III.HET STERKE EN HET ZWAKKE GESLACHT.Wie vormen het zwakke geslacht, de mannen of de vrouwen? Wie het zwakke, de vrouwen of de mannen?Dat de mannen lichamelijk krachtiger van bouw zijn en steviger spieren bezitten, is wel een voor de hand liggend, maar daarom nog volstrekt geen afdoend antwoord op deze interessante vraag. Als een kind een paard leidt, wie is dan de sterkste?De mannen beschouwen zich gaarne als de sexe, die bestemd en aangewezen is om te heerschen. In de wetten van alle volken zijn de veronderstelde heerschersrechten van den man over de vrouw neergelegd met een klaarheid en duidelijkheid, die men in wetten anders tevergeefs zoekt. In alle godsdiensten is het onbeperkte heerschersrecht van den man over de vrouw verheven tot een goddelijk gebod. Doch dit alles leert ons alleen hoe de mannen, die de wetten en godsdiensten maken, het gaarne willen hebben. Het bewijst nog in geenen deele dat de man ook in werkelijkheid de vrouw in het algemeen regeert, en nog minder bewijst het, dat elke man een vrouw weet te regeeren.In uitspraken van wijzen en denkers, en in den spreekwoordenschat aller volken zijn integendeel tallooze aanwijzingen, dat het niet alleen niet zoo is, maar dat het precies andersom is—dat, al regeeren de vrouwende mannen niet officieel, toch de vrouw als regel het exemplaar van het mannelijk geslacht regeert, waarmee zij speciaal te maken heeft, nl. haar eigen man. En het schijnt, naar die uitspraken, die in korte formules de ondervinding der eeuwen samenpersen, dat de mannen wel de vrouwenwereld aan zich hebben onderworpen, in wet en godsdienst en philosofie namelijk, maar dat slechts bij hooge uitzondering de man die vrouw, of die vrouwen, waarmee hij persoonlijk te maken heeft, weet te regeeren.Een vrouw, zegt de kerkvader Hieronymus, heeft Adam, Simson, David en Salomo ten val gebracht—wie zal dan tegen haar bestand zijn? Hieronymus wil laten uitkomen, dat waar de eerste, de sterkste, de dapperste en de wijste man tegen de vrouw het onderspit hebben moeten delven, de rest van de mannenwereld maar alle hoop moet opgeven de vrouw aan zich te onderwerpen. Reeds den ouden Grieken was het trouwens niet ontgaan, dat er meer Xantippe’s dan Socratessen geboren werden.84. De strijd om de broek.84.De strijd om de broek.Vlaamsche karikatuur van Israel van Meckenem, 15e eeuw.In de zegswijzen, die de volkshumor de vrouw in den mond legt, worden al dezelfde opvattingen gehuldigd, opvattingen die voor het prestige van de mannen, die zich zoo gaarne tot heerscher uitverkoren wanen, allerminst vleiend zijn. De man is het hoofd, erkent graag iedere vrouw, doch ze haast zich er bij te voegen: dat de vrouw het nekje is dat het hoofd doet draaien. Zulke spreekwijzen, die met de eene hand terugnemen wat met de andere gegeven wordt, en waarin het heerschersrecht van den man wordt erkend, maar zijn heerschersmacht wordt bespot, zijn er vele. Bijvoorbeeld deze: De man mag en moet de baas zijn, als hij de vrouw maar laat doen wat ze wil. En deze: Vaart mijn man voor schipper, dan is mijn plaats aan het roer. En deze: Aan den man komt ’t bestuur van de boerderij toe, als hij de zorg voor de boter maar aan de vrouw overlaat. Een gehoorzame vrouw beveelt haar man. Vrouwen willen in den man een leidsman hebben, dien zij kunnen leiden. Vrouwen kunnen alles, zegt een Fransch spreekwoord, want zij regeeren de mannen, die de wereld regeeren. Vondel zingt:Het vrouwvolk ringeloort en knevelt mannenkracht.Afgaande op deze en dergelijke uitspraken en spreekwijzen schijnt de toestand zoo, dat de man de officieele heerscher is in de wereld, en dat de vrouw in de praktijk, zoo niet de mannen, die toch haar man regeert. Anders gezegd: hem de schijn, haar het wezen. Waar deze toestand ter sprake komt geschiedt dit altijd in komischen, humoristischen toon. De komische elementen van dien toestand zijn dat man, eenerzijds lichamelijk de sterkere, anderzijds de door alle geestelijke en moreele machten tot heerscher over de vrouw aangewezene, in werkelijkheid de zwakste is. De tegenstelling, dat het sterke, groote en logge geleid, bestuurd, geregeerd wordt door het zwakkere, werkt drastisch op den zin voor het komische. En wijl het vooral de mannen zelf zijn, die met hun afhankelijkheid van het schepsel dat zij voorgeven te moeten beheerschen, den spot drijven, is hier wellicht tevens een poging te zien om in de situatie tenminste een houding aan te nemen! De houding n.l., dat men het daarmee eigenlijk niet zoo ernstig neemt. Behalve dan nog dat spot en humor der mannen middelen zijn om hun ergernis lucht te geven en zich op aangename manier te wreken over hun onmacht jegens de machtelooze.85. Als de vrouw de broek aan heeft.85.Als de vrouw de broek aan heeft.Fransche karikatuur, omstreeks 1700.De oude Romeinen dachten over de moeilijkheid een vrouw te regeeren al precies als wij en zij hebben hun gedachten in tallooze drastisch-komische bon-mots geformuleerd. „Wie zich met alle geweld veel drukte en beslommeringen op den hals wil halen,”zegt Plautus,„die moet zich maar een schip en een vrouw aanschaffen. Want er is niets ter wereld waarmee men meer moeite heeft en meer last, dan met vrouwen en schepen.” Op een andere plaats, zegt deze zelfde dichter:„onder de vrouwen valt geen keus te doen, er zijn geen goede en slechte, er is geen enkele die deugt.”86. De strijd om de broek.86.De strijd om de broek.Anonieme Duitsche kopergravure, 17e eeuw.Even weinig vleiend was het antwoord dat Cicero gaf aan degenen die hem rieden een andere vrouw te nemen toen hij zijn eerste had weggejaagd: „Weet ge dan niet, mijn vrienden, dat het onmogelijk is zich tegelijkertijd met vrouwen en met wijsbegeerte in te laten?” Het wordt zonder meer als eenonbestreden waarheid erkend, dat eerstens alle vrouwen heerschzuchtig zijn, en ten tweede, dat alle vrouwen er tenslotte in slagen het daarheen te leiden, dat zij haar heerschzucht kunnen botvieren.Plaire, charmer, séduireEst leur bonheur dans leur printemps,Mais gouverner, avoir l’empireEst leur plaisir dans tous les temps.Wel zijn er misschien vrouwen wier fijn vrouwelijk instinct haar zegt, dat het mooier is een man van talent te gehoorzamen dan een dwaas te leiden, en die inzien, dat een echtgenoote, die verplicht is als echtgenoot te denken, te bestieren, op te treden, eigenlijk noch vrouw noch man is, maar de beminnelijkheid harer sexe verliest, zonder meer dan een karikatuur der eigenschappen van het sterke geslacht te verwerven. Maar als er zulke vrouwen bestaan, dan is haar aantal ongetwijfeld gering. Het meerendeel der leden van het zwakke geslacht wil heerschen, minstens over het exemplaar vanhet sterke geslacht, waarmee zij door het toeval hoe dan ook voor het leven verbonden zijn geraakt.Kwelgeesten.Kwelgeesten.Teekening van A. Willette („Courrier Français”, 1895).Voert de man den strijd met de vrouw om de oppermacht altijd zoo, dat zij, hoewel ten slotte overwinnares, toch eerbied moet hebben voor ’s mans moreele weerkracht? Of staat het misschien zoo, dat de vrouw zoo weinig strijdbaarheid bij den man ontmoet, dat het zwakke zelfs dit negatieve motief niet heeft om het dusgenaamd sterke nog min of meer te achten? Zoowel voor het eene als voor het andere zijn voorbeelden aan te voeren, zoodat het geraden is ook op deze vragen een definitief antwoord voorzichtig te ontwijken.Ongetwijfeld heeft iedere vrouw van nature iets in zich van den tegenstrevenden strijdlust, die geen blinde volgzaamheid, maar integendeel krachtig verzet begeert en dat alleen om het genot te smaken die te overwinnen—zooals dit wordt geteekend in de volgende, als komisch bedoelde persiflage eener „moderne” of „vrije vrouw”, die intusschen niets moderns heeft, maar slechts een der integreerende deelen van hetEwig Weiblichewat duidelijk naar voren laat komen:87. De rollen omgekeerd.87.De rollen omgekeerd.Engelsche spotprent van John Leech op het Bloomerisme, in „Punch”, 1851.„Het moderne meisje hoorde het huwelijksaanzoek van den modernen jonkman aan en zei: U is bereid het voorschrift: de vrouw is haar man gehoorzaamheid verschuldigd! uit uw woordenboek te schrappen?—Ten volle bereid.—En mag ik mijn eigen huissleutel hebben?—Daarin zie ik geen bezwaar.—En zou u me toestaan te gaan waarheen ik wil en zoo laat thuis te komen als ik goedvind?—Zeer zeker.—Als we kinderen krijgen, wilt u ze dan verzorgen?—Met genoegen, als het moet.—En wilt u ook met de dienstboden omgaan, ze huren, nagaan en ontslaan?—Natuurlijk.—Dan moet ik van een huwelijk met u niets hebben, mijnheer.—Waarom niet, stamelde de huwelijkscandidaat teleurgesteld, ik stem toch in alles toe wat u verlangt.—Dat is het juist. Ik wil een manhebben, die mij alles weigert. Alleen dan verwacht ik genoegen van het huwelijk.—Wil u dan geen man, die uw zin doet in alles wat u verlangt?—Neen, ik wil een man, die me juist alles weigert wat ik verlang. Dan zal ik er hem toe brengen het toch te doen. Mijn ideaal van een gelukkig huwelijk is nooit zoo maar mijn zin te krijgen van mijn man, nooit vrijelijk te mogen doen wat ik wil, maar hem te dwingen te doen wat hij niet wil. Als hij het uit eigen beweging wel wil doen, heeft het voor mij geen waarde meer. Ik moet er hem toe gedwongen hebben.”88. Venus met haar trawanten—Amor, de Dood, de Ezel en de Aap—de menschheid mennend.88.Venus met haar trawanten—Amor, de Dood, de Ezel en de Aap—de menschheid mennend.Uit Sebastian Brant’s „Narrenschiff”, Bazel, 1494.Ook uit sommige boekdeelen sprekende verzuchtingen van mannen, schijnt op te maken, dat zij in den strijd tegen de vrouwelijkeheerschzuchtmaar heel weinig lauweren hebben weten te behalen.’t Is in een huis geheel verdraaid.Waar ’t haantje zwijgt en ’t hentje kraait.Deze klacht illustreert maar al te duidelijk de positie van ’t haantje, dat hier zijn berijmde verzuchting slaakt. Het is de taal van dengene, die het hoofd schudt, over wat niet meer valt te veranderen, doch tegelijkertijd den strijd tegen het onvermijdelijke afgemat en uitgeput maar opgeeft. Dezelfde geestestoestand spreekt uit de volgende verzuchting: Er zijn toch nog twee zachte, lieve vrouwen op de wereld, maar de eene is nergens te vinden en de andere is zoek. Waarvan de gelijkgestemde pendant luidt: Er is maar één kwaad wijf op de wereld, en ieder meent dat juist hij haar heeft. Wie een kwaad wijf krijgt, zegt de boer, die heeft zijn mannetje gevonden. Van veeloverwinningsgewisheid in den strijd met de vrouw om de hegemonie getuigen ook niet exclamaties als deze, die naar men wil een gebruikelijke verzuchting is van de bruidegoms in het schoon Italië: Wanneer ge een paard koopt of een vrouw neemt, sluit uw oogen en beveel Gode uw ziel.De vraag rijst natuurlijk, hoe het dan toch komt, dat de lichamelijk zwakkere vrouw zulk een tirannie kan uitoefenen over den sterken man? Over welke onfeilbare wapens beschikt zij dan toch, om den man met zoo groote zekerheid er onder te krijgen en er onder te houden?Men heeft op deze vraag allerlei antwoorden klaar. De geliefkoosde wapens die men de vrouw toedicht, en waar de man niet tegen bestand zou zijn, zijn haar listen. Het arsenaal der vrouw bevat als voornaamste wapens list en sluwheid. De diepste oorzaak van der mannen onmacht om der vrouwen heerschzucht op den duur weerstand te bieden ligt natuurlijk in de zinnelijkheid van den man. Waar de man zwicht voor de andere sexe, zwicht hij niet voor de vrouw, maar voor het wijfje.De sexueele philosoof ziet de oorzaak van de tegenstelling tusschen de sexen in de wettelijke en economische overheersching van de vrouw door den man. Deze overheersching bestaat overal en zoolang zij bestaat, zal er tusschen man en vrouw strijd zijn. Den eigen man te regeeren, in de eigen woning den schepter te voeren en te heerschen, dat zal de natuurlijke wraak van de vrouw blijven wegens hare officieel gedecreteerde onderworpenheid aan den man. In den strijd om de heerschappij in de echtelijke woning heeft zij velerlei omstandigheden in haar voordeel, met het gevolg, dat zij meestal overwinnaar blijft in dien strijd, in weerwil van alle verzuchtingen der mannenwereld.89. Eva en de Slang.89.Eva en de Slang.Uit de „Speculum Salvationis” van Günther Zainer, Augsburg, 1470.Dat zij overwinnaar is en daarvan een gepast gebruik weet te maken, dat leert ons in de eerste plaats de erotische humor. Daarin is wel geen thema zoo afgezaagd als juist dit.De heerschzucht van de vrouw in spot en satire te brandmerken is weer de wraak vanden man, die zich in zijn nederlaag in zijn heiligste rechten beleedigd voelt en toch niet in staat is het droeve feit te verhelpen.90. Het dessert der stiefmoeder.90.Het dessert der stiefmoeder.Spotprent van Gillray (1786) op de verhouding van lady Termagant Flayburn en haar stiefzoon.Om zijn nederlagen te bemantelen, stelt de man het gaarne zoo voor, dat hij die lijdt wijl er zulke oneerlijke wapens tegen hem worden gebezigd: sluwheid, arglistigheid en tallooze streken, die hem aantasten op zijn zwakke punten, in zijn zachtere gevoelens. De vrouw, zoo maakt de man zich gaarne wijs, zegeviert door met haar tranen en haar streken te speculeeren op zijn goed vertrouwen, op zijn zachtmoedigheid jegens het zwakkere, op al wat er goeds en menschelijks in hem is. Zoo haalt de man zelfs uit zijn onmacht jegens de vrouw nog weer bewijzen voor zijn superieuriteit en zijn meerderwaardigheid. Tevens schenken zulke redeneeringen hem eenigen troost in zijn nederlagen.Intusschen wreekt hij zich zonder genade door de vrouw voor te stellen als een sluw, listig, bedriegelijk, leugenachtig wezen. Volgens de gebruikelijke voorstelling van den man is ieder woord, ieder gebaar van de vrouween valstrik, een krijgslist, om haar zin te krijgen, den man te verleiden, haar macht te vermeerderen of te bevestigen. Over der vrouwen list is de mannenwereld nooit uitgepraat. Om de menschheid toch maar goed ervan te doordringen hoe listig de vrouwen zijn, verzinnen de mannen de onmogelijkste verhalen. Als voorbeeld daarvan citeeren wij hier, in hoofdzaak, Filomena’s vertelling van de listen eener verliefde vrouw, uit Boccaccio’s Decamerone.91. De vrouwelijke almachtige in Buddha-pose.91.De vrouwelijke almachtige in Buddha-pose.Humoreske van Georges Meunier in „Le Rire”, 1904.Er was in een stad, waar meer bedrog dan trouw te vinden was, eens een schoone vrouw, begiftigd met geestkracht en schranderheid, doch uitgehuwelijkt aan een wever, dien zij niet achtte. Zij werd hevig verliefd op een edelman. Deze wist daarvan natuurlijk niets af en zij durfde het niet te wagen het hem te laten blijken. Zij bemerkte dat hij veel omgang had met een vromen geestelijke, en zij besloot deze zijns ondanks als tusschenpersoon te gebruiken. Zij ging bij hem biechten en zei daarna:—Vader, er is iemand, zijn naam is mij onbekend, op het oog is hij een achtenswaardig man, die het er op toe schijnt te leggen, het mij, eerbare vrouw, lastig te maken. Ik kan mij niet aan deur of venster vertoonen en niet uitgaan, of ik merk dat hij in de nabijheid is. Ik ben bang dat ik daardoor ten laatste in opspraak zal komen. Om schandaal te vermijden heb ik tot nu toe gezwegen, en ik heb ten slotte besloten het aan u te zeggen, omdat het mij bekend is dat u zijn vriend bent. En ik verzoek u hem hierover te berispen en hem te vragen er mee op te houden. Hier boog zij het hoofd en scheen op het punt in schreien uit te barsten.De geestelijke begreep spoedig wien zij bedoelde en beloofde de vrouw hem zoo onder handen te zullen nemen, dat zij geen last meer van hem zou hebben.—Mocht hij het soms ontkennen, zeide zij nog, zeg hem dan dat ik zelf er bij u over geklaagd heb.92. Toegelaten tot den voetkus.92.Toegelaten tot den voetkus.Georges Meunier, 1901.De vrome broeder deed wat hij beloofd had en de edelman, slimmer dan hij, begon al gauw de list van de klaagster te doorzien. Hij antwoordde,schaamte veinzende, dat hij er zich voortaan van onthouden zou. Maar hij ging regelrecht naar de woning der klagende dame, die als gewoonlijk aan haar venster zat en dus zag dat hij voorbij ging. Zij groette hem zoo vriendelijk, dat hij in zijn vermoedens werd versterkt. En van dien dag af ging hij zeer dikwijls haar huis voorbij. Toen de vrouw dit bemerkte begaf ze zich, om hem wat aan te vuren, opnieuw naar den vromen geestelijke en zeide:93. Het rad van Fortuna.93.Het rad van Fortuna.Fransche gravure op een camée.—Vader, wat ik te zeggen heb betreft weer dien van God verlaten vriend van u.—Wat, heeft hij niet opgehouden u lastig te vallen?—Volstrekt niet, antwoordde zij. Nadat ik me bij u beklaagd heb, is hij, zeker om mij te tarten en zich te wreken, voor elken keer dat hij eerst voorbijkwam wel zevenmaal gekomen. En hij is zoo driest en onbeschaamd geworden, dat hij gisteren zelfs zijn dienstmeisje naar me toe heeft gestuurd met allerlei praatjes en met een beurs en een ceintuur, alsof ik die niet genoeg heb. Ik heb niets willen doen voor ik u alles gezegd had. De beurs en de ceintuur heb ik meegebracht en ik wil u vragen ze hem terug te geven en hem te zeggen dat ik niets van hem noodig heb.Dit zeggende haalde zij beide door haar genoemde voorwerpen, hevig schreiende, van onder haar kleed en gaf ze den geestelijke, die ze aannam met de woorden:—Mijn dochter, ik heb hem vermaand en hij heeft beloofd het na te laten, maar naar ik zie heeft hij zijn belofte slecht gehouden. Ik zal nu zorgen dat hij u wel verder met rust laat. Spreek er evenwel tot niemand over, want dat zou voor hem te ernstige gevolgen kunnen hebben.Niet begrijpende hoe hij om den tuin werd geleid liet hij zijn vriend bijzich roepen en deze merkte aan zijn verstoord gezicht terstond, dat er iets nieuws voor hem was. De geestelijke herhaalde wat hij den eersten keer had gezegd, en berispte hem in scherpe woorden opnieuw voor wat hij zulk een fatsoenlijke vrouw aandeed. De edelman, die de zaak nog niet ten volle begreep, ontkende flauwtjes, vooral wat betreft de beurs en de ceintuur droeg hij zorg zich niet bloot te geven.—Wat, durf je nog ontkennen ook? Schreiende heeft de vrouw deze dingen hier gebracht. Kijk goed of je ze herkent.De edelman, veinzende zich zeer te schamen, antwoordde: Ja ik herken ze, en ik beken dat ik slecht heb gehandeld; maar ik zweer u dat het nu uit is, nu ik zie welk een vrouw zij is.94. Aan de voeten van de meesteres.94.Aan de voeten van de meesteres.H. Fragonard (1732–1806).Er werd nog in den breede over het geval gesproken en ten slotte gaf de broeder beurs en ceintuur aan zijn vriend, met vele vermaningen er nu toch mee op te houden, wat de andere ten stelligste beloofde. De edelman ging zeer verheugd heen, eerstens over de zekerheid, die hij nu meende te hebben van de liefde der schoone vrouw jegens hem, en ten tweede over het fraaie geschenk. Hij plaatste zich zoo voor haar huis, dat hij, zonder teveel de aandacht van anderen te trekken, haar kon laten zien, dat de beide voorwerpen in zijn bezit waren gekomen. Zij van haar kant verblijdde zich daar ten zeerste over, ook omdat het voor haar een bewijs was dat haar list ten volle slaagde. En zij wachtte nu alleen nog maar op een gunstige gelegenheid om den beslissenden stap te doen. Deze deed zich weldra voor. Haar man moest voor zijn zakennaar Genua en nauwelijks was hij ’s morgens te paard gestegen en weggereden, of zijn vrouw ging naar den vromen broeder en met veel zuchten en tranen zeide ze hem:95. Rechtvaardiging.95.Rechtvaardiging.—Zou ’t nu toch geen zonde en schande zijn, zoo’n man niet te bedriegen!Teekening van J. L. Forain.—O vader, nu kan het toch niet langer zoo; ik heb u beloofd niets te zullen doen zonder er u in te kennen, en ik kom bij u om van die belofte ontheven te worden. Als ik u vertel wat uw vriend als een helsche duivel van ochtend jegens mij heeft bedreven, dan zal het u duidelijk zijn dat ik reden heb om bedroefd en wanhopend te zijn. Het schijnt, dat hij door een of ander ongelukkig toeval vernomen heeft, dat mijn man de stad is uitgegaan naar Genua. In elk geval is hij vanmorgen den tuin binnengedrongen en in een boom geklommen, vlak bij mijn kamer, die aan de tuinzijde ligt. Hij had het venster al open gemaakt en wilde de kamer instappen, toen ik wakker werd en om hulp begon te roepen. En ik zou net zoo lang geroepen hebben tot er hulp was gekomen, als hij mij niet gesmeekt had genade met hem te hebben. Hij zeide meteen wie hij was en noemde daarbij ook uw naam. Uit liefde jegens u heb ik toen niet meer geroepen, maar ik ben uit het bed gesprongen en heb het venster voor zijn neus dichtgeslagen. Ik geloof dat hij toen kwaad is weggegaan, want ik heb hem nietmeer gezien of gehoord. Oordeel nu zelf, of dat nog langer zoo mag doorgaan, ik heb in elk geval geen plan nog meer van hem te verduren, ik heb uit eerbied voor u al te veel van hem verdragen.Het dessous van Eva.Het dessous van Eva.Teekening van L. Le Reverend in „La Chemise à travers les âges”.