The Project Gutenberg eBook ofRuize-rijmen

The Project Gutenberg eBook ofRuize-rijmenThis ebook is for the use of anyone anywhere in the United States and most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included with this ebook or online atwww.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you will have to check the laws of the country where you are located before using this eBook.Title: Ruize-rijmenAuthor: CharivariusRelease date: March 15, 2018 [eBook #56749]Language: DutchCredits: Produced by J.H.Berends and the Online DistributedProofreading Team at http://www.pgdp.net*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK RUIZE-RIJMEN ***

This ebook is for the use of anyone anywhere in the United States and most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included with this ebook or online atwww.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you will have to check the laws of the country where you are located before using this eBook.

Title: Ruize-rijmenAuthor: CharivariusRelease date: March 15, 2018 [eBook #56749]Language: DutchCredits: Produced by J.H.Berends and the Online DistributedProofreading Team at http://www.pgdp.net

Title: Ruize-rijmen

Author: Charivarius

Author: Charivarius

Release date: March 15, 2018 [eBook #56749]

Language: Dutch

Credits: Produced by J.H.Berends and the Online DistributedProofreading Team at http://www.pgdp.net

*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK RUIZE-RIJMEN ***

RUIZE-RIJMEN

DOORCHARIVARIUS

HDTW&Z

HAARLEM — H. D. TJEENK WILLINK & ZOON — 1922.

Deze verzameling bevat den inhoud der vijf vroegere bundels en de Rijmen, die verder in de beide Groenen en elders verschenen zijn, herzien, geschikt, geschift. Vele Rijmen heb ik geschrapt — te weinig, zal menigeen misschien zeggen. ’t Is mogelijk; het geheele hoofdstuk „Oorlogsrijmen” b.v. is niet actueel meer, en ik was ook eerst van plan dit weg te laten, maar ik vond ten slotte, dat ik de gedachten in dien over-belangrijken tijd gerezen, wel mocht doen herleven.Teleurgesteld wordt, wie in dit boek slechts grapjes zoekt. Dit is niet bedoeld als amusementslectuur. Er zijn onder deze versjes eenige, die niets anders beoogen dan amusement, dat geef ik toe, b.v. de Iersche Gijn, maar ze geven het karakter van mijn werk niet aan. Als sommige Rijmen misschien een min of meer komisch effect hebben, is dat, om zoo te zeggen, bij ongeluk. Mijn bedoeling is meestal niet, grappig te zijn, maar de dingen die ik te zeggen had, in een eenigszins aannemelijken vorm op te disschen; de gewone vorm is het hoofdartikel of het ingezonden stuk, maar die worden niet gelezen, of wel gelezen en vergeten. De bladen, die mij de moeite waard mochten achten mij te bespreken, mogen de recensie dan ook niet opdragen aan den redacteur voor de rubriek „Onze Lachhoek”. Daar protesteer ik bij voorbaat tegen. Als ik mijn boekje doorblader vind ik er betrekkelijk weinig opgewekts of opwekkende in. Is ’tmijnschuld...?Teleurgesteld wordt, wie in dit boek diepe gedachten zoekt. Ik berijmde de eenvoudige gedachten van ieder, die bewust leeft, en niet slaapwandelt. Van sportoverdrijving tot bidden om de overwinning — ’t ligt alles dicht bij de oppervlakte. Voor wijsgeer wil ik me niet uitgeven.Teleurgesteld wordt wie in dit boek een richtsnoer zoekt. Ik ben meer plattegrond dan gids. Wil men mij een thermometer noemen, mij wel — een kachel ben ik zeker niet.Teleurgesteld wordt, wie in dit boek poëzie zoekt. Ernstige gedachten berijmd vormen nog geen gedicht. Poëzie ligt buiten mijn gebied. Poëzie geeft meer gevoel dan gedachte, en ik geef meer gedachte dan gevoel. Rijmer ben ik, en als Rijmer zal ik sterven. Indien de lezer mijn Rijmen in dit licht beschouwt, zal ik er misschien mee bereiken wat ik er mee beoog; in elk geval zal men mijn werk dan den juisten maatstaf aanleggen bij het beoordeelen.CHARIVARIUS.September, 1922.

