XVI.

De voorzitter van Weldon-Institute ontstak haar aan haar uiteinde (Bladz. 197).De voorzitter van Weldon-Institute ontstak haar aan haar uiteinde (Bladz.197).Dat was de wachthebbende, die er eindelijk in geslaagd was,zijn mond van den prop te ontdoen. Driftige stappen weerklonken op het dek van het luchtschip. En bijna terzelfder tijd schotende electrische stralen der seintoestellen voort, om het eiland over een breeden sector te verlichten.Grepen den kabel met beide handen en lieten zich afglijden. (Bladz. 199).Grepen den kabel met beide handen en lieten zich afglijden. (Bladz.199).“Daar zijn ze!.... Daar zijn ze!....” riep Tom Turner.De vluchtelingen waren gezien geworden.Op hetzelfde oogenblik werd, op bevel van Robur, dat met luider stem gegeven was, de snelheid der omwentelingen van de opstuwingsschroeven getemperd, en langs den ankertros, die aan boord ingepalmd werd, naderde deAlbatrosde oppervlakte van het eiland.In dit oogenblik werd de stem van den secretaris Phil Evans duidelijk vernomen:“Ingenieur Robur,” riep hij, “verbindt gij u op uw eerewoord, dat gij ons in vrijheid wilt laten?....”“In vrijheid?”“Ja, op dit eiland in vrijheid?”“Nooit!” schreeuwde Robur.En dat antwoord werd gevolgd door een geweerschot, waarvan de kogel den schouder van Phil Evans lichtelijk schampte.“O, wee!” riep deze.“O, die booswichten!” riep Uncle Prudent.En met zijn mes in de hand, stormde hij naar de rotsblokken toe, waartusschen de ankerlepel gevat had.Het luchtschip was toen op hoogstens vijftig voeten van den grond verwijderd.De kabel was al heel spoedig doorgesneden, en de bries, die intusschen merkbaar aangewakkerd was, greep deAlbatrosdwars en voerde haar in noordoostelijke richting.Binnen weinige minuten bevond het luchtschip zich boven de Groote Stille Zuidzee.XVI.Waarin de lezer in eene onzekerheid gelaten wordt, die hij waarschijnlijk betreuren zal.Het was toen twintig minuten na middernacht.Vijf of zes geweerschoten waren nog van het luchtschip gelost geworden. Uncle Prudent en Frycollin hadden Phil Evans onder den arm genomen en een beschermende toevlucht achter groote rotsblokken gezocht.Zij waren niet geraakt geworden en hadden voor het oogenblik niets te duchten.DeAlbatrossteeg, terwijl hij zich van het eiland verwijderde, aldadelijk tot eene hoogte van negen honderd meters op. Men had eene grootere opstijgingskracht moeten ontwikkelen, om te voorkomen dat het luchtschip in zee viel.Op het oogenblik, dat de wachthebbende man, van zijn mondprop bevrijd, zijn eersten kreet slaakte, waren Robur en zijn eerste officier Tom Turner naar hem toegeijld, hadden hem van het stuk zeildoek, dat hem het hoofd bedekte, bevrijd en zijne banden losgemaakt. Daarna hadden zij zich naar de hut van Uncle Prudent en Phil Evans gespoed, maar deze leeg bevonden.Van zijn kant had François Tapage Frycollins hut doorzocht. Ook daarin was niemand te vinden.Toen Robur vernam, dat zijne gevangenen ontsnapt waren, voelde hij een geweldig gevoel van toorn opwellen.Door de ontsnapping van Uncle Prudent en van Phil Evans zou toch zijn geheim, zijne verpersoonlijking aan iedereen geopenbaard worden. Had hij zich ook al niet erg bekommerd over het schrijven, door Uncle Prudent, bij het overstevenen van Frankrijks hoofdstad, naar buiten geworpen, dan vond dat zijne oorzaak in de gedachte, dat dit papier zeer veel kans had geloopen bij den val verloren te zijn geraakt.... Maar thans!....Hij hernam zijne bedaardheid evenwel:“Zij zijn ontvlucht....” zei hij .... “nu, mij wel!”“Denkt gij er zoo over?” vroeg Tom Turner.“Wel zeker. Zij zullen zoo gauw het eiland Chatham niet kunnen verlaten”....“Zij zullen er evenwel niet altijd blijven!”“Over een paar dagen zal ik er terugkeeren!.... Ik zal ze opsporen!.... Ik zal hen weer gevangen nemen!.... En dan”....“Ja dan!....” herhaalde Tom Turner, terwijl hij de vuist balde naar den kant van het eiland.De redding der vluchtelingen was inderdaad al zeer weinig verzekerd. Wanneer deAlbatroshare vrijheid van beweging en van sturen zou herkregen hebben, zou zij toch dadelijk naar het eiland Chatham, vanwaar de beide leden van Weldon-Institute zoo spoedig niet zouden kunnen vertrekken, weerkeeren. Binnen een half etmaal zouden zij weer in de macht van den ingenieur kunnen zijn.Binnen een half etmaal?.... Maar, vóórdat twee uren voorbijgesneld zouden zijn, zou deAlbatrosvernietigd wezen. Was die dynamietpatroon voor haar niet als eene torpedo, die aan hare flanken gehecht was, en die het vernietigingswerk te midden van de lucht zoude volbrengen?Intusschen wakkerde de bries al meer en meer aan en werd het luchtschip in noordoostelijke richting heengevoerd. Hoewel de snelheid van het luchtschip zeer matig was, zou het toch bij zonsopganghet eiland Chatham uit het gezicht verloren hebben.Om tegen den wind in derwaarts terug te stevenen, was het een vereischte, dat de voortstuwers, althans die van het voorschip, in staat waren te werken.“Tom!” riep de ingenieur.“Master Robur?” antwoordde de eerste officier.“Laat de verlichtingstoestellen met volle kracht werken, zoodat wij goed kunnen zien.”“Opperbest, master Robur!”“En iedereen aan den arbeid!”“Allen?”“Ja, allen.”“Nu, daar zal ik voor zorgen.”Er kon geen quaestie meer van zijn, om het werk tot den volgenden morgen uit te stellen. Er mocht thans geen sprake meer zijn van vermoeidheid. Alle mannen aan boord deelden de hartstochten van hun opperhoofd. Geen enkele hunner was er, die niet tot alles in staat was, om de vluchtelingen op te sporen.Zoodra de voorschroef hersteld en op hare plaats gebracht zoude zijn, zou men naar Chatham terugkeeren; men kon er weer ten anker gaan, men zou jacht op de vluchtelingen maken. Daarna zou men de herstelling der schroef van het achterschip beginnen en voltooien, en eindelijk zou het luchtschip volkomen veilig de reis naar het eiland X kunnen ondernemen.Het was evenwel van belang, dat deAlbatrosniet te ver in noordoostelijke richting heengevoerd werd. Daarom kon het aanwakkeren der bries als eene betreurenswaardige omstandigheid beschouwd worden, omdat met de defecte machines er niet tegen ingewerkt en ook niet stil op de plaats gebleven kon worden.Zonder zijne voortstuwingsschroeven was het luchtschip aan een onbestuurbaren ballon gelijk.De vluchtelingen, die op de kust op uitkijk stonden, hadden de verzekering gekregen, dat deAlbatrosin de duisternis verdwenen was, voordat de uitbarsting had plaats gehad.De bekende staat van zaken moest Robur met betrekking tot zijne plannen voor de toekomst wel eenigermate verontrusten. Was het bij voorbeeld wel zeker, dat hij zonder vertraging, zonder tijdverlies te ondervinden, het eiland Chatham weer zou kunnen bereiken? Hij besloot dan ook, terwijl de herstellingen met den meesten ijver werden voortgezet, naar de beneden luchtlagen af te dalen, in de hoop daar zwakkere windstroomingen aan te treffen. Wellicht was het mogelijk deAlbatrosin deze streken te handhaven, totdat zij krachtig genoeg zoude zijn om tegen de bries in te stevenen.Die manoeuvre werd onmiddellijk ten uitvoer gelegd. Wanneerde bemanning van eenig zeeschip de bewegingen van dit gevaarte, hetwelk in zijn schitterende electrische lichtstralen gehuld was, had kunnen waarnemen, dan zouden voorzeker hun schrik en angst groot geweest zijn.Toen deAlbatrostot op een paar honderd voeten afstand van de oppervlakte der zee gedaald was, bleef zij zwevende.Ongelukkig bespeurde men, dat de bries in die benedenstreken nog sterker doorstond en dat derhalve het luchtschip zich met nog meer snelheid van het eiland Chatham verwijderde. Het gevaar bestond dus, zeer ver in noordoostelijke richting medegevoerd te worden, waardoor de terugkeer naar dat eiland al meer en meer vertraagd moest worden.Na die poging bleek het, dat het beter was in de bovenluchtlagen te verwijlen, waar de dampkring meer in evenwicht was. Daarom steeg deAlbatrostot eene hoogte van gemiddeld drie duizend meters op. Al bleef zij daar niet stil op de plaats, dan was er het afdrijven toch minder snel. De ingenieur kon dus de hoop koesteren, dat hij bij het aanbreken van den dag van die hoogte, het eiland, waarvan hij de ligging met de grootste nauwkeurigheid had opgenomen, nog in het gezicht zoude hebben.Wat de quaestie betrof, of de vluchtelingen een goed onthaal zouden gevonden hebben bij de inboorlingen, in het geval dat het eiland bewoond zoude zijn, daaromtrent bekreunde Robur zich in het geheel niet. Ook niet, wanneer die inboorlingen hun hulp verleenden. Dat kon hem niets schelen. Met de aanvals- en verdedigingsmiddelen van deAlbatroszoude men hen wel spoedig schrik aanjagen en hen op de vlucht drijven.De mogelijkheid van het opvatten der gevangenen was dus aan geen twijfel onderhevig, en eenmaal weer in zijne macht....“Men ontsnapt niet van het eiland X,” mompelde Robur.Het was een uur na middernacht, toen de voortstuwer van het voorschip hersteld was. Het kwam er nu nog maar op aan, om hem weer op zijne plaats te brengen, hetgeen nog een uur werk zoude vereischen.Daarna zou deAlbatrosweer koers zuidwest stevenen en zou men kunnen overgaan tot de herstelling van de schroef van het achterschip.En die lont, die in de hut der vluchtelingen brandde?Die lont, waarvan meer dan het derde gedeelte reeds door het vuur verteerd was!....En die noodlottige vonk, welke de dynamietpatroon al meer en meer naderde!....Voorzeker, wanneer de aandacht der bemanning niet zoo ingespannen bezig was gehouden, zou een hunner het zwakke geknetter vernomen hebben, dat in de roef gehoord werd.Misschien zou de reukzenuw van een hunner de lucht van verbrand kruit opgevangen en zou de man zich daarover verwonderd hebben. Hij zou den ingenieur Robur of den eersten officier Tom Turner gewaarschuwd hebben. Men zou dan nasporingen in het werk gesteld en in die kooilade het gevaarlijke toestel gevonden hebben...Het zou dan nog tijd geweest zijn, om die bewonderenswaardigeAlbatrosen met haar het leven van al de opvarenden te redden.Maar die mannen arbeidden thans op het voorschip, dat wil zeggen op ruim twintig meters afstand van de roef van de vluchtelingen. Niets gaf hen aanleiding, om naar dit gedeelte van het luchtschip te komen, en ook niets kon hen afleiding van hun arbeid bezorgen, die daarenboven hunne geheele aandacht vereischte.Robur bevond zich trouwens ook daar en verrichtte als behendig machinist, wat hij inderdaad was, in persoon handenarbeid. Hij drong op spoed aan, zonder evenwel iets te laten verwaarloozen; integendeel, hij zorgde dat alles met de meeste nauwgezetheid en zoo volmaakt mogelijk werd volvoerd. Was het niet een eerste vereischte, om zijn luchtschip weer volkomen in de hand te krijgen, dat alle deelen behoorlijk hersteld werden?Wanneer hij er niet in slaagde, om de vluchtelingen andermaal in zijne macht te krijgen, dan zouden die toch eindelijk in hun geboorteland wederkeeren.Dan zou men nasporingen verrichten en het eiland X zou waarschijnlijk daaraan niet ontsnappen. En dat zou het einde van dat bestaan zijn,—een bovennatuurlijk, verheven bestaan!—hetwelk die mannen van deAlbatrosin het leven geroepen hadden.Tegen ongeveer kwartier na een uur trad Tom Turner op Robur toe en sprak:“Master Robur, het komt mij voor dat de bries verflauwt en naar het westen draait.”“En wat doet de barometer?” vroeg Robur, na een blik van onderzoek op het uitspansel geworpen te hebben.“Die daalt of rijst niet,” antwoordde de eerste officier. “Maar, mij dunkt....”“Spreek op, waarom aarzelt ge?”“Mij dunkt dat de wolken beneden het luchtschip zakken, master Robur.”