—Mijn dochter, zei hierop de geestelijke, ik kan niet anders zeggen dan dat het nu werkelijk al te driest en al te slecht wordt van dien man. Maar volg nog eenmaal mijn raad en zeg niets aan uw verwanten. Laat mij ook dezen keer nog begaan en ik zal zien of ik dien losgebroken duivel, dien ik voor een braaf man hield, niet kan bedwingen. En als het mij dezen keer mag gelukken hem van zijn beestachtige neiging tot inkeer te brengen, laat het dan daarmee uit zijn. Maar lukt het mij niet, dan geef ik u mijn zegen en mijn toestemming om datgene te doen wat uw gevoel u zegt dat welgedaan is.—Nu, zeide zij, ook dezen keer wil ik u niet ongehoorzaam zijn. Maar doe uw uiterste best dat hij er mee ophoudt mij langer lastig te vallen. Want nogmaals bij u terugkomen voor hetzelfde doe ik niet meer. En zonder een woord meer er bij te voegen ging ze als ontevreden heen.96. De betrapte.96.De betrapte.—Zoo, is dat nu „even de avondkrant inzien!”Teekening van J. L. Forain, in „Le Courrier Français”.Nauwelijks was ze weg of de edelman trad de kerk binnen. De geestelijke nam hem terzijde en begon hem op de strengste en krenkendste wijze te bestraffen. De edelman hield zich van den domme, en vroeg: Waarom zoo boos, eerwaarde?—Zoo’n onbeschaamde, riep de broeder uit. Hij houdt zich of hij het niet meer weet, of hij het is vergeten, alsof het al jaren geleden is. Kan je je niet meer herinneren, hoe je van morgen iemand beleedigd hebt? Waar ben je bij het aanbreken van den dag geweest?—Dat weet ik niet,antwoordde de edelman, maar u hebt er wel heel gauw bericht van gekregen.—Dat heb ik, zei de geestelijke. Je dacht zeker, nu de man van die brave vrouw afwezig is, dat ze je zoo maar met open armen ontvangen zou, jij tuinsluiper en boomenklimmer. Je bent haar tuin binnengedrongen, in een boom voor haar venster geklommen, hebt haar zoo willen overvallen. Dat is je niet meegevallen. Onthoud nu, dat ze van niets ter wereld zoo’n afschuw heeft als van zulk een handelwijze. Aan mijn berispingen noch aan haar afwijzingen schijn je je te storen. Maar ik wil alleen nog maar dit zeggen, tot nog toe heeft ze de zaak voor zich gehouden, doch alleen op mijn dringend verzoek, maar nu is het uit, nu zal ze niet langer zwijgen, ik heb haar toegestaan naar goeddunken te handelen als je haar nogmaals lastig valt. En bedenk wat het zijn zal als ze het aan haar man en haar broers vertelt!97. Verbeeldingskracht.97.Verbeeldingskracht.Humoreske van L. Burrett.De edelman, die nu precies wist wat hij te doen had, bracht den broeder door overvloedige beloften en verzekeringen tot kalmte en ging heen. Den volgenden morgen bij het aanbreken van den dag sloop hij den tuin van de vrouw die zich zoo over hem beklaagde binnen, klom in den boom voor het venster, vond dit open, stapte naar binnen en vleide zich in de armen van de brave vrouw, die hem blijkbaar met groot verlangen verwacht had envol vreugde zeide: Laten wij den goeden broeder danken, die je zoo goed den weg hierheen heeft gewezen.En vervolgens, genietende van elkanders liefde, praatten zij druk over de snuggerheid van den eerwaarde, lachten om de weverskraam van haar man, gaven zich opgetogen over aan het genot. En daarna regelden zij het zoo, dat zij den broeder niet meer noodig hadden om nog vele malen genoegelijk samen te zijn.Welke reden de mannenwereld ook aanvoert ter verklaring van het feit, dat de sterke man in den regel moet onderdoen voor de zwakke vrouw, waardoor het dusgenaamde sterke geslacht eigenlijk het zwakke moest genoemd worden en het zwakke het sterke, altijd slaat zij daarbij bij voorkeur den komischen toon aan. Zoo komisch is het verschijnsel in zichzelve, dat men er niet anders over kan spreken dan in spottenden toon.98. Epicurist in dilemma tusschen tafel en bed.98.Epicurist in dilemma tusschen tafel en bed.—Waarmee te beginnen! Doe hier nu maar eens een keus!Fransche spotprent uit den tijd der Restauratie, in vereering van Venus en Bacchus een herhaling van den galanten tijd.Der vrouwen leven beweegt zich in het algemeen in de wereld van het kleine. En hare heerschappij over den man, die voor den erotischen humor een zoo rijke bron is, betreft ook ongeveer altijd de kleine dingen in het leven. De vrouw is het heerschende element in den microcosmos van het dagelijksch leven. En waar de erotische humor zich vermaakt met het verschijnsel, dat de man min of meer bij de vrouw „onder de plak” zit, duidt zij zulks den man toch niet ten kwade. De algemeenheid der zaak stemt ieder vergeeflijk jegens de anderen. Waar de erotische humor met de heerschzucht van de vrouw en met den daarvoor buigenden man den spot drijft, heeft die spot toch altijd een goedaardig karakter. Stilzwijgendblijft daarin steeds erkend, dat het zich gewonnen geven aan de vrouw in kleine dingen de waardigheid van den man als man en als mensch ten volle ongerept laat. De man weet bij dit alles trouwens te goed, dat in de groote dingen van het leven niet zij, maar hij regeert en de wet steltEén mannentype echter is er, wordt er tenminste gephantaseerd, dat er in dit opzicht bij de erotische humoristen niet zoo gemakkelijk afkomt. Het is het type der pantoffelhelden, het ras der geslachtelijke mammelukken. Voor dit type heeft men niet anders dan een soort spot, die hen ten toon stelt als ontoerekenbare sukkels, als zwakzinnige lammelingen zonder de minste geestkracht.De wijze waarop de humor met hen omspringt, schijnt er op berekend om twijfel te wekken omtrent hunne sexueele normaliteit. Zoo we den pantoffelheld leeren kennen uit den erotischen humor, maakt hij den indruk van iemand, die in de volle kracht des levens al is vervallen in den staat van kindschheid. Het is een man met een hondenaard, kruipend en bevend als hem de zweep wordt getoond. De erotische humor wijdt aan de klagelijk-komische figuur van den pantoffelheld wel veel, maar niet zijn fijnste en nog minder zijn scherpste geestigheid. Het kennelijk doel van den erotischen humor is hier met een zekere gemoedelijke en medelijdende spotternij minachting te wekken voor onsympathiekelafheid, zoo’n beetje den draak te steken en te gekscheren met een type, dat eigenlijk niemands belangstelling ook maar een oogenblik waard is. Het wapen is hier allerminst vernietigend sarcasme of vlijmende spot.99. De eenhoorn (zinnebeeld der kuischheid) in boeien.99.De eenhoorn (zinnebeeld der kuischheid) in boeien.Florentijnsche sierkunst, 15e eeuw; origineel in het Britsch Museum te Londen.De slapende gemeente.De slapende gemeente.Zedeprent van William Hogarth (1697–1764), gravure van C. Armstrong.De pantoffelheld wordt door den erotischen humorist niet anders ten tooneele gevoerd dan—figuurlijk gesproken—in het narrenpak. De indruk dien men bij voorkeur van den pantoffelheld tracht te geven, is nog niet eens komisch, maar in den regel enkel maar potsierlijk. Dat blijkt al uit de vrouwenfiguur, die men hem gaarne terzijde stelt bij wijze vantegenstelling, n.l. een zeer mannelijk-geaarde en mannelijk-doende huisdraak, die van de lafheid van haar echtvriend gebruik maakt om hem aanhoudend te coejoneeren, waarbij hij geen ander verzet waagt dan zeer laffe listjes en streekjes, als het vóór-zetten van de klok enz.100. Het rijk der faunen en nimfen.Photo Brogi.100.Het rijk der faunen en nimfen.Naar een schilderij van onbekenden meester van de Vlaamsche school,Museo Nazionale, Napels.De pantoffelheld wordt gaarne beschouwd als het type bij uitnemendheid van onmannelijkheid. In het bijzonder van publieke personen, politici enz., zijn er legio anecdoten, die hen doen kennen als danige pantoffelhelden. Dit is een geliefkoosde politieke schimp (fig. 106). Een blad te München bevatte onlangs het verhaal, dat in een gemeenteraadszitting in een Beiersche stad een der oudere leden bij den aanvang der zitting verzocht een woord te mogen richten tot de pers, en die, toen hem dat was toegestaan, de verslaggevers verzocht voortaan uit hunne verslagen weg te laten het stereotype slot: De zitting werd om zoo en zoo laat gesloten. Want, zoo zeide deze pantoffelheld, onze zitting is altijd voor 9 uur afgeloopen. Maar velen onzer gaan dan niet dadelijk naar huis, maar ze gaan eerst nog een biertje pakken, dikwijls zelfs twee biertjes. En ook gaan ze nog wel eens een billardje maken of een kaartje leggen. Zoo wordt het al gauw elf, twaalf uur. En om dan thuis geen drukte te hebben met de vrouw, laten we haar in den waan, dat het met de raadszitting zoo laat is geworden. Doch daar kijkt ze des anderen daags de krant in en vindt aan het slot de fatale mededeeling, dat de zitting om negen uur is gesloten. Hoevelen onzer hebben daardoor al geen huiselijkongenoegen gehad. Ik verzoek dus de pers dat voortaan weg te laten. En mijn medeleden, die met dit verzoek instemmen, noodig ik uit ten teeken daarvan, op te staan. Hier rees de geheele gemeenteraad overeind.Voor het overige zijn de moppen en uitvallen op den pantoffelheld gewoonlijk zoo ongeveer in den trant van het volgende voorbeeld:—Ik heb me gisteren vergeten en ben tegen mijn vrouw uitgevaren, zei de pantoffelheld.—En heeft het erg gespookt?—Eerst wel. Maar naderhand drukte ze me de hand en wenschte me geluk met den moed, dien ik had betoond.101. De troon van de keizersdochter.101.De troon van de keizersdochter.Uit het boek van den Ridder vom Turn, Bazel 1493.Niet minder, zij het op geheel andere wijze en in geheel anderen toon, vermaakt de erotische humorist zich met de exemplaren van het zwakke geslacht, die hare wederhelft tot pantoffelheld wisten te degradeeren. De vrouw „die de broek aan heeft”, is voor de erotische humor een even dankbare—en even goedkoope—figuur als de pantoffelheld zelf. Wordt deze laatste belachelijk gemaakt als de verpersoonlijkte onmanlijkheid, zij, die den armen pantoffelheld ringeloort en hem het leven tot een hel maakt, wordt onder de handen van den erotischen humorist de verpersoonlijking van de onvrouwelijkheid. Zij regeert haar held van de droevige figuur volgens de geliefkoosde voorstelling niet met zacht beleid, maar met gekijf en oorvegen of stokslagen. Zij is een terroriste, een geweldenaarster; hoewel zij bij haar zwakhoofdigen, energieloozen, prullerigen held niet stuit op het minste verzet, acht zij het toch noodig hem aanhoudend te intimideeren. Steeds staat zij voor hem als een dreigend onweer, gereed om los te barsten. Hoewel haar pantoffelonderdaan als een ineengefrommeld vod aan haar voeten ligt, toont zij hem toch nog haar tanden.102. De strijd om de broek.102.De strijd om de broek.Engelsche gravure van R. Newton, 1798.In deze overdrijving, zonder uitzondering afkomstig van mannen, weerspiegelt zich duidelijk der mannen gekwetste ijdelheid. De vrouw, die meerenergie heeft en meer geestkracht dan een man, zulk een vrouw stelt men zich gemakshalve maar voor als een baarlijk monster. Het behoeft hier nauwelijks betoogd, dat zoowel de willooze, kruipende, vodderige pantoffelheld als zijn vervaarlijke wederhelft pure scheppingen zijn der phantasie. In den karikatuurachtigen schimp op den pantoffelheld heeft de man het middel gevonden om aan te geven hoe ver hijnietkan gaan in onderdanigheid aan de vrouw, zonder alle mannelijke waardigheid te verliezen. De pantoffelheld is de phantastische grenspaal tusschen toelaatbare en ontoelaatbare onderworpenheid aan de vrouw—altijd naar der mannen opvatting.103. In het gareel.103.In het gareel.Teekening van W. Schertel, 1910.De macht der vrouw en haar overheerschende invloed openbaren zich in het werkelijke leven trouwens op geheel andere wijze. Niet de onvrouwelijke vrouw beheerscht den man, maar juist de vrouw in al haar typische eigenaardigheid. Der vrouwen invloed berust op haar zinnelijke aantrekkingskracht. Haar zinnelijke bekoring is het die den man voor haar doet zwichten en hem willoos en hulpeloos, tot alles bereid aan haar voeten brengt. Het schijnt den man moeilijk te vallen dit eenvoudige feit te erkennen. Blijkbaar neemt hij liever zijn toevlucht tot karikatuurachtige verdraaiïng der werkelijkheid. Hij wil niet erkennen waar zijn zwakheid jegens de vrouw ligt, en tracht het feit te verdoezelen dat op sexueel gebied van nature de vrouw de meerdere is van den man. Het is of hij zich over zijn sexueele zwakheid schaamt.Zoo is de phantastische figuur van den met zweep en stok geregeerden pantoffelheld ontstaan—eenerzijds om de aandacht van de ware reden van der mannen zwakheid af te leiden, anderzijds om aan te geven tot hoe ver de man in het zich schikken naar de vrouw niet mag gaan.De vrouw regeert de mannen niet met physiek geweld, noch met intimidatie of iets van dien aard. Zij regeert den man met zijn eigen zwakheid. Haar strafmiddel, dat hen gedwee maakt, is onthouding van geslachtsgenot. De vrouw weet dat en maakt daarvan een gepast misbruik. Elke sexueele zwakkeling is voorbeschikt voor de rol van pantoffelheld.Hoe de vrouwen de wereld regeeren, of liever: waardoor het zwakkere geslacht sterk is, dat leert ons in het klein de geschiedenis bijvoorbeeld van een Newton, en in het groot zien we het gedemonstreerd in de twee meest tragi-komische tijdperken der nieuwere geschiedenis: dat van den hoffelijken minnedienst en dat van den galanten tijd.104. Afgepoeierd.104.Afgepoeierd.—U bent zeker gouvernante?—Neen mijnheer, ik geef les in gemanierdheid aan volwassenen die nog wat opvoeding noodig hebben.Uit: „Wiener Witzblatt”.Isaac Newton, de grootmeester onder de natuurkundigen, kreeg na eindeloos solliciteeren etc., eindelijk een post die hem van stoffelijke zorgen verloste. Hij werd benoemd tot oppermuntmeester van Engeland. Maar hij kreeg die betrekking allerminst omdat z’n genie de wet van de algemeene zwaartekracht had ontdekt, of omdat hij de differentiaalrekening had uitgevonden, maar omdat hij een lieve nicht had. Het geluk had den grondlegger der theoretische astronomie behalve met een genialen geest ook met een schat van een nichtje begiftigd, dat niet al te preutsch weerstreefde, toen op zekeren dag een zeer machtig personnage dit nichtje ontdekte, en eenmaal binnen haar sfeer van aantrekking gevallen, zich daaraan evenmin vermocht te onttrekken als een planeet aan de aantrekkingskracht van de zon.Adam verleidt Eva.Adam verleidt Eva.Gravure van Marc. Anton Raimundi (1488–1530). Naar de Schilderij van Raffael’s Prentenkabinet, München.In het groot zien wij hetzelfde schouwspel vertoonen in den tijd van den minnedienst en in den galanten tijd. Niet dat dit in werkelijkheid in dit opzicht zulke bijzondere tijden zijn geweest. De vrouw heerschte in die tijdperken alleen wat openlijker en duidelijker zichtbaar, haar invloed en de grondslag daarvan bleef niet zooals anders verborgen, maar trad op het duilijkstaan het licht.105. Zijn trein gemist.105.Zijn trein gemist.Uit „La Vie Parisienne”.De samenleving vertoonde zich in sexueel opzicht zoo, gelijk zij in werkelijkheid eigenlijk altijd is—de mannenwereld,verteerddoor zinnelijkheid, in het stof gebogen voor de vrouwenwereld, die uit hare sexueele machtpositie met gepaste onbescheidenheid alles haalt wat er maar uit te halen valt. De tijd van den minnedienst wordt in de laat-middeleeuwsche en latere literaturen bij voorkeur voorgesteld als een tijd van poëtisch zuivere zeden, van dichterlijk-verheven reinheid in het leven der sexen, kortom als een tijd van platonische deugden, waarin het sexueele dier in den mensch door de zachte hand van de vrouw was getemd, en waarin reinheid heerschte omdat de vrouw heerschte. Al dit moois is echter ondergeschoven. De tijd der minnezangers was, naar honderden contemporaine documenten in woord en beeld onweerlegbaar aantoonen, een tijd van uiterst verfijnd zingenot en dat wil—al schijnt het paradoxaal—altijd zeggen plat en grof zingenot.106. Pantoffelheld kamerkandidaat.106.Pantoffelheld kamerkandidaat.—Alweer er op uit naar een verkiezingsvergadering? Morgen, na de stemming, is dat uit, hoor! Verstaan?—Maar als ik nou in herstemming kom …?Uit „Wiener Witzblatt”.De tijd toch van sexueele reinheid, waarin de machtige invloed der vrouw de wereld zou hebben herschapen in een Eden van zuivere zeden, die tijd vond het bijvoorbeeld noodig den kuischheidsgordel uit te vinden ter beveiliging van de echtelijke trouw dier zoo ingetogen vrouwen! En dit interessante werktuig ter bescherming der heiligste sexueele goederen (fig. 22)had geen barbaarsche vijanden en niets ontziende geweldenaars den toegang te versperren, maar het was het laatste redmiddel juist tegen huisvriend en dischgenoot, en bovenal een steunsel voor de zedige deugd der schoone edelvrouwen, een tegenwicht tegen haar teedere bereidwilligheid om de hulde haars ridders niet slechts met woorden te beloonen.107. Aristoteles lastdier van Venus.107.Aristoteles lastdier van Venus.Florentijnsche sierkunst, 15e eeuw, origineel in het Museum te Budapest.Waar de vrouw de sterkste is, daar is zij zulks als geslachtswezen en is de bron van haar macht de sexueele zwakheid van den man.108. In volle wapenrusting.108.In volle wapenrusting.Teekening van Louis Le Reverend.Nooit krijgt de vrouw door geweldenarijen den man in onderdanigheid aan haar voeten, zooals de tallooze pantoffelheld-humoresken ons dat willen doen gelooven naar het schijnt. In geweldpleging is de man verreweg de meerdere van de vrouw. Hoewel het in de geschiedenis zoomin als in het dagelijksch leven ontbreekt aan vrouwenfiguren met geweldenaarsneigingen, is het toch nimmer op sexueel gebied dat deze neigingen zich openbaren. En dat om de eenvoudige reden, dat de vrouw op dat gebied geen successen en triomfen kan behalen met geweld. De vrouw, die haar man regeert met den stok, bestaat niet. Evenmin bestaat de man, die uit vrees voor mishandeling voor haar kruipt. Integendeel, zeer gewelddadige en autoritaire mannennaturen zijn dikwijls hulpeloos zwak voor vrouweninvloed. De pantoffelheldkarikaturen uit vroegeren en laterentijd, die het voorstellen alsof er wel zulke mannen en zulke vrouwen zijn, zijn mislukte karikaturen, want ook van alle overdrijving ontdaan geven zij geen werkelijkheid weer. Der vrouwen overmacht op de mannen ligt in precies tegenovergestelde richting. Het is dan ook niet waarschijnlijk, dat bedoelde karikaturen ooit bedoelden aan de mogelijkheid te doen gelooven van de door geweld over den man zegevierende vrouw. Vermoedelijk achten haar makers het buitengesloten dat men ze anders dan overdrachtelijk en figuurlijk zou kunnen opvatten, en kozen zij dien vorm om zeer aanschouwelijk te laten uitkomen in welk een positie vele mannen dreigen te komen tegenover de vrouwen. Het was hun alleen te doen om die positie van onderdanigheid te laten uitkomen, en zij stelden die daarom maar voor als gevolg van een oorzaak die al heel gemakkelijk en voor ieder begrijpelijk in beeld is te brengen: geweldenarij. Bij het beschouwen van zulke karikaturen moeten wij dus alleen de kruipende schuwe man zien; de intimideerende vrouw, die voor hem staat, wordt alleen in de rol van geweldenaarster voorgesteld omdat deze zoo aanschouwelijk in beeld is te brengen. En het doel van die karikaturen is in den regel den mannen door ze te bespotten tot wat meer energie en waardigheid in den sexueelen strijd te prikkelen.109. Motten in de kaars of de heerschende vrouw.109.Motten in de kaars of de heerschende vrouw.Naar W. Schertel (1912), geteekend door E. Warffenius.De middelen waardoor de vrouw zegeviert over den man, zijn allerminst geweld, vreesaanjaging en terrorisme. De vrouwelijke zoowel als de mannelijke aard sluit de bestaanbaarheid dier middelen uit. De man knielt niet voor de vrouw wier vuist hem mishandelt. Wel voor de vrouw wier hand hem streelt en liefkoost. Knieval en voetkus mag zij van den man slechts verwachten als zij zich hult in haar volle verleidelijkheid (fig. 92) of zich onthult in haar volle vrouwelijke heerlijkheid (fig. 91), niet als zij zich tegenover hem stelt als gewapende furie (fig. 84en 85). Iedere man is voorbestemd voor en begeerig naar de lastdierrol van Aristoteles, als maar de hand eener verleidelijke phyllis de teugels houdt. Haar geduchtste machtsmiddel is de weigering, de afwerende tegenstand. Door behendig daarmee te manoeuvreeren in beleidvolle afwisseling met aanhalige lieftalligheid en naïeve onnoozelheid, brengt de vrouw den man tot onderwerping en houdt zij hem aan zich onderworpen. De macht van de vrouw over den man schuilt bij den man; de vrouw heeft alleen vrouwelijk te zijn om de sterkste te zijn.110. De sirene.110.De sirene.Echtscheidingsproces in zicht!Echtscheidingsproces in zicht!Engelsche karikatuur van Thomas Rowlandson (1792).111. Nymfen overvallen door een Satyr.Photo Hanfstaengl, München.111.Nymfen overvallen door een Satyr.Naar de schilderij van François Boucher (1703–1770),NationalGallery, Londen.
