IV.DE VIJGENBLADMORAAL.De sexueele moraal is, het spreekt wel haast vanzelf, voor den erotischen humor in woord en beeld een ware goudmijn.De sexueele moraal schrijft voor wat in het leven der sexen geoorloofd is en wat niet; wat mag en wat niet mag. Het is zooveel als een ongeschreven wetboek voor het geslachtsleven. Een wet is er om te worden ontdoken. En van geen wet geldt dit in die mate als van de sexueele moraal. Iedereen onderwerpt er zich aan en niemand houdt er zich aan.Wat de sexueele moraal veroorlooft, dat is fatsoenlijk. Wat zij verbiedt, dat is onfatsoenlijk. Fatsoen wordt beloond met achting, respect en wat dies meer zij. Onfatsoen wordt gestraft met het tegendeel van achting, respect en wat dies meer zij. Het is dus begrijpelijk dat ieder voor fatsoenlijk wil worden gehouden. Daarvoor staan twee wegen open; het te zijn of het te schijnen. De eerste dier twee wegen lijkt vervelend, doodsch en eenzaam, de tweede vol afwisseling en verrassingen. Langs beide wordt hetzelfde doel bereikt.Het groote meerendeel kiest dus den tweeden weg, die loon zonder arbeid belooft, de genoegens der ongehoorzaamheid doet smaken en het recht op de belooning voor gehoorzaamheid niet doet verbeuren.112. Bakvischproblemen.112.Bakvischproblemen.—Ziet zoo nu een man er uit?—Bijna!Karikatuur van Cinirin, in „La Luna”, Turijn (1903).De meeste menschen schijnen dus sexueel braaf, maar zijn het niet. En als men denkt dat dit een onafgebroken, terdege ingestudeerd komediespel vereischt, dan heeft men het precies bij het verkeerde eind. Zoo ingewikkeld is dit spel van schijn en wezen volstrekt niet. Want daar niemand door zulk komediespel zou worden om den tuin geleid, laat men het als nutteloos maar achterwege. Ieder weet dat ieder zich aan de sexueele moraal bezondigt en er is een stilzwijgende overeenkomst elkander niet te hard te vallen. Wat men intusschen toch wel doet, maar achter elkaars rug. Tegen elkander zwijgt men over elkanders overtredingen der sexueele moraal en behandelt men elkander met de achting waarop gehoorzaamheid aan de sexueele moraal recht geeft. Zoo ontstaat een hoogst fatsoenlijke samenleving, waarin niemand fatsoenlijk is, noch van de anderen gelooft dat zij fatsoenlijk zijn.Deze komische toestand is voor de erotische humoristen van alle gading, een zeer dankbare materie. De grappige humorist vindt er stof in voor wat des grappenmakers is; den hekelgragen satirist biedt hij gelegenheid zich van zijn verontwaardiging te ontlasten; den wijsgeerigen ontleder is het een boom waarvan hij de even geestige als diepzinnige aphorismen en wijze orakeltaal als met handen vol kan afplukken. Allen zorgen daarbij met loffelijke nauwgezetheid voor niet te zuinige overdrijving. Eigenlijk is volgens hen alleen die persoon sexueel eerlijk, die openlijk leeft als een don Juan.Het streven van elkeen in een fatsoenlijke samenleving is niet zich te laten binden door de hinderlijke banden der fatsoensmoraal, maar te zorgen dat tenminste de naaste omgeving niets kan bewijzen. Het fatsoenis een deugd met de mooie kant naar buiten. Haar doel is niet: fatsoenlijk te zijn, maar: niet onfatsoenlijk te schijnen.113. Faun en nymf den kring der beschaving binnengeleid.113.Faun en nymf den kring der beschaving binnengeleid.Humoreske van Franz Müller, in „Schönheit” dl. IV.Dat is de vijgebladmoraal. Bedekken, onzichtbaar houden wat iedereen toch wel weet, met de stilzwijgende overeenkomst over en weer net te doen of mennietweet.114. Zedenpolitie buiten dienst.114.Zedenpolitie buiten dienst.—Maar, mijnheer commissaris, is dat nu eigenlijk ook niet tegen de goede zeden?—Geen praatjes, op ’t oogenblik ben ik buiten dienst en laat me niet in met dienstzaken.C. Koystrand in „Wiener Caricaturen”.Hoe komisch-angstvallig men zoekt te vermijden om voor onfatsoenlijk te worden gehouden, dat laat de Duitsche humorist Reznicek ons zien in zijn geestige anecdote van het zedige pasgetrouwde vrouwtje. Men is op de huwelijksreis en het jonge vrouwtje is zeer gesteld op haar fatsoen. Het is haar de laatste dagen gebleken, dat iedere hotelgast, die haar kamer passeert en daar de twee paren schoeisel ziet staan, een oogenblik staan blijft en in dikwijls zeer duidelijke mimiek te kennen geeft volkomen te begrijpen wat achter die deur, vóór welke die twee paar schoenen geschaard staan, zich afspeelt. Zij zou gaarne willen, dat niemand twijfel kon koesteren omtrent de wettigheid van een en ander. Zij zou het de lui wel willen toeroepen, dat ze op een echte eerlijkehuwelijksreis is en niet maar op een snoepreisje of zoo iets. Maar hoe dat de lui te doen begrijpen? Haar laarsjes is het niet aan te zien, dat ze heusch ten stadhuize zijn geweest en dat het huwelijk zoo het hoort in de registers van den burgerlijken stand is ingeschreven. Maar ze heeft een inval. Als ze haar trouwring eens aan den veter vastbond? Dan kon niemand iets van haar denken. Die ring toch maakt alles fatsoenlijk wat daar zonder onfatsoenlijk en een gemeene schande zou wezen in het oog van alle fatsoenlijke menschen. En zoo besluit dan deze jonge vrouw haar trouwring ’s avonds aan de schoenveter te bevestigen, alvorens zij haar laarsjes buiten de kamer zet. Dan kan iedereen zien dat achter die deur niets onbehoorlijks voorvalt.115. Ontsteltenis.115.Ontsteltenis.—O moeder, dierbare moeder, gelooft ge dan niet meer aan God?Th. Th. Heine, in „Simplizissimus”.Het doel van zulke sexueele moraal schijnt: de „zonde” te verbannen achter de gesloten deur en die deur een zoo onschuldig mogelijk aanzien te geven. Terwijl het niettemin voor niemand een geheim is, wat er achter die gesloten deur geschiedt. Dit is de vijgenbladmoraal, wier hoogste beginsel is, dat het niet worde gezien. En de trouwste aanhangers dezer leer laten het niet eens bij het bloote bewaren van den schijn, maar veroordeelen in het openbaar met de hevigste verontwaardiging en op de stelligste wijze datgene waaraan zij zich achter de gesloten deur naar hartelust te goed doen. Men handeltnaar het oude monnikendevies: zooal niet kuisch, dan toch fatsoenlijk. En zoo valt bijvoorbeeld dan het interessante feit te constateeren, dat in elke hoogstfatsoenlijke stad over de geheele beschaafde wereld behalve een luidruchtige dusgenaamde vroolijke buurt een nog grootere stille buurt is, waar honderden of duizenden—al naar de bevolkingssterkte—vrouwen wonen die haar onbekenden onderhouder hebben, d.w.z. van stille prostitutie leven.Een onrustige nacht.Een onrustige nacht.Naar de schilderij van Mouchet (1750–1814).En het is de erotische humor in de eerste plaats, die die brave fatsoenlijkheid openlijk te kijk zet. In woord en beeld verraadt