H.Haakon V van Denemarken,187.Hamel, Prof. A. G. van, schrijver van artikelen en studies over de Arthur-sagen,185.Harpijn, de Reus, wordt door Iwein gedood,166,167.Hastings, slag bij,183.Hendrik de Leeuw, Hertog van Brunswijk,187.Herz, Wilhelm, vertaler van het gedicht van Gottfried von Straszburg,191.Herzeleide, moeder van Parcival,461–466.Howel, Koning, de Goede,185.Hulbert, J. R., schrijver van eene studie over Walewein,34–36.Husdan, hond van Tristan, wordt door hem aan Isolde ten geschenke gegeven,295; herkent zijn meester,312.I.Igerna, echtgenoote van Gorlois, komt aan het hof2,3; neemt de wijk in het slot Tintagel, wordt de gemalin van Koning Uther,5,6,9.Isolde, Koningin van Ierland, geneest Tristan van zijne wonden237–239; verpleegt hem voor de tweede maal249,250.Isolde van Ierland, geliefde van Tristan,29; zie:de Sage van Tristan en Isolde,180–323.Isolde met de Blanke Handen(=van Bretagne)188;193; kennismaking en huwelijk met Tristan,300–305; verpleegt haar gewonden echtgenoot,314,315; hoort van zijne liefde voor Isolde van Ierland,316; wreekt zich op haren echtgenoot,319–321,Ither, daagt een der ridders van de Tafel Ronde uit,468; strijdt tegen Parcival,470.Iwein, de Leeuwenridder,41; zie:de Sage van den Leeuwenridder,125–179.J.Jeschute, wordt in haar tent gekust door Parcival,467; wordt door haarechtgenoot gehoond,482; Parcival dwingt hem om zich met J. te verzoenen,485.Jonckbloet, Dr. W. J. A., bewerker van den Middel-Nederlandschen “Lanceloet”,406.K.Kaherdin, broeder van Isolde van Bretagne,299; wordt bevriend met Tristan,300–303; gaat voor hem naar Cornwallis om Isolde te halen,314–320.Kariol, ridder van Koning Mark,306;309.Key, zoon van Arthur’s pleegvader,10,11; seneschalk van Koning Arthur, beproeft de zwaardjonkvrouw te bevrijden,102; spot met Heer Colgrevance,134; hoont Iwein,140,151; wordt door hem verslagen152; gedraagt zich zeer onheusch jegens Gareth332–335; wordt door hem verslagen,339; strijdt tegen Parcival,487.Kièvre, Le, schrijver van een verloren gegaan gedicht over de Tristan-sage,190.Kingrun, maarschalk van Koning Clamides,473; wordt door Parcival verslagen,475–476.Kittredge, George, Lyman, schrijver van eene studie over Walewein,33,34; over het ontstaan der Arthur-sagen,458–459.Kölbing, E., schrijver van eene studie over de “Erex-saga”,351.Kundri, de Graalbode, hare verschijning aan het hof,487.Kurz, Hermann, vertaler van het gedicht van Gottfried von Straszburg,191.Kyot, ofGuiot, Provençaalsch dichter,453.L.Lac, Koning, vader van Erec,360;367;375;376;378;395.Lamorak, probeert de zwaardjonkvrouw te bevrijden,103; zoon van Pellinore,105; L.’s hulp ingeroepen door Lyonors,336.Lanceloet, gaat Ginevra halen,18–22;29;33;41; tracht de zwaardjonkvrouw te bevrijden,102;181;190;192; berispt Heer Key,333; slaat Gareth tot ridder,339;340;Sage van Lanceloet en Elaine,404–440. L.’s verhouding tot de Graal-sage,456–457; Arthur ontdekt het geheim zijner verhouding tot Ginevra,494–496; L. redt Ginevra van den brandstapel,496; wordt door den koning vervolgd en in een zijner kasteelen belegerd,499–501; strijdt tegen Walewein,500; neemt afscheid van Ginevra en trekt zich uit de wereld terug,510–512.Laudine,129; droefheid over haar gesneuvelden echtgenoot,146–149; huwelijk met Iwein,150; ontvangt Koning Arthur op haar slot,152; afscheid van Iwein,154; zendt hem zijn ring terug,155; Iwein’s verlangen naar L.,156;162; L. verstoot hare dienares, Luned,164; is tegenwoordig bij Luned’s terechtstelling,168; dankt den Leeuwenridder voor zijne hulp,169; laat hem weer vertrekken,170;172; angst over de verdediging der tooverbron,175,176; roept de hulp van den Leeuwenridder in,177; verzoent zich met Iwein,178,179.Launceor van Ierland,94; wil Balin straffen voor zijn optreden tegen den koning,107–111.Lavaine, jongste broeder van Elaine,418; vergezelt Lanceloet naar Camelot,422–427; neemt deel aan het steekspel,427–429; brengt Elaine bij het ziekbed van Lanceloet,435; vergezelt Lanceloet naar het hof,443.Layamon, schrijver van het Middel-Engelsche gedicht: “Brut”,XIV;96;404;409.Leodogran, Koning van Cameliard, wordt door Arthur gesteund in zijn strijd tegen de heidenen,15; geeft zijne dochter Ginevra ten huwelijk aan Arthur,16–19; biedt Arthur de Tafel Ronde ten geschenke,23.Liasse, dochtertje van Heer Gurnemanz,472.Limors, Graaf van, voert Enide medenaar zijn slot,391;wordt door Erec gedood,392.Lionel, jongere broedervanBors, valt in een tweekamp tegen Walewein,500.Liones, naam van Lyonors in de “Morte d’Arthur”,325.Loke, Dr. Marie, vertaalster van Bédier’s “Roman de Tristan et Iseut,”194.Londen, de stad,10,11; het steekspel van Allerheiligen te,438; het lijk