“Inderdaad, Tom Turner, en in dat geval zou het niet onmogelijk zijn, dat het op de oppervlakte der zee regende. Maar, om het even; als wij maar boven de regenzone blijven. Wij zullen dan niet in onzen arbeid gehinderd worden.”“Als het inderdaad regent, dan zal het slechts een fijne motregen zijn.”“Dunkt u?”“Ik maak dat uit den vorm der wolken op—en het is zeer waarschijnlijk, dat de bries beneden geheel zal vallen.”“Dat denk ik ook, Tom,” antwoordde Robur. “Toch geloof ik, dat het verkieslijk is hier nog in de hoogere luchtlagen te blijven.”“Zooals gij wilt, master Robur.”“Laten wij de herstelling van onze averij beëindigen, dan kunnen wij naar eisch, en werwaarts wij willen, koers stellen. Is dat ook niet uw oordeel?”“Voorzeker, master.”Omstreeks twee uur was het eerste gedeelte van den arbeid uitgevoerd.De voorschroef was op haar plaats gebracht. De electrische batterijen werden in werking gebracht, eerst matig, daarna sterker. Langzamerhand nam deAlbatrosin snelheid toe en na behoorlijk gewend te hebben, stevende zij met vrij vlugge vaart in zuidwestelijke richting, om het eiland Chatham op te zoeken.“Tom,” sprak Robur, “wij hebben gedurende twee en een half uur ongeveer noord-oost afgehouden. De wind is, zooals ik mij zoo-even bij het kompas overtuigd heb, niets of weinig veranderd. Ik denk dus binnen een uur hoogstens het eiland weer opgespoord te hebben.”“Dat denk ik ook, master Robur,” antwoordde de eerste officier, “want wij leggen thans ongeveer twaalf meters in de seconde af. DeAlbatroszal dus tusschen drie en vier uur in den ochtend op haar uitgangspunt terug kunnen zijn.”“Des te beter, Tom. Wij hebben er belang bij, om des nachts aan te komen en te landen zonder gezien te worden....”“Dat is waar.”“De vluchtelingen, die in de meening zullen verkeeren, dat wij ons ver, zeer ver noordoostwaarts zullen bevinden, zullen minder waakzaamheid betrachten. Wanneer deAlbatrosbijna op de oppervlakte van den bodem zal aangekomen zijn, zullen wij pogen haar achter eenige hooge rotsen van het eiland te verbergen. Dat kan niet moeilijk zijn.”“Dat is ook mijne meening.”“Vervolgens, al moesten wij ook eenige dagen teChathamverwijlen....”“O, die zullen ook wel door te brengen zijn, master Robur, en zelfs als wij genoodzaakt zullen zijn tegen een geheel leger van inboorlingen te vechten....”“Zullen we vechten, Tom, vechten voor onzeAlbatros!”“Juist, master Robur.”De ingenieur keerde zich toen naar zijne manschappen, die op nieuwe bevelen wachtten.De kabel was al heel spoedig doorgesneden. (Bladz. 202).De kabel was al heel spoedig doorgesneden. (Bladz.202).“Vrienden,” sprak hij, “het oogenblik om rust te nemen, is nog niet gekomen.”Allen knikten ten teeken van instemming met die uitspraak.Dat was voor die acht mannen een val van drie duizend meters! (Bladz. 210).Dat was voor die acht mannen een val van drie duizend meters! (Bladz.210).“Wij zullen moeten werken totdat de dag aanbreekt.”Allen waren bereid.Het gold thans de achterschroef dezelfde herstellingen te laten ondergaan als de voorschroef. Die had dezelfde averij bekomen, die door dezelfde oorzaak teweeggebracht was, dat wil zeggen: door het geweld van den storm gedurende den overtocht over het Zuider poolland.Maar om die schroef binnen boord te kunnen halen, was het raadzaam de vaart van het luchtschip te remmen, ja het gedurende eenige minuten te laten deinzen.Op bevel van Robur liet de machinist-leerling dan ook het werktuig achteruitslaan door de omwenteling van de voorschroef in de tegenovergestelde richting te laten volbrengen. Het luchtschip begon dus langzamerhand voor den wind af te vallen, zooals de zeemans-uitdrukking luidt.Allen waren op het punt, om zich naar het achterschip te begeven, toen Tom Turner een vreemde lucht in den neus kreeg.Dat waren de gassen der lont, thans in de kooilade opgehoopt, die langs de reten van de hut der vluchtelingen ontsnapten.“He, wat ruik ik?” riep de eerste officier, terwijl hij die lucht sterk opsnoof,“Wat is er?” vroeg Robur.“Ruikt ge niets, master?....”“Inderdaad.”“Het is, alsof er buskruitverbrandis.”“Waarachtig, Tom, ge hebt gelijk.”“Maar.... van waar komt die lucht?”“Ja, van waar?”De beide mannen roken met den neus in de lucht rond.“Van daar!”.... zei Tom Turner, terwijl hij den vinger naar het achterschip uitstrekte.“Van waar?”“Van de achterroef.”“Dat meen ik ook.”“Ja, van de hut der vluchtelingen.”“Zouden die ellendelingen gepoogd hebben brand te stichten?”“O, als het maar brand was!....” riep Robur uit.“Maar, wat dan in Gods naam?”“Trap de deur open, Tom! Trap de deur open!”Maar ternauwernood had de eerste officier een pas gedaan, om aan dat bevel te gehoorzamen, toen eene vreeselijke uitbarsting deAlbatrostot in hare gebinten deed schudden. De roeven vlogen aan flarden uit elkander. De verlichtingstoestellen werden uitgebluscht, want de electrische stroom was verbroken, en een zwartdonkere nacht omgaf het ontredderde luchtvaartuig. Maar, hoewel het meerendeel der opstuwende schroeven verbogen en verbrijzeldwaren, zoo bleven toch eenigen op het voorschip voortwentelen.Plotseling barstte de romp van het luchtschip een weinig achterwaarts van de eerste roef. Het achtergedeelte verdween in de ruimte. De accumulatoren van het voorschip deden de voortstuwende schroef van het voorschip nog werken.Maar bijna terzelfdertijd bleven de laatste opstuwende schroeven stilstaan en werd deAlbatrosin den afgrond gestort.Dat was voor die acht mannen, die zich als schipbreukelingen aan dat wrak vastklemden, een val van drie duizend meters!Daarenboven zou die val nog sneller, nog schrikkelijker worden, daar de voorstuwer van het voorschip, na zich loodrecht opgericht te hebben, nog werkte.Toen liet Robur zich met eene buitengewone koelbloedigheid tot bij de ontredderde machineroef afglijden, greep den hefboom, die het werktuig in beweging moest brengen, en veranderde de richting van de omwentelingen der schroef, die toen van voortstuwend, opstuwend werd.Hierdoor werd de val voorzeker vertraagd, hoewel niet veel. Maar het wrak viel niet meer met die aangroeiende snelheid, door de zwaarte en de aantrekkingskracht der aarde op vallende lichamen teweeggebracht.Het was nog altijd de dood voor de bemanning derAlbatros, daar zij in zee gestort werd; maar het was de vreeselijke dood door verstikking niet meer te midden van een dampkring, die door de snelheid van den val, niet meer tot inademing geschikt zoude zijn.Tachtig seconden na de uitbarsting was alles, wat van deAlbatrosoverbleef, in de golven van de Groote Stille Zuidzee verdwenen.XVII.Waarin de geschiedenis van het gebeurde een sprong van twee maanden achteruit en daarna een sprong van negen maanden vooruit maakt.Eenige weken vroeger, den 13denJuni, dus daags na die zitting van Weldon-Institute, die zoo stormachtig geweest was, heerschte er onder alle klassen van de bevolking van Philadelphia, hetzij zij zwart of blank waren, eene opgewondenheid, die gemakkelijker te constateeren dan te beschrijven is.Reeds bij het krieken van den dag, was het onverwachte en schandelijke gebeurde van den vorigen dag schering en inslag van alle gesprekken. Wat! een indringer, die beweerde werktuigkundige te zijn, een werktuigkundige, die beweerde den onwaarschijnlijken naam van Robur—van Robur den Veroveraar—te voeren, een persoon van onbekende afkomst, van twijfelachtige nationaliteit, was eensklaps in de zaal der zittingen van Weldon-Institute verschenen, had de ballonnisten ergerlijk beleedigd, had de wonderen der toestellen “zwaarder dan de lucht” hoog opgevijzeld, had, te midden van een schrikkelijk spektakel, uitjouwingen verwekt, had bedreigingen uitgelokt, die hij in ruime mate zijn tegenstanders naar het hoofd terug geslingerd had! Hij was eindelijk, nadat hij het spreekgestoelte te midden van het grootste tumult, te midden van het geknetter van revolverschoten, verlaten had, verdwenen en, in weerwil van de meest nauwkeurige nasporingen, was men er niet in geslaagd hem op het spoor te komen.Men had niet meer over hem hooren gewagen.Inderdaad, zoo iets was wel geschikt, om alle tongen in rep en roer te brengen, om alle hoofden op te winden.Dat geschiedde dan ook in ruime mate te Philadelphia, zoowel als in de zes en dertig overige Staten van de groote Amerikaansche Republiek. En, om der waarheid getrouw te blijven, moeten wij er bijvoegen, dat hetzelfde ook in het oostelijk halfrond gebeurde.Maar, hoe vermeerderde die opgewondenheid, die spanning nog, toen het in den avond van den 13denJuni bleek, dat noch de voorzitter, noch de secretaris van Weldon-Institute in hunne woningen wedergekeerd waren. Zij stonden toch bekend als degelijke, verstandige en eervolle lieden, die zich tot geen verkeerde sprongen zouden hebben laten overhalen.Den avond te voren hadden zij het zittingslokaal verlaten als rustige burgers, die er slechts aan dachten, om stil en bedaard naar huis te gaan, als ongehuwden, die bij hunne tehuiskomst geen zuur en betrokken gezicht van de gade te duchten hadden.Zouden zij door een toeval genoodzaakt kunnen zijn, om uithuizig te zijn?Neen, zeker niet. Althans geen woord was hen ontvallen, dat zoo iets kon doen gissen. Zelfs was er afspraak gemaakt, dat zij den volgenden dag weer in de club zouden verschijnen, de een om zijn zetel als voorzitter, de ander om dien van secretaris in te nemen, in het vooruitzicht, dat in de vergadering het voorgevallene van den vorigen avond zou behandeld en heftig bediscussiëerd worden.Maar, niet alleen waren die twee zoo belangrijke personen van den Staat Pensylvanië spoorloos verdwenen, men was ook zonderberichten omtrent den knecht Frycollin. Evenmin als zijn meester kon men hem op het spoor komen. Neen, nimmer had een neger, sedert de geschiedkundige personen van Toussaint-Louverture, Soulouque en Dessaline, zooveel van zich doen spreken. Hij zou eene belangrijke plaats innemen, niet alleen onder de vermaardsten zijner collega’s van den dienstbaren stand, maar ook onder de zonderlingen van iederen maatschappelijken stand of huidkleur, die zich door de een of andere excentriciteit in het zoo fraaie land van Amerika weten op den voorgrond te dringen.Den volgenden dag alweer geen tijdingen!Noch de beide clubgenooten, noch de neger Frycollin waren voor den dag gekomen.Toen werd men ongerust.... Toen werd men zenuwachtig.... En eene dicht opeengepakte menigte vatte post in de nabijheid van de Post-and-Telegraph-Offices, om het eerst bij de hand te zijn, wanneer er tijdingen mochten aankomen.Maar, niets, niets!En toch had men ze beiden gezien, toen zij te zamen Weldon-Institute verlieten.Men had ze tot elkander met luider stem hooren praten. Men had hen Frycollin hooren roepen. Daarna had men hen langs Walnutstreet zien voortstappen, om zich naar den kant van Fairmont-Park te begeven.Jem Cip, de fabrikant van verduurzaamde groenten, had den voorzitter zelfs de hand gedrukt en hem gezegd:“Tot morgen!”En William T. Forbes, de fabrikant van suiker uit lompen, had een hartelijken handdruk van den secretaris Phil Evans gekregen, die tot twee malen tot hem gezegd had:“Tot ziens!... Tot ziens!...”Miss Doll en miss Mat Forbes, die door banden der reinste vriendschap zoo innig aan Uncle Prudent verknocht waren, konden zich onmogelijk bij die verdwijning neerleggen en beijverden zich, om toch maar tijdingen van den afwezige te erlangen, nog meer te babbelen dan gewoonlijk.Drie, vier, vijf, zes dagen gingen zoo in eene onbeschrijfelijke spanning en angst voorbij. Daarna werd het eene week... twee weken... en niets, niets!... Geen enkele aanwijzing, die op het spoor der drie verdwenen personen kon brengen. Dat was inderdaad om tureluurs te worden!Men had de meest nauwkeurige nasporingen in het kwartier verricht... maar, niets!Ook