jemba en tal van anderen. Zonder de dagelijksche verdamping, die als het ware het te veel verslindt, zou die zee, welke eene oppervlakte van zeventienduizend vierkante mijlen heeft, bij eene gemiddelde diepte van tweehonderd-zeven-en-negentig voeten, de noordelijke en oostelijke oeverstreken, die laag en moerassig zijn, overstroomen. Hoewel dat bekken geene gemeenschap heeft met de Zwarte zee of met het meer Aral, welks waterpas verre boven dat der Kaspische zee verheven ligt, bezit deze laatste toch een grooten rijkdom aan visschen—van die soorten evenwel die gewoon zijn aan de bitterheid harer wateren, eene eigenschap, welke aan de naphta toegeschreven wordt, die haar uit verscheidene bronnen, in haar zuidelijk gedeelte gelegen, toevloeit.
Bij de gedachte aan de afwisseling, welke die vischvangst in het dagelijksch menu zoude brengen, kon de bemanning van het luchtschip haar genoegen niet bemantelen.
“Opgepast!” riep Tom Turner, die met vaste hand een grooten visch geharpoend had, die veel op een haai geleek.
Het was een prachtige steur van zeven voet lengte, van die soort, door de Russen Belonga genaamd, welks kuiteieren met zout, azijn en witten wijn gemengd, de kaviaar vormen. Misschien smaken de steuren, die in de rivieren gevangen worden, beter dan de zeesteuren; maar deze soort was toch zeer welkom aan boord van deAlbatros.
Wat evenwel die vischvangst tot eene zeer overvloedige maakte, was een driehoekig zakvormig net, hetwelk door het luchtschip gesleept werd en waarin door elkander krioelden karpers, brasems, zalmen, zoutwatersnoeken, en vooral eene groote menigte sterletten van matige lengte, die de vermogende lekkerbekken levend van Astrakan naar Moskou en naar Sint Petersburg laten overbrengen. Deze, welke men thans gevangen had, zouden onmiddellijk van uit hun natuurlijk element zonder onkosten van vervoer in de ketels der kombuis van het luchtschip overgaan.
De bemanning derAlbatroshaalde met vreugde de netten in, nadat het luchtschip ze over de uitgestrektheid van eenige mijlen gesleept had. De Casconjer, François Tapage, brulde als het ware vanplezier en deed zijn naam wel eer aan. Die vischvangst, welke slechts een uur geduurd had, was voldoende om de wannen van het luchtschip behoorlijk te vullen. Daarna werd koers naar het noorden gezet.
Frycollin was gedurende dat oponthoud steeds voortgegaan met schreeuwen en met op de wanden zijner hut te kloppen en te trappen, in één woord: een onverdragelijk spektakel te maken.
“Zal die vervloekte neger dan niet zwijgen!” zei Robur, wien het geduld begon te ontbreken.
“Mij dunkt, mijnheer de ingenieur,” meende Phil Evans, “dat hij recht heeft....”
“Welk recht heeft hij hier aan boord?” vroeg Robur driftig.
“Het recht om zich te beklagen.”
“Ja, zooals ik het recht heb, om mijn ooren die marteling te besparen.”
“Ingenieur Robur!...” zei Uncle Prudent, die op dit oogenblik op het dek verscheen.
“President van Weldon-Institute!”
Beiden traden op elkander toe. Beiden keken elkander vlak in de oogen.
Daarna zei Robur, terwijl hij de schouders optrok:
“Geef hem een eindje, Tom.”
Torn Turner begreep die weinige woorden. Frycollin werd uit zijn hut gehaald.
Of de neger ook al schreeuwde, alsof hij geslacht werd, daaraan stoorde zich niemand. De manschappen van Tom Turner grepen hem en bonden hem in eene balie, eene soort tobbe, die zij aan het uiteinde van een kabel vastmaakten.
Dat was juist een dier kabels, waarvan de president Uncle Prudent, zooals men weet, gebruik had willen maken.
De neger dacht eerst, dat men hem wilde hangen, namelijk om den hals. Dat was minder juist. Wel werd hij gehangen, maar op eene andere wijze.
En inderdaad, de kabel werd ontrold en naar buiten over eene lengte van ongeveer honderd voeten gevierd, zoodat Frycollin in de ruimte zweefde.
Thans kon hij naar hartelust en zonder hinderlijk te zijn, schreeuwen zooveel hij wilde. Maar de angst schroefde hem de keel dicht en hij bleef stom als een visch.
