VII.Te oordeelen naar de brokken muur, die van San-Juan de Dios tot op de hoogten van San-Blas de grenzen der oude stad aanwijzen, beslaat het moderne Cuzco ongeveer dezelfde oppervlakte als het oude. Een beek of bergstroom, de Huatanay, doorstroomt de stad van het noordoosten naar het zuidwesten, en deelt haar in twee ongelijke helften. Deze diepliggende beek, die in den winter bijna droog is, maar in den zomer, ten gevolge van het smelten der sneeuw op de Cordilleras, een snelvlietende stroom wordt, dient tot algemeen afvoerriool van Cuzco, en neemt, zoo goed en zoo kwaad als het kan, al de onreinheden en al het vuile water mede of ook niet mede.Het Ccozçco der Incas was slechts in twee wijken, de boven- en de benedenstad, verdeeld. Het Cuzco der Spanjaarden is in zeven districten of kwartieren verdeeld, met name: de Kathedraal, Belen, Santiago, het Hospitaal, Santa-Ana, San-Cristoval en San-Blas. Deze districten zijn wederom zoo wat gesplitst incuadras, buurten, eigenlijk vierkanten; te zamen tellen zij drieduizend huizen met eene bevolking van ruim twintigduizend zielen. Van die drieduizend huizen zijn er omstreeks duizend niets meer dan afschuwelijke krotten, waaronder minstens vijfhonderd chicha-kroegen. Eene geheele straat, de straatlos Heladerias, is ingenomen door handelaars in ijs en sorbets. In deze straat werd omstreeks het midden der zestiende eeuw, uit een aanzienlijk, maar tamelijk donker gekleurd geslacht, de geschiedschrijver Garcilaso de la Vega geboren.Cuzco, weleer de hoofdstad van een machtig rijk, tegenwoordig slechts de hoofdplaats van een departement en de zetel van een bisschop, bevat, nevens zijne kathedraal en vijftien andere kerken, waaronder zeven aan godsdienstige broederschappen behooren, vier mannenkloosters—San-Francisco, la Merced, Santo-Domingo en la Recoleta; drie vrouwenkloosters—Santa-Teresa, Santa-Catalina en Santa-Clara; zes begijnhuizen—los Nazarenas, Santa-Rosa, Santo-Domingo, las Carmelitas de San-Blas, las Franciscanas van Belen, en San-Francisco; gezwegen van ettelijke huizen van geestelijke oefeningen, waar gedurende de heilige week, des avonds, de geloovigen zich vereenigen, mannen en vrouwen afzonderlijk, om te bidden.De kerken en kloosters van Cuzco zijn over het algemeen van steen opgetrokken, en niet van hout, leem en pleister, zooals in de steden langs de kust. Dit onderscheid in de keuze der bouwmaterialen is een natuurlijk gevolg van de ligging der laatstgenoemde steden aan den voet van de keten der Andes, in de nabijheid van een of anderen vulkaan, en van de menigvuldige aardbevingen, waaraan zij onderhevig zijn. Vandaar ook de erbarmelijke gewoonte om de gebouwen te overpleisteren, en hun een rooskleurigen, parelgrijzen of paarschen tint te geven, ten einde zoo mogelijk het zeer gemeene bouwmateriaal te verbergen.Te Cuzco behoeft men tot deze armzalige kunstgrepen zijn toevlucht niet te nemen. De steen vertoont zich hier in zijne natuurlijke kleur, met de eigenaardige donkere tinten, die zon en regen, weer en wind daaraan geven. De gebouwen verkrijgen daardoor een karakter van ernstige majesteit, van sombere grootheid, dat volkomen past bij den grauwen hemel, het strenge klimaat en de ruwe vormen der omringende bergen.Vrouw uit de volksklasse te Cuzco.Vrouw uit de volksklasse te Cuzco.De vorm der kerken is bijna altijd die van een latijnsch kruis. Sommigen hebben slechts een enkel schip zonder zijbeuken, zooals de Jezuïetenkerk; anderen hebben een middenschip en twee zijschepen, zooals de kerk de la Merced; of soms ook wel drie hoofdschepen en twee zijbeuken, zooals de kathedraal. De bouwkunstige ornamentatie dezer kerken is inwendig doorgaans zeer eenvoudig. Somwijlen is het uitwendige even sober; maar bij enkele kerken vertoont zich al de wansmaak der Spaansche architectuur van de zeventiende en achttiende eeuw, met haar wildernis van ongemotiveerde zuiltjes, pyramidetjes, krullen, ballen, naalden, bloemen en kransen.—Inwendig zijn de kerken van Cuzco vooral niet minder rijk uitgedost dan die van Arequipa: ook hier is het een verblindende, overstelpende overvloed van goud en zilver, van verguldsel en edelgesteenten en kostbare stoffen: een rijkdom, die meer getuigt voor den vromen zin dan voor het kunstgevoel en den goeden smaak der bewoners van de oude zonnestad.Begijnhof van la Recoleta.Begijnhof van la Recoleta.De kathedraal van Cuzco heeft een massief zilveren hoogaltaar, en bezit in hare sakristie onnoemelijke schatten: relikwiënkistjes, wierookvaten, ciboriën, bekers, kelken, bezaaid met diamanten, robijnen, topazen en smaragden. Het is waar, dat de bouwstijl van het monument, zoo uit- als inwendig, niet in overeenstemming is met deze rijkdommen. De kerk verrijst op de plek, waar in de veertiende eeuw het paleis van den Inca Viracocha stond; zij heeft den vorm van een langwerpig vierkant, met twee lage torens aan weerszijde van den voorgevel. Gekoppelde zuilen scheiden de drie ingangen aan den voorgevel, die met een soort van fronton prijkt. Vierkante vensters, met kolommetjes geflankeerd, kronen de architraaf, en geven aan de kerk het voorkomen van een hotel met eene eerste verdieping. Voeg daarbij, dat de zandsteen, waarvan zij gebouwd is, met den tijd roetkleurig is geworden, en daardoor zeer scherp afsteekt bij het kalkwit van de koepels der vijf schepen en van de beide klokketorens.Het inwendige bestaat uit een pronaos of voorportaal, dat toegang geeft tot de drie hoofdschepen en twee zijschepen met kapellen. De beroemdste van deze kapellen, bij het binnenkomen de tweede aan de rechterhand, is die vanNuestroSeñorde los Temblores, Onze Heer der Aardbevingen. Door de zeer weinige vensters dringt een schemerachtig licht binnen, dat nog aanmerkelijk getemperd wordt door de lage bogen der gewelven en de vele pilaren; er heerscht dan ook in het heiligdom eene zeer onaangename duisternis. De eenige wezenlijke schat, die deze sombere, aan kostbaarheden zoo overrijke kathedraal bezit, is een prachtige schilderij van Murillo,Christus aan het kruis, in de sakristie opgehangen.Een vastenavondmaskerade te Cuzco.Een vastenavondmaskerade te Cuzco.Eene oude overlevering, die door de Indianen trouw wordt bewaard, zegt, dat zich onder de kerk een meer bevindt, waarvan de anders kalme wateren op den verjaardag van den intocht der Spaansche veroveraars in Cuzco (13 November 1532) opbruisen en met dof geruisch tegen de zerken van het koor slaan. Op dien dag, voor de inboorlingen een dag van rouw en droefenis, is het niet zeldzaam in en bij de kerk enkele goedgeloovige zielen neergeknield te zien, met het oor tegen den grond, luisterende of de onderaardsche wateren niet bruisen. Met den bouw dezer kerkwerd in 1572, op last van den onderkoning Francisco Toledo, aangevangen; eerst in 1654, alzoo na verloop van twee-en-tachtig jaren, was zij voltooid. Zij had vijf-en-zestig millioen francs gekost! Het schijnt bijna ongeloofelijk, als men het smakelooze gebouw aanziet.Een stierengevecht te Cuzco.Een stierengevecht te Cuzco.Ter rechterzijde van de Plaza-Mayor, op de plek, waar vroeger het paleis stond van den Inca Capac Yupanqui, verrijst de kerk der Jezuïeten, van zandsteen gebouwd, en een vrij goeden indruk makende, ondanks de overladen versiering in den bekenden spaanschen rococo-stijl. Na het verdrijven der Jezuïeten bleef deze kerk voor de eeredienst gesloten; totdat in 1824 de patriotten, na hun terugkeer van Ayacucho, natuurlijk in naam der heilige vrijheid, de deuren openbraken en haar in een militair wachthuis herschiepen. Na de onafhankelijkheidsverklaring werd zij op nieuw gesloten, en bleef dit waarschijnlijk tot het ons op zekeren dag in de gedachte kwam, de sleutels te laten vragen aan den onder-prefect van Cuzco en haar te laten openen, tot groote verbazing van enkele voorbijgangers, die haastig kwamen aanloopen om mede naar binnen te gaan, maar die zich de deur voor den neus zagen toewerpen.De kerk bestaat uit een enkel schip, waarvan het gewelf rust op een entablement, dat door gegroefde pilasters gedragen wordt. Aan den ingang vormt eene ruime tribune, op vierkante pilaren rustende, een soort van voorportaal. Geen enkele kapel breekt de grootsche evenredigheid der strenge lijnen van het majestueuse schip, dat door een steenen balustrade van het halfronde koor gescheiden wordt. De kerk was overigens geheel ontbloot van alles wat tot de eeredienst betrekking heeft; het eenige altaar was verdwenen; noch beelden, noch schilderijen, noch kruisen tooiden de naakte, rooskleurige wanden. Voor de balustrade van het koor gaapte eene opening van vier voet in het vierkant, die toegang gaf tot een trap, waarvan alleen de bovenste treden zichtbaar waren; de anderen verdwenen in de duisternis. Met den Indiaan, die de kerk had opengesloten, daalde ik in deze onderaardsche ruimte af. Het was de krypt, afgedeeld in vierkante cellen, die blijkbaar vroeger tot begraafplaats hadden gediend. Hier en daar was nog een enkele ledige, geopende doodkist te zien. Mijn geleider was in dit voormalige doodenverblijf gansch niet op zijn gemak, en haastte zich, toen wij weder op straat waren, een paar glazen brandewijn te gaan drinken om weer op zijn dreef te komen.Na de kerken voegt een enkel woord over de kloosters. Het uitwendig voorkomen dezer gebouwen is hoogst eenvoudig: het zijn meest altijd plompe, langwerpig vierkante gevaarten, met blinde muren, met pannendaken of wel met koepels gekroond, en doorgaans met een enkele gewelfde poort, waarboven het kruis is geplaatst. Deze poort voert naar eene kleine binnenplaats, aan alle zijden door hooge muren omgeven, en waarop een bochtige en sombere gang uitkomt, die toegang geeft tot het eigenlijke kloostergebouw. De onaangename indruk, dien ge bij het betreden van den duisteren gang mocht ontvangen hebben, wordt hier spoedig uitgewischt. De blik dwaalt door ruime hoven, door sierlijke galerijen omringd; te midden dier hoven, in bloeiende tuinen herschapen, prijken fraaie fonteinen, waaruit ruischende waterstralen omhoog springen, terwijl de geuren der bloemen, in smaakvol aangelegde perken gerangschikt, u tegenstroomen. Eene diepe, vredige stilte en kalme rust heerschen hier; geen enkel onharmonisch geluid treft het oor van den mijmerenden, eenzamen wandelaar; het gemurmel der wateren, het suizen van den wind, het gekweel van een vogel in de takken,—ziedaar de eenige geluiden, die de stilte verbreken. De voornaamste kloosters zijn die van la Merced, van Santa-Clara, van San-Domingo en van San-Francisco.De kloostertucht is te Cuzco, althans voor de monniken, niet overmatig streng. Zij mogen ongehinderd gaan werwaarts zij willen, en zijn dan ook zelden in hun cel te vinden; doorgaans verlaten zij het klooster na de ochtenddienst en keeren niet vóór des avonds negen uur terug. Wat zij in dien tusschentijd uitvoeren, weet ik niet; maar wel weet ik, dat men op alle publieke plaatsen, in bijna alle gezelschappen, monniken aantreft, waar zij meestal niet weinig bijdragen tot de algemeene gezelligheid en vroolijkheid. De nonnen daarentegen mogen haar klooster nooit verlaten, zelfs niet, als te Arequipa, hare bloedverwanten en vrienden bij zich ten bezoeke ontvangen.De bouwtrant der huizen van Cuzco heeft dit eigenaardige, dat de meeste huizen rusten op oude muren uit de dagen der Incas, die aanstonds kenbaar zijn aan het gemis van verf of kalk, terwijl het overige van de woning altijd met een laag witkalk is bestreken of licht geverfd. Deze eigenaardigheid dagteekent uit den tijd van Pizarro den veroveraar, die, om tijd en handenarbeid uit te winnen, de oude gebouwen slechts halverwege liet afbreken en op het overblijvende nieuwe verdiepingen optrekken. Zoo is de stad, door een gelukkig toeval, maar ten halven lijve gemetamorphoseerd: van boven modern en katholiek, is zij van onderen antiek en heidensch gebleven.De stijl dezer huizen is, behoudens enkele wijzigingen, dezelfde als van alle amerikaansche steden, door spaansche architecten of hunne leerlingen gebouwd: eentonig, plomp en koud. De woning, een zware vierkante steenklomp, heeft slechts eene enkele monumentale poort, waarvan de massieve deuren geheel met spijkers beslagen zijn. Deze poort komt uit op eene geplaveide binnenplaats. Een ruime trap voert naar de eerste verdieping, aan de binnenzijde met een houten of steenen galerij voorzien, op welke galerij de receptiekamers en de slaapvertrekken uitkomen. In sommige woningen zijn de binnenplaatsen met bloeiende heesters versierd, die in allerlei wonderlijke vormen zijn gesnoeid.Het ameublement dezer huizen is tweevoudig. De familiën, die aan de oude traditiën zijn getrouw gebleven, hebben ook hare spaansche meubelen behouden, zwaar gebeeldhouwd, met levendige kleuren beschilderd, met gouden lijsten en randen versierd, en bezaaid met rozen of tulpen. In de nieuwerwetsche huizen is het ameublement in den smakeloozen parijs-griekschenstijl van 1804. In beiden vindt ge ijzeren traliën voor de vensters, geen of bijna geen gordijnen, maar daarentegen een overvloed van tapijten tot afwering van de koude van den grond, die, bij gebrek aan een houten vloer, met een laagargamaza, een soort van cement, is bedekt.De wanden der aristokratische salons zijn bekleed met een grijs papieren behangsel of beschilderd. Op tafels of consoles met achthoekige spiegels in stalen lijsten, zijn allerlei snuisterijen en antiquiteiten uitgestald: min of meer geschonden beeldjes van Incas en Coyas (Keizerinnen), beschilderde aarden vazen uit den tijd vóór de verovering en min of meer gebarsten. Eertijds prijkten de salons der oude aristokratie met schilderijen in olieverf, door kunstenaars van Cuzco of Quito vervaardigd. Maar tengevolge der herhaalde politieke omwentelingen en beroeringen, zijn die schilderijen voor het meerendeel vernield, verloren geraakt of verkocht. Om het verlies dezer schilderijengalerij te vergoeden, zijn sommige adellijke familiën op een vernuftigen inval gekomen. Zij hebben den muur van de trap in hare woning laten beschilderen, hetzij met de kleuren van haar wapen, hetzij met haar stamboom, onder de gedaante van een wijngaard met uitgespreide ranken. Die adellijke wijnstok, op welks top meestal Francisco Pizarro is gezeten, reikt tot de eerste verdieping, en bedekt den muur met zijne groene trossen, waaraan, bij wijze van rijpe druiven, de hoofden van baardige Spanjaarden en indiaansche vrouwen met breede kragen hangen.De familiën van twijfelachtigen adel, of die, bij gebrek aan een genoegzaam getal voorouders, zich de weelde van zulk een stamboom moeten ontzeggen, troosten zich met het bezit van een piano van engelsch of chilisch fabrikaat. Die piano, waarop altijd twee nieuwe bougies prijken, en die altijd open staat, neemt de voornaamste plaats in de receptiekamer in. Intusschen—en dit is een groot voorrecht, dat de inwoners van Cuzco boven die van menige europeesche stad genieten;—slaat niemand ooit een hand aan die piano: zij dient alleen om de eigenliefde te streelen, maar is overigens niemand tot last. Dit meubelstuk is een soort van certificaat van beschaving, van goeden smaak en fatsoenlijke manieren; wie zulk een instrument in zijn huis heeft, al is het nog zoo ouderwetsch en al heeft het des noods geen snaren, rekent zich op gelijken voet te staan met den adel.Ondanks de koude temperatuur van Cuzco, en de hagel-, sneeuw- en regenbuien, die zoo dikwijls voorkomen, dat het van deze stad heet:Llueve 13 meses en un ano—het regent 13 maanden in een jaar—, vindt men toch in geen enkel huis schoorsteenen, kachels of verwarmingstoestellen, zelfs geenbraserosof vuurpotten. De dames wikkelen zich zoo goed mogelijk in haar shawl of haar retos; de heeren in groote mantels. De Indianen van beiderlei kunne dragen wollen hemden en kleederen, waarbij zij nog, in geval van nood, wollen schoudermantels voegen. Om zich inwendig te verwarmen, maken ouden en jongen, rijken en armen, overvloedig gebruik van europeesche wijnen en likeuren, benevens van de inheemsche chicha en de tafia der warme streken.