REGISTER.

REGISTER.Ornamentale leeuw.A|B|C|D|E|F|G|H|I|J|K|L|M|N|O|P|R|S|T|U|V|W|Y|ZA.Agavin met de Roode Haren, drost van Koning Gumurun, wenscht prinses Isolde te huwen,246–257.Agravaine, derde zoon van Koning Lot en Koningin Morgawse,326;330;416;494–496.Aliers, Graaf, bedreigt het slot van eene jonkvrouw,157; wordt door Iwein verslagen,159,160.Amfortas, de Graalkoning, zijne geschiedenis,483–484;491;493.Androcles, sage van Androcles en den leeuw,130.Arimathea, Jozef van, brenger van den Graal naar Engeland,117;119;454–455.Arnold, Matthew, schrijver van “Tristram and Iseult”,193.Arthur, Koning,Arthur’s Komst: zijne geboorte, jeugd, troonsbestijging en huwelijk,1–26; viert met zijne ridders het Kerstfeest te Camelot,39–41; ontvangt aldaar den Groenen Ridder,42–47; geeft een afscheidsfeest voor Walewein,50; hoort het verslag van diens avonturen,90; verbant Balin van het hof,100; ontvangt de zwaardjonkvrouw aan zijn hof,101–104; staat de Meervrouwe te woord,105,106; zendt Balin opnieuw in ballingschap,107; strijdt tegen Koning Nero,112,113; houdt hof te Cardiff,133; verneemt de avonturen van Colgrevance,141; besluit hem te wreken,141; komt met zijn leger bij de bron,151; is gast op het slot van Iwein,153; spreekt recht in de zaak van twee twistende zusters,172; is getuige bij de vuurproef van Isolde,292–294; hoort naar de wenschen van Gareth,329–332; luistert naar de klachten van Lynette,335–337; neemt Gareth op onder de ridders der Tafel Ronde,349; gaat met zijne ridders op jacht naar het witte hert,358,359; kent Enide den schoonheidsprijs toe,374; roept zijne ridders bijeen voor een steekspel te Camelot,411; begeeft zich daarheen,414; ontvangt Parcival aan zijn hof,468–470; begeeft zich op weg om den Rooden Ridder te zoeken,486–487;Arthur’s Dood:verneemt de ontrouw zijner gemalin, wil zich op Lanceloet wreken, wordt door Modred verraden, sneuvelt en wordt weggevoerd naar het eiland Avalon,494–512.Astolat, Graaf Bernard van, vader van Elaine, ontvangt Lanceloet op zijn slot,418–424; krijgt een bezoek van Walewein,430–433; zijne droefheid over den dood van Elaine,445.Aue, Hartmann von, schrijver van “Iwein” en “Erec”,130;350;351;353:355.Avalon, de Vrouwe van,94; zendt de zwaardjonkvrouw naar het hof,101;108; voert Arthur mede naar haar rijk,509.B.Balan, zie:de Sage van Balin en Balan,92–124.Balin, zie:de Sage van Balin en Balan,92–124.Bédier, Joseph, bewerker van het Tristan-gedicht van Thomas,180,182–186; schrijver van “Le Roman de Tristan et Iseut”,194.Bedivere, volgeling van Koning Arthur,505; krijgt bevel om het zwaard Excalibur in het meer te werpen,507–508; trekt zich uit de wereld terug,509.Belinus, god der duisternis uit de Keltische mythologie,95.Bel Repair, slot van Condwiramur,473–477.Benwick, het vaderland van Lanceloet,499;501.Berenton, Tooverbron van,129.Bernlak de Hautdesert,35; maakt zich aan Walewein bekend,86; geeft hem den groenen gordel ten geschenke,88; neemt afscheid,89.Béroul, schrijver van het oudste bestaande gedicht over de Tristan-sage,28;186–190.Birch Hirschfeld, A., schrijver van “Die Sage vom Gral”,452;453.Blanchefleur, zuster van Koning Mark, hare jeugd,200–202; vat liefde op voor Rivalin,202–205; bekent hem hare liefde,208; volgt hem naar zijn land,211; brengt een zoon ter wereld en sterft,212; haar broeder verneemt het geheim van haar huwelijk,227.Borodine, Myrrha, schrijfster van: “La Femme dans l’ Oeuvre de Chrétien de Troyes”,355.Borron, Robert de, schrijver van “Merlin”,VII,96;453.Bors, brengt Lanceloet eene wonde toe,428,433; gaat naar Camelot om hem te zoeken,434; vindt hem,436; onderscheidt zich op het steekspel van Allerheiligen,438; valt in een tweekamp tegen Walewein,500.Bran, god van het licht uit de Keltische mythologie,95.Brandigan, de Burcht, eigendom van Koning Evrain,396; verblijf van Erec op B.397–403.Brangwaine, dienstmaagd van Isolde,249,250; krijgt van de koningin een liefdesdrank in bewaring,258; jammert over het verkeerde gebruik daarvan,261,262; belooft Isolde om hare plaats in te nemen,263,264; geeft hare meesteres raad,267,269; maakt het Tristan en Isolde mogelijk om met elkander te spreken,270; bewerkstelligt voor hen een laatste samenzijn,295,296; troost hare meesteres,309,311,312; vergezelt Isolde naar Bretagne,318; deelt Koning Mark de waarheid omtrent den liefdesdrank mede,322.Brastias, volgeling van Gorlois,5.Bréri(= Bledhericus), sagenverteller uit Wales,187;455.Brink, ten, schrijver van een Duitsch werk over Engelsche letterkunde,31.Broceliande, het tooverwoud van,129;467.C.Cadroc van Tabriol, wordt door Erec uit de handen der reuzen bevrijd,389.Calogrenant,129.Cambrensis, Giraldus, geschiedschrijver uit Wales,X;187;455.Camelot, de stad,16; de tocht van Ginevra naar C.,19–23; het Kerstfeest te C.,39–47;49;53; Walewein’s terugreis naar C.,88,89; Balin te C.,99,100; Launceor van Ierland te C.,107; Koning Nero trekt op naar C.,112; Gareth