Uncle Prudent en Phil Evans hadden zich tegen die handeling, of volgens hen mishandeling verzet, maar zij werden krachtdadig teruggedrongen.
“Dat is infaam!” zei Phil Evans.
“Dat is lafhartig!” gilde Uncle Prudent, die buiten zichzelven van woede was.
“Waarlijk?” vroeg Robur hoonend.
“Dat is misbruik van macht maken en daartegen zal ik op andere wijze protesteeren dan enkel met woorden.”
“Protesteert! Wat kan mij dat schelen!”
“Ik zal mij wreken, ingenieur Robur!”
“Welnu, wreekt u, president van Weldon Institute!”
“Ik zal mij wreken op u en op al de uwen!”
De mannen van het personeel van deAlbatroswaren nader getreden en legden geene al te teerhartige neigingen aan den dag. Robur gebood hen evenwel met een gebaar, om zich te verwijderen.
“Ja, ik zal mij wreken!”
“Zooals gij wilt!”
“Op u en op al de uwen!” schreeuwde Uncle Prudent, dien zijn makker tevergeefs poogde te kalmeeren.
“Wanneer het u believen zal!” antwoordde de ingenieur.
“En met alle mogelijke middelen!”
“Zoo, zoo!”
“Ja, met alle mogelijke middelen.”
“Genoeg!” zei Robur toen op dreigenden toon. “Genoeg! Er zijn nog andere kabels aan boord. Zwijgt nu, of de baas ondergaat dezelfde straf als de knecht!”
Uncle Prudent zweeg, niet uit vrees, maar hij stikte bijna van woede, en wel zoodanig, dat Phil Evans hem naar zijne hut moest geleiden.
Intusschen was sedert een uur het weder aanmerkelijk gewijzigd geworden. Er deden zich voorteekenen voor, waaromtrent zich niet te vergissen viel. Een onweder was op til. De electrische oververzadiging van den dampkring was tot zulk eene hoogte gestegen, dat Robur tegen twee uur getuige was van een natuurverschijnsel zooals hij vroeger nimmer waargenomen had.
In het noorden, van welken kant het onweder aankwam, stegen dampkrullen omhoog, die als het ware lichtgevend waren, hetgeen voorzeker veroorzaakt werd door het uiteenloopende van de electriciteits-spanning, die tusschen de verschillende wolkenlagen bestond.
De weerschijn van die lichtgevende wolkjes, deed op de zee duizenden en honderdduizenden schitterende vonkjes verschijnen, welker uitstralend vermogen des te scherper waargenomen kon worden, naarmate het uitspansel al donkerder en donkerder werd.
Het zou niet lang duren, of deAlbatroszou het natuurverschijnsel ontmoeten, en dat des te spoediger, daar zij elkander te gemoet kwamen.
En wat gebeurde er intusschen met den neger Frycollin?
Frycollin werd steeds door de Albatros op sleeptouw gehouden. (Bladz. 129).Frycollin werd steeds door deAlbatrosop sleeptouw gehouden. (Bladz.129).
Frycollin werd steeds door de Albatros op sleeptouw gehouden. (Bladz. 129).
Frycollin werd steeds door deAlbatrosop sleeptouw gehouden. (Bladz.129).
Welnu, Frycollin werd steeds door deAlbatrosop sleeptouw gehouden.
Ja, op sleeptouw gehouden, dat is het ware woord. Want de sleeptros of de kabel vormde door de snelheid van honderd kilometers, waarmede het luchtgevaarte zich toen bewoog, en waardoor de balie, waarin de neger zich bevond, achteraan kwam, een vrij stompen hoek met het gangboord der verschansing, waaraan de kabel vastgemaakt was.
Men kan over den angst en de ontzetting van den neger oordeelen, wanneer men verneemt dat de bliksemstralen rondom hem de luchtruimte doorkliefden en de donderslagen ratelden, alsof zij de onmetelijkheid der hemelen hadden willen doen splijten.
Het geheele personeel aan boord sloeg in de gegeven omstandigheden de handen aan het werk, hetzij om boven het onweder te stijgen, hetzij om het door dolsnelle vaart te midden der beneden-luchtlagen te ontvluchten.