—Het is te begrijpen, dat, in dit ruwe klimaat en bij dien schier altijd nevelachtigen hemel, de lichamelijke zindelijkheid bij de inboorlingen soms wat te wenschen overlaat, en dat hun afkeer voor het vloeibaar element, om in dagbladstijl te spreken, soms wel iets weg heeft van watervrees. De fatsoenlijke lieden, het is waar, wasschen zich eens in de week een weinig; maar de indiaansche bevolking wordt geboren, leeft en sterft, zonder ooit behoefte gevoeld te hebben, zich de handen en het gelaat te reinigen. In den regel slapen de beide seksen geheel gekleed, en veranderen niet van kleeding, vóór dat die, welke zij aanhebben, tot flarden versleten is. Over haar gescheurden rok trekt de indiaansche vrouw eenvoudig een nieuwen rok aan; en daar zij doorgaans drie of vier rokken dragen, mag men veilig aannemen, dat de onderste acht of tien jaar oud is. Vandaar die overvloed van zekere gedierten en die eigenaardige lucht, aan deze inboorlingen eigen, en die, in de schatting van den kunstenaar, een minder aangenaam tegenwicht vormen van het schilderachtige in hun manier van doen.Van October tot Januari wordt het klimaat wat zachter; de grauwe hemel wordt blauw, en de zon laat haar stralen op het verheugde aardrijk schijnen. Met uitgelaten blijdschap groet de bevolking de verschijning van het groote hemellicht, dat zij weleer aanbad. Dit warme jaargetijde, de korte zomer van Cuzco, wordt door de hoogere klassen ijverig gebruikt voor reisjes, rijtoertjes en uitstapjes in de omstreken. Anderen, wier middelen zulke uitspanningen niet veroorloven, gaan dagelijks naar Huancaro, een gehucht in de onmiddellijke nabijheid der stad, waar zich een groote steenen badkuip bevindt, in twee kompartimenten verdeeld, die tot den rand gevuld zijn met helder en ijskoud water. Tegen een geringen prijs kunnen daar, van twaalf tot vier uur, mannen en vrouwen, door een beschot gescheiden, zich al de weelde van een bad veroorloven, waarbij zij huiveren en klappertanden van de kou.De vrouwen van Cuzco zijn over het algemeen bruin van kleur, van middelbare gestalte en een weinig gezet. De indiaansche type heeft bij haar nog zeer duidelijk de overhand boven de spaansche, zoo als ook de deugden en gebreken van het inlandsche ras onmiskenbaar te voorschijn komen onder het kunstmatig vernis eener aangeleerde beschaving. Echter zoudt ge eene dame van Cuzco doodelijk beleedigen, indien ge u eene toespeling op hare ontwijfelbare afkomst veroorloofdet. Allen willen u doen gelooven, dat zij van zuiver spaansche afstamming zijn; alleen de oude vrouwen, die zich geen illusiën meer maken, komen er rond voor uit, tot welk ras zij eigenlijk behooren. “Somos Indias, para que negarlo?Wij zijn Indianen, waarom dat te ontkennen?” zeggen zij lachende. Maar deze kleine dwaasheden, die zij trouwens met alle vrouwen gemeen hebben, worden bij deCusqueñasvan elken leeftijd meer dan opgewogen door haar zachtaardig en beminnelijk karakter, vooral ook door haar groote vriendelijkheid en voorkomendheid jegensvreemdelingen. Haar eentonig teruggetrokken leven, eene zekere moeilijkheid in het vloeiend spreken der spaansche taal, het beperkte verkeer in eene afgelegene provinciestad—dit alles geeft aan haar omgang en manieren eene zekere beschroomdheid en linkschheid, die haar verre van kwalijk staat.Bezoek aan den Sacsahuaman.Bezoek aan den Sacsahuaman.Met uitzondering van de wekelijksche bezoeken, die zeer intieme vriendinnen in het schemeruur bij elkander afleggen, verlaten de vrouwen van Cuzco haar woning bijna niet. Zij houden zich bezig, hetzij met naai- of borduurwerk, hetzij met het bereiden van sorbets en confituren, en met het keuvelen over de nieuwtjes van den dag, die haar getrouw door hare chinas of kamermeisjes worden overgebracht. Om een aantal dames bijeen te brengen, is er eene zeer bijzondere gelegenheid noodig, zoo als een officieel bal op vastenavond, de intrede van een bisschop, de installatie van een nieuwen prefect of de benoeming van een president. Overigens blijven de vrouwen liefst te huis en ontvangen ook geen bezoek, met uitzondering van vreemdelingen, die altijd welkom zijn, waarschijnlijk omdat hunne verschijning eene zeldzaamheid is.Ik kan niet zeggen, dat deCusqueñosbevallig en beschroomd zijn, als hunne vrouwen, maar ik weet wel, dat zij prikkelbaar en wantrouwend zijn, en tegenover vreemden zeer terughoudend. Dit laatste is deels een gevolg van hunne linkschheid, deels van hun pedanterie. De physieke en zedelijke meerderheid van den Europeaan kwetst hunne ijdelheid, en het kost hun veel moeite, die meerderheid te erkennen. Zij zijn dan ook bij uitstek geleerd. Allen hebben gestudeerd in de theologie, de philosophie, het natuur- en volkenrecht, het burgerlijk en het kanonieke recht. De natuurkundige wetenschappen, de doode en levende talen en de schoone kunsten achten zij beneden de waardigheid van eene mannelijke opvoeding, en met deze ijdelheden houden zij zich niet op. In den regel wijden zij zich aan de balie, en maar zelden aan het onderwijs: een advokaat toch is voor alles geschikt. In Peru is het geen zeldzaamheid, dat collegas van Cicero eensklaps brigade-generaal worden, vervolgens veldmaarschalk, en eindelijk plaats nemen in den presidialen zetel. Zulke voorbeelden werken aanstekelijk, en verklaren het buitengewoon groot aantal advokaten, dat men in Cuzco vindt.Eene dramatische soiree te Cuzco.Eene dramatische soiree te Cuzco.Cuzco heeft ook eene universiteit, in 1692 gesticht. Bij deze universiteit behooren een kanselier, een rector, een conrector, een directeur, een secretaris, drie hoogleeraren, een penningmeester, twee deurwaarders of pedellen en een portier. Er wordt onderwijs gegeven in de theologie en het kanonieke recht, en ookeen weinig in de logika. Voorts roemt de stad nog op het bezit van een college voor wetenschap en kunst, in 1825 gereorganiseerd door generaal Simon Bolivar; de leerlingen van dit college ontvangen onderricht in de godsdienst, het spaansch en latijn, de wijsbegeerte, en ook in de wellevendheid en goede manieren. Eindelijk is er nog een school voor meisjes, en eene enkele drukkerij, die de laatste onderkoning, bij zijn vertrek in 1824, heeft achtergelaten.
VII.Te oordeelen naar de brokken muur, die van San-Juan de Dios tot op de hoogten van San-Blas de grenzen der oude stad aanwijzen, beslaat het moderne Cuzco ongeveer dezelfde oppervlakte als het oude. Een beek of bergstroom, de Huatanay, doorstroomt de stad van het noordoosten naar het zuidwesten, en deelt haar in twee ongelijke helften. Deze diepliggende beek, die in den winter bijna droog is, maar in den zomer, ten gevolge van het smelten der sneeuw op de Cordilleras, een snelvlietende stroom wordt, dient tot algemeen afvoerriool van Cuzco, en neemt, zoo goed en zoo kwaad als het kan, al de onreinheden en al het vuile water mede of ook niet mede.Het Ccozçco der Incas was slechts in twee wijken, de boven- en de benedenstad, verdeeld. Het Cuzco der Spanjaarden is in zeven districten of kwartieren verdeeld, met name: de Kathedraal, Belen, Santiago, het Hospitaal, Santa-Ana, San-Cristoval en San-Blas. Deze districten zijn wederom zoo wat gesplitst incuadras, buurten, eigenlijk vierkanten; te zamen tellen zij drieduizend huizen met eene bevolking van ruim twintigduizend zielen. Van die drieduizend huizen zijn er omstreeks duizend niets meer dan afschuwelijke krotten, waaronder minstens vijfhonderd chicha-kroegen. Eene geheele straat, de straatlos Heladerias, is ingenomen door handelaars in ijs en sorbets. In deze straat werd omstreeks het midden der zestiende eeuw, uit een aanzienlijk, maar tamelijk donker gekleurd geslacht, de geschiedschrijver Garcilaso de la Vega geboren.Cuzco, weleer de hoofdstad van een machtig rijk, tegenwoordig slechts de hoofdplaats van een departement en de zetel van een bisschop, bevat, nevens zijne kathedraal en vijftien andere kerken, waaronder zeven aan godsdienstige broederschappen behooren, vier mannenkloosters—San-Francisco, la Merced, Santo-Domingo en la Recoleta; drie vrouwenkloosters—Santa-Teresa, Santa-Catalina en Santa-Clara; zes begijnhuizen—los Nazarenas, Santa-Rosa, Santo-Domingo, las Carmelitas de San-Blas, las Franciscanas van Belen, en San-Francisco; gezwegen van ettelijke huizen van geestelijke oefeningen, waar gedurende de heilige week, des avonds, de geloovigen zich vereenigen, mannen en vrouwen afzonderlijk, om te bidden.De kerken en kloosters van Cuzco zijn over het algemeen van steen opgetrokken, en niet van hout, leem en pleister, zooals in de steden langs de kust. Dit onderscheid in de keuze der bouwmaterialen is een natuurlijk gevolg van de ligging der laatstgenoemde steden aan den voet van de keten der Andes, in de nabijheid van een of anderen vulkaan, en van de menigvuldige aardbevingen, waaraan zij onderhevig zijn. Vandaar ook de erbarmelijke gewoonte om de gebouwen te overpleisteren, en hun een rooskleurigen, parelgrijzen of paarschen tint te geven, ten einde zoo mogelijk het zeer gemeene bouwmateriaal te verbergen.Te Cuzco behoeft men tot deze armzalige kunstgrepen zijn toevlucht niet te nemen. De steen vertoont zich hier in zijne natuurlijke kleur, met de eigenaardige donkere tinten, die zon en regen, weer en wind daaraan geven. De gebouwen verkrijgen daardoor een karakter van ernstige majesteit, van sombere grootheid, dat volkomen past bij den grauwen hemel, het strenge klimaat en de ruwe vormen der omringende bergen.Vrouw uit de volksklasse te Cuzco.Vrouw uit de volksklasse te Cuzco.De vorm der kerken is bijna altijd die van een latijnsch kruis. Sommigen hebben slechts een enkel schip zonder zijbeuken, zooals de Jezuïetenkerk; anderen hebben een middenschip en twee zijschepen, zooals de kerk de la Merced; of soms ook wel drie hoofdschepen en twee zijbeuken, zooals de kathedraal. De bouwkunstige ornamentatie dezer kerken is inwendig doorgaans zeer eenvoudig. Somwijlen is het uitwendige even sober; maar bij enkele kerken vertoont zich al de wansmaak der Spaansche architectuur van de zeventiende en achttiende eeuw, met haar wildernis van ongemotiveerde zuiltjes, pyramidetjes, krullen, ballen, naalden, bloemen en kransen.—Inwendig zijn de kerken van Cuzco vooral niet minder rijk uitgedost dan die van Arequipa: ook hier is het een verblindende, overstelpende overvloed van goud en zilver, van verguldsel en edelgesteenten en kostbare stoffen: een rijkdom, die meer getuigt voor den vromen zin dan voor het kunstgevoel en den goeden smaak der bewoners van de oude zonnestad.Begijnhof van la Recoleta.Begijnhof van la Recoleta.De kathedraal van Cuzco heeft een massief zilveren hoogaltaar, en bezit in hare sakristie onnoemelijke schatten: relikwiënkistjes, wierookvaten, ciboriën, bekers, kelken, bezaaid met diamanten, robijnen, topazen en smaragden. Het is waar, dat de bouwstijl van het monument, zoo uit- als inwendig, niet in overeenstemming is met deze rijkdommen. De kerk verrijst op de plek, waar in de veertiende eeuw het paleis van den Inca Viracocha stond; zij heeft den vorm van een langwerpig vierkant, met twee lage torens aan weerszijde van den voorgevel. Gekoppelde zuilen scheiden de drie ingangen aan den voorgevel, die met een soort van fronton prijkt. Vierkante vensters, met kolommetjes geflankeerd, kronen de architraaf, en geven aan de kerk het voorkomen van een hotel met eene eerste verdieping. Voeg daarbij, dat de zandsteen, waarvan zij gebouwd is, met den tijd roetkleurig is geworden, en daardoor zeer scherp afsteekt bij het kalkwit van de koepels der vijf schepen en van de beide klokketorens.Het inwendige bestaat uit een pronaos of voorportaal, dat toegang geeft tot de drie hoofdschepen en twee zijschepen met kapellen. De beroemdste van deze kapellen, bij het binnenkomen de tweede aan de rechterhand, is die vanNuestroSeñorde los Temblores, Onze Heer der Aardbevingen. Door de zeer weinige vensters dringt een schemerachtig licht binnen, dat nog aanmerkelijk getemperd wordt door de lage bogen der gewelven en de vele pilaren; er heerscht dan ook in het heiligdom eene zeer onaangename duisternis. De eenige wezenlijke schat, die deze sombere, aan kostbaarheden zoo overrijke kathedraal bezit, is een prachtige schilderij van Murillo,Christus aan het kruis, in de sakristie opgehangen.Een vastenavondmaskerade te Cuzco.Een vastenavondmaskerade te Cuzco.Eene oude overlevering, die door de Indianen trouw wordt bewaard, zegt, dat zich onder de kerk een meer bevindt, waarvan de anders kalme wateren op den verjaardag van den intocht der Spaansche veroveraars in Cuzco (13 November 1532) opbruisen en met dof geruisch tegen de zerken van het koor slaan. Op dien dag, voor de inboorlingen een dag van rouw en droefenis, is het niet zeldzaam in en bij de kerk enkele goedgeloovige zielen neergeknield te zien, met het oor tegen den grond, luisterende of de onderaardsche wateren niet bruisen. Met den bouw dezer kerkwerd in 1572, op last van den onderkoning Francisco Toledo, aangevangen; eerst in 1654, alzoo na verloop van twee-en-tachtig jaren, was zij voltooid. Zij had vijf-en-zestig millioen francs gekost! Het schijnt bijna ongeloofelijk, als men het smakelooze gebouw aanziet.Een stierengevecht te Cuzco.Een stierengevecht te Cuzco.Ter rechterzijde van de Plaza-Mayor, op de plek, waar vroeger het paleis stond van den Inca Capac Yupanqui, verrijst de kerk der Jezuïeten, van zandsteen gebouwd, en een vrij goeden indruk makende, ondanks de overladen versiering in den bekenden spaanschen rococo-stijl. Na het verdrijven der Jezuïeten bleef deze kerk voor de eeredienst gesloten; totdat in 1824 de patriotten, na hun terugkeer van Ayacucho, natuurlijk in naam der heilige vrijheid, de deuren openbraken en haar in een militair wachthuis herschiepen. Na de onafhankelijkheidsverklaring werd zij op nieuw gesloten, en bleef dit waarschijnlijk tot het ons op zekeren dag in de gedachte kwam, de sleutels te laten vragen aan den onder-prefect van Cuzco en haar te laten openen, tot groote verbazing van enkele voorbijgangers, die haastig kwamen aanloopen om mede naar binnen te gaan, maar die zich de deur voor den neus zagen toewerpen.De kerk bestaat uit een enkel schip, waarvan het gewelf rust op een entablement, dat door gegroefde pilasters gedragen wordt. Aan den ingang vormt eene ruime tribune, op vierkante pilaren rustende, een soort van voorportaal. Geen enkele kapel breekt de grootsche evenredigheid der strenge lijnen van het majestueuse schip, dat door een steenen balustrade van het halfronde koor gescheiden wordt. De kerk was overigens geheel ontbloot van alles wat tot de eeredienst betrekking heeft; het eenige altaar was verdwenen; noch beelden, noch schilderijen, noch kruisen tooiden de naakte, rooskleurige wanden. Voor de balustrade van het koor gaapte eene opening van vier voet in het vierkant, die toegang gaf tot een trap, waarvan alleen de bovenste treden zichtbaar waren; de anderen verdwenen in de duisternis. Met den Indiaan, die de kerk had opengesloten, daalde ik in deze onderaardsche ruimte af. Het was de krypt, afgedeeld in vierkante cellen, die blijkbaar vroeger tot begraafplaats hadden gediend. Hier en daar was nog een enkele ledige, geopende doodkist te zien. Mijn geleider was in dit voormalige doodenverblijf gansch niet op zijn gemak, en haastte zich, toen wij weder op straat waren, een paar glazen brandewijn te gaan drinken om weer op zijn dreef te komen.Na de kerken voegt een enkel woord over de kloosters. Het uitwendig voorkomen dezer gebouwen is hoogst eenvoudig: het zijn meest altijd plompe, langwerpig vierkante gevaarten, met blinde muren, met pannendaken of wel met koepels gekroond, en doorgaans met een enkele gewelfde poort, waarboven het kruis is geplaatst. Deze poort voert naar eene kleine binnenplaats, aan alle zijden door hooge muren omgeven, en waarop een bochtige en sombere gang uitkomt, die toegang geeft tot het eigenlijke kloostergebouw. De onaangename indruk, dien ge bij het betreden van den duisteren gang mocht ontvangen hebben, wordt hier spoedig uitgewischt. De blik dwaalt door ruime hoven, door sierlijke galerijen omringd; te midden dier hoven, in bloeiende tuinen herschapen, prijken fraaie fonteinen, waaruit ruischende waterstralen omhoog springen, terwijl de geuren der bloemen, in smaakvol aangelegde perken gerangschikt, u tegenstroomen. Eene diepe, vredige stilte en kalme rust heerschen hier; geen enkel onharmonisch geluid treft het oor van den mijmerenden, eenzamen wandelaar; het gemurmel der wateren, het suizen van den wind, het gekweel van een vogel in de takken,—ziedaar de eenige geluiden, die de stilte verbreken. De voornaamste kloosters zijn die van la Merced, van Santa-Clara, van San-Domingo en van San-Francisco.De kloostertucht is te Cuzco, althans voor de monniken, niet overmatig streng. Zij mogen ongehinderd gaan werwaarts zij willen, en zijn dan ook zelden in hun cel te vinden; doorgaans verlaten zij het klooster na de ochtenddienst en keeren niet vóór des avonds negen uur terug. Wat zij in dien tusschentijd uitvoeren, weet ik niet; maar wel weet ik, dat men op alle publieke plaatsen, in bijna alle gezelschappen, monniken aantreft, waar zij meestal niet weinig bijdragen tot de algemeene gezelligheid en vroolijkheid. De nonnen daarentegen mogen haar klooster nooit verlaten, zelfs niet, als te