in de straten, die naar de haven voerden;... maar, niets, niets!In Fairmont-Park, onder de boomgroepen, in het dichtste gedeelte van het struikgewas... Maar, niets! Steeds niets!Op de groote open plek bevond men evenwel, dat het gras kort geleden was platgetrapt, hetgeen vooral verdacht voorkwam, omdat het onverklaarbaar was. Bij den rand van het bosch, hetwelk die open plek omgaf, werden sporen ontdekt van eene worsteling.Zou eene bende boosdoeners de beide club-leden op dit late nachtelijk uur ontmoet en te midden van dat eenzame park aangevallen hebben?Zoo iets was inderdaad mogelijk.De politie nam dan ook de verdere taak op zich, om een geregeld en met de wettelijke langzaamheid overeenkomend onderzoek in te stellen. Men doorzocht de Schuijlkill-rivier, men dregde haar bodemvlak, men reinigde hare oevers van de wildgroeiende biezen en watergrassoorten. Was dat ook al nutteloos voor het beoogde doel, zoo had die reiniging toch hare goede zijde; want, waarachtig, de Schuijlkill had het wel noodig, dat zij eens terdege onder handen genomen werd. Men ging er bij deze gelegenheid toe over, waardoor de stedelijke bestuursleden van Philadelphia toonden uiterst practische lieden te zijn.Toen riep men de publiciteit der dagbladen te hulp.Advertentiën en reclame-artikelen werden aan alle democratische en republikeinsche bladen van de Unie zonder onderscheid van partij of kleur gezonden. DeDaily negro, het speciale orgaan voor het zwarte ras, publiceerde een portret van Frycollin, naar het laatste photographische beeld van den neger genomen.Belooningen werden uitgeloofd, premiën aangeboden aan ieder, die eenige tijding van de drie afwezigen zou leveren, en zelfs aan hen, die eenige aanwijzingen konden doen, welke op hun spoor kon brengen.“Vijf duizend dollars!... Vijf duizend dollars!... Voor ieder ingezetene, die...”Het mocht niets baten!De thesaurier van Weldon-Institute kwam niet in de gelegenheid, om die vijf duizend dollars uit te geven.Onnaspoorlijk! Onnaspoorlijk!! Onnaspoorlijk!!!Uncle Prudent en Phil Evans, beiden van Philadelphia, waren niet weer te vinden!Het zal wel niet behoeven verteld te worden, dat de club, door die onverklaarbare verdwijning van haren voorzitter en van haren secretaris, geheel in de war was. Al dadelijk werd een maatregel getroffen, om de werkzaamheden met betrekking tot de constructie van den ballonGo a headte staken, hoe gevorderd die ook waren. En dat terecht. Want, hoe zou men bij afwezigheid van hen, dietot dien bouw aangezet, die daaraan een gedeelte van hun vermogen gewijd hadden, hun vermogen zoowel in tijd als in geld, dien arbeid hebben kunnen voortzetten? Hoe zou men hem kunnen beëindigen, nu zij er niet meer waren, die de noodige inlichtingen moesten verstrekken? Neen, men moest wachten, men zou wachten. En juist werd er weer gewag gemaakt van het vreemdsoortige natuurverschijnsel, hetwelk weinige weken te voren de gemoederen zoo opgewonden had.Inderdaad, het geheimzinnige voorwerp was andermaal bij verschillende gelegenheden in de hoogere luchtlagen gezien of beter vluchtig ontwaard geworden. Intusschen kwam het bij niemand op, eenig verband te zoeken tusschen die zoo zonderlinge wederverschijning en de niet minder onverklaarbare verdwijning van den voorzitter en den secretaris van Weldon-Institute. Hij, die in die twee feiten eenige overeenstemming zocht, moest waarlijk met eene buitengewoon groote dosis verbeeldingskracht begaafd zijn.Hoe het ook zij, de asteroïde, de bolied, het luchtmonster, of hoe men het ook zal gelieven te noemen, was weer gezien geworden en wel onder omstandigheden, die veroorloofden om een beter oordeel te verkrijgen omtrent zijne afmetingen en vorm. Eerst boven Canada, boven dat grondgebied, hetwelk zich van Ottawa naarQuébecuitstrekt, en dat wel denzelfden ochtend na de verdwijning van de twee clubleden. Daarna boven de vlakten van het Far-West, toen dat raadselachtig lichaam in snelheid wedijverde met een trein van den grooten Pacific-Spoorweg.Van dien dag af waren de meeningen der geleerden gevestigd.Dat lichaam was geen voortbrengsel der natuur, het was een vliegend toestel, vervaardigd met de practische toepassing van de wetten van het “zwaarder dan de lucht”. En als de schepper, de meester van dat luchtschip voor zijn persoon nog onbekend wenschte te blijven, dan scheen hij aan die onbekendheid voor zijne uitvinding niet meer te hechten, daar hij haar op dat grondgebied van het Far-West van zoo nabij had laten bespeuren.Wat de werktuigkundige kracht aangaat, waarover hij beschikte, of de natuur der toestellen, die de beweging moest overbrengen, daaromtrent kon men zich natuurlijk nog geen begrip vormen.Wat in ieder geval geen schaduw van twijfel overliet, was dat dit luchtgevaarte met een buitengewoon gemakkelijk verplaatsings-vermogen begaafd was. Inderdaad, weinige dagen later was het boven het Chineesche rijk bespeurd geworden, daarna boven het noordelijk gedeelte van Hindoestan, vervolgens boven de Kaspische zee en later boven de onmetelijke steppen van Rusland.Wie was toch die stoutmoedige mechanicus, die over een zoodanig verplaatsings-vermogen beschikte, voor wien de Rijken geengrenzen, de Oceanen geen uitgebreidheid hadden, die over den dampkring den baas speelde, alsof die zijn eigendom, zijn domein ware?Kon er aan gedacht worden, dat het diezelfde Robur was, die zijne theorieën zoo tartend in de vergadering van Weldon-Institute had doen klinken, die zoo openlijk en ruw die utopie der bestuurbare ballons in bres gelegd had. Misschien kiemde die gedachte wel in een enkel scherpzinnig brein. Maar,—en dat was toch wel zeer zonderling te noemen,—bij niemand kwam de veronderstelling op, dat die Robur eenige betrekking op de verdwijning van den voorzitter en den secretaris van Weldon-Institute kon hebben.Om kort te gaan, dat zou wellicht steeds verborgen gebleven zijn, wanneer niet een telegraphisch bericht van Frankrijk, van Parijs, langs den onderzeeschen kabel van New-York op den dag van 6 Juli te elf uur en zeven-en-dertig minuten te Philadelphia ontvangen was.Het was de overseining van het te Parijs in een snuifdoos gevonden briefje, hetwelk licht verspreidde over het verdwijnen der twee personen, waarover de Vereenigde Staten op het punt waren den rouw aan te nemen.Dus Robur was de bedrijver van die schaking! Robur, de ingenieur, die met het bepaalde doel naar Philadelphia gekomen was, om de theorieën der ballonnisten in het ei te smoren!Hij was het, die op het luchtschip deAlbatrosbevel voerde! Hij was het, die bij wijze van weerwraak Uncle Prudent, Phil Evans, en op den koop toe ook den neger Frycollin ontvoerd had!En men moest dat drietal als onherroepelijk verloren achten, tenzij hunne aardsche vrienden er in slagen mochten, door het een of andere middel, door bijvoorbeeld een werktuig te vervaardigen, hetwelk met het machtige luchtgevaarte zou kunnen wedijveren, hen aan hunnen gevangenbewaarder te gaan ontrukken en op aarde terug te brengen.Welke aandoening! Welke vernietigende schrik! Het Parijzer telegram was aan het adres van Weldon-Institute gericht. Het werd onmiddellijk aan alle clubleden medegedeeld. Tien minuten later was de tijding door middel van het telephoonnet over geheel Philadelphia verspreid. In minder dan een uur was geheel Amerika op de hoogte van het nieuws, dat zich langs de ontelbare electrische draden over het nieuwe continent voortgeplant had.Men wilde er niet aan gelooven, en toch was niets meer zeker dan dat! Het was eene mystificatie van een minder geestige grappenmaker, beweerde de een; een ergerlijk boerenbedrog van het meest verdachte allooi, zeide de ander. Hoe zou zulk eene schaking te Philadelphia hebben kunnen volbracht worden en dat nog welzoo geheimzinnig? Hoe zou dieAlbatrosin Fairmont Park hebben kunnen landen, zonder dat hare verschijning in den Staat Pensylvanië geseind was?Bevond men evenwel, dat het gras was plat getrapt. (Bladz. 214).Bevond men evenwel, dat het gras was plat getrapt. (Bladz.214).Dat alles klonk vrij goed, en die argumenten konden voor goede munt opgenomen worden. De ongeloovigen hadden nog recht om te twijfelen. Maar zeven dagen na de ontvangst van dat telegrafisch bericht bezaten zij dat recht niet meer. Toen konden en mochten zij niet meer twijfelen.Den 15denJuli toch was de Fransche paketbootNormandiein de wateren van de Hudsonrivier ten anker gekomen en deze had de beruchte snuifdoos medegebracht.Per spoortrein werd zij van New-York naar Philadelphia gezonden.Ja, dat was wel degelijk de snuifdoos van den voorzitter van Weldon-Institute. Jem Cip zou voorwaar voorzichtig gehandeld hebben, wanneer hij dien dag een meer krachtig en hartversterkend voedsel verorberd had dan zijne groenten; want hij viel schier in onmacht, toen hij die snuifdoos herkende. Hoe dikwijls had hij daaruit niet een vriendschappelijk snuifje geput!Ook miss Doll en miss Mat herkenden die snuifdoos, welke zij zoo dikwijls met een blik van hoop en begeerte begluurd hadden, om ze toch eens in haar bezit te krijgen, en er hare lange magere knokkelige ouwe-juffrouwen-vingers in te kunnen steken!Vervolgens kwam hun vader William T. Forbes en ook Truk Milnor, Bat. T. Fyn en nog anderen van Weldon-Institute. En die allen herkenden de snuifdoos als om strijd. Zij hadden haar honderd keeren tusschen de vingers van hunnen geachten voorzitter zien open en dicht gaan.Om kort te gaan, die snuifdoos werd herkend door al de vrienden, die Uncle Prudent telde, en de goede stad Philadelphia, wier naam er op duidt, zooals men weet, dat hare bewoners elkander als broeders liefhebben, bezat er vele van die vrienden.Er bleef dus geen schaduw van twijfel over.Niet alleen de snuifdoos van den voorzitter, maar ook zijn handschrift, voorkomende op het briefje, verbood aan de ongeloovigen om met het hoofd op ontkennende wijs te schudden. Toen begonnen de jammerklachten, toen werden wanhopige handen ten hemel geheven. Wat! Uncle Prudent en zijn lotgenoot Phil Evans waren geschaakt door een vliegend toestel, en er bestond in het minst geen hoop om hen te kunnen bevrijden!De Maatschappij der Niagara Falls, waarvan Uncle Prudent de meest invloedrijke aandeelhouder was, was op het punt om hare zaken en daarmede ook den waterval te staken.DeWalton Watch Companywas er op bedacht, haar uurwerkfabriek te liquideeren, nu zij haren directeur Phil Evans verloren had.Ja, het was een algemeene rouw, en het bezigen van het woord rouw is geen overdrijving; want eenige dolkoppen, zooals er ook in de Vereenigde Staten van Noord-Amerika voorkomen, uitgezonderd,was er niemand, die nog hoopte die beide eervolle burgers weer te zien.Intusschen hoorde men niet meer van deAlbatrosspreken, sedert zij Parijs gepasseerd was. Eenige uren later kwam nog een bericht, dat zij boven Rome gezien was; maar dat was alles.Als men zich de snelheid herinnert, waarmede het luchtschip Europa van het noorden naar het zuiden en de Middellandsche zee van het westen naar het oosten overgestevend had, dan behoeft men zich daarover niet te verwonderen. Tengevolge van die snelheid had geen enkele verrekijker het luchtgevaarte op een enkel punt zijner baan kunnen waarnemen, hoewel alle sterrenwachten haar personeel nacht en dag op uitkijk gesteld hadden. De vliegende machine van Robur den Veroveraar, was zoo ver gestevend, of zoo hoog gestevend volgens sommigen, dat er aan gewanhoopt moest worden, of er wel ooit een spoor van weergevonden zoude worden. Anderen beweerden dat het luchtschip naar het denkbeeldige Ikarië, dus nog verder, gegaan was.Wij achten ons verplicht mede te deelen dat, indien ook al de snelheid van het