Deze verzameling bevat den inhoud der vijf vroegere bundels en de Rijmen, die verder in de beide Groenen en elders verschenen zijn, herzien, geschikt, geschift. Vele Rijmen heb ik geschrapt — te weinig, zal menigeen misschien zeggen. ’t Is mogelijk; het geheele hoofdstuk „Oorlogsrijmen” b.v. is niet actueel meer, en ik was ook eerst van plan dit weg te laten, maar ik vond ten slotte, dat ik de gedachten in dien over-belangrijken tijd gerezen, wel mocht doen herleven.

Teleurgesteld wordt, wie in dit boek slechts grapjes zoekt. Dit is niet bedoeld als amusementslectuur. Er zijn onder deze versjes eenige, die niets anders beoogen dan amusement, dat geef ik toe, b.v. de Iersche Gijn, maar ze geven het karakter van mijn werk niet aan. Als sommige Rijmen misschien een min of meer komisch effect hebben, is dat, om zoo te zeggen, bij ongeluk. Mijn bedoeling is meestal niet, grappig te zijn, maar de dingen die ik te zeggen had, in een eenigszins aannemelijken vorm op te disschen; de gewone vorm is het hoofdartikel of het ingezonden stuk, maar die worden niet gelezen, of wel gelezen en vergeten. De bladen, die mij de moeite waard mochten achten mij te bespreken, mogen de recensie dan ook niet opdragen aan den redacteur voor de rubriek „Onze Lachhoek”. Daar protesteer ik bij voorbaat tegen. Als ik mijn boekje doorblader vind ik er betrekkelijk weinig opgewekts of opwekkende in. Is ’tmijnschuld...?

Teleurgesteld wordt, wie in dit boek diepe gedachten zoekt. Ik berijmde de eenvoudige gedachten van ieder, die bewust leeft, en niet slaapwandelt. Van sportoverdrijving tot bidden om de overwinning — ’t ligt alles dicht bij de oppervlakte. Voor wijsgeer wil ik me niet uitgeven.

Teleurgesteld wordt wie in dit boek een richtsnoer zoekt. Ik ben meer plattegrond dan gids. Wil men mij een thermometer noemen, mij wel — een kachel ben ik zeker niet.

Teleurgesteld wordt, wie in dit boek poëzie zoekt. Ernstige gedachten berijmd vormen nog geen gedicht. Poëzie ligt buiten mijn gebied. Poëzie geeft meer gevoel dan gedachte, en ik geef meer gedachte dan gevoel. Rijmer ben ik, en als Rijmer zal ik sterven. Indien de lezer mijn Rijmen in dit licht beschouwt, zal ik er misschien mee bereiken wat ik er mee beoog; in elk geval zal men mijn werk dan den juisten maatstaf aanleggen bij het beoordeelen.

CHARIVARIUS.

September, 1922.

LEEN-RIJM.Aangeboden aan alle schrijvers. Zij mogen dit Rijm over laten drukken, vóór in hun boeken.Lieve lezer, ik, het boekje,Vraag een oogenblik het woord;Dat een boek spreekt, is geen wonder —J’ hebt dat wel eens meer gehoord.Lezer,koopje wel eens boeken?— Niemand zegt natuurlijk neen —Of, wanneer j’ er een wilt lezen,Vraag je dan zoo’n boek te leen?Ik verdenk je van het laatste,Dat is zoo het oude lied:Van het schrijfsel profiteert men —Aan den schrijver denkt men niet.Is het niet een beetje treurig,— ’t Best is, dat je ’t maar erkent —Dat ’t zoo zelden bij je opkomt,Dat j’ ookhemiets schuldig bent?Want de schrijver staat zijn werk af,Levert je zijn geestelijk goed;Is ’t niet fair, dat jij van jou kantHem zijn rekening voldoet?Als dit beter werd begrepen,Zou ’t den schrijvers beter gaan;Is er, vraag ik, één auteur, dieVan zijn werken kan bestaan?’t Is dat leenen en dat leenen,Dat de boekenmarkt bederft;Het publiek gebruikt zijn werk, ter-wijl d’ auteur in armoe sterft.Voor Carré, Centraal of FloraKijk je om geen daalder scheel,Maar wanneer j’ een boek moet koopen,Is een kwartje je te veel.Lezer, als j’ een boek wilt lezen,Dat je wat ontspanning biedt,Geef den schrijver wat hem toekomt;Koop het boek, en leen het niet.Vorm een boekerij. Dat ’s billijk,En ’t is voor je eigen best,Want zoo’n geestelijk vermogenGeeft je daaglijks interest.Wil j’ een vriend eens een pleizier doen,Of een hartelijkheid, of zoo,Laatjouwexemplaar niet lezen,Maar geef hem er een cadeau.Ja, een vriendschapsdienst, zoo heet het.Maar het is geen eerlijk spel!Want die vriendlijkheid van ’t leenenKost jou niets — den schrijver wel!Lieve lezer...... hm, ja, heb jeMegekocht, dan ben je „lief”,Maar wanneer je mete leenhebt,En je leest me — ben je ’n dief!