Arequipa, hare bloedverwanten en vrienden bij zich ten bezoeke ontvangen.De bouwtrant der huizen van Cuzco heeft dit eigenaardige, dat de meeste huizen rusten op oude muren uit de dagen der Incas, die aanstonds kenbaar zijn aan het gemis van verf of kalk, terwijl het overige van de woning altijd met een laag witkalk is bestreken of licht geverfd. Deze eigenaardigheid dagteekent uit den tijd van Pizarro den veroveraar, die, om tijd en handenarbeid uit te winnen, de oude gebouwen slechts halverwege liet afbreken en op het overblijvende nieuwe verdiepingen optrekken. Zoo is de stad, door een gelukkig toeval, maar ten halven lijve gemetamorphoseerd: van boven modern en katholiek, is zij van onderen antiek en heidensch gebleven.De stijl dezer huizen is, behoudens enkele wijzigingen, dezelfde als van alle amerikaansche steden, door spaansche architecten of hunne leerlingen gebouwd: eentonig, plomp en koud. De woning, een zware vierkante steenklomp, heeft slechts eene enkele monumentale poort, waarvan de massieve deuren geheel met spijkers beslagen zijn. Deze poort komt uit op eene geplaveide binnenplaats. Een ruime trap voert naar de eerste verdieping, aan de binnenzijde met een houten of steenen galerij voorzien, op welke galerij de receptiekamers en de slaapvertrekken uitkomen. In sommige woningen zijn de binnenplaatsen met bloeiende heesters versierd, die in allerlei wonderlijke vormen zijn gesnoeid.Het ameublement dezer huizen is tweevoudig. De familiën, die aan de oude traditiën zijn getrouw gebleven, hebben ook hare spaansche meubelen behouden, zwaar gebeeldhouwd, met levendige kleuren beschilderd, met gouden lijsten en randen versierd, en bezaaid met rozen of tulpen. In de nieuwerwetsche huizen is het ameublement in den smakeloozen parijs-griekschenstijl van 1804. In beiden vindt ge ijzeren traliën voor de vensters, geen of bijna geen gordijnen, maar daarentegen een overvloed van tapijten tot afwering van de koude van den grond, die, bij gebrek aan een houten vloer, met een laagargamaza, een soort van cement, is bedekt.De wanden der aristokratische salons zijn bekleed met een grijs papieren behangsel of beschilderd. Op tafels of consoles met achthoekige spiegels in stalen lijsten, zijn allerlei snuisterijen en antiquiteiten uitgestald: min of meer geschonden beeldjes van Incas en Coyas (Keizerinnen), beschilderde aarden vazen uit den tijd vóór de verovering en min of meer gebarsten. Eertijds prijkten de salons der oude aristokratie met schilderijen in olieverf, door kunstenaars van Cuzco of Quito vervaardigd. Maar tengevolge der herhaalde politieke omwentelingen en beroeringen, zijn die schilderijen voor het meerendeel vernield, verloren geraakt of verkocht. Om het verlies dezer schilderijengalerij te vergoeden, zijn sommige adellijke familiën op een vernuftigen inval gekomen. Zij hebben den muur van de trap in hare woning laten beschilderen, hetzij met de kleuren van haar wapen, hetzij met haar stamboom, onder de gedaante van een wijngaard met uitgespreide ranken. Die adellijke wijnstok, op welks top meestal Francisco Pizarro is gezeten, reikt tot de eerste verdieping, en bedekt den muur met zijne groene trossen, waaraan, bij wijze van rijpe druiven, de hoofden van baardige Spanjaarden en indiaansche vrouwen met breede kragen hangen.De familiën van twijfelachtigen adel, of die, bij gebrek aan een genoegzaam getal voorouders, zich de weelde van zulk een stamboom moeten ontzeggen, troosten zich met het bezit van een piano van engelsch of chilisch fabrikaat. Die piano, waarop altijd twee nieuwe bougies prijken, en die altijd open staat, neemt de voornaamste plaats in de receptiekamer in. Intusschen—en dit is een groot voorrecht, dat de inwoners van Cuzco boven die van menige europeesche stad genieten;—slaat niemand ooit een hand aan die piano: zij dient alleen om de eigenliefde te streelen, maar is overigens niemand tot last. Dit meubelstuk is een soort van certificaat van beschaving, van goeden smaak en fatsoenlijke manieren; wie zulk een instrument in zijn huis heeft, al is het nog zoo ouderwetsch en al heeft het des noods geen snaren, rekent zich op gelijken voet te staan met den adel.Ondanks de koude temperatuur van Cuzco, en de hagel-, sneeuw- en regenbuien, die zoo dikwijls voorkomen, dat het van deze stad heet:Llueve 13 meses en un ano—het regent 13 maanden in een jaar—, vindt men toch in geen enkel huis schoorsteenen, kachels of verwarmingstoestellen, zelfs geenbraserosof vuurpotten. De dames wikkelen zich zoo goed mogelijk in haar shawl of haar retos; de heeren in groote mantels. De Indianen van beiderlei kunne dragen wollen hemden en kleederen, waarbij zij nog, in geval van nood, wollen schoudermantels voegen. Om zich inwendig te verwarmen, maken ouden en jongen, rijken en armen, overvloedig gebruik van europeesche wijnen en likeuren, benevens van de inheemsche chicha en de tafia der warme streken.—Het is te begrijpen, dat, in dit ruwe klimaat en bij dien schier altijd nevelachtigen hemel, de lichamelijke zindelijkheid bij de inboorlingen soms wat te wenschen overlaat, en dat hun afkeer voor het vloeibaar element, om in dagbladstijl te spreken, soms wel iets weg heeft van watervrees. De fatsoenlijke lieden, het is waar, wasschen zich eens in de week een weinig; maar de indiaansche bevolking wordt geboren, leeft en sterft, zonder ooit behoefte gevoeld te hebben, zich de handen en het gelaat te reinigen. In den regel slapen de beide seksen geheel gekleed, en veranderen niet van kleeding, vóór dat die, welke zij aanhebben, tot flarden versleten is. Over haar gescheurden rok trekt de indiaansche vrouw eenvoudig een nieuwen rok aan; en daar zij doorgaans drie of vier rokken dragen, mag men veilig aannemen, dat de onderste acht of tien jaar oud is. Vandaar die overvloed van zekere gedierten en die eigenaardige lucht, aan deze inboorlingen eigen, en die, in de schatting van den kunstenaar, een minder aangenaam tegenwicht vormen van het schilderachtige in hun manier van doen.Van October tot Januari wordt het klimaat wat zachter; de grauwe hemel wordt blauw, en de zon laat haar stralen op het verheugde aardrijk schijnen. Met uitgelaten blijdschap groet de bevolking de verschijning van het groote hemellicht, dat zij weleer aanbad. Dit warme jaargetijde, de korte zomer van Cuzco, wordt door de hoogere klassen ijverig gebruikt voor reisjes, rijtoertjes en uitstapjes in de omstreken. Anderen, wier middelen zulke uitspanningen niet veroorloven, gaan dagelijks naar Huancaro, een gehucht in de onmiddellijke nabijheid der stad, waar zich een groote steenen badkuip bevindt, in twee kompartimenten verdeeld, die tot den rand gevuld zijn met helder en ijskoud water. Tegen een geringen prijs kunnen daar, van twaalf tot vier uur, mannen en vrouwen, door een beschot gescheiden, zich al de weelde van een bad veroorloven, waarbij zij huiveren en klappertanden van de kou.De vrouwen van Cuzco zijn over het algemeen bruin van kleur, van middelbare gestalte en een weinig gezet. De indiaansche type heeft bij haar nog zeer duidelijk de overhand boven de spaansche, zoo als ook de deugden en gebreken van het inlandsche ras onmiskenbaar te voorschijn komen onder het kunstmatig vernis eener aangeleerde beschaving. Echter zoudt ge eene dame van Cuzco doodelijk beleedigen, indien ge u eene toespeling op hare ontwijfelbare afkomst veroorloofdet. Allen willen u doen gelooven, dat zij van zuiver spaansche afstamming zijn; alleen de oude vrouwen, die zich geen illusiën meer maken, komen er rond voor uit, tot welk ras zij eigenlijk behooren. “Somos Indias, para que negarlo?Wij zijn Indianen, waarom dat te ontkennen?” zeggen zij lachende. Maar deze kleine dwaasheden, die zij trouwens met alle vrouwen gemeen hebben, worden bij deCusqueñasvan elken leeftijd meer dan opgewogen door haar zachtaardig en beminnelijk karakter, vooral ook door haar groote vriendelijkheid en voorkomendheid jegensvreemdelingen. Haar eentonig teruggetrokken leven, eene zekere moeilijkheid in het vloeiend spreken der spaansche taal, het beperkte verkeer in eene afgelegene provinciestad—dit alles geeft aan haar omgang en manieren eene zekere beschroomdheid en linkschheid, die haar verre van kwalijk staat.Bezoek aan den Sacsahuaman.Bezoek aan den Sacsahuaman.Met uitzondering van de wekelijksche bezoeken, die zeer intieme vriendinnen in het schemeruur bij elkander afleggen, verlaten de vrouwen van Cuzco haar woning bijna niet. Zij houden zich bezig, hetzij met naai- of borduurwerk, hetzij met het bereiden van sorbets en confituren, en met het keuvelen over de nieuwtjes van den dag, die haar getrouw door hare chinas of kamermeisjes worden overgebracht. Om een aantal dames bijeen te brengen, is er eene zeer bijzondere gelegenheid noodig, zoo als een officieel bal op vastenavond, de intrede van een bisschop, de installatie van een nieuwen prefect of de benoeming van een president. Overigens blijven de vrouwen liefst te huis en ontvangen ook geen bezoek, met uitzondering van vreemdelingen, die altijd welkom zijn, waarschijnlijk omdat hunne verschijning eene zeldzaamheid is.Ik kan niet zeggen, dat deCusqueñosbevallig en beschroomd zijn, als hunne vrouwen, maar ik weet wel, dat zij prikkelbaar en wantrouwend zijn, en tegenover vreemden zeer terughoudend. Dit laatste is deels een gevolg van hunne linkschheid, deels van hun pedanterie. De physieke en zedelijke meerderheid van den Europeaan kwetst hunne ijdelheid, en het kost hun veel moeite, die meerderheid te erkennen. Zij zijn dan ook bij uitstek geleerd. Allen hebben gestudeerd in de theologie, de philosophie, het natuur- en volkenrecht, het burgerlijk en het kanonieke recht. De natuurkundige wetenschappen, de doode en levende talen en de schoone kunsten achten zij beneden de waardigheid van eene mannelijke opvoeding, en met deze ijdelheden houden zij zich niet op. In den regel wijden zij zich aan de balie, en maar zelden aan het onderwijs: een advokaat toch is voor alles geschikt. In Peru is het geen zeldzaamheid, dat collegas van Cicero eensklaps brigade-generaal worden, vervolgens veldmaarschalk, en eindelijk plaats nemen in den presidialen zetel. Zulke voorbeelden werken aanstekelijk, en verklaren het buitengewoon groot aantal advokaten, dat men in Cuzco vindt.Eene dramatische soiree te Cuzco.Eene dramatische soiree te Cuzco.Cuzco heeft ook eene universiteit, in 1692 gesticht. Bij deze universiteit behooren een kanselier, een rector, een conrector, een directeur, een secretaris, drie hoogleeraren, een penningmeester, twee deurwaarders of pedellen en een portier. Er wordt onderwijs gegeven in de theologie en het kanonieke recht, en ookeen weinig in de logika. Voorts roemt de stad nog op het bezit van een college voor wetenschap en kunst, in 1825 gereorganiseerd door generaal Simon Bolivar; de leerlingen van dit college ontvangen onderricht in de godsdienst, het spaansch en latijn, de wijsbegeerte, en ook in de wellevendheid en goede manieren. Eindelijk is er nog een school voor meisjes, en eene enkele drukkerij, die de laatste onderkoning, bij zijn vertrek in 1824, heeft achtergelaten.
VII.Te oordeelen naar de brokken muur, die van San-Juan de Dios tot op de hoogten van San-Blas de grenzen der oude stad aanwijzen, beslaat het moderne Cuzco ongeveer dezelfde oppervlakte als het oude. Een beek of bergstroom, de Huatanay, doorstroomt de stad van het noordoosten naar het zuidwesten, en deelt haar in twee ongelijke helften. Deze diepliggende beek, die in den winter bijna droog is, maar in den zomer, ten gevolge van het smelten der sneeuw op de Cordilleras, een snelvlietende stroom wordt, dient tot algemeen afvoerriool van Cuzco, en neemt, zoo goed en zoo kwaad als het kan, al de onreinheden en al het vuile water mede of ook niet mede.Het Ccozçco der Incas was slechts in twee wijken, de boven- en de benedenstad, verdeeld. Het Cuzco der Spanjaarden is in zeven districten of kwartieren verdeeld, met name: de Kathedraal, Belen, Santiago, het Hospitaal, Santa-Ana, San-Cristoval en San-Blas. Deze districten zijn wederom zoo wat gesplitst incuadras, buurten, eigenlijk vierkanten; te zamen tellen zij drieduizend huizen met eene bevolking van ruim twintigduizend zielen. Van die drieduizend huizen zijn er omstreeks duizend niets meer dan afschuwelijke krotten, waaronder minstens vijfhonderd chicha-kroegen. Eene geheele straat, de straatlos Heladerias, is ingenomen door handelaars in ijs en sorbets. In deze straat werd omstreeks het midden der zestiende eeuw, uit een aanzienlijk, maar tamelijk donker gekleurd geslacht, de geschiedschrijver Garcilaso de la Vega geboren.Cuzco, weleer de hoofdstad van een machtig rijk, tegenwoordig slechts de hoofdplaats van een departement en de zetel van een bisschop, bevat, nevens zijne kathedraal en vijftien andere kerken, waaronder zeven aan godsdienstige broederschappen behooren, vier mannenkloosters—San-Francisco, la Merced, Santo-Domingo en la Recoleta; drie vrouwenkloosters—Santa-Teresa, Santa-Catalina en Santa-Clara; zes begijnhuizen—los Nazarenas, Santa-Rosa, Santo-Domingo, las Carmelitas de San-Blas, las Franciscanas van Belen, en San-Francisco; gezwegen van ettelijke huizen van geestelijke oefeningen, waar gedurende de heilige week, des avonds, de geloovigen zich vereenigen, mannen en vrouwen afzonderlijk, om te bidden.De kerken en kloosters van Cuzco zijn over het algemeen van steen opgetrokken, en niet van hout, leem en pleister, zooals in de steden langs de kust. Dit onderscheid in de keuze der bouwmaterialen is een natuurlijk gevolg van de ligging der laatstgenoemde steden aan den voet van de keten der Andes, in de nabijheid van een of anderen vulkaan, en van de menigvuldige aardbevingen, waaraan zij onderhevig zijn. Vandaar ook de erbarmelijke gewoonte om de gebouwen te overpleisteren, en hun een rooskleurigen, parelgrijzen of paarschen tint te geven, ten einde zoo mogelijk het zeer gemeene bouwmateriaal te verbergen.Te Cuzco behoeft men tot deze armzalige kunstgrepen zijn toevlucht niet te nemen. De steen vertoont zich hier in zijne natuurlijke kleur, met de eigenaardige donkere tinten, die zon en regen, weer en wind daaraan geven. De gebouwen verkrijgen daardoor een karakter van ernstige majesteit, van sombere grootheid, dat volkomen past bij den grauwen hemel, het strenge klimaat en de ruwe vormen der omringende bergen.Vrouw uit de volksklasse te Cuzco.Vrouw uit de volksklasse te Cuzco.De vorm der kerken is bijna altijd die van een latijnsch kruis. Sommigen hebben slechts een enkel schip zonder zijbeuken, zooals de Jezuïetenkerk; anderen hebben een middenschip en twee zijschepen, zooals de kerk de la Merced; of soms ook wel drie hoofdschepen en twee zijbeuken, zooals de kathedraal. De bouwkunstige ornamentatie dezer kerken is inwendig doorgaans zeer eenvoudig. Somwijlen is het uitwendige even sober; maar bij enkele kerken vertoont zich al de wansmaak der Spaansche architectuur van de zeventiende en achttiende eeuw, met haar wildernis van ongemotiveerde zuiltjes, pyramidetjes, krullen, ballen, naalden, bloemen en kransen.