III.HET STERKE EN HET ZWAKKE GESLACHT.Wie vormen het zwakke geslacht, de mannen of de vrouwen? Wie het zwakke, de vrouwen of de mannen?Dat de mannen lichamelijk krachtiger van bouw zijn en steviger spieren bezitten, is wel een voor de hand liggend, maar daarom nog volstrekt geen afdoend antwoord op deze interessante vraag. Als een kind een paard leidt, wie is dan de sterkste?De mannen beschouwen zich gaarne als de sexe, die bestemd en aangewezen is om te heerschen. In de wetten van alle volken zijn de veronderstelde heerschersrechten van den man over de vrouw neergelegd met een klaarheid en duidelijkheid, die men in wetten anders tevergeefs zoekt. In alle godsdiensten is het onbeperkte heerschersrecht van den man over de vrouw verheven tot een goddelijk gebod. Doch dit alles leert ons alleen hoe de mannen, die de wetten en godsdiensten maken, het gaarne willen hebben. Het bewijst nog in geenen deele dat de man ook in werkelijkheid de vrouw in het algemeen regeert, en nog minder bewijst het, dat elke man een vrouw weet te regeeren.In uitspraken van wijzen en denkers, en in den spreekwoordenschat aller volken zijn integendeel tallooze aanwijzingen, dat het niet alleen niet zoo is, maar dat het precies andersom is—dat, al regeeren de vrouwende mannen niet officieel, toch de vrouw als regel het exemplaar van het mannelijk geslacht regeert, waarmee zij speciaal te maken heeft, nl. haar eigen man. En het schijnt, naar die uitspraken, die in korte formules de ondervinding der eeuwen samenpersen, dat de mannen wel de vrouwenwereld aan zich hebben onderworpen, in wet en godsdienst en philosofie namelijk, maar dat slechts bij hooge uitzondering de man die vrouw, of die vrouwen, waarmee hij persoonlijk te maken heeft, weet te regeeren.Een vrouw, zegt de kerkvader Hieronymus, heeft Adam, Simson, David en Salomo ten val gebracht—wie zal dan tegen haar bestand zijn? Hieronymus wil laten uitkomen, dat waar de eerste, de sterkste, de dapperste en de wijste man tegen de vrouw het onderspit hebben moeten delven, de rest van de mannenwereld maar alle hoop moet opgeven de vrouw aan zich te onderwerpen. Reeds den ouden Grieken was het trouwens niet ontgaan, dat er meer Xantippe’s dan Socratessen geboren werden.84. De strijd om de broek.84.De strijd om de broek.Vlaamsche karikatuur van Israel van Meckenem, 15e eeuw.In de zegswijzen, die de volkshumor de vrouw in den mond legt, worden al dezelfde opvattingen gehuldigd, opvattingen die voor het prestige van de mannen, die zich zoo gaarne tot heerscher uitverkoren wanen, allerminst vleiend zijn. De man is het hoofd, erkent graag iedere vrouw, doch ze haast zich er bij te voegen: dat de vrouw het nekje is dat het hoofd doet draaien. Zulke spreekwijzen, die met de eene hand terugnemen wat met de andere gegeven wordt, en waarin het heerschersrecht van den man wordt erkend, maar zijn heerschersmacht wordt bespot, zijn er vele. Bijvoorbeeld deze: De man mag en moet de baas zijn, als hij de vrouw maar laat doen wat ze wil. En deze: Vaart mijn man voor schipper, dan is mijn plaats aan het roer. En deze: Aan den man komt ’t bestuur van de boerderij toe, als hij de zorg voor de boter maar aan de vrouw overlaat. Een gehoorzame vrouw beveelt haar man. Vrouwen willen in den man een leidsman hebben, dien zij kunnen leiden. Vrouwen kunnen alles, zegt een Fransch spreekwoord, want zij regeeren de mannen, die de wereld regeeren. Vondel zingt:Het vrouwvolk ringeloort en knevelt mannenkracht.Afgaande op deze en dergelijke uitspraken en spreekwijzen schijnt de toestand zoo, dat de man de officieele heerscher is in de wereld, en dat de vrouw in de praktijk, zoo niet de mannen, die toch haar man regeert. Anders gezegd: hem de schijn, haar het wezen. Waar deze toestand ter sprake komt geschiedt dit altijd in komischen, humoristischen toon. De komische elementen van dien toestand zijn dat man, eenerzijds lichamelijk de sterkere, anderzijds de door alle geestelijke en moreele machten tot heerscher over de vrouw aangewezene, in werkelijkheid de zwakste is. De tegenstelling, dat het sterke, groote en logge geleid, bestuurd, geregeerd wordt door het zwakkere, werkt drastisch op den zin voor het komische. En wijl het vooral de mannen zelf zijn, die met hun afhankelijkheid van het schepsel dat zij voorgeven te moeten beheerschen, den spot drijven, is hier wellicht tevens een poging te zien om in de situatie tenminste een houding aan te nemen! De houding n.l., dat men het daarmee eigenlijk niet zoo ernstig neemt. Behalve dan nog dat spot en humor der mannen middelen zijn om hun ergernis lucht te geven en zich op aangename manier te wreken over hun onmacht jegens de machtelooze.85. Als de vrouw de broek aan heeft.85.Als de vrouw de broek aan heeft.Fransche karikatuur, omstreeks 1700.De oude Romeinen dachten over de moeilijkheid een vrouw te regeeren al precies als wij en zij hebben hun gedachten in tallooze drastisch-komische bon-mots geformuleerd. „Wie zich met alle geweld veel drukte en beslommeringen op den hals wil halen,”zegt Plautus,„die moet zich maar een schip en een vrouw aanschaffen. Want er is niets ter wereld waarmee men meer moeite heeft en meer last, dan met vrouwen en schepen.” Op een andere plaats, zegt deze zelfde dichter:„onder de vrouwen valt geen keus te doen, er zijn geen goede en slechte, er is geen enkele die deugt.”86. De strijd om de broek.86.De strijd om de broek.Anonieme Duitsche kopergravure, 17e eeuw.Even weinig vleiend was het antwoord dat Cicero gaf aan degenen die hem rieden een andere vrouw te nemen toen hij zijn eerste had weggejaagd: „Weet ge dan niet, mijn vrienden, dat het onmogelijk is zich tegelijkertijd met vrouwen en met wijsbegeerte in te laten?” Het wordt zonder meer als eenonbestreden waarheid erkend, dat eerstens alle vrouwen heerschzuchtig zijn, en ten tweede, dat alle vrouwen er tenslotte in slagen het daarheen te leiden, dat zij haar heerschzucht kunnen botvieren.Plaire, charmer, séduireEst leur bonheur dans leur printemps,Mais gouverner, avoir l’empireEst leur plaisir dans tous les temps.Wel zijn er misschien vrouwen wier fijn vrouwelijk instinct haar zegt, dat het mooier is een man van talent te gehoorzamen dan een dwaas te leiden, en die inzien, dat een echtgenoote, die verplicht is als echtgenoot te denken, te bestieren, op te treden, eigenlijk noch vrouw noch man is, maar de beminnelijkheid harer sexe verliest, zonder meer dan een karikatuur der eigenschappen van het sterke geslacht te verwerven. Maar als er zulke vrouwen bestaan, dan is haar aantal ongetwijfeld gering. Het meerendeel der leden van het zwakke geslacht wil heerschen, minstens over het exemplaar vanhet sterke geslacht, waarmee zij door het toeval hoe dan ook voor het leven verbonden zijn geraakt.Kwelgeesten.Kwelgeesten.Teekening van A. Willette („Courrier Français”, 1895).Voert de man den strijd met de vrouw om de oppermacht altijd zoo, dat zij, hoewel ten slotte overwinnares, toch eerbied moet hebben voor ’s mans moreele weerkracht? Of staat het misschien zoo, dat de vrouw zoo weinig strijdbaarheid bij den man ontmoet, dat het zwakke zelfs dit negatieve motief niet heeft om het dusgenaamd sterke nog min of meer te achten? Zoowel voor het eene als voor het andere zijn voorbeelden aan te voeren, zoodat het geraden is ook op deze vragen een definitief antwoord voorzichtig te ontwijken.Ongetwijfeld heeft iedere vrouw van nature iets in zich van den tegenstrevenden strijdlust, die geen blinde volgzaamheid, maar integendeel krachtig verzet begeert en dat alleen om het genot te smaken die te overwinnen—zooals dit wordt geteekend in de volgende, als komisch bedoelde persiflage eener „moderne” of „vrije vrouw”, die intusschen niets moderns heeft, maar slechts een der integreerende deelen van hetEwig Weiblichewat duidelijk naar voren laat komen:87. De rollen omgekeerd.87.De rollen omgekeerd.Engelsche spotprent van John Leech op het Bloomerisme, in „Punch”, 1851.„Het moderne meisje hoorde het huwelijksaanzoek van den modernen jonkman aan en zei: U is bereid het voorschrift: de vrouw is haar man gehoorzaamheid verschuldigd! uit uw woordenboek te schrappen?—Ten volle bereid.—En mag ik mijn eigen huissleutel hebben?—Daarin zie ik geen bezwaar.—En zou u me toestaan te gaan waarheen ik wil en zoo laat thuis te komen als ik goedvind?—Zeer zeker.—Als we kinderen krijgen, wilt u ze dan verzorgen?—Met genoegen, als het moet.—En wilt u ook met de dienstboden omgaan, ze huren, nagaan en ontslaan?—Natuurlijk.—Dan moet ik van een huwelijk met u niets hebben, mijnheer.—Waarom niet, stamelde de huwelijkscandidaat teleurgesteld, ik stem toch in alles toe wat u verlangt.—Dat is het juist. Ik wil een manhebben, die mij alles weigert. Alleen dan verwacht ik genoegen van het huwelijk.—Wil u dan geen man, die uw zin doet in alles wat u verlangt?—Neen, ik wil een man, die me juist alles weigert wat ik verlang. Dan zal ik er hem toe brengen het toch te doen. Mijn ideaal van een gelukkig huwelijk is nooit zoo maar mijn zin te krijgen van mijn man, nooit vrijelijk te mogen doen wat ik wil, maar hem te dwingen te doen wat hij niet wil. Als hij het uit eigen beweging wel wil doen, heeft het voor mij geen waarde meer. Ik moet er hem toe gedwongen hebben.”88. Venus met haar trawanten—Amor, de Dood, de Ezel en de Aap—de menschheid mennend.88.Venus met haar trawanten—Amor, de Dood, de Ezel en de Aap—de menschheid mennend.Uit Sebastian Brant’s „Narrenschiff”, Bazel, 1494.Ook uit sommige boekdeelen sprekende verzuchtingen van mannen, schijnt op te maken, dat zij in den strijd tegen de vrouwelijkeheerschzuchtmaar heel weinig lauweren hebben weten te behalen.’t Is in een huis geheel verdraaid.Waar ’t haantje zwijgt en ’t hentje kraait.Deze klacht illustreert maar al te duidelijk de positie van ’t haantje, dat hier zijn berijmde verzuchting slaakt. Het is de taal van dengene, die het hoofd schudt, over wat niet meer valt te veranderen, doch tegelijkertijd den strijd tegen het onvermijdelijke afgemat en uitgeput maar opgeeft. Dezelfde geestestoestand spreekt uit de volgende verzuchting: Er zijn toch nog twee zachte, lieve vrouwen op de wereld, maar de eene is nergens te vinden en de andere is zoek. Waarvan de gelijkgestemde pendant luidt: Er is maar één kwaad wijf op de wereld, en ieder meent dat juist hij haar heeft. Wie een kwaad wijf krijgt, zegt de boer, die heeft zijn mannetje gevonden. Van veeloverwinningsgewisheid in den strijd met de vrouw om de hegemonie getuigen ook niet exclamaties als deze, die naar men wil een gebruikelijke verzuchting is van de bruidegoms in het schoon Italië: Wanneer ge een paard koopt of een vrouw neemt, sluit uw oogen en beveel Gode uw ziel.De vraag rijst natuurlijk, hoe het dan toch komt, dat de lichamelijk zwakkere vrouw zulk een tirannie kan uitoefenen over den sterken man? Over welke onfeilbare wapens beschikt zij dan toch, om den man met zoo groote zekerheid er onder te krijgen en er onder te houden?Men heeft op deze vraag allerlei antwoorden klaar. De geliefkoosde wapens die men de vrouw toedicht, en waar de man niet tegen bestand zou zijn, zijn haar listen. Het arsenaal der vrouw bevat als voornaamste wapens list en sluwheid. De diepste oorzaak van der mannen onmacht om der vrouwen heerschzucht op den duur weerstand te bieden ligt natuurlijk in de zinnelijkheid van den man. Waar de man zwicht voor de andere sexe, zwicht hij niet voor de vrouw, maar voor het wijfje.De sexueele philosoof ziet de oorzaak van de tegenstelling tusschen de sexen in de wettelijke en economische overheersching van de vrouw door den man. Deze overheersching bestaat overal en zoolang zij bestaat, zal er tusschen man en vrouw strijd zijn. Den eigen man te regeeren, in de eigen woning den schepter te voeren en te heerschen, dat zal de natuurlijke wraak van de vrouw blijven wegens hare officieel gedecreteerde onderworpenheid aan den man. In den strijd om de heerschappij in de echtelijke woning heeft zij velerlei omstandigheden in haar voordeel, met het gevolg, dat zij meestal overwinnaar blijft in dien strijd, in weerwil van alle verzuchtingen der mannenwereld.89. Eva en de Slang.89.Eva en de Slang.Uit de „Speculum Salvationis” van Günther Zainer, Augsburg, 1470.Dat zij overwinnaar is en daarvan een gepast gebruik weet te maken, dat leert ons in de eerste plaats de erotische humor. Daarin is wel geen thema zoo afgezaagd als juist dit.De heerschzucht van de vrouw in spot en satire te brandmerken is weer de wraak vanden man, die zich in zijn nederlaag in zijn heiligste rechten beleedigd voelt en toch niet in staat is het droeve feit te verhelpen.90. Het dessert der stiefmoeder.90.Het dessert der stiefmoeder.Spotprent van Gillray (1786) op de verhouding van lady Termagant Flayburn en haar stiefzoon.Om zijn nederlagen te bemantelen, stelt de man het gaarne zoo voor, dat hij die lijdt wijl er zulke oneerlijke wapens tegen hem worden gebezigd: sluwheid, arglistigheid en tallooze streken, die hem aantasten op zijn zwakke punten, in zijn zachtere gevoelens. De vrouw, zoo maakt de man zich gaarne wijs, zegeviert door met haar tranen en haar streken te speculeeren op zijn goed vertrouwen, op zijn zachtmoedigheid jegens het zwakkere, op al wat er goeds en menschelijks in hem is. Zoo haalt de man zelfs uit zijn onmacht jegens de vrouw nog weer bewijzen voor zijn superieuriteit en zijn meerderwaardigheid. Tevens schenken zulke redeneeringen hem eenigen troost in zijn nederlagen.Intusschen wreekt hij zich zonder genade door de vrouw voor te stellen als een sluw, listig, bedriegelijk, leugenachtig wezen. Volgens de gebruikelijke voorstelling van den man is ieder woord, ieder gebaar van de vrouween valstrik, een krijgslist, om haar zin te krijgen, den man te verleiden, haar macht te vermeerderen of te bevestigen. Over der vrouwen list is de mannenwereld nooit uitgepraat. Om de menschheid toch maar goed ervan te doordringen hoe listig de vrouwen zijn, verzinnen de mannen de onmogelijkste verhalen. Als voorbeeld daarvan citeeren wij hier, in hoofdzaak, Filomena’s vertelling van de listen eener verliefde vrouw, uit Boccaccio’s Decamerone.91. De vrouwelijke almachtige in Buddha-pose.91.De vrouwelijke almachtige in Buddha-pose.Humoreske van Georges Meunier in „Le Rire”, 1904.Er was in een stad, waar meer bedrog dan trouw te vinden was, eens een schoone vrouw, begiftigd met geestkracht en schranderheid, doch uitgehuwelijkt aan een wever, dien zij niet achtte. Zij werd hevig verliefd op een edelman. Deze wist daarvan natuurlijk niets af en zij durfde het niet te wagen het hem te laten blijken. Zij bemerkte dat hij veel omgang had met een vromen geestelijke, en zij besloot deze zijns ondanks als tusschenpersoon te gebruiken. Zij ging bij hem biechten en zei daarna:—Vader, er is iemand, zijn naam is mij onbekend, op het oog is hij een achtenswaardig man, die het er op toe schijnt te leggen, het mij, eerbare vrouw, lastig te maken. Ik kan mij niet aan deur of venster vertoonen en niet uitgaan, of ik merk dat hij in de nabijheid is. Ik ben bang dat ik daardoor ten laatste in opspraak zal komen. Om schandaal te vermijden heb ik tot nu toe gezwegen, en ik heb ten slotte besloten het aan u te zeggen, omdat het mij bekend is dat u zijn vriend bent. En ik verzoek u hem hierover te berispen en hem te vragen er mee op te houden. Hier boog zij het hoofd en scheen op het punt in schreien uit te barsten.De geestelijke begreep spoedig wien zij bedoelde en beloofde de vrouw hem zoo onder handen te zullen nemen, dat zij geen last meer van hem zou hebben.—Mocht hij het soms ontkennen, zeide zij nog, zeg hem dan dat ik zelf er bij u over geklaagd heb.92. Toegelaten tot den voetkus.92.Toegelaten tot den voetkus.Georges Meunier, 1901.De vrome broeder deed wat hij beloofd had en de edelman, slimmer dan hij, begon al gauw de list van de klaagster te doorzien. Hij antwoordde,schaamte veinzende, dat hij er zich voortaan van onthouden zou. Maar hij ging regelrecht naar de woning der klagende dame, die als gewoonlijk aan haar venster zat en dus zag dat hij voorbij ging. Zij groette hem zoo vriendelijk, dat hij in zijn vermoedens werd versterkt. En van dien dag af ging hij zeer dikwijls haar huis voorbij. Toen de vrouw dit bemerkte begaf ze zich, om hem wat aan te vuren, opnieuw naar den vromen geestelijke en zeide:93. Het rad van Fortuna.93.Het rad van Fortuna.Fransche gravure op een camée.—Vader, wat ik te zeggen heb betreft weer dien van God verlaten vriend van u.—Wat, heeft hij niet opgehouden u lastig te vallen?—Volstrekt niet, antwoordde zij. Nadat ik me bij u beklaagd heb, is hij, zeker om mij te tarten en zich te wreken, voor elken keer dat hij eerst voorbijkwam wel zevenmaal gekomen. En hij is zoo driest en onbeschaamd geworden, dat hij gisteren zelfs zijn dienstmeisje naar me toe heeft gestuurd met allerlei praatjes en met een beurs en een ceintuur, alsof ik die niet genoeg heb. Ik heb niets willen doen voor ik u alles gezegd had. De beurs en de ceintuur heb ik meegebracht en ik wil u vragen ze hem terug te geven en hem te zeggen dat ik niets van hem noodig heb.Dit zeggende haalde zij beide door haar genoemde voorwerpen, hevig schreiende, van onder haar kleed en gaf ze den geestelijke, die ze aannam met de woorden:—Mijn dochter, ik heb hem vermaand en hij heeft beloofd het na te laten, maar naar ik zie heeft hij zijn belofte slecht gehouden. Ik zal nu zorgen dat hij u wel verder met rust laat. Spreek er evenwel tot niemand over, want dat zou voor hem te ernstige gevolgen kunnen hebben.Niet begrijpende hoe hij om den tuin werd geleid liet hij zijn vriend bijzich roepen en deze merkte aan zijn verstoord gezicht terstond, dat er iets nieuws voor hem was. De geestelijke herhaalde wat hij den eersten keer had gezegd, en berispte hem in scherpe woorden opnieuw voor wat hij zulk een fatsoenlijke vrouw aandeed. De edelman, die de zaak nog niet ten volle begreep, ontkende flauwtjes, vooral wat betreft de beurs en de ceintuur droeg hij zorg zich niet bloot te geven.—Wat, durf je nog ontkennen ook? Schreiende heeft de vrouw deze dingen hier gebracht. Kijk goed of je ze herkent.De edelman, veinzende zich zeer te schamen, antwoordde: Ja ik herken ze, en ik beken dat ik slecht heb gehandeld; maar ik zweer u dat het nu uit is, nu ik zie welk een vrouw zij is.94. Aan de voeten van de meesteres.94.Aan de voeten van de meesteres.H. Fragonard (1732–1806).Er werd nog in den breede over het geval gesproken en ten slotte gaf de broeder beurs en ceintuur aan zijn vriend, met vele vermaningen er nu toch mee op te houden, wat de andere ten stelligste beloofde. De edelman ging zeer verheugd heen, eerstens over de zekerheid, die hij nu meende te hebben van de liefde der schoone vrouw jegens hem, en ten tweede over het fraaie geschenk. Hij plaatste zich zoo voor haar huis, dat hij, zonder teveel de aandacht van anderen te trekken, haar kon laten zien, dat de beide voorwerpen in zijn bezit waren gekomen. Zij van haar kant verblijdde zich daar ten zeerste over, ook omdat het voor haar een bewijs was dat haar list ten volle slaagde. En zij wachtte nu alleen nog maar op een gunstige gelegenheid om den beslissenden stap te doen. Deze deed zich weldra voor. Haar man moest voor zijn zakennaar Genua en nauwelijks was hij ’s morgens te paard gestegen en weggereden, of zijn vrouw ging naar den vromen broeder en met veel zuchten en tranen zeide ze hem:95. Rechtvaardiging.95.Rechtvaardiging.—Zou ’t nu toch geen zonde en schande zijn, zoo’n man niet te bedriegen!Teekening van J. L. Forain.—O vader, nu kan het toch niet langer zoo; ik heb u beloofd niets te zullen doen zonder er u in te kennen, en ik kom bij u om van die belofte ontheven te worden. Als ik u vertel wat uw vriend als een helsche duivel van ochtend jegens mij heeft bedreven, dan zal het u duidelijk zijn dat ik reden heb om bedroefd en wanhopend te zijn. Het schijnt, dat hij door een of ander ongelukkig toeval vernomen heeft, dat mijn man de stad is uitgegaan naar Genua. In elk geval is hij vanmorgen den tuin binnengedrongen en in een boom geklommen, vlak bij mijn kamer, die aan de tuinzijde ligt. Hij had het venster al open gemaakt en wilde de kamer instappen, toen ik wakker werd en om hulp begon te roepen. En ik zou net zoo lang geroepen hebben tot er hulp was gekomen, als hij mij niet gesmeekt had genade met hem te hebben. Hij zeide meteen wie hij was en noemde daarbij ook uw naam. Uit liefde jegens u heb ik toen niet meer geroepen, maar ik ben uit het bed gesprongen en heb het venster voor zijn neus dichtgeslagen. Ik geloof dat hij toen kwaad is weggegaan, want ik heb hem nietmeer gezien of gehoord. Oordeel nu zelf, of dat nog langer zoo mag doorgaan, ik heb in elk geval geen plan nog meer van hem te verduren, ik heb uit eerbied voor u al te veel van hem verdragen.Het dessous van Eva.Het dessous van Eva.Teekening van L. Le Reverend in „La Chemise à travers les âges”.