Aangeboden aan alle schrijvers. Zij mogen dit Rijm over laten drukken, vóór in hun boeken.

Lieve lezer, ik, het boekje,Vraag een oogenblik het woord;Dat een boek spreekt, is geen wonder —J’ hebt dat wel eens meer gehoord.Lezer,koopje wel eens boeken?— Niemand zegt natuurlijk neen —Of, wanneer j’ er een wilt lezen,Vraag je dan zoo’n boek te leen?Ik verdenk je van het laatste,Dat is zoo het oude lied:Van het schrijfsel profiteert men —Aan den schrijver denkt men niet.Is het niet een beetje treurig,— ’t Best is, dat je ’t maar erkent —Dat ’t zoo zelden bij je opkomt,Dat j’ ookhemiets schuldig bent?Want de schrijver staat zijn werk af,Levert je zijn geestelijk goed;Is ’t niet fair, dat jij van jou kantHem zijn rekening voldoet?Als dit beter werd begrepen,Zou ’t den schrijvers beter gaan;Is er, vraag ik, één auteur, dieVan zijn werken kan bestaan?’t Is dat leenen en dat leenen,Dat de boekenmarkt bederft;Het publiek gebruikt zijn werk, ter-wijl d’ auteur in armoe sterft.Voor Carré, Centraal of FloraKijk je om geen daalder scheel,Maar wanneer j’ een boek moet koopen,Is een kwartje je te veel.Lezer, als j’ een boek wilt lezen,Dat je wat ontspanning biedt,Geef den schrijver wat hem toekomt;Koop het boek, en leen het niet.Vorm een boekerij. Dat ’s billijk,En ’t is voor je eigen best,Want zoo’n geestelijk vermogenGeeft je daaglijks interest.Wil j’ een vriend eens een pleizier doen,Of een hartelijkheid, of zoo,Laatjouwexemplaar niet lezen,Maar geef hem er een cadeau.Ja, een vriendschapsdienst, zoo heet het.Maar het is geen eerlijk spel!Want die vriendlijkheid van ’t leenenKost jou niets — den schrijver wel!Lieve lezer...... hm, ja, heb jeMegekocht, dan ben je „lief”,Maar wanneer je mete leenhebt,En je leest me — ben je ’n dief!

