Uncle Prudent boog zich over het boord der verschansing heen. (Bladz. 139).Uncle Prudent boog zich over het boord der verschansing heen. (Bladz.139).Toch bestond de mogelijkheid voor de twee gevangenen, om door dit middel gemeenschap met de bewoonde wereld te verkrijgen. Dus het moest beproefd worden.Maar het was thans dag. Het was beter den nacht af te wachten, om dan, hetzij eene vermindering van snelheid, hetzij eene kortstondige halt te benuttigen, ten einde buiten de roef te kunnen komen. Dan zou wellicht de verschansing ongemerkt bereikt kunnen worden, om de kostbare snuifdoos boven eene stad—niet anders dan boven eene stad te laten vallen.Maar al waren alle die omstandigheden aanwezig geweest, dan nog zou het voornemen, althans dien dag—niet uitvoerbaar geweest zijn.Toen deAlbatrostoch ter hoogte van den Gousta-berg het Noorweegsche vasteland den rug of beter den achtersteven toegekeerd had, had zij nagenoeg zuid gekoerst. Even buiten de kust gekomen, had zij den lengtegraad van Parijs gevolgd. Het luchtvaartuig stevende dus over de Noordzee langs hare geheele lengte-as, en veroorzaakte de grootste verbazing aan boord van de duizenden vaartuigen, die de kustvaart tusschen Engeland, Schotland, Noorwegen, Zweden, Rusland, Duitschland, Denemarken, Nederland, België en Frankrijk uitoefenden.Wanneer de snuifdoos niet op het dek zelf van een van die vaartuigen viel, dan zou zij ongetwijfeld zinken.Uncle Prudent en Phil Evans waren dus verplicht een gunstiger oogenblik af te wachten. Daarenboven zou zich weldra eene voortreffelijke gelegenheid voordoen.Het was ongeveer tien uur in den avond, toen de Albatros de kusten van Frankrijk ter hoogte van Duinkerken bereikte. De avond was vrij somber. Gedurende een oogenblik kon men de electrische stralen van den vuurtoren op Griz-nez zich zien kruisen met die van den vuurtoren van Dover, welker beide lichttoestellen de geheele breedte van het Pas-de-Calais verlichten.Daarna stevende deAlbatrosboven het Fransche grondgebied, terwijl zij zich op eene hoogte van duizend meters boven de oppervlakte van den grond hield.Hare vaart was niet getemperd geworden. Het luchtschip snorde als een bom boven de zoo talrijke steden, dorpen en gehuchten in die rijke departementen van noordelijk Frankrijk. Steeds langs den meridiaan van Parijs voortijlende, waren het nu Duinkerken, Doulens, Amiens, Creil, Saint Denis, die als het ware daaronder voorbijschoten. Niets deed deAlbatrosvan hare lijnrechte vaart afwijken. Het was ongeveer middernacht toen zij boven de Licht-Stad kwam, een naam, dien Parijs ten volle verdient, zelfs wanneer hare bewoners te bed zijn of zijn moesten.Welke gril bracht den ingenieur Robur er toe om boven die wereldstad stil te houden? Wie zal dat ooit kunnen ontraadselen? Zooveel is zeker, dat deAlbatrosdaalde, totdat zij de stad slechts op weinige honderden voeten naderde.Robur trad toen buiten zijne kajuit en de geheele bemanning kwam toen op het dek en rondom de verschansing, zoowel om het heerlijke panorama te genieten, als om weer eens kalme lucht in te ademen.Uncle Prudent en Phil Evans wachtten zich wel om de gelegenheid, die zich aanbood, te laten ontsnappen, zonder haar te benutten. Beiden zochten, na hunne roef verlaten te hebben, een eenzaam plekje op, om het meest gunstige oogenblik af te wachten. Vooral moesten zij vermijden, dat zij gezien werden.DeAlbatros, aan eene reusachtige tor gelijk, gleed zacht over de groote stad. Zij doorliep de lijn der boulevards, welke toen zoo prachtig verlicht waren met de electrische toestellen van Edison. Het geraas der rijtuigen, die nog in de straten rondreden, steeg tot bij het luchtschip op, alsook het gerol en geratel der treinen op de talrijke spoorwegen, die zich als stralen naar Parijs richten.Daarna kwam het gevaarte ter hoogte van de hoogste monumenten zweven, alsof het tegen den kogel, die het Pantheon bekroont, of tegen het kruis der Invaliden had willen stooten. Daarna fladderde het van de twee minarets van het Trocadero tot aan den metalen toren op het Champ de Mars, welks overgroote reflector de geheele hoofdstad met electrisch licht overstroomde.Die luchtwandeling, dat nachtelijk flaneeren duurde ongeveer een uur. Het was als een rustpunt in den dampkring, alvorens de eindelooze reis te hervatten.En waarachtig, de ingenieur Robur wilde waarschijnlijk aan de Parijzenaars het schouwspel van eenhemellichaamverschaffen, dat niet door hunne sterrenkundigen voorspeld was. De verlichtingstoestellen derAlbatroswerden in werking gebracht en twee schitterende stralenbundels stortten zich uit over de pleinen, de squares, de tuinen, de paleizen, over de zestigduizend huizen der stad en verlichtten den gezichteinder van de eene kim tot de andere.En deAlbatroswas ditmaal gezien geworden,—maar niet alleen gezien, ook gehoord; want Tom Turner had zijne trompet aan de lippen gebracht en overstelpte de stad met eene schetterende fanfare.Uncle Prudent boog zich in dat oogenblik over het boord der verschansing heen, opende de hand en liet de snuifdoos vallen.Bijna gelijktijdig steeg deAlbatrosin het luchtruim op.Maar haar vergezelde in dien Parijschen hemel een oorverdoovend hoerah der menigte, die nog talrijk was op de boulevards.—Het was een hoerah van verbazing, hetwelk den grilligen meteoor gold.Plotseling werden de verlichtingstoestellen van deAlbatrosbuiten werking gesteld. Het duister heerschte wederom rondom het luchtschip evenals de vorige doodsche stilte. Toen werd weer vooruit gestevend met eene snelheid van tweehonderd kilometers in het uur.Dat was alles wat men van Frankrijks hoofdstad te zien kreeg. Inderdaad niet veel.Tegen vier uur in den ochtend had deAlbatroshet geheele Fransche grondgebied in schuine lijn overgestoken. Daarbij had zij, om geen tijd te verliezen met het overstijgen der Pyreneeën of der Alpen, koers over de Provence gezet tot bij de uiterste punt van Kaap Antibes.Tegen negen uur stonden de San Pietrini verzameld op het terras van de Sint-Pieterskerk te Rome en waren onthutst, toen zij het luchtschip over de Eeuwige Stad zagen heenstevenen.Twee uren later wiegelde het een oogenblik, terwijl het de baai van Napels beheerschte, te midden der krullen van de rookwolken van den Vesuvius.Eindelijk na de Middellandsche zee in schuinen koers overgestevend te zijn, werd deAlbatrosdoor de kustwachters van de Goulet op de Tunische kust geseind.Na Amerika had het luchtschip Azië bezocht. Na Azië, Europa. Dat waren meer dan dertigduizend kilometers, die door het bewonderenswaardige luchtgevaarte in minder dan drie-en-twintig dagen afgelegd waren.En nu, nu was het op het punt om de reis boven de bekende en onbekende streken van het Afrikaansche vasteland te ondernemen.Misschien verlangt de lezer te weten, wat er van de beruchte snuifdoos geworden is, nadat ze door Uncle Prudent buiten boord geworpen was?Die snuifdoos was in de Rivoli-straat vlak voor het huis, dat nummer 210 voert, neergekomen. Die straat was toen geheel verlaten. Den volgenden morgen werd die doos door eene eerlijke straatveegster opgeraapt, die haar naar de Prefektuur van Politie bracht.Daar werd zij aanvankelijk als eene kleine helsche machine beschouwd, met ontplofbare stoffen gevuld. Zij werd eerst uiterst voorzichtig uit den linnen lap, die haar omwikkelde, ontrold, en toen met nog meer voorzichtigheid geopend.Ja, eene soort uitbarsting had plaats.... De Chef der algemeene veiligheid, met die opening belast, had een vreeselijk niezen niet kunnen weerhouden.Maar, daarna werd de brief uit de snuifdoos te voorschijn gehaald en tot algemeene verbazing las men het navolgende:“Uncle Prudent en Phil Evans, de voorzitter en de secretaris van Weldon-Institute te Philadelphia zijn geschaakt en ontvoerd door het luchtschip van den ingenieur Robur. Doet daarvan mededeeling aan de vrienden en bekenden!(w.g.)Uncle PrudentenPhil Evans.”Thans was het onverklaarbaar luchtverschijnsel eindelijk aan de bewoners der Beide Halfronden verklaard. Daardoor werd de rust en de kalmte aan de geleerden der talrijke Sterrenwachten, die over de geheele aarde verspreid zijn, weergegeven.1De Vliegende Hollander, zoo wordt genoemd een sneltrein tusschen Amsterdam en Rotterdam, vice-versa, die zonder eenige tusschenstations aan te doen, den afstand tusschen de beide koopsteden in een uur en tien minuten aflegt.XII.Waarin de ingenieur Robur te werk gaat, alsof hij wil mededingen naar den Monthyon-prijs.Op dit punt van de rondvliegreis derAlbatrosgekomen, zal het zeker wel geoorloofd zijn de navolgende vraagpunten te stellen:Wie was die Robur toch, wiens naam alleen men tot nog toe vernam?Bracht hij zijn leven in de boven luchtlagen door? Rustte zijn luchtvaartuig nooit?Bezat hij geen toevluchtsplaats in den een of anderen ontoegankelijken Staat, alwaar hij aanleggen kon, al was het dan niet om uit te rusten, dan toch om zijn mondvoorraad en andere benoodigdheden voor zijn luchtschip te vernieuwen?Het zou vreemd genoemd moeten worden, wanneer het niet zoo was. De vliegende dieren, met den krachtigsten wiekslag bedeeld, hebben toch ergens eene schuilplaats, hebben toch ergens een nest.Maar, wat dacht de ingenieur Robur met zijne twee gevangenen te doen, die wel is waar hinderlijk, maar toch voor hem slechts bijzaak waren? Was hij van plan ze in zijne macht te houden en hen zoo tot eene eeuwigdurende vliegreis te doemen?Of wel zou hij hen, na ze over centraal-Afrika, over Zuid-Amerika, over Australië, over den Indischen Oceaan, over den Atlantischen Oceaan, over de Groote Stille Zuidzee rondgevoerd te hebben, om hen ondanks hen zelven te overtuigen omtrent de mogelijkheid van uitvoering der luchtvaart, de vrijheid weergeven en zich vergenoegen met hen te zeggen:“En nu, heeren, hoop ik, dat gij in de toekomst wat minderongeloof zult toonen met betrekking tot het ‘zwaarder dan de lucht.’ Gaat nu in vrede en zondigt voortaan niet meer door eenvoudige ontkenning.”Het is ons vooralsnog onmogelijk op die vragen te antwoorden. Dat is het geheim der toekomst. Wellicht zal dat eenmaal ontsluierd worden.In ieder geval, al bestond dat nest, dat toevluchtsoord, die ververschingsplaats, zoo beijverde Robur zich niet die op de noordkust van Afrika te zoeken. Hij vergenoegde zich met het einde van dien dag te besteden aan het overstevenen van het Regentschap Tunis, van Kaap Bon of Raz Addar af tot Kaap Karthago, nu eens grillig fladderende, dan weer nauwelijks zwevende. Een weinig later werd zuidwaarts gestuurd en volgde deAlbatroshet bewonderenswaardige dal der Medjerda, waarbij zij het geelachtig water van die rivier, hetwelk te midden van cactus- en laurierroos-struiken kronkelde, in het oog hield.Overal deed zij honderden parkieten opvliegen, die op de telegraafdraden rustten en daar de berichten schenen af te wachten, om ze onder hare vleugelen mede te nemen.Toen de nacht inviel, zweefde deAlbatrosboven de grenzen van Kroumerijë, en bevond zich toen nog een enkele Kroumir buiten, dan bleef die voorzeker niet in gebreke om ter aarde te vallen, het aangezicht in het stof te verbergen en Allah om bijstand te bidden bij het verschijnen van dien reusachtigen adelaar.Den volgenden morgen ontwaarde men Bone en de bevallige heuvels in de omstreken van die stad gelegen. Daarna verscheen Philippeville, thans reeds Klein Algiers genoemd, met hare nieuwe boogvormige kaden, hare bewonderenswaardige wijngaarden, welker groene twijgen het geheele landschap overdekken, hetwelk daardoor het uiterlijk verkrijgt, alsof het uit de Bordeaux- of Bourgogne-streken geknipt ware.Die tocht van vijfhonderd kilometers over Groot en Klein Kabylië bereikte tegen het middaguur zijn eindpunt ter hoogte van de Kasbah van Algiers.Welk schouwspel toen voor de passagiers van het zwevende luchtvaartuig!Die reede, welke zich tusschen Kaap Matifou en Pescadospunt opende; die kuststrook, welke bezaaid was met paleizen, met marabouts en met villa’s; die grillige dalen, welke met wijnstokken als met mantels bekleed waren; die Middellandsche zee, zoo blauw van water, waarop de paketbooten stevenden en waarvan de grootsten, de Transatlantische niet veel grooter dan eenvoudige stoombarkassen schenen!Zoo bereikte men Oran, de schilderachtige, welker bewoners, diezich in hunne tuinen verlaat mochten hebben, deAlbatroste midden van een schitterenden sterrenhemel konden ontwaren.Uncle Prudent en Phil Evans vroegen zich af, aan welke gril de ingenieur Robur gehoorzaamde, toen hij hunne zwevende of beter vliegende gevangenis zoo liet zweven boven het Algerijnsche grondgebied, dat als eene voortzetting van Frankrijk aan de overzijde van die zee, welke terecht den naam van Fransch meer draagt, kan beschouwd worden. Wanneer het een gril was, dan was die gril twee uren na zonsondergang waarschijnlijk bevredigd. Want toen richtte de roerganger met eene enkele beweging van het stuurrad deAlbatroszuidwestwaarts, en den volgenden ochtend, toen het luchtschip het Tell-gebergte overschreden had, zagen de passagiers de zon boven de Sahara, die uitgestrekte zandwoestijn, opgaan.Ziehier, welke koers den dag van den 8stenJuli genomen werd.Vooreerst kreeg men uitzicht op Geryville, een klein gehucht, hetwelk evenals Laghouat op de grenzen der woestijn gesticht werd, tot