DeAlbatrosbevond zich toen op hare gemiddelde hoogte—zoo omstreeks op duizend meters boven de oppervlakte der zee, toen plotseling een bliksemstraal met verschrikkelijk geweld knetterde. De rafelbui verdubbelde in woede, en binnen weinige seconden stortten zich vurige wolken over het luchtschip uit.
Phil Evans kwam toen bij den ingenieur Robur, om een goed woord voor Frycollin te doen en droeg het verzoek voor, dat de arme drommel binnen boord gehaald zoude worden.
Maar Robur had die tusschenkomst niet afgewacht. Hij had zijne bevelen reeds gegeven en men was begonnen met het inpalmen van den tros, waaraan de neger bengelde, toen zich plotseling eene onverklaarbare vertraging in de omwentelingen der schijven van de opstijgende schroeven deed gevoelen.
Wat zou dat zijn?
Robur ijlde, ja vloog naar de centrale schroef.
“Volle kracht!.... Volle kracht!....” riep hij den machinist toe. “Volle kracht!.... Wij moeten zoo spoedig mogelijk boven de onweerswolk stijgen!”
“Onmogelijk, master!” zeide deze.
“Wat onmogelijk?”
“Ja, onmogelijk!”
“Wat is er dan?”
“De stroomingen zijn verstoord!....”
“Mijn God!”
“En er doen zich daarin tusschenpoozen voor!”
En inderdaad, deAlbatrosdaalde merkbaar.
Zooals het wel eens gedurende onweders met den stroom door de telegraafdraden gebeurt, zoo geschiedde het ook thans op het luchtschip, namelijk de electrische stroom der accumulatoren werkte slechts zeer onvolkomen. Maar, wat slechts eene wederwaardigheidkan genoemd worden, wanneer het telegrammen of berichten geldt, was hier een schrikkelijk gevaar. Dat stond hier gelijk met een neerploffen in de zee, zonder dat er iets te doen was, om het gevaar te kunnen keeren.
“Laat naar beneden gaan!” riep Robur. “Laat naar beneden gaan, om buiten de werking der electrische zone te geraken! Kom, jongens, de handen uit de mouwen en koelbloedigheid!”
De ingenieur was op de gezagvoerders-brug gestegen.
De manschappen stonden op hunne posten, gereed om zijne bevelen uit te voeren.
Hoewel deAlbatrosreeds ettelijke honderd voeten gedaald was, zoo was zij toch nog door de onweêrswolk omgeven. Zij bevond zich te midden der bliksemstralen, die zich rondom haar kruisten als de schitterende vonken van een prachtig vuurwerk. Het was een verheven gezicht; toch wekte het een angstig gevoel op, want het gevaar was groot, om door den bliksem getroffen te worden.
Helaas, de schroeven vertraagden hare omwentelingen nog meer, en wat tot nu toe slechts op eene ietwat snelle nederdaling geleken had, dreigde thans een val te worden.
Om kort te gaan, het stond bij een ieder vast, dat het vaartuig binnen eene minuut de oppervlakte der zee zoude bereikt hebben. En eenmaal daarin neergeplompt, zou geene macht in staat zijn, het uit dien afgrond te voorschijn te halen.
Eensklaps verscheen de electrische wolk boven het gevaarte.
DeAlbatroswas toen nog slechts op zestig voeten van den kam der golven verwijderd. Binnen een paar seconden zou zij ondergedompeld zijn.
Maar Robur, gebruik makende van het gunstige oogenblik, stormde naar de centraalroef, greep de hefboomen, die het werk in beweging moesten stellen, en gaf den vollen stroom, die niet meer door de electrische spanning van den omringenden dampkring geneutraliseerd werd, gelegenheid zich te ontwikkelen.... De schroeven hadden dadelijk hunne normale snelheid van omwenteling herkregen.... deAlbatroshield op met vallen en was weldra, door hare voortstuwingsschroeven voortgezweept, en terwijl zij op geringe hoogte zwevende bleef, verre verwijderd van het onweder, dat zij voorbij gestevend was.
Het zal wel onnoodig zijn te verhalen, dat Frycollin gedurende die bedrijven een onvrijwillig bad—al was het ook maar gedurende weinige seconden—genomen had. Toen hij aan boord opgeheschen was, was hij kletsnat en wel dermate, alsof hij tot op den bodem der zee ondergedompeld was.
Het zal niet ongeloofelijk voorkomen, wanneer hier verhaald wordt, dat hij voortaan niet meer schreeuwde.