hij, hoe de brave Hendrikken de kat in het donker knijpen. En het komische element is in deze soort erotische humor juist het verschil tusschen den schijn en de werkelijkheid.116. Shocking!116.Shocking!Karikatuur op de pruderie van Thomas Rowlandson (1756–1827).117. De afgewezen schilderij.117.De afgewezen schilderij.De puriteinsche kunstrechter:—Neen, goed bezien vind ik het in hooge mate zedekwetsend zoo iets op de tentoonstelling toe te laten.Engelsche karikatuur van Thomas Rowlandson (1756–1827).Men bespot dan niet het fatsoen, maar het simuleeren van fatsoen, het vertoon van braafheid. Men stelt de onfatsoenlijkheden der fatsoenlijke menschen bij voorkeur ten toon in de meest drastische vormen en laat daartoe gaarne eenzelfden persoon een daad tegelijkertijd in anderen afkeuren en zelf bedrijven. Hoogst komisch in dien trant is bijvoorbeeld het geval, dat in fig. 118 in beeld is gebracht. Een bewaker der openbare orde, tot wiens plicht het behoort ook oog te houden op de openbare zedelijkheid, permiteert zich in het park een vrijpartijtje metzijn Marie, doch ziet zich genoodzaakt deze aangename bezigheid een oogenblik te onderbreken, teneinde in de nabijheid een ander paar voor hetzelfde te gaan bekeuren. Van gelijke strekking is het geval dat fig. 114 te zien geeft. Een ander komisch element in het fatsoensvertoon is het zich onnoozel houden, en onkunde veinzen in dingen, die men maar al te goed kent. De preutschen en onnoozelen zijn gewoonlijk het best op de hoogte van en vertrouwd met de dingen waarvoor zij zoo zedig de oogen neerslaan. De koddige zijde van gemaakte zedigheid laat Thomas Rowlandson zien in zijn humoreske van de ontstelde tante (fig. 116). Wandelend met nichtje Sophie langs de Theems zien zij plotseling een troepje zwemmende jongelieden. Het gezicht van al dat naakt doet tante hevig aan. O, schandelijk van die mannen; kom Sophie, ik durf niet te kijken, vertel me straks maar wat je allemaal gezien hebt, maar dadelijk hier vandaan. En het nichtje, heel niet ontsteld, werpt een onverschilligen blik op het tooneel, dat haar tante zoo beschaamd maakt en vindt er blijkbaar weinig bijzonders in. Wie hier sexueel zuiver op de graat is en wie niet, is niet moeilijk uit te maken. Van geheel anderen aard is de ontsteltenis van den catechiseermeester van fig. 115, die een vrouwelijke kennis in sportcostuum ontmoet en op het gezicht van zooveel lichtzinnigheid en zoo diep zedelijk verval wanhopig uitroept: O, moeder, dierbare moeder, gelooft ge dan niet meer aan God? Deze satire hekelt de Droogstoppelzedigheid, voor wie alles wat zweemt naar een vrijeren toon uit den booze is en die zich de deugd niet anders kan voorstellen dan in hermetisch gesloten zwarte verpakking; een zedigheid, die zoowankel op de beenen staat, dat zij zichzelven tegen den minsten aanstoot niet bestand weet, en zoo onsolied is dat zij bij het minste haar evenwicht verliest.De quintessence van alle vijgenbladmoraal is: het hoogste woord voeren over sexueel-reinen levenswandel, maar incognito zich ruimschoots schadeloos stellen—zich bezondigen aan sexueele buitensporigheden en den schijn aannemen van ingetogenheid—in werkelijkheid zich overgeven aan alle liederlijkheid, en uiterlijk toch fatsoenlijk blijven.118. De bewaker der publieke zedelijkheid.118.De bewaker der publieke zedelijkheid.—Een oogenblik, Marie, even die twee daar op die bank bekeuren.Uit: „Wiener Caricaturen”, Weenen.De erotisch-humoristische literatuur wijst de Engelschen en de Amerikanen, Engeland en Amerika, als de volken en landen aan, waar de preutschheid, het met neusophalende minachting bejegenen van al wat zweemt naar sexueele problemen, het sterkst is. Waar de sexueele humor de pruderie wil bespotten, kiest hij als object meestal Engelschen of Amerikanen. En zelden wordt daarbij dan verzuimd om op het sterkst te laten uitkomen, dat zich juist bij die volken achter die preutschheid de felste sexualiteit verbergt. De sexueele humor doet ons de genoemde volken kennen als de fatsoenlijkste in het openbare leven en als de meest liederlijke in het particuliere leven. Het thema van het Engelsche en Amerikaansche zedigheidsvertoon wordt zelden anders behandeld dan op spottende of sarcastische manier. Van de tallooze staaltjes, die als blijken van de verregaande Amerikaansche zedelijkheid worden opgedischt, vermelden wij hier dit eene: In den staat Maine werd een recruut afgekeurd, wijl hij op zijn arm het beeld eener naakte Eva droeg. Twee dagen later meldde hij zich weer ter keuring en werd goedgekeurd—hij had de Eva een hemd laten aantatoeëeren. Intusschen zouden het juist de Amerikanen en Engelschen zijn, die in het geheim, bijvoorbeeld als zij buitenslands vertoeven, zich aan de grootste sexueele buitensporigheden overgeven. En dit geldt niet alleen de mannen, maar ook de vrouwen, die beiden zeer reislustig zijn, en liefst alleen reizen. De prude miss, die in Londen of New-York als een voorbeeld van strenge ingetogenheid en van haast sexelooze zedigheid geldt, zou alleen daarom zoo verzot zijn op alleen-reizen, om in verre streken haar al-te-menschelijke passies eens den vrijen loop te kunnen laten.Eenige jaren geleden ging er door de Europeesche pers een klacht uitCaïro, dat daar het prestige van het blanke ras groot gevaar liep door het gedrag van vele alleen-reizende Engelsche dames, die met inlandsche opperhoofden tijdelijke vriendschapsbetrekkingen aanknoopten, over wier aard niemand, die deze gentlemen nader kende, twijfel kon koesteren. Tallooze anecdoten omtrent erotische avonturen van vrouwelijke globe-trotters met Zwitsersche en Italiaansche berggidsen etc. dichten de streng-fashionable misses dezelfde belustheid op erotische sensaties toe, mits deze maar incognito te genieten zijn.Deze en dergelijke dwaasheden—die intusschen allerminst uitsluitend bij Engelschen en Amerikanen te zoeken zijn—tuchtigt de erotische humor met rusteloozen ijver. En de spot is hier een strafmiddel, dat tevens als geneesmiddel werkt. Hier vooral is van toepassing het woord van Friedrich Schlegel: De maatschappij is een chaos, die alleen met spot is op te voeden en tot harmonie te brengen.De spottende glimlach der openbare meening weerhoudt de menschen meer van onmaatschappelijke zonden dan de strengste strafwet.119. Venus’ hoorn des overvloeds.119.Venus’ hoorn des overvloeds.Fransch vignet.In den Venustempel of geld op, geen liefde meer.In den Venustempel of geld op, geen liefde meer.Oud-Hollandsche kopergravure, Kon. Bibliotheek, Den Haag.120. Bathseba.Photo Haafstaengl, München120.Bathseba.Naar de schilderij van Caspar Netscher (1639–1684), Alte Pinakothek, München.