Lieve lezer, ik, het boekje,Vraag een oogenblik het woord;Dat een boek spreekt, is geen wonder —J’ hebt dat wel eens meer gehoord.Lezer,koopje wel eens boeken?— Niemand zegt natuurlijk neen —Of, wanneer j’ er een wilt lezen,Vraag je dan zoo’n boek te leen?Ik verdenk je van het laatste,Dat is zoo het oude lied:Van het schrijfsel profiteert men —Aan den schrijver denkt men niet.Is het niet een beetje treurig,— ’t Best is, dat je ’t maar erkent —Dat ’t zoo zelden bij je opkomt,Dat j’ ookhemiets schuldig bent?Want de schrijver staat zijn werk af,Levert je zijn geestelijk goed;Is ’t niet fair, dat jij van jou kantHem zijn rekening voldoet?Als dit beter werd begrepen,Zou ’t den schrijvers beter gaan;Is er, vraag ik, één auteur, dieVan zijn werken kan bestaan?’t Is dat leenen en dat leenen,Dat de boekenmarkt bederft;Het publiek gebruikt zijn werk, ter-wijl d’ auteur in armoe sterft.Voor Carré, Centraal of FloraKijk je om geen daalder scheel,Maar wanneer j’ een boek moet koopen,Is een kwartje je te veel.Lezer, als j’ een boek wilt lezen,Dat je wat ontspanning biedt,Geef den schrijver wat hem toekomt;Koop het boek, en leen het niet.Vorm een boekerij. Dat ’s billijk,En ’t is voor je eigen best,Want zoo’n geestelijk vermogenGeeft je daaglijks interest.Wil j’ een vriend eens een pleizier doen,Of een hartelijkheid, of zoo,Laatjouwexemplaar niet lezen,Maar geef hem er een cadeau.Ja, een vriendschapsdienst, zoo heet het.Maar het is geen eerlijk spel!Want die vriendlijkheid van ’t leenenKost jou niets — den schrijver wel!Lieve lezer...... hm, ja, heb jeMegekocht, dan ben je „lief”,Maar wanneer je mete leenhebt,En je leest me — ben je ’n dief!

Lieve lezer, ik, het boekje,Vraag een oogenblik het woord;Dat een boek spreekt, is geen wonder —J’ hebt dat wel eens meer gehoord.

Lieve lezer, ik, het boekje,

Vraag een oogenblik het woord;

Dat een boek spreekt, is geen wonder —

J’ hebt dat wel eens meer gehoord.

Lezer,koopje wel eens boeken?— Niemand zegt natuurlijk neen —Of, wanneer j’ er een wilt lezen,Vraag je dan zoo’n boek te leen?

Lezer,koopje wel eens boeken?

— Niemand zegt natuurlijk neen —

Of, wanneer j’ er een wilt lezen,

Vraag je dan zoo’n boek te leen?

Ik verdenk je van het laatste,Dat is zoo het oude lied:Van het schrijfsel profiteert men —Aan den schrijver denkt men niet.

Ik verdenk je van het laatste,

Dat is zoo het oude lied:

Van het schrijfsel profiteert men —

Aan den schrijver denkt men niet.

Is het niet een beetje treurig,— ’t Best is, dat je ’t maar erkent —Dat ’t zoo zelden bij je opkomt,Dat j’ ookhemiets schuldig bent?

Is het niet een beetje treurig,

— ’t Best is, dat je ’t maar erkent —

Dat ’t zoo zelden bij je opkomt,

Dat j’ ookhemiets schuldig bent?

Want de schrijver staat zijn werk af,Levert je zijn geestelijk goed;Is ’t niet fair, dat jij van jou kantHem zijn rekening voldoet?

Want de schrijver staat zijn werk af,

Levert je zijn geestelijk goed;

Is ’t niet fair, dat jij van jou kant

Hem zijn rekening voldoet?

Als dit beter werd begrepen,Zou ’t den schrijvers beter gaan;Is er, vraag ik, één auteur, dieVan zijn werken kan bestaan?

Als dit beter werd begrepen,

Zou ’t den schrijvers beter gaan;

Is er, vraag ik, één auteur, die

Van zijn werken kan bestaan?

’t Is dat leenen en dat leenen,Dat de boekenmarkt bederft;Het publiek gebruikt zijn werk, ter-wijl d’ auteur in armoe sterft.

’t Is dat leenen en dat leenen,

Dat de boekenmarkt bederft;

Het publiek gebruikt zijn werk, ter-

wijl d’ auteur in armoe sterft.

Voor Carré, Centraal of FloraKijk je om geen daalder scheel,Maar wanneer j’ een boek moet koopen,Is een kwartje je te veel.

Voor Carré, Centraal of Flora

Kijk je om geen daalder scheel,

Maar wanneer j’ een boek moet koopen,

Is een kwartje je te veel.

Lezer, als j’ een boek wilt lezen,Dat je wat ontspanning biedt,Geef den schrijver wat hem toekomt;Koop het boek, en leen het niet.

Lezer, als j’ een boek wilt lezen,

Dat je wat ontspanning biedt,

Geef den schrijver wat hem toekomt;

Koop het boek, en leen het niet.