—Inwendig zijn de kerken van Cuzco vooral niet minder rijk uitgedost dan die van Arequipa: ook hier is het een verblindende, overstelpende overvloed van goud en zilver, van verguldsel en edelgesteenten en kostbare stoffen: een rijkdom, die meer getuigt voor den vromen zin dan voor het kunstgevoel en den goeden smaak der bewoners van de oude zonnestad.Begijnhof van la Recoleta.Begijnhof van la Recoleta.De kathedraal van Cuzco heeft een massief zilveren hoogaltaar, en bezit in hare sakristie onnoemelijke schatten: relikwiënkistjes, wierookvaten, ciboriën, bekers, kelken, bezaaid met diamanten, robijnen, topazen en smaragden. Het is waar, dat de bouwstijl van het monument, zoo uit- als inwendig, niet in overeenstemming is met deze rijkdommen. De kerk verrijst op de plek, waar in de veertiende eeuw het paleis van den Inca Viracocha stond; zij heeft den vorm van een langwerpig vierkant, met twee lage torens aan weerszijde van den voorgevel. Gekoppelde zuilen scheiden de drie ingangen aan den voorgevel, die met een soort van fronton prijkt. Vierkante vensters, met kolommetjes geflankeerd, kronen de architraaf, en geven aan de kerk het voorkomen van een hotel met eene eerste verdieping. Voeg daarbij, dat de zandsteen, waarvan zij gebouwd is, met den tijd roetkleurig is geworden, en daardoor zeer scherp afsteekt bij het kalkwit van de koepels der vijf schepen en van de beide klokketorens.Het inwendige bestaat uit een pronaos of voorportaal, dat toegang geeft tot de drie hoofdschepen en twee zijschepen met kapellen. De beroemdste van deze kapellen, bij het binnenkomen de tweede aan de rechterhand, is die vanNuestroSeñorde los Temblores, Onze Heer der Aardbevingen. Door de zeer weinige vensters dringt een schemerachtig licht binnen, dat nog aanmerkelijk getemperd wordt door de lage bogen der gewelven en de vele pilaren; er heerscht dan ook in het heiligdom eene zeer onaangename duisternis. De eenige wezenlijke schat, die deze sombere, aan kostbaarheden zoo overrijke kathedraal bezit, is een prachtige schilderij van Murillo,Christus aan het kruis, in de sakristie opgehangen.Een vastenavondmaskerade te Cuzco.Een vastenavondmaskerade te Cuzco.Eene oude overlevering, die door de Indianen trouw wordt bewaard, zegt, dat zich onder de kerk een meer bevindt, waarvan de anders kalme wateren op den verjaardag van den intocht der Spaansche veroveraars in Cuzco (13 November 1532) opbruisen en met dof geruisch tegen de zerken van het koor slaan. Op dien dag, voor de inboorlingen een dag van rouw en droefenis, is het niet zeldzaam in en bij de kerk enkele goedgeloovige zielen neergeknield te zien, met het oor tegen den grond, luisterende of de onderaardsche wateren niet bruisen. Met den bouw dezer kerkwerd in 1572, op last van den onderkoning Francisco Toledo, aangevangen; eerst in 1654, alzoo na verloop van twee-en-tachtig jaren, was zij voltooid. Zij had vijf-en-zestig millioen francs gekost! Het schijnt bijna ongeloofelijk, als men het smakelooze gebouw aanziet.Een stierengevecht te Cuzco.Een stierengevecht te Cuzco.Ter rechterzijde van de Plaza-Mayor, op de plek, waar vroeger het paleis stond van den Inca Capac Yupanqui, verrijst de kerk der Jezuïeten, van zandsteen gebouwd, en een vrij goeden indruk makende, ondanks de overladen versiering in den bekenden spaanschen rococo-stijl. Na het verdrijven der Jezuïeten bleef deze kerk voor de eeredienst gesloten; totdat in 1824 de patriotten, na hun terugkeer van Ayacucho, natuurlijk in naam der heilige vrijheid, de deuren openbraken en haar in een militair wachthuis herschiepen. Na de onafhankelijkheidsverklaring werd zij op nieuw gesloten, en bleef dit waarschijnlijk tot het ons op zekeren dag in de gedachte kwam, de sleutels te laten vragen aan den onder-prefect van Cuzco en haar te laten openen, tot groote verbazing van enkele voorbijgangers, die haastig kwamen aanloopen om mede naar binnen te gaan, maar die zich de deur voor den neus zagen toewerpen.De kerk bestaat uit een enkel schip, waarvan het gewelf rust op een entablement, dat door gegroefde pilasters gedragen wordt. Aan den ingang vormt eene ruime tribune, op vierkante pilaren rustende, een soort van voorportaal. Geen enkele kapel breekt de grootsche evenredigheid der strenge lijnen van het majestueuse schip, dat door een steenen balustrade van het halfronde koor gescheiden wordt. De kerk was overigens geheel ontbloot van alles wat tot de eeredienst betrekking heeft; het eenige altaar was verdwenen; noch beelden, noch schilderijen, noch kruisen tooiden de naakte, rooskleurige wanden. Voor de balustrade van het koor gaapte eene opening van vier voet in het vierkant, die toegang gaf tot een trap, waarvan alleen de bovenste treden zichtbaar waren; de anderen verdwenen in de duisternis. Met den Indiaan, die de kerk had opengesloten, daalde ik in deze onderaardsche ruimte af. Het was de krypt, afgedeeld in vierkante cellen, die blijkbaar vroeger tot begraafplaats hadden gediend. Hier en daar was nog een enkele ledige, geopende doodkist te zien. Mijn geleider was in dit voormalige doodenverblijf gansch niet op zijn gemak, en haastte zich, toen wij weder op straat waren, een paar glazen brandewijn te gaan drinken om weer op zijn dreef te komen.Na de kerken voegt een enkel woord over de kloosters. Het uitwendig voorkomen dezer gebouwen is hoogst eenvoudig: het zijn meest altijd plompe, langwerpig vierkante gevaarten, met blinde muren, met pannendaken of wel met koepels gekroond, en doorgaans met een enkele gewelfde poort, waarboven het kruis is geplaatst. Deze poort voert naar eene kleine binnenplaats, aan alle zijden door hooge muren omgeven, en waarop een bochtige en sombere gang uitkomt, die toegang geeft tot het eigenlijke kloostergebouw. De onaangename indruk, dien ge bij het betreden van den duisteren gang mocht ontvangen hebben, wordt hier spoedig uitgewischt. De blik dwaalt door ruime hoven, door sierlijke galerijen omringd; te midden dier hoven, in bloeiende tuinen herschapen, prijken fraaie fonteinen, waaruit ruischende waterstralen omhoog springen, terwijl de geuren der bloemen, in smaakvol aangelegde perken gerangschikt, u tegenstroomen. Eene diepe, vredige stilte en kalme rust heerschen hier; geen enkel onharmonisch geluid treft het oor van den mijmerenden, eenzamen wandelaar; het gemurmel der wateren, het suizen van den wind, het gekweel van een vogel in de takken,—ziedaar de eenige geluiden, die de stilte verbreken. De voornaamste kloosters zijn die van la Merced, van Santa-Clara, van San-Domingo en van San-Francisco.De kloostertucht is te Cuzco, althans voor de monniken, niet overmatig streng. Zij mogen ongehinderd gaan werwaarts zij willen, en zijn dan ook zelden in hun cel te vinden; doorgaans verlaten zij het klooster na de ochtenddienst en keeren niet vóór des avonds negen uur terug. Wat zij in dien tusschentijd uitvoeren, weet ik niet; maar wel weet ik, dat men op alle publieke plaatsen, in bijna alle gezelschappen, monniken aantreft, waar zij meestal niet weinig bijdragen tot de algemeene gezelligheid en vroolijkheid. De nonnen daarentegen mogen haar klooster nooit verlaten, zelfs niet, als te Arequipa, hare bloedverwanten en vrienden bij zich ten bezoeke ontvangen.De bouwtrant der huizen van Cuzco heeft dit eigenaardige, dat de meeste huizen rusten op oude muren uit de dagen der Incas, die aanstonds kenbaar zijn aan het gemis van verf of kalk, terwijl het overige van de woning altijd met een laag witkalk is bestreken of licht geverfd. Deze eigenaardigheid dagteekent uit den tijd van Pizarro den veroveraar, die, om tijd en handenarbeid uit te winnen, de oude gebouwen slechts halverwege liet afbreken en op het overblijvende nieuwe verdiepingen optrekken. Zoo is de stad, door een gelukkig toeval, maar ten halven lijve gemetamorphoseerd: van boven modern en katholiek, is zij van onderen antiek en heidensch gebleven.De stijl dezer huizen is, behoudens enkele wijzigingen, dezelfde als van alle amerikaansche steden, door spaansche architecten of hunne leerlingen gebouwd: eentonig, plomp en koud. De woning, een zware vierkante steenklomp, heeft slechts eene enkele monumentale poort, waarvan de massieve deuren geheel met spijkers beslagen zijn. Deze poort komt uit op eene geplaveide binnenplaats. Een ruime trap voert naar de eerste verdieping, aan de binnenzijde met een houten of steenen galerij voorzien, op welke galerij de receptiekamers en de slaapvertrekken uitkomen. In sommige woningen zijn de binnenplaatsen met bloeiende heesters versierd, die in allerlei wonderlijke vormen zijn gesnoeid.Het ameublement dezer huizen is tweevoudig. De familiën, die aan de oude traditiën zijn getrouw gebleven, hebben ook hare spaansche meubelen behouden, zwaar gebeeldhouwd, met levendige kleuren beschilderd, met gouden lijsten en randen versierd, en bezaaid met rozen of tulpen. In de nieuwerwetsche huizen is het ameublement in den smakeloozen parijs-griekschenstijl van 1804. In beiden vindt ge ijzeren traliën voor de vensters, geen of bijna geen gordijnen, maar daarentegen een overvloed van tapijten tot afwering van de koude van den grond, die, bij gebrek aan een houten vloer, met een laagargamaza, een soort van cement, is bedekt.De wanden der aristokratische salons zijn bekleed met een grijs papieren behangsel of beschilderd. Op tafels of consoles met achthoekige spiegels in stalen lijsten, zijn allerlei snuisterijen en antiquiteiten uitgestald: min of meer geschonden beeldjes van Incas en Coyas (Keizerinnen), beschilderde aarden vazen uit den tijd vóór de verovering en min of meer gebarsten. Eertijds prijkten de salons der oude aristokratie met schilderijen in olieverf, door kunstenaars van Cuzco of Quito vervaardigd. Maar tengevolge der herhaalde politieke omwentelingen en beroeringen, zijn die schilderijen voor het meerendeel vernield, verloren geraakt of verkocht. Om het verlies dezer schilderijengalerij te vergoeden, zijn sommige adellijke familiën op een vernuftigen inval gekomen. Zij hebben den muur van de trap in hare woning laten beschilderen, hetzij met de kleuren van haar wapen, hetzij met haar stamboom, onder de gedaante van een wijngaard met uitgespreide ranken. Die adellijke wijnstok, op welks top meestal Francisco Pizarro is gezeten, reikt tot de eerste verdieping, en bedekt den muur met zijne groene trossen, waaraan, bij wijze van rijpe druiven, de hoofden van baardige Spanjaarden en indiaansche vrouwen met breede kragen hangen.De familiën van twijfelachtigen adel, of die, bij gebrek aan een genoegzaam getal voorouders, zich de weelde van zulk een stamboom moeten ontzeggen, troosten zich met het bezit van een piano van engelsch of chilisch fabrikaat. Die piano, waarop altijd twee nieuwe bougies prijken, en die altijd open staat, neemt de voornaamste plaats in de receptiekamer in. Intusschen—en dit is een groot voorrecht, dat de inwoners van Cuzco boven die van menige europeesche stad genieten;—slaat niemand ooit een hand aan die piano: zij dient alleen om de eigenliefde te streelen, maar is overigens niemand tot last. Dit meubelstuk is een soort van certificaat van beschaving, van goeden smaak en fatsoenlijke manieren; wie zulk een instrument in zijn huis heeft, al is het nog zoo ouderwetsch en al heeft het des noods geen snaren, rekent zich op gelijken voet te staan met den adel.Ondanks de koude temperatuur van Cuzco, en de hagel-, sneeuw- en regenbuien, die zoo dikwijls voorkomen, dat het van deze stad heet:Llueve 13 meses en un ano—het regent 13 maanden in een jaar—, vindt men toch in geen enkel huis schoorsteenen, kachels of verwarmingstoestellen, zelfs geenbraserosof vuurpotten. De dames wikkelen zich zoo goed mogelijk in haar shawl of haar retos; de heeren in groote mantels. De Indianen van beiderlei kunne dragen wollen hemden en kleederen, waarbij zij nog, in geval van nood, wollen schoudermantels voegen. Om zich inwendig te verwarmen, maken ouden en jongen, rijken en armen, overvloedig gebruik van europeesche wijnen en likeuren, benevens van de inheemsche chicha en de tafia der warme streken.—Het is te begrijpen, dat, in dit ruwe klimaat en bij dien schier altijd nevelachtigen hemel, de lichamelijke zindelijkheid bij de inboorlingen soms wat te wenschen overlaat, en dat hun afkeer voor het vloeibaar element, om in dagbladstijl te spreken, soms wel iets weg heeft van watervrees. De fatsoenlijke lieden, het is waar, wasschen zich eens in de week een weinig; maar de indiaansche bevolking wordt geboren, leeft en sterft, zonder ooit behoefte gevoeld te hebben, zich de handen en het gelaat te reinigen. In den regel slapen de beide seksen geheel gekleed, en veranderen niet van kleeding, vóór dat die, welke zij aanhebben, tot flarden versleten is. Over haar gescheurden rok trekt de indiaansche vrouw eenvoudig een nieuwen rok aan; en daar zij doorgaans drie of vier rokken dragen, mag men veilig aannemen, dat de onderste acht of tien jaar oud is. Vandaar die overvloed van zekere gedierten en die eigenaardige lucht, aan deze inboorlingen eigen, en die, in de schatting van den kunstenaar, een minder aangenaam tegenwicht vormen van het schilderachtige in hun manier van doen.Van October tot Januari wordt het klimaat wat zachter; de grauwe hemel wordt blauw, en de zon laat haar stralen op het verheugde aardrijk schijnen. Met uitgelaten blijdschap groet de bevolking de verschijning van het groote hemellicht, dat zij weleer aanbad. Dit warme jaargetijde, de korte zomer van Cuzco, wordt door de hoogere klassen ijverig gebruikt voor reisjes, rijtoertjes en uitstapjes in de omstreken. Anderen, wier middelen zulke uitspanningen niet veroorloven, gaan dagelijks naar Huancaro, een gehucht in de onmiddellijke nabijheid der stad, waar zich een groote steenen badkuip bevindt, in twee kompartimenten verdeeld, die tot den rand gevuld zijn met helder en ijskoud water. Tegen een geringen prijs kunnen daar, van twaalf tot vier uur, mannen en vrouwen, door een beschot gescheiden, zich al de weelde van een bad veroorloven, waarbij zij huiveren en klappertanden van de kou.De vrouwen van Cuzco zijn over het algemeen bruin van kleur, van middelbare gestalte en een weinig gezet. De indiaansche type heeft bij haar nog zeer duidelijk de overhand boven de spaansche, zoo als ook de deugden en gebreken van het inlandsche ras onmiskenbaar te voorschijn komen onder het kunstmatig vernis eener aangeleerde beschaving. Echter zoudt ge eene dame van Cuzco doodelijk beleedigen, indien ge u eene toespeling op hare ontwijfelbare afkomst veroorloofdet. Allen willen u doen gelooven, dat zij van zuiver spaansche afstamming zijn; alleen de oude vrouwen, die zich geen illusiën meer maken, komen er rond voor uit, tot welk ras zij eigenlijk behooren. “Somos Indias, para que negarlo?Wij zijn Indianen, waarom dat te ontkennen?” zeggen zij lachende. Maar deze kleine dwaasheden, die zij trouwens met alle vrouwen gemeen hebben, worden bij deCusqueñasvan elken leeftijd meer dan opgewogen door haar zachtaardig en beminnelijk karakter, vooral ook door haar groote vriendelijkheid en voorkomendheid jegensvreemdelingen. Haar eentonig teruggetrokken leven, eene zekere moeilijkheid in het vloeiend spreken der spaansche taal, het beperkte verkeer in eene afgelegene provinciestad—dit alles geeft aan haar omgang en manieren eene zekere beschroomdheid en linkschheid, die haar verre van kwalijk staat.Bezoek aan den Sacsahuaman.Bezoek aan den Sacsahuaman.Met uitzondering van de wekelijksche bezoeken, die zeer intieme vriendinnen in het schemeruur bij elkander afleggen, verlaten de vrouwen van Cuzco haar woning bijna niet. Zij houden zich bezig, hetzij met naai- of borduurwerk, hetzij met het bereiden van sorbets en confituren, en met het keuvelen over de nieuwtjes van den dag, die haar getrouw door hare chinas of kamermeisjes worden overgebracht. Om een aantal dames bijeen te brengen, is er eene zeer bijzondere gelegenheid noodig, zoo als een officieel bal op vastenavond, de intrede van een bisschop, de installatie van een nieuwen prefect of de benoeming van een president. Overigens blijven de vrouwen liefst te huis en ontvangen ook geen bezoek, met uitzondering van vreemdelingen, die altijd welkom zijn, waarschijnlijk omdat hunne verschijning eene zeldzaamheid is.Ik kan niet zeggen, dat deCusqueñosbevallig en beschroomd zijn, als hunne vrouwen, maar ik weet wel, dat zij prikkelbaar en wantrouwend zijn, en tegenover vreemden zeer terughoudend. Dit laatste is deels een gevolg van hunne linkschheid, deels van hun pedanterie. De physieke en zedelijke meerderheid van den Europeaan kwetst hunne ijdelheid, en het kost hun veel moeite, die meerderheid te erkennen. Zij zijn dan ook bij uitstek geleerd. Allen hebben gestudeerd in de theologie, de philosophie, het natuur- en volkenrecht, het burgerlijk en het kanonieke recht. De natuurkundige wetenschappen, de doode en levende talen en de schoone kunsten achten zij beneden de waardigheid van eene mannelijke opvoeding, en met deze ijdelheden houden zij zich niet op. In den regel wijden zij zich aan de balie, en maar zelden aan het onderwijs: een advokaat toch is voor alles geschikt. In Peru is het geen zeldzaamheid, dat collegas van Cicero eensklaps brigade-generaal worden, vervolgens veldmaarschalk, en eindelijk plaats nemen in den presidialen zetel. Zulke voorbeelden werken aanstekelijk, en verklaren het buitengewoon groot aantal advokaten, dat men in Cuzco vindt.Eene dramatische soiree te Cuzco.Eene dramatische soiree te Cuzco.Cuzco heeft ook eene universiteit, in 1692 gesticht. Bij deze universiteit behooren een kanselier, een rector, een conrector, een directeur, een secretaris, drie hoogleeraren, een penningmeester, twee deurwaarders of pedellen en een portier. Er wordt onderwijs gegeven in de theologie en het kanonieke recht, en ookeen weinig in de logika. Voorts roemt de stad nog op het bezit van een college voor wetenschap en kunst, in 1825 gereorganiseerd door generaal Simon Bolivar; de leerlingen van dit college ontvangen onderricht in de godsdienst, het spaansch en latijn, de wijsbegeerte, en ook in de wellevendheid en goede manieren. Eindelijk is er nog een school voor meisjes, en eene enkele drukkerij, die de laatste onderkoning, bij zijn vertrek in 1824, heeft achtergelaten.