vergemakkelijking der gemeenschap bij de latere verovering van Kabylië. Daarna trok men den bergpas van Stillen door. Dit ging met eenige moeielijkheid gepaard, daar de wind, die hevig doorstond, tegen was. Vervolgens stevende men over de woestijn, nu eens langzaam zwevende over de groene oasen of ksarren, dan weer voortijlende met een stoute vaart, die de gypaëten in hunne vlucht voorbij-ijlde. Men moest zelfs verscheidene malen vuur geven op die vreeselijke vogels, die er niet voor terugdeinsden zich bij troepen van twaalf tot vijftien stuks op het luchtschip te werpen, tot grooten schrik van den armen Frycollin.Maar, konden de gypaëten slechts met vervaarlijke kreten die geweerschoten beantwoorden of met hunne scherpe bekken en gierenklauwen dreigen, de menschelijke inboorlingen van het land, niet minder woest dan het gedierte, grepen hunne geweren en spaarden hunne kogels niet, vooral toen het luchtschip den Zoutberg voorbijkwam, welks groen en violetachtig geraamte door zijn witten sneeuwmantel heenscheen.Men beheerschte toen de Groote Sahara.Daar kon men nog de overblijfselen van de bivouacs van Abd-el-Kader bespeuren.Daar is de streek steeds gevaarlijk voor den Europeeschen reiziger, vooral wanneer hij verzeild raakt op het grondgebied van het bondgenootschap der Beni-Mzal.DeAlbatrosmoest toen in hooger luchtlagen stijgen, om aan een doorkomen van den simoun, dien gevaarlijken woestijnwind, te ontsnappen. De stormvlaag joeg toch golven van roodachtig zand over den bodem voort, zooals de vloed bij het doorstaan het schuim van den Oceaan bij het naderen van ondiepe stranden opjaagt.Later verschenen de treurige hoogvlakten van Chebka, alwaar zich geheele velden van een zwartachtigen lavatrachiet tot aan het groene en schoone dal van Ain-Massin uitstrekten.Men kan zich moeielijk de verscheidenheid voorstellen dier streken, die door den blik in haar geheel omvat werden.Op de heuvelrijen, met groen geboomte en struiken bedekt, volgden lange grijsachtige terreinplooien, die zich als een arabische burnou uitstrekten en welker prachtige plooiwrongen den bodem tot een zeer geaccidenteerd terrein maakten.In de verte werden “oueds”, die bergstroomen met hare woelige wateren ontwaard, daarbij palmboombosschen, groepen hutten, geschaard op eene heuvelverheffing, die zich daar, bij den horizon rondom hunne moskeeën geschaard, voordeden als gebakjes, op den bodem rondom een tulband uitgespreid. Zoo kreeg men gezicht op Metlifi, waar een godsdienstig opperhoofd, de groote Marabout Sidi Chiek verblijf houdt.Verscheiden honderd kilometers werden, voordat de nacht inviel, boven een uitgestrekt grondgebied, hetwelk door groote duinen doorsneden was, afgelegd.Wanneer deAlbatroshad willen aanleggen, dan had zij voorzeker het anker geworpen in de laagvlakte der oase van Ouargla, welke in een onmetelijk woud van palmboomen verscholen ligt. De stad vertoonde zich zeer duidelijk met hare drie afzonderlijke kwartieren, met het paleis van den Sultan, eene soort van versterkte Kasbah, met hare huizen, opgetrokken in bouwsteenen, welke in de zonnewarmte gebakken waren, en met hare artesische bronnen, die in den dalbodem geboord waren, en waaruit het luchtschip zijn voorraad water had kunnen vernieuwen. Maar de afgelegde reis was met zulk eene snelheid volvoerd, dat het Hydaspes-water, in de vallei van Cachemir opgepompt, nog zoo overvloedig in de waterketels van deAlbatrosaanwezig was, dat aan geen water-innemen daar te midden van de woestijnen van Afrika gedacht werd.Werd deAlbatrosdoor de Arabieren, door de Mozabiten, door de Touaregs, door de negers, die de oase van Ouargla bewonen, bespeurd? Voorzeker, daar zij met honderden geweerschoten begroet werd, welker kogels machteloos naar beneden vielen, zonder het gevaarte te hebben kunnen bereiken.Daarna viel de nacht in, die stille nacht in de woestijn, welks geheimen door Felicien David zoo dichterlijk in welluidende klanken als muziek vertolkt zijn.Gedurende de volgende uren werd zuidwestwaarts gestuurd en sneed men den weg naar El Golea, die in 1859 door den onverschrokken Franschman Duveyrier verkend was.Steeg een machtig geloei op van geheele kudden olifanten en buffels. (Bladz. 149).Steeg een machtig geloei op van geheele kudden olifanten en buffels. (Bladz.149).De duisternis was zwart en dik. Men kon nog niets ontwaren vande Transsaharasche spoorbaan, die volgens het project Duponchel ontworpen is. Dat zal een lange ijzeren band zijn, die Algierslangs Laghouat en Gardaia met Tombouctou in verbinding moet brengen en bestemd is, om later aan de Bocht van Guinea aan te sluiten.DeAlbatroskwam nu in de equatoriaalstreken aan en overschreed den Kreeftskeerkring.Op een afstand van duizend kilometers van de noordelijke Saharagrens bereikte zij den weg, alwaar de majoor Laing in 1846 den dood gevonden heeft.Zij sneed het pad, hetwelk door de karavanen van Marokko naar Soudan gevolgd wordt, en zweefde over dat gedeelte der woestijn, hetwelk door de Touaregs afgeschuimd wordt. De passagiers van het luchtschip hoorden het “zandgezang”, een soort van zacht en klagend gemurmel, hetwelk aan den bodem schijnt te ontsnappen.Een enkel voorval deed zich voor. Eene wolk van sprinkhanen steeg uit de vlakte in de ruimte op, en er viel eene zoodanige menigte van aan boord van het luchtvaartuig, dat het gevaar liep om “te gronde te gaan”. Maar men haastte zich, dat overwicht over boord te werpen, behalve een paar honderdtallen, die door François Tapage uitgezocht en verzameld werden. Hij bereidde ze op zoo smakelijke wijze, dat toen Frycollin ze proefde, deze zijne gewone angsten voor een oogenblik vergat.“Drommels, die zijn even lekker als garnalen,” zei de neger.Men bevond zich toen op een afstand van achttien kilometers van de oase Ovaryla, en naderde de noordergrens van het onmetelijke rijk, dat Soudan genoemd wordt.Tegen twee uur in den namiddag verscheen dan ook eene stad, die aan de bocht, welke door een grooten stroom gevormd wordt, gelegen is.Die stroom was de Niger.Die stad was Tombouctou.Tot heden was dat Afrikaansche Mekka slechts door reizigers, afkomstig van het Oude Wereldrond, bezocht geworden. Daaronder telde men mannen als: Bazouta, Khazan, Imbert, Mungo Park, Adam, Laing, Caillé, Barth, Lenz, enz. enz. Maar dien dag voerde het grootste toeval twee Amerikanen derwaarts, die alsnu bij hun terugkeer in hun vaderland,—wanneer zij daar ooit wederkeerden,—over die stadde visu,de audituen zelfsde olfactuzouden kunnen getuigen.De visu:—omdat hun blik kon waren over al de punten van den driehoek, metende vijf of zes kilometers oppervlakte, die de stad vormt.De auditu:—omdat het dien dag groote marktdag was en er een verschrikkelijk groot spektakel gemaakt werd.De olfactu:—omdat de reukzenuw meer dan onaangenaam aangedaan werd door de geuren, die opstegen van het plein Youboe-Kamo, alwaar de vleeschhal zich dicht bij het paleis der oude koningen So-Maïs verhief, en er van hygiënisch staatstoezicht geen sprake was.Maar, al getuigde ook het meerendeel der zintuigen voor het aanwezen der Afrikaansche hoofdstad, zoo meende toch de ingenieur Robur, dat het zijn plicht was, om den voorzitter en den secretaris van Weldon-Institute in kennis te stellen, dat zij het buitengewone voorrecht genoten de Koningin van Soudan, die thans in de macht der Touaregs van Taganet is, te aanschouwen.“Tombouctou, heeren!” zei hij hen op denzelfden toon, als hij twaalf dagen vroeger: “Indië, heeren”, aangekondigd had.Daarna vervolgde hij:“Tombouctou ligt op den 18dengraad noorderbreedte en op 5°56’ westerlengte van den meridiaan van Parijs. De stad wordt gerekend zich op tweehonderd vijf en veertig meters boven den gemiddelden stand der zeeoppervlakte te verheffen. Zij is niet zonder belangrijkheid, want zij telt twaalf of dertien duizend inwoners en was vroeger beroemd door de kunsten en wetenschappen, die er beoefend werden.—Misschien gevoelt gij aanvechting om er te ontschepen en er eenige dagen door te brengen?”Een zoodanig voorstel kon niet anders dan spottenderwijze door den ingenieur Robur gedaan zijn. En dat was ook zoo; want dadelijk daarop hernam hij dan ook:“Maar, volgens mij, zou het voor vreemdelingen uiterst gevaarlijk zijn, te midden van die Negers, die Berberen, die Foullanen, die Touaregs, enz. enz. die de landstreek bewonen, te verschijnen. En ik voeg er bij, dat het des te gevaarlijker zou zijn, nu wij met een luchtschip in hunne oase zouden nederdalen. Dat zou hun wantrouwen voorzeker in groote mate opwekken.”“Mijnheer Robur,” antwoordde de secretaris Phil Evans op bitsen toon, “om het genoegen te smaken u te kunnen verlaten, zouden wij het er wel op willen wagen, door die inboorlingen minder welwillend te worden onthaald. Wanneer wij tusschen twee gevangenissen te kiezen hadden, dan zou onze keuze gauw uitgesproken zijn: Liever Tombouctou dan deAlbatros!”“Dat hangt van den smaak af,” hernam de ingenieur. “Ik zal in ieder geval mij wel wachten de proef te nemen, want ik ben verantwoordelijk voor de veiligheid der gasten, die mij de eer aandoen met mij te reizen...”“Dus, ingenieur Robur,” zei de voorzitter Uncle Prudent, die van verontwaardiging trilde en zich niet meer bedwingen kon, “dus gij vergenoegt u niet met de rol van gevangenbewaarder, die gij zoowaardig vervult. Bij de misdaad, op onze personen gepleegd, voegt gij ook nog het beleedigen uwer slachtoffers?...”“O, mijnheer Prudent, beleedigen!... Welk een woord!... hoogstens ietwat bespotten.”“Bij den hemel, mijnheer! Pas op!”“Ik antwoord u zoo kalm mogelijk.”“Zijn er dan geen wapens aan boord?”“O, wat dat betreft, een geheel arsenaal. DeAlbatrosis goed voorzien.”“Twee revolvers zouden voldoende zijn!”“Twee revolvers?... Voldoende... voor wat?”“Als ik de eene in de hand had en gij de andere, dan...”“Oh, oh! een duel!” riep Robur uit.“Ja, zeker, een duel!” krijschte Uncle Prudent meer dan hij sprak.“Een duel, dat een van ons beiden het leven zou kunnen kosten?”...“Neen, niet zou kunnen, maar zeer zeker zou kosten!” bulderde Uncle Prudent in den hoogsten graad van verwoedheid.“Welnu, geachte voorzitter van Weldon-Institute, dat weiger ik.”“Gij weigert?...”“Ja, ik weiger!”“Gij weigert te duelleeren?...”“Zeker, ik geef er natuurlijk de voorkeur aan, om u levend bij mij te houden!”“En zelf geen gevaar te loopen, niet waar? Dat is voorzichtig en uiterst verstandig!”“Of ik verstandig of niet handel, zijn uwe zaken niet. Hier aan boord handel ik, zooals ik dat goedvind. Het staat aan u om er over te denken zooals gij verkiest...”“Ja, dat geeft ons wat?”“En, als u dat niet bevalt, dient dan uwe klachten in...”“Onze klachten?”“Ja, als gij kunt!”“Als wij kunnen?... Wel, dat is reeds geschied.”“Waarlijk?”“Ja, waarlijk. Was het dan toch zoo moeielijk, een brief te laten vallen, terwijl wij boven het bewoonde gedeelte van Europa stevenden?”“Hebt gij dat gedaan?” riep Robur, die zich door een onweerstaanbare opwelling van toorn liet vervoeren.“En als wij dat gedaan hadden?”“Als gij dat gedaan hadt, dan zoudt gij verdienen...”“Wat dan, heer ingenieur?”“Dat gij uwen brief over boord nagezonden wordt!”“Welnu, werp ons dan over boord; want...”“Want?...”“Want wij hebben het gedaan!” riep Uncle Prudent uit.Robur trad met gebalde vuisten op de beide Amerikanen toe.Op een enkel zijner gebaren was Tom Turner aan het hoofd van eenigen der bemanning toegeschoten. Waarachtig, de ingenieur voelde eene machtige aanvechting bij zich opkomen om zijne bedreiging ten uitvoer te leggen, en... ongetwijfeld was hij bevreesd om aan die opwelling gehoor te geven; want... hij keerde zich eensklaps om en verdween met rassche schreden in zijne roef.“Mooi!” zei Phil Evans kortaf.