van Elaine komt in een bootje aandrijven voor het paleis te,446; Ginevra neemt de wijk in L.,501.Longinus, wondde Christus met eene speer in de zijde,119.Lot, Koning der Orcadische eilanden, echtgenoot van Morgawse,27,41; vader van Walewein,174; zijn huwelijksleven,324–327;347.Lot, Ferdinand, schrijver van artikelen en studies over de Arthur-sagen,183;184;187;355;375;458.Loth, M. J.schrijver van artikelen en studies over de Arthur-sagen,185.Lucanus, volgeling van Koning Arthur,505; sterft aan zijne verwondingen,507.Lucius, Keizer van Rome, eischt schatting van Koning Arthur,27.Luned, dienares van Laudine,131; redt Iwein van den dood,143; verbergt hem in haar kamer,144,145; brengt zijn huwelijk met Laudine tot stand,146–149; komt hem zijne ontrouw verwijten,155,158; wordt valschelijk beschuldigd en door Iwein van den brandstapel gered,164,165,168; belooft zijne voorspraak te zijn,170;172; bewerkt zijne verzoening met Laudine,176–178.Lynette, komt Arthur’s hulp inroepen voor hare zuster,336; hoont Gareth om zijne vermeende lage afkomst,342–347; vraagt hem om vergeving,348.Lyonors, de klacht van Vrouwe,336; Gareth nadert het kasteel van,343,344; hare verschijning voor het venster,347; haar huwelijk met Gareth,349.M.Mabonagrain, de geschiedenis van M.,401,402.Maccallum, M. W., schrijver van een werk over de Arthur-sage,XV;XVI.Madden, Sir Frederick, eerste bewerker van het Middel-Engelsche gedicht: “Sir Tristrem”,31.Maerlant, Jacob van, bewerker van Middel-Nederlandsche Arthur-romans,VII,VIII.Maisières, Paiens de, schrijver van “La Mule sanz Frain”,31.Malmesbury, William of, schrijver van pseudo-historische kroniek,27;96.Malory, Thomas, schrijver van “Morte d’Arthur”,XVII;96;97;191;324;325;408–410;454;458.Manessier,452.Map, Walter, schrijver van den prozaroman “Lancelot”,408; van “La Quête del St. Graal”,454; zijn invloed op de Arthur-sagen,457–458.Mark, Koning van Cornwallis,183;184;190;191; ontvangt Rivalin van Ermonie op zijn slot Tintagel,196–200; trekt uit tegen zijne vijanden,205;206; Tristan komt aan het hof van koning M.,220–226; M. verneemt het geheim van Tristan’s geboorte,226–228; weigert de Iersche schatting te betalen,230;231; besluit tot een huwelijk240–243; begroet zijne bruid,263; zijn huwelijk met Isolde van Ierland,264–265; zijn groeiende achterdocht,265–276; veroordeelt Tristan en Isolde tot den vuurdood,276–280; gaat op jacht naar het woud van Morois,284–286; neemt Isolde weer als zijn vrouw aan,288–291; laat Isolde de vuurproef ondergaan,292–295; ontdekt de beide gelieven in den paleistuin,296; Tristan komt, als nar vermomd, aan zijn hof,309–313; M. volgt zijne gemalin naar Bretagne,322–323.Meervrouwe, de, komt aan het hof,105.Melot, handlanger van Meriadoc,269; verzint eene list om de schuld der koningin te bewijzen,271–274; helptden koning om hare schuld te ontdekken,276;291.Meriadoc, bespiedt Tristan en Isolde,265–269; vat liefde op voor Isolde,291; haalt den koning over om haar de vuurproef te doen ondergaan,292.Merlijn, de toovenaar, brengt de verbintenis tusschen Uther en Igerna tot stand,4–7; voorspelt de komst van Arthur,10–15; waarschuwt den koning voor een huwelijk met Ginevra,15–17; voorspelling over het lot van Balin,108–113;119; meldt den dood der beide broeders aan Koning Arthur,124; het einde van M.,501.Modred, als minnaar van Ginevra,29; M.’s ouders,326,327; M. aan het hof,330; als minnaar der koningin,407,408;416; klaagt Ginevra aan bij haar echtgenoot,494–495; maakt zich meester van Arthur’s rijk,500; trekt met zijne troepen tegen den koning,501–505; wordt door Arthur gedood,506.Monmouth, Geoffrey of, schrijver van “Historia Regum Brittanniae”,XII;27;95.Montsalvasch, de Graalburcht,477; Parcival op den Graalburcht,478–481; zijn tweede bezoek aan M.,492–493.Morgan, Hertog, leenheer van Rivalin,196; erkent diens onafhankelijkheid,197; dringt binnen in Rivalin’s graafschap,209–213; wordt door Tristan gedood,228.Morgan le Fay, toovenares, hare wraakneming op de ridders der Tafel Ronde,35,36,86,87; geeft eene wonderzalf ten geschenke,157.Morgawse, gemalin van Koning Lot, moeder van Walewein,27; moeder van Gareth,324; haar huwelijksleven,326,327; staat Gareth toe om naar Camelot te gaan,328; schrijft aan Koning Arthur, wie haar zoon is,349.Morholt, komt schatting opeischen van Koning Mark en wordt door Tristan verslagen,229–233;235;238;241;244;252;257;273;314.Morois, woud van, schuilplaats voor Tristan en Isolde,280; de koning begeeft zich op jacht daarheen,284; Tristan en Isolde keeren uit het woud terug,289;322.Morris, Richard, bewerker van eene uitgave van “Sir Tristrem”,31.Mountbeliard, Perin de, slachtoffer van Garlon,114;115.