VII.Te oordeelen naar de brokken muur, die van San-Juan de Dios tot op de hoogten van San-Blas de grenzen der oude stad aanwijzen, beslaat het moderne Cuzco ongeveer dezelfde oppervlakte als het oude. Een beek of bergstroom, de Huatanay, doorstroomt de stad van het noordoosten naar het zuidwesten, en deelt haar in twee ongelijke helften. Deze diepliggende beek, die in den winter bijna droog is, maar in den zomer, ten gevolge van het smelten der sneeuw op de Cordilleras, een snelvlietende stroom wordt, dient tot algemeen afvoerriool van Cuzco, en neemt, zoo goed en zoo kwaad als het kan, al de onreinheden en al het vuile water mede of ook niet mede.Het Ccozçco der Incas was slechts in twee wijken, de boven- en de benedenstad, verdeeld. Het Cuzco der Spanjaarden is in zeven districten of kwartieren verdeeld, met name: de Kathedraal, Belen, Santiago, het Hospitaal, Santa-Ana, San-Cristoval en San-Blas. Deze districten zijn wederom zoo wat gesplitst incuadras, buurten, eigenlijk vierkanten; te zamen tellen zij drieduizend huizen met eene bevolking van ruim twintigduizend zielen. Van die drieduizend huizen zijn er omstreeks duizend niets meer dan afschuwelijke krotten, waaronder minstens vijfhonderd chicha-kroegen. Eene geheele straat, de straatlos Heladerias, is ingenomen door handelaars in ijs en sorbets. In deze straat werd omstreeks het midden der zestiende eeuw, uit een aanzienlijk, maar tamelijk donker gekleurd geslacht, de geschiedschrijver Garcilaso de la Vega geboren.Cuzco, weleer de hoofdstad van een machtig rijk, tegenwoordig slechts de hoofdplaats van een departement en de zetel van een bisschop, bevat, nevens zijne kathedraal en vijftien andere kerken, waaronder zeven aan godsdienstige broederschappen behooren, vier mannenkloosters—San-Francisco, la Merced, Santo-Domingo en la Recoleta; drie vrouwenkloosters—Santa-Teresa, Santa-Catalina en Santa-Clara; zes begijnhuizen—los Nazarenas, Santa-Rosa, Santo-Domingo, las Carmelitas de San-Blas, las Franciscanas van Belen, en San-Francisco; gezwegen van ettelijke huizen van geestelijke oefeningen, waar gedurende de heilige week, des avonds, de geloovigen zich vereenigen, mannen en vrouwen afzonderlijk, om te bidden.De kerken en kloosters van Cuzco zijn over het algemeen van steen opgetrokken, en niet van hout, leem en pleister, zooals in de steden langs de kust. Dit onderscheid in de keuze der bouwmaterialen is een natuurlijk gevolg van de ligging der laatstgenoemde steden aan den voet van de keten der Andes, in de nabijheid van een of anderen vulkaan, en van de menigvuldige aardbevingen, waaraan zij onderhevig zijn. Vandaar ook de erbarmelijke gewoonte om de gebouwen te overpleisteren, en hun een rooskleurigen, parelgrijzen of paarschen tint te geven, ten einde zoo mogelijk het zeer gemeene bouwmateriaal te verbergen.Te Cuzco behoeft men tot deze armzalige kunstgrepen zijn toevlucht niet te nemen. De steen vertoont zich hier in zijne natuurlijke kleur, met de eigenaardige donkere tinten, die zon en regen, weer en wind daaraan geven. De gebouwen verkrijgen daardoor een karakter van ernstige majesteit, van sombere grootheid, dat volkomen past bij den grauwen hemel, het strenge klimaat en de ruwe vormen der omringende bergen.Vrouw uit de volksklasse te Cuzco.Vrouw uit de volksklasse te Cuzco.De vorm der kerken is bijna altijd die van een latijnsch kruis. Sommigen hebben slechts een enkel schip zonder zijbeuken, zooals de Jezuïetenkerk; anderen hebben een middenschip en twee zijschepen, zooals de kerk de la Merced; of soms ook wel drie hoofdschepen en twee zijbeuken, zooals de kathedraal. De bouwkunstige ornamentatie dezer kerken is inwendig doorgaans zeer eenvoudig. Somwijlen is het uitwendige even sober; maar bij enkele kerken vertoont zich al de wansmaak der Spaansche architectuur van de zeventiende en achttiende eeuw, met haar wildernis van ongemotiveerde zuiltjes, pyramidetjes, krullen, ballen, naalden, bloemen en kransen.—Inwendig zijn de kerken van Cuzco vooral niet minder rijk uitgedost dan die van Arequipa: ook hier is het een verblindende, overstelpende overvloed van goud en zilver, van verguldsel en edelgesteenten en kostbare stoffen: een rijkdom, die meer getuigt voor den vromen zin dan voor het kunstgevoel en den goeden smaak der bewoners van de oude zonnestad.Begijnhof van la Recoleta.Begijnhof van la Recoleta.De kathedraal van Cuzco heeft een massief zilveren hoogaltaar, en bezit in hare sakristie onnoemelijke schatten: relikwiënkistjes, wierookvaten, ciboriën, bekers, kelken, bezaaid met diamanten, robijnen, topazen en smaragden. Het is waar, dat de bouwstijl van het monument, zoo uit- als inwendig, niet in overeenstemming is met deze rijkdommen. De kerk verrijst op de plek, waar in de veertiende eeuw het paleis van den Inca Viracocha stond; zij heeft den vorm van een langwerpig vierkant, met twee lage torens aan weerszijde van den voorgevel. Gekoppelde zuilen scheiden de drie ingangen aan den voorgevel, die met een soort van fronton prijkt. Vierkante vensters, met kolommetjes geflankeerd, kronen de architraaf, en geven aan de kerk het voorkomen van een hotel met eene eerste verdieping. Voeg daarbij, dat de zandsteen, waarvan zij gebouwd is, met den tijd roetkleurig is geworden, en daardoor zeer scherp afsteekt bij het kalkwit van de koepels der vijf schepen en van de beide klokketorens.Het inwendige bestaat uit een pronaos of voorportaal, dat toegang geeft tot de drie hoofdschepen en twee zijschepen met kapellen. De beroemdste van deze kapellen, bij het binnenkomen de tweede aan de rechterhand, is die vanNuestroSeñorde los Temblores, Onze Heer der Aardbevingen. Door de zeer weinige vensters dringt een schemerachtig licht binnen, dat nog aanmerkelijk getemperd wordt door de lage bogen der gewelven en de vele pilaren; er heerscht dan ook in het heiligdom eene zeer onaangename duisternis. De eenige wezenlijke schat, die deze sombere, aan kostbaarheden zoo overrijke kathedraal bezit, is een prachtige schilderij van Murillo,Christus aan het kruis, in de sakristie opgehangen.Een vastenavondmaskerade te Cuzco.Een vastenavondmaskerade te Cuzco.Eene oude overlevering, die door de Indianen trouw wordt bewaard, zegt, dat zich onder de kerk een meer bevindt, waarvan de anders kalme wateren op den verjaardag van den intocht der Spaansche veroveraars in Cuzco (13 November 1532) opbruisen en met dof geruisch tegen de zerken van het koor slaan. Op dien dag, voor de inboorlingen een dag van rouw en droefenis, is het niet zeldzaam in en bij de kerk enkele goedgeloovige zielen neergeknield te zien, met het oor tegen den grond, luisterende of de onderaardsche wateren niet bruisen. Met den bouw dezer kerkwerd in 1572, op last van den onderkoning Francisco Toledo, aangevangen; eerst in 1654, alzoo na verloop van twee-en-tachtig jaren, was zij voltooid. Zij had vijf-en-zestig millioen francs gekost! Het schijnt bijna ongeloofelijk, als men het smakelooze gebouw aanziet.Een stierengevecht te Cuzco.Een stierengevecht te Cuzco.Ter rechterzijde van de Plaza-Mayor, op de plek, waar vroeger het paleis stond van den Inca Capac Yupanqui, verrijst de kerk der Jezuïeten, van zandsteen gebouwd, en een vrij goeden indruk makende, ondanks de overladen versiering in den bekenden spaanschen rococo-stijl. Na het verdrijven der Jezuïeten bleef deze kerk voor de eeredienst gesloten; totdat in 1824 de patriotten, na hun terugkeer van Ayacucho, natuurlijk in naam der heilige vrijheid, de deuren openbraken en haar in een militair wachthuis herschiepen. Na de onafhankelijkheidsverklaring werd zij op nieuw gesloten, en bleef dit waarschijnlijk tot het ons op zekeren dag in de gedachte kwam, de sleutels te laten vragen aan den onder-prefect van Cuzco en haar te laten openen, tot groote verbazing van enkele voorbijgangers, die haastig kwamen aanloopen om mede naar binnen te gaan, maar die zich de deur voor den neus zagen toewerpen.De kerk bestaat uit een enkel schip, waarvan het gewelf rust op een entablement, dat door gegroefde pilasters gedragen wordt. Aan den ingang vormt eene ruime tribune, op vierkante pilaren rustende, een soort van voorportaal. Geen enkele kapel breekt de grootsche evenredigheid der strenge lijnen van het majestueuse schip, dat door een steenen balustrade van het halfronde koor gescheiden wordt. De kerk was overigens geheel ontbloot van alles wat tot de eeredienst betrekking heeft; het eenige altaar was verdwenen; noch beelden, noch schilderijen, noch kruisen tooiden de naakte, rooskleurige wanden. Voor de balustrade van het koor gaapte eene opening van vier voet in het vierkant, die toegang gaf tot een trap, waarvan alleen de bovenste treden zichtbaar waren; de anderen verdwenen in de duisternis. Met den Indiaan, die de kerk had opengesloten, daalde ik in deze onderaardsche ruimte af. Het was de krypt, afgedeeld in vierkante cellen, die blijkbaar vroeger tot begraafplaats hadden gediend. Hier en daar was nog een enkele ledige, geopende doodkist te zien. Mijn geleider was in dit voormalige doodenverblijf gansch niet op zijn gemak, en haastte zich, toen wij weder op straat waren, een paar glazen brandewijn te gaan drinken om weer op zijn dreef te komen.Na de kerken voegt een enkel woord over de kloosters. Het uitwendig voorkomen dezer gebouwen is hoogst eenvoudig: het zijn meest altijd plompe, langwerpig vierkante gevaarten, met blinde muren, met pannendaken of wel met koepels gekroond, en doorgaans met een enkele gewelfde poort, waarboven het kruis is geplaatst. Deze poort voert naar eene kleine binnenplaats, aan alle zijden door hooge muren omgeven, en waarop een bochtige en sombere gang uitkomt, die toegang geeft tot het eigenlijke kloostergebouw. De onaangename indruk, dien ge bij het betreden van den duisteren gang mocht ontvangen hebben, wordt hier spoedig uitgewischt. De blik dwaalt door ruime hoven, door sierlijke galerijen omringd; te midden dier hoven, in bloeiende tuinen herschapen, prijken fraaie fonteinen, waaruit ruischende waterstralen omhoog springen, terwijl de geuren der bloemen, in smaakvol aangelegde perken gerangschikt, u tegenstroomen. Eene diepe, vredige stilte en kalme rust heerschen hier; geen enkel onharmonisch geluid treft het oor van den mijmerenden, eenzamen wandelaar; het gemurmel der wateren, het suizen van den wind, het gekweel van een vogel in de takken,—ziedaar de eenige geluiden, die de stilte verbreken. De voornaamste kloosters zijn die van la Merced, van Santa-Clara, van San-Domingo en van San-Francisco.De kloostertucht is te Cuzco, althans voor de monniken, niet overmatig streng. Zij mogen ongehinderd gaan werwaarts zij willen, en zijn dan ook zelden in hun cel te vinden; doorgaans verlaten zij het klooster na de ochtenddienst en keeren niet vóór des avonds negen uur terug. Wat zij in dien tusschentijd uitvoeren, weet ik niet; maar wel weet ik, dat men op alle publieke plaatsen, in bijna alle gezelschappen, monniken aantreft, waar zij meestal niet weinig bijdragen tot de algemeene gezelligheid en vroolijkheid. De nonnen daarentegen mogen haar klooster nooit verlaten, zelfs niet, als te Arequipa, hare bloedverwanten en vrienden bij zich ten bezoeke ontvangen.De bouwtrant der huizen van Cuzco heeft dit eigenaardige, dat de meeste huizen rusten op oude muren uit de dagen der Incas, die aanstonds kenbaar zijn aan het gemis van verf of kalk, terwijl het overige van de woning altijd met een laag witkalk is bestreken of licht geverfd. Deze eigenaardigheid dagteekent uit den tijd van Pizarro den veroveraar, die, om tijd en handenarbeid uit te winnen, de oude gebouwen slechts halverwege liet afbreken en op het overblijvende nieuwe verdiepingen optrekken. Zoo is de stad, door een gelukkig toeval, maar ten halven lijve gemetamorphoseerd: van boven modern en katholiek, is zij van onderen antiek en heidensch gebleven.De stijl dezer huizen is, behoudens enkele wijzigingen, dezelfde als van alle amerikaansche steden, door spaansche architecten of hunne leerlingen gebouwd: eentonig, plomp en koud. De woning, een zware vierkante steenklomp, heeft slechts eene enkele monumentale poort, waarvan de massieve deuren geheel met spijkers beslagen zijn. Deze poort komt uit op eene geplaveide binnenplaats. Een ruime trap voert naar de eerste verdieping, aan de binnenzijde met een houten of steenen galerij voorzien, op welke galerij de receptiekamers en de slaapvertrekken uitkomen. In sommige woningen zijn de binnenplaatsen met bloeiende heesters versierd, die in allerlei wonderlijke vormen zijn gesnoeid.Het ameublement dezer huizen is tweevoudig. De familiën, die aan de oude traditiën zijn getrouw gebleven, hebben ook hare spaansche meubelen behouden, zwaar gebeeldhouwd, met levendige kleuren beschilderd, met gouden lijsten en randen versierd, en bezaaid met rozen of tulpen. In de nieuwerwetsche huizen is het ameublement in den smakeloozen parijs-griekschenstijl van 1804. In beiden vindt ge ijzeren traliën voor de vensters, geen of bijna geen gordijnen, maar daarentegen een overvloed van tapijten tot afwering van de koude van den grond, die, bij gebrek aan een houten vloer, met een laagargamaza, een soort van cement, is bedekt.De wanden der aristokratische salons zijn bekleed met een grijs papieren behangsel of beschilderd. Op tafels of consoles met achthoekige spiegels in stalen lijsten, zijn allerlei snuisterijen en antiquiteiten uitgestald: min of meer geschonden beeldjes van Incas en Coyas (Keizerinnen), beschilderde aarden vazen uit den tijd vóór de verovering en min of meer gebarsten. Eertijds prijkten de salons der oude aristokratie met schilderijen in olieverf, door kunstenaars van Cuzco of Quito vervaardigd. Maar tengevolge der herhaalde politieke omwentelingen en beroeringen, zijn die schilderijen voor het meerendeel vernield, verloren geraakt of verkocht. Om het verlies dezer schilderijengalerij te vergoeden, zijn sommige adellijke familiën op een vernuftigen inval gekomen. Zij hebben den muur van de trap in hare woning laten beschilderen, hetzij met de kleuren van haar wapen, hetzij met haar stamboom, onder de gedaante van een wijngaard met uitgespreide ranken. Die adellijke wijnstok, op welks top meestal Francisco Pizarro is gezeten, reikt tot de eerste verdieping, en bedekt den muur met zijne groene trossen, waaraan, bij wijze van rijpe druiven, de hoofden van baardige Spanjaarden en indiaansche vrouwen met breede kragen hangen.De familiën van twijfelachtigen adel, of die, bij gebrek aan een genoegzaam getal voorouders, zich de weelde van zulk een stamboom moeten ontzeggen, troosten zich met het bezit van een piano van engelsch of chilisch fabrikaat. Die piano, waarop altijd twee nieuwe bougies prijken, en die altijd open staat, neemt de voornaamste plaats in de receptiekamer in. Intusschen—en dit is een groot voorrecht, dat de inwoners van Cuzco boven die van menige europeesche stad genieten;—slaat niemand ooit een hand aan die piano: zij dient alleen om de eigenliefde te streelen, maar is overigens niemand tot last. Dit meubelstuk is een soort van certificaat van beschaving, van goeden smaak en fatsoenlijke manieren; wie zulk een instrument in zijn huis heeft, al is het nog zoo ouderwetsch en al heeft het des noods geen snaren, rekent zich op gelijken voet te staan met den adel.Ondanks de koude temperatuur van Cuzco, en de hagel-, sneeuw- en regenbuien, die zoo dikwijls voorkomen, dat het van deze stad heet:Llueve 13 meses en un ano—het regent 13 maanden in een jaar—, vindt men toch in geen enkel huis schoorsteenen, kachels of verwarmingstoestellen, zelfs geenbraserosof vuurpotten. De dames wikkelen zich zoo goed mogelijk in haar shawl of haar retos; de heeren in groote mantels. De Indianen van beiderlei kunne dragen wollen hemden en kleederen, waarbij zij nog, in geval van nood, wollen schoudermantels voegen. Om zich inwendig te verwarmen, maken ouden en jongen, rijken en armen, overvloedig gebruik van europeesche wijnen en likeuren, benevens van de inheemsche chicha en de tafia der warme streken.