luchtschip boven de kuststreek van Afrika meer gematigd was, men het toch niet in de bovenluchtlagen van Algiers ging zoeken, omdat het briefje van Uncle Prudent toen nog niet bekend was.Het luchtschip werd wel is waar boven Tombouctoe bespeurd; maar de sterrenwacht van die beroemde stad—als er namelijk eene is—had den tijd nog niet gehad, om den uitslag harer waarnemingen naar Europa te zenden. Wat den koning van Dahomey betreft, die zou eerder twintigduizend zijner onderdanen, en daaronder al zijne ministers, het hoofd hebben doen afslaan dan te bekennen, dat hij het onderspit gedolven had in zijn gevecht met een luchtschip. Dat was geheel en al eene quaestie van eigenliefde.Na Afrika was Robur den Atlantischen Oceaan overgestevend. Daarna had hij Vuurland bereikt en vervolgens Kaap Hoorn.Van daar was hij naar de zuidelijke zeeën gestevend, en verder naar het onmetelijke domein der Zuidpool, dat hij een weinig tegen wil en dank passeerde.Zooals wel begrepen zal worden, kon van die streken geen bericht ingewonnen worden.Juli liep ten einde, en geen enkel oog kon er zich op beroemen, het luchtschip ontwaard te hebben.Ook de laatste dagen van Augustus verliepen, zonder dat de onzekerheid omtrent het lot der gevangenen van Robur ook maar voor een weinig verdreven werd. Men vroeg zich angstig af, of de ingenieur het voorbeeld van Icarus, den oudst bekenden werktuigkundige in de geschiedenis, gevolgd had en als slachtoffer van zijne stoutmoedigheid omgekomen was.De zeven-en-twintig eerste dagen van September spoedden ook om, zonder tijding hoegenaamd.Zeker, men gewent langzamerhand aan alles in dit ondermaansche. Het ligt in de menschelijke natuur, verhard, verstompt te worden door geleden leed. Men vergeet, omdat vergeten in onze geaardheid ligt, omdat vergeten noodzakelijk is. Maar hier dient toch ter eere van het publiek gezegd te worden, dat het ditmaal niet vergat.Neen, het werd niet onverschillig omtrent het lot dier beide blanken en van dien zwarte, die evenals de profeet Elias ontvoerd waren; maar welker terugkeer door het Heilige Boek niet beloofd of voorspeld was.En die standvastigheid van gevoelens bij de menigte was te Philadelphia meer merkbaar dan overal elders. Er kwamen daar nog personeele angsten bij.Robur had natuurlijk uit een gevoel van weerwraak den voorzitter Uncle Prudent en zijn secretaris Phil Evans aan hunnen geboortegrond ontvoerd. Hij had zich derhalve goed gewroken, hoewel die weerwraak geheel en al als wederrechtelijk te beschouwen was. Maar, zou daardoor zijn wraakzuchtig gemoed volkomen voldoening genoten hebben? Of zou hij dat nog verder willen koelen op eenige collega’s van den voorzitter en van den secretaris van Weldon-Institute? En wie kon dan in ’s hemels naam verzekeren, dat hij voor de aanslagen van dien meester van de lucht beveiligd was?Inderdaad, zulke angsten waren wel geschikt, om het gebeurde in levendige herinnering te houden.Maar gelukkig, den 28stenSeptember verbreidde zich bliksemsnel de tijding door de geheele stad, dat Uncle Prudent en zijn lotgenoot Phil Evans in den namiddag in de woning van den voorzitter van Weldon-Institute teruggekeerd waren.En wat het meest merkwaardige van dat bericht genoemd kon worden, was dat het waar was; hoewel sommige verstandige lieden er niet aan gelooven wilden.Zij moesten evenwel aan de werkelijkheid toegeven. De beide verdwenenen waren in vleesch en been terug. Het waren hunne geesten niet...! Zelfs Frycollin, de neger Frycollin was terug!De clubleden, daarna hunne vrienden, eindelijk de geheele volksmenigte verdrongen zich voor de deur van Uncle Prudent. Men juichte de twee martelaars toe en men gaf ze elkander te midden van oorverdoovende “hip, hip, hoera’s!” van hand tot hand over!Jem Cip was daar; hij had in alle haast zijn ontbijt, bestaande uit een gebraad van gekookte kropsalade, gebruikt; ook William T. Forbes met zijne beide dochters, miss Doll en miss Mat. Dien dag zou Uncle Prudent, als hij gewild had, en als hij Mormoongeweest ware, ze alle twee hebben kunnen trouwen; maar dat was hij niet en hij gevoelde volstrekt geene aanvechting, om het te worden. Truk Milnor en Bat T. Fyn en al de andere clubleden waren er ook. Het blijft dan ook nog tot heden een onopgelost vraagstuk, hoe de voorzitter Uncle Prudent en de secretaris Phil Evans levend uit die armen, uit die handen, waar zij langs de geheele uitgestrektheid der stad tusschen door moesten, geraakt waren.Dienzelfden avond hield Weldon-Institute hare wekelijksche vergadering en men rekende er op, dat de voorzitter Uncle Prudent en de secretaris Phil Evans tegenwoordig zouden zijn.Daar zij tot nu toe nog niets van hunne avonturen verteld hadden,—misschien had men hen den tijd niet gelaten om te praten,—hoopte men, dat zij in die vergadering hunne reisindrukken tot in de kleinste bijzonderheden zouden mededeelen.En inderdaad, om de eene of andere reden hadden beiden een diep stilzwijgen bewaard. Zoo had ook Frycollin gedaan, die door zijne reisgenooten in hunne opgewonden blijdschap van het weerzien, bijna in stukken gescheurd was.Maar, wat de beide lotgenooten nog niet hadden verteld of niet hadden willen mededeelen, was het volgende:Er behoeft niet teruggekomen te worden op hetgeen men reeds van het gebeurde in den nacht van den 27stenop den 28stenJuli weet, namelijk op de stoutmoedige ontsnapping van den voorzitter en van den secretaris van Weldon-Institute, noch op hunne levendige ontroering, toen zij den eersten voet op de rotsen van het eiland Chatham zetten; noch op het geweerschot, op den armen Phil Evans gelost; noch op het doorsnijden van den ankertros, waardoor de ontredderde Albatros zonder voortstuwingskracht door de zuidwesten bries naar volle zee gevoerd werd, maar zich daarbij tot eene aanzienlijke hoogte verhief. Door zijne electrische seinlantaarns hadden de beide vluchtelingen haar gedurende geruimen tijd kunnen volgen. Maar daarna was het luchtschip in de ruimte verdwenen.Toen hadden de beide Amerikanen niets meer te duchten gehad; want hoe zou Robur naar het eiland hebben kunnen terugkeeren, daar zijne voortstuwingsschroeven gedurende ettelijke uren buiten staat waren om te werken.Maar, eer die tijdsruimte verstreken was, was deAlbatrosvoorzeker uit elkander gesprongen en dreef toen als een misvormd wrak op de oppervlakte der zee; terwijl de opvarenden met verscheurde ledematen in de diepte van den oceaan, die de lijken niet weergeven zoude, weggezonken waren.De wraak was dus in al hare ijselijkheid volbracht geworden.De voorzitter Uncle Prudent en de secretaris Phil Evans gingenvan het denkbeeld uit, dat zij tot wettelijke zelfverdediging gehandeld hadden, en ondervonden derhalve hoegenaamd geene wroeging.Phil Evans was slechts licht gekwetst geworden door den geweerkogel van deAlbatros. Niets verzette er zich dan ook tegen, dat zij zich op weg begaven, in de hoop eenige inboorlingen te ontmoeten.Die verwachting werd inderdaad niet bedrogen. Een vijftigtal inboorlingen, die hoofdzakelijk van de vischvangst leefden, bewoonden de westelijke kust van het eiland Chatham. Zij hadden het luchtschip op hun grond zien nederdalen en zij onthaalden die drie mannen, welke in hun oog bovennatuurlijke wezens waren, zoo goed mogelijk. Het scheelde niet veel, of Uncle Prudent, die de deftigste en dus in hun oog de voornaamste was, werd als een afgod aangebeden. Men huisvestte het drietal in de beste hut van het eiland. Maar nimmer zou Frycollin andermaal eene dergelijke gelegenheid zien geboren worden, om voor den god der zwarten door te gaan.Zooals zij voorzien hadden, zagen Uncle Prudent en Phil Evans het luchtschip niet terugkeeren. Zij moesten daaruit besluiten, dat het in de bovenluchtlagen uit elkander gesprongen was, en dat men nimmermeer van Robur zou hooren gewagen, ook niet van het bewonderenswaardige vaartuig, dat hij en zijne makkers bestegen hadden.Thans waren de drie vluchtelingen verplicht, eene gelegenheid af te wachten, om naar Amerika terug te keeren. Nu wordt het eiland Chatham zeer weinig door zeevarenden bezocht. Zoo ging de maand Augustus voorbij, en waarlijk de arme drommels begonnen zich de vraag te stellen, of zij eenvoudig niet van gevangenis verwisseld hadden. Een hunner evenwel was bovenmate tevreden, dat was Frycollin, die de aardsche gevangenis verre boven de luchtgevangenis verkoos.Eindelijk echter kwam er op den 3denSeptember een schip bij de monding van de kleine rivier van het eiland ten anker, om water in te nemen.De lezer zal niet vergeten hebben, dat Uncle Prudent, toen hij te Philadelphia ontvoerd werd, eenige duizenden dollars in papieren geld bij zich had. Dat was meer dan voldoende, om zich naar Amerika te begeven. Nadat zij hunne aanbidders bedankt hadden, die zich in de meest eerbiedvolle betuigingen uitputten, scheepten Uncle Prudent, Phil Evans en Frycollin zich naar Auckland in.Zij verhaalden aan niemand iets van hun wedervaren, en kwamen twee dagen later in de hoofdstad van Nieuw-Zeeland aan.Daar gingen zij als passagiers op een der paketbooten van de Groote Stille Zuidzee over, en na een zeer voorspoedigen overtocht,kwamen zij op den 20stenSeptember te San Francisco aan, alwaar zij dadelijk ontscheepten. Zij hadden aan niemand gezegd, wie zij waren en vanwaar zij kwamen; maar daar zij een goeden prijs voor hun overtocht betaald hadden, vroeg niemand en wel het allerminst de scheepsgezagvoerder, die een echte Amerikaan was, hen iets. Te San Francisco namen Uncle Prudent en zijn lotgenoot Phil Evans en de knecht Frycollin plaats in den eersten trein van den grooten Pacific-Spoorweg, en den 27stenSeptember kwamen zij te Philadelphia aan.Ziedaar het beknopte verhaal van het gebeurde sedert de ontsnapping van de vluchtelingen uit het luchtschip en sedert hun vertrek van het eiland Chatham.En ziedaar, hoe het mogelijk was, dat de voorzitter Uncle Prudent en zijn secretaris Phil Evans dienzelfden avond zitting konden nemen in de vergadering van Weldon-Institute, die toen eene buitengewoon talrijke opkomst harer clubleden telde.Intusschen, nimmer was noch de een noch de ander zoo kalm geweest. Naar hun uiterlijk te oordeelen, scheen het niet, dat er iets abnormaals met hen gebeurd was sedert de gedenkwaardige zitting op den 12denJuni. Drie en een halve maand, die wezenlijk in hun bestaan niet schenen te rekenen!Na de eerste hoera’s ontvangen te hebben, zonder dat hun gelaat de minste ontroering verried, zette Uncle Prudent als waardig voorzitter den hoed op en nam het woord na een flinken tik met den gezagshamer op de tafel gegeven te hebben.“Eervolle burgers”, zei hij, “ik open deze zitting!”Stormachtige toejuichingen barstten los, en waarlijk, die waren verdiend! Want, was er ook al niets bijzonders in, dat deze zitting plaats had, zoo was het toch merkwaardig, dat zij geopend werd door Uncle Prudent, die daarbij door Phil Evans bijgestaan werd.De voorzitter, kalm en waardig, liet den storm van toejuichingen en handgeklap voorbijgaan en wegsterven, zonder dat hij ook maar een enkel gebaar maakte, om hem te bezweren of te matigen.Daarna hernam hij:“In onze laatste zitting, heeren, was de discussie buitengewoon levendig (hoor,hoor!) tusschen den voorstander van de schroef voor en van de schroef achter, voor onzen luchtballon de Go a head (teekenen van verbazing). Thans meenen wij het middel gevonden te hebben om de beide partijen, die van de voorschroef en die van de achterschroef, met elkander in overeenstemming te brengen; (hoor,hoor!) en dat middel is namelijk: om twee schroeven te bezigen, eene voor en eene achter. (Volkomen stilte van verbazing).”En dat was alles.Ja, inderdaad alles!