gaat naar C.,326–329; zijn diensttijd aldaar,334,335; het tournooi te C.,408,411,427–429; Elaine komt te C.,435; Bors komt te C.,436.Canterbury, de aartsbisschop van,10.Caradoc, neef van koning Arthur,31.Cardiff, de stad, Arthur houdt hof te C.,133;140;403.Cardigan, de stad, Koning Arthur houdt hof te C.,358; Erec en Enide komen te C.,373.Carnant, woonplaats van Koning Lac,375Caxton, William, drukker van Malory’s werk,96.Cervantes,191.Champagne, Gravin Marie van, begunstigster van Chrétien de Troies,127;189;406.Clamides, Koning, dingt naar de hand van Condwiramur,473–476.Colgrevance, de avonturen van C.,133,134; Iwein besluit hem te wreken,140,141.Condwiramur, echtgenoote van Parcival,455; wordt door Parcival uit den nood gered,473–476; huwelijk,476; moet afscheid nemen van P.,477; brengt hem den Graal,493.Corbin, het slot, Lanceloet strijdt op het slot C. tegen een draak,421.D.Dimilioc, slot van, eigendom van Gorlois,4.Dinas van Lidan, vriend van Tristan,290;297.Dublin, de stad,236,237,238;243;244;248;250.Dubricius, Aartsbisschop van Camelot, zegent het huwelijk in tusschen Arthur en Ginevra,23.E.Ector, wordt door Merlijn aangewezen als pleegvader over Arthur,6; begeeft zich met zijne zonen naar het steekspel te Londen,11; ontsluiert het geheim van Arthur’s geboorte,12,13.Elaine, de jonkvrouw van Astolat, zie:de Sage van Lanceloet en Elaine,404–449.Enide, geliefde van Erec, zie:de Sage van Erec en Enide,350–403.Ephese, de weduwe van,129.Erec, zoon van Koning Lac: zie:de Sage van Erec en Enide,350–403.Eschenbach, Wolfram von, schrijver van het Middel-Hoogduitsche gedicht: “Parzival”,453,454,455,460.Eufemia, Koningin, van Denemarken,351.Evans, Dr. Sebastian, vertaler van “Perceval le Gallois”,454.Evrain, Koning, ontvangt Erec op zijn slot en wijst hem het avontuur: “De Vreugde van het Hof”,396–403.Excalibur, zwaard van Koning Arthur, wordt den koning gegeven,14,15,16;105; Arthur geeft Bedivere bevel om het in het meer te werpen,507–508.F.Foerster, Prof. Wendelin, bewerker van eene critische uitgave van Chrétien’s werken,125;131;350;352;354;355:459;460.Freiburg, Heinrich von, voltooier van den “Tristan” van Gottfried von Straszburg,188.G.Gaheris, vierde zoon van Koning Lot en Koningin Morgawse,326;330;496.Gaimar, Geoffrey, schrijver van eene verloren geraakte vertaling van de “Historia” van Monmouth,XIII.Galahad, als held van de Graal-sage,454–457.Galoain, Graaf, Erec en Enide in het gebied van Graaf G.,382–386.Gamuret, vader van Parcival,461–462.Gareth, jongste zoon van Koning Lot en Koningin Morgawse, zie:de Sage van Heer Gareth,324–349.Garlon, bedrijver van verschillende wandaden,114;116–118.Gerbert,452.Gilain, Hertog, geeft Tristan het hondje Petitcrû ten geschenke,297,298.Gildas, schrijver van het oudste werk over Britsche geschiedenis,X,96.Ginevra, Koningin, Arthur geeft zijn plan te kennen om haar te huwen,15–18; zendt Lanceloet om haar te halen,18; de reis van G. en Lanceloet naar Camelot,19–23; het huwelijk met Arthur wordt voltrokken,24;29; Kerstfeest te Camelot,40; ontsteltenis over den Groenen Ridder,47;58;87; luistert naar het verhaal van Colgrevance,134;140;192; vraagt verlof haar echtgenoot op de jacht te mogen vergezellen,359: volgt den jachtstoet in gezelschap van Prins Erec,360–362;voorziet Enide van de haar passende kleederen,374; geschiedenis van hare verhouding tot Lanceloet,406–408; is niet in staat haar gemaal naar Camelot te vergezellen,412,413; spoort Lanceloet aan om den koning daarheen te volgen,415; hare woede over Lanceloet’s vermeende ontrouw,434,438,443; vraagt Lanceloet om vergeving voor haar wantrouwen,448; Arthur ontdekt het geheim harer verhouding tot Lanceloet,494–496; wordt door Lanceloet van den brandstapel gered,496; wordt door den paus met haar gemaal verzoend,499; neemt de wijk voor Modred in de vesting Londen,501; trekt zich terug in het klooster van Almesbury,510; neemt afscheid van Lanceloet,511–512.Golther, Wilhelm, schrijver van artikelen en studies over de Arthur-sagen,184;185;352;459–460.Gorlois, Hertog van Cornwallis, komt op het Paaschfeest aan het hof,2,3; wordt door den koning achtervolgd,4,5; sneuvelt,6.Gouvernail, leermeester van Tristan,213;215;217;228; volgt zijn jongen meester naar Ierland,235; helpt hem bij zijne vlucht met Isolde,278,280; brengt het hondje Petitcrû bij Isolde,298; volgt Tristan naar Bretagne,299; sterft,314.Graal, de Heilige,116;119;191; zie:de Sage van Parcival en den Heiligen Graal,450–493.Gringalet, strijdros van Walewein,50–54;79.Guest, Lady Charlotte, schrijfster van eene Engelsche vertaling van den “Mabinogion”,X;XI;131;351.Guivret le Petit, Erec’s ontmoeting met G. le P.,387,388; G. valt Erec in het woud aan,395; verpleegt hem op zijn kasteel,396; vergezelt hem naar het hof,396–403.Gumurun, Koning van Ierland, vader van Isolde,246;248;250;255;256;257;288.Gurnemanz, Parcival op het slot van Heer G.,471–472.