—Het is te begrijpen, dat, in dit ruwe klimaat en bij dien schier altijd nevelachtigen hemel, de lichamelijke zindelijkheid bij de inboorlingen soms wat te wenschen overlaat, en dat hun afkeer voor het vloeibaar element, om in dagbladstijl te spreken, soms wel iets weg heeft van watervrees. De fatsoenlijke lieden, het is waar, wasschen zich eens in de week een weinig; maar de indiaansche bevolking wordt geboren, leeft en sterft, zonder ooit behoefte gevoeld te hebben, zich de handen en het gelaat te reinigen. In den regel slapen de beide seksen geheel gekleed, en veranderen niet van kleeding, vóór dat die, welke zij aanhebben, tot flarden versleten is. Over haar gescheurden rok trekt de indiaansche vrouw eenvoudig een nieuwen rok aan; en daar zij doorgaans drie of vier rokken dragen, mag men veilig aannemen, dat de onderste acht of tien jaar oud is. Vandaar die overvloed van zekere gedierten en die eigenaardige lucht, aan deze inboorlingen eigen, en die, in de schatting van den kunstenaar, een minder aangenaam tegenwicht vormen van het schilderachtige in hun manier van doen.Van October tot Januari wordt het klimaat wat zachter; de grauwe hemel wordt blauw, en de zon laat haar stralen op het verheugde aardrijk schijnen. Met uitgelaten blijdschap groet de bevolking de verschijning van het groote hemellicht, dat zij weleer aanbad. Dit warme jaargetijde, de korte zomer van Cuzco, wordt door de hoogere klassen ijverig gebruikt voor reisjes, rijtoertjes en uitstapjes in de omstreken. Anderen, wier middelen zulke uitspanningen niet veroorloven, gaan dagelijks naar Huancaro, een gehucht in de onmiddellijke nabijheid der stad, waar zich een groote steenen badkuip bevindt, in twee kompartimenten verdeeld, die tot den rand gevuld zijn met helder en ijskoud water. Tegen een geringen prijs kunnen daar, van twaalf tot vier uur, mannen en vrouwen, door een beschot gescheiden, zich al de weelde van een bad veroorloven, waarbij zij huiveren en klappertanden van de kou.De vrouwen van Cuzco zijn over het algemeen bruin van kleur, van middelbare gestalte en een weinig gezet. De indiaansche type heeft bij haar nog zeer duidelijk de overhand boven de spaansche, zoo als ook de deugden en gebreken van het inlandsche ras onmiskenbaar te voorschijn komen onder het kunstmatig vernis eener aangeleerde beschaving. Echter zoudt ge eene dame van Cuzco doodelijk beleedigen, indien ge u eene toespeling op hare ontwijfelbare afkomst veroorloofdet. Allen willen u doen gelooven, dat zij van zuiver spaansche afstamming zijn; alleen de oude vrouwen, die zich geen illusiën meer maken, komen er rond voor uit, tot welk ras zij eigenlijk behooren. “Somos Indias, para que negarlo?Wij zijn Indianen, waarom dat te ontkennen?” zeggen zij lachende. Maar deze kleine dwaasheden, die zij trouwens met alle vrouwen gemeen hebben, worden bij deCusqueñasvan elken leeftijd meer dan opgewogen door haar zachtaardig en beminnelijk karakter, vooral ook door haar groote vriendelijkheid en voorkomendheid jegensvreemdelingen. Haar eentonig teruggetrokken leven, eene zekere moeilijkheid in het vloeiend spreken der spaansche taal, het beperkte verkeer in eene afgelegene provinciestad—dit alles geeft aan haar omgang en manieren eene zekere beschroomdheid en linkschheid, die haar verre van kwalijk staat.Bezoek aan den Sacsahuaman.Bezoek aan den Sacsahuaman.Met uitzondering van de wekelijksche bezoeken, die zeer intieme vriendinnen in het schemeruur bij elkander afleggen, verlaten de vrouwen van Cuzco haar woning bijna niet. Zij houden zich bezig, hetzij met naai- of borduurwerk, hetzij met het bereiden van sorbets en confituren, en met het keuvelen over de nieuwtjes van den dag, die haar getrouw door hare chinas of kamermeisjes worden overgebracht. Om een aantal dames bijeen te brengen, is er eene zeer bijzondere gelegenheid noodig, zoo als een officieel bal op vastenavond, de intrede van een bisschop, de installatie van een nieuwen prefect of de benoeming van een president. Overigens blijven de vrouwen liefst te huis en ontvangen ook geen bezoek, met uitzondering van vreemdelingen, die altijd welkom zijn, waarschijnlijk omdat hunne verschijning eene zeldzaamheid is.Ik kan niet zeggen, dat deCusqueñosbevallig en beschroomd zijn, als hunne vrouwen, maar ik weet wel, dat zij prikkelbaar en wantrouwend zijn, en tegenover vreemden zeer terughoudend. Dit laatste is deels een gevolg van hunne linkschheid, deels van hun pedanterie. De physieke en zedelijke meerderheid van den Europeaan kwetst hunne ijdelheid, en het kost hun veel moeite, die meerderheid te erkennen. Zij zijn dan ook bij uitstek geleerd. Allen hebben gestudeerd in de theologie, de philosophie, het natuur- en volkenrecht, het burgerlijk en het kanonieke recht. De natuurkundige wetenschappen, de doode en levende talen en de schoone kunsten achten zij beneden de waardigheid van eene mannelijke opvoeding, en met deze ijdelheden houden zij zich niet op. In den regel wijden zij zich aan de balie, en maar zelden aan het onderwijs: een advokaat toch is voor alles geschikt. In Peru is het geen zeldzaamheid, dat collegas van Cicero eensklaps brigade-generaal worden, vervolgens veldmaarschalk, en eindelijk plaats nemen in den presidialen zetel. Zulke voorbeelden werken aanstekelijk, en verklaren het buitengewoon groot aantal advokaten, dat men in Cuzco vindt.Eene dramatische soiree te Cuzco.Eene dramatische soiree te Cuzco.Cuzco heeft ook eene universiteit, in 1692 gesticht. Bij deze universiteit behooren een kanselier, een rector, een conrector, een directeur, een secretaris, drie hoogleeraren, een penningmeester, twee deurwaarders of pedellen en een portier. Er wordt onderwijs gegeven in de theologie en het kanonieke recht, en ookeen weinig in de logika. Voorts roemt de stad nog op het bezit van een college voor wetenschap en kunst, in 1825 gereorganiseerd door generaal Simon Bolivar; de leerlingen van dit college ontvangen onderricht in de godsdienst, het spaansch en latijn, de wijsbegeerte, en ook in de wellevendheid en goede manieren. Eindelijk is er nog een school voor meisjes, en eene enkele drukkerij, die de laatste onderkoning, bij zijn vertrek in 1824, heeft achtergelaten.
VII.
Te oordeelen naar de brokken muur, die van San-Juan de Dios tot op de hoogten van San-Blas de grenzen der oude stad aanwijzen, beslaat het moderne Cuzco ongeveer dezelfde oppervlakte als het oude. Een beek of bergstroom, de Huatanay, doorstroomt de stad van het noordoosten naar het zuidwesten, en deelt haar in twee ongelijke helften. Deze diepliggende beek, die in den winter bijna droog is, maar in den zomer, ten gevolge van het smelten der sneeuw op de Cordilleras, een snelvlietende stroom wordt, dient tot algemeen afvoerriool van Cuzco, en neemt, zoo goed en zoo kwaad als het kan, al de onreinheden en al het vuile water mede of ook niet mede.Het Ccozçco der Incas was slechts in twee wijken, de boven- en de benedenstad, verdeeld. Het Cuzco der Spanjaarden is in zeven districten of kwartieren verdeeld, met name: de Kathedraal, Belen, Santiago, het Hospitaal, Santa-Ana, San-Cristoval en San-Blas. Deze districten zijn wederom zoo wat gesplitst incuadras, buurten, eigenlijk vierkanten; te zamen tellen zij drieduizend huizen met eene bevolking van ruim twintigduizend zielen. Van die drieduizend huizen zijn er omstreeks duizend niets meer dan afschuwelijke krotten, waaronder minstens vijfhonderd chicha-kroegen. Eene geheele straat, de straatlos Heladerias, is ingenomen door handelaars in ijs en sorbets. In deze straat werd omstreeks het midden der zestiende eeuw, uit een aanzienlijk, maar tamelijk donker gekleurd geslacht, de geschiedschrijver Garcilaso de la Vega geboren.Cuzco, weleer de hoofdstad van een machtig rijk, tegenwoordig slechts de hoofdplaats van een departement en de zetel van een bisschop, bevat, nevens zijne kathedraal en vijftien andere kerken, waaronder zeven aan godsdienstige broederschappen behooren, vier mannenkloosters—San-Francisco, la Merced, Santo-Domingo en la Recoleta; drie vrouwenkloosters—Santa-Teresa, Santa-Catalina en Santa-Clara; zes begijnhuizen—los Nazarenas, Santa-Rosa, Santo-Domingo, las Carmelitas de San-Blas, las Franciscanas van Belen, en San-Francisco; gezwegen van ettelijke huizen van geestelijke oefeningen, waar gedurende de heilige week, des avonds, de geloovigen zich vereenigen, mannen en vrouwen afzonderlijk, om te bidden.De kerken en kloosters van Cuzco zijn over het algemeen van steen opgetrokken, en niet van hout, leem en pleister, zooals in de steden langs de kust. Dit onderscheid in de keuze der bouwmaterialen is een natuurlijk gevolg van de ligging der laatstgenoemde steden aan den voet van de keten der Andes, in de nabijheid van een of anderen vulkaan, en van de menigvuldige aardbevingen, waaraan zij onderhevig zijn. Vandaar ook de erbarmelijke gewoonte om de gebouwen te overpleisteren, en hun een rooskleurigen, parelgrijzen of paarschen tint te geven, ten einde zoo mogelijk het zeer gemeene bouwmateriaal te verbergen.Te Cuzco behoeft men tot deze armzalige kunstgrepen zijn toevlucht niet te nemen. De steen vertoont zich hier in zijne natuurlijke kleur, met de eigenaardige donkere tinten, die zon en regen, weer en wind daaraan geven. De gebouwen verkrijgen daardoor een karakter van ernstige majesteit, van sombere grootheid, dat volkomen past bij den grauwen hemel, het strenge klimaat en de ruwe vormen der omringende bergen.Vrouw uit de volksklasse te Cuzco.Vrouw uit de volksklasse te Cuzco.De vorm der kerken is bijna altijd die van een latijnsch kruis. Sommigen hebben slechts een enkel schip zonder zijbeuken, zooals de Jezuïetenkerk; anderen hebben een middenschip en twee zijschepen, zooals de kerk de la Merced; of soms ook wel drie hoofdschepen en twee zijbeuken, zooals de kathedraal. De bouwkunstige ornamentatie dezer kerken is inwendig doorgaans zeer eenvoudig. Somwijlen is het uitwendige even sober; maar bij enkele kerken vertoont zich al de wansmaak der Spaansche architectuur van de zeventiende en achttiende eeuw, met haar wildernis van ongemotiveerde zuiltjes, pyramidetjes, krullen, ballen, naalden, bloemen en kransen.—Inwendig zijn de kerken van Cuzco vooral niet minder rijk uitgedost dan die van Arequipa: ook hier is het een verblindende, overstelpende overvloed van goud en zilver, van verguldsel en edelgesteenten en kostbare stoffen: een rijkdom, die meer getuigt voor den vromen zin dan voor het kunstgevoel en den goeden smaak der bewoners van de oude zonnestad.Begijnhof van la Recoleta.Begijnhof van la Recoleta.De kathedraal van Cuzco heeft een massief zilveren hoogaltaar, en bezit in hare sakristie onnoemelijke schatten: relikwiënkistjes, wierookvaten, ciboriën, bekers, kelken, bezaaid met diamanten, robijnen, topazen en smaragden. Het is waar, dat de bouwstijl van het monument, zoo uit- als inwendig, niet in overeenstemming is met deze rijkdommen. De kerk verrijst op de plek, waar in de veertiende eeuw het paleis van den Inca Viracocha stond; zij heeft den vorm van een langwerpig vierkant, met twee lage torens aan weerszijde van den voorgevel. Gekoppelde zuilen scheiden de drie ingangen aan den voorgevel, die met een soort van fronton prijkt. Vierkante vensters, met kolommetjes geflankeerd, kronen de architraaf, en geven aan de kerk het voorkomen van een hotel met eene eerste verdieping. Voeg daarbij, dat de zandsteen, waarvan zij gebouwd is, met den tijd roetkleurig is geworden, en daardoor zeer scherp afsteekt bij het kalkwit van de koepels der vijf schepen en van de beide klokketorens.Het inwendige bestaat uit een pronaos of voorportaal, dat toegang geeft tot de drie hoofdschepen en twee zijschepen met kapellen. De beroemdste van deze kapellen, bij het binnenkomen de tweede aan de rechterhand, is die vanNuestroSeñorde los Temblores, Onze Heer der Aardbevingen. Door de zeer weinige vensters dringt een schemerachtig licht binnen, dat nog aanmerkelijk getemperd wordt door de lage bogen der gewelven en de vele pilaren; er heerscht dan ook in het heiligdom eene zeer onaangename duisternis. De eenige wezenlijke schat, die deze sombere, aan kostbaarheden zoo overrijke kathedraal bezit, is een prachtige schilderij van Murillo,Christus aan het kruis, in de sakristie opgehangen.Een vastenavondmaskerade te Cuzco.Een vastenavondmaskerade te Cuzco.Eene oude overlevering, die door de Indianen trouw wordt bewaard, zegt, dat zich onder de kerk een meer bevindt, waarvan de anders kalme wateren op den verjaardag van den intocht der Spaansche veroveraars in Cuzco (13 November 1532) opbruisen en met dof geruisch tegen de zerken van het koor slaan. Op dien dag, voor de inboorlingen een dag van rouw en droefenis, is het niet zeldzaam in en bij de kerk enkele goedgeloovige zielen neergeknield te zien, met het oor tegen den grond, luisterende of de onderaardsche wateren niet bruisen. Met den bouw dezer kerkwerd in 1572, op last van den onderkoning Francisco Toledo, aangevangen; eerst in 1654, alzoo na verloop van twee-en-tachtig jaren, was zij voltooid. Zij had vijf-en-zestig millioen francs gekost! Het schijnt bijna ongeloofelijk, als men het smakelooze gebouw aanziet.Een stierengevecht te Cuzco.Een stierengevecht te Cuzco.Ter rechterzijde van de Plaza-Mayor, op de plek, waar vroeger het paleis stond van den Inca Capac Yupanqui, verrijst de kerk der Jezuïeten, van zandsteen gebouwd, en een vrij goeden indruk makende, ondanks de overladen versiering in den bekenden spaanschen rococo-stijl. Na het verdrijven der Jezuïeten bleef deze kerk voor de eeredienst gesloten; totdat in 1824 de patriotten, na hun terugkeer van Ayacucho, natuurlijk in naam der heilige vrijheid, de deuren openbraken en haar in een militair wachthuis herschiepen. Na de onafhankelijkheidsverklaring werd zij op nieuw gesloten, en bleef dit waarschijnlijk tot het ons op zekeren dag in de gedachte kwam, de sleutels te laten vragen aan den onder-prefect van Cuzco en haar te laten openen, tot groote verbazing van enkele voorbijgangers, die haastig kwamen aanloopen om mede naar binnen te gaan, maar die zich de deur voor den neus zagen toewerpen.De kerk bestaat uit een enkel schip, waarvan het gewelf rust op een entablement, dat door gegroefde pilasters gedragen wordt. Aan den ingang vormt eene ruime tribune, op vierkante pilaren rustende, een soort van voorportaal. Geen enkele kapel breekt de grootsche evenredigheid der strenge lijnen van het majestueuse schip, dat door een steenen balustrade van het halfronde koor gescheiden wordt. De kerk was overigens geheel ontbloot van alles wat tot de eeredienst betrekking heeft; het eenige altaar was verdwenen; noch beelden, noch schilderijen, noch kruisen tooiden de naakte, rooskleurige wanden. Voor de balustrade van het koor gaapte eene opening van vier voet in het vierkant, die toegang gaf tot een trap, waarvan alleen de bovenste treden zichtbaar waren; de anderen verdwenen in de duisternis. Met den Indiaan, die de kerk had opengesloten, daalde ik in deze onderaardsche ruimte af. Het was de krypt, afgedeeld in vierkante cellen, die blijkbaar vroeger tot begraafplaats hadden gediend. Hier en daar was nog een enkele ledige, geopende doodkist te zien. Mijn geleider was in dit voormalige doodenverblijf gansch niet op zijn gemak, en haastte zich, toen wij weder op straat waren, een paar glazen brandewijn te gaan drinken om weer op zijn dreef te komen.Na de kerken voegt een enkel woord over de kloosters. Het uitwendig voorkomen dezer gebouwen is hoogst eenvoudig: het zijn meest altijd plompe, langwerpig vierkante gevaarten, met blinde muren, met pannendaken of wel met koepels gekroond, en doorgaans met een enkele gewelfde poort, waarboven het kruis is geplaatst. Deze poort voert naar eene kleine binnenplaats, aan alle zijden door hooge muren omgeven, en waarop een bochtige en sombere gang uitkomt, die toegang geeft tot het eigenlijke kloostergebouw. De onaangename indruk, dien ge bij het betreden van den duisteren gang mocht ontvangen hebben, wordt hier spoedig uitgewischt. De blik dwaalt door ruime hoven, door sierlijke galerijen omringd; te midden dier hoven, in bloeiende tuinen herschapen, prijken fraaie fonteinen, waaruit ruischende waterstralen omhoog springen, terwijl de geuren der bloemen, in smaakvol aangelegde perken gerangschikt, u tegenstroomen. Eene diepe, vredige stilte en kalme rust heerschen hier; geen enkel onharmonisch geluid treft het oor van den mijmerenden, eenzamen wandelaar; het gemurmel der wateren, het suizen van den wind, het gekweel van een vogel in de takken,—ziedaar de eenige geluiden, die de stilte verbreken. De voornaamste kloosters zijn die van la Merced, van Santa-Clara, van San-Domingo en van San-Francisco.De kloostertucht is te Cuzco, althans voor de monniken, niet overmatig streng. Zij mogen ongehinderd gaan werwaarts zij willen, en zijn dan ook zelden in hun cel te vinden; doorgaans verlaten zij het klooster na de ochtenddienst en keeren niet vóór des avonds negen uur terug. Wat zij in dien tusschentijd uitvoeren, weet ik niet; maar wel weet ik, dat men op alle publieke plaatsen, in bijna alle gezelschappen, monniken aantreft, waar zij meestal niet weinig bijdragen tot de algemeene gezelligheid en vroolijkheid. De