IV.DE VIJGENBLADMORAAL.De sexueele moraal is, het spreekt wel haast vanzelf, voor den erotischen humor in woord en beeld een ware goudmijn.De sexueele moraal schrijft voor wat in het leven der sexen geoorloofd is en wat niet; wat mag en wat niet mag. Het is zooveel als een ongeschreven wetboek voor het geslachtsleven. Een wet is er om te worden ontdoken. En van geen wet geldt dit in die mate als van de sexueele moraal. Iedereen onderwerpt er zich aan en niemand houdt er zich aan.Wat de sexueele moraal veroorlooft, dat is fatsoenlijk. Wat zij verbiedt, dat is onfatsoenlijk. Fatsoen wordt beloond met achting, respect en wat dies meer zij. Onfatsoen wordt gestraft met het tegendeel van achting, respect en wat dies meer zij. Het is dus begrijpelijk dat ieder voor fatsoenlijk wil worden gehouden. Daarvoor staan twee wegen open; het te zijn of het te schijnen. De eerste dier twee wegen lijkt vervelend, doodsch en eenzaam, de tweede vol afwisseling en verrassingen. Langs beide wordt hetzelfde doel bereikt.Het groote meerendeel kiest dus den tweeden weg, die loon zonder arbeid belooft, de genoegens der ongehoorzaamheid doet smaken en het recht op de belooning voor gehoorzaamheid niet doet verbeuren.112. Bakvischproblemen.112.Bakvischproblemen.—Ziet zoo nu een man er uit?—Bijna!Karikatuur van Cinirin, in „La Luna”, Turijn (1903).De meeste menschen schijnen dus sexueel braaf, maar zijn het niet. En als men denkt dat dit een onafgebroken, terdege ingestudeerd komediespel vereischt, dan heeft men het precies bij het verkeerde eind. Zoo ingewikkeld is dit spel van schijn en wezen volstrekt niet. Want daar niemand door zulk komediespel zou worden om den tuin geleid, laat men het als nutteloos maar achterwege. Ieder weet dat ieder zich aan de sexueele moraal bezondigt en er is een stilzwijgende overeenkomst elkander niet te hard te vallen. Wat men intusschen toch wel doet, maar achter elkaars rug. Tegen elkander zwijgt men over elkanders overtredingen der sexueele moraal en behandelt men elkander met de achting waarop gehoorzaamheid aan de sexueele moraal recht geeft. Zoo ontstaat een hoogst fatsoenlijke samenleving, waarin niemand fatsoenlijk is, noch van de anderen gelooft dat zij fatsoenlijk zijn.Deze komische toestand is voor de erotische humoristen van alle gading, een zeer dankbare materie. De grappige humorist vindt er stof in voor wat des grappenmakers is; den hekelgragen satirist biedt hij gelegenheid zich van zijn verontwaardiging te ontlasten; den wijsgeerigen ontleder is het een boom waarvan hij de even geestige als diepzinnige aphorismen en wijze orakeltaal als met handen vol kan afplukken. Allen zorgen daarbij met loffelijke nauwgezetheid voor niet te zuinige overdrijving. Eigenlijk is volgens hen alleen die persoon sexueel eerlijk, die openlijk leeft als een don Juan.Het streven van elkeen in een fatsoenlijke samenleving is niet zich te laten binden door de hinderlijke banden der fatsoensmoraal, maar te zorgen dat tenminste de naaste omgeving niets kan bewijzen. Het fatsoenis een deugd met de mooie kant naar buiten. Haar doel is niet: fatsoenlijk te zijn, maar: niet onfatsoenlijk te schijnen.113. Faun en nymf den kring der beschaving binnengeleid.113.Faun en nymf den kring der beschaving binnengeleid.Humoreske van Franz Müller, in „Schönheit” dl. IV.Dat is de vijgebladmoraal. Bedekken, onzichtbaar houden wat iedereen toch wel weet, met de stilzwijgende overeenkomst over en weer net te doen of mennietweet.114. Zedenpolitie buiten dienst.114.Zedenpolitie buiten dienst.—Maar, mijnheer commissaris, is dat nu eigenlijk ook niet tegen de goede zeden?—Geen praatjes, op ’t oogenblik ben ik buiten dienst en laat me niet in met dienstzaken.C. Koystrand in „Wiener Caricaturen”.Hoe komisch-angstvallig men zoekt te vermijden om voor onfatsoenlijk te worden gehouden, dat laat de Duitsche humorist Reznicek ons zien in zijn geestige anecdote van het zedige pasgetrouwde vrouwtje. Men is op de huwelijksreis en het jonge vrouwtje is zeer gesteld op haar fatsoen. Het is haar de laatste dagen gebleken, dat iedere hotelgast, die haar kamer passeert en daar de twee paren schoeisel ziet staan, een oogenblik staan blijft en in dikwijls zeer duidelijke mimiek te kennen geeft volkomen te begrijpen wat achter die deur, vóór welke die twee paar schoenen geschaard staan, zich afspeelt. Zij zou gaarne willen, dat niemand twijfel kon koesteren omtrent de wettigheid van een en ander. Zij zou het de lui wel willen toeroepen, dat ze op een echte eerlijkehuwelijksreis is en niet maar op een snoepreisje of zoo iets. Maar hoe dat de lui te doen begrijpen? Haar laarsjes is het niet aan te zien, dat ze heusch ten stadhuize zijn geweest en dat het huwelijk zoo het hoort in de registers van den burgerlijken stand is ingeschreven. Maar ze heeft een inval. Als ze haar trouwring eens aan den veter vastbond? Dan kon niemand iets van haar denken. Die ring toch maakt alles fatsoenlijk wat daar zonder onfatsoenlijk en een gemeene schande zou wezen in het oog van alle fatsoenlijke menschen. En zoo besluit dan deze jonge vrouw haar trouwring ’s avonds aan de schoenveter te bevestigen, alvorens zij haar laarsjes buiten de kamer zet. Dan kan iedereen zien dat achter die deur niets onbehoorlijks voorvalt.115. Ontsteltenis.115.Ontsteltenis.—O moeder, dierbare moeder, gelooft ge dan niet meer aan God?Th. Th. Heine, in „Simplizissimus”.Het doel van zulke sexueele moraal schijnt: de „zonde” te verbannen achter de gesloten deur en die deur een zoo onschuldig mogelijk aanzien te geven. Terwijl het niettemin voor niemand een geheim is, wat er achter die gesloten deur geschiedt. Dit is de vijgenbladmoraal, wier hoogste beginsel is, dat het niet worde gezien. En de trouwste aanhangers dezer leer laten het niet eens bij het bloote bewaren van den schijn, maar veroordeelen in het openbaar met de hevigste verontwaardiging en op de stelligste wijze datgene waaraan zij zich achter de gesloten deur naar hartelust te goed doen. Men handeltnaar het oude monnikendevies: zooal niet kuisch, dan toch fatsoenlijk. En zoo valt bijvoorbeeld dan het interessante feit te constateeren, dat in elke hoogstfatsoenlijke stad over de geheele beschaafde wereld behalve een luidruchtige dusgenaamde vroolijke buurt een nog grootere stille buurt is, waar honderden of duizenden—al naar de bevolkingssterkte—vrouwen wonen die haar onbekenden onderhouder hebben, d.w.z. van stille prostitutie leven.Een onrustige nacht.Een onrustige nacht.Naar de schilderij van Mouchet (1750–1814).En het is de erotische humor in de eerste plaats, die die brave fatsoenlijkheid openlijk te kijk zet. In woord en beeld verraadt hij, hoe