“Ja, hij is bang,” antwoordde de voorzitter Uncle Prudent; “maar bij den hemel! wat hij niet heeft gedurfd, zal ik durven. Ja! waarachtig, ik zal het doen!”De bevolking van Tombouctou verzamelde zich in dat oogenblik op de pleinen, in de straten, op de terrassen der woningen, die amphitheatersgewijs gebouwd waren. In de voornaamste en rijkste kwartieren van Sankore en Sarahama, zoowel als in de conisch-vormige hutten van het kwartier Raguidi, gilden de priesters van boven de omgangen der minarets hunne heftigste vervloekingen uit jegens dat luchtmonster, hetwelk daar aan de hemeltransen verscheen. Die vervloekingen waren trouwens onschuldig genoeg en minder gevaarlijk dan geweerkogels.Tot in de havenplaats Kahara, welke in eene kromming van den Niger gelegen is, was alles in rep en roer. Waarachtig, als hier deAlbatrosgeland ware, dan zou zij uit elkander gescheurd, dan zou zij vernietigd zijn geworden. Maar het luchtschip stevende voort, en gedurende ettelijke kilometers begeleidden haar geheele troepen ooievaars, francolynen en ibissen, allen steltvogels, die met het vaartuig in spoed poogden te wedijveren. Maar de snelheid van deAlbatroswas zoo groot, dat zij de luchtbewoners spoedig op aanmerkelijken afstand achtergelaten had.Tegen het vallen van den avond steeg een machtig geloei op van geheele kudden olifanten en buffels, die in deze landstreek, welker vruchtbaarheid bewonderenswaardig is, tehuis zijn.Gedurende de volgende vier en twintig uren ontrolde zich voor den blik van de opvarenden van deAlbatros, die geheele landstreek, welke tusschen den Parijzer meridiaan en den tweeden graad westerlengte ligt, in de bocht, welke de Niger daar vormt.Waarlijk, wanneer de een of andere aardrijkskundige zoo’n luchtvaartuig ter zijner beschikking had, met welk gemak zou hij de topografische opname van dat land niet kunnen verrichten! Met welk eene nauwkeurigheid zou hij de terreinverheffingen kunnen in kaart brengen, den loop der stroomen en van hunne schatplichtige nevenrivieren kunnen aangeven, de juiste ligging der steden en dorpenkunnen vaststellen! Dan zou men niet meer van die ledige plekken op de kaarten van midden-Afrika aantreffen; dan zou men niet meer van die plekken met bleeke kleuren of door gestippelde lijnen aangegeven ontwaren; niet meer van die onzekere aanduidingen, welke den kartograaf wanhopig maken!DeAlbatrospasseerde in den ochtend van den 11dende bergen van Noordelijk Guinea. Deze landstreek is gelegen tusschen Soudan en de golf, die naar haar de Bocht van Guinea genoemd wordt.Bij den gezichteinder bemerkte men de scherpe omtrekken van het Kong-gebergte, die in het Koninkrijk Dahomey gelegen zijn.Uncle Prudent en Phil Evans hadden zich kunnen overtuigen, dat de richting van deAlbatrossedert het vertrek van Tombouctou zuiver zuid geweest was. Daaruit hadden zij de gevolgtrekking gemaakt, dat, wanneer de koers niet gewijzigd werd, zij zes graden verder, de Evenachtslijn zouden bereiken.Waar zou deAlbatrosthans weer het vasteland gaan verlaten, om nu niet eene Behringstraat, eeneKaspischezee, eene Noordzee, of eene Middellandsche zee over te steken, maar om zich ditmaal over den Atlantischen Oceaan, een der groote wereldzeeën te gaan wagen?Dat vooruitzicht was niet bemoedigend voor de beide gevangenen; want de kansen om te ontvluchten zouden dan hopeloos, ja geheel en al nul worden.DeAlbatrosstevende zeer langzaam vooruit. Het was, alsof het vaartuig aarzelde het Afrikaansche werelddeel te verlaten.Zou de ingenieur Robur er aan denken, om op zijne schreden terug te keeren?Neen, dat niet! Maar zijn geheele aandacht was op het land gevestigd, hetwelk hij op dit oogenblik overzweefde.De lezer weet,—en onze Robur wist het ook,—dat het koninkrijk Dahomey een der machtigste staten is op de Westkust van Afrika. Hoewel het machtig genoeg was om met zijn buurman het koninkrijk der Ashantis te kunnen beoorlogen, zijn zijne grenzen toch vrij beperkt, daar zijne uitgestrektheid van Noord naar Zuid slechts honderd twintig uren gaans bedraagt en zijne breedte van Oost naar West slechts zestig. Maar zijne bevolking wordt op achtmaal honderdduizend zielen berekend, sedert de onafhankelijke Staten van Ardrah en Wijdah er bij ingelijfd werden.Maar, al is het koninkrijk Dahomey niet groot, toch heeft het dikwijls van zich doen spreken.Het is berucht door de verschrikkelijke wreedheden, welke zijne jaarlijksche festiviteiten kenmerken, door zijne menschenoffers, door zijne vreeselijke hekatomben, die bestemd zijn om ter eere van den beheerscher, die op den troon komt, te vallen.Het is zelfs een beleefdheidsvorm van den koning van Dahomey, dat wanneer hij bezoek van eenig hoog personage of van een vreemden ambassadeur ontvangt, dezen met de verrassing van een geschenk van een dozijn menschenhoofden, ter zijner eere versch afgehouwen, te verwelkomen.En die eer geldt voor des te grooter, wanneer het de Minister van Justitie, de “mingham” zelf is, die de onthoofding verricht heeft, en die bij dat baantje van beul dan ook zeer handig te werk gaat.Toen nu deAlbatrosop het punt stond de grenzen van het koninkrijk Dahomey te overzweven, was de souverein Bahadon juist gestorven en de geheele bevolking was bij elkander gekomen, om tot de verkiezing van een opvolger over te gaan. Vandaar dat er eene zeer groote beweging in het land waar te nemen was, eene beweging, die Robur niet ontgaan kon en hem ook niet ontgaan was.Inderdaad, geheele gelederen van Dahomeysche landlieden richtten hunne schreden naar Abomey, de hoofdplaats des lands. Goed onderhouden wegen, die tusschen uitgestrekte vlakten, met reuzengras overdekt, tusschen onmetelijke maniokvelden, prachtvolle bosschen van palmboomen, van kokosboomen, van betelboomen, van mimosa’s, van oranjeboomen, van mangaboomen, enz. enz. kronkelden; ziedaar het land, dat zich voor den opgetogen blik van de opvarenden van het luchtschip ontwikkelde, en waaruit de welriekende geuren der keerkringsgewassen tot bij die bewonderaars opstegen, terwijl zij parkieten en kardinaalvogeltjes in zwermen van duizenden, in het dichte loof van die wouden konden zien rondvliegen en ronddartelen.De ingenieur Robur lag over de verschansing gebogen en scheen in zijne overpeinzingen verzonken te zijn. Hij wisselde slechts van tijd tot tijd eenige woorden met zijn eersten officier, zijne rechterhand, Tom Turner.Het scheen daarenboven niet dat deAlbatrosde eer genoot de aandacht van die saamgepakte menigte op te wekken. Dat was daaraan toe te schrijven, eensdeels dat die inboorlingen soms geheel onder het ondoordringbaar loofdak verscholen waren, anderdeels omdat het luchtschip op eene vrij aanzienlijke hoogte zweefde, waar het zich te midden van een licht wolkendak bewoog.Maar tegen elf uur in den voormiddag, verscheen de hoofdplaats met haren gordel van walmuren, die door een aaneengeschakeld stelsel van voorgelegen grachten, welke een omtrek van twaalf mijlen omgaven, verdedigd werden. De waarnemers konden breede straten opmerken, die regelmatig aangelegd waren, waartoe zich de effen grond uitstekend geleend had. Aan de noordzij der stad was het paleis des konings gelegen.Het uitgestrekte geheel van dat paleis met zijne bijgebouwenwordt beheerscht door een terras, in welks nabijheid de hut der offeranden gelegen is.Van de hoogte van dit terras worden gedurende de dagen der festiviteiten gevangenen, die in teenen manden gebonden zijn, aan het volk toegeworpen. Moeielijk is het, zich een begrip te maken van de wreedheid en de verwoedheid, waarmede deze rampzaligen in stukken gescheurd worden.Op een gedeelte der pleinen, die de onderdeelen van het paleis des souvereins van elkander afscheiden, zijn vierduizend strijdhaftige vrouwen gehuisvest, die een der afdeelingen en waarlijk niet de minst moedige van het koninklijk leger uitmaken.Al kan ook betwist worden, dat er Amazonen langs de rivier van dien naam in Zuid-Amerika aangetroffen worden, in Dahomey bestaat daaromtrent niet de minste twijfel. De eenen dragen een blauw hemd met een blauwen of rooden sjerp, eene witte met blauw gestreepte pantalon, met eene patroontasch aan den buikgordel vastgehecht; de anderen als olifant-jageressen, zijn gewapend met een dolkmes met korte kling, en hebben het voorhoofd versierd met twee antilopen-hoorns, die met een ijzeren band om het hoofd vastgemaakt zijn. Weer anderen, die als artilleristen dienst doen, zijn gekleed met een wapenrok, die half blauw en halfrood is, en hebben tot verdedigingswapen een tromblongeweer, welks trechtervormige loop van gegoten ijzer vervaardigd is. Eindelijk nog het bataillon der maagden, met hare blauwe wapenrokken en hare witte pantalons; dit zijn ware vestalen, kuisch en rein als Diana, en evenals deze godin gewapend met boog en pijlen.Wanneer nu de lezer in gedachte bij deze afdeeling Amazonen eene andere afdeeling van vijf of zes duizend mannen in korte pantalons, met hemden van katoen en eene soort sjerp om het middel gebonden, zal gerekend hebben, dan zal hij zich een denkbeeld van het Dahomeysche leger kunnen vormen.De stad Abomey was dien dag geheel en al verlaten.De souverein, het koninklijk gezin en bedienden-personeel, het vrouwelijk en mannelijk leger, daarenboven de geheele bevolking hadden de woonplaats verlaten, om zich naar eene opene plek te begeven, die op eenige mijlen afstand te midden van prachtige bosschen gelegen was.Op die vlakte moest de erkenning en de huldiging van den nieuwen koning geschieden.Daar zouden ettelijke duizenden krijgsgevangenen, bij de laatste strooptochten buit gemaakt, ter eere van dien jongen vorst opgeofferd worden.Het was ongeveer twee uur in den namiddag, toen deAlbatrosboven die vlakte aankwam en te midden van eenige dampen, diehaar voor het oog der Dahomeyers verborg, begon te dalen.Zelfs het kleine kanonstuk werd onder een zeer scherpen hoek gericht. (Blz. 156).Zelfs het kleine kanonstuk werd onder een zeer scherpen hoek gericht. (Blz.156).Minstens waren daar zestigduizend menschelijke wezens bij elkander,die van alle kanten van het rijk, van Widah, van Kerapaij, van Adrah, van Tombory en zelfs van de verst verwijderde dorpen gekomen waren.De nieuwe koning—een stevige kerel, Bon Nadi genaamd, en vijf en twintig jaren oud,—was gezeten op eene hoogte, die door wijdvertakte boomen overvloedig beschaduwd was. Vóór hem was zijne nieuwe hofhouding verzameld, alsook zijn mannelijk leger, zijne amazonen en het geheele volk.Aan den voet van de hoogte speelden een vijftigtal muzikanten op hunne barbaarsche instrumenten. Dat waren uitgeholde olifantstanden, die een vreemden en ruwen toon bezaten; dat waren trommen vervaardigd van uitgeholde boomstammen, van botervaatjes, van kalebassen, die met bokkenvellen overspannen waren; dat waren guitaren van holle houtblokken, die van een paar snaren voorzien waren; dat waren klokjes, die met een ijzeren tongstuk bespeeld werden; dat waren bamboe fluiten, welker scherpe toon boven alles uitklonk. En daartusschen werden ieder oogenblik geweer- en donderbusschoten vernomen, ook losbrandingen van kanonnen, die hunne gebrekkige affuiten deden opspringen, waardoor voor het vrouwelijke bedienings-personeel van die artillerie veel gevaar geboren werd om verpletterd te worden. Dat alles veroorzaakte zulk een spektakel, dat het voorzeker den hevigsten donder had overstemd en in het niet doen zinken.In een hoek van de vlakte lagen de gevangenen, bewaakt door eene sterke gewapende wacht soldaten. Dat waren de rampzaligen, wier lot het was den overleden koning in het leven hiernamaals te vergezellen. Die vorst mocht toch na den dood geen zijner koninklijke prerogatieven missen.Bij de begrafenisplechtigheden van Ghozo, vader van Bahadon, had deze hem als goede zoon eene lijfwacht van drieduizend man medegegeven. Bon Nadi kon niet minder voor zijn voorganger doen.Waren er niet talrijke boodschaploopers noodig om niet alleen de Geesten, maar al de bewoners van het hemelrijk uit te noodigen, ten einde aan den stoet van den vergoodden monarch deel te nemen?Een vol uur werd er besteed om redevoeringen, toespraken en palabers te houden, die afgewisseld werden door dansen, ten uitvoer gebracht niet alleen door in het vak doorkneedde bayadèren, maar ook door de amazonen, die daarbij eene zeer oorlogszuchtige bevalligheid ten toon spreidden.Maar het oogenblik der hekatombe naderde eindelijk.Robur, die de bloedige gebruiken van Dahomey kende, verloor de rampzalige gevangenen, die uit mannen, vrouwen en kinderen bestonden, en tot die slachting bestemd waren, niet uit het oog.De “mingham” stond aan den voet van de hoogte gereed. Hijzwaaide met zijn sabel, een waar beulswapen met kromme kling, voorzien van een metalen bol aan de punt, in den vorm van een vogel, waardoor eene soort van topzwaarte verkregen werd, die den slag onfeilbaar moest maken.Maar de mingham was ditmaal niet alleen. Hij zou het werk onmogelijk afkunnen.Bij hem stonden dan ook een honderdtal helpers, die als beulsknechten eene zekere mate van behendigheid in het afslaan van hoofden in één slag verkregen hadden.DeAlbatrosnaderde intusschen in schuine richting en langzamerhand, door de omwentelingen zijner opstuwende en voortstuwende schroeven te matigen. Weldra trad het luchtgevaarte uit de wolkenlaag, die het tot op honderd meters afstand van de aard-oppervlakte omsluierde, te voorschijn, en verscheen plotseling voor het eerst.In tegenstelling van hetgeen bij zoo’n gelegenheid gewoonlijk gebeurde, verbeeldden die wreedaardige inboorlingen zich een hemelsch wezen te zien nederdalen met het bijzondere doel, om hulde aan hunnen overleden koning Bahadon te komen bewijzen.Toen barstte er eene onbeschrijfelijke geestdrift los. Het vaartuig werd onophoudelijk aangeroepen, en gebeden werden gericht tot dat bovennatuurlijke luchtpaard, een waar hippogrief, hetwelk voorzeker het lijk van den overleden souverein kwam opnemen, om het naar boven in den Dahomeyschen hemel over te brengen.In dit oogenblik flikkerde het zwaard van den mingham en vloog het eerste hoofd van een armen gevangene van den romp. Toen werden andere krijgsgevangenen bij honderdtallen tot hunne afgrijselijke beulen voorgebracht.Plotseling knalde een geweerschot van deAlbatros.De minister van justitie viel dood en met het aangezicht ter aarde neer.“Goed gemikt, Tom!” zeiRoburgoedkeurend.“Ba!.... zoo in den dichten hoop! Dan is raken geen kunst,” zei de eerste officier.De overige bemanning stond ook met geweren gewapend, gereed om op het eerste sein van den ingenieur vuur te geven.Maar in de meening van die verzamelde menigte was eene wijziging gekomen. Zij had het thans beter begrepen. Dat gevleugeld monster was geen goedgunstige Geest, maar dat was een geest met vijandige bedoelingen jegens dat goede volk van Dahomey bezield. Toen de mingham dan ook dood ter aarde viel, steeg een vreeselijk wraakgeschreeuw allerwege op, en een hevig geweervuur knetterde weldra over de vlakte.Die bedreigingen en dat schieten verhinderden deAlbatrosniet, om stoutmoedig tot op honderd vijftig voeten van den grond te naderen.De voorzitter Uncle Prudent en zijn secretaris konden in weerwil van hunne vijandelijke gezindheid jegens Robur, niet anders doen dan den ingenieur bij zijn menschlievend streven ter zijde staan.