REGISTER.Ornamentale leeuw.A|B|C|D|E|F|G|H|I|J|K|L|M|N|O|P|R|S|T|U|V|W|Y|ZA.Agavin met de Roode Haren, drost van Koning Gumurun, wenscht prinses Isolde te huwen,246–257.Agravaine, derde zoon van Koning Lot en Koningin Morgawse,326;330;416;494–496.Aliers, Graaf, bedreigt het slot van eene jonkvrouw,157; wordt door Iwein verslagen,159,160.Amfortas, de Graalkoning, zijne geschiedenis,483–484;491;493.Androcles, sage van Androcles en den leeuw,130.Arimathea, Jozef van, brenger van den Graal naar Engeland,117;119;454–455.Arnold, Matthew, schrijver van “Tristram and Iseult”,193.Arthur, Koning,Arthur’s Komst: zijne geboorte, jeugd, troonsbestijging en huwelijk,1–26; viert met zijne ridders het Kerstfeest te Camelot,39–41; ontvangt aldaar den Groenen Ridder,42–47; geeft een afscheidsfeest voor Walewein,50; hoort het verslag van diens avonturen,90; verbant Balin van het hof,100; ontvangt de zwaardjonkvrouw aan zijn hof,101–104; staat de Meervrouwe te woord,105,106; zendt Balin opnieuw in ballingschap,107; strijdt tegen Koning Nero,112,113; houdt hof te Cardiff,133; verneemt de avonturen van Colgrevance,141; besluit hem te wreken,141; komt met zijn leger bij de bron,151; is gast op het slot van Iwein,153; spreekt recht in de zaak van twee twistende zusters,172; is getuige bij de vuurproef van Isolde,292–294; hoort naar de wenschen van Gareth,329–332; luistert naar de klachten van Lynette,335–337; neemt Gareth op onder de ridders der Tafel Ronde,349; gaat met zijne ridders op jacht naar het witte hert,358,359; kent Enide den schoonheidsprijs toe,374; roept zijne ridders bijeen voor een steekspel te Camelot,411; begeeft zich daarheen,414; ontvangt Parcival aan zijn hof,468–470; begeeft zich op weg om den Rooden Ridder te zoeken,486–487;Arthur’s Dood:verneemt de ontrouw zijner gemalin, wil zich op Lanceloet wreken, wordt door Modred verraden, sneuvelt en wordt weggevoerd naar het eiland Avalon,494–512.Astolat, Graaf Bernard van, vader van Elaine, ontvangt Lanceloet op zijn slot,418–424; krijgt een bezoek van Walewein,430–433; zijne droefheid over den dood van Elaine,445.Aue, Hartmann von, schrijver van “Iwein” en “Erec”,130;350;351;353:355.Avalon, de Vrouwe van,94; zendt de zwaardjonkvrouw naar het hof,101;108; voert Arthur mede naar haar rijk,509.B.Balan, zie:de Sage van Balin en Balan,92–124.Balin, zie:de Sage van Balin en Balan,92–124.Bédier, Joseph, bewerker van het Tristan-gedicht van Thomas,180,182–186; schrijver van “Le Roman de Tristan et Iseut”,194.Bedivere, volgeling van Koning Arthur,505; krijgt bevel om het zwaard Excalibur in het meer te werpen,507–508; trekt zich uit de wereld terug,509.Belinus, god der duisternis uit de Keltische mythologie,95.Bel Repair, slot van Condwiramur,473–477.Benwick, het vaderland van Lanceloet,499;501.Berenton, Tooverbron van,129.Bernlak de Hautdesert,35; maakt zich aan Walewein bekend,86; geeft hem den groenen gordel ten geschenke,88; neemt afscheid,89.Béroul, schrijver van het oudste bestaande gedicht over de Tristan-sage,28;186–190.Birch Hirschfeld, A., schrijver van “Die Sage vom Gral”,452;453.Blanchefleur, zuster van Koning Mark, hare jeugd,200–202; vat liefde op voor Rivalin,202–205; bekent hem hare liefde,208; volgt hem naar zijn land,211; brengt een zoon ter wereld en sterft,212; haar broeder verneemt het geheim van haar huwelijk,227.Borodine, Myrrha, schrijfster van: “La Femme dans l’ Oeuvre de Chrétien de Troyes”,355.Borron, Robert de, schrijver van “Merlin”,VII,96;453.Bors, brengt Lanceloet eene wonde toe,428,433; gaat naar Camelot om hem te zoeken,434; vindt hem,436; onderscheidt zich op het steekspel van Allerheiligen,438; valt in een tweekamp tegen Walewein,500.Bran, god van het licht uit de Keltische mythologie,95.Brandigan, de Burcht, eigendom van Koning Evrain,396; verblijf van Erec op B.397–403.Brangwaine, dienstmaagd van Isolde,249,250; krijgt van de koningin een liefdesdrank in bewaring,258; jammert over het verkeerde gebruik daarvan,261,262; belooft Isolde om hare plaats in te nemen,263,264; geeft hare meesteres raad,267,269; maakt het Tristan en Isolde mogelijk om met elkander te spreken,270; bewerkstelligt voor hen een laatste samenzijn,295,296; troost hare meesteres,309,311,312; vergezelt Isolde naar Bretagne,318; deelt Koning Mark de waarheid omtrent den liefdesdrank mede,322.Brastias, volgeling van Gorlois,5.Bréri(= Bledhericus), sagenverteller uit Wales,187;455.Brink, ten, schrijver van een Duitsch werk over Engelsche letterkunde,31.Broceliande, het tooverwoud van,129;467.C.Cadroc van Tabriol, wordt door Erec uit de handen der reuzen bevrijd,389.Calogrenant,129.Cambrensis, Giraldus, geschiedschrijver uit Wales,X;187;455.Camelot, de stad,16; de tocht van Ginevra naar C.,19–23; het Kerstfeest te C.,39–47;49;53; Walewein’s terugreis naar C.,88,89; Balin te C.,99,100; Launceor van Ierland te C.,107; Koning Nero trekt op naar C.,112; Gareth