De voorzitter van Weldon-Institute ontstak haar aan haar uiteinde (Bladz. 197).De voorzitter van Weldon-Institute ontstak haar aan haar uiteinde (Bladz.197).

De voorzitter van Weldon-Institute ontstak haar aan haar uiteinde (Bladz. 197).

De voorzitter van Weldon-Institute ontstak haar aan haar uiteinde (Bladz.197).

Dat was de wachthebbende, die er eindelijk in geslaagd was,zijn mond van den prop te ontdoen. Driftige stappen weerklonken op het dek van het luchtschip. En bijna terzelfder tijd schotende electrische stralen der seintoestellen voort, om het eiland over een breeden sector te verlichten.

Grepen den kabel met beide handen en lieten zich afglijden. (Bladz. 199).Grepen den kabel met beide handen en lieten zich afglijden. (Bladz.199).

Grepen den kabel met beide handen en lieten zich afglijden. (Bladz. 199).

Grepen den kabel met beide handen en lieten zich afglijden. (Bladz.199).

“Daar zijn ze!.... Daar zijn ze!....” riep Tom Turner.

De vluchtelingen waren gezien geworden.

Op hetzelfde oogenblik werd, op bevel van Robur, dat met luider stem gegeven was, de snelheid der omwentelingen van de opstuwingsschroeven getemperd, en langs den ankertros, die aan boord ingepalmd werd, naderde deAlbatrosde oppervlakte van het eiland.

In dit oogenblik werd de stem van den secretaris Phil Evans duidelijk vernomen:

“Ingenieur Robur,” riep hij, “verbindt gij u op uw eerewoord, dat gij ons in vrijheid wilt laten?....”

“In vrijheid?”

“Ja, op dit eiland in vrijheid?”

“Nooit!” schreeuwde Robur.

En dat antwoord werd gevolgd door een geweerschot, waarvan de kogel den schouder van Phil Evans lichtelijk schampte.

“O, wee!” riep deze.

“O, die booswichten!” riep Uncle Prudent.

En met zijn mes in de hand, stormde hij naar de rotsblokken toe, waartusschen de ankerlepel gevat had.

Het luchtschip was toen op hoogstens vijftig voeten van den grond verwijderd.

De kabel was al heel spoedig doorgesneden, en de bries, die intusschen merkbaar aangewakkerd was, greep deAlbatrosdwars en voerde haar in noordoostelijke richting.

Binnen weinige minuten bevond het luchtschip zich boven de Groote Stille Zuidzee.

Het was toen twintig minuten na middernacht.

Vijf of zes geweerschoten waren nog van het luchtschip gelost geworden. Uncle Prudent en Frycollin hadden Phil Evans onder den arm genomen en een beschermende toevlucht achter groote rotsblokken gezocht.

Zij waren niet geraakt geworden en hadden voor het oogenblik niets te duchten.

DeAlbatrossteeg, terwijl hij zich van het eiland verwijderde, aldadelijk tot eene hoogte van negen honderd meters op. Men had eene grootere opstijgingskracht moeten ontwikkelen, om te voorkomen dat het luchtschip in zee viel.

Op het oogenblik, dat de wachthebbende man, van zijn mondprop bevrijd, zijn eersten kreet slaakte, waren Robur en zijn eerste officier Tom Turner naar hem toegeijld, hadden hem van het stuk zeildoek, dat hem het hoofd bedekte, bevrijd en zijne banden losgemaakt. Daarna hadden zij zich naar de hut van Uncle Prudent en Phil Evans gespoed, maar deze leeg bevonden.

Van zijn kant had François Tapage Frycollins hut doorzocht. Ook daarin was niemand te vinden.

Toen Robur vernam, dat zijne gevangenen ontsnapt waren, voelde hij een geweldig gevoel van toorn opwellen.

Door de ontsnapping van Uncle Prudent en van Phil Evans zou toch zijn geheim, zijne verpersoonlijking aan iedereen geopenbaard worden. Had hij zich ook al niet erg bekommerd over het schrijven, door Uncle Prudent, bij het overstevenen van Frankrijks hoofdstad, naar buiten geworpen, dan vond dat zijne oorzaak in de gedachte, dat dit papier zeer veel kans had geloopen bij den val verloren te zijn geraakt.... Maar thans!....

Hij hernam zijne bedaardheid evenwel:

“Zij zijn ontvlucht....” zei hij .... “nu, mij wel!”

“Denkt gij er zoo over?” vroeg Tom Turner.

“Wel zeker. Zij zullen zoo gauw het eiland Chatham niet kunnen verlaten”....

“Zij zullen er evenwel niet altijd blijven!”

“Over een paar dagen zal ik er terugkeeren!.... Ik zal ze opsporen!.... Ik zal hen weer gevangen nemen!.... En dan”....

“Ja dan!....” herhaalde Tom Turner, terwijl hij de vuist balde naar den kant van het eiland.

De redding der vluchtelingen was inderdaad al zeer weinig verzekerd. Wanneer deAlbatroshare vrijheid van beweging en van sturen zou herkregen hebben, zou zij toch dadelijk naar het eiland Chatham, vanwaar de beide leden van Weldon-Institute zoo spoedig niet zouden kunnen vertrekken, weerkeeren. Binnen een half etmaal zouden zij weer in de macht van den ingenieur kunnen zijn.

Binnen een half etmaal?.... Maar, vóórdat twee uren voorbijgesneld zouden zijn, zou deAlbatrosvernietigd wezen. Was die dynamietpatroon voor haar niet als eene torpedo, die aan hare flanken gehecht was, en die het vernietigingswerk te midden van de lucht zoude volbrengen?

Intusschen wakkerde de bries al meer en meer aan en werd het luchtschip in noordoostelijke richting heengevoerd. Hoewel de snelheid van het luchtschip zeer matig was, zou het toch bij zonsopganghet eiland Chatham uit het gezicht verloren hebben.

Om tegen den wind in derwaarts terug te stevenen, was het een vereischte, dat de voortstuwers, althans die van het voorschip, in staat waren te werken.

“Tom!” riep de ingenieur.

“Master Robur?” antwoordde de eerste officier.

“Laat de verlichtingstoestellen met volle kracht werken, zoodat wij goed kunnen zien.”

“Opperbest, master Robur!”

“En iedereen aan den arbeid!”

“Allen?”

“Ja, allen.”

“Nu, daar zal ik voor zorgen.”

Er kon geen quaestie meer van zijn, om het werk tot den volgenden morgen uit te stellen. Er mocht thans geen sprake meer zijn van vermoeidheid. Alle mannen aan boord deelden de hartstochten van hun opperhoofd. Geen enkele hunner was er, die niet tot alles in staat was, om de vluchtelingen op te sporen.

Zoodra de voorschroef hersteld en op hare plaats gebracht zoude zijn, zou men naar Chatham terugkeeren; men kon er weer ten anker gaan, men zou jacht op de vluchtelingen maken. Daarna zou men de herstelling der schroef van het achterschip beginnen en voltooien, en eindelijk zou het luchtschip volkomen veilig de reis naar het eiland X kunnen ondernemen.

Het was evenwel van belang, dat deAlbatrosniet te ver in noordoostelijke richting heengevoerd werd. Daarom kon het aanwakkeren der bries als eene betreurenswaardige omstandigheid beschouwd worden, omdat met de defecte machines er niet tegen ingewerkt en ook niet stil op de plaats gebleven kon worden.

Zonder zijne voortstuwingsschroeven was het luchtschip aan een onbestuurbaren ballon gelijk.

De vluchtelingen, die op de kust op uitkijk stonden, hadden de verzekering gekregen, dat deAlbatrosin de duisternis verdwenen was, voordat de uitbarsting had plaats gehad.

De bekende staat van zaken moest Robur met betrekking tot zijne plannen voor de toekomst wel eenigermate verontrusten. Was het bij voorbeeld wel zeker, dat hij zonder vertraging, zonder tijdverlies te ondervinden, het eiland Chatham weer zou kunnen bereiken? Hij besloot dan ook, terwijl de herstellingen met den meesten ijver werden voortgezet, naar de beneden luchtlagen af te dalen, in de hoop daar zwakkere windstroomingen aan te treffen. Wellicht was het mogelijk deAlbatrosin deze streken te handhaven, totdat zij krachtig genoeg zoude zijn om tegen de bries in te stevenen.

Die manoeuvre werd onmiddellijk ten uitvoer gelegd. Wanneerde bemanning van eenig zeeschip de bewegingen van dit gevaarte, hetwelk in zijn schitterende electrische lichtstralen gehuld was, had kunnen waarnemen, dan zouden voorzeker hun schrik en angst groot geweest zijn.

Toen deAlbatrostot op een paar honderd voeten afstand van de oppervlakte der zee gedaald was, bleef zij zwevende.

Ongelukkig bespeurde men, dat de bries in die benedenstreken nog sterker doorstond en dat derhalve het luchtschip zich met nog meer snelheid van het eiland Chatham verwijderde. Het gevaar bestond dus, zeer ver in noordoostelijke richting medegevoerd te worden, waardoor de terugkeer naar dat eiland al meer en meer vertraagd moest worden.

Na die poging bleek het, dat het beter was in de bovenluchtlagen te verwijlen, waar de dampkring meer in evenwicht was. Daarom steeg deAlbatrostot eene hoogte van gemiddeld drie duizend meters op. Al bleef zij daar niet stil op de plaats, dan was er het afdrijven toch minder snel. De ingenieur kon dus de hoop koesteren, dat hij bij het aanbreken van den dag van die hoogte, het eiland, waarvan hij de ligging met de grootste nauwkeurigheid had opgenomen, nog in het gezicht zoude hebben.

Wat de quaestie betrof, of de vluchtelingen een goed onthaal zouden gevonden hebben bij de inboorlingen, in het geval dat het eiland bewoond zoude zijn, daaromtrent bekreunde Robur zich in het geheel niet. Ook niet, wanneer die inboorlingen hun hulp verleenden. Dat kon hem niets schelen. Met de aanvals- en verdedigingsmiddelen van deAlbatroszoude men hen wel spoedig schrik aanjagen en hen op de vlucht drijven.

De mogelijkheid van het opvatten der gevangenen was dus aan geen twijfel onderhevig, en eenmaal weer in zijne macht....

“Men ontsnapt niet van het eiland X,” mompelde Robur.

Het was een uur na middernacht, toen de voortstuwer van het voorschip hersteld was. Het kwam er nu nog maar op aan, om hem weer op zijne plaats te brengen, hetgeen nog een uur werk zoude vereischen.

Daarna zou deAlbatrosweer koers zuidwest stevenen en zou men kunnen overgaan tot de herstelling van de schroef van het achterschip.

En die lont, die in de hut der vluchtelingen brandde?

Die lont, waarvan meer dan het derde gedeelte reeds door het vuur verteerd was!....

En die noodlottige vonk, welke de dynamietpatroon al meer en meer naderde!....

Voorzeker, wanneer de aandacht der bemanning niet zoo ingespannen bezig was gehouden, zou een hunner het zwakke geknetter vernomen hebben, dat in de roef gehoord werd.

Misschien zou de reukzenuw van een hunner de lucht van verbrand kruit opgevangen en zou de man zich daarover verwonderd hebben. Hij zou den ingenieur Robur of den eersten officier Tom Turner gewaarschuwd hebben. Men zou dan nasporingen in het werk gesteld en in die kooilade het gevaarlijke toestel gevonden hebben...

Het zou dan nog tijd geweest zijn, om die bewonderenswaardigeAlbatrosen met haar het leven van al de opvarenden te redden.

Maar die mannen arbeidden thans op het voorschip, dat wil zeggen op ruim twintig meters afstand van de roef van de vluchtelingen. Niets gaf hen aanleiding, om naar dit gedeelte van het luchtschip te komen, en ook niets kon hen afleiding van hun arbeid bezorgen, die daarenboven hunne geheele aandacht vereischte.

Robur bevond zich trouwens ook daar en verrichtte als behendig machinist, wat hij inderdaad was, in persoon handenarbeid. Hij drong op spoed aan, zonder evenwel iets te laten verwaarloozen; integendeel, hij zorgde dat alles met de meeste nauwgezetheid en zoo volmaakt mogelijk werd volvoerd. Was het niet een eerste vereischte, om zijn luchtschip weer volkomen in de hand te krijgen, dat alle deelen behoorlijk hersteld werden?

Wanneer hij er niet in slaagde, om de vluchtelingen andermaal in zijne macht te krijgen, dan zouden die toch eindelijk in hun geboorteland wederkeeren.

Dan zou men nasporingen verrichten en het eiland X zou waarschijnlijk daaraan niet ontsnappen. En dat zou het einde van dat bestaan zijn,—een bovennatuurlijk, verheven bestaan!—hetwelk die mannen van deAlbatrosin het leven geroepen hadden.

Tegen ongeveer kwartier na een uur trad Tom Turner op Robur toe en sprak:

“Master Robur, het komt mij voor dat de bries verflauwt en naar het westen draait.”

“En wat doet de barometer?” vroeg Robur, na een blik van onderzoek op het uitspansel geworpen te hebben.

“Die daalt of rijst niet,” antwoordde de eerste officier. “Maar, mij dunkt....”

“Spreek op, waarom aarzelt ge?”

“Mij dunkt dat de wolken beneden het luchtschip zakken, master Robur.”

“Inderdaad, Tom Turner, en in dat geval zou het niet onmogelijk zijn, dat het op de oppervlakte der zee regende. Maar, om het even; als wij maar boven de regenzone blijven. Wij zullen dan niet in onzen arbeid gehinderd worden.”