—Mijn dochter, zei hierop de geestelijke, ik kan niet anders zeggen dan dat het nu werkelijk al te driest en al te slecht wordt van dien man. Maar volg nog eenmaal mijn raad en zeg niets aan uw verwanten. Laat mij ook dezen keer nog begaan en ik zal zien of ik dien losgebroken duivel, dien ik voor een braaf man hield, niet kan bedwingen. En als het mij dezen keer mag gelukken hem van zijn beestachtige neiging tot inkeer te brengen, laat het dan daarmee uit zijn. Maar lukt het mij niet, dan geef ik u mijn zegen en mijn toestemming om datgene te doen wat uw gevoel u zegt dat welgedaan is.—Nu, zeide zij, ook dezen keer wil ik u niet ongehoorzaam zijn. Maar doe uw uiterste best dat hij er mee ophoudt mij langer lastig te vallen. Want nogmaals bij u terugkomen voor hetzelfde doe ik niet meer. En zonder een woord meer er bij te voegen ging ze als ontevreden heen.96. De betrapte.96.De betrapte.—Zoo, is dat nu „even de avondkrant inzien!”Teekening van J. L. Forain, in „Le Courrier Français”.Nauwelijks was ze weg of de edelman trad de kerk binnen. De geestelijke nam hem terzijde en begon hem op de strengste en krenkendste wijze te bestraffen. De edelman hield zich van den domme, en vroeg: Waarom zoo boos, eerwaarde?—Zoo’n onbeschaamde, riep de broeder uit. Hij houdt zich of hij het niet meer weet, of hij het is vergeten, alsof het al jaren geleden is. Kan je je niet meer herinneren, hoe je van morgen iemand beleedigd hebt? Waar ben je bij het aanbreken van den dag geweest?—Dat weet ik niet,antwoordde de edelman, maar u hebt er wel heel gauw bericht van gekregen.—Dat heb ik, zei de geestelijke. Je dacht zeker, nu de man van die brave vrouw afwezig is, dat ze je zoo maar met open armen ontvangen zou, jij tuinsluiper en boomenklimmer. Je bent haar tuin binnengedrongen, in een boom voor haar venster geklommen, hebt haar zoo willen overvallen. Dat is je niet meegevallen. Onthoud nu, dat ze van niets ter wereld zoo’n afschuw heeft als van zulk een handelwijze. Aan mijn berispingen noch aan haar afwijzingen schijn je je te storen. Maar ik wil alleen nog maar dit zeggen, tot nog toe heeft ze de zaak voor zich gehouden, doch alleen op mijn dringend verzoek, maar nu is het uit, nu zal ze niet langer zwijgen, ik heb haar toegestaan naar goeddunken te handelen als je haar nogmaals lastig valt. En bedenk wat het zijn zal als ze het aan haar man en haar broers vertelt!97. Verbeeldingskracht.97.Verbeeldingskracht.Humoreske van L. Burrett.De edelman, die nu precies wist wat hij te doen had, bracht den broeder door overvloedige beloften en verzekeringen tot kalmte en ging heen. Den volgenden morgen bij het aanbreken van den dag sloop hij den tuin van de vrouw die zich zoo over hem beklaagde binnen, klom in den boom voor het venster, vond dit open, stapte naar binnen en vleide zich in de armen van de brave vrouw, die hem blijkbaar met groot verlangen verwacht had envol vreugde zeide: Laten wij den goeden broeder danken, die je zoo goed den weg hierheen heeft gewezen.En vervolgens, genietende van elkanders liefde, praatten zij druk over de snuggerheid van den eerwaarde, lachten om de weverskraam van haar man, gaven zich opgetogen over aan het genot. En daarna regelden zij het zoo, dat zij den broeder niet meer noodig hadden om nog vele malen genoegelijk samen te zijn.Welke reden de mannenwereld ook aanvoert ter verklaring van het feit, dat de sterke man in den regel moet onderdoen voor de zwakke vrouw, waardoor het dusgenaamde sterke geslacht eigenlijk het zwakke moest genoemd worden en het zwakke het sterke, altijd slaat zij daarbij bij voorkeur den komischen toon aan. Zoo komisch is het verschijnsel in zichzelve, dat men er niet anders over kan spreken dan in spottenden toon.98. Epicurist in dilemma tusschen tafel en bed.98.Epicurist in dilemma tusschen tafel en bed.—Waarmee te beginnen! Doe hier nu maar eens een keus!Fransche spotprent uit den tijd der Restauratie, in vereering van Venus en Bacchus een herhaling van den galanten tijd.Der vrouwen leven beweegt zich in het algemeen in de wereld van het kleine. En hare heerschappij over den man, die voor den erotischen humor een zoo rijke bron is, betreft ook ongeveer altijd de kleine dingen in het leven. De vrouw is het heerschende element in den microcosmos van het dagelijksch leven. En waar de erotische humor zich vermaakt met het verschijnsel, dat de man min of meer bij de vrouw „onder de plak” zit, duidt zij zulks den man toch niet ten kwade. De algemeenheid der zaak stemt ieder vergeeflijk jegens de anderen. Waar de erotische humor met de heerschzucht van de vrouw en met den daarvoor buigenden man den spot drijft, heeft die spot toch altijd een goedaardig karakter. Stilzwijgendblijft daarin steeds erkend, dat het zich gewonnen geven aan de vrouw in kleine dingen de waardigheid van den man als man en als mensch ten volle ongerept laat. De man weet bij dit alles trouwens te goed, dat in de groote dingen van het leven niet zij, maar hij regeert en de wet steltEén mannentype echter is er, wordt er tenminste gephantaseerd, dat er in dit opzicht bij de erotische humoristen niet zoo gemakkelijk afkomt. Het is het type der pantoffelhelden, het ras der geslachtelijke mammelukken. Voor dit type heeft men niet anders dan een soort spot, die hen ten toon stelt als ontoerekenbare sukkels, als zwakzinnige lammelingen zonder de minste geestkracht.De wijze waarop de humor met hen omspringt, schijnt er op berekend om twijfel te wekken omtrent hunne sexueele normaliteit. Zoo we den pantoffelheld leeren kennen uit den erotischen humor, maakt hij den indruk van iemand, die in de volle kracht des levens al is vervallen in den staat van kindschheid. Het is een man met een hondenaard, kruipend en bevend als hem de zweep wordt getoond. De erotische humor wijdt aan de klagelijk-komische figuur van den pantoffelheld wel veel, maar niet zijn fijnste en nog minder zijn scherpste geestigheid. Het kennelijk doel van den erotischen humor is hier met een zekere gemoedelijke en medelijdende spotternij minachting te wekken voor onsympathiekelafheid, zoo’n beetje den draak te steken en te gekscheren met een type, dat eigenlijk niemands belangstelling ook maar een oogenblik waard is. Het wapen is hier allerminst vernietigend sarcasme of vlijmende spot.99. De eenhoorn (zinnebeeld der kuischheid) in boeien.99.De eenhoorn (zinnebeeld der kuischheid) in boeien.Florentijnsche sierkunst, 15e eeuw; origineel in het Britsch Museum te Londen.De slapende gemeente.De slapende gemeente.Zedeprent van William Hogarth (1697–1764), gravure van C. Armstrong.De pantoffelheld wordt door den erotischen humorist niet anders ten tooneele gevoerd dan—figuurlijk gesproken—in het narrenpak. De indruk dien men bij voorkeur van den pantoffelheld tracht te geven, is nog niet eens komisch, maar in den regel enkel maar potsierlijk. Dat blijkt al uit de vrouwenfiguur, die men hem gaarne terzijde stelt bij wijze vantegenstelling, n.l. een zeer mannelijk-geaarde en mannelijk-doende huisdraak, die van de lafheid van haar echtvriend gebruik maakt om hem aanhoudend te coejoneeren, waarbij hij geen ander verzet waagt dan zeer laffe listjes en streekjes, als het vóór-zetten van de klok enz.100. Het rijk der faunen en nimfen.Photo Brogi.100.Het rijk der faunen en nimfen.Naar een schilderij van onbekenden meester van de Vlaamsche school,Museo Nazionale, Napels.De pantoffelheld wordt gaarne beschouwd als het type bij uitnemendheid van onmannelijkheid. In het bijzonder van publieke personen, politici enz., zijn er legio anecdoten, die hen doen kennen als danige pantoffelhelden. Dit is een geliefkoosde politieke schimp (fig. 106). Een blad te München bevatte onlangs het verhaal, dat in een gemeenteraadszitting in een Beiersche stad een der oudere leden bij den aanvang der zitting verzocht een woord te mogen richten tot de pers, en die, toen hem dat was toegestaan, de verslaggevers verzocht voortaan uit hunne verslagen weg te laten het stereotype slot: De zitting werd om zoo en zoo laat gesloten. Want, zoo zeide deze pantoffelheld, onze zitting is altijd voor 9 uur afgeloopen. Maar velen onzer gaan dan niet dadelijk naar huis, maar ze gaan eerst nog een biertje pakken, dikwijls zelfs twee biertjes. En ook gaan ze nog wel eens een billardje maken of een kaartje leggen. Zoo wordt het al gauw elf, twaalf uur. En om dan thuis geen drukte te hebben met de vrouw, laten we haar in den waan, dat het met de raadszitting zoo laat is geworden. Doch daar kijkt ze des anderen daags de krant in en vindt aan het slot de fatale mededeeling, dat de zitting om negen uur is gesloten. Hoevelen onzer hebben daardoor al geen huiselijkongenoegen gehad. Ik verzoek dus de pers dat voortaan weg te laten. En mijn medeleden, die met dit verzoek instemmen, noodig ik uit ten teeken daarvan, op te staan. Hier rees de geheele gemeenteraad overeind.Voor het overige zijn de moppen en uitvallen op den pantoffelheld gewoonlijk zoo ongeveer in den trant van het volgende voorbeeld:—Ik heb me gisteren vergeten en ben tegen mijn vrouw uitgevaren, zei de pantoffelheld.—En heeft het erg gespookt?—Eerst wel. Maar naderhand drukte ze me de hand en wenschte me geluk met den moed, dien ik had betoond.101. De troon van de keizersdochter.101.De troon van de keizersdochter.Uit het boek van den Ridder vom Turn, Bazel 1493.Niet minder, zij het op geheel andere wijze en in geheel anderen toon, vermaakt de erotische humorist zich met de exemplaren van het zwakke geslacht, die hare wederhelft tot pantoffelheld wisten te degradeeren. De vrouw „die de broek aan heeft”, is voor de erotische humor een even dankbare—en even goedkoope—figuur als de pantoffelheld zelf. Wordt deze laatste belachelijk gemaakt als de verpersoonlijkte onmanlijkheid, zij, die den armen pantoffelheld ringeloort en hem het leven tot een hel maakt, wordt onder de handen van den erotischen humorist de verpersoonlijking van de onvrouwelijkheid. Zij regeert haar held van de droevige figuur volgens de geliefkoosde voorstelling niet met zacht beleid, maar met gekijf en oorvegen of stokslagen. Zij is een terroriste, een geweldenaarster; hoewel zij bij haar zwakhoofdigen, energieloozen, prullerigen held niet stuit op het minste verzet, acht zij het toch noodig hem aanhoudend te intimideeren. Steeds staat zij voor hem als een dreigend onweer, gereed om los te barsten. Hoewel haar pantoffelonderdaan als een ineengefrommeld vod aan haar voeten ligt, toont zij hem toch nog haar tanden.102. De strijd om de broek.102.De strijd om de broek.Engelsche gravure van R. Newton, 1798.In deze overdrijving, zonder uitzondering afkomstig van mannen, weerspiegelt zich duidelijk der mannen gekwetste ijdelheid. De vrouw, die meerenergie heeft en meer geestkracht dan een man, zulk een vrouw stelt men zich gemakshalve maar voor als een baarlijk monster. Het behoeft hier nauwelijks betoogd, dat zoowel de willooze, kruipende, vodderige pantoffelheld als zijn vervaarlijke wederhelft pure scheppingen zijn der phantasie. In den karikatuurachtigen schimp op den pantoffelheld heeft de man het middel gevonden om aan te geven hoe ver hijnietkan gaan in onderdanigheid aan de vrouw, zonder alle mannelijke waardigheid te verliezen. De pantoffelheld is de phantastische grenspaal tusschen toelaatbare en ontoelaatbare onderworpenheid aan de vrouw—altijd naar der mannen opvatting.103. In het gareel.103.In het gareel.Teekening van W. Schertel, 1910.De macht der vrouw en haar overheerschende invloed openbaren zich in het werkelijke leven trouwens op geheel andere wijze. Niet de onvrouwelijke vrouw beheerscht den man, maar juist de vrouw in al haar typische eigenaardigheid. Der vrouwen invloed berust op haar zinnelijke aantrekkingskracht. Haar zinnelijke bekoring is het die den man voor haar doet zwichten en hem willoos en hulpeloos, tot alles bereid aan haar voeten brengt. Het schijnt den man moeilijk te vallen dit eenvoudige feit te erkennen. Blijkbaar neemt hij liever zijn toevlucht tot karikatuurachtige verdraaiïng der werkelijkheid. Hij wil niet erkennen waar zijn zwakheid jegens de vrouw ligt, en tracht het feit te verdoezelen dat op sexueel gebied van nature de vrouw de meerdere is van den man. Het is of hij zich over zijn sexueele zwakheid schaamt.Zoo is de phantastische figuur van den met zweep en stok geregeerden pantoffelheld ontstaan—eenerzijds om de aandacht van de ware reden van der mannen zwakheid af te leiden, anderzijds om aan te geven tot hoe ver de man in het zich schikken naar de vrouw niet mag gaan.De vrouw regeert de mannen niet met physiek geweld, noch met intimidatie of iets van dien aard. Zij regeert den man met zijn eigen zwakheid. Haar strafmiddel, dat hen gedwee maakt, is onthouding van geslachtsgenot. De vrouw weet dat en maakt daarvan een gepast misbruik. Elke sexueele zwakkeling is voorbeschikt voor de rol van pantoffelheld.Hoe de vrouwen de wereld regeeren, of liever: waardoor het zwakkere geslacht sterk is, dat leert ons in het klein de geschiedenis bijvoorbeeld van een Newton, en in het groot zien we het gedemonstreerd in de twee meest tragi-komische tijdperken der nieuwere geschiedenis: dat van den hoffelijken minnedienst en dat van den galanten tijd.104. Afgepoeierd.104.Afgepoeierd.—U bent zeker gouvernante?—Neen mijnheer, ik geef les in gemanierdheid aan volwassenen die nog wat opvoeding noodig hebben.Uit: „Wiener Witzblatt”.Isaac Newton, de grootmeester onder de natuurkundigen, kreeg na eindeloos solliciteeren etc., eindelijk een post die hem van stoffelijke zorgen verloste. Hij werd benoemd tot oppermuntmeester van Engeland. Maar hij kreeg die betrekking allerminst omdat z’n genie de wet van de algemeene zwaartekracht had ontdekt, of omdat hij de differentiaalrekening had uitgevonden, maar omdat hij een lieve nicht had. Het geluk had den grondlegger der theoretische astronomie behalve met een genialen geest ook met een schat van een nichtje begiftigd, dat niet al te preutsch weerstreefde, toen op zekeren dag een zeer machtig personnage dit nichtje ontdekte, en eenmaal binnen haar sfeer van aantrekking gevallen, zich daaraan evenmin vermocht te onttrekken als een planeet aan de aantrekkingskracht van de zon.Adam verleidt Eva.Adam verleidt Eva.Gravure van Marc. Anton Raimundi (1488–1530). Naar de Schilderij van Raffael’s Prentenkabinet, München.In het groot zien wij hetzelfde schouwspel vertoonen in den tijd van den minnedienst en in den galanten tijd. Niet dat dit in werkelijkheid in dit opzicht zulke bijzondere tijden zijn geweest. De vrouw heerschte in die tijdperken alleen wat openlijker en duidelijker zichtbaar, haar invloed en de grondslag daarvan bleef niet zooals anders verborgen, maar trad op het duilijkstaan het licht.105. Zijn trein gemist.105.Zijn trein gemist.Uit „La Vie Parisienne”.De samenleving vertoonde zich in sexueel opzicht zoo, gelijk zij in werkelijkheid eigenlijk altijd is—de mannenwereld,verteerddoor zinnelijkheid, in het stof gebogen voor de vrouwenwereld, die uit hare sexueele machtpositie met gepaste onbescheidenheid alles haalt wat er maar uit te halen valt. De tijd van den minnedienst wordt in de laat-middeleeuwsche en latere literaturen bij voorkeur voorgesteld als een tijd van poëtisch zuivere zeden, van dichterlijk-verheven reinheid in het leven der sexen, kortom als een tijd van platonische deugden, waarin het sexueele dier in den mensch door de zachte hand van de vrouw was getemd, en waarin reinheid heerschte omdat de vrouw heerschte. Al dit moois is echter ondergeschoven. De tijd der minnezangers was, naar honderden contemporaine documenten in woord en beeld onweerlegbaar aantoonen, een tijd van uiterst verfijnd zingenot en dat wil—al schijnt het paradoxaal—altijd zeggen plat en grof zingenot.106. Pantoffelheld kamerkandidaat.106.Pantoffelheld kamerkandidaat.—Alweer er op uit naar een verkiezingsvergadering? Morgen, na de stemming, is dat uit, hoor! Verstaan?—Maar als ik nou in herstemming kom …?Uit „Wiener Witzblatt”.De tijd toch van sexueele reinheid, waarin de machtige invloed der vrouw de wereld zou hebben herschapen in een Eden van zuivere zeden, die tijd vond het bijvoorbeeld noodig den kuischheidsgordel uit te vinden ter beveiliging van de echtelijke trouw dier zoo ingetogen vrouwen! En dit interessante werktuig ter bescherming der heiligste sexueele goederen (fig. 22)had geen barbaarsche vijanden en niets ontziende geweldenaars den toegang te versperren, maar het was het laatste redmiddel juist tegen huisvriend en dischgenoot, en bovenal een steunsel voor de zedige deugd der schoone edelvrouwen, een tegenwicht tegen haar teedere bereidwilligheid om de hulde haars ridders niet slechts met woorden te beloonen.107. Aristoteles lastdier van Venus.107.Aristoteles lastdier van Venus.Florentijnsche sierkunst, 15e eeuw, origineel in het Museum te Budapest.Waar de vrouw de sterkste is, daar is zij zulks als geslachtswezen en is de bron van haar macht de sexueele zwakheid van den man.108. In volle wapenrusting.108.In volle wapenrusting.Teekening van Louis Le Reverend.Nooit krijgt de vrouw door geweldenarijen den man in onderdanigheid aan haar voeten, zooals de tallooze pantoffelheld-humoresken ons dat willen doen gelooven naar het schijnt. In geweldpleging is de man verreweg de meerdere van de vrouw. Hoewel het in de geschiedenis zoomin als in het dagelijksch leven ontbreekt aan vrouwenfiguren met geweldenaarsneigingen, is het toch nimmer op sexueel gebied dat deze neigingen zich openbaren. En dat om de eenvoudige reden, dat de vrouw op dat gebied geen successen en triomfen kan behalen met geweld. De vrouw, die haar man regeert met den stok, bestaat niet. Evenmin bestaat de man, die uit vrees voor mishandeling voor haar kruipt. Integendeel, zeer gewelddadige en autoritaire mannennaturen zijn dikwijls hulpeloos zwak voor vrouweninvloed. De pantoffelheldkarikaturen uit vroegeren en laterentijd, die het voorstellen alsof er wel zulke mannen en zulke vrouwen zijn, zijn mislukte karikaturen, want ook van alle overdrijving ontdaan geven zij geen werkelijkheid weer. Der vrouwen overmacht op de mannen ligt in precies tegenovergestelde richting. Het is dan ook niet waarschijnlijk, dat bedoelde karikaturen ooit bedoelden aan de mogelijkheid te doen gelooven van de door geweld over den man zegevierende vrouw. Vermoedelijk achten haar makers het buitengesloten dat men ze anders dan overdrachtelijk en figuurlijk zou kunnen opvatten, en kozen zij dien vorm om zeer aanschouwelijk te laten uitkomen in welk een positie vele mannen dreigen te komen tegenover de vrouwen. Het was hun alleen te doen om die positie van onderdanigheid te laten uitkomen, en zij stelden die daarom maar voor als gevolg van een oorzaak die al heel gemakkelijk en voor ieder begrijpelijk in beeld is te brengen: geweldenarij. Bij het beschouwen van zulke karikaturen moeten wij dus alleen de kruipende schuwe man zien; de intimideerende vrouw, die voor hem staat, wordt alleen in de rol van geweldenaarster voorgesteld omdat deze zoo aanschouwelijk in beeld is te brengen. En het doel van die karikaturen is in den regel den mannen door ze te bespotten tot wat meer energie en waardigheid in den sexueelen strijd te prikkelen.109. Motten in de kaars of de heerschende vrouw.109.Motten in de kaars of de heerschende vrouw.Naar W. Schertel (1912), geteekend door E. Warffenius.De middelen waardoor de vrouw zegeviert over den man, zijn allerminst geweld, vreesaanjaging en terrorisme. De vrouwelijke zoowel als de mannelijke aard sluit de bestaanbaarheid dier middelen uit. De man knielt niet voor de vrouw wier vuist hem mishandelt. Wel voor de vrouw wier hand hem streelt en liefkoost. Knieval en voetkus mag zij van den man slechts verwachten als zij zich hult in haar volle verleidelijkheid (fig. 92) of zich onthult in haar volle vrouwelijke heerlijkheid (fig. 91), niet als zij zich tegenover hem stelt als gewapende furie (fig. 84en 85). Iedere man is voorbestemd voor en begeerig naar de lastdierrol van Aristoteles, als maar de hand eener verleidelijke phyllis de teugels houdt. Haar geduchtste machtsmiddel is de weigering, de afwerende tegenstand. Door behendig daarmee te manoeuvreeren in beleidvolle afwisseling met aanhalige lieftalligheid en naïeve onnoozelheid, brengt de vrouw den man tot onderwerping en houdt zij hem aan zich onderworpen. De macht van de vrouw over den man schuilt bij den man; de vrouw heeft alleen vrouwelijk te zijn om de sterkste te zijn.110. De sirene.110.De sirene.Echtscheidingsproces in zicht!Echtscheidingsproces in zicht!Engelsche karikatuur van Thomas Rowlandson (1792).111. Nymfen overvallen door een Satyr.Photo Hanfstaengl, München.111.Nymfen overvallen door een Satyr.Naar de schilderij van François Boucher (1703–1770),NationalGallery, Londen.
III.HET STERKE EN HET ZWAKKE GESLACHT.