gaat naar C.,326–329; zijn diensttijd aldaar,334,335; het tournooi te C.,408,411,427–429; Elaine komt te C.,435; Bors komt te C.,436.Canterbury, de aartsbisschop van,10.Caradoc, neef van koning Arthur,31.Cardiff, de stad, Arthur houdt hof te C.,133;140;403.Cardigan, de stad, Koning Arthur houdt hof te C.,358; Erec en Enide komen te C.,373.Carnant, woonplaats van Koning Lac,375Caxton, William, drukker van Malory’s werk,96.Cervantes,191.Champagne, Gravin Marie van, begunstigster van Chrétien de Troies,127;189;406.Clamides, Koning, dingt naar de hand van Condwiramur,473–476.Colgrevance, de avonturen van C.,133,134; Iwein besluit hem te wreken,140,141.Condwiramur, echtgenoote van Parcival,455; wordt door Parcival uit den nood gered,473–476; huwelijk,476; moet afscheid nemen van P.,477; brengt hem den Graal,493.Corbin, het slot, Lanceloet strijdt op het slot C. tegen een draak,421.D.Dimilioc, slot van, eigendom van Gorlois,4.Dinas van Lidan, vriend van Tristan,290;297.Dublin, de stad,236,237,238;243;244;248;250.Dubricius, Aartsbisschop van Camelot, zegent het huwelijk in tusschen Arthur en Ginevra,23.E.Ector, wordt door Merlijn aangewezen als pleegvader over Arthur,6; begeeft zich met zijne zonen naar het steekspel te Londen,11; ontsluiert het geheim van Arthur’s geboorte,12,13.Elaine, de jonkvrouw van Astolat, zie:de Sage van Lanceloet en Elaine,404–449.Enide, geliefde van Erec, zie:de Sage van Erec en Enide,350–403.Ephese, de weduwe van,129.Erec, zoon van Koning Lac: zie:de Sage van Erec en Enide,350–403.Eschenbach, Wolfram von, schrijver van het Middel-Hoogduitsche gedicht: “Parzival”,453,454,455,460.Eufemia, Koningin, van Denemarken,351.Evans, Dr. Sebastian, vertaler van “Perceval le Gallois”,454.Evrain, Koning, ontvangt Erec op zijn slot en wijst hem het avontuur: “De Vreugde van het Hof”,396–403.Excalibur, zwaard van Koning Arthur, wordt den koning gegeven,14,15,16;105; Arthur geeft Bedivere bevel om het in het meer te werpen,507–508.F.Foerster, Prof. Wendelin, bewerker van eene critische uitgave van Chrétien’s werken,125;131;350;352;354;355:459;460.Freiburg, Heinrich von, voltooier van den “Tristan” van Gottfried von Straszburg,188.G.Gaheris, vierde zoon van Koning Lot en Koningin Morgawse,326;330;496.Gaimar, Geoffrey, schrijver van eene verloren geraakte vertaling van de “Historia” van Monmouth,XIII.Galahad, als held van de Graal-sage,454–457.Galoain, Graaf, Erec en Enide in het gebied van Graaf G.,382–386.Gamuret, vader van Parcival,461–462.Gareth, jongste zoon van Koning Lot en Koningin Morgawse, zie:de Sage van Heer Gareth,324–349.Garlon, bedrijver van verschillende wandaden,114;116–118.Gerbert,452.Gilain, Hertog, geeft Tristan het hondje Petitcrû ten geschenke,297,298.Gildas, schrijver van het oudste werk over Britsche geschiedenis,X,96.Ginevra, Koningin, Arthur geeft zijn plan te kennen om haar te huwen,15–18; zendt Lanceloet om haar te halen,18; de reis van G. en Lanceloet naar Camelot,19–23; het huwelijk met Arthur wordt voltrokken,24;29; Kerstfeest te Camelot,40; ontsteltenis over den Groenen Ridder,47;58;87; luistert naar het verhaal van Colgrevance,134;140;192; vraagt verlof haar echtgenoot op de jacht te mogen vergezellen,359: volgt den jachtstoet in gezelschap van Prins Erec,360–362;voorziet Enide van de haar passende kleederen,374; geschiedenis van hare verhouding tot Lanceloet,406–408; is niet in staat haar gemaal naar Camelot te vergezellen,412,413; spoort Lanceloet aan om den koning daarheen te volgen,415; hare woede over Lanceloet’s vermeende ontrouw,434,438,443; vraagt Lanceloet om vergeving voor haar wantrouwen,448; Arthur ontdekt het geheim harer verhouding tot Lanceloet,494–496; wordt door Lanceloet van den brandstapel gered,496; wordt door den paus met haar gemaal verzoend,499; neemt de wijk voor Modred in de vesting Londen,501; trekt zich terug in het klooster van Almesbury,510; neemt afscheid van Lanceloet,511–512.Golther, Wilhelm, schrijver van artikelen en studies over de Arthur-sagen,184;185;352;459–460.Gorlois, Hertog van Cornwallis, komt op het Paaschfeest aan het hof,2,3; wordt door den koning achtervolgd,4,5; sneuvelt,6.Gouvernail, leermeester van Tristan,213;215;217;228; volgt zijn jongen meester naar Ierland,235; helpt hem bij zijne vlucht met Isolde,278,280; brengt het hondje Petitcrû bij Isolde,298; volgt Tristan naar Bretagne,299; sterft,314.Graal, de Heilige,116;119;191; zie:de Sage van Parcival en den Heiligen Graal,450–493.Gringalet, strijdros van Walewein,50–54;79.Guest, Lady Charlotte, schrijfster van eene Engelsche vertaling van den “Mabinogion”,X;XI;131;351.Guivret le Petit, Erec’s ontmoeting met G. le P.,387,388; G. valt Erec in het woud aan,395; verpleegt hem op zijn kasteel,396; vergezelt hem naar het hof,396–403.Gumurun, Koning van Ierland, vader van Isolde,246;248;250;255;256;257;288.Gurnemanz, Parcival op het slot van Heer G.,471–472.