H.Haakon V van Denemarken,187.Hamel, Prof. A. G. van, schrijver van artikelen en studies over de Arthur-sagen,185.Harpijn, de Reus, wordt door Iwein gedood,166,167.Hastings, slag bij,183.Hendrik de Leeuw, Hertog van Brunswijk,187.Herz, Wilhelm, vertaler van het gedicht van Gottfried von Straszburg,191.Herzeleide, moeder van Parcival,461–466.Howel, Koning, de Goede,185.Hulbert, J. R., schrijver van eene studie over Walewein,34–36.Husdan, hond van Tristan, wordt door hem aan Isolde ten geschenke gegeven,295; herkent zijn meester,312.I.Igerna, echtgenoote van Gorlois, komt aan het hof2,3; neemt de wijk in het slot Tintagel, wordt de gemalin van Koning Uther,5,6,9.Isolde, Koningin van Ierland, geneest Tristan van zijne wonden237–239; verpleegt hem voor de tweede maal249,250.Isolde van Ierland, geliefde van Tristan,29; zie:de Sage van Tristan en Isolde,180–323.Isolde met de Blanke Handen(=van Bretagne)188;193; kennismaking en huwelijk met Tristan,300–305; verpleegt haar gewonden echtgenoot,314,315; hoort van zijne liefde voor Isolde van Ierland,316; wreekt zich op haren echtgenoot,319–321,Ither, daagt een der ridders van de Tafel Ronde uit,468; strijdt tegen Parcival,470.Iwein, de Leeuwenridder,41; zie:de Sage van den Leeuwenridder,125–179.J.Jeschute, wordt in haar tent gekust door Parcival,467; wordt door haarechtgenoot gehoond,482; Parcival dwingt hem om zich met J. te verzoenen,485.Jonckbloet, Dr. W. J. A., bewerker van den Middel-Nederlandschen “Lanceloet”,406.K.Kaherdin, broeder van Isolde van Bretagne,299; wordt bevriend met Tristan,300–303; gaat voor hem naar Cornwallis om Isolde te halen,314–320.Kariol, ridder van Koning Mark,306;309.Key, zoon van Arthur’s pleegvader,10,11; seneschalk van Koning Arthur, beproeft de zwaardjonkvrouw te bevrijden,102; spot met Heer Colgrevance,134; hoont Iwein,140,151; wordt door hem verslagen152; gedraagt zich zeer onheusch jegens Gareth332–335; wordt door hem verslagen,339; strijdt tegen Parcival,487.Kièvre, Le, schrijver van een verloren gegaan gedicht over de Tristan-sage,190.Kingrun, maarschalk van Koning Clamides,473; wordt door Parcival verslagen,475–476.Kittredge, George, Lyman, schrijver van eene studie over Walewein,33,34; over het ontstaan der Arthur-sagen,458–459.Kölbing, E., schrijver van eene studie over de “Erex-saga”,351.Kundri, de Graalbode, hare verschijning aan het hof,487.Kurz, Hermann, vertaler van het gedicht van Gottfried von Straszburg,191.Kyot, ofGuiot, Provençaalsch dichter,453.L.Lac, Koning, vader van Erec,360;367;375;376;378;395.Lamorak, probeert de zwaardjonkvrouw te bevrijden,103; zoon van Pellinore,105; L.’s hulp ingeroepen door Lyonors,336.Lanceloet, gaat Ginevra halen,18–22;29;33;41; tracht de zwaardjonkvrouw te bevrijden,102;181;190;192; berispt Heer Key,333; slaat Gareth tot ridder,339;340;Sage van Lanceloet en Elaine,404–440. L.’s verhouding tot de Graal-sage,456–457; Arthur ontdekt het geheim zijner verhouding tot Ginevra,494–496; L. redt Ginevra van den brandstapel,496; wordt door den koning vervolgd en in een zijner kasteelen belegerd,499–501; strijdt tegen Walewein,500; neemt afscheid van Ginevra en trekt zich uit de wereld terug,510–512.Laudine,129; droefheid over haar gesneuvelden echtgenoot,146–149; huwelijk met Iwein,150; ontvangt Koning Arthur op haar slot,152; afscheid van Iwein,154; zendt hem zijn ring terug,155; Iwein’s verlangen naar L.,156;162; L. verstoot hare dienares, Luned,164; is tegenwoordig bij Luned’s terechtstelling,168; dankt den Leeuwenridder voor zijne hulp,169; laat hem weer vertrekken,170;172; angst over de verdediging der tooverbron,175,176; roept de hulp van den Leeuwenridder in,177; verzoent zich met Iwein,178,179.Launceor van Ierland,94; wil Balin straffen voor zijn optreden tegen den koning,107–111.Lavaine, jongste broeder van Elaine,418; vergezelt Lanceloet naar Camelot,422–427; neemt deel aan het steekspel,427–429; brengt Elaine bij het ziekbed van Lanceloet,435; vergezelt Lanceloet naar het hof,443.Layamon, schrijver van het Middel-Engelsche gedicht: “Brut”,XIV;96;404;409.Leodogran, Koning van Cameliard, wordt door Arthur gesteund in zijn strijd tegen de heidenen,15; geeft zijne dochter Ginevra ten huwelijk aan Arthur,16–19; biedt Arthur de Tafel Ronde ten geschenke,23.Liasse, dochtertje van Heer Gurnemanz,472.Limors, Graaf van, voert Enide medenaar zijn slot,391;wordt door Erec gedood,392.Lionel, jongere broedervanBors, valt in een tweekamp tegen Walewein,500.Liones, naam van Lyonors in de “Morte d’Arthur”,325.Loke, Dr. Marie, vertaalster van Bédier’s “Roman de Tristan et Iseut,”194.Londen, de stad,10,11; het steekspel van Allerheiligen te,438; het lijk