“Als het inderdaad regent, dan zal het slechts een fijne motregen zijn.”

“Dunkt u?”

“Ik maak dat uit den vorm der wolken op—en het is zeer waarschijnlijk, dat de bries beneden geheel zal vallen.”

“Dat denk ik ook, Tom,” antwoordde Robur. “Toch geloof ik, dat het verkieslijk is hier nog in de hoogere luchtlagen te blijven.”

“Zooals gij wilt, master Robur.”

“Laten wij de herstelling van onze averij beëindigen, dan kunnen wij naar eisch, en werwaarts wij willen, koers stellen. Is dat ook niet uw oordeel?”

“Voorzeker, master.”

Omstreeks twee uur was het eerste gedeelte van den arbeid uitgevoerd.

De voorschroef was op haar plaats gebracht. De electrische batterijen werden in werking gebracht, eerst matig, daarna sterker. Langzamerhand nam deAlbatrosin snelheid toe en na behoorlijk gewend te hebben, stevende zij met vrij vlugge vaart in zuidwestelijke richting, om het eiland Chatham op te zoeken.

“Tom,” sprak Robur, “wij hebben gedurende twee en een half uur ongeveer noord-oost afgehouden. De wind is, zooals ik mij zoo-even bij het kompas overtuigd heb, niets of weinig veranderd. Ik denk dus binnen een uur hoogstens het eiland weer opgespoord te hebben.”

“Dat denk ik ook, master Robur,” antwoordde de eerste officier, “want wij leggen thans ongeveer twaalf meters in de seconde af. DeAlbatroszal dus tusschen drie en vier uur in den ochtend op haar uitgangspunt terug kunnen zijn.”

“Des te beter, Tom. Wij hebben er belang bij, om des nachts aan te komen en te landen zonder gezien te worden....”

“Dat is waar.”

“De vluchtelingen, die in de meening zullen verkeeren, dat wij ons ver, zeer ver noordoostwaarts zullen bevinden, zullen minder waakzaamheid betrachten. Wanneer deAlbatrosbijna op de oppervlakte van den bodem zal aangekomen zijn, zullen wij pogen haar achter eenige hooge rotsen van het eiland te verbergen. Dat kan niet moeilijk zijn.”

“Dat is ook mijne meening.”

“Vervolgens, al moesten wij ook eenige dagen teChathamverwijlen....”

“O, die zullen ook wel door te brengen zijn, master Robur, en zelfs als wij genoodzaakt zullen zijn tegen een geheel leger van inboorlingen te vechten....”

“Zullen we vechten, Tom, vechten voor onzeAlbatros!”

“Juist, master Robur.”

De ingenieur keerde zich toen naar zijne manschappen, die op nieuwe bevelen wachtten.

De kabel was al heel spoedig doorgesneden. (Bladz. 202).De kabel was al heel spoedig doorgesneden. (Bladz.202).

De kabel was al heel spoedig doorgesneden. (Bladz. 202).

De kabel was al heel spoedig doorgesneden. (Bladz.202).

“Vrienden,” sprak hij, “het oogenblik om rust te nemen, is nog niet gekomen.”

Allen knikten ten teeken van instemming met die uitspraak.

Dat was voor die acht mannen een val van drie duizend meters! (Bladz. 210).Dat was voor die acht mannen een val van drie duizend meters! (Bladz.210).

Dat was voor die acht mannen een val van drie duizend meters! (Bladz. 210).

Dat was voor die acht mannen een val van drie duizend meters! (Bladz.210).

“Wij zullen moeten werken totdat de dag aanbreekt.”

Allen waren bereid.

Het gold thans de achterschroef dezelfde herstellingen te laten ondergaan als de voorschroef. Die had dezelfde averij bekomen, die door dezelfde oorzaak teweeggebracht was, dat wil zeggen: door het geweld van den storm gedurende den overtocht over het Zuider poolland.

Maar om die schroef binnen boord te kunnen halen, was het raadzaam de vaart van het luchtschip te remmen, ja het gedurende eenige minuten te laten deinzen.

Op bevel van Robur liet de machinist-leerling dan ook het werktuig achteruitslaan door de omwenteling van de voorschroef in de tegenovergestelde richting te laten volbrengen. Het luchtschip begon dus langzamerhand voor den wind af te vallen, zooals de zeemans-uitdrukking luidt.

Allen waren op het punt, om zich naar het achterschip te begeven, toen Tom Turner een vreemde lucht in den neus kreeg.

Dat waren de gassen der lont, thans in de kooilade opgehoopt, die langs de reten van de hut der vluchtelingen ontsnapten.

“He, wat ruik ik?” riep de eerste officier, terwijl hij die lucht sterk opsnoof,

“Wat is er?” vroeg Robur.

“Ruikt ge niets, master?....”

“Inderdaad.”

“Het is, alsof er buskruitverbrandis.”

“Waarachtig, Tom, ge hebt gelijk.”

“Maar.... van waar komt die lucht?”

“Ja, van waar?”

De beide mannen roken met den neus in de lucht rond.

“Van daar!”.... zei Tom Turner, terwijl hij den vinger naar het achterschip uitstrekte.

“Van waar?”

“Van de achterroef.”

“Dat meen ik ook.”

“Ja, van de hut der vluchtelingen.”

“Zouden die ellendelingen gepoogd hebben brand te stichten?”

“O, als het maar brand was!....” riep Robur uit.

“Maar, wat dan in Gods naam?”

“Trap de deur open, Tom! Trap de deur open!”

Maar ternauwernood had de eerste officier een pas gedaan, om aan dat bevel te gehoorzamen, toen eene vreeselijke uitbarsting deAlbatrostot in hare gebinten deed schudden. De roeven vlogen aan flarden uit elkander. De verlichtingstoestellen werden uitgebluscht, want de electrische stroom was verbroken, en een zwartdonkere nacht omgaf het ontredderde luchtvaartuig. Maar, hoewel het meerendeel der opstuwende schroeven verbogen en verbrijzeldwaren, zoo bleven toch eenigen op het voorschip voortwentelen.

Plotseling barstte de romp van het luchtschip een weinig achterwaarts van de eerste roef. Het achtergedeelte verdween in de ruimte. De accumulatoren van het voorschip deden de voortstuwende schroef van het voorschip nog werken.

Maar bijna terzelfdertijd bleven de laatste opstuwende schroeven stilstaan en werd deAlbatrosin den afgrond gestort.

Dat was voor die acht mannen, die zich als schipbreukelingen aan dat wrak vastklemden, een val van drie duizend meters!

Daarenboven zou die val nog sneller, nog schrikkelijker worden, daar de voorstuwer van het voorschip, na zich loodrecht opgericht te hebben, nog werkte.

Toen liet Robur zich met eene buitengewone koelbloedigheid tot bij de ontredderde machineroef afglijden, greep den hefboom, die het werktuig in beweging moest brengen, en veranderde de richting van de omwentelingen der schroef, die toen van voortstuwend, opstuwend werd.

Hierdoor werd de val voorzeker vertraagd, hoewel niet veel. Maar het wrak viel niet meer met die aangroeiende snelheid, door de zwaarte en de aantrekkingskracht der aarde op vallende lichamen teweeggebracht.

Het was nog altijd de dood voor de bemanning derAlbatros, daar zij in zee gestort werd; maar het was de vreeselijke dood door verstikking niet meer te midden van een dampkring, die door de snelheid van den val, niet meer tot inademing geschikt zoude zijn.

Tachtig seconden na de uitbarsting was alles, wat van deAlbatrosoverbleef, in de golven van de Groote Stille Zuidzee verdwenen.

Eenige weken vroeger, den 13denJuni, dus daags na die zitting van Weldon-Institute, die zoo stormachtig geweest was, heerschte er onder alle klassen van de bevolking van Philadelphia, hetzij zij zwart of blank waren, eene opgewondenheid, die gemakkelijker te constateeren dan te beschrijven is.

Reeds bij het krieken van den dag, was het onverwachte en schandelijke gebeurde van den vorigen dag schering en inslag van alle gesprekken. Wat! een indringer, die beweerde werktuigkundige te zijn, een werktuigkundige, die beweerde den onwaarschijnlijken naam van Robur—van Robur den Veroveraar—te voeren, een persoon van onbekende afkomst, van twijfelachtige nationaliteit, was eensklaps in de zaal der zittingen van Weldon-Institute verschenen, had de ballonnisten ergerlijk beleedigd, had de wonderen der toestellen “zwaarder dan de lucht” hoog opgevijzeld, had, te midden van een schrikkelijk spektakel, uitjouwingen verwekt, had bedreigingen uitgelokt, die hij in ruime mate zijn tegenstanders naar het hoofd terug geslingerd had! Hij was eindelijk, nadat hij het spreekgestoelte te midden van het grootste tumult, te midden van het geknetter van revolverschoten, verlaten had, verdwenen en, in weerwil van de meest nauwkeurige nasporingen, was men er niet in geslaagd hem op het spoor te komen.

Men had niet meer over hem hooren gewagen.

Inderdaad, zoo iets was wel geschikt, om alle tongen in rep en roer te brengen, om alle hoofden op te winden.

Dat geschiedde dan ook in ruime mate te Philadelphia, zoowel als in de zes en dertig overige Staten van de groote Amerikaansche Republiek. En, om der waarheid getrouw te blijven, moeten wij er bijvoegen, dat hetzelfde ook in het oostelijk halfrond gebeurde.

Maar, hoe vermeerderde die opgewondenheid, die spanning nog, toen het in den avond van den 13denJuni bleek, dat noch de voorzitter, noch de secretaris van Weldon-Institute in hunne woningen wedergekeerd waren. Zij stonden toch bekend als degelijke, verstandige en eervolle lieden, die zich tot geen verkeerde sprongen zouden hebben laten overhalen.

Den avond te voren hadden zij het zittingslokaal verlaten als rustige burgers, die er slechts aan dachten, om stil en bedaard naar huis te gaan, als ongehuwden, die bij hunne tehuiskomst geen zuur en betrokken gezicht van de gade te duchten hadden.

Zouden zij door een toeval genoodzaakt kunnen zijn, om uithuizig te zijn?

Neen, zeker niet. Althans geen woord was hen ontvallen, dat zoo iets kon doen gissen. Zelfs was er afspraak gemaakt, dat zij den volgenden dag weer in de club zouden verschijnen, de een om zijn zetel als voorzitter, de ander om dien van secretaris in te nemen, in het vooruitzicht, dat in de vergadering het voorgevallene van den vorigen avond zou behandeld en heftig bediscussiëerd worden.

Maar, niet alleen waren die twee zoo belangrijke personen van den Staat Pensylvanië spoorloos verdwenen, men was ook zonderberichten omtrent den knecht Frycollin. Evenmin als zijn meester kon men hem op het spoor komen. Neen, nimmer had een neger, sedert de geschiedkundige personen van Toussaint-Louverture, Soulouque en Dessaline, zooveel van zich doen spreken. Hij zou eene belangrijke plaats innemen, niet alleen onder de vermaardsten zijner collega’s van den dienstbaren stand, maar ook onder de zonderlingen van iederen maatschappelijken stand of huidkleur, die zich door de een of andere excentriciteit in het zoo fraaie land van Amerika weten op den voorgrond te dringen.

Den volgenden dag alweer geen tijdingen!

Noch de beide clubgenooten, noch de neger Frycollin waren voor den dag gekomen.

Toen werd men ongerust.... Toen werd men zenuwachtig.... En eene dicht opeengepakte menigte vatte post in de nabijheid van de Post-and-Telegraph-Offices, om het eerst bij de hand te zijn, wanneer er tijdingen mochten aankomen.

Maar, niets, niets!

En toch had men ze beiden gezien, toen zij te zamen Weldon-Institute verlieten.

Men had ze tot elkander met luider stem hooren praten. Men had hen Frycollin hooren roepen. Daarna had men hen langs Walnutstreet zien voortstappen, om zich naar den kant van Fairmont-Park te begeven.

Jem Cip, de fabrikant van verduurzaamde groenten, had den voorzitter zelfs de hand gedrukt en hem gezegd:

“Tot morgen!”

En William T. Forbes, de fabrikant van suiker uit lompen, had een hartelijken handdruk van den secretaris Phil Evans gekregen, die tot twee malen tot hem gezegd had:

“Tot ziens!... Tot ziens!...”

Miss Doll en miss Mat Forbes, die door banden der reinste vriendschap zoo innig aan Uncle Prudent verknocht waren, konden zich onmogelijk bij die verdwijning neerleggen en beijverden zich, om toch maar tijdingen van den afwezige te erlangen, nog meer te babbelen dan gewoonlijk.

Drie, vier, vijf, zes dagen gingen zoo in eene onbeschrijfelijke spanning en angst voorbij. Daarna werd het eene week... twee weken... en niets, niets!... Geen enkele aanwijzing, die op het spoor der drie verdwenen personen kon brengen. Dat was inderdaad om tureluurs te worden!