Ornamentale leeuw.

A|B|C|D|E|F|G|H|I|J|K|L|M|N|O|P|R|S|T|U|V|W|Y|Z

A|B|C|D|E|F|G|H|I|J|K|L|M|N|O|P|R|S|T|U|V|W|Y|Z

A.Agavin met de Roode Haren, drost van Koning Gumurun, wenscht prinses Isolde te huwen,246–257.Agravaine, derde zoon van Koning Lot en Koningin Morgawse,326;330;416;494–496.Aliers, Graaf, bedreigt het slot van eene jonkvrouw,157; wordt door Iwein verslagen,159,160.Amfortas, de Graalkoning, zijne geschiedenis,483–484;491;493.Androcles, sage van Androcles en den leeuw,130.Arimathea, Jozef van, brenger van den Graal naar Engeland,117;119;454–455.Arnold, Matthew, schrijver van “Tristram and Iseult”,193.Arthur, Koning,Arthur’s Komst: zijne geboorte, jeugd, troonsbestijging en huwelijk,1–26; viert met zijne ridders het Kerstfeest te Camelot,39–41; ontvangt aldaar den Groenen Ridder,42–47; geeft een afscheidsfeest voor Walewein,50; hoort het verslag van diens avonturen,90; verbant Balin van het hof,100; ontvangt de zwaardjonkvrouw aan zijn hof,101–104; staat de Meervrouwe te woord,105,106; zendt Balin opnieuw in ballingschap,107; strijdt tegen Koning Nero,112,113; houdt hof te Cardiff,133; verneemt de avonturen van Colgrevance,141; besluit hem te wreken,141; komt met zijn leger bij de bron,151; is gast op het slot van Iwein,153; spreekt recht in de zaak van twee twistende zusters,172; is getuige bij de vuurproef van Isolde,292–294; hoort naar de wenschen van Gareth,329–332; luistert naar de klachten van Lynette,335–337; neemt Gareth op onder de ridders der Tafel Ronde,349; gaat met zijne ridders op jacht naar het witte hert,358,359; kent Enide den schoonheidsprijs toe,374; roept zijne ridders bijeen voor een steekspel te Camelot,411; begeeft zich daarheen,414; ontvangt Parcival aan zijn hof,468–470; begeeft zich op weg om den Rooden Ridder te zoeken,486–487;Arthur’s Dood:verneemt de ontrouw zijner gemalin, wil zich op Lanceloet wreken, wordt door Modred verraden, sneuvelt en wordt weggevoerd naar het eiland Avalon,494–512.Astolat, Graaf Bernard van, vader van Elaine, ontvangt Lanceloet op zijn slot,418–424; krijgt een bezoek van Walewein,430–433; zijne droefheid over den dood van Elaine,445.Aue, Hartmann von, schrijver van “Iwein” en “Erec”,130;350;351;353:355.Avalon, de Vrouwe van,94; zendt de zwaardjonkvrouw naar het hof,101;108; voert Arthur mede naar haar rijk,509.

Agavin met de Roode Haren, drost van Koning Gumurun, wenscht prinses Isolde te huwen,246–257.

Agravaine, derde zoon van Koning Lot en Koningin Morgawse,326;330;416;494–496.

Aliers, Graaf, bedreigt het slot van eene jonkvrouw,157; wordt door Iwein verslagen,159,160.

Amfortas, de Graalkoning, zijne geschiedenis,483–484;491;493.

Androcles, sage van Androcles en den leeuw,130.

Arimathea, Jozef van, brenger van den Graal naar Engeland,117;119;454–455.

Arnold, Matthew, schrijver van “Tristram and Iseult”,193.

Arthur, Koning,Arthur’s Komst: zijne geboorte, jeugd, troonsbestijging en huwelijk,1–26; viert met zijne ridders het Kerstfeest te Camelot,39–41; ontvangt aldaar den Groenen Ridder,42–47; geeft een afscheidsfeest voor Walewein,50; hoort het verslag van diens avonturen,90; verbant Balin van het hof,100; ontvangt de zwaardjonkvrouw aan zijn hof,101–104; staat de Meervrouwe te woord,105,106; zendt Balin opnieuw in ballingschap,107; strijdt tegen Koning Nero,112,113; houdt hof te Cardiff,133; verneemt de avonturen van Colgrevance,141; besluit hem te wreken,141; komt met zijn leger bij de bron,151; is gast op het slot van Iwein,153; spreekt recht in de zaak van twee twistende zusters,172; is getuige bij de vuurproef van Isolde,292–294; hoort naar de wenschen van Gareth,329–332; luistert naar de klachten van Lynette,335–337; neemt Gareth op onder de ridders der Tafel Ronde,349; gaat met zijne ridders op jacht naar het witte hert,358,359; kent Enide den schoonheidsprijs toe,374; roept zijne ridders bijeen voor een steekspel te Camelot,411; begeeft zich daarheen,414; ontvangt Parcival aan zijn hof,468–470; begeeft zich op weg om den Rooden Ridder te zoeken,486–487;Arthur’s Dood:verneemt de ontrouw zijner gemalin, wil zich op Lanceloet wreken, wordt door Modred verraden, sneuvelt en wordt weggevoerd naar het eiland Avalon,494–512.

Astolat, Graaf Bernard van, vader van Elaine, ontvangt Lanceloet op zijn slot,418–424; krijgt een bezoek van Walewein,430–433; zijne droefheid over den dood van Elaine,445.

Aue, Hartmann von, schrijver van “Iwein” en “Erec”,130;350;351;353:355.

Avalon, de Vrouwe van,94; zendt de zwaardjonkvrouw naar het hof,101;108; voert Arthur mede naar haar rijk,509.