“Ja, laten wij de gevangenen bevrijden!” riep Uncle Prudent uit.“Juist, laten wij de gevangenen bevrijden!” juichte Phil Evans.“Dat is mijn plan!” antwoordde de ingenieur.En de repeteergeweren van deAlbatros, aan de beide Amerikanen in handen gegeven, knetterden even lustig als die der overige bemanning. Het was een ratelend geweervuur, dat iemand hooren en zien zou kunnen doen vergaan. Geen enkele kogel ging in die dicht opeengepakte menschenmassa verloren.En zelfs het kleine kanonstuk aan boord werd onder een zeer scherpen hoek gericht en zond ter gewilder tijd eenige kartetsbussen in die dichte groep, die wonderen verrichtten.De krijgsgevangenen, zonder evenwel eenig begrip te hebben van die hulp welke van boven kwam, verbraken dadelijk hunne banden, terwijl de soldaten, die hen bewaakten, geweerschoten met de bemanning van het luchtschip wisselden.De schade, die aan boord teweeggebracht werd, was uiterst gering. Een der wieken van de voorschroef werd door een schot doorboord; andere kogels troffen den romp.Zelfs Frycollin, die zich bij het eerste schot in zijne hut verstopt had, werd bijna getroffen door een projectiel, dat de omwanding der roef doorboord had.“O, zij willen er van proeven,” riep Tom Turner uit. “Welnu, zij zullen er van lusten!”En meteen liet hij zich naar beneden, naar de kruitkamer glijden en kwam weldra terug met een dozijn dynamietpatronen, die hij aan de manschappen aan boord uitdeelde. Op een teeken van Robur werden deze patronen boven den heuvel naar beneden geworpen, alwaar zij door den schok op den grond ontploften.Toen vlood alles, ten prooi aan den hevigsten schrik en de grootste ontsteltenis. Koning, hofhouding, leger, amazonen, volk, alles, alles stoof heen, alsof hen de duivel op de hielen zat. Maar, eerlijk bekend, zoo’n bovennatuurlijke tusschenkomst gaf er wel reden toe!Allen hadden eene toevlucht onder de boomen gezocht, terwijl de krijgsgevangenen de vlucht namen, zonder dat iemand er aan dacht, hen te vervolgen.Zoo werden de festiviteiten gestoord, die ter eere van den nieuwen koning van Dahomey hadden moeten plaats hebben. Het was een ruwe stoornis, die evenwel hare goede zijde had.Uncle Prudent en Phil Evans moesten erkennen, dat het luchtschip, waarop zij zich bevonden, een machtig toestel was en dat het in staat was belangrijke diensten aan de menschheid te bewijzen.Eindelijk steeg deAlbatrosweer tot hare gewone hoogte op, stevende in volle vaart over Wydah heen en had weldra die woeste kust, welke door de zuidwesten winden met eene ontoegankelijke branding omgeven wordt, uit het oog verloren.Het luchtschip zweefde boven den Atlantischen Oceaan.XIII.Waarin Uncle Prudent en Phil Evans een geheelen oceaan oversteken, zonder zeeziek te worden.Ja, de Atlantische Oceaan!De vrees van de beide Amerikaansche gevangenen was bewaarheid.Het scheen evenwel, dat Robur niet de minste ongerustheid koesterde om zich boven dien uitgestrekten oceaan te wagen. Zoo iets kon zijn geest en ook dien van zijne manschappen niet verontrusten; zij moesten immers aan dergelijke tochten gewoon zijn. Allen waren reeds bij het intreden van den nacht naar hunne hutten gegaan. Geen nachtmerrie zou hunnen slaap verstoren.Waar stevende deAlbatrosheen?Zou zij, zooals de ingenieur Robur gezegd had, meer dan de reis rondom de wereld afleggen?In ieder geval zou die reis toch ergens moeten eindigen. Het was bepaald onaanneembaar, dat Robur zijn leven in de lucht aan boord van zijn luchtschip zou doorbrengen en dat hij nimmer aan wal zou komen.Hoe zou hij zijn voorraad levensmiddelen aanvullen? En zijne munitie? Zonder nog te spreken van de noodige grondstoffen tot het inwerkingbrengen van de machines? Hij moet toch ergens een toevluchtsoord, eene havenplaats als men wil, in een onbekend en onbezocht oord van den aardbol hebben, waar deAlbatroszich van het noodige kon voorzien.Dat de ingenieur Robur iedere gemeenschap met de bewoners der aarde afgebroken had, was mogelijk; maar dat hij geene gemeenschap met de oppervlakte der aarde hield, was onmogelijk!Wanneer echter die redeneering juist was, waar lag dan dat punt? Hoe was de ingenieur er toe gekomen om het te kiezen? Werd hij daar door eene kleine kolonie, welker opperhoofd hij was, verwacht?Kon hij daar een nieuw personeel voor zijn luchtschip aanwerven?En vooreerst, waarom hadden die lieden, welke van zoo verschillenden landaard waren, hunne toekomst aan zijn gesternte toevertrouwd?Dan, eene andere gedachte: over welke middelen beschikte de ingenieur, om een zoo kostbaar gevaarte, waarvan de samenstelling zoo geheim was gehouden, te hebben kunnen vervaardigen? Het is waar, het onderhoud scheen niet duur te zijn. Men leefde aan boord in een soort van gezellige gemeenzaamheid, een waar familieleven. Die lieden waren blijkbaar gelukkig en staken dat niet onder stoelen of banken.Maar, wie was dan toch eindelijk die Robur? Vanwaar kwam hij? Hoe was het met zijn verleden gesteld? Dat waren allemaal raadselen, die onmogelijk op te lossen waren; wanneer namelijk de betrokken persoon, die er het voorwerp van was, niet goedvond een tipje van het geheim op te tillen en zoo aanleiding tot ontdekking te geven. Maar zou hij dat doen? Voor onze gevangenen was dat zeer twijfelachtig.Niemand zal zich dus verwonderen, dat in de gegeven omstandigheden, die van onoplosbare vraagstukken aan elkander hingen, onze beide gedwongen reizigers in zeer opgewonden toestand verkeerden. Zoo in het onbekende voortgevoerd te worden, geen blik in de uitkomst van zulk een avontuur te kunnen werpen, er zelfs aan te moeten twijfelen of het ooit een einde zoude nemen, veroordeeld te zijn tot eene eeuwigdurende vliegvaart, waren dat allen te zamen geen redenen te over om den voorzitter en den secretaris van Weldon-Institute tot een verschrikkelijk uiterste te drijven?DeAlbatrosstevende intusschen sedert dien avond van den 11denJuli boven den Atlantischen Oceaan.Toen de zon den volgenden morgen opging, steeg zij boven die cirkelvormige lijn, welke op zee, daar waar het uitspansel en de watervlakte elkander schijnen te raken, eene onberispelijke kim vormt. Geen spoor van land was te bespeuren, en toch was de gezichtskring, die zich rondom het luchtvaartuig uitspreidde, onmetelijk groot. De Afrikaansche kusten waren aan den noordelijken gezichteinder verdwenen.Toen de neger Frycollin zich buiten zijne hut waagde en hij dien onmetelijken oceaan onder zich zag, greep hem de angst weer bliksemsnel aan.Onder zich, is niet de juiste uitdrukking, beter is:rondom zich; want voor een waarnemer, die zich in de hooge luchtlagen bevindt, omringt hem de afgrond overal en schijnt de gezichteinder, die tot zijn waterpas opgestegen is, achterwaarts te wijken, zonder dat het mogelijk is de grenzen daarvan ooit te berekenen. Frycollin kon zich natuurlijk dat verschijnsel niet op wetenschappelijke gronden verklaren; maar het maakte een geweldigen indruk op hem, en was voldoende om dat “horror vacui,” dat afgrijzen van het ledige, hetwelk zich bij sommige naturen enzelfs bij zeer moedigen openbaart, bij hem op te wekken. Maar de neger achtte het uit een soort voorzichtigheidsgevoel toch minder raadzaam jammerklachten te laten vernemen. De tobbe, waarin hij boven de Kaspische zee gebengeld had, was hem nog niet uit het geheugen. En, zoo iets moest hem eens boven dien grooten oceaan overkomen! Het was om het te besterven! Met gesloten oogen en met vooruitgestoken tastende handen sloop hij naar zijne hut, waarin hij het vooruitzicht had, lang te kunnen verwijlen.Inderdaad, van de driehonderd vier en zeventig millioen, zeven en vijftig duizend negen honderd en twaalf vierkante kilometers, welke door de zeeën ingenomen worden op den aardbol, neemt de Atlantische Oceaan ruim een vierde gedeelte in1. En het bleek volstrekt niet, dat Robur gehaast was. Integendeel, want hij had geene bevelen verstrekt om het luchtschip met volle vaart te laten stevenen. Het was boemelen in den volsten zin des woords, zoo als de reis vervolgd werd. Daarenboven, deAlbatroszou dezelfde snelheid als die, waarmede zij over Europa gevlogen was, namelijk van tweehonderd kilometer in het uur, niet hebben kunnen verkrijgen. In deze streken, waar de zuid-westenwinden heerschen, had zij den wind tegen, en hoewel die wind nog zwak was, had hij toch vat op het groote vaartuig.In die intertropische luchtstreek, hebben de jongste verrichtingen van de weerkundigen, gesteund op een groot aantal waarnemingen, aangetoond, dat de passaatwinden eene groote baan van afwijking vertoonen, hetzij naar de Sahara, hetzij naar de golf van Mexiko. Rekent men de streek der windstilten niet mede, of beter uitgedrukt: buiten het gebied der windstilten, komen zij òf van het westen en waaien naar Afrika toe, òf wel van het oosten en waaien naar Amerika,—ten minste gedurende het warme seizoen.DeAlbatroswendde dus geene pogingen aan, om tegen den ongunstigen wind te kampen. Zij had dat kunnen doen; maar dan had zij hare voortstuwende werktuigen met volle kracht moeten laten werken. Robur vergenoegde zich een gematigde vaart te onderhouden, die evenwel toch nog die der snelste transatlantische stoomers verre overtrof.Den 13denJuli sneed het luchtschip de evenachtslijn.Die heugelijke gebeurtenis werd aan het geheele personeel medegedeeld.Zoo vernamen de voorzitter Uncle Prudent en zijn secretarisPhil Evans, dat zij van het noordelijk in het zuidelijk halfrond waren overgegaan.Dat passeeren van de linie bracht geen der beproevingen, ceremoniën en feestelijkheden mede, zooals aan boord van vele oorlogs- en koopvaardijschepen gebruikelijk is.Alleen François Tapage vergenoegde zich een pint water in den nek van Frycollin te gieten; maar daar die doop onmiddellijk gevolgd werd door de verstrekking van eenige oorlammen jenever, stelde de neger zich bereid de linie te passeeren, zoo dikwijls men zoude verkiezen. Maar zeker niet op den rug van een kunstmatigen vogel, die hem volstrekt geen vertrouwen inboezemde. Neen, volstrekt niet!In den ochtend van den 15denJuli stevende deAlbatrostusschen de eilanden Ascencion en Sint Helena, maar bevond zich toch veel dichter bij het laatstgenoemde, waarvan de hoogste toppen gedurende eenige uren aan den zuidelijken gezichteinder konden bespeurd worden.Wanneer ten tijde, toen Keizer Napoleon I zich in de macht der Engelschen bevond, een luchtvaartuig bestaan had, zooals dat van den ingenieur Robur, dan zou Hudson Lowe, de Britsche cipier, gevaar hebben geloopen, in weerwil van zijne onkiesche en beleedigende voorzorgsmaatregelen, den beroemden gevangene in de lucht te hebben zien ontsnappen!Gedurende de avonden van den 16denen 17denJuli werd een zeer zonderling verschijnsel van avondschemerings-lichtstralen ontwaard. Wanneer deAlbatroszich op hooge breedten bevonden had, zou men aan het verschijnen van noorderlicht hebben kunnen gelooven. De zon schoot bij haren ondergang veelkleurige stralen, waarvan sommige levendig groen getint waren.Was het eene wolk van kosmische stof, welke de aarde op hare baan toen doortrok, en welke stofdeeltjes de laatste stralen der dagvorstin weerkaatsten? Eenige waarnemers hebben gepoogd dien uitleg aan die schitterende avondschemerings-stralen te verleenen. Maar die geleerden zouden hunne beweringen niet gehandhaafd hebben, wanneer zij zich aan boord van het luchtschip bevonden hadden.Na nauwkeurig voortgezet onderzoek toch werd bevonden, dat in de lucht heele kleine kristallen van augiet of pyroxeen, kleine glazen bolletjes, en zeer fijne deeltjes van magnetisch ijzer in suspensie rondzweefden. Die schier onvoelbare stof was niet ongelijk aan dat, hetwelk door sommige vuurspuwende bergen uitgeworpen wordt. Geen twijfel kon toen meer geopperd worden, of een vulcaan moest bij zijne uitbarsting, die stofdeeltjes uitgestooten hebben, welker kristalvormige lichaampjes het waargenomen natuurverschijnselveroorzaakten2. Men bevond zich toen in een wolk vanvulkanische stoffen, die, door de luchtstroomen vervoerd, boven den Atlantischen oceaan zweefden.
Uncle Prudent boog zich over het boord der verschansing heen. (Bladz. 139).Uncle Prudent boog zich over het boord der verschansing heen. (Bladz.139).
Uncle Prudent boog zich over het boord der verschansing heen. (Bladz. 139).
Uncle Prudent boog zich over het boord der verschansing heen. (Bladz.139).
Toch bestond de mogelijkheid voor de twee gevangenen, om door dit middel gemeenschap met de bewoonde wereld te verkrijgen. Dus het moest beproefd worden.
Maar het was thans dag. Het was beter den nacht af te wachten, om dan, hetzij eene vermindering van snelheid, hetzij eene kortstondige halt te benuttigen, ten einde buiten de roef te kunnen komen. Dan zou wellicht de verschansing ongemerkt bereikt kunnen worden, om de kostbare snuifdoos boven eene stad—niet anders dan boven eene stad te laten vallen.