de brave Hendrikken de kat in het donker knijpen. En het komische element is in deze soort erotische humor juist het verschil tusschen den schijn en de werkelijkheid.116. Shocking!116.Shocking!Karikatuur op de pruderie van Thomas Rowlandson (1756–1827).117. De afgewezen schilderij.117.De afgewezen schilderij.De puriteinsche kunstrechter:—Neen, goed bezien vind ik het in hooge mate zedekwetsend zoo iets op de tentoonstelling toe te laten.Engelsche karikatuur van Thomas Rowlandson (1756–1827).Men bespot dan niet het fatsoen, maar het simuleeren van fatsoen, het vertoon van braafheid. Men stelt de onfatsoenlijkheden der fatsoenlijke menschen bij voorkeur ten toon in de meest drastische vormen en laat daartoe gaarne eenzelfden persoon een daad tegelijkertijd in anderen afkeuren en zelf bedrijven. Hoogst komisch in dien trant is bijvoorbeeld het geval, dat in fig. 118 in beeld is gebracht. Een bewaker der openbare orde, tot wiens plicht het behoort ook oog te houden op de openbare zedelijkheid, permiteert zich in het park een vrijpartijtje metzijn Marie, doch ziet zich genoodzaakt deze aangename bezigheid een oogenblik te onderbreken, teneinde in de nabijheid een ander paar voor hetzelfde te gaan bekeuren. Van gelijke strekking is het geval dat fig. 114 te zien geeft. Een ander komisch element in het fatsoensvertoon is het zich onnoozel houden, en onkunde veinzen in dingen, die men maar al te goed kent. De preutschen en onnoozelen zijn gewoonlijk het best op de hoogte van en vertrouwd met de dingen waarvoor zij zoo zedig de oogen neerslaan. De koddige zijde van gemaakte zedigheid laat Thomas Rowlandson zien in zijn humoreske van de ontstelde tante (fig. 116). Wandelend met nichtje Sophie langs de Theems zien zij plotseling een troepje zwemmende jongelieden. Het gezicht van al dat naakt doet tante hevig aan. O, schandelijk van die mannen; kom Sophie, ik durf niet te kijken, vertel me straks maar wat je allemaal gezien hebt, maar dadelijk hier vandaan. En het nichtje, heel niet ontsteld, werpt een onverschilligen blik op het tooneel, dat haar tante zoo beschaamd maakt en vindt er blijkbaar weinig bijzonders in. Wie hier sexueel zuiver op de graat is en wie niet, is niet moeilijk uit te maken. Van geheel anderen aard is de ontsteltenis van den catechiseermeester van fig. 115, die een vrouwelijke kennis in sportcostuum ontmoet en op het gezicht van zooveel lichtzinnigheid en zoo diep zedelijk verval wanhopig uitroept: O, moeder, dierbare moeder, gelooft ge dan niet meer aan God? Deze satire hekelt de Droogstoppelzedigheid, voor wie alles wat zweemt naar een vrijeren toon uit den booze is en die zich de deugd niet anders kan voorstellen dan in hermetisch gesloten zwarte verpakking; een zedigheid, die zoowankel op de beenen staat, dat zij zichzelven tegen den minsten aanstoot niet bestand weet, en zoo onsolied is dat zij bij het minste haar evenwicht verliest.De quintessence van alle vijgenbladmoraal is: het hoogste woord voeren over sexueel-reinen levenswandel, maar incognito zich ruimschoots schadeloos stellen—zich bezondigen aan sexueele buitensporigheden en den schijn aannemen van ingetogenheid—in werkelijkheid zich overgeven aan alle liederlijkheid, en uiterlijk toch fatsoenlijk blijven.118. De bewaker der publieke zedelijkheid.118.De bewaker der publieke zedelijkheid.—Een oogenblik, Marie, even die twee daar op die bank bekeuren.Uit: „Wiener Caricaturen”, Weenen.De erotisch-humoristische literatuur wijst de Engelschen en de Amerikanen, Engeland en Amerika, als de volken en landen aan, waar de preutschheid, het met neusophalende minachting bejegenen van al wat zweemt naar sexueele problemen, het sterkst is. Waar de sexueele humor de pruderie wil bespotten, kiest hij als object meestal Engelschen of Amerikanen. En zelden wordt daarbij dan verzuimd om op het sterkst te laten uitkomen, dat zich juist bij die volken achter die preutschheid de felste sexualiteit verbergt. De sexueele humor doet ons de genoemde volken kennen als de fatsoenlijkste in het openbare leven en als de meest liederlijke in het particuliere leven. Het thema van het Engelsche en Amerikaansche zedigheidsvertoon wordt zelden anders behandeld dan op spottende of sarcastische manier. Van de tallooze staaltjes, die als blijken van de verregaande Amerikaansche zedelijkheid worden opgedischt, vermelden wij hier dit eene: In den staat Maine werd een recruut afgekeurd, wijl hij op zijn arm het beeld eener naakte Eva droeg. Twee dagen later meldde hij zich weer ter keuring en werd goedgekeurd—hij had de Eva een hemd laten aantatoeëeren. Intusschen zouden het juist de Amerikanen en Engelschen zijn, die in het geheim, bijvoorbeeld als zij buitenslands vertoeven, zich aan de grootste sexueele buitensporigheden overgeven. En dit geldt niet alleen de mannen, maar ook de vrouwen, die beiden zeer reislustig zijn, en liefst alleen reizen. De prude miss, die in Londen of New-York als een voorbeeld van strenge ingetogenheid en van haast sexelooze zedigheid geldt, zou alleen daarom zoo verzot zijn op alleen-reizen, om in verre streken haar al-te-menschelijke passies eens den vrijen loop te kunnen laten.Eenige jaren geleden ging er door de Europeesche pers een klacht uitCaïro, dat daar het prestige van het blanke ras groot gevaar liep door het gedrag van vele alleen-reizende Engelsche dames, die met inlandsche opperhoofden tijdelijke vriendschapsbetrekkingen aanknoopten, over wier aard niemand, die deze gentlemen nader kende, twijfel kon koesteren. Tallooze anecdoten omtrent erotische avonturen van vrouwelijke globe-trotters met Zwitsersche en Italiaansche berggidsen etc. dichten de streng-fashionable misses dezelfde belustheid op erotische sensaties toe, mits deze maar incognito te genieten zijn.Deze en dergelijke dwaasheden—die intusschen allerminst uitsluitend bij Engelschen en Amerikanen te zoeken zijn—tuchtigt de erotische humor met rusteloozen ijver. En de spot is hier een strafmiddel, dat tevens als geneesmiddel werkt. Hier vooral is van toepassing het woord van Friedrich Schlegel: De maatschappij is een chaos, die alleen met spot is op te voeden en tot harmonie te brengen.De spottende glimlach der openbare meening weerhoudt de menschen meer van onmaatschappelijke zonden dan de strengste strafwet.119. Venus’ hoorn des overvloeds.119.Venus’ hoorn des overvloeds.Fransch vignet.In den Venustempel of geld op, geen liefde meer.In den Venustempel of geld op, geen liefde meer.Oud-Hollandsche kopergravure, Kon. Bibliotheek, Den Haag.120. Bathseba.Photo Haafstaengl, München120.Bathseba.Naar de schilderij van Caspar Netscher (1639–1684), Alte Pinakothek, München.
IV.DE VIJGENBLADMORAAL.