Wie vormen het zwakke geslacht, de mannen of de vrouwen? Wie het zwakke, de vrouwen of de mannen?Dat de mannen lichamelijk krachtiger van bouw zijn en steviger spieren bezitten, is wel een voor de hand liggend, maar daarom nog volstrekt geen afdoend antwoord op deze interessante vraag. Als een kind een paard leidt, wie is dan de sterkste?De mannen beschouwen zich gaarne als de sexe, die bestemd en aangewezen is om te heerschen. In de wetten van alle volken zijn de veronderstelde heerschersrechten van den man over de vrouw neergelegd met een klaarheid en duidelijkheid, die men in wetten anders tevergeefs zoekt. In alle godsdiensten is het onbeperkte heerschersrecht van den man over de vrouw verheven tot een goddelijk gebod. Doch dit alles leert ons alleen hoe de mannen, die de wetten en godsdiensten maken, het gaarne willen hebben. Het bewijst nog in geenen deele dat de man ook in werkelijkheid de vrouw in het algemeen regeert, en nog minder bewijst het, dat elke man een vrouw weet te regeeren.In uitspraken van wijzen en denkers, en in den spreekwoordenschat aller volken zijn integendeel tallooze aanwijzingen, dat het niet alleen niet zoo is, maar dat het precies andersom is—dat, al regeeren de vrouwende mannen niet officieel, toch de vrouw als regel het exemplaar van het mannelijk geslacht regeert, waarmee zij speciaal te maken heeft, nl. haar eigen man. En het schijnt, naar die uitspraken, die in korte formules de ondervinding der eeuwen samenpersen, dat de mannen wel de vrouwenwereld aan zich hebben onderworpen, in wet en godsdienst en philosofie namelijk, maar dat slechts bij hooge uitzondering de man die vrouw, of die vrouwen, waarmee hij persoonlijk te maken heeft, weet te regeeren.Een vrouw, zegt de kerkvader Hieronymus, heeft Adam, Simson, David en Salomo ten val gebracht—wie zal dan tegen haar bestand zijn? Hieronymus wil laten uitkomen, dat waar de eerste, de sterkste, de dapperste en de wijste man tegen de vrouw het onderspit hebben moeten delven, de rest van de mannenwereld maar alle hoop moet opgeven de vrouw aan zich te onderwerpen. Reeds den ouden Grieken was het trouwens niet ontgaan, dat er meer Xantippe’s dan Socratessen geboren werden.84. De strijd om de broek.84.De strijd om de broek.Vlaamsche karikatuur van Israel van Meckenem, 15e eeuw.In de zegswijzen, die de volkshumor de vrouw in den mond legt, worden al dezelfde opvattingen gehuldigd, opvattingen die voor het prestige van de mannen, die zich zoo gaarne tot heerscher uitverkoren wanen, allerminst vleiend zijn. De man is het hoofd, erkent graag iedere vrouw, doch ze haast zich er bij te voegen: dat de vrouw het nekje is dat het hoofd doet draaien. Zulke spreekwijzen, die met de eene hand terugnemen wat met de andere gegeven wordt, en waarin het heerschersrecht van den man wordt erkend, maar zijn heerschersmacht wordt bespot, zijn er vele. Bijvoorbeeld deze: De man mag en moet de baas zijn, als hij de vrouw maar laat doen wat ze wil. En deze: Vaart mijn man voor schipper, dan is mijn plaats aan het roer. En deze: Aan den man komt ’t bestuur van de boerderij toe, als hij de zorg voor de boter maar aan de vrouw overlaat. Een gehoorzame vrouw beveelt haar man. Vrouwen willen in den man een leidsman hebben, dien zij kunnen leiden. Vrouwen kunnen alles, zegt een Fransch spreekwoord, want zij regeeren de mannen, die de wereld regeeren. Vondel zingt:Het vrouwvolk ringeloort en knevelt mannenkracht.Afgaande op deze en dergelijke uitspraken en spreekwijzen schijnt de toestand zoo, dat de man de officieele heerscher is in de wereld, en dat de vrouw in de praktijk, zoo niet de mannen, die toch haar man regeert. Anders gezegd: hem de schijn, haar het wezen. Waar deze toestand ter sprake komt geschiedt dit altijd in komischen, humoristischen toon. De komische elementen van dien toestand zijn dat man, eenerzijds lichamelijk de sterkere, anderzijds de door alle geestelijke en moreele machten tot heerscher over de vrouw aangewezene, in werkelijkheid de zwakste is. De tegenstelling, dat het sterke, groote en logge geleid, bestuurd, geregeerd wordt door het zwakkere, werkt drastisch op den zin voor het komische. En wijl het vooral de mannen zelf zijn, die met hun afhankelijkheid van het schepsel dat zij voorgeven te moeten beheerschen, den spot drijven, is hier wellicht tevens een poging te zien om in de situatie tenminste een houding aan te nemen! De houding n.l., dat men het daarmee eigenlijk niet zoo ernstig neemt. Behalve dan nog dat spot en humor der mannen middelen zijn om hun ergernis lucht te geven en zich op aangename manier te wreken over hun onmacht jegens de machtelooze.85. Als de vrouw de broek aan heeft.85.Als de vrouw de broek aan heeft.Fransche karikatuur, omstreeks 1700.De oude Romeinen dachten over de moeilijkheid een vrouw te regeeren al precies als wij en zij hebben hun gedachten in tallooze drastisch-komische bon-mots geformuleerd. „Wie zich met alle geweld veel drukte en beslommeringen op den hals wil halen,”zegt Plautus,„die moet zich maar een schip en een vrouw aanschaffen. Want er is niets ter wereld waarmee men meer moeite heeft en meer last, dan met vrouwen en schepen.” Op een andere plaats, zegt deze zelfde dichter:„onder de vrouwen valt geen keus te doen, er zijn geen goede en slechte, er is geen enkele die deugt.”86. De strijd om de broek.86.De strijd om de broek.Anonieme Duitsche kopergravure, 17e eeuw.Even weinig vleiend was het antwoord dat Cicero gaf aan degenen die hem rieden een andere vrouw te nemen toen hij zijn eerste had weggejaagd: „Weet ge dan niet, mijn vrienden, dat het onmogelijk is zich tegelijkertijd met vrouwen en met wijsbegeerte in te laten?” Het wordt zonder meer als eenonbestreden waarheid erkend, dat eerstens alle vrouwen heerschzuchtig zijn, en ten tweede, dat alle vrouwen er tenslotte in slagen het daarheen te leiden, dat zij haar heerschzucht kunnen botvieren.Plaire, charmer, séduireEst leur bonheur dans leur printemps,Mais gouverner, avoir l’empireEst leur plaisir dans tous les temps.Wel zijn er misschien vrouwen wier fijn vrouwelijk instinct haar zegt, dat het mooier is een man van talent te gehoorzamen dan een dwaas te leiden, en die inzien, dat een echtgenoote, die verplicht is als echtgenoot te denken, te bestieren, op te treden, eigenlijk noch vrouw noch man is, maar de beminnelijkheid harer sexe verliest, zonder meer dan een karikatuur der eigenschappen van het sterke geslacht te verwerven. Maar als er zulke vrouwen bestaan, dan is haar aantal ongetwijfeld gering. Het meerendeel der leden van het zwakke geslacht wil heerschen, minstens over het exemplaar vanhet sterke geslacht, waarmee zij door het toeval hoe dan ook voor het leven verbonden zijn geraakt.Kwelgeesten.Kwelgeesten.Teekening van A. Willette („Courrier Français”, 1895).Voert de man den strijd met de vrouw om de oppermacht altijd zoo, dat zij, hoewel ten slotte overwinnares, toch eerbied moet hebben voor ’s mans moreele weerkracht? Of staat het misschien zoo, dat de vrouw zoo weinig strijdbaarheid bij den man ontmoet, dat het zwakke zelfs dit negatieve motief niet heeft om het dusgenaamd sterke nog min of meer te achten? Zoowel voor het eene als voor het andere zijn voorbeelden aan te voeren, zoodat het geraden is ook op deze vragen een definitief antwoord voorzichtig te ontwijken.Ongetwijfeld heeft iedere vrouw van nature iets in zich van den tegenstrevenden strijdlust, die geen blinde volgzaamheid, maar integendeel krachtig verzet begeert en dat alleen om het genot te smaken die te overwinnen—zooals dit wordt geteekend in de volgende, als komisch bedoelde persiflage eener „moderne” of „vrije vrouw”, die intusschen niets moderns heeft, maar slechts een der integreerende deelen van hetEwig Weiblichewat duidelijk naar voren laat komen:87. De rollen omgekeerd.87.De rollen omgekeerd.Engelsche spotprent van John Leech op het Bloomerisme, in „Punch”, 1851.„Het moderne meisje hoorde het huwelijksaanzoek van den modernen jonkman aan en zei: U is bereid het voorschrift: de vrouw is haar man gehoorzaamheid verschuldigd! uit uw woordenboek te schrappen?—Ten volle bereid.—En mag ik mijn eigen huissleutel hebben?—Daarin zie ik geen bezwaar.—En zou u me toestaan te gaan waarheen ik wil en zoo laat thuis te komen als ik goedvind?—Zeer zeker.—Als we kinderen krijgen, wilt u ze dan verzorgen?—Met genoegen, als het moet.—En wilt u ook met de dienstboden omgaan, ze huren, nagaan en ontslaan?—Natuurlijk.—Dan moet ik van een huwelijk met u niets hebben, mijnheer.—Waarom niet, stamelde de huwelijkscandidaat teleurgesteld, ik stem toch in alles toe wat u verlangt.—Dat is het juist. Ik wil een manhebben, die mij alles weigert. Alleen dan verwacht ik genoegen van het huwelijk.—Wil u dan geen man, die uw zin doet in alles wat u verlangt?—Neen, ik wil een man, die me juist alles weigert wat ik verlang. Dan zal ik er hem toe brengen het toch te doen. Mijn ideaal van een gelukkig huwelijk is nooit zoo maar mijn zin te krijgen van mijn man, nooit vrijelijk te mogen doen wat ik wil, maar hem te dwingen te doen wat hij niet wil. Als hij het uit eigen beweging wel wil doen, heeft het voor mij geen waarde meer. Ik moet er hem toe gedwongen hebben.”88. Venus met haar trawanten—Amor, de Dood, de Ezel en de Aap—de menschheid mennend.88.Venus met haar trawanten—Amor, de Dood, de Ezel en de Aap—de menschheid mennend.Uit Sebastian Brant’s „Narrenschiff”, Bazel, 1494.Ook uit sommige boekdeelen sprekende verzuchtingen van mannen, schijnt op te maken, dat zij in den strijd tegen de vrouwelijkeheerschzuchtmaar heel weinig lauweren hebben weten te behalen.’t Is in een huis geheel verdraaid.Waar ’t haantje zwijgt en ’t hentje kraait.Deze klacht illustreert maar al te duidelijk de positie van ’t haantje, dat hier zijn berijmde verzuchting slaakt. Het is de taal van dengene, die het hoofd schudt, over wat niet meer valt te veranderen, doch tegelijkertijd den strijd tegen het onvermijdelijke afgemat en uitgeput maar opgeeft. Dezelfde geestestoestand spreekt uit de volgende verzuchting: Er zijn toch nog twee zachte, lieve vrouwen op de wereld, maar de eene is nergens te vinden en de andere is zoek. Waarvan de gelijkgestemde pendant luidt: Er is maar één kwaad wijf op de wereld, en ieder meent dat juist hij haar heeft. Wie een kwaad wijf krijgt, zegt de boer, die heeft zijn mannetje gevonden. Van veeloverwinningsgewisheid in den strijd met de vrouw om de hegemonie getuigen ook niet exclamaties als deze, die naar men wil een gebruikelijke verzuchting is van de bruidegoms in het schoon Italië: Wanneer ge een paard koopt of een vrouw neemt, sluit uw oogen en beveel Gode uw ziel.De vraag rijst natuurlijk, hoe het dan toch komt, dat de lichamelijk zwakkere vrouw zulk een tirannie kan uitoefenen over den sterken man? Over welke onfeilbare wapens beschikt zij dan toch, om den man met zoo groote zekerheid er onder te krijgen en er onder te houden?Men heeft op deze vraag allerlei antwoorden klaar. De geliefkoosde wapens die men de vrouw toedicht, en waar de man niet tegen bestand zou zijn, zijn haar listen. Het arsenaal der vrouw bevat als voornaamste wapens list en sluwheid. De diepste oorzaak van der mannen onmacht om der vrouwen heerschzucht op den duur weerstand te bieden ligt natuurlijk in de zinnelijkheid van den man. Waar de man zwicht voor de andere sexe, zwicht hij niet voor de vrouw, maar voor het wijfje.De sexueele philosoof ziet de oorzaak van de tegenstelling tusschen de sexen in de wettelijke en economische overheersching van de vrouw door den man. Deze overheersching bestaat overal en zoolang zij bestaat, zal er tusschen man en vrouw strijd zijn. Den eigen man te regeeren, in de eigen woning den schepter te voeren en te heerschen, dat zal de natuurlijke wraak van de vrouw blijven wegens hare officieel gedecreteerde onderworpenheid aan den man. In den strijd om de heerschappij in de echtelijke woning heeft zij velerlei omstandigheden in haar voordeel, met het gevolg, dat zij meestal overwinnaar blijft in dien strijd, in weerwil van alle verzuchtingen der mannenwereld.89. Eva en de Slang.89.Eva en de Slang.Uit de „Speculum Salvationis” van Günther Zainer, Augsburg, 1470.Dat zij overwinnaar is en daarvan een gepast gebruik weet te maken, dat leert ons in de eerste plaats de erotische humor. Daarin is wel geen thema zoo afgezaagd als juist dit.De heerschzucht van de vrouw in spot en satire te brandmerken is weer de wraak vanden man, die zich in zijn nederlaag in zijn heiligste rechten beleedigd voelt en toch niet in staat is het droeve feit te verhelpen.90. Het dessert der stiefmoeder.90.Het dessert der stiefmoeder.Spotprent van Gillray (1786) op de verhouding van lady Termagant Flayburn en haar stiefzoon.Om zijn nederlagen te bemantelen, stelt de man het gaarne zoo voor, dat hij die lijdt wijl er zulke oneerlijke wapens tegen hem worden gebezigd: sluwheid, arglistigheid en tallooze streken, die hem aantasten op zijn zwakke punten, in zijn zachtere gevoelens. De vrouw, zoo maakt de man zich gaarne wijs, zegeviert door met haar tranen en haar streken te speculeeren op zijn goed vertrouwen, op zijn zachtmoedigheid jegens het zwakkere, op al wat er goeds en menschelijks in hem is. Zoo haalt de man zelfs uit zijn onmacht jegens de vrouw nog weer bewijzen voor zijn superieuriteit en zijn meerderwaardigheid. Tevens schenken zulke redeneeringen hem eenigen troost in zijn nederlagen.Intusschen wreekt hij zich zonder genade door de vrouw voor te stellen als een sluw, listig, bedriegelijk, leugenachtig wezen. Volgens de gebruikelijke voorstelling van den man is ieder woord, ieder gebaar van de vrouween valstrik, een krijgslist, om haar zin te krijgen, den man te verleiden, haar macht te vermeerderen of te bevestigen. Over der vrouwen list is de mannenwereld nooit uitgepraat. Om de menschheid toch maar goed ervan te doordringen hoe listig de vrouwen zijn, verzinnen de mannen de onmogelijkste verhalen. Als voorbeeld daarvan citeeren wij hier, in hoofdzaak, Filomena’s vertelling van de listen eener verliefde vrouw, uit Boccaccio’s Decamerone.91. De vrouwelijke almachtige in Buddha-pose.91.De vrouwelijke almachtige in Buddha-pose.Humoreske van Georges Meunier in „Le Rire”, 1904.Er was in een stad, waar meer bedrog dan trouw te vinden was, eens een schoone vrouw, begiftigd met geestkracht en schranderheid, doch uitgehuwelijkt aan een wever, dien zij niet achtte. Zij werd hevig verliefd op een edelman. Deze wist daarvan natuurlijk niets af en zij durfde het niet te wagen het hem te laten blijken. Zij bemerkte dat hij veel omgang had met een vromen geestelijke, en zij besloot deze zijns ondanks als tusschenpersoon te gebruiken. Zij ging bij hem biechten en zei daarna:—Vader, er is iemand, zijn naam is mij onbekend, op het oog is hij een achtenswaardig man, die het er op toe schijnt te leggen, het mij, eerbare vrouw, lastig te maken. Ik kan mij niet aan deur of venster vertoonen en niet uitgaan, of ik merk dat hij in de nabijheid is. Ik ben bang dat ik daardoor ten laatste in opspraak zal komen. Om schandaal te vermijden heb ik tot nu toe gezwegen, en ik heb ten slotte besloten het aan u te zeggen, omdat het mij bekend is dat u zijn vriend bent. En ik verzoek u hem hierover te berispen en hem te vragen er mee op te houden. Hier boog zij het hoofd en scheen op het punt in schreien uit te barsten.De geestelijke begreep spoedig wien zij bedoelde en beloofde de vrouw hem zoo onder handen te zullen nemen, dat zij geen last meer van hem zou hebben.—Mocht hij het soms ontkennen, zeide zij nog, zeg hem dan dat ik zelf er bij u over geklaagd heb.92. Toegelaten tot den voetkus.92.Toegelaten tot den voetkus.Georges Meunier, 1901.De vrome broeder deed wat hij beloofd had en de edelman, slimmer dan hij, begon al gauw de list van de klaagster te doorzien. Hij antwoordde,schaamte veinzende, dat hij er zich voortaan van onthouden zou. Maar hij ging regelrecht naar de woning der klagende dame, die als gewoonlijk aan haar venster zat en dus zag dat hij voorbij ging. Zij groette hem zoo vriendelijk, dat hij in zijn vermoedens werd versterkt. En van dien dag af ging hij zeer dikwijls haar huis voorbij. Toen de vrouw dit bemerkte begaf ze zich, om hem wat aan te vuren, opnieuw naar den vromen geestelijke en zeide:93. Het rad van Fortuna.93.Het rad van Fortuna.Fransche gravure op een camée.—Vader, wat ik te zeggen heb betreft weer dien van God verlaten vriend van u.—Wat, heeft hij niet opgehouden u lastig te vallen?—Volstrekt niet, antwoordde zij. Nadat ik me bij u beklaagd heb, is hij, zeker om mij te tarten en zich te wreken, voor elken keer dat hij eerst voorbijkwam wel zevenmaal gekomen. En hij is zoo driest en onbeschaamd geworden, dat hij gisteren zelfs zijn dienstmeisje naar me toe heeft gestuurd met allerlei praatjes en met een beurs en een ceintuur, alsof ik die niet genoeg heb. Ik heb niets willen doen voor ik u alles gezegd had. De beurs en de ceintuur heb ik meegebracht en ik wil u vragen ze hem terug te geven en hem te zeggen dat ik niets van hem noodig heb.Dit zeggende haalde zij beide door haar genoemde voorwerpen, hevig schreiende, van onder haar kleed en gaf ze den geestelijke, die ze aannam met de woorden:—Mijn dochter, ik heb hem vermaand en hij heeft beloofd het na te laten, maar naar ik zie heeft hij zijn belofte slecht gehouden. Ik zal nu zorgen dat hij u wel verder met rust laat. Spreek er evenwel tot niemand over, want dat zou voor hem te ernstige gevolgen kunnen hebben.Niet begrijpende hoe hij om den tuin werd geleid liet hij zijn vriend bijzich roepen en deze merkte aan zijn verstoord gezicht terstond, dat er iets nieuws voor hem was. De geestelijke herhaalde wat hij den eersten keer had gezegd, en berispte hem in scherpe woorden opnieuw voor wat hij zulk een fatsoenlijke vrouw aandeed. De edelman, die de zaak nog niet ten volle begreep, ontkende flauwtjes, vooral wat betreft de beurs en de ceintuur droeg hij zorg zich niet bloot te geven.—Wat, durf je nog ontkennen ook? Schreiende heeft de vrouw deze dingen hier gebracht. Kijk goed of je ze herkent.De edelman, veinzende zich zeer te schamen, antwoordde: Ja ik herken ze, en ik beken dat ik slecht heb gehandeld; maar ik zweer u dat het nu uit is, nu ik zie welk een vrouw zij is.94. Aan de voeten van de meesteres.94.Aan de voeten van de meesteres.H. Fragonard (1732–1806).Er werd nog in den breede over het geval gesproken en ten slotte gaf de broeder beurs en ceintuur aan zijn vriend, met vele vermaningen er nu toch mee op te houden, wat de andere ten stelligste beloofde. De edelman ging zeer verheugd heen, eerstens over de zekerheid, die hij nu meende te hebben van de liefde der schoone vrouw jegens hem, en ten tweede over het fraaie geschenk. Hij plaatste zich zoo voor haar huis, dat hij, zonder teveel de aandacht van anderen te trekken, haar kon laten zien, dat de beide voorwerpen in zijn bezit waren gekomen. Zij van haar kant verblijdde zich daar ten zeerste over, ook omdat het voor haar een bewijs was dat haar list ten volle slaagde. En zij wachtte nu alleen nog maar op een gunstige gelegenheid om den beslissenden stap te doen. Deze deed zich weldra voor. Haar man moest voor zijn zakennaar Genua en nauwelijks was hij ’s morgens te paard gestegen en weggereden, of zijn vrouw ging naar den vromen broeder en met veel zuchten en tranen zeide ze hem:95. Rechtvaardiging.95.Rechtvaardiging.—Zou ’t nu toch geen zonde en schande zijn, zoo’n man niet te bedriegen!Teekening van J. L. Forain.—O vader, nu kan het toch niet langer zoo; ik heb u beloofd niets te zullen doen zonder er u in te kennen, en ik kom bij u om van die belofte ontheven te worden. Als ik u vertel wat uw vriend als een helsche duivel van ochtend jegens mij heeft bedreven, dan zal het u duidelijk zijn dat ik reden heb om bedroefd en wanhopend te zijn. Het schijnt, dat hij door een of ander ongelukkig toeval vernomen heeft, dat mijn man de stad is uitgegaan naar Genua. In elk geval is hij vanmorgen den tuin binnengedrongen en in een boom geklommen, vlak bij mijn kamer, die aan de tuinzijde ligt. Hij had het venster al open gemaakt en wilde de kamer instappen, toen ik wakker werd en om hulp begon te roepen. En ik zou net zoo lang geroepen hebben tot er hulp was gekomen, als hij mij niet gesmeekt had genade met hem te hebben. Hij zeide meteen wie hij was en noemde daarbij ook uw naam. Uit liefde jegens u heb ik toen niet meer geroepen, maar ik ben uit het bed gesprongen en heb het venster voor zijn neus dichtgeslagen. Ik geloof dat hij toen kwaad is weggegaan, want ik heb hem nietmeer gezien of gehoord. Oordeel nu zelf, of dat nog langer zoo mag doorgaan, ik heb in elk geval geen plan nog meer van hem te verduren, ik heb uit eerbied voor u al te veel van hem verdragen.Het dessous van Eva.Het dessous van Eva.Teekening van L. Le Reverend in „La Chemise à travers les âges”.—Mijn dochter, zei hierop de geestelijke, ik kan niet anders zeggen dan dat het nu werkelijk al te driest en al te slecht wordt van dien man. Maar volg nog eenmaal mijn raad en zeg niets aan uw verwanten. Laat mij ook dezen keer nog begaan en ik zal zien of ik dien losgebroken duivel, dien ik voor een braaf man hield, niet kan bedwingen. En als het mij dezen keer mag gelukken hem van zijn beestachtige neiging tot inkeer te brengen, laat het dan daarmee uit zijn. Maar lukt het mij niet, dan geef ik u mijn zegen en mijn toestemming om datgene te doen wat uw gevoel u zegt dat welgedaan is.—Nu, zeide zij, ook dezen keer wil ik u niet ongehoorzaam zijn. Maar doe uw uiterste best dat hij er mee ophoudt mij langer lastig te vallen. Want nogmaals bij u terugkomen voor hetzelfde doe ik niet meer. En zonder een woord meer er bij te voegen ging ze als ontevreden heen.96. De betrapte.96.De betrapte.—Zoo, is dat nu „even de avondkrant inzien!”Teekening van J. L. Forain, in „Le Courrier Français”.Nauwelijks was ze weg of de edelman trad de kerk binnen. De geestelijke nam hem terzijde en begon hem op de strengste en krenkendste wijze te bestraffen. De edelman hield zich van den domme, en vroeg: Waarom zoo boos, eerwaarde?—Zoo’n onbeschaamde, riep de broeder uit. Hij houdt zich of hij het niet meer weet, of hij het is vergeten, alsof het al jaren geleden is. Kan je je niet meer herinneren, hoe je van morgen iemand beleedigd hebt? Waar ben je bij het aanbreken van den dag geweest?—Dat weet ik niet,antwoordde de edelman, maar u hebt er wel heel gauw bericht van gekregen.