Daags daarna, den 4denJuli, had deAlbatrosde noordelijke grens van de Kaspische zee overschreden.
Als ooit de voorzitter Uncle Prudent en zijn secretaris Phil Evans de hoop voelden tanen, om te kunnen ontvluchten, dan geschiedde dat zeker gedurende de eerste vijftig uren, die nu volgden. Duchtte Robur, dat de bewaking zijner gevangenen veel minder gemakkelijk zoude zijn gedurende dien overtocht over Europa? Dat is mogelijk. Hij wist evenwel en was er innig van overtuigd, dat zij vastbesloten waren, alles te ondernemen, alles te wagen om te ontvluchten.
Maar, hoe het ook zij, iedere poging zou thans met zelfmoord gelijk staan. Men kan uit een sneltrein, ja zelfs uit den Vliegenden Hollander1, of uit een bliksemtrein, die met eene snelheid van honderd kilometers in het uur voortijlt, springen, dat is alles wel beschouwd slechts het leven op het spel zetten; maar uit een vervoermiddel springen, dat tweehonderd kilometers in het uur aflegt, dat is de dood willen.
Nu was het die snelheid,—de grootste die zij kon erlangen,—welke aan deAlbatrosmedegedeeld was. Zij overtrof de vlucht van de zwaluw, die honderd tachtig kilometers in het uur bedraagt.
Aan boord van het luchtschip had men moeten opmerken en ook inderdaad opgemerkt, dat de noordoosten wind bestendig was blijven doorstaan. Dat was voor den koers zeer gunstig geweest, daar deze steeds in dezelfde richting, namelijk westwaarts, was geweest. Maar die wind begon te vallen en weldra werd het onmogelijk om op het dek van het luchtvaartuig te verwijlen, omdat de snelheid van vaart de ademhaling belette, ja, als het ware afsneed. De beide gevangenen zouden zelfs op een gegeven oogenblik over boord zijn geworpen, wanneer zij niet door de luchtdrukking tegen hunne roef geplakt waren geworden.
Gelukkig bespeurde de roerganger door de traliën van zijn hok, in welk gevaar zij verkeerden. Hij drukte op een knop, die eene electrische schel in het logies der manschappen deed weerklinken.
Vier hunner slopen of beter gleden toen al kruipende over het dek naar het achterschip.
Dat zij, die zich gedurende een storm op een zeeschip bevonden hebben, hetwelk met den wind op den kop bijgedraaid lag, hun geheugen eens raadplegen, dan zullen zij eerst begrijpen het geweldige van zoo’n drukking. Hier echter was het niet de storm, maar deAlbatroszelve, die haar door hare onvergelijkelijke snelheid deed ontstaan.
Om kort te gaan, de vaart moest verminderd worden, hetgeen aan Uncle Prudent en aan zijn secretaris Phil Evans veroorloofde om hunne hutten te gaan opzoeken.
DeAlbatrosvervoerde in het innerlijke harer roeven, zooals de ingenieur Robur terecht verzekerd had, eene in allen deele bruikbare lucht.
Maar welke stevigheid bezat toch dat toestel, dat het aan de drukking bij eene dusdanige plaatsverandering weerstand kon bieden? Die was buitengewoon!
Wat de voortstuwingsschroeven aan het voor- en het achterschip betreft, die bezaten eene zoodanige snelheid van omwenteling, dat men ze zelfs niet meer kon zien draaien. Met eene onmetelijke kracht van indringing schroefden zij zich als het ware in de luchtlaag.
De laatste stad, die men van boord waargenomen had, was Astrakan geweest, welke op een korten afstand van den noordelijken oever der Kaspische zee gelegen is.
De Ster der Woestijn—zooals haar een Russisch dichter genoemd heeft—is van den eersten rang, dien zij weleer innam, tot den vijfden of zesden afgedaald. Die eenvoudige hoofdplaats eener provincie had een oogenblik hare oude walmuren, bekroond met nuttelooze schietgaten, hare vervallen torens, te midden der stad gelegen, hare moskeeën, die aan meer moderne kerken grensden, hare kathedraal met vijf koepeldaken, die verguld en met blauwe sterren bezaaid waren, alsof zij uit een stuk van het firmament geknipt waren, in de verte vertoond; en dat alles was voorgekomen, alsof het in dezelfde waterpas gelegen was van de monding der Wolga, die daar ter plaatse eene breedte van ruim twee kilometers bedraagt.