De sexueele moraal is, het spreekt wel haast vanzelf, voor den erotischen humor in woord en beeld een ware goudmijn.De sexueele moraal schrijft voor wat in het leven der sexen geoorloofd is en wat niet; wat mag en wat niet mag. Het is zooveel als een ongeschreven wetboek voor het geslachtsleven. Een wet is er om te worden ontdoken. En van geen wet geldt dit in die mate als van de sexueele moraal. Iedereen onderwerpt er zich aan en niemand houdt er zich aan.Wat de sexueele moraal veroorlooft, dat is fatsoenlijk. Wat zij verbiedt, dat is onfatsoenlijk. Fatsoen wordt beloond met achting, respect en wat dies meer zij. Onfatsoen wordt gestraft met het tegendeel van achting, respect en wat dies meer zij. Het is dus begrijpelijk dat ieder voor fatsoenlijk wil worden gehouden. Daarvoor staan twee wegen open; het te zijn of het te schijnen. De eerste dier twee wegen lijkt vervelend, doodsch en eenzaam, de tweede vol afwisseling en verrassingen. Langs beide wordt hetzelfde doel bereikt.Het groote meerendeel kiest dus den tweeden weg, die loon zonder arbeid belooft, de genoegens der ongehoorzaamheid doet smaken en het recht op de belooning voor gehoorzaamheid niet doet verbeuren.112. Bakvischproblemen.112.Bakvischproblemen.—Ziet zoo nu een man er uit?—Bijna!Karikatuur van Cinirin, in „La Luna”, Turijn (1903).De meeste menschen schijnen dus sexueel braaf, maar zijn het niet. En als men denkt dat dit een onafgebroken, terdege ingestudeerd komediespel vereischt, dan heeft men het precies bij het verkeerde eind. Zoo ingewikkeld is dit spel van schijn en wezen volstrekt niet. Want daar niemand door zulk komediespel zou worden om den tuin geleid, laat men het als nutteloos maar achterwege. Ieder weet dat ieder zich aan de sexueele moraal bezondigt en er is een stilzwijgende overeenkomst elkander niet te hard te vallen. Wat men intusschen toch wel doet, maar achter elkaars rug. Tegen elkander zwijgt men over elkanders overtredingen der sexueele moraal en behandelt men elkander met de achting waarop gehoorzaamheid aan de sexueele moraal recht geeft. Zoo ontstaat een hoogst fatsoenlijke samenleving, waarin niemand fatsoenlijk is, noch van de anderen gelooft dat zij fatsoenlijk zijn.Deze komische toestand is voor de erotische humoristen van alle gading, een zeer dankbare materie. De grappige humorist vindt er stof in voor wat des grappenmakers is; den hekelgragen satirist biedt hij gelegenheid zich van zijn verontwaardiging te ontlasten; den wijsgeerigen ontleder is het een boom waarvan hij de even geestige als diepzinnige aphorismen en wijze orakeltaal als met handen vol kan afplukken. Allen zorgen daarbij met loffelijke nauwgezetheid voor niet te zuinige overdrijving. Eigenlijk is volgens hen alleen die persoon sexueel eerlijk, die openlijk leeft als een don Juan.Het streven van elkeen in een fatsoenlijke samenleving is niet zich te laten binden door de hinderlijke banden der fatsoensmoraal, maar te zorgen dat tenminste de naaste omgeving niets kan bewijzen. Het fatsoenis een deugd met de mooie kant naar buiten. Haar doel is niet: fatsoenlijk te zijn, maar: niet onfatsoenlijk te schijnen.113. Faun en nymf den kring der beschaving binnengeleid.113.Faun en nymf den kring der beschaving binnengeleid.Humoreske van Franz Müller, in „Schönheit” dl. IV.Dat is de vijgebladmoraal. Bedekken, onzichtbaar houden wat iedereen toch wel weet, met de stilzwijgende overeenkomst over en weer net te doen of mennietweet.114. Zedenpolitie buiten dienst.114.Zedenpolitie buiten dienst.—Maar, mijnheer commissaris, is dat nu eigenlijk ook niet tegen de goede zeden?—Geen praatjes, op ’t oogenblik ben ik buiten dienst en laat me niet in met dienstzaken.C. Koystrand in „Wiener Caricaturen”.Hoe komisch-angstvallig men zoekt te vermijden om voor onfatsoenlijk te worden gehouden, dat laat de Duitsche humorist Reznicek ons zien in zijn geestige anecdote van het zedige pasgetrouwde vrouwtje. Men is op de huwelijksreis en het jonge vrouwtje is zeer gesteld op haar fatsoen. Het is haar de laatste dagen gebleken, dat iedere hotelgast, die haar kamer passeert en daar de twee paren schoeisel ziet staan, een oogenblik staan blijft en in dikwijls zeer duidelijke mimiek te kennen geeft volkomen te begrijpen wat achter die deur, vóór welke die twee paar schoenen geschaard staan, zich afspeelt. Zij zou gaarne willen, dat niemand twijfel kon koesteren omtrent de wettigheid van een en ander. Zij zou het de lui wel willen toeroepen, dat ze op een echte eerlijkehuwelijksreis is en niet maar op een snoepreisje of zoo iets. Maar hoe dat de lui te doen begrijpen? Haar laarsjes is het niet aan te zien, dat ze heusch ten stadhuize zijn geweest en dat het huwelijk zoo het hoort in de registers van den burgerlijken stand is ingeschreven. Maar ze heeft een inval. Als ze haar trouwring eens aan den veter vastbond? Dan kon niemand iets van haar denken. Die ring toch maakt alles fatsoenlijk wat daar zonder onfatsoenlijk en een gemeene schande zou wezen in het oog van alle fatsoenlijke menschen. En zoo besluit dan deze jonge vrouw haar trouwring ’s avonds aan de schoenveter te bevestigen, alvorens zij haar laarsjes buiten de kamer zet. Dan kan iedereen zien dat achter die deur niets onbehoorlijks voorvalt.115. Ontsteltenis.115.Ontsteltenis.—O moeder, dierbare moeder, gelooft ge dan niet meer aan God?Th. Th. Heine, in „Simplizissimus”.Het doel van zulke sexueele moraal schijnt: de „zonde” te verbannen achter de gesloten deur en die deur een zoo onschuldig mogelijk aanzien te geven. Terwijl het niettemin voor niemand een geheim is, wat er achter die gesloten deur geschiedt. Dit is de vijgenbladmoraal, wier hoogste beginsel is, dat het niet worde gezien. En de trouwste aanhangers dezer leer laten het niet eens bij het bloote bewaren van den schijn, maar veroordeelen in het openbaar met de hevigste verontwaardiging en op de stelligste wijze datgene waaraan zij zich achter de gesloten deur naar hartelust te goed doen. Men handeltnaar het oude monnikendevies: zooal niet kuisch, dan toch fatsoenlijk. En zoo valt bijvoorbeeld dan het interessante feit te constateeren, dat in elke hoogstfatsoenlijke stad over de geheele beschaafde wereld behalve een luidruchtige dusgenaamde vroolijke buurt een nog grootere stille buurt is, waar honderden of duizenden—al naar de bevolkingssterkte—vrouwen wonen die haar onbekenden onderhouder hebben, d.w.z. van stille prostitutie leven.Een onrustige nacht.Een onrustige nacht.Naar de schilderij van Mouchet (1750–1814).En het is de erotische humor in de eerste plaats, die die brave fatsoenlijkheid openlijk te kijk zet. In woord en beeld verraadt hij, hoe de brave Hendrikken de kat in het donker knijpen. En het komische element is in deze soort erotische humor juist het verschil tusschen den schijn en de werkelijkheid.116. Shocking!116.Shocking!Karikatuur op de pruderie van Thomas Rowlandson (1756–1827).117. De afgewezen schilderij.117.De afgewezen schilderij.De puriteinsche kunstrechter:—Neen, goed bezien vind ik het in hooge mate zedekwetsend zoo iets op de tentoonstelling toe te laten.Engelsche karikatuur van Thomas Rowlandson (1756–1827).Men bespot dan niet het fatsoen, maar het simuleeren van fatsoen, het vertoon van braafheid. Men stelt