B.Balan, zie:de Sage van Balin en Balan,92–124.Balin, zie:de Sage van Balin en Balan,92–124.Bédier, Joseph, bewerker van het Tristan-gedicht van Thomas,180,182–186; schrijver van “Le Roman de Tristan et Iseut”,194.Bedivere, volgeling van Koning Arthur,505; krijgt bevel om het zwaard Excalibur in het meer te werpen,507–508; trekt zich uit de wereld terug,509.Belinus, god der duisternis uit de Keltische mythologie,95.Bel Repair, slot van Condwiramur,473–477.Benwick, het vaderland van Lanceloet,499;501.Berenton, Tooverbron van,129.Bernlak de Hautdesert,35; maakt zich aan Walewein bekend,86; geeft hem den groenen gordel ten geschenke,88; neemt afscheid,89.Béroul, schrijver van het oudste bestaande gedicht over de Tristan-sage,28;186–190.Birch Hirschfeld, A., schrijver van “Die Sage vom Gral”,452;453.Blanchefleur, zuster van Koning Mark, hare jeugd,200–202; vat liefde op voor Rivalin,202–205; bekent hem hare liefde,208; volgt hem naar zijn land,211; brengt een zoon ter wereld en sterft,212; haar broeder verneemt het geheim van haar huwelijk,227.Borodine, Myrrha, schrijfster van: “La Femme dans l’ Oeuvre de Chrétien de Troyes”,355.Borron, Robert de, schrijver van “Merlin”,VII,96;453.Bors, brengt Lanceloet eene wonde toe,428,433; gaat naar Camelot om hem te zoeken,434; vindt hem,436; onderscheidt zich op het steekspel van Allerheiligen,438; valt in een tweekamp tegen Walewein,500.Bran, god van het licht uit de Keltische mythologie,95.Brandigan, de Burcht, eigendom van Koning Evrain,396; verblijf van Erec op B.397–403.Brangwaine, dienstmaagd van Isolde,249,250; krijgt van de koningin een liefdesdrank in bewaring,258; jammert over het verkeerde gebruik daarvan,261,262; belooft Isolde om hare plaats in te nemen,263,264; geeft hare meesteres raad,267,269; maakt het Tristan en Isolde mogelijk om met elkander te spreken,270; bewerkstelligt voor hen een laatste samenzijn,295,296; troost hare meesteres,309,311,312; vergezelt Isolde naar Bretagne,318; deelt Koning Mark de waarheid omtrent den liefdesdrank mede,322.Brastias, volgeling van Gorlois,5.Bréri(= Bledhericus), sagenverteller uit Wales,187;455.Brink, ten, schrijver van een Duitsch werk over Engelsche letterkunde,31.Broceliande, het tooverwoud van,129;467.

Balan, zie:de Sage van Balin en Balan,92–124.

Balin, zie:de Sage van Balin en Balan,92–124.

Bédier, Joseph, bewerker van het Tristan-gedicht van Thomas,180,182–186; schrijver van “Le Roman de Tristan et Iseut”,194.

Bedivere, volgeling van Koning Arthur,505; krijgt bevel om het zwaard Excalibur in het meer te werpen,507–508; trekt zich uit de wereld terug,509.

Belinus, god der duisternis uit de Keltische mythologie,95.

Bel Repair, slot van Condwiramur,473–477.

Benwick, het vaderland van Lanceloet,499;501.

Berenton, Tooverbron van,129.

Bernlak de Hautdesert,35; maakt zich aan Walewein bekend,86; geeft hem den groenen gordel ten geschenke,88; neemt afscheid,89.

Béroul, schrijver van het oudste bestaande gedicht over de Tristan-sage,28;186–190.

Birch Hirschfeld, A., schrijver van “Die Sage vom Gral”,452;453.

Blanchefleur, zuster van Koning Mark, hare jeugd,200–202; vat liefde op voor Rivalin,202–205; bekent hem hare liefde,208; volgt hem naar zijn land,211; brengt een zoon ter wereld en sterft,212; haar broeder verneemt het geheim van haar huwelijk,227.

Borodine, Myrrha, schrijfster van: “La Femme dans l’ Oeuvre de Chrétien de Troyes”,355.

Borron, Robert de, schrijver van “Merlin”,VII,96;453.

Bors, brengt Lanceloet eene wonde toe,428,433; gaat naar Camelot om hem te zoeken,434; vindt hem,436; onderscheidt zich op het steekspel van Allerheiligen,438; valt in een tweekamp tegen Walewein,500.

Bran, god van het licht uit de Keltische mythologie,95.

Brandigan, de Burcht, eigendom van Koning Evrain,396; verblijf van Erec op B.397–403.

Brangwaine, dienstmaagd van Isolde,249,250; krijgt van de koningin een liefdesdrank in bewaring,258; jammert over het verkeerde gebruik daarvan,261,262; belooft Isolde om hare plaats in te nemen,263,264; geeft hare meesteres raad,267,269; maakt het Tristan en Isolde mogelijk om met elkander te spreken,270; bewerkstelligt voor hen een laatste samenzijn,295,296; troost hare meesteres,309,311,312; vergezelt Isolde naar Bretagne,318; deelt Koning Mark de waarheid omtrent den liefdesdrank mede,322.

Brastias, volgeling van Gorlois,5.

Bréri(= Bledhericus), sagenverteller uit Wales,187;455.

Brink, ten, schrijver van een Duitsch werk over Engelsche letterkunde,31.

Broceliande, het tooverwoud van,129;467.

C.Cadroc van Tabriol, wordt door Erec uit de handen der reuzen bevrijd,389.Calogrenant,129.Cambrensis, Giraldus, geschiedschrijver uit Wales,X;187;455.Camelot, de stad,16; de tocht van Ginevra naar C.,19–23; het Kerstfeest te C.,39–47;49;53; Walewein’s terugreis naar C.,88,89; Balin te C.,99,100; Launceor van Ierland te C.,107; Koning Nero trekt op naar C.,112; Gareth gaat naar C.,326–329; zijn diensttijd aldaar,334,335; het tournooi te C.,408,411,427–429; Elaine komt te C.,435; Bors komt te C.,436.Canterbury, de aartsbisschop van,10.Caradoc, neef van koning Arthur,31.Cardiff, de stad, Arthur houdt hof te C.,133;140;403.Cardigan, de stad, Koning Arthur houdt hof te C.,358; Erec en Enide komen te C.,373.Carnant, woonplaats van Koning Lac,375Caxton, William, drukker van Malory’s werk,96.Cervantes,191.Champagne, Gravin Marie van, begunstigster van Chrétien de Troies,127;189;406.Clamides, Koning, dingt naar de hand van Condwiramur,473–476.Colgrevance, de avonturen van C.,133,134; Iwein besluit hem te wreken,140,141.Condwiramur, echtgenoote van Parcival,455; wordt door Parcival uit den nood gered,473–476; huwelijk,476; moet afscheid nemen van P.,477; brengt hem den Graal,493.Corbin, het slot, Lanceloet strijdt op het slot C. tegen een draak,421.