Daarna, van dit punt af was de vlucht derAlbatrosals het ware niets anders dan een overijlden rit door de hoogere luchtlagen van den dampkring, alsof zij bespannen ware geweest met die fabelachtige hippogriffen of gevleugelde paarden, die met een enkelen wiekslag een uur gaans aflegden.
Het was tien uur des voormiddags van den 4denJuli, toen deAlbatrosnoordwestwaarts opstevende en nagenoeg het dal der Wolga volgde.
Aan beide zijden konden de steppen der Don en der Ural, die voorbijschoven, ontwaard worden.
Wanneer het mogelijk geweest ware een blik te werpen op dat uitgestrekte grondgebied, dan zou men ternauwernood tijd gehad hebben, om de steden en de dorpen te kunnen tellen.
Toen eindelijk de avond gekomen was, passeerde het luchtschip Moskou, zonder evenwel de vlag, die op het Kremlin woei, te salueeren. In tien uren tijds had deAlbatrosde tweeduizend kilometers afgelegd, die Astrakan van de oude hoofdplaats van het groote Russische rijk scheiden.
De spoorbaan van Moskou naar Petersburg wordt gerekend twaalfhonderd kilometers lang te zijn. Dat was dus een reisje van een halven dag. DeAlbatros, nauwgezet als een sneltrein, bereikte dan ook Petersburg en de boorden der Newa tegen twee uur in den morgen. De helderheid van den nacht onder deze hooge breedte, waar de Juni-zon zoo vroeg opkomt en zoo laat ondergaat, veroorloofde gedurende een oogenblik van den aanblik dier hoofdstad te genieten.
Daarna volgden de Finlandsche Golf, de Abo-eilandengroep, de Oostzee, Zweden ter breedte van Stockholm, Noorwegen, ter breedte van Christiania.
Tien uren slechts voor deze twee duizend kilometers!
Waarlijk, men zou kunnen gelooven, dat voortaan geen menschelijke macht in staat ware om der snelheid van deAlbatrospaal en perk te stellen. Het was alsof zij ten gevolge der resultante van hare voortstuwingskracht met de aantrekkingskracht der aarde in eene onveranderlijke baan rondom den aardbol bevestigd was. Het luchtschip hield evenwel halt juist boven den beroemden waterval, de Rjukanfoss in Noorwegen. De Gousta-berg, welks top de bekoorlijke streken van het Telemarksche beheerscht, stond daar als een grenspaal, die niet overschreden zoude worden.
DeAlbatroskoerste dan ook van dit punt af zuiver zuidwaarts, zonder evenwel hare snelheid te matigen.
En wat voerde Frycollin gedurende dien merkwaardigen tocht uit?
Frycollin bleef in zijne kajuit en hield zich stil als een muis. Hij trachtte den geheelen dag te slapen en maakte daarop slechts op de tijdstippen der maaltijden eene loffelijke uitzondering.
Dan hield hem François Tapage, onze bekende kok aan boord, gezelschap en maakte gaarne van de gelegenheid gebruik, om met zijne angsten den spot te drijven.
“Waarlijk, mijn jongen,” zei hij, “je schreeuwt dus niet meer?”
De neger bromde iets tusschen de tanden.
“Je moet je anders niet geneeren. Je weet, met een paar uren in die balie aan een lang touw, ben je er af!... Kan je dat niet bekoren?.... Niet?”
Frycollin zette een gezicht, alsof hij kiespijn had.
“Met de snelheid, die wij bezitten, moet zoo’n luchtbad een uitstekend middel voor de rheumatiek wezen! Lijd je aan rheumatiek?”
Frycollin knikte neen.
“Hoe jammer, niet waar? Je zoudt dadelijk genezen worden.”
“Mij dunkt, dat bij die snelheid alles uit zijne voegen gerukt wordt,” jammerde Frycollin.
“Dat is best mogelijk, mijn goede Fry. Maar weet je wat nogal geruststellend is?”
“Wat dan, master Tapage?”
“Dat is, dat wij zoo snel vliegen, dat, al ging de boel uit elkaar, wij toch niet vallen kunnen.”
“Meent gij?”
“Op mijn woord van Gasconjer!”
Dat was het stopwoord van den luidruchtigen Franschman en daartegen was niets in te brengen.