de onfatsoenlijkheden der fatsoenlijke menschen bij voorkeur ten toon in de meest drastische vormen en laat daartoe gaarne eenzelfden persoon een daad tegelijkertijd in anderen afkeuren en zelf bedrijven. Hoogst komisch in dien trant is bijvoorbeeld het geval, dat in fig. 118 in beeld is gebracht. Een bewaker der openbare orde, tot wiens plicht het behoort ook oog te houden op de openbare zedelijkheid, permiteert zich in het park een vrijpartijtje metzijn Marie, doch ziet zich genoodzaakt deze aangename bezigheid een oogenblik te onderbreken, teneinde in de nabijheid een ander paar voor hetzelfde te gaan bekeuren. Van gelijke strekking is het geval dat fig. 114 te zien geeft. Een ander komisch element in het fatsoensvertoon is het zich onnoozel houden, en onkunde veinzen in dingen, die men maar al te goed kent. De preutschen en onnoozelen zijn gewoonlijk het best op de hoogte van en vertrouwd met de dingen waarvoor zij zoo zedig de oogen neerslaan. De koddige zijde van gemaakte zedigheid laat Thomas Rowlandson zien in zijn humoreske van de ontstelde tante (fig. 116). Wandelend met nichtje Sophie langs de Theems zien zij plotseling een troepje zwemmende jongelieden. Het gezicht van al dat naakt doet tante hevig aan. O, schandelijk van die mannen; kom Sophie, ik durf niet te kijken, vertel me straks maar wat je allemaal gezien hebt, maar dadelijk hier vandaan. En het nichtje, heel niet ontsteld, werpt een onverschilligen blik op het tooneel, dat haar tante zoo beschaamd maakt en vindt er blijkbaar weinig bijzonders in. Wie hier sexueel zuiver op de graat is en wie niet, is niet moeilijk uit te maken. Van geheel anderen aard is de ontsteltenis van den catechiseermeester van fig. 115, die een vrouwelijke kennis in sportcostuum ontmoet en op het gezicht van zooveel lichtzinnigheid en zoo diep zedelijk verval wanhopig uitroept: O, moeder, dierbare moeder, gelooft ge dan niet meer aan God? Deze satire hekelt de Droogstoppelzedigheid, voor wie alles wat zweemt naar een vrijeren toon uit den booze is en die zich de deugd niet anders kan voorstellen dan in hermetisch gesloten zwarte verpakking; een zedigheid, die zoowankel op de beenen staat, dat zij zichzelven tegen den minsten aanstoot niet bestand weet, en zoo onsolied is dat zij bij het minste haar evenwicht verliest.De quintessence van alle vijgenbladmoraal is: het hoogste woord voeren over sexueel-reinen levenswandel, maar incognito zich ruimschoots schadeloos stellen—zich bezondigen aan sexueele buitensporigheden en den schijn aannemen van ingetogenheid—in werkelijkheid zich overgeven aan alle liederlijkheid, en uiterlijk toch fatsoenlijk blijven.118. De bewaker der publieke zedelijkheid.118.De bewaker der publieke zedelijkheid.—Een oogenblik, Marie, even die twee daar op die bank bekeuren.Uit: „Wiener Caricaturen”, Weenen.De erotisch-humoristische literatuur wijst de Engelschen en de Amerikanen, Engeland en Amerika, als de volken en landen aan, waar de preutschheid, het met neusophalende minachting bejegenen van al wat zweemt naar sexueele problemen, het sterkst is. Waar de sexueele humor de pruderie wil bespotten, kiest hij als object meestal Engelschen of Amerikanen. En zelden wordt daarbij dan verzuimd om op het sterkst te laten uitkomen, dat zich juist bij die volken achter die preutschheid de felste sexualiteit verbergt. De sexueele humor doet ons de genoemde volken kennen als de fatsoenlijkste in het openbare leven en als de meest liederlijke in het particuliere leven. Het thema van het Engelsche en Amerikaansche zedigheidsvertoon wordt zelden anders behandeld dan op spottende of sarcastische manier. Van de tallooze staaltjes, die als blijken van de verregaande Amerikaansche zedelijkheid worden opgedischt, vermelden wij hier dit eene: In den staat Maine werd een recruut afgekeurd, wijl hij op zijn arm het beeld eener naakte Eva droeg. Twee dagen later meldde hij zich weer ter keuring en werd goedgekeurd—hij had de Eva een hemd laten aantatoeëeren. Intusschen zouden het juist de Amerikanen en Engelschen zijn, die in het geheim, bijvoorbeeld als zij buitenslands vertoeven, zich aan de grootste sexueele buitensporigheden overgeven. En dit geldt niet alleen de mannen, maar ook de vrouwen, die beiden zeer reislustig zijn, en liefst alleen reizen. De prude miss, die in Londen of New-York als een voorbeeld van strenge ingetogenheid en van haast sexelooze zedigheid geldt, zou alleen daarom zoo verzot zijn op alleen-reizen, om in verre streken haar al-te-menschelijke passies eens den vrijen loop te kunnen laten.Eenige jaren geleden ging er door de Europeesche pers een klacht uitCaïro, dat daar het prestige van het blanke ras groot gevaar liep door het gedrag van vele alleen-reizende Engelsche dames, die met inlandsche opperhoofden tijdelijke vriendschapsbetrekkingen aanknoopten, over wier aard niemand, die deze gentlemen nader kende, twijfel kon koesteren. Tallooze anecdoten omtrent erotische avonturen van vrouwelijke globe-trotters met Zwitsersche en Italiaansche berggidsen etc. dichten de streng-fashionable misses dezelfde belustheid op erotische sensaties toe, mits deze maar incognito te genieten zijn.Deze en dergelijke dwaasheden—die intusschen allerminst uitsluitend bij Engelschen en Amerikanen te zoeken zijn—tuchtigt de erotische humor met rusteloozen ijver. En de spot is hier een strafmiddel, dat tevens als geneesmiddel werkt. Hier vooral is van toepassing het woord van Friedrich Schlegel: De maatschappij is een chaos, die alleen met spot is op te voeden en tot harmonie te brengen.De spottende glimlach der openbare meening weerhoudt de menschen meer van onmaatschappelijke zonden dan de strengste strafwet.119. Venus’ hoorn des overvloeds.119.Venus’ hoorn des overvloeds.Fransch vignet.In den Venustempel of geld op, geen liefde meer.In den Venustempel of geld op, geen liefde meer.Oud-Hollandsche kopergravure, Kon. Bibliotheek, Den Haag.120. Bathseba.Photo Haafstaengl, München120.Bathseba.Naar de schilderij van Caspar Netscher (1639–1684), Alte Pinakothek, München.
De sexueele moraal is, het spreekt wel haast vanzelf, voor den erotischen humor in woord en beeld een ware goudmijn.
De sexueele moraal schrijft voor wat in het leven der sexen geoorloofd is en wat niet; wat mag en wat niet mag. Het is zooveel als een ongeschreven wetboek voor het geslachtsleven. Een wet is er om te worden ontdoken. En van geen wet geldt dit in die mate als van de sexueele moraal. Iedereen onderwerpt er zich aan en niemand houdt er zich aan.
Wat de sexueele moraal veroorlooft, dat is fatsoenlijk. Wat zij verbiedt, dat is onfatsoenlijk. Fatsoen wordt beloond met achting, respect en wat dies meer zij. Onfatsoen wordt gestraft met het tegendeel van achting, respect en wat dies meer zij. Het is dus begrijpelijk dat ieder voor fatsoenlijk wil worden gehouden. Daarvoor staan twee wegen open; het te zijn of het te schijnen. De eerste dier twee wegen lijkt vervelend, doodsch en eenzaam, de tweede vol afwisseling en verrassingen. Langs beide wordt hetzelfde doel bereikt.
Het groote meerendeel kiest dus den tweeden weg, die loon zonder arbeid belooft, de genoegens der ongehoorzaamheid doet smaken en het recht op de belooning voor gehoorzaamheid niet doet verbeuren.