Vorm een boekerij. Dat ’s billijk,En ’t is voor je eigen best,Want zoo’n geestelijk vermogenGeeft je daaglijks interest.

Vorm een boekerij. Dat ’s billijk,

En ’t is voor je eigen best,

Want zoo’n geestelijk vermogen

Geeft je daaglijks interest.

Wil j’ een vriend eens een pleizier doen,Of een hartelijkheid, of zoo,Laatjouwexemplaar niet lezen,Maar geef hem er een cadeau.

Wil j’ een vriend eens een pleizier doen,

Of een hartelijkheid, of zoo,

Laatjouwexemplaar niet lezen,

Maar geef hem er een cadeau.

Ja, een vriendschapsdienst, zoo heet het.Maar het is geen eerlijk spel!Want die vriendlijkheid van ’t leenenKost jou niets — den schrijver wel!

Ja, een vriendschapsdienst, zoo heet het.

Maar het is geen eerlijk spel!

Want die vriendlijkheid van ’t leenen

Kost jou niets — den schrijver wel!

Lieve lezer...... hm, ja, heb jeMegekocht, dan ben je „lief”,Maar wanneer je mete leenhebt,En je leest me — ben je ’n dief!

Lieve lezer...... hm, ja, heb je

Megekocht, dan ben je „lief”,

Maar wanneer je mete leenhebt,

En je leest me — ben je ’n dief!

Deze Rijmen mogen niet worden voorgedragen (ook niet in besloten kring — zie Auteurswet, art. 12) zonder toestemming van het Auteurs-bureau der Vereeniging van Letterkundigen, Jan Willem Brouwersplein 29,Amsterdam.

Deze Rijmen mogen niet worden voorgedragen (ook niet in besloten kring — zie Auteurswet, art. 12) zonder toestemming van het Auteurs-bureau der Vereeniging van Letterkundigen, Jan Willem Brouwersplein 29,Amsterdam.

De tijd van Klara, Bettekoo, van Annemie en AagjeIs lang voorbij. We volgen nu het voorbeeld van het Haagje.Zoo’n naampie op een y-tje klinkt zoo fijntjes, zoo coquetjes,Marie, Christien, Jacoba, Anna, Mina is niet netjes.We zeggen liever Mary, Tini, Cobi, Anni, Mini,En Kitty, Nelly, Wimmy, Elly, Florry, Lotty, Stini.En Jet is veel te burgerlijk, fatsoenlijker is Jetty,En Jenny, Molly, Henny, Dolly, Enny, Polly, Hetty,En Maggy, Tilly, Fanny, Lili, Lizzy, Carry, Corry,En Bini, Betty, Dini, Nettie, Suzie, Emmy, Dorry.Een jongen heet geen Hein, maar Harry. Jan is plat; zeg Johnny,En Willem — dat moet Willy zijn, en Toon natuurlijk Tonny,Dan noem’ we Wijnand Wijnie’ hoor; een ie-tje hebbenzal-ie!Wat moet’ we dan met Albert doen? — Wel, noem den lummel Ally!Ook Eduard is veel te flink, en Frits en Ferdinand,Die worden dus tot Eddy, Freddy, Ferry-dear ontmand.En Gijs wordt Bertie, Bonnie staat voor... drommels ja hoe hietdie?Gelukkig nog dat Piet voorloopig Piet is en niet Pietie!Al wat uit Eng’land komt is chic. Ja juist, maar je vergeet,Dat daar de waschvrouw Mary, en het vischwijf Kitty heet!