van Elaine komt in een bootje aandrijven voor het paleis te,446; Ginevra neemt de wijk in L.,501.Longinus, wondde Christus met eene speer in de zijde,119.Lot, Koning der Orcadische eilanden, echtgenoot van Morgawse,27,41; vader van Walewein,174; zijn huwelijksleven,324–327;347.Lot, Ferdinand, schrijver van artikelen en studies over de Arthur-sagen,183;184;187;355;375;458.Loth, M. J.schrijver van artikelen en studies over de Arthur-sagen,185.Lucanus, volgeling van Koning Arthur,505; sterft aan zijne verwondingen,507.Lucius, Keizer van Rome, eischt schatting van Koning Arthur,27.Luned, dienares van Laudine,131; redt Iwein van den dood,143; verbergt hem in haar kamer,144,145; brengt zijn huwelijk met Laudine tot stand,146–149; komt hem zijne ontrouw verwijten,155,158; wordt valschelijk beschuldigd en door Iwein van den brandstapel gered,164,165,168; belooft zijne voorspraak te zijn,170;172; bewerkt zijne verzoening met Laudine,176–178.Lynette, komt Arthur’s hulp inroepen voor hare zuster,336; hoont Gareth om zijne vermeende lage afkomst,342–347; vraagt hem om vergeving,348.Lyonors, de klacht van Vrouwe,336; Gareth nadert het kasteel van,343,344; hare verschijning voor het venster,347; haar huwelijk met Gareth,349.M.Mabonagrain, de geschiedenis van M.,401,402.Maccallum, M. W., schrijver van een werk over de Arthur-sage,XV;XVI.Madden, Sir Frederick, eerste bewerker van het Middel-Engelsche gedicht: “Sir Tristrem”,31.Maerlant, Jacob van, bewerker van Middel-Nederlandsche Arthur-romans,VII,VIII.Maisières, Paiens de, schrijver van “La Mule sanz Frain”,31.Malmesbury, William of, schrijver van pseudo-historische kroniek,27;96.Malory, Thomas, schrijver van “Morte d’Arthur”,XVII;96;97;191;324;325;408–410;454;458.Manessier,452.Map, Walter, schrijver van den prozaroman “Lancelot”,408; van “La Quête del St. Graal”,454; zijn invloed op de Arthur-sagen,457–458.Mark, Koning van Cornwallis,183;184;190;191; ontvangt Rivalin van Ermonie op zijn slot Tintagel,196–200; trekt uit tegen zijne vijanden,205;206; Tristan komt aan het hof van koning M.,220–226; M. verneemt het geheim van Tristan’s geboorte,226–228; weigert de Iersche schatting te betalen,230;231; besluit tot een huwelijk240–243; begroet zijne bruid,263; zijn huwelijk met Isolde van Ierland,264–265; zijn groeiende achterdocht,265–276; veroordeelt Tristan en Isolde tot den vuurdood,276–280; gaat op jacht naar het woud van Morois,284–286; neemt Isolde weer als zijn vrouw aan,288–291; laat Isolde de vuurproef ondergaan,292–295; ontdekt de beide gelieven in den paleistuin,296; Tristan komt, als nar vermomd, aan zijn hof,309–313; M. volgt zijne gemalin naar Bretagne,322–323.Meervrouwe, de, komt aan het hof,105.Melot, handlanger van Meriadoc,269; verzint eene list om de schuld der koningin te bewijzen,271–274; helptden koning om hare schuld te ontdekken,276;291.Meriadoc, bespiedt Tristan en Isolde,265–269; vat liefde op voor Isolde,291; haalt den koning over om haar de vuurproef te doen ondergaan,292.Merlijn, de toovenaar, brengt de verbintenis tusschen Uther en Igerna tot stand,4–7; voorspelt de komst van Arthur,10–15; waarschuwt den koning voor een huwelijk met Ginevra,15–17; voorspelling over het lot van Balin,108–113;119; meldt den dood der beide broeders aan Koning Arthur,124; het einde van M.,501.Modred, als minnaar van Ginevra,29; M.’s ouders,326,327; M. aan het hof,330; als minnaar der koningin,407,408;416; klaagt Ginevra aan bij haar echtgenoot,494–495; maakt zich meester van Arthur’s rijk,500; trekt met zijne troepen tegen den koning,501–505; wordt door Arthur gedood,506.Monmouth, Geoffrey of, schrijver van “Historia Regum Brittanniae”,XII;27;95.Montsalvasch, de Graalburcht,477; Parcival op den Graalburcht,478–481; zijn tweede bezoek aan M.,492–493.Morgan, Hertog, leenheer van Rivalin,196; erkent diens onafhankelijkheid,197; dringt binnen in Rivalin’s graafschap,209–213; wordt door Tristan gedood,228.Morgan le Fay, toovenares, hare wraakneming op de ridders der Tafel Ronde,35,36,86,87; geeft eene wonderzalf ten geschenke,157.Morgawse, gemalin van Koning Lot, moeder van Walewein,27; moeder van Gareth,324; haar huwelijksleven,326,327; staat Gareth toe om naar Camelot te gaan,328; schrijft aan Koning Arthur, wie haar zoon is,349.Morholt, komt schatting opeischen van Koning Mark en wordt door Tristan verslagen,229–233;235;238;241;244;252;257;273;314.Morois, woud van, schuilplaats voor Tristan en Isolde,280; de koning begeeft zich op jacht daarheen,284; Tristan en Isolde keeren uit het woud terug,289;322.Morris, Richard, bewerker van eene uitgave van “Sir Tristrem”,31.Mountbeliard, Perin de, slachtoffer van Garlon,114;115.