nonnen daarentegen mogen haar klooster nooit verlaten, zelfs niet, als te Arequipa, hare bloedverwanten en vrienden bij zich ten bezoeke ontvangen.De bouwtrant der huizen van Cuzco heeft dit eigenaardige, dat de meeste huizen rusten op oude muren uit de dagen der Incas, die aanstonds kenbaar zijn aan het gemis van verf of kalk, terwijl het overige van de woning altijd met een laag witkalk is bestreken of licht geverfd. Deze eigenaardigheid dagteekent uit den tijd van Pizarro den veroveraar, die, om tijd en handenarbeid uit te winnen, de oude gebouwen slechts halverwege liet afbreken en op het overblijvende nieuwe verdiepingen optrekken. Zoo is de stad, door een gelukkig toeval, maar ten halven lijve gemetamorphoseerd: van boven modern en katholiek, is zij van onderen antiek en heidensch gebleven.De stijl dezer huizen is, behoudens enkele wijzigingen, dezelfde als van alle amerikaansche steden, door spaansche architecten of hunne leerlingen gebouwd: eentonig, plomp en koud. De woning, een zware vierkante steenklomp, heeft slechts eene enkele monumentale poort, waarvan de massieve deuren geheel met spijkers beslagen zijn. Deze poort komt uit op eene geplaveide binnenplaats. Een ruime trap voert naar de eerste verdieping, aan de binnenzijde met een houten of steenen galerij voorzien, op welke galerij de receptiekamers en de slaapvertrekken uitkomen. In sommige woningen zijn de binnenplaatsen met bloeiende heesters versierd, die in allerlei wonderlijke vormen zijn gesnoeid.Het ameublement dezer huizen is tweevoudig. De familiën, die aan de oude traditiën zijn getrouw gebleven, hebben ook hare spaansche meubelen behouden, zwaar gebeeldhouwd, met levendige kleuren beschilderd, met gouden lijsten en randen versierd, en bezaaid met rozen of tulpen. In de nieuwerwetsche huizen is het ameublement in den smakeloozen parijs-griekschenstijl van 1804. In beiden vindt ge ijzeren traliën voor de vensters, geen of bijna geen gordijnen, maar daarentegen een overvloed van tapijten tot afwering van de koude van den grond, die, bij gebrek aan een houten vloer, met een laagargamaza, een soort van cement, is bedekt.De wanden der aristokratische salons zijn bekleed met een grijs papieren behangsel of beschilderd. Op tafels of consoles met achthoekige spiegels in stalen lijsten, zijn allerlei snuisterijen en antiquiteiten uitgestald: min of meer geschonden beeldjes van Incas en Coyas (Keizerinnen), beschilderde aarden vazen uit den tijd vóór de verovering en min of meer gebarsten. Eertijds prijkten de salons der oude aristokratie met schilderijen in olieverf, door kunstenaars van Cuzco of Quito vervaardigd. Maar tengevolge der herhaalde politieke omwentelingen en beroeringen, zijn die schilderijen voor het meerendeel vernield, verloren geraakt of verkocht. Om het verlies dezer schilderijengalerij te vergoeden, zijn sommige adellijke familiën op een vernuftigen inval gekomen. Zij hebben den muur van de trap in hare woning laten beschilderen, hetzij met de kleuren van haar wapen, hetzij met haar stamboom, onder de gedaante van een wijngaard met uitgespreide ranken. Die adellijke wijnstok, op welks top meestal Francisco Pizarro is gezeten, reikt tot de eerste verdieping, en bedekt den muur met zijne groene trossen, waaraan, bij wijze van rijpe druiven, de hoofden van baardige Spanjaarden en indiaansche vrouwen met breede kragen hangen.De familiën van twijfelachtigen adel, of die, bij gebrek aan een genoegzaam getal voorouders, zich de weelde van zulk een stamboom moeten ontzeggen, troosten zich met het bezit van een piano van engelsch of chilisch fabrikaat. Die piano, waarop altijd twee nieuwe bougies prijken, en die altijd open staat, neemt de voornaamste plaats in de receptiekamer in. Intusschen—en dit is een groot voorrecht, dat de inwoners van Cuzco boven die van menige europeesche stad genieten;—slaat niemand ooit een hand aan die piano: zij dient alleen om de eigenliefde te streelen, maar is overigens niemand tot last. Dit meubelstuk is een soort van certificaat van beschaving, van goeden smaak en fatsoenlijke manieren; wie zulk een instrument in zijn huis heeft, al is het nog zoo ouderwetsch en al heeft het des noods geen snaren, rekent zich op gelijken voet te staan met den adel.Ondanks de koude temperatuur van Cuzco, en de hagel-, sneeuw- en regenbuien, die zoo dikwijls voorkomen, dat het van deze stad heet:Llueve 13 meses en un ano—het regent 13 maanden in een jaar—, vindt men toch in geen enkel huis schoorsteenen, kachels of verwarmingstoestellen, zelfs geenbraserosof vuurpotten. De dames wikkelen zich zoo goed mogelijk in haar shawl of haar retos; de heeren in groote mantels. De Indianen van beiderlei kunne dragen wollen hemden en kleederen, waarbij zij nog, in geval van nood, wollen schoudermantels voegen. Om zich inwendig te verwarmen, maken ouden en jongen, rijken en armen, overvloedig gebruik van europeesche wijnen en likeuren, benevens van de inheemsche chicha en de tafia der warme streken.—Het is te begrijpen, dat, in dit ruwe klimaat en bij dien schier altijd nevelachtigen hemel, de lichamelijke zindelijkheid bij de inboorlingen soms wat te wenschen overlaat, en dat hun afkeer voor het vloeibaar element, om in dagbladstijl te spreken, soms wel iets weg heeft van watervrees. De fatsoenlijke lieden, het is waar, wasschen zich eens in de week een weinig; maar de indiaansche bevolking wordt geboren, leeft en sterft, zonder ooit behoefte gevoeld te hebben, zich de handen en het gelaat te reinigen. In den regel slapen de beide seksen geheel gekleed, en veranderen niet van kleeding, vóór dat die, welke zij aanhebben, tot flarden versleten is. Over haar gescheurden rok trekt de indiaansche vrouw eenvoudig een nieuwen rok aan; en daar zij doorgaans drie of vier rokken dragen, mag men veilig aannemen, dat de onderste acht of tien jaar oud is. Vandaar die overvloed van zekere gedierten en die eigenaardige lucht, aan deze inboorlingen eigen, en die, in de schatting van den kunstenaar, een minder aangenaam tegenwicht vormen van het schilderachtige in hun manier van doen.Van October tot Januari wordt het klimaat wat zachter; de grauwe hemel wordt blauw, en de zon laat haar stralen op het verheugde aardrijk schijnen. Met uitgelaten blijdschap groet de bevolking de verschijning van het groote hemellicht, dat zij weleer aanbad. Dit warme jaargetijde, de korte zomer van Cuzco, wordt door de hoogere klassen ijverig gebruikt voor reisjes, rijtoertjes en uitstapjes in de omstreken. Anderen, wier middelen zulke uitspanningen niet veroorloven, gaan dagelijks naar Huancaro, een gehucht in de onmiddellijke nabijheid der stad, waar zich een groote steenen badkuip bevindt, in twee kompartimenten verdeeld, die tot den rand gevuld zijn met helder en ijskoud water. Tegen een geringen prijs kunnen daar, van twaalf tot vier uur, mannen en vrouwen, door een beschot gescheiden, zich al de weelde van een bad veroorloven, waarbij zij huiveren en klappertanden van de kou.De vrouwen van Cuzco zijn over het algemeen bruin van kleur, van middelbare gestalte en een weinig gezet. De indiaansche type heeft bij haar nog zeer duidelijk de overhand boven de spaansche, zoo als ook de deugden en gebreken van het inlandsche ras onmiskenbaar te voorschijn komen onder het kunstmatig vernis eener aangeleerde beschaving. Echter zoudt ge eene dame van Cuzco doodelijk beleedigen, indien ge u eene toespeling op hare ontwijfelbare afkomst veroorloofdet. Allen willen u doen gelooven, dat zij van zuiver spaansche afstamming zijn; alleen de oude vrouwen, die zich geen illusiën meer maken, komen er rond voor uit, tot welk ras zij eigenlijk behooren. “Somos Indias, para que negarlo?Wij zijn Indianen, waarom dat te ontkennen?” zeggen zij lachende. Maar deze kleine dwaasheden, die zij trouwens met alle vrouwen gemeen hebben, worden bij deCusqueñasvan elken leeftijd meer dan opgewogen door haar zachtaardig en beminnelijk karakter, vooral ook door haar groote vriendelijkheid en voorkomendheid jegensvreemdelingen. Haar eentonig teruggetrokken leven, eene zekere moeilijkheid in het vloeiend spreken der spaansche taal, het beperkte verkeer in eene afgelegene provinciestad—dit alles geeft aan haar omgang en manieren eene zekere beschroomdheid en linkschheid, die haar verre van kwalijk staat.Bezoek aan den Sacsahuaman.Bezoek aan den Sacsahuaman.Met uitzondering van de wekelijksche bezoeken, die zeer intieme vriendinnen in het schemeruur bij elkander afleggen, verlaten de vrouwen van Cuzco haar woning bijna niet. Zij houden zich bezig, hetzij met naai- of borduurwerk, hetzij met het bereiden van sorbets en confituren, en met het keuvelen over de nieuwtjes van den dag, die haar getrouw door hare chinas of kamermeisjes worden overgebracht. Om een aantal dames bijeen te brengen, is er eene zeer bijzondere gelegenheid noodig, zoo als een officieel bal op vastenavond, de intrede van een bisschop, de installatie van een nieuwen prefect of de benoeming van een president. Overigens blijven de vrouwen liefst te huis en ontvangen ook geen bezoek, met uitzondering van vreemdelingen, die altijd welkom zijn, waarschijnlijk omdat hunne verschijning eene zeldzaamheid is.Ik kan niet zeggen, dat deCusqueñosbevallig en beschroomd zijn, als hunne vrouwen, maar ik weet wel, dat zij prikkelbaar en wantrouwend zijn, en tegenover vreemden zeer terughoudend. Dit laatste is deels een gevolg van hunne linkschheid, deels van hun pedanterie. De physieke en zedelijke meerderheid van den Europeaan kwetst hunne ijdelheid, en het kost hun veel moeite, die meerderheid te erkennen. Zij zijn dan ook bij uitstek geleerd. Allen hebben gestudeerd in de theologie, de philosophie, het natuur- en volkenrecht, het burgerlijk en het kanonieke recht. De natuurkundige wetenschappen, de doode en levende talen en de schoone kunsten achten zij beneden de waardigheid van eene mannelijke opvoeding, en met deze ijdelheden houden zij zich niet op. In den regel wijden zij zich aan de balie, en maar zelden aan het onderwijs: een advokaat toch is voor alles geschikt. In Peru is het geen zeldzaamheid, dat collegas van Cicero eensklaps brigade-generaal worden, vervolgens veldmaarschalk, en eindelijk plaats nemen in den presidialen zetel. Zulke voorbeelden werken aanstekelijk, en verklaren het buitengewoon groot aantal advokaten, dat men in Cuzco vindt.Eene dramatische soiree te Cuzco.Eene dramatische soiree te Cuzco.Cuzco heeft ook eene universiteit, in 1692 gesticht. Bij deze universiteit behooren een kanselier, een rector, een conrector, een directeur, een secretaris, drie hoogleeraren, een penningmeester, twee deurwaarders of pedellen en een portier. Er wordt onderwijs gegeven in de theologie en het kanonieke recht, en ookeen weinig in de logika. Voorts roemt de stad nog op het bezit van een college voor wetenschap en kunst, in 1825 gereorganiseerd door generaal Simon Bolivar; de leerlingen van dit college ontvangen onderricht in de godsdienst, het spaansch en latijn, de wijsbegeerte, en ook in de wellevendheid en goede manieren. Eindelijk is er nog een school voor meisjes, en eene enkele drukkerij, die de laatste onderkoning, bij zijn vertrek in 1824, heeft achtergelaten.
Te oordeelen naar de brokken muur, die van San-Juan de Dios tot op de hoogten van San-Blas de grenzen der oude stad aanwijzen, beslaat het moderne Cuzco ongeveer dezelfde oppervlakte als het oude. Een beek of bergstroom, de Huatanay, doorstroomt de stad van het noordoosten naar het zuidwesten, en deelt haar in twee ongelijke helften. Deze diepliggende beek, die in den winter bijna droog is, maar in den zomer, ten gevolge van het smelten der sneeuw op de Cordilleras, een snelvlietende stroom wordt, dient tot algemeen afvoerriool van Cuzco, en neemt, zoo goed en zoo kwaad als het kan, al de onreinheden en al het vuile water mede of ook niet mede.
Het Ccozçco der Incas was slechts in twee wijken, de boven- en de benedenstad, verdeeld. Het Cuzco der Spanjaarden is in zeven districten of kwartieren verdeeld, met name: de Kathedraal, Belen, Santiago, het Hospitaal, Santa-Ana, San-Cristoval en San-Blas. Deze districten zijn wederom zoo wat gesplitst incuadras, buurten, eigenlijk vierkanten; te zamen tellen zij drieduizend huizen met eene bevolking van ruim twintigduizend zielen. Van die drieduizend huizen zijn er omstreeks duizend niets meer dan afschuwelijke krotten, waaronder minstens vijfhonderd chicha-kroegen. Eene geheele straat, de straatlos Heladerias, is ingenomen door handelaars in ijs en sorbets. In deze straat werd omstreeks het midden der zestiende eeuw, uit een aanzienlijk, maar tamelijk donker gekleurd geslacht, de geschiedschrijver Garcilaso de la Vega geboren.
Cuzco, weleer de hoofdstad van een machtig rijk, tegenwoordig slechts de hoofdplaats van een departement en de zetel van een bisschop, bevat, nevens zijne kathedraal en vijftien andere kerken, waaronder zeven aan godsdienstige broederschappen behooren, vier mannenkloosters—San-Francisco, la Merced, Santo-Domingo en la Recoleta; drie vrouwenkloosters—Santa-Teresa, Santa-Catalina en Santa-Clara; zes begijnhuizen—los Nazarenas, Santa-Rosa, Santo-Domingo, las Carmelitas de San-Blas, las Franciscanas van Belen, en San-Francisco; gezwegen van ettelijke huizen van geestelijke oefeningen, waar gedurende de heilige week, des avonds, de geloovigen zich vereenigen, mannen en vrouwen afzonderlijk, om te bidden.
De kerken en kloosters van Cuzco zijn over het algemeen van steen opgetrokken, en niet van hout, leem en pleister, zooals in de steden langs de kust. Dit onderscheid in de keuze der bouwmaterialen is een natuurlijk gevolg van de ligging der laatstgenoemde steden aan den voet van de keten der Andes, in de nabijheid van een of anderen vulkaan, en van de menigvuldige aardbevingen, waaraan zij onderhevig zijn. Vandaar ook de erbarmelijke gewoonte om de gebouwen te overpleisteren, en hun een rooskleurigen, parelgrijzen of paarschen tint te geven, ten einde zoo mogelijk het zeer gemeene bouwmateriaal te verbergen.Te Cuzco behoeft men tot deze armzalige kunstgrepen zijn toevlucht niet te nemen. De steen vertoont zich hier in zijne natuurlijke kleur, met de eigenaardige donkere tinten, die zon en regen, weer en wind daaraan geven. De gebouwen verkrijgen daardoor een karakter van ernstige majesteit, van sombere grootheid, dat volkomen past bij den grauwen hemel, het strenge klimaat en de ruwe vormen der omringende bergen.
Vrouw uit de volksklasse te Cuzco.Vrouw uit de volksklasse te Cuzco.
Vrouw uit de volksklasse te Cuzco.
De vorm der kerken is bijna altijd die van een latijnsch kruis. Sommigen hebben slechts een enkel schip zonder zijbeuken, zooals de Jezuïetenkerk; anderen hebben een middenschip en twee zijschepen, zooals de kerk de la Merced; of soms ook wel drie hoofdschepen en twee zijbeuken, zooals de kathedraal. De bouwkunstige ornamentatie dezer kerken is inwendig doorgaans zeer eenvoudig. Somwijlen is het uitwendige even sober; maar bij enkele kerken vertoont zich al de wansmaak der Spaansche architectuur van de zeventiende en achttiende eeuw, met haar wildernis van ongemotiveerde zuiltjes, pyramidetjes, krullen, ballen, naalden, bloemen en kransen.—Inwendig zijn de kerken van Cuzco vooral niet minder rijk uitgedost dan die van Arequipa: ook hier is het een verblindende, overstelpende overvloed van goud en zilver, van verguldsel en edelgesteenten en kostbare stoffen: een rijkdom, die meer getuigt voor den vromen zin dan voor het kunstgevoel en den goeden smaak der bewoners van de oude zonnestad.
Begijnhof van la Recoleta.Begijnhof van la Recoleta.
Begijnhof van la Recoleta.
De kathedraal van Cuzco heeft een massief zilveren hoogaltaar, en bezit in hare sakristie onnoemelijke schatten: relikwiënkistjes, wierookvaten, ciboriën, bekers, kelken, bezaaid met diamanten, robijnen, topazen en smaragden. Het is waar, dat de bouwstijl van het monument, zoo uit- als inwendig, niet in overeenstemming is met deze rijkdommen. De kerk verrijst op de plek, waar in de veertiende eeuw het paleis van den Inca Viracocha stond; zij heeft den vorm van een langwerpig vierkant, met twee lage torens aan weerszijde van den voorgevel. Gekoppelde zuilen scheiden de drie ingangen aan den voorgevel, die met een soort van fronton prijkt. Vierkante vensters, met kolommetjes geflankeerd, kronen de architraaf, en geven aan de kerk het voorkomen van een hotel met eene eerste verdieping. Voeg daarbij, dat de zandsteen, waarvan zij gebouwd is, met den tijd roetkleurig is geworden, en daardoor zeer scherp afsteekt bij het kalkwit van de koepels der vijf schepen en van de beide klokketorens.