De tijd van Klara, Bettekoo, van Annemie en AagjeIs lang voorbij. We volgen nu het voorbeeld van het Haagje.Zoo’n naampie op een y-tje klinkt zoo fijntjes, zoo coquetjes,Marie, Christien, Jacoba, Anna, Mina is niet netjes.We zeggen liever Mary, Tini, Cobi, Anni, Mini,En Kitty, Nelly, Wimmy, Elly, Florry, Lotty, Stini.En Jet is veel te burgerlijk, fatsoenlijker is Jetty,En Jenny, Molly, Henny, Dolly, Enny, Polly, Hetty,En Maggy, Tilly, Fanny, Lili, Lizzy, Carry, Corry,En Bini, Betty, Dini, Nettie, Suzie, Emmy, Dorry.Een jongen heet geen Hein, maar Harry. Jan is plat; zeg Johnny,En Willem — dat moet Willy zijn, en Toon natuurlijk Tonny,Dan noem’ we Wijnand Wijnie’ hoor; een ie-tje hebbenzal-ie!Wat moet’ we dan met Albert doen? — Wel, noem den lummel Ally!Ook Eduard is veel te flink, en Frits en Ferdinand,Die worden dus tot Eddy, Freddy, Ferry-dear ontmand.En Gijs wordt Bertie, Bonnie staat voor... drommels ja hoe hietdie?Gelukkig nog dat Piet voorloopig Piet is en niet Pietie!Al wat uit Eng’land komt is chic. Ja juist, maar je vergeet,Dat daar de waschvrouw Mary, en het vischwijf Kitty heet!

De tijd van Klara, Bettekoo, van Annemie en AagjeIs lang voorbij. We volgen nu het voorbeeld van het Haagje.Zoo’n naampie op een y-tje klinkt zoo fijntjes, zoo coquetjes,Marie, Christien, Jacoba, Anna, Mina is niet netjes.We zeggen liever Mary, Tini, Cobi, Anni, Mini,En Kitty, Nelly, Wimmy, Elly, Florry, Lotty, Stini.En Jet is veel te burgerlijk, fatsoenlijker is Jetty,En Jenny, Molly, Henny, Dolly, Enny, Polly, Hetty,En Maggy, Tilly, Fanny, Lili, Lizzy, Carry, Corry,En Bini, Betty, Dini, Nettie, Suzie, Emmy, Dorry.Een jongen heet geen Hein, maar Harry. Jan is plat; zeg Johnny,En Willem — dat moet Willy zijn, en Toon natuurlijk Tonny,Dan noem’ we Wijnand Wijnie’ hoor; een ie-tje hebbenzal-ie!Wat moet’ we dan met Albert doen? — Wel, noem den lummel Ally!Ook Eduard is veel te flink, en Frits en Ferdinand,Die worden dus tot Eddy, Freddy, Ferry-dear ontmand.En Gijs wordt Bertie, Bonnie staat voor... drommels ja hoe hietdie?Gelukkig nog dat Piet voorloopig Piet is en niet Pietie!Al wat uit Eng’land komt is chic. Ja juist, maar je vergeet,Dat daar de waschvrouw Mary, en het vischwijf Kitty heet!

De tijd van Klara, Bettekoo, van Annemie en Aagje

Is lang voorbij. We volgen nu het voorbeeld van het Haagje.

Zoo’n naampie op een y-tje klinkt zoo fijntjes, zoo coquetjes,

Marie, Christien, Jacoba, Anna, Mina is niet netjes.

We zeggen liever Mary, Tini, Cobi, Anni, Mini,

En Kitty, Nelly, Wimmy, Elly, Florry, Lotty, Stini.

En Jet is veel te burgerlijk, fatsoenlijker is Jetty,

En Jenny, Molly, Henny, Dolly, Enny, Polly, Hetty,

En Maggy, Tilly, Fanny, Lili, Lizzy, Carry, Corry,

En Bini, Betty, Dini, Nettie, Suzie, Emmy, Dorry.

Een jongen heet geen Hein, maar Harry. Jan is plat; zeg Johnny,

En Willem — dat moet Willy zijn, en Toon natuurlijk Tonny,

Dan noem’ we Wijnand Wijnie’ hoor; een ie-tje hebbenzal-ie!

Wat moet’ we dan met Albert doen? — Wel, noem den lummel Ally!

Ook Eduard is veel te flink, en Frits en Ferdinand,

Die worden dus tot Eddy, Freddy, Ferry-dear ontmand.

En Gijs wordt Bertie, Bonnie staat voor... drommels ja hoe hietdie?

Gelukkig nog dat Piet voorloopig Piet is en niet Pietie!

Al wat uit Eng’land komt is chic. Ja juist, maar je vergeet,

Dat daar de waschvrouw Mary, en het vischwijf Kitty heet!


Back to IndexNext