Men had de meest nauwkeurige nasporingen in het kwartier verricht... maar, niets!

Ook in de straten, die naar de haven voerden;... maar, niets, niets!

In Fairmont-Park, onder de boomgroepen, in het dichtste gedeelte van het struikgewas... Maar, niets! Steeds niets!

Op de groote open plek bevond men evenwel, dat het gras kort geleden was platgetrapt, hetgeen vooral verdacht voorkwam, omdat het onverklaarbaar was. Bij den rand van het bosch, hetwelk die open plek omgaf, werden sporen ontdekt van eene worsteling.

Zou eene bende boosdoeners de beide club-leden op dit late nachtelijk uur ontmoet en te midden van dat eenzame park aangevallen hebben?

Zoo iets was inderdaad mogelijk.

De politie nam dan ook de verdere taak op zich, om een geregeld en met de wettelijke langzaamheid overeenkomend onderzoek in te stellen. Men doorzocht de Schuijlkill-rivier, men dregde haar bodemvlak, men reinigde hare oevers van de wildgroeiende biezen en watergrassoorten. Was dat ook al nutteloos voor het beoogde doel, zoo had die reiniging toch hare goede zijde; want, waarachtig, de Schuijlkill had het wel noodig, dat zij eens terdege onder handen genomen werd. Men ging er bij deze gelegenheid toe over, waardoor de stedelijke bestuursleden van Philadelphia toonden uiterst practische lieden te zijn.

Toen riep men de publiciteit der dagbladen te hulp.

Advertentiën en reclame-artikelen werden aan alle democratische en republikeinsche bladen van de Unie zonder onderscheid van partij of kleur gezonden. DeDaily negro, het speciale orgaan voor het zwarte ras, publiceerde een portret van Frycollin, naar het laatste photographische beeld van den neger genomen.

Belooningen werden uitgeloofd, premiën aangeboden aan ieder, die eenige tijding van de drie afwezigen zou leveren, en zelfs aan hen, die eenige aanwijzingen konden doen, welke op hun spoor kon brengen.

“Vijf duizend dollars!... Vijf duizend dollars!... Voor ieder ingezetene, die...”

Het mocht niets baten!

De thesaurier van Weldon-Institute kwam niet in de gelegenheid, om die vijf duizend dollars uit te geven.

Onnaspoorlijk! Onnaspoorlijk!! Onnaspoorlijk!!!

Uncle Prudent en Phil Evans, beiden van Philadelphia, waren niet weer te vinden!

Het zal wel niet behoeven verteld te worden, dat de club, door die onverklaarbare verdwijning van haren voorzitter en van haren secretaris, geheel in de war was. Al dadelijk werd een maatregel getroffen, om de werkzaamheden met betrekking tot de constructie van den ballonGo a headte staken, hoe gevorderd die ook waren. En dat terecht. Want, hoe zou men bij afwezigheid van hen, dietot dien bouw aangezet, die daaraan een gedeelte van hun vermogen gewijd hadden, hun vermogen zoowel in tijd als in geld, dien arbeid hebben kunnen voortzetten? Hoe zou men hem kunnen beëindigen, nu zij er niet meer waren, die de noodige inlichtingen moesten verstrekken? Neen, men moest wachten, men zou wachten. En juist werd er weer gewag gemaakt van het vreemdsoortige natuurverschijnsel, hetwelk weinige weken te voren de gemoederen zoo opgewonden had.

Inderdaad, het geheimzinnige voorwerp was andermaal bij verschillende gelegenheden in de hoogere luchtlagen gezien of beter vluchtig ontwaard geworden. Intusschen kwam het bij niemand op, eenig verband te zoeken tusschen die zoo zonderlinge wederverschijning en de niet minder onverklaarbare verdwijning van den voorzitter en den secretaris van Weldon-Institute. Hij, die in die twee feiten eenige overeenstemming zocht, moest waarlijk met eene buitengewoon groote dosis verbeeldingskracht begaafd zijn.

Hoe het ook zij, de asteroïde, de bolied, het luchtmonster, of hoe men het ook zal gelieven te noemen, was weer gezien geworden en wel onder omstandigheden, die veroorloofden om een beter oordeel te verkrijgen omtrent zijne afmetingen en vorm. Eerst boven Canada, boven dat grondgebied, hetwelk zich van Ottawa naarQuébecuitstrekt, en dat wel denzelfden ochtend na de verdwijning van de twee clubleden. Daarna boven de vlakten van het Far-West, toen dat raadselachtig lichaam in snelheid wedijverde met een trein van den grooten Pacific-Spoorweg.

Van dien dag af waren de meeningen der geleerden gevestigd.

Dat lichaam was geen voortbrengsel der natuur, het was een vliegend toestel, vervaardigd met de practische toepassing van de wetten van het “zwaarder dan de lucht”. En als de schepper, de meester van dat luchtschip voor zijn persoon nog onbekend wenschte te blijven, dan scheen hij aan die onbekendheid voor zijne uitvinding niet meer te hechten, daar hij haar op dat grondgebied van het Far-West van zoo nabij had laten bespeuren.

Wat de werktuigkundige kracht aangaat, waarover hij beschikte, of de natuur der toestellen, die de beweging moest overbrengen, daaromtrent kon men zich natuurlijk nog geen begrip vormen.

Wat in ieder geval geen schaduw van twijfel overliet, was dat dit luchtgevaarte met een buitengewoon gemakkelijk verplaatsings-vermogen begaafd was. Inderdaad, weinige dagen later was het boven het Chineesche rijk bespeurd geworden, daarna boven het noordelijk gedeelte van Hindoestan, vervolgens boven de Kaspische zee en later boven de onmetelijke steppen van Rusland.

Wie was toch die stoutmoedige mechanicus, die over een zoodanig verplaatsings-vermogen beschikte, voor wien de Rijken geengrenzen, de Oceanen geen uitgebreidheid hadden, die over den dampkring den baas speelde, alsof die zijn eigendom, zijn domein ware?

Kon er aan gedacht worden, dat het diezelfde Robur was, die zijne theorieën zoo tartend in de vergadering van Weldon-Institute had doen klinken, die zoo openlijk en ruw die utopie der bestuurbare ballons in bres gelegd had. Misschien kiemde die gedachte wel in een enkel scherpzinnig brein. Maar,—en dat was toch wel zeer zonderling te noemen,—bij niemand kwam de veronderstelling op, dat die Robur eenige betrekking op de verdwijning van den voorzitter en den secretaris van Weldon-Institute kon hebben.

Om kort te gaan, dat zou wellicht steeds verborgen gebleven zijn, wanneer niet een telegraphisch bericht van Frankrijk, van Parijs, langs den onderzeeschen kabel van New-York op den dag van 6 Juli te elf uur en zeven-en-dertig minuten te Philadelphia ontvangen was.

Het was de overseining van het te Parijs in een snuifdoos gevonden briefje, hetwelk licht verspreidde over het verdwijnen der twee personen, waarover de Vereenigde Staten op het punt waren den rouw aan te nemen.

Dus Robur was de bedrijver van die schaking! Robur, de ingenieur, die met het bepaalde doel naar Philadelphia gekomen was, om de theorieën der ballonnisten in het ei te smoren!

Hij was het, die op het luchtschip deAlbatrosbevel voerde! Hij was het, die bij wijze van weerwraak Uncle Prudent, Phil Evans, en op den koop toe ook den neger Frycollin ontvoerd had!

En men moest dat drietal als onherroepelijk verloren achten, tenzij hunne aardsche vrienden er in slagen mochten, door het een of andere middel, door bijvoorbeeld een werktuig te vervaardigen, hetwelk met het machtige luchtgevaarte zou kunnen wedijveren, hen aan hunnen gevangenbewaarder te gaan ontrukken en op aarde terug te brengen.

Welke aandoening! Welke vernietigende schrik! Het Parijzer telegram was aan het adres van Weldon-Institute gericht. Het werd onmiddellijk aan alle clubleden medegedeeld. Tien minuten later was de tijding door middel van het telephoonnet over geheel Philadelphia verspreid. In minder dan een uur was geheel Amerika op de hoogte van het nieuws, dat zich langs de ontelbare electrische draden over het nieuwe continent voortgeplant had.

Men wilde er niet aan gelooven, en toch was niets meer zeker dan dat! Het was eene mystificatie van een minder geestige grappenmaker, beweerde de een; een ergerlijk boerenbedrog van het meest verdachte allooi, zeide de ander. Hoe zou zulk eene schaking te Philadelphia hebben kunnen volbracht worden en dat nog welzoo geheimzinnig? Hoe zou dieAlbatrosin Fairmont Park hebben kunnen landen, zonder dat hare verschijning in den Staat Pensylvanië geseind was?

Bevond men evenwel, dat het gras was plat getrapt. (Bladz. 214).Bevond men evenwel, dat het gras was plat getrapt. (Bladz.214).

Bevond men evenwel, dat het gras was plat getrapt. (Bladz. 214).

Bevond men evenwel, dat het gras was plat getrapt. (Bladz.214).

Dat alles klonk vrij goed, en die argumenten konden voor goede munt opgenomen worden. De ongeloovigen hadden nog recht om te twijfelen. Maar zeven dagen na de ontvangst van dat telegrafisch bericht bezaten zij dat recht niet meer. Toen konden en mochten zij niet meer twijfelen.

Den 15denJuli toch was de Fransche paketbootNormandiein de wateren van de Hudsonrivier ten anker gekomen en deze had de beruchte snuifdoos medegebracht.

Per spoortrein werd zij van New-York naar Philadelphia gezonden.

Ja, dat was wel degelijk de snuifdoos van den voorzitter van Weldon-Institute. Jem Cip zou voorwaar voorzichtig gehandeld hebben, wanneer hij dien dag een meer krachtig en hartversterkend voedsel verorberd had dan zijne groenten; want hij viel schier in onmacht, toen hij die snuifdoos herkende. Hoe dikwijls had hij daaruit niet een vriendschappelijk snuifje geput!

Ook miss Doll en miss Mat herkenden die snuifdoos, welke zij zoo dikwijls met een blik van hoop en begeerte begluurd hadden, om ze toch eens in haar bezit te krijgen, en er hare lange magere knokkelige ouwe-juffrouwen-vingers in te kunnen steken!

Vervolgens kwam hun vader William T. Forbes en ook Truk Milnor, Bat. T. Fyn en nog anderen van Weldon-Institute. En die allen herkenden de snuifdoos als om strijd. Zij hadden haar honderd keeren tusschen de vingers van hunnen geachten voorzitter zien open en dicht gaan.

Om kort te gaan, die snuifdoos werd herkend door al de vrienden, die Uncle Prudent telde, en de goede stad Philadelphia, wier naam er op duidt, zooals men weet, dat hare bewoners elkander als broeders liefhebben, bezat er vele van die vrienden.

Er bleef dus geen schaduw van twijfel over.

Niet alleen de snuifdoos van den voorzitter, maar ook zijn handschrift, voorkomende op het briefje, verbood aan de ongeloovigen om met het hoofd op ontkennende wijs te schudden. Toen begonnen de jammerklachten, toen werden wanhopige handen ten hemel geheven. Wat! Uncle Prudent en zijn lotgenoot Phil Evans waren geschaakt door een vliegend toestel, en er bestond in het minst geen hoop om hen te kunnen bevrijden!

De Maatschappij der Niagara Falls, waarvan Uncle Prudent de meest invloedrijke aandeelhouder was, was op het punt om hare zaken en daarmede ook den waterval te staken.

DeWalton Watch Companywas er op bedacht, haar uurwerkfabriek te liquideeren, nu zij haren directeur Phil Evans verloren had.

Ja, het was een algemeene rouw, en het bezigen van het woord rouw is geen overdrijving; want eenige dolkoppen, zooals er ook in de Vereenigde Staten van Noord-Amerika voorkomen, uitgezonderd,was er niemand, die nog hoopte die beide eervolle burgers weer te zien.

Intusschen hoorde men niet meer van deAlbatrosspreken, sedert zij Parijs gepasseerd was. Eenige uren later kwam nog een bericht, dat zij boven Rome gezien was; maar dat was alles.

Als men zich de snelheid herinnert, waarmede het luchtschip Europa van het noorden naar het zuiden en de Middellandsche zee van het westen naar het oosten overgestevend had, dan behoeft men zich daarover niet te verwonderen. Tengevolge van die snelheid had geen enkele verrekijker het luchtgevaarte op een enkel punt zijner baan kunnen waarnemen, hoewel alle sterrenwachten haar personeel nacht en dag op uitkijk gesteld hadden. De vliegende machine van Robur den Veroveraar, was zoo ver gestevend, of zoo hoog gestevend volgens sommigen, dat er aan gewanhoopt moest worden, of er wel ooit een spoor van weergevonden zoude worden. Anderen beweerden dat het luchtschip naar het denkbeeldige Ikarië, dus nog verder, gegaan was.