—Dat heb ik, zei de geestelijke. Je dacht zeker, nu de man van die brave vrouw afwezig is, dat ze je zoo maar met open armen ontvangen zou, jij tuinsluiper en boomenklimmer. Je bent haar tuin binnengedrongen, in een boom voor haar venster geklommen, hebt haar zoo willen overvallen. Dat is je niet meegevallen. Onthoud nu, dat ze van niets ter wereld zoo’n afschuw heeft als van zulk een handelwijze. Aan mijn berispingen noch aan haar afwijzingen schijn je je te storen. Maar ik wil alleen nog maar dit zeggen, tot nog toe heeft ze de zaak voor zich gehouden, doch alleen op mijn dringend verzoek, maar nu is het uit, nu zal ze niet langer zwijgen, ik heb haar toegestaan naar goeddunken te handelen als je haar nogmaals lastig valt. En bedenk wat het zijn zal als ze het aan haar man en haar broers vertelt!97. Verbeeldingskracht.97.Verbeeldingskracht.Humoreske van L. Burrett.De edelman, die nu precies wist wat hij te doen had, bracht den broeder door overvloedige beloften en verzekeringen tot kalmte en ging heen. Den volgenden morgen bij het aanbreken van den dag sloop hij den tuin van de vrouw die zich zoo over hem beklaagde binnen, klom in den boom voor het venster, vond dit open, stapte naar binnen en vleide zich in de armen van de brave vrouw, die hem blijkbaar met groot verlangen verwacht had envol vreugde zeide: Laten wij den goeden broeder danken, die je zoo goed den weg hierheen heeft gewezen.En vervolgens, genietende van elkanders liefde, praatten zij druk over de snuggerheid van den eerwaarde, lachten om de weverskraam van haar man, gaven zich opgetogen over aan het genot. En daarna regelden zij het zoo, dat zij den broeder niet meer noodig hadden om nog vele malen genoegelijk samen te zijn.Welke reden de mannenwereld ook aanvoert ter verklaring van het feit, dat de sterke man in den regel moet onderdoen voor de zwakke vrouw, waardoor het dusgenaamde sterke geslacht eigenlijk het zwakke moest genoemd worden en het zwakke het sterke, altijd slaat zij daarbij bij voorkeur den komischen toon aan. Zoo komisch is het verschijnsel in zichzelve, dat men er niet anders over kan spreken dan in spottenden toon.98. Epicurist in dilemma tusschen tafel en bed.98.Epicurist in dilemma tusschen tafel en bed.—Waarmee te beginnen! Doe hier nu maar eens een keus!Fransche spotprent uit den tijd der Restauratie, in vereering van Venus en Bacchus een herhaling van den galanten tijd.Der vrouwen leven beweegt zich in het algemeen in de wereld van het kleine. En hare heerschappij over den man, die voor den erotischen humor een zoo rijke bron is, betreft ook ongeveer altijd de kleine dingen in het leven. De vrouw is het heerschende element in den microcosmos van het dagelijksch leven. En waar de erotische humor zich vermaakt met het verschijnsel, dat de man min of meer bij de vrouw „onder de plak” zit, duidt zij zulks den man toch niet ten kwade. De algemeenheid der zaak stemt ieder vergeeflijk jegens de anderen. Waar de erotische humor met de heerschzucht van de vrouw en met den daarvoor buigenden man den spot drijft, heeft die spot toch altijd een goedaardig karakter. Stilzwijgendblijft daarin steeds erkend, dat het zich gewonnen geven aan de vrouw in kleine dingen de waardigheid van den man als man en als mensch ten volle ongerept laat. De man weet bij dit alles trouwens te goed, dat in de groote dingen van het leven niet zij, maar hij regeert en de wet steltEén mannentype echter is er, wordt er tenminste gephantaseerd, dat er in dit opzicht bij de erotische humoristen niet zoo gemakkelijk afkomt. Het is het type der pantoffelhelden, het ras der geslachtelijke mammelukken. Voor dit type heeft men niet anders dan een soort spot, die hen ten toon stelt als ontoerekenbare sukkels, als zwakzinnige lammelingen zonder de minste geestkracht.De wijze waarop de humor met hen omspringt, schijnt er op berekend om twijfel te wekken omtrent hunne sexueele normaliteit. Zoo we den pantoffelheld leeren kennen uit den erotischen humor, maakt hij den indruk van iemand, die in de volle kracht des levens al is vervallen in den staat van kindschheid. Het is een man met een hondenaard, kruipend en bevend als hem de zweep wordt getoond. De erotische humor wijdt aan de klagelijk-komische figuur van den pantoffelheld wel veel, maar niet zijn fijnste en nog minder zijn scherpste geestigheid. Het kennelijk doel van den erotischen humor is hier met een zekere gemoedelijke en medelijdende spotternij minachting te wekken voor onsympathiekelafheid, zoo’n beetje den draak te steken en te gekscheren met een type, dat eigenlijk niemands belangstelling ook maar een oogenblik waard is. Het wapen is hier allerminst vernietigend sarcasme of vlijmende spot.99. De eenhoorn (zinnebeeld der kuischheid) in boeien.99.De eenhoorn (zinnebeeld der kuischheid) in boeien.Florentijnsche sierkunst, 15e eeuw; origineel in het Britsch Museum te Londen.De slapende gemeente.De slapende gemeente.Zedeprent van William Hogarth (1697–1764), gravure van C. Armstrong.De pantoffelheld wordt door den erotischen humorist niet anders ten tooneele gevoerd dan—figuurlijk gesproken—in het narrenpak. De indruk dien men bij voorkeur van den pantoffelheld tracht te geven, is nog niet eens komisch, maar in den regel enkel maar potsierlijk. Dat blijkt al uit de vrouwenfiguur, die men hem gaarne terzijde stelt bij wijze vantegenstelling, n.l. een zeer mannelijk-geaarde en mannelijk-doende huisdraak, die van de lafheid van haar echtvriend gebruik maakt om hem aanhoudend te coejoneeren, waarbij hij geen ander verzet waagt dan zeer laffe listjes en streekjes, als het vóór-zetten van de klok enz.100. Het rijk der faunen en nimfen.Photo Brogi.100.Het rijk der faunen en nimfen.Naar een schilderij van onbekenden meester van de Vlaamsche school,Museo Nazionale, Napels.De pantoffelheld wordt gaarne beschouwd als het type bij uitnemendheid van onmannelijkheid. In het bijzonder van publieke personen, politici enz., zijn er legio anecdoten, die hen doen kennen als danige pantoffelhelden. Dit is een geliefkoosde politieke schimp (fig. 106). Een blad te München bevatte onlangs het verhaal, dat in een gemeenteraadszitting in een Beiersche stad een der oudere leden bij den aanvang der zitting verzocht een woord te mogen richten tot de pers, en die, toen hem dat was toegestaan, de verslaggevers verzocht voortaan uit hunne verslagen weg te laten het stereotype slot: De zitting werd om zoo en zoo laat gesloten. Want, zoo zeide deze pantoffelheld, onze zitting is altijd voor 9 uur afgeloopen. Maar velen onzer gaan dan niet dadelijk naar huis, maar ze gaan eerst nog een biertje pakken, dikwijls zelfs twee biertjes. En ook gaan ze nog wel eens een billardje maken of een kaartje leggen. Zoo wordt het al gauw elf, twaalf uur. En om dan thuis geen drukte te hebben met de vrouw, laten we haar in den waan, dat het met de raadszitting zoo laat is geworden. Doch daar kijkt ze des anderen daags de krant in en vindt aan het slot de fatale mededeeling, dat de zitting om negen uur is gesloten. Hoevelen onzer hebben daardoor al geen huiselijkongenoegen gehad. Ik verzoek dus de pers dat voortaan weg te laten. En mijn medeleden, die met dit verzoek instemmen, noodig ik uit ten teeken daarvan, op te staan. Hier rees de geheele gemeenteraad overeind.Voor het overige zijn de moppen en uitvallen op den pantoffelheld gewoonlijk zoo ongeveer in den trant van het volgende voorbeeld:—Ik heb me gisteren vergeten en ben tegen mijn vrouw uitgevaren, zei de pantoffelheld.—En heeft het erg gespookt?—Eerst wel. Maar naderhand drukte ze me de hand en wenschte me geluk met den moed, dien ik had betoond.101. De troon van de keizersdochter.101.De troon van de keizersdochter.Uit het boek van den Ridder vom Turn, Bazel 1493.Niet minder, zij het op geheel andere wijze en in geheel anderen toon, vermaakt de erotische humorist zich met de exemplaren van het zwakke geslacht, die hare wederhelft tot pantoffelheld wisten te degradeeren. De vrouw „die de broek aan heeft”, is voor de erotische humor een even dankbare—en even goedkoope—figuur als de pantoffelheld zelf. Wordt deze laatste belachelijk gemaakt als de verpersoonlijkte onmanlijkheid, zij, die den armen pantoffelheld ringeloort en hem het leven tot een hel maakt, wordt onder de handen van den erotischen humorist de verpersoonlijking van de onvrouwelijkheid. Zij regeert haar held van de droevige figuur volgens de geliefkoosde voorstelling niet met zacht beleid, maar met gekijf en oorvegen of stokslagen. Zij is een terroriste, een geweldenaarster; hoewel zij bij haar zwakhoofdigen, energieloozen, prullerigen held niet stuit op het minste verzet, acht zij het toch noodig hem aanhoudend te intimideeren. Steeds staat zij voor hem als een dreigend onweer, gereed om los te barsten. Hoewel haar pantoffelonderdaan als een ineengefrommeld vod aan haar voeten ligt, toont zij hem toch nog haar tanden.102. De strijd om de broek.102.De strijd om de broek.Engelsche gravure van R. Newton, 1798.In deze overdrijving, zonder uitzondering afkomstig van mannen, weerspiegelt zich duidelijk der mannen gekwetste ijdelheid. De vrouw, die meerenergie heeft en meer geestkracht dan een man, zulk een vrouw stelt men zich gemakshalve maar voor als een baarlijk monster. Het behoeft hier nauwelijks betoogd, dat zoowel de willooze, kruipende, vodderige pantoffelheld als zijn vervaarlijke wederhelft pure scheppingen zijn der phantasie. In den karikatuurachtigen schimp op den pantoffelheld heeft de man het middel gevonden om aan te geven hoe ver hijnietkan gaan in onderdanigheid aan de vrouw, zonder alle mannelijke waardigheid te verliezen. De pantoffelheld is de phantastische grenspaal tusschen toelaatbare en ontoelaatbare onderworpenheid aan de vrouw—altijd naar der mannen opvatting.103. In het gareel.103.In het gareel.Teekening van W. Schertel, 1910.De macht der vrouw en haar overheerschende invloed openbaren zich in het werkelijke leven trouwens op geheel andere wijze. Niet de onvrouwelijke vrouw beheerscht den man, maar juist de vrouw in al haar typische eigenaardigheid. Der vrouwen invloed berust op haar zinnelijke aantrekkingskracht. Haar zinnelijke bekoring is het die den man voor haar doet zwichten en hem willoos en hulpeloos, tot alles bereid aan haar voeten brengt. Het schijnt den man moeilijk te vallen dit eenvoudige feit te erkennen. Blijkbaar neemt hij liever zijn toevlucht tot karikatuurachtige verdraaiïng der werkelijkheid. Hij wil niet erkennen waar zijn zwakheid jegens de vrouw ligt, en tracht het feit te verdoezelen dat op sexueel gebied van nature de vrouw de meerdere is van den man. Het is of hij zich over zijn sexueele zwakheid schaamt.Zoo is de phantastische figuur van den met zweep en stok geregeerden pantoffelheld ontstaan—eenerzijds om de aandacht van de ware reden van der mannen zwakheid af te leiden, anderzijds om aan te geven tot hoe ver de man in het zich schikken naar de vrouw niet mag gaan.De vrouw regeert de mannen niet met physiek geweld, noch met intimidatie of iets van dien aard. Zij regeert den man met zijn eigen zwakheid. Haar strafmiddel, dat hen gedwee maakt, is onthouding van geslachtsgenot. De vrouw weet dat en maakt daarvan een gepast misbruik. Elke sexueele zwakkeling is voorbeschikt voor de rol van pantoffelheld.Hoe de vrouwen de wereld regeeren, of liever: waardoor het zwakkere geslacht sterk is, dat leert ons in het klein de geschiedenis bijvoorbeeld van een Newton, en in het groot zien we het gedemonstreerd in de twee meest tragi-komische tijdperken der nieuwere geschiedenis: dat van den hoffelijken minnedienst en dat van den galanten tijd.104. Afgepoeierd.104.Afgepoeierd.—U bent zeker gouvernante?—Neen mijnheer, ik geef les in gemanierdheid aan volwassenen die nog wat opvoeding noodig hebben.Uit: „Wiener Witzblatt”.Isaac Newton, de grootmeester onder de natuurkundigen, kreeg na eindeloos solliciteeren etc., eindelijk een post die hem van stoffelijke zorgen verloste. Hij werd benoemd tot oppermuntmeester van Engeland. Maar hij kreeg die betrekking allerminst omdat z’n genie de wet van de algemeene zwaartekracht had ontdekt, of omdat hij de differentiaalrekening had uitgevonden, maar omdat hij een lieve nicht had. Het geluk had den grondlegger der theoretische astronomie behalve met een genialen geest ook met een schat van een nichtje begiftigd, dat niet al te preutsch weerstreefde, toen op zekeren dag een zeer machtig personnage dit nichtje ontdekte, en eenmaal binnen haar sfeer van aantrekking gevallen, zich daaraan evenmin vermocht te onttrekken als een planeet aan de aantrekkingskracht van de zon.Adam verleidt Eva.Adam verleidt Eva.Gravure van Marc. Anton Raimundi (1488–1530). Naar de Schilderij van Raffael’s Prentenkabinet, München.In het groot zien wij hetzelfde schouwspel vertoonen in den tijd van den minnedienst en in den galanten tijd. Niet dat dit in werkelijkheid in dit opzicht zulke bijzondere tijden zijn geweest. De vrouw heerschte in die tijdperken alleen wat openlijker en duidelijker zichtbaar, haar invloed en de grondslag daarvan bleef niet zooals anders verborgen, maar trad op het duilijkstaan het licht.105. Zijn trein gemist.105.Zijn trein gemist.Uit „La Vie Parisienne”.De samenleving vertoonde zich in sexueel opzicht zoo, gelijk zij in werkelijkheid eigenlijk altijd is—de mannenwereld,verteerddoor zinnelijkheid, in het stof gebogen voor de vrouwenwereld, die uit hare sexueele machtpositie met gepaste onbescheidenheid alles haalt wat er maar uit te halen valt. De tijd van den minnedienst wordt in de laat-middeleeuwsche en latere literaturen bij voorkeur voorgesteld als een tijd van poëtisch zuivere zeden, van dichterlijk-verheven reinheid in het leven der sexen, kortom als een tijd van platonische deugden, waarin het sexueele dier in den mensch door de zachte hand van de vrouw was getemd, en waarin reinheid heerschte omdat de vrouw heerschte. Al dit moois is echter ondergeschoven. De tijd der minnezangers was, naar honderden contemporaine documenten in woord en beeld onweerlegbaar aantoonen, een tijd van uiterst verfijnd zingenot en dat wil—al schijnt het paradoxaal—altijd zeggen plat en grof zingenot.106. Pantoffelheld kamerkandidaat.106.Pantoffelheld kamerkandidaat.—Alweer er op uit naar een verkiezingsvergadering? Morgen, na de stemming, is dat uit, hoor! Verstaan?—Maar als ik nou in herstemming kom …?Uit „Wiener Witzblatt”.De tijd toch van sexueele reinheid, waarin de machtige invloed der vrouw de wereld zou hebben herschapen in een Eden van zuivere zeden, die tijd vond het bijvoorbeeld noodig den kuischheidsgordel uit te vinden ter beveiliging van de echtelijke trouw dier zoo ingetogen vrouwen! En dit interessante werktuig ter bescherming der heiligste sexueele goederen (fig. 22)had geen barbaarsche vijanden en niets ontziende geweldenaars den toegang te versperren, maar het was het laatste redmiddel juist tegen huisvriend en dischgenoot, en bovenal een steunsel voor de zedige deugd der schoone edelvrouwen, een tegenwicht tegen haar teedere bereidwilligheid om de hulde haars ridders niet slechts met woorden te beloonen.107. Aristoteles lastdier van Venus.107.Aristoteles lastdier van Venus.Florentijnsche sierkunst, 15e eeuw, origineel in het Museum te Budapest.Waar de vrouw de sterkste is, daar is zij zulks als geslachtswezen en is de bron van haar macht de sexueele zwakheid van den man.108. In volle wapenrusting.108.In volle wapenrusting.Teekening van Louis Le Reverend.Nooit krijgt de vrouw door geweldenarijen den man in onderdanigheid aan haar voeten, zooals de tallooze pantoffelheld-humoresken ons dat willen doen gelooven naar het schijnt. In geweldpleging is de man verreweg de meerdere van de vrouw. Hoewel het in de geschiedenis zoomin als in het dagelijksch leven ontbreekt aan vrouwenfiguren met geweldenaarsneigingen, is het toch nimmer op sexueel gebied dat deze neigingen zich openbaren. En dat om de eenvoudige reden, dat de vrouw op dat gebied geen successen en triomfen kan behalen met geweld. De vrouw, die haar man regeert met den stok, bestaat niet. Evenmin bestaat de man, die uit vrees voor mishandeling voor haar kruipt. Integendeel, zeer gewelddadige en autoritaire mannennaturen zijn dikwijls hulpeloos zwak voor vrouweninvloed. De pantoffelheldkarikaturen uit vroegeren en laterentijd, die het voorstellen alsof er wel zulke mannen en zulke vrouwen zijn, zijn mislukte karikaturen, want ook van alle overdrijving ontdaan geven zij geen werkelijkheid weer. Der vrouwen overmacht op de mannen ligt in precies tegenovergestelde richting. Het is dan ook niet waarschijnlijk, dat bedoelde karikaturen ooit bedoelden aan de mogelijkheid te doen gelooven van de door geweld over den man zegevierende vrouw. Vermoedelijk achten haar makers het buitengesloten dat men ze anders dan overdrachtelijk en figuurlijk zou kunnen opvatten, en kozen zij dien vorm om zeer aanschouwelijk te laten uitkomen in welk een positie vele mannen dreigen te komen tegenover de vrouwen. Het was hun alleen te doen om die positie van onderdanigheid te laten uitkomen, en zij stelden die daarom maar voor als gevolg van een oorzaak die al heel gemakkelijk en voor ieder begrijpelijk in beeld is te brengen: geweldenarij. Bij het beschouwen van zulke karikaturen moeten wij dus alleen de kruipende schuwe man zien; de intimideerende vrouw, die voor hem staat, wordt alleen in de rol van geweldenaarster voorgesteld omdat deze zoo aanschouwelijk in beeld is te brengen. En het doel van die karikaturen is in den regel den mannen door ze te bespotten tot wat meer energie en waardigheid in den sexueelen strijd te prikkelen.109. Motten in de kaars of de heerschende vrouw.109.Motten in de kaars of de heerschende vrouw.Naar W. Schertel (1912), geteekend door E. Warffenius.De middelen waardoor de vrouw zegeviert over den man, zijn allerminst geweld, vreesaanjaging en terrorisme. De vrouwelijke zoowel als de mannelijke aard sluit de bestaanbaarheid dier middelen uit. De man knielt niet voor de vrouw wier vuist hem mishandelt. Wel voor de vrouw wier hand hem streelt en liefkoost. Knieval en voetkus mag zij van den man slechts verwachten als zij zich hult in haar volle verleidelijkheid (fig. 92) of zich onthult in haar volle vrouwelijke heerlijkheid (fig. 91), niet als zij zich tegenover hem stelt als gewapende furie (fig. 84en 85). Iedere man is voorbestemd voor en begeerig naar de lastdierrol van Aristoteles, als maar de hand eener verleidelijke phyllis de teugels houdt. Haar geduchtste machtsmiddel is de weigering, de afwerende tegenstand. Door behendig daarmee te manoeuvreeren in beleidvolle afwisseling met aanhalige lieftalligheid en naïeve onnoozelheid, brengt de vrouw den man tot onderwerping en houdt zij hem aan zich onderworpen. De macht van de vrouw over den man schuilt bij den man; de vrouw heeft alleen vrouwelijk te zijn om de sterkste te zijn.110. De sirene.110.De sirene.Echtscheidingsproces in zicht!Echtscheidingsproces in zicht!Engelsche karikatuur van Thomas Rowlandson (1792).111. Nymfen overvallen door een Satyr.Photo Hanfstaengl, München.111.Nymfen overvallen door een Satyr.Naar de schilderij van François Boucher (1703–1770),NationalGallery, Londen.
Wie vormen het zwakke geslacht, de mannen of de vrouwen? Wie het zwakke, de vrouwen of de mannen?
Dat de mannen lichamelijk krachtiger van bouw zijn en steviger spieren bezitten, is wel een voor de hand liggend, maar daarom nog volstrekt geen afdoend antwoord op deze interessante vraag. Als een kind een paard leidt, wie is dan de sterkste?
De mannen beschouwen zich gaarne als de sexe, die bestemd en aangewezen is om te heerschen. In de wetten van alle volken zijn de veronderstelde heerschersrechten van den man over de vrouw neergelegd met een klaarheid en duidelijkheid, die men in wetten anders tevergeefs zoekt. In alle godsdiensten is het onbeperkte heerschersrecht van den man over de vrouw verheven tot een goddelijk gebod. Doch dit alles leert ons alleen hoe de mannen, die de wetten en godsdiensten maken, het gaarne willen hebben. Het bewijst nog in geenen deele dat de man ook in werkelijkheid de vrouw in het algemeen regeert, en nog minder bewijst het, dat elke man een vrouw weet te regeeren.
In uitspraken van wijzen en denkers, en in den spreekwoordenschat aller volken zijn integendeel tallooze aanwijzingen, dat het niet alleen niet zoo is, maar dat het precies andersom is—dat, al regeeren de vrouwende mannen niet officieel, toch de vrouw als regel het exemplaar van het mannelijk geslacht regeert, waarmee zij speciaal te maken heeft, nl. haar eigen man. En het schijnt, naar die uitspraken, die in korte formules de ondervinding der eeuwen samenpersen, dat de mannen wel de vrouwenwereld aan zich hebben onderworpen, in wet en godsdienst en philosofie namelijk, maar dat slechts bij hooge uitzondering de man die vrouw, of die vrouwen, waarmee hij persoonlijk te maken heeft, weet te regeeren.
Een vrouw, zegt de kerkvader Hieronymus, heeft Adam, Simson, David en Salomo ten val gebracht—wie zal dan tegen haar bestand zijn? Hieronymus wil laten uitkomen, dat waar de eerste, de sterkste, de dapperste en de wijste man tegen de vrouw het onderspit hebben moeten delven, de rest van de mannenwereld maar alle hoop moet opgeven de vrouw aan zich te onderwerpen. Reeds den ouden Grieken was het trouwens niet ontgaan, dat er meer Xantippe’s dan Socratessen geboren werden.
84. De strijd om de broek.84.De strijd om de broek.Vlaamsche karikatuur van Israel van Meckenem, 15e eeuw.
84.De strijd om de broek.
Vlaamsche karikatuur van Israel van Meckenem, 15e eeuw.
In de zegswijzen, die de volkshumor de vrouw in den mond legt, worden al dezelfde opvattingen gehuldigd, opvattingen die voor het prestige van de mannen, die zich zoo gaarne tot heerscher uitverkoren wanen, allerminst vleiend zijn. De man is het hoofd, erkent graag iedere vrouw, doch ze haast zich er bij te voegen: dat de vrouw het nekje is dat het hoofd doet draaien. Zulke spreekwijzen, die met de eene hand terugnemen wat met de andere gegeven wordt, en waarin het heerschersrecht van den man wordt erkend, maar zijn heerschersmacht wordt bespot, zijn er vele. Bijvoorbeeld deze: De man mag en moet de baas zijn, als hij de vrouw maar laat doen wat ze wil. En deze: Vaart mijn man voor schipper, dan is mijn plaats aan het roer. En deze: Aan den man komt ’t bestuur van de boerderij toe, als hij de zorg voor de boter maar aan de vrouw overlaat. Een gehoorzame vrouw beveelt haar man. Vrouwen willen in den man een leidsman hebben, dien zij kunnen leiden. Vrouwen kunnen alles, zegt een Fransch spreekwoord, want zij regeeren de mannen, die de wereld regeeren. Vondel zingt:
Het vrouwvolk ringeloort en knevelt mannenkracht.