Maar al waren alle die omstandigheden aanwezig geweest, dan nog zou het voornemen, althans dien dag—niet uitvoerbaar geweest zijn.
Toen deAlbatrostoch ter hoogte van den Gousta-berg het Noorweegsche vasteland den rug of beter den achtersteven toegekeerd had, had zij nagenoeg zuid gekoerst. Even buiten de kust gekomen, had zij den lengtegraad van Parijs gevolgd. Het luchtvaartuig stevende dus over de Noordzee langs hare geheele lengte-as, en veroorzaakte de grootste verbazing aan boord van de duizenden vaartuigen, die de kustvaart tusschen Engeland, Schotland, Noorwegen, Zweden, Rusland, Duitschland, Denemarken, Nederland, België en Frankrijk uitoefenden.
Wanneer de snuifdoos niet op het dek zelf van een van die vaartuigen viel, dan zou zij ongetwijfeld zinken.
Uncle Prudent en Phil Evans waren dus verplicht een gunstiger oogenblik af te wachten. Daarenboven zou zich weldra eene voortreffelijke gelegenheid voordoen.
Het was ongeveer tien uur in den avond, toen de Albatros de kusten van Frankrijk ter hoogte van Duinkerken bereikte. De avond was vrij somber. Gedurende een oogenblik kon men de electrische stralen van den vuurtoren op Griz-nez zich zien kruisen met die van den vuurtoren van Dover, welker beide lichttoestellen de geheele breedte van het Pas-de-Calais verlichten.
Daarna stevende deAlbatrosboven het Fransche grondgebied, terwijl zij zich op eene hoogte van duizend meters boven de oppervlakte van den grond hield.
Hare vaart was niet getemperd geworden. Het luchtschip snorde als een bom boven de zoo talrijke steden, dorpen en gehuchten in die rijke departementen van noordelijk Frankrijk. Steeds langs den meridiaan van Parijs voortijlende, waren het nu Duinkerken, Doulens, Amiens, Creil, Saint Denis, die als het ware daaronder voorbijschoten. Niets deed deAlbatrosvan hare lijnrechte vaart afwijken. Het was ongeveer middernacht toen zij boven de Licht-Stad kwam, een naam, dien Parijs ten volle verdient, zelfs wanneer hare bewoners te bed zijn of zijn moesten.
Welke gril bracht den ingenieur Robur er toe om boven die wereldstad stil te houden? Wie zal dat ooit kunnen ontraadselen? Zooveel is zeker, dat deAlbatrosdaalde, totdat zij de stad slechts op weinige honderden voeten naderde.
Robur trad toen buiten zijne kajuit en de geheele bemanning kwam toen op het dek en rondom de verschansing, zoowel om het heerlijke panorama te genieten, als om weer eens kalme lucht in te ademen.
Uncle Prudent en Phil Evans wachtten zich wel om de gelegenheid, die zich aanbood, te laten ontsnappen, zonder haar te benutten. Beiden zochten, na hunne roef verlaten te hebben, een eenzaam plekje op, om het meest gunstige oogenblik af te wachten. Vooral moesten zij vermijden, dat zij gezien werden.
DeAlbatros, aan eene reusachtige tor gelijk, gleed zacht over de groote stad. Zij doorliep de lijn der boulevards, welke toen zoo prachtig verlicht waren met de electrische toestellen van Edison. Het geraas der rijtuigen, die nog in de straten rondreden, steeg tot bij het luchtschip op, alsook het gerol en geratel der treinen op de talrijke spoorwegen, die zich als stralen naar Parijs richten.
Daarna kwam het gevaarte ter hoogte van de hoogste monumenten zweven, alsof het tegen den kogel, die het Pantheon bekroont, of tegen het kruis der Invaliden had willen stooten. Daarna fladderde het van de twee minarets van het Trocadero tot aan den metalen toren op het Champ de Mars, welks overgroote reflector de geheele hoofdstad met electrisch licht overstroomde.
Die luchtwandeling, dat nachtelijk flaneeren duurde ongeveer een uur. Het was als een rustpunt in den dampkring, alvorens de eindelooze reis te hervatten.
En waarachtig, de ingenieur Robur wilde waarschijnlijk aan de Parijzenaars het schouwspel van eenhemellichaamverschaffen, dat niet door hunne sterrenkundigen voorspeld was. De verlichtingstoestellen derAlbatroswerden in werking gebracht en twee schitterende stralenbundels stortten zich uit over de pleinen, de squares, de tuinen, de paleizen, over de zestigduizend huizen der stad en verlichtten den gezichteinder van de eene kim tot de andere.
En deAlbatroswas ditmaal gezien geworden,—maar niet alleen gezien, ook gehoord; want Tom Turner had zijne trompet aan de lippen gebracht en overstelpte de stad met eene schetterende fanfare.
Uncle Prudent boog zich in dat oogenblik over het boord der verschansing heen, opende de hand en liet de snuifdoos vallen.
Bijna gelijktijdig steeg deAlbatrosin het luchtruim op.
Maar haar vergezelde in dien Parijschen hemel een oorverdoovend hoerah der menigte, die nog talrijk was op de boulevards.—Het was een hoerah van verbazing, hetwelk den grilligen meteoor gold.
Plotseling werden de verlichtingstoestellen van deAlbatrosbuiten werking gesteld. Het duister heerschte wederom rondom het luchtschip evenals de vorige doodsche stilte. Toen werd weer vooruit gestevend met eene snelheid van tweehonderd kilometers in het uur.
Dat was alles wat men van Frankrijks hoofdstad te zien kreeg. Inderdaad niet veel.
Tegen vier uur in den ochtend had deAlbatroshet geheele Fransche grondgebied in schuine lijn overgestoken. Daarbij had zij, om geen tijd te verliezen met het overstijgen der Pyreneeën of der Alpen, koers over de Provence gezet tot bij de uiterste punt van Kaap Antibes.
Tegen negen uur stonden de San Pietrini verzameld op het terras van de Sint-Pieterskerk te Rome en waren onthutst, toen zij het luchtschip over de Eeuwige Stad zagen heenstevenen.
Twee uren later wiegelde het een oogenblik, terwijl het de baai van Napels beheerschte, te midden der krullen van de rookwolken van den Vesuvius.
Eindelijk na de Middellandsche zee in schuinen koers overgestevend te zijn, werd deAlbatrosdoor de kustwachters van de Goulet op de Tunische kust geseind.
Na Amerika had het luchtschip Azië bezocht. Na Azië, Europa. Dat waren meer dan dertigduizend kilometers, die door het bewonderenswaardige luchtgevaarte in minder dan drie-en-twintig dagen afgelegd waren.
En nu, nu was het op het punt om de reis boven de bekende en onbekende streken van het Afrikaansche vasteland te ondernemen.
Misschien verlangt de lezer te weten, wat er van de beruchte snuifdoos geworden is, nadat ze door Uncle Prudent buiten boord geworpen was?
Die snuifdoos was in de Rivoli-straat vlak voor het huis, dat nummer 210 voert, neergekomen. Die straat was toen geheel verlaten. Den volgenden morgen werd die doos door eene eerlijke straatveegster opgeraapt, die haar naar de Prefektuur van Politie bracht.
Daar werd zij aanvankelijk als eene kleine helsche machine beschouwd, met ontplofbare stoffen gevuld. Zij werd eerst uiterst voorzichtig uit den linnen lap, die haar omwikkelde, ontrold, en toen met nog meer voorzichtigheid geopend.
Ja, eene soort uitbarsting had plaats.... De Chef der algemeene veiligheid, met die opening belast, had een vreeselijk niezen niet kunnen weerhouden.
Maar, daarna werd de brief uit de snuifdoos te voorschijn gehaald en tot algemeene verbazing las men het navolgende:
“Uncle Prudent en Phil Evans, de voorzitter en de secretaris van Weldon-Institute te Philadelphia zijn geschaakt en ontvoerd door het luchtschip van den ingenieur Robur. Doet daarvan mededeeling aan de vrienden en bekenden!(w.g.)Uncle PrudentenPhil Evans.”
“Uncle Prudent en Phil Evans, de voorzitter en de secretaris van Weldon-Institute te Philadelphia zijn geschaakt en ontvoerd door het luchtschip van den ingenieur Robur. Doet daarvan mededeeling aan de vrienden en bekenden!
(w.g.)Uncle PrudentenPhil Evans.”
Thans was het onverklaarbaar luchtverschijnsel eindelijk aan de bewoners der Beide Halfronden verklaard. Daardoor werd de rust en de kalmte aan de geleerden der talrijke Sterrenwachten, die over de geheele aarde verspreid zijn, weergegeven.
1De Vliegende Hollander, zoo wordt genoemd een sneltrein tusschen Amsterdam en Rotterdam, vice-versa, die zonder eenige tusschenstations aan te doen, den afstand tusschen de beide koopsteden in een uur en tien minuten aflegt.
1De Vliegende Hollander, zoo wordt genoemd een sneltrein tusschen Amsterdam en Rotterdam, vice-versa, die zonder eenige tusschenstations aan te doen, den afstand tusschen de beide koopsteden in een uur en tien minuten aflegt.
Op dit punt van de rondvliegreis derAlbatrosgekomen, zal het zeker wel geoorloofd zijn de navolgende vraagpunten te stellen:
Wie was die Robur toch, wiens naam alleen men tot nog toe vernam?
Bracht hij zijn leven in de boven luchtlagen door? Rustte zijn luchtvaartuig nooit?
Bezat hij geen toevluchtsplaats in den een of anderen ontoegankelijken Staat, alwaar hij aanleggen kon, al was het dan niet om uit te rusten, dan toch om zijn mondvoorraad en andere benoodigdheden voor zijn luchtschip te vernieuwen?
Het zou vreemd genoemd moeten worden, wanneer het niet zoo was. De vliegende dieren, met den krachtigsten wiekslag bedeeld, hebben toch ergens eene schuilplaats, hebben toch ergens een nest.
Maar, wat dacht de ingenieur Robur met zijne twee gevangenen te doen, die wel is waar hinderlijk, maar toch voor hem slechts bijzaak waren? Was hij van plan ze in zijne macht te houden en hen zoo tot eene eeuwigdurende vliegreis te doemen?
Of wel zou hij hen, na ze over centraal-Afrika, over Zuid-Amerika, over Australië, over den Indischen Oceaan, over den Atlantischen Oceaan, over de Groote Stille Zuidzee rondgevoerd te hebben, om hen ondanks hen zelven te overtuigen omtrent de mogelijkheid van uitvoering der luchtvaart, de vrijheid weergeven en zich vergenoegen met hen te zeggen:
“En nu, heeren, hoop ik, dat gij in de toekomst wat minderongeloof zult toonen met betrekking tot het ‘zwaarder dan de lucht.’ Gaat nu in vrede en zondigt voortaan niet meer door eenvoudige ontkenning.”
Het is ons vooralsnog onmogelijk op die vragen te antwoorden. Dat is het geheim der toekomst. Wellicht zal dat eenmaal ontsluierd worden.
In ieder geval, al bestond dat nest, dat toevluchtsoord, die ververschingsplaats, zoo beijverde Robur zich niet die op de noordkust van Afrika te zoeken. Hij vergenoegde zich met het einde van dien dag te besteden aan het overstevenen van het Regentschap Tunis, van Kaap Bon of Raz Addar af tot Kaap Karthago, nu eens grillig fladderende, dan weer nauwelijks zwevende. Een weinig later werd zuidwaarts gestuurd en volgde deAlbatroshet bewonderenswaardige dal der Medjerda, waarbij zij het geelachtig water van die rivier, hetwelk te midden van cactus- en laurierroos-struiken kronkelde, in het oog hield.
Overal deed zij honderden parkieten opvliegen, die op de telegraafdraden rustten en daar de berichten schenen af te wachten, om ze onder hare vleugelen mede te nemen.
Toen de nacht inviel, zweefde deAlbatrosboven de grenzen van Kroumerijë, en bevond zich toen nog een enkele Kroumir buiten, dan bleef die voorzeker niet in gebreke om ter aarde te vallen, het aangezicht in het stof te verbergen en Allah om bijstand te bidden bij het verschijnen van dien reusachtigen adelaar.
Den volgenden morgen ontwaarde men Bone en de bevallige heuvels in de omstreken van die stad gelegen. Daarna verscheen Philippeville, thans reeds Klein Algiers genoemd, met hare nieuwe boogvormige kaden, hare bewonderenswaardige wijngaarden, welker groene twijgen het geheele landschap overdekken, hetwelk daardoor het uiterlijk verkrijgt, alsof het uit de Bordeaux- of Bourgogne-streken geknipt ware.
Die tocht van vijfhonderd kilometers over Groot en Klein Kabylië bereikte tegen het middaguur zijn eindpunt ter hoogte van de Kasbah van Algiers.
Welk schouwspel toen voor de passagiers van het zwevende luchtvaartuig!
Die reede, welke zich tusschen Kaap Matifou en Pescadospunt opende; die kuststrook, welke bezaaid was met paleizen, met marabouts en met villa’s; die grillige dalen, welke met wijnstokken als met mantels bekleed waren; die Middellandsche zee, zoo blauw van water, waarop de paketbooten stevenden en waarvan de grootsten, de Transatlantische niet veel grooter dan eenvoudige stoombarkassen schenen!
Zoo bereikte men Oran, de schilderachtige, welker bewoners, diezich in hunne tuinen verlaat mochten hebben, deAlbatroste midden van een schitterenden sterrenhemel konden ontwaren.
Uncle Prudent en Phil Evans vroegen zich af, aan welke gril de ingenieur Robur gehoorzaamde, toen hij hunne zwevende of beter vliegende gevangenis zoo liet zweven boven het Algerijnsche grondgebied, dat als eene voortzetting van Frankrijk aan de overzijde van die zee, welke terecht den naam van Fransch meer draagt, kan beschouwd worden. Wanneer het een gril was, dan was die gril twee uren na zonsondergang waarschijnlijk bevredigd. Want toen richtte de roerganger met eene enkele beweging van het stuurrad deAlbatroszuidwestwaarts, en den volgenden ochtend, toen het luchtschip het Tell-gebergte overschreden had, zagen de passagiers de zon boven de Sahara, die uitgestrekte zandwoestijn, opgaan.
Ziehier, welke koers den dag van den 8stenJuli genomen werd.