112. Bakvischproblemen.112.Bakvischproblemen.—Ziet zoo nu een man er uit?—Bijna!Karikatuur van Cinirin, in „La Luna”, Turijn (1903).
112.Bakvischproblemen.
—Ziet zoo nu een man er uit?
—Bijna!
Karikatuur van Cinirin, in „La Luna”, Turijn (1903).
De meeste menschen schijnen dus sexueel braaf, maar zijn het niet. En als men denkt dat dit een onafgebroken, terdege ingestudeerd komediespel vereischt, dan heeft men het precies bij het verkeerde eind. Zoo ingewikkeld is dit spel van schijn en wezen volstrekt niet. Want daar niemand door zulk komediespel zou worden om den tuin geleid, laat men het als nutteloos maar achterwege. Ieder weet dat ieder zich aan de sexueele moraal bezondigt en er is een stilzwijgende overeenkomst elkander niet te hard te vallen. Wat men intusschen toch wel doet, maar achter elkaars rug. Tegen elkander zwijgt men over elkanders overtredingen der sexueele moraal en behandelt men elkander met de achting waarop gehoorzaamheid aan de sexueele moraal recht geeft. Zoo ontstaat een hoogst fatsoenlijke samenleving, waarin niemand fatsoenlijk is, noch van de anderen gelooft dat zij fatsoenlijk zijn.
Deze komische toestand is voor de erotische humoristen van alle gading, een zeer dankbare materie. De grappige humorist vindt er stof in voor wat des grappenmakers is; den hekelgragen satirist biedt hij gelegenheid zich van zijn verontwaardiging te ontlasten; den wijsgeerigen ontleder is het een boom waarvan hij de even geestige als diepzinnige aphorismen en wijze orakeltaal als met handen vol kan afplukken. Allen zorgen daarbij met loffelijke nauwgezetheid voor niet te zuinige overdrijving. Eigenlijk is volgens hen alleen die persoon sexueel eerlijk, die openlijk leeft als een don Juan.
Het streven van elkeen in een fatsoenlijke samenleving is niet zich te laten binden door de hinderlijke banden der fatsoensmoraal, maar te zorgen dat tenminste de naaste omgeving niets kan bewijzen. Het fatsoenis een deugd met de mooie kant naar buiten. Haar doel is niet: fatsoenlijk te zijn, maar: niet onfatsoenlijk te schijnen.
113. Faun en nymf den kring der beschaving binnengeleid.113.Faun en nymf den kring der beschaving binnengeleid.Humoreske van Franz Müller, in „Schönheit” dl. IV.
113.Faun en nymf den kring der beschaving binnengeleid.
Humoreske van Franz Müller, in „Schönheit” dl. IV.
Dat is de vijgebladmoraal. Bedekken, onzichtbaar houden wat iedereen toch wel weet, met de stilzwijgende overeenkomst over en weer net te doen of mennietweet.
114. Zedenpolitie buiten dienst.114.Zedenpolitie buiten dienst.—Maar, mijnheer commissaris, is dat nu eigenlijk ook niet tegen de goede zeden?—Geen praatjes, op ’t oogenblik ben ik buiten dienst en laat me niet in met dienstzaken.C. Koystrand in „Wiener Caricaturen”.
114.Zedenpolitie buiten dienst.
—Maar, mijnheer commissaris, is dat nu eigenlijk ook niet tegen de goede zeden?
—Geen praatjes, op ’t oogenblik ben ik buiten dienst en laat me niet in met dienstzaken.
C. Koystrand in „Wiener Caricaturen”.
Hoe komisch-angstvallig men zoekt te vermijden om voor onfatsoenlijk te worden gehouden, dat laat de Duitsche humorist Reznicek ons zien in zijn geestige anecdote van het zedige pasgetrouwde vrouwtje. Men is op de huwelijksreis en het jonge vrouwtje is zeer gesteld op haar fatsoen. Het is haar de laatste dagen gebleken, dat iedere hotelgast, die haar kamer passeert en daar de twee paren schoeisel ziet staan, een oogenblik staan blijft en in dikwijls zeer duidelijke mimiek te kennen geeft volkomen te begrijpen wat achter die deur, vóór welke die twee paar schoenen geschaard staan, zich afspeelt. Zij zou gaarne willen, dat niemand twijfel kon koesteren omtrent de wettigheid van een en ander. Zij zou het de lui wel willen toeroepen, dat ze op een echte eerlijkehuwelijksreis is en niet maar op een snoepreisje of zoo iets. Maar hoe dat de lui te doen begrijpen? Haar laarsjes is het niet aan te zien, dat ze heusch ten stadhuize zijn geweest en dat het huwelijk zoo het hoort in de registers van den burgerlijken stand is ingeschreven. Maar ze heeft een inval. Als ze haar trouwring eens aan den veter vastbond? Dan kon niemand iets van haar denken. Die ring toch maakt alles fatsoenlijk wat daar zonder onfatsoenlijk en een gemeene schande zou wezen in het oog van alle fatsoenlijke menschen. En zoo besluit dan deze jonge vrouw haar trouwring ’s avonds aan de schoenveter te bevestigen, alvorens zij haar laarsjes buiten de kamer zet. Dan kan iedereen zien dat achter die deur niets onbehoorlijks voorvalt.
115. Ontsteltenis.115.Ontsteltenis.—O moeder, dierbare moeder, gelooft ge dan niet meer aan God?Th. Th. Heine, in „Simplizissimus”.
115.Ontsteltenis.
—O moeder, dierbare moeder, gelooft ge dan niet meer aan God?
Th. Th. Heine, in „Simplizissimus”.
Het doel van zulke sexueele moraal schijnt: de „zonde” te verbannen achter de gesloten deur en die deur een zoo onschuldig mogelijk aanzien te geven. Terwijl het niettemin voor niemand een geheim is, wat er achter die gesloten deur geschiedt. Dit is de vijgenbladmoraal, wier hoogste beginsel is, dat het niet worde gezien. En de trouwste aanhangers dezer leer laten het niet eens bij het bloote bewaren van den schijn, maar veroordeelen in het openbaar met de hevigste verontwaardiging en op de stelligste wijze datgene waaraan zij zich achter de gesloten deur naar hartelust te goed doen. Men handeltnaar het oude monnikendevies: zooal niet kuisch, dan toch fatsoenlijk. En zoo valt bijvoorbeeld dan het interessante feit te constateeren, dat in elke hoogstfatsoenlijke stad over de geheele beschaafde wereld behalve een luidruchtige dusgenaamde vroolijke buurt een nog grootere stille buurt is, waar honderden of duizenden—al naar de bevolkingssterkte—vrouwen wonen die haar onbekenden onderhouder hebben, d.w.z. van stille prostitutie leven.
Een onrustige nacht.Een onrustige nacht.Naar de schilderij van Mouchet (1750–1814).
Een onrustige nacht.
Naar de schilderij van Mouchet (1750–1814).
En het is de erotische humor in de eerste plaats, die die brave fatsoenlijkheid openlijk te kijk zet. In woord en beeld verraadt hij, hoe de brave Hendrikken de kat in het donker knijpen. En het komische element is in deze soort erotische humor juist het verschil tusschen den schijn en de werkelijkheid.
116. Shocking!116.Shocking!Karikatuur op de pruderie van Thomas Rowlandson (1756–1827).
116.Shocking!
Karikatuur op de pruderie van Thomas Rowlandson (1756–1827).
117. De afgewezen schilderij.117.De afgewezen schilderij.De puriteinsche kunstrechter:—Neen, goed bezien vind ik het in hooge mate zedekwetsend zoo iets op de tentoonstelling toe te laten.Engelsche karikatuur van Thomas Rowlandson (1756–1827).