Wij achten ons verplicht mede te deelen dat, indien ook al de snelheid van het luchtschip boven de kuststreek van Afrika meer gematigd was, men het toch niet in de bovenluchtlagen van Algiers ging zoeken, omdat het briefje van Uncle Prudent toen nog niet bekend was.

Het luchtschip werd wel is waar boven Tombouctoe bespeurd; maar de sterrenwacht van die beroemde stad—als er namelijk eene is—had den tijd nog niet gehad, om den uitslag harer waarnemingen naar Europa te zenden. Wat den koning van Dahomey betreft, die zou eerder twintigduizend zijner onderdanen, en daaronder al zijne ministers, het hoofd hebben doen afslaan dan te bekennen, dat hij het onderspit gedolven had in zijn gevecht met een luchtschip. Dat was geheel en al eene quaestie van eigenliefde.

Na Afrika was Robur den Atlantischen Oceaan overgestevend. Daarna had hij Vuurland bereikt en vervolgens Kaap Hoorn.

Van daar was hij naar de zuidelijke zeeën gestevend, en verder naar het onmetelijke domein der Zuidpool, dat hij een weinig tegen wil en dank passeerde.

Zooals wel begrepen zal worden, kon van die streken geen bericht ingewonnen worden.

Juli liep ten einde, en geen enkel oog kon er zich op beroemen, het luchtschip ontwaard te hebben.

Ook de laatste dagen van Augustus verliepen, zonder dat de onzekerheid omtrent het lot der gevangenen van Robur ook maar voor een weinig verdreven werd. Men vroeg zich angstig af, of de ingenieur het voorbeeld van Icarus, den oudst bekenden werktuigkundige in de geschiedenis, gevolgd had en als slachtoffer van zijne stoutmoedigheid omgekomen was.

De zeven-en-twintig eerste dagen van September spoedden ook om, zonder tijding hoegenaamd.

Zeker, men gewent langzamerhand aan alles in dit ondermaansche. Het ligt in de menschelijke natuur, verhard, verstompt te worden door geleden leed. Men vergeet, omdat vergeten in onze geaardheid ligt, omdat vergeten noodzakelijk is. Maar hier dient toch ter eere van het publiek gezegd te worden, dat het ditmaal niet vergat.

Neen, het werd niet onverschillig omtrent het lot dier beide blanken en van dien zwarte, die evenals de profeet Elias ontvoerd waren; maar welker terugkeer door het Heilige Boek niet beloofd of voorspeld was.

En die standvastigheid van gevoelens bij de menigte was te Philadelphia meer merkbaar dan overal elders. Er kwamen daar nog personeele angsten bij.

Robur had natuurlijk uit een gevoel van weerwraak den voorzitter Uncle Prudent en zijn secretaris Phil Evans aan hunnen geboortegrond ontvoerd. Hij had zich derhalve goed gewroken, hoewel die weerwraak geheel en al als wederrechtelijk te beschouwen was. Maar, zou daardoor zijn wraakzuchtig gemoed volkomen voldoening genoten hebben? Of zou hij dat nog verder willen koelen op eenige collega’s van den voorzitter en van den secretaris van Weldon-Institute? En wie kon dan in ’s hemels naam verzekeren, dat hij voor de aanslagen van dien meester van de lucht beveiligd was?

Inderdaad, zulke angsten waren wel geschikt, om het gebeurde in levendige herinnering te houden.

Maar gelukkig, den 28stenSeptember verbreidde zich bliksemsnel de tijding door de geheele stad, dat Uncle Prudent en zijn lotgenoot Phil Evans in den namiddag in de woning van den voorzitter van Weldon-Institute teruggekeerd waren.

En wat het meest merkwaardige van dat bericht genoemd kon worden, was dat het waar was; hoewel sommige verstandige lieden er niet aan gelooven wilden.

Zij moesten evenwel aan de werkelijkheid toegeven. De beide verdwenenen waren in vleesch en been terug. Het waren hunne geesten niet...! Zelfs Frycollin, de neger Frycollin was terug!

De clubleden, daarna hunne vrienden, eindelijk de geheele volksmenigte verdrongen zich voor de deur van Uncle Prudent. Men juichte de twee martelaars toe en men gaf ze elkander te midden van oorverdoovende “hip, hip, hoera’s!” van hand tot hand over!

Jem Cip was daar; hij had in alle haast zijn ontbijt, bestaande uit een gebraad van gekookte kropsalade, gebruikt; ook William T. Forbes met zijne beide dochters, miss Doll en miss Mat. Dien dag zou Uncle Prudent, als hij gewild had, en als hij Mormoongeweest ware, ze alle twee hebben kunnen trouwen; maar dat was hij niet en hij gevoelde volstrekt geene aanvechting, om het te worden. Truk Milnor en Bat T. Fyn en al de andere clubleden waren er ook. Het blijft dan ook nog tot heden een onopgelost vraagstuk, hoe de voorzitter Uncle Prudent en de secretaris Phil Evans levend uit die armen, uit die handen, waar zij langs de geheele uitgestrektheid der stad tusschen door moesten, geraakt waren.

Dienzelfden avond hield Weldon-Institute hare wekelijksche vergadering en men rekende er op, dat de voorzitter Uncle Prudent en de secretaris Phil Evans tegenwoordig zouden zijn.

Daar zij tot nu toe nog niets van hunne avonturen verteld hadden,—misschien had men hen den tijd niet gelaten om te praten,—hoopte men, dat zij in die vergadering hunne reisindrukken tot in de kleinste bijzonderheden zouden mededeelen.

En inderdaad, om de eene of andere reden hadden beiden een diep stilzwijgen bewaard. Zoo had ook Frycollin gedaan, die door zijne reisgenooten in hunne opgewonden blijdschap van het weerzien, bijna in stukken gescheurd was.

Maar, wat de beide lotgenooten nog niet hadden verteld of niet hadden willen mededeelen, was het volgende:

Er behoeft niet teruggekomen te worden op hetgeen men reeds van het gebeurde in den nacht van den 27stenop den 28stenJuli weet, namelijk op de stoutmoedige ontsnapping van den voorzitter en van den secretaris van Weldon-Institute, noch op hunne levendige ontroering, toen zij den eersten voet op de rotsen van het eiland Chatham zetten; noch op het geweerschot, op den armen Phil Evans gelost; noch op het doorsnijden van den ankertros, waardoor de ontredderde Albatros zonder voortstuwingskracht door de zuidwesten bries naar volle zee gevoerd werd, maar zich daarbij tot eene aanzienlijke hoogte verhief. Door zijne electrische seinlantaarns hadden de beide vluchtelingen haar gedurende geruimen tijd kunnen volgen. Maar daarna was het luchtschip in de ruimte verdwenen.

Toen hadden de beide Amerikanen niets meer te duchten gehad; want hoe zou Robur naar het eiland hebben kunnen terugkeeren, daar zijne voortstuwingsschroeven gedurende ettelijke uren buiten staat waren om te werken.

Maar, eer die tijdsruimte verstreken was, was deAlbatrosvoorzeker uit elkander gesprongen en dreef toen als een misvormd wrak op de oppervlakte der zee; terwijl de opvarenden met verscheurde ledematen in de diepte van den oceaan, die de lijken niet weergeven zoude, weggezonken waren.

De wraak was dus in al hare ijselijkheid volbracht geworden.

De voorzitter Uncle Prudent en de secretaris Phil Evans gingenvan het denkbeeld uit, dat zij tot wettelijke zelfverdediging gehandeld hadden, en ondervonden derhalve hoegenaamd geene wroeging.

Phil Evans was slechts licht gekwetst geworden door den geweerkogel van deAlbatros. Niets verzette er zich dan ook tegen, dat zij zich op weg begaven, in de hoop eenige inboorlingen te ontmoeten.

Die verwachting werd inderdaad niet bedrogen. Een vijftigtal inboorlingen, die hoofdzakelijk van de vischvangst leefden, bewoonden de westelijke kust van het eiland Chatham. Zij hadden het luchtschip op hun grond zien nederdalen en zij onthaalden die drie mannen, welke in hun oog bovennatuurlijke wezens waren, zoo goed mogelijk. Het scheelde niet veel, of Uncle Prudent, die de deftigste en dus in hun oog de voornaamste was, werd als een afgod aangebeden. Men huisvestte het drietal in de beste hut van het eiland. Maar nimmer zou Frycollin andermaal eene dergelijke gelegenheid zien geboren worden, om voor den god der zwarten door te gaan.

Zooals zij voorzien hadden, zagen Uncle Prudent en Phil Evans het luchtschip niet terugkeeren. Zij moesten daaruit besluiten, dat het in de bovenluchtlagen uit elkander gesprongen was, en dat men nimmermeer van Robur zou hooren gewagen, ook niet van het bewonderenswaardige vaartuig, dat hij en zijne makkers bestegen hadden.

Thans waren de drie vluchtelingen verplicht, eene gelegenheid af te wachten, om naar Amerika terug te keeren. Nu wordt het eiland Chatham zeer weinig door zeevarenden bezocht. Zoo ging de maand Augustus voorbij, en waarlijk de arme drommels begonnen zich de vraag te stellen, of zij eenvoudig niet van gevangenis verwisseld hadden. Een hunner evenwel was bovenmate tevreden, dat was Frycollin, die de aardsche gevangenis verre boven de luchtgevangenis verkoos.

Eindelijk echter kwam er op den 3denSeptember een schip bij de monding van de kleine rivier van het eiland ten anker, om water in te nemen.

De lezer zal niet vergeten hebben, dat Uncle Prudent, toen hij te Philadelphia ontvoerd werd, eenige duizenden dollars in papieren geld bij zich had. Dat was meer dan voldoende, om zich naar Amerika te begeven. Nadat zij hunne aanbidders bedankt hadden, die zich in de meest eerbiedvolle betuigingen uitputten, scheepten Uncle Prudent, Phil Evans en Frycollin zich naar Auckland in.

Zij verhaalden aan niemand iets van hun wedervaren, en kwamen twee dagen later in de hoofdstad van Nieuw-Zeeland aan.

Daar gingen zij als passagiers op een der paketbooten van de Groote Stille Zuidzee over, en na een zeer voorspoedigen overtocht,kwamen zij op den 20stenSeptember te San Francisco aan, alwaar zij dadelijk ontscheepten. Zij hadden aan niemand gezegd, wie zij waren en vanwaar zij kwamen; maar daar zij een goeden prijs voor hun overtocht betaald hadden, vroeg niemand en wel het allerminst de scheepsgezagvoerder, die een echte Amerikaan was, hen iets. Te San Francisco namen Uncle Prudent en zijn lotgenoot Phil Evans en de knecht Frycollin plaats in den eersten trein van den grooten Pacific-Spoorweg, en den 27stenSeptember kwamen zij te Philadelphia aan.

Ziedaar het beknopte verhaal van het gebeurde sedert de ontsnapping van de vluchtelingen uit het luchtschip en sedert hun vertrek van het eiland Chatham.

En ziedaar, hoe het mogelijk was, dat de voorzitter Uncle Prudent en zijn secretaris Phil Evans dienzelfden avond zitting konden nemen in de vergadering van Weldon-Institute, die toen eene buitengewoon talrijke opkomst harer clubleden telde.

Intusschen, nimmer was noch de een noch de ander zoo kalm geweest. Naar hun uiterlijk te oordeelen, scheen het niet, dat er iets abnormaals met hen gebeurd was sedert de gedenkwaardige zitting op den 12denJuni. Drie en een halve maand, die wezenlijk in hun bestaan niet schenen te rekenen!

Na de eerste hoera’s ontvangen te hebben, zonder dat hun gelaat de minste ontroering verried, zette Uncle Prudent als waardig voorzitter den hoed op en nam het woord na een flinken tik met den gezagshamer op de tafel gegeven te hebben.

“Eervolle burgers”, zei hij, “ik open deze zitting!”

Stormachtige toejuichingen barstten los, en waarlijk, die waren verdiend! Want, was er ook al niets bijzonders in, dat deze zitting plaats had, zoo was het toch merkwaardig, dat zij geopend werd door Uncle Prudent, die daarbij door Phil Evans bijgestaan werd.

De voorzitter, kalm en waardig, liet den storm van toejuichingen en handgeklap voorbijgaan en wegsterven, zonder dat hij ook maar een enkel gebaar maakte, om hem te bezweren of te matigen.

Daarna hernam hij:

“In onze laatste zitting, heeren, was de discussie buitengewoon levendig (hoor,hoor!) tusschen den voorstander van de schroef voor en van de schroef achter, voor onzen luchtballon de Go a head (teekenen van verbazing). Thans meenen wij het middel gevonden te hebben om de beide partijen, die van de voorschroef en die van de achterschroef, met elkander in overeenstemming te brengen; (hoor,hoor!) en dat middel is namelijk: om twee schroeven te bezigen, eene voor en eene achter. (Volkomen stilte van verbazing).”

En dat was alles.

Ja, inderdaad alles!


Back to IndexNext