Het vrouwvolk ringeloort en knevelt mannenkracht.
Afgaande op deze en dergelijke uitspraken en spreekwijzen schijnt de toestand zoo, dat de man de officieele heerscher is in de wereld, en dat de vrouw in de praktijk, zoo niet de mannen, die toch haar man regeert. Anders gezegd: hem de schijn, haar het wezen. Waar deze toestand ter sprake komt geschiedt dit altijd in komischen, humoristischen toon. De komische elementen van dien toestand zijn dat man, eenerzijds lichamelijk de sterkere, anderzijds de door alle geestelijke en moreele machten tot heerscher over de vrouw aangewezene, in werkelijkheid de zwakste is. De tegenstelling, dat het sterke, groote en logge geleid, bestuurd, geregeerd wordt door het zwakkere, werkt drastisch op den zin voor het komische. En wijl het vooral de mannen zelf zijn, die met hun afhankelijkheid van het schepsel dat zij voorgeven te moeten beheerschen, den spot drijven, is hier wellicht tevens een poging te zien om in de situatie tenminste een houding aan te nemen! De houding n.l., dat men het daarmee eigenlijk niet zoo ernstig neemt. Behalve dan nog dat spot en humor der mannen middelen zijn om hun ergernis lucht te geven en zich op aangename manier te wreken over hun onmacht jegens de machtelooze.
85. Als de vrouw de broek aan heeft.85.Als de vrouw de broek aan heeft.Fransche karikatuur, omstreeks 1700.
85.Als de vrouw de broek aan heeft.
Fransche karikatuur, omstreeks 1700.
De oude Romeinen dachten over de moeilijkheid een vrouw te regeeren al precies als wij en zij hebben hun gedachten in tallooze drastisch-komische bon-mots geformuleerd. „Wie zich met alle geweld veel drukte en beslommeringen op den hals wil halen,”zegt Plautus,„die moet zich maar een schip en een vrouw aanschaffen. Want er is niets ter wereld waarmee men meer moeite heeft en meer last, dan met vrouwen en schepen.” Op een andere plaats, zegt deze zelfde dichter:„onder de vrouwen valt geen keus te doen, er zijn geen goede en slechte, er is geen enkele die deugt.”
86. De strijd om de broek.86.De strijd om de broek.Anonieme Duitsche kopergravure, 17e eeuw.
86.De strijd om de broek.
Anonieme Duitsche kopergravure, 17e eeuw.
Even weinig vleiend was het antwoord dat Cicero gaf aan degenen die hem rieden een andere vrouw te nemen toen hij zijn eerste had weggejaagd: „Weet ge dan niet, mijn vrienden, dat het onmogelijk is zich tegelijkertijd met vrouwen en met wijsbegeerte in te laten?” Het wordt zonder meer als eenonbestreden waarheid erkend, dat eerstens alle vrouwen heerschzuchtig zijn, en ten tweede, dat alle vrouwen er tenslotte in slagen het daarheen te leiden, dat zij haar heerschzucht kunnen botvieren.
Plaire, charmer, séduireEst leur bonheur dans leur printemps,Mais gouverner, avoir l’empireEst leur plaisir dans tous les temps.
Plaire, charmer, séduire
Est leur bonheur dans leur printemps,
Mais gouverner, avoir l’empire
Est leur plaisir dans tous les temps.
Wel zijn er misschien vrouwen wier fijn vrouwelijk instinct haar zegt, dat het mooier is een man van talent te gehoorzamen dan een dwaas te leiden, en die inzien, dat een echtgenoote, die verplicht is als echtgenoot te denken, te bestieren, op te treden, eigenlijk noch vrouw noch man is, maar de beminnelijkheid harer sexe verliest, zonder meer dan een karikatuur der eigenschappen van het sterke geslacht te verwerven. Maar als er zulke vrouwen bestaan, dan is haar aantal ongetwijfeld gering. Het meerendeel der leden van het zwakke geslacht wil heerschen, minstens over het exemplaar vanhet sterke geslacht, waarmee zij door het toeval hoe dan ook voor het leven verbonden zijn geraakt.
Kwelgeesten.Kwelgeesten.Teekening van A. Willette („Courrier Français”, 1895).
Kwelgeesten.
Teekening van A. Willette („Courrier Français”, 1895).
Voert de man den strijd met de vrouw om de oppermacht altijd zoo, dat zij, hoewel ten slotte overwinnares, toch eerbied moet hebben voor ’s mans moreele weerkracht? Of staat het misschien zoo, dat de vrouw zoo weinig strijdbaarheid bij den man ontmoet, dat het zwakke zelfs dit negatieve motief niet heeft om het dusgenaamd sterke nog min of meer te achten? Zoowel voor het eene als voor het andere zijn voorbeelden aan te voeren, zoodat het geraden is ook op deze vragen een definitief antwoord voorzichtig te ontwijken.
Ongetwijfeld heeft iedere vrouw van nature iets in zich van den tegenstrevenden strijdlust, die geen blinde volgzaamheid, maar integendeel krachtig verzet begeert en dat alleen om het genot te smaken die te overwinnen—zooals dit wordt geteekend in de volgende, als komisch bedoelde persiflage eener „moderne” of „vrije vrouw”, die intusschen niets moderns heeft, maar slechts een der integreerende deelen van hetEwig Weiblichewat duidelijk naar voren laat komen:
87. De rollen omgekeerd.87.De rollen omgekeerd.Engelsche spotprent van John Leech op het Bloomerisme, in „Punch”, 1851.
87.De rollen omgekeerd.
Engelsche spotprent van John Leech op het Bloomerisme, in „Punch”, 1851.
„Het moderne meisje hoorde het huwelijksaanzoek van den modernen jonkman aan en zei: U is bereid het voorschrift: de vrouw is haar man gehoorzaamheid verschuldigd! uit uw woordenboek te schrappen?—Ten volle bereid.—En mag ik mijn eigen huissleutel hebben?—Daarin zie ik geen bezwaar.—En zou u me toestaan te gaan waarheen ik wil en zoo laat thuis te komen als ik goedvind?—Zeer zeker.—Als we kinderen krijgen, wilt u ze dan verzorgen?—Met genoegen, als het moet.—En wilt u ook met de dienstboden omgaan, ze huren, nagaan en ontslaan?—Natuurlijk.—Dan moet ik van een huwelijk met u niets hebben, mijnheer.
—Waarom niet, stamelde de huwelijkscandidaat teleurgesteld, ik stem toch in alles toe wat u verlangt.—Dat is het juist. Ik wil een manhebben, die mij alles weigert. Alleen dan verwacht ik genoegen van het huwelijk.—Wil u dan geen man, die uw zin doet in alles wat u verlangt?—Neen, ik wil een man, die me juist alles weigert wat ik verlang. Dan zal ik er hem toe brengen het toch te doen. Mijn ideaal van een gelukkig huwelijk is nooit zoo maar mijn zin te krijgen van mijn man, nooit vrijelijk te mogen doen wat ik wil, maar hem te dwingen te doen wat hij niet wil. Als hij het uit eigen beweging wel wil doen, heeft het voor mij geen waarde meer. Ik moet er hem toe gedwongen hebben.”
88. Venus met haar trawanten—Amor, de Dood, de Ezel en de Aap—de menschheid mennend.88.Venus met haar trawanten—Amor, de Dood, de Ezel en de Aap—de menschheid mennend.Uit Sebastian Brant’s „Narrenschiff”, Bazel, 1494.
88.Venus met haar trawanten—Amor, de Dood, de Ezel en de Aap—de menschheid mennend.
Uit Sebastian Brant’s „Narrenschiff”, Bazel, 1494.
Ook uit sommige boekdeelen sprekende verzuchtingen van mannen, schijnt op te maken, dat zij in den strijd tegen de vrouwelijkeheerschzuchtmaar heel weinig lauweren hebben weten te behalen.
’t Is in een huis geheel verdraaid.Waar ’t haantje zwijgt en ’t hentje kraait.
’t Is in een huis geheel verdraaid.
Waar ’t haantje zwijgt en ’t hentje kraait.
Deze klacht illustreert maar al te duidelijk de positie van ’t haantje, dat hier zijn berijmde verzuchting slaakt. Het is de taal van dengene, die het hoofd schudt, over wat niet meer valt te veranderen, doch tegelijkertijd den strijd tegen het onvermijdelijke afgemat en uitgeput maar opgeeft. Dezelfde geestestoestand spreekt uit de volgende verzuchting: Er zijn toch nog twee zachte, lieve vrouwen op de wereld, maar de eene is nergens te vinden en de andere is zoek. Waarvan de gelijkgestemde pendant luidt: Er is maar één kwaad wijf op de wereld, en ieder meent dat juist hij haar heeft. Wie een kwaad wijf krijgt, zegt de boer, die heeft zijn mannetje gevonden. Van veeloverwinningsgewisheid in den strijd met de vrouw om de hegemonie getuigen ook niet exclamaties als deze, die naar men wil een gebruikelijke verzuchting is van de bruidegoms in het schoon Italië: Wanneer ge een paard koopt of een vrouw neemt, sluit uw oogen en beveel Gode uw ziel.
De vraag rijst natuurlijk, hoe het dan toch komt, dat de lichamelijk zwakkere vrouw zulk een tirannie kan uitoefenen over den sterken man? Over welke onfeilbare wapens beschikt zij dan toch, om den man met zoo groote zekerheid er onder te krijgen en er onder te houden?
Men heeft op deze vraag allerlei antwoorden klaar. De geliefkoosde wapens die men de vrouw toedicht, en waar de man niet tegen bestand zou zijn, zijn haar listen. Het arsenaal der vrouw bevat als voornaamste wapens list en sluwheid. De diepste oorzaak van der mannen onmacht om der vrouwen heerschzucht op den duur weerstand te bieden ligt natuurlijk in de zinnelijkheid van den man. Waar de man zwicht voor de andere sexe, zwicht hij niet voor de vrouw, maar voor het wijfje.
De sexueele philosoof ziet de oorzaak van de tegenstelling tusschen de sexen in de wettelijke en economische overheersching van de vrouw door den man. Deze overheersching bestaat overal en zoolang zij bestaat, zal er tusschen man en vrouw strijd zijn. Den eigen man te regeeren, in de eigen woning den schepter te voeren en te heerschen, dat zal de natuurlijke wraak van de vrouw blijven wegens hare officieel gedecreteerde onderworpenheid aan den man. In den strijd om de heerschappij in de echtelijke woning heeft zij velerlei omstandigheden in haar voordeel, met het gevolg, dat zij meestal overwinnaar blijft in dien strijd, in weerwil van alle verzuchtingen der mannenwereld.
89. Eva en de Slang.89.Eva en de Slang.Uit de „Speculum Salvationis” van Günther Zainer, Augsburg, 1470.
89.Eva en de Slang.
Uit de „Speculum Salvationis” van Günther Zainer, Augsburg, 1470.
Dat zij overwinnaar is en daarvan een gepast gebruik weet te maken, dat leert ons in de eerste plaats de erotische humor. Daarin is wel geen thema zoo afgezaagd als juist dit.
De heerschzucht van de vrouw in spot en satire te brandmerken is weer de wraak vanden man, die zich in zijn nederlaag in zijn heiligste rechten beleedigd voelt en toch niet in staat is het droeve feit te verhelpen.
90. Het dessert der stiefmoeder.90.Het dessert der stiefmoeder.Spotprent van Gillray (1786) op de verhouding van lady Termagant Flayburn en haar stiefzoon.
90.Het dessert der stiefmoeder.
Spotprent van Gillray (1786) op de verhouding van lady Termagant Flayburn en haar stiefzoon.
Om zijn nederlagen te bemantelen, stelt de man het gaarne zoo voor, dat hij die lijdt wijl er zulke oneerlijke wapens tegen hem worden gebezigd: sluwheid, arglistigheid en tallooze streken, die hem aantasten op zijn zwakke punten, in zijn zachtere gevoelens. De vrouw, zoo maakt de man zich gaarne wijs, zegeviert door met haar tranen en haar streken te speculeeren op zijn goed vertrouwen, op zijn zachtmoedigheid jegens het zwakkere, op al wat er goeds en menschelijks in hem is. Zoo haalt de man zelfs uit zijn onmacht jegens de vrouw nog weer bewijzen voor zijn superieuriteit en zijn meerderwaardigheid. Tevens schenken zulke redeneeringen hem eenigen troost in zijn nederlagen.
Intusschen wreekt hij zich zonder genade door de vrouw voor te stellen als een sluw, listig, bedriegelijk, leugenachtig wezen. Volgens de gebruikelijke voorstelling van den man is ieder woord, ieder gebaar van de vrouween valstrik, een krijgslist, om haar zin te krijgen, den man te verleiden, haar macht te vermeerderen of te bevestigen. Over der vrouwen list is de mannenwereld nooit uitgepraat. Om de menschheid toch maar goed ervan te doordringen hoe listig de vrouwen zijn, verzinnen de mannen de onmogelijkste verhalen. Als voorbeeld daarvan citeeren wij hier, in hoofdzaak, Filomena’s vertelling van de listen eener verliefde vrouw, uit Boccaccio’s Decamerone.
91. De vrouwelijke almachtige in Buddha-pose.91.De vrouwelijke almachtige in Buddha-pose.Humoreske van Georges Meunier in „Le Rire”, 1904.
91.De vrouwelijke almachtige in Buddha-pose.
Humoreske van Georges Meunier in „Le Rire”, 1904.
Er was in een stad, waar meer bedrog dan trouw te vinden was, eens een schoone vrouw, begiftigd met geestkracht en schranderheid, doch uitgehuwelijkt aan een wever, dien zij niet achtte. Zij werd hevig verliefd op een edelman. Deze wist daarvan natuurlijk niets af en zij durfde het niet te wagen het hem te laten blijken. Zij bemerkte dat hij veel omgang had met een vromen geestelijke, en zij besloot deze zijns ondanks als tusschenpersoon te gebruiken. Zij ging bij hem biechten en zei daarna:
—Vader, er is iemand, zijn naam is mij onbekend, op het oog is hij een achtenswaardig man, die het er op toe schijnt te leggen, het mij, eerbare vrouw, lastig te maken. Ik kan mij niet aan deur of venster vertoonen en niet uitgaan, of ik merk dat hij in de nabijheid is. Ik ben bang dat ik daardoor ten laatste in opspraak zal komen. Om schandaal te vermijden heb ik tot nu toe gezwegen, en ik heb ten slotte besloten het aan u te zeggen, omdat het mij bekend is dat u zijn vriend bent. En ik verzoek u hem hierover te berispen en hem te vragen er mee op te houden. Hier boog zij het hoofd en scheen op het punt in schreien uit te barsten.
De geestelijke begreep spoedig wien zij bedoelde en beloofde de vrouw hem zoo onder handen te zullen nemen, dat zij geen last meer van hem zou hebben.
—Mocht hij het soms ontkennen, zeide zij nog, zeg hem dan dat ik zelf er bij u over geklaagd heb.
92. Toegelaten tot den voetkus.92.Toegelaten tot den voetkus.Georges Meunier, 1901.
92.Toegelaten tot den voetkus.
Georges Meunier, 1901.
De vrome broeder deed wat hij beloofd had en de edelman, slimmer dan hij, begon al gauw de list van de klaagster te doorzien. Hij antwoordde,schaamte veinzende, dat hij er zich voortaan van onthouden zou. Maar hij ging regelrecht naar de woning der klagende dame, die als gewoonlijk aan haar venster zat en dus zag dat hij voorbij ging. Zij groette hem zoo vriendelijk, dat hij in zijn vermoedens werd versterkt. En van dien dag af ging hij zeer dikwijls haar huis voorbij. Toen de vrouw dit bemerkte begaf ze zich, om hem wat aan te vuren, opnieuw naar den vromen geestelijke en zeide:
93. Het rad van Fortuna.93.Het rad van Fortuna.Fransche gravure op een camée.
93.Het rad van Fortuna.
Fransche gravure op een camée.
—Vader, wat ik te zeggen heb betreft weer dien van God verlaten vriend van u.
—Wat, heeft hij niet opgehouden u lastig te vallen?
—Volstrekt niet, antwoordde zij. Nadat ik me bij u beklaagd heb, is hij, zeker om mij te tarten en zich te wreken, voor elken keer dat hij eerst voorbijkwam wel zevenmaal gekomen. En hij is zoo driest en onbeschaamd geworden, dat hij gisteren zelfs zijn dienstmeisje naar me toe heeft gestuurd met allerlei praatjes en met een beurs en een ceintuur, alsof ik die niet genoeg heb. Ik heb niets willen doen voor ik u alles gezegd had. De beurs en de ceintuur heb ik meegebracht en ik wil u vragen ze hem terug te geven en hem te zeggen dat ik niets van hem noodig heb.
Dit zeggende haalde zij beide door haar genoemde voorwerpen, hevig schreiende, van onder haar kleed en gaf ze den geestelijke, die ze aannam met de woorden:
—Mijn dochter, ik heb hem vermaand en hij heeft beloofd het na te laten, maar naar ik zie heeft hij zijn belofte slecht gehouden. Ik zal nu zorgen dat hij u wel verder met rust laat. Spreek er evenwel tot niemand over, want dat zou voor hem te ernstige gevolgen kunnen hebben.
Niet begrijpende hoe hij om den tuin werd geleid liet hij zijn vriend bijzich roepen en deze merkte aan zijn verstoord gezicht terstond, dat er iets nieuws voor hem was. De geestelijke herhaalde wat hij den eersten keer had gezegd, en berispte hem in scherpe woorden opnieuw voor wat hij zulk een fatsoenlijke vrouw aandeed. De edelman, die de zaak nog niet ten volle begreep, ontkende flauwtjes, vooral wat betreft de beurs en de ceintuur droeg hij zorg zich niet bloot te geven.
—Wat, durf je nog ontkennen ook? Schreiende heeft de vrouw deze dingen hier gebracht. Kijk goed of je ze herkent.
De edelman, veinzende zich zeer te schamen, antwoordde: Ja ik herken ze, en ik beken dat ik slecht heb gehandeld; maar ik zweer u dat het nu uit is, nu ik zie welk een vrouw zij is.
94. Aan de voeten van de meesteres.94.Aan de voeten van de meesteres.H. Fragonard (1732–1806).
94.Aan de voeten van de meesteres.
H. Fragonard (1732–1806).
Er werd nog in den breede over het geval gesproken en ten slotte gaf de broeder beurs en ceintuur aan zijn vriend, met vele vermaningen er nu toch mee op te houden, wat de andere ten stelligste beloofde. De edelman ging zeer verheugd heen, eerstens over de zekerheid, die hij nu meende te hebben van de liefde der schoone vrouw jegens hem, en ten tweede over het fraaie geschenk. Hij plaatste zich zoo voor haar huis, dat hij, zonder teveel de aandacht van anderen te trekken, haar kon laten zien, dat de beide voorwerpen in zijn bezit waren gekomen. Zij van haar kant verblijdde zich daar ten zeerste over, ook omdat het voor haar een bewijs was dat haar list ten volle slaagde. En zij wachtte nu alleen nog maar op een gunstige gelegenheid om den beslissenden stap te doen. Deze deed zich weldra voor. Haar man moest voor zijn zakennaar Genua en nauwelijks was hij ’s morgens te paard gestegen en weggereden, of zijn vrouw ging naar den vromen broeder en met veel zuchten en tranen zeide ze hem:
95. Rechtvaardiging.95.Rechtvaardiging.—Zou ’t nu toch geen zonde en schande zijn, zoo’n man niet te bedriegen!Teekening van J. L. Forain.
95.Rechtvaardiging.
—Zou ’t nu toch geen zonde en schande zijn, zoo’n man niet te bedriegen!
Teekening van J. L. Forain.
—O vader, nu kan het toch niet langer zoo; ik heb u beloofd niets te zullen doen zonder er u in te kennen, en ik kom bij u om van die belofte ontheven te worden. Als ik u vertel wat uw vriend als een helsche duivel van ochtend jegens mij heeft bedreven, dan zal het u duidelijk zijn dat ik reden heb om bedroefd en wanhopend te zijn. Het schijnt, dat hij door een of ander ongelukkig toeval vernomen heeft, dat mijn man de stad is uitgegaan naar Genua. In elk geval is hij vanmorgen den tuin binnengedrongen en in een boom geklommen, vlak bij mijn kamer, die aan de tuinzijde ligt. Hij had het venster al open gemaakt en wilde de kamer instappen, toen ik wakker werd en om hulp begon te roepen. En ik zou net zoo lang geroepen hebben tot er hulp was gekomen, als hij mij niet gesmeekt had genade met hem te hebben. Hij zeide meteen wie hij was en noemde daarbij ook uw naam. Uit liefde jegens u heb ik toen niet meer geroepen, maar ik ben uit het bed gesprongen en heb het venster voor zijn neus dichtgeslagen. Ik geloof dat hij toen kwaad is weggegaan, want ik heb hem nietmeer gezien of gehoord. Oordeel nu zelf, of dat nog langer zoo mag doorgaan, ik heb in elk geval geen plan nog meer van hem te verduren, ik heb uit eerbied voor u al te veel van hem verdragen.
Het dessous van Eva.Het dessous van Eva.Teekening van L. Le Reverend in „La Chemise à travers les âges”.
Het dessous van Eva.
Teekening van L. Le Reverend in „La Chemise à travers les âges”.
—Mijn dochter, zei hierop de geestelijke, ik kan niet anders zeggen dan dat het nu werkelijk al te driest en al te slecht wordt van dien man. Maar volg nog eenmaal mijn raad en zeg niets aan uw verwanten. Laat mij ook dezen keer nog begaan en ik zal zien of ik dien losgebroken duivel, dien ik voor een braaf man hield, niet kan bedwingen. En als het mij dezen keer mag gelukken hem van zijn beestachtige neiging tot inkeer te brengen, laat het dan daarmee uit zijn. Maar lukt het mij niet, dan geef ik u mijn zegen en mijn toestemming om datgene te doen wat uw gevoel u zegt dat welgedaan is.
—Nu, zeide zij, ook dezen keer wil ik u niet ongehoorzaam zijn. Maar doe uw uiterste best dat hij er mee ophoudt mij langer lastig te vallen. Want nogmaals bij u terugkomen voor hetzelfde doe ik niet meer. En zonder een woord meer er bij te voegen ging ze als ontevreden heen.
96. De betrapte.96.De betrapte.—Zoo, is dat nu „even de avondkrant inzien!”Teekening van J. L. Forain, in „Le Courrier Français”.
96.De betrapte.
—Zoo, is dat nu „even de avondkrant inzien!”
Teekening van J. L. Forain, in „Le Courrier Français”.
Nauwelijks was ze weg of de edelman trad de kerk binnen. De geestelijke nam hem terzijde en begon hem op de strengste en krenkendste wijze te bestraffen. De edelman hield zich van den domme, en vroeg: Waarom zoo boos, eerwaarde?