117.De afgewezen schilderij.
De puriteinsche kunstrechter:—Neen, goed bezien vind ik het in hooge mate zedekwetsend zoo iets op de tentoonstelling toe te laten.
Engelsche karikatuur van Thomas Rowlandson (1756–1827).
Men bespot dan niet het fatsoen, maar het simuleeren van fatsoen, het vertoon van braafheid. Men stelt de onfatsoenlijkheden der fatsoenlijke menschen bij voorkeur ten toon in de meest drastische vormen en laat daartoe gaarne eenzelfden persoon een daad tegelijkertijd in anderen afkeuren en zelf bedrijven. Hoogst komisch in dien trant is bijvoorbeeld het geval, dat in fig. 118 in beeld is gebracht. Een bewaker der openbare orde, tot wiens plicht het behoort ook oog te houden op de openbare zedelijkheid, permiteert zich in het park een vrijpartijtje metzijn Marie, doch ziet zich genoodzaakt deze aangename bezigheid een oogenblik te onderbreken, teneinde in de nabijheid een ander paar voor hetzelfde te gaan bekeuren. Van gelijke strekking is het geval dat fig. 114 te zien geeft. Een ander komisch element in het fatsoensvertoon is het zich onnoozel houden, en onkunde veinzen in dingen, die men maar al te goed kent. De preutschen en onnoozelen zijn gewoonlijk het best op de hoogte van en vertrouwd met de dingen waarvoor zij zoo zedig de oogen neerslaan. De koddige zijde van gemaakte zedigheid laat Thomas Rowlandson zien in zijn humoreske van de ontstelde tante (fig. 116). Wandelend met nichtje Sophie langs de Theems zien zij plotseling een troepje zwemmende jongelieden. Het gezicht van al dat naakt doet tante hevig aan. O, schandelijk van die mannen; kom Sophie, ik durf niet te kijken, vertel me straks maar wat je allemaal gezien hebt, maar dadelijk hier vandaan. En het nichtje, heel niet ontsteld, werpt een onverschilligen blik op het tooneel, dat haar tante zoo beschaamd maakt en vindt er blijkbaar weinig bijzonders in. Wie hier sexueel zuiver op de graat is en wie niet, is niet moeilijk uit te maken. Van geheel anderen aard is de ontsteltenis van den catechiseermeester van fig. 115, die een vrouwelijke kennis in sportcostuum ontmoet en op het gezicht van zooveel lichtzinnigheid en zoo diep zedelijk verval wanhopig uitroept: O, moeder, dierbare moeder, gelooft ge dan niet meer aan God? Deze satire hekelt de Droogstoppelzedigheid, voor wie alles wat zweemt naar een vrijeren toon uit den booze is en die zich de deugd niet anders kan voorstellen dan in hermetisch gesloten zwarte verpakking; een zedigheid, die zoowankel op de beenen staat, dat zij zichzelven tegen den minsten aanstoot niet bestand weet, en zoo onsolied is dat zij bij het minste haar evenwicht verliest.
De quintessence van alle vijgenbladmoraal is: het hoogste woord voeren over sexueel-reinen levenswandel, maar incognito zich ruimschoots schadeloos stellen—zich bezondigen aan sexueele buitensporigheden en den schijn aannemen van ingetogenheid—in werkelijkheid zich overgeven aan alle liederlijkheid, en uiterlijk toch fatsoenlijk blijven.
118. De bewaker der publieke zedelijkheid.118.De bewaker der publieke zedelijkheid.—Een oogenblik, Marie, even die twee daar op die bank bekeuren.Uit: „Wiener Caricaturen”, Weenen.
118.De bewaker der publieke zedelijkheid.
—Een oogenblik, Marie, even die twee daar op die bank bekeuren.
Uit: „Wiener Caricaturen”, Weenen.
De erotisch-humoristische literatuur wijst de Engelschen en de Amerikanen, Engeland en Amerika, als de volken en landen aan, waar de preutschheid, het met neusophalende minachting bejegenen van al wat zweemt naar sexueele problemen, het sterkst is. Waar de sexueele humor de pruderie wil bespotten, kiest hij als object meestal Engelschen of Amerikanen. En zelden wordt daarbij dan verzuimd om op het sterkst te laten uitkomen, dat zich juist bij die volken achter die preutschheid de felste sexualiteit verbergt. De sexueele humor doet ons de genoemde volken kennen als de fatsoenlijkste in het openbare leven en als de meest liederlijke in het particuliere leven. Het thema van het Engelsche en Amerikaansche zedigheidsvertoon wordt zelden anders behandeld dan op spottende of sarcastische manier. Van de tallooze staaltjes, die als blijken van de verregaande Amerikaansche zedelijkheid worden opgedischt, vermelden wij hier dit eene: In den staat Maine werd een recruut afgekeurd, wijl hij op zijn arm het beeld eener naakte Eva droeg. Twee dagen later meldde hij zich weer ter keuring en werd goedgekeurd—hij had de Eva een hemd laten aantatoeëeren. Intusschen zouden het juist de Amerikanen en Engelschen zijn, die in het geheim, bijvoorbeeld als zij buitenslands vertoeven, zich aan de grootste sexueele buitensporigheden overgeven. En dit geldt niet alleen de mannen, maar ook de vrouwen, die beiden zeer reislustig zijn, en liefst alleen reizen. De prude miss, die in Londen of New-York als een voorbeeld van strenge ingetogenheid en van haast sexelooze zedigheid geldt, zou alleen daarom zoo verzot zijn op alleen-reizen, om in verre streken haar al-te-menschelijke passies eens den vrijen loop te kunnen laten.
Eenige jaren geleden ging er door de Europeesche pers een klacht uitCaïro, dat daar het prestige van het blanke ras groot gevaar liep door het gedrag van vele alleen-reizende Engelsche dames, die met inlandsche opperhoofden tijdelijke vriendschapsbetrekkingen aanknoopten, over wier aard niemand, die deze gentlemen nader kende, twijfel kon koesteren. Tallooze anecdoten omtrent erotische avonturen van vrouwelijke globe-trotters met Zwitsersche en Italiaansche berggidsen etc. dichten de streng-fashionable misses dezelfde belustheid op erotische sensaties toe, mits deze maar incognito te genieten zijn.
Deze en dergelijke dwaasheden—die intusschen allerminst uitsluitend bij Engelschen en Amerikanen te zoeken zijn—tuchtigt de erotische humor met rusteloozen ijver. En de spot is hier een strafmiddel, dat tevens als geneesmiddel werkt. Hier vooral is van toepassing het woord van Friedrich Schlegel: De maatschappij is een chaos, die alleen met spot is op te voeden en tot harmonie te brengen.
De spottende glimlach der openbare meening weerhoudt de menschen meer van onmaatschappelijke zonden dan de strengste strafwet.
119. Venus’ hoorn des overvloeds.119.Venus’ hoorn des overvloeds.Fransch vignet.
119.Venus’ hoorn des overvloeds.
Fransch vignet.
In den Venustempel of geld op, geen liefde meer.In den Venustempel of geld op, geen liefde meer.Oud-Hollandsche kopergravure, Kon. Bibliotheek, Den Haag.
In den Venustempel of geld op, geen liefde meer.
Oud-Hollandsche kopergravure, Kon. Bibliotheek, Den Haag.
120. Bathseba.Photo Haafstaengl, München120.Bathseba.Naar de schilderij van Caspar Netscher (1639–1684), Alte Pinakothek, München.
Photo Haafstaengl, München
120.Bathseba.
Naar de schilderij van Caspar Netscher (1639–1684), Alte Pinakothek, München.