H.Haakon V van Denemarken,187.Hamel, Prof. A. G. van, schrijver van artikelen en studies over de Arthur-sagen,185.Harpijn, de Reus, wordt door Iwein gedood,166,167.Hastings, slag bij,183.Hendrik de Leeuw, Hertog van Brunswijk,187.Herz, Wilhelm, vertaler van het gedicht van Gottfried von Straszburg,191.Herzeleide, moeder van Parcival,461–466.Howel, Koning, de Goede,185.Hulbert, J. R., schrijver van eene studie over Walewein,34–36.Husdan, hond van Tristan, wordt door hem aan Isolde ten geschenke gegeven,295; herkent zijn meester,312.
Haakon V van Denemarken,187.
Hamel, Prof. A. G. van, schrijver van artikelen en studies over de Arthur-sagen,185.
Harpijn, de Reus, wordt door Iwein gedood,166,167.
Hastings, slag bij,183.
Hendrik de Leeuw, Hertog van Brunswijk,187.
Herz, Wilhelm, vertaler van het gedicht van Gottfried von Straszburg,191.
Herzeleide, moeder van Parcival,461–466.
Howel, Koning, de Goede,185.
Hulbert, J. R., schrijver van eene studie over Walewein,34–36.
Husdan, hond van Tristan, wordt door hem aan Isolde ten geschenke gegeven,295; herkent zijn meester,312.
I.Igerna, echtgenoote van Gorlois, komt aan het hof2,3; neemt de wijk in het slot Tintagel, wordt de gemalin van Koning Uther,5,6,9.Isolde, Koningin van Ierland, geneest Tristan van zijne wonden237–239; verpleegt hem voor de tweede maal249,250.Isolde van Ierland, geliefde van Tristan,29; zie:de Sage van Tristan en Isolde,180–323.Isolde met de Blanke Handen(=van Bretagne)188;193; kennismaking en huwelijk met Tristan,300–305; verpleegt haar gewonden echtgenoot,314,315; hoort van zijne liefde voor Isolde van Ierland,316; wreekt zich op haren echtgenoot,319–321,Ither, daagt een der ridders van de Tafel Ronde uit,468; strijdt tegen Parcival,470.Iwein, de Leeuwenridder,41; zie:de Sage van den Leeuwenridder,125–179.
Igerna, echtgenoote van Gorlois, komt aan het hof2,3; neemt de wijk in het slot Tintagel, wordt de gemalin van Koning Uther,5,6,9.
Isolde, Koningin van Ierland, geneest Tristan van zijne wonden237–239; verpleegt hem voor de tweede maal249,250.
Isolde van Ierland, geliefde van Tristan,29; zie:de Sage van Tristan en Isolde,180–323.
Isolde met de Blanke Handen(=van Bretagne)188;193; kennismaking en huwelijk met Tristan,300–305; verpleegt haar gewonden echtgenoot,314,315; hoort van zijne liefde voor Isolde van Ierland,316; wreekt zich op haren echtgenoot,319–321,
Ither, daagt een der ridders van de Tafel Ronde uit,468; strijdt tegen Parcival,470.
Iwein, de Leeuwenridder,41; zie:de Sage van den Leeuwenridder,125–179.
J.Jeschute, wordt in haar tent gekust door Parcival,467; wordt door haarechtgenoot gehoond,482; Parcival dwingt hem om zich met J. te verzoenen,485.Jonckbloet, Dr. W. J. A., bewerker van den Middel-Nederlandschen “Lanceloet”,406.
Jeschute, wordt in haar tent gekust door Parcival,467; wordt door haarechtgenoot gehoond,482; Parcival dwingt hem om zich met J. te verzoenen,485.
Jonckbloet, Dr. W. J. A., bewerker van den Middel-Nederlandschen “Lanceloet”,406.
K.Kaherdin, broeder van Isolde van Bretagne,299; wordt bevriend met Tristan,300–303; gaat voor hem naar Cornwallis om Isolde te halen,314–320.Kariol, ridder van Koning Mark,306;309.Key, zoon van Arthur’s pleegvader,10,11; seneschalk van Koning Arthur, beproeft de zwaardjonkvrouw te bevrijden,102; spot met Heer Colgrevance,134; hoont Iwein,140,151; wordt door hem verslagen152; gedraagt zich zeer onheusch jegens Gareth332–335; wordt door hem verslagen,339; strijdt tegen Parcival,487.Kièvre, Le, schrijver van een verloren gegaan gedicht over de Tristan-sage,190.Kingrun, maarschalk van Koning Clamides,473; wordt door Parcival verslagen,475–476.Kittredge, George, Lyman, schrijver van eene studie over Walewein,33,34; over het ontstaan der Arthur-sagen,458–459.Kölbing, E., schrijver van eene studie over de “Erex-saga”,351.Kundri, de Graalbode, hare verschijning aan het hof,487.Kurz, Hermann, vertaler van het gedicht van Gottfried von Straszburg,191.Kyot, ofGuiot, Provençaalsch dichter,453.
Kaherdin, broeder van Isolde van Bretagne,299; wordt bevriend met Tristan,300–303; gaat voor hem naar Cornwallis om Isolde te halen,314–320.
Kariol, ridder van Koning Mark,306;309.
Key, zoon van Arthur’s pleegvader,10,11; seneschalk van Koning Arthur, beproeft de zwaardjonkvrouw te bevrijden,102; spot met Heer Colgrevance,134; hoont Iwein,140,151; wordt door hem verslagen152; gedraagt zich zeer onheusch jegens Gareth332–335; wordt door hem verslagen,339; strijdt tegen Parcival,487.
Kièvre, Le, schrijver van een verloren gegaan gedicht over de Tristan-sage,190.
Kingrun, maarschalk van Koning Clamides,473; wordt door Parcival verslagen,475–476.