Vooreerst kreeg men uitzicht op Geryville, een klein gehucht, hetwelk evenals Laghouat op de grenzen der woestijn gesticht werd, tot vergemakkelijking der gemeenschap bij de latere verovering van Kabylië. Daarna trok men den bergpas van Stillen door. Dit ging met eenige moeielijkheid gepaard, daar de wind, die hevig doorstond, tegen was. Vervolgens stevende men over de woestijn, nu eens langzaam zwevende over de groene oasen of ksarren, dan weer voortijlende met een stoute vaart, die de gypaëten in hunne vlucht voorbij-ijlde. Men moest zelfs verscheidene malen vuur geven op die vreeselijke vogels, die er niet voor terugdeinsden zich bij troepen van twaalf tot vijftien stuks op het luchtschip te werpen, tot grooten schrik van den armen Frycollin.
Maar, konden de gypaëten slechts met vervaarlijke kreten die geweerschoten beantwoorden of met hunne scherpe bekken en gierenklauwen dreigen, de menschelijke inboorlingen van het land, niet minder woest dan het gedierte, grepen hunne geweren en spaarden hunne kogels niet, vooral toen het luchtschip den Zoutberg voorbijkwam, welks groen en violetachtig geraamte door zijn witten sneeuwmantel heenscheen.
Men beheerschte toen de Groote Sahara.
Daar kon men nog de overblijfselen van de bivouacs van Abd-el-Kader bespeuren.
Daar is de streek steeds gevaarlijk voor den Europeeschen reiziger, vooral wanneer hij verzeild raakt op het grondgebied van het bondgenootschap der Beni-Mzal.
DeAlbatrosmoest toen in hooger luchtlagen stijgen, om aan een doorkomen van den simoun, dien gevaarlijken woestijnwind, te ontsnappen. De stormvlaag joeg toch golven van roodachtig zand over den bodem voort, zooals de vloed bij het doorstaan het schuim van den Oceaan bij het naderen van ondiepe stranden opjaagt.
Later verschenen de treurige hoogvlakten van Chebka, alwaar zich geheele velden van een zwartachtigen lavatrachiet tot aan het groene en schoone dal van Ain-Massin uitstrekten.
Men kan zich moeielijk de verscheidenheid voorstellen dier streken, die door den blik in haar geheel omvat werden.
Op de heuvelrijen, met groen geboomte en struiken bedekt, volgden lange grijsachtige terreinplooien, die zich als een arabische burnou uitstrekten en welker prachtige plooiwrongen den bodem tot een zeer geaccidenteerd terrein maakten.
In de verte werden “oueds”, die bergstroomen met hare woelige wateren ontwaard, daarbij palmboombosschen, groepen hutten, geschaard op eene heuvelverheffing, die zich daar, bij den horizon rondom hunne moskeeën geschaard, voordeden als gebakjes, op den bodem rondom een tulband uitgespreid. Zoo kreeg men gezicht op Metlifi, waar een godsdienstig opperhoofd, de groote Marabout Sidi Chiek verblijf houdt.
Verscheiden honderd kilometers werden, voordat de nacht inviel, boven een uitgestrekt grondgebied, hetwelk door groote duinen doorsneden was, afgelegd.
Wanneer deAlbatroshad willen aanleggen, dan had zij voorzeker het anker geworpen in de laagvlakte der oase van Ouargla, welke in een onmetelijk woud van palmboomen verscholen ligt. De stad vertoonde zich zeer duidelijk met hare drie afzonderlijke kwartieren, met het paleis van den Sultan, eene soort van versterkte Kasbah, met hare huizen, opgetrokken in bouwsteenen, welke in de zonnewarmte gebakken waren, en met hare artesische bronnen, die in den dalbodem geboord waren, en waaruit het luchtschip zijn voorraad water had kunnen vernieuwen. Maar de afgelegde reis was met zulk eene snelheid volvoerd, dat het Hydaspes-water, in de vallei van Cachemir opgepompt, nog zoo overvloedig in de waterketels van deAlbatrosaanwezig was, dat aan geen water-innemen daar te midden van de woestijnen van Afrika gedacht werd.
Werd deAlbatrosdoor de Arabieren, door de Mozabiten, door de Touaregs, door de negers, die de oase van Ouargla bewonen, bespeurd? Voorzeker, daar zij met honderden geweerschoten begroet werd, welker kogels machteloos naar beneden vielen, zonder het gevaarte te hebben kunnen bereiken.
Daarna viel de nacht in, die stille nacht in de woestijn, welks geheimen door Felicien David zoo dichterlijk in welluidende klanken als muziek vertolkt zijn.
Gedurende de volgende uren werd zuidwestwaarts gestuurd en sneed men den weg naar El Golea, die in 1859 door den onverschrokken Franschman Duveyrier verkend was.
Steeg een machtig geloei op van geheele kudden olifanten en buffels. (Bladz. 149).Steeg een machtig geloei op van geheele kudden olifanten en buffels. (Bladz.149).
Steeg een machtig geloei op van geheele kudden olifanten en buffels. (Bladz. 149).
Steeg een machtig geloei op van geheele kudden olifanten en buffels. (Bladz.149).
De duisternis was zwart en dik. Men kon nog niets ontwaren vande Transsaharasche spoorbaan, die volgens het project Duponchel ontworpen is. Dat zal een lange ijzeren band zijn, die Algierslangs Laghouat en Gardaia met Tombouctou in verbinding moet brengen en bestemd is, om later aan de Bocht van Guinea aan te sluiten.
DeAlbatroskwam nu in de equatoriaalstreken aan en overschreed den Kreeftskeerkring.
Op een afstand van duizend kilometers van de noordelijke Saharagrens bereikte zij den weg, alwaar de majoor Laing in 1846 den dood gevonden heeft.
Zij sneed het pad, hetwelk door de karavanen van Marokko naar Soudan gevolgd wordt, en zweefde over dat gedeelte der woestijn, hetwelk door de Touaregs afgeschuimd wordt. De passagiers van het luchtschip hoorden het “zandgezang”, een soort van zacht en klagend gemurmel, hetwelk aan den bodem schijnt te ontsnappen.
Een enkel voorval deed zich voor. Eene wolk van sprinkhanen steeg uit de vlakte in de ruimte op, en er viel eene zoodanige menigte van aan boord van het luchtvaartuig, dat het gevaar liep om “te gronde te gaan”. Maar men haastte zich, dat overwicht over boord te werpen, behalve een paar honderdtallen, die door François Tapage uitgezocht en verzameld werden. Hij bereidde ze op zoo smakelijke wijze, dat toen Frycollin ze proefde, deze zijne gewone angsten voor een oogenblik vergat.
“Drommels, die zijn even lekker als garnalen,” zei de neger.
Men bevond zich toen op een afstand van achttien kilometers van de oase Ovaryla, en naderde de noordergrens van het onmetelijke rijk, dat Soudan genoemd wordt.
Tegen twee uur in den namiddag verscheen dan ook eene stad, die aan de bocht, welke door een grooten stroom gevormd wordt, gelegen is.
Die stroom was de Niger.
Die stad was Tombouctou.
Tot heden was dat Afrikaansche Mekka slechts door reizigers, afkomstig van het Oude Wereldrond, bezocht geworden. Daaronder telde men mannen als: Bazouta, Khazan, Imbert, Mungo Park, Adam, Laing, Caillé, Barth, Lenz, enz. enz. Maar dien dag voerde het grootste toeval twee Amerikanen derwaarts, die alsnu bij hun terugkeer in hun vaderland,—wanneer zij daar ooit wederkeerden,—over die stadde visu,de audituen zelfsde olfactuzouden kunnen getuigen.
De visu:—omdat hun blik kon waren over al de punten van den driehoek, metende vijf of zes kilometers oppervlakte, die de stad vormt.
De auditu:—omdat het dien dag groote marktdag was en er een verschrikkelijk groot spektakel gemaakt werd.
De olfactu:—omdat de reukzenuw meer dan onaangenaam aangedaan werd door de geuren, die opstegen van het plein Youboe-Kamo, alwaar de vleeschhal zich dicht bij het paleis der oude koningen So-Maïs verhief, en er van hygiënisch staatstoezicht geen sprake was.
Maar, al getuigde ook het meerendeel der zintuigen voor het aanwezen der Afrikaansche hoofdstad, zoo meende toch de ingenieur Robur, dat het zijn plicht was, om den voorzitter en den secretaris van Weldon-Institute in kennis te stellen, dat zij het buitengewone voorrecht genoten de Koningin van Soudan, die thans in de macht der Touaregs van Taganet is, te aanschouwen.
“Tombouctou, heeren!” zei hij hen op denzelfden toon, als hij twaalf dagen vroeger: “Indië, heeren”, aangekondigd had.
Daarna vervolgde hij:
“Tombouctou ligt op den 18dengraad noorderbreedte en op 5°56’ westerlengte van den meridiaan van Parijs. De stad wordt gerekend zich op tweehonderd vijf en veertig meters boven den gemiddelden stand der zeeoppervlakte te verheffen. Zij is niet zonder belangrijkheid, want zij telt twaalf of dertien duizend inwoners en was vroeger beroemd door de kunsten en wetenschappen, die er beoefend werden.—Misschien gevoelt gij aanvechting om er te ontschepen en er eenige dagen door te brengen?”
Een zoodanig voorstel kon niet anders dan spottenderwijze door den ingenieur Robur gedaan zijn. En dat was ook zoo; want dadelijk daarop hernam hij dan ook:
“Maar, volgens mij, zou het voor vreemdelingen uiterst gevaarlijk zijn, te midden van die Negers, die Berberen, die Foullanen, die Touaregs, enz. enz. die de landstreek bewonen, te verschijnen. En ik voeg er bij, dat het des te gevaarlijker zou zijn, nu wij met een luchtschip in hunne oase zouden nederdalen. Dat zou hun wantrouwen voorzeker in groote mate opwekken.”
“Mijnheer Robur,” antwoordde de secretaris Phil Evans op bitsen toon, “om het genoegen te smaken u te kunnen verlaten, zouden wij het er wel op willen wagen, door die inboorlingen minder welwillend te worden onthaald. Wanneer wij tusschen twee gevangenissen te kiezen hadden, dan zou onze keuze gauw uitgesproken zijn: Liever Tombouctou dan deAlbatros!”
“Dat hangt van den smaak af,” hernam de ingenieur. “Ik zal in ieder geval mij wel wachten de proef te nemen, want ik ben verantwoordelijk voor de veiligheid der gasten, die mij de eer aandoen met mij te reizen...”
“Dus, ingenieur Robur,” zei de voorzitter Uncle Prudent, die van verontwaardiging trilde en zich niet meer bedwingen kon, “dus gij vergenoegt u niet met de rol van gevangenbewaarder, die gij zoowaardig vervult. Bij de misdaad, op onze personen gepleegd, voegt gij ook nog het beleedigen uwer slachtoffers?...”
“O, mijnheer Prudent, beleedigen!... Welk een woord!... hoogstens ietwat bespotten.”
“Bij den hemel, mijnheer! Pas op!”
“Ik antwoord u zoo kalm mogelijk.”
“Zijn er dan geen wapens aan boord?”
“O, wat dat betreft, een geheel arsenaal. DeAlbatrosis goed voorzien.”
“Twee revolvers zouden voldoende zijn!”
“Twee revolvers?... Voldoende... voor wat?”
“Als ik de eene in de hand had en gij de andere, dan...”
“Oh, oh! een duel!” riep Robur uit.
“Ja, zeker, een duel!” krijschte Uncle Prudent meer dan hij sprak.
“Een duel, dat een van ons beiden het leven zou kunnen kosten?”...
“Neen, niet zou kunnen, maar zeer zeker zou kosten!” bulderde Uncle Prudent in den hoogsten graad van verwoedheid.
“Welnu, geachte voorzitter van Weldon-Institute, dat weiger ik.”
“Gij weigert?...”
“Ja, ik weiger!”
“Gij weigert te duelleeren?...”
“Zeker, ik geef er natuurlijk de voorkeur aan, om u levend bij mij te houden!”
“En zelf geen gevaar te loopen, niet waar? Dat is voorzichtig en uiterst verstandig!”
“Of ik verstandig of niet handel, zijn uwe zaken niet. Hier aan boord handel ik, zooals ik dat goedvind. Het staat aan u om er over te denken zooals gij verkiest...”
“Ja, dat geeft ons wat?”
“En, als u dat niet bevalt, dient dan uwe klachten in...”
“Onze klachten?”
“Ja, als gij kunt!”
“Als wij kunnen?... Wel, dat is reeds geschied.”
“Waarlijk?”
“Ja, waarlijk. Was het dan toch zoo moeielijk, een brief te laten vallen, terwijl wij boven het bewoonde gedeelte van Europa stevenden?”
“Hebt gij dat gedaan?” riep Robur, die zich door een onweerstaanbare opwelling van toorn liet vervoeren.
“En als wij dat gedaan hadden?”
“Als gij dat gedaan hadt, dan zoudt gij verdienen...”
“Wat dan, heer ingenieur?”
“Dat gij uwen brief over boord nagezonden wordt!”
“Welnu, werp ons dan over boord; want...”
“Want?...”
“Want wij hebben het gedaan!” riep Uncle Prudent uit.
Robur trad met gebalde vuisten op de beide Amerikanen toe.
Op een enkel zijner gebaren was Tom Turner aan het hoofd van eenigen der bemanning toegeschoten. Waarachtig, de ingenieur voelde eene machtige aanvechting bij zich opkomen om zijne bedreiging ten uitvoer te leggen, en... ongetwijfeld was hij bevreesd om aan die opwelling gehoor te geven; want... hij keerde zich eensklaps om en verdween met rassche schreden in zijne roef.
“Mooi!” zei Phil Evans kortaf.
“Ja, hij is bang,” antwoordde de voorzitter Uncle Prudent; “maar bij den hemel! wat hij niet heeft gedurfd, zal ik durven. Ja! waarachtig, ik zal het doen!”
De bevolking van Tombouctou verzamelde zich in dat oogenblik op de pleinen, in de straten, op de terrassen der woningen, die amphitheatersgewijs gebouwd waren. In de voornaamste en rijkste kwartieren van Sankore en Sarahama, zoowel als in de conisch-vormige hutten van het kwartier Raguidi, gilden de priesters van boven de omgangen der minarets hunne heftigste vervloekingen uit jegens dat luchtmonster, hetwelk daar aan de hemeltransen verscheen. Die vervloekingen waren trouwens onschuldig genoeg en minder gevaarlijk dan geweerkogels.