Cadroc van Tabriol, wordt door Erec uit de handen der reuzen bevrijd,389.

Calogrenant,129.

Cambrensis, Giraldus, geschiedschrijver uit Wales,X;187;455.

Camelot, de stad,16; de tocht van Ginevra naar C.,19–23; het Kerstfeest te C.,39–47;49;53; Walewein’s terugreis naar C.,88,89; Balin te C.,99,100; Launceor van Ierland te C.,107; Koning Nero trekt op naar C.,112; Gareth gaat naar C.,326–329; zijn diensttijd aldaar,334,335; het tournooi te C.,408,411,427–429; Elaine komt te C.,435; Bors komt te C.,436.

Canterbury, de aartsbisschop van,10.

Caradoc, neef van koning Arthur,31.

Cardiff, de stad, Arthur houdt hof te C.,133;140;403.

Cardigan, de stad, Koning Arthur houdt hof te C.,358; Erec en Enide komen te C.,373.

Carnant, woonplaats van Koning Lac,375

Caxton, William, drukker van Malory’s werk,96.

Cervantes,191.

Champagne, Gravin Marie van, begunstigster van Chrétien de Troies,127;189;406.

Clamides, Koning, dingt naar de hand van Condwiramur,473–476.

Colgrevance, de avonturen van C.,133,134; Iwein besluit hem te wreken,140,141.

Condwiramur, echtgenoote van Parcival,455; wordt door Parcival uit den nood gered,473–476; huwelijk,476; moet afscheid nemen van P.,477; brengt hem den Graal,493.

Corbin, het slot, Lanceloet strijdt op het slot C. tegen een draak,421.

D.Dimilioc, slot van, eigendom van Gorlois,4.Dinas van Lidan, vriend van Tristan,290;297.Dublin, de stad,236,237,238;243;244;248;250.Dubricius, Aartsbisschop van Camelot, zegent het huwelijk in tusschen Arthur en Ginevra,23.

Dimilioc, slot van, eigendom van Gorlois,4.

Dinas van Lidan, vriend van Tristan,290;297.

Dublin, de stad,236,237,238;243;244;248;250.

Dubricius, Aartsbisschop van Camelot, zegent het huwelijk in tusschen Arthur en Ginevra,23.

E.Ector, wordt door Merlijn aangewezen als pleegvader over Arthur,6; begeeft zich met zijne zonen naar het steekspel te Londen,11; ontsluiert het geheim van Arthur’s geboorte,12,13.Elaine, de jonkvrouw van Astolat, zie:de Sage van Lanceloet en Elaine,404–449.Enide, geliefde van Erec, zie:de Sage van Erec en Enide,350–403.Ephese, de weduwe van,129.Erec, zoon van Koning Lac: zie:de Sage van Erec en Enide,350–403.Eschenbach, Wolfram von, schrijver van het Middel-Hoogduitsche gedicht: “Parzival”,453,454,455,460.Eufemia, Koningin, van Denemarken,351.Evans, Dr. Sebastian, vertaler van “Perceval le Gallois”,454.Evrain, Koning, ontvangt Erec op zijn slot en wijst hem het avontuur: “De Vreugde van het Hof”,396–403.Excalibur, zwaard van Koning Arthur, wordt den koning gegeven,14,15,16;105; Arthur geeft Bedivere bevel om het in het meer te werpen,507–508.

Ector, wordt door Merlijn aangewezen als pleegvader over Arthur,6; begeeft zich met zijne zonen naar het steekspel te Londen,11; ontsluiert het geheim van Arthur’s geboorte,12,13.

Elaine, de jonkvrouw van Astolat, zie:de Sage van Lanceloet en Elaine,404–449.

Enide, geliefde van Erec, zie:de Sage van Erec en Enide,350–403.

Ephese, de weduwe van,129.

Erec, zoon van Koning Lac: zie:de Sage van Erec en Enide,350–403.

Eschenbach, Wolfram von, schrijver van het Middel-Hoogduitsche gedicht: “Parzival”,453,454,455,460.

Eufemia, Koningin, van Denemarken,351.

Evans, Dr. Sebastian, vertaler van “Perceval le Gallois”,454.

Evrain, Koning, ontvangt Erec op zijn slot en wijst hem het avontuur: “De Vreugde van het Hof”,396–403.

Excalibur, zwaard van Koning Arthur, wordt den koning gegeven,14,15,16;105; Arthur geeft Bedivere bevel om het in het meer te werpen,507–508.

F.Foerster, Prof. Wendelin, bewerker van eene critische uitgave van Chrétien’s werken,125;131;350;352;354;355:459;460.Freiburg, Heinrich von, voltooier van den “Tristan” van Gottfried von Straszburg,188.

Foerster, Prof. Wendelin, bewerker van eene critische uitgave van Chrétien’s werken,125;131;350;352;354;355:459;460.

Freiburg, Heinrich von, voltooier van den “Tristan” van Gottfried von Straszburg,188.