—Zoo’n onbeschaamde, riep de broeder uit. Hij houdt zich of hij het niet meer weet, of hij het is vergeten, alsof het al jaren geleden is. Kan je je niet meer herinneren, hoe je van morgen iemand beleedigd hebt? Waar ben je bij het aanbreken van den dag geweest?
—Dat weet ik niet,antwoordde de edelman, maar u hebt er wel heel gauw bericht van gekregen.
—Dat heb ik, zei de geestelijke. Je dacht zeker, nu de man van die brave vrouw afwezig is, dat ze je zoo maar met open armen ontvangen zou, jij tuinsluiper en boomenklimmer. Je bent haar tuin binnengedrongen, in een boom voor haar venster geklommen, hebt haar zoo willen overvallen. Dat is je niet meegevallen. Onthoud nu, dat ze van niets ter wereld zoo’n afschuw heeft als van zulk een handelwijze. Aan mijn berispingen noch aan haar afwijzingen schijn je je te storen. Maar ik wil alleen nog maar dit zeggen, tot nog toe heeft ze de zaak voor zich gehouden, doch alleen op mijn dringend verzoek, maar nu is het uit, nu zal ze niet langer zwijgen, ik heb haar toegestaan naar goeddunken te handelen als je haar nogmaals lastig valt. En bedenk wat het zijn zal als ze het aan haar man en haar broers vertelt!
97. Verbeeldingskracht.97.Verbeeldingskracht.Humoreske van L. Burrett.
97.Verbeeldingskracht.
Humoreske van L. Burrett.
De edelman, die nu precies wist wat hij te doen had, bracht den broeder door overvloedige beloften en verzekeringen tot kalmte en ging heen. Den volgenden morgen bij het aanbreken van den dag sloop hij den tuin van de vrouw die zich zoo over hem beklaagde binnen, klom in den boom voor het venster, vond dit open, stapte naar binnen en vleide zich in de armen van de brave vrouw, die hem blijkbaar met groot verlangen verwacht had envol vreugde zeide: Laten wij den goeden broeder danken, die je zoo goed den weg hierheen heeft gewezen.
En vervolgens, genietende van elkanders liefde, praatten zij druk over de snuggerheid van den eerwaarde, lachten om de weverskraam van haar man, gaven zich opgetogen over aan het genot. En daarna regelden zij het zoo, dat zij den broeder niet meer noodig hadden om nog vele malen genoegelijk samen te zijn.
Welke reden de mannenwereld ook aanvoert ter verklaring van het feit, dat de sterke man in den regel moet onderdoen voor de zwakke vrouw, waardoor het dusgenaamde sterke geslacht eigenlijk het zwakke moest genoemd worden en het zwakke het sterke, altijd slaat zij daarbij bij voorkeur den komischen toon aan. Zoo komisch is het verschijnsel in zichzelve, dat men er niet anders over kan spreken dan in spottenden toon.
98. Epicurist in dilemma tusschen tafel en bed.98.Epicurist in dilemma tusschen tafel en bed.—Waarmee te beginnen! Doe hier nu maar eens een keus!Fransche spotprent uit den tijd der Restauratie, in vereering van Venus en Bacchus een herhaling van den galanten tijd.
98.Epicurist in dilemma tusschen tafel en bed.
—Waarmee te beginnen! Doe hier nu maar eens een keus!
Fransche spotprent uit den tijd der Restauratie, in vereering van Venus en Bacchus een herhaling van den galanten tijd.
Der vrouwen leven beweegt zich in het algemeen in de wereld van het kleine. En hare heerschappij over den man, die voor den erotischen humor een zoo rijke bron is, betreft ook ongeveer altijd de kleine dingen in het leven. De vrouw is het heerschende element in den microcosmos van het dagelijksch leven. En waar de erotische humor zich vermaakt met het verschijnsel, dat de man min of meer bij de vrouw „onder de plak” zit, duidt zij zulks den man toch niet ten kwade. De algemeenheid der zaak stemt ieder vergeeflijk jegens de anderen. Waar de erotische humor met de heerschzucht van de vrouw en met den daarvoor buigenden man den spot drijft, heeft die spot toch altijd een goedaardig karakter. Stilzwijgendblijft daarin steeds erkend, dat het zich gewonnen geven aan de vrouw in kleine dingen de waardigheid van den man als man en als mensch ten volle ongerept laat. De man weet bij dit alles trouwens te goed, dat in de groote dingen van het leven niet zij, maar hij regeert en de wet stelt
Eén mannentype echter is er, wordt er tenminste gephantaseerd, dat er in dit opzicht bij de erotische humoristen niet zoo gemakkelijk afkomt. Het is het type der pantoffelhelden, het ras der geslachtelijke mammelukken. Voor dit type heeft men niet anders dan een soort spot, die hen ten toon stelt als ontoerekenbare sukkels, als zwakzinnige lammelingen zonder de minste geestkracht.
De wijze waarop de humor met hen omspringt, schijnt er op berekend om twijfel te wekken omtrent hunne sexueele normaliteit. Zoo we den pantoffelheld leeren kennen uit den erotischen humor, maakt hij den indruk van iemand, die in de volle kracht des levens al is vervallen in den staat van kindschheid. Het is een man met een hondenaard, kruipend en bevend als hem de zweep wordt getoond. De erotische humor wijdt aan de klagelijk-komische figuur van den pantoffelheld wel veel, maar niet zijn fijnste en nog minder zijn scherpste geestigheid. Het kennelijk doel van den erotischen humor is hier met een zekere gemoedelijke en medelijdende spotternij minachting te wekken voor onsympathiekelafheid, zoo’n beetje den draak te steken en te gekscheren met een type, dat eigenlijk niemands belangstelling ook maar een oogenblik waard is. Het wapen is hier allerminst vernietigend sarcasme of vlijmende spot.
99. De eenhoorn (zinnebeeld der kuischheid) in boeien.99.De eenhoorn (zinnebeeld der kuischheid) in boeien.Florentijnsche sierkunst, 15e eeuw; origineel in het Britsch Museum te Londen.
99.De eenhoorn (zinnebeeld der kuischheid) in boeien.
Florentijnsche sierkunst, 15e eeuw; origineel in het Britsch Museum te Londen.
De slapende gemeente.De slapende gemeente.Zedeprent van William Hogarth (1697–1764), gravure van C. Armstrong.
De slapende gemeente.
Zedeprent van William Hogarth (1697–1764), gravure van C. Armstrong.
De pantoffelheld wordt door den erotischen humorist niet anders ten tooneele gevoerd dan—figuurlijk gesproken—in het narrenpak. De indruk dien men bij voorkeur van den pantoffelheld tracht te geven, is nog niet eens komisch, maar in den regel enkel maar potsierlijk. Dat blijkt al uit de vrouwenfiguur, die men hem gaarne terzijde stelt bij wijze vantegenstelling, n.l. een zeer mannelijk-geaarde en mannelijk-doende huisdraak, die van de lafheid van haar echtvriend gebruik maakt om hem aanhoudend te coejoneeren, waarbij hij geen ander verzet waagt dan zeer laffe listjes en streekjes, als het vóór-zetten van de klok enz.
100. Het rijk der faunen en nimfen.Photo Brogi.100.Het rijk der faunen en nimfen.Naar een schilderij van onbekenden meester van de Vlaamsche school,Museo Nazionale, Napels.
Photo Brogi.
100.Het rijk der faunen en nimfen.
Naar een schilderij van onbekenden meester van de Vlaamsche school,Museo Nazionale, Napels.
De pantoffelheld wordt gaarne beschouwd als het type bij uitnemendheid van onmannelijkheid. In het bijzonder van publieke personen, politici enz., zijn er legio anecdoten, die hen doen kennen als danige pantoffelhelden. Dit is een geliefkoosde politieke schimp (fig. 106). Een blad te München bevatte onlangs het verhaal, dat in een gemeenteraadszitting in een Beiersche stad een der oudere leden bij den aanvang der zitting verzocht een woord te mogen richten tot de pers, en die, toen hem dat was toegestaan, de verslaggevers verzocht voortaan uit hunne verslagen weg te laten het stereotype slot: De zitting werd om zoo en zoo laat gesloten. Want, zoo zeide deze pantoffelheld, onze zitting is altijd voor 9 uur afgeloopen. Maar velen onzer gaan dan niet dadelijk naar huis, maar ze gaan eerst nog een biertje pakken, dikwijls zelfs twee biertjes. En ook gaan ze nog wel eens een billardje maken of een kaartje leggen. Zoo wordt het al gauw elf, twaalf uur. En om dan thuis geen drukte te hebben met de vrouw, laten we haar in den waan, dat het met de raadszitting zoo laat is geworden. Doch daar kijkt ze des anderen daags de krant in en vindt aan het slot de fatale mededeeling, dat de zitting om negen uur is gesloten. Hoevelen onzer hebben daardoor al geen huiselijkongenoegen gehad. Ik verzoek dus de pers dat voortaan weg te laten. En mijn medeleden, die met dit verzoek instemmen, noodig ik uit ten teeken daarvan, op te staan. Hier rees de geheele gemeenteraad overeind.
Voor het overige zijn de moppen en uitvallen op den pantoffelheld gewoonlijk zoo ongeveer in den trant van het volgende voorbeeld:
—Ik heb me gisteren vergeten en ben tegen mijn vrouw uitgevaren, zei de pantoffelheld.
—En heeft het erg gespookt?
—Eerst wel. Maar naderhand drukte ze me de hand en wenschte me geluk met den moed, dien ik had betoond.
101. De troon van de keizersdochter.101.De troon van de keizersdochter.Uit het boek van den Ridder vom Turn, Bazel 1493.
101.De troon van de keizersdochter.
Uit het boek van den Ridder vom Turn, Bazel 1493.
Niet minder, zij het op geheel andere wijze en in geheel anderen toon, vermaakt de erotische humorist zich met de exemplaren van het zwakke geslacht, die hare wederhelft tot pantoffelheld wisten te degradeeren. De vrouw „die de broek aan heeft”, is voor de erotische humor een even dankbare—en even goedkoope—figuur als de pantoffelheld zelf. Wordt deze laatste belachelijk gemaakt als de verpersoonlijkte onmanlijkheid, zij, die den armen pantoffelheld ringeloort en hem het leven tot een hel maakt, wordt onder de handen van den erotischen humorist de verpersoonlijking van de onvrouwelijkheid. Zij regeert haar held van de droevige figuur volgens de geliefkoosde voorstelling niet met zacht beleid, maar met gekijf en oorvegen of stokslagen. Zij is een terroriste, een geweldenaarster; hoewel zij bij haar zwakhoofdigen, energieloozen, prullerigen held niet stuit op het minste verzet, acht zij het toch noodig hem aanhoudend te intimideeren. Steeds staat zij voor hem als een dreigend onweer, gereed om los te barsten. Hoewel haar pantoffelonderdaan als een ineengefrommeld vod aan haar voeten ligt, toont zij hem toch nog haar tanden.
102. De strijd om de broek.102.De strijd om de broek.Engelsche gravure van R. Newton, 1798.
102.De strijd om de broek.
Engelsche gravure van R. Newton, 1798.
In deze overdrijving, zonder uitzondering afkomstig van mannen, weerspiegelt zich duidelijk der mannen gekwetste ijdelheid. De vrouw, die meerenergie heeft en meer geestkracht dan een man, zulk een vrouw stelt men zich gemakshalve maar voor als een baarlijk monster. Het behoeft hier nauwelijks betoogd, dat zoowel de willooze, kruipende, vodderige pantoffelheld als zijn vervaarlijke wederhelft pure scheppingen zijn der phantasie. In den karikatuurachtigen schimp op den pantoffelheld heeft de man het middel gevonden om aan te geven hoe ver hijnietkan gaan in onderdanigheid aan de vrouw, zonder alle mannelijke waardigheid te verliezen. De pantoffelheld is de phantastische grenspaal tusschen toelaatbare en ontoelaatbare onderworpenheid aan de vrouw—altijd naar der mannen opvatting.
103. In het gareel.103.In het gareel.Teekening van W. Schertel, 1910.
103.In het gareel.
Teekening van W. Schertel, 1910.
De macht der vrouw en haar overheerschende invloed openbaren zich in het werkelijke leven trouwens op geheel andere wijze. Niet de onvrouwelijke vrouw beheerscht den man, maar juist de vrouw in al haar typische eigenaardigheid. Der vrouwen invloed berust op haar zinnelijke aantrekkingskracht. Haar zinnelijke bekoring is het die den man voor haar doet zwichten en hem willoos en hulpeloos, tot alles bereid aan haar voeten brengt. Het schijnt den man moeilijk te vallen dit eenvoudige feit te erkennen. Blijkbaar neemt hij liever zijn toevlucht tot karikatuurachtige verdraaiïng der werkelijkheid. Hij wil niet erkennen waar zijn zwakheid jegens de vrouw ligt, en tracht het feit te verdoezelen dat op sexueel gebied van nature de vrouw de meerdere is van den man. Het is of hij zich over zijn sexueele zwakheid schaamt.
Zoo is de phantastische figuur van den met zweep en stok geregeerden pantoffelheld ontstaan—eenerzijds om de aandacht van de ware reden van der mannen zwakheid af te leiden, anderzijds om aan te geven tot hoe ver de man in het zich schikken naar de vrouw niet mag gaan.
De vrouw regeert de mannen niet met physiek geweld, noch met intimidatie of iets van dien aard. Zij regeert den man met zijn eigen zwakheid. Haar strafmiddel, dat hen gedwee maakt, is onthouding van geslachtsgenot. De vrouw weet dat en maakt daarvan een gepast misbruik. Elke sexueele zwakkeling is voorbeschikt voor de rol van pantoffelheld.
Hoe de vrouwen de wereld regeeren, of liever: waardoor het zwakkere geslacht sterk is, dat leert ons in het klein de geschiedenis bijvoorbeeld van een Newton, en in het groot zien we het gedemonstreerd in de twee meest tragi-komische tijdperken der nieuwere geschiedenis: dat van den hoffelijken minnedienst en dat van den galanten tijd.
104. Afgepoeierd.104.Afgepoeierd.—U bent zeker gouvernante?—Neen mijnheer, ik geef les in gemanierdheid aan volwassenen die nog wat opvoeding noodig hebben.Uit: „Wiener Witzblatt”.
104.Afgepoeierd.
—U bent zeker gouvernante?
—Neen mijnheer, ik geef les in gemanierdheid aan volwassenen die nog wat opvoeding noodig hebben.
Uit: „Wiener Witzblatt”.
Isaac Newton, de grootmeester onder de natuurkundigen, kreeg na eindeloos solliciteeren etc., eindelijk een post die hem van stoffelijke zorgen verloste. Hij werd benoemd tot oppermuntmeester van Engeland. Maar hij kreeg die betrekking allerminst omdat z’n genie de wet van de algemeene zwaartekracht had ontdekt, of omdat hij de differentiaalrekening had uitgevonden, maar omdat hij een lieve nicht had. Het geluk had den grondlegger der theoretische astronomie behalve met een genialen geest ook met een schat van een nichtje begiftigd, dat niet al te preutsch weerstreefde, toen op zekeren dag een zeer machtig personnage dit nichtje ontdekte, en eenmaal binnen haar sfeer van aantrekking gevallen, zich daaraan evenmin vermocht te onttrekken als een planeet aan de aantrekkingskracht van de zon.
Adam verleidt Eva.Adam verleidt Eva.Gravure van Marc. Anton Raimundi (1488–1530). Naar de Schilderij van Raffael’s Prentenkabinet, München.
Adam verleidt Eva.
Gravure van Marc. Anton Raimundi (1488–1530). Naar de Schilderij van Raffael’s Prentenkabinet, München.
In het groot zien wij hetzelfde schouwspel vertoonen in den tijd van den minnedienst en in den galanten tijd. Niet dat dit in werkelijkheid in dit opzicht zulke bijzondere tijden zijn geweest. De vrouw heerschte in die tijdperken alleen wat openlijker en duidelijker zichtbaar, haar invloed en de grondslag daarvan bleef niet zooals anders verborgen, maar trad op het duilijkstaan het licht.
105. Zijn trein gemist.105.Zijn trein gemist.Uit „La Vie Parisienne”.
105.Zijn trein gemist.
Uit „La Vie Parisienne”.
De samenleving vertoonde zich in sexueel opzicht zoo, gelijk zij in werkelijkheid eigenlijk altijd is—de mannenwereld,verteerddoor zinnelijkheid, in het stof gebogen voor de vrouwenwereld, die uit hare sexueele machtpositie met gepaste onbescheidenheid alles haalt wat er maar uit te halen valt. De tijd van den minnedienst wordt in de laat-middeleeuwsche en latere literaturen bij voorkeur voorgesteld als een tijd van poëtisch zuivere zeden, van dichterlijk-verheven reinheid in het leven der sexen, kortom als een tijd van platonische deugden, waarin het sexueele dier in den mensch door de zachte hand van de vrouw was getemd, en waarin reinheid heerschte omdat de vrouw heerschte. Al dit moois is echter ondergeschoven. De tijd der minnezangers was, naar honderden contemporaine documenten in woord en beeld onweerlegbaar aantoonen, een tijd van uiterst verfijnd zingenot en dat wil—al schijnt het paradoxaal—altijd zeggen plat en grof zingenot.
106. Pantoffelheld kamerkandidaat.106.Pantoffelheld kamerkandidaat.—Alweer er op uit naar een verkiezingsvergadering? Morgen, na de stemming, is dat uit, hoor! Verstaan?—Maar als ik nou in herstemming kom …?Uit „Wiener Witzblatt”.
106.Pantoffelheld kamerkandidaat.
—Alweer er op uit naar een verkiezingsvergadering? Morgen, na de stemming, is dat uit, hoor! Verstaan?
—Maar als ik nou in herstemming kom …?
Uit „Wiener Witzblatt”.
De tijd toch van sexueele reinheid, waarin de machtige invloed der vrouw de wereld zou hebben herschapen in een Eden van zuivere zeden, die tijd vond het bijvoorbeeld noodig den kuischheidsgordel uit te vinden ter beveiliging van de echtelijke trouw dier zoo ingetogen vrouwen! En dit interessante werktuig ter bescherming der heiligste sexueele goederen (fig. 22)had geen barbaarsche vijanden en niets ontziende geweldenaars den toegang te versperren, maar het was het laatste redmiddel juist tegen huisvriend en dischgenoot, en bovenal een steunsel voor de zedige deugd der schoone edelvrouwen, een tegenwicht tegen haar teedere bereidwilligheid om de hulde haars ridders niet slechts met woorden te beloonen.
107. Aristoteles lastdier van Venus.107.Aristoteles lastdier van Venus.Florentijnsche sierkunst, 15e eeuw, origineel in het Museum te Budapest.
107.Aristoteles lastdier van Venus.
Florentijnsche sierkunst, 15e eeuw, origineel in het Museum te Budapest.
Waar de vrouw de sterkste is, daar is zij zulks als geslachtswezen en is de bron van haar macht de sexueele zwakheid van den man.
108. In volle wapenrusting.108.In volle wapenrusting.Teekening van Louis Le Reverend.
108.In volle wapenrusting.
Teekening van Louis Le Reverend.
Nooit krijgt de vrouw door geweldenarijen den man in onderdanigheid aan haar voeten, zooals de tallooze pantoffelheld-humoresken ons dat willen doen gelooven naar het schijnt. In geweldpleging is de man verreweg de meerdere van de vrouw. Hoewel het in de geschiedenis zoomin als in het dagelijksch leven ontbreekt aan vrouwenfiguren met geweldenaarsneigingen, is het toch nimmer op sexueel gebied dat deze neigingen zich openbaren. En dat om de eenvoudige reden, dat de vrouw op dat gebied geen successen en triomfen kan behalen met geweld. De vrouw, die haar man regeert met den stok, bestaat niet. Evenmin bestaat de man, die uit vrees voor mishandeling voor haar kruipt. Integendeel, zeer gewelddadige en autoritaire mannennaturen zijn dikwijls hulpeloos zwak voor vrouweninvloed. De pantoffelheldkarikaturen uit vroegeren en laterentijd, die het voorstellen alsof er wel zulke mannen en zulke vrouwen zijn, zijn mislukte karikaturen, want ook van alle overdrijving ontdaan geven zij geen werkelijkheid weer. Der vrouwen overmacht op de mannen ligt in precies tegenovergestelde richting. Het is dan ook niet waarschijnlijk, dat bedoelde karikaturen ooit bedoelden aan de mogelijkheid te doen gelooven van de door geweld over den man zegevierende vrouw. Vermoedelijk achten haar makers het buitengesloten dat men ze anders dan overdrachtelijk en figuurlijk zou kunnen opvatten, en kozen zij dien vorm om zeer aanschouwelijk te laten uitkomen in welk een positie vele mannen dreigen te komen tegenover de vrouwen. Het was hun alleen te doen om die positie van onderdanigheid te laten uitkomen, en zij stelden die daarom maar voor als gevolg van een oorzaak die al heel gemakkelijk en voor ieder begrijpelijk in beeld is te brengen: geweldenarij. Bij het beschouwen van zulke karikaturen moeten wij dus alleen de kruipende schuwe man zien; de intimideerende vrouw, die voor hem staat, wordt alleen in de rol van geweldenaarster voorgesteld omdat deze zoo aanschouwelijk in beeld is te brengen. En het doel van die karikaturen is in den regel den mannen door ze te bespotten tot wat meer energie en waardigheid in den sexueelen strijd te prikkelen.
109. Motten in de kaars of de heerschende vrouw.109.Motten in de kaars of de heerschende vrouw.Naar W. Schertel (1912), geteekend door E. Warffenius.
109.Motten in de kaars of de heerschende vrouw.
Naar W. Schertel (1912), geteekend door E. Warffenius.
De middelen waardoor de vrouw zegeviert over den man, zijn allerminst geweld, vreesaanjaging en terrorisme. De vrouwelijke zoowel als de mannelijke aard sluit de bestaanbaarheid dier middelen uit. De man knielt niet voor de vrouw wier vuist hem mishandelt. Wel voor de vrouw wier hand hem streelt en liefkoost. Knieval en voetkus mag zij van den man slechts verwachten als zij zich hult in haar volle verleidelijkheid (fig. 92) of zich onthult in haar volle vrouwelijke heerlijkheid (fig. 91), niet als zij zich tegenover hem stelt als gewapende furie (fig. 84en 85). Iedere man is voorbestemd voor en begeerig naar de lastdierrol van Aristoteles, als maar de hand eener verleidelijke phyllis de teugels houdt. Haar geduchtste machtsmiddel is de weigering, de afwerende tegenstand. Door behendig daarmee te manoeuvreeren in beleidvolle afwisseling met aanhalige lieftalligheid en naïeve onnoozelheid, brengt de vrouw den man tot onderwerping en houdt zij hem aan zich onderworpen. De macht van de vrouw over den man schuilt bij den man; de vrouw heeft alleen vrouwelijk te zijn om de sterkste te zijn.
110. De sirene.110.De sirene.
110.De sirene.
Echtscheidingsproces in zicht!Echtscheidingsproces in zicht!Engelsche karikatuur van Thomas Rowlandson (1792).
Echtscheidingsproces in zicht!
Engelsche karikatuur van Thomas Rowlandson (1792).
111. Nymfen overvallen door een Satyr.Photo Hanfstaengl, München.111.Nymfen overvallen door een Satyr.Naar de schilderij van François Boucher (1703–1770),NationalGallery, Londen.
Photo Hanfstaengl, München.
111.Nymfen overvallen door een Satyr.
Naar de schilderij van François Boucher (1703–1770),NationalGallery, Londen.