Kittredge, George, Lyman, schrijver van eene studie over Walewein,33,34; over het ontstaan der Arthur-sagen,458–459.
Kölbing, E., schrijver van eene studie over de “Erex-saga”,351.
Kundri, de Graalbode, hare verschijning aan het hof,487.
Kurz, Hermann, vertaler van het gedicht van Gottfried von Straszburg,191.
Kyot, ofGuiot, Provençaalsch dichter,453.
L.Lac, Koning, vader van Erec,360;367;375;376;378;395.Lamorak, probeert de zwaardjonkvrouw te bevrijden,103; zoon van Pellinore,105; L.’s hulp ingeroepen door Lyonors,336.Lanceloet, gaat Ginevra halen,18–22;29;33;41; tracht de zwaardjonkvrouw te bevrijden,102;181;190;192; berispt Heer Key,333; slaat Gareth tot ridder,339;340;Sage van Lanceloet en Elaine,404–440. L.’s verhouding tot de Graal-sage,456–457; Arthur ontdekt het geheim zijner verhouding tot Ginevra,494–496; L. redt Ginevra van den brandstapel,496; wordt door den koning vervolgd en in een zijner kasteelen belegerd,499–501; strijdt tegen Walewein,500; neemt afscheid van Ginevra en trekt zich uit de wereld terug,510–512.Laudine,129; droefheid over haar gesneuvelden echtgenoot,146–149; huwelijk met Iwein,150; ontvangt Koning Arthur op haar slot,152; afscheid van Iwein,154; zendt hem zijn ring terug,155; Iwein’s verlangen naar L.,156;162; L. verstoot hare dienares, Luned,164; is tegenwoordig bij Luned’s terechtstelling,168; dankt den Leeuwenridder voor zijne hulp,169; laat hem weer vertrekken,170;172; angst over de verdediging der tooverbron,175,176; roept de hulp van den Leeuwenridder in,177; verzoent zich met Iwein,178,179.Launceor van Ierland,94; wil Balin straffen voor zijn optreden tegen den koning,107–111.Lavaine, jongste broeder van Elaine,418; vergezelt Lanceloet naar Camelot,422–427; neemt deel aan het steekspel,427–429; brengt Elaine bij het ziekbed van Lanceloet,435; vergezelt Lanceloet naar het hof,443.Layamon, schrijver van het Middel-Engelsche gedicht: “Brut”,XIV;96;404;409.Leodogran, Koning van Cameliard, wordt door Arthur gesteund in zijn strijd tegen de heidenen,15; geeft zijne dochter Ginevra ten huwelijk aan Arthur,16–19; biedt Arthur de Tafel Ronde ten geschenke,23.Liasse, dochtertje van Heer Gurnemanz,472.Limors, Graaf van, voert Enide medenaar zijn slot,391;wordt door Erec gedood,392.Lionel, jongere broedervanBors, valt in een tweekamp tegen Walewein,500.Liones, naam van Lyonors in de “Morte d’Arthur”,325.Loke, Dr. Marie, vertaalster van Bédier’s “Roman de Tristan et Iseut,”194.Londen, de stad,10,11; het steekspel van Allerheiligen te,438; het lijk van Elaine komt in een bootje aandrijven voor het paleis te,446; Ginevra neemt de wijk in L.,501.Longinus, wondde Christus met eene speer in de zijde,119.Lot, Koning der Orcadische eilanden, echtgenoot van Morgawse,27,41; vader van Walewein,174; zijn huwelijksleven,324–327;347.Lot, Ferdinand, schrijver van artikelen en studies over de Arthur-sagen,183;184;187;355;375;458.Loth, M. J.schrijver van artikelen en studies over de Arthur-sagen,185.Lucanus, volgeling van Koning Arthur,505; sterft aan zijne verwondingen,507.Lucius, Keizer van Rome, eischt schatting van Koning Arthur,27.Luned, dienares van Laudine,131; redt Iwein van den dood,143; verbergt hem in haar kamer,144,145; brengt zijn huwelijk met Laudine tot stand,146–149; komt hem zijne ontrouw verwijten,155,158; wordt valschelijk beschuldigd en door Iwein van den brandstapel gered,164,165,168; belooft zijne voorspraak te zijn,170;172; bewerkt zijne verzoening met Laudine,176–178.Lynette, komt Arthur’s hulp inroepen voor hare zuster,336; hoont Gareth om zijne vermeende lage afkomst,342–347; vraagt hem om vergeving,348.Lyonors, de klacht van Vrouwe,336; Gareth nadert het kasteel van,343,344; hare verschijning voor het venster,347; haar huwelijk met Gareth,349.
Lac, Koning, vader van Erec,360;367;375;376;378;395.
Lamorak, probeert de zwaardjonkvrouw te bevrijden,103; zoon van Pellinore,105; L.’s hulp ingeroepen door Lyonors,336.
Lanceloet, gaat Ginevra halen,18–22;29;33;41; tracht de zwaardjonkvrouw te bevrijden,102;181;190;192; berispt Heer Key,333; slaat Gareth tot ridder,339;340;Sage van Lanceloet en Elaine,404–440. L.’s verhouding tot de Graal-sage,456–457; Arthur ontdekt het geheim zijner verhouding tot Ginevra,494–496; L. redt Ginevra van den brandstapel,496; wordt door den koning vervolgd en in een zijner kasteelen belegerd,499–501; strijdt tegen Walewein,500; neemt afscheid van Ginevra en trekt zich uit de wereld terug,510–512.