G.Gaheris, vierde zoon van Koning Lot en Koningin Morgawse,326;330;496.Gaimar, Geoffrey, schrijver van eene verloren geraakte vertaling van de “Historia” van Monmouth,XIII.Galahad, als held van de Graal-sage,454–457.Galoain, Graaf, Erec en Enide in het gebied van Graaf G.,382–386.Gamuret, vader van Parcival,461–462.Gareth, jongste zoon van Koning Lot en Koningin Morgawse, zie:de Sage van Heer Gareth,324–349.Garlon, bedrijver van verschillende wandaden,114;116–118.Gerbert,452.Gilain, Hertog, geeft Tristan het hondje Petitcrû ten geschenke,297,298.Gildas, schrijver van het oudste werk over Britsche geschiedenis,X,96.Ginevra, Koningin, Arthur geeft zijn plan te kennen om haar te huwen,15–18; zendt Lanceloet om haar te halen,18; de reis van G. en Lanceloet naar Camelot,19–23; het huwelijk met Arthur wordt voltrokken,24;29; Kerstfeest te Camelot,40; ontsteltenis over den Groenen Ridder,47;58;87; luistert naar het verhaal van Colgrevance,134;140;192; vraagt verlof haar echtgenoot op de jacht te mogen vergezellen,359: volgt den jachtstoet in gezelschap van Prins Erec,360–362;voorziet Enide van de haar passende kleederen,374; geschiedenis van hare verhouding tot Lanceloet,406–408; is niet in staat haar gemaal naar Camelot te vergezellen,412,413; spoort Lanceloet aan om den koning daarheen te volgen,415; hare woede over Lanceloet’s vermeende ontrouw,434,438,443; vraagt Lanceloet om vergeving voor haar wantrouwen,448; Arthur ontdekt het geheim harer verhouding tot Lanceloet,494–496; wordt door Lanceloet van den brandstapel gered,496; wordt door den paus met haar gemaal verzoend,499; neemt de wijk voor Modred in de vesting Londen,501; trekt zich terug in het klooster van Almesbury,510; neemt afscheid van Lanceloet,511–512.Golther, Wilhelm, schrijver van artikelen en studies over de Arthur-sagen,184;185;352;459–460.Gorlois, Hertog van Cornwallis, komt op het Paaschfeest aan het hof,2,3; wordt door den koning achtervolgd,4,5; sneuvelt,6.Gouvernail, leermeester van Tristan,213;215;217;228; volgt zijn jongen meester naar Ierland,235; helpt hem bij zijne vlucht met Isolde,278,280; brengt het hondje Petitcrû bij Isolde,298; volgt Tristan naar Bretagne,299; sterft,314.Graal, de Heilige,116;119;191; zie:de Sage van Parcival en den Heiligen Graal,450–493.Gringalet, strijdros van Walewein,50–54;79.Guest, Lady Charlotte, schrijfster van eene Engelsche vertaling van den “Mabinogion”,X;XI;131;351.Guivret le Petit, Erec’s ontmoeting met G. le P.,387,388; G. valt Erec in het woud aan,395; verpleegt hem op zijn kasteel,396; vergezelt hem naar het hof,396–403.Gumurun, Koning van Ierland, vader van Isolde,246;248;250;255;256;257;288.Gurnemanz, Parcival op het slot van Heer G.,471–472.

Gaheris, vierde zoon van Koning Lot en Koningin Morgawse,326;330;496.

Gaimar, Geoffrey, schrijver van eene verloren geraakte vertaling van de “Historia” van Monmouth,XIII.

Galahad, als held van de Graal-sage,454–457.

Galoain, Graaf, Erec en Enide in het gebied van Graaf G.,382–386.

Gamuret, vader van Parcival,461–462.

Gareth, jongste zoon van Koning Lot en Koningin Morgawse, zie:de Sage van Heer Gareth,324–349.

Garlon, bedrijver van verschillende wandaden,114;116–118.

Gerbert,452.

Gilain, Hertog, geeft Tristan het hondje Petitcrû ten geschenke,297,298.

Gildas, schrijver van het oudste werk over Britsche geschiedenis,X,96.

Ginevra, Koningin, Arthur geeft zijn plan te kennen om haar te huwen,15–18; zendt Lanceloet om haar te halen,18; de reis van G. en Lanceloet naar Camelot,19–23; het huwelijk met Arthur wordt voltrokken,24;29; Kerstfeest te Camelot,40; ontsteltenis over den Groenen Ridder,47;58;87; luistert naar het verhaal van Colgrevance,134;140;192; vraagt verlof haar echtgenoot op de jacht te mogen vergezellen,359: volgt den jachtstoet in gezelschap van Prins Erec,360–362;voorziet Enide van de haar passende kleederen,374; geschiedenis van hare verhouding tot Lanceloet,406–408; is niet in staat haar gemaal naar Camelot te vergezellen,412,413; spoort Lanceloet aan om den koning daarheen te volgen,415; hare woede over Lanceloet’s vermeende ontrouw,434,438,443; vraagt Lanceloet om vergeving voor haar wantrouwen,448; Arthur ontdekt het geheim harer verhouding tot Lanceloet,494–496; wordt door Lanceloet van den brandstapel gered,496; wordt door den paus met haar gemaal verzoend,499; neemt de wijk voor Modred in de vesting Londen,501; trekt zich terug in het klooster van Almesbury,510; neemt afscheid van Lanceloet,511–512.

Golther, Wilhelm, schrijver van artikelen en studies over de Arthur-sagen,184;185;352;459–460.

Gorlois, Hertog van Cornwallis, komt op het Paaschfeest aan het hof,2,3; wordt door den koning achtervolgd,4,5; sneuvelt,6.

Gouvernail, leermeester van Tristan,213;215;217;228; volgt zijn jongen meester naar Ierland,235; helpt hem bij zijne vlucht met Isolde,278,280; brengt het hondje Petitcrû bij Isolde,298; volgt Tristan naar Bretagne,299; sterft,314.

Graal, de Heilige,116;119;191; zie:de Sage van Parcival en den Heiligen Graal,450–493.

Gringalet, strijdros van Walewein,50–54;79.

Guest, Lady Charlotte, schrijfster van eene Engelsche vertaling van den “Mabinogion”,X;XI;131;351.

Guivret le Petit, Erec’s ontmoeting met G. le P.,387,388; G. valt Erec in het woud aan,395; verpleegt hem op zijn kasteel,396; vergezelt hem naar het hof,396–403.

Gumurun, Koning van Ierland, vader van Isolde,246;248;250;255;256;257;288.

Gurnemanz, Parcival op het slot van Heer G.,471–472.


Back to IndexNext