Tot in de havenplaats Kahara, welke in eene kromming van den Niger gelegen is, was alles in rep en roer. Waarachtig, als hier deAlbatrosgeland ware, dan zou zij uit elkander gescheurd, dan zou zij vernietigd zijn geworden. Maar het luchtschip stevende voort, en gedurende ettelijke kilometers begeleidden haar geheele troepen ooievaars, francolynen en ibissen, allen steltvogels, die met het vaartuig in spoed poogden te wedijveren. Maar de snelheid van deAlbatroswas zoo groot, dat zij de luchtbewoners spoedig op aanmerkelijken afstand achtergelaten had.
Tegen het vallen van den avond steeg een machtig geloei op van geheele kudden olifanten en buffels, die in deze landstreek, welker vruchtbaarheid bewonderenswaardig is, tehuis zijn.
Gedurende de volgende vier en twintig uren ontrolde zich voor den blik van de opvarenden van deAlbatros, die geheele landstreek, welke tusschen den Parijzer meridiaan en den tweeden graad westerlengte ligt, in de bocht, welke de Niger daar vormt.
Waarlijk, wanneer de een of andere aardrijkskundige zoo’n luchtvaartuig ter zijner beschikking had, met welk gemak zou hij de topografische opname van dat land niet kunnen verrichten! Met welk eene nauwkeurigheid zou hij de terreinverheffingen kunnen in kaart brengen, den loop der stroomen en van hunne schatplichtige nevenrivieren kunnen aangeven, de juiste ligging der steden en dorpenkunnen vaststellen! Dan zou men niet meer van die ledige plekken op de kaarten van midden-Afrika aantreffen; dan zou men niet meer van die plekken met bleeke kleuren of door gestippelde lijnen aangegeven ontwaren; niet meer van die onzekere aanduidingen, welke den kartograaf wanhopig maken!
DeAlbatrospasseerde in den ochtend van den 11dende bergen van Noordelijk Guinea. Deze landstreek is gelegen tusschen Soudan en de golf, die naar haar de Bocht van Guinea genoemd wordt.
Bij den gezichteinder bemerkte men de scherpe omtrekken van het Kong-gebergte, die in het Koninkrijk Dahomey gelegen zijn.
Uncle Prudent en Phil Evans hadden zich kunnen overtuigen, dat de richting van deAlbatrossedert het vertrek van Tombouctou zuiver zuid geweest was. Daaruit hadden zij de gevolgtrekking gemaakt, dat, wanneer de koers niet gewijzigd werd, zij zes graden verder, de Evenachtslijn zouden bereiken.
Waar zou deAlbatrosthans weer het vasteland gaan verlaten, om nu niet eene Behringstraat, eeneKaspischezee, eene Noordzee, of eene Middellandsche zee over te steken, maar om zich ditmaal over den Atlantischen Oceaan, een der groote wereldzeeën te gaan wagen?
Dat vooruitzicht was niet bemoedigend voor de beide gevangenen; want de kansen om te ontvluchten zouden dan hopeloos, ja geheel en al nul worden.
DeAlbatrosstevende zeer langzaam vooruit. Het was, alsof het vaartuig aarzelde het Afrikaansche werelddeel te verlaten.
Zou de ingenieur Robur er aan denken, om op zijne schreden terug te keeren?
Neen, dat niet! Maar zijn geheele aandacht was op het land gevestigd, hetwelk hij op dit oogenblik overzweefde.
De lezer weet,—en onze Robur wist het ook,—dat het koninkrijk Dahomey een der machtigste staten is op de Westkust van Afrika. Hoewel het machtig genoeg was om met zijn buurman het koninkrijk der Ashantis te kunnen beoorlogen, zijn zijne grenzen toch vrij beperkt, daar zijne uitgestrektheid van Noord naar Zuid slechts honderd twintig uren gaans bedraagt en zijne breedte van Oost naar West slechts zestig. Maar zijne bevolking wordt op achtmaal honderdduizend zielen berekend, sedert de onafhankelijke Staten van Ardrah en Wijdah er bij ingelijfd werden.
Maar, al is het koninkrijk Dahomey niet groot, toch heeft het dikwijls van zich doen spreken.
Het is berucht door de verschrikkelijke wreedheden, welke zijne jaarlijksche festiviteiten kenmerken, door zijne menschenoffers, door zijne vreeselijke hekatomben, die bestemd zijn om ter eere van den beheerscher, die op den troon komt, te vallen.
Het is zelfs een beleefdheidsvorm van den koning van Dahomey, dat wanneer hij bezoek van eenig hoog personage of van een vreemden ambassadeur ontvangt, dezen met de verrassing van een geschenk van een dozijn menschenhoofden, ter zijner eere versch afgehouwen, te verwelkomen.
En die eer geldt voor des te grooter, wanneer het de Minister van Justitie, de “mingham” zelf is, die de onthoofding verricht heeft, en die bij dat baantje van beul dan ook zeer handig te werk gaat.
Toen nu deAlbatrosop het punt stond de grenzen van het koninkrijk Dahomey te overzweven, was de souverein Bahadon juist gestorven en de geheele bevolking was bij elkander gekomen, om tot de verkiezing van een opvolger over te gaan. Vandaar dat er eene zeer groote beweging in het land waar te nemen was, eene beweging, die Robur niet ontgaan kon en hem ook niet ontgaan was.
Inderdaad, geheele gelederen van Dahomeysche landlieden richtten hunne schreden naar Abomey, de hoofdplaats des lands. Goed onderhouden wegen, die tusschen uitgestrekte vlakten, met reuzengras overdekt, tusschen onmetelijke maniokvelden, prachtvolle bosschen van palmboomen, van kokosboomen, van betelboomen, van mimosa’s, van oranjeboomen, van mangaboomen, enz. enz. kronkelden; ziedaar het land, dat zich voor den opgetogen blik van de opvarenden van het luchtschip ontwikkelde, en waaruit de welriekende geuren der keerkringsgewassen tot bij die bewonderaars opstegen, terwijl zij parkieten en kardinaalvogeltjes in zwermen van duizenden, in het dichte loof van die wouden konden zien rondvliegen en ronddartelen.
De ingenieur Robur lag over de verschansing gebogen en scheen in zijne overpeinzingen verzonken te zijn. Hij wisselde slechts van tijd tot tijd eenige woorden met zijn eersten officier, zijne rechterhand, Tom Turner.
Het scheen daarenboven niet dat deAlbatrosde eer genoot de aandacht van die saamgepakte menigte op te wekken. Dat was daaraan toe te schrijven, eensdeels dat die inboorlingen soms geheel onder het ondoordringbaar loofdak verscholen waren, anderdeels omdat het luchtschip op eene vrij aanzienlijke hoogte zweefde, waar het zich te midden van een licht wolkendak bewoog.
Maar tegen elf uur in den voormiddag, verscheen de hoofdplaats met haren gordel van walmuren, die door een aaneengeschakeld stelsel van voorgelegen grachten, welke een omtrek van twaalf mijlen omgaven, verdedigd werden. De waarnemers konden breede straten opmerken, die regelmatig aangelegd waren, waartoe zich de effen grond uitstekend geleend had. Aan de noordzij der stad was het paleis des konings gelegen.
Het uitgestrekte geheel van dat paleis met zijne bijgebouwenwordt beheerscht door een terras, in welks nabijheid de hut der offeranden gelegen is.
Van de hoogte van dit terras worden gedurende de dagen der festiviteiten gevangenen, die in teenen manden gebonden zijn, aan het volk toegeworpen. Moeielijk is het, zich een begrip te maken van de wreedheid en de verwoedheid, waarmede deze rampzaligen in stukken gescheurd worden.
Op een gedeelte der pleinen, die de onderdeelen van het paleis des souvereins van elkander afscheiden, zijn vierduizend strijdhaftige vrouwen gehuisvest, die een der afdeelingen en waarlijk niet de minst moedige van het koninklijk leger uitmaken.
Al kan ook betwist worden, dat er Amazonen langs de rivier van dien naam in Zuid-Amerika aangetroffen worden, in Dahomey bestaat daaromtrent niet de minste twijfel. De eenen dragen een blauw hemd met een blauwen of rooden sjerp, eene witte met blauw gestreepte pantalon, met eene patroontasch aan den buikgordel vastgehecht; de anderen als olifant-jageressen, zijn gewapend met een dolkmes met korte kling, en hebben het voorhoofd versierd met twee antilopen-hoorns, die met een ijzeren band om het hoofd vastgemaakt zijn. Weer anderen, die als artilleristen dienst doen, zijn gekleed met een wapenrok, die half blauw en halfrood is, en hebben tot verdedigingswapen een tromblongeweer, welks trechtervormige loop van gegoten ijzer vervaardigd is. Eindelijk nog het bataillon der maagden, met hare blauwe wapenrokken en hare witte pantalons; dit zijn ware vestalen, kuisch en rein als Diana, en evenals deze godin gewapend met boog en pijlen.
Wanneer nu de lezer in gedachte bij deze afdeeling Amazonen eene andere afdeeling van vijf of zes duizend mannen in korte pantalons, met hemden van katoen en eene soort sjerp om het middel gebonden, zal gerekend hebben, dan zal hij zich een denkbeeld van het Dahomeysche leger kunnen vormen.
De stad Abomey was dien dag geheel en al verlaten.
De souverein, het koninklijk gezin en bedienden-personeel, het vrouwelijk en mannelijk leger, daarenboven de geheele bevolking hadden de woonplaats verlaten, om zich naar eene opene plek te begeven, die op eenige mijlen afstand te midden van prachtige bosschen gelegen was.
Op die vlakte moest de erkenning en de huldiging van den nieuwen koning geschieden.
Daar zouden ettelijke duizenden krijgsgevangenen, bij de laatste strooptochten buit gemaakt, ter eere van dien jongen vorst opgeofferd worden.
Het was ongeveer twee uur in den namiddag, toen deAlbatrosboven die vlakte aankwam en te midden van eenige dampen, diehaar voor het oog der Dahomeyers verborg, begon te dalen.
Zelfs het kleine kanonstuk werd onder een zeer scherpen hoek gericht. (Blz. 156).Zelfs het kleine kanonstuk werd onder een zeer scherpen hoek gericht. (Blz.156).
Zelfs het kleine kanonstuk werd onder een zeer scherpen hoek gericht. (Blz. 156).
Zelfs het kleine kanonstuk werd onder een zeer scherpen hoek gericht. (Blz.156).
Minstens waren daar zestigduizend menschelijke wezens bij elkander,die van alle kanten van het rijk, van Widah, van Kerapaij, van Adrah, van Tombory en zelfs van de verst verwijderde dorpen gekomen waren.
De nieuwe koning—een stevige kerel, Bon Nadi genaamd, en vijf en twintig jaren oud,—was gezeten op eene hoogte, die door wijdvertakte boomen overvloedig beschaduwd was. Vóór hem was zijne nieuwe hofhouding verzameld, alsook zijn mannelijk leger, zijne amazonen en het geheele volk.
Aan den voet van de hoogte speelden een vijftigtal muzikanten op hunne barbaarsche instrumenten. Dat waren uitgeholde olifantstanden, die een vreemden en ruwen toon bezaten; dat waren trommen vervaardigd van uitgeholde boomstammen, van botervaatjes, van kalebassen, die met bokkenvellen overspannen waren; dat waren guitaren van holle houtblokken, die van een paar snaren voorzien waren; dat waren klokjes, die met een ijzeren tongstuk bespeeld werden; dat waren bamboe fluiten, welker scherpe toon boven alles uitklonk. En daartusschen werden ieder oogenblik geweer- en donderbusschoten vernomen, ook losbrandingen van kanonnen, die hunne gebrekkige affuiten deden opspringen, waardoor voor het vrouwelijke bedienings-personeel van die artillerie veel gevaar geboren werd om verpletterd te worden. Dat alles veroorzaakte zulk een spektakel, dat het voorzeker den hevigsten donder had overstemd en in het niet doen zinken.
In een hoek van de vlakte lagen de gevangenen, bewaakt door eene sterke gewapende wacht soldaten. Dat waren de rampzaligen, wier lot het was den overleden koning in het leven hiernamaals te vergezellen. Die vorst mocht toch na den dood geen zijner koninklijke prerogatieven missen.
Bij de begrafenisplechtigheden van Ghozo, vader van Bahadon, had deze hem als goede zoon eene lijfwacht van drieduizend man medegegeven. Bon Nadi kon niet minder voor zijn voorganger doen.
Waren er niet talrijke boodschaploopers noodig om niet alleen de Geesten, maar al de bewoners van het hemelrijk uit te noodigen, ten einde aan den stoet van den vergoodden monarch deel te nemen?
Een vol uur werd er besteed om redevoeringen, toespraken en palabers te houden, die afgewisseld werden door dansen, ten uitvoer gebracht niet alleen door in het vak doorkneedde bayadèren, maar ook door de amazonen, die daarbij eene zeer oorlogszuchtige bevalligheid ten toon spreidden.
Maar het oogenblik der hekatombe naderde eindelijk.
Robur, die de bloedige gebruiken van Dahomey kende, verloor de rampzalige gevangenen, die uit mannen, vrouwen en kinderen bestonden, en tot die slachting bestemd waren, niet uit het oog.
De “mingham” stond aan den voet van de hoogte gereed. Hijzwaaide met zijn sabel, een waar beulswapen met kromme kling, voorzien van een metalen bol aan de punt, in den vorm van een vogel, waardoor eene soort van topzwaarte verkregen werd, die den slag onfeilbaar moest maken.
Maar de mingham was ditmaal niet alleen. Hij zou het werk onmogelijk afkunnen.
Bij hem stonden dan ook een honderdtal helpers, die als beulsknechten eene zekere mate van behendigheid in het afslaan van hoofden in één slag verkregen hadden.
DeAlbatrosnaderde intusschen in schuine richting en langzamerhand, door de omwentelingen zijner opstuwende en voortstuwende schroeven te matigen. Weldra trad het luchtgevaarte uit de wolkenlaag, die het tot op honderd meters afstand van de aard-oppervlakte omsluierde, te voorschijn, en verscheen plotseling voor het eerst.
In tegenstelling van hetgeen bij zoo’n gelegenheid gewoonlijk gebeurde, verbeeldden die wreedaardige inboorlingen zich een hemelsch wezen te zien nederdalen met het bijzondere doel, om hulde aan hunnen overleden koning Bahadon te komen bewijzen.
Toen barstte er eene onbeschrijfelijke geestdrift los. Het vaartuig werd onophoudelijk aangeroepen, en gebeden werden gericht tot dat bovennatuurlijke luchtpaard, een waar hippogrief, hetwelk voorzeker het lijk van den overleden souverein kwam opnemen, om het naar boven in den Dahomeyschen hemel over te brengen.