Om evenwel de waarheid te zeggen en zonder in de overdrijving van François Tapage te vervallen, dient toch vermeld te worden, dat, dank zij die overgroote snelheid, de arbeid der opstuwende schroeven veel gemakkelijker was. DeAlbatrosgleed over de luchtlaag, die haar droeg, als ware zij een Congrevische vuurpijl.
“En zal dat lang duren?” vroeg Frycollin.
“Alles hangt af van hetgeen gij door lang verstaat.”
“Lang, wat men lang duren noemt!”
“Och neen,” antwoordde de snaaksche kok. “Eenvoudig gedurende het geheele leven!”
“O wee!....” riep de neger uit, die met zijne jammerklachten weer begon.
“Pas op, Fry, pas op!” zei Tapage, terwijl hij den vinger waarschuwend ophief.
De neger keek hem aan zonder met jammeren op te houden.
“Ja, pas op,” vervolgde François Tapage; “want de baas zou, zooals men in mijn land zegt, je wel weer eens op dien schommel kunnen zetten!”
Daarop slikte Frycollin met de dubbele portie vleesch, die hij in den mond stak, zijne zuchten in.
Intusschen hadden de voorzitter Uncle Prudent en zijn secretaris Phil Evans, dat waarachtig geen mannen waren, om zich bij nuttelooze jammerklachten te bepalen, eene beslissing genomen.
Het was buiten kijf, dat eene ontvluchting tot de onmogelijkheden behoorde. Maar.... was het niet doenlijk om den voet op denaardbol te kunnen zetten, zoo rees de vraag: of men aan zijne bewoners de wederwaardigheden kon laten weten, die den voorzitter en den secretaris van Weldon-Institute getroffen hadden sedert hunne verdwijning, zoo ook wie hen ontvoerd had en aan boord van welke vliegende machine zij gevangen gehouden werden, om daardoor wellicht eene stoutmoedige poging hunner vrienden uit te lokken, ten einde hen uit de handen van dien Robur te bevrijden? Maar, groote God! op welke wijze moest die poging ten uitvoer gelegd worden?
Gemeenschap aanknoopen? Maar hoe en door welk middel?
Zou het voldoende zijn de in nood verkeerende zeelieden na te volgen, die een brief, waarin de plek der schipbreuk bekend gesteld is, in eene flesch sluiten en die in zee werpen?
Maar hier was de atmospheer de zee. Daarop zou die flesch niet drijven. Slagen was hier niet denkbaar, tenzij de flesch op een voorbijganger viel, op gevaar af hem de hersenpan te verbrijzelen. Neen, zoo’n flesch zou waarschijnlijk niet gevonden worden.
En toch hadden de beide gevangenen slechts dit middel ter hunner beschikking, en zij waren op het punt daartoe eene flesch uit den scheepsvoorraad te bezigen, toen Uncle Prudent een anderen inval had. Hij snuifde, zooals men weet. En hoewel dat geene fraaie gewoonte is, zoo kan hem die toch als Amerikaan, die zich aan erger kon schuldig maken, vergeven worden. In zijne hoedanigheid van snuiver bezat hij natuurlijk eene snuifdoos,—die op dit oogenblik ledig was. Die snuifdoos was van aluminium vervaardigd. Wanneer die naar beneden geworpen was en zij werd door een eerlijk man gevonden, dan zou hij haar oprapen en haar naar een politie-bureau brengen. Daar zou men van den daarin besloten brief kennis nemen, die bestemd was om den toestand der beide slachtoffers van Robur den Veroveraar te onthullen.
Dat werd ten uitvoer gebracht.
De brief was kort, maar deelde toch alles mede, en gaf het adres van Weldon-Institute op, met het verzoek om hem daarheen te zenden.
Toen de voorzitter Uncle Prudent dat schrijven in de snuifdoos besloten had, omwikkelde hij deze met een stevigen linnen lap, zoowel om haar te beletten gedurende den val open te gaan, als om te voorkomen, dat zij door den schok verbrijzeld zoude worden.
Er bleef thans niets meer over, dan op eene gunstige gelegenheid te wachten.
En inderdaad, het moeielijkste van de onderneming was, om gedurende die dolle vlucht over Europa, uit de roef te komen, over het dek te kruipen, op gevaar af door den snijdenden luchtstroom medegevoerd te worden. En dat alles moest in het geheim geschieden.
Van eene andere zijde moest gezorgd worden, dat die snuifdoosniet in eenige zee, meer of ander water viel. In dat geval zou zij onherroepelijk verloren gaan.