Het inwendige bestaat uit een pronaos of voorportaal, dat toegang geeft tot de drie hoofdschepen en twee zijschepen met kapellen. De beroemdste van deze kapellen, bij het binnenkomen de tweede aan de rechterhand, is die vanNuestroSeñorde los Temblores, Onze Heer der Aardbevingen. Door de zeer weinige vensters dringt een schemerachtig licht binnen, dat nog aanmerkelijk getemperd wordt door de lage bogen der gewelven en de vele pilaren; er heerscht dan ook in het heiligdom eene zeer onaangename duisternis. De eenige wezenlijke schat, die deze sombere, aan kostbaarheden zoo overrijke kathedraal bezit, is een prachtige schilderij van Murillo,Christus aan het kruis, in de sakristie opgehangen.
Een vastenavondmaskerade te Cuzco.Een vastenavondmaskerade te Cuzco.
Een vastenavondmaskerade te Cuzco.
Eene oude overlevering, die door de Indianen trouw wordt bewaard, zegt, dat zich onder de kerk een meer bevindt, waarvan de anders kalme wateren op den verjaardag van den intocht der Spaansche veroveraars in Cuzco (13 November 1532) opbruisen en met dof geruisch tegen de zerken van het koor slaan. Op dien dag, voor de inboorlingen een dag van rouw en droefenis, is het niet zeldzaam in en bij de kerk enkele goedgeloovige zielen neergeknield te zien, met het oor tegen den grond, luisterende of de onderaardsche wateren niet bruisen. Met den bouw dezer kerkwerd in 1572, op last van den onderkoning Francisco Toledo, aangevangen; eerst in 1654, alzoo na verloop van twee-en-tachtig jaren, was zij voltooid. Zij had vijf-en-zestig millioen francs gekost! Het schijnt bijna ongeloofelijk, als men het smakelooze gebouw aanziet.
Een stierengevecht te Cuzco.Een stierengevecht te Cuzco.
Een stierengevecht te Cuzco.
Ter rechterzijde van de Plaza-Mayor, op de plek, waar vroeger het paleis stond van den Inca Capac Yupanqui, verrijst de kerk der Jezuïeten, van zandsteen gebouwd, en een vrij goeden indruk makende, ondanks de overladen versiering in den bekenden spaanschen rococo-stijl. Na het verdrijven der Jezuïeten bleef deze kerk voor de eeredienst gesloten; totdat in 1824 de patriotten, na hun terugkeer van Ayacucho, natuurlijk in naam der heilige vrijheid, de deuren openbraken en haar in een militair wachthuis herschiepen. Na de onafhankelijkheidsverklaring werd zij op nieuw gesloten, en bleef dit waarschijnlijk tot het ons op zekeren dag in de gedachte kwam, de sleutels te laten vragen aan den onder-prefect van Cuzco en haar te laten openen, tot groote verbazing van enkele voorbijgangers, die haastig kwamen aanloopen om mede naar binnen te gaan, maar die zich de deur voor den neus zagen toewerpen.
De kerk bestaat uit een enkel schip, waarvan het gewelf rust op een entablement, dat door gegroefde pilasters gedragen wordt. Aan den ingang vormt eene ruime tribune, op vierkante pilaren rustende, een soort van voorportaal. Geen enkele kapel breekt de grootsche evenredigheid der strenge lijnen van het majestueuse schip, dat door een steenen balustrade van het halfronde koor gescheiden wordt. De kerk was overigens geheel ontbloot van alles wat tot de eeredienst betrekking heeft; het eenige altaar was verdwenen; noch beelden, noch schilderijen, noch kruisen tooiden de naakte, rooskleurige wanden. Voor de balustrade van het koor gaapte eene opening van vier voet in het vierkant, die toegang gaf tot een trap, waarvan alleen de bovenste treden zichtbaar waren; de anderen verdwenen in de duisternis. Met den Indiaan, die de kerk had opengesloten, daalde ik in deze onderaardsche ruimte af. Het was de krypt, afgedeeld in vierkante cellen, die blijkbaar vroeger tot begraafplaats hadden gediend. Hier en daar was nog een enkele ledige, geopende doodkist te zien. Mijn geleider was in dit voormalige doodenverblijf gansch niet op zijn gemak, en haastte zich, toen wij weder op straat waren, een paar glazen brandewijn te gaan drinken om weer op zijn dreef te komen.
Na de kerken voegt een enkel woord over de kloosters. Het uitwendig voorkomen dezer gebouwen is hoogst eenvoudig: het zijn meest altijd plompe, langwerpig vierkante gevaarten, met blinde muren, met pannendaken of wel met koepels gekroond, en doorgaans met een enkele gewelfde poort, waarboven het kruis is geplaatst. Deze poort voert naar eene kleine binnenplaats, aan alle zijden door hooge muren omgeven, en waarop een bochtige en sombere gang uitkomt, die toegang geeft tot het eigenlijke kloostergebouw. De onaangename indruk, dien ge bij het betreden van den duisteren gang mocht ontvangen hebben, wordt hier spoedig uitgewischt. De blik dwaalt door ruime hoven, door sierlijke galerijen omringd; te midden dier hoven, in bloeiende tuinen herschapen, prijken fraaie fonteinen, waaruit ruischende waterstralen omhoog springen, terwijl de geuren der bloemen, in smaakvol aangelegde perken gerangschikt, u tegenstroomen. Eene diepe, vredige stilte en kalme rust heerschen hier; geen enkel onharmonisch geluid treft het oor van den mijmerenden, eenzamen wandelaar; het gemurmel der wateren, het suizen van den wind, het gekweel van een vogel in de takken,—ziedaar de eenige geluiden, die de stilte verbreken. De voornaamste kloosters zijn die van la Merced, van Santa-Clara, van San-Domingo en van San-Francisco.
De kloostertucht is te Cuzco, althans voor de monniken, niet overmatig streng. Zij mogen ongehinderd gaan werwaarts zij willen, en zijn dan ook zelden in hun cel te vinden; doorgaans verlaten zij het klooster na de ochtenddienst en keeren niet vóór des avonds negen uur terug. Wat zij in dien tusschentijd uitvoeren, weet ik niet; maar wel weet ik, dat men op alle publieke plaatsen, in bijna alle gezelschappen, monniken aantreft, waar zij meestal niet weinig bijdragen tot de algemeene gezelligheid en vroolijkheid. De nonnen daarentegen mogen haar klooster nooit verlaten, zelfs niet, als te Arequipa, hare bloedverwanten en vrienden bij zich ten bezoeke ontvangen.
De bouwtrant der huizen van Cuzco heeft dit eigenaardige, dat de meeste huizen rusten op oude muren uit de dagen der Incas, die aanstonds kenbaar zijn aan het gemis van verf of kalk, terwijl het overige van de woning altijd met een laag witkalk is bestreken of licht geverfd. Deze eigenaardigheid dagteekent uit den tijd van Pizarro den veroveraar, die, om tijd en handenarbeid uit te winnen, de oude gebouwen slechts halverwege liet afbreken en op het overblijvende nieuwe verdiepingen optrekken. Zoo is de stad, door een gelukkig toeval, maar ten halven lijve gemetamorphoseerd: van boven modern en katholiek, is zij van onderen antiek en heidensch gebleven.
De stijl dezer huizen is, behoudens enkele wijzigingen, dezelfde als van alle amerikaansche steden, door spaansche architecten of hunne leerlingen gebouwd: eentonig, plomp en koud. De woning, een zware vierkante steenklomp, heeft slechts eene enkele monumentale poort, waarvan de massieve deuren geheel met spijkers beslagen zijn. Deze poort komt uit op eene geplaveide binnenplaats. Een ruime trap voert naar de eerste verdieping, aan de binnenzijde met een houten of steenen galerij voorzien, op welke galerij de receptiekamers en de slaapvertrekken uitkomen. In sommige woningen zijn de binnenplaatsen met bloeiende heesters versierd, die in allerlei wonderlijke vormen zijn gesnoeid.
Het ameublement dezer huizen is tweevoudig. De familiën, die aan de oude traditiën zijn getrouw gebleven, hebben ook hare spaansche meubelen behouden, zwaar gebeeldhouwd, met levendige kleuren beschilderd, met gouden lijsten en randen versierd, en bezaaid met rozen of tulpen. In de nieuwerwetsche huizen is het ameublement in den smakeloozen parijs-griekschenstijl van 1804. In beiden vindt ge ijzeren traliën voor de vensters, geen of bijna geen gordijnen, maar daarentegen een overvloed van tapijten tot afwering van de koude van den grond, die, bij gebrek aan een houten vloer, met een laagargamaza, een soort van cement, is bedekt.
De wanden der aristokratische salons zijn bekleed met een grijs papieren behangsel of beschilderd. Op tafels of consoles met achthoekige spiegels in stalen lijsten, zijn allerlei snuisterijen en antiquiteiten uitgestald: min of meer geschonden beeldjes van Incas en Coyas (Keizerinnen), beschilderde aarden vazen uit den tijd vóór de verovering en min of meer gebarsten. Eertijds prijkten de salons der oude aristokratie met schilderijen in olieverf, door kunstenaars van Cuzco of Quito vervaardigd. Maar tengevolge der herhaalde politieke omwentelingen en beroeringen, zijn die schilderijen voor het meerendeel vernield, verloren geraakt of verkocht. Om het verlies dezer schilderijengalerij te vergoeden, zijn sommige adellijke familiën op een vernuftigen inval gekomen. Zij hebben den muur van de trap in hare woning laten beschilderen, hetzij met de kleuren van haar wapen, hetzij met haar stamboom, onder de gedaante van een wijngaard met uitgespreide ranken. Die adellijke wijnstok, op welks top meestal Francisco Pizarro is gezeten, reikt tot de eerste verdieping, en bedekt den muur met zijne groene trossen, waaraan, bij wijze van rijpe druiven, de hoofden van baardige Spanjaarden en indiaansche vrouwen met breede kragen hangen.
De familiën van twijfelachtigen adel, of die, bij gebrek aan een genoegzaam getal voorouders, zich de weelde van zulk een stamboom moeten ontzeggen, troosten zich met het bezit van een piano van engelsch of chilisch fabrikaat. Die piano, waarop altijd twee nieuwe bougies prijken, en die altijd open staat, neemt de voornaamste plaats in de receptiekamer in. Intusschen—en dit is een groot voorrecht, dat de inwoners van Cuzco boven die van menige europeesche stad genieten;—slaat niemand ooit een hand aan die piano: zij dient alleen om de eigenliefde te streelen, maar is overigens niemand tot last. Dit meubelstuk is een soort van certificaat van beschaving, van goeden smaak en fatsoenlijke manieren; wie zulk een instrument in zijn huis heeft, al is het nog zoo ouderwetsch en al heeft het des noods geen snaren, rekent zich op gelijken voet te staan met den adel.
Ondanks de koude temperatuur van Cuzco, en de hagel-, sneeuw- en regenbuien, die zoo dikwijls voorkomen, dat het van deze stad heet:Llueve 13 meses en un ano—het regent 13 maanden in een jaar—, vindt men toch in geen enkel huis schoorsteenen, kachels of verwarmingstoestellen, zelfs geenbraserosof vuurpotten. De dames wikkelen zich zoo goed mogelijk in haar shawl of haar retos; de heeren in groote mantels. De Indianen van beiderlei kunne dragen wollen hemden en kleederen, waarbij zij nog, in geval van nood, wollen schoudermantels voegen. Om zich inwendig te verwarmen, maken ouden en jongen, rijken en armen, overvloedig gebruik van europeesche wijnen en likeuren, benevens van de inheemsche chicha en de tafia der warme streken.—Het is te begrijpen, dat, in dit ruwe klimaat en bij dien schier altijd nevelachtigen hemel, de lichamelijke zindelijkheid bij de inboorlingen soms wat te wenschen overlaat, en dat hun afkeer voor het vloeibaar element, om in dagbladstijl te spreken, soms wel iets weg heeft van watervrees. De fatsoenlijke lieden, het is waar, wasschen zich eens in de week een weinig; maar de indiaansche bevolking wordt geboren, leeft en sterft, zonder ooit behoefte gevoeld te hebben, zich de handen en het gelaat te reinigen. In den regel slapen de beide seksen geheel gekleed, en veranderen niet van kleeding, vóór dat die, welke zij aanhebben, tot flarden versleten is. Over haar gescheurden rok trekt de indiaansche vrouw eenvoudig een nieuwen rok aan; en daar zij doorgaans drie of vier rokken dragen, mag men veilig aannemen, dat de onderste acht of tien jaar oud is. Vandaar die overvloed van zekere gedierten en die eigenaardige lucht, aan deze inboorlingen eigen, en die, in de schatting van den kunstenaar, een minder aangenaam tegenwicht vormen van het schilderachtige in hun manier van doen.
Van October tot Januari wordt het klimaat wat zachter; de grauwe hemel wordt blauw, en de zon laat haar stralen op het verheugde aardrijk schijnen. Met uitgelaten blijdschap groet de bevolking de verschijning van het groote hemellicht, dat zij weleer aanbad. Dit warme jaargetijde, de korte zomer van Cuzco, wordt door de hoogere klassen ijverig gebruikt voor reisjes, rijtoertjes en uitstapjes in de omstreken. Anderen, wier middelen zulke uitspanningen niet veroorloven, gaan dagelijks naar Huancaro, een gehucht in de onmiddellijke nabijheid der stad, waar zich een groote steenen badkuip bevindt, in twee kompartimenten verdeeld, die tot den rand gevuld zijn met helder en ijskoud water. Tegen een geringen prijs kunnen daar, van twaalf tot vier uur, mannen en vrouwen, door een beschot gescheiden, zich al de weelde van een bad veroorloven, waarbij zij huiveren en klappertanden van de kou.
De vrouwen van Cuzco zijn over het algemeen bruin van kleur, van middelbare gestalte en een weinig gezet. De indiaansche type heeft bij haar nog zeer duidelijk de overhand boven de spaansche, zoo als ook de deugden en gebreken van het inlandsche ras onmiskenbaar te voorschijn komen onder het kunstmatig vernis eener aangeleerde beschaving. Echter zoudt ge eene dame van Cuzco doodelijk beleedigen, indien ge u eene toespeling op hare ontwijfelbare afkomst veroorloofdet. Allen willen u doen gelooven, dat zij van zuiver spaansche afstamming zijn; alleen de oude vrouwen, die zich geen illusiën meer maken, komen er rond voor uit, tot welk ras zij eigenlijk behooren. “Somos Indias, para que negarlo?Wij zijn Indianen, waarom dat te ontkennen?” zeggen zij lachende. Maar deze kleine dwaasheden, die zij trouwens met alle vrouwen gemeen hebben, worden bij deCusqueñasvan elken leeftijd meer dan opgewogen door haar zachtaardig en beminnelijk karakter, vooral ook door haar groote vriendelijkheid en voorkomendheid jegensvreemdelingen. Haar eentonig teruggetrokken leven, eene zekere moeilijkheid in het vloeiend spreken der spaansche taal, het beperkte verkeer in eene afgelegene provinciestad—dit alles geeft aan haar omgang en manieren eene zekere beschroomdheid en linkschheid, die haar verre van kwalijk staat.
Bezoek aan den Sacsahuaman.Bezoek aan den Sacsahuaman.
Bezoek aan den Sacsahuaman.
Met uitzondering van de wekelijksche bezoeken, die zeer intieme vriendinnen in het schemeruur bij elkander afleggen, verlaten de vrouwen van Cuzco haar woning bijna niet. Zij houden zich bezig, hetzij met naai- of borduurwerk, hetzij met het bereiden van sorbets en confituren, en met het keuvelen over de nieuwtjes van den dag, die haar getrouw door hare chinas of kamermeisjes worden overgebracht. Om een aantal dames bijeen te brengen, is er eene zeer bijzondere gelegenheid noodig, zoo als een officieel bal op vastenavond, de intrede van een bisschop, de installatie van een nieuwen prefect of de benoeming van een president. Overigens blijven de vrouwen liefst te huis en ontvangen ook geen bezoek, met uitzondering van vreemdelingen, die altijd welkom zijn, waarschijnlijk omdat hunne verschijning eene zeldzaamheid is.
Ik kan niet zeggen, dat deCusqueñosbevallig en beschroomd zijn, als hunne vrouwen, maar ik weet wel, dat zij prikkelbaar en wantrouwend zijn, en tegenover vreemden zeer terughoudend. Dit laatste is deels een gevolg van hunne linkschheid, deels van hun pedanterie. De physieke en zedelijke meerderheid van den Europeaan kwetst hunne ijdelheid, en het kost hun veel moeite, die meerderheid te erkennen. Zij zijn dan ook bij uitstek geleerd. Allen hebben gestudeerd in de theologie, de philosophie, het natuur- en volkenrecht, het burgerlijk en het kanonieke recht. De natuurkundige wetenschappen, de doode en levende talen en de schoone kunsten achten zij beneden de waardigheid van eene mannelijke opvoeding, en met deze ijdelheden houden zij zich niet op. In den regel wijden zij zich aan de balie, en maar zelden aan het onderwijs: een advokaat toch is voor alles geschikt. In Peru is het geen zeldzaamheid, dat collegas van Cicero eensklaps brigade-generaal worden, vervolgens veldmaarschalk, en eindelijk plaats nemen in den presidialen zetel. Zulke voorbeelden werken aanstekelijk, en verklaren het buitengewoon groot aantal advokaten, dat men in Cuzco vindt.
Eene dramatische soiree te Cuzco.Eene dramatische soiree te Cuzco.
Eene dramatische soiree te Cuzco.
Cuzco heeft ook eene universiteit, in 1692 gesticht. Bij deze universiteit behooren een kanselier, een rector, een conrector, een directeur, een secretaris, drie hoogleeraren, een penningmeester, twee deurwaarders of pedellen en een portier. Er wordt onderwijs gegeven in de theologie en het kanonieke recht, en ookeen weinig in de logika. Voorts roemt de stad nog op het bezit van een college voor wetenschap en kunst, in 1825 gereorganiseerd door generaal Simon Bolivar; de leerlingen van dit college ontvangen onderricht in de godsdienst, het spaansch en latijn, de wijsbegeerte, en ook in de wellevendheid en goede manieren. Eindelijk is er nog een school voor meisjes, en eene enkele drukkerij, die de laatste onderkoning, bij zijn vertrek in 1824, heeft achtergelaten.