Laudine,129; droefheid over haar gesneuvelden echtgenoot,146–149; huwelijk met Iwein,150; ontvangt Koning Arthur op haar slot,152; afscheid van Iwein,154; zendt hem zijn ring terug,155; Iwein’s verlangen naar L.,156;162; L. verstoot hare dienares, Luned,164; is tegenwoordig bij Luned’s terechtstelling,168; dankt den Leeuwenridder voor zijne hulp,169; laat hem weer vertrekken,170;172; angst over de verdediging der tooverbron,175,176; roept de hulp van den Leeuwenridder in,177; verzoent zich met Iwein,178,179.
Launceor van Ierland,94; wil Balin straffen voor zijn optreden tegen den koning,107–111.
Lavaine, jongste broeder van Elaine,418; vergezelt Lanceloet naar Camelot,422–427; neemt deel aan het steekspel,427–429; brengt Elaine bij het ziekbed van Lanceloet,435; vergezelt Lanceloet naar het hof,443.
Layamon, schrijver van het Middel-Engelsche gedicht: “Brut”,XIV;96;404;409.
Leodogran, Koning van Cameliard, wordt door Arthur gesteund in zijn strijd tegen de heidenen,15; geeft zijne dochter Ginevra ten huwelijk aan Arthur,16–19; biedt Arthur de Tafel Ronde ten geschenke,23.
Liasse, dochtertje van Heer Gurnemanz,472.
Limors, Graaf van, voert Enide medenaar zijn slot,391;wordt door Erec gedood,392.
Lionel, jongere broedervanBors, valt in een tweekamp tegen Walewein,500.
Liones, naam van Lyonors in de “Morte d’Arthur”,325.
Loke, Dr. Marie, vertaalster van Bédier’s “Roman de Tristan et Iseut,”194.
Londen, de stad,10,11; het steekspel van Allerheiligen te,438; het lijk van Elaine komt in een bootje aandrijven voor het paleis te,446; Ginevra neemt de wijk in L.,501.
Longinus, wondde Christus met eene speer in de zijde,119.
Lot, Koning der Orcadische eilanden, echtgenoot van Morgawse,27,41; vader van Walewein,174; zijn huwelijksleven,324–327;347.
Lot, Ferdinand, schrijver van artikelen en studies over de Arthur-sagen,183;184;187;355;375;458.
Loth, M. J.schrijver van artikelen en studies over de Arthur-sagen,185.
Lucanus, volgeling van Koning Arthur,505; sterft aan zijne verwondingen,507.
Lucius, Keizer van Rome, eischt schatting van Koning Arthur,27.
Luned, dienares van Laudine,131; redt Iwein van den dood,143; verbergt hem in haar kamer,144,145; brengt zijn huwelijk met Laudine tot stand,146–149; komt hem zijne ontrouw verwijten,155,158; wordt valschelijk beschuldigd en door Iwein van den brandstapel gered,164,165,168; belooft zijne voorspraak te zijn,170;172; bewerkt zijne verzoening met Laudine,176–178.
Lynette, komt Arthur’s hulp inroepen voor hare zuster,336; hoont Gareth om zijne vermeende lage afkomst,342–347; vraagt hem om vergeving,348.
Lyonors, de klacht van Vrouwe,336; Gareth nadert het kasteel van,343,344; hare verschijning voor het venster,347; haar huwelijk met Gareth,349.
M.Mabonagrain, de geschiedenis van M.,401,402.Maccallum, M. W., schrijver van een werk over de Arthur-sage,XV;XVI.Madden, Sir Frederick, eerste bewerker van het Middel-Engelsche gedicht: “Sir Tristrem”,31.Maerlant, Jacob van, bewerker van Middel-Nederlandsche Arthur-romans,VII,VIII.Maisières, Paiens de, schrijver van “La Mule sanz Frain”,31.Malmesbury, William of, schrijver van pseudo-historische kroniek,27;96.Malory, Thomas, schrijver van “Morte d’Arthur”,XVII;96;97;191;324;325;408–410;454;458.Manessier,452.Map, Walter, schrijver van den prozaroman “Lancelot”,408; van “La Quête del St. Graal”,454; zijn invloed op de Arthur-sagen,457–458.Mark, Koning van Cornwallis,183;184;190;191; ontvangt Rivalin van Ermonie op zijn slot Tintagel,196–200; trekt uit tegen zijne vijanden,205;206; Tristan komt aan het hof van koning M.,220–226; M. verneemt het geheim van Tristan’s geboorte,226–228; weigert de Iersche schatting te betalen,230;231; besluit tot een huwelijk240–243; begroet zijne bruid,263; zijn huwelijk met Isolde van Ierland,264–265; zijn groeiende achterdocht,265–276; veroordeelt Tristan en Isolde tot den vuurdood,276–280; gaat op jacht naar het woud van Morois,284–286; neemt Isolde weer als zijn vrouw aan,288–291; laat Isolde de vuurproef ondergaan,292–295; ontdekt de beide gelieven in den paleistuin,296; Tristan komt, als nar vermomd, aan zijn hof,309–313; M. volgt zijne gemalin naar Bretagne,322–323.Meervrouwe, de, komt aan het hof,105.Melot, handlanger van Meriadoc,269; verzint eene list om de schuld der koningin te bewijzen,271–274; helptden koning om hare schuld te ontdekken,276;291.Meriadoc, bespiedt Tristan en Isolde,265–269; vat liefde op voor Isolde,291; haalt den koning over om haar de vuurproef te doen ondergaan,292.Merlijn, de toovenaar, brengt de verbintenis tusschen Uther en Igerna tot stand,4–7; voorspelt de komst van Arthur,10–15; waarschuwt den koning voor een huwelijk met Ginevra,15–17; voorspelling over het lot van Balin,108–113;119; meldt den dood der beide broeders aan Koning Arthur,124; het einde van M.,501.Modred, als minnaar van Ginevra,29; M.’s ouders,326,327; M. aan het hof,330; als minnaar der koningin,407,408;416; klaagt Ginevra aan bij haar echtgenoot,494–495; maakt zich meester van Arthur’s rijk,500; trekt met zijne troepen tegen den koning,501–505; wordt door Arthur gedood,506.Monmouth, Geoffrey of, schrijver van “Historia Regum Brittanniae”,XII;27;95.Montsalvasch, de Graalburcht,477; Parcival op den Graalburcht,478–481; zijn tweede bezoek aan M.,492–493.Morgan, Hertog, leenheer van Rivalin,196; erkent diens onafhankelijkheid,197; dringt binnen in Rivalin’s graafschap,209–213; wordt door Tristan gedood,228.Morgan le Fay, toovenares, hare wraakneming op de ridders der Tafel Ronde,35,36,86,87; geeft eene wonderzalf ten geschenke,157.Morgawse, gemalin van Koning Lot, moeder van Walewein,27; moeder van Gareth,324; haar huwelijksleven,326,327; staat Gareth toe om naar Camelot te gaan,328; schrijft aan Koning Arthur, wie haar zoon is,349.Morholt, komt schatting opeischen van Koning Mark en wordt door Tristan verslagen,229–233;235;238;241;244;252;257;273;314.Morois, woud van, schuilplaats voor Tristan en Isolde,280; de koning begeeft zich op jacht daarheen,284; Tristan en Isolde keeren uit het woud terug,289;322.Morris, Richard, bewerker van eene uitgave van “Sir Tristrem”,31.Mountbeliard, Perin de, slachtoffer van Garlon,114;115.