In dit oogenblik flikkerde het zwaard van den mingham en vloog het eerste hoofd van een armen gevangene van den romp. Toen werden andere krijgsgevangenen bij honderdtallen tot hunne afgrijselijke beulen voorgebracht.
Plotseling knalde een geweerschot van deAlbatros.
De minister van justitie viel dood en met het aangezicht ter aarde neer.
“Goed gemikt, Tom!” zeiRoburgoedkeurend.
“Ba!.... zoo in den dichten hoop! Dan is raken geen kunst,” zei de eerste officier.
De overige bemanning stond ook met geweren gewapend, gereed om op het eerste sein van den ingenieur vuur te geven.
Maar in de meening van die verzamelde menigte was eene wijziging gekomen. Zij had het thans beter begrepen. Dat gevleugeld monster was geen goedgunstige Geest, maar dat was een geest met vijandige bedoelingen jegens dat goede volk van Dahomey bezield. Toen de mingham dan ook dood ter aarde viel, steeg een vreeselijk wraakgeschreeuw allerwege op, en een hevig geweervuur knetterde weldra over de vlakte.
Die bedreigingen en dat schieten verhinderden deAlbatrosniet, om stoutmoedig tot op honderd vijftig voeten van den grond te naderen.
De voorzitter Uncle Prudent en zijn secretaris konden in weerwil van hunne vijandelijke gezindheid jegens Robur, niet anders doen dan den ingenieur bij zijn menschlievend streven ter zijde staan.
“Ja, laten wij de gevangenen bevrijden!” riep Uncle Prudent uit.
“Juist, laten wij de gevangenen bevrijden!” juichte Phil Evans.
“Dat is mijn plan!” antwoordde de ingenieur.
En de repeteergeweren van deAlbatros, aan de beide Amerikanen in handen gegeven, knetterden even lustig als die der overige bemanning. Het was een ratelend geweervuur, dat iemand hooren en zien zou kunnen doen vergaan. Geen enkele kogel ging in die dicht opeengepakte menschenmassa verloren.
En zelfs het kleine kanonstuk aan boord werd onder een zeer scherpen hoek gericht en zond ter gewilder tijd eenige kartetsbussen in die dichte groep, die wonderen verrichtten.
De krijgsgevangenen, zonder evenwel eenig begrip te hebben van die hulp welke van boven kwam, verbraken dadelijk hunne banden, terwijl de soldaten, die hen bewaakten, geweerschoten met de bemanning van het luchtschip wisselden.
De schade, die aan boord teweeggebracht werd, was uiterst gering. Een der wieken van de voorschroef werd door een schot doorboord; andere kogels troffen den romp.
Zelfs Frycollin, die zich bij het eerste schot in zijne hut verstopt had, werd bijna getroffen door een projectiel, dat de omwanding der roef doorboord had.
“O, zij willen er van proeven,” riep Tom Turner uit. “Welnu, zij zullen er van lusten!”
En meteen liet hij zich naar beneden, naar de kruitkamer glijden en kwam weldra terug met een dozijn dynamietpatronen, die hij aan de manschappen aan boord uitdeelde. Op een teeken van Robur werden deze patronen boven den heuvel naar beneden geworpen, alwaar zij door den schok op den grond ontploften.
Toen vlood alles, ten prooi aan den hevigsten schrik en de grootste ontsteltenis. Koning, hofhouding, leger, amazonen, volk, alles, alles stoof heen, alsof hen de duivel op de hielen zat. Maar, eerlijk bekend, zoo’n bovennatuurlijke tusschenkomst gaf er wel reden toe!
Allen hadden eene toevlucht onder de boomen gezocht, terwijl de krijgsgevangenen de vlucht namen, zonder dat iemand er aan dacht, hen te vervolgen.
Zoo werden de festiviteiten gestoord, die ter eere van den nieuwen koning van Dahomey hadden moeten plaats hebben. Het was een ruwe stoornis, die evenwel hare goede zijde had.
Uncle Prudent en Phil Evans moesten erkennen, dat het luchtschip, waarop zij zich bevonden, een machtig toestel was en dat het in staat was belangrijke diensten aan de menschheid te bewijzen.
Eindelijk steeg deAlbatrosweer tot hare gewone hoogte op, stevende in volle vaart over Wydah heen en had weldra die woeste kust, welke door de zuidwesten winden met eene ontoegankelijke branding omgeven wordt, uit het oog verloren.
Het luchtschip zweefde boven den Atlantischen Oceaan.
Ja, de Atlantische Oceaan!
De vrees van de beide Amerikaansche gevangenen was bewaarheid.
Het scheen evenwel, dat Robur niet de minste ongerustheid koesterde om zich boven dien uitgestrekten oceaan te wagen. Zoo iets kon zijn geest en ook dien van zijne manschappen niet verontrusten; zij moesten immers aan dergelijke tochten gewoon zijn. Allen waren reeds bij het intreden van den nacht naar hunne hutten gegaan. Geen nachtmerrie zou hunnen slaap verstoren.
Waar stevende deAlbatrosheen?
Zou zij, zooals de ingenieur Robur gezegd had, meer dan de reis rondom de wereld afleggen?
In ieder geval zou die reis toch ergens moeten eindigen. Het was bepaald onaanneembaar, dat Robur zijn leven in de lucht aan boord van zijn luchtschip zou doorbrengen en dat hij nimmer aan wal zou komen.
Hoe zou hij zijn voorraad levensmiddelen aanvullen? En zijne munitie? Zonder nog te spreken van de noodige grondstoffen tot het inwerkingbrengen van de machines? Hij moet toch ergens een toevluchtsoord, eene havenplaats als men wil, in een onbekend en onbezocht oord van den aardbol hebben, waar deAlbatroszich van het noodige kon voorzien.
Dat de ingenieur Robur iedere gemeenschap met de bewoners der aarde afgebroken had, was mogelijk; maar dat hij geene gemeenschap met de oppervlakte der aarde hield, was onmogelijk!
Wanneer echter die redeneering juist was, waar lag dan dat punt? Hoe was de ingenieur er toe gekomen om het te kiezen? Werd hij daar door eene kleine kolonie, welker opperhoofd hij was, verwacht?
Kon hij daar een nieuw personeel voor zijn luchtschip aanwerven?
En vooreerst, waarom hadden die lieden, welke van zoo verschillenden landaard waren, hunne toekomst aan zijn gesternte toevertrouwd?
Dan, eene andere gedachte: over welke middelen beschikte de ingenieur, om een zoo kostbaar gevaarte, waarvan de samenstelling zoo geheim was gehouden, te hebben kunnen vervaardigen? Het is waar, het onderhoud scheen niet duur te zijn. Men leefde aan boord in een soort van gezellige gemeenzaamheid, een waar familieleven. Die lieden waren blijkbaar gelukkig en staken dat niet onder stoelen of banken.
Maar, wie was dan toch eindelijk die Robur? Vanwaar kwam hij? Hoe was het met zijn verleden gesteld? Dat waren allemaal raadselen, die onmogelijk op te lossen waren; wanneer namelijk de betrokken persoon, die er het voorwerp van was, niet goedvond een tipje van het geheim op te tillen en zoo aanleiding tot ontdekking te geven. Maar zou hij dat doen? Voor onze gevangenen was dat zeer twijfelachtig.
Niemand zal zich dus verwonderen, dat in de gegeven omstandigheden, die van onoplosbare vraagstukken aan elkander hingen, onze beide gedwongen reizigers in zeer opgewonden toestand verkeerden. Zoo in het onbekende voortgevoerd te worden, geen blik in de uitkomst van zulk een avontuur te kunnen werpen, er zelfs aan te moeten twijfelen of het ooit een einde zoude nemen, veroordeeld te zijn tot eene eeuwigdurende vliegvaart, waren dat allen te zamen geen redenen te over om den voorzitter en den secretaris van Weldon-Institute tot een verschrikkelijk uiterste te drijven?
DeAlbatrosstevende intusschen sedert dien avond van den 11denJuli boven den Atlantischen Oceaan.
Toen de zon den volgenden morgen opging, steeg zij boven die cirkelvormige lijn, welke op zee, daar waar het uitspansel en de watervlakte elkander schijnen te raken, eene onberispelijke kim vormt. Geen spoor van land was te bespeuren, en toch was de gezichtskring, die zich rondom het luchtvaartuig uitspreidde, onmetelijk groot. De Afrikaansche kusten waren aan den noordelijken gezichteinder verdwenen.
Toen de neger Frycollin zich buiten zijne hut waagde en hij dien onmetelijken oceaan onder zich zag, greep hem de angst weer bliksemsnel aan.Onder zich, is niet de juiste uitdrukking, beter is:rondom zich; want voor een waarnemer, die zich in de hooge luchtlagen bevindt, omringt hem de afgrond overal en schijnt de gezichteinder, die tot zijn waterpas opgestegen is, achterwaarts te wijken, zonder dat het mogelijk is de grenzen daarvan ooit te berekenen. Frycollin kon zich natuurlijk dat verschijnsel niet op wetenschappelijke gronden verklaren; maar het maakte een geweldigen indruk op hem, en was voldoende om dat “horror vacui,” dat afgrijzen van het ledige, hetwelk zich bij sommige naturen enzelfs bij zeer moedigen openbaart, bij hem op te wekken. Maar de neger achtte het uit een soort voorzichtigheidsgevoel toch minder raadzaam jammerklachten te laten vernemen. De tobbe, waarin hij boven de Kaspische zee gebengeld had, was hem nog niet uit het geheugen. En, zoo iets moest hem eens boven dien grooten oceaan overkomen! Het was om het te besterven! Met gesloten oogen en met vooruitgestoken tastende handen sloop hij naar zijne hut, waarin hij het vooruitzicht had, lang te kunnen verwijlen.
Inderdaad, van de driehonderd vier en zeventig millioen, zeven en vijftig duizend negen honderd en twaalf vierkante kilometers, welke door de zeeën ingenomen worden op den aardbol, neemt de Atlantische Oceaan ruim een vierde gedeelte in1. En het bleek volstrekt niet, dat Robur gehaast was. Integendeel, want hij had geene bevelen verstrekt om het luchtschip met volle vaart te laten stevenen. Het was boemelen in den volsten zin des woords, zoo als de reis vervolgd werd. Daarenboven, deAlbatroszou dezelfde snelheid als die, waarmede zij over Europa gevlogen was, namelijk van tweehonderd kilometer in het uur, niet hebben kunnen verkrijgen. In deze streken, waar de zuid-westenwinden heerschen, had zij den wind tegen, en hoewel die wind nog zwak was, had hij toch vat op het groote vaartuig.
In die intertropische luchtstreek, hebben de jongste verrichtingen van de weerkundigen, gesteund op een groot aantal waarnemingen, aangetoond, dat de passaatwinden eene groote baan van afwijking vertoonen, hetzij naar de Sahara, hetzij naar de golf van Mexiko. Rekent men de streek der windstilten niet mede, of beter uitgedrukt: buiten het gebied der windstilten, komen zij òf van het westen en waaien naar Afrika toe, òf wel van het oosten en waaien naar Amerika,—ten minste gedurende het warme seizoen.
DeAlbatroswendde dus geene pogingen aan, om tegen den ongunstigen wind te kampen. Zij had dat kunnen doen; maar dan had zij hare voortstuwende werktuigen met volle kracht moeten laten werken. Robur vergenoegde zich een gematigde vaart te onderhouden, die evenwel toch nog die der snelste transatlantische stoomers verre overtrof.
Den 13denJuli sneed het luchtschip de evenachtslijn.
Die heugelijke gebeurtenis werd aan het geheele personeel medegedeeld.
Zoo vernamen de voorzitter Uncle Prudent en zijn secretarisPhil Evans, dat zij van het noordelijk in het zuidelijk halfrond waren overgegaan.
Dat passeeren van de linie bracht geen der beproevingen, ceremoniën en feestelijkheden mede, zooals aan boord van vele oorlogs- en koopvaardijschepen gebruikelijk is.
Alleen François Tapage vergenoegde zich een pint water in den nek van Frycollin te gieten; maar daar die doop onmiddellijk gevolgd werd door de verstrekking van eenige oorlammen jenever, stelde de neger zich bereid de linie te passeeren, zoo dikwijls men zoude verkiezen. Maar zeker niet op den rug van een kunstmatigen vogel, die hem volstrekt geen vertrouwen inboezemde. Neen, volstrekt niet!
In den ochtend van den 15denJuli stevende deAlbatrostusschen de eilanden Ascencion en Sint Helena, maar bevond zich toch veel dichter bij het laatstgenoemde, waarvan de hoogste toppen gedurende eenige uren aan den zuidelijken gezichteinder konden bespeurd worden.
Wanneer ten tijde, toen Keizer Napoleon I zich in de macht der Engelschen bevond, een luchtvaartuig bestaan had, zooals dat van den ingenieur Robur, dan zou Hudson Lowe, de Britsche cipier, gevaar hebben geloopen, in weerwil van zijne onkiesche en beleedigende voorzorgsmaatregelen, den beroemden gevangene in de lucht te hebben zien ontsnappen!
Gedurende de avonden van den 16denen 17denJuli werd een zeer zonderling verschijnsel van avondschemerings-lichtstralen ontwaard. Wanneer deAlbatroszich op hooge breedten bevonden had, zou men aan het verschijnen van noorderlicht hebben kunnen gelooven. De zon schoot bij haren ondergang veelkleurige stralen, waarvan sommige levendig groen getint waren.
Was het eene wolk van kosmische stof, welke de aarde op hare baan toen doortrok, en welke stofdeeltjes de laatste stralen der dagvorstin weerkaatsten? Eenige waarnemers hebben gepoogd dien uitleg aan die schitterende avondschemerings-stralen te verleenen. Maar die geleerden zouden hunne beweringen niet gehandhaafd hebben, wanneer zij zich aan boord van het luchtschip bevonden hadden.
Na nauwkeurig voortgezet onderzoek toch werd bevonden, dat in de lucht heele kleine kristallen van augiet of pyroxeen, kleine glazen bolletjes, en zeer fijne deeltjes van magnetisch ijzer in suspensie rondzweefden. Die schier onvoelbare stof was niet ongelijk aan dat, hetwelk door sommige vuurspuwende bergen uitgeworpen wordt. Geen twijfel kon toen meer geopperd worden, of een vulcaan moest bij zijne uitbarsting, die stofdeeltjes uitgestooten hebben, welker kristalvormige lichaampjes het waargenomen natuurverschijnselveroorzaakten2. Men bevond zich toen in een wolk vanvulkanische stoffen, die, door de luchtstroomen vervoerd, boven den Atlantischen oceaan zweefden.