Mabonagrain, de geschiedenis van M.,401,402.
Maccallum, M. W., schrijver van een werk over de Arthur-sage,XV;XVI.
Madden, Sir Frederick, eerste bewerker van het Middel-Engelsche gedicht: “Sir Tristrem”,31.
Maerlant, Jacob van, bewerker van Middel-Nederlandsche Arthur-romans,VII,VIII.
Maisières, Paiens de, schrijver van “La Mule sanz Frain”,31.
Malmesbury, William of, schrijver van pseudo-historische kroniek,27;96.
Malory, Thomas, schrijver van “Morte d’Arthur”,XVII;96;97;191;324;325;408–410;454;458.
Manessier,452.
Map, Walter, schrijver van den prozaroman “Lancelot”,408; van “La Quête del St. Graal”,454; zijn invloed op de Arthur-sagen,457–458.
Mark, Koning van Cornwallis,183;184;190;191; ontvangt Rivalin van Ermonie op zijn slot Tintagel,196–200; trekt uit tegen zijne vijanden,205;206; Tristan komt aan het hof van koning M.,220–226; M. verneemt het geheim van Tristan’s geboorte,226–228; weigert de Iersche schatting te betalen,230;231; besluit tot een huwelijk240–243; begroet zijne bruid,263; zijn huwelijk met Isolde van Ierland,264–265; zijn groeiende achterdocht,265–276; veroordeelt Tristan en Isolde tot den vuurdood,276–280; gaat op jacht naar het woud van Morois,284–286; neemt Isolde weer als zijn vrouw aan,288–291; laat Isolde de vuurproef ondergaan,292–295; ontdekt de beide gelieven in den paleistuin,296; Tristan komt, als nar vermomd, aan zijn hof,309–313; M. volgt zijne gemalin naar Bretagne,322–323.
Meervrouwe, de, komt aan het hof,105.
Melot, handlanger van Meriadoc,269; verzint eene list om de schuld der koningin te bewijzen,271–274; helptden koning om hare schuld te ontdekken,276;291.
Meriadoc, bespiedt Tristan en Isolde,265–269; vat liefde op voor Isolde,291; haalt den koning over om haar de vuurproef te doen ondergaan,292.
Merlijn, de toovenaar, brengt de verbintenis tusschen Uther en Igerna tot stand,4–7; voorspelt de komst van Arthur,10–15; waarschuwt den koning voor een huwelijk met Ginevra,15–17; voorspelling over het lot van Balin,108–113;119; meldt den dood der beide broeders aan Koning Arthur,124; het einde van M.,501.
Modred, als minnaar van Ginevra,29; M.’s ouders,326,327; M. aan het hof,330; als minnaar der koningin,407,408;416; klaagt Ginevra aan bij haar echtgenoot,494–495; maakt zich meester van Arthur’s rijk,500; trekt met zijne troepen tegen den koning,501–505; wordt door Arthur gedood,506.
Monmouth, Geoffrey of, schrijver van “Historia Regum Brittanniae”,XII;27;95.
Montsalvasch, de Graalburcht,477; Parcival op den Graalburcht,478–481; zijn tweede bezoek aan M.,492–493.
Morgan, Hertog, leenheer van Rivalin,196; erkent diens onafhankelijkheid,197; dringt binnen in Rivalin’s graafschap,209–213; wordt door Tristan gedood,228.
Morgan le Fay, toovenares, hare wraakneming op de ridders der Tafel Ronde,35,36,86,87; geeft eene wonderzalf ten geschenke,157.
Morgawse, gemalin van Koning Lot, moeder van Walewein,27; moeder van Gareth,324; haar huwelijksleven,326,327; staat Gareth toe om naar Camelot te gaan,328; schrijft aan Koning Arthur, wie haar zoon is,349.
Morholt, komt schatting opeischen van Koning Mark en wordt door Tristan verslagen,229–233;235;238;241;244;252;257;273;314.
Morois, woud van, schuilplaats voor Tristan en Isolde,280; de koning begeeft zich op jacht daarheen,284; Tristan en Isolde keeren uit het woud terug,289;322.
Morris, Richard, bewerker van eene uitgave van “Sir Tristrem”,31.
Mountbeliard, Perin de, slachtoffer van Garlon,114;115.